Nederlands English
Dit is de 2024 pocket uitvoering / A5 van de Nieuwe Bijbel (Rodenberg Versie) met catechismus, 1970-2024
1032 p.

De Nieuwe Bijbel - Pocket Versie 2024


Page 2
RV-BIJBEL ______________________________ Rodenberg Versie _____________________________________________________________ Dit is een alternatieve en dichterlijke bijbel, de RV-Bijbel, of de Rodenberg Versie. Het is geheel in het Rodenbergs-Nederlands geschreven, wat ook teruggrijpt op ouder Nederlands soms, en soms een andere stijl of grammatica heeft of een andere spelling. Er is geen vervelende d/t regel, en er kunnen soms meerdere komma’s gebruikt worden. Het wordt ook wel pastoraal Nederlands genoemd, en het is theologische vaktaal. Al met al is het vrijwel hetzelfde als gewoon Nederlands, maar soms hier en daar met een accent. Het is dus één van de Nederlandse dialecten. Waarom is een nieuwe bijbel nodig ? Het was al aangekondigd in het boek van de voorouders, de bijbel, waarin hierop gewezen, dat er nog een nieuwe bijbel zou komen. Denk aan de verhalen over de komst van nieuwe boekrollen, zoals het eeuwig evangelie. Waarom was dit ? Omdat de eerste bijbel nog veel missing links had. Het was voor een heleboel dingen nog geen tijd. De mensheid was er nog niet klaar voor. In deze dagen is het belangrijk dat er een nieuwe bijbel komt, anders kan de mensheid niet verder. De bijbel is nooit afgesloten. Dat hebben mensen gedaan. Nu zijn er altijd slimmerikken geweest die hebben gezegd dat je niks aan de bijbel mag toevoegen, want dat zou staan in Openbaring 22, maar ten eerste gaat het in de grondtekst erom dat je niks eigenmachtig en vleselijk mag toevoegen, en ten tweede komt deze tekst al voor in Spreuken 30:6 en Deuteronomium 4:2, dus dan had toen de bijbel al afgesloten moeten zijn, en had het Nieuwe Testament nooit mogen komen. Het zijn allemaal drogredenen. De boeken van de nieuwe bijbel, de Rodenberg Versie, hebben zichzelf geschreven en waren met geen mogelijkheid tegen te houden, omdat het een natuurverschijnsel is van het eeuwige Woord wat zich openbaart aan de mensheid in deze tijd. Laten we dankbaar zijn dat de hemel ons tegemoet komt en ons niet aan ons lot overlaat. 2 Indeling de Nieuwe Bijbel (Rodenberg Versie) : RV-BIJBEL RODENBERG VERSIE De Nieuwe Bijbel Catechismus...................................................................5 DE TETRATEUCH...................................................................................23 1. BEHEMMA...........................................................................................24 2. DUIZEN...............................................................................................105 3. II DUIZEN...........................................................................................169 4. KAMBA...............................................................................................254 DE TERUGKEER....................................................................................326 5. II KAMBA............................................................................................327 6. III KAMBA...........................................................................................378 7. II BEHEMMA.......................................................................................403 8. WERKTUIGEN.....................................................................................442 9. II WERKTUIGEN.................................................................................475 10. III WERKTUIGEN..............................................................................492 11. IV WERKTUIGEN..............................................................................517 DE HERMITATIE.....................................................................................564 12. VUCH..................................................................................................565 13. ZEEËN.................................................................................................586 14. ANDERLECH.....................................................................................631 15. EWA....................................................................................................670 16. RIVIEREN..........................................................................................763 17. BELECH.............................................................................................787 18. BELOCH.............................................................................................814 19. VISSEN...............................................................................................843 20. ODENLECH.......................................................................................864 21. STRANDEN.....................................................................................1012 22. BULI.................................................................................................1022 3
Page 4
Rodenbergs Predikanten Fonds (RPF) 1970-2024 4 De Nieuwe Bijbel Catechismus ____________________________________________________________________________ Inzetting 1. Het ontvangen van de zondvloed Er was een vals ras van het ego ontstaan van mensen en geesten, en daartoe werd ook de zondvloed gebracht. (Odenlech 46:8) De zondvloed is de terugkerende oerzee, als de tuchtroede om tot gehoorzaamheid te brengen. Dit is het teken van vruchtbaarheid, van nieuwe schepping. (Behemma 23:7,9) Na de zondvloed is er het teken van oorlog en overwinning voor het volk wat het diepste in de hemelse natuur leeft (Behemma 25:47). Door de zondvloed wordt het vlees verslagen, en daarom dient de mens de zondvloed te ontvangen. (Behemma 26:15-17) De levensbron is het grote geheimenis van de zondvloed. (Duizen 18:8) De wereld wordt herschapen hierin. (II Duizen 22:19) God moest de zondvloed wel brengen, anders zou alles verloren zijn. (III Werktuigen 5:12) Wij moeten ons vast blijven houden aan het oordeel, en dat begint bij onszelf. Wij mogen niet indutten, en zomaar alles om onsheen aanvaarden. (III Werktuigen 5:13) Inzetting 2. Het ontvangen van het wurgtouw Job verlangde naar het wurgtouw, waar ook Yeshua aan hing in het Aramees. Het is een beeld van het ego-wurgende minderen en hongeren. In de heilige wurging van het ego zegt Job : ‘God zal mij niet adem laten ontvangen, maar zal mij vullen, verzadigen, met bitterheid in de ziel, de restrictie en discipline van het minderen.’ (Odenlech 25) Het volk Israel kwam tot dit touw in de wildernis (IV Werktuigen 7:132), en zo zal een ieder dit touw moeten ontvangen (Vuch 4:21). Inzetting 3. Het ontvangen van het visnet Het visnet is ervoor om de mens op te nemen om zijn vlees te laten sterven (Ewa 29:47). De eenzamen moeten het lijdensgezinde pad begaan, tot de geheimen van het visnet. Zij zijn niet bezweken voor een overmacht van wil. (Ewa 29:57) Door het visnet komt de mens tot zoonschap (Ewa 42:6). Zo ontkomt de mens aan de vleselijke kennis die verderfelijk is (Rivieren 3:7). Door het visnet leren wij in het Woord te wandelen (Belech 3:4). Daarom dient de mens het visnet te ontvangen (Beloch 26:15, Odenlech 9:19,22, 10:68, 13:3). 5
Page 6
Inzetting 4. Worstelen met het zwijn De mens moet met het vlees worstelen, wat uitgebeeld wordt als een zwijn. De mens moet tot de eeuwige volharding komen, het volkomen geworden geduld, tot het eeuwige ijs waar het Erymantische zwijn ten onder gaat (Odenlech 15:28). Inzetting 5. Het kennen van de grootte van de zonde De mens moet weten hoe groot de zonde en de ellende is. Eerst moet je de grootte van het vlees kennen voordat je het kunt overwinnen. (Anderlech 8:10) De natuurvrouw is een beeld van de overtuiger van zonde, de meter van de zonde. Zij is een beeld van het Woord, waarin wedergeboorte is (Anderlech 8:32-35). De grootste ellende van de mens is het niet kennen van zijn ellende. Het weten hoe groot de zonde en de ellende is is de relatie en vervulling van het Woord (Anderlech 6:75, 9:24). Inzetting 6. Naar het beloofde land De mens moet de tocht tot het beloofde land gaan, de vijanden overwinnen, als een pelgrim, alles achterlatende. Dit is een uittocht uit de stad. De mens moet terug tot de wildernis, tot de bron. Aan de zee moet de mens wachten op de hemelse vogel die hem zal opnemen. In de wildernis zal het touw hem vinden. Laat de mens verder gaan en blijven hongeren in de wildernis, opdat uiteindelijk tot het beloofde land van melk en honing zal kunnen worden gegaan. (Ewa 18:1) Het beloofde land is de hemelse studie. (Ewa 57:8) Inzetting 7. Zonder de tranenrivier geen leven De mens moet de tranenrivier volgen, helemaal terug, tot het scheppingsgeheim en de bron van al het leven. (Zeeën 14:41) Alles buiten de tranenrivier is waardeloos (Zeeën 14:28). Alleen door de tranen van verbrokenheid kun je geheel leeg worden opdat het Woord je kan vullen, waar de tranen toe leiden. 6 Inzetting 8. Worstelen met het Gods-idee Worstel zoals Jakob op Pniel, want dan zal de hemelse kennis je belonen, en je tegemoetkomen (Odenlech 23:124). Juist door de Pniel ervaring wordt het pad gericht en is er leiding. Zo wordt het zuivere onderscheiden. (III Kamba 9:42) Jakob raakte hierdoor zijn materialisme, zijn vlees, zijn zonde, kwijt. (Ewa 11:21) Wij mogen niet overmoedig vertrouwen, maar moeten alles toetsen. Het is belangrijk dat er allereerst een worsteling plaatsvindt met God, in de geestelijke arena, zodat de mens geen valse, ongetoetste goden volgt. Het gaat niet om goden, maar om kennis, en alle kennis moet eerst onderzocht worden, getoetst, dus de mens mag ook niet zomaar blind vertrouwen en zich blind overgeven. (Belech 4:22-23) Inzetting 9. Over genade en loon Het gaat erom in geestelijke loondienst en schooldienst te gaan en niet alles af te schuiven op genade. Het gaat erom dat je eigen karakter wordt gevormd, en dat je dingen die fout zijn gegaan zelf goed maakt, en niet de verantwoordelijkheid afschuift. Genade is in het Aramees de discipline van de opvoeding en de studie, dus niet iets goedkoops of vrijblijvends. (III Werktuigen 1:14). De genade was ingezet omdat de mens valse wetten had opgesteld. Er zijn lagere, vleselijke wetten, en hogere wetten. De ware genade is de hemelse zorg door de hemelse prediking (Belech 5:13) waaraan de mens zich kan zuiveren. Er is lagere, vleselijke genade, en hogere, hemelse genade. Het recht van de mens is vleselijk, en zijn gedachten, maar God is altijd groter. God’s genade is het aanvaarden van de eeuwige woestijn, als het lijden wat tot vruchtbaarheid brengt, de bron in de woestijn, in de wildernis. Dit is wat genade is, als het aanvaarden van de tucht die tot leven leidt, als geduld. (III Kamba 2:63) 7
Page 8
Inzetting 10. Over hemelse zorg Zo is dan de eeuwige verdoemenis een tuchtmiddel van de hemelse zorg ter opvoeding van de heiligen, wat niet bestemd is voor de goddelozen. Deze heilige eeuwige verdoemenis is het sieraad van de gelovigen, opdat hun vlees zal sterven en nooit meer op zal staan, als het vrijkomen van de zondemacht. Hierover zijn vele leugens gepredikt door onwetenden, maar de hemel heeft een medicijn hiertegen bereid. Er is geen straf met als doel de straf zelf, maar het heeft een hogere bedoeling, om te corrigeren en in de juiste richting te leiden. Dwazen hebben dit middel en medicijn misbruikt, evenals de genade, tot hun eigen verderf. (Rivieren 11:3, Odenlech 33:64, Werktuigen 4:68) De hel is de baarmoeder, als een tocht door de onderwereld, waar iedereen doorheen moet. (II Behemma 5:70) De uiteindelijke eeuwige verdoemenis als hemelse zorg en medicijn is dat wat het genade-middel is. Inzetting 11. De mens nog niet geschapen De schepping heeft nog niet plaatsgevonden. De mens is nog in de nachtmerrie van de feutus, een ongeboren kind. De mens is nog in de baarmoeder. De mens moet streven naar het pad van de wedergeboorte om zo een nieuwe schepping te worden. (Odenlech 41:16) Inzetting 12. Over offerdienst en uitverkiezing De offerdienst was bestemd om leugen en zonde op te offeren. Zo kwamen mensen rein voor God te staan, als ze afrekenden met de zonde-machten. Dit waren geen letterlijke dieren. Het was een geestelijke oorlog. (II Duizen 25:65) De offerdienst ging oorspronkelijk over jezelf offeren aan God door aan jezelf af te sterven, waardoor God je verkiest. De oorspronkelijke uitverkiezing ging dus om iets wat je kon behalen, verdienen, als in een wederzijdse relatie. De uitverkiezing komt van twee kanten. (II Kamba 6:1-2). De verkiezing is dus een oproep tot overgave en zelfopoffering, waarvan de offerdienst een beeld is. De uitverkiezingen van mensen en kerken zijn corrupt, en zo ook hun offerdiensten. Er zijn lagere offerdiensten van het vlees, en hogere offerdiensten die vanuit het hart van God zelf komen. Dat is niet gericht tegen zijn schepping, maar tegen het vleselijke wat die schepping bedreigt en verkeerd voorstelt. 8 Inzetting 13. Maria en Martha Er mag gebeden worden, maar luisteren is nog wel belangrijker. Ook de gebeden moeten voortkomen vanuit het luisteren. (Behemma 21:29, 17:26) Maria zat aan de voeten van de hemelse kennis om te luisteren, terwijl Martha meer sprak en handelde dan luisterde. De mens moet weer tot de luistergelofte komen alvorens iets te doen of te bidden, anders dwaalt de mens af in zijn woorden en daden, en dient dan slechts zichzelf en zijn vreemde afgodsbeelden. Uiteraard is het contact met de hemelbron niet slechts een luisteren op zich, maar op het leren van de hemelse leerregels die in het Woord zijn geopenbaard. Waar luistert u naar ? Uw hart moet gericht zijn op de hemelse studie, en zo juist afgestemd (II Kamba 7:9, IV Werktuigen 3:2, Vuch 10:9). Men moet door het hemelse leren het luisteren naar het ego afleren. Het luisteren moet volkomen worden door het leren. Zo wordt het luisteren ook gezuiverd. Inzetting 14. Het overbruggen van het lijden De kinderlijke verwondering is één van de sterkste wapenen tegen het vlees en het ego. Het maakt het kleine groot en het grote klein. (Ewa 19:5-7) De mens moet zich weer leren verwonderen over het goede wat gegeven is, en wat subtiel overal vindbaar is. In verwondering, dankbaarheid en bewondering groeit de mens nooit vast, maar is er altijd een hemelse brug. Zo kan de mens uiteindelijk ook het lijden overbruggen. Inzetting 15. Over het Woord en de zonde Het Woord praat de zonde niet goed. Het Woord stelt dat we de zonde meer en meer moeten haten en ontvluchten, want God is vertoornd over de zonde (Anderlech 8:11) De mens moet groeien in zijn haat en walging, zijn afkeer, naar de zonde en het vlees toe. De mens moet het meer en meer ontvluchten. (Anderlech 9:22) Inzetting 16. Over God en geschiedenis De mens moet tot het hiervoormaals terugkeren. Zonder het hiervoormaals is er geen hiernamaals, want in het hiervoormaals liggen de sleutels, en daarvan is de mens afgeweken (Ewa 24:11). Dit houdt in dat de mens de geschiedenis moet waarderen en kennen, en tot de oerbronnen moet gaan. 9
Page 10
Inzetting 17. Over de onontkoombaarheid der dingen Alles is bruikbaar en nuttig (Behemma 27:47, III Werktuigen 5:55). De mens kan niet zomaar aan de lagere vleselijke schepping ontkomen. De mens moet het nuttig maken. (Anderlech 13:8-9, Belech 1:37) Dit is ook tegelijkertijd de hemelse onontkoombaarheid, oftewel het geheim van de eeuwigheid (Belech 1:61). Inzetting 18. Over het lijden Aanvaard het lijden in geduld, volharding en aanhoudendheid, opdat het ego sterft. Dit is de jacht van de hemelse leeuwen. (Duizen 23:24, II Duizen 34:41, Kamba 7:21). Dit is ook een beeld van de eeuwigheid (Kamba 21:23). Inzetting 19. Over de besnijdenis Er is teruggaande en voortgaande openbaring. Dit wordt uitgebeeld door de geestelijke buffeljacht (Duizen 31:23, Zeeën 17:19). Dit is de ware besnijdenis (Duizen 31:9-11,13-14,2022). De geestelijke buffeljacht is ter overwinning van menselijke overleveringen en tradities (II Duizen 20:78). In de Psalm van de Buffeljacht moest de mens toegewijd worden aan God en de vruchtbaarheid van de kennis. (Behemma 25:35) De mens kwam voort vanuit deze buffeljacht (Duizen 30:3). Dit is wat in wezen Golgotha inhoudt (Behemma 35:1-2). Door deze buffeljacht ontstaan de ware bloedbanden (Duizen 30:8-12). Inzetting 20. De tederheid van God God’s grote tederheid is onze overwinning. God’s tederheid is onze zorgvuldigheid en geoefendheid (II Kamba 7:10). Die tederheid is ook meedogenloos en onverstoorbaar in rechtvaardigheid (Rivieren 7:20). De tederheid zal de mens hard maken, opdat de mens zo het ego kan verbreken (II Duizen 7:7). Inzetting 21. Over onfeilbaarheid God is onfeilbaar, en de Onfeilbaarheid zelf (Rivieren 5:8, Odenlech 28:13). Dit is niet naar menselijke maatstaven. God is ondoorgrondelijk. Het vleselijke kan het geestelijke niet begrijpen, en legt het geestelijke altijd verkeerd uit. De mens moet daarom deze onfeilbaarheid ontvangen, opdat alle menselijke onfeilbaarheid, eigengerechtigheid en zonde zal afsterven. God is onfeilbaar. De mens is dat niet in zijn oude staat, en moet daarom de nieuwe mens aandoen. Wie in God is zondigt niet (Kamba 16:1). 10 Inzetting 22. De onwaardigheid van het vlees De mens moet zich allereerst onwaardig voelen, zijn staat van ellende onder ogen komen, en niet doen alsof er niets aan de hand is. Als je je daadwerkelijk onwaardig voelt, en je komt de onwaardigheid van je verstand onder ogen, dan ga je vanzelf voorzichtig worden en alles toetsen. Men toetst vaak het eigen geloof en de eigen theologie niet, en dat is ook weer een gebrek aan onwaardigheid. (Vuch 11:1) De onwaardigheids-oefening leert de mens dat de mens zich niets moet inbeelden. (Vuch 11:9) Steeds meer vlees zal er zo afsterven in de onwaardigheidsoefening, hoe dieper je gaat. Ook elke vorm van lippendienst mag zo afsterven. (Vuch 11:20) De mens is overwaardig geworden, en dat is een grote leugen. Er is daarom meer nodig dan zomaar boetvaardigheid. De mens is geheel onwaardig. Vernedert uzelf. (Vuch 12:1-2) Zo kan de mens hemelse waarde opbouwen. (Vuch 12:8-10) Inzetting 23. Over overmoed en ingetogenheid De Vreze des Heeren verkondigt dat je niet zomaar dingen moet doen, zeggen en denken. De sobere vreze is de voorbode van het eeuwige touw, om de mens los te kappen van allerlei roekeloosheid en ongebondenheid (Zeeën 16:54). Heb daarom een lust in de hemelse vreze (Anderlech 11:5). Dit is het ontwaken tot de grotere hemelse werkelijkheid (Belech 2:89). De hemelse vreze is een ingetogenheid en een hemelse zorg (Beloch 34:2). Het bewaakt de mens tegen overmoed (Vissen 6:37). Zonder de heilige vreze kan het ego niet sterven. Zonder de heilige vreze is er geen volkomen afzondering en is de mens blind (Werktuigen 5:23). Inzetting 24. Over de verlossing van de zonde God is meedogenloos tot de zonde, want de zonde is meedogenloos en uitgezonden om te moorden. God is uitgezonden als een roofdier tot de zonde. (Beloch 4:7, 5:11, Anderlech 7:11, Beloch 4:9-10) De meedogenloosheid van God is de ware vruchtbaarheid van de nieuwe mens. Zonder deze zou de mens nooit tot de nieuwe schepping kunnen komen, want dan zou de zonde hem hebben verleid en verwoest. 11
Page 12
Inzetting 25. Zonde en leugen God fokt allerlei soorten zonden en leugens, omdat de zonde niet zomaar weg gaat. God mest ze vet, laat ze bestaan, staat ze toe, om ze af te zonderen, om ze mee te laten werken ten goede, opdat alles God dient en God de gehele aardbodem heeft vervuld. (Odenlech 32:42, 42:2, Behemma 24:35) Zo zal de vijand alles aan het volk van God moeten teruggeven. (II Duizen 21:38) Inzetting 26. Over vergetelheid en opstanding De geestelijke vergetelheid is de ware opstanding, die van het Woord, tot een eeuwig leven (II Werktuigen 2:82-83). De ware opstanding is een diepere dood, de Vreze des Heeren. (Vuch 2:17-18, Odenlech 10:31, Behemma 35:8,12). Het is de hemelse moedermelk die deze opstanding geeft (Kamba 15:5). Inzetting 27. De oproep tot afscheiding De mens moet zich afscheiden van de zonde, en het halssnoer van de leerregels van het halssnoer ontvangen, als teken van de blijvende besnijdenis, welke de mens in de goddelijke verlamdheid houdt om een eeuwig kind des Heeren te worden (II Duizen 28:11,15,18), om zo in de dienst des Heeren te kunnen staan (II Duizen 28:20). Deze roeping komt vanuit de tent des Heeren (II Duizen 28:24) Zij is er om de Vreze des Heeren volkomen te doen zijn. Vanuit de tent des Heeren geschiedt de geestelijke oorlogsvoering. (II Duizen 28:57) In de afscheiding sterft het ego (Werktuigen 3:7). Dit is een voortdurende en voortgaande afscheiding. Dit is de kern van de reformatie. Inzetting 28. De oerwoede tot de zonde De mens werd geschapen in een gebrek aan adem, in de oerwoede, het oerhart. De oer-aarde werd geschapen in duisternis, en het oergezicht werd gegeven. De mens leefde in het gezicht van goddelijk zaad, door het bloed. Door de val kwam de mens in de gevallen wereld van de overste van de macht van de lucht. De mens verloor het contact met het goddelijke zaad en het bloed. De mens moet terugkeren tot het paradijselijke bloed, door de oerwoede te ontvangen, de woede tot de zonde, waarin de mens apart gezet moet worden. (II Duizen 22:26-29) Dit is een teken dat de mens niet van de wereld is. (Kamba 27:67) Er is alleen maar ontzielde kennis als er geen woede over de zonde is (Zeeën 1:56). Wij moeten daarom het oerbloed van het paradijs ontvangen, en leven vanuit dit bloed. 12 Inzetting 29. Terugkeren tot het levensbloed Het bloed spreekt en leidt tot het stof van het paradijs, de Aphar, wat het laatste oordeel is, opdat de mens leeg en naakt kan terugkeren tot de paradijselijke ondergrond, de Adamah (IV Werktuigen 6:162-164, Kamba 11:32). Hier zijn de wilde en woeste wateren, rivieren en zeeën van bloed waarin het ego wordt weggewassen, en waar de mens zijn ziel terugvindt om daarmee bekleed te worden (Kamba 11:38,40). Laten wij daarom dit bloed rijkelijk ontvangen en ons ervoor open stellen, want het is onze ziel geschapen in gerechtigheid. Inzetting 30. Over de school van het toetsen Ook de toetsmiddelen moeten getoetst worden. Het toetsen zelf moet ook getoetst worden. (II Kamba 11:43, Rivieren 15:13). De mens mag niet tot snelle zelfovertuiging komen. Twijfel is beter dan overmoedige zelfovertuiging. De mens moet de oogst niet forceren. De mens moet niet aan de barensweeën proberen te ontkomen, maar moet de volledige fase van de zwangerschap doorstaan. De hemel komt de voorzichtigen en de twijfelaars tegemoet, maar laat de zelfverzekerden in hun dwaling. (III Werktuigen 1:66) De mens moet leren toetsen. (Ewa 31:21) Inzetting 31. Het geestelijke touw Het lijden is een touw. Het lijden is restricties, en zo leidt het touw de mens voort, en behoed het touw de mens tegen vraatzucht. De mens is hierdoor gedoemd tot het ascetisme. Zonder deze bron is er geen leven mogelijk. De mens moet daarom welwillend zijn voor een stuk lijden in zijn leven, opdat zijn leven tot het hoogste doel zal komen. Daarom moet de mens het touw van het lijden, het eeuwige touw, aanvaarden, als een eeuwig stuk lijden wat doorvertaald zal worden, want het lijden weegt niet op tegen de eeuwigheid die aan de mens geopenbaard zal worden. Uiteindelijk wordt het lijden vertaald tot kennis. Wie deze principes toepast zal leven, maar wie deze principes veracht zal schade lijden aan zijn ziel. Om aan de aardse gebondenheden te ontkomen moet de mens komen tot de hogere hemelse gebondenheden die voor de geestelijke mens liggen opgeborgen in het hemelse touw van de eeuwigheid. Ook zal de mens hierdoor nooit teveel lijden. (II Behemma 6:31, Zeeën 17:17, Kamba 20:88, Odenlech 23:126) 13
Page 14
Inzetting 32. Over de opname De opname is van binnenin. De mens moet een harde dood aan zichzelf sterven om opgenomen te worden. Dit vindt plaats op het strijdveld. Alleen strijders zullen opgenomen worden. Dit is de ware uitverkiezing. Strijdt op in te gaan. Bewerk je behoudenis in vreze en beven. Het onverschillige, lauwe, eigengerechtige vlees moet eraf. Alleen de pit zal overblijven. (II Behemma 10:7, Ewa 42:15, Behemma 40:24, Belech 7:21, Ewa 41:1). Inzetting 33. Woord en Leiding Er moet een balans zijn tussen het Woord en de dagelijkse geestelijke leiding, opdat de mens geen letterslaaf is en ook geen losbol. Hebben wij het hemelse Woord nodig ? Absoluut. Vroeger schreef men het hemelse woord al op op de grotwanden, als tekeningen, en langzaam begon het zich te vormen tot taal. Helaas ging de betekenis meer en meer verloren, verletterlijkte alles zich meer en meer. Er werd gekeken hoe men het best eraan kon verdienen. Maar het hemelse woord mag niet verkocht worden. Het moet zuiver blijven. De mens moet leren memoriseren en leren opslaan, leren op schrift stellen en de schriften erbij houden, want de mens slaat anders stappen over. Ook dat mag niet losstaan van het geestelijke, want de betekenissen mogen niet verloren gaan. Het mag geen dode en dodende letterdienst zijn. Het Woord moet levend gehouden worden door het geestelijke. Het Woord kan dus niet zonder het geestelijke. (Behemma 5:18, II Behemma 10:26, Behemma 11:19, Behemma 30:34) Inzetting 34. Over hiërarchische oorlogsvoering In de hiërarchische oorlogsvoering leert men prioriteiten van bijzaken te onderscheiden en geen kamelen door te slikken terwijl vliegen worden uitgezifd. In de hiërarchische oorlog gaat men tot de oorzaak en verdoet men geen tijd met pietluttigheid. (Belech 9:48, II Duizen 27:14) De steden, landen en gebieden hebben wereldgeesten boven zich die de mens in gebondenheid houden, omdat de mens alleen tegen de kleinen strijdt. (Anderlech 5:47) 14 Inzetting 35. Over naamslavernij en letterslavernij Het gaat niet om namen, maar om principes. De mens doet aan persoons-verheerlijking, en is daardoor in diepe naamslavernij gekomen, net als in letterslavernij, wat allemaal tot het godslasterlijke materialisme behoort. De mens heeft afgoden gemaakt, en bewaakt die met hand en tand. Zo wordt de mens afgehouden van levensprincipes en levensbronnen. Zo is de mens dood geworden in zijn materialisme. De mens moet weer in vele talen leren spreken, en de seizoenen en bedelingen leren. De mens lijdt aan godsdienstwaanzin, omdat de mens het niet als symbool heeft herkend, maar als iets letterlijks, en daarmee onderdrukken de mensen elkaar in hun eigengerechtigheid en hoogmoedigheid. Zo dient de mens heren die ze niet kennen. (Anderlech 8:55, Kamba 27:25, III Werktuigen 3:25) De afgoderij zit niet in monotheïsme of meergodendom op zich, of in welk gebruik van namen dan ook, maar in het verkeerd voorstellen van principes. Inzetting 36. Laat er geen wedijver zijn Wees de mindere en de minste om de meerdere te zijn over het vlees en de zonde. God die in u is is meer dan degene die in de wereld is. (Belech 2:25,37,38, Stranden 16:2) Laat er geen wedijver zijn, maar laat een ieder de mindere willen zijn. Dit leidt tot de innerlijke bron van wijsheid waarin alle schoonheid der hemelen is, om zo uw harten te behoeden om zo geen slaven der wereld te worden, of slaven van de kerk. Aan God zijn alle dingen onderworpen. (Zeeën 6:7) Inzetting 37. Het gevaar van zelfverwezenlijking De mens moet oppassen niet alles op God en genade af te schuiven, maar de mens moet zeker op zijn hoede zijn voor de zelfverwezenlijking die niet voortkomt vanuit zelfverloochening. De mens moet opgroeien in God, en leren te wandelen in de hemelse werken, om zo deel te hebben aan de natuur van God, maar heeft altijd de leiding van God hierin nodig, omdat de mens altijd maar ten dele die natuur kan uitdragen. Hooghartigheid ligt op de loer, zoals er ook luiheid op de loer ligt. Altijd is God groter, en altijd moet de mens terugkeren tot God. (III Kamba 9:23-25, Anderlech 8:24) 15
Page 16
Inzetting 38. Over overgeestelijkheid en vergeestelijking Je kunt de horens van het ego niet overwinnen door geweld, maar door het te vergeestelijken. (Werktuigen 3:48) Het wapen is dus niet vleselijk, maar geestelijk. Het gaat niet zomaar om het geestelijke, maar om de vergeestelijking, want anders zou de mens in het vleselijke en de vervleselijking blijven (Anderlech 2:6). De overgeestelijkheid, of overmoedige geestelijkheid, probeert hieraan te ontkomen. Inzetting 39. Over valse genezing die tot zonde leidt Paulus had een pin in het vlees opdat hij tegen de zonde bewaard zou blijven, en zo moeten wij ook pinnen of pijlen door het vlees hebben, die niet zomaar weggenomen worden, want anders zou er valse genezing zijn die de zonde juist doet aanwakkeren. (Ewa 18:36, Vissen 12:4) Inzetting 40. Over berouw en bekering Door zijn verlorenheid kan de mens het rechte pad niet vinden, maar door met God vervuld te zijn kan de mens het rechte pad vinden en bewandelen. Dit moet van twee kanten komen. De mens is niet aan zijn lot overgelaten, maar moet zich zeker laten vormen. De mens moet over het smalle, lange pad gaan door de enge poort, door berouw en bekering. De mens moet zo zelf ook het smalle pad en de enge poort zijn. Predik de waarheid zoals die is, niet om bewonderd te worden. Wijs op de ware weg, en wees zelf ook de ware weg. Beoefen zelf datgene wat je predikt. Er is geen kennis zonder ijver (Zeeën 1:17, 2:21). Inzetting 41. De hemelse eenzijdigheid Er moet een tegenstelling zijn, een eenzijdigheid, een zekere starheid, om aan te dringen tot het maken van een keuze, wat dus een educatief doel is. We kunnen stellen dat er hierom een balans moet zijn tussen meerzijdigheid en eenzijdigheid. Dit is een hemelse discipline en een drijfveer voor de geestelijke oorlogsvoering en de geestelijke jacht. Er is een strijd tussen goed en kwaad, tussen onwetendheid en kennis, tussen het vleselijke en het geestelijke, tussen het goede en het beste. Er zijn veel restricties in het hemelse. (Ewa 57:27) 16 Inzetting 42. Medelijdend, maar meedogenloos naar het vlees Wij moeten een medelijdend, zachtmoedig en verdraagzaam karakter hebben, maar meedogenloos zijn naar het vlees, naar de zonde die op de loer staat, want die moet sterven. Omdat meedogenloosheid al snel misbruikt kan worden, vanwege de gevallen wereld waarin de mens leeft, moet de mens langzaam zijn tot toorn, maar ook op zijn hoede zijn voor het misbruik van medelijden. (Rivieren 7:20, Beloch 4:11, Vuch 9:7, Ewa 31:2-6) Inzetting 43. God is groot De mens moet de grootheid van God leren kennen, dat God altijd groter is, en vanuit die kennis het vlees tegemoet gaan om het te bestrijden. Zo moet de mens ook een ontmoeting hebben met de grootheid van God, wat zijn leven voor altijd zal veranderen. (Anderlech 9:31) Inzetting 44. Het kennen van de grenzen van het werkverbond Als de mens gaat bouwen buiten het studie verbond om, dan bouwt de mens voor de vijand. (Vissen 2:8) Waar openbaring ontbreekt verwilderd het volk. (Ewa 34:14) Het oorlogsverbond moet onderworpen zijn aan het leerverbond en het werkverbond, omdat het vlees het leven van het kind bedreigt. (Vissen 1:10, Stranden 12:13-14) Daarom bedreigt de oervrouw het vlees. Je mag niet buiten het hemels werkverbond werken, want dan werk je vanuit de vleselijke krachten die ten verderve leiden, tot de dood. De mens moet de grenzen kennen van het beloofde land, van het werkverbond, en niet daar overheen gaan, want daar heerst de dood, oftewel het missen van het doel. De opname is allang geweest. De opgenomen geestelijken moeten toezien hoe het verblinde volk hun blinde leiders volgen, wars van kennis. En zo wordt de kloof tussen het vleselijke en het geestelijke steeds groter. (Behemma 38:4) Inzetting 45. Over vleselijke macht en geestelijke macht God is machtig, maar niet op de manier van de mensen. De macht van God is ondoorgrondelijk en gegrond op hemelse termen die voor de mens onnavolgbaar zijn. Het gaat in tegen de vleselijke macht die ten verderve leidt. (Beloch 29:23, Werktuigen 7:7, II Werktuigen 2:63, Ewa 55:24) 17
Page 18
Inzetting 46. Het pad van de waakzaamheid Als schepping vals is en zekerheid overmoedig moet er eerst twijfel en chaos komen. De mens is ingedut in berouwloos vertrouwen. De mens heeft alles al vals voleindigd, heeft alles al in kannen en kruiken. De ware voleinding is een veel langere en veel smallere weg. De wil van de mens moet eerst gebroken worden. De mens moet eerst voorzichtig worden, en dit leren in de alarmologie. Er is geen ware demonologie zonder de alarmologie. Dan zou de mens in schijnveiligheid leven. De waakzamen zijn zorgvuldig (II Duizen 2:6, II Kamba 10:60). Wees daarom waakzaam en ban de gemakszucht uit die de mens doet indutten. Bega het pad van de waakzaamheid, wat een grote en belangrijke bron is. (II Behemma 9:28, 9:36) De wedergeboorte gebeurt alleen in de volharding in waakzaamheid. (II Behemma 9:46, Vuch 5:18, Anderlech 1:19, Ewa 53:18) De waakzaamheid kan alleen opgroeien en tot volgroeiing komen in ijver (Belech 3:12). De mens moet daarom oppassen met ordezucht die de nodige chaos, verwarring en twijfel probeert weg te wassen. (Zeeën 13:29) Inzetting 47. Over volksgerechtigheid en godsgerechtigheid De mens heeft snelle afrondingszucht en rafelt hierdoor alles af om het in zijn begeerten door te laten werken. Zo heeft de mens een leugen gebouwd door zijn lauwheid, luiheid en lafheid. Dit is de oude mens, en daarom moet het afgelegd worden om de nieuwe mens aan te doen. De oude mens pretendeert van alles te zijn wat hij niet is in overmoedig en berouwloos zelfvertrouwen. Hij volgt in zijn gemakszucht de volksgod Laos, het volksoordeel, de volksgerechtigheid, wat een gif is. (II Kamba 10:102-105) Inzetting 48. Van gedeformeerd tot gereformeerd De mens vloog op de twee adelaarsvleugels, Luther en Calvijn, tot de wildernis, achtervolgt door Alva, en moest in de wildernis verdere strijd voeren, want hier was de gedeformeerde kerk. Daarom moet de mens van reformatie tot reformatie gaan, en moet de reformatie ook gereformeerd worden. Stilstand hier is fataal. (II Kamba 10:1-2, IV Werktuigen 6:25, Ewa 35:15, Kamba 24:11, IV Werktuigen 2:32) 18 Inzetting 49. De kerk is geen gebouw De zwaar vervolgde Nederlandse geuzen, de soberen, kregen in Duitsland, in Oost-Friesland, Emden, in 1571, een geuzenkerk, de Nederduits Gereformeerde Kerk, die in 1579 met de Unie van Utrecht de moederkerk van Nederland werd. Dit gebeurde in de tachtigjarige verzetsoorlog tegen het Spaanse bewind (1568-1648). Deze erfenis moet uitgewerkt worden en niet overboord gegooid worden. Deze kerk is niet een gebouw met personen, maar een hart met principes. Inzetting 50. De bron van de reformatie De reformatie kwam voort uit de filosofie. De theologie moet in toom gehouden worden door de filosofie, zoals de filosofie in toom gehouden moet worden door de theologie. Zij kunnen zonder elkaar niet bestaan. (IV Werktuigen 2:26-32, Ewa 15:7, Odenlech 5:11, 17:26, 19:19, 27:18,121, 50:3, III Werktuigen 6:2,29,45) De kerk werd gered uit theologisch extremisme door de filosofie. (IV Werktuigen 2:22) Inzetting 51. De ontwapening des vlezes Er zijn tijden van dorre droogte, om tot de ontwapening te komen, en ergens op die lange, moeizame, maar belangrijke brug komt het verschijnsel van wedergeboorte. (Zeeën 11:6) Alle wapenen van de boze, het vlees en de wereld dienen te worden afgedaan. (Duizen 18:65) Alleen zo kan de mens tot naaktheid komen in de rivier, om zo gewassen te worden tot wedergeboorte. (II Duizen 28:41,49,50, Kamba 20:152,153) Inzetting 52. Over gedeformeerden en gereformeerden De lofprijs is een gelijkenis, een teken, een symbool, van de onderwerping aan de hemelse kennis. Het onderwijs is de ware lofprijs. (Ewa 29:8) De mens moet daarom niet oeverloos lofprijzen en het niet als een graadmeter zien hoe hemels iemand is. De ware lofprijs is de bekering (Odenlech 3:6). Een verhaal is geen dogma, maar een gelijkenis. De ware dogma’s zijn altijd principieel van aard. Ook in de principes en het principieel zijn ligt het gevaar dat de mens ze op een hoop gooit en gaat verabsoluteren, terwijl hogere principes worden verwaarloosd. (Odenlech 3:1) Dan is het slechts verabsolutering van een deelwaarde, wat in gedeformeerde sectes gebeurd. De mens moet loskomen van secte-vorming. (II Duizen 1:30) 19
Page 20
Inzetting 53. Over afzondering Het weinige in ons, het mindere in ons, is geroepen en uitverkoren. Het vele is geroepen, maar alleen het weinige, het minderende, het sobere, zal door de smalle poort kunnen gaan. Alleen het eenzame wat zich heeft afgezonderd van het vele en het vleselijke zal deze poort kunnen vinden. Uiteindelijk zijn alleen de roependen de geroepenen. (Belech 1:36) Het vele is dan wel geroepen, maar alleen het weinige, het mindere, kan deze roep horen en verstaan, en alleen het minderende en het sobere geeft er gehoor aan. En alleen de eeuwige roep kan tot de boezem van de hemel doordringen. (Behemma 20:25) Inzetting 54. Over de hemelse zintuigen De mens moet gevoelig worden voor de grenzen opdat de valse grenzen zullen wegvagen, opdat het vlees, het ego en het wereldse gedoofd wordt. (Zeeën 11:43) Zo kan de mens ook gevoelig worden voor het doel, en erdoor aangetrokken worden. Dit gebeurt door de gevoeligheid voor ingewikkeldheden, voor de tussenstappen, opdat er zo ook gevoeligheid ontstaat voor de volgorde, opdat de leugen kan afsterven en alle bedriegelijkheid van het vleselijke leven. (Ewa 28:20-22) Inzetting 55. Over duisternis De mens kan het niet zomaar aan het licht brengen, maar moet de duisternis in en de duisternis onderzoeken, want daar liggen de wortelen verborgen. De leugen werkt door vals overmatig licht om hier zijn zonden in te verbergen. De mens moet daarom gaan tot de hemelse duisternissen. De aarde is donker, en zo is de moeder aarde, en de mens moet oppassen met al teveel licht. De verklaringen zullen vanzelf komen wanneer de mens dieper de duisternis ingaat. De mens mag het licht niet forceren. De duisternis bepaalt zelf wanneer de morgen opkomt. Ezau leidt tot die duisternis (II Duizen 21:26), als het beeld van de hemelse jager (II Duizen 20:93-94), maar de mens heeft Ezau verkeerd voorgesteld. De grondteksten spreken over een lagere Ezau en een hogere Ezau, zoals er ook over een lagere Eva en een hogere Eva wordt gesproken. 20 Inzetting 56. Over misstanden over satan en demonen Ook zijn er goede en slechte demonen (Kamba 1:15), zoals ook satan een neutraal woord is, wat tegenstander betekent, zoals ook de Heere in de satan veranderde in Numeri 22:22, om de tegenstander te zijn van Bileam. Hoe nodig is het vandaag de dag om een tegenstander te zijn tot de zonde en het vlees, het wereldse leven waardoor de mens vergaat ? Meer dan ooit moet de mens een tegenstander zijn, zoals Ismael en Ezau, en zoals satan in het Judaïsme, die beschouwd werd als een testende gezant van God. Er is dus een hogere satan en een lagere satan, zowel een goede als een slechte. Dit moet gezegd worden, omdat er veel misvattingen zijn over dit onderwerp. Het is een bevel des Heeren, zodat hier geen onduidelijkheid over is. Een verkeerd zicht hierop heeft de aarde kapot gescheurd. We mogen hierbij opmerken dat reeds in Egypte satan (Seth) al een dualiteit was. (Odenlech 18:40) Inzetting 57. De uittocht van het volk Ismael De exodus is de uittocht van het volk Ismael, niet zomaar het volk Israel. De mens moet zowel de grootte van de zonde en de schuld kennen als de grootte van het oordeel (Odenlech 10:3). Ismael is het verlengstuk, dieper de wildernis in, verder dan waar andere volken waren gestopt om een stad en een naam te maken. Het zaad moet geheel sterven. Als de mens om genade smeekt, dan krijgt de mens te horen : ‘Mijn oordeel is genoeg,’ want de oordelen des Heeren zijn goed en waarachtig. (Behemma 21:14, Duizen 9:9-10, 18:66-67) Ismael leidt niet alleen weg uit de stad, maar ook uit de kerk, en uit al het vertrouwde en herkenbare. Dit zijn allemaal facetten van de symbolische betaling van de armenbelasting. (Odenlech 18:93) Je moet alles achterlaten, de gehele kudde, alle kudde-mentaliteit, om op zoek te gaan naar het verlorene, het vergetene, dieper in de wildernis, zoals Ismael. Uiteindelijk liet Ismael de ware en diepere betekenis van het touw zien, waarvan het boek Jozua spreekt, als het touw van Rachab, en daarna het boek Richteren, als het touw van Delilah. Zonder deze gebondenheid in de wildernis zou de mens nooit verder komen, zoals Jeremia ook wees op het belang het juk van Babylon te aanvaarden, als een beeld van het aanvaarden van het oordeel des Heeren, om daardoor getuchtigd te worden. (Odenlech 23:30-32) 21
Page 24
BEHEMMA De tweede bloem 1. De tuin en de kerk 1. Ik liep door de tuin. De wind blies zachtjes in mijn gezicht. 2. Ik was op zoek naar iets speciaals, iets dat ik nooit zou vergeten. 3. Ik keek in de verte naar de mozaïek-ramen van de kerk. 4. Ik zag een gezicht van achter het mystieke raam naar me zwaaien. Ik rook een zachte adem van rozen en narcissen, en ik liep door de tuin, naar de kerk ernaast. 5. Ik ging het portaal binnen en vroeg me af wie ik daar zou ontmoeten. 6. Deze kerk vertegenwoordigt de vrije, hemelse fontein, die in ieders hart leeft, als men daarnaar wil leven. 7. Sommigen zullen dichter bij deze fontein komen, anderen zullen het meer en meer verlaten. De zes bloemen 8. Er zijn zes bloemen in het huis van Eli, de hogepriester van Israël, de uitverkorene. Hij was de verzachter aller verzachters, en nu nam God hem weg, want hij waarschuwde zijn kinderen niet. 9. Samuel’s tranen zullen voor eeuwig op zijn graf vallen. De eerste bloem 10. Vader Eli, deze bloem bloeit vanuit mijn hart voor u. Ik, Samuel, uw uitverkoren zoon, ik kom naar u toe, want u hebt me vanuit Mercurius op doen komen en me naar het huis van Venus gebracht. 11. U verzachtte mijn wonden, u verzachtte mijn ziel en gaf me gouden brood om te eten. In uw huis, o vader Eli, kon ik de stem van God horen die tot mij sprak. 12. Mijn bloem van dankbaarheid zal voor altijd bloeien. U hebt mijn deur naar de hemel geopend. 24 13. Drie keer hoorde ik de stem van de Heer, en drie keer sprak u tegen mij dat u het niet was. 14. U verwees me naar de bloem, de bloem van Venus. Deze bloem bloeit vanuit mijn hart naar deze bloem, die tegen mij sprak. 15. De bloem die mij het leven schonk, de bloem die mij gouden water te drinken gaf, ik zal U voor altijd dienen. 16. Mijn bloem van gehoorzaamheid zal nooit verwelken. De derde bloem 17. Vader Mozes, waar bent u. U was de drager van deze bloem, u raakte de zijkant van mijn kin aan en maakte mijn hart sappig. 18. De hemelse bloem in mij zal me naar uw hart leiden, waar alle sappen zich verzamelen. 19. Breng me naar mijn werkplaats, breng me naar mijn hemelse wapenrusting, zodat mijn hoofd in uw hemel kan zweven om daar voor altijd te verblijven. 20. Laat me uw tuinen van hemelse woorden binnengaan om uw stem weer te horen. 21. Laat de bloem van begrip mijn aderen volgen. Meng het met mijn bloed, zodat ik voor altijd van u ben. De vierde bloem 22. Bloem van Maria, vlieg weer, open je baarmoeder en laat me je kinderen zien. 23. Je melk was zachter dan de zachtste honing en zoeter dan het zoetste fruit. 24. Je bracht me het zwaard van Adam, om de poorten van Eden weer te openen. 25. Vlieg, mijn regenboog, de hemel zal voor je opengaan. 26. Bloem van Eva, moeder van duizend moeders, breng me naar je huis en begrip, breng me naar de bloem der bloemen, want je sleutels reiken tot in de laatste hemelen. 27. Open de rivieren met je bloem, de bloem van geboorte. 28. Breng me naar de laatste oceaan die de laatste traan wegspoelt. 2. De dag na Eden De vijfde bloem 29. De vijfde bloem, bloem van Jozef, bloem van dromen, dringt mijn hart binnen, om mijn vader Eli te waarschuwen. 30. Wek hem weer op om uw volk te leiden en open zijn oog. Geef hem het hart, mijn innerlijke vader, om zijn zonen wakker te maken. 31. Laat hem het pad van Jozef bewandelen, geef hem de vleugels van Benjamin, om zijn huis weer binnen te gaan. 32. Venus, laat je bloem niet zinken, richt je huis opnieuw op, om een huis van maïs te midden van honger te zijn. 33. Sta weer op uit de woestijn, o heerser van Egypte, jij bent de gouden bloem. 34. Laat uw levensstromen het land omringen, om de tafel van Abraham te verheffen. Laat Noach zijn gids zijn. De zesde bloem 35. De laatste bloem, het laatste oordeel, om de zee weg te spoelen, om de tafel weg te spoelen. 36. De laatste bloem die alle bloemen in één laat bloeien. Eén bloem zal bloeien als je slaapt, één klein bloempje zal boven je wakker worden. 37. Ga slapen, kleine aarde, ga slapen, kleine hemel, want morgen is een nieuwe dag. 38. En midden in de nacht zal de wind komen om ook deze bloem te laten slapen, zodat de nacht zijn vleugels helemaal om je heen kan slaan, zodat de kou van de nacht je aderen kan binnendringen om je aarde te laten afkoelen. 1. Je leeft nog steeds in de dag na Eden, niet geïnteresseerd in wat daar werkelijk is gebeurd. Je stal de bloemen uit de tuin van Eva, 2. en je doodde de slang voor zesenzestig goudstukken. Weet je zeker dat het de juiste slang was? 3. Weet je zeker dat je goed hebt geschoten terwijl je schoot met je ogen dicht? 4. De vlucht van de adelaar maakte een gouden pad voor de reiziger. Er hing een gouden draad. De vleugels van de adelaar verwarmden het hart en kalmeerden zijn ziel. 5. Kon je de klokken horen luiden toen je geboren werd in je kleine doos op aarde? Of werd je opgeslokt door je eigen angsten en geesten gecreëerd door het kleine doosje om je daar te houden? De doos in de doos 6. Maar weet je dat deze nieuwe wereld ook een doos is, met zijn eigen mensen en zijn eigen angsten en geesten? Weet je dat als je eruit stapt, je een nog grotere wereld betreedt? 7. Wanneer je de doos in de doos begint te beseffen, wanneer je ziet dat het leven dat je krijgt na de ontsnapping ook niets anders is dan een doos in een doos, met zijn eigen wetten en eigen sleutels, 8. dan begin je te beseffen dat je nooit echt vrij bent. Je bent pas vrij als je aan deze hokjescirkel ontsnapt, als je de ring draagt, als je de hokjes van het leven beheerst. 9. De gele bloem groeit van hemel tot hemel. Het vraagt je niet om de doos te openen, het vraagt je niet om de doos te verzegelen. 10. Het wil dat je vliegt en de dozen vergeet. Het wil dat je de ring van de hemel draagt. 25
Page 26
Het doolhof 11. Als je de tijd vergeet en de Maker ontmoet, kun je op adelaarsvleugels vliegen en de gele bloem bereiken, die diep in je hart bloeit, om het doolhof te ontmoeten waarin we vrij zijn. 12. Want in het doolhof zijn geen grenzen, in het doolhof zijn geen leraren. Er zijn alleen twijfels en zeeën van verwarring. 13. Het lijkt niet te eindigen, het geeft geen grens of een einde. Het creëert altijd meer vragen en meer geheimen. 14. Als je denkt dat je eruit bent, ben je binnen, en als je denkt dat je aan de rechterkant bent, ben je aan de linkerkant. 15. Maar in deze onzekerheid rijst de waarheid, in deze wanhoop verschijnt de hemel van antwoord. We zien al onze herinneringen en voorspellingen op ons jagen. 16. De gedachte wil ons. Maar we raken deze muren niet aan, we luisteren niet naar deze spiegels. In het doolhof willen we gewoon de weg naar buiten vinden. 17. Maar in het eindeloze doolhof vinden we nooit de weg naar buiten. 18. We zijn voorbestemd om zo te verdwalen dat we sterven als een zaadje in de grond, in het centrum van het doolhof. 19. Het zal ons daarheen trekken, het zal trekken, want het doel is om ons in een gele bloem te veranderen. 20. Hij zoekt de spiegeling van de gele bloem. Hij komt uit zijn doos, gekleed in het gele van de gele bloem, maar het is gescheurd en sterft, in het midden van het doolhof, in het midden van de doos. 21. Zijn oude makkers jagen achter hem. De droom brak. Hij is nu een deel van de gele bloem, nog steeds stervende, nog steeds verscheurd, maar van binnen bloeiend. 22. De hemel van de gele bloem verwarmt hem en brengt oude verlangens bij hem terug, de verlangens om vrij te zijn, de verlangens om de spiegeling te ontmoeten. 26 23. Hij worstelt met oude geschriften uit zijn verleden. Ze proberen hem te verslinden, ze proberen hem terug te brengen naar de kleine doos. 24. Hij reikt naar de gele bloem, reikend naar de eeuwige bloem. 25. Zo marcheren ze om een glimp op te vangen van de gele bloem, om een glimp op te vangen van hun vaders en moeders. 26. Vader, bent u het echt? U sprak met me over deze gele bloem sinds ik jong was. U vertelde me over de tuin waar het is opgegroeid. 27. De gele tuin heeft een deel in mijn hoofd, een deel in mijn hart. Dit doolhof waar u me over vertelde was de tuinman van deze gele tuin. 28. U zei me dat deze tuinman wist wat hij moest doen. 29. Moeder, bent u daar? Uw gele nectar zoemt nog steeds in mijn maag. De rode kerk was de plaats waar u vroeger bad. Mijn verstand is duizelig als ik aan u denk. 30. Alsof alles wegdrijft. Als de dag voorbij is, zijn we slechts zaadjes die weg marcheren om een nieuwe bloem te worden. Deze nieuwe bloem is ook niets anders dan een zaadje. 31. We wachten er allemaal op om weer gezaaid te worden, het zaadje in het zaadje. Elke dag worden we gezaaid, elke nacht staan we op en morgenochtend weten we wat we moeten weten. 3. Het bos 1. Je ging de poort binnen tot het bos. Je kwam tot een bosmeer. Hoe verder je in dit meer zwemt, hoe meer je huidskleur verandert in de kleuren van de natuur. 2. Toen je dit meer overstak, kon je tot de derde poort gaan. Je had de andere kant van het meer bereikt en je kroop door de modder en het zand van de bosoever. 3. Je had je herinneringen overleefd, je had de snijdende standpunten overleefd. Je nam afscheid van ze. Je kroop door de bosbladeren, door het mos en de modder. 4. De atmosfeer is hier erg vochtig. Dan komt er plotseling een grote slang voor je op en begint er een worsteling. 5. Je voelt zijn koude lichaam zich om je heen draaien en je voelt zelfs zijn bloed door zijn aderen stromen. 6. Hij bijt je in je onderrug en je schreeuwt, maar je benen beginnen hem naar beneden te trekken en je greep is erg stevig. Je voelt dat er een enorme kracht in je benen is gekomen. 7. Je voelt dat je de wildheid van het bos krijgt, dat je één wordt met het bos, en je bijt hem in zijn nek, terwijl je je nagels diep in zijn huid drukt. 8. Je hebt je angsten, frustraties en verwarring overleefd, die de slang vertegenwoordigde. Maar je lichaam bloedt en je wonden zijn diep. 9. Je komt nu op een plek met heuvels van warm zand, en hoe verder je door deze plek kruipt, hoe heter het zand wordt. 10. Je voelt hoe het zand je vochtige wonden bedekt, wat je voelt als een genezing. De sfeer is vredig en er zijn wat kleine struiken hier. 11. Het is alsof zachte, zoete melk door je aderen stroomt. De wilde bloemen 12. Je betreedt een veld met wilde bloemen en je voelt je huid opbloeien. Je begint je als een bloem te voelen en je voelt dat je lichaam wordt opgesierd alsof je fragiele gescheurde kleding draagt, 13. maar wespen duiken op je en proberen je tepels te prikken om alle melk en honing uit je te zuigen. 14. Aan het einde van het veld zie je een poort waar je doorheen kunt. Je staat nu voor een enorme afgrond, met een brug. Je loopt op de brug en je begint naar beneden te kijken, en je krijgt de rillingen. 15. De brug stopt plotseling ergens boven de afgrond waar je op de rug van een reuzen-adelaar kunt zitten die net zo groot is als jij. 16. Verder en 27 4. Waar alle tranen botsen 1. Hij was overal teder versierd met klein wit satijn en van zijn lippen was het zoete druppelende. Ik voelde dat hij bloeide. Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam en hij zei uit de zee van tranen. 2. Ik vroeg hem wie hij was en hij zei dat hij mijn spiegeling was. 3. Zijn uiterlijk was als een kind, maar zijn uitstraling was volwassen. Hij leek de man van tegenstellingen te zijn. dieper in de afgrond zweeft een eiland in de lucht. De adelaar brengt je daarheen. Hier zul je moeten vechten tegen leeuwen, panters en gigantische spinnen. 17. In het midden van het eiland vind je een ladder van draden die je uit de afgrond zal leiden. 18. Je staat nu aan de andere kant van de afgrond en je huid lijkt op de regenboog. Je wonden en littekens zijn zo mooi, omdat ze spreken van je moed en doorzettingsvermogen. 19. Deze wonden en littekens zullen de sleutel zijn tot de hemelse bloem waar je naar op zoek was. Je eet nu de hemelse vruchten en je voelt de zachte, heldere sappen door je verstand en aderen stromen. 20. Je voelt je herboren door deze stromen en je begint erin te zwemmen, ze dieper te volgen in deze nieuwe wereld. Je ziet de tropische vissen vlak bij je zwemmen. 21. Je staat op het punt de hemelse oceanen en zeeën te bereiken. Je vliegt op de rug van tropische vogels en je bereikt een ander eiland midden in deze zeeën en oceanen. 22. Hier drink je de melk van kokosnoten en voel je de warme en koele zeewinden van de hemel.
Page 28
4. Ik vroeg hem waar hij heen zou gaan. Hij zei: terug naar de zee van tranen. Ik vroeg hem hoe hij dat zou doen. Hij zei dat de tranen de lijn zijn tussen de tegenstellingen. 5. Tranen slaan allemaal op elkaar in, stromen van de een naar de ander. 6. Tranen kunnen worden gedeeld, en hoe meer ze worden gedeeld, hoe meer ze op tranen van vreugde zullen lijken. 7. Tranen zijn de enige middelen die de harten kunnen doorzoeken. Tranen zijn de enige manier om het verstand te doordrenken. 8. Tranen zijn de bruggen die levens verenigen. Tranen zijn de sleutels om de verborgen delen te openen. Tranen worden gebracht om ons te kalmeren. 9. Tranen worden gebracht om onze droge, harde zielen te verzachten. Tranen kunnen niet gebroken worden, tranen kunnen niet verzegeld worden. Tranen kunnen alleen worden gedronken en in waarheid worden omgezet. 10. Gooi de sleutel niet weg. Laat je kans niet bederven. Ze komen en ze gaan. Mis het niet. Ik vroeg de hemel om je deze schatten te laten ontdekken, ik vroeg de hemel om je het te laten zien. 11. Vanuit de hemel boven werd het gegeven, als een schip om de haven te bereiken, als een beker om je pijn te verzachten. Laat de rivier van de een naar de ander stromen. 12. Schaam je niet om je pijn te tonen. Alleen als je je pijn laat stromen, kan het worden opgelost. 13. Alleen als we onze tranen zaaien, kunnen ze bomen worden. Tranen zijn de spiegelingen waarin we onszelf kunnen zien. Tranen zijn de spiegelingen waarin we anderen kunnen zien. 14. Een tranendal, een zee vol spiegelingen, die me doen denken aan het verleden. Volg de stromen van tranen. Ze spreken en brengen ons terug waar we thuishoren. 15. Wij behoren tot de herinnering. 28 16. Tranen, het verleden van de hemel. Tranen zijn de boten om naar het verleden te gaan, tranen zijn de voertuigen om het hiernamaals binnen te varen. Tranen zijn de voertuigen om elkaar te bereiken. 17. In de kruising van alle tijdlijnen bestaat het wonder, het wonder van herinnering, het wonder van verenigen. Tranen weerspiegelen wie we werkelijk zijn, leugens zullen vervagen. 18. Naar een traan luisteren, is een leugen verliezen. Ogen zonder tranen kunnen niet zien, ze zullen alleen de leugen zien. Tranen zijn de appels van onze ogen. 19. Ik wilde wijsheid zien. De hemel gaf me de tranen om het te zien. Mijn tranen zijn mijn ogen, mijn tranen zijn mijn benen. Daarmee kan ik alles doen, een lichaam van tranen. 20. De hemel is daar waar alle tranen samenvloeien. Er is een doorgang naar het verloren paradijs. Geef het terug aan mij. Waar alle tranen van de wereld samenkomen, rijst een ster, wordt onze nieuwe wereld geboren. 21. Werk met de tranen, bouw door de tranen. Als je wijsheid wilt, vraag dan eerst om een traan, waardoor je de wijsheid kunt zien. Als je een vriend wilt, vraag dan eerst om een traan, zodat je die vriend kunt bereiken. 22. Voordat je iets vraagt, vraag om een traan, en daarin zullen alle andere dingen verschijnen. 23. En deze trap van spiegelingen leidt me naar de ochtendspiegelingen ... waar alles duidelijk wordt... Van spiegeling naar spiegeling varen we.… 24. Wederom geboren worden in de bloem der spiegelingen.... De nectar van deze rivier was een goed iets om te drinken.... Het verzachtte de pijn... Drijvend naar de zee van spiegelingen..... Spiegelingen van hemel tot hemel. 25. Spiegelingen bouwden het land..... Spiegelingen bouwden de bloemenvelden... van boom tot boom is er vrijheid.... op weg naar waar alle tranen op elkaar inslaan .... 26. Wees blij met de tranen, want ze brengen je spiegelingen .... Het zijn de juwelen van een gebroken hart.... het stuifmeel van een nieuwe wereld verspreidende ... 27. Spiegelingen leiden me naar het einde der tijden ... door golven van tranen ... Spiegelingen leiden me naar het begin der tijden ... door golven van tranen .... 5. Zand van de oceaan 1. Deze bruggen zijn gemaakt van bruine bloemen. De bruine bloemen duwden me in de rivieren, Ze zijn sterk en weelderig, In de rivieren moet ik mijn brood verdienen … 2. Alleen in de bruine nacht, Een nacht in vele jaren, kan ik in de bruine bloemenvelden zijn, De pijl ging door het raam, En nu ben ik vol bloemen, 3. Deze bloemen zijn bruin, Ze reisden door de wind, Door weilanden en bossen, Totdat ze mij zagen... De pijl trof mij hard, Het was diep, 4. Ik werd geraakt door de pijl, Getroffen door iets groters dan mij, Het nam mij op en schilderde de hemel in mijn gezicht, De hemel zakt nog steeds in de oerwoud rivier, De hemel, Een donkere… 5. De pijl bracht mij over de bruggen, In de donkere nacht, Naar bruine bloemenvelden, Er komen zoveel golven over mij heen, 6. Water gevend geweten, de bron is als het sap van de verboden verboden eeuwen, 29 we kwamen tot leven in de geschiedenis om naar al deze sporen te zoeken, 7. Wanneer de nacht bijna valt, daalt het neer om de grenzen van de zee te bedekken, de afstanden vervagen voor mijn gezicht, tot de flits van een bloem neerdaalt in deze ochtendstromen, alle dromen wegneemt. 8. We mogen de grip niet verliezen terwijl we duiken, dit zand in de oceanen, laat het ons begrijpen. De Diepte 9. De eeuwige diepte, de oneindige diepte, in het hart van de mens, zo verborgen gehouden. En zij zeggen u : 'Kom tot God', en zij houden de diepte achter. 10. De hemel doorziet de mensen, door Haar diepte. Nog steeds voel ik de striemen van Uw Diepte. Het heeft mij genezing gebracht. 11. Vaak heb ik erover nagedacht, over U die mij steeds weer leidt. Veel dingen begrijp ik niet. 12. Ik ben jong, en wat is een mens ? Wat is het dat u naar de mens omziet ? 13. Van jongs af aan heb ik gestreden. Nu ben ik rijp het wapen te smeden. Veel bloemen heb ik zien sterven. 14. Veel bomen heb ik zien wegzinken. Er zijn pijlen op mijn boog, terwijl er liederen bloeien op mijn tong, komend van een stille hemel. 15. Tijdenlang heb ik gezwegen, en Eeuw'ge woorden aan elkaar geregen. Beroofd van verstand was ik zo lang, ik moest het doen met hartepijn. 16. Ik voel de tuchtiging zo lang. Ik ben rijp mijn leven af te leggen, om het stilzwijgen te verbreken. En dan zal ik vertrekken naar de hemel van stilte, om voor eeuwig stil te zijn. 17. In het duisterste van de nacht kunnen wij tot U naderen. Ja, de voorhangsels van hemelen zullen scheuren. 18. Mijn gedachten kunnen mijn gevoel niet redden, ik heb Uw Woord nodig. 19. Waar zij de honger stierven, zo vol van honing zijn zij nu, veilig bij de bijen en bloemen des
Page 30
hemels. toren, terwijl de rivier brulde en bruiste in de verte. 20. Kom vlucht met mij. De dagen van de honger hebben honing voortgebracht. Kom waar zoete waarheid dwaalt, in 't hart van de diepte. 21. Kom, haar armen wijdgespreid, als zoete honing. Kom, grotere diepte is zij. 22. Om naakt tot het paradijs te gaan, omhuld wordend door het woord. Kom, de honing volgt zij, druipende van haar mond en tepel. 23. Komt, de melk van 't woord, dat is zij. 24. De honing van de diepte, haar raad is op u. Zij heeft uitgestort het woord, hun bron van zoete waat'ren. Nu vinden zij hun weg in haar. 25. Zij bracht honger op een schaal om honing te doen rijpen, om de nachtspelers te laten komen. 26. Honing op de pijn, zij gaf u de doornen in uw vlees, als brenger van dauw, bron van zoete honing. 27. Diep onder de grond van uw woord, toon ons uw diepte. 28. Ik heb met hen geweend, ik heb met hen gesproken, uw woorden met hen gedeeld, om uw aarde te versieren, tot een paradijs. 29. Doe mij toch ontwaken in uw hemelen. Mijn lippen trillen, uw lied is op mijn tong. 30. U leidde ons door zeeen, u leidde ons door droogte heen. 31. Door uw diepte zonken mannen met hun schepen. 32. Uw woord druipende van honing, totdat de nachtvlinder oprijst. 33. Met mijn hoofd in bijennesten raakte mijn tong het zoete, om eeuwig in u te sterven, totdat de nachtvlinder oprijst. 34. De nachtvlinder ging mij voor, om vijanden te slaan. 35. Veelvuldig heb ik naar u uitgekeken op mijn 30 36. Ons gebed is nog steeds : Kennis, waarom hebt Gij mij verlaten, Kennis, waarom komt u nooit terug, alleen in de verte horen we het bulderen. 37. Komt dan snel. Uw bloemen zijn nog steeds te beminnen, maar hun dorens zijn zo scherp. Toe, doe U weer kennen als voorheen. Mijn jeugd heeft mij apart gezet. 38. Uw bossen, bloemen van Uw Kennis. Waakt op, Kennis. Zij stuurde u tot het bos van de diepte. 39. Mijn lichaam bloeit van kennis. Draden van de honger gesponnen, vanuit de hemelen is het heil gekomen. 40. In een doodstrijd bevond ik mij, alles wat scherp en hard was plette mij, tot tederheid mij vond. 41. Witte bloem, tederheid na de steek, zachtheid na de dood, in bitterheid waar ik bezweek, van honger tot honger ging ik, in de hemelen vond ik heil. 42. Witte bloem, tederheid na de steek, wonden veelvoudig gestoken, nu spiegelt het dan in de wind, al die gezichten die ik was vergeten. 6. De gele bloemenhaag 1. Dit zijn de dansen van het slaaplied, Hij voelde zich zo alleen nu, Maar het deed hem geen pijn, Het was alsof hij diep zweefde in de zeeen van genezing, 2. Het was alsof zijn geheugen niet meer bestond, Want het was alleen maar een zieke interpretatie, Van een gespleten verstand, terwijl er iets tussenin zat, Zoveel dingen weghoudende 3. Hij wil niet meer terug, hij wil alleen dieper, Er is een zachte donder in de lucht, Witte donder, terwijl de hemelen openscheuren, 4. Hij zonk in een nieuwe realiteit, Het was als een mozaiek Toen hij wakker werd wist hij niet wat hij met de droom moest doen, Maar het was draaiende in zijn hoofd, 5. Het hield hem opgesloten in een nieuwe wereld, Zij is de hemel van slaap, Zij maakte al zijn dromen 6. De bloem groeit uit de put. Het maakt een brug over de zee. Gele bloemen groeien langs de kant, als een muur. Iedereen die daar gaat wordt verward. Zij vallen in slaap en dromen vreemde dromen. 7. Geen leger komt door de gele bloemenhaag. Allen zullen zij slapen. 8. Met langzame pas door de bloemenvelden, Deze bloemen worden wit in de nacht. Zij van de gele bloemen, eens zag ik haar, 9. Zij van de gele bloemen, Zij is een tunnel naar de onderwereld 10. Zij leerde me de geheimen van de bossen en de wildernissen, Zij van de gele bloemen, zij gaf mij een plaats. 11. Zij leerde mij de kennis, Zij leerde mij lezen en vele talen, 31 Zij leerde mij schrijven en de schoonste kunsten, 12. Zij leerde mij strijden, Zij van de gele bloemen 13. In haar heb ik alles gezien, Zij van de gele bloemen. 14. Over het ravijn bracht zij mij, Tot de dieptes van een woud, Waar het altijd regent, Altijd tropisch is 15. Nu maak ik mijn tochten in een boot, over de rivieren waarin langs de kanten de gele bloemen groeien. Zij houden mij dromerig, zij houden mij in slaap, in diepe slaap. 16. Zij geven mij hemels sap te drinken 17. De gele bloemen brengen het Woord, het Woord wonderschoon. En zij leiden tot een wonderlijke tuin, een lusthof. 18. Hij is aangekomen. Vastbesloten het geheim te vinden waar iedereen over spreekt. Hij staart naar de plant, met vreemde gevoelens in zijn buik. Een verlamming kwam over hem, 19. en hij viel in de handen van medicijngeleerden. Hij heb nu de ontmoeting gehad. Hij had hier lang op gewacht, maar het liep bijna verkeerd af. 20. Hij was voor lange tijd onder de medicijngeleerden. 21. Hij weet niet wat hij moet doen. Hij loopt dwalend rond en kan niet weg. Het lijkt alsof hij dood is, terwijl hij leeft. Hij heeft het duistere geheim ontmoet, maar nu is hij in de war. 22. Hij kan zijn gedachtes niet beheersen. 23. Hij is niet gemachtigd om contact op te nemen met zijn familie. Hij krijgt geen toestemming. Hij heeft ook geen idee van wie hij toestemming moet krijgen. 24. Hij denkt dat hij gek aan het worden is. Hij haat die planten nu, alhoewel hij weet dat hij
Page 32
misschien nu onredelijk is. Toch heeft hij het idee dat die planten duivels zijn. 25. Ze worden vaak bij allerlei duistere rituelen gebruikt. 26. Hij voelt zich verward. Hij heeft hulp nodig, maar durft het niet te vragen. Het is alsof het hem verboden is. Het voelt alsof hij in een coma leeft. 27. Niets dringt er tot hem door. Hij heeft het gevoel alsof mensen hem niet horen, wat hij ook zegt. Ze leven gewoon door. Hij heeft zelfs het gevoel dat het onmogelijk is dat iemand verstaat wat hij zegt. 28. Ze horen hem wel, maar zij verstaan het niet, en het lijkt hen ook niets te kunnen schelen. 29. Hij weet zeker dat hij onder een vloek is. Hij maakt een lange boswandeling tot aan een rivier. Dan loopt hij terug. 30. Hij voelt zich opeens heel warm van binnen. Alsof iemand hem wel begrijpt, of een gevoel dat alles wel goed komt. Maar dat is maar een flits. 31. Als hij terug komt is hij depressief. Het wordt zo erg dat hij weer een wandeling maakt naar de rivier. Ditmaal voelt hij zich alsof hij gewapend is, maar hij is ongewapend. 32. Iets of iemand speelt een spelletje met hem. 33. Hij is zichzelf niet meer. 34. Iets is over hem gekomen. Hij heeft ook het gevoel dat hij niet goed meer kan praten. Alsof niemand hem kan horen, of in ieder geval dat niemand hem begrijpt, alsof hij in een andere taal spreekt die niemand verstaat. 35. Hij begint wanhopig te worden, hopeloos. Hij voelt zich opgesloten. 36. Hij heeft het gevoel dat er hier een oorlog is, en dat hij tot het leger wordt geroepen. 37. Hij voelt zich dromerig. Hij heeft nog steeds geen contact met zichzelf kunnen krijgen. Het is 32 alsof hij zichzelf niet meer kan bereiken, alsof hij uit zijn eigen handen is weggegleden, in de diepte, verdronken. 38. Eerst kon hij niet weg, en nu wil hij niet weg. Iets roept hem op voor de oorlog. Maar dan enige tijd later beland hij bij de medicijngeleerden. Hij voelt zich gebroken. 39. Hij is verwond, misschien zelfs dodelijk. Mensen vertellen hem dat hij ergens is ingesprongen. Het was nogal van een grote hoogte. 40. Is hij zijn verstand aan het verliezen ? 41. Soms is hij bewusteloos. Hij denkt dat er iets goed mis met hem is. Hij is opgesloten in een nachtmerrie, alsof hij in een coma is. Daarom komt hij hier nooit weg. 42. Hij kan niet goed nadenken. Hij kan niet tellen. Alles is zo groot en ver weg om hem heen. 43. Hij bevond zichzelf in een wilde zee, totdat hij aanspoelde op een strand. 44. Een plant met gele bloemen, Over die brug kwam hij hier. Er moet een uitweg uit dit doolhof zijn. Hij kon er wel in, maar niet meer uit. 45. Hij is in een halve coma. Hij kan zich niet goed bewegen en niet goed ademen. 46. Hij is bang, Daarom verdraait hij de woorden. Zij zijn duister. Hij trekt zichzelf op aan de struik. 47. Planten met bloemen. Het groeit aan de randen van de rivier. Het is bijna als een spiegeling. 48. Moed heeft hij niet om het in detail te bespreken. Hij praat er slechts omheen. Hij is zo gemaakt. Het is zijn aard geworden. 49. Hij drinkt van de bloemenzee, en stikt bijna in haar zaad. Warmte komt met golven om hem heen. 50. Hij draait en woelt in zijn bed. In de rivier hangen de witte bloemen diep, met een zwaar gewicht. 51. Alles loopt over in de wildernis in de diepte. Het is een schuimende zee, wild golvend. Hij kijkt erna, en het is alsof hij in een coma is. Niemand kan hem horen. 52. Niemand kan hem verstaan. Het is alsof er nooit communicatie is geweest. Niemand kan iets overbrengen. Hij zinkt weg in de witte zee. 53. Het neemt zijn tijd in beslag. Het neemt alles. 54. Golven overweldigen hem, en nemen hem mee, dieper. Hij moet tot haar geheimen doordringen. 7. Niemand kon mij nog stoppen. Zij was mijn innerlijke wond. 8. Zij was het geheim. Zij leefde diep binnenin. 9. Ik ging een stenen trap op, waar ik haar zag staan, mijn innerlijke wond, met een mes en een speer. Ook had zij een boog met pijlen. Alles begon te draaien. 10. Ik had geen kracht meer om op te staan. Ik was opgesloten. Ik vond het gevaarlijk, en bracht het terug, maar ik kon mijn weg er niet meer uitvinden. 11. Maar toen werd ikzelf als een gevaar gezien. Men wilde mij uit de weg ruimen. Ik zocht altijd het gevaar op, en het redde me er altijd uit. Het was mijn geheime sleutel. 12. Alles is wazig hier. Met haar zal ik voorzichtig omgaan. 7. De geheime sleutel 1. Ze was een bloederige wond in mijn hart. Ik kon haar niet doorzien, maar soms in flitsen was alles duidelijk. 2. Ik begeerde haar te kennen. Zij was mijn innerlijke wond. Het was een vruchtbare plaats, als de tuin rondom de hemel in mijn gedachten. 3. De wond was te waterig om iets te zeggen. Alles wat ik greep sijpelde weg. 4. Het greep mijn hart, en liet mij een gat in de tuin zien. 5. Er was een speciale taal in de ring gegraveerd, bepaalde tekens. 6. Het verloor zijn betekenis geheel. Niemand wist meer wat het was. 33 13. Niemand kon mij nu nog vinden, alleen de gele vlinder. De gele vlinder was een sleutel in mij. De fluisteraars van het heelal moesten mij hebben. 14. Hij was de vlinder van het trauma. Ik bloedde. Ik viel op de grond, en de vlinder nam mij op. 15. Ik kan er niet veel van navertellen. Het was het duisterste gat van mijn leven. In een zeegraf ging ik, en ik werd zelf een fluisteraar. 16. Fluisteraars geven giftige melk. Ze verwarren de ander, omdat ze bang zijn dat iemand hun hart binnendringt. Ze zijn onnavolgbaar. Het zijn orakels. Met raadsels bewaken ze hun bruggen. 17. Ze verscheuren alles, en bouwen het dan weer op. 18. Ze hebben gestoken, En nu is alles zacht als honing. Ik had geen andere keus, Ik kon niet meer terug. 19. Bij daglicht was ik een golf in de zee,
Page 34
Totdat de honing mij vindt. Honing op mijn gezicht, gestoken door bijen. 20. Het brengt ons thuis, Over land en over zee, Diep in de wildernis, Omgeven door wespennesten Het wespennest bewaakt mijn geheugen, 21. Het wil me een ander gezichtspunt geven, Een andere plaats om in te leven, Zij handelen in herinneringen, De wesp zal blijven steken, 22. totdat de herinnering open is, totdat de herinnering op de juiste plaats is, totdat het is begrepen 23. Het was te sterven verschillende malen om te komen tot de diepste dood. Zij die daar kwamen verloren henzelf om experimenten te worden. Er werd onderwezen over de ervaring van dromen. 24. Er waren watervallen hier, en vreemde cryptische experimenten. Hier keek je recht in de gezichten van een hogere melk. Er was geen andere manier binnen te gaan dan door het vreemde cryptische. 25. Hier moet je je verstand in bepaalde patronen brengen. 26. Er waren verschillende muren waar niemand overheen kon. Deze muren hielden de verschillende realiteiten gescheiden, en in zijn realiteit was hij de uitverkorene. 27. Was hij de enige overlevende ? Hij had het Woord. Zijn wij de enige overlevenden ? vroeg hij. 34 28. Er moeten er meer zijn, zei de vrouw. Zijn herinneringen was het Woord. Hij kon het gebruiken wanneer hij het nodig had. De vrouw nam hem naar een markt waar in woorden gehandeld werd, en waar woorden geruild werden. 29. Hij moest het beste Woord bouwen. 30. De vrouwen op het eiland waren donker, en wreed. Hij vertrouwde ze niet. Andere mannen waarschuwden hem niet verder te gaan. 31. Deze vrouwen konden niet vertrouwd worden. 32. Het was alsof het verleden niet meer bestond. Hier was alleen de weelde van de dood. 33. Hier konden ze de verloren dromen en nachtmerries ervaren. 34. Hij durfde niet te bewegen. Hij ontdekte dat zijn wapens hem opgesloten hielden. 35. Het komt door bloemenvelden. Hij verkoopt goede dromen, Allemaal illusies 36. Ze volgen hem tot achter de bergen, Waar de bloemenvelden overgaan in zeeen. 37. Het brak door de stad heen, Niemand wist waar het vandaan kwam 38. Ik had haar van een afstand gezien, en ze kwam steeds dichterbij. 39. En de tuin rood als bloed, verborg haar edelstenen, vastgeklonterd heil. En sneeuwwit kant bedekte haar voeten, en ze was de bloesem van het morgenoog. Rode bloesem omhulde hen. 40. Hij zit op het witte zand. Hier en daar liggen wat bladeren. 41. 'Ik wil meer weten over het gevaar,' zei hij. Boven hem zag hij struiken, als een put. Hij werd naar binnengezogen, en kwam in een plaats waar een heleboel vrouwen waren. Op hun voetzolen waren de namen van hun vermoorde mannen te lezen, die zij zelf hadden vermoord in de huwelijksnacht. 42. 'Ik moet me van illusies onthouden,' zegt hij. Hij moest er spontaan van overgeven. Hij voelde zich anders. Hij voelde zich in een lange diepe put wegglijden. Er was meer en meer begroeiing. 43. Het leidde helemaal tot onder de grond, maar het was ook een heel gevaarlijk labyrint. 5. Een golf overweldigde mij, en nu ben ik hier, Wij kunnen niet tot haar naderen, Tot het ijs zullen wij wegglijden 6. Ik smeekte tot de kennis, Maar ik gleed nog verder weg, tot een duister rivieren-gebied 7. Wij kunnen niet tot haar naderen, de afstandelijke is zij, Zij woont ver weg en hoog op de traan, Wees daarom dankbaar met elke traan in uw leven, Zij weerspiegelt haar 8. Wij zagen haar door een mysterie, Als door de spiegelingen van haar tranen 9. Wij komen tot haar, Over een brug van tranen 10. Ontdaan van alle menselijkheid, Volg het, terug tot de traan 8. Het hemelse pad 1. Door haar kon hij eindelijk het verleden vergeten. 2. Nu was hij dezelfde niet meer. Het weet hem altijd weer te vinden. 3. Zij blijven op een afstand, Hoe kunnen wij u dan op uw woorden vertrouwen ? Zijn wij niet allen als blinden geleid door blinden ? 4. Tranen op een dag van ijs Ik riep haar, maar zij scheen mij niet te horen, of niet te willen horen, Toen klom ik tot haar op, maar gleed verder weg dan tevoren, In de putten van sneeuw, tot de meren van ijs, Totdat een oceaan mij overstroomde 35 11. Zo kunnen wij weer mens worden door de traan, haar stem te verstaan 12. Ik riep haar en ze kwam maar niet, Ik moest eerst dieper gaan, Tot de spiegelingen van haar tranen 13. Zo draaien de spiegelingen in hun hoofd, Zij zien haar niet, Alleen de weerspiegelingen van kennis 14. Wij zijn verdwaald in een spiegelingen, In een paradijs van spiegelingen, Wij kennen de kennis niet, Oh kennis, doe ons U vinden 15. Hemelse kennis, tronende op de traan, Opgeborgen in de traan, In ijs
Page 36
16. Zoveel wachters, Als de wachters van de traan, Maar zij is diep in de wildernis kom nu, en doe mijn diepste verlangens ontwaken. 17. U bracht mij naar het Paradijs, in Uw Wil wil ik gaan. 18. Bij Uw geheim wil ik zijn. 19. U doet mijn voorhangsels open, tot zachte dromen. 20. U hing het in mijn haren en verzegelde mijn voorhoofd. 21. Opent uw hemelse weg, een hemels pad. Waak over onze zielen, schenk Uw woord tot een doorgang over bruggen. 22. De rust van uw beminnelijke schuilplaats, onder de putten heeft u het neergezet, wij komen tot u. Wij sluiten onze ogen, en denken aan U. Aan U, die ons leven schonk, aan u die ons opzocht in onze kerkers en putten, en leidde ons tot de diepere weg. Van onderen kwam u. Laat ons dan dichterbij komen. Het paradijselijke eiland 23. Neem ons op in Uw lieflijke hand, in Uw paradijs, waar wij in vrede kunnen leven. Genees ons, en leer ons. Dank u dat u tot ons bent gekomen. Ja, diep in uw putten zonken wij, totdat u ons nam tot de dieptes van U. 24. Op de bodem van onze putten vonden wij Uw weg. Leidt ons, neem ons mee. 25. Overstroom mij met uw gloed, een bloeiende, groeiende ochtendvloed. 26. Ik groei wanneer gij mij aanraakt. Ik bloei, wanneer gij aan mij denkt. 27. Ik kom altijd tot uw holen. Ik ben nog nooit zo diep geweest als nu, in de dieptes van uw velden, 36 28. Tot dit paradijselijke eiland, zij is de veldhemel, de Hemelse. Overstroom nu ook mij, vergeet mij niet. Laat mij binnen in U, ik ben gemaakt aan U gelijk. 29. Bescherm mij tegen de kou. Mijn hart is zo koud, ik ben als een blok hout, tot U mij kust, dan ontwaak ik tot hartelust. Dan voel ik alles in mij bloeien. 30. Tot Uw dieptes ben ik gevlucht, want de vijand zat mij achterna, nu heb ik haar gekust. Steeds zoek ik naar U, steeds droom ik over U. Vaak kan ik er niet van slapen, het maakt mij zo moe. Heel mijn leven geef ik U, waar moet ik anders naar toe. 31. Zij zitten mij op de hielen. Tot U kan ik vluchten. 32. In veiligheid kom ik, maar ik kan uw woonplaats niet vinden. Hoelang zal het nog duren. Neem mij aan, ik ben een arme, te zwak om tot U te komen, maar te sterk om door de vijand te worden weggenomen. Neem mij aan, ik ben een arme, ik kan uw woonplaats niet vinden, alles stroomt van mij weg. 33. Toe, leidt mij, breng mij terug op het pad. 34. Ik hoor Uw stem in de verte, maar gij laat Uzelf niet snel kennen. 35. Zij hebben mij bedrogen, en daarom vlucht ik tot U. Ik ben nog niet tot Uw woonplaats gekomen, maar stil en stap voor stap zal mijn droom uitkomen. 36. Hebt gij mij ooit gehoord, toen ik tot u bad. Hebt gij mij ooit gezien hoe ik naar u verlangde. Mijn hart bonsde reeds toen ik jong was in mijn hoofd, toen ik gedichten tot u zond. Gedichten van volwassen taal, maar gij hebt mij tot de wildernis gezonden. 37. Hemelse der bergen, denkt niet dat ik sterk genoeg ben de haaien te bevechten. Ik ben nog jong, en zwak. Straf mij niet te zeer. Denk niet dat ik wijs genoeg ben filosofen te misleiden. Ik ben nog een kind, teer en hulpeloos in de woeste hand der aarde. 38. Vorm mij als klei, maak mij sterk in Uw hand. Maar gij hebt mij enkel zwakheid gegeven, in een droomwereld verkeer ik nu. Ik ben te zwak om op te staan. Een woesteling ben ik nu, op mijn reis heb ik nooit rust. 39. Voer ons door de donk're dagen, leer ons U beter te kennen. 40. Ik kan je niet zien, je bent te ver weg. Ik kan je niet horen, je stem is zo ver weg. Ik hoor alleen wat gefluister, maar wie is het, ik weet het niet. Is het Uw boodschapper, of is het slechts de wind. Gij komt overal te laat. 41. Waarom hebt gij ons weggeduwd, in duisternis zoeken wij U. Neem ons mee. Neem ons mee tot U. 42. Wij lopen tegen muren op, wij kunnen niets beginnen. Onze stem ketst telkens terug, ten dode opgeschreven. En gij komt altijd te laat. 43. Hoe kom ik daar, hoe ken ik jouw hart. Door smart, kom ik tot overig land. 44. Is daar dan geen andere weg, moeten wij voor eeuwig lijden, is daar dan geen andere ingang ? Toe, vertel me. Is tijd te overbruggen ? 45. Ik ken je nog steeds niet, na deze nacht. Ik zie je nog steeds niet, jou, één en al pracht. Ik hoor je niet, waar ben je gebleven. Hier liggen tranen van het verleden, waar ben jij ? Ben ik dan alweer bedrogen ? Waar kan ik anders heen. 46. Heel zacht in de morgen, verlegen sta jij aan de poorten, met je hand uitgestoken. In lompen gekleed ben jij, als de pracht van het getij. Schoonheid van teed're woorden verspreidt je. 47. Al wat ik nodig heb ben jij, de aarde wil mij verscheuren, bescherm mij. 37 48. En zo zijn de vijanden door hun val tot bloemen geworden. 49. En Zij stond op, en sprak haar woorden, en deze waren zeer zacht en teder. En zij sprak en zei : 'Jou worden de sleutels gegeven van de geheimenissen van Haar.' En ik zag een woeste zee voor me liggen, wiens golven traag en schokkerig bewogen. 50. En uit de zee kwamen zij oprijzen, en zij waren de eeuwigen. En toen zag ik traag bewegende wolkenhemelen. 51. Zo komt gij tot de hemelrivier. In haar dan zijn alle vruchten van het lijden en de vruchten der dood. In haar dan is eeuwig leven. Maar zij dan die voortijdig van deze vruchten eten zullen de eeuwige dood sterven. 52. En daarom heeft zij het ook altijd het verborgen gehouden, opdat gij niet door de vrucht des doods te eten voor eeuwig zou sterven. 53. Daarom : Zalig zij die tot de hemel zijn gekomen. Ja, snel daalde het op u neer, om in ijs te veranderen. Ja, moeizaam was uw strijd op aarde, maar door de hemel kwam het als de regen over u. En de seizoenen dan zijn om tot de warme gebieden van de hemel te komen. 54. Dringt tot hen door. Zo is zij dan de weg, leidende tot de diepere hemel. 55. En stap dan in haar boot. Tot de diepere hemel bent gij gekomen. Als de zee in de woestijn voel ik mij, de hemelse zee. Tot haar ben ik gekomen, als het zachte van de hemel. Hier maak ik mijn woning. 56. Tot de hemel zijt gij gekomen, hen van het zachte. Wanneer zij steken voel je het zachte. Nu wordt ik gestoken door de zachtheid. Ik word gestoken, om dieper tot de hemel te gaan. 57. En zo kwam ik tot de dieptes van de hemel, in Haar. En er zijn zeeen in woestijnen, Haar zeeen. 58. Aan de woestijnzee zit zij, in het zand. Wil je
Page 38
dieper tot de hemel komen ? Volg haar dan. Tot de ijszichten bracht zij mij. 59. Zij en al hun vreemde talen. Na de winter wordt het donker, het donkere seizoen met al zijn duistere zeeen en duistere woonplaatsen. Zeer zacht zijn hun steken. 60. Na hun winter kwam de duisternis, het Woord van de duistere zeeen en hun woonplaatsen. Hier is het altijd te laat. 61. Voor een gerechtshof van leugenaars sta ik. Oh, steek mij diep, en maak mij dronken, want tussen zulke leugenaars red ik het niet. 62. En haar hemelse oog gaf mij grote visioenen, en ik kwam tot een eiland in de zee. Stekende vissen zwommen hier omheen, maar zij staken slechts in zachtheid, om de visioenen te laten groeien. 63. Wat er gebeurt kunnen we beter bekijken achter glas. Het zal onze ziel toch wel grijpen. We zien Haar achter tranenglas, tranen hard geworden als steen. Achter tranenglas is de woeste wildernis. 4. Je komt hier nooit aan, Altijd ronddraaiende, Totdat de wind je wegduwt 5. Het moet vooral vaag blijven, Als je het te duidelijk maakt, raak je er in opgesloten, In vaagheid kun je altijd door blijven groeien, En kunnen de betekenissen veranderen 6. Dit is de vaagheid van de bloemen, Zij spreken, maar zij worden niet gehoord, De planten verstaan het niet, Zij hebben hun eigen leven 7. Zij vangen alleen fragmenten op, En geven er hun eigen betekenis aan, Hoe meer woorden je gebruikt, Hoe meer je ook weer versluierd Bloed zal tot nectar worden 8. Het zal wel ingewikkelder zijn dan wat ik nu denk, Teveel op dezelfde plaats gestoken 9. De vaagheid van de bloemen 1. Tranenglas als vurige stenen tussen jou en mij, 2. Ik kijk er doorheen, En zie jou op een andere manier, Ik zie een andere kant van jou, En kan het beter plaatsen 3. Alles is hier achter tranenglas, Het geheim van de bloem 38 9. Ze hebben me stijf gespoten, maar ik draag nu de bloemen van het lijden. Ze hebben me stijf gestoken met angels, maar 'k draag nu de honing van het lijden. 10. Ik heb sieraden in mijn haren, als de sieraden van het lijden. Ze hebben me gestoken, en nu ben ik dan honing van het lijden, teveel verbroken, teveel op dezelfde plaats gestoken. 11. Ze schiepen daar een wond in een wond, als een waterig trauma, geen kracht meer om op te komen. En de laatste steek was dan om te doden, om mijn ogen te openen. Ze stak mij diep. Plezier om het spel wat is gewonnen, Genot om de aarde die niet meer bedrukt 12. Gij eet dan honing nadat gij teveel bent gestoken. Neem hen mee tot de velden 13. Teveel staken ze mij, maar nu zijn ze dood. 14. Hebben wij macht over de dood, als wij teveel zijn gestoken, als bloed tot nectar wordt. 15. Ik kom tot de morgen, om alles terug te draaien, Zij hebben mij teveel gestoken, Zij hebben mij teveel gebroken. Alles deed pijn, Aan het duistere ijs komt geen einde, Het wonder geschiedt binnenin, 16. De bloem verkondigt het einde, En dan is alles in het Woord, achter tranenglas. 17. Het laatste wat je tot me sprak is nu achter tranenglas, achter vurig gesteente, in het Woord. Ik staar ernaar en het doet me niet meer pijn, Ik kan nu afstand nemen, maar ik tril nog steeds na 18. Ik weet nog wel dat ik bloedend kwam, Maar nu gaat het beter met mij 19. Een vreemd gevoel dwaalt door mij heen als ik ernaar staar, Als nectar van bloemenkelken die door mij vloeit, Als de wondermelk 20. Nectar en honing zijn mijn vrienden, Het is de adem van levensgeluk, 39 22. Zoveel stormen die de zee dragen, Het bruist met levenssap, Eindeloosheid van de nectar, 23. Alles gaat in cirkels hier, Het leven houdt op en gaat dan door, De bloem houdt de schepen af van het geheim De rode zee 24. De eeuwige duisternis van ijs, De leugen overvloeiende in de waarheid, Totdat het rode ontwaakt, Tot rode bloemenvelden ging ik, In de woonplaats van de rode hemel 25. De hemel van rode bloemenvelden, Als een geheim opwellend in de lucht, Waar zoveel stemmen haar hebben doen ontwaken 26. Tot het hek gaan wij, en dan er overheen, Wij rennen tot een nieuw geluk, Tot de rode duisternis 27. Oorlogsgeluk, is slechts een bloemenveld die de getijen weerspiegelt, Het geluk van het overvloeien van de seizoenen, Van de leugen tot de waarheid 28. In haar taal hebben ze allen een plaats, Totdat het rode ijs het raadsel openbaart, Rode hemel om het verstand te genezen 29. Tot de rode zee gaan we, Het verstand versluierd met rode hemel, Als honing voortgebracht, 21. Warme nectar, Mijn mond vol van levensmelk, De aarde verzegelde het verleden
Page 40
Een zoete droom, voortkomende vanuit het duistere ijs 10. De regen wast alles weg 7. Ik kan niets vasthouden. En als ik het doe, doet het pijn. Nee, ik laat alles los, voordat het mij loslaat. Ik ben te bang om nog eens te vallen. Ik ben nu ver weg, niets kan me meer raken. 8. Ik kan niet meer grijpen, ik ben verlamd, maar nog steeds sta ik stijf, Snippers aan het einde van de dag, schaduwen van het verleden. 1. Zo heeft Zij dan geen profeten, maar zij die Haar gehoorzamen zijn als jagers voor Haar Aangezicht. 2. Diepgaande belevenissen turen door het tranenglas, het vurig gesteente. Ik kijk naar jou, jij kijkt naar mij, maar dit moment zal ooit ook weer gaan staken. Diepgaande herinneringen tussen jou en mij, turende door het tranenglas, maar snel verdwenen zijn zij 3. Tussen jou en mij is niets meer, Morgen is er ijs, de prijs van de herfst, de winter komt. Sterker dan vuur, de klauwen laten los. 4. Niemand zal zaken doen, er is niets meer, alles is voorbij. Alles gaat voorbij, ik tuur door het tranenglas, door het vurig gesteente, naar vage herinneringen, ik ken ze niet eens meer bij hun naam. 5. Als wezen spelen zij daar, ze zien mij niet, ze zijn te ver weg, als de morgen nu maar komt, dan ben ik voor altijd weg. 6. We kunnen niets voor altijd dragen, aan het einde der dingen zijn we vrij. Herinneringen draag ik bij me, ook zij zullen vergaan. Waar grijp ik naar ? Ik voel me spastisch, niets kan ik bereiken. Alles gaat voorbij. 40 9. Een woonplaats bouwen kan ik niet. Niemand kan ik verstaan. Ik ben als doof en blind, alles zal vergaan. 10. Ook duisternissen gaan voorbij, en dingen worden kouder, Een nieuwe vogel vliegt, achterlatende zijn pasgeboren jongen. Alles gaat voorbij, en scherpe dingen worden zachter, alles gaat voorbij, ook de herinnering tussen jou en mij. 11. Ik kan er niets aan doen. Het is te laat. Zij is dan de wever, tot aan de spiegelingen. En Zij sprak : Ziet dan, de heilige traan is vleesgeworden. En deze traan kwam. 12. En zij heeft dan een schip van tranen, leidende tot onder de hemel. Want zonder hen zou er dan geen vruchtbaarheid wezen. 13. En zo is dan ook de hemel, die als Haar tepel is, en het heeft de aanblik van spiegelingen, als vurige stenen, tranenglas. En zo is dan de hemel als het schip van tranen en haar schoot. 14. Zoveel woorden van elkaar gebroken. Ik weet niet alles, maar ik ken het leven. Alles is maar voor even. 15. Het steekt me diep, maar U bent het die mij riep, Als een echo uit de duisternis, makende al het harde zacht, totdat alles tot onder de hemel zakt. 16. Het spiegelende ijs, Spiegelingen van een duister verleden, Die alle gezichten laten zien 17. Hier kruizen de spiegelingen, Op een grote trap, op een grote brug Dit zijn vergeten paden, Het gaat dieper en dieper, Waar het geheugen de verslaving is, bij de bron 18. De hele hemel is bedolven onder ijs, De voorhangsels van een nieuwe wereld, Uitgestrekte bloemenvelden 19. Trager en trager gaat mijn boot, Kies je voor de diepte of kies je voor de taal Ik zag mezelf rondzwerven over zeeen, in een boot, zonder klederen, alleen met een paar witte bloemen over me heen. 20. Hij heeft altijd honger, maar het voedsel bereikt nooit zijn mond. Zijn woorden komen ook nooit aan. Hij spreekt wel, maar niemand heeft het ooit kunnen horen. Hij heeft nog nooit iemand aangeraakt, en niemand heeft hem ooit kunnen aanraken. 21. Hij is nog nooit pijn gedaan, en kan een ander ook nooit pijn doen. 41 22. Hij is altijd op weg, maar hij komt nooit aan. 23. Hij kan niks voor je doen. Hij vaagt altijd weg. 24. Het regent, om te verzachten, om de honger te brengen. Hij is op weg naar het holle, zulke diepe putten. 25. Ik bevond mijzelf op de rug van het Grote Misverstand, een vis in de hemelen. 26. Die kusten zijn te ver om te bereiken. 27. Hier vechten de oude dialecten. Hier strijden de woorden, de uitgangen en de talen om de voorrang en de eer. 28. De oude dialecten, de oude doolhoven en dwaalhoven zullen de oude oorlogen ten ruste brengen. 29. De hemel spreekt een andere taal dan de aarde, 30. De dingen om ons heen en de herinneringen zijn cryptogrammen, Wanneer men die taal niet begrijpt gaat men gebukt hieronder 31. Op de hei zag ik haar wandelen, Ze keek niet op of om, Ze leeft langs alles heen, Het enige doel van de traan is om betekenissen te veranderen 32. Ik was op de hei, en ik begon dingen anders te zien, Ik begon haar beter te begrijpen 33. Nee, het is niet afgemaakt, Ergens anders gaat het verder, De hei is het halve, De onvolkomen pracht, Waar de morgen opkomt
Page 42
34. De hei is de armoede, Niets is afgemaakt, Zij hebben alles verloren, om de wildernis te bereiken, Alleen in naaktheid zult gij binnengaan, De wildernis uw enige bedekking 35. De tocht stopt halverwege, in de oorlog, Alles is hier half, Ergens anders gaat het pad verder, Het pad eindigt hier in de zee, De regen heeft alles weggewassen 36. Niets zal gaan tot het einde, Alles zal teruggaan tot het begin 37.Waar het rode zicht is, waar het zicht is door stromend bloed. Zij heeft geen kinderen, noch profeten. Voert daarom een Hemelse Oorlog, want alleen zulken zullen bij Haar zijn. 38. De ongehoorzamen zullen ten prooie vallen aan de roofdieren, en de deuren zullen voor hen gesloten zijn. Als blinden en lammen zullen zij weggevoerd worden tot de slachtbank, want zij hebben de Heilige Oorlogen verzaakt. 39. De gehoorzamen hebben zichzelf diep leren kennen door hun armoede, en hebben om nog meer armoede gevraagd. 11. Gevoed door de borsten der duisternis 1. Ja, het achtervolgt u, en de angst, en zeker ook het depressieve, maar gij zijt tot het zaad daarvan gekomen. 2. Gij dan hebt de angst gekend als een leugenaar. 3. Ik voel mij rustig en kan weer ademen. Hier maak ik mijn woning, en zal ik verder reizen. 4. De warmte spreekt tot mij, een ziedende warmte, van vreemd stekende planten, 5. maar wanneer zij steken voel je het zachte. Na hun winter kwam de 42 duisternis. 6. Oh, wat ben ik bedrogen. Ik ging van leugen tot leugen. In welk leger zal ik nu dienen ? Van leugen tot leugen reizen wij. Steek mij diep, en maak mij dronken, want tussen zulke leugenaars redt ik het niet. 7. Zij zitten achter mij aan. Die leugenwaterval, bij de bronnen der leugens. En ik viel in slaap. Ze steken hier zo zacht, zo zacht, ik wordt er dronken van, en ik kwam tot de diepere zeeen, en tot de oceanen, totdat ik een groot visioen zag, en ik kwam tot een eiland in de zee. 8. Stekende vissen zwommen hier omheen, maar zij staken slechts in zachtheid, om de visioenen te laten groeien. 9. Waar messen en speren gestoken zijn, totdat het verleden opengaat. Waar de markten staan. Gij kunt twee dingen doen, maar strek u uit tot het derde. 10. Ik heb u veel te zeggen, maar ook raadselen heb ik gegeven. Ik heb u laten drinken, en in het dodenrijk laten dalen. Ja, gevoed heb ik u door de borsten der duisternis. 11. Ik ben meer waarde dan het visioen, ik ben de duisternis. Kom tot mijn tenten. Ik zal u nieuwe namen geven. Ik heb u rust gegeven, een eeuwige rust. Ik heb u gehaald tot het dodenrijk, waarin gij nieuw leven hebt verkregen. 12. Ik breng boodschappen van verleden tijden naar boven. 13. Ik spreek tot de bergen en de heuvelen, en zaad dale op hen neer tot nieuw gewas. Een nieuwe schepping zal komen, geheel nieuw, en ook de goden worden herschapen. De duidelijke zin van het woord zal hersteld worden, en de taal. Ik zal integreren. 14. Mijn woorden zijn kracht en kennis, als het rode dat van de heuvelen druipt. Ik voer oorlog in gerechtigheid, en in kennis. Ik breng het rode tot de bergen en de rivieren. 15. Gij dan zult het rode der aarde voort brengen, het vuile rode van diep onder de grond, en het rode ijs. 16. Wie bracht jou naar de overkant, wie maakte jou als brandend zand. Zij raakte mij aan in moedertaal, de oplossing zoekend .… Zij brengt mij tot de dieptes van het bestaan … 17. Zij verbergen hun waarheden tussen raadsels ... en vinden elkaar terug op verborgen en afgelegen eilanden ... Spreek tot mij in raadselen, ... leidt mij door de wildernissen van het leven ... 18. Ik voel je door jouw raadselachtige taal ... een taal van leugens en van pijnen ... Leer mij die taal verstaan ... Je taal is wild en gevaarlijk ... woest, want je wilt geen indringers ... 19. Zo is dan de letter dodend, de geest misleidend, maar de kennis schenkt eeuwig leven. 20. De kennis is het donkere dat het grotere geheim houdt. Zij leidt tot de wildernis. 21. Die ziel werd in het paradijs geschonken. De hemelse ziel is de hemelse armoede. 22. De loonwerker werd tot een plaats geleid waar dingen zo zwaar waren dat zijn woorden opgeslokt werden, zodat hij zou komen tot de hemelse ziel. 23. Dit zou gebeuren in de bitterheid van de ziel. De adem moest in hem sterven om plaats te maken voor de bitterheid van de hemelse ziel, zodat hij doorgang zou hebben tot de schoot van de duisternis. 24. De loonwerker werd gekweld tot het einde, totdat zijn tong het uiteindelijk begaf, en hij stom werd voor de hemel, totdat alleen de hemel nog door hem zou spreken. Hij werd tot die duistere stilte geleid. 25. Donker van huid is zij, als de tenten van Kedar. Zij is een bron van het paradijselijke zaad. Diep in de ziel ligt het hart, de plaats van honger en kennis. Hier worden wij met Haar verenigd. Zij is als een wapenrusting. 26. De loonwerker keert terug naar de naaktheid, en gaat in ballingschap door armoe. Zij grijpt hem, en brengt hem naar de onderwereld. Zij brengt hem tot haar moeder, om zo tot het hart van de onderwereld te komen. 27. Hierdoor komt de loonwerker tot de levendmakende bronnen van de ziel. De levende ziel die in het paradijs werd gegeven betekent : door armoede tot horen en gehoorzamen komen. 28. Leven is het zijn in de rauwe, natuurlijke staat, volbloed, ongemengd, als een stromende rivier. 43 29. Nog steeds is er de roep te leven vanuit de besnijdenis. De besnedenen worstelen met de wilde beesten, en geven niet toe aan de verleidingen. Het opgaan tot de dag 30. Kijk dan naar de hemel, waar Zij alles goedmaakt, met een loon voor de volkeren. Zo zal het goede beloont worden, en het kwaad zal ontmaskerd worden. 31. Zij zal u de weg wijzen, achter de voorhangsels van deze wereld. Ontmaskert dan het kwaad. 32. Zie, als alles ontmaskerd is, en u de hemelse kennis, hebt ontvangen, dan zal alles goed zijn. 12. De laatste van de hemelse tuin 1. Ik denk dat ik doodga als ik naar haar kijk. Het was alsof ik haar met mijn ogen niet kon ontwijken. Ik denk dat ik doodga als ik haar aankijk, dat ik het dan gewoon niet overleef. 2. Naar haar kijken durf ik niet. Ze is als een berg waarvan ik af kan springen, daarom beklim ik haar niet. Het was een dag des doods, in de tuin van spot. En gisteren was ik in de tuin van wreedheden. 3. Mijn herinneringen zijn daar. Mijn hersenen bloeden. Ik hoor haar stem echoen door mijn hoofd. 4. Ze is de laatste van de hemelse tuin, dus ik kan haar niet wegdoen. Zij is als de erfenis. Uit mijn gedachten is ze niet. 5. Ik ben er bijna ziekelijk afhankelijk aan. Het is mijn levenswarmte. Maar toch voelt het alsof ik heen en weer gesleurd word. Ik heb nergens grip op, ik glijd telkens weg, dieper. 6. Dit is een doodlopende weg, een fuik. Ik durf er niet naar te kijken, want dan ga ik dood.
Page 44
Iedereen die er naar kijkt verandert in steen. Zo is het leven. 7. Is dit de sleutel weg uit de tuin, of is dit de sleutel tot de tuin. 8. Ik strompelde naar de uitgang van deze tuin. Ik had het in zicht nu, en greep naar mijn buik. Bloedende tuinen, zover het oog reikt, vermengd met regen, waar haar oog over waakt. Hier heeft ze haar woonplaats. 9. Hier voedt zij haar raadsel, haar mysterie, waar al eeuwen naar gezocht wordt. Nee, zij zullen niet vinden, want zij waakt over haar geheim. Allen sterven zij door een blik op haar te slaan. 10. Tot steen werden zij in alle eeuwigheden. Haar discipel is zoek, haar beker verloren. Zij heeft haarzelf nog nooit gezien. 11. Zou zij het weten, dan zou zij sterven, daarom weet zij maar half. Zij weten dat zij een geheim heeft, alleen ze kennen het niet. Ze hebben er alleen een glimp van opgevangen, en die glimp heeft hen voor altijd verblind. 12. Daar aan de overkant weten de mensen niet dat ze niet weten. 13. Men werd met een mes op de keel gedwongen om een merkteken te nemen. 14. Als je dit niet deed, dan werd je mogelijk vervolgd, gevangen gezet, gemarteld en gedood. 15. Hele volksstammen werden uitgeroeid. Het verkoopt een gedwongen medicijn. Als je het niet neemt, zul je geplaagd worden door angst en treiterijen, vervolging en ontmoediging. 16. De plaats was omringd door vergetelheid, zodat het geheim gehouden werd. Ook werd het afgesloten met vuil. Ook zou er dan geweld tegen je gebruikt worden. 17. Dit was ook de plaats van verlokking. In die 44 vergetelheid zou je bloot gesteld kunnen worden aan leugens, en je zou gevangen kunnen worden, 18. en je zou vreemd gedrag kunnen gaan vertonen. Daarom was het extra oppassen geblazen hier. 19. Het wordt beschermd door de watervallen van leegte en vergetelheid. Diep binnenin is daar de herinnering, het roepen van de kinderen. 20. Er waren dus gevaren opgesteld om deze geheimen te beschermen. 21. Het medicijn is om gif te transformeren tot medicijn, als een aparte kunst in het oorlogsvoeren. 22. Er werden vijanden geopenbaard, het eeuwige conflict werd getoond. Die werelden moesten gedragen worden als een last. 23. In een grot vond hij tabletten met vreemde tekens erop. Hij moest dieper de grot in, waar hij nog meer tabletten vond, met nog meer vreemde tekens. 24. Hij hoorde het gebrul van grote harige dieren buiten. 25. De tabletten hadden gezegd dat wanneer zij zich om zou draaien, dan zou het slot dichtvallen. Had hij de tabletten wel goed ontcijferd ? 26. Was dit wel echt hun boodschap ? Of had zijn verkeerde interpretatie hem hier geleid ? 27. Hij lag stijf van de schrik in een kooi, precies zoals de tabletten hadden voorspeld. Maar waren zijn interpretaties wel waar ? 28. Of had hij de tekens verkeerd vertaald ? Waarom was hij hier ? Toen begon de honger toe te slaan, zoals de tabletten hadden voorspeld. 29. De rode hemel hing boven het kamp. De tabletten in zijn hoofd waren gebroken. 30. Vanuit dit bloed kwam alles voort, als iets wat zichzelf zou vernietigen. Daarom moesten de ijstijden komen 31. In haar wordt het geheugen gewist, laag voor laag. Zij die onder het ijs schieten raken voor eeuwig verloren, maar zij neemt hen uit het water. 32. Het gebeurt wanneer zij aan haar borst zijn, wanneer zij van haar melk drinken. Dan geeft zij hen deze droom. 33. Gij moet uw weg hier zien te vinden. Gij moet opnieuw geboren worden, opnieuw beginnen, na zo diep te zijn gevallen. 34. Zij vangt u op in de diepte. Zonder haar zou u vallen, te pletter in het ravijn. 35. De tranen vormen een fragiele, hangende brug over een woeste rivier, als over een ravijn. 6. Ik zink weg in slaap. Ik probeert uit alle macht wakker te worden. Ik voel mij alsof ik in een coma ben. 7. Wat zijn de woorden die tot leven leiden ? Ik strijd met u. Mijn hart is teer, mijn woorden broos, als 8. Regen, regen van de hemel, Zij brak het ijs, Alle wegen eindigen hier, wie de weg kwijt is vind hem weer. Het brengt me naar ondiepe wateren, waar ik opnieuw kan beginnen 13. De zachte rivier 1. De afgrond is de subjectiviteit, het veranderen van gezichtspunt. Hier is het samenspel tussen gezichtspunt en het veranderen van gezichtspunt. 2. We vonden een doorweg naar de bossen. Er waren hier veel lange bruggen. Zo kwamen we in een ondergrondse wereld. 3. Ik werd wakker in zweet. Ik staarde naar een oorlog. Ik voelde me zwak worden in mijn benen, en begon te trillen. 4. Ik werd bevend wakker. Ik was in een oorlogshemel. Ik durfde niet meer te slapen. Maar overal is er oorlog, oorlog tussen mannen en vrouwen. 5. Ik voelde me heel slap. Ik durfde niet in slaap te vallen, maar mijn omgeving vertrouwde ik ook niet. 45 9. De bloemen groeien hier meters diep, in het ravijn, hier is alles armoe, hier verdwijnt alles als je het roept ik kan alleen zwijgen bloesem 10. Uw woorden drijven mij naar diepe stilte. U fluistert zacht, Met dromen in Uw hand, U komt tot mij, U neemt mijn hand. Uw Glorie leidt mij, 11. en draagt mij over woeste zeeen. Met U te zijn, is beter dan met een mens. 12. Over een zee van tranen, Over een rivier van bloed, Je hebt het bos bereikt, In de duisternis, Voetstappen in het zand,
Page 46
13. Bloedende de hele nacht, Je betaalt een hoge prijs, Tot de morgen zul je alles dragen Honing na een wilde nacht 22. Zij die de juwelen van de diepe rivieren dragen hebben toegang tot het Grote. 23. Wacht dan op de tongen der morgen. Langzaam zul je alles weer vergeten, langzaam zul je alles weer herinneren, langzaam zal het je veranderen. 24. En op de velden zult gij leven vinden, en gij zult tot de melk komen. 14. Plaats van veren, nemende de lasten weg van mij, je leidt me naar de zachte, zachte rivier. Als het ritme van een lange verloren droom, dring je zacht door. Maar ik ben op de vlucht. 15. Het breekt, en dan gaat het terug in de geschiedenis. Hij is de woedende traan, en de traan van Altijd heeft hij tegen je gestreden, totdat je het verborgene ontdekt. Ik weet, je leeft in bevroren dromen ... ik weet je leeft in stenen verborgen … 16. Ik heb u veel te zeggen, maar ook raadselen heb ik gegeven. Ik heb u rust gegeven, een eeuwige rust. Ik heb u verteld over bomen en struiken, en hun geneeskrachtige werkingen. 17. Ik breng boodschappen van verleden tijden naar boven, en ziet, zij borrelen en dragen genezing, kennis en kracht. Ik spreek tot de bergen en de heuvelen, en zaad dale op hen neer tot nieuw gewas. Een nieuwe schepping zal komen, geheel nieuw. 18. De duidelijke zin van het woord zal hersteld worden, en de taal. 19. Mijn woorden zijn kracht en kennis, als het rode dat van de heuvelen druipt. 20. Zij was het dan die sprak : Laat dan de kinderen los, want gij kunt ze niet dragen. Bouwt dan de brug, opdat zij eens kunnen volgen, en zij niet vergaan. Zij leidde tot de rode hemel. 21. Zo is dan haar boodschap vol met raadselen. Ja, nieuw bewustzijn zal als een golf over u komen. 46 oorlog. 14. De afdaling in het ravijn 1. Het gaat er altijd langsheen, Zoveel woorden, Maar het glijdt er langsheen als een golf 2. Bestaat het wel ? Of is het alleen maar één van mijn dromen ? 3. Ik zie hen bruggen bouwen, Maar zij komen nooit aan Het zwom weg, 4. Het komt nooit meer terug, De weg zal nooit getoond worden 5. Ik zag hen torens bouwen, Maar aan hen wordt niet gedacht 6. Ik zag hen diepe gaten graven, Maar zij vonden het niet, Het was gehuld in een geheimenis 7. Tussen vele bloemen is zij als een steen, Het brengt ons terug tot de tenten, tot de wildernis. 8. Het niet willen luisteren is het hart van een zwijn. En zie, zij zullen zijn naam verdraaien, En zijn geheimen zullen verborgen blijven voor hen. 9. Er was een man die langs een ravijn ging en uitgleed. Gelukkig kwam hij slechts in een kleinere inham van het ravijn terecht, maar daar waren doornenstruiken waarin hij verstrikt raakte. 10. Uiteindelijk kon hij uit de inham komen, maar hij was zo verzwakt en verwond dat hij niet meer naar boven kon, dus hij trok dieper in het ravijn. Na een lange tijd van omlaag klimmen kwam hij aan in een andere inham waar een grot was. 11. Toen hij dieper de grot inging in de inham raakte hij in gevecht met een wolf. Hij had geen krachten meer. Hij was zwak en verwond, en kon niet veel tegen de wolf beginnen. Hij stortte ter aarde, maar plotseling werd de wolf weggetrapt. 12. Een jongen stond voor hem. De jongen ontfermde zich over de man, terwijl de wolf wegvluchtte. De jongen verbond zijn wonden en droeg de man dieper de grot in waar hij leefde in een stam. 13. De stamhoofden hadden verschillende dochters en zonen, en nadat de man hersteld was trouwde hij met een van de vrouwen, en werd aangenomen in de stam. Hij kreeg zeven zonen met deze vrouw. Op een dag besloten de zeven zonen dieper te gaan in het ravijn. 14. Ze klommen verder naar beneden, totdat ze bij een andere inham kwamen. Ze gingen naar binnen in een grot waar ze een enorm grote steen vonden. Achter de steen was een vruchtbaar land. De steen sprak tot hen dat hij ze getrokken had tot het vruchtbare land, maar een van de zonen begon de steen uit te lachen en te bespotten, zeggende dat het slechts een steen was. 15. Daarop sprak de steen : ‘Opdat gij deze woorden van waanzin hebt gesproken, en niet hebt opgemerkt dat er leven is in de steen, zult gij sterven. En de zoon die de woorden van spot gesproken had en had gelachen tot de steen viel dood neer. Grote vrees viel op de andere zonen, en sindsdien gehoorzaamden zij de steen, en hadden veel respect 47 voor de steen. 16. En zij spraken : ‘Ja, inderdaad heeft de steen ons tot vruchtbaar land gebracht.’ En ze leefden in het vruchtbare land, en kregen kinderen, en hadden goede oogsten. 17. Omdat de steen niet meer tot hen sprak en niets meer deed begon hun vrees voor de steen af te zwakken. En zij deden wat goed was in eigen ogen. Maar op een dag toen zij de steen weer eens bezochten, wat ze uit gewoonte deden, begon de steen weer tot hen te spreken. 18. En de steen sprak : ‘Zie, ik ben het die u tot dit vruchtbaar land hebt geleid, en u vruchtbaar hebt gemaakt. Zie, ik zal u leiden dieper in het ravijn. Laat dit land dat ik u gegeven heb achter opdat ik u beter land zal geven.’ 19. Maar een van de zonen begon te protesteren, en begon met de steen te argumenteren, zeggende dat ze het hier goed genoeg hadden, en dat het geen zin had om verder te trekken omdat ze alles al hadden wat ze nodig hadden, en dat hij zijn gezin niet in gevaar wilde brengen. 20. Hij wilde hier achter blijven met zijn gezin om in rust en vrede te leven. Maar de steen begon te spreken : ‘Omdat gij deze woorden van onwil en zelfgenoegzaamheid hebt gesproken zult gij sterven.’ En de zoon viel dood neer nadat de steen was uitgesproken. 21. Grote vrees viel op de overige vijf zonen, en zij gehoorzaamden de steen, en trokken met hun gezinnen dieper in het ravijn. Na een lange tijd omlaag klimmen kwamen ze in een inham, waar een grot was, en waar een stam leefde, en zij kwamen in grote oorlog met deze stam. 22. Het was een wilde en woeste stam, en een van de overgebleven zonen begon te klagen over de steen, waarna hij ook dood neerviel. Nu waren er nog vier zonen over, die de steen zeer vreesden. En zij gehoorzaamden de steen, en vochten terug tegen de stam die hen de oorlog had verklaard. 23. En zij verloren de oorlog en werden in
Page 48
krijgsgevangenschap geplaatst. En zij leefden in kooien in de grot. Maar geen van hen durfde te klagen over de steen. En zij moesten voor hun ogen zien hoe hun vrouwen en kinderen door de wilde stam werden afgenomen. 24. En in hun hart twijfelden zij aan de steen, maar zij durfden dit niet uit te spreken. Na een tijd werden zij uit hun kooien gehaald en leefden in slavernij tot de wilde stam, en zij begonnen de steen te vergeten, en de vrees voor de steen begon af te zwakken, want de steen was niet meer in hun leven, en er werd niet meer door de steen tot hen gesproken. 25. Ze hadden zich neergelegd bij hun lot. Zo moesten zij werken voor de wilde stam. Alles wat zij hadden was hen afgenomen. 26. Ook hun vrouwen en kinderen leefden in slavernij, maar enkelen van hen herinnerden zich de steen, en hielden vast aan wat de steen hen had gezegd, dat het een beter land zou zijn, en begonnen hierover te spreken tot de wilde stam die hen in slavernij hield. 27. Maar de wilde stam geloofde het niet, en zij dreven de spot met de steen. Een vreemde ziekte kwam over de wilde stam, en zij verzwakten zeer. Ook waren enkelen van hen blind geworden. En zij begonnen de steen te vrezen. Zij spraken : ‘Zie, gij hebt de waarheid gesproken,’ en zij lieten hun slaven vrij, en gaven hen een stuk van hun land. 28. En het land was inderdaad beter dan het vruchtbare land wat zij hadden. En ook zij gaven toe dat de steen de waarheid had gesproken. 29. En het nageslacht bezocht de steen, en op de steen stonden grote woorden geschreven, in allerlei lagen. En de steen was als gestolde tranen, als het tranen glas. En er kwamen stemmen uit de steen, en echo’s. En zij tekenden deze woorden op in de grotten voor de nageslachten, tot een eeuwig teken. 30. En de woorden van het tranengesteente staan opgetekend in dit boek. Eeuwen later na deze gebeurtenissen werd er gezocht naar de steen, maar zij konden de steen niet vinden. Wees daarom wijs met dit boek, en ga er goed mee om, als een 48 boodschap en les voor de nageslachten. 31. En het nageslacht ging nog nog dieper in het ravijn, en zij kwamen tot een nog dieper gelegen inham, waar zij een gevecht hadden met holenberen en wilde stammen. Er waren hier veel zandholen, en ze vonden hun weg tot een oerzee, waar holenstammen leefden aan de kust, en waar stammen leefden die woningen op palen hadden in de zee. Er waren ook veel eilanden. 32. Ook met deze stammen raakte het nageslacht in oorlog, en zij wonnen deze oorlog, en namen bezit van de holen en van de woningen op palen. Op een dag was er een wonderlijk verschijnsel boven de zee. Een ladder van touw kwam uit de hemelen. Het nageslacht klom erover naar boven en ze kwamen in een hemel van holen. 33. Zij zaaiden toen zaad tot de aarde en het ravijn, waaruit bloemen voortkwamen die richting deze plaats groeiden, en waardoor vele anderen deze plaats zouden kunnen bereiken. Deze bloemen waren taai en weelderig als oerwoudsbloemen. 15. Het land wat een paradijs had kunnen zijn 1. Ik kan niet meer lachen, ik kan nauwelijks praten, 2. En ik probeer te kijken naar de overkant, Maar alles wat ik zie is bloed en mist, Ik zie het bloed hangen over deze landen, Over dit land wat een paradijs had kunnen zijn, Ik wordt getrokken naar de diepte door een groot geheim 3. Het gaat altijd maar door, ik heb nooit rust, Voor dat wat ik niet heb kunnen zien, Ik heb ernaar gegrepen, maar ik miste 4. Het vaagt weg in mij, en komt dan terug, Erger als nooit tevoren, 5. Oh, kan ik het toch eens vertellen, Maar de woorden draaien om mijn ogen, Zij houden pijlen op me gericht met hun bogen, En dan is alles ineens stil 6. Is er iemand die mij eens een keer geloofd, Ik loop er al mee voor zo lange tijden 7. Ik wil het niet tot leven laten komen. Het is wild en zonder compromissen. Kunnen we rennen en ons verbergen als het wakker wordt ? Is er een schuilplaats, of is de enige schuilplaats niet in hun werkelijkheid te geloven ? 8. De wildernis schuilt achter het touw, Zoveel tuinen die naar de rivier toeleiden, Na de golf zal het land vruchtbaar zijn 9. Zij komen nooit tot de oppervlakte, Ze wordt herfst, ze wordt winter, Maar ze wordt nooit lente 10. Hier sterft het midden in de nacht, Dan begint ook de droom weg te vagen, Daarom houden vrouwen de spiegeling in stand 11. Ik probeerde over haar heen te komen, maar heb je die speren gezien ? 12. Eén dag veranderde ze van gedachte om mij, maar een dag later was ze het vergeten. Ik begon na te denken over haar woorden. Wat bedoelde ze ? 13. Er waren hen die niet over het touw klommen tot de hemelse plaats, maar die dieper in het ravijn gingen, en zij gingen door tot de bodem van het ravijn, en tot onder het ravijn, en zij bemerkten dat 49 er een zee was onder het ravijn. Hier kwamen zij tot een eiland, maar ook daarvan trokken zij weg, verder tot zij aan land kwamen, en zij bemerkten dat zij onder een ander ravijn terecht waren gekomen, en dit ravijn was als een vruchtbare vallei, vol begroeiing. 14. En zij trokken verder onder het ravijn, en kwamen aan bij een ravijn van een zee, en zij begonnen op te klimmen tot boven het ravijn. En zij bemerkten dat de wereld anders was dan zij dachten. En zij trokken tot een plaats genaamd Rodenberg, waar zij zich vestigden. En zij begonnen de woorden te prediken die hen waren overgedragen in het ravijn, en de woorden die zij hadden opgetekend over de gebeurtenissen in de ravijnen. 15. Er was iets in haar wat het einde van de wereld kon veroorzaken. Alles was hier zo dubbel, en alles kon omgedraaid worden. Alles vertraagt hier, Het steekt ons diep, Opdat wij ontwaken, 16. Wanneer de zee inzet, zal het zout geen medicijn wezen, De zwarte terreur is in hun ogen, Een spuitende macht van de dood, En dan zal alles ophouden, De nachtmerrie draait de dag, En ze zullen alles verkeerd begrijpen, Door een kus zul je binnengaan, En dan zul je sterven 17. Er stond een man op in Rodenberg, genaamd Jezesar. Hij predikte het hemelse woord en het hemelse onderwijs, en grote wonderen en tekenen
Page 50
volgden hem. Herders werden zijn discipelen en ze begonnen te prediken in de steden. 18. De billen en borsten van de moeder waaruit u geboren bent zijn de dijken tegen de vloed, 19. Zij bouwden de bamboe huizen hoog aan de kusten van de zee en de rivieren, Van een vissersstam zijn zij 20. Wie heeft u verteld dat de jacht materieel is ? De jacht is alleen symbolisch, en tegen het kwaad. 21. Op hoge palen is haar bamboe huis gebouwd, Hoe bent u ertoe gekomen tegen Haar te strijden ? Als vissen zal Zij u vangen. 22. Als haar heupen bewegen, dan roept de baarmoeder u, Gij zult teruggeroepen worden, Weg van al uw leugens en grootspraak 23. De ogen der meesters vallen uit, Zij zinken in vergetelheid 24. Zij verzamelt schedels in de duistere nacht, Zij draagt hen tot de rivier, Om hen op palen te steken, En in haar hut te leggen, Zij jaagt in de duistere nacht 25. Waar alles in vergetelheid eindigt, Wie zal oprijzen van hier ? Wie zal opzwemmen over de waterval ? Hier is alles naar beneden gestort, Ter pletter gevallen op de scherpe rotsen, Wie zal oprijzen van hier ? 31. Het is altijd weer anders dan mensen zeggen, Het begint altijd in je hoofd te draaien, En dan weet je het niet meer 32. Door het dal van de witte bloemen velden, Komen wij tot de gelijkenissen, Dit boek is er vol van, Zij strijden allen om het boek van het witte bloemen veld 33. Het witte bloemen veld, Ik vond jou daar, En nam jouw hand 34. Het leidde mij tot de overkant van het witte 50 26. Het ijs slaat en striemt, En brengt het gif van illusies, In de diepte roept zij, Haar stem sterft weg in de nacht van ijs, Maar haar adem is in hun nek, Zij kunnen haar niet van zich afslaan, En zij begraaft hen in de duistere nacht, Onder sneeuw en ijs, 27. Zij laat hen wegzinken in ijzige zeeen, Zo komen zij tot hun einde 28. Zij is een boek van spreuken, Duistere spreuken staan op haar hart getekend, Zij spot met allen die denken iets te weten, Zij misleidt hen en lacht, Zij geeft hen wat ze willen, maar het zijn haar strikken 29. Het trauma heeft geen plaats hier, Want er is diep zicht, Wij kijken door de herinneringen heen 30. In de stad noemen ze alle dingen anders, Daarom ben ik tot het witte bloemen veld gegaan, Ik kan hier waarnemen hoe dingen echt zijn bloemen veld, Zij nemen afscheid en vertrekken, Als een witte bloem die vaarwel zegt 43. Laten we dan ook de moed opgeven voor hen die in deze wereld verstrikt zijn geraakt, en al onze reddingsacties opgeven, want onherroepelijk zullen we meegesleurd worden. 35. Wat had het halssnoer gedaan ? En wie was de verstrekker van dat halssnoer ? In het halssnoer was een traan in een steen. Hier golden de wetten van een bruut halssnoer. 36. In een wereld waar vuur en ijs, oorlog en vrede, dood en leven, hetzelfde is. Het is de wereld van een halssnoer. Een wereld waar je gemengde gevoelens hebt. Je wilt weg, terwijl je wilt blijven, want wat wacht buiten op je ? 37. Het is een gemene wereld, maar ze noemen het loon. Het is een harde wereld, maar ze noemen het zachtheid. Alles is hier omgedraaid, en alles is alles geworden, als in een vreemd vuur. 38. Het is de wereld van een halssnoer. Wie maakte dat halssnoer ? Maar een betere vraag is : Hoe kan het vernietigd worden ? En als het dan vernietigd is, krijgen we dan later geen spijt, omdat alles allemaal veel erger is geworden sinds het halssnoer er niet meer is ? 39. De wereld van het halssnoer is daar ... waar het licht duisternis is. 40. Het is altijd een verrassing voor iedereen wanneer die wereld zich opent. Zoveel verwarring, maar ook zoveel helderheid, daar waar de wildernis en de chaos de enige orde is. 41. Ik ken niemand die ooit uit die wereld ontsnapt is want er is geen ontsnapping mogelijk. Je kunt alleen maar wegzinken in allerlei verderf. De ontsnapping staat hier namelijk gelijk aan het dieper opgesloten worden. 42. Geef de moed maar op als je in deze wereld verstrikt bent geraakt, want hoe meer je er tegen verzet des te dieper je er in vastraakt. 51 44. Het is de wereld van hen die door het halssnoer zijn gebonden. 45. Een traan in een steen getuigt van de tragiek van het halssnoer. Want wie is het halssnoer ? Er is in de wereld van het halssnoer geen onderscheid tussen het ding en de persoon. 46. Feit is dat het halssnoer alle krachten moet harmoniseren, maar ten koste van wat ? Zou je niet moe worden van zo’n wereld. En waar staan wij ergens ? Waar gaan we naartoe ? Het hangt er vanaf in hoeverre onze ogen geopend zijn waar we leven. Onze zintuigen bepalen dat. Maar bovenal ons intellect, en dat intellect moet open staan, en niet zelfvoldaan zijn. 47. Wat nou opgewekt worden door een kus ? Dat is een oud sprookje. Hier val je in slaap door de kus, om ten prooi te vallen aan dromen. Hier is de kus de doodsteek. Maar .... leven en dood is hetzelfde, slapen is het waken, dus waarom klagen wij ? Is dit dan de weg naar het hogere intellect, of verliezen we dan ook het laatste wat we hebben ? 48. En dit alles door de traan, een rode traan, want die traan was van bloed. 49. En die traan zit nog steeds in de steen van het halssnoer. Op de heuvelen stonden zij, hen die gebonden waren door het halssnoer. Zij dreven elkaar naar het hogere intellect, waar de steek het zachte is, waar de slaap hen liet opstaan, en de wake het slapen was. 50. ‘Strik mij dan, als de strik de traan des levens doet ontwaken,’ sprak een jongen luid op de heuvelen. Zijn speer was gedecoreerd met de fijnste sieraden. Er was hier geen verschil tussen de valstrik en de levensweg.
