0

AN BAAN NAA BAAN ZONDER INKOMENSVERLIES? KIJK OP DE VOLGENDE PAGINA ESSAY AFSTOFBEURT VOOR ERFPACHT 22 INBURGERING ZORGEN OM TAALONDERWIJS 36 SPECIAL ARBEIDSMARKT GROEI KRAPTE 41 29 oktober 2021 | week 43 | jaargang 42 20 2021 BINNENLANDS BESTUUR TOENEMENDE KRAPTE OP DE ARBEIDSMARKT VECHTEN OM PERSONEEL Kom het verschil maken bij BMC, in een van onze uitdagende functies. www.bmc.nl/vacatures Het Publieke Domein VAN EN VOOR DE PUBLIEKE SECTOR Als het om arbeidsmobiliteit gaat hetpubliekedomein.nl | info@hetpubliekedomein.nl | 030 - 208 1153 ONAFHANKELIJK MAGAZINE VOOR BETROKKEN AMBTENAREN EN BESTUURDERS

Je wilt veranderen en je an aanspreken, maar je wilt o Met onze Nu van Werk naar Werk trajecten nemen wij arbeidscontracten over tegen nagenoeg dezelfde condities. Wij bieden medewerkers een contract aan voor onbepaalde tijd. Benieuwd hoe wij dat doen? Download de whitepaper op www.nuvanwerknaarwerk.nl ‘Van baan naar baan zonder inkomensverlies’

nd oo dere talenten ok zekerheid PROFIELSCHETS FUNCTIEPROFIEL MATCHEN VOORSTELLEN PLAATSEN 088-246 04 55 contact@everybodygroep.nl Een initiatief van Everybody Groep www.everybodygroep.nl

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 04COLOFON REDACTIONEEL Binnenlands Bestuur is een uitgave van de Sijthoff Media Groep en verschijnt tweewekelijks op vrijdag. REDACTIEADRES Postbus 75462, 1070 AL Amsterdam tel: 020 - 5733669 e-mail: info@binnenlandsbestuur.nl www.binnenlandsbestuur.nl HOOFDREDACTIE Eric de Kluis REDACTIE Hans Bekkers (chef redactie), Wouter Boonstra, Sjoerd Hartholt, Martin Hendriksma, Adriaan de Jonge, Yolanda de Koster, Alexander Leeuw, Michiel Maas, José Salhi. COLUMNISTEN Geerten Boogaard, Jan Verhagen ILLUSTRATOR Berend Vonk Coverbeeld: Shutterstock VASTE MEDEWERKERS Cristina Bellon, Ton Bestebreur, Martijn Delaere, René Didde, Wilma van Hoeflaken, Yvonne Jansen, Michel Knapen, Harry Perrée, Maurice Swirc, Marjolein van Trigt, Simon Trommel. BASIS-ONTWERP: Studio Room VORMGEVING VRHL Content en Creatie, Alphen aan den Rijn DRUK Senefelder Misset, Doetinchem ADVERTENTIEAFDELING Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674 Marcel van der Meer, tel. 06-23168872 Sandra de Vries, tel. 020-573 3656 E-MAIL ALGEMEEN traffic@binnenlandsbestuur.nl DIRECTIE Willem Sijthoff MARKETING Lindsay Duijm ABONNEMENT Voor een (gratis) abonnement zie de website: www.binnenlandsbestuur.nl en ga naar abonnementen. Heeft u nog vragen, mail dan naar klantenservice@binnenlandsbestuur.nl of bel 020 – 573 3600. Betaalde abonnementen voor bedrijven en professionals buiten de doelgroep: jaarabonnement 1e jaar € 87,- (normaal € 229,-). Abonnementen voor raadsleden en leden van Provinciale Staten zijn gratis. Los nummer € 9,75. De prijzen zijn exclusief btw. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. ISSN 0167-1146 OPLAGE 43.000 © Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken of gedeelten daarvan over te nemen. ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel’, zo twitterde PVV-voorman Geert Wilders in juni. Het bericht werd onmiddellijk bevestigd door FvD-leiderThierry Baudet. Dat deze beide politici er geen been in zien de media als geheel in een kwaad daglicht te zetten wanneer het ze uitkomt, zal weinigen verrassen. Dat Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland hetzelfde doen, zij het in andere bewoording, verbaast wel. Al jaren volgen diverse media, waaronder Binnenlands Bestuur, de omstreden herindeling van Scherpenzeel en Barneveld. De strijd liep hoog op. Direct nadat minister Ollongren een streep zette door de door de provincie gewenste herindeling, werd de waarnemend burgemeester door de Gelders commissaris van de koning ontslagen. Genoemde media raadpleegden in die tijd talloze bronnen. Ook de verantwoordelijk bestuurders kwamen meermaals aan het woord. Zoals gebruikelijk in een democratisch bestel waren de artikelen dikwijls aanleiding voor Statenfracties om vragen te stellen aan GS. Op veel van die vragen kwam een standaard antwoord: ‘Deze vraag is gebaseerd op publicaties in de media. Wij communiceren niet via de media en in het verlengde daarvan reageren wij niet op de vele (suggestieve) berichtgeving.’ Een democratisch orgaan dat zich niet wil laten controleren door de media, zelfs niet door Provinciale Staten op basis van berichtgeving in de media, en de berichtgeving ook nog eens wegzet als suggestief, zonder daar enig voorbeeld of enige onderbouwing voor te geven. Het kan blijkbaar in deze tijd. Een tijd waarin journalisten steeds vaker in een kwaad daglicht worden gezet, bedreigd en geconfronteerd met geweld. Een tijd waarin Omroep Gelderland geen verslaggevers meer naar voetbalwedstrijden stuurt omdat ze daar gevaar lopen. Dat GS het in zo’n tijd geen probleem vindt de media als geheel af te serveren en de berichtgeving als suggestief neer te zetten, is zorgelijk. Om goed te kunnen participeren in een democratie moet de burger vooral goed geïnformeerd zijn. Zonder media kunnen burgers de autoriteiten niet controleren. Democratie en vrije media zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is te hopen dat GS van Gelderland ook tot dit inzicht komt. ADVERTENTIE ‘ Democratie en vrije media zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden’ Binnenlands Bestuur is een onafhankelijk magazine voor de hoger opgeleide decentrale ambtenaar en lokale bestuurder. GELDERLAND BEWIJST VRIJE WOORD GEEN DIENST SUGGESTIEF ERIC DE KLUIS HOOFDREDACTEUR BINNENLANDS BESTUUR EU-nieuwsbrief Ontvang 1x per maand het nieuws over de belangrijkste agendapunten van de Europese Unie en het Europees Parlement. Meld u nu aan binnenlandsbestuur.nl/nieuwsbrieven

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 INHOUD 05 42 COVERSTORY PERSONEELSTEKORT De krapte op de arbeidsmarkt raakt gemeenten hard. Met name HR-afdelingen zullen op de grote trom moeten slaan, willen ze voldoende medewerkers weten aan te trekken en te houden. Een bredere oplossing is slimmer werken. 14 ARIE TEEUW INTERVIEW Raadsleden moeten de ruimte hebben om te kunnen kiezen voor bezuinigingen. ‘Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid’, zegt bezuinigingsadviseur Arie Teeuw. 18 RIVM-RAPPORTEN ONDER DE LOEP 28 HERVORMING JEUGDZORG AGENDATIPS VAN EXPERTS Drie wetenschappers geven advies over wat er nodig is om te komen tot een kwalitatief goed en financieel houdbaar jeugdstelsel. TWIJFELS OVER ZUIVERHEID ONDERZOEK WINDTURBINES Het RIVM liet zich bij rapporten over gezondheidsschade door windturbines volgens een onderzoeker van de Universiteit Twente om de tuin leiden door de wind-industrie. Het RIVM wijst de aantijgingen van de hand: van beïnvloeding is geen sprake. NIEUWS Conferentie toekomst Europa grote onbekende Burgers ‘eisen’ steeds vaker Wmo-hulp Inspectie op Belastingdienst ACHTERGROND Essay: Afstoffen van de erfpacht Rood team tegen cybercrimineel Groen stadhuis nog ver weg Zorgen over kwaliteit taalonderwijs Omgaan met burgers in de weerstand ABONNEMENT Voor een (gratis) abonnement zie de website: www.binnenlandsbestuur.nl. Klik vervolgens op Abonnementen en kies de vorm die bij u past. SPECIAL ARBEIDSMARKT Oei, laagterecord aan baanzoekers Rijk dijt verder uit ‘Uitdagen, origineel en creatief werven’ In Italië zijn ze pas oud! Doelmatiger met deeltijders 6 7 9 22 26 32 36 65 48 53 53 54 62 VERDER COLOFON / REDACTIONEEL 4 BEREND VONK 7 GEERTEN BOOGAARD NIEUWS IN BEELD IN DE CLINCH JAN VERHAGEN BOEK PERSONALIA 11 12 21 39 69 72

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 06 NIEUWS EUROPA DOOR: SIMON TROMMEL De conferentie van wat? Meer dan tweederde van de lokaal en regionaal bestuurders in Nederland kent de Conferentie over de Toekomst van Europa niet. Tegelijk vindt ruim drie kwart van hen dat ze onvoldoende invloed hebben op het EU-beleid. VEEL LOKALE BESTUURDERS HEBBEN ER NOG NOOIT VAN GEHOORD CONFERENTIE TOEKOMST EUROPA GROTE ONBEKENDE Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd is in opdracht van het Comité van de Regio’s (CvdR), het Brussels adviesorgaan van lokale en regionale overheden. De onbekendheid ligt stukken tientallen procenten hoger dan het Europees gemiddelde van 46 procent. Met de Conferentie over de Toekomst van Europa kan iedereen en vooral de burger meepraten over de instituties en het beleid van de Europese Unie. De Conferentie is een initiatief van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Die drie instellingen zullen naar de burgers luisteren en aan de slag gaan met de aanbevelingen die de Conferentie oplevert. In het voorjaar van 2022 zal de Conferentie conclusies en richtsnoeren aannemen. KLIMAAT De Zwolse wethouder René de Heer (VVD, economie) en lid van het CvdR, denkt dat de onbekendheid zowel aan de afzender als de ontvanger ligt. ‘Misschien is de Europa awareness sowieso laag. Des te meer reden juist wel over de toekomst van Europa te praten. Immers veel van de grote opgaven zoals klimaat, energie, werk en veiligheid hebben een stevige Europese component’, zegt hij. ‘Het blijft voor Europa en de instituties lastig om goed duidelijk te maken wat Europees beleid betekent voor de inwoners. En aan de andere kant is de oriëntatie van de meeste mensen vaak lokaal of regionaal gericht. En is het vaak onduidelijk hoeveel effect ‘Europa’ daar heeft.' LAK AAN RECHTSSTAAT? EXIT! Ruim drie kwart van de Nederlanders vindt het belangrijk dat de Europese Unie de rechtsstaat beschermt. Acht op de tien van hen vindt dat landen die zich daar niet aan houden, uit de EU moeten stappen. Uit hetzelfde onderzoek van het Comité van de Regio’s blijkt eveneens dat 70 procent van de Nederlanders wil dat de grenzen beter worden beschermd en 72 procent van hen vindt dat ook als dat betekent dat meer mensen moeten worden teruggestuurd naar onveilige landen. 69 procent wil een Europese immigratiedienst die vluchtelingen eerlijk verdeelt over de EU-lidstaten. Ook de leider van de Nederlandse delegatie in het CvdR, burgemeester Ellen Nauta van Hof van Twente, ziet dat de conferentie nog niet echt leeft. ‘Ik denk dat dit ligt aan het feit dat de conferentie centraal is gelanceerd. Het CvdR heeft vanaf het begin aangegeven dat debatten over de toekomst van Europa in de lokale gemeenschappen moeten worden gevoerd, door inwoners van de EU zelf.’ Europarlementariër Malik Azmani (VVD) zegt het een probleem te vinden dat het lokaal bestuur zo slecht op de hoogte is. ‘Daarmee wordt de kans ontlopen dat Nederlandse inwoners een bijdrage kunnen leveren aan hoe de toekomst van Europa er uit moet zien. Het gaat om de grootste uitdagingen dicht bij hen, zoals veiligheid, migratie en klimaat. Niet alleen inwoners van zuidelijke landen moeten meedoen. Ons lokaal bestuur moet betrokken worden.’ BURGERDIALOOG Er zijn wel initiatieven in Leeuwarden, Maastricht, Rotterdam en Utrecht maar het kan beter, vinden Overijsselse bestuurders die Europees actief zijn. Daarom gaat Nauta samen met De Heer en Overijssels gedeputeerde Eddy van Hijum en de Enschedese wethouder Jeroen Diepemaat een evenement voor jongeren opzetten. Want een debat over de toekomst moet je met de generatie van de toekomst voeren, aldus De Heer. Nauta: ‘We hebben het initiatief genomen om alle jongerenraden in Overijssel te vragen deel te nemen aan een debat over de toekomst van Europa. Zonder inbreng van de jongeren vinden wij het een gemiste kans. We zijn nu bezig met de voorbereiding. Die heeft nog geen definitieve vorm, want er zijn veel creatieve ideeën, van een festival tot een roadshow langs scholen, maar we moeten met elkaar nog wel bekijken wat echt haalbaar is.’ Intussen komt ook de nationale burgerdialoog op gang. Via de site Kijkopeuropa.nl hebben sinds september 10.000 mensen hun mening gegeven over de EU. De eerste stap was een panelonderzoek waarop zo’n 4.000 mensen hun mening gaven; 68 procent van de Nederlanders gaf daarbij aan dat de EU een leidersrol op het gebied van klimaat moet hebben. Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het mediafonds van de Europese Unie.

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 DOOR: YOLANDA DE KOSTER SOCIAAL NIEUWS 07 Gemeenten zijn het afgelopen jaar nog kritischer geworden op het Wmo-abonementstarief. Het is moeilijker mensen te bewegen voor hulp de eigen omgeving in te schakelen en mondige burgers beroepen zich steeds vaker op hun ‘recht’ tot ondersteuning. AMBTENAAR NOG KRITISCHER OVER WMO-ABONNEMENTSTARIEF BURGERS ‘EISEN’ STEEDS VAKER WMO-HULP De drijfveer om een beroep te doen op het eigen netwerk of de eigen kracht is met de invoering van het abonnementstarief kleiner geworden. Dat concluderen onderzoekers in de derde monitor Wmoabonnementstarief (over 2020) op basis van gesprekken met gemeentelijke (beleids)medewerkers Wmo. Terwijl dat een belangrijk uitgangspunt van lokaal beleid CARTOON BEREND VONK is. Het gesprek aan de keukentafel was voorheen een goed middel om te kijken welke hulp echt nodig was. ‘Daarmee was de hoge(re) eigen bijdrage een sterkere prikkel voor inwoners om te kijken naar alternatieven voor de Wmo-voorziening’, aldus de onderzoekers. Het abonnementstarief – de inkomensonafhankelijke eigen bijdrage – is in 2019 voor maatwerkvoorzieningen en in 2020 voor algemene voorzieningen ingevoerd. Inwoners beroepen zich ook vaker op hun ‘recht’ tot ondersteuning dan voor de invoering van het-abonnementstarief, merken ambtenaren. Vooral als het om hulp bij het huishouden gaat. ‘Cliënten denken goed te weten waar ze recht op hebben en lijken op dit gebied tevens mondiger te zijn.’ Daarnaast weten burgers goed ‘wat ze wel en niet moeten zeggen’ om een voorziening te kunnen afdwingen (…) of welke hulp of ondersteuning er nog vanuit het netwerk ingezet kan worden.’ Op verschillende manieren proberen gemeenten de toegang tot Wmo-voorzieningen te bemoeilijken, onder meer vanwege de tekorten. Cliënten en cliëntorganisaties snappen dat, maar maken zich tegelijkertijd zorgen. Mondige burgers zullen eerder hulp krijgen of weten af te dwingen dan minder assertieve burgers. Dit kan tot een tweedeling leiden, zo is de vrees. Dat mensen met hogere inkomens vaker voor Wmo-hulp aankloppen, roept ook weerstand op. Gemeenten moeten dan bezuinigen ten koste van kwetsbare doelgroepen of mensen met een laag inkomen.

VAN ONZE KENNISPARTNER MOVISIE

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 DOOR: ADRIAAN DE JONGE ORGANISATIE NIEUWS 09 Een nieuwe inspectie gaat erop toezien dat de Belastingdienst 'op een fatsoenlijke manier' met burgers omgaat. Die toezichthouder, die begin 2022 van start gaat, onderzoekt patronen achter de signalen van burgers en uitvoerende ambtenaren. NIEUWE TOEZICHTHOUDER TER BESCHERMING RECHTEN BURGERS INSPECTIE OP BELASTINGDIENST ‘Het gaat Kees van Nieuwamerongen is aangesteld als kwartiermaker om de nieuwe Inspectie Belastingen, Toeslagen en Douane (IBTD) op te zetten. Zijn werkplek bevindt zich op de 28e verdieping van een Haagse kantoortoren. Maar, zo benadrukt hij, de nieuwe toezichthouder moet vooral niet in een ivoren toren zitten, maar midden in de samenleving staan. ‘Onze belangrijkste input komt vanuit burgers en het bedrijfsleven.’ Het besluit om de inspectie in het leven te roepen werd in 2020 genomen door het ministerie van Financiën, onder druk van de Tweede Kamer. De blauwdruk voor de IBTD, die toezicht houdt op drie diensten die voorheen onder de Belastingdienst vielen, werd gelegd door een groep externe deskundigen die door het ministerie om advies was gevraagd. Verschillende kwesties rond de bescherming van de rechten van burgers vormden de aanleiding voor de nieuwe inspectie. De kinderopvangtoeslagenaffaire is daarvan de meest bekende, maar ook de omstreden Fraude Signalering Voorziening (FSV), die werd afgeschaft vanwege problemen rondom privacy, speelde een rol. De IBTD moet dienen als een onafhankelijke ‘tegenkracht’ om dat soort problemen te signaleren. Van Nieuwamerongen: ‘De toezichthouder gaat kijken of de dienst rechtsstatelijk correct werkt.’ In minder ambtelijke taal: ‘Het gaat erom dat je op een fatsoenlijke manier met je burgers omgaat.’ Waarom is een nieuwe toezichthouder eigenlijk nodig? In theorie zijn er immers al checks and balances die problemen in de uitvoering zouden moeten signaleren. Denk bijvoorbeeld aan de ombudsman, erom dat je op een fatsoenlijke manier met je burgers omgaat’ die fouten bij de kinderopvangtoeslag al in 2017 aankaartte, maar zich niet gehoord voelde. ‘We doen wat anders dan de ombudsman’, legt Van Nieuwamerongen uit. ‘We zijn er niet voor individuele klachtbehandeling. Wij kijken naar dingen die op structuurniveau misgaan.’ En hoe zit het met controle vanuit de organisatie zelf? Van ambtenaren op de werkvloer wordt verwacht dat ze aan de bel trekken als ze merken dat burgers in de knel komen. Zij voelen zich echter, zo bleek onlangs uit onderzoek, vaak niet veilig genoeg om misstanden te melden. Eén van de taken van de IBTD is dan ook om die interne tegenkracht, die nu niet goed functioneert, te herstellen. De deskundigen die het advies over de nieuwe toezichthouder uitbrachten, schreven al dat toezicht op zichzelf 'geen wonderolie' is. ‘Het kan niet alle huidige en toekomstige problemen in de domeinen oplossen of voorkomen. Daarvoor is allereerst nodig dat de interne checks and balances, cultuur en informatievoorziening binnen de Belastingdienst, Toeslagen en Douane op orde zijn.’ De inspectie heeft dan ook in eerste instantie een mandaat van vijf jaar. Daarna wordt bezien of het nodig is om het toezicht voort te zetten. EFFICIENCYDENKEN De IBTD spoort dus potentiële misstanden op, maar onderzoekt ook de onderliggende structuren. Daarbij kan het ook waarschuwen voor de onbedoelde effecten van bepaalde politieke tendensen, legt Van Nieuwamerongen uit. ‘Als je enorm gericht bent op het bestrijden van fraude, kan het zijn dat mensen van goede wil vermorzeld worden in de raden van die fraudebestrijding.’ Dat voorbeeld zullen de decentrale overheden ook herkennen, verwacht hij. ‘Lokaal bestuur gaat over diensten die heel direct contact hebben met burgers. Daarin is de afgelopen jaren noodgedwongen de nadruk komen te liggen op de letter van de wet in plaats van het belang van de burger. Efficiencydenken is de boventoon gaan voeren, ten koste van de menselijke maat.’ Van Nieuwamerongen is sinds mei van dit jaar bezig met het samenstellen van het team van zo’n 25 medewerkers dat de IBTD zal vormen. De zoektocht naar de toekomstige Inspecteur-generaal (IG), die het boegbeeld van de toezichthouder wordt, is onlangs begonnen. Zelf heeft Van Nieuwamerongen zich als kandidaat al uitgesloten. Hij heeft liever iemand die van buiten ‘Den Haag’ komt. Een beetje Haagse kennis is niet onhandig voor de nieuwe IG. Belangrijker is een sterk netwerk in de samenleving. Zie ook pagina 11.

GEERTEN BOOGAARD COLUMN11 EEN INSPECTEUR VOOR DE AFPAKJESDAGEN Voor de ambtenaar van de toekomst Met een VNG Connect Trainee haalt u jong talent in huis met een frisse kijk. VNG Connect leidt trainees op tot de allround ambtenaar van de toekomst. En misschien wel het belangrijkste: zij staan klaar met innovatieve ideeën voor de organisatie en om projecten van de grond te krijgen. Een VNG Connect trainee: Verbindt verschillende werelden met elkaar Is inzetbaar op ieder moment Neemt opgedane kennis in andere organisaties mee naar de volgende opdracht Is in dienst van VNG Connect: geen werkgeverslasten, HR-zaken en WW-verplichtingen Dit weekend stond de advertentie alvast in de krant. Het ministerie van Financiën zoekt een Inspecteur-generaal voor de nieuwe Inspectie Belastingen, Toeslagen en Douane. Een serieuze functie, want wie instapt op schaaltje 18 van de rijksoverheid kan rustig uitbollen naar 10.000 euro per maand, exclusief van alles. Veel geld, maar iedereen begrijpt wat er hier op het spel staat: nieuwe toeslagenaffaires voorkomen. Iemand moet op de deur komen bonzen als er ergens weer afpakjesdagen worden georganiseerd. En dat gaat dus een Inspecteur der Inspecteurs doen. Aan de slag met onze trainees? Kijk op vngconnect.nl/ trainees Deze nieuwe Inspectie wordt echter nogal opvallend ingeregeld. Voor een deel is dat logisch, maar voor een deel ook niet. Daar vertroebelt de verontwaardiging het staatsrechtelijke beoordelingsvermogen. De logische afwijkingen van de Aanwijzingen voor de Rijksinspecties hebben te maken met het feit dat de nieuwe Inspectie hoofdzakelijk eigen vlees moet gaan keuren. De Belastingdienst, de Dienst Toeslagen en de Douane zijn immers ook onderdelen van het ministerie van Financiën. Allemaal vallen ze onder dezelfde ministeriële verantwoordelijkheid. Daarom wordt de Inspectie in een ander pand gevestigd en is er reden om – in goed Haags jargon – de onafhankelijkheid extra te borgen. Het werkprogramma mag de minister van Financiën bijvoorbeeld alleen afkeuren als het ondeugdelijk tot stand is gekomen en de Inspectie maakt veel meer zelf actief openbaar. Alles om te voorkomen dat de stukken van de nieuwe Inspecteur-generaal ooit het lot van het memo Palmen treft. Allemaal logische versterkingen, kortom, van de zogenaamde institutionele onafhankelijkheid van de minister. Minder logisch, in elk geval, dan wat de Tweede Kamer voor zichzelf in gedachten heeft. Die wil helemaal geen afstand bewaren maar het zo regelen dat ze de politieke vinger voortdurend aan de inspecterende pols kan houden. De Inspecteur-generaal en het liefste ook al zijn of haar ambtenaren dienen bijvoorbeeld zo vaak te verschijnen als de Kamer dat nodig acht op gelegenheden die de Kamer passend acht. Daar mag de gedachtenwisseling dan niet beperkt blijven tot feitelijke informatie, maar ook de onderzoeken zelf kunnen inhoudelijk worden besproken. Dat is een vergaande vorm van Lubberiaans meedenken, maar de minister van Financiën zegt het allemaal gewillig toe. Uit angst wellicht voor nieuwe toorn van Leijten en Omtzigt. Toch raken de parlementaire verhoudingen zo wel zoek. Staatsrechtelijk grijpt de invloed van de volksvertegenwoordiging aan op de bevoegdheid De parlementaire verhoudingen raken zo zoek GEERTEN BOOGAARD IS HOOGLERAAR DECENTRALE OVERHEDEN (THORBECKE LEERSTOEL) AAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN van de bewindspersoon. Omdat een minister overal over gaat, kan die overal op worden aangesproken. Een Inspectie optuigen waar de minister niet over gaat maar waar de Kamer van alles vindt, is een fundamentele kortsluiting op dit systeem. Want waar kan een Kamer nog terecht, als ze de Inspectie wil bijsturen? Niet bij de minister, die gaat er dus nadrukkelijk niet meer over. En niet bij zichzelf, want het is geen Inspectie van de Kamer. Terwijl dat laatste dus helemaal zo’n gek idee niet is: een eigen inspectie. Een van de grote lessen uit de toeslagenaffaire die de Tweede Kamer zichzelf mag aanrekenen, is de absurde verwaarlozing van de eigen ondersteuning. Een gemiddeld Kamerlid heeft simpelweg de mogelijkheden niet om iets te laten uitzoeken. Controleren is daardoor vooral veel vragen stellen, in de hoop dat iemand anders tijd heeft de antwoorden te lezen. Met een eigen Parlementaire Inspectie kan de Kamer zelf feiten verzamelen, zeker als de minderheid mee mag doen met het schrijven van het werkprogramma. Een van de functies elders die de VVD destijds voor Pieter Omtzigt had bedacht, was een soort Algemeen Rijksinspecteur. Hij mocht op elke deur gaan bonzen waarachter hij een rekenfout rook. Maar die functie heeft hij al. Net als zijn 149 collega’s. Er moeten alleen nog wat schaaltjes-18 in de ondersteuning bij. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 12 NIEUWS IN BEELD DIGITAAL DOOR: HANS BEKKERS ONLINE PARTICIPATIE Digitale deelname ONLINE OF FYSIEK PARTICIPEREN? Half februari 2021 zette Citisens een online enquête uit onder 10.000 leden van het eigen panel. 2983 inwoners van Nederlanders vulde hem in. 882 van de invullers (30 procent) gaf aan sinds het voorjaar van 2020 te hebben deelgenomen aan een online participatie-activiteit van de gemeente en ook aan wélke activiteit ze hebben deelgenomen. De icoontjes laten zien welk betrokkenheidsprofiel het vaakst heeft deelgenomen aan de activiteit. Aan invullers die eerder (vóór corona) ook deelnamen aan een fysieke participatieactiviteit is gevraagd wat de voorkeur heeft: online of (toch) fysiek participeren. Wat blijkt? Over de hele linie gaat tóch de voorkeur uit naar fysiek op locatie (51 procent). Online enquête Webinar Online bewonersbijeenkomst Online platform 17% 6% 10% 86% ACHT TYPEN NEDERLANDERS Ook vóór corona bestond bij gemeenten al het besef dat je tijdens de traditionele fysieke bewonersavond vooral in gesprek gaat met het geijkte clubje inwoners dat de weg naar het gemeentehuis prima weet te vinden. Uiteraard moet je de inbreng van deze groep waarderen, maar het risico dat je zo slechts meningen ophaalt van een deel van je inwoners is groot. Om goed zicht te krijgen op wie de usual dan wel unusual suspects zijn, ontwikkelde Citisens een segmentatiemodel met 8 betrokkenheidsprofielen, dat Nederlanders indeelt op basis van big én small data.

