0

Goed Bericht

Goed Bericht Waarom blind geboren? André Piet Stichting GoedBericht

Colofon: Titel: Goed Bericht Eerste jaargang nr.2 – Waarom blind geboren? © 2021 André Piet, goedbericht.nl Verschijningsdatum: oktober 2021 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling & vormgeving: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl In samenwerking met Mieke Tom ISSN 2772 7947 NUR 707

INHOUD 1. Wat voorafging … 11 2. Men zoekt de oorzaak in het verleden 15 3. Geen ‘erfschuld’ of ‘erfzonde’ 19 4. Opdat hij genezen zou worden 23 5. God zegt Wie Hij ís 25 6. Opdat de werken van DE GOD ... 29 7. God legt Zijn eer in het kwaad 31 8. Tegen díe achtergrond schijnt het Licht! 35 9. Het grote Goed dat Híj ons geeft 37 Noten 41 Bijlage 1 Vergeving of rechtvaardiging? 43 Bijlage 2 Geen zondaars meer! 45 Bijlage 3 Als vergeving bevrijding wordt … 47 Bijlage 4 Romeinen 8:18 – het gewicht van lijden 49 7

Bron: Piet, A. (2017).Waarom blind geboren? GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/waarom-blind-geboren/ Bijbelteksten: werkvertaling op basis van Interlinear Scripture Analyzer (scripture4all.org). Overige vertalingen: de Herziene Statenvertaling (HSV) en de NBG-vertaling 1951 (NBG51). 8

“Zij pakken dan stenen op, om op Hem te werpen. Jezus echter werd verborgen en kwam uit vanuit de tempel. En passerende nam Hij waar een mens, blind vanuit geboorte. En de discipelen vragen Hem, zeggende: ‘Rabbi, wie zondigde? Deze of de ouders van hem dat hij blind geboren zou worden?’ Jezus antwoordde: ‘Noch deze zondigde, noch de ouders van hem, maar opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem.’” Johannes 8:59; Johannes 9:1-3 9

10

1. Wat voorafging … Ik wil u meenemen naar Johannes 9. En u heeft inmiddels wel gezien, dat de titel “Waarom blind geboren?” is. Johannes 9 is namelijk een hoofdstuk waarin een lange geschiedenis verteld wordt, die gaat over een man die blind geboren was. En dat begint met een conversatie over de vraag: waarom is deze man eigenlijk blind? Het grootste gedeelte van dit hoofdstuk wordt in beslag genomen door de geschiedenis hoe de Heer deze blindgeboren man op de sabbat geneest. En hoe dat vervolgens ook weer reacties oproept in de synagoge, eigenlijk conversaties – een heel twistgesprek – met de Joodse leiders. Dat alles wil ik eventjes voorbij laten gaan en daar zullen we ook geen aandacht aan gaan geven. Ik wil u eerst eens meenemen naar het laatste vers van Johannes 8. Ik pak mijn Bijbeltje er even bij, dat is wel zo makkelijk. Johannes 8, het laatste vers. Dat moet ik meteen even toelichten, want er komt namelijk een heel scherpe confrontatie, dat is typerend in het Johannesevangelie. Een scherpe confrontatie tussen de Here Jezus en de Joodse leidslieden in de tempel. En dan heeft de Heer een aantal dingen gezegd die voor hen volstrekt een brug te ver waren en je leest: “zij pakken dan stenen op”. Overigens, dit is geen NBG- of (Herziene) Statenvertaling, dit is een vertaling die vooral aansluit op de interlineair1. Wat was de situatie? De Heer had zojuist, in het voorgaande vers, gezegd: “… voordat Abraham wordt, ben Ik”. Joh.8:58 Niet ‘was’, dat staat er niet2. En dan vatten zij dat op als godslastering en dat is precies de reden dat zij stenen opnemen. Later lees je dat ze dat 11

nog een keertje doen, in Johannes 10. Ze pakken stenen op, om op Hem te werpen, Joh.10:31 en dan lees je: “Jezus, echter, werd verborgen”. Dat is opmerkelijk. In vrijwel alle vertalingen die ik geraadpleegd heb, lees je: ‘Jezus verborg zich’, maar dat staat er niet. Hij wérd verborgen, in de passieve zin. Hoe ik me dat moet voorstellen weet ik niet, je kunt daar allerlei dingen bij bedenken. Dat de discipelen zich over de Heer zouden hebben ontfermd? Nee, dat klinkt vreemd dat zij Hém beschermd zouden hebben, alsof Hij hún bescherming nodig had. Maar er staat gewoon: “Hij werd verborgen, en …” – staat er vervolgens – “Hij kwam uit vanuit de tempel”. Ze konden Hem dus niets doen. Het was bovendien Zijn uur nog niet, en dat was de directe reden. Je vindt het veel vaker dat er staat: “want het was Zijn uur nog niet”, bij allerlei gelegenheden wordt dat gezegd. Je leest dat al in het begin van het Johannesevangelie, als Hij daar is op die bruiloft in Kana, dat was het eerste teken dat Hij en public deed. En dan zegt Hij: “Mijn uur is nog niet gekomen.” Joh.2:4b [HSV] Dat is de rode draad, één van de thema’s die benadrukt wordt door Johannes. Alles is perfect getimed en de Heer is daarvan op de hoogte. En hier, bij de gelegenheid in Johannes 8, willen ze Hem dus ook stenigen. Dat was de straf op godslastering. Maar: “Hij werd verborgen en Hij kwam uit vanuit de tempel”. En dan wil ik er toch nog even iets over zeggen … Ik kan het niet nalaten om te vertellen dat ook dát weer zo’n prachtig ding in het Johannesevangelie is; het is niet alleen maar historie, het blijkt ook typologisch te zijn. Dat wil zeggen: er zit een hele laag onder, het spreekt ook van Gods handelen en van de tegenwoordige tijd. In dit geval: ze willen Christus stenigen, Hij, echter, werd verborgen en kwam uit vanuit de tempel. En ik zeg u hierin: dit is ook weer 12

