0

magazine BIG Editie 16 BIG nov. 2022 in Pipelines Werken in bouwteamverband Pipeliner Edson Fortes CO2-footprint van een stalen transportleiding Who’s next? Onderboring van de Leie in België BIG-Excursie naar WarmtelinQ

COLUMN Doen we wel voldoende? Han Admiraal - Voorzitter BIG Torenhoge prijzen voor fossiele grondstoffen raken ons allemaal. Ze raken de samenleving in de volle breedte. Een klein deel van de samenleving is er blij mee door de hoge winsten die gemaakt worden en de bijkomende dividenduitkeringen. Een veel groter deel van de samenleving vraagt zich af hoe de komende winter door te komen. De keuze voor eten of warmte speelt niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in de Lage Landen. De nood is zo hoog dat zowel de Europese Unie als de regeringen in Den Haag en Brussel zich buigen over de vraag hoe we de energie-armoede kunnen bestrijden. Een gebrek aan energie zal vermoedelijk niet voorkomen, maar de torenhoge prijzen veroorzaken een tweedeling in de samenleving tussen wie nog wel energie kan betalen en wie niet. We mogen het gerust een crisis noemen. Een crisis die volgt op de pandemie en die opnieuw druk zet op de economie. De inflatie stijgt naar een recordhoogte, er is een schaarste aan arbeid én aan grondstoffen. En dan voelen we pas de eerste stuiptrekkingen van een klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Nog steeds zitten we gevangen in het model van continue groei zonder de houdbaarheid van dat model ter discussie te stellen. Pas wanneer we inzien dat we alle grenzen aan het overschrijden zijn, komt het besef dat het echt anders zal moeten. Wat we nu zien, hoe pijnlijk het ook is en hoe zeer het mensen raakt, is pas het begin van een transitie die nog veel meer van ons zal vragen. Draagt wat we doen ook bij aan verandering op de lange termijn? Dat kunnen we vaststellen middels een simpele vraag: wat is hier nu vernieuwend aan? Zolang we nog steeds alles doen zoals we dat deden, waarbij alleen het te transporteren medium verandert, moeten we ons echt afvragen of dit bijdraagt aan de zo nodige transitie. Wat we ons ook moeten afvragen is of we wel echt voldoende doen? Dragen we voldoende bij aan de oplossing die we voor ogen hebben? De dialoog die op gang komt over buisleidingen als transportmodaliteit is prima, maar komt vele jaren te laat. Met het besef dat er een vijfde transportmodaliteit nodig is, die overigens al jaren functioneert, blijft het besef uit dat transitie vraagt om grotere ingrepen, om radicale verandering. Ondertussen begint men in Zwitserland aan de uitvoering van een ondergronds goederensysteem met autonome voertuigen. Naar verwachting is het systeem in 2031 operationeel. Een privaat initiatief met een private financiering. In Nederland word je gezien als een futuroloog als je erover begint. Laten we ons vooral concentreren op wat er nú nodig is. Over negen jaar is het in Zwitserland gerealiseerd en worden daar supermarkten bevoorraad door autonoom rijdende voertuigen. Doen we echt voldoende? 2

Foto: GW Leidingtechniek BV Foto: Carel Kramer Fotografie Van klassieke opdrachtgever- en aannemersrollen naar partners Unieke én intensieve samenwerking door het werken in bouwteams Sinds september 2022 zijn Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en GW Leidingtechniek BV gestart met een achtjarig samenwerkingsverband. Na een raamcontract van vier jaar waarin de samenwerking al in een vroeg stadium werd gestart, is ervoor gekozen om deze succesvolle aanpak verder door te zetten. Dit alles wordt vooral vormgegeven door het werken in bouwteams. Het draait om het benutten van elkaars expertise en het wegblijven van klassieke opdrachtgever- en aannemersrollen. Richard Wouters van GW Leidingtechniek BV en Theo Boonen van WBL lichten de aanpak toe. Theo Boonen, adviseur techniek bij WBL, vertelt over de aanleiding om aanbestedingen in de vorm van een bouwteam in de markt te zetten: “In plaats van separate afgebakende projecten aan te besteden, bieden wij een bouwteamverband aan waarbinnen diverse projecten uitgevoerd kunnen worden gedurende de looptijd van de samenwerking. Ondanks de EMVI-criteria is er bij een traditionele aanbesteding een grote kans dat de goedkoopste aanbieder het werk krijgt. Het risico hierbij is dat we naderhand te maken krijgen met prijsdiscussies, bijvoorbeeld door meerwerk. Dat willen wij in onze opdrachten zo veel mogelijk voorkomen. Bovendien willen wij liever lange termijn samenwerkingen aangegaan en kiezen wij een aannemer liever op basis van competenties. Het werken in bouwteams binnen een raamcontract bleek daarvoor de oplossing.” Werken in een bouwteam Een samenwerking in bouwteamverband is een contractvorm waarbij een opdrachtgever en een aannemer gezamenlijk tot een uitvoeringsgericht ontwerp komen dat vervolgens gerealiseerd kan worden. Hierbij Foto: GW Leidingtechniek BV 3 ligt de nadruk op een gelijkwaardig partnership en een meerjarige samenwerking. De aanbesteding verloopt in twee fases: de ontwerpfase inclusief prijsvorming en de uitvoeringsfase. Voordat er bindende afspraken gemaakt worden over de realisatie, doorlopen de opdrachtgever en aannemer gezamenlijk de ontwerpfase. Daarbij gaat het om delen van kennis, uitwisseling van ideeën en ervaringen en gezamenlijke beheersing van risico’s, kansen, kosten en doorlooptijd. Het ontwerp wordt uitgewerkt op basis van de randvoorwaarden die de opdrachtgever opstelt. 

GW Leidingtechniek BV GW Leidingtechniek BV richt zich op ondergrondse en bovengrondse infrastructuur. Het bedrijf geeft advies over het ontwerp, de uitvoering en renovatie van waterleidingen. De aannemer wordt gevraagd uitvoeringstechnische kennis en kostendeskundigheid in te brengen. Ook bespreken beide partijen in deze fase de kosten voor het project. Richard Wouters Richard Wouters is sinds 2019 werkzaam bij GW Leidingtechniek BV. Als projectleider heeft hij veel ervaring met het werken in bouwteamverband. Pas als de gezamenlijke ontwerpfase succesvol is afgerond en beide partijen overeenstemmen met de prijs, sluiten zij een overeenkomst voor de uitvoeringsfase. Theo: “Wanneer er geen overeenstemming is over de prijs, kunnen wij een second opinion aanvragen en voor de uitvoeringsfase kiezen voor een andere partij. Dit heb ik echter nog nooit meegemaakt.” Het grote verschil met traditionele contracten zit in de actieve rol die de opdrachtgever houdt in de ontwerpfase. “Door een bouwteamovereenkomst kunnen wij invulling geven aan de wens om meer samen te werken als partners en beter gebruik te maken van elkaars kennis”, vertelt Theo. Eerlijke prijs WBL Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) zuivert afvalwater en zet zuiveringsslib om in waardevolle grondstoffen en energie. Jaarlijks produceert het bedrijf 150 miljoen m³ gezuiverd afvalwater en 100.000 ton zuiveringsslib. WBL is een dochterbedrijf van Waterschap Limburg. Een reden waarom ook aannemers graag werken in een bouwteam, is dat zij door deze aanpak de mogelijkheid krijgen om werk tegen een eerlijke prijs uit te voeren. Hierdoor beperken ze het risico op een negatieve winst. Richard Wouters, projectleider bij GW Leidingtechniek BV: “Een bouwteamverband heeft voor beide partijen voordeel op financieel vlak. Op voorhand spreken we openlijk over wat je mag verdienen en hoeveel er naar de aannemerssom gaat. Bovendien geven wij volledige openheid over onze kostenramingen. Hierdoor ontstaat er achteraf geen discussie over eventueel meerwerk, wat de nodige frustraties voorkomt.” Geen verrassingen Tijdens de gezamenlijke start van een project worden de eisen, randvoorwaarden en verwachtingen afgestemd. Richard: “De opdrachtgever schrijft het Programma van Eisen en gezamenlijk kijken we hoe we de maatschappelijke gelden daarvoor zo goed mogelijk kunnen inzetten. Door de intensieve samenwerking komen afwijkingen op voorhand al op tafel en is de inschatting van mogelijke risico’s en de bijhorende financiële gevolgen aanmerkelijk beter.” Theo Boonen Sinds 1991 is Theo Boonen werkzaam bij WBL. Als adviseur techniek richt hij zich binnen WBL op alle aspecten van transportriolen. “We maken op voorhand een risicodossier en reserveren voor mogelijke risico’s een deel van het budget. We gaan er van uit dat dit risicobudget slechts voor echt onvoorziene zaken nodig is. 99% van de risico’s kunnen we vaak op voorhand al wegstrepen, bijvoorbeeld door het uitvoeren van extra onderzoek, het wijzigingen van het tracé of door de uitvoeringsmethode aan te passen. Dat werkt ontzettend goed en zo komen we zelden voor verrassingen te staan”, vertelt 4