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 NIEUWS IN BEELD 13 In 2020 gingen we ‘massaal digitaal’ in het bereiken en betrekken van inwoners. Niet per se omdat het kon, maar misschien vooral omdat het moest (corona). Onderzoeksbureau Citisens peilde bij een representatieve groep Nederlanders hun mening en ervaringen rondom de vraag: ‘Is participatie inclusiever geworden wanneer online georganiseerd, of sluiten we juist groepen mensen uit?‘ Binnenlands Bestuur zet de belangrijkste resultaten op een rij. INBRENG ZORGEN EN VRAGEN Op de stelling ‘mijn zorgen en vragen kan ik even goed inbrengen tijdens een online bewonersbijeenkomst (of webinar) als tijdens een fysieke bijeenkomst op locatie’ geeft het merendeel van de invullers aan dat dit even goed kan (55 procent). Geïnformeerde Gezinsdrukte en Stadsnomaden waren het het vaakst eens met de stelling. 55% 15% Waardering: prettig of niet? Online enquête 73% 23% 4% Webinar 69% 11% 21% Online bewonersbijeenkomst 65% 16% 20% Online platform 77% 16% 7% prettig neutraal onprettig PARTICIPATIE IS INCLUSIEVER Op basis van het onderzoek is de conclusie dat participatie inclusiever is geworden als deze, in verband met corona, uitsluitend online wordt georganiseerd. Te zien is ien dat er in de afgelopen corona-periode een meer diverse groep inwoners deelneemt aan de uitgelichte participatie-activiteiten. Ook inhoudelijk lijkt de balans positief uit te slaan. Met de stelling ‘ik doe eerder mee aan een participatie-activiteit van mijn gemeente als deze online is dan als deze fysiek op locatie plaatsvindt’, is 52 procent het (zeer) eens en 22 procent het (zeer) oneens, de rest stemt neutraal. 30% Ruimte voor kritische noot (zeer) oneens neutraal (zeer) eens

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 14 INTERVIEW ARIE TEEUW DOOR: MARTIJN DELAERE FOTO: ARIE KIEVIT Raadsleden moeten de ruimte hebben om te kunnen kiezen voor bezuinigingen. ‘Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid’, zegt bezuinigingsadviseur Arie Teeuw. ‘Soms heb je iemand nodig die ze daarbij een handje helpt.’ BEZUINIGINGSSPECIALIST ARIE TEEUW: ‘DE KINDERBOERDERIJ GAAT NOOIT DICHT’ Eigenlijk zou je als gemeente Arie Teeuw niet over de vloer moeten willen hebben. Gezellig is het wel. Een gulle lach, grijze krullenbol en steevast kleurrijk gekleed (overigens, voor de insiders: niet zo zwaar meer, want 40 kilo lichter), maar de gelouterde bezuinigingsadviseur doet wél wat het gemeentebestuur kennelijk niet is gelukt: acceptabele bezuinigingen bedenken. Teeuw: ‘De eerste keer dat bezuinigd moet worden, maakt het college de begroting even technisch dicht, de tweede keer hebben ze een eigen project gedaan en de derde keer hebben ze hulp nodig. Ik zie dat niet als een brevet van onvermogen. Ze kunnen moeilijk anders als je ziet wat het rijk over gemeenten uitstort.’ Bezuinigingsadviseur Arie Teeuw (65) loopt al heel wat jaren mee in gemeenteland. De afgelopen jaren speurde hij voor zo’n veertig gemeenten naar (acceptabele) bezuinigingen. Van klein (Scherpenzeel, komen we nog op, Harlingen), tot groot (Amersfoort, Delft). Sinds de zomer van 2020 is Teeuw concerncontroller bij de Zuid-Hollandse gemeente Krimpenerwaard. Over zijn ervaringen, en om gemeenten op weg te helpen, heeft hij een onderhoudend boek geschreven: Komt een man bij de gemeente. Zelfs een alfa kan het begrijpen. Teeuw: ‘Het boek gaat over moed. Raadsleden en gemeentebestuurders hebben moeite om te kiezen. Dat is terecht, want het gaat om wat ze belangrijk vinden. Je moet ze het comfort en de ruimte geven om te durven kiezen. Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid.’ Raadsleden en wethouders zoeken liever niet op eigen houtje naar ingrijpende bezuinigingen, weet Teeuw. ‘Het is vaak makkelijker om iemand van buiten te laten vertellen wat de pijnlijke keuzes zijn. Je kunt externen de schuld geven, hè? Dat is in het bedrijfsleven niet anders. Als zij moeten saneren, huren ze een bedrijvendokter in.’ Een excuustruus? ‘Daarmee doe je gemeenten tekort. Ze doen hun uiterste best om bezuinigingen te vinden, maar soms lukt het gewoon niet. Colleges zitten vast, ambtenaren zijn gericht op hun eigen projecten en opdrachten. Soms heb je iemand nodig die een handje helpt. En ik weet hoe pijnlijk het is om de subsidie aan de scouting te halveren. Moet je dat willen? Je kunt heel technisch zeggen: dit kan wel wat minder, maar hoe belangrijk is de scouting voor die gemeenschap?’ DUPEREN Moet je op voorzieningen voor kinderen willen bezuinigen? Arie Teeuw schrijft op de achterflap van zijn boek dat je dat maar beter uit je hoofd kunt laten. ‘De kinderboerderij gaat nooit dicht.’ Hij vertelt: ‘Het was 2007, 2008, en ik deed een bezuinigingsoperatie in Waddinxveen. De gemeente vond dat de kinderboerderij zijn eigen geld moest gaan verdienen. De consequentie was dat de kinderboerderij dicht zou gaan. Bij de begrotingsbehandeling diende een raadslid een motie in om de kinderboerderij eenmalig voor één jaar subsidie te geven. Konden ze een jaar langer zoeken naar inkomsten. Voor zover ik weet bestaat ze nog steeds met behoud van subsidie. En dat is zó begrijpelijk. Een politicus gaat niet besluiten om de kinderen van de gemeente te duperen. Zou ik ook niet doen. We hebben toen bedacht om tol te heffen bij de hefbrug over de Gouwe. Vijf euro, en daarvoor mocht je dan een dag gratis parkeren in het centrum. Dat doet niemand, want ze rijden door, maar je verzint van alles om die kinderboerderij open te houden. We hebben dat voorstel ‘Soms moet je kiezen voor meer en niet voor minder’ van die tol overigens niet gepresenteerd aan het college.’ Bezuinigingsadviseur Teeuw weet dus: van de kinderboerderij blijf je af, maar er zijn lokaal meer volstrekt onrendabele doch essentiële gemeentelijke taken. Hij noemt het voorbeeld van het Hannemahuis, het gemeentemuseum in het hartje van Harlingen. Het leukste havenstadje van Noordwest-Europa, in zijn woorden. Hij werd ingehuurd om de gemeente aan bezuinigingen te helpen. ‘Dat schattige museum is je eerste doelwit. Ze gaven drie ton per jaar uit voor drieduizend bezoekers. Op ieder kaartje zit dus 100 euro kosten. Sluiten, denk je. Nee, dat is de essentie van het stoere Harlingen. Liever nog wat geld erbij om tentoonstellingen te kunnen organiseren. Soms moet je kiezen voor meer en niet voor minder. En nu hoor je het Hannemahuis op de radio. Ook in andere gemeenten blijkt telkens weer dat lokaal erfgoed een essentiële taak van de gemeente is. In fusiegemeenten is dat minder, daar is de ziel een beetje verdwenen.’ SCHAALVERGROTING Harlingen is klein (bijna 16.000 inwoners), maar houdt halsstarrig vast aan haar zelfstandigheid. Daar houdt Teeuw van. Schaalvergroting is niet aan hem be

INTERVIEW 15 CV ARIE TEEUW (Leiden, 1956) studeerde enkele jaren geschiedenis en voltooide zijn studies aan de Sociale Academie (cultureel werk) en de Radboud Universiteit (rechten). Teeuw was hoofd financiën en directeur middelen van Venray en van Renkum en stadscontroller van Nijmegen. Als adviseur en interimmanager heeft hij voor zo’n zestig gemeenten gewerkt. Ook was hij raadslid voor de PvdA in de gemeente Nuenen. Hij heeft een eigen bedrijf als adviseur/interimmanager. Teeuw is thans concerncontroller bij de gemeente Krimpenerwaard en voorzitter van de rekenkamers van Arnhem en Hoogeveen. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

INTERVIEW 17 steed. ‘Het monster van de alsmaar doordenderende schaalvergroting zet zijn tanden in gemeenten. Herindelingen zouden tot grote kostenbesparingen leiden. Maar het monster is een liegbeest’, zegt hij. Teeuw heeft het drama rond de voorgenomen fusie van het nog kleinere Scherpenzeel (minder dan 10.000 inwoners) met Barneveld daarom op de voet gevolgd. De provincie Gelderland vond dat ‘één sterke gemeente ervoor kan zorgen dat over pakweg tien jaar de voorzieningen en de gemeentelijke dienstverlening een goede kwaliteit hebben.’ Flauwekul, aldus Teeuw, die ook in Scherpenzeel heeft geadviseerd. ‘Als er één gemeente was die wist wat ze deed, dan was het wel Scherpenzeel.’ Minister Ollongren schrapte de fusie begin deze maand, maar schreef wel: ‘Scherpenzeel blijft kwetsbaar.’ SCHERPENZEEL Arie Teeuw is een hartstochtelijk pleitbezorger van de kleine gemeente. Fusie kan organisch gebeuren, en dan is dat goed, maar is vaak onnodig, en zelfs schadelijk voor het vertrouwen in de politiek, vindt hij. ‘Het principe moet zijn: niet herindelen, tenzij, en niet: wel herindelen, tenzij. De inwoners dreigen te vervreemden van een grote gemeente. Groter is bijna altijd duurder en niet per se beter. Als een kleine gemeente ergens voor staat, dan kunnen ze heel veel. Scherpenzeel is echt één dorp. Mensen zorgen er voor elkaar. Laat ze. Ik weet nog goed, ik kwam er en kreeg te horen dat ze tien thuiszorginstellingen hadden. Tien? Om het oneerbiedig te zeggen: als jij vrijgemaakt gereformeerd buiten verband bent, dan laat je je billen niet wassen door iemand die vrijgemaakt gereformeerd binnen verband is. Dat begrijp ik; dat past binnen die gemeenschap, dus zoeken ze op hun schaal een oplossing die de inwoners recht doet.’ Met Teeuw over de vloer wordt er heel veel gepraat in het gemeentehuis. ‘Ik lees de begroting, praat met Financiën, met de wethouder, met de gemeentesecretaris. En dan houd ik heel veel gesprekken met ambtenaren, soms wel tachtig. De meeste ambtenaren zijn superdeskundig. Ik wil het over de inhoud hebben, pas in de laatste instantie over geld. Daar belast ik een ambtenaar ook niet mee. Ik maak in het begin een rondje langs de wethouders. Tijdens het zoeken naar bezuinigingen heb ik geen gesprekken met wethouders. Ik wacht tot het einde, en dan heb ik ze collectief. Ze houden elkaar dan in evenwicht. De ene wethouder heeft belang bij de scouting, de ander bij waterpolo. Zij moeten er met elkaar uitkomen. Ik zeg bestuurders wel altijd dat ze op iedere kerntaak kunnen bezuinigen door het werk slimmer, soberder of efficiënter te doen.’ Dat is bij gemeenten gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Weinig ambtelijke organisaties zijn echt doelmatig. Ze vinden het lastig om zich af te vragen waarom ze er zijn en hoe ze zo efficiënt mogelijk kunnen doen wat ze moeten doen. Dat is denk ik de enige reële kritiek die je op gemeenten kunt hebben’, zegt hij. Risicomijdend gedrag ligt daaraan mede ten grondslag. Teeuw: ‘Ambtenaren hebben geleerd om risico’s te mijden. Dat kan vertragend en daardoor kostenverhogend werken. Tegelijk: ze moeten risico’s wel vermijden. Wethouders hebben de schurft aan financiële problemen die zijn veroorzaakt door een ambtenaar die het beter wist. Een ambtenaar moet wel de ruimte en het lef hebben om de wethouder te wijzen op een manier om de wet soepeler en goed koper uit te voeren.’ WEINIG VERSTAND Teeuw kijkt niet alleen als bezuinigingsadviseur naar gemeenten, hij beoordeelt als rekenkamerlid ook de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van hun uitgaven. Teeuw is voorzitter van de rekenkamers van Arnhem en Hoogeveen. Dat is geen pretje, als we emeritus hoogleraar en rekenkamerlid Harrie Verbon mogen geloven. Hij zei eerder dit jaar in Binnenlands Bestuur: ‘Uit ieder reken kameronderzoek blijkt dat de informatie vanuit B&W niet in orde is. Niet volledig, niet tijdig, onjuist, gekleurd. De rekenkamer zegt: zorg ervoor dat informatie deugt. Doe dat op die en die manier. De raad zegt: prima, en vervolgens wordt er niets gedaan.’ Nyenrode-hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer wist in Binnenlands Bestuur ook wel waardoor dat komt: bestuurders hebben te weinig verstand van geld. Het zit anders, denkt Teeuw. ‘Ze wíllen het soms niet snappen. Ze hebben andere belangen en doelen. Geld komt op de tweede plaats. Je kent de wet van Fitzgerald? Elk project heeft twee ‘Rekenkamers hebben relatief veel invloed’ fasen: in de eerste fase is het te vroeg om te zeggen wat een project precies gaat kosten en in de tweede fase is het te laat om er nog wat aan te doen. En een wethouder denkt: voordat die tweede fase aanbreekt, ben ik allang weg.’ Teeuw is niet cynisch geworden van zijn werk bij de rekenkamers. ‘Het rekenkamerwerk is ontzettend leuk; ik begrijp niet waarom Verbon zo bitter is. De auditcommissie vindt het leuk om met ons te sparren. Rekenkamers hebben relatief veel invloed. Als wij een rapport over ondermijning in Arnhem publiceren, dan luistert de politiek. Je moet als rekenkamer natuurlijk wel de inhoud en de presentatie op elkaar afstemmen zodat je boodschap aankomt. Een leuk filmpje, een stadsdichter in de raad, een mooie placemat.’ Rekenkamerlid Verbon zet in Binnenlands Bestuur ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van rekenkamers. Hij zegt: ‘De rekenkamers worden bevolkt door ambtenaren. Hoe kun je volhouden dat de rekenkamer onafhankelijk is?’ Teeuw: ‘Zeist heeft daar iets op bedacht. Zij halen er voor de duur van een onderzoek burgerrekenkamer leden bij. Dat is een prima oplossing. Maar onafhankelijkheid zit natuurlijk in je hoofd, niet in je werkplek.’ Of het nu als rekenkamervoorzitter of bezuinigingsadviseur is, Teeuw is dol op de gemeente. ‘Ze doen onbeschrijfelijk veel goed werk voor mensen. Het is jammer dat hun inwoners dat niet altijd zien of willen zien. En het helpt ook niet als de grootste partij van Nederland de gemeente een soort uitvoeringsorgaan van het rijk vindt. En de ellende die het rijk gemeenten aandoet! Zogenaamd bezuinigen op de jeugdzorg door het geld over te hevelen, maar niet de bevoegdheden. De Wmo overhevelen en vervolgens de spelregels veranderen. Ik vind het beschamend.’ ‘Komt een man bij de gemeente’ is verschenen bij 202publishers in Steenwijkerland. Prijs €22,50. Het boek is ook te bestellen via www.arieteeuw.nl. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

18 ACHTERGROND RUIMTE DOOR: MARTIN HENDRIKSMA BEELD: SHUTTERSTOCK Het RIVM liet zich bij rapporten over gezondheidsschade door windturbines volgens onderzoeker Joris van Hoof om de tuin leiden door de wind-industrie. Zo werden verwijzingen naar door de windsector zelf beïnvloede rapporten zonder disclaimer overgenomen. Het RIVM wijst de aantijgingen van de hand. BELANGENVERSTRENGELING BLEEF ONVERMELD WINDSECTOR BEÏNVLOEDDE RIVM-RAPPORT BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 19 Onderzoeker Joris van Hoof van de Universiteit Twente stort zich graag op onderwerpen waarover een gepollariseerd maatschappelijk debat woedt. Eerder onderzocht hij hoe drankproducenten de gevolgen van geregeld drinken in wetenschappelijke onderzoeken probeerden te verdoezelen. Onlangs kwam een volgend heet gemeentelijk hangijzer op zijn pad: de maatschappelijke discussie rond de energietransitie. ‘Als je je in dat onderwerp verdiept’, vertelt hij, ‘kom je al snel uit bij het RIVM. Hun rapporten over de gezondheidseffecten van windenergie worden door veel bestuurders als basis gebruikt.’ Dit betreft Health effects related to wind turbine sound uit 2017 (samen met de GGD Amsterdam geschreven) en Health effects related to wind turbine sound: an update uit 2020. Van Hoof viel de ‘heel positieve toon’ op die daarin over windenergie wordt gebezigd. ’Ik had inmiddels gezien dat een groeiende groep Nederlandse artsen zich ernstig zorgen maakt over de gezondheidsgevolgen van windturbines op land. Ze doen dat onder de naam Windwiki. Daar vond ik bij het RIVM niets van terug.’ Het was reden voor Van Hoof om eens met een kritisch oog naar de rapporten te kijken. ‘Ik stuitte daarbij al snel op een veelgeciteerd artikel over windturbines: ‘Gezondheidseffecten van windturbines: review van de literatuur’ uit 2011. Als je het originele verhaal downloadt, zie je er meteen een zogenaamd ‘conflict of interest’ bij vermeld staan: ‘The authors are actively working in the field of wind turbines.’ Toen ben ik in het RIVMrapport gaan kijken hoe zij met die commerciële belangen omgingen.’ In de alcoholwereld bestaan daar strenge spelregels voor, weet Van Hoof uit eigen ervaring. ‘Het is uitgesloten dat drankproducenten en gezondheidsinstituten met elkaar samenwerken. Dat zijn gescheiden werelden. Daar zijn discussies over ‘conflict of interest’ eerder uitgebreid aan de orde geweest. Ik was verbaasd dat het RIVM daar in hun twee windenergie- rapporten niks mee deed. De door de windindustrie beïnvloede artikelen hebben in de RIVM-rapporten precies dezelfde status als onderzoek door onafhankelijke wetenschappers.’ CONFLICTS OF INTEREST Van Hoof kwam tot twaalf door het RIVM aangehaalde bronnen met een serieuze ‘conflict of interest’, ongeveer 10 procent van het totale aantal door het RIVM aangehaalde wetenschappelijke publicaties. ’Ik heb daarbij slechts naar de zwaarste categorieën conflicten gekeken. Wat me het meest heeft verbaasd, is dat dat ze er in het rapport helemaal niks over melden. Bij één artikel was de samenvatting nagenoeg woordelijk in het RIVM-rapport overgenomen, maar het zinnetje over de sponsoring door de energie-industrie was als enige weggelaten. Dat vind ik dubieus. Waarom is dat gedaan? Daar kiest het RIVM dus kennelijk bewust voor.’ Een andere kwestie vindt Van Hoof zo mogelijk nog kwalijker. Het is gebruikelijk dat concept-rapporten van wetenschappers worden voorgelegd aan zogenaamde reviewers. Zij gaan er dan nog eens kritisch doorheen en geven suggesties voor aanpassingen, zo ook bij het eerste rapport dat het RIVM (mede) publiceerde. ‘Een van de twee reviewers, ontdekte ik, was op dat moment voor de energie-industrie werkzaam. Van de andere reviewer kon ik dat niet met zekerheid vaststellen, maar het is wel zeker dat zij voor de industrie had gewerkt en er wellicht nog steeds banden mee onderhield. Dat vind ik echt onbegrijpelijk. En onverantwoord. Ik heb het RIVM gevraagd of ik de feedback van die twee reviewers mocht zien, maar dat wilden ze niet. Ik raad iedereen aan om dat eens te gaan Wobben.’ Van Hoof vindt de gang van zaken bizar. ‘Stel ik doe als overheid wetenschappelijk onderzoek naar alcoholmarketing en geef het conceptrapport eerst aan Heineken en Bacardi voor inhoudelijke feedback. Dat kan niet. In hun hoofdstuk over de gehanteerde methodiek geeft het RIVM bovendien niks prijs over de precieze opdracht die ze hebben gegeven aan die reviewers. Wat die twee aan feedback hebben gegeven en wat daarmee vervolgens door het RIVM is gedaan – het is één grote blackbox.’ Het RIVM heeft bij de twee rapporten grote steken laten vallen, vindt hij, maar het werkelijke probleem is volgens hem breder: de grote invloed van de windindustrie op het maatschappelijk debat. ‘Ze hebben zich overal naar binnen gewerkt.’ IMPACT ‘Steeds meer artsen waarschuwen, op persoonlijke titel, voor de effecten van die enorme molens op de gezondheid’, aldus Van Hoof. Hij vergelijkt het met de discussie over roken en longkanker. ‘Begin twintigste eeuw werd daar door artsen voor het eerst een verband tussen gelegd. Het is de tabaksindustrie vervolgens veertig jaar gelukt om die relatie te verdoezelen. Het lag eerst zogenaamd aan de REVIEWERS MET (VOORHEEN) DUBIEUZE BANDEN Wie zijn de reviewers van het rapport van de GGD Amsterdam en het RIVM uit 2017? Geoff Leventhall is sinds 1993 consultant op het gebied van ruis, trillingen en akoestiek en werkt internationaal op het gebied van geluidsproblemen. Dr. Leventhall (niet professor, zoals in het RIVM-rapport staat) is een man van uitgesproken meningen. ‘Er is geen bewijs voor wat de critici van windenergie zeggen. Het is allemaal verzonnen, vergezocht en ze proberen iets te vinden om tegen te zijn. Het is propaganda en het is zeer, zeer effectief’, zei hij in 2013 tijdens een hoorzitting van de Vermount Senate committee. In 2017 publiceerde Leventhall gelijktijdig met het review-werk voor het RIVM een artikel met de oprichter van Hessler Associates, een consultancybureau dat werd opgericht om advies te geven aan de energie-industrie. Kerstin Persson Waye is sinds 2009 hoogleraar (professor) aan de Universiteit van Gotenburg in Zweden, bij de School of Public Health and Community Medicine. Haar expertise is Environmental Medicine, met een focus op geluid. Ze heeft een stevig track record qua aantal wetenschappelijke publicaties en onderzoeksprojecten. Tot 2008 heeft ze enkele onderzoeken gedaan die gefinancierd waren door de Swedish Energy Agency, waaronder twee studies uit 2007 die in het RIVM-rapport staan. Vanaf 2008 is er geen door de branche betaald onderzoek bekend. Persson Waye heeft geen afstand gedaan van de artikelen die door de branche zijn gefinancierd en verwijst er nog steeds naar. ONAFHANKELIJKHEID GEBAAT BIJ MELDING CONFLICTS OF INTEREST’ De onafhankelijkheid van onderzoeksrapporten wordt vergroot als er een overzicht van mogelijke ‘conflicts of interest’ aan wordt toegevoegd. Dat stelt Marieke Fransen, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Ze wil niet specifiek op de onderbouwing van de twee RIVM-rapporten ingaan, maar kan wel de gebruikelijke gang van zaken bij wetenschappelijke reviews beschrijven. ‘Daarin geef je voor alle in het rapport of artikel opgenomen studies aan of er een risico op bias, vertekening van de werkelijkheid, is. Bijvoorbeeld door aan te geven of de onderzoekers wisten in welke hoedanigheid de auteurs de onderliggende studies schreven en of er ook data uit zijn verwijderd. Op die manier heeft de lezer meer inzicht in de kwaliteit van de gerapporteerde onderzoeken en dus ook in de kwaliteit van de conclusies.’

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 20 ACHTERGROND RUIMTE luchtverontreiniging als gevolg van de Industriële Revolutie. Toen aan de gebruikte gifgassen in de Eerste Wereldoorlog. Toen kwam de grieppandemie uit 1918 in beeld als oorzaak van kanker. En daarna lag het aan het toenemende gebruik van asfalt. Let wel: dat is door de lobby van de tabaksindustrie allemaal bewust zo gedaan.’ Van Hoof heeft het RIVM zijn bevindingen voorgehouden. ‘Hun reactie was: we hebben de artikelen geselecteerd op inhoud en niet op mogelijke belangenverstrengeling. Maar waaróm ze die verstrengeling in hun rapporten niet meldden, hebben ze mij niet aangegeven.’ Iets soortgelijks kreeg hij te horen over de reviewers. Namelijk, dat de twee waren geselecteerd op basis van hun expertise in het vakgebied. ‘Als ik onderzoeksleider was geweest in een onafhankelijk onderzoek, zou het naar mijn opvatting onbestaanbaar zijn om reviewers te vragen die de schijn van partijdigheid oproepen of die zelfs aantoonbare belangen hebben.’ Van Hoof vindt dat er, in navolging van onder meer de drank- en tabaksindustrie, ook kritisch gekeken moet worden naar spelregels om de invloed van de windsector te beperken. ‘Het is een nieuw domein, die industrie bestaat in Nederland misschien tien jaar. Wat is haar reikwijdte? De tabakslobby mag bijna niks, niet eens een Kamerlid opbellen. En er zijn ook regels voor hun reclame-uitingen. Die discussie moeten we rond windenenergie ook gaan voeren. Is het wel gewenst dat die sector maar overal aan tafel zit?’ En decentrale bestuurders die nu voor de plaatsing van windmolens staan, waar moeten die zich op baseren? Kunnen de RIVM-rapporten de prullenmand in? Van Hoof: ‘Er moet allereerst openheid komen over wat die reviewers precies hebben gezegd en wat het RIVM met hun bevindingen heeft gedaan. En verder moeten REACTIE RIVM: GEEN SPRAKE VAN BEÏNVLOEDING Het artikel schetst het beeld dat het RIVM literatuHinuronderzoek beïnvloed zou zijn door de windindustrie. Wij kunnen ons niet vinden in deze conclusie. Opdrachtgever van beide literatuuronderzoeken (2017, 2010) was de Zwitserse overheid. Zij hebben de aanpak, selectie van studies of conclusies niet beïnvloed. In het artikel komen verschillende niveaus van conflict of interest (COI) aan bod: COI bij geselecteerde artikelen en het betrekken van beoordelaars (2017). RIVM volgde bij de uitvoering van het onderzoek standaard internationale protocollen, die de wetenschappelijke kwaliteit waarborgen. Daartoe behoort ook dat a priori geen artikelen worden uitgesloten die een COI rapporteren of die (mede)gefinancierd worden vanuit het bedrijfsleven. Volgens Dr. van Hoof zijn er twaalf publicaties opgenomen met expliciete of impliciete belangenverstrengeling. Zes hiervan werden gefinancierd door de overheid, twee door overheid en de private sector. Vier artikelen noemen COI expliciet in verband met banden met de sector. HINDER De in het artikel gewekte suggestie dat dat financiering door de overheid, een marktpartij of de branche zou leiden tot voor de sector gunstige resultaten, delen wij niet. Dit blijkt evenmin uit de analyse. Tien artikelen vinden dat een toename van WT-geluid samenhangt met een toename in hinder, slaapverstoring, hoorbaarheid, negatieve attitude of perceptie. Op grond van alle geselecteerde artikelen concludeerden we dat er een significant verband is tussen WT-geluid en hinder en wisselend bewijs met slaapverstoring, mogelijk samenhangend met lange termijn gezondheidseffecten. Van de twee beoordelaars van het eerste rapport wordt gesuggereerd dat zij verborgen belangen zouden hebben. Beiden zijn gevraagd op grond van hun wetenschappelijke expertise en toonaangevende publicaties in het veld. Professor Leventhall is een zeer vooraanstaand adviseur die werkt voor alle partijen en sluit de windsector hierbij niet uit. Professor Persson Waye is expert op het gebied van omgevingsgeluid, waaronder van windturbines. Haar onderzoek werd gefinancierd door het Zweedse Energie Agentschap, eigendom van de overheid. De beoordelaars hebben commentaar gegeven op feitelijke onjuistheden, leesbaarheid, onvolledigheden en onduidelijkheden en geen invloed gehad op de conclusies in het rapport . NADER ONDERZOEK RIVM concludeert dat er nog geen volstrekte duidelijkheid is over sommige gezondheidseffecten van het wonen in de buurt van een windturbine. Dit kan betekenen dat er geen relatie is, er nog onvoldoende onderzoek gedaan is, het onderzoek van lage kwaliteit is, of dat er tegenstrijdige resultaten zijn. Het RIVM adviseert om die reden nader onderzoek te doen. regionale bestuurders zich realiseren dat in steeds meer ons omringende landen wetgeving van kracht wordt dat windturbines niet mogen worden geplaatst binnen een ADVERTENTIE omtrek van tien keer de hoogte van de windmolen. Dat zijn ook de adviezen van onafhankelijke buitenlandse en Nederlandse experts. ’

BINNENLANDS BESTUUR -WEEK 43 | 2021 MICHEL KNAPEN JURIDISCH 21 Als een Haagse ambtenaar met een tijdelijke IN DE CLINCH aanstelling solliciteert op een vacature, maakt het college enkele procedurele fouten. Die moet het herstellen door de sollicitant gedurende zes maanden te wijzen op interne vacatures. Is die periode niet te kort? INTERNE SOLLICITANT KREEG GEEN VOORRANG Omdat zijn stage en zijn tijdelijke aanstelling (een half jaar) bij de gemeente Den Haag goed zijn bevallen, besluit Frans Heldering* te solliciteren op dezelfde functie die net vacant is – weer een tijdelijke maar nu voor een jaar. Hij wordt echter afgewezen. Daartegen gaat hij in bezwaar en nadien in beroep bij de rechtbank Den Haag. Die constateert dat het afwijzingsbesluit in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid en de motiveringsplicht. De sollicitatieprocedure is niet correct verlopen: eerst had die van Heldering moeten worden afgerond voordat de vacature extern voor trainees mocht worden opengesteld. Het college had als goed werkgever extra zorgvuldig met de sollicitatieprocedure van Heldering moeten omgaan, nu hij al tijdelijk in die functie was aangesteld en een voldoende ontwikkeling doormaakte. Ook had het Haagse college de afwijzing van Heldering meer inhoudelijk moeten motiveren. Er lag een advies van de Algemene bezwarencommissie personeelsbesluiten en daar is te lichtvaardig vanaf geweken. Na deze terechtwijzing zegt het college Heldering toe dat het gedurende zes maanden in de gaten zal houden of er een vacature voor die functie vrijkomt, en hem daarop zal wijzen. Voor de beoordeling van de geschiktheid van alle kandidaten zal een onafhankelijk assessment worden afgenomen. Bij de rechtbank verklaarde het college ook dat Heldering bij een sollicitatie wordt uitgenodigd voor een gesprek. Een probleem is dat de functie inmiddels is vervallen Heldering vindt dat alles te mager en gaat hiertegen in beroep. Die periode van zes maanden: veel te kort. En dat het college Heldering wijst op vacatures: die kan Heldering zelf ook wel vinden. De gespreksgarantie en een assessment? Dat is wel toegezegd maar in het nieuwe collegebesluit komt dat niet meer terug. Kortom: er zijn volop motiveringsgebreken. Maar omdat er in die zes maanden geen vacatures zijn geweest, is Heldering door deze gebreken niet in zijn belangen geschaad, oordeelt de rechtbank. Bij de Centrale Raad van Beroep betoogt ADVERTENTIE Heldering dat het college hem alsnog en met voorrang in aanmerking moet brengen voor een volgende vacature. Dat de zoekperiode van zes maanden te kort is, gaat er bij de Raad niet in. De rechtbank heeft niet immers bepaald hoe lang die inspanningsverplichting moet duren. Ook is er geen geschreven of ongeschreven rechtsregel die het college verplicht tot een bepaalde duur van de inspanningsverplichting. De Raad vindt dat het college in redelijkheid mocht uitgaan van de duur van de tijdelijke aanstelling van Heldering (zes maanden) en de eerdere stageperiode buiten beschouwing mocht laten. Een probleem is verder dat de functie inmiddels is vervallen. Het college had hem op vacatures voor een vervangende functie moeten wijzen, vindt Heldering. Nee hoor, stelt de Raad: die andere functie bevat coachende aspecten waarvoor meer vaardigheden zijn vereist. En waarom heeft de rechtbank geen gevolgen verbonden aan de constatering dat het college de aan Heldering gegeven gespreksgarantie en de garantie dat zijn geschiktheid door middel van een assessment zou worden bepaald, niet in het besluit heeft opgenomen? Hier zegt de Raad hetzelfde (uitspraak 1 oktober 2021) als de rechtbank: door dergelijke motiveringsgebreken is Heldering niet in zijn belangen geschaad nu er in de periode van zes maanden geen vacatures voor die functie waren. * De naam is gefingeerd. ECLI:NL:CRVB:2021:2421