zo’n type van Christus in de tegenwoordige tijd. Verworpen door de joodse godsdienst en buiten de legerplaats. ‘De legerplaats’ als aanduiding van de tempel; de gevestigde religie, het oude verbond dat zich conserveerde. “Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de zonde door de hogepriester het heiligdom werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft ook Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort geleden. Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen. Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.” Heb.13:11-114 [HSV] Ik wil dat ‘conserverende, oude verbond’ toch even toelichten. U moet zich realiseren, God had pakweg zes eeuwen tevoren, bij monde van Jeremia, al gezegd: “Er komen dagen dat Ik met het huis van Juda en het huis van Israël”, de twaalf stammen, “een nieuw verbond zal sluiten. Niet zoals ik dat deed in de dagen dat zij uittogen uit Egypte” – ik citeer het nu even vrij – “nee, een nieuw verbond. Ik zal de wet daar niet meer langer op hen leggen, maar Ik zal de wet in hun harten schrijven, zodat ze dat van binnenuit zullen doen”. Jer.31:31-34 Je leest zeven keer in Jeremia 31: “Ik zal, Ik zal, Ik zal!” En geen enkel gebod, geen enkele conditie, wordt aan de mens voorgeschreven. Daarom is dat nieuwe verbond dat God met Israël gaat sluiten, ook per definitie succesvol, want niets hangt van de mens af. God belooft enkel, Híj zal het gaan doen. En zo zal het ook gaan; van Israël wordt daarin niks meer verwacht. Het jodendom heeft zich echter heel erg conservatief opgesteld. Dat wil zeggen: men heeft dat oude verbond willen conserveren. Men hield vast aan dat oude, terwijl God het nieuwe al had 13

aangekondigd. En feitelijk, door iets nieuws aan te kondigen, had Hij het bestaande verbond voor ‘oud’ en ‘verouderd’ verklaard. En als u het niet geloven wilt, dan moet u dat maar eens nalezen in Hebreeën 8 vers 13, want daar staat het min of meer woordelijk zoals ik het nu zeg. Wel, hier verlaat de Heer de tempel. De tempel als embleem van de joodse godsdienst, van dat conservatieve. Nu gebruik ik dat in de negatieve zin van het woord. Dat wil zeggen: het vasthouden, het willen bewaren van het oude, terwijl iets nieuws zou komen. En hier werd de Heer verborgen én Hij verliet de tempel én Hij is verborgen van Gods leven. Deze drie kenmerken typeren Christus vandaag. Hij is verworpen door het jodendom, Hij bevindt zich buiten de gevestigde religie en ook de religie van Godswege ooit. En waar is Hij nu …? Wel, Hij is nog steeds verborgen. Ook dat is een thema dat je heel dikwijls weer terugvindt in het Johannesevangelie. Men zegt: ‘Het Johannesevangelie is simpel.’ Het maakt heel veel gebruik van zwart-wit contrasten: licht – duister, leven – dood, haat – liefde en dat soort dingen en dat maakt het ogenschijnlijk eenvoudig. Maar wát een enorme lagen liggen daar nog weer onder en wát een diepgang! En inderdaad, Hij – Christus – is vandaag de Verborgene, eigenlijk al gedurende 2000 jaar. En daarmee is ook de termijn ongeveer aangegeven, want dan houdt deze verborgenheid op. Dan zal Hij uit de verborgenheid treden. 14

2. Men zoekt de oorzaak in het verleden We gaan het hebben over Johannes 9, maar dan zie je ook even wat daaraan voorafgegaan is. Hij kwam uit, Hij ging vanuit de tempel, Joh.8:59b en dan staat er (letterlijke weergave): “En passerende (voorbijgaande) nam Hij waar een mens …”. Joh.9:1a Dat ‘passerende’ verbindt het voorgaande hoofdstuk met hoofdstuk 9, zowel geschiedkundig als thematisch. Dat wil zeggen typologisch of qua betekenis, qua onderwerp, sluit het één op het ander aan. Terwijl de Heer dus de tempel verlaat – dat was op een sabbat weten we uit het vervolg – “nam Hij een mens waar”, zo staat het er. (Grieks > énas ánthropos : een mens.) En die man was blind (letterlijk) “vanuit geboorte”, sinds zijn geboorte. Hij werd geboren en toen reeds, was hij blind. Hij had dus nog nooit gezien. Je leest wel vaker in de Bijbel dat de Heer de ogen van blinden opende, maar deze man was blind vanaf zijn geboorte en dan lees je: de Heer nam een mens waar. En als er staat: “Hij nam waar”, is dat niet alleen een observatie. Als de Heer iets of iemand ziet, dan ziet Hij hem ook zítten. Dat bedoel ik dubbelzinnig, dat is heel mooi. Onlangs had ik het over het woordje ‘voorzien’. God voorziet de dingen. Hij ziet van tevoren dat wat er gebeurt, dat is ‘voorzien’. Ja, maar als God voorziet, dan gééft Hij ook. Dan is Hij daarbij betrokken en dan geeft Hij wat nodig is; Hij voorziet! Dat is dus dubbel. Dat is veel meer dan alleen maar: Hij weet van tevoren wat er gaat gebeuren. Hij ziet dat, Hij neemt dat waar, en 15

zo is dat met deze man ook. De Heer ziet hem, Hij neemt hem waar, maar dán gebeurt er ook iets. En het zijn dan de leerlingen van Jezus die tot Hem komen, en dan staat er: “zij vragen hem, zeggende: Rabbi, wie zondigde?” Joh.9:2a Kennelijk was het dus al bekend bij hen dat deze man blind was vanaf zijn geboorte. Zij vragen dus “Rabbi” – want dat was wat de Heer toch was, een meester, een Joodse leraar – “wie zondigde?” Alleen in die vraag zit een veronderstelling, en de vooronderstelling van die vraag is al fout. Men zegt weleens: ‘Er bestaan geen foute vragen, alleen maar foute antwoorden.’ Vaak is dat wel zo, maar dat is niet áltijd zo. Een vraag kan fout zijn en dat is hier ook het geval. “Rabbi, wie zondigde?” Dan veronderstel je namelijk al dat er hier sprake is van een zonde, als oorzaak dat deze man vanaf zijn geboorte – hij was minimaal al 40 jaar, lees je later in deze geschiedenis – blind is. De leerlingen veronderstellen: er moet hier zonde in het spel zijn ter verklaring van het feit dat deze man al die 40 jaren blind was. “Wie zondigde?” En dan zijn ze wel zo open minded om de opties nog te noemen, maar één ding staat op voorhand al vast voor hen: dat er iemand gezondigd moest hebben. En dat is typisch menselijk, vooral typisch godsdienstig, om meteen een verband te suggereren, zo is de hele mindset. Er is sprake van lijden, van kwaad, van leed, of hoe het maar heten mag … en de oorzaak daarvan moet zijn: zonde. Komt u dit bekend voor? Zo wordt dat praktisch altijd verondersteld. Ook nu nog steeds in de christelijke dogmatiek: hoe komt het dat er lijden en kwaad in de wereld is? 16

