Nederlands English

Op één lijn 68


Page 2
Colofon Inhoudsopgave Oplage 2600 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-210023 Fotografie pag 3 Loraine Bodewes pag 15 en 22 Johannes Timmermans Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Een heel warm applaus voor onze opleiders Clinici van het jaar 2019-2020 Stellen zich voor: Madeline Pikaar – HAB psychisch blok Eindhoven Femke Leenders – Douma – HAB jaar 1 Eindhoven Anne Wijtvliet – HAB Jaar 1 Eindhoven Henna Toppenberg – GW-er Jaar 1 Maastricht Sonaily Janga – Medewerker onderzoek Katrien Boots – Stagecoördinator Jaar 2 huisartsopleiding Simon Kleijkers – Coördinator diensten huisartsopleiding Nanda Wolfs – Coördinator ouderengeneeskunde Margot Franssen – HAB jaar 1 Maastricht Slapen als een oermens – Merijn van de Laar Onderzoek I-HARP: Tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen – Stephanie Ament en Ivo Kesler Ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de huisartsenpraktijk – Krystle Penders Örenäs studie. Tijdige diagnostiek van kanker – Geert-Jan Dinant OOK en de Witte Raven. Alleen de griep? – Paul Höppener en Tonnie van Kessel Subsidie Innovatiefonds maakt vernieuwing mogelijk – Niels Beurskens, Mark Spigt & Jesse Janssen Coachen van zelfsturen leren binnen de huisartsopleiding – Angelique Timmerman NHG wetenschapsdag – Loes van Bokhoven en Niels Beurskens Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals RNFM Ontwikkelingen in 2020 WESP-en Behandellast meten bij patiënten met multimorbiditeit – Loes Engels 20 Voorspellen psychologische factoren het herstel van schouderklachten? – Pim den Boer 20 De invloed van de praktijksetting op klinische medicatie beoordelingen door huisartsen – Maaike Bakker 21 Houding en ervaring van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen – Juul Hoevers Opleiding Ouderengeneeskunde Op naar jaar 2 – Babette Doorn In de leer – Charlotte Coopmans Huisartsopleiding ‘Doe maar normaal dan doe je gek genoeg’ – Matthijs Limpens Oud aios: hoe vergaat het ze als? – Marleen de Kooning Equilibre: Kijken naar de Jenga torens… – Gaston Peek en Marieke Kools Uit de praktijk gegrepen. Check check dubbel check – Jeroen Smeets Pieter van der Heijden: een oude rot in het vak zwaait af – Marieke Kools Oud aios: hoe vergaat het ze? – Johan Evers Moreel dilemma: gedwongen anticonceptie – Nathalie Notermans Rite de passage – Arie de Jong 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 3 4 5 5 6 6 6 7 7 7 8 8 8 9 10 12 13 14 15 15 16 18 19 2 2 Van de redactie Geen nieuws is goed nieuws Dit mooie oude spreekwoord raakte in onbruik sinds de komst van mobiele telefoons en internet. Ineens wisten we altijd waar de ander was. Zo niet, dan belde je even om de ander te vragen ‘waar ben je nu?’. Het antwoord maakte geen bal uit. Het ging erom dat je het kon weten. Je kan alles weten. En we weten ook alles. Althans, dat denken we. Er is vaak geen nieuws meer. We worden overspoeld met nieuws. We worden murw. Het tussentijdse avontuur dat je voorheen had tussen afscheid en weerzien, dat is nu een continue ‘spoiler’. Mensen hebben wel avontuurtjes, maar dat is weer een ander verhaal. Dit blad verschijnt nu voor de 68e keer. Er was altijd voldoende ‘nieuws’ en informatie. Zelfs voor geduldig papier. Er waren altijd foto’s die speciaal voor het blad gemaakt werden. De laatste keer was de kaft met mondkapjes vooral grappig bedoeld, maar eerlijk gezegd: veel meer was er ook niet. En nu zien we vooral kiekjes van zoomevenementen, alsof we die schermen nog niet genoeg gezien hebben! Deze keer op de kaft, in de Tree of life, de namen van onze recent afgestudeerde huisartsen. Gefeliciteerd allemaal! En u ook, met uw nieuwe collega's. Al is misschien niet alles even beeldig, we hebben wel veel inhoud. Maar liefst 9 nieuwe medewerkers stellen zich voor. Geen leuke start op de nieuwe ‘werkplek’, maar we denken dat het wel goed gaat komen in de toekomst. Docenten zullen we altijd blijven werven, op verschillende plekken, voor verschillende rollen en in verschillende regio’s. Voor geneeskunde, huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde. Voor promovendi zijn er ook geregeld vacatures. We werven steeds vaker via de sociale kanalen. Stephanie Ament beschrijft een eindrapportage over het I-HARP project over palliatieve zorg bij hartfalen. In dit artikel komen Ivo Kesler (huisarts) en Daisy Janssen (SO) ook aan het woord. Krystle Penders, psycholoog, zou promoveren op persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Haar proefschrift is klaar, het feest houdt ze nog tegoed. Vier WESP-en beschrijven de uitkomsten van hun wetenschapsstage van 18 weken. Helaas omvat de gebruikelijke ‘Heel HAG bakt’ geen spacecake, dus die gezelligheid hebben zij, naast het samenwerken op de WESP-kamer, moeten missen. Verder een update vanuit de ouderengeneeskunde, de opleiding tot SO. Weinig nieuws, maar wel goed nieuws. Charlotte Coopmans, aios in opleiding tot SO, is de nieuwe aios columnist voor de rubriek ‘In de leer’. Twee oud-aios van de huisartsopleiding, Marleen Kooning en Johan Evers, vertellen wat zij nu doen en hoe het met ze gaat. Ook het hoofd van de huisartsopleiding haalt een mooi oud gezegde van stal en vraagt zich dingen af die voorheen anders waren. En dan twee frisse smoelen op onze website www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl: van aios Charlotte van der Velden en AIOTHO Michelle Verheijden. Zij zijn de nieuwe ‘promoteamers’ voor de online community. Gelukkig was die community er al, het hielp ons in de communicatie en de werving. Nieuw redactielid Jeroen Smeets, ook actief op de socials, probeert een nieuwe rol uit: die van columnist. Verder een innovatieproject door Angelique Timmermans en behaalde subsidiegelden voor wetenschapsonderwijs in de huisartsopleiding. De Witte Raven haalden een oude casus van stal: weet u de diagnose? Meer Bruikbare Wetenschap van Jochen Cals, kort nieuws vanuit het RNFM en een verslag van de NHG wetenschapsdag, in de vorm van een tweedaagse webinar. Nog een ‘nieuw’ gezicht: Gaston Peek. Hij volgt Arie de Jong op in diens rol als HAO-coördinator. De Gezondheidsrechtelijke kwesties van Arie zijn klaar. Gelukkig heeft hij in Nathalie Notermans een waardige opvolger met haar rubriek Moreel Beraad. Arie zelf is onvervangbaar. Graag hadden we hem nog een paar maanden fulltime aan het werk ‘gezien’, zoals leek afgesproken. Dat werd hem niet gegund. De rite de passage werd roet in de passage. Lees zijn afscheidsartikel. Wie we wel glansrijk konden uitzwaaien, is opleider Pieter van der Heijden, een echt Alfa-mannetje. Marieke Kools zocht hem op voor een interview. We gaan van de lente genieten, werken tussen de vrije dagen door en dromen van een zomervakantie als ware het een Fata Morgana…. Geen nieuws in de zomer, is goed nieuws. Dan zijn we op vakantie! Babette Doorn 3 op één lijn 68
Page 4
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Van de voorzitter Hoe komen we sterker uit de crisis? DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Limburg is qua besmettingen en dodental samen met Noord-Brabant het hardste getroffen door het nieuwe virus. Met name Zuid-Limburg scoorde voor de coronacrisis ook al slecht op het gebied van gezondheid. In vergelijking met andere regio's in Nederland, maar bijvoorbeeld ook met Noord-Limburg, leven inwoners van Zuid-Limburg gemiddeld 4,5 jaar minder in goede gezondheid. Bij organisaties zoals het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ontbreekt vaak de regionale insteek. En worden de Limburgse regio’s eenduidig geformuleerd en wordt ook rekening gehouden met de Euregio? Wat zeggen de cijfers voor Limburg, als je niet weet hoe het ervoor staat net over de grens in Duitsland en België? Ook is duidelijk dat het volume aan professionele zorg in Limburg toeneemt. Te vaak hebben we in de zorg last van perverse prikkels, zijn onderlinge verantwoordelijkheden onvoldoende duidelijk en zijn investeringen in preventie marginaal en incidenteel. De postcode bepaalt te zeer of je een kansrijke start in het leven hebt, of je van een dubbeltje een kwartje kunt worden en wat je levensverwachting is. Onze regio werkt hard aan een dubbele opgave: het organiseren van toekomstbestendige gezondheidszorg én dat in een regio met hardnekkige gezondheidsachterstanden en een toenemende kansenongelijkheid. De focus op de acute, curatieve zorg heeft veel aandacht. De grootste opgave daarbuiten: in de samenleving, in de woonomgeving van mensen. Daar waar de meeste zorg vaak langdurend wordt geboden en waar het grootste potentieel ligt om zorg te voorkomen of te reduceren en de kwaliteit van leven te verhogen. Dit impliceert dat preventie en solidariteit voor zover professioneel en systemisch ondersteund dicht bij het dagelijkse leven van mensen gebracht moet worden. In onze regio werken belangrijke partners uit de wereld van onderzoek, beleid en praktijk stevig samen om de toekomst van de regio Zuid-Limburg te verbeteren. Dat vraagt bijvoorbeeld om nog nadrukkelijker te investeren in sterke basisvoorzieningen zoals een Gezonde Basisschool van de Toekomst. Of in het investeren in een kansrijke start voor meer kinderen en het bevorderen van zelfregie passend bij Positieve Gezondheid. 4 4 4 Naast het bundelen van regionale kennis om Limburg sterker uit de crisis te laten komen vind ik het ook belangrijk om bijvoorbeeld aan te sluiten bij Brainport Eindhoven. Omdat de Huisartsopleiding een tweede opleidingslocatie heeft in Eindhoven merken we het grote verschil met Brabant. Door een spil in de wijk (bijvoorbeeld het wijkteam of de huisarts) aan te wijzen en te bekostigen, die, waar nodig, de zorg voor kwetsbare inwoners coördineert, kan de weg naar de juiste zorg op de juiste plek sneller gevonden worden. Het is terecht dat in de kennis en innovatieagenda1 het volgende wordt opgepakt: • Minder sociaaleconomische gezondheidsverschillen Groepen mensen in onze regio leven jaren korter en in minder goede gezondheid dan andere groepen. Deze sociaaleconomische gezondheidsverschillen moeten verkleinen en de toekomstige generatie moet gezonder opgroeien dan de huidige. • Betere ondersteuning en zorg voor ouderen Steeds meer en steeds oudere mensen wonen n onze regio, en dat leidt tot een grotere en complexere zorgvraag. Tegelijkertijd is er tekort aan verplegend en verzorgend personeel. We willen dat ouderen zo lang als mogelijk thuis kunnen wonen met passende zorg en ondersteuning. We willen dat minder ouderen zich eenzaam voelen. En we willen mantelzorgers en burgerinitiatieven onderdeel laten zijn van de zorg. • Samenhang in aanbod van ondersteuning en zorg Kwetsbare patiënten, zoals chronisch zieken en jongeren met geestelijke problemen, kunnen vaak niet verwezen worden naar de juiste zorg. We willen meer samenhang in het aanbod van zorg en ondersteuning. We willen minder loketten voor zorg en ondersteuning en hierin samenwerken met zorgaanbieders, inkopers en burgers. • Beheersbare zorgkosten De kosten van de zorg nemen toe, voor de maatschappij en voor mensen individueel. We willen de zorg in onze regio betaalbaar houden. We willen kostenverhogende prikkels wegnemen en gepast gebruik van de zorg bevorderen. 1 www.gezonderegio-zon.nl 1 e uitgave 2021 Een heel warm applaus voor onze opleiders DOOR LILIAN AARTS, NORA PAULKE EN JELLE STOFFERS, COSCHAPTEAM HUISARTSGENEESKUNDE Na de wij praktijk wij gev weg daarbij Aan kunnen van hebben met 360 studenten. trouwen dat lukken alle eneeskunde alle extra erd ten jonge Clinici van het jaar 2019-2020 Op donderdag 11 februari 2021 werden de winnaars van de Pulseverkiezing ‘Clinicus van het jaar’ over het afgelopen academisch jaar bekendgemaakt. De uitreiking was online. Voor beste werkplekbegeleider bij het coschap Huisartsgeneeskunde (NoordLimburg deed het zeer goed!) waren genomineerd: • Tanja van der Burgt (HAP Het Groene Kruis, Swalmen) • Bert Harms (HAP Centrum, Swalmen) • Dick Mooren (De Bres, Roermond) Bert Harms ging er met de hoofdprijs vandoor. Alle huisartsen ontvingen weer hoge cijfers van de coschapstudenten. Blijf meedoen aan het opleiden, juist nu, de studenten waarderen het enorm! Wie weet bent u volgend jaar een van de genomineerden? De genomineerden voor beste mentor in de master Geneeskunde waren: Kirstin Ponse (Gezondheidscentrum de Hofhoek in Maastricht), Nora Paulke (huisartspraktijk Gronsveld) en Laury de Jonge (vakgroep Huisartsgeneeskunde). Kirstin won de eerste prijs en mag een cheque van de Stichting Annadal besteden aan onderwijsdoelen. 5 op één lijn 68
Page 6
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Madeline Pikaar HAB psychisch blok Eindhoven Onlangs ben ik begonnen als HAB in het psychisch blok in Eindhoven. Ik studeerde geneeskunde in Leiden en daarna volgde ik de huisartsopleiding in Nijmegen. Sinds 2002 ben ik huisarts, werkte vervolgens als HIDHA in verschillende huisartspraktijken en heb nu ruim 10 jaar met veel plezier een eigen praktijk binnen Medisch Centrum Aalst. Ik ben getrouwd met Feico Halbertsma en samen hebben we drie gezonde kinderen van 14, 16 en 18 jaar. We vinden het heerlijk om in onze vrije tijd in de buitenlucht op pad te zijn. Tijdens vakanties maken we graag met ons gezin bergtochten. Daarnaast hou ik van (klassieke-) muziek en speel ik altviool. Op het moment dat deze functie op mijn pad kwam, volgde ik een cursus ‘Outdoor medicine’. Deze cursus verschafte kennis over hoe je veilig je comfortzone kunt verlaten. De openingsdia begon met de tekst: ‘Leave your comfort zone and magic things can happen’. Ik ben van mening dat GGZwerk binnen het huisartsenvak veel van deze uitspraak weg heeft. Patiënten vertellen je soms ongemakkelijke zaken, consulten komen vaak onverwacht en je belandt regelmatig in rare situaties. Misschien geeft het juist daarom extra veel voldoening als je een patiënt goed hebt kunnen helpen. Ik zie ernaar uit om aan aios de hiervoor benodigde kennis en enthousiasme over te dragen! Femke Leenders-Douma HAB jaar 1 Eindhoven Per 1 maart ben ik gestart als docent aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Samen met Merijn van de Laar begeleid ik een eerstejaarsgroep. Ik ben inmiddels 16 jaar huisarts en heb onder andere langere tijd gewerkt in huisartsenpraktijk Helvoirt en de laatste jaren als vaste waarnemer in huisartsenpraktijk Hoge Vliert in Vught. Ik heb veel zin om op een andere manier met mijn vak bezig te zijn en aankomende collega's te begeleiden en 6 6 6 enthousiast te maken voor het mooie huisartsenvak! Zelf volgde ik mijn geneeskunde opleiding in Rotterdam en de huisartsopleiding in Utrecht. Met mijn man en zoon van 15 jaar woon ik in het buitengebied van Boxtel, dichtbij natuurgebied ‘de Kampina’. Ik vind het dan ook heerlijk om er met de hond mooie wandelingen te maken. Verder tennis ik en probeer ik enkele keren per week te hardlopen. Om de week volg ik Franse les; ik spreek de taal zeker niet vloeiend, maar vind het leuk om ermee bezig te zijn, naar Franse chansons te luisteren en de grammatica een beetje bij te spijkeren. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking bij de huisartsopleiding! Anne Wijtvliet HAB jaar 1 Eindhoven In maart begon ik als huisartsbegeleider jaar 1: een oude bekende bij de Universiteit Maastricht, waar ik zowel mijn basisopleiding als de huisartsopleiding volgde. Toch bleven mijn Brabantse roots trekken. Daardoor zal ik vooral te vinden zijn op Strijp-Z in Eindhoven. Ik vind het ontzettend leuk om op de plek waar ik met veel plezier ben opgeleid, nu zelf toekomstige huisartsen mag begeleiden. Samen met nieuwe collega’s en met collega’s die ik nog van mijn eigen opleidingstijd ken. Ik ben inmiddels 7 jaar huisarts in de regio Midden-Brabant als waarnemer in twee verschillende praktijken. Met heel veel plezier, maar het begon toch te kriebelen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging, een uitdaging die ik nu denk te hebben gevonden! Vorig jaar ging ik letterlijk terug naar mijn roots en woon ik in mijn geboorteplaats, Loon op Zand, in het huis waarin ik vroeger ben opgegroeid. Dit samen met mijn vriend Arjen en twee zoontjes: Morris van drie jaar en Teun van twee jaar oud. Ik kijk ernaar uit om jullie in levenden lijve te ontmoeten! 1 e uitgave 2021 Henna Toppenberg GW-er jaar 1 Maastricht Sinds juni vorig jaar ben ik in Maastricht als gedragswetenschapper verbonden aan de huisartsopleiding. Ondanks het vele thuiswerken merkte ik al gauw dat de sfeer bij HAG open en warm is, die me uitnodigt mezelf te zijn. Ik nam de docentenrol (GW) van Marieke Kools over en werd het maatje van Gaston Peek (HAB) in een eerstejaarsgroep, die al enkele maanden voor mijn komst gestart was. Door te zoeken, kijken, voelen en durven doen leerde ik -in lockdown- steeds meer mijn weg te vinden in het begeleiden van de aios. Begin maart ging ik samen met mijn nieuwe maatje (en nieuwe collega) Margot Franssen aan de slag in een nieuwe groep. Ik kijk ernaar uit deze aios te leren kennen en ze te zien ontwikkelen. Naast mijn werk bij de huisartsopleiding werk ik als zelfstandig therapeut in mijn eigen Praktijk voor Psychologie & Mindfulnes. Hier help ik kinderen, jongeren en volwassenen om psychotraumatische ervaringen te verwerken en beter om te gaan met hun eigen emoties en gedachten. De Universiteit Maastricht was al bekend werkterrein door mijn promotieonderzoek naar stigmatiseringsgedrag. Ook HAG was niet nieuw voor mij: ik werkte tijdelijk als wetenschappelijk projectcoördinator/postdoc onderzoeker, voor het project ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Vrienden omschrijven mij als vrolijk, warmhartig, authentiek, sociaal, filosofisch en een beetje eigenzinnig. Ik geniet van samenzijn met mijn twee kinderen Samuel (10 jaar) en Elisa (7 jaar). Ook geniet ik van echt contact maken met anderen. Van wandelen in de natuur, een heerlijke gezonde maaltijd, inspirerende boeken, films en documentaires, van dansen, yoga en van mooie muziek. Graag stel ik mezelf kleine en grote levensvragen met als basisvraag ‘Wie of wat ben ik?’. Ik laat me inspireren. Door het leven zelf. Door te luisteren naar wat ik hoor, maar ook (of juist) naar de stilte achter het geluid, de stilte tussen woorden, de stilte in mijzelf. Door te zien en te doorzien, ook (of juist) datgene wat niet zo zichtbaar is. Door (het spel van het leven) te spelen. Opgaan in het spel, zonder te vergeten dat het een spel is. En door me te verwonderen, over het wonderbaarlijke alles. Sonaily Janga Medewerker onderzoek Ik ben Sonaily Janga en ik werk sinds een jaar bij de vakgroep als onderzoeksmedewerker voor het Gezonde Kindcentra van de Toekomst project (GKT), samen met Marla Hahnraths. En sinds 1 maart 2021 werk ik met Maartje Willeboordse aan het EIT Schools@Once project. 7 Ik studeerde Gezondheidswetenschappen in Maastricht en volgde daarna de Master Health Education and Promotion. Tijdens mijn bachelor werd me duidelijk hoe belangrijk ik preventie vind. Sindsdien ambieer ik het promoten van een gezonde leefstijl. Ik geloof in het promoten van een gezonde leefstijl, vooral bij kinderen. Ik ben dus erg blij dat ik meewerk aan deze twee geweldige projecten. Ik hou van koken, voor vrienden en familie en daarnaast experimenteer ik graag met gezonde en lekkere recepten. Daarnaast vind ik het leuk om te koken voor vrienden en familie. Dansen is mijn passie van kleins af aan. Ik hou ik ook van wandelen en kan erg genieten van de prachtige natuur in Maastricht en omgeving. Ik begon bij HAG precies twee weken voordat we vanwege Covid-19 gingen thuiswerken. Maar ik hoop dat we met z’n allen snel weer op DEB mogen zijn en dat ik mezelf daar in het echt mag introduceren. Tot dan! Katrien Boots Stagecoördinator jaar 2 huisartsopleiding Het papier dat op de deur van mijn werkkamer hangt, zou de oplettende lezer op de hoogte kunnen stellen van het feit dat ik in een zoomoverleg zit en daar graag stilte voor vraag. Aan de jumping jacks boven mijn hoofd te horen -het zouden ook burpees kunnen zijn, maar daar is de frequentie iets te hoog voor-, is mijn oudste zoon al met zijn sportprogramma begonnen zonder mijn papiertje te hebben gelezen. Als ik later op de dag, als de overleggen zijn afgerond, mijn wat koude werkkamer (lang leve een jaren 30-huis) verruil voor de warmere woonkamer, blijkt de kip met gestoomde groenten in de aangrenzende open keuken geduchte tegenstand te krijgen van de boterhammen met pindakaasen-hagelslag en de noedelsoep. De online lessen hebben duidelijk invloed op de culinaire ontwikkeling en de discussie over het concept ‘gezonde lunch’ van de jongens (18, 17 en 15). “Eh jongens, mag het iets zachter, ik probeer te werken hier...”. “Werken? Je bent toch niet in de praktijk?” Juist. Ik ben weer terug bij de opleiding en zal me even voorstellen: mijn naam is Katrien Boots, ik rondde in 2008 mijn huisartsopleiding af in Maastricht en heb sinds 2016 een praktijk in de Maastrichtse wijk de Heeg, waar ik samenwerk met Siamack Sabrkhany. Daarnaast werk ik sinds juli 2020 als stagecoördinator bij de huisartsopleiding. op één lijn 68
Page 8
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Simon Kleijkers Coördinator diensten huisartsopleiding hopen we gelijktijdig studenten te enthousiasmeren voor deze mooie specialisatie! Mijn naam is Simon Kleijkers en ben sinds 1 december 2020 coördinator diensten aan de huisartsopleiding te Maastricht. Als coördinator diensten ben ik de verbindende factor tussen de huisartsopleiding en de aangesloten huisartsenposten. Ik volgde zowel de geneeskundeopleiding als de huisartsopleiding in Maastricht. Inmiddels ben ik 5 jaar werkzaam als praktijkhoudend huisarts in het Gezondheidscentrum in Hoensbroek. Vorig jaar rondde ik de kaderopleiding Spoedzorg af. Vanaf mijn studententijd woon ik met veel plezier in Maastricht. Met mijn vriendin Kirsten ga ik graag wandelen en wielrennen. Ook ben ik lid van de Witte Raven, onder de actieve lezers zeker bekend van de casussen in dit tijdschrift. Nanda Wolfs Coördinator ouderengeneeskunde Mijn naam is Nanda Wolfs. Sinds februari ben ik een dagdeel per week als coördinator ouderengeneeskunde werkzaam binnen de vakgroep huisartsgeneeskunde. In 2016 ben ik bij de VOSON in Nijmegen afgestudeerd als specialist ouderengeneeskunde. Sindsdien werk ik bij Cicero Zorggroep op diverse locaties in Zuid-Limburg. Voorheen werkte ik als huisarts (2012, Huisartsopleiding Maastricht), maar uiteindelijk won de ouderengeneeskunde mijn hart! Mijn werkzaamheden zijn zeer divers. Ik ben zowel binnen het verpleeghuis als bij mensen thuis of in de huisartsenpraktijk te vinden (1e lijn). Specialist ouderengeneeskunde is een prachtig vak! Je wordt uitgedaagd om over grenzen heen te kijken. Het werk gaat verder dan de behandeling van een ziekte. Het welzijn van patiënten, in de breedst mogelijke zin van het woord, staat voorop. Met een multidisciplinair team zorg je ervoor dat een patiënt zo optimaal mogelijk kan functioneren binnen de aanwezige beperkingen. Maar je biedt ook begeleiding als het einde van het leven in zicht is. In dit werk gaat het echt om kwaliteit van leven, ook als de duur van dat leven nog maar kort is. Je wordt uitgedaagd om naar het totaalplaatje te kijken en inventief te zijn om datgene wat wél mogelijk is waar te maken. De liefde voor dit vak, maar ook de mogelijkheden en uitdagingen binnen het specialisme, wil ik graag met anderen, met name geneeskundestudenten, delen. Samen met collega Mathieu Prevoo, zal ik aan de slag gaan om de ouderengeneeskunde meer in te bedden binnen het basiscurriculum van de geneeskunde opleiding. En natuurlijk 8 8 8 En als ik niet werk? Dan ga ik graag samen met mijn echtgenoot en 2 mooie dochters (7 en 5 jaar) wandelen en fietsen door het Limburgse heuvelland. Daarnaast ben ik regelmatig te vinden op de tennisbaan, maar geniet ik ook van een avond op de bank met een mooi boek. Margot Franssen HAB jaar 1 Maastricht Mijn naam is Margot Franssen. Sinds 1 maart begeleid ik samen met Henna Toppenberg een AIOSgroep. Ik ben geboren in Breda en sinds de start van de opleiding Geneeskunde in 1998 woon ik in Maastricht. In 2008 rondde ik de huisartsopleiding, eveneens in Maastricht, af. Om nu terug te keren bij de opleiding als docent is voor mij een bijzondere en leuke ervaring. De afgelopen 10 jaar ben ik praktijkhouder geweest in de wijk Heer in Maastricht. In deze periode heb ik, onder andere, deel uitgemaakt van de werkgroep huisartsgeneeskunde GGZ. Eind 2020 stopte ik met de praktijk, een moeilijke maar bewuste keuze. Momenteel werk ik als waarnemend huisarts in wisselende praktijken in de regio en op de huisartsenpost. Dit geeft mij de flexibiliteit om deze nieuwe uitdaging in het onderwijs aan te gaan. Naast het HAB-schap ben ik COREdocent (consultvoering en reflectievaardigheden) voor jaar 3 in de basisopleiding Geneeskunde. Helaas maken Corona-maatregelen het veelal nog niet mogelijk elkaar fysiek te ontmoeten. Hopelijk kan dit wel weer in de loop van het jaar! 1 e uitgave 2021 ‘Slapen als een oermens’ Een praktisch boek voor patiënten met slapeloosheid en een hulpmiddel voor de huisarts MERIJN VAN DE LAAR, ADJUNCT-HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT EN SLAAPWETENSCHAPPER Slapeloosheid is een veel voorkomend probleem. Eén op de 5 mensen heeft last van inslaapproblemen, doorslaapproblemen en/of vroeg wakker worden. De huisarts wordt vaak geconfronteerd met de machteloosheid van de slapeloze en het is lastig om iets tastbaars te kunnen bieden in de spreekkamer. In het boek ‘Slapen als een oermens’ worden in begrijpelijke taal handvatten gegeven voor patiënten op weg naar een betere slaap zonder pillen. Het boek is gebaseerd op de gouden standaard in de aanpak voor langdurige slapeloosheid en volgt de principes van de cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I). De effectiviteit van deze behandeling is zeer hoog. Zo beschrijven van Straten et al.1 in hun meta-analyse dat na CGT-I de ernst van de slapeloosheid sterk afnam en dat de kwaliteit van de slaap sterk toenam. Tijdens mijn promotieonderzoek kwam naar voren dat 83 procent van de mensen met primaire slapeloosheid na CGT-I geen klinisch relevante slaapproblemen meer had. Bij de mensen met bijkomende psychiatrische problematiek waren de behandeleffecten minder groot. Desondanks nam de tijd die ze nodig hadden om in slaap te komen af van ongeveer anderhalf uur tot drie kwartier en gaven zij aan gemiddeld een uur langer te slapen na therapie. Ook lieten zij significant minder somberheidsklachten zien.2 Een van de belangrijkste elementen van CGT-I is slaaprestrictie. Bij deze methode wordt de tijd in bed verkort tot de tijd die de patiënt daadwerkelijk denkt te slapen. Met gebruik van een slaapdagboek wordt de beginsituatie en de voortgang gemonitord. Uit onderzoek door Falloon3 (2015) blijkt dat huisartsen grote effecten kunnen behalen door deze behandelstrategie toe te passen. Patiënten die deze methode bij hun huisarts volgden hadden een 2.7 keer grotere kans om volledig van hun slapeloosheid af te komen. 1 Van Straten A, van der Zweerde T, Kleiboer A, Cuijpers P, Morin C, Lancee J. Cognitive and behavioral therapies in the treatment of insomnia: a meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2018;38:3-16 2 Van de Laar M, Pevernagie D, van Mierlo P, Overeem S. Psychiatric comorbidity and aspects of cognitive coping negatively predict outcome in cognitive behavioral treatment of psychophysiological insomnia. Behavioral Sleep Medicine. 2015;13: 140-56. 3 Falloon K, Elley C, Fernando A, Lee A, Arroll B. Simplified sleep restriction for insomnia in general practice: a randomised controlled trial. The British Journal of General Practice. 2015;65:508-15. dr. Merijn van de Laar Verder hadden zij gemiddeld een betere slaapkwaliteit en minder last van vermoeidheid dan in de controlegroep. In de praktijk blijkt dat patiënten vaak willen weten waarom ze slecht slapen en meer grip willen krijgen op het probleem. Daarom gaat het boek ‘Slapen als een oermens’ net een stap verder. Het bespreekt hoe het standaard advies ‘Je moet 8 uur slapen’ een grote druk kan leggen op de slapeloze en waarom dit advies niet wetenschappelijk onderbouwd is. Verder plaatst het de slaapproblemen in een evolutionair perspectief en wordt uitgelegd hoe het komt dat de ene persoon slecht slaapt en de andere niet en wat je daaraan kan doen. Het geeft concrete handvatten voor de patiënt met slapeloosheid om weer meer grip kan krijgen op het slaapprobleem. Het biedt daarmee voor de huisarts een duidelijke ondersteuning in de begeleiding en behandeling van mensen met slapeloosheid. Slapen als een Wat de evolutie ons leert over een goede slaap 9 op één lijn 68 oermens
Page 10
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 I-HARP Tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen DOOR STEPHANIE AMENT, POSTDOC ONDERZOEKER UM Vaak hebben mensen met gevorderd hartfalen palliatieve zorgbehoeften. Helaas worden deze niet of niet tijdig herkend. Het hulpmiddel I-HARP is ontwikkeld om zorgverleners te faciliteren bij het tijdig signaleren van deze zorgbehoeften bij patiënten met gevorderd hartfalen. Ook bevat het hulpmiddel adviezen over in te zetten interdisciplinaire zorg. Wat is er aan de hand? In 2019 waren 238.700 Nederlanders bekend met hartfalen (bron 1). Door innoverende behandelingen en de vergrijzing is de verwachting dat het aantal mensen met gevorderd hartfalen verder toeneemt. Hartfalen kan veel impact hebben op het welbevinden, niet alleen de patiënten zelf, maar ook voor hun naasten. De kwaliteit van leven is evenzeer beperkt als bij mensen met ongeneeslijke kanker. Palliatieve zorg kan veel voor mensen met gevorderd hartfalen betekenen. Uit onderzoek blijkt dat het kan leiden tot verbeterde patiëntenuitkomsten, kwaliteit van leven, documentatie van toekomstige zorgpreferenties en minder zorgkosten (bron 2). Toch ontvangen zij veel minder vaak palliatieve zorg dan, bijvoorbeeld, mensen met kanker. Het tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij deze groep patiënten is meestal niet eenvoudig. Dit komt, onder andere, door de complexiteit van het hartfalen en omdat mensen met deze chronische aandoening het gevoel hebben dat er tijdens een consult niet veel te melden valt. De moeilijk in te schatten prognose maakt het extra ingewikkeld om het met de patiënt en de naasten over palliatieve zorg te hebben. Is het in het ziekenhuis al besproken? I-HARP biedt handvatten Om zorgverleners te helpen bij het tijdig en laagdrempelig signaleren van palliatieve zorgbehoeften bij mensen met gevorderd hartfalen hebben het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) en het Radboud UMC een hulpmiddel voor zorgverleners ontwikkeld: I-HARP (Identificeren van patiënten met HARrtfalen met Palliatieve zorgbehoeften). Het hulpmiddel bestaat uit open voorbeeldvragen om het gesprek te starten, signaleringsvragen en optionele doorvraagsuggesties om palliatieve zorgbehoeften te herkennen en advies voor de zorgverlener over te ondernemen (interdisciplinaire) acties. Het hulpmiddel I-HARP is samen met mensen met gevorderd hartfalen, naasten, zorgverleners en experts ontwikkeld. Vooraf zijn de wensen van gebruikers zoals verpleegkundigen, huisartsen, praktijkondersteuners, specialisten ouderengeneeskunde en cardiologen in kaart gebracht. Het hulpmiddel moest laagdrempelig in gebruik zijn (juist bij mensen waarbij nog nooit over palliatieve zorg gesproken was), moest zich specifiek richten op hartfalen en moest ook aandacht hebben voor de naaste (bron 3). Het ontwikkelproces bestond uit focusgroepen, interviews, literatuuronderzoek, een co-creatiesessie en twee testfasen met verschillende feedbackrondes (bron 4). Gedurende het ontwikkelproces waren patiënten, naasten en zorgverleners die zorg verlenen aan mensen met gevorderd hartfalen betrokken. De laagdrempeligheid van de vragen is ook getoetst door Expertisecentrum Pharos. Deze patiënten zien vaak veel verschillende zorgverleners. I-HARP is daarom zo ontwikkeld, dat het door iedere zorgverlener en in iedere zorgsetting kan worden toegepast. Denk aan het ziekenhuis, de thuissituatie, het verpleeghuis en natuurlijk de huisartsenpraktijk. Voor zorgverleners en zorginstellingen die I-HARP willen implementeren in hun praktijk is er ook een I-HARP e-learning en workshop voor verpleegkundigen en praktijkondersteuners beschikbaar. Meerwaarde voor de huisartspraktijk Yvo Kesler is als kaderhuisarts palliatieve zorg werkzaam in de Maastrichtse huisartsenpraktijk Daalhof. Daarnaast is hij voorzitter van een van de Palliatieve Zorg Thuis (PaTz) groepen in Maastricht. Het doel van een PaTz-groep is om 10 10 10 op één lijn 68 vroegtijdig mensen met palliatieve zorgbehoeften in beeld te brengen zodat er op geanticipeerd kan worden. In de PaTzgroep zijn huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en inhoudelijk deskundigen palliatieve zorg betrokken. “Het is vaak lastig om palliatieve zorgbehoeften bij hartfalen te herkennen. Vaak start je met de behandeling van de patiënt met hartfalen en beweeg je met ze mee: een beetje bumetanide erbij, wat bètablokkers toevoegen, soms eens insturen bij een decompensatie. Met de patiënt is vaak nog niet het gesprek aangegaan over de achteruitgang, terwijl het herkennen van de palliatieve fase uiterst belangrijk is. Dat laatste doen we te weinig!” Volgens Yvo is I-HARP een handig gespreksinstrument om dit gesprek aan te gaan. “Verschillende thema’s komen aan bod waaronder ook de mogelijke behandelbeperkingen. Daarnaast levert dit een gestructureerde aanpak op en weet je dus exact wat je al besproken hebt met de patiënt. Begin ook op tijd met advance care planning. I-HARP kan hier een handig hulpmiddel bij zijn.” Toepassing in de praktijk I-HARP is een hulpmiddel dat je als huisarts standaard kan inzetten bij mensen met toenemend hartfalen. “Door de toepassing van I-HARP krijg je de persoon met hartfalen beter in beeld, ken je de specifieke behoeftes, problemen en zorg je ervoor dat diegene langer stabiel blijft. Bij calamiteiten ben je beter op de hoogte van de specifieke zorgwensen.” De praktijkondersteuner heeft een belangrijke signalerende rol binnen de praktijkondersteuner zorg. Yvo: “De praktijkondersteuner is juist de schakel tussen de patiënt en huisarts. De praktijkondersteuner lijkt mij de aangewezen persoon om de palliatieve zorgbehoeften in kaart te brengen. Vaak bestaat er binnen de ketenzorg een DBC-hartfalen en I-HARP zou hier standaard deel van mogen uitmaken.” Binnen de PaTz-groep kan I-HARP helpen bij het herkennen van de palliatieve fase bij mensen met hartfalen. “Een wijkverpleegkundige kan toevallig iets signaleren en dat kan dan de aanleiding zijn om I-HARP af te nemen bij een patiënt. Buiten de PaTz-groep om kun je dan verder afstemmen met de overige zorgverleners wat het beste vervolg gaat zijn.” Overige informatie over PaTz kun je vinden op www.patz.nu Meerwaarde in het verpleeghuis Daisy Janssen, specialist ouderengeneeskunde en hoofdonderzoeker van het I-HARP project: “In het verpleeghuis zijn we vaak al bewust bezig met het integreren van palliatieve zorg met ziektegerichte behandeling en het tijdig herkennen van de laatste levensfase. Toch hebben we vaak te weinig oog voor de ziekte hartfalen, die zo frequent bij onze bewoners voorkomt. Vaak overschaduwt de reden voor opname de ziekte hartfalen die als comorbiditeit voorkomt, maar wel heel veel negatieve consequenties kan hebben voor de kwaliteit van leven. I-HARP kan helpen om oog te hebben voor de gevolgen van hartfalen bij onze bewoners.” Conclusie Het hulpmiddel I-HARP en de bijbehorende korte e-learning voor praktijkondersteuners en verpleegkundigen zijn te vinden op het landelijke kennisplatform over palliatieve zorg Palliaweb. Aanvullend aan de e-learning worden I-HARP workshops georganiseerd. De workshop wordt georganiseerd door de CIRO Academy en is ontwikkeld in samenwerking met het Expertisecentrum Palliatieve Zorg van het Maastricht UMC+. Meer info over de workshop: academy@ciro-horn.nl I-HARP is een project van de Universiteit Maastricht AWOZL, Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+), Radboud UMC en Harteraad. Het project is onderdeel van het ZonMw-programma ‘Palliantie. Meer dan zorg.’ De eigenaar van I-HARP is Expertisecentrum Palliatieve Zorg MUMC+. Meer info: Stephanie Ament, postdoc onderzoeker s.ament@maastrichtuniversity.nl Referenties 1) https://nederlandsehartregistratie.nl/ hartenvaatcijfers/ziektebeelden/hartfalen/ 2) Diop MS, Rudolph JL, Zimmerman KM, Richter MA, Skarf LM. Palliative Care Interventions for Patients with Heart Failure: A Systematic Review and MetaAnalysis. J Palliat Med. 2017 Jan;20(1):84-92. doi: 10.1089/jpm.2016.0330. 3) Janssen, D. J., Ament, S. M., Boyne, J., Schols, J. M., Rocca, H.-P. B.-L., Maessen, J. M., & van den Beukenvan Everdingen, M. H. (2020). Characteristics for a tool for timely identification of palliative needs in heart failure: The views of Dutch patients, their families and healthcare professionals. European Journal of Cardiovascular Nursing, 19(8), 711–720. https://doi.org/10.1177/1474515120918962 4) Ament SMC, van den Beuken-Everdingen M, Maessen JMC, Boyne J, Schols JMGA, Stoffers HEJH, Bellersen L, Brunner-La Rocca HP, Engels Y, Janssen DJA. Professionals guidance about palliative medicine in chronic heart failure: a mixed-method study. BMJ Support Palliat Care. 2020 Nov 26:bmjspcare-2020-002580. doi: 10.1136/ bmjspcare-2020-002580. 11
Page 12
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Promotie 24 juni 2021 Ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de huisartsenpraktijk DOOR KRYSTLE PENDERS, PSYCHOLOOG Stelling: De huisarts is de aangewezen persoon om persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen te signaleren. Op donderdag 24 juni 2021 om 12.00 uur verdedig ik mijn proefschrift “Detecting personality disorders in older adults in general practice. The evaluation and validation of the Gerontological Personality disorders Scale”. Oorspronkelijk stond deze ceremonie gepland op 21 januari jl. Door de toenmalige maatregelen (COVID-pandemie), waardoor promoties uitsluitend online konden plaatsvinden, werd ik in de gelegenheid gesteld om mijn verdediging te verplaatsen. Ik hoop dan ook dat ik hierdoor 10 jaar onderzoek alsnog mag afsluiten met een verdediging in de Minderbroedersberg met (enig) publiek. Ongeveer één op de acht zestigplussers in de algemene bevolking heeft een persoonlijkheidsstoornis. Deze personen hebben een star patroon van persoonlijkheidstrekken, waardoor ze onvoldoende in staat zijn hun gedrag aan te passen aan wisselende omstandigheden. Dit leidt tot problemen op meerdere belangrijke levensgebieden. Deze ouderen vormen een grote uitdaging voor de huisarts die, gezien zijn spilfunctie in de gezondheidszorg, veelvuldig met hen in contact komt. Ouderen met persoonlijkheidsproblematiek hebben een grote zorgconsumptie en er is geregeld sprake van een verstoorde arts-patiënt relatie, (in)directe behandelafwijzing, verminderd behandeleffect en relationele problemen. Door persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen al in de huisartsenpraktijk op te sporen, kan veelvuldig en onnodig medisch onderzoek voorkomen worden en kunnen gerichte behandelingen worden ingezet. Daarnaast kan de huisarts en/ of praktijkondersteuner zijn benadering beter afstemmen om interpersoonlijke conflicten zoveel mogelijk te voorkomen. Het faciliteert ook een meer gerichte doorverwijzing naar de (specialistische) GGZ, waar voortgezette diagnostiek en behandeling kan worden ingezet. Helaas wordt persoonlijkheidsproblematiek bij ouderen vaak niet als zodanig herkend wegens het gebrek aan geschikte instrumenten. In de hoop de huisarts en/of praktijkondersteuner een geschikt instrument voor de signalering van persoonlijkheidsproblematiek op latere leeftijd te kunnen bieden, onderzochten we de Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS) in de huisartsenpraktijk. We keken onder andere naar verschillende psychometrische eigenschappen en de praktische bruikbaarheid van zowel de zelfrapportage als informantversie (rapportage door anderen) van dit kort en leeftijdsspecifiek instrument. Ons onderzoek liet zien dat beide versies over een goede testhertest betrouwbaarheid beschikten, maar dat de interne consistentie beperkt was. De informantversie bleek beter in staat persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen op te sporen dan de zelfrapportage van de GPS. De overeenstemming tussen beide versies varieerde van matig tot goed, afhankelijk van welke informatie bevraagd werd. Informanten rapporteerden veelal meer pathologie dan de ouderen zelf. Twee van de in totaal 16 items (te weten ‘zorgen maken over eigen gezondheid’ en ‘bang zijn anderen te verliezen’) bleken minder toegankelijk voor informanten te zijn. Relationele aspecten zoals de aard en de kwaliteit van de relatie bleken geen rol te spelen in de mate overeenstemming tussen beide GPS-versies. ‘Aardigheid’ was wel van belang; lagere scores op aardigheid gingen gepaard met hogere informant-gerapporteerde GPS-scores, hetgeen meer persoonlijkheidsproblemen impliceert. Huisartsen en praktijkondersteuners gaven aan dat persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen een belangrijk thema binnen de huisartsenpraktijk is, waarbij ze behoefte hebben 12 12 12 1 e uitgave 2021 aan hulpmiddelen ter herkenning ervan. Zij waren positief over hun ervaring. Als pluspunten werden genoemd: de heldere en beknopte inleiding, de duidelijke en korte vragen, de eenvoudige, soepele en korte afname ervan. Het gebruik van de GPS maakte hen meer bewust van de problematiek en leidde tot verrassende nieuwe inzichten over de patiënten. Ook gaven de professionals aan dat gebruik van de GPS aanzette tot reflectie. Wel voelden ze enige terughoudendheid bij de afname van ‘intieme’ items over suïcide en seksualiteit, wat het gevolg leek te zijn van een gebrek aan kennis en expertise over persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Factoren als De Örenäs onderzoeksgroep Tijdige diagnostiek van kanker DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR ONDERZOEK Iedere huisarts kent patiënten die zich bijvoorbeeld presenteren met een onschuldig bloedverlies, maar later toch darmkanker blijken te hebben. Of patiënten met een goedaardig voelend knobbeltje in de borst dat uiteindelijk maligne bleek te zijn. Daarnaast kent iedereen voorbeelden van patiënten bij wie pas in een laat stadium kanker werd gevonden omdat de benodigde diagnostiek niet eerder kon worden verricht; voorbeelden die in deze tijden van COVID-19 cynisch genoeg actueel zijn geworden. Niemand wil zoiets meemaken maar het gebeurt toch en het probleem houdt zich niet aan landsgrenzen. Deze en vergelijkbare ervaringen waren aanleiding voor een groep Europese huisartsen om in 2013 een groep op te richten die zich richt op onderzoek naar de tijdige diagnostiek van kanker door huisartsen in Europa. De groep werd vernoemd naar de plaats van oprichting: het prachtige slot Örenäs in Zweden. In de groep zijn 20 Europese landen en bijna evenveel talen vertegenwoordigd. De gedachte is dat huisartsen uit de deelnemende landen van elkaar kunnen leren hoe de tijdige diagnostiek van kanker verder verbeterd kan worden. Internationale verschillen op dit gebied zijn overigens groot. Zo werd geschat dat in het Verenigd Koninkrijk jaarlijks 6000-7000 mensen overlijden als gevolg van het relatief laat diagnosticeren van kanker. Maar er zijn ook landen waar de vijfjaarsoverleving aan kanker veel groter is, zoals in Finland en Oostenrijk. Nederland neemt daarbij een middenpositie in. Internationale verschillen worden deels verklaard door de mogelijkheid om patiënten snel te kunnen verwijzen (Denemarken is een positief voorbeeld), mogelijkheden van aanvullende diagnostiek door de huisarts, en de al of niet directe toegang (dus zonder verwijzing) tot tweedelijns zorg. In het verlengde daarvan is een goede communicatie tussen huisarts en ziekenhuisspecialist relevant. Daarnaast zijn patiënt-gerelateerde factoren belangrijk; het gaat dan om kennis van ziekte en gezondheid. Met veel interesse en plezier (hoewel dat laatste raar klinkt als het over kanker gaat) ben ik de vertegenwoordiger namens Nederland in de Örenäs studiegroep. Diverse huisartsen in Nederland hebben iets van ons werk gezien, onder andere toen ze door ons werden benaderd met de vraag om een enquête in te vullen over hun ervaringen met de diagnostiek van kanker. Onze zustervakgroepen in Leiden en Amsterdam hebben aan dat onderzoek belangrijk bijgedragen. Op dit moment loopt een kleiner vragenlijstonderzoek in onze eigen regio en er volgen beslist nog meer studies. De Örenäs onderzoeksgroep gaat geïnspireerd en vol energie door op de ingeslagen weg en laat beslist weer van zich horen. • Harris M, et al. Identifying important health system factors that influence primary care practitioners’ referrals for cancer suspicion: a European cross-sectional survey. BMJ Open 2018;8:e022904 • Harris M, et al. How European primary care practitioners think the timeliness of cancer diagnosis can be improved: a thematic analysis. BMJ Open 2019;9:e030169 • Harris M, et al. Primary care practitioners’ diagnostic action when the patient may have cancer: an exploratory vignette study in 20 European countries. BMJ Open 2020;10:e035678 gevalideerd zijn, de afname-indicatie evenals het ontvangen van scholing en training over deze problematiek op latere leeftijd en het gebruik van de GPS, faciliteren mogelijk het gebruik van de GPS binnen deze setting. Ouderen en informanten gaven aan dat de items duidelijk waren geformuleerd, begrijpelijk en niet vervelend of confronterend waren. Kortom, uit ons onderzoek blijkt dat de GPS (informantversie) een adequaat, bruikbaar en geaccepteerd instrument is voor het (vroegtijdig) signaleren van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen in de huisartsenpraktijk. 13 op één lijn 68
Page 14
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 OOK en de Witte Raven Alleen de griep? DOOR PAUL HÖPPENER EN TONNIE VAN KESSEL, HUISARTSEN NP De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. Een nieuwe casus uit de oude doos: alleen de griep? Samenvatting van de ontslagbrief Een 33-jarige man meldt zich, na een zeer drukke werkmaand en tijdens een griepepidemie, plotseling ziek met hoge koorts (’s avonds tot 40 graden), koude rillingen, prikkelhoest, hoofdpijn, spierpijnen en algemene malaise. Omdat zijn BSE extreem hoog is (109), vertrouwt zijn huisarts het niet. Hij wordt met spoed opgenomen in het academisch ziekenhuis. Geschiedenis Eerder: mononucleosis infectiosa? Heeft 5 jaar voor een charitatieve organisatie gewerkt in een “rural area” van India, een regio waar veel tuberculose, parasitaire infecties en worminfecties voorkwamen. Malaria kwam in zijn werkgebied zelden voor. Is zelf nooit ziek geweest in India. Een jaar geleden kwam hij terug. Familie: Moeder en broer bekend met nietactieve sarcoïdose. Medicatie: 1 jaar geleden en 3 weken geleden griepvaccinatie. Drie keer BCG wegens negatieve PPDTEST (Mantoux). Onderzoek bij opname: Temp. 40,1 C. Hoofd: Geïnjiceerde conjunctivae. Geen lymfomen. Centraal veneuze druk niet verhoogd. Geen nekstijfheid. Bloeddruk 120/70 Hart: ictus in medioclaviculairlijn, normaal. Geringe systolisch souffle, Stroomdiagram zoekmethode www.witteraven.org 14 14 14 De oplossing van de vorige keer: Dermatomyositis vermindert met expiratie, normale gespleten 2e toon. Longen: g.a. Abdomen: Lever en milt niet palpabel. Geen slagpijn lever. Rectaal toucher g.a. Extremitei¬ten: g.b.. Oogfundus g.a. Laboratorium: BSE: 109 mm na 1 uur; Hb 7,40 mMol/L; Ht: 39%; Leuko’s. 8200-22.500; Thrombo’s: 124.000-180.000; Eosenofielen 19,31 x 11; Diff.: linksverschuiving met toxische korreling. Sternumpunctaat: Toxisch beeld, veel promyelocyten, maar verder goede differentiatie. Na: 143mMol/L; K: 4,6mMol/L; Ureum 3,1mMol/L; Kreatinine 75mMol/L Normale leverfuncties en nierfunctie. Normaal eiwitspectrum. Cholesterol 4,2mMol/L; Glucose tijdens koortsperiode 9,5 mMol/L Bacteriologie: Bloedkweken steriel. Faeceskweek typhus, paratyphus en dysenterie: negatief. Geen parasieten gezien in de faeces. Dikke druppel, meerdere keren: geen malaria. Paul Bunnell, meerdere keren: negatief. Toxoplasmose complement bind. reactie negatief. Sabin 1: 128. Widal en Bang negatief. Urine: alb. sp. tot negatief, verder geen bijzonderheden. Kweek steriel. Virus serologie: Significante titerstijging voor influenza groep C, 1:8 op de 6e ziektedag en tot 1 :32 op 19e ziektedag. Leptospirosis negatief. Coxsackeygroep virussen negatief. ECG: Sinusritme, g.b. X-Thorax: geen afwijkingen, hart en longen normaal. Beloop Patiënt blijft zeer hoge koorts houden en heeft frequente aanvallen van koude rillingen. Hij voelt zich hondsberoerd en doodziek, zijn algemene conditie holt achteruit. Er is nog steeds geen diagnose, een dubbele antibioticakuur heeft geen enkel effect, de behandelend hoogleraar grijpt met de handen in het schaarse haar, wat is hier aan de hand? De tijd dringt. OOK-gevoel bij huisarts en specialist Op de zesde dag van opname wordt de patiënt wakker met pijn net boven de rechter ribbenboog, gebonden aan inspiratie, met verergering van de prikkelhoest. Bij diep ademen hoort hij een zwak, ruw en laagfrequent schurend geruis boven het maximale pijnpunt, en ‘voelt ook iets schuren’ ter plekke. Stelt u OOK met succes de diagnose? De oplossing kunt u insturen naar: op1lijn@maastrichtuniversity.nl Die laatste casus leek iets te gemakkelijk want al snel kregen we een aantal mails met goede oplossingen. Dit was de volgorde van de juiste inzendingen: Johan Evers, Jos Ridderbeks, Tessa Severijns, Lucinda Coumans, Sanne van der Heijden en Connie Stumpel. 1 e uitgave 2021 Wetenschapsonderwijs Subsidie Innovatiefonds maakt vernieuwing mogelijk DOOR NIELS BEURSKENS, MARK SPIGT & JESSE JANSSEN, SENIORONDERZOEKERS Onlangs ontving een projectgroep van de Vakgroep huisartsgeneeskunde een subsidie van het Innovatiefonds Huisartsgeneeskunde voor het project ‘Ontwikkeling van een innovatieve blended learning module waarin evidencebased medicine (EBM) en shared decision making (SDM) geïntegreerd worden aangeboden’. In het wetenschapsonderwijs van de huisartsopleiding zoeken wij continu naar een vorm die aansluit bij de wensen en verwachtingen van de aios, maar die tegelijkertijd ook voldoet aan wat experts vinden dat de aios moet leren, plus die gebaseerd is op hetgeen we weten dat werkt. Over dat laatste is nog niet zo veel bekend, maar experts zijn het erover eens dat EBM zo veel mogelijk geïntegreerd met de klinische praktijk moet worden aangeboden. Wij ervaren dat dat ook goed aansluit bij hoe aios het beste leren. We zoeken naar een vorm die praktijkgericht is en die voldoende bagage meegeeft aan de academisch gevormde huisarts, bij voorkeur zonder droog en saai te worden. Door EBM en SDM geïntegreerd aan te bieden wordt de praktijksituatie beter nagebootst en wordt de aios gestimuleerd om de EBM- en SDM-vaardigheden daadwerkelijk praktisch toe te passen bij de individuele patiënt, in plaats van het te zien als een losstaand onderdeel. Een mooi voorbeeld waarbij de vakgroep en huisartsopleiding samen werken aan wetenschap en opleiding binnen de huisartsgeneeskunde! Innovatieproject Huisartsopleiding Coachen van zelfsturend leren DOOR ANGELIQUE TIMMERMAN, DOCENT HUISARTSOPLEIDING In april start in Maastricht het project ‘Coachen van zelfsturend leren tijdens de huisartsopleiding’. Het project wordt gefinancierd voor drie jaar vanuit het innovatiefonds van de SBOH. De aanleiding voor dit project is dat het coachen van de individuele aios een uitdaging bleek, juist bij het leren in de dynamische setting van de huisartsenpraktijk. De ontwikkeling van het zelfsturend leren tijdens de huisartsopleiding vindt plaats binnen de opleidingsdriehoek (zelfstudie, praktijk, cursorisch onderwijs). Het doel van het project is om docenten te ondersteunen en faciliteren bij het coachen van leren in deze opleidingsdriehoek. Daarbij onderzoeken we hoe het IOP en het e-portfolio hierin optimaal kunnen ondersteunen. Tijdens het project worden workshops voor docentprofessionalisering (‘train-the-trainer’) en coaching interventies ontwikkeld voor aios en opleiders. Deze worden ingezet en geëvalueerd in een pilot bij docentenkoppels (HAB en GW) tijdens het opleidingsjaar. Deze onderwijsinnovatie wordt ondersteund door een landelijk platform van stafleden van de acht huisartsopleidingen, opleiders, aios en experts op het vlak van werkplekleren, om de vertaling naar de onderwijspraktijk van de opleidingen te faciliteren. Vanuit de huisartsopleiding Maastricht zitten Angelique Timmerman (projectleider) en Marieke Kools in het landelijke kernteam. Voor meer informatie: a.timmerman@maastrichtuniversity.nl 15 op één lijn 68
Page 16
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 NHG webinar Samen is het lastig, maar wel leuk! DOOR LOES VAN BOKHOVEN, UNIVERSITAIR HOOFD DOCENT EN HUISARTS IN ELSLOO Vrijdag 5 februari had Maastricht de eer om de jaarlijkse Wetenschapsdag van het Nederlands Huisartsen Genootschap te mogen verzorgen. Online dit keer. De dag was verdeeld over twee data. Op 11 februari was het tweede deel gepland. Ruim tweehonderd collegahuisartsen en -onderzoekers logden in. Het thema was ‘Teamwork in wetenschap, praktijk en onderwijs’. Aan mij de eer om, samen met onze Nijmeegse collega huisartsonderzoeker Henk Schers, de Keynote te verzorgen. Dat leverde leuke uitdagingen op, op verschillende vlakken. Samen online Het onhandige van huisarts-onderzoekers die praktijk combineren met academisch werk is, dat ze altijd op die andere plek zijn, als je ze nodig hebt. Als de een achter zijn academische bureau zit, is de ander spreekuur aan het doen. Dat is lastig. Leuk was het om, voor de opname van de lezing, een kijkje te mogen nemen in een andere keuken. Die van gezondheidscentrum Thermion in Lent in dit geval: een heel groot centrum, waar verschillende eerstelijns disciplines onder één dak samenwerken en innoveren. Acht huisartsen, van wie maar liefst vijf gepromoveerd. Genoeg voorbeelden dus voor onze presentatie. Online presenteren bleek nog een uitdaging op zich: hoe maak je contact met je publiek, terwijl je dat niet ziet? We besloten tot een soort tweegesprek met af en toe een blik op de denkbeeldige luisteraar. Als we dat vaker moeten doen, vereist dat wel een kleine cursus autocue lezen en wat meer regie-instructies, zodat het online publiek het gevoel heeft dat je het aankijkt. Maar oefening baart kunst en gelukkig kwam onze boodschap goed over, getuige het verzoek van onze nationale wetenschapsfinancier na afloop om de presentatie als onderwijsmateriaal te mogen inzetten. Dat lukt niet bij een live presentatie. Onderzoek waar de praktijk wat aan heeft ‘Verbinden van praktijk en onderzoek. Samen is het lastig, maar wel leuk!’ was onze titel. We hebben laten zien dat voor veel van de problemen waar we als huisartsen in de praktijk mee te maken hebben, de klassieke, epidemiologische onderzoeksmethoden niet geschikt zijn. Denk aan thema’s als interprofessioneel samenwerken, zorginnovatie of de artspatiëntrelatie. Daarvoor is de praktijk veel te complex. Met complex bedoelen we iets anders dan ingewikkeld. Ingewikkeld is als een kluwen draadjes in de knoop: als je maar lang genoeg peutert, vind je vanzelf het uiteinde. Voor dat soort problemen is het klassieke onderzoek prima geschikt. Complex zijn problemen zonder één duidelijk eindpunt. Daar zijn zoveel factoren op van invloed (en die factoren zijn niet allemaal vooraf te voorspellen), dat de uitkomst erg afhankelijk is van die factoren uit de context. Een klassiek voorbeeld is een zwerm vogels. Het succes van hun vlucht hangt af van heel veel factoren, die lang niet allemaal vooraf te voorspellen zijn, zoals de beschikbaarheid van voedsel in een gebied. Onderzoek naar complexe problemen in de huisartsenpraktijk moet plaatsvinden in de praktijk, waarbij we samen optrekken met de huisartsen en andere medewerkers, omdat zij de experts zijn als het gaat om de lokale context. Bovendien werkt een grootschalige, vooraf geplande studie-opzet niet. Voordat een dergelijk onderzoek tot resultaten heeft geleid, is de praktijk alweer veranderd. Collega Henk Schers haalde een prachtig voorbeeld aan van monitoring op afstand bij mensen in de palliatieve fase van een ziekte. Toen zij het onderzoek bedachten, wilden ze aan de slag met een monitor die op het voeteneinde van het bed gemonteerd zou worden. Toen het onderzoek was goedgekeurd, had de tablet zijn intrede gedaan en tegen het einde van het project was ook die verouderd en had iedereen een mobiele telefoon met camera. Er is dus behoefte aan onderzoek dat veel sneller resultaten oplevert. Dat kan door minder vooraf te ontwerpen en sneller kleinschalig nieuwe dingen uit te proberen, daarop te reflecteren en bij te stellen. Je krijgt dan veel meer inzicht in wat er nodig is voor een succesvolle verandering. Gelukkig zijn we in de eerste lijn niet de enigen met dat probleem. Ook collega’s in bijvoorbeeld productontwikkeling, sociale studies en onderwijskunde hebben hiermee te maken. Van hun onderzoeksmethoden kunnen we dus dankbaar gebruik maken. Maar daarmee zijn we er nog niet. Onderzoek naar complexe problemen in de huisartsenpraktijk vraagt ook om onderzoeksgroepen die met één been in de academie en het andere in de praktijk staan, of onderzoekers die allebei kunnen. Het mooiste voorbeeld zijn daarbij onze AIOTHO’s, artsen die de opleiding tot huisarts combineren met die tot onderzoeker. Hun meerwaarde lieten ze in de loop van de ochtend prachtig zien. 16 16 16 1 e uitgave 2021 Online congres Twee AIOTHO’s gaven in de loop van de ochtend namelijk een pechakucha. Dit is een presentatievorm waarbij in 200 seconden iemand een verhaal vertelt bij 20 dia’s die elke 10 seconden wisselen. Gelukkig konden ze hun verhalen vooraf opnemen. Daardoor waren het twee strakke presentaties over complexe onderwerpen, waarbij wetenschap en praktijk samen optrokken. De eerste was van Debbie Vermond over zorgtafels om met de tweede lijn tot optimale zorg te komen en de tweede van Mieke Bogerd, die met actie-onderzoek probeerde de protocollaire ketenzorg om te buigen naar meer persoonsgerichte zorg. Hun interpretatie liet zien dat ze de praktijk van binnenuit kennen. Ze hadden dan ook concrete tips, zowel voor de praktijk als voor de onderzoeksaanpak. Ook in de parallelsessies hadden presentatoren hun bijdrages opgenomen, maar was de discussie live. Op een enkele sessie na met technische problemen, wie kent ze niet in COVID-tijd, verliepen die fantastisch: geen storende late binnenkomers, niemand te lang van stof, geen tijdverlies met het opstarten van nieuwe presentaties of gewandel naar de microfoon voor een vraag, geen hot shots die hun standpunt, vermomd als vraag, nog even wilden laten horen. Vragen konden tijdens de presentatie worden gesteld in een chat en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Aan onze Maastrichtse collega’s, die optraden als sessievoorzitters, de taak om deze te bundelen en voor te leggen aan de presentatoren. Het leidde tot levendige en verdiepende discussies. Een aanrader om te behouden voor de toekomst. Alleen met het sociale gedeelte van het congres moeten we nog wat oefenen. Je kon op basis van de presentielijst proberen om elkaar online te ontmoeten, maar dat bleek helaas lastig. Jammer, want congressen zijn ook bedoeld om bij te kletsen met collega’s die je lang niet hebt gesproken. Samen kom je immers vaak op de beste ideeën, voor de wetenschap en de praktijk. NHG webinar Wetenschapsdag NHG Maastricht DOOR NIELS BEURSKENS, HUISARTSDOCENT Dag 2 van de NHGwebinars was op 11 februari. Door ‘s avonds te plannen hoopten we de wetenschap ook dichtbij de praktiserend huisarts te brengen, aangezien zij na het werk konden inloggen om wat praktische wetenschap op te snuiven. Gezien het aantal inschrijvingen lijkt dit een goede formule, ook voor de toekomst! In een flitsende keynote gaven Lester du Perron en Thijs Stehmann van Dokter Media een inkijkje in hun kritische en bruikbare analyses van medisch nieuws. Vervolgens werden in 8 subsessies maar liefst 32 onderzoeken gepresenteerd. Kenmerkend van deze presentaties was het praktische karakter en de aansluiting bij de dagelijkse praktijk van de huisarts. De pechakucha’s werden verzorgd door Steven Uittenbogaart, over opportunistisch opsporen van AF (niet beter dan case finding), en Vincent van Vugt, over het prijswinnende onderzoek naar vestibulaire revalidatie bij duizeligheid (duidelijk effectief). Helaas verliep de techniek op de tweede dag niet zo vlekkeloos als op de eerste dag, waardoor enkele presentaties opnieuw moesten worden gestart. Gelukkig waren de problemen snel opgelost en waren alle presentaties geheel te zien en kunnen we spreken van een geslaagde wetenschapsavond. 17 op één lijn 68
Page 18
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 D Bruikbare Wetenschap Relax, het is gecompliceerd, en complex In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. In bruikbare wetenschap tracht ik vooral de pareltjes van onderzoekers van onze vakgroep samen te vatten. Soms geef ik alle belangrijke resultaten, met percentages en al, en soms ook nog de conclusie. Mogelijk bespaart het u zoeken leestijd. Soms schrijf ik wat over de inhoud, maar dan moet je voor het volledige verhaal toch echt naar het hele artikel. Dan is mijn bijdrage vooral als appetizer bedoeld. Er zijn ook artikelen die ik tekortdoe als ik ze ga samenvatten. Erik Stolper schreef in het Journal of Evaluation of Clinical Practice een prachtige bijdrage over hoe het klinisch redeneren – en de onzekerheid daarin – baat kan hebben bij complexiteitsdenken. En daarbij betekent complex iets anders dan gecompliceerd. Systeemmodellen helpen daarbij. ‘Die modellen kenmerken zich door netwerkvorming, waarbij de relaties, de interacties tussen de knooppunten in het netwerk, nog belangrijker zijn dan de knooppunten zelf. Omdat veel knooppunten direct of indirect met elkaar zijn verbonden, kan een kleine verandering in een knooppunt effect hebben op vele andere knooppunten. Soms is dat effect groot: het systeem raakt – meestal tijdelijk – uit evenwicht. De context kan ook een grote verandering in een knooppunt veroorzaken zonder dat dit een groot effect heeft voor het systeem: het systeem past zich aan, het evenwicht blijft bestaan.’ Bent u geprikkeld? Bovenstaande quote komt niet uit het Engelstalig artikel van Stolper, maar uit een recente bijdrage in H&W getiteld ‘Complexer dan huisartsgeneeskunde kun je het niet krijgen’. Dus als het internationale artikel te fors is, neem dan het H&W-artikel erbij. Samen met de aios, of opleidersgroep bijvoorbeeld. Ongetwijfeld voer voor discussie en reflectie. Vele pillen doorgelicht De collegae uit de Oostelijke Mijnstreek kennen huisarts en onderzoeker Donna Lenders als de bevlogen kartrekker van Medisch Centrum Kerkrade West. Nu kleuren de mijnstreken in Limburg op elk polyfarmacie en multimorbiditeitkaartje van Nederland dieprood. Veel stapeling van ziektes en veel pillen als gevolg. Donna en haar team ontwierpen een ambitieus project: de PIL-studie. PIL staat voor Polyfarmacie Interventie Limburg. Het doel was om te kijken of een evidence-based medicatiereview effect heeft op polyfarmacie en kwaliteit van leven van patiënten met multimorbiditeit. 18 18 18 E DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In een stepped-wedge studie randomiseerden zij huisartsenpraktijken in de tijd van normale zorg naar de interventie. Deze bestond uit training en het uitvoeren van een medicatiereview-in-6-stappen voor oudere patiënten met vijf chronische geneesmiddelen of meer. De interventie leidde tot minder geneesmiddelengebruik aan het einde van de 6-maanden follow-up (van gemiddeld 7,6 pillen per dan naar 7,2) en een opvallende bevinding op geestelijke gezondheid (gemeten binnen de SF-36 schaal). Dit bleef gedurende de interventie bij follow-up patiënten stabiel, terwijl dit bij controlepatiënten juist daalde over de tijd. De therapietrouw over de hele linie was erg hoog. Daarbij mag aangemerkt worden dat dit werd berekend via de uitgifte van medicatie aan de patiënt en niet of hij/zij deze ook daadwerkelijk nam. Nu hoor ik u denken: we doen tegenwoordig toch allemaal medicatiereviews, al dan niet opgejaagd door onze lokale apotheker, die op zijn/haar beurt weer door verzekeraars en inspectie wordt opgejaagd? Bedenk daarbij dan dat deze PILstudie al begon in 2010. Stiekem waren Lenders en team hun tijd vooruit. Suikers en schouders Promovendus Login Alabdali voerde samen met kaderhuisarts bewegingsapparaat Ramon Ottenheijm een combinatie van twee studies uit. Zij zochten in registratiedatabase Research Network Family Medicine (RNFM) naar het voorkomen van musculoskeletale klachten bij 2669 patiënten met type-2 diabetes (en evenveel controlepatiënten). Ze ondervroegen 200 patiënten via een enquête over dit soort klachten. In de huisartsendossiers bleek 16,3% van de diabetespatiënten musculoskeletale episodes van de bovenste extremiteiten te hebben staan, in vergelijking met 11,2% van de gematchte niet-diabeten. Bij de zelfrapportage kwamen de cijfers nog hoger uit, ofschoon natuurlijk anders bevraagd. Toch bleek maar liefst 50% van de deelnemers aan het onderzoek ten tijde van het invullen van de lijst pijn in bovenste extremiteiten te hebben en 67% had ooit langer dan 4 weken last van pijn of beperking van bovenste ledematen gehad, waarbij met name schouderklachten duidelijk naar voren kwamen. Voor alle praktijkondersteuners en huisartsen die de vaste vinkjes van de diabetes jaarcontroles zat zijn: denk er eens aan om te vragen naar pijnlijke en stijve gewrichten. Met de groeiende kennis op dit gebied van de kaderhuisartsen bewegingsapparaat kunnen we onze schouders er niet over ophalen. T B T R R U E T I N A K E A B M A U E N R K W S E S E T C G N H S S R C A H U A H P I S I E 1 e uitgave 2021 De schouder en zijn fenotype Van de diabeten even terug naar alle pijnlijke schouders in onze spreekkamers. Zelden is de aanvullende beeldvormende diagnostiek zo snel gegroeid als bij het bewegingsapparaat. Niet alleen fysiotherapeuten gebruiken de echo geregeld als rechterhand, ook huisartsen vragen heel veel echografieonderzoeken van, met name de schouder, aan. Wellicht niet vreemd als we weten dat het natuurlijk beloop van schouderpijn zeer langdurig kan zijn; zo’n 40% heeft na 1 jaar nog altijd klachten. Debra Verdonk en, wederom, Ramon Ottenheijm analyseerden de echografie-uitslagen van maar liefst 803 schouder(s) van patiënten die door de huisarts naar een diagnostisch centrum worden verwezen, waar een gespecialiseerde fysiotherapeut, een kaderhuisarts bewegingsapparaat en een orthopeed samen de patiënten zien. De echo’s werden gestandaardiseerd uitgevoerd en ingevoerd. Met fraaie analyses probeerden ze gevonden radiologische afwijkingen te groeperen op de waarschijnlijkheid van het voorkomen van afwijkingen. Uiteindelijk leidde dat tot 4 groepen: frozen shoulder (10,5%), beperkte pathologie groep (43,6%), degeneratieve pathologie groep (31,0%), calcificerende tendinitis groep (14,9%). In de degeneratieve pathologie groep bijvoorbeeld, werden op de echografie vaker rotator cuff scheuren en aandoeningen van de bicepspees gezien. Deze specifieke groepen lieten ook onderscheidende klinische karakteristieken zien. Al met al kan dit in de toekomst een kans betekenen om gerichter de behandelmodaliteiten in te zetten bij specifieke schouderaandoeningen. Om te beginnen: de juiste prik in de juiste schouder. Referenties • Embracing complexity with systems thinking in general practitioners’ clinical reasoning helps handling uncertainty. Stolper E, Van Royen P, Jack E, Uleman J, Olde Rikkert M.J Eval Clin Pract. 2021 Feb 16. doi: 10.1111/jep.13549. Online ahead of print. PMID: 33592677 • The Effect of a Comprehensive, Interdisciplinary Medication Review on Quality of Life and Medication Use in Community Dwelling Older People with Polypharmacy. Bosch-Lenders D, Jansen J, Stoffers HEJHJ, Winkens B, Aretz K, Twellaar M, Schols JMGA, van der Kuy PM, Knottnerus JA, van den Akker M.J Clin Med. 2021 Feb 5;10(4):600. doi: 10.3390/jcm10040600. • Prevalence of Upper Extremity Musculoskeletal Disorders in Patients with Type 2 Diabetes in General Practice. Alabdali LAS, Jaeken J, Dinant GJ, van den Akker M, Winkens B, Ottenheijm RPG.Medicines (Basel). 2021 Feb 1;8(2):8. doi: 10.3390/medicines8020008. PMID: 33535409 Free PMC article. • Phenotyping the shoulder patient based on ultrasound-detected pathologies: a cross-sectional study in general practice. Verdonk DL, Spigt M, Lima Passos V, Klemann-Harings SEJM, Ottenheijm RPG. Fam Pract. 2020 Dec 12:cmaa129. doi: 10.1093/fampra/ cmaa129. Online ahead of print.PMID: 33313809 RNFM Ontwikkelingen in 2020 Het Registration Network Family Medicine (RNFM) Maastricht maakt gebruik van zorggegevens uit huisartsenpraktijken. Een goede relatie met de praktijken is dus van groot belang. Regelmatig organiseert het RNFM een artsenvergadering om de huisartsen op de hoogte te brengen van de gang van zaken. Het RNFM groeit. In 2020 zijn vijf nieuwe praktijken aangesloten bij het RNFM, waardoor het totale aantal praktijken groeide naar 29 (feitelijk 28 door een fusie). Het aantal patiënten in de database groeide van 120.000 naar 150.000. In 2020 heeft het RNFM meegewerkt aan negen onderzoeksprojecten. Data-aanvragen gingen over chlamydia, actinische keratose, vroege dementie, stabiele angina pectoris en het gebruik van antibiotica bij kinderen in de huisartsenpraktijk. Het RNFM werkt samen met de huisartsgeneeskundige netwerken van Utrecht, Groningen en Amsterdam om data-pooling mogelijk te maken. De COVID-pandemie heeft de behoefte aan analyse van gepoolde data binnen de eerstelijn urgent gemaakt. ZonMw heeft in 2020 met spoed subsidies aangeboden voor onderzoek naar het effect van de coronapandemie op de huisartsenzorg in Nederland. Wij doen mee aan drie projecten: twee over zorgmijding vanwege de pandemie, met name bij hart- en vaatziekten (Rotterdam) en kanker (Utrecht), en een project over de nazorg na COVID-19 (Groningen). Via dit soort grootschalige projecten zet ons huisartsgeneeskundig onderzoek de eerste stappen op het gebied van big data. In Maastricht hebben we daarom contacten gelegd met data-scientists van de vakgroep International Data Science (IDS) en Maastro. In eerste instantie om ervaring op te doen met de analyse van grote hoeveelheden SOEPteksten om patronen te ontdekken die al jaren van tevoren een hartinfarct of dementie kunnen voorspellen. Als daarover meer bekend wordt, kan de huisarts het beleid hierop aanpassen en zo een deel van deze ernstige ziekten misschien voorkomen. Zo helpt de huisarts het onderzoek en het onderzoek de huisarts. 19 op één lijn 68