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 22 ESSAY GRONDBELEID FOTO: SHUTTERSTOCK FOTO: CORBIS / H.H. VAN DE ERFPACHT ESSAY HET AFSTOFFEN Er zouden in ons land zo’n miljoen huizen bij moeten komen. Tegelijkertijd is er onzekerheid over de bevolkingsontwikkeling en er is het vraagstuk van de kwalitatieve woningbehoefte: eengezins- of meergezinswoningen, groter of kleiner? Binnenstedelijk bouwen kan beperkt en de bodemkwaliteit levert in. Dat betekent nadenken over bouwen in uitleggebieden. En daarmee staat volgens Johan de Kruijff grondpolitiek en -gebruik weer op de agenda. Grondgebruik voor de gebouwde omgeving in klassieke zin betekent voor de lange termijn bouwen en dus ook voor de lange termijn beslag op grond. Uit CBS-cijfers over 2020 valt op te maken dat er nog circa 3,5 miljoen (45 procent) woningen zijn die zijn gebouwd in de periode tussen 1905 en 1975. Die woningen staan er dus al zeker 50 jaar en de laatste 10 jaar is dat aantal met ongeveer 1 procent afgenomen. Het daaruit voortvloeiende ruimtebeslag is een gegeven. Mocht herontwikkeling of functieverandering van die woningvoorraad nodig zijn, vanwege structurele leegstand of niet meer passend aanbod, dan blijkt dat herontwikkeling of functieverandering moeilijk tot stand komt. Daarbij spelen emotionele redenen – mensen zijn gebonden aan hun vertrouwde buurt – maar ook zakelijke redenen rondom eigendomsverhoudingen en de waarde van de onderliggende grond een rol. Met de opkomst van nieuwe – meer flexibele – bouwtechnieken lijkt het dat opbouwen, weer afbreken en elders weer opbouwen van woningen makkelijker en minder milieubelastend kan zijn. Dat veronderstelt wel dat er geen economische motieven overblijven om woningen leeg te laten staan. En daar zit met het huidige denken over grondpolitiek nu juist een knelpunt. De eigenaar van de grond verliest geld wanneer bij functieverandering van een woonwijk de grond weer een natuuur- of waterbergingsfunctie of een agrarische bestemming krijgt. Immers, grond bestemd voor bebouwing is meer waard dan grond voor andere doeleinden. Omdat er veel onzekerheid is over de kansen en risico’s bij woningbouw in nieuwe uitbreidingsgebieden, is herbezinning op grondpolitiek en de gevolgen van functieverandering van grond wenselijk. Centrale vraag daarbij is wat te doen om het extra ruimtebeslag voor de komende 10 jaar op de lange termijn (50+ jaar, of korter indien nodig) makkelijker van functie te laten veranderen zonder al te hoge kosten? Het ruimtebeslag van de huidige gebouwde omgeving blijft buiten beschouwing omdat het moeilijk is om eenmaal gevestigde rechtsverhoudingen te veranderen. De waarde van grond is afhankelijk van het soort gebruik en de evenutele investeringen in de grond. Voor grond die nog niet eerder bebouwd was, betekent dit de kostprijs voor aankoop van landbouwgrond, verhoogd met de kosten voor het bouwrijp maken. Vervolgens ontstaat winst bij een hogere verkoopprijs dan de kostprijs. Hoe dat technisch precies werkt is voor deze bijdrage minder relevant. Bij grond die al bebouwd was ontstaat overigens vaak verlies vanwege sloop- en saneringskosten. Na de verkooptransactie ontstaat in gewilde gebieden nog verdere papieren (ongerealiseerde) waardestijging door de wetten van vraag en aanbod. Deze waardeverandering raakt zowel eigenaren van koopwoningen als eigenaren van huurwoningen. Die laatsten zullen, vaak na verloop van tijd (circa 15 tot 20 jaar), woningen doorverkopen aan bewoners die vervolgens de risico’s van onderhoud en waardeveranderingen gaan dragen. Juist na die periode van 15 tot 20 jaar gaan risico’s als gevolg van veranderende woningbehoefte optreden. Verlies nemen is voor eigenaren geen aantrekkelijke optie en bemoeilijkt vervolgens het realiseren van herontwikkeling of functieverandering. Voorbeelden daarvan zijn te vinden in nu al bestaande krimpregio’s. PASSIEF GRONDBELEID Het huidige grondbeleid van gemeenten is veelal passief en faciliterend, mede als gevolg van de bovenmatige winstverwachtingen rondom grondexploitatie die, na de financiële crisis van 2008, niet meer reëel waren. Gevolg van dat passieve beleid is dat er alle ruimte is voor de markt om strategische grondposities op te kopen en zo een sterke onderhandelingspositie richting gemeente te verkrijgen. Niet alleen de gemeente merkt dat, maar ook potentiële kopers zijn daarmee afhankelijk van die

ESSAY 23 ‘ Kopers betalen hoge prijzen voor grond en bebouwing’ marktpartijen en betalen hoge prijzen voor grond en bebouwing. Op de korte termijn lijkt er allemaal niet veel aan de hand: in de neo-liberale filosofie doet de markt gewoon zijn werk. Maar is dat wel zo? Als er zoveel onzekerheid is over de toekomstige behoefte aan woningen en bedrijfsruimten (denk aan decentrale winkelgebieden met veel leegstand), is er dan uiteindelijk geen sprake van private korte termijn winsten en vervolgens maatschappelijke lasten op lange termijn om eigenaren uit te kopen, te herontwikkelen en eventueel grond terug te geven aan de natuur? In theorie hebben gemeenten via de Wet voorkeursrecht gemeenten de mogelijkheid om het eerste recht van koop voor een bepaald gebied vast te leggen. Dit instrument zorgt ervoor dat de gemeente die dit wil actief kan sturen op de ontwikkeling van de gebouwde omgeving in plaats van alles aan de markt over te laten. In de discussies over de uitkoop van boeren, om redenen van milieubescherming of om doelstellingen voor woningbouw te realiseren, kan het voorkeursrecht van gemeenten een belangrijke rol spelen. Wanneer gemeenten via de Wet voorkeursrecht zelf weer een actieve rol in het grondbeleid gaan nemen, zijn ook andere keuzes rondom de invulling van het areaal mogelijk. Dat kan het bereiken van maatschappelijke doelen vergemakkelijken. Alleen actief grondbeleid in combinatie met verkoop van grond is eigenlijk meer van hetzelfde. Het lost de problemen die kunnen ontstaan bij eventuele toekomstige functieveranderingen niet op omdat de waardeontwikkeling van de grond maar ook de versnippering van eigendom van de grond in stand blijft. SPECULATIE Daarom zou ik een lans willen breken voor het aloude instrument erfpacht. Als de grond in handen is van de samenleving, dan is het uiteindelijk makkelijker om toekomstige functieverandering te realiseren omdat de ongerealiseerde waardestijging van de grond geen rol meer speelt bij de besluitvorming. De gemeente waardeert bezittingen en ook grond volgens de huidige boekhoudregels op basis van de oorspronBINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

Kom het verschil maken bij BMC! BMC is op zoek naar nieuwe, betrokken collega’s die impact willen maken. Collega’s die willen bijdragen aan het oplossen van vraagstukken binnen de complexe context van de publieke sector. Oplossingen die ertoe doen voor inwoners, leerlingen en cliënten. Al 35 jaar zetten wij onze expertise en innovatiekracht in voor een maximaal maatschappelijke resultaat. Ons doel: van toegevoegde waarde zijn, in ideeën en uitvoeringskracht. Doe jij met ons mee? Meer weten of zelf aan de slag met een opdracht waarmee jij écht impact maakt? Kijk dan op www.bmc.nl/vacatures-loopbaan Partners in verbetering Een woning voor Bart Omdat zijn hart bij zijn eigen buurt ligt We willen graag dat Bart in zijn eigen buurt kan blijven wonen. Dat is belangrijk voor Bart, maar ook voor de buurt. Wonen moet voor iedereen betaalbaar blijven. Daarom hebben we BPD Woningfonds opgericht. Hiermee werken we samen met gemeenten en woningcorporaties aan meer middenhuurwoningen door heel Nederland. Van Alkmaar tot Almelo en van Groningen tot Rosmalen. Meer weten over onze projecten, zoals bijvoorbeeld in Diemen of Eindhoven? Kijk op bpd.nl/woningfonds Bouwen aan het hart van de buurt

ESSAY 25 JOHAN DE KRUIJF UNIVERSITAIR DOCENT BESTUURSKUNDE RADBOUD UNIVERSITEIT/VOOR RAAD & BESTUUR. treffende grondexploitatie biedt de mogelijkheid om eeuwigdurend de erfpacht af te kopen. In materiële zin is afkoop vergelijkbaar met het kopen van de grond. In eerste instantie vonden grondtransacties plaats met afkoop van de erfpacht. De laatste paar jaren is een verschuiving te zien: nieuwe gronduitgifte gaat zonder afkoop maar via de jaarlijkse canon. Met andere woorden: een verschuiving van privaat waarderisico naar maatschappelijk kostendekkingsrisico, mogelijk ingegeven door de wens van de betrokken marktpartijen om wat voorzichtiger te zijn met de beschikbare liquiditeiten. kelijke kostprijs of lagere marktwaarde. Dat betekent dat bij waardestijging van bezittingen geen winst maar een zogenaamde stille reserve ontstaat. Pas bij daadwerkelijke verkoop ontstaat een boekwinst of eventueel -verlies en komt er geld op de bankrekening. Onder commerciële boekhoudregels – bijvoorbeeld zichtbaar bij woningcorporaties – geldt juist dat de waardering van vastgoed en grond tegen marktwaarde plaatsvindt. Dat betekent dat de waarde inclusief de stille reserve in de boeken staat, een papieren winst ontstaat en dat terwijl er geen euro op de bankrekening is toegevoegd. Deze papieren winst heeft wel gevolgen voor de beeldvorming over de rijkdom van vastgoedeigenaren. De commeriële private partij speculeert juist op die papieren waardestijging: het is vaak een belangrijk onderdeel van het verdienmodel. Bij woningcorporaties versluiert het juist het zicht op de resultaten uit de exploitatie van huurwoningen. Een erfpachtconstructie draagt bij aan het tegengaan van grondspeculatie en heeft voor de gebruiker van de grond als voordeel dat er geen financiering voor aankoop van grond nodig is. Daar staat een jaarlijkse kostendekkende vergoeding tegenover, die ook invloed kan hebben op de leencapaciteit voor een hypotheek. Bij overdracht van het vastgoed speelt onder erfpacht de waarde van de grond geen rol meer: de prijs van de grond ligt vast via de erfpachtconstructie en dat voorkomt dat de koper een waarderisico gaat lopen op de ondergrond van de woning of het bedrijfspand. Omdat de gemeente als eigenaar de grond tegen historische kosten in de boeken heeft staan, is er daar ook geen waarderisico. Het kan toeval zijn, maar in een grondexploitatie die ik al een aantal jaren volg en waar erfpacht van toepassing is, is een opvallende ontwikkeling te zien. De desbeTINY HOUSES In de beweging uit de casus zit in meer algemene zin ook een kans. De onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen in de gebouwde omgeving maakt dat partijen wellicht meer dan voorheen moeten nadenken over de levensduur van gebouwde objecten. Voor kantoren en bedrijfsgebouwen komt dat tot uitdrukking in de verkorting van afschrijvingstermijnen. Voor woningen kan dat op een andere manier. Waarom zou bij concepten als tiny houses, herbruikbare gebouwen of tijdelijke benutting van ruimte, een risico op waardeverlies op de onderliggende grond nodig zijn? Biedt een vaste, redelijke vergoedig gedurende de gebruiksduur dan niet meer zekerheid voor de eindgebruiker? En levert dat voor de samenleving een voordeel op dat wanneer functieverandering nodig blijkt te zijn, dat met minder ingewikkelde opkoopprocedures en tegen redelijke kosten kan plaatsvinden? Een neveneffect van deze denkrichting is dat met name verhuurders van flexibele woonconcepten meer kapitaal beschikbaar houden voor investeringen en zo een grotere bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van tekorten op de woningmarkt. Vanuit het perspectief van de gemeente zorgt een erfpachtstelsel voor de nu nog te ontwikkelen grondposities voor stabiele kasstromen via de jaarlijkse canon. De eenmalige jubelmiljoenen die nu bij de verkoop van grond op basis van de – nauwelijks aan de gemeenteraad uitlegbare – commerciële winstnemingsregels van de Commissie BBV ontstaan, komen te vervallen. Dat verstoort weliswaar op korte termijn het verdienmodel van sommige gemeenten. Maar is dat erg als tegelijkertijd eigenlijk een spaarpot nodig is om de kosten van een toekomstige functieverandering te kunnen afdekken? Zou er een gemeenteraad zijn die bij de huidige gemeentelijke gronduitgiftes een spaarpot voor over 30 jaar noodzakelijke kosten rondom functieveandering van grond ‘ De eenmalige jubelmiljoenen komen te vervallen’ aanhoudt? Vanuit het perspectief van eerlijk verdelen van de lasten over verschillende generaties zou dat tenminste een debat waard zijn. ANDERE BESTEMMING Woningbouw betekent traditioneel ruimtebeslag voor de lange termijn. De vraag is of de huidige bouwopgave ook op lange termijn daadwerkelijk nodig is voor de dan bestaande woningbehoefte. Met de huidige grondpolitiek van gemeenten en de waardeveranderingen van grond door functieverandering is het moeilijk om eenmaal voor de bebouwde omgeving gebruikte grond weer een andere bestemming te geven. Erfpacht kan een instrument zijn om het vraagstuk van waardeverandering van grond te omzeilen. Zouden we gegeven de onzekerheden over het lange termijn grondgebruik in Nederland een debat moeten voeren over het gemeentelijke grondbeleid? Kan actief grondbeleid met erfpacht een rol spelen om private lusten en publieke lasten anders te verdelen en zo het grondgebruik te verduurzamen? *Met dank aan L. Carton (Universitair docent Planologie Radboud Universiteit) voor haar reflectie op de hoofdlijnen van dit essay. BIININ ENL NDS ES UUT UTUUR - WEEK 43 | 2021 BINNEN A DSBESTUUR WEEK43 BINNENL NDS B 43 | 02

26 ACHTERGROND DIGITAAL DOOR: ALEXANDER LEEUW FOTO: SHUTTERSTOCK Overheden hebben niet altijd door hoe digitaal kwetsbaar ze zijn. En ze vinden het tijdens een crisis moeilijk de situatie in te schatten. Oefenen met red teaming helpt, een simulatie die teruggrijpt naar de Koude Oorlog. ONMACHT EN ONGEMAK TIJDENS EEN DIGITALE CRISIS ROOD TEAM TEGEN CYBERCRIMINEEL Een waterschap belt in paniek op. Er loopt een tunnel onder water, maar de controlesystemen laten niets zien. Ze bellen een ander waterschap om te vragen hoe het daar is, maar die hebben nergens last van. Is er sprake van een cyberaanval? Er blijkt een kwetsbaarheid in Microsoft Office te zitten die door kwaadwillenden is misbruikt om medewerkers een gecompromitteerd document te sturen. Zo kregen de hackers toegang tot meerdere gemalen. De klok tikt en beslissingen moeten worden genomen. Wat te doen? De deskundigen buigen zich over de penibele situatie van dit fictieve waterschap. Om hen heen, in het midden van de Jaarbeurs in Utrecht, zitten zeshonderd mensen die soms moeten meebeslissen. Af en toe loopt de spelleider met een microfoon het publiek in. Er is een chat waar mensen ideeën kunnen spuien – soms behoorlijk kritisch. Het is 2019, het eerste jaar dat de overheidsbrede cyberoefening plaatsvindt en de eerste keer dat zo veel overheidspartijen op deze manier met elkaar oefenen. ‘Het eerste jaar maakte heel veel los’, vertelt projectmanager Margot van der Linden van ICTU, dat jaarlijks namens het BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 27 ‘ Er komt veel op je af, dus waar ga je je op richten?’ den zoals de gemeente Hof van Twente.’ Zoek nou eens uit waar bij medeoverheden behoefte aan is, vroeg BZK eind 2018 aan ICTU. Het bleek dat de bewustwording begon te komen – inmiddels wisten de meesten wel dat openbare wifi niet veilig is en dat sterke wachtwoorden belangrijk zijn (alhoewel ernaar handelen een ander verhaal is). Maar medeoverheden hadden moeite het college te bereiken en er was onzekerheid over wat te doen als het misministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) de overheidsbrede cyberoefening organiseert. ‘De slogan was: wat zou jij doen? Telkens kreeg het publiek die vraag voorgelegd en dan moesten ze kiezen uit verschillende mogelijkheden.’ Komende maandag vindt de derde editie plaats. Sinds de vorige oefening is alleen maar duidelijker geworden dat overheden kwetsbaar zijn. Neem bijvoorbeeld de ingrijpende hack van Hof van Twente en de kwetsbaarheid van de controlsystemen van overheden, waar Binnenlands Bestuur en AG Connect onderzoek naar deden. Met deze SCADA-systemen besturen overheden bijvoorbeeld verkeerslichten, rioleringen en sluizen, dus zo’n scenario dat een tunnel onder water loopt is zeer relevant. Alle reden om te oefenen. Wat zou de organisatie in petto hebben? VERRASSING ‘Ik kan er niet al te veel over vertellen, want het moet wel een verrassing blijven voor de deelnemers’, vertelt Van der Linden. Er zijn 1.240 aanmeldingen, waarvan een groot deel van gemeenten komt, en dat aantal blijft toenemen. ‘Ook dit jaar proberen we het zo realistisch mogelijk te doen. We hebben een scenario laten ontwikkelen waarin een fictieve overheidsorganisatie wordt getroffen door ransomware en dit jaar ligt de nadruk op business continuity. Er komt veel op je af, dus waar ga je je op richten? Natuurlijk hebben we gekeken naar praktijkvoorbeelgaat. Een oefening zou een manier zijn om een complex onderwerp onder de aandacht van het bestuur te brengen. En oefenen is de beste manier om de onmacht en het ongemak van een crisissituatie te ervaren. Gemeenten die alvast zelf aan de slag willen, kunnen beginnen met red teaming, een simulatie van een realistische digitale aanval. In aanloop naar de cyberoefening publiceerden de partijen achter de oefening een whitepaper hierover. Het is een oefening waarbij het rode team uit de titel de organisatie aanvalt, aan de hand van aanvalscenario’s gebaseerd op actuele dreigingsinformatie. Het blauwe team verdedigt, het witte team coördineert. ‘De term red team vindt zijn oorsprong in de Koude Oorlog’, legt de whitepaper uit. ‘In oorlogssimulaties van het Amerikaanse leger was het red team de groep die de agressor speelde en het blue team de groep die de verdediging op zich nam. De agressor probeerde daarbij buiten de bestaande paden te treden om de verdediging te verrassen.’ Mooi detail: ‘De kleur rood zou zijn gekozen omdat dat de kleur van de vlag van de Sovjet-Unie was. Ook de Sovjet-Unie hield overigens dergelijke oefeningen, waarbij de kleur van de agressor blauw was en de verdediger rood.’ KILL CHAIN Een red-team-oefening is diepgaander dan bijvoorbeeld een penetratietest, want de oefening is organisatiebreed en behalve de techniek worden ook de beveiligingsprocedures, het gedrag van het personeel, de reactie op de aanval en de herstelfase onder de loep genomen. ‘De opdracht voor het red team kan hierbij bijvoorbeeld zijn om toegang tot de kroonjuwelen van een organisatie te krijgen.’ Eén zwakheid kan tijdens de oefening voldoende zijn, net zoals het voor een hacker voldoende kan zijn om van daaruit verder te werken. Het rode team gebruikt de stappen die een aanvaller ook zou nemen – de zogeheten kill chain. De eerste fase: verkenning, ontwikkeling, hacken en social engineering (mensen manipuleren om infor matie prijs te geven). De tweede fase: binnen het netwerk bewegen. De derde fase: met ransomware de aanval uitvoeren en bedrijfsgeheimen versleutelen. ‘Volgend jaar willen wij in onze regio met red teaming oefenen’, zegt burgemeester Kees van Rooij van Meierijstad. ‘Ik heb begrepen dat het een heel waardevolle oefening is.’ Van Rooij is een van de momenteel zeventien cyberburgemeesters in het land die het digitale overheidsbeleid proberen aan te scherpen. Ze pleiten bijvoorbeeld voor één bewindspersoon en één beleidsdepartement die de landelijke regie voeren op dit gebied. Een van de andere cyber burgemeesters, Iris Meerts van Wijk bij Duurstede, benadrukte de problematiek in een webinar in aanloop naar de overheidsbrede oefening: het is moeilijk voor een kleine gemeente om een expert te worden op dit gebied, overheidscommunicatie komt altijd te laat en een coördinerende rol van het rijk is onontbeerlijk. UITDAGING Van Rooij onderschrijft wat Meerts zegt. ‘Voor elke gemeente is het een uitdaging om het eigen huis op orde te hebben, om geëquipeerd te zijn en de gevolgen te bestrijden. Met het vele thuiswerken is het nog belangrijker om te zorgen voor digitale veiligheid. Daarom pleiten we voor structurele financiering. De zwakste schakel bepaalt de sterkte van de keten.’ Oefenen dan maar. Van Rooij was bij de vorige editie van de overheidsbrede cyberoefening in 2019 en zal ook maandag die van dit jaar volgen. ‘Ik verwacht te horen wat de nieuwe ontwikkelingen zijn, de nieuwe trends. En wat de ervaringen van een aantal sprekers zijn. Als burgemeester kijk ik er dan naar wat men in het eerste uur doet. Ik zie vaak, bijvoorbeeld tijdens oefeningen, dat het een tijd duurt voordat men onderkent dat het een cyberaanval is. Storingen en spam zijn er continu, dus hoe herken je dat het om een cyberaanval gaat? Bij elke oefening haal je zo weer allerlei leerpunten op. Wat mij betreft kan er bij dit onderwerp niet voldoende worden geoefend.’

28 ACHTERGROND SOCIAAL DOOR YOLANDA DE KOSTER Er wordt hard gewerkt aan de hervormingsagenda jeugd die moet leiden tot een kwalitatief goed en financieel houdbaar jeugdstelsel. Een aantal adviesrapporten wordt daarbij als ‘onderlegger’ gebruikt. Binnenlands Bestuur trok rode draden uit die adviezen en legde ze voor aan drie wetenschappers. WETENSCHAPPERS OVER TOEKOMST RODE DRADEN VOOR DE JEUGDZORG Even het geheugen opfrissen. Eind december vorig jaar kwam AEF met het lang verwachte onafhankelijk onderzoek naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. Daaruit bleek dat gemeenten in 2019 1,6 tot 1,8 miljard euro meer hadden uitgegeven aan jeugdzorg dan ze daarvoor van het rijk kregen. Overleg over extra geld tussen rijk en gemeenten liep spaak, waarop de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) arbitrage inriep om een einde te maken aan het langslepende conflict. Deze ‘commissie van wijzen’ kwam in juni met haar uitspraak. Tot zeker 2028 moet er extra rijksbudget naar gemeenten voor de jeugdzorg, te beginnen met 1,6 miljard voor 2022. Daarnaast moeten rijk en gemeenten uiterlijk 1 januari met een ontwikkelagenda komen. Die is inmiddels door beide partijen omgedoopt tot hervormingsagenda, waar naast gemeenten en rijk ook aanbieders, professionals en cliëntorganisaties aan werken. Zoals de planning er nu uitziet, verschijnt die hervormingsagenda eind januari. Een nieuw kabinet stelt de agenda begin volgend jaar vast. De werkgroepen die de komende maanden met verschillende thema’s aan de slag gaan, hoeven niet al het huiswerk opnieuw BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 29 ‘Modder niet te lang aan in wijkteams’ rechter legt jongeren maatregelen op. We moeten garanderen dat die maatregelen worden uitgevoerd. Deze hulp staat zwaar onder druk.’ De plannen die er nu leven om de verantwoordelijkheid voor deze vormen van te doen. Er ligt inmiddels veel. AEF en de arbitragecommissie hebben al flink wat suggesties gedaan. Dan is er het lijvige advies van de stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, het tienpuntenplan voor betere jeugdzorg van FNV en Stichting Beroepseer en een (eerste) advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). De adviezen liggen deels mijlenver uiteen, maar deels ook dicht bij elkaar. De belangrijkste gemene delers uit die adviezen heeft Binnenlands Bestuur voorgelegd aan wetenschappers, waarbij aan hen de vraag werd gesteld of het zinvolle maatregelen zijn of dat er iets heel anders moet gebeuren. We spraken Mariëlle Bruning (hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden), Jan-Kees Helderman (universitair hoofddocent bestuurskunde en gespecialiseerd in bestuur en beleid van de gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit) en Annemiek Harder (bijzonder hoogleraar op de leerstoel wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg aan de Erasmus Universiteit). SPECIALISTISCHE JEUGDZORG VAN GEMEENTEN NAAR RIJK ‘De zwaarste vormen van jeugdzorg en specialistische jeugdzorg moeten op rijksniveau worden belegd’, stelt Mariëlle Bruning resoluut. Het gaat daarbij vooral om jeugdbescherming en -reclassering. Dat is wat haar betreft het allerbelangrijkste dat moet gebeuren. ‘De jeugdzorg van gemeenten aan regio’s over te dragen, gaan haar niet ver genoeg. ‘Dan krijg je toch verschillen en hou je veel bureaucratische rompslomp.’ Aanbieders moeten dan nog steeds met verschillende regio’s contracten afsluiten en prijsafspraken maken. Niet doen, adviseert Bruning. Maak het rijk verantwoordelijk en hanteer een vast landelijk tarief. Annemiek Harder sluit zich volledig aan bij dit pleidooi. ‘Het gaat om complexe zorg. Het is lastig om dat alle gemeenten te laten organiseren, waarbij ook nog eens verschillende tarieven worden gehanteerd. Dat is echt bizar. Om een einde te maken aan de versnippering moet het rijk deze zorg inkopen en voor zijn rekening nemen.’ Hetzelfde geldt voor de jeugd-ggz. Ook dat moet worden weggehaald bij gemeenten en op het bordje van het rijk worden gelegd, vinden Bruning en Harder. BEGRENZING VAN DE REIKWIJDTE VAN DE JEUGDZORG ‘Ik zie aan een kant het belang van inperking van de reikwijdte, maar hoe bereik je die. Je wilt ook geen kinderen aan hun lot overlaten’, stelt Jan-Kees Helderman. Hij vindt dat moet worden ingezet op normaliseren en demedicaliseren. ‘Daarvoor is een sterke toegang nodig, met generalisten als basis. Zij geven lichte ambulante, beschikkingsvrije ondersteuning. Specialisten moeten in de nabijheid van de toegang (het wijkteam) worden gepositioneerd.’ De generalisten moeten daarnaast een netwerk opbouwen met onder meer het onderwijs en het zogeheten voorliggende veld; algemene en vrij toegankelijke voorzieningen in een wijk of gemeente, aldus Helderman. Met ouders, scholen en professionals moet het gesprek worden aangegaan wat echt nodig is, en vervolgens of die hulp vanuit de jeugdhulppot van de gemeente moet worden betaald. ‘Er moet kritisch naar het aanbod worden gekeken’, vindt Harder. ‘Kijk goed naar wetenschappelijk bewezen effectieve interventies. Het kaf moet van het koren worden gescheiden. Gemeenten moeten niet alles vergoeden.’ In haar ogen is het belangrijker om eerst goed te kijken naar het probleem en om te kijken of en wat er nodig is om dat probleem te verhelpen. ‘Een goede triage is belangrijk. Geef niet meteen hulp, maar kijk het af en toe ook even aan. Soms lost een probleem zichzelf op, soms hoort een probleem bij het opgroeien. Zet deskundige mensen bij de voordeur die kunnen beoordelen wat een normaal probleem is en wat een zorgwekkend probleem.’ Gedragswetenschappers, zoals orthopedagogen en ontwikkelpsychologen moeten wat haar betreft aan die toegangspoort staan, in plaats van bijvoorbeeld maatschappelijk werkers nu. ‘Wijkteams en gemeenten kunnen zelf de reikwijdte bepalen, dat hoeft niet wettelijk te worden geregeld’, stelt Bruning. ‘Neem complexe scheidingen. Dat slurpt een groot deel van het budget op. Hulpverleners moeten niet te snel de verantwoordelijkheid van de ouders overpakken. Wijkteams en gemeenten moeten samen bepalen aan welke vormen van jeugdhulp het beschikbare budget wordt besteed en daar veel strenger in zijn.’ INKOMENSONAFHANKELIJKE EIGEN BIJDRAGE ‘Dit zou niet mijn eerste keuze zijn’, stelt Harder. ‘Waar ga je de grens leggen.’ In haar ogen is het belangrijker om te bekijken of de hulp gaat bijdragen aan het oplossen van een probleem. Het vragen van een eigen bijdrage is bovendien complex, ook administratief. ‘Welke hulp moet wel en niet onder de eigen bijdrage vallen. Het wordt volgens mij nodeloos ingewikkeld, waarbij ik me afvraag of de baten wel tegen de kosten opwegen.’ Bruning vindt dat een groter beroep op ouders moet worden ge

