magazine BIG Editie 18 BIG nov. 2023 in Pipelines De Omgevingswet Pipeliner Nick Oude Vrielink Porthos: op weg naar CO2-opslag Who’s next? Aanvulzand bij Hoogspanningskabels Sleufloze technieken
COLUMN De rol van de overheid bij buisleidingen Han Admiraal - Voorzitter BIG Ik kan me nog herinneren hoe destijds het kwaliteitsdenken zijn entree maakte bij de overheid. Alles werd ineens kwaliteit. Hierdoor ontstond een nieuw containerbegrip, waardoor we al heel snel de inhoud kwijtraakten. Met duurzaamheid gebeurt hetzelfde als we niet uitkijken. Alles is inmiddels duurzaam of moet duurzaam zijn. Daar komt bij dat we in het Nederlands alleen het woord ‘duurzaam’ hebben, waar in het Engels gesproken wordt over ‘durability’ en ‘sustainability’. Het laatste is waar duurzaam met name over moet gaan: over de vraag wat wij nú kunnen doen om de toekomst van komende generaties veilig te stellen. Als het aan de Europese Unie ligt, doen we dat zeker niet langer vrijblijvend. De ESG’s komen eraan, waarbij ESG staat voor Environment – Social – Governance. Het zijn drie maatstaven die al langer door investeerders worden gebruikt om bedrijven de maat te nemen. Maar nu gaat ook de EU verplichten om over de ESG’s te rapporteren in jaarverslagen. Het is een verplichting die met name grote bedrijven zal treffen. Maar er zit wel een addertje onder het gras. De EU-Taxonomie wil de waardeketens zichtbaar maken. Dat betekent dat niet alleen grote bedrijven langs de ESG-maatlat gelegd gaan worden, maar onder andere ook al hun leveranciers, onderaannemers en adviseurs. Daarmee wordt duurzaamheid ineens een stuk minder vrijblijvend. Dat kan overigens zeker geen kwaad en kan ook positieve effecten hebben. Welke ondernemer durft op dit moment de stap te zetten naar volledig elektrisch? De investering die nodig is om dit te doen is groot en de vraag blijft hoe snel je dit kan terugverdienen. Daarnaast krijg je natuurlijk een vreemde marktsituatie als niet alle bedrijven meegaan in die ontwikkeling. Dus enige regulering, in ieder geval via de ESG, is dan wel op zijn plaats. Onlangs was ik op een bijeenkomst in Den Haag met een twintigtal vertegenwoordigers van de buisleidingensector en ambtenaren van drie departementen; Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kernvraag was: wat is de rol van de overheid bij buisleidingen? Een boeiende vraag die ook veel losmaakte bij iedereen. Het werd duidelijk dat de overheid in Nederland de buisleidingen aan het herontdekken is. Het vraagt alleen wel om kennis op dit gebied. Bemoedigend is dat Pipeliner voornemens is binnenkort een seminar te organiseren voor ambtenaren om hun die kennis aan te bieden. Wat ook duidelijk werd, is dat we voorlopig niet verder kijken dan de klassieke aanpak van buisleidingen. Dat is al complex genoeg. Misschien kan de overheid wel iets doen aan die complexiteit enerzijds en anderzijds de regie pakken om duurzaamheid een kans te geven. Hoe ze dat kunnen gaan doen? Daar moeten we binnen het BIG in samenspraak met de overheid maar eens een dialoog over starten. 2
Foto: Carel Kramer Fotografie De Omgevingswet zorgt voor snelheid en overzicht voor alle partijen In Nederland werken we hard aan de missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Dat vereist een goede energie-infrastructuur en het integreren van schone vormen van opwekking, opslag en transport van energie in onze beperkte ruimte. Door de decentralisatie van energie komen belangen van overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties op gebiedsniveau steeds nadrukkelijker samen. Dat maakt projecten in de pijpleidingenbranche complexer en vraagt om betere wet- en regelgeving, zoals vergunningen. Ymke van Atteveld, Vergunningmanager bij Arcadis Nederland, kijkt uit naar de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. “We moeten verder met ons land!” SVB Sinds 2012 is er een overheidsbesluit Structuurvisie Buisleidingen (SVB). In dit besluit is vastgelegd welke strook grond in Nederland is gereserveerd voor ondergrondse buisleidingen van nationaal belang en voor transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van bijvoorbeeld aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provincie- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. De SVB geeft een hoofdstructuur van verbindingen aan waarvan de ruimte moet worden vrijgehouden. Belemmeringen Ymke: “Die SVB-strook is heel helder vastgelegd op een kaart van Nederland. Dit werkt in principe heel prima voor degenen die daar vanuit hun werk bekend mee zijn, zoals aannemers, ingenieursbureaus of vergunningverstrekkers. Het is overzichtelijk en je ziet snel om welke ruimte het gaat. Er zijn wel een aantal tekortkomingen. De belangrijkste is dat de SVB een visie is waarmee het Rijk ruimte reserveert voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in ondergrondse buisleidingen. Dat houdt in dat een heel groot deel van de ondergrondse infrastructuur, zoals elektriciteitskabels, hier niet onder vallen, want dat zijn kabels en geen buisleidingen. Omdat we in Nederland steeds meer overstappen van gas op elektriciteit, wordt dit probleem steeds groter. De opvolger van de SVB zal er een ruimere invulling aan geven, wat bevorderlijk is voor het doelmatig gebruik van de gereserveerde gronden. Daarnaast merk ik regelmatig dat gemeenten, die volgens dit overheidsbesluit moeten handhaven, niet goed op de hoogte zijn hiervan en wat de impact is op het gebruik van de openbare ruimte. De SVB is in het leven geroepen om projecten van nationaal belang met betrekking tot energievoorziening niet te remmen, maar als betrokken partijen niet goed op de hoogte zijn, kan dat wel zorgen voor vertraging. Bovendien wordt er regelmatig nog afgeweken van de SVB-strook, bijvoorbeeld omdat er al gebouwd is op de gereserveerde ruimte. In dat geval kan er wel een aanvraag ingediend worden om het bestemmingsplan te wijzigen, maar ook dit belemmert de snelheid van projecten.” De Omgevingswet De Omgevingswet werd in 2016 in het leven geroepen. Deze wet moet het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving op lokaal niveau bevorderen. 3
Ymke van Atteveld Ymke van Atteveld, werkt sinds eind 2019 bij Arcadis Nederland, officieel als Vergunningmanager, maar zelf noemt zij zich het liefst adviseur Vergunningen. Door haar juridische achtergrond en haar jarenlange ervaring bij Gasunie is Ymke inmiddels expert op dit gebied en adviseert zij bij grote complexe vergunningstrajecten met betrekking tot de ondergrond. Dit betekent dat er andere regels gaan gelden voor bouwwerken, gebiedsontwikkeling en vergunningen. Ymke: “In feite regelt deze Omgevingswet alles voor het beschermen en benutten van de openbare ruimte waarin we wonen en werken. De wet bundelt alle omgeving gerelateerde wetten en regels en maakt onder andere hierdoor de regels inzichtelijker voor burgers. Voor professionele partijen ontstaat er ruimte voor een strategische aanpak met betrekking tot de vergunningsaanvragen. Het doel is om versnippering van verschillende wetten voor ruimtelijke ordening tegen te gaan. Met behulp van één digitaal loket zou het gemakkelijker moeten worden om ruimtelijke projecten te starten.” ‘Structuurvisie’ wordt ‘Programma’ De Omgevingswet is opgesteld in 2016, maar de invoering is al een aantal keer uitgesteld. Als alles volgens planning gaat, treedt de nieuwe wet 1 januari 2024 inwerking. Het uitgangspunt voor het opstellen van de Omgevingswet was niet het faciliteren van de energietransitie, maar inmiddels is ook de regelgeving met betrekking tot energietransport erin opgenomen. Met de invoering van de Omgevingswet worden nieuwe beleidsinstrumenten geïntroduceerd. Eén voorbeeld hiervan is het Programma Energiehoofdstructuur (PEH), de opvolger van de Structuurvisie Buisleidingen (SVB). PEH Figuur: Delta Rhine Corridor Het Programma Energiehoofdstructuur vervangt en actualiseert dus de inhoud van de bestaande Structuurvisie Buisleidingen. Naast het feit dat de naam verandert, zijn er ook inhoudelijk enkele wijzigingen. In het PEH speelt de energietransitie een grotere rol dan in de SVB. Zo wordt in het PEH gesproken over de ‘ondergrondse infrastructuur’ in plaats van ‘buisleidingen’. Dit betekent dat het PEH een veel grotere reikwijdte heeft. Daarnaast wordt meer gekeken naar de hele nationale infrastructuur met betrekking tot alle energiebronnen. Dus niet alleen naar de bestaande energiebronnen zoals gas, maar ook naar wind- en zonne-energie. Ga voor meer informatie over PEH en de Omgevingswet naar: www.iplo.nl www.rvo.nl www.rijksoverheid.nl www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl Wijzigingen in energietransport Mede door de gascrisis vorig jaar zijn een aantal ontwikkelingen met betrekking tot de energietransitie in een sneltreinvaart gekomen. Zo is het verbruik en dus ook het transport van aardgas afgenomen en het verbruik van elektriciteit toegenomen. Energie uit wind en zon kan op veel verschillende plekken worden opgewekt. Ook waterstof wordt belangrijker. De productie van hernieuwbare energie is weersafhankelijk en kent dus meer schommelingen dan bij fossiele 4