Theo. Richard vult Theo aan: “Door op voorhand al te acteren op mogelijke risico’s besparen we niet alleen geld, maar ook ontzettend veel tijd”, vertelt Richard. Theo: “En die kortere doorlooptijd levert ook weer kostenbesparingen op.” “Bij het werken in bouwteamverband acteren we op voorhand op mogelijke risico’s. Dat leidt tot een kortere doorlooptijd en levert hierdoor tijdsbesparing en dus kostenbesparingen op.” Vertrouwen en transparantie “Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle bouwteamsamenwerking is goede, eerlijke én transparante communicatie. Hier wordt dus veel aandacht aan besteed. Een bouwteam is bedoeld om samen te zoeken naar optimalisaties in de ontwerpof uitvoeringswijze. Beide partijen moeten ervoor zorgen dat alle waardevolle informatie over het project gecommuniceerd wordt. Er mag geen informatie achtergehouden worden”, zegt Theo. Richard is het helemaal met Theo eens: “Bij een bouwteam draait het om samenwerking. Dat vereist verantwoordelijkheid. Alle partijen dienen de kaarten open op tafel te leggen. Op die manier bouw je een vertrouwensband. In onze samenwerking met WBL gaat dit ontzettend goed. We vormen echt één team.” “Het is belangrijk om als opdrachtgever en aannemer een actieve rol te houden binnen het bouwteam en op tijd in te grijpen als je ziet dat iets niet volgens de afspraken verloopt. Samen hebben we afspraken en een planning gemaakt, dan dienen we ons daar ook aan te houden. Verloopt het toch anders, dan brengen we elkaar daarvan op de hoogte. Goed communiceren is echt heel belangrijk”, geeft Theo aan. Sceptisch Hoewel samenwerken in een bouwteam voor WBL en GW Leidingtechniek BV erg succesvol blijkt, staan nog niet alle organisaties binnen de branche te springen om van deze projectaanpak gebruik te maken. Hoe komt dit? Theo: “Onze branche is redelijk traditioneel. Ook bij WBL waren sommige collega’s sceptisch over deze manier van werken. De vraag was vooral of het wel zou passen binnen onze organisatiecultuur. Zelf had ik al eerder in bouwteamverband gewerkt bij projecten met Rijkswaterstaat en het Waterschap. Ik was daarom een grote voorstander. Ik ben blij dat we bij WBL toch openstonden voor het werken in een bouwteam. Natuurlijk was het in het begin aftasten en zoeken, maar gaandeweg het proces zagen we al snel de meerwaarde ervan in.” Meer werkplezier Het werken in bouwteamverband heeft financiële voordelen en levert tijdwinst op, maar de belangrijkste meerwaarde is voor Richard en Theo hetzelfde: het leidt tot meer werkplezier. Richard: “Je vormt samen écht een team. Je voert projecten met elkaar uit, niet tegen elkaar. Bovendien houd je elkaar scherp door de uitwisseling van kennis en expertise. Persoonlijk vind ik het een van de prettigste samenwerkingsvormen.” Theo beaamt dit: “Door deze manier van werken ken je écht de mensen. Vroeger ervaarde ik veel meer afstand tussen verschillende partijen. Nu kom ik zelf weer vaker op de werf en praat ik met de mensen daar. Je hoort de goede dingen, maar krijgt ook direct kritische feedback als die er is. Wanneer we er dan gezamenlijk een oplossing voor vinden, zijn we allemaal blij. Misschien is het cliché, maar voor alle partijen is deze manier van werken een win-win. Daar ben ik van overtuigd!”, aldus Theo. 5 Foto: GW Leidingtechniek BV

PIPELINER IN BEELD Van ‘second best’ naar dream job In gesprek met Edson Fortes, projectleider bij Denys Als kind woonde hij onder andere vier jaar in Indonesië door het werk van zijn vader. Een voorliefde voor internationale projecten is er met de paplepel ingegoten, zo lijkt het. Bij Denys zit Edson Fortes als projectleider helemaal op zijn plek om zijn internationale ambities waar te maken. Edson Fortes (40 jaar) is van Kaapverdische afkomst, maar sinds zijn negende getogen in Hengelo. Hij woonde door het werk van zijn vader op jonge leeftijd in Portugal, België en Indonesië. Zijn vader werkte als projectontwikkelaar watermanagement en was verantwoordelijk voor buitenlandse projecten. Inmiddels woont Edson al een aantal jaar met veel plezier in Culemborg samen met zijn vrouw en dochtertje en er is een tweede kindje op komst. Jongensdroom Het was even slikken voor Edson toen hij niet alle tests had gehaald voor de opleiding tot piloot, waar hij al vanaf zijn jeugd van droomde. Edson koos uiteindelijk voor de opleiding Bouwkunde aan de Hanzehogeschool in Groningen. Voor hem de perfecte ‘second best’. Edson: “Naast mijn ambitie om piloot te worden, had ik ook altijd al voorliefde om iets 6 Foto: Denys