Vergroot betrokkenheid Citisens betrekt inwoners bij veranderingen in hun leefomgeving. Acht betrokkenheidsprofielen voor een gebiedsgerichte participatieaanpak Ervaren team van onderzoekers en participatiespecialisten dat ruim 100 participatietrajecten begeleidde Big data inzichten op het gebied van communicatie- en participatievoorkeuren www.citisens.nl Meer weten? Bel Nicolette Ouwerling 06-26512770

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND31 ‘ Gemeenten moeten niet alles willen meten’ daan die hulp zelf kunnen betalen. Als dat niet werkt en het gemeenten ook niet lukt de deur dicht te gooien voor bepaalde vormen van ‘vage’ jeugdhulp kan de invoering ervan, voor bepaalde vormen van jeugdhulp, worden overwogen. INZETTEN OP PREVENTIE ‘Wat werkt moet je zeker blijven doen, maar uit onderzoek blijkt ook dat preventie niet leidt tot vermindering van de vraag naar jeugdhulp. Dus ja het is nodig, maar reken je niet rijk’, stelt Bruning. Harder is kritisch over preventie. ‘Wat is dat precies. Er wordt vol op ingezet, maar wat levert het op. Wanneer is hulp en ondersteuning nodig en wanneer niet. Hou liever de vinger aan de pols en als blijkt dat het echt niet goed gaat, kan snel worden opgeschaald. Heb en hou een lijntje. Zorg voor continuiteit in de jeugdzorg, zorg ervoor dat een vast persoon de ruimte heeft om jongeren en hun gezinnen te volgen. Stop met een interventie hier en een interventie daar, in de vorm van een assertiviteitstraining of sociale vaardigheidstraining.’ Als er hulp nodig, moet die er wel echt komen. ‘Dan moet niet te lang worden aangemodderd in het voorveld of in de wijkteams. Als het echt nodig is, moet meteen naar de gespecialiseerde tweedelijns zorg worden doorverwezen.’ BEVORDEREN VAN UITSTROOM Heel belangrijk, stellen Bruning en Harder. Bruning: ‘Daar is echt heel veel winst te behalen. Vaak zie je dat indicaties keer op keer zonder meer worden verlengd. Bij een aantal gemeenten zie ik dat ze daar heel strikt op zijn en echt willen weten hoe het met die verlenging zit. Als het beter gaat met een jongere moet de zorg worden afgeschaald of stopgezet.’ Dat vindt ook Harder. ‘Je moet niet eindeloos doorgaan, maar kritisch blijven kijken.’ MEER PRAKTIJKONDERSTEUNERS JEUGD-GGZ BIJ HUISARTSEN ‘Net als bij de gemeentelijke toegang tot jeugdzorg kunnen pedagogen en psychologen hier een belangrijke rol in spelen’, stelt Harder. De praktijkonderBETERE MONITORING ‘Het is belangrijk om goed te monitoren, maar die monitoring moet veel interactiever georganiseerd worden dan nu vaak de praktijk is. Met alleen een dashboard komen we er niet’, stelt Jan-Kees Helderman. ‘Een continue monitorings- en kwaliteitscyclus op de verschillende niveaus houdt alle betrokken partijen scherp’, schreef hij eerder met een aantal collega’s in het advies ‘Eigenwijs transformeren’, aan het ministerie van VWS. Het moet een continu proces zijn waarbij zowel de data als duiding belangrijk zijn. Dat moet niet alleen binnen een gemeente worden opgepakt, maar ook samen met jeugdhulpaanbieders. ‘Zo houden ze de vinger aan de pols, kunnen tijdig bijsturen waar nodig en bouwen alsmaar meer kennis op’, aldus een passage uit Eigenwijs transformeren. Annemiek Harder is terughoudender. ‘Gemeenten moeten zuinig monitoren en niet alles (willen) meten. Het is vooral de taak van de aanbieder om effectiviteit en tevredenheid in kaart te brengen, omdat met die kennis de hulp verbeterd kan worden. Het klantenperspectief moet daarbij centraal staan. Maar al dat monitoren komt bovenop het gewone werk; het gaat ten koste van de geboden hulp, dus is het belangrijk om daar wel zuinig in te zijn.’ ‘Monitoren is essentieel om tot verbetering te komen’, stelt Mariëlle Bruning daar tegenover. KWALITEIT EN EFFECTIVITEIT VAN DE ZORG Dit zou in de ogen van Harder met stip op een moeten staan. ‘Dit is echt het allerbelangrijkste. Er is zo veel bekend over effectief bewezen jeugdinterventies. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft hier een speciale databank voor. Gemeenten moeten daar echt gebruik van maken en niet alleen kijken naar de kosten, maar vooral ook naar de kwaliteit van interventies.’ Wel erkent ze dat lang niet alle zorgvormen op effectisteuners (poh’s) kunnen de jongere en zijn of haar ouders vragen het probleem even aan te zien, en over even paar weken terug te komen. Even de vinger aan de pols houden dus, zonder meteen de jongere door te verwijzen. Ook Helderman en Bruning onderschrijven het belang van poh’ers. viteit zijn getoetst. Juist daarom is Bruning huiverig om alleen wetenschappelijk beoordeelde interventies vanuit de jeugdhulp te vergoeden. ‘Niet doen. Er is nog te weinig wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van vele vormen van jeugdzorg beschikbaar. Daarnaast is veel aanbod in ontwikkeling. Het zou zonde zijn om innovaties geen kans te geven.’ ANDERS Jan-Kees Helderman is kritisch op de rode draden die we hem voorleggen, die hij weliswaar herkent uit de vele adviezen. ‘Deze lijstjes gaan niet werken. Daarnaast kun je er niet een maatregel uitpakken. Het moet in samenhang worden bezien.’ Een aantal ingrediënten die in zijn ogen bijdragen aan een houdbaar jeugdstelsel ontbreken bovendien. Het allerbelangrijkste in zijn ogen: een sterke basis die beschikkingsvrij lichte ambulante ondersteuning biedt. Gemeenten moeten door het afsluiten van langdurige contracten met aanbieders een partnerschap aangaan. Door hen te financieren op basis van lump sum (een ‘zak geld’) op populatiebekostiging ‘maak je aanbieders medeverantwoordelijk voor zowel goede jeugdhulp als voor de juiste besteding van het beschikbare budget.’ En om hooggespannen verwachtingen van die hervormingsagenda nog verder te temperen – hij heeft er al een hard hoofd in – stelt Helderman dat we er nog lang niet zijn als die agenda er begin volgend jaar ligt. ‘Het is een continu proces.’

32 ACHTERGROND RUIMTE DOOR: HARRY PERRÉE FOTO: ROB VOSS / ANP-HH De verduurzaming van gemeentelijk vastgoed komt moeizaam van de grond. Meer urgentie is hard nodig. Gemeenten die niet aan de energielabelplicht voldoen, dreigen anders hun eigen kantoren te moeten sluiten. VERDUURZAMING MAATSCHAPPELIJK VASTGOED GROEN STADHUIS NOG VER WEG GESTRIPT Het gemeentehuis van Voorst wordt heropgebouwd na te zijn gestript. Het krijgt een ijskelder van 12 bij 4 meter en zonnepanelen (foto december 2020)

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 33 Veel gemeenten richten zich op ‘laaghangend fruit’ Voor een tweede groep, 42 procent van de gebouwen, is een versnelling nodig. Dit zijn de gebouwen die volgens de normale cyclus nog niet toe zijn aan vervanging of renovatie, maar vanwege de CO2 Dit artikel gaat over uw werkplek en hoe die samenhangt met klimaatverandering. Nou ja ... dat geldt in elk geval als uw werkplek zich bevindt in een gemeentehuis of stadskantoor. Die vallen namelijk onder het kopje ‘gemeentelijk maatschappelijk vastgoed’. De verduurzaming daarvan gaat, blijkt uit recente rapportages, te traag. De lat voor maatschappelijk vastgoed ligt nu op een CO2 - reductie van 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 (ten opzichte van 1990). Maar terwijl u dit leest, in elk geval vanaf 31 oktober, wordt op de mondiale klimaattop in Glasgow gepraat over wat nodig is om de aarde leefbaar te houden en de temperatuurstijging te beperken tot anderhalve graad Celsius. De opgetelde ambities van alle landen voldoen op dit moment namelijk niet om onder die anderhalve graad te blijven. De EU heeft wetgeving in de maak om het doel voor 2030 aan te scherpen. En dus moet dat vastgoed straks wellicht een stuk sneller worden verduurzaamd dan nu al niet lukt. Verwarrend? Dan eerst maar even terug naar het Klimaatakkoord, dat in 2019 is afgesloten door overheden en tal van maatschappelijke en brancheorganisaties. Dat bevat afspraken over onder andere vermindering van CO2 -uitstoot door de gebouwde omgeving. Een deel van die gebouwde omgeving is het maatschappelijk vastgoed. Dat vastgoed is verdeeld over twaalf sectoren, waaronder de gemeenten. Voor elke sector is een routekaart opgesteld om tot verduurzaming te komen. Namens de gemeente publiceerde de VNG vorig jaar april de Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed. NORMALE CYCLUS Volgens dit document zijn er 36.187 gebouwen in bezit van gemeenten en vervangen gemeenten tussen 2020 en 2050 ongeveer 40 procent van hun vastgoed door nieuwbouw. Dat heeft niks te maken met klimaatinspanningen, maar met de levensduur van gebouwen; gemeenten vervangen jaarlijks nu eenmaal gemiddeld 1,33 procent van hun vastgoed. -reductie op. Ergo, voor 18 procent is ‘geen aanvullende verduurzaming nodig is en kan worden volstaan met het aardgasvrij maken’. Om dit collectieve pad te bewandelen maakt elke gemeente haar eigen routekaart. Daarin zet ze op een rijtje hoe het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed ervoor staat en hoe ze haar doel bereikt van 95 procent CO2 -doelen is dat nu wel nodig. Deze combi van normale cyclus en versnelling levert volgens de routekaart 95 procent CO2 en zorgt ervoor dat de grootste en minder rendabele investeringen worden uitgesteld. Op deze manier komen de grote investeringen meer aan het einde van de verduurzamingsopgave, in plaats van deze investeringen voor verduurzaming over meerdere jaren te kunnen verdelen.’ De VNG-woordvoerder mailt dat er wel degelijk gemeenten zijn met een gemeentelijke routekaart: Utrecht, Tilburg, Eindhoven, Oss en Oldambt. Desgevraagd laten Oldambt, Eindhoven en Oss weten dat ze geen gemeentelijke routekaart hebben. Tilburg mailt van wel. Utrecht heeft geen antwoord op de vraag. -reductie en alle gebouwen aardgasvrij in 2050. Elke vier jaar, is het idee, stelt de gemeente haar routekaart bij. Vervolgens gaat de VNG met de input van deze gemeentelijke routekaarten elke twee jaar een tussenrapportage maken. Volgend jaar verschijnt de eerste. Of die inzicht geeft in de (geplande) verduurzaming van het vastgoed is de vraag. Het opstellen van de gemeentelijke routekaart blijkt bepaald niet appeltje-eitje. WORSTELING Directeur Michiel Otto van HEVO, dat afgelopen jaren tientallen gemeenten heeft geadviseerd en begeleid bij verduurzaming van vastgoed, verwoordt het als volgt: ‘Als gemeente heb je bijvoorbeeld 15 scholen uit alle leeftijdscategorieën, 10 buurthuizen, 3 multifunctionele accommodaties, een gemeentehuis en misschien nog ergens een welzijnsvoorziening. Allemaal verschillende type gebouwen, allemaal uniek en je moet voor elk gebouw beslissen wat voor maatregelen je daar moet treffen om de energieprestatie te verbeteren om uiteindelijk in totaal op een bepaalde CO2 -reductie uit te komen. Dat is een hele worsteling.’ Het leidt voorlopig tot een weinig hoopgevende tussenstand. ‘Weinig tot geen gemeenten werken op dit moment vanuit (...) een integrale portefeuille aanpak’, constateert adviesbureau Brink dat dit jaar in opdracht van de VNG een nulmeting deed naar de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Met andere woorden: er zijn amper gemeenten die een eigen routekaart hebben opgesteld. Veel gemeenten richten zich op het goedkope ‘laaghangend fruit’, aldus Brink. ‘De focus op deze maatregelen is niet altijd efficiënt, GEEN DEADLINE Wat de verduurzaming niet helpt, is het ontbreken van een harde planning. Een deadline voor het aanleveren van de gemeentelijke routekaarten ontbreekt, zo geeft Anja Buisman, procesregisseur verduurzaming maatschappelijk vastgoed bij de VNG, toe. Die gemeentelijke routekaarten zijn essentieel om de vinger aan de pols te houden over de voortgang van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Op dit moment werkt de VNG nog vooral met modelmatig berekende informatie. Buisman: ‘In 2022 hebben we bij de voortgangsrapportage veel betere informatie nodig van gemeenten over de echte projecten en de echte werkelijkheid en minder uit modellen.’ Gemeenten en de VNG zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatie. De voortgangsrapportages worden niet inhoudelijk getoetst door de rijksoverheid. ‘Ik zal ze heus wel lezen en er iets van vinden, maar ik ga niet alle getallen controleren’, zegt Selina Roskam, coördinerend beleidsmedewerker energietransitie utiliteitsbouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Volgens adviesbureau Brink mogen de teugels van verduurzaming wel wat aangetrokken worden. Het vertalen van de ambities uit het Klimaatakkoord naar een eigen gemeentelijke routekaart voor maatschappelijk vastgoed wordt, aldus de onderzoekers, ‘vaak als vrijblijvend ervaren. Regelgeving, bindende afspraken of resultaatsverplichtingen helpen gemeenten om meer urgentie te kweken en actie te ondernemen. Het geeft richting, waarover een gemeente anders (in een politieke omgeving) zelf moet beslissen.’ Oftewel, zolang niemand met de vuist op tafel slaat, blijft het pappen en nathouden.

            Webinar 2 - Energietransitie        Webinar 3           (invite only)    De digitale infrastructuur in Nederland behoort tot een van de beste ter wereld. Maar de noodzakelijke versterking ervan staat                                                  en techbedrijven over de regels voor vestiging en noodzakelijke energietransities. Nederland heeft een heldere visie nodig. Meld u aan en praat en denk mee over de toekomst              in samenwerking met: Dutch Digital Infrastructure Associaon

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND35 AMBITIES Helaas verklapt de nulmeting van Brink niet welke CO2 -reductie het maatschappelijk vastgoed vanaf 1990 voor elkaar heeft geschopt. Volgens een presentatie (uit 2019) van het ministerie van Binnenlandse Zaken is de CO2 -uitstoot van de gehele utiliteitsbouw tussen 1990 en 2018 met 11 procent gedaald. Als datzelfde percentage geldt voor maatschappelijk vastgoed, dan moeten gemeenten tot 2030 dus nog een vermindering van 38 procent CO2 -uitstoot voor elkaar boksen. Met de gemeentelijke ambities op zichzelf is weinig mis, vindt Michiel Otto van HEVO. ‘Bij alle gemeenten waar ik kom en waar we het hebben over maatschappelijk vastgoed staat duurzaamheid hoog op de agenda. We merken dat gemeenten de ambitie hebben om verder te gaan dan de puur wettelijke verplichtingen.’ Maar mooie woorden alleen volstaan niet. ‘Ik maak me zorgen of men die ambitie omgezet krijgt in concrete resultaten. Om en nabij 80 procent van de gemeenten heeft moeite financieel rond te komen. Als ze geld tekort komen hebben ze ook weinig geld om te investeren in duurzaamheid.’ Het gebrek aan geld bij gemeenten is, zegt de VNG-woordvoerder, voor de VNG een reden om geen ‘harde afspraken te maken over het opstellen van een portefeuilleroutekaart’ en het te laten bij ‘een dringende oproep’. Ronald Wolvekamp van adviesbureau BBN suggereert een andere benadering om de drempels bij verduurzaming te nemen. ‘Je moet kijken: is het een financieringsvraagstuk, een organisatorisch vraagstuk of een technisch vraagstuk? Je kunt op al die onderdelen samenwerking zoeken met andere partijen.’ Kijk bijvoorbeeld naar energieservicecontracten (esco’s), stelt hij voor. ‘Dat je de verduurzaming niet zelf doet, maar door marktpartijen laat doen.’ De gemeente betaalt in dat geval een bedrag zo hoog als haar energierekening, terwijl een marktpartij investeert in de verduurzaming van gebouwen. Ze financiert dat met de energiebesparing die die verduurzaming oplevert. UIT ZICHT Door de nadruk op routekaarten, raken de meetbare prestaties uit zicht. De in juni verschenen VNG Monitoring energieverbruik werpt enig licht op die meetbare prestaties. In dit rapport van Republiq constateren de onderzoekers dat de verduurzaming nog niet is begonnen. Hoewel ze dat zelf wat anders formuleren: ‘Er zijn nog geen grote sprongen in het energiegebruik van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed zichtbaar.’ Wat blijkt? Van 2018 tot en met 2020 is het gasverbruik van gemeentelijk vastgoed jaarlijks afgenomen met 1,1 procent, het elektriciteitsverbruik met 1,8 procent. Dat zou je kunnen kwalificeren als een autonome besparing, een besparing die vanzelf optreedt door periodiek onderhoud. Dit terwijl het doel uit het klimaatakkoord gemiddeld 3,3 procent per jaar bedraagt. Meevaller voor gemeenten is overigens dat Republiq nog maar 31.964 gebouwen heeft geturfd die vallen onder gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Volgens de VNG is dat te danken aan ‘verbetering van de onderliggende databronnen.’ Een andere indicator van de verduurzaADVERTENTIE Totaaloplossing voor gemeentelijk vastgoed Meer weten? Ga naar www.sro.nl of volg ons op social media Lees onze artikelen ook op www.binnenlandsbestuur.nl/SRO ming van gemeentelijk vastgoed biedt het energielabel. Vanaf 1 januari 2023 is voor kantoren minimaal energielabel C verplicht. Hoewel die verplichting al in 2012 is vastgelegd in het Bouwbesluit, voldoet nog slechts 45 procent van de gemeentelijke kantoren aan deze eis, zo valt te lezen in VNG Monitoring energieverbruik. Een gemeentehuis zonder verplicht label A, B of C mag vanaf 1 januari 2023 niet meer in gebruik zijn als kantoor. BLAMAGE ‘Sommige gebouwen zitten er niet ver vanaf en dan kun je het met relatief eenvoudige maatregelen bereiken, bijvoorbeeld zonnepanelen plaatsen’, zo wijst Otto gemeenten op een mogelijkheid om te ontsnappen aan de blamage om het eigen gemeentehuis te moeten sluiten. Werk aan de winkel dus. En dan is nog niet ter sprake gekomen dat op menige vastgoedafdeling de kennis tekortschiet om deze verduurzamingsklus te klaren, zoals de VNG in haar sectorale routekaart constateert. Wat zijn alle duurzaamheidsambities eigenlijk waard als het geld en de kennis er niet is om ze waar te maken? ‘Dit is een spel dat gespeeld wordt. Als je de lat niet hoog legt, dan kom je ook nergens’, reageert Otto. ‘Door de lat hoog te leggen komt er, denk ik, een politieke discussie op gang die ervoor zorgt dat er wel geld komt voor verduurzaming. Technisch is het mogelijk de vastgoedportefeuille in 2035 verduurzaamd te hebben.’ Zolang niemand met de vuist op tafel slaat, blijft het pappen en nathouden

36 ACHTERGROND INBURGERING DOOR: YVONNE VAN DE MEENT FOTO’S: SABINE JOOSTEN / ANP-HH De lat voor inburgeraars gaat per 1 januari omhoog. Nu doet bijna iedereen taalexamen op niveau A2, als nieuwe inburgeringswet is ingevoerd moet dat B1 worden. Gemeenten gaan de taalcursussen inkopen, maar kunnen de taalbureaus de ambities waarmaken? NIEUWE WET INBURGERING ZORGEN OVER KWALITEIT TAALONDERWIJS

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 37 ‘Je leert over koetjes en kalfjes praten. Daar vind je geen baan mee’ Shumaila Anwar schaamt zich een beetje. Ze woont al acht jaar in Nederland, maar spreekt de taal nog steeds niet goed. Terwijl ze haar inburgeringsexamens al lang heeft gehaald. Pas nu ze een opstapbaan heeft als projectmedewerker bij Movisie zit er schot in haar taalontwikkeling. ‘Ik ontmoet op kantoor mensen waarmee ik Nederlands spreek. Zo leer ik elke dag een paar nieuwe woorden.’ De uit Kashmir afkomstige mensenrechtenactiviste was acht maanden zwanger toen ze in 2013 naar Europa kwam voor een training. Ze werd al langer bedreigd omdat ze zich inzette voor de onafhankelijkheid van Kashmir en actievoerde voor vrouwenrechten. Tijdens haar afwezigheid nam de dreiging toe. ‘Ik was in Pakistan niet meer veilig.’ Toen haar toeristenvisum was verlopen vroeg ze politiek asiel aan. Ze kwam met haar pasgeboren zoontje in het aanmeldcentrum Ter Apel terecht. Na twee maanden verhuisde ze naar het azc Dronten, waar ze een jaar verbleef voor ze een huis in Utrecht kreeg. Het leven als statushouder betekende een enorme omschakeling. In Pakistan had ze een luxeleven. Anwar komt uit een welgestelde familie, deed een master internationale betrekkingen en werkte op een ambassade in Islamabad. In Utrecht belandde ze in een vochtig schimmelhuis, moest ze voor het eerst van haar leven zelf een huishouden runnen en had ze financiele zorgen. Ze wilde Nederlands leren, maar had veel narigheid aan haar hoofd. ‘In het azc ben ik heel depressief geworden. Ik had geen geestelijke rust.’ MASTER Na een jaar voegde haar man zich bij zijn gezin. Anwar kreeg een tweede kind, volgde een Engelstalige master politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en bleef zich vanuit Nederland actief inzetten voor de mensenrechten in Kashmir. Daarnaast volgde ze inburgeringscursussen voor hoger opgeleiden. Ze wisselde een paar keer van taalbureau omdat het les programma tegenviel of het lesrooster niet aansloot bij haar andere bezigheden. Toen na drie jaar het eind van haar inburgeringstermijn in zicht kwam besloot ze het makkelijke taalexamen (op A2-niveau) te doen. Omdat ze de 10.000 euro die statushouders kunnen lenen voor taalcursussen nog niet had opgebruikt, dacht ze dat ze nog geld over had om later taallessen op B1-niveau te volgen. Dat het niet zo werkt, ontdekte ze toen het al te laat was. Een baan vinden op haar niveau lukte niet. Inmiddels hebben Anwar en haar man wel twee Kasmir-restaurants. Haar man heeft de leiding in de keuken, Anwar heeft het bedrijfsplan geschreven dat nodig was om een starterslening te krijgen. ‘Ik heb het in het Engels geschreven en met Google Translate vertaald in het Nederlands’, zegt ze trots. Het gezin heeft de schimmelwoning verruild voor een nieuwbouwhuis in Leidsche Rijn. Dankzij haar opstapbaan bij Movisie heeft Anwar nu eindelijk de kans om haar Nederlands te verbeteren. ‘Ik wil het graag en vind het nu ook leuk. Ik hoop binnenkort net zo vloeiend Nederlands te spreken als Engels.’ Het verhaal van Shumaila Anwar staat niet op zichzelf: 95 procent van de statushouders haalt op tijd z’n inburgeringsdiploma’s, maar slechts 14 procent doet examen op B1- of B2-niveau. De rest, 86 procent, blijft net als Anwar steken op A2. Dat is onvoldoende om een opleiding te kunnen volgen of in een Nederlandstalige omgeving te werken. De leerstof is bovendien gericht op wat wel en niet hoort in Nederland, stelt Payman Hanifi Moghaddam, eigenaar van het Rotterdamse taalschool Hamrah (Perzisch voor metgezel). ‘De lesboeken zijn opgebouwd rond huis-, tuinen keukenthema’s. Je leert in drie jaar over koetjes en kalfjes te praten, maar daar vind je echt geen baan mee.’ DEMOTIVEREND Moghaddam weet uit eigen ervaring dat niets zo demotiverend is als een taalcursus volgen die niet aansluit bij je behoefte en ambitie. De Iraniër kwam 33 jaar geleden als uitgenodigd vluchteling naar Nederland. Hij volgde een taalcursus van een half jaar voor hij aan een studie in Wageningen begon. ‘Mijn eerste college was voortgezette statistiek. Ik verstond er helemaal niets van, had geen idee waar de docent het over had.’ De nieuwe inburgeringswet die op 1 januari 2022 moet daar verbetering in brengen. Inburgeraars doen voortaan op B1-niveau examen, tenzij uit een leerbaarheidstoets blijkt dat het (veel) te hoog gegrepen is. Die forse ambitieverhoging is mogelijk omdat de gemeenten de inburgering weer gaan regisseren. Voor statushouders kopen zij vanaf januari taalcursussen in en ze gaan hen intensief begeleiden bij het vinden van een passende opleiding of (vrijwilligers)werk. Statushouders hoeven geen geld meer te lenen om zelf een inburgeringscursus in te kopen op de ondoorzichtige cowboymarkt waar talloze malafide aanbieders actief zijn. Dat geldt niet voor gezinsmigranten die de helft uitmaken van de 18.000 inburgeringsplichtigen die er jaarlijks bijkomen. Migranten blijven zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. VOORUIT Dat er een eind komt aan de doorgeschoten nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van statushouders, is een stap vooruit, vindt Jaco Dagevos, hoogleraar integratie en migratie bij de Erasmus Universiteit en wetenschappelijke medewerker bij het Sociaal en Cultureel Panbureau. Maar het is de vraag of gemeenten de hoge ambities waar kunnen maken. De ervaringen van de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) die de afgelopen jaren voor ruim 200 Syrische gezinnen een integraal integratieprogramma verzorgde, stemmen niet hoopvol. Het SNTR-programma wordt gefinancierd door het vermogensfonds De Verre Bergen dat jaarlijks 20 miljoen euro uittrekt voor sociale programma’s die ‘Rotterdam beter en sterker maken’. Dankzij de extra middelen die de filantropen beschikbaar stelden kon SNTR de Syrische statushouders een intensief programma aanbieden met onder andere vier dagdelen in de week taalonderwijs in kleine klassen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat alle deelnemers op B1-niveau zouden inburgeren, maar dat idee is al snel losgelaten. In opdracht van De Verre Bergen volgde de onderzoeksgroep van Dagevos de integratie van de tweehonderd Syrische gezinnen. Uit het eindrapport dat in mei verscheen blijkt dat het intensieve inburgeringsprogramma er niet voor heeft gezorgd dat de taalbeheersing en zelfredzaamheid van SNTR-deelnemers sneller

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 38 ACHTERGROND INBURGERING is toegenomen dan die van andere Rotterdamse statushouders. Dat heeft onder meer te maken met de taalaanbieders die SNTR inhuurde. ‘SNTR had drie taalscholen geselecteerd op kwaliteit, maar zij leverden niet wat je zou mogen verwachten. Daarom heeft de stichting in 2019 een eigen taalschool opgezet’, vertelt Dagevos. ‘In 2015 gingen we er vanuit dat veel Syrische asielzoekers hoger opgeleid zijn. Daarom had SNTR een taalschool in de arm genomen die deze groep in kort tijdsbestek op B1-niveau zou brengen. Van die route werd nauwelijks gebruik gemaakt omdat de deelnemers veel lager opgeleid waren dan verwacht.’ Een tweede taalschool ging failliet en het contract met de derde aanbieder werd beeindigd omdat de kwaliteit van het aanbod onder de maat was. ‘Dit zijn natuurlijk problemen waar gemeenten ook tegenaan kunnen lopen’, stelt Dagevos. ‘Met aanbesteden haal je de rotte appels er misschien tussenuit, maar ik ben er niet van overtuigd dat gemeenten beter op kwaliteit selecteren. Voor 2013 waren ze ook verantwoordelijk voor de inkoop en toen ging het aanbesteden van taalcursussen heel moeizaam. Inmiddels is de kennis over de inburgeringsmarkt weg. Gemeenten moeten weer helemaal opnieuw beginnen.’ SCEPSIS De scepsis van Dagevos is niet uit de lucht gegrepen. Rotterdam heeft samen met de regiogemeenten al twee van de drie nieuwe leerroutes aanbesteed. De B1-route waaraan zestig procent van de inburgeraars gaat deelnemen, is gegund aan twee grote, landelijk opererende taalaanbieders die al meer aanbestedingen hebben gewonnen. Een van de twee is de taalschool waar SNTR zo ontevreden over was dat de samenwerking werd opgezegd. Rotterdamse inburgeraars die de Zelfredzaamheidroute gaan volgen omdat wordt verwacht dat ze het A2-niveau niet zullen halen, krijgen vanaf januari les van de SNTR-taalschool. De aanbesteding van de Onderwijsroute, die 18- tot 28-jarige statushouders klaarstoomt voor een studie in het mbo of hoger onderwijs, dreigt in Rotterdam net als elders in het land te mislukken. Mogelijke aanbieders van taalschakelprogramma’s (mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten) schrijven niet in op de aanbestedingen omdat ze het beschikbare budget ontoereikend vinden, blijkt uit onderzoek dat Anderson Elffers Felix half oktober afleverde. Shumaila Anwar is de eerste om toe te geven dat zij acht jaar geleden misschien te gestrest was om Nederlands te leren. Maar de kwaliteit van de inburgeringscursussen die ze volgde schoot ook te kort. Het lukte haar docenten vaak niet om de lessen af te stemmen op de verschillende niveaus van de cursisten in de groep. ‘Ik had twee of drie keer in de week een les van 1,5 tot 2,5 uur. Dat is te weinig. Er was ook weinig tijd om te oefenen. ‘Het mag niet van je woonplaats afhangen of het lukt om in te burgeren’ Ik heb wel grammatica geleerd, maar je zou ook spreeklessen moeten hebben.’ ‘Het inburgeringsonderwijs is vaak te schools, te weinig praktijkgericht en sluit ook niet aan bij behoefte van de cursisten, stelt Jaco Dagevos. Op papier is er in het nieuwe systeem meer ruimte voor maatwerk en voor leren in de praktijk. ‘Er wordt veel verwacht van duale trajecten waarbij statushouders de taal leren op een werkplek. Maar die trajecten blijken in de praktijk heel lastig vorm te geven, leert de ervaring bij SNTR.’ STANDAARD Taalschool-eigenaar Payman Moghaddam vreest dat het nieuwe inburgeringsaanbod een variatie op het oude zal worden. ‘Gemeenten laten de invulling van de routes over aan de taalscholen die de aanbesteding hebben gewonnen. Zij hebben waarschijnlijk een scherp aanbod gedaan. Het zal er daarom op neerkomen dat het lesgeven met standaard leerboeken wordt in plaats van maatwerk. En de taalaanbieders zullen met groepen van 15 tot 20 personen moeten werken om het rendabel te houden. In grote groepen kun je als docent geen rekening houden met individuele leerbehoeften.’ Wat Moghaddam het meest verontrust is dat gemeenten vooral bezig zijn met het opwerpen van barrières voor malafide taalscholen en het voorkomen van fraude. ‘Rotterdam heeft een kwaliteitsconvenant gesloten met alle taalscholen en daarin draait het vooral om het controleren van de eisen die aan taalscholen gesteld worden.’ Terwijl het gesprek zou moeten gaan over hoe je het leerproces van statushouders kunt verbeteren, vindt hij. ‘Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat je een tweede taal veel effectiever leert als je uitleg