energiebronnen. Overschotten moeten worden opgeslagen in batterijen of omgezet worden naar waterstof. En als er geen wind of zon is, zullen centrales op bijvoorbeeld groene waterstof moeten bijspringen. Hier is goede infrastructuur voor nodig, het vraagt ruimte voor kabels, leidingen, batterijen en duurzame energiecentrales. In de SVB uit 2012 is uiteraard al rekening gehouden met de energietransitie, maar in het PEH wordt uitgebreider gekeken naar hoe er nog meer ruimte kan komen voor deze ontwikkelingen en hoe procedures hierin eenvoudiger kunnen. Burgerparticipatie Ymke vertelt wat volgens haar andere wijzigingen zijn in de Omgevingswet ten opzichte van huidige wet- en regelgeving. “Kijk, vergunningen blijven vergunningen. Sommige gebieden waar je voorheen een vergunning voor moest hebben, zijn nu niet ineens vergunningsvrij. Wel is het uitgangspunt voor procedure anders en gaat naar “regulier, tenzij” dit zou moeten leiden tot versnelling van de procedures. En er zijn ook meer vergunningen aangemerkt als meldingen. Dit gaat bijvoorbeeld over graven op dieptes zonder risico. Hier moet je nog wel aantonen wat de impact is, maar er is geen vergunning nodig. Dit soort dingen versnellen de procedures echt. Dat is fijn. De toevoeging van burgerparticipatie is een andere grote verandering. In de Omgevingswet is opgenomen dat de initiatiefnemer van een project verplicht invulling moet geven aan burgerparticipatie. Dat is heel goed. Alleen voorzie ik hier wel wat moeilijkheden, want de verantwoordelijkheid van de invulling wordt bij de vergunningsaanvrager gelegd. Dit kan tot gevolg hebben dat partijen het niet eens zijn over de manier waarop burgerparticipatie is vormgegeven en dan zal de aanvraag voor de rechter verschijnen. Wat betekent dat de procedure toch weer langer zal duren.” Kaart van Nederland Een andere onzekerheid ziet Ymke in het feit dat het systeem zo is ingericht dat je op de kaart van Nederland per plek kunt kijken wat de vergunning status is. “Dat is heel handig als een burger wil zien wat de regels zijn in diens straat of tuin, maar als ik een traject van enkele honderden kilometers moet bekijken dan kan ik dat nu in een bestemmingsplan in één overzicht zien. In de voorbeelden van de omgevingsplannen die nu op ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar zijn, wordt er niet met een kleuren legenda gewerkt en is het lastiger te beoordelen. Ik hoop heel erg dat ze daarvoor toch kiezen om aan te sluiten bij de huidige legenda indeling van een bestemmingsplan. Want voor professionals is overzicht van een heel tracé noodzakelijk. Wij hebben er niets aan om slechts op één plek de status te kunnen bekijken.” Transparantie Ymke heeft vertrouwen in de Omgevingswet en het PEH, ondanks enige onzekerheid. “Ik hoop dat de inwerkingtreding echt per 1 januari 2024 ingaat want we hebben in Nederland veel behoefte om door te gaan. De nieuwe wet is een kans om de besluitvorming te versnellen door de overheid meer ruimte te geven, daar ben ik persoonlijk blij mee. Op deze manier beperken we het aantal overheidspartijen die ergens over mee moeten beslissen. Soms is het gewoon effectiever als de Rijksoverheid beslissingen neemt, zolang er maar goede inhoudelijke advisering, onderbouwing én voldoende transparantie is. Daar heb ik wel vertrouwen in.” We moeten door Ymke vervolgt: “Als de wet ingevoerd is, zullen er vast nog wel zaken zijn die niet goed werken, maar dat heb je altijd. Een wet is altijd in ontwikkeling. Er zullen kinderziektes zijn, maar die kun je er binnen een jaar of 5 met een herziening weer uithalen. Dus ik vind dat we er maar mee moeten gaan werken, bouwend en ontwikkelend Nederland heeft behoefte aan duidelijkheid. Er zijn al zoveel projecten in voorbereiding die al volgens de eisen en voorwaarden van de nieuwe wet zijn voorbereid. Als er nu weer uitstel zou komen, moeten deze weer allemaal herschreven worden en dat kost enorm veel tijd en geld. Ik ben zelf betrokken bij de Delta Rhine Corridor waarbij de aanleg van gelijktijdig meerdere buisleidingen en gelijkstroomkabels wordt onderzocht. De verkenning en de kennisgeving hiervan zijn al gedaan volgens de Omgevingswet. Als deze niet ingevoerd wordt volgend jaar, moeten we alles weer omzetten naar de huidige wetgeving en dat zou veel onnodig werk en kosten met zich meebrengen. De wet moet nu ingevoerd worden: anders komen er zoveel vertragingen, dan zet je heel Nederland op slot. En dat is niet goed: we moeten door!” 5 Foto: GW Leidingtechniek BV
Porthos: op weg naar CO2-opslag Ga voor meer informatie naar: www.porthosco2.nl www.denys.com www.upagroup.nl Foto: TAQA
Het is een duidelijke opgave: tegen 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn, en daarvoor moet de uitstoot van broeikasgassen drastisch omlaag. Een van de voornaamste broeikasgassen is koolstofdioxide (CO2). In het Nederlandse klimaatakkoord is daarom nadrukkelijk gekozen voor afvang, transport en opslag van CO2, bekend als CCS (Carbon Capture and Storage). Porthos, een project waarbij CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven wordt getransporteerd en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee, is hiervan een mooi voorbeeld. Porthos heeft in oktober 2023 de definitieve investeringsbeslissing (FID) genomen. De bouw start in januari 2024, dus er worden nu allerlei voorbereidingen getroffen. Zo worden de buizen voor de onshoreleiding geleverd en de laatste vergunningenprocedures afgerond. Erwin van der Neut van Amsterdam Engineering (AE) en Bas Bothof, Ramon Grotens en Marc van Lith van Rotterdam Engineering (RE) werkten vanuit moederbedrijf Universal Pipeline Association (UPA) aan Porthos. Ze deden dit in opdracht van en in samenwerking met Denys, de aannemer voor de onshoreleiding van Porthos. Voor een deel van de industrie is CCS op dit moment de snelste manier om CO2-uitstoot substantieel te reduceren tegen relatief lage kosten. Met CCS kan de industrie de impact van hun productie op korte termijn verminderen én gelijktijdig werken aan innovaties van hun productieprocessen. Een mooi voorbeeld hiervan is Porthos: Port of Rotterdam CO2 Transport Hub and Offshore Storage. Dit initiatief gaat vanaf 2026 CO2 van de industrie in het Rotterdamse havengebied transporteren en opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee. “Het transporteren en verpompen van CO2 is niet nieuw, maar een project als dit was voor het havengebied, het bouwteam en voor ons wel een primeur”, stelt Bas Bothof, tekenaar/constructeur bij Rotterdam Engineering. Porthos is een samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN. Deze staatsdeelnemingen spelen een belangrijke rol in het Nederlandse energielandschap. Zij willen een actieve bijdrage leveren aan de vermindering van de CO2-uitstoot in Nederland en een actieve rol spelen in de energietransitie. Binnen Porthos brengen zij hun eigen ervaring en expertise in: Havenbedrijf Rotterdam vanuit de lokale situatie en markt, Gasunie met de ervaring van gasinfrastructuur en -transport, EBN met haar deskundigheid op het gebied van de diepe ondergrond en offshore infrastructuur. Regionale bijdrage Zo’n 14% van de Nederlandse CO2-uitstoot vindt plaats in het Rotterdamse havengebied. Het is daarom belangrijk dat deze regio bijdraagt aan de nationale klimaatdoelen. Bedrijven die de transitie naar biobased, hernieuwbare of circulaire cycli nog niet gemaakt hebben, kunnen door Porthos toch hun CO2-uitstoot verminderen. Dat betekent dat er een bijdrage kan worden geleverd aan de klimaatdoelstellingen en de energietransitie in Nederland, ook wanneer de alternatieven nog in onvoldoende mate beschikbaar of ontwikkeld zijn. Engineeringsuitdagingen De Porthos-transportleiding waarin de CO2 op land vervoerd wordt, is een stalen pijpleiding met een diameter van 42” en bijna 30 kilometer lang. De leiding wordt grotendeels geïnstalleerd in de bestaande leidingstrook langs de A15 via Botlek-Vondelingenplaat tot aan de Maasvlakte. De CO2 wordt vanaf hier via het te bouwen compressorstation per geïsoleerde 16” grotendeels offshore hogedrukpijpleiding naar een platform in de Noordzee getransporteerd, circa 20 kilometer uit de kust. Vanaf het platform wordt de CO2 in een bestaand leeg gasveld geïnjecteerd. Porthos contacteerde Denys voor de engineering en de aanleg van de transportleiding op land. In het bouwteam met meerdere partners ondersteunde Rotterdam Engineering Denys in de engineeringsfase van het project. BIG NXT30 7
