0

magazine BIG Editie 14 nov. 2021 BIG in Pipelines Praktijkgerichte groepsopdrachten Pipeliner Porthos & WarmtelinQ Who’s Next? Offshore waterstofbackbone BIG NXT30 Pipeliner Dave Heeren Waterstofinfrastructuur in België

COLUMN Buisleidingen die meebewegen Han Admiraal - Voorzitter BIG BIG bestaat als vereniging met Vlaamse en Nederlandse leden al 30 jaar en dat willen we niet ongemerkt voorbij laten gaan. Het jaar 2021 staat in het teken van de komende 30 jaar: BIG NXT30. Met twee online webinars waarin de vier kernthema’s - duurzaamheid, betrouwbaarheid, connectiviteit en kennis - zijn behandeld en een fysiek afsluitend evenement hebben we vooral inspiratie opgedaan over wat ons te wachten staat. We hebben nagedacht over roadmaps en welke stappen we willen gaan zetten. Het tweede BIG NXT30 webinar opende ik met de woorden dat er nog 40 dagen te gaan waren voor de veelbesproken COP26 in Glasgow. COP26 is de opvolger van de historische sessie in Parijs waar het klimaatakkoord werd gesloten. De vraag is of COP26 ons verder gaat helpen of dat we zijn blijven steken in de status quo die na Parijs is ontstaan. Marjan Minnesma, onze gast in het eerste webinar, ging te voet naar Glasgow om zo opnieuw aandacht te vragen voor het klimaat. Haar actie had ook Nederlandse belangstelling. Voordat ze aanschoof bij het BIG-webinar had ze een gesprek met demissionair minister-president van Nederland, Mark Rutte. Marjan pleitte in haar presentatie voor het ‘Woman on the Moon’ initiatief. In haar ogen kunnen we de transities slechts doorstaan door nú te ‘trekken, duwen en sleuren’. Trekken, duwen en sleuren kenmerken hoe we de transities te lijf moeten gaan. We komen er niet door over gebaande paden te blijven lopen. We zullen op zoek 2 moeten naar de olifantenpaadjes die her en der ontstaan en die uitlopen. Ook als BIG moeten we trekken, duwen en sleuren. Als één ding duidelijk is geworden na de webinars, dan is het dat er de komende 30 jaar meer werk verzet moet worden dan in de afgelopen 300 jaar. De rol van de overheid, zowel in Vlaanderen als in Nederland, zal gaan veranderen. Het gaat om infrastructuur, om een echte transportmodaliteit, maar de overheid zal meer als facilitator optreden dan als initiatiefnemer. Het initiatief zal voor een groot deel uit de sector zelf moeten komen. Zie daar de opgave voor BIG. Met een dialoogtafel per kernthema kunnen we aan de slag om de eerste stappen te zetten. Dat vraagt wel om actieve leden die ruimte krijgen én maken om deel te nemen. Dat vraagt om verbinding met andere partijen buiten ons huidige ecosysteem. Kortom, het vraagt om een transitie die laat zien dat de buisleidingbranche meebeweegt. Foto: North Sea Energy

Een offshore waterstofbackbone in de Noordzee De opkomst van offshore wind en de productie van groene waterstof op zee De Nederlandse regering heeft op Prinsjesdag bekend gemaakt dat het aanleggen van een landelijk waterstoftransportnetwerk forse steun krijgt. Het plan voor een onshore waterstof backbone heeft daarom de afgelopen maanden veel maatschappelijke aandacht gekregen, maar hoe zit het met een offshore backbone voor de productie van groene waterstof op zee? Dat is precies de vraag waar Joris Koornneef en Dirk Boerhout mee aan de slag zijn gegaan als onderdeel van het North Sea Energy-onderzoeksprogramma. Europa is op weg naar een klimaatneutraal energiesysteem dat betrouwbaar én betaalbaar is. De Noordzee speelt hierin een sleutelrol. Van oudsher met olie- en gasproductie, maar tegenwoordig in toenemende mate met hernieuwbare energie. Het North Sea Energy-programma onderzoekt met ruim 30 (inter)nationale partijen hoe het potentieel van de Noordzee door middel van een integrale aanpak benut kan worden voor een klimaatneutraal energiesysteem. Groot potentieel Joris Koornneef, wetenschappelijk leider binnen het North Sea Energy-programma, vertelt over de relevantie van het onderzoeksprogramma: “De offshore energiesector wordt momenteel geconfronteerd met grote veranderingen door de snelle groei van offshore windenergie. Het potentieel van de Noordzee is groot, het is relatief ondiep, er is voldoende windaanbod en het zit dicht bij de energieafnemers van de omliggende landen. Dat biedt kansen voor grootschalige productie van windenergie én groene waterstof op zee, met name als de windparken verder op zee liggen. Op dit moment worden nieuwe windgebieden op zee aangewezen voor de realisatie van windparken. We verwachten dat de windenergie zowel in de vorm van elektriciteit als in de vorm van waterstof aan land wordt gebracht. Om te voorkomen dat het net overbelast raakt en om pieken en dalen op te vangen is een offshore backbone – een waterstoftransportnetwerk – nodig.” Klaar voor de toekomst “In het North Sea Energy-programma onderzoeken we hoe je een offshore backbone kan aanleggen”, vervolgt Joris. “De hamvraag is of het mogelijk gaat zijn om bestaande gasinfrastructuur te hergebruiken voor waterstof. In principe kan dit. Dan is de volgende vraag welke leidingen voor de toekomst belangrijk zijn en welke minder relevant?  Foto: North Sea Energy BIG NXT30 3

“Het potentieel van de Noordzee is groot, het biedt kansen voor grootschalige productie van windenergie én groene waterstof op zee.” Hoewel de meeste windparken pas na 2030 gerealiseerd gaan worden, is het essentieel om nu al over deze vragen na te denken. De planningsperiode voor het aanleggen van dit soort infrastructuur is namelijk lang. Zo kan het 6 tot 8 jaar duren vanaf de eerste aanwijzing van het windgebied tot dat de eerste windturbine draait. Door er nú over na te denken, ben je klaar voor de toekomst. Vandaar dat Dirk hiermee aan de slag is gegaan.” Eerste design Binnen TNO North Sea Energy Dertig (internationale) partijen uit de energiewaardeketen werken samen aan het onderzoeksprogramma North Sea Energy. Het programma is in 2017 gestart en onderzoekt de potentie van de Noordzee voor een geïntegreerd energiesysteem. en het North Sea Energy-programma ontwikkelde Dirk Boerhout, GIS-expert en masterstudent Geographical Information Management & Applications (GIMA), een zeer unieke GIS-tool een aanzienlijke kostenreductie. Dit bespaart ook nog eens tijd!” De meerwaarde van GIS-technologie Hoewel GIS-software in de praktijk nog niet voor iedereen bekend is, wordt GIS-technologie ook in de pijpleidingbranche meer en meer ingezet. Dirk: “Met GIS kan je ontwerpen gedetailleerd vormgeven, dat is de kracht van de software. Je kan voorkeuren ingeven om bepaalde gebieden te ontwijken en de kosten uit te rekenen. Bovendien is het een transparante methode: de input, planningen, waarmee de goedkoopste offshore waterstofbackbone kan worden ontworpen. Dirk: “Voor mijn masterscriptie ben ik een eerste design van een offshore backbone in de Noordzee gaan ontwikkelen met behulp van GIS-software, een geografisch informatiesysteem. Dat is in Europa nog niet eerder gedaan. Via GIS-software kan ik verschillende parameters en omgevingsfactoren - zoals meerdere offshore waterstofproductie hubs, onshore aansluitpunten en bestaande of nieuwe pijpleidingen - invoeren om met behulp van een kostenpaden- en netwerkanalyse tot een ontwerp van het meest optimale netwerk te komen. De output heb ik gevisualiseerd en zo heb ik een eerste schets (kaart) van een mogelijke offshore backbone ontwikkeld. Uit mijn onderzoek is gebleken dat we de bestaande gasleidingen in de Noordzee in principe kunnen hergebruiken met als gevolg bewerkingen en berekeningen zijn expliciet vastgelegd. Hierdoor is het hele proces traceeren reproduceerbaar, zodat we in de toekomst op eenzelfde manier netwerken kunnen plannen en ontwerpen. Dat is een belangrijke meerwaarde van GIS-technologie. Verder wordt de vergelijking van asplanned en as-built ondersteund waardoor bijvoorbeeld het plan gebruikt kan worden als basis voor een digital twin van de infrastructuur ter ondersteuning van het onderhoud eraan. Uiteindelijk maak ik als GISexpert een eerste ontwerp en is het aan de mensen die betrokken zijn bij de volgende ontwerpfase om het ontwerp te valideren.” Waardevolle bijdrage “Het is uniek wat Dirk heeft gedaan, dat is super interessant”, zegt Joris trots. “Hij heeft met zijn onderzoek niet alleen een waardevolle bijdrage geleverd aan de blauwdruk voor een offshore backbone in de Nederlandse 4 Foto: North Sea Energy

