0

DE BOMEN VAN DOOD EN LEVEN Ed van Brummen E-H Bookazine

Colofon Titel: De bomen van dood en leven © 2022 Ed van Brummen Alle rechten voorbehouden Uitgever: Stichting E-H Depot Nederland, Rotterdam Website: ebenhaezer.nl, concordante-publicaties.nl Verschijningsdatum: december 2022 Vormgeving & technische realisatie: Evangelie Om Niet In samenwerking met Mieke Tom Foto cover © Darek000 via Canva ISSN 2773-0824 NUR 707

INHOUD Goed en kwaad …………………………………………………………………….. 9 De dood ……………………………………………………………………………….. 9 Contrasten …………………………………………………………………………… 10 Besef …………………………………………………………………………………….. 13 Diepe dankbaarheid …………………………………………………………….. 16 Christus ………………………………………………………………………………… 17 Doelmissers…………………………………………………………………………… 18 Goddelijke liefde ………………………………………………………………….. 19 De opstap naar het volmaakte……………………………………………… 20 Van oud naar nieuw ..…………………………………………………………… 21 Een hoger doel …………………………………………………………………….. 21 Gods onthulling en openbaring …………………………………………… 23 De mens werd een sterveling ………………………………………………. 23 Het plan van God ………………………………………………………………… 25 Het absolute hoogtepunt ……………………………………………………. 26 Het alles overtreffende nieuwe …………………………………………… 28 Het beeld van de Hemelse ………………………………………………….. 29 De boom van het leven ……………………………………………………….. 31 Leven naar de geest …………………………………………………………….. 34 ‘Wettische visie’ op wat goed is en wat kwaad ……………………. 35 De gevolgen van ‘wettisch denken’ …………………………………….. 37 Genade echter! ……………………………………………………………………. 40 De eenheid bewaren ……………………………………………………………. 43 Bijlage: Goed en kwaad tegenover Gods mildheid ……………… 45 Bronvermelding ………………………………………………………………….. 48 Noten ………………………………………………………………………………….. 49

De Bijbelteksten komen uit de NBV21, tenzij anders aangegeven. Een meer consistente weergave uit de grondtekst wordt aangegeven met het woordje ‘letterlijk’ en is verkregen uit de Nederlandse Concordante Vertaling [NCV]. Bron: https://www.concordante-publicaties.nl/vertaling/ NCV Bijbelstudie App, https://ncv-bijbelstudie.nl

“De HEER God legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom (letterlijk: de boom van het leven) en de boom van de kennis van goed en kwaad.” Genesis 2:8,9 [NBV21] 7

8

Goed en kwaad Het hele leven bestaat eigenlijk uit contrasten en tegenstellingen. Denk bijvoorbeeld aan: lang en kort, klein en groot, mooi en lelijk, dom en knap, hoog en laag, arm en rijk en ga zo maar door. Ook de Bijbel, Gods Woord, staat vol met contrasten, met tegenstellingen, zaken die tegenover elkaar staan. Zoals het kwade tegenover het goede; zwart tegenover wit; nacht tegenover dag; duisternis tegenover licht. Maar ook: vriendschap – vijandschap rechtvaardigheid – onrecht liefde – haat vrede – onvrede waarheid – leugen blijdschap – droefheid gezond – ziek leven – dood De eerste rij valt onder de noemer ‘het goede’, dat wat iedereen als goed ervaart. De tweede rij valt onder de noemer ‘het kwaad’ of ‘het kwade’, dat wat iedereen slecht noemt. En eigenlijk is álles in deze wereld daarop gebaseerd: er is goed en er is kwaad, en er is een niet aflatende strijd tussen deze twee uitersten. De dood In het paradijs, de Hof van Eden, stonden twee bijzondere bomen. Gen.2:9 Behalve de boom van het leven, was de andere boom een boom van kennis van goed en kwaad. 9

De boom van het leven staat symbool voor het onvergankelijke Leven dat Christus geeft. De boom van kennis van goed en kwaad staat symbool voor de sterfelijke mens in zijn voortdurende worsteling tussen goed en kwaad. Doordat de eerste mens (Adam = mens) daarvan at, kreeg niet alleen hijzelf, maar ook ál zijn nakomelingen, kennis van zowel goed als kwaad! En deze kennismaking met goed en KWAAD, kon niet zonder gevolgen blijven, want mét deze kennis werd de mens sterveling. De kennis, en daarmee gepaard gaand de uitwerking in elk mensenleven van alles wat goed is en kwaad, had onvermijdelijk de dood tot gevolg. God had gezegd: ‘Als je van de boom van kennis van goed en kwaad eet, zul je sterven.’ Nou lijkt dit in eerste instantie een straf van God. Maar denk er eens goed over na: eigenlijk is het onvermijdelijk! Het kwaad dat gepaard gaat met de zonde met al zijn verschrikkelijke gevolgen, MOET wel eindigen in de dood. Het is goed dat er uiteindelijk aan de vreselijke gevolgen van het kwaad een einde komt. Dat is eigenlijk geen straf, maar juist genade van God. De mens die onsterfelijk zou zijn, zou immers voor altijd door blijven leven in een hel op aarde. De voortdurende strijd tussen wat de ene mens goed noemt en wat een ander kwaad noemt, zou altijd een schrijnende rol blijven spelen, zonder dat daar ooit een einde aan kwam. Contrasten De tegenstelling tussen wat goed en kwaad is, is het hoofdthema van de Bijbel. Het kwaad is duisternis, vijandschap, haat, leugen, onrecht, ziekte, droefheid, dood. Net als het goede al het tegenovergestelde omvat: licht, vriendschap, liefde, waarheid, rechtvaardigheid, gezondheid, blijdschap, leven. 10

Nou is het prima wanneer de mens naar ‘het goede’ streeft, maar zelfs het goede blijkt vooral een subjectieve keuze te zijn! Want wat de ene goed noemt, noemt de ander kwaad, en vice versa. Denk bijvoorbeeld aan de niet aflatende strijd tussen de Democraten en de Republikeinen in Amerika! Een voortdurende haatcampagne van beschuldigingen over en weer. Iedereen lijkt zijn eigen begrip te hebben over wat ‘het goede’ inhoudt en dat wat ‘het kwaad’ vertegenwoordigt. Elke menselijke formulering van wat onder ‘het goede’ valt, kan weersproken worden door anderen die dit juist als ‘het kwaad’ bestempelen. Religie bijvoorbeeld betekent voor de een het absolute goede, en voor de ander het absolute kwaad! Eigenlijk is het buiten de Schepper van hemel en aarde om, onmogelijk een juist begrip te krijgen van wat het werkelijk goede nou feitelijk inhoudt. Want het daadwerkelijke goede zou eigenlijk het kwaad in de wereld definitief moeten kunnen overwinnen. Alleen: als mens zijn wij daartoe niet in staat. Goed, we leven dus in een wereld met scherpe contrasten. Maar wat is nou het nut van deze contrasten, van deze tegenstellingen in het leven van de mens? Waarom heeft God dit zo toegelaten? Ofwel: waarom moesten wij kennis krijgen van goed en van kwaad? Had onze Schepper dit niet kunnen voorkomen? Zou ieder mens dan niet een veel beter leven hebben gehad? Je hoort het wel vaker: ‘Waarom is er zoveel ellende en verdriet in deze wereld? Waarom is er zoveel duisternis, zoveel haat, zoveel oorlog, zoveel lijden? Met alléén de kennis van het goede, waren we toch allemaal gelukkig geweest?’ De vraag is nu: zou het mogelijk zijn geweest het goede te leren kennen, buiten de kennis van het kwade om??? Zouden wij uiteindelijk echt gelukkig zijn geworden zonder kennis 11

verkregen te hebben van de tegenstellingen … van wat het betekent om ook NIET gelukkig te zijn? En waarom wordt God Zelf, met absolute kennis van goed en kwaad, ‘de gelukkige God’1 genoemd? Ligt hierin al niet een aanwijzing? Ik denk zelf dat we zonder kennis (met de daarmee gepaard gaande ervaring) van het kwade, nooit kennis hadden genomen, van wat het échte, door onze Schepper bedoelde ‘goede’ inhoudt. Wij zouden op geen enkele manier ooit kennis hebben kunnen krijgen van het goede dat God voor ogen staat, en evenmin kunnen begrijpen wat het goede wérkelijk inhoudt. Bovendien zouden we het nooit op de juiste waarde kunnen inschatten. Simpelweg, omdat we dan nooit kennis hadden kunnen krijgen van wat het inhoudt een leven te leiden waarin niet het goede, maar ‘het kwaad’ een alles-overheersende rol speelt! We zouden geen enkele notie hebben gehad van het bestaan van een totaal ánder leven, waarin het NIET goed met ons gaat en het kwaad ons in het ongeluk zou storten. En wanneer we op geen enkele manier kennis zouden hebben genomen wat een leven inhoudt waarin we ook ongelukkig kunnen zijn, zouden we het begrip ‘gelukkig zijn’ helemaal nergens mee hebben kunnen vergelijken. Ons ‘geluk’ zou slechts oppervlakkig zijn geweest, omdat we geen enkele ervaring zouden hebben gehad van wat het betekent om ook ‘ongelukkig’ te zijn. Ik geloof dat God het échte, gelukkige leven wil geven aan al Zijn schepselen; maar dat we eerst in de diepste zin moeten gaan beseffen wat het is om ook ongelukkig te zijn, vervreemd van onze Schepper, en wat het betekent om ook het leven te kunnen verliezen ... 12

