0

magazine BIG Editie 12 BIG nov. 2020 in Pipelines Inspectietechniek NDO Pipeliner Luc Nijsten Fluxys Belgium Pipeliner laat zich (niet) kennen Evenementencommissie Verduurzaming Gasunie

COLUMN Relevantie in disruptieve tijden Han Admiraal - Voorzitter BIG De eerste dag van september was Duurzame Dinsdag. Op die dag werd voor de achtste keer de Duurzame Troonrede uitgesproken. Ditmaal door hoogleraar Jan Jonker van de Radboud Universiteit. Jonker sloot aan bij de actualiteit van de disruptie die de huidige pandemie veroorzaakt: “Uit monden van velen is zeker de laatste maanden de oproep te horen dat het fundamenteel anders moet. Laten we daarom dit moment vooral niet onbenut laten. We moeten zodanig gaan organiseren dat dit de sociale, ecologische en economische weerbaarheid en veerkracht van onze maatschappij vergroot. Dit betekent een nieuwe betekenis geven aan waarde(n) en de waardering daarvan. Dat stelt prangend de vraag welke fundamentele veranderingen, welke transities in wat wij organiseren noodzakelijk zijn, om een duurzame maatschappij te faciliteren. Wij leven immers in een maatschappij van organisaties. Vrijwel alles wat we zijn, doen en laten is gelieerd aan ons vermogen om te organiseren én daar deel van uit te maken. Dat organiseren genereert producten en diensten, status, inkomen, en vangnetten. Feitelijk kunnen we in onze maatschappij niet buiten de organisaties die we zelf gecreëerd hebben, bestaan.” Als Vlaams-Nederlandse vereniging BIG kunnen we ons aangesproken voelen door deze woorden. Al eerder heb ik betoogd dat business as usual niet langer opgaat. Juist door de huidige pandemie worden we hierop gewezen. Het vraagt ook van ons als vereniging om ons anders te organiseren. De stap van elkaar fysiek ontmoeten naar elkaar virtueel ontmoeten leek een jaar geleden nog een stap te ver. Op dit moment is het de enige mogelijkheid die we hebben om de boel 2 bij elkaar te houden. Dat geldt voor bedrijven, de overheid, het onderwijs en ook voor NGO’s zoals BIG. infrastructuur Hoe noodgedwongen die stap ook is, het laat ook zien dat we snel stappen kunnen zetten zolang het maar collectief gebeurt. Dat laatste is bij de pandemie een sine qua non, het is een gegeven waar we niet omheen kunnen. Maar er ligt ook een diepere waarheid in verscholen. Disrupties liggen ten grondslag aan verandering. Die verandering kan ontstaan vanuit macht en geld, denk aan Elon Musk en Tesla. Het kan ook collectief en dat is nu juist de kracht van een vereniging als de onze. Tegelijkertijd schuilt daarin ook een gevaar. Jan Jonker wijst hierop: “Dat betekent dat we wel voortdurend en liefst plechtig zeggen en opschrijven wat we van belang vinden, maar dat dat niet vertaald wordt in richtlijnen en regels voor het feitelijke doen en laten van organisaties en hun institutionele inbedding.” BIG kan een verschil maken als het gaat om de transitie van de buisleidingensector. Laten we eerlijk zijn, als wij het niet doen, wie gaat het dan doen? Maar we moeten wel waken om hier een obligate oefening van te maken. Relevantie ontstaat niet door iets te belijden, relevantie ontstaat door zichtbaar handelen. Daar ligt een opgave voor de komende tijd, voor BIG, voor onze leden en voor de gehele sector. Fluxys Belgium

gaat de uitdaging aan 50% minder broeikasemissies in 2025: Fluxys Belgium Fluxys Belgium heeft als doelstelling om tegen 2025 zijn broeikasgasemissies met 50% te verminderen in vergelijking met 2017. Een grote uitdaging, maar met een ambitieus plan kom je al een heel eind. In dat kader is Fluxys Belgium volop aan de slag om initiatieven en maatregelen concreet vorm te geven. Reden genoeg voor een gesprek met Olivier Col, Project Manager Pipelines & Installations. Go for net zero Fluxys Belgium de uitstoot van broeikasgassen al op korte termijn te reduceren. Vandaar dat we nieuwe doelstellingen hebben geformuleerd om tegen 2025 de broeikasgasemissies te halveren, als first milestone to de CO₂-neutraliteit. Emissiefactoren neemt concrete stappen in de energietransitie naar een koolstofneutrale economie. Dit is nodig in het licht van het klimaatakkoord van Parijs om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken en broeikasgaseffecten te verkleinen. Met het project ‘Go for net zero’ wil Fluxys Belgium streven naar koolstofneutrale operaties, door broeikasgasemissies zo snel mogelijk te minimaliseren. Olivier: “In het project onderzoeken we verschillende mogelijkheden om onze emissies te reduceren bij normale bedrijfsvoering. Door het klimaatakkoord van Parijs kwam er echter meer druk te staan op een snellere reductie van broeikasgasemissies. Hierdoor hebben we ons duurzaamheidsbeleid onder de loep genomen om Met de lancering van ‘Go for net zero’ is Fluxys Belgium in 2019 gestart met het in kaart brengen van hun grootste emissiefactoren. Olivier: “Als eerste stap zijn we gaan analyseren waar de uitstoot van broeikasgassen door het toedoen van onze bedrijfsvoering het grootst is. Zo onderzoeken we welke investeringen de grootste impact hebben om onze uitstoot te verlagen. Door het gebruik van de relatieve maat Global Warming Potential (GWP) is naar voren gekomen dat onze totale uitstoot voor 93% veroorzaakt wordt door de directe uitstoot van CO₂ en methaan, tegenover 7% voor de indirecte uitstoot als gevolg van ons elektriciteitsverbruik. Meer specifiek bleek het grootste deel van onze uitstoot veroorzaakt door methaanverliezen. Het gaat om een verlies van het jaarverbruik van bijna vierduizend Belgische gezinnen. Hierdoor denken wij op korte termijn de grootste resultaten te boeken door onze methaanemissies te verlagen. Op deze emissiefactor gaan we ons dan ook volledig richten.”  3

Ambitieus plan Met het oog op het terugdringen van eigen methaanemissies, heeft Fluxys Belgium verschillende initiatieven opgestart waaronder het plan MethER (Methane Emission Reduction). “Met MethER willen we onze methaanemissies aanpakken vanuit vier invalshoeken, die elk overeenkomen met een verschillende bron van methaanverliezen waaronder proces losses, interventies op het net, gasverliezen en operationele emissies. Dit staat momenteel nog in de kinderschoenen. We moeten nog een flink aantal hordes nemen voordat we deze maatregelen uit ons plan daadwerkelijk kunnen toepassen. De uitvoering ervan vraagt om grote investeringen en een brede samenwerking tussen verschillende sectoren. Het is een ambitieus plan, maar zal zeker een belangrijke bijdrage leveren om onze doelstellingen voor 2025 te behalen”, licht Olivier toe. FLIR warmte-camera en mobiele hercompressor - Fluxys Belgium “In het verleden hebben we al met succes onze CO₂-emissies drastisch doen dalen.” Mobiele hercompressoren Alternatieve regelaars Eén van de concrete maatregelen van het plan MethER is de inzet van alternatieve regelventielen. “Het overgrote deel van onze methaanuitstoot is het gevolg van zogenaamde process losses bij de exploitatie van ons netwerk”, legt Olivier uit. “Veel van onze regelventielen worden met aardgas (pneumatisch) aangedreven. Dit was vanuit technisch oogpunt lange tijd de meest logische keuze, maar inmiddels zijn er ook alternatieven aan het licht gekomen, zoals elektrisch gestuurde regelaars of het aandrijven met perslucht.” Hoewel alternatieven zijn geïdentificeerd, worden deze momenteel nog niet overal toegepast. Olivier: “Het omzetten van regelaars klinkt makkelijker dan het is. Ze kunnen namelijk niet een-op-een vervangen worden, er zijn meerdere aspecten bij betrokken die gecheckt moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de toevoer van voldoende elektriciteit of de aanwezigheid van persluchtcompressoren. Op locaties waar perslucht niet beschikbaar is, wordt de elektrische aansturing van de regelaar als alternatief bekeken.” 4 Om de klimaatdoelstellingen te realiseren bekijkt Fluxys Belgium als onderdeel van MethER momenteel ook het initiatief voor het inzetten van de techniek van mobiele hercompressie. Olivier: “Eén van onze bronnen van methaanverlies zijn interventies op ons net. Het gas in het leidingdeel – wat we line pack noemen – verbruiken we bij voorkeur natuurlijk maximaal, maar er blijft altijd nog een deel dat afgeblazen moet worden.” Bij sommige interventies moet Fluxys Belgium leidingdelen afscheiden van de rest en het overblijvende gas uit de leidingen verwijderen om in alle veiligheid te kunnen werken. Om het gas niet in de lucht te hoeven afblazen, zet Fluxys Belgium meer en meer een mobiele hercompressor in. “Met zo’n installatie halen we het overblijvende gas uit het afgescheiden leidingdeel om het elders weer in het net te doen stromen. Dit kan echter pas vanaf een bepaalde resthoeveelheid aardgas. Onlangs hebben we opnieuw een mobiele hercompressor ingezet tijdens een interventie op de leiding Loenhout-Lillo, met als resultaat bijna 100.000 kubieke meter minder methaanemissies. Dat komt neer op 1.650 ton minder CO₂ in de lucht, vergelijkbaar met de uitstoot van een auto die 360 keer rond de aarde rijdt”, aldus Olivier.