Noordzee, maar hij heeft ook de relevantie ervan benadrukt. De visuele beelden uit zijn onderzoek zijn belangrijk voor de sociale dimensie van het project. Energieinfrastructuurproblemen worden voor veel mensen pas inzichtelijk als er een kaart is. Hierdoor gaan ze anders naar het probleem kijken en dat brengt een belangrijke discussie op gang.” What’s next? Hoewel Joris en Dirk tevreden zijn met het eerste design, zijn er ook nog uitdagingen voor de toekomst. Dirk: “Een mooie volgende stap zou zijn om ook capaciteit en vraag & aanbod aan de analyse toe te voegen”, vertelt Dirk. “Wat is het effect van meerdere productielocaties en verschillende hoeveelheden waterstof die beschikbaar komen? Heeft dit gevolgen voor de diameter en tracering van de pijpleidingen? Dat zijn interessante en belangrijke vragen voor de toekomst. Persoonlijk zou ik het ook heel interessant vinden om dieper in te gaan op planning van de waterstofinfrastructuur.” Joris: “Het zou mooi zijn als we ook op voorhand het netwerk dynamisch kunnen doorrekenen. De wind kan zich elk uur anders gedragen, welk effect gaat dit hebben op het netwerk? Wat doet dit voor de opslag en het gebruik? Dit soort lessen wil je ook meenemen in je ontwerp om klaar te zijn voor de toekomst. Dit zijn detailslagen waar we nog aan werken. We hebben nu een mooie eerste stap gemaakt, de volgende fase is om dit verder uit te bouwen. We hebben met het North Sea Energy-programma voor ogen om eind volgend jaar een eerste schets te presenteren van hoe de Noordzee er in 2050 uit gaat zien. Een eerste coherente visie van hoe het energiesysteem in zijn geheel gaat veranderen. Daar zijn de ideeën van Dirk zeker in terug te vinden.” Europese drive Niet alleen het design van een offshore waterstofbackbone is uniek, maar ook de samenwerking tussen energieleveranciers op het gebied van offshore wind is nieuw. Joris: “Het idee voor een integrale aanpak wordt gekopieerd door andere landen in Europa. De laatste vijf jaar zijn partijen in toenemende mate collectief naar waterstofproductie op zee aan het kijken. Het komt meer naar voren in het publieke domein, dat is gaaf”, vertelt Joris enthousiast. “We hebben de ambitie om de samenwerking tussen landen verder te intensiveren om uiteindelijk een offshore backbone voor de gehele Noordzee te kunnen realiseren. Dit blijft echter ingewikkeld door de individuele belangen van lidstaten, verschillende wet- en regelgevingen en de verantwoordelijkheid voor financiering. Dat zijn uitdagingen die we de komende 10 jaar moeten oplossen, maar dat is zeker niet onmogelijk. In de Europese Green Deal is de Noordzee aangemerkt als belangrijk gebied, dus vanuit Europa is er een drive om dit te bewerkstelligen. Het is immers in iedereen zijn voordeel om samen te werken”, sluit Joris af. GIS staat voor Geografisch Informatie Systeem. GIS-technologie gebruikt tools om ruimtelijke gegevens en geografische informatie te analyseren en te visualiseren. Hierdoor is GIS-software een waardevol instrument om netwerken te analyseren, ontwerpen en optimaliseren. Foto: North Sea Energy GIS-software Joris Koornneef Naast zijn werk als Strategy Consultant bij TNO is Joris Koornneef ook wetenschappelijk leider binnen het North Sea Energyonderzoeksprogramma. Hij houdt zich bezig met verschillende kennisdisciplines en koppelt deze inzichten aan elkaar. Dirk Boerhout Dirk Boerhout is masterstudent Geographical Information Management & Applications (GIMA) en is gespecialiseerd in GIS-technologie. Voor zijn masterscriptie, onder begeleiding van Sytze de Bruin van Wageningen University & Research, was hij aangesloten bij het team van Joris om onderzoek te doen naar het ontwerp van een waterstofinfrastructuur in de Nederlandse Noordzee. BIG NXT30 5

Versnellen van de energietransitie door warmtetransport en opslag van CO2 Voorlopig blijft aardgas nog een energiebron van betekenis. Dit neemt niet weg dat Nederlands energieinfrastructuurbedrijf Gasunie zich op weg naar 2050 al enige tijd richt op innovatieve, duurzame energieoplossingen. Het bedrijf wil vanuit haar publieke rol en op basis van haar kennis op het gebied van infrastructuur een bijdrage leveren om de energietransitie te versnellen. Recente projecten Porthos en WarmtelinQ geven daar invulling aan. De gemene deler van deze twee projecten? Ze hebben elk de Rotterdamse haven als startpunt. Ralf Koll, projectmanager bij Gasunie, vertelt over beide projecten. Om CO2-winst te behalen als onderdeel van de energietransitie zijn meerdere landen in Europa bezig om huizen en bedrijven van olie en kolen naar aardgas over te laten stappen. Deze aanpak roept in Nederland verbazing op, aangezien Nederlandse huishoudens worden gestimuleerd om van het gas af te gaan. “De maatregel om van gas af te gaan is deels noodzakelijk om Nederland in 2050 voor 95% klimaatneutraal te maken”, stelt Ralf Koll. Porthos “De drijfveer achter de energietransitie is het reduceren van CO2-uitstoot, dat kan op verschillende manieren”, vertelt Ralf. “Zo is de opslag van CO2 een manier voor de industrie om op korte termijn minder CO2 uit te stoten en tegelijk te werken aan structurele verduurzaming van de productieprocessen.” Daarom werkt Gasunie aan project-Porthos: Port of Rotterdam CO2 Transport Hub and Offshore Storage. Gasunie werkt hiervoor samen met EBN en Havenbedrijf Rotterdam om vanaf 2024 CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven te transporteren en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Ralf: “Wij richten ons op het aanleggen van een transportleiding, een 42-inch (1067mm) pijpleiding van de Rotterdamse haven naar lege gasvelden in de Noordzee. De haven van Rotterdam is verantwoordelijk voor circa 15% van de Nederlandse CO2uitstoot. Hierdoor levert het relatief veel klimaatwinst op om in dit gebied CO2 af te vangen. Ook de afstand tot de lege gasvelden in de Noordzee is gunstig.” ‘’Door de grote diameter van de leiding en de overvolle ondergrond is de aanleg complex, de ondergrond moet letterlijk op de schop.’’ Op de schop De transportleiding van Porthos wordt een stalen, geïsoleerde pijpleiding van bijna 30 kilometer lang. “De leiding gaat van de Vondelingenplaat door het havengebied van Rotterdam. We leggen verschillende blokschema’s aan om extra veiligheid te bieden voor de omgeving. Zo kunnen we bij eventuele calamiteiten de leiding op afstand inblokken. Door de grote diameter van de leiding en de overvolle ondergrond is de aanleg complex. De ondergrond moet letterlijk op de schop om dit mogelijk te maken. We leggen de leiding aan op een korte afstand van 40 cm van bestaande leidingen in de leidingenstrook, hierdoor moeten we de leidingenstrook meerdere keren onderlangs kruisen. Het gevolg is dat we alle bestaande leidingen moeten opvangen en stalen constructies met balken moeten aanleggen. Dat is heel bewerkelijk en een gigantische opgave. Bovendien is het niet altijd mogelijk om de leiding in lange strengen aan te leggen en moeten we buis voor buis werken. Dat is ontzettend arbeidsintensief”, legt Ralf uit. Aansluitlocaties De CO2 die Porthos in de toekomst gaat transporteren en opslaan, zal worden afgevangen door verschillende bedrijven. De bedrijven leveren hun CO2 aan, die vervolgens door een verzamelleiding door het Rotterdamse havengebied 6

