0

Goed Bericht

Goed Bericht Geschikt voor in huis André Piet Stichting GoedBericht

Colofon: Titel: Goed Bericht Eerste jaargang nr.1, Geschikt voor in huis © 2021 André Piet, goedbericht.nl Verschijningsdatum: Juli 2021 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling & vormgeving: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl ISSN 2772 7947 NUR 707

INHOUD Traditioneel staat het slot van Kolosse 3 bekend als het gedeelte over ‘de huiselijke plichten’ of ‘de christelijke huisregels’. Het is echter niet de plicht maar de dankzegging die in deze passage de toon zet. Dankzegging is een vreugde-generator en máákt dat mensen dingen van harte gaan doen. Kolosse 3, wat altijd in een wettische sfeer is getrokken, illustreert juist hoe genade Zijn werk doet in ons leven. Het heeft impact, het maakt stralend, het geeft vreugde, het geeft je schik en het maakt je geschikt. En dat is de genade waar Paulus in deze brieven, en in heel zijn bediening, over spreekt. Over die grote genade van God die ook wij mogen versieren in alles. Onderwerpen: • Betekenissen ‘schikken’ 9 • Plichten?! 12 • Toonzetting 13 • Vreugde-generator 15 • Danken máákt geschikt 16 • Dankzegging als krachtbron 19 • Gelijk het schikt in de Heer 21 • Waar genade het overneemt 22 • Wel aangenaam 23 • Geschikte vaders 24 • Van binnenuit veranderd 27 • Een steeds groter besef van genade 28 • Perspectief 30 • Wetmatigheid 30 • Hoe genade Zijn werk doet 31 7

8

Betekenissen ‘schikken’ Ik wil je graag eens meenemen naar Kolosse 3:17-25. Eigenlijk moet ik het nog correcter zeggen, want het eerste vers van hoofdstuk vier, nemen we er ook nog meteen bij. De titel “Geschikt voor in huis” zal ik straks nog even toelichten. Ik zal je eerst eventjes meenemen naar het woordenboek, naar de Dikke van Dale (in dit geval de internetversie, die iets korter is) want ik moet toch even wat meer vertellen over dat woord ‘geschikt’. Als je het hebt over geschikt – en schikken, het werkwoord – dan komen er diverse betekenissen als vanzelf voor het voetlicht. Het grappige is dat al die betekenissen, in één of andere zin, vanzelf ter sprake zullen komen, of in ieder geval zul je het erin herkennen. Nou, en dan staat er – zoals dat een goed woordenboek betaamt – de schik, mannelijk. Als eerste betekenis, en trouwens in dit geval als enige betekenis, ‘schik’ betekent een behaaglijk gevoel, genoegen. In zijn schik zijn met; ergens mee ingenomen zijn. Dan gaan we even naar het werkwoord schikken. Ik heb een etymologisch woordenboek – dat wil zeggen: een woordenboek dat teruggaat naar de oorsprong van woorden – en dan blijkt inderdaad dat dit werkwoord weer alles te maken heeft met het woord ‘schik’. Dus het is maar niet een beetje ‘woord goochelen’, die woorden hebben alles met elkaar van doen. Schikken, het werkwoord schikte, heeft geschikt. De eerste betekenis: in orde brengen. Ik denk dan bij voorbeeld aan bloemschikken. 9

De tweede betekenis: een conflict tot een oplossing brengen, doordat iedereen wat toegeeft. Dus twee partijen (mensen) die problemen, of een conflict, met elkaar hebben, die schikken zich. Er wordt een probleem of conflict ‘geschikt’. De derde betekenis heeft veel te maken met de eerste ‘in orde brengen’: ordenen. Bijvoorbeeld stoelen om de tafel schikken. Wellicht dat, wat ik zojuist zei over bloemschikken, nog meer past bij die derde betekenis: ordenen. De vierde betekenis, in de uitdrukking ‘zich schikken’, wil zeggen: in iets berusten. Nu ik het voorgaande overdenk, is het beter om hier de vijfde betekenis nog even aan toe te voegen, voordat ik er wat over ga zeggen. De vijfde betekenis is namelijk: gelegen komen. ‘Schikt het u dat ik morgen kom?’ En ik wilde zojuist nog even een voorbeeld noemen: Als er meerdere mensen op een bankje zitten en er komen nog meer mensen bij, dan moet er geschikt worden. Dan wordt er gevraagd: ‘Wilt u zich een beetje schikken?’ En dan moet je plaatsmaken, ruimte maken. En dat heeft weer te maken met: ‘Schikt het u?’ Zich schikken in iets, berusten. Nou, al die betekenissen van dat woord, komen eigenlijk bij elkaar in dit thema. 10

Kolosse 3 vanuit de Statenvertaling: 17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem. Huiselijke plichten 18 Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in de Heere. 19 Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen hen. 20 Gij kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehaaglijk. 21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. 22 Gij dienstknechten, weest in alles gehoorzaam aan uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. 23 En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere, en niet voor de mensen. 24 Wetende, dat gij van de Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus. 25 Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming (NBG-vertaling: aanzien) des persoons. Kol.3:17-25 [SV1977] Vermaning tot gebed en wijsheid 4:1 Gij heren, doet uw dienstknechten recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen. Kol.4:1 [SV1977] 11