Dat komt, hoe dan ook, van wie dan ook, door de zonde. Overigens, laat ik wel eventjes proberen daarin zo evenwichtig als mogelijk te zijn: daar is Bijbels gezien wat voor te zeggen. “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.” Rom.5:12 [HSV] Maar dat is de helft van het verhaal. Rom.5:18-19 Het is in ieder geval niet de diepste reden. Voordat ik aankom bij de reactie die de Heer geeft, eerst nog even verdergaan. En die man zit daar dan bij de ingang, of de uitgang, van de tempel; de beste plaats waar je jezelf in een dergelijke toestand dan kunt bevinden, want je mag toch iets verwachten van degenen die de tempel in- en uitgaan? Wat barmhartigheid van mensen …?! Maar dan blijkt dat je in het algemeen slecht gestuurd bent als je het van ménsen moet verwachten … Realiseert u zich: we praten niet over een abstract gesprek, een abstracte discussie over ‘het waarom van het kwaad in het algemeen’. Nee, het gaat hier over een concreet iemand. Over een persoon die ze daar zien liggen of zitten. Iemand waarvan ze het een en ander weten, in ieder geval dat hij vanaf zijn geboorte reeds blind was. Zoveel leed! Niet alleen maar die handicap, maar ook de gevólgen daar nog eens van. En zoveel jaren … ‘Heel zijn jeugd is verpest door het feit dat hij zo gehandicapt was’, zouden wij dan zeggen. En de vraag is dan: hoe kómt dat nu? En de oorzaak ‘moet dan wel’ in het verleden liggen … 17

Deze veronderstelling is trouwens niet alleen godsdienstig, want als je het vraagt aan iemand uit de wereld – een mens die, naar wereldse wijsheid, God heeft weggeredeneerd (wat natuurlijk pure dwaasheid is, maar goed) – , dan is het in het algemeen zo dat de oorzaak van het leed ook in relatie gebracht wordt met iets uit het verleden. Ook als men geen religieus, geen godsdienstig, antwoord geeft, wordt gezegd: ‘dat komt door iets in het DNA’ of ‘er is iets medisch misgegaan in de moederschoot’ en ongetwijfeld is ook daar iets voor te zeggen. Over het geheel genomen zoekt men de oorzaak dus in het verleden. En ja, zulk leed aan God toeschrijven, dat Hij daarvan de schuld heeft, kán toch niet? En inderdaad, God heeft ook helemaal geen ‘schuld’. Daarom vind ik het prachtig om juist dit Bijbelgedeelte met u te bespreken, want het antwoord – dat kan ik u nu al vertellen – is zo magnifiek, zo geweldig! 18

3. Geen ‘erfschuld’ of ‘erfzonde’ Zij vragen: “Wie zondigt er nu eigenlijk?” in Johannes 9 vers 2. En dan beginnen ze met: “Deze? Of de ouders van hem?” Dat eerste lijkt me sowieso al vrij absurd, maar goed, je moet toch wat. Ik was ooit een keertje in Eilat en toen kwam ik in gesprek met iemand die zei: ‘Weet je dat de Bijbel ook reïncarnatie leert? De discipelen geloofden in reïncarnatie.’ Deze bewering verbaasde mij maar hij had een argument, dat was Johannes 9 vers 2. Het is vele jaren geleden, maar ik weet het nog heel goed. Hij dacht dat het feit dat de leerlingen opperden dat het mogelijk met de zonden van deze man, die van geboorte blind was, te maken zou kunnen hebben dat hij blind was, betekende dat die man kennelijk een voorgaand leven had gehad. Dat hij zich in een vorig leven misdragen had was volgens hem de reden, het motief, dat de man blind geboren was. Ik zal u besparen hoe dat gesprek verder ging, maar dat kun je natuurlijk nooit als argument voor het bestaan van reïncarnatie gebruiken. In het jodendom heeft men trouwens wel gezegd: ‘In de moederschoot kan een mens al zondigen.’ Ja, dat is echt waar, ik heb dat in citaten gelezen. Want in de moederschoot kan er ook al van alles gebeuren. In de geschiedenis van Jacob en Ezau lees je dat de één de ander stiet in de moederschoot. “En de kinderen stieten (ook wel vertaald met: stoten) in haar binnenste tegen elkander.” Gen.25:22 [NBG51] 19

En toen hebben de rabbi’s daaruit geconcludeerd dat daar dus conflict zou zijn. Zoals Fons Janssen dat “prenataal donderjagen” noemde … Maar goed, u begrijpt, dat is allemaal absurd. In ieder geval vind je geen van dat soort fantasieën in de Schrift terug, dat kun je er niet uit halen. Je kunt het er eventueel in leggen en in projecteren, maar het stáát er niet! Ja, wie heeft nu gezondigd? Heeft de man die blind was vanaf zijn geboorte dat zelf gedaan – wat een vrij absurde veronderstelling is; de gedachte ‘in de moederschoot zondigen’ is onzinnig – of misschien zijn ouders? En ook daar valt iets voor te zeggen, want je kunt altijd beweren: ‘het kan zomaar zijn dat een kind opgezadeld zit met de zonden van zijn ouders’, om maar iets te noemen. ‘Als je als moeder tijdens de zwangerschap gerookt of gedronken hebt, dan heeft dat zo zijn weerslag op het kind. Het kan er levenslang de last van dragen.’ U leest hier misschien een term die u kent. Als u christelijk groot geworden bent, en wat theologische kennis en termen hebt opgevangen, dan hebt u mogelijk ooit weleens van het woord van ‘erfschuld’ of ‘erfzonde’ gehoord. En nu bedoel ik niet dat de mens gewoon erfelijk belast is, want dat lijkt me vrij duidelijk, we zijn allemaal erfelijk belast. Maar weet u dat de begrippen ‘erfzonde’ of ‘erfschuld’ in heel de Bijbel nergens voorkomen? Het is heel gek, maar er zijn zoveel termen die wij kennen en die horen bij het algemene christelijke gedachtegoed, dat je bijna zou gaan denken: dat staat misschien wel op elke bladzijde van de Bijbel. Maar als je dat dan gaat nazoeken, dan staat het helemaal nergens. 20

Het idee van ‘erfzonde’ staat nergens. De Bijbel suggereert inderdaad ‘erfdood ’: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.” Rom.5:12 [HSV] Dat wil zeggen: waarin mist de mens zijn doel? Wel, via Adam is de dood in de wereld gekomen. En Adam werd een sterveling en daarmee ál zijn nakomelingen ook. Wat wij dus erven is gewoon zijn sterfelijkheid. ‘Erfschuld’ vindt u nergens in de Bijbel, wel het tegendeel, trouwens. En dat is dat een mens niet verantwoordelijk gehouden wordt voor dat wat zijn vader, moeder of voorgeslacht gedaan heeft. “De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen.” Eze.18:20b [HSV] 21