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND 39 krijgt in je moedertaal. Daarom werken wij bij Hamrah met moedertaalcoaches. Nederlands zit heel anders in elkaar dan het Farsi, Turks of Russisch. Het helpt als een moedertaalspreker een grammaticale kwestie kan uitleggen.’ Moghaddam zou graag experimenteren met taalcursussen die toegespitst zijn op het vak dat een statushouder wil gaan beoefenen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de meeste inburgeraars het B1-niveau kunnen halen als je de taalcursus afstemt op hun vak. Iemand die in de bouw gaat werken moet niet alleen bouwtechnische termen in het Nederlands kennen, maar ook juridische taal om bouwvoorschriften te begrijpen. Het moet dus maatwerk zijn. Dat zou je kunnen leveren als je met Nederlandse praktijkdocenten uit het beroepsonderwijs zou werken, maar dat kan niet omdat alle inburgeringsdocenten een NT2-diploma moeten hebben’, verzucht hij. VERWAARLOOSD ‘Iedereen vindt inburgering heel belangrijk, maar er is heel weinig aandacht voor de kwaliteit van de inburgeringscursussen’, stelt Monique Kremer, voorzitter van de AdviescommisCOLUMN JAN VERHAGEN ‘ Gemeenten moeten weer helemaal opnieuw beginnen’ sie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). ‘De onderwijskant van de inburgering is extreem verwaarloosd. Dat zie je ook aan de manier waarop het toezicht op de kwaliteit is georganiseerd’, stelt Kremer. Er is veel kritiek op keurmerkverlener Blik op Werk die de kwaliteit aanvankelijk controleerde aan de hand van slagingspercentages, tevredenheidscores en de aanwezigheid van een klachtenregeling. Vier jaar geleden is daar toezicht in de klas bij gekomen, maar dat systeem is onvoldoende gericht op het verbeteren van de onderwijskwaliteit, vindt Kremer. ‘Het is weer een controlesysteem’, stelt Payman Moghaddam. ‘Ze komen in de klas kijken naar de uitvoering van de lessen, maar je krijgt geen feedback op je onderwijsaanpak.’ ‘Je kunt er ook niet vanuit gaan dat gemeenten goede kwaliteitsafspraken maken met taalaanbieders, vindt Kremers. ‘Het is de vraag of gemeenten daarvoor de kennis en expertise in huis hebben. Dat zal in een aantal grote gemeenten misschien wel in orde komen, maar er zijn ook veel gemeenten waarvoor dat niet geldt.’ ‘Wij vinden dat het niet mag afhangen van de gemeente waar je woont of je passend inburgeringsonderwijs krijgt aangeboden. Het gaat wel over het staatsburgerschap. Als je het inburgeringsexamen niet haalt, kan je geen Nederlander worden.’ Daarom pleit de ACVZ voor het inschakelen van de Onderwijsinspectie. ‘Taalonderwijs is een cruciaal onderdeel van de inburgering, het is een publieke taak en dat zou onder publiek toezicht moeten staan.’ Het mag niet van je woonplaats afhangen of het lukt om goed en tijdig in te burgeren, daar is Jaco Dagevos het roerend mee eens. ‘Daarom dring ik erop aan dat gemeenten de invoering van de wet heel kritisch gaan volgen om erachter te komen wat wel en niet werkt. Want de wet is op papier prachtig, maar de uitvoering wordt heel ingewikkeld.’ BLOEDBAD Een bloedbad – dat is het oordeel, vorige week dinsdag, van de Raad voor het Openbaar Bestuur over het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds. Vlijmscherp fileerde de raad elk onderdeel van het nieuwe verdeelmodel. Sabelt de hele onderzoeksmethode neer. Geeft dertig onvoldoendes. Noemt verder twee onderdelen ‘niet goed’ en drie ‘onverklaarbaar’. Schrijft vier keer ‘niet overtuigend’. Geeft ‘vijf contra-indicaties die leiden tot gerede twijfel’. Wil veel nader onderzoek. Eist veel wijzigingen. Wijst op een cirkelredenering. En gebruikt daarbij zelfs militaire termen: schiet tekort (zes keer), schiet zijn doel voorbij (twee keer), doorgeschoten, en ‘overshoot’. Heeft de adviesraad dan niks positiefs te melden over het nieuwe verdeelmodel? Jawel: het onderdeel van de riolering en de reiniging vindt de raad wel goed. Maar dat is dan ook echt het enige. Is dit oordeel de doodsteek voor het nieuwe verdeelmodel? Jazeker. En het mes werd op 1 juli 2019 aangereikt door de Centrale Raad van Beroep. Die oordeelde toen over het nieuwe verdeelmodel van de bijstand. Hij maakte daarbij onderscheid tussen enerzijds een verdeelmodel en anderzijds het toepassen van dat verdeelmodel. Als een nieuw verdeelmodel door de Tweede Kamer is goedgekeurd, betekent dat nog niet dat een minister het voor alle gemeenten mag toepassen. Eerst moet de minister dan nog oordelen of het voor elke individuele gemeente kan worden toegepast. Dat oordeel is aan te vechten bij de rechter. Sinds 1 juli 2019 geldt dit voor alle nieuwe verdeelmodellen. Dus ook van het gemeentefonds. Als dit nieuwe verdeelmodel toch wordt ingevoerd, dan gaan tientallen gemeenten naar de rechter. En door dit dodelijke oordeel van de Raad ‘ Dertig onvoldoendes’ voor het Openbaar Bestuur is de kans groot dat veel gemeenten die juridische strijd dan gaan winnen. Toch trekt minister Ollongren het nieuwe verdeelmodel nog niet in. Dat laat ze aan haar opvolger over. Laf. Als ze geen beslissingen meer wil nemen, kan ze beter aftreden. Nu blijven de gemeenten in onzekerheid. Die blijven energie steken in het bestrijden van dit verdeelmodel – terwijl ze liever nuttige dingen doen. Gemeenten willen geen jarenlang juridisch steekspel met het rijk. Maar ze willen evenmin de dupe worden van een dodelijk slecht nieuw verdeelmodel. Als de nieuwe minister dit nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds toch doorzet, wordt het een juridisch bloedbad.

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 BEELD: SHUTTERSTOCK ARBEIDSMARKT SPECIAL 41 PERSONEELSPLANNING HR MOET NEUS AAN HET VENSTER DURVEN STEKEN 42 VACATUREMONITOR DE ALLERLAATSTE CIJFERS OP EEN RIJ 48 SPECIAL ARBEIDSMARKT ONORTHODOX WERVEN CREATIEF OP ZOEK NAAR TALENT 54 KRAPPE ARBEIDSMARKT ALS RISICO DE MENSEN RAKEN OP Hoe kom je in tijden van oplopende arbeidsmarktkrapte toch aan voldoende personeel? Rianter belonen? Minder hoge eisen stellen? Extra trainees aannemen? Of toch maar meer inhuren? In deze special besteden we aandacht aan hoe erg de situatie is, waar de nood het hoogst en welke opties er zijn om de vacaturenood te lenigen. Misschien valt er wel te leren van het buitenland. Misschien.

42 SPECIAL ARBEIDSMARKT DOOR: HANS BEKKERS BEELD: SHUTTERSTOCK Kraptes op de arbeidsmarkt zijn een regelmatig terugkerend fenomeen. Maar die van nu raakt gemeenten harder dan ooit. Met name HR-afdelingen zullen op de grote trom moeten slaan, willen ze nog voldoende personeel weten aan te trekken en te houden. Een andere, bredere oplossing is slimmer werken. DE ARBEIDSMARKTKRAPTE TE LIJF HR MOET IN DE BENEN Bernheze begin dit jaar. Nieuwe bouwaanvragen worden niet meer in behandeling genomen. Personeelstekort op de afdeling ruimtelijke ordening is de reden. Er staan op die afdeling acht vacatures open en daarnaast is er nog eens een structureel tekort van zo’n vier tot vijf fte in het ruimtelijk domein. Burgers die een zogeheten principeverzoek indienen om te mogen bouwen moeten – helaas, helaas – maar een paar maanden wachten. In ieder geval drie, zo krijgen ze te horen. In de gemeente Elburg lopen de wachttijden eveneens op vanwege lastig in te vullen vacatures voor vergunningverleners en bouwambtenaren. ‘Ze blijken niet voorhanden’, verzucht gemeentesecretaris Piet Wanrooij. ‘Dat zou kunnen betekenen, zo hebben we de volksvertegenwoordigers uitgelegd, dat er bij ze over wordt geklaagd dat de aanvraagprocedures langer duren.’ Ook voor financiële functies zijn overigens moeilijk mensen te krijgen, zo vult hij aan. ‘Mijn voorspelling is dat we daar de komende jaren nog wel last van blijven houden. We krijgen in onze vergrijsde gemeentelijke organisaties te maken met een enorme vervangingsvraag.’ Bernheze en Elburg zijn geen uitzonderingen: veel gemeenten hebben last van de krapte op de arbeidsmarkt of waarschuwen ervoor [zie kader]. Er staan bij gemeenten nu 8.230 vacatures open, blijkt uit een nieuw overzicht van het A&O fonds gemeenten. Vergeleken met het derde kwartaal in 2020 betekent dat een toename van 61 procent. Deze grote getallen verdienen nuancering. In de praktijk doet het probleem zich niet in elk deel van ons land in dezelfde mate voor en evenmin speelt het in alle lagen van de organisatie even sterk. Om met dat eerste te beginnen: gemeenten in de meer verstedelijkte gebieden hebben minder moeite hun vacatures ingevuld te krijgen dan hun collega-gemeenten in de randen van Nederland. Deels heeft dat te maken door het wegtrekken van veel jongeren uit die gebieden richting stad. En inzoomend op de vraag in welke lagen van de gemeente de arbeidsmarktkrapte zich het meest laat gelden, valt op dat het met name nog relatief gemakkelijk is om de topfuncties in de gemeente ingevuld te krijgen, zeg maar de liga van gemeentesecretarissen en directeuren. Het probleem zit ‘m vooral in het middensegment. Dan hebben we het over het niveau van de teammanagers, afdelingshoofden, project- en programmadirecteuren in de overheidssalarisschalen 11 tot en met 13. ‘In die categorie is sprake van een enorme krapte’, aldus Cees Zeelenberg. ‘Extremer dan dat ik het ooit heb meegemaakt.’ Zeelenberg, directeur van het gelijknamige bureau zit 25 jaar in het vak. CARRIÈRESWITCH En toch. Aan mensen komen is lastig, maar volstrekt hopeloos is de situatie niet. ‘Het is ook de manier waarop je naar het probleem kijkt’, zo zegt hij. ‘Kijk eens naar het bedrijfsleven. Dat heeft natuurlijk ook last van de krapte op de arbeidsmarkt. Het verschil is dat ze in die sector – en dan heb ik het vooral over de grote ondernemingen – veel meer aan personeelsbeleid doen dan bij overheden. Die overheden stellen maar al te vaak nog traditionele eisen aan kandidaten. Tja, dan vind je nieuwe medewerkers een stuk moeilijker. Of niet. Je kunt veel beter kijken naar persoonlijkheidskenmerken, talent en ontwikkelingsmogelijkheden. Niet naar het al dan niet hebben van ervaring als leidinggevende. Heb je daar geen oog voor, dan laat je een hoop geschikte kandidaten lopen – die van buiten, maar ook die van binnen je eigen organisatie.’ Door meer oog te hebben voor wat een kandidaat wél zou kunnen in plaats van wat deze misschien mist aan ervaring, wordt de vijver waarin je als gemeentelijk werkgever vist opeens een stuk groter. Dan kan, als het opleidingsniveau voldoende is, bijvoorbeeld een AH-teamchef van 30 of een jonge accountmanager bij de Rabobank heel goed de carrièreswitch maken. Als gezegd, Cees Zeelenberg ziet dat het weinig, te weinig gebeurt. Tuurlijk, met trainees beginnen ze overal. Ze binnenhalen lukt. Maar ze vasthouden, dat lukt of gebeurt dan weer vaak niet, zo moet hij constateren. ‘Je moet die trainees doorontwikkelen naar programmadirecteuren of projectleiders. Het is toch zonde van de investering als je dat niet doet. “Sorry”, zeggen ze dan in adviescommissies die daar vaak mee over gaan, “hij of zij heeft nog nooit leiding gegeven.” Of, vanuit de verontwaardiging: “Ja zeg, dan had ik het zelf ook wel gekund.” Het is die traditionele manier van kijken, van oordeelsvorming bij werving en selectie waardoor onnodig veel talent verloren gaat.’ En, vult hij daar op aan, het heeft er ook mee te maken dat afdelingen goede, talentvolle BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

SPECIAL 43 ‘Extremer dan dat ik het ooit heb meegemaakt’ mensen niet graag zien vertrekken naar collega-diensten of andere gemeenten. Het is met name de HR-tak die hier steken laat vallen. Zeelenberg: ‘Ik zeg het misschien wat scherp, maar op HR-gebied schieten veel gemeenten tekort. Een lange termijn strategische personeelsplanning? Is er vaak niet. Doorontwikkelingsmogelijkheden voor talent? Evenmin. Kijk eens naar de NS, bijvoorbeeld. Die doen dan veel beter, die hebben oog voor de lange termijn. Zo gaan overheden jammer genoeg niet met talent om, op de wat grotere provincies en gemeenten na misschien.’ WAAN VAN DE DAG Volgens Piet Wanrooij, die de hoogste ambtenaar was in diverse gemeenten, is het hebben van een strategische personeelsplanning inderdaad eerder uitzondering dan regel in gemeenteland. Dat roept vragen op. Bijvoorbeeld deze: lang en breed kon BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

SPECIAL 45 iedereen toch zien aankomen dat waar je te maken hebt met een vergrijsd personeelsbestand zich een vervangingsvraag zou aandienen? ‘Sterker nog’, zegt hij. ‘In 2000 waarschuwde een commissie onder voorzitterschap van Martin van Rijn – toen nog secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken – al voor het ontstaan van die problematiek in de collectieve sector. Door de kredietcrisis en het naar achter schuiven van de aow-leeftijd voltrekt het probleem zich alleen iets later.’ Dat er niet of nauwelijks naar is gehandeld, door bijvoorbeeld aan strategische personeelsplanning te doen, komt doordat veel overheidsorganisaties zich laten leiden door de waan van de dag. ‘Er is altijd wel iets dat urgenter is’, zegt de huidigemeentesecretaris van Elburg. Dat de HR-taak de afgelopen jaren op uitvoeringsniveau is terechtgekomen, helpt volgens Cees Zeelenberg wat dat betreft niet. Ook hij moet vaststellen dat de huidige HR-afdelingen te veel door de waan van de dag worden gedreven. ‘Ze zijn eigenlijk louter operationeel bezig. Ze hebben of krijgen weinig ruimte. En als HR al plannen maakt, worden ze uiteindelijk vaak niet door de top gedragen.’ HR moet op een hoger niveau in de organisatie worden belegd. Liefst op directieniveau, vindt hij. ‘ SPP? Er is altijd wel iets dat urgenter is’ Gezien de ernst van de problematiek is volgens Zeelenberg op hoger niveau actie nodig. Daarmee doelt hij op de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Die koepelorganisatie zou bijvoorbeeld initiatief kunnen nemen om in regionaal verband ‘iets’ op te zetten of anderszins actie te ondernemen. ‘Nu is het moment om daar naar te kijken, en dat niet alleen, er ook iets mee te doen.’ WERKBOEK Toeval of niet, precies vorige week is de VNG in samenwerking met het A&O fonds Gemeenten en de vakbonden en de PERSONEEL ALS RISICO IN BEGROTINGEN 2022 NIJMEGEN: Door de krapte op de arbeidsmarkt is het lastig vacatures in te vullen hetgeen leidt tot hoge inhuurkosten. Met een groeiende productie is dit een risico. Het risico bestaat dat de formatie van de GGD niet op orde is en de afgesproken prestaties niet kunnen worden geleverd. Daarnaast nemen de kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om het verloop van medewerkers op te vangen groot. OMGEVINGSDIENST FLEVOLAND, GOOI- EN VECHTSTREEK: Als gevolg van de aantrekkende economie is het voor de specialistische functies uiterst moeilijk personeel te werven. Ook het behouden van het huidige personeel bij de huidige arbeidsmarkt vraagt meer aandacht en inzet dan voorheen. De groeiende krapte op de arbeidsmarkt heeft als reëel gevolg: een mogelijke hogere inschaling voor de specialistische functies. De genoemde risico’s zijn hoog. Zowel op het vinden en behouden van personeel als op de ‘concurrentie strijd’ ingezet door hogere waardering in functies of arbeidsmarkttoelages. Dit wordt geschat op € 80.000. Geschat wordt dat er gemiddeld 10 medewerkers in een schaal hoger zullen worden geplaatst. MIDDEN-DELFLAND: Op dit moment zijn er taken waar de personele bezetting niet voldoende is ten opzichte van de hoeveelheid werk. Uit onderzoeken en signalen blijkt ook dat medewerkers over de hele linie een hoge werkdruk ervaren. Dit geldt ook voor taken die als speerpunten in het coalitieakkoord en collegewerkprogramma zijn benoemd. De inzet van medewerkers voor grotere projecten is hierdoor nauwelijks te realiseren, ook als die projecten leiden tot verbetering: slimmer en makkelijker werken of betere dienstverlening. Daardoor zitten we regelmatig in een spagaat. Om een objectiever beeld te krijgen van onze formatie, voeren we benchmark uit voor het in kaart brengen van onze formatie ten opzichte van andere gemeenten. Op de arbeidsmarkt concurreert Midden-Delfland uiteraard ook met de omliggende gemeenten die vanwege hun inwonertal vaak een hoger salaris kunnen bieden. HOOGEVEEN: Door de krapte in de arbeidsmarkt is het erg moeilijk om goed personeel te vinden. Op extern uitgezette vacatures volgt weinig tot geen respons. Om enigszins aan een kwalitatief geschikte kandidaat te komen, worden er detacheringsbureaus ingezet. Hier tegenover staat een prijs die betaald moet worden. Daarnaast blijven deze medewerkers op korte termijn bij de gemeente, waardoor er geen sprake is van duurzame relatie naar de organisatie toe. We benutten de kans om hogescholen te bezoeken en meer in te zetten op stageplekken. Vereniging van Gemeentesecretarissen op de proppen gekomen met een speciaal werkboek Succesvol de arbeidsmarkt op, een route voor gemeentelijk werkgevers. Die was wenselijk vanwege onder andere een wat ouder personeelsbestand en een erg hoog aantal vacatures en daarbinnen ook een aantal zeer moeilijk te vervullen vacatures. Doel is ‘het inspireren tot actie om tot een goed doordacht beleid te komen.’ In een uitgebreid stappenplan wordt in het werkboek uiteengezet hoe je als gemeente tot een strategisch personeelsplan kan komen met een horizon van zo’n vijf jaar. Dat BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 Foto: Peter Hilz / ANP-HH

SPECIAL 47 allemaal om ervoor te zorgen dat je als gemeente aan voldoende goede mensen komt om je taken uit te voeren en je ambities waar te maken. Startpunt van de route is het organiseren van denkkracht, het scherp krijgen van de opgaven tot en met het omschrijven van de cultuur van de organisatie, het in beeld brengen van de financiële positie en het formuleren van de arbeidsmarktvraagstukken die je als gemeente wil aanpakken. Daarna zijn opties uit te werken op de ‘aanvalsgebieden’ instroom, behoud en uitstroom. Als het arbeidsmarktplan in concept klaar is, volgt de stap naar beslissers die er zich vervolgens achter moeten stellen. Één tip: zorg ervoor dat de urgentie van voldoende budget voor de uitvoering onder de aandacht van het college en gemeenteraad komt. ‘Bijvoorbeeld door ze te wijzen op de risico’s van te weinig juiste medewerkers’. PRODUCTIVITEITSGROEI Jaring Hiemstra, strategisch adviseur bij Hiemstra&De Vries, betwijfelt of het voornamelijk inzetten op het binnenhalen van van meer mensen wel de juiste strategie is. Er is, zo stelt hij, simpelweg onvoldoende aanbod. ‘Ik denk dat je andere keuzes moet maken dan nog weer eens zes advertenties plaatsen. Waarom niet gekeken naar mogelijkheden om meer productiviteitsgroei te realiseren?’, zo vraagt Hiemstra zich af. Hij zou overheden willen oproepen om niet alleen na te denken waar extra middelen en formatie bij moeten, maar ook in deze goede tijden na te denken waar het slimmer kan. ‘Als overheden nu niet een visie hebben waar ze de productiviteitsverbeteringen willen realiseren en daarmee aan de slag gaan, wordt het straks ouderwets ‘reorganiseren en bezuinigen’. En dat lijkt me niet de beste weg.’ Volgens Hiemstra moeten gemeenten af van de dominante stroom in het handelen: extra taken betekent extra geld en extra geld betekent extra personeel. ‘Bij digitale transformatie zie je vooral een nieuwe CIO, een data-scientist, data engineers, maar ontbreekt een discussie en focus over waar we dan productiviteitswinst verwachten. Maar al te vaak wordt er voor een extra opgave iets naast gezet terwijl de bestaande organisatie gewoon blijft staan. Er is sprake van ontwijkingsgedrag op deze vraag. Het denken in termen van productiviteitsverbetering, doelmatigheid en efficiency loopt van de tafel. Het is een grote plus-supermarkt.’ Op diverse vlakken liggen er mogelijkheden. ‘Er is nog een onbenut competentiepotentieel’, zegt hij. Opsommend: minder beleid, het voorkomen van uitstroom door beter werkgeverschap (meer autonomie, hogere beloning en minder werkdruk) en meer investeren in opleiden en omscholen – ‘ook ‘ Er is nog een onbenut competentiepotentieel’ DIVERSITEIT ALS OPLOSSING? Uit recent onderzoek van Berenschot, Performa en AFAS Software onder meer dan tweeduizend HR-professionals, blijkt dat een kwart van hen aandacht voor diversiteit en inclusie ziet als een mogelijke oplossing voor het probleem om geschikte mensen te vinden. Tegelijkertijd onderneemt slechts 22 procent van de Nederlandse organisaties actie om tot meer diversiteit en inclusie te komen. ‘Hoewel bijna een kwart vindt dat er meer aandacht naar diversiteit binnen de organisatie zou moeten gaan, is het ondernemen van actie iets dat vaak ontbreekt. Op het prioriteitenlijstje van de HR-professionals staat het topic op een twaalfde plek. Vorig jaar nam het topic dezelfde plek in’, aldus Hans van der Spek, manager kenniscentrum HCM bij Berenschot. Uit het onderzoek blijkt overigens dat het openbaar bestuur ver voorop loopt ten opzichte van andere sectoren. 42 procent van de HR-professionals binnen het openbaar bestuur stuurt actief op diversiteit. Terwijl dat percentage in heel Nederland met 22 procent veel lager ligt. voor de categorie 30+. En waarom zetten werkgevers niet in op het verleiden van deeltijders om meer uren te maken?’ Die markt slinkt echter. Werkenden die meer uren zouden willen werken, worden blijkens nieuwe CBS-cijfers van vorige week namelijk steeds schaarser. Er is een tegengestelde ontwikkeling gaande. Steeds meer werkenden willen juist mínder uren gaan maken. Net als in vrijwel alle sectoren is die trend ook waarneembaar in het openbaar bestuur: tegenover 230.000 ambtenaren die meer in deeltijd zouden willen werken, staan slechts 17.000 collega’s die meer uren zouden willen draaien. Maar goed, niet geschoten is altijd mis. En, niet in de laatste plaats is er volgens Hiemstra winst te halen door meer in te zetten op digitale innovatie en standaardisatie. Veel valt volgens hem te leren van de manier waarop de Denen hun digitale overheid aansturen. ‘Denemarken heeft een centraal aangestuurd digitaliseringsmodel met een goede regie. Er zijn duidelijke kaders en een helder overlegmodel, waarin ook private partijen tijdig participeren.’ Ook volgens Wanrooij is er door goed gebruik te maken van ict en open dat veel winst te behalen. ‘In sommige gemeenten heb je binnen 20 uur een parkeervergunning. Waarom moet dat in andere gemeenten vier tot zes weken duren?’ vraagt Piet Wanrooij zich af. ‘Op basis van je BSN-nummer kunnen ze toch alles van je weten, zelfs in welke auto je rijdt. Hoeveel ambtelijke tijd dat wel niet scheelt als je die formulieren niet meer hoeft in te sturen en laten verwerken! Nee, we moeten bij gemeenten echt de banken achterna die van automatisering een primair proces hebben gemaakt. Maar ja, daar moet je wel slimme lui voor aantrekken … en die zijn er nu even niet.’ MEER BETALEN Waar het aantrekken van personeel in deze krappe arbeidsmarkt al een lastige opgave is, geldt dat ook voor het vasthouden van medewerkers. Steeds vaker zien gemeenten personeel weglopen richting detacheringsbureaus. Zo ook Piet Wanrooij. ‘Daar is de waardering hoger. In die zin is het intens triest dat er na en jaar onderhandelen nog steeds geen nieuwe cao gemeenten ligt.’ Dat getuigt volgens hem van ‘weinig urgentie’ van werkgeverszijde. De partijen praten weer, maar het meest recente loonbod van de VNG – minder dan de inflatie – biedt weinig hoop op een goede afloop. De bonden hebben in elk geval al aangegeven door te gaan met het voorbereiden van acties. En hoe zit het ondertussen in Bernheze? De gemeente gaat aan strategische personeelsplanning (SPP) doen. Dit om in de toekomst tijdig te kunnen inspelen op bijvoorbeeld toenemende krapte op de arbeidsmarkt, pieken- en dalen en vergrijzing. Het reeds bestaande complexe stelsel van losse modules en systemen bij diverse aanbieders gaat in de prullenbak. Een nieuw, volledig op de organisatie afgestemd personeelsinformatiesysteem moet leiden tot een medewerkersbestand dat flexibel genoeg is om te kunnen inspelen op de ontwikkelingen van de toekomst en stelt de gemeente in staat beter te sturen op behoud en verloop van personeel. Inzet van het SPP-instrument kost Bernheze 15.000 euro extra per jaar. Dat is klein bier afgezet tegen wat de gemeente dit jaar uitgaf voor het aantrekken en begeleiden van nieuwe medewerkers: ruim een miljoen euro. Maar daardoor blijken inmiddels wel de meeste vacatures ingevuld en is de dienstverlening richting de inwoners weer op peil. Alle binnenkomende bouwaanvragen zouden in elk geval weer tijdig kunnen worden behandeld. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 48 SPECIAL ARBEIDSMARKT DOOR: HANS BEKKERS Het aantal door gemeenten geplaatste vacatures is in het derde kwartaal van dit jaar afgenomen tot ruim achtduizend. Geeft dat enige lucht? Niet bepaald. Het aantal vacatures zal naar verwachting straks gewoon weer verder groeien. En de vijver waaruit gemeenten personeel kunnen putten wordt steeds kleiner. LICHTE DALING AANTAL GEMEENTEVACATURES IN DERDE KWARTAAL OEI, LAAGTERECORD AAN BAANZOEKERS De daling van 9 procent in het aantal door gemeenten geplaatste vacatures ten opzichte van het tweede kwartaal wordt gesignaleerd in de derde vacaturemonitor 2021 van het A&O fonds Gemeenten. Dat komt, zo stellen de onderzoekers, omdat het derde kwartaal vanwege de zomervakantie altijd een zwakker kwartaal is. De grootste dip zat in augustus. Maar volgens het A&O fonds valt niet uit te sluiten dat het aantal vacatures de komende kwartalen gewoon weer verder zal toenemen. ‘We horen namelijk vanuit gemeenten nog geen geluiden dat er een kentering op korte termijn op de gemeentelijke arbeidsmarkt te verwachten valt.’ En daarmee handhaaft de ontwikkeling van het aantal vacatures binnen de gemeentelijke sector zich op een hoger niveau dan voor de coronapandemie. In vergelijking met een jaar eerder, toen Nederland voorzichtig uit de eerste lockdown kwam, ligt het aantal vacatures binnen de gemeentelijke sector immers nog altijd 61 procent hoger. KAPERS Als één van de grootste bedreigingen wordt gezien dat gemeenten mensen tekort gaan komen op de arbeidsmarkt. ‘Het ene vacaturerecord na het andere record sneuvelt op dit moment’, aldus het A&O fonds. En wat extra zorgen baart is dat de vraag naar personeel nog nooit zo groot is geweest en tegelijkertijd het aanbod van actieve baanzoekers een laagterecord heeft bereikt. De onderzoekers wijzen op de laatste cijfers van de Intelligence Group daarover: het aandeel personen dat actief op zoek is naar een baan is verder gedaald van 11,1 naar 10,7 procent. Bovendien is het aandeel mensen dat helemaal niet op zoek is naar (ander) werk ook gestegen. Uit diezelfde analyse van de Intelligence Group blijkt dat werkgevers te maken hebben met kapers op de kust. Meer dan één op de drie werkende Nederlanders is afgelopen kwartaal ten minste één keer benaderd door een andere werkgever of recruiter voor een nieuwe baan. ‘Of mensen wanneer de onzekerheid vanwege corona op de arbeidsmarkt steeds meer op de achtergrond verdwijnt wel een overstap durven te maken, is koffiedik kijken. Het maakt het voor gemeenten nodig om nu al slim op deze krappe arbeidsmarkt te opereren’, aldus het A&O fonds. VRAAG NAAR TRAINEES Ook in het derde kwartaal van 2021 blijven leidinggevende functies de meest gevraagde algemene functies, zo leert de vacaturemonitor. Veel geadverteerd wordt er door gemeenten voor stage- en afstudeerplaatsen. De vraag naar die plekken is na een eerdere terugloop als gevolg van de coronapandemie inmiddels volledig hersteld. Vergeleken met het tweede kwartaal was de vraag 15 procent minder, hoogstwaarschijnlijk speelt daarin het seizoenseffect een belangrijke rol. Vanwege de vakanties werven gemeenten liefst voor de zomer. Daarnaast proberen ze het aanbod aan trainee ships af te stemmen op het afstudeermoment van hun doelgroep, in juni. Meer vraag blijkt er bovendien naar beleidsmedewerkers in de sociaal-culturele hoek. Sterke terugloop in vraag naar ict’ers Er is zelfs sprake van een verdubbeling van de vraag naar die beroepsgroep. En daarmee is die vraag groter geworden dan die voor de beroepsgroep functioneel applicatiebeheerder. De ontwikkeling duidt enerzijds op de extra benodigde menskracht en investeringen in het sociale domein, en anderzijds op een teruggang in de vraag naar ict. Een plausibele verklaring zou volgens het A&O fonds kunnen zijn dat meer gemeentemedewerkers terugkeren naar kantoor, waardoor digitale dienstverlening minder urgent wordt. Dat drukt de vraag naar ict’ers: de beroepsgroep ‘automatisering/ict’ laat in vergelijking met het tweede kwartaal een bovengemiddeld sterke terugloop zien van 21 procent. ZUID-HOLLAND KOPLOPER De krimp van 9 procent in het aantal vacatures op landelijk niveau is terug te zien op provincieniveau. Er is slechts één uitzondering: Groningen. In die provincie nam het aantal vacatures van het tweede op het derde kwartaal met 13 procent toe. Die provincie heeft daarmee zijn sterke groei uit het vorige kwartaal vastgehouden, waarschijnlijk het gevolg van de vorming van de nieuwe gemeente Eemsdelta per 1 januari 2021. Van de resterende provincies vallen vooral Zeeland, Limburg en Gelderland op, waar de arbeidsvraag van kwartaal op kwartaal met meer dan 20 procent kromp. Utrecht was

