Nederlands English
Op één lijn 69

Op één lijn 70


Page 2
Colofon Inhoudsopgave Oplage 2700 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Deadline volgend nummer 1 november 2022 Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-220038 Fotografie Kaft, pagina 3 en 11: FOTONIQUE ® | Nico Bastens Photography Pagina 17: George Deswijzen Pagina 20 (boven): Jonathan Vos Pagina 21, 28 en 29 (boven): Philip Driessen Pagina 27: Maartje van Berkel Pagina 28 (onder): Loraine Bodewes Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Algemeen Van de Redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Afscheid van hoogleraar Geert-Jan Dinant – Mark Spigt Een nieuwe crisis – Jeroen Smeets Stellen zich voor Lotte Lunenburg, medewerker studentzaken Eindhoven Heike Gerger, postdoc onderzoeker Petra Delahaije, medewerker studentzaken Linda van Avendonk- de Bresser, HAB jaar 3 Eindhoven Claudia Smeets-Garcia, medewerker studentzaken Tim Schouten, junior onderzoeker Jessica Ruisch, AIOTO ouderengeneeskunde Kim van der Bolt, gedragswetenschapper huisartsopleiding Suzanne van den Haak, gedragswetenschapper huisartsopleiding Thanee Uittenhout, promovendus Onderzoek Promoties Atriumfibrilleren bij ouderen: to screen or not to screen? – Nicole Verbiest-van Gurp Welke invloed hebben opvattingen over leren en beoordelen op het werkplekbeoordelen? – Laury de Jonge Bruikbare Wetenschap /COVID studies – Jochen Cals Nu OOK in het onderwijs aan de aios – Geert-Jan Dinant Herstel na kanker (RCT) – Michelle Smits NHG-congres 2022. Poten in de klein, kop in de cloud – Ivo Grosveld Benoeming – Jerôme van Dongen wordt bijzonder lector Landelijke campagne Gepaste zorg bij maagklachten – Jeannemieke Schade 3 4 5 6 7 7 7 8 8 8 8 9 9 9 10 11 14 13 12 16 17 17 WESP-en Interventie therapietrouw Ziektelastmeter Chronische Aandoeningen – Kylian Hermkens 18 E-meedenkconsulten kindergeneeskunde – Juliette Klein Hesselink Het leren van arts-patiënt communicatie in de huisartsenpraktijk – Levi Schuurman Effectiviteit van Acupunctuur bij Chronische vermoeidheid – Daan van Ooyen Onderwijs Clinicus van het jaar – redactie CAPHRI PhD Video Award voor Thanee Uittenhout Opleiding Ouderengeneeskunde Tapas – Mariëlle van der Velden-Daamen Bijna rond, maar nooit af – Babette Doorn In de leer: Begin de dag met een lach – Charlotte Coopmans Benoeming hoogleraar Ouderengeneeskunde 50 jaar Verenso congres – Mathieu Prevoo en Shanly Seferina KOO certificaat voor opleiders Huisartsopleiding Een prachtig vak – Matthijs Limpens en Ingrid van der Heijden Made in Maastricht en Eindhoven – afgestudeerde huisartsen SBOH academiseringsprijs 2022 – Pleun Beelen Column: Een traan ten afscheid – Jeroen Smeets Equilibre:– Gaston Peek en Marieke Kools Weten is eten: Down memory lane – Hendrik-Jan Vunderink 2 2 18 19 19 20 20 21 22 23 23 24 25 26 27 30 31 32 34 Van de redactie #BlijeHuisarts De frequentie van ons blad is momenteel halfjaarlijks. Dat was bij de oprichting in 1999 eens per kwartaal. Het waren andere tijden, in veel opzichten. In het tweede nummer van dat jaar kregen we twee nieuwe hoogleraren bij de vakgroep: Geert-Jan Dinant en Onno van Schayck. Ik interviewde beide heren en schreef het stukje ‘Onder professoren’. De quote van Geert-Jan was de subtitel: ‘In het land der blinden… word je al snel professor’. Dat kon je in 1999 nog zo opschrijven. Ik doe dat overigens nog steeds. In april nam Geert-Jan afscheid. Ik kon er niet bij zijn omdat ik op reis was. Dat was mede de reden om het verschijnen van deze editie uit te stellen tot de zomer. Zijn afscheidslezing kende ik al, want die hadden we samen geoefend. Het is net als bij het verschijnen van dit blad: hartstikke leuk, maar ik ken het al. Verder is het een ‘beeldig’ nummer geworden. Ideaal voor een zomereditie. Alle gekheid op een stokje: er gebeurt van alles om een blad mee te vullen, maar het fysieke gebeuren is, op het onderwijs na, nog niet ‘gewoon’. Bij studentenactiviteiten is de opkomst lager dan voor de pandemie. Minder studenten wonen op kamers en ‘men’ is het niet meer gewend. De feestelijke afsluitingen van de huisartsopleiding worden als vanouds op locatie georganiseerd. Gelukkig waren er twee mooie promoties die fysiek in de aula konden doorgaan: Nicole Verbiest-van Gurp promoveerde op haar onderzoek naar atriumfibrilleren (D2AF-studie). Laury de Jonge deed onderzoek naar onderwijs en promoveerde op werkplekleren. Mede door het schuiven met deadlines is het spannend wat er wel of niet in het blad ging komen. Iedereen heeft losseeindjesstress. We zagen veel nieuwe medewerkers komen en WESP-en uitzoemen. Het gros van hen wisten we te verleiden om een stukje en een foto in te sturen. Bruikbare Wetenschap auteur Jochen Cals werd op de valreep verleid met een raketje op een warme zomerse dag om alsnog een stukje te schrijven. Hierdoor ontstond extra ruimte om de benoeming van oud promovendus Jerôme van Dongen ook mee te nemen, alsmede het artikel ‘Doen of laten?’ over gepaste zorg bij maagklachten. Uit beide vervolgopleidingen een katern met artikelen. De opleiding Ouderengeneeskunde loopt goed. Hoofd Mariëlle van der Velden schrijft net als het hoofd van de huisartsopleiding, Matthijs Limpens, een eigen column. Ondergetekende praat u bij over de grote lijnen. Aios Charlotte Coopmans geniet in haar column van het leven. Opleiders ontvingen een opleiderscertificaat. Een nieuwe hoogleraar is al benoemd voordat de bestaande met pensioen is. Bijzonder was het jubileumcongres van Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde. Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat een derde van de feestgangers uit het zuiden kwam en dat de polonaise door onze aios Shanly Seferina werd ingezet. De specialist ouderengeneeskunde is niet enkel toekomstmuziek! Ze zijn er en het worden er gelukkig steeds meer. #BlijeSO. De huisartsopleiding opent met een fraai overzichtsartikel door de hoofden: ‘Een prachtig vak’. Over de positieve beweging die #BlijeHuisarts heet en wat de rol is van de opleiding. We zijn steeds meer gaan opleiden. Hoe druk het ook is, de meeste huisarten worden van opleiden extra blij. Vijf afgestuurde groepen in beeld: #BlijeHuisarts. Huisarts Pleun Beelen blikt terug op de SBOH academiseringsprijs die zij in ontvangst mocht nemen voor haar onderzoek binnen de MIRA-trial. Huisarts Jeroen Smeets beschrijft opnieuw een gebeurtenis uit zijn werk, ditmaal een ontroerend verhaal. Daarnaast schreef hij ook een artikel over de noodzorg voor vluchtelingen. Equilibre sluit af met een bruisende en beeldige blik op de opleiders trainingsdag in Urmond: alleen maar #BlijeHuisartsen! Die losseeindjesstress. Dat heerst momenteel, er zijn veel piekmomenten. Vergeten wij niets? Doet iedereen wat hij of zij belooft? Hebben wij wel iedereen gevraagd? Het is allemaal niet zeker. Wat wel zeker is dat er momenteel voldoende stof is om tenminste halfjaarlijks te verschijnen. Voor het ultieme vakantiegevoel heb ik gepensioneerd redactielid Hendrik-Jan Vunderink gestrikt voor een rubriek ‘Weten is eten’. We laten de losse eindjes voor wat ze zijn. Wat niet komt, schuift door, of wordt vergeten. Such is life zou hoogleraar Harry Crebolder hebben gezegd. Een hele fijne zomer! Babette Doorn 3 op één lijn 70
Page 4
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Van de voorzitter Onderzoek in de netwerken brengt zorginnovatie DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Voortbordurend op het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ wordt momenteel bij de totstandkoming van een Integraal Gezondheidszorg Akkoord volop nagedacht over oplossingen voor de uitdagingen waar de gezondheidszorg en samenleving op dit moment voor staan. Bij veel van deze oplossingen speelt de huisarts een belangrijke rol. Al decennia leveren huisartsen persoonsgerichte, continue medisch-generalistische zorg van hoge kwaliteit. Huisartsgeneeskunde is een vak met eigen epidemiologie, diagnostiek en behandeling, gestoeld op degelijk huisartsgeneeskundig onderzoek. De uitstekende kwaliteit van de Nederlandse huisartsenzorg steunt op een sterke wetenschappelijke basis. De huisartsenzorg is daarmee een onmisbare en cruciale factor in het (betaalbaar houden van het) Nederlandse zorgsysteem. Voor toekomstbestendige huisartsgeneeskundige zorg en om te kunnen voldoen aan de ambities uitgesproken in het coalitieakkoord, is structurele financiering van de academische huisartsgeneeskunde nodig. Met het oog op het veranderende zorglandschap vraagt het opleiden van de toekomstige huisarts om innovatie van de opleiding. Ontwikkelingen rondom verplaatsing van zorg, digitalisering, netwerkzorg en samenwerking met het sociale domein vragen aanvullende kennis en vaardigheden van huisartsen die aan de orde moeten komen in de opleiding. Deze innovatie kan alleen gedaan worden wanneer er een investering gedaan wordt in de huisartsopleidingen, zowel voor aanpassing van het curriculum, als voor het opleiden van extra huisartsen. Huisartsgeneeskundig onderzoek vindt niet plaats in ziekenhuizen maar, geïnitieerd vanuit de zeven academische afdelingen huisartsgeneeskunde, in vele huisartsenpraktijken. Dit vraagt ondersteuning en coördinatie. De hiervoor benodigde structurele financiering van regionale academische huisartsgeneeskundige infrastructuren ontbreekt grotendeels. In deze werkplaatsen wordt het ontwikkelen van veranderkracht, gericht op regionale zorginnovatie, geborgd. We kunnen de zorgvraag niet beantwoorden door alleen meer huisartsen op te leiden. We zullen steeds slimmer moeten gaan werken en daarvoor is academisch onderzoek naar zorginnovatie in onze netwerken van groot belang. De kennis voortkomend uit wetenschappelijk onderzoek wordt door het Nederlands Huisartsen Genootschap vertaald naar richtlijnen en hulpmiddelen voor gebruik in de huisartsenpraktijk. Onder andere de NHG-Standaarden en de website Thuisarts.nl hebben in de implementatie van nieuwe kennis zowel voor huisartsen als patiënten een belangrijke toegevoegde waarde. Hierdoor komt nieuwe kennis zo snel mogelijk op de plaats waarvoor hij bedoeld is: bij de patiënt. Mijn oproep aan het Integraal Gezondheidszorg Akkoord is: herontwerp van (regionale) zorgketens is nodig en daarbij is de bril van academisch denkende huisartsen onmisbaar. Versterk universitaire afdelingen huisartsgeneeskunde met academische werkplaatsen, schep gelegenheid om onderzoek in de eerstelijn te doen en voor het opleiden van huisartsonderzoekers. 4 4 4 1 e uitgave 2022 Afscheid hoogleraar Geert-Jan Dinant Hartverwarmend DOOR MARK SPIGT, UNIVERSITAIR HOOFD DOCENT Op donderdag 14 april 2022 nam prof. Geert-Jan Dinant afscheid als hoogleraar huisartsgeneeskunde. GeertJan heeft een lange staat van dienst. Vanaf 1986 is hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg, de latere Universiteit Maastricht (UM). Hij begon als huisartsonderzoeker en sinds 1998 is hij hoogleraar huisartsgeneeskunde. Het afscheidscollege werd voorafgegaan door een speech van de decaan van FHML, Professor Annemie Schols. Zij roemt zijn prestaties, de vele projecten die hij heeft begeleid en de 33 promovendi die hij daarbij heeft gecoacht. Zijn bepalende rol binnen de huisartsgeneeskunde in Nederland werd benoemd, maar vooral de vele initiatieven in het kader van (na)scholing van huisartsen buiten Nederland. Geert-Jan gaf vervolgens in zijn afscheidsrede een uitgebreid overzicht van alle projecten die hij gedaan heeft. Na afloop was er een mooie, zonovergoten receptie op de binnenplaats van de Minderbroedersberg. De hoeveelheid belangstellenden annex cadeaus was hartverwarmend. Geert-Jan stond te stralen terwijl één voor één jonge en oude bekenden en vrienden hem kwamen feliciteren. Zijn vrouw Gerda vlinderde tussen alle gasten door om iedereen aandacht te geven en een praatje te maken. Het programma werd na de receptie voortgezet op een bijzondere locatie, het fraaie Chateau St. Gerlach. Voor GeertJan en Gerda is dit een zeer logische locatie aangezien het op een steenworp afstand van hun huis ligt (als je ver kunt gooien tenminste). De avond werd ingeleid door Geert-Jan zelf. Wiebelend staand op een stoel, introduceerde Geert-Jan zijn gasten aan elkaar. Het buffet was uitstekend verzorgd. Tussendoor waren er verschillende sketches/speeches, zoals die van de ski-club. Erik Stolper en Ruud Verhees gaven een prachtig inkijkje in hoe het was om promovendus van Geert-Jan te zijn. Daarna overhandigden zij namens alle 33 ex-promovendi een nepschilderij als grap en daarna een heel mooi schilderij, een echte Spigt. Hoogleraar emeritus André Knottnerus was de laatste spreker met een uitgebreide laudatio voor Geert-Jan. Er waren die avond vele blije mensen rondom Geert-Jan en Gerda; samen hebben zij een heel mooi feest gemaakt en beleefd. Wilt u de bewerkte diareeks van het afscheidscollege met daarin alle promoties ontvangen als pdf, stuur dan een mail naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl 5 op één lijn 70
Page 6
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Een nieuwe crisis Noodzorg voor vluchtelingen DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID Ergens op een woensdag in april werd het crisisteam van RHZ/ZIO gebeld dat er de volgende dag tot 400 vluchtelingen uit Oekraïne in het MECC gehuisvest werden. Met net twee jaar COVID achter de rug en ook nog een watersnoodramp, was het crisisteam dus nog volledig operationeel.1 Binnen een dag was er een medische ruimte ingericht. En, niet geheel onbelangrijk, ook dokters om daar spreekuur te doen. De voorwacht was het Rode Kruis, grotendeels vrijwilligers. De eerste dagen waren er enkele tientallen mensen. Zij waren vaak 10 dagen onderweg geweest, 4 dagen door Oekraïne, 4 dagen aan de grens en daarna nog 2 dagen reizen tot ze in Nederland waren. We liepen meteen tegen problemen aan: veel mensen hadden, begrijpelijkerwijs, geen medicatie mee, of hadden medicatie nodig die hier niet als zodanig verkrijgbaar is. De hulpvragen waren erg divers. Ik zag een koppel waarvan de vrouw 38 weken zwanger was met vragen over de zorg voor hun ongeboren kind, en voor straks na de bevalling. Vragen over benzodiazepines, die in Oekraïne kennelijk veel meer ingezet worden. Een buikgriepepidemietje onder de vluchtelingen kon de GGD gelukkig snel de kop indrukken samen met wat loperamide en ORS van ons. Tolken waren binnen enkele dagen geregeld, zodat de spreekuren vlotter liepen. Schijnend om te zien was dat de jonge kinderen (tot een jaar of 4-5) het verblijf in het MECC ervaarden als een soort vakantie. De oudere kinderen niet, die zagen er erg bedrukt uit. Mensen verbleven enkele dagen tot een week in het MECC, waarna ze naar meer definitieve opvanglocaties gingen. Follow-up van (medische) zorgen was dus lastig. Alle mensen die wij vanuit de medische dienst zagen waren erg dankbaar voor de hulp die hen werd geboden. 1 Zie ook Op één Lijn editie 69 6 6 6 1 e uitgave 2022 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Lotte Lunenburg Medewerker studentzaken Eindhoven Mijn naam is Lotte Lunenburg. Op 1 april begon ik als medewerker studentzaken in Eindhoven, Strijp-Z. De komende tijd zal ik me gaan verdiepen in de verschillende domeinen van de huisartsopleiding om vervolgens samen met Claartje Bongaerts, die onlangs wegens verhuizing haar werkplek in Maastricht heeft verruild voor Strijp-Z, de locatie in Eindhoven administratief te ondersteunen. Ik begon als medewerker studentzaken van het Studenten Service Centrum van de TU/e. Vervolgens werkte ik de afgelopen 11 jaar bij de faculteit Sociale Wetenschappen van Tilburg University, waarvan de laatste 5 jaar in het team van Onderwijsplanning. Als key-user van studenteninformatiesysteem Osiris ondersteunde ik vooral docenten bij het inrichten van hun cursussen en toetsen, de inschrijvingen op het onderwijs en was ik verantwoordelijk voor de inrichting van de examenprogramma’s. Ik hoop dat deze ervaringen mij een zetje in de goede richting geven bij het uitoefenen van mijn nieuwe functie. Samen met mijn man Peerke en onze 3 zoons Tijl (10), Faas (8) en Abe (5) wonen we in het knusse en gezellige Wintelre (google maar even). Naast de voetbal-, zwem- en pianolessen van de jongens tennis ik zelf regelmatig en kan ik enorm genieten van ons nieuwe huis en de tuin. Ik ben op dinsdag, woensdagochtend en donderdag te vinden in Strijp-Z, kamer 2.01. Heike Gerger Postdoc onderzoeker Mijn naam is Heike Gerger. Sinds 15 mei werk ik als postdoctoraal onderzoeker bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht bij het project ‘Veerkrachtig samen beslissen’. Sinds 2008 voerde ik veel (netwerk) meta-analyses uit en deed vooral onderzoek naar de werkzaamheid van interventies, maar verrichtte in de laatste jaren ook vaker kwalitatieve studies. In Bielefeld (Duitsland) studeerde ik Psychologie en behaalde in 2013 in Bern (Zwitserland) mijn PhD in Health Sciences. Sinds 2014 werkte ik eerst zes jaar als onderzoeker bij de afdeling Klinische Psychologie en Psychotherapie in Bazel (Zwitserland). Daarna werkte ik 2,5 jaar bij de afdeling Huisartsgeneeskunde in Rotterdam, waarvan het laatste half jaar ook bij Huisartsgeneeskunde in Bielefeld. Nu kijk ik ernaar uit om bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht te gaan werken. Sinds 2015 woon ik met mijn partner en twee kinderen (9 en 11 jaar oud) in Maastricht. Daarvoor woonde ik zeven jaar in Zwitserland. Mijn achtergrond en moedertaal zijn Duits. Petra Delahaije Medewerker studentzaken Geen nieuw gezicht, wel nieuwe klus ‘Hoe kan ik mijn leerwerkplan updaten?’ ‘Help! Aios is ontkoppeld, welke opleider kunnen we benaderen?’ ‘Ik kan niet aanwezig zijn bij de koppelcarrousel, ben nog in het buitenland dan, wat nu?’ ‘Hoe krijg ik als nieuwe opleider toegang tot Canvas?’ ‘We zijn aan het verbouwen in de praktijk, een aios komt nu echt niet uit.’ ‘Welke opleiders moeten nog bezocht worden voor een voortgangsgesprek?’ ‘Hoe krijg ik als plaatsvervangend opleider mijn erkenning van de RGS?’ Sinds kort bestier ik het koppeldomein voor jaar 1 en 3 wat eerder door Huub l’ Ortye jarenlang is gedaan. Huub is nu met pensioen, nadat hij aan me de ‘kneepjes van het vak’ heeft overgedragen. Nou ja, dat hoop ik dan maar want het is best complex om alle opleiders, maar ook docenten en aios zo goed mogelijk te bedienen. Vrijdag 10 juni 2022 is mijn eerste koppelcarrousel, daar heb ik zin in! Ik ben sinds kort in Maastricht op het Debyeplein 1 op kamer A0.026 te vinden. 7 op één lijn 70
Page 8
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Linda van Avendonkde Bresser HAB jaar 3 Eindhoven In maart ben ik gestart als huisartsbegeleider aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Samen met Suzanne van den Haak begeleid ik een derdejaars groep. Ik ben inmiddels 9 jaar huisarts en 3 jaar kaderhuisarts urogynaecologie. De eerste 7 jaar nam ik waar in diverse praktijken, voornamelijk in de Kempische dorpen, waarna ik praktijkhouder werd in huisartsenpraktijk Engelsbergen in Eindhoven. Begin 2022 besloot ik om uit de maatschap te treden vanwege rugklachten. Maar omdat mijn maten, het team en de praktijk geweldig zijn, blijf ik er werken als waarnemend huisarts. Het beste van dit alles is, dat er nu ook ruimte kwam in mijn agenda om te gaan werken als docent. Zowel mijn basisopleiding als mijn huisartsopleiding genoot ik in Maastricht. De tweejarige kaderopleiding urogynaecologie volgde ik in Nijmegen. De afgelopen 4 jaar heb ik al met veel plezier urogynaecologisch onderwijs mogen verzorgen voor collega huisartsen, doktersassistenten en aios van Maastricht en Nijmegen. Samen met mijn man Rob en 2 kinderen, Joep 12 en Kato 10 jaar, woon ik in Bladel; alhoewel dit 26 kilometer onder Eindhoven ligt, ben ik toch van plan regelmatig op mijn speed-pedelec naar Strijp Z te fietsen. Ik kijk ernaar uit om jullie allen (weer live) te mogen te ontmoeten! Claudia Smeets-Garcia Medewerker studentzaken Ouderengeneeskunde Mijn naam is Claudia SmeetsGarcia en sinds mei werk ik 4 dagen per week bij de opleiding Ouderengeneeskunde van de vakgroep Huisartsgeneeskunde binnen FHML. Door de snelle groei van Ouderengeneeskunde kwam er ruimte voor een vacature als medewerker studentzaken, een functie die ik maar al te graag wilde vervullen. Tijdens mijn carrière werkte ik voornamelijk in de internationale, commerciële sector. Hierdoor deed ik veel ervaring op, op zowel organisatorisch, administratief en (internationaal) customer relations gebied. Vanuit die ervaringen breng ik een frisse, nieuwe blik mee en ga mijn kennis en ervaring goed inzetten. 8 8 8 Door mijn Spaanse achtergrond hou ik van Spaans eten en reis ik graag naar Spanje om familie en vrienden te bezoeken. In mijn vrije tijd sport ik graag en geniet ik van de leuke dingen in het leven samen met mijn gezin. Als geboren en getogen Maastrichtse hou ik uiteraard van het bourgondische leven. Tim Schouten Junior onderzoeker Mijn naam is Tim Schouten, 28 jaar en sinds kort woon ik in Maastricht. Per 1 februari werk ik als junior onderzoeker voor het platform-COVID trial onder leiding van Mark Spigt en Jochen Cals. Dit project is een platform trial naar medicatiegebruik tegen een COVID-infectie in de huisartspraktijk. Hierbij is de focus op het verminderen van de klachten die de patiënt ervaart tijdens een COVID-infectie. Tijdens het project houd ik me bezig met het statistische en methodologische deel, dus ook de analyses van het project maar zal ook helpen waar ik kan met andere zaken van het project. Daarnaast ben ik bezig met simulaties van platform trials om te kijken of bepaalde beslissingen in de methodologie beter kunnen worden genomen. Ik volgde de Health Sciences Research master aan de UM. In mijn vrije tijd houd ik van sporten en koken. Jessica Ruisch AIOTO ouderengeneeskunde Ouderengeneeskunde is voor mij de perfecte balans tussen stilstaan en doorgaan. Het biedt mij de ruimte om stil te staan bij geluk en verdriet van bewoners en hun familie, een band op te bouwen en daarmee passende patiëntgerichte zorg te bieden. Daarbij is het vak dynamisch en constant in ontwikkeling, de populatie wordt groter en de zorgdruk hoger. Het meedenken op het gebied van ontwikkeling en management van een organisatie, hoewel niet altijd makkelijk, is een van de geweldige uitdagingen in het vak. Als AIOTO heb ik de kans gekregen als promovendus betrokken te zijn bij het TRADE-project (TRAuma and DEmentia), een multicenter prospectief onderzoek naar de diagnostiek en behandeling van posttraumatische stress stoornis (PTSS) bij mensen met dementie. In het onderzoek gebruiken we eerst een vragenlijst om de diagnose PTSS bij deze populatie te kunnen stellen, nadien zullen we de effectiviteit van Eye Movement Desensitisation and Reprocessing therapy (EMDR) meten bij deze groep. Hierdoor hoop ik de komende tijd overal te vinden zijn. Deelnemende 1 e uitgave 2022 centra van het onderzoek zijn namelijk; Cicero Zorggroep, Envida, MeanderGroep, Mondriaan Ouderen, Sevagram en Zuyderland Care. Daarbij zit ik op de terugkomdagen van de opleiding op de universiteit in Maastricht en mag ik een half jaar stagelopen bij de neurologie in het MUMC+. Wie ben ik eigenlijk? Ik ben Jessica Ruisch, een 27-jarige specialist ouderengeneeskunde in opleiding in Maastricht. Momenteel ga ik richting het einde van mijn eerste jaar van de opleiding. Buiten het bovenstaande enthousiasme voor het vak, de patiëntenpopulatie en de wetenschap ben ik het liefst te vinden op het voetbalveld of bij mijn opstartende moestuin. Neem gerust contact met me op als jullie geïnteresseerd zijn in meer informatie over het vak, het onderzoek of tuiniertips voor me hebben! Kim van der Bolt Gedragswetenschappelijk docent huisartsopleiding Mijn naam is Kim van der Bolt, 38 jaar en GZ-psycholoog. Per 1 mei 2022 ben ik gestart als docent GW binnen de huisartsopleiding. Sinds 2010 ben ik werkzaam in de GGZ en sinds 2016 als GZ-psycholoog. In 2020 begon ik mijn eigen praktijk. Daarvoor werkte ik zowel binnen de Basis GGZ als de Specialistische GGZ, bij verschillende instellingen als ook bij het Zuyderland ziekenhuis, op de PAAZ-afdeling en op de afdeling medische psychologie en seksuologie. Aan het begin van mijn carrière was ik als POH-GGZ aangesteld binnen verschillende huisartsenpraktijken in de parkstad regio. Ik woon samen met mijn vriend Jos en hond Joep in Nijswiller. We maken graag lange wandelingen in de natuur als we niet druk zijn met de verbouwing van ons huis. Daarnaast vind ik het leuk om bezig te zijn met sporten, bakken en ga ik er weleens met de motor op uit. Ik kijk uit naar een fijne samenwerking en een inspirerende nieuwe werkomgeving. Suzanne van den Haak Gedragswetenschapper huisartsopleiding Mijn naam is Suzanne van den Haak en ik ben sinds maart 2022 gedragswetenschapper (GW-er) in jaar 3 van de huisartsopleiding. Samen met huisarts Linda van Avendonk-de Bresser begeleid ik een derdejaars groep aios. Naast deze baan werk ik bij HSK (een landelijke GGZinstelling) in Eindhoven als GZ-psycholoog, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt. Na mijn studie psychologie, die ik volgde in Utrecht, ging ik aan de slag bij HSK en vervulde daar verschillende taken en rollen. Het afwisselen van cliëntenzorg en opleiden bevalt me zeer goed. Ik draag graag kennis over en zie het als een cadeautje dat ik mee mag kijken met het ontwikkelingsproces van de opleideling. Naast mijn werk ben ik sportief, kook ik graag, spreek ik met vrienden af en zie en ontdek ik graag meer van de wereld. Thanee Uittenhout Promovendus Mijn naam is Thanee Uittenhout. Sinds november 2021 ben ik gestart als promovendus bij de Vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht onder begeleiding van Trudy van der Weijden. De komende jaren ga ik me bezighouden met mijn PhD. Het onderwerp is het verbeteren van de gepersonaliseerde behandeling in de oncologie. Hierbij willen we meer samen beslissen met de patiënt op basis van informatie over de behandelopties, gezondheidsstatus van de patiënt en zijn doelen en voorkeuren. Dit project is gesubsidieerd door KWF en zal plaatsvinden in het MUMC, Zuyderland MC, LUMC en het UMCG, waarbij ik de eerste van drie promovendi ben die aan dit project zal gaan werken. Ik heb geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit Leiden. Daarna heb ik gewerkt als ANIOS Heelkunde in het HAGAziekenhuis en in het LUMC. Toen kwam dit promotietraject op mijn pad en was ik zo enthousiast, dat ik nu vanaf Oegstgeest regelmatig naar Maastricht reis. Met mijn achtergrond in de kliniek heb ik al wat informatie en kennis over de zorgpaden en vind ik het leuk om deze kennis te kunnen combineren met mijn onderzoek. Ik geniet daarnaast van het ontdekken van Maastricht. In mijn vrije tijd doe ik aan crossfit, sociale activiteiten, word ik verblijd met de liefde van mijn twee katten en ben ik sinds kort groene vingers aan het ontwikkelen in mijn tuin. Daarnaast zit ik bij De Jonge Specialist in de ledenraad en de basisartsencommissie en help ik de KNMG met het organiseren van de carrièrebeurs 2022. 9 op één lijn 70
Page 10
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Promotie 25 maart 2022 Atriumfibrilleren bij ouderen: to screen or not to screen? DOOR NICOLE VERBIEST – VAN GURP, VOORMALIG AIOTO Stelling: ‘Paroxysmaal atriumfibrilleren is als een zeepbel: lastig te vangen en weg voor je het weet.’ Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis die niet altijd klachten veroorzaakt. Bovendien kan AF afgewisseld worden met een normaal ritme bij paroxysmaal AF. Daardoor kan er tijd overheen gaan voor de diagnose gesteld wordt. Onbehandeld kan het leiden tot een beroerte, hartfalen en overlijden. Opsporing en behandeling zijn dus belangrijk. In mijn promotieonderzoek onderzochten we of screening de opsporing van AF verbetert. Een Britse screeningsstudie ging ons voor.1 Hierin werd screening vergeleken met gebruikelijke zorg; screening bleek AF effectief op te sporen (1,6% vs 1,0%). Maar geldt dat ook voor de Nederlandse situatie? In samenwerking met Amsterdam UMC hebben wij de ´Detection and Diagnosis of Atrial Fibrillation´ (D2AF) studie verricht. De opzet was in de basis vergelijkbaar met het Britse onderzoek. We breidden het uit door ook de testeigenschappen van drie opsporingsmethoden te evalueren. Opzet In onze studie zaten ruim achttienduizend 65-plussers uit 96 huisartspraktijken. De praktijken werden verdeeld in interventie- en controlepraktijken. De interventiegroep onderzocht patiënten als ze – ongeacht waarvoor – op het spreekuur kwamen (‘opportunistische screening’). Praktijkmedewerkers voelden de pols en gebruikten twee apparaten met AF-detectie functie: een bloeddrukmeter (WatchBP Home A) en een 1-kanaals elektrocardiogram (ecg; MyDiagnostick). Een verdenking op AF werd gecontroleerd met een 12-kanaals ecg. De controlegroep verleende gebruikelijke zorg. Na één jaar vergeleken we het percentage mensen met een nieuwe diagnose AF in beide groepen. Opbrengst van screening Na analyse van onze data bleek dat er in beide groepen evenveel AF was vastgesteld. De screeningsopbrengst was 1,6%, terwijl er in gebruikelijke zorg 1,5% werd vastgesteld. Dit verschil van 0,1% is te klein om betekenis te hebben. Verrassend genoeg was screening dus niet zinvol, in tegenstelling tot de Britse uitkomsten van enkele jaren geleden. Met name de controlegroep vond meer AF. Mogelijk heeft dit te maken met de hoge kwaliteit van onze huidige gezondheidszorg; wellicht worden de meeste diagnoses 10 10 10 al gesteld in cardiovasculaire risicomanagement (CVRM) spreekuren. De beste opsporingsmethode Van de drie methoden die we in de spreekkamer toepasten, was het 1-kanaals ecg-apparaat het beste. Dit apparaat miste minder diagnoses dan de bloeddrukmeter en polspalpatie. Bovendien gaf het de minste fout-positieve uitslagen. Pols palpatie presteerde het slechtste. Vertaling naar de praktijk en de toekomst Opportunistische screening naar AF zoals wij die hebben verricht, is niet zinvol. We raden daarom vooralsnog geen screening op AF aan in Nederland. Verder onderzoek moet uitwijzen of het in andere situaties wel nuttig is. Na een voorselectie van mensen met een hoger risico zou screening wel succesvol kunnen zijn. Referentie 1. Fitzmaurice DA, Hobbs FD, Jowett S, et al. Screening versus routine practice in detection of atrial fibrillation in patients aged 65 or over: cluster randomised controlled trial. BMJ 2007;335(7616):383. doi: 10.1136/ bmj.39280.660567.55 [published Online First: 2007/08/04] 1 e uitgave 2022 Promotie 28 maart 2022 Welke invloed hebben opvattingen over leren en beoordelen op het werkplekbeoordelen? DOOR LAURY DE JONGE, HUISARTSONDERZOEKER Stelling: Opvattingen van gebruikers over beoordeling op de werkplek beïnvloeden het gebruik en de uitkomst ervan. Inleiding Huisartsen in opleiding (aios) kunnen het meeste leren op de werkplek zelf, in de huisartsenpraktijk. Werkplekbeoordelingen nemen daarom een centrale plaats in binnen de medische vervolgopleidingen. De effectiviteit van deze werkplekbeoordeling hangt opvallend genoeg niet zozeer af van de kwaliteit van de methode waarmee beoordeeld wordt, maar wel van de manier waarop deze methode gebruikt wordt. En dat hangt weer af van de opvattingen van de opleider en de aios. Werkplekbeoordelingen hebben twee functies. Op basis van werkplekbeoordelingen kan de opleider gevraagd en ongevraagd feedback geven. De aios kan hiervan leren en zich verder ontwikkelen. Daarnaast kan een opleider werkplekboordelingen gebruiken om beslissingen te nemen over de prestaties en voortgang van de aios. Bijvoorbeeld of een aios al in staat is om zelfstandig patiënten te behandelen. Werkplekbeoordelen is een complex proces binnen een sociale context. Interacties tussen verschillende betrokkenen van binnen en buiten de werkplek kunnen het werkplekbeoordelen beïnvloeden. Wij vroegen ons af welke invloed de opvattingen van betrokkenen hebben bij het beoordelen op de werkplek. Om deze vraag te beantwoorden heb ik, gesteund door mijn promotieteam (dr. Angelique Timmerman, dr. Marjan Govaerts, prof. dr. Anneke Kramer, prof. dr. Cees van der Vleuten en prof. dr. Jean Muris) vier samenhangende studies verricht aan de huisartsopleidingen van Maastricht, Nijmegen en Leiden. Spanningsvelden Onze studies lieten zien dat er verschillende opvattingen bestaan over werkplekbeoordelen. Daarbij zijn twee spanningsvelden te onderscheiden. Ten eerste denken de deelnemers aan ons onderzoek verschillend over de mate waarin de aios zelf zijn leerproces zou moeten sturen. Wie bepaalt wat geleerd moet worden? Bepaalt de aios dit vooral zelf, of moet bijvoorbeeld de opleider of het opleidingsinstituut dat doen? Het tweede spanningsveld betreft de gewenste mate van standaardisering van een beoordeling. Sommigen hebben voorkeur voor een gestandaardiseerde beoordeling zoals via cijfers. Anderen vinden gepersonaliseerde oordelen en een beoordeling op maat veel belangrijker. Bovendien vonden we de volgende overkoepelende factoren: 1. Betrokkenen bij het beoordelen op de werkplek hielden vaak rekening met de verwachtingen van anderen; 2. Eerdere ervaringen en de neiging tot toevertrouwen van taken en handelen speelden een rol bij het werkplekbeoordelen. Onze studies lieten zien dat de positie die gebruikers van werkplekbeoordelingen innemen in de spanningsvelden dynamisch is en kan worden beïnvloed door de hierboven genoemde overkoepelende factoren. Stelling: Opvattingen van gebruikers over beoordeling op de werkplek beïnvloeden het gebruik en de uitkomst ervan. Laury geflankeerd door de paranimfen Marion van Lierop en Ben van Steenkiste In onze studies zagen we wat de invloed kan zijn van verschillende opvattingen bij belangrijke strategieën bij 11 op één lijn 70
Page 12
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 het werkplekbeoordelen, namelijk het observeren van het medisch handelen van de aios en het toevertrouwen van klinische taken aan de aios. Zo zal een opleider met eerdere negatieve ervaringen of een geringe neiging tot toevertrouwen de leerkansen willen reguleren. Pas als de opleider erop kan vertrouwen dat de aios tijdig om hulp kán en zál vragen, ontstaat er ruimte voor zelfregulatie door de aios. Een toets vanuit de opleiding kan bij aios en opleider leiden tot een voorkeur voor beoordeling met een gestandaardiseerde scorelijst. Na het afronden van deze toets komt er ruimte voor beoordeling en feedback op maat, afhankelijk van de individuele aandachtspunten van aios of opleider. Bewustzijn, bespreken en afstemmen van opvattingen zijn noodzakelijk voor een gedeeld begrip over werkplekbeoordelen. Wat betekenen onze bevindingen voor de huisartsopleiding? Om leerkansen optimaal te benutten, zouden aios en opleider hun opvattingen over doel en inzet van beoordelingen op de werkplek regelmatig moeten bespreken. Dat betreft bijvoorbeeld het gebruik van observaties, als ook de inschattingen over het toevertrouwen van taken aan de aios. Scholing vanuit de huisartsopleiding kan helpen bij het leren expliciteren en afstemmen van opvattingen van opleiders, aios en docenten. Bij de ontwikkeling van een nieuw toetsprogramma door de huisartsopleiding zouden ook opleiders en aios betrokken moeten worden. Zelfs na de implementatie zou regelmatig besproken moeten worden of doelen en inzet van het toetsprogramma voldoende afgestemd zijn. Als u meer wilt weten kunt u de opname van de verdediging bekijken, het proefschrift nalezen of de auteur raadplegen. https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/events/ site-promotie-laurentius-pjwm-de-jonge https://www.globalacademicpress.com/ebooks/laury_de_jonge/ l.dejonge@maastrichtuniversity.nl Onderzoeksprogramma: doet u mee? Herstel na kanker in de huisartsenpraktijk DOOR MICHELLE SMITS, PROMOVENDA Ex-kankerpatiënten krijgen na de behandeling vaak te maken met restklachten zoals vermoeidheid en hebben behoefte aan begeleiding bij hun herstel. Bij huisartsen is er veel behoefte aan goede methodes om ondersteuning te bieden aan voormalige kankerpatiënten. In dit project bieden we huisartsen een eenvoudige werkwijze om die ondersteuning te bieden zonder dat het veel tijd kost. Voor deze studie zijn we op zoek naar huisartsen en praktijkondersteuners. Tijdens dit onderzoek kunnen huisartsen en praktijkondersteuners gebruik maken van een evidence-based eHealth programma gericht op het herstel na kanker. Hierin gaan patiënten zelf aan de slag met leefstijlverandering en veelvoorkomende klachten na kanker, zoals vermoeidheid. Als u mee wilt doen, dan wordt u ingedeeld in een van twee groepen: de experimentele groep of controlegroep. Zit u in de experimentele groep? Dan gaat u het eHealth programma inzetten om uw patiënten te begeleiden in de periode na kanker. De interventie omvat twee regulier declareerbare consulten bij de huisarts of praktijkondersteuner. Hierin bespreekt u de voortgang van de patiënt in het programma en 12 12 12 eventuele problemen die zij ervaren bij het implementeren van leefstijlverandering. De patiënten werken zelfstandig met het eHealth programma waarin feedback op hun zelfmanagement is geïncludeerd. Huisartsen of praktijkondersteuners in de controlegroep zullen tijdens het onderzoek enkel patiënten includeren en bieden hen normale huisartsenzorg. De patiënten in de controlegroep maken de vragenlijsten voor het onderzoek online. Na één jaar worden de patiënten uit de controlegroep alsnog actief op het online zelfhulpprogramma gewezen. Na afloop van de interventieperiode geldt voor alle patiënten dat er een biomedische meting dient te worden afgenomen. Per praktijk wordt gestreefd naar een inclusie van ongeveer 10 patiënten. Onkostenvergoeding is beschikbaar. Start studie: vanaf juni 2022 (later starten is ook mogelijk) Heeft u interesse in deelname, neem dan contact op met de onderzoekers via 045-5762384 of herstelnakanker@ou.nl. 1 e uitgave 2022 Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten Nu OOK in het onderwijs aan de aios DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR EN LID WITTE RAVENGROEP Inleiding Wie heeft weleens gehoord van het syndroom van Shulman? Het is een zeldzame spierziekte waarbij de spierfascie ontsteekt. De ziekte uit zich door een symmetrisch pijnlijke zwelling van de ledematen die geleidelijk hard en taai worden. Een van de Maastrichtse aios presenteerde deze casus tijdens een sessie over Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), op een van de terugkomdagen in Maastricht. De betreffende aios slaagde in de opzet van bedoelde sessie: na het presenteren van de klachten en bevindingen bij betreffende patiënt, gingen de collega-aios in de groep, met een tijdens de voorafgaande sessie geleerde zoekmethode aan de slag, op zoek naar de gezochte aandoening. De casus was tevens een erg goed voorbeeld van een OOK en van het doel van onderwijs over dit onderwerp. Vanaf maart 2022 is het onderwerp een vast onderdeel van het terugkomdagonderwijs in jaar 3. In de ongeveer twee voorafgaande jaren werden de Witte Raven (zie verder) een aantal keren ad-hoc gevraagd om een sessie over OOK te verzorgen. Mede op basis van de positieve evaluatie van de ad-hoc sessies werd OOK een vast programmaonderdeel. Wat is OOK? Soms heeft de huisarts een knagend gevoel van onbehagen en onmacht, een niet kunnen loslaten van de gedachte dat een diagnose ten onrechte niet wordt gevonden. ‘Het kan toch niet waar zijn dat deze patiënt niets mankeert. Wat zie ik over het hoofd? Iets bijzonders, iets zeldzaams?’ Het betreft hier klachten die geen SOLK zijn en die vaak resulteren in een jarenlange zoektocht langs diverse ziekenhuisspecialisten. Yvonne van Leeuwen, een van de vorige hoofden van de huisartsopleiding Maastricht-Eindhoven, bedacht hier de term Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK) voor. Aansluitend heeft een groep van tien ervaren huisartsen en twee internisten zich gebundeld in een OOK-expertisegroep onder de naam Witte Raven. De groep ontvangt OOK-casus van huisartsen in heel Nederland. Het OOK-onderwijsprogramma Het OOK-programma voor onze aios bestaat uit twee interactieve sessies van ieder anderhalf uur. De docent(en) zijn telkens één of twee leden van de Witte Ravengroep. In de eerste sessie wordt het begrip OOK nader toegelicht. Aansluitend wordt de OOK-zoekstrategie (een methodiek, door de Witte Raven ontwikkeld, voor literatuursearch 13 op internet) besproken en volgt een aantal voorbeelden van OOK-casus die door de Witte Raven werden opgelost. Gedurende de gehele sessie is er ruimte voor inbreng van eigen ervaringen en casuïstiek. Dat laatste staat centraal in de tweede sessie: aois presenteren OOK-casuïstiek uit de eigen praktijk (dit brengt enig huiswerk met zich mee) en leggen betreffende OOK’s ter beoordeling en oplossing aan de groep voor. We passen dan de in de eerste sessie geleerde zoekstrategie toe bij de door aois ingebrachte casuïstiek. In de tweede sessie is de rol van de docent(en) meer die van moderator(en). Beide sessies zijn flexibel opgebouwd; iedere inbreng van iedere aios is welkom. Tussen beide sessies zitten bij voorkeur niet meer dan een aantal weken. De sessies worden ingeroosterd voor de terugkomdagen in Maastricht en Eindhoven. Lees verder op: www.witteraven.org Op de website van de vakgroep is de OOK-brochure te downloaden: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/overons/brochures/ De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. op één lijn 70
Page 14
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Bruikbare Wetenschap Over spoed, UWI’s, vroege dementie, werkplekleren en kalkscore DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Huisarts & Digitale zorg de spoed, en met 1 loket worden deze ongetwijfeld overal eerst naar de HAP getrieerd. Huisarts & Diagnostiek Samen Beslissen & interprofessioneel samenwerken Innovatieve trials in de huisartsgeneeskunde De speerpunten van de vakgroep huisartsgeneeskunde zijn Huisarts & Diagnostiek, Huisarts & Digitale Zorg, Samen Beslissen & Interprofessioneel Samenwerken en Innovatie trials in de huisartsgeneeskunde. Zere plek op de juiste spoedplek De meeste huisartsenposten in het zuiden huizen inmiddels onder 1 dak met een spoedeisende hulp. Met de opkomst van de brede spoedposten was ook de hoop en verwachting dat patiënten op de meest geschikte plek behandeld konden worden. De SEH van het VieCuri in Venlo is een groep waar veel wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. Student Rens van der Baaren keek onder begeleiding van SEH-arts Dennis Barten en ondergetekende naar de invloed van de spoedpost op de mate waarin snijwonden en traumata aan de extremiteiten meer in de eerstelijn (huisartsenpost) behandeld konden worden door 1 spoedloket. Ze vergeleken daartoe de aantallen in het jaar voor de implementatie van de spoedpost met het jaar daarna. Het volume aan zorg voor geïsoleerde kleine wonden ging met 12,4% omlaag na de opening van de brede spoedpost en de zorg voor extremiteitsletsels maar liefst met 74,6%. Ondertussen nam het aantal complexe trauma’s toe op de SEH en hadden meer patiënten poliklinische nazorg nodig. Het laatste kun je – mits op goede gronden gesteld – ook als proxy zien voor de ernst van de letsels waarmee patiënten uiteindelijk op de SEH belanden. De gegevens stammen uit 2015, dus het zou aardig zijn om te weten of dit effect heeft doorgezet of op zijn minst kon worden behouden in de loop van de tijd. Uit voorgaande studies weten we dat juist mannen met kleine letsels vaker aanloper zijn naar 14 14 14 Zere plas Promovendus Stefan Cox onderzocht met hulp van WESP-en Minke van Hoof en Kelly Lo-A-Foe hoe vrouwen aankijken tegen de zorg bij urineweginfecties. Ze ondervroegen daarbij een kleine 1000 vrouwen die eerder een of meerdere urineweginfecties hadden en publiceerden hun bevindingen in BMJ Open. Als hen werd gevraagd om te prioriteren, dan geven vrouwen aan de praktijk vooral te bezoeken om bevestiging te krijgen van de diagnose (48%), voor pijnstilling (32%), en een kuur volgde pas met 14%. Slechts 3% kreeg ooit een uitgesteld recept van hun huisarts of de huisartsenpost. Maar liefst 70% gaf aan best af te willen wachten zonder antibiotica, zelfs bij een bevestigde diagnose. Toch lag dit percentage het hoogst bij de vrouwen die minder frequent een urineweginfectie hadden. Hoe dan ook goed om te beseffen als we de imperfecte urinestick weer eens gebruiken dat veel vrouwen niet per se antibiotica willen, maar ook met andere vorm van klachtenverlichting geholpen zijn, zoals een NSAID. Een uitgesteld recept kan daar mogelijk ook nog bij helpen. Vroege dementie vroeg herkennen Elke huisarts herinnert zich wel die patiënt met een vroege dementie in de praktijk. Dementie op zo’n jonge leeftijd (dit is voor het 65ste levensjaar) maakt indruk bij de hele omgeving, inclusief de huisarts. Want niet zelden ging er wel spreekuurbezoek aan vooraf, of niet? Onderzoeksters Stevie Hendriks en Kirsten Peetoom koppelden met Huibert Tange en Loes van Bokhoven 89 patiënten met vroege dementie aan 162 zogenaamde gematchte cases in het Research Network Family Medicine (RNFM). We wilden toetsen of de klachtenpresentatie van de patiënten in de 5 jaar voorafgaand aan de diagnose al afwijkend was. Cognitieve symptomen kwamen bij de patiënten met vroege dementie al 5 jaar voor de diagnose vaker voor, affectieve symptomen 4 jaar, sociale symptomen 3 jaar, en gedragsymptomen 2 jaar voordien. Juist bij deze jongere ouderen vallen ook problemen op het werk onder de sociale symptomen. Functionele beperkingen traden het jaar voordien frequenter op. De patiënten die uiteindelijk de diagnose krijgen presenteren zich inderdaad dus anders. Maakt het onze klus makkelijker in de spreekkamer? Ik vrees van niet. Het RNFM bevat gegevens van 150.000 patiënten en de onderzoekers zochten vanaf 2014 en konden uiteindelijk ‘slechts’ 89 patiënten detecteren die voor het 70ste levensjaar de diagnose kregen. Het oppikken zal lastig blijven, zo 1 e uitgave 2022 E R betogen de onderzoekers, ook omdat de symptomen in het algemeen vaak voorkomen. Het presenteren met tenminste symptomen uit 2 groepen maakt de kans op herkenning wel groter. Bij stapelen van cognitieve, affectieve, sociale en gedragsymptomen en/of functionele beperkingen op jongere leeftijd mag de diagnose dus steeds hoger in de DD. De meester-gezel observatie Laury de Jonge is al jaren sectorhoofd onderwijs en de drijvende kracht achter huisartsgeneeskunde in het basiscurriculum in de geneeskunde opleiding. Hij promoveerde 28 maart op zijn proefschrift naar werkplekbeoordelingen. In een artikel in BMC Medical Education neemt hij de praktijkobservaties onder de loep. Die loep is een kwalitatieve studie waaruit blijkt dat praktijkobservaties van artsen-inopleiding vooral worden verricht omdat opleiders denken dat dit van hen verwacht wordt, bijvoorbeeld door het opleidingsinstituut of door de aios. Het gebruik van de observatie zelf en goede doel daarvan wordt zelden besproken behalve wellicht aan het begin van het traject. Het is een lezenswaardig artikel voor de lezende opleider en kan meteen voeding geven aan het leergesprek en het in praktijk brengen van de observatie. Observeren we omdat we denken dat het moet, of om te weten of de gegeven zorg veilig is? Of kan het toch nog andere doelen dienen? U kunt het antwoord waarschijnlijk wel raden. Kalk in het systeem Ongetwijfeld bent u de coronaire kalkscore al tegengekomen in brieven van de cardioloog. Ook de synoniemen kalkscore, calcium CT, CT coronairen komen regelmatig langs. Robert Willemsen, kaderhuisarts hart- en vaatziekten, huisarts in Maastricht en staflid bij de vakgroep huisartsgeneeskunde is betrokken bij enkele onderzoeksprojecten die de rol van de calcium-CT onderzoeken bij patiënten met stabiele angina pectoris. Samen met het team in Groningen schreef hij een review over de diagnostische en prognostische waarde van deze test. Ze includeerden daarbij 42 artikelen en definieerden obstructief coronairlijden als een stenose van meer dan 50% in 1 van de coronairen. Ofschoon natuurlijk veel data uit de tweedelijn komt – want daar wordt de kalkscore veelal gebruikt – komt zeker duidelijk naar voren dat een kalkscore van 0 bij patiënten met pijn op de borst klachten en een laag-tot-gemiddelde-kans op obstructief coronairlijden, de uiteindelijke kans op dat coronairlijden, of een myocardinfarct, zeer klein maakt. Een uitstekend diagnosticum en prognosticum dus bij patiënten met thoracale klachten, met name om af te zien van verdere diagnostiek? Het zal nog moeten blijken uit de lopende studies in de eerstelijn, maar het ziet er veelbelovend uit. Met de CONCRETE studie wordt onderzocht of een meer betrouwbare en vroegtijdige diagnostiek en behandeling van coronairlijden in de huisartsenpraktijk mogelijk is door de huisarts toegang te geven tot de CT-kalkscore test. Mogelijk doet u al mee. Voor meer informatie zie www.concrete-project.nl Referenties • Supervisory dyads’ communication and alignment regarding the use of workplace-based observations: a qualitative study in general practice residency. de Jonge LPJWM, Minkels FNE, Govaerts MJB, Muris JWM, Kramer AWM, van der Vleuten CPM, Timmerman AA.BMC Med Educ. 2022 Apr 28;22(1):330. doi: 10.1186/s12909-02203395-7 • Minor traumatic injuries in the emergency department pre- and post-implementation of an emergency care access point. van der Baaren R, Barten DG, van Osch F, van Barneveld KWY, Janzing HMJ, Cals JWL.J Eval Clin Pract. 2022 May 22. doi: 10.1111/jep.13705. Online ahead of print. PMID: 35599366 • Cross-sectional internet survey exploring women’s knowledge, attitudes and practice regarding urinary tract infection-related symptoms in the Netherlands. Cox SML, van Hoof MWEM, Lo-A-Foe K, Dinant GJ, Oudhuis GJ, Savelkoul P, Cals JWL, de Bont EGPM.BMJ Open. 2022 May 18;12(5):e059978. doi: 10.1136/bmjopen-2021-059978. PMID: 35584871 • Pre-Diagnostic Symptoms of Young-Onset Dementia in the General Practice up to Five Years Before Diagnosis. Hendriks S, Peetoom K, Tange H, van Bokhoven MA, van der Flier WM, Bakker C, Papma JM, Koopmans R, Verhey F, Köhler S, de Vugt M.J Alzheimers Dis. 2022 May 13. doi: 10.3233/JAD-220215. Online ahead of print.PMID: 35570494 • The Diagnostic and Prognostic Value of Coronary Calcium Scoring in Stable Chest Pain Patients: A Narrative Review. Koopman MY, Willemsen RTA, van der Harst P, van Bruggen R, Gratama JWC, Braam R, van Ooijen PMA, Doggen CJM, Dinant GJ, Kietselaer B, Vliegenthart R.Rofo. 2022 Mar;194(3):257-265. doi: 10.1055/a-1662-5711. Epub 2022 Jan 26.PMID: 35081649 15 H P op één lijn 70 B N C R N E R U E T S I S K K B A D M N E A W T E E S S R C S H U A I A T T G H E A U I
Page 16
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 NHG-congres 2022 Poten in de klein, kop in de cloud DOOR IVO GROSVELD, STUDENT GENEESKUNDE UNIVERSITEIT MAASTRICHT Een pakkende titel die zowel de invasie en het doolhof van eHealth toepassingen in de huisartsenzorg weergeeft, als het belang van vasthouden aan basisprincipes van de huisartsenzorg benadrukt. Als zesdejaars geneeskunde student doe ik in mijn WESPstage onderzoek naar de effectiviteit van digitale zorg in de 1e lijn in Nederland. Zoals ook de titel van het congres aangeeft is er momenteel sprake van een echte ‘digihype’ in de gezondheidszorg. Zo was het congres uiteraard niet alleen live, maar ook online te volgen, waardoor het minder druk was dan andere jaren (althans dat heb ik me door geroutineerde bezoekers laten vertellen). Desalniettemin waren de zalen gezellig vol en zat de sfeer er goed in. Ook op de beursvloer was het druk; iedereen had veel te vertellen na een lange tijd van uitstel. Ook voor mij voelde het als een hele happening na 2 jaar digitaal onderwijs vanuit thuis; eindelijk weer eens in een zaal zitten en luisteren zonder de mogelijkheid om een ander tabblad open te zetten. De huisarts in 2030: een digitale dokter? Deze duidelijke openingsvraag veroorzaakte de nodige reacties uit de zaal. De exponentiële groei van digitale tools zoals apps, wearables en ook het beeldbellen is ontstaan door de COVID-19 pandemie. Dat dit de rol van de huisarts heeft veranderd, is duidelijk, maar is de huidige tech-influx wel wenselijk en vooral ook zinvol? Het antwoord op deze vragen bleef onduidelijk. Wat wel als een paal boven water staat, is dat het vak van (huis)arts er in 2030 heel anders uit zal zien. Digital care: hype or hope? Om de after-lunch-dip te doorbreken is Mike Trenell, de baas van Changing Health, uitgenodigd. Een prikkelende en inspirerende keynote speaker. Zo noemt hij de hype, die digitale innovatie momenteel heeft, normaal. Hij illustreert dit aan de hand van de Hype Cycle: de eerste hype-piek met hoge verwachtingen wordt vaak gevolgd door teleurstelling in de innovatie, omdat deze niet voldoet aan de opgeblazen verwachtingen die men had. Hij gelooft dat deze ‘hype’ over kan gaan in ‘hope’. Hij vergelijkt de huidige implementatie van eHealth met de kreukelzone van een auto: het is essentieel voor de veiligheid, maar het is nog veel belangrijker om te leren autorijden. 16 16 16 Dit laatste is een stap die nu vaak wordt overgeslagen. Zorgverleners worden overspoeld met zorginnovaties zonder keurmerk en zonder te hebben geleerd hoe deze het best toegepast kunnen worden. Dat bleek ook uit de vele stands met innovaties op de beursvloer die dag. Selectie van zinvolle eHealth toepassingen en adequate training zijn nodig om iedere digistarter (digibeten bestaan in dit tijdperk niet meer, toch?) digivaardig te maken. Il dolce far niente: de kunst van het nietsdoen Aios chirurgie en tevens columniste van het NRC, Emma Bruns, sloot een geslaagde middag af met een humoristische, duidelijke boodschap: nietsdoen is ontzettend moeilijk, je weet namelijk nooit wanneer je klaar bent. In plaats van innovatie door middel van nieuwe technologie, apps of publicaties, innovatie door na te denken over: ‘wat kunnen we weglaten?’. Al met al een inspirerende middag, niet alleen voor het onderzoek waar ik bij betrokken ben, maar ook voor mij als persoon. Dit congres heeft mij aangezet tot nadenken: hoe zou ik eHealth willen inzetten in mijn toekomstige loopbaan? Ik ben in ieder geval enthousiast geworden van de mogelijkheden van digitalisering (al zijn die niet altijd alleen maar positief). Het is een boeiend en razendsnel innoverend gebied met veel kansen. op één lijn 70 Benoeming Jerôme van Dongen is bijzonder lector Dr. Jerôme van Dongen, (Geleen, 1986) is per 1 september 2022 benoemd tot bijzonder lector Interprofessionele Samenwerking in de Wijk. Van Dongen studeerde gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht (UM). In 2017 promoveerde hij vanuit Zuyd, in samenwerking met de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de UM, op een onderzoek naar interprofessionele samenwerking in de eerste lijn. Zowel in het onderwijs, onderzoek als in de praktijk is Van Dongen op verschillende manieren bezig om interprofessionele teams en samenwerkingsverbanden te ondersteunen bij hun ontwikkeling. Een bijzonder lectoraat is een kenniskring op een hboinstelling, die het onderzoeksprogramma’s van één of meerdere bestaande lectoraten aanvult. Lectoraten stimuleren de ontwikkeling, overdracht en circulatie van kennis. Zij doen maatschappelijk relevant toegepast onderzoek en zijn een belangrijke spil in de driehoek onderzoek, onderwijs en praktijk. Een bijzonder lectoraat wordt in samenwerking met een bedrijf of instelling ingesteld. Interprofessionele samenwerking Het bijzonder lectoraat doet onderzoek naar manieren waarop de interprofessionele samenwerking in de wijk kan verbeteren. Onderzoeksvragen kunnen zijn: hoe begeleid, coach en ondersteun je de interprofessionele samenwerking in de wijk? Welke (organisatie)structuur, werkwijzen, leermethoden, tools, hulpmiddelen, eHealth-toepassingen of sociale technologieën kunnen hierbij ondersteunen? Een andere vraag is: onder welke condities leidt samenwerking tussen verschillende beroepskrachten tot aantoonbare meerwaarde voor henzelf, burgers, cliënten en hun naasten? Lees het hele artikel op: https://www.mik-piwgroep.nl/ nieuws/8-nieuws/135-jerome-van-dongen Doen of laten? Landelijke campagne Gepaste zorg bij maagklachten DOOR JEANNEMIEKE SCHADE, HUISARTSDOCENT ERASMUS MC EN PROJECTCOÖRDINATOR Een op de vier Nederlanders heeft weleens last van maagklachten. Een groot deel daarvan bezoekt hiervoor de huisarts. Vaak spelen leefstijlfactoren een rol bij de klachten, maar daarvoor is onvoldoende aandacht. In veel gevallen wordt overgegaan tot het voorschrijven van medicatie of wordt verwezen voor een gastroscopie. Om deze zorg te verbeteren start een landelijke campagne ‘Doen of laten?’ om patiënten beter te informeren en overdiagnostiek en overbehandeling bij maagklachten terug te dringen. In samenwerking met Thuisarts.nl is een interactieve keuzehulp voor patiënten ontwikkeld. De keuzehulp geeft patiënten meer informatie over maagklachten, over hoe de maag werkt en wanneer onderzoeken nodig zijn bij maagklachten. Om deze onder de aandacht te brengen kunnen huisartsen en apothekers gratis (digitale) flyers en wachtkamerposters aanvragen. Voor huisartsen is er een geaccrediteerde elearning over maagklachten beschikbaar. Daarnaast is al het benodigde werkmateriaal voor een FTO over maagklachten, gratis beschikbaar voor huisartsen en apothekers. Alle materialen staan op https://doenoflaten.nl/maagklachten/ • Keuzehulp Maagklachten • Flyers en posters, zowel digitaal als gedrukt • FTO-modules • E-learning 17
Page 18
1 e uitgave 2022 1 e uitgave 2014 WESP-student Kylian Hermkens Interventie therapietrouw Ziektelastmeter Chronische Aandoeningen BEGELEIDERS: ANNERIKA GIDDING-SLOK EN DANNY CLAESSENS Vraagstelling De Ziektelastmeter is een instrument dat zorgverleners kan helpen om een persoonsgericht gesprek te hebben in het kader van chronische zorg. Het daadwerkelijke gebruik speelt een essentiële rol in de implementatie en de effecten bij patiënten. In dit onderzoek wordt de interventietrouw aan de Ziektelastmeter door zorgverleners beschreven. Studiedesign Na 12 maanden werken met de Ziektelastmeter zijn 8 praktijkondersteuners en 1 huisarts geïnterviewd. De interviewguide was gebaseerd op het “conceptual framework for implementation fidelity”. Transcripten werden gecodeerd, waarna een thematische analyse uitgevoerd werd. Primair resultaat en conclusie Vanwege coronagerelateerde beperkingen en verhoogde werkdruk, is er weinig met de Ziektelastmeter gewerkt. Desalniettemin werden het invullen van de vragenlijst en gebruiken van het ballonnenplaatje trouw uitgevoerd. Voor het voeren van een gesprek over ziektelast, het opstellen van persoonlijke behandelplannen, en het monitoren van de voortgang, is aanvullende training/scholing raadzaam. WESP-student Juliette Klein Hesselink E-meedenkconsulten kindergeneeskunde BEGELEIDERS: JOCHEN CALS, DENNIS MURIS EN KEN PEETERS Vraagstelling Door de alsmaar stijgende zorgkosten wordt steeds meer ingezet op substitutie van zorg, onder andere door het gebruik van e-meedenkconsulten. Dit is een vorm van asynchrone elektronische communicatie tussen huisartsen en specialisten in de tweede lijn. In deze studie onderzochten we of het gebruik van e-meedenkconsulten kindergeneeskunde leidt tot minder verwijzingen naar de tweede lijn. Studiedesign Deze retrospectieve observationele studie analyseerde 236 e-meedenkconsulten kindergeneeskunde, ingestuurd tussen maart 2019 en april 2021 door huisartsen uit de Westelijke Mijnstreek en werden beantwoord door de 18 18 kinderartsen van het Zuyderland MC. We onderzochten onder andere of huisartsen de patiënt hadden verwezen als het e-meedenkconsult niet had bestaan en of de patiënt binnen 6 maanden na het indienen van een e-meedenkconsult werd verwezen naar de tweede lijn. Primair resultaat en conclusie De e-meedenkconsulten kindergeneeskunde reduceren ruim 35% van de verwijzingen naar de tweede lijn. 61% van de patiënten kon zes maanden na het inzetten van een e-meedenkconsult onder behandeling blijven bij de eigen huisarts. E-meedenkconsulten lijken dus een substantieel effect te hebben op de substitutie van zorg. op één lijn 70 1 e uitgave 2022 WESP-student Levi Schuurman Het leren van arts-patiënt communicatie in de huisartsenpraktijk BEGELEIDERS: MICHELLE VERHEIJDEN EN ANGELIQUE TIMMERMAN Vraagstelling Het doel van de studie is om inzicht te krijgen in hoe aios leren om vaardig (flexibel en creatief) met patiënten te communiceren in de huisartsenpraktijk. Dit onderzoeken we door de aios te bevragen over hun toegepaste communicatie, hun reflecties hierop en tot slot door te vragen hoe ze door de opleider in de huisartsenpraktijk en de huisartsopleiding ondersteund willen worden in hun eigen leerproces. Studiedesign Ons onderzoek is een kwalitatieve exploratieve studie, waarbij observaties van een spreekuur van de aios in de huisartsenpraktijk gevolgd worden door een ‘stimulatedreflectie interview’ bij acht aios huisartsgeneeskunde. In dit interview vroegen we hen een waardevol moment voor wat betreft communicatie te kiezen als startpunt, waarna we dit fragment terugluisteren en we de aios vragen hierop te reflecteren. Primair resultaat en conclusie Onderzoek wees uit dat de geïnterviewde aios door middel van reflectie een cyclus met verschillende fases doorlopen, wanneer ze communicatie leren: ze worden getriggerd door een ervaring uit de praktijk, ze worden zich bewust van deze trigger, er volgt een uitkomst en de aios besluit te experimenteren met alternatieve communicatie. Daarnaast gaven de aios aan dat de opleider in de klinische praktijk een grotere rol speelt in de ondersteuning van hun leerproces dan de huisartsopleiding. De aios hechtten veel waarde aan continuïteit van observaties, gedetailleerde feedback en de persoonlijke begeleiding van een supervisor. WESP-student Daan van Ooyen Effectiviteit van Acupunctuur bij Chronische vermoeidheid BEGELEIDERS: GEERT-JAN DINANT EN ERIK STOLPER Vraagstelling Wat is de kwaliteit van de body of evidence omtrent de effectiviteit van acupunctuur voor chronische vermoeidheid? Studiedesign Umbrella review met een systematische literatuur search en gevolgd door een kwaliteitsbeoordeling via AMSTAR 2 (methodologie), PRISMA (rapportage kwaliteit) en GRADE (zekerheid van de resultaten). Primair resultaat en conclusie 5 systematische reviews en meta-analyses (SRs/ MAs) demonstreerden allen statistisch significante en klinisch relevante verminderingen van vermoeidheid op vermoeidheid-specifieke questionnaires wanneer acupunctuur vergeleken werd met sham of andere controlegroepen. Echter, de methodologische kwaliteit van de primaire (RCTs) en geïncludeerde SRs/MAs voldeden nog niet aan Westerse standaarden. Derhalve is de voorlopige evidence veelbelovend, maar nog niet definitief. 19 19 op één lijn 70
Page 20
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 CAPHRI PhD Video Award voor Thanee Uittenhout Tijdens de CAPHRI Research Day heeft Thanee Uittenhout de ‘CAPHRI PhD Video Award’ gewonnen voor haar filmpje over haar onderzoek naar gepersonaliseerde behandeling in de oncologie. Met de oproep “Jouw promotieonderzoek in de spotlight” werden alle CAPHRI PhD-kandidaten uitgenodigd een film in te sturen over hun promotieonderzoek. De enige voorwaarden: de film moet geschikt zijn voor een lekenpubliek en mag niet langer dan 3 minuten duren. Alle ingezonden video’s werden getoond tijdens de PhD sessie waarin het belang van wetenschapscommunicatie centraal stond. Een jury bestaande uit PhD kandidaten en senior onderzoekers beoordeelden de video’s op inhoud, begrijpelijkheid en engagement. De film van Thanee kwam daarbij als beste uit de bus. De prijs is een bronzen penning gemaakt door de kunstenaar Wil van der Laan. Link naar Thanees film: https://lnkd.in/e7ecDEeM Clinicus van het jaar verkiezing Wie hebben gewonnen? DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Op 10 februari 2022 was de uitreiking door studentenvereniging MSV Pulse voor beste clinicus van het jaar. De genomineerde huisartsen in de categorie ‘Beste werkplekbegeleider bij het coschap’ waren: • Sjama de Boer-Manichand Huisartsenpraktijk de Boer, Eindhoven • Dennis van Veenendaal Huisartsenpraktijk van Veenendaal, Udenhout • Marjolein Visser Huisartsenpraktijk Visser en Hoffmann, Eindhoven Op basis van studentevaluaties was Dennis deze ronde de allerbeste begeleider! Laury Dennis Een andere categorie waarin huisartsen meedingen, is die van mentor in de masterfase. Hoe mooi dat deze prijs werd gewonnen door niemand minder dan Laury de Jonge. Laury is sectorhoofd onderwijs binnen onze vakgroep. Recent promoveerde hij op een onderzoek van onderwijs over werkplekleren. Elders in dit blad vindt u dat artikel. 20 20 20 op één lijn 70 Opleiding Ouderengeneeskunde Tapas DOOR MARIËLLE VAN DER VELDEN-DAAMEN, HOOFD OPLEIDING Graag blik ik terug op de afgelopen twee jaar als hoofd van de opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht. Vanuit de jarenlange samenwerking met Jos Schols gedurende mijn promotietraject kwam de vraag of ik de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde mee vorm wilde geven. De functie als hoofd op me nemen paste prima in het op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Onder het motto: “ik heb het nog nooit gedaan, dus denk dat ik het wel kan” kom je vaak een heel eind. Tot nu toe word ik ook nog steeds blij van deze stap. Ik word continu uitgedaagd om, samen met collega’s, onze visie op opleiden en ons vak uit te dragen en neer te zetten. Samen met docenten en aios de ‘couleur locale’ bepalen, met als uitgangspunt het landelijk opleidingsplan geeft een mooie dynamiek. Vanuit onze visie ‘voor en door de regio’ vinden we een optimale samenwerking tussen verschillende specialismen en disciplines van groot belang. Het enthousiasme vanuit andere specialismen om een bijdrage te leveren aan de opleiding is enorm. Mijn netwerk heeft zich de afgelopen twee jaar dan ook flink uitgebreid. En dat voor iemand die 10 jaar geleden nog zei: “Netwerken, dat is niet aan mij besteed, daar zoek je maar iemand anders voor…”. Een leuk onderwerp voor intervisie. Vanaf september starten we met het derde jaar van de opleiding. Dat betekent dat we dan een volledige opleidingscyclus rond hebben. Behalve acteren op lokaal niveau gebeurt dit ook op landelijk niveau. Als hoofd ben ik toegetreden tot het bestuur van de Samenwerkende Opleidingen tot specialisten Ouderengeneeskunde Nederland (SOON). Dit is het samenwerkingsverband tussen de opleidingen tot specialist ouderengeneeskunde. Deelnemen aan een SOON-bestuur is wel even wennen. Dan besef je pas hoe vertrouwd het is binnen je eigen opleidingsinstituut. Voor de zittende bestuursleden die jaren als driekoppig bestuur functioneerde en waar nu opeens twee nieuwe bestuursleden (Groningen en Maastricht) bijkwamen, was het ook omschakelen. Voor mij was het ontvangen van veel nieuwe informatie, meebeslissen over onderwerpen waar je de ins en outs niet volledig van kent en dan vanwege corona ook nog digitaal vergaderen, niet echt ideaal. Op een recente heidag (in Groningen) merk je hoe belangrijk fysieke bijeenkomsten zijn om elkaar beter te leren kennen. Het draagt bij aan meer openheid naar elkaar. Ter voorbereiding voor een agendapunt mocht je nadenken over welk gerecht jou het best omschreef. Lastig om dat van jezelf te zeggen. Dus een hulplijn ingeschakeld, zijnde mijn echtgenoot. Hij vond ‘tapas’ wel passend. Gevarieerd en veelzijdig. Zeker herkenbaar! Nieuwe dingen uitproberen. Dat is wat we bij de opleiding natuurlijk continue doen. Creatief bezig zijn. Spanje, Italië, warme landen, ik straal volgens mijn omgeving wel warmte uit, als persoonlijkheid wel te verstaan. De keuzes van de collega’s waren eveneens treffende beschrijvingen. Ik daag jullie ook uit om eens na te denken over welk gerecht jou het best beschrijft. Ben benieuwd of ik er ergens iets van terug hoor. In de tussentijd blijf ik me samen met het enthousiaste team ouderengeneeskunde Maastricht inzetten om er voor de aios een onvergetelijke opleiding van te maken. 21
Page 22
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Opleiding (tot specialist) ouderengeneeskunde Bijna rond, maar nooit af DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER In 2020 werd de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht opgezet. We kregen van de RGS een erkenning voor onbepaalde tijd. Jaarlijks start een nieuwe groep aios in september. Momenteel loopt het tweede jaar bijna op zijn eind En zijn nieuwe aios voor de start in september 2022 geselecteerd. Tijd voor een update. RGS We kregen in 2020 van de RGS een erkenning voor onbepaalde tijd. Ruim een jaar na de start kregen we een evaluatie. Deze was op 18 februari 2022. De evaluatiecommissie constateerde ‘dat er in korte tijd veel is bereikt en dat er een volwaardige opleiding is ontstaan waar nog ruimte is voor verdere doorontwikkeling en verbetering’. We kregen drie adviezen: 1. Communiceer duidelijk en overzichtelijk over organisatie, planning en structuur van de opleiding naar aios en opleiders. 2. Maak duidelijker hoe veiligheid van het opleidingsklimaat geborgd is binnen het opleidingsinstituut, de opleidingsinstellingen en de Universiteit Maastricht. 3. Maak de kwaliteitscyclus voor de opleiding zowel op organisatieniveau als op het niveau van de opleiding rond en maak duidelijker hoe informatie wordt verzameld en geanalyseerd, hoe alle opleidingsactoren worden betrokken, hoe het leidt tot een ontwikkelplan en hoe de uitkomsten van de kwaliteitscyclus worden verwerkt in het instituutsopleidingsplan. Over twee jaar (mei 2024) zullen wij een kwaliteitsrapportage indienen bij de RGS waarin wij onder andere laten zien hoe bovenstaande adviezen zijn opgepakt. Over vijf jaar vindt een volgend evaluatiebezoek plaats. Aios Op dit moment zijn er 23 aios in opleiding. Het derde en tevens laatste jaar van de opleiding start in september 2022. Voor ons een mooi moment omdat dan de opleiding ‘rond’ is, want af of klaar, dat is het nooit. De allereerste lichting gaat ook dit onderwijs als eerste ‘consumeren’, evalueren en helpen verbeteren. Half mei waren de selectiegesprekken met de kandidaten die in september gaan starten. Naar verwachting kan dan een groep van 10 nieuwe aios starten waardoor het totale aantal aios op 33 komt. Inmiddels zijn er ook weer fysieke voorlichtings- en wervingsactiviteiten mogelijk. Het is voor iedereen nog even wennen, maar we hopen dat dit snel weer nieuwe vruchten afwerpt. 22 22 22 AIOTO Jessica Ruisch is de eerste AIOTO van de opleiding Ouderengeneeskunde. Zij is in september 2021 gestart met de opleiding en combineert dit met een promotietraject. Elders in het blad in de rubriek ‘Stelt zich voor’ vertelt zij wie ze is en wat ze doet. Opleiders Tot nu toe zijn 19 opleiders actief voor Maastricht. Een paar keer per jaar hebben zij afstemmingsdagen inclusief supervisie op het instituut. Afhankelijk van de nieuwe aios en hun opleidingsplek zal dit aantal mogelijk verder toenemen. Het accrediteren van nieuwe opleiders en instellingen kunnen de instituten tegenwoordig zelf. Op onze website onder opleiders staat een stroomschema met acties voor wie erkend wil worden. Staf De opleiding groeit en daardoor neemt het aantal stafleden ook toe, zoals extra docenten. Zij stellen zich voor in de gebruikelijke rubriek elders in dit blad. Daarnaast is het gelukt om een nieuwe medewerker studentzaken te vinden die Caroline Geurten opvolgt; dat is Claudia Smeets-Garcia. Beiden zitten naast elkaar op een kamer dus de lijnen blijven gelukkig kort. Hoogleraar Ouderengeneeskunde Professor Jos Schols was al bekend als Maastrichtse hoogleraar ouderengeneeskunde. Hij blijft nog een tijd werkzaam tot aan zijn pensioen, maar gelukkig is er tijdig een opvolger gevonden en benoemd per 1 januari 2022. Dat is de eerste vrouwelijke hoogleraar Ouderengeneeskunde in Nederland: Daisy Janssen (1979). Daisy is wetenschapsdocent bij de opleiding. Op 2 december 2022 is haar inaugurele rede in Maastricht. Landelijk De vijf opleidingsinstituten ouderengeneeskunde zijn landelijk verbonden via SOON. Net als bij Huisartsopleiding Nederland wordt ook hier een aantal zaken centraal geregeld. In SOON verband bestaan diverse landelijke commissies. Maastricht sluit steeds vaker aan bij deze commissies (zoals landelijk curriculum, kwaliteit en selectie) en helpt zo mee om beleid uit te denken en taken uit te voeren. In de leer Begin de dag met een lach DOOR CHARLOTTE COOPMANS, TWEEDEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE “Oud worden is een zegen, het zijn valt soms vies tegen.” Dit zinnetje heb ik mijn opa van 90+ het afgelopen jaar meermaals horen zeggen wanneer ik hem sprak. Laatst nog aan de telefoon, vlak voordat hij werd opgenomen in het ziekenhuis met een falend hart en met een ontzettend nare en heftige oorontsteking. Nu hoort hij sowieso al slecht, dus hij hoorde niets van wat ik zei. Maar daar was ‘ie weer en ik verstond hem luid en duidelijk. Op zijn 90e verjaardag vroeg ik hem naar zijn geheim. “Hoe word je zo oud en blijf je fit?” Zijn antwoord: “Sta iedere dag op met een lach.” Wat een wijze les. Het deed mij meteen denken aan een van de vele liedjes en versjes van mijn opa die we vroeger zongen. Begin de dag met een dansje Begin de dag met een lach Want wie vrolijk kijkt in de morgen Die lacht de hele dag Ja die lacht de hele dag! Tegenwoordig zing ik dit liedje vaak in de ochtend voor mijn zoontje van bijna twee. Dan krijg ik een grote lach en een dikke knuffel! Hij heeft nog een heel leven voor zich, dat van mijn opa is eindigend en dat valt hem zwaar. Ik gun hem met heel mijn hart die lach, iedere ochtend van iedere dag. Voor de rest van zijn leven…. Benoeming hoogleraar Ouderengeneeskunde Klaar voor de toekomst! Daisy Janssen is per 1 januari 2022 benoemd tot hoogleraar Ouderengeneeskunde aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht (UM). Met de benoeming van dr. Daisy Janssen tot hoogleraar sorteert de Universiteit Maastricht tijdig voor op de opvolging van de zittende leerstoelhouder, prof. dr. Jos Schols. De leerstoel ouderengeneeskunde is een belangrijke schakel in het interdisciplinaire onderwijs en onderzoek op het terrein van de zorg voor ouderen in een kwetsbare positie binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg (AWO-L). De nieuwe leerstoel richt zich in het bijzonder op de gepersonaliseerde zorg voor mensen met gevorderd chronisch orgaanfalen. Daisy Janssen is als wetenschapsdocent betrokken bij de opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht. Wanneer De oratie is op vrijdag 2 december 2022 om 16.30 uur in de aula van de UM op de Minderbroedersberg. De oratie wordt voorafgegaan door een middagsymposium georganiseerd door de Academische Werkplaats OuderenzorgLimburg (AWO-L) en Ciro Horn. Het symposium heeft als titel: Ouderengeneeskunde: klaar voor de toekomst! 23 op één lijn 70
Page 24
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 50 JAAR VERENSO Een geslaagd jubileumcongres DOOR MATHIEU PREVOO, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Op 1 en 2 juni was in Bunnik het jaarcongres van de Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde (Verenso); dit stond in het teken van vieren. Vieren dat we al 50 jaar de richting aangeven wat Ouderengeneeskunde betreft, vieren dat we dat al 50 jaar doen met bezieling, door samen te werken, ons vak te promoten, leiderschap te tonen. De belangrijkste boodschap die veel sprekers ons meegaven was: Durf door te gaan met pionieren. Het waren ook twee dagen van vieren dat we weer met collegae bij elkaar konden zijn, elkaar de hand geven en samen op de jarige vereniging toosten. Niet alleen met alle leden, maar ook met de vele genodigden van ‘buiten het vak’ en samenwerkingspartners uit het veld. Op 1 juni startte het feestelijk middagprogramma waarbij een pianist ons muzikaal door 50 jaar loodste aan de hand van muziek: The Pianoman, ABBA, Leonard Cohen, Toto etc. Het gaf een gevoel van gegroeid zijn naar een moderne tijd. Twee ereleden vertelden over de ontstaansgeschiedenis en de groei. Onze voorzitter, Jacqueline de Groot, richtte samen met Marc Broekman, een (jong) lid van de congrescommissie, de blik op de toekomst. Onze ambities staan in de nota ‘Specialist Ouderengeneeskunde 2030’ beschreven. Op beide congresdagen vormde de inhoud het kompas. Conny Helder, Minister voor langdurige zorg en sport, richtte zich daarna tot 460 leden en sprak over haar warme banden met de ouderengeneeskunde en hoe zij ons graag ziet participeren in het nieuwe programma ‘Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ (WOZO). Minister Helder nam daarna graag de wensen van Specialisten Ouderengeneeskunde in ontvangst en beloofde er serieus over na te denken hoe deze in te passen in dit nieuwe programma. Verassend en inspirerend was het beeld dat geschetst werd door twee jonge Verenso-leden via een film van hun werkplek. Vera van Atteveld en Doede Veltman brachten met hun gedrevenheid en positiviteit veel energie over op de zaal. Na deze terug- en vooruitblik werd er geborreld en gedineerd. De eerste dag werd afgesloten met een dansfeest met DJ. De opkomst was geweldig, zoals het hoort op een jubileumfeest! 24 24 24 Ruim 600 deelnemers werden op dag 2 welkom geheten door het Verenso-bestuur en haar medewerkers. Onze eigen hoogleraar Jos Schols hield een prikkelende plenaire start, via een terugblik met vragen en een vooruitblik met twijfels. Er volgde een stevige en levendige discussie en hij sloot af met alle egards richting de 50-jarige vereniging. Er waren in totaal 5 zalen die elk een specifiek onderwerp hadden: Expertmeetings over de toekomst van de ouderengeneeskunde, de toekomst van de opleiding, het belang van zorgtechnologie, bijzondere doelgroepen nu en in de toekomst, omgaan met crisis (inclusief Wet Zorg & Dwang-crises). Deze zalen werden peilers genoemd. De expertmeetings boden de mogelijkheid tot verdieping. Zeker gezien de grote opkomst is dit als een compliment aan de referenten te beschouwen. De dag werd afgesloten met een stimulerende speech door hoogleraar Rudi Westendorp, werkzaam in Leiden en Kopenhagen. Zijn hulde aan de vereniging sloot een tweedaags jubileumcongres af dat op de eerste dag toonde, dat we de zachte competenties beheersen en sterk zijn in social skills en op dag 2 dat we de harde competenties ook beheersen en goed zijn in translationeel denken. Wat vonden de aios ervan? Door Shanly Seferina, specialist ouderengeneeskunde i.o. Ook voor de AIOS-Specialist ouderengeneeskunde was het Jubileumcongres erg geslaagd te noemen. Voor het eerst samen tijdens een Verenso congres in de post-strenge maatregelen en post-lock-down periode. Beide dagen was het prachtig weer. We werden begroet door een volle parkeerplaats bij het Postillion hotel in Bunnik. Eenmaal geparkeerd voelde je al de hoge verwachtingen van iedereen. Ontvangst was super, alles was goed geregeld. Glimlachende gezichten bij de ingang, die je meenamen naar de grote zaal voor de op één lijn 70 Mathieu (middenvoor) omringd door tweedejaars aios Maastricht gezamenlijke opening. Eenmaal in de zaal was het een en al begroeting, bijkletsen, kennismaken. Het programma zelf was verassend, prikkelend, zeer afwisselend en van hoge inhoudelijke kwaliteit. Kort genoeg om energie over te houden voor het diner en feest, maar ook uitdagend genoeg om je enthousiast te maken voor dag 2. De dag werd afgesloten met gezellig borrelen en lekker dineren. Het feest was ook zeer geslaagd, druk bezocht met als hoogtepunt met z’n allen in de polonaise. Dag twee werd geopend door een inspirerend en prikkelend praatje van professor Jos Schols, waarbij ondanks het gefeest tot in de late uurtjes, iedereen klaarwakker op het puntje van hun stoel zat. Alle ‘peilers’, zalen met thema’s, werden goed bezocht. Applaus na applaus volgde elkaar op, aan het eind van elk praatje in de volle, warme zalen. Tijdens de pauzes was er tijd om bij te kletsen en bij de kraampjes kon je je oriënteren in verschillende facetten van het vak ouderengeneeskunde. Natuurlijk weer onder het genot van een hapje, drankje en zelfs een ijsje. De Algemene Leden Vergadering (ALV) van VASON (Vereniging voor Artsen in opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde) was een leuk, leerzaam en inzichtgevend intermezzo op dag 1. Op dag 2 zorgde de ALV van Verenso, ondanks de officiële onderdelen, ook voor ruimte om in gemoedelijke sfeer kennis te maken met onze toekomstige landelijke vakgroep. Take home message is wat mij betreft: ervoor zorgen dat we zichtbaar worden/blijven, zodat we met z’n allen dit mooie vak kunnen blijven promoten. Op naar de volgende 50 jaar en beyond! De geslaagden KADEROPLEIDING OPLEIDEN (KOO) Op 18 maart 2022 ontving een aantal opleiders Ouderengeneeskunde hun certificaat voor de Kaderopleiding Opleiden. De uitreiking was op het kantoor van de koepelorganisatie SOON in Utrecht. Het hoofd van de opleiding in Maastricht sprak de geslaagden die voor Maastricht (nu heel Limburg) opleiden toe. Vlnr op de foto: Sylvia Wolters (VOSON), Nicole Haarman (VOSON), Suzanne Opheij-Parthemos (VOSON), Sytske de Jong (GRONINGEN), Loes Dijkhuis (MAASTRICHT), Romy Schoonbroodt-Janssen (MAASTRICHT), Jurriaan Bos (GERION), Naftha Jelluma (AVGopleiding) 25
Page 26
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Uit het hoofd Een prachtig vak DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT INGRID VAN DER HEIJDEN, PLAATSVERVANGEND HOOFD De huisartsen zijn in de ban van acties en zitten vol ideeën over hoe deze acties vormgegeven kunnen worden: van stiptheidsacties en zondagdiensten tot een landelijke grote actiedag op 1 juli. De actiebereidheid is groot. Het huisartsentekort en de toegenomen werkdruk zijn de belangrijkste factoren om onze stem te verheffen. Deze problemen spelen niet alleen in de huisartsenzorg. De jongere generatie heeft andere ideeën over de positie van werk in hun leven. Op deze generatie heeft de Randstad een grote aantrekkingskracht. En in heel Nederland zijn er personeelstekorten in ongeveer alle sectoren. Dit betreft niet alleen een tekort aan huisartsen, maar het hele team in de huisartsenpraktijk: vervanging vinden bij uitval van een doktersassistente is een uitdaging. Het huisartsentekort en de toegenomen werkdruk vragen los van elkaar aandacht, maar hebben zeker ook met elkaar te maken. Al is het maar, dat als het tekort niet opgelost wordt, de werkdruk nog verder zal toe nemen. Rol van de opleiding Het huisartsentekort is al langer in beeld. De huisartsopleiding is de laatste jaren dan ook al flink gegroeid. In 2010 werden landelijk 620 huisartsen opgeleid. Voor 2023 staan 920 landelijke opleidingsplekken gepland. In onderstaand figuur is te zien dat de opleidingen hun best doen de opengestelde opleidingsplekken te vullen. Deze groei kan alleen maar geleidelijk vorm gegeven worden en is ook afhankelijk van voldoende opleidingspraktijken, stageplaatsen en docenten. Ook in onze regio is er in de afgelopen jaren een flinke groei gerealiseerd. In 2017 hadden wij 18 groepen aios over 3 jaar. Sinds 2022 starten zowel in Maastricht als in Eindhoven 4 groepen per jaar, dat worden 24 groepen aios over 3 jaar. De aantrekkingskracht van de Randstad is een algemene tendens. Dit maakt het voor de perifere huisartsopleidingen en regionale huisartsenorganisaties en praktijken niet makkelijker. Het blijft voor deze opleidingen een uitdaging de maximale opleidingscapaciteit te benutten. 26 26 26 1 e uitgave 2022 Met alleen het verruimen van de opleiding wordt het tekort aan huisartsen niet opgelost. De veranderende behoeften van huisartsen en patiënten zal de manier van werken beïnvloeden: meer tijd voor de patiënt, kleinere praktijken, langere consulttijd, reële werktijden (3 dagen in de praktijk betekent nu nog 38-40 uur), gedeelde verantwoordelijkheid. Veel van deze wensen zijn niet alleen zorg-gerelateerd maar algemene ontwikkelingen. Er wordt vaak geroepen dat de nieuwe generatie geen interesse heeft in praktijkovername, ze zouden te weinig kennis hebben en de verantwoordelijkheid te zwaar vinden. Meer onderwijs in praktijkmanagement wordt dan gezien als de oplossing. Daar is landelijk dan ook hard aan gewerkt met nieuwe onderwijsmodules praktijkmanagement. In gesprek met de aios horen we ook andere geluiden. Ze zijn zeker geen doemdenkers en zien de toekomst positief tegemoet met allerlei nieuwe kansen. Veel aios willen wel degelijk een praktijk overnemen. ‘Invloed hebben op je eigen werk’, wordt daarbij als belangrijk argument aangegeven. Wat opvalt is dat ze eerst goed willen rondkijken. Regelmatig sluit de huidige praktijkvoering van over te nemen praktijken niet aan bij de ideeën van de jonge huisartsen. Dit wordt niet opgelost met meer onderwijs in praktijkmanagement. Hierin hebben we als beroepsgroep een taak op te pakken. Als huisartsopleiding hebben we in het derde opleidingsjaar veel aandacht voor hoe de aios wil dokteren. In onderwijsonderdelen ‘Arts en maatschappij’, interprofessioneel werken en intervisie ligt de nadruk op de persoonlijke en maatschappelijke verwachtingen. Ook is er aandacht voor vernieuwingen in het vak, eHealth, brede gezondheidszorg concepten en nieuwe vormen van ondersteuning in de praktijkvoering. Beeldvorming Niet alleen de huisartsopleiding maar de hele beroepsgroep levert een bijdrage aan het beeld dat de aios van het beroep krijgen. Als rolmodellen willen wij vooral uitdragen dat het ondanks de eerdergenoemde uitdagingen nog steeds een mooi vak is. De waardering door patiënten blijft onverminderd hoog. Dit is ook door aios opgepakt: zij zijn een campagne gestart om de positieve aspecten zichtbaarder te maken die online te volgen is via #BlijeHuisarts. Laten we de aios hierin volgen en met z’n allen vooral ook de redenen blijven benoemen waarom wij dit prachtige vak uitoefenen. Made in Maastricht 21 december 2021, v.l.n.r.: Marloes de Kok, Geertje Diepens, Loes Driessen, Femke Deguelle, Dominique Beckers, Bauke Jansen, Evelien Vink, Michelle Prevoo, Mitchell Gout, Chloë Brouns 27 op één lijn 70
Page 30
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 SBOH academiseringsprijs 2022 DOOR PLEUN BEELEN, GEPROMOVEERD HUISARTS Op 13 mei 2022 heb ik de SBOH Academiseringsprijs gewonnen, een hele eer! De academiseringsprijs is een prijs voor het beste wetenschappelijke artikel geschreven door een huisarts in opleiding. Ik heb de prijs ontvangen voor ons artikel: “Levonorgestrel-releasing intrauterine system versus endometrial ablation for heavy menstrual bleeding”. In dit artikel worden de resultaten beschreven van de MIRAstudie: een multicenter gerandomiseerd onderzoek met een non-inferioriteitsdesign. 26 ziekenhuizen en omliggende huisartspraktijken in Nederland hebben aan deze studie deelgenomen. In de studie wilden we onderzoeken of een strategie startend met het hormoonspiraal minstens zo effectief is als een strategie startend met endometriumablatie. Vrouwen van 34 jaar en ouder met hevig menstrueel bloedverlies werden gerandomiseerd naar een behandelstrategie startend met het hormoonspiraal (Mirena®) of een behandelstrategie startend met endometriumablatie (NovaSure®). In totaal werden 270 vrouwen gedurende 24 maanden gevolgd, 132 vrouwen in de hormoonspiraalgroep en 138 vrouwen in de endometriumablatie groep. We toonden aan dat beide strategieën tot een aanzienlijke vermindering van menstrueel bloedverlies leiden met een vergelijkbare tevredenheid en kwaliteit van leven. Bij het spiraal was de gemiddelde hoeveelheid bloedverlies na 24 maanden echter iets hoger en de kans op aanvullende ingrepen groter. Deze nadelen moeten worden afgewogen tegen de voordelen van een spiraal zoals dat deze gemakkelijk te plaatsen is in de eerste lijn, omkeerbaar is en ook een anticonceptief effect heeft. Door de verschillen in effectiviteit en behandelkenmerken van de hormoonspiraal en endometriumablatie met een vrouw te bespreken kan zij een weloverwogen keuze maken. De resultaten van ons onderzoek zijn gepubliceerd in de American Journal of Obstetrics and Gynecology (AJOG). Veel dank aan iedereen die heeft bijgedragen aan dit onderzoek. 30 30 30 1 e uitgave 2022 Praktijkperikelen Een traan ten afscheid DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID Hij was 81 en sinds jaar en dag wat toen nog CARApatiënt werd genoemd. Hij had de oorlog overleefd, een heel trauma waar hij bijna nooit over sprak. Hij had altijd gerookt, want dat deed iedereen toen. Op feestjes stonden de sigaretten en sigaren in bekers op tafel. De laatste jaren ging hij achteruit, had veel last van zijn longen, nu COPD GOLD IV-D genoemd. Hij woog nog geen 40 kilo meer, was altijd kortademig en de energie om te leven met deze aandoening haalde zijn lichaam deels uit de afbraak van zijn spieren. Zijn bed stond in een zijkamertje van de flatwoning. Hij kwam er alleen uit voor toiletbezoek, in het hoekje van de kamer stond een postoel. De thuiszorg verzorgde hem twee keer per dag. Als de thuiszorgverpleegkundige een luchtje ophad, dan was hij de hele dag extra kortademig. Het laatste jaar van zijn leven werd de galerij van de flat geschilderd, iets wat hem met dichte ramen voortdurend dyspneu klachten gaf. Hij had veel slijm, kreeg dat niet kwijt zoals hij zelf zei: hij hoestte het op en spuugde het uit in een soort van gebitsbakje. Ik sprak vaak met hem over het leven en over het levenseinde. Hij was bang om te stikken, begrijpelijk. Vaak dacht ik: één goede griep en hij is er niet meer. Maar telkens krabbelde hij met antibiotica en prednison toch weer op. Wel werd hij steeds kortademiger. De longarts bezocht hij al jaren niet meer. In een van de laatste maanden van zijn leven ging ik samen met de longarts bij hem op visite, iets wat hij enorm waardeerde. Zij was 6 jaar jonger en altijd huisvrouw geweest, en had last van fors overgewicht en diabetes. Ze noemden zichzelf gekscherend ‘de dikke en de dunne’. Altijd een lach op haar gezicht, altijd aan het zorgen voor haar man, haar alles. Zij bewoog ook minder goed, steeds stijver van de artrose. Het leven had hun geen kinderen geschonken, iets wat ze accepteerden. Vroeger waren er minder kansen op het gebied van infertiliteit. Op een dag ging het niet meer, het was letterlijk ‘op’ bij hem. Alle opties waren uitgeput, hij had al jaren zuurstof en hij kon niet meer. We hadden eerder al afgesproken om dan een pompje met morfine te starten, zodat hij zich minder kortademig zou voelen. Ik gaf hem morfine subcutaan, en sprak met de thuiszorg af die middag met de morfine-pomp te starten. Toen de thuiszorg dit enkele uren later wilde aanleggen, was hij zo benauwd dat ze mij belden. Ik kwam aan en zag een man in acute nood, doodsnood. Zij hield zijn hand vast. Hij kon niks meer zeggen, zo kortademig was hij. Ze keken elkaar diep in de ogen. Ik voelde dat het einde nabij was. Door zijn acute nood was het enige dat ik voor hem kon doen midazolam intraveneus toedienen. Tijdens het toedienen kwam er één traan in zijn ooghoek. Nog voordat de traan halverwege zijn wang was, was hij overleden. ‘Het is goed dokter, het is goed zo’, zei ze. 31 op één lijn 70
Page 34
op één lijn 70 1 e uitgave 2022 Weten is eten Down Memory Lane DOOR HENDRIK-JAN VUNDERINK, GEPENSIONEERD REDACTIELID Op het gevaar af beticht te worden van een “Heintje Davids”, heb ik mij door de hoofdredactrice laten verleiden om, ondanks roerende laatste woorden bij mijn pensionering, u toch nog eens te trakteren op een wetenschappelijk verantwoorde maaltijd. Dat komt namelijk zo. Op haar Zweedse thuisbasis (niet verder vragen) heeft uw hoofdredactrice een buurman van Cubaanse afkomst. Een beminnelijke man, die daar ook ‘s winters zonder problemen gekleed gaat in slechts een katoentje en een paar slippers. Verder zit hij onder de littekens van oude brandwonden, en bij elkaar roept dat, bij zowel arts als leek, toch vragen op. Het blijkt, dat hij in Cuba geleden heeft aan een zogeheten Fish Poisoning, waarna zijn temperatuur- en pijnzin behoorlijk verstoord zijn gebleven. Toen ik dit verhaal hoorde, dook ik terug in de tijd naar St. Eustatius, toen nog Nederlandse Antillen, waar ik lang geleden een tijdje gewerkt heb als huisarts. Gezondheidszorg werd en wordt daar geleverd vanuit het Queen Beatrix Medical Centre, een klein eerstelijns kliniekje met 12 bedden. Op het eiland is een groot Amerikaans op- en overslagbedrijf voor olie gevestigd, en grote tankschepen varen af en aan. Op zekere dag meldden zich 14 doodzieke Filipijnse zeelieden, allemaal met fors diarree en braken, en een aantal ook met sensibiliteitsstoornissen als tintelingen en doofheid in armen en benen. Zij hadden kort daarvoor gesmuld van zelf gevangen barracuda’s en leden nu dus aan fish poisoning. Als Hollandse dokter moest ik dit even opzoeken, want het was duidelijk wat anders dan de maag- en darmbezwaren zoals wij die kennen na het nuttigen van een scholfiletje over de THT-datum. Het bleek te gaan om ciguatera, een aandoening die voorkomt in tropische en subtropische gebieden, en die tijdens mijn studie niet was opgenomen in het standaardcurriculum. Op St. Eustatius was ik snel bijgeschoold in de vorm van praktijkonderwijs, maar gezien de veel te lage vliegprijzen, en niet in de laatste plaats de snelle verandering van ons eens zo gematigde zeeklimaat, is wat extra informatie over dit ongemak, ook voor de Nederlandse huisarts, nooit weg. Ciguatera is een ziekte die ontstaat door vis te eten die de gifstof ciguatoxine bevat. Die kan o.a. neuropathie 34 34 34 De symptomen van Ciguatera kunnen vrij snel ontstaan en bestaan uit misselijkheid, braken en diarree, waarna bij meer dan 80% neurologische symptomen optreden, zoals neuropathie. De acute neurologische symptomen kunnen al binnen een paar uur ontstaan. Het gaat dan onder andere om paresthesieën: • prikkelingen, tintelingen en doofheid. Deze beginnen rond de mond en keel en verspreiden zich • dysesthesie, beschreven als “paradoxical sensory disturbance” of “reversal of temperature perception”, komt frequent voor en is pathognomonisch. Zie de Cubaanse buurman! • pruritus De ciguatoxine werkt in op de natriumkanalen van perifere zenuwen, zodat de geleiding veranderd wordt. De zenuwgeleiding kan maanden tot jaren verstoord zijn, zodat ook de symptomen lang kunnen aanhouden. Helaas is het toxine hittebestendig, dus ook goed doorbakken is een barracudafilet een slecht idee. Er is geen effectieve behandeling bekend, alleen symptomatisch. De zeelieden zijn destijds dus allemaal aan een NaCl-infuus gelegd en ze kregen anti-emetica. En natuurlijk een forse dosis TLC van de liefdevolle Statiaanse verpleegsters. Na 4 dagen waren ze daarmee allemaal zodanig opgeknapt, dat ze terug konden naar hun schip. Ondanks bovenstaande beperkten we ons op Statia toch niet alleen tot geitenstoof. Met in het achterhoofd de lokale wijsheid: ‘don’t eat fishes larger than a dinner-plate’ konden we ruimschoots genieten van al het heerlijks dat daar uit zee werd gehaald. En dat genieten deel ik graag met deze zomerse visschotel waar u zelf de witte stranden, blauwe zee en wuivende palmbomen bij mag fantaseren. veroorzaken. Deze gifstof wordt door een algensoort in tropische wateren gemaakt, vooral in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Wanneer koraalvissen deze algen opeten, wordt de gifstof opgeslagen in hun lichaam. Vooral roofvissen aan de top van de voedselpiramide, zoals red snapper, barracuda, makreel en amberjack, stapelen dan deze toxinen. op één lijn 70 Caribische visschotel Ingrediënten 4 personen 4 mooie vissen of 500 g kabeljauwfilets 1 eetl. limoensap 1 dessertlepel gedroogde oregano 1 ui 3 tenen knoflook 1 rode Spaanse peper 1 net rijpe mango 1 blikje tomatenstukjes 1 eetlepel tomatenpuree 1 klein blikje kokosmelk 1 laurierblad 3 eetl. olie 1 eetlepel boter zout vers gemalen zwarte peper Neem 4 mooie vissen, dorade of zeebaars bijvoorbeeld, maar voor de gratenhaters zijn filets ook prima. Snijd de schoongemaakte en drooggedepte vissen aan 2 kanten in, en wrijf in met limoensap, oregano, zout en peper. Laat 15 minuten intrekken. Pel en snipper de ui en de knoflook. Maak de peper schoon en verwijder de zaadjes. Snijd de peper in reepjes. Schil de mango en snijd het vruchtvlees in blokjes. Bereidingswijze Verhit de olie in een hapjespan of wok. Fruit de ui en knoflook even aan op matig hoog vuur, doe er even later de gesneden peper bij. Roer na 5 minuten de mango, tomaat, tomatenpuree en kokosmelk erdoor en laat de saus circa 10 minuten pruttelen. Proef, en voeg zo nodig wat zout toe. Laat 3 eetlepels arachideolie en een klont roomboter heet worden in een grote lage pan en bak de vissen kort aan beide kanten. Zet dan het vuur laag en laat met de deksel op de pan nog een minuut of 5 à 10 stoven tot de vis gaar is. Serveer met witte rijst, een avocado-tomatensalade en gebakken banaan met geroosterde kokosrasp en honing. Laat op de achtergrond een steelbandje spelen, of wat rustige reggae, en je kunt je het vliegticket naar Curaçao besparen. Literatuur • Neurological Disturbances of Ciguatera Poisoning: Clinical Features and Pathophysiological Basis Killian L’Herondelle,1 Matthieu Talagas,1,2 Olivier Mignen,3 Laurent Misery,1,2 and Raphaele Le Garrec1, (2020 Oct; 9(10): 2291. • Fish Poisoning https://www.hopkinsmedicine.org/ health/conditions-and-diseases/fish-poisoning • Ciguatera fish poisoning From Wikipedia, the free encyclopedia • ‘Ciguatera, een zeldzame vorm van neuropathie’ dr. Jan M. Keppel Hesselink, en Drs. David J. Kopsky, artsen Instituut voor Neuropathische Pijn, versie oktober 2009 35
Op één lijn 69