22

4. Opdat hij genezen zou worden In een christelijk land met een veelal calvinistisch verleden, kennen velen dat idee van Adam: ‘het is begonnen bij Adam en toen is het fout gegaan … en met zijn zonden zijn wij belast en daardoor is het kwaad in het algemeen in de wereld gekomen en hebben we te maken met het leed en het lijden.’ Nu, in het geval van de leerlingen, zien zij deze concrete man. Hoe komt het dat hij blind geboren is? Heeft hij gezondigd of zijn ouders? En dan komen we bij vers 3, waar we goed op moeten inzoomen. De vraag is duidelijk. In de vraag zit een suggestie en wat je dan ziet in Jezus’ antwoord is: dat Hij daar volledig aan voorbij gaat. Jezus gaat niet mee in hun veronderstelling. Nee, Hij wijst helemaal niet op het verleden, Hij wijst op de toekomst! Luister naar wat de Heer dan zegt: “Jezus antwoordde: noch deze zondigde, noch de ouders van hem …”. Joh.9:3 Dat wil zeggen: er was geen sprake van zonde als motief, als reden dat deze man blind geboren werd, want dat lag in de vraag besloten. Daarmee wordt niet ontkend dat deze man ooit gezondigd zou hebben, of zijn ouders, maar de Heer geeft aan dat zondigen niet de reden is voor het gegeven dat deze man blind is. Dat deze man blind geboren is, en al die 40 jaren gehandicapt was en zoveel leed ten deel viel, waarom is dat? Het heeft in ieder geval niet te maken met zijn zonden, maar ook in het algemeen niet met zijn voorgeslacht. Wat de Heer dan trouwens ook zegt: “noch deze, noch de ouders van hem”. De zonde wordt sowieso niet als de oorzaak genoemd van de 23

blindheid van deze man. Wat dan wél? Dat wil je weten. Noch deze zondigde, noch de ouders van hem … “maar”, staat er dan, “opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem.” Dit antwoord, ik gaf het u zojuist al aan, is zo totaal afwijkend! Het passeert ook de veronderstelling, eigenlijk de oogkleppen van de discipelen die automatisch in een bepaald stramien denken. Nee, het is totaal anders! Je moet niet naar het verleden kijken, je moet naar de toekomst kijken. Deze mens werd niet ziende gemaakt omdat hij blind was. Het is precies omgekeerd: deze man was blind opdat hij genezen zou worden! Hoe zou hij ziende gemaakt kunnen worden als hij niet éérst blind was? Dát is de reden. Er wordt dus helemaal niet verwezen naar het verleden of wat er fout gegaan zou zijn, integendeel. Er wordt gewezen naar de toekomst! 24

5. God zegt Wie Hij ís Op het moment dat Jezus de woorden “opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem” spreekt, was die man nog steeds blind. Al die 40 jaren daarvoor was hij blind met alle gevolgen van dien. En waarom was hij nu blind? Hij was blind opdat hij genezen zou worden. Het mooie hiervan is dat je een concreet voorbeeld ziet, het gaat hier niet over een filosofisch concept. Maar het antwoord is zó groots! Het is namelijk een universele waarheid die hier wordt uitgedrukt. In dit geval zien zij een man die blind geboren is, maar ga nu eens voor uzelf na hoeveel voorbeelden je daarvan zou kunnen bedenken. En waarom is dat nu eigenlijk? Er is trouwens een heel Bijbelboek dat over die vraag gaat, het boek Job. Dat is één van de oudste boeken van de Bijbel en gaat over die vraag. Eigenlijk ook niet filosofisch, abstract. Nee, ook naar aanleiding van Jobs lijden, alle ‘Jobstijdingen’ die hem waren overkomen. En dan steken de vrienden van Job – nadat ze eerst een week gezwegen hebben (en dat was volgens mij trouwens nog het verstandigste dat ze gedaan hebben) – van wal. Pas aan het einde van het boek gaat God het woord nemen, maar al die hoofdstukken ervoor lees je dat de vrienden van Job, en Job zelf, het woord nemen en filosoferen en religieus doorredeneren. Voortdurend zie je van een Elifaz, Bildad en Zofar, dat ze de reden zoeken in het feit dat Job zonden begaan zou hebben, en dat hem daarom dat alles was overkomen. En dan neemt God uiteindelijk het woord … 25

In heel het boek Job is het antwoord feitelijk niet dat God zegt: ‘Nou, om deze en deze reden …’. Als God het woord neemt geeft Hij geen antwoord, maar dan stelt Hij een wedervraag. Nou, één wedervraag? Dan stelt Hij heel veel wedervragen. Dan toont Hij de schepping en gaat Hij het hebben over allerlei fenomenen in het weer, in de natuur, in de dierenwereld, in de plantenwereld, noem maar op. En dan worden Job en zijn vrienden ondervraagd. “Waar was je? Weet jij, Job, wat Ik weet? Kun jij wat Ik kan?” Job 38 Of, nog anders gezegd, zoals Paulus in Romeinen 9 zegt: “Wie ben jij nu eigenlijk? Wie denk jij nu wel dat je bent?” Want de mens waant zich een mening te kunnen geven over dit soort grootse dingen, maar wie zijn wíj nu? Dit onderwerp komt vroeg of laat heel dicht bij elk mens. En elk mens heeft hier ook zo zijn mening over, vormt zich hier een gedachte over. De laatste weken heb ik er nogal eens een keertje mee te maken gekregen, vandaar ook dat ik dit gedeelte graag eens aanstip omdat dit namelijk het antwoord is; het is het Licht van de Schrift ! En daar heb je zo oneindig veel méér aan dan elke menselijke gedachte, mening of veronderstelling. Een tijdje geleden las ik een column van Youp van ’t Hek. Dat ging in dit geval over een jong kankerpatiëntje dat opgegeven was en dan wordt hij boos naar God toe. Hij wordt altijd weer boos op God. Onlangs zei een atheïst – het woord ‘atheïst’ betekent niet een ontkenning van God, maar het is de onvrede met een God, Die dit kwaad allemaal toelaat – : ‘Als ik bij Hem kom, dan heeft Hij mij wat uit te leggen en dan ga ik Hem vragen ...’. Als je dat hoort dan denk je echt: wie denk je nu dat je bent …?! 26