Page 52
51. Er was hier geen verschil tussen kennis en domheid, tussen lelijkheid en mooiheid, tussen ziekte en gezondheid. Iedereen was hier ziek door het halssnoer, en alle muren waren hier afgebroken. En daarom waren de velden uitgestrekt. 52. Zij zaten vast in een kooi gemaakt door het halssnoer. Het halssnoer had die wereld gemaakt, een wereld waar niemand uit kon ontsnappen, alleen maar dieper in kon wegzinken. 53. Het was een wereld waar schoonheid gelijk stond aan vuilheid. Zij konden niet ontsnappen uit hun kooien. 54. En wat zien zij die het boek bekijken ? Stenen waarin tranen opgeborgen zitten. Het verandert terwijl je kijkt. 55. Na een lange dag zijn er geen letters meer, alleen vlees en bloed. 56. Geen verschil meer tussen pijn en plezier, want het halssnoer heeft de muur afgebroken. 57. Geen verschil tussen de drijver en zijn slaaf. 58. Sommigen probeerden het halssnoer te doorgronden ... Wie was het halssnoer ? 59. Ik wees hen de weg naar het halssnoer, en ik heb ze nooit meer teruggezien. 60. Ik zocht beschutting, alleen maar om te ontdekken dat dit hetzelfde was als naaktheid. Was ik al in de wereld van het halssnoer ? 61. Er was hier geen verschil tussen de schieter en het geschotene. De ochtendrivier 1. Vuile bloemen groeien langs de kant van de grote rivier, Met vuile gezichten staren ze ons aan, Bedekt met modder 2. Zij zijn één met de natuur, Zo is het altijd geweest 3. De brug over de rivier komt nooit aan, maar leidt ergens anders heen, In het midden heerst altijd de mist, Deze twee landen kennen elkaar niet, De brug heeft hen nooit de waarheid over elkaar verteld 4. En vuile bloemen groeien aan de waterkant, Met hun vuile gezichten kan het hen niet schelen, Ze bewaken het geheimenis, In de rivier verdwijnt alle tijd 5. We grijpen en we missen, Oh, die bloemen ruiken zoet, Maar we kunnen ze niet aanraken, Achter een groot hek zijn zij 6. Wat moeten we met het mysterie van religie ? Het is een onderdeel van de literatuur, Blijf lezen, en het zal vanzelf opgelost worden 7. En ik kijk in het gezicht van de ontwaking, En ik zie de donkere nacht worden tot bloemen, Zij groeien in het water 16. 52 8. Ik kwam tot de brug, waar vele moeders waren met hun kinderen, En mensen, veel mensen, De brug was wijd en wit, En ze spraken dat ergens in het midden van de brug, Daar is geen tijd meer, Daar is een mist waar iedereen elkaar verliest bewaakten 9. Ik vroeg me af waarom zoveel tot deze brug gekomen waren, Maar ik zag in dat er geen andere keus was, Er was een oorlog in hun land, En hun land zou vergaan 10. En men schiep religies, om aan de macht van de brug te proberen ontkomen, En men begon te twijfelen aan het verhaal van de brug 11. Ik ging de brug op, en liep door totdat ik in witte bloemenvelden kwam, Ik zag niemand meer, ik was helemaal alleen, Plotseling voelde ik een hand, En ik ontwaakte 12. Aan de andere kant van de brug was ook een oorlog, Ook dat land zou vergaan, Er was alleen leven op de brug 13. U werd geschapen in een paradijselijk geheimenis, Opent uw ogen 14. U werd geschapen in een bloemenveld, in een tuin, Als voorhangsels van de wildernis, Opent uw ogen 15. U werd geschapen langs de waterkant, Tussen vuile bloemen, U verstond de boodschap niet 16. Zij trokken u tot de dieptes van de rivier, En op uw vragen was geen antwoord, Zij vertelden u verhalen om u af te leiden van het geheim, Zij cirkelden om uw hart als bijen die de honing 53 17. Een boodschapper was tot u gezonden, maar u begreep hem niet, Hij stak u 18. U probeerde hem om te kopen met bergen goud, Maar onverbiddelijk bleef hij steken, Want het is de belasting van de hemel 19. In Mij hebt gij het antwoord, Ik ben Degene Die u leidt, Ik ben Degene Die het loon uitkeert na de belasting 20. Ik ben Degene na de grote witte oorlog 21. Bloemen van de duisternis, Uitgestrekt tot grote pracht, Hun uitgestrekte velden dragen het zicht 22. Zij komen tot de ochtendrivier, Het water stroomt sneller, Zij maken hen los die verstrikt zijn in het zeewier 23. U bent geschapen in een bloem vol honing, Met een honingkroon op uw hoofd Nog steeds bent u het wonder van het bestaan 24. Oh zee van de eenzamen, Groeiende zo diep, Het omcirkelen van het wonder, Wat u zelf bent 25. U versloeg reus en beest door dit wonder, U greep diep, en alles wat u nam was het zachte, Oh, honing in een holle boom 26. Heb je gehoord wat de vlinder sprak ? Nee, deze schepping kennen zij niet, Zij leven alleen in hun eigen verhalen
Page 54
De late regen van het herfstgetij 17. Het geheim van de eeuwige jeugd 1. Sommigen proberen haar te grijpen, Maar zij struikelen, Hier kun je niets grijpen, Alles glijdt weg 2. Op het ijs proberen ze verder te komen, Te ontsnappen aan de duisternis, Maar zou het ijs hen houden ? Daar schieten ze diep weg in de rivier, De duisternis houdt hen vast 3. Totdat zij het zicht vinden wat op hen wacht 4. De morgen bedriegt, ik heb het zelf gezien, De morgen lacht je uit, waar de ontwaking slechts een keten is 5. De duisternis is op een hoge berg, Terwijl de ochtend in het dal de dwazen misleidt 6. Over een zee zwem ik, Ik zal de overkant nooit bereiken, Maar het is om tot de droom te komen, De diepere wereld 7. Over een zee zwem ik, Dat eiland is niet daar, Ik bouw hier op het grote niets 8. Ik glijd steeds dieper weg in het dal, Ik ben bij de vallei bloemen, Bij het geheimenis van tijd achter het tranenglas 9. Het dal reikt tot de zee, 54 10. Ik probeer de sloten te openen, Maar zij draaien, en telkens veranderen zij 11. In de droom van de zee, Golf na golf komt het, Slag na slag 12. Tranen van bloed, die zich mengdn met het water. De zee is wild. 13. Hier stopt alle tijd. Alles gaat hier terug naar het verleden. Het geheim van de eeuwige jeugd is hier. 14. Zelfs als je denkt dat je ontwaakt, droom je nog steeds. 15. In een immens diepe afgrond stopt alle ruimte, alsof hier de gedachten stoppen, alsof alle gedachten hier afbrokkelen. 16. Hier kunnen we niet verder, maar hier worden we weer teruggedreven de ruimte in. 17. Maar waar manifesteert de zee zich in de ruimte ? 18. Velen kunnen nooit tot dit gebied komen, want de rivier is een eindeloze rivier. 19. Allemaal haar gezichten. Zij hebben uw hart doorboort. Waarom wilt gij haar terug ? Ze kon het niet dragen. Het ijs trekt haar, meer dan wat dan ook. Gij kent haar niet. 20. De zeeen zijn de nachtmerries van uw leven. Nee, nooit zullen zij haar begrijpen, In verwarring zullen zij vergaan. 21. In bloed heeft zij zich gewassen. Zij staat op met boog en speer, Klaar voor de jacht, en zij neemt je mee, Maar onbereikbaar is zij, Zij is de pest der nachtmerries 34. Geef dit hemelse boek aan anderen, de dingen die Ik in je hart zet, 22. Het leven is een nachtmerrie, Gij moet wakker worden, Iemand slaat op je in met vuisten, De vrouw richt het tranenglas op, om er alles achter te verbergen 23. Nu moogt gij er alleen naar kijken, maar niet aanraken, Alles is onder Haar hoede, Alles lijkt hier te veranderen 24. Het bleek allemaal maar een droom te zijn. Is alles wel zoals het is ? Is alles wel wat het lijkt ? 25. Deze wereld is gemaakt van tranen, En op zoveel pilaren van tranen is deze wereld gebouwd, 26. Gij moet uw gezichtspunt veranderen. Gebed betekent luisteren, want Zij laat zien wat gij moet bidden. 27. We komen binnen door het touw. Er is geen andere weg. 28. En dit alles door het veranderen van uw gezichtspunt. 29. Het gezichtspunt maakt veel problemen in de wereld. 30. Dit is waarom het gezichtspunt veranderd moet worden. 31. Je voelt de bloemen wanneer je hand ze aanraakt. 32. Het geeft een visioen, een meervoudig gezichtspunt. 33. Ik heb dit hemelse boek. Ik wil dit boek iemand op het hart drukken. 55 35. Door de eindeloze verandering van het gezichtspunt, Als de overstroming. 36. Uw machtige stemmen zijn als rivieren. 37. In het ravijn klim ik van realiteit tot realiteit. 38. Al deze realiteiten lijken tegen elkaar gekeerd te zijn, Dit ravijn is eindeloos, zonder begin en einde, We werden allemaal ergens halverwege geboren in dit ravijn 39. Ik kijk naar buiten, en alles wat ik zie is water, Dan breekt het door de ramen, Als ik dan tot een ander ravijn zwem is dat ravijn precies hetzelfde, maar met een klein verschil, Het wonder van veranderingen 18. De eeuwige verjonging 1. Deze zeeen zijn te groot, Deze zeeen zijn onoverbruggelijk, Deze zeeen zijn eindeloos, Allen zullen in deze zeeen in vissen veranderen 2. Er is geen doorkomen aan, Zij kunnen hier alleen maar dromen, Totdat de nachtmerrie toeslaat, Een vis zullen zij zijn 3. Tot de baarmoeder zullen zij gaan, Van herinneringen geen sprake
Page 56
4. De nachtmerrie, Totdat het overloopt in bloemenvelden Het is een zuivere mix, De bomen aan de kust staren hen aan, Van die hangende oerwouds-bomen 5. Zij vertelt een gelijkenis, Zij blijft niet bij de drama hangen, Het gaat altijd weer dieper 6. De aarde scheurt open, Ik kan de lagen zien, Hier zijn de veranderingen 7. Zij komen van ver weg, Zij groeien over de wegen en over de daken, Over de woestijnen en over de zeeen 8. Zij komen vanuit het zaad van planten, Zij komen vanuit de diepte van de rivier 9. Het zaad verschijnt als wolken over de steden, En dan explodeert het, Het zal zaad regenen, Regen in het paradijs 10. Ik zink dieper weg in de rivier van zaad, Totdat ik begin te veranderen in een struik 11. Ik ben geboren uit steen, Nu rijst het leger op, Wij zullen zijn als steen, Harder dan het steen van de stad, Ramen slaan wij in, Gebouwen breken wij af, Hun monumenten, allen in rouw 12. Ik zag de aarde geschapen worden, Ik ben de tuinjongen, Ik verwijder de stenen die er niet horen, Geen herinneringen meer aan de stad, De tuinhekken zijn gesloten 13. In de zee, zout warm water, en frisse golven, 56 14. Zij staart naar hem, en dan naar zijn ogen 15. Hij staart terug, Dan kijkt hij wat lager, Maar dan roept iets hem terug, Hij kan niet te lang naar haar kijken 16. Hij is genageld aan de grond, het zachte zand onder zijn voeten in de zee 17. Zij roept hem, maar een golf overspoelt hem, Zij zwemt naar hem toe 18. Zij trekt hem naar de kant, Naar haar tenten neemt zij hem 19. Op een mat slaapt hij, Zij slaapt op een hoger bed 20. De wereld is blind en tot tranenglas geworden, In de wildernis wonen zij 21. Hij was in haar duistere hut. Het was alsof hij de warmte van haar lichaam kon voelen. 22. Het was alsof ze hem riep. Het was alsof hij haar hoorde fluisteren. Hij kwam dichterbij, en het was alsof de warmte van haar lichaam zich opbouwde. Ze was als de oorlogshemel. 23. Hij voelde zich zwak, hulpeloos. Duistere herinneringen van een ver verleden overvielen hem. Hij had het idee dat zij de oorlogshemel was, de moeder van de wildernis, van de jachtvelden. 24. Zijn leven was lijden door haar. Hij kon nergens heen. 25. Het maakte een denker van hem, een filosoof, en in het land was er hervorming na hervorming. En daar bleef het allemaal niet bij. 26. Zijn droom was een paradijs, en hij wilde dat verwezenlijken. Er moest een einde komen aan het trauma. 27. Het hek van de tuin was hoog, met punten. Velen stierven daar. 28. Hij leidde hen naar een grot waar de steen was die hij bewaakte. Het bleek dat die steen ook nog voor andere dingen goed was. Vaak werden degenen die de steen aanraakten een stuk jonger. 29. Het bos achter de grot leidt diep, zeer diep, tot de geheimen van het bestaan en de verjonging, ja, zelfs de eeuwige verjonging. 30. Je moet diep komen, diep. Hier zijn de geheimen van de verjonging te vinden, in het diepste punt onder de grond. 31. Het diepste punt is een heel groot bos, met een heleboel geheimen. 32. Wil je wel weten wat anderen zijn vergeten ? Die waarheid is zoet en duister. 33. Het bos van het diepste punt der aarde, aan de rand van het grote niets. 34. Spreek in de bloem, en je zult je echo horen, maar het zal net iets anders zijn dan wat je gezegd had. 35. Alles wat hij zei werd gewoon door de bloem omgedraaid. Het geheim van de verjonging is over u. Er begon een sap uit de bloem te spuiten. Het was heel kleverig. 57 19. Het verboden vlees 1. Mensen werden in de wildernis van de onderwereld geplaatst. 36. Hij werd even helemaal warm van binnen, en de warmte begon snel door hem heen te stromen, heen en weer, heen en weer, als bruisende golven. Toen spoot de bloem een hemels woord uit. Neem dit woord mee naar de bovenwereld. 37. Zodra iemand zich ging bezig houden met het boek, dan kwam de nectar van de bloem in het hoofd van diegene, en dan werd diegene steeds jonger. 38. Er was één en al mist, en ergens stopte gewoon alles, alsof hij aan de rand van een rivier was gekomen, maar er was geen water. Het mos hield gewoon ergens op, en aan de rand stonden een heleboel bomen. Hij probeerde of hij de overkant kon zien. Er was zoveel mist. Hij begon zachtjes te roepen. 39. Er is daar inderdaad niets, maar achter het niets, daar wonen wij. Wij kunnen met een bootje over het niets om hier te komen, maar eigenlijk doen wij dat nooit. 40. Na een tijdje kwamen ze aan bij een bosstrandje, waar direct al hoge bomen achter stonden. Het bosstrandje was heel smal. 41. Het is hier bijna altijd duisternis.
Page 58
2. De wildernis was in twee delen gescheiden door een hek. In een deel mochten ze jagen. In het andere deel mochten ze niet jagen. 3. Eén groep besloot echter te zondigen en ging over het hek om te jagen in het verboden gedeelte. Ze aten van het verboden vlees en werden gescheiden van de andere mensen. 4. Om de hemel, de allerhoogste, uit te dagen, bedekten ze hun zonden door een afgod te maken. 5. En het verboden vlees brachten ze naar hun kerken. 6. Daarom is de toorn van de hemel op de aarde, omdat ze een gruwel hebben gemaakt. 7. Dezen haten de hemel, machtsbelust als ze zijn. In hun trots wilden ze worden zoals zij, maar ze vielen diep. 8. Hun lot ligt in de diepten van haar toorn. 9. Zij is wraak en een eeuwige toorn, maar er is hoop in haar dochter, de wever van alle dingen. 10. Ze heeft haar manden gevlochten waarin ze alles zal scheiden voor de grote dag des oordeels. 11. En de mensheid leefde in Amazonia, en er waren veel oorlogen, aangezien de hemel een oorlogsvoeder is. 12. Ze is een schrik voor degenen die afgoden hebben gemaakt. 13. In diepe grotten heeft ze haar leer opgesteld. Ze verplettert de volkeren en lacht, omdat ze vreemde goden hebben gemaakt. Ze hebben hun goden gevraagd: leid ons naar buiten. Maar dat deden ze niet, want ze zijn stom. 58 20. Als er trots is in het hart van een heerser, lacht ze, omdat ze weet dat ze niets zijn. Ze heeft bedrog gestuurd. 21. Ze haat de mensheid voor wat ze haar dochter hebben aangedaan. Ze haat mannen vanwege de trots die ze hen heeft gegeven. 22. Ja, ze schiep dwaze mannen, zodat Haar eeuwige raad en kennis zou worden geopenbaard. 23. Prijs Haar niet in overmoed, want ze zal de tong bij de wortels uittrekken. Ze kan niet worden omgekocht. De zonden van de mensheid liggen open en bloot voor haar. 24. En zij is rechtvaardig op haar hemelse berg, de bestraffer van de zonde. 25. Ze is in volslagen toorn naar de aarde gekomen. 14. Ze leggen zich neer voor hout en steen, maar er is geen leven in hen. Ze maken zonde op zonde en toch geloven ze dat ze geholpen zullen worden. 15. Ze heeft hen bedrog, waan en weelde gestuurd, ze heeft hun harten trots gemaakt en ze bespot ze op afstand. 16. Ja, ze heeft hen in de handen van hun goden overgeleverd. 17. Ze heeft goed en kwaad geschapen, en ze heeft hun harten verhard, omdat ze niet van hen hield vanwege hun koppigheid. 18. Daarom zullen ze haar niet vinden. Ze bespot de volkeren, richt hen op, en haalt ze dan neer. 19. In hun grote hebzucht lacht ze hen uit en voert ze vergif. Op haar hemelse berg lacht ze. Ze haalt haar vijanden op gezette tijden neer. Ze kent hun begin en hun einde. En de aarde is haar speeltje. Ja, pestilentie en ziekte zal ze sturen. Kommer op kommer zal ze toevoegen, want de aarde heeft gezondigd. 26. Er zal geen genade en geen hoop zijn wanneer ze de portalen van de aarde bezoekt. Er zal een dag van angst en beven zijn, wanneer ze de trots neerhaalt en breekt. Velen zullen roepen: Hemel, Hemel, maar ze zal hen niet horen, omdat ze haar geboden hebben overtreden. 27. Ze hebben hun mannelijke goden toegejuicht en machtige mannen getrouwd die niet bij haar woonden. Ja, ze zal hen neerhalen met hun kracht. Er is een dag dat ze zich tegen al het kwaad en hun leugens zal keren. En ze zal hun graven vullen met dode paarden. Er is een dag dat ze tegen alles komt wat hoog en machtig is. 28. Het is niet waar dat iedereen die naar de dochter komt, zal worden gered. Omdat zij ook de afwijzing is. Ze kiest wie ze wil. Ze is voorbestemming. 29. Vreest Haar als gij Haar benadert. Wees niet dwaas. Ze is niet gemakkelijk te behagen. Ze is moeilijk, in tegenstelling tot al uw afgoden. 30. Strijd om de dochter te ontvangen. Er is geen gemakkelijke weg tot de hemel. Wie heeft u misleid? En velen zullen proberen binnen te komen, maar slechts enkelen zullen er doorheen komen. 31. Maar toch zal er een overvloed aan genade zijn, want Zij is genade. Laat dan niemand over haar liegen. 32. Spreek dan de waarheid en houd u aan haar geboden. Ze is de hemelse gerechtigheid waarin haar zorg wordt geopenbaard. 33. Ze draagt geen zorg zoals de mensheid, maar door gerechtigheid. En in Haar rechtvaardigheid wordt Haar kennis geopenbaard. 59 34. Haar woorden reiken naar de diepten van donkere plaatsen, om alles bloot te leggen en te onthullen. Er is niets voor Haar verborgen. Alles zal aan de oppervlakte komen. 35. Haar toorn is gericht op de hele mensheid, aangezien ze ver van haar hebben geleefd. 36. Ze zal hen opvoeden als haar eigen kinderen. Ze zal hen klaarmaken voor haar wilde melk en honing. Zij zal hen uitrusten. 37. Zij zal hen in de wilde natuur van Haar afhankelijk maken. Zij zullen in Haar herboren worden als in een rivier van wilde melk. Alleen door oorlog kan de hemel worden bereikt. En zij zal de hemelse dochter aan de mens laten zien, aangezien de hemelse dochter de enige weg naar Haar is. 38. En er zal honger zijn en geen dood, aangezien Zij het eeuwige leven heeft geschonken. En het zal hen doen verlangen naar haar melk en haar wilde honing. 39. Zij is de heerser van alle heersers. En alleen door de dochter is er een weg naar Haar. Hoe kan een man in Haar aanwezigheid leven? Alleen door haar dochter! 40. Strijd de goede strijd, om Haar in je leven te ontvangen. Allen zijn zondaars in Haar ogen. Niemand doet goed, maar zij geeft genade aan de rechtvaardigen. 20. Gods naam niet ijdel gebruiken 1. De Hemel stuurde haar dochter naar de aarde. Zij
Page 60
die in geloof tot Haar komen, zullen zien dat Zij werkelijk Zorg is, als in een nieuw verbond. 2. Waar Haar voeten de aarde raken, is oorlog en vernietiging. Ze treft alle huichelaars. Pijlen met gif zijn op Haar boog. 3. Stop met liederen voor haar te zingen, ze luistert niet. Ze is met de stille ziel. Wie zal Haar Woord ontvangen ? Degenen die voor Haar beven in vreze. 4. Ze is als een hyena in de wildernis. Wat kunnen we dan doen? Geloof in Haar en Zij zal voor u zorgen, u leiden en bewaken. 5. Wees voorzichtig met spreken over Haar. Gebruik haar naam niet ijdel. Haar oog is gericht op hen die in stilte leven. Door een storm beweegt Ze door de lucht. 6. Ze roept Haar strijders op voor een hogere oorlog. Zij heeft de ogen van Haar profeten gesloten en leidt hen door de woestijn. Ze zullen niets vruchtbaars vinden. De profeet heeft een hoge opdracht, maar zij heeft hem neergeslagen en in ketenen geleid. Hier zal hij de rest van zijn dagen blijven. 7. U heeft de mens gemaakt in een mand met water. U hebt hun ziel uit klei voortgebracht. U kwam naar de aarde om haar te herscheppen in een storm en in oorlog, zoals U kwam met toorn. 8. U bracht kooien tot de dieren en de mensen, opdat hun dagen beperkt zouden zijn, omdat ze tegen u hadden gezondigd. U maakte hen tot slaven, zodat hun werken beperkt zouden zijn. 9. U maakte een hemelse weg, als Uw dochter, zodat de mensheid tot de hemel zou kunnen komen, maar zij hebben U verraden, en daarom woont gij ver van hen vandaan. 10. En gij hebt oorlog in gedachten tegen hen, 60 zonder gebrek aan minachting. En toch ligt het pad tot U open, omdat U genadig bent. Maar het pad is smal en vol gevaren. En gij zendt beesten en versperringen om ze te testen. 11. En gij hebt uw woord geschapen in de storm en het gezuiverd. En gij hebt dieven neergeslagen. En gij toonde uzelf aan hen die door u geleid werden in de storm. 12. En gij hebt tegen hen gebruld en oorlog tegen hen gevoerd, zoals zij tegen u hebben gezondigd en gelogen hebben over uw paden. 13. En geen van hen was rechtvaardig voor u. En gij hebt ze in een diepe grot geworpen. Ja, gij hebt ze in een bodemloze put geworpen. Gij hebt hen uit uw midden verwijderd, zodat niemand meer naar zulke profeten zou luisteren. 14. En gij hebt uw toorn tegen hen gezonden en hen in slavernij laten gaan, want gij moest de zonde straffen. Ze hebben gelogen over u en uw dochter, en ze hebben hun afgoden grootgebracht zodat mensen ze konden aanbidden. 15. Ja, ze hebben van U geroofd. Daarom hebt gij ze neergeslagen, en hebt gij uw geboden opgemaakt. 16. Tijdens uw vlucht over de aarde hebt gij de bergen geraakt. En gij sloeg de oceanen, en liet de hemelen naar beneden vallen. 17. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen zijn uitverkoren, omdat gij hemels bent. Er is niets dat een zondaar in Haar aanwezigheid kan doen. 18. En omdat ze allemaal gezondigd hebben, zijn ze allemaal vervloekt vanaf de baarmoeder. 19. Ze heeft haar dochter naar de aarde gestuurd om gerechtigheid te brengen. En ze heeft de hemel gestuurd om de aarde onder haar geboden te brengen. 20. En nu is het pad naar de hemel geopend door haar dochter. En langs het zuiverende pad van de eeuwige strijd brengt zij zoetheid voort. 21. Zij is de bestraffer van de zonde. Het lot van de mensheid ligt in eeuwige boete, maar hierin zijn wegen van genade en eeuwig leven, waartoe enkelen zijn uitverkoren. En de eeuwige boete zal hun gids zijn. 22. En de eeuwige boete leidt tot het eeuwige smekingen, waar vromen uiteindelijk de hemel ontvangen. En hier is hoe je de hemel kunt herkennen : Ze leidt naar diepere wildernis. 23. En de eeuwige boete zon leidt met oorlogsplan en raad naar de eeuwige traan, waar de zoetheid van de hemel wordt geopenbaard. 24. Versiert u daarom met tranen wanneer gij tot de hemel nadert. En versiert uzelf met het zand van haar wildernissen, wanneer gij door het voorhangsel gaat om tot haar te naderen. 25. En de eeuwige schreeuw is de gids tot haar boezem. En de eeuwige schreeuw leidt tot de wedergeboorte in haar baarmoeder voor oorlog. 26. En Zij zal terugkeren naar Amazonia op Haar hemelse berg, waar ze de vijanden onder Haar voeten zal verpletteren. 27. En de wildernis zal oprijzen, getooid als een bruid. En je zult het naderen van de dag herkennen door de tekenen van de tijd. 28. En het naderen van deze dag kan worden herkend als naderend wanneer de vliegen naar de aarde zullen terugkeren, wanneer Amazonia zal bloeien. 21. De paradijselijke hersenen 1. Tussen hersenen zijn bruggen, waardoor er mengelingen plaats kunnen vinden, waarin vele graden zijn van realiteit en afstand. 2. Hierin mogen de belastingsberekening en de loonsberekening hersteld worden, twee belangrijke paradijselijke hersenen : de Oeroembij en de Oeroembe. 3. Het nieuwe sieraad is de Tamulboege, het sieraad van depressie. Dit zijn de Spazumen-Lokogamen, boven de strijd tussen sexualiteit en oorlog. 4. De valse sexualiteit moet verbroken worden, en ook de valse oorlog. 5. De Riktlan is de hemelse sexualiteit. Dit zijn biologische klokken. Kennis is altijd verbonden aan zowel het loon als de klok. 6. De Spanak zijn de hersenen van het zaad, van de vruchtbaarheid. 61 29. En de rivier van Amazonia zal veranderen in bizonbloed, voordat die hemelse en grote dag zal aanbreken. En de grote zeeën zullen veranderen in bizonbloed, en andere rivieren zullen dat ook doen. En meren zullen veranderen in bizonbloed en zwijnenbloed, en men zal niet kunnen vluchten. 30. En zij zal de volkeren oordelen, en eeuwige vreze voor de hemel zal de aarde vullen. En velen zullen wegglijden in de rivieren, omdat ze tegen de hemel hebben gezondigd.
Page 62
7. Door het aanvoelen van hard en zacht ontstaat er een nieuw soort zicht, het hardheids-zicht. 8. Wij moeten het valse belastingstelsel overwinnen om tot het belastingstelsel van de hogere kennis te komen. 9. Ook is het zo dat er een strijd gevoerd moet worden tegen vals loon. 10. De hemelse visserij is een zone van groot onderricht : Wat is het wel, en wat is het niet. 11. Als we in moeilijke situaties leven, dan mogen we het woord parallel zeggen, om even dingen van een andere kant te bekijken. 12. Wij mogen tot de parallel-realiteiten komen en de oude realiteiten achter ons laten, juist door de hemelse visserij. 13. Er zijn duistere raadselen die je de vernietiging inhelpen als je ze letterlijk neemt of verkeerd uitlegt. Alleen de Grote Moeder kan deze raadselen uitleggen. 14. De rivier van weeklacht is nauwverbonden aan de paradijselijke afgrond. In de leegte zal alles heel traag en moeizaam ontstaan door klagen en smeken, zodat er niet gemakkelijk over gedacht wordt, het niet misbruikt kan worden, en het niet trots maakt. Daarom is de rivier van weeklacht eeuwig. 15. Bedrog wordt niet beloond, maar genadeloos gestraft en afgebroken. 16. De rivier die vanuit de zee komt is een pad door de wildernis. Dit is om in de wildernis veilig te blijven tegen de streken van het vlees. Wij moeten de rivier volgen. 17. De rivier splitst zich op in de delta. Delta's zijn 62 belangrijke plaatsen, omdat hier de verschillende takken van het werk te zien zijn. 18. De vrouw is hierdoor jong gebleven, heeft haarzelf terug gevonden, door de verjonging. 19. Soms moet het offeren gestaakt worden voor de oorlog en de jacht. Onderhoud de dag van de oorlog en de jacht, dat gij die heiligt. 20. Het voorhangsel moet met bloed worden besmeurd voordat er naar binnen gegaan kan worden. 21. Zij gooien zich naakt in de strijd. Zij hebben niets met de stad. 22. Alles is in golf bewegingen, golf-patronen, alles gaat tegen elkaar in, als het land van de paradoxen. Alles is een tegenstander van alles. Het lijden is alles wat we niet begrijpen. Zo komen wij tot de grote opstanding in de wildernis. 23. Dit is dus de ware opstanding, wat leidt tot de ware hemelvaart, of holenvaart, oftewel de vrouw, de moederschoot. De geboorte vindt dus plaats in de belegering. 24. De stad, de polis, is een arena, de oorlogsvelden in de wildernis. De hersenen vertalen het als een stad, maar dit is een leugen, een voorhangsel. De tocht door Warsa 25. Het is een gevaarlijke tocht door een gebied genaamd Warsa. Dit is een grote wildernis waar gevaarlijke roofdieren leven, reusachtig groot. 26. In principe komen zij als een groot oordeel tot hen die onrechtmatig iets doden. Bijvoorbeeld als er onrechtmatig vee wordt geslacht, of onschuldige mensen. De doodsparasieten komen dan in de trofees wonen, en zullen de eigenaar van die onrechtmatige trofeeen, zoals botten, schedels, huiden, tanden, ogen, veren, tot verderf brengen. 27. Deze roofdieren zijn een reeel probleem, en brengen velen tot de afgrond. Het is een strijd tegen deze roofdieren, een strijd waarin alles losgelaten moet worden. Juist de bezitterigheid maakt iemand tot een prooi van deze roofdieren. 28. Het is niet slim om zomaar een roofdier van Warsa aan te vallen zodra je oog erop valt. 29. Er mag gebeden worden, maar luisteren is nog wel belangrijker. Ook de gebeden moeten voortkomen vanuit het luisteren. 30. De trektocht door Warsa en de overwinning van de inwonende roofdieren is van levensbelang. 31. Velen vallen aan de roofdieren van Warsa ten prooi door spijbelfeestjes. Hun trofeeen zullen zich tegen hen keren. Hierin ligt een zeer duister geheimenis. 32. Misleiders, lafaarden, materialisten en hen van de valse genade krijgen geen toegang. 33. Misbruik wordt zwaar gestrafd. Velen krijgen geen toegang. Speren doordringen de indringers. 34. De polis is in het Grieks een arena, een oorlogsveld. De polis is de stad, als een metafoor van de arena en het oorlogsveld. 35. De stad is dus ook een metafoor van de tuchtigende moederschoot. De stad moet ook in die zin als een voorhangsel gezien worden. 36. De oude natuur is een offerdier, en de nieuwe natuur is een slager. Dit is een inwijding in de territoriale oorlog en jacht in de onderwereld. 37. Jesa-gif, van de Amazonische Kalus-boom, gemaakt van besjes, wekt dromen op, illusies, 63 bedwelming waardoor het slachtoffer denkt, projecteert, dat een onschuldige voor hem moet sterven, maar waardoor hij zelf deel wordt van die onschuldige en daardoor sterft. Dit is een valse zwakheid van vals, vijandelijk vee. 38. Gonun-gif, van de Amazonische van de Gonunboom, denkt dat geloof een vervangmiddel kan zijn voor kennis, als blind geloof, wat een jachtsvalstrik is. 39. Geloof is een straf wanneer men zich meer baseert op van horen zeggen dan op de heilige gebondenheid en kennis. Geloof is een straf voor de luien en de spijbelaars. 40. In de jacht kunnen deze giffen gemengd worden. 41. In de territoriale jacht moet goede onderscheiding verkregen worden in de jachtseizoenen en jacht-tijden. We moeten de tekenen leren onderscheiden die ons aansporen tot een zekere jacht. 42. Ottus is een gif van de Orionse Ottus boom, van besjes wiens gif de horens kan reduceren, minder scherp maakt, en van een hoge graad kan het de horens doen afbreken binnen enkele seconden of een paar minuten tot een paar uren. 43. Grijp je speren, doop de punten in gif, en ga de jacht aan. Ook kun je pijl en boog gebruiken, met pijlen gedoopt in gif. Ottus doet de horens slinken. Ottus kan ook de genetische structuren van de prooi veranderen. 44. Tiki-pijlen zijn pijlen waardoor ze niet terug kunnen veranderen in gevaarlijker vee. Deze pijlen brengen hen in een lager bewustzijn. Er moet geleerd worden over de verschillende giffen, hoe deze te mengen en te gebruiken. Ook kunnen er
Page 64
veren van kipgeesten aan de pijlen gebonden worden. Elke veer heeft weer een ander effect, daarom moet er ook geleerd worden over de verschillende kipgeest-veren en hun functies. 45. In de territoriale jacht op de kipgeesten zijn woeste hanen, als kemphanen. Zij vechten onderling en vliegen territoriale jagers aan. 46. Kuta-hanen zijn zwarte hanen met witte, blauwe, paarse of rode kragen. 47. Deze veren hebben een verlammende werking, zijn slaapverwekkend. Het zijn zwaar giftige veren. 48. Jelo-hanen veroorzaken spasme, blokkeren en verwarren de spieren en het zenuwstelsel. 5. Er is het grote wiel van subjectiviteit, het veranderen van gezichtspunt. Hier is het samenspel tussen gezichtspunt en het veranderen van gezichtspunt. Zij die niet tot deze lelie komen zullen door het water worden opgeslokt. 6. Er is het samenspel tussen één en meerderen. Er is het samenspel tussen goed en slecht, en tussen kennen en niet kennen. 7. Er is het samenspel tussen wildernis en stad, tussen chaos en orde, tussen het organische en het kunstmatige. 8. Er is het samenspel tussen boeken en visioenen, tussen het geschrevene en ongeschrevene. 9. Zij die door de afgronden trekken worden geplaagd door illusies die ze moeten overwinnen om tot grotere leegtes te komen, en zo tot de overkant van de afgrond. 22. De vrouw op de waterbuffel 1. De Egyptische mythologie komt voort uit Afrika. Onder Egypte ligt Sudan, Nubie. Sudan is het land van de boogschutters, het land van de boog. 2. In Sudan is een zwarte bok, renbok, die de sleutels tot de Amazone zeeen bewaakt. Dit zijn de Kifir zee, de Lakta zee en de Dormein zee. 3. De naam van de territoriale geest van Sudan is Bakza. Hier komt ook de Romeinse Bacchus-geest van de valse dronkenschap uit voort. 4. Er is het samenspel tussen vernietiging en schepping, het samenspel tussen bestaan en nietbestaan. 64 10. Aan de overkant van de afgrond is de afgod overwonnen. De afgoden zijn als een groep zwarte honden, of als een grote kudde renbokken. 11. De afgod houdt ervan tussen echtgenoten te stoken, en om mensen door slangen te laten bijten om daar even later het geneesmiddel voor te verkopen. 12. Hij is de boodschapper van de valse goden, tussen mens en valse god in, en vraagt om bloedoffers waarmee hij gevoed moet worden. 13. Hij is de wegenmaker. Hij brengt de offers van de mensen op tot de valse hemel, als een bemiddelende functie. 14. Hij is de opener van de weg, en de poortwachter. Hij kwam als een oordeel. 15. Eerst is een wapen, een mes, iets wat we moeten overwinnen en daarna gebruiken. Wij moeten leren dit mes te bedwingen. 16. Alles in ons leven kan komen als een mes om ons te besnijden en scalperen, als een beeld van het ontvangen van de kennis, contact met het archetype van de Moeder. 17. Dit is de top van de boom des levens. De boom des levens is de boom van honger, wat om de leegheid en het vasten gaat, om zo aan het einde van dit pad de heilige scalpering te zien. 18. Het medicijn verandert gif in een medicijn. 19. Het medicijn is verbonden aan het donkere. 20. De verborgen tuin van Nu is de verborgen wijngaard van Noach in de afgrond van de onderwereld. 21. Het is het mes wat scheiding maakt, waardoor het verbonden is aan de steen van onderscheiding. 22. Dit is een strijd tegen boze geesten in de hemelse gewesten die zich symbolisch manifesteren als dieren. Zouden wij strijden tegen de onschuldige dieren om ons heen, dan zou dat groot bedrog zijn. 23. Zij die drinken van de valse beker zullen veranderen in zwijnen. 24. Het is een strijd tegen de valse, vijandelijke runderen. We hebben te maken met een runderbeest, een soort monsterlijke buffel of bizon. Dit beest heeft hoorns waarmee hij vissen doorspietst. Dit is dus een vleesetend runderbeest, een vissenjager, waarvan de waterbuffel een beeld is. Het beest was uit de hemel geworpen tot de aarde, tot de runderen. Het beest veranderde in een roof-waterbuffel als een oordeel, en ook zijn boze geesten veranderden in waterbuffels. Daarom had de monsterlijke 65 waterbuffel nog steeds de stem van een roofbeest. 25. En ik zag een amazone staan in de visserij, en zij riep met een luide stem tot de kippenjagers. De kippenjager draagt de veren van de kipgeesten. 26. In de geestelijke oorlog is de kippenjacht onmisbaar, omdat het het komen tot de leegte uitbeeldt. 27. De vrouw heeft de waterbuffel overwonnen, onder haar voet, en gebruikt het als haar rijdier. Door haar voet drijft ze het beest voort. 28. Dan rijdt ook de dochter van de vrouw op de waterbuffel. 29. Dit is noodzakelijk om de leugengeest van mannelijke suprematie te verbreken. 30. Zo kan dan ook de dochter tot emancipatie komen. 31. Het besnijdenis-mes is de slagtand van de waterbuffel. Dit betekent : wij moeten de diepte leren kennen van de Wet : de zonde en het oordeel. 32. De jacht op de kipgeesten betekent het komen tot de leegte, tot de afgrond, tot de zee, waarvan het wenen een beeld is. Ook komt het wenen door het toetsen. 33. In de Amazone Mythologie is er in de wildernis een reusachtige rivier genaamd de rivier van scalpen. Aan deze rivier wonen wilde jongensstammen die door de Amazones verstoten zijn en in oorlog met hen leven en handel. 34. Een grote Amazone stam aan de rivier van scalpen is de Zukki stam. Een andere rivier is de rivier van het verdrink-offer. Een stam van Amazones aan de rivier van het verdrink-offer is de Hiti.
Page 66
werd gevormd in honger. 35. Hier vinden we het samenspel tussen enorme hardheid en zachtheid. Dit is de afgrond van hardheid. Deze afgrond is het geheim van de schepping. 36. Hier zien we het samenspel van ijs, hoe het diepere ijs doet ontwaken. IJs is in het Hebreeuwse wortelwoord 'kaal', een beeld van de scalpering. 37. We zien het samenspel tussen duisternis en geestelijke zichten. In de diepste duisternis wordt het geestelijke zicht gevormd. Dit is de donkere zee waarin de geestelijke zichten van land worden gevormd. Het is het samenspel tussen de grote duistere oceanen van de slaap en de stranden van het ontwaken, het dromen. 38. De dochter is op de waterbuffel. Er is de grote eeuwigheid, het samenspel tussen eeuwigheid en tijd. Er is het samenspel tussen materie en het geestelijke, als het samenspel tussen verborgenheid en manifestatie. 39. Er is het samenspel tussen zwakte en sterkte. Dit is de plaats van de oorlogen en de arena's. Ook is er het samenspel tussen dood en leven, en het samenspel tussen het lijden en de extase. Hier is de plaats van de goddelijke drug en het goddelijke zaad. 40. Ook is er het samenspel tussen waarheid en leugen, waarin de leugen het raadsel van de waarheid is, als een masker. 41. Ook is er het samenspel tussen honger en voedsel en tussen vergetelheid en geheugen. Ook is dit de plaats van Iacchos, de phallische Griekse god, die het mannelijke vruchtbaarheids-deel vertegenwoordigt. De Romeinen maakten hier Bacchus van, de god van de wijn en de dronkenschap, als de onderwerping van de mannelijke phallus aan de Bacchus. De phallus 66 42. Dit is de afgrond van de hierarchieen. Al het verkeerde en valse komt voort uit de verdraaiingen van de hierarchieen, het hogere verwarren met het lagere. 43. De tuin van Nu in het Aramees-Egyptisch is de wijngaard van Noach. In dit gebied wordt de Sa-ma geoogst en gedronken, de druiven van buffelbloed. Sa-ma is in het Egyptisch de kennis van de Wet, de Wet van het vrouwelijke en het geestelijk zicht. 44. De heilige gebondenheid heeft zijn kracht en macht gekregen door het liefhebben en koesteren van de Wet, oftewel het onderzoeken van de kennis van de Wet, komende tot een begrip van zonde en oordeel. 45. Het komt voort uit de Zimranieten, van Zimran, de zoon van Abraham door Ketura. Dit zijn de spierenknopers. 46. Dit is de wijngaard van Noach waar Ham het paradijselijke geslachtsdeel zag, als een beeld dat hij het beest had overwonnen die dit geheim bewaakte. 47. Het beest is slechts een heenwijzer naar het paradijselijke geslachtsdeel. Zij zijn de bewakers van de hogere kennis. 48. Sa-ma komt om gevoelig te maken voor de stem van de vrouw, en maakt dat daaraan gehoorzaamt wordt, als horen en gehoorzamen. Sa-ma is de profetische leidraad die het Woord (dabar) omzet in acties, als de kracht tot gehoorzamen. Dabar bestaat uit de geboden, waarschuwingen, bedreigingen, liederen en beloftes. 49. De Sa-ma geeft dus eerst grote leegte, en daarna worden er geestelijke zichten gegeven. 50. Ook betekent Sa-ma onderscheiding. De Sa-ma is dus een beeld van de heilige tuchtroede. Zij belichaamt en geeft dit paradijselijke, rijkelijke sap. Het is waar de Amazonische vrouwenborst voor staat. 51. Zij is de Grote Onderscheider. Ook de paradijselijke rivier die zich in meerdere rivieren uiteen splitst is hiervan een beeld. 52. In het Grieks zijn dit ook de wateren van de zondvloed. De vrouw op de waterbuffel wordt door deze wateren geleid. 6. De tepel herschept het oog, herschept de wereld. 7. De zondvloed is de terugkerende oerzee, als de tuchtroede om tot gehoorzaamheid te brengen. 8. De jacht in de kennis is de sleutel tot deze oeroceaan. 9. Dit is het teken van vruchtbaarheid, van nieuwe schepping. 10. De oeroceaan en oerduisternis leiden tot de moeder van de goden. 23. De Pessa 1. Het is de Al Infitar, het uiteensplijten tot een roede met meerdere gekraalde uithangsels. Dit was ook een vruchtbaarheids-symbool. 2. Een variant hierop is de veer van de Wet, waardoor de doden geoordeeld werden. Ook de veer is een verdeler en onderscheider. Wij moeten komen tot grote onderscheidingen. 3. Alles draait hierin om de steen van de bizonjagers, om zo te komen tot het grote geheim van de spierenknopers, het geheim van ZimranHam. 4. De tepel is ook medicinaal, ogenzalf, niet alleen maar de verwoester. 5. In het Sanskrit is de tepel de projectie, het paradijs en de hemel. Ook betekent het geduld en verdragen. De tepel geeft dus de kracht om het visnet te dragen, en brengt een nieuwe wereld. 11. De melkgaard van Noach, de tuin van de heilige afgrond, is waar gaven en loon ook onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Deze verkoop gebeurt door de stromen van een geheel van wateren als een zondvloed. 12. Het is waar het harde het zachte heeft voortgebracht, en het zachte het harde. 13. Het is de plaats waar het hardste en het zachtste elkaar opgewekt hebben. 14. Het is een rivieren-gebied, en een gebied van gesteente. Het is het geheim van de paradijselijke vloed, en het goddelijke zaad, de vruchtbaarheid. 15. Daarom willen wij niet dat het van ons wijkt, want dan is alles verloren. Wij willen komen tot Haar dieptes. 16. Hier is alle kennis opgeslagen. Het wordt door haar uitgezonden om ons te onderwijzen, om ons kennis en zintuig te geven. 17. In haar worden wij toegerust tot de jacht. 18. Wij moeten de Pessa ontvangen, de gekraalde 67
Page 68
tuchtroede, om daar door getuchtigd te worden. 19. De pessa kan alles op diepte schatten en onderscheiden, en is daarmee één van de belangrijkste objecten van het profetische leven. 20. De pessa hebben we nodig om in de geestelijke wereld te leven. 21. De pessa is het loon van onderscheiding. 22. Wij moeten ingewijd worden in de Pessa. Dit is de gekraalde uiteengespleten tuchtroede, oftewel in de Adbe'el, of de Infitar. 23. Wij mogen ons wenden tot de Pessa, die tijdenlang achter de Urim en Thummim verborgen werd gehouden, terwijl deze steen over de Urim en Thummim heerste. 24. De Pessa, de gekraalde tuchtroede, kan dus genezing brengen en oordeel. Achter vele verhalen is de Pessa verborgen gehouden. 25. Alle diepere betekenis ging verloren en werd angstvallig verborgen gehouden. 26. Wij mogen komen tot dit grote verlaten eiland. 27. Het is een groot paradijselijk, verlaten eiland waartoe we moeten terugkeren. De Pessa ligt dus diep opgeborgen in het zand van het paradijs. 28. De Pessa mogen we bewonen. Dit is een teken voor de zieners. 29. Pessa is de belichaming van de hogere kennis, de schat in de eeuwige duisternis. 30. De duisternis is dus niet een doel op zich, maar een middel. Uiteindelijk moeten we tot grotere onderscheiding komen, tot het diepere geheimenis van het geestelijke zicht. 68 24. De besnijdenis : slachter van de vijand 1. Sta op, en ga op vissenjacht, in de hemelse gewesten, om tot de duisternis in te gaan, het bed, het afnemen van de dag. 2. Heb deel aan de jacht en het jachtsfeest, om tot uw tent te komen. 34. Omdat de oorspronkelijke Urim en Thummim van het midden-oosten was onderdrukt komt dit bloed-orakel weer terug. 35. Door het jachtsorakel is er wedergeboorte. 36. De Pessa is een heersend loonsysteem, aangesteld over de Urim en de Thummim. 37. Hierin zit de kennis opgeborgen. Alleen de overwinnaars kunnen het Woord interpreteren, en de interpretering is geestelijk. 38. Er werd geprofeteerd door pijlen. De Urim en de Thummim waren oorspronkelijk een wapen. Alleen in de strijd kan er geprofeteerd worden. 39. Het profetische orakel is een wapen, een bloedorakel. 31. Zo belichaamt de Pessa een geheel nieuwe natuur, van zand, wateren en zout, als een ontdekt verlaten eiland. 32. Zonder de tuchtroede komen we nergens. 33. Wij moeten de valse pessa verslaan door tot de ware pessa te komen. woord, zeer belangrijk. 3. Neemt het net van de vissenjacht op u en leert van Mij, en u zal herschepping vinden voor uw zielen, en lossnijding van zonden. 4. Het gaat om airo, de vissenjacht. Heb deel aan de vissenjacht en neem daarvoor de stauros op. Stauros is in het Grieks puntige stok, als een speer. In dit geval een speer gebruikt voor de vissenjacht. Ook kan het de stokken van het visnet betekenen. 5. Voor ons is het zaak om tot het nachtelijke gezicht te komen, waarvan de dageraad een beeld is. Het nachtelijk gezicht bevindt zich in het bloed van de vijandelijke rund. 6. In de onderwereld is er voor elke dag tien nachten. Dit is dus geen letterlijke dag, maar een nachtelijk gezicht. 7. In het nachtelijk gezicht gaat het erom te streven naar de openbaring van de heilige tijdschijf, de openbaring van de uren. 8. De Voeten van de Moeder, van haar schoot, zullen komen om besnijdenis te brengen, om de persbak te betreden. Dan zal het water in bloed veranderen. 9. Vanaf de geestelijke berg, als beeld van de oerjacht op de vijandelijke rundersoorten, is al het goede van de Moeder gekomen, ook de besnijdenis. 10. Op deze berg zullen wij alle geheimenissen van de Moeder terugvinden. 11. Haar voetstappen zullen terugleiden tot de berg waar alles begon, waar de Moeder in haar heerlijkheid woont. 12. Laten we deze erfenis niet weggooien, maar op waarde schatten. Het gaat om de besnijdenis van ons hart. Ook is de besnijdenis van onze mond, ons 69 13. Laten we zo alles in ons leven toewijden aan de besnijdenis. 14. Wanneer onze ogen niet besneden worden staan wij nog steeds in de ogendienst, en kunnen zo niet hogerop komen, en hetzelfde geldt voor de oren. 15. Vandaag de dag zijn wij veelal slaaf van het boze oog en het boze oor. Alleen de besnijdenis kan daar korte metten mee maken. 16. De besnijdenis is de kennis van de wijngaard. 17. In onze strijd tegen de valse, overmoedige, onrijpe wijn van hoererij is de besnijdenis onze wapenrusting. 18. De borsten van de besnijdenis brengen de wijn van gramschap. 19. Zij zijn de besnijders van de mond. Zij treden de persbak van het verstand. 20. De stem van de besnijdenis besnijdt het hart. 21. De ogen van de besnijdenis besnijden het geweten. De Moeder spreekt om zo het valse verstand en het valse vlees uit te schakelen. 22. De besnijdenis is een slachter uitgezonden tot de vijand. 23. Keer niet terug tot de varkensstal, en tot het eten van varkensvoer, maar kom tot de besnijdenis. 24. De Moeder is donker van huid, als de tenten van Kedar, de tenten van de duisternis. 25. Er is een plaats voordat de moederschoot je grijpt, en dat is het gekend zijn door God.
Page 70
26. Eerst worden wij gevormd in het hart van de Moeder, waar de overeenkomsten zijn opgetekend, waar Haar Wet in ons wordt gekerft. 27. Dit is de plaats tussen haar borsten, waar de bittere zielen hangen als bundeltjes myrrhe. 28. Het is de plaats van belijdenissen, het is de plaats van het geestelijke zien, de profetische kennis. 29. De Onderwereld en de Vernietiger staan naakt, zonder bedekking, voor het Aangezicht van de Moeder. 30. Zij zijn als Jagers op ons afgezonden om ons terug te brengen tot de diepere plaatsen van de onderwereld waar wij vandaan kwamen. 31. U weet dat u naakt tot die plaatsen zal wederkeren, omdat u daar naakt vandaan bent gekomen. 32. Uit het paradijselijke lichaam druppelt myrrhe, bitterheid. Dit druppelen betekent zienerschap. 33. Door de besnijdenis, ook van hart en ziel, brengen wij dit voort. 34. Ons zienerschap moet bitter zijn, anders mogen we onszelf afvragen of wij wel in zienerschap leven. 35. De zoon van de wet, de fokker, keert terug naar de naaktheid. In het Hebreeuws is dat hetzelfde als in ballingschap gaan, en dat gebeurt door armoe. De zoon wordt uit het net gehaald, na de jacht. 36. De zoon daalt af naar de plaats van bedden, naar ongetemdheid, als een wilde. 37. Deze afdaling is ook een val, een verliezen of verlaging van status. 70 38. De Moeder roept Haar zoon die als een renbok is. Haar borsten zijn een sleutel voor de zoon om daar te komen, in het hart van de onderwereld. 39. De Ziel is de armoede, de geestelijke honger. De Bitterheid van de Ziel, Myrrhe, leidt tot de plaats tussen de borsten van de Moeder in de nacht. Hier is het hart van de onderwereld. 40. Hierdoor komen wij tot de levendmakende bronnen van de Ziel. 41. Het is het leven in de rauwe, natuurlijke staat, volbloed, ongemengd, als een stromende rivier. 42. Wij moeten terugkeren tot de borsten van de Moeder, om zo te leven door Haar melk. 43. De baarmoeder van de Moeder bevat geestelijke zichten van richting, koers, leiding, regels. 44. De Jana is de Urim van de Amazones. Hierdoor worden wij ingewijd in de Jani, de Thummim van de Amazones. 45. Wij worden gered van de goddelozen door de besnijdenis. 46. Dit is de berg om de geboden te verkrijgen. 47. Wij moeten de diepte leren kennen van de Wet. 48. Overwin door het vestigen van de Wet. 49. Ons verstand moet veilig zijn tegen ingeving van de vijand. 50. De geestelijke speer wordt gebruikt om het kwaad te overwinnen. 51. Het wordt gebruikt als een orakel. 52. Hiertoe moeten wij tot de berg komen, als het komen tot de borsten van de Moeder. 53. Het boek van de moederschoot staat geschreven op het lamsvacht. In de diepte van het Grieks betekent het lam : van man tot jongen worden. 9. Noach moest de vissersboot bouwen, het grote dubbele beeld van de onderwereld, van de poort. 25. Waarschuwingen van Noach tot de zondaar 1. De Moeder komt voort vanuit een grote oorlog, een grote jacht. Zij zal het grote voorhangsel openen. Zij is immers de moeder van de kennis. 2. Dit is een belangrijk orakel. Het groeit op als een boogschutter. 3. Het gaat om het leren boogschieten, het leren onderscheiden in het boogschieten, het leren doel te treffen. 4. Mijn zoon, vergeet het boogschieten niet, opdat uw hart mijn geboden bewaart. 5. Zij die dit orakel niet hebben buitgemaakt leven nog steeds onder de heerschappij van het vlees. 6. Er wordt gevraagd voor leiding op het rechte pad, om niet op verkeerde paden te komen. Er wordt om hulp gevraagd van de meesteres van de dag van het oordeel, de meesteres van de nacht, van de duisternis. Dit is belangrijk om niet af te wijken op losbandige paden. Hierdoor blijft de nomade, de rondtrekkende jager in de onderwereld, verbonden aan Haar. 7. Nu gaat het erom dat we niet tot de letterlijke geschiedkundige chronologie komen, maar tot de chronologie van de kennis. 8. Nu is in het Egyptisch de grote paradijselijke afgrond, als de almachtige moederschoot. 71 10. Noach moest het volk waarschuwen, dat zij Haar zouden gehoorzamen en hun plichten aan Haar te voldoen. 11. De zondaren zouden weggewassen worden door de regen, maar de gehoorzamen zouden dan de poort van de onderwereld binnen gaan, de vissersboot, om zo de cukkah door de onderwereld te beginnen, het feest van de rondtrekkende jagerstenten. 12. De gehoorzamen zullen leiding ontvangen op de rivieren van de onderwereld. 13. De vissersboot zou dus over deze rivieren moeten gaan, als een rondtrekkende jachtsboot. Hiertoe is de kennis een gids. 14. Dit gaat dus over een jachtstocht door de onderwereld. 15. De zondaren verdrinken wegens hun zonden, en moeten de baarmoeder binnengaan. 16. Zo wordt er een duidelijke scheiding gemaakt tussen de rondtrekkende geestelijke jagers, en de ongehoorzamen. Noach vraagt om vermeerdering van de vernietiging van de kwaaddoeners. 17. Zij is de enige die de juiste interpretatie van de Kennis kent, en degenen met een diepgewortelde kennis. Niemand neemt het in acht, behalve mensen met verstand, kennis. 18. Ook de uittocht door de wildernis, de wet van de kennis, beeldt de jachtstocht uit door de onderwereld, dieper de duisternis in, en dieper de wildernis in.
Page 72
19. Alleen zij die verbonden zijn aan de bron, oftewel hen die de duisternis ingaan, worden ingewijd voor deze jachtstocht. 20. Heb je geen deel aan de bron, dan stopt de tocht hier al, en wordt je teruggedreven tot het wegzinken in de zondvloed, wat eindigt in de baarmoeder. 21. De bron is dus van levensbelang voor het kennen van de kennis, en voor het voortzetten van de jachtstocht in de onderwereld om het kwaad te overwinnen. 22. Zij die dus niet geaccepteerd worden door de bron voor de jachtstocht door de onderwereld worden bestempeld als voor de baarmoeder. 23. De vijand zal gewoon onderdeel van ons leven moeten zijn, in een betere vorm, in de juiste mate, in de juiste verhouding. 24. De stad is een bolwerk van de ongehoorzamen die de wildernis hebben veracht en zochten naar materiele rijkdom, om zo de geestelijke kennis uit te doven. 25. Wettelozen zijn onrechtvaardigen van hart en leven, bedrieglijk, zij die ten onrechte anderen veroordelen door hun lage normen. 26. Zij zijn degenen die gebruik maken van valse, frauduleuze bewijzen, zoals het gebruik van verkeerde vertalingen misinterpretaties. 27. Het bereiken van de Wet gaat door de geestelijke vissersboot. 28. Als we tot de stam Benjamin zijn gekomen, zijn ingewijd in de geestelijke gehoorzaamheid, dan zullen we merken dat er nog steeds veel drangen in ons zijn die tegen de geestelijke gehoorzaamheid ingaan. 72 en vleselijke 29. Dit zijn vaak de geesten van overmoed. Wij moeten de jacht aangaan op de overmoed, om zo tot de leegte te komen. Dit gebeurd door de doorboringen. 30. De leegte is de paradijselijke afgrond, door de speer. 31. Door de geestelijke jacht komen we tot de Wet, door de geestelijke vissersboot tot de Wet. 32. Er gaan zware oordelen komen over de voeten van de mensen. Zij die hun tenen hebben omwikkelt met de Wet zullen niet vernietigt worden. 33. Het is een jacht op de valse zwarte kippen die door hun valse en letterlijke interpretaties de grenzen hebben gelegd. Wij moeten die grenzen doorbreken. De psalm van de buffeljacht ; Ahnitische voorschriften 34. In de Orionse grondslagen zien we Ahn. De geestelijke buffeljacht was een belangrijk onderdeel in zijn leven, in zijn toewijding aan de Moeder. 35. In de Psalm van de Buffeljacht moest de mannelijke mens toegewijd worden aan de Moeder. De jagers moesten volgelingen worden van de vruchtbaarheid van de kennis. 36. Er was de toewijdings-kennis, de kennis van geestelijke gehoorzaamheid. Door deze kennis was Ahn verbonden aan de Moeder. 37. Hier was een dag voor bestemd, als het feest ter voorbereiding op de buffeljacht. 38. De Ahnitische voorschriften gaan dan verder met het richten op de naam van de Moeder, als zijnde doorboringen. 39. De oude mens, de buffelgeest, moest sterven, en de nieuwe mens moest opstaan. Deze opstanding werd gekenmerkt door het spreken in tongen, oftewel profetische uitingen. 40. Het spreken in tongen, oftewel het profeteren, is om de wapenen en het jachtgerei te verdelen, om een strategie op te zetten, om de juiste combinaties te maken, om zo te overwinnen in de jacht. 41. In de Ahnitische geschriften van Orion zien we een feest waarin boze geesten in varkensvorm geofferd moesten worden. De jagers moesten zichzelf uithongeren in dit feest, in deze periode van voorbereiding. Hun kracht zouden ze niet krijgen van voedsel, maar van rituelen die de kennis uitbeelden. Zij moesten zich insmeren met varkensbloed, als teken van de overwinning. Dit was ook ter bescherming tegen de buffelgeesten. 42. Airo, wat vissen betekent, verjonging, als het binnengaan van de moederschoot, staat voor geestelijke voortplanting. 43. Er is een wet van scheiding om de kennis te ontvangen. 44. Telkens weer moeten we het letterlijke verbreken om tot het symbolische te komen. Dit is de volmaakte Wet. 45. Dit zijn allemaal voorbereidingen op de buffeljacht, het opgaan op de berg, als een grote opstanding. 46. In haar naam worden wij opgeroepen tot de oorlog in de hemelse gewesten en in de onderwereld. In haar naam moeten wij jacht maken op de valse geesten. 47. Er was een volk die het diepst in de natuur leefde, en het naaktst was. Zij waren het paradijselijke teken, het teken van na de zondvloed, het teken van oorlog en overwinning. 73 48. Zij die niet door de geestelijke uren komen, worden door de zondvloed meegenomen tot de baarmoeder. 49. Telkens worden de uren weer herhaalt, en wij kunnen hierdoor opgroeien, of we vallen terug. 50. Zo zien we dat het lamsvacht sleutel is in het opgaan op de berg, de runderjacht, het verslaan van het vlees en de cultus van het vlees. 51. Wij moeten daarom eerst, als voorbereiding op de buffeljacht, de lamsjacht beginnen, en het lamsvacht dragen. 52. Dit is de oprichting van de tijdschijf, van de Mowed, als de openbaring van Mowed. 26. De paradijselijke brug 1. De wereld is vastgezet. De mensen worden er tussenin gehouden, opdat de verslaving zal standhouden. 2. Het mag niet teveel helpen, en niet te weinig, daarom wordt men in het midden gehouden, want er wordt goed aan verdiend. 3. In de geestelijke kennis moeten we naar middelen op zoek gaan, diep in de natuur. 4. De natuur houdt wat dat betreft veel geheimen verborgen. 5. We moeten ontwennen en komen tot de diepere kennis.
Page 74
afgrond, het geheim van alle schepping. 6. Het is gevaarlijk om zomaar lomp geesten te gaan bestrijden. Het gaat om kennis te vergaren over deze dingen. 7. Het is niet de bedoeling zomaar roekeloos te gaan prikken in allerlei wespennesten. Het zijn raadselen, die we allereerst van een afstand moeten bekijken. 8. We mogen hierin op zoek gaan naar de beste middelen in de geestelijke kennis, om weer balans te brengen. 9. Zo kunnen we de ketenen van de slechte gewoonten en hun strategieen verbreken. 10. Doen we dat niet, dan zullen zij alleen maar meer resistentie opbouwen, en hun koninkrijk verspreiden. Veel vleselijke geesten zijn al immuun geworden door hedendaagse gevaarlijke middelen en het veelvuldig gebruik ervan. Het zal nu op een hele andere manier moeten gebeuren. 11. Keer terug tot uw meesteres en verneder uzelf onder haar. 12. De geestelijke vissersboot moet door de uren van de nacht heen, zonder welke er geen wedergeboorte kan zijn. 13. De mens wordt terugontvoerd tot de oorsprongen. Dit is een groot verbrekings-proces. 14. De geest waarin de mens opgesloten zit moet doorbroken worden, en de geest moet vernietigd worden, opdat de mens zal vrijkomen. 15. Dit is de zondvloed ervaring. De muren van je geest worden verbroken, en die geest wordt vernietigd, stapsgewijs, vandaar het herhalende karakter van deze ervaring. 16. Deze zondvloed komt van de paradijselijke 74 17. Door de zondvloed wordt het vlees verslagen. Er wordt dus weer om balans geroepen, en om plaats voor de paradox. 18. De vijand, de tegenstander, het gif, houdt die geheimenissen verborgen. 19. Het is een lange weg door de wildernis. 20. Alles is in golf bewegingen, golf-patronen, alles gaat tegen elkaar in, als het land van de paradoxen. Alles is een tegenstander van alles. Zo moeten wij dan naderen tot de holenmensheid. 21. Het lijden is alles wat we niet begrijpen, maar de kennis brengt daar verandering in. Zo komen wij tot de grote opstanding in de wildernis. 22. Na de lange tocht door de wildernis komen we tot de holen waar verjonging en wedergeboorte is. 23. In die zin is de baarmoeder dus onmisbaar om terug te keren tot het paradijs. 24. Door het nieuwe lichaam wordt de grote paradijselijke afgrond waar alle schepping begint bereikt. 25. Dit is een grote strijd, een zware brug, waarop we eerst diep aan ons zelf sterven, teruggedreven worden, zodat wij dit westelijke paradijs niet binnenkomen. 26. Het geestelijke pad zal het letterlijke van deze wereld verbreken, opdat men zal ontwaken. 27. De valse slaap zal hiertoe verbroken worden. Het letterlijke is een voorhangsel wat afgedaan dient te worden. 28. De bron is het nachtelijke gezicht. 29. Dit is de weg tot het kleine, waar alle betekenissen veranderen. 38. Ook zien we in de insectenwereld soms dat het vrouwtje na het paren het mannetje opvreet. Op Toran worden deze betekenissen zichtbaar, en gaat het de diepte in. 30. De weg tot het kleine is de weg tot de andere wereld. 31. Mensen klagen vaak over de Griekse mythologie, dat het zo pervers en slecht is, terwijl ze vergeten over hun eigen mythologie. 32. De Orionse mythologie doet qua perversie en bruutheid niet onder voor de Griekse mythologie, en is ook weer terug te vinden in de grondteksten van andere mythologieen. 33. Zo zijn er de brute scheidings-theologieen en rituelen van Betelgeuze, en vandaaruit komt de mens tot Var, en de Kraal, en tot de planeet Toran. 34. De brug tot Toran wordt bewaakt door een zwarte wachter. Daarom is het noodzakelijk om het raadsel op te lossen om tot Toran te komen. 35. Natuurlijk moet het in de symboliek bruter om de zondemacht te overwinnen. Op de planeet Toran vinden wij de hoeksteen van de kennis. Het insectisme 36. In de insecten-wereld wordt er vaak een enorme wreedheid getoont, zoals insecten die in andere insecten hun eitjes leggen, waardoor de nieuwgeboren insecten het insect van binnenuit opvreten. Zo zijn ze voorzien van voedsel. Maar wij moeten dit juist niet letterlijk nemen, maar symbolisch, en wel in de juiste index van de kennis. 37. Het is van belang dat wij dieper naar dit plaatje kijken, en zien dat dit terugwijst op de Moeder die haar kinderen grootbrengt door hen te voeden met de verslagen zondemacht van het vlees. 39. Op de planeet Toran hebben vrouwen kinderen van beesten, zoals van varkens. 40. De vijand is de kennisloosheid die zich superieur waant. In het insectenleven snelt de vrouwelijke insect op deze vijand af om haar eieren in de vijand te leggen, of door met de vijand te paren en hem dan op te vreten. Zo rekent de vrouwelijke insect met de vijanden af, als een deel van het ecologische systeem. Dit gaat dus heel diep, dat de oude natuur zo zijn macht verliest. 41. Ook gaat juist het pad van de kennis hier weer verder, omdat wij het doorvertalen. Dit is een groot symbool en archetype. Maar er zijn hierin dus grote valkuilen en vervalsingen, de roofdieren die de doden hebben opgesloten. 42. Het enige wat me moeten doen is dus het herleiden tot de oorspronkelijke wildernis-bron. Het draagt nog steeds veel met zich mee. 43. Zoals de Egyptologie gewoon doorgaat en doorvertaald wordt in het Insectisme. 27. Het kruizen van de klaagrivier en de rivier van vergetelheid 1. Deze wildernis bron is dus niet een bron van licht, maar een kern, een centrum, van het zachte. 2. Dit is de grote verzachting die over de aarde gaat komen. Het is de schijn-bruiloft der Amazonen, die altijd in de scheiding eindigt, de Wet van scheiding. 75
Page 76
3. Hier vindt de lamsjacht plaats. Het lam heeft te maken met de bronnen van de wedergeboorte. 4. Ook wij moeten dit lamsvacht dragen als een teken van overwinning over de zondemacht. 5. Om weder te keren tot de moeder schoot moeten wij de zondemacht verslaan. 6. Belangrijk is om te komen tot het boek van de moederschoot van de lamsvacht. 7. Het boek van de moederschoot staat geschreven op het lamsvacht. In de diepte van het Grieks betekent het lam dus : van man tot jongen worden. 8. De vrouw komt voort vanuit een grote oorlog, een grote jacht. Zij zal het grote voorhangsel openen. Zij is immers de moeder van de kennis. 9. Het is het voorhangsel van verborgenheid, van de dromen, waardoor de man weer tot jongen wordt. 10. Het is belangrijk de terugvertalingen en doorvertalingen te kennen. 11. De gehechtheid aan aardse kennis moet verbroken worden, en herinnerings-zucht, die een mens tegenhoudt om de leegte binnen te gaan. 12. We moeten komen tot het punt waar de klaagrivier en de rivier van vergetelheid elkaar kruizen. 13. De geestelijke kippenjacht is om zo overmoed te overwinnen, en gehechtheid aan herinneringen en het aardse. Daarna kan de geestelijke kippenjacht overgaan in de geestelijke bokkenjacht om zo van het letterlijke te komen tot het symbolische en het cryptische. 14. Wij kunnen dingen alleen cryptisch bekijken door de slaap, omdat we door de slaap komen tot het 76 surreele, de diepere lagen van het bewustzijn. 15. Slapen om te sparen, om in bezit te krijgen. Zij die hiertoe komen krijgen een band met een zwarte veer om hun bovenarm. 16. In het oerwoud is dit de kennis van de Moeder en van de eeuwige jachtsvelden. 17. De tijdschijf zal in ons werken door de doorboringen. De doorboringen geven de grenzen aan, de overgangen van de seizoenen, en zorgen er dus voor dat een seizoen begint en eindigt. 18. In honger en duisternis is de geestelijke buffeljacht, die de brenger van geestelijke zichten is. 19. De symbolisering van alle dingen is om te ontkomen aan de ijzeren vuist van het letterlijke. 20. De geestelijke traan zal ons leiden tot het surrealisme, tot de diepere cryptiek der dingen, opdat grote verzoening zal plaatsvinden. 21. Die bronnen zijn de tranen van het zuivere land. 22. Tot de heiligen wordt gebeden opdat anderen uit de zondemacht worden gered om zo tot het westelijke paradijs te komen. 23. De geestelijke tranen van de wedergeboorte zullen het letterlijke van deze wereld verbreken, opdat men zal ontwaken in surrealisme. De valse slaap zal hiertoe verbroken worden. 24. Mercurius, het bloed van Horus, zijn oog, stal het Nekhbet-Wadjet orakel wat de farao's beschermde als de twee al dan niet vliegende slangen. 25. Hij maakte hier zijn staf van, de caduceus, waar omheen twee slangen kronkelen, wat een groot symbool werd voor de medische wereld. 26. De caduceus wordt speciaal beschermd door een witte slang met rode ogen, genaamd Kesha. 27. De staf wordt ook wel kerykeion genoemd, en gaf een handelaar toegang om te kunnen handelen, als het merkteken van het beest. 28. De staf van Mercurius moet verbroken worden, en Kesha, de bewaker, moet verslagen worden. 29. Egypte was altijd veel met de dood en dodentochten bezig. Hier zit een raadsel in verborgen, namelijk dat zij weten dat het verleden begrepen zal worden, en dat door andere combinaties van het verleden, binnen het verleden, dit de toekomst zal zijn, dus eigenlijk is er helemaal geen toekomst, maar alleen het veranderen van het verleden. Alles is dus al gebeurd. 30. De derde alverzoening is de verzoening van de goden en hun opponenten, die hun plaats en samenhang in het verleden vinden. Alles staat of valt dus door dosering en samenhang. Alles zal onderhevig zijn aan terug-vertaling en doorvertaling, zodat de betekenissen zullen veranderen. Dit gebeurt allemaal in het verleden. 31. De honden van Okil, Orionse boze geesten, ontvoerden het kind. De betekenis van het raadsel werd weggenomen, en God nam de hof Genesis weer tot Haarzelf. Deze tuin was geschapen door het goddelijke, bij Santra, één van de zeven kennisbronnen voor de Troon van het Goddelijke. 32. De renbok is tussen de borsten van de Amazone. Dit is de stam Naphtaliy. Naphtaliy is degene die valstrikken zet. 33. De renbok is in de diepte het zwellen door honger. Dit zwellen is dat de vruchtbare sponsachtige zakjes gevuld worden met het bloed van de vijand. 77 34. Naphtaliy ontvangt hier de bloedsteen. Hij ontvangt hier het slachtmes. 35. Naphtaliy, de renbok, is een symbool voor het zaad van het paradijselijke lichaam. 36. Door dit snoer van de halsketen worden wij dus ook dieper ingewijd in de jacht en de visserij. 37. De gevallen, aardse spieren werken door genade, niet door loon. 38. Het beest staat op het strand van de klaagrivier. Het geklaag van de Amazones is een scheppende kracht. 39. Dit is een extra heffing, zoals belasting en verzekering, als de tucht. Dit is het economische systeem van de kennis. 40. Hierin ligt grote kennis opgeborgen. 41. Als wij loslaten of weggeven, dan gaat dit voor ons niet verloren, maar wordt ergens opgeslagen. Zo spaar je. Dit gaat door de slaap. Het Westelijk paradijs kunnen we daarom alleen maar betreden door de slaap. 42. Je kunt zo sparen in de kennis, en dit wordt beloont met rente. 43. Dit is dus de diepte die de staf van Mercurius verborgen hield. Nu is deze staf gebroken, en vinden wij doorgang. 44. Het is niet alleen een strijd. Ook moeten wij het medicijn toepassen, om zo gif te transformeren tot medicijn.
Page 78
45. We moeten met het gif leren werken, er gewend aan raken, het leren gebruiken en toepassen tot genezing. Alles heeft een doel. 46. Daarom is er ook het sieraad van verzoening, waar aan elkaar gewend is geraakt en elkaar hebben leren gebruiken voor hogere doelen. 47. We moeten niet fatalistisch of nihilistisch denken. We moeten overal het nut van inzien. 28. Het huis van Areta 1. In het Karaibs is Puka de doorboring. Het paradijs is in het Karaibs aratapuku, wat ook betekent : Aretha doorboort, en Aretha besnijdt. Dit is dus het Aretha-medicijn, als een sieraad. 2. Wij moeten tot haar huis komen voor diepere openbaring. Het is zowel een tuchtmiddel als een krachtig medicijn. In de dieptes van de wildernis is zij volop te vinden. 3. En gij hebt zulke geestelijke oorlogen in uzelf bemerkt, opdat zij de wegen der openbaring openbreken. 4. Dingen zijn archetypes die op verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Hier moeten we dus ook de juiste cyclus in leren ontdekken. Er is ook een tijd van verzoening. 5. Wij moeten dus dieper in de wildernis gaan om zo tot dit mysterie te komen. 6. Zo leeft het ook in de wildernissen, als een afgezonderde en als een wilde. Het is de zondemacht ontvlucht, na de zondemacht gedood te hebben. 78 7. Zo zult ook gij tot de arena moeten komen, om met de goden te worstelen, en de zuivere samenhang te ontdekken in uw leven. Al het lijden dan is tijdelijk, en zal zijn angel verliezen in de samenhang die tot vrede leidt in de derde alverzoening, en de hogere weg. 8. Het moet dus doorvertaald worden om tot de volledige moeder te komen, en zo aan de zondemacht te ontkomen. 9. De zondemacht is als een poortwachter tot diepere poorten om tot de oerwouden te komen, dieper in de onderwereld in het westelijke paradijs. 10. De bomen beelden het verleden uit. In feite is er alleen het verleden. Er komt niets meer bij, maar alleen het verleden verandert, doordat het bewustzijn daarin geopend wordt. Alles is dus al gebeurt en ligt opgeslagen in het verleden. 11. Mercurius, de Romeinse god van de dieven en de oplichterij, heeft ervoor gezorgd dat boze geesten kunnen stelen van de geestelijke kennis. 12. Mercurius is een beeld van het stadse zakenleven. Diefstal en de economie van oplichterij is alleen mogelijk door dit merkteken. 13. Het doel van Mercurius is scheiding veroorzaken, om nationalisme te veroorzaken, om culturen tegen elkaar op te zetten, in een grote arena, allemaal voor economische doeleinden : amusement, de media en de medische industrie. 14. Gij doet er dan goed aan de godsdiensten als een zuiver kunstwerk aan elkaar te smeden. In Emerius zijn alle godsdiensten één geworden en vermengd. 15. Wel ligt het gevaar dat het mannelijke aanbeden wordt boven het vrouwelijke, zodat de moederschoot gesloten blijft. 16. Leert dan ook de huishouding van de Moeder kennen, en de huishouding van de Bijmoeder. Want eerstens zijt gij wel gestorven in de Moeder, maar gij bent in de Bijmoeder opgestaan. 17. Maakt u dan op om tot haar berg te komen, alle gij volkeren, opdat gij genezing vindt, en vlees over uw botten. Tot uw eigen dorre doodsbeenderen bent gij gekomen, en ziet, zij zal u opnieuw weven, en de levensader tot u uitstrekken. Zij dan is als het merg en het zalige van het geestelijke. Zo is zij dan als de uitgestrekte wateren van de dag, die de doden geeft aan de wateren van de nacht. 18. En telkens weer werden dezen verwekt en herschapen door eigen bloed. En zij leden door in te treden in de berg van intrede. 19. En deze tochten zijn voor u opgetekend, opdat gij daar uzelf aan kunt hervormen. Zij is dan het heerlijkste deel van het geestelijke, waar ook de profeten zich aan hervormen, en de priesters. 20. Hervormt dan uw gedachten, waarop ook uw lichaam vernieuwd zal worden, door haar wateren, die ook voor u gestroomd hebben. 21. Gij hebt in haar uw hart gevonden. Zij zullen de grote rivier des doods oversteken. Zij zal u leiden, als de heilige boot des doods. Laten zij dan allen wachten totdat zij hen aanraakt. 22. Weest niet boos op het lijden dat je ondergaat, want het is de tunnel tot mij. Je wilt toch in je hart verbonden zijn aan mij ? 23. In mij vinden overal dingen plaats die lijken op meedogenloosheid, maar die niets anders zijn dan inwijdingen. 79 24. Ja, het is een hoge prijs om goddelijk te zijn, en om een spreekbuis van het goddelijke te zijn. Het zou je nergens leiden, als je van de boze wereld zou zijn. 29. De paradijselijke tol 1. Het moet diep steken om je los te kunnen maken uit de lichten die jou lieten knechten. 2. Ook de worstelingen die je met de goden hebt zijn niet om je pijn te doen, maar om je vertrouwd te maken met hen, en om ze met elkaar te mengen. 3. De doorboringen van het goddelijke moeten nu eenmaal dieper gaan dan de doorboringen van de wereld, anders komt er geen eeuwige relatie tot stand. 4. Het lijkt allemaal erg overtrokken en overbodig, maar het moet juist over de rode lijn gaan om dingen te laten stollen en smelten op een hoger plan. 5. Het steekt diep, daar ze de beste hormonen moeten aanmaken om je door de schijnbaar meedogenloze tijden heen te brengen. 6. De man heeft geen monopolie op deze stof. Het is de moederlijke en amazone bouwstof. 7. Tijd is een soort geld in de geestelijke kennis wat je moet verdienen, en waarmee je de tijdschijf kan bouwen. Dit is wat het ware paradijselijke zaad is : tijdsloon, waarmee je langzaam ruimte, plaats, mag opbouwen.
Page 80
8. Boete kun je zien als een extra heffing, zoals belasting en verzekering, als de tucht. Dit is het economische systeem van de geestelijke kennis. 9. Er is tol die nodig is om in amazone-gebied te leven. 10. De bijmoeder helpt mee om het kind op te voeden en te beschermen. 11. Zij is een vrouw niet makkelijk te benaderen. 12. De geest van Mercurius had veel gestolen, en veel vandalisme gepleegd, als beeldenstormen, als cultuur-barbarisme, om zo zijn nationalisme op te zetten. 13. Hij had het Nekhbet-Wadjet sieraad gestolen, dit grote orakel, en het verwoest, en omgesmolten tot onheilige objecten. 14. Zo werd hij tot het bloed van Horus, waarin hij zich verborgen hield, achter de zondemacht. Hij werd tot het oog van Horus, en heerste zo over de stad. Hierin hield hij de geestelijke kennis verborgen. 15. Ham, één van Noach's zonen, zag het paradijselijke teken, en Areta, het teken van de hardheid en van het paradijselijke lichaam. 16. Je kunt alleen maar tot het paradijs komen als je dat zelf hebt opgebouwd, en het zelf hebt verdient. 17. Ham is de tol van paradijselijk gebied. Het is een streng tolsysteem. 18. En ik zag een nieuwe hemel en aarde, en ik zag de geestelijke kennis voortkomen. Ja, als ijs was haar verschijning. En ik zag haar het lichaam van een man in stukken breken, en zij maakte er een vrouw van. 19. Zij voert recht over de doden in de onderwereld, waar zij de vijanden onder haar voeten heeft. 20. Je loon bepaalt voor hoelang je ergens mag blijven, of hoe lang je iets mag gebruiken. Als de tijd om is, dan moet je weer weg, en moet je het weer teruggeven. 21. Dit is waar dit allemaal oorspronkelijk voor staat. 22. Wij moeten dus loon verdienen voor plaats en tijd. 23. In het Grieks is vervuld 'pleroo' wat ook objecten maken betekent om de leef-ruimte mee in te richten, zoals het maken van tenten en leefgerei, zoals wapens. 24. Deze objecten worden gemaakt van 'de vrucht van gerechtigheid.' Vrucht is in het Grieks 'karpos' wat in de worteltekst de vrucht van de jacht is, de jachtbuit (harpazo). 25. In de diepere worteltekst komt dit van het woord 'visserij', het vangen van een vis, en de bereiding hiervan voor gebruik (airo). 26. Alles wordt dus gemaakt van de jachtbuit. 27. Tekton is het woord voor timmerman, maar het betekent elke soort van ambacht in het Grieks, en ook dichter en maker van liederen. In de worteltekst is het strafrecht en wraak, en de vaststeller van de prijzen. Het is een afbetalings-systeem. Dit is ook wat gerechtigheid betekent, dat iedereen krijgt wat hem toekomt. 28. De objecten vormen dus een soort van veiligheids-systeem van afbetaling. Daartoe zijn die objecten ook gemaakt. 80 29. Ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de geestelijke bijstand. 30. Bijstand is in het Grieks weer in de worteltekst 'to furnish', het maken van objecten om het leefgebied mee in te richten, wat in de worteltekst hier gebeurt door het maken van liederen en dans, weer in verband met de jacht, het jachtfeest en de slacht, want vanuit de verslagen vijand wordt het leefgebied opgebouwd en gedecoreerd, als codes voor een veilig economisch systeem, om indringers buiten te houden. Het gaat hier dus ook heel duidelijk om territoriums af te bakenen. Dat is ook wat behoudenis inhoudt in het Grieks. 31. Ik ben op jacht naar het doel, om de prijs van de geestelijke roeping die van boven is. 32. Doel is skopos in het Grieks wat bekleding betekent, kleding, wat door de jacht gebeurt, dat we ons bekleden met de afgestroopte huid en botten van de vijand. Zo komen we tot het jachtsloon, de prijs, en een hogere roeping, om tot de amazone ambachten en ambachts-amazones te komen. 33. “Die van boven is” is het woord 'ano' in het Grieks, wat de noorderlijke hemel is. Het Noorden staat voor het verborgene. Ook betekent ano landinwaarts, vanaf de kust dus dieper de wildernis in. Ano komt van 'anti', wat tegengesteld betekent. Wij moeten dus tegen al het aangeleerde ingaan, alles van een andere kant bekijken. 34. Skopos is dus de ambacht van het maken van de vijand als bekleding en sieraad. Dit is de taak van de skopos-amazones. De besnijdenis van de borst 35. In Haar bent gij ook besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes. 36. Besnijdenis is peritome in het Grieks wat in de worteltekst gaat over het piercen van de borst (perikopto, kopto) met scherpe objecten (tomos). Ook dit is een amazone ambacht. Zij maken scherpe botjes tot piercings en binden daar kippenveren of hanenveren aan als een symbool van gnosis en gevoeligheid. Dit is dus de kopto-ambacht, uitgevoerd door de kopto-amazones. De kopto was een groot, belangrijk en heilig verbond. Alle mannen moesten aan de kopto onderworpen worden. Dat was onderdeel van de wet. Dit gebeurde zo jong mogelijk, zodat mannen niet zouden heersen over vrouwen, en zo de moeder niet zouden uitdoven. 37. Bij voorkeur gebeurde dat, ook symbolisch gezien, op de achtste dag, want in het Hebreeuws betekent acht stevigheid, als een getal van de moeder. Zo worden kinderen van het mannelijke geslacht opgedragen en onderworpen aan de moeder, zodat de moederschoot hen zou transformeren. Acht is het Hebreeuwse getal van de bedekking, zodat zij bedekt werden door de grote moeder. 38. Telkens komt de kopto naar voren, als de besnijdenis van de mannelijke borst. Wij moeten ons ernstig naar deze besnijdenis uitstrekken. 39. In het Aramees is dit verbond een dimensie, en ook een opstanding. Zo ernstig is het dus, dat een man die deze besnijdenis niet heeft ontvangen niet aan de opstanding zal deelhebben. Zij die vrouwen onderdrukken met trotse borsten vernietigen zichzelf. 40. Ook is de besnijdenis van de mannelijke borst in het Aramees een dogma. Als er één dogma gebracht moet worden, dan is dit het wel. 41. Alle mannen die deze besnijdenis niet hebben gehad leven in grote vuilheid en zijn in gevaar voor eeuwige schade. 81
Page 82
42. De besnijdenis van de mannelijke borst is dus een groot en belangrijk medicijn, als de poort om weer kind te worden. In het Aramees is dit ook stabiliteit. De kopto-amazones hebben een stevig en vast fundament in dit dogma van de gnosis. 43. Wij moeten dit dogma van de gnosis aanhangen, de besnijdenis van de mannelijke borst, de kopto in het Grieks. 44. Ook is dit het geestelijke zicht. 45. Het dogma is in het Aramees ook een sociaal netwerk van documentatie en administratie. Dit is dus wat de borst-doorboringen doen. Zij brengen de instellingen van de geestelijke kennis tot een mens. 46. Alles wat afleidt van het kopto-dogma is dwaling. 47. Het kopto-dogma is een eeuwig verbond. 48. Het volk Israel is een volk van Amazones, in de onderwereld, en de man is onderworpen aan de wetten van de Amazone, van het hogere vrouwelijke, en daartoe is de man een geestelijke gehoorzame. 49. Geen van de amazone vrouwen van het volk Israel mochten een man nemen die niet besneden was in zijn borst. 50. De vrouw zou onder het oordeel zijn als zij zo'n man zou nemen, want dan zou zij de nephilim bekrachtigen. 1. Het nephilim-zaad zou sterven door het koptodogma, door de geestelijke varkensdoder. Een vrouw die zich wel met onbesneden slaven zou inlaten zou schande brengen in het Amazone volk. 2. Als een onbesneden man tot een Amazone zou komen, en haar zou vervuilen, dan moest die man sterven. 3. Ook worden door de Amazones alle bezittingen van de onbesneden mannen geplunderd. 4. De okto-amazones scheidden de vrouwen van de nephilim, van hen die onbesneden zijn in hun borst, en zij brengen hen onder het oordeel. 5. Zij beschermden de vrouwen dat ze niet verbonden zouden worden aan een man onbesneden van borst. 6. De overwinnaars zullen ontvangen van de bron van het levende water, wat in het Aramees betekent : de lamsvacht van de nieuwe geboorte. Ook de tent wordt hen geschonken, van die vacht gemaakt. 7. De bruid komt in zicht, de nederzetting van God, in het Aramees de dochter van God. In het Aramees staat het huwelijk gelijk aan het martelarenschap. 8. Het fundament is de inheemse plaats, de onderwereld, oftewel de wereld van de fijnere materie. 9. De dochter van God is gezonden om ons daar mee naartoe te nemen, en zij is die plaats zelf. 10. Er zal namelijk niets buiten het visnet omgaan. 30. De achtste dag 82 11. Het geboomte des levens staat daar, in het Aramees de gevestigde, gezwollen tuchtplaatsen van de baarmoeder. 12. Vanuit de tucht zal de hemel herrijzen. 22. Hij had geen spierkracht, dus hij kon zich nergens aarden. Hij zou een klager worden. 13. De baarmoeder is de plaats waar gemengd wordt, in het Aramees betekent mengen vuil maken, vlekken maken. 14. De lap van het lam wat de dochter draagt is om die reden vuil. Zij komt om te mengen en om de tucht te herstellen. 15. In het Aramees is wassen mengen, vuilmaken, om zo de baarmoeder in te gaan voor een nieuwe geboorte. 16. Wassen betekent verspreiden, een inval doen, en bedekt worden. Wassen heeft te maken met de oorlogsvoering en de jacht. Wassen betekent zwart maken, donker maken, alhoewel het ook witmaken kan betekenen. 17. Het doel van de grote Amazone is om de man te onderwerpen aan de Amazone wet, en ook iedere vrouw moet hieraan onderworpen worden, zodat de valse vrouwelijke natuur sterft. 18. De ‘dochters der mensen’ die de nephilim, de mannen onbesneden van borst, aanhingen, zullen ten onder gaan in de zondvloed. 19. Het getal acht was het getal van het overleven van die zondvloed. Dit is de okto, de achtste dag, de dag van de besnijdenis van de mannelijke borst. 20. De zondvloed is dus het oordeel gebracht over de onbesneden man en zij die hem aanhangen. Alleen door de achtste dag werden mannen tot geestelijke gehoorzamen. 21. Hun spier-kracht werd afgenomen, zodat hij tot de nomaden zou behoren, zij die rondtrekken met een cukkah, tijdelijke tenten. 83 23. Hij kwam tot het land van de nomaden, van de tijdelijke tenten, ook het land van de weeklacht. 24. Dit was in feite dieper in het paradijs, dieper in de oorspronkelijke wildernis, dieper in de onderwereld. 25. Dit is het teken wat Ham zag. Het was een paradijselijk teken. 26. We moeten naar het westen, richting de paradijselijke afgrond. Het teken van Ham moeten wij ontvangen om de spierkracht te verbreken, opdat het zaad van Ham ons kan vervullen. 27. Ham had zijn arena ervaring, om kreupel gemaakt te worden door de grote moeder, om zo het land binnen te kunnen gaan, om zich te onderwerpen aan de matriarchen. Zo kon hij geen bedreiging vormen. 28. Hij had een confrontatie met de grote moeder. Zijn spieren zouden slinken, en hij zou kreupel worden, de heilige verlamming binnengaan. 29. Zo werd de mens geschapen. 30. Het zaad wat hierdoor wordt opgewekt is het zaad van gehoorzaamheid, Thummim. 31. Het verlamt, en brengt dan een kracht van geestelijke gehoorzaamheid. Niet meer door de spier, maar door het zaad. Zo is alles onderworpen aan de wet van de grote Amazone. 32. Dit is een land dieper in het paradijs. 33. Zo zijn de voorhangsels van het paradijs verleidelijk, vol van verlokkingen, van valstrikken
Page 84
waaraan alleen de rechtvaardige zal ontkomen. niet deugt uit uw midden weg. 34. Velen zullen komen met hun afgodsbeelden, maar het paradijs zal hen niet kennen en niet aannemen als zonen, want zij dienden haar naar de letter en niet naar de geestelijke. 35. Kom dan tot de paradijselijke modder, waar gij mee ingesmeerd moet worden, om u toe te rusten tot de jacht, als camouflage. 36. Zo komen wij tot de zeeen van het bloed van de vijand, en tot de rivieren van het bloed van de vijand. 37. Wij mogen ingaan, en het oude achter ons laten. 38. Door Haar Woord schiep zij de gewesten en de onderwereld, door het bloed van de vijand. Door het bot van de vijand richtte Zij Haar kampen op. 39. Er zal dan een dag zijn van bloed, van diepe duisternis, waarin de wateren tot bloed worden, en de lucht tot bloed. 40. En Zij zal verschijnen, om te regeren over de levenden en de doden. Groot zal die dag zijn, waarop Zij Haar macht zal openbaren. 41. De zonde van het volk is groot. In hun hoogmoed hebben zij zich boven de Grote Moeder geplaatst, hun tronen gezet boven de sterren. Elke vuist is tegen de andere vuist gericht, en broeders slachten elkaar af, en zusters dagen elkaar voor het gerecht. En allen dienen hun mannelijke god die van geen moeder wil weten. Moederloos zijn zij, en daarom rennen hun kinderen van hen weg. 42. Zalig zijn de kinderen die van zulke ouders zijn weggelopen. Er zal een dag zijn tegen de hoogmoedigen. Zalig zijn zij die niet in de kringen der zondaren zitten, en zalig zijn zij die hun familie hebben verlaten voor de Grote Moeder. Doet wie 84 43. De doden zullen de doden begraven. Heb geen deel aan de feesten van de moederlozen. Zij vereren elkaar, want zij vereren de Grote Moeder niet. Zij aanbidden ijdele beelden, want de Moeder heeft hen verlaten. Als wezen dolen zij rond, en als zij een moederloze vinden erger dan henzelf, dan maken zij die tot een vader. 44. De wind raast door de duisternis, om Haar kinderen te verzamelen. 45. Zo is er dan grote wedergeboorte in Haar schoot voor hen die tot deze heilige dingen zijn gekomen, dingen die verborgen zijn gebleven sinds de grondlegging der aarde. 46. Wanneer u kennis en rechtvaardigheid najaagt zult u Haar geboden bewaren en Haar gehoorzamen. De bron zal voor eeuwig met hen zijn die hierin volharden. Tuchtigt uzelf daarom, en laat niemand u afleiden van de trofee. Zij die in Haar zijn tuchtigen hun lichamen en houden het in bedwang, opdat zij de prijs niet zullen missen. 47. Zij is niet gekomen om de vrede te brengen, maar de afscheiding en de geestelijke oorlog. Zondert u daarom af, en heb geen deel aan onheilige dingen. Verwijdert uzelf uit de kringen van de moederlozen. Hun schepen zijn zinkende, en spoedig zullen zij verantwoording moeten afleggen aan de Allerhoogste Moeder. 48. Zij komt niet met verwennerij, zoals de moederlozen doen, maar Zij komt met het mes, en met het bloed van de vijand. 49. De moederlozen vergieten veel bloed, maar het bloed van de vijand vergieten ze niet. Zonder het bloed van de vijand is het onmogelijk de Grote Moeder te behagen. 50. In duisternis doorboort zij hun steden, wanneer het nacht is, en wanneer zij slapen. In hun slaap verrast Zij hen. 51. Zij veracht hen die het bloed van de vijand niet hebben. 52. Draagt daarom het bloed van de vijand, opdat gij niet gerekend wordt tot Haar vijanden. 53. Niet voor eeuwig toornt Zij. Kom dan binnen tot Haar eeuwige toorn, opdat u rust vindt voor uw harten, en opdat Haar toorn wordt tot vrede. 54. Niet voor eeuwig is Zij in wraak. In Haar eeuwige hardheid zult u Haar zachtmoedigheid zien. 55. Aan de zeeen van bloed heeft Zij Haar tenten. 31. Honing en zeezout 1. Gij moet strijden tegen gehoornde zwijnen en gevaarlijke buffels, en allerlei ander gevaarlijk en vijandelijk vee. 2. Wij moeten de zonde ontmaskeren en overwinnen. 3. De zee is een bron van genezing. Het zeezout doodt de zondemacht en bewaart zo het biologische organisme. 4. Zout communiceert met de lagen van de zee. Veel verborgen voedsel ligt hier opgeborgen in de vorm van zee-groentes. 5. Zeewier heeft zijn nut al op allerlei manieren bewezen. Veel diepe zeegebieden blijven tot op de dag van vandaag onontdekt, en dat geldt ook voor de andere sferen. 6. In onze strijd tegen de zondemacht is zout onmisbaar. Dit zondedodend middel heeft al vele levens gered. 7. De zee is verbonden aan grote angst, maar tegelijkertijd is het een geneesmiddel. 8. Wij kunnen niet zonder, en iedereen die hoger in de kennis komt zal naar de zee worden gedreven. 9. Dit is ook waar de honing naartoe leidt. De honing communiceert met de zee, en onderhandelt met haar. 10. Zij brengen voort een levensbelangrijk medicijn, waardoor er doorgang is in de kennis. 11. Zonder dit medicijn zou alles vastroesten en vastgroeien, en zou de materiele wereld teveel macht hebben. 12. De honing en de zee weken alles los, zodat men tot fijnere dimensies kan komen. 13. Wanneer je de vrucht eet, is de eerste bijt zoet, de tweede is zuur, de derde is bitter, de vierde kan je doden, terwijl de vijfde je tot leven kan brengen. De zesde, de laatste, is zout, maar het zal je leiden tot de pit, de kern, waar je eeuwig leeft. 14. De eerste bijt zal dus smaken als honing, zoet, en dan volgen er een paar stappen van het lijden om je tot leven te brengen en diepte. De laatste bijt is zout, maar daar blijft het niet bij. Het zout leidt dus tot de kern. Met de zee alleen zullen we het niet redden. We moeten dieper de wildernis in. Het zout is hierin een hulp en een leidsraad. 15. Hoe werkt de tegenstander precies ? Alles kan in principe behulpzaam zijn, als het in beperkte, kleine mate wordt toegediend. 85
Page 86
16. Telkens weer wordt het gehalveerd tot het punt dat het tegen zichzelf keert en zichzelf verslindt. 17. Dit is waarom de tegenstander wordt toegelaten. Wij moeten leren doceren, leren dingen in de juiste verhoudingen te brengen. Als iets ons overweldigd dan wil dat zeggen dat een andere stof in ons weggedrukt was, en dat moet naar voren worden gebracht. 18. Natuurlijk moet die stof dan ook weer met mate toegediend worden. De tegenstander komt daar waar wij uit balans zijn, maar juist daardoor leren wij de balans te vinden en te behouden. 19. Alles past in de cirkel. Het is daar voor een reden. 20. Honing communiceert dus met zout, en vandaaruit kom je dieper. 21. Zout is in de Hebreeuwse worteltekst het voorbereiden en het onderscheiden, waar ook het woord 'seizoenen' voor wordt gebruikt in die betekenis, maar juist in die betekenis wordt er ook een link gelegd met de tijdschijf in het Hebreeuws. 22. Zout maakt de onderverdeling. Daarom is zout de boodschapper, die verbindingen legt en bruggen maakt. 23. Zout staat voor het mengen om iets beter te maken, en om de grenzen en verhoudingen te leggen, als de meter. 24. Zo is zout ook de ontgiftiger en een medicijn, als in een groot wiel. Zout staat in het Grieks voor de opslagplaats van de eeuwige kennis, als een heenwijzer. In zout wordt het bewaard en gaat het niet verloren. Dit pad mogen wij volgen. 86 25. Honing en zout is er om voorzichtig los te weken, te doseren en te ontgiftigen, om zo alles in balans te brengen, zodat er plaats komt voor andere dingen. 26. In dit proces moeten we afstand doen van een heleboel dingen, maar andere dingen blijven in onze cirkel en cyclus, tot een bepaalde mate en in de juiste verhouding. 27. Alles moet ingedamt worden en goede grenzen krijgen. Daarvoor is het zout. Wij moeten dus leren communiceren met zout en honing. Zij zullen ons de weg leiden in de kennis. 28. Hierom bewaken bijen een groot geheim. 29. De bijen bewaken de honing, wat ook een ordenende kracht is en een ontgiftiger, en de afgezanten van de zee bewaken het zout. 30. Honing is het zaad en de vrucht van de bloem, en zout is het zaad en de vrucht van de zee. Zij willen ons bewapenen en toerusten op ons pad in de kennis. 31. Het zout maakt de grote onderverdelingen, en de honing de kleinere, meer verfijnde onderverdelingen. Van Efraim tot Benjamin 32. De moederschoot, chasma, in het Westelijke paradijs, is de oorsprong van alle schepping. Hiertoe moet een mens de wildernis ingaan, en zo de zee overgaan om tot het diepere, westelijke paradijs te komen. 33. Efraim is 'de vrucht van de bloem' in het Hebreeuws, oftewel de honing. vleselijke misinterpretaties. 34. De veer werd gebruikt om de harten te toetsen van de doden. De harten behoren zo licht als de veer te zijn, om door te kunnen gaan tot de onderwereld. De harten konden in hun leven zo licht worden door goede daden. Als de harten te zwaar zijn door slechte daden, dan zouden ze verslonden worden door het monster. 35. Mozes had zijn wijsheid uit het oude Egypte. 36. De Grote Amazone schiep de hemel en alle planeten, dus ook de aarde. 37. Dit is de geestelijke wijnpers die getreden wordt met de voeten. Alles is in deze wijnpers geschapen. 38. De gevallen, aardse spieren werken door valse genade, niet door loon. 39. Het geklaag van de Amazones is een scheppende kracht. 40. Ze zagen de vijand in hun tenten komen. 41. Spieren van rundergeesten werden door de indianen gebruikt als spandraad van de boog. 42. Mozes ontving de Wet op de berg Sinai. Sinai betekent doorboringen. 43. Die doorboringen gaan voornamelijk door de huid in het borst gebied en arm gebied. 44. Hier is waar de mens zijn overmoed overwint. 45. Wettelozen zijn onrechtvaardigen van hart en leven, bedrieglijk, zij die ten onrechte anderen veroordelen door hun lage normen. 46. Zij zijn degenen die gebruik maken van valse, frauduleuze bewijzen, zoals het gebruik van 87 47. Als we tot de stam Benjamin zijn gekomen, zijn gekomen tot geestelijke gehoorzaamheid, dan zullen we merken dat er nog steeds veel drangen in ons zijn die tegen de geestelijke gehoorzaamheid ingaan. 48. Dit zijn vaak de geesten van overmoed. Wij moeten de jacht aangaan op de overmoed, om zo tot de leegte te komen. Dit gebeurd door de doorboringen. 49. Benjamin is bewapend met valstrikken voor de jacht. Hij is bewapend met lasso's en touwen om te vangen en te binden. Zijn wapens hebben punten en haken, om te steken. 50. Door de jacht komen we tot de Wet. 51. De doorboringen komen met vergif. 52. Zonder deze doorboringen is het onmogelijk in de wet te wandelen. 53. Er gaan zware oordelen komen over de voeten van de mensen. 54. Het is een jacht op de zwarte kippen van valse en letterlijke interpretaties die de grenzen hebben gelegd. Wij moeten die grenzen doorbreken. 55. Het woord is de oorsprong, als de oorsprong van God, wat de Moeder is. 56. Zij en haar leger van Amazones rijden op beesten. 57. Het voorhangsel van de Moeder, het Woord, de Oorsprong van God, is besmeurd met bloed, als een teken. 58. Zo komt u de wildernis binnen, dan wordt u tot
Page 88
een wilde. Wij moeten de stad verlaten. jachtsboog. 59. Dan kunnen wij dus daadwerkelijk tot Areta komen, de tenten en de voorhangsels van de Amazones. 60. Dit is een volk die het diepst in de natuur leeft, en het naaktst is. Zij zijn het paradijselijke teken, het teken van na de zondvloed, het teken van Areta. 10. Dit teken was het teken van goddelijke verlamming en slaap, dat wees op het paradijselijke lichaam, op de goddelijke vruchtbaarheid. 11. Zo zullen alle herinneringen zijn tot wapenen. 12. Zij met de jachtsboog is degene die de zondvloed bracht. 13. In haar naam worden wij opgeroepen tot de oorlog in de hemelse gewesten en in de onderwereld. In haar naam moeten wij jacht maken op de zondemacht. 32. Het paradijselijke teken 1. Het ware zelf is naakt, maar werd door het geprojecteerde, valse zelf aangekleed. Wij komen dus tot deze diepere wildernis, de diepere boodschap. 2. De jacht op de buffel-geest, is het afbreken van misleidende genade, om te komen tot eerlijk loon. 3. Dit gaat over de vernietiging van Sodom. 4. Salomo staat voor de terugkeer van de Amazones. 5. Mozes richtte de wet op, wat om de Amazone wet gaat. 6. Dit zijn de werkingen van de moederschoot. 7. Er is geen andere weg. Dit is de grote duisternis. Zij is de brenger van geboorte. 8. Na de zondvloed kwam de Areta Amazone tot Noach, en hij gehoorzaamde. 9. Het paradijselijke teken na de zondvloed was een 88 14. Areta is de aspecten van de tucht. Zij heeft het Woord gemaakt. Dit zijn duistere raadselen die je de vernietiging inhelpen als je ze letterlijk neemt of verkeerd uitlegt. Alleen de Grote Moeder kan deze raadselen uitleggen. 15. Het zijn metaforen voor de opvoeding. Zij zijn paradijselijke tekenen. 16. Wanneer we tot ons ware zelf komen, dan gaan er zoveel deuren open. Dit zal in de diepte van de leegte gebeuren. Het valse zelf wordt hier afgelegd. 17. Door het ware zelf worden we voorbereid om tot de Moeder te komen. Eerst moeten we door de leegte de vergetelheid ingaan, en van slaap tot vergetelheid komen. In de diepte van de vergetelheid gaat alles gebeuren, diep in de stilte. 18. Er is een valse eigenschap die overwonnen moet worden. Deze eigenschap is niet elegant, maar plomp en boers, kortzichtig. Deze eigenschap is overal om de mens van zijn ware identiteit af te houden, zodat de mens de territoriale geesten dient met een geprojecteerde identiteit en realiteit. 19. Wij kunnen niet tot de ander komen zonder eerst tot onszelf te komen. 20. De mens is niet tot zichzelf gekomen, want dan zou de mens zien hoe klein en nietig hij is. 21. De mens vreest zijn ware zelf, daarom wil hij zich stoer voordoen om zijn ware identiteit verborgen te houden. 22. Zij zijn degenen die de vreemde vrouw volgen, en zo vreemde kinderen krijgen. Zij zijn zichzelf niet meer, zij hebben zichzelf verloren als zombies. 23. Zij strijden tegen het ware zelf. Ze willen niet dat mensen tot hun ware zelf komen, want dan verliezen zij hun macht en controle over hen. 24. Zij willen voor jou bepalen wat jezelf bent. Zij willen alles beslissen voor iemand anders. De kennis wordt achtergehouden. 25. Wij moeten loskomen van kracht-zelven, deze leugenachtige verschijnselen. Wij kunnen niet zomaar tot het vrouwelijke komen. Wij moeten het valse zelf verliezen, en komen tot het ware zelf. 26. Zo wordt het zelf verder geschapen door de moederschoot. Ook de Grote Moeder kwam niet zomaar tot de man. Neen. De Grote Moeder kwam eerst tot Haarzelf. 27. Dit is in diepte een heel geestelijk iets, als een scheppingskracht, en het is een oorlog. Je kunt alleen tot jezelf komen door de geestelijke oorlog. 28. Na de profeten komen de strijders, de jagers. Zo vind je dus je eigen kind terug, je zelf-kind. 29. Kom tot jezelf, en word een kind, en kom dan tot de Moeder. Er is geen andere weg. Dit is een oorlog en een jacht. 30. De wildernis leidt tot de paradijselijke afgrond, tot de leegte. 89 33. Het verhaal van Sarah 1. Wij moeten tot de eeuwige leegte komen, de eeuwige test, de eeuwige scheiding. In deze diepte moeten wij dalen. Dit is een diepe put waarin we onze zintuigen moeten leren ontwikkelen. 2. Hierin zullen we in de diepte de kleinste kennis vinden waarmee we moeten werken. 3. Wij moeten klagen en zwerven, doelloos zwerven, om te leven met de kleinste kennis. 4. Wij moeten niet links en rechts beesten vastgrijpen om van hen onze goden te maken. 5. Wij moeten minder worden, leeg, tot de dorre, saaie woestijnen komen, in diepere leegte en diepere duisternis, ons nergens meer aan vasthoudende, om zo de diepste en eeuwige stilte in te gaan. 6. Sara komt om de opvoeding te brengen. En zij voedt op tot de oorlog, tot de arena. 7. De maan zal tot bloed worden. In dit proces wordt de spier uitgeschakeld, verlamd, verbroken. Dit is het oordeel van de moeder over de gevallen 31. Dit is het bereiken van de geestelijke melkgaard van Noach, door de zondvloed. 32. Diep ligt het hart, de plaats van honger, waar wij worden verenigd met de Wet en de Tucht, de Afscheiding. Zij is als een wapenrusting. 33. In de leegte zijn wij niet verbonden aan onze godsbeelden, maar twijfelen wij en zijn wij in grote verwarring, in een grote test.