te maken of bouwen. De opleiding Bouwkunde was dus een goede tweede optie.” “Helaas ben ik afgestudeerd ten tijde van de bouwcrisis, hierdoor lagen de banen niet voor het oprapen. Via een detacheerder ben ik bij Van Gelder terecht gekomen waar ik aan de slag ging als Project Engineer Verkeerstechniek op de afdeling Kabels en Leidingen. Via deze functie kwam ik in de wereld van ondergrondse infrastructuur terecht. Wellicht verrassend gezien mijn opleiding, maar eerder had ik nog niet van de kabel- en pijpleidingsector gehoord”, vervolgt Edson. Inmiddels is dit 12 jaar geleden en is Edson niet meer uit de kabel- en leidingbranche weg te denken. Kabels én leidingen Sinds 2018 werkt Edson met veel plezier voor Denys als projectleider. In deze functie richt hij zich voornamelijk op kabelprojecten. “Door mijn achtergrond bij Van Gelder was het een logische stap dat ik binnen Denys aan de slag ging met kabelprojecten. Als projectleider ben ik verantwoordelijk voor het succesvol uitvoeren van grootschalige kabelprojecten. We leggen hoogspanningskabels van 10, 12 of zelfs 16 kilometer aan. Mijn werk is dus niet specifiek gericht op pijpleidingen, daarom zou ik mezelf in eerste instantie geen pipeliner noemen”, vertelt Edson. vlieg je totaal anders aan. Een pijpleiding kun je gesegmenteerd aanleggen, bij kabels is dit onmogelijk. Wanneer je bijvoorbeeld een kabel van 1,5 kilometer gaat aanleggen, ligt de sleuf over de volledige lengte van 1,5 kilometer open. Pipeliners staan hier vaak versteld van.” Dream job “Bovendien leggen we kabels in tegenstelling tot pijpleidingen vrijwel altijd in stedelijk gebied aan”, vervolgt Edson. “Dat heeft effect op de logistiek en de omgeving. We moeten rekening houden met hinder voor omwonenden en kunnen straten niet te lang afsluiten. Het is van cruciaal belang om de logistieke planning en afroep van materialen op elkaar af te stemmen. Dat is een complexe klus, maar maakt mijn werk tegelijkertijd ook uitdagend. Deze ervaring op het gebied van logistieke planning kan ik goed toepassen bij pijpleidingprojecten. Zo leren we binnen onze branche nog steeds van elkaar.” De dynamische omgeving, de constante actie en het snelle schakelen zijn aspecten die Edson enorm aanspreken in zijn werk. “Voor mij is het echt een dream job. Het brengt je op de meest mooie plekken, het is uitdagend én bied je ook veel kansen om te groeien als professional. Als je eenmaal gevat bent door het virus van de ondergrondse infrastructuur, kom je er niet meer van af”, zegt Edson lachend. Veelzijdigheid “Onze sector staat er momenteel heel goed voor. Er is ontzettend veel werk, volop ruimte voor innovatie en er zijn veel doorgroeimogelijkheden. Dit moeten we zichtbaarder maken.” Toch maakt Edson de laatste tijd steeds vaker de switch naar pijpleidingprojecten om als professional breder inzetbaar te zijn en zich verder te ontwikkelen. Momenteel is hij bezig met een project voor Gasunie, waarbij een meet- en regelstation wordt uitgebreid voor de aansluiting van een nieuwe gasleiding. Volgens Edson is de aanleg van leidingen compleet anders in vergelijking met kabels. Edson: “Pijpleiding- en kabelprojecten Om zich te blijven ontwikkelen volgt Edson momenteel de opleiding Master of Pipeline Technology. Edson: “Via Denys kreeg ik de mogelijkheid om de masteropleiding te doen. Een mooie kans! De opleiding laat mij opnieuw zien hoe veelzijdig de kabel- en leidingbranche is. Je krijgt een kijkje in de keuken van alle betrokken disciplines. De diverse achtergronden van de deelnemers leiden tot interessante discussies tijdens de lessen en groepsopdrachten en geven vaak nieuwe waardevolle inzichten. Het toont dat we elkaar binnen de branche meer moeten benaderen als partners in plaats van concurrenten. We kunnen nog zoveel bereiken als we meer met elkaar samenwerken.” Gebrek aan naamsbekendheid Volgens Edson is de veelzijdigheid van de kabel- en leidingbranche voor veel mensen te onbekend. Edson:  7

“Onze sector heeft een gebrek aan naamsbekendheid. Studenten van technische opleidingen weten niet van het bestaan van onze sector af. Ze rollen er per ongeluk in en blijven dan hangen. Daar ben ik zelf een goed voorbeeld van.” Denys Denys is een internationaal werkende Belgische aannemer gespecialiseerd in water, energie, mobiliteit, bouwkunde, restauratie en speciale technieken. Hierdoor is Denys een veelgevraagde partner voor bouwprojecten en infrastructuurwerken in Europa, Afrika, het Midden-Oosten, Canada en ZuidAmerika. “Een logisch gevolg is het moeizaam aantrekken van nieuwe mensen”, vervolgt Edson. “Ook in onze branche is er al een aantal jaar een ‘war on talent’ gaande. Onze sector staat er momenteel echter heel goed voor: er is ontzettend veel werk, volop ruimte voor innovatie en er zijn veel doorgroeimogelijkheden. Dat moeten we zichtbaarder maken in de maatschappij. Laten we beginnen bij hogescholen en en universiteiten. Waarom zijn wij als branche bijvoorbeeld niet met groot geschut aanwezig op stagemarkten, banen- en vacaturebeurzen? Op dit gebied kunnen we nog veel terrein winnen”, vertelt Edson. Diversiteit Een ander gevolg van de onbekendheid van de pijpleidingsector is het ontbreken van diversiteit. Volgens Edson mag dit meer aandacht krijgen. Het valt hem op dat er vanaf een bepaald niveau weinig mensen met een andere etnische achtergrond en minder vrouwen werzaam zijn. Waar ligt dat aan? “Daar kan ik geen concreet antwoord op geven. Ik denk dat het helpt als we de sector breder in de markt zetten. We zijn een niche sector binnen de techniek, maar er zijn zoveel aspecten bij betrokken waar mensen geen weet van hebben. Denk bijvoorbeeld aan de omgeving die een steeds belangrijkere rol speelt. Al deze facetten moeten we gaan promoten, zodat steeds meer mensen de diverse, leuke kanten van onze sector gaan inzien. Dat is een grote uitdaging die we sector breed moeten gaan dragen”, licht Edson toe. Digitalisering En hoe ziet Edson zijn eigen toekomst? Momenteel focust hij zich vooral op het afronden van zijn thesisonderzoek voor de masteropleiding. Hij heeft met ‘digitalisering in aannemersprocessen’ een opvallend onderwerp gekozen. Edson: “Ook voor ons wordt het steeds belangrijker om zaken vast te leggen. Op het gebied van urenregistratie, productie, kwaliteit en veiligheid zie ik zeker kansen om te digitaliseren zodat we nog productiever en efficiënter kunnen werken. Zeker nu er zoveel 8 Foto: Denys Foto: Denys

“De dynamische omgeving, de constante actie en het snelle schakelen zijn aspecten die mij enorm aanspreken in mijn werk.” speelt en er veel werk is door de energietransitie, zijn inzichten op dit gebied voor iedereen in de branche heel erg waardevol. Het onderzoek ga ik bottum-up, dus vanuit de werklvoer, uitvoeren om de behoefte en wensen van de collega’s in de uitvoering mee te nemen.” Internationale ambities Edson heeft ook ambities voor de lange termijn. Hij droomt ervan om in het buitenland projecten te doen voor Denys. “Het internationale aspect dat ik vanuit mijn eigen kindertijd heb meegekregen kriebelt nog steeds. Ik zou het ontzettend gaaf vinden om voor Denys in het buitenland aan de slag te gaan en alle uitdagingen die daarbij komen kijken te ervaren. Ook vind ik het belangrijk om mijn kinderen mee te geven dat er naast Nederland nog meer mooie landen en andere culturen zijn. Door in het buitenland te gaan werken en wonen, kan ik hen daar kennis mee laten maken. Dat lijkt me mooi”, aldus Edson. “We zijn een niche sector binnen de techniek, maar wel een hele belangrijke voor de maatschappij.” 9 Foto: Denys