Een piepklein mensenkindje! En als de volkeren, al die miljarden bij elkaar, al “een stofje aan de weegschaal” zijn, Jes.40:15 wie denk jíj dan dat je, als één van die zeven miljard mensen, bent? En wat denk je met een ‘paar ons hersencellen’ allemaal te kunnen bedenken?! We weten helemaal níks. Over het verleden nauwelijks iets, over de toekomst sowieso niks. En áls we over deze dingen al iets kunnen zeggen, dan is het omdat God Zelf het woord genomen heeft. Omdat God Zelf in de Schriften Zijn Licht daarover laat schijnen en dat doet Hij ook. En in het boek Job, ik verwees er zojuist naar, is het dat God geen antwoord geeft maar: Hij zegt Wie Hij ís. En dat doet Hij door Job retorische vragen te stellen. Het zijn allemaal vragen waarop Job stuk voor stuk het antwoord schuldig moet blijven. Hij kan dat niet zeggen, want een mens weet deze antwoorden domweg niet! Job.42:1-6 De les moet na zoveel vragen toch wel duidelijk zijn? De hint is eigenlijk na één vraag al duidelijk: wie ben ik om U daarover ter verantwoording te roepen? Wie ben ik om mijn mening te geven over zo’n groots ding? We begrijpen helemaal niets van de schepping, en van een microscopisch schepseltje begrijpen we al helemaal niks. Hoe meer we weten, hoe meer we beseffen dat we zo weinig weten. Dat zijn de verhoudingen. 27

28

6. Opdat de werken van DE GOD ... Weer even terug naar antwoord hier in Johannes 9, dat wijst in een totaal andere richting dan waar de mensen aan denken. Dat de man blind geboren is, heeft helemaal niets te maken met de zonden van zijn ouders of van hemzelf, totaal niet. Maar: opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden. In deze man! Wij denken veelal dat we zó deze geschiedenis kunnen lezen: de Heer geneest hem … en waarom? Ja, omdat hij blind was. Maar dat is hier het punt niet. De vraag is: waarom is hij blind? En dan zegt de Heer: “Opdat hij genezen zou worden, opdat hij zicht zou krijgen, opdat de werken van de God ...”. ‘De God’, het klinkt misschien vreemd in het Nederlands maar in het Nieuwe Testament is het vanuit de grondtekst iedere keer “de God”. Namelijk Die Ene, Die alles regisseert. Niet zomaar ‘een God’, een opperwezen dat ‘veel onder controle’ heeft. Nee, we hebben het over DE GOD, Die álles bedacht en gemaakt heeft, en tot Zijn doel gesteld heeft. De God, Die daar perfect op het juiste moment, op de juiste plaats, daar brengt waar Híj het hebben wil. Die GOD! “Opdat de werken van DE GOD openbaar gemaakt zouden worden in hem.” Het antwoord ligt dus niet in het verleden, het antwoord ligt hier, in Johannes 9, in de toekomst. Maar goed, die toekomst kenden ze nog niet, het moest openbaar gemaakt worden. Dat wil zeggen: die man was blind, opdat de 29

Heer hem ziende zou gaan maken. Het was noodzakelijk dat hij blind was. En nogmaals, realiseert u zich: de Heer verklaart hier verder niet. Hij excuseert zich niet, nee, het is gewoon een vaststelling. Dit moest zo zijn opdat de werken van DE GOD, die hier door de Heer werden getoond, zichtbaar zouden worden. En dat is een universeel principe in de Schrift. 30

7. God legt Zijn eer in het kwaad Het kwaad in de Schrift is geen doel op zichzelf, maar God heeft er wel een bedoeling mee. Hij is een goede God. Hij wil het kwaad niet, nee, maar het kwaad is wel nódig. Als het niet nodig zou zijn, zou een goede God dat geen plaats geven, maar God geeft het kwaad wél een plaats. Jes.54:16 En daar kun je onvrede mee hebben, maar het is gewoon een vaststelling. Kijk om je heen: dat gebeurt. En hoe kan God dat doen? God geeft het een plaats. Waarom? Omdat Zijn weg altijd de beste is en Hij heeft daar inderdaad een bedoeling mee en het is noodzakelijk. Laat ik daar eens gewoon een rij voorbeelden van geven, want hier gaat het over een blind geborene. Waarom was hij blind? Wel, opdat hij ziende gemaakt zou worden. Hij kon niet ziende gemaakt worden, als hij niet eerst blind was. Zonder ziekte, geen genezing. Zonder ziekte dus ook geen Genezer. Als God Zich de grote Heelmeester betoont, heeft Hij inderdaad ziekte nodig. Zonder ellende, geen ontferming. Je kunt je niet over iemand ontfermen als er geen sprake is van lijden, van narigheid, misère en ellende, dat heb je nodig. Dit is een heel aparte: zonder lijden wordt liefde niet zichtbaar. Natuurlijk kan er liefde zijn zonder lijden, maar alleen door lijden heen wordt liefde zichtbaar. Heb je ooit weleens een keer een roman gelezen waarin liefde de boventoon voert die jouw hart raakt maar waarin geen leed voorkomt? 31

Dat bestaat niet! En dat zou een uitermate saai boek zijn, trouwens. Liefde kan dan niet zichtbaar worden; het wordt alleen maar zichtbaar tegen een donkere achtergrond. Zoals sterren slechts zichtbaar worden als het nacht is, zo wordt het Licht van Gods liefde alleen maar zichtbaar tegen de donkere achtergrond van lijden. Het woordje ‘passie’ drukt dat heel mooi uit. Passie heeft namelijk twee betekenissen. Passie is ‘passion’, dat is lijden, maar passie is ook liefde, hartstocht. En waarom heeft dat ene woord twee betekenissen? Nou, het is anders. Dat ene woord ‘passie’ – in het Grieks páthos – heeft uiteindelijk één gedachte: alleen door lijden, door passie, wordt passie zichtbaar. Het heet ‘passie’ juist omdat het lijden liefde zichtbaar maakt. Het universele Bijbelse principe is: “door lijden tot heerlijkheid”. “Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?” Luc.24:26 [HSV] En Romeinen 8 vers 17 geeft aan: wanneer wij samen lijden, dan is dat opdat wij ook samen verheerlijkt worden. Slechts lijden maakt de heerlijkheid van liefde zichtbaar. Het leed in de wereld berust niet op een misser, maar is het noodzakelijke decor om GODS heerlijkheid te etaleren. Liefde tegen de achtergrond van haat. Barmhartigheid tegen de achtergrond van misère. Verzoening tegen de achtergrond van vijandschap. God is liefde. Maar wanneer is die liefde zichtbaar geworden? In Romeinen 5 vers 7 staat: “Niet licht zal iemand voor een 32

rechtvaardige sterven.” Maar goed, dat zou iemand nog doen … God, echter, bewijst Zijn liefde, hoe? Door Christus, Zijn Zoon; Hij deed Hem sterven toen wij nog zondaren en vijanden waren. Rom.5:6-10 Dat was het bewijs van Gods liefde. Juist dán bewijst liefde zich! En zo kun je doorgaan. Zonder dood, bestaat er ook geen levendmaking. Al het geweldige van het Evangelie, van ontferming, van liefde, van levendmaking, dat is toch de grote waarheid? Wij kennen een machtig God, een levende God! Ja, maar wat betekent het woordje ‘leven’ als je niet het contrast kent? Je kunt dingen alleen maar leren kennen juist door het contrast. Hij is de levende God, omdat Hij ook ál het leven maakt en triomfeert over de dood. Dat is de Bijbelse boodschap, maar zonder dat contrast van de dood, zou het niks betekenen. Het wordt openbaar, juist daarin. En God excuseert zich niet daarvoor, het is Zijn wijsheid. God heeft niet de schuld aan het kwaad, Hij legt Zijn eer juist in het kwaad. Omdat daarin, en daardoor, de werken van de God zichtbaar worden! 33