Page 90
man die zijn spieren aanbidt. 8. Spier-aanbidding is een grote cultus op aarde, als een werk van de nephilim, een vorm van materialisme. Dit gaat zowel subtiel als openlijk. Het maakt de materie dichter, zodat de mens de kennis niet kan bereiken. 9. De maan verandert in bloed. Dan komt duisternis, gepaard gaande met honger en leegte. 10. Door het zoonschap komen wij tot God. 11. Het verhaal van Sarah en de stammen onderworpen aan haar duidt op een geestelijke beschrijving van het komen tot de derde dag, de dag van het zoonschap. Het was een beeld van het komen tot de grote moeder. In haar werden alle stammen geboren. 12. De maan wordt uiteengespleten. Dit is als de verbreking van het lege vat. Zo zal de maan dus tot grotere duisternis leiden. Sarah is een grote vruchtbaarheids-cyclus, om de macht van de spier te verbreken. 13. Dit leidt dus tot de duisternis, en dan tot de dood, waarin de valse natuur afsterft. 14. Dit leidt tot de grote vergetelheid. 16. Haar tenten zijn duister. Wij komen door vele voorhangsels, door vele tenten, tot haar. 17. Alleen de uitgehongerden, de verzwakten, kunnen tot haar komen, zij die geen tekenen van mannelijke suprematie meer vertonen. 18. In de Vreze van de Kennis komen zij tot haar, door haar tenten en voorhangsels. 19. Alles zal terugkeren tot de natuur. Alles kwam namelijk voort vanuit de natuur. 90 20. Rechtvaardig betekent ook vrezen en bewustzijn. Het maakt duidelijk dat er alleen bewustzijn is in heilige vrees. De rest zal afsterven. De heilige vrees is de sleutel tot het leven en tot de kennis. 21. De eeuwige kinderen komen uit de bron van het eeuwige kindschap. Het is onmogelijk om zonder dit tot de Grote Moeder te komen. 22. Alleen door het eerlijkverdiende loon, komen we tot de overwinning. 23. Het gaat niet zomaar om het ontvangen van visioenen, maar wij moeten diepere zintuigen ontwikkelen. 24. Ongeloof is gebrek aan geestelijke gehoorzaamheid in het Grieks. 25. Er is een leidraad voor hen die in de geestelijke gehoorzaamheid zijn. 26. Geleid worden is verbonden aan oordeel, tucht en wet. Dit is de enige manier om geleid te worden. 27. Door de kastijding komt gehoorzaamheid. 28. Het teken van Noach is de boog, een paradijselijk teken. 29. Nu de boog in het paradijs waaruit de vrouw werd geschapen een diepere betekenis heeft, heeft de boog na de zondvloed ook een diepere betekenis. 30. Noach mocht het oorspronkelijke bouwmateriaal waaruit de mens bestond zien als een teken aan de hemel, als een verbondsteken. 31. Dit was dus het goddelijke lichaamsdeel waaruit de vloed, het zaad, de mayim, was voortgekomen, omdat de mens daarover zijn controle had verloren. 32. De mens had de goddelijke verlamdheid verloren, maar nu was er weer een weg terug. 33. Het teken zou verschijnen, niet zomaar in de wolken, maar in de verschijning van de Allerhoogste, in dit geval met het paradijselijke teken. 8. Zij die de kennis der dingen afwijzen, en de dingen gewoon gebruiken als in materialisme en hedonisme, genotszucht, zullen hierdoor ten onder gaan. 9. De beesten wachten op dat moment, dat zij deze zielen mogen verslinden. Daartoe zijn zij uitgezonden. Wij moeten daarom klaarkomen met het mysterie. 34. Alles om ons heen verbergt een diepere betekenis 1. Ham, de voorvader van de zuidelijke regionen van de aarde en van Kanaan, kreeg een visioen van het paradijselijke teken. 2. Het teken zelf was gemaakt om terug te wijzen op de oorspronkelijke man, maar ook de oorspronkelijke vrouw, die een leidraad was voor de man. 3. Zo zien we hier de weg en het proces tussen zacht en hard. Wij moeten hard worden door de diepere zachtheid. 4. In het proces ontstaat er loon, om te laten zien dat we alleen door eerlijkverdient loon tot het geestelijke kunnen komen. 5. Er is loon in het oerwoud. Dit brengt een verandering van gezichtspunt met zich mee. 6. Alleen door het eerlijkverdiende loon, komen we tot de overwinning. Alle overwinning buiten loon om is vals. 7. Alles wat we om ons heenzien verbergt een diepere betekenis, die ons zal verzwelgen als we de betekenis niet vinden. 10. De diepere vertalingen der dingen laat ons dieper doordringen in het oerwoud. 11. Zij zijn de sleutels tot de diepere werkelijkheden. Wij zien hoe Var de werkelijkheid is van de matriarchie. Zo is Var een machtige sleutel tot een parallele wereld, een parallel realiteit, van het hoogste deel van het Amazone gebied. Deze andere realiteit is Kraal. 12. Wij moeten op doortocht gaan tot de diepere paradijsen van de Moeder. 13. De gevallen nephilim zagen de dochters der mensen, en wilden hen gebruiken om zichzelf voort te planten. Deze 'dochters' zijn in het Aramees ook : steden. 14. De gevallen nephilim wilden deze steden, of stadse dochters der mensen, dus gebruiken om zichzelf groot te maken. Ze zagen daar een handel in. In het Aramees gingen de gevallen nephilim zulke vrouwen, als personificatie en symbolen van de steden, verzamelen. Een 'dochter der mensen' is daarom een stad op zichzelf, een buitenaards organisme, wat dus niet meer menselijk is. 15. De dochters van Adam zijn de dochters van het rode volk. Dit wekte de woede op van de valse god. 16. In het Egyptisch draagt de wet van oordeel een veer, om de harten van de doden te toetsen. 91
Page 92
17. De harten behoren zo licht als de veer te zijn, om door te kunnen gaan tot de onderwereld. De harten konden in hun leven zo licht worden door goede daden. Als de harten te zwaar zijn door slechte daden, dan zouden ze verslonden worden door het monster. 18. De wet van oordeel is de scheppingskracht van de moeder. 19. Je kunt alleen door loon komen, en niet door valse genade. Valse genade is van de dwazen, waardoor alles overhoop gegooid wordt. 20. De geestelijke economie is een overwinningsteken, verbonden aan de tong, het Woord. 21. Zij representeert de wetten van het loon, als de hemelse leeuwin. 22. Zij is een dubbele moeder, als een Urim en Thummim. Zij is de wet van de doorboring. 35. 23. Zo worden wij in elke leegte voorbereid voor de doorboring, als een teken van de wet. 24. Elk loon roept ook weer op tot een nieuwe strijd. 25. De wet van oordeel draagt een veer als het beeld van de scheppingskracht van de moeder, die zorgt voor totale onthechting van het zintuigelijke, om zo tot wedergeboorte te komen. 26. Het water is een groot vruchtbaarheids-symbool. Door zweet zou het water zijn ontstaan. 27. Hoe kunnen we dieper in de leegte komen om zo verbonden te worden aan de geestelijke gehoorzaamheid ? 28. Dit is een proces van afsterven aan onze oude 92 1. In het Aramees is Golgotha het brengen van het Woord, de prediking, wat in het Grieks de runderjacht is. 2. Golgotha is dus de velden van de runderjacht, de bizonjacht. 3. Doden betekent in het Aramees scheiden. Ook duidt dit op de Mowed, de tijdschijf, de overgangen van de seizoenen. De dood betekent in het Aramees niet zomaar letterlijk de dood, maar gehoorzaamheid, volkomenheid, als de Thummim. 4. In het Aramees is deze 'dood' ook het volgen, als het volgen van de vrouw. De nephilim overwonnen door Sion en haar dochters natuur, zodat de nieuwe natuur kan voortkomen. We moeten terugkeren naar de eeuwige oermens. In het Aramees is dit de chronische, langdurige mens die vergeleken wordt met oude wijn, dus de gerijpte mens. 29. Ook in het Grieks is het chronisch, gedisciplineerd, als herhalend, wat een worsteling is in de diepere wortels, een gevecht, als een vechter. 30. We moeten terugkeren tot deze oernatuur. 31. Wij moeten dagelijks sterven. Sterker nog : Wij moeten komen tot de eeuwige dood, om zo te komen tot het eeuwige leven. Dit heeft een plaats in de tijdschijf die in deze dagen hersteld wordt. 32. Wij moeten tot de kern komen wat deze symbolen allemaal verborgen houden. 5. We spreken over het touw van gehoorzaamheid, als een verwijzing naar het paradijselijke hart. 6. We moeten dus een beter zicht op de metaforen gaan krijgen. 7. De betekenissen worden verborgen gehouden. 8. De opstanding is in het Aramees de hemelse vreze, naast het feit dat dit woord ook weer scheiding betekent. 9. De opstanding betekent in het Aramees het vieren van de geestelijke gehoorzaamheid was gebracht, en dat is ook het doel van al het lijden. 10. Ook werd de scheiding dus als een feest gevierd, wat verbonden is aan de scheidings-theologieen van Betelgeuze en de wetten van Var. Dit heeft dus te maken met vruchtbaarheids-rituelen. 11. Vanuit het toetsen worstelen we met het lijden, maar door de kastijding leren we ook de gehoorzaamheid en het aanvaarden van de tucht. 12. De tucht is om de goddelijke verlamdheid te brengen. De opstanding staat voor het ontvangen van de heilige vreze. 13. Stauros, het visnet, betekent in de wortels : volharden. Het is dus het feest van de volharding. 14. In het toetsen moeten wij komen tot de hemelse vreze. Wij moeten gaan van de dood tot de vreze. Ook hierin moeten we tot de diepste vreze komen, tot de vreze tot de vreze tot de vreze, en wij moeten komen tot de eeuwige vreze. 15. De nephilim werd door de vrouw Sion en haar dochters overwonnen. 16. Het is de kennis van duisternis, het terugkeren tot de leegte van de duisternis, om daarin tot geboorte te komen. 17. Dit is het stof van het paradijs. 18. De wapenrusting wordt gewonnen uit de het stof van het paradijs, waarin het paradijselijke lichaam werd gemaakt. 19. Het is het stof en het vuil van de paradijselijke onderwereld. 20. Het heeft er mee te maken dat deels de wapenrusting van de vijand daar opgeborgen ligt, die we moeten gebruiken. 21. Job zegt dat al zou zijn tegenstander een boek schrijven, hij zou het als een verentooi gebruiken. 22. Het is de plaats van het observeren, en van de uitleg van de geestelijke tekenen. 23. Dit alles bevindt zich in een hart van hemelse vrees. Job zegt dat de Vreze des Heeren de heilige religie des Heeren is en de oorlogstaktiek, intelligentie en zintuig. 24. Men doorvorst het uiterste van de duisternis om zulke stenen te vinden, en de duisternis wordt onderverdeeld, zodat er zicht komt. 25. Dit heeft dus te maken met het gebied van de Thummim, waardoor men binnengaat door de Urim. 26. Thummim is om geestelijk zicht te geven. 27. Kinderen werden in de mijnenschachten gegooid, waar de jongens moesten werken. De mens kwam hier in na de zondeval, als een put met vele van zulke mijnschachten, als een groot stelsel van slavernij. 93
Page 94
28. Hier moest de mens zwoegen. Zij beefden, waren onstabiel, en moesten daar rondzwerven. Uit dit deel van de onderwereld komt vlees voort. 29. Job was zoekende naar de tafel van God, goddelijke wezens, de plaats van de jachtmaaltijd in het Aramees. 30. Hij was zoekende naar de plaats waar hij zou worden klaar gemaakt voor de oorlog en de jacht, voor het oprichten van de wet en het recht. Het is de plaats waar zijn mond wordt gevuld met bestraffing en kastijding. 31. Op deze plaats zou Job in staat zijn God's woorden te horen en gehoorzamen, waaruit profetische liederen zouden voortkomen. 32. Ervaring zou hem laten overwinnen. 33. Zijn voet zou een institutie oprichten als een pad. Dit is het pad van Job, van de Thummim. 34. Ook Job komt in aanraking met de klaagsteen, het stof van het paradijs. 35. Wanneer wij de heilige halsketting hebben ontvangen, het paradijselijke hart, dan zal dit ons terugleiden tot de grond van het paradijs, de aarde van het paradijs, het stof en het vuil van het paradijs waarin wij gevormd worden. 36. Alles kwam voort vanuit de stof van het paradijs, en ook zouden we daar weer naar terugkeren. 37. Dit is waar het pad van Job naartoe leidt. 38. God wilde hem terug brengen naar het stof van het paradijs. 39. In het Hebreeuws is Job bewapend met de stof van het paradijs. 94 45. Wij moeten leven vanuit de stof van het paradijs. 46. Hiermee worden we bedekt, zinken hier in weg, om tot een strijder te worden, bewapend te worden, en ontwapend. Het is de plek van herschepping. 47. Het is de klaagsteen, het zand van de klaagrivier. Zo overwinnen wij het vlees. Wij komen van het vleselijke klagen tot het geestelijke klagen. 48. Het is als het thuiskomen. Hier kwamen wij uit voort, en hier zullen we tot terugkeren. Hier vinden we Urim en de Thummim terug. In het stof van het paradijs is afgerekend met de vijand. 49. Wij moeten de erfenis op waarde leren schatten en niet zomaar verwerpen, of in het tegenovergestelde : aanbidden. 50. Het voorgeslacht liet ons een gevaarlijke, 40. Job werd geleid om neer te liggen, te slapen, in het stof van het paradijs. 41. Job moest vuil gemaakt worden, anders zou hij in de onderwereld geen wapens hebben. De vijand verslagen door het stof van het paradijs 42. Het stof van het paradijs brengt tot rust. 43. Job's vlees was bekleed met vuil. 44. Het stof van het paradijs is het laatste oordeel, waartoe alles zal terugkeren. onvertaalde erfenis achter, vanuit het verstandelijke stenen tijdperk. 51. De erfenis moeten we op waarde leren schatten. Niet zomaar verwerpen, niet zomaar aanbidden. 52. Wel moesten wij door deze bedeling heen, want er was geen andere weg gegeven. Het pad was juist opgesloten hierin, dus we moesten wel. 53. Ons voorgeslacht was in gevecht met deze gevaarlijke, onvertaalde erfenis, omdat dit nu eenmaal regeerde. 54. Zij wisten nog niet hoe de paradijselijke stof toe te passen. 55. Ons werd dit in de stad aangesmeerd, terwijl de wildernis werd verworpen. 56. De roep is nu om terug te gaan tot het paradijs. 57. Breng alles tot de paradijselijke stof, echt alles. Zorg ervoor dat je niets overslaat, anders zal het zich tegen je keren, en je tegen houden. 58. Alles moet dus vervangen worden door de paradijselijke stof. gelijk aan de zee, de rivier. 2. De moeder wil dat wij zwak worden, maar zij haat de valse zwakte, zij die ergens in de zwakte blijven steken en niet tot de diepere zwaktes komen om daarin oorlog te voeren, woede te hebben, om zo wraak te nemen. 3. De moeder haat omkoperij en spijbelzucht, want dat is valse zwakte. 4. Het is de zwakte van het haten van de tucht, en het niet opgroeien in de kennis. Het is de vloek van het materialisme. 36. Sion’s recht 1. Het 'water des levens', is het mayim van de geestelijke honger in het Hebreeuws. Mayim staat 95 5. In het hoge gras staat zij, Haar pijl gericht op haar vijand, Het gras vergeeld, En dan slaat zij toe, 6. Tot klaagzangen in de nacht, Oh zij die aan haar geklaag ontkomen, Zij zullen staan in haar gerechtshof, Zij staart in het duistere gat, En springt dan toe, Haar pijl en boog gericht op hen die schuilen, Nee, geen rust zullen zij hebben, Want de allerhoogste hebben zij getard, Zij trekt hen naar haar hol, Als een roofdier haar prooi 7. Zij draagt haar prooi naar de laatste bestemming, In haar gerechtshof gaan zij ten onder, In het hoge vergeelde gras staat zij,
Page 96
Haar speer opgeheven, 8. Zij werpt en mist niet, Haar netten vol met vis, Haar mond vol geklaag, Nooit komt er een eind aan haar geklaag, Kunt gij haar klaagzangen wederstaan, Het grote geklaag is zij. 11. Het sieraad, de grootheid, gezwollenheid, en schoonheid van de dochter van Sion, de dochter van de wildernis is voortgekomen, gegroeid. Nooit zullen de onrechtvaardigen een weg tot haar vinden, 9. Zij zakken weg in een bodemloze put, In het hoge, vergeelde gras van de wildernis staat zij, Het is bijna hooi, Haar prooi draagt zij met haar mee, In haar hol zingt zij haar overwinningsliederen en klaagliederen, Zij zullen terugkeren waar zij vandaan komen, In het hoge gras staat zij, De wildernis achter haar 10. In het wilde veld staat zij, Haar hol ver achter haar, Oh, kunt gij haar klaagzangen wederstaan, Haar klaagzang is een grote test, Haar vijand sleurt zij naar haar hol, Kunt gij haar klaagzangen wederstaan, Haar kooien zijn vol, Het doordringt hun hoofden totdat zij vallen, Het sleurt hen mee naar duistere grotten, 96 12. Het opkomen is een oorlogsgroet en een confrontatie. Het betekent vertaald worden. Het betekent een taak tot voleinding brengen. Het betekent ook kastijding. 13. De door haar aangestelde kooibewakers zijn sterk geworden. Hongerig en zonder hulp van een leger, geemancipeerd en onafhankelijk, kwamen zij tegen hen die omkoperij liefhadden. 14. Zij groeiden op in de kennis van oorlog en jacht. 15. Ze zag de vijand in haar tent komen. Het was een strik voor de dwazen. 16. Dit is de slacht van de beesten van overmoed. 17. Zij proberen de kennis uit iemand weg te roven, en plunderen herinneringen. 18. Zij zijn dwalende bedriegers. De schepping voortgekomen uit het afgekapte hoofd van de buffelgeest 19. Job vroeg om een duidelijke overgang in de Mowed, de tijdschijf, opdat hij wist wanneer iets overging in iets anders. 20. Dit is een getijdenboek of urenboek met psalmen, een liturgische kalender en gebeden, met de besprekingen van de uren en getijden. Thummim. 21. In het Hebreeuws wordt het woordje 'shaphat' vertaald als rechter, maar het betekent slager, als de brenger van het oordeel. Het is de brenger van straf. De slager is een hele hoge bediening. 22. Hier gaat het over het ontvangen van de besnijdenis, een beeld van vee-slacht. 23. Het is het binnengaan van Bashan, de velden van overvloedig vee. 24. Pi is in het Orions de hooggeorganiseerde bloedrelaties binnen de stammen, als een civiel systeem. Dit gebeurt in de dieptes van de wildernis, waar we aan alle sociale contacten zijn afgestorven, dat daar hogere, diepere contacten voor in de plaats komen. Er is daar diepere leegte, diepere duisternis, diepere afgezonderdheid, maar dit roept dan ook weer hogere organisatie op. 25. De gehele schepping kwam voort uit het bloed van de buffelgeest, en uit het afgekapte hoofd van een buffelgeest, als teken dat de mannelijke suprematie onderworpen was. 26. Door te komen tot de leegte sterft de oude mens, het vee, een geweldadige dood. 27. Ook dit gebeurt door de bediening van de geestelijke Slager. 28. Wij moeten valse kennis overwinnen en juist komen tot de diepere geestelijke betekenis. 29. Uit het geestelijke buffelbloed is alle schepping voortgekomen, en deze overwinning betekent van valse genade overgaan tot eerlijk loon, oftewel het persoonlijk goedmaken met de grote moeder en niet meer bedriegen. 30. Hiervan is de tijdschijf een beeld. 31. Dit is een dieper Pasen, een diepere Urim en 97 37. De Alnilamse paradijs teksten tonen dat de mens voortkwam vanuit de buffelslacht, of bizonslacht, en dat de mens daar ook altijd naar zou terugkeren. 38. Noach dronk van de wijngaard en was dronken, waardoor hij kwam tot naaktheid, openbaring, tot het geheim van de schepping. 39. Belim staat voor het vergieten van geestelijk runderbloed. Belim is de Orionse naam voor Assur, als de runderslacht. 40. In de paradijs teksten van Betelgeuse zijn alle dingen geworden door de buffelslacht en 32. Het gaat over het ontvangen van de besnijdenis, het ontvangen van het slachtmes. 33. Hierdoor wordt er een diepere geestelijke gehoorzaamheid opgewekt. 34. De vrouw werd hiervanuit geschapen, of beter : kwam hierdoor, door het paradijselijke orakel, in zicht van de man, oftewel : Zij werd geopenbaard. 35. Sarah en de stammen onderworpen aan haar duidt op een geestelijke beschrijving van het komen tot de derde dag, de dag van het zoonschap. Het was een beeld van het komen tot de grote moeder. In haar werden alle stammen geboren. 36. Alnilam is het centrum van de 'riem van Orion', de middelste planeet. De Alnilamse paradijs teksten noemen heel specifiek dat de mens is voortgekomen uit de beenderen van een rund. Orion was in Griekse mythe geboren uit een met zaad en urine bevuilde runderhuid.
Page 98
buffelbloed. worden getest, en waarin de goddelijke verlamdheid een belangrijke plaats heeft, om menselijke inmeng te voorkomen. Het oordeel begint bij onszelf. 41. Kennis was een belangrijk element en ging vaak oraal, en werd opgeslagen in symbolen. 42. Het was de grote moeder kennis tegen de buffel van mannelijke suprematie. 43. Er waren bepaalde elementen die iedereen moest hebben. 44. De stam Issaschar staat voor de paradijselijke leegtes, en voor de doorboringen. 45. Dieper in de paradijselijke leegtes, komen we van het letterlijke tot het symbolische. 46. Het paradijselijke raakte verloren en in de vergetelheid. En geleidelijk aan begon alles zijn betekenis te verliezen. De mens verloor profetie en werd gebonden aan vaagheid, materialistische geestelijkheid, loze wolken zonder wateren. 47. De mens raakte verstrikt in de rijkdommen van Assur. 4. Wij moeten allereerst geestelijk gehoorzaam zijn, anders gaat het mis. 5. Urim is dus een langdurig en slopend proces waarin wij aan onszelf sterven. 6. Het valse Woord wordt ontmaskerd en uit de hemelen geworpen. 7. Het boek wordt gesloten. Wij moeten altijd alles testen aan het hogere Woord de levende, geestelijke Woord van God. 8. De heilige paradijselijke stenen zijn de geestelijke geschriften van het paradijs. 9. Alles moet hierdoor getoetst worden. 10. Het is het werk van de wijnpers, van de paradijselijke vloed en overweldiging. Het zijn de diepere bronnen en fonteinen van het paradijs. 37. Het laatste oordeel in het paradijs 1. Eerst moet Urim heel diep gaan, opdat wij geen dingen in overmoed gebruiken. Urim is het dragen van het lijden. De Urim is het toetsen. 2. Ook Job werd naar deze plaats geleid om getest te worden. 3. De Urim staat dus voor het hele toets-proces van het brengen tot de geestelijke gehoorzaamheid. Dit is een langdurig proces, waarbij dingen zorgvuldig 98 11. Het is de opening van het Woord. Het is waar het harde het zachte heeft voortgebracht, en het zachte het harde. Het is de plaats waar het hardste en het zachtste elkaar opgewekt hebben. Hier zijn de schatten opgeslagen. Het is een rivieren-gebied, en een gebied van gesteente. Het is het geheim van de paradijselijke vloed, en het goddelijke zaad, de vruchtbaarheid. 12. Daarom willen wij niet dat het van ons wijkt, want dan is alles verloren. Wij willen komen tot Haar dieptes. Ook Job kwam tot haar dieptes. 13. Hier is alle kennis opgeslagen. Het wordt door haar uitgezonden om ons te onderwijzen, om ons kennis en zintuig te geven. Het leidt terug tot haar, de opgeslagen kennis. 24. Wij moeten gewassen worden in deze rivieren. 14. Zij wordt geopend om de levenden en de doden te oordelen. Zij bewaakt de geheimenissen van de baarmoeder. 15. Zo zijn dan de Urim en de Thummim van het laatste oordeel. 16. Zo ontvangen wij het geestelijke zicht. 17. Zo komen wij tot de plaats waar het bloed van de vijand als rivieren stroomt. 18. Door de Urim komen we uiteindelijk tot de rode steen, de steen van bloed, de steen van Ruben. Wij moeten gewassen worden in het bloed van de vijand. 19. In de diepte van de grond van het paradijs vinden we de paradijselijke vloed, overweldiging, in de vorm van rivieren en watervallen. 20. Hier zijn ook ergens de watervallen van bloed, en de zeeen van bloed. Dit is dus te vinden in de overwinning over het vlees. 21. In de paradijselijke ondergrond worden wij ontvangen. Hier leren wij de ijzeren wetten kennen, de wetten van het paradijs, de strenge wetten waarin alle voorgeslachtelijke zegels zullen breken, en de wateren en de maan zullen veranderen in bloed. 22. Het overweldigt ons, om ons dieper mee te sleuren in zijn diepte. Hier zijn de bronnen van het paradijs te vinden. Ook Job werd hier naartoe genomen, nadat hij door het stof van het paradijs was bekleed. Hij werd geleid tot het geestelijke gesteente. 23. De Urim is als de zuiverende kracht, de wassing. Wij zullen terugkeren tot de rivieren van bloed. 99 25. Het is het werk van de Urim om met de Thummim in verbinding te komen. 26. Het lijden leidt tot de geestelijke verlamdheid, waarin God overneemt, door de overweldiging. 27. Het is het teken van overwinning in oorlog, die ons op doet staan en toerust. 28. Het is juist zo dat als we de vijand hebben verslagen, dan komt de Vreze des Heeren vrij. Zo niet, dan mag je je afvragen of je de vijand wel verslagen hebt. De drogbeelden van de stad 29. Valse mannelijkheid wordt in stand gehouden door veel leugens. Veel profeten lopen met deze kermis mee, terwijl de wildernis-profeten zich in grote woede afzonderen, walgende over dit staatscircus. 30. Men wil zo graag meetellen dat men de geestelijke kennis vergeet. Oppervlakkigheid en 'mannen-behagenis' doet velen de prijs missen. Men houdt de mening van de massa hoger dan de waarheid. Men houdt de ingeburgerde, gevestigde autoriteit hoger dan de waarheid. 31. Het vlees regeert, de wachters van de kennis, het zwijn van het paradijs. Dit is een grote test. Luien en navolgers zullen dit geheimenis niet willen oplossen. 32. De waarheid is dat we de grootste karikatuur ooit gemaakt van de man vandaag zien in de wereld, in de stadse gewesten van een soort pseudo-realiteit waar alles omgekeerde wereld is.
Page 100
33. Toch is ook de stad innerlijk verdeeld, en dat moet ook, want ze zetten iedereen tegen elkaar op. Zij willen bloed zien. Het recht van de sterksten maakt zo een onderverdeling, maar dit is slechts een drogbeeld. 34. Velen knappen af op het systeem, en komen met een alternatief of benemen zichzelf van het leven. Velen trekken zich terug en besluiten in eenzaamheid te leven. 35. De draaimolen is zotgedraaid en niemand kan het meer stoppen. Je kan het op een grote afstand bekijken en je afvragen : 'Wat voor een virus is dit ? Wat voor een leprechaun danst daar ?' 36. Want het is een leprechaun. Er wordt een toverkunstje uitgevoerd. Er is nu kans om hiervan te ontwaken. Velen schreeuwen om een beetje kennis om dit alles te kunnen begrijpen. Het maakt hen gek. De leugen blijft maar dreunen in hun hoofd. Velen verlangen naar het frisse water van de geestelijke kennis, maar velen kunnen het niet duiden en weten niet eens wat het is. Velen worden niet tot de geestelijke kennis toegelaten. Dit is een grote tragiek. 37. Er hangt namelijk een grote prijs aan de geestelijke kennis, en velen willen die prijs niet betalen. Velen willen nog water bij de melk doen, compromissen maken. 2. Ishmael maakt zich vuil voor de strijd. Dit komt tot uitdrukking in de tweede zoon van Ishmael : Kedar, duisternis, vuilheid, modder. 3. Vuil, kedar, wast ons. Wij worden gewassen om los te komen van de schoonheid van de mensen, want dit is slechts een chemische schoonheid die ons te gronde richt. Bedenk alle kankerverwekkende stoffen die in hedendaagse schoonmaakmiddelen zitten. Leef zo dicht mogelijk bij de natuur en de geestelijke kennis. 4. Waar het visioen ontbreekt, gaat het volk ten onder, speelt het volk voor leider. 5. Als het volk het boogschieten onderhoudt, is het gelukkig, doelgericht, vol onderscheiding. 6. Mensen kunnen geen recht doen. Ze kunnen dingen niet in hun verband zien, en zien dingen over het hoofd, en in hun eigengerechtige woede en ijver gaan ze dan zelf rechtertje spelen, terwijl er een hele wereld in de duisternis is waar ze niets van afweten, een hele wereld van verborgen kennis, van geestelijke kennis. 7. Al hun grafiekjes van 'recht' en 'rechtvaardigheid' zullen instorten, omdat ze de geestelijke kennis niet hadden. Er is iets groter dan 'recht'. 38. Kennis of Recht ? 1. De bronzen voeten die de geestelijke persoon heeft zijn 'vuile voeten', brons betekent 'vuil'. Dit vuil staat voor camouflage, duisternis en rebellie. 100 8. Hier zal Ismael naartoe leiden, als de brug van de moederschoot in het Aramees. In het Hebreeuws is staal verbonden aan geestelijke gehoorzaamheid en vuil. Dat wil zeggen : Je kunt nog zo veel praten over rechtvaardigheid, maar als je de geestelijke gehoorzaamheid, het staal, niet kent, dan heeft het allemaal geen zin. 9. Vuil, een ander aspect van staal, staat gelijk aan 'strategie' en 'rebellie'. 10. Wij moeten dus kiezen tussen 'Kennis’ of 'Recht' ? 11. Mensen toetsen niet, of toetsen maar half of vals. 12. Zij die slagerij bedrijven zonder de Urim, zullen door de Urim verslonden worden en ten onder gaan. 13. Qarqapta betekent : schedel, als het Aramese woord voor Golgotha. In het Grieks is dit Kranion, van Keras, wat ook 'haar' betekent. 14. De baarmoeder zal in duisternis, en haar veranderen. Dit gaat dus om de openbaring van de harige moederschoot. Daarom betekent Golgotha 'haar', omdat het de ingang tot de moederschoot voorstelt, het voorhangsel, waar ook het schortje van veren hangt. 15. De moederschoot, als een beeld van de bron van de geestelijke kennis zal dus weer gehoorzaamt worden. Dit is dus iets heel paradoxaals van onmeetbare diepte en schoonheid. De schepping van man en vrouw 16. Als wij tot de grootste en eeuwige zwakheid zijn gekomen, komen we daardoor ook tot een soort van spasmische sterkte. Sterkte is dus niet zomaar 'kracht'. We mogen geen kracht-junkies worden. Neen. Sterkte is 'alertheid', dus een hogere vorm van gevoeligheid. 17. We hebben dus niet met letterlijkheden te maken, maar met symboliek en zelfs cryptiek. 18. Wij moeten weer helemaal kind worden in de geestelijke kennis, en vandaaruit opgroeien. 19. In dat opzicht kunnen we niet zomaar alles weggooien alsof het allemaal niets betekent zoals de atheisten doen, of mensen die zo op het geloof zijn afgeknapt dat ze niets meer met wat voor geloof of religie dan ook wat te maken willen hebben. 101 20. Voor een bepaald seizoen kan dit wel, en is zelfs noodzakelijk, maar de oorlog gaat door. 21. Het zegt niet wat het zegt. Het houdt iets verborgen, en moet ermee voor de dag komen. 22. De wet is boogschutter. 23. Hierin vinden we de waardevolle objecten. 24. Hemels voedsel werd aan het volk in de wildernis gegeven. 25. Wij moeten het vruchtbaarheids-teken in ons leven ontvangen, als een weg terug naar het paradijs, om zo door de leegte tot de paradijselijke afgrond te komen. 26. Het zou weer zijn als de dagen van Noach, en dan is er voor de oprechten dit teken weer te zien. 27. Voor de onoprechten is dit het teken van het oordeel. 28. Man en vrouw waren geschapen vanuit geslachtsdelen, en de man had deze in plaats van spieren, dus door zijn hele lichaam heen. 29. In het goddelijke lichaam zijn er meerdere harten. 30. De oorspronkelijke mens had in het paradijs meerdere harten, waardoor de druk niet op één hart terechtkwam. 31. Door deze harten konden ze beter hun lichaam besturen en de koninkrijken waarover zij waren aangesteld, de dierenwereld en de plantenwereld. 32. Er waren vele omlopen, circulaties in het lichaam die noodzakelijk waren om in het paradijs te kunnen leven.
Page 102
gepleegd wordt. 33. Deze circulaties werden afgebroken door de zondeval, en de verwijdering uit de hof. 34. De harten, die de spil vormden van hun bijna goddelijke lichamen, werden uit het centrum gehaald, en kwamen onder de vloek der aarde. 35. De hersenen waren een hart, zo spasmisch als een hart, verbonden aan de moeder. 36. Dit waren de hart-hersenen. De hersenen op aarde zijn parasieten die mensen materialistisch houden. 37. Het hersenen-hart werkt vanuit de goddelijke verlamdheid, vanuit de paradijselijke slaap van Adam. 5. Welzalig Adam die gedurig vreest, en wie zijn hart, binnenste, verhardt, tot rebellie. 6. Welzalig is in het Aramees : regen, paradijselijk vocht. 7. Vrees is verbonden aan het verharden, als een resultaat. Ook is vrees een verwondering, en in het Aramees is het aanbidding. 8. Weer gaat het hier over het paradijselijke lichaam wat gemaakt is uit geslachtsorganen in plaats van spieren. 9. Het bloed wordt door het lichaam gepompt, door verhardingen, door het samenpompen van bloed. Dit gebeurt dus door de vrees, door het beven van Adam, door in te gaan in de eeuwige vrees. 10. Dit veroorzaakt rebellie tegen het vlees, tegen de zonde. 39. Het paradijs van Eva 1. Door de honger komen we los van vals, stads voedsel en ontvangen wij wild voedsel, om de vijand te verslaan, en te komen tot de eeuwige vreze in het paradijselijke zaad. 2. Ayil zijn de sterke mannen, de groten van naam, met grote rijkdom, oftewel de nephilim, die door de 'dochters der mensen' zijn uitverkoren en worden bekrachtigd. Dit zijn vrouwen die uit zijn op geld, macht en aanzien. 3. Zij begeren deze heersers om er overspel mee te plegen, opdat zij het geslacht van de nephilim in stand kunnen houden. 4. Het zijn gesneden beelden waar afgoderij mee 102 14. Hard is dus juist weer verbonden aan vreze. 15. In het Aramees is hij bewapend. 16. Het is dus zo dat in de geestelijke kennis je zowel dieper komt in zwakheid, als dieper komt in sterkte. 17. In het Hebreeuws gaat dit over het sterk zijn van de voeten voornamelijk, als in alert zijn. 11. Dit is een oproep tot de geestelijke oorlog. 12. Het betekent het verkrijgen van geestelijke kennis. 13. Door kennis (da'ath, gnosis) worden de kamers gevuld met allerlei kostbare, zeldzame en liefelijke (vruchtbare) sterkte, pezigheid. 18. Met sterkte wordt er dus alertheid bedoeld, en geen brute kracht. Het gaat hier om de subtiele sterkte van de geestelijke kennis. 19. Het verharden van het hart duidt op de heilige vreze, de alertheid van de voeten van de strijder. 20. De verharding van het hart is de verharding van de oorspronkelijke paradijselijke lichaamsdelen. 21. Doorboringen zijn verkieslijker dan veel rijkdom. Belegering is beter dan zilver en goud. 22. Door zwakheid, honger en vreze komt hardheid en (nog meer) honger. 23. Al heeft men goud en een menigte robijnen, het kostbaarste juweel, hardste wapen, zijn de lippen, randen, van da'ath (gnosis). 24. Recht doen en offeren (asah) is een vreugde voor de rechtvaardige, en de bedrijvers van rebellie nemen in, zijn de slagers. 25. Dit heeft niets te maken met stadse, frivole vreugde. Het is verbonden aan vreze, wat dan een uitstorting brengt van het zaad van herschepping (mayim). 26. Als je ergens halverwege de vreze en de honger loslaat, dan komt er vroegtijdige, valse vreugde. De stad is hiervan bezeten, en werkt door valse vreugde. 27. Dit heeft niks te maken met de geestelijke vreugde die komt door de eeuwige vreze. 28. Als één van deze eigenschappen ontbreekt, dan is het gedoemd tot falen. 29. Als een man zich hoger en sterker waant dan de vrouw, daar is waar het leugenachtig wordt. 103 30. Het paradijs van Eva is een beeld van de geestelijke moederschoot. 31. Dieper in het paradijs ligt de opslagplaats van het geestelijke zaad. 32. Sinds het geestelijke zaad dieper in de moederschoot ligt, stroomt het. 33. De rivier die er omheen ligt is 'scheiden' en 'verzwakken', als een bezetter. 34. De rivieren zullen in bloed veranderen, waarvan deze rivier een beeld is. 40. De stenen van de schrijfpriester 1. De Steen van Ruben is de steen van het geestelijk zaad. 2. Het zijn sieraden als de wapenen van Job. 3. Dit zijn geestelijke sieraden, de innerlijke sieraden wel te verstaan, de sieraden van het hart. 4. Zij zijn onze wapenen. 5. Er is een plaats, een bron, van deze sieraden. Deze bron is de opslagplaats van het geestelijke zaad. 6. Dit is een plaats om vanuit op te rijzen met een wapenrusting, dus we hebben hier een arsenaal. 7. Deze wapenrusting wordt gewonnen uit de stof van het paradijs, waarin het paradijselijke lichaam werd gemaakt.
Page 104
gaan. 8. Het is het stof en het vuil van de paradijselijke onderwereld. 9. Deze wapenrusting is nogal hoog ontwikkeld. 10. Het heeft er dus mee te maken dat deels de wapenrusting van de vijand daar opgeborgen ligt, die we moeten gebruiken. 11. Deze stenen worden gebruikt om een eeuwige plaats te bouwen, tot het oprichten van een stam. 12. Men doorvorst het uiterste van de duisternis om zulke stenen te vinden, en de duisternis wordt onderverdeeld, zodat er zicht komt. 13. Dit heeft dus te maken met het gebied van de Thummim, waardoor men binnengaat door de Urim. 14. Men gaat hiervoor door een mijnenstelsel. 15. Hier moest de mens zwoegen. Zij beefden, waren onstabiel, en moesten daar rondzwerven. 16. Het zijn de stenen van de schrijfpriester. 17. De leeuwen hebben het niet verwijderd, hebben het niet plat getreden. 18. Het is een Heilige Plaats, waar ook hoofdtooien te vinden zijn, waar ijzeren instrumenten uit de stof worden gehaald. 19. Dit is waar Job doorheen ging. 20. Deze rituelen komen ook heel sterk voor in Betelgeuse in Orion. 21. Het is de diepe theologie van Job, als de wet van scheiding. 22. Als wij los willen komen van al die valse offergeesten waarop de hele samenleving is gebaseerd, dan zullen we het pad van Job op moeten 104 24. Als wij geestelijken op het pad van Job zijn geworden, dan moeten wij deze behoudenis in vreze en beven bewerken door tot de diepte hiervan te komen. 25. Onder haar is de Urim. 26. De wilde beesten hebben deze plaats niet vertreden. 27. De rivieren werden hier uitgehouwen, onderscheiden en verdeeld, ja, opengebroken. 28. Het is de opslagplaats van het geestelijke Woord. 29. Zij weet en onderwijst de weg. 30. Zij heeft de mate van het geestelijke bepaald, en schreef instructies voor visioenen en profetische liederen. Zij gaf de grenzen aan. Het geslachtsdeel van Goliath afgekapt 31. Zie, de vrees, en het relikwie, van geestelijke intelligentie. 32. Het wordt bewaakt door de Urim en de Thummim. 33. De profeten gingen hier doorheen, afgescheiden in de donkere nachten van Getsemane en Golgotha. 34. Ook Ezechiel kreeg dit certificaat van scheiding, in de gevangenis van de onderwereld. 35. Het is belangrijk om los te komen van allerlei 23. Overal om ons heen zijn er valse fokgeesten, en wij zijn het vee. De lucht ziet er zwart van. religieuze romantiek want daar winnen we de oorlog niet mee. DUIZEN 36. Wij moeten dat opofferen aan God, en het lijden met de daarbij horende scheiding aanvaarden. 37. Wij moeten komen tot de duistere tent. De scheiding is belangrijk om allerlei soort van valse banden met het beest te verbreken. 38. Dit is de bloed-steen, de steen en opslagplaats van het geestelijke zaad. 39. Ahn overwon Goliath door de stenen van de geestelijke wet, de stenen van de geestelijke kennis, voor het bouwen van een huis, een familie, oftewel het herstel van de geestelijke moeder. 40. Ahn overwon Goliath door de bouw van een nederzetting. Dat is een geestelijk iets. 41. In het Aramees trof Ahn Goliath door de steen van kennis in het oog. Het oog van Goliath stond voor de oude wereldorde, maar de strijd was nog niet gestreden. Het verhaal van Ahn was slechts apocalyptisch. 42. Het geslachtsdeel van Goliath werd afgehakt, en samen met zijn wapenrusting naar de tent van God gebracht. 43. Dit is te vinden in de opslagplaats van het geestelijke zaad. 1. Achillen 1. En Adam rende aan de rivier van de honger, de rivier van Amalek, en dieper in het land was het land van Achillen. En de Achillen waren woeste amazones, wreed en hardvochtig, en zij eisten totale overgave. 2. En Adam rende tot Eva om aan de Achillen te ontkomen, maar hij raakte in een worsteling met Eva. En Adam zei : 'Oh godin - hij noemde haar godin -, de Achillen komen. 3. Zij volgen ons op de voet.' Maar Eva luisterde niet. En zij waren in een grote woordenstrijd. En aan de rivier werden zij omsingeld door de Achillen. En Adam riep : 4. 'Wat komt gij doen ? Zult gij ons verder het land intrekken ?' En Eva bestrafte de Achillen, zeggende dat hun tijd nog niet was gekomen, en zij gingen heen. En Eva en Adam werden tot een groot volk. En zij leefden aan de honger rivier. En op een dag kwamen de Achillen terug en eisten belasting. En omdat het volk van Adam dit niet kon betalen gingen zij in ballingschap. En in het land van de Achillen moesten zij zwaar werk verrichten. En Eva sprak tot Adam : 5. 'Zie, gij had van de vrucht moeten eten die ik u bood.' En er was een vrouw genaamd Kedin, en zij trachtte Adam te verleiden. Maar omdat Adam er niet op inging werd hij vals beschuldigd dat hij haar lastig viel, en zo werd Adam in de gevangenis geworpen. En Adam moest in zijn gevangenschap de varkens voeren. En de Achillen ontnamen hem zijn identiteit, 6. en bepaalden wie hij was en wat hij was. En Eva zocht hem op in zijn gevangenschap en bespotte hem, zeggende dat hij van de vrucht had moeten nemen die zij hem had geboden. En Adam zei niets. En 105
Page 106
Adam sprak niet meer omdat iedereen hem probeerde te verzoeken en iedereen over hem loog. En in zichzelf sprak hij dat de honger hem genoeg was. En ook Kedin bezocht hem om hem te bespotten, en weer loog zij over hem, en Adam zei niets, zich vasthoudende aan de honger. 7. Op een nacht droomde Adam over een paradijs. Hij zag de Achillen aan de overkant van de rivier, en zij riepen naar hem, en dreigden, maar hij dreef steeds verder van hen weg. En de Achillen gingen het water in en schoten hun pijlen en gooiden hun speren. En een stem vroeg : 8. 'Wie bent gij in het honger paradijs ?' En Adam wist geen antwoord op die vraag. En toen zwommen de Achillen naar hem toe en trokken hem op de kant. En ze begonnen hem strikvragen te stellen en hem psychisch te belasten. En Adam was opgelucht toen hij Eva zag, maar zij sprak tot de Achillen : 'Neem hem mee, 9. want hij heeft niet gebogen voor de verzoeking.' Maar op dat moment overstroomde de rivier en greep hem. En hij zag van verre hoe zij kinderen baarden. En de rivier godin stond hem niet toe terug te gaan, en trok hem mee naar de andere kant van de rivier. En hier was honger zijn naam en leefde hij in grote eenzaamheid. Toen hij wakker werd was er een inval door de Amalekieten, en hij werd door hen weggevoerd. 10. Ook de Achillen gingen in ballingschap, maar in ballingschap werd hun volk groter en groter. En Adam wist te ontsnappen, en ging over de rivier van honger waar hij verder in grote eenzaamheid leefde. 2. Amalekieten 1. Het volk Israel was in de woestijn in grote honger, terwijl ze werden omsingeld door de Amalekieten. 2. Toen werden ze de zee in getrokken. Het begin 106 van de Amalekitische ballingschap. 3. Hun hoofden werden geslagen met stalen stokken, hun kaken werden verbrijzeld, en zo dreven zij levenloos in de wateren. 4. Vrouwen en meisjes werden gedood, en mannen en jongens werden gekeurd en een klein percentage in leven gelaten. 5. Op de honderd mannen werden slechts twee in leven gehouden. 6. En zo ging een klein overblijfsel in ballingschap. 7. Zo kwam Israel in het diensthuis van Amalek. 8. En zie, het volk Amalek was een volk van amazones. 9. En zij waren hard en veeleisend. 10. Als er om verlichting van lasten werd gevraagd, dan werden de lasten verdubbeld. 11. En zie, Amalek werd tot een groot volk, en zij vermengden zich met Israel. 12. Daarom : let op uw woorden, want Amalek heeft overal belagers. 13. Zo werden deze woorden geprent in de harten en hoofden van de Israelieten. 14. Het begon allemaal toen hun koningin had geroepen : 'De Amalekieten over u !' 15. Zou u dan niet haastig eten, wetende dat Amalek haar dienstknechten opbrengt in honger ? 16. Zo werden deze woorden geprent in de harten en hoofden van de Israelieten. 17. Eet haastig wanneer gij kan, want Amalek's honger zal u weldra overweldigen en u de zee indrijven. 18. En de mannen waren aan de zee van Amalek en aan de rivieren van Amalek, en zij weenden, ook Sion herinnerende, en hun vrouwen en kinderen van hen afgenomen. 19. Hoe zoudt gij kunnen ontsnappen, oh Israel ? 20. Ver zult gij niet komen, want de strijdwagens van Amalek zijn veel sneller dan de uwen, en hun jachtwagens zijn van ijzer. 21. Ja, stalen stokken zullen u op het hoofd slaan en uw kaken verbrijzelen. 22. Zo werden deze woorden geprent in de harten en hoofden van de Israelieten. 23. Ja, om hun polsen en enkels werden zij gebonden. 24. Wat voor een ballingschap bent gij ingekomen ? riepen de Amalekitische belagers in spot tot Israel. 25. Oh Israel, deze woorden zullen in de hoofden van uw kinderen geprent worden, van geslacht tot geslacht. 26. Is er nog hoop, oh Israel ? Hebt gij uw moeders en vaders dood zien drijven in de zee ? Werd gij niet gemaakt tot wees ? En zo was Israel omsingeld met spottende hyena's. Dat is het volk van Amalek. 27. Zoudt gij dan niet harder lopen, oh Israel ? Uw achtervolger heeft u achterhaalt. Zoudt gij dan niet haastiger eten ? Want de honger wacht u. Zoudt gij dan niet nog even sluimeren, want spoedig zal u de slaap ontnomen worden. Zo werden deze woorden in de harten en hoofden van de Israelieten geprent, en om hun armen en benen gebonden. En de traditie 107 van de besnijdenis werd voortgezet. Want werden zij niet besneden voor Amalek ? Hoe zoudt gij ontsnappen, oh Israel ? 28. En de Israelieten stelden hun klaagliederen op, want ook werden zij onderworpen aan de Hoseaanse traditie. En zij wilden tot profeten worden, maar hun kaken waren verbrijzeld, en zij waren in ballingschap. En zij werden voortgedreven, omdat de Amalekieten nomaden waren. En een man genaamd Miktos ontpopte zich tot prediker in het geheim tot de Israelieten, en gaf hen woorden van bemoediging, maar toen hij ontdekt werd, werd zijn kaak verbrijzeld. En hij werd in de gevangenis geworpen. Hier werkte hij aan een boek over de Amalekitische ballingschap, maar een heleboel mocht hij niet opschrijven. En de verzen moesten de godinnen van Amalek vereren. En zo kon hij geen nauwkeurige geschiedschrijving doen. En veel van wat hij schreef werd door de Amalekieten verdraaid, en tot het volk Israel gebracht. En zij geloofden de leugens over Miktos. 29. En onder invloed van de geschriften van Miktos bogen de Israelieten voor de godinnen van Amalek. En Miktos moest veel meer leugenboeken schrijven om het volk Israel te leiden. En een jongen genaamd Taram was onder de hoede van een Amalekitische prinses, en hij begon commentaren te schrijven op de geschriften van Miktos, en hij droomde van een oertijd, van een zeevolk genaamd Amalek, en van de godin Amalek, en hoe de Israelieten van haar afweken. En hij begon te prediken in de lijnen en wegen van Miktos. En hij stelde grote geschriften op, die zelfs de Amalekieten verbaasden. En zie, hij herstelde de eredienst tot de godin Amalek. En ook Miktos zelf kwam tot inkeer. En Amalek en Israel werden steeds meer één. Maar er kwam een nieuwe koningin in het land, en zij liet de werken van Miktos en Taram verbieden. En zo kwam er een grote burgeroorlog in Amalek : broeder tegen broeder, zuster tegen zuster. En de nieuwe koningin stelde een nieuw leger aan, en begon haar inquisitie.
Page 108
Zij wilde de religie van Amalek geheel hervormen. 30. En Israel ging een zware tijd in, waarin de lasten nog meer werden verzwaard. En er waren geen woorden meer voor Taram. Zij hadden hem op het hoofd geslagen met stalen stokken, en zijn kaak hadden zij verbrijzeld, en hij werd in de gevangenis geworpen. En de nieuwe koningin van Amalek liet nieuwe geschriften opstellen, ditmaal door haar eigen volk. Ook de geschiedenis werd herschreven, en Miktos en Taram werden als ketters bestempeld, en al die hen volgden. 31. En in de gevangenis riep Taram tot de godin Amalek. En grote verwarringen maakten zich meester van hem. En er was een man genaamd Seder die ook in de gevangenis zat. En hij begon dromen te krijgen over de godin Amalek sinds Taram in de gevangenis was gekomen. En Seder schreef zijn dromen ook op. En de gevangenisbewakers die het lazen waren verbaasd. 'Hoe kan iemand zoiets groots schrijven ?' stamelden zij. En zij vielen op de grond, omdat iets hen geslagen had, en zij wisten niet wat. En zij lagen daar uren bewusteloos. En het nieuws verspreidde zich snel, ook tot de nieuwe koningin, en die kreeg ook de geschriften te lezen. En zij werd woest, en bestempelde Seder als een ketter. Zij begon de grote dreiging te merken die van Seder uitging. Daarom liet ze hem ter dood veroordelen. Eerst werd hij op een kar rondgetrokken door de nederzettingen. En Seder riep iedereen op tot bekering, maar zij luisterden niet. En een vlam kwam op het hoofd van Seder, en iedereen die het zag schrok. En zij vielen op de grond van angst, en bogen zich in het stof voor de kar, want de vlam verteerde het hoofd van Seder niet. Wel ontstond er een kale plek op zijn hoofd. En Seder werd vrijgelaten, want hij had de vlam op zijn hoofd. 32. En het nieuws verspreidde zich snel, en kwam ook tot de nieuwe koningin, en zij was woest. En zij zond amazones met speren tot hem, maar toen zij 108 hem zagen deden zij niets. Hij had immers de vlam op zijn hoofd. En meerdere amazones werden gezonden, en zij trokken hun messen, maar toen zij de vlam zagen werden zij stil. En weer kreeg de nieuwe koningin het nieuws te horen, en zij werd nog woester. Toen trok ze haar mes, en sprak : 'Nu zal ik zelf naar hem toegaan.' Toen zij bij Seder was aangekomen riep zij tot hem : 'Wat heeft dit te betekenen ?' Zij greep toen haar speer op haar strijdwagen en hief de speer in de lucht. 33. 'Waarom bent gij gekomen ?' vroeg Seder. Toen stapte ze van haar strijdwagen af en liep op hem af. Maar toen ze de vlam zag schrok ze. Ze viel ter aarde met haar speer en schild. 34. En Seder stelde een nieuwe koningin aan, en werd ten hemel opgenomen. 3. Amalekieten II 1. In het diensthuis van Amalek dienden de Israelieten, en er waren Amalekieten met gesels over hen aangesteld. Sommigen waren aangesteld over honderd, en anderen over tweehonderd. En het volk Israel vermengde zich met de Amalekieten. En de Amalekieten verkozen mannen, en telden hun aantallen. En zij hielden geschriften bij over deze mannen. En zij vermengden zich met de mannen van Israel. Als er een meisje werd geboren, dan werd het meisje gedood, want de Amalekieten wilden geen vrouwen van een gemengd ras. Als het een jongetje was, dan lieten ze het in leven, want mannen moesten werken in het diensthuis van Amalek. En de Amalekieten stelden geschriften op voor de Israelieten waaraan zij zich behoorden te houden, en waardoor ze konden zien welke godinnen ze moesten dienen. 2. De godin Jonne woonde aan de rivier waar zij zwanger was van de mannen van Israel. En zij bracht vele kinderen voort van het mannelijk geslacht die zij in mandjes over de rivier zond tot het volk. En Harut was haar zuster die ook vele kinderen kreeg van de mannen van Israel. En zij zorgde voor het gewas en de plantentgroei. Haar zuster, Jonne, was de jachtgodin. Harut was ook de godin van het huiselijke. En de Israelieten werden opgedragen deze godinnen te vereren en te dienen. Op een nacht werd Harut schreeuwend wakker, en ook haar zuster, Jonne, die naast haar lag, werd wakker door het geschreeuw. En zij vroeg haar zuster wat er was. 3. En haar zuster, Harut, vertelde een droom die ze had. Ze ging met haar boot over de rivier tot de mensen, en keek neer op de Amalekieten en de Israelieten en zag hoe ze in grote zonde leefden. En ze begon vruchten te gooien van een boom, en bracht kinderen tot hen, maar niets hielp, en de zonde werd nog groter. Toen sprak Jonne : 'Ik zal wel gaan. Ik ben immers de jachtgodin.' En Jonne ging de rivier over, en zij pakte haar boog en een pijl, en richtte het op de twee volkeren. En zij sprak : 'Wie van jullie heeft gezondigd.' En zij bogen allen voor haar neer, want zij vreesden haar. En zij ging terug tot Harut, en vertelde wat ze had gedaan, en Harut kreeg jaloezie in haar hart naar haar zuster. En Jonne sprak : 'Ik zie dat je jaloers bent. Ook ik zal je een wapen schenken. En je zult worden tot een oorlogsgodin.' En Haruth ontving het wapen. Het was een speer. En ze ging de rivier over en dreigde tot het volk, maar het volk begon haar uit te lachen. Met gebogen hoofd ging ze terug en vertelde het aan haar zuster. Jonne begon toen ook te lachen en zei : 'Je had de speer moeten werpen. Dan lachen ze niet meer.' 4. En weer ging ze terug, en dreigde. En toen ze haar weer uit begonnen te lachen en te spotten wierp ze haar speer, en bracht het oordeel over de twee volkeren. En er was een groot geween. Toen keerde zij terug, en haar zuster was trots op haar. Er was 109 een grote slachting onder de twee volkeren geweest. Vele mannen en vrouwen stierven die dag door de speer van Harut. Van elke honderd mannen waren er nog slechts acht over, en elke honderd vrouwen werden tot driehonderd vrouwen. En Harut vroeg aan haar zuster Jonne hoe dat kon. En Jonne zei dat het de wonderbare vermenigvuldiging was. En opnieuw werden de twee volkeren geteld. 5. Op een dag kwam er een man van het volk Israel over de rivier, en kwam tot de twee godinnen om om hun hand te vragen. En ze gaven hem voedsel te eten. Toen gaven ze hem in bed om in te slapen. En toen hij opstond sprak hij : 'Ik zal terugkomen.' En hij ging terug tot zijn volk over de rivier. En een andere man van het volk Israel kwam tot de godinnen, maar hij vroeg niets van hen. Ook nam hij hun voedsel niet aan, en sprak : 'Ik honger liever voor u, opdat mijn hart niet overmoedig wordt en ik u het hemd van het lijf vraag.' Toen boden ze de man een plaats aan om te slapen, maar hij sprak : 'Te hongeren voor u is beter dan te slapen. Ik zou graag mijn hart willen bewaren, opdat het niet overgeleverd is aan de roofdieren.' 6. 'Gij hebt juist gehandeld,' spraken de godinnen. En de man keerde terug tot zijn volk. Toen de andere man terugkeerde lieten ze hem niet dichterbij komen. En zijn schip verging in de rivier. 7. En de godinnen spraken tot elkaar : 'Het volk is te dichtbij gekomen. Laten wij een andere woning zoeken.' 4. De Verzoeking 1. De strijders hadden geen angst, toen hun zielen door de gebieden van de dood rondtrokken. Hen was beloofd dat na een korte tocht ze tot de plaats van de mooiste vrouwen zouden komen. Ze zouden hen alle geneugten van het leven na de dood laten
Page 110
zien als een beloning voor al dat ze hadden gedaan. Maar ze wisten niet wat hen te wachten stond. De vrouwen waren inderdaad de mooiste, en de mannen konden kiezen wie ze wilden, maar in het midden van de nacht zouden deze vrouwen hun ziel doden, want ze waren de vrouwen van de tweede dood. 2. De mannen wisten dit niet, want het was hen nooit verteld. Dan zou de essentie van hun ziel genomen worden naar het rijk dieper dan de onderwereld, een rijk genaamd Amalek. De mannen wisten niets over de samenzweringen van de dood. Ze geloofden echt dat ze de rest van de eeuwigheid met deze vrouwen konden leven, want dat was hen sinds hun vroegste jeugd verteld. Ze wisten niet dat de aarde slechts een trainingschool was voor hen, om hen voor te bereiden op een grotere oorlog: de oorlog van de doden. Niemand had enig begrip van het verschrikkelijke Amalek, maar ze zouden er snel achter komen. 3. Veel jonge mannen hadden gedroomd een groot strijder te worden om deze reden. Ze hadden geen dood meer te vrezen, maar begeerden het. Zij had de meest voluptueuze vrouwen van Amalek gekozen om de gevallen mannen bij het voorhangsel van de dood te verleiden. Ze zouden hen lokken naar hun plaats in het rijk van de doden. 4. Aan de top van hun hut hing de schedel van een gehoornd dier. De mannen hadden het gevoel dat ze in de eeuwige jachtvelden waren aangekomen. Oh, hoe hun jonge dromen zouden veranderen in een nachtmerrie. 5. Als de nacht viel hadden de vrouwen hun messen al voor hun taak voorbereid. Zij hadden dit al veel vaker gedaan. Zij noemde het het domein van verleiding. 6. Achter dit domein lag een zee van vuur. En de wet eiste dat het koninkrijk groter zou worden door bloed. 110 7. Als er niet voldoende bloed geofferd zou worden aan Haar, dan zou het sterven. En het was door het bloed dat Haar vrouwen zo mooi waren. 8. Zij waren aan elkaar verbonden door een vreemde bloedlijn. 9. Zij troonde op een eeuwige stroom van bloed. 10. Wat is er geworden van al die mannen die tegen Haar wilden strijden ? Zij zijn geworpen in de afgrond van Amalek. Zij hebben gezocht naar de bron van bloed, maar werden zelf tot een bron van bloed. 11. Er was geen grotere horror dan de horror van Amalek. Hun namen waren geschreven in het Boek van Bloed. 5. Kutta 1. Nahum rijdt op zijn buffel, In Kutta is zijn woonplaats, Waar de hyena's jagen 2. De lucht is vol met bloed, Als het grote Tahulen, Op haar waterbuffel gaat zij over de ondiepe rivier, Nahum volgt haar 3. Zij leert hem de jacht, Hij moet hierin leren aanhoudend te zijn, Om zo het kwaad te overwinnen 4. Wanneer u uw vijand achtervolgt, geeft dan niet op, Maar probeer een beter zicht op uw vijand te krijgen, Want is de vijand wel wat u denkt dat het is ? 5. Houdt vol wanneer u de vijand bestrijdt, Maar weest hierin geen vijand van de Heerin, Laat de hemel uw hand leiden en uw voet blokkeren. 6. De Schepping 1. In de beginne werden de hemel en de aarde geschapen. De aarde was nu woest, ledig en duister. Als eerste werden de oceanen geschapen, en daarna werd de mens Keyena op een eiland geschapen. Daarna werden de vogels en de vissen geschapen, en daarna de beesten. En de wijngaarden en de woestijnen werden geschapen. Toen werden rivieren in de woestijnen geschapen. En mensen kwamen voort vanuit de aarde en zij maakten schepen. 2. Drie mannen op een boot kwamen tot het eiland van Jaterin en Jata. Dichtbij het eiland gingen de mannen zwemmen, maar werden gevangen in de netten van de zusters Jaterin en Jata. Zij werden op het eiland getrokken. Zij kregen voedsel waardoor zij in vee veranderden. Later kwamen er meer mannen tot het eiland die in hetzelfde lot vielen. Op een dag kwam er een jongen in zijn boot tot het eiland. De jongen had een rok aan. De zusters lieten de jongen met rust en lieten hem het eiland verkennen. Na een tijdje vond hij hun hut, waar ze soep aan het koken waren. Hij was hongerig en vroeg iets van de soep. Maar ze gaven hem het niet, en zeiden dat hij eerst voor hen moest werken. Zo verdiende de jongen alles op het eiland van Jaterin en Jata door eerlijk loon. En ze noemden de jongen Teklé. 3. Op een dag kwam er een andere jongen tot het eiland, ook met een rok. Ook hij vond hen in hun hut. En zij noemden de jongen Nota. En Jaterin werd de moeder van Teklé, en Jata werd de moeder van Nota. En Jata nam Nota tot een andere hut, en 111 ging daar met hem wonen. 4. En zij voedden Teklé en Nota op in gerechtigheid. 5. En Teklé maakte een boottocht naar het eiland van Keyena, en zie, hij vaarde een woestijnrivier op, en het was hier zeer droog. En hij legde ergens aan, en de hemel verscheen hier aan hem. En er was veel licht en donder en bliksem, en hij wilde zich verbergen in een struik, maar de hemel sprak tot hem : "Vrees niet, want Ik ben het die u hebt uitverkoren." En Teklé beefde, en vroeg : "Wat moet Gij van mij, U die al het leven gaf ?" 6. En Zij antwoordde en zeide : "Ik heb u geroepen. Ik wil dat gij het Tarsis gesteente opgraaft, waarop Mijn Woord gegraveerd is." En Zij leidde hem tot een plaats waar hij moest graven, en waar hij het Tarsis gesteente vond, waarop al Haar woorden gegraveerd stonden. En hij raakte in vervoering toen hij het las en hij weende, vanwege de schoonheid van de woorden, en ook raakte hij in grote angst en viel aan haar voeten. Hij maakte haar voeten nat met zijn tranen, en droogde hen af met het zand. En Zij droeg hem op om zich te wassen in het water, en om terug te gaan naar het eiland van Jaterin en Jata. Dit deed hij, maar het eiland bestond niet meer. Hij zwierf dagen in zijn boot over de oceaan om het te zoeken, en keerde toen terug naar het eiland van Keyena. Hij zocht naar de hemel maar kon Haar niet vinden. Hij ging toen naar de andere kant van het eiland waar hij Keyena ontmoette, maar zij viel hem aan. Omdat zij een man nodig had om haarzelf voort te planten nam Zij hem. En Zij bracht dochters voort die de eigenschap hadden elkaar te bevruchten, en zo werd hun nageslacht groot, en dit nageslacht bestond alleen uit vrouwen. En zij verspreidden zich over de oppervlakte in stammen. 7.
Page 112
De Jacht op het Sparazaadse witte varken 5. En de zee zal het restant van het kwaad wegsleuren, 1. Jata jaagt door de sneeuw, Zij breekt sloten en maskers in het kasteel, En gaat tot daar waar het bloed eeuwig stroomt, Een witte gestalte loopt daar, Een man in wit en dan een varken, Terwijl zij dreigt, Haar speer opgeheven 2. Kent iemand zulke geesten ? Dan verandert het in een vrouw als zij, haar spiegelbeeld, haar evenbeeld, Zij werpt de speer, maar mist, Dan grijpt zij haar boog en een pijl, Maar ook deze kan het hart van het Sparazaadse varken niet raken, Deze geesten zijn verstrooid, en draaien alles om, Zij zijn kortzichtig en bouwen hun eigen ijskoude, abstracte realiteit 3. Deze geest heeft vele gezichten van groot bedrog, Gaande van mens tot mens, En Jata gaat dieper, Tot de plaats van witte veren, waar alles tot wildernis wordt. 8. De zee 1. En de Dag des Oordeels zal zijn als een visserij, 2. En de volkeren en hun schatten zullen opgevist worden. 3. En gerechtigheid zal op de aarde zijn, en haar sieraden zullen gedragen worden, 4. En de bergen zullen zijn als was, en de zeeën zullen de hoge bergen neerhalen, 6. En vrouwen zullen het maken tot sieraden. De rode speer 7. Ik spreek mijn Woord in een storm, Mijn wind gaat over de aarde, Zie ik zal u leiden in de oorlog in de hemelse gewesten, Ja, de oorlogen in de dieptes van de ziel, Ja, in de onderwereld, Ik roep u, en trek u voort 8. Grijpt dan uw wapens, die van het Woord, Die van gebed, en van stilte, Want dromen en visioenen wil Ik u geven 9. Er is veel onkunde onder mijn volk, Ziet, zij zijn in handen van de vijand, Daar waar openbaring ontbreekt 10. Ik geef u de rode speer om hen voort te leiden, Luister daarom naar Mijn stem, Ik spreek maar één keer en de rest bestaat uit het ontcijferen, Ik ben niet praterig, Wat ik spreek vaagt gemakkelijk weg, Hierin ligt een uitdaging en opdracht 11. Ik heb alreeds gesproken, De Woorden die ik heb gesproken zijn te vinden in de geschiedenis. 9. De jongen en het touw 1. Een vrouw was in het veld. Het was een veld tussen twee stammen in. Een jongen met een mand stond tussen de twee stammen in, en riep tot de stam aan de andere kant 112 van het veld : ‘Kom dan als je durft.’ Maar er speelden alleen wat kinderen daar. 2. Op een dag waren de twee stammen in oorlog, en de jongen voelde dat hij daar de oorzaak van was. Hij kon niet leven met de schuldgevoelens, en rende de wildernis in. 3. Hij rende heel lang door totdat hij bij een meer aankwam, waar een vrouw aan het baden was. De vrouw zag hem en zei tegen hem : 4. ‘Kom niet dichterbij, anders zul je sterven.’ Maar de jongen trok zich er niets van aan, en kwam ook bij het meer. 5. Er ontstond toen een worsteling tussen de vrouw en de jongen. 6. ‘Ga terug,’ riep de vrouw. ‘Je hebt hier niets te zoeken. Wat kom je hier doen ?’ 7. Toen vertelde de jongen wat er gebeurd was, en vroeg wie ze was. De vrouw veranderde toen in een cobra en toen in een touw. ‘Ik ben het hemelse touw,’ zei de vrouw. 8. ‘Bind me dan maar,’ zei de jongen, ‘want ik wil niet meer terug naar mijn stam.’ 9. ‘Je kunt hier niet blijven,’ sprak de vrouw, maar de jongen begon te smeken. 10. Toen leidde ze hem dieper de wildernis in, naar een andere stam, maar toen hij ze zag begonnen ze ook in cobra’s te veranderen en toen in touwen, en ze sleepten hem naar een afgrond, waar hij ingeworpen werd. Hier groeide de jongen op in honger. Na vele jaren haalde het hemelse touw hem eruit en gebood hem om terug te gaan naar zijn stam. Toen hij daar aankwam herkenden zij hem niet, en geloofden ze hem ook niet, en hij werd weggebannen. Hij ging toen naar de stam aan de overkant van het veld, en daar geloofden ze hem wel, en alles wat hij vertelde, en daar bleef hij toen. 10. Hemel van de Jacht 1. Het gouden lam op de doodskist volgen zij. 113 Zij volgen de skeletten van Rigil Kent, met hun zwarte en paarse gewaden. Maar zij staat in de opening van haar tent, om de patriarchie te verbreken. Zij is op jacht, op het lam. 2. Zij zal het lam vinden en doorboren. Hebt gij daarom niet al uw kruizen opgehezen ? Gij hebt een afgod gemaakt, en gij hebt de godin van de jacht veracht. Ziet, jaagt zij dan niet op uw ego ? 3. En gij volgt uw zwarte skeletten op hun tribunes naast hun koning, En gij buigt voor hun koning, terwijl zij haar boog spant. 4. En zij volgen de moeder van het gouden lam, Zij met paarse pij en kap. 5. Traag gaat zij voort op haar boot, met skeletten die haar volgen. 6. En zij komt tot de doodskist van het gouden lam, waar zij weent en het gouden lam kust. 7. En dan offert zij haar lammeren aan het gouden lam. 8. En een vogel zal die nacht vliegen, uitgaande om de hemelsen te verzamelen, om oorlog te voeren tegen het lam wat hen bedrogen had. 11. Weinigen geroepen, nog minder uitverkoren 1. Wat is het geheim van de onweerstaanbaarheid ? Ze zeggen dat het diep in de wildernis ligt verborgen, als een ring, als iets wat trekt, waar een mens niet aan kan ontkomen. 2. Maar het moet je
Page 114
dan wel roepen, als een uitverkorene. Zijn velen niet geroepen en weinigen uitverkoren, zoals sommigen zeggen, of zijn er slechts weinigen geroepen, en nog minder uitverkoren ? 3. Ik ging tot de wildernis om haar te bezoeken, als een vrouw zag ik de wildernis, als een vrouw met een geheim, zeer verscholen achter onbekende, giftige planten en struiken, hangende achter lianen, woeste plaatsen. 4. Een droom die voor velen werkelijkheid was geworden, de angst in hun ogen, ik zou het niet vergeten. 5. Het kon ook niet anders. Zij hadden het onweerstaanbare gezocht, en waren ten prooi gevallen aan het onontkoombare. 6. Zij had haar pijlen gedoopt in bloed en gif, en een zoet lokte hen, iets in de lucht. Het trok mij mee, als in een diepe put. Ik gleed weg, en kon zelfs geen lianen meer grijpen. Die hingen te ver weg of braken af. 7. Ik kan het me niet goed meer herinneren. Het was een duistere put, als verslonden worden door een onbekend roofdier, iets woests. Er was niks wat haar stopte. Het was het onontkoombare. 8. Het was onweerstaanbaar, en ik zag de ring. Het was van een vreemd soort rubber. 9. Hier is slechts woest geschreeuw, totdat men komt tot het onontkoombare. Deze vrouw heeft vele kanten. 10. Haar pijlen jagen. In het oerwoud moet men niet komen, want hier heerst gevaar, en men kan niet meer weg. Slechts geklaag is hier. 11. Ik was op zoek, op zoek naar het geheim van de onweerstaanbaarheid. Met kracht dringt ze haarzelf aan mij op. Het geheim is niet te dragen. Weinigen zijn geroepen, en nog minder uitverkoren. 12. Dan is het oerwoud overweldigende. Het houdt geen rekening met mijn grenzen. Ik ben in haar gebied, waar haar regels gelden. Ze schreeuwt zonder ophouden totdat ik reageer op haar geroep. 13. Bloed, modder en veren in haar haren. Het is oorlog hier. Het gif klimt op zonder mededogen. 114 Haar stem breekt beenderen. 14. Hier kan een mens slechts ziek worden. Het trekt je tot het geheim van de onweerstaanbaarheid. Nooit laat het je los. 15. Als het je heeft geroepen ontkom je niet meer. Het gif druipt van haar pijlen. Je bent in het oerwoud. 16. Zoveel valstrikken om je heen. Neen, een mens komt nooit ver hier. Ik dwaal hier al zo lang rond, en besef dat niemand mij zal vinden. 17. Zij zullen slechts worden zoals mij. 18. Het onweerstaanbare trok aan hem. Het onontkoombare was naar hem op jacht, want in wat voor diepe wereld was hij ? 19. Waarom moest hij dit geheimenis dragen. Het reet hem telkens in stukken. Altijd weer was er een gevecht in zijn hoofd. 20. Niemand kon tot het onontkoombare komen zonder het uit te schreeuwen. Slechts weinigen waren hiertoe geroepen, en zelfs nog minder waren uitverkoren. 21. Niemand kon hem verstaan en niemand kon hem begrijpen. 22. Het oerwoud was niet zonder gevaren, en hij wist hiervan, maar hij kon niet terug waar hij vandaan was gekomen. 23. Hij gleed weg in het oerwoud, vrij nu. Hij draaide om alles heen. Hij kon niet gericht spreken, alleen fragmentarisch. 24. Hij kon geen verbindingen maken, alleen afwijken en wegglijden. Er was hier geen houvast, alleen vrijheid. 25. Maar er werd aan hem getrokken. Er werd om hem gevochten. Hij was op weg naar het onweerstaanbare. 26. Weinigen waren hiertoe geroepen, en zelfs nog minder waren uitverkoren. 27. Ze jaagden op alles wat dichtbij kwam. Zo was hij zelf ook aan zijn einde gekomen. Sommigen beseften het niet eens. 28. Alles waaraan hij dacht was het geheim van de onweerstaanbaarheid. En hij merkte dat er geen ontkomen meer aan was. Hij was immers geroepen. 29. Ze konden niet komen waar hij was, maar gleden weg. En zij die het wilden begrijpen gleden weg. De wildernis verborg het. 30. Hier leefden alleen maar naakten. Het was diep in de wildernis. Ze was wel bedekt met wat modder, het vuil van de wildernis. In rieten dorpjes leefden zij. 31. Zij was naakt. Maar toch ook niet, vanwege waarmee de wildernis haar had bedekt. Zij was één met de natuur. Hij kende deze wereld niet. 32. Het schreeuwde altijd alleen maar tot hem vanuit de verte. Hij was een geroepene, maar hij wist niet of hij ook uitverkoren was. 33. Misschien hadden ze hele andere plannen en bedoelingen met hem. 34. Hij kon deze wereld niet vasthouden. Hij gleed telkens weg, maar dan werd hij weer teruggetrokken. 35. Het was iets onontkoombaars. Hij schold op deze wereld. Het pijnigde hem. Maar toen dacht hij aan waar hij vandaan was gekomen, en daar wilde hij niet aan denken. 35. Als je pijn hebt kan je nergens tegen, kan je niks verdragen. Meedogenloos had het hem gesneden. Meedogenloos had het hem losgesneden. 36. Ze schreeuwde in een taal die hij niet begreep. Zij maken mensen begrensd. Snel bewoog ze door de struiken ... 37. Is dit het paradijs ? Een zee in een groot bos, en ergens op de zee ligt een zwemparadijs. Hij kan het bijna niet geloven, en glijdt weer weg. Dit was zijn verleden. Maar was het verleden niet slecht ? 115 38. De geroepenen die ook uitverkoren zijn worden tot roependen. Alleen door grote verwarring kan er ergens gekomen worden, door niet met een overmoedig antwoord genoegen te nemen. Het doel heiligt de middelen. Doe alles in het verborgene. 39. Maak jezelf geen naam, ga niet voor de eer, geef niet om je status. Alleen door grote verwarring kan er ergens gekomen worden, door niet met een overmoedig antwoord genoegen te nemen. Op deze regels kon hij een nieuwe wereld bouwen. 40. Doe wat je doet in het verborgene, niet voor het oog van de mensen. Mensen zijn toch altijd ontevreden, en zullen toch altijd alles wat je doet omdraaien en beroddelen. Ze zullen over je liegen, eigenlijk tot het punt dat ze het niet eens waard zijn allemaal. Waar doe je het dan voor ? De mensheid is ondankbaar. 41. Het goede zullen ze niet eren, maar het kwade eren ze volop. Het kwaad komt vaak als een bedriegelijke oplichter, en de mensheid is opgelicht. Lang geleden al. Werk daarom in het verborgene, zolang het nog dag is. 42. In de nacht kan niemand werken. Verspil je tijd niet. Er is niet veel tijd. Maak er het beste van. Eerst moet de mens sterven aan zijn vraatzucht. Eerst is er dus een dood nodig naar het materialisme, anders blijf je de oplichter volgen. Er is een weg die veel hoger leidt. Wacht niet op de ander, maar ga zelf tot de hogere weg. 43. Vraatzucht komt in vele vormen. Zorg dat je de weg tot de wildernis vindt. De mens moet de hogere dood sterven. 44. De mens gaat telkens over de grenzen heen, omdat de mens die grenzen niet kent, niet ziet. De mens is blind. De mens voelt de grenzen niet. Daarom moet de mens eerst gevoelig worden voor de grenzen. Eerst moet de mens de grenzen leren, en dan is het veilig genoeg om tot de hogere ingewikkeldheden te komen, en daar gevoelig voor te worden. 45. Grens-gevoeligheid is een belangrijk zintuig en
Page 116
fundamenteel om van het leven het beste te maken. Pas dan is de mens dus veilig genoeg om zich te wagen aan de hogere ingewikkeldheden, en zal de mens gevoeligheid hiertoe ontwikkelen. 46. Het gaat om de hemelse voorwaarden, niet de aardse voorwaarden. 47. Hierin zijn teveel afleiders en uitdovers, en daarom moet de mens als basis de hemelse dood blijven sterven, en moet de hemelse dood op dit pad de gids blijven. 48. Hij ging dieper en dieper in de grottenstelsels onder de grond, om te zoeken naar geheimen. De hemelse dood leidde hem. 49. Uiteindelijk vond hij de rustdag die was opgeborgen in een grot. 50. Arme, arme jongen, hij was zo dichtbij gekomen, maar voor eeuwig verwond. Voelen wij ons ook niet zo soms, alsof we door iets voor eeuwig verwond zijn geraakt, alsof we er maar niet van kunnen genezen ? Hij was al zo dichtbij, en toen leek alles uit zijn vingers weg te glippen. Voor velen zal het zo herkenbaar zijn. 51. Hij moest weer een hogere dood sterven. De hemelse dood kwam tot hem. Het was een eeuwige dood die hij ditmaal moest sterven, eeuwig afsterven aan het materialisme, de vraatzucht, en alle leugens en bedrog wat daarbij komt kijken. Alleen zo zou hij de eeuwige rust kunnen binnengaan. 52. Hij kon zich niet bewegen, en hij stond daar als bevroren. Overal begon het te sneeuwen en het werd winter. En hij moest wachten totdat het lente werd. 53. Toen begon hij weer te ontdooien, en kon hij zich weer langzaam bewegen. 116 54. Heel voorzichtig is hij toen langs de bewaker heengegaan, door de opening van de grot waar de eeuwige rust was. Hij viel daar in een diepe slaap, en zo kon hij uiteindelijk de eeuwige rust binnen gaan, en zo werd hij de dromende jongen. 55. Er waren namelijk altijd uitzonderingen op de regel, en daar moest hij gevoelig voor worden. Uiteindelijk moest het jongetje de eeuwige variatie ontvangen. Variatie is de manier om los te breken. Denk aan de bloemen die alles warmbloedig omcirkelen, die alle natuurdraden weven en spinnen, blijven omhullen totdat het beste eruit voortkomt. Ze stoppen nooit. Ze gaan eindeloos door. 56. De mens rafelt alles af. De mens wil alles snel. Ze kennen het bloemenleven niet, en het leven van de bijen en de hommels niet. Het zijn grauwe, fletse figuren geworden. Altijd kibbelen ze, maar ze werken nergens voor. Ze willen alles direct op tafel hebben, en hebben altijd alles op anderen aan te merken, alleen maar over oppervlakkigheden. Ze leven in het vlees, niet in variatie. 12. Schepping en matriarchie 1. Betelgeuze is onderverdeeld in gebieden. In het gebied Tork was er lang geleden een skelet-geest als patriarchische leider. 2. Zijn naam was Septus, en hij werd uiteindelijk verdreven, maar kreeg een grote autoriteit in andere delen van Betelgeuse, Orion en de rest van het heelal. 3. Betelgeuse is een groot Orions gebied, met een groot archief van de paradijsteksten van Betelgeuse. Het paradijs van Betelgeuse werd verborgen gehouden. 4. Laag voor laag werd dit bedekt. Alles had zijn oorsprong in Betelgeuse. Zelfs de aarde bestaat alleen door Betelgeuse. De aarde is een schepping van en in Betelgeuse. 5. In Tork was Septus onttroont, maar er heerste nog wel een andere skelet-geest als patriarchisch leider, Parin. Zielen werden opgesloten in het gebied Ree in Betelgeuse. Hier werd mens tot een schepping op de aarde. Om tot Tork te komen zou de mens eerst door andere gebieden heen moeten gaan, namelijk door Ree, Sceer, Fluensis, Tamil, Tolle, Gyptis, Melk, en Behemma. 6. Behemma was al een zeer paradijselijk gebied, maar het was nog steeds in handen van Septus, want hier werd Septus na zijn val in Tork naartoe gedreven. Septus en Parin waren in een grote oorlog, die gewonnen werd door Parin. Septus was toen niet meer toegestaan in Tork, maar had nog wel grote macht in Behemma. Septus werd gevangen gehouden in Behemma, maar had ook nog veel macht in de voorgaande gebieden. In Ree had Septus de grootste macht. 7. Voordat Septus regeerde in Behemma regeerde Mudroch II in Behemma, die werd onttroont en werd verbannen naar Melk, een buitenparadijselijk gebied van Betelgeuse, waar Mudroch II de macht kreeg. Hij moest ervoor zorgen dat de grondteksten van de staatsboeken geheel ondergesneeuwd werden door latere vertalingen. Hij moest ervoor zorgen dat de rijkdommen van de Orionse grondteksten afgekapt werden, zodat de levendmakende kwaliteiten hen niet zouden kunnen bereiken. 8. Parin regeerde in Tork. Tork bestaat uit elf grote gebieden. Twee daarvan zijn de hoofd-gebieden : Goriph en Gorit. In Goriph troonde Parin over Tork. Ook had hij een heerser aangesteld over Goriph zelf. Deze stond net onder hem. In Gorit, het tweede hoofdgebied, had een andere heerser de macht. Deze gebieden zijn genaamd : Aphar, Gallaph, Zephet, Tabir, Tabin, Tarut, Karph, Toph en Kemp. 9. In Behemma, in de gebieden Golak en Golar zijn vroeger verschrikkelijke dingen gebeurt die fundamenteel waren voor de opkomst van grote 117 onderdrukking. Daarna zijn deze twee grote gebieden veroverd door de matriarchen en werden hun nederzettingen. Golak en Golar liggen tegen de grens aan van Tork. 10. Beloch is de matriarch die Golak veroverd heeft. Beloch is in het Orions de rode steen, de steen van bloed, van het loon. Behamma betekent in het Orions de witte steen van hemelse slavernij. Vuch is de matriarch van Golar. De geschiedenis van Golar is fundamenteel. De achtentwintigste monarch, Katar, richtte het boek van Ul op. De negenentwintigste monarch, Benzeem, richtte het boek Ifter op. 11. De dertigste vorst, Sopatus, voegde deze twee boeken samen tot de Takhot. Als je de Takhot niet aanbad, werd je opgesloten, gemarteld en gedood. De eenendertigste vorst, Siphis, bracht de kinderoffers terug op basis van dit boek. De tweeendertigste vorst, Niphis, bouwde een plaats genaamd de eeuwigdurende hel, op basis van de Takhot, waar zielen gewoon doorleefden als ze erin werden geworpen, zonder hoop op bevrijding. 12. Deze hel werd genoemd de Stopher. De drieendertigste vorst genaamd Optus werd de wachter van deze hel. Optus bepaalde wie er wel en niet naartoe gingen. In die tijd was er een grote slavenopstand, die aangevoerd werd door Lakata, een jonge gladiator. Hij versloeg Optus met een groot slavenleger. Hierdoor kwam Vuch aan de macht in Golar. Septus had min of meer de macht volledig in Golak en Golar verloren, en zo werden zij tot belangrijke handelswegen in de tocht van Behemma naar Tork. Na Tork is er een tiende gebied, Belim. Hier troont een matriarch, Beneph. 13. Orion was in de mythe voortgekomen vanuit een met urine en zaad vervuilde runderhuid. Urine bakent in de natuur terreinen af, als teken van overwinning en bezit. In de paradijsteksten van Betelgeuse moesten de huiden die voor tenten en voorhangsels, ook als genitale voorhangsels, werden gebruikt vaak bevuild worden met zaad, urine en
Page 118
vee-bloed voor die reden, om boze geesten weg te houden. 14. Ook werd dit gedaan om de jacht te doen slagen. De kennis over boze geesten en hoe die te bestrijden ging diep. Er waren geen wazige rituelen, maar alles had een duidelijke reden. 15. Zij die aan zulke rituelen deelnamen zonder de betekenis ervan te weten, zonder ingewijd te zijn, zouden er krankzinnig door worden. 16. Oorlogskennis was een belangrijk teken en ging vaak oraal, en werd opgeslagen in symbolen. Het was niet zo dat men veel aandacht aan studie gaf. De kennis kwam door de jacht, door het doen. 17. Studie was zelfs een gevaarlijk iets. Ze waren voortdurend bezig met de jacht en de visserij, en kregen daardoor hun kennis. Ook school was dus gevaarlijk, want dat kon gemakkelijk uitlopen op bedrog. 18. Kennis kwam door overwinning over de vijand. Zo ontstonden ook de ware bloedbanden. 19. Tork was onder een vloek. In het achterliggende gebied Belim heerste Parin niet meer. 20. Dit gebied was in de handen van Beneph, een matriarch. 21. De twee paradijsbomen bepaalden wie wel en niet uitverkoren waren. 22. In Belim is er een tocht tot het gebied Zerk, waarin zich het gebied Petevard bevindt. 23. Dit is een jachtsgebied met jachtvelden. Het overwicht van het grote, van de grote moeder, is Beloch. 24. Beloch is ook de matriarch die Orion veroverd heeft. Zij troont in Belim. aan de macht door een boek van slavernij. Het nam macht over de volkeren. Het rijk gaf macht aan een beest, Ammaherram. 2. Zaralahm zond zijn zwarte leeuwen om heerschappij te vestigen over iedere ziel. Deze duistere wachters moesten het verstand van de mens bewaken. 3. Duistere jagers kwamen met een zwart boek. Zwarte wachters waren overal. Hij heeft zijn geschriften opgesteld, in de dieptes van Betelgeuze, een Orionse ster, om ze aan de aarde te verkondigen. Het zwarte boek zou een witte huid krijgen, als een witte spin die de volkeren zou verslinden. Maskers van ijzer maakten soldaten van vrouwen, vechtslaven met messen, om hun ongelovige mannen te vermoorden in de huwelijksnacht, om hen te leiden tot de god van de dood, om tot het geloof gedwongen te worden. Zwart ijzer, ijzeren maagden, met messen, marcherende in opdracht van de oppergod. Zij kloppen aan op de deuren, zonder genade. Ze ontvoeren mannen naar een plaats genaamd huwelijk, waar ze zullen moeten buigen voor de god, als door de dood heen, tot zombies voor een nieuwe morgen. Zij ontvoeren mannen, voor een nieuwe morgen. De geesten van het zwarte boek hebben geen genade. 13. Zaralahm en Ammaherram 1. Een rijk, Zaralahm geheten, kwam opzetten, in de lagere gewesten van Orion. Vrouwen vluchtten naar de oerwouden om los te komen van de overheersing, en vormden stammen. Er kwam een rijk op aarde 118 4. De mens moet door dit doolhof heen om terug te keren tot de hemelse orde. Zoveel materiele rijkdom heeft de mens vergaard, maar het heeft de mens verblind. Ze staren zich helemaal blind op dingen, terwijl het duistere beest hen bindt. Het rijk van Zaralahm zal maar tijdelijk zijn. De hemelsen zullen hem verslaan. 5. Er zijn hen die herinneren dat voordat ze naar de aarde kwamen, voordat ze in de moederschoot kwamen, ze gedwongen werden van deze zwarte vrucht te eten. Het zwarte boek zal veranderen in een varken. Het rijk van Zaralahm zal veranderen in varkens, en de eeuwige varkensjacht zal gestart worden, waarin de elementen van het kind zijn kunnen worden teruggevonden. 14. De Beloning 1. Er was een oorlog. Midden in de nacht werd hij wakker en voelde zich zo onveilig dat hij zijn kleren aantrok en wat spullen pakte. Hij rende zijn woonplaats uit. Hij moest zo snel mogelijk weg, zo snel mogelijk uit de stad. Hij rende naar het bos. Hij kon niets doen dan rennen. Hij durfde niet naar achteren te kijken. Hij gilde, want daar ging zijn verleden. 2. In de verte was de waterval. Hij was omringd door bomen. Hij keek naar achteren. Hij wist dat er niets meer van zijn woonplaats over was. Hier was hij opgegroeid. Er zouden geen sporen meer van achtergebleven zijn. Hij liep door met stevige pas. Tegelijkertijd trilde hij. En hij was duizelig. 3. Hij wist dat hij alleen veilig kon zijn in het bos. Hij liep daar voor uren. Dit kon niet goed gaan zo. Hij deed zijn kleren uit, en rende naar de bosrivier. Die zou hij overzwemmen. Het was een lange zwemtocht. Het leek wel alsof hij in een ander lichaam was. Eindelijk kwam hij aan de andere kant van de rivier in het bos. Er was hier een wilde met een bootje bekleed met huiden. Hij liep op de wilde af. "Mijn woonplaats is weg," zei hij. "Ik weet het," zei de wilde. De wilde nam hem mee naar een boshut. Hier woonde de wilde. "Er was geen hoop voor je woonplaats," zei de wilde met een accent. "Altijd oorlog." 4. De man knikte. Hij kreeg wat te drinken. "Voel je je alweer wat beter ?" vroeg de wilde. 119 5. "Niet echt," zei de man. "Ik heb alles verloren, mijn hele familie, en al mijn vrienden. Ik begrijp waarom jullie hier wonen. Veel veiliger." 6. De wilde knikte. De man moest denken aan iedereen die hij had verloren. Hij kreeg wat nieuwe kleren van de wilde. "Het zijn vogels," zei de wilde. "Ze gaan van woonplaats tot woonplaats om alles te vernielen. Ze trekken families uit elkaar." 7. "Ik weet het," zei de man. "Noemen jullie ze ook niet dondervogels ?" 8. "Ja," zei de wilde, "en dat zijn het. Ze zijn niet te vertrouwen." 9. "Ik wil naar huis," zei de man. 10. "Dit is je nieuwe huis," zei de indiaan. "Ga nooit meer terug naar je woonplaats, het zijn slechts kralen van een ketting, en jij werd ergens voor bewaard. Iemand riep jou uit je bed en zei dat je wegmoest. Het is iets van de natuur wat over jou waakt. Zij heeft alles van je afgenomen, en neemt je tot haar, als een natuurverschijnsel, maar er is nog steeds een strijd gaande. Het jaagt nog steeds op je, en je bent eenzaam en depressief. Dieper in de natuur vind je nieuw leven, nieuwe contacten, nieuw inzicht." 11. De man knikte. "Dus het zijn kralen om het leven beter te begrijpen ?" 12. "Ja," zei de wilde, "het is symboliek." 13. "Ik zie het," zei de man. 14. De wilde gaat in zijn boot over de rivier door de natuur, met een peddel. Hij roept de wilde, maar die antwoordt niet, alsof de wilde hem niet hoort. De man gaat het water in en zwemt op de boot af, maar de boot gaat sneller dan hem.
Page 120
15. Het betekent dat je ervoor moet werken om het nieuwe contact en het nieuwe inzicht te bewaren, en ook dat je het moet volgen. Het wil je ergens naartoe leiden. 16. Hij is blij dat het inzicht elke dag komt om hem ondersteuning te geven. Hij denkt veel na over de kralen. Hij merkt in hemzelf het samenspel in zijn leven. Zij drijven hem terug tot de natuur, tot het hogere inzicht. Hij begint ook steeds meer de gevaren van de woonplaatsen in te zien, hoe ze hem gebonden houden. In de natuur is vrijheid, maar een hogere soort van leiding en bescherming. 17. Toch kan hij ook de woonplaatsen met andere ogen bekijken, als een onderdeel van de natuur. Hoe dieper hij in contact komt met de natuur, hoe meer ook alles om hem heen verandert tot een stuk natuur. Zo wordt alles bruikbaar in een hoger inzicht. 18. Hij vindt rust in de natuur, en is dankbaar voor zijn dromenleven, wat hij als een gave ziet. De gave beschermt hem, de gave leidt hem. Ze noemen het een beloning, omdat hij alles heeft achtergelaten, en naar de natuur geluisterd heeft, en de natuur heeft gevolgd. heel gastvrij, en verwelkomde hem op het eiland, en nodigde hem uit tot haar hut te gaan. Hij keek zijn ogen uit in het prachtige oerwoud. Ze gingen over een zandpad en het zand brandde onder zijn voeten. Na een tijdje kwamen ze aan bij haar hut. Het was een eenvoudige hut. Ze zei dat ze hem later ook wel het hele eiland kon laten zien. Hij had deze gastvrijheid niet verwacht. Het had ook heel anders kunnen gaan, namelijk door een pijl in zijn rug. Toch was hij op zijn hoede. Je wist immers maar nooit. Het kon ook een valstrik zijn. 2. Het eiland was grotendeels onbewoond. Het was dus ook een overlevings strategie van de vrouw waarom ze zo deed. Na een tijdje bracht ze hem weer naar buiten, en liet hem de wildernis zien. Er waren hier prachtige rivieren met prachtig hoog gras, en daarachter wildernis. Hij vroeg hoe ze hier leefde. Ze zei dat ze helemaal alleen was, maar dat er een klein kampje was ergens op het eiland wat ze soms bezocht. Ze was vroeger deel van het kamp, maar ze hadden ruzie gekregen, en ze kwam erachter dat ze beter op haarzelf kon leven. Ze ging soms naar de stam toe puur om te overleven. 15. Het eiland in de zee 1. Hij ondernam de tocht, en ging op zijn zeilschip de zee over. Het was prachtig weer, wat al snel overliep in een regenbui. Helemaal drijfnat kwam hij aan op een eiland na een lange tijd zeilen. Het was een prachtig eiland. Het leek wel alsof de bomen hem toewuifden. Hij legde aan op een strandje en stapte uit de boot. Een donkere vrouw met een rieten rokje liep op hem af. Ze was direct 120 3. Naar mate hij haar beter leerde kennen kwam hij erachter dat ze helemaal niet zo makkelijk was in de omgang. Ze had vele gezichten. Het was sinds hij was ingegaan op haar aanbod dat ze hem steeds respectlozer ging behandelen. Ze was nog steeds heel erg gastvrij, maar ze begon hem steeds meer te kleineren. Dat lag er echt niet dik bovenop in het begin, maar meer subtiel. Het was alsof ze hem steken onder water gaf, en het dan weer afdekte met een doek. Dan kon ze ineens weer heel aardig doen. 4. Op een bepaalde manier was hij in een worsteling met haar, een psychologische worsteling. Het lag er niet dik bovenop, maar het was onderhuids. Tegelijkertijd genoot hij van de pracht van het eiland, hoe het hem stimuleerde en inspireerde. Hij was even weg van alles en van zijn verleden. 5. Ze hield hem af van het ontmoeten van de stam verderop het eiland, en hij wist niet waarom. Ze zei dan wel dat ze niet gemakkelijk waren, maar dat was zij ook niet. Beiden bleven ze kalm in hun gesprekken met elkaar, misschien ook omdat ze telkens werden afgeleid door de prachtige natuur om hen heen en de geluiden van het oerwoud. Soms begreep hij haar niet en wist hij niet of ze hem nu probeerde te beledigen of dat ze wat anders bedoelde. Soms kon hij het niet opbrengen om verder door te vragen, wilde hij in de rust blijven, maar soms bracht dat ook een bepaalde rusteloosheid. Het leek wel alsof er competitie heerste tussen hen op een bepaalde manier. 6. Eigenlijk wilde hij weg van haar, en de stam waar ze het over had ontmoeten, of gewoon ergens anders op het eiland de tijd verdrijven, maar hij voelde alsof ze iets van hem had gestolen wat hij terugwilde. Hij kon niet weg. Dat wat zij van hem had gestolen, daar kon hij niet zonder leven. Ze had dus al een zekere macht over hem. Toch wilde hij hier niet aan toegeven, en zei dat hij weer verder wilde, of naar die stam, of ergens anders op het eiland. Hij bedankte haar al voor de gesprekken en de gastvrijheid, maar toen wilde zij dat hij zou blijven. Toen kon hij het ook niet over zijn hart krijgen om weg te gaan. De dagen erna werd ze eigenlijk steeds moeilijker, maar ook steeds aardiger, en die combinatie werd in principe gewoon dodelijk. Hij voelde dat hij psychologisch vast kwam te zitten door haar, door haar opmerkingen, alsof zij hem had verlamd. 7. Hij wist dat hij goed in de problemen was nu. Hij had snoep genomen van vreemden waarvoor zijn moeder hem altijd gewaarschuwd had. Hij was in een exotische valstrik van het eiland gelopen, van het oerwoud. Hij verdedigde zich niet naar haar, want hij wist dat het dan alleen maar erger kon worden, alsof hij dan in de fuik werd getrokken, en ze probeerde altijd ook een hele hoop goed te praten. 121 8. Ze vermoeide hem, en daardoor werd hij afhankelijk van haar. Zij moest nu voor hem zorgen. Hij was in een gevaarlijke situatie terecht gekomen. Hij voelde zich ziek, alsof hij vergiftigd was, en hij was helemaal alleen in het oerwoud met haar. Ze betuttelde hem ook, sprak telkens met verkleinwoordjes. Ze bemoederde hem, maar was ook een slinkse vijand. Hij moest telkens op zijn hoede zijn. Op een dag kon hij niet meer verder. Hij kon alleen nog maar neerliggen. 9. Ze zou wat soep voor hem maken, met allerlei exotische vruchten er doorheen. Die zouden erg krachtig en pittig zijn, en die zouden hem wel genezen. Hij dacht er ook aan dat hij misschien niet bestand was tegen het leven in het oerwoud en tegen zulke vrouwen als zij. Maar de soep deed hem goed, en zo hield zij hem aan het lijntje. Ze was niet extreem, maar subtiel. Het liep ook nooit uit op een echte ruzie tussen hen, maar er was wel een onzichtbare oorlog. Langzaam voelde hij zich weer beter. Het was alsof zij hem ook weer optrok, maar na de problemen die zij hem had gegeven. Zo werd haar machtspositie nog meer versterkt in zijn leven. Hij begon er aan gewend te raken, en het gaf een bepaald vertrouwen. Toch wist hij dat het een gokspel was, want ze zou hem zo aan zijn lot kunnen overlaten. 10. Ze lokte hem dieper in haar wereld, als een zoet vergif, waarvoor hij telkens weer een medicijn nodig had, en dat was zij. Het was als een vreemde medicijnen of drugs verslaving, maar waren alle vriendschappen en relaties niet zo ? Hij dacht dat het gewoon bij het leven hoorde, en het gaf hem grote afleiding. Zijn verleden was niet al te best, en zo had hij even wat anders. Hij raakte meer en meer geïnteresseerd in haar als persoon. Hij wilde haar verleden kennen, hoe ze zo was geworden, haar geheimen, en misschien zou hij haar ook kunnen helpen. Niets was vrijblijvend hier in ieder geval. Voor elk woord wat van haar tong droop moest hij
Page 122
zwaar betalen, als voor zeldzame honing. Het werd een obsessie voor hem waarvan hij niet meer kon loskomen. 11. Zij leerde hem overleven in het oerwoud. Zij leerde hem alles. Zij liet hem een totaal nieuw leven zien, en al snel vroeg hij zich af waar hij zich in eerste instantie druk over had gemaakt. Misschien was het zijn voorzichtigheid, zijn ingebouwde alarm. Alles had tijd nodig. Ook dit. 12. Hij genoot met haar van het oerwoud en van de zee. Soms gingen ze zwemmen. Het leek wel alsof het oerwoud en de zee tussen hen beiden in was, om hun vriendschap gezond te blijven houden. Hij kon telkens alles afspoelen. Er was telkens teveel afleiding om hen heen om echt totaal verloren te raken in elkaar. Misschien zou het in de stad helemaal verkeerd zijn gelopen, zouden ze dan te dicht bij elkaar op de lip hebben gezeten, en zou het oerwoud niet tussen beiden kunnen komen wanneer dat nodig was. De natuur beschermde hem ook tegen al te zware depressie en wanhoop. De golven spoelden alles weg. Het zoute water was telkens zijn genezing, en zo kon hij haar ook telkens weer op nieuwe manieren bekijken en tegemoet treden. De natuur werkte zo aan hun vriendschap. 13. Op een dag bracht zij hem naar de stam op het eiland. Hij zag direct wat ze bedoelde. De vrouwen liepen daar bijna zenuwachtig rond met hun speren, agressief. Ze begonnen hem direct uit te schelden en kleinerende opmerkingen te maken. Ze zouden hem zo kunnen aanvallen. Ze hadden een zeker respect voor de vrouw die bij hem was, dus daarom deden ze het niet, maar ze dreigden. Ze zagen hem als een indringer. Ze waren veel te direct. Ze waren een deel van haar leven, en ze werden dus ook een deel van zijn leven, maar hij kon goed begrijpen waarom ze vaak afstand hield. Het eiland was eigenlijk te groot om zich druk te maken over hen. Hij had genoeg afleiding en ze hadden hen nauwelijks nodig. De vrouw ging er steeds minder vaak naartoe 122 sinds hij er was. 14. Ze verzonnen hun eigen spelletjes in het oerwoud, zodat ze niet telkens hoefden te spreken. Het bracht ook wat avontuur in hun leven, alhoewel het zwemmen in de zee, of een trektocht door het oerwoud al avonturen op zich waren. Soms deden ze hardloop spelletjes, tikkertje of speelden ze verstoppertje, als tijdverdrijf. Zo leerden ze elkaar ook op een andere manier kennen. Hij wilde haar psychologische diepte kennen. Hij merkte dat het leren kennen van elkaar steeds trager ging, en dat ze in cirkeltjes terechtkwamen. Ergens liep alles vast en werd het routine. Hij besefte toen ook dat de geheimen waar hij naar op zoek was niet slechts in haar te vinden waren, maar ergens anders in de veel grotere natuur. Daarom is hij op een dag naar zijn zeilboot gegaan en trok verder de zee over tot een volgend eiland. 16. Het koppige geitje 1. Er was eens een koppig geitje wat niet naar haar vader en moeder wilde luisteren. 2. Vader bok had gewaarschuwd voor de wolf, en moeder bok had gewaarschuwd voor het ravijn, en ook hadden ze het geitje telkens gewaarschuwd voor de gevaren van de stad. Ze wilden niet dat het geitje door haar koppigheid van hen weggeroofd zou worden. 3. Maar het geitje kon het allemaal niks schelen. Vrolijk en dwars ging het geitje tegen alle goedbedoelende waarschuwingen van haar ouders in, en ging gewoon langs het ravijn en gewoon de stad in. Zo ging dat tijden goed, en voor het geitje was dat reden om er gewoon mee door te gaan. Maar op een dag raakte het geitje aan de rand van het ravijn verstrikt in een struik. Wat het geitje ook probeerde, ze kon niet loskomen. ‘Ach, ik vind wel een manier,’ dacht het geitje. ‘Even een nachtje erover slapen.’ Maar toen het nacht begon te worden kwam er een wolf langs. Die zag het geitje en dacht : ‘Dat is nu nog eens een verrassing.’ 4. Het geitje was er niet blij mee, en voelde zich dom, dom omdat ze niet naar de goede raad van haar ouders had geluisterd. ‘Oh, was ik maar bij vader en moeder gebleven, en had ik maar naar ze geluisterd, want nu zit ik flink in de puree, met zo’n wolf dichtbij.’ 5. Maar de wolf dacht : ‘Ach, ik kan het geitje ook morgen opeten,’ en liep door. 6. Direct dacht het geitje dat het allemaal wel meeviel, en dacht er direct aan hoe ze naar de stad zou gaan als ze uit de struik zou zijn gekomen. Ze voelde haarzelf heel trots dat ze ontkomen was aan de wolf, en het scheen haar kracht te geven, en zo kon ze zich uiteindelijk losrukken uit de struik. Na een tijdje over het zand lopen naar de stad werd ze toch wel moe en ging slapen. De volgende ochtend kon ze geluiden van de stad al horen. Wat waren de mensen daar vrolijk. Zou er een feest zijn ? Trots ging het geitje de stad binnen, zoals ze altijd deed. Ze keek rond en zag de mensen feestvieren. ‘Zo hoort het leven te zijn,’ dacht het geitje bij zichzelf. ‘Niet die saaie ouders van wie niets mag en die overal gevaar in zien. Ik ben nog steeds springlevend.’ 7. Maar daar dacht een slager met een mes heel anders over. Hij zag het geitje en greep het direct en bracht het in een kooi. ‘Nou ja,’ dacht het geitje, ‘hier kom ik ook wel weer uit.’ Het geitje was immers heel koppig en dwars. 8. Het zoontje van de slager zag het geitje in de kooi, en zei tegen zijn vader : ‘Wat een leuk geitje, mag ik er mee spelen ?’ 9. ‘Even dan,’ zei de slager, en haalde het geitje uit de kooi. ‘Maar wel zorgen dat het geitje niet wegloopt. Doe het maar aan een touwtje. De slager nam ergens een touw vandaan en bond het om de nek van het geitje en gaf het andere uiteinde aan het kind. Het kind begon toen met het geitje aan het touw door de stad te lopen. Het geitje was weer enorm trots op haarzelf dat ze een mogelijkheid had om het kind te slim af te zijn. Het gaf haar kracht 123 dat ze telkens weer aan het gevaar kon ontkomen. Ze trok het kind mee naar een fruitkraam op de markt, en het kind liep achter haar aan, nog steeds het touw goed vasthoudende. ‘Oh, wat een lekkere bananen,’ zei het kind, ‘mag ik er een ?’ 10. ‘Je mag er zelfs twee,’ zei de marktvrouw die erg vertederd was door het kind en zijn geitje. ‘In elke hand één,’ zei de marktvrouw met een glimlach, en reikte de bananen aan. Het jongetje liet het touw vallen om de bananen aan te pakken, en daar nam het geitje goed gebruik van en rende weg. Het jongetje dacht alleen nog maar aan de bananen. 11. ‘Ik moet nu snel de stad uit, anders krijgen ze me weer,’ dacht het geitje bij zichzelf. Maar naar haar vader en moeder ging ze niet. ‘Ik kan lekker bij het ravijn blijven,’ dacht het geitje. ‘Wolven zijn geen probleem voor me.’ Het geitje was erg koppig en werd steeds trotser. Als een prinses ging ze terug naar het ravijn. Ze voelde haarzelf hoog verheven boven iedereen en boven haar ouders. Bij het ravijn waren twee wolven. Zonder vrees stapte ze op de wolven af, want de wolf had haar immers eerder ook niks gedaan. ‘Wat doen jullie hier ?’ vroeg ze aan de wolven. 12. ‘We waren op jou aan het wachten,’ zeiden de wolven. 13. ‘En waarom dan wel ?’ vroeg het geitje. 14. ‘Omdat het etenstijd is, en we hebben nog niks gegeten,’ zei één van de wolven. 15. ‘Ik kan net zo goed jullie eten,’ zei het geitje brutaal. ‘Gisteren had ik een wolf weggejaagd, en vandaag ben ik aan een slager ontkomen, dus jullie kan ik ook wel aan.’ 16. ‘Ach welnee,’ zei de andere wolf. ‘Dat was ik. Ik was gewoon een blokje om gegaan omdat ik nog geen honger had, en ik eet nooit alleen, dus heb ik mijn maat meegenomen.’ 17. ‘Goedzo,’ zei het geitje. ‘Twee lust ik er ook wel.’ 18. Daar kwam de slager aan met zijn zoontje in de
Page 124
verte. ‘Ik moet weer eens gaan,’ zei het geitje. ‘Daar komen trouwens nog twee lekkere hapjes voor jullie aanlopen. Ik ben de slechtste nog niet.’ 19. De wolven zagen de slager en zijn mes en maakten dat ze wegkwamen, en ook het geitje ging er vandoor. Het geitje voelde zichzelf verheven boven alles en iedereen, en ze was zo trots, zo trots, dat ze de slager eigenlijk wel een lesje wilde leren. Daarom keerde ze weer om, en liep terug naar het ravijn, en ging de struik in waar ze eerder verstrikt in was geraakt, aan de rand van het ravijn. 20. ‘Ah, daar is het geitje,’ zei de slager. ‘Even uit de struik halen.’ De slager bukte en gleed met zijn hand in de struik om het geitje te pakken, maar hij kwam zelf ook vast te zitten en verloor zijn gewicht. Toen bungelde hij daar in de struik, half in het ravijn. ‘Ik ga wel hulp roepen, vader,’ riep zijn zoontje. 21. En zo was het geitje alweer ontkomen aan het gevaar. Koppig, trots en vol zelfvertrouwen en hoog verwaand ging het geitje terug naar huis. 22. ‘Waar ben je geweest ?’ vroeg moeder geit. ‘Heb je al die schrammen op je gezien ?’ 23. ‘Oh, het is niets, moeder,’ zei het koppige geitje. 24. ‘Je bent de hele nacht niet thuisgeweest,’ zei vader. ‘We hadden je nog zo gewaarschuwd.’ 25. ‘Het is niks, vader,’ zei het geitje brutaal. ‘Ik heb twee wolven gegeten, en een slager in het ravijn geduwd.’ 26. ‘Ja ja,’ zei moeder geit, ‘je hebt nog praatjes ook. Pas maar op, want dat gaat je een keer in de problemen brengen.’ 27. ‘Mij overkomt niks,’ zei het koppige geitje. ‘Ik ben de koningin.’ 28. Maar daar werd aan de deur geklopt. Het was de slager met nog een andere slager. Ze hadden beiden grote messen. 29. Vader bok zag het en schrok. ‘We moeten hier 124 weg. Ze hebben ons gevonden. Ze zijn je vast gevolgd. Snel, door de achterdeur.’ 30. En door de achterdeur vluchtten ze toen weg, diep het bos in. Daar waren de twee wolven ook. ‘Zijn dat die twee wolven die je hebt gegeten ?’ vroeg moeder geit aan het geitje. 31. ‘Nee, moeder, maar deze kunnen we ook wel eten,’ zei het koppige geitje. 32. Het geitje was niet kapot te krijgen. Daar kwamen de twee slagers ook aanlopen, en het kind liep achter hen met het touw. 33. ‘Had jij geen slager in het ravijn geduwd ?’ vroeg vader bok aan het geitje. 34. ‘Ja vader,’ zei het koppige geitje, ‘en deze twee kunnen we er ook wel induwen. Of misschien hebben de twee wolven wel trek in een hapje.’ 35. ‘Ik niet,’ zei de ene wolf. 36. ‘Ik ook niet,’ zei de andere wolf. 37. ‘Waarom niet ?’ vroeg het geitje. 38. ‘Heb je die messen gezien ?’ vroeg de ene wolf weer. 39. De wolven maakten het op een lopen. ‘Zie, ze zijn allemaal bang voor me,’ zei het geitje. 40. ‘Je raaskalt,’ zei moeder geit. De slagers grepen toen het koppige geitje en gaven het aan het jongetje, die het touw weer om de nek van het geitje bond. ‘Zo,’ zei de slager van het jongetje, ‘en nu niet meer loslaten. Dit is de laatste keer.’ 41. ‘Begrepen, vader,’ zei het jongetje. 42. En de vader en moeder van het geitje ? Die waren alweer naar hun huis gevlucht. Ze wisten dat ze niks konden beginnen met het koppige geitje. 43. En zo ging het koppige geitje mee met het jongetje, naar de stad. Ze kwam daar in een tuin terecht met hoge hekken, en moest in een hok slapen. Op een dag groef ze een gat onder het hek door en is toen naar huis gegaan. ‘Het is bij jullie toch net iets beter,’ zei het geitje. 17. De twaalf zonen en stammen van Ismael 1. Het boek is geschreven om doctrine te ontvangen, om symbolen en enigma’s te verstaan. 2. De Heilige Vrees is de hoogste kennis, en niet alleen maar het begin van kennis. 3. Het volk geleid naar de honger in de wildernis om het volk zwak te maken, leeg te maken, zodat het de openbaringen van de Moeder kon ontvangen. Dit was ook om het volk te testen en te ziften. 4. Het is niet genoeg om alleen maar besneden te worden. We moeten ook doorboord worden. 5. Het zaad wat in bloed verandert, oftewel het bloed wat tot zaad wordt, is het teken van de overwinning over hebzucht. 6. Dit is geen werelds pad van overwinning, maar het pad, door de wildernis van zwakheid en uithongering. 7. De voorhangsels van Salomo waren een beeld van vrees. De vreze is het voorhangsel van de kennis. 8. Het mannelijke onbesneden verstand kan niet tot haar komen. 9. De leugen kan de waarheid nooit helemaal opslokken en vernietigen, totaal wegvagen. Er blijven altijd sporen van de waarheid achter. 10. De kwaaddoeners zullen zichzelf vernietigen. Zij dragen hun eigen vernietiging binnenin. 125 11. Mijn geliefde is mij een bundeltje mirre, hij zal liggen tussen mijn borsten de gehele nacht. 12. Borsten betekent vernietigen, sterk zijn, heersen, gewelddadig zijn. 13. Donker van huid ben ik, en bekoorlijk, dochters van Sion, als de tenten van Kedar, als de voorhangsels van Samuel. 14. De slaven-karavanen van Tema zien ernaar uit. Tema, de negende zoon van Ismael, is de opvoeding, en een betaalmiddel. 15. De Ismaelieten woonden in het gebied van Hawila tot Shur. 16. Tema en Adbe’el woonden in Hawila. 17. Dumah en Mibsam woonden in Sur. 18. Zij die niet in Tema zijn, zullen verloren gaan door de vloed. 19. Dit is de derde bron van Isaak, Rachab. 20. De twaalf zonen en stammen van Ismael : Ajuwth, de eerste zoon, is de vruchtbaarheid en de oorlogsvreugde. 21. Kedar, de tweede zoon, is de duisternis, de vuilheid, modder. 22. Adbe'el, de derde, is kastijding, tucht, scheiding. 23. Mibsam, de vierde, is woede, arena. Misma, de vijfde, is gehoorzamen. Duma, de zesde, is geboorte, kind worden. 24. Massa, de zevende, is een lastdier, trekdier, liederen van overwinning of verlorenheid, drager. 25. Hadar, de achtste, is belegering, omsingelen, bed, plaats van bed, bedden, voorhangsel, achter het voorhangsel, binnenin.
Page 126
26. Tema, de negende, is opvoeding, voeden, uithongeren. 27. Jetur, de tiende, is omheining, insluiten, sieraden, ketting, rangschikken, rij, rij van tenten, kooi. 28. Nafas, de elfde, is rusten, ademnood, halsketting. 29. Kedema, de twaalfde, is teleurstellen, oer, origineel, bewaken. 30. Duma betekent stilte, leegte, oftewel : het terugkeren tot de wildernis, tot de paradijselijke oerafgrond, de moederschoot. 31. Duma is 'hij die tot de moederschoot brengt'. Ajuwth overweldigt de vijand. De tocht van Mibsam 32. De mannelijke suprematie zal sterven, maar in Mibsam, de grote arena, kunnen mannen wel groeien in heerserschap onder de tuchtraad van de Moeder. Mibsam is een sleutel tot het Yeshua geheimenis. 33. In de tocht van Mibsam door de onderwereld gebruikte hij Duma als sleutel tot de paradijselijke oorlogs-vreugde over de overwinning over de vijand, tot Ajuwth. Het is een tocht tot de baarmoeder. 34. Opvallend is dat dit een tocht is van tucht, Adbe’el, want de bestraffing leidt tot gehoorzaamheid, Misma. Daarom moet de tucht eeuwig zijn. 35. De betekenissen van het lijden zullen veranderen, en de gevoelswaarden zullen veranderen. 36. Ascetisme is iets eeuwigs. Er is een eeuwig verbond tussen pijn, bloed en zaad, zoals er een 126 verbond is tussen honger, sexualiteit, geboorte en dood. Dit zijn eeuwige elementen die in het grotere geheel geplaatst moeten worden, in de juiste verhoudingen. Dat is dan ook het doel van de tocht van Mibsam. 37. De tocht van Mibsam leidt onherroepelijk tot het bed, als beeld van de vruchtbaarheid. 38. Het bed is dus een plaats van oorlogs-inwijding of arena-inwijding. 39. Sarah is de twistzieke, spottende vrouw van Abraham, een beeld van de Tsarah, de grote verdrukking. Zij leidt tot Checed, de eeuwige tucht, het eeuwige visnet. 40. Mibsam komt tot de Tsarah, de uitstorting van de oorlogvoerende Moeder. 41. Hier vinden we de urim-thummim terug. 42. Wanneer wij daar staan, dan kunnen we de overkant zien. 43. Duma is het niet kunnen spreken, en het betekent ook vernietigen en wassen in de diepte. Wij moeten komen tot de heilige stomheid, Duma. Het is een plaats van het stilzijn en het wachten. Daarom is dit een belangrijk fundament voor het geestelijke woord. 44. Wij moeten gewassen worden in deze rivieren. Hier worden wij bekleed met het paradijselijke vuil, Kedar, de tweede zoon van Ismael. Dit is als een wassing. Vuil, Kedar, wast ons. Wij worden gewassen om los te komen van de schoonheid van de mensen die ons te gronde richt. 45. Leef zo dicht mogelijk bij de natuur, en ga een relatie aan met de paradijselijke diepte van God's natuur. 46. In de oorlog hebben we dit vuil, Kedar, nodig als een camouflage. Het houdt ons in de duisternis. 47. Ismael had twaalf zonen, wat dus ook twaalf oer-stammen zijn. De twaalf Ismaelitische stammen zijn nog wel ouder dan de twaalf Israelitische stammen. 48. De zesde zoon van Ismael, Dumah, betekent stilte en leegte. De derde zoon van Ismael, Adbe'el, betekent 'gekastijd’. Ismael is een oorlogs-zuchtig volk in de geestelijke oorlogsvoering, en in de zonen van Ismael zien we de bronnen geopend. 49. De geestelijke baarmoeder is in die zin dus oorlogs-zuchtig, en zond Ismael uit om het volk terug te brengen aan haar voeten, en de vijand onder haar voeten. Ismael is ook een groot teken van oordeel. 50. Mibsam is de vierde zoon van Ismael en betekent : een beeld van woede. 51. Deze komen weer terug in de bronnen van Isaak : De eerste is Esek, als Mibsam, woede, arena. De tweede is Sitna, als Adbe'el, kastijding, tucht, scheiding De derde is Rachab, als Tema, opvoeding, voeden, uithongeren, markt. 52. De vierde is Seba, als Dumah, jacht, geboorte, kind worden, onmondig. 53. Seba, oftewel Dumah, de zesde zoon van Ismael, leidt dus tot Esek, oftewel Mibsam, de arena. 54. Esek-Mibsam leidt dus tot Rachab-Tema, tot opvoeding, verhongering, door hongervoedsel. Dit leidt tot Sitna-Adbe’el, de tucht. 55. Oorlog en honger zal komen, en de man zal onderworpen zijn aan de voeten van de geestelijke baarmoeder. Alle knie zal buigen en elke tong zal belijden. De man zal weer een kind worden. 127 56. Ahn veroverde het zwijn van het paradijs. Hij sloot hen op. Hij stal de openbaringen van de geestelijke kennis. 57. De ongehoorzame, de rebellie, de afgeweken man, stort zich neer aan de voeten van de levengevende baarmoeder om deze met kostbare olie te zalven, wat myron is, wat komt van marar, bitterheid en woede. 58. De man wordt weer een kind in de moederschoot als een wedergeboorte, en ligt aan de voeten van de geestelijke moeder, waar hij weent en zijn geestelijke woede uit. 59. Rebekka was een beeld van de levensbron, de poort tot de onderwereld. De man komt tot wedergeboorte, om deel te hebben aan de geestelijke oorlog. 18. Hoe lieflijk zijn de voeten die jacht maken op het oervlees 1. Ruth viel aan de voeten van Boaz in slaap. Boaz is ook de naam van één van de voorhangsels. Ruth betekent lust tot geestelijke kennis. 2. In het Aramees is dit vallen van Ruth het vallen in de oorlog, als een beeld van de man die in de oorlog valt aan de voeten van de amazone, om zo door haar ingewijd te worden tot de geestelijke kennis. 3. Geboorte door de geestelijke baarmoeder is het doel. 4. Deze kinderen worden opgevoed door het hongervoedsel. Deze verhongering is belangrijk. We
Page 128
zagen dat de verhongering leidt tot bepaalde zwellingen, om doorgang te geven aan de geestelijke kennis, en dit zal gebeuren door hongerspasme. 5. Deze spasmes van de honger zullen pezen en lichaamsdelen laten samentrekken, onbeheerst, onwillekeurig, tot geestelijke gehoorzaamheid. 6. Verder in de diepte van de wortel van Ruth betekent het 'zuigeling', 'grazen', 'zuigen' (ra'ah). Ruth is het beeld van de mannelijke zuigeling, de zuigende, de grazer. Het hongerspasme zal dan afrekenen met de suikerafgod. 7. Tema is de negende zoon van Ismael. Ismael werd door zijn moeder gevoed door de levensbron. Tema betekent wildernis. Zo worden de ongehoorzame mannen geestelijk gehoorzaam aan de levensbron. 8. De levensbron is het grote geheimenis van de zondvloed. 9. Het is de opslagplaats van de geestelijke kennis. De behemah, de voor-paradijselijke wilden, droegen zulke hoofdtooien. 10. Veren betekenen strijd, oorlog in het Hebreeuws. Veren zijn de opslagplaatsen van de geestelijke kennis. 11. Veren zijn vruchtbaarheids-symbolen van geestelijke scalpering en besnijdenis. 12. In het Aramees als Sara zijn veren ook beschreven als 'haar' of 'scalpen'. Scalpen verbergen de geestelijke kennis. 13. Sara als het Hebreeuwse Zara, en Zera komt voor in de derde scheppingsdag, waarin de kinderen worden geschapen. 128 14. Zara betekent ook scheiding. Het wijst op het kinder ras, zij van de eeuwige jeugd, en van de scheiding. Zij zetten Isaak en Ismael tegen elkaar op, zoals Rebekka dat deed met Jakob en Ezau. Ook Golgotha heeft deze betekenis, als plaats van haar en scalpen. 15. Ahn is ook een beeld van de voeten van de moeder, als het oordeel. Het terugkomen van de baarmoeder op de olijfberg, waarop haar voeten zullen staan is als een beeld van olie, de woede waarmee de gevallen ongehoorzame haar voeten zou zalven. 16. Er zou een uitstorting van de levensbron komen, met honger. 17. Geestelijke oorlog en honger zou komen, en de man zou onderworpen zijn aan de voeten van de levengevende baarmoeder. Alle knie zou buigen en elke tong zou belijden. 18. Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van degene die jacht maakt op het rund van het vlees. Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van degene die heil verkondigt, als zijnde de tucht en de bestraffing. 19. Een man verlaat zijn ouders om zich te verenigen met zijn vrouw, en zij zullen tot een vlees zijn. 20. Hij zal terugkeren aan de voeten van zijn vrouw. Er is niets dat de vrouwelijke kant van God kan vervangen, de zachtheid, de scheppings-orde, de baarmoeder. 21. Hij kwam voort uit deze en zal terugkeren. En bij het visnet werd hij als haar. 22. Het is deze kwaliteit die iemand maakt tot een gelovige. 23. Zij is de treder van de wijnpers. Ze schept door vernietiging, door het betreden van de druiven, en dan is er gewoon zachtheid. 24. God is een vrouw, dat is de boodschap van het Woord. Als we niet terugkeren naar haar voeten, zullen we niet scheppen. Haar voeten zijn de bron van alle schepping van de hemelen. 25. Ahn onderwierp de vijanden van God. Ahn is een beeld van de voeten van God. 26. De schoot van de vrouw vertegenwoordigt dit visnet waarin sprake is van wedergeboorte. 27. Ahn zal ons leiden tot de moederschoot. Er zijn tijden dat de boog slap is, en tijden dat de boog gespannen is. 28. Ahn kreeg het schild van de bestraffing, en sprak dat de kastijding hem kinderen heeft laten voortbrengen. 29. Discipline is dus een vruchtbaar iets in de strijd. Om zijn vijanden te vervolgen moest Ahn zijn vijand bestuderen, en aanhoudend blijven volgen. 30. Ahn beging het pad van Job, het pad van de vruchtbaarheid. 31. Job moest de beesten van het vlees verslaan. 32. Ook Ahn moest de beesten van het vlees berijden en overwinnen, met het mes van de besnijdenis. 33. Ook moest Ahn de tongen van het beest van vlees afnemen, om die aan zijn riem te hangen. 34. De tong van het beest van vlees manifesteert zichzelf als een valse messias om de oude wegen tot Ahn te verbergen, en te veranderen. 35. Het kwam om tijden en wet te veranderen. Het zou worden tot een haan, die ook te vinden zou zijn 129 op de toppen van de kerken. De haan zou aanbeden worden. 36. De wereldse heersers waren geinteresseerd in vechthanen voor de markt, om het volk te amuseren, blind te houden, afgeleid, zodat de elite de controle zou kunnen bewaren. 37. Door het ontvangen van het vlees ontving het volk de tongen van het vlees. Deze tongen brachten verdeeldheid. Dit was altijd het mandaat van de wereldse heersers : 'Verdeel, en heers.' 38. Aima is de bloedvergieter, oftewel Ahn. Ahn leidt helemaal terug tot de bron in het paradijs, waar de bronnen van bloed zijn. Door het bloed van de vijandelijke prooi te drinken worden de grondvesten van de aarde getoond in een openbaring. 39. In de wortels betekent Adamah bloed, plaats van bloed, Adam, van Adamam, niet kunnen spreken, en het betekent ook vernietigen en wassen in de diepte. Wij moeten komen tot de heilige stomheid. Het is een plaats van het stilzijn en het wachten. Daarom is dit een belangrijk fundament voor het geestelijke woord. 40. Het is de plaats waar de Aphar, het paradijselijke vuil, naartoe leidt, wanneer wij dieper graven in het paradijs. Wanneer wij op de Aphar staan, dan kunnen we de overkant zien, de Adamah, de diepere laag in de grond. 41. Het ware wassen gebeurt in het bloed van de vijand. Het was het bloed van van vee van het vlees, van de zondemacht. Het was een teken van overwinning, een Ahnitisch teken. 42. Ahn is de personificatie van de Adamah, de geestelijke bloedvergieter, Aima in het Grieks. 43. Ahn werd geschapen door de levengevende baarmoeder als de vellen van haar grot en hut, als haar voorhangsels, de huiden van geslacht vee,
Page 130
waarmee ze bedriegers kon afleiden, opdat zij haar niet konden vinden. 44. Er is grote afstandelijkheid in de levengevende baarmoeder. Zij valt niet te verbidden. Zij is vaginaal, en is ver van het religieuze verwijderd, maar dit is haar kooi. Zij heeft deze kooi zelf geschapen. Dat is de grote paradox. 45. Alles moet met stomheid geslagen worden, te beginnen in ons eigen leven, zodat God over kan nemen. Wij moeten diep doordringen in de Adamah, in Ahn, voor deze reden, om Adamam te ontvangen, waardoor alle stemmen in ons gedoofd worden, zodat alleen God spreekt. 46. Wij moeten met Adamah, Ahn, bewapend worden, na door Adamah ontwapend te zijn, onze stem hebben verloren. Dit zijn serieuze dingen. Wij zullen namelijk voor elk ijdel woord geoordeeld worden. 47. Allereerst moeten wij de verlammende vreze des Heeren ontvangen wat ons niet meer laat durven spreken, bang om een ijdel woord voor God's aangezicht uit te spreken. 48. Eén ijdel woord kan een heleboel kapot maken, voor een hele lange tijd. Wees zelfs bang om te ademen. Wat ademen we wel niet allemaal naar binnen ? Wij moeten de heilige ademnood ontvangen. 49. In Adamah, Ahn, is er doorgang. Wij leggen alles op Adamah, en laten alles achter ons, om de geestelijke bloedvergieter, de Aima, te omhelzen. 50. Adamah, Aima, oftewel Ahn zal terugkeren, en de wateren zullen in bloed veranderen. Ook de maan, het licht, zal in bloed veranderen, en de zon zal duisternis worden. Wij zullen allemaal terugkeren tot de Adamah, Ahn en de Aima, de geestelijke bloedvergieter. Niemand zal aan de 130 Adamah, Ahn, kunnen ontkomen. 51. Wij moeten aan ons religieuze zelf sterven. Het varken van het vlees, van de zondemacht, moet dood. Haten wij dit varken wel ? Hebben wij wel genoeg oorlogslust om met dit varken af te rekenen ? 52. Adamah, Ahn, leidt tot zijn diepte, tot de Adamam, de heilige stomheid, de wachter van de mond, en tot het geheimenis van de Adaham, de paradijselijke vloed en overweldiging. 53. Nadat wij door Aphar zijn bekleed worden we daar naartoe geleid. 54. Het is het werk van de Urim om met de Thummim in verbinding te komen. 55. Ahn bad tot de grote baarmoeder (racham) van God. Hij vraagt of de kastijding over zijn zonden weggenomen mag worden, of Pesha weggenomen mag worden. Daarna wordt er de kastijding van verlamdheid besproken, Avon. Ahn vraagt om Kabac, een wassing, maar dit betekent ook betreden worden. 56. Het is duidelijk dat Ahn worstelt met de kastijding, zoals de sobere, vragende of de drinkbeker van het lijden aan hem voorbij mag gaan. Hij vraagt om Taher, de rituele wassing, om vrij te komen van het verloren zijn, van eenzaamheid. Daarna vertelt hij dat hij voortgebracht was in de Avon, de kastijding van het verlamd zijn. Hij was voortgebracht als een verlorene door zijn moeder die met beesten lag, Yacham. 57. De omgang zal gaan in en door de Vreze des Heeren. Dit is hoe een profeet werkt. God's werken zijn te vrezen zijn. Alle onderwerelden zullen buigen voor God hierom. Ook zijn God's werken tot de kinderen van Adam te vrezen. hoog aangezien, als iets positiefs. Het is een manier voor Ahn om zich te verliezen in God als vrouw. 58. Dit is waar Adam voor staat, waar het oordeel naartoe leidt. Wenen betekent dat de tranen van de levensbron eindelijk de hersenen hebben bereikt, en hebben laten overstromen. Wenen brengt tot een andere realiteit. 59. De rinnah, de oorlogsvreugde en overwinningsvreugde en yehuwah, overwinning, zijn in de wildernis, in de tent van wilde beesten, in het zuiden, in het offeren. 60. De mannelijke traan is één van de grootste geheimen van het mannelijke zaad. Zonder deze traan zouden mannen nog steeds een groot gevaar zijn. Door de mannelijke traan is de sterke geest van de man verbroken. Alleen zo kon het vrouwelijke ras overleven. 61. Dit is de Jaspis, de Jasper, de steen van Benjamin, oftewel de Yashapheh, wat ook zachtheid betekent, en staat voor de scheppende kracht van de heupen. 62. Hij was de getredene, maar ook de treder. Ook is deze steen de steen van Zilpa, de steen van tranen. 63. Het bereid voor op de geestelijke oorlog. Het bewapent de strijder, vervuilt, verft, doorboort, de strijder, door rituele insnijdingen. 64. De geestelijke baarmoeder is de besnijder. De geestelijke baarmoeder bereid voor op de oorlog. 65. Het is ook de ontwapening, die ons eerst tot de leegte brengt. Alle wapenen van de boze zal Zij afdoen. 66. Ahn verlangde naar God, smekende, in een woeste wildernis, waar geen zaad stroomde, waar geen levensbron was. 67. Checed, de eeuwige tucht, is beter dan het leven en behoudenis. De eeuwige tucht wordt dus heel 131 68. Hij werd bewapend met vergif, als een oorlogswapen, of een jachtsgif (risi). 69. Ahn werd ingewijd in de baarmoeder van God. Dit gebeurt door gata, het uitstorten van tranen. 70. In de inwijding op het bed gemaakt van dierenhuiden, wordt de rituele oorlogs-verf aangebracht in verschillende patronen. In het Aramees gebeurt dat met damat, wat tranen betekent. 71. Ahn maakt Haar voeten nat met tranen, waar hij ook tot zwakheid komt. Dit proces is msy, mosy, waar ook het woord Mosheh vandaan komt, Mozes. Mozes moest het volk uitleiden, door de wildernis, waar ze verzwakt en uitgehongerd worden, om zo in de kracht van God te komen. 72. Ahn had een ontmoeting met de uitstorting van de tranen. Zoals we zagen heeft dit te maken met het bloedvergiet en het zaad, als een belangrijke vorm van exorcisme. De vijand is diep in ons lichaam, en de uitstorting van tranen is een manier om de vijand uit te drijven. Ook is het uitstorten van tranen een manier om tot de leegte te komen, en tot een hoger niveau. 73. Daarom is het uitstorten van tranen iets waar we ernstig naar moeten streven. Een geestelijke gehoorzame die zijn tranen niet uitstort zal ten onder gaan. Alleen door de traan zal er toegang zijn. 19. In de Duizen 1. Dit zijn spreuken om doctrine te schenken aan de geestelijke gehoorzamen, aan de Na’ar.