Page 20
1 e uitgave 2021 1 e uitgave 2014 WESP-student Loes Engels Behandellast meten bij patiënten met multimorbiditeit BEGELEIDER: TINY VAN MERODE Vraagstelling Multimorbiditeit komt steeds vaker voor door een steeds ouder wordende populatie. In de praktijk levert dat vaak problemen op met de therapietrouw voor de verschillende behandelingen. We onderzochten daarom of we de Engelstalige Multimorbidity Treatment Burden Questionnaire (MTBQ) konden vertalen en valideren naar een Nederlandstalige versie. Studiedesign We deden een kwalitatief onderzoek waarbij we acht interviews hielden om de vertaling vanuit het patiëntenperspectief te kunnen valideren. De volgende stap is validering via een cross-sectioneel onderzoek waarbij de Nederlandse vragenlijst via een panel naar ongeveer 1100 patiënten met multimorbiditeit gaat. Primair resultaat en conclusie In de interviews is datasaturatie bereikt over de vertaling. We hebben gediscussieerd over relevante opmerkingen en zijn tot een definitieve versie gekomen. De afname van de vragenlijsten ter validering vindt binnenkort plaats. We verwachten op basis van eerdere vertalingen en validatie een goed resultaat. Het doel is dat de NL-MTBQ (behandellast vragenlijst) ook in de huisartspraktijk gebruikt kan worden om knelpunten binnen behandelingen in kaart te brengen. WESP-student Pim den Boer Voorspellen psychologische factoren het herstel van schouderklachten? BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM & DENNIS MURIS Vraagstelling Schouderpijn is een veel voorkomende en hinderlijke klacht, waarvan de prognose vaak ongunstig is. Kennis over behandelbare prognostische factoren is daarom van groot belang. Psychologische factoren lijken een rol te spelen bij het herstel. Daarom zijn we gaan onderzoeken of de aanwezigheid van een psychologische diagnose geassocieerd is met het herstel bij patiënten met schouderklachten. Studiedesign In een prospectieve cohortstudie met een follow-up van 6 maanden hebben patiënten met schouderklachten vragenlijsten ingevuld over schouderklachten, angst, depressie en pijn catastroferen. Een linear mixed model is gebruikt voor de analyse. Primair resultaat en conclusie Er werden 190 patiënten geïncludeerd, waarbij we geen associaties vonden tussen het herstel van schouderklachten en angst, depressie of pijn catastroferen, die zowel klinisch relevant als statistisch significant waren. Om de prognose van schouderklachten te verbeteren hoeft er (voorlopig) nog geen aandacht aan deze psychologische diagnosen besteed te worden. 20 20 op één lijn 68 1 e uitgave 2021 WESP-student Maaike Bakker De invloed van de praktijksetting op klinische medicatie beoordelingen door huisartsen BEGELEIDERS: JOLIJN BOHNEN & JELLE STOFFERS Vraagstelling Beïnvloeden factoren zoals praktijktype, leeftijd, geslacht of functie hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren? Welke belasting ervaren huisartsen daarbij, hoe betrekken zij patiënten bij het proces en met welke andere professionals werken zij samen? Studiedesign Wij maakten gebruik van data uit een online vragenlijst gehouden onder 297 huisartsen. Op basis daarvan hebben wij beoordeeld welke factoren huisartsen van invloed zijn op hun medicatiebeoordelingen en hoe. Primair resultaat en conclusie Op basis van de gegevens vonden we geen factoren die van invloed waren. Wel hebben de onderzochte factoren effect op hoe en wanneer patiënten worden betrokken, welke professionals daarbij worden betrokken en hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren. WESP-student Juul Hoevers Houding en ervaring van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen BEGELEIDERS: JESSE JANSEN & JOLIJN BOHNEN Vraagstelling Huisartsen houden zich lang niet altijd aan de NHGrichtlijnen voor klinische medicatiebeoordelingen bij ouderen met polyfarmacie. Wij vroegen ons af waarom dat is. ‘Wat zijn de houdingen van huisartsen tegenover en de ervaringen van huisartsen met klinische medicatiebeoordelingen?’ Studiedesign Mixed methods studie via kwalitatieve content analyse van open vragen van de vragenlijst ‘Medicatiebeoordelingen in de dagelijkse praktijk: hoe doen huisartsen dat eigenlijk?’ met gebruik van het COM-B model (gedragstheorie, onderdeel van Behaviour Change Wheel). Primair resultaat en conclusie Verschillende factoren spelen een rol in het gedrag van huisartsen bij medicatiebeoordelingen. Huisartsen geven als belangrijkste barrières: te weinig tijd en financiële vergoeding. De bevindingen van deze studie zijn door gebruik van het COM-B model een goede basis voor interventies gericht op verbetering van medicatiebeoordelingen in de toekomst. 21 21 op één lijn 68
Page 22
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Ouderengeneeskunde Maastricht Op naar jaar 2 DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Joey Jansen Opleiden Het eerste kwartaal van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (SO) verloopt het terugkomdagonderwijs in Maastricht vrijwel geheel online. We missen de persoonlijke contacten en er heerst coronamoeheid en zoomfatigue. Het werkplekleren gaat ‘gewoon’ door. SO’s en aios zijn voor een tweede keer gevaccineerd. Twee aios werden uitgebreid geïnterviewd door dagblad De Limburger: Joey Jansen en Luciënne Spaans. Laatstgenoemde had tevens de eer om als eerste een referaat binnen de module onderzoek te mogen houden in de studio van mediadienst Science Vision van de UM. Haar onderwerp was “HbA1c en overbehandeling van bewoners van het verpleeghuis met Diabetes Mellitus Type II”. Het resultaat mochten we openbaar maken via onze sociale kanalen om zo nieuwe aios een kijkje in de keuken te geven van de opleiding. Aios Charlotte Coopmans is nieuwe columnist van de rubriek ‘In de leer’ voor de ouderengeneeskunde. dat we nieuwe collega’s gevonden hebben. Ook in het basiscurriculum geneeskunde is versterking gevonden met de komst van SO Nanda Wolfs (zie pagina 8). Mathieu is daarnaast ook de nieuwe docent in het tweede jaar van de opleiding tot SO geworden. Daarnaast zijn we actief in de werving van nieuwe aios die in september van start gaan. We zijn heel blij met de animo en hebben alle vertrouwen in de start van die nieuwe groep. In mei zijn de selectiegesprekken volgens de STARR methodiek. Naast aios hebben we eveneens nieuwe opleiders en instellingen aan ons kunnen binden. Op 24 maart was een onlinebijeenkomst met medewerkers van de opleiding, docenten, aios, basisartsen/anios, opleiders (bestaande en nieuwe) en managers en bestuurders van zorginstellingen. De sessie begon met kort bijpraten waar we staan als opleiding. Daarna werd in drie kleine groepen van dezelfde ‘bloedgroep’ kennis met elkaar gemaakt en vragen gesteld. In het tweede deel werd in vier gemengde groepen feedback gegeven aan de opleiding en werden verwachtingen over en weer gedeeld. Het was een geslaagd evenement met 50 deelnemers. Het voelt goed dat het vertrouwen in de brede regio zo groot is. Dat sluit prima aan bij ons motto: opleiden voor en door de regio. Hilde Wijers De opleiders volgen diverse scholingstrajecten. Trots vermelden we dat Hilde Wijers van Cicero Zorggroep als eerste Maastrichtse opleider de Kaderopleiding Opleiden heeft voltooid. Op 19 maart ontving zij haar certificaat tijdens een landelijke uitreiking via zoom georganiseerd door SOON. Op naar Jaar 2 Door de staf is flink gewerkt aan allerlei verplichte documenten die in de landelijke kwaliteitseisen staan. Daarnaast is personeel geworven voor jaar 2 van de opleiding die de terugkomdagen gaan begeleiden. We zijn heel blij De sollicitatie voor de start in september loopt tot 1 mei. www.ouderengeneeskundemaastricht.nl so@maastrichtuniversity.nl 22 22 22 Luciënne Spaans In de leer WC-valuatie DOOR CHARLOTTE COOPMANS, EERSTEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE MAASTRICHT gratis complimentjes en behulpzame intenties. Vooruit dan, ik doe mee en scheur er eentje af. Hier zit je dan, op de wc… Neem even drie minuten de tijd voor jezelf! Op een maandagmorgen kom ik ineens deze kreet tegen op een poster die op alle deuren van de WC’s in ons verpleeghuis is geplakt. Ik denk: mooi initiatief, want ik ben inderdaad alweer aan het hollen deze morgen. Eens lezen wat de bedoeling is. Stap 1: ‘Ga even rustig zitten of rechtop staan.’ Zitten is een no-go voor mij op dit niet al te florissante toilet, staan dan maar? Wel erg krap met mijn neus zo vol op die poster, zo kan ik het niet lezen. Toch maar op de deksel gaan zitten met mijn spijkerbroek? Lang leve de desinfectans! Op naar Stap 2: ‘Leg 1 hand op je buik en 1 hand op je borst.’ Dit gaat prima. Stap 3: ‘Adem 5 tellen in vanuit je buik.’ Ai, ik heb mijn mondkapje nog op, even afdoen. Nieuwe poging. Ik adem in. Shit, niet al te fris hier, wat een lelijke tegeltjes en die kitranden mogen ook wel eens vervangen worden. Ik ben meer een evaluatie van het WC-hokje zelf aan het doen, dan aan het focussen op mijn ademhaling. Ik lees verder op de poster en zie dat ik dit 20 keer moet herhalen. Nee, sorry, dit wordt ‘m niet. Gauw mijn mondkapje weer op, plassen, handen wassen en wegwezen. Leuk geprobeerd. Gauw een kopje thee scoren en weer verder. HO! Wacht eens even! Stop eens even met rennen, vliegen en hollen en neem de komende drie minuten tijd voor jezelf! In de keuken hangt wéér zo’n poster. Misschien straks nog eens proberen bij de volgende theeronde. Hier hangt van alles op de keukenkastjes met van die afscheurstrookjes met Ik neem op tijd rust en eet gezond Dat moet lukken vandaag. Ik ben al ruim 3 minuten niet met mijn werk bezig geweest. Hup, weer aan de slag. Ik loop terug richting computer en passeer onderweg een suikerkraampje. Een collega gaat met pensioen en trakteert op de meest verrukkelijk uitziende petitfours voor iedereen die even langs wipt. Mmm, ik pik er een of twee en blijf ook nog even hangen om te kletsen. Lekkere timing denk ik, maar ik vervul in ieder geval wel een deel van de intentie. De moraal van dit verhaal We zouden met z’n allen eens iets minder mogen hollen, wat vaker stilstaan. Maar of de WC van het verpleeghuis daar nu de beste plek voor is...? Misschien waag ik een nieuwe poging in het weekend, als ik boven mijn zelfgebakken koekjes hang. Zorg goed voor jezelf, dan kun je dat ook doen voor anderen! 23 op één lijn 68
Page 24
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Uit het hoofd ‘Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg’ DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Maar wat is normaal? Afgelopen jaar was verre van normaal, daar zijn we het met z’n allen wel over eens. Het was vooral aanpassen, veranderen, nieuwe plannen maken en deze binnen enkele weken weer aanpassen. Kortom: een reactieve periode. De eerste maanden was er de trots op wat we met z’n allen voor elkaar kregen. Nu overheerst vooral een afwachten van wat gaat komen. We zijn corona moe. Het constant aanpassen heeft zijn tol geëist. We wachten collectief af, tot we weer terug kunnen naar normaal. Maar wat is dat normaal? Is dit het oude normaal of gaan we naar een nieuw normaal? Waardevolle lessen behouden De veranderingen en aanpassingen van het curriculum volgden elkaar snel op. Het afgelopen jaar vereiste inventiviteit en flexibiliteit. Door nu stil te staan bij de waardevolle aspecten van online lesgeven, kunnen successen behouden blijven. Maar de hang terug naar fysiek onderwijs is groot en bij elkaar komen zal weer het grootste deel van ons onderwijs vormen. De locaties Maastricht en Eindhoven hebben afgelopen jaar vooral online gecommuniceerd. Voor functioneel overleg werkt dit goed. Bovendien vermindert online-vergaderen het aantal reisbewegingen. Echter deze manier van vergaderen beperkt de creativiteit en het brainstormen over innovatieve ideeën. Een goede balans vinden van wat online kan en wat fysiek moet, is een uitdaging. We hebben al onze medewerkers en docenten gevraagd thuis te werken. Een nieuw standpunt van UM en HAG over thuiswerken is op zijn plaats. Een vorm van thuiswerken zal blijven bestaan. Behouden wat zinvol is gebleken is verstandig, veel medewerkers stellen een vorm van thuiswerken op prijs. Vormgeven van de groei De groei van onze opleiding komt voort uit het maatschappelijk belang om voldoende huisartsen op te leiden voor iedereen in Nederland, met een goede spreiding over de regio’s. Deze groei wordt van ons verwacht, maar is niet vanzelfsprekend en vraagt een forse inspanning van de hele organisatie. Nieuwe docenten, opleiders en stageplaatsen zijn nodig om deze groei ook waar te maken. Dit jaar starten 4 groepen in Maastricht en 4 in Eindhoven. Visitatie Komend najaar wordt de huisartsopleiding door de RGS gevisiteerd. Dit zal gebeuren volgens het nieuwe kaderbesluit. Het karakter van de visitatie verandert. Naast het voldoen aan de eisen, ligt de nadruk op het hebben van een kwaliteitscyclus waarmee de opleiding haar kwaliteit monitort, borgt en verbetert. Zowel bij de in te brengen documenten als in de gesprekken met de deelnemers zal de kwaliteit van de opleiding een belangrijk onderwerp zijn. Diverse aios en opleiders zijn benaderd om aan dit traject deel te nemen. Zorg voor elkaar Als we uiteindelijk weer met fysiek onderwijs mogen opstarten dit jaar, willen we vooral aandacht hebben voor de zorg voor elkaar. Door deze vreemde periode en door de groei ontstaat verandering, vernieuwing, meer diversiteit. Het samen-gevoel, het zogenoemde ‘warme bad’, staat daardoor soms onder druk. Er ontstaan makkelijker subgroepen. Dat is prima, zolang we het zicht op elkaar niet verliezen. We hebben lang thuisgewerkt, de een meer dan de ander. Het contact met collega’s was veelal online en thuiswerken zal nog een tijdje de norm blijven. Als zorg voor elkaar hoog in het vaandel staat, is zelfzorg een belangrijke voorwaarde. Zelfzorg zit vaak in kleine dingen. Een belangrijke stap daarin is de bewustwording bij alle medewerkers, dat een goede balans werk/privé en een gezonde lifestyle met voldoende ontspanning en beweging van belang zijn. Ik hoop oprecht dat we richting de zomer elkaar weer veel zien en dat onze stafdag in juni weer fysiek kan. Dat we met zijn allen weer lekker ‘normaal’ kunnen doen. Want doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. 24 24 24 op één lijn 68 Oud-aios: hoe vergaat het ze? ‘Houd de zaag scherp’ DOOR MARLEEN KOONING, DOCENT IN HET BASISCURRICULUM EN COACH IN DE GEZONDHEIDSZORG Na mijn afstuderen aan de huisartsopleiding ben ik vrij snel het werken in de praktijk (als waarnemer en HIDHA) gaan combineren met onderwijs. Ik werd HAB tijdens de terugkomdagen van het coschap huisartsgeneeskunde. Deze ‘duobaan’ heb ik jarenlang met veel plezier gehad. Het voelde voor mij als een win-win situatie: casuïstiek die ik meenam uit de praktijk bracht verdieping in het onderwijs en andersom verrijkte het onderwijs mijn werk als huisarts. Kort na de geboorte van onze tweeling bleek onverwachts dat ik niet kon terugkeren in de praktijk waar ik na mijn verlof weer zou starten. In de periode erna ging ik op zoek naar een nieuwe ‘vaste plek’, die was moeilijker te vinden dan ik verwacht had. Deelnemen aan het onregelmatige waarneemcircuit vond ik geen optie, met drie jonge kinderen en een echtgenoot ook werkzaam in de gezondheidszorg. Na een reanimatietraining voor coassistenten kwam ik in gesprek met de aanwezige Skillslabdocent en ik raakte geïnteresseerd in het vaardigheidsonderwijs. Ik solliciteerde korte tijd later bij het toenmalige hoofd Maarten Verwijnen en werd aangenomen. Ik heb vijf jaar als vaardigheidsdocent in een fijn team gewerkt. Het was heel bijzonder om de ontwikkeling van eerstejaars studenten (net kersvers van de middelbare school) tot bijna-dokters te mogen meemaken en hierin wat te kunnen betekenen. Een paar jaar geleden heb ik een beroepsopleiding tot coach gevolgd. De uitgangsprincipes van coaching, zoals gelijkwaardigheid en doelgerichtheid, spraken mij erg aan. Hierdoor kwam een nieuwe onderwijsrol op mijn pad, namelijk die van intervisiecoach in de master. Mijn eerste intervisiegroep studeert, als het goed gaat, dit jaar af. Ik vond het heel boeiend om de studenten tijdens deze bijeenkomsten te begeleiden. Ik denk dat dit relatief nieuwe onderwijsonderdeel veel meerwaarde heeft. Het verlangen groeide om een eigen coachpraktijk te starten met als doelgroep zorgprofessionals. De dag dat ik naar de Kamer van Koophandel in Roermond fietste om mijn bedrijf in te schrijven, was een stralende dag. Zo voelde ik me ook. Ik kwam erachter dat ondernemen een vak apart is, waarbij het boek van Stephen Covey ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ mijn meest gebruikte naslagwerk is (een aanrader om te lezen!). 25 Hoe verschillend qua werkveld en achtergrond de mensen die ik coach ook zijn, ze hebben één ding gemeen: een groot hart voor hun patiënten/cliënten. Regelmatig ten koste van hun eigen welbevinden. Mijn missie is geslaagd, als iemand aan het eind van een coachtraject de balans weer heeft kunnen vinden. Mijn BIG-registratie als huisarts heb ik inmiddels niet meer. Toen ik huisarts werd, ging ik ervan uit dat ik dit vak tot aan mijn pensioen zou uitoefenen. Het heeft tijd gekost om uit te vinden wat bij mij paste en te accepteren dat dit er anders uitziet dan ik als twintiger voor ogen had. Het moeilijk kunnen vinden van een ‘vaste plek’ na mijn verlof destijds, versnelde het proces dat, achteraf gezien, al gaande was en niet de oorzaak is geweest van mijn uiteindelijke afscheid als huisarts. De ervaringen die ik opgedaan heb in de huisartspraktijk, draag ik met me mee en zijn voor mij heel waardevol, ook in het werk dat ik nu doe. Om als arts (in spe) op een gezonde manier te functioneren, is het noodzakelijk om regelmatig pas op de plaats te maken. Stel jezelf vragen als: Is er voldoende ruimte voor ontspanning? Is er balans tussen werk en thuis? Houd ik deze manier van leven/werken ook op langere termijn goed vol? Is het tijd om bij te sturen? Kortom, om in Covey-termen te blijven: houd de zaag scherp. www.kooningcoaching.nl
Page 26
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Kijken naar de Jenga torens… DOOR GASTON PEEK EN MARIEKE KOOLS, DE NIEUWE HAO-COÖRDINATOREN Een leven lang leren! Hoe blijf je nieuwsgierig? Hoe ontwikkel je, of beter gezegd: hoe behoud je je creativiteit? Dit zijn zomaar wat zinnen die zijn blijven hangen na de online maar niet minder inspirerende workshop van Arjen Banach1 op 26 februari 2021. Voor mij (Gaston, red.), was het ook confronterend, want al speel ik steeds vaker Jenga met mijn oudste zoon, ik pak vaak hetzelfde blokje. Zoon Lucas van 3 jaar pakt geen blokjes van de toren, maar creëert juist prachtige bouwwerken! Arjen Banach vertelde ons dat veel mensen denken dat creativiteit een talent is waar je wel of niet over beschikt. Mensen plaatsen zichzelf daarmee in een hokje: wel of niet creatief. In werkelijkheid is creativiteit geen talent, maar een vaardigheid waar ieder mens mee geboren wordt. De mate waarin je als volwassene creatief bent, is afhankelijk van hoe de vaardigheid tijdens je leven is ontwikkeld. Vanaf het moment van geboorte wordt creativiteit onbedoeld afgeleerd door onze omgeving. Waar een vijfjarig kind nog 98% creativiteit bezit, is dat bij tienjarigen 30%, bij vijftienjarigen 12% en bij volwassen slechts 2%. Als huisarts zijn we denk ik best wel creatief. Elke 10 of 20 minuten een nieuwe patiënt, sturing geven aan ons personeel, de onverwachte spoedvisite en natuurlijk een hoop aanpassingsvermogen tijdens deze coronacrisis. Wellicht bent u nu tijdens dit lezen ook al uw 62-jarigen uit aan het nodigen voor de Covid19 vaccinaties? Onbewust bekwaam? Door de workshop realiseerde ik me, dat ik in de drukte van de dag weinig toekom aan het bouwen van mijn eigen professionele Jengatorens. Ik leun te weinig achterover om mijn persoonlijke creativiteit en nieuwsgierigheid de ruimte te geven. Tijdens het vervolg van de workshop in groepen, vertelde een ervaren collega dat hij regelmatig een paar uurtjes in zijn agenda blokkeert om te reflecteren. Daardoor komt hij wel toe aan een interessante nascholing, of zelfs het doen van wetenschappelijk onderzoek. Inspirerend! Gaston stelt zich opnieuw voor De afgelopen vijf jaar ben ik huisartsdocent geweest van eerstejaars huisartsen-in-opleiding. Als groepsbegeleiders waren Marieke en ik al een goed samenwerkend duo. Ik zorgde voor structuur, Marieke voor de verdieping. Het begeleiden en coachen van de aios vind ik erg leuk en inspirerend. Ik startte in 2016 als jonge HAB, ik was toen net twee jaar huisarts. Ik stond nog dicht bij de groep, was bijna een deelgenoot. In de loop der jaren kreeg ik steeds meer ervaring met de didactische kant van het vak en het overbrengen op collega-huisartsen. Ook hierin had ik veel plezier. Toch begon ik het afgelopen jaar wat onrustig te worden. Was er sprake van verzadiging? Vond ik het begeleiden van aios niet meer leuk? Wellicht kreeg ik onbewust te weinig ruimte om mijn creativiteit vorm te geven. Ik voelde dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging en een nieuwe stap. Toen Marieke mij vroeg om de rol van Arie de Jong over te nemen als mede-opleiderscoördinator hoefde ik niet lang na te denken. Als coördinator van het HAO-team zal ik mij bezighouden met het opleiderscurriculum. Hierbij hoop ik mijn creativiteit weer wat op te schroeven van 2% naar een hoger percentage. Tevens zal ik me gaan richten op de scholing en ontwikkeling van de stagebegeleiders in jaar 2, een functie die eerder werd gedaan door Hendrik-Jan Vunderink. Het lijkt me mooi als daar een kruisbestuiving uit voortkomt. Naast mijn werkzaamheden aan de huisartsenopleiding run ik samen met collega Marlies Wilschut een duopraktijk in het pittoreske Gulpen: Huisartsenpraktijk Gulpen. Deze praktijk hebben wij in 2019 overgenomen van onze oud-opleider Marlène Hendrickx. De afgelopen twee jaar hebben we coassistenten begeleid en in september starten we ook met het opleiden van aios. Pas ben ik voor de tweede keer vader geworden van onze dochter Loïs, nu 2 maanden oud. Dus ook op persoonlijk vlak heb ik de nodige uitdagingen (ze noemen het ‘tropenjaren’) met twee jonge kinderen die ik samen met mijn vrouw Maureen (doktersassistente in Heerlen) probeer te ‘managen’. Al met al een hoop ontwikkelingen en uitdagingen op verschillende vlakken. Misschien moet ik toch maar eens gaan nadenken over mijn persoonlijk portfolio. Bijvoorbeeld over mijn werk-privé balans. Welke haalbare doelen stel ik? Hoe ga ik hier vorm aan geven? Wanneer evalueer ik of ik dit haal? 1. Arjen Banach is spreker en organisatiefuturoloog. www.arjenbanach.nl 26 26 26 Dit portfolio moet wél van mijzelf blijven, zonder al te veel formats, vinklijstjes en ‘moeten’ van buitenaf! Hier heb ik als huisarts een lichte allergie voor. Ik geef de zorgverzekeraar maar even de schuld. Dat brengt mij automatsich bij mijn visie op het curriculum en mijn missie als opleiderscoördinator. 1 e uitgave 2021 Visie op opleiden Geregeld wordt aan alle kanten aan ons getrokken: substitutie, afspraken met verzekeraars en natuurlijk onze patiënten. Laten we vooral eigenaar blijven van ons vakgebied en leerproces en in het bijzonder van onze ontwikkeling als opleider. Een ontwikkelplan is zinvol, mits dit zelf ingevuld kan worden, zonder al te veel verplichtingen van buitenaf. Mijn missie is om een curriculum vorm te geven op basis van jullie wensen, dus van huisartsopleiders en stage-opleiders. Natuurlijk moeten wij als opleidingsinstituut en laten zien. Onze missie is om hier samen een mooie synergie van te maken. Even terugkomen op mijn eigen e-portfolio. Een doel behaal je door dit op te delen in kleine, haalbare stapjes (de S van SMART2). Stap 1: zojuist bracht de postbode mij het laatste boek van Arjan Banach – Zet de patiënt op twee. De M is afgevinkt. Als morgen (vrijdagavond) de kinderen in bed liggen, dan is de A aan de beurt: het uitzoeken en opentrekken van een goeie fles wijn uit de regio Puglia. Stap drie: start met lezen. Mocht dat niet lukken (ik evalueer de R zaterdagochtend) dan heb ik vanwege het huidige tropentijd-slaaptekort nog twee dagen de tijd (T) voor een nieuwe poging. Zo, het begin is gemaakt! 2 SMART leerdoelen: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel/Actie, Resultaat, Tijdsgebonden Uit de praktijk gegrepen Check check dubbel check DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID Het was een warme en zonnige dag en ik reed visites. Plots belt de assistente. “Ik heb een spoedvisite op de Josephstraat @#$%^&*, een mevrouw met pijn op de borst”. Ik ernaartoe. Bij aankomst staat de voordeur al open. “Hallo, hier is de dokter!” roep ik naar binnen. Geen reactie. Ik besluit naar binnen te gaan. Wellicht is de mevrouw ‘onwel’ en ligt ze in de kamer of slaapkamer. In de woonkamer van de jarenzestig-woning tref ik behalve de kat, niemand aan. Ik ga de trap op en roep nogmaals “hallo, dokter!”. Op de overloop zie ik drie deuren. In de eerste twee kamers zie ik niemand. Als ik de derde deur open, zie ik in een flits een poedelnaakte vrouw op bed liggen. Verschrikt legt ze de deken over zich heen. Ik vroeg: “Had u de dokter gebeld?”. “Nee!!” is het geschrokken antwoord dat ik krijg. “Ik dacht de deur stond open en wellicht voelde u zich niet goed. Excuses!”. Ik vroeg nog wel even snel waarom de deur openstond. “Mijn man is boodschappen aan het doen en hij heeft de deur open laten staan” liet ze weten. Enigszins geïrriteerd bel ik de praktijk. “De spoedvisite is op de Joseph Ramaekersstraat!” zegt de assistente. Gezwind daarnaartoe. Daar bevond zich wél een mevrouw met pijn op de borst. Na aankomst van de ambulance bleek uit het ecg te dat het om een acuut myocardinfarct ging. Terug op de praktijk heb ik de situatie met de assistente besproken. Het bleek dat de verbinding van de telefoon storing gaf en ik al rijdend de straatnaam niet goed heb kunnen horen. De naakte vrouw was geen patiënt in onze praktijk. Haar ben ik nooit meer tegen gekomen. De praktijkafspraak is nu dat het adres door de arts wordt herhaald tegen de assistente, zodat er een dubbele check is. Better safe than sorry! 27 op één lijn 68
Page 28
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Opleider met pensioen Pieter van der Heijden: een oude rot in het vak zwaait af DOOR MARIEKE KOOLS, OPLEIDERSCOÖRDINATOR In de ruime spreekkamer van huisartspraktijk ‘Het Raadhuis’ wordt meteen duidelijk wat de hobby van deze huisarts is. De Alfa Romeo is alom vertegenwoordigd op grote foto’s aan de muren en in een vitrinekast vol minimodellen. Pieter van der Heijden draagt dit jaar, op 66-jarige leeftijd het praktijkstokje over aan zijn dochter Britt. Zij studeert over een half jaar af aan de huisartsopleiding Maastricht. Een gesprek over structuur, bange huisartsen en corona. Niet elke opleider die gaat stoppen wordt geïnterviewd. Maar Pieter is extra bijzonder: hij is met 32 opleidersjaren onze meest ervaren huisartsopleider. De opleiding startte in Maastricht tegelijk met de Medische Faculteit in 19741. Als aios begon Pieter bij de piepjonge huisartsopleiding Maastricht, in 1982. Destijds was het nog een eenjarige opleiding. Hij werd opgeleid door een bekende oudgediende huisartsopleider en huisartsbegeleider Bert ten Berge, bij wie hij na zijn opleiding is gebleven. In 1988 nam hij het opleidersstokje over van Bert. Welke aios is je het meest bijgebleven na al die jaren? “Dat is toch wel mijn eerste aios, Laurens Schoon (een andere zeer ervaren huisartsopleider, red.). Ook omdat ik hem destijds nog geholpen heb met zijn eigen praktijk en we inmiddels als die jaren collega’s zijn in Roermond. De aios die ik heb opgeleid, waren heel divers. Dat vond ik juist ook leuk: iedere aios was weer anders. Bij koppelrondes waren er meestal maar 1 of 2 van de 12 aios waarvan ik zei ‘laten we elkaar dat niet aandoen’. Van die andere 10 maakte het me niet uit wie er kwam. De leukste aios kwam een paar jaar geleden: zij was goed, eerlijk en we bleken dezelfde hobby’s hebben, erg grappig. Zij zat goed in haar kennis en kwam ook steeds met leervragen en een agenda bij leergesprekken. Heel gestructureerd, altijd goed voorbereid; daar kan ik nou jaloers op zijn! Structuur is niet mijn sterkste kant. Accrediteren bijvoorbeeld: ik snap dat het moet, maar ik ben er niet geschikt voor.” Bij de opleiding hebben we het vaak over je rolmodelfunctie. Wat voor rolmodel ben jij geweest voor je aios? “Ik kreeg regelmatig de feedback van mijn aios, dat mijn 1 Zie Op één lijn nummer 50, ‘Veertig jaar Huisartsopleiding Maastricht’, https://onlinetouch.nl/huisartsgeneeskundemaastricht/op-een-lijn50?html=true#/30/ 28 28 28 kennis goed up-to-date was; iets wat ik ook belangrijk vind voor een huisarts. Dit komt trouwens ook door het opleiden: er is geen betere manier om je kennis bij te houden, dan het opleiden van een aios. Daarnaast vonden aios dat ze veel vrijheid van mij kregen. Ze maakten hier hun eigen opleiding. Ik wilde ze een kans geven, zelfvertrouwen laten krijgen. Er zijn in dit vak meerdere wegen naar Rome. Ik kreeg graag weerwoord van mijn aios. Tegenwoordig zie ik meer en meer opleiders die redelijk streng zijn, die willen dat hun aios op hun manier werkt. Daar ben ik niet van.” Welke ontwikkeling in het vak vind jij het meest opvallend? “De huisarts is banger geworden. Bang om iets te missen. Dat belemmert ook de huisartsopleider. Je ziet het overal: op de HAP wordt je toch geleerd om snel patiënten in te sturen, vaak te snel. Dan meldt zich bijvoorbeeld een 90-jarige vrouw met pijn op de borst en wordt meteen de ambulance gestuurd. Vroeger moest je meer zelf doen, dan ging je eerst zelf kijken en wilde je zo’n patiënt die ziekenhuisrit helemaal niet meer aandoen. Het hoeft niet allemaal volgens het boekje, juist in dit vak. Als je alles te perfect wilt doen, wordt het te duur en te druk. 1 e uitgave 2021 Qua opleiding is het nu wel veel beter. Aios worden veel beter opgeleid dan vroeger. Vroeger deed je het gewoon precies zoals je opleider. Toen kwamen de standaarden en de samenwerking met de tweede lijn; dat waren goede ontwikkelingen. Maar nu heb ik het gevoel dat we doorschieten in de protocollering. Terwijl je juist zelf wat af moet durven handelen, zelf moeten blijven nadenken. Een grappig voorbeeld daarvan was een jaar of 7 geleden met mijn toenmalige aios toen. Tijdens onze dienst moesten we een visite afleggen op een vrachtboot in de Maas. De schipper was gevallen dus we moesten de boot op, 6 meter naar beneden langs zo’n steile kade-ladder. Dat zagen we allebei niet zitten: zij was zwanger en ik moest een nieuwe knie. Toen kwam de aios op het idee: ze vroeg de schippersvrouw om het schip naar de stuw in Roermond te varen, dan kon hij omhoog en konden wij aan boord. Geweldig!” Je werkt nog steeds meer dan fulltime als huisarts, leidde steeds op, hebt in diverse besturen gezeten, zat in het crisisteam waarin je je intensief hebt beziggehouden met het opzetten van het coronahotel. Hoe vind je het om met pensioen te gaan? “Ach, op een gegeven moment moet het goed geweest zijn. Ik moet wel zeggen dat corona het vak een stuk minder leuk maakt. Dat op afstand werken, ik vind het niks. Ik wil mijn patiënten kunnen zien. We hebben ze in de eerste golf te veel afgehouden; dat miste ik toen echt. Wat ik ga doen met al die vrije tijd ineens; ik denk dat ik een camper ga kopen. En dan lekker naar Italië, ons favoriete vakantieland. De mensen daar, de heerlijke Italiaanse wijn. Dat is ook een hobby van me: inmiddels heb ik een wijnkelder met 6 à 700 flessen. Of we gaan op vakantie met de autotrein vanaf Düsseldorf naar Verona, met onze Alfa Romeo, een Spider type 4.” Die auto lonkt al naar hem vanaf een foto aan de muur. Ze hebben er zin in. Het Hao-team kijkt terug op een fijne samenwerking al die jaren. We wensen Pieter alvast een fijn pensioen. Oud-aios: hoe vergaat het ze? Werken als docent is veelzijdig DOOR JOHAN EVERS, HUISARTSDOCENT Het is zaterdag en ik denk terug aan wat ik afgelopen week zoal gedaan heb. De week begon met een training voor de eerstejaars studenten over het onderzoek van de enkel, voet en heup. Wat is een platvoet en hoe maak je onderscheid tussen een soepele en rigide platvoet? Waarom is dit belangrijk? Welke zijn de Ottawa ankle rules en hoe kan ik dat os naviculare nou makkelijk vinden? In de middag zie ik de coassistenten interne geneeskunde die net begonnen zijn met hun coschap. Hoe meet je ook al weer de CVD en wat is je differentiaaldiagnose bij een obstructie icterus? Naar aanleiding van een vraag die ik zelf niet kon beantwoorden, mail ik met een internist van het MUMC. Ook voor mij leerzaam. Op dinsdag komen de coassistenten chirurgie onder meer voor een training hechten, die we samen met een chirurg van het MUMC geven. Werken als docent op het skillslab van de Universiteit Maastricht is veelzijdig en vraagt een brede kennis en vaardigheid. De kennis en ervaring die ik op heb gedaan tijdens de huisartsopleiding komt dan ook erg goed van pas. Evenals het jaar dat ik als arts-assistent werkte in de longgeneeskunde en cardiologie. Onderwijs heeft altijd al mijn interesse gehad. Na mijn studie geneeskunde ben ik aan de slag gegaan als arts-assistent longziekten en vrij vlot ben ik toen ook coassistenten gaan begeleiden die stage liepen op onze afdeling. Ik vind het leuk om studenten te zien groeien in het vak en hier mijn steentje aan bij te mogen dragen. Door moeilijke onderwerpen inzichtelijk te maken, door te begeleiden bij het afnemen van een anamnese, het uitvoeren van lichamelijk onderzoek, het verrichten van therapeutische vaardigheden, door samen te kijken wat iemand nodig heeft om een volgende stap te kunnen zetten en door vragen te stellen. Omgekeerd leer ik ook weer van de studenten, bijvoorbeeld door de vragen die zij stellen. Ik eindig de week met twee bijeenkomsten voor de derdejaars studenten ter voorbereiding op hun examen klinische vaardigheden. Als voorbeeld bekijken we de casus van een man met pijn laag in de rug en denken na over hoe je dit tijdens het examen aan zou kunnen pakken. Na afloop kijk ik nog even in mijn mail en ga met een tevreden gevoel aan het weekend beginnen. 29 op één lijn 68
Page 30
op één lijn 68 1 e uitgave 2021 Moreel dilemma Verplichte anticonceptie, is voorkomen beter dan genezen? DOOR NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS HUISARTSGENEESKUNDE, MA PHILOSOPHY, BIO-ETHICS & HEALTH In juli afgelopen jaar diende oud kinderrechter Cees de Groot een petitie in over verplichte anticonceptie, in de hoop dat er in de aanloop van de verkiezingen een debat over gevoerd zou gaan worden.1 Inmiddels zijn de verkiezingen voorbij en doen andere prangende zaken zich voor, maar het onderwerp is in de huisartsenpraktijk niet minder relevant geworden. Het is niet voor het eerst dat verplichte anticonceptie onderwerp van gesprek is. In 2016 pleitte demissionair Minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, ook al voor het wettelijk verplichten van anticonceptie in bepaalde situaties. De Jonge zag zich als wethouder Jeugd en Zorg in Rotterdam geconfronteerd met schrijnende situaties en vond dat ‘sommige kinderen het recht hebben om niet geboren te worden’. In 2017 diende Cees de Groot samen met een beraadgroep al een wetsvoorstel in, maar dit werd afgewezen door het ministerie van VWS. Afgelopen jaar probeerde hij het opnieuw, maar tot dusver zonder resultaat.2 In de discussie over verplichte anticonceptie staat de autonomie van de (potentiële) ouders recht tegenover het niet schaden van het (potentiële) kind. Daarnaast speelt ook de lichamelijke integriteit een belangrijke rol in dit debat. Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, maar ook het recht op een familieleven en een gezin stichten is allebei in de Nederlandse Grondwet vastgelegd. Toch is het mogelijk om mensen verplichte anticonceptie op te leggen. Sterker nog, in de WGBO is een artikel gewijd aan het mogelijk maken om aan wilsonbekwame personen anticonceptie te geven zonder instemming of zelfs tegen hun wil. Hierbij is vereist dat de persoon wilsonbekwaam is ten aanzien van een kinderwens, een wettelijk vertegenwoordiger heeft die instemt met de anticonceptie en dat de anticonceptie noodzakelijk is om ernstig nadeel voor de persoon zelf te voorkomen.3 Opvallend is dat het ernstig nadeel dus slechts beschreven staat voor de potentiële ouder. Het ernstig nadeel voor het potentiële kind is niet wettelijk vastgelegd en dat is juist het punt van discussie. Wat als je van tevoren met (enige) zekerheid weet dat een kind ernstige schade gaat oplopen? Geef je mensen het 1 De Volkskrant, ‘Experts: ongeschikte moeders moeten gedwongen anticonceptie krijgen’, 27 oktober 2020 2 KNMG-dossier, ´Anticonceptie en kwetsbaar ouderschap’, 11 augustus 2020 3 Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), artikel 7:465 lid 5 BW 30 30 30 4 https://www.nunietzwanger.nl/ 5 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ‘Actieprogramma Kansrijke Start’, 12-09-2018 6 NVAVG, ‘Handreiking kinderwens en anticonceptie bij mensen met een verstandelijke beperking. Herziening op de standaard uit 2005: een monodisciplinaire handreiking’, oktober 2016 voordeel van de twijfel en een zo goed mogelijke begeleiding? Of is voorkomen beter dan genezen? Elke huisarts kent wel een casus waarin de situatie dusdanig schrijnend is, dat de gedachte ‘dit had voorkomen kunnen worden’ je bekruipt. Casus met ernstige psychiatrische aandoeningen, drugs- of alcoholgebruik brengen ons naar de definitie van ‘goed ouderschap’. Van goed ouderschap hebben we geen objectieve definitie. Je zou kunnen stellen dat elke definitie ervan gestoeld is op subjectieve kenmerken. Toch hebben we wel een objectieve definitie van kindermishandeling. ‘Slecht ouderschap’ is dus wel degelijk objectiveerbaar! Maar zelfs als vooraf duidelijk vastgesteld kan worden dat een potentieel kind ernstige schade zou oplopen, dan nog kan in de huidige wetgeving geen verplichte anticonceptie worden opgelegd. Tenminste, niet zolang de potentiele ouder als wilsbekwaam ten aanzien van de kinderwens wordt geacht. Maar hoe kun je vaststellen of iemand wilsbekwaam is? Kun je ooit alle consequenties van het ouderschap goed overzien? Is er iemand die níet verrast is door de hoeveelheid werk en de impact op je leven? Voor de huisarts ligt er in de spreekkamer de taak om potentieel kwetsbare ouders te signaleren, goed voor te lichten en mee te nemen in de besluitvorming. Programma’s als ‘Nu Niet Zwanger’4 en ‘Kansrijke Start’5 kunnen daarbij ondersteunen. Ook gratis anticonceptie kan voor bepaalde groepen een doorslaggevende rol spelen. Zowel de KNMG als de AVG artsenvereniging hebben een handreiking geschreven die ondersteuning kan bieden in de praktijk.6 op één lijn 68 Vertrokken Rite de passage DOOR MR. ARIE DE JONG, OP PERSOONLIJKE TITEL Vroeg in de 20e eeuw bedacht de Franse antropoloog, met een Nederlands aandoende naam, Arnold van Gennep, de term ‘rite de passage’ in zijn gelijknamige boek1. Volgens Van Gennep zijn er drie fases waarin een rite de passage zich ontwikkelt: separatie, liminaliteit (transitie) en re-integratie. Pensionering kan ook gezien worden als een overgangsritueel waarin de drie fases herkenbaar zijn. In eerste instantie was ik wat overrompeld dat de afdeling Human Resource Management van FHML zonder enige vorm van overleg of gesprek voorbijging aan gemaakte afspraak met werkbaas en opleidingshoofd en mij geen nieuw contract aanbood. Na mij verdiept te hebben in de ‘rite de passage’ begreep ik dat RM (het Human kunnen we wel weglaten, er is weinig human aan het Resource Management van FHML) de theorie van Van Gennep goed kent en je er geforceerd doorheen ‘helpt’. Separatie De eerste fase, volgens van Gennep, de separatie, betreft symbolisch gedrag waarbij het individu afgescheiden wordt van een voordien vaste maatschappelijke status. Hierbij wordt de oude status eerst ‘vernietigd’ ter voorbereiding op de nieuwe. Hier is RM goed in, het begint al met mails en brieven dat 66 jaar en 4 maanden wel het einde van het contract is. Er wordt voorbijgegaan aan regelingen die doorwerken mogelijk maken na de AOW-leeftijd om een flexibele pensionering te faciliteren en er wordt op geen enkele wijze naar verwezen. De definitieve brief bevestigt de onherroepelijkheid en stelt de ‘resources’ veilig (alle eigendommen van de UM dienen te worden ingeleverd en accounts en selfservice faciliteiten worden na de laatste werkdag afgesloten). Resterende vrije dagen dienen opgenomen te worden. Na de laatste brief worden, noodgedwongen, taken en projecten overgedragen, verdwijn je uit mailing en meetings en word je afgesloten van nieuwe zaken. De separatie (vernietiging) is in gang gezet, alles is wat chaotisch en voor je het weet zit je in de tweede fase. Liminaliteit Wederom volgens Van Gennep, wordt tijdens de middelste fase de ‘reiziger’ ontdaan van elke uiterlijke manifestatie van zijn rang of rol en betreedt een soort ‘liminale’ status tussen vroegere en toekomstige identiteiten. Deze fase wordt vaak vergeleken met een (rituele) dood, of een verblijf in de duisternis van de baarmoeder in afwachting van de geboorte. Je hebt een ongedefinieerde sociale rol. Wat was is niet meer, wat gaat zijn weten we niet en wat is, is chaotisch en onzeker. De liminale fase is wel een lekkere fase waarin je van de meeste taken ontheven bent. Door de vele verlofdagen blijven er nauwelijks werkdagen over en je moet niets in de nieuwe fase waar alles nog openstaat. Het coördinatorschap vervalt, je krijgt geen nieuwe onderwijsgroep. In deze transitie ruim je op wat je niet meer nodig hebt, doet afstand van boeken en documenten en je richt je op nieuwe zaken. Het is ook tijd voor reflectie en bezinning als voorbereiding op de laatste fase. Je zou verwachten dat je in deze fase van een Human Resource Managementafdeling wat ondersteuning en begeleiding zou krijgen, maar er was al vastgesteld dat de ‘human’ factor ontbreekt bij FHML. Zelfs in de meest primitieve stammen gebeurt dit wel, dus hier heeft RM de theorie van Van Gennep niet geheel begrepen of bewust genegeerd. Nu was ik al met pensioen van mijn echte vak. Ik had het allemaal al eens goed meegemaakt. Mijn baas en opleidingshoofd heeft in een mail naar RM en de vakgroepvoorzitter zijn ongenoegen over de gang van zaken kenbaar gemaakt, maar daar amper een werkbare reactie op gekregen. Het voelde wel als steun. Re-integratie In de laatste fase overschrijdt het rituele subject deze drempel en maakt in zijn nieuwe sociale of religieuze rol zijn herintrede in de maatschappij, aldus Van Gennep. Dan is de volgende fase een feit. De laatste overzichten zijn geprint, de laptop en sleutels zijn ingeleverd (Resource Management is opgelucht, de resources zijn veiliggesteld). De (tweede) pensionering is een feit. Over deze ‘re-integratie fase’ ligt RM niet wakker. Zijn hebben hun taak gedaan volgens de regels en mentaliteit van de belastingdienst. Ik had ook een vinkje bij mijn naam omdat ik vragen stelde waarom ik eerst ontslagen werd voor ik mijn vaste aanstelling kreeg (inclusief blokkeren van UM kaart). Waarom het steeds 3 maanden duurde alvorens het salaris aangepast was bij weer een uitbreiding van werkzaamheden en vragen stelde bij de reiskostenvergoeding. Met mijn re-integratie gaat het prima. Ik was al met pensioen en werken bij HAG was een plezierige hobby, mede dankzij de warme collegiale verhoudingen. Ik heb mijn column overgedragen aan Nathalie Notermans (‘Moreel dilemma’). 1 Arnold van Gennep (1873-1957); ‘Les Rites de Passage’ Paris 1909 Ik hoop dat de afdeling RM FHML een lerende organisatie is en dat ze de H weer terug proberen te krijgen door een gesprek aan te gaan met een medewerker. Bij de huisartsopleiding is communicatie een zeer belangrijke competentie, dat zou het bij RM ook moeten zijn. 31

Op één lijn 67


Page 2
Colofon Oplage 2600 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Jeroen Smeets (aspirant) Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-200093 Fotografie Foto's op pag. 6 (linkerkolom), 22, 23 en 24 gemaakt door Philip Driessen Foto (poster) pag. 25 gemaakt door Loraine Bodewes Copyright Cartoon pag 30 komt uit 'Heer Bommel en het einde van eindeloos', het allerlaatste verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder; 20 januari 1986. Deadline volgend nummer 1 maart 2021 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Ben van Steenkiste met pensioen – Laury de Jonge en Trudy van der Weijden 3 4 5 Stellen zich voor: Elian Gorissen, Marjon Dresens en Kris Wouters – docenten opleiding ouderengeneeskunde 6 Manouk van Mourik – AIOTHO Jeantine Vons – gedragswetenschapper Eindhoven Nienke de Haan – HAB Eindhoven Natascha Broers – postdoc onderzoeker Marinka Steur – postdoc onderzoeker Onderwijs Opleidingscapaciteit. Een gedeelde verantwoordelijkheid – Matthijs Limpens, Marieke Kools, Laury de Jonge en Lilian Aarts Oproep opleiden – Lilian Aarts BKO geslaagden Clinicus van het jaar: de genomineerden – Nora Paulke en Jelle Stoffers Promoties Helpen financiële beloningen om te stoppen met roken? – Floor van den Brand Zinnige en Zuinige zorg. De rol van medisch onderwijs – Lorette Stammen Psyscan – Luc Gidding Dunja Dreesens – Rules for tools – knowledge translation tools in health care; a case of consilience 8 9 9 9 10 11 12 13 Onderzoek Je persoonlijke kans op dementie verkleinen: is dat haalbaar? – Stephanie Van Asbroeck 14 Zeldzaam maar niet alleen – Connie Stumpel Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals OOK en de Witte Raven – Erik Stolper en Paul Höppener WESP-en Bart Bulté – Hoe kunnen narratieve beschrijvingen de consultvoering van de aios verder verbeteren? Trang Nguyen – Evaluatie van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen Céline Buurman – Exploring factors for vitamin B12 and vitamin D testing in general practice Minke van Hoof – Uitgesteld antibioticum voor urineweginfecties, zijn vrouwen hiertoe bereid? 15 16 18 6 6 7 7 7 19 19 20 20 Kelly Lo-A-Foe – Interventies om antibioticagebruik bij urineweginfecties te verbeteren 21 Oproep voor huisartsen – Gigja Vossen en Birgitt Klerkx 21 Opleiding Ouderengeneeskunde Ouderengeneeskunde Maastricht. De eerste lichting aios is gestart – Babette Doorn Stellen zich voor: Mariëlle van der Velden en Nancy Lenaerts Aios in Cicero – Joey Jansen, Esmée ter Horst en Shanly Seferina Huisartsopleiding Uit het hoofd: Digitaal onderwijs – Matthijs Limpens Equilibre: Opleiden in tijden van corona – Marieke Kools en Arie de Jong Made in Maastricht en Eindhoven In de leer: Coronials – Arianne Beckers Weten is eten: Een eenvoudige doch voedzame maaltijd – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties – Arie de Jong en Nathalie Notermans 2 2 22 23 24 26 27 28 29 30 32 Van de redactie Eindeloos In de lente schreef ik over quarantaine en het ‘Groundhog Day’-gevoel. De afgelopen zomer verscheen er geen papieren editie van de eindeloze reeks ‘Op één lijn’. Wanneer iets eindeloos wordt genoemd, dan kan de betekenis flink verschillen. Zoals een zomer die eindeloos duurt, maar ook de huidige (noodzakelijke) maatregelen van de regering. Welk werkzame leven ook eindeloos leek te duren, is dat van Hendrik Jan Vunderink. ‘Aan al het goede komt een eind’. Zo ook voor hem. Hij schreef eindelijk zijn ‘Laatste Avondmaal’, zoals we dat liefkozend binnen de redactie noemen. Hij schreef in de geest van het Bommeliaanse ‘Het einde van eindeloos’. Ik denk, dat bij het verschijnen van dit blad hij nóg zit bij te komen van zijn copieuze maal. Het deed mij denken aan ‘Babette’s Feast’, een boek van de Deense schrijfster Karen Blixen dat ook fraai verfilmd is. En wat zullen wij onze snertvergaderingen missen! Een ander voormalig redactielid, Luc Gidding, heeft zijn eindeloze promotietraject succesvol afgerond. Niet alleen hij, maar ook Lorette Stammen, Dunja Dreesens en Floor van den Brand voltooiden hun wetenschappelijke proeve van bekwaamheid. En hoe! Floor kreeg zelfs een cum laude oordeel over haar onderzoek naar beloningen om te helpen bij stoppen met roken. Verder hebben we een reeks WESP-en die hun stageverslag met u delen. Wie weet zien we een deel van hen weer eens terug als aios of PhD, of als collega in de regio. Meer wetenschap vindt u in de vaste rubriek ‘Bruikbare Wetenschap’ van Jochen Cals en in de rubriek van de ‘Witte Raven’. Wie (nog meer) interesse heeft in zeldzame ziekten, kan zich verdiepen in het artikel van Connie Stumpel, een aanrader voor alle huisartsen (in opleiding). Nieuwe medewerkers stellen zich traditiegetrouw aan u voor. We schrijven zelden over vertrekkende medewerkers, maar voor Ben van Steenkiste maken we graag een uitzondering. De studenten van de UM gaan een zeer bekwame studieadviseur missen. Opleiden: het is broodnodig en het is een enorme uitdaging om alles georganiseerd te krijgen. Dus niet bedoeld als klaagzang, maar om te laten zien hoeveel er wordt gedaan en dat we alle stageplekken in de extramurale zorg kunnen gebruiken. Wij proberen de benodigde aios te werven, alhoewel u daarbij als opleider een grotere rol speelt dan u misschien denkt. We blijven dit eindeloos herhalen. Denk er maar eens over. De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht is van gestart gegaan in september en we praten u helemaal bij. Inmiddels blikken we volop vooruit op de start in september 2021, dan zijn er 12 plekken beschikbaar. We hopen in februari 2021 een ontmoetingsbijeenkomst met aios, staf, docenten en geïnteresseerden te organiseren. Tot zover kon ik het woord ‘corona’ vermijden, totdat de auteurs van de huisartsopleiding, geïnspireerd door schrijver Márquez, het in hun artikelen gingen verwerken. Hoe is het om op te leiden in tijden van corona? Lees het artikel van de opleiderscoördinatoren. Hoofd Matthijs Limpens vraagt zich steeds meer af hoe het is om digitaal onderwijs te geven. Coronials is de laatste column in ons blad in de reeks ‘In de leer’ door Arianne Beckers want ze is afgestudeerd. Ze gaat vast eindeloos door met schrijven, zoals voor Medisch Contact. Dus wij zoeken een nieuwe eerstejaars aios die graag wil schrijven voor deze column. Dankzij attente collega’s kunnen we u toch twee afstudeersessies tonen: Made in Maastricht en Eindhoven. Succes kersverse huisartsen! Tot slot de vaste gezondheidsrechtelijke kwesties. Arie de Jong en Nathalie Notermans vonden elkaar in de ethische kwestie rondom triage ten tijde van corona. Deze column zal zijn weg weer vinden naar de update van de online bundel met alle artikelen uit deze rubriek. Zo blijft die kennis eindeloos beschikbaar voor studenten, aios en andere geïnteresseerden. U vindt die brochure op onze website. Tot slot: we mogen niet knallend het jaar uit, maar we kijken wel reikhalzend uit naar een heel nieuw jaar. U toch ook? Babette Doorn 3 op één lijn 67
Page 4
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Van de voorzitter Allright, that's it, let's roll. DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Samen met 150 huisartsopleiders heb ik genoten van een webinar met Ben Tiggelaar, georganiseerd door de Huisartsopleiding Maastricht. Ik was al langer geïntrigeerd hoe ik veranderingen zou kunnen aanbrengen in mijn dagelijkse werk, ook als praktiserend huisarts. Steeds maar weer nascholen en cursussen volgen leidden niet tot verandering in mijn gedrag, noch tot een strategie voor het verwezenlijken van mijn doelen. Die doelen zijn: meer rust in de avond, minder vergaderen, e-overleg, flexibiliteit door meer thuis te werken, het groepsgevoel in de praktijk verhogen in coronatijden. Tiggelaar (en ook Covey) zeggen hierover, dat dit realiseerbare doelen zijn binnen je ‘circle of influence’. Door je te focussen, werk je aan veranderbare dingen. Tiggelaar kwam met een simpel drie-factorenmodel uit de literatuur. Je gedrag veranderen kan op verschillende niveaus: je eigen competenties ontwikkelen, je motivatie verhogen/ veranderen, maar zeker ook het beïnvloeden van je omgeving. Huisartspraktijken hebben maximaal ingezet op het gebruik van digitale mogelijkheden, zoals videoconsulten en het verzamelen van unieke data rondom COVID-19 in de praktijk. De dagstart is een van die nabije doelen waar je in de praktijk mee verder kunt: wat staat er vandaag op het programma en hoe gaan we het doen. Maar ook andere contactmomenten: samen lunchen in de praktijk, koffiedrinken etc. Mensen die in dezelfde ruimte verblijven, delen meer informatie met en hebben meer vertrouwen in elkaar. Ga je op een andere verdieping of zelfs maar een paar deuren verder zitten of op een andere verdieping, dan daalt dit delen dramatisch. De ander is juist de ideale mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en te leren kennen. De huisarts blijft de professional die kwetsbare mensen ondersteunt, snel en accuraat problemen opspoort in een onzeker landschap, mensen helpt om samen te beslissen en samenwerkt in een sfeer van vertrouwen met partners rond gezondheid en welzijn. Ik heb graag nog een huisarts aan mijn bed die me helpt bij moeilijke beslissingen, als ik het niet meer weet, of in mijn laatste dagen. En zo’n huisarts gun ik een frisse dagstart met zijn team in de praktijk. Verander je omgeving nu het kan, zeker in deze tijd. ‘Let's do it to them before they do it to us’ (ook van Phil Esterhaus). 4 4 4 2e uitgave 2020 Ben van Steenkiste met pensioen Recht door zee DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM EN TRUDY VAN DER WEIJDEN, HOOGLERAAR IMPLEMENTATIE VAN RICHTLIJNEN Vrijwel onopgemerkt (helaas) is Ben van Steenkiste op 28 juni 2020 met pensioen gegaan. Het afgelopen decennium heeft hij naast zijn wetenschappelijke carrière, furore gemaakt in het geven, ontwikkelen en organiseren van onderwijs. Er zijn weinig onderwijsrollen in de bachelor geneeskunde die Ben niet heeft gedaan, net zomin als hij onderwijsbeoordelingen kreeg die lager waren dan een 8. Een gedegen voorbereiding was vanzelfsprekend en als het nodig was, dook hij daarvoor opnieuw de boeken in. Specifiek affiniteit had hij met chroniciteit en zorg voor ouderen. Zo was hij de bedenker van de succesvolle zorgstage in het tweede jaar van de geneeskundeopleiding. Hij stond mede aan de wieg van de decentrale selectiecommissie voor de geneeskunde opleiding en was hiervan jarenlang vicevoorzitter. Die rol bracht hem door heel Nederland, inclusief de overzeese gebiedsdelen. Ben is betrokken, hardwerkend en recht door zee. Dat ervaarden studenten, die het geluk hadden om hem als docent en later als studieadviseur te treffen. Maar dat ervaarden ook zijn collega’s. Op Ben kon je rekenen als je de behoefte had aan een integere sparringpartner, iemand die met je mee wilde denken en als dat nodig was met raad en daad bijstond. Ben heeft in zijn wetenschappelijke carrière veel bijgedragen aan onderzoek naar het betrekken van de patiënt bij de besluitvorming in de spreekkamer. Hij is een expert in implementatieonderzoek en vergat nooit de realiteit: wat betekent dit nu voor de praktijk, waar zijn we mee bezig? Ben was in onze groep de manus van alles die in crisissituaties zorgde voor rust in de tent. Een man van teamgeest, van samen voor de goede zaak gaan. Zeer geliefd bij collega’s, die Ben roemen om zijn humor en plagerige grapjes, bescheidenheid en relativeringsvermogen, maar bovenal zijn behulpzaamheid met klusjes, computers, teksten, analyses. Zelfs met levensvragen. Ben is bovenal gericht op de persoon: hij vraagt eerst hoe het met je gaat, voordat er zaken besproken worden. Ben, namens alle collega’s die met je hebben mogen samenwerken wensen wij je een behouden vaart! 5 op één lijn 67
Page 6
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Manouk van Mourik AIOTHO Ik ben Manouk van Mourik en ik ben ruim een jaar geleden begonnen met de opleiding tot huisarts en onderzoeker, als AIOTHO. Reeds in 2017 ben ik gestart met mijn promotieonderzoek bij de afdeling Cardiologie. Elian Gorissen, Marjon Dresens en Kris Wouters Sinds 1 september zijn we werkzaam als groepsdocent bij de nieuwe opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht. Elian is specialist ouderengeneeskunde vanaf 2000 en sinds acht jaar werkzaam als ZZP-er binnen verschillende organisaties. Zij hoopt mede bij te dragen aan het vormen van toekomstbestendige SO’s. Elian is gehuwd en moeder van twee puberzonen. Marjon is sinds 1999 specialist ouderengeneeskunde en vanaf 2010 opleider van aios binnen Envida. Nu gaat ze voor schaalvergroting en hoopt ze nog meer AIOS te begeleiden in het prachtige vak van de ouderengeneeskunde. Marjon is gehuwd en moeder van een puberzoon en –dochter. Kris is sinds 2006 werkzaam als GZ-psycholoog binnen Cicero zorggroep. Ze hoopt haar passie voor systemische processen, communicatie en persoonlijke groei over te dragen op toekomstige SO’s. Kris woont samen met haar vriend en twee dochters van 4 en 7 jaar in Schinnen. Allen werken heel graag mee aan een mooie nieuwe opleiding, waarbij ook de regionale interdisciplinaire samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde een nadrukkelijke rol krijgt. Ook interesse in onderwijs bij deze opleiding? Laat het ons weten op: SO@maastrichtuniversity.nl 6 6 6 Mijn onderzoek richt zich op de zorg van patiënten met atriumfibrilleren. Onder begeleiding van dr. Annerika GiddingSlok en prof. dr. Jean Muris, naast prof. dr. Harry Crijns, heb ik de blik van mijn proefschrift kunnen verbreden gericht op de transmurale zorg, waarbij er naast de specialistische taken van de cardioloog, ook meer aandacht is voor de generalistische kijk van de huisarts en het zelfmanagement van de patiënt. Vanaf september ben ik gestart met drie maanden voltijds onderzoek, en zal dit nadien parttime afwisselen met mijn opleiding. Ik heb er erg naar uitgekeken om mijn onderzoek binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde te kunnen voortzetten. Jeantine Vons Gedragswetenschapper Eindhoven Mijn naam is Jeantine Vons en sinds 1 augustus werk ik als gedragswetenschapper voor de huisartsopleiding, locatie Eindhoven. Mijn achtergrond is: klinisch psycholoog/psychotherapeut en coach (individueel/conflict en team). In mijn werkzame leven was ik zowel in de klinische setting (Catharina Ziekenhuis) als in de ambulante GGZ werkzaam. Naast het behandelen van patiënten vind ik het boeiend en inspirerend om met groepen te werken: groepstherapie en het begeleiden van (intervisie)groepen en teams. Inmiddels ben ik begonnen als groepsbegeleider van een eerstejaars aios-groep. Ik vind het ontzettend leuk om jonge, leergierige mensen te begeleiden in hun ontwikkeling en opleiding en om met mijn nieuwe collega’s samen te werken. Ik heb een fijne start gemaakt en met een grote bos bloemen op mijn eerste werkdag voel ik me heel welkom! 2e uitgave 2020 Nienke de Haan HAB Eindhoven Sinds 1 augustus van dit jaar ben ik begonnen als HAB aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Samen met Jeantine Vons ben ik 1 september gestart met een eerstejaarsgroep. Ik volgde zowel mijn basisopleiding geneeskunde als de huisartsopleiding in Maastricht. Na mijn studie geneeskunde (afgerond in 2005), begon ik aan de opleiding tot specialist interne geneeskunde in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Na een aantal jaren kwam ik erachter, dat mijn hart niet in het ziekenhuis ligt. Daarom startte ik zes jaar geleden met de huisartsopleiding, die ik drie jaar geleden afrondde. Sindsdien werk ik als waarnemend huisarts in de regio Eindhoven en start ik per 1 november als vaste waarnemer voor 1,5 dag in een huisartsenpraktijk in Best. Sinds vier jaar woon ik met veel plezier in Sint-Oedenrode. Ik ben getrouwd met Manfred en heb twee kinderen, Tiemen en Renske, in de basisschoolleeftijd. In mijn vrije tijd ben ik regelmatig aan het tennissen. Ik vind het erg leuk en uitdagend om, naast het huisarts zijn, op een andere manier met het vak bezig te zijn. Natascha Broers postdoc onderzoeker Ik ben Natascha Broers en per 1 augustus 2020 parttime werkzaam bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde als onderzoeker op het PRO-COVID-19 project, onder leiding van Jochen Cals. Helaas heb ik door de coronacrisis nog geen dag op de vakgroep kunnen werken, maar dat maakt het werk zelf niet minder leuk. Na mijn afstuderen aan de Universiteit Maastricht als gezondheidswetenschapper ben ik mijn carrière begonnen als onderzoeksassistent bij De Maastricht Studie, waarna ik al snel de overstap gemaakt heb naar de Nefrologie om een PhD-traject te gaan volgen. Na 8 jaar lang als PhDstudent en vervolgens postdoc te hebben gewerkt bij Nefrologie was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Op dit moment werk ik naast mijn aanstelling als postdoc (1,5 dag per week) ook als secretaris bij de medisch-ethische toetsingscommissie azM/UM (3,5 dag per week). Ik ben dus bezig met medisch-wetenschappelijk onderzoek van A tot Z. Leuk, leerzaam en uitdagend. Samen met mijn vriend Niek woon ik in de gezellige binnenstad van Maastricht, waar we samen zo veel mogelijk genieten van het stadse en bourgondische leven. Naast de standaard hobby’s (zoals natuurlijk het oplossen van Zweedse puzzels), ga ik sinds afgelopen zomer graag een stukje wielrennen. Ik kijk uit naar de resultaten van ons project, maar zeker ook naar de kennismaking met mijn nieuwe collega’s bij de vakgroep! Marinka Steur postdoc onderzoeker Ik ben Marinka Steur en ik ben in september begonnen als postdoc onderzoeker data science in de onderzoeksgroep van Jochen Cals. Hiervoor heb ik 10 jaar in Engeland gewoond en gewerkt, tot ik afgelopen zomer met mijn familie naar Nederland ben geremigreerd. Mijn studie begon in Wageningen, waar ik de BSc en MSc voeding en gezondheid heb voltooid. Tijdens mijn MSc stage in Oxford besloot ik voor een langer buitenland avontuur te gaan. Dus ging ik na mijn MSc studie terug naar Engeland, deze keer samen met mijn huidige echtgenoot, voor een MPhil en PhD in cardiovasculaire epidemiologie aan de Universiteit van Cambridge. Hier bleek het zo goed te bevallen dat we uiteindelijk 10 jaar zijn blijven ‘hangen’. In deze periode heb ik me gespecialiseerd in epidemiologie binnen grootschalige internationale cohortstudies, met een focus op voeding en cardio metabole aandoeningen. Inmiddels woon ik met mijn man en driejarige dochter in Den Bosch en kijk ik ernaar uit om me in Maastricht te verdiepen in het data-onderzoek binnen de huisartsgeneeskunde. Hierbij ben ik met name geïnteresseerd in de nieuwe mogelijkheden die ‘big data’ en de uitgebreide medische registratiedata kan brengen voor het optimaliseren van diagnostiek in de huisartsenpraktijk. 7 op één lijn 67
Page 8
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Opleidingscapaciteit Een gedeelde verantwoordelijkheid DOOR MATTHIJS LIMPENS, MARIEKE KOOLS, LAURY DE JONGE EN LILIAN AARTS Momenteel maken we de tweede golf van COVID-19 besmettingen door. Net als de eerste golf is dit een onzekere periode voor velen die de cruciale rol van de huisarts als spil van de eerste lijn benadrukt. Continuïteit van zorg lijkt belangrijker dan ooit. De eerste COVID-19- golf had ook grote invloed op onderwijs en opleiding op de huisartsgeneeskundige leer-werkplek. Het praktijkonderwijs voor alle coschappers werd geschorst en er vond maandenlang alleen onlineonderwijs plaats. Huisartsen-in-opleiding konden nog wel op hun stageplaats blijven, maar voor hen gold dat het aantal patiëntcontacten per dag drastisch omlaagging, evenals de leermogelijkheden van de reguliere huisartsgeneeskunde. Ook al omdat in het begin de schaarste aan beschermingsmiddelen een bottleneck bleek voor het meedoen in diensten en het doen van een vies spreekuur. Aios die in maart hun opleiding begonnen in jaar 1, hebben maar beperkt te maken gehad met reguliere huisartsgeneeskunde. Anderzijds kun je zeggen dat het hoe dan ook leerzaam was. Aios zagen hoe de huisarts diens praktijk her-organiseert volgens nieuwe richtlijnen en hoe ze de samenwerking binnen de regio zo goed mogelijk vormgaven. Nadat op 15 juni de schorsing opgeheven werd, dreigde er een acuut tekort aan huisartsgeneeskundige stageplaatsen voor coassistenten. Naast de bestaande coschappen moesten immers inhaalcoschappen gepland worden. Dat betekende een dubbele belasting van onze toch al krappe stageplaatscapaciteit. Bovenop de reguliere 360 (!) te plaatsen coassistenten kwamen er nog eens 86 bij. Reden voor ons om een brandbrief de deur uit te doen naar alle huisartsopleiders, om samen met hun eersteof derdejaars aios een coassistent onder hun hoede te nemen. Gelukkig gaven tientallen huisartsopleiders hier gehoor aan. Ook veel coassistentbegeleiders toonden zich bereid extra coassistenten te begeleiden. Zo kon verdere studievertraging voor coassistenten voorkomen worden en deden alle afgestudeerde basisartsen ook ervaring op in de huisartspraktijk. Deze gezamenlijke brandbrief is illustratief voor de jarenlang bestaande structurele samenwerking tussen basiscurriculum en huisartsopleiding. Die samenwerking betreft zowel de werving als plaatsing van coassistenten en huisartsen8 8 8 in-opleiding in het wervings- en plaatsingsgebied dat ons op basis van landelijke afspraken is toegewezen. Om deze plaatsing optimaal af te stemmen, gebruiken we een gezamenlijk relatiebeheersysteem (toepasselijk “Family” genaamd) en is Lilian Aarts al jaren het gemeenschappelijk aanspreekpunt. En het allerbelangrijkste: basiscurriculum en huisartsopleiding doen dit op basis van een gedeelde visie: we zijn samen verantwoordelijk om onze stageplaatscapaciteit te vergroten en optimaal te benutten. We hebben samen de maatschappelijke verantwoordelijkheid om voldoende huisartsen op te leiden en te behouden voor de regio in de toekomst. Toename van stagecapaciteit blijft namelijk nodig. Het capaciteitsorgaan heeft geadviseerd om de opleidingscapaciteit van de huisartsopleidingen te vergroten, juist in gebieden waar een krapte aan huisartsen bestaat of verwacht wordt: Zeeland, Groningen en Limburg. Het MT van de huisartsopleiding besloot daarop om in maart 2021 een extra aiosgroep te starten in Eindhoven: twee groepen van 12 aios. Dit betekent dat er minimaal 12 huisartsopleiders meer nodig zijn en met het oog op onverwachte uitval van opleiders, langer-lopende trajecten van aios en ontkoppelingen, liefst nog vijf opleiders daarbovenop. Dat betekent dat we in goed overleg, een aantal begeleiders van coassistenten pro-actief hebben benaderd om aios op te gaan leiden voor de huisartsopleiding. Hierdoor ontstaat logischerwijs direct een tekort aan coassistent-begeleiders. Kortom: het kraakt en piept aan beide kanten, zowel het basiscurriculum als de huisartsopleiding. Dit alles is voor ons genoeg aanleiding om niet alleen onze werving van nieuwe opleiders te intensiveren, maar ook te overwegen het AIOS-co model structureel in te bedden in de huisartsopleiding. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Het begeleiden van coassistenten biedt een plezierige en leerzame ervaring voor huisartsen-in-spé. Het geven van onderwijs behoort niet voor niets tot de verplichte competenties van de huisarts. Huisartsen in opleiding die eenmaal geproefd hebben aan het geven van onderwijs, zullen in de toekomst eerder kiezen voor het opleider- of docentschap. Tegelijkertijd wordt door de inzet van het AIOS-co model onze totale opleidingscapaciteit vergroot. En dat is noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan de toenemende maatschappelijke vraag vanuit de regio om huisartsen. Oproep opleiden Contact: lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl Telefoon: 06-38312277 2e uitgave 2020 Bent u nog geen begeleider van coassistenten of huisartsopleider, meldt u dan aan. Bent u opleider van AIOS, doe dan mee met het AIOS-co model. Het is nu belangrijker dan ooit. Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) Geslaagden Woensdag 11 november 2020 was de online uitreiking van de BKO-certificaten over de jaargangen 2019-2020. De uitreiking werd geopend door rector magnificus Rianne Letschert. De BKO wordt erkend als bewijs van didactische bekwaamheid voor het ontwerpen en geven van universitair onderwijs. De Faculty of Health Medicine and Life Sciences (FHML) is als grootste Faculteit binnen de Universiteit Maastricht hofleverancier van 54 van de in totaal 92 cursisten. Van de vakgroep Huisartsgeneeskunde kregen deze keer de volgende docenten hun certificaat: Annemieke Wagemans, AVG Kirsten Ponse, huisarts Babette Doorn, projectmanager Eefje de Bont, huisarts. Beste werkplekbegeleiders coschap De huisartsen die de studenten voor de Pulse prijzen voor beste clinici van het jaar 2019-2020 genomineerd hebben zijn (in willekeurige volgorde): Bert Harms huisartsenpraktijk Centrum Swalmen Dick Mooren groepspraktijk De Bres Roermond Tanja van der Burgt huisartsenpraktijk Het Groene Kruis Swalmen 9 op één lijn 67
Page 10