Op één lijn 69


Page 2
Colofon Inhoudsopgave Oplage 2600 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-210094 Fotografie Foto kaft: Philip Driessen Pag 14: Joey Roberts Pag 28 en 29 bovenaan: Philip Driessen Pag 29 onderaan: Loraine Bodewes Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris De impact van evacuatie van kwetsbare ouderen – Hilde Verbeek Dienst doen als aios ten tijde van – Moniek Wouda Wanneer gebeurt er nou een ramp in Maastricht? – Joep Urlings Queercare. Het roze zorgloket van COC Limburg – Yvo Kesler Keuzehulp 'Wel of niet onderzoek doen naar dementie?' De arbeidsmigrant, de vergeten patiënt - Frank van Kemenade Stellen zich voor Linda Litjens – GW-docent Ruud Heg – Huisartsbegeleider Fer van Haren – Functioneel beheerder ICT Loreen Merx – AIOTHO Stefan Cox – promovendus Niek van den Nieuwenhof – Huisartsbegeleider Laury Quaedackers – GW-docent Celine Tummers – Huisartsbegeleider Ingrid Conemans – Huisartsbegeleider Barbara De Bruin – GW-docent Kirsten Friedrich – GW-docent Janine Buttolo – SO-docent Anouk Heuts – onderwijscoördinator Onderwijs Clinicus van het jaar verkiezing – redactie Onderzoek Promoties Login Alabdali – Eefje de Bont Chronische musculoskeletale aandoeningen – Lennart van der Burg Promotieonderzoek naar het verwoorden van voorkeuren door cliënten in de langdurige zorg – Karin van Leersum Oproep POB HELP – Simone van den Bulk en Robert Willemsen Bruikbare Wetenschap/COVID studies – Jochen Cals Regionale triage kindergeneeskunde – Carolien van Rossem OOK en de Witte Raven – Paul Höppener, Tonnie van Kessel en Raymond Leclercq Afscheidsrede prof.dr. Geert-Jan Dinant Kanker Nazorg Wijzer in de huisartsenpraktijk – Michelle Smits WESP-en Dokter, ik snap het niet? – Celine Vilters Opleiding Ouderengeneeskunde Het tweede jaar – Babette Doorn In de leer: Je mag toch ergens aan dood gaan?! – Charlotte Coopmans Huisartsopleiding In de leer: Het ultieme leren – Raissa Derckx Kwaliteitsbeleid – Matthijs Limpens ‘En, wat zei de dokter?’ – Arno Goudsmit Catharina Pijls prijs voor Floor van den Brand – redactie Made in Maastricht en Eindhoven – afgestudeerde huisartsen Oud-aios: Optimus huisarts – Ramon Ottenheijm Uit de praktijk gegrepen. Een oude boom moet je niet verplaatsen – Jeroen Smeets Equilibre: Seks en opleiders gezocht – Gaston Peek en Marieke Kools Afscheid van Yvonne Guldemond – Babette Doorn 2 2 Voetbalwedstrijd AIOS tegen opleiders 2021. Het Van Gaal effect! – Gaston Peek Moreel dilemma: Wilsbekwaamheid – Nathalie Notermans 3 4 5 6 7 8 8 9 10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 13 13 13 14 15 16 17 18 20 21 21 22 22 23 24 25 26 27 27 28 30 31 32 33 34 35 Van de redactie Overspoeld We zitten midden in de zoveelste golf. Alweer wordt Limburg hard getroffen. En zoals het vaker gaat met golven: het komt, het gaat, er is hoogtij en laagtij en soms kabbelt het voort of ebt het weg. De afgelopen maanden gebeurde het allemaal. In de periode dat iedereen dacht net even te kunnen ontsnappen, steeg het water in de Maas. Het was voor velen alle hens aan dek. Veel zorgverleners en inwoners werden opnieuw zwaar op de proef gesteld. Vandaar dat we op de redactievergadering na de zomer hier aandacht aan wilden besteden, met een katern. Het regionale crisisteam legt uit hoe zij de zorg draaiende hielden. Huisarts Joep Urlings uit Bunde neemt u mee in wat hij meemaakte en heeft nog een boodschap voor alle collega’s in het getroffen gebied. Aios Moniek Wouda vertelde over haar spannende, maar uiterst leerzame dienst ten tijde van het hoge water. Tot slot hoogleraar Hilde Verbeek. Zij schreef een interessant stuk over evacuaties van kwetsbare ouderen, met literatuurreferenties. Tegelijk waren we na de zomer hoopvol dat er veel positieve dingen gebeurden zoals het afstuderen van huisartsen, al ging die eerste uitreiking op de valreep wéér niet door, dit keer door het hoge water. De herfst en de winter leken ver weg. In de huidige golf en op het moment van schrijven gaat het slecht, bar slecht. De donkere dagen voor kerst zijn letterlijk en figuurlijk weer begonnen. We worden overspoeld. Toch hebben we artikelen verzameld en foto’s gemaakt. Met die gedachte begonnen we aan het eindejaarsnummer van 2021, editie 69. Half december, wanneer het blad op de deurmat valt, dan hopen we dat het tij aan het keren is. De laatste lichting WESP-studenten deed vrijwel alleen online de wetenschapsstage. De redactie was niet scherp genoeg om hen, zoals gebruikelijk, tijdig een stukje over hun onderzoek te vragen. Wel keert een oud-WESP terug als nieuwe medewerker: Niek van den Nieuwenhof. Veel voorstelstukjes van nieuwe collega’s: de vervolgopleidingen groeien en daarmee ook de benodigde docenten. We hadden weer een aantal promoties te vieren: Login Alabdali, Karin van Leersum en Lennart van der Burg. En we verwelkomen de nieuwe onderzoekers die net zijn gestart. Jochen Cals heeft niet alleen Bruikbare Wetenschap voor u, maar geeft ook toelichting over de Maastrichtse COVID-onderzoeken. In het decembernummer passen artikelen die ons aan het denken zetten en inspireren. Denk aan ‘Queercare’ of de zorg voor arbeidsmigranten. We bewonderen huisartscollega’s als Yvo Kesler en Frank Kemenade die buiten de gebruikelijke lijntjes kleuren. Voormalig promovendus Carolien van Rossem vertelt uit hoofde van haar nieuwe functie over de regionale triage Kindergeneeskunde en ze zoekt de samenwerking met huisartsen. Daarnaast zijn er oproepen aan huisartsen voor deelname aan studies zoals de Kanker Nazorg Wijzer en een grote (vervolg)trial over Pijn Op de Borst (POB). De Witte Raven fladderen vrolijk door en komen met een nieuwe casus. Dank voor al jullie inzendingen elke keer! De opleiding ouderengeneeskunde is intussen in het tweede jaar beland met een grote groep nieuwe eerstejaars aios: het gaat goed! Mooi om deze opleiding naast de huisartsopleiding aan boord te hebben binnen onze vakgroep. Naast nieuwe docenten hebben we ook extra/nieuwe opleiders. Twee van hen ontvingen recent een certificaat voor de Kaderopleiding Opleiden. Aios Charlotte Coopmans schreef een nieuwe column. Vanuit de huisartsopleiding is Raissa Derckx de aios die de rubriek ‘In de leer’ voor haar rekening neemt. Net als bij de ouderengeneeskunde kon ook bij de huisartsopleiding zoveel lang het fysieke terugkomdagonderwijs met hybride varianten doorgaan. Het hoofd van de huisartsopleiding schrijft dit keer niet meer over corona, maar over kwaliteitsbeleid. Voor beide vervolgopleidingen is dit, naast de waan van alle dag, een belangrijk onderwerp. Tussendoor gaat alle voorlichting en werving in aangepaste vorm door. Heel fijn dat ‘Maastricht’ nog goed in beeld is als opleidingslocatie. De aios konden nog voetballen tegen de opleiders. Seks en opleiden, dat werd op het moment suprême afgeblazen. Een ander moreel dilemma, over wilsbekwaamheid, komt van de hand van Nathalie Notermans, inmiddels afgestudeerd als huisarts. Afscheid nemen in coronatijd is lastig: deze keer vonden we wel een moment om Yvonne Guldemond uit te zwaaien tijdens een lunch. Voorafgaand hadden we een gesprek en het verslag staat in dit nummer. Hopelijk helpt deze booster ook om de feestdagen door te komen. Blijf gezond! Babette Doorn 3 op één lijn 69
Page 4
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Van de voorzitter Eco-socialisme en overstromingen DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Met de rivier de Maas hebben Geullenaren door de tijd heen leren leven. In het eerste en derde jaar dat ik huisarts was in Geulle, waren er overstromingen in Geulle aan de Maas (zie foto's onderaan). Kwetsbare bejaarden die waren achtergebleven konden alleen per legertruck worden bereikt. Tussen 13 en 16 juli van dit jaar was het het riviertje de Geul dat zorgde voor dramatische gevolgen voor de bewoners van het gehucht Geulle-Brommelen en het buurtschap Westbroek. Na de afgeronde Maaswerken in het kader van het plan ‘Ruimte voor de Rivier’, had niemand voor mogelijk gehouden dat de watervloed dit gedeelte van Geulle zou bereiken. Maar de Maas was deze keer niet het probleem. Directe aanleiding waren hogedrukgebieden boven de oceaan en het vasteland met daartussen een depressie boven Duitsland en de buurlanden, die daar bijna een week bleef hangen met aanhoudende regen. Ik spreek hier bewust over de aanleiding, over de structurele verbanden zal ik het zo dadelijk hebben. Als gevolg van het hoge water worden we als huisartsen geconfronteerd met infecties aan de benen door het rivierwater, met getraumatiseerde mensen (ook kinderen) door alleen al de aanblik van het wassende water en plotse nachtelijke verplichte evacuaties. Hoe evacueer je, kan je zoiets oefenen? Mensen waren totaal overrompeld. Huizen die onbewoonbaar zijn verklaard doordat de fundamenten zijn verzakt en zo nodig opnieuw gebouwd moeten worden. Mensen die psychisch dusdanig geraakt zijn dat ze het niet meer kunnen opbrengen om terug te keren naar hun woonstee. De overstromingen en ook de coronapandemie laten zien hoezeer al het leven op aarde met elkaar is verweven. Schinkel, in zijn boek ‘Pandemocratie’ pleit voor ecosocialisme: samenleven met de bossen, dieren, grond en oceanen, zelfs met de virussen, en een andere, collectieve organisatie van productie, niet louter gericht op winst, maar op menselijke behoeftes. Het is code rood voor het klimaat. Westbroek, Geulle Andreas Sauerlaan, Geulle 4 4 4 Watersnoodramp Limburg De impact van evacuatie van kwetsbare ouderen DOOR HILDE VERBEEK, HOOGLERAAR ZORGOMGEVING VOOR KWETSBARE OUDEREN De watersnoodramp in Limburg heeft grote gevolgen gehad. In verschillende gebieden zijn bewoners geëvacueerd. Voor iedereen is dit een ingrijpende situatie. Maar met name voor kwetsbare ouderen, bijvoorbeeld zij die wonen in een verpleeghuis, heeft dit verstrekkende gevolgen. Verhuizingen hebben sowieso een grote invloed op ouderen die in een verpleeghuis wonen, ook onder normale omstandigheden. Zij hebben een complexe zorgvraag en zijn in grote mate afhankelijk van hun omgeving voor het dagelijkse leven. De zorgomgeving ondersteunt verpleeghuisbewoners in het dagelijks leven en functioneren. Er is slechts summier wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over de effecten van een verhuizing. Het lijkt erop dat verpleeghuisbewoners na verhuizing een grotere kans hebben om te vallen, op ziekenhuisopname, op problemen met activiteiten in het dagelijks leven en verhoogde stress.1,2 Een verhuizing is een proces en bestaat doorgaans uit 3 fasen:3 • Een anticipatie fase voorafgaand aan de daadwerkelijke verhuizing (voor), • De daadwerkelijke verhuizing met het wennen aan de nieuwe woonsituatie (tijdens), • De aanpassing aan de nieuwe woonvorm, waarbij de stressreactie van ouderen en hun naasten doorgaans afneemt (na). Tijdens de watersnoodramp was het crisis: er moest acuut iets gebeuren en iedereen reageert ad hoc. Het is ook spannend voor medewerkers en familie. Hoe kun je je daarop voorbereiden? In de wetenschappelijke literatuur is weinig kennis beschikbaar over evacuaties tijdens dit soort rampen. Er zijn enkele studies beschikbaar over de evacuatie van verpleeghuisbewoners, bijvoorbeeld naar aanleiding van overstromingen als gevolg van de orkanen Katrina en Rita (Verenigde Staten) en de tsunami in Fukushima (Japan). Een systematische review laat zien dat 9 van de 10 studies een verhoogde kans op overlijden rapporteerden na evacuatie.4 De oorzaken hiervoor kunnen zowel direct samenhangen met de evacuatie (valincidenten) als indirect (een delier als gevolg van de snelle verandering van omgeving of verslechtering van bestaande aandoeningen). Factoren die de uitkomsten van evacuatie mede bepalen liggen in de context van de gemeenschap, sociale processen (communicatie, besluitvorming), gedragspatronen (waarschuwing en respons hierop) en de consequenties (tijdelijke verhuizing of toch permanent omdat niet meer terug te keren is naar de oude locatie).5 In Limburg hebben collega zorgorganisaties elkaar goed geholpen in de opvang en ondersteuning van de evacuatie. Bijvoorbeeld door afdelingen vrij te maken die voor deze doelgroep geschikt zijn. En te zorgen dat medewerkers mee kunnen naar de nieuwe locatie om daar met bewoners en hun familie het dagelijks leven weer voort te zetten. Juist de op het oog kleine zaken als eten, drinken, erover praten, activiteiten voortzetten uit het dagelijks leven kunnen veel betekenen in het functioneren en welzijn van bewoners. Laat vertrouwde gezichten mee gaan, dat kunnen medewerkers zijn maar ook naasten die daar een rol in spelen. Dan verandert de fysieke omgeving wel, maar blijft de rest zo vertrouwd mogelijk met punten van herkenbaarheid. Dat is ook onder normale omstandigheden erg belangrijk, maar juist in een crisissituatie des te meer. Echt maatwerk. Betrek hierbij ook de bredere gemeenschap. Vele kwetsbare ouderen wonen immers thuis, en evacuatie van deze doelgroep vraagt ook speciale aandacht. Wellicht kunnen verpleeghuizen hier ook een rol in spelen. En andersom, kan de wijk van grote betekenis zijn voor het verpleeghuis. Kracht van het netwerk maakt dat je goed kunt schakelen over organisaties heen, om te doen wat het beste is voor de ouderen die zorg nodig hebben. Referenties 1. Weaver, RH, Roberto, KA, Brossoie, N. A scoping review: Characteristics and outcomes of residents who experience involuntary relocation. The Gerontologist 2020;60(1):e20-e37. 2. Ryman, FV, Erisman, JC, Darvey, LM, et al. Health effects of the relocation of patients with dementia: A scoping review to inform medical and policy decision-making. The Gerontologist 2019;59(6):e674-e682. 3. Capezuti, E, Boltz, M, Renz, S, et al. Nursing home involuntary relocation: clinical outcomes and perceptions of residents and families. Journal of the American Medical Directors Association 2006;7(8):486-492 4. Willoughby, M., Kipsaina, C., Ferrah, N., et al. Mortality in Nursing Homes Following Emergency Evacuation: A Systematic Review. J Am Med Dir Assoc 2017;8(8):664-670 5. Dobalian A, Claver M, Fickel J, J: Hurricanes Katrina and Rita and the Department of Veterans Affairs: A Conceptual Model for Understanding the Evacuation of Nursing Homes. Gerontology 2010;56:581-588. 5 op één lijn 69
Page 6
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Watersnoodramp Limburg Dienst doen als aios ten tijde van DOOR MONIEK WOUDA, DERDEJAARS AIOS Het is donderdag 15 juli 2021. Ik doe als altijd mijn ochtendspreekuur als derdejaars aios in de huisartsenpraktijk in Margraten. Het wordt een lange dag. Ik heb avonddienst op de HAP in Maastricht samen met mijn opleider Gerard Priem. De afgelopen dagen ontving ik al verschillende berichten van vrienden en familie over het extreem hoge water in de Limburgse rivieren. Valkenburg is intussen zelfs al deels onder water gelopen. Hoe heftig het is, besef ik pas als we in de middag het bericht krijgen dat de HAP en SEH gesloten zijn vanwege de hoge waterstand. We zijn verbaasd en vragen ons af wat er met onze dienst zal gebeuren. Het crisisteam is op dat moment nog in overleg over hoe de zorg geregeld gaat worden die avond en mijn opleider wordt daar zo snel mogelijk over geïnformeerd. Ondertussen volgen we de nieuwsberichten over de hoge waterstand en zien we dat het erom gaat spannen of de Maas die nacht gaat overstromen. Dat zou betekenen dat heel Heugem onder water kan lopen (inclusief ziekenhuis en HAP). Uit voorzorg wordt het ziekenhuis gebarricadeerd met zandzakken. Al snel horen we dat onze dienst doorgaat, maar in aangepaste vorm. Wij hebben dienst in een praktijk aan de ene kant van de Maas en een collega in een praktijk aan de andere kant. Mocht de Maas gaan overstromen, dan is er in ieder geval aan beide kanten van de rivier een huisarts. De praktijk ligt hoog genoeg, dus direct gevaar voor wateroverlast is er niet. De apotheek bij de praktijk is open en een ambulancechauffeur is beschikbaar. Dat is ook het geval aan de andere kant van de Maas. Omdat een aantal dorpen al onbereikbaar is door wateroverlast, heeft het crisisteam zoveel mogelijk huisartsen op stand-by gezet, mocht er een zieke patiënt zijn die zorg nodig heeft. Gelukkig is dit goed geregeld, want bijna alle ondergelopen dorpen zijn ‘gedekt’ op twee na. Ik ben visueel ingesteld en zie meteen voor me dat we met onze dokterstas in een bootje naar die dorpen gaan om visites te doen. Een verschrikkelijke ramp, maar ik voel ook enthousiasme, want dit maak ik natuurlijk niet snel meer mee. Ik begin de dienst met een spanning die ik anderhalf jaar eerder ook voelde. Alleen is het ditmaal geen coronacrisis, maar een watersnoodramp. Er zijn dokters- en apothekersassistenten opgetrommeld om te helpen. Ook wordt gezorgd voor pizza’s en drinken, zodat we een goede 6 6 6 bodem kunnen leggen. Het blijft vooralsnog vrij rustig die avond. Er is onduidelijkheid over het verwijzen van patiënten naar de SEH in Maastricht, maar uiteindelijk wordt ervoor gekozen om iedereen naar Zuyderland te verwijzen, want het is onzeker of patiënten in een noodsituatie het MUMC+ nog kunnen verlaten. Hun personeel is gevraagd in het ziekenhuis te overnachten. Even later worden we opgeroepen voor een visite in Eijsden. We besluiten om langs de Maas te rijden om te kijken hoe hoog het water inmiddels staat. We concluderen dat het meevalt, maar we zien ook dat de brandweer druk bezig is water weg te pompen. Tijdens de visite krijgen we een pushmelding dat heel Heugem geëvacueerd wordt. We zijn verbaasd, want we dachten dat het wel mee zou vallen. In Eijsden is er sprake van een patiënt met een delier, we schrijven wat Haldol voor en rijden weer terug naar de praktijk, opnieuw langs de Maas. Het verschil met de waterstand ten opzichte van de heenreis is ongelooflijk! In korte tijd is het Maaswater enorm gestegen: de wandelpaden zijn ondergelopen en het water staat bijna tot aan het fietspad. Het zal niet veel schelen of de rijwegen gaan overstromen. Nu pas dringt het echt door hoe heftig de situatie is! De dienst verloopt verder rustig. De Maas is nog niet overstroomd en we dragen de sleutel over aan de nachtdienst. Die nacht slaap ik slecht. ’s Ochtends word ik wakker. Maastricht is gespaard gebleven. Het scheelde niet veel, maar de Maas is daar niet overstroomd. In de loop van de dag wordt Limburg aangewezen als rampgebied. Wij zijn de dans ontsprongen, maar op andere plekken in Limburg hebben ze minder geluk. Nog spreek ik wekelijks patiënten, kennissen en vrienden die kampen met de gevolgen van de watersnoodramp. Dat varieert van materiële tot psychische schade. Mensen zijn bezittingen kwijtgeraakt en hebben trauma’s opgelopen. Door deze ervaring kreeg ik nog meer liefde voor het huisartsenvak. Iedere dag is anders. Niks is gewoon. Ik ben bijna klaar met mijn opleiding. In die tijd maakte ik twee keer een crisissituatie mee. Het was uitdagend, maar het gaf mij vooral heel veel energie. Watersnoodramp Limburg ‘Wanneer gebeurt er nou een ramp in Maastricht?’ DOOR JOEP URLINGS, HUISARTS EN LID CRISISTEAM RHZ Ik kan me nog goed herinneren dat ZIO in 2019 op zoek was naar een vrijwilliger voor het crisisteam van de RHZ. Ik weet nog goed dat ik me opgaf als huisarts lid van het crisisteam. Ik herinner me dat mensen vroegen: ‘Heb je daar wel tijd voor?’ Ik antwoordde altijd: ‘Wanneer gebeurt er nou een ramp in Maastricht?’ Amper twee jaar verder heeft het crisisteam zijn tweede ramp te pakken. Na een intensieve periode waarin COVID-19 de hele dag door het gesprek van de dag is geweest, was er halverwege juli 2021 opeens plaats voor wat anders. Donderdagavond 15 juli ga ik met de kinderen sporten bij ‘Atletiek Maastricht’ waarbij we een imposant kolkende Maas moeten oversteken. We zien koelkasten, bomen, bedden en andere stukken huisraad onder de bogen van de ‘aw brögk’1 door stromen. De Maas treedt dan bij het Charles Eijck park al bijna uit zijn oevers. De kinderen worden er stil was. Terwijl ik de kinderen op weg naar huis geruststel dat we veilig en hoog wonen, kriebelt het toch wel een beetje bij mij want de praktijk in Bunde ligt wel een stuk lager. Om 23.00 uur krijg ik van patiënten te horen dat er delen van Bunde geëvacueerd worden en dan begint een rusteloze nacht. Wanneer ik vrijdagochtend vroeg naar het werk ga, blijkt dat de praktijk gelukkig geheel droog is gebleven. Ik kan gewoon met mijn spreekuur beginnen. Het grootste probleem blijkt de fysieke bereikbaarheid van Bunde te zijn, want veel toegangswegen zijn ondergelopen en afgesloten. Nauwlettend houden we op de praktijk de berichtgevingen in de gaten. Voortdurend informeren vrienden en collega’s of ze moeten komen helpen met zandzakken sjouwen of water wegpompen. Ik antwoord dat het in de praktijk en de directe omgeving gelukkig allemaal meevalt. Het lijkt met een sisser te gaan aflopen. Maar dan opeens lezen we in een nieuwsbericht dat er een gat in de dijk bij Bunde is geslagen. Nog geen minuut laten gaat het luchtalarm af en beginnen onze mobieltjes luid te alarmeren. In luttele minuten verandert Bunde in een oorlogszone. Grote legervoertuigen, brandweerwagens en auto’s met megafoons rijden door de straten en helikopters vliegen laag over. ‘Vlucht naar boven’ is het advies, er is geen tijd meer om te evacueren. Later blijkt er toch tijd om te evacueren en zo loopt Bunde 1 Sint Servaasbrug leeg. Er lopen mensen op blote voeten over straat met wat waardevolle spullen in een plastic shopper van de Appie, angstig achteromkijkend om te zien of het water er al aan komt. Het verbaast ons hoe snel paniek kan lijden tot wanorde en chaos in het altijd zo rustige Bunde. Ondertussen staat er een grote file met toeterende auto’s om Bunde uit te komen, en worden de toegangswegen afgesloten door het leger en brandweer. Wij staan ondertussen op de berg in Kazen, hoog en droog. De spoedlijn is doorverbonden op de mobiele telefoon en na ampel beraad besluiten we om maar naar huis te gaan, hier kunnen we toch niets meer doen. Het Crisisteam is ondertussen bijeengeroepen voor een digitale vergadering; er moet binnen een paar uur een back-up worden ontwikkeld voor de spoedzorg in de avond en nacht. Het MUMC+ blijkt namelijk ook op het punt van evacuatie te staan. De praktijken Gezondheidscentrum Dr. Van Kleef en Gezondheidscentrum Heer worden bereid gevonden om de functie over te nemen van de HAP. Op basis van eerdere ervaring gaat dat gelukkig bijna op de automatische piloot. De dijk heeft het gehouden en de wateroverlast heeft ‘slechts’ in enkele delen van Bunde grote schade aangericht. We komen met de schrik vrij. Helaas geldt dit niet voor iedereen in Bunde. De enige schade die we oplopen zijn het verloren gaan van 120 COVID-vaccinaties die in de koelkast staan. Onze BHV-assistente was heel trots dat ze de gekolfde melk van het personeel had gered uit de personeelskoelkast voordat ze de stroom uitschakelde; helaas was ze vergeten om de medicatie uit de medische koelkast ook veilig te stellen... Nu, na bijna een half jaar, merk ik dat het allemaal ver in mij geheugen is weggezakt. Hoe anders is dit bij veel patiënten van wie het huis is ondergelopen. PTSS, longproblemen door schimmel, huisvestingsproblemen, financiële nood en rechtszaken met gemeente of verzekering. Ik realiseer me dat de impact van deze ramp niet voor iedereen even groot is geweest. Waar in de acute situatie voldoende hulp beschikbaar was, is de aandacht voor de slachtoffers nu weggezakt. Dit stukje is voor mij een reminder om weer eens wat mensen te bezoeken en te kijken hoe het met hen is. Ik hoop dat het lezen van dit stukje de lezers aanzet tot hetzelfde. 7 op één lijn 69
Page 8
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Queercare Het roze zorgloket van COC Limburg DOOR YVO KESLER, HUISARTS IN MAASTRICHT Begin september lanceerde COC Limburg, de LHBTI+ belangenvereniging voor alle Limburgers, een online zorgloket gericht op LHBTI+ personen: Queercare. Gedurende de corona-periode ontving de organisatie een toenemend aantal hulpvragen met betrekking tot bijvoorbeeld coming-out, acceptatieen eenzaamheidsproblematiek, maar ook specifieke gezondheidsvragen. Hierdoor ontstond het idee een zorgloket op te richten. Binnen de Nederlandse gezondheidszorg is er weinig aandacht voor specifieke regenboogzorg, terwijl uit diverse onderzoeken blijkt dat de LHBTI+ gemeenschap een risicogroep vormt voor het ontwikkelen van psychische, lichamelijke, financiële en sociale problematiek. Queercare is een online platform waar op dinsdag- en donderdagavond gechat kan worden met getrainde vrijwilligers onder professionele supervisie, die allen uit eigen ervaring spreken. Het zorgloket heeft een informeel karakter en de focus ligt vooral op het bieden van een luisterend oor. Indien er professionele hulp nodig is, schakelt de vrijwilliger hulp in via de supervisie. Naast de chat vormt Queercare ook een informatiepunt voor zowel de doelgroep als professionals uit de zorgsector. Deze professionals kunnen zelf ook terecht bij het Queercare-team voor specifieke vragen omtrent de LHBTI+ doelgroep. Queercare heeft de ambitie om het zorgaanbod overzichtelijker te maken door het ontwikkelen van een eigen roze-zorgkaart en het opzetten van een regenboogzorgnetwerk in Limburg. Queercare is momenteel enkel online beschikbaar, maar wil in de nabije toekomst een fysiek zorgloket inrichten. Daarover zijn al afspraken gemaakt met lokale GGZ-aanbieders en de huisartsen in de regio Maastricht-Heuvelland. Binnen een jaar hoopt Queercare afspraken te maken met alle regionale huisartsenverenigingen en zorggroepen in Limburg. Het zorgloket is te bereiken via de website: www.queercare.nl Keuzehulp ‘Wel of niet onderzoek doen naar dementie?’ DOOR IRIS LINDEN, ONDERZOEKER VAKGROEP PSYCHIATRIE & NEUROPSYCHOLOGIE UNIVERSITEIT MAASTRICHT In samenwerking met Thuisarts.nl ontwikkelden we een keuzehulp voor mensen met geheugenklachten, hun naasten en hun huisarts. Deze keuzehulp kan helpen bij de beslissing om wel of niet te starten met een diagnostiektraject naar dementie. U als huisarts speelt hierbij een belangrijke rol. 8 8 8 Vaak beslissen de patiënt en de huisarts samen, waarbij er naast de medisch-inhoudelijke argumenten ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met voorkeuren, wensen en behoeften van de patiënt en diens naasten. Dat laatste is niet altijd duidelijk voor de huisarts. Bepaalde verwachtingen van de patiënt kunnen de beslissing om voor een diagnostiektraject te kiezen eveneens beïnvloeden. De keuzehulp geeft informatie over geheugenklachten, onderzoek naar geheugenklachten, mogelijke gevolgen van de uitkomst van het onderzoek en laat patiënten en naasten nadenken over hun voorkeuren. Half december is de keuzehulp te vinden op Thuisarts.nl. Healthcare for Internationals Limburg De arbeidsmigrant, de vergeten patiënt DOOR FRANK VAN KEMENADE, HUISARTS IN VENLO Als tijdens het drukke spreekuur een ‘binnenloper’ aan de balie komt, die ook een vreemde taal spreekt en bij wie niet duidelijk is hoe de verzekering geregeld is, dan wordt geen enkele huisarts daar blij van. Het vooruitzicht van een moeizaam lopend, langdurig en soms ingewikkeld consult, met als nasleep het uitzoeken van de verzekeringsgegevens wekt ook bij mij irritatie op. Eigenlijk is dat onterecht. In een land waar je de taal niet verstaat, waar andere gewoontes gelden en waar je lange dagen zwaar werk moet doen en pas hulp zoekt als het écht niet meer gaat, zou een goed toegankelijke eerstelijnszorg heel gewoon moeten zijn. Zonder wederzijdse irritaties. Let wel, de groep arbeidsmigranten, want daar hebben we het over, neemt de komende jaren fors toe. Van 35.000 tot 70.000 over drie tot vijf jaar. Dus we kunnen gerust vaststellen dat het appèl op de zorg zal toenemen. Met deze herkenbare situatie in het achterhoofd vatte ik het plan op om de groep arbeidsmigranten laagdrempelig en in eigen taal eerstelijns huisartsenhulp te gaan bieden. Daardoor wordt meteen de lokale huisartsenpraktijk ontlast, zodat er weer meer tijd is voor andere zaken en werkgevers niet opgezadeld worden met de zoektocht naar een beschikbare praktijk. Een eerste oriëntatie op de haalbaarheid werd door alle partijen met enthousiasme ontvangen. Zelfs de zorgverzekeraar en de gemeenten steunden het plan. Om te voorkomen dat de praktijk een vroege dood zou sterven, ben ik, samen met huisartsencoöperatie Cohesie, in mei van dit jaar de praktijk concreet vorm gaan geven. Met hulp van Otto Workforce, een groot uitzendbureau voor met name Poolse werknemers, en met medewerking van gemeenten (om tegelijk het integratietraject te stroomlijnen) en subsidie van VGZ - CZ om de opstart te bespoedigen, gingen we op 1 juli 2021 van start. De praktijk heeft drie gediplomeerde doktersassistentes en zes tolken in dienst. Iedereen die ons belt of benadert via WhatsApp, e-mail, Facebook, Messenger of beeldbellen wordt in de eigen taal te woord gestaan. Vooralsnog in het Nederlands, Engels, Duits, Pools, Roemeens, Russisch of Turks. Van de drie huisartsen die er nu werken zijn spreekt er eentje Arabische talen. Het is de bedoeling dat het scala aan talen zich met het toenemen van het aantal patiënten en anderstaligen zal uitbreiden. Door ons te vestigen in VieCuri Medisch Centrum in Venlo vonden we een centraal gelegen en ’medisch’ herkenbare locatie met eerste- en tweedelijnsfaciliteiten. De artsen dragen een witte jas en de assistentes staan de patiënten in hun eigen taal te woord, ook tijdens het consult. Dit waren de voorwaarden uit het onderzoek onder arbeidsmigranten, voorafgaande aan de start. Na enig koudwatervrees is nu de samenwerking met het ziekenhuis uitstekend. We overleggen gemakkelijk en de afdelingen c.q. poliklinieken en SEH maken regelmatig gebruik van onze tolken. De patiënten zijn erg tevreden. Ze worden met koffie of thee onthaald en komen veelal direct na het werk. Ze worden te woord gestaan en waar nodig wordt meteen actie ondernomen. De huisarts of assistente handelt af, er is diagnostiek in de praktijk of in het ziekenhuis of er wordt doorverwezen. Van werkgevers krijgen we goede kritieken. Het aantal aangemelde werknemers neemt voortdurend toe. Drie maanden na de start zijn dit er al 3.000. Dagelijks melden zich patiënten aan via onze meertalige website met behulp van een AVG-proof en beveiligd inschrijfformulier. Nieuwsgierig geworden? Neem eens een kijkje op onze website: www.h4ilimburg.nl of speel ons filmpje af via de QR code. 9 op één lijn 69
Page 10
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Linda Litjens Docent/GZ-psycholoog Mijn naam is Linda Litjens, 37 jaar en ik ben in mei gestart als docent/GZ-psycholoog bij de huisartsopleiding. Vanaf 2007 werk ik als psycholoog en heb ik in verschillende instellingen gewerkt, waaronder de Riagg Maastricht/Virenze en in het MUMC+ bij medische psychologie. Daarnaast gaf ik les bij de opleiding Mental Health. Onlangs startte ik met een eigen psychologenpraktijk. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Verder ben ik graag buiten om te wandelen en te fietsen. Ruud Heg Huisartsbegeleider Ik ben Ruud Heg en 1 maart 2021 begonnen als HAB bij de huisartsopleiding. Met Cristel Achterberg begeleid ik een derdejaars groep. Het voelt een beetje als thuiskomen, want net na mijn eigen huisartsopleiding gaf ik samen met Ralph Laven, onder begeleiding van Bas Maiburg, het EBMonderwijs vorm. In 2008 zette ik met Gerton Reitz een nieuw gezondheidscentrum Mosae Forum in het centrum van Maastricht op en daar werk ik nog steeds met veel plezier. Vanaf de start van onze praktijk waren we ook als huisartsopleiders actief. Voordat ik (huis)arts werd, werkte ik in de jaren 1985-1988 als verpleegkundige voor onder andere Artsen zonder Grenzen in Mozambique en Namibië. Avontuurlijk werk met een inhoud en missie die ik nog wel eens mis, maar: wie weet? Hierna volgden nog enkele werkzame jaren als arts-assistent in de psychiatrie in Heerlen. Ik vind het een leuke uitdaging om, in een nieuw professioneel team, onderwijs voor aankomende huisartsen vorm te geven en ze te coachen. Ik woon samen met huisarts Priska Israel net over de grens in Kanne en we hebben een 14-jarige dochter: Tori. In mijn vrije tijd hou ik me bezig met klussen, motorrijden, windsurfen, mountainbiken, bergwandelen en snowboarden. Samen met Priska en inmiddels ook dochter Tori bezoek ik graag (pop) concerten. Fer van Haaren Functioneel beheerder ICT Mijn naam is Fer van Haaren en ben per 1 oktober werkzaam bij de Huisartsopleiding als ICT-er in de rol van Functioneel beheerder. Ik ben geboren in 1959 in Heerlen en ben 37 jaar getrouwd met Francien. Samen hebben we twee zonen van 28 en 32 jaar. Als geboren en getogen Landgravenaar heb ik samen met mijn gezin een tijd in Epen gewoond, maar na enkele jaren zijn we toch weer in Landgraaf (Schaesberg) gaan wonen waar ik nu samen met mijn gezin met veel plezier woon. Sinds 1987 ben ik werkzaam in de automatisering en dan voornamelijk in de technische kant van dit beroep. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de automatisering. Sinds mijn eerste Sinclair ZX81, wist ik dat mijn passie in het automatiseringsvak zou liggen. Het mooie van dit vak is dat het nooit stil staat en altijd evolueert. Zeker de laatste tijd zie je dat bij veel bedrijven de transitie maken van on-prem (servers lokaal aanwezig) naar de cloud. Ik werkte bij zowel grote (AT&T) als kleine ondernemingen (Van Rennes, Valkenburg). Verder ben ik werkzaam geweest bij onder andere de ArboUnie en het Atrium Ziekenhuis, beter bekend als het huidige Zuyderland. Mijn hobby’s zijn reizen, wandelen, lezen, skiën. Bovendien kijk ik graag American Football op tv. 10 10 10 2e uitgave 2021 Loreen Merx AIOTHO Ik ben Loreen Merx, 26 jaar en in september 2021 gestart als AIOTHO bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. De komende jaren ga ik mij bezighouden met het project ‘Primus inter pares. Fostering team leadership for general practitioners in the interprofessional care for frail elderly people’, onder begeleiding van Dr. Loes van Bokhoven en Dr. Anneke van Dijk. Ik heb Geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht en in 2019 studeerde ik af. Sindsdien werkte ik als ANIOS op de Spoedeisende Hulp van het Zuyderland Medisch Centrum (Heerlen/Sittard) en vervolgens als ANIOS Ouderengeneeskunde in twee verpleeghuizen binnen Sevagram (Heerlen). In mijn werk in het verpleeghuis maakte ik de intensieve zorg voor kwetsbare ouderen van dichtbij mee en kwam interdisciplinair samenwerken dagelijks aan bod. Zelf ervaarde ik hoe belangrijk medisch leiderschap in een multidisciplinaire setting is en hoeveel verbetering op dit gebied nog te halen valt. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen! Ik woon samen met mijn vriend Scott en we houden van reizen, lekker eten en fanatieke spelletjesavonden met vrienden en familie. In mijn vrije tijd speel ik bugel in een fanfareorkest en volg ik pianoles. Stefan Cox Promovendus Mijn naam is Stefan Cox en sinds afgelopen mei werk ik als promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Tijdens mijn promotietraject zal ik mij bezighouden met het verbeteren van urineweginfectiediagnostiek in de huisartspraktijk. Mijn begeleider is Eefje de Bont. Ik studeerde biomedische wetenschappen in Leiden, maar na 5 jaar boven de rivieren te hebben gewoond, wilde ik als geboren en getogen ‘Sjeng’ weer terug naar Maastricht. Ik had tijdens mijn opleiding altijd al een grote interesse voor infectieziekten en toen de vacature voor een promotietraject binnen dit vakgebied in Maastricht langskwam, wist ik dat ik moest reageren. Aangezien ik tijdens mijn opleiding voornamelijk laboratoriumonderzoek heb gedaan, was het veelvuldig gebruik van vragenlijsten en kwalitatief onderzoek binnen de vakgroep wel even wennen, maar dat maakt het werk ook weer uitdagend. In mijn vrije tijd lees ik graag, spreek ik af met vrienden en ben ik vaak te vinden bij de voetbalclub VV Maastricht-West. Hoewel ik altijd graag gevoetbald heb, zat dat er, door een knieblessure, de laatste paar jaar niet echt in. Om toch bezig te zijn met sport, loop ik hard en bezoek ik de sportschool. Ik kijk ernaar uit om iedereen op de afdeling te leren kennen! Niek van den Nieuwenhof Huisartsbegeleider Mijn naam is Niek van den Nieuwenhof. Afgelopen maand begon ik als groepsbegeleider (junior-HAB) aan de huisartsopleiding locatie Eindhoven. Oorspronkelijk kom ik uit Nijmegen en groeide op in Zaltbommel. Ik was al bekend met de Universiteit Maastricht. Eerst als geneeskundestudent en later bij de huisartsopleiding, die ik het afgelopen jaar afrondde in Eindhoven. Ik was enthousiast over het onderwijs en de organisatie, waardoor ik nu de mogelijkheid heb gekregen om hier een onderdeel van uit te maken. Ik heb veel zin om me verder te ontwikkelen als groepsbegeleider en docent. Naast mijn werkzaamheden op de universiteit ben ik waarnemend huisarts in de regio Eindhoven. Dit is dan ook de plek waar ik samenwoon met mijn lieve vriendin Cyrille. In mijn vrije tijd houd ik van reizen, concerten bezoeken en wielrennen. Snel zwaaien dus, als jullie me voorbij zien fietsen. Voetnoot redactie met dank aan Jelle Stoffers: Niek was eerder WESP-student bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde met als resultaat het artikel ‘Interpretations of and management actions following ECGs in programmatic cardiovascular care in primary care: A retrospective dossier study’ waarvan hij eerste auteur is. Laury Quaedackers GW-docent Ik ben Laury Quaedackers en ben op 1 augustus gestart als gedragswetenschapper bij de Huisartsopleiding, locatie Eindhoven. Na het voltooien van de opleiding ‘geestelijke gezondheidskunde’ (gezondheidswetenschappen) aan de Universiteit Maastricht ging ik aan de slag in een algemeen ziekenhuis als basispsycholoog. Niet veel later mocht ik de opleiding tot gezondheidszorg-psycholoog (GZ-psycholoog) volgen. Na enkele jaren op medische psychologie was ik toe aan een nieuwe uitdaging, die ik vond in het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe in Heeze. Ook hier vond ik het snijvlak tussen soma en psyche bijzonder interessant en heb ik me mogen specialiseren tot somnoloog. 11 op één lijn 69
Page 12
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Sinds 2016 ben ik naast mijn klinische werkzaamheden gestart met een PhD traject, dat ik dit jaar hoop af te ronden. Omdat het einde van mijn onderzoek in zicht is, zocht ik naar een uitdaging naast mijn klinische werkzaamheden. Die heb ik gevonden bij de Huisartsopleiding: een nieuwe rol als docent, met veel ruimte om mezelf te ontwikkelen! In mijn vrije tijd ben ik graag samen met mijn gezin, familie en vrienden. Ik houd van lekker eten en borrelen, hardlopen en mijn huis opfleuren met plantjes. Celine Tummers Huisartsbegeleider Mijn naam is Celine Tummers en sinds juni werk ik als huisartsbegeleider bij de huisartsopleiding in Maastricht. Het is leuk om, 10 jaar nadat ik zelf de huisartsopleiding in Maastricht afsloot, weer terug te zijn op de universiteit. Voelt toch een beetje als thuiskomen. Met oude bekenden en nieuwe collega’s is de samenwerking erg prettig. Samen met Sandrine Tuerlinckx begeleid ik een derdejaars groep AIOS. Ruim 6 jaar was ik vaste waarnemer in een gezondheidscentrum in Heerlen en ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Vorig jaar nam ik een sabbatical om na te denken hoe ik dit wilde gaan vormgeven. Alhoewel de coronacrisis vooral betekende dat ik thuisdocent werd voor mijn kinderen, heb ik gelukkig wel een keuze kunnen maken. Voor mij betekent het docentschap een mooie balans tussen praktijk en opleiding. Het werk in de praktijk kan ik toepassen in het onderwijs en andersom. Ik werk daarnaast met veel plezier als waarnemend huisarts in huisartsenpraktijk Margraten. In mijn vrije tijd ga ik graag met mijn gezin erop uit. In de weekenden proberen we altijd wel wat te ondernemen. Alhoewel het woord ‘wandelen’ niet meer op veel enthousiasme kan rekenen bij mijn 6-jarige zoontje en 8-jarige dochter. Iets teveel gedaan denk ik. Ingrid Conemans Huisartsbegeleider Sinds 1 mei ben ik werkzaam als Huisartsbegeleider (HAB) jaar 3 in Maastricht, de stad waar ik vijf jaar geleden, van boven de rivieren, naartoe verhuisd ben. Mijn praktijk en netwerk liet ik achter, op zoek naar nieuw avontuur voor het hele gezin. Ik hoop op een zeer langdurige emigratie, want het bevalt hier prima. Ik ben een echt stadsmens, dus ik woon in het centrum tussen rumoer, waar je me regelmatig met één of 12 12 12 meer leden van mijn zeskoppig tellende huishouden aan kunt treffen. Ik houd enorm van het bourgondische leven, theater, muziek, styling, dansen en andere sporten. Waar houd ik eigenlijk niet van? Ambities heb ik genoeg, maar de liefde voor een leven lang leren en anderen leren leren steekt er, qua onderwijs, altijd met kop en schouders bovenuit. Ik hoop me dan ook de komende jaren hierin verder te ontwikkelen. En anderen ook het een en ander bij te mogen brengen, of in ieder geval de voorzet te kunnen geven, van waaruit een andere speler een prachtig doelpunt maakt. En als ik er niet bij betrokken ben, dan ben ik wel de teamplayer die in de derde helft de doelpuntenmaker met een toost op het leven zal feliciteren. Barbara De Bruin GW-docent Mijn naam is Barbara De Bruin en ben sinds 1 september gestart als GW docent bij de huisartsopleiding. Ik werk op de locatie in Eindhoven, naast mijn werk in mijn praktijk voor kinderen jeugdpsychologie, ook in Eindhoven. Deze praktijk ben ik acht jaar geleden gestart toen ik nog werkte als docent bij de hogeschool, omdat het hybride werken als docent en praktiserend psycholoog op deze manier het gemakkelijkst vorm te geven was. Het doet me erg goed om nu in een team te werken, waarin bijna iedereen op deze manier gewend is om te werken. Ik houd van lezen, handwerken, uitstapjes naar musea en gezellige momenten met mijn familie en vrienden. Ik woon met mijn man Laurens en twee jongste kinderen in Eindhoven, onze oudste dochter is al het huis uit. Ik vind het fijn om voor de Universiteit Maastricht te werken, omdat ik van oorsprong half Limburgs ben. Kirsten Friedrich GW-docent Ik ben Kirsten Friedrich, getrouwd en moeder van twee zoontjes van anderhalf en vier jaar oud. Sinds 2009 ben ik psycholoog en sinds 2015 GZ-psycholoog. Ik heb ruim 12 jaar gewerkt bij Mondriaan, waar ik voornamelijk ervaring opgedaan heb met de behandeling van patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Problematiek die dermate ingrijpend is dat vrijwel alle levensgebieden erdoor worden beïnvloed. Hoewel ik inhoudelijk zeker niet was uitgekeken op dit dynamische en uitdagende werk, kwam ergens vorig jaar toch het inzicht dat het tijd werd voor een andere werkplek en een nieuwe uitdaging. Dit heeft geleid tot mijn sollicitatie 2e uitgave 2021 bij de universiteit en later ook tot het opzeggen van mijn baan als GZ-psycholoog bij FACT. Sinds april werk ik als gedragswetenschapper/docent bij de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde. Ik vind het een hele eer om aan de wieg te mogen staan van een opleiding die nog volop in ontwikkeling is en bovendien mijzelf weer in een nieuwe richting mag ontwikkelen. Als docent had ik tot nu toe nog geen ervaring. Intussen ondervind ik ook tijd en ruimte om me te oriënteren op een nieuwe uitdaging als GZ-psycholoog en te genieten van het familieleven. Janine Buttolo SO-docent Ik ben Janine Buttolo en ben per 1 juli gestart als docent in het 2e jaar bij de opleiding Ouderengeneeskunde. Van origine ben ik ergotherapeut en heb daarna geneeskunde gestudeerd in Utrecht. Na mijn studie geneeskunde werkte ik bij Neurologie en in de revalidatiegeneeskunde, om uiteindelijk mijn plek te vinden binnen de ouderen-geneeskunde. Sinds 2017 werk ik met plezier als Specialist Ouderengeneeskunde bij Novicare. Na het bizarre afgelopen jaar ben ik tot stilstand gekomen en was ik toe aan een nieuwe uitdaging naast mijn werk in het verpleeghuis. Het bevalt heel goed, de afwisseling tussen kliniek en onderwijs. Het levert me nieuwe verdieping en frisse energie op. Ik woon met mijn gezin in Sittard. We hebben twee kinderen: Olivia van 9 en Oscar van 6 jaar. In mijn vrije tijd houd ik van wandelen, sporten (yoga, HIIT), culinair uit eten, lezen en ben ik graag bezig met interieur en alles wat daarmee te maken heeft. Anouk Heuts Onderwijscoördinator Op 1 oktober jl. ben ik gestart bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Mijn naam is Anouk Heuts, 53 jaar en geboren en getogen in Maastricht. Mijn UM leven begon met een studie Rechtsgeleerdheid aan de –destijds geheten- Rijksuniversiteit Limburg. Tijdens mijn studie was ik student-assistent strafrecht en vervolgens werkte ik na mijn studie ruim 28 jaar aan de Rechtenfaculteit in de binnenstad. Eerst als docent/onderzoeker privaatrecht en vervolgens als afdelingshoofd Marketing en Communicatie FdR. Rond mijn 50e verjaardag besloot ik dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. Ik heb toen de overstap gemaakt naar de andere kant van de Maas. Na een tijd werkzaam te zijn geweest als coördinator facilities en huisvesting en gebouwenbeheerder UM Randwyck, ga ik nu aan de slag als onderwijscoördinator bij HAG. Ik neem in die hoedanigheid een aantal taken van Lilian Aarts over. Naast mijn UM-leven heb ik samen met mijn man een druk huishouden met twee studerende kinderen en een dochter van 11 jaar. Ik hou van lekker eten en een wijntje. Sporten doe ik het liefste buiten. Hardlopen is daarbij favoriet. Verder wandel ik veel en graag in gezelschap van familie en vrienden en ga ik graag op vakantie. Met een aantal van jullie heb ik al kennisgemaakt en ik kijk uit naar een prettige samenwerking! Clinici van het jaar 2020-2021 Genomineerde huisartsen bij het coschap DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Zoals gebruikelijk houdt studentenbelangenvereniging MSV Pulse haar jaarlijkse verkiezing ‘Clinicus van het jaar’ over het afgelopen academisch jaar. Eén van de categorieën is die van beste werkplekbegeleider bij het coschap Huisartsgeneeskunde. Eerdere winnaars mogen van de organisatie niet meedingen. Heel spannend dus, zeker als je weet dat alle werkplekken Huisartsgeneeskunde GEMIDDELD boven de 8 scoren! Daar zijn wij als vakgroep heel blij mee. Deze positieve geluiden horen we ook van de studenten zelf tijdens het afsluitende symposium van hun stage. De genomineerde huisartsen gebaseerd op evaluaties en narratieve feedback in het portfoliosysteem EPASS voor deze verkiezing zijn (in willekeurige volgorde): • Sjama de Boer uit Eindhoven • Marjolein Visser uit Eindhoven • Dennis van Veenendaal uit Udenhout Het wordt hoe dan ook een Brabants feestje. Op 10 februari 2022 is de bekendmaking van alle winnaars. 13 op één lijn 69
Page 14
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Promotie Login Alabdali Schouderproblemen bij patiënten met diabetes type 2 in de huisartsenpraktijk DOOR EEFJE DE BONT, HUISARTSREDACTIELID Stelling: In de toekomstige herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 is het raadzaam om op te nemen dat ook aandoeningen van het bewegingsapparaat van de bovenste extremiteit als een complicatie van diabetes kunnen worden gezien. Op woensdag 16 juni 2021 verdedigde Login Alabdali haar proefschrift getiteld ‘Upper extremity musculoskeletal disorders in patients with type 2 diabetes in general practice’. Over schouderproblemen bij patiënten met diabetes type 2 is nog weinig bekend. Het onderzoeksdoel was om te onderzoeken hoe vaak problemen van de bovenste extremiteiten voorkomen bij personen met diabetes type 2, of huisartsen zich hiervan bewust zijn en of echografische afwijkingen passend bij neuropathie vaker aantoonbaar zijn bij patiënten met diabetes type 2. Login en haar promotieteam (Prof. Dr. Geert-Jan Dinant en Dr. Ramon Ottenheijm) deden onder meer een online survey onder huisartsen en praktijkondersteuners, een retrospectief cohortonderzoek in de RNFM-database, een vragenlijstonderzoek onder patiënten met diabetes type 2 en een diagnostische studie naar echografische verschillen. Login concludeerde dat de meeste huisartsen en praktijkondersteuners zich niet bewust zijn van de mogelijke relatie tussen diabetes type 2 en problemen van de bovenste extremiteiten. Slechts een op de vier huisartsen vond dat routine screening hiervoor tijdens diabetes controles noodzakelijk was. Dit terwijl klachten van de bovenste extremiteiten wel significant vaker voorkomen dan bij patiënten zonder diabetes (16,3% versus 11,2%, p<0.001 op basis van huisartsendossiers). Hiervan was subacromiale pijn de meest voorkomende klacht, net als in de populatie zonder diabetes. Belangrijk was echter dat uit het vragenlijstonderzoek bleek dat waarschijnlijk veel meer patiënten met diabetes type 2 klachten ervaren dan het aantal dat de huisarts bezoekt. Maar liefst 67% van de patiënten rapporteerde klachten van de bovenste extremiteit. De diagnostische studie liet zien dat calcificerende tendinopathie van de rotatorcuffpezen het meest frequent voorkomt en dat de schouderspieren bij veel patiënten met schouderpijn er afwijkend uitzien. Dit laatste kan een teken zijn van spierdenervatie veroorzaakt door neuropathie. Daarnaast stelt Login in haar proefschrift dat chronische pijn in schouders en armen kan leiden tot immobiliteit, minder goede regulatie van diabetes en daaruit voortvloeiend ook een afname in kwaliteit van leven. Los van de vraag of screening wel of niet noodzakelijk is, lijkt minimaal noodzakelijk dat huisartsen zich bewust zijn van het feit dat schouderproblemen en andere klachten van de bovenste extremiteit vaker voorkomen bij patiënten met diabetes type 2, dat dit kan leiden tot chronische pijn en daarmee het beloop van diabetes nadelig kan beïnvloeden. 14 2e uitgave 2021 Promotie 1 september 2021 Chronische musculoskeletale aandoeningen en arbeidsparticipatie DOOR LENNART VAN DER BURG, HUISARTS EN VOORMALIG AIOTHO Stelling: “Vroegtijdig herkennen en ondersteunen van kwetsbaren met chronische reumatische en musculoskeletale aandoeningen op de arbeidsmarkt is een voorwaarde voor duurzame deelname aan het arbeidsproces.” Op woensdag 1 september 2021 verdedigde ik met veel plezier mijn proefschrift getiteld “Work participation and health in rheumatic & musculoskeletal diseases: insights from longtitudinal studies”. Het belangrijkste doel van mijn proefschrift was om meer inzicht te krijgen in de complexe relatie tussen werkparticipatie, gezondheid en contextuele factoren bij mensen met reumatische en andere chronische spier- en gewrichtsziekten. Samen met mijn promotieteam (Prof. dr. Annelies Boonen, afd. Reumatologie, Prof. dr. Geert-Jan Dinant en Dr. Ramon Ottenheijm) heb ik, door onder andere gebruik te maken van data uit twee grote Nederlandse cohortstudies, meer inzicht kunnen verschaffen in deze relaties. Reumatische en andere chronische spier- en gewrichtsziekten komen veel voor in de werkende bevolking en kunnen leiden tot verminderde werkproductiviteit, toegenomen ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, en gaan hierdoor gepaard met hoge maatschappelijke kosten. Daarnaast weten we vanuit de klinische praktijk dat hart- en vaatziekten frequenter voorkomen bij reumatische ontstekingsziekten, zoals reumatische artritis en axiale spondyloartritis (voorheen de ziekte van Bechterew genoemd). Het onderzoek beschreven in mijn proefschrift toont aan dat hart- en vaatziekten ook bij werkenden met deze aandoeningen vaker voorkomen, maar niet leiden tot toegenomen sterfte, ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid in vergelijking met gezonde werkenden. Vroegtijdige interventies om de nadelige invloed van ziekte op werkparticipatie op de lange termijn te voorkomen zijn belangrijk. Allereerst toonden wij aan dat behandeling met innovatieve geneesmiddelen (de zogenaamde ‘biologicals’) zorgt voor verbetering van werkparticipatie bij mensen met axiale spondyloartritis. Vervolgens toonden we aan dat toekomstig langdurig ziekteverzuim in een werkende populatie accuraat te voorspellen is door middel van een voorspelmodel, waarin verschillende risicofactoren worden gecombineerd tot een risicoscore. Als laatste lieten wij zien dat ‘werkvermogen’ een beter meetinstrument lijkt te zijn dan ‘werkproductiviteit’ bij het meten van ‘presenteïsme’ (het 15 gedrag van een werknemer die ondanks fysieke of psychische gezondheidsproblemen blijft werken, terwijl hij of zij eigenlijk thuis zou moeten blijven). Concluderend draagt dit proefschrift bij aan ons begrip van de complexe relaties tussen gezondheid, contextuele factoren en beperkingen in werkparticipatie bij personen met reumatische en andere chronische spier- en gewrichtsziekten. Het levert nieuw bewijs dat multimorbiditeit en contextuele factoren een aanzienlijke impact op werkresultaten hebben, bevestigt de gunstige effecten van biologicals op werkparticipatie bij axiale spondyloartritis en biedt nieuwe mogelijkheden om vroege detectie en uitkomstmeting bij reumatische en andere chronische spier- en gewrichtsziekten te verbeteren. Naast mijn werkzaamheden als waarnemend huisarts in de regio Zuid-Limburg blijf ik het komende jaar als postdoc bij de vakgroep betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van e-health in de huisartsenpraktijk. Mijn promotie is terug te kijken op: https://phd-defence.maastrichtuniversity.nl/phd-defencelennart-ra-van-der-burg-wednesday-1st-september-20211600-cet op één lijn 69
Page 16
op één lijn 69 2e uitgave 2021 ‘Wat ik belangrijk vind’ Promotieonderzoek naar het verwoorden van voorkeuren door cliënten in de langdurige zorg DOOR KARIN VAN LEERSUM, PROMOVENDUS Stelling: www.watikbelangrijkvind.nl helpt eerst te begrijpen, dan begrepen te worden (gebaseerd op Stephen Covey). Op dinsdag 28 september verdedigde ik mijn proefschrift ‘What matters to me. Research into preference elicitation for clients in need of long-term care’. Cliëntgerichte zorg is wenselijk. In werkelijkheid is het lastig voor cliënten om voorkeuren te formuleren en om deel te nemen aan gesprekken en wensen te verwoorden. De langdurige zorg in Nederland bestaat uit verpleging, verzorging en thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning. Cliënten uit deze sectoren namen deel aan het project. Het doel was een hulpmiddel te ontwikkelen en te evalueren dat gepaste hulp kan bieden. Het gaat om voorkeuren voor iemands leven en voor de zorg, waarbij cliënten het vaak moeilijk vinden hier een balans in te vinden. De gedane studies waren vooral kwalitatief, zoals observaties, interviews en groepsgesprekken. Daarnaast werden vragenlijsten gebruikt om de resultaten compleet te maken. Het belangrijkste was de focus op cliëntparticipatie en de samenwerking met de cliënten en zorgprofessionals. Tijdens gesprekken over zorg is de constructie van voorkeuren op dit moment minimaal, want er wordt te weinig tijd voor genomen. Daardoor blijven besproken voorkeuren tijdens consulten oppervlakkig en is de integratie van voorkeuren in de besluitvorming vaak niet te herkennen. Om voorkeuren makkelijker te kunnen bespreken, is ondersteuning voor cliënten en hun ondersteuners wenselijk. Daarnaast kwam naar voren dat in de diverse groepen van cliënten in de langdurige zorg, de capaciteiten om besluiten te nemen en voorkeuren te verwoorden variëren per individu en omstandigheden. We hebben een raamwerk ontworpen door en voor cliënten in de langdurige zorg, gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en gesprekken met cliënten. Hierdoor werd het hulpmiddel ‘Wat ik belangrijk vind’ (www.watikbelangrijkvind.nl) ontwikkeld. Deze intensieve samenwerking voldoet aan de wensen van cliënten en werkt om stapsgewijs van prototype naar een echt hulpmiddel te komen. ‘Wat ik belangrijk vind’ verbeterde het bewustzijn van persoonlijk voorkeuren. Het eerste gebruik laat zien dat het hulpmiddel positief werd ontvangen, zeer gebruiksvriendelijk is en ondersteuning kan bieden bij het nadenken over voorkeuren. Het maakt de cliënt bewust van voorkeuren, waardoor het gemakkelijker is om daarover te kunnen praten. De zorgprofessionals merkten dat door dit hulpmiddel soms andere onderwerpen ter sprake kwamen dan gewoonlijk. De cliënten vonden het prettig om voorbereid te zijn en het hulpmiddel te kunnen gebruiken als een geheugensteuntje tijdens consulten. 16 16 16 op één lijn 69 POB HELP studie: een beslisregel voor pijn op de borst in de eerstelijn Waarom dit onderzoek? Dagelijks melden zich 600 tot 1200 patiënten met pijn op de borst op het spreekuur van de huisarts. In 40% wordt tenminste kortdurend aan een cardiale oorzaak gedacht. Uiteindelijk blijkt slechts 10-15% van al deze patiënten coronairlijden te hebben en <5% een acuut coronair syndroom. Het onderscheid tussen een potentieel levensbedreigende aandoening als ACS en een onschuldige diagnose is echter niet altijd duidelijk. Deze diagnostische onzekerheid zorgt voor een groot aantal verwijzingen naar de tweede lijn. Dit legt een grote druk op de ambulances en de spoedeisende hulp. Het kost de patiënt veel tijd en zorgt voor angst en onzekerheid. Tenslotte resulteert het in hoge kosten voor de maatschappij. POB- HELP studie In de POB-HELP-studie onderzoeken we of een beslisregel de huisarts kan helpen een myocard infarct als oorzaak van pijn op de borst veilig uit te sluiten. De studie is een geclusterde, gerandomiseerde studie. Er zullen 1500 patiënten geïncludeerd worden in 90 praktijken, waarbij de interventiegroep tweemaal zo groot is als de controlegroep. De beslisregel bestaat uit vragenlijst met een score van maximaal 5 punten (Marburg Heart score) en een vingerprik high-sensitivity troponine I test (Siemens atellica). De primaire uitkomstmaten zijn de testeigenschappen van de klinische beslisregel en het aantal verwijzingen naar de 2e lijn. Daarnaast wordt gekeken naar de kosten, kwaliteit van leven, mate van geruststelling, de gevoeligheid van het pluis/niet pluis gevoel van de huisarts en retrospectief naar de HEART-score. Patiënten worden 6 maanden vervolgd om tot een uiteindelijke diagnose te komen. Dit project is een samenwerking tussen het Leids Universitair Medisch Centrum, Maastricht Universitair Medisch Centrum en VieCuri - Medisch Centrum voor Noord-Limburg. Het betreft een ZonMw doelmatigheidsonderzoek. Wat betekent dit voor mij als huisarts? Indien uw praktijk in de interventie groep zit, past u de beslisregel toe bij patiënten met pijn op de borst, daarop volgt een behandeladvies. Indien uw praktijk in de controlegroep zit levert u de zorg, zoals u dat nu doet. Na het consult vragen we u 8 vragen in te vullen over uw pluis/niet pluisgevoel. Na 6 maanden vragen we gegevens op van de door u geïncludeerde patiënten, die relevant zijn voor de uiteindelijke diagnose ten tijde van het consult. Ter vergoeding van uw tijd, is €15,- beschikbaar per geïncludeerde patiënt. Hoe meld ik mijn praktijk aan? U kunt uw praktijk aanmelden door een mail te sturen naar pobhelp@lumc.nl. Ook kunt u zich aanmelden via de website www.pobhelp.nl of telefonisch/via whatsapp contact opnemen met het onderzoeksteam. Heeft u nog vragen? Neem gerust contact op met het onderzoeksteam via bovenstaande contactgegevens. U kunt ons bereiken door te bellen, mailen of whatsappen. Simone van den Bulk, huisarts in opleiding en coördinerend onderzoeker. Mede namens, Dr. T.N. Bonten, huisarts en hoofdonderzoeker LUMC Prof. Dr. M.E. Numans, hoogleraar huisartsgeneeskunde LUMC Dr. R.T.A. Willemsen, huisarts en hoofdonderzoeker MUMC Prof. Dr. G.J. Dinant, hoogleraar huisartsgeneeskunde MUMC Dr. J.G. Meeder, cardioloog en onderzoeker VieCuri 17
Page 18
op één lijn 69 2e uitgave 2021 D Bruikbare Wetenschap Diagnostiek & COVID-19 DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. De speerpunten van de vakgroep huisartsgeneeskunde zijn Huisarts & Diagnostiek, Huisarts & Digitale Zorg, Samen Beslissen & Interprofessioneel Samenwerken. Onregelmatig ritme Nicole Verbiest-van Gurp en Jelle Stoffers leiden de Maastrichtse tak van de D2AF studie. Een prachtige klinische studie naar vroegopsporing van atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk. Ongetwijfeld zult u met de naderende promotie van Nicole komend jaar nog meer over haar werk lezen. Voor deze editie van Bruikbare Wetenschap kwam ik een artikel tegen over het effect van de inzet van een holter op het vinden van paroxismaal atriumfibrilleren. Daartoe includeerden ze patiënten die een 12-kanaals ecg hadden zonder atriumfibrilleren. Ze vroegen deze patiënten om gedurende twee weken een holter te dragen en driemaal daags in die periode de MyDiagnostick – een 1-kanaals ecg – vast te houden voor een meting. Niet iedereen hield het vol om de holter zo lang te dragen, de mediane draagtijd was 8 dagen. Voor het 1-kanaals ecg-staafje waren er 22 mediane metingen per patiënt. De holter metingen registreerden bij slechts 4 patiënten atriumfibrilleren. Het staafje gaf bij 65 van de analyseerbare 205 patiënten minimaal bij 1 meting een signaal af, als teken van mogelijk AF op basis van het ingebouwde algoritme. Daarmee zult u meteen begrijpen dat de positief voorspellende waarde van zo’n signaal erg laag was. Ook als men cardiologen die 1-kanaals ritmestroken liet beoordelen, nam de positief voorspellende waarde niet veel toe. Bij een derde van de stroken gaven ze aan dat de strook onvoldoende goed te interpreteren was. De diagnostische opbrengst van de holter om paroxismaal atriumfibrilleren te vinden was in deze populatie dus gering. De diagnostische accuratesse van het 1-kanaals ecg-staafje om paroxismaal AF te detecteren is nog geringer. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de geïncludeerde patiënten geen specifieke anamnese hadden waarin ze zelf een ander ritme voelden of waarin de huisarts daar specifiek aan dacht. De voorafkans bij patiënten die met deze klachten aan uw bureau zitten is zeker hoger. De holter, indien u die zelf tot uw beschikking heeft, hoeft dus zeker niet te verstoffen in de kast. 18 18 18 E Diagnostiek in richtlijnen Door de snelle technische ontwikkeling en toenemende beschikbaarheid van diagnostische onderzoeken neemt het gebruik van diagnostiek door huisartsen en specialisten toe. Het overmatig gebruik van diagnostische tests wordt verklaard door het gedrag van de arts en de patiënt. Jesse Jansen en ikzelf schreven voor het NTvG het artikel ‘Overdiagnostiek: onderbelicht?’. Hierin richten we ons op de sterke stijging in het gebruik van diagnostiek in de eerstelijn en de drijvende factoren daarachter. We kunnen de technologie de schuld geven, maar overmatig gebruik komt vooral door gedrag en verwachtingen, van dokter en patiënt. Promovendus Mariska Tuut schreef samen met Jako Burgers en Trudy van der Weijden een fraai artikel over hoe de aanbevelingen tot gebruik van diagnostiek in richtlijnen tot stand komen, en of daarbij aandacht is voor de consequenties van het doen van diagnostiek op patiëntrelevante uitkomsten. Zoals we allemaal weten, hoeven die effecten niet altijd positief te zijn. Niet geheel verrassend vonden ze bij hun selectie van richtlijnen dat de aanbevelingen op het gebied van diagnostiek hoofdzakelijk werden gebaseerd op de diagnostische accuratesse (vind de test de ziekte die je zoekt?). Er was echter zelden aandacht voor de effecten van het inzetten van die diagnostiek op de behandeling (maakt de diagnose wat uit voor de behandeling?) of de belasting van het ondergaan van de test voor de patiënt. COVID-19 en de vakgroep huisartsgeneeskunde De oogst van artikelen voor deze Bruikbare Wetenschap voor de spreekkamer van de huisarts was kwantitatief beperkt. Ook in de wetenschap laat COVID-19 sporen na. Zo lijken processen bij wetenschappelijke tijdschriften langer te duren (iedereen is druk, drukker, drukst) en ook stonden enkele onderzoeksprojecten noodgedwongen in de wacht. COVID-19 heeft ook een aantal kansen gegeven voor nieuwe wetenschappelijke studies. De bevindingen zullen hopelijk van meerwaarde zijn voor onze diagnostiek en behandeling van acute COVID-19, maar ook voor patiënten met long COVID klachten. Onderstaand beschrijf ik enkele door ZonMW gefinancierde projecten, waar de vakgroep bij betrokken is. Golven 1 tot en met 3 Eefje de Bont, Natascha Broers en Laure Wynants werken als post-doc team aan het analyseren van alle patiëntengegevens van de eerste golf COVID-19 patiënten op de toenmalige T B T R R U E T I N A K E A B M A U E N R K W S E S E T C G N H S S R C A H U A H P I S I E 2e uitgave 2021 coronahuisartsenposten die we destijds in Limburg en veelal in Brabant hadden. Weet u het nog? Dat was toen we niet of nauwelijks konden testen op COVID-19. Ze kijken daarbij naar klinische parameters die voorspellend waren voor een slechte uitkomst, zoals ziekenhuisopname. De pandemie gaat daarbij sneller dan wetenschappelijk onderzoek, zoveel is duidelijk. De regio Noord-Limburg, zorggroep Cohesie en het Viecuri Ziekenhuis in Venlo is binnen dit project van onschatbare waarde aangezien zij ook fraaie (huisartsen)gegevens van golf 2 en 3 aanleveren voor dit project. Ook voor long COVID is Maastrichtse aandacht. Revalidatiearts Jeanine Verbunt ontwikkelde onder andere met Jean Muris een nascholing, gebaseerd op de ‘Gesprekslijst voor patiënten na corona’ en op de ‘Verwijshulp’. Benieuwd? Google eens op deze termen en het kenniscentrum van Adelante. RNFM Het Research Network Family Medicine (met daarin gegevens van 150.000 patiënten van 29 praktijken in het zuiden) levert data aan drie landelijke studies naar zorgmijding tijdens de COVID-19 pandemie. Huibert Tange en zijn team zijn bij deze projecten betrokken. Naast algemene cijfers over huisartsenbezoek tijdens de Covid-19 golven zal men ook, soms met nieuwe big datatechnieken, kijken naar de effecten van COVID-19 pandemie en de maatregelen op oncologische zorg, hart- en vaatziekten in de huisartsenpraktijk en zo meer. Deze datakoppelingen en -analyses moeten ook voor de toekomst de samenwerking tussen al deze netwerken vergroten. GRIP3 project Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde ZonMw kende recent 3 miljoen euro subsidie toe aan het Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde. Samen met Marco Blanker (UMC Groningen) is Jochen Cals kwartiermaker van het Consortium. Momenteel is het onduidelijk welke vroegtijdige behandelingen met geneesmiddelen een gecompliceerd ziektebeloop voorkómen. In dit voorstel bundelen de 7 Nederlandse vakgroepen huisartsgeneeskunde en het Nivel hun krachten als Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde. In nauw overleg met patiëntvertegenwoordigers en andere stakeholders werken we 3 werkpakketten uit met betrekking tot COVID-19 zorg in de huisartsenpraktijk. In het eerste werkpakket kijken we op basis van de 9 grote registratiedatabases van routinezorgdata van huisartsenpraktijken samen naar: 1. de gebruikte behandelingen met geneesmiddelen door huisartsen tijdens de eerste COVID-19 golven in Nederland en 2. hoe vaak long COVID (langdurige klachten na een COVID19 infectie) voorkomt en welke trajecten deze patiënten doorlopen. De projectleiding ligt in handen van UMC Groningen en Erasmus MC Rotterdam. Het RNFM levert data voor dit werkpakket. In een landelijke gerandomiseerde interventiestudie sluit de PRINCIPLE-NL trial aan bij een Britse studie naar het effect van veelbelovende geneesmiddelen op het beloop van een COVID-19 infectie bij risicogroepen. Mark Spigt en de vakgroep huisartsgeneeskunde leidt dit werkpakket. Het is de bedoeling dat vanaf begin 2022 huisartsen in heel Nederland patiënten kunnen aanmelden voor deelname aan deze studie, waarbij we veelbelovende reeds bestaande geneesmiddelen zullen evalueren op duur van COVID-19 klachten. In de recent gepubliceerde NHG Standaard Acute COVID-19 wordt budesonide als inhalatiemedicatie ter overweging gegeven bij bepaalde risicogroepen. De aanbeveling voor dit middel is gebaseerd op de bewijslast die in de PRINCIPLE-UK trial in Engeland vorig jaar is verzameld. In De Covidtherapy@home studie onderzoekt het Consortium of thuisbehandeling op maat met zuurstofondersteuning, ontstekingsremmer dexamethason en bloedverdunners gelijkwaardig en veilig is voor ernstig ziekere COVID19 patiënten ten opzichte van ziekenhuisopname. Dit werkpakket wordt geleid door het UMC Utrecht en de werving van patiënten zal vooralsnog niet in het zuiden plaatsvinden. Mogelijk kent u wel de regionale protocollen omtrent vervroegd ontslag met O2 therapie; deze staan los van de boven beschreven studie. In aanvulling op deze COVID-19 werkpakketten zal het Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde een groot aantal trajecten opzetten om de infrastructuur voor huisartsengeneeskundig onderzoek in Nederland sterk te verbeteren. Het doel is om het voor huisartsen en patiënten eenvoudiger te maken om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek en bij toekomstige pandemieën sneller betrouwbare onderzoeksgegevens te kunnen leveren. We werken bijvoorbeeld aan een module in ZorgDomein om met twee muisklikken een patiënt aan te melden voor een klinische studie. Want wetenschappelijke studies en Bruikbare Wetenschap, zijn enorm afhankelijk van goede en grote studies in de huisartsenpraktijk. In drukke tijden dienen huisartsen optimaal ontzorgd te worden, zodat bijdragen aan die Bruikbare Wetenschap vrijwel drempelloos wordt. Referenties • Screening for paroxysmal atrial fibrillation in primary care using Holter monitoring and intermittent, ambulatory single-lead electrocardiography. • Karregat EPM, Gurp NV, Bouwman AC, Uittenbogaart SB, Himmelreich JCL, Lucassen WAM, Krul SPJ, van Kesteren HAM, Luermans JGLM, van Weert HCPM, Stoffers HEJH.Int J Cardiol. 2021 Oct 21:S0167-5273(21)01575-8. doi: 10.1016/j.ijcard.2021.10.021. Online ahead of print. PMID: 34687805 • Do clinical practice guidelines consider evidence about diagnostic test consequences on patientrelevant outcomes? A critical document analysis. • Tuut MK, Burgers JS, van der Weijden T, Langendam MW.J Eval Clin Pract. 2021 Sep 23. doi: 10.1111/jep.13619. Online ahead of print. PMID: 34553815 19 op één lijn 69
Page 20
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Regionale triage Kindergeneeskunde De Juiste Zorg op de Juiste Plek DOOR CAROLIEN VAN ROSSEM, PROJECTMEDEWERKER Iedereen is het erover eens dat de zorg slimmer kan en moet. Juist in de regio Zuid-Limburg waar veel uitdagingen liggen in de zorg: de bevolkingskrimp, een hoge zorgconsumptie en de slechte gezondheid van de bevolking ten opzichte van de rest van Nederland. Een hele uitdaging om (hoogcomplexe) zorg beschikbaar en betaalbaar te houden. Juiste zorg op de juiste plek De afdelingen Kindergeneeskunde van het Maastricht UMC+ en Zuyderland MC zijn onder de noemer ‘Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP)’ nauwer gaan samenwerken voor betaalbare, kwalitatief hoogstaande en toegankelijke zorg in de regio Zuid-Limburg. JZOJP is een beweging waarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om (duurdere) zorg te voorkomen, verplaatsen of vervangen. Op de afdelingen Kindergeneeskunde werd de laatste jaren al steeds meer samengewerkt. Bijvoorbeeld door wekelijkse patiëntbesprekingen, het ontwikkelen van gezamenlijke protocollen en het opzetten van regionale subspecialistische teams. Regionale triage Eén van de huidige problemen die kinderartsen ervaren, is dat kinderen niet op de juiste plek worden gezien. Ook kan het zijn dat, door centralisering van hoogcomplexe zorg, een kind beter gezien kan worden door een (sub-)specialist in een ander ziekenhuis. In het kader van JZOJP willen de teams van kinderartsen in de toekomst de kindergeneeskundige patiënt zo snel mogelijk de beste passende zorg aanbieden door een regionale vorm van triage. Dit komt de kwaliteit, efficiëntie en patiënttevredenheid ten goede en voorkomt mogelijk duurdere zorg. Pilot De pilot start met de deelspecialismes Allergologie en MaagDarm-Lever (MDL). Voor kinderen die worden verwezen naar deze poliklinieken wordt de best passende zorg gezocht op regionaal niveau. Onder best passende zorg wordt verstaan de algemene of gespecialiseerde kinderarts op die locatie waar deze zorg het beste aansluit op de zorgvraag en die het snelste toegang geeft tot zorg. Uitgangspunt is: dichtbij waar het kan, maar verder weg als het moet. Het kan dus voorkomen dat een kind wordt opgeroepen op het spreekuur van een ander ziekenhuis dan waar het naar verwezen is. In de pilot worden de haalbaarheid, effectiviteit en ervaringen van een regionale triage onderzocht. Samenwerking met huisartsen Beide afdelingen Kindergeneeskunde willen de samenwerking uitbreiden naar een sterk centrum voor kindergeneeskundige zorg in de regio Zuid-Limburg. Een bredere samenwerking met de GGD, huisartsen, sociale wijkteams en gemeenten zijn hier onderdeel van. In het kader van deze samenwerking komen we graag in contact met huisartsen die dezelfde ambities delen. JZOJP loopt immers over alle lijnen van de zorg heen. Mocht u dit lezen en meer willen weten over dit project of deel uitmaken van de werkgroep, kunt u contact opnemen met Carolien van Rossem (c.vanrossem@zuyderland.nl/carolien. van.rossem@mumc.nl) 20 20 20 2e uitgave 2021 OOK en de Witte Raven Recent ontstane buikklachten en vermoeidheid DOOR PAUL HÖPPENER, TONNIE VAN KESSEL EN RAYMOND LECLERCQ, HUISARTSEN NP De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. Deze keer een kortdurende Onuitstaanbaar Onverklaarde Klacht MAN 70 JAAR Voorgeschiedenis: Chronisch astma Buikwanddistensie eci INTOX: voormalig roker; geen drugs of alcohol Anamnese 11 maanden geleden vrij plotseling erg moe en hinderlijke vage buikpijn ergens diep in zijn buik, onder de navel. Lichamelijk Onderzoek bij aanvang van de klachten: T 133/70 ; Pols 70/min ; Temp 37,4C ; Gewicht 70 kg ; Lengte 186cm BMI 20 Hart en Longen: gb Bij palpatie van de buik geen afwijkingen gevonden, met name geen pathologische weerstanden. Voortgezet onderzoek Laboratorium: CRP 115 mg/L ; eGFR 65 ml/min Normale leverfuncties; Glucose 6,1 mmol/L ; Hgb 8,5 mmol/L ; normaal bloedbeeld. Dipstick urine: eiwit - ; glucose - ; erytr. +++ ; Leuc + X-Thorax: Echo buik: CT scan: hartgrootte valt binnen de norm. Geen pleuravocht. Geen infiltraten. niet goed te duiden afwijkende schaduw. Advies: CT scan. onregelmatig begrensde weke delen massa rondom de distale aorta abdominalis en de aortabifurcatie; hydronefrose rechts. Na een maand werd de vermoedelijke diagnose gesteld, die werd bevestigd door een PET scan. Welke zeldzame aandoening veroorzaakte de ernstige klachten van deze patiënt. Hebt u OOK een vermoeden? De oplossing kunt u insturen naar: op1lijn@maastrichtuniversity.nl Stroomdiagram zoekmethode www.witteraven.org De oplossing van de vorige keer: Amoebenabces van de lever Dit waren de collega’s die een mail stuurden met de juiste diagnose: Johan Evers (al weer!), Laury de Jonge, Jan Takken Afscheidsrede prof.dr. Geert-Jan Dinant Ik kan niet langer ‘ontkennen’ dat ik in juni 2022 mijn AOWleeftijd bereik (in mijn geval 66 jaar en 7 maanden) en dus met pensioen (emeritaat) ga. De afscheidsrede staat gepland op donderdag 14 april 2022 om 16.00 uur in de Aula van onze universiteit. Het betreft de dag voor Goede Vrijdag (voor de kenners: Witte Donderdag) en het wordt een luchtig, voor iedereen te volgen verhaal over ontwikkelingen in ons vak waar ik aan heb mogen bijdragen en over mijn ideeën ten aanzien van de toekomst. 21 op één lijn 69
Page 22
2e uitgave 2021 1 e uitgave 2014 WESP-student Celine Vilters Dokter, ik snap het niet? BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN EN ROMY RICHTER Vraagstelling Wat kunnen we leren van keuzehulpen die ontwikkeld zijn met behulp van patiënten met lage gezondheidsvaardigheden? Studiedesign Descriptieve document analyse van alle Nederlandse keuzehulpen die geschikt zijn voor gebruik in de huisartsenpraktijk, waaronder enkele keuzehulpen ontwikkeld met behulp van patiënten met lage gezondheidsvaardigheden. Primair resultaat en conclusie Opvallend is de beperkte mate van risicocommunicatie, zonder het benoemen van cijfers of grafische weergave van risico’s. Enkel verbale risicomaten zoals ‘een groot risico’ worden genoemd, zonder details. Mogelijk is beperkte risicocommunicatie gericht op de essentie dan ook beter voor de groep patiënten met lage gezondheidsvaardigheden. Kanker Nazorg Wijzer in de huisartsenpraktijk De Kanker Nazorg Wijzer is ontwikkeld om patiënten te ondersteunen in de periode na kanker. Het programma richt zich op leefstijl en veelvoorkomende klachten zoals vermoeidheid. Eerder onderzoek toonde al aan dat de Kanker Nazorg Wijzer effectief is. Ook wordt het programma door deelnemers positief gewaardeerd. Bij huisartsen is er veel behoefte aan goede methodes om ondersteuning te bieden aan voormalig kankerpatiënten. In een vervolgstudie willen wij de Kanker Nazorg Wijzer daarom integreren in de huisartsenpraktijk. Voor een studie naar de (kosten)effectiviteit van deze opzet zijn we op zoek naar huisartspraktijken uit Limburg en Brabant. Als u mee wilt doen, dan gaat u de Kanker Nazorg Wijzer inzetten om uw patiënten te begeleiden in de periode na kanker. De interventie omvat twee regulier declareerbare consulten bij de huisarts of POH-er. Daarnaast maken 22 22 patiënten zelfstandig gebruik van het onlineprogramma. Buiten de interventie vindt er een voormeting en een nameting plaats (vergoeding beschikbaar). Per praktijk wordt gestreefd naar een inclusie van ongeveer 20 patiënten. Start studie: voorjaar 2022 Verdere details zijn op aanvraag beschikbaar. Heeft u interesse in deelname, neem dan contact op met michelle.smits@ou.nl. op één lijn 69 op één lijn 69 Ouderengeneeskunde Maastricht Het tweede jaar DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Opleiders Maastricht: Eunika Arman (midden) en Johanna Rompelberg (2e van rechts) Inleiding In de laatste editie van ‘Op één Lijn’ eindigden we met de sollicitatieronde die liep tot 1 mei voor de start in september. We waren enorm blij met het grote aantal sollicitaties! De selectiegesprekken deden we net als het jaar ervoor via zoom en dat verliep prima. We zagen prima kandidaten met verschillende achtergronden en ervaringen. Na de selectie en de plaatsing, gingen in september maar liefst 14 aios van start met hun eerste jaar. In die groep zit ook een aios die promotieonderzoek gaat doen in een zogeheten AIOTO-traject. Drie aios waren al eerder gepromoveerd. Na een online kennismaking in de zomer, kon de start in september fysiek doorgaan op Debyeplein 1. Start academisch jaar Dit jaar hadden we het voordeel van de ervaring met het startjaar van de opleiding, maar de grote groep van 14 ten opzichte van de 9 aios het jaar ervoor, kregen we nieuwe logistieke uitdagingen. De tweedejaars aios waren verdeeld in twee groepen: zij die starten met de ziekenhuismodule en de andere groep die startte met de GGZ. Heel af en toe zijn alle groepen in huis op vrijdag voor de terugkomdag. Opleiders De groep opleiders is uitgebreid met 11 waardoor het totaal komt op 19 erkende opleiders. De opleiders en de instellingen kunnen wij zelf visiteren. De erkenningen wordt na onze goedkeuring formeel door de RGS bevestigd. Opleiders werken goed samen om te regelen dat aios kunnen worden opgeleid en goed worden begeleid. Twee opleiders, Eunika Arman en Johanna Rompelberg, behaalden in oktober hun certificaat voor de Kaderopleiding Opleiden (KOO) (zie foto bovenaan). Nieuwe opleiders stromen alweer in. Opleiders hebben ook zogeheten afstemmingsdagen waarbij ze scholing en supervisie volgen. Staf Nieuwe docenten zijn ook aangetrokken, zij stellen zich voor in de gelijknamige rubriek elders in dit blad. Eén van de aios uit de allereerste groep, Inge Bobbert, is secretaris geworden van de VASON, de landelijke belangenvereniging van aios. Landelijk nemen we deel aan belangrijke commissies van SOON, de Samenwerkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland. Denk aan de Curriculumcommissie, maar ook aan de commissies Kwaliteit en Werving & Selectie. De korte lijn met het andere nieuwe instituut in Groningen is ook gebleven. In de basisopleiding Geneeskunde wordt ook flink doorgewerkt om de ouderengeneeskunde er veel steviger in te krijgen. SO Nanda Wolfs is daar de hoofddocent en aanspreekpunt. Verantwoording De opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht kreeg bij de start al de erkenning voor onbepaalde tijd. Eén jaar na de start zou een evaluatiebezoek door de RGS volgen. Dit bezoek zal in het eerste kwartaal van 2022 plaatsvinden. Hiervoor dienen wij ook extra werkzaamheden te verrichten. Voorlichting, werving & PR Naast onderwijs zetten we stevig in op voorlichting in combinatie met werving. Naast de onlineactiviteiten, kon dit academisch jaar ook op beperkte schaal weer fysiek met studenten in het basiscurriculum gesproken worden. Zo waren er twee filmochtenden in Lumière Maastricht in het kader van vernieuwde Zorgstage jaar 2. Het thema was ‘dementie’ en de film was ‘The Father’. Na afloop konden studenten vragen stellen aan een SO en/of aios. Enkele studenten mailden daarna met het verzoek om een keer te mogen meelopen in de ouderengeneeskunde. De praatjes tijdens de coschaplunches zijn ook weer mogelijk en daar laten we ons als vakgroep altijd zien. Al heet onze vakgroep Huisartsgeneeskunde, in de beeldvorming kunnen we nu ook het logo Ouderengeneeskunde UM steeds zichtbaarder toepassen. We zouden begin november op het congres van de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg (AWO-L) hebben gestaan met een stand, als deze niet (terecht) door de oplopende coronabesmettingen was afgeblazen. Epiloog We zouden het bijna vergeten, maar al deze positieve dingen gebeurden in een tijd dat de watersnoodsramp in Limburg was en een zoveelste coronagolf. De ouderenzorg en daardoor ook de ouderengeneeskunde werden hard getroffen. Niet alleen bewoners en cliënten, maar ook de artsen en de aios kregen het zwaar voor hun kiezen. Hierbij nogmaals een groot compliment voor al deze mensen! Laten we hopen dat wij samen voor de toekomst voldoende artsen kunnen opleiden zodat die druk op de zorg minder wordt en er nog meer ruimte ontstaat voor werkplezier en opleiden. 23
Page 24
op één lijn 69 2e uitgave 2021 In de leer ‘Je mag toch ergens aan doodgaan?! DOOR CHARLOTTE COOPMANS, TWEEDEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE MAASTRICHT Ik zie momenteel in het ziekenhuis veel kwetsbare ouderen en hun dokters vechten tegen ziekten en de dood. Gaan zij dit gevecht bewust aan? Of overkomt hen dit? Is het gevecht de keuze van de oudere zelf, van de familie of van de dokter en welke wapens worden er ingezet? Als deze ouderen van tevoren stil hadden gestaan bij de keuze, waren ze dan nog naar het ziekenhuis gegaan of toch liever thuis of in het verpleeghuis gebleven? Deze gedachtestroom kwam bij mij op toen een familielid van een zeer kwetsbare oude dame, waarbij door artsen werd voorgesteld de behandeling te staken, verontwaardigd riep: “Maar we kunnen haar toch niet laten doodgaan aan een infectie?” Hè denk ik bij mijzelf, je moet, nee liever gezegd, mag toch nog wel ergens aan doodgaan? En wat had deze dame zelf eigenlijk gewild? De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven. – Augustinus (Romeins filosoof, theoloog en Kerkvader 354-430) Als specialist ouderengeneeskunde in opleiding word ik getraind in het uitvoeren van Advance Care Planning (ACP). Proactieve gesprekken, waarbij samen met patiënten en naasten wordt stilgestaan bij bovenstaande vragen met als doel passende zorg en behandeling te kunnen bieden in het nu en richting geven aan toekomstige scenario’s. We gaan het gesprek aan om doelen helder te krijgen, keuzes te bespreken, opties af te wegen, om uiteindelijk samen te besluiten wat past bij de wensen, de normen en waarden en de opvattingen over (levensverlengende) behandelingen van de patiënt. Wat wil iemand wel en vooral: wat wil iemand niet meer. En dit blijven we samen evalueren. Wat ik hieraan zo mooi vind, is dat iemand de gelegenheid krijgt om keuzes te maken die het beste passen bij het leven dat diegene wil leiden om zoveel mogelijk lijden te voorkómen. Lijden is persoonlijk en voor iedereen anders, maar brengt vaak stress, onzekerheid en angst met zich mee. Lijden betekent regie over eigen leven behouden en brengt rust tijdens de laatste fase van het leven. Voor de patiënt zelf, voor de naasten, maar ook voor de zorgverleners. Medisch gezien kan er heel veel en steeds meer, maar niet alles wat kan hoeft. Dat laatste is voor dokters vaak moeilijk. Ze hebben de neiging om een patiënt te blijven behandelen, ook als een patiënt niet beter wordt, of als er maar een hele kleine kans bestaat. Een kwestie van hoop. En hoop doet leven nietwaar? Vaak denken patiënten dat de arts 24 24 24 hen nog beter kan maken, waarom zou hij anders nog een behandeling voorstellen? Patiënten en naasten blijven hopen en dokters willen hen die hoop niet ontnemen. Daarmee ontstaat een risico dat patiënten in de laatste levensfase meer behandelingen krijgen dan ze eigenlijk gewild hadden, lang in het ziekenhuis verblijven en soms niet meer naar huis kunnen. Hierdoor wordt het laatste stuk van het leven mogelijk zwaarder dan zonder behandeling. Afbeelding: Banksy Verlies van hoop of verlangen ernaar binnen handbereik Niet beter kunnen maken betekent niet niets meer kunnen. Sterker nog, je kunt heel veel doen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden. Waaronder dus het voorkómen van misverstanden over de gewenste zorgverlening in de laatste fase van het leven. De oplossing: praat op tijd met elkaar. Niet omdat de dingen moeilijk zijn, durven wij niet, maar omdat wij niet durven, zijn de dingen moeilijk – Seneca (Romeins filosoof, staatsman en toneelschrijver 5 v.C.-65 n.C.) Maar praten over de laatste levensfase is niet makkelijk. Zowel patiënten als dokters vinden het vaak een moeilijk onderwerp, het kost tijd en beiden vertonen ontwijkend gedrag. Vaak komen verdriet, angst en zorgen naar voren en daar hebben we het liever niet over. Door niet te praten, 2e uitgave 2021 bestaat de kans dat het laatste stuk van het leven er anders uitziet dan gewenst is en dat kan ook anders. Dat vraagt om dappere dokters die durven iets niet te doen. Die de moed hebben om te zeggen, we kunnen ook niets doen. Die het gesprek hierover durven aan te gaan. Die uit de behandelmodus kunnen stappen en stilstaan en de tijd nemen om samen met de patiënt en zijn of haar naasten te praten over wat wel en wat niet. Een investering in tijd voor deze gesprekken kan veel leed besparen. Wat is nou echt belangrijk? “All we have to do decide is what to do with the time that is given us.” - Gandalf (J.R.R. Tolkien) Ik hoorde laatst deze treffende uitspraak in een podcast op weg naar huis. Dat geldt voor de patiënt, maar dus ook voor de dokter. Waar besteed jij jouw kostbare tijd aan? In de leer Het ultieme leren DOOR RAISSA DERCKX, TWEEDEJAARS AIOS HUISARTSOPLEIDING ‘Het lukt ons altijd!’. De HAB lachte hard en de groep lachte met haar mee. ‘Het was maar iets kleins’, glimlachte de aios, ‘maar we hebben er iets groots van weten te maken.’ . Mijn collega vertelde over een baby’tje dat plots ernstig ziek was geworden ondanks dat het die middag nog volstrekt gezond leek. Het was kantje boord geweest en de aios was geschrokken. Begrijpelijk. Onze les: kinderen zijn onvoorspelbaar in hun ziekte. En casus als deze mogen je best raken. ‘We hadden er weer iets groots van gemaakt’, zei ze. Is dat zo? Ik vond het nogal een ervaring, maar de aios die het inbracht, had het omwille van de tijd aanvankelijk nog achterwege willen laten. Het leek haar iets kleins. Het doet me denken aan supervisie. Je deelt in een begeleide groep van vier personen iets wat je hebt meegemaakt en beoogt daar je leerervaring uit te halen. Als serieuze en goed opgevoede aios reflecteer je uiteraard netjes op voorhand: wat deed ik en waarom, wat deed de ander, wat was feit en wat was invulling? Daarna leg je, zoals het hoort, een vraag voor aan de groep en maak je de cirkel rond. Maar dat is slechts het begin, en daar wil ik eigenlijk naartoe. De supervisor ziet vaak heel andere dingen dan jij in je verhaal – en je groepsgenoten ook overigens. De supervisor stelt je vragen. Waar komt die gedachte vandaan? Doen alle mensen het zo? Om je vervolgens te realiseren dat je ouders door het harde werken ’s avonds steevast na het eten in slaap sukkelden; dat je bedenkt dat je je in de regel ook kapot werkt en dat, hoewel lucratief, deze strategie je ook veel kost; en dat de verrassende opmerking van de supervisor of dat nog een zinvolle copingstrategie voor je is in je huidige situatie misschien best hout snijdt... Even terug naar de rode lijn. Al die groepspsychotherapie light bij supervisie – en af en toe bij Leren van Ervaringen – doet een mens echt goed. Want juist door dit soort kwetsbare en open besprekingen van situaties, momenten van twijfel en angsten kom je erachter dat (1) je geen idee hebt waar veel van je automatismen en overtuigingen op berusten en (2) dat anderen in je groep hetzelfde hebben. Wat voor jou overduidelijke denkfouten zijn bij anderen, zijn voor hen vaak blinde vlekken, en vice versa. En het feit dat anderen het ook hebben, daarnaast nog empathie voor je tonen, helpt je om je eigen zwaktes te accepteren en er daadwerkelijk iets mee te doen. Zulke discussies zijn wat mij betreft een van de meest waardevolle bijdrages van de huisartsopleiding. Ik geloof dat ik er een beter mens van word. Mijn boodschap (of wens): deel met elkaar wat je meemaakt. En dat wens ik ook voor de afgestudeerde huisartsen, wetenschappers en medewerkers van de huisartsopleiding. Deel vooral wat je lastig vindt, beangstigend, frustrerend of beschamend. Ook al weet je niet zeker of het de moeite waard is voor de ander. Voor mij is dat het ultieme leren. 25 op één lijn 69
Page 26
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Uit het hoofd Kwaliteitsbeleid DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Ik had me voorgenomen om het in mijn bijdrage aan deze ‘Op één lijn’ niet over corona te hebben. Nu ik dit schrijf is er weer een persconferentie geweest, hebben we de opleiders tweedaagse in een online variant laten doorgaan en houd ik mijn hart vast voor wat nog komen gaat. Waar ik het wel over wil hebben is iets heel anders: kwaliteitsbeleid. De tegenwoordige maatschappelijke tendens is erg gericht op het hebben van een kwaliteitscyclus. Veel maatschappelijke organisaties hebben NEN of ISO-certificering in hun reclame-uitingen. De meeste huisartspraktijken hanteren een accreditatieprogramma (NPA, HAZO24, etc.). Zo kent de huisartsopleiding ook zijn kwaliteitscontroles. De RGS-erkenning werd altijd verleend aan het hoofd van de opleiding. Toen ik twee jaar geleden als hoofd aantrad, hield dat automatisch in dat er na 2 jaar een visitatie zou volgen. Afgelopen week bracht de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) in dat kader een bezoek aan onze opleiding. In de systematiek van de visitatie is inmiddels veel veranderd. De erkenning wordt niet meer verleend aan het hoofd, maar aan het instituut. Voorheen kwam de RGS vooral controleren of aan de regelgeving werd voldaan. Een nieuwe vereiste in deze regelgeving is het hebben van een kwaliteitsbeleid. En op de toetsing daarvan ligt nu vooral de nadruk. Ook kwam de RGS voorheen om de 5 jaar voor herregistratie. Nu kan de erkenning voor onbepaalde tijd afgegeven worden. Doel, inhoud en opzet GEAR Visie & kwaliteitsbeleid Doel GEAR GEAR, Gecombineerde Evaluatie- en AuditRonde is het landelijk kwaliteitsinstrument van de acht huisartsopleidingen in Nederland. Doel van GEAR is om als instituut samen met het auditteam te komen tot een analyse van de opleiding als basis voor verbetering. Met GEAR willen de opleidingen de kwaliteit van de opleidingen en de samenwerking bevorderen. Inhoud GEAR GEAR maakt gebruik van een indeling in vijf domeinen. Samen omvatten deze domeinen de meest relevante processen binnen de opleiding. De drie kerndomeinen ‘2. Curriculum’, ‘3. Leeromgeving’ en ‘4. Toetsing & Beoordeling’ komen elke auditronde aan de orde. De ondersteunende domeinen ‘1. Visie & Kwaliteitsbeleid’ en ‘5. Organisatie, Management & Medewerkers’ worden vanuit de gesprekken over de kern26 26 26 domeinen geaudit. ‘Academisch niveau’ is niet langer een apart domein binnen GEAR; de aandachtspunten zijn binnen de vijf domeinen geïntegreerd. Curriculum Leeromgeving ACADEMISCH NIVEAU Toetsing & beoordeling Daar komt bij dat ook de erkenning en het herregistreren van de huisartsopleiders en stage-opleiders is gewijzigd. Dit wordt tegenwoordig aan de opleidingsinstituten overgelaten. Een hele klus, want ook hierbij is het hebben van kwaliteitsbeleid van groot belang. De visitatie op 8 november verliep in een goede sfeer, de definitieve uitslag volgt begin volgend jaar. Dan zitten we weer vol in de voorbereiding van de volgende visitatie, die van de GEAR, de Gecombineerde Evaluatie en Audit Ronde van de opleidingsinstituten. Dit gezamenlijk ontwikkelde kwaliteitsinstrument van Huisartsopleiding Nederland wordt door de RGS als belangrijke kwaliteitsstandaard erkend. De domeinen waarop de opleiding in maart 2022 wordt beoordeeld zijn: Visie & Kwaliteitsbeleid, Curriculum, Leeromgeving, Toetsing & beoordeling, Organisatie & management (zie kader en afbeelding). Met de uitkomsten van deze twee grote audits gaan we natuurlijk aan de slag. We zijn al druk bezig met verbeterpunten. Inmiddels is een start gemaakt om de informatie aan startende aios te verbeteren en de onderwijsfaciliteiten in Maastricht en Eindhoven te vernieuwen. Denk hierbij aan inrichting van onderwijsruimtes en aan vernieuwen van ICT en schermen ten bate van het onderwijs. Organisatie, management & medewerkers Prijs voor beste proefschrift Catharina Pijls prijs voor Floor van den Brand DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Onderzoeker Floor van den Brand promoveerde in 2020 cum laude op een onderzoek naar het effect van een financiële beloning om (in groepsverband) te stoppen met roken. Dat bleek te werken. Ze kreeg daarvoor al de CAPHRI Societal Impact Award. Ze wint nu voor dit prachtige onderzoek de tweejaarlijkse prestigieuze Catharina Pijls Prijs voor het beste proefschrift. Met deze landelijke prijs wordt uitzonderlijk werk door wetenschappelijke onderzoekers op het gebied van de gezondheidswetenschappen bekroond met een prijs van 10.000 euro. Floor wint de prijs niet alleen voor haar proefschrift, maar ook voor haar persoonlijke inzet binnen en buiten het onderzoek. Op 18 november nam Floor, voorafgaand aan de Catharina Pijls lezing, de prijs in ontvangst. Catharina Pijls (1909-1993) was een Geleense apotheker en maatschappelijk zeer betrokken. De Stichting die haar naam draagt probeert het gedachtengoed van maatschappelijke relevantie blijvend te stimuleren. En, wat zei de dokter? Dit boek “En, wat zei de dokter? Theoretische onderbouwingen bij het praktische werk van de huisarts” van Arno Goudsmit is in september cadeau gedaan aan alle afstuderende aios. Arno was jarenlang docent aan de Huisartsopleiding en is sinds dit najaar met pensioen. Hij schreef een bijzonder boek voor huisartsen die zich verbazen over de verschillen tussen de theorie en de praktijk van hun vak, met als thema: wetenschapstheoretische verantwoording van complexiteit en hermeneutiek in de huisartsgeneeskunde. Het boek is te koop via Uitgeverij Gompel & Svacina, maar wij mogen 1 exemplaar weggeven aan een van onze lezers. Wil je hiervoor in aanmerking komen? Stuur dan een mailtje naar de redactie (op1lijn@maastrichtuniversity.nl). En geef aan waarom jij heel graag dit boek wil! Onder de leukste inzendingen verloten wij dan dit boek. 27 op één lijn 69
Page 30
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Oud-aios: hoe vergaat het ze? Optimus huisarts DOOR RAMON OTTENHEIJM, KADERHUISARTS BEWEGINGSAPPARAAT Alweer 21 jaar geleden rondde ik de huisartsopleiding af. Nu, net de 50 jaar gepasseerd, werk ik niet meer in een huisartspraktijk. Inspirerende collega’s, passie en dromen zorgden ervoor dat ik een ander werkveld koos, eigenlijk zelf creëerde; dat van een huisarts die zich specialiseerde in het bewegingsapparaat (kaderhuisarts bewegingsapparaat) en musculoskeletale echografie. Tijdens mijn geneeskunde studie bleef mijn eerdere bijzondere interesse in sport en bewegen bestaan. Keuzestages besteedde ik aan orthopedie en sportgeneeskunde en in een tussenjaar deed ik onderzoek bij de vakgroep Humane Biologie. Maar, tijdens het coschap huisartsgeneeskunde vielen alle puzzelstukje op de juiste plaats. Ik merkte dat het generalistisch werken en het dicht bij de mensen staan het beste bij me paste. De interesse in sport en bewegen bleef tijdens mijn huisartsopleiding in Maastricht bestaan. Enthousiast begon ik als jonge huisarts in Huisartspraktijk Geulle, een academische praktijk, met Job Metsemakers, Jean Muris en Paul Zwietering als bevlogen collega’s. Zij lieten me zien dat veel mogelijk is en via hen kreeg ik ook een aanstelling bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht. Eerst in het onderwijs, maar dat veranderde, waarover later meer. Het was mijn schouderblessure in 2007, ontstaan door het tennissen, die me in aanraking bracht met echografie. Mijn fysiotherapeut maakte een echo. Ik was meteen gegrepen. Wat waren de schouderstructuren goed te zien en wat begreep ik de pathologie ineens beter. Gesteund door mijn collega’s in de huisartspraktijk volgde ik een opleiding musculoskeletale echografie en samen kochten we een eerste echoapparaat. Wel leuk om te vermelden is dat ik tijdens mijn huisartsopleiding een keuzestage urologie deed en met echo’s meekeek. Ik weet nog dat ik destijds dacht: “dit is echt niets voor mij om te doen, wat lijkt me dat moeilijk”. In onze huisartspraktijk integreerden we de echografie in het diagnostisch proces en later ging ik ook echogeleide injecties zetten. In onze huisartsengroep Elsloo-Geulle bestond destijds al de wens om patiënten naar elkaar te verwijzen in plaats van naar het ziekenhuis. Zo zag ik de eerste patiënten van andere huisartsen. Inmiddels was ik bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde, onder supervisie van Geert-Jan Dinant en Rob de Bie, met 30 30 30 een promotietraject begonnen met als thema echografie bij schouderklachten. Een erg leerzaam en leuk traject dat zes jaar geleden werd afgerond met mijn proefschrift. Nog zoiets waarvan ik jaren geleden dacht dat ik het niet zou kunnen. Nog steeds doe ik onderzoek op dit gebied en verzorg er onderwijs over. In de tussentijd lukte het me ook om me als kaderhuisarts bewegingsapparaat te registreren bij het CHBB. Door een samenwerking met MCC Omnes in de Westelijke Mijnstreek, kreeg ik de wind in de rug. We ontwikkelden een innovatieve pilot gericht op substitutie van zorg, die drie jaar zou duren en door zorgverzekeraar CZ werd ondersteund. Er kwam een tarief voor horizontale verwijzing; patiënten met klachten van het bewegingsapparaat konden door de andere huisartsen uit mijn huisartsengroep naar mij worden verwezen voor een diagnostisch consult. De resultaten waren boven verwachting (Huisarts & Wetenschap 2019;7:53-55). Voortzetting van dit project was alleen mogelijk indien we deze zorg regionaal zouden gaan aanbieden. Daarmee werd het ondergebracht in het Anders Beter Centrum in Echt (Medisch Contact 2019;41:18-21). Ook Pluspunt Medisch Centrum, het anderhalvelijnscentrum van de huisartsen in de Oostelijke Mijnstreek, was geïnteresseerd in dit zorgaanbod. Ook daar hebben we het succesvol geïmplementeerd. Maar, daarmee creëerde ik wel een probleem; de combinatie van werken in mijn huisartspraktijk, werken als kaderhuisarts bewegingsapparaat in twee huisartsregio’s en mijn academische werk was niet meer te combineren. Na een periode van bezinning besloot ik eind 2019 te stoppen in mijn huisartspraktijk in Geulle, geen gemakkelijke keuze overigens, en mijn passie te volgen; het meer kunnen werken als kaderhuisarts bewegingsapparaat. Met veel plezier werk ik nog steeds bij het Anders Beter Centrum en Pluspunt MC. Van generalisme naar specialisme Maar, mede door de coronapandemie heb ik ook mijn grote droom kunnen verwezenlijken; een eigen kliniek voor beweegzorg. Samen met Ruud Gransier, bewegingswetenschapper en arts maar ook zorgondernemer, heb ik Optimus Orthopedie opgezet. Een innovatief zelfstandig behandelcentrum orthopedie, waar we met een team alle patiënten samen zien (www.optimusorthopedie. nl). Ons team bestaat uit een orthopedisch chirurg, fysiotherapeut, beweeg- & voedingsdeskundige en mijzelf als kaderhuisarts en echografist. Daarmee brengen we de eersteen tweedelijn samen en begeleiden we de mensen weer terug naar de nulde lijn. Een kliniek voor mensen en door mensen. Wij leveren verzekerde zorg en zijn niet duurder dan een verwijzing naar het ziekenhuis. Inspirerende collega’s, passie en dromen hebben me tot hier gebracht; wie had dat kunnen denken, ik in ieder geval niet. Blijkbaar kan ik niet stil zitten, want ik ben ook docent echografie voor Sonoskills en bestuurslid van de NHGexpertgroep Het Beweegkader en de in oprichting zijnde expertgroep voor musculoskeletale echografie. Na al die jaren blijft bewegen dus letterlijk en figuurlijk mijn thema. Uit de praktijk gegrepen Een oude boom moet je niet verplaatsen DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID Hij woonde achteraf in het dorp, in een zijweggetje. Hij woonde alleen, met zijn dieren. In een oude onderkomen boerderij, met zo’n schuur met een ingevallen dak. Zijn vrouw was al jaren geleden overleden en zijn medische voorgeschiedenis was langer dan de lijst van de lokale afhaalchinees. Hartproblemen, longproblemen, blaaskanker, reflux, diabetes, slecht zien, hypertensie, beginnende dementie en nog veel meer. Na een lelijke stoot aan een tafel bleek hij een open been te hebben, dat al een tijdje niet genas. Ik werd aan huis ontboden. Bij aankomst bleken er ganzen op het erf te lopen: waakganzen. Ik kon nog net op tijd binnenkomen, zonder aangevallen te worden. In de keuken, want dat was waar hij woonde, lag overal stof, een laag van wel 3 cm. Hij sliep in een stoel, naast de stoof. In zijn slaapkamer boven, sliepen de kippen. Het been was inderdaad open, al maanden. In verband met zijn slechte visus had hij het niet goed kunnen verbinden. Ik stelde voor de thuiszorg in te schakelen om het been te verzorgen, driemaal in de week. Daar moest hij even over nadenken. Na wat lichte druk van mijn kant ging hij akkoord. Na één dag werd ik gebeld door de thuiszorg, ze durfden niet naar binnen in verband met de waakganzen. Na overleg met de gemeente werden er dranghekken geplaatst tussen de voordeur en het hek van het erf. Twee dagen later belde de thuiszorg dat er tussen de kippen en de ganzen 31 ook ratten waren gesignaleerd. Meneer zelf, die wilde niet meer: “Laat me toch”. Na rijp beraad besloot de gemeente het erf en het huis te saneren. De ganzen? Nooit meer gezien. Het been genas niet. Uiteindelijk werd de man opgenomen in een verpleeghuis. Drie weken later overleed hij. op één lijn 69
Page 32
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Equilibre Seks en opleiders gezocht DOOR GASTON PEEK EN MARIEKE KOOLS, OPLEIDERSCOÖRDINATOREN Yes, we kunnen eindelijk weer! Elkaar ontmoeten als ‘huisartsopleiding Maastricht’, tijdens onze tweedaagse voor huisarts- en stage-opleiders in Heeze. Althans, dat dachten we toen we tot de dag van tevoren de laatste puntjes op de i aan het zetten waren en Katrien de Bruijn haar auto vollaadde met materiaal. We hadden erg veel zin om op 3 en 4 november uitgebreid met elkaar over seks te gaan praten. Gastons voorganger Arie de Jong had de boel voor 2020 al in de steigers gezet samen met onze collega’s van Seks-HAG. De scenario’s met inschrijflimieten, halve zalen en hybride werkgroepjes via Zoom hadden we met veel vreugde al veel eerder de prullenbak in gegooid toen de anderhalvemeterregel eraf mocht. Seks en anderhalve meter afstand is sowieso een uitdagende combinatie. Timing is alles in deze tijd en wij hadden pech: op dinsdagavond besloten we, samen met het managementteam, op basis van het 1,5 meter advies in de persconferentie en berichten vanuit enkele zorggroepen de bijeenkomst af te zeggen. Gelukkig stelden onze collega’s zich flexibel en behulpzaam op, waardoor we er alsnog een mooie digitale eendaagse van maakten. Beide gastprekers, Peter Leusink en Ingrid Cadel, gaven genoeg stof tot discussie in de opleidersgroepen om goed met elkaar over seks te praten. Los van deze Coronaperikelen was het toch passen en meten geworden in Heeze. We zijn natuurlijk gegroeid (met 12 extra aios-opleidingsplaatsen vorig jaar), bijna uit onze voegen zelfs. Letterlijk, zoals laatst op de regionale terugkomdag van opleiders in Maastricht bleek, toen niet alle groepen standaard een tweede ruimte ter beschikking was voor hun intervisie. En figuurlijk, met een maar-net-passend aantal opleidingspraktijken om al onze aios onder te kunnen brengen. Met op sommige momenten geen enkele opleider vrij, houden wij ons hart vast bij een dreigende ontkoppeling. Jullie begrijpen het: we zijn druk in de weer met werving van opleidingspraktijken. Vooral in regio Zuid-Limburg zitten we te krap in ons jasje. Geografisch kun je zeggen dat het natuurlijk een beperkt gebied is waaruit je kunt putten. 32 32 32 Daarnaast is een veelgehoord geluid tegenwoordig dat veel huisartsen, en zeker praktijkhouders, zich overvraagd voelen. Een aios opleiden en alles wat daarbij komt kijken, wordt dan al snel teveel. Helaas werkt dit bij de aios ook een beeld in de hand, namelijk dat van een veel te belastend en dus onaantrekkelijk praktijkhouderschap. Of speelt er ook iets anders? We kijken natuurlijk als opleiding ‘mee in de keuken’ en daar is niet iedereen van gediend. Aan de andere kant wil je als huisarts de toekomst van je vak zekerstellen en is goede opvolging vinden in ieders belang. Juist de huisarts die nog 10 jaar voor pensioen zit, heeft een aios een schat aan ervaringskennis te bieden. Ook kan je zo veelal op een fijne manier een geschikte opvolger vinden. Daarnaast horen we van startende opleiders steevast terug dat ze zelf ook beter worden in hun consultvoering en bewuster van hun visie op het vak. Als je hiervoor open staat, maak je net zo’n mooie ontwikkeling door als de aios ieder jaar. Maar daar begint het wel mee: dat open staan. Het willen blijven leren, durven laten zien dat je nog zaken te leren hebt, hoe oud je ook bent. Ook daarin zijn onze huisartsopleiders een belangrijk rolmodel voor de aios. Naast de inhoud van het vak zelf (en hoe je dat organiseert zodat het voor jou werkt en plezier geeft), beschouwen we de pijler ‘leren-leren’ als een heel wezenlijke waarin onze opleiders het goede voorbeeld geven. We hopen dat we meer opleiders gaan vinden en doen ons best om huisartsen hiervoor te enthousiasmeren. Om dit enthousiasme aan te wakkeren streven we naar een opleiderscurriculum dat aansluit bij de leerwensen en verwachtingen van jullie als huisartsopleiders. Welke didactische leerwensen zijn er? Om beter aan te sluiten bij deze verwachtingen en wensen uit het veld, lanceerden we tijdens de eendaagse een enquête. Deze enquête hebben we overigens ook gedaan onder jaar 2 stage-opleiders, met een mooie respons van meer dan 60%. We spraken nu via zoom met elkaar over seksuele gezondheid, het grijze gebied en over didactische uitdagingen. Hopelijk praten we snel bij op een borrel over de toekomst van ons vak en van de huisartsenopleiding. Mochten jullie intussen collega’s ontmoeten, heb het dan eens over het opleiden en vraag ze of ze open staan voor een nieuwe impuls. Welbeschouwd geldt op ieder domein: je bent nooit te oud om te leren. Afscheid van Yvonne Guldemond ‘Waarom word je geen mondhygiëniste?’ DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE In coronatijd werd in beperkt gezelschap afscheid genomen van verschillende collega’s van de huisartsopleiding. Eén van hen was Yvonne Guldemond. Alleen kon zij er steeds niet bij aanwezig zijn. Een mooi excuus voor een uitgesteld afscheid na ruim 25 dienstjaren in combinatie met een afscheidsgesprek met Matthijs Limpens, hoofd van de Huisartsopleiding Maastricht. Op één Lijn was erbij. Na afloop werd geluncht met de staf. De titel komt uit de tijd dat Yvonne nog tandheelkunde in Nijmegen studeerde. Als een van de 13 vrouwelijke studenten (versus 90 mannen) werd haar deze vraag gesteld. Het was de tijd dat ze haar echtgenoot Frank Guldemond leerde kennen en de overstap maakte naar Geneeskunde. Een leuk coschap in Eindhoven bij huisarts Van der Rijdt gaf de doorslag: ze besloten samen voor het vak en een gezamenlijke toekomst te gaan. In het pre-internet tijdperk belde je rond naar verschillende gemeentes om demografische gegevens te verzamelen. Op die manier maakten ze een ‘witte vlekken’ kaart met potentiële vestigingsplaatsen en zo belandde het echtpaar in Ubachsberg. Het eerste praktijkpand was krap voor twee huisartsen, er was maar 1 spreekkamer en geen assistentie. Toen het gezin groeide, vertrok Yvonne naar de huisartsen Panhuysen en Hulshof in de regio Voerendaal, een kostenmaatschap op twee locaties. Eindelijk had ze een eigen spreekkamer. Intussen kwam ook de assistentie en kinderopvang op gang. In Voerendaal kwam ze als ‘maatje’ in aanraking met de opleiding. Via Paul Höppener, het toenmalige hoofd van de opleiding, kreeg ze haar eerste aanstelling als docent. Doel was het opzetten en uitvoeren van de CB-cursus voor externen en haio’s. Gelukkig vroeg in 1998 opleidingshoofd Yvonne van Leeuwen haar als coördinator voor de stages in Jaar 2, toen ELWP (Externe Leer Werk Periode) geheten. In 2000 kwam de vraag om ‘iets met de spoedzorg’ te gaan doen. Deze lijn bleek haar passie en daarmee verdween ze grotendeels uit het dagelijkse beeld in Maastricht. Ze was actief in landelijke projecten, waar veel partijen bij betrokken waren. De huisartsenposten zoals we die nu kennen, waren er nog niet. De financiering voor de opleiding van aios op de posten moest nog gezocht worden. De opleiding op de huisartsenpost kwam gaandeweg steeds meer in beeld bij alle huisartsopleidingen. Onder haar voorzitterschap werd de Leidraad Diensten ontwikkeld. Lokaal werd met het hoofd en de coördinator bedrijfsvoering Joost Dormans gekeken hoe het project ‘Aios op de HAP’ lokaal vorm kon krijgen. De knelpunten die toen werden voorzien, zijn er, volgens haar, nu nog. De HAP is als opleidingslocatie een lastige plek, zowel qua structuur en verantwoordelijkheid als qua financiering. Een aios zonder supervisie heeft geen goede en veilige leerplek. Na de opkomst van de zorggroepen werd Yvonne bestuurder van de Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL). Landelijk was het een roerige tijd van acties en stakingen. In die periode werd de decentralisatie van de zorg naar gemeentes in gang gezet. Het werd de opmaat voor de ontwikkeling van de PROFclass: een post-specialistische opleiding voor huisartsen om zich te bekwamen in praktijkmanagement. Inmiddels is de PROFclass overgenomen door Schola Medica die de PROFclass nu door ontwikkelt voor de aios. Ook trots is ze op het succesvolle NHG-congres over Spoedzorg in Maastricht in 2013 waar zij voorzitter was van de wetenschappelijke commissie. Een ander mooi project dat ze deed is de ZWOP, de zelfstandige week op de post door aios. Het haalde zelfs de regionale kranten. Yvonne heeft vanuit een aanstelling bij de opleiding veel projectmatige rollen buiten de muren van het instituut vervuld. Ze voelt zich niet thuis in bureaucratische organisaties, maar wel binnen de trias praktijk-academie-bestuur. Haar bestuurlijke avonturen startten nadat haar vier kinderen het ouderlijk huis hadden verlaten. Ze is trots op hun praktijk die werd uitgebouwd tot een Medisch Eerstelijns Centrum voor het dorp. Pensionering is voor Yvonne geen reden om niets te doen. Dat bleek al na het stoppen met de praktijk en nu weer bij de universiteit. Yvonne houdt niet van stilzitten. Ze is inmiddels actief als toezichthouder bij een ziekenhuis en een zorggroep. Ook hier maakt ze gebruik van wat steeds de inspiratiebron was: haar praktijkervaringen als huisarts. Selectie uit Curriculum Vitae 1980-2017 Praktijkhouder Ubachsberg 1994-2020 Huisartsopleiding 1994-1998 Consultatiebureaucursus 1998-2001 ELWP-coördinator 2014-2020 Coördinator Diensten (opvolger: Simon Kleijkers) 2007-2012 Hoofd Projectbureau Aios op de HAP 2012-2016 Lid Raad van Bestuur Zorggroep OZL Heerlen 2016-2021 Programmaleider PROFclass 2019-heden Programmaleider Opleiding Spoedzorg Huisartsopleiding Nederland 33 op één lijn 69
Page 34
op één lijn 69 2e uitgave 2021 Voetbalwedstrijd AIOS tegen opleiders 2021 Het Van Gaal effect! DOOR GASTON PEEK, HUISARTSDOCENT Na een gemis van anderhalf jaar (en zonder de anderhalve meter) vond op 24 september jongstleden op de velden van Rooms-Katholieke Voetbal Vereniging Wilskracht Doet Zegevieren te Bocholtz eindelijk weer het jaarlijkse voetbaltreffen tussen huisartsen-in-opleiding en hun opleiders plaats. Dit onder toeziend oog van tientallen supporters. En om maar meteen met de deur in huis te vallen…: eindelijk weer een overwinning voor de opleiders! Jaja u leest het goed, na een 4-0 voorsprong in de rust wonnen de AIOS weliswaar de tweede helft met 2-1, maar het scorebord liet na 60 minuten voetballen toch echt een 5-2 overwinning voor ‘de oude rotten’ zien. Alhoewel, oude rotten. Noem het gerust een goed mengsel tussen ervaring (denk aan keeper Van den Brand, ‘slopers’ Sander Jongschaap en Koen Vanwersch achterin, dirigent op het middenveld Micha Lutgens, maar ook vliegende vleugelspitsen Simon Kleijkers en Freek Leenders) en verjongd talent. Zo mochten Paul Roos, Roel Smeijsters, Denny Maessen en Maikel Moonen debuteren en hun haasje* ophalen. En dit harde werk van het scoutingsapparaat wierp direct zijn vruchten af want drie van de vier debutanten wisten ook te scoren! Los van verjonging was er ook het ‘Van Gaal effect’. Want na meerdere nederlagen op een rij móest er verandering plaatsvinden. Wegens wanprestaties werd oud-coach Marieke Kools gedegradeerd tot mascotte en werd een trainer aangesteld met veel meer (voetbal)ervaring: Matthijs Limpens, hoofd van onze opleiding Daarnaast is de staf enkele weken voorafgaand aan deze wedstrijd op trainingskamp geweest in Italië om het catenaccio eens goed te bestuderen. Hangen voor de eigen goal, uitbreken op snelheid. Dit bleek de juiste speelstijl tegen de jeugdige AIOS. Met name in de eerste helft konden ze geen antwoord vinden op de speelwijze van de opleiders. De kopjes gingen omlaag na een prachtige 2-0: bal veroverd op eigen helft door Coen Bruijns, via Micha Lutgens gekaatst naar buiten op Freek Leenders, voorzet op maat en ingekopt in de kruising door ondergetekende. Een counter volgens het boekje, de coach keek tevreden. Wegens uitstekend keeperswerk aan de kant van de jonge collega’s viel de score in de eerste helft nog laag uit. Het moet hebben gebulderd in de kleedkamer van de AIOS, want in de tweede helft waren ze de betere partij. De opleiders werden ook wat overmoedig. Zo ging keeper Stephan opeens meevoetballen in de spits. Dit leidde tot twee uitstekende doelpunten van de AIOS, een comeback hing in de lucht maar opnieuw een goed uitgespeelde counter maakte een einde aan deze wederopstanding. Zo konden de opleiders na vier jaar eindelijk weer de felbegeerde bokaal omhooghouden. Al duurde dit moment van euforie maar kort, want tijdens de derde helft is de bokaal alweer uit handen van de opleiders ontfutseld. Ook dit lijkt een traditie te worden. Een derde helft die overigens ruim gewonnen werd door onze jonge collega’s… En de re-match? Die vindt hopelijk in het voorjaar van 2022 plaats! * Iedere speler die zijn debuut maakt in het Nederlands elftal ontvangt een haasje. Dit speldje is een bijzondere onderscheiding, want sinds 1905 zijn er slechts 761 voetballers in Nederland die zo’n haasje hebben gekregen. De oorsprong van deze traditie lijkt te liggen in de jaren twintig van de vorige eeuw. Ergens in deze periode wordt begonnen met het uitreiken van het haasje. Waarom het speldje een haasje heet is onduidelijk, maar heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de meer ervaren spelers van Oranje niet met de oude mascotte, een pluchen konijn, het veld op wilden lopen. Vaak werd die klus toebedeeld aan een speler die nog geen of de minste interlands had gespeeld en aldus 'het haasje’ was. 34 34 34 op één lijn 69 Moreel dilemma Wils(on)bekwaamheid: wie het weet, mag het zeggen DOOR NATHALIE NOTERMANS, HUISARTS, MA PHILOSOPHY, BIO-ETHICS & HEALTH Dat wilsbekwaamheid in de praktijk lastig is, blijkt maar weer uit het artikel over tuchtrecht in Medisch Contact, “26ste klacht over psychiatrische diagnose maakt patiënt niet wilsonbekwaam”.1 In de betreffende casus verschillen het regionaal en centraal Tuchtcollege van mening of klaagster wilsbekwaam is ten aanzien van het indienen van een klacht. Maakt het onder curatele staan patiënte niet überhaupt wilsonbekwaam? Een bekende valkuil bij wilsbekwaamheid is óf patiënten ‘als geheel’ of ‘totaal’ wilsonbekwaam te zien op het moment dat zij onder curatele staan óf wanneer er een diagnose is gesteld die (mogelijk) invloed heeft op het beoordelingsvermogen. De crux bij wilsbekwaamheid zit hem echter in het feit, dat het altijd gaat om een specifieke beslissing in een specifieke context. Daarnaast kan het zomaar zijn dat een patiënt tijdelijk wilsonbekwaam is ten aanzien van zijn behandeling of ziekte, maar dat dit na behandelen van onderliggend lijden (delier, intoxicatie, psychose) weer herstelt. Het beoordelen van wilsbekwaamheid gebeurt in de dagelijkse praktijk eigenlijk altijd impliciet. In feite is het een uitgebreide versie van de informed consent, iets wat bij elke behandeling verplicht is volgens de WGBO. Pas op het moment dat een bepaalde beslissing van een patiënt vergaande gevolgen heeft, schadelijk is, of als er aanwijzingen zijn dat een patiënt de gevolgen van een ingreep of besluit niet kan overzien, is een expliciete beoordeling noodzakelijk. Dit beoordelen hoeft, in tegenstelling tot wat veel artsen denken, niet te gebeuren door een psychiater. Juist de behandelend arts kan deze beoordeling doen, want die kan veel beter de voor- en nadelen van een bepaalde ingreep overzien. De beoordeling zelf hoeft echt geen uren te duren. Volgens psychiaters Irma Hein en Adger Hondius volstaat ‘minstens een kwartier’.2 Tijdens de beoordeling let je op vier criteria: 1. Begrijpt de patiënt alle relevante informatie? 2. Kan de patiënt over de gevolgen redeneren? 3. Kan de patiënt de informatie toepassen op de eigen situatie? 4. Maakt de patiënt een consistente keuze? Om de beoordeling makkelijker te maken is er een stappenplan ontwikkeld, de McCAT.3 Een leerartikel van het NTVG gaat hier uitgebreider op in.4 1 Medisch contact 2 https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/ wilsbekwaamheid-is-geen-vaste-toestand.htm 3 MacCat – Mac Arthur Competence Assesment tool. Een uitgebreide checklist is te vinden op www.artsennet.nl en in Knuiman (2006). Bron: Tabel 2 uit Vinkers CH, van de Kraats GB, Biesaart M, et al. Is mijn patiënt wilsbekwaam? volg de leidraad. Ned Tijdschr Geneeskd 2014;158:A7229. 4 Wilsbekwaamheid beoordelen, Irma M. Hein, C. (Kees) Blankman, Astrid Vellinga en Adger J.K. Hondius, NTVG 09-2019 In theorie is het dus heel eenvoudig: zolang de patiënt het met je eens is hoef je je nergens druk om te maken. Is hij of zij dat niet meer, dan laat je hem of haar in duidelijke bewoordingen uitleggen waarom een andere keuze gemaakt wordt. Lukt dat niet? Wilsonbekwaam! Kind kan de was doen, zou je denken. De praktijk is natuurlijk een stuk weerbarstiger. Hoe weet je nu echt of iemand het heeft begrepen? Hoeveel begrip over een moeilijke medische keuze kun je verwachten van iemand die niet medisch geschoold is? Is het toepassen van informatie op de eigen situatie puur rationeel, of laten we ons daarin leiden door emoties en eerdere ervaringen? Wanneer is een keuze consistent? Wanneer mag je terugkomen op je mening omdat je van gedachten bent veranderd? In hoeverre wordt iemand in zijn keuze gestuurd door de omgeving? Is er sprake van wilsonbekwaamheid of is er gewoon onenigheid in een familie? Is iemand vrij om een ‘slechte’ keuze te maken? Dat we vaak terughoudend zijn met het bespreken van wilsbekwaamheid is dus niet gek. Zeker omdat we dan voor nog meer vragen komen te staan. Wie bepaalt er dan? Wat kan de patiënt nog wel beslissen? En wat doet het met mijn artspatiënt relatie? Daarnaast zou je kunnen debatteren over de validiteit van de 4 criteria van wilsbekwaamheid, zoals opgesteld door Appelbaum en Grisso. In feite toets je hiermee de ‘beslisvaardigheid’ van een patiënt en dat zou tot een glijdende schaal kunnen leiden waarbij mensen die verbaal zwakker zijn wellicht onterecht als wilsonbekwaam worden gezien. Uiteindelijk blijft het een inschatting van de beoordelaar of de patiënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Dit vraagt om méér dan alleen een checklist afvinken en de validiteit van de argumentatie checken. Het vraagt om échte verdieping in de betreffende patiënt, wat zijn belangen precies zijn en waarom het ene belang zoveel zwaarder weegt als het andere, zonder daar een inhoudelijk oordeel over geven. Tenslotte is spreken zilver, maar luisteren goud. 35