Gasverliezen Hoewel Fluxys Belgium als onderdeel van het MethER-plan alternatieve regelaars en mobiele hercompressoren al deels inzet, zijn de mogelijke oplossingen voor de andere twee grote bronnen van methaanverliezen nog minder concreet. Olivier: “Een andere grote bron van onze methaanuitstoot ontstaat door gasverliezen bij slecht sluitende flenzen of koppelingen bij het aan elkaar monteren van buisleidingen. De oplossing voor deze bron van methaanverlies wordt nu vooral onderzocht. Sinds 2017 loopt een Leak Detection and Repair-campagne (LDAR) om deze lekverliezen zo veel mogelijk te reduceren. Zo controleren een aantal van onze collega’s momenteel de buisleidingen met een warmtecamera en gasdetectietoestel om mogelijke lekken op te sporen.” “Daarnaast kijken we ook naar technische aanpassingen om onze zogenoemde operationele methaanemissies maximaal te kunnen beperken. Het gaat daarbij onder andere over gasverliezen bij het opstarten en stoppen van machines en analysetoestellen. Hiervoor lopen nu verschillende onderzoeken, waarvan onze engineers de eerste resultaten al gelijk toepassen bij het ontwerp van nieuwe installaties. Je kunt je vast wel voorstellen dat voor onze nieuwe installaties een zero-emissiebeleid geldt”, vertelt Olivier.  Open Rack Vaporizer - Fluxys Belgium 5

CO₂-equivalent Groene energie CO₂ (koolstofdioxide)- en methaanemissies kunnen met behulp van de zogeheten Global Warming Potential (GWP) worden omgezet in een maat om het broeikaseffect te meten, de CO₂-equivalentemissie. De GWP voor CO₂ wordt doorgaans op 1 gesteld en de GWP voor methaan op 25. Dit houdt in dat de uitstoot van 1 kg methaan een 25 keer zo sterk broeikaseffect heeft in vergelijking met 1 kg CO₂. Het tegengaan van methaanemissies is daarom extra belangrijk. Olivier Col Olivier Col is hoofd van het departement Pipelines & Installation Projects bij Fluxys Belgium en zorgt voor het realiseren van gasprojecten, werfopvolging en het inventory control van het gas materiaal. Daarnaast maakt Olivier deel uit van het bestuur van BIG. Naast het verminderen van methaanemissies zijn ook het reduceren van CO₂-emissies en het verkleinen van directe uitstoot als gevolg van elektriciteitsverbruik onderdeel van ‘Go for net zero’. Olivier: “Naar verwachting kunnen we de indirecte uitstoot tegen 2025 volledig wegwerken door het gebruik van groene energie. Voor onze installaties zijn we bezig om bevoorradingscontracten af te sluiten voor 100% groene elektriciteit. Hiervoor hebben we in 2019 groengascertificaten aangekocht bij de enige producent van biomethaan in België. Ook kijken we naar mogelijkheden om de CO₂-uitstoot van onze installaties te beperken. In het verleden hebben we al met succes onze CO₂-emissies drastisch doen dalen. Onder andere door gebruik te maken van de warmte van zeewater om vloeibaar aardgas op te warmen (via ORV; Open Rack Vaporizer), gebruik te maken van de best mogelijke vervoersroutes en het aanpassen van onze temperatuurvoorschriften voor de verwarming van gas zodat onze installaties minder lang moeten draaien. Om onze klimaatdoelstellingen te halen moeten we onze CO₂-emissies echter nog meer beperken. Hiervoor zijn we momenteel mogelijkheden aan het verkennen, maar hier zijn nog geen ‘final investment decisions’ uit voortgekomen.” Hetzelfde schuitje Fluxys Belgium Fluxys Belgium is een onafhankelijke beheerder van aardgasvervoersinfrastructuur in België. Het bedrijf is onder andere verantwoordelijk voor de transport, stockage en terminalling van aardgas. Fluxys richt zich daarbij met name op het vervoer van aardgas naar de distributienetbeheerders en grote industriële verbruikers. 6 Hoewel Fluxys Belgium concrete plannen onderzoekt, zijn nog lang niet alle oplossingen bekend. Olivier: “Door het toepassen van onze maatregelen hopen we onze emissie met 50% te verlagen. Die overige 50% moeten we uiteindelijk ook volledig minimaliseren. Daar hebben we op dit moment nog geen zicht op. We focussen ons op onze eigen bedrijfsvoering, dus eigen installaties en projecten, maar natuurlijk trekken we het ook breder. Zo kijken we naar onze collega’s in Nederland en naar onze dochterondernemingen. Samenwerking met andere partijen is essentieel. De gehele industrie in Europa is erbij betrokken, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Momenteel zijn we aangesloten bij meerdere werkgroepen, zoals de werkgroep in de haven van Antwerpen gericht op het transport van CO₂. Op die manier kunnen we gezamenlijk onze kennis inzetten en hopen we dat bepaalde toepassingen in 2021 richting krijgen. We wachten allemaal met smart af wat de beste oplossingen gaan zijn. Hopelijk kunnen we de BIG-leden hier volgend jaar meer over vertellen”, sluit Olivier af.

Onwennig, maar succesvol! BIG-Evenementencommissie Eerste webinar - BIG Op 17 juni vond het eerste BIG-webinar plaats. Door de coronamaatregelen konden BIG-leden voor het eerst in 30 jaar de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering online bijwonen. Zowel voor de leden als de evenementencommissie op het eerste gezicht misschien een vreemde gewaarwording, maar niet minder succesvol. Berno Lievers, voorzitter van de BIGevenementencommissie, vertelt ons er meer over. “De afgelopen maanden waren onwennig, maar succesvol. Ik ben trots op wat we gezamenlijk hebben neergezet. Door de huidige omstandigheden viel een groot deel van onze geplande evenementen in het water. We hebben snel moeten schakelen om hieraan toch invulling te geven. Dit vergt zeker een bepaalde mate van aanpassing. We hebben ons gefocust op de mogelijkheden die er wel waren, met als aftrap onze eerste BIG-webinar. Veel lof voor zowel de leden van het BIG als de gastsprekers, die het webinar onwijs goed hebben opgepakt. Mooi om te zien dat de betrokkenheid van de leden hoog is.” Totaalbeleving “Hoewel we tevreden terugkijken op onze eerste webinar, is de totaalbeleving van een online event anders dan bij een fysiek event. Dat praatje met één van de leden tijdens de pauze, het in contact komen met nieuwe mensen of juist een oude collega die je onverwacht tegen het lijf loopt. Dat mis je. Ook het uitwisselen van kennis en op een informele manier bespreken wat er in de markt speelt, is ontzettend belangrijk binnen onze vereniging. Daarom is het fijn dat we nog wel online verbonden kunnen zijn, om elkaar toch op de hoogte te houden. Ik hoop dat we dit de komende maanden kunnen versterken.” Toegankelijkheid “Natuurlijk hebben we ook voordelen ervaren, waaronder het aantrekken van nieuw publiek. De online events konden namelijk ook door studenten worden bijgewoond. Aan de andere kant zijn online bijeenkomsten voor sommige mensen minder aantrekkelijk, doordat ze minder verbondenheid voelen. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, proberen we de inhoudelijke diepgang van de events te waarborgen. Een idee dat we hiervoor hebben, is een webinar op projectlocatie, zodat we in het veld kunnen meekijken.” BIG-Events 2021 “Voor het aankomende jaar hebben we natuurlijk een aantal mooie evenementen op de planning staan, waaronder het BIG-jubileum in juni. De vraag is in welke vorm we dit kunnen organiseren. Net als velen van jullie kijken we er enorm naar uit om alle BIG-leden weer fysiek te ontmoeten, maar tot die tijd hopen we jullie online te zien.” Op 26 november 2020 organiseert BIG het derde webinar. Ben je niet in de mogelijkheid om deze bij te wonen of heb je de eerste twee BIGwebinars gemist? Kijk deze dan terug via onze website www.bigleidingen.eu. 7