loopt. Uiteindelijk wordt de CO2 in een compressorstation op een hogere druk gebracht. Ralf: “We leggen meerdere aansluitlocaties aan, waardoor bedrijven makkelijk kunnen aansluiten op onze leiding, zonder dat we de hoofdleiding buiten bedrijf hoeven te nemen.” Wereldwijde belangstelling Porthos is niet alleen het verst gevorderde Nederlandse project voor CO2-reductie, maar is wereldwijd uniek. De CO2 wordt uiteindelijk per offshore pijpleiding naar een platform in de Noordzee, circa 20 km uit de kust, getransporteerd. Vanaf het platform wordt de CO2 in een leeg gasveld geïnjecteerd. Ralf: “Dat maakt dit project zo uniek. Hoewel er al ruime ervaring is om CO2 in voormalige olievelden te injecteren, is dit nieuw bij een voormalig gasveld. We werken met alle betrokken partijen hard aan het ontwerp, de vergunningen en andere noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden, zodat we in 2022 kunnen beginnen met de realisatie en in 2024 het systeem operationeel hebben. We hebben uiteindelijk 15 maanden om de onshore-pijpleiding aan te leggen. Een grote uitdaging, maar we liggen op schema.” WarmtelinQ Gasunie is naast Porthos ook bezig met andere projecten om de CO2-uitstoot te reduceren. Zo is het bedrijf de afgelopen vier jaar ook druk bezig met de voorbereidingen van de realisatie van meerdere warmtetransportleidingen die vanaf eind 2024 restwarmte van de Rotterdamse haven naar woningen en bedrijven in Zuid-Holland moeten brengen. “In 2019 is Gasunie door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangewezen als ontwikkelaar en exploitant van WarmtelinQ: een warmtetransportnet met Gasunie als onafhankelijk netbeheerder. Daarmee  Foto: Ralf Koll BIG NXT30 7

Ralf Koll wordt WarmtelinQ het eerste open access warmtetransportnet ter wereld met het gebruik van industriële restwarmte op deze schaal”, zegt Ralf. Ralf Koll werkt al meer dan dertig jaar in de pijpleidingbranche en is inmiddels 16 jaar werkzaam als projectmanager bij Gasunie. Binnen Gasunie richt Ralf zich sinds vier jaar steeds meer op energietransitieprojecten zoals Porthos en WarmtelinQ. Om warmte te transporteren heb je de juiste omgeving nodig. Ralf: “Stedelijke gebieden zijn hier potentieel voor geschikt door de dichte bebouwing en juiste bevolkingsdichtheid. De gunstige ligging ten opzichte van de steden in ZuidHolland in combinatie met de grote hoeveelheid restwarmte in het Rotterdamse havengebied, maakt Zuid-Holland de perfecte locatie voor de aanleg van een grootschalig warmtetransportnet.” Technische haalbaarheid Het eerste tracé van WarmtelinQ start – net als bij Porthos - bij de Vondelingenplaat in de Rotterdamse haven en loopt vanaf daar naar het bestaande warmtenet in het centrum van Den Haag. Het doel is om het net in de toekomst regionaal verder uit te breiden. Ralf: “WarmtelinQ bestaat uit een aanvoer- en retourleiding met een binnendiameter van 700mm tot 500mm en een buitendiameter inclusief isolatie van 900mm tot 710mm. Ook is het nodig om expansielussen aan te leggen, om spanningen in het materiaal door de hoge temperatuur van het water op te vangen. Het zijn twee behoorlijke leidingen en in combinatie met de expansielussen gaat ook hier de aanleg voor ons de grootste uitdaging zijn. Niet alleen de ruimte in de ondergrond, maar ook de ruimte om te werken is beperkt in het stedelijke gebied. Een complexe taak voor ons engineeringsteam en de aannemers, maar technisch zeker haalbaar.” Gasunie In Nederland en Noord-Duitsland beheert en onderhoudt Gasunie de hoofdinfrastructuur voor grootschalig transport en opslag van gas. Nu is dat nog vooral aardgas, maar met de energietransitie verschuift dit steeds verder naar waterstof, CO2, warmte en groen gas. Startpunt “In dit project speelt omgevingsmanagement ook een belangrijke rol”, vervolgt Ralf. “We willen de overlast voor omwonenden zo veel mogelijk beperken. Dat vergt enorm veel overleg en vraagt om zorgvuldige afstemming met omwonenden, gemeenten, waterschappen, bedrijven en andere stakeholders. De vergunningen voor het eerste tracédeel zijn momenteel aangevraagd. Om op tijd klaar te zijn voor een eerste warmtetransport in 2024, zijn we druk bezig. Het technische ontwerp voor het eerste deel van de leiding van Vlaardingen naar Den Haag is gereed en de constructie is gegund. Ons doel is om in de zomer van 2022 te starten met de aanleg van het eerste tracédeel.” Flexibiliteit Dat de energietransitie de drijfveer is achter zowel Porthos als WarmtelinQ, merkt Ralf zeker in de uitvoering. “Normaliter werken we in bepaalde stappen naar de realisatie van een project. Energietransitietrajecten zijn echter tijd gedreven projecten, de einddatum ligt vaak al vast voordat de businesscase en het functionele ontwerp geheel gereed zijn. Dat vergt een andere aanpak en veel flexibiliteit van alle partijen, maar maakt dit soort projecten ontzettend interessant”, sluit Ralf enthousiast af. 8 Foto: Porthos

Van aardgas naar waterstof Fluxys Belgium en UGent doen onderzoek naar een waterstofinfrastructuur voor België Foto: Fluxys Belgium Fluxys Belgium bouwt in België aan de waterstofinfrastructuur van de toekomst. Om tegen 2050 de switch te maken naar een 100% koolstofneutraal energiesysteem speelt het hergebruik van het bestaande aardgasnetwerk voor waterstoftransport en –opslag een cruciale rol. Voor dit nieuwe gebruik van het bestaande netwerk dient de fitnessfor-service van de pijpleidingen bestudeerd te worden. Hiervoor hebben Fluxys Belgium en Universiteit Gent (UGent) de krachten gebundeld en - met financiële steun van het Energietransitiefonds (EFT) van de Belgische federale overheid - het onderzoeksprogramma HyFit gelanceerd. Het programma beoogt een methodologie te ontwikkelen om de betrouwbaarheid van pijpleidingen voor waterstoftransport te kunnen beoordelen. Fluxys Belgium is volop aan de slag om de infrastructuur in België zo om te vormen dat het huidige aardgasnet duurzaam ingezet kan worden. Fluxys Belgium wil zijn infrastructuur meer en meer ter beschikking stellen voor het transport van koolstofneutrale energiedragers zoals waterstof. Julien Schweicher, Green Gas Study Engineer bij Fluxys Belgium, vertelt hierover: “Door de bestaande aardgasinfrastructuur maximaal te hergebruiken dragen we bij aan een betaalbare energietransitie. Tegelijk betekent het inzetten van de bestaande infrastructuur een aanzienlijke ruimte- en tijdsbesparing. Voor Fluxys Belgium is het dus essentieel om te weten of de bestaande leidingen geschikt zijn om waterstof op een veilige manier te transporteren.” Samenwerking Fluxys Belgium en UGent Om zoveel mogelijk kennis te vergaren over waterstof werken Fluxys Belgium en UGent samen. Julien: “Wij willen een actieve rol spelen in de Belgische energietransitie met een relatief nieuw product. Vandaar dat we een beroep hebben gedaan op UGent.” Stijn Hertelé, professor breakmechanica  BIG NXT30 9