Plichten?! Even over de vertalingen die we gewoon zijn te gebruiken. Ik zei: “Ik wil u meenemen naar het slot van Kolosse 3.” Dan is het zo dat de Statenvertaling in vers 18 – en dat geldt ook voor de NBG vertaling – begint met een nieuw gedeelte. Men heeft hier een scheiding aangebracht en daar ben ik het dus pertinent mee oneens. Waarom? Omdat dit namelijk suggereert dat er iets nieuws begint, terwijl het zogenaamde ‘nieuwe gedeelte’ juist een toelichting is op het voorafgaande gedeelte. Op het voorgaande vers, vers 17 in elk geval, en wat mij betreft zelfs op héél het voorgaande. Ik weet wel, het is niet al te grote kritiek, want bij het maken van perikopen moet je soms wat concessies doen, en dan begint weer een andere passage. Maar in dit geval is dat cruciaal, en dat blijkt dan ook een beetje – of een beetje, wel twéé beetjes – uit de wijze waarop men die kopjes heeft geformuleerd. In de Statenvertaling staat er “huiselijke plichten” en bij de NBGvertaling staat erboven: “de christelijke huisregels”. Dat heeft iets … ja, je zegt ‘oubollig’ wellicht, maar het heeft óók een bepaalde wettische, bekrompen, lading. In die zin dat het wíjst op plichten, zoals de Statenvertaling het weergeeft. Regels waaraan je jezelf moet houden. Paulus heeft eerst het één en ander verteld … en dan kómt het: nu moet je het ook in de praktijk brengen! Op die manier, als je het zo leest. En dat wordt dus eigenlijk ook gesuggereerd doordat men hier een scheiding aanbrengt. Losgekoppeld van het voorgaande, ontgaat je echter de clou. Want wat ik wil gaan vertellen is: dat vers 17 de tóón aangeeft van alles wat daarna volgt. 12

Waar ik het over heb? Wel, laten we gewoon naar het gedeelte toegaan, namelijk naar dat zeventiende vers. “En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.” Kol.3:17 [SV1977] Toonzetting Paulus schrijft een brief aan de Kolossers. Deze brief loopt over van genade en van vreugde. En als ik zeg “het loopt ervan over”, dan bedoel ik dat zelfs letterlijk. Er wordt bijvoorbeeld over gesproken in hoofdstuk 2 vers 7, waar het gaat over “overvloeiende in dankzegging”. En vers 15 van Kolosse 3, eindigt met “en weest (letterlijk: wordt) dankbaar”. De woorden ‘dank’ en ‘genade’ – en die twee hebben alles met elkaar te maken – zijn heel karakteristiek voor deze totale brief. Paulus schrijft hier dat je alles wat je doet – met woorden (dat wil zeggen: dat wat je spreekt) of met werken (dat wat je doet) – in de Naam van de Heer Jezus doet, dankende God, de Vader, door Hem. God is de Vader, en Jezus Christus is, dóór God, tot Heer en Christus gemaakt. Hand.2:36 Altijd weer die volgorde, hè. Maar: al wat je doet, doet dat alles dankende door Hem. Dat woordje ‘danken’ … in het Grieks staat daar eucharis en daar zit dit woordje charis – genade – in. En dáár wil ik zo graag op wijzen! We kennen het woordje charis trouwens ook van het woordje charisma. Charisma betekent ‘het effect van genade’ of ‘het effect van vreugde’, want de grondbetekenis van het woord ‘genade’ is letterlijk vreugde. 13

In de Griekse woordenboeken staat ook: “genade; dat is alles wat vreugde bereidt”. En danken dat is niet anders dan de reflectie daarvan, de reflectie van Zijn genade. Nou, ik zei al “deze brief staat er vol van; de genade die ons is gegeven”. Het loutere feit al – laten we het even simpel houden – dat je mag weten dat er één God is, 1Kor.8:5-6 Die alles plaatst. Want dat is wat het woord ‘God’ betekent: Plaatser. Dat Hij een Vader is, Die zorgt voor Zijn schepping. Een Vader, Die zorgt dat alles goed komt. Dat we Iemand kennen, Die nieuw leven aan het licht heeft gebracht. Dat de dood niet het laatste woord heeft, integendeel. Dat het juist de opmaat is, en een noodzakelijke voorwaarde, voor nieuw leven; voor opstanding, opstandingskracht. Dat is allemaal genade! En zo kun je gewoon het ene op het andere stapelen. Er komt geen einde aan, het is met recht overvloeiende genade. In Efeze 1 vers 8, daar lees je die uitdrukking zelfs letterlijk. God verspilt, als het ware. Hij geeft veel méér nog dan nodig is. Dat is de genade en de ‘toonzetting’ van dit Bijbelgedeelte. Ik zeg “toonzetting” wat grappig is als je het voorgaande vers leest, want dan wordt er inderdaad ook gesproken over “muziek maken”. Genade maakt inderdaad muziek, het geeft een vreugdetoon in het hart. “Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende de Heere met aangenaamheid (letterlijk: dankbaarheid) in uw hart.” Kol.3:16 [SV1977] 14