Formeel is Rotterdam Engineering in dit project onderaannemer van Denys, waarbij zij tijdens de engineeringsfase hebben samengewerkt als projectpartners. “De omvang van de Porthos-leiding is niet nieuw, en het aanleggen van een leiding in het havengebied ook niet. De combinatie van de omvang van het project in dit specifieke gebied zorgt er echter voor dat alle engineersuitdagingen voorbijkomen”, vertelt Ramon Grotens, projectleider bij Rotterdam Engineering. “De Rotterdamse haven, het grootste industriegebied van Nederland, is een zeer complexe omgeving. Zowel bovengronds met allerlei fabrieken en industrieën, maar zeker ook ondergronds vanwege alle leidingen die er liggen. Daarnaast moeten we uiteraard rekening houden met alle stakeholders en vergunningverleners. Het is een behoorlijke uitdaging om dat allemaal ingepast te krijgen. Maar uit het mooie samenspel tussen Porthos, de uitvoeringskennis van Denys en de engineeringsexpertise van de UPA-Group kwamen mooie oplossingen.” Invoerstations Via de verzamelleiding in het Rotterdamse havengebied leveren bedrijven de door hen afgevangen CO2 aan. De Porthos infrastructuur wordt opgezet als een open access en non-discriminatoir systeem. “Het is dus geen rechte leiding met een begin- en eindpunt: er zijn 11 invoerstations waar bedrijven de door hen afgevangen CO2 leveren aan de Porthos-transportleiding. Elk station is anders, dat is een enorm puzzelwerk”, vertelt Erwin van der Neut, engineer bij Amsterdam Engineering. “Dat is in die omgeving gigantisch complex. In het havengebied is een hele tunnelconstructie waar ons project dwars doorheen loopt. Daarmee rekening houden is een ontzettend interessante uitdaging”, vult Bas aan. Samenwerking De complexiteit van de omgeving en de omvang van het project zorgen ook voor uitdagingen op coördinerend niveau. “Voor een gigantisch project als Porthos is het belangrijk om het op te knippen in deelprojecten zodat het voor alle partners die eraan werken behapbaar is. Niet alleen Amsterdam Engineering, maar ook Ede-Wageningen Engineering en Ingenieurs op Zuid (onderdeel van de UPA-Group) hebben meegeholpen om dat voor elkaar te krijgen. We zijn erg trots op alle medewerkers die keihard hun best hebben gedaan voor dit project. Daarnaast is het mooi om te zien dat alle betrokkenen niet alleen worden uitgedaagd, maar er ook veel plezier aan beleven”, vertelt Marc van Lith, projectmanager bij Rotterdam Engineering. Ramon beaamt dit: “Vanuit Rotterdam Engineering ben ik een bepaalde werkwijze gewend, maar de samenwerking met andere werkmaatschappijen binnen de UPA-group, en zeker ook de andere partijen uit het bouwteam, maakt dat je door andere inzichten soms wel uitgedaagd wordt om uit je comfortzone te stappen. Dat inspireert.” Erwin: “Uiteindelijk zijn we allemaal collega’s, maar zitten we verspreid door het land. Het is dan een drempel om elkaar op te zoeken. Maar door samen te werken aan zo’n project verdwijnt die drempel.” “We werken op het project Porthos met een team van tien tekenaar-constructeurs verspreid over de vier verschillende bureaus binnen de UPA-Group. Ik heb nog niet eerder met zo’n groot tekenteam gewerkt. Het is dan wel belangrijk om met kaders te werken, anders krijg je tien verschillende resultaten. Door bijvoorbeeld templates of werkwijzen uit te schrijven ontstaat een synergie die leidt tot een uniform eindresultaat. Daarnaast is er qua tekenwerk ook het een en ander geautomatiseerd door middel van GIS data, dat is een mooie ontwikkeling. Maar mijn persoonlijke streven was dat we allemaal aan dezelfde tekening konden werken, en dat is gelukt”, vertelt Bas trots. Naast de inzet van de verschillende werkmaatschappijen van de UPA-Group zijn ook teams van Bilfinger Tebodin ingezet in het projectteam, evenals specifieke kennis vanuit Witteveen+Bos. De integratie van medewerkers van Bilfinger Tebodin en Witteveen+Bos in het projectteam was een mooie manier om de slagkracht te vergroten voor deze uitdagende klus en kennis onderling te delen. Daarnaast is ook de samenwerking met het Denys projectmanagementteam als gespecialiseerde partij voor de uitvoering én het directe en veelvuldige contact met het Porthos projectmanagementteam van groot belang voor een afgewogen en tijdig besluitvormingsproces tijdens de engineering. Zeker gezien de omvang van het project en de 88
Ramon Grotens beperkte tijd voor de detailengineering (ca. 3/4 jaar), voor ruim 30 km tracé door een gebied dat zeer intensief wordt ‘gebruikt’. Een mooi voorbeeld Naast CCS wordt ook gekeken naar mogelijkheden om CO2 nuttig te hergebruiken, oftewel CCUS (Carbon Capture, Usage and Storage). Een kleine hoeveelheid CO2 van de Rotterdamse industrie wordt al gebruikt door glastuinbouw in Zuid-Holland om planten sneller te laten groeien. Porthos is uitverkocht en richt zich op permanente opslag van CO2. Maar er zijn nieuwe CCS-projecten in ontwikkeling die hergebruik in de toekomst wellicht mogelijk maken. CCUS zou hiermee sneller toepasbaar zijn dan bijvoorbeeld de elektrificatie van industriële processen of het inzetten van ‘groene’ waterstof als energiebron. Ook is CCUS goedkoper dan bijvoorbeeld woningen gasvrij maken of elektrisch rijden. “Het transporteren van CO2 naar een voormalig gasveld is nieuw. Daardoor wordt dit Porthos-project door veel partijen gevolgd, zowel in Nederland als internationaal. Het kan een mooi voorbeeld zijn voor andere plekken en landen”, zegt Erwin. Elders in de wereld is al meer dan 20 jaar ervaring met CCS. Wat Porthos vooral bijzonder maakt is dat het één van de eerste CCUS-projecten is die zich richt op de opslag van CO2 van meerdere bedrijven en daarbij een open accessbenadering hanteert. Het systeem wordt opgezet als een soort nutsinfrastructuur en kan door verschillende bedrijven worden gebruikt. Hierdoor zijn er flinke kostenvoordelen te behalen ten opzichte van opzichzelfstaande projecten. In december 2021 hebben Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell de definitieve contracten met Porthos getekend voor transport en opslag van CO2. De bedrijven gaan vanaf 2026 samen jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van hun installaties in Rotterdam afvangen en aanleveren aan de Porthosinfrastructuur. In totaal wordt er in 15 jaar tijd circa 37 Mton CO2 opgeslagen. Porthos heeft in oktober de definitieve investeringsbeslissing genomen. In 2024 start in Rotterdam de bouw van het eerste grote systeem voor CO2-transport en -opslag in Nederland. Het systeem is naar verwachting in 2026 operationeel. Ramon is al ruim 12 jaar werkzaam bij Rotterdam Engineering, waar hij de rol vervult van projectleider. Porthos voert hij uit als technisch projectleider. De laatste jaren heeft hij veel projecten gedaan in het Rotterdamse havengebied, wat hij beschouwt als zijn achtertuin. Bas Bothof Ook Bas is werkzaam bij Rotterdam Engineering, als tekenaar/ constructeur. Binnen Porthos houdt hij zich bezig met alles wat gaat over CAD- en GIS-data. Op dit gebied is hij de schakel tussen het technisch team, klant en tekenteam. Erwin van der Neut Erwin is sinds zeven jaar werkzaam als engineer bij Amsterdam Engineering, waar zijn primaire taken liggen op technisch vlak. Op dit moment is hij lead engineer op ongeveer de helft van de transportleidingen. Voorheen hadden zijn werkzaamheden vooral betrekking op warmteleidingen, Porthos is voor hem het eerste project wat betreft CO2-leidingen. Marc van Lith Is ruim tien jaar werkzaam bij Rotterdam Engineering en ondertussen net verhuisd naar de moedermaatschappij, UPA (Universal Pipeline Association). Binnen Rotterdam Engineering werkt hij als projectmanager voor Porthos, met name in de engineeringsfase waarin hij verantwoordelijk was voor het aansturen van het team. BIG NXT30 9 9