PIPELINER De CO2-footprint van een stalen transportleiding gedurende alle fases van een lifecycle Om de CO2-uitstoot te beperken, is het steeds belangrijker voor leidingbeheerders om te weten wat de CO2-footprint is van een buisleiding. Maar dat levert nogal wat vragen op. Ewout Ahlers, Koos Finkers, Hille Groendijk, Joren Maetens en Lars Molijn kregen inzicht in deze CO2-footprints door hun onderzoek tijdens het eerste jaar van de Master of Pipeline Technolgy. Koos, Joren en Lars vertellen erover. De vijf heren rondden in juli 2022 het eerste jaar van de Master of Pipeline Technology succesvol af nadat zij hun onderzoek ‛De CO2-footprint van een stalen transportleiding’ hadden gepresenteerd. Het onderzoek wat zij in het kader van deze studie deden, was gericht op het in kaart brengen van de uitstoot van het CO2-equivalent van een transportleiding. Daarbij is specifiek gekeken naar de volledige levenscyclus van een buisleiding; tot dusver een onderbelicht onderwerp binnen de sector. Onderzoeksvraag was: Wat is de CO2-footprint van een 12’’ PE-gecoate stalen transportleiding in Nederland in alle fases van een lifecycle? Levenscyclus van een buisleiding Om de levenscyclus van een buisleiding te bepalen hebben de heren gebruik gemaakt van de Life Cycle Assesment (LCA) benadering: een methode om de totale milieubelasting van een product gedurende de volledige levenscyclus te bepalen. Koos vertelt: “De levenscyclus van een buisleiding loopt vanaf de productie van de buizen tot aan het moment dat een leiding omgesmolten wordt. In het model hebben een levensduur aangenomen van 50 jaar.” De eerste stap van de LCA-methode betreft het bepalen van het product. Joren: “In ons geval dienden wij het type leiding en de diameter af te bakenen. Op basis van literatuuronderzoek hebben we gekeken naar de meest voorkomende leidingen en diameters, voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, in Nederland. Dat bleek een stalen transportleiding met een diameter van 12 inch te zijn.” Lars vult aan: “Voor het tracé hebben we gekozen om een fictieve leiding te nemen met een lengte van 120 km die vanaf de Maasvlakte door de leidingstraat van Nederland tot aan Antwerpen loopt. Dat is een bekend traject in Nederland en was hierdoor een mooi referentiekader voor ons onderzoek. De volgende stap bestond uit het definiëren van de levensfasen. Bij een buisleiding bestaat de lifecycle uit een productie-, constructie-, gebruiks-, end-of-life en recycling fase (zie figuur hieronder). Figuur: Fases van een product (NEN-EN 15804 en ISO 21930) Uitstoot per fase Vervolgens hebben de heren per levensfase de CO2equivalent uitstoot bepaald. Lars: “Het was een grote uitdaging om de benodigde data te verzamelen vanuit de industrie. Hiervoor hebben we onder andere nauw samengewerkt 10

met Van Leeuwen Buizen en Visser & Smit Hanab. Op basis van literatuur hebben we bestaande rekenmodellen samengevoegd om een eigen rekenmodel te kunnen ontwikkelen. Dit model hebben we gebruikt om de verzamelde data toe te passen op onze leiding en ons tracé. Op die manier konden we de CO2-equivalent uitstoot per levensfase van onze leiding in kaart brengen.” CO2-footprint Op voorhand had de groep verwacht dat het productieproces het grootste deel van de CO2-uitstoot zou veroorzaken, maar niets bleek minder waar. Joren vertelt hierover: “Het grootste deel van de uitstoot (77,52%) van een stalen transportleiding blijkt voort te komen uit de gebruiksfase van de leiding. Een verklaring hiervoor is dat een leiding gedurende haar levensduur optimaal benut wordt (circa 20 uur per dag). Ons onderzoek laat dus zien dat bedrijven op de korte termijn het meeste effect kunnen bereiken door CO2 reducerende maatregelen te nemen in de gebruiksfase.” Droomscenario Het onderzoek is voor bedrijven uit de pijpleidingsector een mooie leidraad. De resultaten bieden waardevolle inzichten voor het verminderen van de CO2equivalent uitstoot waardoor bedrijven kunnen voldoen aan de klimaatdoelen. Koos, Joren en Lars zien nog zeker kansen om het onderzoek verder uit te breiden. “Het zou mooi zijn als we ons rekenmodel kunnen implementeren in een softwarepakket om een dergelijke berekening snel en eenvoudig toe te passen op andere leidingtypen of diameters. Voor ons was het té complex om dit binnen een jaar te verwezenlijken, maar het zou een droomscenario zijn als we dit uiteindelijk voor elkaar kunnen krijgen”, aldus Koos. Ontdekkingstocht Het onderzoeksonderwerp was voor de heren geen alledaags thema. Lars: “Bij aanvang van het studiejaar werd gelijk duidelijk dat deze groepsopdracht een grote klus ging worden. Als groep hadden we weinig ervaring met het uitvoeren van een onderzoek. Maar gedurende het studiejaar leerden wij hoe we het onderwerp steeds meer konden afbakenen. Of afschillen, zoals onze docent het noemde. Hierdoor werd het onderzoek voor mij persoonlijk steeds interessanter.” Ook Joren beaamt dit: “Het was voor onze hele groep een onderwerp buiten onze comfortzone. Gezamenlijk hebben we er onze schouders ondergezet met een mooi onderzoek als resultaat. Op professioneel én persoonlijk vlak heeft het waardevolle inzichten opgeleverd.” Koos sluit zich bij Lars en Joren aan: “Ons onderzoek was echt een groepsFoto: Pipeliner Foto: Pipeliner activiteit. Het was onmogelijk geweest om het onderzoek individueel uit te voeren. Daarvoor was de opdracht te complex en te groot. De verschillende achtergronden van de groepsleden leidden tot andere benaderingen en creatieve invalshoeken. Zo hebben we elkaar als groep versterkt.” Belangstelling Figuur: Resultaten onderzoek De waardevolle inzichten en resultaten uit het onderzoek zijn zeker niet onopgemerkt gebleven en worden ook buiten de Pipeliner-opleiding opgepikt. Naast BIG is er ook vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat belangstelling getoond. Het onderzoekverslag is inmiddels met deze partijen gedeeld. Dat belooft veel goeds voor de toekomst!  11

Koos Finkers Koos Finkers is Hoofd Instandhouding & Projecten bij de Defensie Pijpleiding Organisatie. Met zijn team is hij verantwoordelijk voor het onderhoud en de modificatie van de technische assets in Nederland. Afgestuurde pipeliners 2021/2022 Maar liefst vier pipeliners van leerjaar 2021/2022 - Stein Simons, Saad Wahid, Rob Claassen en Marc van Noorloos - presenteerden en verdedigden op vrijdag 24 juni 2022 met succes hun thesisonderzoek in de vertrouwde setting van de opleidingslocatie in Bosschenhoofd. Twee weken later, op vrijdag 8 juli 2022, werden zij beloond met de felbegeerde mastergraad of Pipeline Technology. De onderwerpen van de thesisonderzoeken van de vier pipeliners besloegen een breed veld binnen de pijpleidingbranche: Joren Maetens Joren Maetens is ruim 7 jaar Technisch Manager bij Port of Antwerp-Bruges. Als gebiedsbeheerder zijn hij en zijn team verantwoordelijk voor de leidinginfrastructuur in de nieuwe fusiehaven. • Transformatie naar waterstofgas binnen gebouwde omgeving - Stein Simons (Avans Hogeschool) • Onderzoek naar draagvlak voor stadswarmte door middel van optimalisatie van de infrastructuur van warmtenetten - Saad Wahid (Vattenfall) • Buisleidingintegriteit aangetast, het aanvaardbaar effect van risico’s door illegale aansluitingen - Rob Claassen (RRP) Lars Molijn Lars Molijn is werkzaam als Projectleider bij VWS Pipeline Control. Daar richt hij zich op het beheer van pijpleidingen. • De borging van kwaliteit in de uitvoering bij een groeiende organisatie in een gespannen arbeidsmarkt - Marc van Noorloos (Van Vulpen) Wil je meer weten over een van de onderzoeksonderwerpen? Aarzel dan niet om contact op te nemen via info@pipeliner.nl of info@bigleidingen.eu. Thesisonderwerp? Share your ideas! Wil je zelf een onderzoeksonderwerp voor de studenten van de Beroeps- of Masteropleiding Pipeliner aandragen? Dat kan! Bij beide opleidingen staan actuele thema’s van onze samenleving centraal. Maar het is voor de opleidingen niet altijd even gemakkelijk om een geschikt onderzoeksonderwerp te vinden waar een deelnemer zijn of haar tanden in kan zetten. Daarom zijn we steeds op zoek naar mogelijke onderwerpen die volgens BIG-leden het onderzoeken waard zijn, maar waar ze zelf weinig tot geen tijd of middelen voor vrij kunnen maken. Dus heb je een onderzoeksvraag of een interessant onderwerp? Laat het ons dan weten via info@pipeliner.nl en wie weet zien we jouw idee terug in een volgend BIG-Magazine. 12