34

8. Tegen díe achtergrond schijnt het Licht! Zonder dood geen levendmaking … Als je even doorbladert naar Johannes 11, dan krijg je de geschiedenis van Lazarus. En dan lees je dat de Heer het bericht te horen krijgt dat Lazarus ernstig ziek is. Dus dan zou Hij toch linea recta naar Lazarus toe moeten gaan, want hij bevond zich op grote afstand, om hem te genezen? Maar dan staat er: “Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lázarus lief. Toen Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.” Joh.11:5,6 [SV1977] En dan zegt Hij er ook bij: “Deze krankheid is niet tot de dood, maar ter heerlijkheid Gods ; opdat de Zoon van God daardoor verheerlijkt worde.” Joh.11:4 En dan komt Hij bij het graf en dan vinden daar gesprekken plaats en dan zegt de Heer deze prachtige woorden: “Ik ben de Opstanding en het Leven.” Joh.11:25 En dan wordt de steen weg gewenteld en dan zegt Hij: “Lázarus, kom uit!” Joh.11:43 En toen bleek Zijn woord genoeg om hem zó te doen opstaan. Lazarus kwam uit het graf en hiermee bewees de Heer “de Opstanding en het Leven” te zijn. Hij had expres gewacht tot Lazarus gestorven was, zo staat het er echt. Waarom? De Heer wilde de bewijzen dat Hij triomfeert over de dood “opdat de werken van God openbaar zouden worden”. Hoe zou Hij zich de Opstanding en het Leven kunnen betonen, als er geen sprake zou zijn van de dood? 35

Zonder schuld, zou er geen vergeving3 zijn. Hoe vaak vind je dat ook niet in de Evangeliën: van ‘vergeving’? Denk aan die geschiedenis van Zacheüs. Luc.19:1-10 In dat huis werd, toen de Heer bij hem binnenkwam, ontferming bewezen. En alles wat Zacheüs misdaan had, het werd vergeven. Dat vertelt ook dat daar eerst sprake was van schuld. Alleen daar waar sprake is van schuld, kan ook sprake zijn van vergeving van schuld, en juist daarin toont en demonstreert God Zijn liefde. Zonder zonden, geen rechtvaardiging4, ziet u? Vergeving, bevrijding, rechtvaardiging, levenmaking, liefde, ontferming, al die gewéldige heerlijkheden – echt diamanten van het Evangelie – zijn ondenkbaar zonder dat contrast van ellende, lijden, dood, schuld en zonden. Onmogelijk. Romeinen 3 gaat hier ook over: “Want allen zondigden en derven (ook wel: lijden gebrek aan) de heerlijkheid Gods …”. En er staat bij: “… en worden om niet gerechtvaardigd door (letterlijk: in) Zijn genade …”. Rom.3:23,24a Om niet, ja. Allen zondigden, geen uitzondering. Maar juist tegen díe achtergrond schijnt ook het Licht en worden allen om niet gerechtvaardigd door Zijn genade! 36

9. Het grote Goed dat Híj ons geeft Het kolossale antwoord dat de Heer geeft in Johannes 9 vers 3 – “opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem” – daaruit blijkt: God is GOD. Die man is 40 jaar blind geweest, heeft enorm veel leed ondergaan en de Heer zegt: ‘En tóch is er nooit iets misgegaan. Nooit! Het maakt allemaal deel uit van Gods ontwerp.’ En dan zeggen mensen: ‘Dus jij geeft God de schuld ervan?’ Nee, niet de schuld. Hij krijgt de eer voor dat alles, en Hij wéét wat Hij doet! Jes.55:8,9 God vergist Zich nooit. Hij maakt geen fouten. ‘Ja, het is toen bij Adam misgegaan en de Heer ging het alsnog repareren’, weet je wel? Zo wordt het voorgesteld. Ik ben zelf ook zo groot geworden, met die gedachte: ‘God schiep een goede schepping en toen “ging het mis”. Toen viel er een engel uit Zijn hand. En die verleidde vervolgens het eerste mensenpaar, enzovoorts. Maar gelukkig … God “repareert” het weer.’ Dat is allemaal zo zielig. Je hebt dan geen GOD! Dan is het altijd een god die achter de feiten aan loopt: ‘het is toen misgegaan, goed, maar alle zeilen worden bijgezet om zoveel mogelijk mensen te redden.’ Waar Hij, kennelijk, ook al niet in slaagt … Het gevolg is uiteindelijk toch een enorme smet op Zijn naam, want het grootste gedeelte van de schepping gaat verloren. Ondanks de plechtige verklaring: “Hij laat nooit varen de werken van Zijn handen.” Ps.138:8 Aan de ene kant wéét men het, aan de andere kant bestrijdt en ontkent men het ook weer. 37

Maar bedenk: er is één GOD, Jes.46:9-11 er is nooit iets misgegaan. Het kwaad is er, het is noodzakelijk “opdat de werken van God openbaar zouden worden”. Zonder vijandschap, zou er geen verzoening zijn. Hoeveel vervreemding is er niet in de wereld? Dat mensen vervreemd zijn van elkaar? Hoeveel vijandschap is er niet? Ja, maar alleen tegen die achtergrond gaat het Licht van verzoening op, van liefde die alles overwint en die veel sterker is dan vijandschap en vervreemding. Zo’n God hebben we! Deze achtergrond is nodig om dát Licht te laten schijnen. “… En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende (letterlijk: vrede maakt) door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen (wederzijds) verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn. En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook (wederzijds) verzoend …”. Kol.1:20,21 [SV1977] Zonder vijandschap, bestaat er geen verzoening. Het is ook zo logisch. Ik moet u zeggen: de één zit met andere vragen dan de ander, maar ik zat als kind altijd al zo te tobben over zulke vragen: ‘Hoe kan dat?’ En, eerlijk is eerlijk, dat neem ik mijn ouders absoluut niet kwalijk en ook de kerkgemeenschap niet waarin ik groot werd, daar gaat het mij niet om. Maar ik kreeg geen antwoord op mijn vragen, totdat ik God leerde kennen. Ik bedoel met allemaal hoofletters: DE GOD. 38