Vreugde-generator Nou, die eucharis … De dankzegging is de weerslag, de reactie, van genade. Feitelijk is het zo, dat dankzegging èn besef van genade, in de praktijk niet anders is dan spreken van genade, en dat maakt inderdaad blij! Ik zeg het trouwens expres in deze volgorde; genade máákt blij. Want mensen keren het soms om, en dan zeggen ze van: ‘Ja, wat heb ik om dank te zeggen? Ik ben met sommige dingen écht niet blij; hoe kan ik daar dan dank voor zeggen?’ Maar dan span je het paard achter de wagen. Het is niet zo van: ‘Ik ben daar niet blij mee … dús ik kan er niet voor danken’. Ik weet: niet alles is een plus, maar als je weet dat er één God is, dan is wel degelijk alles positief, zelfs die minnen in ons leven. Die líjken minnen, maar dat komt omdat we het geheel niet overzien. Die min wordt namelijk een plus; het is gewoon een plus die nog niet af is. En je kunt niet danken voor een min, dat is waar. Je dankt op zich niet voor een ziekte. En tóch kun je danken voor moeilijkheden. Waarom? Het antwoord is heel simpel, God doet al die dingen samenwerken ten goede, en dáár kun je voor danken. En daar spreekt de apostel dan ook over en dat maakt blij. Je moet niet beginnen bij de emoties en van: ‘Nou, dat maakt mij niet blij, dus kan ik er niet voor danken.’ Het werkt precies andersom: danken máákt juist blij. Dankzegging, besef van genade, is een vreugde-generator. Het is wat vreugde genereert, zo geweldig! Dat is wat Paulus ook zegt: “… alles wat je doet in woord en werk …”, dat omvat elke dag, het hele leven, toch? Alles wat je doet; je 15

doet namelijk altijd wat, zelfs al lig je, dan doe je nòg wat, want ‘liggen’ is een werkwoord. “Alles wat je doet of wat je spreekt, dankende door Hem.” Heel het leven is een geschenk van Hem, als je zó tegen dingen aan mag kijken, ook tegen die moeilijkheden … Ik begrijp heel goed dat als je zegt van: ‘Ja, ik ga volgende week op vakantie’ – ik noem maar wat – ‘dat is een reden om dank te zeggen.’ Oké, maar heel het leven is een geschenk. Waarom? Niet omdat dingen allemaal ‘zo leuk’ zijn, maar je weet: alles wordt geplaatst door God, Wiens weg altijd de beste is. Als je werkelijk elke dag in vreugde wilt leven, dan kan dat niet anders, dan alleen door naar Hem op te kijken, naar boven. Dat is zó belangrijk, en is op zich altijd al de beste houding die je in het leven kunt aannemen. Én Hem te gaan danken, want dat genereert vreugde. En dat is inderdaad een overvloeiend leven. Danken máákt geschikt Nou, waarom heb ik het hierover? Omdat dit de opmaat, de opstap, de inleiding is tot het volgende. En dan kan de NBG-vertaling wel zeggen: ‘… nu beginnen de christelijke huisregels’, of de Statenvertaling: ‘… nu gaan we het even hebben over de huiselijke plicht’. Dat is allemaal wel mooi en aardig van: ‘Ik dacht ook nog wel eventjes dat er plichten zijn te vervullen’. Maar als je het op die manier bekijkt, dan heb je: a) in een gedeelte, wat een eenheid is, geknipt; en b) bovendien mis je de clou. Want wat zegt Paulus? 16

Alles wat je doet, wie je bent, of je nou een vrouw bent of een man, of je nou een kind bent of een ouder, een werknemer of een werkgever, ongeacht wat, in álles: je dankt ! Wat ik eigenlijk vertel is dat danken in alles ons tot geschikte mensen maakt. Met alle betekenissen waar we het net over hadden. Danken máákt geschikte mensen, want mensen die God danken dat worden – ja, ik durf het gerust te zeggen – bétere vrouwen, mannen, ouders, kinderen, werknemers, werkgevers, en welke rol we in het leven verder ook mogen hebben; dat zijn in essentie de indelingen die we zo maken in het maatschappelijke en sociale leven. Waarom? Wel, iemand die iets als een geschenk ziet ... Als jij getrouwd bent en je ziet je partner als een geschenk van God, ook al heb je misschien moeite met hem of haar – je ziet het als een geschenk van God Die dat geplaatst heeft … Ga er eens voor danken, dan moet je eens kijken wat er gaat veranderen in heel je – zoals dat met een mooi woord heet – attitude, houding. Het wordt een geschenk, je wordt er blij mee en wat er gaat gebeuren is dat je daar dan ook goed mee omgaat. Dat je daarin je plaats met recht gaat verstaan. Feitelijk, die zogenaamde ‘christelijke huisregels’ … dat suggereert alsof gelovigen dan ook nog extra dingen zouden moeten doen. Het hele verhaal is juist dat, daar waar wíj gaan danken in alles, daar zullen wíj, waar we onze plaats innemen, geschikt worden in de rol die we mogen innemen, die we toebedeeld hebben gekregen. 17