Op één lijn 68


Page 2
Colofon Inhoudsopgave Oplage 2600 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-210023 Fotografie pag 3 Loraine Bodewes pag 15 en 22 Johannes Timmermans Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Een heel warm applaus voor onze opleiders Clinici van het jaar 2019-2020 Stellen zich voor: Madeline Pikaar – HAB psychisch blok Eindhoven Femke Leenders – Douma – HAB jaar 1 Eindhoven Anne Wijtvliet – HAB Jaar 1 Eindhoven Henna Toppenberg – GW-er Jaar 1 Maastricht Sonaily Janga – Medewerker onderzoek Katrien Boots – Stagecoördinator Jaar 2 huisartsopleiding Simon Kleijkers – Coördinator diensten huisartsopleiding Nanda Wolfs – Coördinator ouderengeneeskunde Margot Franssen – HAB jaar 1 Maastricht Slapen als een oermens – Merijn van de Laar Onderzoek I-HARP: Tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen – Stephanie Ament en Ivo Kesler Ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de huisartsenpraktijk – Krystle Penders Örenäs studie. Tijdige diagnostiek van kanker – Geert-Jan Dinant OOK en de Witte Raven. Alleen de griep? – Paul Höppener en Tonnie van Kessel Subsidie Innovatiefonds maakt vernieuwing mogelijk – Niels Beurskens, Mark Spigt & Jesse Janssen Coachen van zelfsturen leren binnen de huisartsopleiding – Angelique Timmerman NHG wetenschapsdag – Loes van Bokhoven en Niels Beurskens Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals RNFM Ontwikkelingen in 2020 WESP-en Behandellast meten bij patiënten met multimorbiditeit – Loes Engels 20 Voorspellen psychologische factoren het herstel van schouderklachten? – Pim den Boer 20 De invloed van de praktijksetting op klinische medicatie beoordelingen door huisartsen – Maaike Bakker 21 Houding en ervaring van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen – Juul Hoevers Opleiding Ouderengeneeskunde Op naar jaar 2 – Babette Doorn In de leer – Charlotte Coopmans Huisartsopleiding ‘Doe maar normaal dan doe je gek genoeg’ – Matthijs Limpens Oud aios: hoe vergaat het ze als? – Marleen de Kooning Equilibre: Kijken naar de Jenga torens… – Gaston Peek en Marieke Kools Uit de praktijk gegrepen. Check check dubbel check – Jeroen Smeets Pieter van der Heijden: een oude rot in het vak zwaait af – Marieke Kools Oud aios: hoe vergaat het ze? – Johan Evers Moreel dilemma: gedwongen anticonceptie – Nathalie Notermans Rite de passage – Arie de Jong 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 3 4 5 5 6 6 6 7 7 7 8 8 8 9 10 12 13 14 15 15 16 18 19 2 2 Van de redactie Geen nieuws is goed nieuws Dit mooie oude spreekwoord raakte in onbruik sinds de komst van mobiele telefoons en internet. Ineens wisten we altijd waar de ander was. Zo niet, dan belde je even om de ander te vragen ‘waar ben je nu?’. Het antwoord maakte geen bal uit. Het ging erom dat je het kon weten. Je kan alles weten. En we weten ook alles. Althans, dat denken we. Er is vaak geen nieuws meer. We worden overspoeld met nieuws. We worden murw. Het tussentijdse avontuur dat je voorheen had tussen afscheid en weerzien, dat is nu een continue ‘spoiler’. Mensen hebben wel avontuurtjes, maar dat is weer een ander verhaal. Dit blad verschijnt nu voor de 68e keer. Er was altijd voldoende ‘nieuws’ en informatie. Zelfs voor geduldig papier. Er waren altijd foto’s die speciaal voor het blad gemaakt werden. De laatste keer was de kaft met mondkapjes vooral grappig bedoeld, maar eerlijk gezegd: veel meer was er ook niet. En nu zien we vooral kiekjes van zoomevenementen, alsof we die schermen nog niet genoeg gezien hebben! Deze keer op de kaft, in de Tree of life, de namen van onze recent afgestudeerde huisartsen. Gefeliciteerd allemaal! En u ook, met uw nieuwe collega's. Al is misschien niet alles even beeldig, we hebben wel veel inhoud. Maar liefst 9 nieuwe medewerkers stellen zich voor. Geen leuke start op de nieuwe ‘werkplek’, maar we denken dat het wel goed gaat komen in de toekomst. Docenten zullen we altijd blijven werven, op verschillende plekken, voor verschillende rollen en in verschillende regio’s. Voor geneeskunde, huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde. Voor promovendi zijn er ook geregeld vacatures. We werven steeds vaker via de sociale kanalen. Stephanie Ament beschrijft een eindrapportage over het I-HARP project over palliatieve zorg bij hartfalen. In dit artikel komen Ivo Kesler (huisarts) en Daisy Janssen (SO) ook aan het woord. Krystle Penders, psycholoog, zou promoveren op persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Haar proefschrift is klaar, het feest houdt ze nog tegoed. Vier WESP-en beschrijven de uitkomsten van hun wetenschapsstage van 18 weken. Helaas omvat de gebruikelijke ‘Heel HAG bakt’ geen spacecake, dus die gezelligheid hebben zij, naast het samenwerken op de WESP-kamer, moeten missen. Verder een update vanuit de ouderengeneeskunde, de opleiding tot SO. Weinig nieuws, maar wel goed nieuws. Charlotte Coopmans, aios in opleiding tot SO, is de nieuwe aios columnist voor de rubriek ‘In de leer’. Twee oud-aios van de huisartsopleiding, Marleen Kooning en Johan Evers, vertellen wat zij nu doen en hoe het met ze gaat. Ook het hoofd van de huisartsopleiding haalt een mooi oud gezegde van stal en vraagt zich dingen af die voorheen anders waren. En dan twee frisse smoelen op onze website www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl: van aios Charlotte van der Velden en AIOTHO Michelle Verheijden. Zij zijn de nieuwe ‘promoteamers’ voor de online community. Gelukkig was die community er al, het hielp ons in de communicatie en de werving. Nieuw redactielid Jeroen Smeets, ook actief op de socials, probeert een nieuwe rol uit: die van columnist. Verder een innovatieproject door Angelique Timmermans en behaalde subsidiegelden voor wetenschapsonderwijs in de huisartsopleiding. De Witte Raven haalden een oude casus van stal: weet u de diagnose? Meer Bruikbare Wetenschap van Jochen Cals, kort nieuws vanuit het RNFM en een verslag van de NHG wetenschapsdag, in de vorm van een tweedaagse webinar. Nog een ‘nieuw’ gezicht: Gaston Peek. Hij volgt Arie de Jong op in diens rol als HAO-coördinator. De Gezondheidsrechtelijke kwesties van Arie zijn klaar. Gelukkig heeft hij in Nathalie Notermans een waardige opvolger met haar rubriek Moreel Beraad. Arie zelf is onvervangbaar. Graag hadden we hem nog een paar maanden fulltime aan het werk ‘gezien’, zoals leek afgesproken. Dat werd hem niet gegund. De rite de passage werd roet in de passage. Lees zijn afscheidsartikel. Wie we wel glansrijk konden uitzwaaien, is opleider Pieter van der Heijden, een echt Alfa-mannetje. Marieke Kools zocht hem op voor een interview. We gaan van de lente genieten, werken tussen de vrije dagen door en dromen van een zomervakantie als ware het een Fata Morgana…. Geen nieuws in de zomer, is goed nieuws. Dan zijn we op vakantie! Babette Doorn 3 op één lijn 68
Page 4
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Van de voorzitter Hoe komen we sterker uit de crisis? DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Limburg is qua besmettingen en dodental samen met Noord-Brabant het hardste getroffen door het nieuwe virus. Met name Zuid-Limburg scoorde voor de coronacrisis ook al slecht op het gebied van gezondheid. In vergelijking met andere regio's in Nederland, maar bijvoorbeeld ook met Noord-Limburg, leven inwoners van Zuid-Limburg gemiddeld 4,5 jaar minder in goede gezondheid. Bij organisaties zoals het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ontbreekt vaak de regionale insteek. En worden de Limburgse regio’s eenduidig geformuleerd en wordt ook rekening gehouden met de Euregio? Wat zeggen de cijfers voor Limburg, als je niet weet hoe het ervoor staat net over de grens in Duitsland en België? Ook is duidelijk dat het volume aan professionele zorg in Limburg toeneemt. Te vaak hebben we in de zorg last van perverse prikkels, zijn onderlinge verantwoordelijkheden onvoldoende duidelijk en zijn investeringen in preventie marginaal en incidenteel. De postcode bepaalt te zeer of je een kansrijke start in het leven hebt, of je van een dubbeltje een kwartje kunt worden en wat je levensverwachting is. Onze regio werkt hard aan een dubbele opgave: het organiseren van toekomstbestendige gezondheidszorg én dat in een regio met hardnekkige gezondheidsachterstanden en een toenemende kansenongelijkheid. De focus op de acute, curatieve zorg heeft veel aandacht. De grootste opgave daarbuiten: in de samenleving, in de woonomgeving van mensen. Daar waar de meeste zorg vaak langdurend wordt geboden en waar het grootste potentieel ligt om zorg te voorkomen of te reduceren en de kwaliteit van leven te verhogen. Dit impliceert dat preventie en solidariteit voor zover professioneel en systemisch ondersteund dicht bij het dagelijkse leven van mensen gebracht moet worden. In onze regio werken belangrijke partners uit de wereld van onderzoek, beleid en praktijk stevig samen om de toekomst van de regio Zuid-Limburg te verbeteren. Dat vraagt bijvoorbeeld om nog nadrukkelijker te investeren in sterke basisvoorzieningen zoals een Gezonde Basisschool van de Toekomst. Of in het investeren in een kansrijke start voor meer kinderen en het bevorderen van zelfregie passend bij Positieve Gezondheid. 4 4 4 Naast het bundelen van regionale kennis om Limburg sterker uit de crisis te laten komen vind ik het ook belangrijk om bijvoorbeeld aan te sluiten bij Brainport Eindhoven. Omdat de Huisartsopleiding een tweede opleidingslocatie heeft in Eindhoven merken we het grote verschil met Brabant. Door een spil in de wijk (bijvoorbeeld het wijkteam of de huisarts) aan te wijzen en te bekostigen, die, waar nodig, de zorg voor kwetsbare inwoners coördineert, kan de weg naar de juiste zorg op de juiste plek sneller gevonden worden. Het is terecht dat in de kennis en innovatieagenda1 het volgende wordt opgepakt: • Minder sociaaleconomische gezondheidsverschillen Groepen mensen in onze regio leven jaren korter en in minder goede gezondheid dan andere groepen. Deze sociaaleconomische gezondheidsverschillen moeten verkleinen en de toekomstige generatie moet gezonder opgroeien dan de huidige. • Betere ondersteuning en zorg voor ouderen Steeds meer en steeds oudere mensen wonen n onze regio, en dat leidt tot een grotere en complexere zorgvraag. Tegelijkertijd is er tekort aan verplegend en verzorgend personeel. We willen dat ouderen zo lang als mogelijk thuis kunnen wonen met passende zorg en ondersteuning. We willen dat minder ouderen zich eenzaam voelen. En we willen mantelzorgers en burgerinitiatieven onderdeel laten zijn van de zorg. • Samenhang in aanbod van ondersteuning en zorg Kwetsbare patiënten, zoals chronisch zieken en jongeren met geestelijke problemen, kunnen vaak niet verwezen worden naar de juiste zorg. We willen meer samenhang in het aanbod van zorg en ondersteuning. We willen minder loketten voor zorg en ondersteuning en hierin samenwerken met zorgaanbieders, inkopers en burgers. • Beheersbare zorgkosten De kosten van de zorg nemen toe, voor de maatschappij en voor mensen individueel. We willen de zorg in onze regio betaalbaar houden. We willen kostenverhogende prikkels wegnemen en gepast gebruik van de zorg bevorderen. 1 www.gezonderegio-zon.nl 1 e uitgave 2021 Een heel warm applaus voor onze opleiders DOOR LILIAN AARTS, NORA PAULKE EN JELLE STOFFERS, COSCHAPTEAM HUISARTSGENEESKUNDE Na de wij praktijk wij gev weg daarbij Aan kunnen van hebben met 360 studenten. trouwen dat lukken alle eneeskunde alle extra erd ten jonge Clinici van het jaar 2019-2020 Op donderdag 11 februari 2021 werden de winnaars van de Pulseverkiezing ‘Clinicus van het jaar’ over het afgelopen academisch jaar bekendgemaakt. De uitreiking was online. Voor beste werkplekbegeleider bij het coschap Huisartsgeneeskunde (NoordLimburg deed het zeer goed!) waren genomineerd: • Tanja van der Burgt (HAP Het Groene Kruis, Swalmen) • Bert Harms (HAP Centrum, Swalmen) • Dick Mooren (De Bres, Roermond) Bert Harms ging er met de hoofdprijs vandoor. Alle huisartsen ontvingen weer hoge cijfers van de coschapstudenten. Blijf meedoen aan het opleiden, juist nu, de studenten waarderen het enorm! Wie weet bent u volgend jaar een van de genomineerden? De genomineerden voor beste mentor in de master Geneeskunde waren: Kirstin Ponse (Gezondheidscentrum de Hofhoek in Maastricht), Nora Paulke (huisartspraktijk Gronsveld) en Laury de Jonge (vakgroep Huisartsgeneeskunde). Kirstin won de eerste prijs en mag een cheque van de Stichting Annadal besteden aan onderwijsdoelen. 5 op één lijn 68
Page 6
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Madeline Pikaar HAB psychisch blok Eindhoven Onlangs ben ik begonnen als HAB in het psychisch blok in Eindhoven. Ik studeerde geneeskunde in Leiden en daarna volgde ik de huisartsopleiding in Nijmegen. Sinds 2002 ben ik huisarts, werkte vervolgens als HIDHA in verschillende huisartspraktijken en heb nu ruim 10 jaar met veel plezier een eigen praktijk binnen Medisch Centrum Aalst. Ik ben getrouwd met Feico Halbertsma en samen hebben we drie gezonde kinderen van 14, 16 en 18 jaar. We vinden het heerlijk om in onze vrije tijd in de buitenlucht op pad te zijn. Tijdens vakanties maken we graag met ons gezin bergtochten. Daarnaast hou ik van (klassieke-) muziek en speel ik altviool. Op het moment dat deze functie op mijn pad kwam, volgde ik een cursus ‘Outdoor medicine’. Deze cursus verschafte kennis over hoe je veilig je comfortzone kunt verlaten. De openingsdia begon met de tekst: ‘Leave your comfort zone and magic things can happen’. Ik ben van mening dat GGZwerk binnen het huisartsenvak veel van deze uitspraak weg heeft. Patiënten vertellen je soms ongemakkelijke zaken, consulten komen vaak onverwacht en je belandt regelmatig in rare situaties. Misschien geeft het juist daarom extra veel voldoening als je een patiënt goed hebt kunnen helpen. Ik zie ernaar uit om aan aios de hiervoor benodigde kennis en enthousiasme over te dragen! Femke Leenders-Douma HAB jaar 1 Eindhoven Per 1 maart ben ik gestart als docent aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Samen met Merijn van de Laar begeleid ik een eerstejaarsgroep. Ik ben inmiddels 16 jaar huisarts en heb onder andere langere tijd gewerkt in huisartsenpraktijk Helvoirt en de laatste jaren als vaste waarnemer in huisartsenpraktijk Hoge Vliert in Vught. Ik heb veel zin om op een andere manier met mijn vak bezig te zijn en aankomende collega's te begeleiden en 6 6 6 enthousiast te maken voor het mooie huisartsenvak! Zelf volgde ik mijn geneeskunde opleiding in Rotterdam en de huisartsopleiding in Utrecht. Met mijn man en zoon van 15 jaar woon ik in het buitengebied van Boxtel, dichtbij natuurgebied ‘de Kampina’. Ik vind het dan ook heerlijk om er met de hond mooie wandelingen te maken. Verder tennis ik en probeer ik enkele keren per week te hardlopen. Om de week volg ik Franse les; ik spreek de taal zeker niet vloeiend, maar vind het leuk om ermee bezig te zijn, naar Franse chansons te luisteren en de grammatica een beetje bij te spijkeren. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking bij de huisartsopleiding! Anne Wijtvliet HAB jaar 1 Eindhoven In maart begon ik als huisartsbegeleider jaar 1: een oude bekende bij de Universiteit Maastricht, waar ik zowel mijn basisopleiding als de huisartsopleiding volgde. Toch bleven mijn Brabantse roots trekken. Daardoor zal ik vooral te vinden zijn op Strijp-Z in Eindhoven. Ik vind het ontzettend leuk om op de plek waar ik met veel plezier ben opgeleid, nu zelf toekomstige huisartsen mag begeleiden. Samen met nieuwe collega’s en met collega’s die ik nog van mijn eigen opleidingstijd ken. Ik ben inmiddels 7 jaar huisarts in de regio Midden-Brabant als waarnemer in twee verschillende praktijken. Met heel veel plezier, maar het begon toch te kriebelen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging, een uitdaging die ik nu denk te hebben gevonden! Vorig jaar ging ik letterlijk terug naar mijn roots en woon ik in mijn geboorteplaats, Loon op Zand, in het huis waarin ik vroeger ben opgegroeid. Dit samen met mijn vriend Arjen en twee zoontjes: Morris van drie jaar en Teun van twee jaar oud. Ik kijk ernaar uit om jullie in levenden lijve te ontmoeten! 1 e uitgave 2021 Henna Toppenberg GW-er jaar 1 Maastricht Sinds juni vorig jaar ben ik in Maastricht als gedragswetenschapper verbonden aan de huisartsopleiding. Ondanks het vele thuiswerken merkte ik al gauw dat de sfeer bij HAG open en warm is, die me uitnodigt mezelf te zijn. Ik nam de docentenrol (GW) van Marieke Kools over en werd het maatje van Gaston Peek (HAB) in een eerstejaarsgroep, die al enkele maanden voor mijn komst gestart was. Door te zoeken, kijken, voelen en durven doen leerde ik -in lockdown- steeds meer mijn weg te vinden in het begeleiden van de aios. Begin maart ging ik samen met mijn nieuwe maatje (en nieuwe collega) Margot Franssen aan de slag in een nieuwe groep. Ik kijk ernaar uit deze aios te leren kennen en ze te zien ontwikkelen. Naast mijn werk bij de huisartsopleiding werk ik als zelfstandig therapeut in mijn eigen Praktijk voor Psychologie & Mindfulnes. Hier help ik kinderen, jongeren en volwassenen om psychotraumatische ervaringen te verwerken en beter om te gaan met hun eigen emoties en gedachten. De Universiteit Maastricht was al bekend werkterrein door mijn promotieonderzoek naar stigmatiseringsgedrag. Ook HAG was niet nieuw voor mij: ik werkte tijdelijk als wetenschappelijk projectcoördinator/postdoc onderzoeker, voor het project ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Vrienden omschrijven mij als vrolijk, warmhartig, authentiek, sociaal, filosofisch en een beetje eigenzinnig. Ik geniet van samenzijn met mijn twee kinderen Samuel (10 jaar) en Elisa (7 jaar). Ook geniet ik van echt contact maken met anderen. Van wandelen in de natuur, een heerlijke gezonde maaltijd, inspirerende boeken, films en documentaires, van dansen, yoga en van mooie muziek. Graag stel ik mezelf kleine en grote levensvragen met als basisvraag ‘Wie of wat ben ik?’. Ik laat me inspireren. Door het leven zelf. Door te luisteren naar wat ik hoor, maar ook (of juist) naar de stilte achter het geluid, de stilte tussen woorden, de stilte in mijzelf. Door te zien en te doorzien, ook (of juist) datgene wat niet zo zichtbaar is. Door (het spel van het leven) te spelen. Opgaan in het spel, zonder te vergeten dat het een spel is. En door me te verwonderen, over het wonderbaarlijke alles. Sonaily Janga Medewerker onderzoek Ik ben Sonaily Janga en ik werk sinds een jaar bij de vakgroep als onderzoeksmedewerker voor het Gezonde Kindcentra van de Toekomst project (GKT), samen met Marla Hahnraths. En sinds 1 maart 2021 werk ik met Maartje Willeboordse aan het EIT Schools@Once project. 7 Ik studeerde Gezondheidswetenschappen in Maastricht en volgde daarna de Master Health Education and Promotion. Tijdens mijn bachelor werd me duidelijk hoe belangrijk ik preventie vind. Sindsdien ambieer ik het promoten van een gezonde leefstijl. Ik geloof in het promoten van een gezonde leefstijl, vooral bij kinderen. Ik ben dus erg blij dat ik meewerk aan deze twee geweldige projecten. Ik hou van koken, voor vrienden en familie en daarnaast experimenteer ik graag met gezonde en lekkere recepten. Daarnaast vind ik het leuk om te koken voor vrienden en familie. Dansen is mijn passie van kleins af aan. Ik hou ik ook van wandelen en kan erg genieten van de prachtige natuur in Maastricht en omgeving. Ik begon bij HAG precies twee weken voordat we vanwege Covid-19 gingen thuiswerken. Maar ik hoop dat we met z’n allen snel weer op DEB mogen zijn en dat ik mezelf daar in het echt mag introduceren. Tot dan! Katrien Boots Stagecoördinator jaar 2 huisartsopleiding Het papier dat op de deur van mijn werkkamer hangt, zou de oplettende lezer op de hoogte kunnen stellen van het feit dat ik in een zoomoverleg zit en daar graag stilte voor vraag. Aan de jumping jacks boven mijn hoofd te horen -het zouden ook burpees kunnen zijn, maar daar is de frequentie iets te hoog voor-, is mijn oudste zoon al met zijn sportprogramma begonnen zonder mijn papiertje te hebben gelezen. Als ik later op de dag, als de overleggen zijn afgerond, mijn wat koude werkkamer (lang leve een jaren 30-huis) verruil voor de warmere woonkamer, blijkt de kip met gestoomde groenten in de aangrenzende open keuken geduchte tegenstand te krijgen van de boterhammen met pindakaasen-hagelslag en de noedelsoep. De online lessen hebben duidelijk invloed op de culinaire ontwikkeling en de discussie over het concept ‘gezonde lunch’ van de jongens (18, 17 en 15). “Eh jongens, mag het iets zachter, ik probeer te werken hier...”. “Werken? Je bent toch niet in de praktijk?” Juist. Ik ben weer terug bij de opleiding en zal me even voorstellen: mijn naam is Katrien Boots, ik rondde in 2008 mijn huisartsopleiding af in Maastricht en heb sinds 2016 een praktijk in de Maastrichtse wijk de Heeg, waar ik samenwerk met Siamack Sabrkhany. Daarnaast werk ik sinds juli 2020 als stagecoördinator bij de huisartsopleiding. op één lijn 68
Page 8
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Simon Kleijkers Coördinator diensten huisartsopleiding hopen we gelijktijdig studenten te enthousiasmeren voor deze mooie specialisatie! Mijn naam is Simon Kleijkers en ben sinds 1 december 2020 coördinator diensten aan de huisartsopleiding te Maastricht. Als coördinator diensten ben ik de verbindende factor tussen de huisartsopleiding en de aangesloten huisartsenposten. Ik volgde zowel de geneeskundeopleiding als de huisartsopleiding in Maastricht. Inmiddels ben ik 5 jaar werkzaam als praktijkhoudend huisarts in het Gezondheidscentrum in Hoensbroek. Vorig jaar rondde ik de kaderopleiding Spoedzorg af. Vanaf mijn studententijd woon ik met veel plezier in Maastricht. Met mijn vriendin Kirsten ga ik graag wandelen en wielrennen. Ook ben ik lid van de Witte Raven, onder de actieve lezers zeker bekend van de casussen in dit tijdschrift. Nanda Wolfs Coördinator ouderengeneeskunde Mijn naam is Nanda Wolfs. Sinds februari ben ik een dagdeel per week als coördinator ouderengeneeskunde werkzaam binnen de vakgroep huisartsgeneeskunde. In 2016 ben ik bij de VOSON in Nijmegen afgestudeerd als specialist ouderengeneeskunde. Sindsdien werk ik bij Cicero Zorggroep op diverse locaties in Zuid-Limburg. Voorheen werkte ik als huisarts (2012, Huisartsopleiding Maastricht), maar uiteindelijk won de ouderengeneeskunde mijn hart! Mijn werkzaamheden zijn zeer divers. Ik ben zowel binnen het verpleeghuis als bij mensen thuis of in de huisartsenpraktijk te vinden (1e lijn). Specialist ouderengeneeskunde is een prachtig vak! Je wordt uitgedaagd om over grenzen heen te kijken. Het werk gaat verder dan de behandeling van een ziekte. Het welzijn van patiënten, in de breedst mogelijke zin van het woord, staat voorop. Met een multidisciplinair team zorg je ervoor dat een patiënt zo optimaal mogelijk kan functioneren binnen de aanwezige beperkingen. Maar je biedt ook begeleiding als het einde van het leven in zicht is. In dit werk gaat het echt om kwaliteit van leven, ook als de duur van dat leven nog maar kort is. Je wordt uitgedaagd om naar het totaalplaatje te kijken en inventief te zijn om datgene wat wél mogelijk is waar te maken. De liefde voor dit vak, maar ook de mogelijkheden en uitdagingen binnen het specialisme, wil ik graag met anderen, met name geneeskundestudenten, delen. Samen met collega Mathieu Prevoo, zal ik aan de slag gaan om de ouderengeneeskunde meer in te bedden binnen het basiscurriculum van de geneeskunde opleiding. En natuurlijk 8 8 8 En als ik niet werk? Dan ga ik graag samen met mijn echtgenoot en 2 mooie dochters (7 en 5 jaar) wandelen en fietsen door het Limburgse heuvelland. Daarnaast ben ik regelmatig te vinden op de tennisbaan, maar geniet ik ook van een avond op de bank met een mooi boek. Margot Franssen HAB jaar 1 Maastricht Mijn naam is Margot Franssen. Sinds 1 maart begeleid ik samen met Henna Toppenberg een AIOSgroep. Ik ben geboren in Breda en sinds de start van de opleiding Geneeskunde in 1998 woon ik in Maastricht. In 2008 rondde ik de huisartsopleiding, eveneens in Maastricht, af. Om nu terug te keren bij de opleiding als docent is voor mij een bijzondere en leuke ervaring. De afgelopen 10 jaar ben ik praktijkhouder geweest in de wijk Heer in Maastricht. In deze periode heb ik, onder andere, deel uitgemaakt van de werkgroep huisartsgeneeskunde GGZ. Eind 2020 stopte ik met de praktijk, een moeilijke maar bewuste keuze. Momenteel werk ik als waarnemend huisarts in wisselende praktijken in de regio en op de huisartsenpost. Dit geeft mij de flexibiliteit om deze nieuwe uitdaging in het onderwijs aan te gaan. Naast het HAB-schap ben ik COREdocent (consultvoering en reflectievaardigheden) voor jaar 3 in de basisopleiding Geneeskunde. Helaas maken Corona-maatregelen het veelal nog niet mogelijk elkaar fysiek te ontmoeten. Hopelijk kan dit wel weer in de loop van het jaar! 1 e uitgave 2021 ‘Slapen als een oermens’ Een praktisch boek voor patiënten met slapeloosheid en een hulpmiddel voor de huisarts MERIJN VAN DE LAAR, ADJUNCT-HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT EN SLAAPWETENSCHAPPER Slapeloosheid is een veel voorkomend probleem. Eén op de 5 mensen heeft last van inslaapproblemen, doorslaapproblemen en/of vroeg wakker worden. De huisarts wordt vaak geconfronteerd met de machteloosheid van de slapeloze en het is lastig om iets tastbaars te kunnen bieden in de spreekkamer. In het boek ‘Slapen als een oermens’ worden in begrijpelijke taal handvatten gegeven voor patiënten op weg naar een betere slaap zonder pillen. Het boek is gebaseerd op de gouden standaard in de aanpak voor langdurige slapeloosheid en volgt de principes van de cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I). De effectiviteit van deze behandeling is zeer hoog. Zo beschrijven van Straten et al.1 in hun meta-analyse dat na CGT-I de ernst van de slapeloosheid sterk afnam en dat de kwaliteit van de slaap sterk toenam. Tijdens mijn promotieonderzoek kwam naar voren dat 83 procent van de mensen met primaire slapeloosheid na CGT-I geen klinisch relevante slaapproblemen meer had. Bij de mensen met bijkomende psychiatrische problematiek waren de behandeleffecten minder groot. Desondanks nam de tijd die ze nodig hadden om in slaap te komen af van ongeveer anderhalf uur tot drie kwartier en gaven zij aan gemiddeld een uur langer te slapen na therapie. Ook lieten zij significant minder somberheidsklachten zien.2 Een van de belangrijkste elementen van CGT-I is slaaprestrictie. Bij deze methode wordt de tijd in bed verkort tot de tijd die de patiënt daadwerkelijk denkt te slapen. Met gebruik van een slaapdagboek wordt de beginsituatie en de voortgang gemonitord. Uit onderzoek door Falloon3 (2015) blijkt dat huisartsen grote effecten kunnen behalen door deze behandelstrategie toe te passen. Patiënten die deze methode bij hun huisarts volgden hadden een 2.7 keer grotere kans om volledig van hun slapeloosheid af te komen. 1 Van Straten A, van der Zweerde T, Kleiboer A, Cuijpers P, Morin C, Lancee J. Cognitive and behavioral therapies in the treatment of insomnia: a meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2018;38:3-16 2 Van de Laar M, Pevernagie D, van Mierlo P, Overeem S. Psychiatric comorbidity and aspects of cognitive coping negatively predict outcome in cognitive behavioral treatment of psychophysiological insomnia. Behavioral Sleep Medicine. 2015;13: 140-56. 3 Falloon K, Elley C, Fernando A, Lee A, Arroll B. Simplified sleep restriction for insomnia in general practice: a randomised controlled trial. The British Journal of General Practice. 2015;65:508-15. dr. Merijn van de Laar Verder hadden zij gemiddeld een betere slaapkwaliteit en minder last van vermoeidheid dan in de controlegroep. In de praktijk blijkt dat patiënten vaak willen weten waarom ze slecht slapen en meer grip willen krijgen op het probleem. Daarom gaat het boek ‘Slapen als een oermens’ net een stap verder. Het bespreekt hoe het standaard advies ‘Je moet 8 uur slapen’ een grote druk kan leggen op de slapeloze en waarom dit advies niet wetenschappelijk onderbouwd is. Verder plaatst het de slaapproblemen in een evolutionair perspectief en wordt uitgelegd hoe het komt dat de ene persoon slecht slaapt en de andere niet en wat je daaraan kan doen. Het geeft concrete handvatten voor de patiënt met slapeloosheid om weer meer grip kan krijgen op het slaapprobleem. Het biedt daarmee voor de huisarts een duidelijke ondersteuning in de begeleiding en behandeling van mensen met slapeloosheid. Slapen als een Wat de evolutie ons leert over een goede slaap 9 op één lijn 68 oermens
Page 10
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 I-HARP Tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen DOOR STEPHANIE AMENT, POSTDOC ONDERZOEKER UM Vaak hebben mensen met gevorderd hartfalen palliatieve zorgbehoeften. Helaas worden deze niet of niet tijdig herkend. Het hulpmiddel I-HARP is ontwikkeld om zorgverleners te faciliteren bij het tijdig signaleren van deze zorgbehoeften bij patiënten met gevorderd hartfalen. Ook bevat het hulpmiddel adviezen over in te zetten interdisciplinaire zorg. Wat is er aan de hand? In 2019 waren 238.700 Nederlanders bekend met hartfalen (bron 1). Door innoverende behandelingen en de vergrijzing is de verwachting dat het aantal mensen met gevorderd hartfalen verder toeneemt. Hartfalen kan veel impact hebben op het welbevinden, niet alleen de patiënten zelf, maar ook voor hun naasten. De kwaliteit van leven is evenzeer beperkt als bij mensen met ongeneeslijke kanker. Palliatieve zorg kan veel voor mensen met gevorderd hartfalen betekenen. Uit onderzoek blijkt dat het kan leiden tot verbeterde patiëntenuitkomsten, kwaliteit van leven, documentatie van toekomstige zorgpreferenties en minder zorgkosten (bron 2). Toch ontvangen zij veel minder vaak palliatieve zorg dan, bijvoorbeeld, mensen met kanker. Het tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij deze groep patiënten is meestal niet eenvoudig. Dit komt, onder andere, door de complexiteit van het hartfalen en omdat mensen met deze chronische aandoening het gevoel hebben dat er tijdens een consult niet veel te melden valt. De moeilijk in te schatten prognose maakt het extra ingewikkeld om het met de patiënt en de naasten over palliatieve zorg te hebben. Is het in het ziekenhuis al besproken? I-HARP biedt handvatten Om zorgverleners te helpen bij het tijdig en laagdrempelig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij mensen met gevorderd hartfalen hebben het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) en het Radboud UMC een hulpmiddel voor zorgverleners ontwikkeld: I-HARP (Identificeren van patiënten met HARrtfalen met Palliatieve zorgbehoeften). Het hulpmiddel bestaat uit open voorbeeldvragen om het gesprek te starten, signaleringsvragen en optionele doorvraagsuggesties om palliatieve zorgbehoeften te herkennen en advies voor de zorgverlener over te ondernemen (interdisciplinaire) acties. Het hulpmiddel I-HARP is samen met mensen met gevorderd hartfalen, naasten, zorgverleners en experts ontwikkeld. Vooraf zijn de wensen van gebruikers zoals verpleegkundigen, huisartsen, praktijkondersteuners, specialisten ouderengeneeskunde en cardiologen in kaart gebracht. Het hulpmiddel moest laagdrempelig in gebruik zijn (juist bij mensen waarbij nog nooit over palliatieve zorg gesproken was), moest zich specifiek richten op hartfalen en moest ook aandacht hebben voor de naaste (bron 3). Het ontwikkelproces bestond uit focusgroepen, interviews, literatuuronderzoek, een co-creatiesessie en twee testfasen met verschillende feedbackrondes (bron 4). Gedurende het ontwikkelproces waren patiënten, naasten en zorgverleners die zorg verlenen aan mensen met gevorderd hartfalen betrokken. De laagdrempeligheid van de vragen is ook getoetst door Expertisecentrum Pharos. Deze patiënten zien vaak veel verschillende zorgverleners. I-HARP is daarom zo ontwikkeld, dat het door iedere zorgverlener en in iedere zorgsetting kan worden toegepast. Denk aan het ziekenhuis, de thuissituatie, het verpleeghuis en natuurlijk de huisartsenpraktijk. Voor zorgverleners en zorginstellingen die I-HARP willen implementeren in hun praktijk is er ook een I-HARP e-learning en workshop voor verpleegkundigen en praktijkondersteuners beschikbaar. Meerwaarde voor de huisartspraktijk Yvo Kesler is als kaderhuisarts palliatieve zorg werkzaam in de Maastrichtse huisartsenpraktijk Daalhof. Daarnaast is hij voorzitter van een van de Palliatieve Zorg Thuis (PaTz) groepen in Maastricht. Het doel van een PaTz-groep is om 10 10 10 op één lijn 68 vroegtijdig mensen met palliatieve zorgbehoeften in beeld te brengen zodat er op geanticipeerd kan worden. In de PaTzgroep zijn huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en inhoudelijk deskundigen palliatieve zorg betrokken. “Het is vaak lastig om palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen te herkennen. Vaak start je met de behandeling van de patiënt met hartfalen en beweeg je met ze mee: een beetje bumetanide erbij, wat bètablokkers toevoegen, soms eens insturen bij een decompensatie. Met de patiënt is vaak nog niet het gesprek aangegaan over de achteruitgang, terwijl het herkennen van de palliatieve fase uiterst belangrijk is. Dat laatste doen we te weinig!” Volgens Yvo is I-HARP een handig gespreksinstrument om dit gesprek aan te gaan. “Verschillende thema’s komen aan bod waaronder ook de mogelijke behandelbeperkingen. Daarnaast levert dit een gestructureerde aanpak op en weet je dus exact wat je al besproken hebt met de patiënt. Begin ook op tijd met advance care planning. I-HARP kan hier een handig hulpmiddel bij zijn.” Toepassing in de praktijk I-HARP is een hulpmiddel dat je als huisarts standaard kan inzetten bij mensen met toenemend hartfalen. “Door de toepassing van I-HARP krijg je de persoon met hartfalen beter in beeld, ken je de specifieke behoeftes, problemen en zorg je ervoor dat diegene langer stabiel blijft. Bij calamiteiten ben je beter op de hoogte van de specifieke zorgwensen.” De praktijkondersteuner heeft een belangrijke signalerende rol binnen de praktijkondersteuner zorg. Yvo: “De praktijkondersteuner is juist de schakel tussen de patiënt en huisarts. De praktijkondersteuner lijkt mij de aangewezen persoon om de palliatieve zorgbehoeften in kaart te brengen. Vaak bestaat er binnen de ketenzorg een DBC-hartfalen en I-HARP zou hier standaard deel van mogen uitmaken.” Binnen de PaTz-groep kan I-HARP helpen bij het herkennen van de palliatieve fase bij mensen met hartfalen. “Een wijkverpleegkundige kan toevallig iets signaleren en dat kan dan de aanleiding zijn om I-HARP af te nemen bij een patiënt. Buiten de PaTz-groep om kun je dan verder afstemmen met de overige zorgverleners wat het beste vervolg gaat zijn.” Overige informatie over PaTz kun je vinden op www.patz.nu Meerwaarde in het verpleeghuis Daisy Janssen, specialist ouderengeneeskunde en hoofdonderzoeker van het I-HARP project: “In het verpleeghuis zijn we vaak al bewust bezig met het integreren van palliatieve zorg met ziektegerichte behandeling en het tijdig herkennen van de laatste levensfase. Toch hebben we vaak te weinig oog voor de ziekte hartfalen, die zo frequent bij onze bewoners voorkomt. Vaak overschaduwt de reden voor opname de ziekte hartfalen die als comorbiditeit voorkomt, maar wel heel veel negatieve consequenties kan hebben voor de kwaliteit van leven. I-HARP kan helpen om oog te hebben voor de gevolgen van hartfalen bij onze bewoners.” Conclusie Het hulpmiddel I-HARP en de bijbehorende korte e-learning voor praktijkondersteuners en verpleegkundigen zijn te vinden op het landelijke kennisplatform over palliatieve zorg Palliaweb. Aanvullend aan de e-learning worden I-HARP workshops georganiseerd. De workshop wordt georganiseerd door de CIRO Academy en is ontwikkeld in samenwerking met het Expertisecentrum Palliatieve Zorg van het Maastricht UMC+. Meer info over de workshop: academy@ciro-horn.nl I-HARP is een project van de Universiteit Maastricht AWOZL, Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+), Radboud UMC en Harteraad. Het project is onderdeel van het ZonMw-programma ‘Palliantie. Meer dan zorg.’ De eigenaar van I-HARP is Expertisecentrum Palliatieve Zorg MUMC+. Meer info: Stephanie Ament, postdoc onderzoeker s.ament@maastrichtuniversity.nl Referenties 1) https://nederlandsehartregistratie.nl/ hartenvaatcijfers/ziektebeelden/hartfalen/ 2) Diop MS, Rudolph JL, Zimmerman KM, Richter MA, Skarf LM. Palliative Care Interventions for Patients with Heart Failure: A Systematic Review and MetaAnalysis. J Palliat Med. 2017 Jan;20(1):84-92. doi: 10.1089/jpm.2016.0330. 3) Janssen, D. J., Ament, S. M., Boyne, J., Schols, J. M., Rocca, H.-P. B.-L., Maessen, J. M., & van den Beukenvan Everdingen, M. H. (2020). Characteristics for a tool for timely identification of palliative needs in heart failure: The views of Dutch patients, their families and healthcare professionals. European Journal of Cardiovascular Nursing, 19(8), 711–720. https://doi.org/10.1177/1474515120918962 4) Ament SMC, van den Beuken-Everdingen M, Maessen JMC, Boyne J, Schols JMGA, Stoffers HEJH, Bellersen L, Brunner-La Rocca HP, Engels Y, Janssen DJA. Professionals guidance about palliative medicine in chronic heart failure: a mixed-method study. BMJ Support Palliat Care. 2020 Nov 26:bmjspcare-2020-002580. doi: 10.1136/ bmjspcare-2020-002580. 11
Page 12
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Promotie 24 juni 2021 Ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de huisartsenpraktijk DOOR KRYSTLE PENDERS, PSYCHOLOOG Stelling: De huisarts is de aangewezen persoon om persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen te signaleren. Op donderdag 24 juni 2021 om 12.00 uur verdedig ik mijn proefschrift “Detecting personality disorders in older adults in general practice. The evaluation and validation of the Gerontological Personality disorders Scale”. Oorspronkelijk stond deze ceremonie gepland op 21 januari jl. Door de toenmalige maatregelen (COVID-pandemie), waardoor promoties uitsluitend online konden plaatsvinden, werd ik in de gelegenheid gesteld om mijn verdediging te verplaatsen. Ik hoop dan ook dat ik hierdoor 10 jaar onderzoek alsnog mag afsluiten met een verdediging in de Minderbroedersberg met (enig) publiek. Ongeveer één op de acht zestigplussers in de algemene bevolking heeft een persoonlijkheidsstoornis. Deze personen hebben een star patroon van persoonlijkheidstrekken, waardoor ze onvoldoende in staat zijn hun gedrag aan te passen aan wisselende omstandigheden. Dit leidt tot problemen op meerdere belangrijke levensgebieden. Deze ouderen vormen een grote uitdaging voor de huisarts die, gezien zijn spilfunctie in de gezondheidszorg, veelvuldig met hen in contact komt. Ouderen met persoonlijkheidsproblematiek hebben een grote zorgconsumptie en er is geregeld sprake van een verstoorde arts-patiënt relatie, (in)directe behandelafwijzing, verminderd behandeleffect en relationele problemen. Door persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen al in de huisartsenpraktijk op te sporen, kan veelvuldig en onnodig medisch onderzoek voorkomen worden en kunnen gerichte behandelingen worden ingezet. Daarnaast kan de huisarts en/ of praktijkondersteuner zijn benadering beter afstemmen om interpersoonlijke conflicten zoveel mogelijk te voorkomen. Het faciliteert ook een meer gerichte doorverwijzing naar de (specialistische) GGZ, waar voortgezette diagnostiek en behandeling kan worden ingezet. Helaas wordt persoonlijkheidsproblematiek bij ouderen vaak niet als zodanig herkend wegens het gebrek aan geschikte instrumenten. In de hoop de huisarts en/of praktijkondersteuner een geschikt instrument voor de signalering van persoonlijkheidsproblematiek op latere leeftijd te kunnen bieden, onderzochten we de Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS) in de huisartsenpraktijk. We keken onder andere naar verschillende psychometrische eigenschappen en de praktische bruikbaarheid van zowel de zelfrapportage als informantversie (rapportage door anderen) van dit kort en leeftijdsspecifiek instrument. Ons onderzoek liet zien dat beide versies over een goede testhertest betrouwbaarheid beschikten, maar dat de interne consistentie beperkt was. De informantversie bleek beter in staat persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen op te sporen dan de zelfrapportage van de GPS. De overeenstemming tussen beide versies varieerde van matig tot goed, afhankelijk van welke informatie bevraagd werd. Informanten rapporteerden veelal meer pathologie dan de ouderen zelf. Twee van de in totaal 16 items (te weten ‘zorgen maken over eigen gezondheid’ en ‘bang zijn anderen te verliezen’) bleken minder toegankelijk voor informanten te zijn. Relationele aspecten zoals de aard en de kwaliteit van de relatie bleken geen rol te spelen in de mate overeenstemming tussen beide GPS-versies. ‘Aardigheid’ was wel van belang; lagere scores op aardigheid gingen gepaard met hogere informant-gerapporteerde GPS-scores, hetgeen meer persoonlijkheidsproblemen impliceert. Huisartsen en praktijkondersteuners gaven aan dat persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen een belangrijk thema binnen de huisartsenpraktijk is, waarbij ze behoefte hebben 12 12 12 1 e uitgave 2021 aan hulpmiddelen ter herkenning ervan. Zij waren positief over hun ervaring. Als pluspunten werden genoemd: de heldere en beknopte inleiding, de duidelijke en korte vragen, de eenvoudige, soepele en korte afname ervan. Het gebruik van de GPS maakte hen meer bewust van de problematiek en leidde tot verrassende nieuwe inzichten over de patiënten. Ook gaven de professionals aan dat gebruik van de GPS aanzette tot reflectie. Wel voelden ze enige terughoudendheid bij de afname van ‘intieme’ items over suïcide en seksualiteit, wat het gevolg leek te zijn van een gebrek aan kennis en expertise over persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Factoren als De Örenäs onderzoeksgroep Tijdige diagnostiek van kanker DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR ONDERZOEK Iedere huisarts kent patiënten die zich bijvoorbeeld presenteren met een onschuldig bloedverlies, maar later toch darmkanker blijken te hebben. Of patiënten met een goedaardig voelend knobbeltje in de borst dat uiteindelijk maligne bleek te zijn. Daarnaast kent iedereen voorbeelden van patiënten bij wie pas in een laat stadium kanker werd gevonden omdat de benodigde diagnostiek niet eerder kon worden verricht; voorbeelden die in deze tijden van COVID-19 cynisch genoeg actueel zijn geworden. Niemand wil zoiets meemaken maar het gebeurt toch en het probleem houdt zich niet aan landsgrenzen. Deze en vergelijkbare ervaringen waren aanleiding voor een groep Europese huisartsen om in 2013 een groep op te richten die zich richt op onderzoek naar de tijdige diagnostiek van kanker door huisartsen in Europa. De groep werd vernoemd naar de plaats van oprichting: het prachtige slot Örenäs in Zweden. In de groep zijn 20 Europese landen en bijna evenveel talen vertegenwoordigd. De gedachte is dat huisartsen uit de deelnemende landen van elkaar kunnen leren hoe de tijdige diagnostiek van kanker verder verbeterd kan worden. Internationale verschillen op dit gebied zijn overigens groot. Zo werd geschat dat in het Verenigd Koninkrijk jaarlijks 6000-7000 mensen overlijden als gevolg van het relatief laat diagnosticeren van kanker. Maar er zijn ook landen waar de vijfjaarsoverleving aan kanker veel groter is, zoals in Finland en Oostenrijk. Nederland neemt daarbij een middenpositie in. Internationale verschillen worden deels verklaard door de mogelijkheid om patiënten snel te kunnen verwijzen (Denemarken is een positief voorbeeld), mogelijkheden van aanvullende diagnostiek door de huisarts, en de al of niet directe toegang (dus zonder verwijzing) tot tweedelijns zorg. In het verlengde daarvan is een goede communicatie tussen huisarts en ziekenhuisspecialist relevant. Daarnaast zijn patiënt-gerelateerde factoren belangrijk; het gaat dan om kennis van ziekte en gezondheid. Met veel interesse en plezier (hoewel dat laatste raar klinkt als het over kanker gaat) ben ik de vertegenwoordiger namens Nederland in de Örenäs studiegroep. Diverse huisartsen in Nederland hebben iets van ons werk gezien, onder andere toen ze door ons werden benaderd met de vraag om een enquête in te vullen over hun ervaringen met de diagnostiek van kanker. Onze zustervakgroepen in Leiden en Amsterdam hebben aan dat onderzoek belangrijk bijgedragen. Op dit moment loopt een kleiner vragenlijstonderzoek in onze eigen regio en er volgen beslist nog meer studies. De Örenäs onderzoeksgroep gaat geïnspireerd en vol energie door op de ingeslagen weg en laat beslist weer van zich horen. • Harris M, et al. Identifying important health system factors that influence primary care practitioners’ referrals for cancer suspicion: a European cross-sectional survey. BMJ Open 2018;8:e022904 • Harris M, et al. How European primary care practitioners think the timeliness of cancer diagnosis can be improved: a thematic analysis. BMJ Open 2019;9:e030169 • Harris M, et al. Primary care practitioners’ diagnostic action when the patient may have cancer: an exploratory vignette study in 20 European countries. BMJ Open 2020;10:e035678 gevalideerd zijn, de afname-indicatie evenals het ontvangen van scholing en training over deze problematiek op latere leeftijd en het gebruik van de GPS, faciliteren mogelijk het gebruik van de GPS binnen deze setting. Ouderen en informanten gaven aan dat de items duidelijk waren geformuleerd, begrijpelijk en niet vervelend of confronterend waren. Kortom, uit ons onderzoek blijkt dat de GPS (informantversie) een adequaat, bruikbaar en geaccepteerd instrument is voor het (vroegtijdig) signaleren van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen in de huisartsenpraktijk. 13 op één lijn 68
Page 14
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 OOK en de Witte Raven Alleen de griep? DOOR PAUL HÖPPENER EN TONNIE VAN KESSEL, HUISARTSEN NP De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. Een nieuwe casus uit de oude doos: alleen de griep? Samenvatting van de ontslagbrief Een 33-jarige man meldt zich, na een zeer drukke werkmaand en tijdens een griepepidemie, plotseling ziek met hoge koorts (’s avonds tot 40 graden), koude rillingen, prikkelhoest, hoofdpijn, spierpijnen en algemene malaise. Omdat zijn BSE extreem hoog is (109), vertrouwt zijn huisarts het niet. Hij wordt met spoed opgenomen in het academisch ziekenhuis. Geschiedenis Eerder: mononucleosis infectiosa? Heeft 5 jaar voor een charitatieve organisatie gewerkt in een “rural area” van India, een regio waar veel tuberculose, parasitaire infecties en worminfecties voorkwamen. Malaria kwam in zijn werkgebied zelden voor. Is zelf nooit ziek geweest in India. Een jaar geleden kwam hij terug. Familie: Moeder en broer bekend met nietactieve sarcoïdose. Medicatie: 1 jaar geleden en 3 weken geleden griepvaccinatie. Drie keer BCG wegens negatieve PPDTEST (Mantoux). Onderzoek bij opname: Temp. 40,1 C. Hoofd: Geïnjiceerde conjunctivae. Geen lymfomen. Centraal veneuze druk niet verhoogd. Geen nekstijfheid. Bloeddruk 120/70 Hart: ictus in medioclaviculairlijn, normaal. Geringe systolisch souffle, Stroomdiagram zoekmethode www.witteraven.org 14 14 14 De oplossing van de vorige keer: Dermatomyositis vermindert met expiratie, normale gespleten 2e toon. Longen: g.a. Abdomen: Lever en milt niet palpabel. Geen slagpijn lever. Rectaal toucher g.a. Extremitei¬ten: g.b.. Oogfundus g.a. Laboratorium: BSE: 109 mm na 1 uur; Hb 7,40 mMol/L; Ht: 39%; Leuko’s. 8200-22.500; Thrombo’s: 124.000-180.000; Eosenofielen 19,31 x 11; Diff.: linksverschuiving met toxische korreling. Sternumpunctaat: Toxisch beeld, veel promyelocyten, maar verder goede differentiatie. Na: 143mMol/L; K: 4,6mMol/L; Ureum 3,1mMol/L; Kreatinine 75mMol/L Normale leverfuncties en nierfunctie. Normaal eiwitspectrum. Cholesterol 4,2mMol/L; Glucose tijdens koortsperiode 9,5 mMol/L Bacteriologie: Bloedkweken steriel. Faeceskweek typhus, paratyphus en dysenterie: negatief. Geen parasieten gezien in de faeces. Dikke druppel, meerdere keren: geen malaria. Paul Bunnell, meerdere keren: negatief. Toxoplasmose complement bind. reactie negatief. Sabin 1: 128. Widal en Bang negatief. Urine: alb. sp. tot negatief, verder geen bijzonderheden. Kweek steriel. Virus serologie: Significante titerstijging voor influenza groep C, 1:8 op de 6e ziektedag en tot 1 :32 op 19e ziektedag. Leptospirosis negatief. Coxsackeygroep virussen negatief. ECG: Sinusritme, g.b. X-Thorax: geen afwijkingen, hart en longen normaal. Beloop Patiënt blijft zeer hoge koorts houden en heeft frequente aanvallen van koude rillingen. Hij voelt zich hondsberoerd en doodziek, zijn algemene conditie holt achteruit. Er is nog steeds geen diagnose, een dubbele antibioticakuur heeft geen enkel effect, de behandelend hoogleraar grijpt met de handen in het schaarse haar, wat is hier aan de hand? De tijd dringt. OOK-gevoel bij huisarts en specialist Op de zesde dag van opname wordt de patiënt wakker met pijn net boven de rechter ribbenboog, gebonden aan inspiratie, met verergering van de prikkelhoest. Bij diep ademen hoort hij een zwak, ruw en laagfrequent schurend geruis boven het maximale pijnpunt, en ‘voelt ook iets schuren’ ter plekke. Stelt u OOK met succes de diagnose? De oplossing kunt u insturen naar: op1lijn@maastrichtuniversity.nl Die laatste casus leek iets te gemakkelijk want al snel kregen we een aantal mails met goede oplossingen. Dit was de volgorde van de juiste inzendingen: Johan Evers, Jos Ridderbeks, Tessa Severijns, Lucinda Coumans, Sanne van der Heijden en Connie Stumpel. 1 e uitgave 2021 Wetenschapsonderwijs Subsidie Innovatiefonds maakt vernieuwing mogelijk DOOR NIELS BEURSKENS, MARK SPIGT & JESSE JANSSEN, SENIORONDERZOEKERS Onlangs ontving een projectgroep van de Vakgroep huisartsgeneeskunde een subsidie van het Innovatiefonds Huisartsgeneeskunde voor het project ‘Ontwikkeling van een innovatieve blended learning module waarin evidencebased medicine (EBM) en shared decision making (SDM) geïntegreerd worden aangeboden’. In het wetenschapsonderwijs van de huisartsopleiding zoeken wij continu naar een vorm die aansluit bij de wensen en verwachtingen van de aios, maar die tegelijkertijd ook voldoet aan wat experts vinden dat de aios moet leren, plus die gebaseerd is op hetgeen we weten dat werkt. Over dat laatste is nog niet zo veel bekend, maar experts zijn het erover eens dat EBM zo veel mogelijk geïntegreerd met de klinische praktijk moet worden aangeboden. Wij ervaren dat dat ook goed aansluit bij hoe aios het beste leren. We zoeken naar een vorm die praktijkgericht is en die voldoende bagage meegeeft aan de academisch gevormde huisarts, bij voorkeur zonder droog en saai te worden. Door EBM en SDM geïntegreerd aan te bieden wordt de praktijksituatie beter nagebootst en wordt de aios gestimuleerd om de EBM- en SDM-vaardigheden daadwerkelijk praktisch toe te passen bij de individuele patiënt, in plaats van het te zien als een losstaand onderdeel. Een mooi voorbeeld waarbij de vakgroep en huisartsopleiding samen werken aan wetenschap en opleiding binnen de huisartsgeneeskunde! Innovatieproject Huisartsopleiding Coachen van zelfsturend leren DOOR ANGELIQUE TIMMERMAN, DOCENT HUISARTSOPLEIDING In april start in Maastricht het project ‘Coachen van zelfsturend leren tijdens de huisartsopleiding’. Het project wordt gefinancierd voor drie jaar vanuit het innovatiefonds van de SBOH. De aanleiding voor dit project is dat het coachen van de individuele aios een uitdaging bleek, juist bij het leren in de dynamische setting van de huisartsenpraktijk. De ontwikkeling van het zelfsturend leren tijdens de huisartsopleiding vindt plaats binnen de opleidingsdriehoek (zelfstudie, praktijk, cursorisch onderwijs). Het doel van het project is om docenten te ondersteunen en faciliteren bij het coachen van leren in deze opleidingsdriehoek. Daarbij onderzoeken we hoe het IOP en het e-portfolio hierin optimaal kunnen ondersteunen. Tijdens het project worden workshops voor docentprofessionalisering (‘train-the-trainer’) en coaching interventies ontwikkeld voor aios en opleiders. Deze worden ingezet en geëvalueerd in een pilot bij docentenkoppels (HAB en GW) tijdens het opleidingsjaar. Deze onderwijsinnovatie wordt ondersteund door een landelijk platform van stafleden van de acht huisartsopleidingen, opleiders, aios en experts op het vlak van werkplekleren, om de vertaling naar de onderwijspraktijk van de opleidingen te faciliteren. Vanuit de huisartsopleiding Maastricht zitten Angelique Timmerman (projectleider) en Marieke Kools in het landelijke kernteam. Voor meer informatie: a.timmerman@maastrichtuniversity.nl 15 op één lijn 68
Page 16
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 NHG webinar Samen is het lastig, maar wel leuk! DOOR LOES VAN BOKHOVEN, UNIVERSITAIR HOOFD DOCENT EN HUISARTS IN ELSLOO Vrijdag 5 februari had Maastricht de eer om de jaarlijkse Wetenschapsdag van het Nederlands Huisartsen Genootschap te mogen verzorgen. Online dit keer. De dag was verdeeld over twee data. Op 11 februari was het tweede deel gepland. Ruim tweehonderd collegahuisartsen en -onderzoekers logden in. Het thema was ‘Teamwork in wetenschap, praktijk en onderwijs’. Aan mij de eer om, samen met onze Nijmeegse collega huisartsonderzoeker Henk Schers, de Keynote te verzorgen. Dat leverde leuke uitdagingen op, op verschillende vlakken. Samen online Het onhandige van huisarts-onderzoekers die praktijk combineren met academisch werk is, dat ze altijd op die andere plek zijn, als je ze nodig hebt. Als de een achter zijn academische bureau zit, is de ander spreekuur aan het doen. Dat is lastig. Leuk was het om, voor de opname van de lezing, een kijkje te mogen nemen in een andere keuken. Die van gezondheidscentrum Thermion in Lent in dit geval: een heel groot centrum, waar verschillende eerstelijns disciplines onder één dak samenwerken en innoveren. Acht huisartsen, van wie maar liefst vijf gepromoveerd. Genoeg voorbeelden dus voor onze presentatie. Online presenteren bleek nog een uitdaging op zich: hoe maak je contact met je publiek, terwijl je dat niet ziet? We besloten tot een soort tweegesprek met af en toe een blik op de denkbeeldige luisteraar. Als we dat vaker moeten doen, vereist dat wel een kleine cursus autocue lezen en wat meer regie-instructies, zodat het online publiek het gevoel heeft dat je het aankijkt. Maar oefening baart kunst en gelukkig kwam onze boodschap goed over, getuige het verzoek van onze nationale wetenschapsfinancier na afloop om de presentatie als onderwijsmateriaal te mogen inzetten. Dat lukt niet bij een live presentatie. Onderzoek waar de praktijk wat aan heeft ‘Verbinden van praktijk en onderzoek. Samen is het lastig, maar wel leuk!’ was onze titel. We hebben laten zien dat voor veel van de problemen waar we als huisartsen in de praktijk mee te maken hebben, de klassieke, epidemiologische onderzoeksmethoden niet geschikt zijn. Denk aan thema’s als interprofessioneel samenwerken, zorginnovatie of de artspatiëntrelatie. Daarvoor is de praktijk veel te complex. Met complex bedoelen we iets anders dan ingewikkeld. Ingewikkeld is als een kluwen draadjes in de knoop: als je maar lang genoeg peutert, vind je vanzelf het uiteinde. Voor dat soort problemen is het klassieke onderzoek prima geschikt. Complex zijn problemen zonder één duidelijk eindpunt. Daar zijn zoveel factoren op van invloed (en die factoren zijn niet allemaal vooraf te voorspellen), dat de uitkomst erg afhankelijk is van die factoren uit de context. Een klassiek voorbeeld is een zwerm vogels. Het succes van hun vlucht hangt af van heel veel factoren, die lang niet allemaal vooraf te voorspellen zijn, zoals de beschikbaarheid van voedsel in een gebied. Onderzoek naar complexe problemen in de huisartsenpraktijk moet plaatsvinden in de praktijk, waarbij we samen optrekken met de huisartsen en andere medewerkers, omdat zij de experts zijn als het gaat om de lokale context. Bovendien werkt een grootschalige, vooraf geplande studie-opzet niet. Voordat een dergelijk onderzoek tot resultaten heeft geleid, is de praktijk alweer veranderd. Collega Henk Schers haalde een prachtig voorbeeld aan van monitoring op afstand bij mensen in de palliatieve fase van een ziekte. Toen zij het onderzoek bedachten, wilden ze aan de slag met een monitor die op het voeteneinde van het bed gemonteerd zou worden. Toen het onderzoek was goedgekeurd, had de tablet zijn intrede gedaan en tegen het einde van het project was ook die verouderd en had iedereen een mobiele telefoon met camera. Er is dus behoefte aan onderzoek dat veel sneller resultaten oplevert. Dat kan door minder vooraf te ontwerpen en sneller kleinschalig nieuwe dingen uit te proberen, daarop te reflecteren en bij te stellen. Je krijgt dan veel meer inzicht in wat er nodig is voor een succesvolle verandering. Gelukkig zijn we in de eerste lijn niet de enigen met dat probleem. Ook collega’s in bijvoorbeeld productontwikkeling, sociale studies en onderwijskunde hebben hiermee te maken. Van hun onderzoeksmethoden kunnen we dus dankbaar gebruik maken. Maar daarmee zijn we er nog niet. Onderzoek naar complexe problemen in de huisartsenpraktijk vraagt ook om onderzoeksgroepen die met één been in de academie en het andere in de praktijk staan, of onderzoekers die allebei kunnen. Het mooiste voorbeeld zijn daarbij onze AIOTHO’s, artsen die de opleiding tot huisarts combineren met die tot onderzoeker. Hun meerwaarde lieten ze in de loop van de ochtend prachtig zien. 16 16 16 1 e uitgave 2021 Online congres Twee AIOTHO’s gaven in de loop van de ochtend namelijk een pechakucha. Dit is een presentatievorm waarbij in 200 seconden iemand een verhaal vertelt bij 20 dia’s die elke 10 seconden wisselen. Gelukkig konden ze hun verhalen vooraf opnemen. Daardoor waren het twee strakke presentaties over complexe onderwerpen, waarbij wetenschap en praktijk samen optrokken. De eerste was van Debbie Vermond over zorgtafels om met de tweede lijn tot optimale zorg te komen en de tweede van Mieke Bogerd, die met actie-onderzoek probeerde de protocollaire ketenzorg om te buigen naar meer persoonsgerichte zorg. Hun interpretatie liet zien dat ze de praktijk van binnenuit kennen. Ze hadden dan ook concrete tips, zowel voor de praktijk als voor de onderzoeksaanpak. Ook in de parallelsessies hadden presentatoren hun bijdrages opgenomen, maar was de discussie live. Op een enkele sessie na met technische problemen, wie kent ze niet in COVID-tijd, verliepen die fantastisch: geen storende late binnenkomers, niemand te lang van stof, geen tijdverlies met het opstarten van nieuwe presentaties of gewandel naar de microfoon voor een vraag, geen hot shots die hun standpunt, vermomd als vraag, nog even wilden laten horen. Vragen konden tijdens de presentatie worden gesteld in een chat en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Aan onze Maastrichtse collega’s, die optraden als sessievoorzitters, de taak om deze te bundelen en voor te leggen aan de presentatoren. Het leidde tot levendige en verdiepende discussies. Een aanrader om te behouden voor de toekomst. Alleen met het sociale gedeelte van het congres moeten we nog wat oefenen. Je kon op basis van de presentielijst proberen om elkaar online te ontmoeten, maar dat bleek helaas lastig. Jammer, want congressen zijn ook bedoeld om bij te kletsen met collega’s die je lang niet hebt gesproken. Samen kom je immers vaak op de beste ideeën, voor de wetenschap en de praktijk. NHG webinar Wetenschapsdag NHG Maastricht DOOR NIELS BEURSKENS, HUISARTSDOCENT Dag 2 van de NHGwebinars was op 11 februari. Door ‘s avonds te plannen hoopten we de wetenschap ook dichtbij de praktiserend huisarts te brengen, aangezien zij na het werk konden inloggen om wat praktische wetenschap op te snuiven. Gezien het aantal inschrijvingen lijkt dit een goede formule, ook voor de toekomst! In een flitsende keynote gaven Lester du Perron en Thijs Stehmann van Dokter Media een inkijkje in hun kritische en bruikbare analyses van medisch nieuws. Vervolgens werden in 8 subsessies maar liefst 32 onderzoeken gepresenteerd. Kenmerkend van deze presentaties was het praktische karakter en de aansluiting bij de dagelijkse praktijk van de huisarts. De pechakucha’s werden verzorgd door Steven Uittenbogaart, over opportunistisch opsporen van AF (niet beter dan case finding), en Vincent van Vugt, over het prijswinnende onderzoek naar vestibulaire revalidatie bij duizeligheid (duidelijk effectief). Helaas verliep de techniek op de tweede dag niet zo vlekkeloos als op de eerste dag, waardoor enkele presentaties opnieuw moesten worden gestart. Gelukkig waren de problemen snel opgelost en waren alle presentaties geheel te zien en kunnen we spreken van een geslaagde wetenschapsavond. 17 op één lijn 68
Page 18
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 D Bruikbare Wetenschap Relax, het is gecompliceerd, en complex In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. In bruikbare wetenschap tracht ik vooral de pareltjes van onderzoekers van onze vakgroep samen te vatten. Soms geef ik alle belangrijke resultaten, met percentages en al, en soms ook nog de conclusie. Mogelijk bespaart het u zoeken leestijd. Soms schrijf ik wat over de inhoud, maar dan moet je voor het volledige verhaal toch echt naar het hele artikel. Dan is mijn bijdrage vooral als appetizer bedoeld. Er zijn ook artikelen die ik tekortdoe als ik ze ga samenvatten. Erik Stolper schreef in het Journal of Evaluation of Clinical Practice een prachtige bijdrage over hoe het klinisch redeneren – en de onzekerheid daarin – baat kan hebben bij complexiteitsdenken. En daarbij betekent complex iets anders dan gecompliceerd. Systeemmodellen helpen daarbij. ‘Die modellen kenmerken zich door netwerkvorming, waarbij de relaties, de interacties tussen de knooppunten in het netwerk, nog belangrijker zijn dan de knooppunten zelf. Omdat veel knooppunten direct of indirect met elkaar zijn verbonden, kan een kleine verandering in een knooppunt effect hebben op vele andere knooppunten. Soms is dat effect groot: het systeem raakt – meestal tijdelijk – uit evenwicht. De context kan ook een grote verandering in een knooppunt veroorzaken zonder dat dit een groot effect heeft voor het systeem: het systeem past zich aan, het evenwicht blijft bestaan.’ Bent u geprikkeld? Bovenstaande quote komt niet uit het Engelstalig artikel van Stolper, maar uit een recente bijdrage in H&W getiteld ‘Complexer dan huisartsgeneeskunde kun je het niet krijgen’. Dus als het internationale artikel te fors is, neem dan het H&W-artikel erbij. Samen met de aios, of opleidersgroep bijvoorbeeld. Ongetwijfeld voer voor discussie en reflectie. Vele pillen doorgelicht De collegae uit de Oostelijke Mijnstreek kennen huisarts en onderzoeker Donna Lenders als de bevlogen kartrekker van Medisch Centrum Kerkrade West. Nu kleuren de mijnstreken in Limburg op elk polyfarmacie en multimorbiditeitkaartje van Nederland dieprood. Veel stapeling van ziektes en veel pillen als gevolg. Donna en haar team ontwierpen een ambitieus project: de PIL-studie. PIL staat voor Polyfarmacie Interventie Limburg. Het doel was om te kijken of een evidence-based medicatiereview effect heeft op polyfarmacie en kwaliteit van leven van patiënten met multimorbiditeit. 18 18 18 E DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In een stepped-wedge studie randomiseerden zij huisartsenpraktijken in de tijd van normale zorg naar de interventie. Deze bestond uit training en het uitvoeren van een medicatiereview-in-6-stappen voor oudere patiënten met vijf chronische geneesmiddelen of meer. De interventie leidde tot minder geneesmiddelengebruik aan het einde van de 6-maanden follow-up (van gemiddeld 7,6 pillen per dan naar 7,2) en een opvallende bevinding op geestelijke gezondheid (gemeten binnen de SF-36 schaal). Dit bleef gedurende de interventie bij follow-up patiënten stabiel, terwijl dit bij controlepatiënten juist daalde over de tijd. De therapietrouw over de hele linie was erg hoog. Daarbij mag aangemerkt worden dat dit werd berekend via de uitgifte van medicatie aan de patiënt en niet of hij/zij deze ook daadwerkelijk nam. Nu hoor ik u denken: we doen tegenwoordig toch allemaal medicatiereviews, al dan niet opgejaagd door onze lokale apotheker, die op zijn/haar beurt weer door verzekeraars en inspectie wordt opgejaagd? Bedenk daarbij dan dat deze PILstudie al begon in 2010. Stiekem waren Lenders en team hun tijd vooruit. Suikers en schouders Promovendus Login Alabdali voerde samen met kaderhuisarts bewegingsapparaat Ramon Ottenheijm een combinatie van twee studies uit. Zij zochten in registratiedatabase Research Network Family Medicine (RNFM) naar het voorkomen van musculoskeletale klachten bij 2669 patiënten met type-2 diabetes (en evenveel controlepatiënten). Ze ondervroegen 200 patiënten via een enquête over dit soort klachten. In de huisartsendossiers bleek 16,3% van de diabetespatiënten musculoskeletale episodes van de bovenste extremiteiten te hebben staan, in vergelijking met 11,2% van de gematchte niet-diabeten. Bij de zelfrapportage kwamen de cijfers nog hoger uit, ofschoon natuurlijk anders bevraagd. Toch bleek maar liefst 50% van de deelnemers aan het onderzoek ten tijde van het invullen van de lijst pijn in bovenste extremiteiten te hebben en 67% had ooit langer dan 4 weken last van pijn of beperking van bovenste ledematen gehad, waarbij met name schouderklachten duidelijk naar voren kwamen. Voor alle praktijkondersteuners en huisartsen die de vaste vinkjes van de diabetes jaarcontroles zat zijn: denk er eens aan om te vragen naar pijnlijke en stijve gewrichten. Met de groeiende kennis op dit gebied van de kaderhuisartsen bewegingsapparaat kunnen we onze schouders er niet over ophalen. T B T R R U E T I N A K E A B M A U E N R K W S E S E T C G N H S S R C A H U A H P I S I E 1 e uitgave 2021 De schouder en zijn fenotype Van de diabeten even terug naar alle pijnlijke schouders in onze spreekkamers. Zelden is de aanvullende beeldvormende diagnostiek zo snel gegroeid als bij het bewegingsapparaat. Niet alleen fysiotherapeuten gebruiken de echo geregeld als rechterhand, ook huisartsen vragen heel veel echografieonderzoeken van, met name de schouder, aan. Wellicht niet vreemd als we weten dat het natuurlijk beloop van schouderpijn zeer langdurig kan zijn; zo’n 40% heeft na 1 jaar nog altijd klachten. Debra Verdonk en, wederom, Ramon Ottenheijm analyseerden de echografie-uitslagen van maar liefst 803 schouder(s) van patiënten die door de huisarts naar een diagnostisch centrum worden verwezen, waar een gespecialiseerde fysiotherapeut, een kaderhuisarts bewegingsapparaat en een orthopeed samen de patiënten zien. De echo’s werden gestandaardiseerd uitgevoerd en ingevoerd. Met fraaie analyses probeerden ze gevonden radiologische afwijkingen te groeperen op de waarschijnlijkheid van het voorkomen van afwijkingen. Uiteindelijk leidde dat tot 4 groepen: frozen shoulder (10,5%), beperkte pathologie groep (43,6%), degeneratieve pathologie groep (31,0%), calcificerende tendinitis groep (14,9%). In de degeneratieve pathologie groep bijvoorbeeld, werden op de echografie vaker rotator cuff scheuren en aandoeningen van de bicepspees gezien. Deze specifieke groepen lieten ook onderscheidende klinische karakteristieken zien. Al met al kan dit in de toekomst een kans betekenen om gerichter de behandelmodaliteiten in te zetten bij specifieke schouderaandoeningen. Om te beginnen: de juiste prik in de juiste schouder. Referenties • Embracing complexity with systems thinking in general practitioners’ clinical reasoning helps handling uncertainty. Stolper E, Van Royen P, Jack E, Uleman J, Olde Rikkert M.J Eval Clin Pract. 2021 Feb 16. doi: 10.1111/jep.13549. Online ahead of print. PMID: 33592677 • The Effect of a Comprehensive, Interdisciplinary Medication Review on Quality of Life and Medication Use in Community Dwelling Older People with Polypharmacy. Bosch-Lenders D, Jansen J, Stoffers HEJHJ, Winkens B, Aretz K, Twellaar M, Schols JMGA, van der Kuy PM, Knottnerus JA, van den Akker M.J Clin Med. 2021 Feb 5;10(4):600. doi: 10.3390/jcm10040600. • Prevalence of Upper Extremity Musculoskeletal Disorders in Patients with Type 2 Diabetes in General Practice. Alabdali LAS, Jaeken J, Dinant GJ, van den Akker M, Winkens B, Ottenheijm RPG.Medicines (Basel). 2021 Feb 1;8(2):8. doi: 10.3390/medicines8020008. PMID: 33535409 Free PMC article. • Phenotyping the shoulder patient based on ultrasound-detected pathologies: a cross-sectional study in general practice. Verdonk DL, Spigt M, Lima Passos V, Klemann-Harings SEJM, Ottenheijm RPG. Fam Pract. 2020 Dec 12:cmaa129. doi: 10.1093/fampra/ cmaa129. Online ahead of print.PMID: 33313809 RNFM Ontwikkelingen in 2020 Het Registration Network Family Medicine (RNFM) Maastricht maakt gebruik van zorggegevens uit huisartsenpraktijken. Een goede relatie met de praktijken is dus van groot belang. Regelmatig organiseert het RNFM een artsenvergadering om de huisartsen op de hoogte te brengen van de gang van zaken. Het RNFM groeit. In 2020 zijn vijf nieuwe praktijken aangesloten bij het RNFM, waardoor het totale aantal praktijken groeide naar 29 (feitelijk 28 door een fusie). Het aantal patiënten in de database groeide van 120.000 naar 150.000. In 2020 heeft het RNFM meegewerkt aan negen onderzoeksprojecten. Data-aanvragen gingen over chlamydia, actinische keratose, vroege dementie, stabiele angina pectoris en het gebruik van antibiotica bij kinderen in de huisartsenpraktijk. Het RNFM werkt samen met de huisartsgeneeskundige netwerken van Utrecht, Groningen en Amsterdam om data-pooling mogelijk te maken. De COVID-pandemie heeft de behoefte aan analyse van gepoolde data binnen de eerstelijn urgent gemaakt. ZonMw heeft in 2020 met spoed subsidies aangeboden voor onderzoek naar het effect van de coronapandemie op de huisartsenzorg in Nederland. Wij doen mee aan drie projecten: twee over zorgmijding vanwege de pandemie, met name bij hart- en vaatziekten (Rotterdam) en kanker (Utrecht), en een project over de nazorg na COVID-19 (Groningen). Via dit soort grootschalige projecten zet ons huisartsgeneeskundig onderzoek de eerste stappen op het gebied van big data. In Maastricht hebben we daarom contacten gelegd met data-scientists van de vakgroep International Data Science (IDS) en Maastro. In eerste instantie om ervaring op te doen met de analyse van grote hoeveelheden SOEPteksten om patronen te ontdekken die al jaren van tevoren een hartinfarct of dementie kunnen voorspellen. Als daarover meer bekend wordt, kan de huisarts het beleid hierop aanpassen en zo een deel van deze ernstige ziekten misschien voorkomen. Zo helpt de huisarts het onderzoek en het onderzoek de huisarts. 19 op één lijn 68
Page 20
1 e uitgave 2021 1 e uitgave 2014 WESP-student Loes Engels Behandellast meten bij patiënten met multimorbiditeit BEGELEIDER: TINY VAN MERODE Vraagstelling Multimorbiditeit komt steeds vaker voor door een steeds ouder wordende populatie. In de praktijk levert dat vaak problemen op met de therapietrouw voor de verschillende behandelingen. We onderzochten daarom of we de Engelstalige Multimorbidity Treatment Burden Questionnaire (MTBQ) konden vertalen en valideren naar een Nederlandstalige versie. Studiedesign We deden een kwalitatief onderzoek waarbij we acht interviews hielden om de vertaling vanuit het patiëntenperspectief te kunnen valideren. De volgende stap is validering via een cross-sectioneel onderzoek waarbij de Nederlandse vragenlijst via een panel naar ongeveer 1100 patiënten met multimorbiditeit gaat. Primair resultaat en conclusie In de interviews is datasaturatie bereikt over de vertaling. We hebben gediscussieerd over relevante opmerkingen en zijn tot een definitieve versie gekomen. De afname van de vragenlijsten ter validering vindt binnenkort plaats. We verwachten op basis van eerdere vertalingen en validatie een goed resultaat. Het doel is dat de NL-MTBQ (behandellast vragenlijst) ook in de huisartspraktijk gebruikt kan worden om knelpunten binnen behandelingen in kaart te brengen. WESP-student Pim den Boer Voorspellen psychologische factoren het herstel van schouderklachten? BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM & DENNIS MURIS Vraagstelling Schouderpijn is een veel voorkomende en hinderlijke klacht, waarvan de prognose vaak ongunstig is. Kennis over behandelbare prognostische factoren is daarom van groot belang. Psychologische factoren lijken een rol te spelen bij het herstel. Daarom zijn we gaan onderzoeken of de aanwezigheid van een psychologische diagnose geassocieerd is met het herstel bij patiënten met schouderklachten. Studiedesign In een prospectieve cohortstudie met een follow-up van 6 maanden hebben patiënten met schouderklachten vragenlijsten ingevuld over schouderklachten, angst, depressie en pijn catastroferen. Een linear mixed model is gebruikt voor de analyse. Primair resultaat en conclusie Er werden 190 patiënten geïncludeerd, waarbij we geen associaties vonden tussen het herstel van schouderklachten en angst, depressie of pijn catastroferen, die zowel klinisch relevant als statistisch significant waren. Om de prognose van schouderklachten te verbeteren hoeft er (voorlopig) nog geen aandacht aan deze psychologische diagnosen besteed te worden. 20 20 op één lijn 68 1 e uitgave 2021 WESP-student Maaike Bakker De invloed van de praktijksetting op klinische medicatie beoordelingen door huisartsen BEGELEIDERS: JOLIJN BOHNEN & JELLE STOFFERS Vraagstelling Beïnvloeden factoren zoals praktijktype, leeftijd, geslacht of functie hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren? Welke belasting ervaren huisartsen daarbij, hoe betrekken zij patiënten bij het proces en met welke andere professionals werken zij samen? Studiedesign Wij maakten gebruik van data uit een online vragenlijst gehouden onder 297 huisartsen. Op basis daarvan hebben wij beoordeeld welke factoren huisartsen van invloed zijn op hun medicatiebeoordelingen en hoe. Primair resultaat en conclusie Op basis van de gegevens vonden we geen factoren die van invloed waren. Wel hebben de onderzochte factoren effect op hoe en wanneer patiënten worden betrokken, welke professionals daarbij worden betrokken en hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren. WESP-student Juul Hoevers Houding en ervaring van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen BEGELEIDERS: JESSE JANSEN & JOLIJN BOHNEN Vraagstelling Huisartsen houden zich lang niet altijd aan de NHGrichtlijnen voor klinische medicatiebeoordelingen bij ouderen met polyfarmacie. Wij vroegen ons af waarom dat is. ‘Wat zijn de houdingen van huisartsen tegenover en de ervaringen van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen?’ Studiedesign Mixed methods studie via kwalitatieve content analyse van open vragen van de vragenlijst ‘Medicatiebeoordelingen in de dagelijkse praktijk: hoe doen huisartsen dat eigenlijk?’ met gebruik van het COM-B model (gedragstheorie, onderdeel van Behaviour Change Wheel). Primair resultaat en conclusie Verschillende factoren spelen een rol in het gedrag van huisartsen bij medicatiebeoordelingen. Huisartsen geven als belangrijkste barrières: te weinig tijd en financiële vergoeding. De bevindingen van deze studie zijn door gebruik van het COM-B model een goede basis voor interventies gericht op verbetering van medicatiebeoordelingen in de toekomst. 21 21 op één lijn 68
Page 22
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Ouderengeneeskunde Maastricht Op naar jaar 2 DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Joey Jansen Opleiden Het eerste kwartaal van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (SO) verloopt het terugkomdagonderwijs in Maastricht vrijwel geheel online. We missen de persoonlijke contacten en er heerst coronamoeheid en zoomfatigue. Het werkplekleren gaat ‘gewoon’ door. SO’s en aios zijn voor een tweede keer gevaccineerd. Twee aios werden uitgebreid geïnterviewd door dagblad De Limburger: Joey Jansen en Luciënne Spaans. Laatstgenoemde had tevens de eer om als eerste een referaat binnen de module onderzoek te mogen houden in de studio van mediadienst Science Vision van de UM. Haar onderwerp was “HbA1c en overbehandeling van bewoners van het verpleeghuis met Diabetes Mellitus Type II”. Het resultaat mochten we openbaar maken via onze sociale kanalen om zo nieuwe aios een kijkje in de keuken te geven van de opleiding. Aios Charlotte Coopmans is nieuwe columnist van de rubriek ‘In de leer’ voor de ouderengeneeskunde. dat we nieuwe collega’s gevonden hebben. Ook in het basiscurriculum geneeskunde is versterking gevonden met de komst van SO Nanda Wolfs (zie pagina 8). Mathieu is daarnaast ook de nieuwe docent in het tweede jaar van de opleiding tot SO geworden. Daarnaast zijn we actief in de werving van nieuwe aios die in september van start gaan. We zijn heel blij met de animo en hebben alle vertrouwen in de start van die nieuwe groep. In mei zijn de selectiegesprekken volgens de STARR methodiek. Naast aios hebben we eveneens nieuwe opleiders en instellingen aan ons kunnen binden. Op 24 maart was een onlinebijeenkomst met medewerkers van de opleiding, docenten, aios, basisartsen/anios, opleiders (bestaande en nieuwe) en managers en bestuurders van zorginstellingen. De sessie begon met kort bijpraten waar we staan als opleiding. Daarna werd in drie kleine groepen van dezelfde ‘bloedgroep’ kennis met elkaar gemaakt en vragen gesteld. In het tweede deel werd in vier gemengde groepen feedback gegeven aan de opleiding en werden verwachtingen over en weer gedeeld. Het was een geslaagd evenement met 50 deelnemers. Het voelt goed dat het vertrouwen in de brede regio zo groot is. Dat sluit prima aan bij ons motto: opleiden voor en door de regio. Hilde Wijers De opleiders volgen diverse scholingstrajecten. Trots vermelden we dat Hilde Wijers van Cicero Zorggroep als eerste Maastrichtse opleider de Kaderopleiding Opleiden heeft voltooid. Op 19 maart ontving zij haar certificaat tijdens een landelijke uitreiking via zoom georganiseerd door SOON. Op naar Jaar 2 Door de staf is flink gewerkt aan allerlei verplichte documenten die in de landelijke kwaliteitseisen staan. Daarnaast is personeel geworven voor jaar 2 van de opleiding die de terugkomdagen gaan begeleiden. We zijn heel blij De sollicitatie voor de start in september loopt tot 1 mei. www.ouderengeneeskundemaastricht.nl so@maastrichtuniversity.nl 22 22 22 Luciënne Spaans In de leer WC-valuatie DOOR CHARLOTTE COOPMANS, EERSTEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE MAASTRICHT gratis complimentjes en behulpzame intenties. Vooruit dan, ik doe mee en scheur er eentje af. Hier zit je dan, op de wc… Neem even drie minuten de tijd voor jezelf! Op een maandagmorgen kom ik ineens deze kreet tegen op een poster die op alle deuren van de WC’s in ons verpleeghuis is geplakt. Ik denk: mooi initiatief, want ik ben inderdaad alweer aan het hollen deze morgen. Eens lezen wat de bedoeling is. Stap 1: ‘Ga even rustig zitten of rechtop staan.’ Zitten is een no-go voor mij op dit niet al te florissante toilet, staan dan maar? Wel erg krap met mijn neus zo vol op die poster, zo kan ik het niet lezen. Toch maar op de deksel gaan zitten met mijn spijkerbroek? Lang leve de desinfectans! Op naar Stap 2: ‘Leg 1 hand op je buik en 1 hand op je borst.’ Dit gaat prima. Stap 3: ‘Adem 5 tellen in vanuit je buik.’ Ai, ik heb mijn mondkapje nog op, even afdoen. Nieuwe poging. Ik adem in. Shit, niet al te fris hier, wat een lelijke tegeltjes en die kitranden mogen ook wel eens vervangen worden. Ik ben meer een evaluatie van het WC-hokje zelf aan het doen, dan aan het focussen op mijn ademhaling. Ik lees verder op de poster en zie dat ik dit 20 keer moet herhalen. Nee, sorry, dit wordt ‘m niet. Gauw mijn mondkapje weer op, plassen, handen wassen en wegwezen. Leuk geprobeerd. Gauw een kopje thee scoren en weer verder. HO! Wacht eens even! Stop eens even met rennen, vliegen en hollen en neem de komende drie minuten tijd voor jezelf! In de keuken hangt wéér zo’n poster. Misschien straks nog eens proberen bij de volgende theeronde. Hier hangt van alles op de keukenkastjes met van die afscheurstrookjes met Ik neem op tijd rust en eet gezond Dat moet lukken vandaag. Ik ben al ruim 3 minuten niet met mijn werk bezig geweest. Hup, weer aan de slag. Ik loop terug richting computer en passeer onderweg een suikerkraampje. Een collega gaat met pensioen en trakteert op de meest verrukkelijk uitziende petitfours voor iedereen die even langs wipt. Mmm, ik pik er een of twee en blijf ook nog even hangen om te kletsen. Lekkere timing denk ik, maar ik vervul in ieder geval wel een deel van de intentie. De moraal van dit verhaal We zouden met z’n allen eens iets minder mogen hollen, wat vaker stilstaan. Maar of de WC van het verpleeghuis daar nu de beste plek voor is...? Misschien waag ik een nieuwe poging in het weekend, als ik boven mijn zelfgebakken koekjes hang. Zorg goed voor jezelf, dan kun je dat ook doen voor anderen! 23 op één lijn 68
Page 24
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Uit het hoofd ‘Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg’ DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Maar wat is normaal? Afgelopen jaar was verre van normaal, daar zijn we het met z’n allen wel over eens. Het was vooral aanpassen, veranderen, nieuwe plannen maken en deze binnen enkele weken weer aanpassen. Kortom: een reactieve periode. De eerste maanden was er de trots op wat we met z’n allen voor elkaar kregen. Nu overheerst vooral een afwachten van wat gaat komen. We zijn corona moe. Het constant aanpassen heeft zijn tol geëist. We wachten collectief af, tot we weer terug kunnen naar normaal. Maar wat is dat normaal? Is dit het oude normaal of gaan we naar een nieuw normaal? Waardevolle lessen behouden De veranderingen en aanpassingen van het curriculum volgden elkaar snel op. Het afgelopen jaar vereiste inventiviteit en flexibiliteit. Door nu stil te staan bij de waardevolle aspecten van online lesgeven, kunnen successen behouden blijven. Maar de hang terug naar fysiek onderwijs is groot en bij elkaar komen zal weer het grootste deel van ons onderwijs vormen. De locaties Maastricht en Eindhoven hebben afgelopen jaar vooral online gecommuniceerd. Voor functioneel overleg werkt dit goed. Bovendien vermindert online-vergaderen het aantal reisbewegingen. Echter deze manier van vergaderen beperkt de creativiteit en het brainstormen over innovatieve ideeën. Een goede balans vinden van wat online kan en wat fysiek moet, is een uitdaging. We hebben al onze medewerkers en docenten gevraagd thuis te werken. Een nieuw standpunt van UM en HAG over thuiswerken is op zijn plaats. Een vorm van thuiswerken zal blijven bestaan. Behouden wat zinvol is gebleken is verstandig, veel medewerkers stellen een vorm van thuiswerken op prijs. Vormgeven van de groei De groei van onze opleiding komt voort uit het maatschappelijk belang om voldoende huisartsen op te leiden voor iedereen in Nederland, met een goede spreiding over de regio’s. Deze groei wordt van ons verwacht, maar is niet vanzelfsprekend en vraagt een forse inspanning van de hele organisatie. Nieuwe docenten, opleiders en stageplaatsen zijn nodig om deze groei ook waar te maken. Dit jaar starten 4 groepen in Maastricht en 4 in Eindhoven. Visitatie Komend najaar wordt de huisartsopleiding door de RGS gevisiteerd. Dit zal gebeuren volgens het nieuwe kaderbesluit. Het karakter van de visitatie verandert. Naast het voldoen aan de eisen, ligt de nadruk op het hebben van een kwaliteitscyclus waarmee de opleiding haar kwaliteit monitort, borgt en verbetert. Zowel bij de in te brengen documenten als in de gesprekken met de deelnemers zal de kwaliteit van de opleiding een belangrijk onderwerp zijn. Diverse aios en opleiders zijn benaderd om aan dit traject deel te nemen. Zorg voor elkaar Als we uiteindelijk weer met fysiek onderwijs mogen opstarten dit jaar, willen we vooral aandacht hebben voor de zorg voor elkaar. Door deze vreemde periode en door de groei ontstaat verandering, vernieuwing, meer diversiteit. Het samen-gevoel, het zogenoemde ‘warme bad’, staat daardoor soms onder druk. Er ontstaan makkelijker subgroepen. Dat is prima, zolang we het zicht op elkaar niet verliezen. We hebben lang thuisgewerkt, de een meer dan de ander. Het contact met collega’s was veelal online en thuiswerken zal nog een tijdje de norm blijven. Als zorg voor elkaar hoog in het vaandel staat, is zelfzorg een belangrijke voorwaarde. Zelfzorg zit vaak in kleine dingen. Een belangrijke stap daarin is de bewustwording bij alle medewerkers, dat een goede balans werk/privé en een gezonde lifestyle met voldoende ontspanning en beweging van belang zijn. Ik hoop oprecht dat we richting de zomer elkaar weer veel zien en dat onze stafdag in juni weer fysiek kan. Dat we met zijn allen weer lekker ‘normaal’ kunnen doen. Want doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. 24 24 24 op één lijn 68 Oud-aios: hoe vergaat het ze? ‘Houd de zaag scherp’ DOOR MARLEEN KOONING, DOCENT IN HET BASISCURRICULUM EN COACH IN DE GEZONDHEIDSZORG Na mijn afstuderen aan de huisartsopleiding ben ik vrij snel het werken in de praktijk (als waarnemer en HIDHA) gaan combineren met onderwijs. Ik werd HAB tijdens de terugkomdagen van het coschap huisartsgeneeskunde. Deze ‘duobaan’ heb ik jarenlang met veel plezier gehad. Het voelde voor mij als een win-win situatie: casuïstiek die ik meenam uit de praktijk bracht verdieping in het onderwijs en andersom verrijkte het onderwijs mijn werk als huisarts. Kort na de geboorte van onze tweeling bleek onverwachts dat ik niet kon terugkeren in de praktijk waar ik na mijn verlof weer zou starten. In de periode erna ging ik op zoek naar een nieuwe ‘vaste plek’, die was moeilijker te vinden dan ik verwacht had. Deelnemen aan het onregelmatige waarneemcircuit vond ik geen optie, met drie jonge kinderen en een echtgenoot ook werkzaam in de gezondheidszorg. Na een reanimatietraining voor coassistenten kwam ik in gesprek met de aanwezige Skillslabdocent en ik raakte geïnteresseerd in het vaardigheidsonderwijs. Ik solliciteerde korte tijd later bij het toenmalige hoofd Maarten Verwijnen en werd aangenomen. Ik heb vijf jaar als vaardigheidsdocent in een fijn team gewerkt. Het was heel bijzonder om de ontwikkeling van eerstejaars studenten (net kersvers van de middelbare school) tot bijna-dokters te mogen meemaken en hierin wat te kunnen betekenen. Een paar jaar geleden heb ik een beroepsopleiding tot coach gevolgd. De uitgangsprincipes van coaching, zoals gelijkwaardigheid en doelgerichtheid, spraken mij erg aan. Hierdoor kwam een nieuwe onderwijsrol op mijn pad, namelijk die van intervisiecoach in de master. Mijn eerste intervisiegroep studeert, als het goed gaat, dit jaar af. Ik vond het heel boeiend om de studenten tijdens deze bijeenkomsten te begeleiden. Ik denk dat dit relatief nieuwe onderwijsonderdeel veel meerwaarde heeft. Het verlangen groeide om een eigen coachpraktijk te starten met als doelgroep zorgprofessionals. De dag dat ik naar de Kamer van Koophandel in Roermond fietste om mijn bedrijf in te schrijven, was een stralende dag. Zo voelde ik me ook. Ik kwam erachter dat ondernemen een vak apart is, waarbij het boek van Stephen Covey ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ mijn meest gebruikte naslagwerk is (een aanrader om te lezen!). 25 Hoe verschillend qua werkveld en achtergrond de mensen die ik coach ook zijn, ze hebben één ding gemeen: een groot hart voor hun patiënten/cliënten. Regelmatig ten koste van hun eigen welbevinden. Mijn missie is geslaagd, als iemand aan het eind van een coachtraject de balans weer heeft kunnen vinden. Mijn BIG-registratie als huisarts heb ik inmiddels niet meer. Toen ik huisarts werd, ging ik ervan uit dat ik dit vak tot aan mijn pensioen zou uitoefenen. Het heeft tijd gekost om uit te vinden wat bij mij paste en te accepteren dat dit er anders uitziet dan ik als twintiger voor ogen had. Het moeilijk kunnen vinden van een ‘vaste plek’ na mijn verlof destijds, versnelde het proces dat, achteraf gezien, al gaande was en niet de oorzaak is geweest van mijn uiteindelijke afscheid als huisarts. De ervaringen die ik opgedaan heb in de huisartspraktijk, draag ik met me mee en zijn voor mij heel waardevol, ook in het werk dat ik nu doe. Om als arts (in spe) op een gezonde manier te functioneren, is het noodzakelijk om regelmatig pas op de plaats te maken. Stel jezelf vragen als: Is er voldoende ruimte voor ontspanning? Is er balans tussen werk en thuis? Houd ik deze manier van leven/werken ook op langere termijn goed vol? Is het tijd om bij te sturen? Kortom, om in Covey-termen te blijven: houd de zaag scherp. www.kooningcoaching.nl
Page 26
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Kijken naar de Jenga torens… DOOR GASTON PEEK EN MARIEKE KOOLS, DE NIEUWE HAO-COÖRDINATOREN Een leven lang leren! Hoe blijf je nieuwsgierig? Hoe ontwikkel je, of beter gezegd: hoe behoud je je creativiteit? Dit zijn zomaar wat zinnen die zijn blijven hangen na de online maar niet minder inspirerende workshop van Arjen Banach1 op 26 februari 2021. Voor mij (Gaston, red.), was het ook confronterend, want al speel ik steeds vaker Jenga met mijn oudste zoon, ik pak vaak hetzelfde blokje. Zoon Lucas van 3 jaar pakt geen blokjes van de toren, maar creëert juist prachtige bouwwerken! Arjen Banach vertelde ons dat veel mensen denken dat creativiteit een talent is waar je wel of niet over beschikt. Mensen plaatsen zichzelf daarmee in een hokje: wel of niet creatief. In werkelijkheid is creativiteit geen talent, maar een vaardigheid waar ieder mens mee geboren wordt. De mate waarin je als volwassene creatief bent, is afhankelijk van hoe de vaardigheid tijdens je leven is ontwikkeld. Vanaf het moment van geboorte wordt creativiteit onbedoeld afgeleerd door onze omgeving. Waar een vijfjarig kind nog 98% creativiteit bezit, is dat bij tienjarigen 30%, bij vijftienjarigen 12% en bij volwassen slechts 2%. Als huisarts zijn we denk ik best wel creatief. Elke 10 of 20 minuten een nieuwe patiënt, sturing geven aan ons personeel, de onverwachte spoedvisite en natuurlijk een hoop aanpassingsvermogen tijdens deze coronacrisis. Wellicht bent u nu tijdens dit lezen ook al uw 62-jarigen uit aan het nodigen voor de Covid19 vaccinaties? Onbewust bekwaam? Door de workshop realiseerde ik me, dat ik in de drukte van de dag weinig toekom aan het bouwen van mijn eigen professionele Jengatorens. Ik leun te weinig achterover om mijn persoonlijke creativiteit en nieuwsgierigheid de ruimte te geven. Tijdens het vervolg van de workshop in groepen, vertelde een ervaren collega dat hij regelmatig een paar uurtjes in zijn agenda blokkeert om te reflecteren. Daardoor komt hij wel toe aan een interessante nascholing, of zelfs het doen van wetenschappelijk onderzoek. Inspirerend! Gaston stelt zich opnieuw voor De afgelopen vijf jaar ben ik huisartsdocent geweest van eerstejaars huisartsen-in-opleiding. Als groepsbegeleiders waren Marieke en ik al een goed samenwerkend duo. Ik zorgde voor structuur, Marieke voor de verdieping. Het begeleiden en coachen van de aios vind ik erg leuk en inspirerend. Ik startte in 2016 als jonge HAB, ik was toen net twee jaar huisarts. Ik stond nog dicht bij de groep, was bijna een deelgenoot. In de loop der jaren kreeg ik steeds meer ervaring met de didactische kant van het vak en het overbrengen op collega-huisartsen. Ook hierin had ik veel plezier. Toch begon ik het afgelopen jaar wat onrustig te worden. Was er sprake van verzadiging? Vond ik het begeleiden van aios niet meer leuk? Wellicht kreeg ik onbewust te weinig ruimte om mijn creativiteit vorm te geven. Ik voelde dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging en een nieuwe stap. Toen Marieke mij vroeg om de rol van Arie de Jong over te nemen als mede-opleiderscoördinator hoefde ik niet lang na te denken. Als coördinator van het HAO-team zal ik mij bezighouden met het opleiderscurriculum. Hierbij hoop ik mijn creativiteit weer wat op te schroeven van 2% naar een hoger percentage. Tevens zal ik me gaan richten op de scholing en ontwikkeling van de stagebegeleiders in jaar 2, een functie die eerder werd gedaan door Hendrik-Jan Vunderink. Het lijkt me mooi als daar een kruisbestuiving uit voortkomt. Naast mijn werkzaamheden aan de huisartsenopleiding run ik samen met collega Marlies Wilschut een duopraktijk in het pittoreske Gulpen: Huisartsenpraktijk Gulpen. Deze praktijk hebben wij in 2019 overgenomen van onze oud-opleider Marlène Hendrickx. De afgelopen twee jaar hebben we coassistenten begeleid en in september starten we ook met het opleiden van aios. Pas ben ik voor de tweede keer vader geworden van onze dochter Loïs, nu 2 maanden oud. Dus ook op persoonlijk vlak heb ik de nodige uitdagingen (ze noemen het ‘tropenjaren’) met twee jonge kinderen die ik samen met mijn vrouw Maureen (doktersassistente in Heerlen) probeer te ‘managen’. Al met al een hoop ontwikkelingen en uitdagingen op verschillende vlakken. Misschien moet ik toch maar eens gaan nadenken over mijn persoonlijk portfolio. Bijvoorbeeld over mijn werk-privé balans. Welke haalbare doelen stel ik? Hoe ga ik hier vorm aan geven? Wanneer evalueer ik of ik dit haal? 1. Arjen Banach is spreker en organisatiefuturoloog. www.arjenbanach.nl 26 26 26 Dit portfolio moet wél van mijzelf blijven, zonder al te veel formats, vinklijstjes en ‘moeten’ van buitenaf! Hier heb ik als huisarts een lichte allergie voor. Ik geef de zorgverzekeraar maar even de schuld. Dat brengt mij automatsich bij mijn visie op het curriculum en mijn missie als opleiderscoördinator. 1 e uitgave 2021 Visie op opleiden Geregeld wordt aan alle kanten aan ons getrokken: substitutie, afspraken met verzekeraars en natuurlijk onze patiënten. Laten we vooral eigenaar blijven van ons vakgebied en leerproces en in het bijzonder van onze ontwikkeling als opleider. Een ontwikkelplan is zinvol, mits dit zelf ingevuld kan worden, zonder al te veel verplichtingen van buitenaf. Mijn missie is om een curriculum vorm te geven op basis van jullie wensen, dus van huisartsopleiders en stage-opleiders. Natuurlijk moeten wij als opleidingsinstituut en laten zien. Onze missie is om hier samen een mooie synergie van te maken. Even terugkomen op mijn eigen e-portfolio. Een doel behaal je door dit op te delen in kleine, haalbare stapjes (de S van SMART2). Stap 1: zojuist bracht de postbode mij het laatste boek van Arjan Banach – Zet de patiënt op twee. De M is afgevinkt. Als morgen (vrijdagavond) de kinderen in bed liggen, dan is de A aan de beurt: het uitzoeken en opentrekken van een goeie fles wijn uit de regio Puglia. Stap drie: start met lezen. Mocht dat niet lukken (ik evalueer de R zaterdagochtend) dan heb ik vanwege het huidige tropentijd-slaaptekort nog twee dagen de tijd (T) voor een nieuwe poging. Zo, het begin is gemaakt! 2 SMART leerdoelen: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel/Actie, Resultaat, Tijdsgebonden Uit de praktijk gegrepen Check check dubbel check DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID Het was een warme en zonnige dag en ik reed visites. Plots belt de assistente. “Ik heb een spoedvisite op de Josephstraat @#$%^&*, een mevrouw met pijn op de borst”. Ik ernaartoe. Bij aankomst staat de voordeur al open. “Hallo, hier is de dokter!” roep ik naar binnen. Geen reactie. Ik besluit naar binnen te gaan. Wellicht is de mevrouw ‘onwel’ en ligt ze in de kamer of slaapkamer. In de woonkamer van de jarenzestig-woning tref ik behalve de kat, niemand aan. Ik ga de trap op en roep nogmaals “hallo, dokter!”. Op de overloop zie ik drie deuren. In de eerste twee kamers zie ik niemand. Als ik de derde deur open, zie ik in een flits een poedelnaakte vrouw op bed liggen. Verschrikt legt ze de deken over zich heen. Ik vroeg: “Had u de dokter gebeld?”. “Nee!!” is het geschrokken antwoord dat ik krijg. “Ik dacht de deur stond open en wellicht voelde u zich niet goed. Excuses!”. Ik vroeg nog wel even snel waarom de deur openstond. “Mijn man is boodschappen aan het doen en hij heeft de deur open laten staan” liet ze weten. Enigszins geïrriteerd bel ik de praktijk. “De spoedvisite is op de Joseph Ramaekersstraat!” zegt de assistente. Gezwind daarnaartoe. Daar bevond zich wél een mevrouw met pijn op de borst. Na aankomst van de ambulance bleek uit het ecg te dat het om een acuut myocardinfarct ging. Terug op de praktijk heb ik de situatie met de assistente besproken. Het bleek dat de verbinding van de telefoon storing gaf en ik al rijdend de straatnaam niet goed heb kunnen horen. De naakte vrouw was geen patiënt in onze praktijk. Haar ben ik nooit meer tegen gekomen. De praktijkafspraak is nu dat het adres door de arts wordt herhaald tegen de assistente, zodat er een dubbele check is. Better safe than sorry! 27 op één lijn 68
Page 28
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Opleider met pensioen Pieter van der Heijden: een oude rot in het vak zwaait af DOOR MARIEKE KOOLS, OPLEIDERSCOÖRDINATOR In de ruime spreekkamer van huisartspraktijk ‘Het Raadhuis’ wordt meteen duidelijk wat de hobby van deze huisarts is. De Alfa Romeo is alom vertegenwoordigd op grote foto’s aan de muren en in een vitrinekast vol minimodellen. Pieter van der Heijden draagt dit jaar, op 66-jarige leeftijd het praktijkstokje over aan zijn dochter Britt. Zij studeert over een half jaar af aan de huisartsopleiding Maastricht. Een gesprek over structuur, bange huisartsen en corona. Niet elke opleider die gaat stoppen wordt geïnterviewd. Maar Pieter is extra bijzonder: hij is met 32 opleidersjaren onze meest ervaren huisartsopleider. De opleiding startte in Maastricht tegelijk met de Medische Faculteit in 19741. Als aios begon Pieter bij de piepjonge huisartsopleiding Maastricht, in 1982. Destijds was het nog een eenjarige opleiding. Hij werd opgeleid door een bekende oudgediende huisartsopleider en huisartsbegeleider Bert ten Berge, bij wie hij na zijn opleiding is gebleven. In 1988 nam hij het opleidersstokje over van Bert. Welke aios is je het meest bijgebleven na al die jaren? “Dat is toch wel mijn eerste aios, Laurens Schoon (een andere zeer ervaren huisartsopleider, red.). Ook omdat ik hem destijds nog geholpen heb met zijn eigen praktijk en we inmiddels als die jaren collega’s zijn in Roermond. De aios die ik heb opgeleid, waren heel divers. Dat vond ik juist ook leuk: iedere aios was weer anders. Bij koppelrondes waren er meestal maar 1 of 2 van de 12 aios waarvan ik zei ‘laten we elkaar dat niet aandoen’. Van die andere 10 maakte het me niet uit wie er kwam. De leukste aios kwam een paar jaar geleden: zij was goed, eerlijk en we bleken dezelfde hobby’s hebben, erg grappig. Zij zat goed in haar kennis en kwam ook steeds met leervragen en een agenda bij leergesprekken. Heel gestructureerd, altijd goed voorbereid; daar kan ik nou jaloers op zijn! Structuur is niet mijn sterkste kant. Accrediteren bijvoorbeeld: ik snap dat het moet, maar ik ben er niet geschikt voor.” Bij de opleiding hebben we het vaak over je rolmodelfunctie. Wat voor rolmodel ben jij geweest voor je aios? “Ik kreeg regelmatig de feedback van mijn aios, dat mijn 1 Zie Op één lijn nummer 50, ‘Veertig jaar Huisartsopleiding Maastricht’, https://onlinetouch.nl/huisartsgeneeskundemaastricht/op-een-lijn50?html=true#/30/ 28 28 28 kennis goed up-to-date was; iets wat ik ook belangrijk vind voor een huisarts. Dit komt trouwens ook door het opleiden: er is geen betere manier om je kennis bij te houden, dan het opleiden van een aios. Daarnaast vonden aios dat ze veel vrijheid van mij kregen. Ze maakten hier hun eigen opleiding. Ik wilde ze een kans geven, zelfvertrouwen laten krijgen. Er zijn in dit vak meerdere wegen naar Rome. Ik kreeg graag weerwoord van mijn aios. Tegenwoordig zie ik meer en meer opleiders die redelijk streng zijn, die willen dat hun aios op hun manier werkt. Daar ben ik niet van.” Welke ontwikkeling in het vak vind jij het meest opvallend? “De huisarts is banger geworden. Bang om iets te missen. Dat belemmert ook de huisartsopleider. Je ziet het overal: op de HAP wordt je toch geleerd om snel patiënten in te sturen, vaak te snel. Dan meldt zich bijvoorbeeld een 90-jarige vrouw met pijn op de borst en wordt meteen de ambulance gestuurd. Vroeger moest je meer zelf doen, dan ging je eerst zelf kijken en wilde je zo’n patiënt die ziekenhuisrit helemaal niet meer aandoen. Het hoeft niet allemaal volgens het boekje, juist in dit vak. Als je alles te perfect wilt doen, wordt het te duur en te druk. 1 e uitgave 2021 Qua opleiding is het nu wel veel beter. Aios worden veel beter opgeleid dan vroeger. Vroeger deed je het gewoon precies zoals je opleider. Toen kwamen de standaarden en de samenwerking met de tweede lijn; dat waren goede ontwikkelingen. Maar nu heb ik het gevoel dat we doorschieten in de protocollering. Terwijl je juist zelf wat af moet durven handelen, zelf moeten blijven nadenken. Een grappig voorbeeld daarvan was een jaar of 7 geleden met mijn toenmalige aios toen. Tijdens onze dienst moesten we een visite afleggen op een vrachtboot in de Maas. De schipper was gevallen dus we moesten de boot op, 6 meter naar beneden langs zo’n steile kade-ladder. Dat zagen we allebei niet zitten: zij was zwanger en ik moest een nieuwe knie. Toen kwam de aios op het idee: ze vroeg de schippersvrouw om het schip naar de stuw in Roermond te varen, dan kon hij omhoog en konden wij aan boord. Geweldig!” Je werkt nog steeds meer dan fulltime als huisarts, leidde steeds op, hebt in diverse besturen gezeten, zat in het crisisteam waarin je je intensief hebt beziggehouden met het opzetten van het coronahotel. Hoe vind je het om met pensioen te gaan? “Ach, op een gegeven moment moet het goed geweest zijn. Ik moet wel zeggen dat corona het vak een stuk minder leuk maakt. Dat op afstand werken, ik vind het niks. Ik wil mijn patiënten kunnen zien. We hebben ze in de eerste golf te veel afgehouden; dat miste ik toen echt. Wat ik ga doen met al die vrije tijd ineens; ik denk dat ik een camper ga kopen. En dan lekker naar Italië, ons favoriete vakantieland. De mensen daar, de heerlijke Italiaanse wijn. Dat is ook een hobby van me: inmiddels heb ik een wijnkelder met 6 à 700 flessen. Of we gaan op vakantie met de autotrein vanaf Düsseldorf naar Verona, met onze Alfa Romeo, een Spider type 4.” Die auto lonkt al naar hem vanaf een foto aan de muur. Ze hebben er zin in. Het Hao-team kijkt terug op een fijne samenwerking al die jaren. We wensen Pieter alvast een fijn pensioen. Oud-aios: hoe vergaat het ze? Werken als docent is veelzijdig DOOR JOHAN EVERS, HUISARTSDOCENT Het is zaterdag en ik denk terug aan wat ik afgelopen week zoal gedaan heb. De week begon met een training voor de eerstejaars studenten over het onderzoek van de enkel, voet en heup. Wat is een platvoet en hoe maak je onderscheid tussen een soepele en rigide platvoet? Waarom is dit belangrijk? Welke zijn de Ottawa ankle rules en hoe kan ik dat os naviculare nou makkelijk vinden? In de middag zie ik de coassistenten interne geneeskunde die net begonnen zijn met hun coschap. Hoe meet je ook al weer de CVD en wat is je differentiaaldiagnose bij een obstructie icterus? Naar aanleiding van een vraag die ik zelf niet kon beantwoorden, mail ik met een internist van het MUMC. Ook voor mij leerzaam. Op dinsdag komen de coassistenten chirurgie onder meer voor een training hechten, die we samen met een chirurg van het MUMC geven. Werken als docent op het skillslab van de Universiteit Maastricht is veelzijdig en vraagt een brede kennis en vaardigheid. De kennis en ervaring die ik op heb gedaan tijdens de huisartsopleiding komt dan ook erg goed van pas. Evenals het jaar dat ik als arts-assistent werkte in de longgeneeskunde en cardiologie. Onderwijs heeft altijd al mijn interesse gehad. Na mijn studie geneeskunde ben ik aan de slag gegaan als arts-assistent longziekten en vrij vlot ben ik toen ook coassistenten gaan begeleiden die stage liepen op onze afdeling. Ik vind het leuk om studenten te zien groeien in het vak en hier mijn steentje aan bij te mogen dragen. Door moeilijke onderwerpen inzichtelijk te maken, door te begeleiden bij het afnemen van een anamnese, het uitvoeren van lichamelijk onderzoek, het verrichten van therapeutische vaardigheden, door samen te kijken wat iemand nodig heeft om een volgende stap te kunnen zetten en door vragen te stellen. Omgekeerd leer ik ook weer van de studenten, bijvoorbeeld door de vragen die zij stellen. Ik eindig de week met twee bijeenkomsten voor de derdejaars studenten ter voorbereiding op hun examen klinische vaardigheden. Als voorbeeld bekijken we de casus van een man met pijn laag in de rug en denken na over hoe je dit tijdens het examen aan zou kunnen pakken. Na afloop kijk ik nog even in mijn mail en ga met een tevreden gevoel aan het weekend beginnen. 29 op één lijn 68
Page 30
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Moreel dilemma Verplichte anticonceptie, is voorkomen beter dan genezen? DOOR NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS HUISARTSGENEESKUNDE, MA PHILOSOPHY, BIO-ETHICS & HEALTH In juli afgelopen jaar diende oud kinderrechter Cees de Groot een petitie in over verplichte anticonceptie, in de hoop dat er in de aanloop van de verkiezingen een debat over gevoerd zou gaan worden.1 Inmiddels zijn de verkiezingen voorbij en doen andere prangende zaken zich voor, maar het onderwerp is in de huisartsenpraktijk niet minder relevant geworden. Het is niet voor het eerst dat verplichte anticonceptie onderwerp van gesprek is. In 2016 pleitte demissionair Minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, ook al voor het wettelijk verplichten van anticonceptie in bepaalde situaties. De Jonge zag zich als wethouder Jeugd en Zorg in Rotterdam geconfronteerd met schrijnende situaties en vond dat ‘sommige kinderen het recht hebben om niet geboren te worden’. In 2017 diende Cees de Groot samen met een beraadgroep al een wetsvoorstel in, maar dit werd afgewezen door het ministerie van VWS. Afgelopen jaar probeerde hij het opnieuw, maar tot dusver zonder resultaat.2 In de discussie over verplichte anticonceptie staat de autonomie van de (potentiële) ouders recht tegenover het niet schaden van het (potentiële) kind. Daarnaast speelt ook de lichamelijke integriteit een belangrijke rol in dit debat. Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, maar ook het recht op een familieleven en een gezin stichten is allebei in de Nederlandse Grondwet vastgelegd. Toch is het mogelijk om mensen verplichte anticonceptie op te leggen. Sterker nog, in de WGBO is een artikel gewijd aan het mogelijk maken om aan wilsonbekwame personen anticonceptie te geven zonder instemming of zelfs tegen hun wil. Hierbij is vereist dat de persoon wilsonbekwaam is ten aanzien van een kinderwens, een wettelijk vertegenwoordiger heeft die instemt met de anticonceptie en dat de anticonceptie noodzakelijk is om ernstig nadeel voor de persoon zelf te voorkomen.3 Opvallend is dat het ernstig nadeel dus slechts beschreven staat voor de potentiële ouder. Het ernstig nadeel voor het potentiële kind is niet wettelijk vastgelegd en dat is juist het punt van discussie. Wat als je van tevoren met (enige) zekerheid weet dat een kind ernstige schade gaat oplopen? Geef je mensen het 1 De Volkskrant, ‘Experts: ongeschikte moeders moeten gedwongen anticonceptie krijgen’, 27 oktober 2020 2 KNMG-dossier, ´Anticonceptie en kwetsbaar ouderschap’, 11 augustus 2020 3 Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), artikel 7:465 lid 5 BW 30 30 30 4 https://www.nunietzwanger.nl/ 5 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ‘Actieprogramma Kansrijke Start’, 12-09-2018 6 NVAVG, ‘Handreiking kinderwens en anticonceptie bij mensen met een verstandelijke beperking. Herziening op de standaard uit 2005: een monodisciplinaire handreiking’, oktober 2016 voordeel van de twijfel en een zo goed mogelijke begeleiding? Of is voorkomen beter dan genezen? Elke huisarts kent wel een casus waarin de situatie dusdanig schrijnend is, dat de gedachte ‘dit had voorkomen kunnen worden’ je bekruipt. Casus met ernstige psychiatrische aandoeningen, drugs- of alcoholgebruik brengen ons naar de definitie van ‘goed ouderschap’. Van goed ouderschap hebben we geen objectieve definitie. Je zou kunnen stellen dat elke definitie ervan gestoeld is op subjectieve kenmerken. Toch hebben we wel een objectieve definitie van kindermishandeling. ‘Slecht ouderschap’ is dus wel degelijk objectiveerbaar! Maar zelfs als vooraf duidelijk vastgesteld kan worden dat een potentieel kind ernstige schade zou oplopen, dan nog kan in de huidige wetgeving geen verplichte anticonceptie worden opgelegd. Tenminste, niet zolang de potentiele ouder als wilsbekwaam ten aanzien van de kinderwens wordt geacht. Maar hoe kun je vaststellen of iemand wilsbekwaam is? Kun je ooit alle consequenties van het ouderschap goed overzien? Is er iemand die níet verrast is door de hoeveelheid werk en de impact op je leven? Voor de huisarts ligt er in de spreekkamer de taak om potentieel kwetsbare ouders te signaleren, goed voor te lichten en mee te nemen in de besluitvorming. Programma’s als ‘Nu Niet Zwanger’4 en ‘Kansrijke Start’5 kunnen daarbij ondersteunen. Ook gratis anticonceptie kan voor bepaalde groepen een doorslaggevende rol spelen. Zowel de KNMG als de AVG artsenvereniging hebben een handreiking geschreven die ondersteuning kan bieden in de praktijk.6 op één lijn 68 Vertrokken Rite de passage DOOR MR. ARIE DE JONG, OP PERSOONLIJKE TITEL Vroeg in de 20e eeuw bedacht de Franse antropoloog, met een Nederlands aandoende naam, Arnold van Gennep, de term ‘rite de passage’ in zijn gelijknamige boek1. Volgens Van Gennep zijn er drie fases waarin een rite de passage zich ontwikkelt: separatie, liminaliteit (transitie) en re-integratie. Pensionering kan ook gezien worden als een overgangsritueel waarin de drie fases herkenbaar zijn. In eerste instantie was ik wat overrompeld dat de afdeling Human Resource Management van FHML zonder enige vorm van overleg of gesprek voorbijging aan gemaakte afspraak met werkbaas en opleidingshoofd en mij geen nieuw contract aanbood. Na mij verdiept te hebben in de ‘rite de passage’ begreep ik dat RM (het Human kunnen we wel weglaten, er is weinig human aan het Resource Management van FHML) de theorie van Van Gennep goed kent en je er geforceerd doorheen ‘helpt’. Separatie De eerste fase, volgens van Gennep, de separatie, betreft symbolisch gedrag waarbij het individu afgescheiden wordt van een voordien vaste maatschappelijke status. Hierbij wordt de oude status eerst ‘vernietigd’ ter voorbereiding op de nieuwe. Hier is RM goed in, het begint al met mails en brieven dat 66 jaar en 4 maanden wel het einde van het contract is. Er wordt voorbijgegaan aan regelingen die doorwerken mogelijk maken na de AOW-leeftijd om een flexibele pensionering te faciliteren en er wordt op geen enkele wijze naar verwezen. De definitieve brief bevestigt de onherroepelijkheid en stelt de ‘resources’ veilig (alle eigendommen van de UM dienen te worden ingeleverd en accounts en selfservice faciliteiten worden na de laatste werkdag afgesloten). Resterende vrije dagen dienen opgenomen te worden. Na de laatste brief worden, noodgedwongen, taken en projecten overgedragen, verdwijn je uit mailing en meetings en word je afgesloten van nieuwe zaken. De separatie (vernietiging) is in gang gezet, alles is wat chaotisch en voor je het weet zit je in de tweede fase. Liminaliteit Wederom volgens Van Gennep, wordt tijdens de middelste fase de ‘reiziger’ ontdaan van elke uiterlijke manifestatie van zijn rang of rol en betreedt een soort ‘liminale’ status tussen vroegere en toekomstige identiteiten. Deze fase wordt vaak vergeleken met een (rituele) dood, of een verblijf in de duisternis van de baarmoeder in afwachting van de geboorte. Je hebt een ongedefinieerde sociale rol. Wat was is niet meer, wat gaat zijn weten we niet en wat is, is chaotisch en onzeker. De liminale fase is wel een lekkere fase waarin je van de meeste taken ontheven bent. Door de vele verlofdagen blijven er nauwelijks werkdagen over en je moet niets in de nieuwe fase waar alles nog openstaat. Het coördinatorschap vervalt, je krijgt geen nieuwe onderwijsgroep. In deze transitie ruim je op wat je niet meer nodig hebt, doet afstand van boeken en documenten en je richt je op nieuwe zaken. Het is ook tijd voor reflectie en bezinning als voorbereiding op de laatste fase. Je zou verwachten dat je in deze fase van een Human Resource Managementafdeling wat ondersteuning en begeleiding zou krijgen, maar er was al vastgesteld dat de ‘human’ factor ontbreekt bij FHML. Zelfs in de meest primitieve stammen gebeurt dit wel, dus hier heeft RM de theorie van Van Gennep niet geheel begrepen of bewust genegeerd. Nu was ik al met pensioen van mijn echte vak. Ik had het allemaal al eens goed meegemaakt. Mijn baas en opleidingshoofd heeft in een mail naar RM en de vakgroepvoorzitter zijn ongenoegen over de gang van zaken kenbaar gemaakt, maar daar amper een werkbare reactie op gekregen. Het voelde wel als steun. Re-integratie In de laatste fase overschrijdt het rituele subject deze drempel en maakt in zijn nieuwe sociale of religieuze rol zijn herintrede in de maatschappij, aldus Van Gennep. Dan is de volgende fase een feit. De laatste overzichten zijn geprint, de laptop en sleutels zijn ingeleverd (Resource Management is opgelucht, de resources zijn veiliggesteld). De (tweede) pensionering is een feit. Over deze ‘re-integratie fase’ ligt RM niet wakker. Zijn hebben hun taak gedaan volgens de regels en mentaliteit van de belastingdienst. Ik had ook een vinkje bij mijn naam omdat ik vragen stelde waarom ik eerst ontslagen werd voor ik mijn vaste aanstelling kreeg (inclusief blokkeren van UM kaart). Waarom het steeds 3 maanden duurde alvorens het salaris aangepast was bij weer een uitbreiding van werkzaamheden en vragen stelde bij de reiskostenvergoeding. Met mijn re-integratie gaat het prima. Ik was al met pensioen en werken bij HAG was een plezierige hobby, mede dankzij de warme collegiale verhoudingen. Ik heb mijn column overgedragen aan Nathalie Notermans (‘Moreel dilemma’). 1 Arnold van Gennep (1873-1957); ‘Les Rites de Passage’ Paris 1909 Ik hoop dat de afdeling RM FHML een lerende organisatie is en dat ze de H weer terug proberen te krijgen door een gesprek aan te gaan met een medewerker. Bij de huisartsopleiding is communicatie een zeer belangrijke competentie, dat zou het bij RM ook moeten zijn. 31