PIPELINER Optimalisatie van aanvulzand bij ondergrondse hoogspanningskabels Foto: Kenneth Grypdon Een belangrijk onderdeel van de Europese klimaatwet is de energietransitie. Om de klimaatdoelstellingen te halen, spelen de transmissiebeheerders van hoogspanningsverbindingen een cruciale rol. Het creëren van ruimte voor de groei van ons elektriciteitsnet is essentieel voor de energietransitie, wat resulteert in een grote toename van ondergrondse hoogspanningskabels. Om de warmte die deze kabels genereren te kunnen afvoeren is aanvulzand nodig met een hoge thermische geleidbaarheid. De bestaande ondergrond heeft vaak een te lage thermische geleidbaarheid om alle warmte af te kunnen voeren, waardoor grondverbetering nodig is. In Nederland en België zijn maar enkele zandgroeves die het juiste aanvulzand mogen leveren, wat leidt tot hoge aankoopprijzen en een flinke milieu-impact door de vele transporten. Kenneth Grypdon onderzocht een goedkoper en duurzamer alternatief voor het aanvulzand in zijn Master of Pipeline Technology thesis. Hunkering naar kennis Na twee eerdere masters zwoer Kenneth om zich nooit meer aan een masterstudie te wagen. Tot de Master of Pipeline Technology op zijn pad kwam. Vanuit een ‘onverzadigbare hunkering naar kennis en hoop om die te stillen’ besloot hij zich er toch aan te wagen. Zijn onderzoeksvraag ontstond na verschillende brainstormsessies met professoren van Universiteit Gent en begeleiders van Avans+. Daarnaast speelden ook zijn eigen inzichten mee, die hij opdeed in zijn rol bij Denys als assistent-projectleider voor een project van TenneT, de organisatie die het Nederlandse hoogspanningsnet beheert. In dit project vormde de warmteafgifte van kabels een concreet probleem, waardoor Kenneth de link legde met zijn thesis. In zijn onderzoek is Kenneth op zoek gegaan naar een alternatief voor het huidig toegepaste aanvulzand. Tijdens vooronderzoek is gebleken dat specifieke boorresten (boorcuttings) een goede samenstelling zouden kunnen hebben om als aanvulzand rond hoogspanningskabels toe te passen. Ouderwetse berekeningstechniek Ondergrondse hoogspanningskabels moeten tijdens hun levensduur voldoende warmte kunnen afgeven aan de ondergrond. Dat betekent dat de grond rondom de kabels een hoge thermische geleidbaarheid moeten hebben. De thermische geleidbaarheid van de bestaande ondergrond is vaak te laag, dus is er aanvulzand nodig. Het huidige aanvulzand veroorzaakt veel CO2- en NOx-uitstoot, wat slecht is voor het milieu. Er is dus een duurzamer alternatief nodig. Het huidige probleem met het aanvulzand komt door oudere berekeningen die aantonen dat de kabels te warm worden en er dus aanvulzand met een hoge thermische geleidbaarheid nodig is. Echter geven dynamische berekeningen, die rekening houden met de hoeveelheid vermogen in verloop van tijd, een 10
realistischer resultaat en wijzen uit dat kabels nooit te warm worden. Deze berekeningen zijn nog niet breed inzetbaar, dit komt door de complexiteit en tijdsintensiviteit. Door verschillende experts wordt daarom gewerkt aan een nieuwe berekeningsmethode, maar dit proces zal waarschijnlijk nog jaren duren. Transmissiebeheerders blijven daardoor kiezen voor niet-duurzaam aanvulzand. Tot de nieuwe methode voldoende draagvlak heeft, is er dus een alternatief nodig die de milieukundige en financiële druk op projecten verlicht. Kenneth Grypdon Een mogelijk alternatief is het gebruik van boorresten (HDD-boorcuttings) bij ondergrondse hoogspanningsprojecten. Boorcuttings komen vrij bij het maken van een gestuurde boring, de grond die daarbij vrijkomt is een soort zand. Bij een specifiek project is aangetoond dat deze boorresten geschikt kunnen zijn. Echter, hebben boorresten een te hoog watergehalte en zijn ze moeilijk te verwerken in de huidige vorm. Kenneth heeft met experimenten uitgezocht of de verwerkbaarheid van de boorcuttings te verhogen is door het toevoegen van toeslagstoffen. Aan de slag met toeslagstoffen Kenneth onderzocht drie toeslagstoffen. De eerste, Sooneck-Ton uit een Duitse zandsteengroeve, toonde alleen bij hogere percentages een aanzienlijke toename van de droge dichtheid, maar de verwerkbaarheid en droge dichtheid waren problematisch bij het huidige watergehalte. De tweede toeslagstof, een mix van kalk en Sooneck-Ton, gaf een kleine verbetering in verwerkbaarheid en droge dichtheid bij het huidige watergehalte, vooral de maximale droge dichtheid nam aanzienlijk toe. De derde toeslagstof, een combinatie van MuDD-Dry en Sooneck-Ton, liet geen verbetering zien bij beide watergehaltes, en de thermische geleidbaarheid van het basismateriaal daalde door de invloed van MuDD-Dry vanwege het zwelgedrag van MuDD-Dry. Toekomstperspectief Hoewel er geen direct bruikbare oplossing is gevonden voor het probleem, zijn er wel waardevolle inzichten en resultaten opgedaan. De samenstelling en eigenschappen van het basismateriaal uit boorresten maakt het geschikt als aanvulzand. Sooneck-Ton zorgt voor een stijging van deze eigenschappen mits het watergehalte van het aanvulzand laag genoeg is. Er moet aanvullend dus nog een andere toeslagstof of methode gevonden worden om het watergehalte te verlagen. Een andere belangrijke conclusie is dat Sooneck-Ton, en de combinatie van Sooneck-Ton en kalk, gunstige effecten hebben op de dichtheid en thermische eigenschappen van het materiaal, bij het optimale watergehalte. Dat betekent dat Sooneck-Ton – eventueel samen met kalk – toegevoegd kan worden aan bestaande Kenneth Grypdon werkt sinds 2019 bij Denys. Inmiddels sinds een jaar als projectleider voor verschillende projecten waaronder het REDIIGreen Connection to Porthos project in Rotterdam, het Zuidwest-Oost 380 kV project in Tilburg, Project European Hyperloop Center Phase A in Groningen en contractmanager voor het project WarmtelinQ Lot C in Den Haag. Foto: Kenneth Grypdon 11
grond om de eigenschappen ervan te verbeteren, zodat het als aanvulzand gebruikt kan worden bij hoogspanningskabels. Honger naar meer Het onderzoek van Kenneth heeft belangrijke nieuwe inzichten gebracht, die perspectief bieden voor de toekomst. Zo is Elia, beheerder van het Belgische transmissienet, aan het onderzoeken of ze een vervolg kunnen geven aan het onderzoek. Kenneth: “Dat Elia de inzichten uit mijn thesis waardevol vindt en ermee verder wil gaan is een bekroning op mijn harde werk. Daar blijf ik uiteraard ook graag bij betrokken.” Hoewel Kenneth zijn masterthesis heeft afgerond en bij Denys werkt aan verschillende projecten, blijft de honger naar meer. Toen hij de vraag kreeg om bestuurslid te worden van Pipeliner, was hij dan ook direct enthousiast. “De masterthesis was de ideale springplank om me hierbij aan te sluiten en mee te denken over de toekomst van Pipeliner en de branche. Ik zou iedereen in het vakgebied aanraden om een Pipeliner-opleiding te volgen. Je doet inhoudelijk veel kennis op, breidt je netwerk uit en leert alle aspecten uit de kabel- en leidingbranche kennen.” Foto: meetopstelling thermische geleidbaarheid Kenneth’s volledige masterthesis kan worden opgevraagd via kenneth.grypdon@denys.com Pipeliner viert feest! Pipeliner viert dit jaar dubbel feest en daar staan we graag bij stil. De opleiding Master of Pipeline Technology (MPT) bestaat namelijk 20 jaar en de Beroepsopleiding viert haar eerste lustrum. Om die reden organiseerde Pipeliner op 9 november een goedbezocht symposium voor alumni, (oud-) docenten en geïnteresseerden. Een paar feiten op een rij: • Al in de jaren ’90 zag men de noodzaak in van een opleiding m.b.t. pijpleidingen. • In 2003 ging de eerste jaargang van de MPT-opleiding van start en in 2005 volgde de accreditering door het NVAO. • De hervorming van de MPT-opleiding van een 3-jarige naar een 2,5-jarige opleiding vond in 2015 plaats. • De MPT-opleiding kent inmiddels een 280-tal alumni, waarvan een 40-tal deelnemers een MSc-titel heeft ontvangen. De Beroepsopleiding kent een 70-tal alumni. 12 • Momenteel zetten circa 80 docenten zich in voor de MPTopleiding en circa 20 docenten voor de Beroepsopleiding. Nagenoeg allen komen uit het werkveld, zogenaamde praktijkdocenten. De afgelopen jaren besteedde Pipeliner veel aandacht aan haar zichtbaarheid wat onder meer leidde tot ruim 2.000 volgers op LinkedIn. Deze zichtbaarheid rendeert met 14 nieuwe deelnemers voor de MPT-opleiding, 17 aanmeldingen voor de Masterclasses van de MPT-opleiding en 12 deelnemers voor de Beroepsopleiding! Gezien de huidige initiatieven in de ondergrondse infrastructuur en de verwachtte investeringen die de netbeheerders gezamenlijk zullen doen de komende jaren is de zichtbaarheid van Pipeliner nu en ook in de toekomst van grote waarde. Het bestuur van Pipeliner zal zich daarom ook de komende jaren met veel plezier en toewijding in blijven zetten voor de zichtbaarheid van onze branche en het verzorgen van opleidingen voor personeel in onze sector!