En die kennis verkrijgen wij alleen door een tijdlang een leven te leiden waarin we niet volkomen gelukkig zijn en waarin we in alle onvolkomenheid leven ... met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Het goede wordt pas écht ten volle als GOED ervaren en begrepen, door onze ervaring met het kwade. Het kwade is dus feitelijk noodzaak, om het goede werkelijk te leren kennen, en het ‘gelukkig zijn’ van God Zelf aan den lijve te gaan ondervinden. Besef Alleen God, de Schepper van hemel en aarde, kent het onderscheid tussen goed en kwaad. Hij kent namelijk de consequenties van wat het kwaad uiteindelijk zal aanrichten in de geschiedenis van de mens. Maar had God het dan niet bij een waarschuwing kunnen laten? Hij had ons toch kunnen confronteren met de verschrikkelijke gevolgen van een onjuiste keuze? Ik denk niet dat dat de juiste uitwerking zou hebben gehad: zonder de ervaring van een verkeerde keuze, zouden wij er niets van opgestoken hebben! En waarom niet? Gesteld dat je nog nooit ziek bent geweest. Je ziet en hoort allemaal verschrikkelijke verhalen over zieke mensen, maar in de diepste zin begrijp je niet waar zij het over hebben. Wat het in hun leven betekent. Pas wanneer een vreselijke ziekte jouzelf treft, begrijp je de verhalen van zieke mensen volkomen en weet je daadwerkelijk wat ziek-zijn inhoudt. Zo zou je ook tientallen boeken kunnen lezen van mensen die een dierbare hebben verloren, bijvoorbeeld een kind. Maar als je het zelf nooit hebt meegemaakt, blijft het voor jou alleen maar ‘theorie’. Pas wanneer je zelf met een dergelijk verlies te maken krijgt, kun je je daadwerkelijk inleven in wat de ander voelt en meemaakt. Zonder de praktijk werkt de theorie niets uit. 13

Laten we de situatie in de Hof van Eden eens nader onder de loep nemen. Onze Schepper instrueert de mens in de Hof van Eden als volgt: ‘Je mag van alle bomen eten, maar wanneer je van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad eet, zul je sterveling worden en doodgaan (letterlijk: stervende sterven).’ Gen.2:16-17 Laten we deze instructie van God, over het eten van de boom met deze ernstige gevolgen, eens nauwkeurig nagaan. God spreekt over: Kennis van goed en kwaad, met de dood als gevolg. Maar kon de eerste mens op dat moment al weten wat God daar nou precies mee bedoelde? Want deze kennis, en daarmee de gevolgen van deze kennis in de praktijk, zou hij pas verkrijgen nádat hij van deze boom gegeten had. Begrijp je de diepe waarheid die hierachter zit? Op dát moment in de Hof van Eden, had het eerste mensenpaar nog helemaal geen ervaring of kennis opgedaan van goed noch kwaad. Zij wisten absoluut niet wat het inhield om te sterven en dood te gaan, want deze ervaring kenden zij niet. Ze hadden nog geen kennis om te beseffen waar God over sprak. Zij zouden zonder deze opgedane kennis van goed en kwaad, nog heel lang in de paradijselijke toestand in de Hof van Eden door hebben kunnen leven. Alleen: zonder enige ervaring van dieptepunten … En dus ook zonder ervaring van hoogtepunten. In een vlak en egaal bestaan … en dus ook zonder diepe dankbaarheid. Ik schrijf bewust zonder dankbaarheid, want ze hadden ook nog geen enkele ervaring van wat het betekent om ondankbaar te zijn. En niet alleen zonder dankbaarheid, maar ook zonder echte vreugde, omdat zij nog niet konden weten wat het is om verdrietig te zijn. En dus ook zonder werkelijke vrede, omdat ze geen enkele notie hadden wat het betekende om in onvrede te leven. 14

In de Hof van Eden kwam het werkelijke besef van goed en kwaad, en later van sterven en doodgaan, pas nadat zij van de boom gegeten hadden. Klaarblijkelijk lag het dus al in Gods plan, in Zijn bedoeling, dat de mens kennis zou krijgen van goed en kwaad. Niet om een eind aan de mens te maken, maar om de mens uiteindelijk op een oneindig hoger niveau te tillen: van aards en vleselijk, naar hemels en geestelijk (daar kom ik later nog op terug). Het gaat om een niveau dat de mens zelf nooit had kunnen bereiken. Kennis die alleen God bezit, namelijk de kennis van goed en kwaad. Kennis die ons niet meteen het ultieme geluk gaat schenken, en zelfs onze ondergang betekent. Maar kennis die onze God ons wél zal schenken, als onderdeel van Zijn allesomvattende plan om eens Alles in allen te kunnen zijn! De ‘gelukkige God’ zal dan Alles zijn in een volmaakt ‘gelukkige’ schepping. En dat we dit alles als onderdeel van Zijn plan mogen vermoeden, kunnen we ook afleiden uit alle voorzorgsmaatregelen die God al van tevoren had getroffen: 1 Pet.1:18-20: “… vrijgekocht … met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van jullie …” De eerste mens, in de hof van Eden, was dus nog totaal onwetend van goed en kwaad en sterven en doodgaan, en zonder kennis van goed en kwaad, zou hij ook onwetend zijn gebleven! Is dat de reden waarom God, de tegenstander – de slang2 – toestaat om, in de Hof van Eden, de mens te laten verleiden? Om via die weg kennis te krijgen van wat goed is en wat kwaad. En wat het betekent om het leven door sterven te verliezen. Maar wel met het doel, om uiteindelijk, juist via díe weg, het échte leven te vinden, in onsterfelijkheid en heerlijkheid?! 15

Diepe dankbaarheid Nogmaals de vraag: Zou de mensheid echt gelukkig zijn geworden zonder de ervaring en kennis van goed en kwaad? Wanneer je het in het leven altijd alleen maar goed hebt gehad en het kwaad treft jou ineens keihard, besef je misschien pas voor het eerst hoe geweldig en heerlijk het was, om het goede in je leven te mogen genieten. Daarvoor, voor die duisternis in je leven kwam, hield je het voor ‘gewoon’, voor ‘normaal’, dat je het altijd goed had. Je had nergens gebrek aan! Maar hoe bijzonder dat was, besefte je niet omdat je dacht dat ‘het zo hoorde’. Er waren geen dieptepunten … en daardoor ook geen hoogtepunten. Je beseft niet hoe rijk je bent, totdat je alles verliest. Je vindt het eigenlijk heel normaal om gezond te zijn, totdat je gezondheid je flink in de steek laat. Pas dan besef je hoe dankbaar je kunt zijn met een goede gezondheid, waarin alles functioneert zoals het hoort. Vaak besef je niet hoeveel je hebt om van te genieten, totdat het van je afgenomen wordt. Zonder de contrasten, de tegenstellingen in ons leven, missen we de volle waardering. Missen we de echte voldoening, missen we de diepe dankbaarheid voor het leven. Maar hoe zit het dan in de toekomst? De tegenstellingen zullen er uiteindelijk toch niet meer zijn? Zijn ze dan niet meer nodig om te kunnen blijven waarderen wat je van God, de Vader, en van Jezus Christus hebt ontvangen? Daar wil ik nog graag op terugkomen, want er is namelijk nóg een boom. De boom van kennis van goed en kwaad, die de dood tot gevolg heeft, heeft gelukkig ook een tegenpool, namelijk de boom van het leven. 16

Christus De boom van het leven is de tegenpool van de boom van kennis van goed en kwaad, en daarmee ook de tegenpool van het stervensproces. Maar let nu goed op: het is geen “boom van het kwaad met de dood als gevolg” tegenover “de boom van het goede met het leven als gevolg”. Nee, het is “de boom van goed én kwaad”; als één boom, één begrip – het is één vrucht. Niet ‘een vrucht om kennis te krijgen van het goede’, en daar tegenover ‘een vrucht om kennis te krijgen van het kwaad’, alsof je tussen die twee zou kunnen kiezen. Nee, het goed en het kwaad is één en dezelfde vrucht en is niet los verkrijgbaar. Het staat symbool voor alles wat goed en kwaad is in deze wereld, gedurende de loop van de tijden! Door deze kennis leert de mens een onderscheid te maken van wat kwaad is, en daarmee ook wat goed is. Maar zelfs het goede is niet in staat om de mens te verlossen van zijn doodsvonnis. Want ieder mens heeft, buiten God om, alleen zichzelf tot maatstaf. En ieder individu, en elke groep gelijkgestemden, en elk land, en elke cultuur vult zelf in wat hij als ‘goed’ en wat hij als ‘kwaad’ beschouwt. De kennis die de mens verkrijgt tijdens zijn leven hier op aarde, is dus één pakket van goed én kwaad. En het onmiskenbare gevolg is: de dood. Want niet alleen zal het kwade onze dood betekenen, maar ook het relatief goede in deze wereld is niet in staat ons het leven te schenken. In de Hof van Eden stonden twee bijzondere bomen: de een die het leven schenkt, en de ander die ons de dood brengt. Het kwade en het goede, met al zijn tegenstellingen, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, want niet alleen het kwaad, maar ook het goede eindigt in de dood. 17