Op één lijn 67


Page 2
Colofon Oplage 2600 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Jeroen Smeets (aspirant) Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-200093 Fotografie Foto's op pag. 6 (linkerkolom), 22, 23 en 24 gemaakt door Philip Driessen Foto (poster) pag. 25 gemaakt door Loraine Bodewes Copyright Cartoon pag 30 komt uit 'Heer Bommel en het einde van eindeloos', het allerlaatste verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder; 20 januari 1986. Deadline volgend nummer 1 maart 2021 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Ben van Steenkiste met pensioen – Laury de Jonge en Trudy van der Weijden 3 4 5 Stellen zich voor: Elian Gorissen, Marjon Dresens en Kris Wouters – docenten opleiding ouderengeneeskunde 6 Manouk van Mourik – AIOTHO Jeantine Vons – gedragswetenschapper Eindhoven Nienke de Haan – HAB Eindhoven Natascha Broers – postdoc onderzoeker Marinka Steur – postdoc onderzoeker Onderwijs Opleidingscapaciteit. Een gedeelde verantwoordelijkheid – Matthijs Limpens, Marieke Kools, Laury de Jonge en Lilian Aarts Oproep opleiden – Lilian Aarts BKO geslaagden Clinicus van het jaar: de genomineerden – Nora Paulke en Jelle Stoffers Promoties Helpen financiële beloningen om te stoppen met roken? – Floor van den Brand Zinnige en Zuinige zorg. De rol van medisch onderwijs – Lorette Stammen Psyscan – Luc Gidding Dunja Dreesens – Rules for tools – knowledge translation tools in health care; a case of consilience 8 9 9 9 10 11 12 13 Onderzoek Je persoonlijke kans op dementie verkleinen: is dat haalbaar? – Stephanie Van Asbroeck 14 Zeldzaam maar niet alleen – Connie Stumpel Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals OOK en de Witte Raven – Erik Stolper en Paul Höppener WESP-en Bart Bulté – Hoe kunnen narratieve beschrijvingen de consultvoering van de aios verder verbeteren? Trang Nguyen – Evaluatie van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen Céline Buurman – Exploring factors for vitamin B12 and vitamin D testing in general practice Minke van Hoof – Uitgesteld antibioticum voor urineweginfecties, zijn vrouwen hiertoe bereid? 15 16 18 6 6 7 7 7 19 19 20 20 Kelly Lo-A-Foe – Interventies om antibioticagebruik bij urineweginfecties te verbeteren 21 Oproep voor huisartsen – Gigja Vossen en Birgitt Klerkx 21 Opleiding Ouderengeneeskunde Ouderengeneeskunde Maastricht. De eerste lichting aios is gestart – Babette Doorn Stellen zich voor: Mariëlle van der Velden en Nancy Lenaerts Aios in Cicero – Joey Jansen, Esmée ter Horst en Shanly Seferina Huisartsopleiding Uit het hoofd: Digitaal onderwijs – Matthijs Limpens Equilibre: Opleiden in tijden van corona – Marieke Kools en Arie de Jong Made in Maastricht en Eindhoven In de leer: Coronials – Arianne Beckers Weten is eten: Een eenvoudige doch voedzame maaltijd – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties – Arie de Jong en Nathalie Notermans 2 2 22 23 24 26 27 28 29 30 32 Van de redactie Eindeloos In de lente schreef ik over quarantaine en het ‘Groundhog Day’-gevoel. De afgelopen zomer verscheen er geen papieren editie van de eindeloze reeks ‘Op één lijn’. Wanneer iets eindeloos wordt genoemd, dan kan de betekenis flink verschillen. Zoals een zomer die eindeloos duurt, maar ook de huidige (noodzakelijke) maatregelen van de regering. Welk werkzame leven ook eindeloos leek te duren, is dat van Hendrik Jan Vunderink. ‘Aan al het goede komt een eind’. Zo ook voor hem. Hij schreef eindelijk zijn ‘Laatste Avondmaal’, zoals we dat liefkozend binnen de redactie noemen. Hij schreef in de geest van het Bommeliaanse ‘Het einde van eindeloos’. Ik denk, dat bij het verschijnen van dit blad hij nóg zit bij te komen van zijn copieuze maal. Het deed mij denken aan ‘Babette’s Feast’, een boek van de Deense schrijfster Karen Blixen dat ook fraai verfilmd is. En wat zullen wij onze snertvergaderingen missen! Een ander voormalig redactielid, Luc Gidding, heeft zijn eindeloze promotietraject succesvol afgerond. Niet alleen hij, maar ook Lorette Stammen, Dunja Dreesens en Floor van den Brand voltooiden hun wetenschappelijke proeve van bekwaamheid. En hoe! Floor kreeg zelfs een cum laude oordeel over haar onderzoek naar beloningen om te helpen bij stoppen met roken. Verder hebben we een reeks WESP-en die hun stageverslag met u delen. Wie weet zien we een deel van hen weer eens terug als aios of PhD, of als collega in de regio. Meer wetenschap vindt u in de vaste rubriek ‘Bruikbare Wetenschap’ van Jochen Cals en in de rubriek van de ‘Witte Raven’. Wie (nog meer) interesse heeft in zeldzame ziekten, kan zich verdiepen in het artikel van Connie Stumpel, een aanrader voor alle huisartsen (in opleiding). Nieuwe medewerkers stellen zich traditiegetrouw aan u voor. We schrijven zelden over vertrekkende medewerkers, maar voor Ben van Steenkiste maken we graag een uitzondering. De studenten van de UM gaan een zeer bekwame studieadviseur missen. Opleiden: het is broodnodig en het is een enorme uitdaging om alles georganiseerd te krijgen. Dus niet bedoeld als klaagzang, maar om te laten zien hoeveel er wordt gedaan en dat we alle stageplekken in de extramurale zorg kunnen gebruiken. Wij proberen de benodigde aios te werven, alhoewel u daarbij als opleider een grotere rol speelt dan u misschien denkt. We blijven dit eindeloos herhalen. Denk er maar eens over. De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht is van gestart gegaan in september en we praten u helemaal bij. Inmiddels blikken we volop vooruit op de start in september 2021, dan zijn er 12 plekken beschikbaar. We hopen in februari 2021 een ontmoetingsbijeenkomst met aios, staf, docenten en geïnteresseerden te organiseren. Tot zover kon ik het woord ‘corona’ vermijden, totdat de auteurs van de huisartsopleiding, geïnspireerd door schrijver Márquez, het in hun artikelen gingen verwerken. Hoe is het om op te leiden in tijden van corona? Lees het artikel van de opleiderscoördinatoren. Hoofd Matthijs Limpens vraagt zich steeds meer af hoe het is om digitaal onderwijs te geven. Coronials is de laatste column in ons blad in de reeks ‘In de leer’ door Arianne Beckers want ze is afgestudeerd. Ze gaat vast eindeloos door met schrijven, zoals voor Medisch Contact. Dus wij zoeken een nieuwe eerstejaars aios die graag wil schrijven voor deze column. Dankzij attente collega’s kunnen we u toch twee afstudeersessies tonen: Made in Maastricht en Eindhoven. Succes kersverse huisartsen! Tot slot de vaste gezondheidsrechtelijke kwesties. Arie de Jong en Nathalie Notermans vonden elkaar in de ethische kwestie rondom triage ten tijde van corona. Deze column zal zijn weg weer vinden naar de update van de online bundel met alle artikelen uit deze rubriek. Zo blijft die kennis eindeloos beschikbaar voor studenten, aios en andere geïnteresseerden. U vindt die brochure op onze website. Tot slot: we mogen niet knallend het jaar uit, maar we kijken wel reikhalzend uit naar een heel nieuw jaar. U toch ook? Babette Doorn 3 op één lijn 67
Page 4
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Van de voorzitter Allright, that's it, let's roll. DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Samen met 150 huisartsopleiders heb ik genoten van een webinar met Ben Tiggelaar, georganiseerd door de Huisartsopleiding Maastricht. Ik was al langer geïntrigeerd hoe ik veranderingen zou kunnen aanbrengen in mijn dagelijkse werk, ook als praktiserend huisarts. Steeds maar weer nascholen en cursussen volgen leidden niet tot verandering in mijn gedrag, noch tot een strategie voor het verwezenlijken van mijn doelen. Die doelen zijn: meer rust in de avond, minder vergaderen, e-overleg, flexibiliteit door meer thuis te werken, het groepsgevoel in de praktijk verhogen in coronatijden. Tiggelaar (en ook Covey) zeggen hierover, dat dit realiseerbare doelen zijn binnen je ‘circle of influence’. Door je te focussen, werk je aan veranderbare dingen. Tiggelaar kwam met een simpel drie-factorenmodel uit de literatuur. Je gedrag veranderen kan op verschillende niveaus: je eigen competenties ontwikkelen, je motivatie verhogen/ veranderen, maar zeker ook het beïnvloeden van je omgeving. Huisartspraktijken hebben maximaal ingezet op het gebruik van digitale mogelijkheden, zoals videoconsulten en het verzamelen van unieke data rondom COVID-19 in de praktijk. De dagstart is een van die nabije doelen waar je in de praktijk mee verder kunt: wat staat er vandaag op het programma en hoe gaan we het doen. Maar ook andere contactmomenten: samen lunchen in de praktijk, koffiedrinken etc. Mensen die in dezelfde ruimte verblijven, delen meer informatie met en hebben meer vertrouwen in elkaar. Ga je op een andere verdieping of zelfs maar een paar deuren verder zitten of op een andere verdieping, dan daalt dit delen dramatisch. De ander is juist de ideale mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en te leren kennen. De huisarts blijft de professional die kwetsbare mensen ondersteunt, snel en accuraat problemen opspoort in een onzeker landschap, mensen helpt om samen te beslissen en samenwerkt in een sfeer van vertrouwen met partners rond gezondheid en welzijn. Ik heb graag nog een huisarts aan mijn bed die me helpt bij moeilijke beslissingen, als ik het niet meer weet, of in mijn laatste dagen. En zo’n huisarts gun ik een frisse dagstart met zijn team in de praktijk. Verander je omgeving nu het kan, zeker in deze tijd. ‘Let's do it to them before they do it to us’ (ook van Phil Esterhaus). 4 4 4 2e uitgave 2020 Ben van Steenkiste met pensioen Recht door zee DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM EN TRUDY VAN DER WEIJDEN, HOOGLERAAR IMPLEMENTATIE VAN RICHTLIJNEN Vrijwel onopgemerkt (helaas) is Ben van Steenkiste op 28 juni 2020 met pensioen gegaan. Het afgelopen decennium heeft hij naast zijn wetenschappelijke carrière, furore gemaakt in het geven, ontwikkelen en organiseren van onderwijs. Er zijn weinig onderwijsrollen in de bachelor geneeskunde die Ben niet heeft gedaan, net zomin als hij onderwijsbeoordelingen kreeg die lager waren dan een 8. Een gedegen voorbereiding was vanzelfsprekend en als het nodig was, dook hij daarvoor opnieuw de boeken in. Specifiek affiniteit had hij met chroniciteit en zorg voor ouderen. Zo was hij de bedenker van de succesvolle zorgstage in het tweede jaar van de geneeskundeopleiding. Hij stond mede aan de wieg van de decentrale selectiecommissie voor de geneeskunde opleiding en was hiervan jarenlang vicevoorzitter. Die rol bracht hem door heel Nederland, inclusief de overzeese gebiedsdelen. Ben is betrokken, hardwerkend en recht door zee. Dat ervaarden studenten, die het geluk hadden om hem als docent en later als studieadviseur te treffen. Maar dat ervaarden ook zijn collega’s. Op Ben kon je rekenen als je de behoefte had aan een integere sparringpartner, iemand die met je mee wilde denken en als dat nodig was met raad en daad bijstond. Ben heeft in zijn wetenschappelijke carrière veel bijgedragen aan onderzoek naar het betrekken van de patiënt bij de besluitvorming in de spreekkamer. Hij is een expert in implementatieonderzoek en vergat nooit de realiteit: wat betekent dit nu voor de praktijk, waar zijn we mee bezig? Ben was in onze groep de manus van alles die in crisissituaties zorgde voor rust in de tent. Een man van teamgeest, van samen voor de goede zaak gaan. Zeer geliefd bij collega’s, die Ben roemen om zijn humor en plagerige grapjes, bescheidenheid en relativeringsvermogen, maar bovenal zijn behulpzaamheid met klusjes, computers, teksten, analyses. Zelfs met levensvragen. Ben is bovenal gericht op de persoon: hij vraagt eerst hoe het met je gaat, voordat er zaken besproken worden. Ben, namens alle collega’s die met je hebben mogen samenwerken wensen wij je een behouden vaart! 5 op één lijn 67
Page 6
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Manouk van Mourik AIOTHO Ik ben Manouk van Mourik en ik ben ruim een jaar geleden begonnen met de opleiding tot huisarts en onderzoeker, als AIOTHO. Reeds in 2017 ben ik gestart met mijn promotieonderzoek bij de afdeling Cardiologie. Elian Gorissen, Marjon Dresens en Kris Wouters Sinds 1 september zijn we werkzaam als groepsdocent bij de nieuwe opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht. Elian is specialist ouderengeneeskunde vanaf 2000 en sinds acht jaar werkzaam als ZZP-er binnen verschillende organisaties. Zij hoopt mede bij te dragen aan het vormen van toekomstbestendige SO’s. Elian is gehuwd en moeder van twee puberzonen. Marjon is sinds 1999 specialist ouderengeneeskunde en vanaf 2010 opleider van aios binnen Envida. Nu gaat ze voor schaalvergroting en hoopt ze nog meer AIOS te begeleiden in het prachtige vak van de ouderengeneeskunde. Marjon is gehuwd en moeder van een puberzoon en –dochter. Kris is sinds 2006 werkzaam als GZ-psycholoog binnen Cicero zorggroep. Ze hoopt haar passie voor systemische processen, communicatie en persoonlijke groei over te dragen op toekomstige SO’s. Kris woont samen met haar vriend en twee dochters van 4 en 7 jaar in Schinnen. Allen werken heel graag mee aan een mooie nieuwe opleiding, waarbij ook de regionale interdisciplinaire samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde een nadrukkelijke rol krijgt. Ook interesse in onderwijs bij deze opleiding? Laat het ons weten op: SO@maastrichtuniversity.nl 6 6 6 Mijn onderzoek richt zich op de zorg van patiënten met atriumfibrilleren. Onder begeleiding van dr. Annerika GiddingSlok en prof. dr. Jean Muris, naast prof. dr. Harry Crijns, heb ik de blik van mijn proefschrift kunnen verbreden gericht op de transmurale zorg, waarbij er naast de specialistische taken van de cardioloog, ook meer aandacht is voor de generalistische kijk van de huisarts en het zelfmanagement van de patiënt. Vanaf september ben ik gestart met drie maanden voltijds onderzoek, en zal dit nadien parttime afwisselen met mijn opleiding. Ik heb er erg naar uitgekeken om mijn onderzoek binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde te kunnen voortzetten. Jeantine Vons Gedragswetenschapper Eindhoven Mijn naam is Jeantine Vons en sinds 1 augustus werk ik als gedragswetenschapper voor de huisartsopleiding, locatie Eindhoven. Mijn achtergrond is: klinisch psycholoog/psychotherapeut en coach (individueel/conflict en team). In mijn werkzame leven was ik zowel in de klinische setting (Catharina Ziekenhuis) als in de ambulante GGZ werkzaam. Naast het behandelen van patiënten vind ik het boeiend en inspirerend om met groepen te werken: groepstherapie en het begeleiden van (intervisie)groepen en teams. Inmiddels ben ik begonnen als groepsbegeleider van een eerstejaars aios-groep. Ik vind het ontzettend leuk om jonge, leergierige mensen te begeleiden in hun ontwikkeling en opleiding en om met mijn nieuwe collega’s samen te werken. Ik heb een fijne start gemaakt en met een grote bos bloemen op mijn eerste werkdag voel ik me heel welkom! 2e uitgave 2020 Nienke de Haan HAB Eindhoven Sinds 1 augustus van dit jaar ben ik begonnen als HAB aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Samen met Jeantine Vons ben ik 1 september gestart met een eerstejaarsgroep. Ik volgde zowel mijn basisopleiding geneeskunde als de huisartsopleiding in Maastricht. Na mijn studie geneeskunde (afgerond in 2005), begon ik aan de opleiding tot specialist interne geneeskunde in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Na een aantal jaren kwam ik erachter, dat mijn hart niet in het ziekenhuis ligt. Daarom startte ik zes jaar geleden met de huisartsopleiding, die ik drie jaar geleden afrondde. Sindsdien werk ik als waarnemend huisarts in de regio Eindhoven en start ik per 1 november als vaste waarnemer voor 1,5 dag in een huisartsenpraktijk in Best. Sinds vier jaar woon ik met veel plezier in Sint-Oedenrode. Ik ben getrouwd met Manfred en heb twee kinderen, Tiemen en Renske, in de basisschoolleeftijd. In mijn vrije tijd ben ik regelmatig aan het tennissen. Ik vind het erg leuk en uitdagend om, naast het huisarts zijn, op een andere manier met het vak bezig te zijn. Natascha Broers postdoc onderzoeker Ik ben Natascha Broers en per 1 augustus 2020 parttime werkzaam bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde als onderzoeker op het PRO-COVID-19 project, onder leiding van Jochen Cals. Helaas heb ik door de coronacrisis nog geen dag op de vakgroep kunnen werken, maar dat maakt het werk zelf niet minder leuk. Na mijn afstuderen aan de Universiteit Maastricht als gezondheidswetenschapper ben ik mijn carrière begonnen als onderzoeksassistent bij De Maastricht Studie, waarna ik al snel de overstap gemaakt heb naar de Nefrologie om een PhD-traject te gaan volgen. Na 8 jaar lang als PhDstudent en vervolgens postdoc te hebben gewerkt bij Nefrologie was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Op dit moment werk ik naast mijn aanstelling als postdoc (1,5 dag per week) ook als secretaris bij de medisch-ethische toetsingscommissie azM/UM (3,5 dag per week). Ik ben dus bezig met medisch-wetenschappelijk onderzoek van A tot Z. Leuk, leerzaam en uitdagend. Samen met mijn vriend Niek woon ik in de gezellige binnenstad van Maastricht, waar we samen zo veel mogelijk genieten van het stadse en bourgondische leven. Naast de standaard hobby’s (zoals natuurlijk het oplossen van Zweedse puzzels), ga ik sinds afgelopen zomer graag een stukje wielrennen. Ik kijk uit naar de resultaten van ons project, maar zeker ook naar de kennismaking met mijn nieuwe collega’s bij de vakgroep! Marinka Steur postdoc onderzoeker Ik ben Marinka Steur en ik ben in september begonnen als postdoc onderzoeker data science in de onderzoeksgroep van Jochen Cals. Hiervoor heb ik 10 jaar in Engeland gewoond en gewerkt, tot ik afgelopen zomer met mijn familie naar Nederland ben geremigreerd. Mijn studie begon in Wageningen, waar ik de BSc en MSc voeding en gezondheid heb voltooid. Tijdens mijn MSc stage in Oxford besloot ik voor een langer buitenland avontuur te gaan. Dus ging ik na mijn MSc studie terug naar Engeland, deze keer samen met mijn huidige echtgenoot, voor een MPhil en PhD in cardiovasculaire epidemiologie aan de Universiteit van Cambridge. Hier bleek het zo goed te bevallen dat we uiteindelijk 10 jaar zijn blijven ‘hangen’. In deze periode heb ik me gespecialiseerd in epidemiologie binnen grootschalige internationale cohortstudies, met een focus op voeding en cardio metabole aandoeningen. Inmiddels woon ik met mijn man en driejarige dochter in Den Bosch en kijk ik ernaar uit om me in Maastricht te verdiepen in het data-onderzoek binnen de huisartsgeneeskunde. Hierbij ben ik met name geïnteresseerd in de nieuwe mogelijkheden die ‘big data’ en de uitgebreide medische registratiedata kan brengen voor het optimaliseren van diagnostiek in de huisartsenpraktijk. 7 op één lijn 67
Page 8
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Opleidingscapaciteit Een gedeelde verantwoordelijkheid DOOR MATTHIJS LIMPENS, MARIEKE KOOLS, LAURY DE JONGE EN LILIAN AARTS Momenteel maken we de tweede golf van COVID-19 besmettingen door. Net als de eerste golf is dit een onzekere periode voor velen die de cruciale rol van de huisarts als spil van de eerste lijn benadrukt. Continuïteit van zorg lijkt belangrijker dan ooit. De eerste COVID-19- golf had ook grote invloed op onderwijs en opleiding op de huisartsgeneeskundige leer-werkplek. Het praktijkonderwijs voor alle coschappers werd geschorst en er vond maandenlang alleen onlineonderwijs plaats. Huisartsen-in-opleiding konden nog wel op hun stageplaats blijven, maar voor hen gold dat het aantal patiëntcontacten per dag drastisch omlaagging, evenals de leermogelijkheden van de reguliere huisartsgeneeskunde. Ook al omdat in het begin de schaarste aan beschermingsmiddelen een bottleneck bleek voor het meedoen in diensten en het doen van een vies spreekuur. Aios die in maart hun opleiding begonnen in jaar 1, hebben maar beperkt te maken gehad met reguliere huisartsgeneeskunde. Anderzijds kun je zeggen dat het hoe dan ook leerzaam was. Aios zagen hoe de huisarts diens praktijk her-organiseert volgens nieuwe richtlijnen en hoe ze de samenwerking binnen de regio zo goed mogelijk vormgaven. Nadat op 15 juni de schorsing opgeheven werd, dreigde er een acuut tekort aan huisartsgeneeskundige stageplaatsen voor coassistenten. Naast de bestaande coschappen moesten immers inhaalcoschappen gepland worden. Dat betekende een dubbele belasting van onze toch al krappe stageplaatscapaciteit. Bovenop de reguliere 360 (!) te plaatsen coassistenten kwamen er nog eens 86 bij. Reden voor ons om een brandbrief de deur uit te doen naar alle huisartsopleiders, om samen met hun eersteof derdejaars aios een coassistent onder hun hoede te nemen. Gelukkig gaven tientallen huisartsopleiders hier gehoor aan. Ook veel coassistentbegeleiders toonden zich bereid extra coassistenten te begeleiden. Zo kon verdere studievertraging voor coassistenten voorkomen worden en deden alle afgestudeerde basisartsen ook ervaring op in de huisartspraktijk. Deze gezamenlijke brandbrief is illustratief voor de jarenlang bestaande structurele samenwerking tussen basiscurriculum en huisartsopleiding. Die samenwerking betreft zowel de werving als plaatsing van coassistenten en huisartsen8 8 8 in-opleiding in het wervings- en plaatsingsgebied dat ons op basis van landelijke afspraken is toegewezen. Om deze plaatsing optimaal af te stemmen, gebruiken we een gezamenlijk relatiebeheersysteem (toepasselijk “Family” genaamd) en is Lilian Aarts al jaren het gemeenschappelijk aanspreekpunt. En het allerbelangrijkste: basiscurriculum en huisartsopleiding doen dit op basis van een gedeelde visie: we zijn samen verantwoordelijk om onze stageplaatscapaciteit te vergroten en optimaal te benutten. We hebben samen de maatschappelijke verantwoordelijkheid om voldoende huisartsen op te leiden en te behouden voor de regio in de toekomst. Toename van stagecapaciteit blijft namelijk nodig. Het capaciteitsorgaan heeft geadviseerd om de opleidingscapaciteit van de huisartsopleidingen te vergroten, juist in gebieden waar een krapte aan huisartsen bestaat of verwacht wordt: Zeeland, Groningen en Limburg. Het MT van de huisartsopleiding besloot daarop om in maart 2021 een extra aiosgroep te starten in Eindhoven: twee groepen van 12 aios. Dit betekent dat er minimaal 12 huisartsopleiders meer nodig zijn en met het oog op onverwachte uitval van opleiders, langer-lopende trajecten van aios en ontkoppelingen, liefst nog vijf opleiders daarbovenop. Dat betekent dat we in goed overleg, een aantal begeleiders van coassistenten pro-actief hebben benaderd om aios op te gaan leiden voor de huisartsopleiding. Hierdoor ontstaat logischerwijs direct een tekort aan coassistent-begeleiders. Kortom: het kraakt en piept aan beide kanten, zowel het basiscurriculum als de huisartsopleiding. Dit alles is voor ons genoeg aanleiding om niet alleen onze werving van nieuwe opleiders te intensiveren, maar ook te overwegen het AIOS-co model structureel in te bedden in de huisartsopleiding. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Het begeleiden van coassistenten biedt een plezierige en leerzame ervaring voor huisartsen-in-spé. Het geven van onderwijs behoort niet voor niets tot de verplichte competenties van de huisarts. Huisartsen in opleiding die eenmaal geproefd hebben aan het geven van onderwijs, zullen in de toekomst eerder kiezen voor het opleider- of docentschap. Tegelijkertijd wordt door de inzet van het AIOS-co model onze totale opleidingscapaciteit vergroot. En dat is noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan de toenemende maatschappelijke vraag vanuit de regio om huisartsen. Oproep opleiden Contact: lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl Telefoon: 06-38312277 2e uitgave 2020 Bent u nog geen begeleider van coassistenten of huisartsopleider, meldt u dan aan. Bent u opleider van AIOS, doe dan mee met het AIOS-co model. Het is nu belangrijker dan ooit. Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) Geslaagden Woensdag 11 november 2020 was de online uitreiking van de BKO-certificaten over de jaargangen 2019-2020. De uitreiking werd geopend door rector magnificus Rianne Letschert. De BKO wordt erkend als bewijs van didactische bekwaamheid voor het ontwerpen en geven van universitair onderwijs. De Faculty of Health Medicine and Life Sciences (FHML) is als grootste Faculteit binnen de Universiteit Maastricht hofleverancier van 54 van de in totaal 92 cursisten. Van de vakgroep Huisartsgeneeskunde kregen deze keer de volgende docenten hun certificaat: Annemieke Wagemans, AVG Kirsten Ponse, huisarts Babette Doorn, projectmanager Eefje de Bont, huisarts. Beste werkplekbegeleiders coschap De huisartsen die de studenten voor de Pulse prijzen voor beste clinici van het jaar 2019-2020 genomineerd hebben zijn (in willekeurige volgorde): Bert Harms huisartsenpraktijk Centrum Swalmen Dick Mooren groepspraktijk De Bres Roermond Tanja van der Burgt huisartsenpraktijk Het Groene Kruis Swalmen 9 op één lijn 67
Page 10
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Promotie 21 oktober 2020 Helpen financiële beloningen om te stoppen met roken? DOOR FLOOR VAN DEN BRAND, ONDERZOEKER Stelling: “Financiële beloningen toegevoegd aan een stoppenmet-roken groepstraining op de werkplek verhogen het stopsucces van werknemers substantieel.” Op woensdag 21 oktober verdedigde ik met veel plezier mijn proefschrift getiteld ‘Financial Incentives for Smoking Cessation’. De hoofdvraag van het proefschrift was: helpen beloningen om te stoppen met roken? Om deze vraag te beantwoorden hebben mijn promotieteam (Prof. Dr. Onno van Schayck, Prof. Dr. Gera Nagelhout, Dr. Bjorn Winkens, Prof. Dr. Niels Chavannes), onderzoeksmedewerker Lotte de Haan-Bouma en ik een cluster gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek uitgevoerd binnen Nederlandse bedrijven. Voor het onderzoek volgden 604 werknemers binnen 61 bedrijven een 7-weekse stoppen-met-roken groepstraining op het werk, samen met collega’s. In de helft van de bedrijven verdienden de deelnemers bovendien cadeaubonnen ter waarde van in totaal 350 euro als zij succesvol stopten met roken. In de groep met deelnemers die alleen een groepstraining volgden was 26% gestopt na 12 maanden. Terwijl in de groep met deelnemers die, bovenop de groepstraining ook nog beloningen verdienden 41% gestopt was. Het belonen van stopsucces bleek dus het aantal stoppers significant te verhogen. De interventie was ook effectief voor deelnemers met een lager opleidings- en inkomensniveau. Dit is een veelbelovend resultaat, omdat mensen met een lagere sociaaleconomische positie over het algemeen meer moeite hebben om te stoppen met roken. Bovendien werd de groepstraining zeer positief beoordeeld door de deelnemers. Volgens hen waren belangrijke succesfactoren voor het stoppen met roken de laagdrempeligheid van een training op de werkplek, de groepsdruk en sociale steun die ze ontvingen van collega’s, strategieën om niet te roken, die men tijdens de training leerde en een hoge persoonlijke motivatie om te stoppen. De beloningen werden gezien als een leuke toegevoegde bonus. Om te stimuleren dat bedrijven in Nederland de interventie zelf gaan implementeren, zijn we een volgend onderzoeksproject gestart. Het doel is om een strategie te ontwikkelen, waarmee we werkgevers stimuleren om groepstrainingen met financiële beloningen aan hun werknemers aan te bieden. Hiermee maken we rokende werknemers enthousiast om zich voor een dergelijke training aan te melden. We hebben een website ontworpen met informatie- en communicatiematerialen, waaronder filmpjes, folders en posters. Bekijk ze op: www.samensterkerstoppen.nl. Op 21 oktober organiseerden we met steun van Universiteitsfonds Limburg een geslaagd online symposium, waarin ik bovengenoemde implementatieonderzoek besprak en waarin internationale experts hun inspirerende onderzoeksprojecten naar financiële incentives voor stoppen met roken presenteerden. Scott D. Halpern, M.D., Ph.D., (University of Pennsylvania) sprak over het inzetten van loss aversion en present bias om incentives voor stoppen met roken effectiever te maken. Lesley Sinclair (Usher Institute, The University of Edinburgh), vertelde over haar lopende multi-center trial met 944 zwangere rokers. Nienke Boderie, MSc (Erasmusmc) presenteerde haar onderzoek naar verschillende beloningsschema’s voor zorgmedewerkers. En Prof. Dr. Gera Nagelhout (Onderzoeksinstituut IVO en Universiteit Maastricht) liet zien wat mensen met een lagere sociaaleconomische positie nodig hebben binnen stoppenmet-rokeninterventies. Het symposium is terug te kijken via: https://www.onlineseminar.com/symposiumincentives/ webinar/35391/incentives-for-smoking-cessation/ #watch-player 10 10 10 Promotie 16 oktober 2020 Zinnige en Zuinige zorg – de rol van medisch onderwijs DOOR LORETTE STAMMEN, VOORMALIG AIOTHO Je zou kunnen zeggen dat de zorg last heeft van overgewicht. Zoals zo vaak bij overgewicht, heeft dat veel te maken met welvaart. Er is steeds meer te krijgen en de zorg is toegankelijker dan ooit. Helaas leidt dit niet altijd tot betere zorg, een toename van kwaliteit of sneller herstel. Om de zorg fit en gezond te houden, moeten we de kosten (financiële kosten, maar ook bijwerkingen, overdiagnostiek en medicalisering) bewust afwegen tegen de winst (zoals behoud of verbetering van kwaliteit van leven, dagelijks functioneren en zelfredzaamheid). Zinnige en zuinige zorg is niet alleen in het belang van de individuele patiënt, maar komt ook ten goede aan de maatschappij. Als we het met z’n allen eens zijn dat zorg zinnig en zuinig moet zijn, dan dienen we onze artsen hierop voor te bereiden. Zij kunnen door hun medische kennis samen met patiënten een bewuste afweging maken tussen de voor- en nadelen. We hebben onderzocht hoe aios zinnige en zuinige zorg kunnen leveren en hoe onderwijs hierbij kan ondersteunen. Graag delen wij onze bevindingen. Inhoudelijke eisen aan het onderwijs Ons onderzoek heeft laten zien dat aandacht voor zorgkosten en de organisatie van de zorg belangrijk is voor het leveren van zuinige zorg. Daarnaast zijn inzicht in de wensen, verwachtingen en ideeën van patiënten ten aanzien van hun klacht/diagnose erg belangrijk. Tot slot is kennis nodig over welke diagnostiek en behandelingen beschikbaar zijn en voor wie wat en wanneer zinvol is. Daarnaast helpt het als artsen reflecteren op eigen handelen, zoals wanneer ze welke diagnostiek aanvragen, welke medicijnen ze veel voorschrijven en hoeveel ze doorverwijzen. En de mogelijkheid om hun eigen gedrag met dat van andere artsen te vergelijken. Wie proberen we op te leiden De ideeën die aios hebben over zinnige en zuinige zorg zijn sterk van invloed op wat ze leren op de werkplek. Aan de ene kant is er de zuinige aios, welke actief bezig is met het reduceren van onnodige zorg of -zorgkosten. Kenmerkend voor de zuinige aios is het zetten van vraagtekens bij het nut van behandelingen, informeert naar alternatieven, en bespreekt met patiënten expliciet welke de voor- en nadelen van diagnostiek zijn en welke gevolgen dit zou kunnen hebben voor de behandeling. Aan de andere kant zit de aios die liever niet nadenkt over geld en vindt dat de politiek moet beslissen wat de zorg mag kosten en hoe de zorgkosten beteugeld moeten worden. Deze aios is niet overtuigd van het nut van zinnige en zuinige zorg en gaat ervan uit dat iedere patiënt behandeld wil worden met alles wat er medisch voorhanden is. In het midden zit de aios die het belangrijk vindt om zuinig en zinnig te werken maar belemmeringen ervaart bij de toepassing op de werkplek. Deze aios weet niet zo goed hoe hij/zij leermomenten moet opzoeken en vindt dit lastig te bespreken met patiënten en supervisoren. De rol van de supervisor Supervisoren twijfelen niet over het belang van zuinige en zinnige zorg. Echter om op te leiden in zinnige en zuinige zorg, ervaren zij wel obstakels. Velen hebben naar eigen zeggen onvoldoende inzicht in het eigen handelen of hebben te weinig kennis van zorgkosten en vinden het lastig om aios de ‘juiste’ kant op de sturen. Sommige deelnemers aan het onderzoek gaven duidelijk aan dat ze geen idee hadden hoe ze de stijgende zorgkosten of het dubieuze nut van een handeling moesten bespreken met patienten. Ze waren bezorgd dat patiënten dachten dat ze geld belangrijker vonden dan welzijn. Supervisoren die wel met hun patiënten over de stijgende zorgkosten spraken, zagen dit juist als verdieping van de arts-patiënt relatie en konden op veel begrip rekenen. Supervisoren die aangaven actief bezig zijn met opleiden in zinnige en zuinige zorg, stellen kritische vragen aan aios zoals ‘waarom doe je dit onderzoek?’, ‘waarom doe je het nu?’, ‘wat ga je doen met de uitslag?’ en ‘wat is het alternatief?’. Daarnaast proberen ze verspilling te voorkomen door grenzen te stellen aan het zelfstandig voorschrijven van dure medicijnen of restricties ten aanzien van diagnostiek door de aios. Door ongevraagd eigen overwegingen toe te lichten kan de supervisor het goede voorbeeld geven en inzicht geven in de redenering. Erg effectief is het als supervisoren aios de ruimte geven om te experimenteren, ze een eigen behandelplan op te laten stellen en ze actief te laten meedenken over de nadelen van een interventie. Een van de voorbeelden uit ons onderzoek liet zien dat de aios vaak wel een mening hebben ten aanzien van het nut of noodzaak van een behandeling, maar zich, met name in zogenoemde multidisciplinaire overleggen over niet altijd uitgenodigd voelen deel te nemen aan discussies en kritische vragen te stellen. 11 op één lijn 67
Page 12
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Het maakt uit waar je wordt opgeleid Over het algemeen geldt: hoe kleiner het instituut, des te eenvoudiger het is voor de aios om buiten de eigen vakgroep informatie te vragen. Denk bijvoorbeeld aan een aios interne die de klinisch chemicus om een toelichting van de bloeduitslagen vraagt of een orthopeed die de radioloog belt over de specifieke beschrijving van een bepaalde fractuur. Daarnaast maakt het uit met wie de aios samenwerkt, en wat de normen en waarden zijn van de mensen die daar werken. Ook de aanwezigheid van een visie of het hebben van afspraken zijn belangrijk voor het opleiden in zinnige en zuinige zorg. Denk aan hoe om te gaan met patiënten die dreigen met een klacht of wat te doen met twijfelachtige bloeduitslagen. Ondanks de protocollen is er voldoende ruimte voor verschillen tussen dokters. En dat is een groot goed. Sommige verschillen zijn te verklaren, bijvoorbeeld door patiëntkenmerken, andere verschillen lijken op het eerste oog onverklaarbaar. Een leerpunt voor aios en andere professionals op de werkplek is om verschillen tussen dokters te benoemen en te bespreken. Deze gesprekken zouden leermomenten kunnen zijn, maar dit lijkt op de werkplek maar weinig te gebeuren. Stelling “It is much more important to know what sort of a patient has a disease, than what sort of a disease a patient has (sir William Osler).” Voetnoot Ons onderzoek heeft zich gericht op de algemene medische vervolgopleiding (waaronder de huisartsopleiding). Het doel was te kijken hoe de medische vervolgopleiding kan bijdragen aan het leerproces van aios. Sommige aanbevelingen of tips zijn voor de huisartsgeneeskunde meer of minder relevant dan anderen. Mocht u interesse hebben in een papieren of digitale versie van het proefschrift, stuur dan een email naar l.stammen@maastrichtuniversity.nl Promotie 1 oktober 2020 Psyscan DOOR LUC GIDDING, PROMOVENDUS Supporting general practice in diagnosis and choice of treatment for patients with psychological problems: PsyScan Binnen mijn promotieonderzoek ontwikkelden wij als vakgroep huisartsgeneeskunde samen met de eerstelijns zorgorganisatie Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE), PsyScan. Een multidisciplinair team, bestaande uit een huisarts, een psycholoog, een POH-GGz, de zorgprogramma manager GGz, de cliëntenraad, een patiënt die in het verleden depressief was en ik zelf, combineerde de bevindingen uit de literatuur, focusgroepen, en analyses van de bestaande angst- en depressiezorg in SGE. Dit resulteerde in het interventie-instrument PsyScan. PsyScan is een internetinstrument voor patiënten, dat de huisarts ondersteunt in het differentiëren van type en ernst van de psychische klachten, en huisarts en patiënt helpt bij het kiezen van een passende behandeling. Onder andere de 4-Dimensionale Klachten Lijst (4DKL) maakt onderdeel uit van PsyScan. PsyScan is door ons geëvalueerd binnen de SGE in een gerandomiseerd onderzoek met 336 patiënten waarbij de helft de PsyScan kreeg aangeboden, en de andere helft gebruikelijke zorg. De PsyScan-groep toonde betere psychologische resultaten en meer kwaliteit van leven. PsyScan leidde niet tot hogere kosten. Op dit moment wordt de PsyScan beschikbaar gesteld aan andere organisaties in de gezondheidszorg in het hele land. 12 12 12 Als mooie erkenning voor ons werk voor patiënten met psychische klachten, ontvingen we meerdere onderzoekssubsidies en prijzen voor ons werk rond PsyScan, onder andere de Heert Dokter prijs voor beste onderzoeksartikel in Huisarts en Wetenschap in 2019. Op 1 oktober 2020 verdedigde ik mijn proefschrift succesvol in Maastricht, in een helaas erg lege aula vanwege de Coronarestricties. Met veel plezier heb ik jarenlang bij de vakgroep gewerkt en ook als redactielid van dit blad mogen fungeren. Allen die hebben bijgedragen nogmaals dank! Stelling “Als de huisarts de patiënt beter kent en meer relevante informatie heeft over de patiënt, dan wordt de behandeling van psychische problemen meer op maat en effectiever.” 2e uitgave 2020 Promotie 4 november 2020 Rules for tools – knowledge translation tools in health care; a case of consilience DOOR DUNJA DREESENS, ONDERZOEKER De kennis in de gezondheidszorg is enorm en neemt iedere dag verder toe. In 2008 verschenen er 11 systematic reviews per dag, in 2020 zijn dat er al 80 per dag. Dit betekent, dat je als arts meer dan acht uur per dag moet lezen om bij te blijven. Tijd die je niet aan de patiënt kunt besteden. Daarnaast duurt het lang voordat alle kennis op de werkvloer bij de patiënt terecht komt: gemiddeld 17 jaar en onderweg lekt er om allerlei redenen kennis weg. Uit onderzoek aan het begin van deze eeuw blijkt dat meer dan de helft van de patiënten niet behandeld wordt volgens de laatste inzichten. Vanwege de hoeveelheid kennis en de moeilijkheid om al die kennis in de praktijk te laten landen, is er de laatste jaren veel aandacht voor iets dat kennistoepassing (knowledge translation/transfer) heet. Kennistoepassing betreft het samenvatten, duiden, verspreiden en gebruiken van kennis. Een manier om dat voor elkaar te krijgen, is het ontwikkelen van instrumenten (tools) die kennis samenvatten en duiden, zodat de arts dit niet meer zelf hoeft te doen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle kennis in de gezondheidszorg binnen afzienbare tijd terecht komt bij de zorgverlener en patiënt? En dan zo, dat artsen en patiënten die kennis eenvoudig tot zich kunnen nemen en toepassen? Tijdens ons onderzoek hebben we gekeken welke instrumenten er in Nederland bestaan die kennistoepassing en (samen) beslissen ondersteunen, hoe deze gedefinieerd zijn, welke doel(en) ze dienen en welke elementen ze behoren te bevatten, welke kennisbronnen er zijn en, tot slot, welke voorkeur (kinder-)artsen hebben bij het gebruik van deze instrumenten. Zonder het hele proefschrift uit de doeken te doen, hierbij enkele resultaten en conclusies. We ontwikkelen in Nederland een veelvoud aan kennisinstrumenten, die vaak slecht of onvolledig omschreven zijn. Het is ons op landelijk niveau met relevante zorgpartijen gelukt, het aantal instrumenten tot een kernset terug te brengen en het ook eens te worden over de definities van deze tools. Voor instrumenten gericht op patiënten hebben we met internationale experts een framework ontwikkeld, dat de doelen van deze instrumenten beschrijft en aangeeft welke elementen minimaal hier onderdeel van moeten uitmaken. Nog lang niet alle kennisbronnen worden gebruikt bij de ontwikkeling van instrumenten zoals richtlijnen. Het duiden van kwalitatief onderzoek en dat samenbrengen met kwantitatief onderzoek blijft lastig, maar eerste stappen worden hiervoor gezet. Kinderartsen gaven aan, dat in richtlijnen ook aandacht besteed kan worden aan samen beslissen, maar dat er dan ook toegelicht moet worden hoe je dat doet. Bij voorkeur worden de aanbevelingen meer ‘open’ geformuleerd, vergezeld van keuzehulpen. Een meer ‘open’ richtlijnaanbeveling geeft opties en ook welke overwegingen van patiënten bij de keuze daartussen een rol spelen. Om tot betere instrumenten en kennistoepassing te komen, is het nodig, dat de verschillende betrokken disciplines meer en beter samenwerken: a case of consilience. Stelling “Landelijke zorgpartijen hebben consensus bereikt dat vijf instrumenten voldoende zouden moeten zijn voor kennistoepassing en (samen) beslissen in de (gezondheids)zorg: richtlijn, samenvatting, stroomschema/beslisboom, patiëntinformatie en patiëntkeuzehulpen.” “National experts agreed that to support knowledge translation and (shared) decision-making five tool types should be sufficient: clinical practice guideline, summary, flowchart, patient information and patient decision aid.” Rules for tools Knowledge translation tools in health care: a case of consilience Dunja Dreesens 13 op één lijn 67
Page 14
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Doe mee aan het PRIMA-Brain onderzoeksproject Je persoonlijke kans op dementie verkleinen DOOR STEPHANIE VAN ASBROECK, ONDERZOEKER Dementie treft 20% van de Nederlanders en is de grootste kostenpost in de zorg. Er is ook goed nieuws: je kan de kans om dementie te krijgen verkleinen, door een gezonde levensstijl aan te nemen op middelbare leeftijd. Dit houdt in dat je gezond eet, voldoende beweegt en niet rookt, maar ook dat je mentaal actief blijft. Op basis van deze kennis heeft het Alzheimer Centrum Limburg (onderdeel van de Universiteit Maastricht) een gezondheidsapp (MijnBreincoach app) ontwikkeld waarmee mensen meer inzicht kunnen krijgen in hoe zij zelf hun hersengezondheid kunnen verbeteren. De gebruiker kan via een zelftest te weten komen waar er specifiek voor hem of haar ruimte voor verbetering mogelijk is en op welke punten hij of zij al goed bezig is. De app is bedoeld om mensen in kleine stappen in de richting van een ‘hersengezonde’ levensstijl te bewegen. Onderzoek Begin 2021 sloegen de vakgroepen Huisartsgeneeskunde en Psychiatrie & Neuropsychologie van de Universiteit Maastricht hun handen ineen. Samen startten ze een onderzoek om te kijken of het haalbaar en effectief is om de MijnBreincoach app in de huisartsenpraktijk aan te bieden, naast het kort bespreken van het persoonlijk hersengezondheidsprofiel met de patiënt. Het doel van het project is om bewustzijn rondom de relatie tussen levensstijl en hersengezondheid te vergroten en om mensen inzicht te geven in hoe zij zelf in kleine stappen hun hersengezondheid kunnen verbeteren. Wat we willen weten is of mensen inderdaad aanpassingen in hun levensstijl aanbrengen en of de app daarin ook een meerwaarde heeft. Dit zou een eerste stap zijn naar risicoreductie van dementie in Nederland. We zijn nog op zoek naar huisartspraktijken die aan dit onderzoek willen meewerken. Dit betekent dat u ons in contact brengt met potentiële deelnemers en dat de praktijkondersteuner of arts kort de hersengezondheid en de relatie met levensstijl met de deelnemende patiënt bespreekt tijdens een reguliere afspraak (5-10 min). We zoeken 30 deelnemers per praktijk. In ruil voor uw medewerking krijgt de praktijk 1000 euro bruto. Meer informatie? Bent u geïnteresseerd in dit project? Wilt u graag wat meer informatie? Mail of bel ons: Stephanie Van Asbroeck, telefoonnummer 043-388 10 43, of per e-mail via s.vanasbroeck@maastrichtuniversity.nl. Doen of laten? Onnodige vitaminediagnostiek werkt medicalisering in de hand en zorgt voor onnodige kosten. Verminderen kan met zo’n 20-25%, zo bleek uit een pilot. Vanaf nu kunnen alle huisartsen meedoen aan deze landelijke campagne. De volgende materialen zijn online en offline gratis voor u beschikbaar: • Patiëntfolder • Poster • Wachtkamerfilmpje • Spiegelinformatie • E-learning (1 accreditatiepunt) Website: www.doenoflaten.nl/vitamine E-mail: info@doenoflaten.nl 14 14 14 2e uitgave 2020 Kennis uit onderzoek Zeldzaam maar niet alleen DOOR CONNIE STUMPEL, HOOGLERAAR KLINISCHE GENETICA MUMC+ Stel, u krijgt een brief van een ziekenhuisspecialist met daarin bericht over een zeldzame diagnose bij een van uw patiënten. U heeft daar nog nooit van gehoord. Hoe laat u zich informeren? En gaat u zelf ook op zoek en leren? Zijn er preventieve maatregelen om gezondheidsschade te voorkomen? Zijn er gevolgen voor de erfelijkheid van (klein)kinderen? Definitie en feiten • Een aandoening wordt zeldzaam genoemd, als deze bij minder dan 1:2000 mensen voorkomt • Er zijn 6000-8000 zeldzame aandoeningen • 80% daarvan is genetisch bepaald • In Nederland gaat het om ongeveer 1 miljoen mensen • In Europa zijn dat 30 miljoen mensen • Het risico om een zeldzame aandoening te krijgen is ongeveer 1:17. • DNA-onderzoek is belangrijk geworden in het (tijdig) vaststellen van een zeldzame aandoening Na een (genetische) diagnose zijn er veel vragen die niet altijd te beantwoorden zijn. Is er een professional die meer weet? Is er lotgenotencontact mogelijk? Is er een expertisecentrum? Het internet is een bron van informatie, maar hoe voorkom je dat je verdwaalt? In Nederland werden in 2015 door het Ministerie expertisecentra voor zeldzame aandoeningen erkend.1 Deze expertisecentra moeten aan diverse criteria voldoen. In 2021 volgt een nieuwe ronde voor verlenging van de erkenningen. Er is nog kans om voor nog niet erkende aandoeningen deze erkenning aan te vragen. Expertisecentra zijn heel belangrijk voor de patiënt. Zo kan de patiënt de beste zorg en informatie krijgen en profiteren van de meest recente mogelijkheden. Als er medische klachten zijn, maar er (nog) geen diagnose is, dan kan het lang duren voordat er een diagnose wordt gesteld. Mensen ervaren vaak onbegrip voor hun klachten. Het is soms afhankelijk van het toeval, via een alerte arts, of via een verhaal in de krant of op internet. Dat zoeken, daar moet je een sterke motivatie voor hebben. Actieve huisartsen zoals de ‘Witte Raven’, hebben die motivatie: Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten (OOK) vragen om een diagnose. Onvermoeibaar speuren zij naar die 1 https://www.nfu.nl/patientenzorg/complexezorg/zeldzame-ziekten diagnose die vaak zeldzaam is. Zie de artikelen in dit blad of kijk op www.witteraven.org. Patiënten zoeken ook zelf, vaak samen met hun huisarts. Van specialist naar specialist, steeds met de hoop om een diagnose te krijgen. De VSOP (Vereniging Samenwerkende Ouder en Patiëntenverenigingen) biedt patiënten een adviserend platform op ziekteonbekend.nl. De Afdelingen klinische genetica van Nederlandse UMC’s bieden op spreekuren de mogelijkheid tot diagnostiek, vaak multidisciplinair. Heel snel wordt DNA-technologie ingezet om tot een diagnose te komen. Maastricht is het ‘balkon’ van Europa. In de Euregio is de afgelopen jaren een Europees project uitgevoerd met als doel om de zorg voor patiënten met een zeldzame aandoening in de Euregio te verbeteren. De universitaire centra van Maastricht, Aken en Luik, met de verzekeraars in de drie landen en de Provincie Limburg werken samen in het zogeheten EmRaDi project (www.emradi.eu/nl). Als resultaat zijn factsheets gemaakt voor patiënten en professionals met informatie en adressen in drie landen. Deze zijn op de website te vinden. Persoonlijke noot In december 2020 ga ik met pensioen nadat ik 35 jaar als klinisch geneticus (aanvankelijk als kinderarts) heb gewerkt in de diagnostiek en erfelijkheidsvoorlichting bij genetische aandoeningen bij kinderen en volwassenen. Ik heb me altijd sterk gemaakt voor patiënten die zoeken naar een diagnose, voor hun kind, of voor zichzelf. De contacten met de huisartsen om hen persoonlijk te informeren over een zeldzame en vaak complexe diagnose zijn in mijn ervaring altijd nuttig en waardevol. En dat komt dan weer ten goede aan hun families. Het aantal personen zonder een (zeldzame) diagnose wordt steeds kleiner en hangt samen met de sterke verbetering in de DNA-diagnostiek, al is niet 100% in het DNA te vinden. Nog steeds is er een groep mensen met klachten waar het ‘gevoel ’zegt dat er een zeldzame aandoening speelt. Niet genetisch of deels genetisch? Juist dan hebben we professionals zoals u nodig die de uitdaging aangaan om te zoeken! 15 op één lijn 67
Page 16
op één lijn 67 S A 2e uitgave 2020 Bruikbare Wetenschap Onderzoek om je vingers bij af te likken DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Marktwerking volgens Delphi Voor de classici onder ons hoef ik Delphi niet uit te leggen. In de oudheid kon je als pelgrim bij Delphi de goden om raad vragen. Nu bestaat er in de onderzoeksmethodiek ook een Delphi-studie. In Wikipedia staat: ‘Een Delphi-studie gebruikt een zorgvuldig gekozen panel van experts. Deze experts antwoorden op vragenlijsten waarvan de vragen gewoonlijk geformuleerd worden als hypothesen. De experts moeten dan antwoorden wanneer zij denken dat de hypothesen vervuld zullen zijn. Elke vragenronde wordt gevolgd door een terugkoppeling met de resultaten van de vragenronde, gewoonlijk anoniem. De experts worden op die manier ertoe aangezet hun meningen bij te stellen aan de hand van de antwoorden van de andere experts. Tijdens dit proces zouden de verschillen tussen de antwoorden moeten afnemen, om uiteindelijk te convergeren naar het «juiste» antwoord.’ Hein de Vries deed samen met, onder anderen, Jean Muris een Delphi-studie waarbij ze groepen experts (zorgverzekeraars, gezondheidseconomen, huisartsen en GGZ-professionals) lieten oordelen over de introductie van marktwerking in de zorg in 2006. In drie rondes mochten ze voordelen, nadelen, en benodigde veranderingen benoemen en er, indien mogelijk, overeenstemming over bereiken. Niet geheel onverwacht bleek men volledig in andere tempels te leven. De verzekeraars waren het erg met elkaar eens en vooral over de voordelen van marktwerking (efficiëntie, keuzevrijheid), terwijl de gezondheidseconomen het vooral over veel zaken niet eens werden. Dat deed me dan weer denken aan de vele gezondheidseconomen die heden ten dage niet uit de media zijn weg te slaan en over elke covid-19 maatregel een mening hebben, maar bij elke regeling steeds een andere. De zorgprofessionals, waaronder de huisartsen, bleken het vaak eens over de nadelen van het stelsel en de gewenste veranderingen. Tja, de tempel van Delphi bleek gelegen op het kruispunt van twee grote breuklijnen en dus in een gebied gevoelig voor aardbevingen. Wellicht is er meer nodig dan een aardbeving om verzekeraars, gezondheidseconomen en zorgprofessionals tot overeenstemming te krijgen. Palliatieve zorg behoeften bij hartfalen De prognose van veel patiënten met gevorderd hartfalen is grimmiger dan die van veel patiënten met een maligniteit. Toch is het bespreken van eindelevenswensen, als onderdeel 16 16 16 B van palliatieve zorg, bij kanker veel meer in ons systeem en handelen ingebed. Stephanie Ament zocht onder andere met Jelle Stoffers in een systematisch literatuuroverzicht naar tools die gebruikt kunnen worden om de behoefte aan palliatieve zorg bij patiënten met hartfalen te identificeren. Uiteindelijk kwamen er 19 studies door de filter die 7 verschillende tools bestudeerden. Ik zal u de afkortingen besparen, maar ze bestaan dus zeker. Meest opvallend was, dat ze matig waren gevalideerd en dat er eigenlijk studies ontbraken die het nut van uitkomsten die ertoe doen voor patiënt en zorgverlener in de dagelijkse praktijk hadden onderzocht. Als ik u er dan toch één mag aanraden op basis van deze studie: google maar eens op de NAT:PD-HF. Het artikel is beschikbaar in het Nederlands en wat ik fraai vind, is, dat hij niet alleen aandacht heeft voor de behoefte van de patiënt met terminaal hartfalen, maar ook voor de mantelzorger. Maar goed, daarvoor moeten wij natuurlijk ook tijdig signaleren, dát de patiënt die sombere prognose heeft. Stoppen met roken in 30 seconden Ongetwijfeld bestempelt u mij nu al als optimist of fantast bij het lezen van deze kop. Nu zijn we het er allemaal over eens, dat roken op nummer 1 staat wat betreft oorzaken van vermijdbare mortaliteit en morbiditeit en toch laten we het niet zelden onbesproken in de spreekkamer. Onno van Schayck is als hoogleraar preventie al decennia bezig met studies naar tabaksverslaving. Samen met collega Mark Spigt en junior onderzoekers onderzochten ze de ervaring van huisartsen met de Very Brief Advice methode. Het wordt een niet-confronterende methode genoemd. De geïnterviewde collegae volgden een digitale lezing over de methode en werden daarna tweemaal gebeld door de onderzoekers. Ze waren positief en vonden het goed passen in het standaard consult. “Minder preek en meer patiëntvriendelijk”. En ik moet toegeven dat ik dat zelf ook zo ervaar, als ik het toepas. De basisprincipes: bevestig de huidige rookstatus, geef ondersteunend advies hoe de roker kan stoppen zonder daarbij te vragen of ze willen stoppen, en geef aan waar de hulp te krijgen is. Bij deze benadering hoeft de roker niet in ontkenning of verdediging te gaan en hoeft ook geen acute actie te ontplooien. Maar hij/zij herinnert het ‘aanbod’ wel, als er een toekomstig stopmoment komt. Uit andere studies blijkt dat deze ultrakorte methode het stoppercentage in praktijken die het gebruiken op langere termijn omhoog krikt. De urine paradox “Dokter kunt u even in de urine-agenda kijken?”. Wanneer een lichaamsvloeistof een eigen agenda kan afdwingen B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U 2e uitgave 2020 op de huisartsenpost, dan doe je toch iets goed zou je zeggen. Regelmatig wordt er tijdens een dienst meer urine langsgebracht dan dat er koffie wordt gedronken. De bekende dipstick met ongelofelijk matige diagnostische waarde wordt gedompeld en de patiënt krijgt een kuur. Toch? Want als de nitriettest positief is, dan volgt er een antibioticum en als de nitriettest negatief is, dan is er elders een plusje te herkennen. Of de patiënt heeft herkenbare en typische klachten en dat is ook voldoende voor een kuur. Je zou kunnen zeggen dat je daarmee net zo goed de dipstick in je koffie kunt dippen. Eefje de Bont onderzocht samen met WESP student Michelle Spek bijna 6.000 contacten voor urine(weginfecties) op de huisartsenposten van Heerlen en Maastricht. Ze ondervonden, dat 99% bij een positieve nitriettest inderdaad een kuur kreeg en dat bij een negatieve nitriettest 79% alsnog een antibioticakuur meekreeg. Urinekweken werden maar sporadisch ingezet, want slechts 1 van 10 patiënten met enige indicatie voor een kweek kreeg die ook. Voor de kweken die wel werden gedaan bestond bij 45% eigenlijk geen indicatie. Voor een ziekte met een eigen agenda handelen we deze infectie eigenlijk matig af. Dat ligt aan de matige diagnostiek en de complexe NHG-Standaard. Maar toch ook aan ons eigen handelen. Tijd om meer consistentie en betere diagnostische tests te kweken. Met een ZonMw subsidie gaan Eefje de Bont en haar team daar de komende jaren mee aan de slag. Reflecteren op reflecterend testen Krijgt u weleens aanvullend commentaar van de laboratoriumspecialist bij uw aangevraagde diagnostiek? Grote kans, dat u in de Zuyderland regio werkt, want vooral in Heerlen entameert klinisch chemicus Wytze Oosterhuis dit al jaren. Bij reflecterend testen kan de laboratoriumspecialist eventueel extra bepalingen toevoegen en aanvullend commentaar geven om u bij klinisch redeneren te assisteren. Let wel: het gaat hierbij niet om het automatisch uitklappen van een test, wat ook wel reflextesten volgens een vast protocol wordt genoemd. Samen met, onder anderen, Jelle Stoffers voerden ze een gerandomiseerde trial uit waar bij de helft van de aanvragen wel reflecterend werd getest, en bij de andere helft enkel de bepalingen aan de huisarts werden teruggeven die waren aangevraagd (dus zonder aanvullende bepaling of commentaar waar gepast). Ze lieten een onafhankelijk panel het gevolgde beleid evalueren en zagen dat dit in de interventiegroep significant vaker adequaat was. Een mooi voorbeeld van hoe je samen verder komt. Geïnspireerd? Google de term reflecterend testen of zoek op de (wat verouderde site) http://www.reflectivetesting.com/ nl/index.htm naar meer uitleg en mooie voorbeelden. Boezemfibrilleren opsporen: De D2AF-studie Het is een uitdaging om in huisartsenpraktijken een gerandomiseerde trial te doen. Deze succesvol afronden en je bevindingen publiceren in de BMJ is simpelweg fantastisch. Het lukte aiotho Nicole Verbiest-van Gurp. Samen met haar collega uit Amsterdam runde zij een hele grote studie in 96 (!) huisartsenpraktijken. Ze onderzochten of het opportunistisch screenen naar boezemfibrilleren bij patiënten ouder dan 65 jaar effectief was. In elke praktijk werden 200 patiënten ‘gevlagd’. Aan de interventiepraktijken werd gevraagd om, als deze patiënten op het spreekuur kwamen, ze met drie methoden te screenen op atriumfibrilleren (AF): de pols voelen, een bloeddrukmeting met weergave voor onregelmatige hartslag en een staafje om vast te houden, dat een single-lead ecg kan interpreteren en bij onregelmatigheid een signaal geeft. Bij enige onregelmatigheid bij een van de metingen kregen patiënten een ecg en eventueel een holter. Het team wilde onderzoeken of deze methodiek meer patiënten met AF zou opleveren dan bij reguliere zorg (waar deze natuurlijk ook regelmatig als bijvangst bij lichamelijk onderzoek worden gevonden). Ze vervolgden maar liefst bijna 18.000 patiënten. In de interventiepraktijken had uiteindelijk 1,6% een AF de novo, terwijl dit in de controlepraktijken 1,5% was. Bruikbare Wetenschap in beeld Bovenstaande studie is een onderzoek om je vingers bij af te likken als onderzoeker, maar ook als huisarts. Deze studies geven antwoorden op belangrijke vragen en het is geweldig dat bijna 100 huisartsenpraktijken hebben meegedaan. Ik was niet betrokken bij bovenstaand onderzoek, maar dank alle praktijkhouders die JA tegen ons zeggen, als we jullie vragen om aan klinisch onderzoek mee te doen. In Maastricht willen we werken aan bruikbare wetenschap voor onze spreekkamers. Wilt u eens nascholen met Bruikbare Wetenschap als centraal thema? Zet dan alvast woensdag 11 februari 2021 in uw agenda. De vakgroep huisartsgeneeskunde Maastricht organiseert dan samen met het NHG een speciale onlineavond over Bruikbare Wetenschap. Alle abstracts van de traditionele NHG Wetenschapsdag zijn gebundeld die avond. Van 19 tot 21 uur, geaccrediteerd, gewoon vanachter uw laptop of tablet. Meer informatie volgt via het NHG. Referenties • Effects of the reform of the Dutch healthcare into managed competition: Results of a Delphi study among experts. de Vries H, Vahl J, Muris J, Evers S, van der Horst H, Cheung KL.Health Policy. 2020 Nov 7:S0168-8510(20)30265-7. doi: 10.1016/j. healthpol.2020.10.010. Online ahead of print.PMID: 33189409 • Workload, diagnostic work-up and treatment of urinary tract infections in adults during out-of-hours primary care: a retrospective cohort study. Spek M, Cals JWL, Oudhuis GJ, Savelkoul PHM, de Bont EGPM.BMC Fam Pract. 2020 Nov 10;21(1):231. doi: 10.1186/s12875-020-01305-8 • Ament SM, Couwenberg IM, Boyne JJ, Kleijnen J, Stoffers HE, van den Beuken MH, Engels Y, Bellersen L, Janssen DJ.Palliat Med. 2020 Oct 15:269216320963941. doi: 10.1177/0269216320963941. Online ahead of print.PMID: 33054670 • Reflective testing - A randomized controlled trial in primary care patients. Oosterhuis WP, Venne WPV, Deursen CTV, Stoffers HE, Acker BAV, Bossuyt PM.Ann Clin Biochem. 2020 Oct 27:4563220968373. doi: 10.1177/0004563220968373. Online ahead of print.PMID: 33040573 • The experience of general practitioners with Very Brief Advice in the treatment of tobacco addiction. van Schayck OCP, Bindels L, Nijs A, van Engelen B, van den Bosch A, Muller IS, Spigt M.NPJ Prim Care Respir Med. 2020 Sep 23;30(1):40. doi: 10.1038/s41533-020-00200-0 • Opportunistic screening versus usual care for detection of atrial fibrillation in primary care: cluster randomised controlled trial. Uittenbogaart SB, Verbiest-van Gurp N, Lucassen WAM, Winkens B, Nielen M, Erkens PMG, Knottnerus JA, van Weert HCPM, Stoffers HEJH.BMJ. 2020 Sep 16;370:m3208. doi: 10.1136/bmj.m3208 17 op één lijn 67
Page 18
op één lijn 67 2e uitgave 2020 OOK en de Witte Raven Een onuitstaanbaar onverklaarde huidaandoening DOOR ERIK STOLPER EN PAUL HÖPPENER, HUISARTSEN N.P. De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. De leden van de werkgroep doen dit op vrijwillige basis. Zij hebben een brede achtergrond met veel wetenschappelijke en klinische ervaring. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. De leden van de Witte Raven: Prof.dr. Geert-Jan Dinant, Drs. Mieke Geuze, Dr. Paul Höppener, Drs. Simon Kleijkers, Drs. Tonnie van Kessel (vz), Drs. Raymond Leclercq, Drs. Richard Maes, Drs. Marie-José Metz, Dr. Erik Stolper, Drs. Charles Verhoeff. Stroomdiagram zoekmethode www.witteraven.org De oplossing van de vorige keer: scleroserende mesenteritis De nieuwe casus Als waarnemend huisarts zie je soms rare huidafwijkingen. In overleg met je ervaren collega kom je dan toch vaak tot een diagnose. Gelukkig kunnen we, na eerst even goed nadenken en pathofysiologisch redeneren, via een paar slimme trefwoorden ook terecht bij dokter Google of professor Pubmed. Ik nam als huisarts ergens waar en zag toen een normale kerngezonde persoon met rare rode bobbelige erupties in 18 18 18 het gezicht, die zich naar beneden uitbreidden. Hij had gek genoeg ook spierpijn. Ik vroeg mijn collega voor een second opinion, maar we kwamen er niet uit. We stuurden een foto naar de dermatoloog maar die wist het OOK niet. Twee dagen later zag mijn collega de patiënt terug: het beeld was erger geworden, maar hij had nu ook vreemde slikklachten. Op de een of andere manier dacht mijn collega eraan om een Creatine-kinase (CK) te prikken, omdat ze een keer een patiënt had gehad met vreemde spierpijn (heel knap van die collega). De CK was torenhoog. De dermatoloog wilde de patiënt niet op korte termijn zien. De reumatoloog wel en die stelde meteen de diagnose. Ik hoorde het hele verhaal een maand later en besloot te zoeken via onze zoekmethode. En met succes. Stelt u OOK met succes de diagnose? De oplossing kunt u insturen naar: op1lijn@maastrichtuniversity.nl 2e uitgave 2020 WESP-student Bart Bulté Hoe kunnen narratieve beschrijvingen de consultvoering van de aios verder verbeteren? BEGELEIDER: ANGELIQUE TIMMERMAN Vraagstelling Is het mogelijk aios in te delen op eerder geformuleerde typologieën (Oerlemans et al. 2017) aan de hand van gedragsbeschrijvingen en is hierin groei meetbaar? Zijn er specifieke leerdoelen te koppelen aan de hand van de narratieve gedragsbeschrijvingen? Studiedesign Kwalitatieve studie, Longitudinale observationele studie. Primair resultaat en conclusie • Groei is vast te leggen in de 4 typologieën over meerdere consulten over langere tijd en rekening houdend met de context. • De educatieve waarde van feedback kan verhoogd worden door gedrag specifiek te beschrijven en het koppelen van leerdoelen hieraan. WESP-student Trang Nguyen Evaluatie van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen BEGELEIDERS: JOCHEN CALS EN DENNIS MURIS IN SAMENWERKING MET MCC OMNES Vraagstelling Hoewel laboratoriumdiagnostiek essentieel is, wordt ongeveer 20% van alle laboratoriumdiagnostiek ‘overbodig’ aangevraagd terwijl het jaarlijks bijdraagt aan de stijgende zorgkosten. Het is noodzakelijk dat huisartsen kosteneffectiever laboratoriumdiagnostiek aanvragen. In mijn onderzoek evalueren we het effect van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen in de Westelijke Mijnstreek. Studiedesign Op 1 september 2019 zijn aanvraagprijzen getoond voor laboratoriumtesten in Cyberlab, waarbij de relatieve aanvraaggetallen pre- en postinterventie zijn vergeleken. Daarnaast is een procesevaluatie uitgevoerd als kwalitatief onderzoeksdeel. Primair resultaat en conclusie Na vier maanden werd een milde, echter niet significante daling gezien in relatieve aanvraagaantallen. Wel heeft interventie geleid tot een hoger kostenbewustzijn onder huisartsen. Getalsmatig is het interventie-effect niet te objectiveren, maar berust het interventie-effect deels op de effecten van de reeds ingevoerde veelzijdige aanpak van MCC Omnes. 19 19 op één lijn 67
Page 20
2e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Céline Buurman Exploring factors for vitamin B12 and vitamin D testing in general practice BEGELEIDERS: JESSE JANSSEN EN JOCHEN CALS Vraagstelling Dit onderzoek is uitgevoerd om een beeld te krijgen van de factoren die voor huisartsen een rol spelen in het aanvragen van vitamine B12 en D testen in de huisartsenpraktijk. Het is een exploratie van motivaties, ervaringen en attitudes van huisartsen ten aanzien van het testen van vitamine D en vitamine B12. Studiedesign Het is een kwalitatieve studie die aan de hand van het COM-B model is uitgevoerd. Hierin zijn semigestructureerde interviews gehouden onder 20 huisartsen uit in de regio Westelijke Mijnstreek. Primair resultaat en conclusie Verscheidene medische redenen spelen een rol in het aanvragen van vitamine D en B12 testen. Daarnaast blijken de vraag van de patiënt voor een test, de behoefte van huisartsen om patiënten tevreden te stellen en het ervaren gebrek aan kennis en communicatievaardigheden van huisartsen ook invloed te hebben op de hoeveelheid testaanvragen. WESP-student Minke van Hoof Uitgesteld antibioticum voor urineweginfecties, zijn vrouwen hiertoe bereid? BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Ongeveer 50% van de urineweginfecties bij gezonde vrouwen is zelflimiterend. Symptoombestrijding met pijnstilling of een uitgesteld recept voor antibiotica zijn veelbelovende strategieën om antibioticavoorschriften te verminderen. Maar wat weten vrouwen over urineweginfecties en de behandelopties? En zijn vrouwen bereid om antibiotica voor een urineweginfectie uit te stellen? Studiedesign het onderzoek was cross-sectioneel, uitgevoerd via het verspreiden van online vragenlijsten op social media. We includeerden 983 vrouwen met een leeftijd boven de 18 jaar die een urineweginfectie hebben doorgemaakt. Primair resultaat en conclusie Slechts de helft wist dat een urineweginfectie mogelijk zelflimiterend is. Toch was drie kwart, na uitleg, bereid antibiotica uit te stellen. Wanneer vrouwen de huisarts bezoeken, prefereren ze een bevestiging van de diagnose en pijnmedicatie. Opvallend genoeg heeft slechts 0.7% pijnmedicatie en 2.6% een uitgesteld antibioticarecept in het verleden ontvangen. 20 20 op één lijn 67 2e uitgave 2020 WESP-student Kelly Lo-A-Foe Interventies om antibioticagebruik bij urineweginfecties te verbeteren BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Urineweginfecties horen bij de meest voorkomende infecties binnen de eerste lijn. Maar liefst twee derde van de patiënten krijgt onnodig antibiotica voorgeschreven, wat bijdraagt aan de ontwikkeling van antibioticaresistentie. Diverse interventies zijn ontwikkeld om dit tegen te gaan. Maar welke interventie is nu effectief in het terugdringen van onnodige antibioticavoorschriften voor urineweginfecties? Studiedesign We hebben een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd, en includeerden RCT’s die het effect bestudeerden van een interventie op het voorschrijven van antibiotica voor urineweginfecties in de eerste lijn. Primair resultaat en conclusie Tien studies beschreven het effect van een interventie op eerstelijns antibioticavoorschriften voor urineweginfecties. Met name actieve interventies en interactieve multifacet interventies bleken effect te hebben en zijn veelbelovende strategieën in het terugdringen van onnodige antibioticavoorschriften. Voor toekomstig onderzoek is het belangrijk dat langetermijneffecten en kosteneffectiviteit van deze interventies bestudeerd worden. Oproep voor huisartsen De nieuwe NHG-Standaard Stabiele Angina Pectoris DOOR GIGJA VOSSEN EN BIRGITT KLERKX, WESP-STUDENTEN Wat vindt u er nou eigenlijk van? Bent u huisarts met minimaal 2 jaar werkervaring? Dan zoeken wij u! Op dit moment zijn wij bezig met ons onderzoek naar de ideeën van huisartsen over de per 01-01-2020 herziene NHGStandaard Stabiele Angina Pectoris. Volgens deze nieuwe NHG-Standaard is er geen ruimte meer voor aanvullend onderzoek door de huisarts bij het aantonen, dan wel uitsluiten van coronairlijden bij patiënten met niet acute pijn op de borst. Patiënten met (a-)typische angina pectoris worden verwezen naar de cardioloog voor verder onderzoek. Patiënten met aspecifieke thoracale klachten worden niet verwezen naar de cardioloog, tenzij er alsnog aanwijzingen zijn voor een cardiale etiologie. Wij zijn benieuwd naar uw visie op de nieuwe NHGStandaard Stabiele Angina Pectoris. Hoe wordt de nieuwe werkwijze door u ervaren? In welke gevallen wijkt u af van de NHG-Standaard Stabiele Angina Pectoris? Bent u bereid om uw mening met ons te delen? Dan nodigen wij u graag uit voor een explorerend interview (bij u in de praktijk of via Zoom). Aarzel niet om contact met ons op te nemen! Birgitt Klerkx, b.klerkx@student.maastrichtuniversity.nl of 06-37169149 Gigja Vossen, gc.vossen@student.maastrichtuniversity.nl 21 21 op één lijn 67
Page 22
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Maastricht De eerste lichting aios is gestart DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Eerste helft 2020 In de eerste editie van 2020 schreef ik ‘Op weg naar een zelfstandige opleiding’ over de ouderengeneeskunde in Maastricht. Kort na het verschijnen van dat blad, ontvingen wij de erkenningsbrief van de RGS met daarin een positief besluit én: voor onbepaalde tijd. Niet lang erna, op 1 mei, sloot de deadline om te kunnen solliciteren voor de opleiding. In de maanden daarna hielden we sollicitatie- en selectiegesprekken met personeel, docenten en aios. Intussen werd onderwijs gemaakt en werden processen ingericht. De docenten stellen zich elders in het blad aan u voor, net als het hoofd en waarnemend hoofd van deze opleiding. De aios Na de selectie van de aios, konden er 9 geplaatst worden per 1 september 2020, van Weert tot Maastricht. Hun eerste kennismaking(en) verliep digitaal, mede vanwege de zomervakantie. Op vrijdag is de wekelijkse terugkomdag van de opleiding ouderengeneeskunde in Maastricht. De allereerste keer was op 4 september. Het werd een feestelijke dag! De week erna bezocht een cameraploeg van de lokale omroep Deb 1 om te filmen en voor een kort interview met een van de aios, Katerina Skarlatou. Zij is als aios te zien op onze website en te volgen via de sociale informatiekanalen. Een andere aios, Charlotte Koopmans, schreef mee aan een artikel voor het LAD-magazine. Eind september kwam de belangenvereniging van aios (VASON) naar Maastricht om kennis te maken. Kleinschalig onderwijs heeft in coronatijd zo zijn voordelen. We konden zoveel mogelijk fysiek on campus doorgaan met inachtneming van alle COVID-maatregelen. In oktober konden de aios ook nog net de STARtclass Spoedzorg in Utrecht volgen. Eind oktober was er een gezamenlijke terugkomdag van aios ouderengeneeskunde en huisartsgeneeskunde (jaar 2). In Maastricht zijn de lijnen gelukkig kort. Opleiders De tweede week van september was een kennismakingsdag met de hele groep opleiders en aios in hotel Van der Valk Maastricht. Individueel kende elke opleider al zijn of haar aios. Het was een prachtig zonnige dag waarbij de lunch buiten in de tuin genuttigd kon worden. De tweede helft van de middag was er een Lagerhuisdebat waarbij aios en genodigden uit het werkveld, met elkaar in debat gingen aan de hand van stellingen, onder leiding van hoogleraar Ouderengeneeskunde Jos Schols. Het was een zeer geslaagde dag. Blik vooruit Het netwerk in de regio is goed op orde. Dit komt goed uit, want de ouderengeneeskunde dient veel meer zichtbaar te worden in de basisopleiding. Het raamplan 2020 heeft dat niet voor niets als speerpunt opgenomen. We zien op korte termijn ook verbeterpunten voor het basiscurriculum geneeskunde, alhoewel dat soms lastig is in tijden van krapte aan werkplekbegeleiders en opleiders, nog los van COVID. Het geeft ook heel veel energie om jonge mensen enthousiast te maken voor het vak. In september 2021 starten we met een nieuwe eerstejaars groep aios. De sollicitatieperiode daarvoor loopt van 1 maart tot 1 mei 2021. Kortom: de trein dendert door en de sfeer en het vertrouwen zijn uitstekend. Wilt u meer weten of heeft u vragen? Kijk op onze website www.ouderengeneeskundemaastricht.nl of mail naar SO@maastrichtuniversity.nl 22 22 22 2e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Mariëlle van der Velden Hoofd Opleiding Ouderengeneeskunde Mijn naam is Mariëlle van der Velden en sinds april werkzaam als hoofd van de medisch-specialistische opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht. In 2018 mocht ik mij al eens voorstellen. Destijds was dat als coördinator van de opleiding specialist ouderengeneeskunde Maastricht. Helaas waren er toen te weinig aanmeldingen om, als dependance van Nijmegen, in Maastricht van start te gaan. Er is daarna hard gewerkt om alsnog de vervolgopleiding in Maastricht van de grond te krijgen als zelfstandig opleidingsinstituut. En dat is gelukt! Ik ben er trots op dat we per 1 september gestart zijn met een groep van 9 aios. Als hoofd ben ik eindverantwoordelijk voor de gehele opleiding. Spannend, maar ook een uitdaging. Gelukkig heb ik een team om me heen met ervaren mensen op verschillende vlakken. Iedereen is enorm enthousiast en bevlogen. Naast deze functie, ben ik nog steeds werkzaam in de praktijk als specialist ouderengeneeskunde bij Cicero Zorggroep en draag ik wetenschappelijk onderzoek ook een warm hart toe. Ik participeer als schakel tussen de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (AWO-ZL) en de praktijk en zal dat ook doen tussen de vervolgopleiding en de AWO-ZL. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen in de leeftijden 25, 20 en 19, van wie de oudste niet meer thuis woont. Lange wandelingen met onze twee honden door het prachtige Limburgse landschap is voor mij heerlijk ontspannen. Marielle (links) en Nancy (rechts) Nancy Lenaerts Waarnemend hoofd opleiding Ouderengeneeskunde Ik ben Nancy Lenaerts en sinds juni van dit jaar werkzaam als waarnemend hoofd voor de nieuwe opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde in Maastricht. Een uitdaging die ik tot nu toe met veel plezier ben aangegaan. Het geeft veel energie om met een enthousiast, nu nog relatief klein team, de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde gestalte te geven. Opleiden en nieuwe dingen opzetten vormen de rode draad in mijn loopbaan tot nu toe, naast mijn werk als Specialist Ouderengeneeskunde in de praktijk. Inmiddels werk ik ruim 10 jaar voor Novicare, een landelijke behandeldienst voornamelijk werkzaam in verpleeghuizen. Maar ook hier heb ik aan de basis gestaan van een nieuw te starten regio. De enthousiaste en de sfeer van toen ervaar ik ook nu weer met het team, maar zeker ook met de eerste groep aios, die gestart is in september, en de praktijkopleiders. Daarnaast werkte ik een aantal jaren met veel plezier als docent aan de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Nijmegen. Ervaring die nu goed van pas komt. Ik ben dan ook blij dat ik nu weer de kans heb om met het onderwijs bezig te zijn, maar nu dicht bij huis, samen met de collega’s uit de regio. Mijn werkzaamheden bestaan op dit moment vooral uit het ondersteunen van het docententeam daar waar nodig, mee vormgeven van het kwaliteitsbeleid en alvast de vooruitblik naar het tweede jaar, waarin de aios hun externe stages gaan volgen. Ik woon samen met mijn man en drie pubers in het mooie dorpje Elsloo. In mijn vrij tijd fiets ik graag door het Limburgse heuvelland, supporter ik de kinderen bij hun sportclubs, ga ik naar theater en eet ik ook graag samen met vrienden. 23 op één lijn 67
Page 24
op één lijn 67 2e uitgave 2020 In de leer Drie nieuwe Specialisten Ouderengeneeskunde i.o. ‘HET IS IEDERE DAG EEN PUZZEL DIE JE MOET OPLOSSEN’ Zoals in de vorige Cicerone1 vermeld, startte de Universiteit Maastricht in september met de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde. Dat was hard nodig, want er is een tekort aan deze specialisten. Dat komt door de vergrijzing, maar ook door de onbekendheid van het vak. En omdat bekend dan misschien iets meer bemind maakt, spreken we met de drie specialisten in opleiding die bij Cicero aan de slag zijn gegaan, over wat zij ervaren in hun nieuwe opleiding: Esmée ter Horst, Joey Jansen en Shanly Rideaux. Esmée, Shanly en Joey zijn alle drie pas begonnen met de opleiding, maar werkten al bij Cicero als basisarts. En dan nu in opleiding! Esmée: “Ja, een mooie opleiding! En het leuke van een nieuwe opleiding is, dat nog niet alles vaststaat. Er wordt ook veel input van ons gevraagd en dat is leuk, zo bouw je als het ware mee aan de opleiding!” “Ja, het is zeker fijn dat deze opleiding is gestart, want dit specialisme is lange tijd een ondergeschoven kindje geweest. Vroeger waren 1 Cicerone is het personeelsblad van Cicero Zorggroep. Dit artikel is een (licht bewerkte) dubbelpublicatie. verpleeghuisartsen specialisten uit het ziekenhuis die het wat rustiger aan wilden doen. Daardoor heeft het vak stil gestaan en is het lang niet met de tijd meegegaan. Onze groep telt 9 nieuwe artsen, allemaal rond de 30. En allemaal met de ambitie om gebruik te maken van onderzoek om daarmee het vak te innoveren en het daardoor beter te maken voor de mensen voor wie we het doen: onze cliënten! Neem bijvoorbeeld een innovatie als een SmartGlass2”, vult Joey aan. “Daardoor wordt het ook niet saai”, zegt Shanly, “wat veel medici juist wel denken. Maar het is juist heel divers. Ook, omdat er allerlei ziektebeelden voorbijkomen: van buikaandoeningen tot neurologische tot cardiologische aandoeningen.” ”Dat is ook het generalistische van ons vak. Wij bekijken onze cliënten als geheel en als iemand dan een aandoening heeft, kijken we niet alleen naar de kwaal, maar ook wat dat betekent voor de cliënt, en de mensen die om hem heen staan. Hoe functioneert hij in een thuissituatie of in een 2 In de zorg zijn er veel toepassingen voor de Smart Glass: een bril met ingebouwde microfoon en camera. Je kunt bijvoorbeeld live meekijken met een mantelzorger of triage op afstand doen. Zie foto op de kaft. 24 24 24 vlnr Joey, Shanly en Esmée 2e uitgave 2020 verzorgingscentrum, hoe functioneert zijn mantelzorgsysteem etc., en juist die puzzel die we iedere keer weer met elkaar doen, maakt het enorm boeiend!” zegt Esmée. Joey: “Daar wil ik nog wel aan toevoegen, dat het multidisciplinaire team echt fijn is om in te werken, een team waar iedereen zijn eigen stukje expertise heeft, maar waar de arts wel de regie voert. Dat heb je in geen enkel ander specialisme.” Ze zijn alle drie op een verschillende manier in aanraking gekomen met het vak, maar maar een grote overeenkomst is wel, dat het min of meer toevallig was. Shanly: “Ik ben van huis uit internist, maar om die opleiding compleet te maken, ben ik gaan meelopen in het verpleeghuis. Ja, en toen was ik verkocht. De langere begeleiding in de thuissituatie ten opzichte van het ziekenhuis, en de tijd kunnen nemen om je echt te verdiepen in je cliënt: dat deed het hem voor mij.” “Wel een beetje vergelijkbaar met mijn situatie”, vertelt Esmée, “ik ben er ook een beetje ingerold. Ik wilde altijd huisarts worden, specialist ouderengeneeskunde stond echt niet op mijn lijstje! Maar dacht, dat een semi-artsstage ouderengeneeskunde op de revalidatie in Maastricht nuttig zou zijn voor de huisartsopleiding. Maar ik ben daar gewoon blijven hangen. Ik vind dit zó leuk! De gemoedelijke sfeer en inderdaad de langere behandelrelatie. Je moet iemand leren kennen om de juiste zorg te kunnen geven!” Joey: “Ik wilde eerst chirurg worden, maar dat wereldje beviel me, toen ik er eenmaal inzat, niet helemaal. En toen ik over huisarts nadacht, ging ook ik ervaring opdoen in de ouderenzorg, juist omdat je daar in de studie nauwelijks mee geconfronteerd wordt. En ja, ik bleef hangen. Met name het teamwork past goed bij mij, dat mist bij een huisarts. En daarbij komt, mijn cliënten geven mij zo veel waardering!” Maar de opleiding is meer dan alleen het werk bij Cicero. Shanly: “Het is een gevarieerd aanbod. Het eerste jaar speelt zich geheel af in het verpleeghuis, PG en somatiek. Het tweede jaar vindt plaats in het ziekenhuis, geriatrie en GGZ. En het laatste jaar heet dan een verdiepingsjaar waarin je een keuzestage kunt doen, bijvoorbeeld in de revalidatie. Dat jaar sluit je af in het verpleeghuis.” Esmée vult aan: “En dan hebben we elke vrijdag een terugkomdag op de universiteit waarbij we presentaties, opdrachten en rollenspelen etc. Wij kozen voor ouderengeneeskunde! En jij? Word aios ouderengeneeskunde Volg de opleiding in Maastricht www.ouderengeneeskundemaastricht.nl doen. Ook daar leer je van!”. “Maar het is niet alleen medischinhoudelijk wat je leert”, zegt Joey, “de opleiding focust vooral ook op competenties zoals samenwerking en communicatie. En dat hebben we natuurlijk in het afgelopen jaar, met corona, ook goed kunnen leren. Als bijvoorbeeld een heel team verpleegkundigen uitvalt en je in korte tijd een team moet maken van de verpleegkundigen die van alle kanten worden ingevlogen. Dat ligt me wel; ik vind het overdragen van kennis heel leuk!” Kortom Joey: “Het vak van Specialist Ouderengeneeskunde is een boeiend vak, dat nog naar veel onderzoek vraagt, niet alleen wat betreft innovaties, maar ook onderzoek naar ziektes als dementie. Vooral onze nieuwe generatie specialisten kan daar een cruciale rol in spelen!” 25 op één lijn 67
Page 26
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Uit het hoofd Digitaal onderwijs DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Een van onze docenten attendeerde mij via social media op een artikel in NRC van 23 oktober jl.: “Zonder persoonlijk contact worden we ‘digitale lopendebandwerkers”. Vroeger zou zo’n artikel besproken worden bij de koffie of lunch, nu bereikt het mij digitaal. De digitalisering van onze maatschappij heeft de laatste jaren een enorme groei doorgemaakt. Social media zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken: we boeken onze reizen via internet en online shoppen groeit gestaag. In Europa is Nederland koploper als het gaat om het land met de meeste huishoudens met internettoegang. In 2018 had 98 procent van de Nederlandse huishoudens internet in huis. Maar niemand kon vermoeden dat de huidige pandemie de onlinemaatschappij een nog forsere boost zou geven. Op 5 november vond de opleidersterugkomdag plaats. De hooggewaardeerde en altijd goed bezochte opleiders tweedaagse in Heeze moest dit jaar omgezet worden in een digitale variant. Ben Tiggelaar opende de dag met de voordracht: ‘Veranderpsychologie voor nu’. In zijn teaser vooraf vergelijkt hij het kantoor van 1970, vol met stapels papieren en rokende mannen in pakken, met het kantoor van nu en stelt de vraag: wat gaat er de komende 50 jaar gebeuren? Bijzonder is, dat de start van ons internet nu 50 jaar geleden is. Begin 1970 koppelden de eerste Amerikaanse universiteiten hun computers via APRANET aan elkaar. Dit ter bevordering van kennisdeling en wetenschap en het vergroten van hun voorsprong (vooral militair) ten opzichte van Rusland. In november 1990 was het concept van het World Wide Web ver genoeg ontwikkeld om er een formeel project van te maken. Kortom: 30 jaar geleden startte ons huidig internet! In onderwijsland heeft de digitalisering aanvankelijk een rustig traject doorgemaakt. Termen als e-learning en blended learning circuleerden al langer. Er zijn mooie voorbeelden van en overal draaiden pilots. In maart bracht Corona hierin een abrupte verandering teweeg: medewerkers moesten gaan thuiswerken en het onderwijs ging over van fysiek naar online lesgeven. Zonder uitgebreide voorbereiding. Voor alle docenten een grote uitdaging. In de opleidingspraktijken zocht men naar nieuwe vormen van zorgverlening en onderwijsondersteuning. Vrij snel werd duidelijk dat online informatieoverdracht over het algemeen prima verliep. Uitwisselen van ervaringen is al een grotere uitdaging. Consultvoering en het trainen van communicatievaardigheden zijn online veel moeilijker vorm te geven, alleen al omdat consultvideo’s via een ander platform 26 26 26 (Codific) gedeeld moeten worden dan het onderwijs (Zoom). Zoom bleek bij de start van de coronacrisis zo’n beetje het enige platform dat mee kon in de veranderende situatie. Dat de UM snel elke medewerker een eigen account verschafte, hielp daarbij enorm. Thuiswerken is één ding, maar het onderwijs online verzorgen is wat anders. Docenten reageerden hier wisselend op, maar iedereen ging mee in de verandering. Mijn complimenten aan alle aios, opleiders en docenten: hun inzet en aanpassingsvermogen is bewonderenswaardig. Dat ging met vallen en opstaan, maar het algemene gevoel was positief, omdat het onderwijs doorging. Hoewel dat fijn was, was het nog prettiger dat sinds juni het onderwijs deels ook weer fysiek mocht. De eerste evaluaties van online-onderwijs laten zien, dat aios het fysiek onderwijs hoger waarderen dan online-onderwijs. Enkele interessante bevindingen wil ik graag met jullie delen. Gemiddeld gaf men het fysiek ‘Leren van ervaringen’ een rapportcijfer 9, via zoom was dit een 8. Met beperkte aantallen (maximaal 8 personen) blijkt online ‘Leren van ervaringen’ een prima alternatief voor fysiek onderwijs. De aios gaven het fysieke APC-onderwijs een rapportcijfer 8 en het zoom-onderwijs een 6. Het enige voordeel dat genoemd werd, is dat fysiek onderwijs vaak vraagt om meteen te reageren op iets wat je ziet in een video en dat de aios bij het ZOOM-onderwijs wat meer de tijd heeft om zijn of haar feedback te overdenken. De docenten waren het in grote lijnen eens met de aios. Zij gaven aan het ook prettiger te vinden om interactiever te werken met het videomateriaal en de mogelijkheid om directer feedback te kunnen geven. Een andere aanbeveling: het gebruiken van vooraf opgenomen materiaal kan goed werken als het gaat om onderwerpen die niet snel gedateerd zijn en de vorm eenvoudig van opzet is (bijvoorbeeld een college of een tutorial met interactieve elementen). Alleen dan wegen de kosten op tegen de baten. Grote vraag is: wat leren we van deze coronacrisis? Wat nemen we mee? Er zal in de toekomst ongetwijfeld meer thuis gewerkt worden, net als minder reizen (Maastricht-Eindhoven en vice versa) en meer online vergaderen zal ook wel blijven bestaan. Maar de gevolgen voor ons onderwijs zijn nog niet goed te overzien. Het betekent meer dan alleen je onderwijs online aanbieden. Zijn we eigenlijk wel toe aan nog een stap verder, het ontwikkelen van e-learning en blended learning als norm in het onderwijs? Is de drang terug naar fysiek onderwijs niet veel groter? 2e uitgave 2020 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Opleiden in tijden van corona DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Waar García Márquez de liefde in lastige situaties beschrijft waarbij de liefde altijd wint, beschrijven wij het opleiden in lastige tijden, dat ondanks alles ook doorgaat. Om te beginnen willen we alle opleiders, docenten en ondersteunende medewerkers hartelijk danken voor de wijze waarop, onder moeilijke omstandigheden, het opleiden van aios is doorgegaan. Het plotselinge thuiswerken, digitaal onderwijs met zoom, een lichting aios zonder STARR-selectie, een lichting aios met een digitale STARR -selectie, LHK-toetsen die niet doorgingen, LHK-toetsen die digitaal gemaakt werden. Allemaal zaken waar we flexibel op in moesten spelen. Ook in de huisartspraktijken waren veel veranderingen: afname van de reguliere zorg, een toename van telefonische consulten, het invoeren van videoconsulten en lange “corona diensten” in isolatiepakken. Bijtanken met vakanties liep ook anders dan anders door de lockdown en reisbeperkingen. Toch bleef iedereen op de been en hielden we met elkaar de moed erin, ondersteund door grappige video’s en afbeeldingen op WhatsApp, zoom-koffiesessies, en persoonlijke gesprekken. Didactisch scholingsprogramma De regionale terugkomdagen zijn zo goed mogelijk doorgegaan, aanvankelijk met zoom, daarna weer even live en wederom terug naar zoom. Of in een hybride mix bij de tweede coronagolf. De opleidersdag in Urmond van juni werd afgelast en ook de traditionele tweedaagse in Heeze werd geschrapt. Er stond voor Heeze een prachtig programma klaar over seksuele gezondheidszorg in al zijn facetten. Dat houden we tegoed en schuiven we door naar 2021. In plaats van Heeze is het wel gelukt om samen met Ben Tiggelaar een webinar te organiseren over leiderschap en verandering en de grote uitdagingen waar we nu voor staan. Thema's die aan bod kwamen: 1 Hoe zorg je dat mensen zich houden aan de coronarichtlijnen? Wat laten recente studies zien? En wat doe je als professionals de richtlijnen allemaal verschillend interpreteren? 2 Samenwerken op afstand. Wat zijn de psychologische belemmeringen van afstand en wat kun daaraan doen? Hoe bouw je vertrouwen op in een online omgeving? 3 Zelfzorg in coronatijd. Hoe blijf je mentaal overeind als er langdurig een extra beroep op je wordt gedaan? Wat stimuleert veerkracht volgens psychologen? 4 Positieve veranderingen vasthouden. Wat is er nodig voor duurzame gedragsverandering, bij jezelf en anderen? Wat zijn realistische inzichten op dit gebied? Over kwaliteit en kwantiteit: wat het hao-team zoal bezighoudt In de vorige editie beschreven we de veranderingen bij de RGS. De eerste opleidingspraktijken en opleiders zijn al volgens de nieuwe regelgeving erkend en eerste herregistraties van opleiders zijn inmiddels ook een feit. Nu de verantwoordelijkheid voor de registratie en herregistratie bij het opleidingsinstituut ligt, zijn we ook verantwoordelijk voor de kwaliteit en hebben we onze kwaliteitscyclus uitgewerkt. Die exercitie heeft niet alleen tot gevolg, dat wij onze aanpak nog eens goed gestructureerd hebben, maar maakte ook duidelijk dat we een inhaalslag moeten gaan maken in het kader van kwaliteit, en wel met de ‘plaatsvervangend opleiders’. Met deze term wordt in de nieuwe regelgeving gedoeld op de huisartsen ‘op de achtergrond’, die meer dan 1 dagdeel de aios superviseren binnen de opleidingspraktijk. Met een middag verplichte scholing gaan we vanaf volgend jaar deze categorie opleiders ook erkennen bij de RGS. Landelijk is bepaald dat de opleidingscapaciteit moet groeien in 2021, van de huidige 750 naar 800 aios-plaatsen per jaar. Maastricht neemt als een van de kleinste opleidingen een relatief groot deel van de groei op zich: van 84 naar 96 aios per jaar. Dat betekent een aiosgroep meer in maart, en minimaal evenveel opleiders. In samenwerking met Lilian Aarts van het coschap hebben we 15 nieuwe opleidingsplaatsen gerealiseerd: een recordaantal starters voor maart 2021. Met het oog op verlengde trajecten, ontkoppelingen en onverwachtse uitval van opleiders blijft, desondanks, het huidige opleidersaantal krap. Over kwaliteit en kwantiteit gesproken: Paul Schrijver is na 10 jaar gestopt bij de huisartsopleiding, na menig startend opleider op zijn geheel eigen overtuigende wijze didactisch ‘klaargestoomd’ te hebben. Gelukkig blijft hij wel aan ons instituut verbonden als opleider en zal hij hier en daar nog ondersteunende taken opvangen binnen de opleiding. Binnen het HAO-team zal Marscha Luijkx de taken van Paul overnemen vanaf maart volgend jaar; tegen die tijd zal zij zich in deze rubriek (opnieuw) voorstellen. 27 op één lijn 67
Page 28
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Made in Maastricht 19 september 2020, v.l.n.r.: Sander Huisman, Dimitri Siderakis, Dorien Hünen, Eline Storm, Edith Schulteis, Stephanie Aelfers Made in Eindhoven 6 september 2020, v.l.n.r.: Elles Broen, Renske van Avesaath, Lieke Miggiels, Eline vd Ven, Nicolas Peeters, Esther vd Linden, Kelly Jans, Jacoline Boluijt, Ernst-Jan Groeneveld, Assi Cabbolet, Famke Falkenberg. 28 28 28 In de leer Coronials DOOR ARIANNE BECKERS, HUISARTS EN KAPITEIN-MILITAIR ARTS Onze ouders zijn de Babyboomers. Wij zijn zelf De Millennials, of ook wel Generation Y genoemd. En onze kinderen mogen zich tot de Generatie Alpha rekenen. Iedere generatie heeft andere kenmerken. De Babyboomers zijn de naoorlogse generatie waarbij progressieve denkbeelden voorop stonden. Denk aan de seksuele revolutie, de hippiebeweging en de ontzuiling. De Millennials zijn geboren in de periode 1980 tot de vroege jaren 2000 (herkenbare “Wat een bloempje” reactie als je 2000 in het geboortejaar ziet staan?). Volgens de omschrijvingen zijn we idealistisch ingesteld en technologisch handig. We verkiezen flexibiliteit boven zekerheid (waarnemen versus praktijkhouderschap?!). Bovendien zouden we bovengemiddeld narcistisch en egoïstisch zijn (lieve praktijkhouders: we kunnen er niks aan doen dat we de ‘krenten uit de pap halen’. Het is gewoon een kenmerk van onze generatie). Generatie Alpha is/wordt geboren tussen 2010 en 2024. Wij hebben al aardig wat van de social media meegekregen, maar deze generatie krijgt het met de paplepel ingegoten. Zoals influencers, YouTube en Instagram. Ze zouden de rijkste en meest verwende generatie worden. Met dank aan onszelf, de Millennials. En ondanks dat de geleerden het nog niet helemaal eens zijn over de naam ‘Generatie Alpha’ en het gros zich nog in de luiers begeeft dan wel geboren moet worden, zie ik alweer een nieuwe generatie opduiken. Ook dit betreft onszelf, de Millennials (daar heb je dat kenmerkende narcistisch trekje weer). Hoe hard we de afgelopen jaren ook ons best hebben gedaan. Hoeveel uren we ook gedraaid hebben. Hoeveel diensten er ook zijn weggeschreven. Hoeveel combels en KPB’s we ook hebben ingeleverd. Hoeveel voortgangsgesprekken we ook hebben gevoerd. Hoeveel videotoetsen er ook hebben plaatsgevonden. En hoeveel LHK’s er ook in ons dossier staan. Wij zijn de Coronials. De generatie die, net zoals alle andere zorgmedewerkers, voor, na en tijdens de coronacrisis stinkend hun best hebben gedaan voor de zorgverlening in Nederland. Degenen die zelf risico’s hebben gelopen en indirect hun familie en vrienden hier eveneens aan bloot hebben gesteld. Degenen die noodgedwongen wel teledermatologie op een rood vlekje hebben moeten toepassen. Degenen die zich tig keer aan en uit moesten kleden en de kamer moesten desinfecteren bij het zoveelste kindje met koorts en ‘slechts’ een onschuldig viraal infect. Degenen die geen handen meer mochten schudden en zich soms geen houding wisten te geven als er wel behoefte was aan lichamelijk contact (bijvoorbeeld de hand op een schouder van een bejaarde patiënt met veel verdriet). En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ons werk werd er niet altijd gemakkelijker of leuker op. En ik zal namens mezelf spreken, aangezien ik het niet voor mijn collegae kan invullen. Maar ondanks dat voelt het, alsof ik in de staart van de opleiding mijn diploma bij een pakje boter krijg (er zijn genoeg toetsmomenten geweest, maar de laatste LHK was door overmacht niet bepaald een noemenswaardige afsluiting). En mogelijk zelfs gewoon per post krijg opgestuurd (op het moment van schrijven staat er nog een ceremonie gepland, maar wie weet hoe de pandemie zich ontwikkelt). Toch ben ik trots op mijn collegae en mezelf. We hebben het maar mooi voltooid. We hebben gezwoegd en geploegd en ontzettend veel geleerd. Door goed begeleid te vallen en weer op te staan (menig judoka kan iets leren van onze opleiders en begeleiders die ons perfect hebben leren valbreken). We mogen ons dan eindelijk huisarts noemen. Gefeliciteerd collegae! En bedankt opleiders/begeleiders! Blijf gezond en geniet van je werkzaamheden. En ondanks dat het nu soms even niet zo voelt, kunnen we ook nu als huisarts het verschil voor onze patiënten maken. Ik neem afscheid van deze column, maar ik start vol goede moed, positiviteit en energie met het felbegeerde huisartsenvak. Het ga jullie goed. Proost (op 1,5 meter)! Gegroet, Coronial majoor-huisarts Arianne Beckers 29 op één lijn 67
Page 30
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Weten is Eten Een eenvoudige doch voedzame maaltijd DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID Zoals de oplettende lezertjes weten, werd elk avontuur van heer Olivier B. Bommel afgesloten met een maaltijd die, vaak met het nodige improvisatietalent, bereid en opgediend werd door de trouwe bediende Joost. Het was een van de vaste elementen in het onnavolgbare oeuvre van zijn biograaf Marten Toonder. Mijn bewondering voor Toonder dateert al uit mijn vroege jeugd, toen ik elke week de Bommel en Tom Poesverhalen verslond die achterin de Donald Duck verschenen. Later nam ik als student een abonnement op de NRC, omdat daarin de dagbladstrips gepubliceerd werden. Mooi meegenomen was, dat ik ook bijhield wat zich in de echte wereld afspeelde. Die echte wereld werd overigens door Toonder op magistrale wijze verwerkt in zijn verhalen, die tot op de dag van vandaag verbijsterend actueel blijken te zijn. Er valt ook veel uit te leren, ook voor een huisartsgroeps-begeleider aan een universitair opleidingsinstituut. Bij het begeleiden van de terugkomdaggroepen heb ik altijd troost gevonden in het groepsdynamisch credo “Eén is een ventje, twee is een bende”, zoals door de gedragswetenschappelijk onderlegde Drs. Zielknijper gehanteerd wordt in het verhaal ‘De Vrezelijke Krakken’. Dezelfde Zielknijper is ook diagnostisch bekwaam binnen de GGZ: “Ik zie dit zo vaak in mijn praktijk, infantiele reflexen en vaderbinding”. Op het terrein van Onderwijs en Wetenschap kunnen we veel leren van prof. Prlwytzkofski en zijn omgang met de assistent Alexander Pieps: “Praw der hemeldonderweder, u bent een luisboeb en een weteniets!” Overigens heeft hij een hoge opvatting van zijn taak: “In der wetenschap geeft het niets rares”. Na 177 verhalen kwam er begin 1986 een einde aan de Bommelsaga. Het laatste verhaal droeg als titel “Het Einde van Eindeloos”. En dat had ook de titel kunnen zijn boven dit stuk, want mijn tijd bij het Instituut voor Huisartsopleiding Maastricht zit er op. Ik heb het met plezier nog twee jaar uitgesteld, maar nu ben ik sinds 1 november met pensioen. En daarmee treed ik ook terug uit de redactie van ons onvolprezen lijfblad en geef ik u voor de laatste keer nog een menusuggestie mee voor een eenvoudige, doch voedzame maaltijd, zoals geserveerd door maître Joost op Chateau Bommelstein. Wel met als inspiratie het Limburgse land, waar zoveel moois groeit en bloeit als basis voor een prettig bourgondisch leven als heer. We beginnen met een Terrine de Truite de la Gueule, want forellen doen het in de Limburgse beken gelukkig weer goed, hoewel je voor de aanschaf beter even bij een van de kwekerijen in het Heuvelland kunt aankloppen. Erbij past goed een Riesling of een Pinot gris van de Apostelhoeve of van Thorn. Dan een Filet de Porc Limbourgois avec Sauce de Cèpes, les Pommes de Terre cuits et le Chou Rouge aux 7 ingredients. Natuurlijk vlees van het Livar varken: die hebben buiten gespeeld, ga maar eens kijken bij de Abdij Lilbosch in Echt-Pey. Voor een bijpassend glas Merlot of Pinot noir kun je inmiddels ook bij meerdere Limburgse wijngaarden terecht. Laten we afsluiten met een Tarte aux Noix. De walnoot is een van de schatten die van de herfst in Limburg zo’n mooi seizoen maken. Daarbij koffie en een likeurtje, bijvoorbeeld een Elske of een Maastricht Royal. De eerstelijnsgezondheidszorg laat ik met een gerust hart over aan inmiddels tientallen jonge huisartsen aan wier opleiding ik met heel erg veel plezier en passie een bijdrage heb mogen leveren. Ik hoop ze desalniettemin niet vaak nodig te hebben, want ik ga, op gezonde wijze, gewoon genieten van het goede leven in het mooie Limburgse land. Adieu, met uw welnemen, Hendrik Jan Vunderink 30 30 30 2e uitgave 2020 RECEPTEN VAN JOOST MAÎTRE DE CUISINE VAN CHATEAU BOMMELSTEIN TERRINE DE TRUITE DE LA GUEULE SAUCE DE CÈPES Schil 2-3 winterwortels en snij in heel dunne plakjes. Kook deze 5 minuten en spoel dan koud af. Bekleed een cakevorm van 22 cm met de plakjes wortel, bewaar de rest van de plakjes. Week 8 blaadjes gelatine in koud water. Breng 500 ml slagroom aan de kook (blijf erbij, kookt over, voordat je het weet). Van het vuur af de uitgeknepen gelatine erin oplossen. Laat afkoelen in ijswater. Roer er dan 2 eetlepels vers gesneden dille, flink wat witte peper en wat zout doorheen. Giet een dun laagje room in de vorm, laat 5 minuten opstijven in het vriesvak, en bedek dan met gerookte forelfilet. Bedek de filet met een nieuw laagje room, en laat weer opstijven. Dan nog een laag forel, en opvullen met de rest van de room. Even laten opstijven en dan afdekken met de rest van de plakjes wortel. Zet een nacht in de koelkast om helemaal te laten opstijven. Gebruik een vlijmscherp mes om plakken te snijden en maak de bordjes sjiek op met wat waterkers en tomaat. Ik verwacht, dat ik zelfs de Markies de Cantecler hiermee een bon mot kan ontlokken. Snipper 1 flinke sjalot en een knoflookteen fijn. Zweet ze op matig vuur aan in 25 gram boter. Als ze beginnen te bruinen, 25 gram bloem erbij roeren, even doorwarmen en dan afblussen met 2 eetlepels cognac, 100 ml witte wijn en 200 ml kalfsfond. Goed roeren, tot er een gladde saus ontstaan is. Dan 100 ml room erbij, 5 min laten pruttelen en dan pureren met de staafmixer. Voeg dan 300 gram eekhoorntjesbrood in stukjes toe (als vers niet voorhanden is, is diepvries een prima alternatief), en laat nog 15 minuten zachtjes wat inkoken. Op smaak brengen met veel witte peper en wat zout, en ik vind het lekker om er een scheutje balsamico-azijn bij te doen. Dan een eetlepel gehakte peterselie en een eetlepel tijmblaadjes erbij en Heer Olivier zal tevreden zijn. Voor het braden van het varkensvlees, het koken van de aardappelen en het bereiden van de rodekool met 7 ingrediënten verwijs ik gemakshalve naar het kookboek van de 1e Amsterdamsche Huishoudschool, onder redactie van mejuffrouw C.J. Wannée. Als u mij wilt verschonen. TARTE AUX NOIX Klop 4 eieren luchtig. Klop 300 gram suiker en 2 zakjes vanillesuiker mee. Mix 200 ml zonnebloemolie erbij en daarna 200 ml kwark. Doe nu 200 gram griEsméel, 200 gram bloem en 1 theelepel bakpoeder erbij. En als laatste 200 gram gemalen walnoot. Giet het deeg in een 25 cm springvorm die bekleed is met bakpapier (of goed invetten) en bak de cake op 150 graden gedurende 1 uur in een heteluchtoven. BEsméer met caramel van bebogeen (eerst 20 min in de magnetron tot het vloeibaar wordt) en versier met halve of gehakte walnoten. Een machtig dessert, maar zo wil heer Olivier het graag: groot is mooi en veel is lekker. 31 op één lijn 67
Page 32
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Gezondheidsrechtelijke kwesties Triage in tijden van corona1 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE EN JURIST EN NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS AIOS HUISARTSGENEESKUNDE Op 16 juni 2020 presenteerden de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Artsenfederatie KNMG het draaiboek ‘Triage op basis van niet-medische overwegingen voor ic-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie’.2 Het draaiboek beschrijft hoe artsen moeten beslissen over wie er wel en wie niet een ic-plek krijgt, als in een mogelijk volgende golf van de coronapandemie de druk op de IC landelijk zo hoog oploopt dat er tekorten ontstaan. Het draaiboek is door de FMS en de KNMG voorgelegd aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).3 Het draaiboek is bedoeld voor ‘code zwart’, daar waar keuzes gemaakt moeten worden over de rand van het medisch domein en artsen moreel ethische uitgangspunten nodig hebben om keuzes te maken. Een mooi moment om te kijken naar de uitgangspunten van deze moreel ethische onderbouwing van dit draaiboek. Ook omdat het iets zegt over de moreel ethische overwegingen van de Nederlandse overheid.4 We schetsen allereerst het wettelijk kader waar de overheid zich aan moet houden en richten ons dan op de discussie over botsende grondrechten en de morele en ethische oplossing daarvoor. De wettelijke grenzen van de overheid Onder het kopje ‘ verantwoording’ staat in het draaiboek dat de IGJ een beroep heeft gedaan op de FMS en de KNMG ‘om regie te voeren over het opstellen van het draaiboek’ maar ook dat de IGJ ‘niet in de positie is om een oordeel uit te spreken of goedkeuring te verlenen aan de inhoudelijke afwegingen, maar begrijpt de noodzaak om met dit Draaiboek de zeer complexe keuzes te kunnen rechtvaardigen. De IGJ benadrukt dat het Draaiboek geldt als invulling van de norm voor goede zorg op basis van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)’. De overheid laat het dus aan het werkveld over en houdt zich afzijdig. Kan de overheid dit zomaar doen?5 Wat is het speelveld waarin de overheid zich beweegt? Is het niet de taak van de overheid om te zorgen dat code zwart zich niet voordoet? En wanneer het zich wel voordoet, zij dan zelf het ethisch model schetst waarmee beslist moet worden? Rechtsbronnen De grenzen van het recht worden bepaald door de rechtsbronnen. Allereerst zijn daar de bovennationale rechtsbronnen waaraan Nederland zich verbonden heeft, te weten de internationale mensenrechtenverdragen6 en het recht van de Europese Unie.7 Op nationaal niveau hebben we dan te maken met de Grondwet (GW) en talloze gezondheidsrechtelijke wetten.8 Naast deze wetten en verdragen moet de overheid zich ook nog houden algemene rechtsbeginselen9 en jurisprudentie. De IGJ plaatst het draaiboek in het kader van de Wkggz, als invulling van de norm voor goede zorg. 5 Er zijn dan ook terecht Kamervragen gesteld: Vragen van het lid Pia Dijkstra (D66) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Medische Zorg over de reactie van het kabinet op het «Draaiboek triage op basis van niet medische overwegingen voor ic-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie» (ingezonden 18 juni 2020). 6 De belangrijkste zijn; De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM, 1948), het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR, 1966), het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR, 1966), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989) en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006). 1 Naar analogie van ‘Liefde in tijden van Cholera’, Gabriel García Márquez, Er is altijd liefde nodig om vol te houden en liefde is van alle leeftijden. 2 Het is tot stand gekomen met medewerking van medisch specialisten van verschillende wetenschappelijke verenigingen, een aantal gerenommeerde hoogleraren (medische) ethiek en filosofie en de KNMG. 3 Op verzoek van de IGJ heeft de KNMG het draaiboek uitvoerig besproken met bestuurders van verschillende maatschappelijke en zorgorganisaties, te weten ActiZ, ANBO, KBO-PCOB, LHV, NFU, NHG, NOOM, NVAVG, NVZ, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, Verenso en VGN. 4 Die ook tot het besluit van de Nederlandse politiek hebben geleid om geen 500 kinderen zonder ouders uit een vluchtelingenkamp in Griekenland in dit land toe te laten. 32 32 32 7 De belangrijkste hier zijn; Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (ERVM, 1950), het Europees Sociaal Handvest (1961) en het Biogeneeskundeverdrag (1997, overigens door Nederland wel ondertekend maar niet geratificeerd). 8 Op dit moment zijn er 96 gezondheidsrechtelijke wetten opgenomen in de bundel Gezondheidsrecht van de SDU, met de internationale wetten en verdragen erbij zo’n 105 9 De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals: het zorgvuldigheidsbeginsel, het fair play beginsel en het motiveringsbeginsel bij het tot stand komen van besluiten, maar ook het verbod van détournement de pouvoir, het verbod van willekeur, het rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel die betrekking hebben op de inhoud van een besluit. op één lijn 67 Dat zou nog kunnen gelden voor stap A en B van fase 3 in het Draaiboek (zie bovenstaande figuur). Hier staan medische argumenten op de voorgrond. Die medische argumenten komen dan uit het Draaiboek Pandemie met inclusie- en exclusiecriteria. Bij stap C is er op medische gronden geen onderscheid meer te maken en gaat het alleen om niet-medische gronden. Toch hebben de FMS en KNMG zich laten verleiden om ook hier criteria voor op te stellen, zonder dat de overheid een ethisch model heeft aangereikt. Het is begrijpelijk, dat zorgverleners in crisissituatie willen weten hoe te handelen en het is prijzenswaardig dat er een adviesgroep is opgericht met ethici die het kader gemaakt hebben op basis van een aantal uitgangspunten. Maar hier had een grens getrokken moeten worden en had de overheid het ethisch kader moeten geven. Schaarste in een welvarend land is een keuze van jarenlang gezondheidszorgbeleid. Fase 3 stap C is ook de fase waar verdrags- en grondrechten gaan botsen. Het is heel begrijpelijk dat artsen in de frontlinie niet willen wachten op een trage politieke besluitvorming en snel een werkzame richtlijn willen hebben, maar nu die er ligt is het tijd om te reflecteren en de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die thuishoort. Crisissituaties veroorzaken geen problemen, maar leggen al langer bestaande problematiek pijnlijk bloot. Ethische theorieën Binnen de gezondheidsethiek worden verschillende filosofische stromingen gezien waaraan we ons handelen moreel kunnen toetsen. De meest bekende stromingen zullen we hieronder kort toelichten, waarna we de rangschikking van voorrang die in fase 3C wordt gehanteerd, zullen proberen te plaatsen binnen deze stromingen. Deontologie is de filosofische stroming die ook wel ‘plichtethiek’ wordt genoemd. Deze vorm van ethiek beschrijft dat een bepaalde handeling alleen intrinsiek goed of slecht kan zijn, ongeacht de uitkomst. Het gaat bij de deontologie dus om je intentie, niet om de consequentie. De bekendste filosoof die dit beschreef is Emmanuel Kant. Hij stelt met zijn ‘categorisch imperatief’ een belangrijke gedragsregel binnen de deontologie: ‘gedraag je altijd zoals je zou willen dat iedereen zich zou gedragen”.10 Recht tegenover de deontologie staat het utilisme als filosofische stroming. Het utilisme hanteert als uitgangspunt dat het ‘goede’ van een handeling wordt bepaald door de uitkomst. In morele dilemma’s streeft het utilisme naar de grootste bijdrage aan het algemeen welzijn of geluk voor het grootste aantal mensen.11 Een voorbeeld: het utilisme keurt liegen soms goed, wanneer er schade mee kan worden voorkomen. De deontologie keurt liegen altijd af, wat de potentiele uitkomst ook kan zijn. John Stuart Mill is een bekende utilist, en heeft het in zijn werk over het streven naar ‘het grootste geluk voor de gemeenschap’. De meest besproken ethische theorie binnen de medische wereld is de principe-ethiek van Tom Beauchamp.12 Elke arts kan zijn vier principes benoemen, aangezien het beperkte ethiekonderwijs in de geneeskunde opleiding zich vooral hierop focust. Weldoen, niet schaden, autonomie en rechtvaardigheid geven in de praktijk vaak de richting aan ons medisch handelen. De principeethiek is afgeleid van de deugdethiek, zoals beschreven door Aristoteles, waarin het gaat om de juiste ‘waarde’ of ‘deugd’ die een handeling bepaalt.13 Een andere, minder bekende, stroming in de gezondheidsethiek is de zorgethiek van Joan Tronto. Deze focust zich op de (zorg)relatie en de verantwoordelijkheden die hierbij horen. Hiermee wordt niet zo zeer de handeling zelf bepalend, maar vooral de context om de handeling heen.14 10 David A. McNaughton and J. Piers Rawling, ‘Deontology’, in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 11 12 R. M. Hare, ‘A Utilitarian Approach’, in: A Companion to Bioethics, 2nd edition, Helga Kuhse & Peter Singer, Wiley-Blackwell 2012 Tom L. Beauchamp, ‘The ‘Four Principles’ Approach to Health Care Ethics’, in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 13 Justin Oakley, ‘Virtue Theory,’ in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 14 Vicky D. Lachmann, ‘Applying the Ethics of Care to your Nursing Practice’, MEDSURG Nursing, Mar/Apr 2012, Vol 21 Issue 2, pp. 113-116 33
Page 34
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Terug naar het draaiboek Fase 3C De ordening van patiëntenvoorrang die in stap C van Fase 3 wordt gehanteerd is de volgende: a) Toepassen van (medische) exclusiecriteria zoals in het Draaiboek Pandemie geformuleerd voor fase 3 stap A en stap B. b) Voorrang voor patiënten die naar verwachting een relatief korte ic-opname nodig hebben. c) Voorrang voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, die beroepsmatig veelvuldig en risicovol contact met verschillende patiënten gehad hebben én een landelijke of regionale schaarste van materiaal voor persoonlijke bescherming is vastgesteld. d) Voorrang voor patiënten uit een jongere generatie: 0-20 jaar; 20-40 jaar; 40-60 jaar; 60-80 jaar en 80+ jaar. e) Indien a) t/m d) geen uitsluitsel biedt: een procedure gebaseerd op toeval (loting of ‘first come, first serve’). Binnen bovenstaande uitgangspunten wordt geen expliciete morele theorie onderschreven, maar de adviesgroep baseert zich op een aantal uitgangspunten: • Ieder mens is gelijkwaardig; • Zoveel mogelijk levens willen redden; • Rechtvaardigheid: gelijken gelijk, en ongelijken ongelijk behandelen. Als het gaat om zorgbehoefte is iedereen die de IC nodig heeft, gelijk (namelijk in levensgevaar). Het draaiboek zou ertoe moeten leiden, dat er dus geen moreel onderscheid wordt gemaakt tussen de koning en een dakloze. Wanneer zij medisch gezien een gelijkwaardige kans hebben op herstel, een vergelijkbare ic-opname nodig hebben en in dezelfde leeftijdscategorie zitten, dan zou de dakloze op basis van loting dus eerder in aanmerking kunnen komen voor een ic-behandeling dan de koning. Voorrang geven aan patiënten met een relatief korte ic-duur is een utilistisch perspectief. We willen zoveel mogelijk levens redden, het maakt niet uit wélke levens. Hoe korter iemand op de IC ligt, hoe eerder er plek is voor een volgende patiënt. Iemand van 60 die kortdurend moet herstellen van een operatie heeft dan dus voorrang op iemand van 30 met corona, waarvan we weten dat dit een gemiddelde ic-opname van 2-3 weken kost. 34 34 34 Toch lijkt het utilistisch perspectief niet volledig doorgetrokken in dit draaiboek. Het zou tenslotte ‘utilistisch’ zijn om risicogroepen te beschermen, terwijl ondertussen de niet-risicogroepen zo veel mogelijk het normale leven kunnen leiden. Verpleeghuizen op slot, risicogroepen thuisblijven, en de rest kan de deur weer uit. Deze visie is echter niet wat het kabinet, maar ook een groot deel van de maatschappij voor ogen heeft. Er is expliciet aangegeven dat we ook de risicogroepen nog zo veel mogelijk ‘kwaliteit van leven’ willen geven, en daarbij hoort absoluut het ontvangen van bezoek. Voorrang geven voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, met risicovolle contacten én een schaarste aan persoonlijk beschermingsmateriaal hebben ervaren, lijkt ook vanuit het utilisme gebaseerd. Niet omdat deze zorgmedewerkers zo snel mogelijk terug moeten naar de werkvloer, we weten inmiddels dat de revalidatie zwaar en langdurig is. Deze ordening lijkt met name te moeten voorkomen, dat bij een eventuele tweede golf grote groepen zorgmedewerkers het werk neerleggen uit angst bij besmetting niet op een IC terecht te komen. De vraag is hoe goed dit gehandhaafd kan worden: is er voldoende inzicht op regionale schaarste van persoonlijke beschermingsmiddelen? En hoe zit het met de andere vitale beroepen? Tenslotte wordt er, tot onvrede van velen, toch een leeftijdscriterium gehanteerd. De adviesgroep beroept zich hiermee op ‘intergenerationele solidariteit’ en het ‘fair innings principe’.15 Men wil daarmee niet zeggen dat het leven van een 80-jarige minder waard is dan dat van een 20-jarige, maar gaat ervan uit dat elke 80-jarige het iedere 20-jarige gunt om ook in potentie 80 jaar te kunnen worden. Op die manier krijgt iedereen de gelijkwaardige kans om het tot een volgende generatie te schoppen. Maar hoeveel solidariteit is er nog over in Nederland? Onze maatschappij is hier dan wel op gebaseerd, met nivellerende belastingen en zorgpremie, het fenomeen ‘intergenerationele solidariteit’ is iets wat niet eerder zo benadrukt werd. In tegenstelling tot andere landen, staan Nederlanders er ook niet om bekend, dat ze hun bejaarde 15 Zee, van der, et al., Rechtvaardige Selectie Bij Een Pandemie, Centrum voor Ethiek en Gezondheid, 2012. 2e uitgave 2020 ouders in huis te nemen en tot de dood toe verzorgen. Hoeveel solidariteit met de ouderen blijft erover als je jongeren vraagt om vooral níet op bezoek te gaan bij hun bejaarde grootouders? Morele keuze In het draaiboek staat niet beschreven achter welke ethische stroming het draaiboek zich voegt. Toch lijkt het, zoals hierboven beschreven, met name het utilisme als uitgangspunt genomen te hebben. De keuze voor het utilisme is logisch te verklaren: het principe van ‘de beste uitkomstmaten voor de grootste groep’ is in tijden van crisis goed verdedigbaar. Iedereen staat tenslotte achter het doel om zoveel mogelijk levens te redden. Ook lijkt de principe-ethiek een rol te spelen, met gelijkheid en rechtvaardigheid als belangrijkste uitgangspunten. Hierin komt het draaiboek dichtbij de ‘vier principes ethiek’ zoals de meeste artsen geschoold zijn. Dit zal het voor artsen wellicht makkelijker maken om de ordening in de triage te kunnen hanteren. De keuze om verpleeghuizen zoveel mogelijk open te laten, laat zien, dat er toch ook wat deontologie zichtbaar is in de filosofie van het kabinet. De kwaliteit van leven wordt hierin belangrijker geacht dan eventuele ‘winst’ voor de grotere groep jongere mensen. Interessant is dat het kabinet zich fel heeft uitgesproken tegen het leeftijdscriterium16, terwijl ouderenorganisaties zich hier genuanceerder over uitlaten17. Tijdens focusgroepen afgelopen zomer bij seniorenorganisaties bleek, dat er begrip is vanuit de ouderen voor de keuzes die gemaakt worden in het draaiboek. De experts beschouwen het als rechtvaardig om een jongere generatie voorrang te geven boven een oudere generatie, omdat iedereen in de loop van zijn of haar leven gelijke mogelijkheden zou moeten krijgen. Conclusie Na de presentatie van het draaiboek vlakte de curve van nieuwe ic-patiënten af en konden we dus in relatieve rust reflecteren op de ethische theorieën die ons door een volgende, zwaardere golf heen moeten loodsen. Of het draaiboek daadwerkelijk in de praktijk gaat worden gebracht, is de vraag. In november wordt het opnieuw aan de inspectie voorgelegd. 16 Michiel van der Geest, ‘Artsen en ethici: bij ‘code zwart’ op ic’s moeten jongeren voorrang krijgen’, de Volkskrant, 16 jun 2020 17 Ilse Kleijne, ‘’Goede uitleg ic-draaiboek cruciaal voor ouderen”, Medisch Contact, 14 okt 2020 35 op één lijn 67