Dankzegging máákt ons geschikt. En we hebben allemaal zo onze eigen plek; je bent een kind of je bent een ouder; je bent een man of je bent een vrouw. Je zult gewoon, juist doordat je gaat danken, en doordat dat ook vervolgens ook blij maakt, geschikt worden in de plaats die je inneemt. En dat geldt ook gewoon al in heel het beroepsleven. Iemand die blij is met hetgeen hij of zij doet, met zijn of haar beroep … Ik ben ervan overtuigd dat een dankbare vrachtwagenchauffeur een bétere vrachtwagenchauffeur is dan een ondankbare. En een dankbare leerkracht – om een ander voorbeeld te noemen – is sowieso al aantrekkelijker. Wat dacht je wat? Ik hoorde laatst nog iemand, die had een hele klacht. Diegene “had zo weinig vrienden en mensen om zich heen”. Maar ja, dat was ook niet zo heel erg gek, want wat gebeurde er? Dat was nogal duidelijk: het was één en al klacht. En ja, dat zijn niet de mensen waar je graag mee vertoeft. En dan kun je wel zeggen: ‘Hoe is het ermee?’ ‘O, alles is goed.’ En dan vervolgens krijg je een hele tirade te horen. Of wat dacht je daarvan: ‘Hoe is het?’ ‘Nou, ik mag niet klagen.’ Moeten ze goed luisteren naar wat mensen zeggen, want weet je, als je dat zegt, dat is eigenlijk een klàcht! Als je dingen met vreugde doet, word je niet alleen een aantrekkelijker mens, maar in alle opzichten is het beter; het máákt je geschikt. Het is trouwens gezond, ook in de verhoudingen, en daar gaat het in het navolgende van Kolosse 3 over. Het maakt je geschikt in de verhoudingen waarin je staat. Je leert je plaats met vreugde innemen of, beter gezegd, onder dankzegging – maar daarmee zeg ik ook inderdaad vreugde, want die twee horen bij elkaar. 18

Ik hoop dat ik dat nu duidelijk gemaakt heb: dankzegging en vreugde horen bij elkaar. Is er geen vreugde, dan kan dat maar één ding betekenen: dan is er geen dankzegging. Daarom vrienden, is het zo geweldig dat we een God kennen. Als je geen God kent … ja, hoe kun je dan dankbaar zijn? Wie moet je dankbaar zijn? Ja, hooguit kun je mensen om je heen dankbaar zijn. Maar niet – ik noem maar wat – voor gezondheid of voor het leven in het algemeen. Voor het feit dat de dingen gaan zoàls ze gaan. In dat geval is het dan gewoon ‘het lot’ dat het zo gaat. Het ‘toeval’ wil dat ... maar wie kun je daarvoor dan dankbaar zijn? Je kunt alleen echt dankbaar zijn voor dergelijke dingen, als er inderdaad één God is, Die alles beschikt. Die jouw leven in Zijn hand heeft, en Wiens weg ook altijd de beste is. Dán heb je een reden om te danken. En dat maakt je vervolgens blij en dat geeft schik. Het leert je trouwens ook schikken, en het maakt je geschikt in de rol die je hebt toebedeeld gekregen. Dankzegging als krachtbron Een ander voorbeeld dat ik wilde geven bij “geschikt voor in huis”. De titel op zich zou natuurlijk een beetje in de richting kunnen wijzen van huishoudelijke artikelen, bijvoorbeeld een elektrische verwarming. Dat is ‘geschikt voor in huis’. Ja, maar wel met één voorwaarde … en die is dat het aangesloten is op de krachtbron, nietwaar? Of je nou een elektrische kachel hebt of een koelkast. Het grappige is, dat een kachel of een elektrische verwarming precies het tegenovergestelde doet van wat een koelkast doet. De één produceert warmte, de ander produceert kou, maar het heeft dezelfde krachtbron. En op het moment dat het aangesloten is op die krachtbron, ja, dan wordt het geschikt. 19

Laat ik nog wat andere dingen noemen. Een ventilator, ook geschikt voor huiselijk gebruik, mits natuurlijk aangesloten op de krachtbron. Een stofzuiger … Verschillende gebruiksvoorwerpen doen ook verschillende, soms tegengestelde dingen: de één blaast bijvoorbeeld lucht en de ander zuivert lucht. Die verschillen maken niet uit, want ieder zo zijn plaats. Ik geef deze voorbeelden dan ook, omdat bijvoorbeeld ouders, weer een heel andere plaats, en een heel andere functie, hebben dan een kind. De één zou leiding geven en de andere ontvangt leiding. Je wordt geschikt in beide functies, wanneer je aangesloten bent op die krachtbron. Kijk, en dat is nou precies het bezwaar wat ik tegen die religieuze invulling van de christelijke huisregels, of de huiselijke plichten, heb: het wordt wettisch. Je kunt dan wel dingen eisen … Je kunt tegen een apparaat dat het niet doet een schop geven, zó van: ‘Doe het nou, stom apparaat!’ Nou, ik kan je één ding verzekeren: dat apparaat is daar niet van onder de indruk. Dit zal er niet voor zorgen dat het beter gaat werken. En dat geldt ook voor de onderlinge omgang. Je kunt wel zeggen: ‘Ja, maar dit is jouw plicht !’ En het gaat altijd over anderen natuurlijk, hè, van: ‘Dit … (zeg het maar) moet jij doen!’ Maar je kunt misschien voor de volle honderd procent gelijk hebben, alleen het werkt niet uit. Dat is trouwens precies de ellende van de wet. Het prikkelt alleen maar tot de zonde, tot het tegendeel. Het heeft een averechts effect. Eén ding heeft betekenis, en dat is wat Paulus hier ook zegt: “… alles wat je doet, in woord of werk, doe dat alles in de naam van de Here Jezus, God, de Vader, dankende.” Dankzegging, dat is die krachtbron waar ik het over heb, die charis. Zonder die charis, die vreugde, die dankzegging, werkt níks. 20