Al het goede in deze wereld zal namelijk nooit voldoende zijn om ons te bevrijden van de dood en van de zonde. “Er is niemand die het goede doet, zelfs niet één …” schrijft de apostel Paulus in Rom.3. (Zie bijlage: Goed en kwaad tegenover Gods mildheid) Tegenover de boom van goed en kwaad, staat dus de boom van het leven. En déze boom staat symbool voor het leven dat de Christus ons schenkt! Ieder mens heeft vanaf zijn geboorte te maken met de boom van kennis van goed en kwaad. Dat zijn in onze wereld de door mensen opgestelde normen en waarden, de wetten, de geboden en verboden, de regels en de eisen die we elkaar opleggen. En dat is goed, dat moet ook zo zijn, want zonder deze ethische waarden zou de wereld in chaos vervallen. Alleen één ding mag duidelijk zijn: het kwaad in deze wereld wordt niet overwonnen of tenietgedaan door het goede in de mens. Evenmin als zou het goede in deze wereld ons het leven voorbij de dood kunnen geven. Buiten Christus om – waar de boom van het leven symbool voor staat – is er geen leven dat de dood opheft. “Jezus Christus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.’” Joh.14:6 Doelmissers Ondanks het kennen van goed en kwaad, hoe goed de mens daar ook mee om probeert te gaan, blijft de mens een zondaar – letterlijk: een ‘doelmisser’. Het goede en het beste van de wereld, zal de wereld niet verlossen van het kwaad, dat kan alleen door verlossing van Gods kant. Wat werkelijk goed is, dat kent de mens niet, want dat komt alleen en uitsluitend van God, onze hemelse Vader, en Jezus Christus, onze Heer. 18

Het kan slechts gekend worden door openbaring van Zijn kant. Het échte goede, dat wat God voor ons voor ogen heeft, leren we niet eerder kennen, dan door (symbolisch) te eten van de vrucht van de boom van het leven. Ofwel: wanneer we Christus leren kennen! Goddelijke liefde Er is een opvallend contrast tussen twee mensen in de Bijbel dat parallel loopt aan het contrast tussen de twee bomen. Die twee mensen zijn Adam en Christus. Deze twee mensen kunnen in hetzelfde rijtje van tegenstellingen worden geplaatst, als wat we al vonden bij de twee bomen. Christus wordt ook wel de laatste Adam genoemd. Het contrast tussen de eerste Adam en de laatste Adam (Adam = mens): Adam (de eerste mens): de boom van kennis van goed en kwaad, met de dood tot gevolg. Christus (de laatste mens): de boom van het leven, met onsterfelijkheid tot gevolg. Adam at van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad en in hem al zijn nakomelingen. Dat bracht niet alleen Adam zelf, maar ook al zijn nakomelingen de dood. In Adam sterven allen. De boom van het leven staat symbool voor de Christus; in Christus zullen allen het leven ontvangen. 1Kor.15:22 De dood is noodzaak om een einde te maken aan de tegenstellingen tussen goed en kwaad en bereidt ons voor op het échte leven: het leven voorbij de dood! In Christus is de dood overwonnen en het kwaad, de zonde, definitief uitgeschakeld. 19

De mens zelf kan het kwade niet ten goede keren en kan, buiten God en Christus om, zelf het leven niet vinden, laat staan verdienen. Het goede in de mens blijft nog altijd verweven met het kwaad. De wereld kan, tot op zekere hoogte, het goede najagen, maar het zal altijd tekortschieten wanneer we het leggen naast de volmaakte standaard van onze Schepper, waarbij het kwaad volledig uitgebannen zal zijn. Laten we als voorbeeld nemen de liefde van de mens: dat is in de meeste gevallen eigenliefde, doorgaans voorwaardelijke liefde en in heel veel gevallen gehuichelde of geveinsde liefde. De liefde van God daarentegen is onvoorwaardelijk. 1 Cor.13:1-13 Een liefde die van God Zelf afkomstig is en alleen Hij ons kan geven, en in ieder mens kan en zal uitwerken. De opstap naar het volmaakte Zo is er dus goed en kwaad in deze wereld, met daartegenover het Leven dat alleen God ons kan schenken. Kwaad en goed horen op dit moment nog in het leven van elk mens; hét Leven komt van God en Christus. Goed en kwaad staan tegenover het geschenk dat van God afkomstig is. Haat, maar zelfs de beste pogingen van de mens om lief te hebben, staan tegenover de volkomen onvoorwaardelijke liefde van God. Verloren zijn, maar ook elke poging van verlossing die de wereld ons denkt aan te kunnen reiken, staan lijnrecht tegenover de redding en de volkomen verzoening van God door Christus Jezus, Zijn Zoon. Onrecht, maar óók het recht in deze wereld, staat tegenover de volkomen rechtvaardiging die alleen van God afkomstig is. Sterfelijkheid hoort bij deze wereld en bij de mensheid in dit tijdperk en staat tegenover de onsterfelijkheid en de onvergankelijkheid. 20

De ervaring van goed en kwaad is gelukkig maar tijdelijk. Het hoort bij het onvolmaakte, maar het is wel noodzakelijk als de opstap naar het volmaakte. ‘Hét Goede’ dat alleen van God afkomstig is, zullen we tevergeefs zoeken in deze wereld van goed en kwaad, het hoort thuis in de volmaakte wereld van onze Schepper en van de Christus. En als we het over ‘volmaakt’ hebben, denken we aan: volkomenheid, onvoorwaardelijke liefde, Gods allesomvattende heerlijkheid, volkomen vreugde, dankbaarheid, een vrede die het verstand te boven gaat. Elke gelovige mag nu al, deze op genade gebaseerde rijkdom van onze grote God en Redder, erkennen en beleven. Van oud naar nieuw De eerste hoofdstukken in deze bookazine lieten al iets doorschemeren van het geweldige plan dat God in tijdperken zal uitwerken. Het ‘boze tijdperk’3 waarin wij nu leven, is slechts een tijdelijk onderdeel van het grote Plan dat onze God en Vader nu al uitwerkt in de gelovigen en straks, in de nog komende tijdperken, in heel Zijn schepping. Prijs God voor de unieke rijkdom, als je daar nu al uit mag leven. De dood, als resultaat van de kennis van goed en kwaad, heeft dan al geen macht meer over jou. Het oude, dat nog behoorde bij de kennis van goed en kwaad, is voorbij: het is alles nieuw geworden. 2 Cor.5:16 En wanneer uiteindelijk, aan het eind van de tijdperken4, de dood wordt opgeheven voor alles en iedereen, zal God Alles in allen worden, zoals Hij nu al Alles is in ons. Een hoger doel Eerder heb ik vooral de contrasten en tegenstellingen benadrukt, door goed te kijken waar de bomen symbool voor staan. Ze staan symbool 21

voor al de tegenstellingen waar wij mensen, in deze wereld mee te maken hebben. En dat geldt zowel voor niet-gelovige mensen, alsook voor gelovige mensen. Ik wil graag nog enkele aspecten met je bekijken, omdat ik geloof dat deze bomen ons veel inzicht geven als het gaat om het plan van God met heel Zijn Schepping. Iedereen, niemand uitgezonderd, krijgt vanaf zijn geboorte te maken met ‘kennis van goed en kwaad’. Daarin is gelijk al een rijke les verborgen. De les dat ‘kennis van goed en kwaad’ ons mensen niets oplevert dan alleen maar strijd, lijden, ziekte en dood. Er is voortdurend strijd en onenigheid over de vraag: Wat is nu ‘goed’ en wat is nu ‘kwaad’. En iedereen beleeft dat en vult dit in op zijn eigen wijze. De eerste mens kreeg kennis van goed en kwaad zodra hij van de vrucht van de boom gegeten had en moest vervolgens de gevolgen dragen van deze opgedane kennis. Want God had gezegd: ‘Zodra je van die boom eet, zal je sterveling worden en uiteindelijk doodgaan (letterlijk: stervende sterven).’ Als nakomelingen van de eerste mens (Adam) hebben we allemaal, zij het indirect, van deze vrucht gegeten en zijn daardoor allemaal sterveling. Wat dat betreft is het ‘de boom van de dood’; wat uiteindelijk zal leiden tot het einde van de mens en van deze wereld. Maar dat betekent gelukkig niet het definitieve einde van de mens. De dood is een vijand, maar zal uiteindelijk als “laatste vijand” opgeheven worden. 1Kor.15:26 Daarmee is de dood niet een genadeloos einde van ons menselijk bestaan, maar eerder het genademiddel van God; opdat wij niet eindeloos door zouden leven met de gevolgen van de strijd tussen goed en kwaad. Via dood en opstanding komt God tot een hoger doel met de mensheid. 22