Op één lijn 66


Page 2
Colofon Oplage 2400 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-200003 Fotografie Made in Maastricht – door Philip Driessen Pag 9 – door MSV Pulse Deadline volgend nummer Nog onbekend © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de Redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Kaderopleiding Hart- en vaatziekten. Dát zouden meer mensen moeten doen! – Jan Contermans Laaggeletterdheid. Wat betekent het voor je communicatie? – Ilse Mattheij Werken en leren in tijden van corona Stellen zich voor: Simone Jaarsma, huisartsbegeleider jaar 3 Laura Bijkerk, promovendus Michelle Verheijden, AIOTHO Onderwijs Clinicus van het jaar – Babette Doorn Onderwijs en opleiden. Capaciteit – Laury de Jonge Stelt zich opnieuw voor – Mathieu Prevoo, specialist ouderengeneeskunde Opleiding Ouderengeneeskunde Op weg naar een zelfstandige opleiding ouderengeneeskunde – Babette Doorn Samenwerking huisarts en SO – Christophe van Dijken Onderzoek Samen beslissen met de Ziektelastmeter. Van PROM naar ballon – Danny Claessens OOK en de Witte Raven – Charles Verhoeff en Paul Höppener Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals WESP-en De ‘double burden of malnutrition’ in Tanzania – Lieke Buijs Urineweginfecties op de huisartsenpost – Michelle Spek Vrijwilligersorganisaties die mensen met kanker helpen: een kwalitatieve studie – Bella van Langen Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen Beslissen’? – Arthur Leferink Medicatiebeoordelingen in de eerste lijn – Eva Zwietering Gesuperviseerde pauzeactiviteiten op de basisschool: kiezen kinderen ervoor actief te zijn? – Wieke Cosijnse 3 4 5 6 7 8 8 9 9 10 11 12 14 16 17 18 20 20 21 21 22 22 Gedragsverandering door de Gezonde Basisschool van de Toekomst – Annick Jungbauer 23 Oproep aan pas afgestudeerde huisartsen – Myrthe Bussink 23 Huisartsopleiding Hoofd- en bijzaken – Matthijs Limpens In de leer: verweking – Arianne Beckers ANIOS Zuyd – Joost Dormans Moreel Beraad. Morele dilemma’s, hoe doe je dat? – Nathalie Notermans Made in Maastricht: december en maart Equilibre: RGS en terugblik op Urmond – Marieke Kools en Arie de Jong Weten is eten: Kom mee naar buiten allemaal… – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties. Wijzigingen in de WGBO per 01-01-2020 – Arie de Jong 24 25 26 27 28 30 32 34 2 1 e uitgave 2020 Van de redactie Quarantaine Groundhog Day 2020: ik wandelde, zoals elke zondag, in het mooie Zuid-Limburg. Weer of geen weer. ‘Geen weer’ betekent voor mij eerder boven de twintig graden dan regen, hagel en natte sneeuw. Sterker nog, ik ben een slecht-weer-wandelaar. Het is dan immers heerlijk rustig. Social distance. Zo ook die dag. Ik liep te genieten totdat ik uitgleed in de blubber en krak hoorde vanuit een onderste extremiteit. Via een lift per toevallig passerende crossmotor naar de bewoonde wereld en een aanvullende lift per haastig opgetrommeld familielid, kon ik mezelf aangekondigd repatriëren naar de HAP in mijn eigen woonplaats. Hoe zo’n zondagmiddag verder verloopt, hoef ik u niet uit te leggen. Leuk om collega’s aan het werk te zien, maar de röntgenfoto was minder fraai dan mijn gebruikelijke iPhone kiekjes. Ik mocht met gips per taxi naar huis. ‘Weg vrijheid’ dacht ik, ook in de weken erna. Was ik bijna uit mijn eigen quarantaine, reikhalzend uitkijkend naar de lente en een geplande voorjaarstrip: inderdaad, ook dat verhaal van dat virus klinkt u allemaal bekend in de oren. Ik berg de kampeerspullen op en kijk uit op de triagetent van het MUMC+ en scan het nieuws. Gelukkig is er al ruim 20 jaar ons blad. Iedereen in quarantaine heeft tijd om te schrijven of te lezen, tenzij iemand laaggeletterd is. Wat dat voor u in de praktijk betekent, beschrijft Ilse Mattheij. Wie geen groundhog alias bosmarmot is, kan momenteel boodschappen hamsteren. Terwijl bijna alles online gaat, kan die bezigheid alleen nog offline. Althans, op het moment van schrijven. Ook de Drentse huisarts Jan Contermans moet wat van het hart, hij volgde met veel plezier de Kaderopleiding Harten Vaatziekten. Verder zwaaide in een zwerm een flinke groep WESP-en af. We hopen een aantal straks terug te zien als sollicitant voor de huisartsopleiding, of voor onze eigen opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. In het volgende nummer hopen we dat nieuws bekend te kunnen maken. De tijd zal het leren. Genoeg werk voor iedereen, ook als we straks virusvrij verklaard zijn. Alle hoofden van onze vakgroep zijn het daar wel over eens. Zoals meestal een paar ‘nieuwe’ collega’s: Michelle Verheijden, Simone Jaarsma, Laura Bijkerk en Matthieu Prevoo. Iemand die we de vorige keer voorstelden, Danny Claessens, doet een oproep in het kader van zijn promotieonderzoek naar de ziektelastmeter. Beschouwt u het maar als digitaal paaseieren zoeken, dan mag u meedoen. Onze eigen kwetsbare ouderen (op papier), zijn de Witte Raven. Zij speuren door naar Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten. Recent kreeg de groep versterking van een jongere collega, een WESP-student genaamd Richard Maes. U gaat binnenkort een enquête van hem krijgen. Zoals altijd: de huisartsopleiding. De ANIOS Zuyd, een nieuw fenomeen in de lijn van werving en opleiden. U wist al dat wij als eerste in Nederland de ANIOS in de huisartspraktijk hadden. Nu trekken de initiatiefnemers het traject wat breder. Een prachtig gesuperviseerd voorwerktraject in aanloop naar de vervolgopleiding. Arianne Beckers schiet aardig op met haar opleiding tot militair huisarts in opleiding. Ze haalt tegenwoordig wel haar neus op voor soldatenkost. Wie eerder over de befaamde ‘Rats, kuch en bonen’ schreef is Hendrik Jan Vunderink. Deze keer iets anders: ’Een nieuwe lente, een nieuw geluid’. Hoe toepasselijk! De opleiderscoördinatoren Marieke Kools en Arie de Jong zijn trouw van de partij en praten u bij. De andere rubriek van Arie de Jong is de beroemde ‘Gezondheidsrechtelijke kwesties’, ditmaal over de WGBO. Spontane spin-off van zijn rubriek betreft het Moreel Beraad en komt van de hand van Nathalie Notermans, derdejaars aios. Als haar stage naar de nog virusvrije Waddeneilanden dit voorjaar doorgaat, zien wij in de volgende editie een nieuw artikel van haar hand. Made in Maastricht: zowel in december 2019 als in maart 2020, waren er diploma-uitreikingen van kersverse huisartsen. Voor de allerlaatste keren was dat in Rijckholt, in het Koetshuis. Een mooie traditie die ik ga missen. De uitreikingen zijn voortaan in Roermond; althans, als we weer groepsbijeenkomsten mogen houden. Beste mensen, we gaan ‘viral’. Ik wens u desondanks veel werkplezier, waardering en een fijne vlakke curve toe. Of beter gezegd: een mooie op één lijn! Babette Doorn 3 op één lijn 66
Page 4
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Van de voorzitter Verkiezingen maart 2021 DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM 12.000 huisartsen en hun praktijkteam zetten zich met hart en ziel in voor hun patiënten. Heel veel landen benijden ons om het gezondheidszorgsysteem. Maar nog los van het coronavirus hoor je het scheuren en kraken: ons zorghuis is uit balans. De patiëntgerichte manier van zorg verlenen komt in de knel. De zorgvraag steeg veel harder dan de bevolkingsgroei, vergrijzing en chronische ziekten kunnen verklaren. Het personeelstekort loopt de komende jaren sterk op. Voor de eerstvolgende verkiezingen moet de boodschap dan ook zijn: maak het huisartsenvak aantrekkelijker door meer tijd voor de patiënt, vermindering van administratieve lasten, door te investeren in een sterke regionale huisartsenorganisatie die praktijken ontzorgt. Zorg voor een goede spreiding van de opleidelingen door het land. Zet in op voldoende beschikbaarheid van betaalbare huisvesting: denk aan meer ruimte voor werkplekken voor op te leiden collega’s en ondersteunend personeel en een duurzame inrichting van de (huisartsen)spoedzorg. Praktijken in het centrum van een stad worden bijvoorbeeld al onbetaalbaar. De kwetsbare patiënt is voor huisartsen dagelijkse kost. Duizenden kwetsbare ouderen, maar ook jongeren met geestelijke problemen, kunnen niet terecht bij de juiste vervolgzorg. Onze zorg is alleen houdbaar met voldoende tijd voor kwetsbare patiënten, goede verwijsmogelijkheden en effectieve multidisciplinaire samenwerking. We kunnen dit bereiken door: • adequate thuiszorg en andere opvang • meer tijd voor kwetsbare patiënten • goede organisatie van de eerstelijnszorg in wijk en regio • samenvoegen van de budgetten van gemeenten en zorgverzekeraars • investeren in betrouwbare en onafhankelijke patiënteninformatie. Het zorgstelsel is gebaat bij meer tarief-regulering met als voordeel: meer continuïteit van zorg, minder rompslomp en als huisarts niet meer de noodzaak hebt om over elk tarief te onderhandelen. Een adequate infrastructuur is nodig voor de eerstelijn: structurele samenwerking in de regio. Haal afspraken uit de sfeer van de marktwerking. Verder: investeer in noodzakelijke ICT-infrastructuur op lokaal en regionaal niveau en tenslotte: stel een regionaal budget voor organisatie en infrastructuur vast voor huisartsen (inclusief voorwaarden/takenpakket). Flinke maatregelen zijn nodig om de huisartsenzorg in de huidige efficiënte en goedkope vorm te kunnen behouden. Met kleine aanpassingen zijn we er niet. Alleen door forse investeringen in de huisartsenzorg blijft de huisarts dicht bij de patiënt in de wijk en blijft het Nederlands zorghuis in evenwicht. 4 Kaderopleiding Hart- en vaatziekten Dát zouden meer mensen moeten doen! DOOR JAN CONTERMANS, HUISARTS MEDISCH CENTRUM EIKSTAETE IN HOOGEVEEN, DRENTHE Als huisartsen hebben we een centrale positie in de Nederlandse gezondheidszorg. Hiermee vertel ik jullie niets nieuws. Zo proberen we in ons werk als huisarts een goed overzicht te houden op wat er allemaal gaande is binnen het vak en van alle markten voldoende thuis te zijn. Op die manier hoeven we ons een hele loopbaan lang niet te vervelen! Toch kunnen ook wij soms verlangen naar meer verdieping. Vooral op gebieden waarmee we extra affiniteit hebben. Althans, zo verging het mij. Ook merkte ik in het overleg met specialisten, dat ik een geheel eigen huisartsgeneeskundige kijk op dingen heb gekregen. Maar om mijn visie gedegen te kunnen onderbouwen, zou meer solide kennis goed van pas komen. Jarenlang zag ik dit als iets vanzelfsprekends. Er bestaan immers generalisten en specialisten. En ik behoor tot de eerste categorie. Met een half oog had ik al weleens op de site van het NHG naar de diverse kaderopleidingen gekeken. Het bleken er twaalf te zijn, een prachtig symbolisch aantal (zie www.ngh. org/kaderopleiding). De generalist in mij leek ze allemáál de moeite waard. Echter, de opleiding Hart- en Vaatziekten sprong er, gezien mijn betrokkenheid bij bepaalde projecten van onze zorggroep in Drenthe, toch wel uit. Daarvoor moest ik dan wel vijfmaal per jaar twee dagen naar Roermond afreizen, dus dat was nog wel even een dingetje. Bij verder navragen kwam ik erachter, dat ik, om deze opleiding in alle ernst te kunnen doen, op een tijdsinvestering van ongeveer acht uur per week diende te rekenen gedurende twee jaar. Ook iets om goed bij stil te staan. Maar de behoefte aan kaderartsen bleek zo groot, dat onze zorggroep me op dat laatste punt graag tegemoet kwam in de vorm van ondersteuning voor waarneming. Ik denk dat een dergelijke regeling niet alleen in NoordNederland bestaat, maar ook elders. Nu ik de opleiding in december jl. heb afgerond, kan ik wel vanuit de grond van mijn hart zeggen dat het volgen van deze opleiding voor mij een van de meest inspirerende dingen is geweest die me in mijn huisartsenleven de afgelopen jaren is overkomen. Waar zit dat in? Allereerst is de opleiding goed georganiseerd. De ervaringen van de vorige groepen worden systematisch benut om het curriculum verder te verbeteren. Ook zijn de docenten, zowel didactisch als vakinhoudelijk, van uitstekend niveau. Dat maakt, in combinatie met een kleine, gemotiveerde groep van gelijkgezinde leerlingen, een fantastische interactie mogelijk. 5 Verder is gezorgd voor een goed evenwicht tussen frontaal en interactief onderwijs, zelf presenteren, werkgroepen en zelfstudie. Wat dat laatste betreft: als huisartsen zijn we gewend naar veel scholingsbijeenkomsten te gaan zonder ons terdege voor te bereiden. Laten we eerlijk zijn, daar gunnen we ons vaak de tijd niet voor. Zo niet bij de kaderopleiding! Hierbij dient huiswerk te worden gemaakt en elke bijeenkomst moet worden voorbereid. Dit draagt ertoe bij, dat de scholingsdagen voor jezelf veel efficiënter zijn. Van tevoren ben je je meer bewust van hoofd- en bijzaken én van eigen vragen en lacunes. Wat ook enorm stimulerend is, is dat je netwerk op het vakgebied door de opleiding enorm wordt uitgebreid. Hierdoor weet men je na de registratie als kaderhuisarts te vinden als deskundige. Ook is het mogelijk, als je daar prijs op stelt, betrokken te worden bij allerlei zaken zoals het ontwikkelen van zorgprogramma’s, overleg met specialisten en bestuurders en het geven van scholing. Zo krijg je de gelegenheid je kennis echt in te zetten voor een groter doel. Tenslotte een anekdotische ervaring die me op de allereerste onderwijsdag overkwam. We moesten die dag, totaal onverwacht, een uitgebreide ECG-ingangstoets maken. Nu had ik de afgelopen 23 jaar alleen af en toe oppervlakkig naar ECG’s gekeken, dus ik bakte er niet bijzonder veel van. De individuele nabespreking zag ik daarom met angst en beven tegemoet. Ik verwachtte vooral te horen, dat ik de komende tijd wel héél erg mijn best moest gaan doen op dit onderdeel. Maar de docent gaf haar feedback op een onverwachte manier: “Ik denk dat ik, gezien de manier waarop je de dingen verwoordt, je dit alles op een vrij hoog niveau zal gaan leren.” Is stimulerender feedback mogelijk? Het illustreert de sfeer tijdens deze kaderopleiding. Kritisch en tóch veilig. Intensief maar desondanks energie gevend. Van hoog niveau, maar nooit te hoog gegrepen. Dus ja: een kaderopleiding? Dát zouden meer mensen moeten doen! op één lijn 66
Page 6
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Aan het werk Laaggeletterdheid DOOR ILSE MATTHEIJ, WAARNEMEND HUISARTS IN HEERLEN EN MAASTRICHT Mevrouw Janssen heb ik verwezen naar de pijnpoli vanwege langdurige klachten. Ze komt enkele weken later op mijn spreekuur. Ik vraag of ze al naar de pijnpoli is geweest. Hierop antwoordt ze van niet. Als ik vraag waarom niet, vertelt ze dat ze een vragenlijst moet invullen, voordat ze een afspraak mag maken. Dit lukt haar niet en daarom gaat ze niet. Ik concludeer dat mevrouw waarschijnlijk laaggeletterd is en bespreek dit met haar. Jammer dat ik dit niet eerder heb gevraagd en meegestuurd heb met de verwijzing, want nu zit ze weken onnodig met pijn. Jammer dat we in de zorg onnodig barrières hebben opgeworpen, zoals ingewikkelde vragenlijsten, voordat iemand toegang tot zorg krijgt. Wat is het? Dit is een voorbeeld van laaggeletterdheid uit mijn praktijk. Je zult je wel afvragen: komt dit ook voor in mijn eigen praktijk? Zeker! In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. In Limburg is dit gemiddeld 12,8% en in Brabant is dit 10,6%. Laaggeletterd betekent dat je zoveel moeite met lezen en schrijven hebt, dat je niet goed kunt functioneren in het dagelijks leven. Er is een verschil met analfabetisme waarbij je helemaal niet kunt lezen en schrijven. Tweederde van de laaggeletterden is autochtoon. Veel laaggeletterden hebben een baan. In de praktijk merk ik dat mensen laaggeletterd zijn, wanneer ze bijvoorbeeld al een uur vóór hun afspraak zitten te wachten. Voor laaggeletterden zijn afspraken op het hele of halve uur makkelijker te onthouden; een afspraak om 15.40 uur is ingewikkeld. Ook zie ik het aan de berichten van de huisartsenpost over herhaalrecepten van medicatie in het weekend. Omdat plannen en organiseren lastig kan zijn voor laaggeletterden, is het moeilijk om op donderdag te bedenken dat je medicatie op vrijdagavond op zal zijn en dat je tijdig moet bijbestellen. Trainingen Wat betekent laaggeletterdheid voor je communicatie? Pas je je mondelinge en schriftelijke communicatie voldoende aan zodat deze voor iedereen te begrijpen is? Voor de Stichting Pharos trainde ik in Limburg al diverse mensen over laaggeletterdheid. De kleinschalige trainingen voor huisartspraktijken met een acteur zijn altijd erg leuk en leerzaam. Ook trainde ik vorig jaar huisartsen van de Werkgroep Deskundigheidsbevordering Huisartsen (WDH) en op het Warffum-symposium. Daarnaast krijgen alle eerstejaars aios een korte training over laaggeletterdheid. Gelukkig blijft het niet beperkt tot de huisartsenzorg: ook andere zorginstellingen en gemeenten worden getraind. Het MUMC+ is een van de vier Nederlandse ziekenhuizen waar, op de long-/ palliatieve afdeling, het programma 'Goed begrepen' loopt. Ik kijk samen met een klein team hoe we het hele ziekenhuis gezondheidsvaardiger kunnen maken. Erg leuk om te doen. Het is belangrijk dat ziekenhuizen meedoen: zo wordt er duidelijk naar hun patiënten gecommuniceerd. Wellicht zien we dan een aantekening ‘laaggeletterd’ terug in het patiëntdossier van wie we het nog niet wisten. In de praktijk In onze praktijk pasten we de LHV-toolkit ‘Laaggeletterdheid in de praktijk’ toe en pasten we onze website aan. Met de komst van nieuw personeel en een verhuizing van de praktijk, zag ik, dat er toch weer moeilijke tekst in de website was geslopen en dat er verschillende meningen waren over bewegwijzeringsbordjes. Het gevolg is dat laaggeletterden de weg in ons gebouw niet goed kunnen vinden en onnodig lang in de verkeerde wachtkamer zitten. In de spreekkamer probeer ik mijn taal aan te passen aan het niveau van de patiënt. Soms baal ik van mezelf als een patiënt me vragend aankijkt. Ik heb dan te veel verteld met te moeilijke woorden. Het is niet moeilijk om je taal aan te passen, maar je moet alert blijven. In een gesprek vraag ik steeds vaker: ‘Ik wil weten of ik alles goed heb uitgelegd, kunt u herhalen wat u heeft begrepen’? Het geeft veel voldoening wanneer de patiënt helemaal begrepen heeft wat ik bedoel. Dit voorkomt een hoop herhaling en vervolgconsulten. Laatst moest ik lachen om een interview van een dokter op de radio. De presentator begreep het ingewikkelde verhaal van de dokter niet. Ik realiseerde me eens te meer, dat we soms in onze eigen bubbel zitten en dat het des te leuker is om te kijken, hoe we hier uit kunnen komen. Dus, misschien is het leuk (en leerzaam!) om er als opleider of aios een volgend leergesprek met video aan te wijden? 6 1 e uitgave 2020 Werken en leren in tijden van Corona Huisartsgeneeskunde Maastricht dankt alle hulpverleners die zich met hart en ziel inzetten voor de zorg! Wij zijn daarnaast extra trots op "onze" huisartsen, SO's, AIOS, ANIOS en studenten, de mensen aan het front! 29 jun 3 jul 2 nov 6 nov Summercourse Research in General Practice Auberge De Smockelaer in Heijenrath Info: summercourseresearch@maastrichtuniversity.nl Was gepland op 29 juni – 3 juli 2020 Is nu gepland op 2 – 6 november 2020 In diezelfde week zal zeer waarschijnlijk op donderdag en vrijdag ook de tiende editie van de Heuvelland schrijfcursus door Jochen Cals en Daniel Kotz op die locatie plaatsvinden. Info: scientificwritingtips.wordpress.com/writing-tipscourse of heuvellandcursus@maastrichtuniversity.nl 19 jun 5 feb 2021 NHG Wetenschapsdag MSM Maastricht Was gepland op vrijdag 19 juni 2020 Is nu gepland op vrijdag 5 februari 2021 7 op één lijn 66
Page 8
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Simone Jaarsma Huisartsbegeleider jaar 3 Laura Bijkerk Promovendus Ik ben Simone Jaarsma en begon op 1 maart 2020 als HAB ( jaar 3) bij de Huisartsopleiding. Zelf deed ik mijn HA-opleiding ook in Maastricht (2009-2012) en ben daarna gestart als fulltime waarnemend huisarts, en dat ben ik nog steeds. Naast het draaien van diensten, werk ik nu, in combinatie met mijn HAB-functie, nog maar 2 dagen per week in een leuk en goed georganiseerd gezondheidscentrum in Kerkrade. Voordat ik huisarts werd, heb ik de tropenopleiding gedaan en vanaf 1995 met veel passie als tropenarts en later als public health specialist in drie verschillende landen in oost- en zuidelijk-Afrika gewerkt en gewoond. Ik vertrok destijds alleen met mijn man en veertien jaar later keerden we, in verband met onze twee opgroeiende kinderen, terug naar Nederland. De kinderen zijn inmiddels al een paar jaar het huis uit. Afgelopen jaren heb ik gezocht naar werk waar ál mijn kennis en ervaring bij elkaar kon komen. Een jaar geleden kon ik drie weken meewerken om een rurale stage voor een huisartsopleiding in Kenia vorm te geven en daarbij ervoer ik de synergie, waar ik al een tijd naar op zoek was. Daaruit voortkomend kwam het inzicht, dat ik graag HAB wil worden, iets wat nu dan gaat starten. In mijn vrije tijd ren, zwem, lees en reis ik graag. Ik ben op donderdag en vrijdag op de vakgroep in Maastricht, ik woon samen met mijn vriend in Utrecht enin mijn vrije tijd kook ik graag. En ik hou van concerten bezoeken en reizen. Nu ook aan mij de eer om mijzelf voor te stellen. Mijn naam is Laura Bijkerk en ik sinds mei 2019 werkzaam als extern promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Ik word tijdens mijn promotie begeleid door Mark Spigt, Anke Oenema en Nicole Geschwind. Ik combineer mijn promotietraject met werkzaamheden op het gebied van interventieontwikkeling en communicatie bij Oh My Mood, een nieuwe GGZ-instelling. In mijn promotieonderzoek richt ik onder andere op de evaluatie van de interventies van Oh My Mood, met de focus op patiëntengagement. Ik studeerde Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam en haalde mijn master Development & Health Psychology aan de Universiteit van Amsterdam. De stap van HBO naar WO maakte ik, omdat ik altijd een liefde had voor onderzoek en op het HBO niet de diepgang vond die ik zocht. Tijdens mijn stage en afstudeerproject was ik onderdeel van het NextLevel consortium en evalueerde ik verschillende gegamificeerde interventies voor onder andere alcoholverslaving, zelfbeeldproblematiek en voor de jeugd GGZ. Deze onderzoeken liepen onder meer bij PsyQ, Youz en de Brijder Jeugdverslavingszorg. 8 1 e uitgave 2020 in de (huisartsen)opleiding, met als uiteindelijke doel: effectieve implementatie in de opleiding. Het onderzoeksteam bestaat uit Esther Giroldi, Angelique Timmerman en Trudy van der Weijden. We zijn erg enthousiast om uit te zoeken of het leren en beoordelen van de competentie ‘communicatie’ gericht moet zijn op een meer ‘skilled communication’-approach in plaats van de nu toegepaste skills-based benadering. Als ‘skilled communicator’ leer je flexibel te communiceren en communicatie in te zetten als een tool in de context van de spreekkamer. Hierdoor creëer je zorgprofessionals die zich bewust zijn van zowel hun eigen referentiekader als die van de patiënt. Michelle Verheijden Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO) Ik ben in november 2019 gestart als AIOTHO bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ik ben geboren in Bunde, slechts een treinstop verwijderd van Maastricht. Sinds de start van mijn opleiding Geneeskunde heb ik het dorpse verruild voor het echte ‘Mestreech’. Mijn PhD-project richt zich op de wetenschappelijke onderbouwing van hoe context-specifieke communicatie (‘skilled communication’) getraind/geleerd zou moeten worden Juist bij dit project-onderwerp heeft het dragen van twee petten, die van onderzoeker en die van arts-in-opleiding, meerwaarde: zo doe je ervaringen op van beide kanten en kun je deze toepassen in zowel het onderzoek als in de praktijk. In mijn vrije tijd vind ik het leuk om te hockeyen, te tennissen en te wandelen. Daarnaast houd ik ook van een leuke spelletjesavond met vrienden en familie. Jullie kunnen me vinden op de AIOTHO-kamer op Deb1. Ik hoop jullie allemaal snel te mogen ontmoeten en ben altijd in voor een praatje! Clinicus van het jaar 2018-2019 Op 20 januari 2020 werden, door studentenbelangenvereniging MSV Pulse, de jaarlijkse prijzen voor beste clinici van het jaar uitgereikt. Beste werkplekbegeleider bij het coschap huisartsgeneeskunde is een van de categorieën. De genomineerde huisartsen waren: Daisy Bruls van medisch Centrum Kluis in Geleen, Loes van Bokhoven van Huisartsenpraktijk Dorine Verschure uit Elsloo en Daniëlle Laumen-Smits van Huisartsenpraktijk De Notenboom uit Roermond. Alle drie hadden op basis van rapportcijfers gegeven door studenten, een 9,6 of hoger! Daisy was de winnaar met een 9,9 gemiddeld en met veel narratieve feedback zoals: “Het is een zeer prettige werkplek, met fijne collega's. De huisartsen besteden voldoende tijd aan opleiding en begeleiding van de coassistent. Er is iedere dag zeker een half uur ingeroosterd waarbij zaken besproken kunnen worden. Daarnaast denkt de huisarts mee als het gaat om opdrachten etc.” Bij de uitreiking nam praktijkcollega Kitty Timmermans de prijs voor haar in ontvangst: een oorkonde, een zilveren stethoscoopspeld en een geldprijs van Stichting Sint Annadal te besteden aan een onderwijsdoel. 9 op één lijn 66
Page 10
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Onderwijs en opleiden Capaciteit DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM GENEESKUNDE Het geven, faciliteren en coördineren van onderwijs zijn kerntaken van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Ons onderwijs en de vervolgopleiding vormen een proces, van student Geneeskunde tot medisch specialist. Daarvoor hebben we vele capaciteiten in huis. In de opleiding tot basisarts vervullen ruim 50 docenten van onze vakgroep diverse facultaire rollen. Dit kan uitvoerend zijn zoals begeleider van coassistenten, tutor, mentor, docent communicatie, als coördinerend van aard zoals planningsgroepen, leden van decentrale selectie- en opleidingscommissies en studieadvisering. Sinds kort levert Huisartsgeneeskunde, als kers op de taart, de mastercoördinator Geneeskunde: Marion van Lierop. Onze vakgroep levert ongeveer 9 fte onderwijs. En we zijn daardoor een van de grootse onderwijsgevers van de Maastrichtse faculteit Geneeskunde. Daarnaast zijn veel huisartsen werkplekbegeleider van coassistenten of opleider van huisartsen in opleiding. Sinds jaren zijn ook specialisten ouderengeneeskunde, onder de vlag van onze vakgroep, betrokken bij het geven van onderwijs op zowel de faculteit als in de praktijk. De belangrijkste taak van onze docenten is het maken en geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs, aansluitend op het landelijke Raamplan Geneeskunde. De arts-docent fungeert ook als rolmodel, zowel op de faculteit als bij het leren in de praktijk. Een docent is een visitekaartje van de vakgroep in het algemeen en voor het vak in het bijzonder. En dat is hard nodig. In Medisch Contact stond eind vorig jaar dat er volgens de arbeidsmarktmonitor een vacatures per 100 artsen specialisme/profiel psychiater (incl. kinder- en jeugd) specialist ouderengeneeskunde chirurg kinderarts radioloog* huisarts internist anesthesioloog nucleair geneeskundige* arts verstandelijk gehandicapten Bron: Medisch Contact 37, 12 september 2019 10 1e halfjaar 2018 8,4 7,2 3,4 2,0 1,9 0,4 1,1 0,9 1,4 10,0 1e halfjaar 2019 8,6 6,9 2,9 2,3 2,0 0,9 1,8 1,6 0,5 11,9 verschil 2% -4% -15% 15% 7% 137% 67% 74% -67% 20% aandeel vacatures 1e halfjaar 2018 28,9% 11,3% 4,7% 3,1% 2,5% 4,7% 2,5% 1,7% 0,3% 2,3% 1e halfjaar 2019 28,8% 10,3% 3,9% 3,5% 2,9% 9,7% 4,1% 2,9% 0,1% 2,6% verschil -1% -9% -17% 12% 19% 105% 63% 70% -67% 13% recordkrapte op de arbeidsmarkt is, met een grote stijging bij vacatures voor huisarts en blijvende krapte bij de specialist ouderengeneeskunde. Zoals ons reukorgaan noodzakelijk is voor het keuren van ingeademde lucht, zo onderzoekt het Capaciteitsorgaan “de toekomstig benodigde capaciteit aan professionals in de zorg en de daarvoor benodigde instroom in de opleidingen en rapporteert hierover aan de zorgsector en de overheid.” Net als het hart, heeft ook het capaciteitsorgaan verschillende kamers. Onze vakgroep voorzitter, Jean Muris, heeft zitting in de kamer Huisartsen. De krapte op de arbeidsmarkt onderstreept het belang van een meer zichtbare positie van aansprekende onderwijsactiviteiten als herkenbare, positieve rolmodellen vanuit Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde. Daarmee bevorderen we de doorstroom naar opleiding tot huisarts en straks ook tot die van specialist ouderengeneeskunde. De niet benutte opleidingsplaatsen tot specialist ouderengeneeskunde en de door het capaciteitsorgaan geadviseerde groei van aantal opleidingsplaatsen tot huisarts, zullen niet vanzelf gevuld worden met actieve werving. We hoeven immers niet te wachten tot na het artsexamen: kennismaking en enthousiasmering voor het vak begint namelijk in de basisopleiding. Contact: Lilian Aarts, onderwijscoördinator, lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl Welkom! Stelt zich opnieuw voor Mathieu Prevoo Specialist Ouderengeneeskunde Anders dan gewend een ‘retrograad’ voorstelstukje over mijn functie binnen de vakgroep. Ik ben 58 jaar en werk sinds 2016 bij de vakgroep. Maar mooi dat mij dit gegund wordt op het moment dat Ouderengeneeskunde binnen de vakgroep een ‘boost’ gaat krijgen. Mijn Alma Mater was de KU Nijmegen (Radboud Universiteit), waar ik opgeleid werd en 15 jaar als docent Basiscurriculum en Docent/Opleider voor VOSON werkte. In het midden van de tachtiger jaren was er net zo’n crisis als recent en dus geen werk voorhanden. Huisartsen waren er teveel (!), of in ieder geval genoeg. Dus ging ik voor die beroepsgroep ‘verloren’. Ik kon wel een ‘ervaringsplek’ bij mijn oude coschapbegeleider in het verpleeghuis in Venlo krijgen. Zo ben ik ‘in het vak terecht gekomen’ en werd ik met een generaal pardon in 1990 geregistreerd als Verpleeghuisarts, later SO. Na Venlo werden Rotterdam/Hellevoetsluis en Arnhem mijn domicilie. Aan de VU in Amsterdam volgde ik de kaderopleiding Psychogeriatrie en daarna werd Nijmegen 22 jaar mijn tweede vaderstad. Maar ‘murge gaon iech weer truuk’, bleef al die jaren aan mij knagen. Dus ging ik in 2013 terug naar Valkenburg. Ik bleek geen Oer-Limburger meer, wat naar mijn gevoel positief vormend voor me was, maar hield wel nog van mijn geboortestreek en haar cultuur. Getrouwd, schat van een vrouw, 4 kinderen (2 als ‘bonus’) en blaasmuziek (Sax. Bariton bij Harmonie Walram in Valkenburg) als grote hobby. Daarnaast geboeid door paleoantropologie (“Wie was Lucy?”), Reizen (“Africa mon Amour!”) en numismatiek van de Europese koninkrijken. Ik had het geluk in die tijd Rachele Arends en Jos Schols te ontmoeten. Zij vroegen mij of ik wilde helpen Ouderengeneeskunde ‘meer op de kaart te zetten’ in Maastricht. Hoe blij ik daarmee was, heb ik hen nooit verteld. Bij dezen! Ik had mijn ‘tweede liefde’ terug. Onderwijs geven in het basiscurriculum, zoals ik dat kende uit Nijmegen. Er stond trouwens al aardig wat op de kaart. Uitbouwen, schaal vergroten, meer zichtbaarheid en verbeteren van de beeldvorming, werd ons gezamenlijk doel. Vooral ‘meer’ coschap Ouderengeneeskunde had onze prioriteit. Toen Rachele vertrok vond ik ‘troost’ en goede partners in Laury de Jonge, Lillian Aarts en Marion van Lierop. Dezelfde ideeën over (volwassen-)onderwijs aan geneeskunde-studenten, dezelfde mening over opleiden en bereid mijn frustraties aan te horen. Maar, vooral bereid mij te helpen bij de ontwikkeling van ‘mijn vak’. In 2018 zei ik om die reden “ja“ als gastdocent bij de huisartsopleiding. Men had mij immers ook geholpen. Maar dat was te veel. Mijn lang gekoesterde wens voor een bestuursfunctie in onze beroepsvereniging (VERENSO) ging in 2019 in vervulling en maakte mij duidelijk dat een dag maar 24 uur duurt. Ik moest helaas weer stoppen als gastdocent, terwijl het zo’n mooi ‘dwarsverband’ vormde tussen huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde. Ik ben nu dus weer terug ‘bij de basis’ en coördineer de coschappen Ouderen-geneeskunde (8+10 weken), de GEZPstage Ouderengeneeskunde (18 weken), de WESP-stage “Deprescribing” (waar Jos Schols de ‘senior’ is) en organiseer/ participeer/doceer het keuzeblok Multimorbiditeit. Verder ben ik mentor van masterstudenten en coördineer ik het onderwijsprogramma “Medicatieveiligheid bij ouderen” (tijdens het coschap Huisartsgeneeskunde/Sociale Geneeskunde). Samen met Laury de Jonge is een onderwijsvisie Ouderengeneeskunde opgesteld. De aandacht gaat nu vooral uit naar het uitbreiden van ons affiliatiegebied, zodat we de langzaam groeiende vraag naar werkplekken voor coassistenten kunnen blijven garanderen. Mijn mooiste uitdaging nu is de samenwerking met de huisartsgeneeskunde verder uit te breiden, terwijl we ondertussen groeien als volwaardige sectie binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde, die op termijn ‘ouderengeneeskunde’ mag gaan toevoegen. 11 op één lijn 66
Page 12
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Maastricht Op weg naar een zelfstandige opleiding DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Aanvraag Wanneer dit blad bij u op de mat valt, dan weten wij zo ongeveer of we de erkenning van de RGS hebben behaald. Welke erkenning? Wel, die van de aanvraag om een zelfstandige opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht te mogen starten vanaf september 2020. Wat nieuw is Met ingang van 2020 is de regelgeving veranderd waardoor het mogelijk werd voor Maastricht om een erkenning aan te vragen om een zelfstandige opleiding te mogen starten. Een unieke gebeurtenis, want het komt nauwelijks nog voor dat dit gebeurt. Een betere regionale spreiding over het land is hard nodig. We hebben veel meer specialisten ouderengeneeskunde (SO’s) nodig. De vraag naar SO’s neemt sterk toe en de belangrijke bestuurders en organisaties hebben de opleidingscapaciteit fors opgevoerd. Tot nu toe werd er op 3 plekken in Nederland opgeleid: Leiden, Amsterdam en Nijmegen. Regionaal opleiden Een jaar eerder trachtten we te starten als dependance van Nijmegen, maar de afstand tot het instituut bleek gezien onze ligging toch een brug te ver. Aios en opleiders willen een regionale opleiding. In Groningen leefde ook de wens om een zelfstandige opleiding op te zetten en ook zij hebben een aanvraag ingediend bij de RGS. Wij staan allebei op de website van SOON, de landelijke koepel van opleidingen ouderengeneeskunde, als opleiding waar gesolliciteerd kan worden vanaf 1 maart 2020. Voorbereiding Het projectteam ouderengeneeskunde bestond al in Maastricht. Hoogleraar ouderengeneeskunde Jos Schols, SO en beoogd opleidingshoofd Mariëlle van der VeldenDaamen, SO Daisy Janssen als beoogd waarnemend hoofd, Joost Dormans als coördinator bedrijfsvoering en Babette Doorn als projectmanager. Daarbij kwam SO Matthieu Prevoo prominenter in beeld voor het basiscurriculum geneeskunde1. Voor de rest zijn de lijnen kort binnen de vakgroep en dus ook met de Huisartsopleiding waar veel kennis, expertise en voorzieningen zijn. Traject In januari hebben we alle vereiste documenten voor de erkenning aangeleverd. Eind januari hielden wij een informatieavond voor alle betrokkenen en belangstellenden in Maastricht. De opkomst was goed en gevarieerd en de sfeer was open, constructief en informeel. De vrijdag voor carnaval, 21 februari, vond de visitatie door de RGS plaats. We hebben dit als een prettige bijeenkomst ervaren en we voelen ons als opleiding in spe gesteund. De RGS probeert ons de 1 Zie ook: https://www.ntvg.nl/artikelen/een-verpleeghuisstage-vooriedere-arts 2 1 12 1 e uitgave 2020 uitkomst van die visitatie voor 1 mei, de sluitingstermijn van de sollicitatieperiode, terug te koppelen. Solliciteren Vanaf 1 maart tot 1 mei kan er gesolliciteerd worden door basisartsen die net als wij, toekomst zien in ouderengeneeskunde. Extra ervaring is niet nodig, affiniteit en motivatie voor ouderengeneeskunde wel. Wie geschiedenis wil schrijven, meldt zich nu aan voor ‘groep-1’! We zoeken ongeveer 10-12 aios en we starten eenmaal per jaar met een nieuwe groep. Naast aios zoeken we ook docenten, voor nu en later. Via de opleidersvereniging Verenso kan er snel geschakeld worden met de doelgroep. Verder hebben we opleiders en opleidingsplekken nodig. Voor een deel zijn die er al en zijn ze ook al erkend. Daarnaast gaan we kijken welk nieuw potentieel we kunnen aanboren. Basisartsen kunnen solliciteren zonder dat ze al anios in de ouderengeneeskunde hoeven te zijn: we hebben ‘vrije’ plekken beschikbaar. Half mei zijn de sollicitatiegesprekken in Maastricht. Typisch Maastricht Voor een groot deel volgen wij het Landelijk Opleidingsplan van SOON. Bestaande instituten delen hun lesmateriaal met ons en Groningen. Als ‘couleur locale’ voegen wij aan het curriculum toe, de samenwerking met de huisarts. Zie elders het artikel van Christophe van Dijken, SO bij Envida. Waar mogelijk, willen we Maastrichtse aios samenscholen mits Covid-19 het weer toelaat. Ander speerpunt wordt de samenwerking tussen 5 4 3 eerste- en tweedelijn. Daarbij besteden we veel aandacht aan de ‘Happy professional’, aan zelfzorg voor aios en een veilig leerklimaat. De terugkomdag op het instituut wordt de vrijdag op het Debyeplein 1 in Maastricht. Informatie We proberen op www.ouderengeneeskundemaastricht.nl de belangrijkste informatie te blijven vernieuwen. Eventuele vacatures staan ook op onze website naast die op Academic Transfer. Daarnaast zijn wij actief op LinkedIn en Instagram. Via de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg wordt er getwitterd. En, papier is geduldig: de volgende Op een Lijn verschijnt in de zomer. Voor studenten: we doen mee aan alle activiteiten vanuit MSV Pulse. We zijn aanwezig op de carrièremiddag op 27 mei. Voor alle andere vragen: SO@maastrichtuniversity.nl is het centrale e-mail adres. 6 0. 01-01-2020 | RGS wijziging regelgeving 1. 29-01-2020 | Informatie avond 2. 21-02-2020 | Visitatie 3. 01-03-2020 | Start sollicitatieprocedure 4. 24-04-2020 | Advies/uitslag visitatie 5. 01-05-2020 | Sluiting sollicitatietermijn 6. 01-09-2020 | Start opleiding 13 op één lijn 66
Page 14
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Samenwerking SO en huisarts DOOR CHRISTOPHE VAN DIJKEN, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Ik ben Christophe van Dijken, 36 jaar, partner en vader in een gezin met drie kinderen. Mijn artsenopleiding volgde ik in Nijmegen, net als de vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde (SO). Sinds 2013 werk ik als SO bij Woonzorgcentrum Grubbeveld (Envida), een expertisecentrum voor mensen met dementie en gedragsproblematiek. Vanaf het begin van mijn loopbaan begeleid ik coassistenten en huisartsen in opleiding tijdens hun stages in de ouderengeneeskunde. In 2018 rondde ik de kaderopleiding psychogeriatrie af. Als SO ben ik vooral hoofdbehandelaar van verpleeghuisbewoners: mensen met dementie en een uitgebreide somatische multimorbiditeit, mensen die terminaal ziek zijn, maar ook patiënten die revalideren. Naast de medische kant, zorgt de hoofdbehandelaar voor multi- en interdisciplinaire samenwerking, waarbij de SO een regisseursrol heeft. Zo draagt de SO bij aan zowel de huidige als de toekomstige zingeving en kwaliteit van leven van de zorgafhankelijke patiënt. Dit volgens het biopsychosociale model, waarbij sterke communicatie en creativiteit, maar ook (medisch en moreel) leiderschap belangrijk is. Samenwerking vindt voornamelijk plaats met de verpleging en de verzorging van de patiënt en hun familie. Direct patiëntencontact speelt een veel kleinere rol. Veranderingen in het vakgebied Door de toename van de oudere en steeds langer levende populatie en hun toenemende complexiteit in zorgbehoefte, staat de SO al enige tijd extra in de belangstelling. Je bent niet alléén in het verpleeghuis werkzaam, maar ook als consulent in de eerste lijn voor huisartsen, als hoofdbehandelaar van mensen in verzorgingshuizen, als ondersteuning voor medewerkers in de thuiszorg, verzorgingshuizen, voor casemanagers dementie en andere partijen in het werkveld, zoals het ziekenhuis en de GGZ. Waar je als SO jaren geleden nog rustig een paar uur visite kon lopen op een afdeling, werk je nu veel efficiënter. En soms ook effectiever, op relatieve afstand, telefonisch en met een goed Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Methodisch werken blijft de unieke basis van de ouderengeneeskunde: zoveel mogelijk preventief en zo min mogelijk reactief. SO of klinisch geriater? Een betere functiebenaming voor SO is misschien wel eerstelijns geriater, omdat dit in een keer duidelijk maakt 14 wat het verschil is. Maar de naam SO is prima, gezien de huidige scope waarin de specialist ouderengeneeskunde de zorg verleent, namelijk in alle mogelijke zorgwerkvelden. De klinisch geriater werkt vooral in het ziekenhuis, maar ook in de intramurale GGZ en de revalidatiezorg. Een ander belangrijk verschil is het type patiënten aan wie zorg verleend wordt: de klinisch geriater doet meer aan cure, de SO meer aan care. Overeenkomsten zijn er ook: onze patiënten zijn kwetsbaar en complex. Samenwerking met de huisarts Wanneer huisartsen hun patiënten doorverwijzen naar de Wlz (Wet langdurige zorg) dragen ze meestal het hoofdbehandelaarschap over aan de SO in het verpleeg- of verzorgingshuis. Huisartsen vragen steeds vaker in het voortraject een consult SO aan, wat in de praktijk regelmatig uitdraait op een vorm van medebehandeling, samen met die huisarts. Dan is het van belang om de regiefunctie van de huisarts goed te bewaken. Bijvoorbeeld in een multidisciplinair overleg (MDO). Concreet betekent dit, dat er alleen maar contact gezocht hoeft te worden (telefonisch of via de e-mail) over wat je voor de patiënt en voor elkaar kunt betekenen. Het mooie van deze samenwerking is, dat de huisarts de regie heeft en ondersteuning krijgt van een SO. Op deze manier kunnen abrupte zorgcrises en opnames voorkomen worden. In de samenwerking met huisartsen, was ik altijd al onder de indruk van hun toewijding en gedrevenheid in de zorg voor kwetsbare mensen. In omstandigheden die niet altijd optimaal zijn, voor zowel de patiënt als de huisarts. Het kan frustrerend zijn om niet de oplossing te kunnen bieden, maar toch probeer je er als huisarts voor die patiënt te zijn. Huisartsen zijn goed bekend met gezondheidsproblemen van ouderen. Moeilijker is het voor hen om patronen te herkennen, om complexe situaties vanuit hun positie te overzien. Voor de SO is dat makkelijker, als gevestigd regisseur van een multidisciplinair team en de zorg vaak onder hetzelfde dak als dat van de kwetsbare en complexe patiënt. Bovendien passen kwetsbare en complexe ouderen niet binnen richtlijnen en die bestaan dus ook niet. De relatie met het ziekenhuis en de huisartsenpost Soms lijkt de wereld in het ziekenhuis en de HAP/SEH anders dan die in de eerstelijn of verpleeghuis. Toch komen daar dezelfde kwetsbare en complexe patiënten. Als SO wil je laagdrempelig benaderbaar zijn voor overleg. In het MUMC+ loopt dat goed: de ziekenhuisspecialisten hebben, als we overleggen, oog voor het perspectief van onze kwetsbare patiënten. We proberen alleen die patiënten aan te bieden als dat meerwaarde heeft voor die patiënt en dus ook voor het ziekenhuis. Inmiddels is er een mooie samenwerking met De Schakel (Envida). Deze verpleegafdeling is bedoeld voor patiënten (met name kwetsbare ouderen) die na een bezoek aan de SEH of HAP niet meteen naar huis kunnen, maar die ook niet opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis. Heikel punt blijft, dat er onvoldoende capaciteit is om alle kwetsbare en complexe patiënten meteen op de juiste plek, zoals een verzorgingshuis of verpleeghuis, onder te brengen. Als SO ben ik nauw betrokken bij het wachtlijstbeheer en samen proberen we zoveel mogelijk maatwerk te bieden. Zolang de SO het nijpende zorgprobleem van de huisartsen met een opname kan oplossen, zal die beroepsgroep altijd tevreden zijn. Maar dat is natuurlijk utopie. Huisartsen zijn ook tevreden over de samenwerking ter preventie van acute zorgproblemen. En daar zijn de patiënten nog het meeste bij gebaat: het verloop van hun zorgvraag is vloeiender en de beperkingen in de zorgmogelijkheden zijn minder. Nieuwe opleiding ouderengeneeskunde Maastricht Het is mijn intentie om aios Ouderengeneeskunde te gaan begeleiden, als kaderarts opleider of docent. Het moge duidelijk zijn dat we voor een enorme uitdaging staan, de ouderenzorg van de toekomst vorm te geven. Hierin vervult de SO een spilfunctie. Met Limburg en Zuidoost- Brabant als werkgebied, biedt de nieuwe vervolgopleiding in Maastricht een uitstekende gelegenheid om vooruitstrevend en innovatief ouderengeneeskunde te leren en uit te dragen. Als je het even niet meer weet (of juist wel): denk dan aan de opleiding tot SO. Als SO ben je een bijzondere specialist met een bijzondere toegevoegde waarde voor de toekomst! 15 op één lijn 66
Page 16
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Samen beslissen met de Ziektelastmeter Van PROM naar ballon DOOR DANNY CLAESSENS, PROMOVENDUS HUISARTSGENEESKUNDE Herkent u dit? Een meneer komt bij u op het spreekuur. Op de vraag: “Hoe gaat het nu met u?” krijgt u het bekende antwoord: “Goed hoor”. In het gesprek wil deze meneer vooral van u horen dat het op papier goed met hem gaat. Zo gaat het al jaren: het gaat niet goed en niet slecht, en toch maakt u zich zorgen over hem. Hoe dat komt, is niet duidelijk. Op uw eerste vraag heeft u nooit een goed antwoord gekregen, want hoe gaat het nu écht met deze meneer? Komt deze situatie u bekend voor? Om meer inzicht te krijgen in de last die mensen ervaren van hun aandoening, om samen te kunnen beslissen en zelfmanagement te stimuleren, is de Ziektelastmeter voor chronische aandoeningen ontwikkeld. Na het succes van de Ziektelastmeter COPD om de ervaren kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van iemand met COPD te verbeteren, is deze uitgebreid. De Ziektelastmeter voor chronische aandoeningen is beschikbaar voor mensen met astma, COPD, diabetes mellitus type 2 en/of hartfalen. De vragenlijst is vernieuwd, het bekende ballonnenplaatje is behouden. Nieuw aan de Ziektelastmeter is, dat deze bestaat uit een generieke module en ziekte-specifieke modules die worden gecombineerd. Iemand met twee aandoeningen krijgt dus één vragenlijst en één visualisatie (figuur 1). Of de nieuwe Ziektelastmeter ook effectief is, onderzoeken we in de huisartsenpraktijk. We zijn hiervoor op zoek naar huisartsen en/of praktijkondersteuners. Het onderzoek duurt 18 maanden. Deelnemende praktijken werven 10 deelnemers en vullen een korte vragenlijst in. Interventiepraktijken (MicroHIS of MediX) gebruiken de Ziektelastmeter bij deze patiënten tijdens elk consult, en controlepraktijken blijven de reguliere zorg geven. Wat blijkt? De meneer op uw spreekuur kan door zijn lichamelijke beperkingen niet meer naar zijn biljardclub en maakt zich zorgen over zijn toekomst. Hij zou het daar graag eens met u over hebben. De Ziektelastmeter kan helpen inzicht te geven in de ervaren ziektelast, en hier een passend plan bij te maken. Wilt u de Ziektelastmeter ook gebruiken in de praktijk? Meldt u dan aan voor ons onderzoek op: www.ziektelastmeter.nl, of neem contact op via e-mail: danny.claessens@maastrichtuniversity.nl of telefoon (043-3882336) Figuur 1: ballonnenfiguur van patiënt met COPD en diabetes mellitus type 2 16 1 e uitgave 2020 OOK en de Witte Raven Onbegrepen buikpijn en jeukklachten. DOOR CHARLES VERHOEFF EN PAUL HÖPPENER, HUISARTSEN N.P. De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. De leden van de werkgroep doen dit op vrijwillige basis. Zij hebben een brede achtergrond met veel wetenschappelijke en klinische ervaring. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. De leden van de Witte Raven: Professor dr. Geert-Jan Dinant, Dr. Bernard Frijling, Dr. Paul Höppener, Drs. Simon Kleijkers, Drs. Raymond Leclercq, Drs. Marie-José Metz, Drs. Irene Soeters, Dr. Erik Stolper, Drs. Tonnie van Kessel (vz), Drs. Charles Verhoeff, Drs. Annemiek Nijholt, Richard Maes, student geneeskunde. . Wij willen u verleiden om bij uw zoektocht de “Witte Raven strategie” te gebruiken. Als aanvulling op de compacte informatie op deze bladzijde geven we op onze website inzage in enkele relevante verslagen van verricht specialistisch onderzoek. Kijk onder het kader “ZELF ZOEKEN” in het submenu “Casus Op Een Lijn”. De oplossing van de vorige keer: De ziekte van Parkinson De nieuwe casus Deze keer een wat andere casus, die laat zien dat OOK eveneens leeft in het ziekenhuis. Hier is de diagnose te danken aan een doorzettende aios en bemoeienis van een universitaire onderzoeker. De casus betreft een man van nu 62 jaar, die ongeveer 10 jaar geleden begon met aanvalsgewijze buikklachten, die ontstaan lijken te zijn na een reis naar Latijns-Amerika. Hij werd een paar maal ingestuurd onder verdenking van een acute buik. Er volgde beoordeling op de SEH en een korte opname, uitgebreid lab, echo, via de chirurg een sigmoïdoscopie, waarop divertikels te zien waren. De geconsulteerde dermatoloog vond voor de jeuk geen verklarende afwijkingen. De internist onderzocht hem uitgebreid, deed onderzoek op tropische aandoeningen, en sloot ook het carcinoiedsyndroom en mastocytose uit. Tijdens een van de opnames doet de chirurg een laparoscopie en stelt dan de diagnose diverticulitis. De uiteindelijke diagnose, na alle onderzoeken, is diverticulitis, zonder verklaring voor de jeuk. De huisarts stuurde hem voor een second opinion door naar het academisch ziekenhuis. In de tussentijd werd hij een paar maal opnieuw ingestuurd met het beeld van een acute buik. In het ziekenhuis zakte de pijn na enkele uren af naar een acceptabel, dat wil zeggen voor de patiënt herkenbaar, niveau. Een aio's 'interne' is zodanig onder de indruk van het beeld (ook niet gelovend in functionele verklaringen) en gaat op zoek naar een diagnose. Hij bekijkt de CT-scan gemaakt tijden SEH-bezoek in verband met acute buikverschijnselen. Op de CT is sprake van “mesenteriale vet induratie met lymfkliertjes en toegenomen densiteit van het vetweefsel”. Zij komt tot een zeer zeldzame diagnose, waarvoor een chirurgische biopsie tijdens een pijnaanval noodzakelijk is om deze te bevestigen. Niet onvermeld mag blijven, dat een familielid, onderzoeker in een ander UMC, helpt bij de zoektocht naar diagnose en behandeling. Helaas durven de chirurgen de biopsie niet aan. De zeldzaamheid van het ziektebeeld leidt bij sommige dokters tot ongeloof, c.q. enig wantrouwen. En zo ontstaat een patstelling. Zou u tot een zeldzame diagnose kunnen komen? Stuur uw antwoord naar: simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl 17 op één lijn 66
Page 18
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Bruikbare Wetenschap Een zucht van verlichting? DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE Ik ga u eerlijk bekennen, dat ik volgens mij nog nooit een ernstiger writer’s block heb gehad dan de afgelopen weken. Met de COVID-19 pandemie lijkt niets meer op routine te kunnen. Mijn schrijfbrein bevond zich in een soort sluimerstand, waaruit het maar niet wilde ontwaken. Waren jullie ook zo vermoeid, ondanks het feit dat het aantal fysieke patiëntcontacten op een dag soms minimaal was? Maar goed, blijkbaar went chaos ook, want het is me toch gelukt om de Maastrichtse artikelen in te duiken. Bruikbare Wetenschap om mee aan de slag te gaan, als de rust terugkeert in de praktijk van alledag. Persoonlijkheidsstoornissen op leeftijd Het leven zit vol uitdagingen, waarbij patiënten met persoonlijkheidsstoornissen op verschillende vlakken veelal een hindernisbaan afleggen. In de spreekkamer geeft het een uitdagende dynamiek. En er is een groeiende hoeveelheid literatuur die laat zien, dat het ook in verzorgings- en verpleeghuizen uitdagingen geeft voor zowel patiënt als zorgverlener. Krystle Penders bestudeert dit als onderdeel van haar promotieonderzoek. Ze voerde een literatuuronderzoek uit naar de epidemiologie, diagnostiek en behandeling van deze stoornissen bij 60-jarigen en ouder. Bij thuiswonende ouderen vond ze een prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen tussen 11-14 %, terwijl dit in een beschutte zorgomgeving stukken hoger lag. Ik kan me voorstellen dat goede diagnostiek niet eenvoudig is, maar de door haar aangeduide diagnostische vragenlijsten lijken veelbelovend om hier, bij twijfel, toch mee aan de slag te gaan. Ook omdat zij vond dat schematherapie als interventie, juist op hogere leeftijd, effectief kan zijn. Ziektelast van meer dan COPD De COPD Ziektelastmeter werd door Annerika Slok, Onno van Schayck en hun team de afgelopen jaren ontwikkeld en wordt in de reguliere zorg al ingezet. Zouden de bekende ballonnen ook kunnen helpen bij andere chronische aandoeningen? Esther Boudewijns onderzocht of de ‘Assessment of Burden of Chronic Conditions (ABCC)-tool’ kon worden ontwikkeld voor meerdere chronische aandoeningen. Ik laat u drie keer raden welke aandoeningen zij hierin wil meenemen, maar u heeft ze ongetwijfeld meteen goed: diabetes, astma en COPD. Niet toevallig de aandoeningspecifieke chronische zorg DBC’s in de huisartsenpraktijk. In een ontwikkelproces van literatuuronderzoek, vragenlijsten, expertpanels en bepalen van afkapwaardes kwam ze tot een lijst met zowel generieke als ziektespecifieke vragen. Hierdoor krijgt een patiënt een eigen tros aan ballonnen gepresenteerd over 1 of juist meer aandoeningen, om zo het gesprek met de zorgverlener te ondersteunen. Het team van Boudewijns kijkt verder en onderzoekt momenteel of ook bij andere aandoeningen, zoals hartfalen, een ziektelastmeter kan worden ontwikkeld. Persoonlijk hoop ik dat we binnen enkele jaren geen aparte DBC’s hebben, maar gewoon een lijn chronische zorg, waarbij de onderliggende factoren veelal gelijk zijn, en ook vooral buiten de spreekkamer moeten worden aangepakt. Wel met hulp van ons in de spreekkamer. Dan gaan voor mij alle ziektelastballonnen tot het plafond! 18 A 1 e uitgave 2020 B Onregelmatige pols; regelmatige diagnostiek? AIOTHO Nicole Verbiest-van Gurp onderzocht hoe we als huisartsen atriumfibrilleren (AF) opsporen en diagnosticeren. Ze presenteerde 76 huisartsen een aantal vignetten (casusbeschrijvingen) en vroeg hen te kiezen uit verschillende diagnostische tests, waaronder ECG, event recorder en holterregistratie, steeds bij verschillende scenario’s. Bijvoorbeeld of de patiënt symptomen ervaarde of niet, verschillende CHA2DS2-VASc scores etc. Het merendeel van de respondenten gaf aan ecg’s te maken en zich ook competent te voelen deze te beoordelen voor AF. Voelt u zich vooral aangesproken, want de huisartsen kwamen vooral uit Brabant en Limburg. Het merendeel van de huisartsen had ook een holter als diagnosticum tot zijn beschikking in de eigen praktijk of via het diagnostisch centrum. Het artikel is lezenswaardig, ook om zelf te kijken wat u had gedaan bij dat bepaalde vignet. Gezien de forse klinische consequenties van een onbehandeld AF, speelt de discussie of we opportunistisch moeten screenen voor AF. Maar liefst 83% van de deelnemende huisartsen gaf aan dat, bij gebleken effectiviteit, dit ook te willen doen in de praktijk. Bij mij rijst dan de vraag: doen sommige collega’s dit niet al? Assistentes en POH’s consequent instrueren om te voelen of de pols regulair is, is al een eerste stap. Slimme apparaatjes zullen volgen, denk ik. Zuurstofsaturatie en het weer Wie had ooit gedacht dat we de saturatiemeter vaker zouden gebruiken op een dag dan de tongspatel? Inmiddels weten we dat een boterhamzakje goed werkt om het niet steeds te hoeven ontsmetten. Onderzoeker Mark Spigt heeft een bijzondere aanstelling aan de Noorse universiteit van Tromsø. Daar boven de poolcirkel hebben ze originele ideeën. Op hoogte heeft de luchtdruk invloed op de meting van de zuurstofsaturatie. Het team in Noorwegen onderzocht in een groot cohort van meer dan 7000 patiënten of normale wisselingen van het weer (en de luchtdruk) verschillen geven in zuurstofsaturatie. En of dat van invloed is op het gevoel van dyspnoe bij patiënten met luchtwegaandoeningen. Ingewikkelde analyses, maar ik heb goed nieuws. Er is wel enige invloed van de luchtdruk op de meting van de zuurstofsaturatie, maar die is minimaal. U hoeft dus niet eerst naar het weer en de barometer te kijken als u de saturatie gaat meten. Een zucht van verlichting, ook in sombere coronatijden. Referenties • Int J Biometeorol. 2020 Mar 3. doi: 10.1007/ s00484-020-01883-3. [Epub ahead of print] The effect of atmospheric pressure on oxygen saturation and dyspnea: the Tromsø study. Dohmen LME, Spigt M, Melbye H. BMC Fam Pract. 2020 Jan 13;21(1):11. doi: 10.1186/ s12875-019-1075-8. • ABC-tool reinvented development of a diseasespecific ‘Assessment of Burden of Chronic Conditions (ABCC)-tool’ for multiple chronic conditions. Boudewijns EA, Claessens D, van Schayck OCP, Keijsers LCEM, Salomé PL, In ‘t Veen JCCM, Bilo HJG, Gidding-Slok AHM. • Personality Disorders in Older Adults: a Review of Epidemiology, Assessment, and Treatment. Penders KAP, Peeters IGP, Metsemakers JFM, van Alphen SPJ. Curr Psychiatry Rep. 2020 Feb 6;22(3):14. doi: 10.1007/s11920-020-1133-x. Review. PMID: 32025914 • How do Dutch general practitioners detect and diagnose atrial fibrillation? Results of an online case vignette study. Verbiest-van Gurp N, van Mil D, van Kesteren HAM, Knottnerus JA, Stoffers HEJH. BMC Fam Pract. 2019 Dec 14;20(1):175. doi: 10.1186/s12875-019-106419 S op één lijn 66 B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U
Page 20
1 e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Lieke Buijs De ‘double burden of malnutrition’ in Tanzania BEGELEIDERS: VICTORIA VON SALMUTH EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling Door de voedingstransitie in ontwikkelingslanden vindt er een zorgwekkende toename plaats van het aantal mensen met overgewicht, terwijl de ondervoedingsprevalentie stagneert. Ook Tanzania lijdt onder deze ‘double burden of malnutrition’. Een effectieve, dubbel-gerichte voedingsinterventie voor de inwoners van het Tanzaniaanse platteland is hoognodig. Maar wat willen de dorpelingen? Studiedesign In focusgroepen en diepte-interviews met inwoners en gezondheidswerkers uit vijf verschillende dorpen in noordwest Tanzania vroegen we naar hun verwachtingen, voorzieningen en barrières over voeding en gezondheid. Primair resultaat en conclusie Hoewel overgewicht (nog) niet zozeer als probleem wordt gezien op het platteland van Tanzania, blijkt er veel vraag naar adequate voorlichting over voeding. Daarnaast is het van belang om de gezondheidszorg en voedselveiligheid te verbeteren, iets dat door de huidige genderongelijkheid en toenemende klimaatverandering sterk wordt bemoeilijkt. WESP-student Michelle Spek Urineweginfecties op de huisartsenpost BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Urineweginfecties geven vaak acute klachten. Tijdens ANW (Avond Nacht & Weekend)-uren doen patiënten een beroep op de huisartsenpost voor eventuele diagnostiek en behandeling. Welke diagnostiek zetten huisartsen in bij verdenking UWI op de HAP en welke antibiotica worden voorgeschreven (al dan niet conform NHG-Standaard)? Studiedesign Een retrospectieve observationele cohortstudie. We includeerden 5657 volwassen patiënten die in 2018 de huisartsenpost in Heerlen of Maastricht contacteerden met klachten passend bij een urineweginfectie. Primair resultaat en conclusie Bij slechts een op de tien patiënten met indicatie werd een urinekweek gedaan. Terwijl bij 88% van de patiënten die de huisartsenpost bezochten een dipstick werd gedaan. 74% van de patiënten met klachten van een UWI kreeg antibiotica. In 62% werd het eerste keus middel voorgeschreven terwijl in 23% een antibiotica werd voorgeschreven dat niet in de richtlijn staat. Bij een op de vijf patiënten werd bovendien niet de juiste duur van de kuur voorgeschreven. Opvallend genoeg schreven huisartsen telefonisch significant beter volgens de richtlijn voor dan bij een fysiek consult (na correctie voor risicofactoren en weefselinvasie). 20 op één lijn 66 op één lijn 66 1 e uitgave 2020 WESP-student Bella van Langen Vrijwilligersorganisaties die mensen met kanker helpen BEGELEIDER: GEERT-JAN DINANT Vraagstelling Welke vrijwilligersorganisaties, die mensen met kanker en hun naasten helpen, zijn actief in Zuid-Limburg? Wat zijn hun ervaringen? Welke obstakels komen zij tegen in het behalen van hun doelstellingen en wat gaat er juist heel goed? Kennen zij elkaar eigenlijk wel en staan zij open om samen te werken? Studiedesign We hebben een descriptieve kwalitatieve studie uitgevoerd. Deel één bestond uit de zoektocht naar relevante organisaties. Deel twee bestond uit drie 1-op-1 semigestructureerde interviews. Deel drie bestond uit twee focusgroepen. Primair resultaat en conclusie Met dit onderzoek hebben wij het bestaan van deze vrijwilligersorganisaties en hun ervaringen in kaart gebracht. Het belangrijkste resultaat is, dat alle deelnemers van de focusgroepen veel tips en ideeën met elkaar uitwisselden tijdens de bijeenkomsten. Na afloop van de focusgroepen zijn contactgegevens uitgewisseld tussen de deelnemers en zo zijn er nieuwe samenwerkingen ontstaan. WESP-student Arthur Leferink Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen Beslissen’? BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ESTHER GIROLDI, ANGELIQUE TIMMERMAN EN ANOUK BAGHUS Vraagstelling Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen beslissen’? We onderzochten dit vanuit het perspectief van de aios en de patiënt. En wat zijn de redenen, die de verschillen tussen aios verklaren? Studiedesign We deden een observationeel onderzoek via het scoren van consulten met de OPTION5 tool en via vragenlijsten (SDM-Q9 voor patiënten en de SDM-Q-9-Doc voor AIOS). Primair resultaat en conclusie De aios zijn over het algemeen nog vrij beperkt in het toepassen van de vaardigheid ‘Samen Beslissen met patiënten’. We vonden geen verschillen op basis van geslacht, leeftijd, ervaring als arts, opleidingsinstituut, opleidingsjaar en opleidingsniveau van de patiënt op de vaardigheid. 21
Page 22
1 e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Eva Zwietering Medicatiebeoordelingen in de eerste lijn BEGELEIDERS: JOLIJN BOHNEN, JELLE STOFFERS EN MARJAN VAN DEN AKKER Vraagstelling Er is in Nederland geen duidelijk inzicht in hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren, welke zorgprofessionals daarbij betrokken zijn, of de multidisciplinaire richtlijn polyfarmacie bij ouderen gevolgd wordt en wat knel- en verbeterpunten zijn bij het uitvoeren van klinische medicatiebeoordelingen. Studiedesign Een online vragenlijst, met open- en multiple choice vragen, werd ingevuld door 281 huisartsen in de provincie Limburg en Noord-Brabant. De gegevens zijn geanalyseerd met behulp van SPSS en codering van de open vragen. Primair resultaat en conclusie Medicatiebeoordelingen worden op verschillende manier gedaan door huisartsen, waarbij de richtlijn niet altijd werd gevolgd. Bijna alle huisartsen en apothekers zijn bij de medicatiebeoordelingen betrokken en in mindere mate de praktijkondersteuners. Enkele respondenten voerden helemaal geen medicatiebeoordelingen uit en ook werd de patiënt niet altijd betrokken. De implementatie van klinische medicatiebeoordelingen in Nederland zou kunnen verbeteren via taakdelegatie, betere digitale ondersteuning en financiële compensatie. WESP-student Wieke Cosijnse Gesuperviseerde pauzeactiviteiten op de basisschool: kiezen kinderen ervoor actief te zijn? BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling De helft van de Nederlandse kinderen haalt de beweegrichtlijn niet, waarbij meisjes slechter presteren dan jongens. Wij onderzochten of de pauze bijdraagt aan het behalen van deze richtlijn, in welke mate de pauze activiteiten actief gedrag stimuleert en welk effect de interventie-activiteiten hierop hadden? Studiedesign We onderzochten het effect van invoeren van gesuperviseerde pauzeactiviteiten van beweegschool OBS de Harlekijn in Landgraaf. Kinderen konden kiezen uit vier 22 categorieën: sport, vrij spel, cultuur of naar huis gaan. De data na één jaar interventie werd gebruikt. Primair resultaat en conclusie Kinderen waren in de pauze actiever op school dan thuis. Enkel kinderen die sport kozen haalden de beweegrichtlijn. Ook zagen we alleen bij sport dat meisjes significant meer gingen bewegen. Zoals verwacht waren kinderen tijdens cultuur significant het minst actief. Concluderend adviseren we kinderen daarom over te blijven en regelmatig sport te kiezen als pauzeactiviteit. op één lijn 66 op één lijn 66 1 e uitgave 2020 WESP-student Annick Jungbauer Gedragsverandering door de Gezonde Basisschool van de Toekomst BEGELEIDER: MAARTJE WILLEBOORDSE Vraagstelling De Gezonde Basisschool van de Toekomst is een initiatief om de gezondheid en het welzijn van kinderen te verbeteren door middel van een leefstijlinterventie op school, waarbij gezonde voeding en meer beweging worden aangeboden. Wij onderzochten het proces achter verandering in voeding- en beweeggedrag in de thuissituatie. Studiedesign Een kwalitatief onderzoek bestaand uit 27 semigestructureerde interviews met ouders van kinderen op een van de twee volledige interventiescholen (‘Gezonde Basisschool’). Primair resultaat en conclusie Gedragsverandering werd geïnitieerd door zowel kinderen als ouders. Het kan leiden tot gezonder gedrag, maar ook tot compensatiegedrag. Ouders en kinderen werden zich bewuster van hun leefstijl, maar daadwerkelijke verandering thuis was vaak toch moeilijk. We vonden een grote variatie in de mate van verandering, zowel tussen gezinnen als binnen één gezin. WESP-student Yvonne Koolen Innovaties in de ouderenzorg: het ELV-loket BEGELEIDERS: ANNA HUIZING EN FRANK AMORY (ZIO) Vraagstelling Sinds 1 september 2017 is een centraal ELV-loket operationeel in Maastricht Heuvelland. Huisartsen en andere verwijzers kunnen dit loket inzetten wanneer zij een patiënt op een eerstelijnsverblijf (ELV)-bed willen opnemen. We onderzochten het gebruik en de ervaringen van betrokken zorgverleners met het ELV-loket. Studiedesign Ten eerste heeft data-analyse van de geregistreerde ELVaanvragen plaatsgevonden. Daarnaast is een enquête opgesteld en uitgezet onder huisartsen in de regio en zijn semigestructureerde interviews met verschillende zorgprofessionals afgenomen. Primair resultaat en conclusie Sinds de oprichting is het ELV-loket 870 keer ingezet en hebben 611 patiënten een indicatie gekregen. Betrokken zorgverleners rapporteerden positieve ervaringen en verbeterpunten. We concludeerden dat het ELV-loket als een vooruitgang in de zorg voor kwetsbare ouderen wordt beschouwd: het zorgt voor een beter overzicht van de beschikbare bedden en faciliteert opname van patiënten op een ELV-bed. 23
Page 24
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Hoofdzaken Huisarts in het nieuws DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT De huisarts was de laatste maanden veel in het nieuws. Aanvankelijk vanwege het dreigend tekort aan huisartsen, maar de laatste tijd vooral in relatie tot de coronacrisis. Over het dreigend huisartsentekort wordt in de media wisselend bericht. Soms inhoudelijk juist, dan weer zeer kort door de bocht. Dat een tekort dreigt, ontkent niemand meer. De impact en de mogelijke oplossingen worden steeds anders verwoord. Waarom leiden we er dan niet meer op? Dit is een vaak aangedragen oplossing. Als hoofd van de huisartsopleiding Maastricht is deze vraag relevant en interessant. Ze werd mij ook gesteld in het interview door het Eindhovens Dagblad en in het radioprogramma ‘De Stemming’ van L1. Het is geen rare vraag, want opleiden is een goede manier om te zorgen voor voldoende opvolgers. Maar (nog) meer huisartsen opleiden, is niet zo simpel. Het Capaciteitsorgaan adviseert de minister over het aantal op te leiden huisartsen. Dat orgaan heeft als doelstelling: ‘Advisering en informatievoorziening voor de zorgsector en overheid met betrekking tot de behoefte aan en de capaciteit van de hiermee gepaard gaande instroom in opleidingen en vervolgopleidingen’. In december 2019 bracht zij een nieuw advies uit aan de minister. ‘Voor de berekeningen van de uitstroom uit het vak zijn in vergelijking met vorige ramingen meer en betere bronnen gebruikt. De uitstroom blijkt hoger te zijn dan volgens de oude methode werd berekend. Daarnaast draagt ook de factor arbeidstijdverandering flink bij aan de stijging van de vraag naar huisartsen. Door innovatief onderzoek beschikt het Capaciteitsorgaan tegenwoordig over betrouwbare gegevens over de tijdsbesteding van huisartsen’. Na het vorige advies stelde de Minister de opleidingscapaciteit op 750 landelijke opleidingsplaatsen vast, hoger dan werd geadviseerd. De groei van de opleidingsinstituten zorgde ervoor, dat deze plaatsen ook ingevuld worden. Naar verwachting neemt het ministerie het nieuwe advies van 879 opleidingsplaatsen over, of misschien zelfs nog meer. Aan de acht landelijke instituten de uitdaging om dit waar te maken. Er zijn in ieder geval meer opleiders en docenten nodig. 24 Deze zullen we moeten werven in een toch al overbelaste beroepsgroep. Opleiden is en blijft een leuke en inspirerende taak, maar het is niet vrijblijvend. Het is broodnodig voor de opvolging. Niet in de laatste plaats voor je eigen opvolging! Een aanzienlijk deel van de aios start zijn carrière in de praktijk van diens eerste of derde opleidingsjaar. Corona (COVID-19) De belasting van de huisartsen door het dreigende huisartsentekort valt in het niet bij de belasting van de laatste tijd. In een bericht aan alle collega huisartsen over onze rol in de zorg rond het coronavirus stellen LHV, NHG en InEen vast: ‘Onze beroepsgroep heeft het zwaar op dit moment, want er wordt veel van ons gevraagd. Dat beseffen wij goed. Juist nu rekenen onze patiënten op het vertrouwen en de zorg van de huisarts. Als huisartsen en huisartsenorganisaties staan we met elkaar steeds voor een solide zorg in de eerste lijn. De enorme informatiebehoefte, die bij onze patiënten ontstond na de uitbraak van het coronavirus, raasde als een tsunami over de praktijken. Riep alle media-aandacht niet veel meer vragen op, dan dat zij mensen informeerde? De landelijke televisieavond waarin de Minister vanaf een briefje de eerste coronapatiënt aankondigde, gaf niet veel duidelijkheid. De GGD’s, de RIVMsite en Thuisarts.nl (200.000 hits/dag) bleken niet in staat de informatiehonger te stillen. Veel patiënten hebben behoefte aan persoonlijk contact met de assistente of de huisarts. Wij zijn een heel pragmatische beroepsgroep. ‘Het is wat het is en we gaan ervoor’. Ik hoop oprecht dat we deze houding in ons vak niet kwijtraken. Reden temeer om het huisartsentekort voortvarend aan te pakken, zodat we in staat blijven er altijd voor onze patiënten te zijn. In de leer Verweking DOOR ARIANNE BECKERS, DERDEJAARS MILITAIR HUISARTS IN OPLEIDING Ze is 80 jaar en we ontmoeten elkaar op dag 3 van mijn eerste opleidingsjaar. Ik hoor een souffle over haar hart die nog niet eerder is gehoord. Ze kwam voor iets anders, maar ik wil het niet onbesproken laten. “Ik verwijs u naar de cardioloog”. “Ow, waarom dan?” Ik leg het haar uit en kijk haar met een ‘voldaan’ gevoel aan. “Ja, dat zou vervelend kunnen zijn. Ik hoor het u zeggen en ik begrijp u, maar ik ga nergens heen. Het is goed geweest. Geen polonaise meer aan mijn lijf”. Verbijsterd en verbaasd kijk ik haar aan. Dag 3 van jaar 3 ging er heel anders aan toe. Ik judo me door het spreekuur heen. Niet, omdat ik het draaien van een spreekuur als een gevecht zie, maar ik streef niet meer naar mijn ippon. Met andere woorden: ik ben niet langer degene die de afloop bepaalt. Mijn patiënten en ik beslissen tegenwoordig samen wat zij gaan doen. Ik luister, geef advies en leef mee. Van de starre militaire dokter naar een meebuigende, nog steeds militaire, huisarts. De tijd vliegt voorbij. Het is alweer mijn derde en laatste opleidingsjaar en ik betrap mezelf op een zeker “verwekingsproces”. Komt het door de patiënten van de afgelopen jaren? Mijn huidige opleider, een vrouw, wat ik nog nooit eerder meemaakte? Of zijn het de hormonen die alle kanten opstuiteren bij, op het moment van schrijven, 24 weken zwangerschap? Dat laatste zorgt immers letterlijk en figuurlijk voor enige verweking. Dat de druk die dit kleintje op mijn blaas uitoefent, groter is dan die een prostaat ooit kan leveren, is nog het minste voorbeeld van verweking. De rest van de details zal ik jullie besparen. Natuurlijk is dat het allemaal waard. Wij leven als kersvers gezin op een roze wolk. Maar dat geheel terzijde. Ik hoor nu namelijk menig collega denken: “Ja, hoor. Daar heb je er weer een. Huisarts in opleiding en je raakt zwanger. Lekker standaard. Ook nog parttimer worden, zeker? Zo lossen we het tekort nooit op.” Maar is het wel zo vanzelfsprekend om tijdens de huisartsopleiding zwanger te raken? Het is helaas niet elk stel gegund, maar het zou mooi zijn, als een zwangerschap inderdaad een vanzelfsprekende gebeurtenis tijdens de huisartsopleiding was. Waarom? Ik kan me nu niet alleen maar inleven zoals ik in de boekjes lees dat het hoort maar ook vanuit hoe ik nu zelf weet en voel. En dan is ze nog niet eens geboren. Let wel, het is geen must. Ook een kinderarts zonder kinderen kan een fantastische kinderarts zijn. Maar voor mij persoonlijk geldt, dat ik me nu beter dan ooit kan voorstellen waarom een moeder naar ons toekomt, helemaal ongerust over de snotneus van haar baby. Of waarom papa de huisartspost belt over zijn kleine dochtertje met 37,9 graden koorts sinds een uur. Bovendien werd ik voor het eerst in de praktijk geconfronteerd met mijn eigen onzekerheid. Rectaal de temperatuur meten bij een 3 weken oud kindje? Dat had ik nog nooit gedaan. Laat staan dat ik daar ooit bewust bij stil had gestaan. Met dank aan mijn vrouwelijke opleider. Eerlijk is eerlijk. Het is de combinatie van de patiëntencontacten van de afgelopen jaren, een vrouwelijke opleider en de rondvliegende hormonen die mij hebben laten verweken. Ik kan me inleven in iedere persoon en elke persoonlijkheid. Gaat dat altijd even makkelijk? Nee, natuurlijk niet. Ook ik heb mijn allergieën, ongeduldigheden en frustraties, maar sinds ik zwanger ben, is dat allemaal relatief. En waarom zou ik een ander anders behandelen dan ik voor mijn dochtertje of de rest van de familie zou wensen? Ik ben door de jaren, de opleiding, de opleiders, de begeleiders, de patiënten en mijn zwangerschap een betere huisarts geworden. Dat haal je niet uit de boeken, maar zul je moeten ervaren. Ik mag gelukkig nog tot en met eind december blijven leren. Thuis een verweekt ei. In de spreekkamer een meebuigende kameleon. Maar in militair pak de majoor die zich gedraagt als een kapitein op het schip, met oog en oor voor iedereen aan boord. Ook en juist na de afgelopen jaren nog steeds een droombaan. 25 op één lijn 66
Page 26
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Kiezen voor gevorderden ‘ANIOS-ZUYD’ DOOR JOOST DORMANS, COORDINATOR BEDRIJFSVOERING HUISARTSOPLEIDING In ‘Op één Lijn’ nummer 63 lieten we u kennismaken met de anios-huisartsgeneeskunde. De anioshuisartsgeneeskunde is een succes. Er ontstaan steeds meer anios-vacatures en de eerste anios hebben met succes gesolliciteerd naar een opleidingsplaats als aios bij de huisartsopleiding. Voor veel recent afgestudeerden is het een mooie kans om de huisartsgeneeskunde beter te leren kennen en zeker te zijn van hun keuze om huisarts te worden. De huisartsenpraktijken met anios zijn unaniem tevreden over deze ontwikkeling. Het levert niet alleen extra zorgcapaciteit, maar ook nog eens enthousiaste toekomstige collega’s. De ‘ANIOS-Zuyd’ ligt in het verlengde van deze ontwikkeling. Jonge dokters willen meestal eerst een tijdje ‘dokteren’ in het ziekenhuis én huisartsenpraktijk voor ze kiezen voor een vervolgopleiding. Pas afgestudeerde artsen willen graag steviger worden als arts, ervaring opdoen in acute situaties en onderzoeken welke richting ze op willen. Voor de regio is het een manier om jonge artsen te behouden en kennis te laten maken met de zorg(organisaties) en de mogelijkheden in de regio. Het bouwen aan een eigen netwerk, de weg weten en ervaren hoe het ergens werkt is in de toekomstige patiëntenzorg een belangrijk pluspunt. …Ziekenhuis of huisarts of eerst even ziekenhuis en dan huisarts worden of toch… Samen met Sanne Mekel, hoofd Medisch Opleidingen (Zuyderland MC), Donna Lenders, huisarts (Medische Centrum West Kerkrade) en Joost Dormans (Huisartsopleiding Maastricht) hebben we het zogenaamde ANIOS-Zuyd-traject bedacht. Het is een combinatie van ANIOS-zijn in ziekenhuis én huisartsenpraktijk onder één vlag. Hoe het ANIOS-Zuyd-traject eruit ziet De ‘ANIOS-Zuyd’ werkt in Zuyderland MC en huisartsenpraktijken in de regio Zuid-Limburg voor een periode van 2 tot 2,5 jaar. De anios krijgt een aanstelling voor de duur van het traject bij Zuyderland MC en de betreffende huisartsenpraktijk. Beide contracten worden op elkaar afgestemd en zijn conform CAO-ziekenhuizen en CAO huisartsenzorg. In het ziekenhuis maakt de anios kennis met de specialismen SEH (10-12 maanden) en kindergeneeskunde (6-8 maanden). Tijdens de SEH-periode wordt de anios breed opgeleid 26 en werkt nauw samen met de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en interne geneeskunde. De dag bestaat uit het lopen van visites, verrichten van onderzoek, opstellen én uitvoeren van behandelplannen en voeren van gesprekken met patiënten. Naast deelnemen aan reguliere patiëntenbesprekingen, krijgt de anios de mogelijkheid om mee te lopen met onderwijsmomenten van de Kindergeneeskunde en SEH. In de huisartsenpraktijk (minimaal 8 maanden) ontvangt de anios een-op-een begeleiding en gaat zelfstandig spreekuur doen onder supervisie van de huisarts. Leerdoelen zijn het verbeteren van de consultvoering, ervaren hoe het is om een individuele dokter - patiënt relatie op te bouwen binnen de context waarin patiënten leven. De anios krijgt een uitgebreid introductie-/scholingsprogramma. Onderdeel van het introductieprogramma is een ABCDE-training, (Kinder) ALS en een communicatievaardigheidstraining. Zuyderland Academie – Medische Opleidingen organiseert verschillende DOO’s (discipline overstijgend onderwijs) waar je als ANIOS aan kunt deelnemen. Tot slot neem je maandelijks deel aan een terugkomdag waar je met andere als ANIOS-Zuyd ervaringen uitwisselt. Om in aanmerking te komen voor het totaaltraject moet gesolliciteerd worden. De selectie zal zijn door een vertegenwoordiger namens Zuyderland MC en een huisarts. Vrijstelling voor opleidingsonderdelen op basis van zogenaamde Eerder Verworven Competenties (EVC’s) is een mogelijkheid na het afronden van het traject. Inlichtingen zijn per mail in te winnen bij: • Zuyderland MC, afdeling Medische Opleidingen: medischeopleidingen@zuyderland.nl • Coördinerend huisarts: Medisch Centrum West Kerkrade, Donna Lenders d.lenders@ezorg.nl • Huisartsopleiding Maastricht, Joost Dormans: joost.dormans@maastrichtuniversity.nl • www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/over-ons/vacatures Heeft u een vacature voor een ANIOS-huisartsgeneeskunde mail dan naar joost.dormans@maastrichtuniversity.nl. De vacature kan geplaatst worden op de website van de vakgroep huisartsgeneeskunde. Heeft u als huisarts belangstelling om deel te nemen aan het ANIOS-Zuyd-traject neemt dan contact op met Donna Lenders. 1 e uitgave 2020 Moreel Beraad Morele dilemma’s, hoe doe je dat? DOOR NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS AIOS HUISARTSGENEESKUNDE We maken in de gezondheidszorg dagelijks dilemma’s mee. De ene keer vinden we het alleen wat moeilijker dan de andere keer. Omdat er meer op het spel staat, of omdat je persoonlijke normen en waarden in het geding komen. Zoals huisarts-jurist Arie de Jong al eerder schreef, kan de Moreel Beraad methode hierbij helpen. Deze methode helpt je om uit te zoeken waar het precies wringt in de casus. Let wel: het is geen programma waarin je je vraag invoert en het ‘juiste’ antwoord eruit komt. Dat antwoord zal je nog steeds zelf moeten vinden. Het is een methode om je te helpen op een structurele manier tot een antwoord te komen. Dat antwoord is nooit helemaal ‘juist’, want er zullen altijd negatieve gevolgen zijn, anders was het geen dilemma geweest. Tijdens een moreel beraad doorloop je, eventueel onder leiding van een ethicus of kenner, zes stappen. Deze stappen staan uitgebreid beschreven in de ethische toolkit van de KNMG. • In stap 1 verken je de casus. Je beschrijft zo uitgebreid en feitelijk mogelijk de casus en beantwoordt eventuele feitelijke vragen. Het gaat nu dus nog niet om de meningen. • In stap 2 formuleer je de morele vraag in de casus. Soms lijkt het alsof er wel 10 dilemma’s zijn, maar er springt altijd één kernvraag uit. Formuleer die zo specifiek mogelijk met maar twee mogelijke uitkomsten. • In stap 3 breng je in kaart welke normen en waarden er allemaal een rol spelen in dit dilemma. Het gaat om de normen en waarden van alle betrokkenen: de patiënt, diens familie, behandelaren, andere betrokkenen. Wat zijn hun argumenten? Probeer je zo goed mogelijk in te leven in de positie van alle betrokkenen, of vraag ze zelf erbij. • In stap 4 ga je met elkaar de normen en waarden afwegen tegen elkaar. Welk argument telt in deze situatie het zwaarst? Dit is de moeilijkste, en meestal de langste fase in het moreel beraad. Want wat voor jou belangrijk is, kan voor een ander veel minder belangrijk zijn. Probeer je te richten op de specifieke casus. • In stap 5 maak je de keuze op basis van je afweging. Welk argument, welke norm of waarde is het belangrijkste en wat is daarmee het antwoord op de morele vraag? En ten koste van wat gaat dat? Kun je die ‘schade’ op een andere manier nog beperken? • In stap 6 evalueer je het proces dat je hebt doorlopen. Wat hebben we hier nu van geleerd? Zijn er dingen die we een volgende keer anders zouden doen, als er weer zo’n situatie optreedt? Ook evalueer je je stappenplan. Hebben we alles genoemd wat belangrijk was? Voelt iedereen zich gehoord? Natuurlijk kun je, in geval van tijdgebrek, deze stappen in je eentje afleggen. Je loopt daarmee wel het risico, dat je een blinde vlek houdt: de normen en waarden die je zelf niet hebt, of niet belangrijk vindt, zal je nooit heel hoog waarderen. In gesprek met anderen, het liefst zoveel mogelijk verschillende betrokkenen van verschillende disciplines, zal de diversiteit van de ingebrachte normen en waarden veel hoger zijn. Wat is nu eigenlijk medisch zinloos? Daar zal uw collega misschien heel anders over denken dan u binnen de gegeven kaders en uw collega uit een ander vakgebied heeft wellicht weer een andere mening. Deze verschillen zijn niet fout of een teken van onvoldoende kennis van zaken. Ze laten zien, dat iedereen naast arts, ook een individu is. Je normen en waarden worden vaak vooral gevormd in je persoonlijke omgeving, afhankelijk van je opvoeding, cultuur en ervaringen. Waar voor mij wellicht privacy het hoogste goed is, kan dat voor een ander veiligheid zijn. Dit kleurt ons als persoon, maar ook als arts. Ons vak laat tenslotte veel ruimte over voor eigen interpretatie. Deze ruimte vullen wij in met onze kennis, expertise en persoonlijke normen en waarden. Juist deze verschillen kunnen zorgen voor morele dilemma’s. Ze laten zien dat goede zorg niet zwart-wit is. We moeten niet verwachten pasklare antwoorden te krijgen of elk dilemma te kunnen protocolleren. Laten we vooral met elkaar in gesprek gaan, en indien nodig, in beraad. 27 op één lijn 66
Page 30
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders RGS en terugblik op Urmond DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS RGS Per 1 januari is het nieuwe Kaderbesluit College Geneeskundige Specialismen (CGS, 13 maart 2019) van kracht. Dit besluit gaat over de algemene eisen voor de opleiding, registratie en herregistratie voor de geneeskundig specialist en voor de erkenning van opleiders, opleidingsinstellingen en opleidingsinstituten. De belangrijkste wijziging voor het HAO-team is dat wij de visitaties, erkenningen, registraties en herregistraties van de opleidingspraktijken van de RGS gaan overnemen. Om de kwaliteit te waarborgen, zullen de komende tijd de systemen van RGS en GEAR op elkaar worden afgestemd. Dit betekent meer werk voor het HAOteam en daarom wordt de formatie uitgebreid. HAO-terugkomdag in Urmond De opleiders met een eerstejaars aios zijn in Urmond bijgepraat over Codific, de digitale omgeving waarin videoopnames geüpload kunnen worden. Dit is een belangrijke stap in het kader van patiëntveiligheid en AVG. Naast alle aios, krijgen ook opleiders een eigen account waarmee ze opnames kunnen uploaden zoals leergesprekken, die ingebracht worden bij de geleide intervisie. Opleiders met een derdejaars aios krijgen deze info later. Op de terugkomdag waren er ook presentaties over de COPD-ziektelastmeter (niet op de dinsdag) en over interprofessioneel overleg. We gaan samen met de onderzoekers de presentaties nog meer toespitsen op de huisartsopleiders en de praktische toepasbaarheid ervan in de huisartspraktijk. Het overgrote deel van de terugkomdag in Urmond was gewijd aan de Vaardighedencarrousel. Opleiders mochten elkaar feedback geven op een praktische vaardigheid aan de hand van de richtlijn van Huisartsopleiding Nederland. Dit leidde vaak tot discussie wanneer deelnemers op goede gronden afweken van die richtlijnen. Hoewel het niet primair bedoeld was om de opleiders deze medische vaardigheden te leren, werden er toch handige tips uitgewisseld. Hoofddoel van de carrousel was om opleiders te bekwamen in didactische vaardigheden bij het aanleren van medische handelingen aan hun aios. Wat hiervoor nodig is, werd vooraf in de groep besproken. Deze presentatie is te vinden op EleUM (Opleidersomgeving), onder het menu-item HAOterugkomdag Trainingsdagen. Hierbij was ook aandacht voor de diversiteit van leren en de soorten leergedrag. 30 1 e uitgave 2020 Om een aios te beoordelen op een vaardigheid is liveobservatie essentieel, aldus Chris Rietmeijer. Om goed te kunnen observeren, is het belangrijk om tijdens observatiemomenten in het achterhoofd te houden wat de gedachten en verwachtingen van de aios zijn. Aios houden niet van onverwachte scenario’s zoals: • onverwachte overname door opleider • opleider té aanwezig (of té afwezig) • onverwachte observatie • weinig regie door de aios. Onderschat daarbij niet de dominantie van de opleider! Wat aios verwachten van opleiders is dat zij: • ervaren, technisch en didactisch kundig zijn • niet controleren, maar ook weer wel (op blinde vlekken) • ruimte geven en niet overnemen, tenzij de aios dat wil • een goede opleidingsrelatie met de aios hebben • zich aanpassen aan de wensen van de aios, terwijl de aios daar zelf vaak niet duidelijk in is. Hoewel opleiders geoefend hebben met en getraind zijn in observatie, gaat hier in de praktijk nog wel een goed gesprek met de aios aan vooraf. Verwachtingen bespreken verhoogt de effectiviteit van het feedbackgesprek na afloop. Hoe geef je dan feedback? Hier konden we teruggrijpen naar Erik Heineman, die tijdens de tweedaagse van november vorig jaar, het begrip ‘Radicale Openhartigheid’ introduceerde. Vooruitblik Al met al beoordeelden de deelnemers de vaardighedencarrousel positief. Vooral door de combinatie van medisch inhoudelijk en didactische vaardigheden werd het ‘sterk, leerzaam, leuk en energiek’ gevonden. We hopen dat hiermee de ‘drive’ (Heeze 2019) voor het opleiden is versterkt en het doel van opleiden weer goed op ieders netvlies staat. Daarnaast is het vakmanschap van het opleiden bij de deelnemers vergroot en hopelijk ook de autonomie versterkt. Vooruitkijkend naar de trainingsdag in mei in Urmond, gaan we ditzelfde doen rond het thema ‘communicatie in de praktijk’ (bij de consultvoering en het leergesprek). Doelen die we daarbij stellen zijn: 1. opleiders bewust maken van de verschillende fasen van de communicatie in het consult en de analogie hiermee met het leergesprek met de aios. 2. dat hun consultvoering communicatief verbetert en daarmee ook de leergesprekken met hun aios. In Heeze 2020 staat seksuele gezondheidszorg in al zijn facetten op het programma. We zijn al begonnen met het maken van praktische workshops. 31 op één lijn 66
Page 32
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Weten is eten Kom mee naar buiten allemaal…1 DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID De kans om een wielewaal te horen, is helaas niet meer zo groot als pakweg 50 jaar geleden. Echter, het advies in regel 1 van het bekende kinderliedje staat nog als een huis: dagelijks een half uur wandelen in de buitenlucht wordt als eerste maatregel genoemd om botontkalking en botbreuken te voorkomen. Mijn aandacht werd naar deze pathologie getrokken door de start, komend najaar, van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht. Er is al heel hard gewerkt om alles van de grond te krijgen, en dat lukt aardig. De frisse ideeën tieren welig, zoals interprofessioneel opleiden samen met de huisartsgeneeskunde, en verkalkt gedachtengoed speelt geen rol meer. Door dit ontkalkingsproces vroeg ik mij af, of calciumrijke voeding nog wel bewust geserveerd wordt aan de oudere mens in het algemeen en de verpleeghuispatiënt in het bijzonder. Vooral nu de standaard Osteoporose in 2012 vervangen is door de standaard Fractuurpreventie. En inderdaad: nog steeds is de aanbeveling om dagelijks 3 – 4 porties zuivelproducten te nuttigen om de basis te leggen voor de benodigde 1100 – 1200 milligram calcium die de 50-plusser nodig heeft voor de botstofwisseling. Nu kun je je als melkmuil of kaaskop wel ongeremd laten gaan, maar al die kalk wordt niet opgenomen, als je niet voor vitamine D zorgt. Vette vis, zoals makreel, zalm, sardines en paling, bevat vitamine D. Maar het beste is om flink wat onbedekte huid dagelijks gedurende 15 tot 30 minuten bloot te stellen aan daglicht. 1 wanneer het weer mag van de overheid En zo komt alles bij elkaar: elke dag een lekkere wandeling, niet in de sportschool op de loopband, maar in de frisse buitenlucht, en daarna de gezonde trek stillen met calciumrijke voeding. Nu de lente begint uit te botten, is daarvoor een ouderwetse picknick echt ideaal. Het woord vindt zijn oorsprong in het Frans: pique nique betekent ‘iets kleins uitkiezen’. En daarom geef ik jullie hier graag wat ideeën voor vulling van de picknickmand. Eerst nog een paar dingen die me toch even van het hart moeten: • In de standaard Fractuurpreventie mis ik het dringende advies om niet te gaan skiën. • Vermijd in de regentijd holle wegen door het Limburgse heuvelland. Onze hoofdredactrice was eigenwijs en is nu herstellende van een enkelfractuur. • In datzelfde heuvelland zijn nog wat hoogstamboomgaarden gespaard gebleven. De wielewaal broedt daar graag, dus blijf tijdens de wandeling gespitst op het bekende “dudeljo, dudeljo”, want zo klinkt zijn lied! Literatuur: • Vogelatlas van Nederland, SOVON 2018 • NHG-Standaard Fractuurpreventie (tweede herziening) Elders PJM, Dinant GJ, Van Geel T, Maartens LWF, Merlijn T, Geijer RMM, Geraets JJXR. Huisarts Wet 2012;55(10):452-8. • Louise Pickford: PICNICS, fabulous food for outdoor feasts, Salamander Books London UK, ISBN 0861016416 32 QUICHE MET GORGONZOLA EN ASPERGES Bekleed een quichevorm met bladerdeeg (kant en klaar) en bak die blind in een op 200 graden voorverwarmde oven gedurende 12 minuten. Neem uit de oven. Blancheer intussen 250 gram groene asperges gedurende 5 minuten. Neem er 8 apart, snij de koppen van de rest af, en hak de stelen in kleine stukjes. Dep droog. Strooi de gehakte asperges, 100 gram verbrokkelde gorgonzola en een paar blaadjes gehakte basilicum over de quichebodem. Meng 3 eieren en 200 ml slagroom door elkaar, en schenk het over de quiche. Maak een leuk design met de 8 apart gehouden asperges, en bestrooi met geraspte Parmezaanse kaas. Bak nog 25 – 30 minuten op 180 graden. Laat afkoelen voor de quiche de picknickmand ingaat. GEROOKTE ZALMWORSTJES Snij zo’n 250 gram mooie plakken gerookte zalm in rechthoeken van ong. 7,5 x 10 cm (indien nodig laten overlappen). Hak de afsnijsels fijn, en stop 100 gram garnalen, 3 fijngehakte lente-uitjes, 50 gram roomkaas, rasp van een halve citroen en een snufje peper in de keukenmachine en laat even draaien. Leg een reep van het mengsel op de korte kant van een zalmrechthoek en rol voorzichtig op. Rol in een stukje vershoudfolie, en draai de uiteinden dicht. Maak zo meer zalmworstjes en laat ze stevig worden in de koelkast. TIRAMISU MET FRAMBOZEN Bekleed de bodem van een schaal van zo’n 25 bij 35 cm met lange vingers. Bedek ze met een laag frambozen. Meng 150 ml sterke koffie en 45 ml donkere rum en giet dit over de frambozen. Mix 350 gram mascarpone, 15 ml rum, 25 gram suiker en 2 eierdooiers door elkaar. Sla in een andere, absoluut vetvrije kom de 2 eiwitten stijf en vouw deze door het mascarponemengsel. Bedek hiermee de schaal met lange vingers en frambozen, strooi er cacaopoeder en geraspte pure chocolade over, en zet het minstens 2 uur in de koelkast. Je kunt zelf ook van alles verzinnen, de mogelijkheden zijn onuitputtelijk. Maar wat de pot ook schaft: geniet ervan op zo’n echte ruitjesdeken onder een bloeiende appelboom, op een groene heuvel, aan de voet waarvan een klaterend beekje zijn weg zoekt. Of zo. 33 op één lijn 66
Page 34
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Gezondheidsrechtelijke kwesties Wijzigingen in de WGBO per 01-01-2020 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Inleiding In ‘Op één Lijn’ nummer 58 uit juli 2017, werd al aangekondigd dat de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) aangepast zou worden. Het heeft echter tot 1 januari 2020 geduurd voordat het wetgevingsproces afgerond was en de (aangepaste) wijzigingen werkelijkheid werden. Uiteindelijk hielden slechts de volgende wijzigingen stand: • er is een aanvulling op de informatieplicht • de bewaartermijnen zijn verlengd naar 20 jaar • het inzagerecht voor nabestaanden is aangepast In het onderstaande lopen we de wijzigingen langs met aandacht voor de gevolgen in de praktijk. Een deel van de aanpassingen in de WGBO is geen echte nieuwe wetgeving, maar codificatie van bestaande jurisprudentie van (met name) de tuchtrechter. Aanvulling op de informatieplicht De belangrijkste wijzigingen betreffen art. 7:448 BW die gaan over het verstrekken van inlichtingen aan de patiënt bij de behandelingsovereenkomst. Lid 1 was: De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk, in over het voorgenomen onderzoek etc. Lid 1 is geworden: De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze in, die past bij zijn bevattingsvermogen, en overlegt tijdig met de patiënt. Lid 2 was: De hulpverlener laat zich bij de uitvoering van lid 1 leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van: • Aard en doel onderzoek/ behandeling/verrichtingen • Te verwachten gevolgen en risico’s • Alternatieven • Staat en vooruitzichten met betrekking tot de gezondheid in relatie tot onderzoek en behandeling Lid 2 is geworden: De hulpverlener laat zich bij de uitvoering van lid 1 leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van: 1. Aard en doel van het voorgenomen onderzoek en voorgestelde behandeling/ verrichtingen 2. Te verwachten gevolgen en risico’s van 1 en bij nietbehandeling 34 3. Alternatieven, al dan niet uitgevoerd door andere hulpverleners 4. De staat en vooruitzichten met betrekking tot gezondheid in relatie tot mogelijke methoden van onderzoek en behandelingen 5. De termijn waarop onderzoek en behandelingen kunnen plaatsvinden en de verwachte tijdsduur ervan Een nieuw lid 3 (lid 3 oud wordt lid 4): De hulpverlener stelt zich tijdens het overleg op de hoogte van de situatie en de behoeften van de patiënt en nodigt de patiënt uit om vragen te stellen en verstrekt desgevraagd (aanvullend op lid 2) schriftelijk of elektronisch informatie. De ratio achter deze verandering is, dat het klassieke medisch model meer een relatiemodel is geworden, door versterking van de positie van de patiënt met een poging tot het opheffen van een informatieachterstand van de patiënt en met shared decision-making hoog in het vaandel (informed consent 2.0). De nadruk ligt dan ook op tijdig1 overleggen, passend bij het bevattingsvermogen van de patiënt (nagaan of de patiënt de verstrekte informatie heeft begrepen2). Informatie over de mogelijkheid en de gevolgen van niet behandelen of het behandelen door andere hulpverleners. Ook is nieuw dat er geïnformeerd moet worden over wachttijden voor behandeling en onderzoek. Verder is nieuw, dat de hulpverlener per 1 januari van dit jaar zich op de hoogte moet stellen van de situatie en behoeften van de patiënt en dat de patiënt uitgenodigd wordt tot het stellen van vragen3. Vooral het zich op de hoogte stellen van de situatie en behoeften van de patiënt zal nog de nodige vragen oproepen, omdat niet omschreven is wat er daarna moet gebeuren. De Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz) spreekt nog van reële behoeften van de patiënt, hetgeen al wat genuanceerder is4. 1 RTG Groningen 16 oktober 2018, ECLI:NL:TGZRGRO:2018:60, in ieder geval als er iets last minute wijzigt 2 RTG Eindhoven 15 maart 2017 ECLI:NL:TGZREIN:2017:37, waarbij taalproblemen geen argument mogen zijn om het niet te doen 3 RTG Eindhoven 31 juli 2019, ECLI:NL:TGZREIN:2019:41, een standaard informed consent was hier onvoldoende 4 Artikel 2 1 e uitgave 2020 Het in het dossier noteren van wilsonbekwaamheid en het noteren van een besluit tot een ingrijpende verrichting heeft de parlementaire discussie niet overleefd5. Bewaartermijn naar 20 jaar De bewaartermijn is van 15 jaar naar 20 jaar verlengd6. Nieuw is wel, dat die termijn pas gaat lopen na de laatste aantekening/wijziging in het dossier. Dat betekent in de praktijk dat gegevens veel langer dan 20 jaar bewaard zullen worden. Inzagerecht voor nabestaanden Omdat het beroepsgeheim blijft gelden na de dood, was het voor nabestaanden soms moeilijk om inzage te krijgen na iemands overlijden, behalve in geval van: • een wettelijke plicht • veronderstelde toestemming (reconstructie van de wil van de overledene) en een gerechtvaardigd belang (uit jurisprudentie) • een zwaarwegend belang (uit jurisprudentie)7 • een conflict van plichten situatie. Sinds 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor het doorbreken van het beroepsgeheim na de dood. Nabestaanden krijgen hiermee een wettelijk recht op inzage in het medisch dossier van de overledene in de volgende gevallen: • indien de patiënt bij leven hiervoor toestemming heeft gegeven8 • indien de nabestaande of voormalig vertegenwoordigers op grond van de Wkkgz een mededeling hebben ontvangen van een incident • aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft bij inzage9 • aan ouders of voogd van een overleden kind jonger dan 16 jaar, tenzij dit in strijd is met goed hulpverlenerschap. Als er op één van bovenstaande gronden inzage wordt verleend, mogen alleen gegevens worden verstrekt, die betrekking hebben op die grond waarvoor inzage wordt verleend. Uitzonderingen zijn als de patiënt bij leven heeft aangegeven dat hij of zij dat niet wil, of dat de persoonlijke levenssfeer van anderen wordt geschaad. 5 Zie Op een lijn 58 6 Artikel &:454 lid 3 BW 7 Ad. zwaarwegend belang. De derde grond voor inzage is een ‘zwaarwegend belang’. In aansluiting op de jurisprudentie wordt voorgesteld te spreken van een zwaarwegend belang als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: 1. het belang van geheimhouding van informatie uit het medisch dossier moet worden gewogen tegen het zwaarwegende belang van de persoon die zich hierop beroept. Inzage wordt alleen gegeven wanneer aan de hand van voldoende concrete aanwijzingen wordt aangetoond dat het zwaarwegende belang geschaad zou kunnen worden; 2. inzage moet noodzakelijk zijn voor de behartiging van dit zwaarwegende belang. 8 Deze toestemming moet schriftelijk of digitaal zijn vastgelegd door de patiënt of hulpverlener, mondelinge toestemming is nu onvoldoende en veronderstelde toestemming is bewust niet in de wet opgenomen (tot ongenoegen van velen). 9 Zie ook noot 7 Gevolgen en tips voor de praktijk Dossiervorming was al belangrijk en wordt met deze wetswijzing nog belangrijker. Moeten we nu doorschieten in verslaglegging van alles wat besproken wordt? Als jurist zeg ik: het kan altijd beter, maar als medisch practicus zou ik willen pleiten voor een juridisch niet pluisgevoel. Voor huisartsen zou ik voorlopig de aandacht richten op een goede en uitvoerige verslaglegging als sprake is van een ingrijpende, medisch niet-noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling of als er aanwijzingen zijn dat de patiënt een andere mening heeft over de behandeling. Bij het informeren naar de situatie en behoeften van de patiënt zou ik om te beginnen het acroniem ICE volgen en Ideas, Concerns en Expectations van de patiënt in kaart brengen (of in Maas Globaal termen: zorg dat de hulpvraag van de patiënt helder wordt, door te exploreren op context en emoties). Verder is het verstandig om vast te leggen dat het consult is geëvalueerd en dat de patiënt de gelegenheid heeft gehad om vragen te stellen. Bij kwetsbare patiënten kan er proactief gevraagd worden naar een eventuele vertegenwoordiger als ze het zelf niet meer aan kunnen geven en nu ook, in het licht van de nieuwe wetgeving, of ze de toestemming voor het doorbreken van het beroepsgeheim na de dood willen vastleggen. Reconstructie van de wil van de overledene kan niet meer sinds 1 januari 202010. Een laatste tip gaat ook over het opschrijven in het dossier. De tuchtrechter hecht veel waarde aan het medisch dossier: als het er staat is het waar (tot het tegendeel door de klager is bewezen), maar ook dat “niet genoteerd, is niet gedaan” steeds vaker in het oordeel terugkomt. Dus, nogmaals, noteer in ieder geval bij ingrijpende, medisch niet-noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling of als er aanwijzingen zijn dat de patiënt een andere mening heeft over de behandeling, duidelijk in het dossier wat er afgesproken of besproken is. Conclusie Sinds 1 januari hebben we te maken met een aangepaste WGBO waarin het ‘informed consent’ nog hoger in het vaandel staat, met de nadruk op versterking van de autonomie van de patiënt door middel van ‘shared decision making’ passend bij het bevattingsvermogen van de patiënt. Dit alles zal wezenlijk invloed hebben op de consulttijd, de praktijkgrootte en bijpassende honorering. Hopelijk zal onze beroepsvereniging zich hier ook hard voor maken. 10 Al zijn er al de nodige bezwaren geuit, de wetgever heeft dit uitdrukkelijk niet opgenomen in de nieuwe wet 35 op één lijn 66