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Promotie 21 oktober 2020 Helpen financiële beloningen om te stoppen met roken? DOOR FLOOR VAN DEN BRAND, ONDERZOEKER Stelling: “Financiële beloningen toegevoegd aan een stoppenmet-roken groepstraining op de werkplek verhogen het stopsucces van werknemers substantieel.” Op woensdag 21 oktober verdedigde ik met veel plezier mijn proefschrift getiteld ‘Financial Incentives for Smoking Cessation’. De hoofdvraag van het proefschrift was: helpen beloningen om te stoppen met roken? Om deze vraag te beantwoorden hebben mijn promotieteam (Prof. Dr. Onno van Schayck, Prof. Dr. Gera Nagelhout, Dr. Bjorn Winkens, Prof. Dr. Niels Chavannes), onderzoeksmedewerker Lotte de Haan-Bouma en ik een cluster gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek uitgevoerd binnen Nederlandse bedrijven. Voor het onderzoek volgden 604 werknemers binnen 61 bedrijven een 7-weekse stoppen-met-roken groepstraining op het werk, samen met collega’s. In de helft van de bedrijven verdienden de deelnemers bovendien cadeaubonnen ter waarde van in totaal 350 euro als zij succesvol stopten met roken. In de groep met deelnemers die alleen een groepstraining volgden was 26% gestopt na 12 maanden. Terwijl in de groep met deelnemers die, bovenop de groepstraining ook nog beloningen verdienden 41% gestopt was. Het belonen van stopsucces bleek dus het aantal stoppers significant te verhogen. De interventie was ook effectief voor deelnemers met een lager opleidings- en inkomensniveau. Dit is een veelbelovend resultaat, omdat mensen met een lagere sociaaleconomische positie over het algemeen meer moeite hebben om te stoppen met roken. Bovendien werd de groepstraining zeer positief beoordeeld door de deelnemers. Volgens hen waren belangrijke succesfactoren voor het stoppen met roken de laagdrempeligheid van een training op de werkplek, de groepsdruk en sociale steun die ze ontvingen van collega’s, strategieën om niet te roken, die men tijdens de training leerde en een hoge persoonlijke motivatie om te stoppen. De beloningen werden gezien als een leuke toegevoegde bonus. Om te stimuleren dat bedrijven in Nederland de interventie zelf gaan implementeren, zijn we een volgend onderzoeksproject gestart. Het doel is om een strategie te ontwikkelen, waarmee we werkgevers stimuleren om groepstrainingen met financiële beloningen aan hun werknemers aan te bieden. Hiermee maken we rokende werknemers enthousiast om zich voor een dergelijke training aan te melden. We hebben een website ontworpen met informatie- en communicatiematerialen, waaronder filmpjes, folders en posters. Bekijk ze op: www.samensterkerstoppen.nl. Op 21 oktober organiseerden we met steun van Universiteitsfonds Limburg een geslaagd online symposium, waarin ik bovengenoemde implementatieonderzoek besprak en waarin internationale experts hun inspirerende onderzoeksprojecten naar financiële incentives voor stoppen met roken presenteerden. Scott D. Halpern, M.D., Ph.D., (University of Pennsylvania) sprak over het inzetten van loss aversion en present bias om incentives voor stoppen met roken effectiever te maken. Lesley Sinclair (Usher Institute, The University of Edinburgh), vertelde over haar lopende multi-center trial met 944 zwangere rokers. Nienke Boderie, MSc (Erasmusmc) presenteerde haar onderzoek naar verschillende beloningsschema’s voor zorgmedewerkers. En Prof. Dr. Gera Nagelhout (Onderzoeksinstituut IVO en Universiteit Maastricht) liet zien wat mensen met een lagere sociaaleconomische positie nodig hebben binnen stoppenmet-rokeninterventies. Het symposium is terug te kijken via: https://www.onlineseminar.com/symposiumincentives/ webinar/35391/incentives-for-smoking-cessation/ #watch-player 10 10 10 Promotie 16 oktober 2020 Zinnige en Zuinige zorg – de rol van medisch onderwijs DOOR LORETTE STAMMEN, VOORMALIG AIOTHO Je zou kunnen zeggen dat de zorg last heeft van overgewicht. Zoals zo vaak bij overgewicht, heeft dat veel te maken met welvaart. Er is steeds meer te krijgen en de zorg is toegankelijker dan ooit. Helaas leidt dit niet altijd tot betere zorg, een toename van kwaliteit of sneller herstel. Om de zorg fit en gezond te houden, moeten we de kosten (financiële kosten, maar ook bijwerkingen, overdiagnostiek en medicalisering) bewust afwegen tegen de winst (zoals behoud of verbetering van kwaliteit van leven, dagelijks functioneren en zelfredzaamheid). Zinnige en zuinige zorg is niet alleen in het belang van de individuele patiënt, maar komt ook ten goede aan de maatschappij. Als we het met z’n allen eens zijn dat zorg zinnig en zuinig moet zijn, dan dienen we onze artsen hierop voor te bereiden. Zij kunnen door hun medische kennis samen met patiënten een bewuste afweging maken tussen de voor- en nadelen. We hebben onderzocht hoe aios zinnige en zuinige zorg kunnen leveren en hoe onderwijs hierbij kan ondersteunen. Graag delen wij onze bevindingen. Inhoudelijke eisen aan het onderwijs Ons onderzoek heeft laten zien dat aandacht voor zorgkosten en de organisatie van de zorg belangrijk is voor het leveren van zuinige zorg. Daarnaast zijn inzicht in de wensen, verwachtingen en ideeën van patiënten ten aanzien van hun klacht/diagnose erg belangrijk. Tot slot is kennis nodig over welke diagnostiek en behandelingen beschikbaar zijn en voor wie wat en wanneer zinvol is. Daarnaast helpt het als artsen reflecteren op eigen handelen, zoals wanneer ze welke diagnostiek aanvragen, welke medicijnen ze veel voorschrijven en hoeveel ze doorverwijzen. En de mogelijkheid om hun eigen gedrag met dat van andere artsen te vergelijken. Wie proberen we op te leiden De ideeën die aios hebben over zinnige en zuinige zorg zijn sterk van invloed op wat ze leren op de werkplek. Aan de ene kant is er de zuinige aios, welke actief bezig is met het reduceren van onnodige zorg of -zorgkosten. Kenmerkend voor de zuinige aios is het zetten van vraagtekens bij het nut van behandelingen, informeert naar alternatieven, en bespreekt met patiënten expliciet welke de voor- en nadelen van diagnostiek zijn en welke gevolgen dit zou kunnen hebben voor de behandeling. Aan de andere kant zit de aios die liever niet nadenkt over geld en vindt dat de politiek moet beslissen wat de zorg mag kosten en hoe de zorgkosten beteugeld moeten worden. Deze aios is niet overtuigd van het nut van zinnige en zuinige zorg en gaat ervan uit dat iedere patiënt behandeld wil worden met alles wat er medisch voorhanden is. In het midden zit de aios die het belangrijk vindt om zuinig en zinnig te werken maar belemmeringen ervaart bij de toepassing op de werkplek. Deze aios weet niet zo goed hoe hij/zij leermomenten moet opzoeken en vindt dit lastig te bespreken met patiënten en supervisoren. De rol van de supervisor Supervisoren twijfelen niet over het belang van zuinige en zinnige zorg. Echter om op te leiden in zinnige en zuinige zorg, ervaren zij wel obstakels. Velen hebben naar eigen zeggen onvoldoende inzicht in het eigen handelen of hebben te weinig kennis van zorgkosten en vinden het lastig om aios de ‘juiste’ kant op de sturen. Sommige deelnemers aan het onderzoek gaven duidelijk aan dat ze geen idee hadden hoe ze de stijgende zorgkosten of het dubieuze nut van een handeling moesten bespreken met patienten. Ze waren bezorgd dat patiënten dachten dat ze geld belangrijker vonden dan welzijn. Supervisoren die wel met hun patiënten over de stijgende zorgkosten spraken, zagen dit juist als verdieping van de arts-patiënt relatie en konden op veel begrip rekenen. Supervisoren die aangaven actief bezig zijn met opleiden in zinnige en zuinige zorg, stellen kritische vragen aan aios zoals ‘waarom doe je dit onderzoek?’, ‘waarom doe je het nu?’, ‘wat ga je doen met de uitslag?’ en ‘wat is het alternatief?’. Daarnaast proberen ze verspilling te voorkomen door grenzen te stellen aan het zelfstandig voorschrijven van dure medicijnen of restricties ten aanzien van diagnostiek door de aios. Door ongevraagd eigen overwegingen toe te lichten kan de supervisor het goede voorbeeld geven en inzicht geven in de redenering. Erg effectief is het als supervisoren aios de ruimte geven om te experimenteren, ze een eigen behandelplan op te laten stellen en ze actief te laten meedenken over de nadelen van een interventie. Een van de voorbeelden uit ons onderzoek liet zien dat de aios vaak wel een mening hebben ten aanzien van het nut of noodzaak van een behandeling, maar zich, met name in zogenoemde multidisciplinaire overleggen over niet altijd uitgenodigd voelen deel te nemen aan discussies en kritische vragen te stellen. 11 op één lijn 67
Page 12
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Het maakt uit waar je wordt opgeleid Over het algemeen geldt: hoe kleiner het instituut, des te eenvoudiger het is voor de aios om buiten de eigen vakgroep informatie te vragen. Denk bijvoorbeeld aan een aios interne die de klinisch chemicus om een toelichting van de bloeduitslagen vraagt of een orthopeed die de radioloog belt over de specifieke beschrijving van een bepaalde fractuur. Daarnaast maakt het uit met wie de aios samenwerkt, en wat de normen en waarden zijn van de mensen die daar werken. Ook de aanwezigheid van een visie of het hebben van afspraken zijn belangrijk voor het opleiden in zinnige en zuinige zorg. Denk aan hoe om te gaan met patiënten die dreigen met een klacht of wat te doen met twijfelachtige bloeduitslagen. Ondanks de protocollen is er voldoende ruimte voor verschillen tussen dokters. En dat is een groot goed. Sommige verschillen zijn te verklaren, bijvoorbeeld door patiëntkenmerken, andere verschillen lijken op het eerste oog onverklaarbaar. Een leerpunt voor aios en andere professionals op de werkplek is om verschillen tussen dokters te benoemen en te bespreken. Deze gesprekken zouden leermomenten kunnen zijn, maar dit lijkt op de werkplek maar weinig te gebeuren. Stelling “It is much more important to know what sort of a patient has a disease, than what sort of a disease a patient has (sir William Osler).” Voetnoot Ons onderzoek heeft zich gericht op de algemene medische vervolgopleiding (waaronder de huisartsopleiding). Het doel was te kijken hoe de medische vervolgopleiding kan bijdragen aan het leerproces van aios. Sommige aanbevelingen of tips zijn voor de huisartsgeneeskunde meer of minder relevant dan anderen. Mocht u interesse hebben in een papieren of digitale versie van het proefschrift, stuur dan een email naar l.stammen@maastrichtuniversity.nl Promotie 1 oktober 2020 Psyscan DOOR LUC GIDDING, PROMOVENDUS Supporting general practice in diagnosis and choice of treatment for patients with psychological problems: PsyScan Binnen mijn promotieonderzoek ontwikkelden wij als vakgroep huisartsgeneeskunde samen met de eerstelijns zorgorganisatie Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE), PsyScan. Een multidisciplinair team, bestaande uit een huisarts, een psycholoog, een POH-GGz, de zorgprogramma manager GGz, de cliëntenraad, een patiënt die in het verleden depressief was en ik zelf, combineerde de bevindingen uit de literatuur, focusgroepen, en analyses van de bestaande angst- en depressiezorg in SGE. Dit resulteerde in het interventie-instrument PsyScan. PsyScan is een internetinstrument voor patiënten, dat de huisarts ondersteunt in het differentiëren van type en ernst van de psychische klachten, en huisarts en patiënt helpt bij het kiezen van een passende behandeling. Onder andere de 4-Dimensionale Klachten Lijst (4DKL) maakt onderdeel uit van PsyScan. PsyScan is door ons geëvalueerd binnen de SGE in een gerandomiseerd onderzoek met 336 patiënten waarbij de helft de PsyScan kreeg aangeboden, en de andere helft gebruikelijke zorg. De PsyScan-groep toonde betere psychologische resultaten en meer kwaliteit van leven. PsyScan leidde niet tot hogere kosten. Op dit moment wordt de PsyScan beschikbaar gesteld aan andere organisaties in de gezondheidszorg in het hele land. 12 12 12 Als mooie erkenning voor ons werk voor patiënten met psychische klachten, ontvingen we meerdere onderzoekssubsidies en prijzen voor ons werk rond PsyScan, onder andere de Heert Dokter prijs voor beste onderzoeksartikel in Huisarts en Wetenschap in 2019. Op 1 oktober 2020 verdedigde ik mijn proefschrift succesvol in Maastricht, in een helaas erg lege aula vanwege de Coronarestricties. Met veel plezier heb ik jarenlang bij de vakgroep gewerkt en ook als redactielid van dit blad mogen fungeren. Allen die hebben bijgedragen nogmaals dank! Stelling “Als de huisarts de patiënt beter kent en meer relevante informatie heeft over de patiënt, dan wordt de behandeling van psychische problemen meer op maat en effectiever.” 2e uitgave 2020 Promotie 4 november 2020 Rules for tools – knowledge translation tools in health care; a case of consilience DOOR DUNJA DREESENS, ONDERZOEKER De kennis in de gezondheidszorg is enorm en neemt iedere dag verder toe. In 2008 verschenen er 11 systematic reviews per dag, in 2020 zijn dat er al 80 per dag. Dit betekent, dat je als arts meer dan acht uur per dag moet lezen om bij te blijven. Tijd die je niet aan de patiënt kunt besteden. Daarnaast duurt het lang voordat alle kennis op de werkvloer bij de patiënt terecht komt: gemiddeld 17 jaar en onderweg lekt er om allerlei redenen kennis weg. Uit onderzoek aan het begin van deze eeuw blijkt dat meer dan de helft van de patiënten niet behandeld wordt volgens de laatste inzichten. Vanwege de hoeveelheid kennis en de moeilijkheid om al die kennis in de praktijk te laten landen, is er de laatste jaren veel aandacht voor iets dat kennistoepassing (knowledge translation/transfer) heet. Kennistoepassing betreft het samenvatten, duiden, verspreiden en gebruiken van kennis. Een manier om dat voor elkaar te krijgen, is het ontwikkelen van instrumenten (tools) die kennis samenvatten en duiden, zodat de arts dit niet meer zelf hoeft te doen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle kennis in de gezondheidszorg binnen afzienbare tijd terecht komt bij de zorgverlener en patiënt? En dan zo, dat artsen en patiënten die kennis eenvoudig tot zich kunnen nemen en toepassen? Tijdens ons onderzoek hebben we gekeken welke instrumenten er in Nederland bestaan die kennistoepassing en (samen) beslissen ondersteunen, hoe deze gedefinieerd zijn, welke doel(en) ze dienen en welke elementen ze behoren te bevatten, welke kennisbronnen er zijn en, tot slot, welke voorkeur (kinder-)artsen hebben bij het gebruik van deze instrumenten. Zonder het hele proefschrift uit de doeken te doen, hierbij enkele resultaten en conclusies. We ontwikkelen in Nederland een veelvoud aan kennisinstrumenten, die vaak slecht of onvolledig omschreven zijn. Het is ons op landelijk niveau met relevante zorgpartijen gelukt, het aantal instrumenten tot een kernset terug te brengen en het ook eens te worden over de definities van deze tools. Voor instrumenten gericht op patiënten hebben we met internationale experts een framework ontwikkeld, dat de doelen van deze instrumenten beschrijft en aangeeft welke elementen minimaal hier onderdeel van moeten uitmaken. Nog lang niet alle kennisbronnen worden gebruikt bij de ontwikkeling van instrumenten zoals richtlijnen. Het duiden van kwalitatief onderzoek en dat samenbrengen met kwantitatief onderzoek blijft lastig, maar eerste stappen worden hiervoor gezet. Kinderartsen gaven aan, dat in richtlijnen ook aandacht besteed kan worden aan samen beslissen, maar dat er dan ook toegelicht moet worden hoe je dat doet. Bij voorkeur worden de aanbevelingen meer ‘open’ geformuleerd, vergezeld van keuzehulpen. Een meer ‘open’ richtlijnaanbeveling geeft opties en ook welke overwegingen van patiënten bij de keuze daartussen een rol spelen. Om tot betere instrumenten en kennistoepassing te komen, is het nodig, dat de verschillende betrokken disciplines meer en beter samenwerken: a case of consilience. Stelling “Landelijke zorgpartijen hebben consensus bereikt dat vijf instrumenten voldoende zouden moeten zijn voor kennistoepassing en (samen) beslissen in de (gezondheids)zorg: richtlijn, samenvatting, stroomschema/beslisboom, patiëntinformatie en patiëntkeuzehulpen.” “National experts agreed that to support knowledge translation and (shared) decision-making five tool types should be sufficient: clinical practice guideline, summary, flowchart, patient information and patient decision aid.” Rules for tools Knowledge translation tools in health care: a case of consilience Dunja Dreesens 13 op één lijn 67
Page 14
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Doe mee aan het PRIMA-Brain onderzoeksproject Je persoonlijke kans op dementie verkleinen DOOR STEPHANIE VAN ASBROECK, ONDERZOEKER Dementie treft 20% van de Nederlanders en is de grootste kostenpost in de zorg. Er is ook goed nieuws: je kan de kans om dementie te krijgen verkleinen, door een gezonde levensstijl aan te nemen op middelbare leeftijd. Dit houdt in dat je gezond eet, voldoende beweegt en niet rookt, maar ook dat je mentaal actief blijft. Op basis van deze kennis heeft het Alzheimer Centrum Limburg (onderdeel van de Universiteit Maastricht) een gezondheidsapp (MijnBreincoach app) ontwikkeld waarmee mensen meer inzicht kunnen krijgen in hoe zij zelf hun hersengezondheid kunnen verbeteren. De gebruiker kan via een zelftest te weten komen waar er specifiek voor hem of haar ruimte voor verbetering mogelijk is en op welke punten hij of zij al goed bezig is. De app is bedoeld om mensen in kleine stappen in de richting van een ‘hersengezonde’ levensstijl te bewegen. Onderzoek Begin 2021 sloegen de vakgroepen Huisartsgeneeskunde en Psychiatrie & Neuropsychologie van de Universiteit Maastricht hun handen ineen. Samen startten ze een onderzoek om te kijken of het haalbaar en effectief is om de MijnBreincoach app in de huisartsenpraktijk aan te bieden, naast het kort bespreken van het persoonlijk hersengezondheidsprofiel met de patiënt. Het doel van het project is om bewustzijn rondom de relatie tussen levensstijl en hersengezondheid te vergroten en om mensen inzicht te geven in hoe zij zelf in kleine stappen hun hersengezondheid kunnen verbeteren. Wat we willen weten is of mensen inderdaad aanpassingen in hun levensstijl aanbrengen en of de app daarin ook een meerwaarde heeft. Dit zou een eerste stap zijn naar risicoreductie van dementie in Nederland. We zijn nog op zoek naar huisartspraktijken die aan dit onderzoek willen meewerken. Dit betekent dat u ons in contact brengt met potentiële deelnemers en dat de praktijkondersteuner of arts kort de hersengezondheid en de relatie met levensstijl met de deelnemende patiënt bespreekt tijdens een reguliere afspraak (5-10 min). We zoeken 30 deelnemers per praktijk. In ruil voor uw medewerking krijgt de praktijk 1000 euro bruto. Meer informatie? Bent u geïnteresseerd in dit project? Wilt u graag wat meer informatie? Mail of bel ons: Stephanie Van Asbroeck, telefoonnummer 043-388 10 43, of per e-mail via s.vanasbroeck@maastrichtuniversity.nl. Doen of laten? Onnodige vitaminediagnostiek werkt medicalisering in de hand en zorgt voor onnodige kosten. Verminderen kan met zo’n 20-25%, zo bleek uit een pilot. Vanaf nu kunnen alle huisartsen meedoen aan deze landelijke campagne. De volgende materialen zijn online en offline gratis voor u beschikbaar: • Patiëntfolder • Poster • Wachtkamerfilmpje • Spiegelinformatie • E-learning (1 accreditatiepunt) Website: www.doenoflaten.nl/vitamine E-mail: info@doenoflaten.nl 14 14 14 2e uitgave 2020 Kennis uit onderzoek Zeldzaam maar niet alleen DOOR CONNIE STUMPEL, HOOGLERAAR KLINISCHE GENETICA MUMC+ Stel, u krijgt een brief van een ziekenhuisspecialist met daarin bericht over een zeldzame diagnose bij een van uw patiënten. U heeft daar nog nooit van gehoord. Hoe laat u zich informeren? En gaat u zelf ook op zoek en leren? Zijn er preventieve maatregelen om gezondheidsschade te voorkomen? Zijn er gevolgen voor de erfelijkheid van (klein)kinderen? Definitie en feiten • Een aandoening wordt zeldzaam genoemd, als deze bij minder dan 1:2000 mensen voorkomt • Er zijn 6000-8000 zeldzame aandoeningen • 80% daarvan is genetisch bepaald • In Nederland gaat het om ongeveer 1 miljoen mensen • In Europa zijn dat 30 miljoen mensen • Het risico om een zeldzame aandoening te krijgen is ongeveer 1:17. • DNA-onderzoek is belangrijk geworden in het (tijdig) vaststellen van een zeldzame aandoening Na een (genetische) diagnose zijn er veel vragen die niet altijd te beantwoorden zijn. Is er een professional die meer weet? Is er lotgenotencontact mogelijk? Is er een expertisecentrum? Het internet is een bron van informatie, maar hoe voorkom je dat je verdwaalt? In Nederland werden in 2015 door het Ministerie expertisecentra voor zeldzame aandoeningen erkend.1 Deze expertisecentra moeten aan diverse criteria voldoen. In 2021 volgt een nieuwe ronde voor verlenging van de erkenningen. Er is nog kans om voor nog niet erkende aandoeningen deze erkenning aan te vragen. Expertisecentra zijn heel belangrijk voor de patiënt. Zo kan de patiënt de beste zorg en informatie krijgen en profiteren van de meest recente mogelijkheden. Als er medische klachten zijn, maar er (nog) geen diagnose is, dan kan het lang duren voordat er een diagnose wordt gesteld. Mensen ervaren vaak onbegrip voor hun klachten. Het is soms afhankelijk van het toeval, via een alerte arts, of via een verhaal in de krant of op internet. Dat zoeken, daar moet je een sterke motivatie voor hebben. Actieve huisartsen zoals de ‘Witte Raven’, hebben die motivatie: Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten (OOK) vragen om een diagnose. Onvermoeibaar speuren zij naar die 1 https://www.nfu.nl/patientenzorg/complexezorg/zeldzame-ziekten diagnose die vaak zeldzaam is. Zie de artikelen in dit blad of kijk op www.witteraven.org. Patiënten zoeken ook zelf, vaak samen met hun huisarts. Van specialist naar specialist, steeds met de hoop om een diagnose te krijgen. De VSOP (Vereniging Samenwerkende Ouder en Patiëntenverenigingen) biedt patiënten een adviserend platform op ziekteonbekend.nl. De Afdelingen klinische genetica van Nederlandse UMC’s bieden op spreekuren de mogelijkheid tot diagnostiek, vaak multidisciplinair. Heel snel wordt DNA-technologie ingezet om tot een diagnose te komen. Maastricht is het ‘balkon’ van Europa. In de Euregio is de afgelopen jaren een Europees project uitgevoerd met als doel om de zorg voor patiënten met een zeldzame aandoening in de Euregio te verbeteren. De universitaire centra van Maastricht, Aken en Luik, met de verzekeraars in de drie landen en de Provincie Limburg werken samen in het zogeheten EmRaDi project (www.emradi.eu/nl). Als resultaat zijn factsheets gemaakt voor patiënten en professionals met informatie en adressen in drie landen. Deze zijn op de website te vinden. Persoonlijke noot In december 2020 ga ik met pensioen nadat ik 35 jaar als klinisch geneticus (aanvankelijk als kinderarts) heb gewerkt in de diagnostiek en erfelijkheidsvoorlichting bij genetische aandoeningen bij kinderen en volwassenen. Ik heb me altijd sterk gemaakt voor patiënten die zoeken naar een diagnose, voor hun kind, of voor zichzelf. De contacten met de huisartsen om hen persoonlijk te informeren over een zeldzame en vaak complexe diagnose zijn in mijn ervaring altijd nuttig en waardevol. En dat komt dan weer ten goede aan hun families. Het aantal personen zonder een (zeldzame) diagnose wordt steeds kleiner en hangt samen met de sterke verbetering in de DNA-diagnostiek, al is niet 100% in het DNA te vinden. Nog steeds is er een groep mensen met klachten waar het ‘gevoel ’zegt dat er een zeldzame aandoening speelt. Niet genetisch of deels genetisch? Juist dan hebben we professionals zoals u nodig die de uitdaging aangaan om te zoeken! 15 op één lijn 67
Page 16
op één lijn 67 S A 2e uitgave 2020 Bruikbare Wetenschap Onderzoek om je vingers bij af te likken DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Marktwerking volgens Delphi Voor de classici onder ons hoef ik Delphi niet uit te leggen. In de oudheid kon je als pelgrim bij Delphi de goden om raad vragen. Nu bestaat er in de onderzoeksmethodiek ook een Delphi-studie. In Wikipedia staat: ‘Een Delphi-studie gebruikt een zorgvuldig gekozen panel van experts. Deze experts antwoorden op vragenlijsten waarvan de vragen gewoonlijk geformuleerd worden als hypothesen. De experts moeten dan antwoorden wanneer zij denken dat de hypothesen vervuld zullen zijn. Elke vragenronde wordt gevolgd door een terugkoppeling met de resultaten van de vragenronde, gewoonlijk anoniem. De experts worden op die manier ertoe aangezet hun meningen bij te stellen aan de hand van de antwoorden van de andere experts. Tijdens dit proces zouden de verschillen tussen de antwoorden moeten afnemen, om uiteindelijk te convergeren naar het «juiste» antwoord.’ Hein de Vries deed samen met, onder anderen, Jean Muris een Delphi-studie waarbij ze groepen experts (zorgverzekeraars, gezondheidseconomen, huisartsen en GGZ-professionals) lieten oordelen over de introductie van marktwerking in de zorg in 2006. In drie rondes mochten ze voordelen, nadelen, en benodigde veranderingen benoemen en er, indien mogelijk, overeenstemming over bereiken. Niet geheel onverwacht bleek men volledig in andere tempels te leven. De verzekeraars waren het erg met elkaar eens en vooral over de voordelen van marktwerking (efficiëntie, keuzevrijheid), terwijl de gezondheidseconomen het vooral over veel zaken niet eens werden. Dat deed me dan weer denken aan de vele gezondheidseconomen die heden ten dage niet uit de media zijn weg te slaan en over elke covid-19 maatregel een mening hebben, maar bij elke regeling steeds een andere. De zorgprofessionals, waaronder de huisartsen, bleken het vaak eens over de nadelen van het stelsel en de gewenste veranderingen. Tja, de tempel van Delphi bleek gelegen op het kruispunt van twee grote breuklijnen en dus in een gebied gevoelig voor aardbevingen. Wellicht is er meer nodig dan een aardbeving om verzekeraars, gezondheidseconomen en zorgprofessionals tot overeenstemming te krijgen. Palliatieve zorg behoeften bij hartfalen De prognose van veel patiënten met gevorderd hartfalen is grimmiger dan die van veel patiënten met een maligniteit. Toch is het bespreken van eindelevenswensen, als onderdeel 16 16 16 B van palliatieve zorg, bij kanker veel meer in ons systeem en handelen ingebed. Stephanie Ament zocht onder andere met Jelle Stoffers in een systematisch literatuuroverzicht naar tools die gebruikt kunnen worden om de behoefte aan palliatieve zorg bij patiënten met hartfalen te identificeren. Uiteindelijk kwamen er 19 studies door de filter die 7 verschillende tools bestudeerden. Ik zal u de afkortingen besparen, maar ze bestaan dus zeker. Meest opvallend was, dat ze matig waren gevalideerd en dat er eigenlijk studies ontbraken die het nut van uitkomsten die ertoe doen voor patiënt en zorgverlener in de dagelijkse praktijk hadden onderzocht. Als ik u er dan toch één mag aanraden op basis van deze studie: google maar eens op de NAT:PD-HF. Het artikel is beschikbaar in het Nederlands en wat ik fraai vind, is, dat hij niet alleen aandacht heeft voor de behoefte van de patiënt met terminaal hartfalen, maar ook voor de mantelzorger. Maar goed, daarvoor moeten wij natuurlijk ook tijdig signaleren, dát de patiënt die sombere prognose heeft. Stoppen met roken in 30 seconden Ongetwijfeld bestempelt u mij nu al als optimist of fantast bij het lezen van deze kop. Nu zijn we het er allemaal over eens, dat roken op nummer 1 staat wat betreft oorzaken van vermijdbare mortaliteit en morbiditeit en toch laten we het niet zelden onbesproken in de spreekkamer. Onno van Schayck is als hoogleraar preventie al decennia bezig met studies naar tabaksverslaving. Samen met collega Mark Spigt en junior onderzoekers onderzochten ze de ervaring van huisartsen met de Very Brief Advice methode. Het wordt een niet-confronterende methode genoemd. De geïnterviewde collegae volgden een digitale lezing over de methode en werden daarna tweemaal gebeld door de onderzoekers. Ze waren positief en vonden het goed passen in het standaard consult. “Minder preek en meer patiëntvriendelijk”. En ik moet toegeven dat ik dat zelf ook zo ervaar, als ik het toepas. De basisprincipes: bevestig de huidige rookstatus, geef ondersteunend advies hoe de roker kan stoppen zonder daarbij te vragen of ze willen stoppen, en geef aan waar de hulp te krijgen is. Bij deze benadering hoeft de roker niet in ontkenning of verdediging te gaan en hoeft ook geen acute actie te ontplooien. Maar hij/zij herinnert het ‘aanbod’ wel, als er een toekomstig stopmoment komt. Uit andere studies blijkt dat deze ultrakorte methode het stoppercentage in praktijken die het gebruiken op langere termijn omhoog krikt. De urine paradox “Dokter kunt u even in de urine-agenda kijken?”. Wanneer een lichaamsvloeistof een eigen agenda kan afdwingen B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U 2e uitgave 2020 op de huisartsenpost, dan doe je toch iets goed zou je zeggen. Regelmatig wordt er tijdens een dienst meer urine langsgebracht dan dat er koffie wordt gedronken. De bekende dipstick met ongelofelijk matige diagnostische waarde wordt gedompeld en de patiënt krijgt een kuur. Toch? Want als de nitriettest positief is, dan volgt er een antibioticum en als de nitriettest negatief is, dan is er elders een plusje te herkennen. Of de patiënt heeft herkenbare en typische klachten en dat is ook voldoende voor een kuur. Je zou kunnen zeggen dat je daarmee net zo goed de dipstick in je koffie kunt dippen. Eefje de Bont onderzocht samen met WESP student Michelle Spek bijna 6.000 contacten voor urine(weginfecties) op de huisartsenposten van Heerlen en Maastricht. Ze ondervonden, dat 99% bij een positieve nitriettest inderdaad een kuur kreeg en dat bij een negatieve nitriettest 79% alsnog een antibioticakuur meekreeg. Urinekweken werden maar sporadisch ingezet, want slechts 1 van 10 patiënten met enige indicatie voor een kweek kreeg die ook. Voor de kweken die wel werden gedaan bestond bij 45% eigenlijk geen indicatie. Voor een ziekte met een eigen agenda handelen we deze infectie eigenlijk matig af. Dat ligt aan de matige diagnostiek en de complexe NHG-Standaard. Maar toch ook aan ons eigen handelen. Tijd om meer consistentie en betere diagnostische tests te kweken. Met een ZonMw subsidie gaan Eefje de Bont en haar team daar de komende jaren mee aan de slag. Reflecteren op reflecterend testen Krijgt u weleens aanvullend commentaar van de laboratoriumspecialist bij uw aangevraagde diagnostiek? Grote kans, dat u in de Zuyderland regio werkt, want vooral in Heerlen entameert klinisch chemicus Wytze Oosterhuis dit al jaren. Bij reflecterend testen kan de laboratoriumspecialist eventueel extra bepalingen toevoegen en aanvullend commentaar geven om u bij klinisch redeneren te assisteren. Let wel: het gaat hierbij niet om het automatisch uitklappen van een test, wat ook wel reflextesten volgens een vast protocol wordt genoemd. Samen met, onder anderen, Jelle Stoffers voerden ze een gerandomiseerde trial uit waar bij de helft van de aanvragen wel reflecterend werd getest, en bij de andere helft enkel de bepalingen aan de huisarts werden teruggeven die waren aangevraagd (dus zonder aanvullende bepaling of commentaar waar gepast). Ze lieten een onafhankelijk panel het gevolgde beleid evalueren en zagen dat dit in de interventiegroep significant vaker adequaat was. Een mooi voorbeeld van hoe je samen verder komt. Geïnspireerd? Google de term reflecterend testen of zoek op de (wat verouderde site) http://www.reflectivetesting.com/ nl/index.htm naar meer uitleg en mooie voorbeelden. Boezemfibrilleren opsporen: De D2AF-studie Het is een uitdaging om in huisartsenpraktijken een gerandomiseerde trial te doen. Deze succesvol afronden en je bevindingen publiceren in de BMJ is simpelweg fantastisch. Het lukte aiotho Nicole Verbiest-van Gurp. Samen met haar collega uit Amsterdam runde zij een hele grote studie in 96 (!) huisartsenpraktijken. Ze onderzochten of het opportunistisch screenen naar boezemfibrilleren bij patiënten ouder dan 65 jaar effectief was. In elke praktijk werden 200 patiënten ‘gevlagd’. Aan de interventiepraktijken werd gevraagd om, als deze patiënten op het spreekuur kwamen, ze met drie methoden te screenen op atriumfibrilleren (AF): de pols voelen, een bloeddrukmeting met weergave voor onregelmatige hartslag en een staafje om vast te houden, dat een single-lead ecg kan interpreteren en bij onregelmatigheid een signaal geeft. Bij enige onregelmatigheid bij een van de metingen kregen patiënten een ecg en eventueel een holter. Het team wilde onderzoeken of deze methodiek meer patiënten met AF zou opleveren dan bij reguliere zorg (waar deze natuurlijk ook regelmatig als bijvangst bij lichamelijk onderzoek worden gevonden). Ze vervolgden maar liefst bijna 18.000 patiënten. In de interventiepraktijken had uiteindelijk 1,6% een AF de novo, terwijl dit in de controlepraktijken 1,5% was. Bruikbare Wetenschap in beeld Bovenstaande studie is een onderzoek om je vingers bij af te likken als onderzoeker, maar ook als huisarts. Deze studies geven antwoorden op belangrijke vragen en het is geweldig dat bijna 100 huisartsenpraktijken hebben meegedaan. Ik was niet betrokken bij bovenstaand onderzoek, maar dank alle praktijkhouders die JA tegen ons zeggen, als we jullie vragen om aan klinisch onderzoek mee te doen. In Maastricht willen we werken aan bruikbare wetenschap voor onze spreekkamers. Wilt u eens nascholen met Bruikbare Wetenschap als centraal thema? Zet dan alvast woensdag 11 februari 2021 in uw agenda. De vakgroep huisartsgeneeskunde Maastricht organiseert dan samen met het NHG een speciale onlineavond over Bruikbare Wetenschap. Alle abstracts van de traditionele NHG Wetenschapsdag zijn gebundeld die avond. Van 19 tot 21 uur, geaccrediteerd, gewoon vanachter uw laptop of tablet. Meer informatie volgt via het NHG. Referenties • Effects of the reform of the Dutch healthcare into managed competition: Results of a Delphi study among experts. de Vries H, Vahl J, Muris J, Evers S, van der Horst H, Cheung KL.Health Policy. 2020 Nov 7:S0168-8510(20)30265-7. doi: 10.1016/j. healthpol.2020.10.010. Online ahead of print.PMID: 33189409 • Workload, diagnostic work-up and treatment of urinary tract infections in adults during out-of-hours primary care: a retrospective cohort study. Spek M, Cals JWL, Oudhuis GJ, Savelkoul PHM, de Bont EGPM.BMC Fam Pract. 2020 Nov 10;21(1):231. doi: 10.1186/s12875-020-01305-8 • Ament SM, Couwenberg IM, Boyne JJ, Kleijnen J, Stoffers HE, van den Beuken MH, Engels Y, Bellersen L, Janssen DJ.Palliat Med. 2020 Oct 15:269216320963941. doi: 10.1177/0269216320963941. Online ahead of print.PMID: 33054670 • Reflective testing - A randomized controlled trial in primary care patients. Oosterhuis WP, Venne WPV, Deursen CTV, Stoffers HE, Acker BAV, Bossuyt PM.Ann Clin Biochem. 2020 Oct 27:4563220968373. doi: 10.1177/0004563220968373. Online ahead of print.PMID: 33040573 • The experience of general practitioners with Very Brief Advice in the treatment of tobacco addiction. van Schayck OCP, Bindels L, Nijs A, van Engelen B, van den Bosch A, Muller IS, Spigt M.NPJ Prim Care Respir Med. 2020 Sep 23;30(1):40. doi: 10.1038/s41533-020-00200-0 • Opportunistic screening versus usual care for detection of atrial fibrillation in primary care: cluster randomised controlled trial. Uittenbogaart SB, Verbiest-van Gurp N, Lucassen WAM, Winkens B, Nielen M, Erkens PMG, Knottnerus JA, van Weert HCPM, Stoffers HEJH.BMJ. 2020 Sep 16;370:m3208. doi: 10.1136/bmj.m3208 17 op één lijn 67
Page 18
op één lijn 67 2e uitgave 2020 OOK en de Witte Raven Een onuitstaanbaar onverklaarde huidaandoening DOOR ERIK STOLPER EN PAUL HÖPPENER, HUISARTSEN N.P. De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. De leden van de werkgroep doen dit op vrijwillige basis. Zij hebben een brede achtergrond met veel wetenschappelijke en klinische ervaring. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. De leden van de Witte Raven: Prof.dr. Geert-Jan Dinant, Drs. Mieke Geuze, Dr. Paul Höppener, Drs. Simon Kleijkers, Drs. Tonnie van Kessel (vz), Drs. Raymond Leclercq, Drs. Richard Maes, Drs. Marie-José Metz, Dr. Erik Stolper, Drs. Charles Verhoeff. Stroomdiagram zoekmethode www.witteraven.org De oplossing van de vorige keer: scleroserende mesenteritis De nieuwe casus Als waarnemend huisarts zie je soms rare huidafwijkingen. In overleg met je ervaren collega kom je dan toch vaak tot een diagnose. Gelukkig kunnen we, na eerst even goed nadenken en pathofysiologisch redeneren, via een paar slimme trefwoorden ook terecht bij dokter Google of professor Pubmed. Ik nam als huisarts ergens waar en zag toen een normale kerngezonde persoon met rare rode bobbelige erupties in 18 18 18 het gezicht, die zich naar beneden uitbreidden. Hij had gek genoeg ook spierpijn. Ik vroeg mijn collega voor een second opinion, maar we kwamen er niet uit. We stuurden een foto naar de dermatoloog maar die wist het OOK niet. Twee dagen later zag mijn collega de patiënt terug: het beeld was erger geworden, maar hij had nu ook vreemde slikklachten. Op de een of andere manier dacht mijn collega eraan om een Creatine-kinase (CK) te prikken, omdat ze een keer een patiënt had gehad met vreemde spierpijn (heel knap van die collega). De CK was torenhoog. De dermatoloog wilde de patiënt niet op korte termijn zien. De reumatoloog wel en die stelde meteen de diagnose. Ik hoorde het hele verhaal een maand later en besloot te zoeken via onze zoekmethode. En met succes. Stelt u OOK met succes de diagnose? De oplossing kunt u insturen naar: op1lijn@maastrichtuniversity.nl 2e uitgave 2020 WESP-student Bart Bulté Hoe kunnen narratieve beschrijvingen de consultvoering van de aios verder verbeteren? BEGELEIDER: ANGELIQUE TIMMERMAN Vraagstelling Is het mogelijk aios in te delen op eerder geformuleerde typologieën (Oerlemans et al. 2017) aan de hand van gedragsbeschrijvingen en is hierin groei meetbaar? Zijn er specifieke leerdoelen te koppelen aan de hand van de narratieve gedragsbeschrijvingen? Studiedesign Kwalitatieve studie, Longitudinale observationele studie. Primair resultaat en conclusie • Groei is vast te leggen in de 4 typologieën over meerdere consulten over langere tijd en rekening houdend met de context. • De educatieve waarde van feedback kan verhoogd worden door gedrag specifiek te beschrijven en het koppelen van leerdoelen hieraan. WESP-student Trang Nguyen Evaluatie van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen BEGELEIDERS: JOCHEN CALS EN DENNIS MURIS IN SAMENWERKING MET MCC OMNES Vraagstelling Hoewel laboratoriumdiagnostiek essentieel is, wordt ongeveer 20% van alle laboratoriumdiagnostiek ‘overbodig’ aangevraagd terwijl het jaarlijks bijdraagt aan de stijgende zorgkosten. Het is noodzakelijk dat huisartsen kosteneffectiever laboratoriumdiagnostiek aanvragen. In mijn onderzoek evalueren we het effect van een prijs-display interventie op het aanvraaggedrag van laboratoriumdiagnostiek onder huisartsen in de Westelijke Mijnstreek. Studiedesign Op 1 september 2019 zijn aanvraagprijzen getoond voor laboratoriumtesten in Cyberlab, waarbij de relatieve aanvraaggetallen pre- en postinterventie zijn vergeleken. Daarnaast is een procesevaluatie uitgevoerd als kwalitatief onderzoeksdeel. Primair resultaat en conclusie Na vier maanden werd een milde, echter niet significante daling gezien in relatieve aanvraagaantallen. Wel heeft interventie geleid tot een hoger kostenbewustzijn onder huisartsen. Getalsmatig is het interventie-effect niet te objectiveren, maar berust het interventie-effect deels op de effecten van de reeds ingevoerde veelzijdige aanpak van MCC Omnes. 19 19 op één lijn 67
Page 20
2e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Céline Buurman Exploring factors for vitamin B12 and vitamin D testing in general practice BEGELEIDERS: JESSE JANSSEN EN JOCHEN CALS Vraagstelling Dit onderzoek is uitgevoerd om een beeld te krijgen van de factoren die voor huisartsen een rol spelen in het aanvragen van vitamine B12 en D testen in de huisartsenpraktijk. Het is een exploratie van motivaties, ervaringen en attitudes van huisartsen ten aanzien van het testen van vitamine D en vitamine B12. Studiedesign Het is een kwalitatieve studie die aan de hand van het COM-B model is uitgevoerd. Hierin zijn semigestructureerde interviews gehouden onder 20 huisartsen uit in de regio Westelijke Mijnstreek. Primair resultaat en conclusie Verscheidene medische redenen spelen een rol in het aanvragen van vitamine D en B12 testen. Daarnaast blijken de vraag van de patiënt voor een test, de behoefte van huisartsen om patiënten tevreden te stellen en het ervaren gebrek aan kennis en communicatievaardigheden van huisartsen ook invloed te hebben op de hoeveelheid testaanvragen. WESP-student Minke van Hoof Uitgesteld antibioticum voor urineweginfecties, zijn vrouwen hiertoe bereid? BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Ongeveer 50% van de urineweginfecties bij gezonde vrouwen is zelflimiterend. Symptoombestrijding met pijnstilling of een uitgesteld recept voor antibiotica zijn veelbelovende strategieën om antibioticavoorschriften te verminderen. Maar wat weten vrouwen over urineweginfecties en de behandelopties? En zijn vrouwen bereid om antibiotica voor een urineweginfectie uit te stellen? Studiedesign het onderzoek was cross-sectioneel, uitgevoerd via het verspreiden van online vragenlijsten op social media. We includeerden 983 vrouwen met een leeftijd boven de 18 jaar die een urineweginfectie hebben doorgemaakt. Primair resultaat en conclusie Slechts de helft wist dat een urineweginfectie mogelijk zelflimiterend is. Toch was drie kwart, na uitleg, bereid antibiotica uit te stellen. Wanneer vrouwen de huisarts bezoeken, prefereren ze een bevestiging van de diagnose en pijnmedicatie. Opvallend genoeg heeft slechts 0.7% pijnmedicatie en 2.6% een uitgesteld antibioticarecept in het verleden ontvangen. 20 20 op één lijn 67 2e uitgave 2020 WESP-student Kelly Lo-A-Foe Interventies om antibioticagebruik bij urineweginfecties te verbeteren BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Urineweginfecties horen bij de meest voorkomende infecties binnen de eerste lijn. Maar liefst twee derde van de patiënten krijgt onnodig antibiotica voorgeschreven, wat bijdraagt aan de ontwikkeling van antibioticaresistentie. Diverse interventies zijn ontwikkeld om dit tegen te gaan. Maar welke interventie is nu effectief in het terugdringen van onnodige antibioticavoorschriften voor urineweginfecties? Studiedesign We hebben een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd, en includeerden RCT’s die het effect bestudeerden van een interventie op het voorschrijven van antibiotica voor urineweginfecties in de eerste lijn. Primair resultaat en conclusie Tien studies beschreven het effect van een interventie op eerstelijns antibioticavoorschriften voor urineweginfecties. Met name actieve interventies en interactieve multifacet interventies bleken effect te hebben en zijn veelbelovende strategieën in het terugdringen van onnodige antibioticavoorschriften. Voor toekomstig onderzoek is het belangrijk dat langetermijneffecten en kosteneffectiviteit van deze interventies bestudeerd worden. Oproep voor huisartsen De nieuwe NHG-Standaard Stabiele Angina Pectoris DOOR GIGJA VOSSEN EN BIRGITT KLERKX, WESP-STUDENTEN Wat vindt u er nou eigenlijk van? Bent u huisarts met minimaal 2 jaar werkervaring? Dan zoeken wij u! Op dit moment zijn wij bezig met ons onderzoek naar de ideeën van huisartsen over de per 01-01-2020 herziene NHGStandaard Stabiele Angina Pectoris. Volgens deze nieuwe NHG-Standaard is er geen ruimte meer voor aanvullend onderzoek door de huisarts bij het aantonen, dan wel uitsluiten van coronairlijden bij patiënten met niet acute pijn op de borst. Patiënten met (a-)typische angina pectoris worden verwezen naar de cardioloog voor verder onderzoek. Patiënten met aspecifieke thoracale klachten worden niet verwezen naar de cardioloog, tenzij er alsnog aanwijzingen zijn voor een cardiale etiologie. Wij zijn benieuwd naar uw visie op de nieuwe NHGStandaard Stabiele Angina Pectoris. Hoe wordt de nieuwe werkwijze door u ervaren? In welke gevallen wijkt u af van de NHG-Standaard Stabiele Angina Pectoris? Bent u bereid om uw mening met ons te delen? Dan nodigen wij u graag uit voor een explorerend interview (bij u in de praktijk of via Zoom). Aarzel niet om contact met ons op te nemen! Birgitt Klerkx, b.klerkx@student.maastrichtuniversity.nl of 06-37169149 Gigja Vossen, gc.vossen@student.maastrichtuniversity.nl 21 21 op één lijn 67
Page 22
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Maastricht De eerste lichting aios is gestart DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Eerste helft 2020 In de eerste editie van 2020 schreef ik ‘Op weg naar een zelfstandige opleiding’ over de ouderengeneeskunde in Maastricht. Kort na het verschijnen van dat blad, ontvingen wij de erkenningsbrief van de RGS met daarin een positief besluit én: voor onbepaalde tijd. Niet lang erna, op 1 mei, sloot de deadline om te kunnen solliciteren voor de opleiding. In de maanden daarna hielden we sollicitatie- en selectiegesprekken met personeel, docenten en aios. Intussen werd onderwijs gemaakt en werden processen ingericht. De docenten stellen zich elders in het blad aan u voor, net als het hoofd en waarnemend hoofd van deze opleiding. De aios Na de selectie van de aios, konden er 9 geplaatst worden per 1 september 2020, van Weert tot Maastricht. Hun eerste kennismaking(en) verliep digitaal, mede vanwege de zomervakantie. Op vrijdag is de wekelijkse terugkomdag van de opleiding ouderengeneeskunde in Maastricht. De allereerste keer was op 4 september. Het werd een feestelijke dag! De week erna bezocht een cameraploeg van de lokale omroep Deb 1 om te filmen en voor een kort interview met een van de aios, Katerina Skarlatou. Zij is als aios te zien op onze website en te volgen via de sociale informatiekanalen. Een andere aios, Charlotte Koopmans, schreef mee aan een artikel voor het LAD-magazine. Eind september kwam de belangenvereniging van aios (VASON) naar Maastricht om kennis te maken. Kleinschalig onderwijs heeft in coronatijd zo zijn voordelen. We konden zoveel mogelijk fysiek on campus doorgaan met inachtneming van alle COVID-maatregelen. In oktober konden de aios ook nog net de STARtclass Spoedzorg in Utrecht volgen. Eind oktober was er een gezamenlijke terugkomdag van aios ouderengeneeskunde en huisartsgeneeskunde (jaar 2). In Maastricht zijn de lijnen gelukkig kort. Opleiders De tweede week van september was een kennismakingsdag met de hele groep opleiders en aios in hotel Van der Valk Maastricht. Individueel kende elke opleider al zijn of haar aios. Het was een prachtig zonnige dag waarbij de lunch buiten in de tuin genuttigd kon worden. De tweede helft van de middag was er een Lagerhuisdebat waarbij aios en genodigden uit het werkveld, met elkaar in debat gingen aan de hand van stellingen, onder leiding van hoogleraar Ouderengeneeskunde Jos Schols. Het was een zeer geslaagde dag. Blik vooruit Het netwerk in de regio is goed op orde. Dit komt goed uit, want de ouderengeneeskunde dient veel meer zichtbaar te worden in de basisopleiding. Het raamplan 2020 heeft dat niet voor niets als speerpunt opgenomen. We zien op korte termijn ook verbeterpunten voor het basiscurriculum geneeskunde, alhoewel dat soms lastig is in tijden van krapte aan werkplekbegeleiders en opleiders, nog los van COVID. Het geeft ook heel veel energie om jonge mensen enthousiast te maken voor het vak. In september 2021 starten we met een nieuwe eerstejaars groep aios. De sollicitatieperiode daarvoor loopt van 1 maart tot 1 mei 2021. Kortom: de trein dendert door en de sfeer en het vertrouwen zijn uitstekend. Wilt u meer weten of heeft u vragen? Kijk op onze website www.ouderengeneeskundemaastricht.nl of mail naar SO@maastrichtuniversity.nl 22 22 22 2e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Mariëlle van der Velden Hoofd Opleiding Ouderengeneeskunde Mijn naam is Mariëlle van der Velden en sinds april werkzaam als hoofd van de medisch-specialistische opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht. In 2018 mocht ik mij al eens voorstellen. Destijds was dat als coördinator van de opleiding specialist ouderengeneeskunde Maastricht. Helaas waren er toen te weinig aanmeldingen om, als dependance van Nijmegen, in Maastricht van start te gaan. Er is daarna hard gewerkt om alsnog de vervolgopleiding in Maastricht van de grond te krijgen als zelfstandig opleidingsinstituut. En dat is gelukt! Ik ben er trots op dat we per 1 september gestart zijn met een groep van 9 aios. Als hoofd ben ik eindverantwoordelijk voor de gehele opleiding. Spannend, maar ook een uitdaging. Gelukkig heb ik een team om me heen met ervaren mensen op verschillende vlakken. Iedereen is enorm enthousiast en bevlogen. Naast deze functie, ben ik nog steeds werkzaam in de praktijk als specialist ouderengeneeskunde bij Cicero Zorggroep en draag ik wetenschappelijk onderzoek ook een warm hart toe. Ik participeer als schakel tussen de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (AWO-ZL) en de praktijk en zal dat ook doen tussen de vervolgopleiding en de AWO-ZL. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen in de leeftijden 25, 20 en 19, van wie de oudste niet meer thuis woont. Lange wandelingen met onze twee honden door het prachtige Limburgse landschap is voor mij heerlijk ontspannen. Marielle (links) en Nancy (rechts) Nancy Lenaerts Waarnemend hoofd opleiding Ouderengeneeskunde Ik ben Nancy Lenaerts en sinds juni van dit jaar werkzaam als waarnemend hoofd voor de nieuwe opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde in Maastricht. Een uitdaging die ik tot nu toe met veel plezier ben aangegaan. Het geeft veel energie om met een enthousiast, nu nog relatief klein team, de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde gestalte te geven. Opleiden en nieuwe dingen opzetten vormen de rode draad in mijn loopbaan tot nu toe, naast mijn werk als Specialist Ouderengeneeskunde in de praktijk. Inmiddels werk ik ruim 10 jaar voor Novicare, een landelijke behandeldienst voornamelijk werkzaam in verpleeghuizen. Maar ook hier heb ik aan de basis gestaan van een nieuw te starten regio. De enthousiaste en de sfeer van toen ervaar ik ook nu weer met het team, maar zeker ook met de eerste groep aios, die gestart is in september, en de praktijkopleiders. Daarnaast werkte ik een aantal jaren met veel plezier als docent aan de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Nijmegen. Ervaring die nu goed van pas komt. Ik ben dan ook blij dat ik nu weer de kans heb om met het onderwijs bezig te zijn, maar nu dicht bij huis, samen met de collega’s uit de regio. Mijn werkzaamheden bestaan op dit moment vooral uit het ondersteunen van het docententeam daar waar nodig, mee vormgeven van het kwaliteitsbeleid en alvast de vooruitblik naar het tweede jaar, waarin de aios hun externe stages gaan volgen. Ik woon samen met mijn man en drie pubers in het mooie dorpje Elsloo. In mijn vrij tijd fiets ik graag door het Limburgse heuvelland, supporter ik de kinderen bij hun sportclubs, ga ik naar theater en eet ik ook graag samen met vrienden. 23 op één lijn 67
Page 24
op één lijn 67 2e uitgave 2020 In de leer Drie nieuwe Specialisten Ouderengeneeskunde i.o. ‘HET IS IEDERE DAG EEN PUZZEL DIE JE MOET OPLOSSEN’ Zoals in de vorige Cicerone1 vermeld, startte de Universiteit Maastricht in september met de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde. Dat was hard nodig, want er is een tekort aan deze specialisten. Dat komt door de vergrijzing, maar ook door de onbekendheid van het vak. En omdat bekend dan misschien iets meer bemind maakt, spreken we met de drie specialisten in opleiding die bij Cicero aan de slag zijn gegaan, over wat zij ervaren in hun nieuwe opleiding: Esmée ter Horst, Joey Jansen en Shanly Rideaux. Esmée, Shanly en Joey zijn alle drie pas begonnen met de opleiding, maar werkten al bij Cicero als basisarts. En dan nu in opleiding! Esmée: “Ja, een mooie opleiding! En het leuke van een nieuwe opleiding is, dat nog niet alles vaststaat. Er wordt ook veel input van ons gevraagd en dat is leuk, zo bouw je als het ware mee aan de opleiding!” “Ja, het is zeker fijn dat deze opleiding is gestart, want dit specialisme is lange tijd een ondergeschoven kindje geweest. Vroeger waren 1 Cicerone is het personeelsblad van Cicero Zorggroep. Dit artikel is een (licht bewerkte) dubbelpublicatie. verpleeghuisartsen specialisten uit het ziekenhuis die het wat rustiger aan wilden doen. Daardoor heeft het vak stil gestaan en is het lang niet met de tijd meegegaan. Onze groep telt 9 nieuwe artsen, allemaal rond de 30. En allemaal met de ambitie om gebruik te maken van onderzoek om daarmee het vak te innoveren en het daardoor beter te maken voor de mensen voor wie we het doen: onze cliënten! Neem bijvoorbeeld een innovatie als een SmartGlass2”, vult Joey aan. “Daardoor wordt het ook niet saai”, zegt Shanly, “wat veel medici juist wel denken. Maar het is juist heel divers. Ook, omdat er allerlei ziektebeelden voorbijkomen: van buikaandoeningen tot neurologische tot cardiologische aandoeningen.” ”Dat is ook het generalistische van ons vak. Wij bekijken onze cliënten als geheel en als iemand dan een aandoening heeft, kijken we niet alleen naar de kwaal, maar ook wat dat betekent voor de cliënt, en de mensen die om hem heen staan. Hoe functioneert hij in een thuissituatie of in een 2 In de zorg zijn er veel toepassingen voor de Smart Glass: een bril met ingebouwde microfoon en camera. Je kunt bijvoorbeeld live meekijken met een mantelzorger of triage op afstand doen. Zie foto op de kaft. 24 24 24 vlnr Joey, Shanly en Esmée 2e uitgave 2020 verzorgingscentrum, hoe functioneert zijn mantelzorgsysteem etc., en juist die puzzel die we iedere keer weer met elkaar doen, maakt het enorm boeiend!” zegt Esmée. Joey: “Daar wil ik nog wel aan toevoegen, dat het multidisciplinaire team echt fijn is om in te werken, een team waar iedereen zijn eigen stukje expertise heeft, maar waar de arts wel de regie voert. Dat heb je in geen enkel ander specialisme.” Ze zijn alle drie op een verschillende manier in aanraking gekomen met het vak, maar maar een grote overeenkomst is wel, dat het min of meer toevallig was. Shanly: “Ik ben van huis uit internist, maar om die opleiding compleet te maken, ben ik gaan meelopen in het verpleeghuis. Ja, en toen was ik verkocht. De langere begeleiding in de thuissituatie ten opzichte van het ziekenhuis, en de tijd kunnen nemen om je echt te verdiepen in je cliënt: dat deed het hem voor mij.” “Wel een beetje vergelijkbaar met mijn situatie”, vertelt Esmée, “ik ben er ook een beetje ingerold. Ik wilde altijd huisarts worden, specialist ouderengeneeskunde stond echt niet op mijn lijstje! Maar dacht, dat een semi-artsstage ouderengeneeskunde op de revalidatie in Maastricht nuttig zou zijn voor de huisartsopleiding. Maar ik ben daar gewoon blijven hangen. Ik vind dit zó leuk! De gemoedelijke sfeer en inderdaad de langere behandelrelatie. Je moet iemand leren kennen om de juiste zorg te kunnen geven!” Joey: “Ik wilde eerst chirurg worden, maar dat wereldje beviel me, toen ik er eenmaal inzat, niet helemaal. En toen ik over huisarts nadacht, ging ook ik ervaring opdoen in de ouderenzorg, juist omdat je daar in de studie nauwelijks mee geconfronteerd wordt. En ja, ik bleef hangen. Met name het teamwork past goed bij mij, dat mist bij een huisarts. En daarbij komt, mijn cliënten geven mij zo veel waardering!” Maar de opleiding is meer dan alleen het werk bij Cicero. Shanly: “Het is een gevarieerd aanbod. Het eerste jaar speelt zich geheel af in het verpleeghuis, PG en somatiek. Het tweede jaar vindt plaats in het ziekenhuis, geriatrie en GGZ. En het laatste jaar heet dan een verdiepingsjaar waarin je een keuzestage kunt doen, bijvoorbeeld in de revalidatie. Dat jaar sluit je af in het verpleeghuis.” Esmée vult aan: “En dan hebben we elke vrijdag een terugkomdag op de universiteit waarbij we presentaties, opdrachten en rollenspelen etc. Wij kozen voor ouderengeneeskunde! En jij? Word aios ouderengeneeskunde Volg de opleiding in Maastricht www.ouderengeneeskundemaastricht.nl doen. Ook daar leer je van!”. “Maar het is niet alleen medischinhoudelijk wat je leert”, zegt Joey, “de opleiding focust vooral ook op competenties zoals samenwerking en communicatie. En dat hebben we natuurlijk in het afgelopen jaar, met corona, ook goed kunnen leren. Als bijvoorbeeld een heel team verpleegkundigen uitvalt en je in korte tijd een team moet maken van de verpleegkundigen die van alle kanten worden ingevlogen. Dat ligt me wel; ik vind het overdragen van kennis heel leuk!” Kortom Joey: “Het vak van Specialist Ouderengeneeskunde is een boeiend vak, dat nog naar veel onderzoek vraagt, niet alleen wat betreft innovaties, maar ook onderzoek naar ziektes als dementie. Vooral onze nieuwe generatie specialisten kan daar een cruciale rol in spelen!” 25 op één lijn 67
Page 26
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Uit het hoofd Digitaal onderwijs DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Een van onze docenten attendeerde mij via social media op een artikel in NRC van 23 oktober jl.: “Zonder persoonlijk contact worden we ‘digitale lopendebandwerkers”. Vroeger zou zo’n artikel besproken worden bij de koffie of lunch, nu bereikt het mij digitaal. De digitalisering van onze maatschappij heeft de laatste jaren een enorme groei doorgemaakt. Social media zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken: we boeken onze reizen via internet en online shoppen groeit gestaag. In Europa is Nederland koploper als het gaat om het land met de meeste huishoudens met internettoegang. In 2018 had 98 procent van de Nederlandse huishoudens internet in huis. Maar niemand kon vermoeden dat de huidige pandemie de onlinemaatschappij een nog forsere boost zou geven. Op 5 november vond de opleidersterugkomdag plaats. De hooggewaardeerde en altijd goed bezochte opleiders tweedaagse in Heeze moest dit jaar omgezet worden in een digitale variant. Ben Tiggelaar opende de dag met de voordracht: ‘Veranderpsychologie voor nu’. In zijn teaser vooraf vergelijkt hij het kantoor van 1970, vol met stapels papieren en rokende mannen in pakken, met het kantoor van nu en stelt de vraag: wat gaat er de komende 50 jaar gebeuren? Bijzonder is, dat de start van ons internet nu 50 jaar geleden is. Begin 1970 koppelden de eerste Amerikaanse universiteiten hun computers via APRANET aan elkaar. Dit ter bevordering van kennisdeling en wetenschap en het vergroten van hun voorsprong (vooral militair) ten opzichte van Rusland. In november 1990 was het concept van het World Wide Web ver genoeg ontwikkeld om er een formeel project van te maken. Kortom: 30 jaar geleden startte ons huidig internet! In onderwijsland heeft de digitalisering aanvankelijk een rustig traject doorgemaakt. Termen als e-learning en blended learning circuleerden al langer. Er zijn mooie voorbeelden van en overal draaiden pilots. In maart bracht Corona hierin een abrupte verandering teweeg: medewerkers moesten gaan thuiswerken en het onderwijs ging over van fysiek naar online lesgeven. Zonder uitgebreide voorbereiding. Voor alle docenten een grote uitdaging. In de opleidingspraktijken zocht men naar nieuwe vormen van zorgverlening en onderwijsondersteuning. Vrij snel werd duidelijk dat online informatieoverdracht over het algemeen prima verliep. Uitwisselen van ervaringen is al een grotere uitdaging. Consultvoering en het trainen van communicatievaardigheden zijn online veel moeilijker vorm te geven, alleen al omdat consultvideo’s via een ander platform 26 26 26 (Codific) gedeeld moeten worden dan het onderwijs (Zoom). Zoom bleek bij de start van de coronacrisis zo’n beetje het enige platform dat mee kon in de veranderende situatie. Dat de UM snel elke medewerker een eigen account verschafte, hielp daarbij enorm. Thuiswerken is één ding, maar het onderwijs online verzorgen is wat anders. Docenten reageerden hier wisselend op, maar iedereen ging mee in de verandering. Mijn complimenten aan alle aios, opleiders en docenten: hun inzet en aanpassingsvermogen is bewonderenswaardig. Dat ging met vallen en opstaan, maar het algemene gevoel was positief, omdat het onderwijs doorging. Hoewel dat fijn was, was het nog prettiger dat sinds juni het onderwijs deels ook weer fysiek mocht. De eerste evaluaties van online-onderwijs laten zien, dat aios het fysiek onderwijs hoger waarderen dan online-onderwijs. Enkele interessante bevindingen wil ik graag met jullie delen. Gemiddeld gaf men het fysiek ‘Leren van ervaringen’ een rapportcijfer 9, via zoom was dit een 8. Met beperkte aantallen (maximaal 8 personen) blijkt online ‘Leren van ervaringen’ een prima alternatief voor fysiek onderwijs. De aios gaven het fysieke APC-onderwijs een rapportcijfer 8 en het zoom-onderwijs een 6. Het enige voordeel dat genoemd werd, is dat fysiek onderwijs vaak vraagt om meteen te reageren op iets wat je ziet in een video en dat de aios bij het ZOOM-onderwijs wat meer de tijd heeft om zijn of haar feedback te overdenken. De docenten waren het in grote lijnen eens met de aios. Zij gaven aan het ook prettiger te vinden om interactiever te werken met het videomateriaal en de mogelijkheid om directer feedback te kunnen geven. Een andere aanbeveling: het gebruiken van vooraf opgenomen materiaal kan goed werken als het gaat om onderwerpen die niet snel gedateerd zijn en de vorm eenvoudig van opzet is (bijvoorbeeld een college of een tutorial met interactieve elementen). Alleen dan wegen de kosten op tegen de baten. Grote vraag is: wat leren we van deze coronacrisis? Wat nemen we mee? Er zal in de toekomst ongetwijfeld meer thuis gewerkt worden, net als minder reizen (Maastricht-Eindhoven en vice versa) en meer online vergaderen zal ook wel blijven bestaan. Maar de gevolgen voor ons onderwijs zijn nog niet goed te overzien. Het betekent meer dan alleen je onderwijs online aanbieden. Zijn we eigenlijk wel toe aan nog een stap verder, het ontwikkelen van e-learning en blended learning als norm in het onderwijs? Is de drang terug naar fysiek onderwijs niet veel groter? 2e uitgave 2020 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Opleiden in tijden van corona DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Waar García Márquez de liefde in lastige situaties beschrijft waarbij de liefde altijd wint, beschrijven wij het opleiden in lastige tijden, dat ondanks alles ook doorgaat. Om te beginnen willen we alle opleiders, docenten en ondersteunende medewerkers hartelijk danken voor de wijze waarop, onder moeilijke omstandigheden, het opleiden van aios is doorgegaan. Het plotselinge thuiswerken, digitaal onderwijs met zoom, een lichting aios zonder STARR-selectie, een lichting aios met een digitale STARR -selectie, LHK-toetsen die niet doorgingen, LHK-toetsen die digitaal gemaakt werden. Allemaal zaken waar we flexibel op in moesten spelen. Ook in de huisartspraktijken waren veel veranderingen: afname van de reguliere zorg, een toename van telefonische consulten, het invoeren van videoconsulten en lange “corona diensten” in isolatiepakken. Bijtanken met vakanties liep ook anders dan anders door de lockdown en reisbeperkingen. Toch bleef iedereen op de been en hielden we met elkaar de moed erin, ondersteund door grappige video’s en afbeeldingen op WhatsApp, zoom-koffiesessies, en persoonlijke gesprekken. Didactisch scholingsprogramma De regionale terugkomdagen zijn zo goed mogelijk doorgegaan, aanvankelijk met zoom, daarna weer even live en wederom terug naar zoom. Of in een hybride mix bij de tweede coronagolf. De opleidersdag in Urmond van juni werd afgelast en ook de traditionele tweedaagse in Heeze werd geschrapt. Er stond voor Heeze een prachtig programma klaar over seksuele gezondheidszorg in al zijn facetten. Dat houden we tegoed en schuiven we door naar 2021. In plaats van Heeze is het wel gelukt om samen met Ben Tiggelaar een webinar te organiseren over leiderschap en verandering en de grote uitdagingen waar we nu voor staan. Thema's die aan bod kwamen: 1 Hoe zorg je dat mensen zich houden aan de coronarichtlijnen? Wat laten recente studies zien? En wat doe je als professionals de richtlijnen allemaal verschillend interpreteren? 2 Samenwerken op afstand. Wat zijn de psychologische belemmeringen van afstand en wat kun daaraan doen? Hoe bouw je vertrouwen op in een online omgeving? 3 Zelfzorg in coronatijd. Hoe blijf je mentaal overeind als er langdurig een extra beroep op je wordt gedaan? Wat stimuleert veerkracht volgens psychologen? 4 Positieve veranderingen vasthouden. Wat is er nodig voor duurzame gedragsverandering, bij jezelf en anderen? Wat zijn realistische inzichten op dit gebied? Over kwaliteit en kwantiteit: wat het hao-team zoal bezighoudt In de vorige editie beschreven we de veranderingen bij de RGS. De eerste opleidingspraktijken en opleiders zijn al volgens de nieuwe regelgeving erkend en eerste herregistraties van opleiders zijn inmiddels ook een feit. Nu de verantwoordelijkheid voor de registratie en herregistratie bij het opleidingsinstituut ligt, zijn we ook verantwoordelijk voor de kwaliteit en hebben we onze kwaliteitscyclus uitgewerkt. Die exercitie heeft niet alleen tot gevolg, dat wij onze aanpak nog eens goed gestructureerd hebben, maar maakte ook duidelijk dat we een inhaalslag moeten gaan maken in het kader van kwaliteit, en wel met de ‘plaatsvervangend opleiders’. Met deze term wordt in de nieuwe regelgeving gedoeld op de huisartsen ‘op de achtergrond’, die meer dan 1 dagdeel de aios superviseren binnen de opleidingspraktijk. Met een middag verplichte scholing gaan we vanaf volgend jaar deze categorie opleiders ook erkennen bij de RGS. Landelijk is bepaald dat de opleidingscapaciteit moet groeien in 2021, van de huidige 750 naar 800 aios-plaatsen per jaar. Maastricht neemt als een van de kleinste opleidingen een relatief groot deel van de groei op zich: van 84 naar 96 aios per jaar. Dat betekent een aiosgroep meer in maart, en minimaal evenveel opleiders. In samenwerking met Lilian Aarts van het coschap hebben we 15 nieuwe opleidingsplaatsen gerealiseerd: een recordaantal starters voor maart 2021. Met het oog op verlengde trajecten, ontkoppelingen en onverwachtse uitval van opleiders blijft, desondanks, het huidige opleidersaantal krap. Over kwaliteit en kwantiteit gesproken: Paul Schrijver is na 10 jaar gestopt bij de huisartsopleiding, na menig startend opleider op zijn geheel eigen overtuigende wijze didactisch ‘klaargestoomd’ te hebben. Gelukkig blijft hij wel aan ons instituut verbonden als opleider en zal hij hier en daar nog ondersteunende taken opvangen binnen de opleiding. Binnen het HAO-team zal Marscha Luijkx de taken van Paul overnemen vanaf maart volgend jaar; tegen die tijd zal zij zich in deze rubriek (opnieuw) voorstellen. 27 op één lijn 67
Page 28
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Made in Maastricht 19 september 2020, v.l.n.r.: Sander Huisman, Dimitri Siderakis, Dorien Hünen, Eline Storm, Edith Schulteis, Stephanie Aelfers Made in Eindhoven 6 september 2020, v.l.n.r.: Elles Broen, Renske van Avesaath, Lieke Miggiels, Eline vd Ven, Nicolas Peeters, Esther vd Linden, Kelly Jans, Jacoline Boluijt, Ernst-Jan Groeneveld, Assi Cabbolet, Famke Falkenberg. 28 28 28 In de leer Coronials DOOR ARIANNE BECKERS, HUISARTS EN KAPITEIN-MILITAIR ARTS Onze ouders zijn de Babyboomers. Wij zijn zelf De Millennials, of ook wel Generation Y genoemd. En onze kinderen mogen zich tot de Generatie Alpha rekenen. Iedere generatie heeft andere kenmerken. De Babyboomers zijn de naoorlogse generatie waarbij progressieve denkbeelden voorop stonden. Denk aan de seksuele revolutie, de hippiebeweging en de ontzuiling. De Millennials zijn geboren in de periode 1980 tot de vroege jaren 2000 (herkenbare “Wat een bloempje” reactie als je 2000 in het geboortejaar ziet staan?). Volgens de omschrijvingen zijn we idealistisch ingesteld en technologisch handig. We verkiezen flexibiliteit boven zekerheid (waarnemen versus praktijkhouderschap?!). Bovendien zouden we bovengemiddeld narcistisch en egoïstisch zijn (lieve praktijkhouders: we kunnen er niks aan doen dat we de ‘krenten uit de pap halen’. Het is gewoon een kenmerk van onze generatie). Generatie Alpha is/wordt geboren tussen 2010 en 2024. Wij hebben al aardig wat van de social media meegekregen, maar deze generatie krijgt het met de paplepel ingegoten. Zoals influencers, YouTube en Instagram. Ze zouden de rijkste en meest verwende generatie worden. Met dank aan onszelf, de Millennials. En ondanks dat de geleerden het nog niet helemaal eens zijn over de naam ‘Generatie Alpha’ en het gros zich nog in de luiers begeeft dan wel geboren moet worden, zie ik alweer een nieuwe generatie opduiken. Ook dit betreft onszelf, de Millennials (daar heb je dat kenmerkende narcistisch trekje weer). Hoe hard we de afgelopen jaren ook ons best hebben gedaan. Hoeveel uren we ook gedraaid hebben. Hoeveel diensten er ook zijn weggeschreven. Hoeveel combels en KPB’s we ook hebben ingeleverd. Hoeveel voortgangsgesprekken we ook hebben gevoerd. Hoeveel videotoetsen er ook hebben plaatsgevonden. En hoeveel LHK’s er ook in ons dossier staan. Wij zijn de Coronials. De generatie die, net zoals alle andere zorgmedewerkers, voor, na en tijdens de coronacrisis stinkend hun best hebben gedaan voor de zorgverlening in Nederland. Degenen die zelf risico’s hebben gelopen en indirect hun familie en vrienden hier eveneens aan bloot hebben gesteld. Degenen die noodgedwongen wel teledermatologie op een rood vlekje hebben moeten toepassen. Degenen die zich tig keer aan en uit moesten kleden en de kamer moesten desinfecteren bij het zoveelste kindje met koorts en ‘slechts’ een onschuldig viraal infect. Degenen die geen handen meer mochten schudden en zich soms geen houding wisten te geven als er wel behoefte was aan lichamelijk contact (bijvoorbeeld de hand op een schouder van een bejaarde patiënt met veel verdriet). En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ons werk werd er niet altijd gemakkelijker of leuker op. En ik zal namens mezelf spreken, aangezien ik het niet voor mijn collegae kan invullen. Maar ondanks dat voelt het, alsof ik in de staart van de opleiding mijn diploma bij een pakje boter krijg (er zijn genoeg toetsmomenten geweest, maar de laatste LHK was door overmacht niet bepaald een noemenswaardige afsluiting). En mogelijk zelfs gewoon per post krijg opgestuurd (op het moment van schrijven staat er nog een ceremonie gepland, maar wie weet hoe de pandemie zich ontwikkelt). Toch ben ik trots op mijn collegae en mezelf. We hebben het maar mooi voltooid. We hebben gezwoegd en geploegd en ontzettend veel geleerd. Door goed begeleid te vallen en weer op te staan (menig judoka kan iets leren van onze opleiders en begeleiders die ons perfect hebben leren valbreken). We mogen ons dan eindelijk huisarts noemen. Gefeliciteerd collegae! En bedankt opleiders/begeleiders! Blijf gezond en geniet van je werkzaamheden. En ondanks dat het nu soms even niet zo voelt, kunnen we ook nu als huisarts het verschil voor onze patiënten maken. Ik neem afscheid van deze column, maar ik start vol goede moed, positiviteit en energie met het felbegeerde huisartsenvak. Het ga jullie goed. Proost (op 1,5 meter)! Gegroet, Coronial majoor-huisarts Arianne Beckers 29 op één lijn 67