BIG-bestuurslid Harry Kamping neemt afscheid Dit jaar nemen we afscheid van Harry Kamping als bestuurslid van BIG. Sinds 2019 zette Harry zich actief in voor onze vereniging. Zijn bestuursperiode kunnen we gerust turbulent noemen. In zijn eerste bestuursjaar was hij een behoorlijke tijd uit de roulatie door een openhartoperatie. Toen hij begin 2020 weer actief aan de slag kon, stond de corona-epidemie voor de deur. Hierdoor heeft hij het merendeel van de BIGbestuursvergaderingen digitaal moeten volgen. Harry: “Terugkijkend is dit natuurlijk vreselijk jammer om als nieuw bestuurslid zo te starten. Digitaal is toch minder intens en onpersoonlijker. Ik heb enorm genoten van de BIG-dag in België afgelopen juni, waar ik de gelegenheid kreeg om nader kennis te maken met collega’s uit de branche. Ook liep ik daar oud-collega’s tegen het lijf die ik uit het oog was verloren. Dit netwerkaspect vind ik een grote kracht van BIG. We zijn een brede vereniging waar leden met diverse achtergronden samenkomen om gezamenlijk de uitdagingen van nu én de toekomst aan te pakken. Deze samenhorigheid heb ik altijd bewonderd.” BIG is een vereniging van verschillende bedrijven en met diverse aandachtsgebieden. Volgens Harry is dit sterk, maar kan dit tegelijkertijd ook een zwakte zijn. Harry: “Te breed kan leiden tot weinig focus. Wat is de identiteit van BIG? Dat is een punt waar ik mij als bestuurslid de afgelopen jaren hard voor heb gemaakt. Mijns inziens zijn we op dit gebied als vereniging op de goede weg. Door focusgebieden te definiëren en kennisen dialoogtafels op te zetten, komen we tot onderwerpen waar we ons als BIG op willen focussen. Ik hoop dat mijn opvolger zich hier ook actief voor gaat inzetten.” “Daarnaast was het inpassen van de infrastructuur tijdens mijn bestuursperiode telkens een terugkerend thema. Nederland en Vlaanderen zijn qua oppervlakten niet groot, maar er vindt wel veel transport plaats. Ondergronds transport in de vorm van buisleidingen kan helpen om dit vraagstuk op een veilige en duurzame wijze op te lossen. Hoe gaan we dat vormgeven? Ik verwacht dat dit onderwerp de komende jaren nog hoog op de agenda zal staan bij het BIG-bestuur”. “Wat ik wil meegeven aan mijn opvolger? Blijf positief kritisch. Dat geldt eigenlijk voor alle BIG-leden. Deel je kennis en geniet vooral van de expertise en kunde van de collega’s uit de branche. Want samen weten we veel en dat is de drijvende kracht van onze branche én mooie vereniging”, aldus Harry. Het bestuur van BIG wil Harry hartelijk bedanken voor al het mooie werk dat hij voor onze verenging heeft verricht en de inzet die hij heeft getoond. We hopen hem nog regelmatig tegen het lijf te lopen bij een van onze BIG-events. Ons nieuwe bestuurslid wordt op de volgende Bijzondere Algemene Ledenvergadering (ALV) voorgedragen als opvolger van Harry. 13 Foto: Gasunie

Onderboring van de rivier Leie in België Een drie-in-één project met bijzondere technieken Foto’s: FARYS 14

Langs de rivier de Leie, ter hoogte van Deinze in België, heeft drinkwaterbedrijf FARYS in een kort tijdsbestek drie mooie projecten opgeleverd. Aanleiding was het verdiepen en verbreden van de Leie door de Vlaamse Waterweg om meer scheepvaart tussen Gent en Frankrijk mogelijk te maken. De bestaande drinkwatertoevoerleidingen van FARYS onder de rivier lagen echter té ondiep om dit mogelijk te maken. Een omlegging van de leidingen was noodzakelijk. Frederick de Sutter, Senior Projectmanager bij FARYS, vertelt meer over dit bijzondere drie- in één project dat in 2020 werd afgerond. Persing onder de Leie Om de Leie te kunnen verdiepen, diende FARYS haar bestaande drinkwatertoevoerleidingen dieper te leggen en een nieuw stuk leiding aan te leggen. Frederick de Sutter: “Het nieuwe leidingsegment ligt 7,5 meter onder het toekomstig bodempeil van de Leie en 12 meter onder het waterpeil. Om dit te kunnen realiseren hebben we een doorpersingstechniek toegepast. Dit is een sleufloze techniek om leidingen horizontaal onder de grond te leggen, in dit geval onder de rivier. Hiervoor hebben we eerst aan weerskanten van de Leie een pers- en ontvangstput gemaakt met een uitgraafdiepte van 18 meter onder het maaiveld. Dat is vrij diep.” Niet vierkant maar rond “De pers- en ontvangstputten zijn rond en niet vierkant, dat is bijzonder”, vervolgt Frederick. “Door de diepte van de putten was het risico te groot om voor de wanden gebruik te maken van damplanken. Daarom was het bouwtechnisch beter om voor een ronde put te kiezen, zodat we voor het maken van de wanden een andere techniek konden toepassen. Uiteindelijk hebben we in overleg met de aannemer gekozen voor secanspalen van 22 meter om de ronde, water- en grondkerende wand te realiseren. Een secanspalenwand bestaat uit ter plaatse gegoten betonnen palen, gevormd met behulp van een herbruikbare mantelbuis. Om de hoge opwaartse waterdruk (bijna 18 ton per m2) op te vangen, zijn de gewapende werkvloeren onderaan de putten verankerd met dikke staven in de palen rondom de wanden. Duikers hebben dit uitgevoerd met onderwaterbeton.” Vijzelinstallatie De volgende stap was het aanleggen van de nieuwe leidingbuizen. De nieuwe leidingen zijn met behulp van een vijzelinstallatie door de ondergrond onder de rivier de Leie, van de pers- naar de ontvangstput geperst. “Voor de persing hebben we gebruik gemaakt van een gesloten front boring. Bij deze techniek versnijdt een draaiende kop van de boorschild de grond. De boorschild is daarbij afgesloten van de buis waardoor het mogelijk is om beneden het grondwaterniveau door te persen. Terwijl de draaiende kop de grond versneed, perste de vijzelinstallatie hiertussen de nieuwe leidingen 93 meter verder onder de Leie door. Aangezien de druk hierbij tot meer dan 200 ton kan oplopen, fungeerde de keerwanden – bestaande uit de secanspalen – in de ontvangstput ook als drukmuur”, licht Frederick toe. Verbinding met de bestaande leiding Om de nieuwe leiding aan te sluiten, diende op de linkeroever een bocht van 90 graden horizontaal richting de bestaande constructie verbonden te worden. Frederick: “Dat was een behoorlijke uitdaging. De bocht krijgt dagelijks te maken met een enorme waterdruk (12 bar). Om te voorkomen dat de leiding hierdoor openscheurt kun je de bocht stutten met beton. In theorie zouden we daar 160 m3 beton voor nodig hebben om de reactiekrachten op zulke bochten op te vangen. Maar dit was onmogelijk door de beperkte ruimte direct naast de Leie. Ook had dit onder het waterpeil van de Leie moeten gebeuren, enorm complex.”  15