Julian Schweicher Julien Schweicher werkt als Green Gas Study Engineer bij Fluxys Belgium. Hij richt zich binnen Fluxys op het voorbereiden van het netwerk op de overgang naar hernieuwbare energie waaronder waterstof. WSP WSP Stijn Hertelé Stijn Hertelé is professor aan Universiteit Gent op het gebied van breukmechanica. Hij is werkzaam in Laboratorium Soete, dat over de laatste decennia o.a. een sterke reputatie uitbouwde naar onderzoek rond pijpleidingen. Daarnaast maakt Stijn deel uit van het bestuur van BIG. (werktuigkunde) bij UGent, vult aan: “Fluxys Belgium en UGent hebben een lange geschiedenis, maar we hebben nog niet eerder samengewerkt op het gebied van waterstof. Onze gezamenlijke ambitie is om het gedrag van waterstof beter te begrijpen. We hebben eerst een literatuuronderzoek uitgevoerd. Hier hebben we veel van geleerd, maar er zijn ook een aantal interessante vragen uit naar voren gekomen. Eén daarvan is de vraag hoe we de transitie naar een waterstofinfrastructuur op een veilige manier kunnen vormgeven. Met het EFT HyFit-onderzoeksprogramma willen we hierop een antwoord vinden.” Ontwikkelen van een methodologie Om gasleidingen te hergebruiken voor waterstof is het belangrijk om de betrouwbaarheid en veiligheid, ofwel fitness-for-service, van de bestaande leidingen te beoordelen. Stijn: “Over de jaren heen zijn pijpleidingen (in België en daarbuiten) van vele verschillende staalsoorten geproduceerd, die elk unieke eigenschappen hebben. Deze staalsoorten interageren met de stoffen die door de leiding getransporteerd worden. Als je uitspraken wilt doen over de geschiktheid van staalsoorten voor een netwerk, moet je de staalsoorten gaan testen en rangschikken. Dat gaan wij doen met behulp van kostefficiënte laboratoriumtesten, om zware proefprogramma’s bij volle schaal te vermijden.” Van kleine naar grote schaal Het team van het ETF HyFit-programma neemt de testen af in samenwerking met Laboratorium Soete en de onderzoeksgroep Sustainable Materials Science van UGent. Stijn: “Het uitvoeren van deze laboratoriumtesten is complex. Een test voeren we eerst op kleine schaal uit, vervolgens schalen we de testen stap voor stap op. Het gedrag van een klein stukje pijpleidingmateriaal is echter anders dan het gedrag van een volle pijpleiding onder hoge druk. Hierdoor is het moeilijk om het gedrag van het materiaal te voorspellen. Dat vereist specialistische kennis over materiaalsoorten en hun interactie met waterstof. Vandaar dat Kim Verbeken, professor en metaalkundige bij UGent, bij het onderzoek is aangesloten, door zijn jarenlange ervaring en internationale reputatie op dit gebied.” Kim Verbeken Ook Kim Verbeken is professor aan Universiteit Gent en is als metaalkundige al ruim 14 jaar gespecialiseerd in de interactie tussen metalen en waterstof. Kim is ook hoofd van Sustainable Materials Science, een onderzoeksgroep met internationaal erkende expertise rond de ontwikkeling van experimentele methodologieën. Sinds 2017 werken Kim en Stijn samen om het probleem rondom waterstofverbrossing van pijpleidingen te onderzoeken. Het opschalen van de experimenten is ook voor Kim een uitdaging. “Experimentele methodologie is cruciaal en vereist specialistische kennis van de impact van relevante parameters. Elke keer als je de testen opschaalt, kan je te maken krijgen met neveneffecten. Hoewel ik al 14 jaar testen uitvoer met waterstof, is het voor mij ook uitdagend om de experimentele resultaten om te zetten naar een volledige schaal. Dat maakt het ETF HyFit-onderzoeksprogramma voor mij zo interessant en uniek”, licht Kim toe. Waterstofverbrossing en lasnaden Naast het opschalen, zorgt waterstof zelf ook voor een extra uitdagende dimensie. Kim: “Waterstof is een klein atoom en gedraagt zich op zeer specifieke 10

wijze. Door haar kleine afmetingen kan waterstof terecht komen in het staal en is het mobiel tussen de andere atomen. Hierdoor is er interactie op microstructurele schaal. Het gevolg is dat er materiaaldegradatie kan ontstaan – zogenoemde waterstofverbrossing – waardoor de pijpleiding zwakker wordt. Dat heeft potentieel gevolgen voor de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk.” Ook de pijpleiding lasverbindingen zijn een van belangrijk een aandachtspunt bij de testen. Stijn: “Waar een buisleiding (eenvoudig gezegd) één soort materiaal kent met één microstructuur, bevat een lasverbinding tussen buizen een mengsel van microstructuren. Een experiment wil je natuurlijk in een zeer gecontroleerde conditie uitvoeren, maar door de lokale verschillen in het materiaal van lasnaden is dit lastiger. Hierdoor is er momenteel nog weinig bekend over het effect van lasverbindingen op de fitness-forservice, daar hopen wij in de toekomst meer inzicht in te krijgen.” Verhaal zonder einde In november 2021 is het project officieel van start gegaan met de eerste laboratoriumtesten. Fluxys Belgium zal verschillende materialen uit het huidige netwerk aanleveren, om zo de meest representatieve informatie te kunnen krijgen. Het project zal uiteindelijk vier jaar in beslag nemen, maar daarna houdt het niet op. Zowel voor Fluxys Belgium als voor UGent is dit een verhaal zonder einde. Julien: “Met ETF HyFit richten wij ons op het ontwikkelen van een methodologie om uiteindelijk de voor waterstoftransport geschikte leidingen in kaart te brengen. Ons eindelijke doel is een waterstofinfrastructuur in België op te zetten die voldoet aan alle veiligheidsvereisten en waarmee we onderdeel kunnen uitmaken van de Europese waterstofbackbone. Daarvoor is het nodig om Europese standaarden en normen rondom waterstoftransport en -opslag te ontwikkelen, deze zijn er momenteel nog niet.” “Sommige criteria en normen voor de kwalificatie van materiaal voor gastransport en -opslag worden momenteel gebaseerd op de Charpy kerfslagbeproeving, maar helaas is deze relatief ongevoelig voor waterstof. Het zou mooi zijn als wij met onze methodologie een eerste stap naar aangepaste of vernieuwde acceptatiecriteria kunnen maken,” vult Stijn aan. Erkenning Het mooie aan dit project is dat UGent en Fluxys Belgium gezamenlijk een brug bouwen tussen wetenschappelijke én industriële relevantie. “Samen dragen wij bij aan de duurzaamheidsproblematiek en de Europese Green Deal, een mooie win-win situatie”, zegt Stijn. Het belang van het EFT HyFitonderzoeksprogramma wordt ook erkend door België: HyFit is één van de 14 projecten die een bijdrage krijgen uit Energietransitiefonds het Energietransitiefonds (EFT) gefinancierd door de federale overheid in België om zo de Belgische transitie naar waterstof als energiedrager te bevorderen. Kim: “Deze bijdrage zorgt voor erkenning van het belang van de problematiek en dat zorgt voor een extra drive”. “Ook voor Fluxys Belgium is dit een mooi signaal dat we in de goede richting bezig zijn naar een koolstofneutraal België in 2050”, aldus Julien. Fluxys Belgium Fluxys Belgium exploiteert ruim 4.000 kilometer pijpleiding, een terminal voor vloeibaar aardgas en een terrein voor ondergrondse gasopslag in België. Als purposegedreven bedrijf draagt Fluxys Belgium bij aan een betere wereld door mee te werken aan een mooie energietoekomst. Foto: Fluxys Belgium BIG NXT30 11

PIPELINER IN BEELD Een pipeliner in hart en nieren, óok zonder technische achtergrond In gesprek met Dave Heeren, directeur bij aannemer MVOI 12