PIPELINER IN BEELD Mensen en techniek samenbrengen De fascinatie voor bouw en infra zit er al van jongs af aan in en tegenwoordig vindt hij ook de menselijke component heel interessant. “Mensen en techniek samenbrengen, dat is mijn ding”, aldus Nick Oude Vrielink. En dat is precies wat hij doet als Lead Engineer Pipelines bij Bilfinger Tebodin. Nick Oude Vrielink (32 jaar) is geboren en getogen in het oosten van het land, in het pittoreske stadje Ootmarsum. Nog steeds woont hij met veel plezier in deze regio. Hoewel Nick opgroeide in deze sprookjesachtige omgeving, werd zijn aandacht vooral getrokken door grote bouwprojecten in zijn omgeving en daarbuiten. Hoe groter, hoe mooier. Het leek hem enorm interessant om mee te mogen werken aan dergelijke bouwprojecten, met een grote impact op de omgeving en omwonenden. Geen vreemde keuze dus om Civiele Techniek te gaan studeren aan de Universiteit Twente in Enschede. Diverse projecten Tijdens zijn bachelorfase liep Nick stage bij Heijmans in Den Bosch, waar hij leerde om werkprocessen te verbeteren en aan te scherpen. Zijn scriptie schreef hij vervolgens bij de Nederlandse Vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers, waar hij onderzocht hoe biomassa kan bijdragen aan de energietransitie. Zowel inhoudelijk als qua omvang twee behoorlijk verschillende projecten, waar hij veel heeft kunnen leren. Na zijn studie kwam hij via Brunel terecht bij Dynniq, waar hij ruim een jaar werkte als werkvoorbereider voor projecten in openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. Hier was hij de schakel tussen de mensen in het veld, leveranciers, gemeentes en leidde hij verschillende projecten in goede banen. Hele andere koek dus dan zijn huidige functie, waar hij écht op zijn plek zit. Nick begon in 2017 bij Bilfinger Tebodin, waar hij zich heeft opgewerkt van ‘gewoon’ Engineer naar Lead Engineer Pipelines. Learning on the job “De functie bij Bilfinger Tebodin sprak me direct aan, want je hoort mensen regelmatig zeggen: ‘pijpleidingen in de grond stelt toch niet zo veel voor, je last een paar leidingen aan elkaar en klaar’, maar dat is dus niet zo! Ik ben begonnen op engineering, waar ik vooral berekeningen toetste aan de norm. Langzaam breidde dat zich uit naar andere werkzaamheden zoals het selecteren en bestellen van materialen, veel schakelen met stakeholders en het vooruitdenken over ontwerpen, echt learning on the job dus. Die afwisseling houdt het interessant en biedt uitdaging”, vertelt Nick. BIG NXT30 13 13 13 Foto: Bilfinger Tebodin
Veel belangen Sinds vorig jaar werkt Nick aan een enorm groot project door Nederland heen: het Delta Rhine Corridor project. Dit is een verzameling van initiatieven om gelijktijdig meerdere ondergrondse buisleidingen en gelijkstroomverbindingen aan te leggen. Het gaat (vooralsnog) om de aanleg van maximaal zes buisleidingen voor het transport van waterstof (door Gasunie), aardgas (door Gasunie), CO2 (door Delta Rhine Corridor Partners), ammoniak, lpg, propeen en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen (mogelijk door Tennet). Voor ammoniak, lpg en propeen is nog geen initiatiefnemer bekend. Bilfinger Tebodin Bilfinger Tebodin is een multidisciplinair advies- en ingenieursbureau met 1.350 specialisten in 8 landen in Europa. De organisatie creëert toekomstbestendige en duurzame industrie en beheert industriële projecten al meer dan 75 jaar op betrouwbare wijze. Bilfinger Tebodin biedt advies-, ingenieurs- en managementdiensten in een breed scala van markten: Industrial, Energy & Utilities, Chemicals & Petrochemicals, Oil & Gas, Pharmaceuticals & Biopharma, Food & Agro en Pipelines & Infrastructure. Het project is zo groot en complex dat het het tracé door Nederland heen is opgesplitst in drie delen. Voor één van de delen stuurt Nick alle technische teams aan. Ook heeft hij veel gesprekken gevoerd over de plannen en mogelijkheden met verschillende stakeholders, waaronder gemeentes en waterschappen. Daarnaast stemt hij intern veel af met de afdelingen omgevingsmanagement en planologie en binnen zijn eigen afdeling stuurt hij ontwerpers en engineers aan. Nick: “Ik heb met ontzettend veel mensen te maken en er spelen veel belangen die wel eens met elkaar kunnen botsen. Dat maakt het uiteindelijk dus één grote belangenafweging.” Ook werkt hij aan verschillende waterstofnetwerken, die uiteindelijk moeten leiden tot één groot waterstofnetwerk in Nederland. Dit is opgesplitst in verschillende projecten. “Het verschil bij dit project is dat de klant omgevingsmanagement en planologie zelf regelt, hierdoor heb ik zelf minder contact met de stakeholders. Maar er zijn in dit project wel veel technische uitdagingen, dus ik praat veel met de opdrachtgever en stuur intern onze eigen mensen aan”, vertelt Nick. Dat samenbrengen van belangen en techniek is waar Nick het meest energie van krijgt. Nick: “Ik vind techniek interessant, maar ik wil niet de hele dag alleen maar bezig zijn met theorie en het maken van berekeningen. Juist die verschillende belangen bij elkaar brengen en vervolgens tot een technische oplossing komen, die daar goed bij aansluit, dat is voor mij de uitdaging.” Grote speler Bilfinger Tebodin is al jaren één van de betrokken partijen binnen de werkgroep ontwerp van de NEN3650-serie, in het verleden om 14 Foto: Bilfinger Tebodin
de norm tot stand te brengen en tegenwoordig om de norm up to date te houden. NEN 3650-1 geeft veiligheidseisen die met betrekking tot veiligheidsaspecten voor mens, milieu en goederen aan het ontwerp, de aanleg, de bedrijfsvoering en de bedrijfsbeëindiging van buisleidingsystemen worden gesteld. Nick: “Bilfinger Tebodin heeft dus een significante impact en ik ben trots dat ik bij zo’n grote speler in de Nederlandse leidingwereld mag werken. Wat betreft energietransitie is Bilfinger Tebodin betrokken bij veel projecten in o.a. Rotterdam, de Eemshaven, Delfzijl en bij een groot gedeelte van de waterstofprojecten, een aantal warmteleidingprojecten, Porthos en Delta Rhine Corridor. Bij een significant aantal grote duurzaamheidsprojecten in Nederland zijn we dus betrokken.” “Ik vind techniek interessant, maar ik wil niet de hele dag alleen maar bezig zijn met theorie en berekeningen maken. Juist die verschillende belangen bij elkaar brengen en vervolgens tot een technische oplossing komen, die daar goed bij aansluit, dat is voor mij de uitdaging.” Zelfontwikkeling Naast al deze projecten zit Nick sinds vier jaar bij de ondernemingsraad van Bilfinger Tebodin, hierdoor heeft hij de organisatie goed leren kennen. Nick: “Binnen de OR moet ik hele andere taken uitvoeren, en leer ik ook omgaan en samenwerken met mensen in andere functies. Dat helpt me uiteraard ook bij projecten. Toen ik net begon bij Bilfinger Tebodin was ik heel meegaand, maar dat is in een project niet zo handig. Je moet ook tegen dingen en andere meningen in kunnen gaan, dat heb ik bij de OR wel geleerd. Wanneer er bijvoorbeeld discussies zijn schrik ik daar tegenwoordig niet meer van, maar tast ik eerst af waar het issue precies zit en daarna ga ik nadenken over mogelijke oplossingen.” Nick wil zichzelf graag blijven ontwikkelen, “Maar je hebt eigenlijk ook geen andere keuze in deze industrie”, vult hij lachend aan. Zo heeft hij al cursussen gevolgd over projectmanagement, maar ook over warmtenetten. Eind dit jaar Foto: Bilfinger Tebodin gaat hij de Masterclass Pipeline Technology – Aanleg doen. Nick: “Toen ik net begon in deze wereld bestond mijn werk voor 80% uit aardgasleidingen van Gasunie, maar er komen natuurlijk steeds meer leidingen bij. Dus je zal jezelf moeten blijven ontwikkelen. Wat je in die tijd veel zag, was dat er vooral veel onderhoud nodig was en leidingen vervangen moesten worden. Nu moeten er compleet nieuwe leidingen worden ontworpen en aangelegd, dat is echt een andere tak van sport. Dat vraagt ook om andere kennis, mede daarom heb ik gekozen om de module over aanleg te gaan volgen.” Op zijn plek Dat weinig mensen zich bewust lijken te zijn van het belang van de leidingindustrie, vindt Nick jammer. “Ik vind het altijd een mooie eyeopener voor mensen om de risicokaart te laten zien, waarop je een overzicht ziet van alle buisleidingen met gevaarlijke inhoud. Mensen beseffen zich niet hoeveel leidingen er in de grond liggen. Mocht er her en der iets misgaan in dat netwerk, dan ligt een deel van Nederland plat. Er komt natuurlijk niet vanzelfsprekend gas uit een leiding of stroom uit een stopcontact. Het is de stille kracht die onder de grond ligt en die iedereen nodig heeft, maar waar niemand zich eigenlijk bewust van is”, vertelt hij. Nick zit helemaal op zijn plek in de leidingenwereld en groeit maar al te graag mee met alle ontwikkelingen. Hij wil met techniek verbonden blijven, maar ook zichzelf ontwikkelen als projectleider. Waar het hem precies heen gaat brengen weet hij nog niet, maar er zijn ontwikkelmogelijkheden genoeg. 15
