0

Een waar gebeurd familierelaas over een gezin uit Wulveringem, wat oorlog 1914-18 deed met mensen “ tijdens” en “erna”. Luk Grypdonck deel 2 Improviseren - Rap terug thuis !?! De beslissing mei ’14 om alle verloven en vergunningen in te trekken komt niet meer als een donderslag bij heldere hemel. Onder druk van de toenemende internationale spanningen is men hier alert geworden en niet bepaald gerust in de goede afloop. Militaire manoeuvres heeft men nooit ingeoefend en een strijdplan opgesteld al evenmin. Léon Velleman mag weer optrekken per trein naar zijn kazerne in Charleroi. Het is improviseren geblazen en gissen wat er te doen staat. Léon ziet zijn kazerne aan de binnenkant van 01 mei t.e.m. 14 mei ‘14. Te lange laatste zendt men de opgeroepen oud-miliciens onverrichterzake weer naar huis voor onbepaald verlof. Veertien dagen hebben ze daar rondgelummeld zonder iets om handen te hebben. Dag Pa en Ma, zoonlief is terug thuis tot het morgen ergens zal rommelen. Net als in deze tijden, liepen er toen al terroristen rond, die alzo dachten met hun daden de goegemeente op betere ideeën te brengen (met averechts effect). Een Servische idioot schiet met een “ Belgisch” pistool op 28 juni 1914 in Sarajevo de Apocalyps voorgoed in gang. Eén maand later, op 01 augustus 1914 staat Léon opnieuw in zijn oud-vertrouwde kazerne te Charleroi tussen de andere oudgedienden van zijn klas. Deze keer is het menens, al denken velen dat het niet zo ’n vaart zal lopen. Dus maken ze er een vrolijke oorlog van, waar eer en glorie te rapen valt!!! Tussenin komt een dwazenkloot van een sergeantje in ’t Waals koeterwaals uiteenzetten hoe het moet: Guerrilla… Hard toeslaan, verliezen toebrengen, tegenhouden en snel verdwijnen! Ziet ge? “ Voor ge ’t weet, zijt ge rap terug thuis!?! Et b(i)en qu’en pensez-vous?” Léon repliceert in gevat Gents: “Ja dag Jan, wil dat eerst eens zien, en liefst niet meemaken!!” Moeders slimste schieten allen in een lach, maar denken niet verder dan hun neus lang is…! De voorbije dagen werden niet in luiheid en leegte doorgebracht, wel in tegendeel. Alles en nog wat werd kant en klaar in gereedheid gebracht om uit te rukken bij het eerste, beste groot alarm. Niks liet vermoeden dat het zo rap zou verkeren en mensenlevens voor altijd gaan kantelen in ellendige duisternis levend of dood en … generaties erna! De morgen van 05 augustus 1914 verloopt normaal volgens de geplogenheden of routines van altijd, gevolgd door een middagmaal. Iedereen loopt wel nerveus en gespannen op de toppen van zijn tenen. De dag ervoor op 04 augustus om 08 u ’s morgens zijn de Duitsers massaal de grens overgestoken, ons grondgebied binnengedrongen. Onvermijdelijk om 10 u zit het er bovenarms op, eerst ten noorden van Verviers, wat later in Visé aan de Maas (Voerstreek). Algauw staat de ganse regio tussen Luik en de Duitse grens in vuur en vlam en volgen de te verwachten confrontaties met de 3de Legerdivisie van Luik en de forten er rond elkaar snel op. Het Duits bevel wil persé door de Luikse trechter wegens de vele bruggen over de Maas, de talrijke tunnels en … het spoorwegknooppunt. Wat ze totaal niet verwacht hadden is de heftige, hardnekkige weerstand van onze manschappen. In Visé geraken ze moeilijk over de Maas en doen er een ganse dag over om de andere kant te bereiken, wijl vanuit het fort van Pontisse met precisiebombardementen ze voortdurend onder vuur komen te liggen. In Luik vraagt men zich vertwijfeld af waaraan zij dit verdient