Pipeliners leren in het veld 8

PIPELINER IN BEELD Een gesprek met Lead Engineer Luc Nijsten, SGS Roos+Bijl In 1987 verhuisde hij van Maastricht naar Delft om Civiele Techniek te studeren. Hoewel zijn opleiding misschien anders doet denken is hij per ‘stom toeval’ de pijpleidingenbranche ingerold. Inmiddels is Luc Nijsten (52) al 13 jaar een echte pipeliner en zit hij helemaal op zijn plek als Lead Engineer bij SGS Roos+Bijl. Hoewel zijn roots in het zuiden van Nederland liggen, is Luc met zijn vrouw en kinderen blijven wonen in de omgeving van Delft. Luc maakt zijn studie net niet af en besluit een andere richting op te gaan als Sales Representative en Sales Department Manager in de supply chain. Als Luc na een aantal jaar een oud-collega tegen het lijf loopt, wordt hij via hem uitgenodigd voor een gesprek bij het huidige Royal HaskoningDHV. Hij besluit op het aanbod in te gaan en gaat als Engineer Consultant aan de slag. Luc: “Natuurlijk sprong ik in het diepe, het was immers een hele andere branche waarin ik terecht kwam. Maar door mijn studie heb ik altijd al affiniteit gehad met wiskunde en mechanica, waardoor het mij buitengewoon interessant leek om aan de slag te gaan binnen de leidingbranche. En zo geschiedde. Dit was een kans uit duizenden, die ik zeker niet had willen missen.” De interesse van Luc in de pijpleidingbranche groeide snel. Luc: “Aan het begin van mijn SGS Roos+Bijl 9 loopbaan richtte ik me veelal op de offshore. Daarna ben ik mij steeds meer gaan richten op het beoordelen van leiding en kabel ontwerpen conform de geldende normen. De jaren erna ben ik onder andere werkzaam geweest als Pipe Engineer en Installation Engineer. Ik liep veel mee in het veld om zoveel mogelijk te leren. Op deze manier kon ik live meekijken en veel vragen stellen, waardoor ik mij in een korte tijd snel heb kunnen ontwikkelen als pipeliner.” Eerste aanspreekpunt Inmiddels is Luc 5,5 jaar werkzaam bij SGS Roos+Bijl. Zijn verantwoordelijkheden als Lead Engineer zijn tweeledig. “Binnen SGS Roos+Bijl heb ik voornamelijk de taak om nieuwe mensen op te leiden, om collega’s kennis te laten maken met de branche en hen de fijne kneepjes van het vak te leren. Daar haal ik veel energie uit. Anderzijds ben ik nauw betrokken bij het engineeringsteam. Als engineers zijn we voornamelijk betrokken bij de voorfase van een project, waarbij we ons vooral richten op het ontwerpen van tracés en het opleveren van rapporten. Als Lead Engineer ben ik eindverantwoordelijk en het eerste aanspreekpunt. Tegenwoordig ben ik dus meer op kantoor te vinden, dan in het veld”, vertelt Luc lachend. 

SGS Roos+Bijl SGS Roos+Bijl is een ingenieursbureau met een passie voor kabels en leidingen. SGS Roos+Bijl ontwerpt technische kabel- en leidingnetwerken voor distributie en transport, adviseert op het gebied van beheer en onderhoud en verzorgt begeleiding bij het aanleggen, verleggen of verwijderen van kabels en leidingen. Sinds oktober 2016 maakt het bedrijf deel uit van SGS Nederland. Afwisseling Luc is bij SGS Roos+Bijl werkzaam op het kantoor in Rhoon. Luc: “Ons team is ambitieus en we willen groeien naar een team met 50 specialisten. We zijn gespecialiseerd in ondergrondse kabels en leidingen en voeren veel werkzaamheden uit voor leidingbureaus, netbeheerders en aannemers. Onze projectmanagers zijn betrokken bij leiding- en kabelverleggingen of nieuw aan te leggen tracés, op dat gebied hebben wij veel expertise in huis. Wat ons werk voor mij zo interessant maakt zijn de verschillende cases. Soms zijn we maanden bezig met een opdracht, maar recent hebben we ook een nieuw project binnen vier uur afgesloten. Dat houdt het afwisselend en spannend.” “Het is cruciaal dat we gezamenlijk als branche de ruimte in de ondergrond herschikken en herinrichten.” Complexiteit FARYS heeft zelf extra, bijkomende eisen en proeven opgelegd aan het nieuwe HDPE materiaal, om de beoogde kwaliteit van het materiaal te Hijsoperatie van een leiding - SGS Roos+Bijl Luc vertelt enthousiast en vol passie over zijn huidige project voor TenneT. Hij is betrokken bij het vervangen van een hoogspanningskabel tussen de hoogspanningsstations Groningen Hunze en Groningen Bloemsingel. Luc is juist bij dit project betrokken vanwege zijn expertise in gestuurde boringen: “De laatste maanden heb ik mij hier volledig op gericht. De huidige kabelverbinding tussen de twee hoogspanningsstations is al sinds 1964 in gebruik. De ondergrondse hoogspanningskabel is aan vervanging toe, omdat de huidige kabel moeilijk te onderhouden is. Een nieuwe kabel is sneller te repareren bij eventuele storingen. Sinds juni zijn we volop bezig met het ontwerp voor een nieuw tracé. Het project heeft wel wat voeten in de aarde, maar we vinden altijd een geschikte oplossing.” “Het is een heel complex vraagstuk”, vervolgt Luc. “Ten eerste ligt de ondergrond, 10 net als bij veel andere projecten, vol met bestaande leidingen en kabels. Het is dus een behoorlijke uitdaging om ruimte te vinden voor ons nieuwe tracé. Daarbovenop neemt de complexiteit van het project toe door het aantal belanghebbenden dat bij het project betrokken is. In het gebied van het aan te leggen tracé worden de komende maanden meerdere bouwprojecten gepland en uitgevoerd. Zo is Rijkswaterstaat het viaduct in de omgeving aan het renoveren, waarbij wij precies tussen de funderingen door gaan boren. Ook wordt er een nieuwbouwwijk aangelegd en is het ziekenhuis in de omgeving aan het verbouwen. Hiervoor moeten we veel afstemmen met andere aannemers en grondeigenaren om hinder voor omwonenden zo veel mogelijk te beperken en de impact van de andere activiteiten op de onze te overleggen. Daarbij moeten we voor ons nieuwe tracé ook onder het kanaal door, waar we onder andere te maken krijgen met restanten van een oude sluis. De huidige kabel ligt met een zinker in het kanaal, maar de nieuwe verbinding gaan we aanleggen middels horizontaal gestuurde boringen.” Luc en zijn team moeten het ontwerp in januari aanleveren bij TenneT. Ten tijde van dit interview gaat het tweede ontwerp naar de gemeente Groningen. “Dat is weer een spannend moment en een mijlpaal die we graag willen behalen. Ondertussen zitten we natuurlijk niet stil en gaan we aan de slag met onder andere bodemkundig en geotechnisch onderzoek. Aan de hand van de resultaten uit deze onderzoeken en de goedkeuring van gemeente Groningen kunnen we ons tracé definitief maken. De de komende weken zijn cruciaal voor het vervolg van het project”, licht Luc toe.