“Bovendien ging onze voorkeur er naar uit om de bocht op een duurzame wijze op zijn plaats te houden. Als alternatief kozen we daarom om 22 jetgroutpalen*, een soort betonpalen, te gebruiken. De palen hadden een diameter van 120 cm en lagen 9 meter diep. Naast een ondersteunende functie hebben de jetgroutpalen ook een grondkerende functie, waardoor we deze palen ook konden toepassen als beschoeiing om de bouwput te beschermen. Een win-win situatie en hierdoor dus een perfect alternatief.” *Jetgrouting Jetgrouting wil zeggen dat de ondergrond op de werf zelf wordt versneden met een watercementmengsel. Een jetstraal pompt het watercementmengsel met een zeer grote druk (circa 300 bar) door zeer kleine openingen (2 à 5 mm). Door draaiende bewegingen wordt ter plaatse een zuil gecreëerd. Bij de realisatie van de palen in Deinze werden de injectiedrukken tijdens de uitvoering continu gemonitord en aangepast om de voorziene diameters te behalen. De bestaande én nieuwe leiding onder de Leie zijn uiteindelijk in september 2020 succesvol met elkaar verbonden. Om hinder voor omwonenden zo veel mogelijk te beperken liep de overkoppeling dag en nacht door. “Hierdoor duurde de overkoppeling in totaal minder dan de vooropgestelde maximumtermijn van 72 werkuren. Een supermooi resultaat”, vertelt Frederick trots. Bouw pompstation In verband met de omlegging van de leidingen heeft FARYS gelijk voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd voor de bouw van een pompstation langs de Leie. Frederick: “Hierdoor is het in de toekomst mogelijk om water in omgekeerde richting te sturen. Zo kan er bij problemen of onderbrekingen water vanuit het waterproductiecentrum in Oostende naar het binnenland gebracht worden. De bouw van de pompkamer is gelijktijdig met de omlegging van de drinkwatertoevoerleidingen opgeleverd. Dit zorgde voor minimale hinder voor omwonenden.’’ “De overkoppeling van de bestaande en nieuwe leiding liep dag en nacht door. Hierdoor duurde dit proces in totaal minder dan de vooropgestelde maximumtermijn van 72 werkuren.” Renovatie spoorwegkruising De bouw van de pompkamer was nog niet alles. Al vroeg tijdens de geplande werkzaamheden langs de Leie, werd duidelijk dat er in dezelfde regio - ter hoogte van Deinze - ook een renovatie van een spoorwegdoorgang nodig was. Frederick: “De spoorwegdoorgang lag langs de Leie. Aangezien wij deze regio al hadden afgesloten, was het gemakkelijk om gelijktijdig de leidingen onder de spoorwegkruising te renoveren. We hebben de twee oude, niet-trekvaste leidingen met een diameter van 700 mm vervangen door één trekvaste leiding met een diameter van 1.000 mm.” 16 Foto: FARYS

Foto: FARYS Deze renovatie van de spoorwegkruising was ook geen eenvoudige klus. Het was een behoorlijke uitdaging om de oude afsluiters van bijna 4 ton per stuk en oude sidero-cement leidingen van 6 meter lang uit de onderdoorgang te halen. “Uiteindelijk hebben we ze ter plaatse verknipt en uit de tunnel getrokken. De beschikbare ruimte voor de uitvoering van de werkzaamheden was wederom zeer beperkt, aangezien we de grote stutmassieven van de oude leidingen aan weerskanten van de spoorweg dienden te behouden”, vertelt Frederick. Frederick de Sutter Frederick de Sutter is Senior Productmanager bij FARYS. Hij houdt zich bezig met het transportnet, de aanleg en renovatie van leidingen en met het studiebureau. Samen met zijn team coördineert hij de volledige uitvoering van de aanleg van drinkwaterleidingen: van ontwerp tot aan het aansturen van aannemers op terrein. “De onderboring onder de Leie, de bouw van de pompkamer en het renoveren van de spoorwegtunnel hebben wij in slechts 180 werkdagen succesvol uitgevoerd.” Bijzonder resultaat Bij deze drie deelprojecten was FARYS verantwoordelijk voor het ontwerp, de voorbereiding én opvolging. “Ons engineeringteam heeft alle kennis van een ingenieursbureau in huis. We voerden het teken- en berekenwerk, inclusief de sterkte- en stabiliteitsstudie, van alle drie de deelprojecten zelf uit. Zelfs het tekenen van de wapenings- en bekistingsplannen. Hierdoor hebben we niet alleen gebruik kunnen maken van bijzondere, alternatieve technieken, maar leverde dit ons ook veel tijdwinst op. Uiteindelijk hebben we de onderboring onder de Leie, de bouw van de pompkamer én het renoveren van de spoorwegtunnel in slechts 180 werkdagen succesvol uitgevoerd. Een bijzonder mooi resultaat waar we trots op zijn”, aldus Frederick. Meer zien van de bijzondere onderboring onder de Leie? Scan de QR-code en bekijk de video! FARYS FARYS is een integraal drinkwaterbedrijf uit België en is actief in West- en OostVlaanderen en in Vlaams Brabant. Het bedrijf houdt zich bezig met toevoer, distributie en zuivering van drinkwater en ondersteunende activiteiten ten behoeve van efficiënt waterbeheer. Ook zorgt FARYS voor de aanleg en het onderhoud van het rioolstelsel van ongeveer 70 gemeenten. 17

BIG-leden staan met voeten in de klei bij eerste open warmtenet ter wereld! Op 29 september 2022 vond eindelijk weer eens een fysieke BIGexcursie plaats. Ruim 60 BIG-leden waren die dag naar Rijswijk afgereisd om het warmteproject van WarmtelinQ in levenden lijve te aanschouwen. Alle BIG-leden werden in De Loods in Rijswijk met een heerlijke lunch ontvangen en hadden weer eens de gelegenheid bij te praten of met elkaar kennis te maken. BIG-voorzitter Han Admiraal opende zoals gebruikelijk deze middag en heette de aanwezigen en de gastheren van WarmtelinQ, Gasunie en Denys van harte welkom. Open warmtenet WarmtelinQ De excursie naar het open warmtenet van WarmtelinQ begon met een drietal presentaties. De eerste gastspreker van de middag was projectmanager Ralf Koll van WarmtelinQ. Hij vertelde over het eerste open warmtenet ter wereld. Door het warmtenet van WarmtelinQ worden 120.000 huishoudens verwarmd en wordt er jaarlijks 180.000 ton CO2 gereduceerd. En niet het minst onbelangrijk: er wordt 110 miljoen m3 aardgas bespaard waardoor Nederland werkt aan een duurzame toekomst met minder aardgas en minder CO2-uitstoot. Om het verbruik van aardgas te verminderen, werken we aan nieuwe manieren om woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen. Een voorbeeld hiervan is het open warmtenet van WarmtelinQ. WarmtelinQ is een ondergrondse hoofdtransportleiding waarmee restwarmte uit de Rotterdamse haven wordt gebruikt om huizen en bedrijven in Zuid-Holland duurzaam te verwarmen. De leiding loopt van de Rotterdamse haven via Vlaardingen naar Den Haag. Voor de aanleg van WarmtelinQ werkt Gasunie samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de provincie Zuid-Holland. Eind vorig jaar heeft Gasunie definitief besloten om het tracé van Vlaardingen naar Den Haag aan te leggen. Begin 2022 is gestart met de aanleg van dit tracé en inmiddels is ook besloten om een aftakking van WarmtelinQ naar de Leidse regio (tracé Rijswijk – Leiden) te realiseren. Medio mei is dit gestart. Meer informatie op warmtelinq.nl 18 Foto: Koen Mol Fotografie Wat is WarmtelinQ?