SPECIAL 49 9.058 8.230 7.978 AANTAL NIEUW GEPLAATSTE VACATURES PER KWARTAAL 6.950 5.926 5.849 5.109 4.770 2019 Q4 2020 Q1 2020 Q2 2020 Q3 2020 Q4 2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3 AANTAL NIEUW GEPLAATSTE VACATURES VOOR DE DERDE KWARTALEN VAN 2020 EN 2021, NAAR BEROEPSGROEP Ruimtelijke ordening/milieu Algemene functies Financieel/economisch Bouwkunde/civiele techniek Welzijn/jeugdzorg Sociale zaken/Werkgelegenheid Burger-/publiekszaken Automatisering/ICT Bestuurlijk Juridisch 0 100 200 300 400 500 600 2020-Q3 2021-Q3 700 AANTAL NIEUW GEPLAATSTE VACATURES PER PROVINCIE IN HET TWEEDE EN DERDE KWARTAAL VAN 2021 Provincie Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Aantal vacatures in 2021-Q2 155 281 137 469 170 958 922 1857 2108 195 1130 676 Aantal vacatures in 2021-Q3 175 245 117 400 169 728 888 1646 2105 138 1123 494 ook in het derde kwartaal van 2021 de provincie waar het meeste aantal vacatures per inwoner uitstond, met één vacature per 1.128 inwoners. Ook in Zuid-Holland lag het aantal vacatures per inwoner relatief hoog, met één vacature voor elke 1.483 inwoners. Noord-Holland telde ongeveer één vacature per 1.748 inwoners. Daar tegenover staat de provincie Drenthe, waar één gemeentelijke vacature te vinden was per 4.229 inwoners. In de Randstedelijke provincies stonden in het derde kwartaal de meeste vacatures per gemeente uit. Koploper is Zuid-Holland, dat 40,5 vacatures per gemeente telde. In Noord-Holland en Utrecht lag dit aantal op respectievelijk 35,0 en 34,2. Het laagste aantal vacatures per gemeente stond uit in Drenthe, gemiddeld 9,8 vacatures per gemeente. Ook in Zeeland bleef het aantal vacatures per gemeente beperkt, met een gemiddelde van 10,6. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

HOEZO KRAPTE OP DE ARBEIDSMARKT De huidige markt vraagt om een andere benadering. Via de bekende weg mensen vinden, lukt niet meer. En is dat eigenlijk nog wel passend in deze tijd? Een tijd waarin nieuwe technologieën, andere organisatiee r ormen en verandeende opgaven vragen om andere talenten en vaardigheden. Dat vraagt een andere aanpak in de zoektocht naar de juiste kandidaat. Anders willen kijken naar kandidaten is de eerste stap. Die wordt regelmatig wel gezet. Maar écht anders selecteren als puntje bij paaltje komt, dat blijkt toch spannend. De krapte zit in de benadering “Je moet een sprong durven wagen”, zegt Wouter Nijland. “We werken dagelijks met (selectie) commissies en zien dat men vaak naar het oude vertrouwde neigt. ‘Harde eisen’ zoals opleiding, kennis en werkervaring zijn leidend. Begrijpelijk, want dat geeft toch een gevoel van veiligheid en zekerheid. Iemand heeft het al eens eerder gedaan, weet hoe de hazen lopen. Dus vertrekt er iemand? Dan ligt de focus op de bestaande functie en taken. We gaan op zoek naar iemand met vergelijkbare kennis en ervaring. Een grote tot bijna onmogelijke uitdaging in de huidige markt. En dat terwijl de opgaven voor de toekomst een wezenlijk andere benadering vragen.” “Er wordt vaak nog door een klassieke verrekijker naar de arbeidsmarkt gekeken”, stelt Methanie van der Lee. “We zoomen in op een klein gedeelte en zoeken naar de perfecte kandidaat. Deze manier van kijken vervormt en beperkt het zicht. Laat je dat los? Dan heb je een veel groter spelersveld.” Kijk buiten de kaders Niet functies, maar rollen. Dat is waar wij van uitgaan. Welke persoonlijkheid sluit aan bij de mensen en de opgave? Gaat het om bouwen en ontwikkelen? Inventariseer dan wat daarvoor nodig is. Dingen als goede energie neerzetten, ambitie en drive zijn dan van belang. Iemand die graag iets ontwikkelt in plaats van op de winkel past. “Daarvoor moet je de organisatie en haar context goed doorgronden”, vervolgt José Brus. “Dit doen we door diep in de organisatie te duiken en veel mensen te spreken. Ophalen wat er leeft en speelt en wat er écht nodig is. Geen snelle procedures, maar dieper gaan.” “Verbreed je blik en sta open voor talent” Vaak leeft het gevoel dat alles een ‘must have’ is. We zoeken het schaap met de vijf poten. Maar is dat echt nodig? Zoom je uit en kijk je naar het grotere geheel, dan is een functie slechts een onderdeel daarvan. Niet een op zichzelf staande plek. Laat je de kaders van de functie los, dan ontstaan mogelijkheden. Dit vraagt een andere manier van kijken. Vooral gericht op: wat brengt iemand mee aan potentie, persoonlijkheid en mogelijkheden? Zo ontstaat ruimte om een rol anders in te vullen. Een open blik “Als je niet aankunt op opgedane ervaring is dat spannend.” zegt Wouter. “Ons advies is dan: kijk met een open blik naar mensen. Te vaak wordt nog met de ‘rode pen’ naar cv’s gekeken. é W a o i J r u u N o t s B j l s n d

Dat er krapte heerst op de (publieke) arbeidsmarkt, behoeft geen verdere uitleg. Toch? Of is het tijd om op een andere manier te kijken naar het aanbod? Kan een andere blik hierin zorgen voor meer ruimte? “Absoluut!”, zeggen de adviseurs van Zeelenberg. Stel je oordeel uit, kijk en onderzoek vanuit nieuwsgierigheid. Hou vast aan waar je naartoe wilt als organisatie maar durf andere keuzes te maken. Een goede match is namelijk meer dan de juiste papieren.” Sta open voor jong talent en verbreed je blik. Zoek binnen andere branches, kijk naar andere persoonlijkheden en ervaringsniveaus. “Het kan”, zegt Methanie. “Als bureau hebben we verschillende succesvolle matches gemaakt met kandidaten die niet het geijkte profiel hebben, maar wél de persoonlijkheid en bevlogenheid om de stap te zetten. Dit heeft mooie, maar vooral duurzame resultaten opgeleverd.” De onwaarschijnlijke kandidaat Als we persoonlijkheid centraal stellen, betekent dat een andersoortig functieprofiel. Eén waarin vooral de cultuur, de opgaven, de gezochte drijfveren en waarden naar voren komen. Op die manier bereiken we een doelgroep die zich herkent in het mensprofiel; die daarop toegevoegde waarde levert. De gesprekken krijgen dan ook een andere insteek: meer mensgericht, minder toetsend. We maken de match op de mens, in de context van het geheel. Er zijn veel mensen met managementtalent die graag de stap naar (overheids)management willen maken. Zij lopen vaak tegen een muur aan: ze hebben niet het juiste profiel of passen niet in het ervaringsplaatje. Ondanks dat zij wel de potentie hebben; de drive die past bij waar de organisatie naartoe wil. Dat is veel waard. Het brengt je verder dan het oude bekende. Een frisse blik en nieuwe energie kan je losmaken van bestaande patronen. “Dat kan een enorme versnelling geven voor de opgave”, zegt José. “Dit is talent waarin je zou moeten investeren, juist ook op managementposities.” v Verborgen talent Laten we niet alleen met een andere blik naar buiten, maar ook naar binnen kijken. Veel talent blijft verborgen in organisaties. Mensen die misschien wel alles in huis hebben voor een managementfunctie, maar qua ervaring nog vijf jaar missen. “Er is niet altijd een opleidingsprogramma dat ze klaarstoomt om die cruciale managementposities te gaan vervullen”, zegt Wouter. “Toch wil je voorkomen dat jong talent bij ‘de buren’ in managementposities komt. Dat is zonde.” Als bureau hebben we tools in huis om dit potentieel zichtbaar te maken. Met de Talentscan creëren we bijvoorbeeld inzicht in iemands talenten. Wij zijn geen leverancier van mensen, maar matchmakers. De krapte is er natuurlijk gewoon, dat is een feit. De manier waarop er naar kandidaten gekeken wordt, draagt daar zeker aan bij. Daar liggen nog veel mogelijkheden. Wij doen het anders Mensen maken het verschil, dát is waar wij voor staan. Wij staan klaar voor zowel kandidaten als organisaties om het verschil te maken in de arbeidsmarkt. Nieuwsgierig? Wij denken graag mee over uw wervingsvraagstukken. Ook komen we graag in contact met kandidaten die toe zijn aan een (management)vervolgstap. Bel 073 – 612 06 55 of kijk op zeelenberg.nl M e e L t h r a d n i n e a e e

INGEZONDEN MEDEDELING

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 DOOR: HANS BEKKERS ARBEIDSMARKT SPECIAL 53 De totale omvang van de werkgelegenheid bij het rijk is het afgelopen jaar gegroeid met 3,1 procent: op 1 januari 2021 stond de teller op 311.353 fte. In vergelijking met 1 januari 2020 is dat een stijging met ruim 9.300 fte. De komende jaren komen daar naar verwachting nog eens ruim 3.000 voltijdsbanen bij. TOT 2025 3.000 BANEN EXTRA RIJK DIJT VERDER UIT Dat blijkt uit de deze maand gepresenteerde inventarisatie spreiding rijkswerkgelegenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De stijging vloeit volgens demissionair staatssecretaris Knops voort uit de verhoging van de uitgaven van een aantal sectoren. Zo kent het gevangeniswezen (DJI) een stijging van ruim 9 procent. Ook de zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) groeien als kool, zoals de werkgelegenheid bij het UWV met 8 procent. Verder is de formatie van de Nationale Politie met bijna 3 procent toegenomen. Op grond van de huidige prognoses neemt de rijkswerkgelegenheid volgens Knops de komende jaren nog verder toe. Voor de periode tot en met 2025 gaat het om een groei met 3.000 fte. De stijging van de rijkswerkgelegenheid ten 2021 Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Flevoland Utrecht N-Holland Z-Holland Zeeland N-Brabant Limburg 11.881 6.727 7.682 13.822 32.413 4.491 45.879 47.258 91.014 2.776 33.632 11.967 Niet toe te delen 1.810 Totaal 311.353 2025 11.880 6.761 7.862 13.925 32.848 4.517 47.131 47.921 90.256 2.731 34.554 12.151 1.839 opzichte van vorig jaar is in alle provincies zichtbaar. Maar de mate waarin varieert. Relatief het grootst is de stijging in Groningen, Flevoland, Utrecht, Zuid-Holland en Zeeland. In Drenthe, Noord-Holland en Limburg blijft de stijging beperkt tot 1 procent. De stijging in Groningen (7 procent) is grotendeels toe te schrijven aan de groei van de organisatie van de Nationaal Coördinator Groningen, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het UWV. De stijging in Flevoland bedraagt in absolute zin ruim 200 fte verdeeld over een aantal organisaties. Daarin hebben DJI, Rijkswaterstaat en het UWV het grootste aandeel. In Zeeland is de werkgelegenheid gestegen bij Rijkswaterstaat, de Belastingdienst en het UWV. Het overzicht met de prognoses voor de Ontwikkeling 2021–2025 in percentage 0% 1% 2% 1% 1% 1% 3% 1% -1% -2% 3% 2% 2% 314.376 1% periode tot eind 2025 laat in de meeste provincies een verdere stijging van de rijkswerkgelegenheid zien. Maar de provincies Zuid-Holland en Zeeland vormen daarop een uitzondering. ‘De voorziene tijdelijke daling in Zeeland is het gevolg van fluctuaties in de formatie van Rijkswaterstaat’, aldus Knops. Een deel van de effecten van het compensatiepakket voor Zeeland en Vlissingen en de extra rijkswerkgelegenheid als gevolg van de komst van het Law Delta-complex valt buiten de huidige prognoseperiode. Die worden pas vanaf 2026 volledig zichtbaar in de cijfers over de werkgelegenheid bij de rijksoverheid. De extra rijkswerkgelegenheid die samenhangt met het Law Delta-complex loopt op tot circa 500 fte als de vestiging volledig in bedrijf is.

54 SPECIAL ARBEIDSMARKT DOOR: WOUTER BOONSTRA BEELD: SHUTTERSTOCK Gemeenten zijn dringend op zoek naar personeel. Maar hoe krijg je nou de beste ambtenaren van buiten? En hoe onorthodox moet je te werk gaan om mensen te vinden? In Breda en Hollands Kroon laten ze competenties, drijfveren, persoonlijkheid en gedrag zwaarder wegen dan achtergrond, cv of werkervaring. ‘Solliciteren doet een beroep op jouw creativiteit als mens.’ TALENT ZOEKEN MET ONORTHODOXE METHODEN ‘ UITDAGEND, ORIGINEEL EN CREATIEF WERVEN’ ‘We begonnen in 2013 met De stem van Hollands Kroon (The Voice). Dit jaar hadden we de gemaskerde editie (The Masked Singer). We willen blijven vernieuwen, uitdagen en origineel blijven.’ Aan het woord is strategisch organisatieadviseur Corine Hansen van de gemeente Hollands Kroon die enthousiast de nieuwe manier van solliciteren bij de gemeente over het voetlicht brengt: anoniem. ‘Voor de nieuwe lichting trainees bedenken de trainees van vorig jaar iets nieuws wat dan weer hip and happening is. We willen laten zien dat niet elke gemeente hetzelfde is, want het imago is best stoffig.’ En dat terwijl gemeenten juist naarstig op zoek zijn naar personeel, nadat er vaak jarenlang op de formatie is bezuinigd. Voor de nieuwe opgaven en ambities van de energietransitie en woningbouw moeten snel nieuwe mensen worden aangetrokken. En ook om de werkdruk op de huidige krappe formatie te verminderen, zo luidde onlangs een aanbeveling aan het gemeentebestuur van Gemert-Bakel van adviesbureau & Van de Laar. Maar dat is nog geen sinecure, merkte de gemeente Twenterand. Er was dit jaar bijna een miljoen euro beschikbaar voor het aantrekken van nieuw personeel. Een probleem: mensen zijn er niet te vinden. Dat heeft weer zijn weerslag op de dienstverlening van de gemeente. Twenterand kijkt nu meer vooruit: met opleidingsinstituten samenwerken, meer ruimte bieden voor stageplekken, sneller jonge mensen werven. ‘We gaan ook op een andere manier werven en willen tegelijk bestaand personeel zo goed mogelijk binnenboord houden. We breken ons hoofd over hoe we een aantrekkelijke werkgever kunnen blijven’, zei een bezorgde manager bedrijfsvoering Dick Lammertink onlangs tegen Binnenlands Bestuur. Dat is geen verkeerde gedachte. Twee derde van de gemeenten voert geen actief beleid om jonge medewerkers vast te houden, blijkt uit onderzoek van het A&O fonds Gemeenten, en dat percentage verandert al jaren amper. Intussen regent het bij gemeenten in alle provincies vacatures. ONHERKENBAAR Ook in Hollands Kroon merken ze de schaarste op de arbeidsmarkt, zegt Corine Hansen, zeker in bepaalde branches, zoals ruimtelijke ordening en ict. ‘Maar er zijn nog wel voldoende kandidaten die bij ons solliciteren. Zeker voor de traineeships. Daarvoor hadden we dit jaar evenveel kandidaten als twee jaar geleden: 85. De animo is constant, het zijn vaak jonge afstudeerders met weinig werkervaring.’ Een van de zes gelukkigen is Claudine Schuyt die eerst op een andere functie bij de gemeente had gereageerd. ‘Traineeships zijn populair en vooral voor starters. Daarom ‘ Het imago van “de gemeente” is best stoffig’ reageren er zoveel mensen op’, verklaart ze. ‘Bij andere functies hoor je vaak dat je niet genoeg werkervaring hebt. Bij een traineeship hoeft dat niet.’ Sterker nog, er werd niet eens naar gevraagd. De wervingsmethode van Hollands Kroon ging dit jaar uit van anonimiteit, want de gemeente kijkt naar competenties en drijfveren en niet naar uiterlijk, achtergrond of cv. ‘We willen weten wie je écht bent.’ Om dat kracht bij te zetten konden kandidaten vormvrij en incognito op het traineeship solliciteren. Tijdens de eerste (online) sollicitatieronde werd hen gevraagd een masker op te zetten, zodat ze niet werden herkend. Het idee is dat een masker meer kan vertellen over je persoonlijkheid. Kandidaten konden bijvoorbeeld een eigen masker maken. ‘Ik stelde me ook voor aan de hand van een voorwerp’, vertelt Schuyt. ‘Ik koos een schilderij met een berg in Nepal. Een berg is altijd een mooie metafoor. Een berg beklimmen staat wat mij betreft symbool voor doorzettingsvermogen, samenwerking en lef.’ Solliciteren doet een beroep op je creativiteit als mens, zegt organisatieadviseur Stasja Olejniczak. ‘Er wordt bij ons meer creativiteit verwacht dan bij andere gemeenten.’ De eerste sollicitatieronde gaat altijd over wie je bent als persoon en of je bij de organisatie past, aldus Hansen. Het vakgebied alleen BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

k SP gebrek aan doorgroeimogelijkheden. Eén op de drie gemeenten noemt dat als belangrijkste oorzaak van uitstroom van jonge medewerkers in de Personeelsmonitor 2020 van A&O fonds Gemeenten. Uit ander A&O-onderzoek bleek dat de wens snel door te groeien vooral wordt belemmerd door gebrekkige transparantie. Bijna de helft vindt die onvoldoende en dat zijn met name de nieuwe ambtenaren. ‘Je moet je onderscheiden en doen wat je zegt en zijn wie je pretendeert te zijn’, antwoordt Hansen op de vraag hoe de gemeente jonge mensen binnenboord houdt. Hollands Kroon zet in op interne mobiliteit, vult Olejniczak aan. ‘Dat percentage is bij ons 8 procent, veel hoger dan landelijk. We zeggen: doe iets waar je wel gelukkig van wordt. We hebben ook een lagere gemiddelde leeftijd. In de landelijke benchmark vergenodigt mensen niet uit, er zijn selecteurs die het andere gesprek voeren met kandidaten. ‘Wij geloven erin dat wie je bent als mens bepaalt hoe succesvol je bent. Het gaat om je drive, je passie. Daar proberen we achter te komen in de eerste ronde. Dat is wel anders dan in andere organisaties.’ Niet iedereen past dus ook bij Hollands Kroon. ‘We kijken of je beschikt over het HK-dna, of je past bij onze zes kernwaarden: vertrouwen, lef, bevlogenheid, contact, innovatie en respect’, zegt Olejniczak. Het is net zo subjectief als werk, opleiding en ervaring, stelt Hansen. ‘We merken het echt als mensen niet bij ons passen. Dan vragen we: wie heeft die aangenomen?’ VERADEMING Schuyt past wel bij de organisatie. Ze had de gemeentewebsite bekeken en zag op sociale media waar de organisatie voor staat. ‘Past dit überhaupt bij me?’, vroeg ze zich af. De filmpjes werden veel gedeeld en ik heb me er toen meer in verdiept. Mijn moeder werkt bij een andere gemeente. Daar gaat het solliciteren heel traditioneel. Dit voelde als een verademing, het kan dus anders en het gaat ook anders.’ Het gesprek met masker nodigde uit om over jezelf te vertellen, waarbij niet wordt gekeken naar je achtergrond, merkte Schuyt. ‘Dat maakte het bij voorbaat al meer comfortabel.’ Na een dag online mini-assessments volgde een gesprek met de directie, waarna de zes overgebleven kandidaten als trainees een zelfsturend team mochten vormen en een individuele en gezamenlijke opdracht mogen uitvoeren. ‘Deze manier van solliciteren nodigt uit om het er met anderen over te hebben. De één is heel enthousiast, de ander reageert op een manier van: wat is dit raar en gek? Bij sommige mensen werkt het niet’, aldus Schuyt. Zelfs als je mensen afwijst, zeggen ze nog: we vonden het fantastisch, vult Hansen aan. ‘Ze doen contacten op en houden er zelfs vrienden aan over.’ Jonge mensen aannemen is wat anders dan jonge mensen vasthouden. Jongeren blijken vaak af te haken bij gemeenten vanwege een lijkbare gemeenten is dat 48,1, wij zitten op 45,2. We zijn gericht op jongeren en mbo’ers.’ De gemeente is ook een springplank voor trainees naar grotere organisaties. ‘We zijn een relatief kleine gemeente. We zijn blij als talentvolle mensen uitvliegen, dat maakt ons trots.’ DUURZAAM Uitvliegen naar een grotere gemeente bijvoorbeeld. De gemeente Breda zoekt mensen met specifieke skills en besloot de werving en selectie van nieuwe klantmanagers anders aan te pakken. Niet op basis van diploma’s en ervaring, maar op gedrag en competenties, in de hoop zo nieuw talent aan te boren. Ook in Breda zoeken ze sinds de decentralisaties meer personeel, omdat er nu eenmaal meer werk is. Het werd echter steeds lastiger om inhuurkrachten te vinden. En inhuurkrachten van goede kwaliteit langdurig op een opdracht zetten is kostbaar en tijdelijk. ‘We willen liever mensen duurzaam aan ons verbinden’, zegt Nella Zwartbol, teamleider in de keten participatie. Dat leidde tot een extra team, een community, waarbij mensen ‘op een vernieuwende, creatieve manier zijn geworven’. ‘De wereld verandert, dus als BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

VAN ONZE KENNISPARTNER

SPECIAL 57 ‘ We breken ons hoofd over hoe we een aantrekkelijke werkgever kunnen blijven’ gemeente veranderen wij mee.’ Die werving en selectie staat los van opleiding, kennis en ervaring bij gemeenten, maar is gericht op competenties, persoonlijkheid en je bijdrage aan de dienstverlening. ‘Een kandidaat moet een goed gesprek kunnen voeren, doorpakken, en doen wat nodig is om het verschil te maken voor inwoners en ondernemers.’ Mensen konden anoniem solliciteren en thuis gamebased assessments spelen. ‘Er waren meer dan 200 kandidaten. We maakten competenties van mensen inzichtelijk. Daaruit volgde een uitgebreid profiel. Van de beste kandidaten kregen we een uitgebreid rapport van het assessment. Aan de voorkant konden we opgeven wat belangrijk is in de functie. Dit is nieuw voor Breda.’ Er zijn ook sollicitatiegesprekken gehouden met meerdere mensen. ‘Het blijft natuurlijk een momentopname, dus we combineerden online gaming met gerichte selectiegesprekken. We keken naar future work skills, zoals innovatief kunnen denken en snel mee kunnen schakelen op complexe wetgeving en systemen.’ De meerwaarde van de community is dat zij vragen breed oppakken. Omdat er minder kennis en ervaring is, is het werken en leren tegelijk. Er is een coachingen ontwikkeltraject van anderhalf jaar. ‘Dit team is een aanvulling op het bestaande team. We werken in de hele gemeente met gedreven mensen die allemaal aan hetzelfde doel werken en klant gericht zijn. Binnen de community worden nieuwe werkvormen ontwikkeld met als doel een nog betere dienstverlening.’ DIVERSITEIT Na de eerste community van tien mensen komt er straks een tweede community. ‘Deze nieuwe manier van w&s en werken is een succes: er zit veel diversiteit in het team. Zowel de gemeente als sollicitanten ervoeren het anoniem solliciteren als een grote meerwaarde. We konden heel gericht selecteren op competenties en gedrevenheid in het vak.’ Een aantal komt uit de commerciële hoek, anderen uit het onderwijs of van een woningcorporatie. Er zat ook BREDA Teamleider Nella Zwartbol met haar eerste community. een supermarktmanager tussen, aldus Zwartbol. ‘Zij willen zich graag meer maatschappelijk inzetten, maar vanuit hun positie is het normaal gesproken lastig om bij de gemeente te komen werken. Met deze nieuwe systematiek is dat wel mogelijk.’ De gemeente haalt op haar beurt ander perspectief binnen, mensen die met frisse blik naar werkprocessen kunnen kijken. De methodiek is ook gebruikt in het hogere management en op één andere afdeling, weet Zwartbol. Nadeel is dat het heel arbeidsintensief is. ‘Daarom is het goed om de tijd te nemen voor begeleiding, coaching en het opzetten van een werk- en leer traject.’ Nieuwe medewerkers kunnen laagdrempelig binnenkomen in het Bredase, maar houd je ze ook in de organisatie? ‘Dit traject is voor anderhalf jaar. De bedoeling is dat we er dan duurzaam inzetbare medewerkers bij hebben die breed opgeleid zijn in kennis en ervaring. In tegenstelling tot meer traditionele functies zijn ze dan ook volop in de breedte inzetbaar. Ze kunnen op vernieuwende manieren werken binnen de afdeling en regie nemen op hun eigen loopbaan en op het leerproces.’ De intentie is dat de nieuwe medewerkers zich kunnen ontwikkelen naar een plek die het beste bij hun competenties past. ‘Begeleiding en ontwikkeling in de community leidt daar toe: waar zit je kracht, hoe kun je de organisatie het beste vooruit helpen?’ BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