Page 30
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Weten is Eten Een eenvoudige doch voedzame maaltijd DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID Zoals de oplettende lezertjes weten, werd elk avontuur van heer Olivier B. Bommel afgesloten met een maaltijd die, vaak met het nodige improvisatietalent, bereid en opgediend werd door de trouwe bediende Joost. Het was een van de vaste elementen in het onnavolgbare oeuvre van zijn biograaf Marten Toonder. Mijn bewondering voor Toonder dateert al uit mijn vroege jeugd, toen ik elke week de Bommel en Tom Poesverhalen verslond die achterin de Donald Duck verschenen. Later nam ik als student een abonnement op de NRC, omdat daarin de dagbladstrips gepubliceerd werden. Mooi meegenomen was, dat ik ook bijhield wat zich in de echte wereld afspeelde. Die echte wereld werd overigens door Toonder op magistrale wijze verwerkt in zijn verhalen, die tot op de dag van vandaag verbijsterend actueel blijken te zijn. Er valt ook veel uit te leren, ook voor een huisartsgroeps-begeleider aan een universitair opleidingsinstituut. Bij het begeleiden van de terugkomdaggroepen heb ik altijd troost gevonden in het groepsdynamisch credo “Eén is een ventje, twee is een bende”, zoals door de gedragswetenschappelijk onderlegde Drs. Zielknijper gehanteerd wordt in het verhaal ‘De Vrezelijke Krakken’. Dezelfde Zielknijper is ook diagnostisch bekwaam binnen de GGZ: “Ik zie dit zo vaak in mijn praktijk, infantiele reflexen en vaderbinding”. Op het terrein van Onderwijs en Wetenschap kunnen we veel leren van prof. Prlwytzkofski en zijn omgang met de assistent Alexander Pieps: “Praw der hemeldonderweder, u bent een luisboeb en een weteniets!” Overigens heeft hij een hoge opvatting van zijn taak: “In der wetenschap geeft het niets rares”. Na 177 verhalen kwam er begin 1986 een einde aan de Bommelsaga. Het laatste verhaal droeg als titel “Het Einde van Eindeloos”. En dat had ook de titel kunnen zijn boven dit stuk, want mijn tijd bij het Instituut voor Huisartsopleiding Maastricht zit er op. Ik heb het met plezier nog twee jaar uitgesteld, maar nu ben ik sinds 1 november met pensioen. En daarmee treed ik ook terug uit de redactie van ons onvolprezen lijfblad en geef ik u voor de laatste keer nog een menusuggestie mee voor een eenvoudige, doch voedzame maaltijd, zoals geserveerd door maître Joost op Chateau Bommelstein. Wel met als inspiratie het Limburgse land, waar zoveel moois groeit en bloeit als basis voor een prettig bourgondisch leven als heer. We beginnen met een Terrine de Truite de la Gueule, want forellen doen het in de Limburgse beken gelukkig weer goed, hoewel je voor de aanschaf beter even bij een van de kwekerijen in het Heuvelland kunt aankloppen. Erbij past goed een Riesling of een Pinot gris van de Apostelhoeve of van Thorn. Dan een Filet de Porc Limbourgois avec Sauce de Cèpes, les Pommes de Terre cuits et le Chou Rouge aux 7 ingredients. Natuurlijk vlees van het Livar varken: die hebben buiten gespeeld, ga maar eens kijken bij de Abdij Lilbosch in Echt-Pey. Voor een bijpassend glas Merlot of Pinot noir kun je inmiddels ook bij meerdere Limburgse wijngaarden terecht. Laten we afsluiten met een Tarte aux Noix. De walnoot is een van de schatten die van de herfst in Limburg zo’n mooi seizoen maken. Daarbij koffie en een likeurtje, bijvoorbeeld een Elske of een Maastricht Royal. De eerstelijnsgezondheidszorg laat ik met een gerust hart over aan inmiddels tientallen jonge huisartsen aan wier opleiding ik met heel erg veel plezier en passie een bijdrage heb mogen leveren. Ik hoop ze desalniettemin niet vaak nodig te hebben, want ik ga, op gezonde wijze, gewoon genieten van het goede leven in het mooie Limburgse land. Adieu, met uw welnemen, Hendrik Jan Vunderink 30 30 30 2e uitgave 2020 RECEPTEN VAN JOOST MAÎTRE DE CUISINE VAN CHATEAU BOMMELSTEIN TERRINE DE TRUITE DE LA GUEULE SAUCE DE CÈPES Schil 2-3 winterwortels en snij in heel dunne plakjes. Kook deze 5 minuten en spoel dan koud af. Bekleed een cakevorm van 22 cm met de plakjes wortel, bewaar de rest van de plakjes. Week 8 blaadjes gelatine in koud water. Breng 500 ml slagroom aan de kook (blijf erbij, kookt over, voordat je het weet). Van het vuur af de uitgeknepen gelatine erin oplossen. Laat afkoelen in ijswater. Roer er dan 2 eetlepels vers gesneden dille, flink wat witte peper en wat zout doorheen. Giet een dun laagje room in de vorm, laat 5 minuten opstijven in het vriesvak, en bedek dan met gerookte forelfilet. Bedek de filet met een nieuw laagje room, en laat weer opstijven. Dan nog een laag forel, en opvullen met de rest van de room. Even laten opstijven en dan afdekken met de rest van de plakjes wortel. Zet een nacht in de koelkast om helemaal te laten opstijven. Gebruik een vlijmscherp mes om plakken te snijden en maak de bordjes sjiek op met wat waterkers en tomaat. Ik verwacht, dat ik zelfs de Markies de Cantecler hiermee een bon mot kan ontlokken. Snipper 1 flinke sjalot en een knoflookteen fijn. Zweet ze op matig vuur aan in 25 gram boter. Als ze beginnen te bruinen, 25 gram bloem erbij roeren, even doorwarmen en dan afblussen met 2 eetlepels cognac, 100 ml witte wijn en 200 ml kalfsfond. Goed roeren, tot er een gladde saus ontstaan is. Dan 100 ml room erbij, 5 min laten pruttelen en dan pureren met de staafmixer. Voeg dan 300 gram eekhoorntjesbrood in stukjes toe (als vers niet voorhanden is, is diepvries een prima alternatief), en laat nog 15 minuten zachtjes wat inkoken. Op smaak brengen met veel witte peper en wat zout, en ik vind het lekker om er een scheutje balsamico-azijn bij te doen. Dan een eetlepel gehakte peterselie en een eetlepel tijmblaadjes erbij en Heer Olivier zal tevreden zijn. Voor het braden van het varkensvlees, het koken van de aardappelen en het bereiden van de rodekool met 7 ingrediënten verwijs ik gemakshalve naar het kookboek van de 1e Amsterdamsche Huishoudschool, onder redactie van mejuffrouw C.J. Wannée. Als u mij wilt verschonen. TARTE AUX NOIX Klop 4 eieren luchtig. Klop 300 gram suiker en 2 zakjes vanillesuiker mee. Mix 200 ml zonnebloemolie erbij en daarna 200 ml kwark. Doe nu 200 gram griEsméel, 200 gram bloem en 1 theelepel bakpoeder erbij. En als laatste 200 gram gemalen walnoot. Giet het deeg in een 25 cm springvorm die bekleed is met bakpapier (of goed invetten) en bak de cake op 150 graden gedurende 1 uur in een heteluchtoven. BEsméer met caramel van bebogeen (eerst 20 min in de magnetron tot het vloeibaar wordt) en versier met halve of gehakte walnoten. Een machtig dessert, maar zo wil heer Olivier het graag: groot is mooi en veel is lekker. 31 op één lijn 67
Page 32
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Gezondheidsrechtelijke kwesties Triage in tijden van corona1 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE EN JURIST EN NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS AIOS HUISARTSGENEESKUNDE Op 16 juni 2020 presenteerden de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Artsenfederatie KNMG het draaiboek ‘Triage op basis van niet-medische overwegingen voor ic-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie’.2 Het draaiboek beschrijft hoe artsen moeten beslissen over wie er wel en wie niet een ic-plek krijgt, als in een mogelijk volgende golf van de coronapandemie de druk op de IC landelijk zo hoog oploopt dat er tekorten ontstaan. Het draaiboek is door de FMS en de KNMG voorgelegd aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).3 Het draaiboek is bedoeld voor ‘code zwart’, daar waar keuzes gemaakt moeten worden over de rand van het medisch domein en artsen moreel ethische uitgangspunten nodig hebben om keuzes te maken. Een mooi moment om te kijken naar de uitgangspunten van deze moreel ethische onderbouwing van dit draaiboek. Ook omdat het iets zegt over de moreel ethische overwegingen van de Nederlandse overheid.4 We schetsen allereerst het wettelijk kader waar de overheid zich aan moet houden en richten ons dan op de discussie over botsende grondrechten en de morele en ethische oplossing daarvoor. De wettelijke grenzen van de overheid Onder het kopje ‘ verantwoording’ staat in het draaiboek dat de IGJ een beroep heeft gedaan op de FMS en de KNMG ‘om regie te voeren over het opstellen van het draaiboek’ maar ook dat de IGJ ‘niet in de positie is om een oordeel uit te spreken of goedkeuring te verlenen aan de inhoudelijke afwegingen, maar begrijpt de noodzaak om met dit Draaiboek de zeer complexe keuzes te kunnen rechtvaardigen. De IGJ benadrukt dat het Draaiboek geldt als invulling van de norm voor goede zorg op basis van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)’. De overheid laat het dus aan het werkveld over en houdt zich afzijdig. Kan de overheid dit zomaar doen?5 Wat is het speelveld waarin de overheid zich beweegt? Is het niet de taak van de overheid om te zorgen dat code zwart zich niet voordoet? En wanneer het zich wel voordoet, zij dan zelf het ethisch model schetst waarmee beslist moet worden? Rechtsbronnen De grenzen van het recht worden bepaald door de rechtsbronnen. Allereerst zijn daar de bovennationale rechtsbronnen waaraan Nederland zich verbonden heeft, te weten de internationale mensenrechtenverdragen6 en het recht van de Europese Unie.7 Op nationaal niveau hebben we dan te maken met de Grondwet (GW) en talloze gezondheidsrechtelijke wetten.8 Naast deze wetten en verdragen moet de overheid zich ook nog houden algemene rechtsbeginselen9 en jurisprudentie. De IGJ plaatst het draaiboek in het kader van de Wkggz, als invulling van de norm voor goede zorg. 5 Er zijn dan ook terecht Kamervragen gesteld: Vragen van het lid Pia Dijkstra (D66) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Medische Zorg over de reactie van het kabinet op het «Draaiboek triage op basis van niet medische overwegingen voor ic-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie» (ingezonden 18 juni 2020). 6 De belangrijkste zijn; De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM, 1948), het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR, 1966), het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR, 1966), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989) en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006). 1 Naar analogie van ‘Liefde in tijden van Cholera’, Gabriel García Márquez, Er is altijd liefde nodig om vol te houden en liefde is van alle leeftijden. 2 Het is tot stand gekomen met medewerking van medisch specialisten van verschillende wetenschappelijke verenigingen, een aantal gerenommeerde hoogleraren (medische) ethiek en filosofie en de KNMG. 3 Op verzoek van de IGJ heeft de KNMG het draaiboek uitvoerig besproken met bestuurders van verschillende maatschappelijke en zorgorganisaties, te weten ActiZ, ANBO, KBO-PCOB, LHV, NFU, NHG, NOOM, NVAVG, NVZ, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, Verenso en VGN. 4 Die ook tot het besluit van de Nederlandse politiek hebben geleid om geen 500 kinderen zonder ouders uit een vluchtelingenkamp in Griekenland in dit land toe te laten. 32 32 32 7 De belangrijkste hier zijn; Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (ERVM, 1950), het Europees Sociaal Handvest (1961) en het Biogeneeskundeverdrag (1997, overigens door Nederland wel ondertekend maar niet geratificeerd). 8 Op dit moment zijn er 96 gezondheidsrechtelijke wetten opgenomen in de bundel Gezondheidsrecht van de SDU, met de internationale wetten en verdragen erbij zo’n 105 9 De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals: het zorgvuldigheidsbeginsel, het fair play beginsel en het motiveringsbeginsel bij het tot stand komen van besluiten, maar ook het verbod van détournement de pouvoir, het verbod van willekeur, het rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel die betrekking hebben op de inhoud van een besluit. op één lijn 67 Dat zou nog kunnen gelden voor stap A en B van fase 3 in het Draaiboek (zie bovenstaande figuur). Hier staan medische argumenten op de voorgrond. Die medische argumenten komen dan uit het Draaiboek Pandemie met inclusie- en exclusiecriteria. Bij stap C is er op medische gronden geen onderscheid meer te maken en gaat het alleen om niet-medische gronden. Toch hebben de FMS en KNMG zich laten verleiden om ook hier criteria voor op te stellen, zonder dat de overheid een ethisch model heeft aangereikt. Het is begrijpelijk, dat zorgverleners in crisissituatie willen weten hoe te handelen en het is prijzenswaardig dat er een adviesgroep is opgericht met ethici die het kader gemaakt hebben op basis van een aantal uitgangspunten. Maar hier had een grens getrokken moeten worden en had de overheid het ethisch kader moeten geven. Schaarste in een welvarend land is een keuze van jarenlang gezondheidszorgbeleid. Fase 3 stap C is ook de fase waar verdrags- en grondrechten gaan botsen. Het is heel begrijpelijk dat artsen in de frontlinie niet willen wachten op een trage politieke besluitvorming en snel een werkzame richtlijn willen hebben, maar nu die er ligt is het tijd om te reflecteren en de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die thuishoort. Crisissituaties veroorzaken geen problemen, maar leggen al langer bestaande problematiek pijnlijk bloot. Ethische theorieën Binnen de gezondheidsethiek worden verschillende filosofische stromingen gezien waaraan we ons handelen moreel kunnen toetsen. De meest bekende stromingen zullen we hieronder kort toelichten, waarna we de rangschikking van voorrang die in fase 3C wordt gehanteerd, zullen proberen te plaatsen binnen deze stromingen. Deontologie is de filosofische stroming die ook wel ‘plichtethiek’ wordt genoemd. Deze vorm van ethiek beschrijft dat een bepaalde handeling alleen intrinsiek goed of slecht kan zijn, ongeacht de uitkomst. Het gaat bij de deontologie dus om je intentie, niet om de consequentie. De bekendste filosoof die dit beschreef is Emmanuel Kant. Hij stelt met zijn ‘categorisch imperatief’ een belangrijke gedragsregel binnen de deontologie: ‘gedraag je altijd zoals je zou willen dat iedereen zich zou gedragen”.10 Recht tegenover de deontologie staat het utilisme als filosofische stroming. Het utilisme hanteert als uitgangspunt dat het ‘goede’ van een handeling wordt bepaald door de uitkomst. In morele dilemma’s streeft het utilisme naar de grootste bijdrage aan het algemeen welzijn of geluk voor het grootste aantal mensen.11 Een voorbeeld: het utilisme keurt liegen soms goed, wanneer er schade mee kan worden voorkomen. De deontologie keurt liegen altijd af, wat de potentiele uitkomst ook kan zijn. John Stuart Mill is een bekende utilist, en heeft het in zijn werk over het streven naar ‘het grootste geluk voor de gemeenschap’. De meest besproken ethische theorie binnen de medische wereld is de principe-ethiek van Tom Beauchamp.12 Elke arts kan zijn vier principes benoemen, aangezien het beperkte ethiekonderwijs in de geneeskunde opleiding zich vooral hierop focust. Weldoen, niet schaden, autonomie en rechtvaardigheid geven in de praktijk vaak de richting aan ons medisch handelen. De principeethiek is afgeleid van de deugdethiek, zoals beschreven door Aristoteles, waarin het gaat om de juiste ‘waarde’ of ‘deugd’ die een handeling bepaalt.13 Een andere, minder bekende, stroming in de gezondheidsethiek is de zorgethiek van Joan Tronto. Deze focust zich op de (zorg)relatie en de verantwoordelijkheden die hierbij horen. Hiermee wordt niet zo zeer de handeling zelf bepalend, maar vooral de context om de handeling heen.14 10 David A. McNaughton and J. Piers Rawling, ‘Deontology’, in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 11 12 R. M. Hare, ‘A Utilitarian Approach’, in: A Companion to Bioethics, 2nd edition, Helga Kuhse & Peter Singer, Wiley-Blackwell 2012 Tom L. Beauchamp, ‘The ‘Four Principles’ Approach to Health Care Ethics’, in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 13 Justin Oakley, ‘Virtue Theory,’ in: Principles of Health Care Ethics, 2nd edition, Richard E. Ashcroft, Angus Dawson, Heather Draper, John R. McMillan, Wiley 2007 14 Vicky D. Lachmann, ‘Applying the Ethics of Care to your Nursing Practice’, MEDSURG Nursing, Mar/Apr 2012, Vol 21 Issue 2, pp. 113-116 33
Page 34
op één lijn 67 2e uitgave 2020 Terug naar het draaiboek Fase 3C De ordening van patiëntenvoorrang die in stap C van Fase 3 wordt gehanteerd is de volgende: a) Toepassen van (medische) exclusiecriteria zoals in het Draaiboek Pandemie geformuleerd voor fase 3 stap A en stap B. b) Voorrang voor patiënten die naar verwachting een relatief korte ic-opname nodig hebben. c) Voorrang voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, die beroepsmatig veelvuldig en risicovol contact met verschillende patiënten gehad hebben én een landelijke of regionale schaarste van materiaal voor persoonlijke bescherming is vastgesteld. d) Voorrang voor patiënten uit een jongere generatie: 0-20 jaar; 20-40 jaar; 40-60 jaar; 60-80 jaar en 80+ jaar. e) Indien a) t/m d) geen uitsluitsel biedt: een procedure gebaseerd op toeval (loting of ‘first come, first serve’). Binnen bovenstaande uitgangspunten wordt geen expliciete morele theorie onderschreven, maar de adviesgroep baseert zich op een aantal uitgangspunten: • Ieder mens is gelijkwaardig; • Zoveel mogelijk levens willen redden; • Rechtvaardigheid: gelijken gelijk, en ongelijken ongelijk behandelen. Als het gaat om zorgbehoefte is iedereen die de IC nodig heeft, gelijk (namelijk in levensgevaar). Het draaiboek zou ertoe moeten leiden, dat er dus geen moreel onderscheid wordt gemaakt tussen de koning en een dakloze. Wanneer zij medisch gezien een gelijkwaardige kans hebben op herstel, een vergelijkbare ic-opname nodig hebben en in dezelfde leeftijdscategorie zitten, dan zou de dakloze op basis van loting dus eerder in aanmerking kunnen komen voor een ic-behandeling dan de koning. Voorrang geven aan patiënten met een relatief korte ic-duur is een utilistisch perspectief. We willen zoveel mogelijk levens redden, het maakt niet uit wélke levens. Hoe korter iemand op de IC ligt, hoe eerder er plek is voor een volgende patiënt. Iemand van 60 die kortdurend moet herstellen van een operatie heeft dan dus voorrang op iemand van 30 met corona, waarvan we weten dat dit een gemiddelde ic-opname van 2-3 weken kost. 34 34 34 Toch lijkt het utilistisch perspectief niet volledig doorgetrokken in dit draaiboek. Het zou tenslotte ‘utilistisch’ zijn om risicogroepen te beschermen, terwijl ondertussen de niet-risicogroepen zo veel mogelijk het normale leven kunnen leiden. Verpleeghuizen op slot, risicogroepen thuisblijven, en de rest kan de deur weer uit. Deze visie is echter niet wat het kabinet, maar ook een groot deel van de maatschappij voor ogen heeft. Er is expliciet aangegeven dat we ook de risicogroepen nog zo veel mogelijk ‘kwaliteit van leven’ willen geven, en daarbij hoort absoluut het ontvangen van bezoek. Voorrang geven voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, met risicovolle contacten én een schaarste aan persoonlijk beschermingsmateriaal hebben ervaren, lijkt ook vanuit het utilisme gebaseerd. Niet omdat deze zorgmedewerkers zo snel mogelijk terug moeten naar de werkvloer, we weten inmiddels dat de revalidatie zwaar en langdurig is. Deze ordening lijkt met name te moeten voorkomen, dat bij een eventuele tweede golf grote groepen zorgmedewerkers het werk neerleggen uit angst bij besmetting niet op een IC terecht te komen. De vraag is hoe goed dit gehandhaafd kan worden: is er voldoende inzicht op regionale schaarste van persoonlijke beschermingsmiddelen? En hoe zit het met de andere vitale beroepen? Tenslotte wordt er, tot onvrede van velen, toch een leeftijdscriterium gehanteerd. De adviesgroep beroept zich hiermee op ‘intergenerationele solidariteit’ en het ‘fair innings principe’.15 Men wil daarmee niet zeggen dat het leven van een 80-jarige minder waard is dan dat van een 20-jarige, maar gaat ervan uit dat elke 80-jarige het iedere 20-jarige gunt om ook in potentie 80 jaar te kunnen worden. Op die manier krijgt iedereen de gelijkwaardige kans om het tot een volgende generatie te schoppen. Maar hoeveel solidariteit is er nog over in Nederland? Onze maatschappij is hier dan wel op gebaseerd, met nivellerende belastingen en zorgpremie, het fenomeen ‘intergenerationele solidariteit’ is iets wat niet eerder zo benadrukt werd. In tegenstelling tot andere landen, staan Nederlanders er ook niet om bekend, dat ze hun bejaarde 15 Zee, van der, et al., Rechtvaardige Selectie Bij Een Pandemie, Centrum voor Ethiek en Gezondheid, 2012. 2e uitgave 2020 ouders in huis te nemen en tot de dood toe verzorgen. Hoeveel solidariteit met de ouderen blijft erover als je jongeren vraagt om vooral níet op bezoek te gaan bij hun bejaarde grootouders? Morele keuze In het draaiboek staat niet beschreven achter welke ethische stroming het draaiboek zich voegt. Toch lijkt het, zoals hierboven beschreven, met name het utilisme als uitgangspunt genomen te hebben. De keuze voor het utilisme is logisch te verklaren: het principe van ‘de beste uitkomstmaten voor de grootste groep’ is in tijden van crisis goed verdedigbaar. Iedereen staat tenslotte achter het doel om zoveel mogelijk levens te redden. Ook lijkt de principe-ethiek een rol te spelen, met gelijkheid en rechtvaardigheid als belangrijkste uitgangspunten. Hierin komt het draaiboek dichtbij de ‘vier principes ethiek’ zoals de meeste artsen geschoold zijn. Dit zal het voor artsen wellicht makkelijker maken om de ordening in de triage te kunnen hanteren. De keuze om verpleeghuizen zoveel mogelijk open te laten, laat zien, dat er toch ook wat deontologie zichtbaar is in de filosofie van het kabinet. De kwaliteit van leven wordt hierin belangrijker geacht dan eventuele ‘winst’ voor de grotere groep jongere mensen. Interessant is dat het kabinet zich fel heeft uitgesproken tegen het leeftijdscriterium16, terwijl ouderenorganisaties zich hier genuanceerder over uitlaten17. Tijdens focusgroepen afgelopen zomer bij seniorenorganisaties bleek, dat er begrip is vanuit de ouderen voor de keuzes die gemaakt worden in het draaiboek. De experts beschouwen het als rechtvaardig om een jongere generatie voorrang te geven boven een oudere generatie, omdat iedereen in de loop van zijn of haar leven gelijke mogelijkheden zou moeten krijgen. Conclusie Na de presentatie van het draaiboek vlakte de curve van nieuwe ic-patiënten af en konden we dus in relatieve rust reflecteren op de ethische theorieën die ons door een volgende, zwaardere golf heen moeten loodsen. Of het draaiboek daadwerkelijk in de praktijk gaat worden gebracht, is de vraag. In november wordt het opnieuw aan de inspectie voorgelegd. 16 Michiel van der Geest, ‘Artsen en ethici: bij ‘code zwart’ op ic’s moeten jongeren voorrang krijgen’, de Volkskrant, 16 jun 2020 17 Ilse Kleijne, ‘’Goede uitleg ic-draaiboek cruciaal voor ouderen”, Medisch Contact, 14 okt 2020 35 op één lijn 67

Op één lijn 66


Page 2
Colofon Oplage 2400 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-200003 Fotografie Made in Maastricht – door Philip Driessen Pag 9 – door MSV Pulse Deadline volgend nummer Nog onbekend © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de Redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Kaderopleiding Hart- en vaatziekten. Dát zouden meer mensen moeten doen! – Jan Contermans Laaggeletterdheid. Wat betekent het voor je communicatie? – Ilse Mattheij Werken en leren in tijden van corona Stellen zich voor: Simone Jaarsma, huisartsbegeleider jaar 3 Laura Bijkerk, promovendus Michelle Verheijden, AIOTHO Onderwijs Clinicus van het jaar – Babette Doorn Onderwijs en opleiden. Capaciteit – Laury de Jonge Stelt zich opnieuw voor – Mathieu Prevoo, specialist ouderengeneeskunde Opleiding Ouderengeneeskunde Op weg naar een zelfstandige opleiding ouderengeneeskunde – Babette Doorn Samenwerking huisarts en SO – Christophe van Dijken Onderzoek Samen beslissen met de Ziektelastmeter. Van PROM naar ballon – Danny Claessens OOK en de Witte Raven – Charles Verhoeff en Paul Höppener Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals WESP-en De ‘double burden of malnutrition’ in Tanzania – Lieke Buijs Urineweginfecties op de huisartsenpost – Michelle Spek Vrijwilligersorganisaties die mensen met kanker helpen: een kwalitatieve studie – Bella van Langen Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen Beslissen’? – Arthur Leferink Medicatiebeoordelingen in de eerste lijn – Eva Zwietering Gesuperviseerde pauzeactiviteiten op de basisschool: kiezen kinderen ervoor actief te zijn? – Wieke Cosijnse 3 4 5 6 7 8 8 9 9 10 11 12 14 16 17 18 20 20 21 21 22 22 Gedragsverandering door de Gezonde Basisschool van de Toekomst – Annick Jungbauer 23 Oproep aan pas afgestudeerde huisartsen – Myrthe Bussink 23 Huisartsopleiding Hoofd- en bijzaken – Matthijs Limpens In de leer: verweking – Arianne Beckers ANIOS Zuyd – Joost Dormans Moreel Beraad. Morele dilemma’s, hoe doe je dat? – Nathalie Notermans Made in Maastricht: december en maart Equilibre: RGS en terugblik op Urmond – Marieke Kools en Arie de Jong Weten is eten: Kom mee naar buiten allemaal… – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties. Wijzigingen in de WGBO per 01-01-2020 – Arie de Jong 24 25 26 27 28 30 32 34 2 1 e uitgave 2020 Van de redactie Quarantaine Groundhog Day 2020: ik wandelde, zoals elke zondag, in het mooie Zuid-Limburg. Weer of geen weer. ‘Geen weer’ betekent voor mij eerder boven de twintig graden dan regen, hagel en natte sneeuw. Sterker nog, ik ben een slecht-weer-wandelaar. Het is dan immers heerlijk rustig. Social distance. Zo ook die dag. Ik liep te genieten totdat ik uitgleed in de blubber en krak hoorde vanuit een onderste extremiteit. Via een lift per toevallig passerende crossmotor naar de bewoonde wereld en een aanvullende lift per haastig opgetrommeld familielid, kon ik mezelf aangekondigd repatriëren naar de HAP in mijn eigen woonplaats. Hoe zo’n zondagmiddag verder verloopt, hoef ik u niet uit te leggen. Leuk om collega’s aan het werk te zien, maar de röntgenfoto was minder fraai dan mijn gebruikelijke iPhone kiekjes. Ik mocht met gips per taxi naar huis. ‘Weg vrijheid’ dacht ik, ook in de weken erna. Was ik bijna uit mijn eigen quarantaine, reikhalzend uitkijkend naar de lente en een geplande voorjaarstrip: inderdaad, ook dat verhaal van dat virus klinkt u allemaal bekend in de oren. Ik berg de kampeerspullen op en kijk uit op de triagetent van het MUMC+ en scan het nieuws. Gelukkig is er al ruim 20 jaar ons blad. Iedereen in quarantaine heeft tijd om te schrijven of te lezen, tenzij iemand laaggeletterd is. Wat dat voor u in de praktijk betekent, beschrijft Ilse Mattheij. Wie geen groundhog alias bosmarmot is, kan momenteel boodschappen hamsteren. Terwijl bijna alles online gaat, kan die bezigheid alleen nog offline. Althans, op het moment van schrijven. Ook de Drentse huisarts Jan Contermans moet wat van het hart, hij volgde met veel plezier de Kaderopleiding Harten Vaatziekten. Verder zwaaide in een zwerm een flinke groep WESP-en af. We hopen een aantal straks terug te zien als sollicitant voor de huisartsopleiding, of voor onze eigen opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. In het volgende nummer hopen we dat nieuws bekend te kunnen maken. De tijd zal het leren. Genoeg werk voor iedereen, ook als we straks virusvrij verklaard zijn. Alle hoofden van onze vakgroep zijn het daar wel over eens. Zoals meestal een paar ‘nieuwe’ collega’s: Michelle Verheijden, Simone Jaarsma, Laura Bijkerk en Matthieu Prevoo. Iemand die we de vorige keer voorstelden, Danny Claessens, doet een oproep in het kader van zijn promotieonderzoek naar de ziektelastmeter. Beschouwt u het maar als digitaal paaseieren zoeken, dan mag u meedoen. Onze eigen kwetsbare ouderen (op papier), zijn de Witte Raven. Zij speuren door naar Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten. Recent kreeg de groep versterking van een jongere collega, een WESP-student genaamd Richard Maes. U gaat binnenkort een enquête van hem krijgen. Zoals altijd: de huisartsopleiding. De ANIOS Zuyd, een nieuw fenomeen in de lijn van werving en opleiden. U wist al dat wij als eerste in Nederland de ANIOS in de huisartspraktijk hadden. Nu trekken de initiatiefnemers het traject wat breder. Een prachtig gesuperviseerd voorwerktraject in aanloop naar de vervolgopleiding. Arianne Beckers schiet aardig op met haar opleiding tot militair huisarts in opleiding. Ze haalt tegenwoordig wel haar neus op voor soldatenkost. Wie eerder over de befaamde ‘Rats, kuch en bonen’ schreef is Hendrik Jan Vunderink. Deze keer iets anders: ’Een nieuwe lente, een nieuw geluid’. Hoe toepasselijk! De opleiderscoördinatoren Marieke Kools en Arie de Jong zijn trouw van de partij en praten u bij. De andere rubriek van Arie de Jong is de beroemde ‘Gezondheidsrechtelijke kwesties’, ditmaal over de WGBO. Spontane spin-off van zijn rubriek betreft het Moreel Beraad en komt van de hand van Nathalie Notermans, derdejaars aios. Als haar stage naar de nog virusvrije Waddeneilanden dit voorjaar doorgaat, zien wij in de volgende editie een nieuw artikel van haar hand. Made in Maastricht: zowel in december 2019 als in maart 2020, waren er diploma-uitreikingen van kersverse huisartsen. Voor de allerlaatste keren was dat in Rijckholt, in het Koetshuis. Een mooie traditie die ik ga missen. De uitreikingen zijn voortaan in Roermond; althans, als we weer groepsbijeenkomsten mogen houden. Beste mensen, we gaan ‘viral’. Ik wens u desondanks veel werkplezier, waardering en een fijne vlakke curve toe. Of beter gezegd: een mooie op één lijn! Babette Doorn 3 op één lijn 66
Page 4
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Van de voorzitter Verkiezingen maart 2021 DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM 12.000 huisartsen en hun praktijkteam zetten zich met hart en ziel in voor hun patiënten. Heel veel landen benijden ons om het gezondheidszorgsysteem. Maar nog los van het coronavirus hoor je het scheuren en kraken: ons zorghuis is uit balans. De patiëntgerichte manier van zorg verlenen komt in de knel. De zorgvraag steeg veel harder dan de bevolkingsgroei, vergrijzing en chronische ziekten kunnen verklaren. Het personeelstekort loopt de komende jaren sterk op. Voor de eerstvolgende verkiezingen moet de boodschap dan ook zijn: maak het huisartsenvak aantrekkelijker door meer tijd voor de patiënt, vermindering van administratieve lasten, door te investeren in een sterke regionale huisartsenorganisatie die praktijken ontzorgt. Zorg voor een goede spreiding van de opleidelingen door het land. Zet in op voldoende beschikbaarheid van betaalbare huisvesting: denk aan meer ruimte voor werkplekken voor op te leiden collega’s en ondersteunend personeel en een duurzame inrichting van de (huisartsen)spoedzorg. Praktijken in het centrum van een stad worden bijvoorbeeld al onbetaalbaar. De kwetsbare patiënt is voor huisartsen dagelijkse kost. Duizenden kwetsbare ouderen, maar ook jongeren met geestelijke problemen, kunnen niet terecht bij de juiste vervolgzorg. Onze zorg is alleen houdbaar met voldoende tijd voor kwetsbare patiënten, goede verwijsmogelijkheden en effectieve multidisciplinaire samenwerking. We kunnen dit bereiken door: • adequate thuiszorg en andere opvang • meer tijd voor kwetsbare patiënten • goede organisatie van de eerstelijnszorg in wijk en regio • samenvoegen van de budgetten van gemeenten en zorgverzekeraars • investeren in betrouwbare en onafhankelijke patiënteninformatie. Het zorgstelsel is gebaat bij meer tarief-regulering met als voordeel: meer continuïteit van zorg, minder rompslomp en als huisarts niet meer de noodzaak hebt om over elk tarief te onderhandelen. Een adequate infrastructuur is nodig voor de eerstelijn: structurele samenwerking in de regio. Haal afspraken uit de sfeer van de marktwerking. Verder: investeer in noodzakelijke ICT-infrastructuur op lokaal en regionaal niveau en tenslotte: stel een regionaal budget voor organisatie en infrastructuur vast voor huisartsen (inclusief voorwaarden/takenpakket). Flinke maatregelen zijn nodig om de huisartsenzorg in de huidige efficiënte en goedkope vorm te kunnen behouden. Met kleine aanpassingen zijn we er niet. Alleen door forse investeringen in de huisartsenzorg blijft de huisarts dicht bij de patiënt in de wijk en blijft het Nederlands zorghuis in evenwicht. 4 Kaderopleiding Hart- en vaatziekten Dát zouden meer mensen moeten doen! DOOR JAN CONTERMANS, HUISARTS MEDISCH CENTRUM EIKSTAETE IN HOOGEVEEN, DRENTHE Als huisartsen hebben we een centrale positie in de Nederlandse gezondheidszorg. Hiermee vertel ik jullie niets nieuws. Zo proberen we in ons werk als huisarts een goed overzicht te houden op wat er allemaal gaande is binnen het vak en van alle markten voldoende thuis te zijn. Op die manier hoeven we ons een hele loopbaan lang niet te vervelen! Toch kunnen ook wij soms verlangen naar meer verdieping. Vooral op gebieden waarmee we extra affiniteit hebben. Althans, zo verging het mij. Ook merkte ik in het overleg met specialisten, dat ik een geheel eigen huisartsgeneeskundige kijk op dingen heb gekregen. Maar om mijn visie gedegen te kunnen onderbouwen, zou meer solide kennis goed van pas komen. Jarenlang zag ik dit als iets vanzelfsprekends. Er bestaan immers generalisten en specialisten. En ik behoor tot de eerste categorie. Met een half oog had ik al weleens op de site van het NHG naar de diverse kaderopleidingen gekeken. Het bleken er twaalf te zijn, een prachtig symbolisch aantal (zie www.ngh. org/kaderopleiding). De generalist in mij leek ze allemáál de moeite waard. Echter, de opleiding Hart- en Vaatziekten sprong er, gezien mijn betrokkenheid bij bepaalde projecten van onze zorggroep in Drenthe, toch wel uit. Daarvoor moest ik dan wel vijfmaal per jaar twee dagen naar Roermond afreizen, dus dat was nog wel even een dingetje. Bij verder navragen kwam ik erachter, dat ik, om deze opleiding in alle ernst te kunnen doen, op een tijdsinvestering van ongeveer acht uur per week diende te rekenen gedurende twee jaar. Ook iets om goed bij stil te staan. Maar de behoefte aan kaderartsen bleek zo groot, dat onze zorggroep me op dat laatste punt graag tegemoet kwam in de vorm van ondersteuning voor waarneming. Ik denk dat een dergelijke regeling niet alleen in NoordNederland bestaat, maar ook elders. Nu ik de opleiding in december jl. heb afgerond, kan ik wel vanuit de grond van mijn hart zeggen dat het volgen van deze opleiding voor mij een van de meest inspirerende dingen is geweest die me in mijn huisartsenleven de afgelopen jaren is overkomen. Waar zit dat in? Allereerst is de opleiding goed georganiseerd. De ervaringen van de vorige groepen worden systematisch benut om het curriculum verder te verbeteren. Ook zijn de docenten, zowel didactisch als vakinhoudelijk, van uitstekend niveau. Dat maakt, in combinatie met een kleine, gemotiveerde groep van gelijkgezinde leerlingen, een fantastische interactie mogelijk. 5 Verder is gezorgd voor een goed evenwicht tussen frontaal en interactief onderwijs, zelf presenteren, werkgroepen en zelfstudie. Wat dat laatste betreft: als huisartsen zijn we gewend naar veel scholingsbijeenkomsten te gaan zonder ons terdege voor te bereiden. Laten we eerlijk zijn, daar gunnen we ons vaak de tijd niet voor. Zo niet bij de kaderopleiding! Hierbij dient huiswerk te worden gemaakt en elke bijeenkomst moet worden voorbereid. Dit draagt ertoe bij, dat de scholingsdagen voor jezelf veel efficiënter zijn. Van tevoren ben je je meer bewust van hoofd- en bijzaken én van eigen vragen en lacunes. Wat ook enorm stimulerend is, is dat je netwerk op het vakgebied door de opleiding enorm wordt uitgebreid. Hierdoor weet men je na de registratie als kaderhuisarts te vinden als deskundige. Ook is het mogelijk, als je daar prijs op stelt, betrokken te worden bij allerlei zaken zoals het ontwikkelen van zorgprogramma’s, overleg met specialisten en bestuurders en het geven van scholing. Zo krijg je de gelegenheid je kennis echt in te zetten voor een groter doel. Tenslotte een anekdotische ervaring die me op de allereerste onderwijsdag overkwam. We moesten die dag, totaal onverwacht, een uitgebreide ECG-ingangstoets maken. Nu had ik de afgelopen 23 jaar alleen af en toe oppervlakkig naar ECG’s gekeken, dus ik bakte er niet bijzonder veel van. De individuele nabespreking zag ik daarom met angst en beven tegemoet. Ik verwachtte vooral te horen, dat ik de komende tijd wel héél erg mijn best moest gaan doen op dit onderdeel. Maar de docent gaf haar feedback op een onverwachte manier: “Ik denk dat ik, gezien de manier waarop je de dingen verwoordt, je dit alles op een vrij hoog niveau zal gaan leren.” Is stimulerender feedback mogelijk? Het illustreert de sfeer tijdens deze kaderopleiding. Kritisch en tóch veilig. Intensief maar desondanks energie gevend. Van hoog niveau, maar nooit te hoog gegrepen. Dus ja: een kaderopleiding? Dát zouden meer mensen moeten doen! op één lijn 66
Page 6
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Aan het werk Laaggeletterdheid DOOR ILSE MATTHEIJ, WAARNEMEND HUISARTS IN HEERLEN EN MAASTRICHT Mevrouw Janssen heb ik verwezen naar de pijnpoli vanwege langdurige klachten. Ze komt enkele weken later op mijn spreekuur. Ik vraag of ze al naar de pijnpoli is geweest. Hierop antwoordt ze van niet. Als ik vraag waarom niet, vertelt ze dat ze een vragenlijst moet invullen, voordat ze een afspraak mag maken. Dit lukt haar niet en daarom gaat ze niet. Ik concludeer dat mevrouw waarschijnlijk laaggeletterd is en bespreek dit met haar. Jammer dat ik dit niet eerder heb gevraagd en meegestuurd heb met de verwijzing, want nu zit ze weken onnodig met pijn. Jammer dat we in de zorg onnodig barrières hebben opgeworpen, zoals ingewikkelde vragenlijsten, voordat iemand toegang tot zorg krijgt. Wat is het? Dit is een voorbeeld van laaggeletterdheid uit mijn praktijk. Je zult je wel afvragen: komt dit ook voor in mijn eigen praktijk? Zeker! In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. In Limburg is dit gemiddeld 12,8% en in Brabant is dit 10,6%. Laaggeletterd betekent dat je zoveel moeite met lezen en schrijven hebt, dat je niet goed kunt functioneren in het dagelijks leven. Er is een verschil met analfabetisme waarbij je helemaal niet kunt lezen en schrijven. Tweederde van de laaggeletterden is autochtoon. Veel laaggeletterden hebben een baan. In de praktijk merk ik dat mensen laaggeletterd zijn, wanneer ze bijvoorbeeld al een uur vóór hun afspraak zitten te wachten. Voor laaggeletterden zijn afspraken op het hele of halve uur makkelijker te onthouden; een afspraak om 15.40 uur is ingewikkeld. Ook zie ik het aan de berichten van de huisartsenpost over herhaalrecepten van medicatie in het weekend. Omdat plannen en organiseren lastig kan zijn voor laaggeletterden, is het moeilijk om op donderdag te bedenken dat je medicatie op vrijdagavond op zal zijn en dat je tijdig moet bijbestellen. Trainingen Wat betekent laaggeletterdheid voor je communicatie? Pas je je mondelinge en schriftelijke communicatie voldoende aan zodat deze voor iedereen te begrijpen is? Voor de Stichting Pharos trainde ik in Limburg al diverse mensen over laaggeletterdheid. De kleinschalige trainingen voor huisartspraktijken met een acteur zijn altijd erg leuk en leerzaam. Ook trainde ik vorig jaar huisartsen van de Werkgroep Deskundigheidsbevordering Huisartsen (WDH) en op het Warffum-symposium. Daarnaast krijgen alle eerstejaars aios een korte training over laaggeletterdheid. Gelukkig blijft het niet beperkt tot de huisartsenzorg: ook andere zorginstellingen en gemeenten worden getraind. Het MUMC+ is een van de vier Nederlandse ziekenhuizen waar, op de long-/ palliatieve afdeling, het programma 'Goed begrepen' loopt. Ik kijk samen met een klein team hoe we het hele ziekenhuis gezondheidsvaardiger kunnen maken. Erg leuk om te doen. Het is belangrijk dat ziekenhuizen meedoen: zo wordt er duidelijk naar hun patiënten gecommuniceerd. Wellicht zien we dan een aantekening ‘laaggeletterd’ terug in het patiëntdossier van wie we het nog niet wisten. In de praktijk In onze praktijk pasten we de LHV-toolkit ‘Laaggeletterdheid in de praktijk’ toe en pasten we onze website aan. Met de komst van nieuw personeel en een verhuizing van de praktijk, zag ik, dat er toch weer moeilijke tekst in de website was geslopen en dat er verschillende meningen waren over bewegwijzeringsbordjes. Het gevolg is dat laaggeletterden de weg in ons gebouw niet goed kunnen vinden en onnodig lang in de verkeerde wachtkamer zitten. In de spreekkamer probeer ik mijn taal aan te passen aan het niveau van de patiënt. Soms baal ik van mezelf als een patiënt me vragend aankijkt. Ik heb dan te veel verteld met te moeilijke woorden. Het is niet moeilijk om je taal aan te passen, maar je moet alert blijven. In een gesprek vraag ik steeds vaker: ‘Ik wil weten of ik alles goed heb uitgelegd, kunt u herhalen wat u heeft begrepen’? Het geeft veel voldoening wanneer de patiënt helemaal begrepen heeft wat ik bedoel. Dit voorkomt een hoop herhaling en vervolgconsulten. Laatst moest ik lachen om een interview van een dokter op de radio. De presentator begreep het ingewikkelde verhaal van de dokter niet. Ik realiseerde me eens te meer, dat we soms in onze eigen bubbel zitten en dat het des te leuker is om te kijken, hoe we hier uit kunnen komen. Dus, misschien is het leuk (en leerzaam!) om er als opleider of aios een volgend leergesprek met video aan te wijden? 6 1 e uitgave 2020 Werken en leren in tijden van Corona Huisartsgeneeskunde Maastricht dankt alle hulpverleners die zich met hart en ziel inzetten voor de zorg! Wij zijn daarnaast extra trots op "onze" huisartsen, SO's, AIOS, ANIOS en studenten, de mensen aan het front! 29 jun 3 jul 2 nov 6 nov Summercourse Research in General Practice Auberge De Smockelaer in Heijenrath Info: summercourseresearch@maastrichtuniversity.nl Was gepland op 29 juni – 3 juli 2020 Is nu gepland op 2 – 6 november 2020 In diezelfde week zal zeer waarschijnlijk op donderdag en vrijdag ook de tiende editie van de Heuvelland schrijfcursus door Jochen Cals en Daniel Kotz op die locatie plaatsvinden. Info: scientificwritingtips.wordpress.com/writing-tipscourse of heuvellandcursus@maastrichtuniversity.nl 19 jun 5 feb 2021 NHG Wetenschapsdag MSM Maastricht Was gepland op vrijdag 19 juni 2020 Is nu gepland op vrijdag 5 februari 2021 7 op één lijn 66
Page 8
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Simone Jaarsma Huisartsbegeleider jaar 3 Laura Bijkerk Promovendus Ik ben Simone Jaarsma en begon op 1 maart 2020 als HAB ( jaar 3) bij de Huisartsopleiding. Zelf deed ik mijn HA-opleiding ook in Maastricht (2009-2012) en ben daarna gestart als fulltime waarnemend huisarts, en dat ben ik nog steeds. Naast het draaien van diensten, werk ik nu, in combinatie met mijn HAB-functie, nog maar 2 dagen per week in een leuk en goed georganiseerd gezondheidscentrum in Kerkrade. Voordat ik huisarts werd, heb ik de tropenopleiding gedaan en vanaf 1995 met veel passie als tropenarts en later als public health specialist in drie verschillende landen in oost- en zuidelijk-Afrika gewerkt en gewoond. Ik vertrok destijds alleen met mijn man en veertien jaar later keerden we, in verband met onze twee opgroeiende kinderen, terug naar Nederland. De kinderen zijn inmiddels al een paar jaar het huis uit. Afgelopen jaren heb ik gezocht naar werk waar ál mijn kennis en ervaring bij elkaar kon komen. Een jaar geleden kon ik drie weken meewerken om een rurale stage voor een huisartsopleiding in Kenia vorm te geven en daarbij ervoer ik de synergie, waar ik al een tijd naar op zoek was. Daaruit voortkomend kwam het inzicht, dat ik graag HAB wil worden, iets wat nu dan gaat starten. In mijn vrije tijd ren, zwem, lees en reis ik graag. Ik ben op donderdag en vrijdag op de vakgroep in Maastricht, ik woon samen met mijn vriend in Utrecht enin mijn vrije tijd kook ik graag. En ik hou van concerten bezoeken en reizen. Nu ook aan mij de eer om mijzelf voor te stellen. Mijn naam is Laura Bijkerk en ik sinds mei 2019 werkzaam als extern promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Ik word tijdens mijn promotie begeleid door Mark Spigt, Anke Oenema en Nicole Geschwind. Ik combineer mijn promotietraject met werkzaamheden op het gebied van interventieontwikkeling en communicatie bij Oh My Mood, een nieuwe GGZ-instelling. In mijn promotieonderzoek richt ik onder andere op de evaluatie van de interventies van Oh My Mood, met de focus op patiëntengagement. Ik studeerde Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam en haalde mijn master Development & Health Psychology aan de Universiteit van Amsterdam. De stap van HBO naar WO maakte ik, omdat ik altijd een liefde had voor onderzoek en op het HBO niet de diepgang vond die ik zocht. Tijdens mijn stage en afstudeerproject was ik onderdeel van het NextLevel consortium en evalueerde ik verschillende gegamificeerde interventies voor onder andere alcoholverslaving, zelfbeeldproblematiek en voor de jeugd GGZ. Deze onderzoeken liepen onder meer bij PsyQ, Youz en de Brijder Jeugdverslavingszorg. 8 1 e uitgave 2020 in de (huisartsen)opleiding, met als uiteindelijke doel: effectieve implementatie in de opleiding. Het onderzoeksteam bestaat uit Esther Giroldi, Angelique Timmerman en Trudy van der Weijden. We zijn erg enthousiast om uit te zoeken of het leren en beoordelen van de competentie ‘communicatie’ gericht moet zijn op een meer ‘skilled communication’-approach in plaats van de nu toegepaste skills-based benadering. Als ‘skilled communicator’ leer je flexibel te communiceren en communicatie in te zetten als een tool in de context van de spreekkamer. Hierdoor creëer je zorgprofessionals die zich bewust zijn van zowel hun eigen referentiekader als die van de patiënt. Michelle Verheijden Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO) Ik ben in november 2019 gestart als AIOTHO bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ik ben geboren in Bunde, slechts een treinstop verwijderd van Maastricht. Sinds de start van mijn opleiding Geneeskunde heb ik het dorpse verruild voor het echte ‘Mestreech’. Mijn PhD-project richt zich op de wetenschappelijke onderbouwing van hoe context-specifieke communicatie (‘skilled communication’) getraind/geleerd zou moeten worden Juist bij dit project-onderwerp heeft het dragen van twee petten, die van onderzoeker en die van arts-in-opleiding, meerwaarde: zo doe je ervaringen op van beide kanten en kun je deze toepassen in zowel het onderzoek als in de praktijk. In mijn vrije tijd vind ik het leuk om te hockeyen, te tennissen en te wandelen. Daarnaast houd ik ook van een leuke spelletjesavond met vrienden en familie. Jullie kunnen me vinden op de AIOTHO-kamer op Deb1. Ik hoop jullie allemaal snel te mogen ontmoeten en ben altijd in voor een praatje! Clinicus van het jaar 2018-2019 Op 20 januari 2020 werden, door studentenbelangenvereniging MSV Pulse, de jaarlijkse prijzen voor beste clinici van het jaar uitgereikt. Beste werkplekbegeleider bij het coschap huisartsgeneeskunde is een van de categorieën. De genomineerde huisartsen waren: Daisy Bruls van medisch Centrum Kluis in Geleen, Loes van Bokhoven van Huisartsenpraktijk Dorine Verschure uit Elsloo en Daniëlle Laumen-Smits van Huisartsenpraktijk De Notenboom uit Roermond. Alle drie hadden op basis van rapportcijfers gegeven door studenten, een 9,6 of hoger! Daisy was de winnaar met een 9,9 gemiddeld en met veel narratieve feedback zoals: “Het is een zeer prettige werkplek, met fijne collega's. De huisartsen besteden voldoende tijd aan opleiding en begeleiding van de coassistent. Er is iedere dag zeker een half uur ingeroosterd waarbij zaken besproken kunnen worden. Daarnaast denkt de huisarts mee als het gaat om opdrachten etc.” Bij de uitreiking nam praktijkcollega Kitty Timmermans de prijs voor haar in ontvangst: een oorkonde, een zilveren stethoscoopspeld en een geldprijs van Stichting Sint Annadal te besteden aan een onderwijsdoel. 9 op één lijn 66
Page 10
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Onderwijs en opleiden Capaciteit DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM GENEESKUNDE Het geven, faciliteren en coördineren van onderwijs zijn kerntaken van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Ons onderwijs en de vervolgopleiding vormen een proces, van student Geneeskunde tot medisch specialist. Daarvoor hebben we vele capaciteiten in huis. In de opleiding tot basisarts vervullen ruim 50 docenten van onze vakgroep diverse facultaire rollen. Dit kan uitvoerend zijn zoals begeleider van coassistenten, tutor, mentor, docent communicatie, als coördinerend van aard zoals planningsgroepen, leden van decentrale selectie- en opleidingscommissies en studieadvisering. Sinds kort levert Huisartsgeneeskunde, als kers op de taart, de mastercoördinator Geneeskunde: Marion van Lierop. Onze vakgroep levert ongeveer 9 fte onderwijs. En we zijn daardoor een van de grootse onderwijsgevers van de Maastrichtse faculteit Geneeskunde. Daarnaast zijn veel huisartsen werkplekbegeleider van coassistenten of opleider van huisartsen in opleiding. Sinds jaren zijn ook specialisten ouderengeneeskunde, onder de vlag van onze vakgroep, betrokken bij het geven van onderwijs op zowel de faculteit als in de praktijk. De belangrijkste taak van onze docenten is het maken en geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs, aansluitend op het landelijke Raamplan Geneeskunde. De arts-docent fungeert ook als rolmodel, zowel op de faculteit als bij het leren in de praktijk. Een docent is een visitekaartje van de vakgroep in het algemeen en voor het vak in het bijzonder. En dat is hard nodig. In Medisch Contact stond eind vorig jaar dat er volgens de arbeidsmarktmonitor een vacatures per 100 artsen specialisme/profiel psychiater (incl. kinder- en jeugd) specialist ouderengeneeskunde chirurg kinderarts radioloog* huisarts internist anesthesioloog nucleair geneeskundige* arts verstandelijk gehandicapten Bron: Medisch Contact 37, 12 september 2019 10 1e halfjaar 2018 8,4 7,2 3,4 2,0 1,9 0,4 1,1 0,9 1,4 10,0 1e halfjaar 2019 8,6 6,9 2,9 2,3 2,0 0,9 1,8 1,6 0,5 11,9 verschil 2% -4% -15% 15% 7% 137% 67% 74% -67% 20% aandeel vacatures 1e halfjaar 2018 28,9% 11,3% 4,7% 3,1% 2,5% 4,7% 2,5% 1,7% 0,3% 2,3% 1e halfjaar 2019 28,8% 10,3% 3,9% 3,5% 2,9% 9,7% 4,1% 2,9% 0,1% 2,6% verschil -1% -9% -17% 12% 19% 105% 63% 70% -67% 13% recordkrapte op de arbeidsmarkt is, met een grote stijging bij vacatures voor huisarts en blijvende krapte bij de specialist ouderengeneeskunde. Zoals ons reukorgaan noodzakelijk is voor het keuren van ingeademde lucht, zo onderzoekt het Capaciteitsorgaan “de toekomstig benodigde capaciteit aan professionals in de zorg en de daarvoor benodigde instroom in de opleidingen en rapporteert hierover aan de zorgsector en de overheid.” Net als het hart, heeft ook het capaciteitsorgaan verschillende kamers. Onze vakgroep voorzitter, Jean Muris, heeft zitting in de kamer Huisartsen. De krapte op de arbeidsmarkt onderstreept het belang van een meer zichtbare positie van aansprekende onderwijsactiviteiten als herkenbare, positieve rolmodellen vanuit Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde. Daarmee bevorderen we de doorstroom naar opleiding tot huisarts en straks ook tot die van specialist ouderengeneeskunde. De niet benutte opleidingsplaatsen tot specialist ouderengeneeskunde en de door het capaciteitsorgaan geadviseerde groei van aantal opleidingsplaatsen tot huisarts, zullen niet vanzelf gevuld worden met actieve werving. We hoeven immers niet te wachten tot na het artsexamen: kennismaking en enthousiasmering voor het vak begint namelijk in de basisopleiding. Contact: Lilian Aarts, onderwijscoördinator, lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl Welkom! Stelt zich opnieuw voor Mathieu Prevoo Specialist Ouderengeneeskunde Anders dan gewend een ‘retrograad’ voorstelstukje over mijn functie binnen de vakgroep. Ik ben 58 jaar en werk sinds 2016 bij de vakgroep. Maar mooi dat mij dit gegund wordt op het moment dat Ouderengeneeskunde binnen de vakgroep een ‘boost’ gaat krijgen. Mijn Alma Mater was de KU Nijmegen (Radboud Universiteit), waar ik opgeleid werd en 15 jaar als docent Basiscurriculum en Docent/Opleider voor VOSON werkte. In het midden van de tachtiger jaren was er net zo’n crisis als recent en dus geen werk voorhanden. Huisartsen waren er teveel (!), of in ieder geval genoeg. Dus ging ik voor die beroepsgroep ‘verloren’. Ik kon wel een ‘ervaringsplek’ bij mijn oude coschapbegeleider in het verpleeghuis in Venlo krijgen. Zo ben ik ‘in het vak terecht gekomen’ en werd ik met een generaal pardon in 1990 geregistreerd als Verpleeghuisarts, later SO. Na Venlo werden Rotterdam/Hellevoetsluis en Arnhem mijn domicilie. Aan de VU in Amsterdam volgde ik de kaderopleiding Psychogeriatrie en daarna werd Nijmegen 22 jaar mijn tweede vaderstad. Maar ‘murge gaon iech weer truuk’, bleef al die jaren aan mij knagen. Dus ging ik in 2013 terug naar Valkenburg. Ik bleek geen Oer-Limburger meer, wat naar mijn gevoel positief vormend voor me was, maar hield wel nog van mijn geboortestreek en haar cultuur. Getrouwd, schat van een vrouw, 4 kinderen (2 als ‘bonus’) en blaasmuziek (Sax. Bariton bij Harmonie Walram in Valkenburg) als grote hobby. Daarnaast geboeid door paleoantropologie (“Wie was Lucy?”), Reizen (“Africa mon Amour!”) en numismatiek van de Europese koninkrijken. Ik had het geluk in die tijd Rachele Arends en Jos Schols te ontmoeten. Zij vroegen mij of ik wilde helpen Ouderengeneeskunde ‘meer op de kaart te zetten’ in Maastricht. Hoe blij ik daarmee was, heb ik hen nooit verteld. Bij dezen! Ik had mijn ‘tweede liefde’ terug. Onderwijs geven in het basiscurriculum, zoals ik dat kende uit Nijmegen. Er stond trouwens al aardig wat op de kaart. Uitbouwen, schaal vergroten, meer zichtbaarheid en verbeteren van de beeldvorming, werd ons gezamenlijk doel. Vooral ‘meer’ coschap Ouderengeneeskunde had onze prioriteit. Toen Rachele vertrok vond ik ‘troost’ en goede partners in Laury de Jonge, Lillian Aarts en Marion van Lierop. Dezelfde ideeën over (volwassen-)onderwijs aan geneeskunde-studenten, dezelfde mening over opleiden en bereid mijn frustraties aan te horen. Maar, vooral bereid mij te helpen bij de ontwikkeling van ‘mijn vak’. In 2018 zei ik om die reden “ja“ als gastdocent bij de huisartsopleiding. Men had mij immers ook geholpen. Maar dat was te veel. Mijn lang gekoesterde wens voor een bestuursfunctie in onze beroepsvereniging (VERENSO) ging in 2019 in vervulling en maakte mij duidelijk dat een dag maar 24 uur duurt. Ik moest helaas weer stoppen als gastdocent, terwijl het zo’n mooi ‘dwarsverband’ vormde tussen huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde. Ik ben nu dus weer terug ‘bij de basis’ en coördineer de coschappen Ouderen-geneeskunde (8+10 weken), de GEZPstage Ouderengeneeskunde (18 weken), de WESP-stage “Deprescribing” (waar Jos Schols de ‘senior’ is) en organiseer/ participeer/doceer het keuzeblok Multimorbiditeit. Verder ben ik mentor van masterstudenten en coördineer ik het onderwijsprogramma “Medicatieveiligheid bij ouderen” (tijdens het coschap Huisartsgeneeskunde/Sociale Geneeskunde). Samen met Laury de Jonge is een onderwijsvisie Ouderengeneeskunde opgesteld. De aandacht gaat nu vooral uit naar het uitbreiden van ons affiliatiegebied, zodat we de langzaam groeiende vraag naar werkplekken voor coassistenten kunnen blijven garanderen. Mijn mooiste uitdaging nu is de samenwerking met de huisartsgeneeskunde verder uit te breiden, terwijl we ondertussen groeien als volwaardige sectie binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde, die op termijn ‘ouderengeneeskunde’ mag gaan toevoegen. 11 op één lijn 66
Page 12
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Maastricht Op weg naar een zelfstandige opleiding DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER Aanvraag Wanneer dit blad bij u op de mat valt, dan weten wij zo ongeveer of we de erkenning van de RGS hebben behaald. Welke erkenning? Wel, die van de aanvraag om een zelfstandige opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht te mogen starten vanaf september 2020. Wat nieuw is Met ingang van 2020 is de regelgeving veranderd waardoor het mogelijk werd voor Maastricht om een erkenning aan te vragen om een zelfstandige opleiding te mogen starten. Een unieke gebeurtenis, want het komt nauwelijks nog voor dat dit gebeurt. Een betere regionale spreiding over het land is hard nodig. We hebben veel meer specialisten ouderengeneeskunde (SO’s) nodig. De vraag naar SO’s neemt sterk toe en de belangrijke bestuurders en organisaties hebben de opleidingscapaciteit fors opgevoerd. Tot nu toe werd er op 3 plekken in Nederland opgeleid: Leiden, Amsterdam en Nijmegen. Regionaal opleiden Een jaar eerder trachtten we te starten als dependance van Nijmegen, maar de afstand tot het instituut bleek gezien onze ligging toch een brug te ver. Aios en opleiders willen een regionale opleiding. In Groningen leefde ook de wens om een zelfstandige opleiding op te zetten en ook zij hebben een aanvraag ingediend bij de RGS. Wij staan allebei op de website van SOON, de landelijke koepel van opleidingen ouderengeneeskunde, als opleiding waar gesolliciteerd kan worden vanaf 1 maart 2020. Voorbereiding Het projectteam ouderengeneeskunde bestond al in Maastricht. Hoogleraar ouderengeneeskunde Jos Schols, SO en beoogd opleidingshoofd Mariëlle van der VeldenDaamen, SO Daisy Janssen als beoogd waarnemend hoofd, Joost Dormans als coördinator bedrijfsvoering en Babette Doorn als projectmanager. Daarbij kwam SO Matthieu Prevoo prominenter in beeld voor het basiscurriculum geneeskunde1. Voor de rest zijn de lijnen kort binnen de vakgroep en dus ook met de Huisartsopleiding waar veel kennis, expertise en voorzieningen zijn. Traject In januari hebben we alle vereiste documenten voor de erkenning aangeleverd. Eind januari hielden wij een informatieavond voor alle betrokkenen en belangstellenden in Maastricht. De opkomst was goed en gevarieerd en de sfeer was open, constructief en informeel. De vrijdag voor carnaval, 21 februari, vond de visitatie door de RGS plaats. We hebben dit als een prettige bijeenkomst ervaren en we voelen ons als opleiding in spe gesteund. De RGS probeert ons de 1 Zie ook: https://www.ntvg.nl/artikelen/een-verpleeghuisstage-vooriedere-arts 2 1 12 1 e uitgave 2020 uitkomst van die visitatie voor 1 mei, de sluitingstermijn van de sollicitatieperiode, terug te koppelen. Solliciteren Vanaf 1 maart tot 1 mei kan er gesolliciteerd worden door basisartsen die net als wij, toekomst zien in ouderengeneeskunde. Extra ervaring is niet nodig, affiniteit en motivatie voor ouderengeneeskunde wel. Wie geschiedenis wil schrijven, meldt zich nu aan voor ‘groep-1’! We zoeken ongeveer 10-12 aios en we starten eenmaal per jaar met een nieuwe groep. Naast aios zoeken we ook docenten, voor nu en later. Via de opleidersvereniging Verenso kan er snel geschakeld worden met de doelgroep. Verder hebben we opleiders en opleidingsplekken nodig. Voor een deel zijn die er al en zijn ze ook al erkend. Daarnaast gaan we kijken welk nieuw potentieel we kunnen aanboren. Basisartsen kunnen solliciteren zonder dat ze al anios in de ouderengeneeskunde hoeven te zijn: we hebben ‘vrije’ plekken beschikbaar. Half mei zijn de sollicitatiegesprekken in Maastricht. Typisch Maastricht Voor een groot deel volgen wij het Landelijk Opleidingsplan van SOON. Bestaande instituten delen hun lesmateriaal met ons en Groningen. Als ‘couleur locale’ voegen wij aan het curriculum toe, de samenwerking met de huisarts. Zie elders het artikel van Christophe van Dijken, SO bij Envida. Waar mogelijk, willen we Maastrichtse aios samenscholen mits Covid-19 het weer toelaat. Ander speerpunt wordt de samenwerking tussen 5 4 3 eerste- en tweedelijn. Daarbij besteden we veel aandacht aan de ‘Happy professional’, aan zelfzorg voor aios en een veilig leerklimaat. De terugkomdag op het instituut wordt de vrijdag op het Debyeplein 1 in Maastricht. Informatie We proberen op www.ouderengeneeskundemaastricht.nl de belangrijkste informatie te blijven vernieuwen. Eventuele vacatures staan ook op onze website naast die op Academic Transfer. Daarnaast zijn wij actief op LinkedIn en Instagram. Via de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg wordt er getwitterd. En, papier is geduldig: de volgende Op een Lijn verschijnt in de zomer. Voor studenten: we doen mee aan alle activiteiten vanuit MSV Pulse. We zijn aanwezig op de carrièremiddag op 27 mei. Voor alle andere vragen: SO@maastrichtuniversity.nl is het centrale e-mail adres. 6 0. 01-01-2020 | RGS wijziging regelgeving 1. 29-01-2020 | Informatie avond 2. 21-02-2020 | Visitatie 3. 01-03-2020 | Start sollicitatieprocedure 4. 24-04-2020 | Advies/uitslag visitatie 5. 01-05-2020 | Sluiting sollicitatietermijn 6. 01-09-2020 | Start opleiding 13 op één lijn 66
Page 14
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Ouderengeneeskunde Samenwerking SO en huisarts DOOR CHRISTOPHE VAN DIJKEN, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Ik ben Christophe van Dijken, 36 jaar, partner en vader in een gezin met drie kinderen. Mijn artsenopleiding volgde ik in Nijmegen, net als de vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde (SO). Sinds 2013 werk ik als SO bij Woonzorgcentrum Grubbeveld (Envida), een expertisecentrum voor mensen met dementie en gedragsproblematiek. Vanaf het begin van mijn loopbaan begeleid ik coassistenten en huisartsen in opleiding tijdens hun stages in de ouderengeneeskunde. In 2018 rondde ik de kaderopleiding psychogeriatrie af. Als SO ben ik vooral hoofdbehandelaar van verpleeghuisbewoners: mensen met dementie en een uitgebreide somatische multimorbiditeit, mensen die terminaal ziek zijn, maar ook patiënten die revalideren. Naast de medische kant, zorgt de hoofdbehandelaar voor multi- en interdisciplinaire samenwerking, waarbij de SO een regisseursrol heeft. Zo draagt de SO bij aan zowel de huidige als de toekomstige zingeving en kwaliteit van leven van de zorgafhankelijke patiënt. Dit volgens het biopsychosociale model, waarbij sterke communicatie en creativiteit, maar ook (medisch en moreel) leiderschap belangrijk is. Samenwerking vindt voornamelijk plaats met de verpleging en de verzorging van de patiënt en hun familie. Direct patiëntencontact speelt een veel kleinere rol. Veranderingen in het vakgebied Door de toename van de oudere en steeds langer levende populatie en hun toenemende complexiteit in zorgbehoefte, staat de SO al enige tijd extra in de belangstelling. Je bent niet alléén in het verpleeghuis werkzaam, maar ook als consulent in de eerste lijn voor huisartsen, als hoofdbehandelaar van mensen in verzorgingshuizen, als ondersteuning voor medewerkers in de thuiszorg, verzorgingshuizen, voor casemanagers dementie en andere partijen in het werkveld, zoals het ziekenhuis en de GGZ. Waar je als SO jaren geleden nog rustig een paar uur visite kon lopen op een afdeling, werk je nu veel efficiënter. En soms ook effectiever, op relatieve afstand, telefonisch en met een goed Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Methodisch werken blijft de unieke basis van de ouderengeneeskunde: zoveel mogelijk preventief en zo min mogelijk reactief. SO of klinisch geriater? Een betere functiebenaming voor SO is misschien wel eerstelijns geriater, omdat dit in een keer duidelijk maakt 14 wat het verschil is. Maar de naam SO is prima, gezien de huidige scope waarin de specialist ouderengeneeskunde de zorg verleent, namelijk in alle mogelijke zorgwerkvelden. De klinisch geriater werkt vooral in het ziekenhuis, maar ook in de intramurale GGZ en de revalidatiezorg. Een ander belangrijk verschil is het type patiënten aan wie zorg verleend wordt: de klinisch geriater doet meer aan cure, de SO meer aan care. Overeenkomsten zijn er ook: onze patiënten zijn kwetsbaar en complex. Samenwerking met de huisarts Wanneer huisartsen hun patiënten doorverwijzen naar de Wlz (Wet langdurige zorg) dragen ze meestal het hoofdbehandelaarschap over aan de SO in het verpleeg- of verzorgingshuis. Huisartsen vragen steeds vaker in het voortraject een consult SO aan, wat in de praktijk regelmatig uitdraait op een vorm van medebehandeling, samen met die huisarts. Dan is het van belang om de regiefunctie van de huisarts goed te bewaken. Bijvoorbeeld in een multidisciplinair overleg (MDO). Concreet betekent dit, dat er alleen maar contact gezocht hoeft te worden (telefonisch of via de e-mail) over wat je voor de patiënt en voor elkaar kunt betekenen. Het mooie van deze samenwerking is, dat de huisarts de regie heeft en ondersteuning krijgt van een SO. Op deze manier kunnen abrupte zorgcrises en opnames voorkomen worden. In de samenwerking met huisartsen, was ik altijd al onder de indruk van hun toewijding en gedrevenheid in de zorg voor kwetsbare mensen. In omstandigheden die niet altijd optimaal zijn, voor zowel de patiënt als de huisarts. Het kan frustrerend zijn om niet de oplossing te kunnen bieden, maar toch probeer je er als huisarts voor die patiënt te zijn. Huisartsen zijn goed bekend met gezondheidsproblemen van ouderen. Moeilijker is het voor hen om patronen te herkennen, om complexe situaties vanuit hun positie te overzien. Voor de SO is dat makkelijker, als gevestigd regisseur van een multidisciplinair team en de zorg vaak onder hetzelfde dak als dat van de kwetsbare en complexe patiënt. Bovendien passen kwetsbare en complexe ouderen niet binnen richtlijnen en die bestaan dus ook niet. De relatie met het ziekenhuis en de huisartsenpost Soms lijkt de wereld in het ziekenhuis en de HAP/SEH anders dan die in de eerstelijn of verpleeghuis. Toch komen daar dezelfde kwetsbare en complexe patiënten. Als SO wil je laagdrempelig benaderbaar zijn voor overleg. In het MUMC+ loopt dat goed: de ziekenhuisspecialisten hebben, als we overleggen, oog voor het perspectief van onze kwetsbare patiënten. We proberen alleen die patiënten aan te bieden als dat meerwaarde heeft voor die patiënt en dus ook voor het ziekenhuis. Inmiddels is er een mooie samenwerking met De Schakel (Envida). Deze verpleegafdeling is bedoeld voor patiënten (met name kwetsbare ouderen) die na een bezoek aan de SEH of HAP niet meteen naar huis kunnen, maar die ook niet opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis. Heikel punt blijft, dat er onvoldoende capaciteit is om alle kwetsbare en complexe patiënten meteen op de juiste plek, zoals een verzorgingshuis of verpleeghuis, onder te brengen. Als SO ben ik nauw betrokken bij het wachtlijstbeheer en samen proberen we zoveel mogelijk maatwerk te bieden. Zolang de SO het nijpende zorgprobleem van de huisartsen met een opname kan oplossen, zal die beroepsgroep altijd tevreden zijn. Maar dat is natuurlijk utopie. Huisartsen zijn ook tevreden over de samenwerking ter preventie van acute zorgproblemen. En daar zijn de patiënten nog het meeste bij gebaat: het verloop van hun zorgvraag is vloeiender en de beperkingen in de zorgmogelijkheden zijn minder. Nieuwe opleiding ouderengeneeskunde Maastricht Het is mijn intentie om aios Ouderengeneeskunde te gaan begeleiden, als kaderarts opleider of docent. Het moge duidelijk zijn dat we voor een enorme uitdaging staan, de ouderenzorg van de toekomst vorm te geven. Hierin vervult de SO een spilfunctie. Met Limburg en Zuidoost- Brabant als werkgebied, biedt de nieuwe vervolgopleiding in Maastricht een uitstekende gelegenheid om vooruitstrevend en innovatief ouderengeneeskunde te leren en uit te dragen. Als je het even niet meer weet (of juist wel): denk dan aan de opleiding tot SO. Als SO ben je een bijzondere specialist met een bijzondere toegevoegde waarde voor de toekomst! 15 op één lijn 66
Page 16