Namelijk: Van aards naar hemels; van ziels naar geestelijk; van onvolmaaktheid naar volmaaktheid; van dood naar onvergankelijk leven. Via ‘de kennis’ die de dood bracht, naar ‘de kennis’ die uiteindelijk aan allen het leven schenkt. Gods onthulling en openbaring Eigenlijk is alles, echt alles, in onze wereld gebaseerd op de basisprincipes van de kennis van goed en kwaad waar wij allemaal vanaf onze geboorte mee te maken krijgen. In de wereld lopen vriendschap en vijandschap, liefde en haat, waarheid en leugen, goed en kwaad, licht en duisternis, dwars door elkaar heen. Buiten Christus om, is er geen enkele mogelijkheid om de onontwarbare knoop van wat goed is en wat kwaad, van wat waarheid is en wat leugen, van wat licht is en wat duisternis, te ontwarren. Buiten Gods onthulling en openbaring vanuit Zijn Woord om, is het voor een mens onmogelijk iets te ontdekken van de onzichtbare wereld, van waaruit alles zijn oorsprong heeft. Gelovigen kunnen nú al te weten komen wat het leven inhoudt van het hogere en ideale plan wat God voor ogen staat met heel Zijn schepping. Gelovigen leren nú al om niet langer te leven naar de normen en waarden van deze wereld, of om mee te gaan in het goed en kwaad van de menselijke maatstaven. In Christus leven zij nu al in en uit genade. De mens werd een sterveling In het paradijs, de Hof van Eden, stonden twee bijzondere bomen. Laten we nog eens nader bekijken wat er nou precies gebeurde. 23

Genesis 2:8-9: “De HEER God legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom (letterlijk: de boom van het leven) en de boom van de kennis van goed en kwaad.” Genesis 2:16-17: “Hij legde hem het volgende verbod (NBG: gebod) op (letterlijk: God instrueerde de mens): ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’” Nu is er één ding heel opvallend. In Genesis 2:25 lees je: “Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.” Maar zodra de mens van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten heeft, komt er schaamte. Genesis 3:6: “De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.” En na van de vrucht gegeten te hebben (vers 7): “Toen gingen hun de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.” De opgedane kennis heeft schaamte en vrees tot gevolg en, uiteindelijk, de dood. “Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij (de mens) antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’” Gen.3:8-10 24

Adam en Eva verborgen zich voor Hem toen ze geroepen werden. Daarna werden zij weggestuurd uit de Hof van Eden en werden zij niet meer in leven gehouden door de boom van het leven. De mens werd een sterveling. “Nu wil Ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde Hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen.” Gen.3:22b-23 Het plan van God Het algemene beeld onder bijna alle gelovigen is, dat het ‘fout’ is gegaan in het paradijs, de Hof van Eden. De mens is ongehoorzaam geworden door toch te eten van de verboden vrucht, met de dood als straf. Al het kwaad, alle zonden, al het lijden, alle tekortkomingen, ziekte en dood, hebben dan te maken met de overtreding van de eerste mens. ‘Het is totaal uit de hand gelopen ...’, geloven de meesten dan ook. En niemand minder dan de mens zelf is daar schuldig aan. Dan stuurt God Zijn Zoon om de wereld te redden. Al de zonde van de mensheid wordt op Hem geladen. Hij sterft aan het kruis en God wekt Hem op uit de dood. In Christus schenkt God nu vergeving, omdat ‘Hij de straf voor de mens gedragen heeft’. Hij is nu de Redder van de verloren mensheid. Maar alleen als je dit offer aanvaardt en gelooft, word je gered. Iedereen die dit niet gelooft, gaat onherroepelijk verloren. In de meest barmhartige vorm wordt diegene definitief vernietigd in de poel van vuur. In de meest barbaarse vorm straft God de verloren mens voor eeuwig en altijd in een pijniging in de hel, waar nooit meer een einde aan zal komen. Maar is dat nu écht het ‘volmaakte’ plan van God …? Probeert de Schepper van hemel en aarde werkelijk alleen maar ‘te 25

redden wat er nog te redden valt’? Is er nu echt sprake van een paradijs dat verloren ging door de zonde van de mens en dat God uiteindelijk zal herstellen, ten koste van het grootste gedeelte van de mensheid die Hem nooit heeft erkend? De vraag is zelfs: Is dat Gods doel? Het herstellen van een verloren gegaan paradijs? Zou God nu werkelijk ‘verrast zijn geworden’ door het eten van het eerste mensenpaar van de verboden vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad? Nam Hij het risico voor lief, dat daarmee het grootste deel van Zijn Schepping ‘voor eeuwig en altijd’ verloren zou gaan? Of is alles wat er gebeurde met het eerste mensenpaar, onderdeel van een veel groter verlossingsplan, dat Hij uitvoert in tijdperken? Zou het kunnen zijn dat de mens kennis moest krijgen van de boom van kennis van goed en kwaad en dat onze grote God en Schepper daar een bedoeling mee had? Er gaat toch immers niets buiten God om ...? “Want uit Hem en door Hem en tot Hem is het al ”, zoals Romeinen 11:36 zegt. Het absolute hoogtepunt Denk eens mee over de volgende nuchtere feiten: Hoe zou de onervaren eerste mens, deze eerste overtreding hebben kunnen voorkomen?! Zoals al eerder vastgesteld konden de eerste mensen nog niet weten wat “kennis van goed en kwaad”, “sterveling worden” en “doodgaan” inhield. Zoals gezegd: ze waren nog totaal onwetend en kenden de consequenties niet. De boom was bovendien zeer begeerlijk. En hij stond ook nog eens op een opvallende plaats in het midden van de hof. Maar zelfs, ondanks al deze begeerlijke verleidingen, was het heel goed mogelijk dat zij waarschijnlijk niet van de boom zouden eten. 26

En dan gebeurt het volgende: God geeft de slang – de tegenstander, de duivel – alle ruimte om de mensen uiteindelijk zover te krijgen dat zij alsnóg van de boom zouden eten. En nogmaals ten overvloede: zij hadden geen ervaring op dit gebied, want de KENNIS van goed en kwaad verkregen zij pas, nádat zij van de boom gegeten hadden. Dat geeft wel aan dat het in die zin niet om een bewuste overtreding ging. Alles wijst erop dat het de bedoeling was dat de mens van die vrucht zou eten … zij konden namelijk nog niet begrijpen waar God over sprak. En pas toen zij van de boom gegeten hadden, bemerkten zij hun overtreding; bemerkten zij dat zij naakt waren, was er vrees voor God en wilden zij zich verbergen. En hoe ging die verleiding in zijn werk? “‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, en dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’” Gen.3:4-5 De slang verzweeg uiteraard bewust dat zij er dood aan zouden gaan; tenslotte is hij de grote leugenaar, Joh.8:44 een mensen-moordenaar. Maar was het nou onzin van de slang, te beweren dat zij “als God” zouden zijn in de kennis van goed en kwaad? Want in Genesis 3:22 zegt God Zelf: “Nu is de mens aan Ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad.” Dat is opvallend. Na gegeten te hebben is de mens als één van Ons, zegt God, in de kennis van goed en kwaad. Maar natuurlijk is er nog een groot verschil, want alleen God, de Schepper van hemel en aarde, kent het onderscheid tussen wat goed is en wat kwaad. En vooral: Hij kent de consequenties van wat het kwaad uiteindelijk zal aanrichten in de geschiedenis van de mens. God is de Enige Die kan omgaan met goed en kwaad. Wij mensen hebben er wel kennis van gekregen na het eten van de boom 27

van goed en kwaad, maar kunnen er absoluut niet mee omgaan. God is de Schepper van beiden: van goed én van kwaad. Jes.45:7 “Ik ben de Here, en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep (Schepper van kwaad); Ik, de Heer, doe dit alles.” Hij gebruikt beiden in Zijn plan, gedurende de tijdperken (de eonen4), om uiteindelijk te komen tot het absolute hoogtepunt van Zijn voornemen: dat Hij zal worden alles in allen. Het alles overtreffende nieuwe Alles lijkt erop te wijzen, dat het al in Gods bedoeling lag dat de mens kennis zou krijgen van goed en kwaad. Maar met welk doel? Niet om een eind te maken aan de mens, maar om de mens uiteindelijk op een oneindig hoger niveau te tillen, namelijk van aards naar hemels. Niet door de dood, door de kennis van goed en kwaad; maar door het leven, door de opstanding uit de doden. Niet via het oude leven, maar via het nieuwe door Christus geschonken leven. Let op de volgorde van wat Paulus aanhaalt in 1Kor 15:42, en denk daarbij ook aan de twee bomen: Er wordt gezaaid in oneer (Adam, de mens, kennis van goed en kwaad) en opgewekt in heerlijkheid (Christus, de Verlosser, het Leven) Er wordt gezaaid in zwakheid (Adam, de mens), en opgewekt in kracht. (Christus, de Verlosser) Er wordt een ziels lichaam gezaaid, (Adam) en een geestelijk lichaam opgewekt. (Christus) 28