De technische aspecten van de pijpleidingbranche zijn voor iedereen een uitdaging. Kun je dan ook een echte pipeliner worden, zonder een technische achtergrond te hebben? Dat is zeker mogelijk! Dave Heeren verruilt zijn loopbaan in de accountancy uiteindelijk voor de kabel- en leidingbranche. Momenteel is hij directeur van aannemer MVOI waar hij werkzaam is vanuit het hoofdkantoor in Groot-Ammers. “Een dynamische werkomgeving blijkt veel beter bij mij te passen.” Dave Heeren (48 jaar) woont al zijn hele leven in Brabant en is ook niet van plan om het zuiden van Nederland te verlaten. Hij is 22 jaar getrouwd en heeft twee kinderen van 20 en 22 jaar. Hoewel het bij Dave zelf niet zo was, heeft hij de belangstelling voor het pipelinervak bij een van zijn kinderen met de paplepel ingegoten. Zijn dochter werkt sinds één jaar bij hem in het bedrijf. Dave had zelf altijd de ambitie om aan de slag te gaan als accountant en begon daarom zijn loopbaan in de accountancy bij Deloitte & Touche. Toch bleek dat na een aantal jaar, geheel tegen zijn verwachtingen in, niet de baan van zijn dromen te zijn. “De mentaliteit binnen de accountancy paste niet bij mij. Er was geen klik. Je gaat constant van bedrijf naar bedrijf, voor mijn gevoel bouwde je niks op. Ik besloot naast de administratieve kant een avondstudie bedrijfseconomie te volgen, om mij ook te kunnen verdiepen in de marketing en management van een bedrijf. De opleiding was best pittig met een vaste baan en twee kleine kinderen”, vertelt Dave. Omschakeling In 1995 gaat Dave aan de slag bij Adidas Benelux. “Een geweldige baan”, vertelt hij enthousiast. “Bij Adidas heb ik de omschakeling van een handelsorganisatie naar een sterk marketing-gedreven bedrijf meegemaakt, ontzettend interessant.” Na een reorganisatie wordt Dave een baan in Manchester op het hoofdkantoor van Adidas Noord-West Europa aangeboden. Hij slaat dit aanbod af om met zijn jonge gezin in de regio te blijven wonen. Na zijn tijd bij Adidas heeft hij als freelance financieel-manager een paar jaar diverse opdrachten uitgevoerd. Uiteindelijk rolt hij via een  Foto: MVOI BIG NXT30 13

familielid de ondergrondse infrastructuur in bij Trebax/Marconi Oranje. Dave: “Ik ben begonnen als financieel expert en had nog niet eerder in een projectorganisatie gewerkt. Veel was er nieuw, maar ik kwam er al snel achter dat dit type organisatie veel financiële sturing behoeft. Er was veel afwisseling tussen kleinere en grote projecten met grote financiële belangen. Ik vond het een interessante opgave om daar beheersing en sturing in aan te brengen.” en innoverende branches om in te werken gezien de energietransitie en duurzame doelstellingen. Ik ben blij dat ik daar onderdeel van uit mag maken”, vertelt Dave. “Ik heb geen spijt dat ik de switch naar de kabel- en leidingbranche heb gemaakt. Ik vind mijn huidige functie geweldig uitdagend.” Verrassende stap De switch naar de kabel- en leidingbranche is volgens Dave een verstandige keuze geweest. “Binnen de bouwsector heb je te maken met branche-specifieke uitdagingen waaronder technische complexiteit, samenwerking met diverse partijen en concurrentie. Het is een dynamische sector, dat blijkt beter bij mij te passen. Deze branche trekt bovendien een bepaald type mens aan. Pipeliners weten allemaal van aanpakken en dat vind ik een mooi gegeven. Ze dragen de branche een warm hart toe en hebben echt passie voor het vak. Dan is het toch gaaf om met zulke collega’s te mogen werken? Bovendien is de bouwsector op dit moment een van de meest relevante Feeling met de werkvloer Vanuit zijn financiële functie groeide de interesse van Dave in andere deelgebieden. Vooral personeelszaken vindt hij interessant. Dave: “Ik ben mij steeds meer gaan ontwikkelen op het gebied van kwaliteit en veiligheid, personeelszaken en inkoop. Sinds 2016 ben ik eindverantwoordelijke bij MVOI. Ik houd me bezig met de strategie, het beleid maar probeer ook dicht bij de mensen te zitten. Ik vind het belangrijk om feeling te houden met mensen op de werkvloer en zet me graag in om groeiambities van collega’s mogelijk te maken.” Duurzame inzetbaarheid Dave heeft zeker geen spijt dat hij zijn eerdere ‘droombaan’ heeft opgegeven voor de kabel- en leidingbranche. Dave vertelt: “Ik vind mijn huidige functie geweldig uitdagend. Personeelszaken is een onderwerp wat voor veel mensen moeilijk grijpbaar is. Hoe stuur je mensen aan? En hoe zorg je dat mensen zich goed voelen en met plezier naar hun werk gaan? Dat vind ik interessante vragen. Uiteraard zitten daar ook uitdagingen aan verbonden zoals de duurzame inzetbaarheid van personeel. Hoe kunnen we mensen zo lang mogelijk aan ons bedrijf verbinden? Kunnen we hen op latere leeftijd een andere rol laten aannemen? De laatste jaren staan ook kwaliteit en veiligheid hoog op de agenda, niet alleen bij MVOI maar in de gehele kabel- en leidingbranche. Hoe kunnen we dat zo goed mogelijk samen inrichten? Welke gedragsveranderingen zijn daarvoor nodig? Dat zijn vragen die vanuit de branche zelf komen en dus ontzettend belangrijk zijn. Hier moeten we gezamenlijk een antwoord op zien te vinden.” Samen kansen benutten Een ander belangrijk knelpunt in de pijpleidingbranche is volgens Dave de samenwerking tussen de verschillende partijen. “Er zijn een aantal uitdagingen waar iedereen tegenaan loopt. Zo is er veel werk, maar dit komt niet gespreid over het jaar”, legt Dave uit. “Rond oktober en november is iedereen in de branche aan het rennen en vliegen en daarna volgt er een rustigere periode. Er is een bepaald patroon van drukte te zien gedurende het jaar, daar hebben we allemaal mee te maken maar valt 14

voor verschillende partijen op een ander moment in het jaar. Hoe mooi is het idee dan om krachten uit te wisselen? Voor dit soort oplossingen kunnen we wat mij betreft als branche nog veel meer met elkaar samenwerken. Het is belangrijk dat we elkaar blijven opzoeken.” Dit geldt volgens Dave ook voor de arbeidskrapte. Dave: “Het lukt bijna niet om nieuwe mensen te vinden. Iedereen is hier al serieus mee bezig, maar een gezamenlijke aanpak zoals een landelijke campagne is nodig om het op te lossen. Onze branche is vaak onbekend bij de jeugd. Door onze krachten te bundelen kunnen we allemaal de vruchten plukken. Wij werken in een fantastische branche waar veel mensen hun talenten in kwijt kunnen, óók zonder technische achtergrond. Het is daarom belangrijk om onze branche beter te positioneren, ook in het onderwijs. BIG is een mooi Foto: MVOI voorbeeld van een onafhankelijk platform waarin verschillende bedrijven uit de branche zich verenigen om krachten te bundelen. We kunnen het dus wel, laten we nu dan ook echt doorpakken en de kansen benutten.” Technische interesse Naast de menselijke kant van de pijpleidingbranche heeft Dave ook zeker interesse in de technische aspecten. Daarom heeft hij het eerste jaar van de Master of Pipeline Technology gevolgd. “Ik kwam steeds meer in aanraking met calculaties en bestekken en ik was vaker in het veld te vinden. Het leek me goed om me daar meer in te verdiepen, dus ik besloot de masteropleiding te volgen. Ik heb eerst voorkennis opgedaan om met de opleiding te mogen starten, aangezien ik geen technische vooropleiding heb gevolgd. Na een aantal één-op-één sessies over onder andere mechanica en stekteleer heb ik het eerste jaar succesvol afgerond. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd”, vertelt Dave. Toekomstige ambities Met het oog op de toekomst heeft Dave een aantal ambities. “Wat veel mensen niet weten is dat MVOI al tachtig jaar bestaat en sinds drie jaar onderdeel uitmaakt van Mourik. Voorheen was ons bedrijf onder andere bekend onder de namen Dura Vermeer Ondergrondse Infra en Vloeigas Leidingen. De helft van onze werkzaamheden is nu gericht op de energietransitie, daarin hebben wij een voortrekkersrol. Deze voortrekkersrol willen wij behouden én nog verder uitbreiden. Wat ons onderscheidt ten opzichte van concurrenten? Wij zijn heel veelzijdig en vinden goed werkgeverschap belangrijk. Als team zetten wij ons gezamenlijk in om aan onze en ieders persoonlijke ambities te werken. Uiteraard ligt ook nog de thesis van de masteropleiding op mij te wachten. Als ik ergens aan begin, wil ik het ook altijd afmaken. En dan ben ik natuurlijk officieel een echte pipeliner”, zegt Dave lachend. Over MVOI MVOI is een zakenpartner in de infrasector voor de Nederlandse markt. Als aannemer is het bedrijf gespecialiseerd in leidingbouw. Het bedrijf geeft advies over en zorgt voor de aanleg, aanpassing of het vervangen van zowel ondergrondseals bovengrondse infrastructuur. Vanuit het hoofdkantoor in GrootAmmers verzorgt MVOI met name de installatie van transport- en distributieleidingen voor gas, water, warmte en elektrotechniek. “Ik kwam steeds meer in aanraking met calculaties en bestekken en ik was vaker in het veld te vinden. Het leek me goed om me daar meer in te verdiepen, dus ik besloot de masteropleiding Pipeliner te volgen.” BIG NXT30 15