Gelijk het schikt in de Heer We gaan even naar vers 18 in Kolosse 3, naar waar Paulus het over heeft: “Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in de Heere.” Dat woord ‘betamen’ is eigenlijk ook: ‘het past’ gelijk het schikt in de Heer. Wordt hier nu de vrouwen iets bijzonders opgelegd? Nee, het gaat er puur om, dat de vrouw – in dit geval de echtgenote – een goede en geschikte echtgenote wordt, op het moment dat ze bij al wat zij doet in woord of werk (dat wil zeggen: dat wat ze uitwerkt, wat ze doet met haar handen of spreekt met haar mond), geschikt wordt op het moment dat ze God dankzegt in alles. Dan wordt ze inderdaad zo’n vrouw! Dan geeft ze namelijk haar man, als mán ook de plaats die hem toekomt, namelijk: hij zou de heer des huizes zijn. Een heer, hè ... we weten het allemaal wel. De taal verraadt het allemaal nog; de man zou een heer zijn, inderdaad een gentleman. Een heer is ook degene, die de leiding geeft, maar goed, dat mag je vandaag allemaal niet meer zeggen. Alleen het is precies wat een vrouw ook graag wil. En een man trouwens ook in die verhoudingen, en dat is gezond. Het is namelijk ook ergens weer een beeld van. Maar als je dat allemaal niet meer weet, waar mannelijk en vrouwelijk voor staat, dan begrijp je dit ook niet. Het is een duidelijke zaak dat, als een vrouw gewoon dankbaar is voor haar man, ze hem dan ook erkent als man. Dan erkent ze hem – als ik het zo mag zeggen – ook als vent, als kérel: dat hij leiding geeft en knopen doorhakt. Dat is het. Het is niet zo van ‘dat die vrouw met iets belast wordt’. Nee, ze wordt blij met haar man en geeft hem dus, in vreugde en 21

dankzegging, de plaats die hem toekomt. Helemaal niet ‘een huiselijke plicht’, maar een vreugde, een reden voor dankzegging, die haar geschikt máákt. Dit wordt in zo’n totaal ander perspectief geplaatst! Waar genade het overneemt “Gij mannen”, wordt er vervolgens gezegd in vers 19, “hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen hen”. Uw vrouwen … dat staat hier letterlijk in het meervoud, maar dat komt omdat de mannen – eveneens meervoud – worden aangesproken. Dat hier geen verwarring over bestaat. Wat er met een man gebeurt, op het moment dat hij (bij al wat hij doet in woord of werk) God, de Vader, gaat danken in alles, is: dat het zó gemakkelijk maakt om zijn vrouw lief te hebben; haar de ruimte te geven, haar een vrouw laat zijn, een echtgenote. De NBG-vertaling zegt hier: “… en weest niet ruw tegen haar”, maar letterlijk staat daar het woord ‘bitter’. Een man zou niet 'bitter' zijn. Maar ja, daarbij is het ook weer van belang, dat hij zelf die genade kent. Als je die genade niet kent, weet je wat er dan gebeurt? Dan ben je wél bitter. Als je goed oplet in al die dingen die Paulus hier opsomt, dan zie je ook de connectie met vers 17, en het nog weer daar voorgaande. Daarom ben ik er zo faliekant op tegen, om met een schaar die twee gedeelten uit elkaar te knippen. Dan begrijp je het niet meer. Het gáát juist om die dankzegging in alles! En als je die dankzegging kent, die vreugde, dan is daar dus geen bitterheid in. Maar als er bitterheid in het hart is, wat komt er dan uit? 22

Zoals een man, die ik heel goed ken, altijd zegt: “Het vat geeft uit wat er in zit.” Ja, logisch! Er kan niet iets uitkomen wat er niet eerst íngebracht is. Als er genade ingebracht is, wat komt er uit? Genade! Maar als er bitterheid, eisen – daar heb je het weer – , wet, prediking van wet: ‘Jij moet dit!’, ingebracht zijn ... als daar het hart en denken, het innerlijk, van gevuld is ... ja, wat gebeurt er? Dat weerspiegel je dan vervolgens ook in je gedrag. In de eerste plaats al naar je echtgenoot of echtgenote. Dan word je ruw, bitter. Het zit er ín! Maar hoe verdwijnt dat dan? Nou, we zingen dat in een lied ergens: “Uw tederheid genas, wat er bitter was in mij.” Die bitterheid, Spr.14:10 die verdwijnt, daar waar genade het overneemt. Vreugde, de wetenschap dat er een God is, Wiens weg altijd de beste is. En dan leer je met vreugde in alles wat je doet, als echtgenoot je vrouw lief te hebben, haar alle ruimte te geven en niet bitter te zijn, maar integendeel juist haar vreugde te bereiden. Wel aangenaam “Gij kinderen”, lees je dan in vers 20, “weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk”. ‘Welbehaaglijk’ is een wat Oudnederlands woord, maar dat betekent gewoon – misschien ook een beetje Oudnederlands – wel aangenaam. Ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. In het Grieks zitten beide betekenissen, dus zowel van ‘wel’ als ‘aangenaam’. Dus, zie je: dat is goed. Zo goed! 23