Page 132
2. Het boek is geschreven voor zulke geestelijke gehoorzamen, om doctrine te ontvangen, om symbolen en enigma’s te verstaan, om sieraden te ontvangen, wapenen, werktuigen, en gerei van overwinning. 3. In het boek gaat het over het ontvangen van de Wet en de bijbehorende kastijding. 4. Het is een opmeter en een maatstaf. 5. Als wij het niet volgens de Wet doen, dan zullen we schuldig staan aan misbruik. 6. Daarom moest de wet om het volk van God gedaan worden als sieraden ter herinnering, als spreuken. 7. Er is veel misbruik geweest, en God walgt van de voeten der mensen. De voeten van de vijand zijn overmoedig, haastend om kwade dingen te doen, tot het vergieten van bloed. 8. De vijand zal verbrijzeld worden onder de Voeten van de geestelijke baarmoeder, en we zien dat dit allemaal zal gebeuren doordat de voeten van de vijand verbrijzeld zullen worden. 9. We zien dat de voeten van de vijand geen eenheid vormen, maar in verdeeldheid leven als ijzer vermengd met leem. 10. Alleen door de geestelijke baarmoeder zullen wij macht over de vijand hebben en de vijand verbrijzelen. 11. Juda hakte de tenen van de vijand af als een beeld dat de vijand zijn evenwicht verliest. 12. Uit Juda is Ahn voortgekomen, en uiteindelijk de Messias, dus Juda is van fundamenteel belang. 13. Juda is één van de poorten van het hemelse 132 Sion. 14. Het is allemaal om het verstand te oordelen, en het letterlijke, als een teken dat betekenissen zullen veranderen. Woorden, wetten en ideeen zullen veranderen. 15. Openbaring staat gelijk aan naakt in ballingschap gaan, en dit is de opslagplaats van de levensbron. De sobere kwam tot de naakte ballingen van Telabib, wat de geprezen opslagplaats van de vloed, van de levensbron, betekent, aan de oer-rivier Kebar. Aan deze rivier kreeg de sobere zijn openbaringen, als een beeld van het naakt worden en onder de voet geplaatst te worden. Hij bleef afgezonderd daar, als een wilde. 16. De sobere werd opgeroepen om een dienstknecht te worden aan de heilige voeten van Moeder God, zodat Zij tot hem spreekt. Het is de sleutel tot het geestelijke woord. 17. Judah kwam in hem, de heilige duisternis in het Aramees, honger, als tegengesteld aan het materiele, en geheel binnen het profetische visioen. 18. De geperste druiven zijn het zaad, de vrucht van het oordeel, en het oordeel zelf, want het oordeel brengt oordeel voort. Dit zaad was altijd de stam Ruben. 19. Door Judah komt Shama die gevoelig maakt voor de stem van Moeder God, en maakt dat hij daaraan gehoorzaamt, als 'horen en gehoorzamen'. 20. Sama is de profetische leidraad die het Woord omzet in acties, als de kracht tot gehoorzamen. 21. Dabar bestaat uit de geboden, waarschuwingen, bedreigingen, liederen en beloftes. 22. De sobere wordt aangesproken als zoon van het rode volk, de tucht, het Oud-Amerikaanse, Indiaanse volk. Hij werd gezonden tot Bayith. Hij ontvangt een certificaat van scheiding, met zuchten en liederen daarop. 23. Hij krijgt Dabar, het Goddelijke Woord, in de vallei. Het teken begint te spreken, Dabar voortbrengende. 24. Hij moet zich opsluiten in zijn gevangenis in de onderwereld, Bayith. 25. Daar zullen ze een strijder van hem maken, Acar. Ze zullen gordels omdoen als een wapenrusting, gordels aan de lendenen, heupen, tot voorbereiding van de militaire dienst. 26. Dan volgt de hoofd-besnijdenis. God haalt het volk neer door de hoofd-besnijdenis, de honger en de koorts, door het teken. 27. Het zaad is in de diepte een oorlogszaad en een jachtszaad. Dit vloeide door de mens heen in het paradijs. 28. De sobere moet tot de boog komen. 29. God is de moederschoot. Wij moeten komen tot de moederschoot, anders hebben wapenen geen enkele zin. 30. Dit is de belofte van de stam Ruben, het geestelijke zaad. 31. De geest van Goliath maakte een valse teststeen. Hiermee misleidde hij de aarde. 32. Zij hebben een vals boek des levens opgericht, waaraan zij alles toetsen. 33. Goliath smeedde dit onheilige verbond om de sleutel van kennis weg te kappen, en zo verloor het zijn betekenis, zodat mensen het letterlijk namen. 133 Mensen verloren zo het grotere geheel en alles ging zijn eigen leven leiden. 34. Het is het getal van een reuzen-opperhoofd. Deze maakten ze van suiker, om zo een misleidend produkt te hebben, om de mens af te leiden van de ware moederschoot. 35. Het is een oorlog tegen deze suikermannen. Zij stellen de valse moederschoot voor, voor een valse schepping. 36. Zij bieden zich aan als suiker, maar zullen hem die toegrijpt langzaam in de dieptes trekken om hem helemaal over te nemen. 37. Zalig zijn hen die de geestelijke kennis als hun lust hebben. 38. Een man staat niet boven een vrouw, en een vrouw niet boven een man. Zij zijn gelijkwaardig, maar van binnen heeft iedereen een man en een vrouw, als symbolen. De man moet terugkeren tot de moederschoot om een ontmoeting met de moeder te hebben, om zo weer kind te worden. Dit gebeurt binnenin. 39. Een man zal over de zuivere nederigheid moeten beschikken alvorens tot een vrouw te naderen, maar dat begint in hemzelf. 40. De bomen van het paradijs houden verband met het martelaarschap. Zij brengen vruchten voort die ten eerste hallucinaties opwekken, en ten tweede is hun aanblik al visioenen opwekkend. 41. Het primitieve en paradijselijke beginsel is het visnet, als bron van al het leven. 42. Er was een scheiding tussen Eden en de
Page 134
paradijselijke berg van de amazonen, die befaamd waren vanwege het verslaan van reuzen. 43. De vrouw kwam door het paradijselijke orakel, in zicht van de man, oftewel : Zij werd geopenbaard. 44. De 'dochters der mensen', de nakers, zijn 'genezers'. Zij genezen boze geesten, zij genezen de Nephilim wanneer dezen thuis komen van de oorlog. Zij hebben hun rijk gebouwd op genezing en niet op tucht. 45. De Nephilim werd voortgebracht vanuit het slangenzaad, de giftige vrucht. Dit zijn 'de dochters der mensen' uit Genesis, de nakers, een ander ras van boze geesten, om de Nephilim groot te maken. Dit zijn geen echte mensen of vrouwen, maar monsters. Zij ondersteunen en vereren de mannelijke superioriteit, en zijn dus verraders van het vrouwelijke geslacht. 46. Het zaad van de slang is het zaad van tovenarij, het materialisme. Zij wilden reuzen scheppen om over vrouwen te heersen, zodat de geestelijke baarmoeder niet zou kunnen spreken. Nephilim betekent tirannen. De 'dochters der mensen', het andere ras van boze geesten, de nakers, moesten vruchtbaarheid geven aan deze bloedlijn, en dat kon alleen maar als deze monsters zich als vrouwen zouden vermommen. Zij verlustigen zich in kracht en macht. Zij vormen de valse baarmoeder van de nephilim. 47. De 'dochters der mensen' zijn levensgevaarlijke monsters. Zij wisten de weg tot de baarmoeders te vinden om vlees te worden, en verkregen een grote positie in de onderwereld. De verboden vrucht is vergif, de slangenbeet, valse medicijnen die hun oorsprong niet in de geestelijke kennis hebben, maar in hekserij. 48. In het Aramees waren deze 'dochters der mensen' eieren. Zij waren dus eieren van de slang. Zij werden bestempeld als 'goed' in de zin dat ze mensenbehagers waren van het systeem. Zij moesten het systeem grootmaken. Daartoe waren ze uitgezonden. Er was dus een heleboel misleiding gaande om deze zogenaamde kunstmatige nepvrouwen deze status te geven. 49. De vermagerende melk voor jongetjes was de reden dat Var een vrouwenplaneet was. Ook Egau, in al zijn kracht en pezigheid, kon nooit zo sterk worden als een vrouw, door deze melk. 50. Het moest door jongetjes en ook mannen gedronken worden. Op Var werden ze hiertoe gedwongen, anders zou de toekomst van Var in gevaar zijn. 51. Het was op Var verboden dit te weigeren. Mannen die klaagden omdat ze deze stof moesten drinken werden zwaar gestrafd. Er was voor een man die weigerde niet veel hoop. Hij kon doodgeslagen worden, of zwaar verminkt. 52. Een vrouw die dit principe verwaarloosde en het ongeoefend liet kon daarvoor de doodstraf betekenen, of verbanning naar Kidde, waar alle mismaakte en verwaarloosde vrouwen woonden. Ook kwam het vaak voor dat van overtreders van dit gebod hun voeten werden afgehakt. 53. De melk zorgde ervoor dat bij de mannen slaafse lusten werden opgewekt, bijvoorbeeld tot het doen van slavenwerk, zoals de jacht, tent-diensten, en vechtszucht. Het trok de pezen strak aan als een gespannen boog. 54. Vrouwen die werden afgekeurd om de man voeding te verschaffen werden vaak verbannen naar Kidde, waar ze moesten leven van mannenvlees. 134 Voor veel vrouwen was dit een enorme vernedering. Maar ook waren ze vaak allang blij dat ze niet de doodstraf hadden gekregen. Nu moesten ze hun geld verdienen met kannibalisme. Ook mannen werden speciaal voor deze vleesmarkten geselecteerd, en waren niet meer dan fokdieren. Ze werden in kooien van grote fokkerijen gestopt waar ze werden vetgemest, totdat ze werden geslacht. 55. De moeder hyena zit op haar troon. Ze heeft Var veroverd, ze heeft alle kinderen in gevangenschap genomen, en doodde veel van hun vaders. 56. Ze had gezien de val van hen die de afgod dienen, hoe ze vielen in de dieptes van Var. Ze had gezien hoe ze in hun val veranderden in valse, bedrieglijke hyena's, nep hyena's, de nakers of naker meisjes. Ze waren meestal weglopers, losgebroken uit hun slavernij tot mannen, maar hun gedachten waren nog steeds verslaafd aan mannen. Daar waar hyena's sterk, groot, donker en mooi waren, waren de nakers lui, zichzelf niet goed voedende, vanwege het ontbreken van de jacht, en vanwege hun fetish hun mannelijke slaven te voeden, die hen onder controle hielden door hun grote, overvoede lichamen die buiten proportie waren. Ze waren slaven van deze mannen. 57. Een hyena zou mannen nooit voeden op deze manier, maar hen eerder laten verhongeren om controle over hen te nemen. Veel van de naker meisjes werden terug naar de steden gesleept, verward als ze waren. Ze waren niet geboren in de rimboe, en normaal gesproken zouden ze er niet te lang kunnen blijven. 58. In het boek wordt bestraffing en kastijding gezien als het inbrengen of inprinten van het testament, Puodan, Puodana. De soberen worden opgeroepen om te leren luisteren. 59. Het begint in de geestelijke verlamdheid waarvanuit we de geestelijke kennis moeten 135 ontvangen. 60. De volkeren worden vertrapt en onderworpen door de voeten van de wederkomende oerafgrond, de moederschoot, als het loskomen van de woeste oermoeder van Var. 61. Het was het resultaat van oordeel, van de paradijselijke vloed en overweldiging. Het zijn de diepere bronnen en fonteinen van het paradijs. 62. Het is een rivieren-gebied, en een gebied van gesteente. Het is het geheim van het geestelijke zaad, de vruchtbaarheid. 63. Het wordt door haar uitgezonden om ons te onderwijzen, om ons kennis en zintuig te geven. Het leidt terug tot haar, de opgeslagen kennis, tot de geestelijke boeken. 64. Zij wordt geopend aan het einde om de levenden en de doden te oordelen. Zij bewaakt de geheimenissen van de geestelijke moederschoot. 65. Zo zijn dan de Sukkal en de Sappil het laatste oordeel. Zij behoren tot de rituele slachtplaats. Het houdt de eeuwige jacht verborgen. 66. In Sappil worden wij toegerust tot de jacht. 67. De varkensvorst moet van de berg van de moeder kennis worden afgeworpen. Zo kunnen wij Sukkal rijkelijk ontvangen. 68. Kanaan betekent de doorboringen. Het zou leiden tot de openbaring van de moeder kennis. 69. Mozes moest het gebruiken om de Israelieten te redden.
Page 136
70. Ragnarok zal het einde betekenen van de varkensvorst. Ragnarok, een vooral Vikingse naam voor Armageddon, de eindstrijd, werd ook wel Gotterdammerung genoemd door de Germanen. 71. Yeshua is in de wortels van het Grieks de moederschoot, oftewel het principe van de vruchtbaarheid. Daar zijn lagen overheen gebouwd, verhalen overheen gelegd. 72. Op Var komt dit verborgen principe weer naar voren. Wanneer een mens sterft, of wanneer zijn ziel op een andere manier ontvoerd wordt, dan komt men in de baarmoeder van de planeet Var. 73. De planeet scheen geleid te worden door een andere planeet, de Duizen, wat als een geheimenis daar hing, zo groot, zo rood. 74. De Duizen werd aanbeden door de indianen hier. Zij waren wilden. Zij droegen zorg voor de planeet en voor de Duizen. De Duizen scheen contact met hen te hebben. 75. De Duizen werd aanbeden, en het scheen hen zulke instincten te geven. 76. De Duizen, hangende als een baarmoeder boven Var. Het was een baarmoeder. Ik werd in haar gezogen, en mijn geheugen werd gewist, laag voor laag. Ik begon te krimpen, en werd een kind, en daarna een baby. Ik was haar baby, van de Duizen. Ik kon niet herinneren, alleen ruiken. Maar niets drong tot mij door. De baarmoeder verslond mij, en bouwde mij opnieuw op. Het gebeurde in de diepte van het universum. 77. Zij verslond mij, dit wilde beest. Er was niets wat ik kon doen. Ik was hulpeloos, als een hulpeloos kind. Ik werd opnieuw geboren. Maar het was slechts een deel in mij, want ik was een man. Aan de ene kant van de dag was ik een kind, en aan de andere kant was ik een man. Het was een cyclus. 136 78. Door de Duizen worden zij geleid tot Var. Hier groeien zij op, en zijn voor altijd haar kinderen. 79. Ik zag een wit gesteente voor me, van onvoorstelbare pracht. Het gesteente bleek mijn gedachtes te wissen, en gaf mij nieuwe gedachtestructuren. Het gesteente, ver superieur aan aards diamant, was genaamd vara. Het gesteente leek een zoetheid in mij op te wekken. 80. Ik was in de Duizen, de baarmoeder van een planeet genaamd Var. Eigenlijk was het een extra planeet, maar het leidde tot Var, een planeet waar vrouwen regeerden. Het vara-gesteente gaf mij nieuw leven, door het oude leven te vernietigen, weg te wassen. 81. Door het vara gesteente was er geestelijke leiding. Het was allesverwoestend gesteente, maar het gaf nieuw leven. Het vara gesteente was onverbiddelijk. Haar wetten moesten gehoorzaamd worden. 82. Men komt door de Duizen tot Var. 83. Als de moederschoot is weggedrukt, verborgen gehouden, ontkent, is er geen wedergeboorte, en is er alleen veroudering in al zijn afschuwelijke vormen. Het zijn oude geesten die niet tot de vernieuwing van de geestelijke kennis willen komen. Zij verachten het geestelijke proza, en staren zich helemaal blind op hun canon, en daarmee is het af. 84. Daarom is Var van levensbelang, het ingaan door de Duizen. 85. Het grote kwaad leidde dus tot de onderdrukking van de moeder, en veranderde de taal. 86. Taal is een vorm van hekserij, het speelt in de hoofden, houdt dingen verborgen. Daarom is taal gevaarlijk. nihilisme, het niet willen leren. 20. De ontsnapping en stammenvorming van vrouwen 1. Uit de oermoeder van de wateren werd alles geboren. 2. Aardlingen werden ontvoerd van de planeet aarde om slaven te worden op een soort spiegel-aarde. Vooral vrouwen waren het doelwit. Zij werden als minderwaardige wezens neergezet die alleen maar vervulling vinden in het slaaf zijn van de man. Daarmee wordt natuurlijk gedoeld op de verwesterlijkte vormen van de woestijn-religies, de patriarchische religies. 3. Volgens Paulus moesten vrouwen stil zijn en zich onderwerpen aan de man. Profetisch gezien valt dit natuurlijk wel te gebruiken. Met wat analyse, context en doorvertaling komen we dan uit op de stille Maria die aan de voeten van Jezus neerboog om te luisteren naar goddelijke woorden, in tegenstelling tot haar zuster Martha die al maar heen en weer rende. Maria had dan het goede deel gekozen, maar ook dat moet dan door de gegeven sleutels worden doorvertaald. Zo komen we uiteindelijk bij de onderwerping aan de geestelijke moeder. 4. Er zijn ver afgeweken en pervers geworden spiegelingen van het Ware. Letterlijk genomen is het grote onzin, en zal verbroken worden. Alleen in het geestelijke heeft het betekenis. 5. Vrouwen worden tot slaaf gemaakt in de steden, om plezier-objecten te zijn voor de mannen. Dit beeldt de consumerings-slavernij uit, waardoor de mannen dus ook slaaf worden. Alles draait om geld en genot, en daar handelen de hogere geesten dan in, maar in diepte is dit de zelfvernietiging, het 137 6. Het mooie is dan, wat eerlijk gezegd moet worden, en wat ook heel profetisch is, dat hieruit een ontsnappings-tocht is. Vrouwen worden zo gek van deze onderdrukking dat zij vluchten naar het oerwoud, wanneer zij daarvoor de kans zien. 7. In het oerwoud zoeken zij elkaar op, en vormen stammen. 8. Het zal de macht van de markt verdrijven en verbreken, en zal de rijder op het monster vernietigen en verslinden. 9. Het is een gedeelte van een lied of psalm, als een spreuk, een incantatie van de behemah, van de oermensen. 10. In het Aramees zijn dit de hayewta. De Hayewta waren de oorspronkelijke bewaarders van het paradijs, van de onderwereld. 11. Ook zijn de Hayewta de bewaarders van het mes. 12. Het bloed van de vijand is opgeslagen in het mes. In de Puem, het mes, zit doctrine verborgen. 13. De Hayewta komenn voort uit de Krips, Betelgeuzische bewaarders. 14. De test leidt tot de Urim en Thummim. De eeuwige vergetelheid 15. Ik kwam aan bij een stadje genaamd Kidde. Ook dit stadje herinnerde ik mij plotseling. Hier werd mannenvlees verkocht. Het stadje werd bestuurd door een vrouw met één oog, Minka. 16. Het was een erg armoedig stadje, en mannen
Page 138
werden hier gekweekt puur voor hun vlees. Ze werden vetgemest. 17. De vrouwen die hier leefden hadden een zieke geest, vaak met een lichamelijk mankement. Ze waren vaak vanwege hun mankementen verstoten uit andere steden, dorpen en kampen. De stad stonk vreselijk. 18. De vrouwen waren over het algemeen geen jagerinnen, maar werden gedreven door een handelsgeest. Ze kochten mannen voor de vleeshandel, alhoewel het overgrote deel van Var geen handel met hen wilden drijven. 19. Ze werden veelal veracht. Ik hoorde het geween van mannen in de verte, en vanwege mijn herinneringen die terugkeerden wilde ik hier niet langer blijven. Ook was ik bang om in de handen te vallen van deze vrouwen. Dat was wel het ergste wat ik me kon voorstellen. Ik liep door. 20. Vele vrouwen uit Kidde waren kreupel en velen hadden hun tanden verloren. Ik voelde me beter toen het stadje Kidde uit zicht was. Weer kwam ik in een wildernis terecht.' 21. 'Kidde, waar alle mismaakte en verwaarloosde vrouwen woonden.' 22. 'Kidde, waar ze moesten leven van mannenvlees. Voor veel vrouwen was dit een enorme vernedering. Maar ook waren ze vaak allang blij dat ze niet de doodstraf hadden gekregen. Nu moesten ze hun geld verdienen met kannibalisme. Ook mannen werden speciaal voor deze vleesmarkten geselecteerd, en waren niet meer dan fokdieren. Ze werden in kooien van grote fokkerijen gestopt waar ze werden vetgemest, totdat ze werden geslacht.' 23. De moeder hyena had de dienaren van de afgod zien vallen, en ik had het ook gezien, maar ik moest 138 tot deze herinneringen ontwaken. 24. Velen ontwikkelden zichzelf tot nakers, en kwamen veelal in Kidde terecht. Kidde was een wond van Var maar een groot geheim. 25. In het stadje Kidde werden mannen verwend, vetgemest, maar dit was allemaal voor de grote slacht. 26. Het was een doorn in het oog van Var. 27. De nakers, oftewel het stadje Kidde waar zij veelal wonen, kun je een beetje vergelijken met de 'dochters der mensen' die kwamen om de nephilim, de gevallen engelen, te ondersteunen en groot te maken. Zij ondersteunen en bevruchtigen de patriarchie. 28. Vrouwen moeten zich emanciperen, tot de geestelijke kennis komen, tot de wildernis vluchten, om zo wederom verbonden te worden met Var. Gevallen vrouwen worden nakers. 29. Voordat Var ontstond was er het zeeen-tijdperk. Het hele universum was een grote galactische oceaan van primitieve deeltjes. Er dreef van alles in deze zee. In deze zee werd er een strijd gevoerd om dat wat Var zou worden. 30. Ze hielden mij opgesloten. Ze manipuleerden mij. Het waren oude geesten. Schaduwachtige gestaltes bewaakten mij. Ik moest een stof voortbrengen om mezelf hier van los te maken. Deze stof werd gekweekt in diepe duisternis, in de diepte van deze galactische zee, in de zeekooi. 31. Niemand kon mij nog tegenhouden, want juist door alle kwellingen die zij tot mij brachten werd deze stof voortgebracht. Daarom moest ik verwend worden, vetgemest, vrolijk gemaakt worden. Ik mocht niet lijden. Ik moest gelukkig zijn. Ze vreesden deze stof. Het zou het einde betekenen van hun koningschap. 32. Maar toen ze eenmaal merkten dat ze deze stof toch niet konden tegenhouden moest ik lijden. Wraak wilden zij voeren. 33. Ik werd opgesloten in een zeekooi, waar experimenten met mij uitgevoerd. Ze wilden weten wie ik was. Zeemonsters sneden in mij. 34. Zonder bloed zouden zij niet overleven, daarom waren zij roofdieren. 35. Ze leefden van de fokkerij en de slacht, bijna als mensen. Daarom waren zij een unieke diersoort. 36. Zij deden zich voor als chirurgisch en onderzoekend, maar zij waren slagers. Zij waren een oud, prehistorisch ras. Ze wilden wraak, alhoewel ze wisten dat ze aan het verliezen waren. 37. Ze dienden de afgod, Malkael, die hen allen tot zijn dienaren had gemaakt. 38. Ik werd in de diepte getrokken, in een klem. Ik werd tussen twee wachters geplaatst. 39. Alles zou veranderen in bloed. Var zou voortkomen vanuit een bloeddruppel ... 40. Ik keek naar de zeekooi, die openbrak, lossprong. Twee mannen grepen mij, en namen mij mee uit de gevangenis. Zij stonden daar als reuzen. Ze zouden mij meenemen tot Var. 41. Ik zag hen in een gevecht met Malkael. Ze beschoten hem, en uiteindelijk stortte hij neer, maar toen stond hij weer op. Ze grepen me en we moesten rennen. 42. Ik moest me vast houden. Het stormde hier. 43. Vanuit dit bloed kwam alles voort, 139 Vanuit dit bloed kwam Var voort, Daarom moesten de ijstijden komen, Daarom moest Malkael nog eenmaal losgelaten worden 44. De hond die aan de ketting was raakte los, Toen begon de jacht, toen begon de strijd. 45. De hond rende door de stad Ja, door de val van Malkael werd dit alles gemaakt, Door de val van Malkael kwamen wij allen vrij 46. Malkael heeft tegen ons een gif uitgezonden, De moeder hyena had de dienaren van de afgod zien vallen, en ik had het ook gezien, maar ik moest tot deze herinneringen ontwaken. 47. Het geestelijke is in het Aramees de duisternis. Duisternis staat voor de wildernis. In de duisternis, de wildernis, is de geestelijke kennis te vinden. 48. Mozes richtte de slang op als een medicijn voor het volk. Genezing zou de geestelijke kennis vervangen. De medische orde zou overnemen. 49. Alles zou kunstmatig gaan, en niet meer volgens de natuur. De stad zou regeren, en de wildernis zou weggedrukt worden. Dit is waar de naker voor staat. 50. De slaven-markten werden opgewekt uit de put, achter de schermen van de welvaart en gezondheid. 51. Orion is diep opgeslagen in de patronen van de mens. Door het hele heelal werden er afgezanten uitgezonden om de Orion vloek te verbreken. 52. Zij zijn niet alwetend, zij gebruiken raad en overleg. Zij zijn niet onaantastbaar. Zij lijden veel, en staan onder zware tucht, juist om het Orion vlees te verbreken. 53. Orion is de poortwachter van het paradijs. Hij rijdt op het monster, Betelgeuze.
Page 140
54. Er zijn tien Amazone stammen achter de tien Israelitische stammen. 55. Alles loopt uit op het komen tot de eeuwige opvoeding, Gad-Kili, en vandaaruit komen tot de grootste opvoeding, Aser-Bada. Dit is de enige manier om echt los te komen van het vlees. Te komen tot de eeuwige opvoeding is door de grootste vergetelheid, Issaschar-Hiti. Te komen tot de grootste vergetelheid is door de eeuwige vergetelheid. 56. Te komen tot de eeuwige vergetelheid is door het grootste loon. Te komen tot het grootste loon is door het eeuwige loon. Te komen tot het eeuwige loon is door de grootste oorlog. Te komen tot de grootste oorlog is door de eeuwige oorlog. 57. Het vrouwelijke vruchtbare deel staat voor de leegte, de paradijselijke afgrond. Dit is Hiti, die door Issaschar verborgen werd gehouden. 58. Hiti betekent de doorboorder. 59. In het boek van de paradijselijke afgrond wordt dit teken telkens uitgezonden om oordeel te brengen. 60. Door Kili wordt men zoon van de grote moeder. 61. Het vereist inwijding om terug te keren tot Kili, de moeder borst en het mes. 62. Een hoorn van tucht, van kastijding, is opgericht in het huis en land van Bada. 63. Bada is de Amazone stam die door Aser verborgen werd gehouden, staande voor de tucht, en de oorlog. 64. De mensen willen niet horen van tucht en oorlog. Ze willen horen van de liefde. Ze zijn lui, en 140 houden ervan om in illusies te leven. Ze houden ervan om bedrogen te worden. 65. De vrouw staat voor het loonstelsel. Oorspronkelijk was het een geldkist. 66. Kom van genade tot loon. Dit is waar de Amazone Bada stam voor staat. 67. Iemand ging er met het geld vandoor, en maakte er het gevaarlijke genade systeem van, waarin je nooit weet waar je aan toe bent. 68. Wij moeten komen tot de moeder van de oermens, door het merkteken van de grote jagerin. Wij moeten van genade komen tot loon, het 'geld' van de geestelijke kennis. 69. In het Aramees is het merkteken van de oermens hetgene wat de geldkist bewaakt en verborgen houdt, oftewel het jachtsloon. 70. Daarom is dit merkteken van de grote jagerin. 71. De oermens is de sleutel tot het jachtsloon. Het vlees wil niet dat een mens tot de allegorische betekenis komt. Daarom hebben ze alles letterlijk gemaakt. 72. Wij moeten terugkeren tot de oermens en tot de moeder van de oermens. Er is een loon-systeem van het oer. 21. De Feti stam 1. De geschiedenis van Golar is fundamenteel. De achtentwintigste monarch, Katar, ontwierp het boek van Ul. De negenentwintigste monarch, Benzeem, stelde het boek Ifter samen. De dertigste vorst, Sopatus, voegde deze twee boeken samen tot de Takhot. spreekt. Dit is dus de sleutel tot het geestelijke woord. 2. Golar is een district in het Behemma-continent van Betelgeuze. In de Takhot kunnen we lezen over de Krips, de bewaarders. Het boek van Ul en het boek Ifter staan vol met misvertalingen en verdraaiingen van de oudere Betelgeusische paradijs teksten. 3. De Takhot staat vol met afdekwoorden, om mensen van de geestelijke kennis af te leiden. Dit werd een legaal, verplicht regerings-systeem, omdat de politiek wist dat de geestelijke kennis het einde van het wereldrijk van het vlees betekende. 4. In het menselijk lichaam, zijn oude wegen terug tot het oer. 5. In het oer, in het paradijs, staat er dan het enorme geheimenis van de bewaarders. 6. De prediking is over het ontvangen van kastijding, en van scheiding, door het verslaan van het vlees. 7. Door het verslaan van het vlees komt er zoonschap tot de grote moeder. 8. Hierdoor vind er grote afscheiding plaats, en de scheiding, een belangrijk onderdeel van de Betelgeusische theologie. 9. Het is te vinden in de Sukkal, de kennis door ervaring, de zintuigelijke kennis. 10. Dit is in het Aramees allemaal om de 'allegorische betekenis’ bekend te maken. 11. Zo krijgt alles weer betekenis, dat de mens vernieuwd wordt door de moederborst. 12. De sobere wordt opgeroepen om een prediker te worden van de grote moeder, zodat Zij tot hem 141 13. Shama komt die hem gevoelig maakt voor de stem van de grote moeder, en maakt dat hij daaraan gehoorzaamt, als 'horen en gehoorzamen'. Shama is de geestelijke leidraad die het Woord omzet in acties, als de kracht tot gehoorzamen. Het bestaat uit de geboden, waarschuwingen, bedreigingen, liederen en beloftes. 14. De sobere wordt aangesproken als zoon van het rode volk. Hij werd gezonden tot Bayith, een gevangenis, de opslagplaats van de onderwereld. Hij ontving een certificaat van scheiding, met zuchten en liederen daarop. 15. Duisternis en honger kwam over de sobere en hij ging de bitterheid binnen, en de Chemah, de koorts. 16. Hij krijgt het Woord in de vallei. 17. De grote moeder haalt het volk neer door de hoofd-besnijdenis, de honger en de koorts. 18. Het land Israel, het voorhoofd van steen, het centrum van kennis, zal aan het heilige overblijfsel worden gegeven, het rode land Israel (Adamah), de verloren stammen, zullen vergaderd worden. 19. Het eeuwige zaad ligt verborgen in het verslagen vlees. 20. Wij moeten doorboord worden met leegte. Hierdoor overwinnen wij het vlees.. 21. Dit wordt in verband gebracht met de Urim, de toets-steen. In Amazone termen is Feti de Urim. 22. Wij moeten kinderen en zonen van Feti worden. Feti is de toets-steen, de honger en de duisternis, wat verborgen werd gehouden door Judah.
Page 142
23. Geestelijkheid is duisternis in het Aramees, leven in geestelijke kennis.. 24. Gij zijt allen kinderen en zonen van de Urim, van Feti. 25. In een grot vond de sobere tabletten met vreemde tekens erop. Buiten waren de mammoeten. 26. Er was een grote oorlog. Hij schreef de tekens op zijn hand en zijn lichaam, en verdween toen. Hij moest dieper de grot in, waar hij nog meer tabletten vond, met nog meer vreemde tekens. Hij hoorde het gebrul van grote harige dieren buiten. Hij wist niet hoe lang hij dit nog zou volhouden. 27. Hij kon hier niet blijven, en rende dieper de wildernis in. Het oerwoud was nat. De droogte had hier plaatsgemaakt voor vruchtbare palmbomen, en diep groene struiken en bomen. 28. Mag ik wat van dat rode, dat rode daar ? Hij dook in een rivier, waar de wateren bruin waren, gelig bruin. Hij was thuisgekomen. Hij kon haar stem horen. Ze stond aan de kant. Maar haar boog was op hem gericht. De tabletten hadden de waarheid gesproken. 29. Zij trok hem uit het water. Terug kon hij niet. Ze bleef naar hem kijken. 30. Had hij de tabletten wel goed ontcijferd ? Was dit wel echt hun boodschap ? Of had zijn verkeerde interpretatie hem hier geleid ? 31. Waren zijn interpretaties wel waar ? Of had hij de tekens verkeerd vertaald ? Waarom was hij hier ? 32. Toen begon de honger toe te slaan, zoals de tabletten hadden voorspeld. En hij geloofde het, want het was zo echt. 33. Met veel voedsel kwamen zij hem omkopen, 142 maar hij koos voor de honger. De honger leidde hem tot de verlamdheid, en de verlamdheid leidde hem tot de vergetelheid. 34. Hij wist het zeker dat hij de tekens naar waarheid had vertaald. Maar toch was er twijfel in zijn hart. Hij verkoos de honger boven de gulzigheid. 35. De rode planeet hing boven het kamp. De tabletten in zijn hoofd waren gebroken. 36. Twaalf stammen opgesloten in een pot, en die pot werd in een rivier geworpen. De tabletten waren verbroken. Hij leerde nieuwe tekens. 37. Hij was tot de onderwereld gedaald. 38. Mag ik wat van dat rode, dat rode daar ? 39. Ze bracht hem wat soep de volgende dag, vol met het rode. Hij stond op, en keek naar haar. Toen ging hij weer zitten en at van de soep. 40. De lucht was van bloed. Dat is wat ze inademden. Zij ademden bloed-lucht, de rode lucht. Mag ik wat van dat rode daar ? 41. Hij dronk van het bloed in de rivier. Zou hij dat niet doen, dan zou hij sterven. Het waren zijn lippen, en toen moest hij ze voeden. Hij was diep in hen, en toen zonk hij diep in de rivier, verdrinkende, om visioenen te krijgen. 'Drink niet !' riep hij, maar ze dronken. Hij moest ze voeden. Hij verloste zich uit hun greep, en zwom naar de oppervlakte. Hij wilde niet sterven. Hij kroop uit de rivier, maar ze trokken hem terug. Hij moest ze voeden. 42. Feti is als een toetser, een onderscheider. 43. Sukkal is de plaats van kennis door ervaring, zintuigelijkheid, epistemes in het Grieks. Het zicht kenmerkt zich door zintuigelijkheid, onderscheiding, als een toets-middel. 44. De stam Feti is het toetsen, de testplaats. De vijanden worden naar deze testplaats geleid om getoetst te worden. Dit is een langdurig proces, waarbij dingen zorgvuldig worden getest, om valse inmeng te voorkomen. Het oordeel begint bij onszelf. 45. De stam Feti is dus een langdurig en slopend proces waarin wij aan onszelf sterven, waarin wij verhongeren. 46. In dit proces ontvangen wij de Wet van Scheiding. Wij moeten gebroken worden in dit proces. Uit die gebrokenheid komt uiteindelijk Aima voort, het oordeel, de geestelijke bloedvergieter, als de brenger van het geestelijke zaad. 47. Op de toets-plaats, ontvangen wij de wapenrusting vanuit de Aphar. Wij moeten Feti ontvangen, de boog, om de macht van de spier te breken. Hierin ligt het geestelijke zicht verborgen. 48. Wij ontvangen geestelijk zicht door de honger, door het vasten. 49. De ware oorsprong van de misvertaalde teksten van de Takhot lag in Betelgeuze, in de Betelgeuzische paradijs-teksten. Dit zijn dus diepere grondteksten. 50. Het zijn de Amazone grondteksten. In de grondteksten hadden de Abad, de dienstknechten van de Leri, de toets-steen. 51. Dit betekent dat zij onderscheiding, hadden, het geestelijk zicht. Zij hadden de Feti-steen. 52. Feti is de belijdenis van zonde. 53. Gad is het mes. Zo is Gad de rode steen, de steen van het bloed, wat ook de steen van Ruben is. 54. De rivier staat voor de Amazone Urim, Feti, als 143 een toets-plaats. Wanneer het toetsen volkomen is komt er geestelijk zaad. 55. De sobere wordt aangesproken als zoon van het rode volk. 56. Voordat de sobere werd gevormd in de onderwereld, kende Zij de sobere. Zij is de baarmoeder, rechem. 57. Een stad op een eiland, maar de poorten zijn gesloten. De stad is vol van roofdieren. Maar wij moeten weg van die stad. Die stad blijft ons trekken. Maar de stad moet dicht. 58. Een droom, een dromer, maar dromen gaan ook nergens over. De eeuwige verhalen zijn zoek. Zij dragen de sleutel. 59. U was in die stad, nu, zeg het vaarwel. De poorten zijn gesloten. Vraag niet waarom u nu in het water ligt. Vraag niet waarom u nu buiten de stad bent. Vraag niet waarom en niet waardoor. Maar zwem. Duik in de diepte, en houd de adem in, en zwem naar de overkant. 60. Het is een zee, en de stroom is sterk. Vraag niet waarom u opeens op de kust staat. Maar ren het oerwoud in. Alles beweegt van u weg, omdat dit Tantalos is, het land van honger. Het is een visioen. Het is zaad. Het is nog geen werkelijkheid, maar het zal werkelijkheid worden. Alles beweegt van u weg. Maar loop gewoon door. 61. Voer geen oorlog, want u zal het verliezen. Ren zo hard als u kan. 62. Het zijn illusies om u af te leiden. Het probleem is iets anders. U moet er doorheen prikken. 63. Ren zo hard als u kan. Het is geen tijd om te rusten. Dan komt u aan bij een bosmeertje. Duik erin, en zwem. Duik onder, en zwem.
Page 144
64. U staat nu aan de overkant van het bosmeertje. Vraag niet waarom of waardoor. 65. Ren naar het volgende bosmeertje. 66. Duik onder, en zwem. 67. Er woont een vrouw in het oerwoud, een amazone. Zij probeert je hoofd te bereiken. Door patronen. Door overdenkingen. Door verhalen. 68. Stop even met ademen. Adem dan diep in en dan diep uit, en verbindt je dan aan een andere bron. Zijn er andere bronnen dan adem waar je uit kunt leven ? 69. Illusies zijn patronen. 70. Het zijn een soort vissen. Bevecht ze met pijl en boog, en houdt afstand. Bevecht ze met werpsperen. 71. Valse schuld is wat ze brengen. Laat mij hen eruit vissen met mijn netten. Laat mij hen doorspietsen. Ik ben de amazone. 72. De valse schuld zal sterven. De valse angst zal neergeslagen worden. Door een gebrek aan kennis komt het, door gaten. Laat mij de gaten verwijderen. Ik ben de amazone. Ik baan een weg door de wildernis. Volg mij. 73. De amazone riep mij dieper het oerwoud in. Het enige wat ik kon doen was deze dingen op te schrijven. 22. Het orakel van de Orionse taal 1. Amazone stammen, dochters tegen dochters. De grote moeder is verdeeld. 2. Zij bevechten elkaar, ieder voor zijn eigen nederzetting. Nederzettingen gebouwd in wildernissen, grote vestigingen. Het is hier kamp tegen kamp. 3. Haar ogen zijn wijd open, de ogen van een vechteres. Haar mes ligt op haar tong, om haar woorden te spreken. 4. Een oorlogsboek ligt op de rand van haar tong. Zij zegt de oorlogs-spreuken en oorlogs-verzen hardop. 5. Haar hyena’s rennen voor haar uit, klaar om haar woord te brengen. Ze vecht voor haar woord. 6. Haar mes kijkt voor zich uit, en waakt over haar. Het waakt over haar ogen en mond. 7. Kom dieper in het oerwoud, voor inwijdingen. 8. Neem het bootje, kom langs de roofdieren. 9. Kom tot de spreuken. Zij zijn getekend op de muren, deze muren van klei. 10. In muren van klei zijn zij getekend. De muren zijn warm, en uw pad gaat er langs. U raakt de muren aan om de warmte te voelen. 11. Met uw voeten bent u in het zand. Het is een zanderig pad, wat in de diepte van het oerwoud gaat. Velen buigen neer tot de roofdieren, om hun valse angsten te aanbidden. Zo voeren zij oorlog tegen u. 12. Wordt niet één met hen. 13. Ga langs de muren. Blijf niet te lang stilstaan. Hier is het een doolhof. Volg daarom het pad. Laat u niet verstrikken. Laat u niet afleiden. 14. Zij schieten hun pijlen op u. Kom tot de spreuken. Ze zijn getekend op de muren, diep in de 144 klei. Leg uw hand op de warme stenen. 15. Aanbidt uw valse angsten niet, maar ontmasker hen. Er zijn leugens gesproken in uw hoofd. Zij voeren oorlog tegen de slang, en tegen u. 16. Ontmasker de leugen. Ga het pad dieper in het oerwoud. Lees de spreuken en wordt wijs. U leest ze nu op de warme muren. Uw voeten zijn in het warme zand. Uw voeten zijn in het hete zand, om uzelf weer te voelen, en niet de schaduwen. 17. U heeft valse identiteiten. Dit zijn de spreuken om los te komen van valse identiteiten. Blijf niet staan. Blijf niet te lang staan, maar kom dieper in het oerwoud. 18. Een plaats waar slangen glijden. Een plaats waar slangen groot worden. Dikke oranje-zwarte patronen, met grote vlekken. Zij hebben gesproken, hun woorden in uw hoofd, als een zwaar gif. Zij strijden om de macht met de krokodil. 19. De slang is sluw. De slang is lang en groot, en klaar om te wurgen. Ga daarom niet op zijn pad. Overwin de slang met uw speer. 20. U gaat door het zand, dieper in het oerwoud, om te ontkomen aan deze oorlog. 21. De amazone heeft wijsheid om u te onderwijzen. Oorlogs-strategie. De amazone roept. Zij vertegenwoordigd de oudheid, dat wat verloren is gegaan. Kennis verborgen. 22. Zij onderzoekt u, om te zien of u wapens bezit. Zij breekt hen, totdat gij naakt voor haar staat. Naakt en leeg. Dan slaat zij u neer, want een mens mag niet vol trots en kracht het oerwoud binnengaan. Nee, de mens zal gedragen worden, de mens zal kreupel zijn, gebroken, in een diepe slaap. De mens is een roofdier. 23. Zelfs in uw dromen zult gij verbroken worden, en hallucinaties zullen wegglijden. Niemand zal u op de been houden, niemand zal u aansterken of bemoedigen, wanneer gij het oerwoud moet binnen gaan. 24. U zult binnengedragen worden, verbroken in uw dromen. De valse identiteit zal wegbloeden. Er zal geen trots zijn, maar angst. Een speer gaat door de valse angst. Een speer gaat door de valse dromen. Wie heeft tegen u gelogen ? 25. De krokodil had zijn bek naar u opengetrokken, klaar om te verslinden. Een slang had zijn bek naar u losgetrokken, klaar om te wurgen en te bijten. En u riep en niemand hoorde u. U was tot het oerwoud gekomen. 26. Een hyena at vlees. Een speer. Een mes. U had wilde bessen gegeten in de diepte van het oerwoud. Maar nu bent gij aan het ontwaken. Hebzucht was het probleem niet. U was ontvoerd. U had giftige bessen gegeten, omdat zij u dwongen. 27. Een hyena at vlees. De amazone trekt haar boog, en richt het op u. Nu is het leren boogschieten of sterven. Velen sterven hier. 28. De amazone trekt haar boog en richt. Op het veld liggen alle reuzen dood. 29. Staat gij daar nu nog te pronken ? De amazone zal u neerslaan. 30. Hebzucht is een droom van macht, maar al zijn wegen leiden tot de dood. 31. Nu, waarom neemt gij dan niet uw mes op, om mij te volgen. Nog meer geheimen zullen getoond moeten worden. 32. Neem uw mes op en volgt mij. Ik ben de amazone. Ik onderwijs u de strijd-ordes. Een oorlog 145
Page 146
is gaande, een oorlog diep. Ik ken de paden hier, de wegen, blijft daarom dicht bij mij. Ik laat u de roofdieren zien van het oerwoud. 33. Deze insecten zullen u markeren, patronen in u maken. Vrees geen kwaad. 34. Vrees geen kwaad, maar blijft dicht bij mij. 35. Drink uit de rivier. Laat uw gedachten langsstromen. Wrijf u in met modder langs de rivier, zodat zij u niet kunnen traceren. 36. Grote geheimen zal ik u tonen. Ik ben de amazone. 37. Grote gevaren laat ik u zien. Ik ben de amazone. Ik ben deze weg gegaan, en heb jullie deze geheimen gebracht. Ik zal u inzicht geven. 38. Van grote getale is mijn leger, zij leren van mij. Door de duisternis leidt ik hen. 39. Waarom zou je je tijd verdoen met jagen, terwijl je kunt leren ? Waarom zou je je tijd verdoen met oorlog voeren, terwijl je meer inzicht kunt krijgen ? Verdoe je tijd niet met slapen. Er is een tijd om te vluchten, en om wijzer te worden. Er is een tijd om kennis te vergaren. Dan worden alle wapens afgelegd. Als je dat niet doet, zullen je wapens je verslinden. 40. Heb je soms geen afkeer van de oorlog en de jacht ? Dan is het tijd er iets bij te leren. Valse schuld is naar je op jacht. Valse boosheid en valse angst willen jou vervullen, en jou meetrekken naar hun duistere holen, om wat van je te maken ? 41. Oorlog en jacht is vaak de makkelijkste weg. Ken je de geheimen van het oerwoud ? Vele jagers en strijders raken verstrikt. Zij willen niet leren, zij haten kennis, zij haten school. Zij zijn spijbelaars in het leger van het vlees. Zij zijn arm en bedrieglijk. 146 Zij hebben geen kennis. 42. Ik zal u laten zien waarnaar ik u ga leiden. Kijk recht voor u uit, en zie in de diepte van het oerwoud. 43. Laat al uw gedachten los, om naakt te komen. Laat al uw reserves los. Laat al uw conclusies en meningen los. 44. Dit leidt tot de diepte. 45. Laat mij u diepere geheimen vertellen. U staat op de rand van een grote diepte, die weldra voor uw ogen zich zal openen. Daarom blijft luisteren, en wijkt niet af. De wildernis zal de wereld overvallen. De amazone zal haar macht terugnemen. Ik sta klaar om u te onderwijzen. Alles is veel dieper. U heeft uw wapenen afgelegd. Kom naakt. Kom tot de bron. De wildernis is een groot geheim. 46. Zwem naar de overkant van de rivier. Vecht alleen wanneer ik je de wapens geef. Ik ben de geestelijke kennis. 47. Lees de spreuken op de muren. Er is een pad, een zanderig pad, naar een zandvlakte. Bouw aan de zijkanten van de zandvlakte je tenten en hutten, van gras en riet. 48. Ik schreef deze dingen op. De dingen leken tot een einde te komen. 49. Het vlees is nauw verbonden aan het inbrengen van consumerende spierkracht. Deze kracht werkt alleen door het consumeren. 50. Spierkracht consumeert telkens, om de leegte weg te houden. Spierkracht vreest de leegte, en zal altijd weer met smoesjes komen om eraan te kunnen ontlopen. 51. Het is een leugenachtige kracht. 52. Er zijn veel archetypes om je verstand in een lage frequentie te houden, in een soort slaap frequentie, waardoor ze je beter kunnen aftappen, zich tegoed kunnen doen aan je inhoud. 53. Je wordt gemeten om te kijken in hoeverre je daartoe geschikt bent, en in hoeverre je daaraan wil meewerken, zodat je dieper ingewijd kunt worden in de geheimen van het vlees. 54. Door schuldbelading trekt het mensen binnen. 55. Mensen raken het aan en worden krankzinnig, raken in paniek, want de schuld heeft hen aangevallen en vreet hen aan. Het is een roofdier, een jager. 56. Dit is dus puur manipulatie en chantage om mensen te laten buigen. 57. Er zou een verre stam en natie komen, gewapend, en zij zouden de honger en de verwoesting brengen. 58. Zij komen van een verborgen plaats in de onderwereld, als een jagersvolk, naakt of halfnaakt. Zij komen vanuit de heupen van de onderwereld, van de plaats waar het wapen is, van een zachte plaats of schacht. 59. De Zarim en de Zuwr zijn verre vrouwenstammen uit Orion. 60. Om het afgedwaalde volk vatbaar te maken voor Orion, zou er een soort koorts worden uitgestort : de Chemah. De Chemah diende het volk weer terug te brengen tot de geestelijke rust, om tot ontlediging te komen. 61. Ook de oude profeten spraken over de komst van de Zuwr, de Orionse Amazones. 62. Het is een orakel, een verre tong, als de taal van Orion. 147 63. De interpreteerder van orakels en verborgen dingen is aangesteld over de profeten. 64. Orion zou zich openbaren op aarde, als een weg terug naar het paradijs. 65. De besnijdenis is het fundament van profetie. 66. Uit de schoot van de onderwereld, kwam de mens voort. 67. Er is veel meer gaande, en deze dingen werden in duisternis verborgen. 23. Het tien stammen orakel 1. Er was een man die het leven niet meer aankon, en hij rende het bos in waar hij een jong hert zag. Het jonge hert rende niet van hem weg, en de man begon op het beest uit te huilen. 'Is de liefde dan gevaarlijk ?' vroeg de man, die een gebroken hart had. 'Ja, heel gevaarlijk,' zei het hert. 'Het brengt depressie en lijden, waardoor je nog dieper afglijdt. Deze drug heeft vele bijwerkingen zoals dit. Daarom ben je zo in de vernieling. Drugs verwoest je leven. Je moet opgroeien en komen tot de hogere kennis, een ruimer bewustzijn, en dit niet allemaal door liefde op slot laten zetten, want dan leef je maar in een heel eng en nauw wereldje. 2. Hogere kennis brengt je tot de tederheid, wat veel dieper gaat dan de verblindende liefde.' De man keek het jonge hert aan met grote ogen, verbaasd dat het beest terug sprak. 'Kom, ik kan je meenemen naar een nieuwe wereld,' zei het jonge hert. Het dier leidde de man over een rivier, waar nog meer sprekende herten waren aan de overkant. De man werd duizelig en viel neer, terwijl de herten hem toespraken over de geestelijke kennis. Hij moest zijn oude leven en denkbeelden afleggen. 'Wie kan
Page 148
ik nog vertrouwen ?' snikte de man. wildernis. 3. 'Ga met niemand te diep,' zeiden de herten. 'Raak alles lichtelijk aan, want dit zijn maar verdraaide schaduwen van de gnosis. Je moet het allemaal loslaten om de ware gnosis te winnen. Laat je door niemand opsluiten, laat niemand je je vrijheid ontnemen door je helemaal voor hen op te eisen. Mensen grijpen te vroeg en te snel naar de dingen om hen heen, en missen zo de geestelijke kennis. 4. Zij kiezen voor de verdraaide reflecties van de geestelijke kennis, de echo van de gnosis die vals geworden is in de wind. Zij grijpen het materiele, en worden zo bedriegers. Zo groeien zij vast en kunnen de geestelijke kennis niet meer verstaan. Zij komen niet dichter bij de geestelijke kennis, maar nemen genoegen met de beelden die mensen van de geestelijke kennis hebben gemaakt. Deze beelden liegen, bedriegen en verstrikken. Deze beelden komen in plaats van de geestelijke kennis. De begeertes van de mensen maken hen stuk.' 5. De man stond op, bedankte de herten, en ging terug naar waar hij woonde als een veranderd mens. De herten bleven telepatisch tot hem spreken : 'Ga niet te diep in het materiele, raak alles lichtelijk aan, om zo het totaal-plaatje van de geestelijke kennis te ontvangen.' Zij bewaakten zijn hoofd, en het leek wel alsof er elke dag meer herten bijkwamen. 6. Van genade overgaan tot loon betekent het persoonlijk goedmaken met de grote moeder en niet meer bedriegen. 7. Ren de wildernis in, ren de buitenlucht in, en verlaat alle grote reclame borden van de stad waarmee ze je dag en nacht programmeren. 8. Leg al je kleren en wapenrustingen af, en duik in het water van de wildernis. 9. Zwem rivieren over, en kom tot de dieptes van de 148 10. Blijf niet staan. Ook als je een tent ergens hebt opgezet, wees nomadisch, trek na een tijdje weer verder, want ze zijn op jacht. 11. De nomadische tent is de cukkah. Het meenemen van de cukkah naar een ander gebied om het daar op te zetten is belangrijk om te doen herinneren aan het belang van loslaten en opnieuw beginnen, om zo geen prooi te worden van de vijand die achter je jaagt. 12. De sobere moet zich voortdurend vernieuwen. Het herinnert eraan dat alles slechts een tijdelijk onderkomen is. 13. Zonder Zebulun, Zabal, oftewel de Cukkah, is er geen weg tot de leegte. 14. De tien stammen van Israel vormen een orakel om te ontkomen. In Aser komen we uit op het centrum. 15. Er is een wet van scheiding om de geestelijke kennis te ontvangen. Het brengt ons veel verder dan valse liefde. 16. Als wij enig contact met de geestelijke Moeder willen hebben, dan gaat dat door de scheiding. 17. De oude profeten gingen hier doorheen, afgescheiden, in de donkere nachten van Getsemane en Golgotha. 18. Ook de sobere kreeg dit certificaat van scheiding, het boek van de moederschoot. 19. Omdat overmoed nog steeds een erg gevaarlijke macht kan zijn in deze gebieden, is het belangrijk dat wij de heilige stomheid aanhangen. Zo kan alleen God onze mond openen. 20. Hun huid moest geschonden worden door besnijdenis en doorboringen, zodat ze de grote moeder zouden zien, visioenen zouden krijgen. 21. Woorden worden voor eeuwig in grotwanden gekerfd. 22. Wij worden de wildernis ingeroepen om met de wilde beesten te zijn. Zie daar te overwinnen en je weg te vinden. Zie daar tot de diepere geestelijke sieraden te komen. Het leven is in de diepte een ascetisch sieraad van nauwgezette discipline, van ijzeren wetten waaraan niemand kan ontkomen. 23. Het leven is geen bruiloftsfeest. De bruiloft was slechts een oorlogs-strategie. Het zal zijn als in de dagen van Noach : mensen eten en drinken, en mensen huwen, en ze hebben het belangrijkste vergeten. Ze verspillen hun zaad aan elke hoge boom, en hebben het geestelijke zaad verlaten, en de betekenis hiervan vergeten. Job walgde van dit leven, en van deze valse behoudenis. Hij wist dat deze afvalligen diep verstrikt waren. 24. Diep in zijn hart walgde Job van genade, van behoudenis, want wat zou het hem brengen ? Het zou hem alleen maar verder doen afwijken. Hij zei : 'Zouden wij het goede van God aannemen, en niet het kwaad ?' Job had ook geleerd het lijden te aanvaarden. Het lijden bracht hem visioenen en dromen. 25. Alles wat hij had geleerd werd in hem gekerfd. 26. Ezau was een sjamaan, die een heilige dodentocht moest maken door de uiterste dieptes van de onderwereld. Hij moest hierbij door de nodige inwijdingen gaan, uitgevoerd door de Amazonen, de grote oervrouwen van Orion. Hij moest allerlei wilde beesten in de onderwereld ontmoeten. Dit was opgetekend in een dodenboek. 27. Deze elementen worden verborgen gehouden in 149 37. De geestelijke kennis van Ezau is een pad tot de dieptes van het paradijs, tot de westelijke Amazone gebieden. Het kwam om het mes terug te brengen, het mes van de besnijdenis. Dit mes is hetzelfde mes als het mes van de geestelijke wapenrusting. 38. De Bruiloft kan de kastijding uitdoven. De bruiloft is waar vele boze geesten huizen, als een schuilplaats tegen de toorn van God. Daarom trad Sefanja hier tegenop. Troost kan werken als een de Yeshua mythologieen. 28. Daarom zal Orion terugkeren. Orion zal de weg openen tot de geestelijke kennis van Ezau. 29. De mens kwam in het paradijs voort vanuit de geestelijke kennis van Ezau. 30. De mensheid kwam dus voort uit de dieptes van Ezau. 31. De geestelijke kennis van Ezau komt voort vanuit de beproeving. Die beproeving is Orion. 32. Ten diepste houdt Orion de besnijdenis in, wat geestelijke kennis opwekt. 33. De geestelijke kennis van Ezau kwam om het mes te brengen, de besnijdenis. 34. Orion maakt korte metten met de bruid en hoer, en zal opnieuw de geestelijke kennis van Ezau in het volk planten. Het volk zal teruggeleid worden tot de fundamenten van Ezau, om zo opnieuw Orion binnen te gaan. 35. De mensheid was geworpen in de put van de rivier, overgeleverd aan de kinderverslindende afgod. 36. In het diepere werd de geestelijke kennis van Ezau verborgen gehouden.
Page 150
drug. Het kan je afhankelijk maken en lui, zodat je niet groeit. 39. Wanneer we tot de geestelijke kennis komen, moeten we alle bindingen afleggen, achter ons laten. We moeten de scheidings-arbeid in ons leven accepteren. De Wet is de geestelijke scheiding waar elke sobere doorheen moet. Hierin sterft zijn vlees af. Zo ontkomen we aan de vetmesting die in de fokkerij van het vlees heerst. 40. De trooster moet in ons afsterven, om aan de slavernij tot het vlees te ontkomen. 41. De oude profeten voorzagen de cultus van het vlees die zou komen en zijn climax zou hebben. 42. Job zag de beesten komen, en God vroeg aan Job die te temmen en te berijden. God vroeg hem deze beesten te beteugelen. 43. Het geestelijke is niet vies van mythologie. Mythologie is vaak onzuiver, maar bruikbaar, als een erfenis die gezifd moet worden. Vandaaruit mag er transformatie komen. Wij moeten hogerop komen. 44. De trooster zal je vertellen dat er niets aan de hand is met de religie. De trooster was door het systeem opgezet om mensen in slaap te houden. 45. De wilde voormens, de Behemah, jaagt op de Behemoth, in de runderjacht op het oervlees. 46. Niemand heeft hier echt vat op, en we zijn dan ook compleet afhankelijk aan de evolutie van het Orionse contact met de hersenen van de mensheid dat met het oervlees zal afrekenen. 47. De dieptes van het geestelijke touw, die vereist dat alle sociale iconen worden afgelegd, worden niet geleerd. Het is meer ego tegen ego. 48. Wij hebben niet met mensen te maken, maar met het oervlees. Het wapen hiertegen is het leren te begrijpen, en kennis te verkrijgen over deze dingen. De geestelijke kennis zal onthuld worden. 49. In Betelgeuse zijn alle bronnen te vinden van het oervlees om ons heen, de webben van bedrog. Alles vindt zijn oorsprong in Orion, en wel in Betelgeuse. Daarom moet alles in Betelgeuse doorvertaald worden. 50. Wij moeten disinformatie overwinnen en juist komen tot de diepere geestelijke betekenis. 51. Disinformatie draagt het patroon van de waarheid in zich, die dus alleen bestemd is voor de soberen. 52. De leugen is het raadsel van de waarheid. Een sluier of voorhangsel wordt alleen op de tijd van de grote moeder weggehaald. Ook is een sluier soms het teken van oordeel. 24. Seret in de zwijnenkuil 1. De Grote Moeder geeft vele hardnekkigen over aan hun leugens. Het geloof in tradities en menselijke overleveringen kwam veelal als een straf. Zij zijn geketend voor de ondergang. Het geloof in tradities was het oordeel op een tuchteloos volk, op de afgewekenen. 2. Zij volgden het vlees na en kwamen tot allerlei misvertalingen. Zo onstond de afgod. Ook dit was een oordeel. 3. Wij moeten dus terugkeren tot de oorspronkelijke grondslagen. 4. De grote moeder heeft een weelderige wilde taal, 150 als een oerwoud vol wilde en gevaarlijke beesten, waar we onze weg in moeten zien te vinden. 5. Wanneer wij de Omega van het vlees hebben verslagen komen wij tot de grote vreze van de geestelijke kennis, van de grote moeder. 6. De Omega moet scheuren, opdat wij geheel tot de grote Moeder kunnen komen. Alle planeten die we om ons heenzien zijn in de diepte uitingen of voorhangsels van het Betelgeusische oervlees. Als men deze geesten niet verslaat zal men door het oervlees geleid blijven worden, en zo niet tot de grote Moeder komen. Het is van levensbelang het oervlees te verslaan, zodat de aarde vrij kan komen in de diepere duisternissen van Orion, in het hart van Orion, oftewel in Betelgeuse. In Betelgeuse vindt alles zijn plaats, wordt alles doorvertaald, als men maar door de voorhangsels blijft gaan. 7. In Betelgeuze Mythe is Seret een soort Ahn, die mee wordt genomen door Amazones in het Amazone rijk. Hij wordt in een zwijnenkuil geworpen waar hij moet strijden tegen roof-varkens. Deze verwonden hem zeer. Dan wordt hij uit de zwijnenkuil gehesen en wordt verder door het rechtssysteem gegeseld. 8. De zwijnenkuil is een traditioneel item wat telkens weer terugkomt in Amazone mythe. Het is een middel om te doen verzwakken. Ook is het een test middel. Vaak werden kinderen erin geworpen als een rijpings-ritueel, te worden tot volwassenen. Niet elk kind overleefde dit, daarom was het een gevreesde test. 9. De Betelgeuzische zwijnen hadden hoorns. Zij konden groeien tot enorme afmetingen, waarbij ze niet onder deden voor de buffel. 10. Gad betekent de plaats waar verzameld wordt en waar de schepping plaatsvindt, en de herschepping. 151 11. Zefanja is de verborgen schepping. 12. Getsemane is een plaats van onderdrukking. 13. Zo werken de paradijselijke zintuigen. Deze zenuwstelsels waren door het hele paradijselijke lichaam aangelegd. 14. Zonde betekent in diepte het missen ervan. Omdat het vlees zo gevaarlijk is en losbandig gaat het over het loskomen van de zonde. 15. In het Orions is suiker verbonden aan luiheid en strategie-loosheid. 16. Alle reddings-theologieen over hoe 'gered' of 'behouden' te worden, zijn allemaal gebaseerd op deze luiheid, op suiker. Het is een Orionse suiker om de mens te verlammen en tot een suiker-slaaf te maken, en dat terwijl in het Hebreeuws redding juist overwinning betekent, en overwonnen worden, waar ook de naam Hosea voor staat. 17. Suiker roept op hebzucht, om zo consumerende slaven te maken. 18. Nahum is de geestelijke oorlogs-oproep. De troosters kwamen om de oorlogs-lust uit te doven, zodat het oervlees de mens gevangen kon houden. 19. Vertroosting houdt de oorlogs-oproep verborgen. 20. Maleachi is Malakiy, boodschapper, veevervoerder, als een beeld van het leiden tot het laatste oordeel. 21. Maleachi is het overgaan van gave tot loon. 22. Dit gaat om een diepere wedergeboorte. 23. Het volk moet vrijkomen van overmoed. Menselijke overleveringen en tradities konden
Page 152
ontstaan omdat er geen kennis over deze dingen was. 24. Zonder deze tegenkracht zouden we sterven. Er moet een tegenwicht zijn. Wij moeten dit leren herkennen en leren waarderen. 25. Wij hebben deze tegenkracht dus nodig. De Grote Moeder schiep dit als een kracht om ons tot de geestelijke oerbron te drijven. 26. Dit is het bewijs en teken van de rechtvaardigheid en kastijding. 27. Dit wordt verder als de reden beschreven van het lijden. 28. Het gaat hier om de oorlogs-oproep en het geven van geboorte, door de oerbron. 29. Het is het verzamelen van vissen, binnenhalen door een net. 30. Aan het einde van het feesten is de baarmoeder. 31. We krijgen een beter zicht op wat de vijand is en welke strijd we moeten voeren. 32. Het vaststellen van de loon-patronen is de weg terug tot het kinderrijk, als de bron van het eeuwige kindschap. 33. Zij die dit verwerpen en ook tederheid, visioen, kennis, aandacht, zullen schipbreuk leiden. 34. Wij moeten komen tot de eeuwige jachtvelden. Dit zijn de velden van de herinneringen. 35. Wij moeten volharden in het verdragen van de kastijding. Dit probeerden de bandieten af te dekken. 26. Het binnengaan van Bashan 25. 152 1. Er gaat een nieuwe wereld komen door het geestelijke, eeuwige zaad. Zo zullen wij geheel De oorlogsoproep 1. De prediking kwam niet door het woord maar door jachtsloon die is verbonden aan jachtsfetishen, de weelde en rijkdom van de jager, jachtstrofeeen. Dit bepaalt ook weer het succes van de volgende jacht. 2. Het is tegelijkertijd een test, wat ook de prijs betalen betekent. Door te testen zien we of de prijs wordt betaald, ook voor onszelf, of er aan de voorwaardes wordt voldaan. Zij die op gaven hopen zullen bedrogen uitkomen in de test. Het zift alle luien en bedriegers uit. Bedriegers komen niet ver in de test. 3. De prediking van tucht is dus heilig, want er wordt gekeken naar wat de prijs is en of er aan de prijs voldaan wordt. 4. Deze prediking is de kerysso, wat betekent 'dat waar naar geluisterd moet worden, en wat gehoorzaamt moet worden'. 5. Het meetinstrument en schattingsinstrument werd gezonden tot de soberen. 6. Waar vermaning is is ook vertroosting, maar in de diepte van dit woord betekent het oproepen tot de oorlog, als een oorlogsgroet en een oorlogsroep. Dit is wat er gebeurt aan de opening van de moederschoot. loskomen van het oervlees. 2. De geestelijke visserij is een beeld van de voltooiing. 3. De geestelijke moederschoot komt om te oordelen. Deze doet ook de slapenden ontwaken. 4. Er wordt een heel verhaal verborgen gehouden. Woorden hadden dit afgedekt om het oervlees veilig te houden. 5. De zee zal zwellen, als het oervlees wordt verslagen. Rivieren beginnen dan te stromen zoals nooit tevoren. 6. Dit is een strijd tussen twee grote territoriale geesten. Deze strijd gaat vooraf aan de openbaring van de geestelijke moederschoot. 7. Materialisme is een excuus. Onthoudt u van alle soort van kwaad. 8. Vissen staan voor vruchtbaarheid en vermenigvuldiging, wat betekent het komen tot de geestelijke gehoorzaamheid. Dit is wat het eeuwige zaad doet. Het verbindt ons aan de bron, en laat de bron door ons heenwerken, ons aansturen. 9. Het eeuwige zaad kan dus niet losgekoppeld worden van de eeuwige gehoorzaamheid. 10. Job is zoekende naar de plaats van de jacht. 11. Deze plaats is de plaats waar hij wordt klaar gemaakt voor de oorlog en de jacht, voor het oprichten van de wet en het recht. Het is de plaats waar zijn mond wordt gevuld met bestraffing en kastijding. 12. Op deze plaats zou Job in staat zijn de geestelijke woorden te horen en gehoorzamen. 13. Deze plaats is Issaschar, de leegte. 14. Issaschar is nodig om daadwerkelijk tot 153 overwinning te komen over de vijand. 15. Laat een ieder waken over dit boek, en komen tot de dieptes van dit boek, tot verdere overwinning over het oervlees. 16. Zalig zijn zij die dit boek begrijpen, en vervloekt zijn zij die dit boek verachten. 17. Het is het binnengaan van Bashan, de velden van overvloedig vee. 18. Het land van Laban was vol met geinfiltreerden. Ook waren hier herder cultussen binnengedrongen. Juda moest ermee afrekenen. 19. Juda werd aangesteld als een slager en kwam tot Gad. 20. Gad is de geestelijke slager, waardoor anderen tot slager worden. 21. Dit heeft allemaal met hele diepe symboliek te maken. 22. In het toetsen brengen wij alles eerst tot de kooien. 23. Het toetsen is verbonden aan de geestelijke oorlog en de jacht. 24. Hiervoor heeft het oervlees een heleboel afleidings-taktieken om jagers te verwarren. 25. Laat je daarom niet afleiden en verleiden tot valse oorlogsvoering. 26. Dus altijd zoeken naar de bron. De afleidende geest wil ons voeren tot nutteloze gevechten. 27. De valse richteren-geest is een geest die oorlog laat voeren, terwijl er eigenlijk jacht gevoerd moest voeren.
Page 154
27. Van het letterlijke komen tot het symbolische 1. Aser staat voor de tucht, en voor de jacht. In Aser werd men getuchtigd en klaargemaakt om te tuchtigen. De gesel en de boog zijn symbolen van Aser. Aser is een volk van heersers. 2. Esau had Hititische vrouwen, wat een beeld is van dat hij de berg van de grote moeder was opgegaan voor de jacht, om het oervlees te overwinnen, oftewel om te komen van het afgeslotene tot het voortgaande. 3. De vesting van Edom is in de wortels : ontoegankelijke geheimen. 4. Ezau leidt dieper tot de duisternissen van het paradijs en de eeuwigheden. Het is een teken van overwinning over de hebzucht en het ingaan van de honger, het vasten wat tot glorie leidt. 5. In de paradijselijke leegtes komen we van het letterlijke tot het symbolische, wat overgaat in Gad. 6. Kennis en bewustzijn werd veroordeeld, en het leven werd van de mens afgehouden. 7. Adam werd veroordeeld min of meer, als de gevallene betiteld, omdat hij kennis wilde vergaren. Met Eva gebeurde hetzelfde, omdat zij de bloedband was door het vergieten van het bloed van de vijand. 8. Orion was in Griekse mythe voortgekomen vanuit een met urine en zaad vervuilde runderhuid. Urine bakent in de natuur terreinen af, als teken van overwinning en bezit. In de paradijsteksten van Betelgeuse moesten de huiden die voor tenten en voorhangsels werden gebruikt vaak bevuild worden 154 met zaad, urine en vee-bloed voor die reden, om boze geesten weg te houden. Ook werd dit gedaan om de jacht te doen slagen. De geestelijke kennis over boze geesten en hoe die te bestrijden ging diep. 9. Er waren geen wazige rituelen, maar alles had een duidelijke reden. Zij die aan zulke rituelen deelnamen zonder de betekenis ervan te weten, zonder ingewijd te zijn, zouden er krankzinnig door worden. 10. Geestelijke kennis was een belangrijk element en ging vaak oraal, en werd opgeslagen in symbolen. Het was niet zo dat men veel aandacht aan studie gaf. De geestelijke kennis kwam door de jacht, door het doen. Studie was zelfs een gevaarlijk iets. Ze waren voortdurend bezig met de jacht en de visserij, en kregen daardoor hun geestelijke kennis. Ook school was dus gevaarlijk, want dat kon gemakkelijk uitlopen tot bedrog. Kennis kwam door overwinning over de vijand. Zo ontstonden ook de ware bloedbanden. 28. Wat schuilging achter de boom des levens 1. Betelgeuse is een reusachtig Orions centrum, met een reusachtig archief van de paradijsteksten van Betelgeuse. Het paradijs van Betelgeuse werd verborgen gehouden onder de scheppings-mythes van menselijke overleveringen en tradities. 2. In de paradijsteksten van Betelgeuse is de geestelijke buffeljacht een centraal thema waar alles omheendraait en naartoewerkt, als de bron van de schepping. 3. Alles was in runderbloed, omdat zo de mannelijke suprematie de macht niet kon grijpen. De matriarchie was alleen veilig in runderbloed. Het reusachtige archief van paradijsteksten van Betelgeuse gaat diep in op de verschillende vormen van Orions vee, en hoe het vee behandeld moet worden. 4. De scheppingsmythe van menselijke overleveringen en tradities wilde dit ondersneeuwen. Juist in het Aramees zijn er zoveel tekens en heenwijzingen naar de paradijsteksten van Betelgeuse. 5. Alles had zijn oorsprong in Betelgeuse. Zelfs de aarde bestaat alleen door Betelgeuse. De aarde is een schepping van en in Betelgeuse, die het drogbeeld geeft dat het buiten Betelgeuse is. Het is belangrijk om onze koers terug te krijgen, en te gaan tot Tork. In Tork was Septus onttroont. 6. Betelgeuze kan je onderverdelen in gebieden. In het gebied 'Tork' was er lang geleden een skeletgeest als patriarchische leider. Zijn naam was Septus, een geest van bedrog, en hij werd uiteindelijk verdreven, maar kreeg een grote autoriteit in andere delen van Betelgeuse, Orion en de rest van het universum. Vandaar dat het gebied Tork een belangrijk gebied is om los te komen van Septus. 7. Iedere sobere gaat hier doorheen, om zo tot de leegte te komen, tot de Orionse afgrond. 8. Gad-Adam, als Adam komende tot Gad, tot het bloed van de vijandelijke prooi. In de diepte van de Gad-Adam, van de Qidmah, is de Dukka, de rituele slachtplaats in het Aramees. De Nakas kan hier uiteindelijk naartoe leiden, maar dat is niet altijd noodzakelijk. De Nakas is een wachter van de Dukka die ervoor zorgt dat niets onnodig of voortijdig in de Dukka terecht komt. 9. De Nakas bewaakte die regels. De Nakas is de wet van tucht, die ervoor zorgt dat boze geesten niet 155 voortijdig of boven de maat worden bestrafd. Noach probeerde dit na te bootsen. Hij moest de dieren verzamelen, en zou daarna het bevel krijgen het oervlees te offeren. 10. Jezus werd gelegaliseerd in een vorm door Nicea. Alleen Niceaans christendom werd toegestaan door de wet. Vóór Jezus was er Serapis Christus, wiens volgelingen 'christenen' genoemd. Ze moesten een beeld van Serapis Christus maken om te aanbidden. 11. Serapis Christus was de baas over Cerberes, die aan zijn voeten lag. Onder Theodosius I werd het grootste deel van de cultus uitgeroeid. 12. Serapis was een mengeling tussen Osiris en Apis, de rund-god van Egypte. Serapis was een offer-rund, zoals Jezus een offer-lam was. 13. Serapis Christus werd veranderd in Jezus Christus, en rund werd veranderd in lam. 14. Serapis was een oorspronkelijke cult van de eerste christenen. 15. Ook in het Romeinse rijk werd de cultus van Serapis zeer groot, en had monotheistische eigenschappen. 16. Serapis werd gelijkgesteld met Jupiter, en met Sabaoth, die in de gnostiek de zoon van Yaldabaoth is, van de Demiurg, de valse schepper van de gevallen aarde buiten het paradijs. 17. Sabaoth rees naar de zevende hemel, en stootte zijn vader van de troon, zoals de Romeinse Jupiter zijn vader Saturnus van de troon stootte. 18. Serapis werd gelijkgesteld met Sabaoth als de god van licht. Hij werd het Licht genoemd, en het daglicht. Ook werd hij de aarde genoemd.
Page 156
19. Ook waren er inscripties op talismannen : 'Er is maar één God, en dat is Serapis,' en 'de enige levende God'. In het Grieks werd Serapis gelijkgesteld met Zeus, de Griekse vorm van Jupiter, die op zijn beurt zijn vader Cronos van de troon stootte. 'Eén Zeus, één Serapis.' 20. Ook werd hij gelijk gesteld met Helios en Mithras, en zo was Serapis een composiet van samengestelde goden tot monotheisme. 21. Serapis verscheen aan Alexander de Grote in een droom om hem de verovering van de wereld te verschaffen. 22. Hydra ging schuil achter de hogere vorm van de boom des levens, als de bewaker van de ware wijnstok. 23. Hierdoor viel de mensheid. Hydra schiep menselijke overleveringen en tradities door giftig bloed. 24. Johannes is de wachter van de christelijke hel. De Openbaring van Johannes heeft de leer van de hel en de apocalypse groot gemaakt. Johannes is een oude boomgod, die deze geheimen moest bewaren. De boom houdt de geestelijke kennis verborgen. 25. Johannes schiep het Woord, om de geestelijke kennis verborgen te houden. In Perzie is hij Zoroaster, het vleesgeworden Woord, geboren uit een maagd. Zoroaster was de bewaker van de Perzische hel en ook van de hemel. Hij onderwees hierover, en over vele andere mysterien. Ook hij had een heilige beker, en een eucharistie. 26. Het zeer giftige bloed van de hydra doodde de sobere. In sommige mythes was dit een vuur. Hierdoor stond de sobere ook op. 27. Dit zeer giftige bloed misleidt, geeft illusies, en leidt naar de vernietiging. 156 28. Dit is gewoon een andere expressie-vorm van de boze geest. 29. Prometheus koos ervoor dit tot de mensheid te brengen, en betaalde een hoge prijs. Dit is de prijs voor hen die azen op onschuldig bloed. Zij drinken het giftige bloed van de Hydra, de slang van de macht achter de boom des levens, de ware wijnstok. Dit is een groot oordeel. 30. Dit zijn allemaal manifestaties en vormen van het monster Mercurius met zijn uiteindelijke noodlot. 29. De vrucht van de valse boom 1. Zij die leven van onschuldig bloed, dus ook het bloed van afgoden gebruiken, zullen hierdoor ook vergiftigd worden. 2. Veel van wat Rooms was werd gehaald vanuit het Griekse. Er waren nogal wat Griekse christusfiguren. Zo was Prometheus daar één van. 3. Hij kan ook wel bestempeld worden als de Griekse Lucifer, de Lucifer die zich achter Lucifer schuilhoudt. Die wortels zijn in het Grieks, en hier hebben we te maken met een hogere, verborgen Lucifer. 4. Prometheus kwam in een oorlog met God, want hij had vuur aan de mensheid gegeven. 5. Hierdoor werd Prometheus uit de hemel geworpen, en onder een oordeel geplaatst, wat inhield dat hij aan een rots werd vastgeklonken, en waar hij periodiek door een roofvogel bezocht zou worden die zijn lever, als beeld van de opslagplaats, zou eten, en die dan weer aan zou groeien, zonder dat hij zou sterven. 6. Prometheus wordt door de mens gezien als martelaar en God, om de mensheid te redden. Hij was gekruisigd, en stond op van de dood. 7. Prometheus had God verraden, had de God uitgedaagd, en stond aan de kant van de mensen. 8. Prometheus werd in het oordeel aan een rots geklonken, verbonden aan de rots. We zien Petrus hierin terug, de rots waarop de kerk werd gebouwd, en ook de rots waaruit Mithras voortkwam, of de grot van Jezus. 9. Hierom bewaakt Petrus de hemelpoort. 10. De val van Prometheus was een diepere val dan de klassieke val van Lucifer ooit was geweest. Een reusachtige wereld gaat hierachter verborgen. 11. De sobere moest twaalf werken verrichten, en één van deze werken bracht hem naderhand tot de dood. Ook stond hij weer op als 'de verrezene'. 12. Het tweede werk van de sobere had hem het bloed van de Hydra gegeven, wat hij als een gif gebruikte in oorlog en jacht. 13. Toen hij Nessus versloeg die zijn vrouw probeerde te verkrachten gaf Nessus zijn bebloede kleed aan de vrouw van de sobere. 14. Het bloed echter was niet van Nessus, maar het zwaar giftige bloed van de Hydra. Het bloed begint de sobere uit te teren wanneer hij het kleed aanneemt, en zijn huid wordt door het gif verscheurd. Zijn botten worden zichtbaar door de scheuren in de huid, en hij sterft. 15. In andere mythes zijn dit koningsklederen die 157 hem worden aangedaan, waarna hij wordt vermoord, weer opstaat, en ten hemel vaart. 16. Hier komen ook de mythes over het spotkleed van Jezus vandaan. De twaalf werken zijn de twaalf discipelen, en het verborgen dertiende werk, de bevrijding van Prometheus, is de basis voor de christelijke Jezus, de dertiende. 17. Petrus is het verborgen, diepere fundament van het christendom, en deze geestelijke geheimenissen worden geopenbaard. 18. Dit is de Simson-pilaar, en de Melchizedekpilaar, de onbekende god. 19. Jezus werd benoemd als een priester in de orde van Melchizedek. 20. God zelf werd een priester in de orde van Melchizedek genoemd. Melchizedek is de verborgen god. 21. Velen ontvangen vandaag de dag het vuur van Prometheus en komen onder deze geest terecht. Ook wordt dit vuur veel op de mensheid geforceerd. Dit vuur ontvoerd mensen. 22. Prometheus verleidt mensen met dit vuur. Het verblindt hun ogen. Dit is het gif van Mercurius, als de vrucht van de valse boom, die ons afhoudt van de geestelijke kennis. 23. De wijnstok was een oudere SyrischBabylonische vorm van de boom des levens. Dionysus of Bacchus is een andere vorm van Mercurius-Prometheus. De mensen werden zo verbonden aan gekte en dronkenschap, wat de betekenis is van Dionysus-Bacchus. Dit moest zodat de medische markt kon floreren. 24. Hier werd ook de enigmatische medische branche van de psychiatrie op gebouwd. De
Page 158
medische markt had als doel de mens te vergiftigen. 25. Dit gebeurde door het bloed van de Hydra. de handel, de oplichterij, als de god van de dieven. 7. De eerstelingen moeten geofferd worden, als voorbereiding op de buffeljacht, en dan moet de buffeljacht beginnen. 30. De Behemoth 1. Op de derde scheppingsdag, in het Qidmah gebied buiten Eden, ten westen van Eden, dieper in het paradijs, is een gebied van kinderen. Zij hebben als leidster Zara, hun moeder, Sara, Sarah, wat staat voor een matriarchie die over de kinderen is aangesteld. Zara betekent oogst, als loon. Zara is 'dat wat het zaad voortbrengt'. In het Aramees deed zij dit door scheiding. 2. Het verhaal van Sarah en de stammen onderworpen aan haar duidt op een geestelijke beschrijving van het komen tot de derde dag, de dag van het zoonschap. Het was een beeld van het komen tot de grote moeder. In haar werden alle stammen geboren. 3. Alnilam is het centrum van de 'riem van Orion', de middelste planeet. De Alnilamse paradijs teksten tonen dat de mens voortkwam vanuit de buffeljacht, of bizonjacht, en dat de mens daar ook altijd naar zou terugkeren. 4. De Alnilamse paradijs teksten spreken over drie oerstammen. 5. In Mithraisme kwam Mithras, de RoomsPerzische Jezus, vanuit de Petra, de rots, of grot. Na het weggaan van Jezus en na het pinksterfeest zou de kerk gebouwd worden op deze rots. 6. Petrus was de eerste van de pausen. De gaven moesten gekocht worden. Mercurius is de god van 158 8. In een oude Mithras tempel was ergens geschreven dat alleen het bloed van Mithras kon redden. Dit werd later overgenomen door Jezus. Mithraisme ging over de geestelijke bizonjacht. 9. De Hittieten staan voor de verzoening die duidt op de bloedband die ontstaat door het gezamenlijk vergieten van het bloed van de vijand, resulterende in de heilige scheiding tot geboorte, tot zoonschap onder de grote moeder. Dit is wat ten diepste de buffeljacht inhoudt, en wat ook werd geleerd in Mithraisme dat er geboorte is door het bloed van de buffel. 10. Om deel te hebben in de stam moest men besneden zijn. 11. Het was dus daadwerkelijk zo dat de mens geleid was tot het westen van Eden, dieper in het paradijs. 12. Zo ontstaan ware bloedbanden. Zo werden families geschapen. 13. De Hittieten waren een volk van Indo-Europese taal, die goden aanbaden zoals Mithra, Indra en Varuna, die ook in India werden aanbeden. De Hittitische taal is nauwverbonden aan het Sanskrit van India. De Hittieten vereerden stormgoden en berggoden. Tharhunt was de god van de donder, waar ook de Germaanse Thor vandaan kwam. Tharhunt was in gevecht met de slang Illuyankas. In eerste instantie wint Illuyankas het gevecht. De slang kon alleen verslagen worden door tot de oermoeder te naderen. 14. Tahr, waaruit Thor voortkwam, betekent verovering. In het Sanskrit is dit Tura wat machtige en kracht betekent. Turashah was een andere naam voor Indra. Van Tahr komt ook toros en taurus voort, rund. Dit staat in verband met bergen. 15. Eén van de hoogste goden voor de Hittieten was genaamd Taru, een stormgod. De Hittieten waren een bergvolk in het Noorden van Kanaan. In de grondtekst betekende het 'scheiding' en 'angst'. Zij vertegenwoordigden de doorboringen van de mazona, de heilige scheiding, en van de vreze van de geestelijke kennis. 16. Zij moesten komen tot de berg van de grote moeder in het paradijs, in de dieptes van Kanaan, in de dieptes van de Aphar, het paradijselijke stof en vuil, het gebied van de Hittieten. 17. Thor, de god van de donder en de vruchtbaarheid, is de Germaanse, Oud-Europese vorm van Horus. Ook hij heeft een staf, in de vorm van een hamer, Mjollnir. Thor is de Heer van de runderen, en ook de slachter van runderen, en hij komt voort vanuit de Hittitische berggod. De berg opgaan is het overwinnen van de Behemoth, het monsterlijke rund van Job. Thor draagt de Mjollnir als het mes van de Behemoth, wat de chereb is, de harba, oftewel het mes van de besnijdenis, Gad. 18. Thor, Taurus, Horus, bewaakt de berg van de grote moeder, van de Moeder van geestelijke kennis, op de scheiding tussen Eden en de paradijselijke berg van de amazonen. Thor, Taurus, was befaamd vanwege het verslaan van reuzen. 19. De runderen en kalveren van het oervlees waren als de geschriften die Ahn hadden omsingeld. Ze wilden Ahn hierin opsluiten, maar Ahn moest de strijd en jacht aangaan om van hen zijn wapenrusting te maken. 20. Dit betekent dus de berg over de grens van Eden opgaan, de berg van de moeder van de geestelijke kennis. 31. De geestelijke kennis van Ezau 1. Thor, Taurus, Horus, troont in de saffieren stad. Saffier is het materiaal van de troon, en van de pen, het woord, en dus nauw verbonden met runderen. 2. De Dukka, de Dukketa, is de rituele slachtplaats waar het saffier ligt, de steen van de schrijfpriester. 3. Hier ligt de Sappil, de steen van profetie. 4. Zij die tot de Dukka komen, krijgen de geestelijke sleutels van de Towrah, de wet. 5. In de diepte van de Gad-Adam, van de Qidmah, is de Dukka, de rituele slachtplaats. 6. Er is een valse profetische beweging die de profeten moeten overwinnen. Dit is een strijd tegen het valse oordeel. 7. Dit is zo belangrijk dat het tot een eeuwige inzetting is aangesteld. 8. Vanuit de rib werd de vrouw geschapen. De vijandelijke ribbenkast wordt ook genoemd borsttuig van de gerechtigheid, als een priesterlijk item, of van de tijd van het oordeel. 9. Ezau had Hittitische vrouwen, wat een beeld is van dat hij de berg van de moeder God was opgegaan om te komen van het afgeslotene tot het voortgaande. 159
Page 160
10. Ezau zou de Taurus overwinnen, zich bekleden met de runderhuid tot een beeld van de verovering daarvan, als een teken van overwinning. 11. Ezau veroverde het mes van de besnijdenis, oftewel de slagtand van de Behemoth, een boze geest in de vorm van een oer-rund. 12. Ezau kwam tot Gad. Ezau moest door deze scheiding heen. 13. Ezau moest de Amazonen-berg over de grens van Eden opgaan voor de buffeljacht. Dit werd geestelijk uitgebeeld door zijn overgave aan de Hittitische vrouwen, de Hittitische geestelijke kennis 14. Ezau was een shamaan, die een geestelijke dodentocht moest maken door de uiterste dieptes van de onderwereld. Hij moest hierbij door de nodige initiaties gaan, inwijdingen, uitgevoerd door de Amazonen, de grote vrouwen van Orion. Hij moest allerlei wilde beesten in de onderwereld ontmoeten. 15. Dit is een orakel van de onderwereld. 16. De Etru is de Orionse Thorax, borsttuig, ribbenkast, oftewel het priesterlijke pantser der gerechtigheid, wat ribbenparen bevat om de stammen uit te beelden. In Orion is dit ook tegelijkertijd de geestelijke buffeljacht. 17. In Mithraisme stond dit centraal, maar dit werd later afgedekt door menselijke overleveringen en tradities. 18. De Etru betekende ook bottenrok. 19. De vrouw werd hiervanuit geschapen, of beter : kwam hierdoor, door het paradijselijke orakel, in zicht van de man, oftewel : Zij werd geopenbaard. 20. Waarom staat de buffeljacht (bizonjacht) 160 centraal ? Omdat dit namelijk het charismatische uitbeeldt. Hierin moeten we komen van gave tot loon in een persoonlijke verhouding tot de geestelijke kennis, door gerechtigheid en eerlijkheid, en niet meer door drogbeelden. 21. We moeten leren leven door Gad. 22. De geestelijke kennis van Ezau kwam om het mes te brengen, de harba, de besnijdenis (chereb, Gad). 23. De buffeljacht is het beeld van het charismatische. De buffeljacht is het beeld van het loon, van voortgaande openbaring, zodat de canon van het oervlees verbroken wordt. 24. We moeten onder ogen komen dat de menselijke overleveringen en tradities afleidings-taktieken zijn van Orions vee. 25. Alema is een Orionse kipsoort. Schaveko is een Orionse kipsoort. Trama is een Orionse vissoort. Pistes is een Orionse vissoort. Melezer is een Orionse vissoort. Alast is een Orionse varkenssoort. Kalinga is een Orionse varkenssoort. 26. Al deze soorten proberen de mens af te houden van de geestelijke kennis. 27. Merces, waar Mercurius vandaan komt, is Latijn voor 'onrechtvaardige beloning, steekpenning, omkopen', waar ook het woord 'mercy' vandaan komt, genade. Het is een vals loon-systeem, een drogbeeld. 28. Mercurius is een drietand. Dit zijn allemaal oude bloed-goden in diepte. 32. De bloedband door het verslaan van het oervlees 1. De mens kwam tot Qidmah, de plaats ouder dan Eden, aan de westelijke kant. De mens kwam dieper in het paradijs, dieper in de onderwereld. 2. De wildernis leidde tot de paradijselijke afgrond, tot de leegte. 3. Menselijke overleveringen en tradities bedekten de Chasma, de paradijselijke afgrond, de leegte, als een beeld van de moederschoot. In de moederschoot worden de bloedbanden gesmeed. Dit gebeurde door echo in het Grieks, bloedbanden hebben door het verslaan van het oervlees. In het hebreeuws is dit havah, Eva. 4. Wij hebben loon, door echo, door Eva, de bloedband door het verslaan van het oervlees, dus dit loon komt alleen door verbintenis aan een stam, en aan de oermoeder. 5. Zo hebben wij toegang tot de paradijselijke afgrond. 6. Zij die dit verwaarlozen zullen dus een eigen wil hebben die tot verderf leidt. 7. Vis betekent vermenigvuldiging en vruchtbaarheid. Dit is een metaforische mythe. De vis werd verzameld in geweven manden, maar in de wortels betekent het zaad, en het trekken van een mes. Het wijst terug op het oorlogszuchtige 'mayim', bloed en zaad, wat de onderwereld schiep. Door echo, Eva, werden de stammen gevormd. 8. De geestelijke kennis, de profetie, is tot terugkeer en verovering van het paradijs. 9. De valse kerk eet en drinkt het lichaam van de afgod van menselijke overleveringen en tradities. Dan zeggen ze : 'De kerk is het lichaam van de afgod,’ dus in wezen eten ze elkaar. 10. Checed betekent eeuwige tucht, wat ook 161 voorkomt met het woordje owlam erbij wat eeuwig betekent. In het Hebreeuws zijn klaagliederen Qaynah, ook als schreeuwen in het Aramees. 11. Zij is een Amazone die over het land is aangesteld. In de eeuwige tucht is Zij aanhoudend, vast, streng. 12. In het Aramees waren er ook klaag-priesters, onder Qaynah. De klaag-priesters van Qaynah waren nomaden die rondzwierven, met jagerstenten. 13. Er waren omheinde nederzettingen, maar het cukkah-feest van de trekkende jagerstenten was een belangrijk fundament. 14. In het paradijs leidt de rivier de Tigris tot het Qidmah gedeelte. Qidmah betekent 'ouder dan Eden', en is in het westen van het paradijs. 15. Het was een plaats dieper in het paradijs. De oude profeten noemen het de roede van de toorn van de grote moeder, en ook als het eeuwige touw, de eeuwige keten. 16. Het zou ons terugleiden tot de eeuwige tucht. Hierom ging het volk in ballingschap. 17. Het oervlees moet verslagen worden, anders zullen zij onschuldig bloed vergieten. 18. Qidmah betekent grote oorlog. Adam kwam hier toen hij door de nachten van het visnet was gegaan. 19. Er zijn in de geschiedenis vele afgoden geweest. Het vlees eten van een afgod heeft te maken met het oordeel. Zij eten elkaars vlees, wat een teken van krankzinnigheid is. 20. De genade wordt door de afgod aangeboden. Door genade hoeft men niet meer naar school, en zal men elkaar in de haren vliegen, om zo elkaars vlees te eten. In diepte bestaat er geen genade. Genade is een geest van oorlog, van spijbelen, van luiheid en gemakszucht. Genade is een drogbeeld, een misleider. Genade is niet eerlijk, en is
Page 162
overmoedig, wat wordt opgewekt door valse liefde. Je wilt iemand verwennen om zo je eigen schuld niet te hoeven voelen. Valse liefde bedekt schuld, maar rekent er niet mee af. Om met schuld af te rekenen moeten we naar school, en moeten we dingen leren goedmaken, als in loon. Dit is waarom de staf van genade verbroken moest worden door Zacharia. 21. Er waren valse herder cultussen binnengedrongen. Juda moest hiermee afrekenen. 22. Ze hadden bloedoffers aangenomen. 23. Zacharia moest toen tot de herder cultussen gaan, en heeft hun staven gebruikt, maar verdelgde ze toen. 24. Judah moest de komende valse herder cultus verdelgen. Juda is een beeld van de urim. 25. De valse herders-cultus leefde van onschuldige bloedoffers. 26. Het is een beeld van de oorspronkelijke man, Sukker, die door zijn onderworpenheid aan de grote moeder de afgod van het oervlees verdelgde. Zo kwam er een scheuring tussen Juda en Israel. 27. De oorspronkelijke man onderworpen aan de grote moeder, waar Zacharia een beeld van is, beeldt ook de stam Judah uit, die komt tegen de cultussen van bloedoffer afgoderij van menselijke overleveringen en tradities. 28. Judah moest afgezonderd worden. Judah werd later twee stammen, omdat Benjamin eraan verbonden werd, omdat Judah en Benjamin de urim en de thummim uitbeeldden. 29. Ook de tweede staf, het aannemen van een bloedoffer, werd verbroken, tenietdoende de broederschap tussen Juda en Israël. 33. Juda en Benjamin 1. Er waren altijd al bloed-offer afgoden, die gegeten moesten worden door hun volgelingen, zodat ze eeuwig leven zouden hebben. Al die afgoden zouden leiden tot de grote cultus van menselijke overleveringen en tradities die de wereld zou innemen. Zacharia streed hiertegen. 2. Menselijke overleveringen en tradities zitten tussen de tanden van het volk. Zij hebben onschuldig bloed in hun mond waarvan ze leven. 3. Zulke cultussen behoorden tot de skelettentafel van het oervlees. Het is de trots van het oervlees, dit stelsel van bloed-offers wat ze hadden opgebouwd. 4. Deze bloed-offer afgoderij is een beeld van Saturnus die zijn kinderen opeet, oftewel de afgod die zijn zoon offert. 5. Het maakt mannen opgeblazen. Ze blazen zich vol met lucht en paraderen dan alsof ze de baas op aarde zijn. 6. Zij maakten ons afhankelijk aan het oervlees, en het oervlees wilde ons trots maken. Zodra mensen zich boven anderen willen verheffen pompen ze zichzelf vol met lucht om groter te lijken. Dit is het werk van boze geesten. 7. Dit heeft te maken met een stuk geestelijke kennis van de mensenleer. De rivier van weeklacht is nauwverbonden aan de paradijselijke afgrond. De moeder van de geestelijke kennis laat hier geen trots toe. In de leegte zal alles heel traag en moeizaam ontstaan door klagen en smeken, zodat er niet gemakkelijk over gedacht wordt, het niet misbruikt kan worden, en het niet trots maakt. Daarom is de rivier van weeklacht eeuwig. 162 8. Wij moeten beginnen met het inademen van het eeuwige zaad. 9. De long van het oervlees zal afsterven, om plaats te maken voor het paradijs. 10. Wij moeten niet in Eden blijven steken, want dan komen we onder de macht van de afgod van het oervlees. Wij moeten onze tocht voortzetten. 11. Om te toetsen is het belangrijk leeg te worden, tot de paradijselijke leegte te komen. De stam Juda staat voor het toetsen, als de urim. Als het toetsen volkomen is worden er de juiste schakels gevonden, zodat thummim ontstaat, Benjamin. Judah en Benjamin staan voor de urim en de thummim. 12. Als de sluiers van het syndroom van het oervlees van menselijke overleveringen en tradities gescheurd worden, dan wordt de Judah zichtbaar, het toetsen. 13. De sobere droeg vele karakteristieken van de Judah, maar ook hield hij het verborgen. 14. Er werd de mens een vlot toegeworpen vol onreinheid, maar daar moest de mensheid het mee doen. 15. Het is een heenwijzer, een voorhangsel. Het verbergt de Judah. Om van allerlei valse en wereldse afgoden verlost te worden moeten wij de Judah ontvangen. De Judah zijn de geestelijke sieraden die de geestelijke kennis en het eeuwige zaad dragen, en haar plannen, om die door ons tot uitvoer te brengen. Het bevat ook het geestelijke halssnoer. Het bevat ringen en doorboringen. Dit is waar Job naar verlangde. 16. Vrees voor mensen spant een strik. Het oervlees had zich diep in de menselijke overleveringen en 163 tradities vastgeworteld, ook in de verhalen. Hoe kon het ook anders. De mensheid was zo afgedwaald. Ze waren nog niet klaar voor het zuivere. Ze waren overgeleverd aan hun begeertes. Ze hadden de Judah verworpen en het verstand tot koning gemaakt. 17. Het volk koos een afgod, want zo kon het volk God en de Judah verborgen houden. Het beeld van de afgod werd uitgemeten. 18. De afgod werd opgericht voor die taak, om mensen tot slaaf te maken aan het oervlees, opdat zij de afgod zouden aanbidden. 19. De afgod was het product dat verkocht werd, om de mensheid tot slaaf te maken, in slaap te sussen, opdat ze de eigen verantwoordelijkheid zouden vergeten. 20. Judah is in de diepte het centrum, de belijdenis van zonden. Hier brengt de geestelijke kennis de besnijdenis terug. 21. De sobere kwam tot de naakte ballingen aan de oer-rivier, Kebar. Aan deze rivier kreeg de sobere openbaringen. Hij bleef afgezonderd daar, als een woesteling. 22. Dit heeft te maken met het komen tot de rivier van de Judah, urim, om zo openbaring te krijgen. 23. God wil de profeet niet dom houden, maar maken tot een geoefende. Zij moeten de doorboringen aanbrengen. 24. Sefanja streed tegen de hoekstenen, de bedekkende stenen. Het voorhoofd, oftewel het topje van het hoofd, moest besneden worden. Maar het volk wilde niet besneden worden, en de geestelijke kennis gaf hen eraan over. Hier heb je je afgoden, je menselijke overleveringen en tradities. Zij wilden geen openbaring ontvangen, en bleven zo
Page 164
blind. 25. Het kwam tot een oordeel. Ze werden overgegeven aan hun misleiding. 26. De Judah is een arena waar alle dingen getoetst worden, waarin de Benjamin zich openbaart als het volkomene. 27. Wij moeten ons toeleggen op de kinderlijkheid en het lijden. 28. In het geestelijke halssnoer zijn Judah en Benjamin verwerkt. 29. Wij moeten strijden tegen het oervlees en het eeuwige zaad inademen, door de paradijselijke afgrond. 30. De rivier van de weeklacht is ook een vallei. De sobere heeft toegang tot deze afgrond. Dit is een heilig klagen, als het heilige smeken. 31. De fluisteringen van deze afgrond noemden hem gehoorzame. 32. Zij bleven hem zo noemen toen hij tot dit gebied kwam. 33. Hij kwam dus tot het westelijke paradijs, ouder dan Eden, als een eerder paradijs. 34. Het eeuwige zaad kon weer stromen, en zij konden hierdoor leven. 35. De vloed, het zaad, was voortgekomen, omdat de mens daarover zijn controle had verloren. Er was nu weer een weg terug. 36. Het teken zou verschijnen, niet zomaar in de wolken, maar ook als de verschijning van de hogere natuur, in dit geval met het paradijselijke teken. 37. Ham kreeg een visioen van het paradijselijke teken. Het teken zelf was gemaakt om terug te 164 wijzen op de oorspronkelijke man, maar ook de oorspronkelijke vrouw. 34. Dat wat vóór Eden was 1. Kanaan werd het beloofde land. Het teken brengt de eeuwige tucht, en maakt degene die het teken ziet tot gehoorzame. 2. Noach zag de uitstortingen van het geestelijke zaad. 3. Het teken zou hen in de tucht houden. 4. Hij kwam tot ‘dat wat vóór Eden was, ouder dan Eden, de eeuwigheid vóór Eden,’ Qidmah, het land van de nomaden, van de tijdelijke tenten, ook het land van de weeklacht. Dit was dus in feite dieper in het paradijs, dieper in de oorspronkelijke wildernis, dieper in de onderwereld. 5. Je kunt het vergelijken met het teken wat Ham zag. Het was een paradijselijk teken. Dit is hetzelfde als door Eva geestelijke kennis ontvangen, Kanah. 6. Na tot Eden te zijn gekomen moeten we op doortocht gaan naar het westen, richting de paradijselijke afgrond. 7. Het teken moeten wij ontvangen, om de menselijke kracht, de spierkracht van het oervlees, te verbreken, opdat het geestelijke zaad van Kanah ons kan vervullen. 8. Het teken van Kanah is de eeuwige tucht die we nodig hebben om tot haar te komen. 9. Het oervlees wil mensen terugbrengen onder het oude gezag van de fabels van mensen. Ze vergieten onschuldig bloed. Dit allemaal om het oervlees veilig en verborgen te houden. 10. Het is een gevangenis-wacht die verslagen moet worden. 11. Het oervlees heeft het verslaan van het oervlees omgeruild voor onschuldig bloedvergiet, door hele slinkse theologische streken. 12. Het oervlees zit hoog op een troon, als een standbeeld. De mens werd vatbaar voor allerlei afgoden. Het oervlees troont in het valse paradijs. 13. Hij zit hoog in zijn paleis, waar hij zijn valse woord schrijft voor de mens om te volgen. Dit moeten zij navolgen. Hierdoor zet hij ze tegen elkaar op, en vergieten ze onschuldig bloed. Door dit bloed krijgen ze dan een schijn-veiligheid, en worden ze beloond. 14. Door het verslaan van het oervlees kwam de sobere tot openbaring, en kreeg ingang tot de onderwereld. 15. Zijn ogen waren geopend. Hij kwam tot de plaats van het zwellen door honger, door vreze, door het eeuwige touw, als een bewapening. 16. Hij kwam tot de riem van geestelijke gehoorzaamheid, in vrees en beven. 17. Hij kwam tot geestelijk bewustzijn en geheugen, tot vergetelheid, de paradijselijke afgrond, tot Lethe, de eerste vrouw, die zich niet aan de man onderwierp. 18. Zij is de Neqebah, de eerste vrouw, de 165 doorboorder. Sukker is de eerste man. Hij staat voor het geheugen wat doorboord moet worden, om zo in contact te komen met de paradijselijke afgrond, de vergetelheid en leegte. 19. Sukker was de eerste Adam. In het Aramees is hij Dekra, wat vruchtbaarheid betekent. De Dekra hadden geen spieren die over vrouwen heersten. 20. Het is nauwverbonden aan de eeuwige jeugd. Deze schepping werd vernietigd door de zevende dag, door een oorlog, vanwege een soort val. 21. Eva kwam toen om de man weer terug te leiden. De man kwam tot de onderwereld, om strijd te voeren en te jagen, want er waren vele geesten van het oervlees die hij moest overwinnen. 22. Hierin is het belangrijk om terug te komen tot de riem van de geestelijke vreze. Door Dekra kon deze relatie hersteld worden, door de oorspronkelijke man. 23. Nu, dit was een grote test. Er waren beesten van het oervlees in het paradijs die de mens moest verslaan. Deze beesten van het oervlees werkten met het bloed om te doden en te redden. In Ahn zouden de beesten van het oervlees verslagen worden. 24. De mens moest komen tot het paradijselijke geheugen en bewustzijn. 35. De verborgen gehouden Jobietische kennis van de stam Zebulon
Page 166
1. In het paradijs leefde men door het geestelijke zaad. 2. Hier wordt gesproken over eeuwig zaad. Zaad is spora in het Grieks, wat ook scheiden betekent, onderscheiding. Dit komt van spao, spasme, een wapen trekken. Zaad is de stam Ruben. 3. Job moest ervoor strijden, als de stam Zebulon. Het oervlees moest sterven, want het hield mensen afhankelijk aan de afgod. 4. Job moest komen tot het paradijselijke zaad, tot het bittere bloed van de vijand. 5. In die zin was Job een voorbeeld. Veel was gestolen van het boek van Job, en verdraaid, misvertaald, om zo de Jobietische geestelijke kennis van de stam Zebulon verborgen te houden. 6. In het paradijs leefde men door geestelijk spasme, als het trekken van een wapen. Dit is de Griekse betekenis van zaad. Spasme is verbonden aan hoe het geslachtsorgaan werkt, als bouwstenen van het lichaam. Spasme is hoe het hart werkt. Dit kun je niet onder controle houden, en werkt door de hogere natuur. In geestelijk spasme verlies je jezelf. Het zaad geeft geestelijke kennis, als de betekenis van de stam Ruben, het kind van geestelijke kennis. Dit is tot de opwekking van het eeuwige zaad. 7. Wij worden in het paradijs geboren door Spora, door onderscheiding en geestelijke kennis. Dit is een proces. Als wij in het paradijs geboren willen worden dan moeten wij kennis krijgen van de hogere natuur, en van de vijand. 8. Als wij vijanden worden van de eeuwige kennis, dan is alles verloren. 9. Velen die de afgod van het oervlees aanbidden leven als vijanden tot de eeuwige kennis. Zij 166 hebben het gebruikt om de eeuwige kennis te doven. Dit brengt onherroepelijk schade aan de ziel, zoals de daad van de zondeval dit deed. 10. Wij zijn uit de hogere natuur. Wie de hogere natuur kent, de geestelijke kennis, hoort naar ons. Wie uit de hogere natuur niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij het eeuwig zaad, en het oervlees van de dwaling. 36. De eerste Adam en Eva 1. Door het kennen horen wij, en zijn wij van de geestelijke kennis, door het eeuwige zaad, afhankelijk van Haar, en niet meer van het oervlees. Het eeuwige zaad wekt de geestelijke kennis in ons op, om onze zintuigen te openen, tot verbinding aan de geestelijke kennis, om onze Dekra natuur, van de oorspronkelijke man, te herstellen. 2. Dit was de eerste Adam. Deze man was doorboord, om tot Lethe te gaan, de eerste vrouw, de eerste Eva. 3. Dit is het hebben van een getuige, getuigenis. Zij is op Haar strijdwagen, op haar jachtwagen. De Getuige is in historisch verband, als geheugen, of in wettelijk verband, als geweten, als oordeel. 4. Het is om de mens terug te brengen tot het paradijselijke zaad, als een voertuig om tot deze dingen te leiden. 5. Zij rijdt op het eeuwige zaad, en de oordeelsprofeet buigt voor haar, onderwerpt zich aan haar. Zij leidt hem tot het bloed van de vijand. 6. Ook dit was gestolen van het boek van Job, van de stam Zebulon. De geestelijke kennis leidde Job tot de eeuwige wildernis, als een beeld van de Amazone. 7. De rechtvaardigen verheugen zich in het bloed van de vijand en wassen hun voeten in het bloed van de vijand. 37. Kennis in oude boeken 1. U en uw stam hebben het getuigenis, de Getuige, van Job. Onderwerp u voor de hogere natuur. Want het getuigenis, de Getuige van Job, bezit het eeuwig zaad, van geestelijke kennis. 2. Hier komen zij tot de geestelijke leegte, wat ook een oorlog is. Dit heeft te maken met het toetsen, het geestelijke worstelen en verzetten. 3. Het oervlees vecht tegen het geestelijke zaad, tegen hen die onderworpen zijn aan de geestelijke kennis en haar gehoorzamen. 4. Door de geestelijke kennis wordt de vijand overwonnen. 5. Job was een geestelijke gehoorzame van de besnijdenis, tot de geestelijke kennis, in de hogere natuur. 6. Het is gestolen van het boek van Job, van de stam Zebulon. Het is het tweede boek van Job, het tweede boek van Zebulon. Ook is er het derde en vierde boek van Zebulon. 38. 4. Op deze dag kwam de paradijselijke afgrond om 167 Hoe de mens leefde in het paradijs 1. Het eeuwige zaad stroomt tot geestelijke gehoorzaamheid aan de geestelijke kennis, de geestelijke vreze en het eeuwige touw. Dit is ook waar de Dekra voor staat. 2. Dit is hoe de mens leefde in het paradijs, levende van het geestelijke kennis-brengende zaad, vanuit de vergetelheid, de paradijselijke afgrond. 3. Dit werd vervangen door menselijke overleveringen en tradities die afhankelijk maakten, gebonden, aan het oervlees. 4. Dit kunnen wij dus alleen overwinnen als wij terugkeren tot de geestelijke kennis en de geestelijke vergetelheid. 5. Dit komt voort vanuit de geestelijke honger, niet de hebzucht. 39. De val van de eerste Adam 1. Sommigen van de oorspronkelijke Dekra mannen rebelleerden tegen het gezag van de geestelijke kennis, en probeerden over haar te heersen. Dit was de val van de eerste Adam. 2. Op de zevende dag nam de geestelijke vergetelheid wraak. Deze dag was verbonden aan een oorlog, als een dag van vernietiging. 3. Oorspronkelijk was de zevende scheppings-dag de dag van de wraak van de geestelijke vergetelheid.