hebben? Frankrijk zint al jaren op wraak voor de opgelopen Duitse pandoering uit 1870. Met geniepige, geheime onderhandelingen en vervolgens de aanslag in Sarajevo krijgen ze onze Duitse buren pisnijdig. Wij zitten er voor niets tussen, maar moeten het weerom bezuren. In plaats van de Fransen in ElzasLotharingen directe stevige muilperen te verkopen, willen de Duitse buren naar de Folies Bergère in Parijs al over ons grondgebied. Wij zijn toch maar “quantité négligable”. “Laten die Belgische keuterboerkens ons niet passeren, lopen we ze simpel onder de voet !” redeneren de Pruisen. Want de onwillige Belgen blijven op hun neutrale strepen staan. Waar zat het militair verstand van de Pruisen bij de opstelling van hun aanvalsplan? Achteraf bekeken teveel zelfoverschatting, tegelijk geografisch ons klein landje verkeerd ingeschaald. 1

Hun strategie was blijven happeren aan militaire denkwijzen en achterhaalde ervaringen uit Frankrijk 1870. Het grootschalig ontplooien van militaire operaties in het wijdzijdse Frankrijk spoort in een heel andere orde, dan acties in het voorschoot kleine België, waar allerlei geografische obstructies elkaar kort opvolgen. Een kleine driehoek dooraderd van stromen, rivieren, kanalen, beken, bos, haag en heg, gearticuleerd terrein met hellingen, heuvels, taluds, tumulusweiden en holle wegen, kleine weiden en akkers overal omzoomd met prikkeldraad, grachten boordevol water, dik begroeide schermen en omheiningen. Het ideale wespennest voor hinderlagen of guerrilla, bemand door een moordkuil van Waalse en Vlaamse bosberen, behept met een zeer kort lontje. De tweede miskleun in de Pruisische oorlogsvoering betrof het negeren van de factor persoonlijke inbreng en weerbaarheid aan Belgische kant. Wij moeten een zeer boertige militaire impressie hebben neergezet destijds, dat men ons nergens “au serieux” nam, tot het erover was naar ons goesting en “wij ontploften”. Daar had men zich niet aan verwacht, in het minst aan Duitse kant. Wij waren slecht tot onder -bewapend, flauw uitgerust en gekleed, onvoldoende getraind en gevoed. Dit leutige detail voedde de Duitse onvoorzichtigheid om te eisen of zij bij ons gratis over de vloer naar Frankrijk konden. Uitgerekend drie landen hadden ons (de historisch “Verenigde Nederlanden” = België en Holland) gedwongen tot neutraliteit met garantie ons te beschermen bij agressie. Uitgerekend die drie keken nu elk een andere kant op. Duitsland bestempelde de garantie overeenkomst als een voorbij gestreefd vodje papier. La douce France met het grote luie bakkes geraakte pas wakker als de Duitsers dapper indraaiden naar hun voordeur. En Engeland … die zond laattijdig een contingent tinnen soldaatjes, maar brachten ons niet veel zoden aan de dijk. Ons restte niets anders dan ons eigen boontjes te doppen: ons zeer korte lontje staken wij met Luik aan weerskanten venijnig in brand. De catastrofe voor de Duitsers was in gang gezet door onze eigen volksaard van eeuwenoud verzet tegen indringers en geweldplegers. Luik - het voorgeborchte van de hel! Naarmate de morgen van 05 augustus 1914 vordert is Luiks bevelvoerend generaal Leman verontrust over de Duitse krijgsverrichtingen en vraagt terecht om terstond troepenversterkingen te sturen. Waarop Koning Albert I de 15de Gemengde Brigade naar regio Luik stuurt. De 15de Gemengde Brigade is samengesteld uit Léon zijn 1st Regiment Jagers te Voet, het er aan verbonden 4de Regiment Jagers te Voet, de 15de Compagnie machinegeweren en