Op één lijn 65


Page 0
Page 2
Colofon Oplage 2500 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-190142 Fotografie Pag. 12 & 15 rechtsonder: Margot Scheerder, NHG Pag. 13: Britt Hameleers Pag. 14: Appie Derks Pag. 17 & 18: Made in Maastricht: Philip Driessen Pag. 22 & 23: Marie-Louise Schreurs Pag. 24: uit: ‘Paddestoelen uit de keuken van Carluccio; de geruisloze jacht. Nederlands Hardcover 9789059560314 Druk: 1 januari 2003.’ Deadline volgend nummer 1 maart 2020 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Stellen zich voor Raissa Derckx, aiotho Stijn Martens, aiotho Marla Hahnraths, promovendus Kirstin Ponse, huisartsbegeleider jaar 2 Jeroen Smeets, huisartsbegeleider jaar 1 Claartje Bongaerts, medewerker studentzaken Jesse Jansen, post-doc onderzoeker Onderwijs Clinicus van het jaar 2018-2019 Benoeming Marion van Lierop tot coördinator Master geneeskunde Maastricht – Laury de Jonge Nieuwe coördinatoren coschap Huisartsgeneeskunde – Babette Doorn Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals Luc Gidding wint Heert Dokter prijs CRE-OPT studie enquete Promotie SpecIMeN – Janine Collet Promotie ‘Implementation of shared decision making in breast cancer care: towards placing the next pieces of the puzzle’ – Wilma Savelberg Save the date – Summercourse Research in General Practice OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Nominatie Huibregtsen prijs Onno van Schayck Huisartsopleiding Hoofd- en bijzaken – Matthijs Limpens Made in Maastricht Referatendag. Aios ♥ wetenschap – Niels Beurskens Made in Maastricht In de leer: klaagzang – Arianne Beckers WONCA 2019 – Ineke Hussaarts Lübeck aan de Maas – Ingrid van der Heijden Opleiders tweedaagse Heeze – Marianne Kools en Arie de Jong Weten is eten: Ama-nooit-niet – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties. Zinloos medisch handelen: een beslissing van de arts – Arie de Jong 3 4 5 5 6 6 6 7 7 7 7 8 10 12 12 13 14 14 15 16 17 17 18 18 19 20 21 22 24 26 2 Van de redactie Snertmis Het is precies wat u denkt. Mijn doorgaans jolige stemming is ver te zoeken. En dat is vreemd, want we vieren dit jaar dat ons blad twintig jaar bestaat. Twintig jaar zonder relatiebreuk en zonder writers’ block. Het eindejaarsnummer was steevast de dikste editie. En ondanks eindejaarsstress bleef ik zeggen: ‘het wordt vanzelf kerst’. Dat laatste klopt overigens nog steeds. Vanwaar dan de snertmis? Welnu, ik kom er net pas achter dat we dit jaar te vroeg gepiekt hebben. Zeg maar kerst op het zuidelijk halfrond. Het zomernummer was supergoed en gevulder dan een Amerikaanse kerstkalkoen. Daardoor zitten we met een karig toetje: een dun kerstnummer. Is dit de voorbode van een nieuwe crisis? Welnee! Snertmis slaat ook op de kookkunsten van redactielid Hendrik Jan Vunderink. Eerder schreef ik al over onze snertvergaderingen, waarbij hij de zelfgemaakte soep heet opdiende. Dit jaar mocht de hele huisartsopleiding meegenieten: er was zelfs een vegaversie en een zelfgemaakte pompoensoep (zie elders in dit blad). Helaas kon ik toen niet bij die lunch zijn. Maar collega Hendrik Jan had wel de kerstgedachte begrepen: in de koelkast stond een speciaal voor mij gereserveerde bak, met vlees en een memo met mijn naam erop. Ik kreeg al een warm gevoel toen ik met die bak het pand verliet. En als in ‘Tips voor Alleenstaanden’ (en zij die bung’len aan een straatlantaarn) van Lévi Weemoedt, stuurde ik een bedankselfie vanaf mijn eenpersoons gedekte eettafel per WhatsApp aan de kok. Het ultieme snertmisgevoel. Op het moment van schrijven zijn we druk bezig om als ‘Magisch Maastricht’ een zelfstandig erkende opleiding voor specialist ouderengeneeskunde op te zetten. Onze vakgroepvoorzitter schrijft daar ook over. We gaan ervan uit dat we in september 2020 kunnen starten, zegt het voort! We hebben veel leuke nieuwe collega’s die zich deze keer voorstellen. Sommige kent u misschien al uit een andere functie. Datzelfde geldt voor de nieuwe coördinatoren van het coschap huisartsgeneeskunde. We interviewden Nora Paulke en Jelle Stoffers ter gelegenheid van hun nieuwe functie. Hun voorgangster Marion van Lierop zoekt het hogerop in de organisatie en bestiert de master Geneeskunde. Daar zijn we heel trots op! Twee promoties, waarvan die van Wilma Savelberg afgelopen zomer en die van Janine Collet, specialist ouderengeneeskunde, half december. Aios Arianne Beckers heeft ook last van snertmisgevoelens en doet haar klaagzang. Professor Jochen Cals is neergedaald op aarde na zijn inauguratie in de zomer en stortte zich weer op de Bruikbare Wetenschap. Jochen deed samen met Jacobijn Gussekloo uit Leiden, de opening van het NHG-congres in Maastricht op 15 november. Daar maakte hij volop reclame voor Bruikbare Wetenschap, brak hij een lans om mee te doen aan relevant onderzoek voor de huisartsgeneeskunde en nodigde hij iedereen uit voor de NHG wetenschapsdag in Maastricht op 19 juni 2020. Vlak erna won oudredactielid Luc Gidding de Heert Dokter prijs van Huisarts & Wetenschap. Op het NHG-congres waren ook de Witte Raven present, met een tweemaal uitverkochte workshop. De aanwezigen mogen niet meer meedoen aan de casuïstiekvraag in dit nummer. Met de aios en de wetenschap gaat het steeds beter, wie weet vieren zij de kerst wel samen? Ervaren huisarts Ineke Hussaarts ontdekte, naast haar liefde voor paarden, ook de liefde voor de wetenschap via een bezoek aan de WONCA. Wie weet bent u er volgend jaar ook bij? Minder ver, maar minstens zo interessant, is de opleiders tweedaagse in Heeze. Volle bak en volop leren. Wat een energie! Een lekker bakkie snert na de boswandeling had ook hier niet misstaan. Maar wie weet plukten zij andere vruchten in dat bos: paddenstoelen. Ama-nooit-niet! sprak Vunghi Vunderink. Het laatste woord is zoals altijd voor Arie de Jong. Een prima onderwerp voor snertmis: Zinloos medisch handelen. Dat is een medische beslissing. Een taak van u. Dus geen geruzie met kerst: neem eerst de ethische toolkit ter hand. Vervolgens maakt u een lekker soepje, meer niet, en hooguit een karig toetje. Het gaat immers om de kerstgedachte. We zien u graag goed gevuld terug in de lente van 2020. Fijne feestdagen! Babette Doorn 3 op één lijn 65
Page 4
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Van de voorzitter We hebben elkaar nodig DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM De acute zorg voor kwetsbare ouderen ontaardt regelmatig in paniekvoetbal. Ouderen belanden dan vaak onnodig op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Als huisarts wil je dit voorkomen, door proactief te zijn. Want door de vergrijzing en alle veranderingen in de zorg wonen steeds meer ouderen steeds langer thuis. Dit heeft consequenties, zowel voor de huisarts als voor de specialist ouderengeneeskunde (SO). Die SO werkt gelukkig ook steeds vaker buiten de instellingen en komt dan bij de ouderen thuis. De werkvelden van SO en huisarts beginnen daardoor steeds meer te overlappen. In onze regio werken enkele SO’s al 1 dag per week in een huisartspraktijk aan het voorkómen van paniekvoetbal. Consulten bij de SO gaan met name over cognitieve problemen. Andere vragen betreffen ook zorgdiagnostiek (welke hulp is er nodig), gedragsproblemen en valproblemen. Ook adviezen, met name niet-medicamenteus, bij verwardheid en delier hebben meerwaarde voor de huisartspraktijk. We hebben SO’s nodig die op de grillige werkvloer van de huisartspraktijk geconsulteerd kunnen worden, kunnen adviseren en zo nodig tijdelijk het beleid en de coördinatie van de zorg voor de oudere patiënt met complexe problematiek kunnen overnemen. Aios ouderengeneeskunde en die van huisartsgeneeskunde zouden samen kunnen optrekken in de praktijk om van elkaar te leren bij het verlenen van deze zorg. Een goede leerschool is, dat we in het basiscurriculum geneeskunde de studenten voorbereiden op de eerstelijnszorg door hen in één coschap gelijktijdig te laten kennismaken met de beroepen van huisarts, arts maatschappij en gezondheid en specialist ouderengeneeskunde. Voorwaarde voor deze ontwikkelingen is om voldoende menskracht te mobiliseren. Het zal niet eenvoudig zijn om het benodigde aantal basisartsen te laten kiezen voor een generalistische medische vervolgopleiding. 4 De keuze voor een vervolgcarrière wordt meestal gemaakt in de paar jaar na het basisartsdiploma. Dat betekent voor ons als vakgroep Huisartsgeneeskunde, dat we ons meer op die periode gaan richten. In een recent nummer van ‘Op één Lijn’ is al de ‘Anios in de huisartspraktijk’ voorgesteld. En vanuit de Huisartsopleiding worden sinds een paar jaar succesvolle wervingsacties georganiseerd. De animo onder basisartsen voor een opleiding tot huisarts of SO neemt toe, en dat is hard nodig: door allerlei bewegingen, zoals de zogenaamde horizontale en verticale substitutie, komt er steeds meer werk richting huisarts en SO. Ook kiezen steeds meer jonge dokters ervoor om parttime te werken, waardoor er meer nodig zijn voor het aantal te realiseren fte’s. Om de eerste lijn te versterken heeft het Capaciteitsorgaan1 het voornemen om de Minister te adviseren het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen fors uit te breiden. Meer tijd voor de patiënt en betere opvang van de substitutiegolven kunnen hier het mooie resultaat van zijn. Daarom wil de vakgroep Huisartsgeneeskunde vasthouden aan een maximale instroom van aios huisartsgeneeskunde. Daarnaast willen we in 2020 starten met een eigen erkende opleiding tot SO in Maastricht waarbij we de eerste groep aios in september willen laten starten. We willen de aios van beide vakgebieden leren om in hun opleiding de rollen op zich te nemen zoals hierboven beschreven. 1 Capaciteitsorgaan.nl
Page 6
Page 8
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Nieuwe coördinatoren coschap Huisartsgeneeskunde ‘Spagaat tussen praktijk en onderwijs’ VAN DE REDACTIE, DOOR BABETTE DOORN Inleiding Sinds 1 september 2019 zijn huisartsen Nora Paulke en Jelle Stoffers de nieuwe coördinatoren van het coschap Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ze volgen Marion van Lierop op die vanaf nu de master Geneeskunde in Maastricht onder haar hoede heeft. ‘Op één lijn’ nodigde beiden uit voor een interview. Wie is Nora? Nora voltooide in 2013 de huisartsopleiding in Maastricht en werkt als huisarts in Gronsveld, een kleine plaats vlakbij Maastricht. Via het aios-co model in haar opleidingstijd als aios in Medisch Centrum West Kerkrade, werd haar interesse voor onderwijs gewekt. Ze vervulde verschillende uitvoerende rollen binnen het basiscurriculum, zoals die van facultair begeleider bij het coschap en mentor van studenten in de masterfase. Ze combineert twee dagen in de huisartspraktijk met twee dagen onderwijs. Nora is Duitse van origine, is daar trots op en voegt dit graag toe als uitleg bij haar achternaam (Paulke). Ze kwam op haar negentiende naar Nederland voor de studie geneeskunde en bleef. Wie is Jelle? Jelle is Universitair Hoofddocent en ‘iets ouder’ dan Nora. Hij was bijna 30 jaar huisarts in Kerkrade, aanvankelijk bij huisartsenechtpaar Soomers, nu met pensioen, in een praktijk die later is omgevormd tot Medisch Centrum West Kerkrade (MCWK). Velen kennen Jelle vooral van het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van harten vaatziekten. Hij promoveerde op perifeer vaatlijden (PAV), kreeg de Enkel Arm Index geïmplementeerd en wordt daarom ook wel ‘dokter Doppler’ genoemd. Ook bij de Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten die vanuit Maastricht wordt georganiseerd, is hij vanuit die expertise betrokken. Zijn onderzoeksthema’s zijn hart- en vaatziekten, multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarnaast is hij al tien jaar hoofdredacteur van de European Journal of General Practice, een taak die hem op het lijf is geschreven. Minder bekend zijn zijn uitvoerende onderwijsrollen, zoals mentor in de masterfase, clustercoach en colleges geven in jaar 3. Zelf zegt hij toe te zijn aan een meer verdiepende rol, dus deze taak kwam op een goed moment in zijn carrière op zijn pad. Door de duobaan (0.5 fte) samen met Nora aan te nemen, hoefde hij geen concessies te doen aan zijn 8 andere wetenschappelijke werk. Zijn promovendi en WESPstudenten blijft hij ook begeleiden. Coördineren coschap: wat houdt dat in? Een lastige vraag, zo bleek. Jelle begint te zeggen wat het niet is. Ze bemoeien zich niet met de werving van stageplekken en docenten. Lilian Aarts is hiervoor verantwoordelijk in nauwe samenwerking met de huisartsopleiding. Dagelijkse ondersteuning bieden Marlies Noevers en Linda Schilders, de vaste medewerkers studentzaken van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Op centraler niveau is er ondersteuning vanuit de stageplanningsgroep waarin ook vier studenten zitten. Waar Nora en Jelle wel verantwoordelijk voor zijn, is de kwaliteitsbewaking van het onderwijs, zowel op de werkplek in de praktijk als op de terugkomdagen in Maastricht. Voor de studenten is het fijn als er een goede balans tussen beide is; het moet een studeerbaar coschap blijven. De student moet niet te veel uren in zijn studie hoeven stoppen (zo valt reistijd niet onder studie-uren) en het leerrendement moet in verhouding staan tot de investering. Hoe is het coschap momenteel in Maastricht? Het huidige coschap Huisartsgeneeskunde is gecombineerd met Sociale Geneeskunde en duurt twaalf weken in totaal. Bewust langer dan op andere universiteiten. Van die twaalf weken loopt de student acht weken stage op een werkplek bij een huisarts en vier weken op plekken in de sociale geneeskunde. De terugkomdagen worden begeleid door twee facultaire begeleiders: een huisarts en een sociaal geneeskundige. In totaal gaat het per academisch jaar om 360 studenten. Het is tevens het laatste reguliere coschap van de eerste twee masterjaren. Ideaal, want studenten hebben dan alles ongeveer gezien en bij de huisarts komt dat samen, in een 1 op 1 begeleiding in een klein team. Hoe gaat het, wat valt op? Het coschap staat technisch als een huis: er zijn onderbouwde keuzes gemaakt, gebaseerd op het Raamplan Geneeskunde. Evaluaties en beoordelingen verlopen via een digitaal portfoliosysteem genaamd EPASS. Dat gaat niet altijd soepel. Jelle verwoordt het als volgt: ‘EPASS is voor het onderwijs, wat het HIS is voor de huisarts’.
Page 10
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Bruikbare Wetenschap Klinische trials bij acuut coronair syndroom, COPD, en prikkelbare darm in de huisartsenpraktijk DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Pepermuntolie voor de prikkelbare darmen Patiënten met buikpijn en darmklachten door een prikkelbare darm zien we regelmatig in onze spreekkamer. Al jaren zoeken onderzoekers naarstig naar medicamenteuze oplossingen om het dagelijks leven van deze groep patiënten te verzachten. Pepermuntolie wordt regelmatig voorgeschreven, en ook op thuisarts.nl staat de letterlijke passage ‘Bij een deel van de mensen met Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) verminderen pillen met pepermuntolie de klachten.’ Hoogwaardige gerandomiseerde studies ontbraken echter tot op heden. Een nationaal consortium met Maastricht UMC aan de leiding (waaronder Jean Muris) voerde die trial eindelijk uit. Ze randomiseerden 190 patiënten met PDS naar drie groepen: 3 maal daags 182 mg pepermuntolie (vrijkomend in de dunne darm), 3 maal daags 182 mg pepermuntolie (vrijkomend in de dikke darm) of 3 maal daags een placebo capsule gedurende 8 weken. Het primaire eindpunt van keuze was een 30% afname in buikpijn, in vergelijking met de baseline gedurende tenminste 4 weken. Uiteindelijk was er op dat punt geen verschil. Patiënten in alle groepen verbeterden op die score (47%, 41% en 34% respectievelijk). De pepermuntolie met afgifte in de dunne darm gaf wel een betere uitkomst bij enkele secundaire maten zoals ongemak en de ernst van de PDS. Bijwerkingen, zoals hoofdpijn, of een mintig boertje, waren vaak mild, maar kwamen wel vaker voor in de pepermuntolie groepen. De tekst op thuisarts kan dus gehandhaafd blijven; patiënten die het willen proberen kunnen dan wel beter de variant met afgifte in de dunne darm kiezen. Beslishulpen: de keuze is reuze Dunja Dreessens ging samen met hoogleraar Trudy van der Weijden in de literatuur op zoek naar kennistools en beslishulpen voor Nederlandse artsen. Ze voerden een zogeheten scoping review uit. Zie het als een hele grote zeef die door het internet gaat (richtlijnen, websites van genootschappen maar ook andere bronnen) en die alles opvist wat met de gezochte termen te maken heeft. In dit geval zochten ze naar openbaar beschikbare, niet commercieel ontwikkelde kennisbronnen die Nederlandse 10 clinici ter beschikking hebben om samen met patiënten tot beslissingen te komen. De uitkomst? In de titel van het lezenswaardige artikel staat het woord ‘chaos’ en in het abstract de woorden ‘forest’ en ‘trees’. Dat is wellicht ook uw gevoel als u op zoek gaat naar keuzehulpen; soms is het lastig tussen de bomen het bos te zien, laat staan om samen met uw patiënt het goede bospad te kiezen. De onderzoekers vonden 67 verschillende soorten kennistools, met daarbij richtlijnen, flowcharts, folders, beslishulpen. Vaak bleek de kennistool en bijbehorende karakteristieken matig beschreven. En zo is er toch vooral mist in het bos wanneer je een geschikte boom wilt zoeken. Tijd voor meer consistentie in de definitie van kennistools en daarmee ook een kernset van soorten tools. Ik denk dat we ons als huisartsen in de handen mogen wrijven met Thuisarts.nl. Dat biedt in ieder geval een duidelijke weg naar de verschillende kennis- en informatietools die we met de patiënt kunnen gebruiken. Ecg: wat doen we er mee? Kijkt u ook elke maand uit naar de ecg-casus in Huisarts & Wetenschap. Kaderhuisartsen Robert Willemsen en Karen Konings draaien die succesvolle serie al jaren. Net als hun boek is de H&W-serie razend interessant. En ik zit er regelmatig naast. Samen met Jelle Stoffers en WESP-student Leonore Wagenvoort vroegen we huisartsen om de in de praktijk gemaakte ecg’s en hun interpretatie bij te houden. Verder keken de onderzoekers ook naar het vervolgbeleid. De 300 ecg’s, gemaakt bij patiënten met klachten, en bovenstaande gegevens werden voorgelegd aan een expertpanel. De beoordelaars van het expertpanel (steeds een cardioloog en een kaderhuisarts) waren geblindeerd voor de bevindingen en acties van de huisarts die de ecg maakte. Men vergeleek de interpretatie van de huisarts met de consensus van het panel. De verdenking op een ritmestoornis (43%) of acuut coronair syndroom (22%) waren de meest voorkomende indicaties om een ecg te maken. Meer dan de helft van de ecg’s was normaal. In 78% van de ecg’s was het expertpanel het eens met de huisarts, terwijl men het in 16% van de stroken op tenminste 1 aspect niet eens was. Met het gevolgde beleid was men het in 12% van de gevallen niet eens. Meestal adviseerde het panel aanvullend onderzoek. Bij slechts 15 ecg’s was men het niet eens met de interpretatie en ook niet met het beleid. Al met al geen slechte score voor de huisartsen die aan deze studie deelnamen. Komt wellicht toch door de maandelijkse ecg-serie in H&W… A Einde droom voor H-FABP bij acuut coronair syndroom Slechts weinig klinische beelden geven meer twijfels dan het acuut coronair syndroom (ACS). Lastige diagnose, grote mogelijke consequenties en een lijst met alternatieve (onschuldigere) diagnoses die erg lang is bij borstkasklachten. Robert Willemsen publiceerde in BJGP Open zijn grote diagnostische studie naar de rol van het Heart-type Fatty Acid Binding Protein (H-FABP) en klinische variabelen bij de diagnose ACS. Het lukte om 303 patiënten met pijn-op-de-borst klachten in te sluiten waarvan er 32 een ACS hadden. De testkarakteristieken bij een afkapwaarde van 4 ng/ml waren helaas teleurstellend; een sensitiviteit van 25,8% en een negatief voorspellende waarde van 91,6%. Ook geconstrueerde klinische beslisregels, al dan niet met ecg-bevindingen en H-FABP daarin verwerkt, waren onvoldoende om tot gebruik in de praktijk te kunnen leiden. We lijken met onze klinische blik vooralsnog een aardige balans te vinden in het gericht insturen. Tijdens zijn promotie noemde Willemsen het ‘Wie van de 12 patiënten met pijn op de borst heeft een cardiaal probleem?’. Vooralsnog is er geen biomarker die ons helpt de kans op een ACS beter te kunnen inschatten. B CRP bij COPD Gemiddeld krijgt rond de 70% van de patiënten bij een ernstige exacerbatie prednison in combinatie met een antibioticumkuur. Recent lukt het ondergetekende om met een internationaal team een trial in de New England Journal of Medicine te publiceren waarbij Britse huisartsen met gericht gebruik van de C-reactief proteïne (CRP) sneltest minder antibiotica voorschreven (57% van de COPD-exacerbaties) dan wanneer zij reguliere zorg leverden (77%). De huidige COPD-Standaard dicht CRP een zeer beperkte rol toe, en alleen bij patiënten met lichte of matige luchtwegobstructie (FEV1 >50%) met een ernstige exacerbatie. En daarbij wordt voor de afkapwaardes verwezen naar de afkapwaardes uit de NHG Standaard Acuut Hoesten (<20, 20-100 en >100 mg/ml). Op basis van deze nieuwe prospectieve en representatieve studie mag CRP in onze spreekkamer juist een ruimere rol krijgen; bij exacerbatie van COPD GOLD I-III patiënten waarbij u een antibioticum overweegt, kun u de CRP (snel)test inzetten. Heroverweeg bij deze patiënten dan wel de afkapwaardes die u kent uit de NHG Standaard Acuut Hoesten. Bij patiënten met een COPDexacerbatie kunt u de CRP (snel)test veilig inzetten om géén antibiotica voor te schrijven bij een CRP <20 mg/ml, om ook géén antibiotica voor te schrijven bij een CRP <40 mg/ml én geen purulent sputum, en antibiotica juist wel te overwegen als CRP hoger is dan 40 mg/ml. Toen we deze resultaten onder Nederlandse collegae verspreidden hoorden we regelmatig ‘we gebruiken de CRP al bij COPD-exacerbaties’. Vanaf nu is dus gebruik van de sneltest niet meer off-label, maar evidence-based. Referenties • Efficacy and Safety of Peppermint Oil in a Randomized, Double-Blind Trial of Patients With Irritable Bowel Syndrome. Weerts ZRM, Masclee AAM, Witteman BJM, Clemens CHM, Winkens B, Brouwers JRBJ, Frijlink HW, Muris JWM, De Wit NJ, Essers BAB, Tack J, Snijkers JWT, Bours AMH, de Ruiter-van der Ploeg AS, Jonkers DMAE, Keszthelyi D. Gastroenterology. 2019 Aug 27. pii: S00165085(19)41246-8. doi: 10.1053/j.gastro.2019.08.026. PMID: 31470006 • The Dutch chaos case: A scoping review of knowledge and decision support tools available to clinicians in the Netherlands. Dreesens D, Kremer L, van der Weijden T. Health Policy. 2019 Oct 16. pii: S0168-8510(19)30235-0. doi: 10.1016/j.healthpol.2019.10.001. PMID: 31722782 • Interpretations of and management actions following electrocardiograms in symptomatic patients in primary care: a retrospective dossier study. Wagenvoort LME, Willemsen RTA, Konings KTS, Stoffers HEJH. Neth Heart J. 2019 Oct;27(10):498-505. doi: 10.1007/s12471-019-01306-y. PMID: 31301001 • Evaluating possible acute coronary syndrome in primary care: the value of signs, symptoms, and plasma heart-type fatty acid-binding protein (H-FABP). A diagnostic study. Willemsen RT, Winkens B, Kietselaer BL, Smolinska A, Buntinx F, Glatz JF, Dinant GJ. BJGP Open. 2019 Oct 29;3(3). pii: bjgpopen19X101652. doi: 10.3399/ bjgpopen19X101652. Print 2019 Oct. PMID: 31581111 • C-Reactive Protein Testing to Guide Antibiotic Prescribing for COPD Exacerbations. Butler CC, Gillespie D, White P, Bates J, Lowe R, Thomas-Jones E, Wootton M, Hood K, Phillips R, Melbye H, Llor C, Cals JWL, Naik G, Kirby N, Gal M, Riga E, Francis NA. N Engl J Med. 2019 Jul 11;381(2):111-120. doi: 10.1056/NEJMoa1803185. PMID: 31291514 11 S op één lijn 65 B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U
Page 12
op één lijn 65 3e uitgave 2019 In de prijzen Luc Gidding wint Heert Dokter prijs DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Op het NHG-congres op 15 november 2019 in Maastricht, werden twee prijzen van Huisarts & Wetenschap uitgereikt: de casuïstiekprijs en de Heert Dokter prijs. Die laatste is een prijs voor het beste originele wetenschappelijke onderzoek. Hiervoor waren maar liefst twee Maastrichtse onderzoekers genomineerd: Eefje de Bont en Luc Gidding. Eefje won al vele prijzen voor haar onderzoek naar kinderen met koorts. Deze keer won Luc. Als redactie zijn we ook apetrots, want beide onderzoekers zijn/waren redactielid van dit blad. Luc Gidding deed onderzoek naar psychische klachten in de huisartsenpraktijk. De Randomized Controlled Trial (RCT) werd gedaan binnen SGE, Stichting Gezondheidscentra Eindhoven. Uitgangspunt was dat de problemen rondom deze psychische klachten niet te wijten zijn aan onkunde of desinteresse van huisartsen, maar samenhangen met de toenemende aantallen patiënten en taken, de beperkte tijd en de complexiteit van psychische klachten. De PsyScan is een effectief hulpmiddel bij psychische klachten, maar het zal niet alle problemen rondom deze klachten in de huisartsenpraktijk oplossen. Het is wel een extra hulpmiddel voor en door huisartsen, ontwikkeld en geëvalueerd in een effectonderzoek voor deze complexe eerstelijnsproblematiek. De wetenschappelijke promotie van Luc Gidding wordt in 2020 verwacht. Het betreffende artikel uit oktober 2018 in H&W is online te lezen op: https://www.henw.org/artikelen/psyscan-effectiefhulpmiddel-bij-psychische-klachten Bedankt voor het invullen van de enquête! Deze maand hebben alle huisartsen in de regio Limburg en Brabant een enquête per e-mail ontvangen over medicatiebeoordelingen in de eerste lijn. Deze enquête is onderdeel van de CRE-OPT studie. In de CREOPT studie worden de mogelijke voordelen en haalbaarheid van een uitgebreide geïntegreerde multidisciplinaire medicatiebeoordeling (inclusief softwareprogramma (‘Clinical Rules Engine’ (CRE)) en een gesprekshulp om behandeldoelen van de patiënt duidelijk te maken (de ‘Outcome Prioritization Tool’ (OPT)) vergeleken met de standaard zorg. De resultaten van deze enquête zullen de verdere ontwikkeling van de CRE-OPT studie ondersteunen om zo de kwaliteit van medicatiebeoordelingen te verbeteren, en daarnaast te zorgen dat het huisartsen minder tijd kost om een goede/ gestandaardiseerde medicatiebeoordeling uit te voeren. Jolijn Bohnen Op het moment van schrijven hebben reeds 231 huisartsen de enquête ingevuld. Via deze weg willen we graag alle huisartsen bedanken voor hun tijd, enthousiaste reacties en waardevolle informatie. Mocht u nog geen tijd hebben gehad om de enquête in te vullen: u heeft tot januari 2020 de tijd om dit alsnog te doen. Indien u geen e-mail heeft ontvangen kunt u contact opnemen met e.zwietering@student.maastrichtuniversity.nl of jolijn.bohnen@maastrichtuniversity.nl. Namens het voltallige ‘CRE-OPT’ projectteam. P.S. Aan de anonieme huisarts die invulde graag ‘tompoezen’ te ontvangen voor het invullen van de vragenlijst. Deelnemers aan de vragenlijst zijn anoniem dus wij hebben helaas geen mogelijkheid om u te traceren. 12 Promotie 19 december 2019 “SpecIMeN” DOOR JANINE COLLET, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Specific Care on the Interface of Mental health and Nursing home Ouderen met een psychiatrische stoornis, die op grond van comorbide dementie en/of somatische problematiek ook verpleeghuiszorg nodig hebben, zijn patiënten met complexe zorgvragen. Deze patiënten met een dubbele zorgvraag (DZV-patiënten) vormen een bijzondere uitdaging binnen afdelingen voor langdurige zorg, zowel in verpleeghuizen als instellingen voor GGZ. In de SpeCIMeN-studie is de DZV-populatie in beide sectoren onderzocht en zijn verschillen en overeenkomsten in kaart gebracht. De onderzoeksvragen waren gericht op: 1. de kenmerken van DZV-patiënten en van hun verpleegkundige staf 2. 3. de factoren die DZV-zorg kunnen bevorderen of belemmeren de elementen die nodig zijn om tot succesvolle integrale en trans-sectorale DZV-zorg te komen, waaraan zowel psychiatrische- als verpleeghuiszorg een bijdrage leveren. DZV-patiënten vormen een heterogene groep van vooral mannen, die in beide settingen gemiddeld 68 jaar oud zijn, 7 comorbide somatische ziekten, een hoge zorgvraag, veel neuropsychiatrische symptomatologie, cognitieve problemen en weinig familieondersteuning hebben. Professionals in beide zorgsettingen hebben dus een combinatie van vaardigheden nodig om aan zowel de somatische, als de psychiatrische en psychologische zorgbehoeften van deze patiënten te kunnen voldoen. Niet de hoofddiagnose (psychopathologische dan wel somatische problematiek), maar de opeenstapeling van functionele en gedragsproblemen waarmee zij te maken krijgen, is bepalend voor de zorgvraag van DZV-patiënten. Ondanks een significant verschil in opleidingsniveau, waarbij 29% van het verpleeghuispersoneel een lagere beroepsopleiding had, vonden wij in beide zorgsettingen vergelijkbare niveaus van zelfervaren persoonlijke bekwaamheid (self-efficacy) en van psychisch welbevinden van de zorgverleners. Wij vonden geen significant verband tussen de kenmerken van DZV-patiënten enerzijds en het welzijn van het personeel anderzijds. Wel hadden zorgverleners in de GGZ-setting en oudere zorgverleners in beide settingen, een hoger risico op burn-out. 5. Het focusgroep onderzoek dat we verricht hebben, toont vijf groepen van essentiële factoren met betrekking tot de zorg voor DZV-patiënten. Dit zijn: 1. patiëntgebonden factoren: de complexiteit van de gecombineerde zorgvragen en van de gedragsmatige problemen; 2. mantelzorg gebonden factoren: de misverstanden bij familieleden met betrekking tot de complexiteit van de problemen van de patiënten en de risico’s van inzet van vrijwilligers als vervanging van beroepskrachten; 3. beroepsmatige factoren: de noodzakelijkheid van teamcompetenties en attitudes, van een multidisciplinaire aanpak in het werk met DZV-patiënten en van een goede samenwerking tussen verpleeghuis en GGZ; 4. factoren in de woon- en werkomgeving: voldoende beschikbaarheid en continuïteit van personeel en specifieke inrichtingseisen, zoals voldoende buiten- en binnenruimtes en stripbare éénpersoonskamers voor patiënten, om een veilige omgeving te waarborgen; factoren met betrekking tot de organisatie van de zorg: een duidelijk geformuleerd DZV-beleid met eenduidige criteria voor opname en overplaatsing van DZVpatiënten. De beschreven casusanalyse illustreert de enorme uitdaging van het geven van effectieve integrale behandeling en zorg aan DZV-patiënten, alsook het risico op gebrekkige en gefragmenteerde zorgverlening vanuit zorglacunes tussen organisaties en schotten in de financiering. De noodzaak van intensieve samenwerking tussen zorgprofessionals in verpleeghuizen, GGZ-instellingen, tweedelijns medische zorg en eerstelijns zorg wordt belicht. Het model van collaborative care – dat uitgaat van multidisciplinaire zorg voor elke patiënt, met een gestructureerd zorgplan, zorgcoördinatie door casemanagers en interprofessionele communicatie – kan een effectieve basis vormen voor de organisatie van de zorgverlening aan DZV-patiënten. Stelling: “Té vaak worden intenties tot samenwerking niet vertaald in praktische samenwerking.” 13 op één lijn 65
Page 14
Page 16
op één lijn 65 3e uitgave 2019 De patiënt komt niet verder, ondanks specialistisch onderzoek door internist, reumatoloog, MDL-arts, neuroloog en revalidatiearts die allemaal geen verklaring vinden voor de klachten. Hij heeft pijn en trillingen in spieren van armen, benen en thorax, krampen van de borstspieren en daarnaast ook episodes met krampende pijn in de buik op wisselende locaties. Er is nu een opvallend stijve manier van bewegen/ lopen, waarbij hij de schouders iets lijkt op te trekken. Zijn echtgenote geeft aan dat de situatie niet leefbaar is. Haar man kan echt helemaal niets meer. De patiënt denkt zelf aan een intoxicatie door zijn jarenlange werkzaamheden in een fabriek waar zonnepanelen gemaakt worden. De verlegenheidsdiagnose ‘fibromyalgie’ werd gesteld. De huisarts vindt dit niet passen bij het beeld en bij de patiënt. Beloop ziekte Een compacte samenvatting van het verrichte specialistisch onderzoek: 11/17 SEH: urolithiasis? Uroloog: g.a. DM-2 vastgesteld 02/18 MDL-arts: gastro/coloscopie g.a. PDS? R/ amitriptyline 10/18 Reumatoloog: tendomyogene klachten 10/18 Neuroloog: tintelingen handen, veel pijn in spieren, geen CTS/myopathie 12/18 Internist: kan veters niet meer strikken, spieren trillen soms; functioneel? 02/19 Revalidatiearts: forse pijnklachten, conversie klachten, frozen shoulder 04/19 Internist: geen somatiek Nieuwe website online! www.witteraven.org 05/19 MDL MUMC+: moeizaam bewegen, weinig mimiek. Affectieve klachten 05/19 Neuroloog MUMC+ (sec opinion): g.d.a. functioneel Laboratorium onderzoek Bij uitgebreid laboratoriumonderzoek normale waarden, uitgezonderd A. Hypertriglyceridemie, onderdeel van het metabole syndroom met hyperlipidemie? B. Verhoogde bloedsuikerwaarden, passend bij DM-2, goed gereguleerd C. ALAT en Gamma GT licht verhoogd. Anamnestisch geen alcoholgebruik D. Een jaar geleden voorbijgaande Polycythemie (YAK 2 negatief). Is volgens de internist een dood spoor. Wat is uw diagnose bij deze steeds verder invaliderende man? We willen u verleiden om bij uw zoektocht de “witte-raven strategie” te gebruiken. De compacte informatie hier op deze bladzijde is onvoldoende om tot een diagnose te komen. Een uitgebreid overzicht van het verrichte specialistisch onderzoek, diagnostisch onderzoek en de medicatie vindt u onder het kader “ZELF ZOEKEN” in het submenu “Casus “Op een Lijn”. Huibregtsenprijs Belangrijke nominatie Van Schayck Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde, was een van de zes genomineerden voor de prestigieuze Huibregtsenprijs 2019. De prijs is ingesteld voor onderzoek met maatschappelijke relevantie. Onno, werkzaam hij de vakgroep Huisartsgeneeskunde, werd door de Universiteit Maastricht genomineerd onder andere voor zijn rol in het Preventieakkoord (roken, alcohol en overgewicht). Op 7 oktober werd de winnaar bekend gemaakt tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij in de Ridderzaal 16 in Den Haag. De hoogleraar die vooral bekend is vanwege zijn studies op het gebied van astma, COPD en stoppen met roken verscheen die avond -in smoking- aan het buffet. Helaas won hij niet de eerste prijs. De nominatie is echter een prijs op zich en een grote blijk van waardering. Koning Willem-Alexander toonde zich geïnteresseerd in de studies naar de preventie van chronische ziekten.
Page 18
Page 20
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Internationaal WONCA 2019 DOOR INEKE HUSSAARTS, HUISARTS Onlangs bezocht ik het WONCA-congres dat dit jaar in Bratislava werd gehouden. Natuurlijk had ik weleens van het congres gehoord, maar nooit overwogen om eraan deel te nemen. Ik ging ervan uit dat het vooral voor wetenschappers onder elkaar bedoeld was, niet voor “gewone huisartsen”. De SBOH nodigt opleiders uit om deel te nemen. De animo in de rest van het land is zo groot, dat er op veel instituten geselecteerd moet worden wie wel en niet mee kan. De Limburgse opleiders daarentegen tonen nauwelijks interesse, waardoor ik als docent toegevoegd kon worden aan de delegatie. Van tevoren was ik natuurlijk wel erg benieuwd naar de ervaring van eerdere deelnemers. Desgevraagd waren de antwoorden: ‘Oh dat is zo massaal, niet leuk, ik ging de stad in’ ‘De praatjes zijn zo slecht verstaanbaar’ ‘Huisartsgeneeskunde is in veel landen van een laag niveau, je hoort weinig vernieuwende zaken’ Sceptisch, maar wel nieuwsgierig begaf ik mij naar Schiphol alwaar we zouden verzamelen. Niemand kennend vond ik toch ogenblikkelijk de groep huisartsen (wat is dat toch?) en maakte snel contact. De reis, het verblijf en de programmaonderdelen voor de Nederlandse deelnemers waren door SBOH (en LOVAH) erg goed georganiseerd. Het was ook vooral erg leuk om met al die andere huisartsen te praten, te discussiëren, te eten, wandelen en dansen. Het congres biedt een groot aantal lezingen en workshops. Ik moest wel een beetje door de bomen het bos proberen te zien, hoe mijn keuzes te maken. En je kiest ook weleens iets wat achteraf niet interessant bleek te zijn. Zo ging ik naar een lezing waarbij in de titel verband werd gelegd tussen klimaatverandering en obesitas. Van zo’n onderwerp word ik nieuwsgierig, maar uiteindelijk begreep ik (noch de mensen met wie ik het besprak) welk verband er nu zou moeten zijn. Of de presentatie van een Turkse arts, die de vluchtelingenkampen in Turkije als een walhalla beschreef, erg propagandistisch en ongeloofwaardig. Zeker na een eerder verhaal van een Griekse arts over de medische situatie van vluchtelingen daar. Maar verder: afwisselende lezingen. Workshops met huisartsen uit andere landen, waarbij je soms veel herkenning vindt (‘er is overal een tekort’) en soms ben je als Nederlandse huisarts een uitzondering. Tijdens een workshop over richtlijnen had ik mij bekend gemaakt als Nederlandse huisarts. Aan de hand van een voorbeeld over tonsillitis werd gesteld, dat daarvoor altijd een antibioticum wordt gegeven. De spreker merkte op dat dit voor iedereen geldt “behalve voor die Nederlandse collega”. Een dag later woonde ik een lezing bij van een Nederlandse onderzoeker. Zij houdt zich bezig met de vraag hoe het gebruik van antibiotica kan worden teruggedrongen en uit haar gegevens blijkt, dat in Nederland het minst vaak een antibioticum wordt voorgeschreven. Concluderend ben ik erg blij dat ik gegaan ben, ik heb veel gehoord en ook veel ervaringen en ideeën uitgewisseld. Ik gooi mijn eigen glazen in als ik de Limburgse opleiders enthousiasmeer, maar toch wil ik jullie het WONCA-congres van harte aanbevelen. Volgend jaar in Berlijn, in 2021 in Amsterdam. 20 Internationaal Lübeck aan de Maas! DOOR INGRID VAN DER HEIJDEN, DOCENT HUISARTSOPLEIDING Op een warme dag, eind augustus, ontvingen we een kleine delegatie van de huisartsopleiding uit Lübeck. Ze waren naar Maastricht afgereisd, niet vanwege onze tropische zomer, maar voor het uitwisselen van best practices. In de afgelopen jaren deed Huisartsopleiding Maastricht positieve ervaringen op door uitwisselingen met Trento (Italië) en Aarhus (Denemarken) en een bezoek van Zweedse huisartsen. Deze bijeenkomsten inspireerden, bijvoorbeeld, tot de opzet van een discipline-overstijgend onderwijsprogramma in generieke competenties voor aios huisartsgeneeskunde en Maastricht UMC+. Hoewel de huisartsopleiding bij onze Oosterburen maar liefst vijf jaar duurt, is het daar vooral ‘learning on the job’. Aios zijn drie jaar in een klinische omgeving en twee jaar in een huisartsensetting en ze hebben in totaal slechts acht (!) onderwijsdagen. Iedere deelstaat heeft zijn eigen curriculum en werkwijze. In de afgelopen periode zijn er veranderingen doorgevoerd om de huisartsopleidingen te professionaliseren. In 2017 zijn er zogenaamde ‘Competentie Centra’ ontwikkeld. Zowel Nederland als Duitsland hebben te maken met uitdagingen voor wat betreft werving en vestiging van huisartsen. In Duitsland hebben de rurale gebieden te maken met een groot huisartsentekort. Jonge huisartsen vestigen zich nauwelijks buiten de steden en ze lijken zich onvoldoende toegerust te voelen om op het platteland te werken. Artsen die in Duitsland de opleiding tot internist afgerond hebben, zijn automatisch ook huisarts. Opmerkelijk is dat zij veel meer diagnostiek blijken uit te voeren dan huisartsen die een huisartsopleiding volgden. De Competentie Centra worden gefinancierd door de zorgverzekeraar en hebben als doel meer huisartsen op te leiden en vestiging in de rurale gebieden te stimuleren. Kartrekker daarin is de huisartsopleiding van Lübeck, die de opleiding wil vernieuwen, door de implementatie van evidence-based onderwijsinterventies en best practices voor wat betreft, onder andere, het APC-onderwijs, toetsing en het opleiderscurriculum. Naast de duur van de opleiding, zijn de verschillen tussen de huisartsopleiding in Duitsland en Nederland enorm. In tegenstelling tot de Nederlandse aios kennen hun Duitse collega’s geen selectieprocedure voor aanvang van de huisartsopleiding. Ook moeten ze zelf hun opleidingsplekken zoeken. Vaak werken ze de eerste twee jaar van hun opleiding als basisarts in een ziekenhuis bij interne geneeskunde of chirurgie. Ze houden dan nog voor zich, dat ze eigenlijk huisarts willen worden, omdat ze anders beperktere ervaring mogen opdoen. Veel artsen leren daardoor ook bepaalde medische vaardigheden, zoals het uitvoeren van een echografie. In die eerste drie jaar zijn er geen trainingsdagen of gezamenlijke bijeenkomsten met andere huisartsen in opleiding. Pas in de laatste twee jaar vinden er vier opleidingsdagen per jaar plaats. Tijdens zo’n opleidingsdag krijgen ze vier lezingen van 1,5 uur. Deze lezingen worden rond vier thema’s georganiseerd. Per thema kunnen zo’n 25 aios deelnemen. Aios kiezen zelf het thema van hun voorkeur. Na de eerste drie jaar komen ze ook ongeveer vier keer per jaar met een groep van ongeveer 10 aios informeel bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en voor ‘peer support’. Ze zijn erg gemotiveerd en houden een logboek/ portfolio bij. Onderwijs over (praktijk-)management vindt al in het basiscurriculum plaats. Er is geen toetsing en de huisartsopleiding wordt afgesloten met een eindgesprek. Tijdens de bijeenkomst in Maastricht wisselden we ervaringen en best practices uit over de opbouw van het curriculum, implementaties van EPA’s (Entrustable Professional Activities), toetsing en APC-onderwijs. Ook heeft de huisartsopleiding Lübeck concrete plannen om de Combel in het Duits te gaan vertalen. Nieuwsgierig geworden? In 2021 vindt het jaarlijkse huisartsencongres, georganiseerd door de Deutsche Gesellschaft für Allgemeinmedizin und Familienmedizin (DEGAM) plaats van 16-18 september in Lübeck. In een Engelstalig programma wordt voorzien. 21 op één lijn 65
Page 22
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Opleiders 2-daagse Heeze, een terugblik! DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Op 6 en 7 november kwamen 130 huisarts-opleiders en 29 stage-opleiders naar Heeze om hun docentvaardigheden te ontwikkelen. Bij zulke verheugende aantallen zit daar een hele organisatie aan vast. We geven eerst een kijkje achter de schermen over wat er zoal vooraf gaat aan het organiseren van een Tweedaagse voor Opleiders maar ook wat vooraf onze doelstellingen zijn. Keuze van het onderwerp In de afgelopen jaren is er een vaste jaarindeling ontstaan voor de trainingsdagen in Heeze en Urmond. In januari in Urmond betreft het meestal een didactische vaardighedencarrousel; voor januari 2020 staan medischinhoudelijke vaardigheden op het programma. In mei is gekozen voor Evidence-based Medicine (EBM) en in november op de tweedaagse proberen we te inspireren en een groot onderwerp verdiepend te behandelen. De keuze van de onderwerpen volgt uit de evaluaties, het landelijk plan scholing en toetsing opleiders en uit overleg met de opleidersvereniging (VHAO-UM). Dit jaar stond de vraag “Wat stuurt het leren?” in het middelpunt. Wat bepaalt het individuele leren? Naast de hele organisatie van het onderwijs aan de hand van landelijke richtlijnen en de lokale uitvoering zijn er altijd individuele factoren die bepalen of een leertraject succesvol zal zijn. Deze individuele factoren zitten aan de kant van de aios maar ook bij de opleiders en docenten. Dit jaar gaat het over de vraag “Wat stuurt het leren?”. Wat bepaalt het individuele leren? Naast de hele organisatie van het onderwijs aan de hand van landelijke richtlijnen en de lokale uitvoering zijn er altijd individuele factoren die bepalen of een leertraject succesvol zal zijn. Deze individuele factoren zitten aan de kant van de aios maar ook bij de opleiders en docenten. Docentfactoren Omdat we streven naar werken in kleine groepen, hebben we steeds al onze docenten nodig als trainer op de tweedaagse. Hiervoor doen wij aan docentenprofessionalisering (populair ‘docprof’ genoemd). Alle docenten volgen sowieso een basistraining in het doceren (LED cursus1 of BKO training2) en ze worden daarna regelmatig getraind in nieuwe onderwijsvaardigheden. Omdat de training van nieuwe onderwijsvaardigheden wat ad hoc verliep is met ingang van dit jaar besloten dit op vaste momenten op onze stafdagen te plannen. Voor de Opleiders Tweedaagse in Heeze 2019 zijn alle docenten op deze wijze getraind in het geven van de workshops. Naar aanleiding van oefensessies met elkaar zijn bouwplannen gemaakt voor iedere workshop, zodat docenten weten wat en hoe ze de opleiders gaan trainen. Aios- en opleidersfactoren In Heeze gingen we aan de slag met een aantal factoren die in belangrijke mate het leren bepalen, en wel: • Mindset • Drive • Nieuwsgierigheid • Radicaal openhartige feedback 1 Landelijke Educatie Docenten 2 Basis Kwalificatie Onderwijs 22 Al deze factoren kwamen uitvoerig aan de orde, zowel plenair als in de workshops. Ook dit jaar waren de stage-opleiders uit jaar 2 weer van de partij en uit evaluaties blijkt dat ze het zeer waarderen om bij de opleiders van jaar 1 en 3 in de keuken te mogen kijken. In voorgaande jaren was er meestal een inleidende spreker die de Opleiders Tweedaagse plenair opende, waarna we zelf aan de slag gingen. Dit jaar hadden we prof. Erik Heineman bereid gevonden om de gehele tweedaagse ‘micro-teachings’ te geven waar we dan direct met kleine groepjes mee aan de slag gingen. Zo kwam elk onderwerp in een bepaalde werkvorm terug. Eén onderdeel heeft zich, tussen de regenbuien door, afgespeeld in de directe bosrijke omgeving van de Kapellerput. Een wens uit evaluaties van voorgaande jaren. De opleidersvereniging heeft voor iedere opleidingspraktijk het boek Radicale Openhartigheid ter beschikking gesteld als naslagwerk. Voor verdere verdieping noemen we ook de andere boeken: Doelstellingen Voor dit jaar is de doelstelling vooral het geven van inzichten waarom in bepaalde situaties de opleiding, en dan vooral het leren, niet naar wens verloopt. Een belangrijke factor is Mindset. Heeft de aios een growth mindset of een fixed mindset en hoe krijg je daar beweging in. En hoe zit het met de mindset van de opleider en docent? Wat brengt een professional in beweging: Drive is daarbij een andere factor die het leren bepaalt. De verrassende uitkomst is, dat geld bij lange na niet de belangrijkste drijfveer is, maar dat autonomie en uitdaging juist een grote rol spelen. Met Nieuwsgierigheid, de volgende factor, heb je meer kans om in een flow te komen dan door te handelen vanuit zekerheid. Serendipitisten staan meer open voor het onverwachte. En als laatste de Feedback: zijn we niet te aardig voor elkaar en onbedoeld rampzalig empathisch? Wordt het tijd voor radicale openhartigheid? Als deze inzichten overgekomen zijn in Heeze kijken wij tevreden terug. In ieder geval hebben we het woord ‘inspirerend’ al uit vele monden mogen horen. 23 op één lijn 65
Page 24
Page 26
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Zinloos medisch handelen: een beslissing van de arts DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Inleiding Dit jaar is in Frankrijk, tot aan de hoogste rechter, een juridische strijd gevoerd over de passieve1 levensbeëindiging van Vincent Lambert, een Fransman die na een motorongeluk in 2008, als gevolg van hersenletsel, tetraplegie opliep en volledig afhankelijk van anderen werd. In 2013 werd zijn toestand omschreven als vegetatief. Zijn partner en de behandelende artsen besloten te stoppen met het toedienen van vocht en voeding. De ouders, een zus en een halfbroer waren hier tegen en startten een juridische procedure tot aan het EHRM2. Dit liep door tot dit jaar, hield de gemoederen in Frankrijk bezig en er werden zelfs prostestmarsen gehouden. De twee kampen waren bitter verdeeld en over en weer klonken verwijten, die uiteenliepen van de beschuldiging van puur sadisme en het recht om waardig te sterven, tegenover bescherming van de rechten van wilsonbekwamen en religieuze visies. Maar liefst vijf keer werd de behandeling van Vincent gestopt en op last van de rechter weer hervat. Voor alle partijen, en vooral voor de patiënt, was deze jarenlange juridische procedure onwenselijk. In een andere zaak3 kwam het Hof gelukkig sneller tot eenzelfde conclusie. EHRM Dat de zaak Lambert zo lang geduurd heeft, wekt verbazing omdat het al jaren vaste rechtsspraak is, dat bij een beoordeling over levensbeëindiging allereerst de wens van de patiënt wordt gerespecteerd. Als deze wens niet bekend is, of niet geuit is, wordt het lastiger. In dat geval kan de rechter, via de nabestaanden, trachten deze wens te achterhalen. In geval van medisch zinloos handelen, wordt er veel waarde gehecht aan het medisch oordeel van de artsen of het behandelteam. Dan kan de familie dit slechts marginaal laten toetsen via een second opinion of de gronden, waarop het medisch zinloos handelen is gebaseerd, aanvechten. ‘Medisch zinloos’ is een door de beroepsgroep nader te bepalen begrip waarin rekening gehouden moet worden met een aantal basisvoorwaarden, maar waarover 1 Actieve euthanasie is in Frankrijk verboden 2 Europese Hof voor de Rechten van de Mens 3 EHRC 2018/51, Afiri en Biddari b. de daarbij te gebruiken middelen staan niet in redelijke verhouding tot het doel. Instrumentele proportionaliteit is niet aanwezig, indien een in verhouding te zware medische procedure moet worden ingezet om een, in verhouding, betrekkelijk voordeel te bereiken. Ook de te veroorzaken pijn moet bij de instrumentele proportionaliteit in de beschouwingen worden betrokken; c. een bepaald minimumniveau kan niet meer worden bereikt. Door de aard van ziekte of gebrek is de patiënt zeer ernstig aangedaan of geschonden en medisch handelen kan daar weinig of niets aan verbeteren, of er is een tragische situatie door cumulatie van aandoeningen en gebreken die met een onevenredige inspanning ieder 4 Maastricht UMC en ETZ Tilburg 5 Handboek voor gezondheidsrecht Auteur: H.J.J. Leenen J.C.J. Dute Uitgever: Boom Juridische uitgevers Co-auteur: J. Legemaate E.J.C. de Jong G.R.J. de Groot de arts beslist. Goed contact met de nabestaanden en transparantie over de criteria is van groot belang om langdurige juridische procedures te voorkomen. Basisvoorwaarden voor medisch zinloos handelen Na mijn telefonische rondvraag langs enkele intensive cares4, blijken er in Nederland geen duidelijke protocollen te bestaan voor medisch zinloos handelen. Wel zijn er criteria op orgaanniveau, zoals hersendood en terminale nierfunctie. Alle beslissingen over zinloos medisch handelen worden per geval beoordeeld. Uitgangspunten daarbij zijn nog steeds de criteria die destijds zijn opgesteld door Leenen5, en als hulpmiddel daarbij worden aangereikt: a. het handelen draagt niet bij aan de oplossing van het medisch probleem respectievelijk de instandhouding of verbetering van de medische toestand van de patiënt, dan wel zal daaruit redelijkerwijze niet kunnen resulteren. Instandhouding van de medische toestand geschiedt in het algemeen met het oog op toekomstige verbetering, of om de patiënt in dezelfde medische conditie te laten voortleven; 26 3e uitgave 2019 voor zich wellicht behandelbaar zijn maar gezamenlijk in totaliteit niet of vrijwel niet. Beslissingen rond het staken of niet inzetten van een behandeling dienen op basis van deze criteria genomen te worden. Maar hoe duidelijk is ‘een bepaald minimumniveau’ en betekent dit voor artsen hetzelfde als voor de nabestaanden? Medisch zinloos handelen in de dagelijkse praktijk Bij het staken van een levensverlengende behandeling in een medisch zinloze situatie, of het niet meer starten van, bijvoorbeeld, een zoveelste chemokuur die meer schade aanricht dan geneest, kan iedereen zich iets voorstellen. Het wordt al lastiger met medisch zinloos handelen bij ernstig gehandicapte pasgeborenen. Dan spelen er nog meer ethische normen mee. Waar ligt de grens van een minimumniveau? Van een andere orde is het alledaagse medisch zinloos handelen. Wie heeft er niet regelmatig een labje laten prikken of een foto aangevraagd waarvoor geen evidence was? We hopen dan, dat de patiënt gerustgesteld is en de volgende keer wel op ons oordeel zal vertrouwen zonder aanvullend onderzoek. Maar wat te denken van een brief van een specialist waarin staat ‘uitbehandeld’, ‘NRNB’ beleid afgesproken, ‘gezien de leeftijd en comorbiditeit niet meer insturen’. Zijn al deze beslissingen genomen op grond van de criteria voor medisch zinloos handelen? Denken alle vakgenoten er zo over? Is het voor de patiënt duidelijk dat het zo is bepaald? Gelden de criteria voor de specialist ook voor de huisarts? Het verdient zeker de aandacht om dit met de patiënt te bespreken of eens bij de specialist na te vragen hoe de beslissing tot stand gekomen is in het licht van de geldende criteria. Kwaliteit van leven is niet iets waar artsen over gaan, dat is een beslissing van de patiënt zelf. Is daar voldoende ruimte voor geweest? Afronding Zoals in de inleiding duidelijk is geworden, is de beslissing over medisch zinloos handelen een medische beslissing. De familie kan niet voor de patiënt beslissen, een patiënt wel over zichzelf. Maar de familie kan niet genegeerd worden. Wees duidelijk over de beslissing en wees transparant over de criteria. Vaak is hier een moreel beraad voor nodig. Om alle aspecten van een casus helder te krijgen, bestaan6 handige tools. Een handig hulpmiddel voor een moreel beraad is het stappenplan uit de ethische toolkit van de KNMG. Deze toolkit kan voorkomen dat je in een juridische strijd belandt, zoals in het geval van Vincent Lambert. Een dergelijke strijd kent enkel verliezers en richt veel schade aan. 6 Nijmeegse methode voor moreel beraad 27 op één lijn 65
Op één lijn 64

Op één lijn 64


Page 2
Colofon Oplage 2280 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-190079 Fotografie Made in Maastricht (7), Oratie Jochen (8-9), promotie Kirsten Peetoom (11), door Philip Driessen Foto Joost (26) door Loraine Bodewes Standaard portretten (3, 4, 10, 25, 27, 28, 33 en 35) door CANON Oud-aios (35), foto op de grote markt in Breda door Edwin Wiekens Deadline volgend nummer 1 november 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Huisarts en huisdier: Pruim Stellen zich voor Lotte Keijsers, promovendus Huisartsgeneeskunde Miriam Notermans, gedragswetenschapper huisartsopleiding Nathalie Beelen, Huisartsbegeleider jaar 3 Made in Maastricht Onderzoek Bruikbare Oratie ‘Komt een test bij de huisarts’ – Babette Doorn Volop in de prijzen – Babette Doorn Promotie Kinderen met koorts op kinderdagverblijven – Kirsten Peetoom Sepsis: wees paraat! – Gideon Latten en Patricia Stassen Coeliakie in de dagelijkse praktijk – Maxine Rouvroye en Gerd Bouma CVA-zorg voor huisartsen: wat is er veranderd? – Maria Kerckhoffs-Hanssen OOK en de Witte Raven – Redactie De Quickscan - Jerôme van Dongen en Wim Goossens Laat de eerste lijn geen KODAK zijn! – Guy Schulpen 100 jaar Sjniedesj – Babette Doorn en Gitte Snijders WESP-en: E-meedenkconsulten Interne Geneeskunde – Anke Spreeuwenberg Horizontaal verwijzen in de urogynaecologie – Anne Gerritsen Gezonde Basisschool van de Toekomst heeft ook thuis invloed – Corina de Gier Diagnostiek en morfologie bij calcificerende tendinopathie – Corlieke van de Kar 3 4 5 6 6 6 7 8 10 11 12 14 15 15 16 18 19 20 20 21 21 Therapeutische opties voor calcificerende tendinopathie van de schouder – Juliët Op ‘t Veld 22 Allergisch voor antibiotica? Of voor de bijwerkingen? – Kitty De Clercq Chlamydia diagnostiek in de huisartsenpraktijk – Sygriet Rinsma 22 23 Het leren van complexe ouderenzorg: hoe worden huisartsen in opleiding bekwaam? – Puk Meijs Schouderpatiënten in de anderhalvelijnszorg – Gil Schulte Diagnostiek bij de ‘frozen shoulder’ – Kim Akkersdijk Huisartsopleiding Uit het hoofd: Nou tabé dan – Bas Maiburg Werving werpt zijn vruchten af! – Joost Dormans Het nieuwe hoofd stelt zich voor – Matthijs Limpens Equilibre. Kwaliteit opleiders – Marieke Kools en Arie de Jong Weten is eten: CVRMinestrone – Hendrik Jan Vunderink In de leer: Procrastinatie gedrag – Arianne Beckers Diabetes en kunstmatige zoetstoffen, op weg naar een suikertaks? – Jeroen Smeets Oud-aios: “Is dat niet die arts van de wiet???” – Ronald Roothans Voetbalwedstrijd Hart-tegen-hart in Bocholtz – Marieke Kools en Gaston Peek Column: Huisartsgeneeskunde verandert, nu de beleidsmakers nog – K.O.E.K. Wous Gezondheidsrechtelijke kwesties: nieuwe wet zorg en dwang – Arie de Jong 23 24 24 25 26 27 28 30 32 33 34 36 37 38 2 Van de redactie CAROTA et emergo Potjeslatijn, we zijn er dol op. Op kookpotjes al helemaal. Redactielid Hendrik Jan en ik kunnen uren kletsen over recepten, kookgerei en eetbare paddenstoelen. CVRMinestrone was dan ook snel verzonnen door ons PVVclubje. PVV staat voor Partners Van Vegetariërs. We vonden het broodnodig om daar een praatgroep voor op te richten. Weten is eten. Op de receptie na afloop van de inauguratie van Jochen Cals, sprak ik oud-collega en redactielid Henk Goettsch. Henk tuiniert tegenwoordig en deelde zijn nieuwe vegalijfspreuk ‘Ik wortel en kom boven’ met me. Proestend keek ik om naar de ietwat rossige Jochen, die eerder die middag opbiechtte, dat hij een wortelallergie heeft. Het klonk wel als een typisch gevalletje Bruikbare Wetenschap: Jochen kwam hierachter tijdens carnaval toen hij in groentenpèkse met een bos wortelen om zijn nek had rondgelopen en al knagend steeds roder werd. Ik vond het een mooi verhaal. Naast deze flauwekul kunnen we ook serieuze zaken melden. Veel wetenschap weer: een prachtige oratie, fraaie wetenschapsprijzen, een nominatie, veel leuke en slimme WESP-en, sepsis, coeliakie, CVA-zorg en een promotie van Kirsten Peetoom. Het diagnostische cluster van onze onderzoeksgroep is sterk vertegenwoordigd. Eindelijk ook de ‘Quickscan interprofessioneel samenwerken’. Met het schaamrood op onze kaken, moesten we Jerôme van Dongen bekennen, dat we zijn artikel de vorige keer totaal vergeten waren. En zoals altijd kunnen we weer nieuwe medewerkers aan u voorstellen. Huisarts en huisdier onderging opnieuw een metamorfose: de voorziene hond werd een slak. De laatste keer werd de beoogde hamster een hond, dus als u een huisarts bent die met liefde over zijn huisdier wil schrijven: heel graag! Voor de laatste keer een stukje van Bas Maiburg, hoofd huisartsopleiding Maastricht. Na de zomervakantie mag hij ook gaan tuinieren (of iets anders). Matthijs Limpens volgt hem op en stelt zich aan u voor. Bas mag trots zijn op de opleiding die hij achterlaat. De werving loopt goed en de staf ook. Sommige mensen strijden liever, op het voetbalveld in Bocholtz. Elk jaar weer. Tot nu toe wonnen altijd de aios. Wie huisarts is en goed kan voetballen (v/m): word opleider! Naast strijdende aios hebben we ook schrijvende aios: columnist Arianne Beckers. Als oud-aios vonden we Ronald Roothans bereid te schrijven. Geen moestuin, maar wietteelt. Weer eens wat anders! Made in Maastricht: ‘slechts’ één groep pas afgestudeerde huisartsen. Onder hen AIOTHO Ruud Verhees. Ik noem hem even apart omdat hij als boegbeeld op onze website staat om de opleiding (in Eindhoven) te promoten. Nu hij klaar is, zoeken we een nieuwe eerstejaars aios die graag als online ‘persona’ wil fungeren. Huisarts Jeroen Smeets zal die online taak als huisarts op zich nemen als opvolger van Kirstin Ponse. Dit keer een stukje van Jeroen als kaderhuisarts diabetes in opleiding. Kaderopleidingen zijn minder goed bekend bij studenten en basisartsen. Voor sommige sollicitanten kan dit aantrekkelijk zijn om te weten, omdat zij bijvoorbeeld een voortraject in een andere specialisatie als arts of onderzoeker hebben gedaan en dat graag willen meenemen naar de huisartsgeneeskunde. Vaste rubriek ‘Equilibre’ voor huisartsopleiders besteedt aandacht aan de kwaliteit van opleiders. Medeauteur Arie de Jong schreef daarnaast zijn vaste rubriek Gezondheidsrechtelijke Kwesties, over de nieuwe Wet zorg en dwang. Zeer actueel dus en praktisch toepasbaar nu de politiek procrastineert. Tot slot de blik op de toekomst van de huisartsgeneeskunde: geen Woudschoten themadeel, maar wel een persoonlijke visie door directeur Guy Schulpen van zorgroep ZIO uit Maastricht. K.O.E.K. Wous maakte zich daar zó druk om, dat hij vanuit zijn vakantieadres nog driftig een column instuurde. CAROTA et emergo! Fijne vakantie! Babette Doorn 3 op één lijn 64
Page 4
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Van de voorzitter Wij zijn zichtbaar en laagdrempelig benaderbaar DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Klinkt dit bekend? De doktersassistente belt: ‘de Universiteit’ is aan de lijn. Willen we meedoen aan een interessant onderzoek? Wie is de Universiteit? Dat kunnen allerlei vakgroepen zijn binnen en buiten het MUMC+. De vakgroep Huisartsgeneeskunde van de UM regelt al vanaf 1989 het academische verkeer tussen de academie en het veld. Aanvankelijk om stageplekken voor opleiden te faciliteren en het toenemend aantal verzoeken aan huisartsen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek te stroomlijnen. De vakgroep heeft voortdurend aandacht voor het verkleinen van de afstand tussen wetenschap en praktijk. Er is veel veranderd in die 30 jaar. De stages, zoals het coschap en de GEZP-stage, worden door het basiscurriculum georganiseerd. De stageplekken voor aios regelt de Huisartsopleiding. In Maastricht is de onderlinge samenwerking goed geregeld. Praktijken die met ons opleiden, liggen verspreid over Noord-Brabant en Limburg. Een groot aantal Limburgse huisartspraktijken is aangesloten op het registratienet huisartspraktijken (voorheen RNH, nu RNFM). Zij verzamelen geanonimiseerde patiëntgegevens waarmee onderzoek gedaan wordt. Los van het registratienet, lopen er nog tal van onderzoeksprojecten die ‘iets met het huisartsgeneeskundige veld’ doen. Praktijken nemen op vrijwillige basis deel aan die onderzoeken. Hiervoor kan de hele regio binnen ons postcodegebied (4800-6500) gevraagd worden. De praktijken weten door ons ‘keurmerk’ dat het onderzoek relevant is voor de praktijk en dat het onderzoek behoorlijk (ethisch en wetenschappelijk) getoetst is. De vakgroep overlegt met de zorggroepen of zij onderzoeken willen faciliteren door vermelding van hun ondersteuning op de wervingsbrief of e-mail. Alle 1400 huisartsen en praktijken in onze regio zitten in het relatiebeheer systeem genaamd Family. Alle relaties ontvangen ook dit magazine ‘Op één Lijn’ (sinds 1999) waarin over al onze activiteiten gerapporteerd wordt. We worden door veel onderzoekers binnen en buiten het UMC gevraagd om te helpen bij hun onderzoeksvragen en werving. Dit doen wij graag: hoe eerder in het traject, hoe liever. Niets vervelender dan een gehonoreerde onderzoeksaanvraag waarbij tijdens de uitvoering blijkt, dat de realiteit anders is dan vooraf werd gedacht. Vroegtijdig huisartsgeneeskundige expertise betrekken bij projectgroepen en subsidieaanvragen kan beter. We willen geen restpost op de begroting zijn en zeker niet vergeten worden op de begroting van de onderzoeker. We hebben huisartsen op de gang op DEB 1 werken die zelf ook onderzoek doen en kunnen meedenken. Daarnaast weten wij welke huisarts beschikt over speciale expertise zoals COPD, bewegingsapparaat, prikkelbare darmen, HartVaat, palliatieve zorg et cetera. Voor sommige onderzoeksvragen zijn megagrote trials nodig. Onze vakgroep is deel van het consortium Huisartsgeneeskunde Nederland waarbij alle acht universitaire vakgroepen zijn aangesloten. In overleg wordt besloten hoeveel vakgroepen meedoen aan zo’n groot onderzoek. Onderzoek doen we klein waar het kan en groot waar het moet. Bij de werving bespreken we welke huisartsen we gaan vragen, wanneer en hoe. Daarbij krijgt een onderzoeker feedback op en over de communicatie(-middelen). Gedurende de werving en dataverzameling houden de onderzoeker en de vakgroep Huisartsgeneeskunde contact over het verloop en de resultaten. De vakgroep werkt actief mee aan het naar de praktijk brengen van resultaten van wetenschappelijk onderzoek (denk aan CRP-meting als sneltest in de huisartspraktijk). Mocht u niet weten bij wie u terecht kunt voor uw vraag, neem dan voor alle vragen contact op met ons algemene informatieloket. Dat kan via op1lijn@maastrichtuniversity.nl of met het contactformulier op www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl. 4 2e uitgave 2019 Huisarts & huisdier Pruim DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTSREDACTIELID Achter de brandweerkazerne van Süsterseel in de Selfkant staan in de bosrand wat fruitbomen kriskras verspreid. Omdat alles wat je zelf vindt, kweekt, teelt, plukt of vangt tien keer lekkerder is dan wanneer je het uit de winkel haalt, nam ik een aantal jaar geleden mijn toen 7-jarige kleindochter mee op strooptocht, mandje aan de arm. De pruimen bleken op dat moment eetbaar en smakelijk, de oogst was goed. Plots slaakte Lizje een blij verraste uitroep: “Opa, een slak!” Op de door haar zojuist geplukte mirabelle bleek zich een slakje te bevinden van maximaal 2 mm groot, maar helemaal compleet, inclusief huisje en in- en uitschuifbare steeltjesoogjes. Liz was verrukt en stond erop om het diertje mee naar huis te nemen. Natuurlijk moest het beestje een naam krijgen. Ik dacht meteen aan Escargootje, maar mijn kleindochter zag het verband met het mooie liedje van Wim Sonneveld niet, over zijn kleine Margootje. Het werd dus kort en krachtig Pruim, naar de vindplaats. Zo gaat dat wel vaker bij vondelingen. Een paar dagen later vertrokken we voor een weekje naar Noordwijk, en natuurlijk maakte Pruim deel uit van ons reisgezelschap. Hij voelde zich ongetwijfeld wel in zijn glazen potje, met een dagelijks ververste voorraad zorgvuldig geselecteerd bladgroen. De zeelucht deed hem goed, hij groeide voorspoedig en mat inmiddels zeker 3 mm. Zoals dat gaat bij 7-jarige meisjes op vakantie vergat Lizje op zekere dag om het dekseltje weer dicht te doen na het voederen. Pruim bleek te beschikken over een behoorlijke intelligentie en maakte onmiddellijk gebruik van de gelegenheid. Toen ik hem ontdekte, was hij al net over de rand van het potje gekropen. Omdat hier een pedagogisch verantwoord leermoment opdoemde, riep ik Liz erbij om haar op een en ander te wijzen. Ze schrok, en zonder aarzelen pakte ze de deksel en schroefde die in één beweging stevig vast. Mijn kreet van afgrijzen kwam te laat, Pruim bleek geplet. Het verdriet van kleine Liz heeft lang geduurd, en is stom genoeg nooit helemaal weggeëbd. De eerste dagen had ze werkelijk ontroostbare momenten, met veel tranen en afgewisseld met boosheid op opa die haar zo dringend geroepen had. Daardoor voelde ze zich opgejaagd en daar was Pruim het slachtoffer van: “Jouw schuld!” Ik heb mijn rol in haar rouwproces manmoedig op mij genomen, het hielp ongetwijfeld. Wat me nog steeds raakt, is, dat ik zag wat voor band een kind met een slak kan hebben. Er is geen verschil met hond, kat, goudvis of kanarie: als ze doodgaan is het verdriet precies hetzelfde. Ik heb wel patiënten op het spreekuur gehad met dat verdriet, en heb ze gelukkig altijd serieus genomen, ondanks, dat ik het niet echt begreep. Nu wel. Dankjewel Liz. 5 op één lijn 64
Page 6
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Lotte Keijsers Promovendus Huisartsgeneeskunde Miriam Notermans Gedragswetenschapper huisartsopleiding Ik ben Lotte Keijsers en sinds 15 maart 2019 ben ik gestart als promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ik ben geboren in Venlo (Limburg), maar woon sinds het begin van mijn bachelor Gezondheidswetenschappen in het mooie Maastricht. Gedurende mijn onderzoeksproject word ik begeleid door Onno van Schayck, Jean Muris en Annerika GiddingSlok. Ik doe onderzoek naar een ziektespecifieke module voor hartfalen. Hiermee sluit ik aan bij het project van de uitbreiding van de Ziektelastmeter naar chronische aandoeningen (COPD, astma en diabetes type 2). De Ziektelastmeter dient als communicatietool tussen patiënt en zorgverlener. Door het in kaart brengen, visualiseren en koppelen van ervaren ziektelast aan de behandeling, wordt door middel van shared decision making, gepersonaliseerde zorg voor mensen met hartfalen en andere chronische aandoeningen mogelijk. Op dit moment richt ik me op het ontwikkelen van deze module aan de hand van literatuuronderzoek, expertmeetings en interviews met zorgverleners en mensen met hartfalen. Twee jaar geleden heb ik de master Work, Health and Career afgerond. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn scriptie voor de master Healthcare Policy, Innovation and Management. In mijn vrije tijd lees ik veel en breng ik graag tijd door met mijn familie en vrienden. Sinds mei van dit jaar werk ik als GW-er bij de Huisartsopleiding. Langere tijd werkte ik gecombineerd in loondienst en in mijn eigen psychotherapiepraktijk in Maastricht, sinds 2016 enkel volledig in mijn eigen praktijk. Ik zocht wat meer afwisseling in mijn werkweek en toen de vacature als GW-er bij de huisartsopleiding op mijn pad kwam, heb ik direct gesolliciteerd. Het lijkt mij leuk om bij te dragen aan de ontwikkeling van jonge mensen, die zich het vak van huisarts willen eigen maken. Ik ben geboren en getogen Maastrichtse. Ik hou ervan om op vakantie te gaan en stedentripjes te maken. Verder geniet ik van het samenzijn met vrienden en vriendinnen, een terrasje te pikken of naar de film te gaan. Van muziek hou ik ook: in een ver verleden speelde ik dwarsfluit en een beetje gitaar, ik zat op zangles en speel af en toe piano. Ik woon samen met mijn hond Bo, een cockerspaniël van 10 maanden oud. Ik heb nooit geweten dat het opvoeden van een pup zó’n intensieve bezigheid was, maar het is heerlijk om lekker met hem bezig te zijn en wandelingen te maken. Ik heb een zoon van 26 jaar, die al heel wat jaartjes op zichzelf woont. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking bij de huisartsopleiding! 6 2e uitgave 2019 en staat er nu nog steeds! Met veel plezier denk ik terug aan die tijd en ook aan mijn huisartsopleiding daarna. Na de huisartsopleiding was ik eerst in Afghanistan voor Artsen zonder Grenzen. Daarna werd ik huisarts in ’s-Hertogenbosch. Recent heb ik de kaderopleiding ouderengeneeskunde afgerond. Als kaderhuisarts werk ik ook enkele uren per week voor zorggroep Chronos in ’s-Hertogenbosch. Kwetsbare ouderen, maar eigenlijk kwetsbare burgers hebben mijn speciale interesse. Nathalie Beelen Huisartsbegeleider jaar 3 Sinds 1 mei werk ik als docent aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Ik ben in juni begonnen met een derdejaars groep, samen met Merijn van de Laar. Verrassend was het om in mei te gaan kennismaken met nieuwe collega’s in Maastricht, op Randwyck. Daar zette ik 34 jaar geleden mijn eerste voetstappen als geneeskunde student, het gebouw lag toen nog midden in de maïsvelden Ik woon in Vught met mijn man Maurice en onze drie puberzonen Tobias, Jonathan en Benjamin. Wij zijn reislustig en hebben al heel wat (verre) reizen gemaakt. Verder probeer ik in mijn vrije tijd te fotograferen en te racefietsen. Ik vind het ontzettend leuk om terug te zijn waar ik ooit begon en hoop met mijn kennis en ervaring een bijdrage te kunnen leveren aan de vorming van enthousiaste professionele nieuwe collega’s. Made in Maastricht Afstudeersessie 11 juni 2019 | Ruud Verhees, Chantal Reemers, Jorne Knegt, Klara van der Schuit, Charelle Cardinaal, Gerard Greijdanus, Hamed Naisas en Wieke van Bussel. 7 op één lijn 64
Page 8
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Bruikbare Oratie Over sprookjes, Aristoteles en over diagnostiek DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE In deze bijdrage vindt u dit keer geen selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. De reden is dat de vaste auteur van deze rubriek, Jochen Cals, op 28 juni 2019, zijn inaugurele rede hield getiteld ’Komt een test bij de huisarts’. Zijn leerstoel is ‘Effectieve Diagnostiek in de Huisartsgeneeskunde’. Een dubbel probleem: geen vaste rubriek en ‘of we even de oratie willen samenvatten’. Hoogleraren kunnen bij uitstek delegeren, zelfs Jochen Cals. Zijn oratie staat niet op papier. Zijn dia’s bevatten enkel afbeeldingen en animaties. Gelukkig is de oratie voor eenieder terug te kijken op de mediasite1 van de Universiteit Maastricht. Maar als u zich net als ik op het internet begeeft en op social media, dan kan u zijn oratie niet zijn ontgaan. Zijn oratie en boodschap gingen ‘viral’, zoals een echte infectieziekte, veroorzaakt door de drager van het virus: hijzelf. Zijn lezing begon met een sprookje, om aan te tonen dat zelfs ruim 100 jaar geleden de eerste röntgenfoto niet nodig was om de dokter gerust te stellen, maar de patiënt. Het beste diagnosticum is immers de dokter zelf. Maar soms ook de patiënt, liet Cals weten. Denk bijvoorbeeld aan terugkerende urineweginfecties bij vrouwen. Diagnostiek heeft communicatieve waarde en beslissen over hoe daarmee om te gaan, doe je samen met de patiënt. Er is vaak sprake van overdiagnostiek, van ‘effe diagnostiek’ in plaats van ‘effectieve diagnostiek’. ‘De kunst van het nee zeggen’ wordt steeds belangrijker en daarmee ook het omgaan met onzekerheid. Cals legde uit hoe een huisarts dagelijks te werk gaat in zijn of haar spreekkamer. ‘Listen to your patient, he is telling you the diagnosis’ (Sir William Osler) In de verfijningsfase van het diagnose stellen, is uitsluiten een belangrijk onderdeel. Tijd (‘beloop’) is ook belangrijk een diagnosticum voor de huisarts. Aanvullende testen kunnen ook een rol spelen, en daar gaat zijn leerstoel ook over. 1 https://mediasite.maastrichtuniversity.nl/Mediasite/Play/ ba1bf5e2d739466f9bc90eb7683d21ed1d Huisartsen hebben de laatste jaren veel meer toegang tot verschillende vormen van diagnostiek gekregen. Sneltesten, ook wel point-of-care testen genoemd, zijn enorm in opkomst. Echter, er is maar weinig goed onderzoek naar die testen gedaan, naar patiëntuitkomsten wordt amper gekeken en naar kosteneffectiviteit al evenmin. Maastricht doet dat wel, getuige het onderzoek naar de CRP-sneltest. Het proces van goed onderzoek doen tot en met de invoering in de spreekkamer, duurt 10 jaar. De komende vijf jaren gaan Cals en zijn team zich focussen op acute aandoeningen, want huisartsen willen juist die sneltesten gebruiken bij hun beleid. Infectieziekten en acute cardiale en pulmonale aandoeningen zijn speerpunten omdat huisartsen daarmee worstelen. Pijn op de borst is zo’n voorbeeld. De belangrijke zeeffunctie van de huisarts waarover André Knottnerus in 1987 al publiceerde in H&W, werd bevestigd door het cum laude proefschrift van Robert Willemsen in 2018 (‘de goede patiënten doorsturen en de goede patiënten thuishouden’ zei Cals). Ook de invloed van diagnostiek op de behandelstrategie zit in zijn onderzoekslijn. Bekend voorbeeld is het onderzoek van huisarts Ramon Ottenheijm naar echografie bij schouderklachten. De rol van de huisarts en de patiënt dienen ook bij onderzoek betrokken te worden. ‘Daar waar diagnostiek royaal beschikbaar is, ligt overmatige diagnostiek ook op de loer’, zei Cals vervolgens. Hij citeerde het artikel Wetenschap uit Trouw van 15 juni 2019 getiteld ‘Baat het niet, dan schaadt het mogelijk wel’. Je vindt bij veel mensen altijd wel wat en als je wat vindt, dan moet je daar vervolgens wat mee. Misschien had je dat liever niet 8 2e uitgave 2019 willen weten achteraf gezien. Overdiagnostiek kan leiden tot overbehandeling. Huisartsen worden daarom getraind in (snel)diagnostiek. Cals wil ook in de basisopleiding tot arts meer bewustwording voor overdiagnostiek. Verwachting van diagnostiek is niet alleen belangrijk voor dokters, maar ook voor patiënten. Cals liet een animatie zien die zo in elke wachtkamer vertoond zou kunnen worden. De huisartsgeneeskunde als academische werkplaats kwam ook ter sprake: het verbinden van onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg. ‘Duidelijkere diagnostiek voor betere beslissingen’. Voorbeelden van dergelijke nieuwe projecten zijn chlamydiadiagnostiek in de huisartspraktijk, samen met de GGD. Ook juist gebruik van d-dimeren voor trombose en longembolie staat hoog op het verlanglijstje. ‘Want vroegdiagnostiek gebeurt bij voorkeur niet in het ziekenhuis’, aldus Cals. Huisartsen kunnen in de regio Sittard e-meedenkconsulten aanvragen bij de specialist in het ziekenhuis, zodat onnodige verwijzingen worden voorkomen. Tot slot: sepsis, bloedvergiftiging. Sepsis is ernstig. Vroegtijdig herkennen en behandelen is cruciaal. De ademfrequentie schijnt daarbij een belangrijke voorspeller te zijn. Alleen meten huisartsen dat amper, laat staan dat het wordt vastgelegd. Cals is blij met de samenwerking met de SEH’s van Maastricht en Zuyderland want ook in de spoedzorgketen is goede diagnostiek nodig. Maar ook mildere infecties in de gewone huisartspraktijk dienen onderzocht te blijven worden. De urinestick is volgens Cals de imperfecte test en die test wordt dagelijks in elke huisartspraktijk gedaan en dat moet beter. Samen met Eefje de Bont gaat hij daarnaar kijken. Zo produceren we Bruikbare Wetenschap voor de dagelijkse praktijk. En uiteraard blijft Jochen Cals ‘gewoon’ huisarts, in Sittard, de bakermat voor zijn onderzoek. Om zoveel mogelijk spreekkamers te bereiken, schuwt hij de (social) media niet. Alleen op die manier komt de spreekkamer ook naar de vakgroep met hun ideeën en wensen, is zijn mening. Daarnaast wil hij ook dat de spreekkamer een ‘speeltuin’ wordt voor observatie en onderzoek door alle aios, niet alleen AIOTHO’s. Niels Beurskens en Mark Spigt zijn al begonnen met de rubriek ‘De aios zoekt het op’. “Verbaas, verdiep en schrijf” wil Jochen Cals de aios meegeven. Hij pleit niet voor meer wetenschap, maar voor een meer wetenschappelijke benadering in de huisartsopleiding. Huisartsen behandelen individuele patiënten niet volgens de algemene NHG-richtlijnen. Aristoteles benoemde naast kennis ook de phronese. Vertaald door Cals: praktische wijsheid. Pluis-/niet-pluis (PNP) onderzoek zoals dat van Erik Stolper valt daaronder. Als er dan toch een test naar de huisarts komt, dan zoekt de patiënt juist ten tijde van toenemende digitalisering, een praktische gids. Dat is de huisarts. Met kennis, kunde en praktische wijsheid plaatst deze alles in een context. En daarom wordt de kunst van het nee zeggen steeds belangrijker, want u als huisarts herkent de phronese. Die phronese dient met de jaren ervaring te rijpen en leidt tot beroepstrots. ‘Trots heb je, maar eer moet je krijgen’. Beroepseer krijg je volgens Cals van patiënten. De 15.000 landelijke fans geven de huisarts gemiddeld een 8. Afsluiter “Meestal vertelt de patiënt ons de diagnose en heel soms hebben we diagnostiek nodig. Deze is het meest effectief als we die met kennis, kunde en praktische wijsheid inzetten om die ene patiënt verder te helpen. Huisarts is het mooiste vak van de wereld.” 9 op één lijn 64
Page 10
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Hulde Volop in de prijzen DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Eefje Tijdens de NHG-Wetenschapsdag op 21 juni in Nijmegen won Eefje de Bont de NHG Wetenschapsprijs 2019 voor haar onderzoek naar het effect van een voorlichtingsboekje voor ouders van kinderen met koorts. De jury noemde haar onderzoek ‘methodologisch sterk en origineel opgezet’. In Medisch Contact verscheen hierover een artikel. Door die prijs mag Eefje naar de NAPCRG in Toronto (North American Primary Care Research Group) waar ze een award winning plenary mag presenteren. Maar er was meer. Ook bij de uitreiking van de Telesphorusprijs voor beste proefschrift stonden twee onderzoekers uit Maastricht in de top 3: wederom Eefje én Robert Willemsen, die cum laude promoveerde op een onderzoek naar pijn op de borst in de eerstelijn. Maar ook hier ging uiteindelijk Eefje er met de prijs vandoor. Eerder in mei won Eefje ook nog eens de CaRe Award 2019 voor beste proefschrift 2018 van alle 318 proefschriften samen van alle landelijke eerstelijns onderzoeksinstituten waaronder CAPHRI. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde Huisartsgeneeskunde en CAPHRI, is een van de zes genomineerden voor de Huibregtsenprijs 2019. De Huibregtsenprijs gaat naar een recent onderzoeksproject dat wetenschappelijk vernieuwend is met duidelijk maatschappelijke relevantie. Of het project van Onno ‘Voorkomen is beter dan genezen – Preventieakkoord’ gaat winnen, wordt bekend op 7 oktober. In dit rijtje vermelden we ook trots de AKO-WESP-studenten Sygriet Rinsma en Kitty de Clercq, omdat zij tijdens de Mosa Conference in de prijzen vielen voor respectievelijk beste presentatie (‘Chlamydia diagnostiek in de huisartspraktijk’) en beste poster (‘Registratie van antibiotica allergieën’). Sygriet en Kitty Op die Mosa Conference kregen alle 300 studentonderzoekers na afloop het boek ‘Effective scientific writing and publishing. A quick guide in English, Dutch and German.’ namens hoogleraren Jochen Cals & Daniel Kotz van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Het boek is te bestellen via op1lijn@maastrichtuniversity.nl. 10 2e uitgave 2019 Promotie 26 april 2019 “Fever management in children under 4 years in childcare centres and well-child clinics” DOOR KIRSTEN PEETOOM, PROMOVENDUS Huisartsen ervaren een hoge werkbelasting door kinderen met koorts op de huisartsenpost en zien, dat een toenemend aantal ouders de huisartsenpost bezoekt op advies van het kinderdagverblijf. Onderzoek onder kinderdagverblijfleidsters toonde aan dat het advies ‘‘om toch even naar de huisarts te gaan’’ is gebaseerd op de ervaring van leidsters en niet op basis van medische scholing. Uit vragenlijstonderzoek onder ouders bleek daarnaast, dat bijna alle kinderen op het kinderdagverblijf een of meer infectieklachten had gehad in een wintermaand, waarvan een derde niet verschenen was op het kinderdagverblijf en het merendeel van de zieke kinderen niet was gezien door de huisarts. Om leidsters en ouders te ondersteunen in hun beslissingen rondom een kind met koorts, hebben wij educatiematerialen ontwikkeld op basis van de stapsgewijze aanpak van Intervention Mapping. Naast scholing van leidsters onder leiding van een huisarts kregen leidsters en ouders een leidraad op basis van een stoplichtsysteem (wel/niet naar huis, advies paracetamol, advies huisarts ja/nee), het informatieboekje ‘’Mijn kind heeft koorts’’ en een kort filmpje. Het effect hiervan is geëvalueerd binnen 18 locaties van een grote kinderdagverblijforganisatie in Zuid-Limburg (MIK). Op de 9 locaties die met de materialen werkten, zagen we dat het gebruik niet leidde tot een significante afname in absentie ten opzichte van de controlegroep. Wel zagen we een toename van kennis onder leidsters, een vermindering van hun angst ten aanzien van koorts en een significante afname in hun intentie om ouders te adviseren naar de huisarts te gaan. 11 op één lijn 64
Page 12
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Onschuldige infectie of…? Sepsis: wees paraat! DOOR GIDEON LATTEN, SEH-ARTS ZUYDERLAND MC EN PROMOVENDUS EN PATRICIA STASSEN, INTERNIST-ACUTE GENEESKUNDE EN ONDERZOEKER Bacteriën zijn net als teken. Ze wachten geduldig af tot een nietsvermoedende gastheer voorbijkomt. Vaak nemen ze een lift via uw handen of het stoepje waaraan u zich stoot. Bacteriën zijn dol op kwetsbare mensen, waarvan er steeds meer zijn. Onze regio veroudert, voorheen dodelijke ziektes worden steeds vaker chronisch en gewrichten worden vervangen door implantaten. Er zijn dus steeds meer mensen vatbaar voor infecties. Oude mensen, van voor de Tweede Wereldoorlog, maakten de introductie van antibiotica mee. Daarvoor gingen gezonde mensen zomaar dood aan een longontsteking of een nare wond. De meesten sloegen zich er echter zonder kleerscheuren doorheen. Ook nu zie je dat infecties – een van de meest voorkomende problemen in uw praktijk – vaak een goede afloop hebben. Een deel leidt echter tot problemen, tot sepsis. Sepsis is een ernstig ziektebeeld met orgaanfalen en sterfte als gevolg. Sepsis komt meer en meer voor nu kwetsbaarheid toeneemt. Het goede nieuws is dat we iets kunnen doen aan sepsis! Hoe sneller we bij deze patiënten starten met antibiotica, des te beter is de prognose. Het ziekteproces kunnen we met antibiotica een halt toe roepen voordat de lawine losbarst. De vraag is en blijft echter: wie hebben sepsis en wie heeft een relatief onschuldige infectie? Het is een soort ‘Waar is Wally?’ Ze lijken allemaal op elkaar, maar hoe vis je de ziekste eruit? De focusgroep Acute interne geneeskunde van het Netwerk Acute Zorg Limburg (NAZL) zal op Wereld Sepsis Dag 13-092019 op verschillende manieren Sepsis onder de aandacht brengen van professionals en patiënten. Er wordt informatie gedeeld over Sepsis, hoe Sepsis te herkennen en hoe te handelen bij een verdenking op Sepsis. Meer informatie op: www.nazl.nl/world-sepsis-day-13-september-2019. Bereid u dus voor op sepsis! 12 2e uitgave 2019 Vraag 1 Sepsis is te diagnosticeren door een CRP te meten Ja A B Nee Vraag 2 Bij sepsis vinden we meestal een verwekker Ja A B Nee Vraag 3 Sepsis kun je onderscheiden van een mildere vorm van infectie op basis van de bloeddruk Ja A B Nee Vraag 4 Een oude, vitale, vrouw heeft een symptomatische urineweginfectie. Zij is verward en heeft een ademhaling van 24/min. Heeft zij sepsis? A B Ja Nee Vraag 5 Een man van 24 jaar heeft hoge koorts (39.2), hoest groen sputum en heeft een ademhalingsfrequentie van 28/min. Hij is helder en adequaat. Welk van de gegevens is het meest onderscheidend om de ernst van de infectie vast te stellen? A B Temperatuur Ademfrequentie Antwoorden Vraag 1. Antwoord B. Meting van het CRP helpt niet bij het onderscheiden van patiënten met een goede of een slechte afloop. Vraag 2. Antwoord B. Bij slechts 33% van de SEH patiënten met sepsis kunnen we een micro-organisme kweken. Vraag 3. Antwoord A. De systolische bloeddruk is een van de nieuwe zogenaamde quick SOFA (Sepsis-Related Organ Failure) criteria. Als een patiënt twee van de volgende criteria heeft, dan is de verdenking op sepsis hoog: systolische bloeddruk ≤100 mm Hg, EMV ≤14 (bijv. delier) en een ademfrequentie van ≥22/min. Ook gebruiken we de ‘oude’ sepsis (SIRS (Systemic Inflammatory Response Syndrome)) criteria: afwijkende temperatuur (<36.0 of >38.0), ademfrequentie >20/min, pols >90/min, afwijkend leukocytengetal (<4 of >12). Zoals u kunt zien, kunt u dus ook in uw praktijk de diagnose sepsis waarschijnlijker maken; alleen het leukocyten aantal ontbreekt. Vraag 4. Antwoord A. Zij heeft een verlaagde EMV-score en een verhoogde ademfrequentie in de context van een infectie. Dit laatste is belangrijk omdat een steriele inflammatie (bijv. een pancreatitis) of een inspanning ook kunnen leiden tot afwijkende vitale functies. Vraag 5. Antwoord B. Uit de Huisarts Koortsweek die wij dit jaar op twee HAPs (Heuvelland, Oostelijke Mijnstreek) hebben gedaan, bleek dat u vooral patiënten herkende en naar het ziekenhuis verwees die een verhoogde ademfrequentie hadden. Kennelijk vond u deze patiënten het ziekst. U deed dit overigens min of meer onbewust. U noteerde vaak niet zelf de ademfrequentie, dat deden onze student-onderzoekers achteraf. 13 op één lijn 64
Page 14
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Coeliakie in de dagelijkse praktijk Wat doet u hiermee? DOOR MAXINE ROUVROYE, ARTS-ONDERZOEKER EN GERD BOUMA, HOOGLERAAR EN MDL-ARTS AMSTERDAM1 Coeliakie is een chronische immuungemedieerde ziekte van de dunne darm, die kan ontstaan bij mensen met een genetisch risicoprofiel wanneer zij gluten eten. In Europa is de geschatte prevalentie van coeliakie 1%. Hiervan is echter, variërend per land, maar 6 tot 24% gediagnosticeerd. Klassieke symptomen die kunnen optreden bij coeliakie zijn diarree, gewichtsverlies en buikpijn. Veel patiënten hebben echter extra-intestinale symptomen of zijn asymptomatisch. Dit maakt coeliakie moeilijk te diagnosticeren. Het uitblijven van een behandeling, bestaande uit een levenslang strikt glutenvrij dieet, kan leiden tot diverse medische gevolgen. De diagnose wordt bij volwassenen gesteld door het bepalen van het tissue-Transglutaminase IgA (tTGA), gevolgd door een gastroduodenoscopie met dunne darm biopt afgenomen door de MDL-arts. Bij kinderen wordt de diagnose altijd door de kinderarts gesteld. Vaak voldoet enkel het tTGA. In Nederland is er weinig bekend over de kloof tussen gediagnosticeerde coeliakie en de totale prevalentie van coeliakie. Daarom proberen we het diagnostische gedrag van huisartsen met betrekking tot coeliakie in kaart te brengen. Dit hebben we gedaan via een enquête met casuïstiek en kennisvragen verspreid onder huisartsen in de regio Maastricht, Amsterdam en Haarlem. Daarnaast hebben we alle coeliakie of gluten gerelateerde contacten onderzocht van het jaar 2016, in 49 praktijken in Amsterdam. In totaal hebben 105 huisartsen de vragenlijst afgerond. Gemiddeld hebben zij 12 jaar ervaring en heeft 46% voorheen op de afdelingen interne geneeskunde, kindergeneeskunde of MDL gewerkt. Bij de casuïstiek viel op, dat coeliakie dikwijls in de differentiaaldiagnose staat, maar dat meestal geen diagnostiek volgt. Bij de eerste casus (postmenopauzale vrouw met een sterk verhoogd tTGA) gaf 22% van de respondenten aan, dat hiermee de diagnose coeliakie rond is, maar 54% stuurt de patiënt door naar de MDL-arts. Eenendertig procent koos ervoor 1 Afdeling Maag-, Darm-, Leverziekten, Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam UMC, AG&M research institute om de patiënt direct te verwijzen voor een darmonderzoek, waarbij 39% een coloscopie zou aanvragen in plaats van een gastroduodenoscopie. Bij een casus van een coeliakiepatiënt zonder klachten viel op, dat veel huisartsen geen glutenvrij dieet aanraadden. Uit alle bestudeerde coeliakie gerelateerde consulten van 49 praktijken (207.200 patiënten) was er een grote variabiliteit in de frequentie en soort diagnostiek voor coeliakie. In totaal zijn er 21 nieuwe coeliakiepatiënten gediagnosticeerd; een incidentie van 0.01% gediagnosticeerde coeliakie. Met behulp van ICPC-codes in probleemlijsten is er een prevalentie berekend van 0.19%. Deze prevalentie ligt veel lager dan de geschatte Europese prevalentie van 1%. Onze resultaten sluiten meer aan bij een oude Nederlandse studie, waarbij een gediagnosticeerde prevalentie van 0.016% werd gevonden en een gescreende prevalentie van 0.35%. Dit betreft echter een 25 jaar oude studie, de verwachting is, dat de prevalentie van coeliakie is gestegen in de afgelopen kwart eeuw. Een nieuwe screeningstudie moet uitwijzen of dit werkelijk het geval is. 14 2e uitgave 2019 CVA zorg voor huisartsen Wat is er veranderd? DOOR MARIA KERCKHOFFS-HANSSEN, STAFADVISEUR NAZL Ook bij een negatieve FAST-test kan op basis van andere symptomen een verdenking op een beroerte bestaan. Vraag daarom naar plotselinge visusstoornissen, coördinatiestoornissen en het optreden van acute hoofdpijn. Vraag bij iedere patiënt met een verdenking op een beroerte (mag bij een reële verdenking zonder fysieke beoordeling van de huisarts vooraf) naar: • Het tijdstip van het ontstaan van de klachten. • Indien onbekend, tijdstip van last seen well. • Als de klachten <24 uur geleden zijn ontstaan (of <24 uur last seen well) insturen met ambulance (A1) naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Vervolg: • Binnen 4,5 uur na ontstaan van de symptomen komt in aanmerking voor intraveneuze trombolyse (IVT). • Binnen 6 uur na ontstaan van de symptomen komt in aanmerking voor reguliere intra-arteriële therapie (IAT). • Tussen 6 en 24 uur kan op basis van bepaalde kenmerken (ernst van de uitval, radiologische kenmerken van kleine infarctkern en grote penumbra (te redden hersenweefsel)) ook in aanmerking komen voor reguliere IAT. • Tussen de 6 en 24 uur overig kan in aanmerking komen voor deelname aan de MR CLEAN LATE (een wetenschappelijk onderzoek dat de effectiviteit van IAT tussen de 6 en 24u onderzoekt). • Ook geringe klachten of ‘bijtrekkende’ klachten worden met spoed beoordeeld. Bij volledig herstel klachten is er sprake van een TIA. Advies: direct starten met een plaatjesremmer (ascal of clopidogel) en de patiënt aanmelden voor de TIA-service. Overleg met de neuroloog voor direct insturen is een optie. Contra-indicaties voor behandeling met IVT/IAT bepaalt het ziekenhuis. Let op: • Er is geen bovengrens qua leeftijd, de ondergrens voor behandeling is 16 jaar. • Het gebruik van orale antistolling en DOAC’s is geen absolute contra-indicatie. Hiervoor verricht de SEH specifiek labonderzoek. Take-home message: kijk verder dan alleen FAST test. Alle functie uitval, zoals spraakstoornissen, kan duiden op een CVA. Binnen 24 uur na ontstaan altijd insturen, tenzij al volledig herstel heeft plaatsgevonden. Dan starten met clopidogrel en insturen voor TIA-poli. Informatie staat ook op: www.nazl.nl/focusgroepen/CVA OOK en de Witte Raven De Witte Raven Club kwam onlangs bijeen op DEB1. Op de overlegtafel stonden prachtige bloemen, een witte raaf en een foto van Yvonne van Leeuwen. Yvonne, oud lid van deze groep, overleed op 1 mei op 67-jarige leeftijd in een hospice. Tijdens haar ziekte, zocht ze OOK altijd naar Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten. Het was een wens van haar dat de laatste casus, zoals beschreven in het vorige nummer (‘Geen hartfalen, wat dan wel?’), opgenomen werd in ons blad. De casus gaat namelijk over voormalig huisarts en lid van de Witte Raven, Paul Höppener. Het juiste antwoord was (dan OOK): pectus excavatum. Winnaar is huisartsdocent Johan Evers van het Skillslab, van de Universiteit Maastricht. Naast het juiste antwoord, citeerde Johan uit het boek ‘Chest Wall Deformities’. Hij stelde OOK wedervragen over het effect van nitroglycerine. Chapeau! Een nieuwe casus vanuit de Witte Raven Club hopen we weer in het volgende nummer van ‘Op één Lijn’ te presenteren. 15 op één lijn 64
Page 16
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Interprofessionele samenwerking De Quickscan DOOR JERÔME VAN DONGEN, DOCENT-ONDERZOEKER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE EN WIM GOOSSENS DOCENT ZUYD HOGESCHOOL Professionals van verschillende disciplines, zoals de huisarts, de praktijkondersteuner, de wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werker en de fysiotherapeut werken steeds meer samen rondom de hulp- of zorgvraag van een individu. Lokaal wordt daar verschillend invulling aan gegeven. De samenwerking tussen de disciplines wordt interprofessionele samenwerking genoemd en is, gezien de toenemende complexiteit van zorgvragen, belangrijker dan ooit. Interprofessionele samenwerking kent in de eerste lijn vele vormen: • het multidisciplinair overleg (MDO) • het hometeam • het sociaal team • het wijkteam of • het ronde tafel overleg (RTO). Interprofessionele samenwerking verloopt niet vanzelf vlekkeloos (van Dongen, 2017). Dit soms tot grote ergernis van de huisarts of praktijkondersteuner, die de onderlinge samenwerking meestal vanuit de huisartspraktijk in gang zet. Vaak ontbreken een duidelijke en gezamenlijke visie op samenwerking en structuur. Daarnaast is onduidelijk wie wat moet doen en handelen professionals vanuit hun eigen perspectief. Reflectie op de samenwerking kan helpen het functioneren te verbeteren (Schmutz, 2017). Uit eigen promotieonderzoek is bekend, dat interprofessionele teams in de praktijk weinig tot geen aandacht besteden aan reflectie. Teams zijn vooral bezig met de inhoudelijke bespreking van patiënten (vooral complexe casuïstiek). Ze nemen geen tijd om te reflecteren op het (groeps)proces en op de effectiviteit van de samenwerking. Waar die reflectie wel plaatsvindt, wordt het vaak niet goed gedaan. Daarnaast lijkt de continu veranderende samenstelling van de eerstelijnsteams de reflectie te belemmeren. Ook ervaren tijdsdruk en het lastig inplannen van een gezamenlijk moment zijn belemmerende factoren. Onderzoek laat zien dat teams met een hoge mate van reflectie een grotere effectiviteit, betere samenwerking, cohesie en innovatiekracht vertonen (de Haan, 2017). Bovendien 16 beschrijft Edmondson (2018) dat deze reflectieve teams een hogere mate van psychologische veiligheid kennen, waardoor er meer ruimte ontstaat om fouten te onderkennen en te verbeteren. Hiervoor hebben we een hulpmiddel ontwikkeld: de QuickScan Interprofessionele Samenwerking. Wat is de QuickScan Interprofessionele Samenwerking? De QuickScan is een instrument voor interprofessionele teams en/of netwerken om belangrijke aspecten van samenwerking in kaart te brengen. Hiermee kunnen teams reflecteren op hun samenwerking en de resultaten benutten om samenwerking te optimaliseren. Het team vertaalt de uitkomsten van de scan in een ontwikkel- of leertraject. De QuickScan is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en expertise op het gebied van interprofessionele samenwerking (in teams) en groepsdynamica. Het kan worden ingezet als zelfbeoordelingsinstrument om de kwaliteit van de samenwerking in het team te beoordelen en input te verzamelen voor reflectie en optimalisatie. In de QuickScan worden aan de hand van vijf categorieën (box 1) stellingen voorgelegd om te beoordelen op een schaal van 1 (niet aanwezig) tot 5 (excellent aanwezig) en aan te geven of het een ontwikkelpunt is voor het team of netwerk. De scan eindigt met vier open vragen. Het invullen kan digitaal via de smartphone, tablet of laptop en duurt ongeveer 15 minuten. 2e uitgave 2019 Box 1. De vijf categorieën van de QuickScan Voor de uitwisseling en reflectie in subgroepen wordt het CCC-model gehanteerd (Constateren, Conclusies Consequenties) om te komen tot een gezamenlijk ontwikkel- of verbeterplan. Gemeenschappelijke waarden (Shared Values) Bij interprofessionele samenwerking is het van belang dat de leden samen dezelfde kernwaarde, visie en uitgangspunten hebben en deze ook uitdragen. Context Diverse contexten zijn van invloed op de samenwerking. Het gaat hier onder andere over de opdracht vanuit de organisatie, expertise, achtergrond en belangen van de individuele teamleden. Bewustwording van ieders context blijkt de effectiviteit van de samenwerking positief te beïnvloeden. Structuur en organisatie Effectieve interprofessionele samenwerking blijkt ook te maken te hebben met de wijze waarop deze is georganiseerd. Het is van belang om duidelijke afspraken te maken over onder andere werkprocedures, rolverdeling en de manier van evaluatie. Groepsdynamica en interactie Interprofessionele samenwerking wordt effectiever als de onderlinge betrekkingen tussen de leden goed zijn en er een open sfeer en groepsklimaat is, waarin leden elkaar van feedback kunnen voorzien en op constructieve wijze kunnen reflecteren. Ondernemendheid en bedrijfsvoering Inzicht in de randvoorwaarden voor effectieve samenwerking is van belang. Denk hierbij aan kennis van recente wet- en regelgeving, de aandacht voor PR en marketing en de aanwezigheid van een helder bedrijfsplan. Toepassing Gestart wordt met een intakegesprek met praktijkhouder, teamleider en/of voorzitter(s) van het team. Daarna volgt observatie van het interprofessionele overleg en wordt de QuickScan geïntroduceerd. Na analyse van de resultaten, worden deze in het team gepresenteerd. Het team gaat dan reflecteren en interpreteren. De reflectie begint individueel, waarbij elk teamlid wordt gevraagd om 5 items te kiezen die door het team moeten worden opgepakt. Zelf aan de slag met de QuickScan? Wilt u zich als team verder ontwikkelen? Bent u benieuwd naar uw ontwikkelpunten of op zoek naar ontwikkelthema’s om op te reflecteren? Dan is de QuickScan Interprofessionele Samenwerking misschien wel iets voor u. Neem dan contact met ons op. Referenties • van Dongen, J. J. J., van Bokhoven, M. A., Daniëls, R., Lenzen, S. A., van der Weijden, T., & Beurskens, A. (2016). Interprofessional primary care team meetings: a qualitative approach comparing observations with personal opinions. Family practice, cmw106. • van Dongen, J. J. J. (2017). Interprofessional collaboration in primary care teams: development and evaluation of a multifaceted programme to enhance patientcentredness and efficiency (Doctoral dissertation, Maastricht University). • Schmutz, J. B., & Eppich, W. J. (2017). Promoting learning and patient care through shared reflection: a conceptual framework for team reflexivity in health care. Academic Medicine, 92(11), 1555-1563. • Haan E. de (2017), Teamcoaching, Gezamenlijke reflectie als motor voor prestatie, Boom, Amsterdam • Edmondson, A. C. (2018). The Fearless Organization: Creating Psychological Safety in the Workplace for Learning, Innovation, and Growth. Wiley. Het promotieonderzoek van Jerôme van Dongen werd begeleid door de promotoren Sandra Beurskens en Trudy van der Weijden en copromotoren Loes van Bokhoven en Ramon Daniëls. Contact Jerôme van Dongen Docent-onderzoeker Lectoraat Wijkgerichte Zorg (Zuyd Hogeschool) Onderzoeker Vakgroep Huisartsgeneeskunde (Universiteit Maastricht) jerome.vandongen@zuyd.nl 06-50231385 Wim Goossens Expert docent (Zuyd Hogeschool) wim.goossens@zuyd.nl 17 op één lijn 64
Page 18
op één lijn 64 2e uitgave 2019 De (digitale) toekomst van de (huis)arts Laat de eerste lijn geen KODAK zijn! DOOR GUY SCHULPEN, MEDISCH DIRECTEUR ZORGGROEP ZIO MAASTRICHT Het is 2019. De Nederlander kan online een vakantie boeken, online bankieren, online een huis kopen en verkopen, enzovoort. Maar diezelfde Nederlander kan zijn zorgdossier niet inzien, niet beheren, kan vaak geen digitale vragen stellen of digitale afspraken maken. En dat is niet logisch en niet wenselijk, zo dacht het Ministerie van VWS in elk geval. Met het Informatieberaad Zorg is een agenda voor digitalisering gemaakt. Met ambitieuze doelstellingen! Zo moet iedere patiënt medio 2020 toegang hebben tot zijn eigen zorgdossier. Er dient uiteindelijk een markt te komen voor persoonlijke gezondheidsomgevingen (zogenaamde PGO’s), waar de patiënt ook zelf gegevens aan kan toevoegen. Een andere ontwikkeling is dat er steeds meer technologie in de zorg ter beschikking komt. Zo kennen we het voorbeeld van dr. Watson. Dit is een soort supercomputer, die in staat is om ongestructureerde informatie te ordenen en intelligente dingen mee te doen. Een bedrijf als Skype is ver op weg om de zogeheten Turing test1 te gaan halen. Bent u er nog? Menig arts haakt namelijk af bij dit soort retoriek en moeilijke terminologie. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Deze laatste twee voorbeelden betekenen het volgende. In experimenten met dr. Watson in topklinische ziekenhuizen in Duitsland, is deze Watson computer in staat de status van de verwijzend arts te ‘lezen’, de diagnostiek te interpreteren, vervolgens alle wetenschappelijke output ter wereld daartegenover te zetten én daarna met een behandelplan te komen. Nauwkeuriger dan welke dokter dan ook (die immers onmogelijk in staat is om alle literatuur te volgen). Gelukkig, denken sommige artsen, zal het gesprek met de patiënt nog steeds essentieel zijn. Ter geruststelling, dat is ook zo, om de patiënt uit te vragen naar beleving en symptomen. 1 Turingtest: genoemd naar Alan Turing in 1936. Een computer slaagt voor de Turing test wanneer het voor de ondervrager niet gemakkelijker wordt om de bedrieger te ontmaskeren. Bron: Wikipedia. Maar Skype is dus zo ver met ‘chatbots’ (chat-computers met kunstmatige intelligentie) dat je als mens bijna niet merkt, dat je met een computer praat. Hoe je ook je best doet! Combineer die twee technologieën en waar blijft de dokter dan? Een terechte vraag voor sommige vakgebieden denk ik. Als we zien hoe effectief een simpel instrument als thuisarts.nl al werkt in het voorkomen van zorgvragen, kunnen we alleen maar speculeren wat ‘slimmere’ technologie de patiënt kan bieden aan zelfdiagnostiek, zelfhulp. Toch maak ik me geen zorgen voor de huisarts. Juist in het generalisme van de huisarts, de complexiteit van de verschillende leefdomeinen die de ervaren gezondheid beïnvloeden, zal, mijns inziens, de huisarts als gids een centrale rol kunnen blijven vervullen. En de boodschap is dan ook, dat we ons daar niet tegen moeten willen verzetten. Dat we niet moeten doen of dit de zorg niet gaat raken. Onze maatschappij omarmt in het dagelijks leven digitalisering op grote schaal. Dat zal toch zeker ook gaan gebeuren in de zorg? Waarom zou het niet gaan worden omarmd, althans door een groot deel van de patiënten? Kodak dacht ooit dat ze fotorolletjes verkochten, maar hun klanten wilden foto’s. Toen de digitale camera kwam, was er geen vraag meer naar fotorolletjes. Laat de eerstelijnszorg geen Kodak zijn! Prima dat patiënten toegang tot hun dossier krijgen. Prima dat zij verwachten dat op de HAP de gegevens van overdag beschikbaar zijn. De eerste lijn voegt iets toe aan wat digitaal kan of mogelijk gaat worden. Dat is en blijft onze kracht. Maar dan moeten we wel wakker worden en snel deze ontwikkelingen gaan omarmen. Want we weten allemaal hoe het eindigde met Kodak... 18 Jubileumviering voor goed doel 100 jaar Sjniedesj DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE EN GITTE SNIJDERS, HUISARTS IN LANDGRAAF Huisartsenpraktijk Snijders uit de wijk Nieuwenhagen in Landgraaf, bestaat 100 jaar. In 1919 startte Pierre ‘Pake’ Snijders de familiepraktijk. Anno 2019 is Gitte Snijders praktijkhouder. Eerder in Op één Lijn nummer 531 in het themanummer ‘All in the Family’ over huisartsenfamilies, schreven zij over hun bijzondere familie. Om dit heuglijke feit te vieren, organiseerde Gitte een feestelijk evenement op zaterdag 29 juni, een zonovergoten dag. Met allerlei activiteiten haalden zij geld op voor een goed doel: de gezonde basisschool van de toekomst. Als gastspreker nodigden zij de aan dit project verbonden hoogleraar Onno van Schayck uit om een speech te houden. Ben je de enige huisarts in de praktijk? “Ik heb een solo-praktijk, maar ook twee hele goede en fijne vaste waarnemende huisartsen die ieder twee dagen waarnemen: Judith Brouns en Sanne Gullikers. Zij zijn naast deskundig en accuraat, ook hele fijne collega’s om mee samen te werken.” Wat heb je die zaterdag zoal georganiseerd? “We hebben een gezamenlijke warming up met zumbadanseres Simone Lucchesi en de geweldige sambaband Razzemetazz georganiseerd. Daarna vond de ‘Snijders’-run met leuke, kindvriendelijke obstakels plaats. Ondanks de hitte was de opkomst geweldig! Op het Sunplein was de hele dag een gezondheidsmarkt met leuke attracties, een geweldig praatje van hoogleraar Onno van Schayck, optredens van lokale sportverenigingen zoals Benito Deane dansschool, turnvereniging Olympia, SVN 50+ walkin voetbal, zang van Paul van Loo maar ook de coverband ‘The recipe’. De dag werd gepresenteerd door Freed Janssen, de lokale wethouder van Landgraaf. Daarnaast vond er een heuse, enthousiaste rollatorrace plaats met tien deelnemers. De dag was een groot feest! “ Wat vonden de aanwezigen ervan, de patiënten? “Ze vonden het magnifiek om te zien dat we zoveel moeite gedaan hebben om zoveel leuks te organiseren. We zijn geen evenementenorganisatie, maar ze stonden 1 Archief op onze website www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/ over-ons/op-één-lijn versteld van hetgeen we gepresteerd hebben; een heel fijn compliment.” Wat vond je het leukste op die dag? “Het leukste was dat het geheel bij iedereen een glimlach op het gezicht gaf, of het nou de optredens waren, de run, de rollatorrace: ik zag de mensen genieten! Daarnaast was het zeer bijzonder om een erepenning te krijgen van de burgemeester Raymond Vlecken, een enorme eer voor onze hele familie!” Jullie kozen de Gezonde Basisschool als goed doel, heeft het wat ‘opgeleverd’? “We zijn de sponsorzaken nog aan het verrekenen. Het wordt een mooi bedrag, maar de boodschap is veel belangrijker. We willen dat het project de Gezonde Basisschool van de toekomst blijft bestaan in Landgraaf. En dat we dit project gezamenlijk gaan dragen. De verantwoordelijkheid voor een bewustere en gezondere aankomende generatie moeten we samen dragen. Onno van Schayck vond het geweldig dat wij ons als huisartsen zo proactief inzetten voor de lokale gemeenschap. We hadden het immers ook kunnen afdoen met een gewoon feestje. Op deze wijze werd voor iedereen duidelijk dat we meer willen doen; we willen de lokale gemeenschap op een leuke, originele wijze een boodschap van bewustwording en toekomstvisie meegeven, zonder te zitten preken.” “ Voor zover ik weet is het uniek in Nederland dat een huisartspraktijk al 100 jaar van vader op zoon, op zoon, op dochter overgaat! De generaties Snijders zetten zich met hart en ziel in voor hun wijk Nieuwenhagen en dat wordt zeer gewaardeerd. Vroeger was het vooral voor de stoflongen, maar na het sluiten van de mijnen is het nu vooral om het gezondheidsgerelateerd gedrag te verbeteren. Fantastisch dat Gitte en haar collegae de Gezonde Bassischool van de Toekomst zo ondersteunen. Zo werken we samen aan een gezond Landgraaf en op en duur aan een gezond Limburg!” Onno van Schayck. 19 op één lijn 64
Page 20
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student Anke Spreeuwenberg E-meedenkconsulten Interne Geneeskunde BEGELEIDERS: JOCHEN CALS EN DENNIS MURIS Vraagstelling Een huisarts kan een patiëntgerelateerde vraag over een voor de specialist onbekende patiënt telefonisch stellen, of de patiënt hiervoor verwijzen. Niet alle vraagstellingen vereisen echter een polibezoek en telefonisch overleg heeft ook nadelen. In de Westelijke Mijnstreek werden e-meedenkconsulten ingevoerd tussen huisartsen en internisten om patiëntgerelateerde vragen te stellen via Zorgdomein. Studiedesign Observationele studie waarbij 762 e-meedenkconsulten uit 2018 tussen huisartsen en internisten in de Westelijke Mijnstreek werden geëvalueerd. Na exclusie van patiënten die al onder specialistische behandeling waren, werden 619 consulten geanalyseerd. Primair resultaat en conclusie Bijna 80% van de huisartsen gebruikte het e-meedenkconsult. Meer dan 75% van de patiënten bleef na het e-meedenkconsult in de eerste lijn. We vroegen huisartsen of ze de patiënt in afwezigheid van e-meedenkconsulten verwezen zouden hebben en konden zo een substitutiepercentage berekenen: 70% van de initiële verwijzingen werd vermeden. WESP-student Anne Gerritsen Horizontaal verwijzen in de urogynaecologie BEGELEIDERS: DENNIS MURIS & JOCHEN CALS Vraagstelling In het kader van horizontaal verwijzen is in 2018 een kaderhuisarts urogynaecologie gestart in de Westelijke Mijnstreek. We onderzochten patiënt tevredenheid en de hoeveelheid voorkomen verwijzingen naar de tweede lijn voor het plaatsen van spiraaltjes. We evalueerden daarnaast faciliterende factoren en barrières voor horizontaal verwijzen in de urogynaecologie onder huisartsen. Studiedesign We combineerden kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Verwijs data van 1.282 patiënten werden verzameld 20 over drie jaar uit verschillende informatiesystemen. Vragenlijstonderzoek onder 49 patiënten en interviews onder vier huisartsen vonden plaats. Primair resultaat en conclusie De kaderhuisarts heeft 92 spiralen geplaatst in 2018 en gezorgd voor een hoge patiënt tevredenheid. Gelijktijdig werd voor het eerst in 2018 een dalende trend gezien in spiralen geplaatst door de tweede lijn. We concluderen dat deze studie inzicht geeft in voordelen van horizontaal verwijzen in de urogynaecologie. op één lijn 64 2e uitgave 2019 WESP-student Corina de Gier Gezonde Basisschool van de Toekomst heeft ook thuis invloed BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK, MAARTJE WILLEBOORDSE EN CARLIEN SCHOUTEN Vraagstelling Op de ‘Gezonde Basisschool van de Toekomst’ krijgen alle kinderen iedere dag een gezonde lunch en een uur beweging onder begeleiding aangeboden. We onderzochten welke impact dit op de kinderen en hun ouders in de thuissituatie had, met betrekking tot gezonde voedings- en sportgewoonten. Studiedesign In totaal doen acht scholen mee met het grote project ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Wij hielden 8 semigestructureerde interviews met ouders van de twee volledige interventiescholen en werkten deze uit met NVivo12 tot categorieën volgens een inductieve inhoudsanalyse. Naast deze twee volledige interventiescholen waar wij onderzoek deden, zijn er ook twee scholen met alleen een beweegprogramma en vier controlescholen. Primair resultaat en conclusie Door de Gezonde Basisschool is de kennis van de kinderen en hun ouders over gezonde voeding en beweging toegenomen. Tevens zijn ze allebei bewuster geworden van voedselkeuzes, eten ze thuis gevarieerder en vaak gezondere producten. Daarnaast zijn de kinderen mee gaan bepalen in de voedselkeuzes van het gezin. WESP-student Corlieke van de Kar Diagnostiek en morfologie bij calcificerende tendinopathie BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Calcificerende tendinopathie (CT) is de meest voorkomende specifieke subacromiale schouderaandoening en kenmerkt zich door verschillende stadia. Beeldvorming is nodig om deze aandoening te diagnosticeren, maar de vraag is welke beeldvorming de hoogste diagnostische waarde heeft. Daarnaast hebben we gekeken of er een relatie is tussen de morfologie (bij beeldvorming) en symptomatologie. Studiedesign Een systematic review gebaseerd op 18 studies, waarbij de risk of bias en toepasbaarheid van de studies zijn beoordeeld. 21 Primair resultaat en conclusie Echografie heeft de hoogste diagnostische waarde voor het diagnosticeren van CT met een gepoolde sensitiviteit en specificiteit van respectievelijk 93.5 (89.3 – 96.4 en 99.4 (98.7 – 99.8). Boogvormige calcificaties komen vaker voor bij asymptomatische patiënten en niet-boogvormige calcificaties bij symptomatische patiënten. Echografie heeft de voorkeur indien beeldvorming is gewenst bij patiënten met een subacromiaal pijnsyndroom. op één lijn 64
Page 22
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student Juliët Op ‘t Veld Therapeutische opties voor calcificerende tendinopathie van de schouder BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Calcificerende tendinopathie, een veelvoorkomende oorzaak van schouderklachten in de dagelijkse praktijk, karakteriseert zich door een evolutionair beloop. Er zijn diverse nietoperatieve therapieën beschikbaar en onderzocht in de literatuur. Echter, welke is het meest effectief en wordt er rekening gehouden met het natuurlijke beloop van de aandoening? Studiedesign Systematische review gebaseerd op 24 studies van lage tot matige kwaliteit (13 systematische reviews en 11 randomized controlled trials). Primair resultaat en conclusie Barbotage en hoogenergetische shockwave blijken veilige behandelingen met een gelijke effectiviteit en effectiever dan andere niet-operatieve behandelingen. Radiale shockwavetherapie lijkt minder effectief, maar is wellicht een goedkoper alternatief, omdat dit door fysiotherapeuten kan worden toegepast. Er is geen onderzoek van voldoende kwaliteit beschikbaar over de relatie tussen de therapie en het beloop van de aandoening. WESP-student Kitty De Clercq Allergisch voor antibiotica? Of voor de bijwerkingen? BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Maar liefst 90% van de geregistreerde antibiotica allergieën blijken geen potentieel levensbedreigende, type-I allergieën te zijn. Deze onterechte registraties leiden tot minder behandelopties en meer antibioticaresistentie, aangezien meer tweede keus en breedspectrum antibiotica worden gebruikt bij patiënten met een geregistreerde allergie. Maar wat zijn de oorzaken van deze onterechte registraties? Studiedesign Aan de hand van een kwalitatieve studie met vier focusgroepen werden de ervaringen van 34 huisartsen en 22 10 apothekers omtrent mogelijke oorzaken van onterechte registraties en verbetermogelijkheden in kaart gebracht. Primair resultaat en conclusie Huisartsen en apothekers ervaren dat weinig registraties terecht of volledig zijn, waardoor zij sceptisch zijn tegenover huidige registraties. Hoofdoorzaken voor onterechte registraties zijn ICT- en communicatiebarrières, onvoldoende kennis en praktische tools. Betere registratie is mogelijk door lokale werkafspraken, betere ICT-koppeling, opschoning van huidige registraties en beschikbaar stellen van een FTOmodule. op één lijn 64 2e uitgave 2019 WESP-student Sygriet Rinsma Chlamydia diagnostiek in de huisartsenpraktijk BEGELEIDER: JOCHEN CALS Vraagstelling In Nederland worden de meeste SOA’s gediagnosticeerd door de huisarts. Hierbij zijn chlamydia-infecties de meest voorkomende. We onderzochten hoe het staat met de kennis, attitude en dagelijks handelen in de praktijk met betrekking tot (anorectale) chlamydia diagnostiek bij huisartsen. Tevens hebben we gekeken naar eventuele bevorderende en/of belemmerende factoren hierin. Studiedesign We hebben een digitaal vragenlijstonderzoek opgezet bestaande uit 50-vragen. De vragenlijst werd via verschillende netwerken (vakgroep huisartsgeneeskunde, seksHAG, kaderhuisartsen urogynaecologie en AHON Groningen) per mail verspreid onder huisartsen in heel Nederland. Primair resultaat en conclusie Uiteindelijk is de vragenlijst door 388 huisartsen compleet ingevuld. De helft van de huisartsen koos het verkeerde antibioticum bij anorectale chlamydia en hertesten worden niet regelmatig uitgevoerd. Hieruit blijkt dat kennis en handelen van huisartsen bij anorectale chlamydia en re-infecties van chlamydia in het algemeen verbeterd moet worden. WESP-student Puk Meijs Het leren van complexe ouderenzorg: hoe worden huisartsen in opleiding bekwaam? BEGELEIDERS: KRISTA KOETSENRUIJTER, WEMKE VELDHUIJZEN EN JEAN MURIS Vraagstelling Onze vergrijzende populatie zorgt voor een grotere rol voor de huisarts in het leveren van complexe ouderenzorg. Aangezien huisartsen zich hier niet altijd bekwaam in voelen, willen we met deze studie de leerprocessen van huisartsen in opleiding die ten grondslag liggen aan het leren van complexe ouderenzorg meer inzichtelijk maken. Studiedesign In dit kwalitatieve onderzoek zijn diepte-interviews afgenomen bij verschillende betrokkenen rondom de huisartsenopleiding, met als overkoepelend thema ‘succesvolle leerervaringen’. De interviews zijn open gecodeerd en geanalyseerd met Atlas.ti 8. Primair resultaat en conclusie Het leren van complexe ouderenzorg is een cyclisch proces, waarbij ervaring centraal staat en wordt ondersteund door voorbereiding en verwerking. Beschikbaarheid van ‘mentale ruimte’ is een voorwaarde voor dit leerproces en verschillende persoonlijke- (bijvoorbeeld een positieve houding t.o.v. ouderen) en onderwijskarakteristieken (bijvoorbeeld een competente opleider) zijn helpend. 23 op één lijn 64
Page 24
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student: Gil Schulte Schouderpatiënten in de anderhalvelijnszorg BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM, DENNIS MURIS Vraagstelling Schouderklachten staan op de tweede plaats van verwijzingen naar de tweede lijn. Echter, schouderoperaties worden niet vaak meer uitgevoerd. Om patiënten de ‘juiste zorg op de juiste plek’ te bieden, werd een anderhalvelijnscentrum in Zuid-Limburg geïntroduceerd. Deze studie onderzocht de ‘Triple Aim’: effectiviteit van zorg, patiënttevredenheid en substitutie van zorg. Studiedesign Observationele studie met 236 schouderpatiënten in het Anders Beter Centrum (ABC) en het Zuyderland ziekenhuis met een follow-up van 6 maanden. Primair resultaat en conclusie Bij schouderpatiënten in het ABC werd een klinisch relevante en statistisch significante afname van klachten vastgesteld en de patiënten gaven het rapportcijfer 8,9 voor de geleverde zorg. Bovendien zagen we een reductie van verwijzingen naar de tweede lijn met 91,2%. Anderhalvelijnszorg voor schouderpatiënten zorgt voor effectieve substitutie van zorg en tevreden patiënten. WESP-student: Kim Akkersdijk Diagnostiek bij de ‘frozen shoulder’ BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Het doel was om de diagnostische waarde van echografie bij de ‘frozen shoulder’ te onderzoeken en de mogelijkheid om deze echografische bevindingen te correleren aan de verschillende stadia van de ziekte. Studiedesign Een systematische review van bestaande literatuur tot en met maart 2019, uitgevoerd volgens de PRISMA-richtlijnen. Primair resultaat en conclusie Echografisch kunnen verschillende kenmerken onderzocht worden, met een redelijk tot zeer hoge diagnostische waarde voor de ‘frozen shoulder’. Een combinatie van statische en dynamische bepalingen lijkt hiervoor het beste te zijn, met een sensitiviteit en specificiteit van respectievelijk 100 en 87 procent. Gezien het ontbreken in de bestaande literatuur van studies met deze onderzoeksvraag, is meer onderzoek nodig naar de correlatie van deze parameters aan de verschillende stadia van de ‘frozen shoulder’. 24 op één lijn 64 Uit het hoofd Nou tabé dan! DOOR BAS MAIBURG, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Een wisseling van hoofd geeft altijd wat onrust. We zijn er op tijd bij, mijn opvolger staat te trappelen. De opleiding staat er goed voor: de aios stromen naar wens binnen en het coördinatoren-, docenten- en ondersteuningscorps staat, en staat zijn en haar mannetje. Tijd om te gaan. Eén-en-dertig jaar Universiteit Maastricht, waarvan een paar jaar nog Rijksuniversiteit Limburg. Van hab tot hoofd bij de huisartsopleiding. In oktober 65 jaar jong, een mooi moment om mijn carrière af te sluiten. Natuurlijk gaat het nemen van zo’n beslissing niet over één nacht ijs. Met het vinden van een prima opvolger in de persoon van Matthijs Limpens is het wel makkelijker. De ervaring van Matthijs als huisarts, opleider, huisartsbegeleider en bestuurder komt vanaf oktober volledig ten goede aan de huisartsopleiding. Er rest nog een pittige overdrachtstijd, en dan is het voor mij als hoofd gedaan. Kijkend naar en levend in het hier en nu kunnen we als Managementteam en opleiding als geheel stellen, dat we er gezond voor staan. Goede meerjaren afspraken met de Universiteit Maastricht op financieel vlak, en een kersvers contract met de SBOH over onze tweede opleidingslocatie Strijp-Z in Eindhoven, ondertussen een volwaardige onderwijslokatie. Aan die gezonde situatie draagt natuurlijk het aantal nieuw instromende aios in hoge mate bij. Vierentachtig eerstejaars aios in 2019, dat is een absoluut recordaantal. De groei in het aantal aanmeldingen voor Maastricht en Eindhoven krijgen we niet zomaar in de schoot geworpen. Daar gaat een uitgekiende werving van kandidaten aan vooraf. Van lunches aan het eind van het coschap, via (de persona’s van) de vernieuwde website tot een heuse theatertour. Het kan niemand meer ontgaan zijn, dat we nu een coördinator werving en selectie hebben, in de persoon van Joost Dormans. Samen met Babette Doorn en Marleen van den Bogaart intensief bezig met het over de streep trekken van anios en basisartsen voor de opleiding. Noblesse oblige. Meer aios betekent ook inzet van meer opleiders. Geografisch gezien nog weleens een puzzel. Nieuwe opleiders uit al onze geaffilieerde windstreken blijven hard nodig. Wij bieden ze – gecoördineerd door Marieke Kools en Arie de Jong, onze haocoördinatoren, en Lilian Aarts, onderwijscoördinator – aios huisartsgeneeskunde, in afwisseling met coassistenten en zo nu en dan aios die coassistenten begeleiden (aiosco project). En kunnen faciliteren bij aniosschappen huisartsgeneeskunde (zie vorige ‘Op één lijn’ of kijk op onze website). Een blik in de glazen bol van de toekomst levert enigszins paradoxale vergezichten. Zorg omtrent de beschikbare huisartsenzorg levert de opleiding waarschijnlijk een hogere, door de minister te bepalen capaciteit op. En in de nieuwe strategische agenda van Huisartsopleiding Nederland wordt een stevige lans gebroken voor werving en selectie, maar moet de nieuwe ‘governance’, alias de wijze van besturen, nog zijn beslag krijgen. Best roerige tijden, waarbij de Huisartsopleiding Maastricht een hoog feniks-gehalte vertoont. Zo wordt de opleiding als voorbeeld genomen voor de goede lokale samenwerking met de opleidersvereniging, een van de uitgangspunten uit de landelijke strategische agenda. Door groei en natuurlijk verloop heeft de opleiding - naast opleiders - steeds behoefte aan nieuwe docenten. Onze headhunting-activiteiten werpen hun vruchten daarbij af. Zo mogen we binnenkort Jeroen Smeets, huisartsopleider in Maastricht, verwelkomen als nieuwe huisartsbegeleider in jaar 1 en Kirstin Ponse, HIDHA en docent bij het coschap, als huisartsbegeleider in het Blok Klinische Zorg van jaar 2. Beiden eerder onder andere actief bij de selectie van kandidaten voor de opleiding. Recent is Nathalie Beelen, huisarts in ’s-Hertogenbosch, aan ons docentencorps toegevoegd als huisartsbegeleider van een jaar 3 groep. Zij was destijds een van de eerste aios die de differentiatie praktijkmanagement volgde. En aan de kant van de gedragswetenschappers is met Miriam Notermans, ervaren psychotherapeut in Maastricht, een welkome uitbreiding van onze keur aan psychologen bij de opleiding gerealiseerd. 25 op één lijn 64
Page 26
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Maar er vertrekken ook docenten, door nieuwe uitdagingen buiten de opleiding. Bij het uitkomen van deze ‘Op één lijn’ zwaaien we Nicole Schuttelaar als gedragswetenschapper in het Psychisch Blok uit en bewaren we onze uitzwaaizakdoekjes nog even voor het vertrek van Maartje Vinken uit het Blok Klinische Zorg. Nu ik zie, dat docenten bij ons binnenkomen die ik meer dan twintig jaar geleden heb begeleid bij differentiaties, denk ik opnieuw ‘tijd om te gaan’. Met mijn keuze voor Maastricht in 1988 voelde en voel ik me geenszins een “koloniaal” (de titel van dit stuk verwijst naar het “afscheidslied van den Koloniaal”). De huisartsopleiding heeft mij veel en ver gebracht. Daar wil ik iedereen die daaraan bijgedragen heeft voor bedanken. Maastricht, ik groet u en wens u, met de woorden van Yvonne van Leeuwen, nog heel veel ‘passion for education’. Gestage groei Werving werpt zijn vruchten af! DOOR JOOST DORMANS, COÖRDINATOR BEDRIJFSVOERING HUISARTSOPLEIDING De afgelopen 2 jaar is de opleiding actiever gaan werven en dat werpt z’n vruchten af. In 2019 zullen maar liefst 84 aios starten en daarmee groeit de opleiding in Maastricht/Eindhoven gestaag en steviger dan andere huisartsopleidingen in Nederland. We leiden maar liefst 12 aios per jaar meer op dan het Capaciteitsorgaan berekende op basis van bevolkingsaantal. We komen in 2020-2021 op circa 250 aios! Er is ook veel belangstelling voor huisartsgeneeskunde. Dat zagen en hoorden we tijdens de Pubquiz, bezocht door 65 basisartsen en zesdejaars Geneeskunde studente. Tijdens de Theatertour met huisarts cabaretier Ernst van der Pasch in Eindhoven en Maastricht, hadden we maar liefst 250 bezoekers. Daarnaast waren we eind mei ruimschoots vertegenwoordigd op de Medische Carrièredag van medische studentenvereniging Pulse. We gaven een workshop samen met ouderengeneeskunde en spraken met veel –met name bachelor- studenten op de beursvloer. Aios, inclusief AIOTHO’s, dragen hieraan hun steentje bij. We zijn blij met de toename van aios, omdat het goed is voor de regio’s: wegwerken huisartstekort, werkdruk en zorgen voor continuïteit in de eerstelijnszorg. Daarnaast is het ook goed voor de opleiding zelf. Een zekere omvang is nodig om alle ontwikkelingen bij te houden. 26 Groei kan alleen gerealiseerd worden als er voldoende huisartsopleiders en stageplaatsen zijn, niet alleen in aantal maar ook in kwaliteit. Binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde wordt goed samengewerkt tussen het basiscurriculum, de huisartsopleiding en de onderzoekers. Maar ook alle (huisarts)opleiders die het opleiden uitdragen, leveren een flinke bijdrage. Zorggroepen in de regio ondersteunen deze aanpak waar mogelijk. Werving is zoveel meer dan een kekke poster bedenken of een film organiseren. Werving is gewoon continu hard werken, offline en online. Het gaat om oprechte, persoonlijke aandacht voor en interesse in jonge mensen én het delen van enthousiasme voor onderwijs en het vak! ANIOS Huisartsgeneeskunde In het vorige nummer van ‘Op één Lijn’ hebben we uitgebreid aandacht besteed aan de ANIOS Huisartsgeneeskunde. We ontvingen tal van reacties van huisartsen als ook van geïnteresseerde potentiële ANIOS. Wil je meer weten over het ANIOS-schap, ook als huisarts, dan kun je contact opnemen met Joost Dormans (joost.dormans@maastrichtuiversity.nl) of huisarts Donna Lenders (d.lenders@ezorg.nl) van praktijk Medisch Centrum West Kerkrade. HOOFDzaken Gedreven en enthousiast DOOR MATTHIJS LIMPENS, AANKOMEND HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Op de Staf-tweedaagse van 3 en 4 oktober nemen we afscheid van Bas Maiburg en op 6 oktober volg ik hem op als Hoofd van de Huisartsopleiding Maastricht. Toen ik gevraagd werd voor deze functie, heb ik eerst moeten nadenken of ik het werk als huisarts al los kan laten. Ik heb getwijfeld of ik nog 1 dag in de week in de praktijk zou blijven werken, maar heb uiteindelijk de knoop doorgehakt. Op 1 januari 2020 stop ik weloverwogen als huisarts in Hoensbroek en ga voltijds voor mijn nieuwe functie. Wat breng ik mee? Het antwoord is: vooral enthousiasme! Ik ben gedreven en ze zeggen dat mijn enthousiasme aanstekelijk werkt. Ik breng ook mijn ervaring mee: 25 jaar huisarts, actief betrokken geweest bij de vorming van de regionale huisartsenorganisatie HOZL en 20 jaar huisarts-opleider, waarvan de laatste 3 jaar als HAB op het instituut in Maastricht. Ik kom dus uit het veld en vind de balans in de driehoek AIOS – opleider – instituut erg belangrijk. Die is bij ons goed, maar kan waar mogelijk nog versterkt worden. Omdat ik altijd op het instituut in Maastricht werkzaam ben geweest, ken ik iedereen daar al goed. Maar ik wil ook het team in Eindhoven snel beter leren kennen en ben van plan om vanaf januari één dag in de week op Strijp-Z te zijn. Zelf heb ik mijn opleiding Geneeskunde in Nijmegen genoten. Ik vind het dan ook bijzonder om de samenwerking met de Nijmeegse huisartsopleiding op Strijp-Z op te pakken. Ook in Nijmegen is net een nieuw Hoofd begonnen, Claudia Lobo. Op de werkconferentie van Huisartsopleiding Nederland (HN) hebben we al kennisgemaakt. HN zit zelf organisatorisch in een overgangsfase. Vooruitlopend op mijn nieuwe functie heb ik al kunnen deelnemen aan de werkconferenties in Utrecht ter voorbereiding van de strategische agenda. Mijn eigen opleiding tot huisarts heb ik in Utrecht gevolgd. Het deed mij goed om nog enkele gezichten tegen te komen uit deze opleidingstijd. Ik heb 24 jaar met veel plezier als huisarts in Hoensbroek gewerkt. Onze jongste zoon Tom is er geboren. Samen met mijn vrouw Jacqueline en onze zonen Huib, Ivo en Tom woonden we naast de praktijk. Na diverse carrièreswitches zijn mijn vrouw en ik uiteindelijk allebei in het onderwijs terechtgekomen. Zij werkzaam voor het Talencentrum van de Universiteit en ik bij de Huisartsopleiding. Na jaren actief te zijn geweest in de hockeysport, zowel zelf spelend als in bestuurlijke functies, ligt mijn passie buiten het werk nu in een zelf aangelegde hoogstamboomgaard. Vormsnoei, hart- en gesteltakken, waterscheuten en plantenziekten hebben nu mijn aandacht. Het onderhouden van mijn kleine gaard is een heerlijke manier om te ontspannen! En een mooi tegenwicht straks tegen de dagelijkse beslommeringen van het Hoofd, waar ik wel met veel plezier naar uitkijk. Aios Referatendag De winnaars Siamack Sabrkhany, Bas Stevens en Jean-Marie Peeters waren dit voorjaar de winnaar van de publieksprijs én de juryprijs met hun referaat over het bufferen van lidocaïne. Zij lieten zien, met een eigen aanvullende meta-analyse, dat het verminderen van de zuurgraad van lidocaïne een vermindering geeft van pijnklachten bij injectie. Hoewel dit in andere vakgebieden schijnbaar al wordt toegepast, is het binnen de huisartsgeneeskunde geen usual practice. 27 op één lijn 64
Page 28
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Kwaliteit opleiders DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS De LOVAH benoemt in het plan “Veilig opleiden” een aantal actiepunten, waaronder transparante, toegankelijke en uniforme kaders voor potentieel onveilige opleidingssituaties. Met name op het vlak van disfunctioneren, onvoldoende beoordeling en no-go advies en ontkoppeling. Bij huisartsopleiding Maastricht ontbreken de kaders voor disfunctioneren nog, de overige blijken voldoende afgebakend. De wens van de LOVAH is dat: “…Ieder instituut beschikt over één protocol dat wordt gehanteerd bij het constateren van een ‘vermeend disfunctioneren’ van aios, huisartsopleider, stagebegeleiders, promotoren, docenten of andere instituut-medewerkers…” Recentelijk is er veel aandacht voor veilig werken op universitaire instituten, ook de UM heeft een veilige werkomgeving hoog op de agenda gezet. Ook vanuit de basisopleiding (IOH-B) wordt er gewerkt aan kwaliteitsverbetering en borging bij opleiders, met speciale aandacht voor disfunctioneren. Echter, hier ontbreken eveneens duidelijke kaders. De LOVAH pleit bij Huisartsopleiding Nederland voor: A. Het stimuleren van een ‘open kaart’ benadering B. Transparante, toegankelijke en uniforme kaders voor potentiële probleemsituaties De opleiding in Maastricht onderschrijft de ‘open kaart’ benadering en gaat zich de komende tijd bezighouden met dit onderwerp. Het HAO-team gaat zich richten op het opleidersdeel van dit protocol. Focus op goed functioneren van opleiders Kwaliteit van opleiders is vanuit verschillende visies te benaderen. Wij kiezen voor de focus op ‘goed functioneren’ en volgen benadering van hoogleraar Kiki Lombarts (AMC). 28 2e uitgave 2019 Zij spreekt bij ‘professional performance1’ over drie pijlers: 1. Het continu streven naar excellentie: door intrinsiek gemotiveerd en bescheiden te zijn, verbeteringsgericht en toegewijd aan kennis 2. Handelen vanuit medemenselijkheid: behandel zoals je zelf behandeld wil worden 3. Rekenschap geven: je houden aan professionele standaarden/gedragscodes en bereid zijn zich hierop te laten toetsen (voer uit of leg uit) Kwaliteit bereik je niet met een transparant protocol, dat is alleen handig als het misgaat. We moeten echter met zijn allen proberen te voorkomen, dat het misgaat. Kwaliteit is niet een zaak voor een instituut, instelling of een persoon, maar een breed gedragen visie, waarbij we op elkaar letten en elkaar beschermen, voordat het fout loopt. Echter, risico’s kunnen zich op verschillende vlakken voordoen. In onderstaande tabel vind je een overzicht van factoren, waarop we op kunnen letten. Bij ons zelf en bij de ander. Individuele factoren Fysieke en mentale gezondheid Persoonlijkheid en gedrag Persoonlijke keuzes Kennis en houding Werkomgeving Organisatie/RvB Maatschap/vakgroep Werkdruk/-last/-sfeer Opleiding en professionele ontwikkeling Suboptimaal functioneren uit zich in: Onderwijs en opleiding Aandacht voor professional performance (CANMEDS) Incidenten Calamiteiten Schade aan de patiënt Klachten Claims Tuchtrecht Kenmerken van disfunctioneren Structureel (bij herhaling) Schade of potentieel schade aan de patiënt Niet corrigeerbaar Voortbestaan disfunctioneren door: Cultuur Structuur Gebrek aan professionele normen en adequate juridische context Individuele verantwoordelijkheid Gebrek aan leiderschap Mocht het onverhoopt toch misgaan, dan zal binnenkort een transparant protocol beschikbaar zijn om de ontstane problemen tot een goed einde te brengen. Voorlopig blijft het HAO-team zich richten op goede scholing voor opleiders. Recent hielden we weer een trainingsdag in Urmond met Chris Rietmeijer, waarbij de nadruk ook lag op het elkaar (opleider-aios) observeren, met elkaar in gesprek gaan en goede feedback geven. Naast scholing gaan we door met de voortgangsgesprekken op de werkplek en de geleide intervisie op de reguliere terugkomdagen. Daarnaast houden we goed contact met de opleidersvereniging Maastricht (VHAO-UM) en staan we open voor ideeën van alle opleiders. Professional performance; risico’s2 Het helpt om open te staan voor feedback in algemeen, maar ook om het in een vroeg stadium te geven. Dit kan door het structureel in te plannen, bijvoorbeeld door een feedbackcarrousel te introduceren in de praktijk of op de werkvloer. Gebruik hierbij het Johari-venster en probeer samen hokje 4 zo klein mogelijk te maken. 1 MJMH Lombarts, Professional performance van artsen: tussen tijd en technologie, Rotterdam: 2010 2 C. Wagner, K. Lombarts, P. Mistiaen en M. de Bruijne. De problematiek van disfunctionerende artsen: zelfreinigend vermogen moet beter. KIZ: Tijdschrift over Kwaliteit en Veiligheid in Zorg: 2015, 25(1), 23-26 29 op één lijn 64
Page 30
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Weten is eten CVRMinestrone DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS, REDACTIELID In de volgende Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets verwacht ik de volgende vraag: De huisarts wil bij een 69-jarige patiënt aanvullend onderzoek inzetten, en wel een bepaling van de weefselconcentratie van het enzym PCSK9. Welke aandoening heeft deze patiënt in zijn voorgeschiedenis: a. Multiple sclerose b. COPD c. Myocardinfarct d. Familiair priapisme U begrijpt wellicht waarom ik deze vraag verwacht: de nieuwe NHG-standaard Cardiovasculair Risico Management. En voornoemd enzym speelt een belangrijke rol bij het gekrakeel dat losgebarsten is over de daarin verordonneerde bovenwaarde voor het LDL-c van 1,8 mmol/liter. Deze waarde is zo laag, dat die alleen te bereiken is met remmers van het PCSK9-enzym en die zijn nieuw, duur en nog onder patent. En nu blijkt, dat er zich onder de cardiologen die betrokken zijn bij het opstellen van de richtlijn, collega’s bevinden die aantoonbaar banden hebben met de farmareuzen die de ‘onmisbare’ middelen produceren. Die geneesmiddelen, de zogenaamde PCSK-9-remmers, zoals bijvoorbeeld Repatha, zijn echter bewezen onwerkzaam op harde eindpunten en onbewezen veilig.1 Een marketingoffensief voor deze PCSK-9-remmers is dus al gestart met onbekende gezondheidsgevolgen en ongekend grote financiële consequenties. Aldus huisarts Hans van der Linde, die zich al jaren bezighoudt met beïnvloeding van artsen door de farmaceutische industrie. Hoofd afdeling Richtlijnontwikkeling & Wetenschap van het NHG Lex Goudswaard geeft ook ruiterlijk toe dat dit advies in de nieuwe standaard geen schoonheidsprijs verdient. ‘De IDEAL-studie2 laat zien dat een hogere dosis niet beter werkt, maar wel veel meer bijwerkingen geeft. Het is opmerkelijk dat dit advies dan toch doordringt in de richtlijn.’ 30 Ik denk er dus met gefronste wenkbrauwen het mijne van, en richt mijn aandacht voor nu liever op de nietmedicamenteuze adviezen die in de nieuwe standaard gelukkig ook nog steeds een prominente plek innemen. Onder andere Voeding: adviseer een voedingspatroon volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf, met het doel (recidief) hart- en vaatziekten te voorkomen. En dan blijkt het overheerlijke mediterrane dieet wederom een klapper te zijn, inclusief evidence!3 Uit de duizenden mogelijkheden die die keuken biedt, kies ik voor de minestrone, de ‘grote soep’ waarvan elke Italiaanse mamma haar eigen geheime recept heeft, en vindt, dat die de beste is. Omdat Sardinië bekend staat als 1 van de 5 ‘blue zones’, gebieden waar mensen meetbaar langer leven, maken we de Sardijnse variant, met heel veel groente. En dan maar hopen, dat de ‘farmamaffia’ geen belangen in de olijfolie heeft! De zomerminestrone met verse groenten is volkomen vegetarisch. Je moet er wel even de tijd voor nemen: 1,5 kilo groenten schoonmaken en kleinsnijden! Een muziekje erbij dus. Het recept vond ik in het 8 cm dikke boek La Cucina Regionale Italiana in oltre 5000 ricette onder het hoofdstuk Sardinië. Het heet Minestrone estivo, dus zomerse minestrone en is gemaakt van alleen groenten, vers en geurig. 1: FOURIER-studie met de PCSK-9-remmer Praluent (evolocumab). 2: IDEAL-studie met Lipitor (atorvastatine). 3: Estruch R, et al. Primary prevention of cardiovascular disease with a Mediterranean diet. New England Journal of Medicine. 2013 Apr 4;368(14):1279-90. 2e uitgave 2019 INGREDIËNTEN VOOR 6 PERSONEN: 1,5 kilo vers geoogste groenten (courgettes, wortelen, zomerkool, aardappels, sperziebonen, erwten, verse borlotti bonen) 150 gr korte gedroogde pasta Sugo: 1 dl olijfolie 1 klein gesneden ui halve stengel bleekselderij, kleingesneden 300 gram tomaten (zonder vel, zonder zaadjes en zonder sap) Garnering: een bosje platte peterselie 1 fijngesneden teen knoflook 4 kleingesneden blaadjes basilicum Geraspte pecorino om te bestrooien Bereiding: 1. Maak de groenten goed schoon, was ze in stromend water en snijd ze in plakjes of blokjes. Doe ze in een pan met dikke bodem, doe er zoveel water bij dat ze bedekt zijn, breng aan de kook en laat de groenten op laag vuur in een half uur gaar worden. 2. In een ander pannetje verhit je de olijfolie en bak je de fijngehakte ui. Zodra deze bruin begint te worden voeg je de bleekselderij en de stukjes tomaat toe, roer en laat ongeveer 10 minuten pruttelen. 3. Doe vervolgens deze geurige sugo in de soeppan, gevolgd door de pasta. 4. Terwijl de soep op het vuur staat hak je de knoflook samen met de peterselie en basilicum fijn. Voeg die een paar minuten voordat je de pan van het vuur haalt, aan de soep toe. 5. Laat de soep rusten tot de hitte eraf is, serveer de minestrone lauwwarm en geef er versgeraspte pecorino bij. 31 op één lijn 64
Page 32
op één lijn 64 2e uitgave 2019 In de Leer Procrastinatie gedrag DOOR ARIANNE BECKERS, TWEEDEJAARS AIOS EN KAPITEIN-MILITAIR ARTS Het zonnetje schijnt en ik vertoon dit weekend procrastinatie gedrag. Procrastiwat? Juist. Ik stel mijn taken uit. Ik heb net het eerste jaar met een dubbel gevoel afgesloten. Met veel plezier kijk ik terug, maar ik laat ook een hoop arts-, patiënt- en collegarelaties en onbeantwoorde vragen achter. Als afleiding mag ik gelijk de dag daarna mijn tas inpakken voor jaar twee. Ik vertrek immers voor zes weken naar het Verenigd Koninkrijk voor mijn stage in het Princess Alice Hospice (Esher). Weer dat dubbele gevoel. Het is een mooie kans, maar ik laat ook een thuisfront achter. Zelfs een militair kan last hebben van heimwee. Ik heb er echter bewust voor gekozen om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan voor de eerste 6 weken van mijn chronische stage. Engeland staat hoog aangeschreven als het aankomt op palliatieve zorg. En ondanks veel aandacht in de opleiding rondom het thema ‘de dood’, blijft er nog altijd een taboe op heersen. Wat ik best vreemd vind voor het enige onderwerp in het leven waar geen twijfel over bestaat. Dood gaan we allemaal. Maar wat is het dan wel? Is het de angst voor de dood? Is het de angst van het verliezen? De angst om de ander te kwetsen wanneer het bespreekbaar wordt gemaakt? Ik heb de wijsheid niet in pacht. Dag één in het hospice begint meteen confronterend. Gemetastaseerd longcarcinoom. Eindstadium hart-/ nierfalen. ALS. En zo kan ik (helaas) nog wel even doorgaan. Allerlei ziektes in een stadium waarbij de dood niet lang op zich zal laten wachten. Waar de eindbestemming echter voor eenieder hetzelfde is, is dit geheel anders voor de reis ernaartoe en de manier van ermee omgaan. Om nog maar niet te spreken over de tijd die ermee gepaard gaat. Gezien de actualiteit en het (letterlijk) levenslang persisteren van het thema ‘de dood’ lijkt het me juist als HAIO goed om hier tijdens de opleiding al over na te denken. Wat doet het met jou als dokter en als mens? Wat gaat onze rol als huisarts in spe hier in zijn of worden? In tegenstelling tot in Nederland is euthanasie en palliatieve sedatie in het Verenigd Koninkrijk verboden. Patiënten kunnen in de terminale fase van hun ziekte worden verwezen naar een hospice. De redenen hiervoor lopen uiteen. De een wordt verwezen voor palliatieve zorg tot de dood. De ander voor symptoombestrijding waarna terugverwijzing naar huis, verpleeghuis of ziekenhuis volgt. Het is een flinterdunne lijn met palliatieve sedatie zoals we die in Nederland kennen, maar hier ligt de nadruk op ‘het hanteerbaar maken van de symptomen expliciet zonder sedatie’. Door middel van het titreren van medicatie en aandacht voor de holistische geneeskunde (sociaal, spiritueel, mantelzorg, voeding, beweging). Dat klinkt nogal zweverig, maar de patiënten en hun familie lijken hier vrede mee te hebben. Sterker nog (en wat mij betreft het belangrijkste): ik krijg sterk het gevoel dat de patiënt en/of diens familie zeer tevreden zijn over deze behandelingsvorm(en). De dood is niet langer iets om voor weg te rennen. Iets wat je maar beter zo snel mogelijk achter de rug kunt hebben. Het wordt een goed voorbereide reis waar eenieder met een verdrietig, maar goed gevoel op terug kan kijken. Hoe bereid jij je patiënt voor op de dood? En hoe ver ga jij samen op met je patiënt? Gooien we in Nederland te snel de handdoek in de ring? Of laten we de patiënten in het Verenigd Koninkrijk juist te lang lijden? Ik sluit niet af met antwoorden. Sterker nog. Ik sluit af met nog meer vragen. Het is nou eenmaal een onderwerp waarbij een hoop vragen onbeantwoord zullen blijven. Hoe ver weg het nu misschien nog lijkt in onze opleiding. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om erover na te denken. Voor je het weet sta je zelf voor deze moeilijke keuze. Palliatief procrastinatie gedrag of niet? Oordeel zelf. 32 2e uitgave 2019 Een opiniërende beschouwing Diabetes en kunstmatige zoetstoffen, op weg naar een suikertaks? DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTS IN GC HEER MAASTRICHT EN KADERARTS DIABETES I.O. Wat is bekend? Niet-calorische kunstmatige zoetstoffen (NKZ) zijn meer dan een eeuw geleden ontdekt en toegevoegd aan ons voedsel om het voedsel zoet(er) te maken, zonder toevoeging van hoogcalorische suikers. NKZ verwierven snel populariteit vanwege de lage kostprijs, lage calorieintake en vermeende gezondheidswinst bij het streven naar gewichtsverlies en normalisering van bloedglucose spiegels. Vanwege deze redenen worden NKZ toenemend in onze voedselproducten, zoals frisdranken, ontbijtproducten en suikervrije desserts, verwerkt. NKZ worden aangeraden bij het streven naar gewichtsverlies, voor personen met een gestoorde glucosetolerantie en personen met type 2 diabetes mellitus. Er zijn studies bekend die bij gebruik van NKZ gezondheidswinst laten zien, maar er zijn ook studies die een associatie aantonen tussen het gebruik van NKZ en gewichtstoename en een toegenomen risico op type 2 diabetes mellitus. De meest gebruikte NKZ zijn aspartaam, cyclamaat, sacharine en sucralose. Deze NKZ passeren het spijsverteringskanaal zonder te worden opgenomen. De commensale microbiële flora van de darm komt deze NKZ wel tegen. De samenstelling en de functie van het menselijk microbioom in de darm wordt gemodificeerd door NKZ, zowel bij personen met een gezond gewicht als bij personen met obesitas en diabetes mellitus; veranderingen in het microbioom zijn geassocieerd met de ontwikkeling van het metabool syndroom. Een studie in Israël in 2014 liet zien, dat er een significante correlatie was tussen consumptie van NKZ en diverse parameters van metabool syndroom, zoals: gewichtstoename, hoger nuchter bloedglucose spiegel en een hoger HbA1c. NKZ zijn aan ons dieet toegevoegd met de intentie om calorie-inname te reduceren en bloedglucosewaarden te normaliseren voor zoetekauwen. Samen met andere veranderingen in het menselijke dieet, gaat deze toename in consumptie van NKZ gepaard met een dramatische toename 1 Literatuurlijst opvraagbaar bij de redactie via op1ijn@maastrichtuniversity.nl of bij auteur in de obesitas- en diabetesepidemie. Mogelijk hebben NKZ juist paradoxaal bijgedragen om deze epidemieën te versterken. Op weg naar een suikertaks? In Noord-Amerika zijn er al landen die de obesitas- en diabetesepidemie te lijf willen gaan met maatregelen op het gebied van voeding. In Mexico gaf starten met een suikertaks een 7,6% afname van frisdrankverkopen en een 2,1% stijging in suikertaksvrije drankverkopen. In Philadelphia (USA) gaf de implementatie van een suikertaks wet (op suikerhoudende en NKZ-gezoete frisdranken) in 2017 significant hogere prijzen van frisdranken en een significante afname van volume van verkochte frisdranken. De verkoop van gezoete frisdranken en NKZ-houdende frisdranken ging buiten het suikertaks gebied licht omhoog. Discussie Gebruik van NKZ in voedsel is wijdverbreid. Er zijn studies die een voordelig effect op de gezondheid laten zien, maar er zijn meer studies die (trends van) het tegendeel laten zien. De invoering van een suikertaks kan behulpzaam zijn bij het terugdringen van de verkoop van suikerhoudende frisdranken en NKZ-gezoete frisdranken. Het is onduidelijk of deze vermindering in de verkoop zal leiden tot een vermindering van het voorkomen van obesitas of diabetes mellitus. De rem op de verkoop van dit soort dranken zou een aanzet kunnen zijn tot een verandering van de leefstijl van onze bevolking. Het is duidelijk dat de suikertaks daartoe een kleine bijdrage zou kunnen leveren. Meer onderzoek op dit gebied is nodig. Reageren: jeroen.smeets@maastrichtuniversity.nl 33 op één lijn 64
Page 34
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Oud-aios: hoe vergaat het ze? “Is dat niet die arts van de wiet???” DOOR RONALD ROOTHANS, PRAKTIJKHOUDEND HUISARTS IN BREDA We go way back! Een jaar of 16 geleden alweer, maar nog altijd denk ik met warme gevoelens terug aan mijn keuzestage onder leiding van professor Geert-Jan Dinant bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Tropenambitie Het plan was aanvankelijk om weer naar het buitenland te gaan voor een coschap, maar door terreurdreiging in Tanzania werd het Maastricht. Ik had het plan om eerst tropenarts te worden, daarna zou ik wel verder zien. Geert-Jan stelde daarom voor om onderzoek te doen naar hoe oud-studenten van de UM met tropenervaring terecht waren gekomen. Zodoende kwam ik in gesprek met deze dokters en tijdens vele leuke gesprekken kwam ik erachter, dat zij uiteindelijk allemaal huisarts geworden zijn. Hun enthousiasme voor het huisartsenvak werkte erg aanstekelijk en in 2007 mocht ik mezelf trotse eigenaar noemen van Het Huisartsenteam Roothans. Praktijk Het Huisartsenteam is een ondernemende zorggroep waar kwaliteit hoog in het vaandel staat en dat sprak me erg aan. Het hielp dat ik tijdens mijn opleiding de differentiatie praktijkmanagement had gevolgd en samen met Jasper Trietsch en Marc Munnik had uitgedacht hoe de huisartspraktijk van de toekomst eruit zou moeten gaan zien. Een kleine praktijk met veel persoonlijke aandacht en een faciliterende organisatie om bestuurlijk gedoe aan over te laten. In een notendop bleek dat ongeveer de businesscase van Het Huisartsenteam te zijn, dus de keuze was snel gemaakt toen ik in Breda ging wonen. ‘Vrije’ dag per week Om iedere dag van de week als huisarts te werken met alle diensten erbij zag ik niet zitten, dus hield ik 1 dag per week vrij om wat aan te rommelen. Dat gaf me tijd om de praktijk te accrediteren en mijn steentje bij te dragen aan de zorggroep. Kwaliteit, organisatie, communicatie en innovatie vond ik erg boeiend. Daarom ben ik in Leiden de kaderopleiding Beleid en Beheer gaan doen. Super leerzaam en een aanrader voor iedereen die de dagelijkse beslommeringen in de complexe huisartsenwereld wil begrijpen en beheersen. Het gaf me de mogelijkheid om 34 mijn praktijk zo te organiseren dat ik een bijdrage kon leveren aan het opleiden van een verpleegkundig specialist, aan het bestuur van Platform Medisch Leiderschap, aan het bestuur van de Kring… en aan een tevreden patiëntenpopulatie! Maatschappelijk handelen Hoe word je dan “die arts van de wiet”? Dat komt door een daklozen-barbecue. Een goede vriend vroeg of ik met hem dit event wat muzikale aankleding wilde geven. Daar hebben we ‘Tuna’-liedjes gespeeld. De Tuna is een Maastrichtse studentenmuziekvereniging en heel leuk voor feestjes en partijen. De organisator van de BBQ bleek een bijzondere man; een ondernemende strafrechtadvocaat met SP-bloed. We kwamen aan de praat over verslaving en andere problemen die we beiden beroepsmatig herkenden, zij het vanuit een verschillend perspectief. Toen de regering in 2017 met het plan kwam om het cannabisbeleid in Nederland te verbeteren, heb ik samen met hem en een politicus (die dezelfde problematiek weer vanuit een ander perspectief zag) een manifest opgesteld. Hierin hebben we na vele discussies en literatuuronderzoek weergegeven hoe, in onze optiek, het “Experiment gesloten coffeeshopketen” vorm zou moeten krijgen, onderbouwd met een voorbeeldbusinesscase voor de regio Breda en Tilburg. Voor mij was het vooral erg belangrijk dat het roken van cannabis (met tabak) zoveel mogelijk ontmoedigd wordt en dat er goede voorlichting komt in coffeeshops, waar goed opgeleid personeel problematisch gebruik kan herkennen en de consument kan verwijzen naar hulpverlening. Inmiddels zijn we erachter dat onze ideeën breed gedragen worden en dat veel van ons gedachtengoed in het experiment is opgenomen. Deel 1 van onze missie is geslaagd. Of deel 2 gaat slagen hangt ervan af of ons project wordt geselecteerd om ook daadwerkelijk te participeren in dit experiment, dat weten we volgend jaar rond deze tijd. Huisarts zijn Intussen ga ik ook gewoon door met huisarts zijn en het opzetten van een multidisciplinair medisch centrum waar ik als AIOS al van droomde. Een huisartspraktijk samen met zo’n beetje alle eerstelijns disciplines (apotheek, thuiszorg, fysiotherapie, logopedie en diëtetiek), het sociale domein (WMO, Maatschappelijk werk, Centrum voor Jeugd & Gezin 2e uitgave 2019 en consultatiebureau) en een eerstelijns laboratorium met een divers aanbod aan functieonderzoeken, echo- en röntgen-faciliteit. In oktober kan waarschijnlijk de eerste schop de grond in en met een beetje mazzel kunnen we vóór de kerst van 2020 een openingsfeestje vieren… mét muzikale aankleding door de Tuna van Maastricht! Huisarts zijn; de onuitputtelijke variatie, de lach en de traan van het menselijk contact, het medisch-technisch handelen, het puzzelen op complexe vraagstukken, het verbinden van patiënten, hulpverleners en -instanties, het coachen, de vrijheid om te organiseren en innoveren, het werken in een fijn team en ga zo maar door. Huisarts zijn is het leukste vak ter wereld! Contact Wil je meer weten? Stuur me een berichtje via LinkedIn of bekijk een van deze websites https://www.linkedin.com/in/roothans/ www.roothans.hethuisartsenteam.nl www.platformmedischleiderschap.nl www.project-cannabis.com www.tunademaastricht.com 35 op één lijn 64
Page 36
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Hart-tegen-hart in Bocholtz …de strijd der doelmannen DOOR MARIEKE KOOLS EN GASTON PEEK, TEAM OPLEIDERS Op vrijdagavond 24 mei, was het weer zover: de voetbalwedstrijd aios tegen de hao’s. Op het prachtigst gelegen voetbalveld van Nederland: dat van de Rooms Katholieke Voetbal Vereniging in Bocholtz. Met een nog mooiere naam: “Wilskracht Doet Zegevieren”. Met een gemiddelde leeftijd van 45, tegen een tegenstander van gemiddeld 28, was het voor de huisartsopleiders ook meer op doorzettingsvermogen en techniek dat ze moesten gaan winnen. Er was voor hun een beker terug te halen, na de nederlaag van vorig jaar. Trotse clubvoorzitter en oud-Huisartsbegeleider Huub Schepers had, zoals altijd voor de nodige randvoorwaarden gezorgd. Een prachtig (half) veld, tenues voor beide teams, een strenge-doch-rechtvaardige scheids, broodjes gezond voor na de wedstrijd, liefdevol gemaakt door eega Miets en prachtig, stralend weer. Na wat korte opwarmoefeningen van beide teams, werd om 19.30 uur de bal afgetrapt. Ook dit jaar waren er, onder leiding van Marieke, weer vele supporters op komen dagen om onze voetbalhelden aan te moedigen. Na de terechte nederlaag van de opleiders op voetballend niveau vorig jaar, was nu de gedegen voorbereiding zichtbaar in het veldspel van deze ‘ouderen’. Er werd gekozen voor een andere tactiek, opbouwen vanuit de verdediging. Daar kan Koeman nog wat van leren! De balcontrole was beter, de looplijnen waren nauwkeurig uitgezet én de fitheid en blessureloosheid van het opleidersteam zorgden voor een enerverend en gelijkwaardig voetbalduel. Behoudens een kopstoot met het veld van Michel Emonts en een halve beenbreuk van Björn Plaisier werd ons verder fysiek leed bespaard. De verdediging bestaande uit Sander Jongschaap, Pepijn Aarts en Koen VanWersch stond als een Italiaans blok te tackelen, met daaromheen zwervend, in ‘vissenkomopstelling’, Björn, Freek Leenders en Michel. Natuurlijk waren er kansjes voor de aios, al waren deze op één hand te tellen. Met Micha Lutgens als loopwonder op het middenveld, opkomende back met gouden voorzet Peter Meulesteen en het voetballend inzicht van Simon Kleijkers, werden de nummer 10 Stephan en spitsen Martijn Verhoeckx & Gaston regelmatig bereikt. Oké, de afronding kan beter (binnenkant paal in plaats van buitenkant!), maar wie houdt er dan ook rekening met AIOS Robin Hundscheid op doel? Deze geweldenaar, concurrent voor Jasper Cillissen, hield elke onmogelijke bal uit de verre hoek. Over keepers gesproken... Aldus Cruijff: ‘Goeie voetballers bij opleiders hoeven geen goeie keepers te zijn…’. Laten we het daar maar bij houden! De uitslag (0-3 AIOS) is geflatteerd, daar zijn we het over eens. Wederom tijd voor revanche, hopelijk volgend jaar met een échte keeper in het opleidersdoel. De vacature staat uit. “Meedoen is belangrijker dan winnen”, zullen we maar zeggen. We hebben er nog gezellig op gedronken, op kosten van ‘de zaak’ en met uitzicht op de ondergaande zon aan het plateau. Volgend jaar weer! PS: We maken ons als opleiding wel enigszins zorgen over het leervermogen van onze aios, zeker over diegenen die er vorig jaar ook bij waren, toen de beker vlak onder hun neus verdween. Want waar is ook dit jaar de beker gebleven? 36 2e uitgave 2019 Column Huisartsgeneeskunde verandert, nu de beleidsmakers nog DOOR K.O.E.K. WOUS Twee jaar geleden had ik zowaar eens een positieve ervaring met Dr. Google! Een patiënte kwam bij me, omdat ze al enkele jaren aanvalsgewijs blauwe verkleuring van de vingers kreeg, die na enkele uren tot een dag weer spontaan verdween. De vingertoppen deden niet mee. Ik kon haar geruststellen dat het niks ernstigs kon zijn, maar wat het precies was, kon ik niet vertellen. We spraken af dat ik dit na het spreekuur zou googelen, waarbij ik mijn zoekcriteria vermeldde aan deze hoogopgeleide vrouw. Toen ik enkele uren later opbelde en kon vertellen dat het beeld paste bij de diagnose Syndroom van Achenbach, haalde mevrouw opgelucht adem. Zij had ook gezocht op internet en was tot dezelfde conclusie gekomen. Verdere uitleg was niet nodig volgens haar. Helaas pakt zo’n zoekactie op internet maar zelden goed uit. Veel vaker zie ik de keerzijde ervan. Ongeruste mensen die op allerlei fora de meest verschrikkelijke en exotische diagnoses tevoorschijn toveren, mij eerst op de proef stellen of ik dat uit eigen beweging ook zou kunnen bedenken, om vervolgens het konijn uit de hoge hoed te toveren. Waarna ik dan kan praten als Brugman, om hen duidelijk te maken dat ze het niet bij het rechte eind hebben. Vaak gaan ze miskend, in plaats van opgelucht, de spreekkamer uit. Of er moet allerlei (onnodig) onderzoek plaats vinden om mijn argumentatie kracht bij te zetten. En dat alles in 10 minuten. En dan heb ik het nog helemaal niet over de apps die dagelijks op de markt komen om mensen over hun gezondheidstoestand te informeren. Wie kan daar tussen de bomen het bos nog zien? Ik niet, in ieder geval. In al mijn achterdocht vraag ik me af waarom deze apps ontstaan. Is het puur altruïsme, of is het verdienen van geld de drijfveer? Wie is er bij het ontstaan van deze app betrokken geweest? Welke huisarts? En welke app houdt rekening met de complexe zorg die huisartsgeneeskunde in toenemende mate aan het worden is? Over niet al te lange tijd is meer dan de helft van de Nederlandse bevolking ouder dan vijftig jaar. Hoe ouder de mens, hoe groter de kans op verschillende chronische ziekten. Wat is wanneer belangrijk? Guy Schulpen betoogt elders in deze ‘Op één lijn’, dat het vak van huisarts de komende tijd zal veranderen en dat we daarin mee moeten gaan, willen we bestaansrecht blijven behouden. Hij is geen huisarts, bij mijn weten, anders zou hij dat zo niet opschrijven, denk ik. Ons vak is al bijna 20 jaar enorm aan het veranderen. Van branden blussen naar goed georganiseerde en geprotocolleerde chronische zorg, toenemende preventieve zorg, verbeterde palliatieve zorg, en de transitie van taken van de tweede naar de eerste lijn is pas in prille aanleg. Ondertussen vergrijst onze populatie en zijn steeds meer mensen in de huisartsenpraktijk nodig om al deze taken uit te voeren. De praktijk van 20 jaar geleden is een bedrijf geworden, inclusief manager. Als één specialisme in de geneeskunde heeft laten zien, dat het kan veranderen, dan is het huisartsgeneeskunde wel. Maar wat niet verandert, zijn onze kerntaken. Dat is goede zorg leveren aan mensen die hun vertrouwen aan ons schenken. Er voor hun zijn op het moment dat zij en hun dierbaren ons nodig hebben. Niet alleen door de juiste diagnoses te stellen, de juiste therapie voor te schrijven, maar vooral ook door aandacht te schenken. Door te beseffen wat het betekent om deze ziekte of aandoening te hebben. En onze patiënten te coachen in de keuzes die zij maken in het leven, zodra die hun gezondheid beïnvloeden. Dat dit niet in een tienminutenconsult kan, zal uiteindelijk ook bij beleidsmakers moeten doordringen. Afgelopen week zei ik tegen een AIOS, dat kwaliteit leveren tijd kost. En tijd is geld. Willen we in de samenleving c.q. de ziektekostenverzekering, dat we kwaliteit blijven leveren, dan zal er tijd vrij gemaakt moeten worden en geld bij moeten. De huisartsgeneeskunde heeft bewezen te kunnen veranderen, nu de beleidsmakers nog. Met eHealth alleen creëren we geen gezondere of gelukkigere mensen. Meer taken voor hetzelfde geld kan alleen een achteruitgang in kwaliteit opleveren. Dat willen we toch niet? Dus beste beleidsmakers: hou op met het bedenken van oplossingen via ‘meer, meer, meer’, maar kijk nog eens goed waar huisartsgeneeskunde voor staat en ondersteun dat. 37 op één lijn 64
Page 38
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Nieuwe wet zorg en dwang, nu ook dwangzorg in de thuissituatie mogelijk! DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Over een half jaar is het zover: dan treedt de nieuwe Wet zorg en dwang (Wzd) in werking. In ‘Op één Lijn’ 42, ‘Dwang en drang in de geneeskunde’, werd al bericht dat, onder de vlag van de WGBO, de huisarts onder bepaalde omstandigheden, vrijheidsbeperkend kon werken,1 mits dit niet tot daadwerkelijke vrijheidsbeneming zou leiden. Met de komst van de nieuwe Wzd, die per 1 januari 2020 van kracht wordt, worden deze mogelijkheden wettelijk verruimd omdat de vrijheidsbenemende maatregelen patiëntvolgend2 worden en niet meer instellingsafhankelijk zullen zijn. Wat heeft dit voor gevolgen voor de huisarts? Welke dwangzorg mag? Onder welke voorwaarden? Hoe zit het met de verantwoordelijkheden in de thuissituatie? Veel vragen die tot de deadline van het inleveren van dit stukje nog niet duidelijk door de Minister zijn ingevuld. Historie Vrijheidsbeneming kan in de westerse wereld alleen op basis van een wettelijke regeling. Voor opgelegde zorg of dwangzorg is destijds de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) in het leven geroepen. Voor verzorgingshuizen volgde al snel een ‘artikel 60 afdeling’, waarmee een gesloten afdeling kon worden gecreëerd voor (meestal) psychogeriatrische patiënten (PG-patiënten). De Wet Bopz is tweemaal geëvalueerd, de laatste keer in 2003, waarin toen al werd geconcludeerd dat deze wet ontoereikend is voor PG-patiënten en voor patiënten met een verstandelijke beperking. Ondanks deze duidelijke conclusie, is er pas in 2009 een wetvoorstel tot herziening van de Wet BOPZ ingediend. Na een voorbereidingstijd van 10 jaar3, is op 23 januari 2018 de Wzd aangenomen in de eerste Kamer, speciaal voor PG-patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking. Daarnaast is voor de psychiatrische patiënten de Wet verplichte GGZ (Wvggz) aangenomen4 ter vervanging van de Wet Bopz. 1 Een tijdelijk bedhekje, een alarmmatje, even vasthouden om een injectie te geven 2 De Wzd spreekt steeds van cliënt, maar ik houd het op patiënt gezien het onvrijwillige aspect 3 In juni 2009 is de wet ingediend, in september 2013 was de Tweede Kamer akkoord na flinke aanpassingen, mede door de casus van Brandon in 2011 (de 18-jarige jongen met een verstandelijke beperking, die van tijd tot tijd aan de muur werd vastgebonden). Na 2013 is de wet nog op diverse punten aangepast door harmonisatie met de Wet verplichte GGZ, die ook de Wet BOPZ vervangt 4 Tevens een Wet forensische zorg (Wfz) voor de forensische psychiatrie 38 Ambulante dwang in de nieuwe wet Omdat de Wet verplichte GGZ zich richt op intramurale zorg, zal ik mij in dit stukje vooral richten op de Wzd en dan met name op de gevolgen voor de huisarts. Dat is al lastig genoeg, omdat er nog veel uitgewerkt moet worden in ministeriële regels en algemene maatregelen van bestuur (AMvB), maar we doen een poging. Het belangrijkste van de Wzd is, dat deze wet niet meer gebonden is aan specifieke aangemerkte woonlocaties van zorgaanbieders, maar patiëntvolgend is. Daar waar de patiënt zich bevindt, kan de Wzd worden toegepast, dus ook thuis en op de dagbehandeling. Het gaat dan om de volgende negen vormen van onvrijwillige zorg: • Toediening van vocht, voeding en medicatie en het verrichten van controles, medische handelingen en overige therapeutische maatregelen • Beperken van de bewegingsvrijheid • Insluiten • Uitoefenen van toezicht op de patiënt • Onderzoek aan kleding of lichaam • Onderzoek op de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen • Controle op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen • Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat de patiënt iets moet doen of nalaten waaronder begrepen het gebruik van communicatiemiddelen • Beperken van het recht tot het ontvangen van bezoek De eerste vragen die bij dit rijtje onvrijwillige zorg opkomen, hoe zijn de veiligheid en haalbaarheid hiervan in de thuissituatie en: hoe zit het met de verantwoordelijkheid en het toezicht? Instellingen onder de BOPZ moesten voldoen aan hoge eisen betreffende geschoold personeel, die beschikbaar en bereikbaar moesten zijn, naast veiligheid van ruimten en materialen. Het zijn zaken die in de thuissituatie lastig te realiseren zijn. Komt deze rol nu toe aan familie en mantelzorgers? En kan een zorgverantwoordelijke deze belastbaarheid inschatten? Zijn de zorgverantwoordelijke, de zorgaanbieder en, indien betrokken, de huisarts verantwoordelijk voor deze inschatting als het achteraf misloopt? 2e uitgave 2019 Daarnaast mag onvrijwillige zorg natuurlijk niet zomaar en zijn er voorwaarden vooraf en controles tijdens en achteraf. Voorwaarden voor ambulante dwang De eerste voorwaarde is, dat het Centrum Indicatie Zorg (CIZ) een indicatie vaststelt voor zorg zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz) vanwege een PG-aandoening of een verstandelijke handicap. Dit mag ook een verklaring zijn van een ‘ter zake kundige arts’ waaruit blijkt dat de patiënt in verband met een PG-aandoening of verstandelijke handicap is aangewezen op: verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding, bescherming, beveiliging of onvrijwillige zorg. Deze ‘ter zake kundige arts’, ook de Wzd-arts genoemd, heeft al geleid tot een reparatiewet en nu is het een Wzd-functionaris. Met deze wijziging kan nu ook een orthopedagooggeneralist, een gezondheidszorgpsycholoog of een verpleegkundige deze rol vervullen, naast een specialist ouderengeneeskundige of een psychiater.5 Deze Wzd–functionaris is, naast het afgeven van een verklaring voor dwangzorg, ook belast met het toezicht op de dwangzorg. Omdat de meeste thuiszorginstellingen doorgaans geen Wzd-functionarissen in dienst hebben, is het de vraag hoe dit toezicht gaat werken in de praktijk. Het grote gevaar is hier, dat de huisarts het vangnet gaat worden bij gebrek aan voldoende gespecialiseerde zorg en voldoende Wzd-functionarissen. Zijn wij voldoende ‘ter zake kundig’ om deze taak uit te voeren? De LHV vindt van niet.6 Los van deze twee ingangsvoorwaarden dient er ook een indicatie te zijn om over te gaan tot dwangzorg en moet alles verantwoord worden in een zorgplan en regelmatig worden getoetst aan de noodzaak tot voortzetting van de dwangzorg. Indicaties van dwangzorg zijn in de Wzd omschreven onder ‘ernstig nadeel’. Daarvan is sprake bij het bestaan van of een aanzienlijk risico op: • Levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van de patiënt of een ander • Bedreiging van de veiligheid van de patiënt, al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt • De situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept • De situatie dat de veiligheid van personen of goederen in gevaar is 5 De KNMG heeft hierover, onder het motto “geen dwang zonder medische toets” al schriftelijke vragen aan de Minister gesteld. De KNMG (i.s.m. LHV, NVAVG, NVvP en Verenso) heeft grote zorgen over het inzetten van niet-medische geschoolde functionarissen bij het inschatten en toezicht houden op dwangzorg en vindt dat een tekort aan Wzd-artsen geen reden mag zijn om niet-artsen in te zetten. 6 De Dokter 1, 2019, “de huisarts gaat niet over dwangzorg thuis”, pag. 20-22 39 Samenloop met WGBO Zoals al gesteld in de inleiding, konden vroeger de WGBO en de Wet BOPZ naast elkaar bestaan en gelijktijdige werking hebben. Onder de Wzd was het de bedoeling, dat er geen samenloop meer zou zijn. Na de behandeling in de Eerste Kamer is dit voornemen deels gesneuveld en zou de Wzd gelden voor dwangzorg en de WGBO voor vrijwillige zorg bij de doelgroep. Ook dit is niet helemaal gelukt, dus gelden bepalingen in de Wzd ook voor vrijwillige zorg aan PG-patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking.7 Ook dwangzorg aan patiënten die zich niet verzetten (en dus vrijwillige zorg is) zou dan weer onder de WGBO vallen. Ook hier nog veel onduidelijkheid waar de Minister nog op moet reageren. Stappenplan voor het zorgplan Als aan de voorgaande voorwaarden is voldaan, dient een zorgplan opgesteld te worden. Hieraan zijn nogal wat voorwaarden verbonden, zie stappenplan op de volgende pagina's. Conclusie Er is nog veel onduidelijk. Ook ontbreekt nog steeds een praktische handleiding om de Wzd in de praktijk goed uit te voeren. Er is door diverse organisaties al gepleit om de Wet uit te stellen, maar ook daar is nog geen duidelijkheid over. Een praktische handreiking voor nu is: handel volgens de WGBO en gezond verstand. Motiveer in het medisch dossier waarom er voor een bepaalde maatregel is gekozen, met wie is overlegd en welk doel het dient. Met het bovenstaande stappenplan in gedachten en de indicaties voor dwangzorg moet dat lukken. We staan iedere dag in de loopgraven van de eerste lijn en er moet gewoon gewerkt en beslist worden, ook morgen weer. Huisartsen moeten pragmatisch blijven. Wij kunnen ons niet de tijd veroorloven die politici nodig hebben om zaken te regelen zoals bij de Wzd, ruim 16 jaar na de tweede evaluatie van de BOPZ. 7 Onder andere het hebben van een zorgplan, het hebben van een cliëntvertrouwenspersoon en de wettelijk vertegenwoordiging van cliënten (dat in de Wzd net iets anders is dan onder de WGBO) op één lijn 64
Page 40
op één lijn 64 2e uitgave 2019 ZORGPLAN OPSTELLEN (artikel 7 WZD) Het zorgplan • Het zorgplan wordt z.s.m., maar uiterlijk binnen 6 weken na start van de zorg opgesteld. • Het zorgplan houdt zo veel mogelijk rekening met de wensen en voorkeuren van de cliënt. • Als dat niet mogelijk is, laat de zorgverantwoordelijke de cliënt2 bouwd weten waarom niet. • De zorgverantwoordelijke bespreekt het zorgplan met de cliënt. Ontstaat er (risico op) ernstig nadeel? Constateert de zorgverantwoordelijke/vertegenwoordiger dat het zorgplan niet voldoet aan de zorgbehoefte en dat er een risico bestaat op ernstig nadeel voor de cliënt en/of zijn omgeving? Doorloop dan onderstaand stappenplan. Evaluatie zorgplan • 4 weken na inwerkingtreding. • Daarna min. 1x per 6 maanden. • Onvrijwillige zorg in zorgplan: evaluatie door (uitgebreid) deskundigenoverleg. schriftelijk en onderRechten cliënt • Begrijpelijke informatie over zorg. • Periodieke evaluatie zorgplan. • Advies en bijstand van een cliëntenvertrouwenspersoon. • Zo nodig: bijstand van een tolk. • Mogelijkheid om klacht in te dienen. STAP 1: ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVEN (artikel 9 WZD) De zorgverantwoordelijke bespreekt met minimaal 1 andere deskundige: • Hoe groot is het risico op ernstig nadeel? • Wat zijn de oorzaken van het gedrag? • Heeft de omgeving invloed op het ontstaan van ernstig nadeel? • Zijn er alternatieven die voor deze cliënt vallen onder vrijwillige zorg? • Als de cliënt thuis woont: is de thuissituatie geschikt voor toepassing van de alternatieven? Cliënt heeft recht om bij het overleg te zijn. Onvrijwillige zorg is zorg waartegen de client zich verzet en kan bestaan uit: • Toedienen vocht, voeding en medicatie, medische controles/ handelingen vanwege de VB of dementie. • Beperking van bewegingsvrijheid. • Insluiting. • Toezicht (inclusief domotica). Geen alternatieven gevonden? Naar stap 2 • Ontstaat toch risico op ernstig nadeel? • Verzet de cliënt zich tegen de alternatieven? Naar stap 2 Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. • Onderzoek aan kleding of lichaam. • Onderzoek van de woon­ of verblijfsruimte op middelen die het gedrag beïnvloeden en op gevaarlijke voorwerpen. • Controle op middelen die gedrag beïnvloeden. • Beperking van vrijheid om eigen leven in te richten, waardoor de cliënt iets moet doen of laten (incl gebruik communicatiemiddelen). • Beperking op het ontvangen van bezoek. 40 2e uitgave 2019 STAP 2: ONVRIJWILLIGE ZORG IN ZORGPLAN (artikel 10 WZD) De zorgverantwoordelijke bespreekt met deskundigen3 : • Zijn er nieuwe inzichten over de bespreekpunten uit stap 1? • Staat onvrijwillige zorg in verhouding tot het (verwachte) ernstig nadeel (proportionaliteit)? • Wat is de impact op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de cliënt en op zijn participatie? Met welke aanvullende zorgvuldigheidseisen vermindert of verdwijnt die impact? • Als de cliënt thuis woont: is de thuissituatie geschikt voor de maatregel(en)? Denk bijvoorbeeld aan toezicht. Betrokkenen bij het overleg • Zorgverantwoordelijke. • Minimaal 1 andere deskundige van een andere disicpline. • Overweegt men beperking in bewegingsvrijheid, insluiting of medische handelingen, dan moet een arts toestemming geven. • Cliënt heeft recht aanwezig te zijn. Geen alternatieven gevonden? Zorgverantwoordelijke zet in zorgplan: • Situaties, vorm, duur en frequentie van onvrijwillige zorg. • Wie de onvrijwillige zorg toepast. • Termijn (max. 3 maanden). • Afbouwplan. • Aanvullende zorgvuldigheidseisen. • Continuïteit in zorg voor de cliënt. • Toezicht en kwaliteitsbewaking door zorgaanbieder en WZD­arts. WZD­arts beoordeelt zorgplan en laat zo nodig aanpassingen doorvoeren. Verzet cliënt zich (alsnog) tegen de uitvoering van het zorgplan? Naar stap 3 Onvrijwillige zorg afbouwen Lukt het niet onvrijwillige zorg af te bouwen in de afgesproken termijn? • Overleg met deskundige3 die nog niet bij de zorg is betrokken. Lukt het daarna nog niet om onvrijwillige zorg af te bouwen? Naar stap 3 Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. Blijkt vrijwillige zorg onvoldoende om ernstig nadeel te voorkomen? Herhaling stap 2 Beoordeling en toezicht Bij opname onvrijwillige zorg in zorgplan beoordeelt WZD­arts of: • Onvrijwillige zorg zo veel mogelijk voorkomen is (onvrijwilige zorg = ultimum remedium). • Zorgplan geschikt is om ernstig nadeel zo veel mogelijk te voorkomen. Voor de eerste toepassing van onvrijwillige zorg informeert de zorgverantwoordelijke de cliënt en de WZD­arts. Zorgverantwoordelijke en WZD­arts houden toezicht op de uitvoering onvrijwillige zorg. STAP 3: EXTERN ADVIES OVER (AFBOUW NAAR) VRIJWILLIGE ZORG (artikel 11 WZD) Deskundigenoverleg met externe deskundige3 • Zijn er (nieuwe/andere) alternatieven? • Kunnen veranderingen in de omgeving (inclusief interactie met zorgverleners) de situatie verbeteren? Verlenging onvrijwillige zorg In afwachting van het advies van een externe deskundige kan de termijn voor onvrijwillige zorg eenmalig met 3 maanden worden verlengd. Geen alternatieven gevonden? • In zorgplan opnemen hoe advies externe deskundige is toegepast. • Zorgplan aanpassen zoals beschreven in stap 2. Naar stap 2 • De termijn voor onvrijwillige zorg is nu telkens maximaal 6 maanden. Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. Beoordeling en toezicht WZD­arts beoordeelt zorgplan (zoals beschreven in stap 2). Zorgverantwoordelijke en WZD­arts houden toezicht op de uitvoering van onvrijwillige zorg. 41 op één lijn 64
Op één lijn 63