Met realistische ambities weer de arbeidsmarkt op POSG begeleidt ex-wethouders naar werk Wethouders werken snoeihard. Ze slagen erin mensen mee te krijgen, bepalen mede de koers van de gemeente en dragen eindverantwoordelijkheid voor maatschappelijk zeer relevant werk. Toch worden ze niet met open armen ontvangen als ze na hun eer de arbeidsmarkt opgaan. marktleider op het gebied van arbeidsmobilit t publiek t hen een loopbaanstap te t duurzaam per e vier jaar zullen ook de gemeenteraadsen van maart 2022 voor veel wethouders onder spannend verlopen. Naast de groep die zich erkiesbaar stelt, zullen anderen te weinig en, of in de college-onderhandelingen tste eind trekken. ‘Er zal een fl inke thouders plaatsvinden’, weet Lydia senior managing consultant bij POSG. ft een groot deel zich weer op de aar het hen vaak niet meevalt om e vinden.’ er wethouders t namelijk dat er nog al wat er wethouders zijn. Ze zijn eigenwijs, e eigen dunk en staan vooral op om er maar enkele te noemen. In de praktijk oep baat bij een goede loopbaancoach. en oud-wethouder valt onder de APPAecht op wachtgeld, meestal voor ee maanden. Daar is altijd hulp tiebureau voor het vinden van een e baan bij inbegrepen. ‘Ze mogen zelf het bureau omen dan bijvoorbeeld bij ons terecht.’ zamenlijk traject oel maakt het daaropvolgende traject t een voorbeeld uit haar praktijk. ‘Een d na anderhalve termijn gedwongen ege de ontstane verhoudingen in het de zich bij ons, het klikte en ze gaf mij en om gezamenlijk dit traject in te gaan.’ as duidelijk dat ze bijzonder ontdaan ertrek. Woede, machteloosheid en Lydia van der Poel Senior managing consultant

Uitstroom politiek bestuurders In 2020 zijn diverse voormalig politiek bestuurders, waaronder wethouders, door de loopbaanadviseurs van POSG naar ander werk begeleid. Ons slagingspercentage: 90%. Hieronder een greep uit die nieuwe functies: • Burgemeester • Voorzitter brancheorganisatie in het onderwijs • Programmadirecteur provincie • Senior Adviseur Public Affairs bij een ROC • Projectleider gemeente • Programmamanager Recreatieschap • Directeur P&O bij een landelijk detacheringsbedrijf • Wethouder bij een andere gemeente • Zzp’er in fi nancieel management en control • Een of meerdere toezichthoudende functies bij maatschappelijke organisaties Meer voorbeelden op www.posg.nl/ecc Afkicken van wethouderschap Als wethouder heb je een spilfunctie in het lokale bestuur en kun je echt een verschil maken in je directe leefomgeving. Bovendien krijg je veel ondersteuning, zoals een secretaresse, een woordvoerder en ambtenaren. Het is een uitdagende, gevarieerde functie die veel van je vraagt. ‘Als deze hele specifi eke functie afl oopt, moet je daar echt even van afkicken. Weer met beide benen op de grond komen. Dat is zeker lastig’, stelt Van der Poel. ‘Sommigen hebben concrete ervaringen nodig voor dat besef, bijvoorbeeld als sollicitaties niet lukken omdat ze verkeerd of te hoog inzetten. Gedurende het traject bij ons, zie je hun ambities realistischer worden, daar help ik ze bij.’ Aan de andere kant stellen oud-wethouders ook zeker eisen aan een nieuwe werkomgeving. Het gaat niet enkel om de positie en inhoud van een functie, maar ook bijvoorbeeld om de mensen die er werken, de bedrijfscultuur: ‘Vanzelfsprekend moet een nieuwe functie aansluiten bij zijn of haar morele kompas.’ verdriet vochten om voorrang. ‘We hebben als eerste gerefl ecteerd op haar vertrek, en haar aandeel hierin. Vervolgens was het belangrijk om haar weer vitaal te krijgen. Door alle emoties was ze afgevallen en sliep ze slecht. Door haar te stimuleren om te doen waar ze van houdt, zoals wandelen en in de tuin werken, knapte ze zichtbaar op.’ Investeren in werkneembaarheid Tegelijkertijd werd het tweede spoor ingezet, hoofdonderdeel bij POSG: investeren in werkneembaarheid. Dat betekent je eigen kwaliteiten zien, de mogelijkheden onderzoeken, richting kiezen en regie pakken. Solliciteren en netwerken. ‘Haar grote droom was burgemeester worden. Hoewel dit behoorlijk ambitieus was, zeker voor de korte termijn, hebben we dit een kans gegeven. Met als bijkomende afspraak dat ze managementervaring zou gaan opdoen, wat ze nog niet had en waar ze in elke bestuurlijke functie profi jt van heeft.’ Nadat ze bij twee sollicitaties voor het burgemeestersambt al doordrong tot de gespreksrondes met de vertrouwenscommissie, kreeg de ex-wethouder vanuit haar eigen netwerk de vraag om bij een maatschappelijke organisatie een management opdracht te doen. ‘In deze managementrol moest ze haar invloed op een andere manier aanwenden, dan dat ze gewend was als wethouder, en dat was wel even wennen.’ Snel daarna volgde een derde sollicitatie naar een burgemeestersfunctie, die ze samen met POSG voorbereidde. En dit keer won ze. ‘Naast een droombaan heeft ze hiermee haar loopbaan een duurzame impuls gegeven en geleerd om de regie over haar carrière te behouden.’ Aan iets nieuws beginnen De wachtgeldperiode is in de regel voldoende voor wethouders om een nieuwe baan te vinden. ‘Buitenstaanders zullen dat lang vinden’, realiseert Van der Poel zich. ‘Maar als je bijvoorbeeld zelf niet wilde vertrekken, heeft dat impact op je. Daar moet je echt van herstellen, voordat je weer in je kracht staat om enthousiast aan iets nieuws te beginnen. Het zwaartepunt van de begeleiding ligt, ervaren wij, wel in het eerste jaar, daarin moet het eigenlijk gebeuren. Hoe snel je succesvol bent is verder afhankelijk van de kennis en werkervaring die je vóór het wethouderschap hebt opgedaan. ’ Daarnaast spelen ook competenties en leeftijd een rol. Voor zestigplussers is het lastiger om nog een vaste hoofdfunctie te vinden. Van der Poel: ‘Dat vertellen we hen ook. Zelf heb ik een achtergrond in werving en selectie, ik weet wat wel en niet werkt. Zestigplussers maken wel goede kans op toezichthoudende nevenfuncties bij maatschappelijke organisaties. Hiermee komen ze vaak niet volledig uit het wachtgeld, maar kunnen ze toch een mooi pakket aan werkzaamheden verzamelen.’ Over POSG POSG is marktleider op het gebied van arbeidsmobiliteit in de publieke sector. We bieden diverse mobiliteitsoplossingen, zoals APPA begeleiding, contractovername, outplacement en begeleiding bij andere loopbaanvragen. Aandacht, creativiteit en daadkracht zijn de kernwaarden die we daarin voorleven en uitdragen. POSG verbindt de doelstellingen van organisaties met professionals die een loopbaanstap realiseren met een duurzaam perspectief. We maken deel uit van de GrowWorkGroup, één van de grootste HR-dienstverleners in het publieke domein, en hebben hierdoor een breed landelijk netwerk. Onze zusterbedrijven: GrowWork Healthcare, InterWork, JS Consultancy en Roler, zijn werkzaam in respectievelijk de sectoren zorg, woningcorporaties, overheid en onderwijs. Mobiliteitsadvies | Loopbaancoaching | Interim | Werving & Selectie posg.nl

DOOR: CRISTINA BELLON ARBEIDSMARKT SPECIAL 61 De Nederlandse overheidssector geldt als vergrijsd. De gemiddelde leeftijd van medewerkers bij gemeenten is 47,7, bij provincies is dat 48,6 jaar. Nee, dan Italië. Daar ligt de gemiddelde leeftijd van de ambtenaar inmiddels op 54 jaar. 300.000 GAAN ER BINNEN DRIE JAAR MET PENSIOEN GRIJZE AMBTENAREN? IN ITALIË ZIJN ZE PAS OUD In Nederland was, als gevolg van de aanwas van nieuwe, veelal jonge medewerkers, de laatste jaren een daling van de gemiddelde leeftijd van medewerkers te zien bij de decentrale overheden. Maar het naar verhouding nog steeds sterk vergrijsde personeelsbestand betekent voor de komende jaren extra uitstroom van personeel. Anders gezegd, de organisaties staan voor een enorme vervangingsvraag. En dat is, gelet op de almaar krapper wordende arbeidsmarkt, een grote uitdaging. Niet dat het ook maar iets helpt, maar het kan altijd nog erger. In Italië is de situatie in de publieke sector zelfs rampzalig te noemen. In sommige gemeenten dreigt het personeelstekort verscheidene diensten stil te leggen. In de afgelopen tien jaar hebben het ‘stabilisatiebeleid’ en het decreet van de ‘herziening van de uitgaven’ de collectieve uitgaven verminderd, maar tegelijkertijd is een monster geschapen:150.000 overheidsbanen gingen verloren. Voor elke vier gepensioneerde werknemers werd er maar één nieuwe aangenomen. Vanwege allerlei bureaucratische belemmeringen duurt het bovendien drie tot vijf jaar voordat nieuwe wervingen plaatsvinden. Van de 3,2 miljoen ambtenaren in Italië zullen er de komende drie jaar ten minste 300.000 met (vervroegd) pensioen gaan. In 2021 zullen er volgens de Dienst Overheidsfuncties slechts 119.000 nieuwe medewerkers worden aangetrokken, voortvloeiend uit aanbestedingen. De totale vrijval van het ‘verloop’, dat wil zeggen de mogelijkheid om een nieuwe werknemer aan te nemen voor elke werknemer die met pensioen gaat, zal onvoldoende zijn om een generatiewisseling te bewerkstelligen en de lacunes op te vullen. SLECHT OPGELEID De Italiaanse overheidsambtenaar is over het algemeen vrij oud (gemiddeld 54 jaar), en slecht opgeleid (gemiddeld 1,2 opleidingsdagen per werknemer per jaar). Zij hebben volgens recente onderzoeken moeite om bedrijven en burgers adequate diensten te verlenen – 76 procent van de Italianen vindt de dienstverlening ontoereikend, terwijl 51 procent van de Europeanen ontevreden is over die van hen. En dat terwijl de overheid de motor van het herstel na corona zou moeten zijn. ‘Wij hebben een Inspectiedienst voorgesteld om de verschillende organische tekortkomingen van elk lokaal bestuur te kunnen controleren en vervolgens een plan uit te stippelen om sneller personeel aan te werven, bijvoorbeeld door de regelgeving te wijzigen om zo de moeilijkste situaties aan te pakken. Wij moeten oplossingen vinden om te voorkomen dat hele overheidssectoren worden overgeleverd aan particuliere ondernemers’, stelt algemeen secretaris Sandro Colombi van de Italiaanse vakbond van ambtenaren (UILPA) voor. Eerdere ervaringen hebben Italië er bewust va gemaakt dat de overheid een dienst verleent tegen gecontroleerde prijzen, terwijl particuliere ondernemers legitiem winst nastreven. ‘Als wij willen transformeren van een overheid die verstikt is door de cultuur van formele regeltjes naar een overheid van het delen van resultaten en nastreven van doelstellingen, dan hebben wij nieuwe vaardigheden nodig, zoals die van geschikte leidinggevenden’, zegt Gianni Dominici, algemeen directeur Forum PA, een bedrijf dat zich bezighoudt met de innovatie van het openbaar bestuur. Davide Galimberti, burgemeester van het Noord-Italiaanse Varese (80.000 inwoners) vult dat aan. ‘En dan is het ook nodig overheidsbanen aantrekkelijk te maken, zowel door passende bezoldigingen als door een bespoediging van de wervingsprocedures. De nieuwe beroepsvaardigheden zullen van doorslaggevend belang zijn om ons land nieuw leven in te blazen, vooral in de komende vijf jaar.’ Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het mediafonds van de Europese Unie. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

62 SPECIAL ARBEIDSMARKT DOOR: HANS BEKKERS Er bestaan fikse verschillen in productiviteit tussen de kerndepartementen – soms wel tientallen procenten groot. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is het meest doelmatig. Opvallend: deeltijdwerk levert een bijdrage aan de kostenreductie. ONDERZOEK ARBEIDSPRODUCTIVITEIT MINISTERIES DOELMATIGER MET DEELTIJDERS Dat blijkt uit het rapport Kosten en prestaties kerndepartementen in kaart van het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE Studies). Zo’n onderzoek naar kerndepartementen was nog niet eerder uitgevoerd. In de bovenste regionen qua productiviteit zitten behalve Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ook Algemene Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Defensie. Justitie en Veiligheid is het minst doelmatig. Uit een vergelijking in de tijd (2012-2019) blijkt dat de productiviteit voor alle kerndepartementen gezamenlijk constant is gebleven. Opvallend is wel de productiviteitsdaling bij Defensie in de laatste jaren. Bij Binnenlandse Zaken is precies de omgekeerde beweging zichtbaar: aanvankelijk is er sprake van en lage kostendoelmatigheid, maar dat verbetert gedurende de onderzoeksperiode. BUREAUCRATISERING Voor de uitkomsten geldt een verzameling verklarende factoren. Vooral een hoog ziekteverzuim, weinig werk in deeltijd, veel externe inhuur van personeel en hoge materiaalkosten dragen volgens de onderzoekers Jos Blank en Alex van Heezik bij aan een lage kostendoelmatigheid. Een hoge instroom van nieuw personeel zorgt daarentegen voor een hoge kostendoelmatigheid. De uitkomsten geven belangrijke aanwijzingen voor mogelijkheden om de doelmatigheid te verbeteren. Per saldo geldt dat voor alle kerndepartementen de productiviteitsgroei in de tijd ongeveer gelijk is aan nul. Dat wil zeggen, ze zijn niet in staat geweest hetzelfde werk te doen met minder middelen. ‘Dat is zorgelijk, omdat de verwachting is dat kerndepartementen vanwege de aard van het werk sterk moeten kunnen profiteren van ict-innovaties. ‘ Kijk met een kritische blik naar externe inhuur’ Het is goed denkbaar dat dit soort innovaties wel plaatsvinden, maar het effect hiervan teniet wordt gedaan door verdergaande bureaucratisering of een steeds verdergaande complexere materie, waardoor de afhandeling van dossiers steeds lastiger wordt’, aldus de onderzoekers. AFREKENEN Vanwege de permanent aanwezige intrinsieke druk om de bureaucratie uit te breiden en beschikbare budgetten op te maken, zijn er in hun ogen weinig prikkels voor de ambtelijke leiding om die ruimte te benutten. Dat kan het daarom het beste maar van bovenaf, door de politiek, worden afgedwongen om vervolgens het management erop aan te spreken dan wel af te rekenen. In veel productiviteitsonderzoek is volgens hen aangetoond dat krimp van budgetten daarbij als het meest effectieve instrument geldt. ‘Uiteraard moet het voor het management van de kerndepartementen wel duidelijk zijn dat er ook ruimte is om met minder geld toe te kunnen’, zo nuanceren Blank en Van Heezik hun aanbeveling. Maar inzichten uit hun onderzoek zouden behulpzaam kunnen zijn. Niet alleen omdat daaruit naar voren komt bij welke kerndepartementen de meeste doelmatigheidswinst is te behalen, maar ook omdat wordt gewezen op waar kostenreducties vooral te behalen zijn: terugdringen van het ziekteverzuim, het met een kritische blik kijken naar de externe inhuur en het stimuleren van deeltijdwerk. Met name het positief effect van deeltijders op de arbeidsproductiviteit noemen de onderzoekers een opvallend resultaat. Een van de verklaringen zou kunnen zijn dat mensen in deeltijd productiever zijn, omdat zij juist de laagproductieve uren van de dag of de week niet werken. Daar staat tegenover dat er per gewerkt uur meer overheadkosten worden gemaakt voor bijvoorbeeld kantoorruimte, hrm-diensten en de salarisadministratie. HACHELIJKE ZAAK Het onderling vergelijken van departementen of het volgen van ontwikkelingen in de tijd is overigens wel een hachelijke zaak. De onderzoekers stuitten op boekhoudingen die allesbehalve uniform zijn en tegelijk ook allerlei inconsistenties kennen. Bovendien otnbreken nogal eens verklaringen voor substantiële wijzigingen in de uitgaven. Zo blijkt dat niet alle departementen hetzelfde verstaan onder apparaatskosten en wordt slordig omgegaan met verrekeningen in de sfeer van shared services. BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

SPECIAL 63 Volgens Blank en Van Heezik kan er het nodige worden geleerd van het bedrijfsleven. Daar is een goede boekhouding niet alleen een wettelijk vereiste voor een verantwoording naar aandeelhouders of voor de aangifte bij de Belastingdienst, maar op zichzelf een belangrijk sturingsinstrument voor het management om de bedrijfsvoering te verbeteren en kosten te beheersen. ‘De overheidsboekhouding schiet hier ernstig tekort’, moeten ze op basis van hun onderzoek concluderen. De belangrijkste omissie in hun ogen is dat er nauwelijks zicht bestaat op de prestaties die worden geleverd. Over de geleverde prestaties wordt nagenoeg helemaal geen verantwoording afgelegd. Dat is des te opvallender, omdat de rijksoverheid uitvoeringsorganisaties op dat punt wel de maat ADVERTENTIE neemt en stringente regels voorschrijft. ‘Zo bevatten de jaarverslagen van de ministeries steeds uitgebreide overzichten van de prestaties van de agentschappen. Een dergelijke presentatie raden wij ook aan voor de kerndepartementen, evenals een verbeteringsslag in de huidige registraties. Een inventarisatie van tekortkomingen daarin, zou een mooi startpunt zijn.’ Werving en selectie Noortje Burger SENIOR RECRUITER t: 0182 - 23 99 91 (ook whatsapp) e: info@latentis.nl www.latentis.nl Latentis als je anders wil… Remco Knubben SENIOR CONSULTANT Peter Luijters SENIOR CONSULTANT Foto: Peter Hilz/ANP-HH

mijn stem stemhulp MijnStem Het grootste bereik Meest gekozen door gemeenten Als enige 100% stabiel & veilig www.mijnstem.nl Meer weten? Bel Anne van de Meerakker 06-47871895

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 DOOR: WOUTER BOONSTRA FOTO: LAURENS VAN PUTTEN / ANP-HH VEILIGHEID ACHTERGROND 65 Nederlanders zijn kampioen in agressie tegen werkenden, concludeert conflictexpert Caroline Koetsenruijter. En agressors zijn niet alleen mensen uit ‘de wijken’, maar ook ‘kakkers’ uit ’t Gooi. ‘We moeten erop reageren. Veiligheid op het werk is geen luxeproduct.’ PLEIDOOI OM VERHUFTERING IN NEDERLAND TE STOPPEN OMGAAN MET BURGERS IN DE WEERSTAND Jaarlijks maken drie miljoen mensen in Nederland zich schuldig aan agressie. Steeds vaker is die ook gericht tegen ambtenaren en bestuurders. Agressie kost 600 miljoen euro per jaar, becijferde TNO in 2014. Het laat zich raden dat dit in 2021 niet minder is. Intimiderende zinnen als ‘Ik weet waar je woont’ en ‘Zal ik jouw kind ophalen?’ worden twee miljoen keer per jaar tegen verpleegkundigen, leerkrachten, politieagenten en ambtenaren geuit. ‘Intimidatie naar ambtenaren en bestuurders is een heel lelijk probleem’, zegt Caroline Koetsenruijter, die na een studie bestuursrecht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid kwam werken, waar zij met bezwaarindieners moest omgaan. Ze trainde duizenden mensen in het voorkomen en aanpakken van agressie en schreef de norm tegen agressie en geweld voor politieke ambtsdragers. Koetsen

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 66 ACHTERGROND VEILIGHEID ‘ Voor sommige burgers is het gewoon een verdienmodel’ ruijter publiceerde in 2020 het boek Jij moet je bek houden. Volgende week verschijnt de opvolger Het agressieparadijs, mede gebaseerd op haar eigen ervaringen bij het ministerie. ‘Ambtenaren worden getraind op inhoud, wetskennis, maar er is weinig belangstelling voor de moeilijke kant van het ambtenaar zijn: burgers in de weerstand, soms gefrustreerd en soms heel intimiderend’’, vertelt Koetsenruijter. ‘Mediation-technieken hebben meerwaarde bij moeilijke situaties tussen overheid en burger, maar schieten hier tekort. Mensen die jou aansprakelijk stellen als ze geen vergunning krijgen, die na een afwijzing van Wmohulp zeggen: als mijn moeder valt, komt dat door jou. Stop dan met het credo ‘luisteren, samenvatten en doorvragen’ en geef een corrigerende reactie. Ik ben zelf conflictvermijdend en oplossingsgericht, ik wil de burger verder helpen. Het is dan heel frustrerend om te horen dat ‘ze me uit de buik van mijn moeder hadden moeten snijden’. Zulke dingen gebeuren jaarlijks 2,25 miljoen keer in alle sectoren, vaak jegens ambtenaren en bestuurders. We moeten daarop reageren.’ Waar komt al die agressie vandaan? ‘Voor sommige burgers is het gewoon een verdienmodel. In your face. Aan de balie, tijdens het keukentafelgesprek laat je het zien. “Ik bepaal zelf wel hoe ik mij gedraag.” Men toont geen empathie, is individualistisch en zit heel erg op rechten. Natuurlijk, er gaat ook veel mis bij de overheid. Maar dezelfde burger heeft ook plichten. Als je over die grens gaat, heeft dat gevolgen voor weerbaarheid en dat is onacceptabel. Die gedragingen leid ik terug naar die ontwikkelingen. De overheid heeft de verzorgingsstaat afgebouwd. De eerste vraag is nu: kunt u het zelf oplossen? Dat bijt ons in de staart. Houd je poot stijf, vertellen we elkaar nu. Dat het gedrag strafbaar is, wordt vergoelijkt: “Het was even nodig.” Maar niemand heeft ervoor getekend om te worden uitgescholden of bedreigd. En indirect krijgen ook collega’s het mee. Een ambtenaar valt er eerder door uit. Er is veel verzuim door agressie, dat kost honderden miljoenen euro’s. Ambtenaren gaan vermijdend gedrag vertonen. Ze zijn eerder geneigd te denken: geef mijn portie maar aan Fikkie. Indirect zijn er Of een wooncorporatiemedewerker die vond dat een keukenkastje nog twee jaar meekon. De deur ging op slot: u gaat pas weg als het is gefikst. Dreigen heeft effect.’ Intimidatie is strategisch, rationeel en calculerend gedrag, schrijft u. Het heeft AGRESSIE-EXPERT Caroline Koetsenruijter niets met emotie te maken. ‘Een ambtenaar kijkt vaak vergoelijkend naar agressief gedrag. Vaak krijgt de burger het voordeel van de twijfel. Iemand zegt: die lelijke dikke kutcollega van jou moet uitkijken, die ram ik voor haar bek! Ja, zeggen ze dan: die meneer had het zwaar, zijn zoon zit in de problemen, hij heeft geld nodig. Ze verklaren het uit onmacht, emotie en frustratie, terwijl er een dreiging in de opmerking zit. Die is normoverschrijdend, onbetamelijk, zelfs strafbaar. Winst zou zijn: kijk eens wat er nou gebeurt met dit contact met die medewerker en met de gemeente of provincie.’ Gebeurt het ook niet omdat de overheid en bedrijven niet altijd leveren wat ze beloven? nog veel meer ambtenaren bij betrokken. Er is geen politieke ambtsdrager te vinden die in zijn carrière niet met agressie te maken heeft gehad.’ U zoomt in op intimidatie. Waaruit blijkt dat, zoals u schrijft, mensen voor dit gedrag worden beloond en ermee wegkomen? ‘Kijk naar burgemeesters die met intimidatie te maken hebben. Uit onderzoek van Pieter Tops en Emile Kolthoff blijkt dat twee derde van de burgemeesters anders gaat besturen na bedreiging en intimidatie. Je gaat denken: is het mij waard om op te treden tegen mensen die moeite hebben met Bibob en banden hebben met criminele geldstromen? Voor bestuurders is er gelukkig het Netwerk Weerbaar Bestuur. Dit zou er ook voor ambtenaren moeten zijn. Voorbeelden te over. Een Limburgse verkeersdeskundige werd gebeld door een moeder: het komt straks door jou dat mijn kind wordt doodgereden, tenzij er een flitspaal komt. Dat is werk van de politie, maar daar had ze niets mee te maken. Ze zou wel even naar de wethouder gaan, zodat de verkeersdeskundige kon fluiten naar zijn baantje. De ambtenaar staat erbij en kijkt ernaar. De burger neemt geen er genoegen mee en de flitspaal staat er nu toch. ‘Veel frustratie-agressie wordt niet als agressie ervaren, maar als emotie. Je kunt niet zeggen dat 75 procent van de agressie intimidatie is, maar intimidatie heeft wel meer impact: jij komt vanavond niet meer thuis. Schelden heeft ook impact. Maar we leggen het terug bij individuele ambtenaren. Of je maar even communicatieve evenwichtskunstenaar wilt zijn. Maar ambtenaren gaan misschien wel contacten vermijden of anders beslissen. Veiligheid op het werk is geen luxeproduct.’ We gedogen agressie tegen werkenden, schrijft u. We laten de normen steeds verder vervagen en de omgangsvormen verharden. En we doen er verder niets aan. ‘Vraag eens aan een ambtenaar: waar kun je agressie melden? En wat gebeurt er na die melding? Er wordt mensen geen strobreed in de weg gelegd en zij herhalen hun gedrag. Een heel slecht teken is dat eind 2016 het landelijke programma Veilige Publieke Taak (VPT) is gestopt, omdat het gedachtegoed ingebed zou zijn binnen gemeenten en publieke organen. Bureau Beke heeft onderzocht wat er is overgebleven van de richtlijnen. De kennis is ondermaats. Doe maar eens aangifte met meldcode VPT. Je wordt glazig aangekeken, maar je hebt dan onder meer recht op

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 ACHTERGROND67 prioriteit in opsporing. Naar Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) hoef je al helemaal niet te vragen, die kent bij wijze van spreken niemand nog. BZK heeft destijds besloten tot het afschroeven, want ‘er was geen landelijke regie meer nodig op veiligheid van ambtenaren’. Als je ziet hoe de cijfers zich ontwikkelen, was dat een heel verkeerd moment om het met ‘couleur locale’ in te vullen. We moeten beide in ere herstellen en de minister moet zich hier hard voor maken.’ U maant ook werkgevers. Flexwerken draagt tegen wil en dank bij aan het ik-tijdperk, schrijft u. Zij zetten wegwerpmedewerkers in de frontoffice. ‘Het staat letterlijk in het Burgerlijk Wetboek en in de Arbowet: de veilige werkplek U benoemt eveneens agressieve ‘kakkers’ als probleem. We zagen dat onlangs nog bij de Groningse studentenvereniging Vindicat. Hoe erg is het dat agressie vaak ook uit die rijker bedeelde hoek komt? ‘Het is een hardnekkige mythe dat het bij agressie altijd gaat om personen “waar iets mis mee is”, die geen opleiding hebben of een migratieachtergrond. Verwey-Jonker vroeg publieke professionals van welke groep ze het meeste last hebben. Wat blijkt: dat is de hoogopgeleide, intimiderende persoon. Die zegt: ik ga direct naar de burgemeester en jij regelt het maar. Het type ‘kort lontje’ komt veel voor in de middenklasse, bij hoger opgeleiden. Ouders die niet lager dan een gymnasiumadvies voor hun kind willen, anders lijden ze gezichtsverlies. Ze zeggen: weet je wel waar ‘ Vraag eens aan een ambtenaar: waar kun je agressie melden?’ is een recht. Maar men komt ermee weg. Bij veel klantcontactcentra werken flexkrachten. Jacques Wallage zei ooit dat je de beste krachten vooraan moet zetten. Je kunt dan duidelijk zijn over rechten, plichten en omgangsvormen. Maar een goedkope oplossing is om het voetvolk het veldwerk te laten doen. Zij melden agressie vaak niet, want dat geeft gedoe en ze zijn afhankelijk van hun uitzendbaantje. Met een vast contract is melden lastig, laat staan als flexkracht. Wie frustratieagressie wil verminderen, moet kijken hoe vaak het misgaat. Je ziet dat mensen niet inhoudelijk verder worden geholpen, maar de flexkracht doorgeefluik is, ertussen gezet om de gevestigde ambtenaar te beschermen. Leer van agressie en kijk wat je daar als bestuurlijke organisatie anders moet doen. Luister maar eens een dagje mee.’ ik golf? Geef nou maar, die vergunning, anders lig jij eruit. Agressie gaat door alle lagen van de bevolking heen, maar het heeft misschien wel meer impact als het van boven komt.’ Politieke ambtsdragers zijn steeds vaker slachtoffer van agressie, maar politici gooien ook olie op het vuur. Hoe schadelijk is dat? ‘Goed voorbeeld doet goed volgen, slecht voorbeeld slecht. Het is heel kwalijk dat Thierry Baudet ‘doxing’ introduceerde: hij zette het adres en telefoonnummer van een stembureauvoorzitter op Twitter. Waarom zou ik mij dan nog netjes gedragen? Als zij intimiderend of ‘doxend’ bezig gaan, dan sijpelt het gemakkelijk door, zeker binnen de eigen geledingen. Veel kiezers vinden het gedrag inspirerend. Het is volksvertegenwoordiger-onwaardig gedrag. Je ADVERTENTIE verwacht dat er een ander geluid komt en krijgt het tegenovergestelde. Dat is diep triest en beschamend. Dan zie je dat agressie een verdienmodel is, want het levert iemand zetels op.’ Hoe moet je als gemeente met die agressie omgaan? U pleit onder meer voor een veiligheidsofficier in de organisatie, die binnen 48 uur op een incident reageert. ‘Ja, maar eerst moeten mensen agressie melden. Zij moeten steun krijgen, bescherming, opvang en dan komt een corrigerende reactie naar de agressor. We zijn nu heel gemakkelijk met ‘laat maar’. Het voeren van een ‘stopgesprek’ werpt drempels op om op hetzelfde adres opnieuw agressief te doen. Houd het niet voor jezelf, meld het. Daar ligt heel veel verantwoordelijkheid bij de werkgever. Maak duidelijk dat agressief gedrag onacceptabel is. De meeste mensen zijn geen agressor. Versterk die norm: het is niet oké om een tekening te maken met Sharon Dijksma aan een galg of dat een burgemeester niet meer met zijn kinderen kan wonen. Dit gedrag is voor losers. Je overschrijdt niet alleen de norm van de ambtenaar, maar van de gemeenschap. We kunnen veel meer doen dan we nu doen. We moeten de moed niet in de schoenen laten zakken, want anders staat ons nog wat te wachten. Dan is het einde zoek.’ ‘Het agressieparadijs’. S2 Uitgevers. Prijs: € 20,00