PIPELINER Theorie vormt de basis, maar toepassing in de praktijk is het doel! Foto: Tracébepaling door groep 1: Arno de Wit, Kenneth Grypdon, Marcel Bosman en Arjan Visser. Eén van de taken van Pipeliner is om de opleidingen zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de actualiteit van het werkveld. Dit houdt in dat de deelnemers aan de slag gaan met hun kennis, onder andere door praktijkgerichte groepsopdrachten. Theorie vormt de basis, maar de toepassing in de praktijk is het doel! Deelnemers van het eerste jaar van de Master of Pipeline Technology van 2020/2021 hebben een jaar lang gezamenlijk gewerkt aan het idee van ingenieursbureau WSP om een groene waterstofbuffer aan te leggen in de Leidingenstraat Nederland (LSNed) tussen Rotterdam en Antwerpen (artikel ‘Groene Energiebuffer’ uit het vorige BIG-Magazine). Vanuit verschillende invalshoeken zijn de deelnemers uiteindelijk met waardevolle aanbevelingen voor WSP gekomen. Arjan Visser (Antea Group) en Bart Groothuizen (Evides Waterbedrijf), deelnemers aan de masteropleiding, vertellen over de aanpak, samenwerking en meerwaarde van de groepsopdrachten. De perfecte mix Arjan Visser Arjan Visser is ruim 4 jaar projectleider/adviseur veld- en bodemonderzoeken en coördinator kabels & leidingen bij Antea Group. Hij volgt de masteropleiding om zich zowel te verdiepen als verbreden op het gebied kabels en leidingen en om uiteindelijk vanuit de onderzoeken de koppeling te maken met engineering en uitvoering. Om zoveel mogelijk van én met elkaar te leren moeten de deelnemers binnen de groepsopdrachten vanuit diverse disciplines samenwerken. Hierdoor leren de deelnemers over de grenzen van hun vakgebieden heen te kijken en samenhang te ontdekken tussen specialismen. Arjan Visser, projectleider bij Antea Group: “De groepen zijn vanuit de opleiding bewust zo divers mogelijk samengesteld, het is een brede mix van aannemers, opdrachtgevers en ingenieursbureaus. Door de diverse achtergronden hadden we alles in huis om het vraagstuk aan te vliegen. Enerzijds konden we elk een bijdrage leveren op basis van onze eigen expertise, maar anderzijds wakkerde de kennis van de groepsgenoten weer nieuwe interessegebieden aan.” Ook Bart Groothuizen, projectleider bij Evides, is positief over de aanpak: “Om het vraagstuk op te lossen, kon je in eerste instantie niet 100% van je eigen ervaring uitgaan. Hierdoor moet je open staan voor de denkwijzen van de andere deelnemers 16

en leer je elkaars beweegredenen beter begrijpen. Dit bracht waardevolle discussies op gang en dit zorgde voor kennisuitwisseling tussen theorie en praktijk verschillende disciplines.” Bredere gesprekspartner Tijdens de opleiding komen kennis, ervaring en persoonlijke ontwikkeling samen. Bart: “De verworven kennis en ervaring stelt je in staat om complexe vraagstukken gemakkelijker aan te vliegen. Je kennis van andere disciplines krijgt meer diepgang, waardoor je vanwege je bredere blik een betere gesprekspartner wordt. Dat is een waardevolle les voor de praktijk. Ik heb in het eerste opleidingsjaar als persoon meer stappen gemaakt dan de jaren ervoor. Dat is niet alleen waardevol voor je huidige functie en de branche, maar ook voor je persoonlijke groei.” “Door mijn functie als projectleider veld- en bodemonderzoeken ben ik voornamelijk aan de voorkant van een project betrokken, daarom was er voor mij veel nieuw tijdens de opleiding”, vertelt Arjan. “Naast technische vraagstukken, richt je je tijdens de opleiding ook op hele andere zaken, zoals juridische aspecten of omgevingsmanagement. Dat is soms pittig, maar ontzettend interessant. Het helpt dat de vakdocenten praktijkexperts zijn, daardoor sluit de opleiding goed aan bij het werkveld. Je leert constant een brug bouwen tussen theorie, praktijk en strategisch denken. Hierdoor kun je ook waardevolle ideeën inbrengen buiten je eigen specialisme.” Intensief samenwerken Samenwerking en netwerken vormen een groot onderdeel van de opleidingen van Pipeliner, twee zaken die Arjan en Bart zeer waarderen. “Je komt tijdens de opleiding in contact met mededeelnemers, vakdocenten, én tussen gastsprekers en professionals uit de branche. Hierdoor bouw je in een korte tijd een waardevol en professioneel netwerk op, dat vind ik een groot pluspunt van de opleiding. De opleiding volg je met elkaar als groep. Deze samenhorigheid is prettig en wordt vanuit Pipeliner gestimuleerd”, zegt Arjan. Bart: “Het mooie aan de opleiding is dat je heel intensief samenwerkt in je groep. Vanaf het begin van het studiejaar krijg je een buddy. Je helpt en motiveert elkaar tijdens de opleiding, maar ik ben ervan overtuigd dat dit ook na de opleiding zo blijft. Ondanks de verschillende disciplines, werkvelden of andere regio’s waar iedereen werkzaam is, creëer je een bijzondere band met elkaar. Daar zullen we onze verdere carrière van blijven profiteren.” Gezamenlijke motivatie Op de vraag wat de grootste meerwaarde van de opleiding is, zijn de heren het unaniem eens en reageren zij met een knipoog: ‛de vrijdagavond!’. “De lesbijeenkomsten zijn intensief, je begint wel ergens aan. Maar door de gezamenlijke motivatie en het groepsgevoel met als hoogtepunt een biertje op de vrijdagavond, ga ik er elke keer graag heen” zegt Arjan enthousiast. “Je krijgt er op professioneel én persoonlijk vlak veel voor terug.” Foto’s: WSP Bart Groothuizen Bart Groothuizen is projectleider voor de afdeling Nieuwbouw van Evides Waterbedrijf en richt zich op complexe projecten met grote leidingen. Door middel van de masteropleiding wil Bart zich verbreden en zijn multidisciplinaire blik verder ontwikkelen. BIG NXT30 17

Jubileum BIG De toekomst van de leidingbranche? Een rit vol uitdagingen! 18

Op 23 september 2021 vond het tweede BIG NXT30 webinar live plaats vanuit de First Impression studio in Tilburg. Deze middag stonden twee van de vier pijlers van BIG centraal: de thema’s kennis en connectiviteit. Leden en branchegenoten konden de bevlogen presentaties van onze gastsprekers vanuit hun thuislocatie of werkplek volgen. De highlights van deze middag? We bereiken meer impact door samenwerking, kennisdelen is key én maakt het vak charismatischer! Er moet meer aandacht komen voor het verhaal en de boodschap van de branche. We moeten van silodenken naar horizontale samenwerking. Eén ding is zeker: het wordt een uitdagende rit de komende 30 jaar. Kennis Al 30 jaar zet BIG zich in voor het delen van kennis. Dit staat haaks op de behoefte aan (geschoold) personeel naar aanleiding van uitdagingen zoals de energietransitie. Maar met de uitdagingen van vandaag zoals de energie- en warmtetransitie is geschoold personeel van groot belang. Juist daarom werd bijna 20 jaar geleden de onafhankelijke stichting Pipeliner opgericht, waaruit inmiddels twee (deeltijd) opleidingen – de Master op Pipeline Technology en de beroepsopleiding Pipeliner – zijn voortgevloeid. Het delen van kennis en het opleiden van personeel wordt door BIG daarom als één van de hoofdtaken voor de komende 30 jaar gezien. Roadmap Tijdens het webinar op 23 september jl. is onder begeleiding van BIG-voorzitter Han Admiraal aan de hand van enkele presentaties en een paneldiscussie een roadmap geschetst van de te nemen stappen om te voorzien in de instromingsen scholingsbehoefte van de leidingbranche. Diverse gastsprekers spraken over de kansen en dilemma’s rondom dit thema. Paul Groot, projectcoördinator Infrastructuur en Aanbesteden bij het Economisch Instituut voor de Bouw, beet het spits af. Hij gaf inzicht in de markt die vragende partij is naar (geschoolde) werknemers op diverse niveaus en met diverse competenties en vertelde over de rol die de overheid dient te nemen. “Bij ieder proces, goederenstroom of logistieke operatie, is connectiviteit essentieel, dus ook bij buisleidingenvervoer. Daar moeten we samen werk van maken!” Chrétien Bergmans, productmanager Techniek bij Avans+, nam vervolgens het woord. Chrétien is verantwoordelijk voor de technische bachelor-, postbachelor- en masteropleidingen van Avans+. Hij schetste het traject dat gevolgd zou moeten worden om studenten in het regulier onderwijs warm te maken voor de wereld van ondergrondse infrastructuur. Hoe krijg je een voet tussen de deur bij onderwijsinstellingen? Zijn ‘roadmap’ zal de komende jaren ongetwijfeld als basis dienen om een volgende stap te nemen in kennisdeling en -ontwikkeling in de leidingbranche. Aantrekken van human capital Als derde en laatste spreker kwam Léon Olde Scholtenhuis van de Universiteit Twente aan het woord. Hij vertelde over zijn ervaringen met het opzetten van onderwijs, aantrekken van studenten en noodzaak voor de sector om human capital aan te trekken. Vanuit zijn eigen studietraject bevestigde Léon het betoog van Chrétien en lichtte hij toe welke vakken in relatie tot ondergrondse infrastructuur nu al bestaan aan de Universiteit Twente. Léon sloot zijn betoog af door inzicht te geven in wat Challenge-based learning kan betekenen voor kennisontwikkeling in de toekomst.  BIG NXT30 19