Artilleriegroepen. Plots blaast de klaroen in de namiddag groot alarm voor verzamelen in gevechtstenue, bewapening en volle uitrusting. Wat later marcheren ze de Rue de Ravin af richting station, onder massale belangstelling van de plaatselijke bevolking, vervuld van bange voorgevoelens. Het moet rap gaan, daarom verzorgen de Belgische Staatsspoorwegen het transport naar het front met gesloten goederenwagens. Ze worden uit de trein gezet in het station van Luik - Longdoz en marcheren richting Angleur om aan de samenvloeiing van de Maas en Ourthe in Fragnée algehele verzameling en divisie te houden. Van daaruit trekken ze naar Sart-Tilman om de intervallen aan het fort van Boncelles (Tilff ) in hellingen en bosrijk gebied te ontzetten. Ze komen in de late avond aan in hun nieuwe habitat, goed bezweet door het vettig warme weer. Ze ontplooien hun ingeoefende verdedigingsposities en aanvalsstellingen en vorderen voorzichtig naar het gehucht van de hoeve Cense Rouge. In die richting zouden de Belgische redoutes (verdedigingsschansen met loopgraven) 1 t.e.m. 6 moeten versterkt worden. Links en rechts van hen liggen de forten van Embourg en Boncelles die om de haverklap belaagd worden door Duitse granaten. De prachtige omgeving is herschapen in een krankzinnig, luidruchtig openlucht theater uit Dante’s Inferno begeleid van explosies, vuur en brand. Het weer is aan het omslaan: donkere, dreigende luchten pakken samen en de avondzon verflauwt zienderogen. Vroeger dan gewoonlijk voor begin augustus valt de duisternis in met onweer over de ganse regio Luik Nijdige windvlagen en de eerste, plets dikke regendruppels bezorgen iedereen koude rillingen. Verkenners melden te veelvuldig verdachte bewegingen en struikgeritsel. Groot alarm wordt geblazen rond de klok van 22uur. Onze Jagers turen gespannen in de duisternis, die af en toe openscheurt door explosieflitsen rond de forten. Eensklaps gaan de hemelsluizen open, gevolgd door een hevig onweer tot in de vroege ochtenduren. Seconden later verlicht een felle bliksemschicht onverwacht de hele omgeving!!!! 2

En wat zien onze alerte Jagers tot hun grote ontzetting in hun richting naderen? De bliksem verraadt kortstondig de Duitse infanterieopmars genaderd op een 3 à 400m. Het komt tot een bloedig titanisch treffen aan onze redoutes met Duitse infanterie 73ste, 74ste, 83ste en 84ste 4de Jagers dat uit Angleur langs de Maas naar Sclessin optrok, steekt daar de brug over, geraakt in Ougrée slaags met Duitse voorposten en drijft in het Bois de Chatqueue met twee bataljons de Duitse restgroepen terug naar Boncelles. regimenten, die deel uitmaken van de 38ste en 43ste Duitse Brigade. Ze komen massaal opzetten uit de richting Plainevaux en Boncelles. Overal vallen die nacht alle Duitse Brigades onverhoeds en geconcentreerd de forten aan, die voor hen liggen. Het is een schijnmanoeuvre in een poging bij duisternis ons te verrassen op de tussenruimtes van de forten in de loop van de nacht 05 op 06 augustus 1914. Officieren bevelen de Jagers nog even te wachten tot men zeker zicht heeft op de geviseerde, grijze oprukkende uniformenmuur. Een schril fluitje weerklinkt akelig in het struikgewas en Waalse bossen. Het onzaligmakend sein om de poorten van het Laatste Oordeel wagenwijd open te slaan!?! Een bangelijk, oorverdovend, onophoudelijk salvo uit wel honderden geweren en mitrailleurs braakt staal in de richting van de grijze Duitse golven. De uitwerking is hallucinant in de gietende regen en