En dan zie je dus al dat Paulus het helemaal niet brengt in de sfeer van plicht – ‘Jij hebt te doen ...’. Nee, in die sfeer ligt het niet. Het is juist genade, dat is de krachtbron. Ontbreekt die krachtbron, dan wordt het inderdaad weer wét. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders ... Moeten die kinderen iets speciaals doen? Nee, het gaat er gewoon om dat kinderen, als ze weet hebben van een God – van dé God, Die Vader is – , Hem danken in alles. Dan gaat dat ook zo’n uitwerking hebben, en is het niet moeilijk voor die kinderen om hun ouders gewoon te respecteren als ouders, want feitelijk is dat wat hier staat. Maar ja, dan moeten ze ook te horen krijgen dat er een goede God is, Die het allemaal tot een goed einde brengt; want dan komt er genade in het hart. “Kinderen gehoorzaamt uw ouders” en niks anders. Je ouders zijn je ouders, dat wil zeggen: zij worden geacht voor je te zorgen, maar je ook leiding te geven. Erken hen, respecteer hen in die plaats. Niet een extra belasting, integendeel; het is wel aangenaam. Je mag gewoon de plaats innemen die jij van God hebt gekregen. Je begint allemaal als kind, en later – niet in alle gevallen – word je dan vervolgens ouder. Ja, “je wordt ouder, papa”, hè … maar ik bedoel: je kan ook vader of moeder worden in die zin. Dus die dankzegging maakt ons geschikt, als vrouw, als man, als kind. Geschikte vaders Er wordt vervolgens gezegd in vers 21: “Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.” 24

“Vaders” – ja, dat is een mooi baantje – “prikkelt uw kinderen niet” (NBG-vertaling). Ook hier weer exact diezelfde gedachten, nog steeds die connectie met vers 17, hier als een tegenstelling neergezet. Als je leeft in dankzegging, elke dag … Ik bedoel niet dat je ‘zomaar een keer dankt’. Nee, dat dit niet alleen maar ‘gewoon een uitspraak’ is die je op bepaalde gezette tijden doet … Maar dat het de toon is van heel je léven, je houding. Er is een GOD, en Zijn weg is de beste. Alles komt goed … Zo sta je in het leven. Er gaat nooit iets fout bij Hem. Ja, dat is vreugde! Je kent genade, je mag daar zelf uit leven. Een God, Die voor je zorgt en Die Zijn leven in jou dan uitwerkt ... Dan zal je vervolgens ook je kinderen de ruimte geven als vader. Er wordt gezegd: “Vaders, prikkelt uw kinderen niet”, en dan dat motief: “opdat zij niet moedeloos worden”. Het idee daarbij is, dat er zulke eisen aan hen gesteld worden, waaraan ze niet kunnen voldoen: ‘je moet dit’ en ‘je moet dat’. ‘Ja, ik doe het toch nooit goed !’ Dit gedrag is trouwens ook dikwijls weer de vrucht, het resultaat van ‘leven onder de wet’. Van jezelf van alles eisen en wat doe je dan vervolgens …?! Ook bij je kinderen ga je dat doen, daarbij doe je exact hetzelfde. Van hen ga je ook weer dingen eisen. Je gaat ze belasten en ze worden er moedeloos van, gedemotiveerd. Het is heel anders als je je kinderen in diezelfde genade laat wandelen, waar jij ook in mag wandelen. Gewoon omdat het je kinderen zijn. Je behandelt ze ook als kinderen. Je stimuleert ze en je vertelt ze van de God, Die het allemaal tot een goed einde brengt. 25