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Samen beslissen met de Ziektelastmeter Van PROM naar ballon DOOR DANNY CLAESSENS, PROMOVENDUS HUISARTSGENEESKUNDE Herkent u dit? Een meneer komt bij u op het spreekuur. Op de vraag: “Hoe gaat het nu met u?” krijgt u het bekende antwoord: “Goed hoor”. In het gesprek wil deze meneer vooral van u horen dat het op papier goed met hem gaat. Zo gaat het al jaren: het gaat niet goed en niet slecht, en toch maakt u zich zorgen over hem. Hoe dat komt, is niet duidelijk. Op uw eerste vraag heeft u nooit een goed antwoord gekregen, want hoe gaat het nu écht met deze meneer? Komt deze situatie u bekend voor? Om meer inzicht te krijgen in de last die mensen ervaren van hun aandoening, om samen te kunnen beslissen en zelfmanagement te stimuleren, is de Ziektelastmeter voor chronische aandoeningen ontwikkeld. Na het succes van de Ziektelastmeter COPD om de ervaren kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van iemand met COPD te verbeteren, is deze uitgebreid. De Ziektelastmeter voor chronische aandoeningen is beschikbaar voor mensen met astma, COPD, diabetes mellitus type 2 en/of hartfalen. De vragenlijst is vernieuwd, het bekende ballonnenplaatje is behouden. Nieuw aan de Ziektelastmeter is, dat deze bestaat uit een generieke module en ziekte-specifieke modules die worden gecombineerd. Iemand met twee aandoeningen krijgt dus één vragenlijst en één visualisatie (figuur 1). Of de nieuwe Ziektelastmeter ook effectief is, onderzoeken we in de huisartsenpraktijk. We zijn hiervoor op zoek naar huisartsen en/of praktijkondersteuners. Het onderzoek duurt 18 maanden. Deelnemende praktijken werven 10 deelnemers en vullen een korte vragenlijst in. Interventiepraktijken (MicroHIS of MediX) gebruiken de Ziektelastmeter bij deze patiënten tijdens elk consult, en controlepraktijken blijven de reguliere zorg geven. Wat blijkt? De meneer op uw spreekuur kan door zijn lichamelijke beperkingen niet meer naar zijn biljardclub en maakt zich zorgen over zijn toekomst. Hij zou het daar graag eens met u over hebben. De Ziektelastmeter kan helpen inzicht te geven in de ervaren ziektelast, en hier een passend plan bij te maken. Wilt u de Ziektelastmeter ook gebruiken in de praktijk? Meldt u dan aan voor ons onderzoek op: www.ziektelastmeter.nl, of neem contact op via e-mail: danny.claessens@maastrichtuniversity.nl of telefoon (043-3882336) Figuur 1: ballonnenfiguur van patiënt met COPD en diabetes mellitus type 2 16 1 e uitgave 2020 OOK en de Witte Raven Onbegrepen buikpijn en jeukklachten. DOOR CHARLES VERHOEFF EN PAUL HÖPPENER, HUISARTSEN N.P. De Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen, opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte of een zeldzaam verschijnsel. De leden van de werkgroep doen dit op vrijwillige basis. Zij hebben een brede achtergrond met veel wetenschappelijke en klinische ervaring. Verwijzing van casuïstiek loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4 zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van huisartsen en het delen van hun kennis. Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze website: www.witteraven.org. De leden van de Witte Raven: Professor dr. Geert-Jan Dinant, Dr. Bernard Frijling, Dr. Paul Höppener, Drs. Simon Kleijkers, Drs. Raymond Leclercq, Drs. Marie-José Metz, Drs. Irene Soeters, Dr. Erik Stolper, Drs. Tonnie van Kessel (vz), Drs. Charles Verhoeff, Drs. Annemiek Nijholt, Richard Maes, student geneeskunde. . Wij willen u verleiden om bij uw zoektocht de “Witte Raven strategie” te gebruiken. Als aanvulling op de compacte informatie op deze bladzijde geven we op onze website inzage in enkele relevante verslagen van verricht specialistisch onderzoek. Kijk onder het kader “ZELF ZOEKEN” in het submenu “Casus Op Een Lijn”. De oplossing van de vorige keer: De ziekte van Parkinson De nieuwe casus Deze keer een wat andere casus, die laat zien dat OOK eveneens leeft in het ziekenhuis. Hier is de diagnose te danken aan een doorzettende aios en bemoeienis van een universitaire onderzoeker. De casus betreft een man van nu 62 jaar, die ongeveer 10 jaar geleden begon met aanvalsgewijze buikklachten, die ontstaan lijken te zijn na een reis naar Latijns-Amerika. Hij werd een paar maal ingestuurd onder verdenking van een acute buik. Er volgde beoordeling op de SEH en een korte opname, uitgebreid lab, echo, via de chirurg een sigmoïdoscopie, waarop divertikels te zien waren. De geconsulteerde dermatoloog vond voor de jeuk geen verklarende afwijkingen. De internist onderzocht hem uitgebreid, deed onderzoek op tropische aandoeningen, en sloot ook het carcinoiedsyndroom en mastocytose uit. Tijdens een van de opnames doet de chirurg een laparoscopie en stelt dan de diagnose diverticulitis. De uiteindelijke diagnose, na alle onderzoeken, is diverticulitis, zonder verklaring voor de jeuk. De huisarts stuurde hem voor een second opinion door naar het academisch ziekenhuis. In de tussentijd werd hij een paar maal opnieuw ingestuurd met het beeld van een acute buik. In het ziekenhuis zakte de pijn na enkele uren af naar een acceptabel, dat wil zeggen voor de patiënt herkenbaar, niveau. Een aio's 'interne' is zodanig onder de indruk van het beeld (ook niet gelovend in functionele verklaringen) en gaat op zoek naar een diagnose. Hij bekijkt de CT-scan gemaakt tijden SEH-bezoek in verband met acute buikverschijnselen. Op de CT is sprake van “mesenteriale vet induratie met lymfkliertjes en toegenomen densiteit van het vetweefsel”. Zij komt tot een zeer zeldzame diagnose, waarvoor een chirurgische biopsie tijdens een pijnaanval noodzakelijk is om deze te bevestigen. Niet onvermeld mag blijven, dat een familielid, onderzoeker in een ander UMC, helpt bij de zoektocht naar diagnose en behandeling. Helaas durven de chirurgen de biopsie niet aan. De zeldzaamheid van het ziektebeeld leidt bij sommige dokters tot ongeloof, c.q. enig wantrouwen. En zo ontstaat een patstelling. Zou u tot een zeldzame diagnose kunnen komen? Stuur uw antwoord naar: simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl 17 op één lijn 66
Page 18
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Bruikbare Wetenschap Een zucht van verlichting? DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE Ik ga u eerlijk bekennen, dat ik volgens mij nog nooit een ernstiger writer’s block heb gehad dan de afgelopen weken. Met de COVID-19 pandemie lijkt niets meer op routine te kunnen. Mijn schrijfbrein bevond zich in een soort sluimerstand, waaruit het maar niet wilde ontwaken. Waren jullie ook zo vermoeid, ondanks het feit dat het aantal fysieke patiëntcontacten op een dag soms minimaal was? Maar goed, blijkbaar went chaos ook, want het is me toch gelukt om de Maastrichtse artikelen in te duiken. Bruikbare Wetenschap om mee aan de slag te gaan, als de rust terugkeert in de praktijk van alledag. Persoonlijkheidsstoornissen op leeftijd Het leven zit vol uitdagingen, waarbij patiënten met persoonlijkheidsstoornissen op verschillende vlakken veelal een hindernisbaan afleggen. In de spreekkamer geeft het een uitdagende dynamiek. En er is een groeiende hoeveelheid literatuur die laat zien, dat het ook in verzorgings- en verpleeghuizen uitdagingen geeft voor zowel patiënt als zorgverlener. Krystle Penders bestudeert dit als onderdeel van haar promotieonderzoek. Ze voerde een literatuuronderzoek uit naar de epidemiologie, diagnostiek en behandeling van deze stoornissen bij 60-jarigen en ouder. Bij thuiswonende ouderen vond ze een prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen tussen 11-14 %, terwijl dit in een beschutte zorgomgeving stukken hoger lag. Ik kan me voorstellen dat goede diagnostiek niet eenvoudig is, maar de door haar aangeduide diagnostische vragenlijsten lijken veelbelovend om hier, bij twijfel, toch mee aan de slag te gaan. Ook omdat zij vond dat schematherapie als interventie, juist op hogere leeftijd, effectief kan zijn. Ziektelast van meer dan COPD De COPD Ziektelastmeter werd door Annerika Slok, Onno van Schayck en hun team de afgelopen jaren ontwikkeld en wordt in de reguliere zorg al ingezet. Zouden de bekende ballonnen ook kunnen helpen bij andere chronische aandoeningen? Esther Boudewijns onderzocht of de ‘Assessment of Burden of Chronic Conditions (ABCC)-tool’ kon worden ontwikkeld voor meerdere chronische aandoeningen. Ik laat u drie keer raden welke aandoeningen zij hierin wil meenemen, maar u heeft ze ongetwijfeld meteen goed: diabetes, astma en COPD. Niet toevallig de aandoeningspecifieke chronische zorg DBC’s in de huisartsenpraktijk. In een ontwikkelproces van literatuuronderzoek, vragenlijsten, expertpanels en bepalen van afkapwaardes kwam ze tot een lijst met zowel generieke als ziektespecifieke vragen. Hierdoor krijgt een patiënt een eigen tros aan ballonnen gepresenteerd over 1 of juist meer aandoeningen, om zo het gesprek met de zorgverlener te ondersteunen. Het team van Boudewijns kijkt verder en onderzoekt momenteel of ook bij andere aandoeningen, zoals hartfalen, een ziektelastmeter kan worden ontwikkeld. Persoonlijk hoop ik dat we binnen enkele jaren geen aparte DBC’s hebben, maar gewoon een lijn chronische zorg, waarbij de onderliggende factoren veelal gelijk zijn, en ook vooral buiten de spreekkamer moeten worden aangepakt. Wel met hulp van ons in de spreekkamer. Dan gaan voor mij alle ziektelastballonnen tot het plafond! 18 A 1 e uitgave 2020 B Onregelmatige pols; regelmatige diagnostiek? AIOTHO Nicole Verbiest-van Gurp onderzocht hoe we als huisartsen atriumfibrilleren (AF) opsporen en diagnosticeren. Ze presenteerde 76 huisartsen een aantal vignetten (casusbeschrijvingen) en vroeg hen te kiezen uit verschillende diagnostische tests, waaronder ECG, event recorder en holterregistratie, steeds bij verschillende scenario’s. Bijvoorbeeld of de patiënt symptomen ervaarde of niet, verschillende CHA2DS2-VASc scores etc. Het merendeel van de respondenten gaf aan ecg’s te maken en zich ook competent te voelen deze te beoordelen voor AF. Voelt u zich vooral aangesproken, want de huisartsen kwamen vooral uit Brabant en Limburg. Het merendeel van de huisartsen had ook een holter als diagnosticum tot zijn beschikking in de eigen praktijk of via het diagnostisch centrum. Het artikel is lezenswaardig, ook om zelf te kijken wat u had gedaan bij dat bepaalde vignet. Gezien de forse klinische consequenties van een onbehandeld AF, speelt de discussie of we opportunistisch moeten screenen voor AF. Maar liefst 83% van de deelnemende huisartsen gaf aan dat, bij gebleken effectiviteit, dit ook te willen doen in de praktijk. Bij mij rijst dan de vraag: doen sommige collega’s dit niet al? Assistentes en POH’s consequent instrueren om te voelen of de pols regulair is, is al een eerste stap. Slimme apparaatjes zullen volgen, denk ik. Zuurstofsaturatie en het weer Wie had ooit gedacht dat we de saturatiemeter vaker zouden gebruiken op een dag dan de tongspatel? Inmiddels weten we dat een boterhamzakje goed werkt om het niet steeds te hoeven ontsmetten. Onderzoeker Mark Spigt heeft een bijzondere aanstelling aan de Noorse universiteit van Tromsø. Daar boven de poolcirkel hebben ze originele ideeën. Op hoogte heeft de luchtdruk invloed op de meting van de zuurstofsaturatie. Het team in Noorwegen onderzocht in een groot cohort van meer dan 7000 patiënten of normale wisselingen van het weer (en de luchtdruk) verschillen geven in zuurstofsaturatie. En of dat van invloed is op het gevoel van dyspnoe bij patiënten met luchtwegaandoeningen. Ingewikkelde analyses, maar ik heb goed nieuws. Er is wel enige invloed van de luchtdruk op de meting van de zuurstofsaturatie, maar die is minimaal. U hoeft dus niet eerst naar het weer en de barometer te kijken als u de saturatie gaat meten. Een zucht van verlichting, ook in sombere coronatijden. Referenties • Int J Biometeorol. 2020 Mar 3. doi: 10.1007/ s00484-020-01883-3. [Epub ahead of print] The effect of atmospheric pressure on oxygen saturation and dyspnea: the Tromsø study. Dohmen LME, Spigt M, Melbye H. BMC Fam Pract. 2020 Jan 13;21(1):11. doi: 10.1186/ s12875-019-1075-8. • ABC-tool reinvented development of a diseasespecific ‘Assessment of Burden of Chronic Conditions (ABCC)-tool’ for multiple chronic conditions. Boudewijns EA, Claessens D, van Schayck OCP, Keijsers LCEM, Salomé PL, In ‘t Veen JCCM, Bilo HJG, Gidding-Slok AHM. • Personality Disorders in Older Adults: a Review of Epidemiology, Assessment, and Treatment. Penders KAP, Peeters IGP, Metsemakers JFM, van Alphen SPJ. Curr Psychiatry Rep. 2020 Feb 6;22(3):14. doi: 10.1007/s11920-020-1133-x. Review. PMID: 32025914 • How do Dutch general practitioners detect and diagnose atrial fibrillation? Results of an online case vignette study. Verbiest-van Gurp N, van Mil D, van Kesteren HAM, Knottnerus JA, Stoffers HEJH. BMC Fam Pract. 2019 Dec 14;20(1):175. doi: 10.1186/s12875-019-106419 S op één lijn 66 B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U
Page 20
1 e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Lieke Buijs De ‘double burden of malnutrition’ in Tanzania BEGELEIDERS: VICTORIA VON SALMUTH EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling Door de voedingstransitie in ontwikkelingslanden vindt er een zorgwekkende toename plaats van het aantal mensen met overgewicht, terwijl de ondervoedingsprevalentie stagneert. Ook Tanzania lijdt onder deze ‘double burden of malnutrition’. Een effectieve, dubbel-gerichte voedingsinterventie voor de inwoners van het Tanzaniaanse platteland is hoognodig. Maar wat willen de dorpelingen? Studiedesign In focusgroepen en diepte-interviews met inwoners en gezondheidswerkers uit vijf verschillende dorpen in noordwest Tanzania vroegen we naar hun verwachtingen, voorzieningen en barrières over voeding en gezondheid. Primair resultaat en conclusie Hoewel overgewicht (nog) niet zozeer als probleem wordt gezien op het platteland van Tanzania, blijkt er veel vraag naar adequate voorlichting over voeding. Daarnaast is het van belang om de gezondheidszorg en voedselveiligheid te verbeteren, iets dat door de huidige genderongelijkheid en toenemende klimaatverandering sterk wordt bemoeilijkt. WESP-student Michelle Spek Urineweginfecties op de huisartsenpost BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Urineweginfecties geven vaak acute klachten. Tijdens ANW (Avond Nacht & Weekend)-uren doen patiënten een beroep op de huisartsenpost voor eventuele diagnostiek en behandeling. Welke diagnostiek zetten huisartsen in bij verdenking UWI op de HAP en welke antibiotica worden voorgeschreven (al dan niet conform NHG-Standaard)? Studiedesign Een retrospectieve observationele cohortstudie. We includeerden 5657 volwassen patiënten die in 2018 de huisartsenpost in Heerlen of Maastricht contacteerden met klachten passend bij een urineweginfectie. Primair resultaat en conclusie Bij slechts een op de tien patiënten met indicatie werd een urinekweek gedaan. Terwijl bij 88% van de patiënten die de huisartsenpost bezochten een dipstick werd gedaan. 74% van de patiënten met klachten van een UWI kreeg antibiotica. In 62% werd het eerste keus middel voorgeschreven terwijl in 23% een antibiotica werd voorgeschreven dat niet in de richtlijn staat. Bij een op de vijf patiënten werd bovendien niet de juiste duur van de kuur voorgeschreven. Opvallend genoeg schreven huisartsen telefonisch significant beter volgens de richtlijn voor dan bij een fysiek consult (na correctie voor risicofactoren en weefselinvasie). 20 op één lijn 66 op één lijn 66 1 e uitgave 2020 WESP-student Bella van Langen Vrijwilligersorganisaties die mensen met kanker helpen BEGELEIDER: GEERT-JAN DINANT Vraagstelling Welke vrijwilligersorganisaties, die mensen met kanker en hun naasten helpen, zijn actief in Zuid-Limburg? Wat zijn hun ervaringen? Welke obstakels komen zij tegen in het behalen van hun doelstellingen en wat gaat er juist heel goed? Kennen zij elkaar eigenlijk wel en staan zij open om samen te werken? Studiedesign We hebben een descriptieve kwalitatieve studie uitgevoerd. Deel één bestond uit de zoektocht naar relevante organisaties. Deel twee bestond uit drie 1-op-1 semigestructureerde interviews. Deel drie bestond uit twee focusgroepen. Primair resultaat en conclusie Met dit onderzoek hebben wij het bestaan van deze vrijwilligersorganisaties en hun ervaringen in kaart gebracht. Het belangrijkste resultaat is, dat alle deelnemers van de focusgroepen veel tips en ideeën met elkaar uitwisselden tijdens de bijeenkomsten. Na afloop van de focusgroepen zijn contactgegevens uitgewisseld tussen de deelnemers en zo zijn er nieuwe samenwerkingen ontstaan. WESP-student Arthur Leferink Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen Beslissen’? BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ESTHER GIROLDI, ANGELIQUE TIMMERMAN EN ANOUK BAGHUS Vraagstelling Hoe vaardig zijn huisartsen in opleiding in ‘Samen beslissen’? We onderzochten dit vanuit het perspectief van de aios en de patiënt. En wat zijn de redenen, die de verschillen tussen aios verklaren? Studiedesign We deden een observationeel onderzoek via het scoren van consulten met de OPTION5 tool en via vragenlijsten (SDM-Q9 voor patiënten en de SDM-Q-9-Doc voor AIOS). Primair resultaat en conclusie De aios zijn over het algemeen nog vrij beperkt in het toepassen van de vaardigheid ‘Samen Beslissen met patiënten’. We vonden geen verschillen op basis van geslacht, leeftijd, ervaring als arts, opleidingsinstituut, opleidingsjaar en opleidingsniveau van de patiënt op de vaardigheid. 21
Page 22
1 e uitgave 2020 1 e uitgave 2014 WESP-student Eva Zwietering Medicatiebeoordelingen in de eerste lijn BEGELEIDERS: JOLIJN BOHNEN, JELLE STOFFERS EN MARJAN VAN DEN AKKER Vraagstelling Er is in Nederland geen duidelijk inzicht in hoe huisartsen klinische medicatiebeoordelingen uitvoeren, welke zorgprofessionals daarbij betrokken zijn, of de multidisciplinaire richtlijn polyfarmacie bij ouderen gevolgd wordt en wat knel- en verbeterpunten zijn bij het uitvoeren van klinische medicatiebeoordelingen. Studiedesign Een online vragenlijst, met open- en multiple choice vragen, werd ingevuld door 281 huisartsen in de provincie Limburg en Noord-Brabant. De gegevens zijn geanalyseerd met behulp van SPSS en codering van de open vragen. Primair resultaat en conclusie Medicatiebeoordelingen worden op verschillende manier gedaan door huisartsen, waarbij de richtlijn niet altijd werd gevolgd. Bijna alle huisartsen en apothekers zijn bij de medicatiebeoordelingen betrokken en in mindere mate de praktijkondersteuners. Enkele respondenten voerden helemaal geen medicatiebeoordelingen uit en ook werd de patiënt niet altijd betrokken. De implementatie van klinische medicatiebeoordelingen in Nederland zou kunnen verbeteren via taakdelegatie, betere digitale ondersteuning en financiële compensatie. WESP-student Wieke Cosijnse Gesuperviseerde pauzeactiviteiten op de basisschool: kiezen kinderen ervoor actief te zijn? BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling De helft van de Nederlandse kinderen haalt de beweegrichtlijn niet, waarbij meisjes slechter presteren dan jongens. Wij onderzochten of de pauze bijdraagt aan het behalen van deze richtlijn, in welke mate de pauze activiteiten actief gedrag stimuleert en welk effect de interventie-activiteiten hierop hadden? Studiedesign We onderzochten het effect van invoeren van gesuperviseerde pauzeactiviteiten van beweegschool OBS de Harlekijn in Landgraaf. Kinderen konden kiezen uit vier 22 categorieën: sport, vrij spel, cultuur of naar huis gaan. De data na één jaar interventie werd gebruikt. Primair resultaat en conclusie Kinderen waren in de pauze actiever op school dan thuis. Enkel kinderen die sport kozen haalden de beweegrichtlijn. Ook zagen we alleen bij sport dat meisjes significant meer gingen bewegen. Zoals verwacht waren kinderen tijdens cultuur significant het minst actief. Concluderend adviseren we kinderen daarom over te blijven en regelmatig sport te kiezen als pauzeactiviteit. op één lijn 66 op één lijn 66 1 e uitgave 2020 WESP-student Annick Jungbauer Gedragsverandering door de Gezonde Basisschool van de Toekomst BEGELEIDER: MAARTJE WILLEBOORDSE Vraagstelling De Gezonde Basisschool van de Toekomst is een initiatief om de gezondheid en het welzijn van kinderen te verbeteren door middel van een leefstijlinterventie op school, waarbij gezonde voeding en meer beweging worden aangeboden. Wij onderzochten het proces achter verandering in voeding- en beweeggedrag in de thuissituatie. Studiedesign Een kwalitatief onderzoek bestaand uit 27 semigestructureerde interviews met ouders van kinderen op een van de twee volledige interventiescholen (‘Gezonde Basisschool’). Primair resultaat en conclusie Gedragsverandering werd geïnitieerd door zowel kinderen als ouders. Het kan leiden tot gezonder gedrag, maar ook tot compensatiegedrag. Ouders en kinderen werden zich bewuster van hun leefstijl, maar daadwerkelijke verandering thuis was vaak toch moeilijk. We vonden een grote variatie in de mate van verandering, zowel tussen gezinnen als binnen één gezin. WESP-student Yvonne Koolen Innovaties in de ouderenzorg: het ELV-loket BEGELEIDERS: ANNA HUIZING EN FRANK AMORY (ZIO) Vraagstelling Sinds 1 september 2017 is een centraal ELV-loket operationeel in Maastricht Heuvelland. Huisartsen en andere verwijzers kunnen dit loket inzetten wanneer zij een patiënt op een eerstelijnsverblijf (ELV)-bed willen opnemen. We onderzochten het gebruik en de ervaringen van betrokken zorgverleners met het ELV-loket. Studiedesign Ten eerste heeft data-analyse van de geregistreerde ELVaanvragen plaatsgevonden. Daarnaast is een enquête opgesteld en uitgezet onder huisartsen in de regio en zijn semigestructureerde interviews met verschillende zorgprofessionals afgenomen. Primair resultaat en conclusie Sinds de oprichting is het ELV-loket 870 keer ingezet en hebben 611 patiënten een indicatie gekregen. Betrokken zorgverleners rapporteerden positieve ervaringen en verbeterpunten. We concludeerden dat het ELV-loket als een vooruitgang in de zorg voor kwetsbare ouderen wordt beschouwd: het zorgt voor een beter overzicht van de beschikbare bedden en faciliteert opname van patiënten op een ELV-bed. 23
Page 24
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Hoofdzaken Huisarts in het nieuws DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT De huisarts was de laatste maanden veel in het nieuws. Aanvankelijk vanwege het dreigend tekort aan huisartsen, maar de laatste tijd vooral in relatie tot de coronacrisis. Over het dreigend huisartsentekort wordt in de media wisselend bericht. Soms inhoudelijk juist, dan weer zeer kort door de bocht. Dat een tekort dreigt, ontkent niemand meer. De impact en de mogelijke oplossingen worden steeds anders verwoord. Waarom leiden we er dan niet meer op? Dit is een vaak aangedragen oplossing. Als hoofd van de huisartsopleiding Maastricht is deze vraag relevant en interessant. Ze werd mij ook gesteld in het interview door het Eindhovens Dagblad en in het radioprogramma ‘De Stemming’ van L1. Het is geen rare vraag, want opleiden is een goede manier om te zorgen voor voldoende opvolgers. Maar (nog) meer huisartsen opleiden, is niet zo simpel. Het Capaciteitsorgaan adviseert de minister over het aantal op te leiden huisartsen. Dat orgaan heeft als doelstelling: ‘Advisering en informatievoorziening voor de zorgsector en overheid met betrekking tot de behoefte aan en de capaciteit van de hiermee gepaard gaande instroom in opleidingen en vervolgopleidingen’. In december 2019 bracht zij een nieuw advies uit aan de minister. ‘Voor de berekeningen van de uitstroom uit het vak zijn in vergelijking met vorige ramingen meer en betere bronnen gebruikt. De uitstroom blijkt hoger te zijn dan volgens de oude methode werd berekend. Daarnaast draagt ook de factor arbeidstijdverandering flink bij aan de stijging van de vraag naar huisartsen. Door innovatief onderzoek beschikt het Capaciteitsorgaan tegenwoordig over betrouwbare gegevens over de tijdsbesteding van huisartsen’. Na het vorige advies stelde de Minister de opleidingscapaciteit op 750 landelijke opleidingsplaatsen vast, hoger dan werd geadviseerd. De groei van de opleidingsinstituten zorgde ervoor, dat deze plaatsen ook ingevuld worden. Naar verwachting neemt het ministerie het nieuwe advies van 879 opleidingsplaatsen over, of misschien zelfs nog meer. Aan de acht landelijke instituten de uitdaging om dit waar te maken. Er zijn in ieder geval meer opleiders en docenten nodig. 24 Deze zullen we moeten werven in een toch al overbelaste beroepsgroep. Opleiden is en blijft een leuke en inspirerende taak, maar het is niet vrijblijvend. Het is broodnodig voor de opvolging. Niet in de laatste plaats voor je eigen opvolging! Een aanzienlijk deel van de aios start zijn carrière in de praktijk van diens eerste of derde opleidingsjaar. Corona (COVID-19) De belasting van de huisartsen door het dreigende huisartsentekort valt in het niet bij de belasting van de laatste tijd. In een bericht aan alle collega huisartsen over onze rol in de zorg rond het coronavirus stellen LHV, NHG en InEen vast: ‘Onze beroepsgroep heeft het zwaar op dit moment, want er wordt veel van ons gevraagd. Dat beseffen wij goed. Juist nu rekenen onze patiënten op het vertrouwen en de zorg van de huisarts. Als huisartsen en huisartsenorganisaties staan we met elkaar steeds voor een solide zorg in de eerste lijn. De enorme informatiebehoefte, die bij onze patiënten ontstond na de uitbraak van het coronavirus, raasde als een tsunami over de praktijken. Riep alle media-aandacht niet veel meer vragen op, dan dat zij mensen informeerde? De landelijke televisieavond waarin de Minister vanaf een briefje de eerste coronapatiënt aankondigde, gaf niet veel duidelijkheid. De GGD’s, de RIVMsite en Thuisarts.nl (200.000 hits/dag) bleken niet in staat de informatiehonger te stillen. Veel patiënten hebben behoefte aan persoonlijk contact met de assistente of de huisarts. Wij zijn een heel pragmatische beroepsgroep. ‘Het is wat het is en we gaan ervoor’. Ik hoop oprecht dat we deze houding in ons vak niet kwijtraken. Reden temeer om het huisartsentekort voortvarend aan te pakken, zodat we in staat blijven er altijd voor onze patiënten te zijn. In de leer Verweking DOOR ARIANNE BECKERS, DERDEJAARS MILITAIR HUISARTS IN OPLEIDING Ze is 80 jaar en we ontmoeten elkaar op dag 3 van mijn eerste opleidingsjaar. Ik hoor een souffle over haar hart die nog niet eerder is gehoord. Ze kwam voor iets anders, maar ik wil het niet onbesproken laten. “Ik verwijs u naar de cardioloog”. “Ow, waarom dan?” Ik leg het haar uit en kijk haar met een ‘voldaan’ gevoel aan. “Ja, dat zou vervelend kunnen zijn. Ik hoor het u zeggen en ik begrijp u, maar ik ga nergens heen. Het is goed geweest. Geen polonaise meer aan mijn lijf”. Verbijsterd en verbaasd kijk ik haar aan. Dag 3 van jaar 3 ging er heel anders aan toe. Ik judo me door het spreekuur heen. Niet, omdat ik het draaien van een spreekuur als een gevecht zie, maar ik streef niet meer naar mijn ippon. Met andere woorden: ik ben niet langer degene die de afloop bepaalt. Mijn patiënten en ik beslissen tegenwoordig samen wat zij gaan doen. Ik luister, geef advies en leef mee. Van de starre militaire dokter naar een meebuigende, nog steeds militaire, huisarts. De tijd vliegt voorbij. Het is alweer mijn derde en laatste opleidingsjaar en ik betrap mezelf op een zeker “verwekingsproces”. Komt het door de patiënten van de afgelopen jaren? Mijn huidige opleider, een vrouw, wat ik nog nooit eerder meemaakte? Of zijn het de hormonen die alle kanten opstuiteren bij, op het moment van schrijven, 24 weken zwangerschap? Dat laatste zorgt immers letterlijk en figuurlijk voor enige verweking. Dat de druk die dit kleintje op mijn blaas uitoefent, groter is dan die een prostaat ooit kan leveren, is nog het minste voorbeeld van verweking. De rest van de details zal ik jullie besparen. Natuurlijk is dat het allemaal waard. Wij leven als kersvers gezin op een roze wolk. Maar dat geheel terzijde. Ik hoor nu namelijk menig collega denken: “Ja, hoor. Daar heb je er weer een. Huisarts in opleiding en je raakt zwanger. Lekker standaard. Ook nog parttimer worden, zeker? Zo lossen we het tekort nooit op.” Maar is het wel zo vanzelfsprekend om tijdens de huisartsopleiding zwanger te raken? Het is helaas niet elk stel gegund, maar het zou mooi zijn, als een zwangerschap inderdaad een vanzelfsprekende gebeurtenis tijdens de huisartsopleiding was. Waarom? Ik kan me nu niet alleen maar inleven zoals ik in de boekjes lees dat het hoort maar ook vanuit hoe ik nu zelf weet en voel. En dan is ze nog niet eens geboren. Let wel, het is geen must. Ook een kinderarts zonder kinderen kan een fantastische kinderarts zijn. Maar voor mij persoonlijk geldt, dat ik me nu beter dan ooit kan voorstellen waarom een moeder naar ons toekomt, helemaal ongerust over de snotneus van haar baby. Of waarom papa de huisartspost belt over zijn kleine dochtertje met 37,9 graden koorts sinds een uur. Bovendien werd ik voor het eerst in de praktijk geconfronteerd met mijn eigen onzekerheid. Rectaal de temperatuur meten bij een 3 weken oud kindje? Dat had ik nog nooit gedaan. Laat staan dat ik daar ooit bewust bij stil had gestaan. Met dank aan mijn vrouwelijke opleider. Eerlijk is eerlijk. Het is de combinatie van de patiëntencontacten van de afgelopen jaren, een vrouwelijke opleider en de rondvliegende hormonen die mij hebben laten verweken. Ik kan me inleven in iedere persoon en elke persoonlijkheid. Gaat dat altijd even makkelijk? Nee, natuurlijk niet. Ook ik heb mijn allergieën, ongeduldigheden en frustraties, maar sinds ik zwanger ben, is dat allemaal relatief. En waarom zou ik een ander anders behandelen dan ik voor mijn dochtertje of de rest van de familie zou wensen? Ik ben door de jaren, de opleiding, de opleiders, de begeleiders, de patiënten en mijn zwangerschap een betere huisarts geworden. Dat haal je niet uit de boeken, maar zul je moeten ervaren. Ik mag gelukkig nog tot en met eind december blijven leren. Thuis een verweekt ei. In de spreekkamer een meebuigende kameleon. Maar in militair pak de majoor die zich gedraagt als een kapitein op het schip, met oog en oor voor iedereen aan boord. Ook en juist na de afgelopen jaren nog steeds een droombaan. 25 op één lijn 66
Page 26
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Kiezen voor gevorderden ‘ANIOS-ZUYD’ DOOR JOOST DORMANS, COORDINATOR BEDRIJFSVOERING HUISARTSOPLEIDING In ‘Op één Lijn’ nummer 63 lieten we u kennismaken met de anios-huisartsgeneeskunde. De anioshuisartsgeneeskunde is een succes. Er ontstaan steeds meer anios-vacatures en de eerste anios hebben met succes gesolliciteerd naar een opleidingsplaats als aios bij de huisartsopleiding. Voor veel recent afgestudeerden is het een mooie kans om de huisartsgeneeskunde beter te leren kennen en zeker te zijn van hun keuze om huisarts te worden. De huisartsenpraktijken met anios zijn unaniem tevreden over deze ontwikkeling. Het levert niet alleen extra zorgcapaciteit, maar ook nog eens enthousiaste toekomstige collega’s. De ‘ANIOS-Zuyd’ ligt in het verlengde van deze ontwikkeling. Jonge dokters willen meestal eerst een tijdje ‘dokteren’ in het ziekenhuis én huisartsenpraktijk voor ze kiezen voor een vervolgopleiding. Pas afgestudeerde artsen willen graag steviger worden als arts, ervaring opdoen in acute situaties en onderzoeken welke richting ze op willen. Voor de regio is het een manier om jonge artsen te behouden en kennis te laten maken met de zorg(organisaties) en de mogelijkheden in de regio. Het bouwen aan een eigen netwerk, de weg weten en ervaren hoe het ergens werkt is in de toekomstige patiëntenzorg een belangrijk pluspunt. …Ziekenhuis of huisarts of eerst even ziekenhuis en dan huisarts worden of toch… Samen met Sanne Mekel, hoofd Medisch Opleidingen (Zuyderland MC), Donna Lenders, huisarts (Medische Centrum West Kerkrade) en Joost Dormans (Huisartsopleiding Maastricht) hebben we het zogenaamde ANIOS-Zuyd-traject bedacht. Het is een combinatie van ANIOS-zijn in ziekenhuis én huisartsenpraktijk onder één vlag. Hoe het ANIOS-Zuyd-traject eruit ziet De ‘ANIOS-Zuyd’ werkt in Zuyderland MC en huisartsenpraktijken in de regio Zuid-Limburg voor een periode van 2 tot 2,5 jaar. De anios krijgt een aanstelling voor de duur van het traject bij Zuyderland MC en de betreffende huisartsenpraktijk. Beide contracten worden op elkaar afgestemd en zijn conform CAO-ziekenhuizen en CAO huisartsenzorg. In het ziekenhuis maakt de anios kennis met de specialismen SEH (10-12 maanden) en kindergeneeskunde (6-8 maanden). Tijdens de SEH-periode wordt de anios breed opgeleid 26 en werkt nauw samen met de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en interne geneeskunde. De dag bestaat uit het lopen van visites, verrichten van onderzoek, opstellen én uitvoeren van behandelplannen en voeren van gesprekken met patiënten. Naast deelnemen aan reguliere patiëntenbesprekingen, krijgt de anios de mogelijkheid om mee te lopen met onderwijsmomenten van de Kindergeneeskunde en SEH. In de huisartsenpraktijk (minimaal 8 maanden) ontvangt de anios een-op-een begeleiding en gaat zelfstandig spreekuur doen onder supervisie van de huisarts. Leerdoelen zijn het verbeteren van de consultvoering, ervaren hoe het is om een individuele dokter - patiënt relatie op te bouwen binnen de context waarin patiënten leven. De anios krijgt een uitgebreid introductie-/scholingsprogramma. Onderdeel van het introductieprogramma is een ABCDE-training, (Kinder) ALS en een communicatievaardigheidstraining. Zuyderland Academie – Medische Opleidingen organiseert verschillende DOO’s (discipline overstijgend onderwijs) waar je als ANIOS aan kunt deelnemen. Tot slot neem je maandelijks deel aan een terugkomdag waar je met andere als ANIOS-Zuyd ervaringen uitwisselt. Om in aanmerking te komen voor het totaaltraject moet gesolliciteerd worden. De selectie zal zijn door een vertegenwoordiger namens Zuyderland MC en een huisarts. Vrijstelling voor opleidingsonderdelen op basis van zogenaamde Eerder Verworven Competenties (EVC’s) is een mogelijkheid na het afronden van het traject. Inlichtingen zijn per mail in te winnen bij: • Zuyderland MC, afdeling Medische Opleidingen: medischeopleidingen@zuyderland.nl • Coördinerend huisarts: Medisch Centrum West Kerkrade, Donna Lenders d.lenders@ezorg.nl • Huisartsopleiding Maastricht, Joost Dormans: joost.dormans@maastrichtuniversity.nl • www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/over-ons/vacatures Heeft u een vacature voor een ANIOS-huisartsgeneeskunde mail dan naar joost.dormans@maastrichtuniversity.nl. De vacature kan geplaatst worden op de website van de vakgroep huisartsgeneeskunde. Heeft u als huisarts belangstelling om deel te nemen aan het ANIOS-Zuyd-traject neemt dan contact op met Donna Lenders. 1 e uitgave 2020 Moreel Beraad Morele dilemma’s, hoe doe je dat? DOOR NATHALIE NOTERMANS, DERDEJAARS AIOS HUISARTSGENEESKUNDE We maken in de gezondheidszorg dagelijks dilemma’s mee. De ene keer vinden we het alleen wat moeilijker dan de andere keer. Omdat er meer op het spel staat, of omdat je persoonlijke normen en waarden in het geding komen. Zoals huisarts-jurist Arie de Jong al eerder schreef, kan de Moreel Beraad methode hierbij helpen. Deze methode helpt je om uit te zoeken waar het precies wringt in de casus. Let wel: het is geen programma waarin je je vraag invoert en het ‘juiste’ antwoord eruit komt. Dat antwoord zal je nog steeds zelf moeten vinden. Het is een methode om je te helpen op een structurele manier tot een antwoord te komen. Dat antwoord is nooit helemaal ‘juist’, want er zullen altijd negatieve gevolgen zijn, anders was het geen dilemma geweest. Tijdens een moreel beraad doorloop je, eventueel onder leiding van een ethicus of kenner, zes stappen. Deze stappen staan uitgebreid beschreven in de ethische toolkit van de KNMG. • In stap 1 verken je de casus. Je beschrijft zo uitgebreid en feitelijk mogelijk de casus en beantwoordt eventuele feitelijke vragen. Het gaat nu dus nog niet om de meningen. • In stap 2 formuleer je de morele vraag in de casus. Soms lijkt het alsof er wel 10 dilemma’s zijn, maar er springt altijd één kernvraag uit. Formuleer die zo specifiek mogelijk met maar twee mogelijke uitkomsten. • In stap 3 breng je in kaart welke normen en waarden er allemaal een rol spelen in dit dilemma. Het gaat om de normen en waarden van alle betrokkenen: de patiënt, diens familie, behandelaren, andere betrokkenen. Wat zijn hun argumenten? Probeer je zo goed mogelijk in te leven in de positie van alle betrokkenen, of vraag ze zelf erbij. • In stap 4 ga je met elkaar de normen en waarden afwegen tegen elkaar. Welk argument telt in deze situatie het zwaarst? Dit is de moeilijkste, en meestal de langste fase in het moreel beraad. Want wat voor jou belangrijk is, kan voor een ander veel minder belangrijk zijn. Probeer je te richten op de specifieke casus. • In stap 5 maak je de keuze op basis van je afweging. Welk argument, welke norm of waarde is het belangrijkste en wat is daarmee het antwoord op de morele vraag? En ten koste van wat gaat dat? Kun je die ‘schade’ op een andere manier nog beperken? • In stap 6 evalueer je het proces dat je hebt doorlopen. Wat hebben we hier nu van geleerd? Zijn er dingen die we een volgende keer anders zouden doen, als er weer zo’n situatie optreedt? Ook evalueer je je stappenplan. Hebben we alles genoemd wat belangrijk was? Voelt iedereen zich gehoord? Natuurlijk kun je, in geval van tijdgebrek, deze stappen in je eentje afleggen. Je loopt daarmee wel het risico, dat je een blinde vlek houdt: de normen en waarden die je zelf niet hebt, of niet belangrijk vindt, zal je nooit heel hoog waarderen. In gesprek met anderen, het liefst zoveel mogelijk verschillende betrokkenen van verschillende disciplines, zal de diversiteit van de ingebrachte normen en waarden veel hoger zijn. Wat is nu eigenlijk medisch zinloos? Daar zal uw collega misschien heel anders over denken dan u binnen de gegeven kaders en uw collega uit een ander vakgebied heeft wellicht weer een andere mening. Deze verschillen zijn niet fout of een teken van onvoldoende kennis van zaken. Ze laten zien, dat iedereen naast arts, ook een individu is. Je normen en waarden worden vaak vooral gevormd in je persoonlijke omgeving, afhankelijk van je opvoeding, cultuur en ervaringen. Waar voor mij wellicht privacy het hoogste goed is, kan dat voor een ander veiligheid zijn. Dit kleurt ons als persoon, maar ook als arts. Ons vak laat tenslotte veel ruimte over voor eigen interpretatie. Deze ruimte vullen wij in met onze kennis, expertise en persoonlijke normen en waarden. Juist deze verschillen kunnen zorgen voor morele dilemma’s. Ze laten zien dat goede zorg niet zwart-wit is. We moeten niet verwachten pasklare antwoorden te krijgen of elk dilemma te kunnen protocolleren. Laten we vooral met elkaar in gesprek gaan, en indien nodig, in beraad. 27 op één lijn 66
Page 30
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders RGS en terugblik op Urmond DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS RGS Per 1 januari is het nieuwe Kaderbesluit College Geneeskundige Specialismen (CGS, 13 maart 2019) van kracht. Dit besluit gaat over de algemene eisen voor de opleiding, registratie en herregistratie voor de geneeskundig specialist en voor de erkenning van opleiders, opleidingsinstellingen en opleidingsinstituten. De belangrijkste wijziging voor het HAO-team is dat wij de visitaties, erkenningen, registraties en herregistraties van de opleidingspraktijken van de RGS gaan overnemen. Om de kwaliteit te waarborgen, zullen de komende tijd de systemen van RGS en GEAR op elkaar worden afgestemd. Dit betekent meer werk voor het HAOteam en daarom wordt de formatie uitgebreid. HAO-terugkomdag in Urmond De opleiders met een eerstejaars aios zijn in Urmond bijgepraat over Codific, de digitale omgeving waarin videoopnames geüpload kunnen worden. Dit is een belangrijke stap in het kader van patiëntveiligheid en AVG. Naast alle aios, krijgen ook opleiders een eigen account waarmee ze opnames kunnen uploaden zoals leergesprekken, die ingebracht worden bij de geleide intervisie. Opleiders met een derdejaars aios krijgen deze info later. Op de terugkomdag waren er ook presentaties over de COPD-ziektelastmeter (niet op de dinsdag) en over interprofessioneel overleg. We gaan samen met de onderzoekers de presentaties nog meer toespitsen op de huisartsopleiders en de praktische toepasbaarheid ervan in de huisartspraktijk. Het overgrote deel van de terugkomdag in Urmond was gewijd aan de Vaardighedencarrousel. Opleiders mochten elkaar feedback geven op een praktische vaardigheid aan de hand van de richtlijn van Huisartsopleiding Nederland. Dit leidde vaak tot discussie wanneer deelnemers op goede gronden afweken van die richtlijnen. Hoewel het niet primair bedoeld was om de opleiders deze medische vaardigheden te leren, werden er toch handige tips uitgewisseld. Hoofddoel van de carrousel was om opleiders te bekwamen in didactische vaardigheden bij het aanleren van medische handelingen aan hun aios. Wat hiervoor nodig is, werd vooraf in de groep besproken. Deze presentatie is te vinden op EleUM (Opleidersomgeving), onder het menu-item HAOterugkomdag Trainingsdagen. Hierbij was ook aandacht voor de diversiteit van leren en de soorten leergedrag. 30 1 e uitgave 2020 Om een aios te beoordelen op een vaardigheid is liveobservatie essentieel, aldus Chris Rietmeijer. Om goed te kunnen observeren, is het belangrijk om tijdens observatiemomenten in het achterhoofd te houden wat de gedachten en verwachtingen van de aios zijn. Aios houden niet van onverwachte scenario’s zoals: • onverwachte overname door opleider • opleider té aanwezig (of té afwezig) • onverwachte observatie • weinig regie door de aios. Onderschat daarbij niet de dominantie van de opleider! Wat aios verwachten van opleiders is dat zij: • ervaren, technisch en didactisch kundig zijn • niet controleren, maar ook weer wel (op blinde vlekken) • ruimte geven en niet overnemen, tenzij de aios dat wil • een goede opleidingsrelatie met de aios hebben • zich aanpassen aan de wensen van de aios, terwijl de aios daar zelf vaak niet duidelijk in is. Hoewel opleiders geoefend hebben met en getraind zijn in observatie, gaat hier in de praktijk nog wel een goed gesprek met de aios aan vooraf. Verwachtingen bespreken verhoogt de effectiviteit van het feedbackgesprek na afloop. Hoe geef je dan feedback? Hier konden we teruggrijpen naar Erik Heineman, die tijdens de tweedaagse van november vorig jaar, het begrip ‘Radicale Openhartigheid’ introduceerde. Vooruitblik Al met al beoordeelden de deelnemers de vaardighedencarrousel positief. Vooral door de combinatie van medisch inhoudelijk en didactische vaardigheden werd het ‘sterk, leerzaam, leuk en energiek’ gevonden. We hopen dat hiermee de ‘drive’ (Heeze 2019) voor het opleiden is versterkt en het doel van opleiden weer goed op ieders netvlies staat. Daarnaast is het vakmanschap van het opleiden bij de deelnemers vergroot en hopelijk ook de autonomie versterkt. Vooruitkijkend naar de trainingsdag in mei in Urmond, gaan we ditzelfde doen rond het thema ‘communicatie in de praktijk’ (bij de consultvoering en het leergesprek). Doelen die we daarbij stellen zijn: 1. opleiders bewust maken van de verschillende fasen van de communicatie in het consult en de analogie hiermee met het leergesprek met de aios. 2. dat hun consultvoering communicatief verbetert en daarmee ook de leergesprekken met hun aios. In Heeze 2020 staat seksuele gezondheidszorg in al zijn facetten op het programma. We zijn al begonnen met het maken van praktische workshops. 31 op één lijn 66
Page 32
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Weten is eten Kom mee naar buiten allemaal…1 DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID De kans om een wielewaal te horen, is helaas niet meer zo groot als pakweg 50 jaar geleden. Echter, het advies in regel 1 van het bekende kinderliedje staat nog als een huis: dagelijks een half uur wandelen in de buitenlucht wordt als eerste maatregel genoemd om botontkalking en botbreuken te voorkomen. Mijn aandacht werd naar deze pathologie getrokken door de start, komend najaar, van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht. Er is al heel hard gewerkt om alles van de grond te krijgen, en dat lukt aardig. De frisse ideeën tieren welig, zoals interprofessioneel opleiden samen met de huisartsgeneeskunde, en verkalkt gedachtengoed speelt geen rol meer. Door dit ontkalkingsproces vroeg ik mij af, of calciumrijke voeding nog wel bewust geserveerd wordt aan de oudere mens in het algemeen en de verpleeghuispatiënt in het bijzonder. Vooral nu de standaard Osteoporose in 2012 vervangen is door de standaard Fractuurpreventie. En inderdaad: nog steeds is de aanbeveling om dagelijks 3 – 4 porties zuivelproducten te nuttigen om de basis te leggen voor de benodigde 1100 – 1200 milligram calcium die de 50-plusser nodig heeft voor de botstofwisseling. Nu kun je je als melkmuil of kaaskop wel ongeremd laten gaan, maar al die kalk wordt niet opgenomen, als je niet voor vitamine D zorgt. Vette vis, zoals makreel, zalm, sardines en paling, bevat vitamine D. Maar het beste is om flink wat onbedekte huid dagelijks gedurende 15 tot 30 minuten bloot te stellen aan daglicht. 1 wanneer het weer mag van de overheid En zo komt alles bij elkaar: elke dag een lekkere wandeling, niet in de sportschool op de loopband, maar in de frisse buitenlucht, en daarna de gezonde trek stillen met calciumrijke voeding. Nu de lente begint uit te botten, is daarvoor een ouderwetse picknick echt ideaal. Het woord vindt zijn oorsprong in het Frans: pique nique betekent ‘iets kleins uitkiezen’. En daarom geef ik jullie hier graag wat ideeën voor vulling van de picknickmand. Eerst nog een paar dingen die me toch even van het hart moeten: • In de standaard Fractuurpreventie mis ik het dringende advies om niet te gaan skiën. • Vermijd in de regentijd holle wegen door het Limburgse heuvelland. Onze hoofdredactrice was eigenwijs en is nu herstellende van een enkelfractuur. • In datzelfde heuvelland zijn nog wat hoogstamboomgaarden gespaard gebleven. De wielewaal broedt daar graag, dus blijf tijdens de wandeling gespitst op het bekende “dudeljo, dudeljo”, want zo klinkt zijn lied! Literatuur: • Vogelatlas van Nederland, SOVON 2018 • NHG-Standaard Fractuurpreventie (tweede herziening) Elders PJM, Dinant GJ, Van Geel T, Maartens LWF, Merlijn T, Geijer RMM, Geraets JJXR. Huisarts Wet 2012;55(10):452-8. • Louise Pickford: PICNICS, fabulous food for outdoor feasts, Salamander Books London UK, ISBN 0861016416 32 QUICHE MET GORGONZOLA EN ASPERGES Bekleed een quichevorm met bladerdeeg (kant en klaar) en bak die blind in een op 200 graden voorverwarmde oven gedurende 12 minuten. Neem uit de oven. Blancheer intussen 250 gram groene asperges gedurende 5 minuten. Neem er 8 apart, snij de koppen van de rest af, en hak de stelen in kleine stukjes. Dep droog. Strooi de gehakte asperges, 100 gram verbrokkelde gorgonzola en een paar blaadjes gehakte basilicum over de quichebodem. Meng 3 eieren en 200 ml slagroom door elkaar, en schenk het over de quiche. Maak een leuk design met de 8 apart gehouden asperges, en bestrooi met geraspte Parmezaanse kaas. Bak nog 25 – 30 minuten op 180 graden. Laat afkoelen voor de quiche de picknickmand ingaat. GEROOKTE ZALMWORSTJES Snij zo’n 250 gram mooie plakken gerookte zalm in rechthoeken van ong. 7,5 x 10 cm (indien nodig laten overlappen). Hak de afsnijsels fijn, en stop 100 gram garnalen, 3 fijngehakte lente-uitjes, 50 gram roomkaas, rasp van een halve citroen en een snufje peper in de keukenmachine en laat even draaien. Leg een reep van het mengsel op de korte kant van een zalmrechthoek en rol voorzichtig op. Rol in een stukje vershoudfolie, en draai de uiteinden dicht. Maak zo meer zalmworstjes en laat ze stevig worden in de koelkast. TIRAMISU MET FRAMBOZEN Bekleed de bodem van een schaal van zo’n 25 bij 35 cm met lange vingers. Bedek ze met een laag frambozen. Meng 150 ml sterke koffie en 45 ml donkere rum en giet dit over de frambozen. Mix 350 gram mascarpone, 15 ml rum, 25 gram suiker en 2 eierdooiers door elkaar. Sla in een andere, absoluut vetvrije kom de 2 eiwitten stijf en vouw deze door het mascarponemengsel. Bedek hiermee de schaal met lange vingers en frambozen, strooi er cacaopoeder en geraspte pure chocolade over, en zet het minstens 2 uur in de koelkast. Je kunt zelf ook van alles verzinnen, de mogelijkheden zijn onuitputtelijk. Maar wat de pot ook schaft: geniet ervan op zo’n echte ruitjesdeken onder een bloeiende appelboom, op een groene heuvel, aan de voet waarvan een klaterend beekje zijn weg zoekt. Of zo. 33 op één lijn 66
Page 34
op één lijn 66 1 e uitgave 2020 Gezondheidsrechtelijke kwesties Wijzigingen in de WGBO per 01-01-2020 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Inleiding In ‘Op één Lijn’ nummer 58 uit juli 2017, werd al aangekondigd dat de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) aangepast zou worden. Het heeft echter tot 1 januari 2020 geduurd voordat het wetgevingsproces afgerond was en de (aangepaste) wijzigingen werkelijkheid werden. Uiteindelijk hielden slechts de volgende wijzigingen stand: • er is een aanvulling op de informatieplicht • de bewaartermijnen zijn verlengd naar 20 jaar • het inzagerecht voor nabestaanden is aangepast In het onderstaande lopen we de wijzigingen langs met aandacht voor de gevolgen in de praktijk. Een deel van de aanpassingen in de WGBO is geen echte nieuwe wetgeving, maar codificatie van bestaande jurisprudentie van (met name) de tuchtrechter. Aanvulling op de informatieplicht De belangrijkste wijzigingen betreffen art. 7:448 BW die gaan over het verstrekken van inlichtingen aan de patiënt bij de behandelingsovereenkomst. Lid 1 was: De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk, in over het voorgenomen onderzoek etc. Lid 1 is geworden: De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze in, die past bij zijn bevattingsvermogen, en overlegt tijdig met de patiënt. Lid 2 was: De hulpverlener laat zich bij de uitvoering van lid 1 leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van: • Aard en doel onderzoek/ behandeling/verrichtingen • Te verwachten gevolgen en risico’s • Alternatieven • Staat en vooruitzichten met betrekking tot de gezondheid in relatie tot onderzoek en behandeling Lid 2 is geworden: De hulpverlener laat zich bij de uitvoering van lid 1 leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van: 1. Aard en doel van het voorgenomen onderzoek en voorgestelde behandeling/ verrichtingen 2. Te verwachten gevolgen en risico’s van 1 en bij nietbehandeling 34 3. Alternatieven, al dan niet uitgevoerd door andere hulpverleners 4. De staat en vooruitzichten met betrekking tot gezondheid in relatie tot mogelijke methoden van onderzoek en behandelingen 5. De termijn waarop onderzoek en behandelingen kunnen plaatsvinden en de verwachte tijdsduur ervan Een nieuw lid 3 (lid 3 oud wordt lid 4): De hulpverlener stelt zich tijdens het overleg op de hoogte van de situatie en de behoeften van de patiënt en nodigt de patiënt uit om vragen te stellen en verstrekt desgevraagd (aanvullend op lid 2) schriftelijk of elektronisch informatie. De ratio achter deze verandering is, dat het klassieke medisch model meer een relatiemodel is geworden, door versterking van de positie van de patiënt met een poging tot het opheffen van een informatieachterstand van de patiënt en met shared decision-making hoog in het vaandel (informed consent 2.0). De nadruk ligt dan ook op tijdig1 overleggen, passend bij het bevattingsvermogen van de patiënt (nagaan of de patiënt de verstrekte informatie heeft begrepen2). Informatie over de mogelijkheid en de gevolgen van niet behandelen of het behandelen door andere hulpverleners. Ook is nieuw dat er geïnformeerd moet worden over wachttijden voor behandeling en onderzoek. Verder is nieuw, dat de hulpverlener per 1 januari van dit jaar zich op de hoogte moet stellen van de situatie en behoeften van de patiënt en dat de patiënt uitgenodigd wordt tot het stellen van vragen3. Vooral het zich op de hoogte stellen van de situatie en behoeften van de patiënt zal nog de nodige vragen oproepen, omdat niet omschreven is wat er daarna moet gebeuren. De Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz) spreekt nog van reële behoeften van de patiënt, hetgeen al wat genuanceerder is4. 1 RTG Groningen 16 oktober 2018, ECLI:NL:TGZRGRO:2018:60, in ieder geval als er iets last minute wijzigt 2 RTG Eindhoven 15 maart 2017 ECLI:NL:TGZREIN:2017:37, waarbij taalproblemen geen argument mogen zijn om het niet te doen 3 RTG Eindhoven 31 juli 2019, ECLI:NL:TGZREIN:2019:41, een standaard informed consent was hier onvoldoende 4 Artikel 2 1 e uitgave 2020 Het in het dossier noteren van wilsonbekwaamheid en het noteren van een besluit tot een ingrijpende verrichting heeft de parlementaire discussie niet overleefd5. Bewaartermijn naar 20 jaar De bewaartermijn is van 15 jaar naar 20 jaar verlengd6. Nieuw is wel, dat die termijn pas gaat lopen na de laatste aantekening/wijziging in het dossier. Dat betekent in de praktijk dat gegevens veel langer dan 20 jaar bewaard zullen worden. Inzagerecht voor nabestaanden Omdat het beroepsgeheim blijft gelden na de dood, was het voor nabestaanden soms moeilijk om inzage te krijgen na iemands overlijden, behalve in geval van: • een wettelijke plicht • veronderstelde toestemming (reconstructie van de wil van de overledene) en een gerechtvaardigd belang (uit jurisprudentie) • een zwaarwegend belang (uit jurisprudentie)7 • een conflict van plichten situatie. Sinds 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor het doorbreken van het beroepsgeheim na de dood. Nabestaanden krijgen hiermee een wettelijk recht op inzage in het medisch dossier van de overledene in de volgende gevallen: • indien de patiënt bij leven hiervoor toestemming heeft gegeven8 • indien de nabestaande of voormalig vertegenwoordigers op grond van de Wkkgz een mededeling hebben ontvangen van een incident • aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft bij inzage9 • aan ouders of voogd van een overleden kind jonger dan 16 jaar, tenzij dit in strijd is met goed hulpverlenerschap. Als er op één van bovenstaande gronden inzage wordt verleend, mogen alleen gegevens worden verstrekt, die betrekking hebben op die grond waarvoor inzage wordt verleend. Uitzonderingen zijn als de patiënt bij leven heeft aangegeven dat hij of zij dat niet wil, of dat de persoonlijke levenssfeer van anderen wordt geschaad. 5 Zie Op een lijn 58 6 Artikel &:454 lid 3 BW 7 Ad. zwaarwegend belang. De derde grond voor inzage is een ‘zwaarwegend belang’. In aansluiting op de jurisprudentie wordt voorgesteld te spreken van een zwaarwegend belang als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: 1. het belang van geheimhouding van informatie uit het medisch dossier moet worden gewogen tegen het zwaarwegende belang van de persoon die zich hierop beroept. Inzage wordt alleen gegeven wanneer aan de hand van voldoende concrete aanwijzingen wordt aangetoond dat het zwaarwegende belang geschaad zou kunnen worden; 2. inzage moet noodzakelijk zijn voor de behartiging van dit zwaarwegende belang. 8 Deze toestemming moet schriftelijk of digitaal zijn vastgelegd door de patiënt of hulpverlener, mondelinge toestemming is nu onvoldoende en veronderstelde toestemming is bewust niet in de wet opgenomen (tot ongenoegen van velen). 9 Zie ook noot 7 Gevolgen en tips voor de praktijk Dossiervorming was al belangrijk en wordt met deze wetswijzing nog belangrijker. Moeten we nu doorschieten in verslaglegging van alles wat besproken wordt? Als jurist zeg ik: het kan altijd beter, maar als medisch practicus zou ik willen pleiten voor een juridisch niet pluisgevoel. Voor huisartsen zou ik voorlopig de aandacht richten op een goede en uitvoerige verslaglegging als sprake is van een ingrijpende, medisch niet-noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling of als er aanwijzingen zijn dat de patiënt een andere mening heeft over de behandeling. Bij het informeren naar de situatie en behoeften van de patiënt zou ik om te beginnen het acroniem ICE volgen en Ideas, Concerns en Expectations van de patiënt in kaart brengen (of in Maas Globaal termen: zorg dat de hulpvraag van de patiënt helder wordt, door te exploreren op context en emoties). Verder is het verstandig om vast te leggen dat het consult is geëvalueerd en dat de patiënt de gelegenheid heeft gehad om vragen te stellen. Bij kwetsbare patiënten kan er proactief gevraagd worden naar een eventuele vertegenwoordiger als ze het zelf niet meer aan kunnen geven en nu ook, in het licht van de nieuwe wetgeving, of ze de toestemming voor het doorbreken van het beroepsgeheim na de dood willen vastleggen. Reconstructie van de wil van de overledene kan niet meer sinds 1 januari 202010. Een laatste tip gaat ook over het opschrijven in het dossier. De tuchtrechter hecht veel waarde aan het medisch dossier: als het er staat is het waar (tot het tegendeel door de klager is bewezen), maar ook dat “niet genoteerd, is niet gedaan” steeds vaker in het oordeel terugkomt. Dus, nogmaals, noteer in ieder geval bij ingrijpende, medisch niet-noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling of als er aanwijzingen zijn dat de patiënt een andere mening heeft over de behandeling, duidelijk in het dossier wat er afgesproken of besproken is. Conclusie Sinds 1 januari hebben we te maken met een aangepaste WGBO waarin het ‘informed consent’ nog hoger in het vaandel staat, met de nadruk op versterking van de autonomie van de patiënt door middel van ‘shared decision making’ passend bij het bevattingsvermogen van de patiënt. Dit alles zal wezenlijk invloed hebben op de consulttijd, de praktijkgrootte en bijpassende honorering. Hopelijk zal onze beroepsvereniging zich hier ook hard voor maken. 10 Al zijn er al de nodige bezwaren geuit, de wetgever heeft dit uitdrukkelijk niet opgenomen in de nieuwe wet 35 op één lijn 66

Op één lijn 65


Page 0
Page 2
Colofon Oplage 2500 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-190142 Fotografie Pag. 12 & 15 rechtsonder: Margot Scheerder, NHG Pag. 13: Britt Hameleers Pag. 14: Appie Derks Pag. 17 & 18: Made in Maastricht: Philip Driessen Pag. 22 & 23: Marie-Louise Schreurs Pag. 24: uit: ‘Paddestoelen uit de keuken van Carluccio; de geruisloze jacht. Nederlands Hardcover 9789059560314 Druk: 1 januari 2003.’ Deadline volgend nummer 1 maart 2020 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Stellen zich voor Raissa Derckx, aiotho Stijn Martens, aiotho Marla Hahnraths, promovendus Kirstin Ponse, huisartsbegeleider jaar 2 Jeroen Smeets, huisartsbegeleider jaar 1 Claartje Bongaerts, medewerker studentzaken Jesse Jansen, post-doc onderzoeker Onderwijs Clinicus van het jaar 2018-2019 Benoeming Marion van Lierop tot coördinator Master geneeskunde Maastricht – Laury de Jonge Nieuwe coördinatoren coschap Huisartsgeneeskunde – Babette Doorn Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals Luc Gidding wint Heert Dokter prijs CRE-OPT studie enquete Promotie SpecIMeN – Janine Collet Promotie ‘Implementation of shared decision making in breast cancer care: towards placing the next pieces of the puzzle’ – Wilma Savelberg Save the date – Summercourse Research in General Practice OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Nominatie Huibregtsen prijs Onno van Schayck Huisartsopleiding Hoofd- en bijzaken – Matthijs Limpens Made in Maastricht Referatendag. Aios ♥ wetenschap – Niels Beurskens Made in Maastricht In de leer: klaagzang – Arianne Beckers WONCA 2019 – Ineke Hussaarts Lübeck aan de Maas – Ingrid van der Heijden Opleiders tweedaagse Heeze – Marianne Kools en Arie de Jong Weten is eten: Ama-nooit-niet – Hendrik Jan Vunderink Gezondheidsrechtelijke kwesties. Zinloos medisch handelen: een beslissing van de arts – Arie de Jong 3 4 5 5 6 6 6 7 7 7 7 8 10 12 12 13 14 14 15 16 17 17 18 18 19 20 21 22 24 26 2 Van de redactie Snertmis Het is precies wat u denkt. Mijn doorgaans jolige stemming is ver te zoeken. En dat is vreemd, want we vieren dit jaar dat ons blad twintig jaar bestaat. Twintig jaar zonder relatiebreuk en zonder writers’ block. Het eindejaarsnummer was steevast de dikste editie. En ondanks eindejaarsstress bleef ik zeggen: ‘het wordt vanzelf kerst’. Dat laatste klopt overigens nog steeds. Vanwaar dan de snertmis? Welnu, ik kom er net pas achter dat we dit jaar te vroeg gepiekt hebben. Zeg maar kerst op het zuidelijk halfrond. Het zomernummer was supergoed en gevulder dan een Amerikaanse kerstkalkoen. Daardoor zitten we met een karig toetje: een dun kerstnummer. Is dit de voorbode van een nieuwe crisis? Welnee! Snertmis slaat ook op de kookkunsten van redactielid Hendrik Jan Vunderink. Eerder schreef ik al over onze snertvergaderingen, waarbij hij de zelfgemaakte soep heet opdiende. Dit jaar mocht de hele huisartsopleiding meegenieten: er was zelfs een vegaversie en een zelfgemaakte pompoensoep (zie elders in dit blad). Helaas kon ik toen niet bij die lunch zijn. Maar collega Hendrik Jan had wel de kerstgedachte begrepen: in de koelkast stond een speciaal voor mij gereserveerde bak, met vlees en een memo met mijn naam erop. Ik kreeg al een warm gevoel toen ik met die bak het pand verliet. En als in ‘Tips voor Alleenstaanden’ (en zij die bung’len aan een straatlantaarn) van Lévi Weemoedt, stuurde ik een bedankselfie vanaf mijn eenpersoons gedekte eettafel per WhatsApp aan de kok. Het ultieme snertmisgevoel. Op het moment van schrijven zijn we druk bezig om als ‘Magisch Maastricht’ een zelfstandig erkende opleiding voor specialist ouderengeneeskunde op te zetten. Onze vakgroepvoorzitter schrijft daar ook over. We gaan ervan uit dat we in september 2020 kunnen starten, zegt het voort! We hebben veel leuke nieuwe collega’s die zich deze keer voorstellen. Sommige kent u misschien al uit een andere functie. Datzelfde geldt voor de nieuwe coördinatoren van het coschap huisartsgeneeskunde. We interviewden Nora Paulke en Jelle Stoffers ter gelegenheid van hun nieuwe functie. Hun voorgangster Marion van Lierop zoekt het hogerop in de organisatie en bestiert de master Geneeskunde. Daar zijn we heel trots op! Twee promoties, waarvan die van Wilma Savelberg afgelopen zomer en die van Janine Collet, specialist ouderengeneeskunde, half december. Aios Arianne Beckers heeft ook last van snertmisgevoelens en doet haar klaagzang. Professor Jochen Cals is neergedaald op aarde na zijn inauguratie in de zomer en stortte zich weer op de Bruikbare Wetenschap. Jochen deed samen met Jacobijn Gussekloo uit Leiden, de opening van het NHG-congres in Maastricht op 15 november. Daar maakte hij volop reclame voor Bruikbare Wetenschap, brak hij een lans om mee te doen aan relevant onderzoek voor de huisartsgeneeskunde en nodigde hij iedereen uit voor de NHG wetenschapsdag in Maastricht op 19 juni 2020. Vlak erna won oudredactielid Luc Gidding de Heert Dokter prijs van Huisarts & Wetenschap. Op het NHG-congres waren ook de Witte Raven present, met een tweemaal uitverkochte workshop. De aanwezigen mogen niet meer meedoen aan de casuïstiekvraag in dit nummer. Met de aios en de wetenschap gaat het steeds beter, wie weet vieren zij de kerst wel samen? Ervaren huisarts Ineke Hussaarts ontdekte, naast haar liefde voor paarden, ook de liefde voor de wetenschap via een bezoek aan de WONCA. Wie weet bent u er volgend jaar ook bij? Minder ver, maar minstens zo interessant, is de opleiders tweedaagse in Heeze. Volle bak en volop leren. Wat een energie! Een lekker bakkie snert na de boswandeling had ook hier niet misstaan. Maar wie weet plukten zij andere vruchten in dat bos: paddenstoelen. Ama-nooit-niet! sprak Vunghi Vunderink. Het laatste woord is zoals altijd voor Arie de Jong. Een prima onderwerp voor snertmis: Zinloos medisch handelen. Dat is een medische beslissing. Een taak van u. Dus geen geruzie met kerst: neem eerst de ethische toolkit ter hand. Vervolgens maakt u een lekker soepje, meer niet, en hooguit een karig toetje. Het gaat immers om de kerstgedachte. We zien u graag goed gevuld terug in de lente van 2020. Fijne feestdagen! Babette Doorn 3 op één lijn 65
Page 4
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Van de voorzitter We hebben elkaar nodig DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM De acute zorg voor kwetsbare ouderen ontaardt regelmatig in paniekvoetbal. Ouderen belanden dan vaak onnodig op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Als huisarts wil je dit voorkomen, door proactief te zijn. Want door de vergrijzing en alle veranderingen in de zorg wonen steeds meer ouderen steeds langer thuis. Dit heeft consequenties, zowel voor de huisarts als voor de specialist ouderengeneeskunde (SO). Die SO werkt gelukkig ook steeds vaker buiten de instellingen en komt dan bij de ouderen thuis. De werkvelden van SO en huisarts beginnen daardoor steeds meer te overlappen. In onze regio werken enkele SO’s al 1 dag per week in een huisartspraktijk aan het voorkómen van paniekvoetbal. Consulten bij de SO gaan met name over cognitieve problemen. Andere vragen betreffen ook zorgdiagnostiek (welke hulp is er nodig), gedragsproblemen en valproblemen. Ook adviezen, met name niet-medicamenteus, bij verwardheid en delier hebben meerwaarde voor de huisartspraktijk. We hebben SO’s nodig die op de grillige werkvloer van de huisartspraktijk geconsulteerd kunnen worden, kunnen adviseren en zo nodig tijdelijk het beleid en de coördinatie van de zorg voor de oudere patiënt met complexe problematiek kunnen overnemen. Aios ouderengeneeskunde en die van huisartsgeneeskunde zouden samen kunnen optrekken in de praktijk om van elkaar te leren bij het verlenen van deze zorg. Een goede leerschool is, dat we in het basiscurriculum geneeskunde de studenten voorbereiden op de eerstelijnszorg door hen in één coschap gelijktijdig te laten kennismaken met de beroepen van huisarts, arts maatschappij en gezondheid en specialist ouderengeneeskunde. Voorwaarde voor deze ontwikkelingen is om voldoende menskracht te mobiliseren. Het zal niet eenvoudig zijn om het benodigde aantal basisartsen te laten kiezen voor een generalistische medische vervolgopleiding. 4 De keuze voor een vervolgcarrière wordt meestal gemaakt in de paar jaar na het basisartsdiploma. Dat betekent voor ons als vakgroep Huisartsgeneeskunde, dat we ons meer op die periode gaan richten. In een recent nummer van ‘Op één Lijn’ is al de ‘Anios in de huisartspraktijk’ voorgesteld. En vanuit de Huisartsopleiding worden sinds een paar jaar succesvolle wervingsacties georganiseerd. De animo onder basisartsen voor een opleiding tot huisarts of SO neemt toe, en dat is hard nodig: door allerlei bewegingen, zoals de zogenaamde horizontale en verticale substitutie, komt er steeds meer werk richting huisarts en SO. Ook kiezen steeds meer jonge dokters ervoor om parttime te werken, waardoor er meer nodig zijn voor het aantal te realiseren fte’s. Om de eerste lijn te versterken heeft het Capaciteitsorgaan1 het voornemen om de Minister te adviseren het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen fors uit te breiden. Meer tijd voor de patiënt en betere opvang van de substitutiegolven kunnen hier het mooie resultaat van zijn. Daarom wil de vakgroep Huisartsgeneeskunde vasthouden aan een maximale instroom van aios huisartsgeneeskunde. Daarnaast willen we in 2020 starten met een eigen erkende opleiding tot SO in Maastricht waarbij we de eerste groep aios in september willen laten starten. We willen de aios van beide vakgebieden leren om in hun opleiding de rollen op zich te nemen zoals hierboven beschreven. 1 Capaciteitsorgaan.nl
Page 6
Page 8
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Nieuwe coördinatoren coschap Huisartsgeneeskunde ‘Spagaat tussen praktijk en onderwijs’ VAN DE REDACTIE, DOOR BABETTE DOORN Inleiding Sinds 1 september 2019 zijn huisartsen Nora Paulke en Jelle Stoffers de nieuwe coördinatoren van het coschap Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ze volgen Marion van Lierop op die vanaf nu de master Geneeskunde in Maastricht onder haar hoede heeft. ‘Op één lijn’ nodigde beiden uit voor een interview. Wie is Nora? Nora voltooide in 2013 de huisartsopleiding in Maastricht en werkt als huisarts in Gronsveld, een kleine plaats vlakbij Maastricht. Via het aios-co model in haar opleidingstijd als aios in Medisch Centrum West Kerkrade, werd haar interesse voor onderwijs gewekt. Ze vervulde verschillende uitvoerende rollen binnen het basiscurriculum, zoals die van facultair begeleider bij het coschap en mentor van studenten in de masterfase. Ze combineert twee dagen in de huisartspraktijk met twee dagen onderwijs. Nora is Duitse van origine, is daar trots op en voegt dit graag toe als uitleg bij haar achternaam (Paulke). Ze kwam op haar negentiende naar Nederland voor de studie geneeskunde en bleef. Wie is Jelle? Jelle is Universitair Hoofddocent en ‘iets ouder’ dan Nora. Hij was bijna 30 jaar huisarts in Kerkrade, aanvankelijk bij huisartsenechtpaar Soomers, nu met pensioen, in een praktijk die later is omgevormd tot Medisch Centrum West Kerkrade (MCWK). Velen kennen Jelle vooral van het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van harten vaatziekten. Hij promoveerde op perifeer vaatlijden (PAV), kreeg de Enkel Arm Index geïmplementeerd en wordt daarom ook wel ‘dokter Doppler’ genoemd. Ook bij de Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten die vanuit Maastricht wordt georganiseerd, is hij vanuit die expertise betrokken. Zijn onderzoeksthema’s zijn hart- en vaatziekten, multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarnaast is hij al tien jaar hoofdredacteur van de European Journal of General Practice, een taak die hem op het lijf is geschreven. Minder bekend zijn zijn uitvoerende onderwijsrollen, zoals mentor in de masterfase, clustercoach en colleges geven in jaar 3. Zelf zegt hij toe te zijn aan een meer verdiepende rol, dus deze taak kwam op een goed moment in zijn carrière op zijn pad. Door de duobaan (0.5 fte) samen met Nora aan te nemen, hoefde hij geen concessies te doen aan zijn 8 andere wetenschappelijke werk. Zijn promovendi en WESPstudenten blijft hij ook begeleiden. Coördineren coschap: wat houdt dat in? Een lastige vraag, zo bleek. Jelle begint te zeggen wat het niet is. Ze bemoeien zich niet met de werving van stageplekken en docenten. Lilian Aarts is hiervoor verantwoordelijk in nauwe samenwerking met de huisartsopleiding. Dagelijkse ondersteuning bieden Marlies Noevers en Linda Schilders, de vaste medewerkers studentzaken van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Op centraler niveau is er ondersteuning vanuit de stageplanningsgroep waarin ook vier studenten zitten. Waar Nora en Jelle wel verantwoordelijk voor zijn, is de kwaliteitsbewaking van het onderwijs, zowel op de werkplek in de praktijk als op de terugkomdagen in Maastricht. Voor de studenten is het fijn als er een goede balans tussen beide is; het moet een studeerbaar coschap blijven. De student moet niet te veel uren in zijn studie hoeven stoppen (zo valt reistijd niet onder studie-uren) en het leerrendement moet in verhouding staan tot de investering. Hoe is het coschap momenteel in Maastricht? Het huidige coschap Huisartsgeneeskunde is gecombineerd met Sociale Geneeskunde en duurt twaalf weken in totaal. Bewust langer dan op andere universiteiten. Van die twaalf weken loopt de student acht weken stage op een werkplek bij een huisarts en vier weken op plekken in de sociale geneeskunde. De terugkomdagen worden begeleid door twee facultaire begeleiders: een huisarts en een sociaal geneeskundige. In totaal gaat het per academisch jaar om 360 studenten. Het is tevens het laatste reguliere coschap van de eerste twee masterjaren. Ideaal, want studenten hebben dan alles ongeveer gezien en bij de huisarts komt dat samen, in een 1 op 1 begeleiding in een klein team. Hoe gaat het, wat valt op? Het coschap staat technisch als een huis: er zijn onderbouwde keuzes gemaakt, gebaseerd op het Raamplan Geneeskunde. Evaluaties en beoordelingen verlopen via een digitaal portfoliosysteem genaamd EPASS. Dat gaat niet altijd soepel. Jelle verwoordt het als volgt: ‘EPASS is voor het onderwijs, wat het HIS is voor de huisarts’.