Op één lijn 63


Page 2
Colofon Oplage 2260 exemplaren Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-13772 Fotografie Kaft, pagina 6,7, 8 en 9 gemaakt door Jonathan Vos Pagina 18, 19 en 20 gemaakt door Joey Roberts Pagina 22, 23 en 24 gemaakt door Loraine Bodewes Pagina 26 en 27 gemaakt door Philip Driessen Pagina 33, afbeelding "Hoe vaak komt geweld voor" een peiling onder 1000 leden, bron: NVDA Utrecht Deadline volgend nummer 28 juni 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doom Van de voorzitter – Jean Muris In memoriam Harry Crebolder – Babette Doorn Special ANIOS in de huisartspraktijk in Kerkrade – Donna Bosch-Lenders en Matthijs Peeters ANIOS in de huisartspraktijk in Landgraaf – Stefan van der Eerden en Vico Leeters Stellen zich voor Monique Wijers, gedragswetenschapper Huisartsopleiding Helène Dassen, huisartsbegeleider jaar 1 Esther Maes, gedragswetenschapper Huisartsopleiding Huisarts & huisdier – Mardi Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals TENDER-studie – Bram Beckers StopWijzer – Daniëlle Zijlstra RNFM – Huibert Tange, Jos Boesten en Annemiek Nijholt OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Boekrecensie: wat is er met de dokter gebeurd? – Yvonne van Leeuwen WESP-en: Sociale omgeving en sociale steun bij succesvol stoppen met roken – Puck Nagtzaam Observeren van aios – Floor Minkels Mening van huisartsen ten aanzien van influenzavaccinatie – Roy Snellings Het diagnostische proces van atriumfibrilleren – Sanne van de Moosdijk Gezonde Basisschool van de Toekomst – Remco van Ginkel Reproduceerbaarheid van urinesticks en de Uriscreen – Anne Winkens Atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk – Karlijn Costongs Onderzoek Chlamydia diagnostiek Ouderengeneeskunde Niet alleen bij leken is ons specialisme onbekend – Noortje Ficken Huisartsopleiding Uit het (plaatsvervangend) hoofd – Joost Dormans Equilibre. Het leergesprek – Marieke Kools en Arie de Jong Made in Maastricht Weten is eten: Goudkoorts – Hendrik Jan Vunderink In de leer. TLC – Eleana Zhang In de leer. Mag ik deze dans van u? – Arianne Beckers Column. Van alle tijden – K.O.E.K. Wous Eveline schrijft – Stá voor je assistente Gezondheidsrechtelijke kwesties – Arie de Jong 3 4 5 6 8 10 10 11 11 12 14 14 15 16 17 18 18 19 19 20 20 21 21 22 24 25 26 28 30 31 32 33 34 2 Van de redactie Afko’s Eind jaren 90, toen ‘de Millennials’ werden geboren (generatie Y), werd ook dit blad bedacht. Het idee was om alle losse stenciltjes, die toen vanuit elk project naar de huisartsen in de regio werden gestuurd, te vervangen door één periodiek blad genaamd ‘Op één Lijn’. De eerste editie verscheen in 1999. Sindsdien is het blad trouw verschenen en zodoende voor velen het gezicht van de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht geworden. Aangezien ik er van meet af aan bij betrokken was (ik durfde mezelf geen hoofdredacteur te noemen in die tijd), weet ik, dat u onze acroniemen niet zo op prijs stelt. De co, de haio en de agnio gingen nog wel, maar de absurdistische afkortingen van onderzoeksprojecten, daar heeft de doorsnee huisarts geen voeling mee. “Zeg liever waarover het gaat”, zei u dan. Een AMUSE associeert u immers met een lekker hapje en niet met D-dimeer testen en longembolie. En toen kwam de AIOTHO. Deze Japanse auto kostte veel tijd om uit te leggen. De haio en de vaio waren inmiddels vervangen door aios en dat ging nog nèt. Maar de combinatie met een promotietraject en haio, dat is nog steeds een ingewikkeld gedoe. En toch is er momenteel heel veel belangstelling voor een dergelijk combinatietraject, ook van AKO-studenten. De afko AKO staat voor Arts Klinisch Onderzoeker. Ook AKO’s worden graag ‘gewoon’ dokter. En om de cirkel rond te maken: de agnio werd ANIOS. Wie het weet mag het zeggen. AGNIO’s zagen we overal, vooral in de tweedelijn. Het zijn de productiedokters die vooral het ziekenhuis helpen draaiende houden. Waar we geen ANIOS zagen, was in de huisartspraktijk. Totdat ... ‘Maastricht’ ermee begon, net zoals destijds met de eerste AIOTHO’s. Een primeur, u leest erover in dit nummer. Na deze uitvoerige intro, is er minder ruimte om de rest van de inhoud te etaleren. Gelukkig kent u alle afko’s, en hoef ik niet toe te lichten wat WESP-en zijn. U leest wat ze hebben gedaan, zonder acroniemen. De onderzoekers die schrijven, konden hun afko nog niet loslaten helaas. Het gaat over hulp bij stoppen met roken en dyspepsie. Bruikbare Wetenschap door Jochen Cals en een update over ons registratienet RNFM door Huibert Tange, kunnen de wetenschappelijke honger stillen. De Witte Raven club heeft OOK weer een nieuw raadsel voor jullie. Welke aandoening zoeken we? ‘Huisarts & huisdier’ is er weer bij. Er was een cavia voorzien, maar het werd een hond. Nieuw is ook het geluid van de assistente, Eveline en een boekrecensie door Yvonne van Leeuwen. Zoals altijd zijn er weer nieuwe medewerkers die zich aan u voorstellen. ‘The future is old’: de titel van de campagne om de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht (vanaf september 2019) te promoten. De afko is SO, dus niet te verwarren met de geriater. Aios Noortje Ficken, dochter van een huisarts, is het gezicht van deze campagne. Joost Dormans schreef, als plaatsvervangend hoofd van de huisartsopleiding, over luizenmoeders en Gauloises. Het opleiden van de huisartsen verloopt ‘equilibrisch’. We etaleren drie groepen afgestudeerde huisartsen. En vaste columnist en huisartsjurist Arie de Jong is uiteraard ook van de partij met een update van het Tuchtrecht. Net als aios Arianne Beckers, die graag met patiënten danst. Onze voormalige aios-columnist Eleana Zhang beloofde ons om nog één keer haar stukje ‘In de leer’ te schrijven als ze terug was van zwangerschapsverlof. Inmiddels is ze niet alleen bevallen, maar ook gepromoveerd op 8 februari jl. op een ziekte van de kleine bloedvaten in de hersenen, afgekort cSVD. Eind mei hoopt ze haar huisartsopleiding af te ronden. Made in Maastricht! De griepgolf is nu ten einde, maar de goudkoorts is net begonnen. Vaste schrijver ‘Weten is eten’ Hendrik Jan Vunderink meende een luchtig onderwerp gevonden te hebben in de anosmie-asperge-aspiraties (AAA). Het stukje was klaar en opgeschreven. Maar nog niet bereid en opgediend. Dus ook geen foto. En toen… viel Hendrik Jan van zijn paard in de lappenmand en kreeg ik de opdracht om ‘er even een leuk plaatje bij te zoeken’. Verleden, heden, toekomst. Ik zit op één lijn met K.O.E.K. Wous. Gelukkig heb ik geen nare nasmaak, hooguit een na-geur, als ik asperges heb gegeten. Happy reading, Babette Doorn 3 op één lijn 63 Zie pag. 5
Page 4
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Van de voorzitter Vermaatschappelijking van de academie DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Prof. André Knottnerus zei in zijn afscheidsrede in 2018: “Ik dank de talloze patiënten en vrijwilligers, zonder wie mijn onderzoek niet mogelijk zou zijn geweest. Dat geldt evenzeer voor de vele huisartsen, praktijkassistenten, specialisten, verloskundigen en andere zorgverleners die het Maastrichtse onderzoek droegen en dragen. Jullie bijdragen onderstrepen dat het niet alleen ging over academisering van de eerste lijn, maar vooral ook over vermaatschappelijking van de academie1.” De vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht heeft vanaf begin jaren tachtig de verbinding gemaakt tussen praktijk, het onderwijs, het opleiden en het wetenschappelijk onderzoek. Om deze verbinding te maken, zijn er in het verleden vele projecten opgezet. Van gezamenlijke consulten met specialisten tot en met de hedendaagse diagnostiek zoals de CRP. Onze mooie regio is al langere tijd goed georganiseerd in zorggroepen. We lopen hier voorop met zorginnovatie (‘proeftuinen’) en daaraan gekoppeld wetenschappelijk onderzoek samen met de universiteit. Voor ons was het een logische ontwikkeling dat zorggroepen zelf zijn gaan ‘academiseren’. Elke zorggroep heeft een groep kernpraktijken waarin naast de reguliere taken op het gebied van (huis)artsen opleiden en meedoen aan onderzoek, ook aan zorginnovatie wordt gedaan. Onze vakgroep koestert alle 1400 huisartsen in deze regio (Limburg en Zuidoost Brabant), u bent ons adherentiegebied, wij zien u als een waardevolle en gewaardeerde relatie. Daarom ontvangt u bijvoorbeeld ook al 20 jaar dit tijdschrift ‘Op één Lijn’. Samen met de bestuurders van de zorggroepen zoeken we naar een (al dan niet virtuele) vorm c.q. werkplaats voor deze vermaatschappelijking van de academie. Hierin gaan praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs hand in hand. Vakgroep en zorggroepen trekken al redelijk samen op in opleiden voor en door de regio, wetenschappelijk onderzoek en registratie in de zorg. Voor dat laatste beschikt de vakgroep ook over een registratienetwerk van huisartspraktijken in Limburg, het RNFM (www.rnfm.nl). Momenteel bestaat het registratienet uit 27 praktijken. Op pagina 15 vindt u een uitgebreid artikel. Een groot deel ervan is pluspraktijk in de eigen zorggroepregio. Daarnaast worden ook HIS-gegevens tussen regionale praktijken en universiteit uitgewisseld en van de nodige feedback (spiegelinformatie) voorzien op verzoek van een zorggroep. Ook kunnen wetenschapsstudenten (WESPen) worden ingezet bij onderzoek naar zorginnovaties zoals de anderhalvelijnszorg. Ik vraag jullie vertrouwen in onze werkplaats. Een vertaling zou kunnen zijn dat als we u vragen om mee te doen aan onderzoek, dat u dan zeker weet dat er goed naar de onderzoeksvraag is gekeken door zowel (huisarts) onderzoekers als huisartsen uit de regio. We kunnen dan nog beter op het nut en de waarde voor de praktijk letten is mijn verwachting. Belangrijkste is we samenwerken in netwerken en dat ook de belangen van de huisartspraktijken als die van de zorggroepen zijn verzekerd. Ook zoeken we de samenwerking met de andere academische werkplaatsen van het MUMC+. Welke dat zijn en wie wat doet, daar kom ik een volgende keer graag op terug. 1 Groot A de, Knottnerus JA. Academisering van de eerste lijn of vermaatschappelijking van de academie? Medisch Contact 1982; 37: 37-9. 51 4 1 e uitgave 2019 In memoriam Harry Crebolder 'Such is life' DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Maandagmorgen 1 april. Een dag zonder kantoorgrap. Wel een triest bericht. Hoogleraar emeritus Harry Crebolder, oud vakgroepvoorzitter en voormalig huisarts en medeoprichter van het GC Withuis in Venlo, overleed afgelopen weekend op 81-jarige leeftijd. Zijn enorme staat van dienst laat ik even voor wat het is, we zouden er een blad mee kunnen vullen. Graag sta ik stil bij onze relatie met dit blad, de vakgroep en de regio. Alsof Harry wist dat ik over het 20-jarig bestaan van dit blad zou schrijven. Alsof hij wist dat ik zou vergeten te vermelden, dat hij ooit op de cover van het allereerste nummer stond. En dat hij toen zei: “Laat ik beginnen met de wens dat het blad Op één Lijn zal fungeren als een bindmiddel tussen de universitaire capaciteitsgroep in Maastricht en de vele professionele relaties binnen de universiteit en in het bijzonder de huisartsen in de regio.” Check. “Ik hoop dat de periodiek een spreekbuis zal zijn voor eenieder met wie wij samenwerken.” Check. “Ik wens de redactie heel veel creativiteit, doorzettingsvermogen, inspiratie en geluk!”. De laatste zin ging over Harry zelf. Het is geen leugen wanneer ik zeg dat na het verschijnen van elke (!) editie tot nu toe, ik een email van hem kreeg, met de complimenten én een inhoudelijke vraag. Bij zijn afscheid in 2002 (‘Leren in de eerste lijn’) kreeg hij een koninklijke onderscheiding. In editie 14 sierde hij met zijn vrouw Emma Crebolder opnieuw de cover. Harry was een pittig mens en baas, zo eentje waar je een haatliefde-verhouding mee kon hebben. Saai was het allerminst. De telefoon onnodig laten rinkelen, daar kon hij woedend om worden. Roken op kantoor werd echter gedoogd. Ik ontmoette Harry voor het eerst in 1995 toen ik onderzoek zou gaan doen naar ‘zijn’ academisering van de huisartsgeneeskunde. Hij droeg een vlinderdas herinner ik me, een nondejuke. ‘Zo ziet een professor er dus uit’ dacht ik toen. Hij keek je altijd indringend aan en wist vlijmscherpe (‘waarom?’) vragen te stellen. Op het intimiderende af. Gelukkig kon hij dat goed compenseren met zijn zachte kant. Had je een vraag en liep je bij hem binnen, dan zat hij op een groezelig bankstelletje in de hoek van zijn kamer te lezen (slapen?). Hij klopte dan op de zetel naast hem, maar zij die het bankje kunnen herinneren weten, dat je dat liever afsloeg. Niet vanwege #metoo, maar vanwege het bankje zelf. E-mailen en redigeren in Word (‘van papier leer je het meest!’) leerde hij zichzelf aan, met een beetje hulp van Seniorenweb. Ook bracht hij je het belang van praktijkbezoeken bij, het verlaten van de ‘ivoren toren’. Je moest de huisartsen opzoeken en weten hoe het eraan toe ging in de praktijk. Ik zeg het nog steeds tegen onderzoekers en studenten. Zo ontstond in Maastricht al vroeg de belangstelling voor de doktersassistenten. Ook waren het de academische praktijken die als eerste een praktijkondersteuner hadden. En bij alles bedacht Harry een al dan niet bestaand theoretisch model. Ritjes in zijn oude Rover door Limburg, in de sneeuw of in de hitte (hij had in Afrika gewoond en nergens last van), de boterhammen op schoot, maar soms ook stoppen voor een (gedeeld) patatje op ‘De Viersprong’ aan de Napoleonsbaan. Als ik liet blijken bezorgd te zijn over zijn rijstijl, dan stelde hij me gerust door te zeggen, dat hij jarenlang dagelijks op en neer reed naar Venlo. Dat hielp niet echt. Harry was van voor het digitale tijdperk. Voor foto’s moest ik de oude dozen induiken. In die tijd hadden we nog dagjes uit en veel feestjes. En ja, Harry was altijd van de partij. Letterlijk en figuurlijk. Dan was hij op zijn best, of het nu om speechen, eten of dansen ging. Ja, echt dansen mensen, niet zoals je ziet op een NHG-congresfeest (dat zijn niet mijn woorden). Als de eerste deuntjes van ‘Love is in the air’ klonken, dan schoten zijn armen omhoog en zijn heupen los. Zijn secretaresse Ine Siegelaer werd vastgepakt op een manier die anno nu niet meer mag, en dan ging hij los. Zo ook op zijn afscheidsfeest op Fort Sint-Pieter. Het waren gouden tijden. Harry, nu pas gaan we je echt missen. Love is in the air Everywhere I look around Love is in the air Every sight and every sound And I don’t know if I’m being foolish Don’t know if I’m being wise But it’s something that I must believe in And it’s there when I look in your eyes 5 op één lijn 63
Page 6
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 ANIOS huisartsgeneeskunde in Kerkrade ANIOShuisartsgeneeskunde DOOR DONNA BOSCH-LENDERS, HUISARTS EN PRAKTIJKHOUDER IN KERKRADE EN ANIOS MATHIJS PEETERS Sinds september 2018 werkt in Medisch Centrum West Kerkrade een ANIOS-huisartsgeneeskunde. Een ANIOS in de huisartsenpraktijk? Kan dat ook al? Wat is dat eigenlijk? Hoe regel je dat? Wat is de meerwaarde voor praktijk en de ANIOS? Zo maar wat vragen die we hebben voorgelegd aan ANIOS Mathijs Peeters en Donna BoschLenders, huisarts en praktijkhouder in Medisch Centrum West Kerkrade. Wat is een ANIOS-huisartsgeneeskunde? Een ANIOS is een arts niet in opleiding tot specialist, werkzaam binnen de huisartsgeneeskunde in dit geval. Het meest waarschijnlijke is dat een ANIOS uiteindelijk in opleiding wilt komen, dus een AIOS wil worden om daarna als huisarts verder door het leven te gaan. Wat was de reden om een ANIOShuisartsgeneeskunde aan te nemen? Donna: In 2016 heb ik de praktijk over genomen van Frank en Marianne Soomers en Hans van der Ploeg, een grote praktijk met 8 huisartsen. In de eerste twee jaren merkte ik dat het hebben van waarnemers voor de korte vakantieperiodes fijn was om de topdrukte weg te nemen, maar dat de spreekuren van de collega’s die er wel waren, overvol bleven. Patiënten willen vooral meer continuïteit bij bekende artsen. De ervaring met AIOS in de praktijk is dat patiënten het wel goed vinden dat iemand er voor een jaar is, en in dat jaar ook wel een band kunnen opbouwen met de arts. Dat zagen we minder bij de waarnemers, die vaak maar enkele weken aanwezig waren. Het opleiden van een Verpleegkundig Specialist lag binnen de mogelijkheden, maar daar hadden we nog niet meteen een geschikte kandidaat voor. Daarnaast wilden we graag in de weken dat alle artsen aanwezig waren, ook een arts vrij plannen voor andere taken, namelijk als callcenter arts en directe vraagbaak voor de assistentes. Dat kon alleen als de ontstane gaten zouden worden opgevuld. In januari 2018 vroeg Stefan van der Eerden, huisarts MC Putstraat in Landgraaf, of wij interesse hadden om te starten met een ANIOS. Zij wilden dat als praktijk gaan doen en waren op zoek naar anderen die ook interesse hadden. Op dat moment was Mathijs bij ons werkzaam als semiarts en wij waren zeer tevreden over zijn functioneren en 6 collegialiteit en patiënten waren ook erg tevreden over hem. Dus vroeg ik hem om na zijn opleiding geneeskunde een jaar bij ons te komen werken als ANIOS. Waarom ANIOS-huisartsgeneeskunde? Mathijs: Ik wist na mijn coschap huisartsgeneeskunde zeker dat ik huisarts wilde worden, vandaar ook mijn keuze om mijn GEZP- en WESP-stage te kiezen in dit vakgebied. Na mijn afstuderen kreeg ik de aanbieding om als ANIOShuisartsgeneeskunde te komen werken. Een functie, die op dat moment nog niet in de regio bestond. Ik heb geen moment getwijfeld en ben de uitdaging aangegaan. Hoe zit dat met verantwoordelijkheden en werkgeverschap? Een ANIOS is een BIG-geregistreerde basisarts. In het geval van Mathijs had hij bij de start nog niet zelfstandig gewerkt als arts. We hebben als team vooral gekeken hoe we het zo veilig mogelijk konden inbedden in de dagelijkse praktijk. Samen met collega Huisarts Philippe Le Doux begeleiden en superviseren we hem. De eerste weken ging dat zoals bij een AIOS: samen spreekuur doen, veel meekijken, veel overleg en veel tijd inplannen. De assistentes hebben instructies gekregen welke ingangsklachten hij wel en niet kan zien. Zelfstandig visites rijden hebben we in het begin niet gedaan. Aangezien hij vaak meeging met een van ons, wisselen we nu soms wel visites af, omdat we overtuigd waren dat het kon en afspraken hadden vastgelegd. Net als bij een aios zal de ene begeleider gedurende het gehele jaar alle patiënten in het dossier nakijken. De ANIOS werkt in loondienst en is, conform de Cao Huisartsenzorg, ingeschaald als verpleegkundig specialist, omdat de werkzaamheden overeenkomen. De LHV heeft hier eerder een schrijven over uit laten gaan. Het komt ongeveer overeen met wat een AIOS verdient. Eventuele werkervaring kan je laten meetellen in de trede bepaling. Alle andere werkgeverslasten zijn zo ook makkelijk te regelen. Omdat er in de regio nog geen afspraken zijn over de dienststructuur, kan de ANIOS niet mee naar de HAP zoals een aios dat wel kan. Misschien dat daar in de toekomst verandering in komt, omdat op enkele huisartsenposten in Nederland al meerdere ANIOS-en aan het werk zijn, zoals in Uden. 1 e uitgave 2019 Ervaring tot nu toe als ANIOS-huisartsgeneeskunde: Sinds ik werk als ANIOS, heb ik veel ervaring opgedaan en richt ik mij vooral op de kleine kwalen binnen de huisartsgeneeskunde. Ik heb een duidelijke groei laten zien. Hierdoor ben ik in staat veel van de kleine kwalen zelfstandig af te handelen. Hoe regel je een ANIOS? Wij hebben het geluk gehad dat wij een goede kandidaat hadden die we zelf hebben gevraagd. In het voortraject heb ik wel gesproken met Joost Dormans van de huisartsopleiding Maastricht, met het voorstel om de huisartsopleiding een soort loket te laten fungeren tussen geïnteresseerde ANIOS en geïnteresseerde praktijken. Dat is nog niet geformaliseerd maar informeel werkt het wel. Daarnaast kan je ook een vacature uitschrijven, wat tegenwoordig via social media snel verspreid, vooral als je daarbij gebruik maakt van aios of coassistenten in je praktijk. Wat is de meerwaarde voor de praktijk? Doordat Mathijs vier dagen in de praktijk werkt, hebben wij meer tijd om andere zaken op te pakken. Daarnaast is het altijd fijn om jonge enthousiaste collega’s te hebben, die met hun frisse blik soms hele verrassende wendingen aan een lastige casus kunnen geven. De patiënten zijn blij met een vast gezicht, en accepteren Mathijs als arts. Al met al creëert het rust, omdat je met je vaste artsenteam werkt, waarbij in vakantieperiodes nog maar zelden losse waarnemingen geregeld hoeven worden. Wat is de meerwaarde voor de ANIOShuisartsgeneeskunde? Het heeft mij de mogelijkheid gegeven om binnen de huisartsgeneeskunde te blijven werken zodat ik me verder kon ontwikkelen voor ik begin aan de huisartsopleiding. Verder kan het een meerwaarde zijn voor basisartsen die twijfelen over de keuze voor een bepaald specialisme. Ik merkte tijdens mijn coschappen, dat veel studenten het coschap huisartsgeneeskunde erg leuk vonden, maar in die periode te weinig konden zien van het vakgebied om te solliciteren voor de opleiding huisartsgeneeskunde. Bij andere vervolgspecialismen is de ANIOS-functie vanzelfsprekend en is het de start om te solliciteren voor een opleidingsplek. Het is voor geneeskunde studenten die twijfelen, een logische keuze om een tijdje als ANIOS te gaan werken binnen een specialisme waarover ze nadenken, waarbij ze vaak blijven ‘plakken’. Tot voor kort kon dit nog niet binnen de huisartsgeneeskunde, nu wel. standpunt huisartsopleiding Maastricht over de Anioshuisartsgeneeskunde “Als huisartsopleiding zien we het aniosschap als een goede manier om potentiële AIOS-huisartsgeneeskunde nader kennis te laten maken met het vak (de huisarts in zijn voorbeeldrol) en de werkdruk van huisartsen te verlichten waar mogelijk en mag. Voor de ‘zoekende’ anios is het een opstap naar een medische vervolgopleiding. De anios is geen huisarts en zal dus onder supervisie werken. In het ziekenhuis vinden we de anios heel gewoon, maar in de huisartspraktijk niet. Het is interessant om te verkennen of de anios een plek kan verwerven in de huisartsgeneeskunde.” Foto? 7 op één lijn 63
Page 8
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Komt er een volgende ANIOS? Alle artsen binnen MCWK zijn erg blij met de ANIOS in de huisartsenpraktijk. Wij hebben er veel aan en ik denk de ANIOS ook. Mathijs is enorm gegroeid in zijn rol als arts. Hij heeft heel veel zelfstandigheid gekregen en heeft een empathische houding naar patiënten toe die heel prettig is. Ik hoop hem over enkele jaren als collega huisarts te mogen begroeten. In het tijdperk waarbij de drukte in de praktijk toeneemt, is de ANIOS een mogelijke invulling binnen de dagelijks praktijk, waarbij er ruimte en tijd wordt gecreëerd voor een passend tarief. Wel denk ik dat het verstandig is om een ANIOS aan te nemen voor minimaal een jaar en maximaal twee jaar. Korter dan 9 maanden lijkt niet wenselijk, omdat de tijdsinvestering in het begin te weinig oplevert. Mathijs heeft gesolliciteerd voor de huisartsenopleiding en wij zijn ervan overtuigd dat hij een goede kans maakt om door de sollicitatie heen te komen. Mocht dat zo zijn, dan zoeken wij voor september 2019 een nieuwe ANIOS, want we willen er graag mee doorgaan. Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen via d.lenders@ezorg.nl of m.peeters@ezorg.nl ANIOS huisartsgeneeskunde in Landgraaf Al doende leert men DOOR STEFAN VAN DER EERDEN, HUISARTS IN LANDGRAAF EN VICO LEETERS, ANIOS Aanleiding Afgelopen jaar spraken Joost Dormans van de huisartsopleiding Maastricht en huisarts Stefan van der Eerden van MC Putstraat uit Landgraaf elkaar over een dreigend tekort aan huisartsen (in opleiding). Het leek erop, dat veel ANIOS-sen in het ziekenhuis blijven ‘hangen’ en niet meer terugstromen naar de eerstelijn. Zo ontstond het idee om een ANIOS-Huisartsgeneeskunde in het leven te roepen en in dienst te nemen, met als doel basisartsen enthousiast te maken voor het huisartsenvak en de huisartsopleiding. Op dat moment was semiarts en inmiddels basisarts Vico Leeters werkzaam in de praktijk. Hij wil de huisartsopleiding gaan volgen en was direct geïnteresseerd in deze nieuwe functie. De ANIOS (Vico) “Vanaf april 2018 werk ik als ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) bij huisartsenpraktijk Medisch Centrum Putstraat in Landgraaf. Deze nieuwe en innovatieve functie is zeer geschikt voor basisartsen die de ambitie hebben om huisarts te worden. Als coassistent maak je kennis met de huisartsenpraktijk, maar echt meedraaien in de praktijk is heel anders. Het geeft je de kans om van dichtbij te ervaren hoe het is om te werken in een huisartsenpraktijk met een hecht team wat op één lijn staat om de best mogelijke patiëntenzorg te leveren. Daarnaast zorgt de langere periode van een jaar ervoor, dat je veel meer inzicht krijgt in wat er 8 allemaal speelt binnen een huisartsenpraktijk en wat er bij het huisartsenvak komt kijken. In het begin heb ik samen met de huisartsen en praktijkmanager Judith Steuns moeten zoeken naar de juiste invulling voor deze nieuwe functie. De insteek van de functie was aanvankelijk om een soort ‘vliegende kiep’ te zijn en flexibel ingezet te worden op actuele zorgvragen. Bijvoorbeeld een patiënt met pijn op de borst, iemand met een snijwond, maar ook een ongeruste longpatiënt die laagdrempelig ‘naar zijn longen wilt laten luisteren’. Voor mij veel uitdaging en variatie en voor de huisartsen minder 1 e uitgave 2019 patiënten tussen het spreekuur door. Ik kan de patiënt in alle rust te woord staan en onderzoeken en daarna is er tijd om met de huisarts te overleggen en na te bespreken. Het bleek geen dagvullende taak om mij als ANIOS zo in te zetten. Al doende ontstond het idee om ook een regulier spreekuur te creëren, waarbij ik relatief eenvoudige problematiek ging zien op mijn spreekuur. Ook zou ik beschikbaar zijn voor algemene vragen van assistentes en kreeg ik enkele administratieve taken. Daarnaast was er nog voldoende tijd en ruimte voor mijn eigen interesses, bijvoorbeeld meedoen met de geplande kleine chirurgische ingreepjes en intra-articulaire injecties zetten. Een breed takenpakket maakt deze functie interessant. Als coassistent ben je vooral medisch inhoudelijk bezig en met het ontwikkelen van diagnostische vaardigheden. Als ANIOS heb je meer taken die een huisarts ook heeft en zo groei je meer in je rol als dokter onder gesuperviseerde zelfstandigheid.” De huisarts (Stefan) “Door de ANIOS een “vliegende kiep” te laten zijn in de huisartsenpraktijk is het mogelijk om het vak van huisarts in de volle breedte te leren kennen. Door supervisie van de huisarts is er extra aandacht voor het breder diagnostisch denken. Wat is de vraag van de patiënt? Wat heeft de patiënt nodig? Is het alleen somatisch? De Universiteit Maastricht steunt deze vorm van werken.” De ANIOS “Een juiste verdeling vinden was een proces van geregeld overleg en aanpassen. Na enkele weken hadden we een goede balans tussen het aantal plekken voor reguliere consulten en spoedplekken. De assistentes zijn geïnstrueerd wat bij mij gepland mocht worden. Enkele voorbeelden: hoestklachten, keelklachten, diarree, kleine trauma’s, kinderen met koorts, buikpijn, pijn op de borst en hechtwonden. Vooral in het begin had ik veel supervisie en overleg nodig om mijn consulten af te handelen. Hier was gelukkig altijd genoeg ruimte en tijd voor. Door veel patiënten te zien en veel zelf te doen, heb ik mijn kennis en vaardigheden op het gebied van de huisartsgeneeskunde verder kunnen ontwikkelen. Na verloop van tijd kon ik op regelmatige basis consulten zelfstandig afhandelen. Nu mijn laatste maand is aangebroken, kijk ik terug op een zeer leerzame tijd, hoe het is om samen te werken met een hecht team met laagdrempelige communicatie met respect over en weer. Na deze ervaring wil ik dan ook vol enthousiasme en motivatie opgeleid worden tot huisarts zodat ik later hopelijk zelf ook als praktijkhouder dit mooie vak mag en kan uitoefenen”. De huisarts “De ANIOS is in dienst van de huisartsenpraktijk. Voorafgaand aan het in dienst nemen van een ANIOS hebben wij contact gehad met de VvAA. Zij hebben advies gegeven over de benodigde verzekeringen en de inschaling in het CAO Huisartsenzorg. Voor de praktijk is het ten aanzien van de werkgeverskosten en verzekering voor 9 tweederde kostendekkend. Het overige wordt gezien als een investering voor het vak en de opleiding, we maken basisartsen enthousiast voor het vak. Nu het jaar van Vico bijna afloopt, zijn wij weer op zoek naar een nieuwe ANIOSHuisartsgeneeskunde!” op één lijn 63
Page 10
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Monique Wijers Gedragswetenschapper Huisartsopleiding Helène Dassen Huisartsbegeleider jaar 1 Vanaf 1 maart 2019 ben ik werkzaam als docent aan de huisartsopleiding in Maastricht. Ik volg Cecile Henquet op als maatje van Gerrie Waagenaar en verzorg onderwijs in het derde jaar. Met een nostalgisch gevoel fietste ik de afgelopen weken richting het P. Debyeplein 1. Dit is namelijk het gebouw waar ik als kersverse student in 1985 startte met mijn opleiding Gezondheidswetenschappen aan de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg. Inmiddels ben ik klinisch psycholoog en psychotherapeut. Ik ben sinds 1993 werkzaam geweest binnen verschillende GGZ-instellingen in de regio Zuid-Limburg. Steeds in de specialistische GGZ vanuit het referentiekader cognitieve gedragstherapie en schematherapie. Vanaf 2017 werk ik met een aantal collega’s vrijgevestigd onder de noemer Perspectief Psychotherapie Maastricht. Trauma-gerelateerde problematiek heeft door de jaren steeds mijn speciale aandacht gehad. Ik deel mijn kennis, kunde en passie voor het vak graag. Daarom verzorg ik bij verschillende opleidingsinstellingen (na)scholing aan professionals, ben ik supervisor en leertherapeut. Ik woon samen met mijn partner Rob in Maastricht. Samen proberen we onze pubers Sam (16) en Ava (14) een beetje in het gareel te houden. We maken met ons gezin graag verre, avontuurlijke reizen. Vooral Tibet en Afrika hebben mijn hart gestolen. Tijdens de stafdag in Maastricht heb ik me warm ontvangen gevoeld, al veel nieuwe collega’s ontmoet en oude bekenden teruggezien. Dat smaakt naar meer! 10 Mijn naam is Helène Dassen en in februari ben ik gestart als huisartsbegeleider voor de regio noord, jaar 1. Ik ben in de luxepositie dat ik het komende half jaar mag meedraaien in de groep van Marieke Strijker en Marjolein Oerlemans, met het vooruitzicht dat ik in september met een eigen groep start. In 2003 ben ik gestart met de opleiding psychologie in Utrecht, nadat ik was uitgeloot voor geneeskunde. Het jaar daarna kon ik gelukkig toch starten met de geneeskunde opleiding in Rotterdam. Daar heb ik met veel plezier acht jaar gewoond, gestudeerd en gewerkt. Vervolgens volgde ik de huisartsopleiding in Amsterdam aan het AMC-UvA en rondde deze in juni 2016 af. Hoe ben ik in Eindhoven beland? Daar is alles begonnen: ik woonde tot mijn 18e in deze stad en ik ben weg gegaan met de gedachte hier niet meer terug te keren. Echter, de liefde (Jan-Willem) en het gemis van Brabant heeft me toch teruggebracht. Een half jaar geleden ben ik bevallen van Julian, een heerlijk actief kereltje, die mijn vrije tijd goed opslokt. Daarnaast besteed ik mijn tijd aan familie, vrienden die her en der in het land wonen en zoveel mogelijk buiten zijn. Het sporten is nu op een lager pitje gekomen, maar ik ga weer vol goede moed starten aan de bootcamp. 1 e uitgave 2019 Ik ben opgeleid als psychotherapeut, als zodanig momenteel werkzaam bij Co-eur (een specialistische GGZ-instelling voor mensen met eetstoornissen) en ik zie het als een mooie uitdaging om nu ook op een andere manier met mijn vak bezig te mogen zijn. Esther Maes Gedragswetenschapper Huisartsopleiding Mijn naam is Esther Maes en ik ben sinds februari gestart als gedragswetenschapper bij de huisartsopleiding, een voor mij nieuwe functie waar ik heel veel zin in heb! Ik vind mijn werk belangrijk en haal daar veel energie uit. Daarnaast vergeet ik niet te genieten van al het moois dat het leven verder te bieden heeft. Ik hou ervan om sportief bezig te zijn, doe aan hardlopen en moderne dans en ben altijd te enthousiasmeren om samen een sportieve uitdaging aan te gaan. Reizen, nieuwe restaurantjes uit proberen, lezen, borrelen met vrienden zijn dingen die ik leuk vind om te doen. Ik doe dat niet alleen, ik ben getrouwd en samen hebben we 2 kleine, vrolijke mannetjes van 3 en 5 jaar oud. Ik kijk uit naar een leuke, mooie en leerzame nieuwe uitdaging bij HAG! Huisarts & huisdier Een eigenwijs stukje dynamiet!! DOOR INGEBORGH HOLDORP, HUISARTS IN PEY-ECHT Dit is Mardi van de Kribbelkamp, geboren op een dinsdag in juni 2016. Verloren was ik bij mijn bezoek aan het nestje van vier kleine Epagneuls Breton. Dit ras heeft vier kleuren: Oranje-wit (meest voorkomend), Citron-wit, Maron-wit (chocoladebruin) en Zwart-wit. Vaak ook met kleine vlekjes ofwel schimmelplaten. Ze zijn afkomstig uit Frankrijk, uit het hart van Bretagne. Een jachthond met een korte of zelfs ontbrekende staart. Mardi is een Maron met bruine schimmelplaten. Uiterlijk valt de energie, de dynamiek en de intelligente uitstraling op. Het lichaam is iets gedrongen (cob), lijkt door haar kleur op een kleine Munsterlander of Heidewachtel, is krachtig en atletisch. Het is een kleine staande jachthond met een voortreffelijke neus. Het is een hond voor de jager. Hij wijst de jager met zijn neus het wild aan en staat stokstijf voor. Mardi heeft een pittig temperament, maar is ook zachtaardig en betrouwbaar. Het zijn gezonde honden die weinig verzorging nodig hebben. Mardi leeft bij ons buiten, zij heeft een buitenverblijf. We hebben een grote tuin grenzend aan het bos waar ze veel bewegingsvrijheid heeft. Met Mardi loop ik gemakkelijk 5 tot 10 km op een dag, dat heeft ze nodig om stoom af te blazen, om haar energie goed kwijt te kunnen. Ook heerlijk voor de baas om in de natuur het hoofd leeg te maken en daarna met nieuwe energie verder te gaan. Het is een hond met een stevig karakter. Slaagt de opvoeding, dan gaat ze voor je door het vuur. Dat laatste is wel een dingetje… Mardi is erg eigenwijs. Ze is momenteel weer op cursus. Gaat ze achter haar neus aan in het veld, dan kan ze me erg op de proef stellen…. 11 op één lijn 63
Page 12
op één lijn 63 S 1 e uitgave 2019 A Bruikbare wetenschap Betere diagnostiek en goed onderzoek DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE B In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Multimorbiditeit over de tijd Met alle berichten en aandacht voor kwetsbare ouderen vergeten we wel eens dat er ook fitte 80-plussers vrolijk op het spreekuur komen vertellen dat ze een cruise in Alaska gaan maken. ‘Nu kan het nog dokter...’ Ik vraag me dan af wat ze gaan doen als ze 90 zijn. Maar ondertussen verzamelt de alsmaar ouder wordende patiënt ook wel een breed pallet aan aandoeningen. Marjan van den Akker, dit jaar hoogleraar geworden in Frankfurt, keek met haar Vlaamse team naar de prevalentie van multimorbiditeit en polyfarmacie tussen 2000 en 2015 in een database met ca. 160.000 personen per jaar. In 2015 had 23% van de populatie multimorbiditeit (2 of meer chronische aandoeningen) en 20% had polyfarmacie (5 of meer verschillende geneesmiddelen in een jaar). In de loop van 15 jaar stegen het percentage patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie, voor beide geslachten en in alle leeftijdsgroepen. Vanzelfsprekend waren de percentages het hoogste in de oudste patiënten (>60% met multimorbiditeit in de 75-plussers), toch was de meeste stijging te zien in de groep patiënten jonger dan 50 jaar. Dat kan volgens de auteurs vele oorzaken hebben, die we allen zullen herkennen. Betere diagnostiek, maar toch ook wel waarschijnlijk betere codering in de HISsen van chronische aandoeningen. Daarmee kan de stijging dus ook verklaard worden door ander klikgedrag van dokters, onder andere aangejaagd door de chronische zorgprogramma’s van het laatste decennium. In toekomstige analyses zou ik uitkijken naar een uitsplitsing van de verschillende morbiditeiten, aangezien de ziektelast en complexiteit van verschillende chronische aandoeningen sterk kan wisselen. Presbyacusis heeft een andere impact op een geplande rondvaart op de Rijn (of in Alaska) dan decompensatio cordis. Gezamenlijke besluitvorming bij borstkanker Samen beslissen, en de term shared decision making, staat in de volle aandacht. Dusdanig dat je soms kunt afvragen of iedereen de term goed begrijpt. Een aios in de praktijk schreef bij elke P-regel de afkorting SDM als teken dat het door de dokter gemaakte plan was besproken met de 12 patiënt. Samen beslissen behelst toch echt iets meer. Trudy van der Weijden en promovendus Wilma Savelberg keken in borstkankerteams in het ziekenhuis hoe samen beslissen tot stand komt. Juist bij deze aandoening is het werkveld al relatief ver in de uitvoering van samen beslissen inclusief het gebruik van keuzehulpen. In een kwalitatieve analyse interviewden ze 9 chirurgen, 11 nurse-practitioners en 7 verpleegkundigen. De deelnemers onderkenden allen dat shared decision making een teaminspanning vereist. Toch werden de accenten verschillend ervaren. Chirurgen keken toch wat meer naar de verpleegkundigen als het ging om het doorspreken van opties en gebruik van de beslishulp. Daarnaast waren er ook wel deelnemers die het gevoel hadden dat het (medische) MDO de beste behandeling voorstelde. Het meenemen van de voorkeuren van de patiënt kon leiden tot inferieure behandeling, of juist tot verwarring bij patiënten. Het artikel is het lezen waard. Juist omdat borstkankerteams worden gezien als ‘early adopters’ van shared decision making. Je leest dat het hele proces van samen beslissen soms volledig wordt omarmd en als team wordt uitgevoerd, maar er blijft ook wel misconceptie, paternalisme, en scepsis onder de deelnemers en teamleden. Reden te meer waarom samen beslissen nog meer aandacht mag blijven krijgen en het is goed om te merken dat artsen in spe het nu in de opleiding tegenkomen. Sepsis – vertraging geeft ongelukken Een myocardinfarct te laat herkennen is de schrik van elke dokter. Hoe ernstiger het beeld, hoe minder graag we het willen missen. Sepsis heeft een duizelingwekkende mortaliteit, en hoe later adequate behandeling wordt ingesteld, hoe slechter de overlevingskans. Patiënten met sepsis gaan vaak nog langs een aantal afdelingen – van SEH naar IC en soms naar de afdeling – en overlijden vaak niet direct. Daardoor zien we onvoldoende het vroegtijdig herkennen van de ernstige infectie niet zo keihard terug als het missen van een myocardinfarct. Het blijft echter net zo’n lastige materie. Gideon Latten, B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U SEH-arts in Zuyderland, hoopt op het onderwerp te promoveren. In een van zijn deelstudies bestudeerde hij de medische dossiers van 440 patiënten met ernstige infecties, en hij keek met name ook naar de prehospitale fase. Van deze groep patiënten had 41% al voor de dag van verwijzing contact met de huisarts gehad, blijkend uit het feit dat 23% al antibiotica gebruikte. De mediane duur van symptomen was maar kort (3 dagen). Van de 440 patiënten had 5% een ‘adverse event’, dat wil zeggen overlijden of een IC-opname. Deze kleine groep was minder vaak via de huisarts op de SEH terecht gekomen (vaak via 112 melding) en had wel hogere sepsis scores bij binnenkomst (qSOFA en SOFA scores). De prehospitale fase biedt veel kansen voor vroegtijdige herkenning van sepsis. Maar hoe dan? Dat blijft lastig en hopelijk bieden aankomende studies nog nadere handvatten daarvoor. De ademhalingsfrequentie tellen én vastleggen lijkt al een belangrijke. En als je aan een sepsis denkt, meldt dat dat zeker bij aanmelding op SEH en meldkamer. Daarmee krijgt de patiënt snelle en gepaste behandeling in de spoedketen. Noem je alleen maar algemene malaise of iets dergelijks, dan kan het zijn dat de patiënt kostbare tijd verliest in de wachtkamer of op de gang van de SEH. De broodnodige bruikbare wetenschap van de toekomst “Het meeste wetenschappelijke onderzoek kan zo in de prullenbak in”, wordt weleens door vooraanstaande wetenschappers beweerd. Ik ben minder sceptisch, maar goed onderzoek begint wel met de goede vragen stellen. Voor ons vak is de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde het afgelopen jaar ontwikkeld. Die agenda moet inspiratie bieden aan onderzoekers, financiers, beleidsmakers en patiëntenorganisaties voor toekomstig huisartsgeneeskundig onderzoek. In een uitvoerig proces werden de bestaande kennislacunes bij de NHG Standaarden aangevuld door bovenstaand genoemde partijen. De geprioriteerde onderwerpen vormen een uitermate waardevolle lijst met bijna 800 items. En dat zijn nu net de vragen waarop we het antwoord in de spreekkamer nog niet weten. Het team wist de ontwikkeling ook internationaal te publiceren, maar de kennisvragen zijn ook online gewoon te raadplegen. Gebruik de QR-code om de PDF te openen. Referenties • Trends in multimorbidity and polypharmacy in the FlemishBelgian population between 2000 and 2015. van den Akker M, Vaes B, Goderis G, Van Pottelbergh G, De Burghgraeve T, Henrard S. PLoS One. 2019 Feb 12;14(2):e0212046. doi: 10.1371/journal. pone.0212046. eCollection 2019. PMID: 30753214 • Characteristics of the prehospital phase of adult emergency department patients with an infection: A prospective pilot study. Latten GHP, Claassen L, Jonk M, Cals JWL, Muris JWM, Stassen PM. PLoS One. 2019 Feb 7;14(2):e0212181. doi: 10.1371/journal. pone.0212181. eCollection 2019. PMID: 30730990 • Does lack of deeper understanding of shared decision making explains the suboptimal performance on crucial parts of it? An example from breast cancer care. Savelberg W, Boersma LJ, Smidt M, Goossens MFJ, Hermanns R, van der Weijden T. Eur J Oncol Nurs. 2019 Feb;38:92-97. doi: 10.1016/j. ejon.2018.12.004. Epub 2018 Dec 15. PMID: 30717943 • Development of a research agenda for general practice based on knowledge gaps identified in Dutch guidelines and input from 48 stakeholders. Burgers JS, Wittenberg J, Keuken DG, Dekker F, Hohmann FP, Leereveld D, Ligthart SA, Mulder JA, Rutten G, van der Wouden JC, van Balen JAM, Knottnerus JA. Eur J Gen Pract. 2019 Jan;25(1):19-24. doi: 10.1080/13814788.2018.1532993. Epub 2018 Nov 26. PMID: 30474455 13 op één lijn 63
Page 14
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Behandeling van overgevoelige maag Nortriptyline bij functionele dyspepsie DOOR BRAM BECKERS, ARTS-ONDERZOEKER MDL, MUMC+ Definitie Dyspeptische symptomen, waaronder pijn in de maagstreek en een opgeblazen gevoel, komen in de Westerse populatie vaak voor (incidentie tot 40%). Meestal betreft dit dyspeptische klachten zonder aanwijsbare oorzaak (70%) waarbij men spreekt van functionele dyspepsie. Aangezien er geen biomarkers bestaan, is de diagnose functionele dyspepsie gebaseerd op klinische criteria. Volgens de Rome lV criteria, de huidige standaard, is functionele dyspepsie gedefinieerd als “het hebben van een bezwaarlijk vol gevoel na de maaltijd, vroege verzadiging of pijn/branden in de maagstreek, zonder dat er bewijs is voor een organische aandoening.” Waarom onderzoek? Functionele dyspepsie komt vaak voor en brengt aanzienlijke zorgkosten en verlies aan arbeidsproductiviteit met zich mee. Helaas is er op dit moment geen duidelijk effectieve behandeling beschikbaar. Nieuwe behandelstrategieën zijn zeer wenselijk. Er zijn aanwijzingen dat laag gedoseerde tricyclische antidepressiva de klachten kunnen verminderen. Goed opgezet onderzoek om dit aan te tonen ontbreekt echter nog. Bovendien is er enige terughoudendheid om deze middelen te gebruiken gezien het label ‘antidepressiva’. Ook kunnen bezwaarlijke bijwerkíngen optreden. Wat is het doel van het onderzoek? Het doel is het onderzoeken van de effectiviteit van nortriptyline, een tricyclisch antidepressivum, bij functionele dyspepsie. Nortriptyline is een tweede generatie tricyclisch antidepressivum met minder anticholinerge bijwerkingen dan de eerste generatie middelen uit dezelfde klasse (zoals amitriptyline). Bovendien wordt nortriptyline via één enzymatische stap gemetaboliseerd. Hierdoor is de medicijnafbraak veel beter te voorspellen op basis van polymorfismen. Hiertoe zal vooraf aan de start van de behandeling een genotypering van het betrokken enzym verricht worden. Om hinderlijke bijwerkingen te verminderen en de effectiviteit te verbeteren, mogen alleen patiënten met een normale medicijnafbraak deelnemen. Samenwerking huisartsgeneeskunde Het project wordt gesteund door de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht. Mede daarom werden in januari 2019 de huisartsen in de regio Zuidoost Limburg reeds benaderd voor deelname aan het onderzoek. Maar er is meer nodig. Op dit moment doen zes ziekenhuizen uit heel Nederland mee aan het onderzoek. Omdat een groot deel van de beoogde patiëntenpopulatie vooral gezien wordt in de eerstelijn, is de hulp van u als huisartsen hard nodig. Meer informatie? Herkent u deze veelvoorkomende klacht? Ziet u het belang van een werkzame behandeling? Mail of bel ons dan voor meer informatie over het project, via Bram Beckers telefoonnummer 043-3881844 of per email via tender-intmed@maastrichtuniversity.nl. Oproep StopWijzer Stoppen met roken is succesvoller bij gebruik van gedragsmatige hulp, maar veel rokers maken er geen gebruik van. De nieuw ontwikkelde StopWijzer geeft inzicht in effectieve stopmethoden en waar deze te vinden zijn. In mei start de Universiteit Maastricht met een proef onder huisartsenpraktijken waarin ‘De StopWijzer’ wordt getest en zoekt nog deelnemers. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Daniëlle Zijlstra via stopwijzer@maastrichtuniversity.nl 14 1 e uitgave 2019 Registratie huisartspraktijken Het Registratienet nieuwe stijl DOOR HUIBERT TANGE, JOS BOESTEN EN ANNEMIEK NIJHOLT, REGISTRATIETEAM In 1988 werd het RegistatieNet Huisartsen (RNH) opgericht als infrastructuur voor huisartsgeneeskundig onderzoek aan de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg. Het RNH was niet de eerste een database met zorggegevens uit de eerste lijn, maar wel uniek in zijn soort. Het werd namelijk gebruikt voor zowel epidemiologisch onderzoek als patiëntgebonden onderzoek. In de loop der jaren heeft het RNH 282 publicaties en 52 promoties opgeleverd, vooral op het gebied van chronische gezondheidsproblemen in de eerste lijn. De database bevat op dit moment de gegevens van 166.000 patiënten, waarvan 80.000 nog steeds elke 3 maanden worden geactualiseerd. Ook op andere universiteiten zagen eerstelijns registratienetten het licht. Voor het RNH, nu meer dan 40 jaar oud, gold inmiddels de wet van de remmende voorsprong. Een goede reden voor vernieuwingen. Vorig jaar al werd de naam van het RNH veranderd in Research Network Family Medicine (RNFM). Veel veranderingen tegelijk De belangrijkste veranderingen hebben plaatsgevonden op het technische vlak. Sinds dit jaar maken we deel uit van de ‘Intercity-groep’. Dit is een samenwerkingsverband van eerstelijns registratienetten van vijf Nederlandse universiteiten. Binnen dit samenwerkingsverband wordt gezamenlijk onderhandeld met derde partijen. Het meest tastbare resultaat is dat we nu op een uniforme manier de gegevens uit de aangesloten EPD1’s kunnen halen. Dit bespaart ons bij toekomstige software-updates ervan veel ontwikkelwerk. Bovendien wordt nu de complete dataset van medische gegevens meegenomen, inclusief meetwaarden (lab, ketenzorg), waardoor het RNFM interessanter wordt voor onderzoekers. We moesten hiervoor de manier van data-opslag harmoniseren met die van de Intercity-groep. Zo kunnen we straks nog beter gegevens delen. De personele samenstelling van het RNFM-team is veranderd. Marjan van den Akker is hoogleraar in Frankfurt geworden. Haar rol is overgenomen door Huibert Tange. Ons team bestaat momenteel uit: hoogleraar en huisarts Jean Muris (voorzitter), onderzoeker Huibert Tange (coördinator onderzoek), huisarts Jos Boesten (coördinator data), huisarts Annemiek Nijholt (coördinator huisartsen) en Judith Janssen 1 Elektronisch Patiënten Dossier (secretariaat). De technische ondersteuning van het team blijft liggen bij het MEMIC, het facultaire centrum voor dataen informatiemanagement. Tegelijk met deze technische en organisatorische veranderingen werd ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming van kracht. Hierdoor moesten we ook allerlei procedures en overeenkomsten aanpassen. Dat kostte de nodige moeite. Huidige stand van zaken We zijn bijna toekomstbestendig. De MicroHIS-praktijken (vroeger een eis) zitten als eerste in de nieuwe database. De andere HIS-sen kunnen we nu ook bedienen. De meeste overeenkomsten zijn aangepast; aan enkele wordt nog gewerkt. Er staan zes onderzoeksgroepen klaar om met ons samen te werken. Verder zijn negen nieuwe huisartsenpraktijken bereid om zich aan te sluiten, onder andere de Plus-praktijken uit de regio Oostelijk Zuid-Limburg, zodat het totaal op 27 praktijken komt. In principe kan elke praktijk uit Zuid- en Midden-Limburg aansluiten, mits ze voldoen aan de kwaliteitseisen van de ADEPD-richtlijn. Blik naar de toekomst Wat kunnen we verwachten van het nieuwe RNFM? De uitgebreidere dataset biedt nieuwe mogelijkheden voor onderzoekers. Het RNFM wordt hierdoor interessant voor alle eerstelijnsonderzoek. Dus niet alleen voor studies naar chronische gezondheidsproblematiek, maar bijvoorbeeld ook voor onderzoek naar kinderen met koorts, point-of-care diagnostiek en andere klinisch relevante onderwerpen. Onze grote hoeveelheid data wordt interessant voor big data onderzoekers die met zelflerende algoritmen causale verbanden en risicoprofielen kunnen ontdekken, die we met traditionele onderzoeksmethoden over het hoofd zouden zien. Zeker als ze via het Intercity-verband de beschikking kunnen krijgen over landelijke patiëntenpopulaties. Maar zover zijn we nog niet, het zijn nog ideeën. De aangesloten huisartsen kunnen we in de toekomst beter van dienst zijn. Andere registratienetten leveren al langer spiegelinformatie aan huisartsenpraktijken. Het RNFM kan dat in de toekomst ook gaan doen. We voeren op dit moment oriënterende gesprekken met de Zuid-Limburgse huisartsenorganisaties om de behoefte hieraan te peilen. De band tussen de academie en de praktijk wordt zo verder verstevigd. We houden u op de hoogte. Website: www.rnfm.nl 15 op één lijn 63
Page 16
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Geen hartfalen, maar wat dan wel? OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Casus De nieuwe casus betreft patiënt A, een 58-jarige, sportieve man. Hij meldt zich bij zijn huisarts met recente klachten over hartkloppingen en dyspnoe d’effort. Volg de QR-code voor een beschrijving van de casus en twee röntgenfoto’s. Vorige casus De diagnose van de vorige casus is nefrotisch syndroom, met als doodsoorzaak een longembolie. Via de QR-code kunt u de trefwoorden en digitale zoektocht inzien. De prijs gaat dit keer naar Gusta van Zwieten (AIOTHO). Van harte gefeliciteerd! De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Yvonne van Leeuwen, Irene Soeters, Tonnie van Kessel, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. Zoektocht Er waren geen aanwijzingen voor hartfalen, cardiomyopathie of pulmonale hypertensie. Maar wat dan wel? Voor een adequate verklaring van de inmiddels sterk invaliderende klachten van deze patiënt zaten huisarts en specialisten acht jaar na de eerste presentatie op dood spoor. Het was de patiënt zelf die kwam met een verrassende suggestie na een zoektocht op internet. Antwoorden insturen naar: simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl Verloop van deze casus Leeftijd 58 Behandelaar HA 61 64 65 HA, CARD CARD Geen verbetering; dyspnoe verergert na inspanning, bij voorover bukken en na de maaltijd 66 LA CARD Toelichting bij de afkortingen: 16 HA = huisarts LA = longarts Klachten nemen geleidelijk toe. Inspanningstolerantie neemt af; toenemende vermoeidheid. Kan niet plat liggen bij slapen. CT-thorax en longen: normaal. Longfunctie: normaal Fietsergometrie: normaal Echo en cardio-CT: normaal. Coronair angio: normale kransslagaders; lichte aortaklepsclerose. Paroxysmale AVNRT en frequente VES; soms bigeminie. INT = internist CARD = cardioloog Voorgeschiedenis Leeftijd 10 18 32 47 HA, LA Behandelaar Klacht / symptomen Hoesten; dyspnoe; koorts Keuringsarts Afgekeurd voor militaire dienst INT INT Septisch beeld Buikpijn Bevindingen / symptomen Besnier-Boeck; lymfeklieren hilus Matige pectus excavatum Amoebenabces lever Ulcus duodeni Klacht / symptomen/ etc Bevindingen / symptomen Hartkloppingen; dyspnoe d’effort Stopt met werk wegens aanhoudende klachten Geleidelijke toename klachten; medicatie helpt niet Paroxysmale AVNRT 220/min R/ Sotalol; Verapamil X-thorax : geen afwijkingen Echo hart: geen afwijkingen. Inspanningstest: normaal, maar wel frequente VES. Thalliumscan: geen ischaemie Ablatie op één lijn 63 Boekrecensie Wat is er met de dokter gebeurd? DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, HUISARTS N.P. Boek B. Van Engelen, GJ. van der Wilt, M. Levi: Wat is er met de dokter gebeurd? Ervaringen en bespiegelingen vanuit de medische arena. Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2018. Inleiding Soms waardeer je een boek omdat het verwoordt wat jij ook al dacht, soms omdat het nieuwe inzichten aandraagt. Dit boek doet beide. Vooral het begin komt bekend voor: de patiënt raakt verdwaald in ons moderne gezondheidszorgsysteem, de techniek woekert en ook de dokter raakt vermalen. Een zucht die vele huisartsen slaken. Wel fijn dat het goed bij elkaar is gezet. Maar hoe komen we eraf en eruit. Ook mensen ‘van buiten’ komen aan het woord: filosofen, kunstenaars, ondernemers. Dan wordt het spannend. To read or not to read Degenen die de rust of tijd niet hebben om dit boek te lezen: kijk door je oogharen naar de titel en bedenk dat het veelzeggend is, dat dit boek, nu, op deze plaats verschijnt. Dat er een rebelsheid uit spreekt (‘sta je op het punt om coassistent te worden, doe het niet!’) en een meerstemmig geluid dat het echt anders moet en kán. Nu! Degenen die de tijd en rust nemen om te lezen: ga er echt voor zitten. Het is geen bedlectuur. De grondslagen van de geneeskunde, inclusief de wetenschapsfilosofie, komen aan de orde, maar dan in herkenbare schetsen. Zowel het perspectief van de patiënt, als van de arts, het ziekenhuis als de maatschappij, worden belicht. Het boek helpt je richting kiezen. Accepteren van imperfectie Over artsen valt het nodige te zeggen: we hebben een (te) hoog streefniveau, we willen pleasen en we houden onze grenzen slecht in de gaten. Eén auteur, piloot, houdt arts en patiënt voor: het vliegtuig is altijd een beetje kapot, het gaat erom of het TE kapot is voor een veilige vlucht. Gezondheidzorginstituties hebben de afslag genomen naar het efficiëntie-denken en die weg blijkt dood te lopen (“teveel tellen, te weinig vertellen”). We zijn ergens uitgekomen waar we niet willen wezen. Waarheen nu? Niemand van de schrijvers pretendeert hét antwoord te kennen, maar samen komen ze tot een concept waar wij chocola van kunnen maken. Weer door mijn oogharen kijkend zie ik als Leitmotiv wat de eindredacteuren ook in hun slotwoord benadrukken: accepteren van imperfectie, - in patiënt, lichaam en arts - en jongleren daarmee, als een zwerm spreeuwen creatief maar gecoördineerd koers kiezend. Als ik een punt van kritiek mag noemen: er staan niet veel praktijkvoorbeelden in. Maar de geboeide lezer kan ze er moeiteloos bij bedenken. Oratie Prof. Dr. Jochen W.L. Cals Op 6 juni is huisartsonderzoeker Jochen Cals (1980) benoemd tot hoogleraar 'Effectieve Diagnostiek in de Huisartsgeneeskunde'. Cals promoveerde in 2009 cum laude op onderzoek naar infectieziekten en het gebruik van de CRP-sneltest. Hij is en blijft huisarts in Sittard, de bakermat voor zijn Bruikbare Wetenschap. Wanneer Vrijdag 28 juni 2019 om 16:30uur Waar Aula Universiteit Maastricht Minderbroedersberg 4-6, Maastricht 17
Page 18
1 e uitgave 2019 2014 WESP-student Puck Nagtzaam Sociale omgeving en sociale steun bij succesvol stoppen met roken BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK EN FLOOR VAN DEN BRAND Vraagstelling Er is weinig bekend over de rol van de sociale omgeving in het stoppen-met-roken-proces. Ook wordt weinig aandacht besteed aan sociale steun. Ik onderzocht wat de invloed was van beide fenomenen op succesvol stoppen met roken. Tevens keek ik of partners van gestopte rokers zelf ook stopten met roken. Studiedesign We gebruikten de ingevulde vragenlijsten van de zogeheten CATCH-studie. Deze zijn ingevuld door 587 rokende werknemers in Nederland. Zij kregen een stoppen-metroken training met een 12-maanden follow-up. Primaire uitkomstmaat was continue abstinentie gemeten met een CO-monitor. Primair resultaat en conclusie Het hebben van rokers in de omgeving bleek negatief geassocieerd met lange-termijn-abstinentie. Steun van collega’s kan wél stoppogingen effectiever maken. Steun van partners was positief voor de korte-termijn-abstinentie. Succesvol-gestopte deelnemers hadden meer abstinente partners (73,2%) dan niet succesvol-gestopten (43,7%). Het is wenselijk om de sociale omgeving, waaronder partners, meer te betrekken bij stoppogingen. WESP-student Floor Minkels Competentieontwikkeling van een AIOS BEGELEIDERS: ANGELIQUE TIMMERMAN EN LAURY DE JONGE Vraagstelling Observeren is een manier om de competentieontwikkeling van een AIOS te monitoren in het leveren van patiëntenzorg. Om aanbevelingen te kunnen formuleren voor een optimale inzet hiervan, hebben wij onderzocht hoe een AIOS en opleider de rol van observeren op de werkplek afstemmen en dit vertalen naar de dagelijkse praktijk. Studiedesign Kwalitatieve studie via een Grounded Theory Approach. Hiervoor hebben we vijf AIOS-opleider koppels van de 18 huisartsopleiding Maastricht geïnterviewd, eerst individueel en daarna samen, waarna deze data zijn geanalyseerd. Primair resultaat en conclusie De rol van het observeren in de opleidingspraktijk wordt vooral afgestemd tussen AIOS en opleider, waardoor de inzet van observaties niet optimaal is. Geadviseerd wordt om de rol van het observeren herhaaldelijk te bespreken tussen AIOS en opleider en observaties structureel in te plannen in de opleidingspraktijk. op één lijn 63 1 e uitgave 2019 WESP-student Roy Snellings Mening van huisartsen ten aanzien van influenzavaccinatie BEGELEIDERS: RUUD VERHEES & GEERT-JAN DINANT Vraagstelling De influenza-epidemie is een regelmatig terugkerend fenomeen. Net als influenza lijkt ook telkens de discussie over het nut van de griepvaccinatie terug te keren. We onderzochten de meningen en opvattingen van huisartsen ten aanzien van een aantal aspecten van griepvaccinatie. Specifiek: het eigen vaccinatiegedrag, de verplichtstelling van influenzavaccinatie onder zorgverleners, effectiviteit van influenzavaccinatie, een nieuwe trial hiernaar, de ernst van influenza onder ouderen en de leeftijdsgrens als indicatie. Studiedesign We deden digitaal vragenlijstonderzoek. De enquête werd via het netwerk van de vakgroep huisartsgeneeskunde per mail verspreid onder huisartsen in de regio’s Zuid-Nederland, Groningen en Amsterdam. Primair resultaat en conclusie De respons was 35%, dat waren 550 complete vragenlijsten in totaal. De antwoorden op de vragen bleken niet significant te verschillen tussen de regio’s. Een meerderheid van de huisartsen is zelf gevaccineerd tegen influenza, voornamelijk om het virus niet op (risico-)patiënten over te dragen. Er blijft nog veel twijfel bestaan over de effectiviteit van het vaccin. Een meerderheid vindt een nieuwe trial hiernaar wenselijk. WESP-student: Sanne van de Moosdijk Het diagnostische proces van atriumfibrilleren (AF) BEGELEIDERS: NICOLE VERBIEST, JELLE STOFFERS Vraagstelling Gezien de vergrijzende populatie zullen huisartsen steeds meer betrokken raken bij de detectie van atriumfibrilleren (AF). Vroege detectie is belangrijk vanwege adequate antitrombotische behandeling ter preventie van beroertes. We beschreven daarom de diagnostische route (waar, hoe en door wie) waarlangs nieuw AF wordt gediagnosticeerd in Nederland. Studiedesign In deze cross-sectionele studie gebruikten we data van patiënten ≥65 jaar, zonder gediagnostiseerd AF, verkregen uit huisartsinformatiesystemen van 49 Nederlandse huisartsenpraktijken verspreid door Nederland. Primair resultaat en conclusie Deze studie benadrukt het multidisciplinaire karakter van het diagnostische proces van AF. Zowel de huisartsen, cardiologen als specialisten (met name SEH-artsen, internisten, neurologen) spelen een belangrijke rol in het vermoeden op en het diagnosticeren van AF. Bij tweederde van de patiënten, werd de diagnose van AF bevestigd door de huisarts of cardioloog. Interdisciplinaire samenwerking is daarom van groot belang. 19 op één lijn 63
Page 20
1 e uitgave 2019 2014 WESP-student Remco van Ginkel Gezonde Basisschool van de Toekomst BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK & MAARTJE WILLEBOORDSE Vraagstelling Hoe gaan kinderen en hun ouders om met het gezondheidsgedrag (inclusief voeding en lichaamsbeweging) in de thuissituatie sinds ze deelnemen aan De Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBvdT)? En hoe verklaren we dat? Studiedesign We deden kwalitatief onderzoek via de zogeheten Grounded Theory Approach, een pragmatische benadering gecombineerd met wetenschappelijke analyses om zo tot een realistische verklaring te komen. De ouders van de twee GBvdT werden hiervoor geïnterviewd op semigestructureerde wijze. Als WESP hield ik vijf interviews in november en december 2018. Primair resultaat en conclusie Kinderen en hun ouders zijn op verschillende manieren bezig met het gezondheidsgedrag in de thuissituatie door de GBvdT. De meeste veranderingen zijn terug te zien in voeding en deels in beweging. Zo proeven kinderen eerder nieuwe producten en helpen ze vaker met koken. Ouders bieden eerder gezonde snacks aan en ze willen een rolmodel zijn voor hun kinderen. Om een nog completer beeld te krijgen en goede conclusies te kunnen trekken, zou de onderzoeksgroep nog veel meer interviews moeten houden. WESP-student Anne Winkens Reproduceerbaarheid van urinesticks en de Uriscreen BEGELEIDER: GEERT-JAN DINANT Vraagstelling De diagnostiek van urineweginfecties gebeurt in de eerste lijn vooral met een urinestick. Deze test is echter niet op elk vlak optimaal. Mogelijk biedt de Uriscreen, een onbekendere test, een oplossing. Dit leidde tot de vraag: wat is de reproduceerbaarheid van de urinestick? Hoe verhoudt deze zich met de Uriscreen? Studiedesign In een betrouwbaarheidsonderzoek binnen drie praktijken in Maastricht zijn 52 urinemonsters door praktijkassistenten onderzocht op erytrocyten, nitriet en leukocyten. Resultaten 20 werden vergeleken met een fotospectrometer. Tevens werden Uriscreen resultaten vergeleken. Primair resultaat en conclusie Gemiddeld was de reproduceerbaarheid voor de Uriscreen en nitriet (urinestick) uitstekend (kappa >0.8). De Uriscreen scoorde zeer hoog (kappa 0.92-1). De reproduceerbaarheid van de resultaten voor leukocyten en erythrocyten was matig (kappa 0.40-0.59) tot gemiddeld (kappa 0.60-0.79). De Uriscreen is voor de diagnostiek van urineweginfecties mogelijk een nuttige toevoeging. op één lijn 63 1 e uitgave 2019 WESP-student Karlijn Costongs De behandeling van nieuw gediagnosticeerd atriumfibrilleren in de Nederlandse huisartsenpraktijk BEGELEIDER: JELLE STOFFERS Vraagstelling Adequate antistolling bij patiënten met atriumfibrilleren verlaagt het risico op een CVA met 60%. Een juiste behandeling van deze patiëntengroep is dus van groot belang. Wij hebben onderzocht hoe huisartsen nieuw gediagnosticeerd atriumfibrilleren behandelen en in welke mate zij de NHG-standaard volgen bij het voorschrijven van antitrombotica en het verwijzen naar de cardioloog. Studiedesign We hebben een cross-sectionele cohortstudie (als deelstudie van de D2AF-studie) uitgevoerd. De data hebben we verzameld uit de huisartsinformatiesystemen van 96 huisartspraktijken verspreid over Nederland. Primair resultaat en conclusie Nederlandse huisartsen behandelen wat betreft antitrombotische therapie de meerderheid van de patiënten volgens de NHG-standaard. Dit onderzoek benadrukt het belang van (lokale) werkafspraken tussen huisartsen en cardiologen, aangezien de cardioloog bij bijna de helft van de patiënten die gediagnosticeerd zijn door de huisarts, betrokken was bij het voorschrijven van antitrombotica. Chlamydia diagnostiek - wie doet wat en waarom? Chlamydia diagnostiek is in ontwikkeling. We horen graag hoe u het aanpakt in de praktijk. Samen met SOAIDS Nederland, GGD Zuid-Limburg en de vakgroep huisartsgeneeskunde MUMC+, is er een korte vragenlijst opgesteld om de (anorectale) chlamydia diagnostiek, zoals die op dit moment binnen de huisartsenpraktijk wordt toegepast, in kaart te brengen. Binnenkort ontvangen huisartsen in onze regio een e-mail om de vragenlijst in te vullen. Wie niet kan wachten: de link staat al op HaWeb. 21 Vragen? Mail dan zeker naar soa-hag@maastrichtuniversity.nl Sygriet Rinsma, WESP-onderzoeker Jochen Cals, huisarts en hoogleraar Huisartsgeneeskunde Maastricht op één lijn 63
Page 22
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer Niet alleen bij leken is ons specialisme onbekend DOOR NOORTJE FICKEN, ARTS IN OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE In 2016 studeerde ik af voor geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. Kennissen die ik sprak, feliciteerden mij en vroegen meer dan eens “dus dan ben je nu huisarts?”. Ik antwoorde dan ontkennend en zei dat ik verder wilde studeren voor specialist ouderengeneeskunde. Een enkeling reageerde “oh, dus dan word je geriater?”. Weer een ontkennend antwoord. Niet alleen bij leken is het specialisme relatief onbekend merkte ik al tijdens de geneeskunde opleiding. Als ik met collega coassistenten de keuzecoschappen besprak, zag ik regelmatig vragende blikken als ik vertelde dat ik naar het verpleeghuis ging. Vrijwillig nota bene. Ik heb de indruk dat het verpleeghuis vooral wordt geassocieerd met incontinentiemateriaal, weinig medische actie en een houding van ‘pappen en nathouden’. Waarschijnlijk komt het naïef over, maar toen ik de keuze voor ouderengeneeskunde maakte, heb ik hier niet eens aan gedacht. Ik zag vooral de uitdaging van complexe casuïstiek, de hoeveelheid tijd die een arts kan besteden aan patiënten en de grote hoeveelheid aan mogelijkheden om je werkzaamheden in te richten. Een specialist ouderengeneeskunde kan binnen het verpleeghuis werken op een geriatrische revalidatie afdeling, een psychogeriatrische afdeling, een somatische afdeling of een hospice. Buiten het verpleeghuis is het mogelijk om consulten te doen in het ziekenhuis of in de eerste lijn. Een ander motief voor deze beroepskeuze (wat ik vaker hoor) betreft de werk-privé balans en de mogelijkheid om naast het werk tijd voor hobby’s te hebben. Geen slecht argument lijkt mij. Ervaringen die buiten het werk opgedaan zijn kunnen een arts beroepsmatig helpen. Denk aan het gevoel voor samenwerken als je aan teamsport doet of het ontspannen aan de werkdag kunnen beginnen omdat je een goede muziek-repetitie hebt gehad. Wat de motivatie ook is om voor een specialisme te kiezen, uiteindelijk gaat het er om dat je als persoon goed in je vel zit en dat je een vak met plezier uitoefent. Ik hoop dat het me lukt om wat van mijn plezier op dit papier (en in de campagne) over te brengen. En als ik dan ook meer informatie de wereld in kan sturen over mijn mooie vak, dan is dat mooi meegenomen! 22 1 e uitgave 2019 23 op één lijn 63
Page 24
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Uit het (plaatsvervangend) hoofd Tussen luizenmoeders en Gauloises blonde bleu DOOR JOOST DORMANS, PLAATSVERVANGEND HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Ik ben bang voor ‘de dokter’. Nu is bang een groot woord, maar als je de hele dag werkt tussen dokters en er intussen al meer dan 1000 hier opgeleid zag worden, dan zou je verwachten dat angst niet nodig is. Echter, na lang aandringen van mijn vrouw, ja ja, ik ben er zo een, zat ik in een gepimpte VT-wonen wachtkamer gevuld met blijigheid van ‘luizenmoeders’ om me heen. De angst zit ‘m in een soort van rekening gepresenteerd te krijgen. Nu weet ik dat goede huisartsen niet oordelen, maar de subtiele afkeuring in de ogen die je krijgt als roker (vanaf 16), alcoholist (>2 glazen wijn per dag), geen sport (wandel wel en 1 appel per week), ‘nul ziekteverzuim en mailapp bereik 24/7’, dan ligt het ‘zie-je-wel-gehalte’ toch op de loer. Gezond leven in de gepropageerde moderne vorm is niet aan mij besteed. Als ik straks samen met een POH’er in een ballongrafiekje moet gaan aflezen hoe ik ervoor sta… Nee, ik ga nog liever dood en 70 jaar is voor mij prima. In de opleiding bekijken we al tijdens de sollicitatiegesprekken hoe het gesteld is met zelfzorg. Zelfzorg in de vorm van het geven van voorbeelden waaruit de sollicitant blijk gaf van een goede werk-privébalans, grenzen stellen, heldere haalbare afspraken maken, gezond leven en werken. Klinkt allemaal top, toch merk ik dat ‘dokters’ zelf huiverig zijn om naar de ‘dokter’ te gaan als er iets speelt. Een collega-huisarts, die door zijn vrouw naar de huisarts werd gestuurd, kwam blij terug om te declameren dat hij de bevestiging kreeg van wat hij zelf al dacht. Tuurlijk je zou er zelf eens naast zitten, waarop een collega-huisarts vrolijk opmerkte dat gelet op de klachten misschien wel iets heel anders aan de hand is dan de twee naar elkaar bevestigden. Positief opleiden begint ook met in de spiegel kijken als rolmodel. Hoe gezond wil ik zijn (in hoofd en lijf)? Hoeveel ‘ongezondheid’ sta ik mezelf toe? Tot hoever vertrouw ik op de factor ‘geluk hebben’? De guilty pleasures zijn meestal zichtbaar als er na 3-4 glazen wijn buiten een sigaretje wordt gebietst van die ene roker en de avocado’s verschrompelen in een mandje. We zien bij de recentere instroom van aios relatief veel verzuim als het gaat om ‘zelfzorg’. De huisartspraktijk heeft naast de vele mooie momenten ook rauwe kanten (werkdruk, agressie/eisende patiënten, intens leed). Over huisartsgeneeskunde heerst een te romantisch beeld. Het onderschatten van de weidsheid van het vak en het omgaan met onzekerheid spelen menig jonge aios parten. Verder stapelen life-events zich op in de vorm van trouwen, kinderen en zelfs verhuizen (oh hemel). Zelfzorg bestaat denk ik voor een groot deel uit keuzes maken en leren door af en toe op je bek te gaan. Het is aan ons om zuinig om te springen met getalenteerde kostbare jonge mensen en hen hierin te begeleiden en te laten zien dat het eelt op je ziel is gekweekt op misschien wel dezelfde manier als waar zij mee worstelen. Ik kreeg van m’n huisarts wat pillen, 2 weken, en als het niet werkt dan echo of x. Altijd weer blij als ik met alleen een pillenstrip buiten sta. Mijn collega zegt: “Wel doen hè Joost?“ waarop ik denk: “En, wanneer ga jij zelf eens naar de dokter, vriend? “. 24 1 e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Het leergesprek DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Vaardighedencarrousels zijn een leuke didactische werkwijze. Leuk, omdat het kort en krachtig is en de vaart erin houdt, iets wat huisartsen gewend zijn. Wij kunnen relatief veel didactische vaardigheden kwijt in de carrousels, zeker die eerder uitvoerig aan bod kwamen op tweedaagses en trainingsdagen. Regelmatig ‘opfrissen’ staat telkens op onze agenda. Daarom is besloten om op iedere hao-trainingsdag in januari een didactische vaardighedencarrousel te organiseren. Zo ook afgelopen januari in Urmond. Alle opleiders gingen in het kader van het thema ‘Het Leergesprek’ in een carrousel aan het werk. Het taakgerichte-, persoonsgerichte en procesgerichte leergesprek waren verwerkt in vijf stations met concrete vaardigheden: STAMPPOT, Leerdoelen in een IOP, Model van Gedragsverandering, ALOBA en Oplossingsgericht werken. Typische valkuilen van opleiders werden uitvergroot neergezet in een ludiek toneelstukje. Dat het heel herkenbaar was, hoorde je aan de lach in de zaal. Onze boodschap dat opleiders meer aandacht mogen hebben voor de kop en staart van hun leergesprekken, hoefde daarna slechts ingekopt te worden. Bovendien was het een handig bruggetje naar de didactische vaardigheden: wanneer gebruik je als opleider nu welke tool? We kwamen daar goed uit met elkaar. Op EleUm is een handig overzicht voor jullie te vinden, evenals al het materiaal van de workshops. ‘s Middags was er ruimte voor het opleiders-docenten overleg, een belangrijk onderdeel van de hao-terugkomdag, dat op wens van opleiders zelf ook steeds op het programma staat. Mooi om te zien hoe er, ondanks een intensieve trainingsdag, toch nog goed stilgestaan kan worden bij de ontwikkeling van de aios, ons aller corebusiness. Vooruitblik op trainingsdagen dit jaar Voor de hao-trainingsdag in mei staat ‘observeren van vaardigheden’ op de planning. Een nieuw onderwerp uit de hoek van recent onderzoek. Dit past uitstekend bij ons doel om steeds in mei aan te sluiten op actuele Evidence-Based Medicine (EBM) en theorie in de opleidingspraktijken te brengen. Chris Rietmeijer1, huisarts en onderzoeker aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc, neemt ons mee in zijn onderzoek naar het observeren van vaardigheden bij het opleiden van een aios. Waarom gebeurt het nog te weinig? Welke overwegingen van opleiders en aios spelen daarbij een rol? En als het dan gebeurt, zoals in een gezamenlijk spreekuur, hoe begeleiden opleiders dan hun aios wanneer het een vaardigheid betreft? Een onderwerp waarover veel te zeggen, uit te wisselen en, in onze ogen, ook te leren valt. Tenslotte dan nog de twee trainingsdagen in ‘Kapellerput’ in Heeze, oftewel onze welbekende tweedaagse in november. Doel daarvan is, om steeds een inspirerend samenzijn met alle opleiders te organiseren, zowel inhoudelijk als verbindend. Ook dit jaar hebben we een inspirerende spreker gevonden, die een goed verhaal gaat neerzetten, wat de huisarts en de opleiders zeker zal aanspreken. Professor Erik Heineman, arts en onderzoeker aan het UMC Groningen, gaat vertellen over drijvende krachten achter het leren, zoals nieuwsgierigheid, mindset en motivatie. We zijn al volop bezig om workshops te ontwikkelen die hierop aansluiten. Onder het motto ‘Opleiders Got Talent’, zoeken we voor het avondprogramma ‘verborgen’ talenten. In het café van Kapellerput krijgt iedereen de kans dat te etaleren. Eén aanmelding hebben we al binnen: een opleider gaat met zijn aios optreden. Ben of ken jij zo’n verborgen talent, meld het ons! 1 Patterns of direct observation and their impact during residency: general practice supervisors’ views 25 op één lijn 63
Page 28
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Weten is eten Goudkoorts DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID Was het echt voorbij met de mijnbouw in Limburg in 1974? Welnee! Nog steeds trekken elk voorjaar Poolse koempels de velden in om het witte goud te delven. Ik zie ze altijd graag komen. Elk jaar, na de carnaval, begint de lust naar de slanke asperge langzaam toe te nemen. Tot ik begin april mijn slag sla, klasse AA van de volle grond rond Echt. De mysterieus-heerlijke asperge: behalve met de onvergelijkelijke smaak, prikkelt ze ook ons reukvermogen. Niet alleen op het bord, maar ook uren later. Want als de maaltijd gezakt is, komt de herinnering boven bij het eerstvolgende toiletbezoek. Althans… als je behoort tot de 40% mensen die niet “geurdoof” is voor de karakteristieke geur van je plas. Het houdt mij elk voorjaar weer bezig, dat mijn vrouw mij verbaasd en licht wantrouwig aankijkt, als ik terug van de wc, gewag maak van de bekende, en voor mij niet onaangename, geur die mij nog even doet mijmeren over het zojuist genoten feestmaal. Ook wetenschappers blijken gefascineerd! In het Kerstnummer van het British Medical Journal uit 2016 publiceerden L.A. Mucci et al. hun onderzoek naar aspergegeur onder de titel “Sniffing out significant “Pee values”: genome wide association study of asparagus anosmia1”. Dit alles onder het kopje “Food for Thought”. Uit hun onderzoek onder ruim 6000 proefpersonen was de conclusie: 1 www.bmj.com/content/355/bmj.i6071 Zoals het een goed onderzoek betaamt, doet het weer vele vragen rijzen. Want in het reukvermogen blijkt dus de nodige variatie aanwezig, maar hoe zit het met de productie van de geurstoffen? Ook daar schijnt niet ieder mens identiek in te functioneren. Suggestie van het BMJ voor een ander vervolg: “Future replication studies are necessary before considering targeted therapies to help anosmic people discover what they are missing”. Laten wij in ieder geval besluiten om, asperge-anosmie of niet, ook dit seizoen niets te gaan missen van de grote variatie aan recepten. Combinaties met zalm en/of garnalen zijn altijd erg smakelijk. Omdat er na de Pasen soms nog wat hardgekookte eieren rondslingeren, doen we die er ook maar bij. Smakelijk eten, en geniet met mij na, als je ook tot de “happy sniffers” behoort! 28 “A large proportion of people have asparagus anosmia. Genetic variation near multiple olfactory receptor genes is associated with the ability of an individual to smell the metabolites of asparagus in urine.” En wat ruik je dan, als je tenminste op chromosoom 1 de juiste genensamenstelling hebt? Asperges produceren de zwavelhoudende stof asparagusinezuur, waarschijnlijk als verdediging tegen vraat van aaltjes in de bodem. In het menselijk lichaam wordt die stof afgebroken tot vluchtige zwavelverbindingen, die snel via de nieren worden geloosd. En die stoffen hebben een stevige geur. RECEPT, VOOR 4 PERSONEN Asperges met dille-mayonaise Zalm tartaartje Gamba tartaartje Mimosa eieren Nieuwe aardappeltjes, aardappelgratin, of rozemarijnaardappeltjes uit de oven. Begin met de gerechtjes die vooraf bereid gemaakt en koel bewaard kunnen worden. ZALM TARTAARTJE - 100 g gerookte zalm - 200 g verse zalmfilet - kappertjes, peper en zout - 2 tl geraspte mierikswortel (potje) - 125 ml crème fraîche - Peper, zout, citroensap, evt. poedersuiker Crème fraîche losroeren met de mierikswortel, op smaak afmaken met citroensap, peper, zout en evt. wat poedersuiker. Hak de zalm heel fijn (evt. keukenmachine), meng met de kappertjes, zout en peper. Druk aan in een vormpje, bestrijk met mierikswortelcrème. Versier, bijv. met nepkaviaar en/of kappertjes. GAMBA TARTAARTJE - 500 g gamba’s, gepeld - 1,5 el zonnebloemolie - 1 teentje knoflook, fijngesneden - 1 tl zout - Versgemalen peper - 15 g dille, fijngesneden - 10 g dragon, fijngesneden - 100 g mayonaise - 30 g zoetzure augurken, in kleine stukjes Dep de gamba’s goed droog. Verwarm de zonnebloemolie in een koekenpan op hoog vuur. Wanneer de olie goed heet is, mogen de gamba’s in de pan. Bak ze aan beide kanten ongeveer drie minuten of tot ze mooi roze zijn. Voeg als laatste de knoflook toe. Bak deze nog even mee. Strooi wat zout en peper over de gamba’s. Doe de gamba’s samen met het vet en aanbaksels uit de pan in een keukenmachine. Voeg dille, dragon en mayonaise toe. Pulseer een paar keer, zodat alle ingrediënten vermengd zijn, maar niet te lang, het moet een grove tartaar worden. Doe de gambatartaar in een kom en roer er de augurk doorheen. Proef of er nog wat zout bij moet. Maak er, net zoals bij de zalmtartaar, “poefjes” van. MIMOSA EIEREN - azijn - 4 eieren - 50 g roomboter (zacht) - 20 g slagroom - peper en zout - snuf cayennepeper - voor de garnering: peterselie, dille, erwtjes, bieslook, kappertjes, bacon, enz. Kook de eieren in 10 minuten hard in water met een scheutje azijn. Laat ze schrikken en schil ze. Snijd ze doormidden, leg de witjes apart op een plank. Doe de dooiers in een zeef en druk ze erdoorheen in een kom (dat lijkt op mimosa). Mix de boter met wat scheutjes slagroom glad. Voeg de kruiderij toe. Doe dan de mimosa erbij. Mix goed door, voeg eventueel nog een drup room toe. Pak een bord, leg er de witjes op. Neem een spuitzak, vul met het mengsel en maak mooie rozetjes op de eischuitjes. De mogelijkheden om te garneren zijn onbeperkt DILLE-MAYONAISE - 2 el goede mayonaise (of zelf maken) - 0,5 el room - 2 tl grove mosterd - flink wat gehakte dille - Witte peper en zout Roer de mosterd en de dille door de mayonaise, iets verdunnen met de room. Peper en zout naar smaak. Maak de asperges klaar, zoals je dat gewend bent. Ik kook de asperges samen met de schillen en de houtige uiteindjes gedurende 5 minuten, en laat ze dan van het vuur af nog 5 tot 10 minuten staan, afhankelijk van de dikte. Maar ik houd van een beetje bite, dus doe vooral je eigen ding. En dan van dit alles een creatief bordje opmaken, want het oog wil ook wat, naast de smaakpapillen en de reukzenuw: kijk, smak en snuif! 29 op één lijn 63
Page 30
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer TLC DOOR ELEANA ZHANG, GEPROMOVEERD HUISARTS Iedere keer als ik op een nieuwe ziekenhuisafdeling kom, gaat er een nieuwe wereld van afkortingen voor me open. Zo ook tijdens mijn keuzestage Gynaecologie. De afkortingen SROM, AROM of PIH kende ik nog wel van mijn coschap in Zuid-Afrika, maar ik heb behoorlijk met mijn oren staan klapperen toen de lading aan Nederlandse afkortingen aan mij voorbijtrok. Terwijl mevrouw X doorgeleid moest worden wegens MHVW, werd mevrouw Y opgenomen vanwege verminderde KB. Ik betrapte mezelf erop dat ik dagelijks, tussen de ochtendoverdracht en mijn ochtendpoli door, afkortingen aan het opzoeken was: MHWV staat voor meconiumhoudend vruchtwater, en KB kindsbewegingen. Lang leve Uncle Google. Daarnaast waren er afkortingen die zo ‘normaal’ zijn dat ze niet terug te vinden zijn op internet maar wel gebruikt worden als werkwoorden: tijdens de kennismaking vroeg een verloskundige me of ik mijn zoontje heb gesppaavd1 (spontaan bevallen met het kindje in achterhoofdsligging achterhoofd voor): uiteraard. Eén afkorting is me echt bijgebleven. Mevrouw D beviel na langdurige weeën en persen, een episiotomie én een poging tot vacuümextractie, uiteindelijk via een sectio omdat het kindje maar niet vorderde. “Het gaat goed met het kindje, maar mevrouw heeft psychisch wel een deuk opgelopen”, 1 Spontane partus Achterhoofdsligging achterhoofd voor (SppAav) vertelde de verpleegkundige tijdens de ochtendoverdracht. Hierop reageerde de gynaecoloog met “Vandaag maar wat extra TLC”. Nu ken ik TLC alleen als de televisiezender die voornamelijk gericht is op vrouwen in de leeftijdscategorie 25 - 50 jaar. Ergens kan ik me moeilijk voorstellen dat de gynaecoloog die patiënte TV wil laten kijken om de bevalling te laten verwerken. Zelfs voor mijn half ontwaakte brein om kwart voor acht in de ochtend klonk dat niet logisch. Maar wat hield deze veelbelovende behandeling dan in? De verloskundige naast me gaf het bevrijdende antwoord: “Tender loving care”. Tender loving care, oftewel TLC, wordt (volgens Wikipedia, bij gebrek aan een betere bron) gedefinieerd als ‘zorg met aandacht en compassie’, en het ‘kan worden ingezet als er geen andere behandeling beschikbaar is’. Terugblikkend op het afgelopen jaar realiseer ik me dat TLC – ondanks zijn goedkoop-klinkende benaming – erg waardevol kan zijn in de huisartsenzorg. In het huisartsenvak maken we soms best heftige dingen mee. En niet zelden heb ik mezelf maar ook collega’s horen verzuchten dat er ‘niet veel’ was wat we konden doen voor een patiënt. Want wat kun je doen voor een patiënt van wie de echtgenote net overleden is in het kraambed? Of een veertigjarige die een gezin met drie kinderen achterlaat als gevolg van kanker? Of als je hoort dat een patiënte haar echtgenoot gesuïcideerd thuis aantreft? Ons vak kent grote en kleine drama’s die we niet ‘beter kunnen maken’. Maar, een van de dingen die ik geleerd heb het afgelopen jaar is, dat je als huisarts juist ook in deze moeilijke situaties iets voor je patiënt kunt betekenen. Mensen de ruimte geven voor hun boosheid en verdriet, laten weten dat je met ze meeleeft, een keer extra langsgaan. Aan het begin van mijn derde jaar vroeg ik me af wat voor huisarts ik wil worden. Aan het einde van de opleiding zeg ik: een kundige arts die in ieder geval oog heeft voor de patiënt en de mensen eromheen, en die zorg uitdraagt met de nodige TLC. 30 op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer Mag ik deze dans van u? DOOR ARIANNE BECKERS, EERSTEJAARS AIOS Zomer 2013. Als 24-jarige kersverse dokter betrad ik de kasseien van de Koninklijke Militaire Academie voor een drie maanden durende specialistenopleiding. Eerst ‘groen’ vormen, voordat de opleiding tot militair arts echt van start zou gaan. Tot de ‘groene vorming’ behoort ook het exerceren, ofwel: in het gelid voortbewegen. Het was mijn favoriete onderdeel omdat onze sergeant-majoor frequent schreeuwde: “Beckers, loop je nou al weer uit de maat?”. Het is de story of my life. Ik ben geboren en gezegend met het talent om uit de maat te kunnen lopen én dansen! Nu ik sinds enkele maanden in opleiding ben tot huisarts, valt me op dat dit vak ook een soort dans is. De huisartspatiënt relatie volgens het paternalistische, informatieve, deliberatieve en interpretatieve model. Respectievelijk de tango, de chachacha, de breakdance en de vogeltjesdans. Zoveel dansstijlen, zoveel verschillende patiënten en evenveel verschillende dokters. Door mijn werkervaring als militair arts dacht ik, dat ik ‘wel even’ een ‘goed’ consult kon voeren. De basispasjes had ik dan wel aardig onder de knie, maar ik moet retrospectief toegeven dat ik toch wat tenen pimpelpaars gekleurd heb. Soms kwam dat door de lengte van de tenen (het is altijd makkelijker om de schuld buiten jezelf te zoeken en te leggen), maar soms ook door mijn eigen dansstijl c.q. wijze van consultvoering. In de afgelopen maanden heb ik verschillende danspasjes bijgeleerd. Ik durf te zeggen dat ik meer dansstijlen onder de knie heb gekregen. De Maas-Globaal is hierbij een mooie leidraad. Ook de begeleiding en het terugkijken van eigen consulten hebben hieraan bijgedragen. Danspasjes zijn nou eenmaal makkelijker aan te leren, als je in de spiegel kunt kijken. In de spreekkamer is het toneel vrij. Afhankelijk van de muzieksoort en het dansgezelschap, kan de dansstijl tijdens de hele dans hetzelfde zijn, maar het kan ook ieder moment fluctueren. Dat maakt het uiteindelijk tot een mooie voorstelling ofwel een ‘goed’ consult. Ik heb de afgelopen maanden heel wat afgedanst. Spierpijn, vermoeid, maar ook een voldaan gevoel over het behaalde resultaat tot nu toe. Mijn talent om uit de maat te dansen beheers ik nog steeds. Het heeft me parten gespeeld, maar ook geholpen. Mijn doel is niet om een perfecte danseres 31 te worden. Ik wil me graag scholen, maar uiteindelijk wil ik me kunnen redden in elke dansvorm. Zoals een excentrieke danseres, die volle zalen trekt, entertaint, maar vooral zo nu en dan de gevoelige snaar raakt. Ik heb het plezier en de uitdaging in deze nieuwe ‘hobby’ gevonden. Ik word niet langer onzeker als er opeens een andere muzieksoort wordt opgezet of wanneer ik uit onverwachte hoek een andere danspartner krijg. Sterker nog, ik vraag nu elk kwartier: ‘Mag ik deze dans van u?’.
Page 32
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Column Van alle tijden DOOR K.O.E.K. WOUS Afgelopen maandag kreeg ik een telefoontje van een medewerkster van de ambulancedienst. In het weekend was er namelijk een 112 oproep geweest voor een patiënt van me. Hij zou in regen en wind op blote voeten buiten hebben gelopen. Dronken. Zij vond dit een zorgelijke situatie en wilde dit met me delen. Ik wist natuurlijk meteen over wie dit gesprek ging. Inclusief geboortedatum, adres en postcode. Hij was afgelopen week nog tweemaal op het spreekuur geweest, met zijn begeleider vanuit de plaatselijke GGZ-instelling, vanwege zijn door het alcoholgebruik ernstig gestoorde labwaardes. Het was een laatste poging om hem tot inzicht te brengen. Na viermaal klinisch gedetoxificeerd te zijn, waarna hij telkens binnen drie weken weer laveloos in de goot lag, wilde de plaatselijke GGZ-instelling hier alleen nog aan beginnen als meneer zelf tot inzicht was gekomen. Dat lukte na twee consulten, in totaal ruim een uur, niet. Hij zei: “Dan ga ik maar dood”. Wat moet je dan als dokter? Ik moest tijdens het telefoongesprek meteen denken aan een artikel van Joost Zaat in Huisarts & Wetenschap van december 2018. Daarin werden drie opties gegeven voor de praktische invulling van de taken van de huisarts: Traditioneel, Huidig en Trendvolgend. Ik las Verleden, Heden, Toekomst. Bij Traditioneel werd de solopraktijk beschreven, bij Huidig een groepspraktijk en bij Trendvolgend is de huisarts onderdeel van een sociaal-medisch netwerk samen met wijkteams en wordt de huisarts medeverantwoordelijk voor het zorgaanbod. Terwijl ik hieraan dacht, schrok ik. Er was door dit artikel een denkproces in mij in gang gezet. Hierbij vroeg ik me af hoe ik me die rol moest voorstellen, wat er van de huisarts van de toekomst wordt verwacht en hoe ik dat dan vorm moest geven. Maar dat was nog niet afgerond. En nu werd ik door dit telefoontje en het contact met de begeleider van de plaatselijke GGZ-instelling in één klap in de toekomst gesleurd. Een toch wel wat surrealistische gewaarwording. Prompt gingen mijn gedachten naar een andere recente casus. Een patiënte van me, met een obsessief compulsieve stoornis bij haar paranoïde schizofrenie, had zichzelf zo verwaarloosd dat ze, vanwege onmeetbaar weinig vitamines in het lijf, vocht was gaan vasthouden bij een Hb van 3,8 mmol/L. Ondanks alle pogingen van mij om samen met de thuiszorg dit vitaminegebrek te couperen, ging het steeds slechter met haar. Ik heb haar naar de polikliniek van de internist verwezen met het verzoek haar op te nemen. In al zijn wijsheid heeft hij dat niet gedaan. Er werd alleen aanvullend onderzoek ingezet. De volgende dag kreeg ik een telefoontje dat de uitslagen toch wel héél slecht waren en dat mevrouw opgenomen moest worden, maar hij kreeg haar niet te pakken. Of ik het even wilde regelen. Ik ben daar ’s middags twee uur mee bezig geweest, maar kreeg haar ook niet aan de telefoon. Ook maakte ze de deur niet open. Wel had ik voor de volgende dag een plekje op de MPU geregeld. De volgende ochtend heb ik contact met haar kunnen leggen, ben op bezoek geweest en heb ik haar uiteindelijk min of meer gedwongen met de ambulance naar het ziekenhuis laten brengen waar zij zich ‘vrijwillig’ heeft laten opnemen. Weer anderhalf uur tijd ‘kwijt’. Blijkbaar stopt de toekomst van de zorg bij de muren van het beste streekziekenhuis in de buurt. Wel heb ik alle lof voor de MPU, die heel plezierig met me meedacht. Hoe kunnen we medeverantwoordelijk zijn voor het zorgaanbod, als wij geen invloed hebben op het vervolgbeleid? Kijk naar de wachttijden bij de GGZ, het zorgaanbod vanuit de tweede lijn, of de onwil van de patiënt (of is het dan cliënt?) om zijn levensstijl aan te passen! Waar halen we de tijd vandaan, die nodig is om deze zorg goed te leveren? Ik voelde me door het telefoontje van de ambulancemedewerkster licht onder druk gezet door de verwijtende ondertoon; ik had moeten voorkomen dat deze man zo over straat liep. Gelukkig kon ik vertellen dat deze man in ons vizier was, maar dat onze handen gebonden waren. Toch gaf het gesprek me wel een nare nasmaak. Vooral vanwege de onmacht die ik voelde. 32 Eveline schrijft: agressie Stá voor je assistente! DOOR EVELINE, ASSISTENTE IN EEN HUISARTSPRAKTIJK Zeven, ja echt, zéven scholingen op het gebied van communicatie heb ik in de afgelopen drie jaar gevolgd. Want, zo is de gedachtegang onder veel managers en huisartsen, maar ook van patiënten: ‘als die assistentes nou maar goed zijn in communicatie, dan valt die agressie ook wel mee’. Ik heb nieuws: die agressie valt niet mee! Afgelopen week verscheen de uitkomst van een onderzoek naar agressie jegens doktersassistentes uitgevoerd door de NVDA1. De uitkomst vond ik niet verrassend, wel schokkend! Bijna tweederde van de doktersassistentes die werkzaam zijn op de huisartsenpost of een huisartsenpraktijk geeft aan te maken te hebben met agressie. Hoe agressie gedefinieerd wordt is nogal uiteenlopend. In dit onderzoek gaat het over spugen, slaan en schoppen tot vernielingen en zelfs bedreiging met mes of vuurwapen. Gedrag wat we in ons huis niet zouden tolereren, toch? 1 Nederlandse Vereniging Van Doktersassistenten En toch overkwam het mij ook. Een patiënt die ik goed ken veranderde, voor mijn gevoel zomaar uit het niets, in een agressor. Iemand die mij letterlijk naar het leven stond. Mijn veilige plekje, mijn ‘thuis’, veranderde in een omgeving waar ik niet veilig was. En ik kon er niets tegen doen. Ik had niets fout gedaan, had zelfs amper een woord gewisseld met die patiënt. Daarom een oproep aan alle werkgevers van doktersassistentes: stá voor je assistente. Help haar (of hem) zich veilig te voelen. Dit kan door kleine dingen die ik niet voor hoef te zeggen, maar die jullie met elkaar goed kunnen bespreken. Misschien kost het wat geld, maar dat is een investering die iedere werkgever met liefde zou moeten willen doen. Want, zoals ik al eerder vroeg, in huis zou je agressie tegen je gezinsleden ook niet toelaten. Toch? Natuurlijk is het een goed idee om je assistente naar een cursus te laten gaan over agressie. Maar lieve huisarts, wil je zelf dan niet eens meegaan? Eén van ‘mijn’ huisartsen heeft het gedaan; wat was dat fijn! Ik voel me weer veilig op mijn werk, mijn ‘thuis’ voor 3 dagen per week. Bron: NVDA Utrecht 33 In de gevolgde communicatiecursussen heb ik absoluut veel zinnige dingen geleerd. Zo helpt het echt om een telefoontje te beginnen met de vraag: ‘wat kan ik voor u doen?’, in plaats van alleen je naam of die van de praktijk te zeggen. Het helpt in veel gevallen om een bange/boze/gefrustreerde patiënt te vertellen dat je hem begrijpt en wil helpen. Toch is het niet altijd genoeg. De achterstandswijk waar ik werk, kent heel veel verschillende culturen en kleuren. Er heerst veel armoede, de politie kent heel veel mensen bij naam en de geweldsdelicten zijn bijna niet nieuwswaardig meer. Je zou dus kunnen zeggen dat de mogelijkheid dat je met agressie te maken krijgt daar groter is, dat het iets is, waar je voor kiest. Toch was dat voor mij niet zo. Ik werk al jaren op dezelfde plek, en ik voelde me daar veilig. Het voelt een beetje als mijn thuis. Ik ken bijna alle patiënten en zij kennen mij. Boosheid komt veel voor, is niet leuk, maar vaak wel af te handelen en in goede banen te leiden. op één lijn 63
Page 34
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Wijzigingen in het tuchtrecht voor hulpverleners1 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST De laatste jaren krijgt het tuchtrecht in de gezondheidszorg veel aandacht. Enerzijds vanuit de juridische hoek over de wenselijkheid van aanpassingen en anderzijds vanuit de beroepsgroepen die onderworpen zijn aan het medisch tuchtrecht1. Sinds de wet BIG in werking trad in 1997, is hij tweemaal geëvalueerd (in 2002 en 20132). In deze evaluaties zijn voorstellen gedaan tot aanpassing van de wet, maar die zijn pas in 2016 tot een wetvoorstel verwerkt en in 2018 aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer. De vermoedelijke ingangsdatum van de nieuwe regeling van het tuchtrecht in de gezondheidszorg is april 2019. Het primaire uitgangspunt van het tuchtrecht is nog steeds het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de beroepsuitoefening, al wordt het steeds meer als een lichte vorm van strafrecht beleefd. Overzicht van de aanpassingen De belangrijkste aanpassingen in het tuchtrecht voor hulpverleners betreffen de invoering van de tuchtklachtfunctionaris en het griffierecht, het afschaffen van het standaard publiceren van berispingen en boetes. De voorzitter van het tuchtcollege krijgt de bevoegdheid om een voorzittersbeslissing te nemen. Daarnaast zijn er nog wat kleine wijzigingen, zoals het verplicht bekend maken van het BIG-nummer, het onmiddellijke beroepsverbod, de reikwijdte van het tuchtrecht en een mogelijke wijziging in maatregelen. Ook zijn er gesprekken gaande over de reorganisatie en herlocatie van de Regionale Tuchtcolleges. Tuchtklachtfunctionaris De tuchtklachtfunctionaris is een nieuwe functionaris die met inhoudelijke kennis en sociale vaardigheden moet zorgen dat de klager op het juiste adres de klacht deponeert. Veel klachten horen niet thuis in het tuchtrecht, maar in de klachtenprocedure van de Wkkgz. Daarnaast kan er geholpen worden met het formuleren van de klacht om misverstanden3 en vertragingen4 te voorkomen. 1 Martin Appelo; “Verslagen door het tuchtrecht”, oktober 2018, Boom. 2 Bijna 70 aanbevelingen uit 2002 waren in 2013 nog niet opgevolgd. 3 Klagers die denken de geldboetes zelf te kunnen krijgen 4 Uitgebreide klaagschriften zonder kop of staart terugbrengen naar een overzichtelijke klacht waarop een reactie mogelijk is. Griffierecht Het griffierecht van 50 euro is bedoeld als drempel tegen bagatelklachten. Mogelijk weerhoudt dit ook klagers met klachten, die wel in het belang zijn van de kwaliteit van zorg. De administratie omtrent het innen en terugbetalen bij een gegronde klacht komt bij de regionale tuchtcolleges te liggen. Bij een gegrondverklaring van de klacht kan de zorgprofessional ook nog worden veroordeeld in de kosten die de klager heeft moeten maken om de klacht aanhangig te maken5. Het blijft wat vreemd om klagers te laten betalen voor het bewaken en verbeteren van de beroepsuitoefening. Het afschaffen van het standaard publiceren van berispingen en boetes Deze wijziging wordt als de meest prettige wijziging gezien door zowel de beroepsgroepen als de leden van de tuchtcolleges. Het was destijds een politieke beslissing van minister Schippers die werd doorgevoerd, ondanks protest van diverse beroepsorganisaties én ledenberoepsgenoten en juristen van de tuchtcolleges. De publicatieplicht had niets meer met de kwaliteit van de gezondheidszorg te maken en werd als extra straf ervaren. Het is geen taak van de tuchtcolleges om professionals in de gezondheidszorg aan de schandpaal te nagelen. Dit neemt niet weg dat in bepaalde gevallen dit nog steeds mogelijk is, als het publieke belang (patiëntveiligheid) en daarmee de kwaliteit van de gezondheidszorg, boven het privacybelang van de zorgprofessional moet gaan6. Voorzittersbeslissing Vanaf april 2019 mag de voorzitter van het tuchtcollege een voorselectie maken en kan hij zaken zonder zitting als ongegrond afdoen. Voorheen waren dit allemaal raadkamerzaken die door het college beoordeeld werden. Nog steeds zal er, als er medisch inhoudelijke zaken spelen, een beroepsgenoot meekijken. 5 Dit is nu gelijk aan het civiele recht 6 Denk bijvoorbeeld aan ‘misbruik’, ‘kwakzalverij’, of zoals recent het ongeoorloofd maken van opnames in de onderzoeksruimte (als deze zaken al niet leiden tot een schorsing of ontzetting uit het beroep). 34 1 e uitgave 2019 Onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten In de wijziging van de Wet BIG wordt opgenomen, dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOB) kan opleggen en daarmee een voorlopig verbod van beroepsuitoefening afdwingt tot de uitspraak van het Tuchtcollege. Hier kan ook vermeld worden dat, als een ingetrokken klacht wordt voortgezet om ‘redenen van algemeen belang’, op basis van de nieuwe wet BIG, voor het vervolg van de zaak de IGJ aangemerkt wordt als klager. Hier kan ook vermeld worden dat, als een ingetrokken klacht voortgezet wordt, om ‘redenen van algemeen belang’, op basis van de nieuwe wet BIG voor het vervolg van de zaak de IGJ aangemerkt wordt als klager. Reikwijdte van het tuchtrecht De reikwijdte van het tuchtrecht onder de nieuwe wet BIG zal zich ook in de privésfeer begeven7. Onbetamelijk privégedrag van BIG-geregistreerde zal na april onder het tuchtrecht vallen. Ze moeten dan wel ongeoorloofd zijn in het licht van de beroepsuitoefening. Het zal gaan om beroepsbeoefenaren die een gevaar voor de patiënten vormen of het vertrouwen in de beroepsuitoefening ernstig schaden. Ook in artikel 1 van de nieuwe Wet BIG is er uitbreiding van de reikwijdte te vinden door de toevoeging van “het aanbrengen, modificeren, herstructureren en wegnemen van weefsel bij een persoon”, als dat is voor andere doeleinden dan het genezen van een ziekte. Hierdoor vallen cosmetische handelingen nu ook onder de Wet BIG. Ook nieuw is dat de voorzitter partijen kan oproepen ter verschijning. Op basis van de nieuwe wet BIG zijn ze dan ook verplicht te verschijnen. Wijzigingen in mogelijke maatregelen Vanaf april 2019 kan de tuchtrechter ook een tuchtrechtelijk beroepsverbod opleggen als er sprake is van een ernstig gevaar voor de patiënt. Waar vroeger alleen een doorhaling in het BIG-register mogelijk was, waardoor de zorgverlener nog in opdracht en onder toezicht zou kunnen werken, vervalt deze mogelijkheid onder de nieuwe Wet BIG. Verder is de mogelijkheid, iets wat in de praktijk al bestond, om een klacht gegrond te verklaren, zonder het opleggen van een maatregel nu gecodificeerd. Met name als het gaat om “…de geringe ernst van het handelen of nalaten, de omstandigheden waaronder het handelen of nalaten hebben plaats gevonden. Dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan”. Bekendmaken van BIG-nummer Het BIG-register is openbaar en met naam en adres kan een BIG-geregistreerde snel gevonden worden. Vanaf april 2019 moet een arts zijn BIG-nummer, indien gevraagd, bekend maken aan de patiënt. Geografisch wijzigingen Waarschijnlijk worden na april 2019 ook nog de tuchtcolleges gereorganiseerd. Er zullen colleges worden samengevoegd en er zal relocatie plaatsvinden. Zoals nu in de planning staat, gaan Groningen en Zwolle samen in Zwolle, zal Den Haag fuseren met Amsterdam en verder gaan in Utrecht. Eindhoven zal verplaatst worden naar Den Bosch. Het Centraal Tuchtcollege blijft in Den Haag. De planning om dit te realiseren ligt in 2020. Het laatste woord is hierover echter nog niet gezegd. 7 Door een aanpassing van de tweede tuchtnorm: “enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijke beroepsbeoefenaar betaamt.” Dit is een aantal wijzigingen waar we de effecten de komende jaren van zullen zien. Het beste is om weg te blijven bij de tuchtcolleges. Mocht het je toch overkomen, besef dan dat een gegronde klacht en een maatregel alleen iets zegt over het tekortschieten in één bepaalde situatie. Je bent nog steeds een goed hulpverlener, zolang je niet geschorst of uitgeschreven wordt. Het is daarom goed dat de publicatieplicht van boetes en berispingen is vervallen. 35 op één lijn 63
Op één lijn 61