bliksemflitsen. Kogels slaan met dove slag in boomstammen her en der. Takken breken af en donderen naar beneden. Nog veel erger is het door merg en been dringend gekrijs van de gewonden en stervenden. Aan onze kant vallen ook onvermijdelijk slachtoffers. In het duister en slecht zicht krijgt de oprukkende vijand maar geen fatsoenlijk overzicht op de getalsterkte en de ingenomen posities der Jagers over de volle aanvalslengte. De gevolgen zijn desastreus voor de Duitse aanvallers, als het fort van Embourg ondersteunend artillerievuur loslaat in het Duitse centrum. Die sukkelen en vallen over muren van doden en gewonden. Met honderden tegelijk sneuvelen ze over en door elkaar. In hun rangen ontstaat wanorde en paniek, waardoor de Duitse 73ste/74ste regimenten onderling van achteruit gaan vuren op eigen oprukkende troepen voor hen. De chaos in hun rangen is zo groot dat hun bevelhebber Generaal Von Hülsen gekwetst geraakt door vuur van eigen manschappen. Onze Jagers gaan de godganse nacht tekeer als gekken, blijven fanatiek vuren en doorvechten op al wat verroert om reden dat sommige Duitsers laf genoeg de geldende oorlogsregels aan hun laars lappen. Ze tonen een witte vlag ter overgave en openen onverwachts opnieuw het vuur op onze Jagers van kortbij. Waardoor onze manschappen geen kwartier (genade) willen geven, noch krijgsgevangenen maken. Na 04.45 u zijn de Belgische redoutes 1, 2 en 3 door het 1ste Jagers ontzet met de steun van de meegekomen 15de Brigadeartillerie en beginnen de zuiveringsacties in de richting Boncelles. Bois de St-Laurent, Bois de St -Jean en Bois de Sclessin worden bloedig uitgekamd door het 1ste Jagers. Het broederregiment Bevelvoerder Prinz Frederich von Lippen sneuvelt hierbij. Aan het fort Boncelles pogen de Duitsers met drie opeenvolgende aanvalsgolven daar nog iets te forceren. Ze stuiten er telkens opnieuw op ongemeen heftige weerstand en artillerievuur. Incasseren zware verliezen, geraken volledig afgesneden van hun officieren. Vol schrik hijsen gedemoraliseerde Duitsers de witte vlag, steken hun handen in de lucht en geven zich met honderden tegelijk over. Ze doen niet moeilijk en worden opgesloten in het fort Boncelles. Gestadig maar zeker knijpt dodelijk de Belgische tang dicht rond Boncelles. Rond 05 u komen redoutes 4 en 6 terug in Belgische handen. Bij redoute 5 stuiten ze op hevig vuur van Duitse mitrailleursnesten, die zich rond 01.15 u meester hadden gemaakt van onze loopgracht. Ze maken er ettelijke slachtoffers. Rond 06.15 u met de versterkende hulp van twee bataljons 29ste Linieregiment en doeltreffend artillerievuur worden de fanatiekelingen naar de verdoemenis geschoten. Er volgen nog enkele schermutselingen, wijl onze artillerie stelselmatig de 38ste en 43ste Duitse Brigades terugveegt. Uiteindelijk trekken ze zich met zware verliezen geleidelijk aan terug richting Plainevaux. Na negen uur strijd is het gebied gezuiverd, uitgekamd en zijn wij terug meester van de situatie. Het is dan reeds 07 u in de morgen van 06 augustus 1914 als het krijgsrumoer afneemt. Inderhaast worden onze gewonden opgezocht, verzorgd en samengebracht. Het is een helse karwei en ontneemt iedereen het gevoel voor eetlust. Op de klok van 9 u wordt de strijd afgeblazen en appel gehouden onder de aanwezigen. De trieste balans: 428 doden en gewonden. Iedereen helpt bij het zoeken en bergen van dode kameraden. Léon wordt lijkbleek bij de afzichtelijke aanblik van de lugubere rijen, gesneuvelde jongens. Hen direct hier