Dit artikel is geschreven door Frank Harmsen van Kouwenberg Infra B.V. De rol van sleufloze technieken in de energietransitie Dit artikel is geschreven door Frank Harmsen van Kouwenberg Infra B.V. Door de energietransitie gaan we de komende jaren andere, duurzame energiebronnen inzetten waardoor de energievoorziening drastisch zal veranderen. Om dit mogelijk te maken, is het nodig om de bestaande infrastructuur uit te breiden of te verzwaren. Denk aan het aanleggen en vervangen van elektriciteits- en warmtenetten. Bij de werkzaamheden die daarvoor nodig zijn, bieden sleufloze technieken diverse voordelen. Bij deze techniek wordt het maaiveld namelijk zo min mogelijk verstoord. Kouwenberg Infra is als aannemer gespecialiseerd in diverse sleufloze technieken zoals Open Front en Gesloten Front Boringen. Maar naast deze technieken, is Kouwenberg Infra altijd actief op zoek naar nieuwe, innovatieve methoden om de opschaling van de energietransitie mogelijk te maken. Zo ontwikkelde het bedrijf samen met zijn partners onder andere de Nano-Drill, Micro-Drill en E-Power Pipe techniek en heeft Kouwenberg Infra recent de eerste openfront boring met een elektrisch powerpack uitgevoerd. Aanleg warmtenetten Het hergebruiken van warmte heeft met het oog op de energietransitie grote potentie. Vandaar dat er steeds meer warmtenetten worden aangelegd. Dit gebeurt vaak in drie verschillende fases: de aanleg van leidingen om restwarmte te kunnen transporteren naar een warmteoverdrachtstation, de aanleg van distributieleidingen naar een distributiecentrum en de aanleg van warmteleidingen naar woningen of bedrijven. Deze netwerken lopen meestal door dichtbebouwd gebied waarbij men tijdens de aanleg de bestaande infrastructuur en 16 Foto: Kouwenberg Infra B.V.
het dagelijkse leven zoveel mogelijk ongemoeid wil laten. Door het inzetten van verschillende sleufloze technieken kan Kouwenberg Infra een bijdrage leveren aan het aanleggen van deze warmtenetten met zo min mogelijk overlast voor de omgeving. Transportleidingen Bij veel industriële processen komt (rest)warmte vrij, bijvoorbeeld bij chemische processen en het verbranden van afval. Deze warmte verdween voorheen voornamelijk in de lucht of werd afgevoerd middels koelwatersystemen. Door middel van warmtenetten kan dergelijke restwarmte naar huishoudens of bedrijven getransporteerd worden. Om dit mogelijk te maken, moet de restwarmte eerst getransporteerd worden naar een warmteoverdrachtstation via transportleidingen. Kouwenberg Infra is momenteel bij meerdere projecten op de Maasvlakte betrokken voor de aanleg van de transportleidingen. De leidingen worden hier aangelegd binnen de bestaande infrastructuur, waardoor een open sleuf te veel overlast veroorzaakt. Een sleufloze boortechniek, biedt dan uitkomst. Met een Gesloten Front Boring kunnen leidingen van grotere diameters over grotere lengtes onder de grondwaterstand aangebracht worden zonder dat het oppervlak hoeft te worden opengebroken. Daarnaast garandeert deze techniek een nauwkeurige plaatsbepaling. De positie van de boorkop wordt namelijk door middel van een plaatsbepalingssyteem (laser of Gyro Guidance System) continu gemonitord, waarbij in het geval van afwijkingen kan worden bijgestuurd en de buis op het ontworpen tracé komt te liggen. Distributieleidingen Wanneer de warmte door middel van een transportleiding bij van Nieuwegein een trambaan te kruisen. Aangezien het ging om een druk stedelijk gebied, heeft Kouwenberg Infra hierbij drie Open Front Boringen Ø530 mm (GVKbuizen) uitgevoerd met een waterslot van ieder 40 meter, waarvan één mantelbuis voor de waterleiding. In dit zeer drukke stedelijke gebied moest de boorploeg in beperkte ruimte eerst een pers- en ontvangstkuip maken. Daarna is het boormaterieel gemobiliseerd en werd de boring gerealiseerd. “Het is mooi dat wij als Kouwenberg Infra met onze sleufloze technieken bij kunnen dragen aan de energietransitie” - Sander Kouwenberg, Hoofd Bedrijfsbureau Warmteleidingen Tijdens de derde en laatste fase van de aanleg van warmtenetten dient de warmteleiding naar een woning of bedrijf te worden gelegd. Ook hier is een open sleuf vaak niet wenselijk of mogelijk. Om hiervoor een oplossing te vinden heeft Kouwenberg Infra, mede dankzij samenwerking met Vattenfall, de Nano-Drill boortechniek ontwikkeld. Dit is een innovatie waarmee een compacte machine van de distributieleiding tot aan de gewenste plek bij of onder de woning geboord kan worden. Het openhalen van de voortuin of oprit zoals met een open ontgraving het geval zou zijn, behoort daarmee tot het verleden. De sleufloze boortechniek is daardoor zeer geschikt voor het aanleggen van relatief korte ondergrondse leidingen zoals warmteleidingen, waterleidingen, elektrakabels, rioleringspijpen en glasvezelkabels. een warmteoverdrachtstation is aangekomen, kan deze verder worden geleid middels distributieleidingen. Zo heeft Kouwenberg Infra mee mogen werken aan de stadverwarming in Nieuwegein, waarbij distributieleidingen naar verschillende distributiecentra in woonwijken werden aangelegd. Daarvoor was het nodig om in hartje centrum Het principe van de Nano-Drill komt voort uit de HDD techniek. Recent heeft Kouwenberg Infra in Purmerend deze boortechniek in praktijk gebracht. Daarbij zijn vier boringen met de Nano-Drill uitgevoerd van circa 15 meter Ø76mm (buismateriaal: OZY packs). Door middel van dergelijke warmteleidingen wordt restwarmte via de warmtenetten naar huishoudens of bedrijven getransporteerd. 17
Foto: Kouwenberg Infra B.V. Frank Harmsen Frank Harmsen is ruim vijf jaar werkzaam als Sales Manager bij Kouwenberg Infra B.V. Hij is verantwoordelijk voor het onderhouden van bestaande en potentiële klantrelaties en richt zich op de wensen en behoeften van klanten. Regelmatig bezoekt Frank branche gerelateerde bijeenkomsten en beurzen om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de markt. Aanleg en verzwaren elektriciteitsnet Aangezien de vraag naar elektriciteit blijft stijgen, is het naast het aanleggen van warmtenetten ook noodzakelijk om het elektriciteitsnet (hoog- en middenspanning) te versterken en uit te breiden. Hiervoor bieden sleufloze technieken wederom uitkomst. Naast het gebruik van bestaande technieken, blijft Kouwenberg Infra zich inzetten om nieuwe technieken te ontwikkelen. Zo heeft het bedrijf zich verder ontwikkeld om de E-Power Pipe (EPP) techniek eigen te maken. De E-Power Pipe is zeer geschikt voor langere, horizontale boringen van een kleinere diameter met relatief weinig gronddekking. De boring wordt volledig horizontaal op geringe diepte onder het maaiveld aangelegd. Door de ondiepe ligging bij deze nieuwe boormethode is de aangelegde kabel of leiding gemakkelijker te bereiken voor bijvoorbeeld reparatie of herstelwerkzaamheden of voor het maken van een koppeling met andere leidingen. Kouwenberg Infra B.V. Kouwenberg Infra B.V. Kouwenberg Infra B.V. is specialist op het gebied van sleufloze technieken ten behoeve van ondergrondse infrastructuur en flora en fauna. Voor zowel No-Dig Award Met de EPP-techniek heeft Kouwenberg Infra vorig jaar voor Tennet, in samenwerking met NRG en DENYS, vier strengen van 2x 400 meter en 2x 2.000 meter geboord waarna een HDPE-mantelbuis werd teruggetrokken. De aanleg hiervan was onderdeel van de realisatie van een 150kV ondergrondse kabelverbinding tussen de verdeelstations in Tilburg-Noord en Best. Wereldwijd werd voor het eerst een dergelijke horizontale boring uitgevoerd over een afstand van 2.000 meter op circa 2 meter diepte, normaliter worden kabels op een diepte van 5 tot 25 meter aangelegd. Met dit project heeft Kouwenberg Infra laten zien dat het in de praktijk mogelijk is om zo’n afstand in één keer te boren. En deze primeur is niet onopgemerkt gebleven. Voor de uitvoering van de EPP-boring heeft Kouwenberg Infra in 2022 samen met Tennet, NRG en DENYS de NSTT No-Dig Award en de No-Dig publieksprijs gewonnen. Open Front, Gesloten Front, Pipecracken, NanoDrill en Micro-Drill. Wanneer de aanleg niet volgens de traditionele technieken haalbaar is, is men bij Kouwenberg Infra aan het juiste adres. 18 18 Emissieloos boren Naast de Nano-Drill en E-Power Pipe techniek, heeft Kouwenberg Infra recent ook een eerste boring (lengte van 18 meter, Ø125mm, HDPE, dubbele spoorkruising) met de nieuwe elektrische powerpack uitgevoerd. Hiermee wordt elektriciteit omgezet in hydraulische druk, in plaats van het gebruik van een dieselmotor. De data afkomstig van de eerste boring helpt Kouwenberg Infra om het elektrisch boren verder te optimaliseren waardoor het bedrijf in staat is om in de toekomst volledig emissieloos te boren.