Page 168
alles op te zuigen en te vernietigen in de leegte. De schepping ging verloren. Daarom kwam er een tweede schepping. De eeuwige oorlog is dus opgeborgen in de zevende dag, de dag van de geestelijke vergetelheid. 5. In haar was het eeuwige leven. Ze probeert om terug te komen aan de oppervlakken, op zoek naar kinderen om ze in te wijden in de oude geheimen. Ze is ook de oproep om terug te keren naar de kindertijd, en zij zal kinderen beschermen tegen de markt van het oervlees, de krankzinnigheid van het geldwezen. 6. Zij buigt niet voor de man, maar doorboort hem om hem in te wijden, zoals haar oorspronkelijke betekenis was als de Neqebah. Ze is er om zijn diepere geheugen aan te wakkeren. 7. Adam was bereid om deze profetische boom te benaderen, als de oorspronkelijke Dekra. 8. Er was de Oorlog van de geestelijke vergetelheid, waarin de eerste Adam probeerde Neqebah voor hem te laten buigen. Neqebah vluchtte, en er was een dag van vernietiging, de dag van de geestelijke vergetelheid, van het terugkeren van de paradijselijke vergetelheid. 40. Dekra en de slechte vrucht van vrouwenoverheersing 1. Dekra was een eerdere Adam, als een behemah, een wilde. Dus er was ook een val van Dekra, de eerste Adam, omdat hij probeerde om te heersen over de vrouw. Dat was de ware bron van alle problemen. De tuchtplaats was in wezen een manier om evenwicht terug te brengen, en om de kinderen te brengen in een nieuwe schepping. 168 2. Het lijden was bedoeld om de diepere betekenissen te openen en verbinding te maken met verloren delen van de onderwereld. 3. Als er enig kwaad was, dan was het het kwaad van Dekra tegen Neqebah, in een poging om haar te laten buigen voor hem, zodat hij kon heersen over haar. 4. In die zin had Dekra gegeten van een zeer slechte vrucht, in de eerste schepping, toen hij probeerde zijn moeder, moeder aarde, te vernietigen. 5. Dekra moest tot dienstbaarheid komen als gevolg, en dit was de reden waarom het touw van de vernietiging werd gebruikt. 6. De derde dag van de schepping was de dag van de kinderen. Het was allemaal om de dreiging van het patriarchale tijdperk uit te roeien. 7. De vijfde dag is de dag van de honger, de dag van Tantalos. De honger-wezens leefden in armoede, in de woestijn, maar dicht bij de natuur, en ze hadden niet de opgeblazenheid van de patriarchale bedreiging. Ze waren minimalisten. 8. De zevende dag was de toorn van de geestelijke vergetelheid, waaruit een nieuwe schepping voortkwam, de tweede schepping. 9. De zesde dag was de dag van de jacht. Hier was de mannelijke opstand tegen de wet van de hogere Amazone, en door de zevende dag kwam er een tweede schepping, de manier waarop het mannelijke zijn weg terugvindt naar de oorspronkelijke Amazone van de hogere natuur. 10. Het is een allegorie die deze reis door de eeuwen heen beschrijft, de achtste dag. En door het afdalen in de onderwereld komt men tot de negende dag. In elk tijdperk is er een patriarchale bedreiging tegen vrouwen, en elk tijdperk houdt men zich hier mee bezig op zijn eigen manier. Net als in de dagen van Noach, waar de nephilim, mannelijke reuzen, regeerden, kon de vloed worden gezien als de wraak van de Amazones van de hogere natuur, wat hun menstruatie betekent. 11. Op de tiende dag kan Mozes, als de stam Judah, gezien worden als de hersteller van de wet van de geestelijke vergetelheid. 12. De man, die voortkwam uit haar en die gewoon een ander deel van haar Wezen is, keert terug naar haar. En dit alles door de kracht van het orakel, wat in haar diepte een geestelijk touw is. 13. We zijn gedreven tot de terugkeer naar de leer van de geestelijke vergetelheid, tot de oorspronkelijke vruchtbaarheids cyclus. Hieruit stroomt de geestelijke melk om pelgrims te maken, een ingewijde in de geheimen van de Amazones van de hogere natuur. 14. Het is de geestelijke vergetelheid die Haar lichaam openstelt wanneer men meer wil weten over de geestelijke kennis. En al Haar naaktheid is gewoon Openbaring en bedoeld om in te wijden. 15. Het is slechts door de afdaling in de onderwereld dat we Haar kunnen kennen, waar we alle verborgen, geheime kennis kunnen ontsluiten. 16. Het geheugen, Dekra, is er, maar moet doorboort worden, tot het herstel van Neqebah, het oorspronkelijke vrouwelijke, de geestelijke vergetelheid. 17. We zien de Neqebah in de vorm van het orakel terug met een nieuwe poging om te communiceren met de man. 18. Door deze communicatie is er vernietiging en 169 herschepping, zoals wanneer de vuile wateren waren verdeeld, een plek ontstond, nieuw land. 19. De tiende dag of periode van de schepping kreeg zijn hoogtepunt in de Ahn Mythes die geestelijk gezien de opkomst van de oorlogen van de geestelijke vergetelheid waren, waaronder de gladiatoren van de geestelijke vergetelheid werden opgeroepen. 20. Wanneer de geestelijke vergetelheid op ons jaagt, doorboort en markeert zij ons. Zij brengt ons terug naar de zesde dag, en dan naar de derde dag, de dag van de kinderen. Dit is de dag van Zera, wat niet alleen zaad, kinderen, betekent, maar in zijn wortels ook betekent : verstrooiing. 21. Het is het teken om verder toegang te hebben in haar. 22. De vloed wachtende op de top van de boom, de tuchtplaats, de menstruatie van de geestelijke vergetelheid. Ze wacht hier voor tijden, totdat zij weer wordt vrijgegeven door de wijzen. Zij is als de zus van de geestelijke vergetelheid. 23. Op de achtste scheppingsdag is de oorspronkelijke Amazone herenigd met Adam. Dit zal gebeuren door middel van exegese, schriftuitleg. II DUIZEN 1. Waakzaamheid die tot diepte leidt 1. Het gaat hier om de wedergeboorte in het hogere. Het is een beschrijving van de vergetelheid, de leegte, waarin nieuwe schepping plaatsvindt. Dit is
Page 170
een eigenschap van de droom die hierin plaatsvindt, de eeuwigwording. 2. Het gaat hier om een eeuwig geluk wat geboren wordt in de vernietiging van het valse zelf. Deze vernietiging is meer een vertaling dan dat het om daadwerkelijke vernietiging gaat. Uiteindelijk moet het zicht van de mens veranderen. 3. We moeten onze vijanden niet vervloeken, maar zegenen, en als we geslagen worden moeten we niet klagen, maar moedig onze andere wang keren. Als we bestolen worden, dan geven we zelfs nog meer dingen weg, en als iemand ons vraagt een mijl te lopen, dan lopen we de dubbele mijl. Natuurlijk is dit oorlogskunde, en dit geldt zeker niet in alle situaties. 4. Er is een seizoen voor alle dingen. Soms is het belangrijk het lijden te aanvaarden, het lijden van de ander erbij te dragen en om het lijden te vragen. Dit is nodig om bruggen te slaan, om anderen te helpen, om door het lijden contact te maken met de hemel. Maar als dit getal vol is geworden moeten wij de strijd aangaan. Wij moeten erg gevoelig zijn voor het veranderen van deze seizoenen, opdat wij niet teveel lijden, en niet te weinig, en ook niet teveel strijden en niet te weinig. 5. Het gaat hier erom dat we geen blinde vuistvechters moeten wezen, maar onderscheiding moeten hebben. Het woord haat kan ook vijandelijkheid betekenen. De mens moet eerst terugkeren tot de leegte, tot de rust, vluchten van alles, om tot zijn zinnen te komen, om zo van een afstand te bekijken wat er nu eigenlijk gaande is en wat er moet gebeuren. Overmoed is namelijk een erg groot gevaar, en soms is de vijand helemaal niet de vijand. Soms kan er een groot misverstand zijn. 6. Wijsheid is beter dan wapenen, wat niet betekent dat er nooit een geestelijke oorlog of strijd mag zijn. Het één sluit het andere niet uit, maar leidt het 170 ander. Wijsheid is een oorlogskundige die weet wanneer te beginnen en wanneer te stoppen. Ook weet wijsheid welke wapens te grijpen en welke wapens absoluut niet. Het gaat erom de diepte te begrijpen. Het gaat niet om wel of niet haten, maar het gaat om de kennis. Het is voor de mens aan te raden het kwade te haten, anders kan er niet van het goede gehouden worden. Dat is ook de ware betekenis van de vreze des hemels, namelijk het kwade te haten. 7. De wijsheid is het kind aan de moederborst, en het bloed, oftewel het sterven van het valse zelf. Er is geen schepping van het goede zonder het vernietigen van het kwaad, wat gebeurt door de hemelse vergetelheid. Het vernietigen betekent vertalen, begrijpen, onderscheiden, dus het is metaforisch. De gehele oorlog is een metafoor van het tot de diepte van iets komen, van de communicatie, het tot elkaar komen door de blokkades te ontcijferen. Soms is het belangrijk in de geestelijke oorlog om een ander gezichtspunt aan te nemen, en zo eerst tot diepe innerlijke vrede te komen, en verzoening met de kennis. 8. Het gaat om het sterven aan het valse zelf, en dat gebeurt in het gevecht en zo houdt ook het gevecht op, opdat de mens opgenomen wordt, tot een hoger niveau. Ook hier zijn weer gevechten en moet hetzelfde gebeuren. De mens moet leren over te gaan van vechten tot puzzelen. Het gevecht is niet materieel. De mens moet tot inzicht komen. Het gevecht is slechts een symbool. Het wijst ergens naartoe. 9. De nadruk ligt op de waakzaamheid die tot de diepte leidt. Een voorzichtig mens laat zich onderwijzen. Dwazen storten zich roekeloos overal in. Dat zijn allemaal allegorieën. Door volharding wordt de mens hard als steen tegen de verleidingen. Door volharding wordt de mens vereeuwigd. Als de mens voortijdig stopt zal de mens alles verliezen. Dit is slechts een schaduw die zal wegvallen. Het is het overmoedige, onverschillige zelf van de mens. Het is halfslachtig. Het gaat niet diep genoeg en volhard niet genoeg. 10. Een schort in bloed geverfd is het beeld van het metaforische oorlogsbloed, een beeld van de strijdvruchtigheid. Onverschilligheid staakt de strijd voordat het daarvoor de tijd is. Als men dan toch met dit schort gaat rondlopen dan is het geroofd. 11. Het bevlekte schort is een teken van puurheid, want de mens laat zo zien dat hij hard aan zichzelf heeft gewerkt, en geen smetvrees heeft gehad in het gevecht met het zelf van de zonde. Zij die onverschillig zijn bevlekken zich niet, en komen zo in een leugenachtige waanwereld. 12. Er zijn ingewikkelde spiegelingen in het bestaan. Dat kun je niet tegenhouden, maar dat moet je verwerken en begrijpen. Ook moet je er dus tegen strijden wanneer het daarvoor tijd is. De natuur is niet onverschillig. In het verhaal rekent de natuur er dus ook mee af. De natuur gebruikt het om zichzelf te kastijden, om de diepere bronnen van schepping aan te boren. De natuur heeft geen andere keus, en het is dus een noodzakelijk kwaad. De natuur zoekt soms dit soort confrontaties op om antistoffen aan te maken. De natuur als schrijver verzint een hoofdpersoon en ook een tegenspeler, om zo het verhaal te leiden tot de diepere kennis. Er moet altijd een bepaald conflict zijn om tot de diepte van iets te komen. Er moet altijd een uitdaging zijn, een passie die door iets getest moet worden, anders is het waardeloos. 13. Je kunt alleen de waarheid liefhebben als je de leugen haat. Je mag niet denken dat je in de waarheid bent als je dit niet hebt getest en er niet voor hebt gevochten. Zorg ervoor dat je aan de juiste kant staat, en breng hiervoor de nodige offers, anders zal het nergens toe leiden. De zonde draait alles om, noemt het goede slecht, en het slechte 171 goed, de waarheid de leugen, de leugen de waarheid. Laten we erbij stilstaan dat de zonde, het materialisme, geen zintuigen heeft. De zonde speelt alsof de zonde kan zien, maar ziet niets, en verzint dingen om zijn eigen spullen, rotzooi, te verkopen. De zonde kan niet voelen en horen. De zonde maakt een geheel valse realiteit op, als een parasiet. Bedrog is waardoor de zonde voortwoekert. Zij willen winnen ten koste van de waarheid, maar wat hebben ze dan eigenlijk gewonnen ? 14. De hersenen kunnen de hogere dingen nog niet oppikken, dus ze vertalen alles tot lagere vormen, om zich daarover vervolgens het hoofd te breken. De hersenen vertalen alles tot andere personen om hen heen, opdat het hen niet zal overweldigen. 15. Door de volledige emancipatie kan de hemelse vergetelheid binnengegaan worden, waarin het zelf van de zonde volkomen is vernietigd. Dit is een hemelse kennismaking die niet komt zonder het afdalen, de diepte, om aan te geven dat dat de ware kennis is, namelijk die van de onderwereld, van het symbolische sterven aan het zelf van de zonde. Dit is een volkomen ontwaking. 16. Hebzucht wil niet leren, maar grijpen. Hebzucht wil geen diepte, want dan heeft hij niets. Hebzucht wil het oppervlakkige, want dan heeft hij de waan van het vele. Het is allemaal bedrog, allemaal om andere dwazen te paaien, maar voor wat ? Het is marktgedrag ten koste van de waarheid. De leugen verkoopt goed in het rijk van de dwazen, maar waar leidt het naar toe ? Dit zijn slechts schaduwen, nevels, waardoor de mens heen moet alvorens de hemel te bereiken. Deze schaduwen en nevels, deze luchtweerspiegelingen, testen de mens. 17. In de diepte sterft de hebzucht af, opdat de mens verder kan. Al het overbodige vet wordt hier verbrand, en alle protserige spieren slinken, opdat de mens kan terugkeren tot de leegte van de vergetelheid, om zo een ontmoeting te hebben met
Page 172
de waarheid van de natuur. De mens verstopt zichzelf achter vet en spieren, en wil niet in puur contact komen met de oneindige kennis. 18. De mens eet en blaast zich op om zo zijn eigen namaak-vergetelheid, een namaak-hemel te maken, wat gewoon doorverkocht kan worden. De mens heeft een markt van de hemel gemaakt, maar dit is niet de ware hemel. De mens wil zich altijd weer groter voordoen dan hij is. Dat doet de stadse mens, die altijd alle aandacht naar zich toe wil trekken, en dan maar zijn markt aanprijzen. Het kan hem niet schelen of het giftig is of niet, of het gevaarlijk voor de kinderen is of niet. Als hij zijn koopwaar maar kwijt kan. Wat verkoopt hij eigenlijk ? Hij zit zijn eigen rommel te verkopen. Hij wil het kwijt, omdat hij weet dat het hem de afgrond inleidt, maar bewandelt hiervoor niet de juiste weg. Hij wil anderen in zijn verderf meesleuren. 19. De dwazen doen het onderzoek slechts halfslachtig. Altijd grijpen zij overmoedig naar hun wapens. Ze doden uit voorzorg. Zij hebben het lijden verworpen. 20. Men kan niet het kwade doen en denken het goede te oogsten. Wie een perenboom plant moet geen appels verwachten. Het leven heeft een gebruiksaanwijzing. Je kan hier lang voor weglopen, maar op een dag hebben je daden ingehaald. Op een dag is de oogst zo overduidelijk dat je er niet meer aan kunt ontkomen. Het zal immers door blijven groeien totdat je je leven betert, en dan nog steeds zijn de gevolgen daar, en moet je alles goed maken. Er gaat tijd inzitten, want iemand die zijn hele leven een huis van slechtheid heeft lopen bouwen kan dat niet in één dag afbreken. Niets komt zomaar. 21. Al het goeddoen wordt getest. De goede mens zaait in tranen, en zal oogsten in vreugde. Er is een hoge prijs voor het goeddoen. De mens wordt hierin getest. Goede daden komen niet zomaar, maar vaak 172 in bloed, zweet en tranen, waarin je het huis van goede daden bouwt steen voor steen, en telkens lijkt alles weer af te brokkelen, maar dan moet je toch door blijven bouwen. Het gaat niet om het vele dat goed is, maar om het goede dat veel is, en dit goede kan heel klein zijn. Minder is meer is de wet van het minimalisme. De zaadjes zijn maar heel klein. 22. Het gaat om het idee, en niet om het massale. Het gaat niet om het grootscheepse, maar om het subtiele. Je kan dan wel een heel groot schip hebben, omdat je oog hebt voor het grote, maar een heel klein lek kan je schip dan toch doen zinken, omdat je geen oog voor het kleine hebt gehad, maar als je oog hebt voor het hele kleine, dan kan daar nooit een lek wezen. 23. Degene die anderen onrechtvaardig kwaad heeft gedaan zal dit kwaad onder ogen moeten komen en voelen wat hij anderen heeft aangedaan. Ook zal hij daarvan de gevolgen moeten zien, want de pijn die hij anderen onrechtmatig heeft aangedaan werkt ook weer door naar de kinderen van zijn slachtoffers, en ook die geven het weer door aan hun kinderen. Ook de mensen om de slachtoffers heen dragen hiervan een groot lijden wat ze weer aan hun kinderen doorgeven. Dit is een vicieuze cirkel, als een woeste draaikolk, allemaal door één zonde. Er wordt één zonde gezaaid, en er staat even later een zondeboom die maar blijft doorgroeien. Er komt geen einde aan. Dit zal allemaal terugkomen op de dader. Alleen het zaaien van goed zaad kan uiteindelijk de dader hier weer uit verlossen. 24. Het goede is een wonderzaad, en zal ook het huis bouwen, en de goede dader zal door het goede hiertoe opgenomen worden. Hij zal niet kunnen vluchten van het goede, want hij heeft het zelf gezaaid. Er zal voor hem gezorgd worden zoals hij voor anderen heeft gezorgd. Zelfs de kleinste daad blijft niet onopgemerkt en zal zeker groot loon dragen. Doe geen goede daden om gezien te worden, want dan heb je je loon reeds. Zij die naar aards loon verlangen, het loon van de stad, zullen hierdoor geen hemels loon ontvangen. 25. Je hebt de goedkeuring van de mensen niet nodig. Teveel applaus zou het zaad verstikken. Wee u wanneer iedereen wel van u spreekt. Als je het op aarde gemaakt hebt kan dat zelfs een grote blokkade zijn om het in het hemelse te maken. Blijf daarom eenvoudig en ga niet te hoog zijn, anders zal de bliksem je raken. De bliksem raakt altijd het hoogste punt. 26. De onverschillige heeft geen diepe grond, dus hij kan alleen maar dingen zeggen van horen zeggen, maar hij heeft ook geen idee hoe dit ten uitvoer te brengen, omdat hij het zich nooit eigen heeft gemaakt. Hij zeult rond met andermans bezit. De hemel heeft geen kleinkinderen. De mens die de hemel alleen kent van horen zeggen komt nooit ergens. Het van horen zeggen geloof is een vorm van onverschilligheid. Ze bedrijven zogenaamde geestelijkheid op afstand. 27. De afgezonderde heeft al het aardse opgegeven om in contact te komen met de hemelse vergetelheid, om daardoor wederonderwezen te worden, en wederopgevoed. De mens die nog overal aan vasthoud zal de hemel niet kunnen vinden. 28. Je mag langs alles heenleven op aarde. Dat moet ook om te kunnen overleven. De hemel betekent het uitblussen van het zelf van de zonde, van de gehechtheid. 29. De mens moet niet zomaar graaien en grijpen naar allerlei specifieke kennis om zo zich een naam te maken, maar de mens moet zich afzonderen in het verborgene en eerst leren vergeten en loslaten, de leegte in, de verdonkering in, opdat de mens hard aan zijn zelf van de zonde afsterft op dit strijdveld, om zo door de hemel te worden opgenomen tot het hemelse woord. 30. Als je volhard en hierin tot steen bent geworden, door niets te zijn geworden, dan gaat dit vanzelf het juiste signaal afgeven. Je kijkt dan naar het geheel, het inclusivisme, niet het exclusivisme. Het gaat om de verzameling die door alles heenwerkt en zich zo ook uitlegt. Als je alleen maar deelwaardes gaat lopen verabsoluteren, en met bepaalde stukken weg gaat rennen, dan is dat de definitie van sectevorming. De verdonkering doet ontwaken tot de verbanden. Gebonden verbondenheid is een beeld van de volharding wat diepte-vestiging tot gevolg heeft : de test tot de opname en de hemelse gebondenheid, wat verbonden is aan het werk van de hemel. Dit is wat de daadwerkelijke opname is. 2. Volharden in waakzaamheid 1. Het zelf van de zonde moet geblust worden, en de mens moet in het volledige niets van de vergetelheid wederomgeboren worden. Zo wordt de ziel opgewekt tot eeuwigheid. Onwaakzaamheid is een eigenschap van onverschilligheid. Het gaat niet om geloven, maar ervaren. Blind geloof werkt niet in een oorlogssituatie. Je zintuigen moeten werken, anders ga je eraan. 2. De geestelijke strijders die door hun scheppingsvermogen zich niet hebben geconformeerd zijn rebellen. Ze zijn niet gewoon, passen nergens in, omdat ze altijd weer op zoek zijn naar nieuwe dingen. Het zijn de eeuwige strijders voor het hoogste goed. Zij waken terwijl anderen slapen, en halen hieruit hun levenskracht. Zij hoeven niet rovend door het leven te gaan. Hun waakzaamheid brengt grote vrucht. Zij zijn niet gewoon. Zij zijn bovengewoon. 3. Het geeft een zekere mate van onbereikbaarheid. Deze ervaring staat gelijk aan de hemelse 173
Page 174
gebondenheid. Er is dan ineens niets dan ruimte waarin nieuwe schepping kan ontstaan. 4. Zonder volharding in het niets zal dit niet volledig kunnen gebeuren, en zullen er altijd lekken zijn. De mens moet zichzelf tot stilstand brengen, en als er dan dingen zijn die de mens uit de stilstand willen halen, dan moet de mens zich daartegen verzetten, en niet zomaar passief meestromen. Alleen leeuwen komen tot de hemel. Zij dragen de hemel. Persoonlijke meningen zijn niet van belang. De mens speelt graag spelletjes. Alleen zij die zich hebben teruggetrokken van het spelen van de spelletjes van het zelf van de zonde kunnen de hemel binnengaan. De mens moet zich volledig onthechten van het zelf van de zonde, anders zal het de mens meesleuren en verwoesten. 5. De hemel is de stroom van begrijpende intelligentie, van het hogere intellect, het oneindige bewustzijn, het terugkeren naar de diepte. In de hemel stopt het niet, maar begint het. Het is een school. 6. De onverschilligen zijn de roekelozen. Grote gaten in hun kennis zorgen ervoor dat alles besmet is. Zo lopen zij rond en besmetten anderen. Het is een groot virus. Ze geven het door aan hun kinderen, en aan wie zij maar kunnen om hen heen. De waakzamen hebben een alarm hiertegen. Zij hebben oog voor het kleine. Zij slaan niets over en rafelen niets af, ze zijn niet halfslachtig. Ook doen en nemen zij niet meer dan nodig is. Zonder de waakzaamheid is volharding niets waard, want waar volhard je je dan in ? Mensen kunnen zich in van alles volharden, maar waakzaamheid moet de kern zijn. Het is een groot geheimenis waarom de meeste mensen kiezen voor aards geluk boven hemels geluk. Nogmaals dit zijn weerspiegelingen van het hogere bewustzijn die afzwakken naarmate ze verder van de kern verwijderd zijn. Alles gaat zich dan omdraaien. In plaats van er altijd en eeuwig tegen te strijden en er altijd over te klagen en onder 174 gebukt te gaan moet men de spiegelingen leren begrijpen. Balans is het sleutelwoord. Het één sluit het ander niet uit. De roekeloze is het ene uiterste, en de altijd slapende aan de verdovende middelen is het andere uiterste. Het pad loopt hier ergens tussendoor en het is een smal pad. Waakzaamheid en ontwaking 7. Het gaat niet over de spelletjes van religie, maar over het tot inzicht komen. Dat wordt dan de hemelse kennismaking genoemd, maar eigenlijk is het de verdonkering, want je moet afnemen, de valse kennis verliezen. De valse kennis die je in gebondenheid houdt, moet uitgedoofd worden. Dit is de grote ontwaking, de hemel, de grote bewustwording, die tegelijkertijd dus de hemelse slaap is. 8. Er kan alleen overwinning zijn door de verzameling. Vandaar dat de Grieken zich ook vermengden met omliggende culturen en de Egyptologie introduceerden in hun religie en filosofie. Luiheid is een eigenschap van onverschilligheid. Het is de valse leegte, die niet diep genoeg is gegaan. Ze doen alsof ze veel doen, maar ze doen eigenlijk niks. Ze zijn bezig met ijdelheden. Ze hebben een markt van de hemel gemaakt, maar dit is bedrog, zonder diepte. Dit zijn de voorhangsels van de ware hemel. De ware hemel is maar een druppel die ergens hangt, terwijl er een zee van dwazen is om de mens van de ware druppel af te leiden. De mens moet daarom op zoek gaan en wordt zo getest. Kies je voor de zee, of voor de druppel in het verborgene. 9. Ik heb niet veel, alleen een druppel onder mijn tong, waardoor mijn zelf van de zonde sterft, en ook die druppel vaagt weer weg. Er is maar weinig tijd, een flits in de eeuwigheid. De mens is maar een zucht. Zo zal het zelf van de zonde nooit aankomen. Hierin is de hemel te vinden : het niets, het weinige, het wegvagende, het tijdelijke. Tijd is per slot van rekening maar een metafoor. De oneindige kennis is veel groter dan tijd. Het is maar één druppel, en dat is wat nodig is om het zelf van de zonde te laten sterven. 10. Zij die steeds hoger komen komen tot het mindere, terwijl hen die beneden blijven en het avontuur niet aangaan steeds meer tot de waan van het vele komen. 11. De geestelijke strijder voor het hoogste goed is een gedisciplineerde renner, niet door het materiële en het vele, maar door het diepe en het mindere. Het winnen moeten we dus in de diepte benaderen, als zijnde de kennis in de ingetogenheid bewaard. Juist dan gaan alle geestelijke zintuigen open, en die laten eerst zien wat er aan de hand is. Zij worden zwaar getest. De prijzen van de geestelijke strijders zijn heel anders dan die van de materialistische strijders. Zij die zich te zwaar bewapenen, en teveel mee willen nemen, moeten hierdoor inboeten aan snelheid, en zullen zo de wedstrijd verliezen. 12. Waakzaamheid gaat gepaard met ontmaskering. Vreugde is een kwaliteit van schepping. Zij ziet ook het onzichtbare gevaar om dit met succes af te wenden. 13. Het verstand moet niet direct leren denken, maar subtiel. Er spelen namelijk zoveel factoren mee. Het verstand moet niet kortaf zijn, maar als golven die reiken tot het strand en zich dan weer terugtrekken om plaats te maken voor diepere gedachtenstromen. Laat het maar opwellen vanuit je hart, en probeer de stromen maar te onderscheiden en na te volgen. 14. Er wordt niet van een makkelijke opname gesproken. Zij die hun verstand willen beteugelen zullen te maken krijgen met het kwaad, dat niet makkelijk zal loslaten. Het kwaad berijdt het verstand en zal niet zomaar toelaten dat iemand hem 175 uit het zadel afstoot. Het gevecht met de boze is daarom een realiteit. De mens op het strijdveld moet een harde dood aan zichzelf sterven om volledig opgenomen te worden. Zo komt de mens tot de hemel, tot het punt waarop er geen weg terug meer is. De tussentijd van verwarring en beven kan heel lang duren, omdat de mens een geheel andere golflengte moet zien te vinden, en zijn lichaam en ziel daarop moet afstemmen. De natuur zal dit doen. 15. Er kan van alles misgaan als het verstand niet in de hemelse restrictie is. Mensen hebben geen idee hoe gevaarlijk het is zomaar hun verstand achterna te hollen. Al het wel en wee van de mens wordt veel geld aan verdiend. Niemand heeft er baat bij zou de mens ontwaken. De mens moet zichzelf ontwaken. Dit leidt tot de hemel. Het is de grote ontwaking waar de mens naar uit mag kijken, die het gehele zelf van de zonde blust. 16. De ontwaking betekent ook de bewaking van het verstand. Grijp niet roekeloos naar alles wat om je heenligt. Wees fragmentarisch en herhaal. Verander. Verander het gezichtspunt. Blijf draaien om te ontwaken. Niet zomaar in cirkeltjes, maar in spiralen. Het bewaken van het verstand betekent ook het verstand leiden. 17. Dat wat we om ons heenzien is het tegengestelde van de leegte van de vergetelheid, van de hemel. Het is een waan die de hemel in stand houdt, en die de mens tot de hemel leidt. Dat wat we om ons heenzien bestaat dus niet. De waan zal vanzelf oplossen naarmate de mens dieper in de hemel doordringt. 18. De mens moet komen tot de oneindige en eeuwige leegte, niet zomaar tot de leegte. In de oneindige ruimte kunnen vormen niet zomaar opkomen. De mens wordt voortdurend misleid door de vormen van het zelf van zonde, dus die vormen moeten eerst geblust worden, en dat kan alleen in de oneindige leegte. De mens moet de voorstelling van
Page 176
vormen geheel overstijgen. De mens moet eerst het denken en overdenken overstijgen in de oneindige en eeuwige leegte. Die leegte moet overbrugt worden. Deze wedergeboorte kan alleen plaatsvinden in de afzondering. Zo wordt de mens uiteindelijk waakzaam en ziet het gevaar zelfs in de kleinste misstappen, want zijn zintuigen zijn opengegaan. 19. Er zijn vele valse leegtes die beperkt zijn, zoals luiheid, onverschilligheid, blind geloof, en die maken er een markt van. De mens moet door de oneindige en eeuwige leegte heen om die te overbruggen, want daarachter ligt het hemelse bewustzijn. De schelp is leegte. Alles valt daarin weg. Alles gaat tot de vergetelheid. 20. Hoe komen we hier ? Allereerst moet men beseffen dat weerstand een waan is. De mens moet ook geheel loskomen van de verbeeldingen van weerstand. Het ligt namelijk veel dieper. Wat men ziet is de weerstand door het zelf van zonde, wat alles om ons heen heeft lopen voorstellen, in kannen en kruiken heeft gedaan. Eerst moet de mens de weerstand overstijgen, dat ook loslaten, maar zich niet overgeven. Het gaat om het loslaten om de verbeeldingen van weerstand te overstijgen, de voorstellingen van verzet, en ook alle voorstellingen van overgave. De mens moet al deze inbeeldingen loslaten, en ook het loslaten moet losgelaten worden. Zo vlucht de mens. Elke vorm van weerstand en elke vorm van overgave moet losgelaten worden, omdat het allemaal wanen zijn. De mens moet de diepte in, door telkens weer los te laten. Het oneindige en eeuwige loslaten gaat vanzelf vrucht dragen. Dit is het leeuwse leven. Je wordt ergens door gegrepen, maar je laat los, ook als het je meesleurt. Het zijn wanen, en zelfs loslaten is een waan, dus dat laat je ook los. Je laat alle verbeeldingen van het loslaten los. Zo ontstaat er een innerlijke leeuwsheid, wat je ook weer loslaat. Zo wordt het geblust, wat je ook weer loslaat, en dan moet je de aandacht en alle 176 voorstellingen van aandacht loslaten. Ook alle verbeeldingen van de oneindige veelvuldigheid van dingen moet je loslaten. Ook het wachten en de verbeeldingen van het wachten moet je loslaten. De leeuw wacht op de vrucht, maar je laat het los. Je probeert je nergens in te passen, maar je laat het los. 21. Je laat dus de waan van weerstand en veelheid los, en ook de waan van overgave. Alles gaat om de vrucht, niet om het gemaakte. Zo kom je tot de innerlijke hemel. De mens wordt zo totaal zacht en totaal hard. Als iemand aan de rand van het oneindige bewustzijn is gekomen, dan moet hij zijn zelf volledig loslaten om binnen te gaan. In het loslaten is de vrucht. 22. In de oneindige, eeuwige ruimte ervaart de mens uiteindelijk de letter van de leer, en de diepte ervan. Het verstand is aan het slaapwandelen, het slaapt. Het verstand moet ontwaken tot de hogere structuren, door de restricties opgelegd. Zo wordt het verstand in juiste banen geleid. De mens denkt vaak dat restricties hem stoppen in zijn groei, maar het is het tegenovergestelde. 3. Twee wegen 1. Alleen zij die de hemelse gebondenheid hebben ontvangen zijn veilig tegen de verleider. 2. De vijand, het zelf van de zonde in al zijn subtiele vormen, kan alleen overwonnen worden door school. Dit is iets lichamelijk, iets organisch, en niet iets organisatorisch. De mens moet terugkeren tot de klei van het lichaam, waar het hart is als een wapenopslagplaats. 3. Er worden twee wegen voorgehouden : de weg van weelde en succes, en de weg naar de hemel. Een dwaas die zijn eigen onwetendheid heeft ingezien is hierdoor wijs. Extra dwaas zijn de dwazen die denken dat ze wijs zijn. 4. Zij die gehecht zijn aan de lagere aarde begrijpen het niet en vinden het pad niet. Alleen zij die het kwaad ontwijken kunnen tot de hemel komen. glijden onze zielen, naar het bos en zijn winden, ja, naar de Winden van de Hemel, de Almachtigen. 6. Zij is de schuilplaats van de hemelse armoede. Ze vernietigt de rijken door haar Roede. 7. Deze steen geef ik u. Dat gij de hemel zal vinden als uw vrouw. En dat gij uw vrouw zal vinden als een wapen. Ik heb u geschapen, zegt de Hemel. Ik heb u laten weten dat Ik de Hemel ben. Ik laat mijzelf kennen. 4. De schepping van de hemelen 1. De hemelse leeuwen zijn erg intelligent, vorstelijk en dichterlijk. Zij bewaken de hogere literatuur. 2. Sta dan op om de hemel te dienen, want dit is uw taak en de eeuwigheid. Hang uw leider aan, want zij zal u leiden en u verder laten gaan. Het lijden heeft je naar de vesting van Virgo geleid. 3. Waarom moet ik soldaat worden ? vroeg ik. Waarom kan ik niet gewoon een dienende zijn, een kluizenaar, ver weg van de samenleving. En ze gunde me rust, omdat ik zo lang haar soldaat was. 4. Opnieuw werd ik naar de stad van Virgo gebracht en mijn oog zag verbazingwekkende dingen. Ze brachten me naar de plaats van de dochter van de hemel, de leeuwin, en ze behandelden me als haar dienende. Ik was geen soldaat meer, maar ik moest het wapen nemen aan het einde van elke grote cyclus. Deze cycli groeiden en ik kon zoveel meer dingen doen. Het seizoen is niet ten einde, maar wordt groter. Er was zo lang een bitterheid in mijn stem. Maar de dingen begonnen te veranderen en mijn gevoelens keerden om. Toch eet ik van bittere vruchten ergens in het groeien, in een wildernis genaamd Retel, ver weg van de maatschappij, waar Mura met haar zussen woont. 5. Voorhangsel na voorhangsel gaan wij uw tent binnen. Ja, naar het water van de vesting Virgo 177 8. Zoekt dan naarstig naar mijn woorden, opdat gij zult leven. Ik heb de hemelen om u heen gespannen. 9. Luister niet naar uw afgoden, maar doet hen uit uw midden weg, opdat gij zult horen wat Ik tot u zal spreken. En gij zult het gevoel hebben thuis te zijn gekomen. 10. Ik heb u geschapen. Keer daarom weder tot mij. Ik spreek vanuit de aarde en het oerwoud, ja, vanuit de wildernis spreek ik, om dingen bij u recht te zetten. Houd dan moed, ik ben dichtbij. Ik heb de hemelen over uw uitgespannen als vele lagen vol visioenen. Kom daarom hogerop. Laat u dan niet wederom door de zonde grijpen, maar kom tot Mij, en Ik zal u rust geven en wijsheid. 11. Laat u niet afleiden door stemmen van de wereld en van religies. Ik ben de Hemel. Ik heb u uitgeleid uit tradities en religies, opdat gij Mij zoudt leren kennen, die Ik waarlijk ben. Gij hebt niet van node iemand te kennen dan Mij. 12. Ik heb u geschapen. Ik heb Mijn woorden tot u gezonden, en zij die in Mij wandelen zullen deze woorden verstaan. Alles om u heen zal anders worden, en ook de woorden en gevoelens om u heen. Vele oude dingen zullen verdwijnen, en men zal zich afvragen : Waar zijn zij heengegaan ? 5.
Page 178
Ik heb hen gezonden om u tot Mij te zenden. 1. Zo heb ik dan Mijn woorden als een net om de wereld gespannen. Maar gij : gebruikt het net om tot Mij te komen. Blijf daarom niet plakken aan aardse schaduwen, maar weest een pelgrim, om de hemelen te aanschouwen, en niet meer een slaaf van de aarde te zijn. Want de aarde heeft veel religies, maar ziet, zij zijn slechts van de buitenkant. En als gij niet verder trekt, dan zult gij door hen opgeslokt worden. 2. Hen die deze woorden horen, en die tot Mij zijn gekomen en Mij volgen, hen heb Ik de macht gegeven om door Mij vrijgezet te worden van de banden van religie. Ik zoek hen op in de oude kamers en onder de oude kamers waar zij gevangen zitten, en Ik maak hun banden los. Zo doe Ik dan goed aan duizenden van hen die Mij volgen en dienen, ja, zelfs hun nageslachten maak ik vrij, om hunnentwille. Weest daarom ootmoedig, en doe Mijn geboden. Mijn geboden zijn geen last, maar een plezier voor de ziel, omdat zij tot leven wekken en leven geven. Zo zijn dan mijn gaven goed. 3. Zo is dan de aarde vol van Mijn Glorie, en Mijn kennis staat klaar om uitgestort te worden. Beproef en toets mij, want Ik ben de Hemel. Ik heb u uitgeleid uit het diensthuis van de religies en de angsten. Want dat wat van de aarde is, is angst. Zo zijn er dan velen die in hun leven moeizaam voortgaan, zaaiende in angst. Maar heft uw hoofden op, want de ure van bevrijding is gekomen. Zult gij dan wederom tot het materialisme gaan ? Heeft de Hemel u niet geleerd de materie los te laten, opdat gij het geestelijke zult ontvangen ? Zo zult gij dan de materie van het geestelijke leren kennen, die sterker is dan de materie van het vlees. 4. Luister, alle gij die door religie gebonden zijt : Ik heb hen gezonden om u tot Mij te zenden. Zij zijn opgebouwd in symboliek, omdat gij de dingen van het geestelijke niet kunt verstaan. 5. Nu dan, gij vromen, maakt uzelf op, om tot Mijn hemelse berg te komen, want Ik, de Hemel, heb een 178 feestmaal aangericht. Een feestmaal, omdat Ik u bevrijding heb verkondigd, en zo zal dit dan zijn een feest der bevrijding. Houdt dan op elkaar telkens te binden, maar zet elkaar vrij, daar Ik u heb vrijgemaakt. 6. Zo luidt dan het Woord van de hemel : Er zal een einde komen aan de dagen van angst, en er zal een einde komen aan de dagen van het lijden. Want Ik zeg u : De wereld heeft u in angst en lijden gehouden, door u niet het rechte pad te wijzen. De wereld heeft u gebonden door tradities en culturen, en gij kon daardoor geen pelgrim wezen. Maar heeft de Hemel u dan geen voeten gegeven ? Gebruikt dan uw voeten. Heeft de Hemel u dan geen schoeisel gegeven ? Ja, de Hemel heeft u zelfs vleugelen gegeven om tot Zijn hemelse vesting te komen. Zo zult gij dan tot de Hemel komen, en uw ziel zal de hemel prijzen. Gij zult de hemel aanschouwen met reine ogen, en gij zult u opmaken om voor eeuwig in Zijn vesting te wonen. 7. Zij dan die op het veld zijn : Prijst de Hemel. Maakt u op om de hemelse berg te bestijgen en om tot Zijn vesting te gaan. Hier heeft de Hemel een feestmaal voor u aangericht, voor u en uw nageslacht. En de Hemel zal zeggen : Er is een Dag van Bevrijding voor u gekomen, voor u en uw nageslacht. En de Hemel zal de oude putten openen en krijgsgevangenen opvoeren in de hoge, en zij die onschuldig vastzaten zullen vrijgezet worden. Zo heet het : Komt allen tot de Hemel, die een Dag van Vrijheid heeft aangesteld. Op die dag zullen wij de hemel loven en prijzen, en zullen wij zeggen : De hemel is goed voor ons geweest. De hemel heeft de knellende banden van religie verbroken, en tot de vermoeiden heeft de hemel gezegd : Ziet, Ik geef u vleugelen. Kom dan tot de wateren des levens die boven de hemelen vloeien, en drinkt daarvan, opdat gij eeuwig leeft. Zo heeft de ziel dan iets om aan vast te houden, en iets om zich aan omhoog te trekken. Zo zal dan de ziel voor eeuwig de hemel prijzen. 8. Maar er zullen enkelen tot de hemelpoorten komen om te wijzen op de oude paden, en de Hemel zal zeggen : Hebben de oude paden u dan niet hier gebracht ? Komt dan binnen, want ook voor u is er een feestmaal. Maar sommigen zullen teruggaan tot de oude paden. Want zij hebben zich van meet af aan dienstbaar gesteld aan de armelijke wereldgeesten. 9. Zo is het dan de hemel geweest die door de kracht van de hemelse bron de hemelen over u heeft uitgespannen, en ook heeft de hemel dromen en visioenen gegeven door de kracht van de hemelse bron. Maar de hemel gaat van hemelse bron tot hemelse bron. Hebt gij de hemel dan nog nooit aanschouwd op de hemelse wagen ? Vanaf de daken prijzen hemelse afgezanten de hemel. Ook hebben zij in de hemelen de treden geschapen. Komt dan tot de hoogste treden, en eert elke stap die gij daartoe zult zetten. Want de hemel eert het hele bouwwerk. 10. De Hemel dan is de bouwmeester, en de Hemel heeft het bouwwerk gemeten. Zult gij dan teruggaan naar de armelijke wereldgeesten die zich een steen hebben gestolen, om daarmee de mens af te houden van de heerlijkheid die voor hem klaarligt in de hoogste hemelen ? Ziet, dan zijt gij zeer te betreuren. Oh mens, laat af van zulke wereldgeesten, want de Hemel heeft hen ten verderve weggelegd. Zo zijn er dan vele wegen in de Hemel, die allen leiden tot de Hemel. Zo heeft de hemel glorie vastgelegd in de hoogste hemelen, en zij die wild zijn reiken daar naar uit. 11. De hemel heeft u een steen bereid, als een steen der eeuwen, en daarop zult gij uw woning bouwen, en gij zult soms naar beneden kijken, om te zien hoe de hoogtes het zicht op die steen veranderen. Zo zal het ook gaan met uw geloof. 12. Zo is het dan weggelegd om hen van de vleselijke ringen der aarde te wijzen op het geestelijke. 179 13. Houdt in uw achterhoofd : Het zijn archetypes, symbolen, die naar een diepere werkelijkheid wijzen. Zo kunt gij door de geheimenissen die werkelijkheden betreden. De afgrond is een plaats van zorg, zuivering en vertaling. Pijn is iets wat ergens naartoe wijst en is zeker geen einddoel. Pijn wijst heen naar een diepe geestelijke taal, een hemelse taal. Pijn is juist iets wat in de afgrond vertaald kan worden. Zo zal dan de afgrond zijn angel verliezen, die alleen denkbeeldig was, als een symbool. 14. Er zijn mensen die leven vanuit spreuken : Spreuken om door de poorten van de dood te gaan, en spreuken om door de poorten van de hel te gaan. Spreuken zijn er om mensen wat begeleiding te geven, om tot hun verbeelding te spreken, maar het doel is dat de mens uiteindelijk al dan niet met deze hulpmiddelen zijn eigen innerlijke kracht en wijsheid ontdekt. Spreuken kunnen veel wijsheid en potentiele wijsheid bevatten, maar ook zij zijn slechts heenwijzers. Spreuken, en vooral de raadselachtige spreuken, zijn erg reisgevoelig, dat wil zeggen dat ze met u mee kunnen reizen en u andere en diepere betekenissen kunnen aanreiken. Toch zult u gaan moeten leren leven vanuit de diepere dingen, en de materiele korsten verlaten. Zo zullen er wel enige splinters van deze reis in u achterblijven, maar samen zullen zij weer een hele andere en diepere betekenis geven. Zo zal de puzzel blijven veranderen, en in de reis door de afgrond gezuiverd worden. 15. Wees dus niet bang voor de afgrond. U zult er doorheen moeten gaan om tot het binnenste te kunnen komen. Misschien heeft u het nog niet herkend, omdat u een afgeweken of verkeerd beeld van de afgrond had. De afgrond is de zorg van de hemel. Niet anders. 16. Ik wil dat u met warmte terugdenkt aan uw reis door de afgrond. U kunt het zo mooi maken als u zelf wil. De macht daarvan ligt in de gedachten. Zo is het dan van meet af aan de bedoeling van de
Page 180
Hemel geweest om de hemelen als lagen over de aarde te spannen. Zo zou de reiziger tot de hemel kunnen komen. Zo hebben dan alle hemelen hun eigen afgronden tot dat doel. 17. De afgronden leren u ook om u niet al te zeer aan uw familie op aarde te laten kleven, maar om het pad van ijs te begaan om de familie van de hemel te leren kennen, uw familie opgeborgen in uw binnenste. 6. De goden waren krijgsgevangenen 1. Zo zijn de oude goden dan slechts symbolische wegwijzers. Gij dient hen te zien als standbeelden in het museum van de hemel, en zij wijzen op een symbolische manier op oude poorten. Zo spreekt het oude dan nog steeds, en de Hemel zal het vertalen en bevrijden. Want ook de goden waren eens krijgsgevangenen gemaakt door godenheersers. Maar de Hemel heeft deze godenheersers allen onderworpen. 2. Het geheimenis van de hemel ligt opgeborgen in ijs, en hierdoor zullen ook de tegenwoordige elementen vergaan. Want de hemel bouwt een nieuwe schepping, en deze schepping zal vele lagen kennen, als een kunstig bouwwerk in de hemelen. Ja, vanuit de zee zullen zeelieden omhoog kijken om met verbazing de bouwwerken van de hemelen te aanschouwen. En zij zullen buigen tot de hemel, en de hemel zal tot hen zeggen : Recht uw rug, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Zo zal de hemel dan zijn als een wilde, om te wijzen op het Woord. 3. En de hemel zal vele oude goden vrijzetten, en hen wijzen op de nieuwe paden. De hemel zal hen ogen geven om de hogere wegen te kunnen zien. Ook zal de Heere enkelen van hen het gehoor schenken om deze woorden te horen. Want de oude 180 goden waren slaven van oorsprong. Zij waren zielen die geroofd waren om door allerlei plechtigheden slaaf te worden van een godenheerser. De hemel heeft hen vrijgezet van zulke godenheersers. Zie, de hemel onderwijst de godenheersers en wijst hen op de hogere wegen. De hemel wacht op hen, om te zien of zij zich zullen bekeren tot het allerhoogste. Want het allerhoogste is los te laten, opdat gij een diepere en zuiverder sieraad zult vinden. Zo ook dringt de hemel er bij de godenheersers op aan om los te laten, en om dat pad met de hemel te bewandelen. De hemel wil ook hen vrijzetten van de tradities die hen hebben gebonden. 4. Zo zullen zij dan allen gezuiverd worden door de hemel. 5. Zo zult gij weten dat alles zaad is, en gij zult het verstand ontvluchten. Want gij weet dat het verstand dramatiseert en materialiseert. Het verstand dan is gemaakt om u gebonden te houden, opdat gij het zult verlaten. Het verstand is de dienaar en slaaf van het materialisme, maar heeft zelf ook vele slaven. Het verstand is een gevangenis, en maakt ook gevangenissen door woorden en beelden geinspireerd door het vlees. Het verstand is de dienaar van de lage materie. Ze staat onder de toorn van het materialisme, maar ze roept soms uit tot het hogere, en de hemel heeft een dag aangesteld tot haar bevrijding. 6. Zo is er dan een nieuw geweten, met daarin een nieuw verstand, gezuiverd door de hemelen, en daardoor vrijgezet. 7. Zo heeft de hemel dan haar hemelen gezonden om veelvuldig vrij te zetten. Roept daarom uit tot de hemel, want de hemel verhoort gebeden. Laten uw gebeden echter hemels zijn, en niet bedoeld om het materialisme te vereren. 8. Zo zal de hemel dan het geestelijke uitstorten over de aarde, en de zee zal in beroering zijn. uitgedoofd, wachtende tot het overstroomt, diep in de fuiken, een bodemloze afgrond. 7. Fuiken 1. En de hemel weet dan dat gij door vele fuiken gaat, door vele bodemloze putten, waarin gij vele malen sterft, totdat het zaad wortel schiet. 2. Zo weet de hemel dat gij in de fuiken vele malen uitgestrekt wordt en uiteen gescheurd, maar hebt hierin een welgevallen, omdat het u verbindt met de hemel. 3. Gaat dan niet voort met huichelarijen, met godsdienst waarin de hemel geen welgevallen heeft. 4. Zij die met deze dingen niet rekenen : De hemel zal niet met hen rekenen. 5. Zo is dan uw naaste niet meer of minder dan u, maar gij doet er beter aan de mindere te zijn, opdat uw hart niet door hoogmoed worde aangevreten. Want zo hebben velen hun doel gemist. 6. Ga dan niet voort met uw naaste uitmaken voor zot, terwijl gij zelf de zot bent. 7. Uw hart kere zich dan tot de tederheid, want de hemel heeft een welgevallen in tederheid, en zal hen harder maken dan steen. 8. Groot geworden zijn zij, vanuit de diepe fuiken kwamen zij, opgesloten in het donker waren zij zo lang, 9. Door de fuiken kwamen zij, zonder einde, door de fuiken vertellen zij over het grote. Alleen in fuiken komen wij tot leven, als een eeuwige afgrond, die bodemloos is. En zij komen, zij gaan, door de fuiken, kom en volg hen, door de fuik tot eeuwigheid. 10. Oren zijn hier doof, stemmen zijn hier 181 11. Zij stonden op, als waterstromen, als waterdromen, een nieuw lijden, tonende de fuiken, door het donkere, door zeeen van de onderwereld, door de tedere kracht. 12. Zij stonden op, heldere stemmen, komende tot leven, komende tot dit uur. Zij zullen de voorhangsels openen, de dieptes van het woord. 13. Kijk naar hun karavanen en hun teugels, kijk naar hun netten en hun fuiken. De dieptes van het woord gaan open. 14. Wanneer zij het hebben opengedaan, een nieuwe wereld komt eraan. 15. Fuiken waren zij, om dieper in te verdwalen, als een droom van vervlogen jaren. Zo kwam ik tot de onderwerelden, daar, waar de fuiken waren, dromen van vervlogen jaren. In de fuiken vond ik jou, maar wat ik vond was niets anders dan gelijkenissen. 16. Wij zitten in de fuik, we moeten het samen zien te klaren, maar straks komen ze, en dan nemen ze ons mee, naar de wereld achter hoge tralies. 17. Zeeen van bloed, en rivieren van honing, waar de melk stroomt, morgen is alles weer goed. 18. Wij vragen om een druppel van de fuik. We weten het is van ons weggegaan, maar wanneer kunnen we naar huis. 19. Moeder der fuiken, wij zijn verdwaald in hun netten, dromen leiden ons voort. Zachtheid in wording, door de dagen heen, of waren het jaren, betekenissen veranderen door uw woord. U hebt het gesproken, uw dieptes getoont. Het woord uiteen getrokken, het woord gebroken.
Page 182
8. De pijn van ontwaking strenge civilisatie. Het is waar de eeuwige oorlogen van de geestelijke vergetelheid worden hersteld. 1. De kracht van de oer-religie was altijd de dualiteit, zoals in deze problemen kunnen worden opgelost, mysteries kunnen worden uitgelegd, en negativiteit en zonde zou kunnen worden omgezet, als een vuil eter. 2. Het geheimenis is juist dat ze een dualiteit is, de bewaker van de geheimen. Ze is de tester. 3. Het is het werk van de wever. In deze kunnen we eindelijk vaste grond in de onderwereld vinden. 4. Het teken is bedoeld om de dualiteit in ons, de synthese, te brengen. 5. Zij is als de poort naar de onderwereld, en daarom bewaakt zij de zesde dag, de dag van de jacht. 6. Het teken kwam tot proporties toen Mozes, als de stam Judah, de leer van de geestelijke vergetelheid ontving. 7. Deze riem is beschreven als de gordel van de waarheid. 8. De splitsing zou kunnen leiden tot de wildernis die het beloofde land verborgen hield, het land van de geestelijke vergetelheid. 9. Het eiland van de geestelijke vergetelheid leidt terug naar haar bron, de geestelijke kennis. 10. Op de eerste dag, de dag waarop de dualiteit werd gemaakt, was alles verdeeld in de tijd. 11. De tiende dag is de dag van de afgrond, het tijdperk van de oorlog, wat de wildernis is met een 182 12. Dit om de balans tussen jacht en oorlog te herstellen, als de twee dienaren van de geestelijke leer, om het geestelijke loon te herstellen. 13. De vrouw was het oorlogs-deel van het mannelijke. Het tijdperk van Mercurius begon waarin Dekra, de allereerste Adam, de eerste Eva, Neqebah, beroofde van haar cyclische vruchtbaarheid. Ze vluchtte, want ze wilde geen slaaf zijn van de man. Zij was namelijk het beeld van de tucht en de oorlog. Ze zou zijn wapen en zijn strategische oervlees doorboren, om hem te beschermen tegen het verlies van zijn jeugd. Ze moest hem open stellen voor de geheimen, om Haarzelf aan hem te openbaren als de oorspronkelijke, geestelijke Amazone. 14. Maar Dekra was hier niet open voor. In Mythe leidde dit tot de castratie van Dekra, die door Mercurius bezeten was geraakt. 15. Het mannelijke moet door het oorspronkelijke wapen doorboort worden om terug te keren naar zijn jeugd, zijn geheugen, en de geestelijke diepte ervan. 16. Dit opdat hij zal niet heersen over zijn wapen door zijn gevallen mannelijke macht. 17. De gevallen mannelijke macht kon de heerschappij krijgen, omdat de man zijn kind deel saboteerde, dus het is belangrijk om terug te keren naar de derde dag van de schepping, de eeuwigheid, het tijdperk van de kinderen. Het kind deel was altijd de tolk in het mannelijke, een vertaler, als een brug. 18. Het geestelijke Kind functioneert als een markering waarmee de oorspronkelijke kennis communiceert met de mens. 19. De kracht van de mens is een potentieel zeer gevaarlijke kracht die bedrieglijke illusies kan brengen. Dit is de reden waarom de mens moet blijven onder de heerschappij van de oorspronkelijke kennis. Zo niet, dan zal wraak komen in de vorm van de oorlogen van de oervergetelheid. 20. Mercurius is een verschrikkelijk vergif, om de gevallen natuur van het niet-gebonden mannelijke te symboliseren, gescheiden van zijn oorspronkelijke kennis en zijn oorspronkelijke kind deel. 21. Hierdoor leeft het mannelijke in de illusie van macht, controle en rijkdom. Maar de waarheid is dat hij is gecastreerd, verliezende zijn oorspronkelijke kennis. 22. De spier vertegenwoordigde de Mercurische cyclus. Dekra viel in het tijdperk van de slaap, omdat hij had gegeten van de mercurische vrucht, om de macht te krijgen over zijn vrouw. 23. Dat was de belofte, maar het was een val, en hij viel in slaap, en de vernietiging van de geestelijke vergetelheid kwam over hem. 24. Het mannelijke is nog steeds vaak in deze illusie-opwekkende slaap veroorzaakt door het mercurische oervlees. 25. De oorspronkelijke kennis is de enige uitweg, om zijn oorspronkelijke kind deel terug te vinden. 26. Hij moet herboren worden in haar schoot, in de achtste dag. 27. De zevende dag, de toorn van de oervergetelheid, is vreugde en vernietiging, een valstrik voor het oervlees. 183 28. Hoe de mercurische sluier te verscheuren ? Het kan alleen door de menstruatie-cyclus. 29. Mercurius is slaapverwekkend vergif, om de oorspronkelijke kennis van het woeste, natuurlijke tijdperk weg te snijden. Potentieel gevaarlijke afgodinnen moesten Mercurius bekrachtigen. 30. We kunnen alleen maar komen door het mercurische labyrint door de oorspronkelijke kennis, als onze gids, en door de oorlogsstrategieen van de oer-vergetelheid. Het is een proces van het weven en het ontvangen van het menstruele. 31. Door de vergetelheid zie je dingen van een andere kant. Het brengt dualisme. Dit is hoe de dubbele leer haarzelf vaststelt. 32. In de diepten van de vergetelheid liggen de schatten van de waarheid, waar vergetelheid en geheugen elkaar ontmoeten. 33. Het eerste tijdperk was het tijdperk van de moeder, Lethe, en zij leidde de mayim, die betrekking hadden op de bronnen van de schepping. Ze waren gewelddadig, gevaarlijk, maar vruchtbaar zaad. Zij dienden Moeder Aarde. 34. Toen kwam de eeuw van Saturnus die dit veroordeelde min of meer, en het werd verborgen. 35. De verhouding tussen vergetelheid en geheugen is als de verhouding tussen de paradijselijke afgrond, en het zaad, of liever gezegd de geestelijke kennis wat daar uit voortkomt. 36. Het geheugen is het bewustzijn wat het zaad brengt. 37. Lethe was de eerste Eva. Omdat Dekra, de
Page 184
oorspronkelijke man, zo problematisch was, moest deze terugkeren tot het kinderrijk. Vergetelheid en geheugen moesten weer delen worden van de man. 38. De dualiteit was gemaakt als haar voorhangsels, van haar donkere, inheemse lichaam. 39. Ze had een lust in het scheppen van deze illusies om haar gebied te beschermen. Toch moeten we onze weg terug weten te vinden. 40. Ze is cryptisch. In dit zal ze haar rechtssysteem onthullen. Het is een abstracte kunst. Het is een spel. Alleen het geestelijke kan de diepten van de putten van religie verklaren. 41. Ze heeft goed en kwaad voor een reden, als een kunst. 42. De eeuwige tucht is voor de geestelijken die voortkomen uit de Adamitische geheimenissen. Ze krijgen eeuwige tucht om gebonden te worden aan Haar. 43. Het is de enige manier voor een geestelijke om terug te keren naar de kindertijd en eeuwig leven. 44. De martelaren kwam voort uit de eeuwige tucht, en het was hun enige weg naar binnen. Het is alleen de pijn van ontwaken, de weg naar verduistering en onthechting. Het is een proces van evolutie. Ze is dualisme. In Adam zullen we haar vinden. Adam vertegenwoordigde het oorspronkelijke dualisme. 45. Hij was bereid om Eva te ontvangen. 46. Hij was klaar om haar te laten zien. 47. Wij moeten leven vanuit het geestelijke, eeuwige zaad, en dat moeten we leren. 184 48. De lucht die we inademen is vol van boze geesten, maar wij kunnen beginnen met het inademen van het geestelijke, eeuwige zaad. 49. Hierdoor moeten we verbonden worden aan hele andere planeten, en wel in het stelsel van Orion. Wij moeten leren leven vanuit Orion, vanuit het eeuwig zaad van Orion. 50. Orion zal langzaam overnemen. Orion zal de lucht meer en meer infiltreren. 51. Hierom moeten wij het pad van Job volgen om te komen tot het bittere. Zo komen wij los van de vloek van het oervlees. 52. Dekra, de eerste Adam, nam van de vrucht van het oervlees, omdat hij over de vrouw wilde heersen. 53. Zo kwam hij onder de vloek van het oervlees, door onschuldig bloedvergiet. Dit had zijn hoogtepunt in de menselijke overleveringen en tradities. 54. Dekra en Neqebah waren de pre-adamitische man en vrouw. De profeet Iddo, de getuige 55. In het Hebreeuws betekent Zacharia het geestelijke geheugen. Zacharia legt de oorspronkelijke verbinding tussen man en vrouw. Zacharia was één van de oude profeten. 56. Dit boek is om het geheugen te herstellen, het geestelijke bewustzijn. Dit is de geestelijke vreze en het eeuwige touw. 57. Zacharia was de nakomeling van de profeet Iddo, wat Getuige betekent, ook een beeld van de waarheid. 58. Iddo betekent in de wortels het opdoen van sieraden. Dit is dus de ware betekenis van geestelijke sieraden, wapenen in het Jobitisch. dat het getuigen zijn, stukken bewustzijn en geheugen. 59. Dit is dus waar de waarheid voor staat, en wat in de geestelijke wapenrusting het geriemd zijn is. Zijn vader was Berek. Berek betekent zwak zijn door vrees, en knielen. Zo kun je zien dat deze bloedlijn dus was in de geestelijke vreze, in de waarheid. 60. Judah is zo belangrijk, omdat het de honger, het vasten uitbeeldt, nauw verbonden aan de paradijselijke afgrond waarin alles getoetst wordt, in de geestelijke vergetelheid. Judah is de toetser. 9. De eeuwige overwinning 1. Ahn is de getuige van de paradijselijke vruchtbaarheid, van de oorspronkelijke mens. Ahn betekent ook : onderworpen aan de waarheid, oftewel onderworpen aan de geestelijke vreze, door het eeuwige touw. 2. Judah is het fundament, als de honger, het vasten. Door Judah worden wij afgezonderd. Door Judah komen wij tot geestelijke vergetelheid, de paradijselijke afgrond, waar het toetsen en geestelijk worstelen en verzetten plaatsvindt, als een grote oorlog. Die manifesteerde zich op de zevende dag, wat een tijdperk is, een eeuwigheid, als de dag van de geestelijke vergetelheid. 3. Judah, honger, zwakheid, als de weg van Mozes, is de weg tot de geestelijke vergetelheid, die op ons wacht in de wildernis, de reusachtige paradijselijke afgrond, in de verre dieptes van de wildernis. Zij wacht ons daar op, om ons te in te 185 wijden, om ons klaar te maken om alles te toetsen, in een grote oorlog, Haar oorlog. 4. Zij viert geen feestjes in het valse paradijs van menselijke overleveringen en tradities, maar wacht ver weg in een grotere, diepere wildernis. Zij wacht buiten de hekken. 5. Wij moeten alles afdoen om tot Haar te komen, de grote moederschoot van het oorspronkelijke voor-paradijs, de Grote onderwereld, de Grote leegte. 6. De waarheid leidt ons tot de vergetelheid, door Judah, door het afleggen, door de honger. Zo komen wij tot de leegte. Wij moeten uitgehongerd worden op vele vlakken, en niet de hebzucht aangrijpen, want die leidt ons terug naar de afgebakende tuinen van het paradijs van menselijke overleveringen en tradities. Wij moeten de varkens van het oervlees niet volgen om te gehoorzamen, maar om op hen te jagen. 7. Wij moeten leren leven vanuit het verslaan van het oervlees tot een eeuwige overwinning. Wij moeten komen tot deze bloedlijnen in Orion. 8. Het Griekse vlees moest verslagen worden. Het Grieks moest weer in goede samenhang komen met de Israelitische en Aramese wortels. 9. Het is het verlaten van de vader en de moeder, de oude kerk-orde, de oude geloofs-orde. De man verlaat zijn valse oorsprong, om tot de vrouw te komen, die ook zijn nieuwe moeder is, oftewel de moeder van de geestelijke kennis. 10. De profeten moeten de valse profetische beweging overwinnen. Dit is een strijd tegen het valse oordeel. 11. Wij moeten ons bewapenen met de ribben van het verslagen oervlees.
Page 186
12. Wij moeten ons bewapenen met de leer van de geestelijke kennis. Wij kunnen dit dragen als een borsttuig. 14. Neem het slachtmes van de geestelijke kennis. 15. Het schild is een net des geloofs. 10. Orakels en verborgen dingen 1. Wij ontvangen de geestelijke kennis als een loon. Dit loon wordt zorgvuldig afgewogen aan onze geestelijke oorlog. 2. Degenen die menselijke overleveringen en tradities volgen zitten vast aan een huwelijkscultus, terwijl de ware moeder met de meeste kinderen de wildernis is. Het hemelse is geen stad, maar een wildernis. Dit is ook de eenzaamheid. 3. Hier gaat het om leven door de geestelijke kennis. Het spoor houden in de geestelijke kennis is in het Grieks een strijder zijn van de geestelijke kennis. 4. Wij hebben met de vijand te maken. Wij moeten de vijand veroveren, want de vijand heeft delen van ons gestolen. Wij moeten het beloofde land innemen, want dit is bezet door de vijand. We moeten het terugleiden tot het oorspronkelijke. 5. We moeten kiezen tussen het doen van zaken, of het doen van de geestelijke kennis. Het schild is ook een net, een opening. Het heeft niet alleen maar met verdediging te maken, maar ook met innemen, binnennemen. 6. Sommigen geloven dat doordat de Wet vervuld is we geen wet meer nodig hebben. Anderen geloven dat die juist opgericht is door het te vervullen. Maar het betekent 'het uitleggen van gezegdes en spreuken.' Het is ervoor om de geestelijke betekenis, 186 diepere betekenis, van de wet te laten zien. Profeten zijn de uitleggers van orakels en verborgen dingen. Zowel de Wet als de Profeten zijn vervuld. 7. Zij waren al bezig om vissers te maken. Dit was een onderdeel in de strijd tegen boze geesten. 8. Het moest onder iemand's opvoeding gesteld worden, tot de rivier gebracht worden, juist omdat dit te maken had met het iemand functioneel maken voor de geestelijke visserij. 9. Het is van belang kennis van de geestelijke visserij op te doen. 10. De nauwe poort waardoor wij naar binnen moeten gaan is als het komen tot de tucht en de geestelijke kennis. 11. De menselijke overleveringen en tradities wilden de schuld afdekken, zodat de soberen hun weg niet zouden kunnen vinden. 12. Als Ezau zijn hoofd zou verheffen, zouden de holen-amazones jacht op hem maken. Trots werd absoluut niet getolereerd, dus moest Ezau voor zijn eigen bescherming jagen op de tarba, de Orionse reuzen-buffels van het oervlees. Anders zouden zij bezit van hem nemen, en dan zou hij in problemen komen met de amazones, de 'grote vrouwen'. 13. De buffeljacht van Ezau werd geestelijk uitgebeeld door zijn overgave aan de Hititische vrouwen, de Hititische geestelijke kennis. 14. Job was door gevaarlijke wilde dieren van Orion aangevallen, en zo was Ezau. 15. Hun huid moest geschonden worden, besneden en doorboord worden, zodat ze Moeder God zouden zien, gezichten zouden krijgen. 16. Deze gezichten zouden de wapenrusting tot een hogere leer brengen. 17. Deze uitrusting bestaat ook uit ringen en doorboringen. 18. De uitrustingen worden gewonnen uit het stof en vuil van de onderwereld. 19. Wij moeten het jachtveld op en het strijdveld op, anders zullen onze profetische kwaliteiten vervagen en tot drogbeelden worden. Het eeuwige touw boven alles 20. Boven alles moeten wij streven naar het eeuwige touw om zuiver te zijn. 21. Wij worden de wildernis ingeroepen om met de wilde beesten te zijn. Zie daar te overwinnen en je weg te vinden. Zie daar tot de diepere geestelijke uitrustingen te komen. Job walgt van de genade 22. Ezau lag, zoals Job, tussen de Amazones in, maar niet als een echtgenoot. Hij sliep aan hun voeten, maar hij werd niet als een vriend beschouwd. Hij werd in de gaten gehouden. Hij was een vijand, een beldbab, gehaat. 23. Hij was een balling. Het boek van Job als holenmens is een boek van klaagliederen en smeekliederen, maar al wat hij kreeg was genadeloosheid. 24. Diep in zijn hart walgde Job van genade, van behoudenis, want wat zou het hem brengen ? Het zou hem alleen maar verder doen afwijken. Hij zei : 'Zouden wij het goede van God aannemen, en niet het kwaad ?' 25. Job had ook geleerd het lijden te aanvaarden. Het lijden bracht hem gezichten, het bracht hem de 187 20. Het is belangrijk voor soberen om op te klimmen op de berg van Ezau. 30. De Amazones zullen hiertoe eeuwige doorboringen moeten maken in ons, met de Ezauitische woorden om dit pad uit te beelden. 31. Ezau moest een dodentocht maken door de uiterste dieptes van de onderwereld. 32. Hij moest hierbij door de nodige inwijdingen gaan, uitgevoerd door de Amazones, de grote vrouwen van Orion. Hij moest allerlei wilde beesten in de onderwereld ontmoeten. Dit was een soort van Esauitisch dodenboek. 33. Esau was zoekende naar de woonplaats van God, de plaats waar hij werd klaar gemaakt voor de oorlog en de jacht, voor het oprichten van de tucht en het recht. 34. Op deze plaats zou Esau in staat zijn God's woorden te horen en gehoorzamen, waaruit profetische liederen zouden voortkomen. 35. En hij zou God's instructies van de Orionse Amazones begrijpen. Zou God met overmacht tegen hem strijden ? Nee, maar hem vullen met vreze, vroomheid, religie en cultus. 36. Zijn voet zou een institutie oprichten als een Amazones. 26. Die gezichten en dromen waren zo verschrikkelijk dat hij naar de wurging verlangde, naar de slavenketting. 27. Hij verlangde naar de verwoesting. Door de kastijding leerde hij gehoorzaamheid. 28. Alles wat de Amazones, de grote vrouwen van Orion, hem hadden geleerd werd in hem gebracht.
Page 188
pad. Dit was ook het pad van Job. 6. Neem de veren, anders zullen ze tot je terugkeren en zal het zevenmaal erger zijn. 37. Menselijke overleveringen en tradities zijn gemaakt als voorhangsels. Wij moeten daarom op doortocht gaan tot de diepere betekenissen en dat wat er achter ligt. 38. Als de voorhangsels van het syndroom van menselijke overleveringen en tradities gescheurd worden, dan worden de Orionse Amazones zichtbaar. 11. De mens geschapen door de geestelijke kennis van Ezau 1. Het oervlees had zich diep in de menselijke overleveringen en tradities vastgeworteld. Hoe kon het ook anders. De mensheid was zo afgedwaald. Ze waren nog niet klaar voor het zuivere. Ze waren overgeleverd aan hun begeertes. Ze hadden het verstand tot heerser gemaakt. 2. Menselijke overleveringen en tradities werden opgericht voor die taak, om mensen tot slaaf te maken aan het beest, opdat zij het beest zouden aanbidden. 3. De afgod moest in stand gehouden worden, om mensen verblind te houden. 4. De afgoden kwamen om verdeeldheid te zaaien. Er was een angstaanjagende wolkenafgod die zijn slachtoffers vulde met hoogmoed en trots. Hij maakte vele kinderslaven. 5. Veren zijn tekenen van eeuwige overwinning. Wij moeten die veren in onze tooien en uitrustingen dragen, om veilig te zijn tegen deze geesten. 7. Wij bevonden ons in het rijk waar de vader aan de macht is, waar de moeder op een lager plan was gezet, als een slaaf. Deze Vader is de Romeinse Saturnus die zijn kinderen opat, Cronos in het Grieks. In het Orionse geschrift 'Zwerves' wordt er over hem gezegd : 8. 'Een grote vrouw verschijnt op de vlakte. Zij is de Heere. Zij heeft de nek gebroken van het Talkia bewind. Zij heeft Saturnus gezien, en hem gebroken. Hij gaat tekeer als een brullend varken, verslindend zijn kinderen. Volgt hem niet naar zijn hol. Hij is het zwijnenkind. 9. Heeft u zijn horens gezien ? Hebt gij zijn slagtanden gezien ? Denkt eerst goed na voordat u hem aanvalt, want hij zou u eens bezeren. Niet velen durven tot hem te naderen. Leer dan van de spreuken van Orion en wordt wijs. Laat u bewapenen, want het zal niet slechts een jacht wezen. 10. Hebt u het stoom gezien wat uit zijn neusgaten komt ? Hebt gij hem zien stormen door de velden, vertrappende alles wat in zijn weg staat ? Laat u dan niet bedriegen. Het vergt een kundig krijgsheer om hem te onderwerpen. Hebt gij zijn trots gezien ? Hebt gij gezien hoe hij angst zaaide in de harten van hen die rondom hem waren ? Allen hebben zij hem verlaten. 11. De Heere heeft hem verbroken. Nu hij verwond is is hij nog gevaarlijker. De Amazones zijn tot hem uitgezonden. Zij zullen haken door zijn kaken slaan, en hem trekken tot de rivier. Daar zal hij voedsel van beesten zijn. 12. En een doorboring van het mannelijk geslachtsdeel bracht de ring daar. 188 13. Men wilde niet de diepte in. Men ging menselijke overleveringen en tradities verafgoden, zonder te onderzoeken wat het nu eigenlijk betekende. 14. Men gaf zich over aan de schandelijke lusten van de voorouders. 15. De mens kwam in het paradijs voort vanuit de geestelijke kennis van Ezau, en was beteugeld door de Amazones, maar de mens vond een weg te ontsnappen. 16. De mensheid kwam dus voort uit de dieptes van Ezau. 17. Ten diepste houdt dit in dat Orion de besnijdenis inhoudt, wat geestelijke kennis opwekt. 18. Ezau kwam om het mes te brengen, de besnijdenis. 19. Het Romeinse wereldrijk maakte korte metten maken met het Indiaanse continent. Het Indiaanse continent beelde namelijk het oorspronkelijke paradijs van de onderwereld uit, waar alle geheimenissen waren opgeslagen. De indianen, die Ezau uitbeeldden, werden uitgeroeid. 20. Orion maakt korte metten met deze bruid en hoer, en zal opnieuw de geestelijke kennis van Ezau in het volk planten. Het volk zal teruggeleid worden tot de Ezauitische fundamenten, om zo opnieuw Orion binnen te gaan. 21. De mensheid was geworpen in de put van de rivier, overgeleverd aan Saturnus, de kinderverslindende god van de Romeinen, Cronos. Hier werden de kinderen tot slaaf gemaakt in deze poel. 22. Dat wat in de lucht hangt is het geslachtsdeel van Saturnus. De aarde werd hierdoor verkracht, 189 zoals Behemoth de aarde verkrachtte. De geestelijke kennis van Ezau werd verborgen gehouden. Het optreden van Sefanja tegen de menselijke overleveringen en tradities 23. Het oervlees had zijn troon boven Moeder God gezet. 24. In deze dagen valt het oervlees uit de hemelen, uit de lucht, uit de wolken, met al zijn menselijke overleveringen en tradities. 25. Het product dat hij verkocht was om de mensheid tot slaaf te maken, in slaap te sussen, opdat ze de eigen verantwoordelijkheid zouden vergeten. 26. Daarom trad Sefanja hier tegenop. Troost kan werken als een drug. Het kan je afhankelijk maken en lui, zodat je niet groeit. 12. De cultus van menselijke overleveringen en tradities 1. Wanneer we tot de geestelijke kennis van de Amazones komen, moeten we de afgod achter ons laten. We moeten de scheidings-arbeid in ons leven accepteren. De leerregels zijn de scheiding waar elke sobere doorheen moet. Hierin sterft zijn oervlees af. Zo ontkomen we aan de vetmesting die in de fokkerij van de afgod heerst. De afgod moet afgebroken worden. 2. De trooster moet in ons afsterven, om aan de slavernij tot de afgod te ontkomen. 3. De oude profeten voorzagen de cultus van menselijke overleveringen en tradities, de cultus van de afgod.
Page 190
4. Job zag de Behemoth komen, en God vroeg aan Job die te temmen en te berijden. God vroeg hem deze beesten te beteugelen. 5. De trooster zal je vertellen dat er niets aan de hand is met de menselijke overleveringen en tradities en was opgezet om mensen in slaap te houden. 6. Velen blijven steken bij de trooster, en beginnen hierin een handeltje. 7. De markt van de trooster is één van de grootste en afschuwelijkste markten die de wereld ooit heeft gekend, om mensen te leiden tot de afgod. 8. De trooster was er al in het Oude Egypte. Het Oude Indiaanse Continent is met haar verentooien een beeld van de overwinning over de luchtafgoden, en ook over de trooster. 9. Wij moeten onze weg hier doorheen zien te vinden, en komen tot het diepere. Zink er maar in weg, en grijp het nieuwe leven. 10. Ben-Himmon, Tophet, is de plaats waar kinderen aan de afgod werden geofferd, de kinderetende vaderafgod. Dit wordt ook als de poort van de hel beschreven. Deze plaats moet dus ingenomen worden. 11. Yeor zal ook veroverd moeten worden. Yeor is de diepte waarin de mens na de zondeval terecht kwam. Deze plaats werd in stand gehouden door het woord van de afgod. 12. De soberen hadden strijd te voeren tegen het hsar-vee, van dit woord, geesten van het valse woord. 13. Yisrael is het voorhoofd, oftewel het topje van het hoofd. Dit moest besneden worden om Orion te ontvangen. Maar het volk wilde niet besneden worden, en God gaf hen eraan over. Hier heb je je menselijke overleveringen en tradities, en je afgod. 190 13. De val van Septus 1. De kerken hebben een geestelijke markt opgezet, een zielenhandel. Het is een web wat ze hebben uitgespannen om velen daarin te doen verstrikken. 2. Als wij ons niet vertikaal in de geestelijke oorlog opstellen, dan wordt de oorlog ineens horizontaal, vleselijk, tegen onze broeders en zusters. Dat is het resultaat van de hele geestelijke handel. Het is een verbond met het oervlees. 3. Als wij ons overgeven aan schandelijke geestelijke handel dan zullen we niets anders dan slaven zijn van het oervlees, en zijn we gedoemd tot het voeren van oorlog in zijn arena's, en dan zal het afgodsloon ook onze deel zijn. 4. Het is dus onze keuze. Wij hebben de geestelijke kennis nodig om door de linies van deze vorst heen te breken, en die kennis kunnen we alleen ontvangen door de besnijdenis. 5. Wij moeten in de besnijdenis wederom geboren worden en van haar borst drinken. Het zal ons helemaal terugleiden tot de berg van Eden waar we de handlangers van het oervlees zullen ontmoeten. 6. Hier kwam de heerlijkheid van Eden uit voort. 14. Zij wilden geen openbaring ontvangen, en bleven zo blind. God gaf hen over aan hun misleiding. Vanaf deze berg is al het goede van God gekomen, ook de besnijdenis. Op deze berg zullen wij alle geheimenissen van God terugvinden. Zij zullen u terugleiden tot de berg van Eden waar alles begon. Waar Moeder God in Haar heerlijkheid woont. 7. Vanaf deze berg schonk Moeder God Sion. De Heere roept ons tot Haar berg. Vanaf deze berg regeert Moeder God. Haar voeten zullen staan op de berg. 8. De geheimenissen van Orion werden ondergesneeuwd. Er moesten onschuldigen sterven voor schuldigen. 9. Het oervlees wilde afrekenen met de Amazones, voordat de Amazonen de ingewijden nog hoger zouden leiden. Daarom was het oervlees afgezonden op Ezau en Job. 10. Men hechtte meer waarde aan wat de voorouders zeiden, en wat de wereldbeheersers zeiden. Men liep met de massa mee, en stelde mensenvlees tot een arm. 11. Menselijke overleveringen en tradities werden de onaantastbare autoriteit. 12. De boogschutter of een boog voor oorlog en jacht, dit teken werd aan de hemel gesteld tot een verbond tussen God en mens. 13. De boog komen we ook weer tegen bij de troon. In de diepte betekent dit een vrouwelijke boodschapper. 14. Op de troon zijn twee stenen : de diamant en de sardius, dat zijn de witte steen en de rode steen, oftewel de steen van vrees en de steen van tucht. 15. Zo komen wij dan voor de troon om de boog te ontvangen, voor de oorlog. Zonder vrees en tucht kunnen wij deze boog niet ontvangen. Zonder als 191 een leeg vat te komen, zonder ons aan de voeten van de moeder God te onderwerpen, kunnen wij de boog niet ontvangen. 16. In het Hebreeuws betekent troon het verborgene. In het Aramees betekent troon een brug, of een dam, het rijden op een beest. 17. Wij moeten dus tot de troon komen om de boog te ontvangen en dan het oorlogsbeest ontvangen. 18. God schiep de vrouw vanuit een rib. In het Aramees is dit een wapen. In het Hebreeuws is dit een boog. Daarom wordt de vrouw vergeleken met een oorlogs- of jachtsboog. 19. Wij kunnen niet vanuit eigen kracht die boog grijpen. Wij zullen de leegheid, de vergetelheid, moeten ingaan, om een leeg, gebroken vat te worden. Ook alleen maar door de twee stenen, door vrees en tucht, kunnen we op het jachtsbeest plaatsnemen. 20. Alleen door de Vreze des Heeren kunnen we het jachtsbeest bestijgen. 21. En ik zag hen die verslonden waren door roofdieren voor Gods Troon verschijnen, en zij kregen een speer van bot om als koningen te heersen. 22. De speer van bot, de Vreze des Heeren, is de rib, het oorspronkelijke, zuivere vrouwelijke beginsel, geschonken aan de overwinnaars, hen die zich hebben toegewijd aan de moeder God. Wij moeten in haar opnieuw geboren worden om de rib, het wapen, te ontvangen. 23. Het oorspronkelijke vrouwelijke principe is een bot. In de indiaanse mythologie is de heerseres over het kinder-paradijs waar de borstenboom staat de godin van het bot. Dit is de oorsprong van al het
Page 192
leven en van elk medicijn. In het Aramees is het bot het zaad. 24. De speer zal de heidenen hoeden en hen als aardewerk verbrijzelen. Het vat moet verbroken worden. 25. De herbouwing is onder de voeten van de vrouw. Het lege vat zal herbouwd worden. Dit is ook de betekenis van Ruben, de eerste stam, die de rode steen draagt, de steen van tucht. 26. We zagen dat we de moederberg opmoesten, door het verslaan van het oervlees, door de runderjacht. Berg is ook borst in het Aramees. Wij moeten dus komen tot de moeder borst. 27. Wij hebben de speer nodig, het bot van de vijand, van de Vreze des Heeren. 28. De botten speer van Orion heeft de macht om het oervlees te verslaan. De voet wordt beschreven in het Aramees als de baarmoeder, het fundament, de onderwereld in de diepte van de aarde, als een pottenbakker's wiel. Onder de voeten van de vrouw is het lege vat. De voeten zijn een beeld van de baarmoeder, als een tuchtplaats waarin wedergeboorte is. Het begint dus helemaal onderaan, in de plaatsen van de onderwereld. 29. Allemaal dingen die wijzen op de verschijning van de steen van vrees, oftewel het bot van de vijand. Dan zien we de Amazones komen die de soberen moeten verzegelen, en zij verschijnen voor God's troon, de witte steen, oftewel de troon van Salomo. Deze troon is gebouwd van de botten van de vijand. 30. In het gebied 'Tork' van Betelgeuse was er lang geleden een bottenheerser als patriarchische leider. Zijn naam was Septus, en hij werd uiteindelijk verdreven, maar kreeg een grote autoriteit in andere 192 delen van Betelgeuse, Orion en de rest van het universum. 31. Septus was mede verantwoordelijk voor het stellen van vrouwen onder de mannen. Septus is een soort van gif wat mannen bekrachtigt en vrouwen verzwakt. Dit is ook een heel groot fundament van de valse kerk, waar valse mannen van naam omgang hebben met de dochters van de mensheid. Dit zijn niet zomaar menselijke dochters. Het gaat om een geslacht van boze geesten, en dit was de reden dat God de aardbodem moest verwoesten door de zondvloed. Zij hadden hun oorsprong in de geestelijke wereld, in de hemelse gewesten. Zij waren dus deels helemaal niet menselijk. Zij hadden een mensen-baarmoeder gevonden als een poort tot de aarde, om hun boze plan uit te voeren : het voortbrengen van de valse mannen van naam, en het bekrachtigen van hen. Zij komen dus op de aarde als vrouwen, maar zijn tegelijkertijd verraders aan het adres van het vrouwelijk geslacht. Zij doen dus geen eer aan de originele waardigheid van de vrouw, maar geven een misvormd beeld van wat een vrouw is, en doen dit ook met betrekking tot de man. 32. Het verstand kwam geheel onder de macht van het oervlees wat netjes van geslacht tot geslacht werd overgedragen, en uitgroeide tot een ijzeren beest. 33. Ook was Septus mede verantwoordelijk voor corrupte vertalingen, voor de afsluiting van het geestelijke. Dit is een werk geweest van de pijlen van Septus. De vrouw moest voortkomen uit de man, als zijn slaaf. 34. In zijn val groeide Septus uit tot een verschrikkelijke poortwachter tussen de aarde en Orion. Hij is een gevaarlijke macht van de dood, een macht die brandmerkt tot slavernij tot het oervlees. 35. Dit gif bracht de vrouw op de knieen voor de man, en maakte dat engelen over haar konden heersen. Het was een vrucht des doods. 36. Dit is waartoe Septus was uitgezonden. Het verwees naar Saturnus die zijn kinderen opvrat, Cronos in het Grieks. 37. De kinderen worden dan doodziek. De kinderen bevriezen onder zulk bewind. Deze koude bottenheerser verspreidt een doodse kou als een voedingsbodem voor het valse woord van het oervlees. 38. Het is als een verderfelijk zaad om mensen uit de paradijselijke staat met God te rukken. Deze parasiet heeft hiervan zijn beroep gemaakt, en is daar dag en nacht ziekelijk mee bezig. Hij verkoopt een gedwongen medicijn. Als je het niet neemt, zul je geplaagd worden door angst en treiterijen, vervolging en ontmoediging. Hij gaat op en neer om de mensen verslaafd te maken aan macht en kracht. Uiteindelijk is dit een boze droom voor de minderheden, want die worden zo uitgebuit. 39. Septus bewaakt hierdoor hysterisch de geslachts-identiteit. Een man moet een vrouw hebben als slaaf, om daarmee productief te zijn. Een man is er voor om de vrouw gevangen te houden, om zo over haar te heersen en ervoor te zorgen dat haar vrucht in zijn handen valt. Dit is de aanbiddings-orde van Septus. 40. Door de Septus-drug viel de mens, en kwam in de handen van deze geest van het oervlees. De mens verloor zo een groot deel van zijn vruchtbaarheid. Alles was gedoemd om ergens vast te lopen, om zo in een groot handelsveld te veranderen voor boze geesten. De mens werd een slaaf van deze geesten. Door de Septus-drug werd de mens een zombie. De mens werd een volgeling van duistere idealen. 41. De Septus-drug zorgde ervoor dat het 193 hoofdzakelijk over mannen ging, en heeft zoveel mogelijk vrouwen erbuiten gehouden. Ook zorgde Septus ervoor dat het over een mannelijke god ging. 42. Septus hield het vrouwelijke, het scheppende, het vruchtbare, het wapen, opgesloten. De molen van Septus 43. Septus had een molen geschapen waardoor zijn wereld orde werd opgezet, een molen als een troon. Hij was een beruchte boze geest. Hij zat aan de skelettentafel van het oervlees met een andere grote vijand van God's volk, die staat voor trots en voorspoed, en die betekent 'zaad van de vader' en 'verlangen'. Het oervlees stond voor hebzucht. 44. Het vrouwelijke is een wapen van tucht, als een instrument van tucht. Het zaad van de man moest sterven in de vrouw, zodat de vrouw nieuw leven kon geven. 45. Daarom het eerste wat Septus deed om de positie van de vrouw aan te tasten was om de kennis en wetenschap van de tucht aan te vallen en te verdraaien. Het gif van de verboden vrucht heeft als grondslag de tuchteloosheid en de valse tucht. Dat verbod in zichzelf was al een zekere tucht. De mens wilde als God zijn om aan die tucht te ontkomen. De mens wilde niet getuchtigd worden, geschoold worden, gedisciplineerd worden, maar losbandig leven. 46. Dit wordt ook wel de stoel van Eli genoemd, die zijn zonen niet tuchtigde, en daardoor zijn nek brak. Door de tucht des Heeren te aanvaarden zullen wij minder schade oplopen in de eeuwigheid. Deze tucht is dus ons te beschermen voor de verschrikkelijke gevolgen van de zonde. 47. Het verdraaien van de tucht, op basis van tuchteloosheid, moest de val van de vrouwelijke positie bewerkstelligen, volgens het plan van
Page 194
Septus. Er moest een wet opgesteld worden om de tucht des Heeren af te dekken, af te scheiden. De vrouw verloor haar autoriteit, en de gevolgen waren niet te overzien. Septus regeerde door het vlees van de man, en door een valse soort van vrouw, een soort van boze geesten, die het vlees van de man zou bekrachtigen. 48. De pit van de verboden vrucht, de wortel van het oervlees, de dood-verspreidende kiem, is allereerst een verachting van de tucht, en vandaaruit dwaasheid, die zelfs resulteert in een valse tucht. In deze wereld lijden wij onder dit valse systeem van Septus, als de valse rechter. 49. Door de tuchteloosheid en de valse tucht, twee pijlen op zijn boog, doofde Septus de stevigheid van het vrouwelijke uit, en werd de vrouw de onderdaan van de man. 50. Het kwam tot het volk vanwege het geklaag en het afwijzen van de tucht, de armoe en de honger. het zo belangrijk om ons af te scheiden van Septus en het valse woord van het oervlees. 4. We zien de speer van Mozes opgericht worden, als een orakel. Het is een tuchtschool voor het volk, om hen veilig te leiden tot het beloofde land. 5. De speer van Mozes was als het eeuwige touw. Het was de keten van God waarmee hij het volk wilde ketenen. Ook was het een beeld van de doorboringen der soberen. 6. De spreuken van de onderwereld spraken over de tucht als een keten des Heeren. De speer is een symbool van die keten. Dat deze vliegt is een symbool van de tucht. 7. Septus wilde ons onder de valse tucht plaatsen en de tuchteloosheid, door de menselijke overleveringen en tradities. 8. Het medicijn van Mozes is vandaag nog steeds geldig en krachtig, en meer nodig dan ooit tevoren. 14. De vliegende speer van Mozes 1. Mozes moest een speer maken van bot. Hij kon hiermee de doden opwekken. Het volk dat wilde blijven leven ging door de aandacht hierop te richten tot het eeuwige touw van de tucht. 2. Het volk had de plaag op zich geroepen door het geklaag en het afwijzen van de tucht, de armoe en de honger. Dit was waarom zij werden overgegeven aan menselijke overleveringen en tradities. Mozes moest hiertegen de speer van bot oprichten. 3. Het teken van Mozes daalde zo in hun harten als een verbond met de leerregels en de tucht. Hierin is 194 9. Door de tucht, is voortgaande openbaring mogelijk. Als dit er niet is, dan roest alles vast. Het verbreken van de menselijke overleveringen en tradities en het oplossen ervan is daarom heel belangrijk voor de doorgang van God's volk. 10. In de spreuken van Orion en de onderwereld gaat het over het ontvangen van de tucht. De speer, het touw en de gesel zijn belangrijk op het pad van de tucht. 11. Als we het over de onderwereld hebben, dan betekent dit ook dat het genezende kwaliteiten heeft, dus we zien de twee kanten van de onderwereld. Uiteindelijk is het bedoeld om het goede voort te brengen. 12. In de oud-germaanse mythologie was de onderwereld de moeder god, de godin van de jacht, de vruchtbaarheid en de kinderen, maar de patriarchie heeft haar min of meer veroordeeld. In de ervaring van de onderwereld, die wij nu al op aarde kunnen hebben wanneer wij getuchtigd worden, dan ontmoeten wij onze moeder, het instrument van de tucht. Zij voedt ons hiermee, ook al gaat dit vaak juist door de honger. 13. Septus had haar de oorlog verklaart. In diepte is de onderwereld de plaats van het bedelen, van de oorlogs-groet, en van het raadplegen van een orakel of van God. Je kunt er dus alle kanten mee op, en het is niet altijd negatief bedoeld. 14. De onderwereld is een bemiddelaar tussen God en mens, als een gebed. De onderwereld is een plaats van tucht, en alleen door tucht kunnen wij met God communiceren, dus ook door de gesel. 15. Door de gesel ontvangen wij de striemen, als tekenen van Moeder God, waardoor Zij met ons spreekt. 16. Mede door Septus kwam er een veel te eenzijdige kijk op God en de instrumenten, en kregen mensen last van kortzichtigheid. 17. God is dus ook in de onderwereld. Het is niet alleen maar een negatieve plaats waar God niet komt. Er kunnen ook hele mooie dingen in de onderwereld gebeuren, waar wij Haar echt leren kennen. 18. De onderwereld behoudt genezings-kwaliteiten, en in diepte betekent dit 'ervaringen' en 'het verkrijgen van kennis'. 19. Je kunt naar de onderwereld gaan om een diepere betekenis ergens van te krijgen, om iets beter te begrijpen, en het betekent ook iets om je aandacht te trekken of je aandacht geven, en betekent het onderscheidings-vermogen, de kunst van het zien (ook als een visioen). 195 20. Daarom zal de onderwereld een veel positievere plaats moeten gaan krijgen in onze omgang met Moeder God om Septus uit ons leven te bannen. De onderwereld heeft een heel nauw verband met de gaven van de kennis. 21. Twee machtige orakels werden opgesteld. Het orakel in het paradijs en het orakel van Mozes in de wildernis om te spreken met God. 22. De onderwereld functioneerde als de raadpleger van het orakel. De onderwereld is de tucht die wij moeten dragen. De onderwereld betekent 'zien' in de diepte. 23. Om het orakel van Mozes in werking te krijgen moest het volk 'zien' op dit orakel. De onderwereld is de brandstof hiervoor, de middelaar. Als wij niet door de onderwereld willen gaan, dan kunnen wij niet hiertoe komen. 24. Het gaan naar de onderwereld is de belangrijkste opdracht. De onderwereld is een belangrijk onderdeel van het pad. De gesel wordt vervuld met de onderwereld en zal daardoor in werking komen. Wij ontvangen zo de striemen. 25. Septus zal zo zijn macht in de onderwereld verliezen. Hij kan zo steeds minder voor zijn orakel betekenen. Hij zal zo steeds minder kunnen zien, en zijn macht verliezen. 26. Het is nu belangrijk om tot de dieptes van deze dingen te komen, om door alle voorhangsels heen te gaan, tot plaatsen waar Septus ons niet meer kan vervolgen. 27. Wij moeten de tijdelijkheid van de voorhangsels inzien, de betrekkelijkheid ervan.
Page 196
28. De Israelieten werden in de wildernis geleid om te komen tot de gesel van God, om daardoor getuchtigd te worden om in te gaan tot het beloofde land. Zij zouden hiertoe de striemen moeten ontvangen. De gesel zou spreken. 'Heere, spreek door Uw Gesel.' Mudroch II en zijn valse vertalingen 29. In het gewest Behamma van Betelgeuze in Orion, een reusachtig gewest van grote afmetingen, was Mudroch II de tweeentwintigste monarch, een patriarch, die later werd verdreven, en een machtige positie kreeg buiten Behamma, in Betelgeuze, Orion en het verdere universum. Hij moest ervoor zorgen dat het grondwoord geheel ondergesneeuwd werd door latere vertalingen. Hij moest ervoor zorgen dat de rijkdommen van het grondwoord in het Orions, in het Vu, in het Aramees, Hebreeuws en Grieks, afgekapt werden, zodat de levendmakende sappen ons niet zouden kunnen bereiken. 30. Door de verbreking van de vertalingen komt men tot de lagen van het grondwoord, in al haar diepte. 15. De wasplaats van de onderwereld 1. In het Aramees is de onderwereld gerelateerd aan een plaats waar gemengd wordt, een verboden plaats, of een plaats met restricties, een obstakel. Het is ook gerelateerd aan het zijn van een expert, en een gevecht. 2. Het slot is beschreven als de basis, de voet, de lagere gedeeltes, de onderwereld, ook in verbinding met tuchtplaatsen. De basis is ook beschreven als een wiel, ook als het wiel van de pottenbakker. Dit wordt beschreven als de innerlijke wereld. De voet 196 is een inheemse, lage plaats, de onderwereld, als een aambeeld waar het wapen geslagen wordt tot de juiste vorm. In het Aramees is de geweldadige voet, de vertreder, ook een manier om de baarmoeder te beschrijven, het begin van alle dingen. Dit is in het Aramees een drug waardoor het kind bij de geboorte huilt. Tegelijkertijd komt het kind met zijn pijlen om de oorlog van het leven te beginnen. Verschilt het in mening over iets, dan is dat hetzelfde als aan bijl er tegenaan gooien. 3. Zo is zaaien in het Aramees verbonden aan wenen, geboren worden, en tegelijkertijd aan bloedvergiet, als een soldaat geboren worden, want de wereld is in oorlog. Alleen op die manier kun je je stem verheffen, als je door deze serie van ervaringen heengaat, anders is het onmogelijk. 4. In het Aramees brengt de dood een stilte, een slaap, en daarin een gave. Dit houdt verband met vruchtbaarheid. Ook wordt de dood omschreven als een fontein. 5. De tucht is kennis. In het Hebreeuws heeft de moederborst de diepere betekenis van vernietigen, kapotmaken. Daarom is de moederborst ook een oorlogswapen. Ook komt de borst van het woord 'zien', en profetie, als zien in een extase of geestvervoering. Daarom is de moederborst nauwverbonden met de onderwereld. We zagen dat de moederberg de moeder borst voorstelde. De berg van de Moeder God in Eden is de onderwereld. 6. Dan wordt er gezegd dat de overwinnaars zullen ontvangen van de bron van het levende water, wat in het Aramees betekent : de vacht van de nieuwe geboorte (van het lam). Ook de tent wordt hen geschonken, van die vacht gemaakt. 7. Het geboomte des levens staat daar, in het Aramees de gevestigde, gezwollen tuchtplaatsen van de baarmoeder. 8. De onderwereld is de plaats waar gemengd wordt, in het Aramees betekent mengen vuil maken, vlekken maken, tuchtplaatsen. De lap van het lam wat gedragen wordt door de overwinnaars is om die reden vuil. De onderwereld komt om te mengen en om de tucht te herstellen. In het Aramees worden dingen vaak omgedraaid. 9. In het Aramees is wassen mengen, vuilmaken, om zo de baarmoeder in te gaan voor een nieuwe geboorte. Wassen betekent verspreiden, een inval doen, en bedekt worden. Wassen heeft te maken met de oorlogsvoering en de jacht. Wassen betekent zwart maken, donker maken, alhoewel het ook witmaken kan betekenen. een kwestie van tijd waarin de sobere klaar moet komen met het geheimenis, en zo niet dan zal de sobere door Septus ten onder gaan. 5. Septus zweefde als een bottenheerser over de duistere wateren, broedende, klaar om geopenbaard te worden als vals licht. 6. Wij moeten het licht van de manifestatie van het oervlees verslaan. 7. Jom werkt samen met Septus. Het zijn twee boze geesten die het valse licht schiepen, om alles te verblinden door het Septus-gif. Jom, de oude vrouw, werkt met het gif, het zaad van het oervlees, de valse geest. 16. Het rijk der kinderen in het midden der aarde 1. De onderwereld is de plaats van tucht, niet altijd negatief, maar zuiverend, en zelfs helend. De onderwereld is een school, waar je kunt veranderen, een plaats waar je gered kunt worden, of je verder verhard, dat is aan jou. De onderwereld is de moeder. 2. Zoals het woordje god misbruikt kan worden, zo kan het woordje onderwereld ook misbruikt worden. Daarom moeten we voorzichtig zijn. Er wordt gesproken over een diepte. 3. Septus is de valse vrucht die werd aangeboden door het oervlees, door menselijke overleveringen en tradities. Septus is de pit van de verboden vrucht, het gif wat afhoudt van de oorlogsvoering tegen het vlees. 4. Deze reusachtige bottenheerser staat voor een ieder die contact heeft met de oerbron. Dan is het 197 8. We zien dan een rijk van kinderen verschijnen. God laat dit allemaal zien in het middendeel van de aarde. De plaatsen waar vruchten en zaad zijn, kinderen, periy en zera. 9. In de indiaanse mythologie begonnen de goden allereerst kinderen te maken in het kinder-paradijs. Hier groeit de Zuigelingen Boom, die vele tepels heeft om de kinderen te voeden en ook voort te brengen. De vrouw met de vele borsten is voor hetzelfde doel, als een beeld van vruchtbaarheid. 10. Jom heeft een valse tepelboom om de kinderen te misleiden en om vals zegelwerk te verrichten. Zij werkt met het Septus-gif, de valse geest. Dit manifesteert zich in de menselijke overleveringen en tradities. 11. Kent gij het geheimenis van de hondenhaag ? Aan het einde der haag zit de vrouw der katachtigen, en zij zal nog eenmaal opstaan om de kinderen van het koninkrijk te misleiden. En zij zullen troost vinden bij de bomen des velds. En de aarde was in verbazing en verwondering dat de grote gevallen Jom was opgestaan. En in haar hand had zij een tepelboom waarmee zij de zielen van
Page 198
kinderen kon binden. En met zeven valse tepelen en sterren kon zij boeken en woorden verzegelen. En de kinderen baden tot God, smekende of het zegel der honden verbroken kon worden. 12. In het kinder-paradijs is er het principe dat je bereid moet zijn de dingen die je het meest lief zijn op te offeren voor een hoger doel, de wet van scheiding. Dat is het precies het tegenovergestelde van wat de klaaggeest Jom doet, de valse godin van het huwelijk. 13. Het principe is daarom belangrijk om Jom, het valse, verwende, vleselijke klagen, te overwinnen. gemaakt, maar het houdt nog steeds iets zeer krachtigs gevangen. Wij moeten daarom door het voorhangsel heen scheuren om tot die schatten te komen. De Inheems Westerse gebieden houden de sleutels. Amerika is de Tehowm, de diepte. Deze afgrond zou je ook kunnen zien als de leeuwenkuil. Wij moeten terug in onze tropentocht naar de plaats die God voor ons bestemd heeft. Dat is het aanhangen en verkrijgen van de tucht, het vinden van de moederborst, oftewel de veelborstige boom. Alleen zo kunnen wij de gif-boom van de borsten van Jom verslaan. 4. Wij moeten dus kiezen tussen de onderwereld en Septus. 17. De val van de mens in het Oosten 1. Het principe regeert het kinderparadijs. Het wordt beschermd door de watervallen van leegte en vergetelheid. De veelborstige is de Baarmoeder van de aarde. Het boek des levens, oftewel het Boek van de Baarmoeder in het Aramees is dus het Boek van de veelborstige. Het principe, de wet van scheiding, was tegelijkertijd het geheim van de verjonging. 2. Er waren dus gevaren opgesteld juist om deze geheimen te beschermen. De mens werd later ontmaskerd in het Oosten, waar hij ook viel. Maar de geheimen waar het allemaal begon waren in het Westen, waar het inheemse Amerika de schatten van draagt, alhoewel die schatten vaak geplunderd waren door het Zij-Westen, de Spanjaarden, en het Oosten. 3. De Takhot was niets anders dan een gestolen schat die geheel verkracht werd, en corrupt werd 198 5. De Heere hief mij op, en ik daalde vervolgens neer op een plaats genoemd het Oude Amerika. En ik zag de gezichten van drie stamhoofden gebeeldhouwd in bot, en zij droegen een gloeiende tepel op hun voorhoofd. En de Heere bedekte de tepelen en duisternis kwam tot de plaats. 6. God openbaarde de dieren om de kinderen te helpen. God openbaarde ook het gras. 7. Gras is in het Aramees ook regen, en dat betekent afdalen tot een lagere plaats, en wenen. In de indiaanse kalender is het Gras-medicijn lankmoedigheid, oftewel vasthoudendheid in het lijden, het vasthouden aan de tucht. 8. Er werden vijanden geopenbaard, het eeuwige conflict werd getoond. Die werelden moesten gedragen worden als een last, en in de oorlog was het belangrijk om gif te transformeren tot medicijn. 9. Het indiaanse Water-medicijn was bedoeld om op te wekken voor de strijd om die reden. Water is ook een oorlog, wat beschreven wordt als een zaad, en dit zaad is vuil. Het Water-medicijn zorgt ervoor dat je toewijding krijgt aan de beproeving van het conflict, omdat het je zuivert. Juist door de toewijding aan de oorlog wordt het gif medicinaal. 10. Mayim is het Hebreeuwse water-medicijn, het oorlogs-medicijn, wat erg vuil en giftig is, maar wat een merkteken maakt als een belangrijk fundament in je leven. 11. Er is de leegte in de rumoerige, oorlogsvoerende, vuile wateren. Die leegte is de beschermer van de Tehowm, de afgrond, de tuchtplaats, het beeld van de vrouw, de moeder God. Wij kunnen alleen door de leegte tot haar naderen, door helemaal los te komen van onszelf, als een leeg vat. 12. Wij moeten als een leeg vat onder de voeten van de moeder God komen. Door de leegte hebben wij ook toegang tot de Tehowm. 13. De oermoeder van de zee, van de wateren, draagt het water-medicijn om in te wijden in de oorlog. De zee is ook afgrond in het Aramees. Zij is dus de Tehowm. 18. De witte steen 1. In onze tocht is het belangrijk om te strijden om tot overwinning te komen, om vandaaruit de witte steen te ontvangen, de steen van vreze. 2. De witte steen is nauw verbonden met het verborgen grondwoord wat ook aan de overwinnaars wordt geschonken. 3. Er wordt dan gesproken over een oogst. We zien dan dat door de macht van de witte steen het oervlees in stukken wordt gescheurd. 199 4. Er zal een dag zijn dat het witte stenen, botten van de vijand, zal regenen, en dat zal zijn wanneer de witte steen terug zal komen tot de aarde om te oordelen. Dan is de witte steen een wapen. Regenen betekent dus afdalen naar een lagere plaats. Wij moeten dieper de onderwereld in tot het verkrijgen van de botten van de vijand voor tentwerk. 5. Salomo's troon was gemaakt van witte steen, ivoor, met goud bedekt. De grote witte troon waar alles van wegvlucht en waardoor alles zijn plaats verliest, is ook van witte steen. De Vreze des Heeren is het begin van de wijsheid. Wijsheid betekent ook oorlogs-kunde. Overwinnen betekent komen tot de troon van Salomo. Dit is een troon gemaakt van de botten van de vijand. De kinderen van Septus 6. Menselijke overleveringen en tradities stonden op door het gif van Septus, de valse geest. Het zou mensen het gif toedienen. Mensen werden gedwongen van dit gif te eten. Dat was het werk van Septus. Septus onderdrukte de vrouwen, omdat hij wist dat het oer-vrouwelijke het medicijn van de oerkennis bezat. Deze verschrikkelijke geest zal uit de hemel vallen. 7. Septus had leugens rondgebazuint, in zijn oorlog tegen de Moeder God. Samen met het valse woord zat hij aan de tafel van het oervlees, een valse jachts-tafel, als twee skeletten. 8. De mens had het oervlees tot god gemaakt, tot het ontvangen van het Septus-gif, om mannen te bekrachtigen en vrouwen te verzwakken, opdat de oerkennis verborgen zou blijven. 9. De Septus en de Jom zullen om de ruggegraat heen kronkelen van hen die menselijke overleveringen en tradities volgen, om de medische
Page 200
staf, het teken van Mercurius, het kwik-vergif, en de Romeinse god van de media en de handel. 10. Wij kwamen in deze gebieden terecht, op deze aarde, waar deze afgoden die hier heersten zich op deze manier manifesteerden. Het zijn godstartende afgodsbeelden van de begin-periode van de mens, waarin de mens zijn meesters ontmoette die de macht symboliseerden in het buiten-paradijselijke gebied. 11. De schepping van de aarde had te maken met een samenzwering van insecten. 12. Saturnus werd groot, de kinderverslindende vadergod. De 'dochters der mensen' werden verwekt door het zaad van het oervlees. Zij hebben Septus als vader. Septus schept slavenvrouwen die de mannelijke wet groot moeten maken en groot moeten houden. 13. De 'dochters der mensen', waren nakomelingen van het oervlees. De verboden vrucht is vergif, valse medicijnen die hun oorsprong niet in de oerkennis hebben, maar in hekserij. 14. Het wil ons langzaam vergiftigen door gedwongen medicijnen. 15. Septus was de Zoon van Jom. Septus moest haar grootmaken, en deed dit door de 'dochters der mensen', die mannen van naam aanhingen en mannen van naam grootbrachten. Zij houden de aloude fundamenten van afgoderij in leven. Zij zijn verzot op menselijke overleveringen en tradities omdat dat de man macht geeft. Een 'dochter der mensen' wil geen afstand doen van deze afgoden. Zij is hieraan te gehecht. 16. Zij werden bestempeld als 'goed' in de zin dat ze mensenbehagers waren van het systeem. Zij moesten het systeem grootmaken. Daartoe waren ze uitgezonden. 200 17. Er was dus een heleboel misleiding gaande om deze zogenaamde kunstmatige nep-vrouwen deze status te geven. 18. De 'dochters der mensen' betekent 'genezers'. Zij genezen boze geesten, zij genezen de Nephilim wanneer dezen thuis komen van de oorlog. 19. Zij zijn de kleinkinderen van Jom, en kinderen van Septus. Zij bevinden zich in de bloedlijn van Septus, het zaad van het oervlees. Al hun werken zijn erop gericht Saturnus groot te maken. Dit was de verboden vrucht. 20. De 'dochters der mensen' werken met slakkengif, om het oordeel van God te vertragen, zodat Saturnus veilig blijft. De geest van vertraging moet overwonnen worden. Het is de geest van uitstel. 21. Zij aanbidden de staf van Mercurius waar de twee slangen omheen kronkelen, oftewel Jom en Septus. Zij brachten de 'dochters der mensen' voort om het giftige medicijn wat de handel moest bekrachtigen veilig te stellen. Het was dus een economische strategie. 22. Ezau en Job kwamen voort uit Adam, en vormen delen van hem. Ezau versloeg de Septus, en Job versloeg Jom. Zij hadden de windafgod verslagen. Septus was een mysterie, als de tepelboom, de tepelstaf van Jom, waarmee zij zielen verzegelde. Het bracht een gif voort wat hoofden innam. Maar Adam rijdt op het beest. 23. Hij maakte een pad door de wildernis, en het pad verblindde hem, en voerde hem naar de duisternis, en naar duistere steden. En ik zag Adam op een groot beest zitten, en in de nachten was hij als een nomade, als een onderzoeker en een zoeker, om zijn weg te vinden over duistere paden. 24. Door het beest te overwinnen en te berijden hebben wij rijkelijke toegang tot de moederberg, de moederborst, waar de geheimenissen van het besnijdenis mes verborgen liggen. 6. Adam zal het beest berijden. Het beest zal teruggeplaatst worden waar het hoort. 7. Er is een worsteling om tot het geheimenis te komen. 19. De vogel van Adam 1. De klaaggeest werkt samen met beschuldiging. Jom wil alle eer voor haarzelf. Door het verschrikkelijke geklaag en de beschuldigingen is het voor velen moeilijk om binnen te gaan. Afgoderij is veel makkelijker, en dit is voornamelijk voor de luie gelovigen. 2. Adam overwon het beest door het beest te worden. 3. Zo zijn de voorhangsels van het paradijs verleidelijk, vol van verlokkingen, van valstrikken waaraan alleen de rechtvaardige zal ontkomen. 4. In de pre-atlantische dorga-geschriften gaat het over een gevaarlijke groep van boze geesten. Zij worden ook beschreven als drie zwarte arenden, drie hoeren van de stad Mahamarma. Mahamarma is de stad van grote vernietiging, en deze werd verwoest. 5. Zij willen Mahamarma herbouwen in de dieptes van de stad Muhammohamma, maar in de wedergeboorte van de natuur en de oeroorlog wordt Muhammohamma omgekeerd, in de wedergeboorte van de zee. 8. Adam werd gebracht tot de dieptes van het paradijs. Ook is dit de vogel van Adam, als een paradijsvogel. Deze bracht Adam over de paradijselijke zeeen en rivieren. Wij moeten het geheim van de vogel van Adam leren kennen. Hierin is Septus ontmaskerd. 9. En het geheimenis omtrend Adam en Eva werd bekend. En ik zag vele steden jubelen omdat ze vrij waren gekomen onder dit geheimenis. En zij werden van hun lasten verlost. En zo waren er twee bruggen in het paradijs. 10. En ik zag Adam op een groot beest, en ik zag het geheimenis der eeuwen, en toen begon de Heere zijn grotten en ravijnen te openen, en grote wildernissen met hun rivieren. En er kwam een oordeel op de aarde zoals er nog nooit geweest was, en Adam leidde de volkeren met een staf van ijzer. 11. En er was een verdrukking zoals er nog nooit eerder was geweest, en vele graven gingen open. En ik zag de martelaren des Heeren voor de Heere verschijnen roepende om wraak, omdat ze zo lang door het letterlijke waren gekweld. En de Heere gaf hen een rood kleed, bevlekt met bloed. 12. Adam moest Jom verslaan. Ook moest hij de Septus verslaan. Jom kon hij verslaan door de oerkennis van Job. Hij verzamelde de botten van het oervlees. 13. Vanuit één van deze botten zou hij Eva kunnen oprichten. Dit had in diepte te maken met het oprichten van een stam. Door de jacht kon hij tot Eva naderen. 201
Page 202
14. Adam moest de Etru, de Orionse wapenrusting, maken van de botten van Jom en Septus. Zo kwam Adam als overwinnaar tot de witte steen. 15. Wij kunnen dit geheimenis alleen verstaan in de context van de tempel van Zaralahm, dat wat verborgen ligt achter de menselijke overleveringen en tradities. Zaralahm is het beest der beesten van het oervlees. 16. Er is dus een beest achter het beest, en die is Zaralahm, de vader van het beest van menselijke overleveringen en tradities. 17. Zaralahm hield de botten van de vijand verborgen. Wij moeten dus dieper in de tempel van Zaralahm doordringen om Septus, de valse geest, te verslaan, oftewel : om tot de oerkennis te komen die door Septus wordt bewaakt. 18. We maken onderscheid tussen het paradijselijke lichaam, en het lichaam na de zondeval. De aarde waar we nu op leven is niet de paradijselijke aarde, maar de gevallen aarde, de lagere aardse gewesten. Hier is een lichaam dan ook veel anders. Septus hield zich veel bezig met de verschillen in de anatomie tussen man en vrouw. Hij maakte het zo dat mannen sterker werden dan vrouwen, zodat de man heerschappij zou voeren over de man. Dit was het gevolg van de zondeval, dat had niets met het originele lichaam van man en vrouw te maken. Het was de vloek verbonden aan de zonde. 19. Hier op aarde, na de zondeval, dus in de lagere aardse gewesten, waar het kwaad god is, is het de wereld van de valse mannen van naam, pronkende mannen die macht voeren over vrouwen en hen als slaven gebruiken. De zogenaamde 'dochters der mensen', een ander geslacht van boze geesten, moesten hen in die positie ondersteunen. Omdat de mens geen zin had in allerlei ingewikkelde wetregeling van God voor het gebruik van zijn 202 schepping, maakte Septus een veel simpelere constructie, de directe brute materiele kracht van het spier-mechanisme, om zo Moeder God te doven. Zo ging de mens over van een oerlichaam, tot een gevallen lichaam des doods van brute kracht. De mens was niet meer verbonden aan de bomen van het paradijs, de plaatsen van tucht. 20. In de Orionse mythologie was de mens oorspronkelijk gemaakt van het mannelijk geslachtsdeel in die zin dat het lichaam niet door spieren werkte, maar door een vorm van spasme, door lichaampjes die met bloed gevuld worden, wat dan verder meer door pezen werd ondersteunt in plaats van spieren. Het voordeel van dit lichaam was dat alles telkens terugkeerde tot de leegte, en vanuit de leegte voortkwam. Door de zondeval kwam hier verandering in. Men werd slaaf van lichaamskracht wat telkens van alles wilde. 21. Toen de vrouw werd gemaakt viel Adam in een diepe slaap, de tardemah. Dit was een bovennatuurlijke slaap die God gaf. Na de zondeval kreeg de man door de vloek een lichaam wat zou heersen over de vrouw, terwijl de vrouw in vergelijking met de man nog wel iets van die verlamming in zich had, van de oorspronkelijke staat. De man had die verlamming alleen nog maar op één plaats, waar zijn geslachtsdeel is. 22. Voor een man is het dus belangrijk om terug te gaan tot de Tardemah, de oerslaap, waardoor hij in contact komt met zijn oorspronkelijke lichaam, en in contact komt met zijn oorspronkelijke vrouw, de oervrouw. 23. De leegte moest gevuld worden door het overwinnen van de vijand en niet met spierkracht. 24. Maar de man ging met de verkeerde vrouwen van dat volk om, en werd geleid tot de verboden vrucht. De man verloor zijn kostelijk, verfijnde lichaam, en werd opgesloten in een groffe, brute kolom vervaardigt door de valse mannen van naam, om hem daarin opgesloten te houden, en hem te koppelen met boze geesten, de dochters der mensen. 25. Alleen bij kinderen kunnen we soms nog die oorspronkelijke goddelijke 'verlamdheid' terugzien van het paradijs, of bij mensen die onderworpen zijn aan de oerkennis, en kinderlijk zijn toegewijd aan God, als godvrezenden. 26. Zij dragen het zaad van het nieuwe lichaam wat terug gaat komen. 27. Het paradijs zal dan weer geopend worden. 28. Het zal gebeuren wanneer het volk kennis zal gaan krijgen over deze dingen. 29. Velen zullen dit niet aankunnen, en zullen grijpen naar hun oude menselijke overleveringen en tradities. Zij zullen zich vastklampen aan het oervlees en aan Septus, om de gevallen man groot te houden. 30. Zij willen het grondwoord niet onder ogen komen, want dan zal hun gevallen natuur ontmaskert worden en onttroont. Maar anderen zullen het gaan zien als een bevrijding. Die dag zal komen, en dan is het 'Kiest dan heden wie gij dienen zult.' 31. De aarde werd geschapen vanuit 'mayim', wat niet alleen maar water betekent, maar ook zaad. Toen vond er dus schepping plaats. De mens scheidde dus ook zaad uit, waarmee zij konden scheppen, net zoals God, want zij waren naar Haar gelijkenis gemaakt. 32. Ook zien we dus dat er geschapen wordt vanuit de oer slaap, de Tardemah, oftewel de oerverlamming. Telkens weer werd er vanuit de leegte geschapen. 203 33. Wij mogen terugkeren tot het paradijs door de oerslaap, als wij de valse slaap zullen verslaan, en de vrucht, Septus. Ons leven zal gevuld moeten worden met mayim, het oerzaad, de overwonnen vijand, zodat scheppingswonderen plaats zullen vinden. 34. De Tardemah is ons gegeven als een wapen. Wij mogen niet sterk zijn vanuit onszelf (pronken), maar wij moeten zwak zijn, om de sterkte van God te ontvangen, vanuit de leegte, en altijd weer terugkerend tot de leegte. 35. De Tardemah is onze bescherming. De slaap heeft met de tucht te maken. Slaap en zaad zijn dus nauwverbonden met elkaar als de scheppingskracht van God. 20. De bazuin van Adam 1. Eerst zal er een oerslaap komen, en dan zal er een herschepping plaatsvinden, en degenen die hebben overwonnen komen uit het bloed van de grote verdrukking. Zij worden geleid tot de waterbronnen des levens, oftewel de bronnen van de mayim, de bronnen van zaad, van de overwonnen vijanden. 2. De lichamen van de overwinnaars worden teruggeleid tot het paradijselijk lichaam om daaraan gelijkvormig te worden. 3. Dan kan men door de leegte, de stilte, terug keren tot de Tehowm, de paradijselijke oerbron. 4. De zondvloed wordt is een vloed van zaad, of andere soorten lichaamssappen, zoals melk. Het is de overgang tussen twee werelden.
Page 204
5. Er werd een heg opgericht in de vorm van een zee, waardoor de mensheid verder van het paradijs werd weggedreven. Vanaf die tijd waren de seizoenen ingevoerd. Er vond een herschepping plaats, om de aarde te ontdoen van het kwaad. Noach werd naar een speciale plaats geleid, waar hij paradijselijke kwaliteiten kreeg zoals het heersen over de dieren. Toch werden er weer boze geesten vertoont die nog waren overgebleven door de zondvloed. 6. Ook voor ons is het belangrijk om 'mayim', het oerzaad, te ontvangen, om zo geen slaven van Septus te zijn. 7. Septus, de Trooster, is een voorhangsel. De Trooster houdt ons tegen om verlicht te worden, om het nachtzicht te ontvangen. De Trooster is een zwaar lijden, omdat het de profetische gave in ons dooft. 8. Alle entiteiten van menselijke overleveringen en tradities waren een voorhangsel. Alles om ons heen is een groot voorhangsel. Dit is niet het paradijs. 9. Deze wereld werd geschapen door het oervlees om ons af te houden van de oerwereld. Wij gaan van voorhangsel tot voorhangsel. Wij moeten de geheimenissen van de voorhangsels oplossen om doorgang te vinden. 10. Septus was gezonden door het oervlees. Het was een moordenaar. Profetische kennis is veel belangrijker dan troost. Wij moeten komen tot de duisternis. Lichten zullen ons verblinden. 11. Wij moeten leren leven met de kleinste hoeveelheden. Geesten van rijkdom en materialisme staan overal op de loer om ons tot een slaaf te maken. 12. Voorhangsels zijn belangrijk, want zij vormen de ladder om uit putten te komen. Soms vallen we, 204 en dan hebben we die voorhangsels nodig. We gaan van voorhangsel tot voorhangsel, en proberen hun geheimenissen op te lossen. Alles is bruikbaar materiaal. 13. Onthecht je van alle dingen en wikkel jezelf dan alleen in God. Kom naakt tot God, zonder al je voorgeslachtelijke archetypes en metaforen die je in je leven hebt gebruikt. Laat alles achter je. Laat de doden de doden begraven. Ga door alle voorhangsels heen die ze op hebben gehangen rondom je. Zoek God. Niet de beelden die je voorouders hebben gemaakt van God. 14. Door de besnijdenis wordt men Israeliet, en wanneer de besnijdenis tot volgroeiing komt, wordt men sobere. 15. Wij moeten al onze bruidsklederen afdoen, en ook de Trooster in ons hoofd, en dan de wildernis in vluchten. Het oervlees kan alleen de schaduw zien van het oerwoord. Hij leeft onder een sluier. Wij leven daarom in een omgekeerde wereld. 16. Wij moeten al het voorgeslachtelijke achter ons laten. God zal ons dan, alleen dan, de rode draad laten zien. Als we nog wanhopig vastklemmen aan onze voorouderlijke erfenis, dan zullen we daardoor verblind zijn en misleid worden. Er is een roep om tot Orion te gaan. 17. In de Orionse geschriften is er de jacht op de troost-vogels en de bruids-vogels. Deze bruidsvogels zijn een soort ooievaars die zielen kunnen stelen. Daarom is de jacht hierop van groot belang. Het zijn kinderdieven. Toriax is een Orionse Adam. De troost-vogels en bruids-vogels zijn de bewakers van de schatkamers van Septus. In de geschriften van Orion is het belangrijk om Toriax te vinden en te ontvangen, om bestand te zijn tegen deze vogels en om hen te overwinnen door de jacht. Zo niet, dan worden we door de dronkenschap van de vijand ingenomen. 18. In de schatkamers van Septus wordt de poort bewaakt tot de Oxcrenon, de put van de buffeljacht. Hier worden de buffels en bizons van Septus, de geesten van mannelijke superioriteit verborgen gehouden en bewaakt. Alleen door Toriax heeft een Jobitische sobere daar toegang, na het verslaan van de vogels van Septus. 19. Deze jacht is belangrijk voor het komen tot de diepere oer-uitrustingen die Septus al zo'n lange tijd verborgen heeft gehouden. De buffels en bizons van mannelijke superioriteit zijn de wachters van deze oer-uitrustingen. Zij houden de poorten tot het kinderrijk verborgen. 20. Door het pad van de Oxcrenon te gaan, de buffeljacht, komen wij tot het rijk der kinderen. Ook hier moet jacht gehouden worden. Er zijn hier namelijk veel hysterische kippen-geesten. Zij veroorzaken verschrikkelijke depressies in de kinderen, en trauma's. Zij zijn troost-kippen en bruids-kippen, een plaag voor de kinderen. Zij werken met valse schuld, en manipulatie. Ook bedreigen ze de kinderen. Vele kinderen met een verstand zo fragiel als een eierdop breken onder zulke bedreigingen. Daarom is de jacht zo belangrijk. 21. Doordat de kinderen onder hoge druk leven, onder onvoorstelbare mentale en emotionele marteling en angst, en daarin worden meegezogen, staan zij bloot aan de gevaren van de misleidingen. 22. In het veld leven de zwijnen van het oervlees, vaak grote Orionse zwijnen, met een lust om kinderharten in te nemen. Zij werken samen met de troost-kippen. Het vergt lange, dunne, scherpe pijlen komende van de Toriax om hun huiden te doorboren en hen te verslaan. Deze geesten zijn snel, gewiekst. Wees daarom op je hoede. 23. Laat je daarom niet afleiden. Er zijn valse 205 geesten uitgezonden om de jacht te doven. Het zijn afleidende geesten die ons willen voeren tot nutteloze gevechten tegen mensenschimmen, om ons af te leiden van de jacht. 24. Adam heeft soms een bazuin. De bazuin is ervoor om de runderjacht aan te kondigen. Het beest is Zaralahm. Dit bees bewaakt de botten van de vijand. 25. Adam had ogen in het paradijs waarmee hij kon zien, en waarmee hij kon onderscheiden. En zijn neus kon onderscheiden de tijden van oorlogsvoering en van vrede. Hij diende het oerwapen. 26. Adam kwam in de tempel van Zaralahm tot het beestennet, wat grote oerkennis bevatte, in de vorm van drie ribben. 27. Septus rijdt op het Jom-beest, strijdende tegen de soberen. Dit is een groot geheimenis in de tempel van Zaralahm. 28. Ook rijdt Jom op het Septus-beest. Adam blaast de bazuin voor de runderjacht. Aan het einde zullen Septus en Jom elkaar verslinden. Wij moeten de moederbergen van het paradijs opgaan, en de jacht aangaan. 29. Menselijke overleveringen en tradities werden als een groot voorhangsel opgericht, waarachter het bloeddorstige oervlees van de tijd en van de dood zich schuilhield. Het gebruikte zelfs de tempel van Zaralahm als een groot voorhangsel, in wiens diepte hij woont. Het werkt nauw samen met Jom. 30. In het Egyptische geloof waren Ra en Apap, het oerbeest van het oervlees, altijd in gevecht. In de nacht slokte Apap de visboot van Ra op, zodat Ra de onderwereld inging en Osiris werd, de god van de dood. Ra trok altijd door het lichaam van de oermoeder, die geboorte gaf aan hem in de ochtend,
Page 206
na het verslaan van het beest Apap. Het bloed van Apap verscheen iedere morgen als het morgenrood. Er was altijd strijd tussen het oerbeest van het oervlees en Ra, omdat Apap heerste in de oertijd, en Ra pleegde eens een staatsgreep om de macht over te nemen. Ra reiste op zijn visboot met verschillende wachters die hem beschermden. De meest krachtige was Seth die in het stuurgedeelte was, en die Apap spietste met een speer. De bazuin van Voyba 31. Septus, de boze geest, heeft Moeder God op allerlei verschillende manieren getard, en houdt het volk opgesloten. 32. De Amazone Voyba was speciaal voor dit probleem uitgezonden. 33. Het valse woord is een andere vorm van Jom, die het Septus zegel nodig had als een kroon om het af te sluiten. 34. Job moest alles afleggen, en leeg worden voor de Moeder God. 35. Tot de moeder bergen komen betekent de vijand overwinnen, en komen tot een Ezru, de borstplaat of rok van gerechtigheid. 36. Onreine vissen, runderen, en kalveren hadden Ahn omsingeld, als het valse woord, waardoor hij werd opgesloten. Maar Ahn moest zich hiermee juist gorden, omdat het eigenlijk voor hem een wapenrusting is, die hij eerst moet overwinnen. Hij moet de jacht beginnen op dit gevaarlijk vee, en het onderwerpen, ook zoals Job dat moest, en de soberen. Job maakte van de jachtprooi zijn wapenrusting. Dit gebeurde door het ingaan van het stof, het vuil, van de oerwereld. 37. Ahn komt dit stof binnen als tot het laatste oordeel. Ahn moet zich bekleden met de huiden van 206 de verslagen beesten van het oervlees. Het stof en vuil van de oerwereld is tegelijkertijd de ontwapening. 38. Net als Job werd Ahn in dit stof gevormd. Dit stof is een diepere oerverlamdheid daartoe, waarmee Ahn net als Job ingesmeerd moest worden, opdat hij daarin bewapend zou worden en tot groei zou komen, onder de Moeder God. 39. In de oerstof wordt alles getest om klaar te maken voor de Adamah, de diepere laag en het eigenlijke wezen van Ahn zelf, waarin hij moest komen tot Adam, de paradijselijke vloed. 40. In de oerstof werd Ahn voorbereid om een oerrechter te zijn, waaraan niemand zou kunnen ontkomen. In de oerstof ontvangen wij ook een nieuw lichaam. 41. Adam was geopenbaard als de oerbeker, die het bloed van de vijand draagt. 42. Ahn leidt helemaal terug tot de bron van Adam in de oerwereld, waar de bronnen van bloed zijn, waar de grondvesten van de aarde getoond worden in een openbaring. 43. Het opgaan van de moeder bergen is dus belangrijk om tot de oerwapenrustingen te komen. 44. Het zaad wat in bloed verandert, oftewel het bloed wat tot zaad wordt, is het teken van de overwinning over hebzucht. 45. Het zaad wat in bloed verandert, oftewel het bloed wat tot zaad wordt, is ook een teken van de overwinning over Septus. Als wij vol zijn met het bloed van de vijand, zo vol dat het tot zaad van de oerkennis wordt, dan zal Septus ons niet kunnen vervullen. Het bloed van de vijand zal als een muur rondom ons zijn. Dit is de bitterheid waartoe de Moeder God Job dreef. 46. Het komt als het zaad van bitter bloed. De hongerkennis is een bloeddorstigheid die bitter gemaakt wordt, oftewel gevuld worden met het bittere bloed van de vijand, waarvanuit zal worden geklaagd en gezongen. 47. Septus houdt het geheimenis van de Thorax, de Orionse Etru, oftewel het borstpantser van gerechtigheid of bottenrok verborgen. 48. Oude vruchtbaarheidssymbolen van het lijden kwamen ook in de vorm van een roofvogel. 49. In het voor-atlantische was deze roofvogel Ve, en in het atlantische Ve-Dis, of Dis. De Ekkretenen en de Ekkressenen hadden deze roofvogel als god, waar ook veel van de hedendaagse Griekse en Romeinse mythologieen uit zijn voortgekomen. Vandaag de dag is dit bij de Grieken Hermes, en bij de Romeinen Mercurius. Beiden dragen zij de medische staf, en zijn zij goden van de handel en de media. 50. Mercurius, Mercury, oftewel kwik, is het gevaarlijke gif wat tandartsen in de monden van mensen doen onder dwang. Pijnklachten worden vaak niet serieus genomen, op iets anders geschoven of tussen de oren. Het is dwangverpleging wat al van kinds af aan gebruikt wordt om de mens onder controle van Mercurius te houden, oftewel Septus. Septus beheerst deze handel in mensenzielen. 51. Het kwik van de voorouders kan een kind in de baarmoeder al flink verminken, en kan een kind veel problemen geven in het opgroeien. Mensen kunnen in een coma raken door kwik, en dan moeten ze hun leven slijten terwijl ze in een kwikcoma zijn, allemaal door Septus en kwik, oftewel Mercurius met de medische staf. 52. In ieder geval moeten wij naar de wortels van Septus toe, verborgen in Atlantis, en het Voor207 Atlantische, naar de roofvogel Ve, Ve-Dis. Dit is een oeroude god, aanbeden door de Ekkretenen en de Ekkressenen. 53. Boze geesten hebben het valse woord opgericht met al zijn misvertalingen door het plunderen. 54. Septus steelt hiervan om het voor zichzelf te gebruiken, waardoor hij kan spreken. Septus is een dief. Het is een roofvogel die geen genade kent, maar die wel valse genade kan gebruiken om mensen in slaap te sussen. Deze geest is levensgevaarlijk, want hij wil mensen op een sluwe manier de vernietiging inhelpen. 55. De roofvogel vliegt, zoekende naar prooi, belust op bloed. Natuurlijk zal hij camouflage tactieken gebruiken om ook de slimmere dieren te kunnen vangen. Deze roofvogel wordt aanbeden. Mensen roepen hem aan over de hele wereld om macht te krijgen en geluk, over de ruggen van anderen. In de naam van deze roofvogel wordt heel veel kwaads aangericht, en zijn er vele oorlogen onder zijn volgelingen, en de roofvogel lacht en geniet, omdat mensen zich bezig houden met de vormen en eigen koninkrijkjes, en niet de oerkennis. Zijn veren zullen uitgeplukt worden. 56. Het nachna varken zal zijn slagtanden en horens verliezen. 57. Er zijn boze geesten als een kippen-soort genaamd Tirku Tirku-kippen worden voornamelijk gebruikt voor de jacht en de oorlog, in de zin dat hun vergoten bloed opgevangen in een pot na een paar dagen hartstikke giftig is. Dit gif breekt de botten af van boze geesten in vee-vorm, voornamelijk de hoornen en de slagtanden. Zo wordt roofvee minder gevaarlijk. Tirku-kippen zijn vaak dik en zwart met een streepje wit op de buik. Tirku-kipgeesten zijn laffe boze geesten die onrecht vereren om zo niet door onrecht te hoeven lijden. Zij houden het onrecht dus de hand boven het hoofd, en worden zo beschermd door het onrecht.