Page 10
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Bruikbare Wetenschap Klinische trials bij acuut coronair syndroom, COPD, en prikkelbare darm in de huisartsenpraktijk DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Pepermuntolie voor de prikkelbare darmen Patiënten met buikpijn en darmklachten door een prikkelbare darm zien we regelmatig in onze spreekkamer. Al jaren zoeken onderzoekers naarstig naar medicamenteuze oplossingen om het dagelijks leven van deze groep patiënten te verzachten. Pepermuntolie wordt regelmatig voorgeschreven, en ook op thuisarts.nl staat de letterlijke passage ‘Bij een deel van de mensen met Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) verminderen pillen met pepermuntolie de klachten.’ Hoogwaardige gerandomiseerde studies ontbraken echter tot op heden. Een nationaal consortium met Maastricht UMC aan de leiding (waaronder Jean Muris) voerde die trial eindelijk uit. Ze randomiseerden 190 patiënten met PDS naar drie groepen: 3 maal daags 182 mg pepermuntolie (vrijkomend in de dunne darm), 3 maal daags 182 mg pepermuntolie (vrijkomend in de dikke darm) of 3 maal daags een placebo capsule gedurende 8 weken. Het primaire eindpunt van keuze was een 30% afname in buikpijn, in vergelijking met de baseline gedurende tenminste 4 weken. Uiteindelijk was er op dat punt geen verschil. Patiënten in alle groepen verbeterden op die score (47%, 41% en 34% respectievelijk). De pepermuntolie met afgifte in de dunne darm gaf wel een betere uitkomst bij enkele secundaire maten zoals ongemak en de ernst van de PDS. Bijwerkingen, zoals hoofdpijn, of een mintig boertje, waren vaak mild, maar kwamen wel vaker voor in de pepermuntolie groepen. De tekst op thuisarts kan dus gehandhaafd blijven; patiënten die het willen proberen kunnen dan wel beter de variant met afgifte in de dunne darm kiezen. Beslishulpen: de keuze is reuze Dunja Dreessens ging samen met hoogleraar Trudy van der Weijden in de literatuur op zoek naar kennistools en beslishulpen voor Nederlandse artsen. Ze voerden een zogeheten scoping review uit. Zie het als een hele grote zeef die door het internet gaat (richtlijnen, websites van genootschappen maar ook andere bronnen) en die alles opvist wat met de gezochte termen te maken heeft. In dit geval zochten ze naar openbaar beschikbare, niet commercieel ontwikkelde kennisbronnen die Nederlandse 10 clinici ter beschikking hebben om samen met patiënten tot beslissingen te komen. De uitkomst? In de titel van het lezenswaardige artikel staat het woord ‘chaos’ en in het abstract de woorden ‘forest’ en ‘trees’. Dat is wellicht ook uw gevoel als u op zoek gaat naar keuzehulpen; soms is het lastig tussen de bomen het bos te zien, laat staan om samen met uw patiënt het goede bospad te kiezen. De onderzoekers vonden 67 verschillende soorten kennistools, met daarbij richtlijnen, flowcharts, folders, beslishulpen. Vaak bleek de kennistool en bijbehorende karakteristieken matig beschreven. En zo is er toch vooral mist in het bos wanneer je een geschikte boom wilt zoeken. Tijd voor meer consistentie in de definitie van kennistools en daarmee ook een kernset van soorten tools. Ik denk dat we ons als huisartsen in de handen mogen wrijven met Thuisarts.nl. Dat biedt in ieder geval een duidelijke weg naar de verschillende kennis- en informatietools die we met de patiënt kunnen gebruiken. Ecg: wat doen we er mee? Kijkt u ook elke maand uit naar de ecg-casus in Huisarts & Wetenschap. Kaderhuisartsen Robert Willemsen en Karen Konings draaien die succesvolle serie al jaren. Net als hun boek is de H&W-serie razend interessant. En ik zit er regelmatig naast. Samen met Jelle Stoffers en WESP-student Leonore Wagenvoort vroegen we huisartsen om de in de praktijk gemaakte ecg’s en hun interpretatie bij te houden. Verder keken de onderzoekers ook naar het vervolgbeleid. De 300 ecg’s, gemaakt bij patiënten met klachten, en bovenstaande gegevens werden voorgelegd aan een expertpanel. De beoordelaars van het expertpanel (steeds een cardioloog en een kaderhuisarts) waren geblindeerd voor de bevindingen en acties van de huisarts die de ecg maakte. Men vergeleek de interpretatie van de huisarts met de consensus van het panel. De verdenking op een ritmestoornis (43%) of acuut coronair syndroom (22%) waren de meest voorkomende indicaties om een ecg te maken. Meer dan de helft van de ecg’s was normaal. In 78% van de ecg’s was het expertpanel het eens met de huisarts, terwijl men het in 16% van de stroken op tenminste 1 aspect niet eens was. Met het gevolgde beleid was men het in 12% van de gevallen niet eens. Meestal adviseerde het panel aanvullend onderzoek. Bij slechts 15 ecg’s was men het niet eens met de interpretatie en ook niet met het beleid. Al met al geen slechte score voor de huisartsen die aan deze studie deelnamen. Komt wellicht toch door de maandelijkse ecg-serie in H&W… A Einde droom voor H-FABP bij acuut coronair syndroom Slechts weinig klinische beelden geven meer twijfels dan het acuut coronair syndroom (ACS). Lastige diagnose, grote mogelijke consequenties en een lijst met alternatieve (onschuldigere) diagnoses die erg lang is bij borstkasklachten. Robert Willemsen publiceerde in BJGP Open zijn grote diagnostische studie naar de rol van het Heart-type Fatty Acid Binding Protein (H-FABP) en klinische variabelen bij de diagnose ACS. Het lukte om 303 patiënten met pijn-op-de-borst klachten in te sluiten waarvan er 32 een ACS hadden. De testkarakteristieken bij een afkapwaarde van 4 ng/ml waren helaas teleurstellend; een sensitiviteit van 25,8% en een negatief voorspellende waarde van 91,6%. Ook geconstrueerde klinische beslisregels, al dan niet met ecg-bevindingen en H-FABP daarin verwerkt, waren onvoldoende om tot gebruik in de praktijk te kunnen leiden. We lijken met onze klinische blik vooralsnog een aardige balans te vinden in het gericht insturen. Tijdens zijn promotie noemde Willemsen het ‘Wie van de 12 patiënten met pijn op de borst heeft een cardiaal probleem?’. Vooralsnog is er geen biomarker die ons helpt de kans op een ACS beter te kunnen inschatten. B CRP bij COPD Gemiddeld krijgt rond de 70% van de patiënten bij een ernstige exacerbatie prednison in combinatie met een antibioticumkuur. Recent lukt het ondergetekende om met een internationaal team een trial in de New England Journal of Medicine te publiceren waarbij Britse huisartsen met gericht gebruik van de C-reactief proteïne (CRP) sneltest minder antibiotica voorschreven (57% van de COPD-exacerbaties) dan wanneer zij reguliere zorg leverden (77%). De huidige COPD-Standaard dicht CRP een zeer beperkte rol toe, en alleen bij patiënten met lichte of matige luchtwegobstructie (FEV1 >50%) met een ernstige exacerbatie. En daarbij wordt voor de afkapwaardes verwezen naar de afkapwaardes uit de NHG Standaard Acuut Hoesten (<20, 20-100 en >100 mg/ml). Op basis van deze nieuwe prospectieve en representatieve studie mag CRP in onze spreekkamer juist een ruimere rol krijgen; bij exacerbatie van COPD GOLD I-III patiënten waarbij u een antibioticum overweegt, kun u de CRP (snel)test inzetten. Heroverweeg bij deze patiënten dan wel de afkapwaardes die u kent uit de NHG Standaard Acuut Hoesten. Bij patiënten met een COPDexacerbatie kunt u de CRP (snel)test veilig inzetten om géén antibiotica voor te schrijven bij een CRP <20 mg/ml, om ook géén antibiotica voor te schrijven bij een CRP <40 mg/ml én geen purulent sputum, en antibiotica juist wel te overwegen als CRP hoger is dan 40 mg/ml. Toen we deze resultaten onder Nederlandse collegae verspreidden hoorden we regelmatig ‘we gebruiken de CRP al bij COPD-exacerbaties’. Vanaf nu is dus gebruik van de sneltest niet meer off-label, maar evidence-based. Referenties • Efficacy and Safety of Peppermint Oil in a Randomized, Double-Blind Trial of Patients With Irritable Bowel Syndrome. Weerts ZRM, Masclee AAM, Witteman BJM, Clemens CHM, Winkens B, Brouwers JRBJ, Frijlink HW, Muris JWM, De Wit NJ, Essers BAB, Tack J, Snijkers JWT, Bours AMH, de Ruiter-van der Ploeg AS, Jonkers DMAE, Keszthelyi D. Gastroenterology. 2019 Aug 27. pii: S00165085(19)41246-8. doi: 10.1053/j.gastro.2019.08.026. PMID: 31470006 • The Dutch chaos case: A scoping review of knowledge and decision support tools available to clinicians in the Netherlands. Dreesens D, Kremer L, van der Weijden T. Health Policy. 2019 Oct 16. pii: S0168-8510(19)30235-0. doi: 10.1016/j.healthpol.2019.10.001. PMID: 31722782 • Interpretations of and management actions following electrocardiograms in symptomatic patients in primary care: a retrospective dossier study. Wagenvoort LME, Willemsen RTA, Konings KTS, Stoffers HEJH. Neth Heart J. 2019 Oct;27(10):498-505. doi: 10.1007/s12471-019-01306-y. PMID: 31301001 • Evaluating possible acute coronary syndrome in primary care: the value of signs, symptoms, and plasma heart-type fatty acid-binding protein (H-FABP). A diagnostic study. Willemsen RT, Winkens B, Kietselaer BL, Smolinska A, Buntinx F, Glatz JF, Dinant GJ. BJGP Open. 2019 Oct 29;3(3). pii: bjgpopen19X101652. doi: 10.3399/ bjgpopen19X101652. Print 2019 Oct. PMID: 31581111 • C-Reactive Protein Testing to Guide Antibiotic Prescribing for COPD Exacerbations. Butler CC, Gillespie D, White P, Bates J, Lowe R, Thomas-Jones E, Wootton M, Hood K, Phillips R, Melbye H, Llor C, Cals JWL, Naik G, Kirby N, Gal M, Riga E, Francis NA. N Engl J Med. 2019 Jul 11;381(2):111-120. doi: 10.1056/NEJMoa1803185. PMID: 31291514 11 S op één lijn 65 B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U
Page 12
op één lijn 65 3e uitgave 2019 In de prijzen Luc Gidding wint Heert Dokter prijs DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Op het NHG-congres op 15 november 2019 in Maastricht, werden twee prijzen van Huisarts & Wetenschap uitgereikt: de casuïstiekprijs en de Heert Dokter prijs. Die laatste is een prijs voor het beste originele wetenschappelijke onderzoek. Hiervoor waren maar liefst twee Maastrichtse onderzoekers genomineerd: Eefje de Bont en Luc Gidding. Eefje won al vele prijzen voor haar onderzoek naar kinderen met koorts. Deze keer won Luc. Als redactie zijn we ook apetrots, want beide onderzoekers zijn/waren redactielid van dit blad. Luc Gidding deed onderzoek naar psychische klachten in de huisartsenpraktijk. De Randomized Controlled Trial (RCT) werd gedaan binnen SGE, Stichting Gezondheidscentra Eindhoven. Uitgangspunt was dat de problemen rondom deze psychische klachten niet te wijten zijn aan onkunde of desinteresse van huisartsen, maar samenhangen met de toenemende aantallen patiënten en taken, de beperkte tijd en de complexiteit van psychische klachten. De PsyScan is een effectief hulpmiddel bij psychische klachten, maar het zal niet alle problemen rondom deze klachten in de huisartsenpraktijk oplossen. Het is wel een extra hulpmiddel voor en door huisartsen, ontwikkeld en geëvalueerd in een effectonderzoek voor deze complexe eerstelijnsproblematiek. De wetenschappelijke promotie van Luc Gidding wordt in 2020 verwacht. Het betreffende artikel uit oktober 2018 in H&W is online te lezen op: https://www.henw.org/artikelen/psyscan-effectiefhulpmiddel-bij-psychische-klachten Bedankt voor het invullen van de enquête! Deze maand hebben alle huisartsen in de regio Limburg en Brabant een enquête per e-mail ontvangen over medicatiebeoordelingen in de eerste lijn. Deze enquête is onderdeel van de CRE-OPT studie. In de CREOPT studie worden de mogelijke voordelen en haalbaarheid van een uitgebreide geïntegreerde multidisciplinaire medicatiebeoordeling (inclusief softwareprogramma (‘Clinical Rules Engine’ (CRE)) en een gesprekshulp om behandeldoelen van de patiënt duidelijk te maken (de ‘Outcome Prioritization Tool’ (OPT)) vergeleken met de standaard zorg. De resultaten van deze enquête zullen de verdere ontwikkeling van de CRE-OPT studie ondersteunen om zo de kwaliteit van medicatiebeoordelingen te verbeteren, en daarnaast te zorgen dat het huisartsen minder tijd kost om een goede/ gestandaardiseerde medicatiebeoordeling uit te voeren. Jolijn Bohnen Op het moment van schrijven hebben reeds 231 huisartsen de enquête ingevuld. Via deze weg willen we graag alle huisartsen bedanken voor hun tijd, enthousiaste reacties en waardevolle informatie. Mocht u nog geen tijd hebben gehad om de enquête in te vullen: u heeft tot januari 2020 de tijd om dit alsnog te doen. Indien u geen e-mail heeft ontvangen kunt u contact opnemen met e.zwietering@student.maastrichtuniversity.nl of jolijn.bohnen@maastrichtuniversity.nl. Namens het voltallige ‘CRE-OPT’ projectteam. P.S. Aan de anonieme huisarts die invulde graag ‘tompoezen’ te ontvangen voor het invullen van de vragenlijst. Deelnemers aan de vragenlijst zijn anoniem dus wij hebben helaas geen mogelijkheid om u te traceren. 12 Promotie 19 december 2019 “SpecIMeN” DOOR JANINE COLLET, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Specific Care on the Interface of Mental health and Nursing home Ouderen met een psychiatrische stoornis, die op grond van comorbide dementie en/of somatische problematiek ook verpleeghuiszorg nodig hebben, zijn patiënten met complexe zorgvragen. Deze patiënten met een dubbele zorgvraag (DZV-patiënten) vormen een bijzondere uitdaging binnen afdelingen voor langdurige zorg, zowel in verpleeghuizen als instellingen voor GGZ. In de SpeCIMeN-studie is de DZV-populatie in beide sectoren onderzocht en zijn verschillen en overeenkomsten in kaart gebracht. De onderzoeksvragen waren gericht op: 1. de kenmerken van DZV-patiënten en van hun verpleegkundige staf 2. 3. de factoren die DZV-zorg kunnen bevorderen of belemmeren de elementen die nodig zijn om tot succesvolle integrale en trans-sectorale DZV-zorg te komen, waaraan zowel psychiatrische- als verpleeghuiszorg een bijdrage leveren. DZV-patiënten vormen een heterogene groep van vooral mannen, die in beide settingen gemiddeld 68 jaar oud zijn, 7 comorbide somatische ziekten, een hoge zorgvraag, veel neuropsychiatrische symptomatologie, cognitieve problemen en weinig familieondersteuning hebben. Professionals in beide zorgsettingen hebben dus een combinatie van vaardigheden nodig om aan zowel de somatische, als de psychiatrische en psychologische zorgbehoeften van deze patiënten te kunnen voldoen. Niet de hoofddiagnose (psychopathologische dan wel somatische problematiek), maar de opeenstapeling van functionele en gedragsproblemen waarmee zij te maken krijgen, is bepalend voor de zorgvraag van DZV-patiënten. Ondanks een significant verschil in opleidingsniveau, waarbij 29% van het verpleeghuispersoneel een lagere beroepsopleiding had, vonden wij in beide zorgsettingen vergelijkbare niveaus van zelfervaren persoonlijke bekwaamheid (self-efficacy) en van psychisch welbevinden van de zorgverleners. Wij vonden geen significant verband tussen de kenmerken van DZV-patiënten enerzijds en het welzijn van het personeel anderzijds. Wel hadden zorgverleners in de GGZ-setting en oudere zorgverleners in beide settingen, een hoger risico op burn-out. 5. Het focusgroep onderzoek dat we verricht hebben, toont vijf groepen van essentiële factoren met betrekking tot de zorg voor DZV-patiënten. Dit zijn: 1. patiëntgebonden factoren: de complexiteit van de gecombineerde zorgvragen en van de gedragsmatige problemen; 2. mantelzorg gebonden factoren: de misverstanden bij familieleden met betrekking tot de complexiteit van de problemen van de patiënten en de risico’s van inzet van vrijwilligers als vervanging van beroepskrachten; 3. beroepsmatige factoren: de noodzakelijkheid van teamcompetenties en attitudes, van een multidisciplinaire aanpak in het werk met DZV-patiënten en van een goede samenwerking tussen verpleeghuis en GGZ; 4. factoren in de woon- en werkomgeving: voldoende beschikbaarheid en continuïteit van personeel en specifieke inrichtingseisen, zoals voldoende buiten- en binnenruimtes en stripbare éénpersoonskamers voor patiënten, om een veilige omgeving te waarborgen; factoren met betrekking tot de organisatie van de zorg: een duidelijk geformuleerd DZV-beleid met eenduidige criteria voor opname en overplaatsing van DZVpatiënten. De beschreven casusanalyse illustreert de enorme uitdaging van het geven van effectieve integrale behandeling en zorg aan DZV-patiënten, alsook het risico op gebrekkige en gefragmenteerde zorgverlening vanuit zorglacunes tussen organisaties en schotten in de financiering. De noodzaak van intensieve samenwerking tussen zorgprofessionals in verpleeghuizen, GGZ-instellingen, tweedelijns medische zorg en eerstelijns zorg wordt belicht. Het model van collaborative care – dat uitgaat van multidisciplinaire zorg voor elke patiënt, met een gestructureerd zorgplan, zorgcoördinatie door casemanagers en interprofessionele communicatie – kan een effectieve basis vormen voor de organisatie van de zorgverlening aan DZV-patiënten. Stelling: “Té vaak worden intenties tot samenwerking niet vertaald in praktische samenwerking.” 13 op één lijn 65
Page 14
Page 16
op één lijn 65 3e uitgave 2019 De patiënt komt niet verder, ondanks specialistisch onderzoek door internist, reumatoloog, MDL-arts, neuroloog en revalidatiearts die allemaal geen verklaring vinden voor de klachten. Hij heeft pijn en trillingen in spieren van armen, benen en thorax, krampen van de borstspieren en daarnaast ook episodes met krampende pijn in de buik op wisselende locaties. Er is nu een opvallend stijve manier van bewegen/ lopen, waarbij hij de schouders iets lijkt op te trekken. Zijn echtgenote geeft aan dat de situatie niet leefbaar is. Haar man kan echt helemaal niets meer. De patiënt denkt zelf aan een intoxicatie door zijn jarenlange werkzaamheden in een fabriek waar zonnepanelen gemaakt worden. De verlegenheidsdiagnose ‘fibromyalgie’ werd gesteld. De huisarts vindt dit niet passen bij het beeld en bij de patiënt. Beloop ziekte Een compacte samenvatting van het verrichte specialistisch onderzoek: 11/17 SEH: urolithiasis? Uroloog: g.a. DM-2 vastgesteld 02/18 MDL-arts: gastro/coloscopie g.a. PDS? R/ amitriptyline 10/18 Reumatoloog: tendomyogene klachten 10/18 Neuroloog: tintelingen handen, veel pijn in spieren, geen CTS/myopathie 12/18 Internist: kan veters niet meer strikken, spieren trillen soms; functioneel? 02/19 Revalidatiearts: forse pijnklachten, conversie klachten, frozen shoulder 04/19 Internist: geen somatiek Nieuwe website online! www.witteraven.org 05/19 MDL MUMC+: moeizaam bewegen, weinig mimiek. Affectieve klachten 05/19 Neuroloog MUMC+ (sec opinion): g.d.a. functioneel Laboratorium onderzoek Bij uitgebreid laboratoriumonderzoek normale waarden, uitgezonderd A. Hypertriglyceridemie, onderdeel van het metabole syndroom met hyperlipidemie? B. Verhoogde bloedsuikerwaarden, passend bij DM-2, goed gereguleerd C. ALAT en Gamma GT licht verhoogd. Anamnestisch geen alcoholgebruik D. Een jaar geleden voorbijgaande Polycythemie (YAK 2 negatief). Is volgens de internist een dood spoor. Wat is uw diagnose bij deze steeds verder invaliderende man? We willen u verleiden om bij uw zoektocht de “witte-raven strategie” te gebruiken. De compacte informatie hier op deze bladzijde is onvoldoende om tot een diagnose te komen. Een uitgebreid overzicht van het verrichte specialistisch onderzoek, diagnostisch onderzoek en de medicatie vindt u onder het kader “ZELF ZOEKEN” in het submenu “Casus “Op een Lijn”. Huibregtsenprijs Belangrijke nominatie Van Schayck Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde, was een van de zes genomineerden voor de prestigieuze Huibregtsenprijs 2019. De prijs is ingesteld voor onderzoek met maatschappelijke relevantie. Onno, werkzaam hij de vakgroep Huisartsgeneeskunde, werd door de Universiteit Maastricht genomineerd onder andere voor zijn rol in het Preventieakkoord (roken, alcohol en overgewicht). Op 7 oktober werd de winnaar bekend gemaakt tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij in de Ridderzaal 16 in Den Haag. De hoogleraar die vooral bekend is vanwege zijn studies op het gebied van astma, COPD en stoppen met roken verscheen die avond -in smoking- aan het buffet. Helaas won hij niet de eerste prijs. De nominatie is echter een prijs op zich en een grote blijk van waardering. Koning Willem-Alexander toonde zich geïnteresseerd in de studies naar de preventie van chronische ziekten.
Page 18
Page 20
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Internationaal WONCA 2019 DOOR INEKE HUSSAARTS, HUISARTS Onlangs bezocht ik het WONCA-congres dat dit jaar in Bratislava werd gehouden. Natuurlijk had ik weleens van het congres gehoord, maar nooit overwogen om eraan deel te nemen. Ik ging ervan uit dat het vooral voor wetenschappers onder elkaar bedoeld was, niet voor “gewone huisartsen”. De SBOH nodigt opleiders uit om deel te nemen. De animo in de rest van het land is zo groot, dat er op veel instituten geselecteerd moet worden wie wel en niet mee kan. De Limburgse opleiders daarentegen tonen nauwelijks interesse, waardoor ik als docent toegevoegd kon worden aan de delegatie. Van tevoren was ik natuurlijk wel erg benieuwd naar de ervaring van eerdere deelnemers. Desgevraagd waren de antwoorden: ‘Oh dat is zo massaal, niet leuk, ik ging de stad in’ ‘De praatjes zijn zo slecht verstaanbaar’ ‘Huisartsgeneeskunde is in veel landen van een laag niveau, je hoort weinig vernieuwende zaken’ Sceptisch, maar wel nieuwsgierig begaf ik mij naar Schiphol alwaar we zouden verzamelen. Niemand kennend vond ik toch ogenblikkelijk de groep huisartsen (wat is dat toch?) en maakte snel contact. De reis, het verblijf en de programmaonderdelen voor de Nederlandse deelnemers waren door SBOH (en LOVAH) erg goed georganiseerd. Het was ook vooral erg leuk om met al die andere huisartsen te praten, te discussiëren, te eten, wandelen en dansen. Het congres biedt een groot aantal lezingen en workshops. Ik moest wel een beetje door de bomen het bos proberen te zien, hoe mijn keuzes te maken. En je kiest ook weleens iets wat achteraf niet interessant bleek te zijn. Zo ging ik naar een lezing waarbij in de titel verband werd gelegd tussen klimaatverandering en obesitas. Van zo’n onderwerp word ik nieuwsgierig, maar uiteindelijk begreep ik (noch de mensen met wie ik het besprak) welk verband er nu zou moeten zijn. Of de presentatie van een Turkse arts, die de vluchtelingenkampen in Turkije als een walhalla beschreef, erg propagandistisch en ongeloofwaardig. Zeker na een eerder verhaal van een Griekse arts over de medische situatie van vluchtelingen daar. Maar verder: afwisselende lezingen. Workshops met huisartsen uit andere landen, waarbij je soms veel herkenning vindt (‘er is overal een tekort’) en soms ben je als Nederlandse huisarts een uitzondering. Tijdens een workshop over richtlijnen had ik mij bekend gemaakt als Nederlandse huisarts. Aan de hand van een voorbeeld over tonsillitis werd gesteld, dat daarvoor altijd een antibioticum wordt gegeven. De spreker merkte op dat dit voor iedereen geldt “behalve voor die Nederlandse collega”. Een dag later woonde ik een lezing bij van een Nederlandse onderzoeker. Zij houdt zich bezig met de vraag hoe het gebruik van antibiotica kan worden teruggedrongen en uit haar gegevens blijkt, dat in Nederland het minst vaak een antibioticum wordt voorgeschreven. Concluderend ben ik erg blij dat ik gegaan ben, ik heb veel gehoord en ook veel ervaringen en ideeën uitgewisseld. Ik gooi mijn eigen glazen in als ik de Limburgse opleiders enthousiasmeer, maar toch wil ik jullie het WONCA-congres van harte aanbevelen. Volgend jaar in Berlijn, in 2021 in Amsterdam. 20 Internationaal Lübeck aan de Maas! DOOR INGRID VAN DER HEIJDEN, DOCENT HUISARTSOPLEIDING Op een warme dag, eind augustus, ontvingen we een kleine delegatie van de huisartsopleiding uit Lübeck. Ze waren naar Maastricht afgereisd, niet vanwege onze tropische zomer, maar voor het uitwisselen van best practices. In de afgelopen jaren deed Huisartsopleiding Maastricht positieve ervaringen op door uitwisselingen met Trento (Italië) en Aarhus (Denemarken) en een bezoek van Zweedse huisartsen. Deze bijeenkomsten inspireerden, bijvoorbeeld, tot de opzet van een discipline-overstijgend onderwijsprogramma in generieke competenties voor aios huisartsgeneeskunde en Maastricht UMC+. Hoewel de huisartsopleiding bij onze Oosterburen maar liefst vijf jaar duurt, is het daar vooral ‘learning on the job’. Aios zijn drie jaar in een klinische omgeving en twee jaar in een huisartsensetting en ze hebben in totaal slechts acht (!) onderwijsdagen. Iedere deelstaat heeft zijn eigen curriculum en werkwijze. In de afgelopen periode zijn er veranderingen doorgevoerd om de huisartsopleidingen te professionaliseren. In 2017 zijn er zogenaamde ‘Competentie Centra’ ontwikkeld. Zowel Nederland als Duitsland hebben te maken met uitdagingen voor wat betreft werving en vestiging van huisartsen. In Duitsland hebben de rurale gebieden te maken met een groot huisartsentekort. Jonge huisartsen vestigen zich nauwelijks buiten de steden en ze lijken zich onvoldoende toegerust te voelen om op het platteland te werken. Artsen die in Duitsland de opleiding tot internist afgerond hebben, zijn automatisch ook huisarts. Opmerkelijk is dat zij veel meer diagnostiek blijken uit te voeren dan huisartsen die een huisartsopleiding volgden. De Competentie Centra worden gefinancierd door de zorgverzekeraar en hebben als doel meer huisartsen op te leiden en vestiging in de rurale gebieden te stimuleren. Kartrekker daarin is de huisartsopleiding van Lübeck, die de opleiding wil vernieuwen, door de implementatie van evidence-based onderwijsinterventies en best practices voor wat betreft, onder andere, het APC-onderwijs, toetsing en het opleiderscurriculum. Naast de duur van de opleiding, zijn de verschillen tussen de huisartsopleiding in Duitsland en Nederland enorm. In tegenstelling tot de Nederlandse aios kennen hun Duitse collega’s geen selectieprocedure voor aanvang van de huisartsopleiding. Ook moeten ze zelf hun opleidingsplekken zoeken. Vaak werken ze de eerste twee jaar van hun opleiding als basisarts in een ziekenhuis bij interne geneeskunde of chirurgie. Ze houden dan nog voor zich, dat ze eigenlijk huisarts willen worden, omdat ze anders beperktere ervaring mogen opdoen. Veel artsen leren daardoor ook bepaalde medische vaardigheden, zoals het uitvoeren van een echografie. In die eerste drie jaar zijn er geen trainingsdagen of gezamenlijke bijeenkomsten met andere huisartsen in opleiding. Pas in de laatste twee jaar vinden er vier opleidingsdagen per jaar plaats. Tijdens zo’n opleidingsdag krijgen ze vier lezingen van 1,5 uur. Deze lezingen worden rond vier thema’s georganiseerd. Per thema kunnen zo’n 25 aios deelnemen. Aios kiezen zelf het thema van hun voorkeur. Na de eerste drie jaar komen ze ook ongeveer vier keer per jaar met een groep van ongeveer 10 aios informeel bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en voor ‘peer support’. Ze zijn erg gemotiveerd en houden een logboek/ portfolio bij. Onderwijs over (praktijk-)management vindt al in het basiscurriculum plaats. Er is geen toetsing en de huisartsopleiding wordt afgesloten met een eindgesprek. Tijdens de bijeenkomst in Maastricht wisselden we ervaringen en best practices uit over de opbouw van het curriculum, implementaties van EPA’s (Entrustable Professional Activities), toetsing en APC-onderwijs. Ook heeft de huisartsopleiding Lübeck concrete plannen om de Combel in het Duits te gaan vertalen. Nieuwsgierig geworden? In 2021 vindt het jaarlijkse huisartsencongres, georganiseerd door de Deutsche Gesellschaft für Allgemeinmedizin und Familienmedizin (DEGAM) plaats van 16-18 september in Lübeck. In een Engelstalig programma wordt voorzien. 21 op één lijn 65
Page 22
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Opleiders 2-daagse Heeze, een terugblik! DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Op 6 en 7 november kwamen 130 huisarts-opleiders en 29 stage-opleiders naar Heeze om hun docentvaardigheden te ontwikkelen. Bij zulke verheugende aantallen zit daar een hele organisatie aan vast. We geven eerst een kijkje achter de schermen over wat er zoal vooraf gaat aan het organiseren van een Tweedaagse voor Opleiders maar ook wat vooraf onze doelstellingen zijn. Keuze van het onderwerp In de afgelopen jaren is er een vaste jaarindeling ontstaan voor de trainingsdagen in Heeze en Urmond. In januari in Urmond betreft het meestal een didactische vaardighedencarrousel; voor januari 2020 staan medischinhoudelijke vaardigheden op het programma. In mei is gekozen voor Evidence-based Medicine (EBM) en in november op de tweedaagse proberen we te inspireren en een groot onderwerp verdiepend te behandelen. De keuze van de onderwerpen volgt uit de evaluaties, het landelijk plan scholing en toetsing opleiders en uit overleg met de opleidersvereniging (VHAO-UM). Dit jaar stond de vraag “Wat stuurt het leren?” in het middelpunt. Wat bepaalt het individuele leren? Naast de hele organisatie van het onderwijs aan de hand van landelijke richtlijnen en de lokale uitvoering zijn er altijd individuele factoren die bepalen of een leertraject succesvol zal zijn. Deze individuele factoren zitten aan de kant van de aios maar ook bij de opleiders en docenten. Dit jaar gaat het over de vraag “Wat stuurt het leren?”. Wat bepaalt het individuele leren? Naast de hele organisatie van het onderwijs aan de hand van landelijke richtlijnen en de lokale uitvoering zijn er altijd individuele factoren die bepalen of een leertraject succesvol zal zijn. Deze individuele factoren zitten aan de kant van de aios maar ook bij de opleiders en docenten. Docentfactoren Omdat we streven naar werken in kleine groepen, hebben we steeds al onze docenten nodig als trainer op de tweedaagse. Hiervoor doen wij aan docentenprofessionalisering (populair ‘docprof’ genoemd). Alle docenten volgen sowieso een basistraining in het doceren (LED cursus1 of BKO training2) en ze worden daarna regelmatig getraind in nieuwe onderwijsvaardigheden. Omdat de training van nieuwe onderwijsvaardigheden wat ad hoc verliep is met ingang van dit jaar besloten dit op vaste momenten op onze stafdagen te plannen. Voor de Opleiders Tweedaagse in Heeze 2019 zijn alle docenten op deze wijze getraind in het geven van de workshops. Naar aanleiding van oefensessies met elkaar zijn bouwplannen gemaakt voor iedere workshop, zodat docenten weten wat en hoe ze de opleiders gaan trainen. Aios- en opleidersfactoren In Heeze gingen we aan de slag met een aantal factoren die in belangrijke mate het leren bepalen, en wel: • Mindset • Drive • Nieuwsgierigheid • Radicaal openhartige feedback 1 Landelijke Educatie Docenten 2 Basis Kwalificatie Onderwijs 22 Al deze factoren kwamen uitvoerig aan de orde, zowel plenair als in de workshops. Ook dit jaar waren de stage-opleiders uit jaar 2 weer van de partij en uit evaluaties blijkt dat ze het zeer waarderen om bij de opleiders van jaar 1 en 3 in de keuken te mogen kijken. In voorgaande jaren was er meestal een inleidende spreker die de Opleiders Tweedaagse plenair opende, waarna we zelf aan de slag gingen. Dit jaar hadden we prof. Erik Heineman bereid gevonden om de gehele tweedaagse ‘micro-teachings’ te geven waar we dan direct met kleine groepjes mee aan de slag gingen. Zo kwam elk onderwerp in een bepaalde werkvorm terug. Eén onderdeel heeft zich, tussen de regenbuien door, afgespeeld in de directe bosrijke omgeving van de Kapellerput. Een wens uit evaluaties van voorgaande jaren. De opleidersvereniging heeft voor iedere opleidingspraktijk het boek Radicale Openhartigheid ter beschikking gesteld als naslagwerk. Voor verdere verdieping noemen we ook de andere boeken: Doelstellingen Voor dit jaar is de doelstelling vooral het geven van inzichten waarom in bepaalde situaties de opleiding, en dan vooral het leren, niet naar wens verloopt. Een belangrijke factor is Mindset. Heeft de aios een growth mindset of een fixed mindset en hoe krijg je daar beweging in. En hoe zit het met de mindset van de opleider en docent? Wat brengt een professional in beweging: Drive is daarbij een andere factor die het leren bepaalt. De verrassende uitkomst is, dat geld bij lange na niet de belangrijkste drijfveer is, maar dat autonomie en uitdaging juist een grote rol spelen. Met Nieuwsgierigheid, de volgende factor, heb je meer kans om in een flow te komen dan door te handelen vanuit zekerheid. Serendipitisten staan meer open voor het onverwachte. En als laatste de Feedback: zijn we niet te aardig voor elkaar en onbedoeld rampzalig empathisch? Wordt het tijd voor radicale openhartigheid? Als deze inzichten overgekomen zijn in Heeze kijken wij tevreden terug. In ieder geval hebben we het woord ‘inspirerend’ al uit vele monden mogen horen. 23 op één lijn 65
Page 24
Page 26
op één lijn 65 3e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Zinloos medisch handelen: een beslissing van de arts DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Inleiding Dit jaar is in Frankrijk, tot aan de hoogste rechter, een juridische strijd gevoerd over de passieve1 levensbeëindiging van Vincent Lambert, een Fransman die na een motorongeluk in 2008, als gevolg van hersenletsel, tetraplegie opliep en volledig afhankelijk van anderen werd. In 2013 werd zijn toestand omschreven als vegetatief. Zijn partner en de behandelende artsen besloten te stoppen met het toedienen van vocht en voeding. De ouders, een zus en een halfbroer waren hier tegen en startten een juridische procedure tot aan het EHRM2. Dit liep door tot dit jaar, hield de gemoederen in Frankrijk bezig en er werden zelfs prostestmarsen gehouden. De twee kampen waren bitter verdeeld en over en weer klonken verwijten, die uiteenliepen van de beschuldiging van puur sadisme en het recht om waardig te sterven, tegenover bescherming van de rechten van wilsonbekwamen en religieuze visies. Maar liefst vijf keer werd de behandeling van Vincent gestopt en op last van de rechter weer hervat. Voor alle partijen, en vooral voor de patiënt, was deze jarenlange juridische procedure onwenselijk. In een andere zaak3 kwam het Hof gelukkig sneller tot eenzelfde conclusie. EHRM Dat de zaak Lambert zo lang geduurd heeft, wekt verbazing omdat het al jaren vaste rechtsspraak is, dat bij een beoordeling over levensbeëindiging allereerst de wens van de patiënt wordt gerespecteerd. Als deze wens niet bekend is, of niet geuit is, wordt het lastiger. In dat geval kan de rechter, via de nabestaanden, trachten deze wens te achterhalen. In geval van medisch zinloos handelen, wordt er veel waarde gehecht aan het medisch oordeel van de artsen of het behandelteam. Dan kan de familie dit slechts marginaal laten toetsen via een second opinion of de gronden, waarop het medisch zinloos handelen is gebaseerd, aanvechten. ‘Medisch zinloos’ is een door de beroepsgroep nader te bepalen begrip waarin rekening gehouden moet worden met een aantal basisvoorwaarden, maar waarover 1 Actieve euthanasie is in Frankrijk verboden 2 Europese Hof voor de Rechten van de Mens 3 EHRC 2018/51, Afiri en Biddari b. de daarbij te gebruiken middelen staan niet in redelijke verhouding tot het doel. Instrumentele proportionaliteit is niet aanwezig, indien een in verhouding te zware medische procedure moet worden ingezet om een, in verhouding, betrekkelijk voordeel te bereiken. Ook de te veroorzaken pijn moet bij de instrumentele proportionaliteit in de beschouwingen worden betrokken; c. een bepaald minimumniveau kan niet meer worden bereikt. Door de aard van ziekte of gebrek is de patiënt zeer ernstig aangedaan of geschonden en medisch handelen kan daar weinig of niets aan verbeteren, of er is een tragische situatie door cumulatie van aandoeningen en gebreken die met een onevenredige inspanning ieder 4 Maastricht UMC en ETZ Tilburg 5 Handboek voor gezondheidsrecht Auteur: H.J.J. Leenen J.C.J. Dute Uitgever: Boom Juridische uitgevers Co-auteur: J. Legemaate E.J.C. de Jong G.R.J. de Groot de arts beslist. Goed contact met de nabestaanden en transparantie over de criteria is van groot belang om langdurige juridische procedures te voorkomen. Basisvoorwaarden voor medisch zinloos handelen Na mijn telefonische rondvraag langs enkele intensive cares4, blijken er in Nederland geen duidelijke protocollen te bestaan voor medisch zinloos handelen. Wel zijn er criteria op orgaanniveau, zoals hersendood en terminale nierfunctie. Alle beslissingen over zinloos medisch handelen worden per geval beoordeeld. Uitgangspunten daarbij zijn nog steeds de criteria die destijds zijn opgesteld door Leenen5, en als hulpmiddel daarbij worden aangereikt: a. het handelen draagt niet bij aan de oplossing van het medisch probleem respectievelijk de instandhouding of verbetering van de medische toestand van de patiënt, dan wel zal daaruit redelijkerwijze niet kunnen resulteren. Instandhouding van de medische toestand geschiedt in het algemeen met het oog op toekomstige verbetering, of om de patiënt in dezelfde medische conditie te laten voortleven; 26 3e uitgave 2019 voor zich wellicht behandelbaar zijn maar gezamenlijk in totaliteit niet of vrijwel niet. Beslissingen rond het staken of niet inzetten van een behandeling dienen op basis van deze criteria genomen te worden. Maar hoe duidelijk is ‘een bepaald minimumniveau’ en betekent dit voor artsen hetzelfde als voor de nabestaanden? Medisch zinloos handelen in de dagelijkse praktijk Bij het staken van een levensverlengende behandeling in een medisch zinloze situatie, of het niet meer starten van, bijvoorbeeld, een zoveelste chemokuur die meer schade aanricht dan geneest, kan iedereen zich iets voorstellen. Het wordt al lastiger met medisch zinloos handelen bij ernstig gehandicapte pasgeborenen. Dan spelen er nog meer ethische normen mee. Waar ligt de grens van een minimumniveau? Van een andere orde is het alledaagse medisch zinloos handelen. Wie heeft er niet regelmatig een labje laten prikken of een foto aangevraagd waarvoor geen evidence was? We hopen dan, dat de patiënt gerustgesteld is en de volgende keer wel op ons oordeel zal vertrouwen zonder aanvullend onderzoek. Maar wat te denken van een brief van een specialist waarin staat ‘uitbehandeld’, ‘NRNB’ beleid afgesproken, ‘gezien de leeftijd en comorbiditeit niet meer insturen’. Zijn al deze beslissingen genomen op grond van de criteria voor medisch zinloos handelen? Denken alle vakgenoten er zo over? Is het voor de patiënt duidelijk dat het zo is bepaald? Gelden de criteria voor de specialist ook voor de huisarts? Het verdient zeker de aandacht om dit met de patiënt te bespreken of eens bij de specialist na te vragen hoe de beslissing tot stand gekomen is in het licht van de geldende criteria. Kwaliteit van leven is niet iets waar artsen over gaan, dat is een beslissing van de patiënt zelf. Is daar voldoende ruimte voor geweest? Afronding Zoals in de inleiding duidelijk is geworden, is de beslissing over medisch zinloos handelen een medische beslissing. De familie kan niet voor de patiënt beslissen, een patiënt wel over zichzelf. Maar de familie kan niet genegeerd worden. Wees duidelijk over de beslissing en wees transparant over de criteria. Vaak is hier een moreel beraad voor nodig. Om alle aspecten van een casus helder te krijgen, bestaan6 handige tools. Een handig hulpmiddel voor een moreel beraad is het stappenplan uit de ethische toolkit van de KNMG. Deze toolkit kan voorkomen dat je in een juridische strijd belandt, zoals in het geval van Vincent Lambert. Een dergelijke strijd kent enkel verliezers en richt veel schade aan. 6 Nijmeegse methode voor moreel beraad 27 op één lijn 65
Op één lijn 64

Op één lijn 64


Page 2
Colofon Oplage 2280 exemplaren Hoofd-/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-190079 Fotografie Made in Maastricht (7), Oratie Jochen (8-9), promotie Kirsten Peetoom (11), door Philip Driessen Foto Joost (26) door Loraine Bodewes Standaard portretten (3, 4, 10, 25, 27, 28, 33 en 35) door CANON Oud-aios (35), foto op de grote markt in Breda door Edwin Wiekens Deadline volgend nummer 1 november 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Huisarts en huisdier: Pruim Stellen zich voor Lotte Keijsers, promovendus Huisartsgeneeskunde Miriam Notermans, gedragswetenschapper huisartsopleiding Nathalie Beelen, Huisartsbegeleider jaar 3 Made in Maastricht Onderzoek Bruikbare Oratie ‘Komt een test bij de huisarts’ – Babette Doorn Volop in de prijzen – Babette Doorn Promotie Kinderen met koorts op kinderdagverblijven – Kirsten Peetoom Sepsis: wees paraat! – Gideon Latten en Patricia Stassen Coeliakie in de dagelijkse praktijk – Maxine Rouvroye en Gerd Bouma CVA-zorg voor huisartsen: wat is er veranderd? – Maria Kerckhoffs-Hanssen OOK en de Witte Raven – Redactie De Quickscan - Jerôme van Dongen en Wim Goossens Laat de eerste lijn geen KODAK zijn! – Guy Schulpen 100 jaar Sjniedesj – Babette Doorn en Gitte Snijders WESP-en: E-meedenkconsulten Interne Geneeskunde – Anke Spreeuwenberg Horizontaal verwijzen in de urogynaecologie – Anne Gerritsen Gezonde Basisschool van de Toekomst heeft ook thuis invloed – Corina de Gier Diagnostiek en morfologie bij calcificerende tendinopathie – Corlieke van de Kar 3 4 5 6 6 6 7 8 10 11 12 14 15 15 16 18 19 20 20 21 21 Therapeutische opties voor calcificerende tendinopathie van de schouder – Juliët Op ‘t Veld 22 Allergisch voor antibiotica? Of voor de bijwerkingen? – Kitty De Clercq Chlamydia diagnostiek in de huisartsenpraktijk – Sygriet Rinsma 22 23 Het leren van complexe ouderenzorg: hoe worden huisartsen in opleiding bekwaam? – Puk Meijs Schouderpatiënten in de anderhalvelijnszorg – Gil Schulte Diagnostiek bij de ‘frozen shoulder’ – Kim Akkersdijk Huisartsopleiding Uit het hoofd: Nou tabé dan – Bas Maiburg Werving werpt zijn vruchten af! – Joost Dormans Het nieuwe hoofd stelt zich voor – Matthijs Limpens Equilibre. Kwaliteit opleiders – Marieke Kools en Arie de Jong Weten is eten: CVRMinestrone – Hendrik Jan Vunderink In de leer: Procrastinatie gedrag – Arianne Beckers Diabetes en kunstmatige zoetstoffen, op weg naar een suikertaks? – Jeroen Smeets Oud-aios: “Is dat niet die arts van de wiet???” – Ronald Roothans Voetbalwedstrijd Hart-tegen-hart in Bocholtz – Marieke Kools en Gaston Peek Column: Huisartsgeneeskunde verandert, nu de beleidsmakers nog – K.O.E.K. Wous Gezondheidsrechtelijke kwesties: nieuwe wet zorg en dwang – Arie de Jong 23 24 24 25 26 27 28 30 32 33 34 36 37 38 2 Van de redactie CAROTA et emergo Potjeslatijn, we zijn er dol op. Op kookpotjes al helemaal. Redactielid Hendrik Jan en ik kunnen uren kletsen over recepten, kookgerei en eetbare paddenstoelen. CVRMinestrone was dan ook snel verzonnen door ons PVVclubje. PVV staat voor Partners Van Vegetariërs. We vonden het broodnodig om daar een praatgroep voor op te richten. Weten is eten. Op de receptie na afloop van de inauguratie van Jochen Cals, sprak ik oud-collega en redactielid Henk Goettsch. Henk tuiniert tegenwoordig en deelde zijn nieuwe vegalijfspreuk ‘Ik wortel en kom boven’ met me. Proestend keek ik om naar de ietwat rossige Jochen, die eerder die middag opbiechtte, dat hij een wortelallergie heeft. Het klonk wel als een typisch gevalletje Bruikbare Wetenschap: Jochen kwam hierachter tijdens carnaval toen hij in groentenpèkse met een bos wortelen om zijn nek had rondgelopen en al knagend steeds roder werd. Ik vond het een mooi verhaal. Naast deze flauwekul kunnen we ook serieuze zaken melden. Veel wetenschap weer: een prachtige oratie, fraaie wetenschapsprijzen, een nominatie, veel leuke en slimme WESP-en, sepsis, coeliakie, CVA-zorg en een promotie van Kirsten Peetoom. Het diagnostische cluster van onze onderzoeksgroep is sterk vertegenwoordigd. Eindelijk ook de ‘Quickscan interprofessioneel samenwerken’. Met het schaamrood op onze kaken, moesten we Jerôme van Dongen bekennen, dat we zijn artikel de vorige keer totaal vergeten waren. En zoals altijd kunnen we weer nieuwe medewerkers aan u voorstellen. Huisarts en huisdier onderging opnieuw een metamorfose: de voorziene hond werd een slak. De laatste keer werd de beoogde hamster een hond, dus als u een huisarts bent die met liefde over zijn huisdier wil schrijven: heel graag! Voor de laatste keer een stukje van Bas Maiburg, hoofd huisartsopleiding Maastricht. Na de zomervakantie mag hij ook gaan tuinieren (of iets anders). Matthijs Limpens volgt hem op en stelt zich aan u voor. Bas mag trots zijn op de opleiding die hij achterlaat. De werving loopt goed en de staf ook. Sommige mensen strijden liever, op het voetbalveld in Bocholtz. Elk jaar weer. Tot nu toe wonnen altijd de aios. Wie huisarts is en goed kan voetballen (v/m): word opleider! Naast strijdende aios hebben we ook schrijvende aios: columnist Arianne Beckers. Als oud-aios vonden we Ronald Roothans bereid te schrijven. Geen moestuin, maar wietteelt. Weer eens wat anders! Made in Maastricht: ‘slechts’ één groep pas afgestudeerde huisartsen. Onder hen AIOTHO Ruud Verhees. Ik noem hem even apart omdat hij als boegbeeld op onze website staat om de opleiding (in Eindhoven) te promoten. Nu hij klaar is, zoeken we een nieuwe eerstejaars aios die graag als online ‘persona’ wil fungeren. Huisarts Jeroen Smeets zal die online taak als huisarts op zich nemen als opvolger van Kirstin Ponse. Dit keer een stukje van Jeroen als kaderhuisarts diabetes in opleiding. Kaderopleidingen zijn minder goed bekend bij studenten en basisartsen. Voor sommige sollicitanten kan dit aantrekkelijk zijn om te weten, omdat zij bijvoorbeeld een voortraject in een andere specialisatie als arts of onderzoeker hebben gedaan en dat graag willen meenemen naar de huisartsgeneeskunde. Vaste rubriek ‘Equilibre’ voor huisartsopleiders besteedt aandacht aan de kwaliteit van opleiders. Medeauteur Arie de Jong schreef daarnaast zijn vaste rubriek Gezondheidsrechtelijke Kwesties, over de nieuwe Wet zorg en dwang. Zeer actueel dus en praktisch toepasbaar nu de politiek procrastineert. Tot slot de blik op de toekomst van de huisartsgeneeskunde: geen Woudschoten themadeel, maar wel een persoonlijke visie door directeur Guy Schulpen van zorgroep ZIO uit Maastricht. K.O.E.K. Wous maakte zich daar zó druk om, dat hij vanuit zijn vakantieadres nog driftig een column instuurde. CAROTA et emergo! Fijne vakantie! Babette Doorn 3 op één lijn 64
Page 4
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Van de voorzitter Wij zijn zichtbaar en laagdrempelig benaderbaar DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Klinkt dit bekend? De doktersassistente belt: ‘de Universiteit’ is aan de lijn. Willen we meedoen aan een interessant onderzoek? Wie is de Universiteit? Dat kunnen allerlei vakgroepen zijn binnen en buiten het MUMC+. De vakgroep Huisartsgeneeskunde van de UM regelt al vanaf 1989 het academische verkeer tussen de academie en het veld. Aanvankelijk om stageplekken voor opleiden te faciliteren en het toenemend aantal verzoeken aan huisartsen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek te stroomlijnen. De vakgroep heeft voortdurend aandacht voor het verkleinen van de afstand tussen wetenschap en praktijk. Er is veel veranderd in die 30 jaar. De stages, zoals het coschap en de GEZP-stage, worden door het basiscurriculum georganiseerd. De stageplekken voor aios regelt de Huisartsopleiding. In Maastricht is de onderlinge samenwerking goed geregeld. Praktijken die met ons opleiden, liggen verspreid over Noord-Brabant en Limburg. Een groot aantal Limburgse huisartspraktijken is aangesloten op het registratienet huisartspraktijken (voorheen RNH, nu RNFM). Zij verzamelen geanonimiseerde patiëntgegevens waarmee onderzoek gedaan wordt. Los van het registratienet, lopen er nog tal van onderzoeksprojecten die ‘iets met het huisartsgeneeskundige veld’ doen. Praktijken nemen op vrijwillige basis deel aan die onderzoeken. Hiervoor kan de hele regio binnen ons postcodegebied (4800-6500) gevraagd worden. De praktijken weten door ons ‘keurmerk’ dat het onderzoek relevant is voor de praktijk en dat het onderzoek behoorlijk (ethisch en wetenschappelijk) getoetst is. De vakgroep overlegt met de zorggroepen of zij onderzoeken willen faciliteren door vermelding van hun ondersteuning op de wervingsbrief of e-mail. Alle 1400 huisartsen en praktijken in onze regio zitten in het relatiebeheer systeem genaamd Family. Alle relaties ontvangen ook dit magazine ‘Op één Lijn’ (sinds 1999) waarin over al onze activiteiten gerapporteerd wordt. We worden door veel onderzoekers binnen en buiten het UMC gevraagd om te helpen bij hun onderzoeksvragen en werving. Dit doen wij graag: hoe eerder in het traject, hoe liever. Niets vervelender dan een gehonoreerde onderzoeksaanvraag waarbij tijdens de uitvoering blijkt, dat de realiteit anders is dan vooraf werd gedacht. Vroegtijdig huisartsgeneeskundige expertise betrekken bij projectgroepen en subsidieaanvragen kan beter. We willen geen restpost op de begroting zijn en zeker niet vergeten worden op de begroting van de onderzoeker. We hebben huisartsen op de gang op DEB 1 werken die zelf ook onderzoek doen en kunnen meedenken. Daarnaast weten wij welke huisarts beschikt over speciale expertise zoals COPD, bewegingsapparaat, prikkelbare darmen, HartVaat, palliatieve zorg et cetera. Voor sommige onderzoeksvragen zijn megagrote trials nodig. Onze vakgroep is deel van het consortium Huisartsgeneeskunde Nederland waarbij alle acht universitaire vakgroepen zijn aangesloten. In overleg wordt besloten hoeveel vakgroepen meedoen aan zo’n groot onderzoek. Onderzoek doen we klein waar het kan en groot waar het moet. Bij de werving bespreken we welke huisartsen we gaan vragen, wanneer en hoe. Daarbij krijgt een onderzoeker feedback op en over de communicatie(-middelen). Gedurende de werving en dataverzameling houden de onderzoeker en de vakgroep Huisartsgeneeskunde contact over het verloop en de resultaten. De vakgroep werkt actief mee aan het naar de praktijk brengen van resultaten van wetenschappelijk onderzoek (denk aan CRP-meting als sneltest in de huisartspraktijk). Mocht u niet weten bij wie u terecht kunt voor uw vraag, neem dan voor alle vragen contact op met ons algemene informatieloket. Dat kan via op1lijn@maastrichtuniversity.nl of met het contactformulier op www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl. 4 2e uitgave 2019 Huisarts & huisdier Pruim DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTSREDACTIELID Achter de brandweerkazerne van Süsterseel in de Selfkant staan in de bosrand wat fruitbomen kriskras verspreid. Omdat alles wat je zelf vindt, kweekt, teelt, plukt of vangt tien keer lekkerder is dan wanneer je het uit de winkel haalt, nam ik een aantal jaar geleden mijn toen 7-jarige kleindochter mee op strooptocht, mandje aan de arm. De pruimen bleken op dat moment eetbaar en smakelijk, de oogst was goed. Plots slaakte Lizje een blij verraste uitroep: “Opa, een slak!” Op de door haar zojuist geplukte mirabelle bleek zich een slakje te bevinden van maximaal 2 mm groot, maar helemaal compleet, inclusief huisje en in- en uitschuifbare steeltjesoogjes. Liz was verrukt en stond erop om het diertje mee naar huis te nemen. Natuurlijk moest het beestje een naam krijgen. Ik dacht meteen aan Escargootje, maar mijn kleindochter zag het verband met het mooie liedje van Wim Sonneveld niet, over zijn kleine Margootje. Het werd dus kort en krachtig Pruim, naar de vindplaats. Zo gaat dat wel vaker bij vondelingen. Een paar dagen later vertrokken we voor een weekje naar Noordwijk, en natuurlijk maakte Pruim deel uit van ons reisgezelschap. Hij voelde zich ongetwijfeld wel in zijn glazen potje, met een dagelijks ververste voorraad zorgvuldig geselecteerd bladgroen. De zeelucht deed hem goed, hij groeide voorspoedig en mat inmiddels zeker 3 mm. Zoals dat gaat bij 7-jarige meisjes op vakantie vergat Lizje op zekere dag om het dekseltje weer dicht te doen na het voederen. Pruim bleek te beschikken over een behoorlijke intelligentie en maakte onmiddellijk gebruik van de gelegenheid. Toen ik hem ontdekte, was hij al net over de rand van het potje gekropen. Omdat hier een pedagogisch verantwoord leermoment opdoemde, riep ik Liz erbij om haar op een en ander te wijzen. Ze schrok, en zonder aarzelen pakte ze de deksel en schroefde die in één beweging stevig vast. Mijn kreet van afgrijzen kwam te laat, Pruim bleek geplet. Het verdriet van kleine Liz heeft lang geduurd, en is stom genoeg nooit helemaal weggeëbd. De eerste dagen had ze werkelijk ontroostbare momenten, met veel tranen en afgewisseld met boosheid op opa die haar zo dringend geroepen had. Daardoor voelde ze zich opgejaagd en daar was Pruim het slachtoffer van: “Jouw schuld!” Ik heb mijn rol in haar rouwproces manmoedig op mij genomen, het hielp ongetwijfeld. Wat me nog steeds raakt, is, dat ik zag wat voor band een kind met een slak kan hebben. Er is geen verschil met hond, kat, goudvis of kanarie: als ze doodgaan is het verdriet precies hetzelfde. Ik heb wel patiënten op het spreekuur gehad met dat verdriet, en heb ze gelukkig altijd serieus genomen, ondanks, dat ik het niet echt begreep. Nu wel. Dankjewel Liz. 5 op één lijn 64
Page 6
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Lotte Keijsers Promovendus Huisartsgeneeskunde Miriam Notermans Gedragswetenschapper huisartsopleiding Ik ben Lotte Keijsers en sinds 15 maart 2019 ben ik gestart als promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Ik ben geboren in Venlo (Limburg), maar woon sinds het begin van mijn bachelor Gezondheidswetenschappen in het mooie Maastricht. Gedurende mijn onderzoeksproject word ik begeleid door Onno van Schayck, Jean Muris en Annerika GiddingSlok. Ik doe onderzoek naar een ziektespecifieke module voor hartfalen. Hiermee sluit ik aan bij het project van de uitbreiding van de Ziektelastmeter naar chronische aandoeningen (COPD, astma en diabetes type 2). De Ziektelastmeter dient als communicatietool tussen patiënt en zorgverlener. Door het in kaart brengen, visualiseren en koppelen van ervaren ziektelast aan de behandeling, wordt door middel van shared decision making, gepersonaliseerde zorg voor mensen met hartfalen en andere chronische aandoeningen mogelijk. Op dit moment richt ik me op het ontwikkelen van deze module aan de hand van literatuuronderzoek, expertmeetings en interviews met zorgverleners en mensen met hartfalen. Twee jaar geleden heb ik de master Work, Health and Career afgerond. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn scriptie voor de master Healthcare Policy, Innovation and Management. In mijn vrije tijd lees ik veel en breng ik graag tijd door met mijn familie en vrienden. Sinds mei van dit jaar werk ik als GW-er bij de Huisartsopleiding. Langere tijd werkte ik gecombineerd in loondienst en in mijn eigen psychotherapiepraktijk in Maastricht, sinds 2016 enkel volledig in mijn eigen praktijk. Ik zocht wat meer afwisseling in mijn werkweek en toen de vacature als GW-er bij de huisartsopleiding op mijn pad kwam, heb ik direct gesolliciteerd. Het lijkt mij leuk om bij te dragen aan de ontwikkeling van jonge mensen, die zich het vak van huisarts willen eigen maken. Ik ben geboren en getogen Maastrichtse. Ik hou ervan om op vakantie te gaan en stedentripjes te maken. Verder geniet ik van het samenzijn met vrienden en vriendinnen, een terrasje te pikken of naar de film te gaan. Van muziek hou ik ook: in een ver verleden speelde ik dwarsfluit en een beetje gitaar, ik zat op zangles en speel af en toe piano. Ik woon samen met mijn hond Bo, een cockerspaniël van 10 maanden oud. Ik heb nooit geweten dat het opvoeden van een pup zó’n intensieve bezigheid was, maar het is heerlijk om lekker met hem bezig te zijn en wandelingen te maken. Ik heb een zoon van 26 jaar, die al heel wat jaartjes op zichzelf woont. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking bij de huisartsopleiding! 6 2e uitgave 2019 en staat er nu nog steeds! Met veel plezier denk ik terug aan die tijd en ook aan mijn huisartsopleiding daarna. Na de huisartsopleiding was ik eerst in Afghanistan voor Artsen zonder Grenzen. Daarna werd ik huisarts in ’s-Hertogenbosch. Recent heb ik de kaderopleiding ouderengeneeskunde afgerond. Als kaderhuisarts werk ik ook enkele uren per week voor zorggroep Chronos in ’s-Hertogenbosch. Kwetsbare ouderen, maar eigenlijk kwetsbare burgers hebben mijn speciale interesse. Nathalie Beelen Huisartsbegeleider jaar 3 Sinds 1 mei werk ik als docent aan de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Ik ben in juni begonnen met een derdejaars groep, samen met Merijn van de Laar. Verrassend was het om in mei te gaan kennismaken met nieuwe collega’s in Maastricht, op Randwyck. Daar zette ik 34 jaar geleden mijn eerste voetstappen als geneeskunde student, het gebouw lag toen nog midden in de maïsvelden Ik woon in Vught met mijn man Maurice en onze drie puberzonen Tobias, Jonathan en Benjamin. Wij zijn reislustig en hebben al heel wat (verre) reizen gemaakt. Verder probeer ik in mijn vrije tijd te fotograferen en te racefietsen. Ik vind het ontzettend leuk om terug te zijn waar ik ooit begon en hoop met mijn kennis en ervaring een bijdrage te kunnen leveren aan de vorming van enthousiaste professionele nieuwe collega’s. Made in Maastricht Afstudeersessie 11 juni 2019 | Ruud Verhees, Chantal Reemers, Jorne Knegt, Klara van der Schuit, Charelle Cardinaal, Gerard Greijdanus, Hamed Naisas en Wieke van Bussel. 7 op één lijn 64
Page 8
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Bruikbare Oratie Over sprookjes, Aristoteles en over diagnostiek DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE In deze bijdrage vindt u dit keer geen selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. De reden is dat de vaste auteur van deze rubriek, Jochen Cals, op 28 juni 2019, zijn inaugurele rede hield getiteld ’Komt een test bij de huisarts’. Zijn leerstoel is ‘Effectieve Diagnostiek in de Huisartsgeneeskunde’. Een dubbel probleem: geen vaste rubriek en ‘of we even de oratie willen samenvatten’. Hoogleraren kunnen bij uitstek delegeren, zelfs Jochen Cals. Zijn oratie staat niet op papier. Zijn dia’s bevatten enkel afbeeldingen en animaties. Gelukkig is de oratie voor eenieder terug te kijken op de mediasite1 van de Universiteit Maastricht. Maar als u zich net als ik op het internet begeeft en op social media, dan kan u zijn oratie niet zijn ontgaan. Zijn oratie en boodschap gingen ‘viral’, zoals een echte infectieziekte, veroorzaakt door de drager van het virus: hijzelf. Zijn lezing begon met een sprookje, om aan te tonen dat zelfs ruim 100 jaar geleden de eerste röntgenfoto niet nodig was om de dokter gerust te stellen, maar de patiënt. Het beste diagnosticum is immers de dokter zelf. Maar soms ook de patiënt, liet Cals weten. Denk bijvoorbeeld aan terugkerende urineweginfecties bij vrouwen. Diagnostiek heeft communicatieve waarde en beslissen over hoe daarmee om te gaan, doe je samen met de patiënt. Er is vaak sprake van overdiagnostiek, van ‘effe diagnostiek’ in plaats van ‘effectieve diagnostiek’. ‘De kunst van het nee zeggen’ wordt steeds belangrijker en daarmee ook het omgaan met onzekerheid. Cals legde uit hoe een huisarts dagelijks te werk gaat in zijn of haar spreekkamer. ‘Listen to your patient, he is telling you the diagnosis’ (Sir William Osler) In de verfijningsfase van het diagnose stellen, is uitsluiten een belangrijk onderdeel. Tijd (‘beloop’) is ook belangrijk een diagnosticum voor de huisarts. Aanvullende testen kunnen ook een rol spelen, en daar gaat zijn leerstoel ook over. 1 https://mediasite.maastrichtuniversity.nl/Mediasite/Play/ ba1bf5e2d739466f9bc90eb7683d21ed1d Huisartsen hebben de laatste jaren veel meer toegang tot verschillende vormen van diagnostiek gekregen. Sneltesten, ook wel point-of-care testen genoemd, zijn enorm in opkomst. Echter, er is maar weinig goed onderzoek naar die testen gedaan, naar patiëntuitkomsten wordt amper gekeken en naar kosteneffectiviteit al evenmin. Maastricht doet dat wel, getuige het onderzoek naar de CRP-sneltest. Het proces van goed onderzoek doen tot en met de invoering in de spreekkamer, duurt 10 jaar. De komende vijf jaren gaan Cals en zijn team zich focussen op acute aandoeningen, want huisartsen willen juist die sneltesten gebruiken bij hun beleid. Infectieziekten en acute cardiale en pulmonale aandoeningen zijn speerpunten omdat huisartsen daarmee worstelen. Pijn op de borst is zo’n voorbeeld. De belangrijke zeeffunctie van de huisarts waarover André Knottnerus in 1987 al publiceerde in H&W, werd bevestigd door het cum laude proefschrift van Robert Willemsen in 2018 (‘de goede patiënten doorsturen en de goede patiënten thuishouden’ zei Cals). Ook de invloed van diagnostiek op de behandelstrategie zit in zijn onderzoekslijn. Bekend voorbeeld is het onderzoek van huisarts Ramon Ottenheijm naar echografie bij schouderklachten. De rol van de huisarts en de patiënt dienen ook bij onderzoek betrokken te worden. ‘Daar waar diagnostiek royaal beschikbaar is, ligt overmatige diagnostiek ook op de loer’, zei Cals vervolgens. Hij citeerde het artikel Wetenschap uit Trouw van 15 juni 2019 getiteld ‘Baat het niet, dan schaadt het mogelijk wel’. Je vindt bij veel mensen altijd wel wat en als je wat vindt, dan moet je daar vervolgens wat mee. Misschien had je dat liever niet 8 2e uitgave 2019 willen weten achteraf gezien. Overdiagnostiek kan leiden tot overbehandeling. Huisartsen worden daarom getraind in (snel)diagnostiek. Cals wil ook in de basisopleiding tot arts meer bewustwording voor overdiagnostiek. Verwachting van diagnostiek is niet alleen belangrijk voor dokters, maar ook voor patiënten. Cals liet een animatie zien die zo in elke wachtkamer vertoond zou kunnen worden. De huisartsgeneeskunde als academische werkplaats kwam ook ter sprake: het verbinden van onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg. ‘Duidelijkere diagnostiek voor betere beslissingen’. Voorbeelden van dergelijke nieuwe projecten zijn chlamydiadiagnostiek in de huisartspraktijk, samen met de GGD. Ook juist gebruik van d-dimeren voor trombose en longembolie staat hoog op het verlanglijstje. ‘Want vroegdiagnostiek gebeurt bij voorkeur niet in het ziekenhuis’, aldus Cals. Huisartsen kunnen in de regio Sittard e-meedenkconsulten aanvragen bij de specialist in het ziekenhuis, zodat onnodige verwijzingen worden voorkomen. Tot slot: sepsis, bloedvergiftiging. Sepsis is ernstig. Vroegtijdig herkennen en behandelen is cruciaal. De ademfrequentie schijnt daarbij een belangrijke voorspeller te zijn. Alleen meten huisartsen dat amper, laat staan dat het wordt vastgelegd. Cals is blij met de samenwerking met de SEH’s van Maastricht en Zuyderland want ook in de spoedzorgketen is goede diagnostiek nodig. Maar ook mildere infecties in de gewone huisartspraktijk dienen onderzocht te blijven worden. De urinestick is volgens Cals de imperfecte test en die test wordt dagelijks in elke huisartspraktijk gedaan en dat moet beter. Samen met Eefje de Bont gaat hij daarnaar kijken. Zo produceren we Bruikbare Wetenschap voor de dagelijkse praktijk. En uiteraard blijft Jochen Cals ‘gewoon’ huisarts, in Sittard, de bakermat voor zijn onderzoek. Om zoveel mogelijk spreekkamers te bereiken, schuwt hij de (social) media niet. Alleen op die manier komt de spreekkamer ook naar de vakgroep met hun ideeën en wensen, is zijn mening. Daarnaast wil hij ook dat de spreekkamer een ‘speeltuin’ wordt voor observatie en onderzoek door alle aios, niet alleen AIOTHO’s. Niels Beurskens en Mark Spigt zijn al begonnen met de rubriek ‘De aios zoekt het op’. “Verbaas, verdiep en schrijf” wil Jochen Cals de aios meegeven. Hij pleit niet voor meer wetenschap, maar voor een meer wetenschappelijke benadering in de huisartsopleiding. Huisartsen behandelen individuele patiënten niet volgens de algemene NHG-richtlijnen. Aristoteles benoemde naast kennis ook de phronese. Vertaald door Cals: praktische wijsheid. Pluis-/niet-pluis (PNP) onderzoek zoals dat van Erik Stolper valt daaronder. Als er dan toch een test naar de huisarts komt, dan zoekt de patiënt juist ten tijde van toenemende digitalisering, een praktische gids. Dat is de huisarts. Met kennis, kunde en praktische wijsheid plaatst deze alles in een context. En daarom wordt de kunst van het nee zeggen steeds belangrijker, want u als huisarts herkent de phronese. Die phronese dient met de jaren ervaring te rijpen en leidt tot beroepstrots. ‘Trots heb je, maar eer moet je krijgen’. Beroepseer krijg je volgens Cals van patiënten. De 15.000 landelijke fans geven de huisarts gemiddeld een 8. Afsluiter “Meestal vertelt de patiënt ons de diagnose en heel soms hebben we diagnostiek nodig. Deze is het meest effectief als we die met kennis, kunde en praktische wijsheid inzetten om die ene patiënt verder te helpen. Huisarts is het mooiste vak van de wereld.” 9 op één lijn 64