begraven zal niet lukken. Overal klinkt geweeklaag van smarten, gejammer, gekerm, gereutel, geroep. Hij moet even aan de kant gaan zitten om te kokhalzen. “Allemaal, die rap thuis zijn” zucht naast hem welgemeend een jongen uit Kruishoutem. Die reikt hem zijn veldfles aan met water om bij te komen en helpt hem recht. ”Wij hebben gotverd… chance gehad maatje”. Op de baan richting Luik vertrekt een ellenlange processie van Ambulances en Rode Kruiswagens met gewonde Jagers. Er waart een dierlijke stank van bloed, cordiet, nevels en verrot in de kletsnatte bossen. Onze tranchées zijn herschapen in beken vol bloed en regenwater. Overal liggen stapels grijsgeklede cadavers over en door elkaar zonder overdrijven tot drie meter hoog. 3

Op de dodenakkers hangt een beklemmende stilte. Niks verroert, enkel krijsende aasvogels die komen rondcirkelen boven onwezenlijk gruwelijke taferelen. Te grotesk, te talrijk om er een gedacht van te vormen. Brave Lèon wil rap weg uit dit gigantische Jeroen Bosch schilderij, dat zich onwisbaar vastspijkert op zijn netvlies. Hij zal nauwelijks of nooit in staat zijn om deze horrornacht in een fatsoenlijke zin of woord te gieten. Om 11 u is het opnieuw verzamelen geblazen. Ze krijgen te horen - door oorlogssituaties - niet meer naar Charleroi terug te kunnen. Vanaf nu worden ze definitief toegevoegd aan de 3de Legerdivisie LUIK. Als klap op de vuurpijl moeten ze onmiddellijk op bevel van het Hoofdkwartier Sart-Tilman ontruimen. Het wijze besluit komt van Generaal Leman, die van de Duitse onachtzaamheid dankbaar gebruik maakt om alle aanwezige eenheden, die niet tot de vestingtroepen behoren gedisciplineerd te laten terugtrekken via Borgworm-Waremme naar Tienen. De 3de Legerdivisie ontruimt Luik om te verzamelen in Loncin, Lantin en Hollogne. De forten garanderen complete rugdekking. Om 13 u zet een 1ste colonne van de 3de LD in gang en komt toe in Waremme als de nacht valt. De gedecimeerde 15de Gemengde Brigade met de 1ste /4de jagers geraakt terug over de Maas in Luik en vertrekt net als de rest onmiddellijk in de namiddag. 4 Onze Titanen zijn goddelijk om zien in doornatte kledij bedekt vol slijk en bloed en … scheel van de honger!!! Om 22 u is niemand van de 3de LD in de Luikse regio nog aanwezig, behalve de gewonden in de hospitalen. Op 08 augustus ‘14 bereiken in Tienen de laatste eenheden het gros van het Belgisch Leger. Over Sart-Tilman valt ’s avonds 06 augustus 1914 een sinistere schemering, nevels gehuld in dood, vernieling, verderf en de geur van ontbinding, afkomstig van Duitse kadavers. Uit de stapels “feldgraue” uniformen komt geen gemurmel, geen geruis, alleen benauwelijke stilte. Het slagveld is nu Gods akker waarover de vier Ruiters der Apocalyps draven. Duizend witte gedaanten met een gezicht rijzen op uit de doden en stijgen langzaam in nevelslierten hemelwaarts. Altijd iemands vader, altijd iemands kind, gekneed door systemen en regimes … Heer wees barmhartig en hun ziel genadig, bezorg hen rust en vooral vrede die hier altijd zoek is! * Op Internet: Combat de Sart-Tilman nuit du 5/6 août 1914 d’après le récit du P. de Groote aumônier du 1er Régiment des chasseurs à pied. Revue de la Presse n° 142 - 28 juin 1918. Recueillis par Baron C. Buffin. Het relaas van de aalmoezenier der 1ste jagers te voet. Combat de Sart-Tilman.milguerres.unblog.fr/ combat-de-sart-tilman/

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
Home


You need flash player to view this online publication