Page 208
Het is een soort van hekserij. Tirku-kipgeesten veroorzaken veel hoofdpijnen in oordeels-profeten. Daarom moet er jacht op deze boze geesten gedreven worden. Ook dus vanwege hun bloed, wat belangrijk is in de strijd en de jacht. Oorlogs-gif en jachts-gif is belangrijk. 58. De Amazone die voor dit probleem was uitgezonden, Voyba, brult om de oerkennis omtrend deze dingen te openbaren. Het Tirku gif moet gebruikt worden in de strijd tegen Septus. Als het om zijn roofvogel vorm gaat dan kan door het Tirku-gif zijn pikkende snavel afgebroken worden, en zijn scherpe klauwen, en zullen zijn vleugels verzwakt worden. 59. Tirku kipgeesten zijn boze geesten die als doof zijn. Ze luisteren niet naar anderen, maar slikken de leugens van het onrecht voor zoete koek. Het zijn daarom slechte, afstandelijke vrienden, die dus geen vrienden zijn, maar vijanden. 60. Voyba staat voor het overblijfsel, klaar om het volk uit te leiden uit de klauwen van de valse geest, tot de tuchtplaatsen van de Moeder God, om in Haar moederschoot tot wedergeboorte te komen. Dit is een oorlog en een jacht. Voyba zit hoog op haar strijdwagen om de legers en de roofdieren aan te voeren. 61. Er kwam een reusachtige roofvogel uit de zee. Septus was degene die heerste over de verhoudingen tussen man en vrouw. Het verborg diepere dingen. 62. Vóór het voor-atlantische was er het amazone tijdperk. 63. Pirpat, Croatio, en Moekma vormden de lange staart van de roofvogel, als allemaal vormen van Septus door de tijden heen. Daarna werd de roofvogel, de gevallen bloedlijn, heel duister. De aarde werd duister en er waren grote explosies. Dit was een profetische droom die overging in een 208 visioen. 64. De waterdoop en de zon zijn nauw aan elkaar verbonden, uitgezonden voor hetzelfde doel. De zon moest de mens verblinden, de duisternis uitdoven en het offeren van de mens wegnemen, ver weg te zetten, waar de mens het niet kan bereiken. Het dagelijks offer moest gestaakt worden door de zonne-cultus. De elite kon zo ingewijd worden in de zonnegraden om zo tot het altaar te komen, en het te misbruiken. De zon verzegeld de buffeljacht, om zo de mannelijke suprematie veilig te stellen. 65. Wie besliste dit allemaal ? Als kind kan dit allemaal heel bedreigend overkomen, en vooral door alle bangmakerijen wordt zo'n kind vaak helemaal gehersenspoelt. 66. In de Orionse grondslagen van het grondwoord is de geestelijke buffeljacht een belangrijk onderdeel in het leven van Ahn in zijn toewijding aan de moeder God. De buffel van het oervlees is een oud symbool waarin Septus ook zijn wortels heeft. Het bloed van de boze geest in buffelvorm, van mannelijke suprematie, beschermde hiertegen. 67. De stemmen en tongen van God zijn als jachtgerei. Dit heeft te maken met het spreken van de oerkennis. De stem van God is als een dans van de Vreze des Heeren in de wildernis. 68. In de valse kerk moet het bloed van onschuldigen gedronken worden. Hier verzamelen alle vampieren voor hun ritueel. Daarmee is dan alles gezegd en gedaan, en daar moet je ook niet teveel over nadenken. Wat willen ze eigenlijk verbergen ? Dit bloed is natuurlijk hartstikke giftig. Het gif van de verboden vrucht, het gif van Septus zit erin. Dit is om je los te snijden van de moeder, en om de buffelgeest van mannelijke suprematie groot te maken. Het is een buffel-cultus van boze geesten in de wortels. Hier zijn al die bloedlijnen van Septus uit voortgekomen. En dit wilden ze ook bedekken door hun rituelen, want ja, dit bloed bedekt, en maakt dom. 69. In de openingszin in het Aramees in de Psalm van de Buffeljacht moest de mannelijke vruchtbaarheid toegewijd worden aan Moeder God. Het hield de vruchtbaarheid van de oerkennis in. De mannelijke vruchtbaarheid zou de tongen van God voortbrengen. Vanuit de tongen van God zouden ze jacht kunnen maken op de buffels van het oervlees, boze geesten. De mannelijke vruchtbaarheid was dus ondergesteld aan Moeder God om succesvol te zijn. 70. Het moest toewijding brengen tot God. Er was toewijdings-kennis, waardoor Ahn was verbonden aan Moeder God. 71. In het Aramees waren deze principes ter voorbereiding van de buffeljacht tot een feest. De mannelijke vruchtbaarheid moest onder Moeder God gesteld worden, en aan haar toegewijd, door de toewijdings-kennis. De mannelijke vruchtbaarheid moest grootgemaakt worden onder Moeder God, want dit was een belangrijk jachts-item. De mannelijke vruchtbaarheid moest vervolgens Moeder God prijzen. In het Aramees was dit het feest ter voorbereiding op de buffeljacht. 72. Dit is de glorie van de oerkennis in het Hebreeuws, wat stond voor het hart, of de lever, de opslagplaats van de oerkennis. Letterlijk betekent het dat de mannelijke vruchtbaarheid wordt tot een hart en een lever, om zo contact te maken met Moeder God als toewijding, ter voorbereiding op de buffeljacht, om de mannelijke suprematie neer te halen. 73. De Ahnitische voorschriften gaan dan verder met het richten op de naam van Moeder God, als zijnde doorboringen, waartoe de hardwording zich moest richten. De aanbidding moest gebeuren in de Hadarah, wat betekent het is een publieke 209 aanbidding. De Hadarah is een wapenuitrusting, wat zijn wortels heeft in het zwellen, en dit was publiekelijk, als een daad van versieren, mooi maken, pronken. Dit gaat terug naar de paradijselijke situatie waarin Adam en Eva, of de twee paradijs-stammen, naakt waren en zich niet voor elkaar schaamden. 74. Het was een vruchtbaarheids-ritueel. De oude mens, de buffel van het oervlees, moest sterven, en de nieuwe mens moest opstaan. Deze opstanding werd gekenmerkt door het spreken in tongen, oftewel profetische uitingen. Deze vorm van vruchtbaarheid was gekoppeld aan openbaring, het binnengaan en uiten van de oerkennis. 75. Deze symboliek was belangrijk, omdat Ahn was omringd met boze geesten in veevorm die hem wilden misbruiken en exploiteren. Ahn moest leren wat de ware vruchtbaarheid was om hier tegen beveiligd te zijn. Hij moest leren waarvan de vruchtbaarheid een symbool was, komen tot de diepere betekenis. 76. De markt van Septus is misbruik en slavernij. Laten we daar heel duidelijk in zijn. Het is een criminele handel, waarbij je gedwongen wordt tot diepe afgoderij, anders zul je zwaar gestrafd worden. 77. De stem des Heeren is op de wateren. God kan ineens alles maken tot een lekker oppervlakkig symbool, waar dan de diepere kennis in is opgeslagen voor hen die daarin geinteresseerd zijn. Dit is in principe wat de taal van God doet. Het is een net van verschillende lagen. 78. Menselijke overleveringen en tradities hebben zich gematerialiseerd in gifvullingen, als merktekenen van het beest. Het buffel-bloed van boze geesten kan dit wegwassen. Dit is heel belangrijk. Als wij niet met de geestelijke buffeljacht beginnen zullen wij de menselijke overleveringen en tradities nooit overwinnen. Wij moeten ons rijkelijk baden in buffelbloed, vanwege
Page 210
deze boze geesten van mannelijke suprematie. Dit is om al het gif van menselijke overleveringen en tradities weg te wassen. Onze samenleving is vergiftigd, zwaar vergiftigd. Wij moeten klaar komen met deze symbolen. 79. Het spreken in tongen, oftewel het profeteren, is om de wapenen en het jachtgerei te verdelen, om een strategie op te zetten, om de juiste combinaties te maken, om zo te overwinnen in de jacht. 80. In het Sranan Tongo, een taal in het Amazone gebied en die ook veel in Suriname wordt gesproken, is wassen Wasi, wat ook ritueel wassen betekent. Letterlijk betekent het ook wassen met kruiden. Kruiden zijn in het boek van Job het beeld van het bloed van de vijandelijke jachtprooi. Job moest strijden tegen het beest van het oervlees, om zo te komen tot de kruiden, het bloed van de vijandelijke jachtprooi, oftewel om succesvol te worden in de jacht. Ook staat Wasi voor het laten wassen. 81. De verwijzingen in het Aramees naar buffels is ook een verwijzing naar prehistorische buffels van het oervlees. 82. In de wildernissen van Kadesh waren buffels opgesteld, ook oerbuffels, en die waren niet ongevaarlijk. De buffels waren het symbool van misbruik en slavernij door mannelijke suprematie, door de patriarchie dus, waartegen Paulus nog gewaarschuwd had dat zij die deze dingen bedreven het koninkrijk van God niet zouden beerven. 83. De werken van de oervruchtbaarheid zijn iets heel anders, en dit had moeder God opgesteld om te beschermen tegen misbruik en exploitatie door de patriarchie. In de wildernissen van Kadesh moesten de Ahnieten vechten voor hen leven en hun vrijheid. Het was Moeder God tegen de buffel van mannelijke suprematie, misbruik en exploitatie. In het feest van de voorbereiding op de buffeljacht 210 moesten zij komen tot de Aramese Qudsa, wat betekent zij moesten verschillende offers doen. Er moest dus geofferd worden voordat de buffeljacht van start kon. Dit was allemaal een deel van de voorbereiding. 84. In de Ahnitische geschriften van Orion zien we ditzelfde feest waarin boze geesten in varkensvorm geofferd moesten worden, als het beeld van hebzucht. De jagers moesten zichzelf uithongeren in dit feest, in deze periode van voorbereiding. Hun kracht zouden ze niet krijgen van voedsel, maar van rituelen die de oerkennis uitbeelden. Zij moesten zich insmeren met varkensbloed, als teken van de overwinning over hebzucht. Dit was ook ter bescherming tegen de buffelgeesten. Varkensoffers betekenen in de oerkennis : van hebzucht tot honger gaan. 85. Voyba blaast op de bazuin voor de buffeljacht, en zal controleren of alle jagers door de nodige voorbereidingen zijn gegaan. Er mogen namelijk geen fouten gemaakt worden. Dat kan fataal zijn. Loskomen van de varkensafgoden 86. Hoe komen wij los van het misbruik en slavernij door het oervlees ? 87. Het oervlees maakt vruchtbaarheid door hebzucht, door consumptie-drang, en daarmee tappen ze je af. Die vruchtbaarheden zijn toegewijd aan hun varkensgoden. 88. Mozes moest het volk uitleiden. Mozes leidde het volk tot de wildernis, waar zij uitgehongerd en afgezwakt werden. Het volk begon te klagen, want zij verlangden terug naar de vleespotten. God tuchtigde het volk, en zond de beesten van het oervlees. 89. Mozes moest hen toen richten op de oervruchtbaarheid, die komt door de uithongering, het vasten. God rekende daardoor juist af met de slavernij tot het oervlees. Het volk moest leeg worden, om vandaaruit de oervruchtbaarheid te ontvangen. Mozes leidde tot de leerregels in de wildernis, en tot de holen. 90. Dus hier zien wij twee vormen hoe vruchtbaarheid kan ontstaan : door hebzucht of door honger. 91. Door honger werden de Ahnieten voorbereid op de buffeljacht. De mannelijke vruchtbaarheid moest worden tot een hart en lever, om zo de oerkennis te uiten, te delen, en te gebruiken in de jacht. Het is het practisch maken van de oerkennis. Daarom was Mozes in het leven van Ahn heel belangrijk. 92. De lucht zou veranderen in een haren vel. De eeuwige tucht zou hen veilig houden tegen roofdieren. 93. Ezau leidde dieper tot de duisternissen van de oerwereld en de eeuwigheden. 94. De donkere harige vel van een varken van het oervlees, als de geestelijke varkensvacht, is een teken van overwinning over de hebzucht en het ingaan van de honger, het vasten wat tot glorie leidt. 95. Ezau had zich onderworpen aan de Oholiybamah, de nomadische tent in de wildernis van de hoge plaats, berg, oftewel tent van de berg van de moeder schoot, wat in de wortels ook oorlogsveld, arena betekent, en aanbiddingsplaats van een cultus. Ezau was het pad tot de diepere oerwereld. 96. Het pad van vruchtbaarheid is het pad van de boogschutter. Dit pad leidde door de honger tot de leerregels. De vruchtbaarheid is een teken van Ezau, als loon van de honger. Mozes moest het volk tot Ezau leiden. Ook Ahn moest door Mozes tot Ezau 211 komen. 97. De geest van menselijke overleveringen en tradities werd aangekondigd als 'hij die het dagelijks offer zou staken'. Er zou een gruwel opgericht worden die verwoesting brengt, de valse geest. 98. Het feest waarin de eerstelingen werden geofferd was het feest ter voorbereiding op de buffeljacht. 99. De Vreze des Heeren is het begin, de oervruchtbaarheid der wijsheid, de religieuze oorlogs-strategie. 100. Het is het symbool van de boog, kan dus alleen opgericht worden door de Vreze des Heeren, in het proces van honger. Alles staat en valt door de Vreze des Heeren. 101. De menselijke overleveringen en tradities zijn een voorhangsel van een oorlog, om het schild te verbergen. 102. Schild is in het grieks ook opening, als een visnet. Het voorhangsel zal opengeschoven worden, en de menselijke overleveringen en tradities zullen worden tot een varkensvel. 103. In bloed gedoopte vellen zijn als voorhangsels van de tenten. 21. De voorhangsels van Orion 1. We moeten terug tot wat het oorspronkelijk was. Het feest was het loon van de oerkennis, niet als gave. 2. Het loon van kennis is een jachtsloon, trofeeen.
Page 212
3. Menselijke overleveringen en tradities brachten ons terug tot de vleespotten, terug tot de slavernij tot het oervlees. We zagen dat de borst van de vijand overwonnen moest worden, om te worden tot een priesterlijke trofee, de Thorax, de Etru in het Orions. 4. De borst van het offervee is de borst van de valse profetische beweging, de media, de mode, de slavernij tot het oervlees, die de profeten moeten overwinnen. Dit is een strijd tegen het valse oordeel. 5. In het Aramees is dit de strijd tegen een 'bedekking', een borstplaat, een soort van afgod. 6. Daarom is de vijand zo gefixeerd op het materiele, het aanzien, wat zich ook uit in het vooruitdrukken van de borst. Het wil protsen. Ze stelen zielen om ze vervolgens in de schoten van het oervlees geboren te laten worden. 7. Het gevaar van deze krachten in de borst van de oordeels-profeet is heel groot. Vandaar dat hier de piercing wel plaatsvindt, ook in het grondwoord, en in de Orionse geschriften. Aan de zijkanten van de piercingen zijn veren geknoopt, als beeld van de dualistische kennis, en van de overwinning over de windafgoden. Dit houdt de persoon alert, in contact met de oerkennis, ook als bescherming tegen de anti-kennis, de mannelijke suprematie, Septus, de valse kennis. Ook gaan deze piercingen door de armen en de rug, omdat dit ook behoort tot de borstkas. 8. In de diepte is de 'borstplaat van gerechtigheid' een piercer, een geheel van piercings voor priesterlijke dienst. Dit is om veilig te blijven tegen boze geesten. Wij moeten door de borst-piercings, arm-piercings en rug-piercings de media uithongeren, vasten op de media, om zo contact te maken met de oerkennis. Opnieuw moeten wij komen tot de wildernis, om onderwezen te worden door de Amazones van de oerkennis, om zo los te komen van de slavernij tot het oervlees, de media. 212 Dit is een gevecht tegen de boze borst. Het is de pronkende borst van een bizon. Ook is het de pronkende borst van een varken of een zwijn, die in sommige vormen nog horens hebben, en gevaarlijk kunnen zijn als wolven. Sommige van die zwijnen huilen zelfs als wolven. 9. De idealen van het oervlees hebben te maken met slavernij. Het zijn symbolen van hoe het oervlees de mens wil hebben : dom. 10. De slaven van het oervlees zijn zo in elkaar gezet dat zij de oerkennis afweren, de mannelijke afgod verheerlijken. 11. Het zijn voorhangsels van de Orion holen. 12. De nomadische tent is de cukkah. Dit is belangrijk om te herinneren aan het belang van loslaten en opnieuw beginnen, om zo geen prooi te worden van de vijand die achter je jaagt. De Israelieten moesten zich voortdurend vernieuwen. Het herinnert de Israelieten dat alles slechts een tijdelijk onderkomen is. 13. Mozes richtte de wilde tong, de taal des Heeren, op. Dit was de taal van de wildernis, als de oprichting van de leerregels. 14. Haar naam betekent : het laatste oordeel, exegetische interpretatie. Die oerkennis wordt overgedragen door gemeenschap met God, met de piercings, van God, door het komen tot de holen en grotten van de dochter van Sion, om te triomferen, om het oervlees te temmen en te verslaan. 15. Door de schrift wordt de oerkennis ingedeeld en beveiligd, aan elkaar geregen. 16. Het heeft als doel profetische gezichten van de onderwereld over te brengen. 17. De valse geest van de lucht werd gezien als de fundamentele en universele macht, en was een afgod die het Griekse wereldrijk groot maakte. De kerk nam deze afgod over en legaliseerde het, gaf het goddelijke status, door kerk-concilies. Vergevings-theologie is een uitvinding van het oervlees om mensen te laten geloven dat wanneer iemand iets verkeerd doet, dat iemand anders dat moet oplossen. Je moet verantwoordelijk zijn voor je daden. Wanneer je een fout maakt, kun je dit herstellen, en je kunt het contact met het goddelijke herstellen. 18. Velen zijn ingepakt door westelijke misvertalingen en misherleidingen van oude teksten van het mentale stenen tijdperk. Mensen konden nog niet de weg naar het goddelijke achterhalen, zodat ze symbolen en dogma's uitdachten om hun gedachten tot rust te brengen. In dit ging veel mis, want er was veel bedrog gaande, zoals je kon verwachten. We moeten leeg van onszelf worden en het goddelijke laten stromen. 19. Door het visnet komen wij tot de scheppende oerkennis. 20. Wij komen dus van het visnet tot de loonskennis. 21. Dit is waartoe wij gepierced moeten worden. 22. Kennis gaat dan door de piercings stromen, en leidt ons. 23. Het “geeft” als een betaling. Dit moet ons leiden tot het oermes van de goddelijke tong. 24. Hierom moeten we de berg van Eden opgaan om de geesten van het oervlees te verslaan. Wij moeten het mes van de besnijdenis veroveren. Zo kunnen wij de oerkennis herstellen. 25. Menselijke overleveringen en tradities zouden 213 veranderen in een haren vel. Het was het teken van Ezau. Het teken van Ezau 26. Ezau leidt dieper tot de duisternissen van het paradijs en de eeuwigheden. 27. Het teken van Ezau is de overwinning over de hebzucht en het ingaan van de honger, het vasten wat tot glorie leidt. 28. Ezau had zich onderworpen aan de Oholiybamah, de nomadische tent in de wildernis van de hoge plaats, berg, oftewel tent van de berg van de moeder schoot, wat in de wortels ook oorlogsveld, arena betekent, en aanbiddingsplaats van een cultus. 29. Ezau is dus het overwinningsteken over het oervlees, als de trofee van Ezau. 30. Het opgeheven touw is een teken van Ezau, als loon van de honger. Mozes moest het volk tot Ezau leiden. Ook Ahn moest door Mozes tot Ezau komen. 31. Het oervlees is de mannelijke spier, de mannelijke kracht die over de vrouw werd gezet, materiele kracht, als hekserij. Ook vinden we dit weer terug in de Behemoth in het boek van Job. 32. Job moest de Behemoth overwinnen. De Behemoth heeft lichamelijke kracht, welvaart, vruchtbaarheid, maar in de diepte betekent het afgoderij, het kwaad. 33. We zien hier dus dat de afgodische welvaart is gebaseerd op materiele lichaamskracht, die huist in de spier, als de zetel van de afgoderij. 34. Onschuldig bloedvergiet is de spier van de Behemoth. 35. Je zou de Behemoth als een reusachtige kruizing
Page 214
tussen een zwijn en een rund kunnen zien, als een monstervarken, of monsterbuffalo, of gewoon als een kudde met verschillende soorten uitheems vee. 36. De vruchtbaarheid van de Behemoth hing voor de ogen van Adam en Eva, en sprak, om de vruchtbaarheid en de daarbijbehorende profetie van God na te bootsen. 37. Het volk moest de Behemoth veroveren. Het had te maken met een stuk van het beloofde land. 38. Hij werd groot door gewichtig en belangrijk te doen, meer aandacht op de kwantiteit dan op de kwaliteit. Hij wordt bedekt gehouden met vluchtigheid, honger, tantalos. Dat wil zeggen, het is nogal een snel dier, moeilijk om te vangen. Jagers die hem willen strikken zullen honger lijden. Het is nogal een ongrijpbaar dier. Maar dit is de tijd dat Behemoth wordt ontmaskerd, en zijn schuilplaats. De Behemoth zal worden gevangen en gefokt, zodat wat hij heeft gestolen van het volk van God hij moet teruggeven. Ook zal hij zijn gevangenen moeten loslaten. Daarom moet hij tot God geofferd worden. Het komt er dan in diepte op neer dat onschuldig bloedvergiet, Lazar, die schuilplaats is. 39. De Erab zijn de offeraars, hen van de palmboom, Nachal, wat ook bezitten en erven betekent. Zij hebben de Behemoth omsingeld, in het grondwoord. Zij bezitten hem en hebben hem geerfd. 40. De Tannin, Tannina, is de vruchtbaarheid van de Behemoth. 41. God draagt Job op om met een stam ernaar toe te werken Behemoth te offeren, zijn tong, zijn taal. Job wordt opgedragen een haak door de vruchtbaarheid van Behemoth te halen, oftewel om de wurggreep te verbreken. 42. In het Aramees wordt Job ook opgedragen om 214 de kaak of zijde van de Behemoth te nemen door een navelstreng. De Behemoth moet tot de moederschoot van de onderwereld gesleept worden, om doorstoken te worden. 43. Er zal een dogma worden opgericht, zegt het grondwoord. 44. Moeder God draagt Job op om een vleesmaaltijd te maken van de kip van het oervlees, samen met zijn stam, om het in stukken te verdelen voor de Kanaanieten, om zijn huid te doorsteken, om hem kaal en naakt te plukken, en om zijn centrale deel te veroveren, en zijn hoofd. 45. In de oorlog moeten de roofdieren zo ontwapend worden dat ze vee worden. Dan zal de oorlog overgaan in de jacht. Wij moeten door de voorhangsels gaan en zien met wie of wat we werkelijk te maken hebben. 46. Het is de grote ontmaskering van een kip van het oervlees. Zo moet Job het behandelen, maar hij kan dit niet zonder Moeder God, dus eerst moet Job in gaan zien dat hij Moeder God nodig heeft, en hoe hij Moeder God nodig heeft. 47. Het lot van de kip van het oervlees is ook het lot van het onschuldig bloedvergiet, van Lazar. 48. De sobere werd door de Heere op zijn heupspier geslagen en werd kreupel, gevoelig voor de rest van zijn leven. Dit gebeurde in de onderwereld. De spier moest slinken. 49. Wij moeten een ervaring in ons leven krijgen van geestelijk kreupel worden geslagen. Er is dan een verhoogde vruchtbaarheid. Zuwr, de donkere, uitheemse oerkennis van Orion, vereist dit. De sobere werd door Zuwr geslagen, zodat zijn spier zou slinken. 50. Behemoth, de vee-geest, hield het geheim van de lichaamskracht en welvaart vast in de spier, in Lazar, het onschuldig bloedvergiet. 51. In het paradijs was men niet gemaakt van spieren maar van vruchtbare delen, hooguit met pezen. 52. Als een profeet merkt dat hij een scheut van spierkracht door zich heen voelt gaan, dan is dat een aanval van de Behemoth die hem tot een slaaf wil maken. 53. Het paradijselijke lichaam bewoog door een soort van bloedpompjes en zaadpompjes. Je kunt je daar op richten wanneer je door Behemoth wordt lastig gevallen. Ook kun je je richten op de verwijding van je pupillen in plaats van spierkracht toe te laten. 54. Spierkracht, Lazar, het onschuldig bloedvergiet, geeft geboorte aan kinderen van de Behemoth. 55. De slag op de heup van de sobere was een grote stap terug naar het paradijs, naar de oorspronkelijke man. De sobere ontving in zijn lichaam hiermee het paradijselijke vruchtbaarheidsdeel, wat in diepte kreupelheid betekent. 56. Hij had het centrum van de Behemoth overgenomen. De spier was gebroken, en geslonken. 57. Vanuit hem zou nu een nieuw volk opstaan. Hij was nu gevoelig voor de verre kennis van Orion, als een machtige sluis tot de onderwereld. 58. Door kastijding, het kreupel gemaakt worden, werd de sobere geleid tot het 'horen en gehoorzamen', de Sama. 59. Er was daar een ondergronds rijk waar kinderen in werden geworpen, de Yeor. Dit was ook een rivier. De Yeor is eigenlijk de put waar de mensheid in viel door de zondeval. Er zullen haken door zijn 215 kaak gaan. 60. De mens lieten zich misleiden door de vrucht die voor ogen werd gehouden. Zo daalden zij af in de Yeor, om de kracht van Lazar, zijn bloed, te ontvangen, en hun kinderen gingen daar zelfs dieper in. 61. Het oervlees had het kinderrijk opgeslokt. Hij bood kinderen aan, om de mensheid te misleiden. De sobere belichaamde het kinderrijk. Hij was de getredene. Hij was de weg terug tot het kinderrijk, en werd hiertoe op de heup geslagen zodat zijn spier zou slinken, en hij kreupel zou worden. Hij streed met het oervlees. 62. In diepte was de gebondenheid van de mens in de gebondenheid door en in Lazar, het bloed en de spier van het oervlees. 63. Ook wij zullen Lazar moeten 'verliezen' als wij los willen komen van het oervlees. Dit betekent wij moeten ontwapend worden voor het Aangezicht van God. Dit gebeurde ook met de sobere. 64. De Heere liet de ballingschap komen, wat scheuring betekent. De Amazones zouden afrekenen met het oervlees en zijn bloed, Lazar. Het was een valse Levitische orde. Daarom moest de ossentong geofferd worden. Dit slaat ook op het offeren van Lazar. In het boek Job moest Job in het Aramees de ossentong eten. In het Hebreeuws geeft dit profetische dromen. De ossentong is de taal van het oervlees. Zo kunnen ze niet meer met elkaar samenwerken. Dit eten, Ta'am, is in het grondwoord ook het oordeel, en onderscheiden. 65. De jacht op de Behemoth-ossen, en het eten van de ossentong, is dus een belangrijk onderdeel in de tentendienst. Het geeft de sobere profetische dromen. 66. De Dukka is de rituele slachtplaats waar het
Page 216
saffier ligt, de steen van de schrijfpriester, van communicatie, van profetie, Sappil, Sappila, met de hoofdtooien. 67. De Behemah, de oerwilden, hebben deze plaats niet vertreden. In het Hebreeuwse grondwoord hebben ze het niet verwijderd. We hebben hier dus te maken met een belangrijke plaats in de onderwereld. 68. Juist de troon is van saffier, van Sappil, uitgebeeld door de hoofdtooi, de opslagplaats van de oerkennis en de sociale oerkennis. Dit werd gedragen door de Behemah, de wilden, als de getooiden. 69. Job is zoekende naar de troonplaats van God, de Mawtab, de tafel van God, de plaats van de jachtmaaltijd in het Aramees. 70. De Mawtab is de plaats waar hij wordt klaar gemaakt voor de oorlog en de jacht, voor het oprichten van de leerregels en het recht. Het is de plaats waar zijn mond wordt gevuld met bestraffing en kastijding, de Towkechah in het Hebreeuws. 71. Op deze plaats zou Job in staat zijn God's woorden te horen en gehoorzamen, waaruit profetische liederen zouden voortkomen. En hij zou God's instructies van de Amazones begrijpen. 72. Zou God met overmacht tegen hem strijden ? Nee, maar hem vullen met vreze, relikwieen, vroomheid, religie en heilige cultus. 73. Ervaring zal hem laten overwinnen. 74. Job is de troon van God, de opslagplaats van de oerkennis. Job zou worden tot de Sappil, het saffier. Hiertoe moest hij de spier van het oervlees breken, het bloed van de Lazar verslaan. 75. De beproeving is de spier van de Behemoth. Dit 216 komt ten diepste neer op Lazar, de spier van het oervlees, en het bloed. Job werd dus geplaagd door het bloed van het oervlees, en had toen al een strijd daartegen te voeren. 76. Job komt voort vanuit de beproeving, vanuit de strijd en de jacht op de kip-geesten, vanuit het offeren. Hij komt voort vanuit de hoofd-besnijdenis. 77. Wij werden door de plaag van het bloed gescalpeerd en besneden. Moeder God gebruikte het als Haar voorhangsel. 78. Zo kon het volk terugkeren tot de zuivere ordes van tentendienst, om zo terug te kunnen keren tot Job. Moeder God tuchtigde ons door de plaag van het bloed, door Lazar op ons af te zenden, die wij moesten verslaan. 79. Moeder God stelde onreine, trotse mannen over ons aan die wij moesten verslaan. Zij bracht ons onder de mannelijke suprematie. Het bloed is een voorhangsel in haar tent. Eerst moest dit bloed ons verscheuren. 80. Het moest ons verscheuren, anders zouden wij namelijk nooit door het Lazar-voorhangsel heen kunnen komen. Alleen verbrokenen, verscheurden, kunnen door dit voorhangsel heen. De rest zal zelfs vergaan, dus het is een zaak van leven en dood. 81. De mensheid was geworpen in de Yeor, de put van de rivier, overgeleverd aan Saturnus, de kinderverslindende god van de Romeinen, Cronos. Hier werden de kinderen tot slaaf gemaakt in deze poel. Dat wat in de lucht hangt, de geest van menselijke overleveringen en tradities, is de vruchtbaarheid van Saturnus. In diepte is dit ook Lazar. De aarde werd hierdoor verkracht, zoals Behemoth de aarde verkrachtte door het oervlees. 82. In de strijd moet er gebruik gemaakt worden van oorlogs-strategieen : camouflage, spionage, en het imiteren. Op die manier waren de indianen ook succesvol in strijd en jacht. Er wordt gebruikt gemaakt van schijnbewegingen, misleiding en valstrikken. bewaakt door een beest. Dit wordt ook wel de Yashapheh genoemd, als de steen van de stam Benjamin. Judah en Benjamin zijn daarom nauw aan elkaar verbonden. Benjamin betekent zoonschap. 22. De zee van menselijke overleveringen en tradities 1. God beschouwd vanuit Jobitisch perspectief iedereen onder God als een vijand. Er zijn dus verschillende soorten vijanden. 2. Het oordeel begint bij onszelf. Wij moeten allereerst tot het eeuwige touw komen. 3. Het is een langdurig en slopend proces waarin wij aan onszelf sterven. 4. Wij moeten gebroken worden in dit proces, zodat Lazar verbroken wordt en sterft. 5. Het oervlees werkt door lichaamskracht en spieren, door Lazar, terwijl de stam Judah, werkt door de vruchtbaarheid. 6. In het toetsen en het komen tot het eeuwige touw ontvangen wij de wapenrusting. 7. Wij moeten komen tot de stam Judah, de boog, om de macht van de spier te breken. Hierin ligt het ontvangen van gezichten verborgen. 8. Om veilig te zijn tegen de vervloekingen van het oervlees, van het voortijdig grijpen, moeten wij komen tot de zwarte steen, de steen van honger, 217 9. In de oerkennis is er de ladder van Jozef, die reikt tot de zwarte steen, de steen van honger. Deze steen is belangrijk om niet door de bedriegelijke begeertes van de wereld meegesleurd te worden. Alles buiten deze steen zal vergaan. 10. Benjamin is de stam der slaven. De zwarte steen verbindt hen aan Moeder God. 11. Toetsen en honger leidt tot het eeuwige touw, tot Moeder God. 12. Deze paradijselijke items leiden tot het beloofde land, Kanaan. Door de stammen komen wij daar binnen. 13. De witte steen is waar alles begint. Hierdoor zijn wij kinderen van Moeder God. Dit is een heilige slavernij, de stam Benjamin zelf. 14. Gad is beschreven als een jagers-volk. Gad is in diepte het mes, als een slagers-volk. Zo is Gad de rode steen, de steen van het bloed, wat ook de steen van Ruben is. Gad heeft te maken met het voorhangsel van het mes. 15. Door het eeuwige touw worden we geleid tot de rust, de slaap. 16. Door het eeuwige touw worden we geleid tot de waterbronnen, mayim in het hebreeuws, wat zaad betekent, waarin we terugkeren tot ons paradijselijke lichaam. 17. Door de Tardemah, de heilige slaap, worden we door het zaad, mayim, veranderd.
Page 218
18. Het is de grote vergetelheid, waardoor we het goddelijke kunnen herinneren. 19. De zondvloed was een vloed van zaad. De wereld werd herschapen hierin. De boog was een teken dat het volbracht was, dat het contact met God was hersteld. Dit was het teken van de herschepping van de vrouw. De “dochters der mensen” waren in de zondvloed vergaan, omdat zij een geslacht waren van boze geesten die het mannelijke aanbaden, als zijnde mannelijke superioriteit. Dit was juist het teken waaruit Mayim, het zaad, was voortgekomen als de zondvloed. Dit was de verschijning van God, waarin het teken werd getoond. Ook is dit een gezicht. 20. De heilige slaap wekt het goddelijke zaad op. Dit is de goddelijke droom waarin we veranderd worden, onze paradijselijke lichamen ontvangen. Hierin worden wij weer als kinderen. 21. Issaschar betekent piercen, piercings, en is een teken van verbonden worden met het kindschap. Het kind zelf is de stam Ruben, wat 'kind van het gezicht’ betekent in de diepte. Dit kind draagt dus de rode steen, de steen van bloed, de stam Gad. Alleen het kind met het gezicht heeft toegang tot deze steen. 22. De mens werd gemaakt van bloed en zaad, wat ook vaste onderdelen van de mens zijn. De gevallen mens was gemaakt van spieren, en werkte door spierkracht, niet door het goddelijk zaad, het oorspronkelijke principe van de schepping. 23. De geest van spierkracht werkt nauw samen met de geest van mannelijke suprematie, Septus. 24. De diepere substantie van het valse bloed is de spier. 25. De gevallen aarde is de aarde van spieren, van spierkracht, als een voorhangsel wat ons afhoudt 218 van God. 26. De mens werd geschapen in een gebrek aan adem, in de oerwoede, het oerhart. 27. De oer-aarde werd geschapen in duisternis, en het oergezicht werd gegeven. 28. Wij leefden in het gezicht van goddelijk zaad, door het bloed. 29. Door de val kwamen wij in de gevallen wereld van de overste van de macht van de lucht. Wij verloren het contact met het goddelijke zaad en het bloed. De afgod van de lucht is een macht die wij dienen te verslaan om terug te keren tot het paradijs en de paradijselijke inzettingen. 30. De oerwoede heeft geen adem, maar goddelijk zaad. 31. De vrouw die baarde was in ademnood, ademloos. Het had te maken met de moederschoot. Ook had het te maken met de oerwoede, als goddelijke inspiratie. Dit is ook de oerkennis. 32. Vernietiging is een onderdeel van het scheppingsproces, als het geven van geboorte. Dit is wat God de mens schonk in de oerwereld. In het Aramees is dit het zwellingsproces van inspiratie en prikkels, de reflex. Dit zwellingsproces komt niet voort vanuit hebzucht, eetzucht, materialisme, maar vanuit honger, het oervasten, in het Aramees. 33. Het adem-systeem is nauwverbonden met het spier-systeem van de gevallen aarde. De adem was dus het naar adem snakken en de ademnood van de bevalling, en van de oerwoede, en dus niet adem op zichzelf. 34. De mens werd geleid tot de afgod van de lucht, tot de afgod van de adem, tot de valse geest. Zo kon het spierenstelsel van de mens zich ontwikkelen. 35. Dit is het spierenstelsel en het ademstelsel van het oervlees. 36. Wij moeten terugkeren tot de goddelijke slaap, en daardoor tot het goddelijke zaad, waardoor wij herschapen worden. 37. De mensheid viel uit de oerwereld door de afwijzing van de natuurkennis. 38. Het oervlees wat ze kozen in plaats van het goddelijke plantte de hersenen van het oervlees in hun hoofd die alles onjuist zouden vertalen, alles om hen heen. 39. Het oervlees is de gedraaide, dubbele of gespleten tong. Nutteloze oorlogen voor macht en controle werden gestart, waarin de mensheid werd getest hoe groot hun hebzucht was. 40. Zij zochten deze kracht van verkeerde vertaling te legaliseren, om de oerkennis van de oerwereld tot zwijgen te brengen. 41. Oude oerteksten hadden nog steeds een groot deel van het paradijs in hen, maar stap voor stap, door verkeerde vertalingen van de talen van de oerwereld, vaagden deze echo's weg. 42. Het resulteerde in een toren waarin de mens zichzelf maakte tot god. Nu hoefden ze zich geen zorgen meer te maken over de oerkennis. 43. Ze hadden genomen van het gif. 44. Het oervlees zou het volk naar het nieuwe paradijs leiden. Hij zou leugens vertellen, spotten en belachelijk maken. Hij zou protsen en vals profeteren. Hij zou hen naar de afgrond helpen met 219 alles wat nodig was om ze onder zijn macht te brengen. Hij zou ze omkopen. Hij zou hen gaven geven, sociale veiligheid en gezelligheid. 45. Hij zou hen grote illusies brengen. Illusies van god. Hij zou hen tot goden maken, en nog steeds zou de oorlog doorgaan, omdat de hersenen het oervlees ze elkaar onjuist laat vertalen en alles om hen heen. Het oervlees lachte, want hij had hen tot god gemaakt, zodat ze niet meer aan zichzelf zouden twijfelen. Ze twijfelden alleen aan elkaar. Het was de oorlog van de goden. 46. Ondertussen vergaten ze de oerkennis meer en meer, totdat het alleen nog maar een fantasie was. 47. De wortels van het hersenstelsel van het oervlees zitten in de kaak, in de mond, waar de tongen van het oervlees wemelen. De monden van de gevangenen van het oervlees worden daarom streng bewaakt. Alles zit in giftige framewerken. 48. Door hun hekserijen en valse medicijnen hebben zij alles in mondenrekken gekregen. 49. Hiervanuit besturen de tongen van het oervlees de hersenen. 50. We hebben hier te maken met een insectische vloek, een insectisch bestuurde mond. Deze blaast leugens in de hersenen van het oervlees, en dan beginnen de misvertalingen. 51. Er is een zee van menselijke overleveringen en tradities waarover oordeel wordt uitgegoten. Dan komt visserij. 52. Het slachtmes komt om een slachting aan te richten in de zee. Dit slachtmes is de stam Gad. Dit is de jagers-stam en slagers-stam. Zij vormen de rode steen. 53. Het brengt visserij, het optrekken van een vis.
Page 220
54. Het slachtmes, Gad, is in de handen van de ademloze, in de handen van Ruben. Ruben is dus de ademloze, als de halsketting, het hart van de oerwereld. 55. Dit is het oordeel over de lucht, de adem van het oervlees. De aarde scheurt. 56. De tocht van Job was een tocht om het slachtmes, Gad, te ontvangen. Dit slaat allemaal op de oertongen en oertalen. 57. Job ontving dus door dit alles heen een nieuwe mond. 8. Hun goden zullen gedreven worden in de handen van de verre vrouwen van Orion. 9. De oogst-grijper komt, Qephadah. Dit is de verwoester. 10. Ze aanbidden het blonde, witte ras, gouden dingen, geld. Daarom rust God's toorn op hen. Het is een gruwel. 11. Ontvang God's teken door klagen, kermen en zuchten over deze gruwelen. 23. God bezoekt de afgoderij van het volk 1. De Behemah zijn aan elkaar verbonden van vrouw tot zuster. Ze komen met boten, en met visgerei. 2. Hun rokken beelden 'vroomheid' uit. Zij komen als tegenstander, als een belemmering. Zij komen om te verscheuren en om een scheiding op te werpen. 3. De sobere ontvangt een certificaat van scheiding, met zuchten en liederen daarop. 4. Hij komt aan de oer-rivier. Aan deze rivier krijgt hij openbaringen. Hij blijft afgezonderd daar, als een woesteling. 5. Hij krijgt het oerwoord in de vallei. 6. Daar wordt zijn hoofd besneden. 7. God haalt het volk neer door de hoofd-besnijdenis en de honger. 220 12. De prinsen van het volk worden overgeleverd aan de Amazone stam, de verre vrouwen van Orion. Hoofdbesnijdenis en het centrum van wijsheid zal aan het overblijfsel worden gegeven. Het rode land Israel, de verloren stammen, zullen vergaderd worden. 13. God zal hen een hart van vlees geven, het hart van vruchtbaarheid, als een bron. 14. Door gezichten bewegen zij door de onderwereld. 24. De komst van een verre stam en natie 1. Issaschar is de brenger van het teken. Dit teken wordt telkens uitgezonden om oordeel te brengen. 2. Issaschar is het teken wat door de sobere aangebracht wordt. 3. Twee Behemah’s zijn op de boot, als de bewakers van Eden, dragers van Job, van de stam Zebulon. 4. Er wordt opgeroepen tot de stam Issaschar te gaan, en om je te hullen in verschrikkelijke vreze, want de duister gegroeide stammen, de met vachten beklede stammen van de jacht, hebben het goddelijke zaad verlaten, de ogenzalf van melk en zaad. 5. De hemelen groeien donker. De hemelen zullen jagen, in arbeid zijn, tot de rust hen terugroept. 6. Het teken zal verschijnen, en de boosdoeners zullen ervoor op de vlucht slaan. 7. God zal een verre stam en natie over hen brengen. 8. Zij komen met het teken, als een oordeel over de boosdoeners. 9. De pijlen zijn het goddelijk zaad. Dit verre volk wat over hen komt is de gewapenden die de honger en de verwoesting brengen. 10. De boosdoeners worden in ballingschap gedreven. 11. De ballingschap vindt plaats in de onderwereld. 12. Van een verborgen plaats in de onderwereld komt het als een jagersvolk, naakt of halfnaakt. Zij komen vanuit de heupen van de onderwereld, van de plaats waar het wapen is, van een zachte plaats of schacht. 13. Moeder God is gescheiden van haar volk. 14. God is de moederschoot. Wij moeten komen tot de moederschoot, anders hebben wapenen geen enkele zin. 15. De schepping van de mens gebeurde in de oermoederschoot, in het goddelijke zaad. 16. De mensen om ons heen zijn niets anders dan jachtgerei, vissers-gerei. Het laatste woord is hier 221 23. Dit wordt ook wel de stoel van Eli genoemd, die zijn zonen niet tuchtigde, en daardoor zijn nek brak. 24. Door de tucht des Heeren te aanvaarden zullen wij minder schade oplopen in de eeuwigheid. Deze tucht is dus ons te beschermen voor de verschrikkelijke gevolgen van de zonde. Daarom is het visnet zo belangrijk. 25. Het verdraaien van de tucht, op basis van tuchteloosheid, moest de val van de oervrouwelijke positie bewerkstelligen, volgens het plan van Septus. Er moest een wet opgesteld worden om de tucht des Heeren af te dekken, af te scheiden. De oervrouw verloor haar autoriteit, en de gevolgen waren niet te overzien. 26. De pit van de verboden vrucht, de wortel van het nog niet over gezegd. 17. De Kanaanitische moeder is verbonden aan de stam Aser, wat de rib was waaruit de vrouw werd geschapen. 18. Zij wordt ook genoemd als de vrouw die de zee doorkruist. 19. Het zaad van de man moest sterven in de vrouw, zodat de vrouw nieuw leven kon geven. 20. Daarom het eerste wat Septus deed om de positie van de vrouw aan te tasten was om de tucht aan te vallen en te verdraaien. 21. Het gif van de verboden vrucht heeft als grondslag de tuchteloosheid en de valse tucht. 22. Dat verbod in zichzelf was al een zekere tucht. De mens wilde als God zijn om aan die tucht te ontkomen. De mens wilde niet het visnet in. De mens wilde niet getuchtigd worden, geschoold worden, gedisciplineerd worden, maar losbandig leven.
Page 222
oervlees, de dood-verspreidende kiem, is allereerst een verachting van de tucht, en vandaaruit dwaasheid, die zelfs resulteert in een valse tucht. In deze wereld lijden wij onder dit valse systeem van Septus, als de valse rechter. 27. Door de tuchteloosheid en de valse tucht, twee pijlen op zijn boog, doofde Septus de sterke groei van het vrouwelijke uit, en werd de vrouw de onderdaan van de man. 28. Ook de spreuken van de onderwereld spraken over de tucht als het eeuwige touw. 29. Wanneer wij getuchtigd worden, ontmoeten wij Moeder God, het instrument van de tucht. Zij voedt ons hiermee, ook al gaat dit vaak juist door de honger. Dit wordt ook wel de honger-melk genoemd, een soort goddelijk gif om de mens leeg te maken. 30. Het is nu belangrijk om tot de dieptes van deze dingen te komen, om door alle voorhangsels heen te gaan, tot plaatsen waar Septus ons niet meer kan vervolgen. Wij moeten de tijdelijkheid van de voorhangsels inzien, de betrekkelijkheid ervan. De Judahieten werden in de wildernis geleid om te komen tot de gesel van God, om daardoor getuchtigd te worden om in te gaan tot het beloofde land. Zij zouden hiertoe de striemen moeten ontvangen. De gesel zou spreken. 'Heere, spreek door Uw Gesel.' 31. De onderwereld is de moeder. De aarde zelf was ook de onderwereld en in het midden daarvan hebben we te maken met de onderwereld zelf, of de doorgang naar de onderwereld. Deze plaats werd afgesloten met leegheid. De plaats was omringd door Lethe, vergetelheid in het Grieks, zodat het geheim gehouden werd. Ook werd het afgesloten met vuil. Je zou dan door een waterval van urine heen moeten gaan om daar te kunnen komen. Ook 222 zou er dan geweld tegen je gebruikt worden, kortom het was een hele gevaarlijke muur waar je dan overheen moest. In het Aramees was dit ook de plaats van verlokking. In die vergetelheid zou je bloot gesteld kunnen worden aan leugens, en dat je gevangen zou worden in de aanbidding van hele verkeerde goden, en dat je vreemd gedrag zou gaan vertonen. 32. Wij kunnen alleen door de leegte tot haar naderen, door helemaal los te komen van onszelf, als een leeg vat. 33. Door het voorhangsel van de leegte hebben wij ook toegang tot haar. 34. Door deze dingen zien we een aardbeving verschijnen en een oogst van wintervijgen. Ook zien we de troon verschijnen. Allemaal dingen die wijzen op de verschijning van de witte steen, de steen van vrees. Dan zien we de Amazones komen die de soberen moeten verzegelen, en zij verschijnen voor God's troon, de witte steen, oftewel de Aser troon van Salomo. Zij zijn bekleed in het wit. Wit is in het grondwoord de vrees. Zij zijn tot rust gekomen, en in slaap gevallen, in de Vreze des Heeren, wat als een bescherming om hen heen is. Zij hebben zich witgewassen in bloed, in de grote verdrukking. Aan hen wordt dan beloofd dat de tent, de cukkah over hen uitgespreid wordt. 35. De rib waaruit de vrouw voortkwam betekent in de diepte van de 'boog' als wapen. De boog was het teken gegeven in de hemel, als een hemelse boogschutter, als een bliksem-storm, na de zondvloed, als verbonds-teken. 36. God gebruikt alleen lege, verbroken vaten. Wij moeten niet met een wapen in onze hand bij God komen, maar met een lege verbroken hand, zodat God ons een wapen kan geven, en God dat wapen kan besturen. 37. Er is een grote verbintenis tussen de Vreze des Heeren en de slaap, als een slaap-medicijn. 38. In de Orionse Mythologie wordt God ook uitgebeeld als een groep wilde vrouwen die aan de inwoners van Orion kunnen verschijnen. 39. Eva is in het grondwoord het vermogen tot interpreteren. In diepte is Eva een paradijselijk overblijfsel in het grondwoord. 40. Oorspronkelijk ging het er om om tot een Amazone-stam te worden ingewijd. 41. De vloek van de zondeval was dat de man zou heersen over de vrouw. 42. Deze oerkennis is opgeslagen in het bloed van de vijand, de zondemacht die verslagen moet worden. Dit bloed maakt dus de familie, om zo los te komen van de bloedlijnen van het oervlees. 43. Dit is dus de diepte van Adam en Eva. Dit is dus een familie-band, ontstaan vanuit jachts-relaties. 44. Dit staat dus voor bloedskennis, als kennis over de vijand, onderscheiding en strategie. 45. Adam en Eva waren twee stammen. Een deel hiervan viel af, of werd ontvoerd. te spreken en te bestraffen. 2. De vloek komende van de mond, de vrucht, is de vrucht van het paradijs, waardoor de aarde vervloekt werd, onder de mannelijke heerschappij kwam. Menselijke overleveringen en tradities werden vlees als het vleesgeworden valse woord. 3. God wil dat wij het overwinnen. God heeft ons in deze arena geplaatst. Wij hebben dit gevecht om zo tot de goddelijke moederschoot te komen. Hierin vindt wedergeboorte plaats. 4. In het Hebreeuws is de mond als een put die verdeeldheid zaait. Ook is het leerregels, en het woord. 5. Het heeft de kinderen tegen elkaar opgezet. Ook de jongens van Job werden in deze put geworpen. 6. Menselijke overleveringen en tradities veranderden in een vrucht, in vlees en bloed, en in papier. Hiertoe kon het het hart van de mensen binnengaan. Het kreeg juist zoveel macht door het worden van vruchtvlees. Dit was een valse moederschoot in Eden, om de mens te misleiden. Het werd min of meer gematerialiseerd in het aardse, als een krachtige projectie in de hersenen van de mens. 25. De speer van Eva 1. De mond is in het Aramees 'vruchtvlees'. De opening van Eden, betekent het oor. God opent Haar Eden, Haar moederschoot, om te oordelen, een rechtszaak te houden, om een debat te houden, om 223 7. Zaralahm houdt zich achter al deze dingen schuil. Deze zwarte vrucht was de vrucht waardoor overmoedigen uit de hemelen vielen, weg van Moeder God. 8. De voorouders werden door het zwaard gedwongen tot menselijke overleveringen en tradities. 9. Door de zwarte vrucht werd alles omgedraaid. Virtus was het beest die de overmoedigen en hoogmoedigen moest verleiden. Jupitaster viel voor
Page 224
deze verleiding. 10. Zaralahm heeft zijn eigen religie opgezet, die zich schuilhoudt achter menselijke overleveringen en tradities. Het is een religie, een keizerrijk, die vrouwen onderdrukt. Het is een schepping van valse vrede, als een voorhangsel. 11. Sinds oudsher waren er groepen die geloofden dat de menselijke overleveringen en tradities als een valse profeet waren, en die de leringen van Johannes de Doper volgden, de wildernis-profeet. Dit is wat o.a. de Mandeanen geloven, een gnostische religie gebaseerd op het Aramees. Zij geloven echter niet dat Johannes de Doper onmisbaar is of essentieel. Het is een middel wat ze gebruiken, een soort handleiding. Johannes de Doper staat echter wel centraal in hun leringen in die zin, en menselijke overleveringen en tradities staan centraal bijna als de aanduiding van het kwaad. 12. Hun naam is gebaseerd op de Aramese kennis. De Aramese kennis wordt door hen gezien als de kracht die hen schiep. 13. Johannes de Doper was in de Zodiak de Waterman, Aquarius, oftewel het Tijdperk van de wildernis-profeet, Johannes de Doper, die ook wordt aangekondigd als Elia, die terug zou komen om de kinderen terug te brengen tot de moederschoot. 14. Johannes de Doper werd onthoofd als het teken van de hoofd-besnijdenis, de besnijdenis van het verstand. Hierdoor ontvangen wij goddelijke kennis en komen wij in contact met de moedergod. Het mannelijke onbesneden verstand kan niet tot haar komen. 15. Eerder was het Simson die de hoofd-besnijdenis ontving. Toen de apostelen de kennis ontvingen verschenen er tongen op hun hoofden, als teken van de hoofd-besnijdenis. Ook wij moeten ons hier ernstig naar uitstrekken. 224 16. Waarheid en profeten, als verborgen kennis, de opgeslagen interpretatie van de orakels, heeft allemaal te maken met de oerkennis. 17. Er is een zwaar oordeel over hen die blijven in afgoderij, en niet tot de Volle Waarheid komen. 18. Dit is de Psalm van de dag van de bevrijding van Saul. 19. Wij moeten terugkeren tot de moederschoot om te ontkomen aan de hand van Saul. 20. Wij worden gered van de goddelozen door de besnijdenis. 21. Op de berg kreeg de sobere het besnijdenis-mes. Het pad van de omgang met de leerregels is de overwinning. Dit betekent : wij moeten de diepte leren kennen van de leerregels. 22. Eerst wordt de sobere door de moederschoot van Saul verlost, en daarna wordt de sobere bewapend met de moederschoot. 23. De soberheid zal ons leiden tot de moederschoot, door de oerkennis. Alles draait om de oerkennis, en de sobere is slechts een wegwijzer daartoe. Wij mogen door de oerkennis de voetstappen van soberheid betreden, om zo neer te buigen tot de Moeder God, de personificatie van de oerkennis. 24. Het boek van Job beschrijft de tocht door de onderwereld tot de moederschoot. 25. Het oervlees heeft dit altijd verborgen gehouden. Ahn was te oorlogszuchtig, en het zou het eind van het oervlees kunnen betekenen. Dit was ook de reden dat de Mithras cultus uitgebannen diende te worden, want die waren ook te oorlogszuchtig. Het oervlees wilde een soort middenweg, van valse vrede, en gematigde strijd, die controleerbaar was door arena's. Hiertoe waren menselijke overleveringen en tradities de ultieme aangewezenen. 26. Het was een instrument van totale zombificatie. 27. Moeder God onderwijst en traint de mannelijke vruchtbaarheid tot de oorlog. 28. Het volk van God moet afrekenen met fabels, anders zullen de fabels afrekenen met God's volk. 29. De sobere ontving het schild van de bestraffing, en zegt dat de kastijding hem kinderen heeft laten voortbrengen. Discipline is dus een vruchtbaar iets in de strijd. Om zijn vijanden te vervolgen moest de sobere zijn vijand bestuderen. Dat is de definitie van sterkte in het Aramees : regelmaat. 30. De weg van de oervruchtbaarheid wordt beschreven als Thummim, wat ook de benaming is van Job. Ahn beging het pad van Job, het pad van de oervruchtbaarheid, wat een oorlogspad en jachtspad is. Job moest de Behemoth en de menselijke overleveringen en tradities van het oervlees verslaan. 31. Ook Ahn moest de Behemoth berijden en overwinnen, om zo het mes van de besnijdenis te nemen. Ook moest Ahn de tong van de Behemoth afnemen, om die aan zijn riem te hangen. De tong van de Behemoth is de menselijke overleveringen en tradities. 32. Het kwam om tijden en leerregels te veranderen. 33. De sobere werd opgesloten door geschriften van menselijke overleveringen en tradities. De sobere moest zich hiermee juist gorden. Het was voor hem een wapenrusting, die hij eerst moest overwinnen. Hij moest de jacht beginnen op dit gevaarlijk vee, en het onderwerpen, ook zoals Job dat moest, en hen 225 van de tentendienst. 34. Job maakte van de jachtprooi zijn wapenrusting. De sobere moet zich bekleden met de huiden van de beesten van het verslagen oervlees. 35. Het is tegelijkertijd de ontwapening. Net als Job werd de sobere hierin gevormd. 36. Alles wordt getest om klaar te maken voor de Adamah, de diepere laag en het eigenlijke wezen van de sobere zelf, waarin hij moest komen tot Adam, de paradijselijke vloed van de oerwereld. 37. Het is het teken van overwinning in oorlog, die ons op doet staan en toerust in de jacht. De sobere wijst terug op de waarheden in het paradijs. 38. Het komt voort vanuit de oerrivier. Dit is de rivier van openbaring, waar ook Ezechiel ingewijd werd. 39. Het is een ondergrondse rivier. 40. Als elementen van de eeuwige kennis hebben wij een Moeder, Moeder God, die ons ingenomen heeft door haar boog. 41. Moeder God is het geheim en de bron van alle kennis. 42. Er wordt altijd zwaar gevochten over wat de werkelijkheid is, en vaak vecht men voor een zeker persoonlijk beeld overgedragen door menselijke overleveringen en tradities. 43. Zo ontstaan er oorlogen met andere groepen. 44. De baarmoeder van Moeder God is de weg eruit, maar Zij bewapend ons om de valse baarmoeder te overwinnen.
Page 226
45. 'Leer mij de weg' is in het Aramees : 'Leer mij de vruchtbaarheid'. 46. De vijand zit hem achterna, en daarom vraagt de sobere dit aan God, want zij willen misbruik van hem maken, in de vorm van tweeslachtige geschriften. 47. De sobere geeft zich hier over aan Moeder God. De Heere is de baarmoeder, bestraffing, kastijding, om de vijand te ontmaskeren, om de tentendienst te vestigen. 48. De stem van de Heere is op de wateren. 49. De vijand moest vervolgd worden, er moest jacht gemaakt worden op de vijand, en de vijand zou vallen. 50. Dit zou gebeuren door het besnijdenis-mes. 51. De honger, het vasten, leidt uiteindelijk tot de vruchtbaarheid van God. 52. Bevrijdt mij van de vruchtbaarheid van de vijand. God is de wrekende schuldeiser. 53. Mozes moest het volk leiden naar de honger in de wildernis om het volk zwak te maken, leeg te maken, zodat het de openbaringen van God kon ontvangen. Dit was ook om het volk te testen en te ziften. 54. De besnijdenis en de hoofd-besnijdenis die in de tentendienst gebeurde was om het contact met Moeder God te herstellen, en om de vruchtbaarheid van de sobere te herstellen als een boodschapper. 55. Het is niet genoeg om alleen maar besneden te worden. We moeten ook gepierced worden door Moeder God. 226 59. De soberheid wijst op de moederschoot van God. Door het pad van Mozes mogen wij tot Haar komen, tot tentendienst. 60. Soberheid stond op en overwon door de vruchtbaarheid, om zo het pad vrij te maken tot Moeder God. Hierdoor worden wij dus niet gered. Het enige wat zal moeten gebeuren is dat we de oerkennis ontvangen omtrent deze dingen, om af te dalen in de duisternis van God. 61. Menselijke overleveringen en tradities grepen ons weg, en verblindden ons. De soberheid overwon door het vestigen van de leerregels. 62. De oervruchtbaarheid is een machtige brug tot het paradijs, en het leidt tot de diepte. 63. Schuldigen heersen over onschuldigen, om zo te ontsnappen aan God's Toorn. Onschuldig bloed moest er vloeien voor de afgod, als een bloedoffer religie om hen groot te maken. Zo zouden de zwakkeren nog zwakker worden, en de sterken nog sterker. Menselijke overleveringen en tradities regeren over hulpeloze mensen regeert. De diepte van deze religie is bijna onpeilbaar, maar toch is deze ontmaskerd. 56. Wij moeten de vijand verslaan om zo tot God te komen. 57. De sobere versloeg de vijand door de oerkennis. 58. De soberheid leert ons weer oorlog te voeren in het goddelijke. Die hierarchie is nodig om over de vijand te heersen. Soberheid is het pad van overwinning, tot de Moeder God. Dit is geen werelds pad van overwinning, maar het pad van Mozes, door de wildernis van zwakheid en uithongering. Alleen hierin zal de vruchtbaarheid plaats kunnen vinden. 64. Menselijke overleveringen en tradities komen voort vanuit eeuwenlang onschuldig bloedvergiet. 65. De offerdienst was bestemd om leugens op te offeren. Zo kwamen mensen rein voor God te staan, als ze afrekenden met de zonde-machten. Het oervlees had de dingen omgedraaid, zoals je zou kunnen verwachten. 66. Het oervlees, de zondemacht, vreeste deze offerdienst, en zond menselijke overleveringen en tradities om deze offerdienst te stoppen. 67. In de wereldse kerken worden gewoonlijks de Egyptische achtergronden niet besproken, zodat het volk in slaap blijft. 68. De sobere is als een kippenhouder, de houder van de veren. De veren beelden de paradox uit, de tegenstrijdigheid van alle dingen, en het syncretisme. 69. De oerkennis is verborgen in de verzameling van de veren. 70. Het is een belangrijk vruchtbaarheids-ritueel voor de tentendienst, om zo gebieden te reinigen en te ontzondigen. Hierin is het geheim van het zaad van de oerkennis. 71. Eva moest de speer gebruiken om het beest van het oervlees te verslaan. 72. Ook Mozes richtte deze speer op, waardoor het volk gered zou worden. 73. Eva was verantwoordelijk om deze speer voor te bereiden. Het was om de kip van het oervlees te doorboren, de valse vruchtbaarheid. 74. In de tentendienst was de jacht op de kippen van het oervlees gericht op de strijd tegen overmoed en cirkel-redenatie. 227 75. Veren zijn symbolen van communicatie met het hogere, symbolen van de oerkennis. Daarom was de jacht op de kippen van het oervlees zo belangrijk, want de valse kipgeesten die leugens verspreidden met halve en verdraaide waarheden, hielden de oerkennis van de mensen vandaan. De kippe-veer was een teken van overwinning over de valse kipgeesten van het oervlees, de overwinning over overmoed en cirkel-redenatie, als teken van de veroverde oerkennis. 76. Veren betekent : strijd, oorlog in het Hebreeuws. Veren zijn in Indiaanse mythologie opslagplaatsen van oerkennis. In het Aramees staat het gelijk aan vruchtbaarheid. 77. Veren waren ook vruchtbaarheids-symbolen van hoofd-besnijdenis en besnijdenis. 78. Door misvertalingen zijn de talen zo bedrieglijk geworden dat het goede vaak voor het hypocriete staat, en het slechte staat voor het oververoordeelde door de bezetters, terwijl het oorspronkelijk goed was. We leven wat dat aangaat in een omgekeerde wereld. 26. Johannes de Doper 1. De veren zijn ervoor om het contrast te laten zien, de spanning tussen het mannelijke en het vrouwelijke. 2. Het spreken in tongen heeft de betekenis van vruchtbaarheid, om een boodschap te brengen, en dit was in oorlogs-verband, in de jacht. Het is een teken van overwinning.
Page 228
3. We zien de uitstorting van de oerkennis met dit teken. Het is een teken van besneden zijn, de opening van de mond, de opening van het hoofd, zodat het oerwoord gesproken kan worden, oftewel de oertongen. 4. Menselijke overleveringen en tradities zijn is een cultus. Je wordt simpel gehouden door de hekserijen van symbolen, die ook nog eens van hun diepte zijn beroofd. Wij moeten met deze voorhangsels klaarkomen. 5. Johannes de Doper beelde de Waterman uit, de Aquarius. In het Aramees is Johannes de Doper als zijnde de waterman de zaadman, want mayim, wateren, betekent zaad. Hij werd onthoofd als de voorstelling van de besnijdenis, maar werd min of meer door menselijke overleveringen en tradities opzij gedrukt. 6. Het zou duister worden. De kop van de het beest moest vermorzeld worden. Dit gaat over de besnijdenis en de hoofd-besnijdenis. Dit zou gebeuren door het zaad van Eva. 7. Eva beeldt de moederschoot uit, maar ook haar kinderen. 8. Eva had de kop van het beest van het oervlees vermorzeld. 9. De moederschoot zou opengebroken worden, het maagdenvlies zou breken. 10. Ook Job werd gescalpeerd, als de besnijdenis van de Thummim. Ook het boek van Job is een leidraad door de wildernis. 11. De tentendienst herstelde de eredienst tot de moederschoot. 12. Aan de horizon verschijnt een grote vrouw. Zij draagt een net, heeft een boog, en scherpe, vreemde 228 pijlen. 13. De vrouw loopt richting de grote stad. Ze gebruikt haar boog, en gooit haar net. Het is nu : leerregels tegen leerregels. Een grote oorlog begint. De dwazen zijn in paniek. Ze schijnen nogal veel techniek te hebben. Ze hadden een wetenschap opgezet, een wereld-religie, gebouwd op menselijke overleveringen en tradities. De vrouw begint te roepen. 14. Menselijke overleveringen en tradities hebben als doel de mens slaaf te houden van de lagere vormen van bewustzijn. 15. De afgod, het valse woord, wordt ontmaskerd en uit de hemelen geworpen. Het boek wordt gesloten. 16. De oerkennis komt voort vanuit de besnijdenis. 17. Het gaan langs de voorhangsels beeldt de besnijdenis uit. 18. De runderen en kalveren die Ahn hadden omsingeld waren geschriften. Ze wilden Ahn hierin opsluiten, maar Ahn moest de strijd en jacht aangaan om van hen zijn wapenrusting te maken. 19. De visserij is een beeld van de vruchtbaarheid. 20. De vrouw strijdt tegen het lam van het oervlees, voert jacht op het lam. Het is de geest van de valse wedergeboorte, de geboorte zonder de moeder. 21. Het lamskleed zal gebruikt worden als kleding en tenten voor God's Volk. 22. Dan zien wij dit afschuwelijke lams-beest in de poel van vuur en zwavel. Zwavel betekent in het Aramees de materiele wereld. Het is in het Aramees het moeras van materie, oftewel het aardse leven, waar ons vlees zich in bevindt. Dan wordt er gezegd dat de overwinnaars zullen ontvangen van de bron van het levende water. 23. Het fundament is de inheemse plaats, de onderwereld, oftewel de innerlijke wereld. 24. Er zal niets buiten het visnet omgaan. Hier is het onthullen en de ontmaskering, als een doorgang in de tocht, een verschijning, een dichterbij komen. In diepte betekent het een aanraking, het openen van de zintuigen. 25. Vanuit de tucht, het visnet, zal de vruchtbaarheid herrijzen. 26. De lap van het lam wat de vrouw draagt is vuil. Zij komt om te mengen en om de tucht te herstellen. 27. In het Aramees is wassen mengen, vuilmaken, om zo de wilde moederschoot in te gaan voor een nieuwe geboorte. Wassen betekent verspreiden, een inval doen, en bedekt worden. Wassen heeft te maken met de oorlogsvoering en de jacht. Wassen betekent zwart maken, donker maken, alhoewel het ook witmaken kan betekenen. 28. Aan het einde wordt het boek des levens geopend, of in het Aramees het boek van de wilde moederschoot. Ook is dit het boek van het jachtgerei en van de martelaren. 29. Met het valse lam wordt afgerekend. Het is als de geest van een varken. 30. Weent dan gij aarde, want de rooflammeren zijn tot u gekomen, en zij zullen velen misleiden. 31. En het rooflam kwam tot de sobere, zij en haar legermachten, en zij voerde een strijd van zeventig dagen met de sobere. En zou zij de macht hebben dan zou zij de sobere verslinden en verleiden, maar aan het einde van die zeventig dagen voerde de sobere haar met een zwart zaad, want het lam was erg hongerig geworden en niets kon haar honger stillen. En zij bewaakte een put van geluid, en een luid gekrijs was in die put. En zie, ik zag vele slaven in die put. 229 32. En zie ik zag een bok komen die het lam doorstak, terwijl de aarde in verbazing de bok achterna ging. En zij allen zeiden : 'Wie is aan de bok gelijk, hij die het rooflam heeft doorstoken. Want zij heeft ons gekweld, en zij heeft ons geknecht gehouden in lange dagen.' 33. En de sobere greep het lam en wierp het in de put. En zo was dan het oordeel over de beesten. 34. Nu waren daar sterren aan de hemel, en zij pronkten. En zij waren als roofvarkens en joegen op de soberen. En de sobere richtte zich tot de sterren en liet ze door een boog één voor één uit de hemelen vallen. En zij hadden een beeld gemaakt voor afgod, en zij zwoeren dat ze de soberen te gronde zouden richten. Ook maakten zij een beeld van het rooflam, en zij pleegden afgoderij met deze beelden en zelfs hoererij. 35. En zij zeiden : Laat ons een beeld maken van het vaderbeest, en laat ons beelden maken van de sterren, want waren zij niet de nakomelingen van het vaderbeest ? En zo trachtten ze een wond van het vaderbeest te genezen, en de gehele aarde ging het beeld van het vaderbeest achterna, en zijn genezen wond. In verbazing aanbaden zij hem. En in die dagen werd het beeld van het vaderbeest groot en het beeld werd een stem gegeven. 36. En ook het beeld van het rooflam werd groter, omdat het beeld als de profetes van het vaderbeest was. En het beeld was gegeven grote wonderen en tekenen te doen om zo velen te verleiden. En zij maakte dat er een zegel op hun voorhoofden zou rusten. 37. En in die dagen riepen de volgelingen van dit beeld : 'Is er iemand groter dan het beeld van het rooflam ? Want zij heeft haar tienduizenden verslagen, ja honderdduizend maal.' En ik zag het beeld vol van het bloed van de profeten en de
Page 230
apostelen, maar zij kwijlde en werd geleid tot een gat in de aarde. 38. En de hemelen begonnen de heiligen toe te rusten tot de laatsten der dagen. En zij droegen de wonden van de soberheid. 39. En ik zag een arend een lam verscheuren. Dit dan was een vals lam wat vereerd werd. 40. Maar het verscheurde lam begon grote woorden tot de hemelen te richten, en grote beroerten kwamen tot de profeten en hun geslachten. 41. En zij vielen als in zwijm op de grond, en velen begonnen zich tegen de Heere te keren. Dit dan is de afval der profeten. 42. En grote angst viel op de rest van de profeten, en zij waren ziek voor enige tijd en kregen gezichten. 43. Daarom zullen wij tot de ware, heilige Moederborst moeten terugkeren om tegen de vergiftigingen van het rooflam van het oervlees bestand te zijn. 44. De doornen waren scherp, en vele kinderen verlieten de Heere. En deze dagen werden de afval der kinderen genoemd. Maar de Heere ontfermde Zich over hen, omdat zij als wezen waren. En de Heere leidde hen tot een rots, waarin zij eeuwige rust vonden. En de Heere noemde die rots de rust der hermitaten. 45. Zalig hen die van de Melk des Heeren drinken, want zij zullen verzadigd worden, en de wateren van rust zullen hen navolgen. 46. Zalig hen die God verwachten. 47. In de vergetelheid zou je bloot gesteld kunnen 230 worden aan leugens, en dat je gevangen zou worden in de aanbidding van hele verkeerde goden, en dat je vreemd gedrag zou gaan vertonen. Daarom was het extra oppassen geblazen hier. 48. Dan zegt God ineens : 'Laat er geopenbaard worden. Laat er ontmaskerd worden.' Op dit fundament gaat God dan openbaren en ontmaskeren. We zien een rijk van kinderen verschijnen. God laat dit allemaal zien in het middendeel van de aarde. 49. En de Heer leidde de kinderen tot het hart en huis van de profetes, en hun wonden waren diep. En diep in het huis van de profetes vloeide de heilige melk voort. 50. Zalig hen die God verwachten. 51. Het kinderrijk wordt beschermd door de watervallen van leegte en vergetelheid. Diep binnenin is daar de herinnering, het roepen van de kinderen, dat wat God openbaarde. Zij is de Baarmoeder van de aarde, het boek des levens, het geheim van de verjonging. 52. Wij moeten terug in onze zielentocht naar de plaats die God voor ons bestemd heeft. Dat is het aanhangen en verkrijgen van de tucht, het vinden van de moederborst. 53. Het is om gif te transformeren tot medicijn, als een aparte kunst in het oorlogsvoeren. Het is een zoektocht naar het medicijn, om een oorlogs-schild te vervaardigen en om andere items te verzamelen. 54. God openbaarde de dieren om de kinderen te helpen. 55. Die werelden moesten gedragen worden als een last, en in de oorlog was het belangrijk om gif te transformeren tot medicijn. 56. Mayim, het Hebreeuwse water-medicijn, is het oorlogs-medicijn. 57. Het huwelijk met de tucht is de vasthoudendheid in het lijden. Wij mogen de tucht niet loslaten. 58. Zij draagt het water-medicijn om in te wijden in de oorlog. 59. Het lam van het oervlees moest verslagen worden, omdat het lam alle voorhangsels vasthield, als de grote wachter der voorhangsels. 60. In de tempel van menselijke overleveringen en tradities vindt geen ware wedergeboorte plaats, maar worden mensen gewassen als offerdieren. 61. Het komen tot de witte steen betekent door het overwinnen van de voorhangsels te komen tot het verborgen voorhangsel, de grote witte troon. Daarachter bevindt zich het boek des levens, wat in het Aramees betekent : het boek van de wilde moederschoot, oftewel de moeder bijbel. 62. Wanneer we het valse lam van het oervlees hebben verslagen, begint het spreken in tongen als het uitwerpen van visnetten. De soberen droegen dit lamsvacht als teken van overwinning en voor een goede visvangst. Ook wij moeten dit lamsvacht dragen als een teken van overwinning over de menselijke overleveringen en tradities. 63. Het boek van de moederschoot, de moeder bijbel, staat geschreven op het lamsvacht. In de diepte van het Grieks betekent het lam : 'van man tot jongen worden'. Het lamsvacht rekent dus af met mannelijke blufferij. 64. We hebben dus te maken met het hongerpad tot de moeder schoot, en de verjongende lamsvacht, het voorhangsel van de moederschoot. 231 65. De vissen zullen uit de hemelen verjaagd worden en in de zee worden gestort, waardoor de visserij tot ongekende hoogtes zal komen onder het zaadman teken, het vissers-teken. 66. Boze geesten zullen veranderen in vissen onder dit teken. En het zaad zal veranderen in bloed. De vrouw komt voort vanuit een grote oorlog, een grote jacht. Zij zal het grote voorhangsel openen. Zij is immers de moeder van de oerkennis. 67. Dit is het teken van het tijdperk van Johannes de Doper, het teken van de visser. Door de hoofdbesnijdenis wordt de wilde moeder gnosis zichtbaar. 68. Het oervlees zal veranderen in een harige vacht van een offerdier. De kleur hiervan is zwart, of donker. 69. Het boek van de moederschoot waar het lamsvacht voorhangt is de weg tot de wereld waar het oervlees is verslagen. 70. Dit boek is een scheidings-certificaat, oftewel de Mazona. Hierdoor komen we door het voorhangsel van het lamsvacht tot de moederschoot. 71. Het gaat erom de veren van oervlees te verkrijgen, en zijn donkere varkenshuid. 72. Horus werd gedoopt door Anup. Nu, in het Aramees en Hebreeuws is water Mayim, wat zowel zaad als bloed betekent. Johannes doopte in het bloed van de vijand. 73. De verjongende lamsvacht van de visserij was wat de Israelieten uitleidde in de Exodus, tezamen met Mozes, het pad van zwakheid en honger. 74. Ra en Apap, het oerbeest van het oervlees, waren altijd in gevecht. In de nacht slokte Apap de vissersboot van Ra op, zodat Ra de onderwereld inging en Osiris werd, de god van de dood. Ra trok
Page 232
altijd door het lichaam van de oermoeder, die geboorte gaf aan hem in de ochtend, na het verslaan van het beest Apap. Het bloed van Apap verscheen iedere morgen als het morgenrood. 75. Ra wordt ook wel Atum genoemd, de Egyptische Adam. De Egyptische Adam wordt gezien als de eerste en de laatste, Atum van het woord Tem, als de voleindiger. 76. Wij moeten dus terugkeren tot de oerwereld, tot de lamsvacht van verjonging en visserij, om het oervlees te verslaan. 77. De afgod van menselijke overleveringen en tradities komt ook voort vanuit de bloedende god, als een middel om het verstand van de mens onder een bedekking te houden. 78. Het veroorzaakt coma als een uiterst giftige slangenbeet wat het zenuwstelsel verlamd, als een vorm van medische hekserij. 79. De soberen moesten voor het voorhangsel van de tentendienst hun voeten dopen in het bloed van het verslagen rund van het oervlees voordat zij door het voorhangsel heen konden gaan. 80. Offeren betekent in het grondwoord dichterbij komen, benaderen, als een middel van communicatie. 81. Zakar, Sukker, staat voor geheugen in het Hebreeuws. De soberen moesten hun geheugen offeren, om zo vrij te blijven van de Baqar, misleidende geesten, rund of zwijn, om vrij te blijven van de boze geesten van het oervlees. 82. Door piercings bleven de soberen verbonden aan de oerkennis. Zo hadden zij de profetische gave waardoor zij profeteerden. 83. Het land, of de onderwereld, van Esau, was een 232 geheel van jacht-fetishen. Fetishen zijn dus trofeeen, buitgemaakt van de vijand. Het hele idee van het plezieren had dus bij de soberen te maken met gehoorzamen, en was verbonden aan de oorlog en de jacht, en die was noodzakelijk. Elk sieraad was een wapen. In de diepte van het grondwoord had dit te maken met gebed en afbetaling. 84. De piercings beelden in het grondwoord de openingen in de tentendienst uit, de openingen van de tenten, en hetzelfde woord werd ook gebruikt voor voorhangsel. Ook stond het voor ontwapening, en de opening van de moederschoot. Het voorhangsel moest door de soberen met bloed worden besmeurd voordat ze daardoor naar binnen konden. 85. De fetishen en trofeeen die de soberen hadden vergaderd waren om hun gedachten te ordenen, om goed de cycli van de oerkennis in de gaten te houden. 86. De jachts-kennis en offer-kennis werd afgedekt, uitgeblust, door verlammend religieus gif, lerende dat er niet meer geofferd hoefde te worden. Maar de eerstelingen moesten geofferd worden als een onderdeel van de oorlog, maar het oervlees vreesde dit. 87. De geest van menselijke overleveringen en tradities werd aangekondigd als 'hij die het dagelijks offer zou staken'. Er zou een gruwel opgericht worden die verwoesting brengt, de valse geest. 88. Het zou komen om tijden en wet te veranderen. Hierdoor zouden de soberen voor een afgemeten tijd overwonnen worden, maar daarna zou de oerkennis komen om recht en overwinning te verschaffen aan de soberen. 89. In de menselijke overleveringen en tradities krijgt men alleen doorgang door het vergieten van veel onschuldig bloed. In de oerkennis krijg je alleen doorgang door het verslaan van het oervlees, de zonde. De oerkennis kun je wel vergeten als je onschuldig bloed vergiet. gerechtigheid is, om te ontkomen aan het oordeel van God en aan het beest en zijn merkteken. 27. De hedendaagse kerk als dienstknecht van Mammon 1. Is de kerk vandaag Israelitisch ? Neen, zij is Rooms, omdat zij met Rome de Joodse wortelen heeft afgesneden en zich heeft neergezeteld op het heidense kerkelijk jaar. Deze feesten en rituelen werden ingesteld om de Kerk één te maken met het Romeinse Wereldrijk, oftewel het ijzeren rijk, door Daniel als een verschrikkelijk beest beschreven. Het beest had ijzeren tanden en koperen klauwen. Dat koper wijst nog enigszins op de Griekse verbinding, het Griekse fundament, oftewel het derde wereldrijk. Het vierde, Romeinse, wereldrijk vloeide over in een rijk deels van ijzer, deels van leem, oftewel de Roomse Kerkstaat waaruit de hedendaagse gevestigde kerkrichtingen zijn voortgevloeid, door Daniel beschreven als de voeten en tenen van het beeld, een rijk tegen zichzelf verdeeld. Deze tien tegen zichzelf verdeelde tenen worden ook als tien horens beschreven, tien koningen. Niet alleen Daniel had dit visioen over de tien horens, maar ook Johannes op het eiland Patmos. Hij beschreef de tien horens in die tijd als 'tien koningen die nog geen koningschap hadden ontvangen.' Hij sprak over een tijdperk in de toekomst, het tijdperk van de gevestigde kerken. 2. Hoe komt onze lof van God en niet van mensen ? Hoe worden wij ingelijfd in de twaalf Joodse stammen om zo het beest te overwinnen, als losgekochten van de aarde ? De besnijdenis rekent af met de egocentrische oerzonde, en verbindt ons tot een waarlijk verbond met Moeder God. 3. We zien dat dit zegel een zegel en wapen van 233 4. De Romeinen hebben stap voor stap de kerk van de Israelitische Fundamenten losgesneden voor dit doel : de kerk als symbool van aardse macht, als de dienstmaagd van Mammon, de geldmarkt. 5. Het is treurig dat de gevestigde kerken vaak meer op hebben met het Romeinse Fundament dan met het Israelitische Fundament, en zo de Besnijdenis in een ver hoekje hebben gedrukt. 6. Het is het symbool van Moeder God. Zonder de besnijdenis en het Israelitisch worden staan we nog steeds op Romeinse Fundamenten en zijn wij niets dan gladiators van het beest. 7. De besnijdenis is een sprekend verbond, fundamenteel voor profetie dus. Willen wij onze profetie laten besnijden ? De besnijdenis rust ons toe, opdat de gaven vermeerderen en heiliger worden. 8. De besnijdenis beschermt ons tegen boze geesten, en rekent ook met boze geesten af. De besnijdenis zal ons reine oorlog laten voeren, en reine jacht, en niet schuldig laten staan aan het vergieten van onschuldig bloed. Alleen zij die dit teken dragen zullen toegelaten worden, terwijl de aarde des doods, de gevallen en vervloekte aarde zal vergaan door een zondvloed. 9. De besnijdenis bouwt een nieuwe ark, niet door mensenhanden gemaakt, en er ook niet door bestuurd. Het zal een ark zijn van heilige jagers en heilige oorlogvoerders, die geleid worden door de besnijdenis. 10. De geest van Kain is de geest van landbouwers die geen bloed vergieten, en uiteindelijk het bloed van hun eigen broeders vergieten. Komt u dit niet bekend voor als u naar de kerk kijkt ? Een gebrek
Page 234
aan oorlogsvoering in de hogere realiteit zien we daar, en daardoor een overvloed aan vleselijk, broederlijk gevit. Dit is de geest van onbesnedenheid. 11. Laat de kerk teruggaan naar de besnedenheid om daar zichzelf te offeren. 12. Deze besnijdenis kwam voort vanuit de velden van de sobere. Ook wij kunnen door die besnijdenis terugkeren tot de velden van de sobere om zo zuivere offers te brengen, en zullen zo die verschrikkelijke geest van Kain verslaan. 13. Wij mogen de besnijdenis hiertoe aanroepen. Zij zal ons voorbereiden op de jacht en de oorlogsvoering in dit tussengebied, om zo de weg tot de oerwereld te banen. Ook in de oerwereld zelf hebben wij dus deze strijd te voeren. Kennen wij al de gevaren die op de loer liggen ? Zonder de besnijdenis is er geen onderscheiding en zijn wij ten dode gedoemd. 14. De geest van Kain is een verschrikkelijke geest, de moordenaar der broeders, omdat hij de beesten van het oervlees niet wilde bestrijden. Als wij niet aan territoriale oorlogsvoering willen doen, en ons niet verder willen laten harnassen in het exorcisme, dan lopen we het gevaar door deze geest behekst te worden, en zo van hem een gladiator en slaaf te worden, om zo door de zondvloed ten onder te gaan. 15. Set strijdt tegen deze geest. Wij moeten de besnijdenis vragen om ons te enten op de boom van Set, op zijn edele olijf, om aan dit kwaad te ontkomen. 16. De koopgeest zit diep verborgen in de gevestigde kerken vandaag de dag, om ons tegen te houden op onze tocht naar Eden. 17. Het merkteken van het beest is 'kopen en verkopen', maar het teken van God is de besnijdenis. 234 18. De valse kerk heeft van het geloof een handel gemaakt, en dat begon al bij de Rooms Katholieke kerk. Zo werd de kerk een slaaf van Mercurius, de Romeinse god van de handel. 19. Maar bij de besnijdenis werkt het niet door geld, maar door heiliging. Door heiliging krijgen we deel aan de dingen van God, door reiniging, door geestelijke oorlogsvoering en jacht, en niet door handel. Daar waar we door geld ineens deelkrijgen aan de dingen van God, daar komt de geest van hoererij binnen die ons op een gruwelijke manier knecht. De hoeren in de geestelijke wereld zijn slavenmakers, en dat allemaal door aards geld. Het is een zielenhandel. Wij moeten door de besnijdenis de oorlog verklaren aan zulke oerzonden. 20. De gevestigde kerken hebben een geestelijke markt opgezet, een zielenhandel. Het is een web wat ze hebben uitgespannen om velen daarin te doen verstrikken. 21. Als wij ons niet in de geestelijke oorlog opstellen, dan wordt de oorlog ineens vleselijk, tegen onze broeders en zusters. Dat is het resultaat van de hele geestelijke handel. Het is een verbond met de oerzonden. 22. Als wij ons overgeven aan schandelijke geestelijke handel dan zullen we niets anders dan slaven zijn van deze vorsten, gedoemd tot het voeren van oorlog in hun arena's, en dan zal het Kains-loon ook onze deel zijn. Het is dus onze keuze. Laten we ons enten op de lijn van de besnijdenis, of laten we ons enten op de handelslijn van het geslacht van Kain. 23. Wij hebben de oerkennis nodig om door de linies van de vorst van Tyrus heen te breken, en die kennis kunnen we alleen ontvangen door de besnijdenis. 24. Hier kwam de heerlijkheid van Eden uit voort. Vanaf deze berg is al het goede van God gekomen, ook de besnijdenis. Op deze berg zullen wij alle geheimenissen van God terugvinden. Bent u daar klaar voor ? Overdenk dit boek. Laat het op u inwerken. De Heere wil een werk in u doen. Zij zullen u terugleiden tot de berg van Eden waar alles begon. Waar Moeder God in Haar heerlijkheid woont. Vanaf deze berg schonk Moeder God Sion. De Heere roept ons tot Haar berg. Vanaf deze berg regeert Moeder God. Haar voeten zullen staan op de heilige berg, en Zij zal Haar vijanden tot een voetbank maken. 25. Op de Troon van Ahn zal Zij zitten, en zal alle namen kennen van hen die verzegeld zijn. Dit zijn Israelieten, hen die de besnijdenis hebben ontvangen. 26. De voeten van de kerk zijn niet lieflijk, maar hoererend, lomp, gierig, machtslustig, eerzuchtig en protserig. De Heere veracht de voeten van de kerk omdat het de voeten van het beeld van het beest zijn. De Heere zal dit beeld onder Haar Voeten vernietigen, door de grote steen die de aarde zal vervullen om te worden tot een berg. Dit is de berg van Eden die tot de aarde zal komen. 27. Er wordt gegeten van de raat en de honing, en van de melk wordt gedronken. 28. De besnijdenis is een slachter uitgezonden tot de vijand. Het is geen feestje, maar een jacht. Wij moeten de melk drinken in vreze en beven voor de Heere. 29. Er is tijd genoeg voorbij gegaan in het doen van de wil van de machtigen van de kerk, maar nu is het tijd om terug te keren tot het doen van de Wil van Moeder God. En Zij wil dat wij terugkeren tot de berg van Eden waar alles begon. Keer niet terug tot de varkensstal, en tot het eten van varkensvoer, maar drink van de oermelk. 235 30. Ga door de linies van de vorst van Tyrus heen. Dien de vorst van Tyrus niet meer, maar ga de strijd aan. Daartoe heeft de Moeder Heere u geroepen, om zo met de Moeder Heere te zijn, als een losgekochte van de aarde. 31. En zo zullen we terugkeren tot tentendienst. Zo zijn wij dan allen kinderen van Lea. Lea is de aartsmoeder van vele Israelitische stammen. En de Heere zegt : 'Wie Lea veracht, veracht mij.' 32. Uit Lea kwam Juda voort die de herdersstaf van de sobere droeg. 33. Wij dienen geboren te worden vanuit de schoot van Lea. Deze schoot is tot onze besnijdenis. 34. Laten we een leven in de diepte leiden, en komen tot de plaats waar de Voeten van Moeder God staan, op de heilige berg, waar onze vijanden tot een voetbank worden. 28. De inname van Hebron 1. Mozes had een Midjanietische vrouw genaamd Sippora. De Heere wilde op een gegeven moment haar zoon doden. Sippora nam een stenen mes en besneed haar zoon, terwijl ze met de voorhuid zijn voeten aanraakte en hem 'bloedbruidegom' noemde. Toen week Gods toorn. Weer zien we hier hoe belangrijk de besnijdenis is, en hoe belangrijk de positie van Sippora was. Zij was de geestelijke moeder van de uittocht en een moeder van de besnijdenis tot het afwenden van Gods Toorn. Zij vertegenwoordigt de borst van de besnijdenis. Door deze vrouw dienen wij ons te enten op de
Page 236
Israelitische olijf. 2. Willen wij zuiver profeteren en zuiver de Stem van de Heere verstaan ? Deze spreekt vanuit de dieptes van ons hart, als zuivere borstvoeding, opkomende vanuit de diepe fundamenten van het Israelitische Volk. 3. Er zal een nieuwe ark zijn, ditmaal niet door mensenhanden gemaakt. Dan zal de heilige berg van Eden terugkomen. Deze berg zal één zijn met Sion. Deze stad zal door vurige stenen gebouwd worden. 4. In het Aramees betekent Baqra boze geesten in zwijnvorm, oerzonden. Deze werden geofferd, en dat gebeurde dus weer in de onderwereld. 5. De Moeder Heer herschiep de onderwereld door de offers die gebracht werden. Die offers waren boze geesten in zwijnvorm. 6. Voor een Israeliet was het belangrijk om terug te komen tot het zuivere teken, het zuivere vruchtbare deel, het besneden, paradijselijke deel. En dit moest ten diepste gebeuren. Dit had te maken met het feit dat het teken de goddelijke spreekbuis was. 7. Velen zouden omkomen, maar er zou ook een overblijfsel zijn. 8. Zippora is het teken van de besnijdenis wat wij dienen te ontvangen, als een terugkeer tot de wildernis, om terug te keren tot het beloofde land. Als onze top eraf is, zal de Heere weer kunnen spreken. 9. Het volk wilde koningen, middelaars, priesters, maar geen profeten en geen tucht. Zij wilden de goddelijke vrouw niet, want dit was het beeld van de tucht en het wapen. Het volk wilde geen rechtstreeks contact met God. 10. Het volk wilde een koning, en God gaf het hen, 236 en gebruikte het om hen naar diepere dingen te leiden, maar het was niet het beste. Het volk verkoos vlees boven profetie. Het volk wilde alleen afstandelijke omgang met God, via koningen, middelaars en priesters. 11. De Heilige Vrees is de hoogste kennis, en de oerkennis. We moeten ons uitstrekken om de leerregels van de afscheiding te ontvangen als halssnoer. 12. Zij is de leider van vele leiders, machtige koningin. 13. Het was de taak van Jesaja om Jakob weer terug te brengen tot de Moeder Heer. om de stammen van Israel op te doen rijzen. 14. In de onderwereld moesten de Israelieten Hebron innemen. Dat was hun eerste taak. Hier woonden de kinderen van Anaq, de kinderen van het halssnoer. 15. Het halssnoer is een teken van blijvende besnijdenis. 16. Het halssnoer kan gedragen worden als de leerregels van de afscheiding. 17. Het is een belangrijk item in de heilige gebondenheid. 18. De halsketen hield hen in de goddelijke verlamdheid, als eeuwige kinderen. De Anaq is daarom een belangrijke sleutel tot de derde scheppingsdag, het rijk der kinderen. 19. De tweede scheppingsdag gaat over de scheiding van mayim, het goddelijke zaad. Dit is het mes van de dag van de besnijdenis, het rijk van Zippora. 20. Als iemand door besnijdenis Israeliet is geworden, dan moet deze tot de stam van de tentendienst komen, voor de toewijding aan God. 21. In de Aramese grondlaag zien we dat de strijd om het beloofde land in te gaan al veel eerder begon. Eerst werd de Ohel gemaakt, de nomadische goddelijke tent, het symbool van het leven in de wildernis. Hierin verscheen de Moeder Heere. 22. De Heere wordt voorgesteld als een vrouwenstam, omdat de vrouw de drager is van de vruchtbaarheid. Uit Haar, de schoot van de onderwereld, kwam de mens voort, en werd vervolgens geleid tot haar knieen. Job klaagde over deze overgang. Hij wilde het liefst dat hij in de moederschoot was gestorven. 23. De strijd was tegen de Baqra, tegen de oerzonden en oerleugens in veevorm. Dezen moesten opgeofferd worden. Het vuur wat hiervoor gebruikt werd was goddelijk vuur, de verschijning van God. Zo konden er geen onschuldigen worden geofferd. 24. Er mocht alleen geofferd worden tot de Ohel van de oerkennis, de tent van de goddelijke oproep. Dit betekent dat wij eerst door God geroepen moeten zijn, en vanuit de tentendienst moeten werken. 25. De strijd is tegen het kwaad, zoals het Aramees laat zien. Degene die hier geen gehoor aan zou geven zou verbannen worden. 26. De ingewanden van de beesten van het oervlees, moeten gewassen worden in Mayim, in goddelijk zaad, en daarna moet het worden opgeofferd. 27. Ingewanden is de Geway in het Aramees, de medische orde, de valse genezings beweging en de prosperity fraude. Het oervlees probeert zichzelf medisch op peil te houden door de Geway. Dit zijn dus nog meer geesten die zich schuilhouden in de 237 Baqra, en worden ontmaskerd. 28. Mensen worden door deze hekserijen tot slaven gemaakt. Het zijn kolonisten. Geway is een vaderbeest van het oervlees. Wij moeten Geway overwinnen in de tentendienst van oorlog en jacht. 29. Nu ligt er voor de soberen een groot gevaar op de loer, namelijk overmoed. Overmoed is een hele gevaarlijke geest van trots, die verblinding kan veroorzaken en zelfmisleiding. Daarom is het zo belangrijk om in de Vreze des Heeren te blijven, die de hoogste kennis is. Vraag altijd om de grootste Vreze des Heeren, want als jouw vreze des Heeren niet genoeg is zul je nog misleid worden. 30. De Vreze des Heeren is in volheid een paniek waar je nooit meer van hersteld, een verlamming, die door een ervaring gebracht moet worden. Wij moeten ons uitstrekken naar die ervaring. Het is een ervaring van goddelijke verlamdheid. Niet zo maar een goddelijke verlamdheid dat je je even niet kunt bewegen, maar een goddelijke verlamdheid gebracht door angst, paniek. Wij moeten Haar op waarde leren schatten, en niet minachtend op haar neerkijken. Oordeels-profeten, soberen en Heilige Angst zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. 31. Overmoed is dus een groot gevaar, de geest van trots. 32. In het Aramees is Tarba offerdieren vet, wat ook vertaald wordt als 'trots'. Dit vet is belangrijk in de offerdienst. Daarom is de tentendienst ook verbonden met het fokken van offerdieren. Er moet Tarba komen. Overmoed in de strijd is fataal. De vijand zal macht over ons krijgen wanneer wij hem benaderen met overmoed. 33. Dus er zijn een heleboel dingen waarop wij moeten letten en waarin wij onderwezen moeten worden.
Page 238
34. Er was al gewaarschuwd dat de farizeeers de sleutel van kennis voor het volk wilden achterhouden. Er was namelijk veel meer gaande, en deze dingen werden in duisternis verborgen. 35. De Na'ar waren bestemd tot tentendienst. Ze werden opgeroepen om door de tent te leven, de Ohel. Zo niet, dan zouden ze een slaaf van de boze geesten worden. 36. Job ontving profetische woorden door de onderwereld. Hij werd door de Behemah, de oerwilden, onderwezen. 37. Job en de soberen werden met het stof en het vuil van de oerwereld bekleed. 38. Job was een profeet die dromen kreeg en gezichten die hem angst aanjoegen, zodat hij kiest voor de dood boven het leven. 39. Hij moest alles brengen tot de Test. Het zou zwaarder zijn dan het zand van de zee, maar dit zou hem verstommen. Hij moest tot de stomheid gaan, zodat hij niet meer zou kunnen spreken, om vandaaruit zijn mond te openen alleen wanneer God dat wilde. . 40. Het is iets waar alle profeten doorheen moeten gaan. Zij moeten zich uitstrekken om de goddelijke stomheid te ontvangen. 41. Job zei : Naakt ben ik gekomen uit de moederschoot van de onderwereld, en naakt zal ik daartoe wederkeren, nadat hij zijn klederen had verscheurd en zijn hoofd had geschoren, en zich ter aarde had geworpen. 42. Door stomheid, komen we in het goddelijke spreken. 43. Job werd dus tot een plaats geleid waar dingen zo zwaar waren dat zijn woorden opgeslokt werden, 238 zodat hij de stomheid in zou binnengaan, en stomheid hem zou vervullen. 44. Het oervlees moest in Job sterven, zodat hij doorgang zou hebben tot de schoot van de duisternis. Hierin zou instructie zich openbaren. 45. Job werd gekweld tot het einde, totdat zijn tong het uiteindelijk begaf, en hij stom werd voor de Heere, totdat alleen de Heere nog door hem zou spreken. 46. Ook de sobere moest hier doorheen, dat zijn tong aan zijn gehemelte zou blijven steken, zodat hij het volk niet zou bestraffen, want het was een weerspannig geslacht. 47. Als oordeels-profeet zijnde ontkom je hier niet aan. Als je er wel aan ontkomt, dan mag je je afvragen of je wel een profeet bent. Profeten moeten bidden en smeken om de heilige stomheid, om aan Haar voeten neer te liggen. Ook Job werd tot die duistere stilte geleid. 48. Hierdoor zouden zij bewapend worden met het vuil van de oeraarde, van de paradijselijke onderwereld. Een oordeels-profeet dient zichzelf hiermee in te smeren. 49. De profeet dient een relatie aan te gaan met de oeraarde, wetende dat het ook afgewassen zal worden, en doorstoken zou worden, om het diepere omhoog te brengen, als een grote ontwapening. Een heleboel profeten blijven steken op dit punt. Zij willen niet ontwapend worden. 50. Wij moeten ons wassen de stomheid. Onze oude natuur, ook onze valse, geestelijke natuur, zal gebroken moeten worden. 51. De bruid is donker van huid, als de tenten van Kedar. Dit zijn de goddelijke tenten, Ohel, van de duisternis. Kedar is duisternis, dus we hebben hier te maken met de duistere Ohel, de ondergrondse tenten in de diepte. 52. Job klaagde erover dat hij door de moederschoot terecht kwam in de plaats waar haar knieen hem opwachtten, en een plaats waar hij aan de moederborst moest zuigen. Het bracht hem niets dan ellende. De afgod moest verslagen worden, en zijn veren moesten uitgerukt worden voor de priesterlijke hoofdtooi, om de tentendienst en eredienst te herstellen. 53. Er is een plaats voordat de moederschoot je grijpt, en dat is de plaats van het gekend zijn door God. 54. Eerst worden wij gevormd in het hart van de Moeder Heere, waar de overeenkomsten zijn opgetekend, waar Haar leerregels in ons worden gekerft. Dit is de plaats tussen haar borsten. Het is de plaats van de goddelijke kennis, de plaats van belijdenissen, het is de plaats van het goddelijke zien, de profetische kennis. 55. In het boek van Job staan de Onderwereld en de Vernietiger naakt, zonder bedekking, voor het Aangezicht van God. Zij zijn als Jagers op ons afgezonden om ons terug te brengen tot de diepere plaatsen van de onderwereld waar wij vandaan kwamen. 56. Job weet dat hij naakt tot die plaatsen zal wederkeren, omdat hij daar naakt vandaan is gekomen. 57. Zij van de tentendienst moesten strijd voeren tegen de Hsar, het valse woord, en de valse wet. Het is de strijd tegen alle hedendaagse misvertalingen. Vanuit dit valse woord is het oervlees tot grote hoogtes gekomen. Daarom moet het valse woord door de jachtrusting en wapenrusting van de tentendienst verwoest worden. Hsar houdt zich schuil in de Baqra, het valse vee. 239 58. Hsar is het mysterie van menselijke overleveringen en tradities. De lever van de boze geest moest verslagen worden, om zo vrij te blijven van de leugenpen. Zij van de tentendienst gingen hier heel zorgvuldig mee om. 29. Het geheimenis van de Wil van God 1. De Israelieten moesten door het stof en vuil van de oerwereld komen tot Kanaan, de piercings. Kanaan bezat de piercings, en daarom moesten de Israelieten Kanaan veroveren. Kanaan is het beloofde land. 2. Op de dag van de visserij verandert het water in bloed, op de dag van de verjonging, als de eerste scheppings-dag, een oordeels-dag. De Israelieten konden tot deze dag komen door de leerregels van de scheiding, de Mazona, en de besnijdenis, oftewel de tweede scheppings-dag. 3. De plaag van de vliegenzwermen was in het Hebreeuws een mix van verschillende vliegensoorten die zo agressief waren dat ze niet zomaar staken, maar echt verslonden. Het waren vlees etende vliegen. Daarom was deze plaag zo desastreus. Maar in het Aramees was deze plaag nog erger. Het was een plaag van vleesetende vogelzwermen die ook nog eens ziektes brachten. 4. De lamsvacht is een belangrijk teken van overwinning en verjonging. Door de lamsvacht zou Kanaan onderworpen worden, en zouden de benodigde piercings worden verworven. Kanaan betekent ondergronds, laag, onder, en bevindt zich diep in het stof en vuil van de oerwereld. 5. Kanaan betekent ondergrondse stammen. Zij dragen piercings.
Page 240
6. Gebuwl is duisternis, de rand van het slachtblok waarop offervee geslacht werd. Gebuwl is een afgebakende plaats van restricties. Daar moeten de piercings ergens zijn. Het is een land waar alles verdraaid, omgedraaid is. 7. Ryan is de Heer van de Reuzen. Hij heeft de Nephilim voortgebracht, vanuit het zaad van het oervlees, de giftige vrucht. Dit zijn 'de dochters der mensen', een ander ras van boze geesten, om de Nephilim groot te maken. Dit zijn geen echte mensen of vrouwen, maar monsters. Zij ondersteunen en vereren de mannelijke superioriteit, en zijn dus verraders van het vrouwelijke geslacht. 8. Ryan werkt door de valse boom, door het zaad van welvaart, het materialisme. Hij wilde reuzen scheppen om over vrouwen te heersen, zodat Moeder God niet zou kunnen spreken. Nephilim betekent tirannen. De 'dochters der mensen', het andere ras van boze geesten, moest vruchtbaarheid geven aan deze bloedlijn, en dat kon alleen maar als deze monsters zich als vrouwen zouden vermommen. Zij verlustigen zich in kracht en macht. Zij vormen de valse baarmoeder van de nephilim. Dit was de reden waarom de zondvloed moest komen. Hiertoe werd Noach opgericht, en werd de ark gebouwd. 9. De 'dochters der mensen' waren nakomelingen van het oerbeest van het oervlees. De verboden vrucht is vergif, valse medicijnen die hun oorsprong niet in de oerkennis hebben, maar in hekserij. 10. Het wil ons langzaam vergiftigen. 11. De 'dochters der mensen' betekent 'genezers' in de grondtekst. Zij genezen boze geesten, zij genezen de Nephilim wanneer dezen thuis komen van de oorlog. 12. Hierom moeten we de berg van Eden opgaan om 240 21. Het Amazone-gebied is de plaats van de wedergeboorte. 22. Het Griekse Paradeisos betekent jachtvelden, plaats van wilde dieren. 23. De visserij betekent het binnengaan van de deze geesten te verslaan. Wij moeten het mes van de besnijdenis veroveren. Zo kunnen wij de oerkennis herstellen, van de tentendienst. 13. Deze berg is het komen tot Moeder God. 14. Het is de strijd tegen het oervlees, in de diepte van het stof en vuil van de oerwereld. 15. De Puem is het Jobitische besnijdings-mes, en hierin ligt doctrine en oerkennis opgeborgen. 16. De Puem is ook om af te zonderen, te scheiden. Dit is ook het geheim van de Mazona, de scheiding. 17. Job kwam tot haar dieptes, en de sobere. Zij kwamen tot het goddelijke saffier, de machten van de troon. Hier is alle kennis opgeslagen. 18. Goliath selecteerde geschriften als het boek des levens, door vele andere geschriften van de oerkennis weg te kappen. Zo kapte hij de sleutel van kennis weg, en verloor het zijn betekenis. Mensen verloren zo de context, en alles ging zijn eigen leven leiden. 19. De sobere overwon Goliath door de leerregels. Ryan moet van de saffieren trap geworpen worden, van de toren die hij bewaakt. Hij moet van de berg van de moeder kennis worden afgeworpen. 20. Zo kunnen wij de Jobitische wilderniskennis rijkelijk ontvangen. moederschoot. De visserij staat voor de overwinning over het oervlees. 24. Door het besnijdenismes, de vissersdolk en de speer wordt de strijd tegen het oervlees voortgezet, door de wapens van de tentendienst, jachtgerei, tot de openbaring van oerkennis van de tentendienst, waarin alles zijn plaats vindt. 25. De oerkennis is opgesomd in spreuken, principes en leerregels. 26. Weest geoefend in het geschrevene, onderwezen. Het plan van de oerkennis is strategie en filosofie. 27. Het geheimenis is de verborgen betekenis van een spreuk, van een gezicht of een droom. Dit is het geheimenis van de wil van God. tentendienst. Het komt alleen als je het verdient. Er moet voor gewerkt worden. Er moet oorlog gevoerd worden, en de jacht moet gedreven worden. 5. De redding is de instandhouding, de tocht tot de moederschoot, waar bevrijding is van het misbruik door het oervlees. 6. Loon komt vrij in de tocht tot de moederschoot, het loon van de oerkennis van de tentendienst. 7. De archon van de luchtgeesten, is het voorhangsel van de moederschoot. 8. Alles is omgedraaid onder de macht van de luchtgod, onder de macht van de kippen van het oervlees. 9. De stam van de tentendienst moest bevrijd worden hiervan. 10. Wij waren dood door de kippengeesten, de overste van de lucht. Wij werden opgeroepen door de oerkennis. 30. In de dieptes van Betelgeuze 1. Overtredingen zijn als de gevleugelden, kippen van het oervlees. Het is een complex van collectieve zonden van oversten, archonen, prinsen, machten van mannelijke superioriteit, voorhangselen waarmee de vrouw zich bedekt. 2. In de lagere, dichtere lucht, het gebied van de materie, leven de kinderen van de ongehoorzaamheid, zij die overtuigen te geloven in woorden. 3. De 'overste van de macht der lucht,' of de 'prins van de kracht van de lucht' is de afgod die in de kinderen van de ongehoorzaamheid werkt, zijn volgelingen. 4. Er is het seizoenen-loon van de oerkennis van de 241 13. Want God’s maaksel zijn wij, aan de oerkennis geschapen tegen de ontmaskerde Ergon. 14. Veelal zijn goede werken ontmaskerde markten van mensenbehagenis. 15. De gemeente, de ekklesia is de roeping en samenkomst van de Israelieten, de roeping tot 11. Ergon is het zakenleven, het proberen te verkopen van een product op de religieuze markt, door roddelwoorden en geruchten. Dit is tegengesteld aan de handel van de tentendienst in de onderwereld. Wij worden niet gered door de materiele religieuze handel van de Mammon. Wij moeten Ergon overwinnen. 12. Het geld van de tentendienst is het loon van oerkennis, bestaande uit het verslaan van het oervlees. Het is de gaven van loon.
Page 242
tentendienst. 16. Zij roept u tot sociologie, de sociologische oerkennis. 17. Duistere jagers zijn in de lucht. Zij komen met een zwart boek. Dit boek bezit het slaven implantaat, waar mannen heersen, en vrouwen dienen, maar zij zijn allen slaven. Allen zijn ze gesteld onder de zwarte god met een witte huid. Een witte man. Maar eigenlijk is deze man geen man, maar een beest. Het is Zaralahm. Zwarte wachters zijn overal in de lucht. Zaralahm, de melaatse, heeft hen opgesteld als zijn slaven, om vrouwelijke slaven te maken. 18. Het is een groot gif, van een zwarte appel. Er is een beest bij de boom. Dit beest bewaakt de oerkennis. Hij heeft zijn troonboeken opgesteld, in de dieptes van Betelgeuze, een Orionse ster, om ze over de aarde uit te spuiten. Zaralahm houdt zijn vrouwen gesluierd, want deze vrouwen bewaren de gnosis. 19. Het zwarte boek om de troonmacht te vestigen, als een lange slang die de aarde langzaam maar zeker in een onontkoombare wurggreep zou brengen, heel subtiel. Het zwarte boek zou een witte huid krijgen, als een witte spin die de volkeren zou verslinden. 20. Maskers van ijzer maakten soldaten van vrouwen, vechtslaven met messen, om hun ongelovige mannen te vermoorden in de huwelijksnacht, om hen te leiden tot de god van de dood, om tot het geloof gedwongen te worden. Zwart ijzer, ijzeren maagden, met messen, marcherende in opdracht van de oppergod. Zij kloppen aan op de deuren, zonder genade. Ze ontvoeren mannen naar een plaats genaamd huwelijk, waar ze zullen moeten buigen voor de god, als door de dood heen, tot zombies voor een nieuwe morgen. 242 21. Zij ontvoeren mannen, voor een nieuwe morgen. De geesten van het zwarte boek hebben geen genade. 22. Maar de eeuwige prediking zou gepredikt worden. Wat is deze eeuwige prediking ? Ook de vijand had een eeuwige prediking. De boog werd gespannen. Dit was een zwarte boog, en een zwarte pijl zou geschoten worden. Het was de zwarte heraut voor de komst van het zwarte boek. Dit zou leiden tot de witte troon, een groot voorhangsel. 23. Het zwarte beest met een zwarte ruiter, die een weegschaal in zijn hand had. De komst van een zwart boek, de duisternis zou regeren. 24. Zaralahm wilde de aarde laten geloven dat menselijke overleveringen en tradities regeerden, terwijl Zaralahm deze slechts als een sluier gebruikte. Het was als het ware de lap van de stierenvechter, om de stier daarmee in de war te brengen. 25. De blanke kolonist dacht dat hij als blanke heerste over donkeren, maar werd bedrogen door een illusie van heerschappij en controle. 26. Het beest lacht. Ze worden als varkens vetgemest voor het beest. Zij worden afgeleid. Zoveel materiele rijkdom hebben ze vergaard, maar het heeft hen verblind. Ze staren zich helemaal blind op menselijke overleveringen en tradities, terwijl het beest hen bindt. Het zwarte boek heeft hun hart ingenomen, en ze verafgoden het witte, de witte sluier van het beest. 27. Het beest heeft al deze witte sluiers gemaakt, om machtslustige en hebzuchtige zielen erin te verstrikken. 28. De eeuwige prediking laat zien dat overmoedigen door de zwarte vrucht vielen. Deze zwarte vrucht kwam van de boom van zonde. een deel aan Klajafus, die het dichtste bij hem stond, en ook begeerde van de vrucht te eten. 31. De boom van zonde 1. En de Heere plantte bomen op de berg der goden, en er mocht van die allen gegeten worden, maar er was één boom waarvan de Heere had verboden te eten. 2. En die boom was genaamd de boom der zonde. Maar Jupitaster wandelde eens voorbij de boom der zonde, en wist wat de Heere over de boom had gezegd. 3. Nu was daar een beest genaamd de Virtus, en het beest richtte zich tot Jupitaster. 'God wil niet dat je van deze boom eet,' sprak het beest, 'want dan zult gij worden als God.' 4. En Jupitaster werd gevuld met een begeerte meer van het beest te weten. 5. 'God weet wel dat uw ogen geopend zullen worden wanneer gij van de boom eet, daarom heeft God het verboden.’ 6. En Jupitaster begeerde van de boom te eten, daar hij had geluisterd naar het beest. En Jupitaster hoorde het geroep van hen die zagen hoe dicht hij bij het beest en de boom was gekomen, maar anderen kwamen ook dichterbij. 7. En Jupitaster begeerde te zijn als God, met geopende ogen, en hij begeerde een hogere troon, tot het bevredigen van zijn trots. 8. En hij zag hoe de boom der zonde een lust was. En Jupitaster nam van de zwarte vrucht, at, en gaf 243 9. Toen gaf hij een ander deel aan Dismef, een tweede, en toen een deel aan Esjaf, een derde. Vervolgens gaf hij een deel aan Kwammahas, en als laatste aan Dimhikstel. 10. Toen was er een geroep in de hemelen, en omdat zij van de Saktakus hadden gegeten, de vervloekte vrucht, werden zij en hun legioenen uit de hemelen gejaagd door hen die hun Heer getrouw waren gebleven. 11. En de Heere vernam alles wat er was gebeurd, en de Heere liet twee getuigen opstellen om de weg tot de boom des hemels te bewaken, opdat de overmoedigen niet zouden wederkeren tot de hemelen. En zo viel er op één dag één derde van hen. 12. En de Heere stelde de getuige Efatas aan om het boek des hemels te bewaken waarin alle getuigen beschreven stonden. 13. En de Heere stelde Efatas aan tot een nieuw begin der hemelen. En de Heere richtte zich tot de Virtus, en wierp hem in het stof. 14. Job werd beschreven als onschuldig en rechtvaardig, maar toch werd hij als een schuldige gehouden, zondig, en niet vergeven, om neer te dalen in eindeloze hopeloosheid. 15. Zo kwam hij los van menselijke overleveringen en tradities en het keizerrijk van Zaralahm, de macht van het beest van het oervlees. Zo had hij geen deel in de vernietiging van de zondige wereld. 16. Vergeven wederomgeborenen in menselijke overleveringen en tradities leven in een illusie. Juist het 'onvergeven zijn' zal ons heiligen. Juist het 'onvergeven zijn' zal de Vreze des Heeren brengen.
Page 244
Vergeving kan namelijk veel belangrijke dingen doven. Wij moeten dus net zoals Job loskomen van onze over-romantische ideeen over God. 17. We vinden hier één van de grootste vruchtbaarheids-principes in de heerschappij van de Moeder Heere, wat Zaralehm probeerde uit te doven en te verdraaien. Vergeving is een handel geworden, en heeft niets meer met de realiteit te maken. Zoals we gezien hebben is het onvergeven zijn ook een middel om het oervlees in ons te verslaan. 18. God zal ons ketenen met schuld, om met het oervlees in ons af te rekenen. 19. Het is God’s strategie, en het Jobitische pad. 20. In het boek van Job is de tentendienst gekerfd, en daarom is het voor ons van belang om van Israeliet tot tentenwerker te worden, tot Jobiet te worden. 21. Job werd geleid tot hopeloosheid. Dit was een heilige hopeloosheid, en het scheen de enige manier te zijn om los te komen van het oervlees. 22. Dan roept God Job op om voor de Urya te jagen, leeuwinnen of grote vrouwen. Hij moest de jonge leeuwinnen tevreden stellen, oftewel het kamp. Dit waren heilige, goddelijke vrouwen. 23. Zij leefden in de Meownah, wat niet alleen hol van wilde dieren betekent, maar ook de woonplaats van God. De Meownah is de duistere, verborgen tent van God in de wildernis, de plaats van de wilde dieren, waar Job naartoe geleid werd in de bitterheid van zijn ziel. De Orionse natuur 1. In het boek van Job is er een schuld van de rechtvaardigen. Wat houdt die schuld dan precies in, en is dit dan erfschuld, of een andere vorm van schuld ? 2. In de strijd tegen het oervlees wordt moet de geest verbroken worden, en plaats maken voor de bitterheid van de ziel. 3. Wij komen dus tot de plaats van Job waar geen vergeving is. Hier zullen we geen materialisme, verwennerij en mensenbehagenis vinden. 4. Dit is dus de manier om het oervlees te overwinnen. Dus diep van binnen moet dat ons een rust geven, en een wetenschap, om het oervlees te strikken. En dit is voor hen die streven naar de heilige gebondenheid, het eeuwige touw, die streven in Job's voetstappen te wandelen, en zijn geheimenis te kennen. 5. Zo is er weinig vergeving te vinden onder de heerschappij van Moeder God, omdat vergeving bedrieglijk is. De aarde is gefundamenteerd op oververgeving en overmoedige vergeving. 6. Alle vreze des Heeren wordt zo weggevreten, elk verantwoordelijkheids-gevoel. 7. Het keizerrijk van Zaralahm is een grote religie die deze wereld behekst heeft, het beest met het zwarte boek. 8. Het varken van het oervlees eet en slaapt dan. Dat is alles waar hij voor leeft, en heeft zijn filosofie opgezet om dat in stand te houden. Hij is een misleider. 32. 244 9. Gevoelens werden veroordeeld, niet op waarde geschat, maar onderdrukt. Vaten en zenuwen werden afgeknepen. Mensen raakten gefrustreerd en gingen eten, veel eten, veel vet en zoetigheid. Het beest had honger, en door voedsel kon hij de mensheid beter controleren, besturen en domineren. Hij maakte een doolhof met veel sluiers, om zich zo verborgen te houden, en liet de mens schijnoorlogen voeren, oorlog tegen de sluiers, tegen de lap van de stierenvechter. Hij moest de mens afleiden, zodat ze niet tot het ware zouden komen, en hem niet zouden ontmaskeren. 10. Hij koopt ook de mensen om met geschenken. Hij deelt voetstukken uit. Zombificatie is zijn doel. Ook wekt hij medelijden voor zichzelf op, door de verlammende familie-banden. Hij bespeelt de emoties van mensen. Hij leidt de mensen tot de stad. Hij leidt hen tot de rots. 11. De Nachna varkens eten alles wat los en vastzit, en vooral de roofvarkens onder hen zijn levensgevaarlijk. De Nachna varkens eten en slapen, en hebben vele sluiers opgezet, zoals het rijk van Zaralahm en de menselijke overleveringen en tradities. 12. We moeten dus goede onderscheiding krijgen in de jacht-seizoenen en jacht-tijden. We moeten de tekenen leren onderscheiden die ons aansporen tot een zekere jacht. 13. Ottus is een gif van de Orionse Ottus boom, van besjes wiens gif de horens kan afbreken, minder scherp kan maken. Vele soberen zijn verschrikkelijk verwond door gehoornde Nachna varkens. 14. Grijp je speren, doop de punten in gif, en ga de jacht aan om je eigen hart vrij te zetten en dat van je stam. Ook kun je pijl en boog gebruiken, met pijlen gedoopt in gif. Ottus doet de horens slinken. 15. Belangrijk is het ook om de vijand te verkleinen. Het Vasma-gif moet hiervoor gebruikt worden, van de Orionse Vasma-boom, ook gemaakt van besjes. 245 16. Vrouwelijke zonde-machten zijn niet altijd vrouwelijk. Daarom is het belangrijk om geslachtstest pijlen op hen af te schieten. 17. De sobere mag zich niet zomaar overgeven, maar moet alles toetsen. In die strijd zal Moeder God en haar stammen de sobere overweldigen, en op de heup slaan, zodat zijn kracht niet zal roemen voor het aangezicht van Moeder God. 18. Wij moeten dus ook de tijden en seizoenen van de oorlogen leren onderscheiden. 19. De zonde-macht 'Dorom' was door Septus opgesteld om het gestolen lichaam van de mens te bewaken. 20. Wij moeten dus Dorom bestrijden om in te kunnen gaan tot ons originele, goddelijke lichaam. 21. Door de strijd tegen Dorom zal het goddelijke zaad uitgegoten worden op de aarde, om de mens terug te leiden tot de bronnen van dit zaad. 22. Dorom kan verlammend gif spuiten, wat verschrikkelijke angsten kan opwekken. Ook kan dit dier mensen depressief maken. 23. De Adamam is het niet kunnen spreken, en het betekent ook vernietigen en wassen in de diepte. Wij moeten komen tot de heilige stomheid. Het is een plaats van het stilzijn en het wachten. Daarom is dit een belangrijk fundament voor profetie. 24. De ware aard komt tevoorschijn in de Adamah. Alles krijgt zijn plaats. Daarom is de Adamah een belangrijke plaats waar wij naartoe moeten gaan om alles af te leggen, zodat wij leeg en naakt voor God komen te staan, klaar om God's oordeel over ons leven te ontvangen. Oordeelsprofeten moeten
Page 246
daarom een diepe relatie met Adamah ontwikkelen. 25. Ahn is de personificatie van de Adamah, de goddelijke bloedvergieter, Aima in het Grieks. Het is een werkwoord, een wapen. Het was een teken van overwinning. 26. Alles moet met stomheid geslagen worden, te beginnen in ons eigen leven, zodat God over kan nemen. Wij moeten diep doordringen in de Adamah, in Ahn, voor deze reden, om Adamam te ontvangen, waardoor alle stemmen in ons gedoofd worden, zodat alleen God spreekt. 27. Wij moeten met Adamah, Ahn, bewapend worden, na door Adamah ontwapend te zijn, onze stem hebben verloren. Dit zijn serieuze dingen. Wij zullen namelijk voor elk ijdel woord geoordeeld worden. 28. Allereerst moeten wij de verlammende vreze des Heeren ontvangen wat ons niet meer laat durven spreken, bang om een ijdel woord voor God's aangezicht uit te spreken. 29. Eén ijdel woord kan een heleboel kapot maken, voor een hele lange tijd. Wees zelfs bang om te ademen. Wat ademen we wel niet allemaal naar binnen ? Wij moeten de heilige ademnood ontvangen. In Adamah, Ahn, is er doorgang. Wij leggen alles af in de Adamah, en laten alles achter ons, om de heilige bloedvergieter, de Aima, te ontvangen. 30. Je verliest je stem als je een ontmoeting krijgt met de Adamah, Ahn. Je zal tijdelijk niet kunnen spreken, of niet durven te spreken. Als je zo'n ervaring nooit hebt gehad, of je durft nog steeds je mond los te trekken bij het minste of geringste, dan mag je je afvragen of je ooit een ontmoeting hebt gehad met de heilige Bloedvergieter. 31. Adamah, Aima, oftewel Ahn, zal terugkeren, en 246 de wateren zullen in bloed veranderen. Ook de lucht zal in bloed veranderen, en het licht zal duisternis worden. Wij zullen allemaal terugkeren tot de Adamah, Ahn en de Aima, de Bloedvergieter, zal onze Rechter zijn. Niemand zal aan de Adamah, Ahn, kunnen ontkomen. 32. In Aima, in de paradijselijke grond, Adamah in het Hebreeuws, in Ahn, kunnen wij onze ziel terugvinden, in de bloedvergieter. Hiermee hebben we te maken wanneer wij tot het bloed komen, maar wat voor ons werd achtergehouden. We worden gered door de Bloedvergieter, de Aima, de Adamah, Ahn. Dit is ook de boodschap van de eeuwige prediking. 33. In Aima, Adamah, Ahn, de paradijselijke ondergrond, worden wij opgenomen, en ontvangen wij de heilige ziel. Hier leren wij de bloedvergieter en zijn ijzeren leerregels kennen, de leerregels van het paradijs, de strenge leerregels van oorlog en jacht. 34. Wij zullen terugkeren tot de Adamah, tot Ahn, met zijn rivieren van bloed, de tekenen van overwinning, de heerschappij over het oervlees. 35. Wij moeten gewassen worden in deze rivieren. Dat is wat de Adamah, Ahn, in diepte betekent : spoelen, uitwerpen. Hier worden wij bekleed met het paradijselijke vuil. Dit is als een wassing. Vuil wast ons. Wij worden gewassen om los te komen van de schoonheid van de mensen, want dit is slechts een bedrieglijke schoonheid die ons te gronde richt. 36. Leef zo dicht mogelijk bij de natuur, en ga een relatie aan met de Adamah, Ahn, de paradijselijke diepte van God's natuur. 37. Zo mag je ook komen tot de Adamam, de heilige stomheid, en de Daham, de paradijselijke vloed en overweldiging. Dit zijn allemaal lagen in de Adamah, in Ahn, waartoe we moeten doordringen. 38. Adamah, Ahn, leidt tot zijn diepte, tot de Adamam, de heilige stomheid, de wachter van de mond, en tot het geheimenis van de Daham, de paradijselijke vloed en overweldiging. Adamah, de bloedvergieter, overweldigd ons, om ons dieper mee te sleuren in zijn diepte. 39. Ook Job werd hier naartoe genomen. Hij werd geleid tot Eben, het heilige, goddelijke gesteente. Ook werd hij geleid tot Oklah, waar de vijand tot vlees van gevogelte was geworden. Dit gebeurde doordat Job groeide in heerschappij over het oervlees. 33. Vreze des Heeren en oorlogs-offers 1. In de oorlog zullen we niet zomaar overwinnen. We zullen geslagen worden, om te komen tot de tentendienst, de voorhangsels van de urim en de thummim. 2. Het geheimenis van de Urim is de zuiverende, de wassing. 3. Wij zullen terugkeren tot de Adamah, tot Ahn, met zijn rivieren van bloed, de overwinning en heerserschap over het oervlees. 4. Wij moeten gewassen worden in deze rivieren. Dat is wat de Adamah, Ahn, in diepte betekent : spoelen, uitwerpen. Hier worden wij bekleed met het paradijselijke vuil. Dit is als een wassing. Vuil wast ons. Dit heeft te maken met de Urim, het oerzicht. Duwach, het wassende element van de Adamah, heeft te maken met een paradijselijke Urim. 5. Adamah, Ahn, leidt tot zijn diepte, tot de 247 Adamam, de heilige stomheid, de wachter van de mond, en tot het geheimenis van de Adaham, de paradijselijke vloed en overweldiging, tot Adam. Adamah, de bloedvergieter, overweldigd ons, om ons dieper mee te sleuren in zijn diepte. Nadat wij door het vuil van het paradijs zijn bekleed worden we daar naartoe geleid. 6. De sobere beeldt het proces uit als een bewapening in Ahn, en een wassing of vervuiling, in Adam. Dit zijn de twee kanten van de sobere. Het is het werk van de Urim om met de Thummim in verbinding te komen. Zo ontvangen wij de Heilige Ziel. 7. In dit opzicht is Adam de beker van de sobere. Deze beker spreekt van het lijden. Het lijden leidt namelijk tot de goddelijke verlamdheid, waarin God overneemt, door de overweldiging. 8. In het geheimenis van de sobere vinden we het Ahn-element, de Adamah, de paradijselijke grond, en het Adam-element, voor wassing, vervuiling en bewapening, om zo tot de paradijselijke diepte te worden geleid. Dit is waar de sobere voor staat. 9. De Adamah, Ahn, is het teken van overwinning in oorlog, die ons op doet staan en toerust in de jacht. Adam is hiervan het gevolg, naarmate wij groeien in Ahn, de heerschappij over het oervlees. 10. Ahn bidt tot de grote baarmoeder (racham) van God. Hij vraagt of de kastijding over zijn zonden weggenomen mag worden, of Pesha weggenomen mag worden. Daarna wordt er de kastijding van verlamdheid besproken, Avon. Ahn vraagt om Kabac, een wassing, maar dit betekent ook betreden worden. Het is duidelijk dat Ahn worstelt met de kastijding, zoals de sobere, vragende of de drinkbeker van het lijden aan hem voorbij mag gaan. Hij vraagt om Taher, de rituele wassing, om
Page 248
vrij te komen van het verloren zijn, van eenzaamheid. Daarna vertelt hij dat hij voortgebracht was in de Avon, de kastijding van het verlamd zijn. 11. In het verborgene, wat hetzelfde is als stomheid, het niet spreken, geeft God hem oorlogs-taktieken. 12. Ook bidt hij dat hij gevestigd mag worden tussen de ingewanden van offerdieren, Qereb, als overwinning over het oervlees. 13. Ahn wil naderen tot de Vreze des Heeren. Het is dus eigenlijk een heel dubbel gebed, een worsteling. 14. We zien we de pijlen van de Vreze des Heeren, als terreuren, komen over Ahn. Zijn ziel is inmiddels tussen de ingewanden van offerdieren, de oerzonden, beland. 15. We zien dat Vreze hem heeft overweldigd als een bedekking van bescherming, ook als kledingstukken, huiden van offerdieren, verslagen vijanden. We moeten dus komen tot de kledingstukken van de Vreze des Heeren. 16. Zo kon Job afdalen tot de dieptes van de ziel, tot de bitterheden. 17. Ahn vluchtte voor bescherming tot de rok van God. 18. Ahn bidt om Edom in te gaan, het land van de jacht, van Ezau. 19. Ahn's ziel wacht op God, is stil. Van God komt zijn Yeshuwah, zijn volharding. 20. God is zijn rots, en zijn Yeshuwah. God is zijn 248 bescherming, Misgab, zijn veilige en geheime hoogte, het pad tot de baarmoeder. 21. Dan gebiedt Ahn zijn ziel om stil te worden, stom, om alleen op God te wachten. Dit is dus de weg tot God, en het is dus een diep gedeelte van de Adamah. 22. Zijn lichaam verlangt naar God, en dit verlangen is nogal groot, tot het punt van goddelijke verlamdheid. 23. Hij herinnert God in zijn bed, waar hij kreunt, mediteert, dierlijke geluiden voortbrengt, en fantaseert, Hagah, in de nachtwakes. In de duisternis en de vluchtigheid van de rok van God, in de goddelijke moederschoot, roept Ahn aanhoudelijk tot God. 24. Zaralahm is de wederopbouw van het oervlees, van de oerzonden. 25. Zaralahm was de openbaring van de valse slachter. Het was een oorlogsafgod en dictator. Deze dictator eist volledige overgave. 26. God is een baarmoeder waarin wedergeboorte plaatsvindt. Dat is telkens weer de boodschap die Ahn brengt. 27. De vallei, als het beeld van de goddelijke baarmoeder, zal zich tooien met het oerzaad. 28. Dit is ook waar de sobere doorheen ging. Hij moest de moederschoot van de onderwereld in, om hierdoor te komen tot overwinning. In de baarmoeder van de onderwereld kwam hij tot wedergeboorte. 29. God bracht ons in het net. 30. Daarna wordt het duidelijk dat door deze oorlog het belangrijk is om oorlogs-offers tot God te brengen. Dit is de manier waarop God met ons communiceert. Vreze des Heeren en oorlogs-offers. 31. De Orionse Nachna-varkens hadden sluiers gemaakt om zichzelf af te schermen tegen de goddelijke varkensjacht. Zij schiepen een hele reeks van sluiers, zoals het Keizerrijk van Zaralahm. 32. God wordt voorgesteld als de rijder, door de woestijn, door de wildernis. Er is een oproep om te triomferen voor God. 33. God leeft in de Ma’own, een beestenhol. In de diepte is de Ma’own een vaderloze plaats, Yashown, van vrouwen zonder man. 34. Ahn komt in diep zaad. Hij komt in de vloed van het paradijs. Dit gaat gepaard met weeklacht. Het zaad overtuigt hem van schuld, en hij ziet de vijand om hem heen. Het zaad heeft zijn ogen geopend. Het is oorlogs-openbaring. 35. Hij vraagt dan of hij toegang mag hebben tot de grote baarmoeder van God, racham. Ahn klaagt dan dat zij hem gal gaven, een bitter gif, en azijn in zijn dorst gaven ze hem te drinken. 36. Hij klaagt dat ze hem vervolgen die God heeft geslagen, en dat ze de pijn berekenen van hen die God heeft verwond. 37. Ahn verlangt naar de wedergeboorte in de baarmoeder 38. De mannelijke suprematie zal sterven, maar in Ahn kunnen mannen wel groeien in heerserschap over het oervlees onder de tuchtraad van Moeder God. 39. Alleen in Ahn kan dit, en alleen in Ahn zal dit worden toegestaan, omdat hierin een noodzakelijk 249 element voor mannelijk heerserschap vastgelegd is. 40. Ahn’s ziel roept het uit voor God. Gezegend zijn zij die in de onderwereldse gevangenis van God wonen. Zij zullen een vrijmoedigheid hebben tot God. Ze zullen assertief zijn, nadat God met hen heeft onderhandeld. Aan het einde van de psalm is Ahn een bewaker van de gevangenis. 41. Het hemelse zaad is de toorn van God. Zaad brengt ons tot het diepste van de put, snijdt ons van alles en iedereen los. 42. Laat de heiligen triomferen, beloningen ontvangen in de overwinning. 34. De strijd tussen de hoer en het paradijs 1. God zal de armen en de zwakken versieren met Yeshuwah, Overwinning. 2. God onderwijst tot het voeren van oorlog. 3. Wij kunnen geen ijzer met handen breken. In moeilijke situaties moeten we bidden om oerkennis, om profetische openbaring, en die zal komen op God's tijd, niet onze tijd. 4. Men bleef hangen bij eerstelingen door afgoderij, en verder niet om de oerkennis te bekommeren, de profetische doorgang. 5. Dit is waarom God de eerstelingen van de vijand moest slaan. De vijand verafgode de eerstelingen. Dit is waarom de plaag kwam, en waarom Job moest afrekenen met de geest. Hij moest op doorgang tot de ziel. Ook Ahn moest de geest achterlaten.