Ik werd groot met een ‘God’ die achter de feiten aan liep, die het ook allemaal niet onder controle had. Het kwaad was een fout van de mens. Een misser van de mens, ja … maar uiteindelijk van Hém. Oké, Hij probeerde dat allemaal weer zoveel mogelijk te herstellen, maar daar slaagt Hij óók al niet in … Totdat je leert verstaan: “er is één God”. DE GOD, en Hij heeft alles in Zijn Hand. Alles … alles past in Zijn plan. Echt alles ! Nou, dat is GOD de eer geven. Zonder verlorenheid, geen redding, ook dat is logisch. Ik heb dit ooit van iemand anders gehoord, en het ontstelde mij. Diegene zei: ‘Weet je dat er één voorwaarde is om gered te worden? Eén voorwaarde voor de mens?’ En toen zei hij: ‘Je moet eerst verloren zijn.’ Ja, lógisch! Zonder verlorenheid, is er geen redding. Hoe kan God Redder van alle mensen zijn, zoals de Schrift zegt, als we niet eerst verloren zouden zijn? “Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig. Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden gesmaad, omdat wij gehoopt hebben op de levende God, Die een Behouder (letterlijk: Redder) is van alle mensen, maar allermeest van de gelovigen. Beveel deze dingen, en leer ze.” 1Tim.4:9-11 [SV1977] Zonder dood, is er ook geen opstanding. En zonder kennis van kwaad, is er ook geen kennis van goed … Dat was al in de Hof en nu gaan we helemaal terug naar het begin van de Bijbel. Er waren geen twee bomen, ‘een boom van kennis van kwaad’ en ‘een boom van kennis van goed’, nee, één boom. Door te eten van het één – van die verboden vrucht – kreeg de mens kennis van kwaad. 39

Oké, dat begrijp je … maar de mens kreeg daardoor ook kennis van goed. Daarvoor kénde het eerste mensenpaar daar geen ‘goed’. Ze hadden het misschien goed, maar ze kenden het goed niet. Het werd niet openbaar. Het werd pas openbaar door van die vrucht te eten. Dat noemen ze in financiële termen een package deal. Dat wil zeggen: als je het één hebt, heb je het andere ook. Kennis van goed is niet los verkrijgbaar. Je kan dat alleen maar leren kennen door kennis van kwaad. Dat is een algemeen, Bijbels principe. Een of ander Engelstalig, Amerikaans bedrijf, excuseerde zich eens over hoe het er allemaal uitzag op de werkvloer. Er hing een bordje: “Sorry for the mess ”. Maar waarom dat excuus? Het is toch nog steeds ‘werk in uitvoering’? En dat geldt voor Gods werk ook. Mensen meten zich een oordeel aan over wat God doet. En God zegt: “still under construction”. Het is nog in aanbouw, Ik ben nog aan het werk – ‘werk in uitvoering’. En die vond ik ook mooi, dat was geen Bijbelse verklaring maar: “Today's pain, tomorrow’s gain”. De pijn van vandaag is noodzakelijk voor de winst van morgen. Nou, hoe mooi wil je het gezegd hebben? Dat is het! De pijn van vandaag, het lijden van de tegenwoordige tijd, is voorbijgaand, de heerlijkheid die gaat komen is onvergankelijk. De herinnering zal blijven, maar de pijn is van voorbijgaande aard. 2Kor.4:17 En het zal voor altijd zichtbaar maken Wie DE GOD is, en het grote Goed5 dat Híj ons geeft! 40

Noten: 1 Op de website van Scripture4all.org is een Nederlands interlineair gelanceerd die als pdf kan worden gedownload voor bijvoorbeeld op tablet of smartphone. Een volledige interlineair van het Nieuwe Testament. Meer info: http://store.scripture4all.org/pdf/?l=nl 2 Johannes 8:58: “Jezus zei tot hen: amen, amen, Ik zeg jullie: voordat Abraham wordt, ben Ik.” Als u daar meer over wilt weten, zou u deze lezing kunnen beluisteren: Piet, A. (2017). Abraham gezien? (2017). GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/abraham-gezien/ 3 Over het begrip ‘vergeving’ kunt u meer lezen in Bijlage 1, 2 en 3, zie pag. 43-48. 4 Over het begrip ‘rechtvaardiging’ kunt u meer lezen in Bijlage 1, 2 en 3, zie pag. 43-48. 5 Aanvullend artikel: Het gewicht van lijden, zie: Bijlage 4, pag. 49. 41

42

BIJLAGE 1 Vergeving of rechtvaardiging? “Vergeving van zonden” is een centraal begrip in de verkondiging vanaf de kansel. Wanneer we onze bijbelvertalingen raadplegen zou je zeggen dat de Schrift ons daarin voorgaat. Neem bijvoorbeeld Paulus’ woorden in Handelingen: “Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Hem u vergeving van zonden verkondigd wordt; ook van alles, waarvan gij niet gerechtvaardigd kondt worden door de wet van Mozes, wordt ieder, die gelooft, gerechtvaardigd in Hem.” Handelingen 13:38,39 Wordt hier niet iets tegenstrijdigs geformuleerd? Aan de ene kant wordt vergeving toegezegd, maar tegelijkertijd rechtvaardiging. Hoe kan dat? Immers, vergeving veronderstelt schuld terwijl rechtvaardiging juist onschuld inhoudt. Wie iets vergeven wordt, is schuldig maar dit wordt niet toegerekend. Wie echter wordt gerechtvaardigd, wordt vrijgesproken en onschuldig verklaard. Een groot verschil! Wat is het nu: vergeven of gerechtvaardigd? Het antwoord komen we op het spoor wanneer we het begrip ‘vergeving’ nader bezien. Het Griekse woord dat hierachter schuilgaat is aphesis. Twee keer wordt dit woord bijvoorbeeld gebezigd in Lucas 4:18 en let op hoe het daar dan wordt weergegeven. “… om aan gevangenen LOSLATING te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in VRIJHEID, om te 43

verkondigen het aangename jaar des Heren.” Lucas 4:18b,19 Het gaat hier onmiskenbaar over bevrijding, wat ook wordt bevestigd in de afleiding van het woord aphesis (betekenis: vanaflaten en vandaar loslating). “Aphesis van zonden” betekent niet vergeving maar bevrijding van zonden! Bron: Piet, A. (2011). Vergeving of rechtvaardiging? GoedBericht, https://goedbericht.nl/vergeving-of-vrijspraak/ 44