Passie Ambitie Luc’s passie voor de pijpleidingbranche is overduidelijk. Luc: “Het werk past echt bij mij. Ik houd van het puzzelen tot we de gewenste oplossing bereiken. Als het ontwerp niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in het project, ga ik in conclaaf. Waarom voldoet het niet? Door met een opdrachtgever in overleg te gaan, is er vaak toch een oplossing mogelijk. Bovendien is het essentieel om de exacte vraag van de opdrachtgever te achterhalen. Dat is denk ik mijn kracht. Vaak blijkt de vraag namelijk anders te zijn, dan in eerste instantie wordt gedacht. Op die manier kan je het beste product aanbieden en de opdrachtgever echt verder helpen. Als je daardoor een opdrachtgever kan overtuigen, vind ik dat mooi.” “Als je mij vraagt wat ons vak het mooiste maakt, is dat naar mijn mening de mentaliteit van en samenwerking met collega’s. Ik denk dat mijn mede pipeliners dit ook kunnen beamen. Als engineer heb je natuurlijk bepaalde skills nodig, maar daarnaast is goed kunnen samenwerken misschien nog wel belangrijker. Het project voor TenneT voeren we bijvoorbeeld met twee andere partijen en externe omgevingsmanagers uit. Uiteindelijk merk je niet dat we vanuit vier verschillende bedrijven bij het project betrokken zijn. We werken als één team samen alsof we al jarenlang op elkaar ingespeeld zijn. Dat vind ik echt fantastisch”, vertelt Luc. Herschikken en herinrichten Met het oog op de toekomst denkt Luc dat er een aantal belangrijke stappen genomen moeten worden. Luc: “Voor de meeste van ons zal het geen verrassing zijn dat stadsverwarming de komende jaren een hot Schouwen op locatie - SGS Roos+Bijl 11 topic is. Het aanleggen hiervan wordt echter uitdagend, gezien de beperkte ruimte in de ondergrond. Hiervoor is het cruciaal dat we gezamenlijk als branche de ruimte in de ondergrond herschikken en herinrichten, zodat het ook in de toekomst mogelijk blijft om nieuwe leidingen en kabels aan te leggen. Hier moet dus de gehele branche verantwoordelijkheid voor nemen en is er een belangrijke rol weggelegd voor zowel gas-, water- als telecombedrijven om samen te werken. Bovendien lijkt deze samenwerking voor de toekomst hoe dan ook van belang, zodat we efficiënter kunnen werken en alles in één keer kunnen aanleggen in plaats van in deelprojecten. Op dit gebied kunnen we nog veel terrein winnen. Uiteindelijk ziet de toekomst voor de pijpleidingbranche er natuurlijk heel goed uit, we zijn altijd nodig”, grapt Luc. Zijn ambities? Daar is Luc kort en bondig over. “Ik ga niet meer weg uit de pijpleidingbranche. Ik ben nog niet uitgeleerd en kan nog steeds groeien als pipeliner. In ieder project wil ik mezelf blijven ontwikkelen. Zo is er altijd iets te leren over nieuwe technieken, normen, materialen of softwarepakketten. Zo heb ik recent mijn kennis uitgebreid op het gebied van hydraulica en waterslag en kon ik deze opgedane kennis meteen toepassen bij een nieuw project. Op die manier blijf ik mezelf uitdagen. Verder zou ik niet willen doorgroeien naar projectleider, dan mis ik de creativiteit en het puzzelen wat je nodig hebt bij het ontwikkelen van een ontwerp. Ik zit nu echt op mijn plek”, aldus Luc.

Benieuwd naar een video van de ploegtechniek? Scan de QR-code: Beelden van Gasunie 12

Verduurzaming is lef tonen Maatschappelijk verantwoorde aanleg van leidingen door toepassing van de ploegtechniek en HDPE-rijplaten De wereld een betere plek maken voor iedereen. Dat is het doel van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Daarnaast dienen we te voldoen aan de klimaatdoelstellingen die tijdens de diverse klimaattoppen zijn vastgesteld. Gasunie heeft als onderdeel van haar MVObeleid deze wereldwijde doelen vastgelegd in negen Gasunie Greens Deals. Als onderdeel daarvan kan de aanleg van leidingen in een aantal gevallen duurzamer en sneller. Samen met de buisleidingsector wil Gasunie aan de slag om dit nu verder mogelijk te maken. Sijbrand Stratingh, Senior Pipeline Engineer bij Gasunie, vertelt over de duurzame ontwikkelingen binnen Gasunie: “Wij hebben een voorbeeldfunctie als een van de grotere opdrachtgevers binnen de ondergrondse infrastructuur in Nederland. Het verduurzamen van onze projecten valt daar ook onder. Het onderwerp duurzaamheid is inmiddels één van de vaste aspecten van onze tendertrajecten. Daarmee stimuleren we andere partijen om voorafgaand en gedurende het gehele project na te denken over verantwoorde alternatieven.” Voorbeeldfunctie Deze voorbeeldfunctie van Gasunie blijkt onder andere uit de nieuwe werkmethoden die het bedrijf momenteel verkent. Sijbrand: “Gasunie is al jaren innovatief. Denk aan de grootschalige uitrol van het gasnetwerk dat is gestart in de jaren ’60, maar ook aan de introductie van verschillende aanlegtechnieken zoals de gesloten frontboringen in 1970, de eerste gestuurde boringen in 1983 en de ontwikkeling van de Direct Pipe en de Pipe Express met de firma Herrenknecht en aannemers Visser & Smit Hanab en A.Hak. Een recent voorbeeld is de inzet van de ploegtechniek bij de aanleg van gasleidingen. Afgelopen april hebben we deze innovatieve grondverdringende techniek in samenwerking met A.Hak toegepast in Friesland. Bij deze succesvolle pilot hebben we een 4-duims (inch) gasleiding met een ploeg ingetrokken in twee secties van 210 en 300 meter met een intreksnelheid van gemiddeld 15 meter per minuut.” De ploegmethode Het aanleggen van leidingen met deze ploegtechniek heeft meerdere voordelen ten opzichte van de traditionele aanleg. Zo wordt er bij de traditionele aanleg van leidingen eerst een sleuf gegraven en moet vrijwel altijd bemaling worden toegepast om de sleuf droog te krijgen. “Door de huidige verdroging en grondwaterverzilting is het rondpompen van het grondwater steeds vaker een probleem en is het daarom steeds lastiger om de verplichte grondwaterontrekkingsen lozingsvergunningen te krijgen. Bij de inzet van de ploegtechniek is er geen bemaling nodig en voorkomen we dit probleem”, vertelt Sijbrand.  13