War on talent Uit de presentaties van de gastsprekers kan de conclusie getrokken worden dat we als branche de ondergrondse infrastructuur aantrekkelijk moeten maken voor studenten, dé werknemers van morgen. Maar ook om de studenten en hun docenten eerder te contacteren, bijvoorbeeld tijdens de studie of zelfs al op de middelbare school. Voor BIG, maar ook de gehele branche, een belangrijke taak om alles in onze macht te doen om de ‘war on talent’ te winnen. “Het is voor de branche een belangrijke taak om de ‘war on talent’ te winnen.” Connectiviteit Tijdens het tweede deel van de webinar spraken Max Philips van ProRail, Bart Vannieuwenhuyse van TRIVIZOR en Kaj Mook van Berenschot over het thema connectiviteit. Zij gingen in op de vraag: ‘Hoe maken we werk van ‘connectiviteit’ om zeker te stellen dat buisleidingen ook in de toekomst gezien worden als vijfde volwaardige modaliteit? Connectiviteit is altijd al een belangrijk gegeven geweest bij iedere goederenstroom of logistiek proces. De transities in energie, chemie en logistiek brengen met zich mee dat het onderwerp connectiviteit verder uitgediept moet worden. Niet alleen in de zin van verbinding tussen twee punten, maar zeker ook als verbinding tussen partijen. De logistieke transitie draait om begrippen als synchromodaliteit en physical internet. Vergelijkbaar met het internet ontstaat er een ontkoppeling tussen gebruiker en provider. Als gebruiker wil je iets verzenden of ontvangen. Als provider stel je een service beschikbaar die dit mogelijk maakt. Synchromodaliteit zoekt daarbij naar de beste modaliteit of combinatie van modaliteiten voor het verzenden. Daarbij kan de gebruiker eisen stellen zoals snelheid, laagste kosten of duurzaamheid. Hardware, software en orgware Het brede thema connectiviteit onderscheidt zich in drie subthema’s: de hardware, software en orgware. De hardware slaat op het infrastructuurnetwerk. Het zijn de verbindingen van A naar B, de spokes in het hub & spoke netwerk, de fysieke connectiviteit. De software zit meer op de systemische connectiviteit. Hoe koppel je modaliteiten in termen van vraag en aanbod, hoe ga je om met informatie en met dataflows? Het vraagt om een connectiviteitsplatform waar capaciteit kan worden ingekocht. Afhankelijk van de wensen van de klant bepaalt de software de meest optimale combinatie van modaliteiten. Het derde subthema is de orgware ofwel de organisatorische connectiviteit. De cruciale vraag hier is hoe organiseer je alles en hoe komen partijen tot samenwerking. Het gaat hierbij niet alleen om de vraag van afstemming om tot optimale belading te komen, maar zeker ook om vragen als uitwisseling van reststromen vanuit het concept van circulariteit. Nú doorpakken Het is aan BIG om met kennis en connectiviteit aan de slag te gaan. Voor beide thema’s geldt dat we vooral ons verhaal over het voetlicht moeten krijgen. Daarvoor is het belangrijk om verbinding te zoeken met alle stakeholders om de dialoog aan te gaan. Tijdens de BIG NXT30 events werd alvast een eerste stap gezet en werden kennis en connectiviteit als kernprioriteiten bevestigd, de volgende stap is meer horizontale samenwerking. Voor BIG en de aangesloten branchepartijen de taak om nú door te pakken. Kortom, het wordt hoe dan ook een uitdagende rit de komende 30 jaar. Dit artikel is geschreven door: Stanley Hunte, Bart Vannieuwenhuyse en Lode Maesen 20

Who’s Next? Voor een young professional staat de wereld nog open. Maar met al die kansen zijn er ook veel uitdagingen. Dan is het fijn om je te laten inspireren door iemand met veel werkervaring. Daarom introduceert BIG de rubriek ‘Who’s Next?’ waarbij een young professional in gesprek gaat met een BIG-lid dat jarenlang in de buisleidingbranche heeft gewerkt. Deze eerste editie trappen Andries Brandsma en Willem Bakker af. Andries Brandsma (66) is sinds juli 2021 met pensioen. In al de jaren dat Andries voor Antea Group Nederland werkzaam is geweest, heeft hij de buisleidingbranche behoorlijk zien veranderen. Andries: “Tijdens de eerste vier jaar van mijn loopbaan stond ik elke dag in het veld. Een groot deel van onze kennis genereren we in de praktijk, door projecten uit te voeren en mee te kijken bij betrokken disciplines. Op langere termijn heb je daar veel baat bij.” In gesprek met senior professional Andries Brandsma en young professional Willem Bakker. Leer van andermans fouten of succesverhalen Ook Willem Bakker (33) is het erover eens dat je het echte vak in het veld leert. Willem is 8 jaar geleden binnen het team van Andries gestart en is gespecialiseerd in cultuurtechnisch advies voor kabels en leidingen. “Tegenwoordig start je op kantoor, waardoor je een eigen beeldvorming ontwikkelt van bepaalde situaties. Wanneer je een dergelijke situatie later met eigen ogen in de praktijk ziet, blijkt de realiteit soms anders. Veldwerk en terreinbezoek aan projecten brengen veel waardevolle inzichten mee.” Met elkaar verweven Andries: “Ten opzichte van dertig jaar geleden, zijn de projecten nu anders ingericht. Opdrachtgever, toezichthouders, aannemer en het adviesbureau waren strikt van elkaar gescheiden. Tegenwoordig is dit meer met elkaar verweven. Het voordeel is dat je expertise en krachten bundelt, waardoor het ondanks de beperkte capaciteit – waar tegenwoordig ook opdrachtgevers mee te maken hebben – toch mogelijk is om een succesvol project te realiseren.” “Ik ben van mening dat je het project altijd centraal moet stellen”, vervolgt Andries. “Er is namelijk maar één doelstelling: de pijpleiding op een nette manier in de grond aanleggen. Meer en betere samenwerking binnen de keten is essentieel. Ieder zijn specialisatie is uiteraard belangrijk, maar samen sta je steker.” Willem vult aan: “Je hebt alle disciplines nodig om een project te doen slagen. Andries heeft veel andere facetten binnen ons team opgebouwd, zoals tracering, ontwerp en sterkteberekeningen, grondmechanischen geohydrologisch onderzoek en niet onbelangrijk  BIG NXT30 21