BIJLAGE 2 Geen zondaars meer! In het voorgaande artikel betoogde ik dat de uitdrukking “de vergeving van zonden” in onze bijbelvertalingen een totaal verkeerde indruk geeft. Bevrijding van zonden – dat is wat het woord in de grondtekst (aphesis) betekent. Bij ‘vergeving’ denken we aan schuld. Maar schuld is iets heel anders dan zonde. Steel ik een fiets dan is dat ‘zonde’. Het gevolg van zo’n zonde is schuld. Ik sta schuldig tegenover degene die ik dit heb aangedaan. Al was het maar de waarde die de fiets had voor de eigenaar. Schuld kan worden vergeven. Dan wordt er een streep door de rekening gehaald. Bij vergeving van schuld wordt het verleden niet meer aangerekend. Maar “bevrijding van zonden” is veel meer! Als ik bevrijd word van zonden … dan ben ik geen zondaar meer! En dat is de boodschap van het Evangelie! “God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog ZONDAREN WAREN, voor ons gestorven is.” Romeinen 5:8 “Maar Gode zij dank: gij WAART slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is …” Romeinen 6:17 en 20 “Maar THANS, VRIJGEMAAKT van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging …” Romeinen 6:18 en 22 45

In het volgende artikel wil ik laten zien hoe totaal ánders bekende Bijbelverzen gaan klinken wanneer vergeving bevrijding wordt … Bron: Piet, A. (2011). Geen zondaars meer! GoedBericht, https://goedbericht.nl/geen-zondaars-meer/ 46

BIJLAGE 3 Als vergeving bevrijding wordt … In de voorgaande artikelen toonde ik dat de uitdrukking “de vergeving der zonden” een geheel verkeerde indruk wekt. Alsof het zou gaan om God, Die niet langer de schuld van het verleden aanrekent. De uitdrukking wijst echter niet op het wegdoen van de schuld, maar op bevrijding van zonden, dat wil zeggen: niet langer een slaaf van de zonde zijn. In dit artikel een aantal voorbeelden van Schriftplaatsen die tonen hoe ánders bekende teksten gaan klinken (en duidelijker worden!), wanneer we ‘vergeving’ vervangen door bevrijding. “En hij kwam in de gehele Jordaanstreek en predikte de doop der bekering tot BEVRIJDING van zonden …” Lucas 3:3 “… en dat in Zijn naam moest gepredikt worden bekering tot BEVRIJDING der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.” Lucas 24:47 “Hem heeft God door Zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en BEVRIJDING van zonden te schenken.” Handelingen 5:31 “Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, BEVRIJDING van zonden ontvangt door Zijn naam.” Handelingen 10:43 47

“… om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij BEVRIJDING van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.” Handelingen 26:18 Veelzeggend zijn ook de enige twee keren (!) dat Paulus in zijn brieven het woord aphesis (= loslating, bevrijding) bezigt. “En in Hem hebben wij de verlossing (= VRIJKOPING) door Zijn bloed, de BEVRIJDING van de overtredingen, naar de rijkdom Zijner genade …” Efeze 1:7 “… in wie wij de verlossing (= VRIJKOPING) hebben, de BEVRIJDING der zonden.” Kol.1:14 De “bevrijding van zonden” wordt door Paulus in beide Schriftplaatsen gebruikt als toelichting op de vrijkoping (Grieks > apolutrosis) die in Christus is: slaven worden vrijgekocht, dat wil zeggen: bevrijd van zonden. In Christus Jezus ontvangen mensen een nieuw leven, nieuw perspectief, een nieuwe identiteit en een bestaan vol betekenis en zin! Kortom: bevrijding van doelmissingen (= zonden). Bron: Piet, A. (2011). Als vergeving bevrijding wordt … GoedBericht, https://goedbericht.nl/als-vergeving-bevrijdingwordt/ 48

Bijlage 4 Romeinen 8:18 – het gewicht van lijden “Want ik reken dat het lijden van de huidige periode, niet waardig is ten opzichte van de heerlijkheid die op het punt staat onthuld te worden in ons.” Paulus zet in deze verzen het lijden van de tegenwoordige tijd tegenover de heerlijkheid die zal komen. Daarbij denkt hij niet alleen aan het lijden als gelovigen, Rom.8:17 maar ook aan het lijden van heel de vergankelijke schepping. Rom.8:20 Stel u voor dat we al het lijden, de tranen, moeiten, pijn en al het verdriet van elk schepsel zouden leggen aan de ene kant van de balans. Zou de optelsom daarvan geen immens gewicht opleveren?! Maar wacht even. Aan de andere kant van de weegschaal legt Paulus de toekomstige heerlijkheid. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Is er evenwicht? Nee, verre van dat, zegt Paulus triomfantelijk. Het tegenwoordige lijden is zelfs “niet waardig” vergeleken te worden met de toekomende heerlijkheid. Het is als een pluisje tegenover een granieten rotsblok. Paulus bagatelliseert het lijden niet maar hij relativeert het. Het lijden nu, hoe zwaar ook, is slechts tijdelijk. De heerlijkheid die daarentegen komt, is blijvend. Onvergankelijk. Dit is geen kwestie van voelen, maar van rekenen. Rekenen op Gods belofte. Dát legt gewicht in de schaal! 49

Bron: Piet, A. (2021). Romeinen 8:18 – het gewicht van lijden. GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/romeinen-818gewicht-lijden/ 50

Het Evangelie naar Johannes Wilt u meer weten over dit onderwerp? Er is een uitgebreide studie over “het Evangelie naar Johannes” op goedbericht.nl. Zie: https://goedbericht.nl/studieserie/het-evangelie-naar-johannes/ In deze studie wordt de typologische betekenis van deze geschiedenis in Johannes 9 ook voor het voetlicht gebracht. Studie 29 (2017): Johannes 9:1-3 Jezus’ magistrale antwoord op de vraag naar het onschuldig lijden in de wereld. Hoe rechtvaardigt GOD dit? Goddelijk licht op de ‘theodicee’. https://goedbericht.nl/studieseries/johannes-91-3-theodicee/ Studie 30 (2017): Johannes 9:4-35 De genezing van de blindgeborene op de sabbat en het blinde ongeloof van de Joodse leidslieden. https://goedbericht.nl/studieseries/johannes-94-35/ Studie 31 (2017): Johannes 9:35-10:10 Het slot van de geschiedenis van de blindgeborene en de aansluitende woorden over de goede Herder en Zijn schapen. https://goedbericht.nl/studieseries/johannes-935-1010/ 51

52

goedbericht.nl GoedBericht wijst op de ene GOD, Die alles beschikt en bij Wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen. Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen! Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. goedbericht.nl In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (de publicaties zijn ook OM NIET als uitgave op papier verkrijgbaar) evangelieomniet.nl 53

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
Home


You need flash player to view this online publication