we met de aanleg van dit warmtenet onafhankelijkheid van het Russisch gas creëren. Ook lichtte Ralf de werking van het open warmtenet toe. Hij vertelde onder andere over het gebruik van de hoge temperatuur restwarmte uit de Rotterdamse haven, over het vliegwielproject voor de warmtetransitie en de capaciteit van 248 MW. Technische aspecten en tracékeuzes Constructiemanager Marcel Stam van Gasunie ging na het verhaal van Ralf Koll een stuk dieper in op de technische aspecten en tracékeuzes van het prestigieuze project. Niet alleen de (druk) bebouwde omgeving en infrastructuur waren een uitdaging, maar ook aspecten als (behoud) van de natuur, vergunningsaanvragen en communicatie met meer dan 300 stakeholders maken het extreem uitdagend. Uitvoeringszijde Als laatste stonden namens Denys projectmanager Ton Kamp en omgevingsmanager Richard Rijbroek op het podium om de uitvoeringszijde van dit project toe te lichten. Het tracédeel van WarmtelinQ waar Denys voor verantwoordelijk is, Lot C, is in totaal 6,3 km lang en loopt vanaf het pompstation in Delft tot in RijswijkBuiten. De heren vertelden over de voorbereiding, de uitvoering, omgevingsmanagement en veiligheid; allemaal zaken waar aannemer Denys mee te maken heeft bij dit project. Met de voeten in de klei Na de presentaties en een gedegen veiligheidsinstructie was het eindelijk tijd oom zelf met onze voeten in de klei te gaan staan. Onder begeleiding van de heren van Denys werden de BIG-leden in twee touringcars langs het tracé begeleid om meerdere bouwlocaties te bezoeken. Als eerste werden twee gesloten front boringen (GFT) bezocht, welke op dit moment worden doorgevoerd. De damwandkuipen van 9x18m en 9x12m gaven een goede indruk van deze specialistische techniek. De tweede bouwlocatie was een samenstellingslocatie van de Staal-in-Staal leiding, waar de lassers met de laatste delen van de boorstreng van één kilometer bezig waren. Rigsite was de volgende stop met de eerste HDD-boring van het project WarmtelinQ: een indrukwekkende 300 ton hybride en geluidsarme boring. De tweede pilotboring was recent succesvol afgerond. And last but not least bezochten we de meest spectaculaire locatie van deze middag: de hoogteconstructie over de Laan van Sion en de afrit van de A4 voor de boorstreng van de tweede HDDboring. De heren van Denys vertelden tijdens de rondleiding heel enthousiast over alle uitvoeringsaspecten van het project. Netwerkborrel Na de rondleiding langs het tracé werd er uitgebreid na gepraat over dit unieke project tijdens de netwerkborrel. BIG bedankt alle deelnemers en voornamelijk de gastsprekers voor hun bevlogen verhalen en gastvrijheid! Foto’s: Koen Mol Fotografie 19

Who’s Next? Peter Donk en Inge Fortuin werkten de afgelopen 10 jaar nauw met elkaar samen bij Leidingenstraat Nederland (LSNed). LSNed beheert het leidingentracé tussen de industriegebieden van Rotterdam en Antwerpen met aftakkingen naar Moerdijk en richting Vlissingen. Sinds september 2022 is Peter met pensioen waardoor hun wegen definitief zijn gescheiden. Een mooi moment om met beiden stil te staan bij de afgelopen jaren. Samen blikken ze terug op belangrijke ontwikkelingen in de branche en bespreken ze de kansen voor de toekomst. Emancipatie van de buisleiding Na een flink aantal jaar werkzaam te zijn geweest voor Rijkswaterstaat maakte Peter Donk, voormalig directeur van LSNed, 12 jaar geleden de overstap naar LSNed. “De huidige rol en betekenis van de buisleiding verschilt aanzienlijk met 12 jaar In gesprek met senior professional Peter Donk en young professional Inge Fortuin. Op weg naar een duurzame samenleving zijn buisleidingen niet meer weg te denken geleden”, vertelt Peter. “Van oudsher zijn buisleidingen gericht op het vervoeren van vloeistoffen zoals gassen en olie. Later kwam daar elektriciteit en data bij en tegenwoordig spreken we zelfs van ontwikkelingen zoals een hyperloop. Spoor- en (water)wegen zijn vol, transport per buisleiding is de toekomst! Hierdoor wordt het transport van andere stoffen en goederen per pijpleiding met de dag waarschijnlijker.” Inge Fortuin, Controller en Adviseur Bedrijfsvoering bij LSNed, is het met Peter eens dat het ondergrondse transport een steeds groter wordende vervoersmodaliteit in Nederland zou moeten worden. “Buisleidingen zijn een schone, veilige en duurzame vervoersmogelijkheid. Samen vormen ze in onze buisleidingenstraat een drukke ondergrondse snelweg. Je ziet, hoort en ruikt niets. Dit lijkt dus de perfecte oplossing.Toch moet het ondergronds transport knokken voor waardering. In mijn ogen is dat niet terecht. Ook met het oog op de klimaatdoelen hebben we ondergronds transport nodig.” Peter: “Door factoren zoals de energietransitie komt de meerwaarde van ondergronds transport steeds meer in de picture. Natuurlijk kan dit nog beter, maar het is een begin. Het emancipatieproces van de buisleiding is momenteel nog steeds bezig. Ik ben blij om te zien dat de buisleiding een steeds prominentere plek krijgt naast andere vervoersmodaliteiten.” Politieke aandacht Ondanks de toenemende maatschappelijke belangstelling voor ondergrondse infrastructuur, loopt de politieke aandacht 20 Foto: LSNed

Foto: LSNed hiervoor nog relatief achter. Peter: “Dat is niet altijd zo geweest. Eerder is er door de politiek visionair gedacht over de betekenis van buisleidingen binnen Nederland. Denk maar aan de nutswet die sinds 1972 van kracht is en het begin betekende van de buisleidingenstraat tussen Rotterdam en Antwerpen. De verwachting was dat er meerdere leidingstroken werden ontwikkeld in Nederland. Helaas is dit op de achtergrond geraakt en nam de politieke aandacht hiervoor af. De laatste decennia komt de behoefte aan leidingtransport langzaam opnieuw naar boven. Met als gevolg dat ondergronds vervoer, zij het voorzichtig, weer op de politieke agenda komt.” Regie op de ondergrond Volgens Inge is ingrijpen van de overheid nodig. “Op weg naar een duurzame maatschappij zijn buisleidingen niet meer weg te denken. Je ziet steeds meer maatschappelijke - en hierdoor ook politieke - druk ontstaan. Regie op de ondergrond in dit relatief vol gebouwde land is daarbij noodzakelijk. Daar hebben we politiek draagvlak voor nodig. Op dit gebied hebben we in Nederland de komende jaren een belangrijke klus te klaren”, vertelt Inge. Peter: ”De ordening van de ondergrond is zeker een belangrijk issue. Bovengronds is er van alles geregeld, maar ondergronds onvoldoende. Hier moet meer structuur in komen, bijvoorbeeld door buisleidingen gebundeld en in straten aan te leggen. Daar kan de politiek zeker een belangrijke rol in vervullen.” Inge vult Peter aan: “De grootste uitdaging is om dit op tijd te regelen. Zowel binnen als buiten de leidingstraat. Door gebrek aan structuur en regie lopen we het risico dat kostbare ruimte niet goed wordt benut.” Financieel draagvlak Eveneens stof tot nadenken is het vinden van financieel draagvlak. Inge: “Ook op dit vlak moet de regie worden genomen. Om ervoor te zorgen dat de leidingen in de leidingenstraat rivieren en (spoor)wegen probleemloos kunnen kruisen, hebben we ‘kunstwerken’ aangelegd. Dit zijn voorzieningen zoals tunnels, viaducten en een fly-over. Er is echter onvoldoende ruimte in de huidige kunstwerken op de leidingstraat voor alle toekomstplannen. Hoe gaan we dat oplossen en financieren? Door de bouw van nieuwe tunnels, grote mantelbuizen te trekken of alle leidingeigenaren individueel te laten boren? Wanneer we kiezen voor het laatste maken we maatschappelijk gezien niet optimaal gebruik van de ruimte.” “Voorheen was financieel draagvlak ook al een knelpunt”, vervolgt Peter. “Toen had de overheid echter een prominentere rol. De overheid financierde de aankoop van gronden en de aanleg van kunstwerken om andere infrastructuur te kruisen. Deze investering werd en wordt door leidingeigenaren terugbetaald zodra ze van onze straat gebruik gaan maken. Het zou mooi zijn als de overheid de komende jaren opnieuw meer verantwoordelijkheid neemt. Maar dat moet snel gebeuren, gezien de klimaatdoelen die voor de deur staan.”  21