Niet graven maar ploegen Bij de ploegtechniek worden buisleidingen direct in de grond getrokken door een ploeg die wordt geholpen door een grote mobiele lier. Met behulp van een verdringerkop wordt de grond tijdelijk tot de gewenste diepte geopend en de leiding gelegd. Als de leiding op de gewenste diepte ligt, sluit de tijdelijke ruimte zichzelf door de gronddruk. Hierdoor is het vaak niet nodig om het grondwaterpeil te verlagen. Sijbrand: “De ploegtechniek is substantieel minder belastend voor de omgeving in vergelijking met de traditionele aanlegmethode. De bodem ondervindt hierbij nauwelijks schade, de snelheid van aanleg is fors hoger en de CO₂- en NOx-uitstoot zijn substantieel lager. Dit kan het vergunningenproces versnellen. Hierdoor levert deze methode tijdwinst op, waardoor de totale doorlooptijd van het project korter is. Gezamenlijk zorgt dit voor een reductie in de kosten. Voor alle betrokken partijen, waaronder de opdrachtgever, aannemer en grondeigenaar, zitten er dus veel voordelen aan deze techniek.” techniek bij de aanleg van kabels en leidingen. In Australië zelfs een 24 inch HDPE-waterleiding. De ploeg glijdt als een mes door boter, zelfs in zware grondsoorten. De ploegtechniek leent zich daarom bij uitstek voor de slappere ondergrond in Nederland”, aldus Sijbrand. Klantvraag Ondanks de positieve geluiden wordt het belang van de ploegtechniek nog niet door de gehele buisleidingsector erkend. Sijbrand: “Momenteel zijn er nog geen bedrijven in Nederland met een eigen ploegsysteem. Om de ploeg in te zetten, moet nu nog een onderaannemer gecontracteerd worden.” “Als we de norm strikt als wet beschouwen, sla je innovatie dood.” “Er is nog een reden dat de techniek nog niet veel wordt toepast. Momenteel werken we te veel vanuit de klantvraag. Als de klant niet naar een nieuwe techniek vraagt, vallen we terug op onze traditionele methoden. Logischerwijs mede veroorzaakt door het beschikbare materieel van de aannemer. Om te innoveren is het cruciaal dit te doorbreken. Daarbij is een belangrijke, adviserende rol weggelegd voor onder andere ingenieursbureaus en werkvoorbereiders. Zij zouden opdrachtgevers al vanaf de ontwerpfase moeten wijzen op verschillende opties en innovaties moeten meenemen in hun ontwerpen en adviezen.” Wereldprimeur “De introductie van de ploegtechniek in ons land is geheel te danken aan PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland”, licht Sijbrand toe. In 2017 had PWN in samenwerking met LMR Drilling de wereldprimeur om over een lengte van 4.600 meter en op een diepte van 85 meter door middel van een gestuurde boring een nieuwe 12 inch stalen waterleiding aan te leggen onder het Marsdiep van Den Helder naar Texel. Om deze nieuw geboorde leiding aan te sluiten op het bestaande drinkwaternet op Texel, werd de in Nederland niet eerder gebruikte ploegtechniek toegepast. “Wij waren zo onder de indruk van het project van PWN, dat we deze techniek ook graag wilden toepassen bij de aanleg van gasleidingen en mogelijk toekomstige andere leidingen. Na onderzoek bleek dat er onder andere in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Australië al erg goede resultaten geboekt zijn met deze 14 Constructie Methode Analyse “Om meer met innovatieve methoden te gaan werken, ben ik groot voorstander van een zogenoemde ‘Constructie Methode Analyse’, gebaseerd op een wetenschappelijk onderzoek (lees hier meer over op de BIG-website). Deze methode heeft voornamelijk een meerwaarde als er binnen een projectteam collectief nagedacht wordt over de constructie van een project. Bij toepassing van deze methode analyseert men gezamenlijk aan de hand van kritische vragen hoe bepaalde keuzes tot stand zijn gekomen. Waarom kiezen we voor een type materiaal of een bepaalde techniek? Zo stimuleer je om buiten de gebaande paden te treden. We delen expertise, kennis en ervaring en kunnen op basis daarvan weloverwogen keuzes maken. Een groot deel van onze kennis genereren we namelijk in het veld, door projecten die we uitvoeren. Het is essentieel om deze waardevolle informatie op grote schaal met elkaar te

delen. Deze Constructie Methode Analyse dwingt ons daartoe. Door deze methode stimuleren we ook kruisbestuiving van kennis tussen de nieuwe en oude generatie. En dit hebben we nodig. In Nederland liggen miljoenen kilometers aan infrastructuur in de ondergrond, waarvan een groot deel op termijn vervangen moet worden. We hebben behoefte aan expertise hierover, vooral bij de jongere generatie. In die zin zie ik ook een rol weggelegd voor het BIG om te zorgen voor deze kruisbestuiving en het enthousiasmeren van nieuwe pipeliners”, vertelt Sijbrand. HDPE-rijplaten Een ander verduurzamingstraject is de verkenning van het gebruik van HDPE (kunststof)-rijplaten. Rijplaten zijn nodig om transportbewegingen in het veld mogelijk te maken bij de aanleg van onder andere een buisleiding. Gasunie heeft in 2007 ook al eens deze HDPE-rijplaten getest, maar de platen worden nu nog niet veel gebruikt als vervanger van stalen rijplaten of hardhouten draglineshotten. Sijbrand: “Grote voordelen van kunststof rijplaten zijn de veiligheid en draagkracht versus gewicht. Daarnaast hebben stalen rijplaten of hardhouten draglineschotten een hogere kans op beschadiging, waardoor ze sneller vervangen moeten worden dan HDPE-rijplaten. De HDPE-rijplaten hebben een ruw oppervlak en zijn aan elkaar te koppelen. Ze kunnen direct op slappe grond en zelfs op water gelegd worden, waarbij de draagkracht behouden blijft. Er wordt een aaneengesloten plateau gecreëerd dat een aanzienlijke massa kan dragen. Hierdoor is het niet nodig om extra grond of houtsnippers aan te brengen op het werkterrein om de belasting te verdelen. Tegenwoordig kunnen HDPE-rijplaten ook in Europa gehuurd worden. Dat is een mooie ontwikkeling.” Conservatieve markt Gasunie voelt zich van oudsher verantwoordelijk om de buisleidingsector enthousiast te maken voor innovaties, zo ook voor de ploegtechniek en HDPE-rijplaten. “Dit klinkt misschien eenvoudig, maar dit vraagt doorgaans om een lange adem, zowel intern als extern”, vertelt Sijbrand. “De buisleidingsector is vrij conservatief. Daarbij worden tegenwoordig veelal de normen, die de industrie gezamenlijk met de overheid heeft opgesteld, als wetmatigheid gehanteerd. De normen worden vaak op basis van eerdere ervaringen opgesteld, maar mogelijkheden die nieuwe technieken kunnen bieden moeten ook een kans krijgen. Alleen dan kunnen we samen werken aan het verduurzamen van projecten. We moeten niet vergeten dat er altijd ruimte moet zijn voor innovatie. Deze ruimte moeten we benutten en ons niet altijd achter een norm gaan verschuilen. Andere schoenen kunnen namelijk ook erg lekker lopen!” “Het is belangrijk om zo veel mogelijk mensen vanaf de ontwerpfase en werkvloer mee te krijgen. Op die manier hoop je een bepaald enthousiasme aan te wakkeren en draagvlak te creëren”, aldus Sijbrand. 15 Gebruik van de ploegtechniek in het veld - Gasunie Sijbrand Stratingh Sijbrand is Senior Pipeline Engineer. Na onder andere in de offshore werkzaam te zijn geweest, maakt hij in 1986 de overstap naar Gasunie: het bedrijf beheert en onderhoudt de hoofdinfrastructuur voor het transport van aardgas in Nederland en Noord-Duitsland, maar dit zal zich de komende jaren mogelijk gaan verbreden naar het transport van o.a. warm water, CO₂ en H₂. Momenteel richt Sijbrand zich binnen Gasunie volledig op warmte en heeft hij een enorme drive om duurzame innovaties binnen de buisleidingsector mogelijk te maken.