Page 10
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Hulde Volop in de prijzen DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Eefje Tijdens de NHG-Wetenschapsdag op 21 juni in Nijmegen won Eefje de Bont de NHG Wetenschapsprijs 2019 voor haar onderzoek naar het effect van een voorlichtingsboekje voor ouders van kinderen met koorts. De jury noemde haar onderzoek ‘methodologisch sterk en origineel opgezet’. In Medisch Contact verscheen hierover een artikel. Door die prijs mag Eefje naar de NAPCRG in Toronto (North American Primary Care Research Group) waar ze een award winning plenary mag presenteren. Maar er was meer. Ook bij de uitreiking van de Telesphorusprijs voor beste proefschrift stonden twee onderzoekers uit Maastricht in de top 3: wederom Eefje én Robert Willemsen, die cum laude promoveerde op een onderzoek naar pijn op de borst in de eerstelijn. Maar ook hier ging uiteindelijk Eefje er met de prijs vandoor. Eerder in mei won Eefje ook nog eens de CaRe Award 2019 voor beste proefschrift 2018 van alle 318 proefschriften samen van alle landelijke eerstelijns onderzoeksinstituten waaronder CAPHRI. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde Huisartsgeneeskunde en CAPHRI, is een van de zes genomineerden voor de Huibregtsenprijs 2019. De Huibregtsenprijs gaat naar een recent onderzoeksproject dat wetenschappelijk vernieuwend is met duidelijk maatschappelijke relevantie. Of het project van Onno ‘Voorkomen is beter dan genezen – Preventieakkoord’ gaat winnen, wordt bekend op 7 oktober. In dit rijtje vermelden we ook trots de AKO-WESP-studenten Sygriet Rinsma en Kitty de Clercq, omdat zij tijdens de Mosa Conference in de prijzen vielen voor respectievelijk beste presentatie (‘Chlamydia diagnostiek in de huisartspraktijk’) en beste poster (‘Registratie van antibiotica allergieën’). Sygriet en Kitty Op die Mosa Conference kregen alle 300 studentonderzoekers na afloop het boek ‘Effective scientific writing and publishing. A quick guide in English, Dutch and German.’ namens hoogleraren Jochen Cals & Daniel Kotz van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Het boek is te bestellen via op1lijn@maastrichtuniversity.nl. 10 2e uitgave 2019 Promotie 26 april 2019 “Fever management in children under 4 years in childcare centres and well-child clinics” DOOR KIRSTEN PEETOOM, PROMOVENDUS Huisartsen ervaren een hoge werkbelasting door kinderen met koorts op de huisartsenpost en zien, dat een toenemend aantal ouders de huisartsenpost bezoekt op advies van het kinderdagverblijf. Onderzoek onder kinderdagverblijfleidsters toonde aan dat het advies ‘‘om toch even naar de huisarts te gaan’’ is gebaseerd op de ervaring van leidsters en niet op basis van medische scholing. Uit vragenlijstonderzoek onder ouders bleek daarnaast, dat bijna alle kinderen op het kinderdagverblijf een of meer infectieklachten had gehad in een wintermaand, waarvan een derde niet verschenen was op het kinderdagverblijf en het merendeel van de zieke kinderen niet was gezien door de huisarts. Om leidsters en ouders te ondersteunen in hun beslissingen rondom een kind met koorts, hebben wij educatiematerialen ontwikkeld op basis van de stapsgewijze aanpak van Intervention Mapping. Naast scholing van leidsters onder leiding van een huisarts kregen leidsters en ouders een leidraad op basis van een stoplichtsysteem (wel/niet naar huis, advies paracetamol, advies huisarts ja/nee), het informatieboekje ‘’Mijn kind heeft koorts’’ en een kort filmpje. Het effect hiervan is geëvalueerd binnen 18 locaties van een grote kinderdagverblijforganisatie in Zuid-Limburg (MIK). Op de 9 locaties die met de materialen werkten, zagen we dat het gebruik niet leidde tot een significante afname in absentie ten opzichte van de controlegroep. Wel zagen we een toename van kennis onder leidsters, een vermindering van hun angst ten aanzien van koorts en een significante afname in hun intentie om ouders te adviseren naar de huisarts te gaan. 11 op één lijn 64
Page 12
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Onschuldige infectie of…? Sepsis: wees paraat! DOOR GIDEON LATTEN, SEH-ARTS ZUYDERLAND MC EN PROMOVENDUS EN PATRICIA STASSEN, INTERNIST-ACUTE GENEESKUNDE EN ONDERZOEKER Bacteriën zijn net als teken. Ze wachten geduldig af tot een nietsvermoedende gastheer voorbijkomt. Vaak nemen ze een lift via uw handen of het stoepje waaraan u zich stoot. Bacteriën zijn dol op kwetsbare mensen, waarvan er steeds meer zijn. Onze regio veroudert, voorheen dodelijke ziektes worden steeds vaker chronisch en gewrichten worden vervangen door implantaten. Er zijn dus steeds meer mensen vatbaar voor infecties. Oude mensen, van voor de Tweede Wereldoorlog, maakten de introductie van antibiotica mee. Daarvoor gingen gezonde mensen zomaar dood aan een longontsteking of een nare wond. De meesten sloegen zich er echter zonder kleerscheuren doorheen. Ook nu zie je dat infecties – een van de meest voorkomende problemen in uw praktijk – vaak een goede afloop hebben. Een deel leidt echter tot problemen, tot sepsis. Sepsis is een ernstig ziektebeeld met orgaanfalen en sterfte als gevolg. Sepsis komt meer en meer voor nu kwetsbaarheid toeneemt. Het goede nieuws is dat we iets kunnen doen aan sepsis! Hoe sneller we bij deze patiënten starten met antibiotica, des te beter is de prognose. Het ziekteproces kunnen we met antibiotica een halt toe roepen voordat de lawine losbarst. De vraag is en blijft echter: wie hebben sepsis en wie heeft een relatief onschuldige infectie? Het is een soort ‘Waar is Wally?’ Ze lijken allemaal op elkaar, maar hoe vis je de ziekste eruit? De focusgroep Acute interne geneeskunde van het Netwerk Acute Zorg Limburg (NAZL) zal op Wereld Sepsis Dag 13-092019 op verschillende manieren Sepsis onder de aandacht brengen van professionals en patiënten. Er wordt informatie gedeeld over Sepsis, hoe Sepsis te herkennen en hoe te handelen bij een verdenking op Sepsis. Meer informatie op: www.nazl.nl/world-sepsis-day-13-september-2019. Bereid u dus voor op sepsis! 12 2e uitgave 2019 Vraag 1 Sepsis is te diagnosticeren door een CRP te meten Ja A B Nee Vraag 2 Bij sepsis vinden we meestal een verwekker Ja A B Nee Vraag 3 Sepsis kun je onderscheiden van een mildere vorm van infectie op basis van de bloeddruk Ja A B Nee Vraag 4 Een oude, vitale, vrouw heeft een symptomatische urineweginfectie. Zij is verward en heeft een ademhaling van 24/min. Heeft zij sepsis? A B Ja Nee Vraag 5 Een man van 24 jaar heeft hoge koorts (39.2), hoest groen sputum en heeft een ademhalingsfrequentie van 28/min. Hij is helder en adequaat. Welk van de gegevens is het meest onderscheidend om de ernst van de infectie vast te stellen? A B Temperatuur Ademfrequentie Antwoorden Vraag 1. Antwoord B. Meting van het CRP helpt niet bij het onderscheiden van patiënten met een goede of een slechte afloop. Vraag 2. Antwoord B. Bij slechts 33% van de SEH patiënten met sepsis kunnen we een micro-organisme kweken. Vraag 3. Antwoord A. De systolische bloeddruk is een van de nieuwe zogenaamde quick SOFA (Sepsis-Related Organ Failure) criteria. Als een patiënt twee van de volgende criteria heeft, dan is de verdenking op sepsis hoog: systolische bloeddruk ≤100 mm Hg, EMV ≤14 (bijv. delier) en een ademfrequentie van ≥22/min. Ook gebruiken we de ‘oude’ sepsis (SIRS (Systemic Inflammatory Response Syndrome)) criteria: afwijkende temperatuur (<36.0 of >38.0), ademfrequentie >20/min, pols >90/min, afwijkend leukocytengetal (<4 of >12). Zoals u kunt zien, kunt u dus ook in uw praktijk de diagnose sepsis waarschijnlijker maken; alleen het leukocyten aantal ontbreekt. Vraag 4. Antwoord A. Zij heeft een verlaagde EMV-score en een verhoogde ademfrequentie in de context van een infectie. Dit laatste is belangrijk omdat een steriele inflammatie (bijv. een pancreatitis) of een inspanning ook kunnen leiden tot afwijkende vitale functies. Vraag 5. Antwoord B. Uit de Huisarts Koortsweek die wij dit jaar op twee HAPs (Heuvelland, Oostelijke Mijnstreek) hebben gedaan, bleek dat u vooral patiënten herkende en naar het ziekenhuis verwees die een verhoogde ademfrequentie hadden. Kennelijk vond u deze patiënten het ziekst. U deed dit overigens min of meer onbewust. U noteerde vaak niet zelf de ademfrequentie, dat deden onze student-onderzoekers achteraf. 13 op één lijn 64
Page 14
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Coeliakie in de dagelijkse praktijk Wat doet u hiermee? DOOR MAXINE ROUVROYE, ARTS-ONDERZOEKER EN GERD BOUMA, HOOGLERAAR EN MDL-ARTS AMSTERDAM1 Coeliakie is een chronische immuungemedieerde ziekte van de dunne darm, die kan ontstaan bij mensen met een genetisch risicoprofiel wanneer zij gluten eten. In Europa is de geschatte prevalentie van coeliakie 1%. Hiervan is echter, variërend per land, maar 6 tot 24% gediagnosticeerd. Klassieke symptomen die kunnen optreden bij coeliakie zijn diarree, gewichtsverlies en buikpijn. Veel patiënten hebben echter extra-intestinale symptomen of zijn asymptomatisch. Dit maakt coeliakie moeilijk te diagnosticeren. Het uitblijven van een behandeling, bestaande uit een levenslang strikt glutenvrij dieet, kan leiden tot diverse medische gevolgen. De diagnose wordt bij volwassenen gesteld door het bepalen van het tissue-Transglutaminase IgA (tTGA), gevolgd door een gastroduodenoscopie met dunne darm biopt afgenomen door de MDL-arts. Bij kinderen wordt de diagnose altijd door de kinderarts gesteld. Vaak voldoet enkel het tTGA. In Nederland is er weinig bekend over de kloof tussen gediagnosticeerde coeliakie en de totale prevalentie van coeliakie. Daarom proberen we het diagnostische gedrag van huisartsen met betrekking tot coeliakie in kaart te brengen. Dit hebben we gedaan via een enquête met casuïstiek en kennisvragen verspreid onder huisartsen in de regio Maastricht, Amsterdam en Haarlem. Daarnaast hebben we alle coeliakie of gluten gerelateerde contacten onderzocht van het jaar 2016, in 49 praktijken in Amsterdam. In totaal hebben 105 huisartsen de vragenlijst afgerond. Gemiddeld hebben zij 12 jaar ervaring en heeft 46% voorheen op de afdelingen interne geneeskunde, kindergeneeskunde of MDL gewerkt. Bij de casuïstiek viel op, dat coeliakie dikwijls in de differentiaaldiagnose staat, maar dat meestal geen diagnostiek volgt. Bij de eerste casus (postmenopauzale vrouw met een sterk verhoogd tTGA) gaf 22% van de respondenten aan, dat hiermee de diagnose coeliakie rond is, maar 54% stuurt de patiënt door naar de MDL-arts. Eenendertig procent koos ervoor 1 Afdeling Maag-, Darm-, Leverziekten, Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam UMC, AG&M research institute om de patiënt direct te verwijzen voor een darmonderzoek, waarbij 39% een coloscopie zou aanvragen in plaats van een gastroduodenoscopie. Bij een casus van een coeliakiepatiënt zonder klachten viel op, dat veel huisartsen geen glutenvrij dieet aanraadden. Uit alle bestudeerde coeliakie gerelateerde consulten van 49 praktijken (207.200 patiënten) was er een grote variabiliteit in de frequentie en soort diagnostiek voor coeliakie. In totaal zijn er 21 nieuwe coeliakiepatiënten gediagnosticeerd; een incidentie van 0.01% gediagnosticeerde coeliakie. Met behulp van ICPC-codes in probleemlijsten is er een prevalentie berekend van 0.19%. Deze prevalentie ligt veel lager dan de geschatte Europese prevalentie van 1%. Onze resultaten sluiten meer aan bij een oude Nederlandse studie, waarbij een gediagnosticeerde prevalentie van 0.016% werd gevonden en een gescreende prevalentie van 0.35%. Dit betreft echter een 25 jaar oude studie, de verwachting is, dat de prevalentie van coeliakie is gestegen in de afgelopen kwart eeuw. Een nieuwe screeningstudie moet uitwijzen of dit werkelijk het geval is. 14 2e uitgave 2019 CVA zorg voor huisartsen Wat is er veranderd? DOOR MARIA KERCKHOFFS-HANSSEN, STAFADVISEUR NAZL Ook bij een negatieve FAST-test kan op basis van andere symptomen een verdenking op een beroerte bestaan. Vraag daarom naar plotselinge visusstoornissen, coördinatiestoornissen en het optreden van acute hoofdpijn. Vraag bij iedere patiënt met een verdenking op een beroerte (mag bij een reële verdenking zonder fysieke beoordeling van de huisarts vooraf) naar: • Het tijdstip van het ontstaan van de klachten. • Indien onbekend, tijdstip van last seen well. • Als de klachten <24 uur geleden zijn ontstaan (of <24 uur last seen well) insturen met ambulance (A1) naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Vervolg: • Binnen 4,5 uur na ontstaan van de symptomen komt in aanmerking voor intraveneuze trombolyse (IVT). • Binnen 6 uur na ontstaan van de symptomen komt in aanmerking voor reguliere intra-arteriële therapie (IAT). • Tussen 6 en 24 uur kan op basis van bepaalde kenmerken (ernst van de uitval, radiologische kenmerken van kleine infarctkern en grote penumbra (te redden hersenweefsel)) ook in aanmerking komen voor reguliere IAT. • Tussen de 6 en 24 uur overig kan in aanmerking komen voor deelname aan de MR CLEAN LATE (een wetenschappelijk onderzoek dat de effectiviteit van IAT tussen de 6 en 24u onderzoekt). • Ook geringe klachten of ‘bijtrekkende’ klachten worden met spoed beoordeeld. Bij volledig herstel klachten is er sprake van een TIA. Advies: direct starten met een plaatjesremmer (ascal of clopidogel) en de patiënt aanmelden voor de TIA-service. Overleg met de neuroloog voor direct insturen is een optie. Contra-indicaties voor behandeling met IVT/IAT bepaalt het ziekenhuis. Let op: • Er is geen bovengrens qua leeftijd, de ondergrens voor behandeling is 16 jaar. • Het gebruik van orale antistolling en DOAC’s is geen absolute contra-indicatie. Hiervoor verricht de SEH specifiek labonderzoek. Take-home message: kijk verder dan alleen FAST test. Alle functie uitval, zoals spraakstoornissen, kan duiden op een CVA. Binnen 24 uur na ontstaan altijd insturen, tenzij al volledig herstel heeft plaatsgevonden. Dan starten met clopidogrel en insturen voor TIA-poli. Informatie staat ook op: www.nazl.nl/focusgroepen/CVA OOK en de Witte Raven De Witte Raven Club kwam onlangs bijeen op DEB1. Op de overlegtafel stonden prachtige bloemen, een witte raaf en een foto van Yvonne van Leeuwen. Yvonne, oud lid van deze groep, overleed op 1 mei op 67-jarige leeftijd in een hospice. Tijdens haar ziekte, zocht ze OOK altijd naar Onuitstaanbare Onverklaarde Klachten. Het was een wens van haar dat de laatste casus, zoals beschreven in het vorige nummer (‘Geen hartfalen, wat dan wel?’), opgenomen werd in ons blad. De casus gaat namelijk over voormalig huisarts en lid van de Witte Raven, Paul Höppener. Het juiste antwoord was (dan OOK): pectus excavatum. Winnaar is huisartsdocent Johan Evers van het Skillslab, van de Universiteit Maastricht. Naast het juiste antwoord, citeerde Johan uit het boek ‘Chest Wall Deformities’. Hij stelde OOK wedervragen over het effect van nitroglycerine. Chapeau! Een nieuwe casus vanuit de Witte Raven Club hopen we weer in het volgende nummer van ‘Op één Lijn’ te presenteren. 15 op één lijn 64
Page 16
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Interprofessionele samenwerking De Quickscan DOOR JERÔME VAN DONGEN, DOCENT-ONDERZOEKER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE EN WIM GOOSSENS DOCENT ZUYD HOGESCHOOL Professionals van verschillende disciplines, zoals de huisarts, de praktijkondersteuner, de wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werker en de fysiotherapeut werken steeds meer samen rondom de hulp- of zorgvraag van een individu. Lokaal wordt daar verschillend invulling aan gegeven. De samenwerking tussen de disciplines wordt interprofessionele samenwerking genoemd en is, gezien de toenemende complexiteit van zorgvragen, belangrijker dan ooit. Interprofessionele samenwerking kent in de eerste lijn vele vormen: • het multidisciplinair overleg (MDO) • het hometeam • het sociaal team • het wijkteam of • het ronde tafel overleg (RTO). Interprofessionele samenwerking verloopt niet vanzelf vlekkeloos (van Dongen, 2017). Dit soms tot grote ergernis van de huisarts of praktijkondersteuner, die de onderlinge samenwerking meestal vanuit de huisartspraktijk in gang zet. Vaak ontbreken een duidelijke en gezamenlijke visie op samenwerking en structuur. Daarnaast is onduidelijk wie wat moet doen en handelen professionals vanuit hun eigen perspectief. Reflectie op de samenwerking kan helpen het functioneren te verbeteren (Schmutz, 2017). Uit eigen promotieonderzoek is bekend, dat interprofessionele teams in de praktijk weinig tot geen aandacht besteden aan reflectie. Teams zijn vooral bezig met de inhoudelijke bespreking van patiënten (vooral complexe casuïstiek). Ze nemen geen tijd om te reflecteren op het (groeps)proces en op de effectiviteit van de samenwerking. Waar die reflectie wel plaatsvindt, wordt het vaak niet goed gedaan. Daarnaast lijkt de continu veranderende samenstelling van de eerstelijnsteams de reflectie te belemmeren. Ook ervaren tijdsdruk en het lastig inplannen van een gezamenlijk moment zijn belemmerende factoren. Onderzoek laat zien dat teams met een hoge mate van reflectie een grotere effectiviteit, betere samenwerking, cohesie en innovatiekracht vertonen (de Haan, 2017). Bovendien 16 beschrijft Edmondson (2018) dat deze reflectieve teams een hogere mate van psychologische veiligheid kennen, waardoor er meer ruimte ontstaat om fouten te onderkennen en te verbeteren. Hiervoor hebben we een hulpmiddel ontwikkeld: de QuickScan Interprofessionele Samenwerking. Wat is de QuickScan Interprofessionele Samenwerking? De QuickScan is een instrument voor interprofessionele teams en/of netwerken om belangrijke aspecten van samenwerking in kaart te brengen. Hiermee kunnen teams reflecteren op hun samenwerking en de resultaten benutten om samenwerking te optimaliseren. Het team vertaalt de uitkomsten van de scan in een ontwikkel- of leertraject. De QuickScan is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en expertise op het gebied van interprofessionele samenwerking (in teams) en groepsdynamica. Het kan worden ingezet als zelfbeoordelingsinstrument om de kwaliteit van de samenwerking in het team te beoordelen en input te verzamelen voor reflectie en optimalisatie. In de QuickScan worden aan de hand van vijf categorieën (box 1) stellingen voorgelegd om te beoordelen op een schaal van 1 (niet aanwezig) tot 5 (excellent aanwezig) en aan te geven of het een ontwikkelpunt is voor het team of netwerk. De scan eindigt met vier open vragen. Het invullen kan digitaal via de smartphone, tablet of laptop en duurt ongeveer 15 minuten. 2e uitgave 2019 Box 1. De vijf categorieën van de QuickScan Voor de uitwisseling en reflectie in subgroepen wordt het CCC-model gehanteerd (Constateren, Conclusies Consequenties) om te komen tot een gezamenlijk ontwikkel- of verbeterplan. Gemeenschappelijke waarden (Shared Values) Bij interprofessionele samenwerking is het van belang dat de leden samen dezelfde kernwaarde, visie en uitgangspunten hebben en deze ook uitdragen. Context Diverse contexten zijn van invloed op de samenwerking. Het gaat hier onder andere over de opdracht vanuit de organisatie, expertise, achtergrond en belangen van de individuele teamleden. Bewustwording van ieders context blijkt de effectiviteit van de samenwerking positief te beïnvloeden. Structuur en organisatie Effectieve interprofessionele samenwerking blijkt ook te maken te hebben met de wijze waarop deze is georganiseerd. Het is van belang om duidelijke afspraken te maken over onder andere werkprocedures, rolverdeling en de manier van evaluatie. Groepsdynamica en interactie Interprofessionele samenwerking wordt effectiever als de onderlinge betrekkingen tussen de leden goed zijn en er een open sfeer en groepsklimaat is, waarin leden elkaar van feedback kunnen voorzien en op constructieve wijze kunnen reflecteren. Ondernemendheid en bedrijfsvoering Inzicht in de randvoorwaarden voor effectieve samenwerking is van belang. Denk hierbij aan kennis van recente wet- en regelgeving, de aandacht voor PR en marketing en de aanwezigheid van een helder bedrijfsplan. Toepassing Gestart wordt met een intakegesprek met praktijkhouder, teamleider en/of voorzitter(s) van het team. Daarna volgt observatie van het interprofessionele overleg en wordt de QuickScan geïntroduceerd. Na analyse van de resultaten, worden deze in het team gepresenteerd. Het team gaat dan reflecteren en interpreteren. De reflectie begint individueel, waarbij elk teamlid wordt gevraagd om 5 items te kiezen die door het team moeten worden opgepakt. Zelf aan de slag met de QuickScan? Wilt u zich als team verder ontwikkelen? Bent u benieuwd naar uw ontwikkelpunten of op zoek naar ontwikkelthema’s om op te reflecteren? Dan is de QuickScan Interprofessionele Samenwerking misschien wel iets voor u. Neem dan contact met ons op. Referenties • van Dongen, J. J. J., van Bokhoven, M. A., Daniëls, R., Lenzen, S. A., van der Weijden, T., & Beurskens, A. (2016). Interprofessional primary care team meetings: a qualitative approach comparing observations with personal opinions. Family practice, cmw106. • van Dongen, J. J. J. (2017). Interprofessional collaboration in primary care teams: development and evaluation of a multifaceted programme to enhance patientcentredness and efficiency (Doctoral dissertation, Maastricht University). • Schmutz, J. B., & Eppich, W. J. (2017). Promoting learning and patient care through shared reflection: a conceptual framework for team reflexivity in health care. Academic Medicine, 92(11), 1555-1563. • Haan E. de (2017), Teamcoaching, Gezamenlijke reflectie als motor voor prestatie, Boom, Amsterdam • Edmondson, A. C. (2018). The Fearless Organization: Creating Psychological Safety in the Workplace for Learning, Innovation, and Growth. Wiley. Het promotieonderzoek van Jerôme van Dongen werd begeleid door de promotoren Sandra Beurskens en Trudy van der Weijden en copromotoren Loes van Bokhoven en Ramon Daniëls. Contact Jerôme van Dongen Docent-onderzoeker Lectoraat Wijkgerichte Zorg (Zuyd Hogeschool) Onderzoeker Vakgroep Huisartsgeneeskunde (Universiteit Maastricht) jerome.vandongen@zuyd.nl 06-50231385 Wim Goossens Expert docent (Zuyd Hogeschool) wim.goossens@zuyd.nl 17 op één lijn 64
Page 18
op één lijn 64 2e uitgave 2019 De (digitale) toekomst van de (huis)arts Laat de eerste lijn geen KODAK zijn! DOOR GUY SCHULPEN, MEDISCH DIRECTEUR ZORGGROEP ZIO MAASTRICHT Het is 2019. De Nederlander kan online een vakantie boeken, online bankieren, online een huis kopen en verkopen, enzovoort. Maar diezelfde Nederlander kan zijn zorgdossier niet inzien, niet beheren, kan vaak geen digitale vragen stellen of digitale afspraken maken. En dat is niet logisch en niet wenselijk, zo dacht het Ministerie van VWS in elk geval. Met het Informatieberaad Zorg is een agenda voor digitalisering gemaakt. Met ambitieuze doelstellingen! Zo moet iedere patiënt medio 2020 toegang hebben tot zijn eigen zorgdossier. Er dient uiteindelijk een markt te komen voor persoonlijke gezondheidsomgevingen (zogenaamde PGO’s), waar de patiënt ook zelf gegevens aan kan toevoegen. Een andere ontwikkeling is dat er steeds meer technologie in de zorg ter beschikking komt. Zo kennen we het voorbeeld van dr. Watson. Dit is een soort supercomputer, die in staat is om ongestructureerde informatie te ordenen en intelligente dingen mee te doen. Een bedrijf als Skype is ver op weg om de zogeheten Turing test1 te gaan halen. Bent u er nog? Menig arts haakt namelijk af bij dit soort retoriek en moeilijke terminologie. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Deze laatste twee voorbeelden betekenen het volgende. In experimenten met dr. Watson in topklinische ziekenhuizen in Duitsland, is deze Watson computer in staat de status van de verwijzend arts te ‘lezen’, de diagnostiek te interpreteren, vervolgens alle wetenschappelijke output ter wereld daartegenover te zetten én daarna met een behandelplan te komen. Nauwkeuriger dan welke dokter dan ook (die immers onmogelijk in staat is om alle literatuur te volgen). Gelukkig, denken sommige artsen, zal het gesprek met de patiënt nog steeds essentieel zijn. Ter geruststelling, dat is ook zo, om de patiënt uit te vragen naar beleving en symptomen. 1 Turingtest: genoemd naar Alan Turing in 1936. Een computer slaagt voor de Turing test wanneer het voor de ondervrager niet gemakkelijker wordt om de bedrieger te ontmaskeren. Bron: Wikipedia. Maar Skype is dus zo ver met ‘chatbots’ (chat-computers met kunstmatige intelligentie) dat je als mens bijna niet merkt, dat je met een computer praat. Hoe je ook je best doet! Combineer die twee technologieën en waar blijft de dokter dan? Een terechte vraag voor sommige vakgebieden denk ik. Als we zien hoe effectief een simpel instrument als thuisarts.nl al werkt in het voorkomen van zorgvragen, kunnen we alleen maar speculeren wat ‘slimmere’ technologie de patiënt kan bieden aan zelfdiagnostiek, zelfhulp. Toch maak ik me geen zorgen voor de huisarts. Juist in het generalisme van de huisarts, de complexiteit van de verschillende leefdomeinen die de ervaren gezondheid beïnvloeden, zal, mijns inziens, de huisarts als gids een centrale rol kunnen blijven vervullen. En de boodschap is dan ook, dat we ons daar niet tegen moeten willen verzetten. Dat we niet moeten doen of dit de zorg niet gaat raken. Onze maatschappij omarmt in het dagelijks leven digitalisering op grote schaal. Dat zal toch zeker ook gaan gebeuren in de zorg? Waarom zou het niet gaan worden omarmd, althans door een groot deel van de patiënten? Kodak dacht ooit dat ze fotorolletjes verkochten, maar hun klanten wilden foto’s. Toen de digitale camera kwam, was er geen vraag meer naar fotorolletjes. Laat de eerstelijnszorg geen Kodak zijn! Prima dat patiënten toegang tot hun dossier krijgen. Prima dat zij verwachten dat op de HAP de gegevens van overdag beschikbaar zijn. De eerste lijn voegt iets toe aan wat digitaal kan of mogelijk gaat worden. Dat is en blijft onze kracht. Maar dan moeten we wel wakker worden en snel deze ontwikkelingen gaan omarmen. Want we weten allemaal hoe het eindigde met Kodak... 18 Jubileumviering voor goed doel 100 jaar Sjniedesj DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE EN GITTE SNIJDERS, HUISARTS IN LANDGRAAF Huisartsenpraktijk Snijders uit de wijk Nieuwenhagen in Landgraaf, bestaat 100 jaar. In 1919 startte Pierre ‘Pake’ Snijders de familiepraktijk. Anno 2019 is Gitte Snijders praktijkhouder. Eerder in Op één Lijn nummer 531 in het themanummer ‘All in the Family’ over huisartsenfamilies, schreven zij over hun bijzondere familie. Om dit heuglijke feit te vieren, organiseerde Gitte een feestelijk evenement op zaterdag 29 juni, een zonovergoten dag. Met allerlei activiteiten haalden zij geld op voor een goed doel: de gezonde basisschool van de toekomst. Als gastspreker nodigden zij de aan dit project verbonden hoogleraar Onno van Schayck uit om een speech te houden. Ben je de enige huisarts in de praktijk? “Ik heb een solo-praktijk, maar ook twee hele goede en fijne vaste waarnemende huisartsen die ieder twee dagen waarnemen: Judith Brouns en Sanne Gullikers. Zij zijn naast deskundig en accuraat, ook hele fijne collega’s om mee samen te werken.” Wat heb je die zaterdag zoal georganiseerd? “We hebben een gezamenlijke warming up met zumbadanseres Simone Lucchesi en de geweldige sambaband Razzemetazz georganiseerd. Daarna vond de ‘Snijders’-run met leuke, kindvriendelijke obstakels plaats. Ondanks de hitte was de opkomst geweldig! Op het Sunplein was de hele dag een gezondheidsmarkt met leuke attracties, een geweldig praatje van hoogleraar Onno van Schayck, optredens van lokale sportverenigingen zoals Benito Deane dansschool, turnvereniging Olympia, SVN 50+ walkin voetbal, zang van Paul van Loo maar ook de coverband ‘The recipe’. De dag werd gepresenteerd door Freed Janssen, de lokale wethouder van Landgraaf. Daarnaast vond er een heuse, enthousiaste rollatorrace plaats met tien deelnemers. De dag was een groot feest! “ Wat vonden de aanwezigen ervan, de patiënten? “Ze vonden het magnifiek om te zien dat we zoveel moeite gedaan hebben om zoveel leuks te organiseren. We zijn geen evenementenorganisatie, maar ze stonden 1 Archief op onze website www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/ over-ons/op-één-lijn versteld van hetgeen we gepresteerd hebben; een heel fijn compliment.” Wat vond je het leukste op die dag? “Het leukste was dat het geheel bij iedereen een glimlach op het gezicht gaf, of het nou de optredens waren, de run, de rollatorrace: ik zag de mensen genieten! Daarnaast was het zeer bijzonder om een erepenning te krijgen van de burgemeester Raymond Vlecken, een enorme eer voor onze hele familie!” Jullie kozen de Gezonde Basisschool als goed doel, heeft het wat ‘opgeleverd’? “We zijn de sponsorzaken nog aan het verrekenen. Het wordt een mooi bedrag, maar de boodschap is veel belangrijker. We willen dat het project de Gezonde Basisschool van de toekomst blijft bestaan in Landgraaf. En dat we dit project gezamenlijk gaan dragen. De verantwoordelijkheid voor een bewustere en gezondere aankomende generatie moeten we samen dragen. Onno van Schayck vond het geweldig dat wij ons als huisartsen zo proactief inzetten voor de lokale gemeenschap. We hadden het immers ook kunnen afdoen met een gewoon feestje. Op deze wijze werd voor iedereen duidelijk dat we meer willen doen; we willen de lokale gemeenschap op een leuke, originele wijze een boodschap van bewustwording en toekomstvisie meegeven, zonder te zitten preken.” “ Voor zover ik weet is het uniek in Nederland dat een huisartspraktijk al 100 jaar van vader op zoon, op zoon, op dochter overgaat! De generaties Snijders zetten zich met hart en ziel in voor hun wijk Nieuwenhagen en dat wordt zeer gewaardeerd. Vroeger was het vooral voor de stoflongen, maar na het sluiten van de mijnen is het nu vooral om het gezondheidsgerelateerd gedrag te verbeteren. Fantastisch dat Gitte en haar collegae de Gezonde Bassischool van de Toekomst zo ondersteunen. Zo werken we samen aan een gezond Landgraaf en op en duur aan een gezond Limburg!” Onno van Schayck. 19 op één lijn 64
Page 20
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student Anke Spreeuwenberg E-meedenkconsulten Interne Geneeskunde BEGELEIDERS: JOCHEN CALS EN DENNIS MURIS Vraagstelling Een huisarts kan een patiëntgerelateerde vraag over een voor de specialist onbekende patiënt telefonisch stellen, of de patiënt hiervoor verwijzen. Niet alle vraagstellingen vereisen echter een polibezoek en telefonisch overleg heeft ook nadelen. In de Westelijke Mijnstreek werden e-meedenkconsulten ingevoerd tussen huisartsen en internisten om patiëntgerelateerde vragen te stellen via Zorgdomein. Studiedesign Observationele studie waarbij 762 e-meedenkconsulten uit 2018 tussen huisartsen en internisten in de Westelijke Mijnstreek werden geëvalueerd. Na exclusie van patiënten die al onder specialistische behandeling waren, werden 619 consulten geanalyseerd. Primair resultaat en conclusie Bijna 80% van de huisartsen gebruikte het e-meedenkconsult. Meer dan 75% van de patiënten bleef na het e-meedenkconsult in de eerste lijn. We vroegen huisartsen of ze de patiënt in afwezigheid van e-meedenkconsulten verwezen zouden hebben en konden zo een substitutiepercentage berekenen: 70% van de initiële verwijzingen werd vermeden. WESP-student Anne Gerritsen Horizontaal verwijzen in de urogynaecologie BEGELEIDERS: DENNIS MURIS & JOCHEN CALS Vraagstelling In het kader van horizontaal verwijzen is in 2018 een kaderhuisarts urogynaecologie gestart in de Westelijke Mijnstreek. We onderzochten patiënt tevredenheid en de hoeveelheid voorkomen verwijzingen naar de tweede lijn voor het plaatsen van spiraaltjes. We evalueerden daarnaast faciliterende factoren en barrières voor horizontaal verwijzen in de urogynaecologie onder huisartsen. Studiedesign We combineerden kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Verwijs data van 1.282 patiënten werden verzameld 20 over drie jaar uit verschillende informatiesystemen. Vragenlijstonderzoek onder 49 patiënten en interviews onder vier huisartsen vonden plaats. Primair resultaat en conclusie De kaderhuisarts heeft 92 spiralen geplaatst in 2018 en gezorgd voor een hoge patiënt tevredenheid. Gelijktijdig werd voor het eerst in 2018 een dalende trend gezien in spiralen geplaatst door de tweede lijn. We concluderen dat deze studie inzicht geeft in voordelen van horizontaal verwijzen in de urogynaecologie. op één lijn 64 2e uitgave 2019 WESP-student Corina de Gier Gezonde Basisschool van de Toekomst heeft ook thuis invloed BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK, MAARTJE WILLEBOORDSE EN CARLIEN SCHOUTEN Vraagstelling Op de ‘Gezonde Basisschool van de Toekomst’ krijgen alle kinderen iedere dag een gezonde lunch en een uur beweging onder begeleiding aangeboden. We onderzochten welke impact dit op de kinderen en hun ouders in de thuissituatie had, met betrekking tot gezonde voedings- en sportgewoonten. Studiedesign In totaal doen acht scholen mee met het grote project ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’. Wij hielden 8 semigestructureerde interviews met ouders van de twee volledige interventiescholen en werkten deze uit met NVivo12 tot categorieën volgens een inductieve inhoudsanalyse. Naast deze twee volledige interventiescholen waar wij onderzoek deden, zijn er ook twee scholen met alleen een beweegprogramma en vier controlescholen. Primair resultaat en conclusie Door de Gezonde Basisschool is de kennis van de kinderen en hun ouders over gezonde voeding en beweging toegenomen. Tevens zijn ze allebei bewuster geworden van voedselkeuzes, eten ze thuis gevarieerder en vaak gezondere producten. Daarnaast zijn de kinderen mee gaan bepalen in de voedselkeuzes van het gezin. WESP-student Corlieke van de Kar Diagnostiek en morfologie bij calcificerende tendinopathie BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Calcificerende tendinopathie (CT) is de meest voorkomende specifieke subacromiale schouderaandoening en kenmerkt zich door verschillende stadia. Beeldvorming is nodig om deze aandoening te diagnosticeren, maar de vraag is welke beeldvorming de hoogste diagnostische waarde heeft. Daarnaast hebben we gekeken of er een relatie is tussen de morfologie (bij beeldvorming) en symptomatologie. Studiedesign Een systematic review gebaseerd op 18 studies, waarbij de risk of bias en toepasbaarheid van de studies zijn beoordeeld. 21 Primair resultaat en conclusie Echografie heeft de hoogste diagnostische waarde voor het diagnosticeren van CT met een gepoolde sensitiviteit en specificiteit van respectievelijk 93.5 (89.3 – 96.4 en 99.4 (98.7 – 99.8). Boogvormige calcificaties komen vaker voor bij asymptomatische patiënten en niet-boogvormige calcificaties bij symptomatische patiënten. Echografie heeft de voorkeur indien beeldvorming is gewenst bij patiënten met een subacromiaal pijnsyndroom. op één lijn 64
Page 22
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student Juliët Op ‘t Veld Therapeutische opties voor calcificerende tendinopathie van de schouder BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Calcificerende tendinopathie, een veelvoorkomende oorzaak van schouderklachten in de dagelijkse praktijk, karakteriseert zich door een evolutionair beloop. Er zijn diverse nietoperatieve therapieën beschikbaar en onderzocht in de literatuur. Echter, welke is het meest effectief en wordt er rekening gehouden met het natuurlijke beloop van de aandoening? Studiedesign Systematische review gebaseerd op 24 studies van lage tot matige kwaliteit (13 systematische reviews en 11 randomized controlled trials). Primair resultaat en conclusie Barbotage en hoogenergetische shockwave blijken veilige behandelingen met een gelijke effectiviteit en effectiever dan andere niet-operatieve behandelingen. Radiale shockwavetherapie lijkt minder effectief, maar is wellicht een goedkoper alternatief, omdat dit door fysiotherapeuten kan worden toegepast. Er is geen onderzoek van voldoende kwaliteit beschikbaar over de relatie tussen de therapie en het beloop van de aandoening. WESP-student Kitty De Clercq Allergisch voor antibiotica? Of voor de bijwerkingen? BEGELEIDERS: EEFJE DE BONT EN JOCHEN CALS Vraagstelling Maar liefst 90% van de geregistreerde antibiotica allergieën blijken geen potentieel levensbedreigende, type-I allergieën te zijn. Deze onterechte registraties leiden tot minder behandelopties en meer antibioticaresistentie, aangezien meer tweede keus en breedspectrum antibiotica worden gebruikt bij patiënten met een geregistreerde allergie. Maar wat zijn de oorzaken van deze onterechte registraties? Studiedesign Aan de hand van een kwalitatieve studie met vier focusgroepen werden de ervaringen van 34 huisartsen en 22 10 apothekers omtrent mogelijke oorzaken van onterechte registraties en verbetermogelijkheden in kaart gebracht. Primair resultaat en conclusie Huisartsen en apothekers ervaren dat weinig registraties terecht of volledig zijn, waardoor zij sceptisch zijn tegenover huidige registraties. Hoofdoorzaken voor onterechte registraties zijn ICT- en communicatiebarrières, onvoldoende kennis en praktische tools. Betere registratie is mogelijk door lokale werkafspraken, betere ICT-koppeling, opschoning van huidige registraties en beschikbaar stellen van een FTOmodule. op één lijn 64 2e uitgave 2019 WESP-student Sygriet Rinsma Chlamydia diagnostiek in de huisartsenpraktijk BEGELEIDER: JOCHEN CALS Vraagstelling In Nederland worden de meeste SOA’s gediagnosticeerd door de huisarts. Hierbij zijn chlamydia-infecties de meest voorkomende. We onderzochten hoe het staat met de kennis, attitude en dagelijks handelen in de praktijk met betrekking tot (anorectale) chlamydia diagnostiek bij huisartsen. Tevens hebben we gekeken naar eventuele bevorderende en/of belemmerende factoren hierin. Studiedesign We hebben een digitaal vragenlijstonderzoek opgezet bestaande uit 50-vragen. De vragenlijst werd via verschillende netwerken (vakgroep huisartsgeneeskunde, seksHAG, kaderhuisartsen urogynaecologie en AHON Groningen) per mail verspreid onder huisartsen in heel Nederland. Primair resultaat en conclusie Uiteindelijk is de vragenlijst door 388 huisartsen compleet ingevuld. De helft van de huisartsen koos het verkeerde antibioticum bij anorectale chlamydia en hertesten worden niet regelmatig uitgevoerd. Hieruit blijkt dat kennis en handelen van huisartsen bij anorectale chlamydia en re-infecties van chlamydia in het algemeen verbeterd moet worden. WESP-student Puk Meijs Het leren van complexe ouderenzorg: hoe worden huisartsen in opleiding bekwaam? BEGELEIDERS: KRISTA KOETSENRUIJTER, WEMKE VELDHUIJZEN EN JEAN MURIS Vraagstelling Onze vergrijzende populatie zorgt voor een grotere rol voor de huisarts in het leveren van complexe ouderenzorg. Aangezien huisartsen zich hier niet altijd bekwaam in voelen, willen we met deze studie de leerprocessen van huisartsen in opleiding die ten grondslag liggen aan het leren van complexe ouderenzorg meer inzichtelijk maken. Studiedesign In dit kwalitatieve onderzoek zijn diepte-interviews afgenomen bij verschillende betrokkenen rondom de huisartsenopleiding, met als overkoepelend thema ‘succesvolle leerervaringen’. De interviews zijn open gecodeerd en geanalyseerd met Atlas.ti 8. Primair resultaat en conclusie Het leren van complexe ouderenzorg is een cyclisch proces, waarbij ervaring centraal staat en wordt ondersteund door voorbereiding en verwerking. Beschikbaarheid van ‘mentale ruimte’ is een voorwaarde voor dit leerproces en verschillende persoonlijke- (bijvoorbeeld een positieve houding t.o.v. ouderen) en onderwijskarakteristieken (bijvoorbeeld een competente opleider) zijn helpend. 23 op één lijn 64
Page 24
2e uitgave 2019 1 e uitgave 2014 WESP-student: Gil Schulte Schouderpatiënten in de anderhalvelijnszorg BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM, DENNIS MURIS Vraagstelling Schouderklachten staan op de tweede plaats van verwijzingen naar de tweede lijn. Echter, schouderoperaties worden niet vaak meer uitgevoerd. Om patiënten de ‘juiste zorg op de juiste plek’ te bieden, werd een anderhalvelijnscentrum in Zuid-Limburg geïntroduceerd. Deze studie onderzocht de ‘Triple Aim’: effectiviteit van zorg, patiënttevredenheid en substitutie van zorg. Studiedesign Observationele studie met 236 schouderpatiënten in het Anders Beter Centrum (ABC) en het Zuyderland ziekenhuis met een follow-up van 6 maanden. Primair resultaat en conclusie Bij schouderpatiënten in het ABC werd een klinisch relevante en statistisch significante afname van klachten vastgesteld en de patiënten gaven het rapportcijfer 8,9 voor de geleverde zorg. Bovendien zagen we een reductie van verwijzingen naar de tweede lijn met 91,2%. Anderhalvelijnszorg voor schouderpatiënten zorgt voor effectieve substitutie van zorg en tevreden patiënten. WESP-student: Kim Akkersdijk Diagnostiek bij de ‘frozen shoulder’ BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM Vraagstelling Het doel was om de diagnostische waarde van echografie bij de ‘frozen shoulder’ te onderzoeken en de mogelijkheid om deze echografische bevindingen te correleren aan de verschillende stadia van de ziekte. Studiedesign Een systematische review van bestaande literatuur tot en met maart 2019, uitgevoerd volgens de PRISMA-richtlijnen. Primair resultaat en conclusie Echografisch kunnen verschillende kenmerken onderzocht worden, met een redelijk tot zeer hoge diagnostische waarde voor de ‘frozen shoulder’. Een combinatie van statische en dynamische bepalingen lijkt hiervoor het beste te zijn, met een sensitiviteit en specificiteit van respectievelijk 100 en 87 procent. Gezien het ontbreken in de bestaande literatuur van studies met deze onderzoeksvraag, is meer onderzoek nodig naar de correlatie van deze parameters aan de verschillende stadia van de ‘frozen shoulder’. 24 op één lijn 64 Uit het hoofd Nou tabé dan! DOOR BAS MAIBURG, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Een wisseling van hoofd geeft altijd wat onrust. We zijn er op tijd bij, mijn opvolger staat te trappelen. De opleiding staat er goed voor: de aios stromen naar wens binnen en het coördinatoren-, docenten- en ondersteuningscorps staat, en staat zijn en haar mannetje. Tijd om te gaan. Eén-en-dertig jaar Universiteit Maastricht, waarvan een paar jaar nog Rijksuniversiteit Limburg. Van hab tot hoofd bij de huisartsopleiding. In oktober 65 jaar jong, een mooi moment om mijn carrière af te sluiten. Natuurlijk gaat het nemen van zo’n beslissing niet over één nacht ijs. Met het vinden van een prima opvolger in de persoon van Matthijs Limpens is het wel makkelijker. De ervaring van Matthijs als huisarts, opleider, huisartsbegeleider en bestuurder komt vanaf oktober volledig ten goede aan de huisartsopleiding. Er rest nog een pittige overdrachtstijd, en dan is het voor mij als hoofd gedaan. Kijkend naar en levend in het hier en nu kunnen we als Managementteam en opleiding als geheel stellen, dat we er gezond voor staan. Goede meerjaren afspraken met de Universiteit Maastricht op financieel vlak, en een kersvers contract met de SBOH over onze tweede opleidingslocatie Strijp-Z in Eindhoven, ondertussen een volwaardige onderwijslokatie. Aan die gezonde situatie draagt natuurlijk het aantal nieuw instromende aios in hoge mate bij. Vierentachtig eerstejaars aios in 2019, dat is een absoluut recordaantal. De groei in het aantal aanmeldingen voor Maastricht en Eindhoven krijgen we niet zomaar in de schoot geworpen. Daar gaat een uitgekiende werving van kandidaten aan vooraf. Van lunches aan het eind van het coschap, via (de persona’s van) de vernieuwde website tot een heuse theatertour. Het kan niemand meer ontgaan zijn, dat we nu een coördinator werving en selectie hebben, in de persoon van Joost Dormans. Samen met Babette Doorn en Marleen van den Bogaart intensief bezig met het over de streep trekken van anios en basisartsen voor de opleiding. Noblesse oblige. Meer aios betekent ook inzet van meer opleiders. Geografisch gezien nog weleens een puzzel. Nieuwe opleiders uit al onze geaffilieerde windstreken blijven hard nodig. Wij bieden ze – gecoördineerd door Marieke Kools en Arie de Jong, onze haocoördinatoren, en Lilian Aarts, onderwijscoördinator – aios huisartsgeneeskunde, in afwisseling met coassistenten en zo nu en dan aios die coassistenten begeleiden (aiosco project). En kunnen faciliteren bij aniosschappen huisartsgeneeskunde (zie vorige ‘Op één lijn’ of kijk op onze website). Een blik in de glazen bol van de toekomst levert enigszins paradoxale vergezichten. Zorg omtrent de beschikbare huisartsenzorg levert de opleiding waarschijnlijk een hogere, door de minister te bepalen capaciteit op. En in de nieuwe strategische agenda van Huisartsopleiding Nederland wordt een stevige lans gebroken voor werving en selectie, maar moet de nieuwe ‘governance’, alias de wijze van besturen, nog zijn beslag krijgen. Best roerige tijden, waarbij de Huisartsopleiding Maastricht een hoog feniks-gehalte vertoont. Zo wordt de opleiding als voorbeeld genomen voor de goede lokale samenwerking met de opleidersvereniging, een van de uitgangspunten uit de landelijke strategische agenda. Door groei en natuurlijk verloop heeft de opleiding - naast opleiders - steeds behoefte aan nieuwe docenten. Onze headhunting-activiteiten werpen hun vruchten daarbij af. Zo mogen we binnenkort Jeroen Smeets, huisartsopleider in Maastricht, verwelkomen als nieuwe huisartsbegeleider in jaar 1 en Kirstin Ponse, HIDHA en docent bij het coschap, als huisartsbegeleider in het Blok Klinische Zorg van jaar 2. Beiden eerder onder andere actief bij de selectie van kandidaten voor de opleiding. Recent is Nathalie Beelen, huisarts in ’s-Hertogenbosch, aan ons docentencorps toegevoegd als huisartsbegeleider van een jaar 3 groep. Zij was destijds een van de eerste aios die de differentiatie praktijkmanagement volgde. En aan de kant van de gedragswetenschappers is met Miriam Notermans, ervaren psychotherapeut in Maastricht, een welkome uitbreiding van onze keur aan psychologen bij de opleiding gerealiseerd. 25 op één lijn 64
Page 26
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Maar er vertrekken ook docenten, door nieuwe uitdagingen buiten de opleiding. Bij het uitkomen van deze ‘Op één lijn’ zwaaien we Nicole Schuttelaar als gedragswetenschapper in het Psychisch Blok uit en bewaren we onze uitzwaaizakdoekjes nog even voor het vertrek van Maartje Vinken uit het Blok Klinische Zorg. Nu ik zie, dat docenten bij ons binnenkomen die ik meer dan twintig jaar geleden heb begeleid bij differentiaties, denk ik opnieuw ‘tijd om te gaan’. Met mijn keuze voor Maastricht in 1988 voelde en voel ik me geenszins een “koloniaal” (de titel van dit stuk verwijst naar het “afscheidslied van den Koloniaal”). De huisartsopleiding heeft mij veel en ver gebracht. Daar wil ik iedereen die daaraan bijgedragen heeft voor bedanken. Maastricht, ik groet u en wens u, met de woorden van Yvonne van Leeuwen, nog heel veel ‘passion for education’. Gestage groei Werving werpt zijn vruchten af! DOOR JOOST DORMANS, COÖRDINATOR BEDRIJFSVOERING HUISARTSOPLEIDING De afgelopen 2 jaar is de opleiding actiever gaan werven en dat werpt z’n vruchten af. In 2019 zullen maar liefst 84 aios starten en daarmee groeit de opleiding in Maastricht/Eindhoven gestaag en steviger dan andere huisartsopleidingen in Nederland. We leiden maar liefst 12 aios per jaar meer op dan het Capaciteitsorgaan berekende op basis van bevolkingsaantal. We komen in 2020-2021 op circa 250 aios! Er is ook veel belangstelling voor huisartsgeneeskunde. Dat zagen en hoorden we tijdens de Pubquiz, bezocht door 65 basisartsen en zesdejaars Geneeskunde studente. Tijdens de Theatertour met huisarts cabaretier Ernst van der Pasch in Eindhoven en Maastricht, hadden we maar liefst 250 bezoekers. Daarnaast waren we eind mei ruimschoots vertegenwoordigd op de Medische Carrièredag van medische studentenvereniging Pulse. We gaven een workshop samen met ouderengeneeskunde en spraken met veel –met name bachelor- studenten op de beursvloer. Aios, inclusief AIOTHO’s, dragen hieraan hun steentje bij. We zijn blij met de toename van aios, omdat het goed is voor de regio’s: wegwerken huisartstekort, werkdruk en zorgen voor continuïteit in de eerstelijnszorg. Daarnaast is het ook goed voor de opleiding zelf. Een zekere omvang is nodig om alle ontwikkelingen bij te houden. 26 Groei kan alleen gerealiseerd worden als er voldoende huisartsopleiders en stageplaatsen zijn, niet alleen in aantal maar ook in kwaliteit. Binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde wordt goed samengewerkt tussen het basiscurriculum, de huisartsopleiding en de onderzoekers. Maar ook alle (huisarts)opleiders die het opleiden uitdragen, leveren een flinke bijdrage. Zorggroepen in de regio ondersteunen deze aanpak waar mogelijk. Werving is zoveel meer dan een kekke poster bedenken of een film organiseren. Werving is gewoon continu hard werken, offline en online. Het gaat om oprechte, persoonlijke aandacht voor en interesse in jonge mensen én het delen van enthousiasme voor onderwijs en het vak! ANIOS Huisartsgeneeskunde In het vorige nummer van ‘Op één Lijn’ hebben we uitgebreid aandacht besteed aan de ANIOS Huisartsgeneeskunde. We ontvingen tal van reacties van huisartsen als ook van geïnteresseerde potentiële ANIOS. Wil je meer weten over het ANIOS-schap, ook als huisarts, dan kun je contact opnemen met Joost Dormans (joost.dormans@maastrichtuiversity.nl) of huisarts Donna Lenders (d.lenders@ezorg.nl) van praktijk Medisch Centrum West Kerkrade. HOOFDzaken Gedreven en enthousiast DOOR MATTHIJS LIMPENS, AANKOMEND HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Op de Staf-tweedaagse van 3 en 4 oktober nemen we afscheid van Bas Maiburg en op 6 oktober volg ik hem op als Hoofd van de Huisartsopleiding Maastricht. Toen ik gevraagd werd voor deze functie, heb ik eerst moeten nadenken of ik het werk als huisarts al los kan laten. Ik heb getwijfeld of ik nog 1 dag in de week in de praktijk zou blijven werken, maar heb uiteindelijk de knoop doorgehakt. Op 1 januari 2020 stop ik weloverwogen als huisarts in Hoensbroek en ga voltijds voor mijn nieuwe functie. Wat breng ik mee? Het antwoord is: vooral enthousiasme! Ik ben gedreven en ze zeggen dat mijn enthousiasme aanstekelijk werkt. Ik breng ook mijn ervaring mee: 25 jaar huisarts, actief betrokken geweest bij de vorming van de regionale huisartsenorganisatie HOZL en 20 jaar huisarts-opleider, waarvan de laatste 3 jaar als HAB op het instituut in Maastricht. Ik kom dus uit het veld en vind de balans in de driehoek AIOS – opleider – instituut erg belangrijk. Die is bij ons goed, maar kan waar mogelijk nog versterkt worden. Omdat ik altijd op het instituut in Maastricht werkzaam ben geweest, ken ik iedereen daar al goed. Maar ik wil ook het team in Eindhoven snel beter leren kennen en ben van plan om vanaf januari één dag in de week op Strijp-Z te zijn. Zelf heb ik mijn opleiding Geneeskunde in Nijmegen genoten. Ik vind het dan ook bijzonder om de samenwerking met de Nijmeegse huisartsopleiding op Strijp-Z op te pakken. Ook in Nijmegen is net een nieuw Hoofd begonnen, Claudia Lobo. Op de werkconferentie van Huisartsopleiding Nederland (HN) hebben we al kennisgemaakt. HN zit zelf organisatorisch in een overgangsfase. Vooruitlopend op mijn nieuwe functie heb ik al kunnen deelnemen aan de werkconferenties in Utrecht ter voorbereiding van de strategische agenda. Mijn eigen opleiding tot huisarts heb ik in Utrecht gevolgd. Het deed mij goed om nog enkele gezichten tegen te komen uit deze opleidingstijd. Ik heb 24 jaar met veel plezier als huisarts in Hoensbroek gewerkt. Onze jongste zoon Tom is er geboren. Samen met mijn vrouw Jacqueline en onze zonen Huib, Ivo en Tom woonden we naast de praktijk. Na diverse carrièreswitches zijn mijn vrouw en ik uiteindelijk allebei in het onderwijs terechtgekomen. Zij werkzaam voor het Talencentrum van de Universiteit en ik bij de Huisartsopleiding. Na jaren actief te zijn geweest in de hockeysport, zowel zelf spelend als in bestuurlijke functies, ligt mijn passie buiten het werk nu in een zelf aangelegde hoogstamboomgaard. Vormsnoei, hart- en gesteltakken, waterscheuten en plantenziekten hebben nu mijn aandacht. Het onderhouden van mijn kleine gaard is een heerlijke manier om te ontspannen! En een mooi tegenwicht straks tegen de dagelijkse beslommeringen van het Hoofd, waar ik wel met veel plezier naar uitkijk. Aios Referatendag De winnaars Siamack Sabrkhany, Bas Stevens en Jean-Marie Peeters waren dit voorjaar de winnaar van de publieksprijs én de juryprijs met hun referaat over het bufferen van lidocaïne. Zij lieten zien, met een eigen aanvullende meta-analyse, dat het verminderen van de zuurgraad van lidocaïne een vermindering geeft van pijnklachten bij injectie. Hoewel dit in andere vakgebieden schijnbaar al wordt toegepast, is het binnen de huisartsgeneeskunde geen usual practice. 27 op één lijn 64
Page 28
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Kwaliteit opleiders DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS De LOVAH benoemt in het plan “Veilig opleiden” een aantal actiepunten, waaronder transparante, toegankelijke en uniforme kaders voor potentieel onveilige opleidingssituaties. Met name op het vlak van disfunctioneren, onvoldoende beoordeling en no-go advies en ontkoppeling. Bij huisartsopleiding Maastricht ontbreken de kaders voor disfunctioneren nog, de overige blijken voldoende afgebakend. De wens van de LOVAH is dat: “…Ieder instituut beschikt over één protocol dat wordt gehanteerd bij het constateren van een ‘vermeend disfunctioneren’ van aios, huisartsopleider, stagebegeleiders, promotoren, docenten of andere instituut-medewerkers…” Recentelijk is er veel aandacht voor veilig werken op universitaire instituten, ook de UM heeft een veilige werkomgeving hoog op de agenda gezet. Ook vanuit de basisopleiding (IOH-B) wordt er gewerkt aan kwaliteitsverbetering en borging bij opleiders, met speciale aandacht voor disfunctioneren. Echter, hier ontbreken eveneens duidelijke kaders. De LOVAH pleit bij Huisartsopleiding Nederland voor: A. Het stimuleren van een ‘open kaart’ benadering B. Transparante, toegankelijke en uniforme kaders voor potentiële probleemsituaties De opleiding in Maastricht onderschrijft de ‘open kaart’ benadering en gaat zich de komende tijd bezighouden met dit onderwerp. Het HAO-team gaat zich richten op het opleidersdeel van dit protocol. Focus op goed functioneren van opleiders Kwaliteit van opleiders is vanuit verschillende visies te benaderen. Wij kiezen voor de focus op ‘goed functioneren’ en volgen benadering van hoogleraar Kiki Lombarts (AMC). 28 2e uitgave 2019 Zij spreekt bij ‘professional performance1’ over drie pijlers: 1. Het continu streven naar excellentie: door intrinsiek gemotiveerd en bescheiden te zijn, verbeteringsgericht en toegewijd aan kennis 2. Handelen vanuit medemenselijkheid: behandel zoals je zelf behandeld wil worden 3. Rekenschap geven: je houden aan professionele standaarden/gedragscodes en bereid zijn zich hierop te laten toetsen (voer uit of leg uit) Kwaliteit bereik je niet met een transparant protocol, dat is alleen handig als het misgaat. We moeten echter met zijn allen proberen te voorkomen, dat het misgaat. Kwaliteit is niet een zaak voor een instituut, instelling of een persoon, maar een breed gedragen visie, waarbij we op elkaar letten en elkaar beschermen, voordat het fout loopt. Echter, risico’s kunnen zich op verschillende vlakken voordoen. In onderstaande tabel vind je een overzicht van factoren, waarop we op kunnen letten. Bij ons zelf en bij de ander. Individuele factoren Fysieke en mentale gezondheid Persoonlijkheid en gedrag Persoonlijke keuzes Kennis en houding Werkomgeving Organisatie/RvB Maatschap/vakgroep Werkdruk/-last/-sfeer Opleiding en professionele ontwikkeling Suboptimaal functioneren uit zich in: Onderwijs en opleiding Aandacht voor professional performance (CANMEDS) Incidenten Calamiteiten Schade aan de patiënt Klachten Claims Tuchtrecht Kenmerken van disfunctioneren Structureel (bij herhaling) Schade of potentieel schade aan de patiënt Niet corrigeerbaar Voortbestaan disfunctioneren door: Cultuur Structuur Gebrek aan professionele normen en adequate juridische context Individuele verantwoordelijkheid Gebrek aan leiderschap Mocht het onverhoopt toch misgaan, dan zal binnenkort een transparant protocol beschikbaar zijn om de ontstane problemen tot een goed einde te brengen. Voorlopig blijft het HAO-team zich richten op goede scholing voor opleiders. Recent hielden we weer een trainingsdag in Urmond met Chris Rietmeijer, waarbij de nadruk ook lag op het elkaar (opleider-aios) observeren, met elkaar in gesprek gaan en goede feedback geven. Naast scholing gaan we door met de voortgangsgesprekken op de werkplek en de geleide intervisie op de reguliere terugkomdagen. Daarnaast houden we goed contact met de opleidersvereniging Maastricht (VHAO-UM) en staan we open voor ideeën van alle opleiders. Professional performance; risico’s2 Het helpt om open te staan voor feedback in algemeen, maar ook om het in een vroeg stadium te geven. Dit kan door het structureel in te plannen, bijvoorbeeld door een feedbackcarrousel te introduceren in de praktijk of op de werkvloer. Gebruik hierbij het Johari-venster en probeer samen hokje 4 zo klein mogelijk te maken. 1 MJMH Lombarts, Professional performance van artsen: tussen tijd en technologie, Rotterdam: 2010 2 C. Wagner, K. Lombarts, P. Mistiaen en M. de Bruijne. De problematiek van disfunctionerende artsen: zelfreinigend vermogen moet beter. KIZ: Tijdschrift over Kwaliteit en Veiligheid in Zorg: 2015, 25(1), 23-26 29 op één lijn 64
Page 30