Is er een ziels lichaam (waar wij als mensen uit bestaan: een lichaam dat door de ziel geregeerd wordt), dan bestaat er ook een geestelijk lichaam (een lichaam dat door de geest bestuurd wordt). Alzo, de eerste mens, (Adam), werd een levende ziel; De laatste Adam (Christus) een levendmakende geest. Maar het geestelijke komt niet eerst, maar het zielse, en daarna het geestelijke. 1Kor.15:46 Let op wat in vers 46 staat: Eerst het zielse, dáárna het geestelijke. Adam was niet geestelijk, maar ziels, stof, uit de aarde. God had hem een tijdelijke behuizing gegeven ... want hij zal ook weer tot stof vergaan. En de mens was door Hem al voorbereid op wat er stond te gebeuren wanneer hij zou sterven: “… stof ben je, tot stof keer je terug.” Gen.3:19b “Zoals de stoffelijke is (de aardse mens uit het stof van de aardbodem), zo zijn ook de stoffelijke mensen (al de nakomelingen van Adam), en zoals de Hemelse is (Christus), zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.” 1Kor.15:48-49 [HSV] Het was alles Gods plan, ... dat weten we, omdat alle voorzorgsmaatregelen al waren getroffen: God zou Zijn zoon zenden om uiteindelijk Zijn hele schepping het leven te geven. Het beeld van de Hemelse Het doel van God is niet de zielse, stoffelijke, aardse mens, maar de geestelijke hemelse mens! Er is geen sprake van een herstel van het aardse paradijs, waar de zielse mens eerst al in leefde en stierf, om daar vervolgens weer in teruggeplaatst te worden. Nee, dat hoort allemaal bij het tijdelijke, het oude dat verloren moest gaan, om plaats te maken voor het alles overtreffende nieuwe. 29

Zonder deze kennismaking met goed en kwaad, zou de mens geen enkel besef hebben gehad van Wie God werkelijk is. Een vlak en een grijs leven, zonder besef van hoogte- en dieptepunten, van verloren zijn en gered worden. Geen diep besef van ongelooflijke genade of van onvoorwaardelijke liefde, of van overvloeiende dankbaarheid. Pas wanneer God Alles in allen zal zijn, zullen allen met de kennis van God toegerust zijn in het kennen – net als God zelf – van goed en kwaad. Dan zal deze kennis niet meer ‘ons ten kwade’ zijn, maar alleen nog ‘ons ten goede’. Niet: ‘uit de hand gelopen ...’ Niet: ‘proberen te redden wat er nog te redden valt ...’ Geen ‘herstel van een aards paradijs’ dat sowieso geen enkele overlevingskans maakte … maar: “Zie, Ik maak alles nieuw!” Want alles is uit Hem, door Hem en tot (in) Hem. Het geestelijke, het onsterfelijke en onvergankelijke bereiken we via de weg van de vergankelijkheid. Via ‘kennis van goed en kwaad’, vanuit de dood naar het leven. In de weg van de tegenstellingen leren wij het ware leven en de waarachtige waardering voor al Gods werken kennen. Leren we goed en kwaad te verstaan op een manier die alleen aan God Zelf voorbehouden is en die Hij ons, gelovigen, nu al onthult. Nogmaals: er gaat niets fout. Alle voorzorgsmaatregelen waren al getroffen, vóór het eerste mensenpaar van de boom gegeten had. Lees bijvoorbeeld wat God al had voorbereid, vóór de mens zijn eerste overtreding begaat, in 1 Petrus 1:18-21. Vrijgekocht, met het kostbare bloed van Christus, als dat van een lam zonder smet of gebrek. Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging van de wereld, vóór het eerste mensenpaar kennis kreeg van goed en kwaad, en daarmee sterveling werd. 30

Christus, tevoren gekend, maar in het laatste van de tijden, is Hij openbaar gemaakt omwille van u. En ook de roeping van de gemeente, als lichaam van Christus Ef.1:23; 1Kor.12:11-12, 27-28, vond daar al plaats. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld ... Ef.1:4 Over een plan gesproken ...! Hij heeft ons, de gelovigen, in Hem uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld. Beseft u dat ...?? De boom van het leven Het Leven dat alleen God kan schenken verkrijgen we niet door goed te doen. Wie kent nu eigenlijk het daadwerkelijke verschil tussen wat goed is en wat kwaad? Want, zoals eerder aangehaald, dat onderscheid verschilt zelfs vaak per individu. En elke maatschappij, land en cultuur maakt zijn eigen keuzes. Ook elke religieuze of kerkelijke groepering of stroming. Enkele simpele voorbeelden: Regen is voor de ene mens een vloek (bijvoorbeeld in de vakantie); maar voor de ander een zegen (bijvoorbeeld voor de landbouw). Het is moord wanneer ik zomaar ergens een weiland in loop en met een mes een koe de keel doorsnijd – maar het is een weldaad wanneer een slager een koe de keel doorsnijdt en het vlees voor consumptie gebruikt. Het is een leugen wanneer ik mensen iets op de mouw speld om er zelf rijker van te worden – maar wanneer ik een onderduiker tijdens de oorlog daarmee zijn leven red, is het een weldaad. 31

De hele mensheid maakt gebruik van het onderscheid tussen goed en kwaad. Maar wat voor de een goed is, kan voor de ander kwaad zijn. Het kappen van bomen in de regenwouden is een groot kwaad – maar voor degenen die daarvan moeten leven is het noodzaak, en dus voor henzelf een goede zaak, hoe dubieus ook ... Binnen gezinnen voeden we onze kinderen op om hen te leren wat goed is en wat kwaad ... Maar ook de opvoeding waarin kinderen te maken krijgen met goed en kwaad, kan per gezin enorm verschillen. Als je kerkelijk bent opgevoed, krijg je soms een heel pakket aan regels mee met wat goed voor je is en wat kwaad. Bijvoorbeeld: Op zondag mag je niet werken, want dat is een groot kwaad. Maar anderen zien daar helemaal geen kwaad in. Je mag geen t.v. in huis hebben, want daarmee haal je de duivel in huis. Het kaartspel is verboden, want dat is een spel van de duivel. Een lijst met muziek waar je absoluut niet naar moet luisteren, en boeken die je niet mag lezen, omdat er een kwade invloed van uitgaat ... En iedere kerkelijke gemeente stelt zijn eigen normen vast van wat zij goed achten en wat zij als kwaad zien. Door al die verschillende interpretaties over wat goed is en wat kwaad, komen we vaak lijnrecht tegenover elkaar te staan. Ik heb laatst een documentaire gezien die aantoonde waarom mensen zo tegenover elkaar kunnen komen te staan. Iedereen kiest partij voor dat wat hijzelf voor ‘waar’ houdt ... de ander is dan automatisch de tegenstander, de vijand, de leugenverspreider. Het was beangstigend om te zien hoe mensen elkaar voor rotte vis uit kunnen maken, omdat zijzelf geloven dat zij het goede aan hun kant hebben staan. Maar het kan ook anders: Het was verbazingwekkend om te zien dat twee partijen die elkaar niet konden uitstaan, de handen in elkaar sloegen, toen zij op een gegeven 32

moment een gemeenschappelijk doel bleken te hebben. Een onrecht wat zij beiden als onrecht zagen ... en beide partijen stonden ineens zij aan zij om dit onrecht gezamenlijk te bestrijden. Plotseling geen vijanden meer, maar vrienden. Zolang we uitgaan van de normen en waarden die voortkomen uit de kennis van goed en kwaad, benadrukken we doorgaans niet wat we als mensen gemeenschappelijk hebben, maar waarin we van elkaar verschillen – en zo komen we iedere keer weer tegenover elkaar te staan. Neem nu het onrecht: Partijen bestrijden meestal het onrecht wat ze bij de ander aantreffen! Die ander strijdt op zijn beurt weer terug vanwege het onrecht dat hen wordt aangedaan. In feite begaan beiden hetzelfde onrecht door de ander te bestrijden, alleen elk vanuit zijn eigen opvattingen en standpunten. Kennis van goed en kwaad leert ons feitelijk dat wij allemaal zondaars, en doelmissers, en sterveling zijn. En zo bestrijden we elkaar al net zo lang als de mensheid bestaat. Iedereen redeneert vanuit de kennis die hij tijdens zijn leven heeft opgedaan van wat goed is en wat als kwaad beschouwd moet worden. Elk oordeel en iedere veroordeling en strijd die gevoerd wordt, is vanuit de eigen overtuiging van wat zij geloven wat goed is en wat kwaad. En eigenlijk hebben kerken, evangelische kringen, en vele geloofsrichtingen daaraan stevig bijgedragen. Zeker zolang zij niet ten volle uitgingen van Christus als enige bron van het leven, maar de (boom van) kennis van goed en kwaad als uitgangspunt hadden. Niet het verschil tussen goed en kwaad zouden onze gedachten moeten beheersen en ons leven moeten bepalen, maar de Christus van het Leven. God beoordeelt ons niet op onze daden, goed of kwaad, om vervolgens daarop afgewezen te worden. Nee, Gods oordeel is gebaseerd op het 33