Andries Brandsma de omgevingsonderzoeken. Hierdoor kunnen wij als team Kabels en Leidingen het hele pakket uitvoeren, van tracering tot toezicht bij de uitvoering.” Andries Brandsma (66) is als voormalig Project Manager 43 jaar werkzaam geweest bij Antea Group Nederland (voorheen Oranjewoud). Sinds juli 2021 is hij met pensioen. Kritische houding Andries: “De maatschappelijke omgeving is ook veranderd, zoals de normen rondom veiligheid en de rol van de media. In tegenstelling tot dertig jaar geleden winnen particulieren nu gemakkelijker informatie in. De huidige generatie is mondiger en durft meer vragen te stellen. Dat heeft voor- en nadelen.” Andries: “Er is maar één doelstelling: de pijpleiding op een nette manier in de grond aanleggen.” Willem erkent dit: “Particulieren durven meer kritische vragen stellen, willen graag inzicht in plannen en wensen betrokken te worden bij de planvorming. Met het gevolg dat particulieren een zeer kritische houding aannemen waar wij als branche mee om moeten gaan, dat is soms best een uitdaging.” Waarborgen van kennis Volgens Andries is én blijft de grootste uitdaging het waarborgen van kennis doordat vakgebieden, waaronder kabel- en leidingbranche, Willem Bakker Willem Bakker is sinds 2013 werkzaam als projectingenieur bij Antea Group Nederland. Hij heeft in het jaar 2020 de opleiding Master of Pipeline Technology afgerond, waarbij Andries hem als senior professional heeft ondersteund. de vergrijzen. “Kennis is van levensbelang voor de branche. Als bepaalde expertise naar de achtergrond verdwijnt, is het moeilijk om dit weer op het juiste niveau te krijgen en te houden.” “Antea Group Nederland zet zich actief in om het kennisniveau hoog te houden. Aan het begin van mijn carrière had ik Andries als buddy. Door mijn werk grotendeels aan zijn zijde uit te voeren, heb ik een enorme vracht aan kennis meegekregen. De samenwerking tussen oudgedienden en de jongere generatie “Een van de belangrijkste taken die ik voor mezelf heb weggelegd, is het branche-breed in stand houden van cultuurtechnische kennis met betrekking tot kabel en leidingprojecten”, vervolgt Willem. “Deze kennis is schaars, dus ik vind het belangrijk om dit aan te snijden. Daarom heb ik bij het afronden van de opleiding Master of Pipeline Technology mijn afstudeeronderzoek gewijd aan ‘Buisleidingaanleg op cultuurtechnisch verantwoorde werkwijze in een duurzame landbouwsector’. Initiatieven zoals Pipeliner en BIG zijn van groot belang om kennis te delen en te borgen.” Andries: “Willem is een van de weinige specialisten op cultuurtechnisch gebied, ik vind het mooi om te zien dat hij zich daar hard voor maakt. Ervaringen delen is toch de beste manier om kennis over te brengen. Dat zal voor Willem ook een uitdaging zijn in de toekomst.” Benut kansen “Wat ik wil meegeven aan young professionals zoals Willem? Stel je open en breed op, deel ervaringen en leer van andermans fouten of succesverhalen, dat is ontzettend belangrijk. Blijf nieuwsgierig, de Pipeliner-opleidingen zijn hier een mooi voorbeeld van. Dat hadden we in mijn tijd niet, daar ben ik jaloers op. Blijf je ontwikkelen. Zo heb ik op mijn beurt veel van Willem geleerd op het gebied van digitaal werken. Je bent namelijk nooit te oud om bij te leren, anders had ik het ook niet 43 jaar volgehouden in deze branche”, zegt Andries lachend. is essentieel om kennis te waarborgen”, zegt Willem. 22

NIEUWE BIG PARTNERS Welkom LBITA en Fluvius Twee nieuwe bedrijfsleden LBITA BV Leen van Bloois Fluvius Lode Maesen Als ingenieurs- en adviesbureau voor ontwerp en begeleiding van grote en kleine projecten voor kabels en leidingen is LBITA BV specialist binnen het havengebied van Rotterdam. Het bedrijf met een kantoor in Spijkenisse heeft uitstekende kennis van het havengebied en wijde omgeving, de aanwezige stakeholders en benodigde vergunningen en voorwaarden om (HS-)kabels en (industriële) leidingen te kunnen én mogen aanleggen. Ook richt LBITA BV zich op omgevingsen vergunningsmanagement, engineering, werkvoorbereiding, tekenwerk en landmeetkundige werkzaamheden. Een veilige en succesvolle realisatie staat daarbij voor LBITA BV voorop. Leen van Bloois (algemeen directeur) en zijn vrouw Edith (financieel directeur) van LBITA BV, zijn samen verantwoordelijk voor de technische invulling van de opdrachten en projecten. Samen met een team van ca. 20 collega’s dragen Leen en Edith zorg voor de kwaliteit, eenduidige afhandeling en optimale aandacht voor veiligheid en milieu. LBITA BV is gecertificeerd voor ISO-9001 en VCA**. Leen: “Het lidmaatschap bij BIG vinden wij belangrijk om krachten te bundelen en gezamenlijk als branche een bijdrage te kunnen leveren aan het verduurzamen van Nederland. Wij zien talloze uitdagingen waarvoor gezamenlijke onderzoeken en afspraken van groot belang kunnen zijn om de beperkte ruimte in de ondergrond optimaal te blijven benutten. Binnen BIG is de bundeling van kennis en ervaring in de markt voor ons een zeer interessante mogelijkheid om mee te denken en mee te ontwikkelen met de ideeën, planontwikkeling en kennisuitwisseling. Dat is essentieel voor een mooie toekomst van de pijpleidingbranche in Nederland en in onze buurlanden.” Fluvius is een Belgisch netbedrijf dat verantwoordelijk is voor het aanleggen, beheren en onderhouden van de distributienetten voor elektriciteit, aardgas en de gemeentelijke openbare verlichting in alle 300 steden en gemeenten in Vlaanderen. Daarnaast richt Fluvius zich ook op riolering, kabeldistributie en warmte in een deel van deze steden en gemeenten. In totaal beheert het bedrijf 230.000 kilometer aan nutsleidingen en 7 miljoen aansluitingen. Lode Maesen, Ontwikkelaar Beleid Netbeheer bij Fluvius: “Fluvius is toegetreden tot BIG om zijn kennis en contactennetwerk over de lands- en sectorale grenzen heen te vergroten. We zijn ervan overtuigd dat we veel kunnen leren van de aanpak in Nederland en dat we een heel aantal gelijklopende uitdagingen hebben als andere netwerkbeheerders. Daarnaast vindt Fluvius het ook waardevol om zijn kennis, opgebouwd in Vlaanderen, te delen met andere professionals en organisaties in de leidingwereld.” Namens Fluvius is Lode de contactpersoon voor BIG. Hij richt zich binnen het bedrijf op de ontwikkeling van uniforme richtlijnen voor netinvesteringen en een goed beheer van de assets voor gas en warmte. Via vorige werkgevers kwam hij in contact met BIG, waar hij sinds enkele jaren deel uitmaakt van de PR-commissie. Ook zet Lode zich actief in voor Pipeliner, waar hij sinds september 2020 voorzitter van is. BIG NXT30 23

De redactie Remco van Beest Bedrijfsleider Kabels, Visser & Smit Hanab Stanley Hunte Manager Engineering, Bilfinger Tebodin Lode Maesen Ontwikkelaar Beleid Gas & Warmte, Fluvius Frederick de Sutter Senior Productmanager, FARYS Erik Teerink Accountmanager, SGS Roos + Bijl 2022 Evenementen Ten aanzien van de organisatie van de BIG-evenementen houden wij de berichtgeving van het RIVM rondom COVID-19 nauwlettend in de gaten. Houd onze website in de gaten. Zie www.bigleidingen.eu/evenementen 17 mrt. 2022 15 jun. 2022 29 sep. 2022 20 okt. 2022 24 nov. 2022 Colofon Dit magazine is een uitgave van BIG. BIG-redactie Postbus 537, 5140 AM Waalwijk, Nederland www.bigleidingen.eu communicatie@bigleidingen.eu Tel.: +31 (0)85 40 00 252 Tekst en coördinatie TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafische vormgeving TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafisch concept Brût Communicatie www.brutcommunicatie.nl Drukwerk: Mail Succes www.mail-succes.nl 24 Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren? Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. /bigleidingen @BIGLeidingen /buisleiding-industrie-gilde/ BIG-voorjaarsbijeenkomst BIG-dag en Algemene Ledenvergadering BIG-excursie BIG-jongerenevent BIG-najaarsbijeenkomst

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
Home


You need flash player to view this online publication