Op één lijn 62


Page 2
Colofon Oplage 2280 Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-13420 Fotografie Kaft, pag 3, 16, 17, 18 en 26 gemaakt door Loraine Bodewes Pag 6, 7, 11 en 35 gemaakt door Joey Roberts Pag 14 (Kelemework en Solomon) en 15 (Eefje) gemaakt door Philip Driessen Pag 21 gemaakt door Britt Hameleers, stagiaire MUMC+ Pag 24 gemaakt door Luc Lodder Pag 30 Appie Derks Deadline volgend nummer 22 maart 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Huisarts en huisdier – Jeroen Smeets Marjan van den Akker benoemd tot hoogleraar – redactie Afscheid André Knottnerus – Geert-Jan Dinant Stellen zich voor: Esther Boudewijns, promovendus Danny Claessens, promovendus Stijn Duijn, promovendus Jessica Verster-de Snoo, huisartsbegeleider Maurice Lucassen, huisartsbegeleider Yvonne van Baars, gedragswetenschapper Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals CAPHRI-posterprijs – Karin van Leersum OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Zeldzameziektendag 2019 3 4 5 5 6 8 8 8 9 9 9 10 11 12 12 Promoties Stephanie Lenzen – Self-management goal setting and action planning in primary care 14 Angel Schols – Diagnostics at the point-of-care in general practice: acute cardiopulmonary symptoms Kelemework Adane Asmare – Tuberculosis in Ethiopian Prisons Ies Dijksman – TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care 14 14 15 Solomon Shiferaw Yesuf – Phone-based applications improve maternity services in Ethiopia 15 Eefje de Bont – Childhood fever in out-of-hours general practice 15 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde Inleiding themadeel – Anne van den Brink Projectgroep Ouderengeneeskunde Maastricht Stelt zich voor als coördinator – Mariëlle van der Velden-Daamen Een extra opleiding is hard nodig – Jos Schols Kom eens kijken in het verpleeghuis! – Shennah Austen Moeilijk om de juiste zorg te vinden – Janine Collet Gezondheidsrechtelijke kwesties: Euthanasie bij dementie – Arie de Jong In de media Contact Ouderengeneeskunde Column: Zorgen doe je samen – K.O.E.K. Wous Huisartsopleiding Uit het adjuncthoofd – Joost Dormans Weten is eten: Mijn vrouw eet geen vlees meer – Hendrik Jan Vunderink Equilibre: opleiders tweedaagse – Marieke Kools en Arie de Jong Genomineerde huisartsen ‘Clinicus van het Jaar’ – redactie Opleidingspraktijken gezocht – Lilian Aarts WESP: Bas Beniers: De invloed van weersomstandigheden Alzheimer onderzoek In de leer. Als je baret maar goed zit – Arianne Beckers Oud aios: hoe vergaat het ze? – Paul Roos Aios Referatendag – Niels Beurskens Made in Maastricht 2 16 17 18 18 20 21 22 24 24 25 26 27 28 30 30 31 31 32 33 34 35 Van de redactie Oud is nieuw Vlak voordat de bomen dit jaar hun laatste bladeren verloren, maakten we de foto’s voor de cover en het katern over ouderengeneeskunde. Het was de dag waarop de projectgroep ‘opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht’ hier bijeenkwam voor de officiële start. We zijn erg blij dat we per 1 september 2019 mogen starten met een eerste groep aios ouderengeneeskunde in Maastricht. Goed voor de regio, de basisartsen (in opleiding) en onze vakgroep. Waarom dat is en wat we gaan doen, proberen we in het katern te beschrijven. Specialist ouderengeneeskunde Mariëlle van de Velden-Daamen is de coördinator van onze nieuwe opleiding. Oud is nieuw! Zoals altijd nemen we ook weer afscheid van medewerkers. Professor André Knottnerus hield zijn afscheidsrede, maar liep de week daarna als vanouds rond op de gang. Marjan van den Akker is een ‘oude’ bekende, maar ze gaat ons verlaten om een hoogleraarschap in Frankfurt te aanvaarden. Kersvers hoogleraar Jochen Cals kon de afgelopen weken zijn toga flink inwijden (zie promoties). Zijn rubriek ’Bruikbare Wetenschap’ schoot er bijna bij in. En promovendus Karin van Leersum sleepte de CAPHRI posterprijs binnen. Oktober was de maand van een zestal promoties. De laatste in die reeks was huisarts Eefje de Bont. Eefje, tevens redactielid, blijft bij ons werken als postdoc onderzoeker. De lege plekken op de gang zijn sinds kort weer ingevuld door nieuwe onderzoekers: zij stellen zich aan u voor. Net als twee nieuwe HABs bij de huisartsopleiding. Ook Jessica is een jonge oude bekende (WESPstudent in 2009 en later als aios). Eveneens nieuw: Yvonne van Baars, gedragswetenschapper bij de huisartsopleiding. In dit nummer slechts één WESP: Bas Beniers. Voor de anderen was het net te vroeg om over resultaten te schrijven. De vorige keer schreef ik over het ‘passion beest’ alias Yvonne van Leeuwen, de opper Witte Raaf. Hun groep heeft nieuwe leden gevonden waardoor dat erfgoed bewaard blijft. Oud is nieuw. Simon Kleijkers heeft een nieuwe casus voor jullie. En passant brengen we nog even de Euregionale Zeldzameziektendag 2019 onder uw aandacht. Vaste columnisten Arie de Jong (‘Euthanasie bij dementie; wees overtuigd’) en K.O.E.K. Wous (‘Zorgen doe je samen’), zijn dit keer terug te vinden in het katern over ouderengeneeskunde. Eind 2018 wordt het boekje met alle columns van Arie (Gezondheidsrechtelijke kwesties) geactualiseerd en gratis via onze website aangeboden.1 Plaatsvervangend hoofd Joost Dormans beschrijft het vervellen van de huisartsopleiding. Oud wordt ook nieuw. Hendrik Jan Vunderink heeft sinds kort AOW, maar blijft nog even doorwerken om zijn vrouw (makreel) en aios (snert) van eten te voorzien, en ons van heerlijke recepten. U hoort mij niet klagen. Nog veel meer positieve gezondheid werd voorgeschoteld aan alle opleiders van aios tijdens de Tweedaagse in Heeze. Om nieuwe opleiders lekker te maken, voegen we flink wat foto’s bij van de sfeervolle dagen. En ja, we zoeken nieuwe opleiders, vooral zij die nog willen beginnen bij het coschap Huisartsgeneeskunde. En doe dat, want wie weet wordt u de nieuwe werkplekbegeleider van het nieuwe jaar! De aios referatendag vond plaats op 30 oktober. Huisartsdocent Niels Beurskens schrijft hierover. De dag wordt volgend jaar omgedoopt in Wetenschapsdag. Leuke spin-off is de rubriek ‘de aios zoekt het op’ op onze website. Gaat het zien. Nieuwe aios-in-de-leer is Arianne Beckers geworden. Sommigen kennen haar misschien van columns uit Medisch Contact. We waren dus heel blij dat zij als militair arts solliciteerde voor de huisartsopleiding en aangenomen werd. Als jij ook eerstejaars aios bent en aios-columnist wil worden: laat het ons weten, je bent welkom. Paul Roos vonden we bereid om als pas afgestudeerde oudaios te vertellen hoe het is om de praktijk van je vader over te nemen. Sommige patiënten kenden zijn opa nog als huisarts. Sommige assistentes kennen hem nog als kind… je moet maar durven! In september kregen 21 aios hun diploma uitgereikt in Rijckholt. Half december is de laatste uitreiking van 2018. Benieuwd wie we dan zien! We wensen u fijne feestdagen met oud is nieuw, Babette Doorn 1 www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/over-ons/brochures 3 op één lijn 62
Page 4
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Van de voorzitter Gezondheidsakkoord Limburg DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM In mijn vorige column ging ik in op de gezondheidsverschillen tussen hoog- en laaggeletterden en ook op het feit dat de gezonde levensverwachting in Limburg gemiddeld drie jaar onder het Nederlandse gemiddelde ligt. Het verschil tussen arme en rijke burgers is nog wranger: de twintig procent inwoners met de hoogste inkomens in Nederland wordt ongeveer negen jaar ouder dan de laagste twintig procent. Heel opmerkelijk, omdat in Nederland de toegang tot medische zorg veel minder inkomensafhankelijk is dan, bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten. De oorzaak heeft deels te maken met de prijzen in de supermarkt. Zo was vers fruit in 2017 maar liefst 28% duurder dan in 2007. Suiker, snoep en ijs zijn zelfs goedkoper dan tien jaar geleden. De prijs van groente en fruit is echter niet het enige probleem voor lage inkomens. Mensen met financiële problemen kampen vaak met constante en langdurige stress. En dit type stress heeft een negatief effect op het vermogen om verstandige keuzes te maken. Ongezonde gewoonten zoals roken, alcohol drinken of vet- en suikerrijk eten, helpen op korte termijn om de stress te hanteren: ‘comfort’-food. Die stress gaat zeker bij laagopgeleiden door op het werk; zij ervaren weinig autonomie en dus weinig controle over hun eigen leven. In die situatie is het fijn om ‘s avonds thuis wel te kunnen bepalen wat je eet en drinkt. De huizen van laagopgeleiden staan veelal in wijken met minder groen om in te bewegen en zijn vaker onveilig, waardoor mensen eerder binnen blijven. Bovendien is in achterstandswijken de concentratie cafetaria’s, shoarmatenten en andere fastfoodzaken vaak hoger waardoor de verleiding groter is om voor slecht voedsel te kiezen. Het blijkt dat in wijken met veel woningen met een lage WOZ-waarde ruim twee keer zoveel diabetespatiënten wonen dan in ‘betere’ wijken. Uit onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt, dat alleen voorlichting geven niet helpt. Voorlichting houdt geen rekening met persoonlijke omstandigheden en problemen. Mensen die in armoede leven, hebben bijvoorbeeld vaker contact met schuldhulpverlening, opvoedingsondersteuning of jeugdgezondheidszorg. Het is veel zinvoller naar de persoonlijke leefomstandigheden te kijken. De huisarts, getraind in holistische gezondheidszorg en goed contact met het wijkteam, kan hier een prominente rol vervullen in het verduidelijken van de rol van leefomstandigheden, bewegen en voeding. Op landelijk overheidsniveau zouden de verleidingen moeten worden aangepakt waar consumenten de hele dag aan blootstaan. Wat heeft het voor zin om te discussiëren over gezond eten als mensen de hele dag worden geprikkeld tot ongezond gedrag? Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van supermarkten met chocola en snoep bij de kassa en cola op de koppen van de schappen. Een herinrichting van de openbare ruimte is de meest voor de hand liggende maatregel: een limiet stellen aan het aantal fastfoodzaken in het centrum van een stad bijvoorbeeld en hoge belasting op ongezond eten (suiker/vettaks). Dat de overheid binnenkort de btw op alle voeding verhoogt, is in dit kader een gemiste kans. Als het tarief alleen voor ongezond voedsel omhoog zou gaan, dan heeft dat direct invloed op het eetpatroon van mensen. De invoering van belasting op suikerhoudende frisdranken in Groot-Brittannië blijkt een groot succes. Is dat betutteling? Ik vind van niet. De omstandigheden van mensen verbeteren, zodat ze zelf gemakkelijker beter keuzes maken, is m.i. niet betuttelend. Betutteling vind ik eerder de neerbuigende houding jegens arme mensen die ongezond gedrag vertonen. Het is duidelijk dat de gewenste aanpak de spreekkamer van de huisarts overstijgt, ondanks de voortreffelijke programma’s zoals Blauwe Zorg, MijnZorg, AndersBeter, Gezonde Basisschool van de Toekomst, LIME, 4Limburg etc. De dit voorjaar actief geworden initiatiefgroep Gezondheidsakkoord Limburg (André Knottnerus is hier lid van), stelt voor om langs een aantal programmalijnen acties in te zetten: gezonde jeugd, gezonde wijk en gezonde en vitale arbeid en arbeidsmarkt. Het initiatief wordt breed gedragen en verdient een eerlijke kans op uitwerking. De slogan ‘Limburg, je zal er maar wonen’, krijgt dan een nog positievere connotatie. 4 Huisarts & huisdier Flatcoated retrievers DOOR DE ROEDEL VAN DE FAMILIE SMEETS Dit zijn Boots (rechts), Engelse uitspraak, vriendje van Dora in Dora The Explorer, kinderserie en Badu (links), spreek uit Badoe, wat ‘trots’ betekent in het Afrikaans, niet de Badoe van de televisie. Het zijn twee reutjes en het zijn allebei flatcoated retrievers. Dit zijn retrievers net zoals de golden retriever of de labrador retriever. Ze worden echt chagrijnig als ze voor Ierse setter worden ‘uitgescholden’. Flatcoats kun je tegenkomen in de kleuren zwart of liver (=bruin). Flatcoats werken graag voor hun baas, zijn onvermoeibaar in het halen van balletjes of stokken. Ze zwemmen heel graag en zijn helemaal gek op het strand en de zee. Ook hebben ze veel beweging nodig en zijn ze ‘eager’ om te trainen voor, bijvoorbeeld, de jacht. Er zijn ook flatcoats die worden ingezet in aardbevingsgebieden, om mensen op te sporen onder het puin. Ook medisch houden ze ons bezig. Zo werd Boots twee jaar geleden heel moe en werd zijn vacht dof. Na veel onderzoek (lichamelijk onderzoek, laboratoriumdiagnostiek, röntgenfoto’s en een echo) bleek dit te komen door een ingekapselde (calciumoxalaat) blaassteen die een chronische blaasontsteking gaf. Na een operatie ging het snel beter met Boots en geniet hij weer als vanouds. Het zijn helaas geen goede bewakers: ze blaffen bijna niet. We zeggen weleens: “als er een inbreker komt dan helpen ze mee de spullen naar buiten te dragen”. Benoeming Marjan van den Akker benoemd tot hoogleraar Epidemioloog Marjan van den Akker van de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht, vertrekt naar het Institut für Allgemeinmedizin aan de Goethe-Universität in Frankfurt am Main. Zij wordt daar vanaf 2019 hoogleraar met als leerstoel “Multimedikation und Versorgungsforschung”. Marjan begon in 1992 bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht en promoveerde in 1999 op een onderzoek naar multimorbiditeit. Ze schreef vele publicaties en begeleidde tal van promovendi. Ze zat in de eerste redactie van ‘Op één Lijn’ (vanaf 1999). Jarenlang was ze werkzaam voor het RegistratieNet Huisartsen (RNH), dat nu RNFM (www.rnfm.nl) heet. Ze werkte nauw samen met de Vlaamse huisarts en hoogleraar Frank Buntinx en daardoor werkte ze ook geregeld in Leuven. Marjan blijft nog bij de Maastrichtse en Leuvense vakgroepen betrokken voor lopende promotietrajecten. 5 op één lijn 62
Page 6
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Afscheid André Knottnerus Gegroet André, we gaan je missen! DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR ONDERZOEK Het scheelde niet veel of de stoet gladiatoren (=hoogleraren) was lang genoeg om het traject tussen het amfitheater (beter bekend als ‘De Berg’) en de arena (= de Sint Janskerk) volledig te vullen met toga’s uit binnen en buitenland. Meer dan 100 professoren, sommigen een beetje moegestreden van al die promoties en oraties, togen (weten we ook waar het woord toga vandaan komt) naar de arena (de kerk dus) om André Knottnerus te eren, die op die dag officieel afscheid nam van de wetenschap. De gladiatoren hadden voor de gelegenheid hun zwaarden (lees: moeilijke vragen en laudaties) thuisgelaten. Bij het binnentreden van de kerk wachtte hen stemmige muziek en stonden Caesar (alias de Gouverneur van onze provincie) en andere hoofdrolspelers de lange stoet op te wachten. Aansluitend sprak André vanaf de kansel, daarmee terecht hoogverheven boven de menigte, alle aanwezigen toe met een zeer wijze en inspirerende afscheidsrede. Maar voordat het zo ver was, vond in de arena een overigens goedaardig debat plaats over de voor- en achterkanten van evidence; een illustratie door vier sprekers van wat wel en niet waar is en waarom. Wetenschappelijker kun je het haast niet hebben. Het ging daarbij om de relatie tussen onderzoek, praktijk en beleid. Om in de stemming te komen, was er voorafgaande aan de presentaties, een lunch in het nabijgelegen museum. Aldaar werd genoemde relatie getest in de vorm van een welhaast perfecte N=1 studie: alle wel en niet gladiatoren mochten op 1 toilet per geslacht hun nerveus gevulde blazen leegmaken. Sommigen hadden, inmiddels wanhopig geworden, een bypass gevonden en gingen ‘stiekem’ even in de arena naar de wc. Anderen moesten hun blaas streng toespreken. De broodjes waren overigens heerlijk en de stemming zat er goed in. Na de afscheidsrede van André en diverse lovende woorden en suggesties van anderen, togen de gladiatoren en vele anderen weer naar het amfitheater om de middag af te drinken en elkaar nog even af te tasten, soms letterlijk. Alsof dat nog niet genoeg was, ging het daarna nog uren vrolijk door in de oude stadsarena, beter bekend als de Bonbonnière. Met volop lekker eten, drinken en gezellig bijpraten. Sommigen waren alweer lang geleden door oppergladiator André opgeleid in de wetenschap en na al die jaren nog steeds opvallend gezond en actief. Het werd al met al een soort familiereünie, maar dan veel leuker. Twee gerenommeerde clowns op leeftijd zetten alle evidence nog even letterlijk op de kop en aansluitend kreeg André zijn, door anderen geschreven, memoires aangeboden. Het was eigenlijk een soort proefschrift, bestaande uit heel veel korte ongepubliceerde hoofdstukken met per hoofdstuk de nodige figuren en tabellen. En met dat laatste leek de cirkel van de dag rond, ware het niet dat er nog gedanst werd op muziek uit de tijd van kort na Caesar. Wie denkt dat het verhaal hiermee uit is, heeft het mis. André gaat gewoon door met de wetenschap, maar dan vanuit huis en onder deskundig toezicht van echtgenote Ria. Zij zal ervoor zorgen dat de oppergladiator ook eens gaat doen waar alle pensionados om bekend zijn: grasmaaien en met de kleinkinderen spelen. Hopelijk komt hij dan af en toe nog eens een kopje van onze overheerlijke automatenkoffie van ‘de gang’ drinken en bijpraten met, onder andere, Ine Siegelaer, nadat zij is bijgekomen van het e-mailen met honderden gladiatoren, die met succes naar de grote dag van André werden gelokt. Het waren overigens drie supermanagers die alle voorbereidingen op zich hadden genomen. Naast Ine waren dat Marjan van den Akker en Trudy van der Weijden, welke laatste tot heel kort voor de grote plassessie, nog de allerlaatste instructies rondstuurde. Last but not least was het Jean Muris, die alle onderdelen van de grote dag aan elkaar verbond en zelfs het begrip evidence van enige humor wist te voorzien. 6 op één lijn 62 Tans penning en Facultaire kleinood voor André Knottnerus André Knottnerus, hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht, ontving bij zijn afscheid op 26 oktober de hoogste UM-onderscheiding, de Dr. J.G.H. Tans penning. Ook ontving hij het facultair kleinood uit handen van de vice-decaan, prof. dr. Nanne de Vries. André Knottnerus (1951) studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, waar hij ook de huisartsopleiding voltooide. In 1982 kwam hij naar Maastricht. In 1986 promoveerde hij op de ontwikkeling en toepassing van klinisch epidemiologische onderzoeksmethoden op het gebied van de diagnostiek. Twee jaar later werd hij hoogleraar. Van 2001 tot 2010 was hij voorzitter van de Gezondheidsraad en van 2010 tot 2017 was voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). André begeleidde 69 promovendi, is (co-)auteur van meer dan 450 internationale wetenschappelijke artikelen op het gebied van de geneeskunde en de volksgezondheid en schreef diverse boeken en meer dan 300 artikelen in nationale tijdschriften. Zijn verdienste voor de huisartsgeneeskunde In de jaren tachtig was het beroep van huisarts ondergewaardeerd ten opzichte van andere medisch specialisten. Het handelen van huisartsen werd gebaseerd op onderzoeken die in ziekenhuispopulaties werden uitgevoerd, terwijl de patiënten in een huisartsenpraktijk heel andere karakteristieken hebben. Knottnerus versterkte gedurende zijn loopbaan de epidemiologische aanpak in het huisartsgeneeskundig onderzoek. Afscheidsrede De hoogleraar sprak in zijn afscheidsrede onder andere over de overtuigde vaccinatieweigeraars en het feit dat het percentage volledig gevaccineerde tweejarigen in Nederland de afgelopen jaren daalde van 95% naar 90,2%. Hij noemt het ‘verdedigbaar om bewust niet gevaccineerde kinderen niet op dezelfde crèches toe te laten als andere kinderen, ook als ultiem motiverend signaal’. Verder hamert hij op de basisvoorwaarden ‘kwaliteit, integriteit, en onafhankelijkheid’ voor elke wetenschapper anno 2018. 7
Page 8
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Promovendi Esther Boudewijns Ik ben Esther Boudewijns, 23 jaar en sinds augustus 2018 werk ik als PhD-student op de afdeling Huisartsgeneeskunde. Ik heb hiervoor gezondheidswetenschappen en epidemiologie gestudeerd. Tijdens mijn PhD-traject werk ik aan de verdere ontwikkeling van de Ziektelastmeter COPD, die al eerder ontwikkeld is door Annerika Gidding-Slok. De Ziektelastmeter is ontwikkeld om gemakkelijker te bespreken met een zorgverlener wat de patiënt zelf belangrijk vindt en om gezamenlijk persoonlijke doelen op te stellen. Omdat de Ziektelastmeter COPD positief is ontvangen in het klinische veld, willen we deze uitbreiden voor patiënten met Diabetes Mellitus type 2 en astma. De komende vier jaar zal ik bezig zijn met de ontwikkeling van de tool, de validatie, en het testen van de effectiviteit door het uitvoeren van een RCT. Ik werk hierbij samen met Danny Claessens. Ik zal me hierbij vooral bezig gaan houden met de kosteneffectiviteit. In mijn vrije tijd houd ik van lezen, loop ik graag rond in de Dominicanen-kerk, reis ik veel op en neer naar Utrecht (waar m'n vriend woont), en vind ik het heerlijk om een rondje te wandelen door de stad of door het bos. Danny Claessens Ik ben Danny Claessens, 25 jaar en in augustus 2018 ben ik gestart als PhD-student bij de afdeling Huisartsgeneeskunde. Hiervoor heb ik de master ArtsKlinisch Onderzoeker (AKO) afgerond. Mijn project richt zich op de ontwikkeling van de Ziektelastmeter voor mensen met een chronische aandoening, als uitbreiding van de Ziektelastmeter 8 COPD van onder andere Annerika Gidding-Slok. We breiden uit naar astma en diabetes, als opstapje naar een ziektelastmeter voor de meest voorkomende chronische aandoeningen. Het doel van dit instrument is om meer inzicht te krijgen in de last die iemand ervaart en hoe hier met persoonlijke doelen en plannen aan gewerkt kan worden, om zo gepersonaliseerde zorg te leveren. Met andere woorden: wat is voor déze patiënt nú belangrijk, en hoe gaan we daar samen aan werken? In vier uitdagende jaren gaan we dit instrument ontwikkelen, valideren, en de effectiviteit evalueren middels een trial. Dit doe ik samen met Esther Boudewijns. Ik ga me richten op de implementatie van het instrument in de zorg. In mijn vrije tijd lees ik veel en ben ik graag sportief bezig. Het liefst in de natuur. Ik ben dan ook altijd te porren voor een rondje op de crossfiets. Stijn Duijn AIOTHO in spe Ik ben Stijn Duijn, 27 jaar. In augustus 2018 heb ik mijn studie geneeskunde in Maastricht afgerond. Meteen daarna ben ik begonnen als promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Vanaf maart 2019 word ik AIOTHO, aangezien ik net ben aangenomen bij de huisartsopleiding in Maastricht. De samenwerking met andere disciplines wordt voor een huisarts steeds belangrijker. Er is een toename van mensen met diverse chronische ziekten en er is een verschuiving van tweede- naar eerstelijnszorg. Hierdoor houden steeds meer mensen vanuit verschillende disciplines zich bezig met patiënten. Echter, het is een bekend gegeven dat veel professionals in interprofessionele samenwerkingsvormen minder goed samenwerken dan dat ze denken. Ze zijn, zoals dat heet, onbewust onbekwaam. 3e uitgave 2018 Daarom ga ik samen met Loes van Bokhoven, Jean Muris, Anneke van Dijk (alleen vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht), Diane Dolmans (SHE) en Nynke Scherpbier (Radboudumc, vakgroep Eerstelijnsgeneeskunde) voor huisartsen in opleiding een toolbox ontwikkelen, om hun competenties met betrekking tot interprofessioneel samenwerken te verbeteren. Juist bij dit onderzoek is de meerwaarde groot om zowel als onderzoeker en arts in opleiding te werken. De ervaringen die ik opdoe in de praktijk, kan ik weer toepassen in het onderzoek en vice versa. Mijn vrije tijd vul ik vooral met hardlopen, wielrennen en zwemmen. Daarnaast ben ik ook altijd in voor een avondje ouderwets bordspellen spelen. Jessica Verster-de Snoo huisartsbegeleider Per 1 augustus ben ik gestart als huisartsbegeleider (HAB) van het Acute Blok in Eindhoven. Na in Maastricht geneeskunde en de huisartsopleiding te hebben afgerond, ben ik sinds 2012 werkzaam als waarnemer in de regio Eindhoven/Helmond. Naast drie vaste werkdagen in twee huisartsenpraktijken draai ik veel diensten op de huisartsenpost. Hoewel me dit uitstekend bevalt, begon het afgelopen jaar toch te kriebelen: tijd voor een nieuwe uitdaging! Terwijl ik me afvroeg wat, zag ik de vacature voor een HAB; plots vielen alle stukjes op hun plaats. Ik vind het enorm leuk om onderwijs te verzorgen waarbij spoedeisende zorg mijn speciale belangstelling heeft. De septembergroep is inmiddels gestart. Tot mijn grote plezier kan ik melden dat het invullen van mijn rol als HAB nog leuker is dan ik al had gehoopt! Ik kijk ernaar uit dit nog lange tijd te doen. Ik woon met mijn man en twee zoons van 2,5 jaar en 7 maanden in Geldrop waar we regelmatig mooie wandelingen maken in het bos en op de hei. Al dan niet met vrienden gaan we graag weekendjes weg naar, bijvoorbeeld, de Ardennen of Zuid-Limburg, waarbij we genieten van de geneugten des levens, zoals lekker koken en eten. Maurice Lucassen huisartsbegeleider Ik ben Maurice Lucassen, sinds augustus werkzaam als docent/ groepsbegeleider van het psychische blok in het tweede jaar van de huisartsenopleiding. 9 Ik doe dit samen met gedragswetenschapper Nicole Schuttelaar op de locatie Eindhoven. Inmiddels ben ik met onze eerste gezamenlijke groep halverwege de drie maanden durende GGZ-stage; ik groei geleidelijk in deze voor mij nieuwe rol en het bevalt mij tot nu toe erg goed! Ik studeerde geneeskunde in Utrecht, deed de huisartsopleiding in Nijmegen en werk inmiddels alweer ruim 19 jaar in Huisartsenpraktijk Antoniusveld in Venray. Sinds 2010 ben in aan de huisartsopleiding verbonden als opleider, tot nu toe voor eerstejaars aios. Ik ben 50 jaar, woon samen met mijn vriendin Sanne en heb twee dochters; Imke (18) en Noor (16). Wij wonen in Venray, de plaats waar ik ook ben opgegroeid. Mijn affiniteit met de GGZ is onvermijdelijk; Venray heeft één van de oudste en grootste psychiatrische instellingen in Nederland (“enkeltje Venray” is een begrip in de regio), en mijn beide grootvaders, mijn beide ouders, alsook mijn vriendin werk(t)en in dit Vincent van Gogh instituut. In mijn vrije tijd ben ik een gepassioneerd saxofonist. Op dit moment maak ik deel uit van een projectmatige bigband (The Score Jazz Orchestra) en van een Dire Straits tribute band (Boom, like that!), waarmee ik door de Nederlandse theaters tour. Yvonne van Baars gedragswetenschapper In 2007 ben ik afgestudeerd in de neuropsychologie aan de Universiteit van Nijmegen en Tilburg. Na een korte poos werkzaam te zijn geweest in het Catharina ziekenhuis, kwam ik erachter dat mijn hart ligt in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en andere complexe beelden. Vandaar dat ik de psychotherapieopleiding ben gaan volgen bij de RINO Zuid, heel leuk! Als psychotherapeut heb ik een eigen praktijk: van Baars Psychotherapie te Eindhoven. Ben trots op de inmiddels mooie praktijk en het team van vier dames. Privé: samen met Mandy (vriendin) en Jackie (hond). Hobby: paardrijden. Belangrijkste eigenschap: Humor. Moeite met: korte stukjes schrijven over mezelf. op één lijn 62
Page 10
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Bruikbare wetenschap Welk werk doet u? DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Het hellende vlak van nierfunctie We zien nogal wat nierfuncties langskomen bij het bestuderen van de dagelijkse labuitslagen. Een echte knik in nierfunctie wordt snel herkend, maar wat is nu het risico op cardiovasculaire aandoeningen bij een geleidelijk dalende eGFR? Marjan van den Akker ging met haar Vlaamse collegae op zoek in een groot bestand van bijna 20000 patiënten met tenminste vier eGFR metingen over vijf jaar tijd. Ze keken naar cardiovasculaire events (myocardinfarct, TIA/CVA, perifeer vaatlijden, acute hartfalen) over de daaropvolgende 5 jaar. Ze verdeelden de patiënten in categorieën, waarbij de eGFR natuurlijk stabiel kon blijven (-1 tot +1 ml/min), maar ook kon toe- of afnemen (<-5, --5 tot -3, -3 tot -1 ml/ min per jaar). In de referentiegroep van patiënten met een stabiel blijvende eGFR, kreeg 7,8% een cardiovasculair event tijdens de 5 jaar follow-up. Dit percentage was naarmate de nierfunctie daalde aanzienlijk hoger, tot 12% in de groep met een daling van meer dan 5 ml/min per jaar. Uiteindelijk bleek, dat vanaf een jaarlijkse eGFR daling met tenminste 3 ml/min het risico op een cardiovasculair event significant toeneemt. Wellicht niet heel opzienbarend, want de relatie tussen nierfunctie en cardiovasculair risico is natuurlijk bekend. Het meest opzienbarend vind ik dat deze relatie losstaat van de uitgangswaarde. De meeste patiënten met een dalende eGFR hadden bij aanvang gewoon een eGFR van boven de 60 ml/min, maar die dalende eGFR met tenminste 3ml/min per jaar bleef significant geassocieerd met een verhoogd cardiovasculair risico. Aardig voor de gesprekken met de praktijkondersteuner CVRM in de praktijk en dus goed om niet enkel naar een knik in eGFR te kijken, maar ook om die helling in de gaten te houden. Huisarts en werk-gerelateerde klachten; werk aan de winkel Kees de Kock, huisarts uit Deurne, publiceerde een fraaie trial naar het effect van een training voor huisartsen op het gebied van omgaan met en bespreken van werkgerelateerde klachten in de spreekkamer. Hij randomiseerde 32 huisartsen van wie de helft een vijf uur durende training 10 volgde met aandacht voor een aantal componenten: de relatie tussen werk en gezondheid, werkgerelateerde problemen en mogelijkheden om de normale zorg hiervoor te verbeteren, wet- en regelgeving en de samenwerking met de bedrijfsarts, en consultatievaardigheden bij patiënten met werkgerelateerde problemen en stress. De huisartsen kregen na de lange training ook nog twee booster sessies. De huisartsen in de studie includeerden in totaal 1306 patiënten met werkgerelateerde klachten waarvan 640 patiënten de vragenlijst invulden voor het eerste consult, echter slechts 281 ook na follow-up. Een derde van de patiënten gaf aan dat de gezondheidsklachten mogelijk werkgerelateerd waren. De primaire uitkomstmaat op patiëntniveau was een vragenlijst waarmee de ‘Return To Work Self-Efficacy’ werd gemeten. Helaas bleken de patiënten, die waren gezien door getrainde huisartsen hierop niet anders te scoren dan patiënten, die waren gezien door een huisarts in de normale zorg groep. De ICPC-code Z05 ‘probleem met werksituatie’ werd gedurende de studie wel vaker gebruikt, maar dat was niet significant verschillend tussen beide groepen. Registratie van het beroep verdubbelde zelfs, maar eveneens in beide groepen. Al met al mogelijk niet wat de onderzoekers hadden verwacht, maar het is een boeiend artikel om te lezen en eens op te reflecteren. Patiënten waarderen het enorm als er wordt gevraagd welk werk ze doen en het kan interessante nieuwe inzichten bieden op de ervaren klachten en de impact daarvan op het werk. Koorts en infecties bij kinderen; we zien de ijsberg (gelukkig) niet Regelmatig hebben we, met name tijdens diensten op de huisartsenpost, het idee dat we worden overspoeld met kinderen met koorts en infectieklachten. We weten dat dat mogelijk alleen het topje van de ijsberg is, want een klein kind krijgt gemiddeld 8 infectie episodes per jaar. Kirsten Peetoom onderzocht op 21 kinderdagverblijven van MIK in Limburg via een vragenlijst hoe vaak kinderen jonger dan 4 jaar koorts en andere infectieklachten hebben. Ze verzamelde gedurende 4 weken (februari 2016) gegevens over infectiesymptomen bij 515 kinderen en ouders hielden een dagboekje bij. Slechts 13 (!) van de 515 kinderen waren 4 weken volledig infectieklachtenvrij. Maar liefst 55% van de kinderen had tenminste 1 dag koorts, waarbij koorts verantwoordelijk was voor een totaal van 3e uitgave 2018 987 ziektedagen (mediaan van 3 per kind). Maar liefst 81% had tenminste 1 dag een snotneus en 73% van de kinderen had hoestklachten. Van al deze kinderen met koorts en/ of infectieklachten bezocht 73% de huisarts níét. Kinderen met oorpijn bezochten de huisarts relatief het meest (38%), van de kinderen met (ook) koorts bezocht 31% de huisarts(enpost). Deze studie bevestigt wat we al weten: baby’s, peuters en kleuters snotteren, hoesten wat af. Tijdens diensten is het wellicht goed om te beseffen, dat ouders voor het merendeel van de klachten ons helemaal níet contacteren. Collega huisartsonderzoeker Eefje de Bont, in november gepromoveerd op haar proefschrift naar kinderen met koorts op de huisartsenpost, toonde al aan, dat wanneer ouders telefonisch contact opnemen met de HAP vanwege koorts bij hun kind, dat dan de kans 70% is dat ze ook daadwerkelijk in de spreekkamer belanden, met name dankzij de (te?) defensieve NTS-triage. Pneumonie of toch nie? Ofschoon een ernstige infectie zowel in de top als de basis van de ijsberg zeer zeldzaam is, zijn er natuurlijk wel kinderen met bijvoorbeeld een pneumonie die je niet wilt missen. Aiotho Marjolein Schot zocht samen met Jochen Cals en andere onderzoekers via een literatuurstudie uit, welke gegevens uit anamnese en lichamelijk onderzoek nu het beste voorspellen voor een longontsteking bij kinderen. Ze doorzochten maar liefst 4655 publicaties, waarvan er 17 geschikt bleken voor deze vraagstelling. Zoals verwacht waren alle studies verricht in de tweedelijn, overigens soms wel in vergelijkbare settings zoals de huisartsenpost. In de studies waarbij minder dan 10% van de populatie een pneumonie had, bleken enkel een zieke indruk en een saturatie <94% goede voorspellers. In de 10 studies waarbij meer dan 10% van de kinderen een pneumonie had, bleken naast de saturatie ook aanvullende bloedtests zoals CRP en leukocyten differentiatie nog wel waarde te hebben. Let wel, juist deze groepen kinderen zien wij juist niet. Opvallend was dat men in het buitenland regelmatig gebruik maakt van de echografie om infiltraten op te sporen en dat deze techniek een goede positief en negatief voorspellende waarde heeft en natuurlijk geen röntgenbelasting oplevert voor het zieke kind. Zo levert een berg aan artikelen in dit geval maar een zeer beperkte boodschap op voor de dagelijkse praktijk. Uit eerder (Vlaams) onderzoek blijkt dat het onderbuikgevoel van de dokter en dat van de ouder heel belangrijk is in het herkennen van ernstige infecties. Deze variabele was helaas in geen van deze studies meegenomen. Meer over koorts bij kinderen is te lezen in het verslag over de promotie van Eefje de Bont elders in dit nummer. Referenties • Is there a correlation between an eGFR slope measured over a 5-year period and incident cardiovascular events in the following 5 years among a Flemish general practice population: a retrospective cohort study. Van Pottelbergh G, Mamouris P, Opdeweegh N, Vaes B, Goderis G, Van Den Akker M. BMJ Open. 2018 Nov 12;8(11). doi: 10.1136/ bmjopen-2018-023594. • Training GPs to improve their management of workrelated problems: results of a cluster randomized controlled trial. de Kock CA, Lucassen PLBJ, Bor H, Knottnerus JA, Buijs PC, Steenbeek R, Lagro-Janssen ALM Eur J Gen Pract. 2018 Dec;24(1):258-265. doi: 10.1080/13814788.2018.1517153. • Diagnostic value of signs, symptoms and diagnostic tests for diagnosing pneumonia in ambulant children in developed countries: a systematic review. Schot MJC, Dekker ARJ, Giorgi WG, Hopstaken RM, de Wit NJ, Verheij TJM, Cals JWL. NPJ Prim Care Respir Med. 2018 Oct 26;28(1):40. doi: 10.1038/s41533-018-0104-8. • Most preschool children with fever and common infection symptoms do not consult the family physician. Peetoom K, Crutzen R, Dinant GJ, Cals J Family Practice, cmy079. doi.org/10.1093/fampra/cmy079 CAPHRI prijs voor Karin van Leersum Promovendus Karin van Leersum (links op de foto) ging na de CAPHRI Research Dag op 6 november 2018 met bloemen en een bronzen penning naar huis. Het publiek beloonde haar voor haar poster ‘What matters to me: Developing and improving a web-based tool for clients in long-term care’ met de derde prijs. Van de jury ontving ze de eerste prijs voor haar poster én de pitch. In totaal waren er 66 abstracts ingediend, waarvan er 36 geselecteerd werden voor de postersessie. Hieruit werden 12 promovendi gekozen om te mogen pitchen. 11 op één lijn 62
Page 12
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Doodsoorzaak gezocht OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Vorige casus Dank voor de vele reacties op de voorgaande casus. Het goede antwoord is systeemsclerose. Via de zoektermen ‘Raynaud, anemia, finger amputation’ is de tweede hit bij googlescholar.com het goede antwoord. Bij findzebra.com is het de zesde treffer. Mooi om te zien is dat er een aantal inzendingen was met het goede antwoord. Huisarts Luuk Schulkes uit Goirle is degene die het goede antwoord het snelst verstuurde. Van harte gefeliciteerd! De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Yvonne van Leeuwen, Irene Soeters, Tonnie van Kessel, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. Zeldzameziektendag 2019 Zeldzame aandoeningen zijn vaak erfelijk, chronisch, progressief en meestal levensbedreigend. Tijdens de internationale Rare Disease Day (zeldzameziektendag) wordt jaarlijks op 28 of 29 februari aandacht besteed aan de uitdagingen voor zeldzame aandoeningen. In 2019 is deze dag in Maastricht. Noteer dus 28 februari 2019 van 9.30 – 17.30 uur in Maastricht in uw agenda. Inschrijving en programma zijn binnenkort beschikbaar op www.emradi.eu. Deze dag is een kans om kennis en ervaringen over grensoverschrijdende zorg voor zeldzame ziekten te delen 12 en te bespreken hoe grensoverschrijdende zorg voor zeldzame ziekten in Europa toegankelijker gemaakt kan worden. Daarnaast wordt geprobeerd om de volgende vraag te beantwoorden: Hoe kunnen we de zorg en de levenskwaliteit van patiënten met zeldzame ziekten in de Euregio Maas-Rijn, in andere grensregio’s en op Europees niveau verbeteren? Simultaanvertolking in het Duits, Nederlands en Frans Certificaat van deelname voor alle deelnemers Accreditatiepunten voor artsen uit België en Duitsland zijn aangevraagd. 3e uitgave 2018 Casus De volgende casus betreft een man van 29 jaar die bekend is met obesitas en roken. Hij werkt als vertegenwoordiger. Hieronder staat een samenvatting van 3,5 maand ziektegeschiedenis. Wat is jullie diagnose en wat is de doodsoorzaak van deze man? Antwoorden insturen naar simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl Datum 15-06 26-06 29-06 04-07 Wie /wat? HA HPost HA HA Klachten en gebeurtenissen vermoeidheid laatste maand oedeem benen; last van enkel erg moe na inspanning idem lab uitslagen1 Symptomen, bevindingen en acties geen bijzondere bevindingen T 150/90 pols 100/m perifeer oedeem; obesitas, gewicht: 107 kg hart en longen: geen afwijkingen. T 140/80 nog licht oedeem eiwit totaal: 52* albumine: 31* TSH: 4,7* vrij T4: 14,4* normale kreatinine / glucose / leverfuncties 12-07 HA lab uitslagen2 eiwit totaal: 51* albumine: 27* TSH: 7,3* vrij T4: 13,7 18-07 05-08 HA WN geleidelijk meer klachten nog steeds hetzelfde, nog steeds licht oedeem onderbenen. T 125/90 meer vocht in de benen pretibiaal oedeem ++/++ T 154/105 T 154/105 longen: geen afwijkingen gewicht: 115 kg 07-08 15-08 HPost HA patiënt denkt vocht achter de longen te hebben lab uitslagen3 blijvende klachten hart en longen: geen afwijkingen perifeer oedeem eiwit totaal: 44* albumine 21* TSH: 5,3* vrij T4: 12,8 05-09 16-09 INT T-HA eerste consult bij internist patiënt belt praktijkassistente September (bijna 3 maanden later) klachten: hart sneller, duizelig, kortademig. Benauwd? Antwoord: nee Druk op borst? Antwoord: nee Eerste keer? Antwoord: ja 16-09 17-09 20-09 26-09 27-09 28-09 T-HA HPost T-HA HA HA/INT T-PRA T-PRA huisarts belt zelf terug angstig, nerveus en gespannen “onrustig slapen door spanning” patiënt uitgenodigd voor B12 injectie huisarts heeft brief van de internist ontvangen 14:30 “weer snel ademen” 14:53 “benauwd” 15:00 ambulance komt en brengt patiënt met spoed naar het ziekenhuis Toelichting bij de afkortingen: HA consult bij Huisarts THA telefonisch consult bij Huisarts * afwijkende laboratorium uitslag “extra uitleg gegeven aan patiënt” “beoordeeld en gerustgesteld” “nogmaals uitleg gegeven” huisarts noteert als voorlopige diagnose: XXXX diagnose volgens internist: advies aan patiënt: “probeer tot rust te komen, snel terugbellen als het niet over gaat” advies aan patiënt: “112 bellen” patiënt met tachypnoe, ernstige dyspnoe, zeer angstig. Onderweg ademstilstand, reanimatie lukt niet. OVERLEDEN IN AMBULANCE T-PRA telefonisch contact met praktijkassistente WN consult bij waarnemer HPost consult bij huisartsenpost INT consult bij internist 13 op één lijn 62
Page 14
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Promoties Angel Schols Diagnostics at the point-of-care in general practice. Acute cardiopulmonary symptoms Stephanie Lenzen ‘Self-management goal setting and action planning in primary care.’ Huisartsen zouden graag meer sneltesten willen gebruiken, met name ter ondersteuning van de besluitvorming bij patiënten met acute cardiopulmonale klachten. Echter, op dit moment is er beperkt en geen overtuigend bewijs dat het gebruik van sneltesten door huisartsen bij patiënten met acute cardiopulmonale klachten leidt tot meer correcte diagnoses en het beleid beïnvloedt. De Marburg Heart Score, een eenvoudige klinische beslisregel, kan een acuut coronair syndroom niet veilig uitsluiten in een daarvan verdachte verwezen populatie. Wij stellen dat toekomstig onderzoek naar het diagnosticeren van patiënten met acute cardiopulmonale klachten zich zou moeten richten op een strategie waarbij een klinische beslisregel wordt gecombineerd met een sneltest. ‘Defensieve zorg leidt niet automatisch tot verbetering van de zorg’. Het proefschrift geeft inzicht in de complexiteit en perspectieven voor het verbeteren van het opstellen van doelen en actieplannen met chronisch zieke patiënten. Het onderzoek laat zien dat er weinig aandacht en weinig ervaring is met het opstellen van persoonlijke doelen met patiënten. Wat wenselijk en nodig is: een gezamenlijke visie op zelfmanagement, ‘samen beslissen’ in de huisartspraktijk en maatwerk bij het toepassen van interventies. ‘Bij patiënten met een of meer chronische aandoeningen moet gezamenlijke besluitvorming beginnen met het gezamenlijk opstellen van (persoonsgerichte) medische, sociale en/of emotionele doelen’. Promotie Kelemework Adane Asmare Tuberculosis in Ethiopian Prisons Tuberculose komt in Ethiopische gevangenissen dusdanig vaak voor dat gedetineerden naast hun gevangenisstraf, ook tuberculose als straf krijgen. Een scholingsprogramma onder gevangenen leidde tot snellere opsporing en behandeling. Hopelijk leidt dit uiteindelijk ook tot een lagere prevalentie van tuberculose in gevangenissen in Ethiopië. ‘Empowering the prisoners has a significant impact on TB control in prisons and could be the best option in resource-limited areas’. 14 3e uitgave 2018 Ies Dijksman TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen met psychische stoornissen en samen met de huisarts maakt de patiënt de eerste beslissingen over het behandeltraject. Vaak heeft de huisarts echter onvoldoende kennis of tijd om deze eerste inschatting goed te doen. Veel psychische stoornissen worden daardoor gemist of anders gelabeld, waardoor mensen niet de juiste hulp krijgen. Wij onderzochten een nieuw eDiagnostiek systeem, TeleScreen genaamd, die de huisarts ondersteunt bij het in kaart brengen van psychische problemen. De patiënt doorloopt online een diagnostisch proces, om de klachten uitgebreid in kaart te brengen. De huisartsen en patiënten blijken tevreden over de TeleScreen en het gebruik van deze online manier van diagnosticeren bleek valide te zijn. ‘Patients, general practitioners and practise nurses are positive about eDiagnostics; they do not favour face-to-face contact over interaction with a computer’. Promotie Solomon Shiferaw Yesuf Phone-based applications improve maternity services in Ethiopia Eefje de Bont Childhood fever in out-of-hours general practice Koorts is de meest voorkomende reden voor ouders om met hun kind bij de huisarts te komen. De koorts wordt meestal veroorzaakt door een onschuldige (virus)infectie waarbij afwachtend beleid voldoende is. Toch krijgen veel kinderen met koorts alsnog antibiotica. Op de huisartsenpost, waar kinderen steeds vaker terecht komen doordat meer ouders overdag allebei werken en de temperatuur in de vroege avond piekt, ligt het percentage antibiotica nog hoger. Wij toonden in een onderzoek onder meer dan 25.000 kinderen met koorts op Nederlandse huisartsenposten aan, dat het voorlichten van ouders, met behulp van een interactief boekje over koorts en veelvoorkomende infectieklachten, het aantal antibioticavoorschriften op de huisartsenpost vermindert. Ouders geven ook aan dat ze in de toekomst minder snel teruggaan voor dezelfde klachten. Het boekje werd ontwikkeld samen met ouders, dokters, verpleegkundigen en is veelbelovend om onnodige antibioticavoorschriften tegen te gaan. De promotie van Eefje vond plaats tijdens de World Antibiotic Awareness Week (12-18 November 2018), zie www.who.int/campaigns/world-antibiotic-awarenessweek/en/. Slechts weinig aanstaande moeders in Ethiopië krijgen gestructureerde, kwalitatief voldoende zorg waardoor de perinatale comorbiditeit en mortaliteit hoog is. De inzet van een lokaal ontwikkelde smartphone app leidde tot een verbeterde toegang tot zorg. Hierdoor konden vrouwen vaker in een centrum bevallen, in plaats van thuis. Belangrijk daarbij was, dat vrouwen wel overtuigd moesten worden van het belang van moderne gezondheidszorg. ‘Equipping health workers with appropriate cellphone based solutions could empower them with up-to-date knowledge and make a difference in ensuring better maternity service utilization’. 15 ‘Het gebruik van een stoplichtsysteem door huisartsen om ouders gericht te informeren over koorts en infectieklachten bij kinderen leidt tot minder antibioticavoorschriften en een kleinere kans dat ouders in de toekomst de huisartsenpost opnieuw consulteren voor deze klachten’. op één lijn 62
Page 16
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Inleiding op het themadeel Ouderengeneeskunde, het specialisme van NU DOOR ANNE VAN DEN BRINK, HOOFD VOSON1, RADBOUDUMC NIJMEGEN “Als specialist ouderengeneeskunde heb je een dynamisch vak. Je lost complexe medische vraagstukken op, maar zet ook je communicatieve vaardigheden in. Je werkt multidisciplinair en voert de regie. Het specialisme is uniek in de wereld en volop in ontwikkeling. Daar kun je helemaal in meegroeien. En door het groeiend aantal ouderen, blijft de vraag naar specialisten ouderengeneeskunde toenemen. Dit maakt ouderengeneeskunde het specialisme van nú!” (www.ouderengeneeskunde.nu ) We moeten meer artsen opleiden tot specialist ouderengeneeskunde om het huidige tekort op te lossen én om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag. Daarom is met ingang van 1 januari 2018 de capaciteit van de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde uitgebreid van 128 naar maar liefst 186 plaatsen per jaar. De groeiende vraag heeft verschillende oorzaken. Allereerst komen er steeds meer kwetsbare ouderen. De meeste van hen blijven zo lang mogelijk thuis wonen, ook als er problemen ontstaan. Dit vraagt om extra versterking van de medische zorg voor zelfstandig wonende ouderen. De specialist ouderengeneeskunde speelt hierin een belangrijke rol als consulent voor de huisarts en/of als (mede) behandelaar. Daarnaast wordt de zorg in verpleeghuizen complexer. Alleen de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen komen nog in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. Dit vraagt om een intensievere betrokkenheid van de specialist ouderengeneeskunde. Tot slot groeit ook het aantal jongere patiënten met complexe chronische aandoeningen dat een beroep doen op de expertise van de specialist ouderengeneeskunde. De hier beschreven ontwikkelingen vragen ook om aanvullende kennis en vaardigheden van de specialist ouderengeneeskunde, zowel medisch inhoudelijk als bijvoorbeeld op het gebied van consultatie en medisch leiderschap. De specialist ouderengeneeskunde ontwikkelt meer en meer specialistische competenties zonder daarbij de brede generalistische basis te verliezen. 1 VervolgOpleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Alle betrokken partijen in de ouderenzorg voelen zich verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de totale capaciteit van de vervolgopleiding ook daadwerkelijk benut wordt. Eensgezind voeren zij campagne om medisch studenten en basisartsen kennis te laten maken met de ouderengeneeskunde. Wij merken dat ‘onbekend maakt onbemind’ kan veranderen in ‘ik wist niet dat ouderengeneeskunde zo’n uitdagend vak was’. Juist hierom is het belangrijk dat alle UMC’s structureel en substantieel in het basiscurriculum aandacht besteden aan ouderengeneeskunde, bijvoorbeeld in de vorm van een coschap. Daarnaast zal uitbreiding van het aantal UMC’s met een vervolgopleiding de benutting van de opleidingscapaciteit waarschijnlijk positief beïnvloeden. De Samenwerkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland (SOON) is het samenwerkingsverband van de drie opleidingsinstituten. SOON juicht uitbreiding van het aantal UMC’s met een vervolgopleiding toe. De uitbreiding van de opleidingscapaciteit biedt nu ruimte. Daarom heeft SOON de Maastrichtse hoogleraar Ouderengeneeskunde Jos Schols benaderd om de belangstelling voor een vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht te peilen. En die belangstelling bleek er te zijn. Om door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) erkend te worden als zelfstandig opleidingsinstituut, is degelijke voorbereiding nodig. Hiervoor is de samenwerking gezocht met de VOSON, die sinds 1995 de opleiding verzorgt met opleiders en opleidingshuizen in de regio Zuidoost Nederland. Voor de VOSON kwam deze vraag op een goed moment. Vanaf mei 2016 worden aios opgeleid op basis van een nieuw landelijk opleidingsplan. Hiervoor is een volledig nieuw curriculum ontwikkeld. Hier is enorm veel tijd en energie in gestoken door alle medewerkers van de VOSON. Naast aanpassingen op de inhoud door alle ontwikkelingen in de ouderenzorg, zijn er ook onderwijskundige vernieuwingen doorgevoerd. Nu dit bijna is afgerond, komt er weer ruimte voor andere ontwikkelingen. De uitbreiding van de opleidingscapaciteit heeft nu de hoogste prioriteit. 16 3e uitgave 2018 Naast allerlei activiteiten waarbij we medisch studenten en (basis)artsen informeren over ons prachtige vak, zijn we in de hele VOSON-regio de mogelijkheden aan het onderzoeken om meer aios op te leiden. We kijken hierbij naar organisaties die nog geen opleidingsplaatsen hebben en naar extra opleidingsplaatsen binnen opleidingshuizen door extra opleiders of door opleidingsgroepen. Ook zoeken we naar nieuwe stageplaatsen in ziekenhuizen, in de GGZ en bij huisartsen. Wij zien de samenwerking tussen de VOSON en Maastricht als een win-win situatie. We brengen kennis en ervaring van de VOSON als opleidingsinstituut, van de afdeling huisartsgeneeskunde in Maastricht en van de lokale netwerken, waaronder de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg, bij elkaar. Door de financiële ondersteuning van de SBOH (de werkgever van onder andere artsen in opleiding tot huisarts en specialist ouderengeneeskunde) hebben we een sterk projectteam kunnen samenstellen dat deze ontwikkeling een enorme boost kan geven. We streven naar een eerste opleidingsgroep in Maastricht per 1 september 2019, zonder krimp van het aantal Nijmeegse aios. Een hele uitdaging, maar we gaan ervoor! Amsterdam Gerion (Amsterdam UMC)* met een instroomcapaciteit van 70 plaatsen per jaar Nijmegen VOSON (Radboudumc) met een instroomcapaciteit van 70 plaatsen per jaar Leiden SOOL (LUMC) met een instroomcapaciteit van 46 plaatsen per jaar * Gerion heeft een dependance in Groningen (UMCG) Projectgroep Ouderengeneeskunde Maastricht Radboudumc Nijmegen • Anne van den Brink, specialist ouderengeneeskunde, hoofd VOSON • Paul Geelen, adjuncthoofd VOSON • Marianne Geurts, gedragswetenschapper, projectleider MUMC+ Maastricht • Jos Schols, hoogleraar ouderengeneeskunde • Mariëlle van de Velden-Daamen, specialist ouderengeneeskunde, coördinator opleiding • Babette Doorn, projectmanager • Joost Dormans, coördinator bedrijfsvoering Contact Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Babette Doorn, projectmanager vakgroep Huisartsgeneeskunde UM, 043-388 21 51. Correspondentie graag via SO@maastrichtuniversity.nl, meer informatie en solliciteren: www.ouderengeneeskunde.nu vlnr: Anne, Marianne, Jos, Mariëlle, Paul, Babette en Joost 17 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 18
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Stelt zich voor Mariëlle van der Velden-Daamen coördinator opleiding specialist ouderengeneeskunde Maastricht we elkaar mooi aanvullen vanuit ieders eigen expertise en kwaliteiten. Ik heb er in ieder geval zin in! Per 1 september 2019 starten we hopelijk met de eerste groep aios de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (SO) in Maastricht. Vooralsnog doen we dat onder de vlag van de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON). Een goede voorbereiding daartoe is essentieel. Eind oktober ben ik daarom gestart als coördinator van de SO-opleiding binnen de vakgroep huisartsgeneeskunde voor 1 dag per week. Mijn belangrijkste taken zijn het bekend maken en werven van opleidingsplaatsen, opleiders en basisartsen om een eerste opleidingsgroep te kunnen starten. Daarnaast zal het onderwijs, zoals vastgelegd in het curriculum, goed neergezet moeten worden. We maken gebruik van het curriculum van Nijmegen, welke afgeleid is van het landelijk opleidingsplan tot specialist ouderengeneeskunde. Na drie jaar zal gekeken worden of Maastricht als opleidingsinstituut zelfstandig verder kan. We hopen ook iets ‘eigens’ aan het curriculum toe te voegen. Gelukkig hoef ik dit niet allemaal alleen te doen, maar maak ik deel uit van een enthousiaste projectgroep waarin Naast deze rol als coördinator ben ik werkzaam als specialist ouderengeneeskunde bij Cicero Zorggroep in Brunssum. Behalve directe patiëntenzorg, zowel in de intramurale zorg als in de geriatrische revalidatie zorg, houd ik me ook bezig met wetenschappelijk onderzoek en ben ik een schakel tussen de Academische Werkplaats Ouderenzorg (AWO) en de praktijk. Mijn verbondenheid met de AWO dateert al vanaf de start van mijn promotieonderzoek naar hartfalen bij verpleeghuisbewoners. In 2016 ben ik gepromoveerd bij hoogleraar Jos Schols, tevens lid van het projectteam dat de opleiding opzet in Maastricht. Als nevenactiviteiten zit ik in de Werkgroep Richtlijn Ontwikkeling van Verenso (de beroepsgroep van de specialisten ouderengeneeskunde) en ben ik redactielid van het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde (TvO), het vakblad van de beroepsgroep. Tot slot nog iets over mezelf. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen (een uitwonende dochter van 23 jaar en twee zonen van 17 en 18). Mijn vrije tijd besteed ik graag aan sporten (fitness en skiën) en geniet ik van lange wandelingen met onze twee honden door ons prachtige Limburgse landschap. De opleiding ouderengeneeskunde in Maastricht ‘Een extra opleiding is hard nodig’ DOOR JOS SCHOLS, HOOGLERAAR OUDERENGENEESKUNDE Zo’n 10 jaar geleden, op vrijdag 26 september 2008, aanvaardde ik het ambt van bijzonder hoogleraar verpleeghuisgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht met het uitspreken van de rede: ‘Verpleeghuisgeneeskunde al langer officieel erkend; 18 maar ook herkend en erkend?’ In deze rede bracht ik het uitdagende werk van de verpleeghuisarts over het voetlicht en brak ik een lans voor een verbetering van de samenwerking tussen verpleeghuisartsen, huisartsen en geriaters e/o internisten ouderengeneeskunde. 3e uitgave 2018 Nu, 10 jaar later, is er heel veel gebeurd: de naam ‘verpleeghuisarts’ is veranderd in ‘specialist ouderengeneeskunde’ (SO) en we starten een vervolgopleiding tot SO in Maastricht. benut en ontstaan extra mooie kansen voor onderlinge samenwerking en scholing tussen artsen in opleiding tot een van beide beroepen. De Maastrichtse leerstoel, inmiddels een reguliere leerstoel ouderengeneeskunde, heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht op het verrichten van onderzoek in verpleeghuizen omdat dit onderzoek in ons land destijds echt nog in de kinderschoenen stond. Inmiddels is het onderzoek stevig verankerd binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg (AWO) Zuid-Limburg en wordt ook onderzoek verricht in samenwerking met diverse andere Maastrichtse, landelijke en buitenlandse onderzoekspartners. Verder is van meet af aan vanuit de leerstoel bijgedragen aan het Maastrichtse onderwijs voor artsen in opleiding én huisartsen in opleiding. Voordat de leerstoel verpleeghuisgeneeskunde er kwam in Maastricht, waren er al vergelijkbare leerstoelen in Amsterdam, Nijmegen en Leiden. Later is er nog eentje bijgekomen in Groningen. De drie universiteiten die Maastricht voorgingen, hebben al veel langer een specialisatieopleiding. Aangezien deze opleidingen lange tijd moeite hadden om steeds volledig bezet te zijn, werd destijds in goed overleg afgesproken dat Maastricht toen niet met een opleiding ouderengeneeskunde zou beginnen. Anno 2018 ligt dat anders: de tijden zijn veranderd. Een extra opleiding is hard nodig en mogelijk. Het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde neemt toe door de vergrijzing en door ontwikkelingen in de ouderenzorg zelf. Kwetsbare ouderen blijven veel langer in hun eigen woonomgeving, omdat de overstap naar een verzorgingshuis of verpleeghuis niet langer vanzelfsprekend is. Dit vraagt om extra versterking van de medische zorg voor zelfstandig wonende ouderen. Daarnaast wordt de zorg in verpleeghuizen complexer. Alleen de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen komen nog in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde is de medisch expert in de zorg voor deze kwetsbare en hulpbehoevende ouderen, niet alleen in het verpleeghuis, maar ook voor de huisarts die steeds meer ouderen met complexe problemen ziet. Daarnaast kan de SO in samenwerking met de huisarts en klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde ook een rol spelen in de preventie van onnodige ziekenhuisopnames van ouderen. Daarom is het ook niet meer dan logisch dat de opleiding tot SO wordt ondergebracht bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht waar ook de driejarige specialisatie tot huisarts wordt aangeboden. Zo kan de aanwezige infrastructuur optimaal worden 19 De grootste uitdaging zal zijn om jonge basisartsen te interesseren voor ons mooie beroep. Wij richten ons op het bieden van betekenisvolle medische zorg aan de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen. Deze groep is gekenmerkt door multimorbiditeit, polyfarmacie en een grote mate van zorgafhankelijkheid, waarbij de juiste balans gezocht moet worden tussen cure en care. Het gaat niet zozeer om het toevoegen van dagen aan het leven, maar om het toevoegen van leven aan de dagen. Er zal ook extra energie gestoken worden in het basiscurriculum geneeskunde in Maastricht, want die studenten moeten vroegtijdig met dit mooie vakgebied kennis maken. De eerste jaren zal de Maastrichtse opleiding verzorgd worden onder auspiciën en regie van de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON) van het Radboudumc, die deze opleiding sinds 1995 verzorgt. Daarna hoopt het nieuwe enthousiaste Maastrichtse team op eigen kracht verder te kunnen. Na een gedegen voorbereiding hopen we in september 2019 in Maastricht met een eerste groep van 10-12 artsen in opleiding (aios) te kunnen starten. Voor mij een belangrijke mijlpaal, maar voor de kwetsbare ouderen die de zorg van de SO nodig hebben, bittere noodzaak. Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 20
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Interview met een aios ouderengeneeskunde Kom eens kijken in het verpleeghuis! DOOR SHENNAH AUSTEN, ARTS IN OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Wie ben je? Mijn naam is Shennah Austen en ik ben 32 jaar. Ik ben geboren en getogen in Zuid-Limburg. Momenteel woon ik in Nuth met mijn man Michèl, onze dochter van 2,5 jaar en onze hond Hummer. Ik ben specialist ouderengeneeskunde in opleiding bij Cicero Zorggroep en werk in verpleeghuis Schuttershof in Brunssum. De opleiding volg ik via de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON). In mijn vrije tijd breng ik graag tijd door met mijn familie en vrienden. Ik houd van tuinieren, klussen en lezen. Hoe kwam je in opleiding en wat vind je leuk? Dat is wel een verhaal. Ik heb in het vijfde jaar van mijn opleiding tot orthopedisch chirurg de bewuste keuze gemaakt om te stoppen met de opleiding. Orthopedie is nog steeds een prachtig vak, maar past niet goed bij mij als mens en als arts. Mijn hart ligt niet bij opereren maar bij de dagelijkse zorg voor de kwetsbare oudere. Ik vind het fijn om een langdurige en persoonlijke behandelrelatie te kunnen opbouwen met patiënten. Daarnaast is het interessant om bezig te zijn met een breed spectrum aan complexe problemen, waarbij niet alleen lichamelijke factoren aan bod komen, maar de hele mens. Ik voel me thuis binnen de ouderengeneeskunde. Ik ben praktisch en generalistisch bezig met een specifieke patiëntengroep waarbij de insteek curatief kan zijn, gericht op kwaliteit van leven maar ook op begeleiden van het levenseinde. Hierbij werk ik een hecht team waarbij het prettig is dat alle disciplines samenkomen. Daarnaast spreekt het mij aan dat het vak in beweging is en dat ik daaraan positief kan bijdragen. Hoe kwam je met de ouderengeneeskunde in aanraking? Helaas niet binnen de reguliere studie geneeskunde. Eigenlijk omdat ik zoekende was naar wat ik wilde na het stoppen met de Orthopedie. Op de website van Cicero staat: “Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste basisartsen”. Ik heb er eerst gewerkt als basisarts en inmiddels ben ik in opleiding. Is er werk als je klaar bent en valt er wat te kiezen? Er is zeker werk als ik klaar ben, er is een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Je kan kiezen op 20 het gebied van regio en organisatie, als ook binnen het specialisme: psychogeriatrie, somatiek, revalidatie, palliatieve zorg, consulten in de eerstelijn. Er zijn ook mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen. Welke richting ga je uit denk je? Dat maakt me eigenlijk niet zoveel uit, ik houd van de afwisseling. Sommige dingen moet ik ook nog in mijn opleiding gaan ondervinden. Als het maar gecombineerd wordt met een afdeling psychogeriatrie. Ook wil ik graag in de toekomst weer wetenschappelijk onderzoek gaan doen. Wat zou je tegen artsen in opleiding willen zeggen? Kom eens kijken in het verpleeghuis en loop eens mee met een specialist ouderengeneeskunde. We zijn praktische generalisten voor een hele specifieke patiëntengroep. De teams waarin je werkt zijn in het algemeen erg hecht en er heerst een veilig en open leerklimaat. Het is een relatief jong vak waar van alles mogelijk is. Waar hoop je later te gaan werken? Bij een organisatie met een prettig en open werkklimaat, waarin in ik de ruimte krijg om te groeien en mezelf verder te ontplooien. Waar de patiënten centraal staan en waar maatwerk geleverd wordt. Het liefst ook in een organisatie waarin alle facetten van de ouderengeneeskunde aanwezig zijn. Jij komt zelf uit de regio Zuid-Limburg. Als je nu nog moest kiezen, wat betekent ons aanbod in Maastricht voor jou? Ik woon in Nuth, ben opgegroeid in Hoensbroek en heb gestudeerd aan de UM. Wat uitmaakt is reisafstand, zeker met een jong gezin. Binnen de opleiding zijn er vaak gastdocenten en specialisten uit de regio van de opleiding. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wie deze aanspreekpunten kunnen zijn in mijn eigen regio, contacten leggen dus. Als het aanbod binnen de opleiding verschillend zou zijn of een verschil aan leerstijl, dan zou dat mijn keuze ook beïnvloeden. Wat wil je ons meegeven in Maastricht? Haal input bij je AIOS. Waar hebben ze behoefte aan en wanneer? Maak het niet te schools, bepaalde kaders zijn noodzakelijk, maar het blijft volwassenenonderwijs. Complexe ouderenzorg nader onderzocht Moeilijk om de juiste zorg te vinden DOOR JANINE COLLET, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE EN PROMOVENDUS Wat een mooi nieuws, dat de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde ook in Maastricht van start gaat! Ik denk dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde elkaar nodig hebben om kwetsbare ouderen en chronisch zieken met complexe somatische en psychosociale problematiek te kunnen behandelen. De specialist ouderengeneeskunde kan patiënten in de hele zorgketen ‘bedienen’: zowel in de extramurale zorg, als medebehandelaar in nauwe samenwerking met huisarts, POH, wijkverpleegkundige of casemanager, als in de intramurale zorg als hoofdbehandelaar in een multidisciplinaire setting. Hij/zij is actief bij herstelzorg (revalidatie) na acute situaties, al dan niet na een ziekenhuisopname. Daarnaast liggen er taken voor specifieke zorg bij chronische patiëntgroepen, zoals de palliatieve zorg, de beademingszorg, de zorg voor patiënten met niet aangeboren hersenletsel (NAH) en Korsakov patiënten. Specialisten ouderengeneeskunde werken vanuit hun eigen praktijk, vanuit groepspraktijken, of in dienst van een verpleeghuisorganisatie, een ziekenhuis of een psychiatrische instelling. Vanwege mijn ‘liefde’ voor patiënten met multimorbiditeit met zowel lichamelijke als psychiatrische aandoeningen, werk ik al 16 jaar in de ouderenpsychiatrie..Als specialist ouderengeneeskunde met specifieke kennis van psychogeriatrische en gerontopsychiatrische patiënten met ernstige gedragsproblematiek, word ik vanuit de GGz regelmatig door huisartsen voor een consult gevraagd. In de praktijk zie ik dat de zorg hapert of stagneert, wanneer er sprake is van ernstige gedragsproblemen of wanneer een psychiatrische patiënt in de thuissituatie extra lichamelijke klachten krijgt. Er ontstaat vaak discussie over waar en van wie de patiënt het beste zorg kan krijgen. Voor een patiënt met een borderline persoonlijkheidsstoornis én ALS, of voor de NAH-patiënt met ernstige gedragsproblemen is het vaak moeilijk de juiste zorg te vinden of te organiseren. Ook de oudere psychiatrische patiënt met een bipolaire stoornis én een dementie past niet in het standaard zorgindicatieplaatje. Als de mantelzorg, de thuiszorg en de dagbesteding aan het eind van hun Latijn zijn, blijkt het organiseren van een opnameplek soms een helse klus. Het verpleeghuis geeft aan de gedragsproblematiek niet aan te kunnen en de GGz kan de somatische zorg niet bieden. Het lijkt dus van belang om de samenwerking tussen GGzinstellingen of andere psychische hulpverleners en V&Vinstellingen beter vorm te geven en te verankeren. Er is behoefte aan een intramurale zorgmogelijkheid, waar GGz én verpleeghuiszorg geleverd worden voor deze specifieke groep patiënten met een dubbele zorgvraag (DZV-patiënten). Wetenschappelijk onderzoek over deze specifieke doelgroep is uitermate schaars. We kunnen ‘practice based’ aanbevelingen doen, maar het wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Daarom onderzoek ik binnen het project Specific Care on the Interface of Mental health and Nursing home (SpeCIMeN) zowel binnen de GGz als binnen het verpleeghuis de exacte kenmerken en zorgbehoeften van deze DZV-patiënten én de kenmerken van hun professionele verzorgers. Deze kennis is noodzakelijk om een adequaat (keten)zorgaanbod voor DZVpatiënten te ontwikkelen. In 2019 hoop ik op dit onderzoek te promoveren. Uit de voorlopige resultaten blijkt, dat DZV-patiënten vragen om innovatieve zorgvormen, met gedeelde verantwoordelijkheid en goede afstemming over wie wat doet en meer adequate c.q. passende financieringssystemen. "Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde hebben elkaar nodig" 21 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 22
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Gezondheidsrechtelijke kwesties Euthanasie bij dementie, wees overtuigd! DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Over (kwetsbare) ouderen, machtigingen, schriftelijke wilsverklaringen, levenstestamenten en advanced care planning. Inleiding In de vorige ‘Op één Lijn’ (nummer 61) schreef ik een artikel over wilsverklaringen. Dit jaar veroorzaakte het onderwerp ‘euthanasie bij dementerenden’ veel onrust onder artsen1. De wilsverklaring speelt hierbij ook een rol. Vandaar dit nieuwe artikel. Voor het eerst dit jaar is er namelijk sprake van een daling van het aantal euthanasiegevallen2. Daarnaast zijn notarissen euthanasieverklaringen op gaan stellen voorzien van dementieclausules, afgegeven door de huisarts. Zelf heb ik dit jaar meermalen het verzoek gehad om te beoordelen of een schriftelijke wilsverklaring wel juridisch ‘waterdicht’ is, vooral bij dementie. Daarbij zag ik allerlei slimme tekstconstructies langskomen om alle mogelijke obstakels te vangen, zoals akkoord gaan met vooraf sederen bij onrust, doorgaan bij afweer of verzet, tot en met het vergelijken van de eigen situatie met die van een geliefd huisdier die een levensbeëindigend spuitje krijgt. In tijden van verwarring en lastige beslissingen, is back to basics een goede manier om weer overzicht te krijgen, zoals het ABCD in de acute geneeskunde. Back to basics betekent terug naar ‘hoe zat het ook alweer?’ en ‘welke stappen moet ik nemen om zorgvuldig en overtuigd te zijn in mijn beslissing?’. Euthanasie algemeen Euthanasie staat nog steeds in het Wetboek voor Strafrecht omdat het feitelijk nog steeds ‘moord met voorbedachten 1 Artikel in Trouw 8 maart 2018, OM start vier nieuwe onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in Den Haag, over euthanasie bij dementie van 24 juli 2018. 2 Aantal euthanasiegevallen koerst voor het eerst in jaren af op daling. Het aantal gevallen van euthanasie is in de eerste negen maanden van dit jaar met 9 procent afgenomen, naar 4600. Dit meldt Trouw. Volkskrant, 16 oktober 2018. Bij het afronden van dit artikel bleek op 9 november 2018 dat het OM opnieuw een strafrechterlijkonderzoek instelt naar de handelswijze van een verpleeghuisarts die al eerder was berispt door het Tuchtcollege 22 rade’ is. Alleen als je het erg zorgvuldig uitvoert, is er geen strafvervolging. Los van het strafrecht kijkt er een Toetsingscommissie mee en staat het tuchtrecht open voor klachten op dit terrein. Er staat nergens in de wet dat een wilsverklaring nodig is om tot euthanasie over te gaan. De inhoud van een euthanasieverklaring doet er dus feitelijk niet toe. Echter, bij wilsonbekwame patiënten en vergevorderde dementie, waarbij de patiënt het zelf niet meer kan zeggen, kan het wel als ‘bewijs’ dienen voor het euthanasieverzoek. Heeft de patiënt in zijn wilsverklaring ook een ‘voorwaardelijke clausule’ (vergelijkbaar met ‘behandelverbod’; je mag niet verder gaan tot er aan de clausule is voldaan) heeft opgenomen, dan moet daar uitdrukkelijk rekening mee gehouden worden (dit was het geval van de zaak die bij het tuchtcollege is behandeld). Om euthanasie zorgvuldig uit te voeren, is er in de wet een aantal zorgvuldigheidseisen opgenomen. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, houden in dat de arts: a. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt; b. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt; c. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten; d. met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was; e. ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d; en f. de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. Zoals te lezen is, staat er nergens dat er een schriftelijke wilsverklaring nodig is. Je moet als arts overtuigd zijn. Als je verschillende gesprekken met een patiënt hebt gehad en daarvan goed verslag hebt gedaan in jouw dossier, dan is dat voldoende. Je moet de SCEN-artsen vooraf en de toetsingscommissie achteraf kunnen overtuigen dat je het 3e uitgave 2018 zorgvuldig gedaan hebt. Je mag natuurlijk een schriftelijke wilsverklaring gebruiken, maar je zal moeten aantonen dat er ook daadwerkelijk over gesproken is. Het is verstandig om een elders opgesteld euthanasieverzoek grondig te lezen, om te weten of er geen voorwaardelijke clausules zijn opgenomen. Om met de rechter te spreken: ‘een euthanasieverzoek moet kraakhelder zijn’ en ‘er mag geen ruimte voor interpretatie bestaan’. ‘Vrijwillig’ wijst op het uitsluiten dat het onder druk van anderen (of door anderen) is opgesteld. ‘Weloverwogen’ wil zeggen dat de patiënt wilsbekwaam is ten tijde van het verzoek. Bij dementie moet je er dus op tijd bij zijn. ‘Weloverwogen’ houdt ook in dat de patiënt een goed beeld heeft van zijn ziekte, de prognose en eventuele alternatieven. Daarnaast is er ook nog de overtuiging dat er sprake is van een ondraaglijk en uitzichtloos lijden (lastig als de patiënt het zelf niet meer weet/beseft/lijdt?) en dan nog de overtuiging dat er geen redelijke andere oplossing is. Je moet kunnen aantonen dat er gesproken is over de huidige situatie en de vooruitzichten en dat er tenminste één andere, onafhankelijke arts, heeft mede beoordeeld. Als het dan tot uitvoering komt, moet dit volgens de geldende protocollen. Er staat ook nergens dat er sprake moet zijn van een herhaald verzoek om euthanasie; een eenmalig verzoek is voldoende. Een eenmalig gesprek over euthanasie zal echter niet erg overtuigend overkomen. Ook over actualiseren van het euthanasieverzoek staat nergens iets geschreven in de wet. Maar regelmatig nagaan of de patiënt er nog hetzelfde over denkt en ongewijzigd achter het verzoek staat, zal de overtuiging van de arts alleen maar vergroten. In mijn praktijk kwam het regelmatig voor dat een verzoek werd bijgesteld of dat er (voor)waarden voor ‘ondraaglijk’ en ‘uitzichtloos’ werden toegevoegd. De waarde van een schriftelijke wilsverklaring De waarde van een schriftelijke wilsverklaring is dus beperkt en strikt genomen niet nodig. Maar dan moet wel het een en ander in het dossier vastgelegd worden. Is er wel een wilsverklaring, lees deze dan goed en bespreek dat met de patiënt. Focus dan op de opgenomen voorwaardelijke clausules. Maak helder wat voor deze patiënt ondraaglijk en uitzichtloos is. Als dat er niet in staat, laat het dan aanvullen of in het dossier zetten.