werk van Christus ... en er is geen enkele veroordeling voor hen die in Christus zijn, zij leven niet meer naar het vlees (onder de kennis van goed en kwaad), maar naar de Geest ... onder Gods leiding. Rom.8:1-8 Uiteindelijk zal de hele Schepping tot dit inzicht komen, wanneer zij tot erkentenis van de waarheid zullen zijn gekomen. 1 Tim.2:4 Het échte goede – wat van God Zelf komt – leren we alleen kennen via het nieuwe leven dat Christus ons heeft gebracht. In deze erkenning laten we alles achter ons wat met de basisprincipes en de grondregels van deze wereld te maken heeft, in zijn vermeende kennis van goed en kwaad. Alléén in Christus vindt een mens het nieuwe leven: het volkomen, onvergankelijke leven, de volmaaktheid, Gods heerlijkheid, volkomen vreugde, dankbaarheid en vrede. Dat wil uiteraard niet zeggen dat wij onze kinderen niet alles proberen mee te geven over het grote verschil tussen wat goed is en wat kwaad. Ook zij staan in deze wereld en moeten leren om onderscheid te maken. Maar ook zij zullen daarin niet het leven zelf vinden. Daarom zal een gelovige als het goed is, zijn kinderen vooral willen leren wat het betekent om hét leven te leren kennen; om Christus te leren kennen. Want daarmee leren zij het Goede van God Zelf kennen. Leven naar de geest Wie kennismaakt met Christus, maakt kennis met een nieuwe mensheid, waarin ‘het oude’ volkomen heeft afgedaan. Bij de nieuwe mens in Christus, is de dood en het kwaad al overwonnen en speelt de zonde geen enkele rol meer. De wereld kan tot op zekere hoogte leren wat ‘het goede’ is, maar dat verbleekt wanneer je het legt naast het grote doel wat God met Zijn Schepping voor ogen heeft. Als je dat rijke Plan eenmaal gaat begrijpen, heb je steeds minder behoefte om nog deel te nemen aan de 34

voortdurende strijd tussen de mix van goed en kwaad die de wereld uit elkaar scheurt. Een strijd die mensen tegen elkaar op zet. Ook binnen kerken en christelijke gemeentes, die vanuit ditzelfde principe te werk gaan. De ervaring die wij opdoen met goed en kwaad is gelukkig maar tijdelijk. Het hoort nog bij het onvolmaakte, bij dat wat nog moet verdwijnen. Maar het is wel noodzaak, als opstap naar het volmaakte. God oordeelt de gelovigen, om gered te worden, niet naar hun werken van goed en kwaad. Zijn oordeel is gebaseerd op het werk van Christus en er is geen enkele veroordeling voor hen die in Christus zijn. Rom.8:1 Zij zijn “tezamen met Christus gestorven en opgestaan”. Daardoor leven zij niet meer “naar het vlees” (naar de oude mens, naar wat het gevolg is van de boom van goed en kwaad), maar zij leven “naar de geest”, onder Gods leiding. “Want waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door onze aardse natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft Hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat alles wat de wet eist in ons tot vervulling wordt gebracht. Wij leven immers niet volgens aardse maatstaven (letterlijk: wandelen niet naar het vlees), maar volgens die van de Geest (maar naar de Geest).” Rom.8:2-4 ‘Wettische visie’ op wat goed is en wat kwaad Maar ook een gelovige kan dus onder de invloed staan van de grondregels en basisprincipes van deze wereld, onder invloed van de ethiek en de strijd tussen goed en kwaad. En deze invloed heeft consequenties voor zijn denken en zijn gedrag. Daar wil ik graag nog wat dieper op ingaan. 35

De boom van kennis van goed en kwaad staat voor de ethiek van deze wereld. Ethiek (Grieks: èthos = norm), heeft alles te maken met normen en waarden, gebruiken en gewoonten, met keuzes tussen wat goed en wat kwaad is. Sinds het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, moet de mens morele keuzes en afwegingen maken hoe hij zijn leven zal inrichten. Dat geldt voor de mens zelf, als individu, maar ook voor het gezin, of de leefgemeenschap, of het land en de maatschappij waarin hij leeft. Maar kijk om je heen in deze wereld en je ziet op alle terreinen dat de mensen niet steeds dichter naar elkaar toegroeien, maar steeds verder van elkaar af komen te staan. Alleen ‘gelijkgestemde mensen’ kunnen het nog redelijk tot goed met elkaar vinden. Zij beschouwen hun zienswijze, hun filosofie en hun kennis, doorgaans als ‘de enige juiste’ en komen daarmee tegenover de anderen te staan die deze zienswijze niet hebben, of zelfs afkeuren. De ethiek van de boom van kennis van goed en kwaad maakt wél onderscheid tussen goed en kwaad, maar iedereen heeft daar zijn eigen visie op, ook binnen de kerken en de christelijke gemeentes. Er is niet één algemeen geldende norm, waar elk mens zich in kan vinden, welke precies omschrijft wat ‘het goede’ is – en dat geldt ook voor het kwaad. Dat komt omdat wij zondaars zijn, doelmissers. De zonde uit zich in het kwade vaak net zo zeer als in het goede. Want het goede is vaak ‘wat ik zelf goed acht’, maar voor een ander hoeft dat niet hetzelfde te betekenen. Dat geldt net zo goed voor de godsdienstige ethiek. Godsdiensten staan vaak lijnrecht tegenover elkaar in wat de één als goed beschouwt en de ander als absoluut fout. Denk bijvoorbeeld aan een begrip als ‘alverzoening’. 36

En velen zien in de islam een bedreiging: een absoluut foute en gevaarlijke religie. Maar vraag het een aanhanger van de islam zelf, en hij zal de islam verdedigen als ‘de enige ware en juiste godsdienst’. Zelfs extremisten zien het kwaad niet in zichzelf, maar vooral in de ander. Zal het dan ooit met de wereld, met de mensheid, goed komen? Een ideale wereld, een wereld waarin iedereen in vrede, en onder uitstekende omstandigheden, met elkaar kan leven? Onder de kennis die wij als mensheid opdoen vanuit de boom van kennis van goed en kwaad: absoluut niet! We komen alleen maar steeds verder van elkaar te staan. Iedereen vanuit zijn eigen ethiek. Maar ook christelijke ethiek – vaak ‘wetticisme’ genoemd – zet mensen niet naast elkaar, maar tegenover elkaar. Simpelweg omdat zij van dezelfde basis uitgaat: het onderscheid maken tussen goed en kwaad, met het eigen ‘goed’ als uitgangspunt. Weliswaar met kennis vanuit Gods Woord, maar bij wetticisme zie je exact dezelfde resultaten als wat je in de wereld tegenkomt in het oordelen van de ander en, nog vaker, veroordelen wanneer het niet overeenstemt met ‘de eigen wettische visie’ op wat goed is en wat kwaad. Als we niet oppassen, doen we daar allemaal aan mee. Wanneer ik kijk naar mijn eigen leven, oordeel en veroordeel ik soms net zozeer andere mensen. Ik vind dat heel erg, maar je ontkomt er niet altijd aan. Zeker niet wanneer je zelf er van overtuigd bent dat je het bij het rechte eind hebt, en de visie van de ander op dit gebied veroordeelt. De gevolgen van ‘wettisch denken’ ‘Zoals ík het zie is het goed ... en als de ánder daarin niet kan meekomen, zit hij fout.’ 37

Het is een foutief denken in het leven van een gelovige, als overblijfsel van het beoordelen van de ander vanuit de kennis van de boom van goed en kwaad. Als je niet oppast heb je overal wel een oordeel over, en veroordeel je van alles en iedereen zodra het naar jouw mening ‘niet juist is’ wat de ander doet, of zegt, of gelooft. Je hebt een oordeel over bijvoorbeeld grote wereldleiders; over de zwarte-pieten-discussie; over de corona-maatregelen van de regering, enzovoorts. ‘Natuurlijk is het goed om je te laten vaccineren’ – en je veroordeelt iemand die daar heel laconiek mee omgaat. ‘Het is onzin om je te laten vaccineren’ – en je veroordeelt iedereen die zich daar zo druk om maakt. Maar ook in de zwarte-pieten-discussie zie je hoeveel stof dat doet opwaaien en hoe erg we daarin tegenover elkaar kunnen komen te staan. Wat zijn de gevolgen van ‘wettisch denken’? Liegen is niet goed, dat zal elke gelovige erkennen … maar wát als je daarmee een onderduiker in de oorlog het leven redt? Komen we dan in gewetensnood omdat ‘wij niet mogen liegen’? Mijn vader was buschauffeur en moest vaak op zondag diensten draaien. Daar had hij soms moeite mee, omdat je volgens de uitleg van de kerk op zondag niet mocht werken. Al deze kwesties hebben als uitgangspunt de ethiek, de normen en waarden van wat goed is en wat kwaad. Vastgelegd in soms keiharde regels. Maar ook in een wettische geloofsbelijdenis, met de bedoeling dat wij ons daaraan moeten houden, omdat ‘God dit van ons zou vragen’. Maar het is en blijft de strijd tussen wat goed is en kwaad. De boom die wij als gelovigen niet meer als uitgangspunt zouden moeten nemen … 38