Pipeliner laat zich (niet) kennen Net als de hele wereld werd Pipeliner (voorheen Stichting Pipeliner) de afgelopen maanden geconfronteerd met het coronavirus en de maatregelen die overheden en bedrijven namen. Praktisch en innovatief als pipeliners zijn, werden de lesvormen van beide opleidingen aangepast. Dat het sociale aspect hierdoor wat minder aandacht kreeg, is jammer. Want persoonlijke ontwikkeling en de uitwisseling van kennis en ervaring behoren tot de kern van de Pipeliner-filosofie. Peter Rommens, secretaris van Pipeliner, geeft ons een update over de afgelopen maanden. Digitale lesbijeenkomsten De lesweekenden van de Masteropleiding werden in een paar dagen omgezet naar online lesbijeenkomsten. De afgelopen jaren introduceerde opleidingsmanager Léon Pijls van Avans+ al digitale hulpmiddelen voor tussentijdse online bijeenkomsten. Hierdoor was het mogelijk om naast de online lessen ook gebruik te maken van eerder opgenomen lessen en diverse mogelijkheden binnen de online leeromgeving. Na een aantal weken geen lesbijeenkomsten te hebben gehad, schakelde ook de Beroepsopleiding tijdelijk over op online lessen. Helaas waren de studenten en docenten, die over het algemeen meer buiten werken, hierover minder enthousiast. Ze zijn de praktische insteek van de lesbijeenkomsten gewend en misten dit in een online omgeving. Daarom waren de lessen vanaf juni, met gepaste maatregelen, weer op locatie in Utrecht. Online afstuderen Door de coronamaatregelen vond de tweede sessie van de afstudeerpresentaties online plaats. De studenten deden hun presentatie via Zoom en dit bracht nieuwe, positieve ervaringen met zich mee. Zo was een leuke bijkomstigheid dat niet alleen de studenten en direct betrokkenen erbij waren, maar ook collega’s, vakgenoten en familie de presentaties online konden bijwonen. Bij de presentatie van een van de studenten, Derk Barkema, keken maar liefst 80 enthousiaste collega’s van Gasunie en diverse vakgenoten mee. Derks bevindingen over het transporteren van waterstof in bestaande aardgastransportleidingen deelt hij met veel plezier in de volgende editie van het BIG-Magazine. “Uitwisseling van kennis en ervaring behoren tot de kern van de Pipeliner-filosofie.” Pipeliner heeft een vernieuwing doorgevoerd. De term ‘stichting’ is verdwenen uit de naam en de huisstijl is vernieuwd, zie hiervoor ook de nieuwe website www.pipeliner.nl. Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze LinkedIn-pagina PIPELINER - kennis, ervaring & persoonlijke ontwikkeling. De positieve geluiden zijn voor Pipeliner en Avans+ een goede reden om het online volgen van afstudeersessies ook in de toekomst mogelijk te maken. Ook de ervaringen van de online lesbijeenkomsten worden afgewogen en meegenomen in de verdere vormgeving van de opleidingen. De eerste stap is al gezet, aangezien één student het aankomende cursusjaar alle lesweekenden online zal volgen. Ook organiseerde Litecad een training voor de docenten ter voorbereiding op eventuele online lesbijeenkomsten. 16

Afstudeerthesissen Het afgelopen leerjaar 2019/2020 behaalden zeven studenten hun Mastergraad in Pipeline Technology. De afstudeeronderwerpen besloegen een breed veld binnen de pijpleidingbranche, waarbij duurzaamheid een belangrijke rol speelde: • • • • • • • De impact van de nieuwe omgevingswet op de werkzaamheden van een advies- en ingenieursbureau - Daniël Schilt (Lievense/WSP)* Bouw (in)team aan samenwerking: Een praktijkgericht onderzoek naar samenwerkingsindicatoren - Robin Versluis (Heijmans) Onderzoek naar een passend beheersysteem voor toekomstbestendig buisleidingbeheer - Ruud van Meenen (Visser & Smit Hanab – Pipeline Control) Introductie van open warmtenetten voor duurzaam aansluiten van bestaande gebouwen - Erol Karaulu (Vattenfall)* Cultuurtechnisch verantwoorde buisleidingaanleg in een duurzame landbouwsector - Willem Bakker (Antea Group)* Onderweg naar waterstof in bestaande aardgastransportleidingen; analyse van externe veiligheid bij mediumuitstroom - Derk Barkema (Gasunie)* Optimalisatie van strategische adviezen RHDHV over verduurzaming van bestaande warmtenetten met TEO (thermische energie oppervlaktewater) - Mark van Oostende (Royal HaskoningDHV) * Rapport is vertrouwelijk uit Avans+ Avans+ Bestuurswisseling Pipeliner Avans+ De voorbije maanden wisselde het Pipeliner-bestuur van samenstelling en verwelkomde drie nieuwe mensen: Niels van Pagée (LSNed), Toon De Bruyne (Denys) en Lode Maesen (Fluvius). Lode vertelt: “Het bestuur bouwt verder op de fundamenten van de afgelopen jaren. De voorbije maanden hebben we onze ambities omgezet in een concreet actieplan en rolverdeling binnen het bestuur. Onze nieuwe huisstijl en vernieuwde website zijn een startpunt. Hierover schreef ik al op onze LinkedIn-pagina. LinkedIn zien wij als hét communicatiemiddel bij uitstek om Pipeliner, en meer specifiek de Master- en Beroepsopleiding, te promoten. Pipeliner viel eerder vooral terug op onze alumni en docenten. Maar om verder te kijken, te groeien en de uitdagingen die o.a. de energietransitie ons stelt met beide handen aan te pakken, moeten we Pipeliner breder op de kaart zetten. We gaan Pipeliner en haar opleidingen dan ook actief promoten, binnen én buiten het traditionele pipeliner vakgebied. Daarbij is het belangrijk om inzicht te geven in de inhoud en de kracht van onze opleidingen, om nieuwe studenten te werven en vakmensen te vormen die nodig zijn. Met promotie alleen redden we het niet, ook netwerken en samenwerken met anderen is essentieel. Zo willen we de banden met BIG (terug) aanhalen en bekijken waar we samen dingen kunnen opzetten. Daarnaast willen we de samenwerkingsmogelijkheden met o.a. Stichting Warmtenetwerk, het COB en Young Pipeliners Europe verkennen.” 17

Maak onzichtbare constructiefouten zichtbaar met geavanceerde inspectietechnieken bij Niet-Destructief Onderzoek ToFD - SGS Nederland De wereld onder onze wegen, dijken, industriegebieden en woonwijken is complex: er liggen veel kabels en leidingen in de ondergrond die onder andere zorgen voor drinkwater, elektriciteit en gas. De laskwaliteit is cruciaal voor de levensduur van leidingen, waardoor er een aanzienlijk aantal (internationale) normen opgesteld zijn om de kwaliteit te borgen. Een lasverbinding kan er namelijk goed uitzien, maar hoe controleer je het volume? NietDestructief Onderzoek (NDO) maakt onzichtbare constructiefouten zichtbaar, waardoor mogelijke schadegevallen voorkomen kunnen worden. Hoewel conventionele NDO-methoden al decennialang worden ingezet, zijn er op het gebied van geavanceerde NDOmethoden meerdere ontwikkelingen. 18 Martijn de Neef, Accountmanager Industrial bij SGS Nederland, vertelt ons meer over de voordelen van deze moderne methoden. “Niet-Destructief Onderzoek is een inspectiemethode die wordt ingezet bij de kwaliteitscontrole van materiaal, onder andere bij leidingen”, legt Martijn uit. “Het wordt ingezet gedurende de eindfase van een nieuwbouwproject zonder productieonderbrekingen te veroorzaken of materiaal te beschadigen. Vandaar dat NDOmethoden geschikt zijn voor het controleren van lasverbindingen. De lasverbinding is namelijk één van de kritische delen van een leiding, het is het punt waar lekkage kan optreden en waar corrosieproblemen kunnen ontstaan.”