Dat geldt ook voor pubers. Je kunt natuurlijk zeggen: ‘O, het is vreselijk, want hij, of zij, zit zó tegen de dingen te schoppen.’ Nou, dank God ervoor dat je kind dat doet, want weet je wat het is?! Er wordt wel eens een keer geprotesteerd door kinderen, en ouders klagen daar dan over, hè. Over het feit dat ze dingen van het Woord aan hun kinderen hebben doorgegeven, en dan komt er een periode in de puberteit. En ja, dat is wat ‘puberteit’ toch is – althans, voor het merendeel van degenen die in die leeftijdsfase zitten – ; die kinderen gaan dan protesteren, die gaan schoppen. Is dat negatief? Ik zeg: Nee, het is een reden om te danken ! Want wat zo’n kind doet, is ook uittesten wat de waarde is van dat wat ze altijd hebben doorgekregen. Er is maar één manier om erachter te komen hoe stevig een ‘poot van de tafel’ is, en dat is door er een ‘goeie trap’ tegen te geven. O, ik zeg “de enige manier”, maar het is in ieder geval ‘een manier’. Zo test je iets. Is het stevig? Nou, schop er maar eens tegen ... En dat geldt dus óók voor de dingen die we doorgeven. Wees blij dat ze kritische vragen stellen. Oké, het komt er wat onbeholpen uit. Nou én? Geef ze gewoon de ruimte. God is goed, Hij geeft als Vader jou óók de ruimte. Kijk, dat is nou leven in genade ... ook al gooien ze de handdoek in de ring. Dan kun je tegen je kinderen zeggen: ‘Je kan het vaarwel zeggen, maar God is tóch jouw Redder. Al doe je het nu nog niet, jij gaat ook een keer je knieën buigen; je zult Hem leren kennen.’ Je zegt niet: ‘Mijn kind gelooft niet’, maar: ‘Mijn kind gelooft nóg niet’. Hoe dan ook, het komt tot de erkenning van God. Dat is niet omdat jij aan het langste eind trekt, maar God Zelf trekt aan het langste eind. Hij is GOD, en het zijn Zijn creaturen. Je mag ze liefhebben, ongelimiteerd en onvoorwaardelijk, zoals God ook jou onvoorwaardelijk liefheeft. We zijn Zijn creatie, zo simpel is het! 26

Nou, vaders prikkelt uw kinderen niet? Ja, je kunt ze wel op een positieve manier prikkelen door ze te stimuleren. Maar prikkelen in de zin van eisen stellen waaraan ze niet kunnen voldoen, zodat ze moedeloos worden?! Dat is dus het contrast met vers 17; dat je dankzegt in alles. Dus het idee is hier ook weer, dat als je als vader een geschikte vader wordt, als je elke dag God, de Vader, dankende leeft. Nee, dan hoef je niet ‘je best te doen’, daar gaat het niet om. Je wórdt geschikt. God is de grote Schikker en Hij maakt je ook geschikt. Hij geeft je die genade, dankbaarheid en vreugde, en dat verandert je. Het idee is dus niet zozeer dat ‘wij dingen doen’. Het idee is: er gaan dingen mét ons gebeuren, in onze houding van binnenuit, omdat Híj met ons bezig is. Van binnenuit veranderd En dan komen we bij vers 22: “Gij dienstknechten (NBG: slaven), weest in alles gehoorzaam aan uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.” Nu lijkt het of we eigenlijk een beetje buiten de sfeer van het huis terechtgekomen zijn, maar het is maar de hoe ruim je het neemt. In Bijbelse zin worden daar dikwijls ook de maatschappelijke verhoudingen bij bepaald. Heren en slaven, dat was allemaal nog in het huis. Een slaaf maakte ook deel uit van het huis van de heer. Wij kennen het fenomeen ‘slavernij’ niet meer, en daar kunnen we dankbaar voor zijn. Maar het gekke is, Paulus doet geen oproep om acties te gaan ondernemen om slavernij af te schaffen. Nee, niet slavernij wordt afgeschaft, de slaaf wordt veranderd, heel persoonlijk. 27

De wereld wordt sowieso in deze tijd niet veranderd of verbeterd, dat is Gods programma op dit moment helemaal niet. De slaaf wordt van binnenuit veranderd. “Slaven, gehoorzaamt uw heer”, dat wil zeggen: neem je plaats in als slaaf, schik je. Hier staat “slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren.” In Titus 2 worden daar prachtige dingen over gezegd. Daar gaat het erover dat een slaaf een geweldige gelegenheid heeft. Juist als hij geminacht wordt, en een heer heeft die voor geen meter deugt en die onbillijk is in de eisen die hij stelt. Dan staat er letterlijk vanuit de grondtekst: “… dat zij de leer van God onze Redder, zouden versieren in alles ”. Tit.2:9 Tot sieraad strekken “want”, staat erbij in Titus 2 vers 11, “de genade Gods is reddend verschenen aan alle mensen”. Een steeds groter besef van genade Er staat in vers 23: “En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere, en niet voor de mensen.” In een meer letterlijke vertaling staat daar: “… werkt vanuit jullie ziel …”. Wij zeggen dat ook, hè: “met hart en ziel”. Een werknemer is geen lijfeigene natuurlijk, de verhouding is minder stringent, vele malen losser. Maar er is eveneens sprake van een zekere gezagsverhouding. Je werkgever is je meerdere, hij kan jou dingen opdragen. Als werknemer kun je ook geminacht worden. Je kunt als ‘een nummer’ behandeld worden en, ja, wat doe je dan? Ben je dan iemand die God dankt dat Híj jouw leven beschikt? Dank je omdat Hij voor je zorgt? Dat maakt je geschikt en leert je ook schikken. 28