Het is voor heel veel gelovigen, helaas, de basis en het vastomlijnde uitgangspunt om uit te maken wat goed is en wat kwaad is. En hoe je je aan de regels, of wetten – vastgelegd in wat wél en wat níet mag – moet houden, om God ‘op de enige en juiste manier te dienen’. Men gaat daarbij uit van Gods wet, als leefregel voor gelovigen. Maar wanneer Gods wet gelegd wordt op de natuurlijke mens (op zijn vlees), is het onmogelijk voor hem om te leven naar wat God wil: het goede, het welgevallige en wat volkomen is. Rom.7:14,15; Rom.12:2 Dit is alléén mogelijk vanuit de ‘nieuwe, uit God geboren’ mens, geleid door Gods Geest. Je houden aan Gods wet om van daaruit rechtvaardig proberen te leven, noem je ‘wetticisme’. Vanuit het wetticisme probeer je als gelovigen, net als niet-gelovigen, de ander lief te hebben ‘omdat het moet’, want het is de opdracht vanuit de Bijbel om lief te hebben. De vraag is, kunnen we sowieso daadwerkelijk liefhebben, zoals God liefheeft? Laat staan als we uitgaan van een gebod om je naaste lief te hebben? Of neem gehoorzaamheid. Natuurlijk lukt mij dat niet, om vanuit een gebod, altijd te gehoorzamen, nederig te zijn, de ander uitnemender te achten … Je probeert de hele dag om ‘Gods wil te doen’ en om zo trouw mogelijk al Zijn geboden en verboden na te leven. En je ziet er nauwlettend op toe of ánderen zich daar ook nauwgezet aan houden, of ze ‘de regels’ niet overtreden. Want, mocht daar sprake van zijn, dan zul je de ander daar tóch, in liefde uiteraard, op moeten wijzen. Je probeert, en probeert … maar het kwaad en die akelige duivel en dat zwakke vlees is altijd aanwezig. Het goede gaat voortdurend gepaard met het kwade en we nemen vaak beslissingen vanuit onzuivere motieven. De ene keer voel je je ‘meer dan overwinnaar’ en de andere keer ‘een hopeloze verliezer’. 39

En dat is nou precies wat de boom van kennis van goed en kwaad in mensen uitwerkt. Besef: Je gaat om God te behagen van de verkeerde boom uit! Want als je eerlijk bent, bak je er helemaal niks van en je voelt je voortdurend schuldig. Ja, binnen een groep gelijkgezinden kun je jezelf nog vergelijken met anderen en je afzetten tegen mensen die er nóg minder van bakken dan jij. Maar feitelijk ga je gebukt onder je dagelijkse tekortkomingen en zonden. Om nog maar niet te spreken van je strijd tegen het kwaad, de duivel en je begeerten. Je gaat uit van geboden en verboden die op de natuurlijke mens gelegd worden. De oude natuurlijke mens (het leven vanuit het ‘vlees’, zoals Gods Woord dat noemt) is absoluut niet in staat om te leven naar wetten die op de ‘oude’ mens gelegd worden. De wet van God is niet bedoeld om van ons een beter mens te maken, maar om ons te laten ontdekken dat we vanuit ons vlees zondaars (doelmissers) zijn. “Daarom geldt geen mens voor Hem als rechtvaardig door de wet na te leven, want juist de wet leert ons de zonde kennen.” Rom.3:20 “Moeten we nu vaststellen dat de wet hetzelfde is als de zonde? Absoluut niet, ik ben me echter pas door de wet bewust geworden van de zonde …” Rom.7:7 Genade echter! In jouw vleselijke pogingen ‘het kwade te overwinnen’ en ‘het goede te doen’, verschil je in níets van een niet-gelovige in deze wereld, die vanuit zijn vleselijke pogingen hetzelfde nastreeft. Ook zijn uitgangspunt is de wetten, normen en waarden van de boom die ons kennis moet geven van goed en kwaad. 40

Al deze ‘pogingen’ – zowel van de niet-gelovige mens in deze wereld, als van de gelovige mens die van dezelfde principes uitgaat – zijn gedoemd te mislukken. Dat komt omdat we niet het leven, in Christus Jezus aan ons gegeven, als uitgangspunt nemen, maar de regels ‘om zélf zover te komen’. In Romeinen 7 spreekt Paulus over dit dilemma. Het hoofdstuk is een studie waard, maar ik zal proberen het kort samen te vatten: De wet leert ons wat goed en fout is. Maar de wet is niet in staat ons te bevrijden of ons te rechtvaardigen. Zodat wij uiteindelijk niet het leven vinden, maar “voor de dood vrucht dragen”. De wet hield ons gevangen, zegt Paulus; ze kan ons niet bevrijden van de zonde en van de dood. Maar nu zijn wij van de wet ontslagen en “dienen in nieuwheid van geest” en niet “in oudheid van letter”. Is de wet dan zonde? Volstrekt niet, de wet zelf is heilig, rechtvaardig en goed. Het ligt niet aan de wet, maar aan onszelf dat zij ons niet kan verlossen en rechtvaardigen. De wet, als Gods wil, is geestelijk, maar wij mensen zijn vlees, verkocht onder de zonde. Door de wet word ik me bewust van zondige begeerten. Zij wijst mij op wat ik ben: een doelmisser. De wet leidt niet tot leven, maar tot de dood. Zij maakt mij bewust dat ik een zondaar ben, maar biedt geen oplossing. “Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer.” Rom.7:24-25 Wie of wat zal ons bergen uit het lichaam van de dood (wat de boom van kennis van goed en kwaad ons heeft gebracht)? 41

Genade, door Jezus Christus onze Heer ... (het Leven). God zij dank door Jezus Christus onze Heer! Buiten de bron van het leven om is er geen verlossing. In Christus rekent God niet meer met de zonde. In Christus rekent God niet meer met de dood. In Christus rekent God niet meer met ons falen. In Christus hoef je niet langer meer gebukt te gaan onder je dagelijkse zonden, omdat ze voor God niet meer bestaan. Prachtig, zoals het er staat in de volgende teksten: “Maar God bewijst ons zijn liefde, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” Rom.5:8 “Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met Hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met Hem zijn verzoend, gered zullen worden door diens leven.” Rom.5:10 “Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven?” Rom.6:1-2 Al horen we zijn kettingen vaak nog rammelen en kunnen we het af en toe niet laten ons daardoor te laten intimideren … in Christus hoeven we niet meer te strijden tegen de duivel, omdat de tegenstander al verslagen is! Dat wil niet zeggen dat gelovigen geen aanvallen meer kunnen verwachten. In Ef.6 geeft de apostel Paulus een uitgebreide beschrijving hoe we kunnen blijven staan, en de aanvallen kunnen weerstaan door de hele wapenrusting van God aan te doen. 42

De eenheid bewaren De ethiek – voor ons als gelovigen: het wetticisme – drijft ons alleen maar steeds verder uit elkaar. En denk niet dat ons dat niet kan overkomen … we hebben allemaal al snel onze mening klaar over wat goed is en wat slecht voor ons is. Het wetticisme ligt ten grondslag aan de boom van kennis van goed en kwaad, en heeft dezelfde uitwerking als de principes waar de nietgelovige wereld van uitgaat. Ik denk bijvoorbeeld aan het programma ‘Het Lagerhuis’, vroeger op televisie. Een goed voorbeeld van meningen over allerlei onderwerpen, waarin ieder zijn eigen zegje mocht doen en mensen doorgaans lijnrecht tegenover elkaar stonden. Wat voor de één goed is, is voor de ander kwaad; en wat voor de één kwaad is, is voor de ander goed. Het enige dat ons in dat geval ‘verenigt’, is de mening van mensen of groepen die overeenkomt met onze eigen mening. En zelfs dát kan vaak nog frictie geven, zeker als het gaat om details. Is de ethiek een middel om als gelovigen tot eenheid te komen? Absoluut niet. Het drijft ons alleen maar steeds verder uit elkaar. Ons leven en onze eenheid is Christus ... niets meer en niets minder. Wij zouden slechts één ding doen: “Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft …” Ef.4:3 Letterlijk: “… je beijverend de eenheid van de geest te bewaren in de band van de vrede …” [NCV] Dat mag ons uitgangspunt zijn; met elkaar, met mede-gelovigen, met andersdenkenden. We zouden de eenheid niet zoeken, of forceren, maar bewaren. Ervan uitgaan dat we in Christus al één zijn. 43