Conventionele NDO-methoden Phased Array Er zijn diverse NDO-methoden mogelijk, waaronder visueel testen en penetrant onderzoek. Afhankelijk van het project, bouwnorm of vraagstuk wordt er bepaald welke methode het beste ingezet kan worden. Martijn: “Eén van de oudste technieken is Radiografisch Onderzoek. Deze techniek wordt breed toegepast en al decennialang ingezet voor het controleren van pijpleidingen en lasverbindingen. Bij Radiografisch Onderzoek gebruiken we röntgen- en gammastraling – waardoor een visueel beeld ontstaat van de binnenzijde van de las. Op die manier kunnen we een indicatie, zoals een scheur of gaspitje, opsporen. Een nadeel van radiografie is dat we de resultaten niet direct in het veld ontvangen, maar pas op kantoor kunnen analyseren. Daarnaast is de straling die we gebruiken gevaarlijk en niet tastbaar, je kunt het niet voelen of zien. Vandaar dat we bij het gebruik van Radiografisch Onderzoek moeten voldoen aan strenge richtlijnen en normen, wat inhoudt dat we onder meer een afzettingsgebied moeten creëren.” “Radiografisch Onderzoek is een minder geschikte techniek bij bijvoorbeeld een stadsverwarmingproject. Deze projecten vinden midden in stedelijk gebied plaats, op drukke plekken met verkeer en veel mensen. Dan kunnen wij niet zomaar een weg of terrein afsluiten, waardoor we onze werkzaamheden ’s nachts moeten uitvoeren. Zoals je kan begrijpen, is dat niet ideaal. Conventionele NDO-methoden voldoen dus niet altijd aan de flexibele werkwijze die tegenwoordig wordt gevraagd.” Time-of-Flight Diffraction (ToFD) Om de nadelen van Ondanks dat ToFD een veiligere methode is in vergelijking met Radiografisch Onderzoek, heeft ook ToFD een technische beperking. Martijn: “ToFD kan worden ingezet bij leidingwerk pipe-to-pipe vanaf 4 inch (10,16 cm) en 6 mm wanddikte. Hierdoor heeft de techniek een kleiner bereik en kunnen we ToFD niet inzetten bij kleinere diameters en dunnere wanddiktes. Om dit probleem op te lossen is de laatste jaren de techniek Phased Array in ontwikkeling.” conventionele methoden te verhelpen, zijn de laatste jaren geavanceerde NDO-methoden in beweging en worden ze steeds vaker toegepast. Een van deze methoden is Timeof-Flight Diffraction (ToFD). Martijn licht dit toe: “Deze techniek bestaat al een jaar of veertig, maar naar mate de tijd vordert is de methode enorm ontwikkeld. In tegenstelling tot Radiografisch Onderzoek gebruikt “Conventionele NDO-methoden voldoen niet altijd aan de hoge eisen die tegenwoordig worden opgelegd.” ToFD geen straling maar een ultrasone techniek. Door middel van geluidsgolven kunnen we de lengte en diepte van eventuele indicaties bepalen, waardoor we onvolkomenheden, gebrek in materiaal of fouten in lasnaden kunnen opsporen. Een belangrijk voordeel van ToFD is dat het resultaat direct binnenkomt en de resultaten on-site geïnterpreteerd kunnen worden. ToFD is onder andere voor projecten in stedelijk gebied een uitkomst, doordat er geen straling vrijkomt.” “In Nederland zijn nog maar een gering aantal onderzoekers die zowel ToFD als Phased Array kunnen toepassen.” “Phased Array is net als ToFD een geavanceerde toepassing van ultrasoon geluid,” vervolgt Martijn. “Door de elementen van een Phased Array taster op een slimme manier aan te slaan, ontstaat er een geluidsbundel met een bepaalde bundelhoek en focusstand. Door de complexe bijhorende software worden onregelmatigheden beter en nauwkeuriger in kaart gebracht in vergelijking met ToFD en ontvangen we exacte informatie over de lengte en dieptes van mogelijke defecten. Net als bij ToFD is het resultaat van Phased Array direct bekend en wordt er geen straling ingezet.”  19

Acceptatiecriteria SGS Nederland SGS Nederland is wereldwijd marktleider op het gebied van inspectie, controle, analyse en certificering. SGS wordt erkend als de wereldwijde benchmark voor integriteit met diensten die de kwaliteit, veiligheid en productiviteit bevorderen, risico’s reduceren en helpen met complexe regelgeving. Het bedrijf is een autoriteit op het gebied van Niet-Destructief Onderzoek, met jarenlange onderzoekservaring en vergaande specialistische kennis op het gebied van bouwmaterialen. “Maar ook Phased Array heeft, zoals elke NDO-methodiek, een limitatie”, vervolgt Martijn. “Bij Phased Array werkt het frequentieveld in de las eigenlijk als een gefocusseerd beeld. Hierdoor heeft Phased Array het gevaar van over- en undersizing: het vergroten of verkleinen van indicaties (onregelmatigheden). Het is belangrijk dat elke onderzoeker de indicaties hetzelfde interpreteert. Hiervoor zijn acceptatiecriteria bedacht, die momenteel door de Europese Norm en ISO-organisatie worden beoordeeld. Naar verwachting zijn de benodigde ISOgecertificeerde criteria voor dunwandige Phased Array binnen twee jaar vastgesteld. Om de techniek in de tussentijd al toe te kunnen passen op dunwandig materieel, gebruiken we project specifieke normen en acceptatiecriteria, welke afzonderlijk worden beoordeeld door een Notified Body (NoBo; door de overheid aangewezen keuringsinstantie).” Expertise Martijn de Neef Martijn de Neef is werkzaam als Accountmanager Industrial bij SGS Nederland. Hij richt zich binnen SGS Nederland op de commerciële- en marketingactiviteiten voor de gehele SGS branche. Phased Array data - SGS Nederland Hoewel ToFD en Phased Array minder veiligheidsrisico’s met zich meebrengen in vergelijking met Radiografisch Onderzoek, zitten er ook een aantal haken en ogen aan het toepassen van deze technieken. Martijn: “Nog niet overal worden de onderzoekstechnieken ToFD en Phased Array gebruikt. Dit komt met name doordat het resultaat van het onderzoek afhankelijk is van de expertise en interpretatie van de onderzoeker en de kennis van NDO bij de opdrachtgever. In tegenstelling tot de visuele beelden bij radiografie, is het resultaat bij ToFD en Phased Array niet tastbaar, je krijgt enkel beelden van je geluidsgolven te zien. Als aannemer wil je je lasproces zo veel mogelijk optimaliseren en je fouten zelf zien zodat je daarvan kan leren. Vaak zien wij dat een opdrachtgever de beelden van ToFD en Phased Array niet kan lezen. Je krijgt te horen dat er op een bepaalde plaats in de las een onregelmatigheid is gevonden, maar op voorhand weet je daarbij niet wat het probleem is. Dat is voor aannemers soms lastig. Daarnaast zijn er in Nederland nog maar een gering aantal onderzoekers die zowel ToFD als Phased Array kunnen toepassen. Gelukkig hebben wij een paar van die onderzoekers in dienst”, lacht Martijn. De perfecte balans Het grootste verschil tussen de geavanceerde en conventionele methoden is de nauwkeurigheid. Martijn: “Bij Radiografisch Onderzoek vinden we minder onregelmatigheden dan bij ToFD en Phased Array. Door de verhoogde detectiegraad van de geavanceerde methoden, laten we ook meer toe. In andere woorden: we zien meer, maar accepteren ook meer. In de praktijk zien wij bijvoorbeeld met ToFD en Phased Array dat het schoonmaken tussen de laslagen cruciaal is. Ook speelt voor20

bewerking van de las een belangrijke rol. Er dient voorkomen te worden dat er vervuiling binnen de las optreedt. Het is voor diverse partijen in de keten belangrijk een perfecte balans te vinden tussen efficiënt werken en het creëren van een zo laag mogelijke reparatiegraad.” Appels met peren vergelijken Ondanks dat de werkwijze van aannemers volgens Martijn moet veranderen bij het inzetten van ToFD of Phased Array, kiezen opdrachtgevers toch vaak voor deze technieken. Martijn: “Voor de opdrachtgever zijn vooral de veiligheid en efficiëntie van de technieken doorslaggevend. Bij ToFD en Phased Array wordt het resultaat direct on-site ontvangen, wat natuurlijk veel efficiënter werkt. Bij Radiografisch Onderzoek gaat er vaak een halve tot een hele dag overheen om de resultaten te analyseren en beoordelen. Niet-Destructief Onderzoek wordt pas in de eindfase van het project ingezet en is dus de laatste mogelijkheid om verloren tijd in te halen. Met ToFD en Phased Array kan snel geschakeld worden, wat uiteindelijk tijdwinst kan opleveren. Daarnaast verschillen de kosten van de geavanceerde methoden nauwelijks met de kosten van Radiografisch Onderzoek, omdat de productiviteit van de onderzoekers hoger is.” Op de vraag of ToFD en Phased Array conventionele NDOmethoden gaan vervangen, antwoordt Martijn stellig: “Veiligheid en efficiëntie zijn bij Niet-Destructief Onderzoek zeker cruciaal, in theorie kunnen ToFD en Phased Array daarom zeker de conventionele methoden vervangen. Maar het is appels met peren vergelijken. Ik denk dat Radiografisch Onderzoek niet volledig zal verdwijnen, maar ik kan me wel voorstellen dat in de toekomst de richtlijnen en normen rondom het gebruik van ToFD en Phased Array veranderen: dat je verplicht een van deze technieken moet inzetten als je de mogelijkheid hiertoe hebt. In principe doet Gasunie dit nu al. Momenteel ontvangen wij nog veel opdrachten voor lasonderzoek met behulp van radiografie. Deze opdrachten zouden conform de norm ook met ToFD of Phased Array onderzocht kunnen worden. De uiteindelijke techniekkeuze is mede afhankelijk van de opdrachtgever en de bouwnorm. Ook heeft de hoeveelheid kennis een invloed op de keuze van een opdrachtgever. Uiteraard proberen wij dit obstakel weg te nemen bij opdrachtgevers, door hen passend te adviseren. Uiteindelijk zie ik een rooskleurige toekomst voor geavanceerde methoden”, sluit Martijn enthousiast af. ToFD data - SGS Nederland Phased Array data - SGS Nederland Phased Array - SGS Nederland 21