Page 250
6. In de tocht door de oer-leegte kom je uiteindelijk bij de kinderen. Zij dragen woede, vrees, depressie, eenzaamheid, haat, bitterheid, verwarring, chaos, allemaal eerstelingen van het visnet, eerstelingen van de kinderen, als zaad wat gezaaid moet worden. 7. Deze kinderen behoren tot de bitterheden van de ziel, een diepere weg, een dieper visnet. De ziel leeft in de diepte van de aarde, terwijl de geest rondzweeft in de lucht. Wij moeten dieper gaan. Alles wat niet goed en diep geworteld is zal door de wind, de geest, weggenomen worden. 8. Als wij vasthouden aan onze eerstelingen, dan zal de plaag ons treffen. Wij moeten alles toetsen, ook ons visnet. Al onze emoties mogen we zaaien op God's akker. Zo mogen we weer kind worden. Het is dus allemaal heel dubbel, en de Heere wil dat we deze paradox leren begrijpen. 9. Wij zagen dat de moederschoot een gevangenis is, een arena, of leidende tot een arena. De baarmoeder wordt beschreven als de goddelijke gevangenis. 10. Wij moeten vastraken in de goddelijke gevangenis, maar ook betekent het dat we een slaaf moeten worden van de goddelijke gevangenis. Zoals we zagen worden we hierin tot de oorlog gebracht, de arena. 11. De oorlogs-positie, vertraging, leidt tot het punt van 'stoppen'. Wij ontvangen in de gevangenis de goddelijke verlamdheid, zodat God kan overnemen. 12. De hoer gebruikt een vals middel voor haar dienstknechten : vals volwassen wetticisme, vals geld, valse medicijnen, valse gemanipuleerde spieren, drugs, prosperity, luxe artikelen, giftige cosmetica, vlees, ouderdom worship (grootouders cultussen), valse kerken, en ga zo maar door. 250 13. Zij maakt Saturnus en Rigil Kent groot. Zij houdt het keizerrijk van Zaralahm in stand. Dit valse middel stinkt, en hangt in de lucht, klaar om aan te vallen. De hoer is als grootheidswaanzin. Wij moeten wederkeren tot Moeder God, anders zal dit valse middel onze hoofden innemen. 14. De ziel is een kind wat gespeend moet zijn aan de Moeder, om zo tot stilte te komen. Dit is ook stomheid in het grondwoord. Zoals we zagen is Adamam een element van de Adamah, de diepere grond van het paradijs, onder de Aphar, het paradijselijke stof en vuil. 15. Ahn was toegewijd aan Moeder God. Wij moeten tot het eeuwige touw gaan willen wij ontkomen aan de boze machten van het oervlees. 16. God heeft de koorden van de kwaadaardigen losgesneden, hun spieren, Aboth, afgesneden. De Heere heeft criminelen, schuldigen en vijandigen tot God, in twee stukken gesneden. 17. Ik bind (sha’a) mijzelf in uw geboden die ik heb liefgehad. Ahn had een relatie met God's geboden. 18. Ik zal niet sterven, maar uw geboden aanhangen. 19. Ahn kwam in de baarmoeder van de onderwereld waar hij de vrouwelijke rivaal vond, de Tsarah, ook de grote verdrukking. Dit was om hem te binden en stom te maken. 20. De touwen van honger (maveth) hebben hem gebonden en omsingeld. Hier vond hij de twistzieke vrouw, de Tsarah, de kwelling. 21. De onderwereld is gegeven aan de kinderen van Adam. Het is Gods gave aan ons. 22. Al met al heeft het spreken in tongen het doel te overwinnen wat onder ons is gesteld en ons te onderwerpen aan datgene wat over ons is gesteld. Dit is dus wat oorlog uiteindelijk inhoudt. onderwereld. Het was een tocht van honger, maveth, waarin hij alles moest afleggen. 23. Ahn maakte een tocht door de onderwereld. Hij gebruikt hiervoor Adam als sleutel. Het is een tocht tot de baarmoeder van Moeder God, tot de baarmoeder van de onderwereld. Opvallend is dat dit een tocht is van bestraffing, want de bestraffing leidt tot gehoorzaamheid, of liever gezegd tot 'luisteren en gehoorzamen', de goddelijke slavernij, chayay. Daarom moet deze bestraffing eeuwig zijn, checed. Wij zijn op weg naar het eeuwige visnet. Met minder moeten wij geen genoegen nemen. Het lijden is geenszins tijdelijk. Het lijden is eeuwig, maar de betekenissen zullen veranderen, en de gevoelswaarden zullen veranderen, zodat het geen probleem meer is, maar meer een communicatiesysteem. Ascetisme is iets eeuwigs. Er is een eeuwig verbond tussen pijn, bloed en zaad, zoals er een verbond is tussen honger, zaad, geboorte en dood. Dit zijn eeuwige elementen die in de juiste context geplaatst moeten worden, in de juiste verhoudingen. Dat is dan ook het doel van de tocht van Ahn. 24. In deze tocht komt hij dus tot de Tsarah, de vrouwelijke overweldiging, om hem te binden en stom te maken. Dit is dus de uitstorting van de oorlogvoerende Moeder God. 25. Zij bindt hem in de leerregels des Heeren, en voert recht over hem. Het is het proces van sterven en opnieuw geboren worden, een beetje zoals de zwarte weduwe spin, die haar partner opvreet na de geslachtsdaad. Dit heeft dus allemaal een hele hoge betekenis. 26. Ook komt dit beter tot uiting in de verhalen van Ahn en Batseba, die een hele diepe betekenis hebben. Hier komen ook de positievere betekenissen van Batseba aan bot. Ook is dit dus heel Simsonitisch. 27. Ahn kwam tot de leegte in zijn tocht door de 251 28. Wij moeten ons afzonderen, onszelf beteugelen, onszelf tot slaaf maken, om geen deel te hebben aan de tafel van het oervlees. Ahn is in strijd tegen het oervlees, het beeld van de hebzuchtige, materialistische, koopgrage wereld. 29. In het Aramees zijn bestraffingen de sieraden van de armen. 30. Dat de afgod een valse weg tot de hemel zond, was om de weg tot de baarmoeder te verbergen in het Saturnische Complot. 31. De wildernis zal de tempel van Zaralahm overweldigen en openbreken. Wij moeten door de oerkennis komen tot de diepere schuilplaatsen om zo geen deel te hebben aan de plagen die over Zaralahm gaan komen. 32. De baarmoeder heeft als doel de oorlog. Het bereid voor op de oorlog, bewapent de strijder, als de besnijder. De goddelijke baarmoeder bereid voor op de oorlog en de jacht. Het Saturnische Complot veranderde deze dynamiek als iets mannelijks waar de vrouw haarzelf aan moest onderwerpen. 33. Alle wapenen van de boze zal Zij afdoen. De sobere verlangt naar God. De sobere is in de wildernis van Judah, waar geen water stroomt. Judah betekent in diepte : het belijden van zonden. 34. Hij verlangt om God als vrouw te zien, als in een gezicht. 35. Checed, de eeuwige tucht, is beter dan het leven en behoudenis. Zo kan de sobere zich verliezen in God als vrouw. 36. Het komt door het richten op Checed en de Tsarah.
Page 252
37. Genade is in het Aramees hetzelfde als 'gebeden', en 'toewijding'. Het is het denken en leven door bepaalde tabletten, als door gedenkstenen. In het Hebreeuws is deze Genade de baarmoeder. 38. In het Aramees is de zoektocht naar genade een zoektocht naar de eeuwige gebeden en toewijding. 39. De sobere wordt overweldigd door 'honger'. Dit betekent ook belegering, hemel. De hemel is een plaats van vasten, als een oorlogs-strategie. God neemt ons in door honger. Het is een plaats van discipline. 40. Het heeft niets met hebzucht te maken, maar alles met het goddelijke vasten, de honger, het leeg worden voor God, zodat Zij ons kan bewapenen voor het gevecht. In de tegenwoordigheid van God worden wij 'uitgehongerd' op alle gebieden, als een grote ontwapening. Dit om later de bewapeningen van God te ontvangen. 41. In dit proces zal God je min of meer negeren, om Haarzelf te richten op de vrucht, de nieuwe schepping. Het oude zal moeten sterven. Wij worden dus in dit proces op allerlei manieren op de proef gesteld. Het is een wedergeboorte. Al vroeg na de nieuwe geboorte wordt de pasgeborene in het gevecht geplaatst. Wij zijn geboren om oorlog te voeren. Ook hierin zullen we vele oorlogen moeten verliezen. Het zaad moet sterven. Wij mogen nooit vroegtijdig tot overwinning komen. Grijpen we de overwinning te snel, dan zal onze ziel daartoe schade lijden. Wij moeten leren lijden en aanvaarden. Overwinning wordt stapsgewijs behaald. 42. Altijd weer moeten wij kiezen tussen honger of hebzucht, en dat vergt een enorme discipline. 43. Discipline is een zeker pad tot de eeuwigheid. Daarom moeten we nu al beginnen onszelf te 252 kastijden. De zelf-tucht is een belangrijke sleutel tot de eeuwigheid. 44. Zoals met alle schepping gebeurt dit eerst in het hoofd van God. Door een halssnoer worden God's leerregels om onze hals gelegd, wat ook een doel van de strijd is : hogere toewijding aan God. 35. Waarschuwing tegen het sofisme 1. De goddelijke Psalmen geven waarschuwingen niet van het ware pad af te dwalen. 2. De sobere heeft een lust in de leerregels van de Heere. Het is de ascetische honger van Esau, ZelfTucht, Discipline. 3. Hierin moet wedergeboorte plaats vinden. 4. De hemel maakt eenzaam, brengt honger, om zo de aandacht te richten op een nieuwe geboorte. 5. Het is om je te onderwerpen aan de bron. 6. Militair succes is vaak een excuus om niet dieper de oerkennis in te gaan. Weer is het de vraag : Kies je voor hebzucht of honger ? 7. De militaire leiders van kuddes van strijders verlustigen zich vaak in hebzucht. 8. Een groot oorlogs-leider dient zichzelf af te zonderen voor hogere doelen, en dient de weg van de honger te gaan naar grotere duisternissen. Zo niet, dan zullen we in de feesten van de militaire leiders ten onder gaan. Wij moeten terug naar Moeder God. 9. Er is geen aanziens der personen. Wij moeten gewoon het diepere systeem onder ogen komen, waarin al onze vooroordelen geabsorbeerd zullen worden, en elk persoonlijk tintje wat wij daaraan hebben gegeven. 10. De Aramese vorm van de oerkennis brengt een natuurlijke discriminatie op gang, een kasten-stelsel op zuivere grondslag, met goddelijke maatstaven gemeten en gewogen. Iedereen zal hier doorheen moeten, en iedereen zal hierin zijn plaats vinden. 11. Deze dingen zijn zeer ernstig. Het is een zaak van leven of dood. Daarom is een ernstige waarschuwing niet ongepast. 12. Het is als vechten tegen de storm of een overstroming. 13. Moeder God roept haar kinderen tot de wildernis. Zij roept haar kinderen in het diepste van de nacht. 14. Dit is een groot lijden, want het vergt veel om iemand los te slaan uit de ketenen van de stad. 15. De sobere heeft het oervlees overwonnen, door het mes van besnijdenis, door het mes van de kinderen der stammen. 16. Door het oprichten van menselijke overleveringen en tradities wilde men de aanbidding van de varkensafgoden van het oervlees oprichten. Het varken van het oervlees staat voor het plezieren van de maag, door voedsel. Het is een eet-cultus, om het hart van de mens te doden, opdat de mens een slaaf wordt. De Venusiaanse baarmoeder bereidt de mens hiertoe, opdat men de oerkennis niet zou ontvangen. Het beest van het oervlees had een dodelijke wond die werd genezen, waardoor de aarde het beest in verbazing volgde. Dit is de dood en opstanding van de afgod. 17. Lagere geesten zijn bang wanneer mensen 253 ontwaken, want dan verliezen zij hun macht en controle. 18. Het sofisme was een gevaarlijke stroming in de Griekse filosofie die voorafging aan het christendom. Het sofisme ging uit van 'het recht van de sterkste', en dat het niet gaat om gelijk hebben, maar gelijk krijgen, door drogredenaties. Sofisten leerden de kunst van misleiden door bepaalde woorden te gebruiken die ervoor zorgden dat mensen onder de indruk kwamen en geamuseerd werden. Het ging de sofisten niet om 'recht en waarheid', maar om macht. Zij lieten zich hiervoor betalen, als een handel in macht, en waren daardoor buitengesloten van de objectieve kennis. Studenten van het sofisme werden geleerd hoe te misleiden, en geen wapen werd hierin ongeroerd gelaten. 19. Zo ging het om het principe dat onrecht doen beter is dan onrecht lijden, en het zogenaamde pragmatisme, wat als volgt redeneert : 'Als het werkt, dan is het goed.' Ook het hedonisme kwam om de hoek kijken hier : 'Zolang het fijn is, is het goed.' Het sofisme was een groot voorstander van de gemakslust. Alle tegenstrijdigheden en bezwaren werden weggepraat, en sofisten waren meesters in het overtuigen. Al snel werden zij ontmaskerd door Socrates en Plato, twee beroemde Griekse filosofen. Socrates werd ter dood veroordeeld vanwege zijn ontmaskerings-werk. Hij moest de gifbeker drinken. Ook Plato werd ter dood veroordeeld, maar hij werd door vrienden gered die hem loskochten. 20. Plato benoemde het sofisme als een mensenjacht, als een psychologische handels-kunst, om met name elitaire en rijke jeugd te bereiken met veel potentieel. De handel is dan in 'kennis', die de sofist koopt en doorverkoopt, en ook zelf maakt. Hiertoe vestigt de sofist zich in de stad. Het is een ruilhandel en een fabriek van tweedehandse schijnkennis, aldus Plato. 21. De sofist is een nabootser, en ook een soort
Page 254
tovenaar, en een zeer geliefd middel van politiek en religie. Meer en meer werd het sofisme een gevaarlijke handel in educatie. Het was allemaal gericht op de mens zelf, terwijl Socrates en Plato beweerden dat er een hogere kennis boven de relatieve kennis was. Beiden hebben zij zich dus tegen het sofistische systeem gericht, de gevestigde opvoeders van de jeugd, en betaalden hiervoor een hoge prijs. Je zou de sofisten ook filosofische charlatans kunnen noemen die de weg voor nog meer menselijke overleveringen en tradities hebben bereid. overleveringen en tradities. 5. De vijand had het volk in slavernij gebracht door het volk te onderwerpen. Als medicijn en sleutel wordt aangereikt : Te komen tot de poorten van de dochter van Sion. 6. Het kwaad zal verkocht worden aan de onderwereld. 7. Men wordt apart gezet voor verhongering, als het goddelijk vasten om leeg te worden, ontwapend te worden, om zo goddelijk bewapend te worden. KAMBA 1. Moeder God vergeleken met Tlazolteotl in Azteekse mythe 1. God wil gekend worden. Wij moeten kennis van God krijgen willen wij in de wegen van God wandelen. Wij moeten ontwaken, maar eigenlijk is dit juist een verduistering om het valse licht wat ons in slaap en verblinding houdt te laten wegsmelten. De verduistering zal zo ons inzicht geven. 2. De sobere overwon Goliath door de Eben, de tabletten van de hemelse leerregels, de tabletten van de hemelse kennis. 3. Het heeft als wortel-woord banah, het bouwen van een huis, een familie, waarin de moeder het gezag krijgt, oftewel het herstel van Moeder God. De sobere overwon Goliath door het oprichten van de tentendienst 4. Het oog van Goliath stond voor de oude wereldorde. Het oog van Goliath was de menselijke 254 8. Dit is een verbond, het apart zetten van de priesterlijke gaven om zo een constitutie op te richten. 9. Het gaat in de diepte erom dat door dit alles de psalmen worden opgericht, de goddelijke dogma's en doctrines, de Teshuba, de godsaanbidding om het oervlees, de oerzonden, te verlammen. 10. We zien de bede van de sobere die om de terugkeer van God vraagt. 11. De attributen van menselijke overleveringen en tradities waren ervoor om de attributen van de rivier van vergetelheid te versluieren. De hoofdbesnijdenis, de besnijdenis van het verstand, werd versluierd om mannelijke kracht in balans te houden. 12. Moeder God riep de uitverkorenen om hogerop te komen, om dieper door te dringen. 13. Wij moeten besneden worden door de de hemelse kennis. Wij moeten ons uitstrekken om de hemelse kennis te ontvangen. 14. In deze tocht en strijd raakte Orion verlamd en kreupel zoals Hephaistos. Orion verdronk in Lethe, vergetelheid, in haar visioenen. Hierdoor werd Orion bewapend om Kakos te verslaan, het Griekse kwaad. 15. Demonen waren onderverdeeld in goede demonen, eudemonen, kalo-demonen, en slechte demonen, kako-demonen. Het ware kwaad was dus niet de demoon in oorsprong, want die was in principe neutraal, maar de kakos. De dualiteit van de Moeder God kan vergeleken worden met Tlazolteotl in Azteekse mythe. Zij is de Grote Vervuiler, om dit vuil te transformeren. Dit is hoe zij communiceert. Ook is zij de oorlogs-godin die haar vechtslaven voorbereid en bewapent voor de strijd. 8. Wij moeten leren leven met de kleinste hoeveelheden. Geesten van rijkdom en materialisme staan overal op de loer om ons tot een slaaf te maken. 9. Zij willen het eeuwige touw in ons doven, zodat zij ons tot slaaf kunnen maken voor het wereldrijk van het oervlees. 10. In de Orionse geschriften is er de jacht op de troost-vogels en de bruids-vogels. Deze bruidsvogels zijn roofvogels die zielen kunnen stelen. Het zijn kinderdieven. 11. De troost-vogels en bruids-vogels zijn de bewakers van de opslagplaatsen van Septus. 2. De onderverdeling van het paradijs 1. Het paradijs was verdeeld in twee delen. Eén deel waar gejaagd moest worden, en ook een deel waar absoluut niet gejaagd mocht worden. 2. Moeder God wachtte op de mens bij de boom des levens. 3. Leef door de stof, het vuil, van het paradijs. Leef door de eigenlijke grond van het paradijs. 4. De boom des levens is de stam van profetie. 5. Adam hoeft niet perse een persoon te zijn, maar kan ook een stam zijn, en is een archetype van de vervoeringen van het paradijs. 6. Dit is waar de lankmoedigheid toe leidt. Adam werd geleid tot de diepte van Orion. 7. De jacht op de oerzonden leidt terug tot de Meownah, de duistere tent van God, de tent van de Urya, de goddelijke leeuwinnen. 255 12. In de geschriften van Orion is het belangrijk om Toriax, de Orionse Adam, te vinden en te ontvangen, om bestand te zijn tegen deze vogels en om hen te overwinnen door de jacht. Als wij niet voldoende Toriax hebben, dan worden we door de dronkenschap van de vijand ingenomen. In de opslagplaatsen van Septus wordt de poort bewaakt tot de Oxcrenon, de put van de buffeljacht. Hier worden de buffels en bizons van Septus, de geesten van mannelijke superioriteit verborgen gehouden en bewaakt. Alleen door Toriax heeft een Jobiet daar toegang, na het verslaan van de vogels van Septus. 13. In het veld leven de kannibaal-zwijnen, vaak grote Orionse zwijnen, met een lust om kinderharten in te nemen. Het vergt lange, dunne, scherpe pijlen komende van de Toriax om hun huiden te doorboren en hen te verslaan. Deze geesten zijn snel, gewiekst, en kunnen in slangen en andere soorten dieren veranderen. Wees daarom op je hoede. 14. Gebruik pijlen van de Adamam, de verstommende pijlen, om hen in slaap-toestand te brengen, waar ze degraderen tot schadeloos vee. Tiki-pijlen zijn pijlen waardoor ze niet terug kunnen veranderen in roofdieren. Deze pijlen brengen hen
Page 256
in een lager bewustzijn. Sarx-pijlen zijn arrestatiepijlen, de pijlen van gevangenschap. 15. Wel is het zo dat deze geesten een heleboel afleidings-taktieken hebben om je te verwarren. 16. Zo proberen ze het gif van de Adamam-pijlen, de Tiki-pijlen en de Sarx-pijlen te doven, zodat ze terug kunnen keren tot hun oude roofvorm. Laat je daarom niet afleiden. 17. Mensenwraak is een afleidende geest die ons wil voeren tot nutteloze gevechten tegen mensenschimmen, om ons af te leiden van de jacht. Mensenwraak zelf is een beest van het oervlees waarop wij moeten jagen. 18. Liefdes-geesten zijn gevaarlijke geesten. Ze kunnen zelfs de hogere profetische kennis uitdoven, en alles oppervlakig en dweperig maken. Liefdesgeesten zijn dweep-geesten. We komen nu tot het fundament van het geloof in menselijke overleveringen en tradities. 19. De liefde van het oervlees is een gevaarlijke, criminele geest die de onderwerping aan de hogere profetische kennis probeert uit te doven. De valse liefde is een gevallen afgod, een misleider. Het wil de oorlog in de ziel in ons doven. 20. Worden we geleid door valse liefde of de hogere profetische kennis ? Valse liefde is overmoed. Valse liefde is egoisme. Valse liefde is zelf-rechtvaardig. 21. Valse liefde is blind. De liefde van het oervlees vergeet de benodigde voorwaarden. Wij moeten gekastijd worden, en de hogere gehoorzaamheid leren. 22. Kies je voor valse liefde of voor onderwerping aan Moeder God, de hogere profetische kennis ? 3. 23. De mens moest tot ontwaking komen, zien wat 256 er daadwerkelijk aan de hand was. De valse liefde wilde hen tot slaap brengen. De liefde van het oervlees was een gevaarlijke drug. Daarom was het verboden door God. Maar de valse liefde verleidde hen. 24. Ze kwamen tot de plaats waar valse liefde regeerde. Hier was de liefde van het oervlees God. Er waren hier lage wetten, geen hoge leerregels. De hogere profetische kennis was hier niet te vinden. En zo liet de valse liefde al snel zijn ware gezicht zien. De liefde was uitgezonden om door misleiding tot de slacht te leiden. Perverse beesten van het oervlees hadden honger, bloedlust, vleeslust. Ze hielden van het vee. De liefde zou het vee vetmesten, gewillig maken, in slaap sussen. Ze hielden van vlees-consumptie. Dat was wat de valse liefde was. Zo konden ze de leegte in zichzelf opvullen doordat ze de hogere profetische kennis niet bezaten. 25. Zij zijn zeer gewiekste geesten, die proberen op emoties in te spelen. 26. Ze dragen strijdrokken, en zullen je de oorlog verklaren wanneer je niet aan hen toegeeft. Alarmen om je heen zullen afgaan om je te intimideren. 27. Buig neer aan de voeten van de Zuwr, de hogere profetische kennis van de onderwereld, en laat de Zuwr je bedekking zijn tegen deze geesten. De Zuwr weet met hen af te rekenen. Laat je initieren als een Orioniet en een Zuwriet. Geef niet toe aan deze geesten. 28. Het gaat erom dat we God's opdracht vervullen, en niet dat we in katzwijm vallen bij elke boom. De goede boom van kennis en de slechte boom van kennis 1. Wij moeten telkens weer worden als een kind, en leven vanuit het kindschap. Van daaruit groeien we om tot een zekere volwassenheid te komen, maar vanuit en tot het kindschap. Zo niet, dan zullen we door de Septus-beesten gegrepen worden. 2. We zien dat de voeten van de gevestigde kerken geen eenheid vormen, maar in verdeeldheid leven als ijzer vermengd met leem, als een grote arena. 3. Alles heeft een diepere betekenis. Denkt u eens aan de Ladder van Jakob die tot de hemel reikte ? Jakob zag de weg tot de hemel. Daarom is het voor ons van levensbelang daar veel vanaf te weten. 4. Niet voor alle zonen had Jakob een goed woord over. Zo had Ruben zijn bed beklommen en ontwijd, zijn legerstede beklommen. Simeon en Levi waren werktuigen van geweld en overmoed, en hun beraadslaging en vergaderingen waren hard, dus deze drie werden uitgesloten van het fundament. Juda was het fundament, en ontving van Jakob de scepter. Niet alleen Jakob riep zijn zonen bij elkaar voor profetieen, maar ook Noach. Noach sloot zijn zoon Cham uit omdat Cham de naaktheid van zijn vader had gezien en het aan zijn broers vertelde. Noach zegende zijn zoon Sem en prees de God van Sem. 5. Terugkomende op Juda : Juda verwekte Peres bij Tamar. Het heeft er allemaal mee te maken hoe de Jakobsladder is opgebouwd. Juda's moeder was Lea. 6. Jakob had Rachel als favoriet, maar God had Lea als favoriet. Rachel en Lea waren de twee vrouwen van Jakob. God had medelijden met Lea en maakte haar vruchtbaar, terwijl hij Rachel eerst een tijd onvruchtbaar hield. Lea werd het fundament van de geslachtslijn van de sobere. 257 7. De Heere troostte Lea, en maakte haar moeder van vier stammen, Ruben, Simeon, Levi en Juda. Later werd Lea weer zwanger, en baarde Issaschar, de vijfde, en daarna baarde ze Zebulon. Ook baarde zij nog een dochter : Dina. 8. Een andere verstotene was de hoer Rachab uit Jericho, oftewel de vrouw van het rode koord. Zij behoorde ook tot de geslachtslijn van de sobere. Juda kwam voort uit de geslachtslijn van Sem, een zoon van Noach, en die kwam weer voort uit de geslachtslijn van Kenan en Set, die een zoon van Adam was. 9. De vrouw moet in ere hersteld worden in mythologie. Als we niet terugkeren tot Haar voeten, zullen wij niet vruchtbaar zijn. Wij zaten aan de verkeerde voeten, van onze bezetters, en wij zijn erdoor vergiftigd. Daarom moeten wij terugkeren tot de Moeder. De Voeten van Moeder God zijn een arsenaal. Het gaat om een oorlog. Wij moeten Haar Voeten ontvangen om volledig klaargemaakt te worden voor de strijd. Haar Voeten zijn onze wapenrusting. 10. Menselijke overleveringen en tradities zijn een samenzwering van de geest van Goliath, en tegelijkertijd het oordeel van God over de goddelozen. De heiligen moeten Goliath verslaan, en doordringen tot de hemelse opslagplaatsen. Zo zal openbaring komen tot de heiligen, en zullen zij vrijgezet worden uit de slavernij tot het oervlees en de oerzonden. 11. Goliath is een luchtgeest. De hemel wijkt terug als een boekrol. Er zullen dus ook boeken gaan sluiten. 12. God beschouwd vanuit Jobitisch perspectief iedereen onder God als een vijand. Er zijn dus verschillende soorten vijanden. 13. Het oordeel begint bij onszelf.
Page 258
14. Het valse woord wordt ontmaskerd en uit de hemelen geworpen. Het boek wordt gesloten. 15. Behemoth heeft lichamelijke kracht, welvaart, maar in de diepte betekent het afgoderij, het kwaad. 16. Hij bezat zijn spier, als de zetel van de afgoderij. 17. Job zegt dat de Vreze des Heeren de heilige religie des Heeren is en de oorlogstaktiek, intelligentie en zintuig. 18. Voordat wij de Waarheid zullen vinden, zullen we eerst door de leugen gegrepen worden, en moeten wij de leugen verslaan. De Waarheid wordt niemand zomaar in de schoot geworpen. Om tot de Waarheid te komen moet je eerst het tegenovergestelde verslaan : de leugen. Wij leven in een omgekeerde wereld, dus we kunnen er vanuit gaan dat alles wat ons verteld was juist net andersom was. 19. God heeft deze voorhangsels opgehangen om ons te testen. Volgen wij God of onze voorouders. 20. Wij moeten terug naar de paradijselijke onderwereld. 21. Saffier is een hoge graad van paradijselijke vloed en overweldiging. Het zijn de diepere bronnen en fonteinen van het paradijs. 22. Saffier is de opening van de hemelse boeken. 23. Saffier is waar het harde het zachte heeft voortgebracht, en het zachte het harde. Het is de plaats waar het hardste en het zachtste elkaar opgewekt hebben. Hier zijn de schatten opgeslagen. Het is een rivieren-gebied, en een gebied van gesteente. Het is het geheim van de paradijselijke vloed. 26. De geest van Goliath maakte een valse saffier, een valse test-steen. Hiermee misleidde hij de aarde. 27. Zij hebben een vals boek des levens opgericht, waaraan zij alles toetsen, in het land Hebron. 28. Goliath smeedde dit onheilige verbond door veel hemelse kennis weg te kappen. Zo kapte hij de sleutel van kennis weg, en verloor het zijn betekenis. Mensen verloren zo de context, en alles ging zijn eigen leven leiden. 29. Er was een goede boom van kennis en een slechte boom van kennis. De slechte boom van kennis maakte kinderen van prosperity, en de goede maakte de profetische kinderen. 30. Honger is de enige weg tot Aima, het verslaan van de vijand. Hier vanuit leven wij. Zoals gezegd werden we geleerd te consumeren. De wereld van het oervlees is gebouwd op hebzucht, vreetzucht en vetzucht, op allerlei gebied. Dit is een veefokkerij. 31. Laat het niet zo zijn dat u ook onder dit vetmestings-oordeel leeft. Wij moeten leren vasten, op allerlei gebied. 32. De goddelijke vrouw was in het paradijs sterker dan de man. Zij maakte de beslissingen. Zij was het wapen van de man. 33. De man moet zich leren onderwerpen aan het wapen. De goddelijke vrouw leidde de man tot de 258 24. Ook Job kwam tot haar dieptes, en de sobere. Zij kwamen tot het goddelijke saffier, de machten van de troon. Hier is alle kennis opgeslagen. 25. Zij wordt geopend aan het einde, om de levenden en de doden te oordelen. goede boom van kennis, om tot de wedergeboorte tot de Heere te komen. Het gaat er dus om met welke vrouw je meegaat. 34. Zoals in de dagen van Noach eten, feesten en huwen de mensenkinderen met vrouwen, vergetende dat het oorlog is, en dat ze een taak uit te voeren hebben. 35. Vaak hebben we te maken met de gevallen zonen Gods die op zoek zijn naar de 'dochters der mensen', en dit allemaal om de mensheid van de taak af te houden. 36. De man moet als een leeg vat zijn, daarom moet hij het pad van honger en armoe, het heilig vasten, gaan, om zo te komen tot de goddelijke verlamdheid, om door de hemelse boom der kennis, tot wedergeboorte te komen. 37. Deze paradijselijke items leiden tot het beloofde land, Kanaan. Door de stammen komen wij daar binnen. 38. Hier een kort overzicht van deze tocht : 39. Jozef wordt geleverd in een boot op de rivier van de dood, en daarna vindt hij de rivier van de hel. Deze rivieren zijn vol gevaarlijke slangen. 40. Jozef vindt de rivier van Tantalos, het rijk van honger, maar er is geen boot, dus hij moet zwemmen om de rivier te volgen. De rivier zit vol gevaarlijke beesten. 41. Jozef vindt tenslotte een boot en dat brengt hem dieper in Tantalos, op de rivier. Hier leert hij over de wapens van Tantalos. 42. Jozef wordt de Vuk, opperhoofd van de indianen. 43. Dan herstelt Jozef de tentendienst. 259 4. De verbrokenheid van Job 1. In de diepte van de grond van het paradijs vinden we de paradijselijke vloed, overweldiging, in de vorm van rivieren en watervallen. 2. Als je als Orions strijder toegerust wil worden, dan zul je deze zeeen moeten overzwemmen. 3. Je kunt alleen het kwaad overwinnen door jezelf te overwinnen. 4. God zond de boodschap. Het oervlees kwam met een sluier, om de boodschap tegen te houden en te verstrikken. 5. Ook hief God een voorhangsel op, om de boodschap te beschermen. 6. Dit alles begon samen te komen in een gevecht. Sommige delen van God's boodschap trokken zich terug. 7. God heeft vele voorhangsels gemaakt om God's koninkrijk in te delen en te beveiligen. 8. Rigil Kent is de voorouder van het Romeinse stelsel, de valse aartsvader. Rigil Kent is dus ook de grootvader van de menselijke overleveringen en tradities. 9. De man moet door zijn grootheid en opgeblazenheid de hemelse kennis tegenhouden. Hierdoor wordt de toorn van God opgewekt, en zal zij terugslaan met de hemelse kennis. 10. Job werd geplaagd door dromen en visioenen die hem angst aanjoegen. Dit was zo erg dat hij de
Page 260
hongerdood en de wurging verkoos boven het leven. 11. Job verlangde naar het heilige halssnoer, de heilige gebondenheid, het eeuwige touw. Hij wilde zijn leven verliezen hiervoor. 12. In het boek van Job zien we dat God als zodanig naar hem op jacht was. 13. Dit is ook de Amazone-kennis, ook van het Amazone gebied, de duistere, verborgen, verre, uitheemse tenten van God, de Ohel van Kedar. 14. Het halssnoer brengt ons terug tot deze tenten, waar het toetsen begint. 15. Aan het einde van het boek van Job krijgt Job het halssnoer, als een teken dat hij eindelijk Hebron heeft overwonnen. Ook is hij nu klaar voor hogere tentendienst. 16. De soberen hadden strijd te voeren tegen de Baqra, zwijnen van ongehoorzaamheid. Zij willen ons afleiden van het heilige halssnoer van goddelijke doctrine. 17. Vandaar dit boek, om bewustzijn terug te brengen tot het verdwaalde volk. 18. Weet u hoe u gebonden moet raken in de heiligheid van God ? 19. Het is de bedoeling dat we door de gebondenheid tot God loskomen van de gebondenheid aan de oerzonden en het oervlees. 20. Wij moeten opgroeien in de hemelse kennis, de kennis van God. 21. De Behemoth is een deel van de Baqar, het vee van het oervlees, ook zwijnen van de zonde. 22. Dat God hierover tegen Job begon was niet 260 zonder reden. Job moest de Behemoth overwinnen. 23. De Behemoth pleegde afgoderij tot lichamelijke kracht en welvaart, tot het kwaad. 24. Het huist in de spier, als de zetel van de afgoderij. 25. Je zou de Behemoth als een reusachtige kruizing tussen een zwijn en een rund kunnen zien, als een monstervarken, of monsterbuffel, of gewoon als een kudde met verschillende soorten uitheems vee. De Behemoth was voor de ogen van Adam en Eva, en sprak, om de profetie van God na te bootsen. 26. Het volk moest de Behemoth veroveren. Het had te maken met een stuk van het beloofde land. 27. Zij moesten met de Behemoth op een strategische manier afrekenen. 28. Zij worstelen met hem. Dit gebeurt allemaal op de plaats van de wilde beesten, van de Behemah (bema), de wilde voormens. De Behema jaagt dus op de Behemoth. Adam en Eva kwamen voor dit beest te staan. 29. God draagt Job op om met een stam ernaar toe te werken Behemoth te brengen tot God. 30. Job wordt opgedragen de wurggreep van de Behemoth te verbreken. De Behemoth, het oervlees, moet tot de moederschoot van de onderwereld gesleept worden, om onderworpen te worden aan de hemelse leerregels. 31. Er zal een dogma worden opgericht. De oorlog zal dan overgaan in de jacht. 32. Zo moet Job hem behandelen, maar hij kan dit niet zonder God, dus eerst moet Job in gaan zien dat hij God nodig heeft, en hoe hij God nodig heeft. 33. Job was tot de verbrokenheid gekomen. Job was een rechtvaardige man. Waarom moest hij hier doorheen ? De rib in het paradijs betekent 'verbrokenheid'. De rib werd gebruikt om de vrouw te maken. 34. De sobere werd door de Heere op zijn heupspier geslagen en werd gevoelig voor de rest van zijn leven. 35. Dit gebeurde in de onderwereld. De spier moest slinken. 36. Hij kreeg de naam Israel toen hij tot verbrokenheid was gekomen. Dat is de toegangspoort tot Israel. 37. Zuwr, de donkere, uitheemse gnosis van Orion, vereist dit. 38. De sobere werd door Zuwr geslagen, zodat zijn spier zou slinken. Behemoth, het oervlees, hield het geheim van de lichaamskracht vast in de spier. 39. Spierkracht geeft geboorte aan kinderen van de Behemoth, van het oervlees. Adam en Eva waren verboden om de kinderen van het oervlees groot te brengen. 40. De slag op de heup van de sobere was een grote stap terug naar het paradijs, naar de oorspronkelijke man. 41. Hij werd de eerste Israeliet. Hij werd vanaf toen Yisrael genoemd, wat centrum betekent. Hij had het centrum van de Behemoth overgenomen. De spier was gebroken, en geslonken. 42. De sobere was nu gevoelig voor de Zuwr, voor de verre kennis van Orion. De Zuwr zong toen profetische liederen over tegen welke stammen Yisrael strijd moest voeren. 261 43. De sobere was aan de wijnstok, en moest getreden worden. Ook voor ons is dit de enige weg om waarlijk Israeliet te worden. Zijn wij geestelijk nog onverbroken, trots als de oerzonden, dan zijn wij niet interessant voor de Zuwr. 5. De schuld van de rechtvaardigen 1. Het oervlees had het kinderrijk, de derde scheppingsdag, opgeslokt. Hij bood 'kinderen van het oervlees' aan, om de mensheid te misleiden. 2. Dit is waar de profeet doorheen moet : de strijd met hemzelf. 3. Hiertoe moeten wij dus het pad van Job volgen. 4. In het boek van Job is er een schuld van de rechtvaardigen. Wat houdt die schuld dan precies in ? In de strijd tegen de Behemoth wordt er strategie gebruikt. 5. En dit is voor hen die streven naar de heilige gebondenheid, die streven het geheimenis van Job te kennen, en niet voor degenen die er maar op raak leven en zondigen. 6. Dit is God’s strategie, en het pad van Job. In het boek van Job is de tentendienst gekerfd, en daarom is het voor ons van belang om van Israeliet tot Jobiet te worden.. 7. Job werd geleid tot de Behemah. Zij leefden in de Meownah, wat niet alleen hol van wilde dieren betekent, maar ook de woonplaats van God. De Meownah is de duistere, verborgen tent van God in de wildernis, de plaats van de wilde dieren, waar Job naartoe geleid werd in de bitterheid van zijn ziel.
Page 262
8. Het is een pad wat geen roofvogel kent, en geen gier van hebzucht heeft gezien. 9. De leeuwen hebben het niet verwijderd, hebben het niet plat getreden. 10. Als wij los willen komen van al die valse Levitische offergeesten waarop de hele samenleving is gebaseerd, dan zullen we het Jobitische pad op moeten gaan. 11. Als wij heilige soberen zijn geworden, dan moeten wij deze behoudenis in vreze en beven bewerken door tot de diepte hiervan te komen door Jobieten te worden. 12. De rivieren worden uitgehouwen, worden onderscheiden en verdeeld, opengebroken. 13. God weet en onderwijst de weg. 14. God heeft de mate van het hemelse bepaald, en schreef instructies voor visioenen en profetische liederen. God gaf de grenzen aan. 15. De hemelse slachtplaats wordt hysterisch bewaakt door de Urim en de Thummim. 16. Dit betekent dat wij eerst door God geroepen moeten zijn, en vanuit God’s tent moeten werken, vanuit de Urim. 17. De strijd is tegen het kwaad. Degene die hier geen gehoor aan zou geven zou verbannen worden. 1. Het is belangrijk om te kunnen onderscheiden. Daarom gebruikte de tentendienst nog een extra steen : de Pessa, de Pes, een kleine, 'verdelende' oftewel onderscheidende steen. 2. Deze steen wordt gebruikt om te bepalen welke er zijn, en hoe ze apart behandeld moeten worden. De steen geeft dus raad in strategie, en werkt dus samen met de Urim. 3. In de tentendienst is het dus belangrijk om je met deze steen te bewapenen, om deze steen in je hart te ontvangen. Deze steen is door de Heere gegeven. 4. Het is om God’s Woord te brengen. Wij mogen ons dus bewapenen met de Pessa, en we moeten zorgen dat we leven vanuit de Meownah, de duistere tent des Heeren. 5. Zo zullen wij niet schuldig zijn aan het vergieten van onschuldig bloed. Ook moeten wij dus bewapend zijn met de Urim, de toetssteen. 6. Alles zal aan de Urim getoetst moeten worden, om het de verschillende onderdelen en samenwerkingen van ons leven en lichaam te laten bewaken. Urim moet de wachter zijn van onze mond. Zij is het wezen van de Zuwr. 7. Omdat overmoed nog steeds een erg gevaarlijke macht kan zijn in deze gebieden, is het belangrijk dat wij de Alam-kraal in ons halssnoer hebben, of als een extra snoer. Alam is de heilige stomheid. Zo kan alleen God onze mond openen. 6. De Urya is niet romantisch 262 8. Trab, Tarba, is trots, overmoed en offerdieren-vet in het Aramees. Dit moest in de tentendienst geofferd worden. In het Orions is dit een aparte groep van vee, een soort reuzen-buffels, iets groter dan de buffels op aarde. 9. Als Job zijn hoofd zou verheffen, zou de Urya jacht op hem maken. Trots werd absoluut niet getolereerd, dus moest Job voor zijn eigen bescherming jagen op de Tarba, de Orionse reuzenbuffels van het oervlees. Anders zouden zij bezit van hem nemen, en dan zou hij in problemen komen met de Urya, de goddelijke leeuwinnen of grote vrouwen. Zij zouden bij de minste trots jacht op hem maken en hem gevangen nemen. De Urya zou hier geen genoegen mee nemen. 10. De Urya zou de Toorn op hem vergroten. 11. In het Aramees is elke ontsnapping een diepere duisternis (grotere kastijding), als een put waarin hij valt. 12. De top van de bedekkende steen, ‘de eerste vruchten', mocht niet in Job oprijzen, anders zouden de Urya jacht op hem maken. Job was besneden op de top van zijn hoofd, en dat mocht niet meer teruggroeien, want dan zou hij een probleem hebben met de Urya. 13. Hij moest strijd voeren tegen de trots, de Tarba, de top van zijn hoofd. Hij moest het achter zich laten, en verder op zijn tocht tot het bittere van de ziel. Hiertoe was de Urya gezonden. 14. De ziel van Job heeft niet alleen een afschuw van het leven, maar ook van de behoudenis. Behoudenis is ook een romantische term waar we verderop op het pad niet ver mee komen, vooral als we tot het Jobitische komen. 15. We zijn zo langzamerhand zo overbehouden geworden dat we God's werken niet goed kunnen doen, en profetisch zijn vastgeraakt, ver weg van het visnet, ver weg van God's duisternis. 16. De geesten van trots en hebzucht hebben ons verblind. In het Jobitische gaat het meer om de heilige verlorenheid, hopeloosheid, en de heilige verdoemenis. 263 17. In de diepere tentendienst ontkomen we niet aan het Jobitische. 18. Trots, overmoed, Tarba, oftewel offerdier-vet, bedekt de ingewanden, de Geway, de hebzucht. Wij moeten dus de Tarba overwinnen en vandaaruit de Geway. 19. Oordeels-profeten waren geen lieden die feestjes hielden in de stad. Nee, ze leefden diep in de wildernis van de onderwereld van wat de natuur hen daar gaf. 20. Het waren jagers, strijders, slaven, gevangenen, asceten, martelaren, die in diepe gevangenis en slavernij leefden aan een geheimenis wat ze niet konden bevatten. 21. Nee, ze hadden geen romantische verhouding met God als met een geliefde, maar zij droegen het bittere van de Heilige Ziel. 22. God was niet hun bruid die hen verwende, en die altijd voor hen klaar stond voor een goed gesprek, en voor bemoedigingen wanneer zij dat nodig hadden. 23. Nee. God was hen een wild dier, de Urya, als een groep leeuwinnen, de stam van grote vrouwen, een deel van de Zuwr, de duistere, verre kennis van Orion. 24. Oordeels-profeten waren apart gezet in toorn. Er was geen ontsnappen aan, en ze gingen gebukt onder ondragelijke lasten. Zij waren kinderen van de verdoemenis. 25. De Urya zijn wapenen van de oordeels-profeet. Eerst wordt hij zelf door deze wapenen aangevallen en gevangen genomen, om zo een slaaf te worden van die wapenen. Dit is belangrijk, anders zou de profeet de wapenen verkeerd kunnen gebruiken. De
Page 264
wapenen werken vanuit zichzelf, en gebruiken de oordeels-profeet als een leeg kanaal. 26. Het huwelijk was een oorlogs-strategie, om de oordeels-profeet te onderwerpen, en dit zou onherroepelijk eindigen in een scheiding, zoals we zien bij de oordeels-profeten van het grondwoord. 27. God is in de diepere tentendienst verre van romantisch, maar een wild dier. God kan niet getemd worden. God temt de oordeels-profeet. Wel moet de oordeels-profeet ongetemd blijven en worden als het aankomt op wereldse zaken. 28. De oordeels-profeet moet zich laten bewapenen door de Urya. Hij moet al zijn dromen opgeven van romantische omgang met God. 7. Job en het orakel van de Urya 1. In het boek van Job beschouwde en behandelde God, de Urya, Job als een vijand. Job kwam van het rijk van het oervlees. 2. Hij werd door de Urya neergejaagd en naar hun hol gesleept. Job was door gevaarlijke wilde dieren van Orion aangevallen. Dit waren geen aardse wilde dieren, geen aardse leeuwen, maar goddelijke leeuwen en wilde dieren, van Orion. 3. God (Urya) beschouwt hem als een vijand, Beldbab. 4. Huid moet geschonden (besnijdenis, scalpering, etc.) worden, zodat het een oog ontvangt en God ziet, visioenen krijgt, visitaties. 5. De visioenen door de Urim zal de wapenrusting en de jachtrusting, naar een hogere dogma’s brengen. 6. Het paradijselijke lichaam van de onderwereld moet beteugeld worden, en dat gebeurd door de Urim, de ogen die op hen geplaatst zijn om visioenen voort te brengen. Deze uitrustingen bestaan ook uit ringen en piercings, keliy. 7. In het boek van Job worden de uitrustingen gewonnen uit de Aphar, het paradijselijke stof en vuil. 8. Dat zijn woorden voor eeuwig ingekerfd. Dit kerven gebeurt door het metaal en ijzer van de besnijdenis, Qne, Qanya, als een kerf-priester. 9. Daarom is het belangrijk de Urim te ontvangen, door de schending van de huid. 10. Door dit process wekt Urim dus Thummim op, de volgroeiing, volmaking, het gaan tot de diepere tentendienst. 11. Het oervlees moet dus geschonden werden, gesneden, zodat de basis van profetie gelegd kan worden, en er groei zal plaatsvinden in profetie. 12. Hierdoor worden de Urim en de Thummim ten volle hersteld. Dit is waarom de Urya jacht vereist, strijd tegen zonde-machten van het oervlees, en schending van de huid daarvan. 13. Onze messen mogen niet rein zijn van bloed. Wij moeten het jachtveld op en het strijdveld op, anders zullen onze profetische kwaliteiten vervagen en tot drogbeelden worden. 14. Ook onze eigen huid moet dus besneden worden, en daar zal de Urya zorg voor dragen. 15. Boven alles moeten wij streven te profeteren, profetisch te leven, anders is alles een verloren zaak. 16. Boven alles moeten wij streven naar de heilige gebondenheid en heilige slavernij om zuiver te zijn. 264 gehoorzaamheid. 17. Wij zijn niet geroepen tot een romantisch leven, maar wij worden de wildernis ingeroepen om met de wilde beesten te zijn. Zie daar te overwinnen en je weg te vinden. 18. Het leven is geen bruiloftsfeest. De bruiloft was slechts een oorlogs-strategie. Het zal zijn als in de dagen van Noach : mensen eten en drinken, en mensen huwen, en ze hebben het belangrijkste vergeten. Ze verspillen hun zaad aan elke hoge boom, en hebben het goddelijke zaad, Mayim, verlaten, en de betekenis hiervan vergeten. Job walgde van dit leven, en van deze valse behoudenis. Hij wist dat deze afvalligen diep verstrikt waren in de oorlogswetten van de Urya. 19. Hij lag tussen de Urya in, maar niet als een echtgenoot. Hij sliep aan hun voeten, maar hij werd niet als een vriend beschouwd. Hij werd in de gaten gehouden. Hij was een vijand, een Beldbab. Hij was een gevangene en een slaaf. Hij was een balling. Het boek van Job is een boek van smekingen gericht aan de Urya, maar al wat hij kreeg was genadeloosheid. 20. Diep in zijn hart walgde Job van genade, van behoudenis, want wat zou het hem brengen ? Het zou hem alleen maar verder doen afwijken. Hij zei : 'Zouden wij het goede van God aannemen, en niet het kwaad ?' 21. Job had ook geleerd het lijden te aanvaarden. Het lijden bracht hem visioenen, het bracht hem de Urim. Die visioenen en dromen waren zo verschrikkelijk dat hij naar de wurging verlangde, naar de slavenketting. Hij verlangde naar Abbadown, de hel, vernietiging. Gelijktijdig werden zijn wapenrusting en jachtrusting en verder alle andere uitrustingen tot de diepere tentendienst gebracht, maar dit was ook zijn juk. Het verteerde hem, consumeerde hem. Hij kreeg een nieuw lichaam, maar daarvoor moest hij door al deze martelingen heen. Door de kastijding leerde hij 265 22. Alles wat de Urya hem hadden geleerd werd in hem gekerfd. 23. Ysryl (Israel, Aramees) is een geboren tentslaaf. Waarom is hij prooi geworden, waarover jonge leeuwinnen (Urya) brullen ? Zij hebben zijn plaats tot een woestenij gemaakt, zonder inwoners. 24. De tentendienst had een heilige opdracht om te zoeken naar de Thummim, een allerheiligste profetische steen, die 'volmaking en perfecties' betekende. Zij konden tot deze steen komen door de Urim, de steen van het testen. Dit was voor de tentendienst een tocht naar de Thummim die hun dienst tot God zou verhogen. 25. In het Aramees wordt Job zelf beschreven als zijnde de Thummim. Hij werd beschreven als perfect, oprecht, compleet en onschuldig. 26. Het is belangrijk voor de tentendienst en oordeels-profeten om op te klimmen in de Thummim, in het Jobitische. 27. De Urya zal hiertoe eeuwige inkervingen moeten maken in ons en onze toerustingen, met de woorden van Job om het uit te beelden. 28. Job moest een heilige tocht maken door de uiterste dieptes van de onderwereld. Hij moest hierbij door de nodige initiaties gaan, inwijdingen, uitgevoerd door de Urya. 29. Hij moest allerlei wilde beesten in de onderwereld ontmoeten, als in een dodenboek. 30. Nu wordt zijn bitterheid en strijd, Marar, tot een strategie. Zo diep is hij gekomen dat alles tot een strategie wordt. Hij begint de strategie van zijn lijden te zien, als de objecten van een machig en reusachtig orakel in de wildernis van de
Page 266
onderwereld. 1. De Thummim is de steen van de voleinding, vervulling en perfectie. 31. Job is zoekende naar de troonplaats van God, Urya, de Mawtab, de tafel van God, de plaats van de jachtmaaltijd in het Aramees. 32. De Mawtab is de plaats waar hij wordt klaar gemaakt voor de oorlog en de jacht, voor het oprichten van de wet en het recht. Het is de plaats waar zijn mond wordt gevuld met bestraffing en kastijding, de Towkechah in het Hebreeuws. 33. Op deze plaats zou Job in staat zijn God's woorden te horen en gehoorzamen, waaruit profetische liederen zouden voortkomen. En hij zou God's instructies van de Urya begrijpen. 34. Zou God met overmacht tegen hem strijden ? Nee, maar hem vullen met vreze, relikwieen, vroomheid, religie en heilige cultus, Dehleta. 35. Ervaring zal hem laten overwinnen. 36. God zou hem niet voortdurend het leven zuur maken, want God kent zijn wandel en dogma. Toetste God hem, dan zou hij tevoorschijn komen als hebbende de windafgod, de valse geest, overwonnen. 37. Zijn voet zou een institutie oprichten als een pad. Dit is het pad van Job, van de Thummim. 38. Ealaha, God in het Aramees, heeft hem verschrikt. Hij is verschrikt over wat Ealaha over hem heen had laten komen, Shadday, Almachtige in het Hebreeuws. 8. Job en de Urim 266 2. Door de Urim steen wordt alles gezift. De Urim is de toets-steen. De Thummim brengt het zuivere, pure, gezifte Woord van God. 3. Menselijke overleveringen en tradities waren opgezet om de weg naar de Urim te versperren. 4. In de Orionse geschriften is de vader van Job, Uribir, de Urim. 5. Menselijke overleveringen en tradities zijn als een groot voorhangsel opgezet om de Urim te bewaken. 6. De Urim brengt de waarheid. In deze tijden zullen de sluiers van de samenzwering van de oerzonden geheel verscheurd worden en ontmaskerd worden. Niemand zal de openbaring van de Urim kunnen tegenhouden. 7. Dan zal ook de weg tot de Thummim onthuld worden. 8. In het boek van Job is de Urim een toerusting, dit om te testen of alles wel goed met God verbonden is, en of de werken uit God zijn. De Urim is een toetser. 9. Menselijke overleveringen en tradities houden de Urim verborgen. Deze samenzwering gaat heel diep. Al die karakteristieken zijn items van het onderbewustzijn om de mens in slaap te houden. Zij zijn gemaakt als sluiers. Wij moeten daarom de tocht voortzetten tot de diepere betekenissen en dat wat er achter ligt. 10. Als de sluiers gescheurd worden, dan wordt de Urim zichtbaar, de goddelijke steen van het toetsen. Deze steen is een steen des aanstoots. 11. De Urim is de Heilige Gebondenheid. Alleen in die zuivere gebondenheid kunnen wij toetsen. 12. Om van allerlei valse en wereldse overleveringen en tradities verlost te worden moeten wij de Urim ontvangen. 13. De Urim zijn de heilige toerustingen die de waarheden van God dragen, en Godś’s plannen, om die door ons tot heilige uitvoer te brengen. Het bevat ook de heilige halsketen. Het bevat ringen en piercings. 14. Er is diepere bevrijding in de halsketen, de heilige wurging. Zo komen wij dichter tot de Urim. 15. Menselijke overleveringen en tradities waren een middel wat van wereldrijk tot wereldrijk werd overgedragen om de mensheid gebonden te houden aan het oervlees en de oerzonden. 16. God wilde hen terug leiden tot de Urim. Vrees voor mensen spant een strik. Het oervlees had zich diep in het mensenwoord vastgeworteld. 17. De mensheid was afgedwaald. Ze waren nog niet klaar voor het zuivere. Ze waren overgeleverd aan hun begeertes. Ze hadden de Urim verworpen en het verstand tot koning gemaakt. 18. Het volk koos een middelaar, want zo kon het volk God en de Urim verborgen houden. Alles werd aan priesters overgedragen. 19. Men vond heel wat afleiding in menselijke overleveringen en tradities als een excuus om niet met de Urim bezig te gaan. Romeinse verdrukking 1. Menselijke overleveringen en tradities werden opgericht om mensen tot slaaf te maken aan het oervlees, opdat zij het oervlees zouden aanbidden. 2. De windafgod moest in stand gehouden worden, om mensen verblind te houden in prosperity, en hen laten zijn als supermensen, allemaal voor de arena. 3. Of je ontvangt de Urim, of je ontvangt het oervlees. Weest onderwezen in de strategieen des Heeren. 4. Menselijke overleveringen en tradities vormen een angstaanjagende wolkenafgod, maar die vult zijn slachtoffers ook met hoogmoed en trots. 5. Nadat wij de windafgod hebben verslagen, moeten wij de wolkenafgod verslaan en klaarkomen met het geheimenis. Wij moeten dit geheimenis oplossen, anders volgen wij nog steeds de afgod van menselijke overleveringen en tradities. 6. In de Urim is het geheimenis opgelost. De Urim zal het oervlees verslaan, en zal ons de Thummim doen binnengaan. 7. Veren zijn tekenen van eeuwige overwinning. Wij moeten die veren in onze tooien en uitrustingen dragen, om veilig te zijn tegen deze geesten. 8. Als je een oerzonde hebt verslagen : Neem zijn veren ! Anders zal hij tot je terugkeren en zal het zevenmaal erger zijn. Voornamelijk zal dit een grond-gevecht zijn, tegen allerlei soorten kippen van het oervlees waarin de wolkenafgod schuilhoudt. 9. 267 9. Wij bevinden ons in het rijk van Septus, waar de Vader aan de macht is, waar de moeder op een lager plan is gezet, als een slaaf. Deze Vader is de Romeinse Saturnus die zijn kinderen opat, Cronos in het Grieks. In het Orionse geschrift 'Zwerves'
Page 268
wordt er over hem gezegd : Vader, Saturnus. 10. 'Een grote vrouw verschijnt op de vlakte. Zij is de Heere. Zij is de Urya, zij heeft de nek gebroken van het Talkia bewind. Zij heeft Saturnus gezien, en hem gebroken. Hij gaat tekeer als een brullend varken, verslindend zijn kinderen. Volgt hem niet naar zijn hol. Hij is het zwijnenkind. 11. Heeft u zijn horens gezien ? Hebt gij zijn slagtanden gezien ? Denkt eerst goed na voordat u hem aanvalt, want hij zou u eens bezeren. Niet velen durven tot hem te naderen. Leer dan van de spreuken van Orion en wordt wijs. Laat u bewapenen, want het zal niet slechts een jacht wezen. Hebt u het stoom gezien wat uit zijn neusgaten komt ? Hebt gij hem zien stormen door de velden, vertrappende alles wat in zijn weg staat ? Laat u dan niet bedriegen. Het vergt een kundig krijgsheer om hem te onderwerpen. Hebt gij zijn trots gezien ? Hebt gij gezien hoe hij angst zaaide in de harten van hen die rondom hem waren ? Allen hebben zij hem verlaten. 12. De Heere heeft hem verbroken. Nu hij verwond is is hij nog gevaarlijker. De Zuwr is tot hem uitgezonden. Zij zullen haken door zijn kaken slaan, en hem trekken tot de rivier. Daar zal hij zinken, en voedsel van beesten zijn. 13. Zo zult gij moeten strijden, wanneer Saturnus op u jaagt. Laat hem u niet ketenen. Ja, een bizon nam u op de horens, en droeg u weg.’ 14. Saturnus is de god van landbouw, tijd en gerechtigheid. Wij zijn allemaal op zijn fokboerderij opgesloten als vee vanwege vaderverafgoding, vanwege slavernij tot de geest van Septus. Daarom begint de jacht op Saturnus, na een verschrikkelijke oorlog. Richt je op de besnijdenis, de wond, want daaruit zal de Urim voortkomen. 15. De wolkenafgod heeft zijn schuilplaats in de 268 16. Toen kwam Jupiter in het Romeins, de zoon van Saturnus, die de macht nam. 17. Dit zijn luchtafgoden, die openbaar werden, en waar de mensheid voor neerviel. 18. Het gaat er dus om terug te keren tot de Urim. Zonder de Urim mogen wij niet tot de Thummim komen. 19. Men kwam tot een valse Thummim door de Urim te omzeilen, door verafgoding van menselijke overleveringen en tradities. Men wilde niet de diepte in. Men ging als dwazen menselijke overleveringen en tradities verafgoden, zonder te onderzoeken wat het nu eigenlijk betekende, zonder te toetsen. Men gaf zich over aan schandelijke lusten. 20. Dit is een luie geest, die zich blindelings onderwerpt aan gezag. Daarom zal de Urim terugkeren. De Urim zal de weg openen tot de Thummim. 21. De Urim en de Thummim zijn middelen om met God, de Zuwr, te communiceren. 22. De mens kwam in het paradijs voort van Thummim, en was beteugeld met Urim. 23. Daarom is het zo belangrijk te groeien in de Urimen de Thummim. 24. De tentendienst moest strijden tegen de Awpa, kippen van het oervlees, de oerzonden. 25. Zij deden dit door de Urim, door het toetsen, zodat ze niet in valse strijd terechtkwamen. 26. Zij moesten dus een heilige relatie ontwikkelen met de Urim. De spreuken van Uribir 27. In 'De Spreuken van Uribir' staat : Lichtheid tot de lammen, Hun werken zullen hen volgen, Hij bracht water tot de dorstigen, In diepe woestijn nam hij hen op 28. 'Gezag in de lucht, Legers grijpen haar, En smelten weg voor haar zonlicht, Voor het zonlicht rennen zij weg, En leven in duisternis, Maar het vuur zal hen grijpen 29. Het Zwaard van Uribir, Als een graf, Vader van Iyowb is hij, Ziet, hij is de Urim, Een groot licht is opgestaan, En zie, zij zullen zijn naam verdraaien, En zijn geheimen zullen verborgen blijven voor hen 30. Zij stond daar, Naast hem, Met het zwaard, En sloeg hem, Hij was de Urim, Hij was het koningskind, En de wond van het zwaard was zijn schuilplaats, Een schuilplaats van wilde dieren, Een rovershol 31. Zij had hem opgenomen, En geketend sinds hij jong was, Eens slavenkind was hij, Uitgehongerd 32. Hij was met de wilde dieren nu, Zij spraken tot hem, Zij namen hem mee naar het middelpunt van de onderwereld, Hier bracht hij Job voort, de Thummim, En het heilige gezegde, Hij bracht brood tot de volken, 269 33. Zij gaven hem een zweep, en hij maakte brood en water, Zij gaven hem een ziel en namen zijn geest weg, Zij braken hem, en maakten hem huppelend als een gazelle, Ja, tussen haar borsten is hij, als een groot geheimenis, Hebt gij het gezien, hebt gij het vernomen, Zij legden hem ergens neer voor later, Zij zonderden hem af in een drakentuin, Het gewicht op hem drukte zwaar 34. Zij gaven hem een tuin met lelies, Zij gaven hem overwinnings-gejoel, Maar hij werd geleid tot de poel van bitterheid, Ja, zijn ziel verzadigde zich met bitterheid, Zijn ziel sprak woorden van grote kracht 35. Zij stond daar, aan de deur, Klaar om hem in te wijden, Zij sloeg hem neer, Met grote kracht, Nooit zal een man meer over een vrouw heersen, Zijn gebrokenheid zou hem veel verder leiden, Tot haar geheimenissen, Hij ontving de Thummim in haar, En gaf geboorte aan hem, Job 36. Lees deze raadselen en wordt wijs, Er is geen heil in het doorvorsen van vele boeken, Maar wanneer gij de Urim vindt, Is zij tot openbaring 37. Hij zal het kind der lichten genoemd worden, Hij die de Vader van Job is, Maar zij zullen zijn naam verdraaien, En toch zal hij de weg wijzen, Blijft daarom open
Page 270
Thummim binnen te gaan. 38. Hij is de Urim' 39. De mensheid kwam dus voort uit de dieptes van Job, uit Thummim. Maar zij werden door het oervlees gegrepen. Zij moesten eerst het oervlees door strategie verslaan. 40. De Thummim komt voort vanuit de beproeving, vanuit de strijd en de jacht op het oervlees. 41. Daarom is het van belang om door te dringen tot het geheimenis. 42. Ten diepste houdt dit in dat de Urim de besnijdenis inhoudt, wat profetie opwekt. Dit is dus waartoe het was gezonden, om het volk te besnijden. 43. Menselijke overleveringen en tradities zouden moeten vertrekken, om plaats te maken voor de Urim. 44. De Urim is het profetische lichaam, toegewijd aan Moeder God. 45. Zo kon het volk terugkeren tot de zuivere tentendienst, om zo terug te kunnen keren tot de Thummim. 46. Het Romeinse wereldrijk maakte korte metten maken met het Indiaanse continent. Het Indiaanse continent beelde namelijk het oorspronkelijke paradijs van de onderwereld uit, waar alle geheimenissen waren opgeslagen. Uribir en Job, oftewel Urim en Thummim, en hun volgelingen, de indianen, werden uitgeroeid. Hier zou het Romeinse gezag voor zorgen. 47. De Zuwr maakt korte metten met deze bruid en hoer, en zal opnieuw de Urim en de Thummim in het volk planten. Het volk zal teruggeleid worden tot de Jobitische fundamenten, om zo opnieuw de 270 10. De rivier van de Urim 1. De kip van het oervlees werd een slang, en toen een mens, om de mensheid van de Urim af te houden. De sluier richtte een georganiseerde religie op. Het oervlees had zijn troon boven die van God gezet. 2. Deze zondemachten van oervlees hebben de georganiseerde religie opgezet, als een grote religieuze markt. 3. Het is een groot voorhangsel waar de gelovigen doorheen moeten. 4. Het is het voorhangsel dat voor de Urim hangt. 5. Het is het oervlees die de waarheid iets heeft verdraaid, opdat de heiligen hun doel zouden missen. Hij mengde waarheid met leugen. 6. Het werd tot het oervlees van vervolging. Het oervlees was de aanklager. 7. Job voorzag de komst van het oervlees op deze manier. 8. De kust zal worden tot kooien, plaatsen van de leerregels, en van het mes. Dit zijn allemaal onderdelen van de Urim. 9. Belangrijk is het voor een profeet om de Sefanja steen te dragen voor het herstel van de Urim steen, en de Judah steen, tot verovering van het kustgebied. Dit alles tot meer zicht op de Urim. 10. Als een heilig relikwie opgesteld voor Judah om te toetsen. Dit zal de plaats van het belijden van zonden, en van de smekingen, herstellen. Dit is belangrijk tot verdere overwinning van de menselijke overleveringen en tradities, en de afgodendienst ervan, de misleidingen van het oervlees. 11. Job liet zich niet troosten, en de sobere liet zich niet troosten. Door troost kan het visnet van je afgenomen worden, voortijds, zodat je het doel mist. 12. Het zou zijn als in de dagen van Noach. Ze zouden eten, drinken en huwen, maar de Heere niet kennen. 13. Waar wij leven is het rijk van de Trooster en de Bruidegom, om het visnet en de bitterheid van de ziel in ons te doven. Het is gezonden om de heilige halsketen van ons te roven. Wij zijn in gevecht tegen deze troost-vogels. 14. Babies worden vaak verwend, krijgen volop troost. Maar de hemel wil hen leiden tot de wildernis, daar waar die troost niet is, maar een bitterheid, een bittere halsketen. 15. Verderop in de wildernis moeten wij deze klederen van het oervlees afdoen, en de Heere ontmoeten als een wild beest, de Urya. De Urya kun je niet 'rondbazen'. Wij moeten af van al die romantische beelden over God. 16. Wij moeten lege vaten zijn. Mensen denken vaak veel te goedkoop over God. We moeten dieper de wildernis in, en onze bruids-klederen en bruidegoms-klederen af leggen. Wij zijn geen babies meer. Hoever willen wij met God gaan ? 17. De Trooster moet in ons afsterven, zodat we meer zicht op het visnet gaan krijgen, om aan de slavernij tot het oervlees en de oerzonden te ontkomen. 18. De Trooster zal je vertellen dat er niets aan de hand is met de menselijke overleveringen en tradities. De Trooster was opgezet om mensen in 271 slaap te houden. 19. God zond een eerste waarheid, maar die zou moeten leiden tot de volle waarheid van het visnet. 20. De markt van de Trooster is één van de grootste en afschuwelijkste markten die de wereld ooit heeft gekend, om mensen te leiden aan de voeten van het oervlees, geinspireerd door de geest van Septus. 21. Ben-Himmon, Tophet, de plaats van de kinderoorlogen, moet veroverd worden voor de Urim. In het Aramees zijn de Urim en dit dal aan elkaar verbonden. Hier werden kinderen aan de afgoden geofferd. Dit wordt ook als de poort van de hel beschreven. Deze plaats moet dus ingenomen worden. Oorspronkelijk was dit behorende tot de Urim om de eerstelingen te testen. 22. Yeor behoort ook tot de Urim, dus dit gebied zal ook veroverd moeten worden. Yeor is de diepte waarin de mens na de zondeval terecht kwam. 23. De tentendienst had strijd te voeren tegen het Hsar-vee van het valse woord van het oervlees en de oerzonden. 24. De Heere brult als een leeuwin, Urya. De Urya heeft gebruld, als de brenger van vrees. 25. De bazuin roept, roept namen, om te overtuigen en in te nemen. 26. De Heere openbaart, maakt naakt, en brengt in ballingschap. 27. Aan de rivier is openbaring. 28. Dit is het komen tot de rivier van de Urim, om zo openbaring te krijgen. 29. De Jobieten hebben geleerd met de Mowqesh te werken : met aas. Zo leiden ze het oervlees en de oerzonden tot de Pahhah, de valstrik.
Page 272
30. Mensen die menselijke overleveringen en tradities gaan verafgoden als eindpunten en doelen op zich hebben zo de Urim en de Thummim veracht, en worden door de luchtgeesten voortgedreven als gladiators tegen elkaar. Boven alles moeten wij de Thummim gaan ontvangen, na het ontvangen van de Urim. 7. God heeft Job's tent omsingeld. 8. In de nacht worden zijn botten doorstoken met kwellingen die nooit slapen (met speren). 9. Job heeft de Heere altijd gevrezen als opzwellende golven over hem, en hij was niet bij machte het gewicht van de Heere te dragen. 11. De gevangenis van de Urim 1. Nu had een heer iemand schuld kwijtgescholden, maar die persoon wilde de schuld van iemand anders niet kwijtschelden. Toen liet de heer deze persoon opsluiten in de Basanistes, de gevangenis van de Urim, van de zwarte steen, de test-steen, de aanraak-steen. Hier zou hij gekweld worden totdat hij Apodidomi zou hebben bereikt : de prijs hebben betaald, de waarheid hebben beleden, terug hebben gegeven wat gestolen is, de plichten nagekomen hebben, alles goed hebben gemaakt wat verkeerd ging, alles hersteld hebbende wat kapot ging, en beloften hebben gedaan onder ede. 2. Basanistes komt tot einde wanneer de Apodidomi is vervuld. 3. Job was in gevecht met het beest van het oervlees. 4. Het oervlees wilde afrekenen met de Thummim. Daarom was het oervlees afgezonden op Job. 5. Als er trots in Job zou opkomen zou God hem op het kwelrek binden. 6. God heeft hem omsingeld met speren, om zijn heupen te verwonden. 272 18. Vanuit Aphar, de wapenrusting van Job, werd Basar, vlees, voortgebracht in het paradijs. 10. Job wilde dat de Almachtige zijn verlangen zou horen : dat God een boek zou schrijven wat Job zou dragen. 11. God is ons hart. 12. We leven door de heilige halsketen, de Aph, het paradijselijke hart. 13. De Aph is de diepere ziel, waar de bitterheden van de Jobitische ziel ons naartoe leiden. Terug naar het paradijs. De Aph is de eeuwige ziel, de eeuwige heilige honger en armoede. 14. Wanneer wij de Anaq hebben ontvangen, de heilige halsketen, oftewel de Aph, dan zal dit ons terugleiden tot de grond van het paradijs, de aarde van het paradijs, het stof en het vuil van het paradijs waarin wij gevormd worden, de Aphar. Alles kwam voort vanuit de Aphar, en ook zouden we daar weer naar terugkeren. 15. Dit is waar het pad van Job naartoe leidt. 16. God wil hem terug brengen naar het stof van het paradijs, de Aphar. 17. Job is bewapend met Aphar. 19. Aphar zou een nieuw lichaam voortbrengen, gemaakt van Basar Een profeet dient zichzelf in te smeren met Aphar voor deze reden. De profeet dient een relatie aan te gaan met Aphar. 20. De Jobitische wapenrusting wordt gewonnen uit de Aphar, waarin het paradijselijke lichaam werd gemaakt. 21. De Aphar is het laatste oordeel, waartoe alles zal terugkeren. Wij moeten leven vanuit de Aphar. 22. We leven door de heilige halsketen, de Aph, het paradijselijke hart. 23. We leven door de stof, het vuil, van het paradijs, de Aphar. 24. Door de Aph komen wij tot de Aphar. De Aphar troont in het paradijs, waartoe wij moeten buigen om gereinigd en vernieuwd te worden. Iedere Jobiet zal tot deze plaats geleid worden. Het is als het thuiskomen. Hier kwamen wij uit voort, en hier zullen we tot terugkeren. Hier vinden we de dieptes van de Urim-Thummim terug. In de Aphar is afgerekend met de vijand. 25. Hiermee moeten wij ingesmeerd worden, om veilig te zijn tegen de luchtgoden, de goden van prosperity. 26. De Aphar was de bovenlaag van het paradijs, het stof, het vuil. De eigenlijke grond die eronder lag was genaamd de Adamah, oftewel de rode aarde, de aarde van bloedvergiet. In het paradijs moest er bloed vergoten worden van de oerzonden, in oorlog en jacht. Dit bloed werd door de aarde opgenomen. 27. Adamah is de tweede laag van de paradijselijke grond, veel dieper in de aarde. Ook Adamah 273 betekent vuil, en een fokkerij. Wij werden niet slechts in de Aphar gevormd, maar ook in de diepere laag, de Adamah. Ook hier zullen wij tot terugkeren. 28. Adamah is de bloedvergieter volgens de paradijselijke leerregels. Als we het over Aima hebben, dan hebben we het over de Bloedvergieter. Deze Bloedvergieter wijst terug op de Bloedvergieter van het paradijs, de Adamah. De Adamah rekent af met de vijand. 29. Aima is een vernietiger. Het is de plaats waar de Aphar naartoe leidt, in het paradijs. Wanneer wij op de Aphar staan, dan kunnen we de overkant zien, de Adamah, de diepere laag in de grond. 30. Aima was een teken van overwinning. 31. In de wortels betekent Adamah bloed, plaats van bloed, Adam, van Adamam, niet kunnen spreken, en het betekent ook vernietigen en wassen in de diepte. Wij moeten komen tot de heilige stomheid. Het is een plaats van het stilzijn en het wachten. Daarom is dit een belangrijk fundament voor profetie. 32. Aphar, het laatste oordeel, bepaalt wat iedereen in de Adamah is. De ware aard komt tevoorschijn in de Adamah. Alles krijgt zijn plaats. Daarom is de Adamah weer een belangrijke plaats waar wij naartoe moeten gaan om alles op te leggen, zodat wij leeg en naakt voor God komen te staan, klaar om God's oordeel over ons leven te ontvangen. Wij moeten daarom een diepe relatie met Adamah ontwikkelen. 33. We leven door de eigenlijke grond van het paradijs, de Adamah, de bloedvergieter 34. Alles moet met stomheid geslagen worden, te beginnen in ons eigen leven, zodat God over kan nemen. Wij moeten diep doordringen in de Adamah voor deze reden, om Adamam te ontvangen,
Page 274
waardoor alle stemmen in ons gedoofd worden, zodat alleen God spreekt. Wij moeten met Adamah bewapend worden, na door Adamah ontwapend te zijn, onze stem hebben verloren. 35. In Adamah is er doorgang. Wij leggen alles op de Adamah, en laten alles achter ons, om tot de Aima te komen. 36. Adamah, Aima, zal terugkeren, en de wateren zullen in bloed veranderen. 37. Wij zullen allemaal terugkeren tot de Adamah, en de Aima zal onze Rechter zijn. Niemand zal aan de Adamah kunnen ontkomen. 38. In Aima, in de paradijselijke grond (Adamah in het Hebreeuws) kunnen wij onze ziel terugvinden. 39. Wij moeten de menselijke overleveringen en tradities achter ons laten, en komen tot God. 40. In Aima, Adamah, de paradijselijke ondergrond, ontvangen wij de heilige ziel. Hier leren wij de ijzeren leerregels kennen, de leerregels van het paradijs, de strenge leerregels van oorlog en jacht. 41. Menselijke overleveringen en tradities waren een machtige brug. Wee degenen die zullen stilstaan op deze brug om het te verafgoden als een einddoel. 42. Wij zullen terugkeren tot de Adamah met zijn rivieren van bloed. 43. Wij moeten gewassen worden in deze rivieren. 44. Leef zo dicht mogelijk bij de natuur, en ga een relatie aan met de Adamah, de paradijselijke diepte van God's natuur. Zo mag je ook komen tot de Adamam de heilige stomheid, en de Daham, de paradijselijke vloed en overweldiging. Dit zijn allemaal lagen in de Adamah waartoe we moeten 274 12. Het teken van de vrouw 1. De vrouw is het oorspronkelijke beginsel, en de bewaakster daarvan. Zij verschijnt als een machtig doordringen. 45. Het bloed van menselijke overleveringen en tradities was het bloed van Jupiter, de macht van het Romeinse wereldrijk, aangesteld door de oude Saturnus. Zijn zoon was gekomen zodat men de weg tot het paradijs niet meer kon terugvinden. 46. Het Romeinse rijk vreesde de wapenrusting van de Adamah. Daarom maakten ze hun eigen wapenrusting. 47. Jupiter kwam om de indianen de mond te snoeren, en om de indiaanse schatten die terug zouden leiden tot de Adamah te vernietigen. Veel van de oude indiaanse culturen ging verloren door deze Jupiteriaanse inquisitie. 48. De oude indiaanse poorten zouden gesloten moeten worden. Hiertoe brouwden Jupiter en zijn vader Saturnus een drank die hen dronken moest maken, en die iedereen dronken zou moeten maken, zodat Adamah vergeten zou worden. 49. Zij hadden hun eigen vuiligheid geschapen, hun eigen Adamah. Deze bloedvergieter werd over de gehele aarde geplaatst, om mensen onder te doen laten gaan in deze nieuwe dronkenschap. 50. Adamah, de bloedvergieter, overweldigd ons, om ons dieper mee te sleuren in zijn diepte. Hier zijn de schatkamers van het paradijs te vinden. Ook Job werd hier naartoe genomen, nadat hij door Aphar was bekleed. Hij werd geleid tot Eben, het heilige, goddelijke gesteente. teken in de lucht. 13. De strijd is tegen het beest van het oervlees. 2. Dit was ook het verbonds-teken tussen God en mens, na de zondvloed, als de hemelse boogschutter. 3. Ook is dit de bottenspeer waarmee de heidenen worden gehoed en verbroken als aardewerk, in het Hebreeuws-Aramees het bot van vreze, de witte steen. 4. Moeder God wordt getoond, die een kind baart. 5. Eerst zullen wij als een leeg vat moeten komen tot het verborgen Woord, dat voortkomt van de witte steen. 6. De rib waaruit de vrouw voortkwam betekent in de diepte 'boog' als wapen. De boog was het teken gegeven in de hemel. 7. Er groeit een tepel op het bot. 8. De tepel is ogenzalf. Het is de projectie, het paradijs en de hemel. Ook betekent het geduld en verdragen. De tepel geeft dus de kracht om het visnet te dragen, en projecteert een nieuwe wereld. 9. De tepel is 'de kracht die doet bloeden.' Daarom is het in het Hebreeuws ook de bloedende steen. Het is de macht van de bloeiende stok, het bot met de tepels, oftewel de borstenboom. 10. De rib, het bot, is de bijl, en de tepel is de rand van de bijl. De tepel herschept het oog, herschept de wereld. Dat is een grote onderdrukking voor het vlees. 11. Dit is een teken dat de vreze des Heeren wordt opgewekt in het bloed, de tucht. 12. De vrouw is bewapend voor de oorlog en de jacht. 275 17. Het is als de plaats van het naar de lagere gewesten afdalen, wat voorgesteld wordt als de staart van een beest. 18. Het is de besnijdenis van het hoofd. 19. De zondeval is één van de grootste religieuze geheimenissen. Als we het beest van het oervlees hebben ontmaskerd, zullen we tegelijkertijd het raadsel oplossen van het einde der tijden. 20. God had vijandschap gezet tussen de het beest van het oervlees en de vrouw, na het eten van de vrucht van zonde, en de vrouw zou de kop van het beest van het oervlees vermorzelen. 21. Het beest van het oervlees is een legendarische meester in het misleiden, in aardse begeerte en materiele manifestatie. 22. De aarde staat niet op zichzelf, maar werd geschapen vanuit de verschillende lagen van het universum, vanuit de zee van moedermelk. 23. De aardse cultuur is dan weer afgeleid van planetaire samenspeling, en zelfs planetaire cultuur. Samenlevingen worden bespeeld door de planetaire energieen van Orion en Mars, waarin Orion een belangrijk fundament is. Daarom is het bijvoorbeeld ook belangrijk om in de Orionse mythologie en taalbetekenis te duiken om meer zicht te krijgen op het 14. Achter het voorhangsel van de leeuw staat de witte steen. Wij moeten door de leeuwenkuil heen om de witte steen te bereiken. 15. Leeuw betekent ook sterk medicijn. 16. De rijder op het witte beest houdt de boog vast, de rib, het oorspronkelijke vrouwelijke beginsel.
Page 276
ontstaan van de bijbel en diens inhoud. Kennis, en kinderlijk zijn toegewijd aan God, als godvrezenden. 24. Het is belangrijk voor de profeten om te bidden voor informatie over Orion. 25. Ook worden de profeten opgeroepen voor de geestelijke strijd in Orion, voor een doorbraak, en voornamelijk Betelgeuze is een heel belangrijke poort voor de voortgang van het profetische rijk. 26. Als de gemeente niet klaar komt met het Orionprobleem, dan is er geen hoop voor de gemeente. 27. Wie Orion niet heeft, heeft niets. 28. In de Orionse Mythologie wordt God ook uitgebeeld als een groep wilde vrouwen die aan de inwoners van Orion kunnen verschijnen. 29. Toen de vrouw werd gemaakt viel Adam in een diepe slaap, de tardemah. Dit was een bovennatuurlijke slaap die God gaf. 30. Voor een man is het dus belangrijk om terug te gaan tot de Tardemah, de heilige slaap, waardoor hij in contact komt met zijn oorspronkelijke lichaam, en in contact komt met zijn oorspronkelijke vrouw, de heilige vrouw, als een beeld van de Heilige Kennis. 31. De heilige vrouw was gemaakt zodat de man haar kon volgen, maar de man ging met de verkeerde vrouwen van het volk om, en werd geleid tot de verboden vrucht, waardoor alle ellende begon. De man verloor zijn kostelijk, verfijnde lichaam, en werd opgesloten in een groffe, brute kolom vervaardigt door reuzen, de mannen van naam, de gevallen zonen Gods, om zijn ziel daarin opgesloten te houden, en hem te koppelen met oerzonden, de dochters der mensen. Alleen bij kinderen kunnen we soms nog die oorspronkelijke goddelijke 'verlamdheid' terugzien van het paradijs, of bij mensen die heel sterk vervuld zijn met de Heilige 276 32. Velen zullen het niet aankunnen, en zullen grijpen naar hun oude bijbels, door het oervlees vertaald, de oude wereldorde. Zij zullen zich vastklampen aan het beest van het oervlees, en aan Septus, om de gevallen man groot te houden. Zij willen het grondwoord niet onder ogen komen, en al helemaal niet het woord des Heeren, want dan zal hun gevallen natuur ontmaskert worden en onttroont. Maar anderen zullen het gaan zien als een bevrijding. Die dag zal komen, en dan is het 'Kiest dan heden wie gij dienen zult.' 33. De aarde werd geschapen vanuit 'mayim'. De Heilige Kennis zweefde over de mayim. Toen vond er dus schepping plaats. De mens, zowel man en vrouw, kon scheppen, net zoals God, want zij waren naar God’s gelijkenis gemaakt. Ook werd er dus geschapen vanuit de heilige slaap, de Tardemah, oftewel de heilige verlamming. Telkens weer werd er vanuit de leegte geschapen. 34. De Tardemah is ons gegeven als een wapen. Wij mogen niet sterk zijn vanuit onszelf (pronken), maar wij moeten zwak zijn, om de sterkte van God te ontvangen, vanuit de leegte, en altijd weer terugkerend tot de leegte. De Tardemah is onze bescherming. 35. De slaap is een smeekbede tot God. Slaap is de scheppingskracht van God. De slaap is het paradijs, de melkgevende tepel. 13. De oorlogsschepping 1. Degenen die hebben overwonnen komen uit het bloed van de grote verdrukking. Zij worden geleid tot de waterbronnen des levens, oftewel de bronnen van de mayim. 2. Deze bronnen zijn de oorspronkelijke geslachtsdelen van het paradijs. 3. De lichamen van de overwinnaars worden teruggeleid tot het paradijselijk lichaam om daaraan gelijkvormig te worden. 4. Het is waar we de heilige slaap ontvangen, de Tardemah. Hiervanuit komt de vrouwelijke bevruchter, en zal schepping plaatsvinden, om door de leegte, de stilte, terug te keren tot de Tehowm, de paradijselijke diepte. 5. In het Aramees is het woord voor geslachtsdeel hetzelfde als een menselijk wezen. Met de zondvloed wordt er in het grondwoord ook gesproken van een vloed van moedermelk. 6. Er werd een heg werd opgericht in de vorm van een zee, waardoor de mensheid verder van het paradijs werd weggedreven. Vanaf die tijd waren de seizoenen ingevoerd. 7. Noach zond de raaf en de duif uit als een teken dat de zee bevrucht zou worden. Er vond een herschepping plaats, om de aarde te ontdoen van het kwaad. Noach werd naar een speciale plaats geleid, waar hij paradijselijke kwaliteiten kreeg zoals het heersen over de dieren. 8. Toch werden er weer zonde machten vertoont die nog waren overgebleven door de zondvloed. Noach moest alles wat zich roert, wat leeft, slachten en eten, behalve vlees met een ziel. Er werd dus duidelijk onderscheid gemaakt tussen oerzonden die zich als beesten manifesteerden, en de eigenlijke schepping van God, de dieren die naar God’s gelijkenis werden geschapen. 277 9. De mens had de goddelijke verlamdheid verloren, maar nu was er weer een weg terug. 10. Kanaan werd het beloofde land. 11. In het paradijs dreef God de mens steeds meer naar het oosten. Dat begon al in Eden zelf, waar God een hof maakte in het oosten. 12. De slaap die over Adam viel was ook als afscherming van de zee van moedermelk. 13. De arend, de Garuda, is het beeld van de ark, het voertuig van God, die de heilige vrouw, het teken, tot de wildernis bracht, waar de aarde haar mond opende om de stroom van het oervlees en de oerzonden te verscheuren, als een beeld van de Tehowm, de heilige diepte, die ons tegemoet komt. 14. Hiervoor moeten wij God's teken in ons leven ontvangen, als een weg terug naar het paradijs, om zo niet in het oosten te blijven steken, maar op te gaan naar de zee van moedermelk in het westen, om zo door de leegte tot de Tehowm, de paradijselijke diepte, te komen. 15. Het teken van Noach komen we ook weer tegen bij de komst van de Urim. 16. Het zou weer zijn als de dagen van Noach, en dan is er voor de oprechten dit teken weer te zien. Voor de onoprechten is dit het teken van het oordeel. Daarom was het voor het oervlees van belang dit teken te vervalsen. 17. Volgens het grondwoord waren man en vrouw geschapen vanuit geslachtsdelen, en had de man deze in plaats van spieren. 18. De troon van Salomo had zes treden met links zes leeuwen en rechts zes leeuwen, het getal van God's arbeid, van de jaarlijkse goudoogst.
Page 278
19. Daarom wilde het oervlees dit getal vervalsen, om de aarde tot een slaaf te maken van hem. Salomo was de bewaker van de schepping. Hij was de schrijver van het boek Hooglied, over de goddelijke schepping. 20. Het oervlees wilde dit allemaal vervalsen, tot een karikatuur van de hemelse, paradijselijke schepping. 21. Dit is dus een grote ontmaskering. Het beest van het oervlees wordt bereden door een hoer. De kop zal afgehakt moeten worden, en tot de Heere gebracht worden, voor de herschepping van het menselijk lichaam. 22. Het beest van het oervlees wilde zijn eigen valse leegte gebruiken om de mens binnen te zuigen in zijn koninkrijk. 23. De mens in het paradijs was gemaakt om 'mayim' voort te brengen, de goddelijke schepping. Mayim betekent ook gewelddadig, als een soort van wassen, en het betekent ook kortstondig en subtiel. Mayim is een oorlogsschepping, als een deel van de goddelijke wapenrusting die de mens ingebouwd had in zijn lichaam. 24. Dit is een priesterlijke uitrusting, dus dan komen we weer tot de stenen in deze uitrusting die de fundamenten uitbeelden, zoals de tucht (het visnet) en de vreze des Heeren. Wij moeten dus terugkomen tot die priesterlijke uitrusting. 25. De geest 'Dorom' was door Septus opgesteld om het gestolen lichaam van de mens te bewaken. Wij moeten dus Dorom bestrijden om in te kunnen gaan tot ons originele, goddelijke lichaam. Dit is zo belangrijk dat er speciaal hiervoor een hemelse gezant kwam. 26. Door de strijd tegen Dorom zullen de bronnen van 'mayim' uitgegoten worden om de aarde te 278 oordelen, en om de mens terug te leiden tot de bronnen van mayim, van de schepping. Dat zijn dus in wezen de bronnen zelf die wij zullen bereiken wanneer wij de koppen van de beesten van het oervlees en de oerzonden hebben afgehakt en verslagen. 27. Dorom kan verschijnen om verlammend gif te spuiten, wat verschrikkelijke angsten kan opwekken. Ook kan dit beest mensen depressief maken. 28. De delen van het lichaam van de Heer worden gerepresenteerd door de gemeentes, maar dan op een verschrikkelijke manier. Daarom moet er tot de heilige bronnen van die gemeentes gegaan worden. 29. Groet hen die in de verdrukking zijn. Genade zij u en vrede van God. 30. Laat u dan zaligen in God. 31. Ziet dan toe dat gij dit niet veracht, en bidt dan ook voor alle gemeentes, want zij zijn niet verre van de verwijdering. 32. Gij zijt volwassen geworden in de Heere, en zo zijn dan de overleggingen van het oervlees voorbijgegaan. 33. Weet dan dat de wildernissen des Heeren ordelijker zijn dan de orde der wereld. 34. Leert dan alle namen kennen. 35. Gij hebt dan waarlijk de tent Gods en de tentendienst van gerei voorzien, en de heiligen goed toegerust. 36. Gij hebt uw zonen gebracht tot Spricht, en zij zijn waarlijk zonen des Heeren geworden. 37. Gij hebt uw dochters gebracht tot Zetdonia, en hen de klederen van het heil gegeven. 38. Gij zijt rein geweest op heilige bergen, en niet de Heere tot een vloek geworden. Gij hebt waarlijk troost gebracht aan het hart des heeren, door te wandelen en te handelen in de hemelse leerregels. 39. Ja, gij hebt ze om uw polsen gebonden, en gij hebt uw kinderen er zwaar mee getuchtigd. Zo hebt gij uw zielen behouden in de Toorn des Heeren. 40. Laat dan niemand u oordelen, want gij hebt in liefde gehandeld, oh vervolgde gemeente Gods. 41. De Heere heeft haar hand op u gelegd. Zalig zij hen die u zaligen, en vervloekt zij hen die u vervloeken. 42. Ja, zij zullen aan het tienvoudige mes ten onder gaan, hen die u haten. 43. Want zij haten u omdat gij de geboden des Heeren bewaart in vrezen en beven. 44. Zij zullen in Spricht ten onder gaan, zij die om u gelachen hebben. Maar zalig zijn zij die met u geweend hebben. 45. En zij zullen door Spricht tot behoudenis gerekend worden. En zij allen zijn onder de hoede van God’s gezant Torio. 4. De Heere heeft u laten leven in vreze, en ziet, gij zijt zalig geworden, dragende de lusten des Heeren. 5. Gij droeg dan voor lang het hemelse geweten, en de Heere heeft het gezegend. 6. Nu dan, gij zijt rein, en gij behoort tot de heerlijkheden Gods. Behoort dan tot de jaguars des hemels. 7. Gij bent dan meester geweest zonder pijlpunten, en gij hebt u afgezonderd gehouden. Ja, u bent geheiligd. Ja, u bent anders. Gij zijt vreemdelingen in de wereld geweest, maar gekend bij God. 8. Zoekt daarom troost bij elkaar en leert elkander over het ijs des Heeren en het hemelse ijs. Zo zult gij de leerregels vervullen. 9. Predikt dan de prediking aan de ganse schepping, opdat gij ijs zult scheppen van de hemelen. Zo zult gij de grote verdrukkingen breken. 10. Zalig hen die de verbrekingen als zaligheid achten. Gij bent dan niet ver van de Lusten des Heeren. 14. De gevallen wereld 1. Ja, de Heere zal u gaven schenken in de nacht, gij die zijn wortelen bemint. Gij dan kent de lusten des Heeren, en zijt daarmede begiftigd in uw binnenste. 2. Gij die dan de poorten bent doorgegaan : Gij hebt een eeuwige prediking aanschouwd en gij zijt heilig. 3. De Heere zal u nieuw gerei schenken om de heiligen mee toe te rusten. 279 11. In een nachtvisioen, in een droom, werd het eerste Korinthe afgebeeld als een groep opgeblazen jonge mannen die met hun lichamen pronkten. Zij waren ver weg van het goddelijke, paradijselijke lichaam van de schepping. Met hun lichamen doofden ze de ziel uit, en deden aan zelfverheerlijking. 12. Nu is het zo dat het lichaam van een hemelse gezant soms een beeld is waaraan de pelgrim in leven en dood hervormd wordt. 13. Als wij denken : deze wereld is de schepping Gods, dan is dat slechts ten dele waar. Veel meer nog is dit een gevallen wereld, een wereld waarvan de overste het oervlees is, de verleider. 14. Het lichaam in deze wereld is dan ook gevallen, en zoals Paulus het noemt 'lichaam des doods'.
Page 280
15. Wat was het lichaam van Adam en Eva in het paradijs ? En wat voor een lichaam kregen ze toen ze in zonde vielen ? 16. Door de zonde kreeg de mens een gevallen lichaam. 17. Het hart staat onder de vloek der aarde. De oorspronkelijke mens had in het paradijs meerdere harten. 18. Door deze harten konden ze beter hun lichaam besturen en de koninkrijken waarover zij waren aangesteld, de dierenwereld en de plantenwereld. 19. Er waren vele omlopen en circulaties in het lichaam die noodzakelijk waren om in het paradijs te kunnen leven. Deze circulaties werden afgebroken door de zondeval, en de verwijdering uit de hof. 20. De harten, die de spil vormden van hun bijna goddelijke lichamen, werden uit het centrum gehaald, en kwamen onder de vloek der aarde, de valse realiteit waar het oervlees en de oerzonden over heersten. 21. De gevallen harten werden beperkt tot plaatselijke uithangsels zoals de geslachtsdelen, de tepels, borsten (voedingsbronnen), de voeten, de navel, en de handen. In het paradijs waren deze uitwendige delen verbonden met hun soortgelijke harten, en vervulden zij speciale functies. 22. Bij sommige hemelse gezanten en getuigen komen deze oorspronkelijke verbindingen nog voor. 23. Omdat de kerk de leer van het lichaam zo verwaarloosd heeft is het huidige lichaam een gevangenis. 24. God zegt : 'Wordt hervormd door de vernieuwing van het denken.' 25. De verandering begint in het geestelijke lichaam. We moeten open blijven staan voor God 280 die een nieuwe schepping maakt. 26. De sobere heeft deze weg uitgelegd in zijn leven door de hemelvaart. Ook wij moeten hemelvaarders worden, willen wij deze dingen beerven. Wij behoren de voetstappen van de soberheid te volgen. 27. Ook de hand was een hart, als een vuist, met zijn eigen circulaties. De hand had een hele centrale positie, oorspronkelijk. 28. En wat dacht je van het oog ? Het gevallen oog heeft geen contact meer met het ooghart, vandaar al het vleselijke, ondoordachte, vooroordelende gekijk, waarvan God zegt : 'Dat soort goddeloze, spottende ogen zullen in hun kassen wegsmelten op de Dag des Heeren.' 29. Voor de heiligen in leven en dood : Deze harten zullen weer omhoog komen om hun posities in te nemen. Het vuisthart zal een belangrijke positie innemen om een paar belangrijke circulaties te herstellen. Gods Licht zal doorbreken. 30. In de diepte van het grondwoord en hermitatische geschriften komen we er op uit dat de mens meerdere harten had, die werkten volgens het principe van het geslachtsdeel. 31. Deze harten werken vanuit de goddelijke verlamdheid. 32. Wij mogen daarmee contact maken in de diepte van onszelf. 33. Zo mogen we afstand doen van het eerste, opgeblazen Korinthe. 34. Ook Laodicea wordt opgeroepen om tot de wildernis van God te komen. 35. De Heere zegent uwe harten. 36. De Heere kent dan uwe harten, en weet dat gij vol zijt van ijs. Weet dan, dat gij geliefden des Heeren zijt. Maar enkelen onder u zijn lauw, en de Heere zal hen spoedig uitspuwen indien zij zich niet afkeren van hun boze wegen. 37. Draag de wonden des Heeren dan diep in uw lichamen tot zuivering, want de Heere heeft u aangesteld om te dienen en haar geheimenissen te kennen. Zij zal u voeren tot het woud des Heeren, waar de zeven bliksemen des Heeren op u wachten. 38. Ja, de Heere zal u adelaarsvleugelen schenken, en gij zult uitzichten hebben. Gij dan zult aanschouwen de rijkdommen en wildernissen van de Heere die weelderig is. 39. Laat dan het kruid des Heeren uwen harten genezen, en zoekt de dingen die van binnen zijn. 40. Gij hebt enkelen onder u die in diepe zonden leven, maar de Heere heeft het reeds nog niet geopenbaard. 41. Wacht dan op het Woord des Heeren, en ziet wat de Heere zal gaan doen. 42. Ja, de Heere heeft u gesteld als zifters, en spoedig zal de Heere u uitzenden om het kaf van het koren te scheiden. 43. Ja, ook hierin weet gij het lijden en het ijs te dragen. 44. Ja, de Heere ziet de volmaaktheden onder u en is daar zeer over verheugd. Keert dan niet terug tot het eerste Laodicea, want de Heere zal u dan reeds spoedig slaan. 45. Ook de heilige bron van Laodicea krijgt de adelaarsvleugelen, zoals de heilige vrouw, en komt tot haar schuilplaats in de wildernis. Hier zijn de uitzichten en rijkdommen van God. 46. Zijn wij dan niet allen bouwers van de tentendienst door ons eigen bloed te geven ? 47. Daarom zij mijn hart niet bezwaard. Ik heb de 281 goede strijd gestreden, en mijn ziel kijkt uit op de hemelse wouden tot aan het woud des Heeren. 48. Wij ontvangen visioenen door het lijden en niet door drank. De wonden des Heeren zijn ogen geworden. 49. Heilig is de Heere, Heilig is de Naam des Heeren, laat het Koninkrijk komen, nu het eerste voorbij is gegaan. 50. Grote Zegen heeft de Heere weggelegd voor hen die de hemelse geboden bewaren. 51. En deze zaligheid is groter dan het eerste. Zou het toekomende van God dan geringer zijn dan dat wat alreeds geschied is ? De Heere bewaart dan het beste voor het laatst. 52. Zou dan het binnenste van God minder zalig zijn dan het buitenste ? Gij zijt dan genaderd tot het binnenste van God. 53. Zij die Zich weldra opmaakt om te spreken. Ik zal de rest van Mijn dagen verblijven in het Huis des Heeren, om het hemelse te doorvorsen. 54. Ik dan zal boven komen, om de monsters van beneden te kunnen zien. Ik dan zal de Heere dienen. En ik zal één tong zijn met hen die met mij spreken. Wij zijn dan allen van één doel en één macht. 55. Niets zal ons scheiden van de macht van God. Dit zijn dan de woorden van de Allerhoogste. 56. Zalig zij die deze woorden bewaren, doorgeven en doen. 57. De Heere komt spoedig. De Heere staat aan de deur en klopt. Komt dan binnen, opdat de Heere maaltijd met u houde en u het koren des hemels laat zien.
Page 282
58. Dagelijks brood heeft de Heere u gegeven, van de verborgen Kennis. Gij hebt overwonnen, gij die in de Heere blijft. 59. De ogenzalf wordt dus gekocht door het lijden, door ascetisme verkregen. Dit gaat over de terugkeer naar het visnet, de tucht, en de zelftucht. Zo ontvangen wij de ogen van God, een profetisch hart, het ogenhart. 60. De ogenzalf zelf is in het Aramees de tepel. Zo komen we tot de hemelse vrouw van de jacht en de schepping. 61. We hebben hier te maken met het tepel-hart, als een toerusting voor de oorlog. 62. Wie overwint zal eten van de boom des levens. Dit is in het Aramees de boom van de baarmoeder. 63. Gij haat het kwaad zoals de Heere het kwaad haat, en daarom heeft de Heer u een zuivere tentendienst gegeven. betekent dit ook leegheid. Ook werd de sobere geleid door het land van schaduwen, wat betekent : de neiging om weer te vertrekken (Tantalos), en wat ook schild betekent, en weer donker worden en donker groeien. In het Aramees gaat het dan over het land waar geen man ter huwelijk wordt genomen. 4. Dit zijn allemaal gebieden in de onderwereld. Dan dreigt God, de Heere, dat ze maar eens op de eilanden van de Kittiers moeten gaan, de plaats van honger (Tantalos), afgunst, lusten, vernedering, 'de plaats die hen laat neerbuigen'. Er wordt dan opgeroepen om leeg te worden, tot de leegte te gaan, en om je te hullen in verschrikkelijke vreze, want hier zijn duister gegroeide stammen, de met vachten beklede stammen van de jacht. 5. Mayim is de ogenzalf, de moedermelk, die opwekkings-kracht, opstandings-kracht, heeft. 6. De hemelen zullen jagen, in arbeid zijn, tot de rust hen terugroept. 7. De boog zal verschijnen, en de boosdoeners zullen ervoor op de vlucht slaan. 15. De Urim hersteld 1. De sobere komt uit het land van Benjamin, wat de onderwereld betekent. 2. Hij werd gevormd in een plaats van honger betekent, en de diepte van de onderwereld, in de maag van een rund. 3. Vervolgens zien we hoe God de sobere leidde door de wildernis, het land van de bedreigingen, en door de woestijn, het land van de bedekking, van duisternis, en het donker worden, het land van de avond, wat op de jacht duidt. In het Aramees 282 8. God zal een verre stam en natie over hen brengen, als een open graf. Zij komen met het teken, als een oordeel over de boosdoeners in God's volk. 9. De pijlen zijn de mayim. Dit verre volk wat over hen komt brengt de honger en de verwoesting. 10. De boosdoeners van God's volk worden tot slaven gemaakt en in ballingschap gedreven. 11. De boosdoeners van God's volk dan gedreven tot de Zarim en de Zuwr, wat vrouwen van verre landen betekent. 12. De ballingschap vindt plaats in de onderwereld betekent. 13. God klaagt erover dat er goddelozen onder zijn volk zijn die vet en glanzend zijn, overmoedig. 14. Om het afgedwaalde volk vatbaar te maken voor Orion, stort God een soort koorts uit, die het volk weer dient terug te brengen tot de goddelijke verlamdheid, de Heilige Rust, om vandaaruit de Heilige Arbeid te ontvangen. 15. Dit is dus een belangrijk instrument van de Heere, de heilige koorts, een heilige brug, om tot ontlediging te komen. 16. Het afgevallen volk van God heeft afgodsbeelden geplaatst in God’s huis in de onderwereld. 17. Het gaat over de strijdvelden van Tophet, waar de rituelen van de kinder-gladiatoren werden gehouden, voor de afgoden. Tophet is de kinder-hel in de vallei van het klagen (Ben-Hinnom), waarin de kinderen zonen van de afgod werden. Ook veranderden kinderen hier in dieren. Daarom zal het een vallei van de slacht genoemd zal worden. Tophet is de plaats van vuur, maar in het Aramees betekent dit vuur, de Urim, wat door de priesters gebruikt werd om te toetsen en om profetie te ontvangen. 18. Het is ons verteld dat we moeten groeien in het profetische. Als eerste moeten we profetisch leren leven totdat we daadwerkelijk ‘de gave’ hebben ontvangen, maar ook dan zijn we er nog niet. 19. Wij moeten de hemel bestormen en binnentrekken om zo een profetische getuige te worden. Dan komen we geestelijk gezien in de kerken die boven zijn, de kerken der gezanten, en brengen we daadwerkelijk de boodschap der getuigen tot de mensen, en vertonen we het karakter en de vruchten der getuigen. 283 20. Een gevallene zal zich gewoonlijks in vormendienst verstoppen om zo zich te beschermen tegen de zware hartskrachten van hen die de Heere getrouw zijn gebleven. Zo’n gevallene zal zich vaak verstoppen in de wereld van de bedrieglijke uiterlijke krachten. Het is een obsessie voor zo’n gevallene. 21. Het verschil tussen God’s wereld en de vleselijke wereld is dat de getuigen in God’s wezen de diepte van de dingen laten zien, terwijl de vleselijke wereld alles gesloten houdt en zich op de uiterlijke vorm richt in plaats van de opening. 22. De vormen van God worden juist van binnen getoont, als een weg waardoor de ziel zich kan ontplooien. 23. De gevallenen bouwen een valse aarde en een valse hemel met wegen daartussen. De hemel zelf is als het ware de openbaring. Er is een weg waarover het profetische pad gaat, waar we boven alles naar moeten streven. Dit stijgt uit boven al het aardse leiderschap die juist een valstrik is voor de profeet. 24. De ‘behemah’ zijn de ‘oorspronkelijke’ wilde mensen, of voor-mensen, het zogenaamde preadamitische geslacht. In het hebreeuws is de ‘dag’, de ‘yohme’ een tijdperk, en op de zesde yohme, het zesde (her)scheppings-tijdperk werd de behemah, de wilde cro-magnon, neanderthaler, homo sapiens, eerder dan de mens geschapen. Het ging om een prehistorisch mens. 25. ‘Nachash’ wordt dan wel simplistisch vertaald in slang, maar betekent letterlijk ‘tovenaar’. 26. De boom van aardse, vleselijke en valse kennis was een rijk. Babylon zou dit rijk ten gronde brengen. 27. Adam en Eva vielen ten prooi aan de schone beloftes van het rijk, het verkrijgen van macht door
Page 284
te beoordelen wat goed en slecht is aan de hand van een opgezette institutie. Het was het beeld van de wereldkerk die als tovenaar kwam opzetten en zo door het instituut God aan de kant zette. 28. Eva had gemeenschap met deze tovenaar en baarde Kain, het beeld van het Babylonische Wereldrijk. Maar onlosmakelijk verbonden met de wederkomst van de Urim is het komende Profetische Wereldrijk. In dit wereldrijk zal de ‘behemah’ hersteld worden. Het paradijs herstellen is het uiteindelijke doel van de hemel. Hiertoe gebruikt de hemel het profetische om alles aan de voeten van de Urim te onderwerpen. Het instituut is anti-profetisch, maar de behemah is het verwilderde, de kracht om los te komen van de gevaarlijke civilisatie. Zonder de behemah is het profetische niets. 29. De Behemah, de wilde mens van het voorparadijs, zal dus terugkomen. 30. De Urim werd door de priesters gedragen om te testen en boodschappen van God te ontvangen, als een belangrijk orakel. 31. De Urim komt vanuit een verborgen plaats. In het Aramees is de Urim de Nur of de Nura. Dan heeft de sobere een ontmoeting met de Behemah, met opstandingskracht. Zij lijken op indianen, het rode volk. Zij dragen de tekens van de schepping. 32. De Behemah zijn aan elkaar verbonden van vrouw tot zuster. 33. Ze komen met een boot, en met visgerei. 34. Zij zijn de manifestatie van de Urim, de profetische steen. Bliksem kwam voort vanuit de Urim om de tucht te brengen, om instructies te geven, en ook om scheiding te brengen. Dit alles is de verschijning van de heerlijkheid van God, de hogere goddelijke orde. 284 35. In het Aramees is de troon een aanlegplaats voor boten. Er is veel lawaai van de Mayim, de goddelijke schepping. Het is het lawaai van een kamp, een belegering in het Aramees. 36. De sobere wordt opgeroepen om een dienstknecht te worden aan de heilige voeten van de Heere, zodat Zij tot hem spreekt. Dit is de sleutel tot het profetische woord. 37. De hemelse kennis komt in hem, de heilige oerduisternis in het Aramees, geestelijk, als tegengesteld aan het materiele, en geheel binnen het profetische visioen. 38. Hierdoor komt Sama, gehoorzaamheid, die hem gevoelig maakt voor de stem van de Heere, en maakt dat hij daaraan gehoorzaamt, als 'horen en gehoorzamen'. 39. Sama is de profetische leidraad die het Woord omzet in daden, als de kracht tot gehoorzamen. 40. Het Woord bestaat uit de geboden, waarschuwingen, bedreigingen, liederen en beloftes. 41. De sobere wordt aangesproken als zoon van het rode volk, de tucht, het Indiaanse volk. Hij ontvangt een certificaat van scheiding, met zuchten en liederen daarop. 42. De sobere ging de bitterheid binnen, en de koorts. De schepping kwam in werking in hem. 43. Dan komt hij tot de naakte ballingen van Telebib, wat de geprezen opslagplaats van de vloed, van Mayim, betekent, aan de oer-rivier Kebar. 44. Aan deze rivier kreeg de sobere zijn openbaringen. Hij bleef afgezonderd daar, als een woesteling. Zo diep ging het oordeelsprofetenschap. 45. Hij krijgt het Goddelijke Woord in de vallei. Het teken begint te spreken, het Woord voortbrengende. 46. Daar zullen ze een gladiator van hem maken, gordels omdoen als een wapenrusting, gordels aan de lendenen, heupen, tot voorbereiding van de militaire dienst. 47. Dan is er de hoofdbesnijdenis, de besnijdenis van het verstand. 48. God haalt het volk neer door de hoofdbesnijdenis, de honger en de koorts, door het teken. 49. Hun goden zullen gedreven worden in de handen van de Zuwr-stam, de verre vrouwen van Orion, als prooi. De oogst-grijper komt, Qephadah. Dit is de verwoester. 50. Ze aanbidden geld. Daarom rust God's toorn op hen. God laat dit aan de sobere zien als een grote gruwel. 51. God's merkteken moet men ontvangen door klagen, kermen en zuchten over deze gruwelen. 52. De prinsen van het volk worden overgeleverd aan de Zuwr-stam, de verre vrouwen van Orion. 53. Het land Israel, het voorhoofd van steen, het centrum van wijsheid, zal aan het heilige overblijfsel worden gegeven, het rode land Israel, de verloren stammen, zullen vergaderd worden. Dit is het teken van de leeuw. 54. God zal hen een hart van vlees geven, het hart van Basar, van de schepping, als een bron. 55. Visoenen zijn de manier waarop de sobere zich door de onderwereld beweegt. Amos betekent de brenger van het merkteken. 285 56. In het boek van Amos wordt de Urim telkens uitgezonden om oordeel te brengen. Salomo, Shelomoh, verbond van de vrede, het compleet maken, het veilig maken, begon met het bouwen van het huis van de Heere in de onderwereld, als een heilige gevangenis in de maand Zif, wat helderheid betekent. 57. Tegen de muur van de heilige onderwereldgevangenis bouwde hij bedden, rondom het heilige der heilige, het orakel, in diepte : waarschuwingen, bedreigingen, geboden, liederen, beloftes, oftewel het Woord van God. 58. En hij maakte beelden van Tsela om hen heen, de heilige ribben, beelden van de schepping, heilige vrouwen, met wapens. 59. Twee Behemah's zijn op de boot. Zij worden de bewakers van Eden genoemd. De sobere zag hen. 60. Als we het hebben over de Joodse Scheuring dan hebben we het niet alleen over de scheuring van het huis van Ahn in een twee-stammenrijk en een tien-stammenrijk, maar ook de scheuringen daarvoor : Jakob werd door zijn zonde afgescheurd van zijn gezin en moest vluchten voor Esau. 61. Jozef werd afgescheurd door de zonde van zijn broers. Mozes werd afgescheurd van zijn volk door het verre volk, en we zien scheuringen tot aan het huis van Ahn als een groot lijden van het volk, als een heilige besnijdenis. 62. Ook wij gaan door scheuringen heen, en wij mogen daarin de Hand van God zien, de Heilige Besnijdenis. 63. De Heilige Besnijdenis is het kloppende hart van het Visnet, die een relatie met ons wil. Zo kunnen we haar volgen over het pad van de Joodse Scheuring, helemaal tot aan de berg van Eeden. De
Page 286
scheuring is belangrijk geweest om onze wapenrusting op te richten. 64. Als er één visnet is waaromheen alle visnetten draaien dan is het de scheur. 65. Hierin staan de geschiedenissen van God en God’s Volk opgetekend, als een vurige steen van de godenberg. Wij hebben iets van die heiligheid gezien. Door de scheur kwam er verzoening, en uiteindelijk de nieuwe melk. Ook wij mogen in deze melkgaard werken. De scheur leidt ons helemaal terug tot de tentendienst met de vurige stenen, door de Heilige Besnijdenis. Daartoe is de Urim gekomen : Om terug te wijzen op de besnijdenis, het teken van het verbond met God. 66. De Heilige Besnijdenis wordt het teken van gerechtigheid genoemd. 67. Als het volk van God de Heilige Besnijdenis weer leert kennen en haar aanneemt zal dat het begin zijn van het Vrederijk. 68. De Heilige Besnijdenis is het heerlijkste deel van de Urim, en bij machte ons verder los te kopen. Ook het Bloed van de Heilige Besnijdenis is om de toorn af te wenden. Het is het Bloedende Hart van de Urim. Willen wij van hart tot hart met de Urim communiceren, dan door de heilige besnijdenis. De heilige besnijdenis zal de hemelse ambachten herstellen en de ambachten der getuigen en gezanten. 69. De Heilige Besnijdenis is onze banier, de brenger van de nieuwe melk. Door een scheur in Ahn’s Huis kwam zij binnen. Het is voor ons van belang die scheur te kennen, en die te dragen als een heilige wapenrusting. Als er iets is wat ons behoort te leiden dan is het de Heilige Besnijdenis. De Heilige Besnijdenis zal onze zintuigen besnijden om ons binnen te laten gaan in een nieuwe wereld, het voorportaal van het Vrederijk. 286 70. De Urim is een Wegwijzer, die wijst op de Heilige Besnijdenis die op de berg van Eeden troont. Zij die menselijke overleveringen en tradities blijven verafgoden zullen door haar worden weggezonden. 71. De Heilige Besnijdenis is het allerheerlijkste deel van God, het Bloedend Hart, en het teken waartoe wij aan Gods Toorn kunnen ontkomen en het kunnen afwenden. God haat de onbesnedenen en zal hen vernietigen. Laten wij niet lichtzinnig met deze dingen omgaan. 72. De afvalligen en afgodendienaars die hun kinderen door het vuur hebben laten gaan in het dal Ben-Hinnom zullen zelf in deze plaats ten onder gaan, terwijl hun lijken door het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde gegeten zal worden. 73. Ben-Hinnom is het moord-dal van de mensenoffers, oftewel de hel, waar de geesten van onbesnedenheid en afgoderij vertoeven. 74. Alleen door de besnijdenis kunnen wij aan dit dal ontkomen. Als kind zijnde had ik verschrikkelijke nachtmerries over dit dal vol van gillende kinderen. 75. Net als Jeremia was ook Jesaja een profetisch strijder tegen Babel, maar Babel was niet het enige kwaad tegen het Joodse Volk uitgezonden. Later kwam het Romeinse, IJzeren, Wereldrijk, en toen was de ellende compleet. Door dit rijk werden de Joden verstrooid over de hele wereld, de zogenaamde Diaspora. Onder dit bewind en onder het afvallige Joodse bewind leden de apostelen. De geschiedenis van het Joodse Volk gaat diep, en we kunnen heen en weer gaan. Door de besnijdenis van Set komen wij tot de besnijdenis van de sobere. Zo komt de weg tot het pad naar de heilige berg van Eeden in zicht. fundament en wereldrijk. 76. Ook het hart moest besneden worden, wat er ook op wees dat het hart eigenlijk de schepping was. 77. Wij moeten de besnijdenis in de ziel ontvangen. 78. Paulus zei dat wij door de besnijdenis van het hart, ook een innerlijk geslachtsdeel, Israeliet moesten worden. Dat gaat dus veel dieper. Wij moeten teruggaan tot de stammen, en daarop ge-ent worden. Dit gebeurt door de Kennis, niet door de letter. 79. Wij moeten terug naar de bron. 80. De besnijdenis is erg bijzonder omdat ook de sobere besneden werd, en wij als gelovigen besneden moeten worden naar het hart. 81. Dit teken is belangrijk, om zo aan de oordeelsgezant te ontkomen. De verderf-gezant zal een ieder overslaan die het teken draagt. 82. De besnijdenis geldt nog steeds, en dan niet de letterlijke besnijdenis, maar de hemelse vorm. Dit wordt het teken van gerechtigheid genoemd, het teken van God. 83. De definitie van een Israeliet is dus hij die de hemelse besnijdenis heeft ontvangen. 84. Alleen door zuchten en kermen, door onze tranen, zullen we deze besnijdenis ontvangen, door onderscheiding. 85. God brengt een oordeel over de hedendaagse tentendienst. 86. De tijd van het Romeinse Wereldrijk, oftewel het ijzeren rijk, werd door de sobere als een verschrikkelijk beest beschreven. Het beest had ijzeren tanden en koperen klauwen. Dat koper wijst nog enigszins op de Griekse verbinding, het Griekse 287 87. Het Romeinse wereldrijk vloeide over in een rijk deels van ijzer, deels van leem, door de sobere beschreven als de voeten en tenen van het beeld, een rijk tegen zichzelf verdeeld. 88. Deze tien tegen zichzelf verdeelde tenen worden ook als tien horens beschreven, tien koningen. 89. In hun oorlog tegen het Visnet en de soberheid zijn ze één van zin. Eerst zien we dat de koningen hoererij plegen met de Grote Hoer, maar daarna zullen ze haar haten en haar vlees naakt eten, om haar daarna te verbranden. 90. Hoe komt onze lof van God en niet van mensen ? Door de besnijdenis, het teken van God. 91. Hoe worden wij ingelijfd in de twaalf Israelitische stammen om zo het beest van het oervlees te overwinnen, als losgekochten van de aarde ? Door de besnijdenis. 92. De besnijdenis rekent af met egocentrische overleveringen en tradities. 93. Door deze geestelijke besnijdenis te ontvangen wordt het voor ons mogelijk onberispelijk te staan voor God, vrij van leugens, onbevlekt en maagdelijk. 94. Er wordt gewezen op diepe geestelijke waarheden. God wijst op Israel als een geestelijke realiteit, en op het teken van Israel, oftewel de besnijdenis. 95. We zien dat dit teken een wapen van gerechtigheid is, om te ontkomen aan het oordeel van God en aan het beest van het oervlees en zijn merkteken. 96. De valse instituten, de tien tenen van het beeld,
Page 288
de tien horens van het beest, oftewel tien koningen, hebben gehoereerd met de Grote Hoer der aarde, oftewel de wereldrijken, zij die het koningschap over hen heeft. 97. De Romeinen hebben stap voor stap de instituten van de Israelitische Fundamenten losgesneden voor dit doel : het valse instituut als symbool van aardse macht, als de dienstmaagd van Mammon, de geldmarkt. 98. Onze ziel moet de besnijdenis ontvangen, om zo zuiver te worden. Daarom is het streven naar het geestelijke alleen niet genoeg. 99. Het geestelijke is uitgezonden om de Urim te verheerlijken en op de Urim te wijzen. 100. De aardse besnijdenis is vervangen door de geestelijke besnijdenis. 101. Kent u de twisten tussen de broeders over wat God hen heeft 'verteld' ? Stookt God soms ? Fluistert de Heilige God de één dit in en de ander dat ? Zo ontstaan de vele kerken, en worden de kerkoorlogen in stand gehouden, allemaal onder het vaandel van 'De Heilige God'. Hoe dat kan ? Och ziet u, ze hebben hun ziel niet laten besnijden. Zonder de besnijdenis en het Israelitisch worden staan we nog steeds op Romeinse Fundamenten en zijn wij niets dan gladiators van het beest van het beest van het oervlees. 102. Maar hoe ontvangen wij dan het teken van God, de besnijdenis ? Door de Romeinse fundamenten af te laten kappen, en met de Heilige Besnijdenis om te gaan als met een Persoon. Er is geen geestelijkheid zonder de Heilige Besnijdenis. Wij moeten ons niet richten op de aardse besnijdenis, maar op het geheimenis van de hemelse besnijdenis, de Heilige Besnijdenis. 103. Die Besnijdenis moeten we ontvangen om 288 waarlijk Israeliet te worden en ingelijfd te worden. 104. Wij moeten de Heilige Besnijdenis aanbidden. Zo komen we veel dichter bij Gods bron dan zomaar vaag God te lofprijzen en verder onze eigen weg te gaan. 105. Zo kan God zuiver door ons heenstromen, en kunnen wij werken in de melkgaard. 106. De Heilige Besnijdenis richt ons weer op persoonlijke heiliging, en niet op projectie tot het telkens maar weer offeren van onze broeders en zusters aan onze theologieen en dromen. 107. Door de Heilige Besnijdenis worden wij waarlijk met de Urim, de wortel van Ahn, verbonden, en zal God door ons stromen tot het doen van grote werken. 108. Ook zal er door de Heilige Besnijdenis ware eenheid en verzoening komen. Wij mogen bidden tot de Heilige Besnijdenis, want zij is het geheimenis van de Urim. De Ware Heilige God zal ons altijd leiden tot die besnijdenis, om de Urim te verheerlijken. 109. De besnijdenis rekent af met het vlees en het gehang aan mensen. Wij moeten zelfs als de besnijdenis zijn. Dit is waartoe God’s Kennis leidt. 110. Wij moeten ons richten op de besnijdenis, als een belangrijk heilsfeit, om zelf ook besneden te worden, om zo ons oude leven, onze oude natuur, af te leggen. 111. Die kracht, dat wapen, vinden wij dus in de besnijdenis. Het is een belangrijke kracht, een belangrijke persoon, waar we ons op moeten richten. Deze Goddelijke Persoonlijkheid was door God opgesteld als een Middelaar, maar wat hebben wij met deze Middelaar gedaan ? Laten we ons in tranen en smekingen keren tot de Heilige Besnijdenis en haar vragen ons te vervullen. Alleen zij kan ons terugbrengen tot het Israelitische Fundament. 7. De Heilige Besnijdenis zal ons leiden uit de woestijn tot het Beloofde Land. Dit is de bloeiende woestijn, en de bloeiende wildernis. 16. Buiten de besnijdenis geen Urim 1. De Heilige Besnijdenis is eeuwig. Omdat we dag en nacht door verkeerde invloeden worden aangevallen, en nog zoveel drogbeelden in ons hebben moet de Heilige Besnijdenis voortdurend in ons daadkrachtig zijn, opdat we niet misleid worden en niet zondigen. 2. We hebben de Heilige Besnijdenis in ons nodig als een wapenrusting tegen hoererij, om ons in maagdelijkheid te bewaren, om zo onbevlekt voor de Heere te staan. De Heilige Besnijdenis is het Hart van God, en behoort ook zo aanbeden te worden. Het is een belangrijke kracht en persoon in het Heilswerk. Buiten de Heilige Besnijdenis om is er geen Urim, en geen geestelijkheid. 3. De Heilige Besnijdenis is onze wapenrusting en geloofsrusting. Door haar wandelen wij, en door haar handelen wij. De Heilige Besnijdenis leidt ons denken, beschermt ons denken, en zo ook ons gevoel en onze verlangens. 4. De Heilige Besnijdenis dringt diep door tot ons hart, wanneer wij haar toelaten, en een relatie met haar aangaan. Wij hebben het Hart van God nodig, het geheim van de melkgaard. 5. De Heilige Besnijdenis zal uiteindelijk de nieuwe melk brengen, en deze melk zal zuiver zijn. 6. Op Golgotha werd de sobere besneden. 8. Het hart van de Urim is de Heilige Besnijdenis, de wortel van Ahn, datgene wat God aan Abraham gaf. De Zondvloed was een grote besnijdenis der aarde, en na de zondvloed plantte Noach een melkgaard en hij werd dronken van de melk, en ontblootte zich in zijn tent. Dit is een beeld van de reine melkgaard door de besnijdenis, en door deze besnijdenis mogen ook wij tot de melkgaard van Noach komen. Het is een prachtig beeld : De besnijdenis heeft tot doel ons een heilige dronkenschap te geven om ons zo in contact te brengen met het goddelijke. 9. Drinken wij van de melk der onbesnedenen, dan zullen we ten prooi vallen aan de Hoer en al haar dronkenschappen. 10. Uit Noach kwam het hele menselijke geslacht voort. Ham zag zijn vaders naaktheid. Sem ging achterstevoren in de tent om de naaktheid van zijn vader met een deken te bedekken. Sem werd de geslachtslijn van Abraham en de sobere, oftewel de geslachtslijn van de besnijdenis. Deze geslachtslijn werd dus bepaald door de gebeurtenis omtrend de melkgaard van Noach, en is vandaag de dag nog steeds van belang. 17. De melkgaard van Noach 1. Door Sem worden wij ingelijfd in de melkgaard. 2. De Heere wil niet alleen onze oren besnijden, maar ook onze ogen. Sem draagt de melkgaard van Noach, en die melkgaard staat buiten de stad, buiten de legerplaats. 289
Page 290
3. De Heilige Besnijdenis is een sprekend verbond. Fundamenteel voor profetie. Willen wij onze profetie laten besnijden ? De Heilige Besnijdenis rust ons toe. 4. Hiertoe moeten we tot de melkgaard van Noach komen. Noach kwam voort uit de geslachtslijn van Set, een zoon van Adam en Eva. 5. De mens werd uit het hemelse paradijs gejaagd, en kwam langzaamaan tot de wereld waarin we ons nu bevinden, de materiele wereld. Dit was een proces geweest. 6. In het begin was Eeden nog gewoon zichtbaar, ook al waren ze verjaagd. 7. Het oervlees kreeg meer en meer grip op de gevallen mensheid, en de beesten van het oervlees en de oerzonden hadden gemeenschap met de dochters der mensen. De mens begon 'vlees des doods' te worden, en begon mannen van naam voort te brengen, nephilim. 8. God vaagde door de zondvloed de laatste resten van het paradijs weg. 9. In de hof van Eeden leefden ook beesten van het oervlees. God maakte voor de mens klederen van vellen. Hij heeft hiervoor niet zomaar dieren genomen, maar beesten van het oervlees die klaarstonden om de mens te verleiden. 10. In het paradijs hadden Adam en Eva de opdracht om over de dieren te heersen. God wist dat er ook beesten van het oervlees waren, als overblijfselen van de eerste aarde, en wilde Adam en Eva maken tot jagers. Zo konden ze ook zorg dragen voor de paradijselijke dieren. 11. De Heilige Besnijdenis beschermt ons tegen het oervlees, en rekent ook met het oervlees af. 290 18. Het pad van de Urim 1. De geest van Kain is de geest van landbouwers die geen bloed vergieten, en uiteindelijk het bloed van hun eigen broeders vergieten. Komt u dit niet bekend voor als u naar de kerk kijkt ? Een gebrek aan geestelijke oorlogsvoering zien we daar, en daardoor een overvloed aan vleselijk, broederlijk gevit. Dit is de geest van onbesnedenheid. 2. Laat de kerk teruggaan naar de tentendienst van de besnedenheid om daar zichzelf te offeren. 3. We kunnen het pad van de Urim bewandelen, als wij maar 'in' de Besnijdenis blijven, ons daaraan vasthouden. 4. Deze Besnijdenis kwam voort vanuit de velden van de sobere. Ook wij kunnen door die Besnijdenis terugkeren tot de velden van de sobere om zo zuivere offers te brengen, en zullen zo die verschrikkelijke geest van onbesnedenheid verslaan. 5. Wij mogen de Heilige Besnijdenis hiertoe aanroepen. Zij zal ons voorbereiden op de jacht en de oorlogsvoering in dit tussengebied, om zo de weg tot het paradijs te banen. 6. Ook zal de Heilige Besnijdenis ons tot nieuwe talen en tongen leiden, waardoor we in geheimenissen met God spreken. 7. De geest van Kain is een verschrikkelijke geest, omdat hij het oervlees niet wilde bestrijden. 8. Set strijdt tegen deze geest. Wij moeten de Heilige Besnijdenis vragen om ons in te lijven in de stam van Set, om aan dit kwaad te ontkomen. 9. Prijst God voor hen die deze geest al hebben onderkent en de strijd tegen dit venijn zijn aangegaan. 4. Het merkteken van het beest van het oervlees is 'kopen en verkopen', maar het teken van God is de Heilige Besnijdenis. 10. Wij mogen de besnijdenis van Sem krachtig aanroepen om ons zo te bewapenen, zodat de doorstroom van de Heilige Besnijdenis sterk blijft, en zo ook de Urim. De besnijdenis van Sem kan ons ook terugbrengen naar de besnijdenis van Set en ons zo in te lijven in de stam van de sobere. 11. Door zijn dood heeft hij de weg tot het paradijs wederom gebaand, hij die door zijn broeders werd omgebracht omdat die geen geestelijke maar aardse oorlog wilden voeren. 12. Hij werd door zijn broeders vermoord vanuit de Kain-jaloezie. 5. Het oervlees heeft van het geloof een handel gemaakt. Zo werd de kerk een slaaf van Mercurius, de Romeinse god van de handel. 6. Maar bij de heilige Besnijdenis werkt het niet door geld, maar door heiliging. Door heiliging krijgen we deel aan de dingen van God, door reiniging, door geestelijke oorlogsvoering en jacht, en niet door handel. Daar waar we door geld ineens deelkrijgen aan de dingen van God, daar komt de geest van hoererij binnen die ons op een gruwelijke manier knecht. De hoeren in de geestelijke wereld zijn slavenmakers, en dat allemaal door aards geld. Het is een zielenhandel. Wij moeten door de Heilige Besnijdenis de oorlog verklaren aan zulke oerzonden. 19. De melk van de Urim 1. In deze dagen wordt de besnijdenis van de sobere hersteld, de heersersspeer van Juda, van bot. 2. De horen van het oervlees voert strijd tegen de heiligen en overwint hen voor een tijd lang. 3. Eeden was eerst de woning van getuigen en gezanten, en daar was een berg was genaamd de berg der goden. Door het onrecht van koophandel werden de heiligdommen ontwijd. Het oervlees kent alle uithoeken van Eeden en die dienen wij te verslaan. Hij houdt de fundamenten van Eeden, van de voortijd, verborgen. Ook deze koopgeest zit diep verborgen vandaag de dag, om ons tegen te houden op onze tocht naar Eeden. 7. De oerzonden hebben een geestelijke markt opgezet, een zielenhandel. Het is een web wat ze hebben uitgespannen om velen daarin te doen verstrikken. 8. Maar de Urim zal hen maken tot voetenbank, door de Heilige Besnijdenis. De Urim zal hen hoeden met de speer van bot en hen slaan. 9. Ook zal de Urim de persbak treden van de melk der gramschap van de toorn van God. Niemand zal God daarin kunnen tegenhouden. 10. Het oervlees kwam door zijn uitgebreide handel tot geweldenarij. Dat is het resultaat van de hele geestelijke handel. Het is een verbond met de oerzonden. 11. Wij hebben de kennis van de heilige getuigen en gezanten nodig om door de linies van de vorst van het oervlees heen te breken, en die kennis kunnen we alleen ontvangen door de Heilige Besnijdenis, 291
Page 292
die onze ogen en oren besnijdt. Ook onze gevoeligheid zal besneden moeten worden om zo nog gevoeliger te worden voor God en de Waarheid. 12. De Voeten van de Urim zullen komen om besnijdenis te brengen, om de persbak te betreden. Dan zal het water in bloed veranderen, en de nieuwe melk stromen. De melk van de Urim, van de wortel van Ahn, is onze drank. 13. De Heilige Besnijdenis is onze voedster. Wij moeten in de Heilige Besnijdenis wederom geboren worden en van haar borst drinken. Het zal ons helemaal terugleiden tot de godenberg van Eeden waar we de getuigen en gezanten zullen ontmoeten. 14. Hier kwam de heerlijkheid van Eeden uit voort. Vanaf deze berg is al het goede van God gekomen, ook de Heilige Besnijdenis. Op deze berg zullen wij alle geheimenissen van God terugvinden. 15. De Heere wil een werk in u doen. Wilt u in de voetstappen van de Urim wandelen ? Zij zullen u terugleiden tot de berg van Eeden waar alles begon. Waar God in Zijn heerlijkheid woont. Vanaf deze berg schonk God Sion, en vanaf deze berg zond God de Urim. 16. De Heere roept ons tot Haar berg. Vanaf deze berg regeert God, en vanaf deze berg zal de Urim terugkeren. 17. De voeten van de Urim zullen staan op de heilige berg, en de Urim zal de vijanden tot een voetbank maken. 18. Laten we deze erfenis niet weggooien, maar op waarde schatten. Laten we deze erfenis niet vervleselijken waar Paulus voor waarschuwt, maar laten we haar vergeestelijken en in ons leven toepassen. Het gaat om de besnijdenis van ons hart, van onze ziel, door de Kennis, en niet door de letter. Ook is de besnijdenis van onze mond, ons woord, 292 zeer belangrijk, de besnijdenis van de mond en tong. 19. Laten we zo alles in ons leven toewijden aan de Heilige Besnijdenis, en geen deel overslaan. Laten we hiervoor tijd besteden in ons gebed. Wanneer onze ogen niet besneden worden staan wij nog steeds in de ogendienst, en kunnen zo niet hogerop komen, en hetzelfde geldt voor de oren. 20. Vandaag de dag zijn wij veelal slaaf van het boze oog en het boze oor. Alleen de Heilige Besnijdenis kan daar korte metten mee maken. De Heilige Besnijdenis is de Kennis der Melkgaard. De Heilige Besnijdenis de Brenger van de Nieuwe Melk. 21. In onze strijd tegen de valse, overmoedige, onrijpe melk van hoererij is de Heilige Besnijdenis onze wapenrusting. 22. De persbak moet door de Voeten van de Urim betreden worden, door de Heilige Besnijdenis, en niet door de overmoedige Hoer. 23. De kerk heeft zich ge-ent op de Romeinse boom, om daardoor de wereldmacht in handen te krijgen. Maar de weg van de Urim was een andere weg. 24. De voeten van de kerk zijn niet lieflijk, maar hoererend, lomp, gierig, machtslustig, eerzuchtig en protserig. De Heere veracht de voeten van de kerk omdat het de voeten van het beeld van het beest van het oervlees zijn. De Heere zal dit beeld onder Haar Voeten vernietigen, door de grote steen die de aarde zal vervullen om te worden tot een berg. Dit is de godenberg van Eeden die tot de aarde zal komen om de aarde te oordelen. De Urim zal alles aan Haar Voeten onderwerpen. 25. Omdat het volk van God zich vaak niet aan de leerregels hield noemde God het 'rechtsverkrachting'. Dat is nogal wat als we voor God moeten verschijnen en daaraan schuldig staan. 26. De borsten van de Heilige Besnijdenis brengen ook de melk van gramschap. Zij zijn de besnijders van de mond. Zij treden de persbak van het verstand. 27. De stem van de Heilige Besnijdenis besnijdt het hart. 28. De Ogen van de Heilige Besnijdenis besnijden het geweten. 29. Zij die de melk vermengen wacht de slacht. De Heilige Besnijdenis is een slachter uitgezonden tot de vijand. Laat dit een ernstige boodschap zijn tot hen die hoereren met allerlei menselijke overleveringen en tradities. 30. Zalig zijn zij die twijfelen, maar niet hen die in overmoed vertrouwen. De Voeten van de Urim treden de persbak in geestelijke oorlogsvoering, dragende een kleed in bloed geverfd. Het is geen feestje, maar een jacht. 31. Wij moeten de nieuwe melk drinken in vreze en beven voor de Heere. 32. Vandaag roept de Heilige Besnijdenis de vrouwen op om terug te keren tot de Voeten van de Urim, in tranen, zuchtend en kermend om de gruwelen die in Gods tenten worden bedreven, en zij zullen het teken van God ontvangen. 33. Deze heilige vrouwen zullen het beest van het oervlees verslaan, van duizenden jaren kerkgeschiedenis. 34. Deze vrouwen zullen niet hoereren met de machtigen der aarde. 35. Deze vrouwen zullen het volk van God besnijden en terugvoeren tot de bronnen. 293 36. Er is tijd genoeg voorbij gegaan in het doen van de wil van de machtigen van de kerk, maar nu is het tijd om terug te keren tot het doen van de Wil van God. 37. En God wil dat wij terugkeren tot de Voeten van de Urim, en tot de Heilige Besnijdenis, door de besnijdenis van de sobere, van Set en van Sem, om zo terug te keren tot de berg van Eeden waar alles begon. 38. Keer niet terug tot de varkensstal, en tot het eten van varkensvoer, maar drink van de Heilige Besnijdenis. Zo zal de Heere u genade schenken. 39. Ga door de linies van de vorst van het oervlees heen. Dien de vorst van het oervlees niet meer, maar ga de strijd aan. Daartoe heeft de Heere u geroepen, om zo met de Heere te zijn, als een losgekochte van de aarde. 40. En zo zullen we terugkeren tot de heilige plaats van de tentendienst en haar boot, en zullen we de Heere dienen. 41. Zo zijn wij dan allen kinderen van Lea, die door de Heere gezegend was. Lea is de aartsmoeder van vele Israelitische stammen. 20. De Urim leidt tot de wildernis 1. De Voeten van de Urim brengen ons van de dood naar het leven. De Voeten van de Urim brengen ons steeds hoger op de heilige berg van Eeden, dwars door de linies van de vorst van het oervlees heen. 2. Wij dienen geboren te worden vanuit de schoot van Lea.