Inge Fortuin Inge Fortuin (41 jaar) is bij LSNed begonnen om de administratieve afdeling naar een hoger niveau te brengen. Inmiddels is zij er 10 jaar werkzaam en is Inge doorgegroeid naar Controller en Adviseur Bedrijfsvoering en is ze plaatsvervangend directeur. Verslaglegging Tijd om vooruit te kijken. Voor de toekomst is het belangrijk dat kennis de komende jaren niet verloren gaat. Inge: “Het waarborgen van kennis blijft een lastig thema. We werken in een specialistische branche, goede verslaglegging van onze besluiten en processen is dus essentieel.” Peter vult haar aan: “Wanneer werknemers afscheid nemen, loop je altijd het risico dat je kennis kwijtraakt. Het is de verantwoordelijkheid van senior professionals om procedures en processen goed vast te leggen. Daar moet je als werkgever goede afspraken over maken. Bovendien vallen we vaak terug op dingen uit het verleden, ook voor huidige werkzaamheden. Waarom doen we dingen zoals we ze doen? Wat is er destijds besproken én waarom? Goede evaluatie van projecten en de verslaglegging hiervan zijn ontzettend belangrijk voor het waarborgen van kennis.” Inge: “Ondergronds transport lijkt te moeten knokken voor waardering. In mijn ogen is dat onverdiend.” Mix van jong en oud Verder verwacht Inge de komende jaren een flinke uitbreiding van de leidinginfrastructuur. “Het vinden van voldoende én goed geschoold personeel hiervoor is wel een uitdaging. De komende jaren komen er veel ontwikkelingen op ons af. Daar moeten we klaar voor zijn. Hier moeten we gezamenlijk als branche inspanningen voor leveren. Bijvoorbeeld door young professionals de ruimte te bieden om een stage te volgen of een thesisonderzoek te doen. Het is belangrijk dat de kans om te leren niet aan hen voorbijgaat.” Peter Donk Peter Donk (64 jaar) heeft als voormalig directeur bij LSNed, de organisatie 12 jaar lang met veel plezier mogen leiden. Sinds september 2022 is hij met pensioen. “Ik ben het daar helemaal mee eens”, zegt Peter. “Voor een organisatie is het goed om een mix te hebben van senior en young professionals. Senior professionals hebben de ervaring. Young professionals nemen nieuwe kennis, een frisse blik en nieuwsgierigheid met zich mee. Deze aspecten zijn een verrijking voor een organisatie. Het is dus zeker belangrijk om de deur open te zetten voor jong talent. Daarom ben ik blij met de oprichting van Pipeliner. Deze stichting biedt young professionals een mooi platform om hun kennis uit te breiden.” Peter: “Spoor- en (water) wegen zijn vol. Transport per buisleiding is de toekomst.” “Een tip voor young professionals: blijf nieuwsgierig wanneer je start op de werkvloer. Vraag door en geef het ook aan als je vindt dat er iets beter of anders kan. Anderzijds is het ook belangrijk dat je als young professional open staat voor de ervaring van je collega’s. Deel je expertise met elkaar en verlies vooral niet je drive om te leren. Door samenwerking groeien senior en young professionals beide op professioneel vlak. Een mooi gegeven”, aldus Peter. 22

NIEUWE BIG PARTNERS BIG wordt BIGGER BIG is weer een aantal nieuwe BIG-leden rijker! Wij heten Kingspan-LOGSTOR, Van Gelder, Van Dijk Coatingsystemen en NorthGrid van harte welkom! Kingspan-LOGSTOR is wereldwijd marktleider op het gebied van grootschalige isolatieoplossingen. Als stadsverwarmingspecialist wil het bedrijf haar klanten voorzien van de beste voorgeïsoleerde leidingsystemen, helemaal op maat ontwikkeld vanaf het ontwerp. Het bedrijf is onderdeel van de wereldwijde Kingspan Group, samen zetten zij zich in om de CO2-voetafdruk te verlagen tot nul. Op dit moment is er geen coördinatie voor de totstandkoming van ondergrondse infrastructuur en dat betekent dat elke partij die een kabel of leiding wil aanleggen hiervoor alles zelf moet regelen. NorthGrid wil voorzieningen treffen waardoor het proces, wat leidt tot het inpassen van nieuwe ondergrondse verbindingen, van tevoren met alle belanghebbenden wordt afgestemd. Van Dijk Coatingsystemen levert anti-corrosiesystemen en bijbehorend advies voor ondergrondse toepassingen voor de olie-, gas-, water- en warmte-industrie. Door de jarenlange ervaring uit het veld, kan het bedrijf voor vrijwel alle situaties een bijpassende aanbeveling verzorgen. Daarnaast is Van Dijk Coatingsystemen importeur van een viertal producenten: Canusa-CPS, Kebulin Gesellschaft, TIB Chemicals en Trenton. Van Gelder is specialist in het ontwerpen, realiseren en onderhouden van kabels en leidingen voor transport- en distributienetwerken. Zowel voor gas, water en elektra als voor warmte-, zonne- en windenergie. Het vinden van slimme, duurzame oplossingen staat centraal in de aanpak. Zo draagt het bedrijf een steentje bij aan de leveringsbetrouwbaarheid van nutsvoorzieningen én de energietransitie van Nederland. Meer weten over de diensten van onze nieuwe leden? Check onze website: www.bigleidingen.eu/leden 23

De redactie Jacqueline Hoogervorst Uitvoerend secretaris, BIG Stanley Hunte Manager Engineering, Bilfinger Tebodin Lode Maesen Ontwikkelaar Beleid Gas & Warmte, Fluvius Frederick de Sutter Senior Productmanager, FARYS Erik Teerink Accountmanager, SGS Roos + Bijl Maren Lipplaa Tekenaar & Constructeur, Amsterdam Engineering 30 mrt. 2023 14 jun. 2023 21 sep. 2023 19 okt. 2023 23 nov. 2023 Colofon Dit magazine is een uitgave van BIG. BIG-redactie Postbus 537, 5140 AM Waalwijk, Nederland www.bigleidingen.eu communicatie@bigleidingen.eu Tel.: +31 (0)85 40 00 252 Tekst en coördinatie TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafische vormgeving TALK ABOUT PR & Communicatie www.talkabout.nu Grafisch concept Brût Communicatie www.brutcommunicatie.nl Drukwerk: Mail Succes www.mail-succes.nl Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren? Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. /bigleidingen @BIGLeidingen /buisleiding-industrie-gilde/ Algemene Ledenvergadering 2023 BIG-voorjaarsbijeenkomst BIG-excursie BIG-jongerenevent BIG-najaarsbijeenkomst 2023 Evenementen

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
Home


You need flash player to view this online publication