Pipeliner on Tour Gert Jan is sinds oktober 2019 samen met zijn vrouw Sonja op reis met een Land Rover Defender camper: Milady Landy. “We hopen de wereld rond te reizen en ik zal tijdens deze reis in mijn columns vertellen over diverse onderwerpen die met leidinginfrastructuur te maken hebben.” Drinkwater in Marokko (deel 2) Op 12 maart schreef ik: “We zijn vandaag uitgenodigd bij een Marokkaanse visser thuis en zien de berichten over corona op Al Jazeera, verontrustend hoe het virus over de wereld verspreidt. Wij hebben er in zoverre last van dat onze ferry naar Savona is gecanceld, we nemen de ferry naar Spanje volgende week, als die vaart tenminste.” We zijn niet naar Europa overgestoken begin maart, maar in Marokko gebleven. Marokko ging in volledige lockdown en de grenzen met Europa werden gesloten. Sonja en ik besloten terug te reizen naar Merzouga. Eerder stonden we op een goede camping onderaan de woestijnduinen, rustig en met alle voorzieningen; goed sanitair en een heerlijk zwembad. Aan water geen gebrek, ook midden in de woestijn. Onderweg naar Merzouga in de Hoge Atlas, ontstond enorm onweer. Donderklappen en bliksemschichten en de weg wit van de hagelstenen. Met onze Milady Landy konden we prima doorrijden. De rivier parallel aan de weg vulde zich tot de nok met water en soms reden we door diepe, kolkende watermassa’s, waarbij we gestrande auto’s moesten ontwijken. Na een nacht op een camping in de Atlas reden we weer verder. De wegen waren ondertussen weer droog en de Ziz-rivier stroomde, weliswaar onstuimig, binnen haar oevers. De leidingbrug bij de stad Erfoud, stond nu met z’n voeten in het kolkende water. De camping in Merzouga haalt z’n drink-, spoel- en zwemwater uit een eigen bron, de oued. Onder de duinen bevinden zich ondiepe watermassa’s waar het zuivere water uit opgepompt wordt. Verderop in de oase wordt deze zelfde oued gebruikt voor de irrigatie van tuintjes die zijn aangelegd onder de palmen. Bij onze wandeling naar het nabijgelegen veelal droge meer Dayet Srij werden we verrast door de grote hoeveelheid water en de daarmee samenhangende vogelrijkdom. Eerder troffen we zes grijzige flamingo’s en wat bruine ganzen aan. Nu waren er honderden vogels, waaronder een grote groep mooie roze flamingo’s op het verse water uit de bergen afgekomen. Het is prachtig wat water voor mens en dier kan doen… Uiteindelijk hebben we bijna drie maanden op Camping Haven la Chance in Merzouga verbleven voor we weer verder konden reizen. Nu zijn we in Nederland en bekijken we wanneer en wat onze volgende bestemming zal zijn. Eén ding is zeker, we gaan weer reizen en ons verwonderen over de wereld en hoe die draait om energie en water. Gert Jan ter Haar Meer weten? www.miladylandy.nl en op Facebook, Instagram en YouTube. 22

EVEN VOORSTELLEN In elke editie stellen wij met veel plezier één van onze nieuwe bedrijfsleden aan u voor. Deze keer: Jes Consultancy uit Vlaanderen. Welkom! Jes Consultancy – Johan Looffen Sinds jongs af aan wordt Johan Looffen, directeur en tevens lastechnisch consultant bij Jes Consultancy, enthousiast door alles wat met lassen te maken heeft op het gebied van drukvaten, tanks, pijpleidingen en industriële piping. Na 15 jaar welding engineer en interventieleider geweest te zijn bij een multinational met pijpleidingen als specialisatie, wilde Johan zijn werkgebied uitbreiden en is in 2015 Jes Consultancy ontstaan. De expertise van Jes Consultancy ligt op het gebied van welding engineering. Het bedrijf is gespecialiseerd in pijpleidingen en meer specifiek in lascoördinatie en begeleiding van interventies en inspecties in het binnen- en buitenland. Denk daarbij aan het aanleveren of beoordelen van zeer gedetailleerde uitvoeringsbestekken, kwalificatie van procedures en personeel, kwaliteitsborging en controle tijdens de uitvoering van lassen. Jes Consultancy beheerst de kennis van alle gangbare industriële normen (waaronder NEN 3650 en EN 12732) met betrekking tot de aanleg van (pijp)leidingen. Hiervoor werkt het bedrijf nauw samen met pijpleidingaannemers in met name de energiesector, maar Jes Consultancy is ook geregeld betrokken bij de bouw van ontvangststations of drukreduceerstations. Johan is geen onbekende binnen de Pipeliner-opleidingen. Nadat hij zelf en een groot deel van de Masteropleiding heeft gevolgd, geeft Johan nu les over verbindingstechnieken en deelt hij zijn kennis over het lassen en verlijmen van staal- en kunststofbuizen. Johan: “Door mijn betrokkenheid bij de Pipeliner-opleidingen ben ik in aanraking gekomen met het BIG. Er zijn verschillende redenen waarom Jes Consultancy zich graag wilde aansluiten bij de vereniging. Enerzijds kan ik me heel goed vinden in de missie van het BIG; de pijpleidingindustrie is een innovatieve omgeving die meer aandacht verdient. Anderzijds vind ik het belangrijk om verbonden te blijven met collega’s uit de branche en op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen.” “Ik ben met name geïnteresseerd in innovatieve ontwikkelingen en de technische kant van de pijpleidingbranche. Hoewel mijn interesse minder ligt bij de wetgevende kant, hoop ik door mijn lidmaatschap bij het BIG ook hiervan op de hoogte te blijven. Momenteel zijn er veel lopende discussies over energiebevoorrading met behulp van waterstof en afvangen en transporteren van CO₂. Met het oog op de toekomst moeten we meer afstappen van de standaard energiebronnen zoals aardgas en olie en zoeken naar alternatieven. Ik denk dat we daar als buisleidingbranche een actieve bijdrage aan kunnen leveren. Graag wil ik mijn schouders onder de missie van het BIG zetten, door het delen van mijn kennis en het promoten van deze innovatieve en uitdagende tak van de industrie, die mijns inziens in de toekomst een belangrijkere rol gaat spelen.” 23

De redactie Remco van Beest Bedrijfsleider Kabels, Visser & Smit Hanab Stanley Hunte Manager Engineering, Bilfinger Tebodin Lode Maesen Ontwikkelaar Beleid Gas & Warmte, Fluvius Frederick de Sutter Senior Productmanager, FARYS 2021 Evenementen Ten aanzien van de organisatie van de BIG-evenementen houden wij de berichtgeving van het RIVM rondom COVID-19 nauwlettend in de gaten. Wij zullen per evenement in 2021 bekijken in welke vorm deze doorgang kan vinden. Houd onze website in de gaten. Zie www.bigleidingen.eu/evenementen/ Colofon Dit magazine is een uitgave van BIG. BIG-redactie Postbus 537, 5140 AM Waalwijk, Nederland www.bigleidingen.eu communicatie@bigleidingen.eu Tel.: +31 (0)85 40 00 252 Tekst en coördinatie TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafische vormgeving TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafisch concept Brût Communicatie www.brutcommunicatie.nl Drukwerk: Mail Succes www.mail-succes.nl Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren? Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 10 mrt. 2021 16 jun. 2021 23 sep. 2021 28 okt. 2021 25 nov. 2021 Algemene Ledenvergadering 2021 BIG-jubileum: NXT 30 BIG-excursie BIG-jongerenevent BIG-najaarsdag

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
Home


You need flash player to view this online publication