Wij zijn Necker van Naem en Citisens Twee bureaus inderdaad, vanuit een gedeeld pand in Utrecht, en vooral met één en dezelfde drive. We werken aan een democratie die tegen een stootje kan, en aan een goed functionerend openbaar bestuur. Dit doen we met tools, onderzoek en advies. Én met getalenteerde collega’s die behalve het werk ook elkaar zien staan. Wij zijn op zoek naar... ...een Interim professional Een vliegende start als interim-professional bij gemeenten en provincies! (WO starter, 32-40 uur) Bij Necker van Naem werk je aan uitdagende interim-projecten. Telkens bij nieuwe opdrachtgevers. De gemene deler is de politiekbestuurlijke context. De kneepjes van het vak leer je in maandelijkse opleidingsdagen. Met inhoud, reflectie en natuurlijk een borrel. 32/40 uur | WO Master | Utrecht is je thuisbasis, je werkt door heel Nederland ...een Onderzoeker maatschappelijke vraagstukken Draai jij je hand niet om voor het verwerken van grote datasets en werk je graag aan betekenisvolle projecten? Citisens vergroot betrokkenheid met kwantitatief onderzoek naar thema’s als klimaat & energie, leefomgeving en participatie. 32/40 uur | WO Master | Utrecht ...startende Integriteitsonderzoekers Bij Necker van Naem vul je je rugzak in rap tempo, met alles wat er nodig is om een vlijmscherpe onderzoeker te worden. Zo raak je thuis in de context van het lokaal bestuur én leer de onderzoeksmethodieken van a tot z. Maar ook: direct op pad én rechtstreeks contact met de opdrachtgever. Want daar leer je van. Utrecht | 32/40 uur | WO Master Meer weten? www.necker.nl/vacatures Nieuwsgierig naar de vacatures? Scan de QR-codes! ...een punctuele Projectondersteuner De energie spat ervan af, we schakelen snel en werken aan zichtbaar resultaat. Zo werkt het in de staf van Necker van Naem. Stuk voor stuk slimme regelaars die met onze adviseurs bijdragen aan een betere democratie. En als versterking van ons team zijn we op zoek naar…jou? 24/40 uur | HBO+ | Utrecht

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 DOOR: MAURICE SWIRC BOEK RECENSIE 69 EUROPESE UNIE ALS ‘REGELSUPERMACHT’ DIT WORDT DE EEUW VAN EUROPA De strijd om Europa is een strijd tussen twee politieke systemen: de westerse liberale wereldorde en de autocratie van China, schrijft Rob de Wijk in De slag om Europa. China speelt een hoofdrol in dit boek maar de Leidse hoogleraar internationale betrekkingen beschrijft ook uitgebreid hoe Rusland en de Verenigde Staten proberen ‘ons continent uit elkaar te spelen’. De Chinese president Xi Jinping ziet Europa als een wingewest en koopt al jaren invloed op de Balkan om zo verdeeldheid te zaaien binnen de Europese Unie. Rusland voelt zich vooral bedreigd en vanuit dat sentiment voert Poetin geheime operaties uit, bijvoorbeeld door het verspreiden van desinformatie om verkiezingen te beïnvloeden, met als belangrijk doel de NAVO te ontwrichten. Trump maakte het de Russen en Chinezen intussen makkelijk door zich van zijn trouwste Europese bondgenoten af te keren. Biden lijkt dat te willen repareren maar zet de harde handelspolitiek tegenover China voort. Ook deelt hij Trumps wrevel dat de Europese Commissie regels en torenhoge boetes kan opMilitaire macht is minder bruikbaar instrument leggen aan Amerikaanse techbedrijven. Europa weet dat Trump of een vergelijkbare politicus straks zomaar terug kan keren als president. Het maakt de VS voor Europa een onbetrouwbare partner en dwingt de EU zich onafhankelijker op te stellen. Al deze machtsblokken delen de overtuiging dat een sterke Europese Unie hun ambities in de weg staat. ‘Blijft de EU een speler in de wereld of wordt het continent de speeltuin van de wereldmachten?’ luidt de centrale vraag van het boek. Tot zijn eigen verbazing komt De Wijk met een optimistisch antwoord. Hij stelt vast dat de globale spelers de afgelopen jaren hun tanden op Europa stukbeten. Brussel zet economische macht namelijk om in regelmacht. Precies die regelmacht en de toegang tot de grootste geïntegreerde markt ter wereld vormen de sterkste wapens van de EU. Militaire macht is een steeds minder bruikbaar instrument. De echte macht ligt bij landen die economische macht omzetten in regels met mondiale impact. Om die reden denkt De Wijk dat dit weleens de eeuw van Europa kan worden en niet de eeuw van China, hetgeen vaak wordt beweerd. Zo schetst De Wijk zijn persoonlijke visie op het geopolitieke machtsspel van vandaag. In het slothoofdstuk benadrukt hij dat zijn boek geen pleidooi is om ‘tegenover China en Rusland’ of om een ‘nieuwe Koude Oorlog’ te ontketenen. Toch leest het boek – tussen alle politieke analyses door – wel degelijk als de beschrijving van een keiharde oorlogsstrategie, niet in de eerste plaats met wapens maar vooral met de Europese Unie als ‘regelsupermacht’. CITAAT UIT HET BOEK ‘Chinezen vertrouwen de Europese standaarden, niet die van hun eigen land’ DE SLAG OM EUROPA. HOE CHINA EN RUSLAND ONS CONTINENT UIT ELKAAR SPELEN Rob de Wijk Balans, 2021 Prijs: ¤ 23,99 ADVERTENTIE Win kostbare tijd en vergroot je digitale fi theid Volg de 5-delige online masterclass Digitale Fitheid voor Ambtenaren. Start 11 november 2021 5-delige online masterclass Martijn Aslander Ga naar BinnenlandsBestuur.nl/digitalefi theid

KOSTENVERHAAL OMGEVINGSWET SNEL VEEL RESULTAAT MET HET AUTOMATISEREN VAN GEMEENTELIJKE PROCESSEN Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ SchulinckInformatiemanagement OMGEVINGSWET BRENGT NIEUWE KRACHTENVELDEN Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ Metafoor Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ PubliekDomein WORKS

DUURZAME AMBITIES? LEER VAN DE ERVARINGEN VAN UITHOORN! OPKOOPBESCHERMING: KANSRIJK, MAAR ACTIE IS NODIG LOW-CODE PLATFORM Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ bbnadviseurs/Uithoorn Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ Companen Lees meer: www.binnenlandsbestuur.nl/ Pegasystems

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP-HH Foto: Norbert Waalboer 72 PERSONALIA CARRIÈRE DOOR: JOSÉ SALHI Esther Apeldoorn-Feijts is de nieuwe griffier van Peel en Maas. Zij volgt Nick Jansen op. Apeldoorn was hiervoor bestuurssecretaris in Venlo, eerder was zij ruim tien jaar raadsgriffier in Beesel. EMILE ROEMER Emile Roemer is voorgedragen als commissaris van de koning in Limburg. Roemer (SP, 59) begon zijn politieke carrière als raadslid en later wethouder in Boxmeer. Na zijn periode in de Tweede Kamer, tussen 2006 en 2018, was hij waarnemend burgemeester in Heerlen en Alkmaar. PETRA VAN WINGERDEN Petra van Wingerden wordt waarnemend burgemeester in Reimerswaal. Zij vervangt komende tijd José van Egmond, die ziek is. Van Wingerden (VVD, 67) was eerder raadslid en wethouder in Borsele. In 1998 werd ze burgemeester van Groenlo. Dat bleef ze tot 2004, waarna ze veertien jaar lang burgemeester was in Rheden. In 2019 was ze nog even waarnemend burgemeester in Apeldoorn. MIEKE DAMSMA Burgemeester Mieke Damsma (D66, 57) van Midden-Drenthe legt haar ambt per 15 november 2021 neer. De moeizame relatie tussen haar en de gemeenteraad is daar debet aan. Damsma werd in december 2017 burgemeester van Midden-Drenthe. Daarvoor was raadslid en wethouder in Maastricht. ARJAN WISSEBORN In Stichtse Vecht is Arjan Wisseborn (VVD) benoemd tot wethouder. Hij volgt de teruggetreden Jeroen Willem Klomps op. Wisseborn was tot voor kort fractievoorzitter van de VVD in de gemeenteraad van Stichtse Vecht. Sinds april 2018 was hij raadslid. Klomps trad terug omdat de noodzakelijke positieve energie en motivatie om als wethouder de gemeente te besturen, niet meer in balans was met de voldoening die het hem gaf. KOMEN & GAAN PETER KOEKOEK Peter Koekoek is benoemd tot gemeentesecretaris van Tynaarlo. Hij begint daar als opvolger van J ohannes van Nieukerken die eind 2020 vertrok. Sindsdien wordt de functie waargenomen door Oeds de Jager. ARJEN SCHEPERS Arjen Schepers, gemeentesecretaris van Lelystad, heeft zijn functie neergelegd. Schepers was tot de conclusie gekomen dat zijn toekomst niet in Lelystad ligt. Hij is twee jaar gemeentesecretaris van Lelystad geweest, sinds 1 oktober 2019. Daarvoor was hij directeur van de Veiligheidsregio IJsselland. GERDA BLOM Gerda Blom begint op 1 januari 2022 als gemeentesecretaris van Zaanstad. Momenteel bekleedt ze dezelfde functie in Purmerend waar ze in 2017 begon. Blom werkte van 2001tot 2017 voor Almere waar ze onder meer programmadirecteur, adjunct-directeur en directeur stedelijke ontwikkeling was. Ze wordt in Zaanstad de opvolger van Cis Apeldoorn. HERMI WELAGE Hermi Welage begint op 1 januari 2022 als interimgemeentesecretaris in de nieuwe gemeente Purmerend. Die ontstaat na een fusie van het huidige Purmerend met Beemster. Welage volgt Gerda Blom op die gemeentesecretaris van Zaanstad wordt. Welage is sinds 2020 gemeentesecretaris van Beemster. In het verleden was ze al eens eerder een periode waarnemend gemeentesecretaris in Purmerend.

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 Foto: Marc van Zuylen PERSONALIA 73 MARIANNE MUIJZER In Papendrecht is Marianne Muijzervan der Meijden begonnen als griffier. Zij volgt Cecile Bus op. Gerard van Egmond heeft de functie tijdelijk waargenomen. Muijzer was hiervoor raadsadviseur en plaatsvervangend griffier in Hoeksche Waard, daarvoor was zij dat in Binnenmaas. MARK VAN OOSTERWIJK Met ingang van 18 oktober is Mark van Oosterwijk de nieuwe griffier van Zundert. Hij volgt daar Jan Jaap Rochat op, die met pensioen gaat. Van Oosterwijk is nu raadsadviseur en plaatsvervangend griffier in Oisterwijk. Daarnaast is hij raadslid voor een lokale partij in Goirle. RALPH DE VRIES In Bergen (NH) is Ralph de Vries de nieuwe griffier. Hij was hiervoor griffier in Heemskerk en Blaricum. Hij was ook Statenlid en gedeputeerde in de provincie Utrecht en gedeputeerde in Noord-Holland. In Bergen wordt hij de opvolger van Anne Idema die in februari 2020 gemeentesecretaris van Vlieland werd. ELLEN GOOSSENS Ellen Goossens wordt de nieuwe griffier van Schouwen-Duiveland. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 wordt zij de opvolger van Teun van Oostenbrugge, die met pensioen gaat. Goossens werkt al bij de gemeente Schouwen-Duiveland. Zij is sinds januari 2021 ook locoraadsgriffier. GERARD VLEKKE Gemeentesecretaris Gerard Vlekke van Culemborg vertrekt. Hij wordt op 1 december directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland. Vlekke trad op 1 september 2017 aan in Culemborg. Eerder was hij onder meer directeur bij de ABG-organisatie, die werkt voor AlphenChaam, BaarleNassau en Gilze en Rijen. MARTIJN VROOM De gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel heeft besloten burgemeester Martijn Vroom aan te bevelen voor herbenoeming. Vroom (CDA, 46) begint op 9 december 2021 aan zijn tweede termijn. Eerder was Vroom wethouder in Waddinxveen en Noordwijk en gemeenteraadslid in Schiedam. MAGDA JANSEN Magda Jansen-van Harten is benoemd tot raadsgriffier in Roosendaal. Ze volgt Elsbeth van Straaten op. Jansen werkte hiervoor bij de politie, als adviseur van Theo Weterings, die naast burgemeester van Tilburg ook voorzitter is van de Veiligheidsregio Middenen West-Brabant. Daarvoor werkte ze onder meer als strategisch adviseur orde en veiligheid bij de gemeente Soest en als interim-manager. HENSKE GLOUDEMANS Henske Gloudemans is de nieuwe plaatsvervangend griffier van Uden. Ze krijgt dezelfde functie bij de gemeenteraad van Landerd. Beide gemeenten bevinden zich in een herindelingstraject tot de beoogde gemeente Maashorst per 1 januari 2022. Hiervoor was Gloudemans werkzaam als raadsadviseur en plaatsvervangend griffier van de gemeenteraad van Veghel, en als Statenadviseur en jurist van Provinciale Staten van NoordBrabant. TONNY NIJMEIJER Tonny Nijmeijer wordt staatsraad in buitengewone dienst in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nijmeijer is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder omgevingsrecht, aan de Radboud Universiteit. Hij is met ingang van 1 oktober 2021 staatsraad advocaat-generaal. De hoofdfunctie van Nijmeijer blijft hoogleraar bestuursrecht. Staatsraden in buitengewone dienst hebben geen vaste taak bij de Afdeling bestuursrechtspraak. BOUDEWIJN STEUR Boudewijn Steur wordt met ingang van 1 november 2021 directeur Kennis, Internationaal, Europa en Macro-economie (KIEM) bij het ministerie van BZK. Hij is momenteel programmadirecteur Strategie en Kennis COVID-19 bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarvoor werkte hij als programmamanager Versterking bij de directie Democratie en Bestuur van BZK. Hij is tevens voorzitter van de Rekenkamer van Alphen aan den Rijn en Rijswijk. HARMEN VAN WIJNEN Het ABP-bestuur heeft Harmen van Wijnen benoemd tot voorzitter van het uitvoerend bestuur van ABP per 1 januari 2022. Het fonds wordt aangestuurd door een algemeen bestuur bestaande uit drie uitvoerend bestuurders en een niet-uitvoerend bestuur met een toezichthoudende rol. Van Wijnen is sinds 1 mei 2020 algemeen directeur van ABP. Voor zijn komst naar ABP was Harmen voorzitter van het College van Bestuur van de Christelijke Hogeschool Ede. NICOLE RAMAEKERS Nicole Ramaekers is gestopt als gemeentesecretaris van Beekdaelen. Zij gaat aan de slag bij organisatieadviesbureau Geerts & Partners. Ramaekers is gemeentesecretaris sinds het ontstaan van de nieuwe gemeente Beekdaelen op 1 januari 2019. Een jaar eerder begon zij al als projectleider om de samenvoeging van Onderbanken, Nuth en Schinnen voor te bereiden. Daarvoor werkte zij bij de gemeenten Roermond en Eindhoven en bij de provincie Limburg.

BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021 Foto: Robbin van Turnhout Foto: Helene de Bruijn O 74 PERSONALIA CARRIÈRE FRANC WEERWIND In Almere is Franc Weerwind herbenoemd tot burgemeester. Weerwind (D66) begon daar op 9 september 2015 als burgemeester. Voordat Weerwind in Almere aantrad, was hij gemeentesecretaris van Wormerland en burgemeester van Niedorp en Velsen. LOES VAN DER MEIJS De gemeenteraad van Doesburg heeft burgemeester Loes van der Meijs (VVD, 60) voorgedragen voor herbenoeming. Van der Meijs’ eerste termijn eindigt op 18 december 2021. Voor ze burgemeester in Doesburg werd, was ze raadslid en wethouder in Doetinchem. MICHIEL PIJL De gemeenteraad van Drechterland heeft burgemeester Michiel Pijl voorgedragen voor herbenoeming. Pijl (CDA, 42) had eerder zelf al te kennen gegeven voor herbenoeming als burgemeester in aanmerking te willen komen. Pijl was eerder raadslid en wethouder in Hoorn. WYTZE SPOELSTRA Wytze Spoelstra is benoemd tot raadsgriffier van de gemeenteraad van Meppel. Spoelstra is was plaatsvervangend griffier van Steenwijkerland. Sinds mei van dit jaar was hij al actief als interim-griffier in Meppel, als opvolger van Femke Koekoek. GÖRAN WINTERS Vanaf 20 december 2021 is Göran Winters de nieuwe griffier van Berg en Dal. Hij wordt de opvolger van Jan van Workum, die met pensioen gaat. Winters was tot maart 2021 raadsgriffier in Zutphen, daarvoor bekleedde hij die functie in Warnsveld en Ruurlo. HENK VREESWIJK In Wijk bij Duurstede is Henk Vreeswijk (PCG, 62) benoemd tot wethouder. Hij volgt Hans Marchal op. Vreeswijk was van 2011 tot 2019 wethouder in Scherpenzeel en eerder zes jaar wethouder voor de SGP in de gemeente Neder-Betuwe, van 2002 tot 2008. MARLEEN DAMEN Marleen Damen is benoemd tot directeur van de sector Maatschappelijke Ontwikkeling van Den Bosch. Damen is momenteel wethouder in Leiden. Daarvoor was ze directeur van Cedris. Van 2003 tot 2008 maakte ze deel uit van de directie Arbeidsmarkt van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze volgt Miriam Nienhuis op, die eerder dit jaar de overstap maakte naar de provincie Gelderland, waar ze provinciesecretaris/algemeen directeur is. ANNE DE BAAT Anne de Baat is op 4 oktober 2021 als interim-gemeentesecretaris van Hendrik-Ido-Ambacht begonnen. Hij volgt Dré Martens op, die op 1 september gemeentesecretaris in Drimmelen is geworden. De Baat was tot 1 januari 2021 gemeentesecretaris in Capelle aan den IJssel, waar hij in 2016 begon. Daarvoor vervulde hij diezelfde functie twaalf jaar lang in Rijswijk. CHRISTINE MADERN Christine Madern is sinds 1 oktober 2021 griffier van Heemstede. Zij is de opvolger van Irma Hesp, die regisseur regionale samenwerking Zuid-Kennemerland is geworden. Madern was eerder onder meer commissiegriffier in Delft en commissiegriffier/plaatsvervangend raadsgriffier in Krimpen aan den IJssel. WILMA ATSMA Wilma Atsma is benoemd tot interim-gemeentesecretaris van Lansingerland als tijdelijk opvolger van Lucas Vokurka. Atsma was tot voor kort interimgemeentesecretaris in Maassluis. Daarvoor was ze gemeentesecretaris van Bloemendaal, Voorschoten en Wassenaar. KARIN HANDSTEDE In Almelo is Karin Handstede op 1 september begonnen als interim-griffier als tijdelijk opvolger van Corrie Steenbergen. Eerder was ze onder meer griffier in Rotterdam, directeur Leefbaarheid in Tilburg, gemeentesecretaris in Schiedam en wethouder in Geertruidenberg. ADVERTENTIE JOHANNES VAN NIEUKERKEN De OVER-gemeenten, de ambtelijke organisatie van Wormerland en Oostzaan, hebben Van Nieukerken aangesteld als directeur. Hij leidde eerder de samengevoegde ambtelijke organisatie van Pekela en Veendam en was gemeentesecretaris van Tynaarloo. OPROEP: Tekst en foto’s (high res) voor de rubriek personalia graag sturen naar info@binnenlandsbestuur.nl. Gegevens voor deze rubriek kunnen ook worden gestuurd via www.binnenlandsbestuur.nl/personalia Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen adviseren wij u tijdig te oriënteren op uw toekomst. Ons Pre-APPA programma ondersteunt u hierbij! Start de Quick Scan. www.transitiumgroep.nl | info@transitiumgroep.nl | 033 3030 630

Foto: OVER gemeenten Cur financials in de publiek Ontwikk Heb je vragen? Bel of mail ons, wij helpen je graag! 020 246 71 00 / info@nbaopleidingen.nl Bekijk het cursusaanbod op nbaopleidingen.nl/academie-publieke-sector * leden/niet leden

76 INDEX VACATURES In de vacature- index treft u een selectie aan van de vacatures die deze week zijn opgenomen in het magazine of op de website van Binnenlands Bestuur. BESTUUR EN MANAGEMENT Bestman / Gemeente Harlingen Geerts & Partners / Gemeente Molenlanden Gemeente Breda Gemeente Hilversum Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Veere Gemeente Veere Necker van Naem en Citisens Necker van Naem en Citisens Necker van Naem en Citisens Provincie Flevoland Provincie Overijssel Provincie Utrecht Rijksoverheid Rijksoverheid FINANCIËN EN ECONOMIE Certus Groep / Gemeente Zoetermeer Certus Groep / Gemeente Zoetermeer Gemeente Amstelveen via Merwede Executive Search Gemeente Tilburg JS Consultancy / Waterschap Drents Overijsselse Delta JS Consultancy / Provincie Noord-Holland Provincie Utrecht Provincie Zeeland Zeelenberg / Gemeente Terneuzen ICT EN AUTOMATISERING BEL combinatie Certus Groep / Dienstverlening Drechtsteden Provincie Noord-Holland JURIDISCH DCMR Milieudienst Rijnmond DCMR Milieudienst Rijnmond Gemeente De Ronde Venen Gemeente Eindhoven Gemeente Gouda Gemeente Oosterhout Gemeente Schouwen-Duiveland Veiligheidsregio Utrecht PERSONEEL EN ORGANISATIE BMC BMC Veiligheidsregio Utrecht 12 Senior Jurist Handhaving Jurist Handhaving Juridisch Adviseur Juridisch energiestrateeg Afdelingshoofd Centraal Juridische Afdeling Juridisch medewerker Sociaal Domein Raadsadviseur / plaatsvervangend griffier Adviseur Juridische Zaken Life-Job Coach HR adviseur Junior Beleidsadviseur HRM Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Griffier Directeur Bedrijfsvoering Senior beleidsadviseur Cultuur Beleidsadviseur Sport Strategisch Adviseur Team Strategie Klachtencommissielid Bezwaarschriftencommissielid Interim professional Integriteitsonderzoekers Projectondersteuner Coördinator Strategische Betrekkingen Beleidsadviseur Coördinerend Rijksheer Nordrhein-Westfalen Senior Manager Projectbeheersing Senior beleidsmedewerker exportcontrole en strategische goederen Strategisch adviseur Senior Planeconoom Planeconoom Financieel Adviseur Coördinator Jaarrekening Senior Financieel Adviseur Strategisch Financieel Adviseur Financieel Adviseur Financieel Statenadviseur Concerncontroller Informatiemanager/Chief Information Security Officer (CISO) Senior Adviseur Online Dienstverlening JS Consultancy / Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Adviseur Informatiebeheer Gemeenten Adviseur informatiebeheer (DIV) Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Pagina 68 Pagina 68 Pagina 68 Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Pagina 78 Pagina 78 Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl pagina 80 pagina 80 Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Pagina 78 pagina 80 Binnenlandsbestuur.nl ADVERTENTIES BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

INDEX 77 RUIMTELIJKE ORDENING EN VERKEER CBR Certus Groep / Gemeente Gouda Certus Groep/ Gemeente Hoorn Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Terneuzen Gemeente Tholen JS Consultancy / Gemeente Houten JS Consultancy / Gemeente Dordrecht JS Consultancy / Gemeente Leiden JS Consultancy / Gemeente Uithoorn JS Consultancy / Gemeente Westerkwartier JS Consultancy / Waterschap Zuiderzeeland Provincie Utrecht SOCIAAL Gemeente Gouda Gemeente Den Haag Gemeente Nieuwegein Gemeente Tilburg Necker van Naem en Citisens VOORLICHTING EN COMMUNICATIE JS Consultancy / Gemeente Lansingerland Onderzoeker en Handhaver Sociaal Domein Senior Juridisch adviseur OCW, specialist WMO en Jeugdwet Senior adviseur Armoede- & Schuldenpreventie Teammanager Ondersteuning & Zorg, afdeling Sociaal Onderzoker maatschappelijke vraagstukken Strategisch Communicatieadviseur - Woordvoerder OOK UW VACATURE IN BINNENLANDS BESTUUR? BEL 020-5733656 ADVERTENTIE Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Pagina 68 pagina 80 Adviseur Bestuur en Beleid Toezichthouder Senior Projectmanager Vastgoed Teammanager Ruimtelijke Projecten en Grondzaken Adviseur Omgevingsvergunningen Adviseur / Projectleider Ruimtelijke Ontwikkeling Teammanager Ruimtelijke Ontwikkeling Adviseur Strategie en Innovatie Verkeerscoördinator - Verkeerskundige Senior Adviseur Ruimtelijke Ordening Beleidsmedewerker Natuur Afdelingsmanager Waterbeheer Adviseur Mobiliteitsdata en Modellen Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Pagina 78 Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl Binnenlandsbestuur.nl pagina 80 pagina 80 pagina 80 pagina 80 pagina 80 pagina 80 Binnenlandsbestuur.nl BINNENLANDS BESTUUR - WEEK 43 | 2021

Senior Projectmanager Vastgoed 36 uur | schaal 13 • De Poort van Hoorn • Zet ontwikkelopgaven op de markt • Aanspreekpunt voor externe partijen • Van initiatieftot en met de aanbestedingsfase Senior Adviseur Online Dienstverlening 32 – 36 uur | schaal 11 • Signaleert kansen in de ontwikkeling van publieksdienstverlening, met nadruk op online dienstverlening • Vertaalt kansen naar beleid en concrete acties • Levert een belangrijke bijdrage aan het vormgeven van de strategie • Belangrijk sparringpartner en adviseur voor MT • Vanuit ervaring en kunde een mentor voor collega’s Bas Auckel | 06-14826889 basauckel@certusgroep.nl Mieke Metz | 06-38164589 miekemetz@certusgroep.nl Koen Salet | 06-42267005 koensalet@certusgroep.nl www.certusgroep.nl Koen Salet | 06-42267005 koensalet@certusgroep.nl Senior Planeconoom Planeconoom 32 – 36 uur | schaal 12 • In verbinding met omgeving • Draagt zorg voor strategie • Complexe binnenstedelijke projecten • Inspirator en coach team 32 – 36 uur | schaal 11 • In verbinding met omgeving • Pro-actief en vernieuwend • Complexe binnenstedelijke projecten • Bouwen aan het team

‘Ik voel mij leeg’ ‘Ik weet het even niet meer’ Snel je burn-out de baas? Inlevingsgesprek Plan van aanpak Start traject Dagbehandeling op maat Ontspanning Re-integratie Dagbehandeling Werk Wist je dat het behandelen van een burn-out meer is dan alleen erover praten? Wij bieden verschillende alternatieve trajecten zodat je weer de baas wordt over lichaam en geest. Ben je benieuwd hoe wij dit doen? www.everybodygroep.nl 088-246 04 04 Onze burn-out trajecten zijn een samenwerking van Huisarten Schiphol, Checkgezondheid en Everybody Lifestyle Centers allen onderdeel van Everybody Groep

Ik werk voor Nederland... ...en voor mezelf Wil jij Nederland én jezelf beter maken? JS Consultancy is de carrièrepartner van professionals voor de publieke zaak. Via ons landelijk netwerk bemiddelen wij op het niveau van directie, management en professionals. Aan de slag op het gebied van BedrijfsIn verband met verdere groei van JS Consultancy zijn we op zoek naar kandidaten die ons eigen team komen versterken. Wij zoeken kandidaten voor de volgende functies: Adviseurs en Recruiters Ben jij geïnteresseerd om een (vervolg) stap te maken in het publieke domein? Kijk dan snel op onze website naar de vacatures. Hieronder tref je alvast een aantal actuele vacatures aan: Afdelingsmanager Waterbeheer, Waterschap Zuiderzeeland Teammanager Ruimtelijke Ontwikkeling, Gemeente Houten Senior Financieel Adviseur, Waterschap Drents Overijsselse Delta Strategisch Financieel Adviseur, Provincie Noord-Holland Kijk voor alle actuele functies op www.jsconsultancy.nl/vacatures Interim Werving & Selectie voering, Ruimte & Infra of Sociaal Maatschappelijk domein? Onze dienstverlening richt zich op het waarmaken van maatschappelijk resultaat. In samenregie met opdrachtgevers. En samen met jou. Verkeerscoördinator – Verkeerskundige, Gemeente Leiden Senior Adviseur Ruimtelijke Ordening, Gemeente Uithoorn Adviseur Strategie en Innovatie, Gemeente Dordrecht Strategisch Communicatieadviseur – Woordvoerder, Gemeente Lansingerland Adviseur Informatiebeheer Gemeenten, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Beleidsmedewerkers Natuur, Gemeente Westerkwartier

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
  65. 65
  66. 66
  67. 67
  68. 68
  69. 69
  70. 70
  71. 71
  72. 72
  73. 73
  74. 74
  75. 75
  76. 76
  77. 77
  78. 78
  79. 79
  80. 80
Home


You need flash player to view this online publication