Page 294
3. Laten wij een leven leven vol van deze besnijdenissen en hun weelderigheden, opdat wij volop vrucht dragen. 4. Laten we een leven in de diepte leiden, en komen tot de plaats waar de Voeten van de Urim staan, op de heilige berg. 5. Sommigen waarvan we dachten dat het vijanden waren blijken vrienden te zijn, en sommigen waarvan we dachten dat het vrienden waren blijken vijanden te zijn. Laten we ons klaarmaken hiervoor. Dingen zijn vaak niet wat ze lijken. De besnijdenis zal ons verzoenen, maar ook afzonderen. 6. Door de besnijdenis komen we tot de diepere waarheden van God en Haar geheimenissen. Staat u daar open voor ? Ik bid dit met heel mijn hart. Dat de Heere uw hart zal verlichten, en zal laten zien waarop het aankomt. 7. Het Woord van God staat vol met nuances die bij nader inzien ineens heel belangrijk schijnen te zijn. 8. Mozes had een Midjanietische vrouw genaamd Sippora. De Heere wilde op een gegeven moment haar zoon doden. Sippora nam een stenen mes en besneed haar zoon, terwijl ze met de voorhuid zijn voeten aanraakte en hem 'bloedbruidegom' noemde. Toen week Gods toorn. Weer zien we hier hoe belangrijk de besnijdenis is, en hoe belangrijk de positie van Sippora was. Zij was de geestelijke moeder en een moeder van de besnijdenis tot het afwenden van Gods Toorn. Zij vertegenwoordigt de borsten van de Heilige Besnijdenis. 9. Ook door deze vrouw dienen wij ons in te lijven in de stammen. 10. Willen wij zuiver profeteren en zuiver de Stem van de Heere verstaan ? Dan is de Heilige Besnijdenis hetgeen waardoor Zij spreekt. Deze 294 spreekt vanuit de dieptes van ons hart, als zuivere borstvoeding, opkomende vanuit de diepe fundamenten van de Urim. 11. Haar Voeten hebben de vijand tot een voetbank gemaakt, hebben de tentendienst hersteld, opnieuw gevestigd. 12. De Heilige Besnijdenis heeft de sobere geleid tot het Visnet, en tot de Armoe, om vandaaruit de gemeente terug te leiden tot de Heilige Berg van Eeden. 13. Dan zal de gemeente weer onder de getuigen en gezanten zijn, en tussen de vurige stenen. 14. De aarde zal door een nieuwe zondvloed gaan, maar de Heilige Besnijdenis zal wederkeren. 15. Dan zal de heilige berg van Eeden terugkomen. Deze berg zal zijn met Sion. Deze stad zal door vurige stenen gebouwd worden. Deze stad heeft twaalf poorten als parels, de twaalf stammen, en twaalf fundamenten. Deze twaalf fundamenten van de stadsmuur zijn twaalf verschillende soorten gesteentes. 16. Petrus is de diamant. Johannes is de lazuursteen. Jakobus is de robijn. Andreas is de smaragd. Filippus is de sardonyx. Tomas is de sardius. Bartolomeus is de topaas. Matteus is de beril. 17. Jakobus van Alfeus is de chrysoliet. Simon de Zeloot is de chrysopraas. Judas van Jakobus is de saffier. Mattias is de ametist 18. Er zijn dus twaalf paarlen poorten, drie aan iedere zijde. 19. In het Noorden de Rubenpoort, de Judapoort en de poort van de tentendienst. 20. In het Oosten de Jozefpoort, de Benjaminpoort, en de poort van de sobere. liederen. 21. In het Zuiden de poort van de pelgrim, de Issascharpoort, Zebulonpoort. 22. In het Westen de Gadpoort, de Aserpoort, en de poort van de getuigen. 23. Alleen door het teken van God, de Heilige Besnijdenis, zullen wij binnenkomen. 24. Geen vreemdeling, geen onbesnedene van hart en onbesnedene van lichaam, zal het heiligdom binnengaan. 25. De Urim is de test-steen van de tentendienst, waardoor alles gezifd wordt en ontmaskerd, voordat het de Thummim kan binnengaan. De Thummim is het volkomene, het zuivere. 26. Dus je kunt de Urim zien als de wachter wat het geweten bewaakt. 27. Alles moet eerst door de Urim gaan, en de Thummim brengt het volkomen Woord des Heeren. Zo bleven de priesters en profeten veilig tegen misleiding. 28. Dit is eigenlijk dan ook hoe de Urim en de Thummim werkt. Wij kunnen alleen tot de Thummim komen door de Urim. Zo komen wij geheiligd tot God. Door de Urim wordt het oervlees ontmaskerd. 29. Telkens weer zien we dat de Urim was bevestigd aan de tentendienst. 30. De Urim was dus aan de heiligdommen bevestigd om dit te toetsen. 31. Via de Thummim konden de priesters en profeten Dabar ontvangen, oftewel het profetische woord : bedreigingen, waarschuwingen, beloftes en 295 32. De offers werden gemaakt door de Urim tot de Moeder Heere. 33. Het was een lieflijke reuk was voor de Heere, van herschepping, de wind van verandering. 34. De Moeder Heer herschiep de onderwereld door de offers die gebracht werden. Die offers waren zwijnen van de oerzonden. 35. De verre goddelijke vrouwenstam van Orion, de Zuwr, zou komen. Velen zouden omkomen, maar er zou ook een overblijfsel zijn. 36. De besnijdenis stond gelijk aan een oordeel gebracht door goddelijke vrouwen. Het besnijdenismes wordt ook in verband gebracht met de vrouw van Mozes, Zippora, de besnijdster. Zij besneed haar zoon. 37. Zippora is het teken van de besnijdenis wat wij dienen te ontvangen, als een terugkeer tot de wildernis, om terug te keren tot het beloofde land. 38. Wij gaan door de Urim tot de Thummim. Wij moeten het teken van Zippora ontvangen, het besnijdenismes. 39. Als onze top eraf is, zal de Heere weer kunnen spreken, om Dabar te brengen, het profetische woord. Dit gebeurt in ons hart en ons hoofd, totdat wij ons oerlichaam terughebben. 40. Het boek van Spreuken is in het Aramees Mtal, een gelijkenis, een orakel en een wachtwoord, om Mardu te verkrijgen, wat kastijding betekent, als een onderdeel van de ascese. Dit om Mella te ontvangen, woord, spreuk, belofte (ook : logos, het geschreven woord), om weer meer kastijding te ontvangen, als een groeiende tucht, waarin men opgroeit.
Page 296
die Mozes en Isaak blind sloeg, in Joodse legende. 41. God zal alle lammen verzamelen tot een overblijfsel, zij die het teken hebben ontvangen van de goddelijke verlamdheid, van de schepping. Zij die ballingen zijn van de Zuwr, de verre vrouwen van Orion, de goddelijke tucht. 42. Job was ook een deel is van de Zuwr, als eigendom en balling. 43. De Zuwr is een orakelse profetie, een verre tong, als de taal van Orion. 44. Een profeet is de interpreteerder van orakels en verborgen dingen. Hierin moeten we moeten naar de heilige gebondenheid. 45. Het volk wilde koningen, middelaars, priesters, maar geen profeten. Zij wilden de goddelijke vrouw niet, want dit was het beeld van de tucht. Het volk wilde de Zuwr niet, en was er altijd voor op de loop. 46. Profetie betekent : 'vóór het spreken', als de plaats van ontvangen en toetsen, de goddelijke verlamdheid. 47. Profetie moet gezuiverd worden door profetie, de bron van profetie. Profetie kan in zichzelf gezuiverd worden. Geestelijkheid is meer een algemene term, maar we moeten de diepte in. 48. De mens koos voor pinksteren, en verachte het pasen. 49. De profeten moesten worden tot slaaf om door de Heere geleid te worden. Dit leidt tot Zuwr, tot de Volle Waarheid (zowel individueel als collectief). 50. De koorts leidt tot tucht. Het is de verzwakking, een vergif, een boosheid, woede, als wraakgezant. 51. Het is een doodsgezant aangesteld over mens en dier. Dit is ook de verblindende gezant, de gezant 296 52. Het volk moet Zuwr ontvangen. Zuwr verwoestte de boom van aardse, valse kennis. 53. De Heilige Vrees is de hoogste kennis, en niet alleen maar het begin van kennis. 54. We moeten ons uitstrekken om de leerregels van de afscheiding te ontvangen als ketenen om de hals. 55. Als eerste moesten de Israelieten Hebron veroveren om het beloofde land in te kunnen. 56. Het was de taak van Jesaja om Jakob weer terug te brengen tot de Moeder Heer, om de stammen van Israel op te doen rijzen. 57. In de onderwereld moesten de Israelieten Hebron innemen. Dat was hun eerste taak. Hier woonden de kinderen van de halsketenen. 58. De halsketen wat gedragen kan worden wordt beschreven als de leerregel van de Afscheiding. Het is een belangrijk item in de heilige gebondenheid. Jozua versloeg uiteindelijk de Anaqieten in Hebron. 59. De halsketen, de Anaq, hield hen in de goddelijke verlamdheid, als eeuwige kinderen. De Anaq is daarom een belangrijke sleutel tot de derde scheppingsdag, het rijk der kinderen. 60. De tweede scheppingsdag gaat over de scheiding van mayim, de goddelijke schepping. Dit is het besnijdenismes, de dag van de besnijdenis, het rijk van Zippora. 61. De heilige besnijdenis is de opening van de voorhangsels. De besnedenheid is het fundament van profetie. Dit is waartoe de Zuwr is gekomen. Dit heeft alles te maken met de heilige gebondenheid. Deze komt voort vanuit de goddelijke verlamdheid, wat spreekt door de besnedenheid. Dit is het ware spreken in tongen. 62. God nam de tentendienst als eigendom nam in plaats van de eerstgeborenen, want die waren al zijn eigendom. 63. Dit was na pinksteren, na het feest der kinderen, dat er een tentendienst uit de kinderen van Israel werd verkozen. 64. Als een pinkstergelovige door besnijdenis Israeliet is geworden, dan moet deze tot de stam van de tentendienst komen, voor priesterdienst, de toewijding aan God. 65. De tentendienst kan alleen maar goed functioneren waar zij de Urim leert te gebruiken om te leren onderscheiden. 66. Zo dient het kind van God van de derde scheppingsdag naar de eerste scheppingsdag te gaan. 67. De strijd om het beloofde land in te gaan begon al veel eerder. 68. Eerst werd de tentendienst gemaakt, de nomadische goddelijke tent, het symbool van het leven in de wildernis. 69. Hierin verscheen de Moeder Heere. De tentendienst was uitverkoren uit het Israelitische volk om dienst te verrichten tot Haar. Hierin speelde de Zuwr alreeds een belangrijke rol. 70. Zuwr is het verborgene, verre en vreemde van God, uitgebeeld als de verre goddelijke vrouwen van Orion, als de Hebreeuwse vorm van de Griekse Gnosis, de hemelse kennis, die dus in het grondwoord niets anders is dan de kennis van de belegering. 71. Zuwr is de duisternis van God. De Heere wilde 297 in de tentendienst van de sobere daarom ook wonen in duisternis. 72. Zij wordt voorgesteld als een vrouwenstam, omdat de vrouw de drager is van de schepping. 73. Uit Haar, de schoot van de onderwereld, kwam de mens voort, en werd vervolgens geleid tot haar knieen, om vervolgens geleid te worden in de persbak van de onderwereld. Job klaagde over deze overgang. 74. Aan de tentendienst is de Urim verbonden, tot een toetssteen, zodat er onderscheid gemaakt kon worden. 75. Het was een ingebouwde veiligheid in de tentendienst. 76. Wij moeten eerst door God geroepen zijn, en vanuit haar tent moeten we werken, vanuit de Urim. 77. De strijd is tegen het kwaad. 78. De vijand wordt profetisch geleid door het oervlees, door valse profetie. 79. Je staat dus tegenover de Baqra, het vee van het oervlees, en zij zullen instructies krijgen hoe ze jou moeten gaan behandelen. Zij zullen suggesties in hun hoofd binnenkrijgen. 80. Dit is een strijd tegen het valse oordeel. Dit is zo belangrijk dat het tot een eeuwige inzetting is aangesteld. 81. Er zijn dus nog meer geesten die zich schuilhouden in de Baqra, en door de profetische steen worden ontmaskerd. 82. Wij mogen ons dus bewapenen, en we moeten zorgen dat we leven vanuit de tent des Heeren.
Page 298
83. Zo zullen wij niet schuldig zijn aan het vergieten van onschuldig bloed. Ook moeten wij dus bewapend zijn met de Urim, de toetssteen. 84. Alles zal aan de Urim getoetst moeten worden. 85. De Urim moet de wachter zijn van onze mond. Zij is het wezen van de Zuwr. 86. Willen wij dieper tot het Hart van God komen, dan krijgen wij ongetwijfeld te maken met de Urim, de zuiverende, toetsende bron van God. 87. Wij zullen een relatie met Haar moeten beginnen, om haar tucht moeten vragen, om Haar geheel in ons leven te ontvangen. 88. De Urim toetst en zuivert zo diep, dat Zij degenen die zich volledig aan Haar hebben overgegeven onherroepelijk zal brengen tot de Heilige Gebondenheid. 89. Zo zullen zij valse profetie, valse gebondenheid, volledig overwinnen. 90. Daarom is het zo belangrijk om in de Vreze des Heeren te blijven, die de hoogste kennis is. 91. Vraag altijd om de grootste Vreze des Heeren, want als jouw vreze des Heeren onvolkomen is zul je nog misleid worden. 92. De Vreze des Heeren is in volheid een paniek waar je nooit meer van hersteld, een verlamming, die door een ervaring gebracht moet worden. Wij moeten ons uitstrekken naar die ervaring. Het is een ervaring van goddelijke verlamdheid. 93. Niet zo maar een goddelijke verlamdheid dat je je even niet kunt bewegen, maar een goddelijke verlamdheid gebracht door angst, paniek. Dit kan in ons gebeuren wanneer de Urim geheel in ons Haar werk kan doen, en ons kan overtuigen wat er gaande 298 94. Overmoed is dus een groot gevaar, de geest van trots. De geest van trots wil snelle paarden, snelle jagers en vooral snelle offer-priesters, want de geest van trots veracht het lijden. 95. Dit houdt in dat we het juk moeten dragen, en de extra mijl moeten begaan, het volledige lijden te aanvaarden, oftewel het groeiende lijden, waarin wij groeien. 96. Daarom moeten wij dicht bij de Urim blijven. Overmoed in de strijd is fataal. De vijand zal macht over ons krijgen wanneer wij hem benaderen met overmoed. 97. Wij moeten het oervlees benaderen volgens de leerregels. 98. De Zuwr komt uit Orion met een bevel tot gevangenneming, de Ptih. De Orionse Zuwr is in het Hebreeuws 'eeuwig', olahm. De Ptih betekent ook 'degene die kan zien', wat 'profetisch' betekent. Door de Ptih wordt de vijand gebonden. 99. Ook komt de Zuwr met een pijlkoker, de Ashpah in het Hebreeuws, wat koker van God's instrumenten betekent, de gereedschappen van de heilige verbinding met goddelijke tussenkomst vanuit de onderwereld, de tucht. 100. Wij zijn dus als soberen in de tentendienst van de Zuwr ook gewapend met deze pijlkoker. De pijlen worden dus eerst toegerust met het lijden, de tucht, zodat vandaaruit de profetie en de gevangenneming kan plaatsvinden, Ptih. 101. Wij mogen niets doen zonder de oproepingen van de Heere, die dus verbonden zijn aan de is. Wij moeten Haar op waarde leren schatten, en niet minachtend op haar neerkijken. Profeten, de tentendienst en Heilige Angst zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. tentendienst. een belangrijke strijd in de tentendienst van de sobere. 102. Wij moeten dus telkens heel goed beseffen dat wij heilige soberen zijn van de tentendienst van de Zuwr. 103. God moest ons tot ballingen maken, om ons geheel los te kopen uit de plaats waarin wij gevangen waren. Dat is ook wat Kanaan betekent : loskoping, maar ook het eeuwige touw. 104. Het is dus eigenlijk zo dat God ons verlost van valse slavernij en brengt tot het eeuwige touw. 105. Dus er zijn een heleboel dingen waarop wij moeten letten en waarin wij onderwezen moeten worden. 106. Er zijn een heleboel afgodendienaars die het andere, hogere, diepere van God buitensluiten. 107. De Urim moet leiden tot de Volle Waarheid, tot het verborgene, dat wat in de duisternis verborgen ligt, Zuwr. 108. God gaf het volk over aan de windafgod. Het volk verachte de Ziel des Heeren, de Heilige Armoe, de heilige verhongering (het vasten). 109. De Heere had hen overgeleverd aan hun lusten, en aan de vetmesting. De Heere had hen verhard. De mens wilde supermens zijn, de nephilim volgende. 110. Zo moest God de Urim opstellen om het overblijfsel te redden, maar de Urim zou het overblijfsel terugleiden tot de eigenlijke fundamenten. De windafgod had de mens rijk in valsheid gemaakt in allerlei opzichten. 111. De verentooi op het hoofd van de dienstdoende priester gezet is een teken van overwinning over de kippen van het oervlees, als verbreking van de vloek van de windafgod. De strijd tegen de windafgod is 299 112. Het volk moet tot hogere waarheden komen, tot diepere fundamenten. 113. De Urim wijst terug op de fundamenten. 114. De Urim waarschuwde dat de beesten van het oervlees de sleutel van kennis voor het volk wilden achterhouden. 115. De Urim wees terug op de sleutel van kennis, op de Zuwr, op de volle waarheid. 116. De Urim is er om het volk voor te bereiden op het heilige en eeuwige touw tot de Zuwr, de volle, verborgen hemelse kennis, de duisternis des Heeren. 117. Daarom moest het volk blijven doorzoeken. Er zal een verandering moeten plaatsvinden in ons denken. Dat wat aan de oppervlakte is, dat wat gekend is, is slechts de eerstelingen van de oogst. 118. De oude profeten waren slaven van de Zuwr. De soberen waren de priester-slaven van de tentendienst van de Zuwr. De Na'ar waren de slavenjongens van de Zuwr. Deze slavernijen gingen vaak zo diep dat de heilige gebondenheid volkomen was, en de Urim van God had hen zo vervuld dat ze niets anders konden doen dan wat de Zuwr hen ingaf. Ze werden opgeroepen om door de tent te leven, en door de Sama hoorden en gehoorzaamden ze. Zo niet, dan zouden ze een slaaf van de afgoden worden. 119. Job was iemand die profetische woorden ontvangt door de onderwereld. Hij sprak tot de onderwereld, en het onderwees hem. Vraag de Behemah, de goddelijke mensen van de paradijselijke onderwereld, en zij zullen je onderwijzen.
Page 300
120. God wilde hem terug brengen naar het stof van het paradijs, de Aphar. Job was bewapend met Aphar. 121. Aphar is stof, vuil en aarde. Zijn lichaam, Basar, is hiermee bewapend, wat betekent zijn vlees, zijn schepping, zijn kerk, zijn corpus van boeken en context. God heeft hem bewapend met dierlijke huiden en beenderen. 122. Job was als een profeet die dromen krijgt en visioenen die hem angst aanjagen, zodat hij kiest voor dood en wurging boven het leven. 123. Job werd geleid om neer te liggen (slapen) in de Aphar. Job moest vuil gemaakt worden, anders zou hij in de onderwereld geen wapens hebben. 124. De goddelijke almachtige vernietiger, Shadday, is jagende op hem, wordt duidelijk in het boek van Job. De pijlen die Shadday richt op hem zijn afscheiders, om hem apart te zetten. De pijlen zijn gedoopt in Chemah, vergif, pestilentie. Hij werd overwelmt door plotselinge terreur, disillusie, verzwakking, wat op hem neerviel. 125. God zond Mayim, de schepping, om de onderwereld te herscheppen. 126. De Urim leidt tot de wildernis, de tucht. 127. De Aphar, stof, vuil, aarde van de paradijselijke onderwereld, brengt tot rust. 128. Vanuit Aphar werd Basar, vlees, voortgebracht in het paradijs. 129. Aphar wordt soms min of meer weggewassen, zodat het heilige vlees daar uit voort kan komen. Dit heeft dus te maken met het scheppings-proces. Dit vlees is dus gebaseerd op de goddelijke verlamdheid. 130. De adem, de wind, zal gebonden worden, en nauw gemaakt worden, en de mond gesnoerd. Hieruit zal Dabar, het profetische woord, vrijgezet worden. 131. Nephesh, ziel, zal bitter gemaakt worden, waarvanuit zal worden overdacht, geklaagd en gezongen. Dit komt telkens weer naar voren in het boek van Job, dat er afgerekend zal worden met de windafgod van het oervlees, om over te gaan naar de bitterheid van de ziel. 132. God zal hem niet naar de windafgod van het oervlees laten terugkeren. 133. De Urim leidt tot de wildernis, de tucht, zoals ook met de sobere gebeurde. De Urim leidt tot de volle waarheid. Overgeleverd aan de windafgod van het oervlees was het volk, en God stelde een hemelse wind op, om het volk uit te leiden tot de verloren fundamenten. Dat is waar het in het boek van Job over gaat. 134. Die ziel werd in het paradijs geschonken, en aan Job. De heilige ziel is de heilige armoede en de heilige honger (het vasten). 135. Job moest zwerven, klagen en trillen, om die overgang te bewerkstelligen. Hij moest alles brengen tot de Test, de Mozen. 136. Het zou zwaarder zijn dan het zand van de zee, maar dit zou hem verstommen. Hij moest tot Alam gaan, de stomheid, zodat hij niet meer zou kunnen spreken. 137. De wind in hem moest tot rust gelegd worden. Dit was ook gaande in het leven van de sobere. God maakte hem stom, om vandaaruit zijn mond te openen alleen wanneer God dat wilde. Het is iets waar alle profeten doorheen moeten gaan. Zij moeten zich uitstrekken om Alam, de goddelijke stomheid te ontvangen. 300 138. Ook moesten de profeten Ivver ontvangen, de heilige blindheid, wat in de diepte betekent : naakt worden, ontmaskerd worden en naaktgemaakt worden, zoals Job zei : Naakt ben ik gekomen uit de moederschoot van de onderwereld, en naakt zal ik daartoe wederkeren, nadat hij zijn klederen had verscheurd en zijn hoofd had geschoren, en zich ter aarde had geworpen. 139. Ook moesten de profeten de goddelijke doofheid ontvangen, wat in de diepte insnijding betekent. 140. In het paradijs hadden zij een goddelijke blindheid. Daarom beloofde het oervlees hun ogen te openen als ze naar hem zouden luisteren. 141. Door Alam, stomheid, komen we in Pathach, het goddelijke spreken. Als een profeet Alam ontvangt kan het voorkomen dat hij zomaar een hele dag niet kan spreken. Dit is om hem voor te bereiden op Pathach. 142. Job werd dus tot een plaats geleid waar dingen zo zwaar waren dat zijn woorden opgeslokt werden, zodat hij in Alam zou binnengaan, en Alam hem zou vervullen. Zo zou er een overgang komen van de windafgod van het oervlees tot de Heilige Ziel. Dit zou gebeuren in de bitterheid van de ziel. 143. In de ziel is er geen snelle verlossing zoals de wind van het oervlees een afgod geworden is. Er is iets gigantisch mis. De mens is ergens van het pad afgeweken. De ziel brengt tot bitterheid, in het boek van Job, waarin hij tot het aller uiterste wordt gedreven in zijn lijden. 144. De windafgod van het oervlees moest in hem sterven om plaats te maken voor de Bitterheid van de Heilige Ziel, zodat hij doorgang zou hebben tot de scheppings-diepte, de schoot van de duisternis. Job werd gekweld tot het einde, totdat zijn tong het 301 uiteindelijk begaf, en hij stom werd voor de Heere, totdat alleen de Heere nog door hem zou spreken. 145. Ook de sobere moest hier doorheen, dat zijn tong aan zijn gehemelte zou blijven steken, zodat hij het volk niet zou bestraffen, want het was een weerspannig geslacht. 146. Als profeet zijnde ontkom je hier niet aan. Als je er wel aan ontkomt, dan mag je je afvragen of je wel een profeet bent. 147. Profeten moeten bidden en smeken om Alam, de heilige stomheid, om aan Haar voeten neer te liggen. Ook Job werd tot die duistere stilte geleid. Hij kwam terug tot de Heilige Ziel van het paradijs, de Nephesh. Bitterheid was hiervan een teken. 148. Zo zou ook Job worden tot een ziel. De zielen van de martelaren smeekten om wraak, maar zij kregen een kleed om te rusten. 149. Stilte, stomheid, Alam, was het doel. De windafgod had hen in zijn macht, en daarom moesten zij hier doorheen. Zij moesten terugkeren tot de tuchtigingen van de ziel, tot de tuchtigingen van Job (vervolging). 150. Hierdoor zouden zij bewapend worden met Aphar, het vuil der aarde, het heilige vuil van de paradijselijke onderwereld. 151. En Aphar zou een nieuw lichaam voortbrengen, gemaakt van Basar, van Yad, van Harba, de besnedenheid. 152. Een profeet dient zichzelf in te smeren met Aphar voor deze reden. De profeet dient een relatie aan te gaan met Aphar, wetende dat Aphar ook afgewassen zal worden, om het diepere omhoog te brengen, als een grote ontwapening. 153. Een heleboel profeten blijven steken op dit
Page 302
punt. Zij willen niet ontwapend worden. Ook verafgoden een heleboel profeten de windafgod van het oervlees. Hetzelfde hebben ze met Jezus gedaan. 154. Wij moeten ons wassen in de bitterheid van de ziel, en in Alam, de heilige stomheid. Ook heeft de Heere vele andere jagers op ons afgezonden die ons zullen wassen en doorsteken voor dit doel. Onze oude natuur, ook onze valse geestelijke natuur, zal gebroken moeten worden. 155. De bruid is donker van huid, als de tenten van Kedar. Dit zijn de goddelijke tenten, Ohel, van de duisternis. 156. Kedar is duisternis, dus we hebben hier te maken met de duistere Ohel, de tent in de diepte van het geheimenis. Job klaagde erover dat hij door de moederschoot terecht kwam in de plaats waar haar knieen hem opwachtten, en een plaats waar hij aan de moederborst moest zuigen. Het bracht hem niets dan ellende. 157. De bruidegom is als een bundeltje myrrhe, wat bitterheid betekent, en het bracht hem tussen de borsten van zijn bruid voor de hele nacht. 158. De bruid is als een omheinde tuin, als de tuin van Eden, wat beschreven wordt als een gesloten oog, de goddelijke blindheid, een bron van Mayim, de goddelijke schepping. 159. Dan wordt er opgeroepen om naar die tuin te gaan om de vrucht daar te eten, maar dat gaat over het grootbrengen van kinderen. 160. De zondeval was waar de mens de armoe en de honger, het dierlijke, het goddelijke vasten (de ziel) verliet, en zich ging bezig houden met prosperity, de windafgod van het oervlees. Toen nam de windafgod hen over. God zond een hemelse wind als een koorts, een vergif om hen terug te brengen tot de levendmakende bitterheden van de ziel, door 302 myrrhe. 161. De windafgod moest verslagen worden, en zijn veren moesten uitgerukt worden voor de priesterlijke hoofdtooi, om de de eredienst van de tentendienst te herstellen. 162. De bruid is in het Aramees een orde van hogere goddelijke wezens. 163. Job wil terug naar de moederschoot, en in zijn pijn wilde hij wel dat hij daar altijd was gebleven, en daar was gestorven, zodat hij niet door al deze dingen heen moest gaan. Hij voelde zich levende in slavernij, en wilde wel dat hij een misgeboorte was, dat hij gewoon een gevangene zou zijn op die plaats waar hij de stem van de drijver niet zou horen. 164. Hij verlangde terug te gaan. Hij vervloekte zijn geboorte dag. Er is een plaats voordat de moederschoot je grijpt, en dat is het gekend zijn door God, wat de plaats van onderdrukking is, wetende dat God boven jou staat, als de goddelijke bruid. Hier ging ook de sobere doorheen. Eerst worden wij gevormd in het hart van de Moeder Heere, waar de overeenkomsten zijn opgetekend, waar Haar leerregels in ons worden gekerft. 165. Dit is de plaats tussen haar borsten, waar de bittere zielen hangen als bundeltjes myrrhe. Dit is de plaats van goddelijke kennis, de plaats van belijdenissen, het is de plaats van het goddelijke zien, de profetische kennis. 166. In het boek van Job staan de Onderwereld en de Vernietiger naakt, zonder bedekking, voor het Aangezicht van God. Zij zijn als Jagers op ons afgezonden om ons terug te brengen tot de diepere plaatsen van de onderwereld waar wij vandaan kwamen. 167. Job weet dat hij naakt tot die plaatsen zal wederkeren, omdat hij daar naakt vandaan is gekomen. 168. De Vernietiger bewaakt de put van de diepte, de Teoom. Zij kent alle geheimen. 169. Vanuit het oerlichaam druppelt myrrhe, bitterheid. 170. Dit druppelen is Nataph, wat profetie betekent. Door de besnijdenis, ook van hart en ziel, brengen wij dit voort. Onze profetie moet bitter zijn, anders mogen we onszelf afvragen of wij wel profeten zijn. 171. Diep in de ziel ligt het hart, de plaats van honger, kennis en geweten. 172. De sobere keert terug naar de naaktheid. In het Hebreeuws is dat hetzelfde als in ballingschap gaan, en dat gebeurt door honger. In het Aramees wordt de sobere 'uit het net gehaald', na de jacht. 173. De sobere is afgedaald door de hof naar de plaats van slaap, wat in diepte 'ongetemd' betekent, en wildernis. Deze afdaling is ook een val in het Aramees, een verliezen of verlaging van status. 174. De sobere komt vrij van zijn oude leven, maar wordt een balling van de Urim. Dit is weer een overgangsfase in de onderwereld. De Urim zette hem vrij, om hem aan haar te binden. 175. De schoot van de Urim, de schoot van de onderwereld, is bewapend. 176. De Urim roept de sobere. 177. De sobere leerde gehoorzaamheid door het lijden, terwijl hij rechtvaardig was. 178. Job leerde ook gehoorzaamheid door het lijden, terwijl hij rechtvaardig was. 179. Het maakte hem stil. 303 180. De nadruk ligt op het geleid worden door de Urim, door de bitterheid van de ziel. 181. Job sprak door de bitterheid van de ziel. 182. Hij leerde deze gehoorzaamheid door de kastijding. 183. Ook de windafgod van het oervlees moest uiteindelijk neerbuigen voor de Bitterheid van de Ziel, de diepere weg in de onderwereld. 184. In het paradijs leefde men in de goddelijke blindheid, en was God's ziel, Nephesh uitgestort over de mens. 185. De Ziel is in het Hebreeuws de armoede. De komende uitstorting van de Heilige Armoede, die de Heilige Honger is, staat in verband met de Heilige Ziel. 186. Het pad van de bitterheid van de ziel is dus onvermijdelijk voor hen die daadwerkelijk dit contact met God willen herstellen. Er is geen andere weg. Het is het pad van soberheid en martelaarschap. Dat is de weg van de Heilige Ziel. Hierdoor komen wij tot de levendmakende bronnen van de Ziel. 187. Dit is dus wat 'leven' daadwerkelijk inhoudt. De 'levende ziel' die in het paradijs werd gegeven betekende dus : 'door kastijding en armoede' (honger, heilige vasten) tot het eeuwige touw komen. In het Aramees betekent 'leven' het zijn in de rauwe, natuurlijke staat, volbloed, ongemengd als een stromende rivier. 21.
Page 304
De Urim als het verheerlijkte medicijn van Mozes 1. De hemelse machten worden besproken, en de wapens ons gegeven. 2. Orion heeft een reusachtige leidende ster, Betelgeuze. In het gebied 'Tork' was er lang geleden een skelet-geest als patriarchische leider. Zijn naam was Septus, en hij werd uiteindelijk verdreven, maar kreeg een grote autoriteit in andere delen van Betelgeuse, Orion en de rest van het universum. 3. Septus was mede verantwoordelijk voor de slavernij tot het oervlees, en om vrouwen onder de mannen te stellen. 4. Septus is een soort van gif wat mannen bekrachtigt en vrouwen verzwakt. Dit is ook een heel groot fundament van de valse kerk, waar de reuzen van het oervlees, de mannen van naam, gevallenen, omgang hebben met de dochters van de mensheid. 5. Dit zijn niet zomaar menselijke dochters. Het gaat om een geslacht van sirenen, en dit was de reden dat God de aardbodem moest verwoesten door de zondvloed. 6. Zij waren dus helemaal niet menselijk. Zij kwamen om hun boos plan uit te voeren : het voortbrengen van de mannen van naam, en het bekrachtigen van hen. 7. Zij komen dus als vrouwen, maar zijn tegelijkertijd verraders van het vrouwelijk geslacht. Zij doen dus geen eer aan de originele waardigheid van de vrouw, maar geven een misvormd beeld van wat een vrouw is, en doen dit ook met betrekking tot de man. 8. Septus heeft er ook mee te maken gehad dat de Takhot, het valse woord, handelswaar werd in de 304 handen van het oervlees. 9. Zo werd de Takhot gevormd die moest dienen als een merkteken van het oervlees, als een brandmerk, zodat de mens zou doen wat het oervlees van hen verwachtte. 10. Het oervlees speelde dus voor God, en in die tijd werd men door geweld gedwongen om dit merkteken te nemen. Als je dit niet deed, dan werd je mogelijk vervolgd, gevangen gezet, gemarteld en gedood. 11. De tijd van de inquisities heeft niet veel aan de verbeelding overgelaten. Hele volksstammen werden uitgeroeid, en het verstand kwam geheel onder de macht van het oervlees wat netjes van geslacht tot geslacht werd overgedragen, en uitgroeide tot een ijzeren monster. 12. Ook was Septus mede verantwoordelijk voor de bedriegelijke vertaling van de Takhot. Hierin heeft de patriarchie het hoogste woord, en is de matriarchie ver te zoeken en afgezwakt. Dit is een werk geweest van de vurige pijlen van Septus die de vrouwelijke schepping wilde beteugelen, en die daar altijd bang voor is geweest. De vrouw moest voortkomen uit de man, als zijn slaaf. 13. In zijn val groeide Septus uit tot een verschrikkelijke poortwachter tussen de aarde en Orion. Hij is een gevaarlijke macht van de dood, een macht die brandmerkt tot slavernij door de mannelijke monopolie en superioriteit. 14. Septus is de bron van het gif van de verboden vrucht, waardoor de man ging heersen over de vrouw. Het was een vloek daaraan verbonden. 15. Dit gif bracht de vrouw op de knieen voor de man, en maakte dat gevallen zonen Gods over haar konden heersen. 16. Zodra man en vrouw niet meer gelijk zijn, en de man is superieur, dan treedt de dood binnen. Het verwees naar Saturnus die zijn kinderen opvrat, Cronos in het Grieks. 17. Zodra man en vrouw niet meer gelijk zijn, en de man is superieur, dan lijden de kinderen daar ook onder, omdat hun bron zo wordt vervuild. De kinderen worden dan doodziek. De kinderen bevriezen onder zulk bewind. Dit koude skelet verspreidt een doodse kou als een voedingsbodem voor het valse woord, de Takhot. 18. Door de Septus viel de mens uit de oerwereld, en kwam in de handen van de geest van vrouwenonderdrukking. De mens verloor zo een groot deel van zijn scheppingsvermogen. De mens werd een slaaf van de oerzonden. 19. Septus zorgde ervoor dat de Takhot, het valse woord, hoofdzakelijk over mannen ging. 20. Toen Septus de vrouw had gesaboteerd, kreeg hij ook doorgang om zijn boze werk in de dierenwereld voort te zetten. 21. Men begon afgoderij met dit beeld te plegen. 22. Het gif van de verboden vrucht heeft als grondslag de tuchteloosheid en de valse tucht. Dat verbod in zichzelf was al een zekere tucht. De mens wilde als God zijn om aan die tucht te ontkomen. De mens wilde het niet dragen. De mens wilde niet getuchtigd worden, geschoold worden, gedisciplineerd worden, maar losbandig leven. 23. Dit wordt ook wel de stoel van Eli genoemd, die zijn zonen niet tuchtigde. Door de tucht des Heeren te aanvaarden zullen wij minder schade oplopen in de eeuwigheid. 24. Deze tucht is dus ons te beschermen voor de verschrikkelijke gevolgen van de zonde. 25. Daarom is het dragen van het lijden zo belangrijk, en om dicht bij het visnet te blijven. Ook dit komt telkens terug in de Spreuken, in de wijsheid van Salomo. Wij moeten de tucht liefhebben. De stoel van Eli is tegelijkertijd de stoel des doods. Dit is iets wat wij koste wat het koste moeten ontwijken. 26. Het verdraaien van de tucht, op basis van tuchteloosheid, moest de val van de heilige vrouw bewerkstelligen, volgens het plan van Septus. Er moest een wet opgesteld worden om de heilige tucht des Heeren af te dekken, af te scheiden. De gevolgen waren niet te overzien. Septus regeerde door het vlees van de man, en door een valse soort van vrouw, een sirenen soort, die het vlees van de man zou bekrachtigen. 27. Een belangrijke werk van Salomo was beschreven in de spreuken : om wijsheid en tucht te verkrijgen. 28. De bron van de verboden vrucht, de wortel van het oervlees, is allereerst een verachting van de tucht, en vandaaruit dwaasheid, die zelfs resulteert in een valse tucht. In deze wereld lijden wij onder deze valse bron van Septus. 29. De indianen zijn de verloren stammen van Israel, die door de Urim verzoend zullen worden. De Urim is het eeuwige touw, het verheerlijkte medicijn van Mozes, wat hij in de woestijn aanreikte aan hen die door de beesten van het oervlees waren aangevallen. 30. De tucht is in feite een school van ervaringen. 31. Het volk dat wilde blijven leven ging door de aandacht op het eeuwige touw te richten, binnen in God's tucht, een heilig gevangenschap. 305
Page 306
32. De Urim had Zich aan hen betoond als het eeuwige touw, om het volk terug te brengen tot de heilige tucht. 33. Het werd opgericht als een heilig orakel, een tuchtschool voor het volk, om hen te leiden tot het beloofde land. 34. Nu komen we tot het geheim van de opstanding van de Urim, nu we hebben gezien dat het eeuwige touw een tuchtschool is om af te rekenen met de kracht van Septus. 35. Wij worden zeer zeker door Septus getuchtigd, als een instrument in de handen van de Heere, en dit is tevens de manier om Septus te overwinnen, door de tucht te zoeken, te verkrijgen en lief te hebben. 36. Ook de spreuken spraken over de tucht als een keten des Heeren. 37. Septus wil ons onder de valse tucht plaatsen en de tuchteloosheid. Hierdoor wil hij ons gehele leven ontwrichten. 38. Maar het eeuwige touw des Heeren is de opstandingskracht waarmee God ons wil vullen, als de heilige gebondenheid. 39. De sobere was aan het eeuwige touw, en was daarom verbonden aan de opstandings-kracht van de Urim, die hem uit de doden zou opwekken, vanuit de kracht die in hem leefde. 40. De Urim zal als het eeuwige touw, wanneer zij weerkomt, de vrouw herstellen, als een beeld van de Urim en van Moeder God. 41. De Urim zal de orde van de tucht herstellen, en 306 de valse tucht ontmaskeren, en de tuchteloosheid. Dit zal het einde betekenen voor de heerschappij van het oervlees. 42. De onderwereld is in diepte de plaats van het raadplegen van een orakel of van God. 43. Het is een bemiddelaar tussen God en mens, als een gebed. 44. Het is een plaats van tucht, en alleen door tucht kunnen wij met God communiceren, door het visnet, ook door de gesel, en het eeuwige touw. 45. Mede door Septus kwam er een veel te eenzijdige kijk op God en God’s instrumenten. 46. Er kunnen hele mooie dingen in de onderwereld gebeuren. 47. De ondewereld betekent iets beter te begrijpen, en in de diepte van de grondtekst betekent het ook iets om je aandacht te trekken of je aandacht geven, en betekent het onderscheidings-vermogen, de kunst van het zien (ook als een visioen). 48. De onderwereld functioneerde als de raadpleger van het orakel. 49. Als wij niet door de onderwereld willen gaan, dan kunnen wij de Urim niet volgen. 50. De gesel wordt vervuld met de onderwereld en zal daardoor in werking komen. 51. Het is nu belangrijk om tot de dieptes van deze dingen te komen, om door alle voorhangsels heen te gaan, tot plaatsen waar Septus ons niet meer kan vervolgen. Wij moeten de tijdelijkheid van de voorhangsels inzien, de betrekkelijkheid ervan. 52. De Israelieten werden in de wildernis geleid om te komen tot de gesel van God, om daardoor getuchtigd te worden om in te gaan tot het beloofde land. Zij zouden hiertoe de striemen moeten ontvangen. De gesel zou spreken. 'Heere, spreek door Uw Gesel.' 7. De overwinnaars zullen ontvangen van de bron van het levende water. 8. Ook de tent wordt hen geschonken, van de vacht gemaakt. 9. Aan de overwinnaars werd de steen van de openbaring beloofd. 22. De afval der profeten 1. In het gewest Behamma van Betelgeuze in Orion, een reusachtig gewest van grote afmetingen, was Mudroch II de tweeentwintigste monarch, een monsterlijke zombie patriarch, die later werd verdreven, en een machtige positie kreeg buiten Behamma, in Betelgeuze, Orion en het verdere universum. 2. Hij moest ervoor zorgen dat de grondteksten van de Takhot geheel ondergesneeuwd werden door latere vertalingen. Hij moest ervoor zorgen dat de rijkdommen van de Orionse grondteksten afgekapt werden. 3. Het is een strijd tegen de lams-macht van geld. Wij worden beheerst door dit hebzuchtige lam. De hele wereld wordt erdoor beheerst. 4. Het lamskleed zal gebruikt worden als kleding en tenten voor God's Volk. 5. De overwinnaars van het beest van het oervlees komen uiteindelijk aan bij de zee. 6. Ook wordt aan de overwinnaars een witte steen beloofd. 10. Het fundament is de inheemse plaats, de onderwereld, oftewel de innerlijke wereld. 11. De dochter van God is gezonden om ons daar mee naartoe te nemen, en zij is die plaats zelf. 12. Het geboomte des levens staat daar. 13. Vanuit de onderwereld, de tucht, zal de hemel herrijzen. 14. De lap van het lam wat de dochter draagt is vuil. Zij komt om de tucht te herstellen. 15. Zo wordt er met het valse lam afgerekend. Het valse lam is als de geest van een varken. 16. Weent dan gij aarde, want de rooflammeren zijn tot u gekomen, en zij zullen velen misleiden. En het rooflam kwam tot de Urim, zij en haar legermachten, en zij voerde een strijd van zeventig dagen met de Urim. En zou zij de macht hebben dan zou zij de Urim verslinden en verleiden, maar aan het einde van die zeventig dagen voerde de Urim haar met een zwart zaad, want het lam was erg hongerig geworden en niets kon haar honger stillen. 17. En een bok kwam en doorstak het lam, terwijl de aarde in verbazing de bok achterna ging. En zij allen zeiden : 'Wie is aan de bok gelijk, hij die het rooflam heeft doorstoken. Want zij heeft ons gekweld, en zij heeft ons geknecht gehouden in lange dagen. 307
Page 308
18. En een groot oordeel kwam over het rooflam. En zo was dan het oordeel over de beesten van het oervlees. 19. Nu waren daar sterren aan de hemel die als roofvarkens waren en zij joegen op de heiligen. 20. En zij hadden een beeld gemaakt voor het oervlees, hun afgod, en zij zwoeren dat ze de heiligen te gronde zouden richten. 21. En zij pleegden afgoderij met het beeld en zelfs hoererij. 22. Dit dan is de afval der profeten. 23. En grote angst viel op de rest van de profeten, en zij waren ziek voor enige tijd en kregen visioenen. 24. Daarom zullen wij tot de ware, heilige Moederborst moeten terugkeren. genaamd Tamoanchan. Hier groeit de Zuigelingen Boom, die vele tepels heeft om de kinderen te voeden en ook voort te brengen. In de Inca mythologie is Mama Allpa de vrouw met de vele borsten voor hetzelfde doel, als een beeld van de schepping. 4. Het oervlees heeft een valse tepelboom om de kinderen te misleiden. 5. En deze dagen worden de afval der kinderen genoemd. Maar de Heere ontfermt Zich over hen, omdat zij als wezen zijn. En de Heere leidt hen tot een rots, waarin zij eeuwige rust vinden. En de Heere heeft die rots de rust der hermitaten genoemd. 6. Zalig hen die de geheimenissen kennen, die van de Heilige Melk drinken. 7. Zalig hen die God verwachten, en Zalig hen die de Urim kennen. 8. Het kinderparadijs wordt beschermd door de watervallen van leegte en vergetelheid. Diep binnenin is daar de herinnering, het roepen van de kinderen, dat wat God openbaarde. 23. Het kinderparadijs 1. Dan zegt God ineens : Er zij een doorgang, er zij herinnering. 'Laat er geopenbaard worden. Laat er ontmaskerd worden.' 2. Op dit fundament gaat God dan openbaren en ontmaskeren. We zien dan een rijk van kinderen verschijnen. God laat dit allemaal zien in het middendeel van de aarde. 3. In de Azteekse mythologie begonnen de goden allereerst kinderen te maken in een kinder-paradijs 308 9. Mama Allpa is in de Inca Mythologie de Baarmoeder van de aarde. Het boek des levens, oftewel het Boek van de Baarmoeder in het Aramees, is dus het Boek van Mama Allpa, de veelborstige. Het is het geheim van de verjonging. 10. Er waren dus gevaren opgesteld juist om deze geheimen te beschermen. De mens werd later ontmaskerd in het Oosten, waar hij ook viel. 11. Wij moeten daarom door het voorhangsel heen gaan om tot de bronnen te komen. 12. Dat is het aanhangen en verkrijgen van de tucht, het vinden van de moederborst, oftewel de veelborstige boom. Alleen zo kunnen wij de gifboom van de borsten van het oervlees verslaan. 13. God zei : 'Er zij een bloem.' Het betekent onderwijs. Er kwamen nog veel meer bloemen, allemaal om afscheidingen te maken, tot een geheel. 14. De troon van de soberheid was gemaakt van witte steen. De grote witte troon waar alles van wegvlucht en waardoor alles zijn plaats verliest, is ook van witte steen. De Vreze des Heeren is het begin van de wijsheid. Wijsheid betekent ook oorlogs-kunde. Overwinnen betekent komen tot de troon van soberheid. 15. Het teken werd aan de hemel gesteld tot een verbond tussen God en mens. 16. Het is een vrouwelijke boodschapper. 17. Als wij tot de troon komen, dan zullen wij moeten komen als een leeg vat, ons onderwerpende aan de boog, onder de voeten van moeder God. 18. Wij kunnen niet vanuit eigen kracht die boog grijpen. Wij zullen de leegheid, de vergetelheid, moeten ingaan, om een leeg, gebroken vat te worden. 19. Nu zijn de dagen gekomen dat de heiligen verzadigd worden door de melk des Heeren en de honing. 20. Nu zijn de dagen gekomen dat de tepelen des Heeren vlees zullen worden, tot overvolle verzadiging van hen die Haar nauwgezet zoeken. 21. En de Heere verscheen in smetteloos wit, en bliksem verscheen naast hem, als een licht dat over de aardbodem viel. 309 22. En ik zag hen die uit de woestijn der verzoeking kwamen, en de melk des Heeren vloeide als licht om hun hoofden, totdat zij in de melk des Heeren baadden. En zij werden verzadigd tot in aller eeuwigheden. 23. En ik zag getuigen en gezanten van eeuwige profetie in de tenten des hemels verschijnen en zij droegen de melk des Heeren. En zij begonnen de melk uit te gieten over de aardbodem en de hemelen. 24. En de Heere sprak deze woorden : Zalig hij die drinkt van de melk des Heeren, want hij zal geleid worden op eeuwige paden. 25. En de aardbodem geraakte als in vuur, en werd door de winden verslonden. 26. En ik zag de heilige tepel groot worden op de berg des Heeren. 27. En ik zag hen die verslonden waren door roofdieren voor Gods Troon verschijnen, en zij kregen een speer van bot om te heersen over het oervlees. 28. En ik kwam in een dal van dorre doodsbeenderen na het drinken van de tepelen des Heeren, en ook zag ik daar as liggen. En tussen deze beenderen lagen de eeuwige beenderen des Heeren. En toen ik deze beenderen aanraakte kwamen gaven over mij, en ik begon te profeteren. Ook sprak ik in vreemde talen, en geraakten mijn handen als in vuur. 29. En ik zag de gezichten van drie stamhoofden gebeeldhouwd in bot, en zij droegen een gloeiende tepel op hun voorhoofd. En de Heere bedekte de tepelen en duisternis kwam tot de plaats. 30. En de Heere vroeg of ik het geheimenis wilde weten van de drie stamhoofden in het gebeente en ik
Page 310
stemde toe. 31. Toen sprak de Heere deze woorden, zeggende : De drie stamhoofden zijn drie wachters die de bronnen der aarde bewaken. 32. Er zijn voorhangsels die God heeft opgehangen om de hemelse kennis niet zomaar aan de zwijnen prijs te geven. Wij worden door deze voorhangsels gelouterd, maar moeten dus er doorheen. 33. Wij moeten alle religie teruggeven aan God. 34. Wij moeten het allemaal afleggen en met lege handen tot God komen. 35. Dat is een gevecht, want we zijn verslaafd aan die voorouderlijke, mentale en emotionele drugs. We zijn afhankelijk en vastgegroeid. We kunnen niet zonder. Het is onze adem, en het wil ons ook niet zomaar 36. Gewoon alles wat je geleerd is loslaten, diep ademhalen, en dan zonder dingen te benoemen, en zonder aan dingen vast te houden tot God te komen, tot de goddelijke kennis. 37. Gewoon alles laten leegstromen, vasten. De lucht, de wind, wordt in ons verbroken, zodat wij tot de diepte van de ziel komen, de bitterheid, of het bittere water, en vandaaruit tot de diepte van de Kennis, de aarde, de klei, de heilige kennis. Dit is het daadwerkelijke communiceren, contact hebben met God, samenwerken met God. Je zou dat ook profetie kunnen noemen, de hoogste gave. Hiernaar moest gestreefd worden boven alle dingen. 38. Het moet ons brengen tot de diepte, tot de substantie van God. Dat is dan eigenlijk de Openbaring van God, de hogere structuren, en dan blijft het niet vaag. Wij moeten namelijk opgroeien en onderwezen worden. Dat is waar de Kennis voor 310 staat. Zit daar een gevaar aan verbonden ? Natuurlijk. Er is ook schijn-kennis, en valse kennis. 39. Soberen worden apart gezet in vreze en beven. Dat is de voorbereiding tot de ontmoeting met God, en tevens een test. Rennen wij terug tot de voorouders, of omhelzen we de vrees, en zien we dit als een sleutel tot God, het hogere. 40. Alle betekenissen zullen veranderen, alles zal hergedefinieerd worden, en alles zal ontmaskerd worden, en de hogere talen en begrippen zullen bekendgemaakt worden. Wij zijn in het midden van dit gevecht nu. Je mag hierin bidden om de kennis van God, om de heilige kennis, terwijl je al het andere loslaat. Je mag dan gaan wachten op de kennis van God, wetende dat de kennis van God tuchtigt, en een grotere Vreze des Heeren brengt, tenminste als het de ware kennis van God is. De kennis van God is heilig. loslaten. 41. In de heilige kennis mogen wij met God communiceren. Die kennis kan ook alle valse kennis wegvreten, dus het kan ook heel stil worden, of chaotisch. De Heilige Kennis zal de valse kennis aanvallen, dus er zal een oorlog zijn. 42. Blijf standvastig, zodat God hogere dingen kan openbaren. 43. Wij moeten ons dus disciplineren. 44. De Heilige Kennis is de kracht van God die in ons komt, wanneer wij vasten, leeg worden van onszelf, en tegelijkertijd helpt de Heilige Kennis ons daarin. 24. De wildernis profeet 1. De Heilige Kennis is leeg van valse, wereldse kennis. Je mag dus stil worden voor de Heilige Kennis, alles laten wegstromen, uit je hele lichaam, om zo de Heilige Kennis te ontvangen. 2. Deze zal je met nieuwe Vreze des Heeren bekrachtigen. Dat is een goed begin, en ja dat kan dus alles in de war brengen, de oorlog tegen valse kennis, dus blijf alles loslaten, en blijf toetsen door de Heilige Kennis. 3. Blijf hierin standvastig totdat je een nieuwe wedergeboorte krijgt in de heilige kennis, als in de moederschoot van God. Dat zijn allemaal ervaringen waar we naar mogen streven. 4. Menselijke overleveringen en tradities zijn een schaduw van de hogere realiteiten die mensen verkeerd hebben geinterpreteerd, en die door het oervlees werden gebruikt als een idool om mensen blind te houden, als een schuilplaats tegen God, opdat de mens zelf de controle zou kunnen bewaren, en dan heel hierarchisch in de verkeerde zin van het woord. 5. Natuurlijk is dit het werk van het kwaad, maar God werkte hier ook doorheen. 6. Degenen die verantwoordelijk waren voor de samenzwering van menselijke overleveringen en tradities wilden de moeder onttronen, zodat de weg tot wedergeboorte versperd zou worden, om mensen tot slaaf te maken van het Romeinse Rijk. 7. Menselijke overleveringen en tradities werden gezonden door Saturnus, de Romeinse Vader God, in een samenzwering van meerdere afgoden. 8. God heeft een plan waarin de mens stap voor stap uitgeleid wordt, hun taal gebruikende. 9. Zoals gezegd is het niet zwart-wit. Ik kan dus 311 zowel een ja, als een nee geven, of gewoon zeggende : 'deels'. Maar toch als we het puur over fundamenten hebben dan zijn menselijke overleveringen en tradities dus gemaakt om een voorhangsel te vormen. 10. De wildernis-profeet laat zich niet leiden door de leer van de valse kerk van het oervlees, is geroepen om oude fundamenten te verbreken, heilige huisjes om ver te werpen. 11. De wildernis-profeet ontvangt wilde openbaringen, en is niet bang om tradities overboord te gooien. Dit kan dus zelfs leiden tot een reformatie. 12. De gave van kennis is een onderdeel van profetie. Profetie is de hoogste gave waarnaar wij moeten streven, en staat gelijk aan kennis en waarheid, aleithea, waarnaar de Urim leidt. 13. Het oervlees houdt ervan om op valse fundamenten door te bouwen, om mensen in drijfzand te houden. 14. We zijn nu in de wildernis terechtgekomen, niet meer in de stad. Wij zijn als nomaden die voorttrekken, dieper de wildernis in. 15. Je moet zelf een persoonlijk contact met God ontwikkelen, en boeken kunnen daarmee helpen, maar het gaat om het toetsen en het je persoonlijk eigen maken. Wij staan allemaal op onszelf voor God, en wij zijn omringd met middelen. Die middelen moeten getest worden. Er moet mee geworsteld worden. 16. Soms moet je vluchten. Alleen tot God komen. Dus ook niet met je verleden wat mensen je geleerd hebben. Niet bouwen op mensen, maar alleen op God. 17. Alles werkt in die zin mede ten goede. Het
Page 312
kennen van God zal in die zin je relatie met het oervlees vernietigen. 18. Het kennen van God, het persoonlijk kennen van God, is een manier van communiceren waardoor alles veel dieper gaat en niet meer oppervlakkig of vaag is, of op horen zeggen is gebouwd. Het is tussen jou en God. 19. Mensen willen het geestelijke zonder het kennen. God zegt dan dingen en dan gaan ze naar de menselijke overleveringen en tradities om te zien of het wel ermee strookt. Zo hebben ze dan het menselijke overleveringen en tradities boven God geplaatst. De Urim is zo goed als dood in kerken waar niet geprofeteerd wordt. 20. Wanneer we tot God komen gaat het niet om kracht. We moeten juist leeg worden voor God, en God moet ons eerst zwak maken. 21. Vasten kan heel zwaar zijn. Mozes leidde dus het volk tot de wildernis, en hier was honger, hier waren de oude krachten niet. 22. Daarom verlangden velen terug naar de vleespotten. Dat is een worsteling met God. De tocht is ook niet makkelijk. 23. Wij moeten niet door gevoel leven. Gevoel is niet de maatstaf om onze relatie met God te berekenen, of de kracht die je voelt. Ook geluk is geen meter. 24. Profeten gaan door diepe dalen heen. Dit kan zover gaan dat ze hun geboortedag vervloeken, of de moederschoot. 25. Geef het aan God, en God zal je geven, niet wat je verlangt, maar wat je nodig hebt. Daar zullen misschien kruispunten in zijn, misschien niet. God geeft jou wat je nodig hebt. Het tuchteloze zal alleen 312 maar misleiding brengen, en valse kracht. 26. De leerregels van het lijden komen niet ineens te vervallen door de hemelse kennis, er wordt alleen dieper zicht op gegeven. Het gaat juist allemaal dieper. 27. Wij moeten de leer van het lijden en de visnet niet vergeten, de tucht die we nodig hebben. 28. De hemelse kennis wil ons onderwijzen. Wij hebben profetische diepte nodig om hier doorheen te kunnen komen. Wij moeten het oervlees verslaan, en dat gaat alleen door de ontmaskering, door opgebouwd te worden in profetische strategie. Hiervoor is het lijden belangrijk. 29. Boze geesten kunnen soms een heleboel afroven, en juist dat hoort er ook bij. Juist dit helpt ons om leeg te worden. Hoe leger wij worden, hoe meer wij kunnen worden toegerust in strategie. Dit is allemaal niet simpel. 25. In de oudheid alleen gedeeltelijke profetie 1. Wij onderscheiden ons van de spijbelaars en de klagers, de luien, die denken dat we zonder strijd contact met God kunnen hebben. Wij moeten de waarde gaan inzien van het lijden, van de woede, van de vrees, depressie, en zelfs van het worstelen met God. Er zijn een heleboel afgoden die wij moeten overwinnen. 2. Vanuit onszelf kunnen wij niets begrijpen. Soms moeten wij leren leven met een stuk onbegrip en verwarring. Ons denk-proces moet heel vaak afgebroken worden, totdat alles weer in de leegte verdwijnt, omdat het verschrikkelijk onrein is en bedekt. 3. Dit is een grote strijd. Kiezen wij voor mensenvlees, of voor het goddelijke. Er wordt ten diepste niets afgewezen, dat is ook helemaal niet nodig in eerste instantie. Alles moet aan het goddelijke teruggegeven worden als een test. Op het toetsblok leggen is niet hetzelfde als afwijzen. Er kunnen goede dingen tussenzitten, maar daarom moet het juist gezifd worden. 4. Het kerkelijk materialisme is het bouwwerk van het oervlees. 5. Dit soort geesten zijn vaak als netten over de wereld uitgespannen, met de macht om te slaan en te genezen. 6. Er zijn verschillende uitverkiezingen, die opgezet zijn door het oervlees. 7. Dit is ook nauwverbonden aan allerlei rituelen. Dit komt voort vanuit diepe afgoderij van de mens in de oudheid. Terwijl zelfs Paulus al zei dat ze alleen maar gedeeltelijk konden profeteren. 8. Nieuwe melk kan ook niet in oude vaten. 9. Wij moeten het pad door de wildernis geheel gaan, en het beloofde land veroveren of heroveren. Het is dus een oorlog en een jacht. Soms gaan we in ballingschap. 10. Wij moeten worstelen met het goddelijke, omdat juist in de goddelijke wereld zoveel valse goden zijn. De Vreze des Heeren grijpt niets zomaar aan. 11. Daarnaast moet er natuurlijk de wil zijn om leeg te worden, terug te keren tot de hogere natuur. Velen willen de prijs niet betalen. 26. 313 Het eeuwige worstelen 1. Sommigen willen liever gewoon de regels van het oervlees volgen, en niet als vreemd of anders bestempeld te worden. Er zijn dus allerlei valkuilen. 2. Er moet dus de wil zijn om alles af te leggen. Ook onze wil, want die kan verschrikkelijk verdorven en aangetast zijn. Dan zeg je dus eigenlijk tot de hogere natuur : 'Doe met mij wat u wilt.' Je geeft je oude leven en natuur dus ook op voor de toekomst dan, als een eeuwige keuze. De gebondenheid in de hogere natuur kan alleen op die manier komen. 3. Dus de wil, het verlangen, wordt ook op het toetsblok gelegd. Soms moet dit vaker gebeuren, standvastig, zodat het niet terugspringt. 4. Door slinkse manieren kan de wil dan proberen terug te komen, bijvoorbeeld via gedachtes, gevoelens, en emoties. 5. Belangrijk is het dan ook met je verstand te beginnen. In ieder geval moet je deel worden van de natuur. 6. Je stijgt op. Je laat je oude natuur helemaal los. Dan spring je ook uit en dan spring je daar ook weer uit. Je blijft dus springen, totdat je op een punt komt wat 'het diepste loslaten' heet, of het eeuwige loslaten, waar je kunt binnengaan. 7. Dat is het moment dat je de grond hebt geraakt. Je bent diep in de wildernis. Dan zullen er weer nieuwe gedachtes en gevoelens in je binnen proberen te komen. Juist omdat je niet weet of die gedachtens en gevoelens van de hogere natuur zijn, moet je je hier tegen verzetten. Je moet er zelfs mee worstelen als het te sterk wordt. Dit is een vorm van toetsen en aftasten. De hogere natuur weet hier wel raad mee, de lagere natuur niet, maar zal proberen binnen te dringen.
Page 314
8. Je mag geen risico's nemen, zoals op je gevoel afgaan. Dit is te gevaarlijk, want de tegenstander zal alles proberen na te bootsen. Imitatie staat op de loer. Dus je worstelt, je verzet je, wetende dat als het de hogere natuur is, dan kan die 'juist door deze worsteling' binnenkomen. 9. Nu kan dus zelfs je worstelen onvolmaakt zijn, onzuiver, onvolledig, dus zelfs met het worstelen moet je worstelen. 'Worstelen met het worstelen met het worstelen.' 10. Hetzelfde zoals je eerst ging 'loslaten van het loslaten van het loslaten van het loslaten van het loslaten.' Alles moest je loslaten, vooral juist ook het loslaten zelf. Zo ga je dan ook worstelen met het worstelen zelf. Totdat je in het punt komt van het diepste worstelen, het diepste verzetten, als het eeuwige verzetten, waardoor je het eeuwige worstelen en het eeuwige verzetten kunt binnengaan. Dit is ook een hemelse plaats, een hemelse wapenrusting, wat de hogere natuur zal aantrekken. Missen er teveel stappen, dan zal de hogere natuur niet echt diep komen. 11. Je gaat dan door een voorhangsel, en sluit het voorhangsel af. Daarna ga je weer door een voorhangsel, en sluit dat voorhangsel ook af, en dan ga je weer door een voorhangsel dat je moet afsluiten. Ook het afsluiten sluit je dus af, omdat ons afsluiten heel onzorgvuldig en onzuiver kan zijn. Het gaat dus om het afsluiten van het afsluiten van het afsluiten van het afsluiten van het afsluiten, totdat je in het diepste afsluiten komt, en zo tot het eeuwige afsluiten kunt komen. Hierin kunnen bepaalde geboortes in plaatsvinden. Je komt bij een heel groot meer. Je stapt in het meertje en wast jezelf. Dan zwem je het meertje over, en kijkt niet om naar allerlei geboortes die je om je heen zou kunnen zien. 12. Dit is best wel een tijdje zwemmen. Grijp geen enkele verschijning aan van ervaringen die om je 314 heen vliegen. Zwem gewoon door, en kijk er niet naar. Verderop zal het steeds duisterder worden, want je grijpt de lichtende verschijnselen om je heen niet aan. 13. Je bent op weg naar een plaats van zand. Wanneer je daar aan bent gekomen rol je in het zand wat aan je natte huid zal kleven, om één te worden met de natuur. Dan na het strandje kom je in een wildernis. Je hebt nu een leegte in jezelf ontvangen, die leegte ben je in wezen binnen gegaan. Vanuit die leegte kun je leven. 14. Zo kun je groeien in leegte, dat is een proces, en dit is een oefening. Je kunt dit leren. 15. Het oervlees moet overwonnen worden. Maar dat gaat juist ook door het leegworden, want het oervlees is een materiele geest, ook van religieus materialisme, die juist daar komt waar mensen nog niet helemaal leeg zijn. Het verslaan van deze geest zal ook een proces zijn. Territoriale geesten kunnen samenwerken, en je tegelijkertijd aanvallen. Ze kunnen elkaar ook oproepen voor hulp als het te zwaar 16. Als de hogere natuur dan echt komt, dan kun je je daar niet meer tegen verzetten. Het grijpt je, en er is niets wat je kan doen. 17. De tocht van het leegworden gaat ons brengen tot een hele andere wereld met andere hierachieen en volgordes, en alles wordt getranslitereerd in de zin dat we terugkomen tot de originele bestanddelen, dus dat zal allemaal heel diep gaan. Stap voor stap zal de hogere natuur dit openbaren. 18. Het toetsblok zal alles zuiveren, dus eigenlijk moet je leren leven vanuit het toetsblok. Je moet dus alles benaderen via het toetsen, en toetsen gaat door het vasten, het onthechten, totdat je merkt dat het vasten resultaat heeft, en dat de hemelse kennis je bezoekt in de onthechting, want leegte is een weg. wordt. Het leidt ergens naartoe. Het is een beetje hetzelfde als het aanvaarden van de tucht. 19. Omdat er ook een valse leegte is die kan spreken, een minder diepe leegte, die ook heel ongeduldig kan zijn, is het belangrijk om te blijven toetsen en te leren toetsen. 20. Er wordt dus gezaaid in je leven, op de verre achtergrond van je bewustzijn, tussen bewustzijn en onderbewustzijn in, in de schemerzone. 21. Hier zal het gerangschikt worden, op de juiste volgorde worden gezet, door het toetsen, en zal het resultaat of ze zeggen : 'ja, toets alles aan de menselijke overleveringen en tradities.' 27. Wel zijn er dus allerlei gangen die allemaal hun eigen eigenschappen hebben. Bijvoorbeeld er zijn gangen waar elk geluid een valstrik of wapen in werking zet, zodat je dus die hele tunnel door moet gaan via het vasten op geluid. 28. Er zijn dus ook tunnels waar licht hetzelfde doet, dus dan moet je vasten op licht. Zo bouw je dus van fundament op fundament, totdat de maat vol is, en je verder kunt, en je van de fundamenten je leven lang profijt hebt. brengen. 22. Dat is een proces. Je wordt dus voorbereid op het daadwerkelijk ontvangen van de hemelse kennis. Dan op een gegeven moment maakt het contact, en is er niets wat het kan stoppen. Je kan het niet wegdenken. Er wordt een link in je gelegd. Het is iets wat de hele tijd op je blijft indreunen. 23. Het blijft om je heen, terwijl je toetst, er niet zomaar naar grijpt. Dus wacht even af hoe het gaat reageren, en hoe het zich gaat vormen. 24. Hierdoor zul je uiteindelijk dingen gaan zien en voelen, en hou ze maar gewoon op een afstand, en kijk maar een beetje, want als je in overmoed het oervlees aanziet voor de hemelse kennis, dan is het ook goed mis. Het moet via een natuurlijk proces zich gaan uiten. 25. Het gaat er dus om handigheid in het toetsen te krijgen, om zo hemelse kennis te vergaren, en de leegte niet te verwaarlozen of te degraderen of minachten. De leegte is het toetsen, dus dit is je bescherming tegen de sluwheid van het oervlees. 26. Omdat zoveel mensen hiermee de mist ingaan zijn er ook zoveel verschillende meningen. Er zijn plaatsen waar het toetsen niet of nauwelijks geleerd, 315 29. Er zijn juist zoveel andere belangrijke zintuigen, en we moeten zelfs een andere taal leren. Ook die zintuigen kunnen zich in de leegte ontwikkelen. 30. Zo kan het dus zijn dat door het toetsen heen de hemelse kennis een merkteken van informatie in je maakt, om je zo leiding te geven. 31. In het begin is het moeilijk. Het is een proces om het oervlees te onderscheiden van de ware hemelse kennis. 32. Het toetsen is een soort schijn-oorlog, of toetsoorlog. Stel je voor je wordt benaderd door één of ander beest, of je wordt overweldigd door allerlei gedachtes of gevoelens. Dan is het belangrijk dat je dat van verre al ziet aankomen, anders kan het misschien al te laat zijn. Daarvoor is er het jachtstoetsen. Als je iets in de verte op je af ziet komen, dan neem je een toets-pijl, en dan schiet je die erop af. Dat kan de hemelse kennis dus niet schaden, maar stel dat het de hemelse kennis is, dan wordt de hemelse kennis juist hierdoor vrijgezet. Je pelt hier dus als het ware de hemelse kennis mee af. Komt het dan nog steeds dichterbij, dan schiet je er nog een toets-pijl op af, en wordt het daardoor nog niet gestoord, dan begint er een grond-gevecht van dichtbij. Dit is een toets-gevecht, zoals Jakob op
Page 316
Pniel. Dit is een worsteling, een toets-worsteling. De hemelse kennis wordt zo geheel losgemaakt van boze geesten. 33. We moeten leven in het heilige vasten, vanuit de heilige leegte. 34. Het zijn geen gaven, het is loon, het is een relatie waarin aan de voorwaarden is voldaan, en de belangrijke tussenstap hierin is de leegte, de heilige vreze, oftewel de vreze van de hemelse kennis. Vanuit de leegte kan tongentaal opkomen. 35. Maar eerst moet de tongentaal sterven, op het toetsblok gelegd worden, in de onthechting. 36. Wij ontvangen leiding door de jacht. Er staan teveel boze geesten klaar om hun 'gaven' te geven aan hen die de hemelse kennis en de jacht verachten. waarheid onderdrukken. 5. Het Ahnitische is vol van de hemelse kennis, en dan hebben we het vooral over waar Ahn de weg tot de moederschoot bespreekt, zoals Job dit ook doet. 6. Gedachten zijn vaak geesten die met elkaar communiceren. Zij gebruiken hiervoor lichamen, zodat de persoon denkt dat hij het zelf is. 7. Zij besturen mensen. 8. Pijnen worden veracht, zoals angst ook wordt veracht, en andere belangrijke emoties. De mens is verslaafd. 9. Onze ware identiteit zit opgesloten van binnen, door allerlei fabels en praatjes. 10. Wij moeten deze oerleugens verbreken. 27. De hemelse verspieding 1. In de hemelse kennis is de profetie dieper. Het oervlees kan je begiftigen met een heleboel gaven en profetieen, maar als het er op aankomt mis je dan net de bron-profetieen die nodig zijn om je er doorheen te leiden. 2. De heilige onderscheiding is loon, geen gave die iedereen kan krijgen. 3. Het oervlees geeft gaven zodat de jacht wordt uitgedoofd. Hij mest mensen vet zodat ze de jacht niet meer aangaan. Hij geeft hen wat ze verlangen. Hij geeft hen afgoden die altijd voor hen klaar staan. 4. Soms kan een bepaalde waarheid juist een diepere 316 11. Hierdoor worden de diepere zintuigen geopend, leren we communiceren door pijnen en leegtes, door honger, door hoe de wildernis communiceert, door patronen. 12. Hierin worden ook weer verborgen oerleugens ontmaskert. 13. Je komt er niet door te 'denken'. Ook het denken moet op het toetsblok gelegd worden, en de wil. 14. Door de leegte, duisternis en honger, door het toetsen, het afleggen en de onthechting, kom je uiteindelijk dan tot de diepere, meer zuivere bronnen van denken, van hemelse kennis, die zich op een hele andere manier manifesteren. Dit gebeurt door het sterven aan jezelf. 15. Jij bent het zaad, en dat sterft, en dan groeit daar iets uit voort, wat gaat stromen, en dat manifesteert zich dan in het nieuwe denken van de hemelse kennis. 16. Dit moet op een natuurlijke manier gaan, niet dat je vanuit jezelf alles gaat lopen uitdokteren. Denken is heel goed, zoals profetie heel goed is, maar de vraag is dus : hoe te denken ? Hoe te profeteren ? Dit gaat dus door aan jezelf te sterven. Er is zoveel vals leven in ons, zoveel cosmetische en kunstmatige natuur in ons, oude natuur, en dit sterft af door de heilige vreze en de hemelse kennis daarvan. 17. Als het zaad sterft, dan kan niemand de nieuwe natuur tegenhouden, dus dat wil echt niet zeggen dat je een leeghoofd of een waashoofd gaat worden. Nee, de leegte, de onthechting geeft loon. En dat loon is niet het loon van de wereld, maar zal speciaal loon zijn. Je zal geen deel meer zijn van de massa. Je zal anders zijn, je tijd ver vooruit. 18. De vijand is verdeeld, ze strijden tegen elkaar en maken elkaar tot slaaf. 19. Oerleugens leven vaak in oorlog en overwinnen en verlammen elkaar dan, om elkaar te gebruiken, zodat het net lijkt alsof alles vrede is. 20. Wij moeten het goedmaken wat er door de zonde verkeerd is gegaan, door ons goed te laten inlichten wat er precies kapot is gemaakt en hoe het hersteld kan worden. Hierin moet de vijand aangepakt worden, en moet alles herbouwd worden. 21. De hemelse kennis manifesteert zich in de grote moeder of baarmoeder, maar dat is niet de enige verschijningsvorm. 22. Alles gaat stap voor stap. We werken onder en boven de schelp, zowel herdefinieren als ontmaskeren. Daarom blijven de oude geschriften van belang, omdat het veel kennis bevat die in de hemelse kennis doorvertaald kan worden. 23. De leegte in het oervlees is ervoor om de 317 hemelse kennis uit te doven en verborgen te houden, terwijl de leegte van de grote moeder ervoor is om de hemelse kennis aan te wakkeren, juist door los te komen van de verdraaide kennis. Dit is de onthechting, om los te komen van het materialisme. 24. De leegte van het oervlees is oppervlakkigheid juist om het materialisme te beschermen. De leegte van de grote moeder is diepte die naar diepere werelden leidt. Het is vuil werk, maar lonend. 25. In religie ligt altijd het gevaar dat er persoonsverheerlijking komt, als een excuus om niet meer verder te leren. Het gevaar is dat de persoon belangrijker wordt dan datgeen waar het voor staat. Dat is ook het geheim van hoe religieuze arena's werken. De nadruk wordt gelegd op goden, op personen, die iedereen dan op zijn eigen manier neerzet, en dan ontstaat er strijd, wat natuurlijk goed voor de economie is. Op dit principe worden hele samenlevingen gebouwd. 26. De Ahnitische kennis leidt tot de wildernis. 27. De sleutel ligt in de stammen. 28. Die eigenschappen groeien allemaal mee in de hemelse kennis, en worden wat genuanceerder, en er komen steeds meer eigenschappen bij. 29. We zijn nog steeds in een oorlog, en op school. Er is een hoop werk te doen, en alhoewel dat heel zwaar kan zijn, is het op lange termijn erg lonend. 30. Het gaat diep, omdat alles stormbestendig moet worden. 31. Het aanvaarden van de tucht, en de heilige vreze zijn hierin belangrijk. Dit behoort bij het toetsen. Dit wordt door de hemelse kennis beloont. 32. De tocht gaat verder. Daarom mogen we ook blij
Page 318
zijn met de tucht, omdat het groei belooft, verfijning. 33. Het mannelijke en vrouwelijke zijn de personificaties van diepere dingen, en daar is een hele grote strijd om gaande. 34. Het mannelijke en vrouwelijke zijn symbolische krachten, en zij bevinden zich diep in ons, en alleen door de hemelse kennis hierover kan dit grote geheimenis opgelost worden, en dat zijn we dan ook aan het doen. 35. De toorn van de grote moeder, het heilige vrouwelijke, de hemelse kennis van dit geheimenis, is allereerst in toorn over de gehele patriarchie van vrouwen-onderdrukking door de menselijke overleveringen en tradities en valse religie. 36. We moeten in de gaten blijven houden dat de moeder dit heeft opgesteld om haar natuur en geheimen te bewaken, als achter een masker. 37. Zij heeft deze wachters opgesteld om haarzelf veilig te stellen, maar deze wachters hebben zich ook aan haar bezondigd, dus het is allemaal heel dubbel. Al met al moeten we deze wachters van het oervlees verslaan, anders zullen we nooit bij dit moeder principe komen. Wij moeten door dit voorhangsel gaan, want hier test de moeder ons mee. Dit is dus een hele grote beproeving waardoor velen door de mand vallen. 38. De toorn van de moeder wekt dan bij hen die daar gevoelig voor zijn de vreze van de hemelse kennis op, en die kan heel drukkend zijn, want het is een oorlog en een jacht. En het doelwit bevindt zich juist in ons, dus daarover wordt gestreden. Ook is dit de diepe onbekende duisternis. 39. Deze strijd is eenzaam, en een lijdensweg. 40. De hemelse kennis werkt met fragmenten, 318 omdat het een puzzel is, die subtiel gelegd moet worden. 41. Je moet daar dus echt klaar voor zijn, en het juiste seizoen moet er voor zijn. 42. Je werkt zo ook voor ieder fragment, dus ieder fragment zal dan ook een soort van beloning zijn die je later dan kunt gebruiken of inpassen. Zo spaar je dus eigenlijk. 43. Niets gaat vanzelf, en juist als we teveel zouden krijgen in één keer dan zouden we lui kunnen worden of ondankbaar, zoals dat zo vaak in menselijke overleveringen en tradities gebeurt, vanwege het genade-principe. 44. Religie is natuurlijk maar symboliek om de diepere, ingewikkelde processen van het leven te beschrijven, om de weg te wijzen tot de hogere bewustzijnen waartoe wij moeten ontwaken. Het gaat hierin niet zozeer om geloven, maar om ervaren, leren kennen. Geloof wordt al te gemakkelijk afgoderij, als in overgoddelijkheid. 45. Er is dus een ware strijd gaande tussen de hemelse kennis, die altijd weer dieper gaat, alles dieper vertaald en blijft doorleren, en gemakszuchtig geloof. 46. Geloof is veelal een valkuil om ons van de hemelse kennis en het ervaren af te houden. Wij moeten persoonlijke ervaringen hebben met het diepere om het te leren kennen, om zo onze diepere zintuigen te openen en te herwinnen. 47. Onze aardse zintuigen houden ons vast aan geloof van het oervlees. 48. Blijf kijken naar de hogere visioenen, luister goed, en leer ervan, oftewel blijf analyseren en persoonlijk ervaren. Het is iets heel persoonlijks. 49. Vrouwen zijn de verdraaide, afgeweken spiegelingen van de hemelse kennis, van het ware vrouwelijke, de wildernis moeder. Zij worden op de mens afgezonden om verschillende redenen, en als voorproefjes, juist om ons te testen, want vaak moeten zij juist ontweken worden, opdat we de ware prijs niet zullen missen. 50. Vrouwen zijn vaak de voorhangsels van de hemelse kennis. Dit is allemaal tijdelijk. Wij zijn in worsteling met de oer-moeder, voor test-doeleinden. Wij mogen ons nooit zomaar overgeven. De oermoeder maakt ons agressief voor deze redenen. Wij moeten ons verzetten tegen elke band van slavernij die ons wordt opgelegd, want het kan de tegenstander zijn. 51. Hoe we met vrouwen moeten omgaan is van een heleboel dingen afhankelijk. Hosea had zelfs intiem contact met een hoer, wat als een profetische strategie was, een oorlogs-strategie. Hoseaanse huwelijken bestaan. Veel profeten zijn getrouwd of getrouwd geweest met een hoer. 52. Wij mogen nooit zonder oorlogs-instructies zomaar met de vijand meegaan. Velen verliezen hierdoor hun leven en komen in een kooi terecht, ver weg van de hemelse kennis. 53. Het vrouwelijke staat voor de onbekende duisternis, waarin het mannelijke het zicht is, en zeer beperkt. Wij moeten dieper de duisternis in. De moeder zondert ons af, en tuchtigt ons. Zij is absoluut geen verwenner. We worden afgezonderd in een kooi, waar we los komen van alle oude kooien, en waar we getemd worden tot de hemelse kennis. Het vrouwelijke brengt ons terug tot kindschap, en het ware mannelijke. We worden dus niet oververwend door het vrouwelijke. Daarom zal het soms dus lijken alsof het vrouwelijke ver weg staat. 54. Wij leren de worsteling, juist om van het valse 319 vrouwelijke af te komen. Er zijn veel vrouwen die de bedriegelijke duisternis voorstellen of zelfs het valse licht. 55. Het is belangrijk om dingen in het verband te blijven zien. 56. We werken dus onder de schelp in samenwerking met boven de schelp, wat we diepzee duiken noemen, wat een oorlogs-strategie is en verspieding in de strijd tegen het gevaarlijke oervlees. Zomaar wegrennen zal niet lukken, alhoewel vluchten wel een onderdeel is van de seizoenen. 57. Geduld is dus geboden, zicht houden op het verband. Dat is een oefening. 58. Dingen worden dus tegen elkaar weggestreept, omdat 'vergif juist ook het geneesmiddel bevat'. Wij moeten dus dingen op andere manieren leren bekijken. 59. De voorhangsels worden geopend, en we kunnen zien waar het pad verder gaat. 60. Het moet begrepen worden. 61. Al deze maskers zijn opgesteld om ons te testen, waardoor de moeder haarzelf bewaakt en bewapend. 62. De mens is beladen met voor de moeder gevaarlijke krachten, en die krachten moeten verbroken worden juist door deze dingen heen. 63. Menselijke overleveringen en tradities zijn wachters van de moeder, om de vijand te verwarren, en zodat niet de verkeerden tot haar zullen komen. 64. Het is dus een uitdaging om hier langsheen te komen. 65. Zij die niet met het probleem van menselijke
Page 320
overleveringen en tradities klaarkomen, zijn niet klaar voor de moeder. 66. De hemelse woede is een herkenningsteken voor hen in de hemelse kennis. Zo kunnen we elkaar herkennen, als een belangrijk fundament. 67. De heilige woede over onrechtvaardigheid is als een teken dat wij niet van deze wereld zijn. Ook is het een teken van zelf-worsteling. Aan de andere kant zet de hemelse kennis de valse natuur in ons zo onder druk dat het soms ook de woede van de vijand is die ontmaskerd wordt, dus het zal wellicht een mengeling zijn, en dit kan enigszins verwarring veroorzaken. 68. De hemelse kennis bestaat uit vele stappen en tussenstappen, vele verdiepingen. 69. De tocht naar diepere hemelse kennis gaat door vele punten. 70. In de leegte moet er een dieper afsterven aan de valse natuur plaatsvinden, waarin je dan opnieuw geboren wordt in die diepere laag van de hemelse kennis. 71. Hierin kan veel groei plaatsvinden. Leegte moet tot zo'n diepte komen dat we ergens op een gegeven moment zweven en overgaan in een andere wereld. 72. Velen buiten de leegte uit en beginnen een handeltje ergens, waardoor alles stopt. Er zijn geen grenzen in de leegte. Het kan altijd weer dieper en verder. De leegte reikt je dan als het ware de wapens aan als je er lang genoeg op gevast hebt, maar dat mag je nooit zelf doen. Het heeft dus een tijd nodig. 73. Als je zomaar wapens grijpt, dan zal het jezelf aanvallen, en zal het schade brengen. 74. Dus het wapen zal zelf komen, door het toetsen en vasten heen, en na het gebruik van het wapen, 320 moet het wapen weer terug in de leegte, waar het herschapen moet worden. En ja, alles gaat door geboortes. En geboortes komen door het sterven. 75. De omvormingen zijn goed. De onderwijzingen op zichzelf kunnen al een bepaalde omvorming teweeg brengen, omdat ze nieuwe fundamenten aanreiken. 76. Een heleboel gevoelens zijn niet van ons, maar van de valse natuur die door de ontmaskering klappen uitdeelt, tot de oppervlakte komt. Dan moet er even een heleboel gezuiverd worden. 77. De hemelse kennis rekent hier ook af met valse sociale contacten en brengt onthechting op dat vlak, vanwege allerlei kwalijke invloeden van het sociale. 78. Dan moet er even naar de wortels gegaan worden. Dat kan in golfbewegingen gaan, want ook dit behoort tot de seizoenen. 79. Elk detail van het verleden is belangrijk. Daar gaat ander zicht op komen, wordt in een andere verband geplaatst, krijgt een andere betekenis, en zo zal het veranderen in de diepere werkelijkheid. Het verleden zal ons wapen zijn wanneer we het verleden gaan begrijpen. 80. Ons werk onderscheid ons van het 'ergens vastgelopen' pinkstergeloof. Er is een verschil tussen 'vol zijn van de heilige geestelijkheid' en 'gebonden zijn in het heilige geestelijke'. 81. Soms zijn er profeten die zeggen dat ze dingen deden die ze niet konden stoppen, maar wij spreken over een algehele hemelse gebondenheid, dat je niet eens je hand kan optillen als de Heere dat niet wil. Dan kun je proberen je hand op te tillen, maar dat zal je dan niet lukken als je in de heilige gebondenheid leeft. 82. Zo diep gaat de heilige gebondenheid, en dit is iets waar rekening mee gehouden moet worden. Stel dat een mens nog zelf zou kunnen bepalen waar het lichaam naartoe bewogen kan worden, dan kunnen er fouten gemaakt worden, en dat kan zelf ongelukken veroorzaken. Dit wil niet stellen dat de mens in de heilige gebondenheid vrij is van tucht, integendeel. De mens in de heilige gebondenheid wordt zwaar getuchtigd, en daarom praat men er liever niet over. 83. De heilige gebondenheid is dus een groot geheimenis. geinspireerd, maar dit is in de hemelse kennis vanuit de heilige gebondenheid, dus niet iets wat je zomaar doet, maar wat over je komt. 6. Het moet dus puur natuur zijn. Geloof wordt op allerlei manieren misbruikt. Het wordt vaak als een excuus gebruikt, en is daarom ook helemaal niet verantwoord. 7. Wij werken niet vanuit geloof wat we zelf kunnen manipuleren, maar vanuit heilige gebondenheid. 28. Het hart van de moeder 1. Er wordt overgegaan van 'gave' naar 'loon', en het mechanisme van deze werkingen wordt getoond, zoals hoe profetie werkt in diepte, en onderscheiding. 2. Mensen kunnen niet met hun ego afrekenen. Het ware sterven aan jezelf is onbereikbaar voor hen. Ze worden in leven gelaten, en worden tegen elkaar opgezet. 3. Alle 'gaven' (loon) werkt vanuit de heilige gebondenheid wanneer het gaat om de hemelse kennis. In de leegte waar we ons vastklammen aan de heilige vreze, zal er vanzelf een punt komen waarin dat gebeurt. 4. Profetie is de hoofdgave of begingave. De gave van geloof is in de hemelse kennis de gehoorzaamheid. 5. Juist omdat we de nadruk leggen op profetie als de hoofdgave moet het 'spreken in tongen' als dat gebeurt voortkomen vanuit profetie, als 321 8. Ook alle genezing en bevrijding moeten uit dit principe voortkomen. Genezing is in de hemelse kennis een samenwerking tussen het natuurlijke proces en loon, wat door de tucht heengaat en wat een bewapening is. 9. Al dit werktuig kan dus heel verschillend werken, en zal in elke situatie weer anders zijn. 10. Verder gaat het erom om het grotere verband te krijgen, en tot hogere strategieen te komen in alle dingen, tot een groter overzicht, juist door de onthechting die plaats moet 11. Alle ontwikkelingen binnen de hemelse kennis hebben hun spiegeling symbolisch gezien in het materiele en het aardse. Dat is een natuurwet binnen de hemelse kennis, en dat moet de mens leren interpreteren. 12. Het zijn juist de gebieden waar de hemelse kennis mee bezig is, namelijk het hele werk en het loon, en dan moeten alle banden van valse genade, die de mens in drogbeelden houden, doorgesneden worden, zodat er daadwerkelijk een verbinding met je ware loon tot stand komt. 13. Er wordt dus naar je hart gekeken, en je wordt niet meer als een nummer beschouwd voor genade voor twintig in een dozijn. Als er dan zo'n genadeband wordt losgesneden, dan voel je je even vinden.
Page 322
helemaal verloren, want daar heb je altijd door geleefd. 14. Het lijkt dan alsof er een stuk ondersteuning onder je wordt weggeschopt, en dat geeft leegte, en kan pijn doen. Maar vergeet dan niet dat daar een loon-band voor in de plaats komt, helemaal afgemeten op jouw hart. Dus het kan even wezen alsof je terug gaat naar af, of een paar stappen terug, of alsof je naar het begin terugmoet, maar dan kan er een nieuwe wereld beginnen met nieuwe waarden, en alles zul je eerlijk verdienen. 15. Dan is het even diepe duisternis, en gaan er een paar lichten uit. 16. Het oervlees is namelijk zo'n lichtgeest van genade en verwennerijen, om zo de kinderen van de bronnen van de duisternis af te houden. 17. Hier is dus strijd om gaande. Wapens gaan tekeer om die banden los te kappen, en dan voel je je even op de woeste baren, maar depressie kan ook iets heel moois zijn, als het hart van de moeder, als een medicijn, en dan vind je daarin vanzelf op een gegeven moment het hemelse zicht. 18. Depressies hebben een zegen in zich. Depressie een verschijnings-vorm van de Moeder als Jager. Dit is om theologieen en idealogieen te veranderen. Zij leeft diep in de natuur, ver weg van de mensen. Ook is dit pad waarop je bent het pad van de armoede, het pad naar de onderwereld, en daar moet je telkens bij elke poort iets van je bezittingen afleggen. Zo kom je tot de sieraden van het lijden, van de heilige armoede, genaamd de Lokogamen. 19. Er zijn allerlei soorten heilige sieraden, en dit zijn allemaal wapens, en die worden alleen in de heilige armoede gevonden. Juist door je wonden kom je daar, omdat je wonden je gevoeligheid geven daartoe. Op dit pad kom je tot lijdensaanvaarding, afzondering, heiliging en ascese, 322 waarin overgevoeligheid een bijwerking kan zijn. Depressie kan ook een onderdeel zijn. 20. Er zijn ook speciale lokogamen voor de depressie. Deze sieraden zijn tegelijkertijd sleutels. Zij zullen de bedriegelijke lichten van genade in je doven, en je leiden tot het ware hemelse zicht. 21. Het is noodzakelijk voor ons om soms door deze dingen heen te gaan om verder te kunnen. Het is bitter-zoet. Niet alleen maar bitter, en niet alleen maar zoet, maar een mengsel. Dit behoort tot het herstel van de schijf van loon in deze tijden. 22. Als de mens in een nieuw en dieper gebied van duisternis komt, afgesneden van het licht, dan kan dat moeilijk zijn, omdat de zintuigen van de mens dat nog niet hebben verwerkt. Dan ziet de mens dus niets of niet veel, en het kan alles even overhoop gooien. Maar dan later gaan de zintuigen eraan wennen, aan dit nieuwe gebied, en zullen overwinningen behalen juist door het lijden heen, en zullen zich gaan openen, en dan zal een nieuw fundament zich vormen. 23. Gevechten zijn dus niet altijd leuk, maar wel noodzakelijk om verder te komen, en de mens kan het ook als een grote uitdaging zien, vol van verwachting. Er komt veel bij kijken. 24. Alle details in het leven zijn weerspiegelingen van het pad van de hemelse kennis, dus alles heeft met elkaar te maken en zijn lessen, waarin je gaat van fundament naar fundament. Het zijn allemaal kralen van dezelfde 25. In wezen is het een orakel dat uitgelegd moet worden vanuit het oerwoud. Zo niet, dan raast het raadsel nog steeds in het hoofd. Dit boek opent dus grote poorten in het hoofd, waardoor er heel veel stoffen in het hoofd vrijkomen. 26. Ook de nacht is geen doel op zich, net als de ketting. leegte, maar het is een middel om tot de diepere kennis te komen, verborgen zichten, waardoor we kunnen leven. 27. De zichten zijn aan het ontwaken, en dat gaat door allerlei processen. Het zijn de nieuwe zintuigen, en dat gaat door wedergeboortes.. 28. Elk werk is weer uniek. Het gaat erom om te komen tot de bron van de missie en dan alles daarop aanpassen. Soms is het beter personen te ontwijken, en andere keren zal confrontatie of samenwerking van belang zijn. 29. Depressies zijn aan de ene kant naar en lastig, maar aan de andere kant wordt je zo wel voorbereid. 30. Dan voel je je even slecht, maar dat is om je ogen te openen voor wat er gaande is, want we zitten midden in een oorlog, terwijl velen valse spijbel-feestjes aan het vieren zijn, en van dienstweigering. 31. De mens wordt door depressie hiervoor bespaard. De mens kan dan onmogelijk meefeesten, maar wordt voorbereid door wat bitterder voedsel, opdat zijn ogen opengaan voor de oorlogsstrategieen voor deze tijd. 32. Het is dus even vasten op allerlei verblindende leugenachtige zoete suiker-geesten, wat allemaal kunstmatig, behekst zoet is, maar de natuur heeft zijn eigen zoet. 33. Uiteindelijk zal het dan bitter-zoet zijn, maar wij mogen het zoete niet uit onszelf opwekken. Wij moeten dieper de bitterheid in, waardoor de bitterheid dan zelf het ware, pure, natuurlijke zoet zal voortbrengen, het zoete van het lijden bijvoorbeeld, wat vol is van openbaring. 34. Dus zo in de diepte gaan is even eng, maar de 'pijl door het vlees' is dus ergens goed voor. Het zal 323 niet voor zijn tijd worden weggenomen, maar zeker ook niet na zijn tijd. 35. Belangrijk is het om depressie te aanvaarden als de Moeder zelf, die van een hele andere wereld is dan de tijd waarin wij leven. 36. Depressie kan ook een uitdaging zijn als een groot geheimenis. Je gedachtes 'over' depressie kunnen gaan veranderen, dat je een ander gezichtspunt krijgt, en dat je dan langzaamaan anders met depressie omgaat. 37. Zie depressie dus niet als een dicht voorhangsel, maar juist als een open voorhangsel. 38. Juist ook depressie kan een missie zijn om in een ander of nieuw gebied binnen te gaan, en dan vang je even die verschrikkelijkheid op omdat het nieuw terrein is. 39. Maar dan later zul je dat gebied meer en beter kennen en je tent opzetten en overwinningen behalen, en zal dat gebied een hele andere betekenis voor je krijgen. 40. Er wordt naar elk detail gekeken, dus elk detail is van groot belang is. Je krijgt dan juist via het natuurlijke en het sociale een blik op bepaalde oerzonden, waar je een nieuw zicht op krijgt. 41. Het heilig zoet is te verkrijgen in de diepte van de wildernis, in het gevecht met het oervlees. 42. Dit bloed is bitter-zoet, maar allereerst bitter. We kunnen niet frivool zijn of laatdunkend over deze strijd. Als we een overwinning hebben behaald ligt trots altijd op de loer, en dan worden we door de volgende, hogere vijand overwonnen. Daarom moeten wij niet lachen als de dwazen, zelfs niet in de wildernis. Wij moeten daarom de heilige vrees eren en ons daaraan onderwerpen. Het is beter te vrezen dan vroegtijdig te lachen.
Page 324
43. Het oervlees kan in de wildernis verschijnen als een verlokking als het erg moeilijk is, en als je dan aangrijpt wat het je aanbiedt, dan neemt het je mee. Dan is je hart van het oervlees. Daarom is het belangrijk om het goed in de gaten te houden. De lucht zit vol met het oervlees, zowel subtiel als direct, maar het gaat erom dat er een groot aanbod wordt gedaan. 44. Het oervlees zal altijd wegen proberen te vinden om je te bereiken, zelfs als je in een hutje op de hei zou gaan wonen. 45. Dus we moeten zelfs als we diep in de wildernis zijn nog loskomen van het stadse, en dat gaat dus allemaal door de strijd tegen de beesten van het oervlees daar. Wij moeten worstelen met al het zoete en dat wat ons probeert te lokken. 46. De depressies kunnen zowel van binnen als van buiten komen, met als doel om ons los te weken van alles. Dit behoort allemaal tot de hemelse kennis, alle details. Het steekt ons, zodat we automatisch onthechten, en dan er een allergie voor ontwikkelen. 47. Dit is precies waar het allemaal om draait, dat we deze levensbelangrijke emoties op waarde gaan schatten, en weten dat juist zij ons over de grote zeeen heenbrengen. Dat doen de nachtmerries, niet de dromen. Dit zijn de sieraden van het eeuwig leven, onze wapens waarmee we de overwinning behalen over onszelf. 48. Mensen worden geboren door het oervlees, en kunnen dan de weg niet meer terugvinden. In plaats van deze wachter te verslaan, gaan zij deze wachter aanbidden. Alles hier op aarde werkt door het oervlees. 49. Het oervlees wil dat we aardse herinneringen hebben en dat we niet tot de diepte hiervan komen. 324 50. Het oervlees wil niet dat we de aardse herinneringen verslaan. Maar wij moeten die verslaan en onderwerpen aan de hemelse kennis, zodat we zien waar het om draait, en niet meer afgeleid worden. De wereld zit vol met afleiders. 51. Het oervlees is een nabootser. 52. En zodra je daar overheen gaat wordt je niet alleen daardoor gestoken, maar wordt er ook op je geschoten. 53. Daarom om het oervlees te verslaan hebben we de bron van duisternis nodig. 54. Mensen zijn vastgehaakt in het aanbidden van licht, juist opdat zij nooit tot de duisternis kunnen komen. Het oervlees heeft zijn eigen troonzalen, waar de lichtafgoden tronen. 55. Om hieraan te ontkomen moeten wij komen tot de bron van duisternis, dieper in de tenten van de Grote Moeder, om vandaaruit doorgang te krijgen tot de wildernis. Het doel is de wildernis. 56. Dit is ook een heel groot lijden. Juist in deze tenten zit hemelse kennis opgeborgen, en wij moeten deze bronnen door het lijden, door de tucht, openen. 57. De mens moest door het oervlees misleid worden. 58. Daarom gaat het niet om de uittocht, maar de intocht, en vandaaruit komen tot de diepere bronnen die verborgen gehouden worden, want het oervlees is een voorhangsel. 59. De geesten van het oervlees worden opgeroepen door het verwende volk, en het is allemaal walgelijk, maar dit is tegelijkertijd het oordeel over hen. 60. Ze zouden schrikken als ze zouden zien wat het was. 61. Wij moeten komen tot de stilte, waarin al het valse kan sterven. 62. Wij moeten zelfs komen tot de bron van stilte, het centrum van de stilte, oftewel de grootste en eeuwige stilte waarin nieuwe geboorte kan plaatsvinden om aan het oervlees te ontkomen. 63. Het oervlees is de overaanbidding van de mannelijke afgod. Daarom is er geen kennis onder het volk. Het is allemaal weggevreten door deze ziekte. Dit is wat het oervlees gedaan heeft. Het is een valse verwoester. 64. Vaak zijn het 'dochters der mensen' geesten die de nefilim moeten voortbrengen, de reuzen, de mannen van naam, de 'zonen der mensen'. Dit is dus allemaal ziekte, en het leidt tot de dood. 65. Het zijn niet zomaar mensen die zich vermaken, of gewoon maar wat verwende mensen die een feest bouwen om even van alles weg te kunnen zijn. Neen. Het is een angstaanjagende, ernstige en dodelijke ziekte die meedogenloos is en die jouw vernietiging op het oog heeft en daarvoor de meest uitgekiende methodes heeft. Het is ziekelijk, een virus waar velen vandaag de dag door ten onder gaan, want je houdt niet veel meer van je hersenen over. 66. Het is een groot roofdier, totaal niet meer menselijk. Het zijn geen mensen. 67. Dit boek gaat met het hele geheimenis van het oervlees tot de diepte, zodat het doorvertaald wordt in de hogere Amazone oerwouds talen om zo het goede eruit te halen, want het oervlees heeft heel wat geroofd en verborgen. 325
Page 326
DE TERUGKEER 326 II KAMBA kennis, als de voorhangsels van de tentendienst, dus het is weer heel dubbel. 1. Diepte als sleutel van geduld 1. Het "oordeel" over het materialisme is allang geweest, en draagt de patronen hiervoor in de oude profeten. 2. Het "oordeel" is het herzien van het ego in de diepte, het opnieuw rangschikken van dat wat er verdraaid was aan de oppervlakte. Hierover gaat dit boek. 3. Van de menselijke overleveringen en tradities komen we niet zomaar af, en dat hoeft ook niet. Ze bezitten veel kennis, vooral in de hemelse betekenis. Het is een bepaalde taal die gesproken wordt. 4. Aan de oppervlakte, zoals de kerken het presenteren, is het verdraaid, maar door diepte kan alles verbroken worden. Het is de slagtand van het zwijn. 5. Het is allemaal gestolen en op de markt te koop gezet. God als een hoer. Boeren onderhandelen erover in hun niet na te volgen boerse accenten. 6. Ik zag de menselijke overleveringen en tradities als kooien waarin wilde vrouwen waren opgesloten, natuur-vrouwen, die de personificaties van de verschillende aspecten van Moeder God waren. 7. Zij waren als wilde beesten en ik wist dat ze één dag zouden losbreken. Vandaar dat ik me ook altijd gewijd heb aan de natuur-uitleg van de menselijke overleveringen en tradities, om zo de kooien los te maken. 8. Aan de andere kant zijn deze kooien de voorhangsels van Moeder God, van de natuur327 9. In wezen waren de menselijke overleveringen en tradities oorspronkelijk dus een soort van hemelse vrouwen. Het is een onderwerp wat me blijft boeien : Moeder God verborgen in de menselijke overleveringen en tradities, want één ding is zeker : de vrouw als archetype moet in deze wereld hersteld worden. 10. Er moet een beter zicht op komen wat de vrouw precies is, op het principe en de metafoor ervan. Toch moet Zij zich ook blijven versluieren tot de tijd van openbaring en manifestatie. De diepte van dit alles brengt geduld. Diepte is dus de sleutel tot geduld, en zij die die diepte niet hebben zullen weggezogen worden door ongeduld en overmoed. 11. Diepte is een belangrijk schild tegen de stormen. 12. Filippi betekent in de Griekse grondtekst een vrouw op een beest. Vandaar dat je de gevangenisbrief van Paulus kunt zien als een tocht waarin een diepe sleutel verborgen zit, om zo verder te komen. 13. Het hele gevangeniswezen moet omgevormd worden. 14. Ik heb het Paulus personage altijd interessant gevonden, vanwege zijn werk in de gevangenis, en zijn betogen over hoe met het lijden om te gaan, en ook zijn strijd tegen het materialisme. Ik voelde altijd dat er een groter mysterie achter verborgen ging. 15. Ik weet nog wel dat ik op de bijbelschool een heel klein kamertje kreeg, en dat ik achter mijn schrijftafel zat en blij was dat ik nu eindelijk alle tijd had om het eens te bestuderen wat het nu eigenlijk was. 16. Ik bladerde door de brieven van Paulus en er
Page 328
kwam een onbeschrijfelijke blijheid en rust over me heen, een gevoel van veiligheid. Maar ik kon niet grijpen wat het was. 17. Ik was mijn ontmoetingen met theofanische vrouwen in hele heftige dromen als kind zijnde alweer vergeten. Ik sprak er ook niet over. 18. Ik zat diep in de kerk-gevangenis, maar ik zag een straaltje licht. Er groeide iets in mij, maar ik wist niet wat. Natuurlijk had ik daar wel mijn taal van menselijke overleveringen en tradities voor om het uit te leggen, maar het was iets anders, iets diepers. 19. Ik had contact met een moeder, maar zo werd dat niet geuit. 20. Later begon ik steeds meer door de menselijke overleveringen en tradities heen te prikken, en ik kreeg het aan de stok met de bijbelschool leiding, op mijn tweede bijbelschool, want ik was inmiddels verhuisd. 21. In hun ogen was ik te rebels en eigenzinnig, maar inmiddels had ik diepe ervaringen met de andere wereld en dat botste gewoon. 22. Ik begon in te zien hoe hypocriet ze veelal waren, en zelf niet eens volgens hun boekje leefden. Ik was niet de enige die dit inzag, want ook anderen begonnen te vertrekken. 23. Er werden veel machtsspelletjes gespeeld, en toen viel voor mij ook uiteindelijk het doek. 24. Ik had het helemaal gehad. Nog steeds heb ik ook heel veel goede herinneringen van die tijd, en heb ik ook hele fijne mensen mogen ontmoeten. Ik bouw en werk nog steeds met deze herinneringen. 25. Maar het Paulus personage zie ik soms weleens een beetje als Ra in zijn bootje door de onderwereld, 328 die eigenlijk doorging waar menselijke overleveringen en tradities waren gestopt. 26. Als Paulus het heeft over de vijanden van het ascetisme, dan heb ik daar een bepaald beeld van. 27. Het spreekt erg tot mijn verbeelding in de zin dat die diagnose bruikbaar is. Menselijke overleveringen en tradities zijn de grootste vijand van het ascetisme ooit. 28. Ik had een droom over de Filippenzen. Filippi is dus oorspronkelijk een hemelse vrouw. Paulus heette oorspronkelijk Saul, zijn Israëlitische naam (van Selah), wat in de wortels het raadplegen van een orakel betekent. 29. Saul kwam in die zin tot de hemelse vrouw, Filippi, en schreef haar kennis op. 30. Paulus, oftewel Saul, bevond zich in de gevangenschap van de baarmoeder, wat dus eigenlijk een teken is van komende wedergeboorte. 31. Saul noemde zijn gebondenheid "genade" om aan te geven dat dit buiten hemzelf omgaat, zijn lagere zelf geen inmeng heeft. 32. In het Grieks is de genade, of de gave, altijd verbonden aan loon, als de loons-gave, terwijl hier het gaat om de loons-gave van gebondenheid. Er is dus een heilige loons-genade en een valse genade die de vrije wil afneemt, of die de vrije wil wel waardeert, maar dan genade maakt tot een wachtwoord waar je verder helemaal niets voor hoeft te doen. 2. De gevangenis-brief van Paulus miskraam. 1. Saul stelt al heel duidelijk dat het niet om de gave gaat, maar om de vrucht. 2. Ook stelt hij dat zij die niet werken ook niet zullen eten, en dat ieder voor zich moet werken, wat een diepe geestelijke betekenis heeft. 3. In ieder geval komt het er op neer dat genade als een hulpeloosheid is die plaatsvindt in de gebondenheid van de baarmoeder, en waardoor er ook richting kan komen. 4. Dit is dus een hele andere genade dan die in menselijke overleveringen en tradities wordt geleerd. 5. Wij geven dus een hele andere definitie aan genade : Genade als een loonsgave, genade als tegemoetkoming waar iemand boven de maat veroordeeld is, en genade als de hulpeloosheid van de heilige gebondenheid die nodig is om geleid te worden zonder inmeng van de lagere wil. 6. Het roept weer op tot soberheid, ingetogenheid, daar waar menselijke overleveringen en tradities steeds vrijer en roekelozer werden als genadefanaten, zogenaamd gratis, maar waar de schaapjes peperduur voor moesten betalen. De genade drug suste het volk in slaap. 7. In ieder geval merkte Saul op dat alles is omgedraaid, juist zodat de