Het geeft je vreugde en je leert je plaats innemen als slaaf tegenover de Heer, in eenvoud van het hart, in de vreze van Hem. Want ach, die menselijke heer of baas is natuurlijk niet de echte baas. De grote Baas, Die is daar boven. Hij zorgt voor mij en als mij onrecht aangedaan wordt? Het zij zo. Als voor de Heer, en niet voor mensen … Ook als je onrecht ontmoet, als je onbillijkheid wordt aangedaan; doe je werk niet voor die mensen maar gewoon voor Hem. Zie je dat het gezichtspunt álles verandert? De omstandigheden zijn exact dezelfde, met je collega’s die zitten te foeteren en te protesteren en te klagen. En jij weet: er is er Eén en Hij beschikt alles. En dat je zó in dankzegging in het leven mag staan. Ik hoop dat, als ik deze dingen vertel, ik maar niet ‘een mooi ideaal’ schilder. Zo van: ‘Wat zou dat mooi zijn. Wat een “mooie theorie” zeg, die je daar verteld hebt.’ Dan haal je niet het rendement uit het Woord. Ik bedoel: dat Woord is zó geweldig, krachtig, het gééft genade. Leer zo ook te leven in dankzegging, want dat is de sleutel tot een steeds groter besef van genade. En het is ook de sleutel voor prachtige vreugde in het leven, altijd! ‘Hoe bedoel je?’ Nou, gewoon zoals ik het zeg: altijd. Als je het niet geloven wil, lees het maar eens een keertje na in deze brief aan de Kolossenzen, of in de Filippenzen-brief. “Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!”, schrijft Paulus vanuit de gevangenis, terwijl hem groot onrecht was aangedaan. Fil.4:4 [NBG] Als er één voorbeeld is, waarbij deze hele boodschap van genade óók in zijn leven tot uitdrukking kwam, dan was híj het. Een man die overliep van vreugde, terwijl hij in de gevangenis zat! 29

Perspectief Wat een schik, en wat máákt het geschikt. “Al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere, en niet voor de mensen.” En dan vers 24: “Wetende, dat gij van de Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus.” Hij is degene van Wie jij bent. Hij zorgt voor je en Hij geeft je wat je nodig hebt. En wat je nu tekort komt? Je wordt onderbetaald …?! Ach, er is een Heer die de omstandigheden kent, en Hij zal álles rijkelijk compenseren. Kijk, en dat is het perspectief. Dat zijn de verhoudingen waar wij de dingen in mogen zien, geweldig! Ik vind het geweldig wat genade zo uitwerkt. Houd op met dat praten over ‘huiselijke plichten’, dit is vreugde! Dit is genade als je zó in die rol, die God jou toebedeelt, mag staan als slaaf van Hem! Wetmatigheid Vers 25: “Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming (NBG: aanzien) des persoons.” Het idee hier is: onrecht zal je ook altijd weer terug ontmoeten, dat geldt zo in het algemeen. Het is geen kwestie van ‘boontje komt om zijn loontje’, maar het is wel een kwestie van wetmatigheid. Wat een mens zaait, dat zal die ook oogsten. Wie onrecht doet, zal zijn onrecht dan ook weer terug ontvangen. Denk nou niet van: ‘Ja, maar ik ben een gelovige, dus ik kan lekker onrecht doen.’ Denk nou niet dat je daar beter van wordt – of rijker of gelukkiger – dat is niet zo. Zo werkt het niet, en er is ook geen aanzien des persoons, het is gewoon een wetmatigheid. 30

Hoe genade Zijn werk doet En dan dat laatste vers, dat hoorde er ook nog bij (maar dat is inmiddels dan van ‘hoofdstuk 4’): “Gij heren …”. En dan hebben we echt alle verhoudingen die Paulus hier ter sprake brengt aan de orde gesteld: vrouwen, mannen, kinderen, vaders (in de Efeze-brief worden trouwens ook de moeders er nog bij betrokken) slaven en heren. “… doet uw dienstknechten (NBG: slaven) recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen”. Kol.4:1 [SV1977] Al die verhoudingen, of het nou een positie is van gezag en leidinggeven, of juist onder leiding staan; daar waar je aangesloten bent op de krachtbron, ga je dàt doen waarvoor je bestemd bent. Een koelkast die produceert kou en een elektrische verwarming produceert warmte. Gewoon, je doet dàt, waarvoor je gemaakt bent. De NBG-vertaling geeft het volgende aan: “Heren, betracht (…) recht en billijkheid …”. Dat wil zeggen: doe gewoon wat recht is. Ook hier zie je weer: die heer kan, omdat hij God dankt in alles, een goede heer zijn. Waarom? Wel, hij kent een HEER met allemaal hoofdletters, die werkelijk Heer is. En zo kan hij ook, omdat hij die dankzegging in z’n hart heeft, degenen die onder hem gesteld zijn recht behandelen. Dit illustreert, en daarmee wil ik afsluiten, zo grandioos! Zo’n gedeelte, wat altijd in een wettische sfeer is getrokken, illustreert juist hoe genade Zijn werk doet in ons leven. Het heeft impact, het maakt stralend, het geeft vreugde, het geeft je schik en het maakt je geschikt. En dat is de genade waar Paulus in deze brieven, en in heel zijn bediening, over spreekt. Over die grote genade van God, die ook wij mogen versieren in alles! 31

32

goedbericht.nl GoedBericht wijst op de ene GOD, Die alles beschikt en bij Wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen. Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen! Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. Bron lezing: Piet, A. (2012). Geschikt voor in Huis. GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/geschikt-voor-in-huis/ In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (de publicaties zijn ook OM NIET als uitgave op papier verkrijgbaar) evangelieomniet.nl 33

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
Home


You need flash player to view this online publication