Iedere gelovige, ook de eigengereide en eigenwijze gelovige, leeft uit genade en genade alléén. Onder Gods genade is niemand minder en niemand meer. Er is “één God en Vader van allen, Die boven allen, door allen en in allen is”. Ef.4:6 Uiteindelijk zal elke knie – ook die van alle wereldleiders – zich buigen. En elke tong zal (letterlijk) “van harte belijden” dat alleen Jezus Heer is, tot eer van God de Vader. Fil.2:10-11 Als we ons dát bewust zijn, zullen we dan nog blijven oordelen en veroordelen? Onze plaats, onze positie is in Christus, gesymboliseerd in de boom van het leven. Dat is onze vrede, onze vreugde en daar ligt onze dankbaarheid. Dáár ligt onze eenheid als gelovigen (in Christus). Daar is geen oordeel of veroordeling, alles in allen is Christus. 44

Bijlage: Goed en kwaad tegenover Gods mildheid Goed en kwaad heeft uiteraard niet alleen met de wereld te maken die zonder God leeft, maar ook met ons, als gelovigen die Christus Jezus hebben leren kennen. Maar wat de gelovigen betreft: Er is wel een groot onderscheid tussen ‘goed doen’ vanuit het vlees (de oude mens met de werken van het vlees, zoals we kunnen lezen in Gal.5), en het ‘goed doen’ door de werking van Gods Geest in ons leven. “Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.” Rom.12:21 Al dit soort aanwijzingen en vermaningen worden niet ‘wettisch’ door de apostel op de gelovigen gelegd, maar hebben als basis het onderwijs over wie wij, als gelovigen, zijn in Christus. Het overwinnen van het kwade door5 het goede is dan ook niet vanuit de ‘oude’ mens die wij waren in Adam (de eerste mens), maar vanuit de ‘nieuwe’ mens die wij zijn geworden in Christus. Het is een vrucht van de Geest. Gal.5:22 Luc.12 spreekt duidelijk over het ‘goed doen’ vanuit het vlees: - Liefhebben wie jou liefhebben - Goeddoen wie jou goeddoen - Lenen om terug te ontvangen Dat is het liefhebben vanuit de grondbeginselen van deze wereld; de boom van kennis van goed en kwaad. Daar tegenover staan de werken die God in de gelovigen wil uitwerken: Je vijand liefhebben; vurige kolen op iemands hoofd stapelen; in het geheel niet oordelen; de ander uitnemender achten dan jezelf; geen kwaad met kwaad vergelden; niet eigenwijs zijn; het kwaad niet toerekenen, enzovoort. 45

“Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid bijstaan en niet ons eigen belang vooropzetten.” Rom.15:1 Dit zijn allemaal ‘goede werken’ die ‘de ander’ op het oog hebben; zoals God geen onderscheid maakt tussen de ene mens en de ander. In Rom.7 (al eerder geciteerd) redeneert Paulus niet vanuit Gods Geest in zijn leven, die hem het goede laat doen; maar vanuit zijn ‘oude mens’, vanuit zijn ‘vlees’, waarin het ‘goede’ niet aanwezig is Rom.7:18, dat God niet kan behagen. De wil is dan wel aanwezig, en tóch doe je het kwade. Waardoor? Door de inwonende zonde. Rom.7:17,20 Hij leefde in een lichaam dat aan de dood onderhevig is. Wat kan een mens die daaronder gebukt gaat dan nog redden? Genade! Genade door Jezus Christus onze Heer! Rom.7:24 “Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet één, er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt. Allen zijn afgedwaald, allen ontaard. Er is geen mens die het goede doet, zelfs niet één.” Rom.3:10-12 Maar er zijn toch zeker ook ongelovige mensen die goed doen? Natuurlijk! Alleen zijn er meerdere Griekse woorden voor ‘goed’ in de Bijbel: Twee woorden (agathos en kalos) die je kunt vertalen met ‘goed’, en zelfs met ‘uitstekend’. Maar het Griekse woord dat in deze laatste tekst gebruikt wordt voor het goede is een ander Grieks woord (krestotes), dat eigenlijk vertaald zou kunnen worden met ‘goedertierenheid’, ‘vriendelijkheid’, ‘mildheid’. Deze uitdrukking wordt alleen voor God gebruikt (!) en voor hen die in Christus zijn. Vergelijk Rom.2:4, 3:12, 11:22, 2 Kor.6:6, Gal.5:22, Ef.2:7, Kol.3:12, Tit.3:4 Het gaat in vers 12 dan ook niet over een gelovige in Christus, maar over de ‘natuurlijke’ mens. Hij kent niet de ‘mildheid of goedertierenheid’ van God, en dus ook niet voor zijn naaste. 46

Maar uiteraard speelt het goede, uitstekende een rol in ons leven als gelovigen in Christus. Het wordt vaak gezet als tegenhanger van het kwade. Rom.12:2 Door ons nieuw en getransformeerde denken, kunnen we in de praktijk van ons leven de wil van God voor ons leven toetsen in het goede, het welgevallige en volmaakte (dit laatste heeft met onze groei naar volwassenheid te maken). Rom.16:19 Laten we niet alleen maar wijs zijn om het goede te doen, maar ook onbesmet blijven van het kwaad. Mat.7:17 Aan de vruchten ken je de boom! Aan de vruchten kun je het onderscheid zien tussen wat uit de wereld is, en wat uit God is. Iedere goede boom levert uitstekende vruchten; iedere rotte boom levert slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, noch een rotte boom uitstekende vruchten leveren. Ef.2:10 Wij zijn geschapen in Christus Jezus voor goede werken, die God tevoren gereed gemaakt heeft, opdat wij daarin wandelen. Ef.4:28 Laat wie steelt niet meer stelen, maar laat hij zich veeleer inspannen om met zijn handen het goede te verrichten, om te delen met wie dat nodig heeft … Geen bedorven woorden, maar een goed woord, voor de nodige opbouw, opdat het genade geeft aan wie het horen … laat al het kwade van jullie worden weggenomen! Ef.6:8 … Wetend dat ieder, wanneer hij het goede doet, dit zal terugontvangen van de Heer. 47

1 Thes.5:15 Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergeldt aan iemand, maar jaag altijd het goede na, zowel voor elkaar, als voor allen. 2 Tim.3:17 Opdat de mens van God toegerust is, tot ieder goed werk volkomen toegerust. 1 Pet.3:11 … Laat hij dan kwaad mijden en goed doen … 3 Joh.1:11 … Volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet is uit God, wie kwaad doet heeft God niet gezien! Bronvermelding Brummen van, E. (2020). De bomen van dood en leven 1. Eben-Haëzer, https://www.ebenhaezer.nl/2020/08/02/zondagsdienst-2-8-2020/ Brummen van, E. (2020). De bomen van dood en leven 2. Eben-Haëzer, https://www.ebenhaezer.nl/2020/11/08/zondagsdienst-8-11-2020/ Haan de, Hein (z.d.). Boom vol normen en waarden. Voormalige website: http://www.overvloeiendegenade.nl 48

Noten 1 “… volgens het evangelie der heerlijkheid van de gelukkige God, dat mij is toevertrouwd.” 1Tim.1:11 [TELOS-vertaling] 2 “De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt.” Op.12:9b 3 Het ‘boze tijdperk’, Galaten 1:4, wordt in vertalingen meestal weergegeven met “de tegenwoordige boze, of slechte wereld”. 4 Eon (tijdperk), Grieks: aiōn. Net zoals een uur of een dag een bepaalde periode van tijd is, zo is in de Bijbel ook een ‘eon’ een periode van tijd. Bij ‘eonen’ gaat het dan om de langste tijdsperiodes die bekend zijn. 5 Letterlijk staat hier het woordje “in”; “… overwin het kwade in het goede.” Zoals aangegeven op pagina 18: “het kwaad in deze wereld wordt niet overwonnen of tenietgedaan door het goede in de mens”. Het gebeurt vanuit de positie van de nieuwe mens die wij in Christus zijn geworden. 49

Stichting E-H Depot Nederland Deze stichting heeft als doel: (het bevorderen van) de verkondiging in woord en geschrift van het Evangelie van genade, zoals Paulus het verkondigde door openbaring van Christus Jezus. https://www.ebenhaezer.nl/wie-wij-zijn/stichting-en-vereniging/infostichting/ Gemeente Eben-Haëzer, ebenhaezer.nl Dienst: Elke zondagochtend 10.00 – 11.30 u. Plaats van Samenkomst: Thorbecke Voortgezet Onderwijs Prinsenlaan 82 Rotterdam-Alexander In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (de publicaties zijn ook als fysieke uitgave verkrijgbaar) Evangelieomniet.nl 50

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
Home


You need flash player to view this online publication