BIG-News Nieuw bestuurslid Matthijs van den Hatert en terugblik ESG-workshop BIG-leden aan de slag met ESG Ruim twintig leden namen op 8 mei deel aan de ESG Workshop. Tijdens de workshop werd gefocust op de impact van ESGcriteria op het werkgebied van BIG-leden en hoe de sector zich kan aanpassen aan de komende regelgeving. Deelnemers werden verwelkomd door voorzitter Han Admiraal en vice-voorzitter Jan Parys, die uitleg gaven over de ESG-criteria. ESG staat voor Environmental, Social en Governance, dit zijn milieu-, sociale en bestuurscriteria voor de activiteiten van een bedrijf die gevolgen kunnen hebben voor de samenleving of het milieu. Er werd uitgelegd dat ESG-criteria al veel bedrijven aangaan en dat vanaf 2026 ESG-regulering vanuit de EU wordt ingevoerd. Dat zal gevolgen hebben voor bedrijven en hun subsidies. Eerst zullen grotere bedrijven verplicht worden, maar uiteindelijk zal ook het MKB aan ESG-voorwaarden moeten voldoen. Deelnemers deelden casussen waaruit bleek dat ESG geen nieuw onderwerp is, maar dat er wel uitdagingen zijn, zoals het gebrek aan laadinfrastructuur voor elektrisch materieel. Tijdens de interactieve sessie werd gepleit voor samenwerking, alliantiecontracten en geleidelijke stappen om ESG te integreren. Tot slot werd benadrukt dat ESG gezien moet worden als een checklist voor procesverbetering en dat er ruimte moet zijn voor lerende processen. ESG is van belang voor de lange termijn. Volgens de aanwezigen is er nog veel winst te behalen, vooral op de gebieden Social en Governance. Samenwerking en alliantiecontracten zijn essentieel voor duurzaam succes. De overheid moet niet alleen op de laagste prijs aanbesteden, maar duurzaamheid prioriteit geven. Lees hier het hele verslag van de ESG Workshop. Illustratie: Berend Vonk Welkom nieuw bestuurslid Matthijs van den Hatert Een jaar geleden namen we afscheid van BIG-bestuurslid Harry Kamping en gingen we op zoek naar een waardige opvolger. Die vonden we in Matthijs van den Hatert, Manager OTW (Operationele Techniek, Werktuigbouw) bij Gasunie en tevens collega van Harry. Binnen de Gasunie stuurt Matthijs een grote groep pipeline engineers aan. Samen zijn zij bezig met de energietransitie in Nederland, het ontwikkelen van het waterstofnetwerk, het warmtenetwerk in West-Nederland, offshore-projecten en daarnaast houden ze uiteraard het bestaande netwerk beschikbaar en betrouwbaar. De rol als bestuurslid bij BIG past goed bij Matthijs: “Het is voor mij een mooie kans om mijn netwerk op te bouwen, maar ook om mijn kennis en kunde te delen. Buisleidingen zijn misschien niet het meest sexy onderwerp, maar als je kijkt naar de rol van buisleidingen in de energietransitie is het een supergave uitdaging om meer mensen enthousiast te maken voor deze branche en ontwikkelingen. Daarnaast is het een mooie manier om een bijdrage te leveren aan verduurzaming. Wat dat betreft zou ik BIG lezers dan ook willen meegeven dat we allemaal wat meer de handen uit de mouwen mogen steken en wat verder kunnen kijken dan de eigen werkzaamheden. Alleen zo krijgen we de energietransitie voor elkaar en kunnen we de klimaatdoelen behalen.” BIG NXT30 19
Who’s Next? In de wereld van buisleidingen, waar complexe ondergrondse netwerken een slagader vormen voor steden en industrieën, is het van essentieel belang om kennis door te geven aan de volgende generatie professionals. Senior professional Wil Kovács, voormalig Manager Beheer Ondergrond bij Gemeente Rotterdam en young professional Mikey Broere, beginnend ontwerpleider bij het ingenieursbureau van diezelfde gemeente, gingen hierover in gesprek. Ze delen hun inzichten, ervaringen en visies op de toekomst van de buisleidingbranche. Rijkswegen van de ondergrond Wil Kovács is al sinds 1982 werkzaam bij Gemeente Rotterdam, waar hij vanaf het begin actief is geweest in de ondergrond van de stad. Vanaf 2006 tot 2021 vervulde hij de rol Manager Beheer Ondergrond, waarbinnen ook het leidingenbureau valt. Dit bureau fungeert als beheerorganisatie en heeft de bevoegdheid voor alle kabels en leidingvoorzieningen in de ondergrond van Rotterdam. In gesprek met senior professional Wil Kovács en young professional Mikey Broere van Gemeente Rotterdam Van minimale kennis naar deskundige Gedurende zijn carrière heeft Wil ontelbare inzichten opgedaan over de technische en operationele aspecten van buisleidingen. Hij herinnert zich de impact van de NEN 3650-serie goed, die de veiligheidseisen voor buisleidingsystemen definieert. Voor hem was het fascinerend om te zien hoeveel processen, economische en maatschappelijke aspecten betrokken zijn bij het beheer van buisleidingen. “Ik vond het enorm stoer om dat document op mijn bureau te hebben liggen”, vertelt hij met een glimlach. Hij beschouwt buisleidingen als de ‘rijkswegen’ van de ondergrond en benadrukt het belang van zorgvuldig beheer en expertise om deze systemen effectief te laten functioneren. Onderbelicht onderwerp Mikey Broere: “Binnen de opleiding Civiele Techniek, die ik volgde aan Hogeschool Rotterdam, was kabels en leidingen een onderbelicht onderwerp, dus ik kwam binnen met minimale kennis. Bijna alles wat ik weet op dat vlak heb ik bij Gemeente Rotterdam geleerd.” Zijn grootste inzicht in de afgelopen jaren heeft te maken met het alsmaar groeiende belang van kabels en leidingen voor de samenleving en toekomstige opgaven. Betrouwbare basis Wil: “Ondanks de veranderingen en ontwikkelingen in de afgelopen twintig jaar, zijn de fundamentele principes van de buisleidingbranche grotendeels onveranderd. De expertise en zorgvuldigheid die zijn toegepast vanaf de ontwikkeling van het havenindustriecomplex en de groei van de stad in de jaren zestig, zeventig en tachtig, vormen nog steeds de basis. Rotterdam heeft altijd de kwaliteit hoog in het vaandel gehad.” Een uitdaging die Wil ziet, is de schaarste aan vakbekwame mensen en het vergrijzende personeelsbestand. Er is een groeiende vraag naar buisleidingen en ook grotere 20 Foto: Gemeente Rotterdam
Foto: Gemeente Rotterdam leidingen, die ontwikkeling vraagt ook om voldoende personeel en het behouden en overdragen van hoogwaardige kennis en expertise. “Wat dat betreft verkeren we in een luxe situatie in Rotterdam, vanwege het eigen ingenieursbureau en de aantrekkingskracht die dat bureau heeft voor jonge talenten, in combinatie met het enorme volume aan buisleidingen in de stad”, vult hij aan. Maar ook in de rest van Nederland komt er veel werk aan, mede door de energietransitie. Wil benadrukt dat managers en leidinggevenden (potentiële) werknemers de garantie moeten geven dat hun toekomst in dit domein zeker is. Wil: “Zo lang we maar zorgen dat we genoeg intelligente mensen binnenhalen om de theorie te absorberen, dan komt die ervaring vanzelf wel.” Uitdagingen en kansen Met de verschuiving naar stadswarmte, glasvezel, 5G en gescheiden rioolstelsels (afval- en hemelwater) wordt de ondergrond steeds voller, niet alleen in Rotterdam, maar ook in de rest van het land. Mikey benadrukt de uitdaging om de ondergrondse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten, zonder de stad te verstoren. Het invullen van de beschikbare ruimte vereist innovatieve oplossingen zoals sleufloze technieken; het aanleggen van kabels en leidingen waarbij het maaiveld niet of zo min mogelijk verstoord wordt, bijvoorbeeld gestuurde boringen (HDD-boringen). “Een andere uitdaging die speelt in mijn vakgebied is die van verouderde afvalwaterpersleidingen die aan het einde van hun levensduur komen. Het inspecteren en vervangen van deze leidingen binnen de stedelijke omgeving is een flinke klus. Je moet dan allereerst een studie doen naar de daadwerkelijke staat van de leiding. Als dan blijkt dat de leiding aan het einde van zijn levensduur is, moet je een oplossing zoeken om hem te vervangen en/of renoveren binnen de ruimte en complexiteit van de stad. Ik zie dat dat persoonlijk als een leuke uitdaging voor de toekomst”, vertelt Mikey. “Zo lang we maar zorgen dat we genoeg intelligente mensen binnenhalen om de theorie te absorberen, dan komt die ervaring vanzelf wel.” Meester-gezel Mikey vult aan dat ze binnen het ingenieursbureau werken volgens een meester-gezel principe: “Jonge professionals lopen dan mee met een senior en sparren met elkaar over hun inzichten. Seniors vallen vaak terug op eerder gebruikte oplossingen en juniors kunnen daar op aanhaken met nieuwe inzichten die ze vanuit hun opleiding meekrijgen. Daar ontstaat dan vaak synergie. Daar leer je veel van. Ik zou jonge professionals dan ook aanraden om altijd vragen te blijven stellen en de ruimte te nemen om zichzelf te ontwikkelen. Ik krijg zelf veel kansen om mezelf te ontwikkelen, zo heb ik meerdere cursussen en ook de Pipeliner-beroepsopleiding gevolgd.” 21
Mikey Broere Mikey Broere (26 jaar) werkt sinds vijf jaar met veel plezier bij het ingenieursbureau van Gemeente Rotterdam, in het team Besturingstechnieken Persleidingen en Kabels en Leidingen. Mikey begon zijn loopbaan bij de Gemeente als projectengineer en momenteel is hij in ontwikkeling naar ontwerpleider. Zijn werkgebied omvat onder andere persleidingen, niet-alledaagse rioolprojecten en adviesvraagstukken met betrekking tot kabels en leidingen. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie professionals die essentieel zijn voor de toekomst van de buisleidingbranche. Wil voegt hieraan toe dat het vertrouwen hebben om kritische vragen te stellen en te discussiëren over mogelijke oplossingen van onschatbare waarde is. “Het is heel belangrijk dat juniors voldoende zelfvertrouwen krijgen, zodat ze zich door kunnen ontwikkelen tot een deskundige. Alleen dan behoud je ze in dit vakgebied. Het ingenieursbureau is voor mij een soort technisch geweten. Daarom hebben we afspraken dat deze expertise altijd geborgd moet worden. Buisleidingdeskundigheid is een absolute prioriteit binnen de gemeente en samenwerkingspartner Havenbedrijf Rotterdam.” “Het is heel belangrijk dat juniors voldoende zelfvertrouwen krijgen, zodat ze zich door kunnen ontwikkelen tot een deskundige. Alleen dan behoud je ze in dit vakgebied.” De kracht van samenwerking De samenwerking tussen de verschillende afdelingen van Gemeente Rotterdam vormt een belangrijk onderdeel van die buisleidingdeskundigheid. Mikey: “Er zijn directe lijnen tussen Wil Kovács Wil Kovács (64 jaar) is sinds 1982 werkzaam geweest bij Gemeente Rotterdam waar hij zich vanaf het begin bezig hield met de ondergrond van de stad. Sinds 2006 is hij werkzaam geweest als Manager Beheer Ondergrond en werkte hij met een team van experts aan het ontwikkelen en implementeren van assetmanagement voor de ondergrond als vitale infrastructuur. de teams Stadsbeheer en Stadsontwikkeling, in dit geval dus het ingenieursbureau waar ik werk en het leidingbureau waar Wil eerder over vertelde. We hebben bijvoorbeeld maandelijks overleg over uitdagingen en ontwikkelingen.” Wil vult aan dat Rotterdam trots mag zijn op de buisleidingexpertise die binnen de stad aanwezig is. De deskundigheid van Rotterdam wordt ook buiten de stadsgrenzen erkend en ingezet in ambtelijke overleggen. De toekomst is helder In een wereld die steeds afhankelijker wordt van ondergrondse infrastructuur, is de buisleidingbranche van vitaal belang. Wil en Mikey maken duidelijk dat dat zowel uitdagingen als kansen biedt. Het behoud van kennis, de ontwikkeling van jong talent en de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden zijn essentiële elementen om de toekomst van de buisleidingbranche veilig te stellen. De doeltreffende aanpak en werkwijze van Gemeente Rotterdam is een prachtig voorbeeld hiervoor. De branche is klaar voor de volgende generatie want alleen met de juiste inzet, nieuwsgierigheid en samenwerking zal de wereld van buisleidingen kunnen doorgroeien en de stedelijke infrastructuur van de toekomst ondersteunen. 22
NIEUWE BIG PARTNERS BIG wordt BIGGER BIG is weer een aantal nieuwe BIG-leden rijker! Wij heten Amadys, TECCURO, PRS International en Cryotainer Nitrogen Services van harte welkom! Amadys is marktleider in het leveren van passieve apparatuur voor telecom, elektriciteit, water en gas en is lokaal sterk vertegenwoordigd in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Slowakije. Amadys levert oplossingen voor end-to-end connectiviteit voor de telecom-, infrastructuur-, energie- en datacentermarkten. Binnen de komende vijf jaar willen het bedrijf hun klanten in 11 Europese landen voorzien van one-stop-shop oplossingen. TECCURO levert pijpleiding gerelateerde diensten voor alle leidingeigenaren en aannemers gedurende de gehele levenscyclus. Door haar technisch innovatieve oplossingen, teamwerk en transparantie creëert TECCURO een veilige en gezonde omgeving voor iedereen. TECCURO laat energie stromen. PRS International is een betrouwbare dienstverlener in de sector van onshore en offshore pijpleidingen, (petro) chemische industrie en raffinaderijen. Haar diensten omvatten onder andere projectengineering, reinigen, piggen, filteren, inertiseren, hydrostatisch testen, pneumatisch testen, ontwateren en drogen. Daarnaast is PRS gespecialiseerd in stikstof toepassingen voor pijpleiding diensten Cryotainer Nitrogen Services streeft er naar de beste dienstverlener te zijn op het gebied van stikstof services in Europa. Deze services worden voornamelijk verricht door het verdampen van vloeibare stikstof naar gasvormige stikstof met de inzet van verschillende type verdamper units. Als een betrouwbare en flexibele partner biedt Cryotainer voor klanten een optimale en veilige oplossing. Meer weten over de diensten van onze nieuwe leden? Check onze website: www.bigleidingen.eu/leden 23
De redactie Jacqueline Hoogervorst Uitvoerend secretaris, BIG Stanley Hunte Manager Engineering, Bilfinger Tebodin Lode Maesen Ontwikkelaar Beleid Gas & Warmte, Fluvius Frederick de Sutter Senior Productmanager, FARYS Maren Lipplaa Tekenaar & Constructeur, Amsterdam Engineering 4 apr. 2024 12 jun. 2024 26 sep. 2024 24 okt. 2024 28 nov. 2024 Colofon Dit magazine is een uitgave van BIG. BIG-redactie Postbus 537, 5140 AM Waalwijk, Nederland www.bigleidingen.eu communicatie@bigleidingen.eu Tel.: +31 (0)85 40 00 252 Tekst en coördinatie TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafische vormgeving TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafisch concept Brût Communicatie www.brutcommunicatie.nl Drukwerk: Mail Succes www.mail-succes.nl Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren? Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. /bigleidingen /buisleiding-industrie-gilde/ 2024 Evenementen BIG-Voorjaarscongres BIG-Dag en ALV BIG-Excursie BIG-Jongerenevent BIG-Najaarscongres
1 Online Touch