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Weten is eten CVRMinestrone DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS, REDACTIELID In de volgende Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets verwacht ik de volgende vraag: De huisarts wil bij een 69-jarige patiënt aanvullend onderzoek inzetten, en wel een bepaling van de weefselconcentratie van het enzym PCSK9. Welke aandoening heeft deze patiënt in zijn voorgeschiedenis: a. Multiple sclerose b. COPD c. Myocardinfarct d. Familiair priapisme U begrijpt wellicht waarom ik deze vraag verwacht: de nieuwe NHG-standaard Cardiovasculair Risico Management. En voornoemd enzym speelt een belangrijke rol bij het gekrakeel dat losgebarsten is over de daarin verordonneerde bovenwaarde voor het LDL-c van 1,8 mmol/liter. Deze waarde is zo laag, dat die alleen te bereiken is met remmers van het PCSK9-enzym en die zijn nieuw, duur en nog onder patent. En nu blijkt, dat er zich onder de cardiologen die betrokken zijn bij het opstellen van de richtlijn, collega’s bevinden die aantoonbaar banden hebben met de farmareuzen die de ‘onmisbare’ middelen produceren. Die geneesmiddelen, de zogenaamde PCSK-9-remmers, zoals bijvoorbeeld Repatha, zijn echter bewezen onwerkzaam op harde eindpunten en onbewezen veilig.1 Een marketingoffensief voor deze PCSK-9-remmers is dus al gestart met onbekende gezondheidsgevolgen en ongekend grote financiële consequenties. Aldus huisarts Hans van der Linde, die zich al jaren bezighoudt met beïnvloeding van artsen door de farmaceutische industrie. Hoofd afdeling Richtlijnontwikkeling & Wetenschap van het NHG Lex Goudswaard geeft ook ruiterlijk toe dat dit advies in de nieuwe standaard geen schoonheidsprijs verdient. ‘De IDEAL-studie2 laat zien dat een hogere dosis niet beter werkt, maar wel veel meer bijwerkingen geeft. Het is opmerkelijk dat dit advies dan toch doordringt in de richtlijn.’ 30 Ik denk er dus met gefronste wenkbrauwen het mijne van, en richt mijn aandacht voor nu liever op de nietmedicamenteuze adviezen die in de nieuwe standaard gelukkig ook nog steeds een prominente plek innemen. Onder andere Voeding: adviseer een voedingspatroon volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf, met het doel (recidief) hart- en vaatziekten te voorkomen. En dan blijkt het overheerlijke mediterrane dieet wederom een klapper te zijn, inclusief evidence!3 Uit de duizenden mogelijkheden die die keuken biedt, kies ik voor de minestrone, de ‘grote soep’ waarvan elke Italiaanse mamma haar eigen geheime recept heeft, en vindt, dat die de beste is. Omdat Sardinië bekend staat als 1 van de 5 ‘blue zones’, gebieden waar mensen meetbaar langer leven, maken we de Sardijnse variant, met heel veel groente. En dan maar hopen, dat de ‘farmamaffia’ geen belangen in de olijfolie heeft! De zomerminestrone met verse groenten is volkomen vegetarisch. Je moet er wel even de tijd voor nemen: 1,5 kilo groenten schoonmaken en kleinsnijden! Een muziekje erbij dus. Het recept vond ik in het 8 cm dikke boek La Cucina Regionale Italiana in oltre 5000 ricette onder het hoofdstuk Sardinië. Het heet Minestrone estivo, dus zomerse minestrone en is gemaakt van alleen groenten, vers en geurig. 1: FOURIER-studie met de PCSK-9-remmer Praluent (evolocumab). 2: IDEAL-studie met Lipitor (atorvastatine). 3: Estruch R, et al. Primary prevention of cardiovascular disease with a Mediterranean diet. New England Journal of Medicine. 2013 Apr 4;368(14):1279-90. 2e uitgave 2019 INGREDIËNTEN VOOR 6 PERSONEN: 1,5 kilo vers geoogste groenten (courgettes, wortelen, zomerkool, aardappels, sperziebonen, erwten, verse borlotti bonen) 150 gr korte gedroogde pasta Sugo: 1 dl olijfolie 1 klein gesneden ui halve stengel bleekselderij, kleingesneden 300 gram tomaten (zonder vel, zonder zaadjes en zonder sap) Garnering: een bosje platte peterselie 1 fijngesneden teen knoflook 4 kleingesneden blaadjes basilicum Geraspte pecorino om te bestrooien Bereiding: 1. Maak de groenten goed schoon, was ze in stromend water en snijd ze in plakjes of blokjes. Doe ze in een pan met dikke bodem, doe er zoveel water bij dat ze bedekt zijn, breng aan de kook en laat de groenten op laag vuur in een half uur gaar worden. 2. In een ander pannetje verhit je de olijfolie en bak je de fijngehakte ui. Zodra deze bruin begint te worden voeg je de bleekselderij en de stukjes tomaat toe, roer en laat ongeveer 10 minuten pruttelen. 3. Doe vervolgens deze geurige sugo in de soeppan, gevolgd door de pasta. 4. Terwijl de soep op het vuur staat hak je de knoflook samen met de peterselie en basilicum fijn. Voeg die een paar minuten voordat je de pan van het vuur haalt, aan de soep toe. 5. Laat de soep rusten tot de hitte eraf is, serveer de minestrone lauwwarm en geef er versgeraspte pecorino bij. 31 op één lijn 64
Page 32
op één lijn 64 2e uitgave 2019 In de Leer Procrastinatie gedrag DOOR ARIANNE BECKERS, TWEEDEJAARS AIOS EN KAPITEIN-MILITAIR ARTS Het zonnetje schijnt en ik vertoon dit weekend procrastinatie gedrag. Procrastiwat? Juist. Ik stel mijn taken uit. Ik heb net het eerste jaar met een dubbel gevoel afgesloten. Met veel plezier kijk ik terug, maar ik laat ook een hoop arts-, patiënt- en collegarelaties en onbeantwoorde vragen achter. Als afleiding mag ik gelijk de dag daarna mijn tas inpakken voor jaar twee. Ik vertrek immers voor zes weken naar het Verenigd Koninkrijk voor mijn stage in het Princess Alice Hospice (Esher). Weer dat dubbele gevoel. Het is een mooie kans, maar ik laat ook een thuisfront achter. Zelfs een militair kan last hebben van heimwee. Ik heb er echter bewust voor gekozen om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan voor de eerste 6 weken van mijn chronische stage. Engeland staat hoog aangeschreven als het aankomt op palliatieve zorg. En ondanks veel aandacht in de opleiding rondom het thema ‘de dood’, blijft er nog altijd een taboe op heersen. Wat ik best vreemd vind voor het enige onderwerp in het leven waar geen twijfel over bestaat. Dood gaan we allemaal. Maar wat is het dan wel? Is het de angst voor de dood? Is het de angst van het verliezen? De angst om de ander te kwetsen wanneer het bespreekbaar wordt gemaakt? Ik heb de wijsheid niet in pacht. Dag één in het hospice begint meteen confronterend. Gemetastaseerd longcarcinoom. Eindstadium hart-/ nierfalen. ALS. En zo kan ik (helaas) nog wel even doorgaan. Allerlei ziektes in een stadium waarbij de dood niet lang op zich zal laten wachten. Waar de eindbestemming echter voor eenieder hetzelfde is, is dit geheel anders voor de reis ernaartoe en de manier van ermee omgaan. Om nog maar niet te spreken over de tijd die ermee gepaard gaat. Gezien de actualiteit en het (letterlijk) levenslang persisteren van het thema ‘de dood’ lijkt het me juist als HAIO goed om hier tijdens de opleiding al over na te denken. Wat doet het met jou als dokter en als mens? Wat gaat onze rol als huisarts in spe hier in zijn of worden? In tegenstelling tot in Nederland is euthanasie en palliatieve sedatie in het Verenigd Koninkrijk verboden. Patiënten kunnen in de terminale fase van hun ziekte worden verwezen naar een hospice. De redenen hiervoor lopen uiteen. De een wordt verwezen voor palliatieve zorg tot de dood. De ander voor symptoombestrijding waarna terugverwijzing naar huis, verpleeghuis of ziekenhuis volgt. Het is een flinterdunne lijn met palliatieve sedatie zoals we die in Nederland kennen, maar hier ligt de nadruk op ‘het hanteerbaar maken van de symptomen expliciet zonder sedatie’. Door middel van het titreren van medicatie en aandacht voor de holistische geneeskunde (sociaal, spiritueel, mantelzorg, voeding, beweging). Dat klinkt nogal zweverig, maar de patiënten en hun familie lijken hier vrede mee te hebben. Sterker nog (en wat mij betreft het belangrijkste): ik krijg sterk het gevoel dat de patiënt en/of diens familie zeer tevreden zijn over deze behandelingsvorm(en). De dood is niet langer iets om voor weg te rennen. Iets wat je maar beter zo snel mogelijk achter de rug kunt hebben. Het wordt een goed voorbereide reis waar eenieder met een verdrietig, maar goed gevoel op terug kan kijken. Hoe bereid jij je patiënt voor op de dood? En hoe ver ga jij samen op met je patiënt? Gooien we in Nederland te snel de handdoek in de ring? Of laten we de patiënten in het Verenigd Koninkrijk juist te lang lijden? Ik sluit niet af met antwoorden. Sterker nog. Ik sluit af met nog meer vragen. Het is nou eenmaal een onderwerp waarbij een hoop vragen onbeantwoord zullen blijven. Hoe ver weg het nu misschien nog lijkt in onze opleiding. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om erover na te denken. Voor je het weet sta je zelf voor deze moeilijke keuze. Palliatief procrastinatie gedrag of niet? Oordeel zelf. 32 2e uitgave 2019 Een opiniërende beschouwing Diabetes en kunstmatige zoetstoffen, op weg naar een suikertaks? DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTS IN GC HEER MAASTRICHT EN KADERARTS DIABETES I.O. Wat is bekend? Niet-calorische kunstmatige zoetstoffen (NKZ) zijn meer dan een eeuw geleden ontdekt en toegevoegd aan ons voedsel om het voedsel zoet(er) te maken, zonder toevoeging van hoogcalorische suikers. NKZ verwierven snel populariteit vanwege de lage kostprijs, lage calorieintake en vermeende gezondheidswinst bij het streven naar gewichtsverlies en normalisering van bloedglucose spiegels. Vanwege deze redenen worden NKZ toenemend in onze voedselproducten, zoals frisdranken, ontbijtproducten en suikervrije desserts, verwerkt. NKZ worden aangeraden bij het streven naar gewichtsverlies, voor personen met een gestoorde glucosetolerantie en personen met type 2 diabetes mellitus. Er zijn studies bekend die bij gebruik van NKZ gezondheidswinst laten zien, maar er zijn ook studies die een associatie aantonen tussen het gebruik van NKZ en gewichtstoename en een toegenomen risico op type 2 diabetes mellitus. De meest gebruikte NKZ zijn aspartaam, cyclamaat, sacharine en sucralose. Deze NKZ passeren het spijsverteringskanaal zonder te worden opgenomen. De commensale microbiële flora van de darm komt deze NKZ wel tegen. De samenstelling en de functie van het menselijk microbioom in de darm wordt gemodificeerd door NKZ, zowel bij personen met een gezond gewicht als bij personen met obesitas en diabetes mellitus; veranderingen in het microbioom zijn geassocieerd met de ontwikkeling van het metabool syndroom. Een studie in Israël in 2014 liet zien, dat er een significante correlatie was tussen consumptie van NKZ en diverse parameters van metabool syndroom, zoals: gewichtstoename, hoger nuchter bloedglucose spiegel en een hoger HbA1c. NKZ zijn aan ons dieet toegevoegd met de intentie om calorie-inname te reduceren en bloedglucosewaarden te normaliseren voor zoetekauwen. Samen met andere veranderingen in het menselijke dieet, gaat deze toename in consumptie van NKZ gepaard met een dramatische toename 1 Literatuurlijst opvraagbaar bij de redactie via op1ijn@maastrichtuniversity.nl of bij auteur in de obesitas- en diabetesepidemie. Mogelijk hebben NKZ juist paradoxaal bijgedragen om deze epidemieën te versterken. Op weg naar een suikertaks? In Noord-Amerika zijn er al landen die de obesitas- en diabetesepidemie te lijf willen gaan met maatregelen op het gebied van voeding. In Mexico gaf starten met een suikertaks een 7,6% afname van frisdrankverkopen en een 2,1% stijging in suikertaksvrije drankverkopen. In Philadelphia (USA) gaf de implementatie van een suikertaks wet (op suikerhoudende en NKZ-gezoete frisdranken) in 2017 significant hogere prijzen van frisdranken en een significante afname van volume van verkochte frisdranken. De verkoop van gezoete frisdranken en NKZ-houdende frisdranken ging buiten het suikertaks gebied licht omhoog. Discussie Gebruik van NKZ in voedsel is wijdverbreid. Er zijn studies die een voordelig effect op de gezondheid laten zien, maar er zijn meer studies die (trends van) het tegendeel laten zien. De invoering van een suikertaks kan behulpzaam zijn bij het terugdringen van de verkoop van suikerhoudende frisdranken en NKZ-gezoete frisdranken. Het is onduidelijk of deze vermindering in de verkoop zal leiden tot een vermindering van het voorkomen van obesitas of diabetes mellitus. De rem op de verkoop van dit soort dranken zou een aanzet kunnen zijn tot een verandering van de leefstijl van onze bevolking. Het is duidelijk dat de suikertaks daartoe een kleine bijdrage zou kunnen leveren. Meer onderzoek op dit gebied is nodig. Reageren: jeroen.smeets@maastrichtuniversity.nl 33 op één lijn 64
Page 34
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Oud-aios: hoe vergaat het ze? “Is dat niet die arts van de wiet???” DOOR RONALD ROOTHANS, PRAKTIJKHOUDEND HUISARTS IN BREDA We go way back! Een jaar of 16 geleden alweer, maar nog altijd denk ik met warme gevoelens terug aan mijn keuzestage onder leiding van professor Geert-Jan Dinant bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Tropenambitie Het plan was aanvankelijk om weer naar het buitenland te gaan voor een coschap, maar door terreurdreiging in Tanzania werd het Maastricht. Ik had het plan om eerst tropenarts te worden, daarna zou ik wel verder zien. Geert-Jan stelde daarom voor om onderzoek te doen naar hoe oud-studenten van de UM met tropenervaring terecht waren gekomen. Zodoende kwam ik in gesprek met deze dokters en tijdens vele leuke gesprekken kwam ik erachter, dat zij uiteindelijk allemaal huisarts geworden zijn. Hun enthousiasme voor het huisartsenvak werkte erg aanstekelijk en in 2007 mocht ik mezelf trotse eigenaar noemen van Het Huisartsenteam Roothans. Praktijk Het Huisartsenteam is een ondernemende zorggroep waar kwaliteit hoog in het vaandel staat en dat sprak me erg aan. Het hielp dat ik tijdens mijn opleiding de differentiatie praktijkmanagement had gevolgd en samen met Jasper Trietsch en Marc Munnik had uitgedacht hoe de huisartspraktijk van de toekomst eruit zou moeten gaan zien. Een kleine praktijk met veel persoonlijke aandacht en een faciliterende organisatie om bestuurlijk gedoe aan over te laten. In een notendop bleek dat ongeveer de businesscase van Het Huisartsenteam te zijn, dus de keuze was snel gemaakt toen ik in Breda ging wonen. ‘Vrije’ dag per week Om iedere dag van de week als huisarts te werken met alle diensten erbij zag ik niet zitten, dus hield ik 1 dag per week vrij om wat aan te rommelen. Dat gaf me tijd om de praktijk te accrediteren en mijn steentje bij te dragen aan de zorggroep. Kwaliteit, organisatie, communicatie en innovatie vond ik erg boeiend. Daarom ben ik in Leiden de kaderopleiding Beleid en Beheer gaan doen. Super leerzaam en een aanrader voor iedereen die de dagelijkse beslommeringen in de complexe huisartsenwereld wil begrijpen en beheersen. Het gaf me de mogelijkheid om 34 mijn praktijk zo te organiseren dat ik een bijdrage kon leveren aan het opleiden van een verpleegkundig specialist, aan het bestuur van Platform Medisch Leiderschap, aan het bestuur van de Kring… en aan een tevreden patiëntenpopulatie! Maatschappelijk handelen Hoe word je dan “die arts van de wiet”? Dat komt door een daklozen-barbecue. Een goede vriend vroeg of ik met hem dit event wat muzikale aankleding wilde geven. Daar hebben we ‘Tuna’-liedjes gespeeld. De Tuna is een Maastrichtse studentenmuziekvereniging en heel leuk voor feestjes en partijen. De organisator van de BBQ bleek een bijzondere man; een ondernemende strafrechtadvocaat met SP-bloed. We kwamen aan de praat over verslaving en andere problemen die we beiden beroepsmatig herkenden, zij het vanuit een verschillend perspectief. Toen de regering in 2017 met het plan kwam om het cannabisbeleid in Nederland te verbeteren, heb ik samen met hem en een politicus (die dezelfde problematiek weer vanuit een ander perspectief zag) een manifest opgesteld. Hierin hebben we na vele discussies en literatuuronderzoek weergegeven hoe, in onze optiek, het “Experiment gesloten coffeeshopketen” vorm zou moeten krijgen, onderbouwd met een voorbeeldbusinesscase voor de regio Breda en Tilburg. Voor mij was het vooral erg belangrijk dat het roken van cannabis (met tabak) zoveel mogelijk ontmoedigd wordt en dat er goede voorlichting komt in coffeeshops, waar goed opgeleid personeel problematisch gebruik kan herkennen en de consument kan verwijzen naar hulpverlening. Inmiddels zijn we erachter dat onze ideeën breed gedragen worden en dat veel van ons gedachtengoed in het experiment is opgenomen. Deel 1 van onze missie is geslaagd. Of deel 2 gaat slagen hangt ervan af of ons project wordt geselecteerd om ook daadwerkelijk te participeren in dit experiment, dat weten we volgend jaar rond deze tijd. Huisarts zijn Intussen ga ik ook gewoon door met huisarts zijn en het opzetten van een multidisciplinair medisch centrum waar ik als AIOS al van droomde. Een huisartspraktijk samen met zo’n beetje alle eerstelijns disciplines (apotheek, thuiszorg, fysiotherapie, logopedie en diëtetiek), het sociale domein (WMO, Maatschappelijk werk, Centrum voor Jeugd & Gezin 2e uitgave 2019 en consultatiebureau) en een eerstelijns laboratorium met een divers aanbod aan functieonderzoeken, echo- en röntgen-faciliteit. In oktober kan waarschijnlijk de eerste schop de grond in en met een beetje mazzel kunnen we vóór de kerst van 2020 een openingsfeestje vieren… mét muzikale aankleding door de Tuna van Maastricht! Huisarts zijn; de onuitputtelijke variatie, de lach en de traan van het menselijk contact, het medisch-technisch handelen, het puzzelen op complexe vraagstukken, het verbinden van patiënten, hulpverleners en -instanties, het coachen, de vrijheid om te organiseren en innoveren, het werken in een fijn team en ga zo maar door. Huisarts zijn is het leukste vak ter wereld! Contact Wil je meer weten? Stuur me een berichtje via LinkedIn of bekijk een van deze websites https://www.linkedin.com/in/roothans/ www.roothans.hethuisartsenteam.nl www.platformmedischleiderschap.nl www.project-cannabis.com www.tunademaastricht.com 35 op één lijn 64
Page 36
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Hart-tegen-hart in Bocholtz …de strijd der doelmannen DOOR MARIEKE KOOLS EN GASTON PEEK, TEAM OPLEIDERS Op vrijdagavond 24 mei, was het weer zover: de voetbalwedstrijd aios tegen de hao’s. Op het prachtigst gelegen voetbalveld van Nederland: dat van de Rooms Katholieke Voetbal Vereniging in Bocholtz. Met een nog mooiere naam: “Wilskracht Doet Zegevieren”. Met een gemiddelde leeftijd van 45, tegen een tegenstander van gemiddeld 28, was het voor de huisartsopleiders ook meer op doorzettingsvermogen en techniek dat ze moesten gaan winnen. Er was voor hun een beker terug te halen, na de nederlaag van vorig jaar. Trotse clubvoorzitter en oud-Huisartsbegeleider Huub Schepers had, zoals altijd voor de nodige randvoorwaarden gezorgd. Een prachtig (half) veld, tenues voor beide teams, een strenge-doch-rechtvaardige scheids, broodjes gezond voor na de wedstrijd, liefdevol gemaakt door eega Miets en prachtig, stralend weer. Na wat korte opwarmoefeningen van beide teams, werd om 19.30 uur de bal afgetrapt. Ook dit jaar waren er, onder leiding van Marieke, weer vele supporters op komen dagen om onze voetbalhelden aan te moedigen. Na de terechte nederlaag van de opleiders op voetballend niveau vorig jaar, was nu de gedegen voorbereiding zichtbaar in het veldspel van deze ‘ouderen’. Er werd gekozen voor een andere tactiek, opbouwen vanuit de verdediging. Daar kan Koeman nog wat van leren! De balcontrole was beter, de looplijnen waren nauwkeurig uitgezet én de fitheid en blessureloosheid van het opleidersteam zorgden voor een enerverend en gelijkwaardig voetbalduel. Behoudens een kopstoot met het veld van Michel Emonts en een halve beenbreuk van Björn Plaisier werd ons verder fysiek leed bespaard. De verdediging bestaande uit Sander Jongschaap, Pepijn Aarts en Koen VanWersch stond als een Italiaans blok te tackelen, met daaromheen zwervend, in ‘vissenkomopstelling’, Björn, Freek Leenders en Michel. Natuurlijk waren er kansjes voor de aios, al waren deze op één hand te tellen. Met Micha Lutgens als loopwonder op het middenveld, opkomende back met gouden voorzet Peter Meulesteen en het voetballend inzicht van Simon Kleijkers, werden de nummer 10 Stephan en spitsen Martijn Verhoeckx & Gaston regelmatig bereikt. Oké, de afronding kan beter (binnenkant paal in plaats van buitenkant!), maar wie houdt er dan ook rekening met AIOS Robin Hundscheid op doel? Deze geweldenaar, concurrent voor Jasper Cillissen, hield elke onmogelijke bal uit de verre hoek. Over keepers gesproken... Aldus Cruijff: ‘Goeie voetballers bij opleiders hoeven geen goeie keepers te zijn…’. Laten we het daar maar bij houden! De uitslag (0-3 AIOS) is geflatteerd, daar zijn we het over eens. Wederom tijd voor revanche, hopelijk volgend jaar met een échte keeper in het opleidersdoel. De vacature staat uit. “Meedoen is belangrijker dan winnen”, zullen we maar zeggen. We hebben er nog gezellig op gedronken, op kosten van ‘de zaak’ en met uitzicht op de ondergaande zon aan het plateau. Volgend jaar weer! PS: We maken ons als opleiding wel enigszins zorgen over het leervermogen van onze aios, zeker over diegenen die er vorig jaar ook bij waren, toen de beker vlak onder hun neus verdween. Want waar is ook dit jaar de beker gebleven? 36 2e uitgave 2019 Column Huisartsgeneeskunde verandert, nu de beleidsmakers nog DOOR K.O.E.K. WOUS Twee jaar geleden had ik zowaar eens een positieve ervaring met Dr. Google! Een patiënte kwam bij me, omdat ze al enkele jaren aanvalsgewijs blauwe verkleuring van de vingers kreeg, die na enkele uren tot een dag weer spontaan verdween. De vingertoppen deden niet mee. Ik kon haar geruststellen dat het niks ernstigs kon zijn, maar wat het precies was, kon ik niet vertellen. We spraken af dat ik dit na het spreekuur zou googelen, waarbij ik mijn zoekcriteria vermeldde aan deze hoogopgeleide vrouw. Toen ik enkele uren later opbelde en kon vertellen dat het beeld paste bij de diagnose Syndroom van Achenbach, haalde mevrouw opgelucht adem. Zij had ook gezocht op internet en was tot dezelfde conclusie gekomen. Verdere uitleg was niet nodig volgens haar. Helaas pakt zo’n zoekactie op internet maar zelden goed uit. Veel vaker zie ik de keerzijde ervan. Ongeruste mensen die op allerlei fora de meest verschrikkelijke en exotische diagnoses tevoorschijn toveren, mij eerst op de proef stellen of ik dat uit eigen beweging ook zou kunnen bedenken, om vervolgens het konijn uit de hoge hoed te toveren. Waarna ik dan kan praten als Brugman, om hen duidelijk te maken dat ze het niet bij het rechte eind hebben. Vaak gaan ze miskend, in plaats van opgelucht, de spreekkamer uit. Of er moet allerlei (onnodig) onderzoek plaats vinden om mijn argumentatie kracht bij te zetten. En dat alles in 10 minuten. En dan heb ik het nog helemaal niet over de apps die dagelijks op de markt komen om mensen over hun gezondheidstoestand te informeren. Wie kan daar tussen de bomen het bos nog zien? Ik niet, in ieder geval. In al mijn achterdocht vraag ik me af waarom deze apps ontstaan. Is het puur altruïsme, of is het verdienen van geld de drijfveer? Wie is er bij het ontstaan van deze app betrokken geweest? Welke huisarts? En welke app houdt rekening met de complexe zorg die huisartsgeneeskunde in toenemende mate aan het worden is? Over niet al te lange tijd is meer dan de helft van de Nederlandse bevolking ouder dan vijftig jaar. Hoe ouder de mens, hoe groter de kans op verschillende chronische ziekten. Wat is wanneer belangrijk? Guy Schulpen betoogt elders in deze ‘Op één lijn’, dat het vak van huisarts de komende tijd zal veranderen en dat we daarin mee moeten gaan, willen we bestaansrecht blijven behouden. Hij is geen huisarts, bij mijn weten, anders zou hij dat zo niet opschrijven, denk ik. Ons vak is al bijna 20 jaar enorm aan het veranderen. Van branden blussen naar goed georganiseerde en geprotocolleerde chronische zorg, toenemende preventieve zorg, verbeterde palliatieve zorg, en de transitie van taken van de tweede naar de eerste lijn is pas in prille aanleg. Ondertussen vergrijst onze populatie en zijn steeds meer mensen in de huisartsenpraktijk nodig om al deze taken uit te voeren. De praktijk van 20 jaar geleden is een bedrijf geworden, inclusief manager. Als één specialisme in de geneeskunde heeft laten zien, dat het kan veranderen, dan is het huisartsgeneeskunde wel. Maar wat niet verandert, zijn onze kerntaken. Dat is goede zorg leveren aan mensen die hun vertrouwen aan ons schenken. Er voor hun zijn op het moment dat zij en hun dierbaren ons nodig hebben. Niet alleen door de juiste diagnoses te stellen, de juiste therapie voor te schrijven, maar vooral ook door aandacht te schenken. Door te beseffen wat het betekent om deze ziekte of aandoening te hebben. En onze patiënten te coachen in de keuzes die zij maken in het leven, zodra die hun gezondheid beïnvloeden. Dat dit niet in een tienminutenconsult kan, zal uiteindelijk ook bij beleidsmakers moeten doordringen. Afgelopen week zei ik tegen een AIOS, dat kwaliteit leveren tijd kost. En tijd is geld. Willen we in de samenleving c.q. de ziektekostenverzekering, dat we kwaliteit blijven leveren, dan zal er tijd vrij gemaakt moeten worden en geld bij moeten. De huisartsgeneeskunde heeft bewezen te kunnen veranderen, nu de beleidsmakers nog. Met eHealth alleen creëren we geen gezondere of gelukkigere mensen. Meer taken voor hetzelfde geld kan alleen een achteruitgang in kwaliteit opleveren. Dat willen we toch niet? Dus beste beleidsmakers: hou op met het bedenken van oplossingen via ‘meer, meer, meer’, maar kijk nog eens goed waar huisartsgeneeskunde voor staat en ondersteun dat. 37 op één lijn 64
Page 38
op één lijn 64 2e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Nieuwe wet zorg en dwang, nu ook dwangzorg in de thuissituatie mogelijk! DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Over een half jaar is het zover: dan treedt de nieuwe Wet zorg en dwang (Wzd) in werking. In ‘Op één Lijn’ 42, ‘Dwang en drang in de geneeskunde’, werd al bericht dat, onder de vlag van de WGBO, de huisarts onder bepaalde omstandigheden, vrijheidsbeperkend kon werken,1 mits dit niet tot daadwerkelijke vrijheidsbeneming zou leiden. Met de komst van de nieuwe Wzd, die per 1 januari 2020 van kracht wordt, worden deze mogelijkheden wettelijk verruimd omdat de vrijheidsbenemende maatregelen patiëntvolgend2 worden en niet meer instellingsafhankelijk zullen zijn. Wat heeft dit voor gevolgen voor de huisarts? Welke dwangzorg mag? Onder welke voorwaarden? Hoe zit het met de verantwoordelijkheden in de thuissituatie? Veel vragen die tot de deadline van het inleveren van dit stukje nog niet duidelijk door de Minister zijn ingevuld. Historie Vrijheidsbeneming kan in de westerse wereld alleen op basis van een wettelijke regeling. Voor opgelegde zorg of dwangzorg is destijds de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) in het leven geroepen. Voor verzorgingshuizen volgde al snel een ‘artikel 60 afdeling’, waarmee een gesloten afdeling kon worden gecreëerd voor (meestal) psychogeriatrische patiënten (PG-patiënten). De Wet Bopz is tweemaal geëvalueerd, de laatste keer in 2003, waarin toen al werd geconcludeerd dat deze wet ontoereikend is voor PG-patiënten en voor patiënten met een verstandelijke beperking. Ondanks deze duidelijke conclusie, is er pas in 2009 een wetvoorstel tot herziening van de Wet BOPZ ingediend. Na een voorbereidingstijd van 10 jaar3, is op 23 januari 2018 de Wzd aangenomen in de eerste Kamer, speciaal voor PG-patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking. Daarnaast is voor de psychiatrische patiënten de Wet verplichte GGZ (Wvggz) aangenomen4 ter vervanging van de Wet Bopz. 1 Een tijdelijk bedhekje, een alarmmatje, even vasthouden om een injectie te geven 2 De Wzd spreekt steeds van cliënt, maar ik houd het op patiënt gezien het onvrijwillige aspect 3 In juni 2009 is de wet ingediend, in september 2013 was de Tweede Kamer akkoord na flinke aanpassingen, mede door de casus van Brandon in 2011 (de 18-jarige jongen met een verstandelijke beperking, die van tijd tot tijd aan de muur werd vastgebonden). Na 2013 is de wet nog op diverse punten aangepast door harmonisatie met de Wet verplichte GGZ, die ook de Wet BOPZ vervangt 4 Tevens een Wet forensische zorg (Wfz) voor de forensische psychiatrie 38 Ambulante dwang in de nieuwe wet Omdat de Wet verplichte GGZ zich richt op intramurale zorg, zal ik mij in dit stukje vooral richten op de Wzd en dan met name op de gevolgen voor de huisarts. Dat is al lastig genoeg, omdat er nog veel uitgewerkt moet worden in ministeriële regels en algemene maatregelen van bestuur (AMvB), maar we doen een poging. Het belangrijkste van de Wzd is, dat deze wet niet meer gebonden is aan specifieke aangemerkte woonlocaties van zorgaanbieders, maar patiëntvolgend is. Daar waar de patiënt zich bevindt, kan de Wzd worden toegepast, dus ook thuis en op de dagbehandeling. Het gaat dan om de volgende negen vormen van onvrijwillige zorg: • Toediening van vocht, voeding en medicatie en het verrichten van controles, medische handelingen en overige therapeutische maatregelen • Beperken van de bewegingsvrijheid • Insluiten • Uitoefenen van toezicht op de patiënt • Onderzoek aan kleding of lichaam • Onderzoek op de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen • Controle op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen • Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat de patiënt iets moet doen of nalaten waaronder begrepen het gebruik van communicatiemiddelen • Beperken van het recht tot het ontvangen van bezoek De eerste vragen die bij dit rijtje onvrijwillige zorg opkomen, hoe zijn de veiligheid en haalbaarheid hiervan in de thuissituatie en: hoe zit het met de verantwoordelijkheid en het toezicht? Instellingen onder de BOPZ moesten voldoen aan hoge eisen betreffende geschoold personeel, die beschikbaar en bereikbaar moesten zijn, naast veiligheid van ruimten en materialen. Het zijn zaken die in de thuissituatie lastig te realiseren zijn. Komt deze rol nu toe aan familie en mantelzorgers? En kan een zorgverantwoordelijke deze belastbaarheid inschatten? Zijn de zorgverantwoordelijke, de zorgaanbieder en, indien betrokken, de huisarts verantwoordelijk voor deze inschatting als het achteraf misloopt? 2e uitgave 2019 Daarnaast mag onvrijwillige zorg natuurlijk niet zomaar en zijn er voorwaarden vooraf en controles tijdens en achteraf. Voorwaarden voor ambulante dwang De eerste voorwaarde is, dat het Centrum Indicatie Zorg (CIZ) een indicatie vaststelt voor zorg zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz) vanwege een PG-aandoening of een verstandelijke handicap. Dit mag ook een verklaring zijn van een ‘ter zake kundige arts’ waaruit blijkt dat de patiënt in verband met een PG-aandoening of verstandelijke handicap is aangewezen op: verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding, bescherming, beveiliging of onvrijwillige zorg. Deze ‘ter zake kundige arts’, ook de Wzd-arts genoemd, heeft al geleid tot een reparatiewet en nu is het een Wzd-functionaris. Met deze wijziging kan nu ook een orthopedagooggeneralist, een gezondheidszorgpsycholoog of een verpleegkundige deze rol vervullen, naast een specialist ouderengeneeskundige of een psychiater.5 Deze Wzd–functionaris is, naast het afgeven van een verklaring voor dwangzorg, ook belast met het toezicht op de dwangzorg. Omdat de meeste thuiszorginstellingen doorgaans geen Wzd-functionarissen in dienst hebben, is het de vraag hoe dit toezicht gaat werken in de praktijk. Het grote gevaar is hier, dat de huisarts het vangnet gaat worden bij gebrek aan voldoende gespecialiseerde zorg en voldoende Wzd-functionarissen. Zijn wij voldoende ‘ter zake kundig’ om deze taak uit te voeren? De LHV vindt van niet.6 Los van deze twee ingangsvoorwaarden dient er ook een indicatie te zijn om over te gaan tot dwangzorg en moet alles verantwoord worden in een zorgplan en regelmatig worden getoetst aan de noodzaak tot voortzetting van de dwangzorg. Indicaties van dwangzorg zijn in de Wzd omschreven onder ‘ernstig nadeel’. Daarvan is sprake bij het bestaan van of een aanzienlijk risico op: • Levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van de patiënt of een ander • Bedreiging van de veiligheid van de patiënt, al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt • De situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept • De situatie dat de veiligheid van personen of goederen in gevaar is 5 De KNMG heeft hierover, onder het motto “geen dwang zonder medische toets” al schriftelijke vragen aan de Minister gesteld. De KNMG (i.s.m. LHV, NVAVG, NVvP en Verenso) heeft grote zorgen over het inzetten van niet-medische geschoolde functionarissen bij het inschatten en toezicht houden op dwangzorg en vindt dat een tekort aan Wzd-artsen geen reden mag zijn om niet-artsen in te zetten. 6 De Dokter 1, 2019, “de huisarts gaat niet over dwangzorg thuis”, pag. 20-22 39 Samenloop met WGBO Zoals al gesteld in de inleiding, konden vroeger de WGBO en de Wet BOPZ naast elkaar bestaan en gelijktijdige werking hebben. Onder de Wzd was het de bedoeling, dat er geen samenloop meer zou zijn. Na de behandeling in de Eerste Kamer is dit voornemen deels gesneuveld en zou de Wzd gelden voor dwangzorg en de WGBO voor vrijwillige zorg bij de doelgroep. Ook dit is niet helemaal gelukt, dus gelden bepalingen in de Wzd ook voor vrijwillige zorg aan PG-patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking.7 Ook dwangzorg aan patiënten die zich niet verzetten (en dus vrijwillige zorg is) zou dan weer onder de WGBO vallen. Ook hier nog veel onduidelijkheid waar de Minister nog op moet reageren. Stappenplan voor het zorgplan Als aan de voorgaande voorwaarden is voldaan, dient een zorgplan opgesteld te worden. Hieraan zijn nogal wat voorwaarden verbonden, zie stappenplan op de volgende pagina's. Conclusie Er is nog veel onduidelijk. Ook ontbreekt nog steeds een praktische handleiding om de Wzd in de praktijk goed uit te voeren. Er is door diverse organisaties al gepleit om de Wet uit te stellen, maar ook daar is nog geen duidelijkheid over. Een praktische handreiking voor nu is: handel volgens de WGBO en gezond verstand. Motiveer in het medisch dossier waarom er voor een bepaalde maatregel is gekozen, met wie is overlegd en welk doel het dient. Met het bovenstaande stappenplan in gedachten en de indicaties voor dwangzorg moet dat lukken. We staan iedere dag in de loopgraven van de eerste lijn en er moet gewoon gewerkt en beslist worden, ook morgen weer. Huisartsen moeten pragmatisch blijven. Wij kunnen ons niet de tijd veroorloven die politici nodig hebben om zaken te regelen zoals bij de Wzd, ruim 16 jaar na de tweede evaluatie van de BOPZ. 7 Onder andere het hebben van een zorgplan, het hebben van een cliëntvertrouwenspersoon en de wettelijk vertegenwoordiging van cliënten (dat in de Wzd net iets anders is dan onder de WGBO) op één lijn 64
Page 40
op één lijn 64 2e uitgave 2019 ZORGPLAN OPSTELLEN (artikel 7 WZD) Het zorgplan • Het zorgplan wordt z.s.m., maar uiterlijk binnen 6 weken na start van de zorg opgesteld. • Het zorgplan houdt zo veel mogelijk rekening met de wensen en voorkeuren van de cliënt. • Als dat niet mogelijk is, laat de zorgverantwoordelijke de cliënt2 bouwd weten waarom niet. • De zorgverantwoordelijke bespreekt het zorgplan met de cliënt. Ontstaat er (risico op) ernstig nadeel? Constateert de zorgverantwoordelijke/vertegenwoordiger dat het zorgplan niet voldoet aan de zorgbehoefte en dat er een risico bestaat op ernstig nadeel voor de cliënt en/of zijn omgeving? Doorloop dan onderstaand stappenplan. Evaluatie zorgplan • 4 weken na inwerkingtreding. • Daarna min. 1x per 6 maanden. • Onvrijwillige zorg in zorgplan: evaluatie door (uitgebreid) deskundigenoverleg. schriftelijk en onderRechten cliënt • Begrijpelijke informatie over zorg. • Periodieke evaluatie zorgplan. • Advies en bijstand van een cliëntenvertrouwenspersoon. • Zo nodig: bijstand van een tolk. • Mogelijkheid om klacht in te dienen. STAP 1: ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVEN (artikel 9 WZD) De zorgverantwoordelijke bespreekt met minimaal 1 andere deskundige: • Hoe groot is het risico op ernstig nadeel? • Wat zijn de oorzaken van het gedrag? • Heeft de omgeving invloed op het ontstaan van ernstig nadeel? • Zijn er alternatieven die voor deze cliënt vallen onder vrijwillige zorg? • Als de cliënt thuis woont: is de thuissituatie geschikt voor toepassing van de alternatieven? Cliënt heeft recht om bij het overleg te zijn. Onvrijwillige zorg is zorg waartegen de client zich verzet en kan bestaan uit: • Toedienen vocht, voeding en medicatie, medische controles/ handelingen vanwege de VB of dementie. • Beperking van bewegingsvrijheid. • Insluiting. • Toezicht (inclusief domotica). Geen alternatieven gevonden? Naar stap 2 • Ontstaat toch risico op ernstig nadeel? • Verzet de cliënt zich tegen de alternatieven? Naar stap 2 Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. • Onderzoek aan kleding of lichaam. • Onderzoek van de woon­ of verblijfsruimte op middelen die het gedrag beïnvloeden en op gevaarlijke voorwerpen. • Controle op middelen die gedrag beïnvloeden. • Beperking van vrijheid om eigen leven in te richten, waardoor de cliënt iets moet doen of laten (incl gebruik communicatiemiddelen). • Beperking op het ontvangen van bezoek. 40 2e uitgave 2019 STAP 2: ONVRIJWILLIGE ZORG IN ZORGPLAN (artikel 10 WZD) De zorgverantwoordelijke bespreekt met deskundigen3 : • Zijn er nieuwe inzichten over de bespreekpunten uit stap 1? • Staat onvrijwillige zorg in verhouding tot het (verwachte) ernstig nadeel (proportionaliteit)? • Wat is de impact op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de cliënt en op zijn participatie? Met welke aanvullende zorgvuldigheidseisen vermindert of verdwijnt die impact? • Als de cliënt thuis woont: is de thuissituatie geschikt voor de maatregel(en)? Denk bijvoorbeeld aan toezicht. Betrokkenen bij het overleg • Zorgverantwoordelijke. • Minimaal 1 andere deskundige van een andere disicpline. • Overweegt men beperking in bewegingsvrijheid, insluiting of medische handelingen, dan moet een arts toestemming geven. • Cliënt heeft recht aanwezig te zijn. Geen alternatieven gevonden? Zorgverantwoordelijke zet in zorgplan: • Situaties, vorm, duur en frequentie van onvrijwillige zorg. • Wie de onvrijwillige zorg toepast. • Termijn (max. 3 maanden). • Afbouwplan. • Aanvullende zorgvuldigheidseisen. • Continuïteit in zorg voor de cliënt. • Toezicht en kwaliteitsbewaking door zorgaanbieder en WZD­arts. WZD­arts beoordeelt zorgplan en laat zo nodig aanpassingen doorvoeren. Verzet cliënt zich (alsnog) tegen de uitvoering van het zorgplan? Naar stap 3 Onvrijwillige zorg afbouwen Lukt het niet onvrijwillige zorg af te bouwen in de afgesproken termijn? • Overleg met deskundige3 die nog niet bij de zorg is betrokken. Lukt het daarna nog niet om onvrijwillige zorg af te bouwen? Naar stap 3 Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. Blijkt vrijwillige zorg onvoldoende om ernstig nadeel te voorkomen? Herhaling stap 2 Beoordeling en toezicht Bij opname onvrijwillige zorg in zorgplan beoordeelt WZD­arts of: • Onvrijwillige zorg zo veel mogelijk voorkomen is (onvrijwilige zorg = ultimum remedium). • Zorgplan geschikt is om ernstig nadeel zo veel mogelijk te voorkomen. Voor de eerste toepassing van onvrijwillige zorg informeert de zorgverantwoordelijke de cliënt en de WZD­arts. Zorgverantwoordelijke en WZD­arts houden toezicht op de uitvoering onvrijwillige zorg. STAP 3: EXTERN ADVIES OVER (AFBOUW NAAR) VRIJWILLIGE ZORG (artikel 11 WZD) Deskundigenoverleg met externe deskundige3 • Zijn er (nieuwe/andere) alternatieven? • Kunnen veranderingen in de omgeving (inclusief interactie met zorgverleners) de situatie verbeteren? Verlenging onvrijwillige zorg In afwachting van het advies van een externe deskundige kan de termijn voor onvrijwillige zorg eenmalig met 3 maanden worden verlengd. Geen alternatieven gevonden? • In zorgplan opnemen hoe advies externe deskundige is toegepast. • Zorgplan aanpassen zoals beschreven in stap 2. Naar stap 2 • De termijn voor onvrijwillige zorg is nu telkens maximaal 6 maanden. Alternatieven gevonden? Vrijwillige zorg opnemen in zorgplan. Beoordeling en toezicht WZD­arts beoordeelt zorgplan (zoals beschreven in stap 2). Zorgverantwoordelijke en WZD­arts houden toezicht op de uitvoering van onvrijwillige zorg. 41 op één lijn 64
Op één lijn 63

Op één lijn 63


Page 2
Colofon Oplage 2260 exemplaren Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-13772 Fotografie Kaft, pagina 6,7, 8 en 9 gemaakt door Jonathan Vos Pagina 18, 19 en 20 gemaakt door Joey Roberts Pagina 22, 23 en 24 gemaakt door Loraine Bodewes Pagina 26 en 27 gemaakt door Philip Driessen Pagina 33, afbeelding "Hoe vaak komt geweld voor" een peiling onder 1000 leden, bron: NVDA Utrecht Deadline volgend nummer 28 juni 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doom Van de voorzitter – Jean Muris In memoriam Harry Crebolder – Babette Doorn Special ANIOS in de huisartspraktijk in Kerkrade – Donna Bosch-Lenders en Matthijs Peeters ANIOS in de huisartspraktijk in Landgraaf – Stefan van der Eerden en Vico Leeters Stellen zich voor Monique Wijers, gedragswetenschapper Huisartsopleiding Helène Dassen, huisartsbegeleider jaar 1 Esther Maes, gedragswetenschapper Huisartsopleiding Huisarts & huisdier – Mardi Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals TENDER-studie – Bram Beckers StopWijzer – Daniëlle Zijlstra RNFM – Huibert Tange, Jos Boesten en Annemiek Nijholt OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Boekrecensie: wat is er met de dokter gebeurd? – Yvonne van Leeuwen WESP-en: Sociale omgeving en sociale steun bij succesvol stoppen met roken – Puck Nagtzaam Observeren van aios – Floor Minkels Mening van huisartsen ten aanzien van influenzavaccinatie – Roy Snellings Het diagnostische proces van atriumfibrilleren – Sanne van de Moosdijk Gezonde Basisschool van de Toekomst – Remco van Ginkel Reproduceerbaarheid van urinesticks en de Uriscreen – Anne Winkens Atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk – Karlijn Costongs Onderzoek Chlamydia diagnostiek Ouderengeneeskunde Niet alleen bij leken is ons specialisme onbekend – Noortje Ficken Huisartsopleiding Uit het (plaatsvervangend) hoofd – Joost Dormans Equilibre. Het leergesprek – Marieke Kools en Arie de Jong Made in Maastricht Weten is eten: Goudkoorts – Hendrik Jan Vunderink In de leer. TLC – Eleana Zhang In de leer. Mag ik deze dans van u? – Arianne Beckers Column. Van alle tijden – K.O.E.K. Wous Eveline schrijft – Stá voor je assistente Gezondheidsrechtelijke kwesties – Arie de Jong 3 4 5 6 8 10 10 11 11 12 14 14 15 16 17 18 18 19 19 20 20 21 21 22 24 25 26 28 30 31 32 33 34 2 Van de redactie Afko’s Eind jaren 90, toen ‘de Millennials’ werden geboren (generatie Y), werd ook dit blad bedacht. Het idee was om alle losse stenciltjes, die toen vanuit elk project naar de huisartsen in de regio werden gestuurd, te vervangen door één periodiek blad genaamd ‘Op één Lijn’. De eerste editie verscheen in 1999. Sindsdien is het blad trouw verschenen en zodoende voor velen het gezicht van de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht geworden. Aangezien ik er van meet af aan bij betrokken was (ik durfde mezelf geen hoofdredacteur te noemen in die tijd), weet ik, dat u onze acroniemen niet zo op prijs stelt. De co, de haio en de agnio gingen nog wel, maar de absurdistische afkortingen van onderzoeksprojecten, daar heeft de doorsnee huisarts geen voeling mee. “Zeg liever waarover het gaat”, zei u dan. Een AMUSE associeert u immers met een lekker hapje en niet met D-dimeer testen en longembolie. En toen kwam de AIOTHO. Deze Japanse auto kostte veel tijd om uit te leggen. De haio en de vaio waren inmiddels vervangen door aios en dat ging nog nèt. Maar de combinatie met een promotietraject en haio, dat is nog steeds een ingewikkeld gedoe. En toch is er momenteel heel veel belangstelling voor een dergelijk combinatietraject, ook van AKO-studenten. De afko AKO staat voor Arts Klinisch Onderzoeker. Ook AKO’s worden graag ‘gewoon’ dokter. En om de cirkel rond te maken: de agnio werd ANIOS. Wie het weet mag het zeggen. AGNIO’s zagen we overal, vooral in de tweedelijn. Het zijn de productiedokters die vooral het ziekenhuis helpen draaiende houden. Waar we geen ANIOS zagen, was in de huisartspraktijk. Totdat ... ‘Maastricht’ ermee begon, net zoals destijds met de eerste AIOTHO’s. Een primeur, u leest erover in dit nummer. Na deze uitvoerige intro, is er minder ruimte om de rest van de inhoud te etaleren. Gelukkig kent u alle afko’s, en hoef ik niet toe te lichten wat WESP-en zijn. U leest wat ze hebben gedaan, zonder acroniemen. De onderzoekers die schrijven, konden hun afko nog niet loslaten helaas. Het gaat over hulp bij stoppen met roken en dyspepsie. Bruikbare Wetenschap door Jochen Cals en een update over ons registratienet RNFM door Huibert Tange, kunnen de wetenschappelijke honger stillen. De Witte Raven club heeft OOK weer een nieuw raadsel voor jullie. Welke aandoening zoeken we? ‘Huisarts & huisdier’ is er weer bij. Er was een cavia voorzien, maar het werd een hond. Nieuw is ook het geluid van de assistente, Eveline en een boekrecensie door Yvonne van Leeuwen. Zoals altijd zijn er weer nieuwe medewerkers die zich aan u voorstellen. ‘The future is old’: de titel van de campagne om de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht (vanaf september 2019) te promoten. De afko is SO, dus niet te verwarren met de geriater. Aios Noortje Ficken, dochter van een huisarts, is het gezicht van deze campagne. Joost Dormans schreef, als plaatsvervangend hoofd van de huisartsopleiding, over luizenmoeders en Gauloises. Het opleiden van de huisartsen verloopt ‘equilibrisch’. We etaleren drie groepen afgestudeerde huisartsen. En vaste columnist en huisartsjurist Arie de Jong is uiteraard ook van de partij met een update van het Tuchtrecht. Net als aios Arianne Beckers, die graag met patiënten danst. Onze voormalige aios-columnist Eleana Zhang beloofde ons om nog één keer haar stukje ‘In de leer’ te schrijven als ze terug was van zwangerschapsverlof. Inmiddels is ze niet alleen bevallen, maar ook gepromoveerd op 8 februari jl. op een ziekte van de kleine bloedvaten in de hersenen, afgekort cSVD. Eind mei hoopt ze haar huisartsopleiding af te ronden. Made in Maastricht! De griepgolf is nu ten einde, maar de goudkoorts is net begonnen. Vaste schrijver ‘Weten is eten’ Hendrik Jan Vunderink meende een luchtig onderwerp gevonden te hebben in de anosmie-asperge-aspiraties (AAA). Het stukje was klaar en opgeschreven. Maar nog niet bereid en opgediend. Dus ook geen foto. En toen… viel Hendrik Jan van zijn paard in de lappenmand en kreeg ik de opdracht om ‘er even een leuk plaatje bij te zoeken’. Verleden, heden, toekomst. Ik zit op één lijn met K.O.E.K. Wous. Gelukkig heb ik geen nare nasmaak, hooguit een na-geur, als ik asperges heb gegeten. Happy reading, Babette Doorn 3 op één lijn 63 Zie pag. 5
Page 4
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Van de voorzitter Vermaatschappelijking van de academie DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Prof. André Knottnerus zei in zijn afscheidsrede in 2018: “Ik dank de talloze patiënten en vrijwilligers, zonder wie mijn onderzoek niet mogelijk zou zijn geweest. Dat geldt evenzeer voor de vele huisartsen, praktijkassistenten, specialisten, verloskundigen en andere zorgverleners die het Maastrichtse onderzoek droegen en dragen. Jullie bijdragen onderstrepen dat het niet alleen ging over academisering van de eerste lijn, maar vooral ook over vermaatschappelijking van de academie1.” De vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht heeft vanaf begin jaren tachtig de verbinding gemaakt tussen praktijk, het onderwijs, het opleiden en het wetenschappelijk onderzoek. Om deze verbinding te maken, zijn er in het verleden vele projecten opgezet. Van gezamenlijke consulten met specialisten tot en met de hedendaagse diagnostiek zoals de CRP. Onze mooie regio is al langere tijd goed georganiseerd in zorggroepen. We lopen hier voorop met zorginnovatie (‘proeftuinen’) en daaraan gekoppeld wetenschappelijk onderzoek samen met de universiteit. Voor ons was het een logische ontwikkeling dat zorggroepen zelf zijn gaan ‘academiseren’. Elke zorggroep heeft een groep kernpraktijken waarin naast de reguliere taken op het gebied van (huis)artsen opleiden en meedoen aan onderzoek, ook aan zorginnovatie wordt gedaan. Onze vakgroep koestert alle 1400 huisartsen in deze regio (Limburg en Zuidoost Brabant), u bent ons adherentiegebied, wij zien u als een waardevolle en gewaardeerde relatie. Daarom ontvangt u bijvoorbeeld ook al 20 jaar dit tijdschrift ‘Op één Lijn’. Samen met de bestuurders van de zorggroepen zoeken we naar een (al dan niet virtuele) vorm c.q. werkplaats voor deze vermaatschappelijking van de academie. Hierin gaan praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs hand in hand. Vakgroep en zorggroepen trekken al redelijk samen op in opleiden voor en door de regio, wetenschappelijk onderzoek en registratie in de zorg. Voor dat laatste beschikt de vakgroep ook over een registratienetwerk van huisartspraktijken in Limburg, het RNFM (www.rnfm.nl). Momenteel bestaat het registratienet uit 27 praktijken. Op pagina 15 vindt u een uitgebreid artikel. Een groot deel ervan is pluspraktijk in de eigen zorggroepregio. Daarnaast worden ook HIS-gegevens tussen regionale praktijken en universiteit uitgewisseld en van de nodige feedback (spiegelinformatie) voorzien op verzoek van een zorggroep. Ook kunnen wetenschapsstudenten (WESPen) worden ingezet bij onderzoek naar zorginnovaties zoals de anderhalvelijnszorg. Ik vraag jullie vertrouwen in onze werkplaats. Een vertaling zou kunnen zijn dat als we u vragen om mee te doen aan onderzoek, dat u dan zeker weet dat er goed naar de onderzoeksvraag is gekeken door zowel (huisarts) onderzoekers als huisartsen uit de regio. We kunnen dan nog beter op het nut en de waarde voor de praktijk letten is mijn verwachting. Belangrijkste is we samenwerken in netwerken en dat ook de belangen van de huisartspraktijken als die van de zorggroepen zijn verzekerd. Ook zoeken we de samenwerking met de andere academische werkplaatsen van het MUMC+. Welke dat zijn en wie wat doet, daar kom ik een volgende keer graag op terug. 1 Groot A de, Knottnerus JA. Academisering van de eerste lijn of vermaatschappelijking van de academie? Medisch Contact 1982; 37: 37-9. 51 4 1 e uitgave 2019 In memoriam Harry Crebolder 'Such is life' DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE Maandagmorgen 1 april. Een dag zonder kantoorgrap. Wel een triest bericht. Hoogleraar emeritus Harry Crebolder, oud vakgroepvoorzitter en voormalig huisarts en medeoprichter van het GC Withuis in Venlo, overleed afgelopen weekend op 81-jarige leeftijd. Zijn enorme staat van dienst laat ik even voor wat het is, we zouden er een blad mee kunnen vullen. Graag sta ik stil bij onze relatie met dit blad, de vakgroep en de regio. Alsof Harry wist dat ik over het 20-jarig bestaan van dit blad zou schrijven. Alsof hij wist dat ik zou vergeten te vermelden, dat hij ooit op de cover van het allereerste nummer stond. En dat hij toen zei: “Laat ik beginnen met de wens dat het blad Op één Lijn zal fungeren als een bindmiddel tussen de universitaire capaciteitsgroep in Maastricht en de vele professionele relaties binnen de universiteit en in het bijzonder de huisartsen in de regio.” Check. “Ik hoop dat de periodiek een spreekbuis zal zijn voor eenieder met wie wij samenwerken.” Check. “Ik wens de redactie heel veel creativiteit, doorzettingsvermogen, inspiratie en geluk!”. De laatste zin ging over Harry zelf. Het is geen leugen wanneer ik zeg dat na het verschijnen van elke (!) editie tot nu toe, ik een email van hem kreeg, met de complimenten én een inhoudelijke vraag. Bij zijn afscheid in 2002 (‘Leren in de eerste lijn’) kreeg hij een koninklijke onderscheiding. In editie 14 sierde hij met zijn vrouw Emma Crebolder opnieuw de cover. Harry was een pittig mens en baas, zo eentje waar je een haatliefde-verhouding mee kon hebben. Saai was het allerminst. De telefoon onnodig laten rinkelen, daar kon hij woedend om worden. Roken op kantoor werd echter gedoogd. Ik ontmoette Harry voor het eerst in 1995 toen ik onderzoek zou gaan doen naar ‘zijn’ academisering van de huisartsgeneeskunde. Hij droeg een vlinderdas herinner ik me, een nondejuke. ‘Zo ziet een professor er dus uit’ dacht ik toen. Hij keek je altijd indringend aan en wist vlijmscherpe (‘waarom?’) vragen te stellen. Op het intimiderende af. Gelukkig kon hij dat goed compenseren met zijn zachte kant. Had je een vraag en liep je bij hem binnen, dan zat hij op een groezelig bankstelletje in de hoek van zijn kamer te lezen (slapen?). Hij klopte dan op de zetel naast hem, maar zij die het bankje kunnen herinneren weten, dat je dat liever afsloeg. Niet vanwege #metoo, maar vanwege het bankje zelf. E-mailen en redigeren in Word (‘van papier leer je het meest!’) leerde hij zichzelf aan, met een beetje hulp van Seniorenweb. Ook bracht hij je het belang van praktijkbezoeken bij, het verlaten van de ‘ivoren toren’. Je moest de huisartsen opzoeken en weten hoe het eraan toe ging in de praktijk. Ik zeg het nog steeds tegen onderzoekers en studenten. Zo ontstond in Maastricht al vroeg de belangstelling voor de doktersassistenten. Ook waren het de academische praktijken die als eerste een praktijkondersteuner hadden. En bij alles bedacht Harry een al dan niet bestaand theoretisch model. Ritjes in zijn oude Rover door Limburg, in de sneeuw of in de hitte (hij had in Afrika gewoond en nergens last van), de boterhammen op schoot, maar soms ook stoppen voor een (gedeeld) patatje op ‘De Viersprong’ aan de Napoleonsbaan. Als ik liet blijken bezorgd te zijn over zijn rijstijl, dan stelde hij me gerust door te zeggen, dat hij jarenlang dagelijks op en neer reed naar Venlo. Dat hielp niet echt. Harry was van voor het digitale tijdperk. Voor foto’s moest ik de oude dozen induiken. In die tijd hadden we nog dagjes uit en veel feestjes. En ja, Harry was altijd van de partij. Letterlijk en figuurlijk. Dan was hij op zijn best, of het nu om speechen, eten of dansen ging. Ja, echt dansen mensen, niet zoals je ziet op een NHG-congresfeest (dat zijn niet mijn woorden). Als de eerste deuntjes van ‘Love is in the air’ klonken, dan schoten zijn armen omhoog en zijn heupen los. Zijn secretaresse Ine Siegelaer werd vastgepakt op een manier die anno nu niet meer mag, en dan ging hij los. Zo ook op zijn afscheidsfeest op Fort Sint-Pieter. Het waren gouden tijden. Harry, nu pas gaan we je echt missen. Love is in the air Everywhere I look around Love is in the air Every sight and every sound And I don’t know if I’m being foolish Don’t know if I’m being wise But it’s something that I must believe in And it’s there when I look in your eyes 5 op één lijn 63
Page 6
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 ANIOS huisartsgeneeskunde in Kerkrade ANIOShuisartsgeneeskunde DOOR DONNA BOSCH-LENDERS, HUISARTS EN PRAKTIJKHOUDER IN KERKRADE EN ANIOS MATHIJS PEETERS Sinds september 2018 werkt in Medisch Centrum West Kerkrade een ANIOS-huisartsgeneeskunde. Een ANIOS in de huisartsenpraktijk? Kan dat ook al? Wat is dat eigenlijk? Hoe regel je dat? Wat is de meerwaarde voor praktijk en de ANIOS? Zo maar wat vragen die we hebben voorgelegd aan ANIOS Mathijs Peeters en Donna BoschLenders, huisarts en praktijkhouder in Medisch Centrum West Kerkrade. Wat is een ANIOS-huisartsgeneeskunde? Een ANIOS is een arts niet in opleiding tot specialist, werkzaam binnen de huisartsgeneeskunde in dit geval. Het meest waarschijnlijke is dat een ANIOS uiteindelijk in opleiding wilt komen, dus een AIOS wil worden om daarna als huisarts verder door het leven te gaan. Wat was de reden om een ANIOShuisartsgeneeskunde aan te nemen? Donna: In 2016 heb ik de praktijk over genomen van Frank en Marianne Soomers en Hans van der Ploeg, een grote praktijk met 8 huisartsen. In de eerste twee jaren merkte ik dat het hebben van waarnemers voor de korte vakantieperiodes fijn was om de topdrukte weg te nemen, maar dat de spreekuren van de collega’s die er wel waren, overvol bleven. Patiënten willen vooral meer continuïteit bij bekende artsen. De ervaring met AIOS in de praktijk is dat patiënten het wel goed vinden dat iemand er voor een jaar is, en in dat jaar ook wel een band kunnen opbouwen met de arts. Dat zagen we minder bij de waarnemers, die vaak maar enkele weken aanwezig waren. Het opleiden van een Verpleegkundig Specialist lag binnen de mogelijkheden, maar daar hadden we nog niet meteen een geschikte kandidaat voor. Daarnaast wilden we graag in de weken dat alle artsen aanwezig waren, ook een arts vrij plannen voor andere taken, namelijk als callcenter arts en directe vraagbaak voor de assistentes. Dat kon alleen als de ontstane gaten zouden worden opgevuld. In januari 2018 vroeg Stefan van der Eerden, huisarts MC Putstraat in Landgraaf, of wij interesse hadden om te starten met een ANIOS. Zij wilden dat als praktijk gaan doen en waren op zoek naar anderen die ook interesse hadden. Op dat moment was Mathijs bij ons werkzaam als semiarts en wij waren zeer tevreden over zijn functioneren en 6 collegialiteit en patiënten waren ook erg tevreden over hem. Dus vroeg ik hem om na zijn opleiding geneeskunde een jaar bij ons te komen werken als ANIOS. Waarom ANIOS-huisartsgeneeskunde? Mathijs: Ik wist na mijn coschap huisartsgeneeskunde zeker dat ik huisarts wilde worden, vandaar ook mijn keuze om mijn GEZP- en WESP-stage te kiezen in dit vakgebied. Na mijn afstuderen kreeg ik de aanbieding om als ANIOShuisartsgeneeskunde te komen werken. Een functie, die op dat moment nog niet in de regio bestond. Ik heb geen moment getwijfeld en ben de uitdaging aangegaan. Hoe zit dat met verantwoordelijkheden en werkgeverschap? Een ANIOS is een BIG-geregistreerde basisarts. In het geval van Mathijs had hij bij de start nog niet zelfstandig gewerkt als arts. We hebben als team vooral gekeken hoe we het zo veilig mogelijk konden inbedden in de dagelijkse praktijk. Samen met collega Huisarts Philippe Le Doux begeleiden en superviseren we hem. De eerste weken ging dat zoals bij een AIOS: samen spreekuur doen, veel meekijken, veel overleg en veel tijd inplannen. De assistentes hebben instructies gekregen welke ingangsklachten hij wel en niet kan zien. Zelfstandig visites rijden hebben we in het begin niet gedaan. Aangezien hij vaak meeging met een van ons, wisselen we nu soms wel visites af, omdat we overtuigd waren dat het kon en afspraken hadden vastgelegd. Net als bij een aios zal de ene begeleider gedurende het gehele jaar alle patiënten in het dossier nakijken. De ANIOS werkt in loondienst en is, conform de Cao Huisartsenzorg, ingeschaald als verpleegkundig specialist, omdat de werkzaamheden overeenkomen. De LHV heeft hier eerder een schrijven over uit laten gaan. Het komt ongeveer overeen met wat een AIOS verdient. Eventuele werkervaring kan je laten meetellen in de trede bepaling. Alle andere werkgeverslasten zijn zo ook makkelijk te regelen. Omdat er in de regio nog geen afspraken zijn over de dienststructuur, kan de ANIOS niet mee naar de HAP zoals een aios dat wel kan. Misschien dat daar in de toekomst verandering in komt, omdat op enkele huisartsenposten in Nederland al meerdere ANIOS-en aan het werk zijn, zoals in Uden. 1 e uitgave 2019 Ervaring tot nu toe als ANIOS-huisartsgeneeskunde: Sinds ik werk als ANIOS, heb ik veel ervaring opgedaan en richt ik mij vooral op de kleine kwalen binnen de huisartsgeneeskunde. Ik heb een duidelijke groei laten zien. Hierdoor ben ik in staat veel van de kleine kwalen zelfstandig af te handelen. Hoe regel je een ANIOS? Wij hebben het geluk gehad dat wij een goede kandidaat hadden die we zelf hebben gevraagd. In het voortraject heb ik wel gesproken met Joost Dormans van de huisartsopleiding Maastricht, met het voorstel om de huisartsopleiding een soort loket te laten fungeren tussen geïnteresseerde ANIOS en geïnteresseerde praktijken. Dat is nog niet geformaliseerd maar informeel werkt het wel. Daarnaast kan je ook een vacature uitschrijven, wat tegenwoordig via social media snel verspreid, vooral als je daarbij gebruik maakt van aios of coassistenten in je praktijk. Wat is de meerwaarde voor de praktijk? Doordat Mathijs vier dagen in de praktijk werkt, hebben wij meer tijd om andere zaken op te pakken. Daarnaast is het altijd fijn om jonge enthousiaste collega’s te hebben, die met hun frisse blik soms hele verrassende wendingen aan een lastige casus kunnen geven. De patiënten zijn blij met een vast gezicht, en accepteren Mathijs als arts. Al met al creëert het rust, omdat je met je vaste artsenteam werkt, waarbij in vakantieperiodes nog maar zelden losse waarnemingen geregeld hoeven worden. Wat is de meerwaarde voor de ANIOShuisartsgeneeskunde? Het heeft mij de mogelijkheid gegeven om binnen de huisartsgeneeskunde te blijven werken zodat ik me verder kon ontwikkelen voor ik begin aan de huisartsopleiding. Verder kan het een meerwaarde zijn voor basisartsen die twijfelen over de keuze voor een bepaald specialisme. Ik merkte tijdens mijn coschappen, dat veel studenten het coschap huisartsgeneeskunde erg leuk vonden, maar in die periode te weinig konden zien van het vakgebied om te solliciteren voor de opleiding huisartsgeneeskunde. Bij andere vervolgspecialismen is de ANIOS-functie vanzelfsprekend en is het de start om te solliciteren voor een opleidingsplek. Het is voor geneeskunde studenten die twijfelen, een logische keuze om een tijdje als ANIOS te gaan werken binnen een specialisme waarover ze nadenken, waarbij ze vaak blijven ‘plakken’. Tot voor kort kon dit nog niet binnen de huisartsgeneeskunde, nu wel. standpunt huisartsopleiding Maastricht over de Anioshuisartsgeneeskunde “Als huisartsopleiding zien we het aniosschap als een goede manier om potentiële AIOS-huisartsgeneeskunde nader kennis te laten maken met het vak (de huisarts in zijn voorbeeldrol) en de werkdruk van huisartsen te verlichten waar mogelijk en mag. Voor de ‘zoekende’ anios is het een opstap naar een medische vervolgopleiding. De anios is geen huisarts en zal dus onder supervisie werken. In het ziekenhuis vinden we de anios heel gewoon, maar in de huisartspraktijk niet. Het is interessant om te verkennen of de anios een plek kan verwerven in de huisartsgeneeskunde.” Foto? 7 op één lijn 63
Page 8
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Komt er een volgende ANIOS? Alle artsen binnen MCWK zijn erg blij met de ANIOS in de huisartsenpraktijk. Wij hebben er veel aan en ik denk de ANIOS ook. Mathijs is enorm gegroeid in zijn rol als arts. Hij heeft heel veel zelfstandigheid gekregen en heeft een empathische houding naar patiënten toe die heel prettig is. Ik hoop hem over enkele jaren als collega huisarts te mogen begroeten. In het tijdperk waarbij de drukte in de praktijk toeneemt, is de ANIOS een mogelijke invulling binnen de dagelijks praktijk, waarbij er ruimte en tijd wordt gecreëerd voor een passend tarief. Wel denk ik dat het verstandig is om een ANIOS aan te nemen voor minimaal een jaar en maximaal twee jaar. Korter dan 9 maanden lijkt niet wenselijk, omdat de tijdsinvestering in het begin te weinig oplevert. Mathijs heeft gesolliciteerd voor de huisartsenopleiding en wij zijn ervan overtuigd dat hij een goede kans maakt om door de sollicitatie heen te komen. Mocht dat zo zijn, dan zoeken wij voor september 2019 een nieuwe ANIOS, want we willen er graag mee doorgaan. Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen via d.lenders@ezorg.nl of m.peeters@ezorg.nl ANIOS huisartsgeneeskunde in Landgraaf Al doende leert men DOOR STEFAN VAN DER EERDEN, HUISARTS IN LANDGRAAF EN VICO LEETERS, ANIOS Aanleiding Afgelopen jaar spraken Joost Dormans van de huisartsopleiding Maastricht en huisarts Stefan van der Eerden van MC Putstraat uit Landgraaf elkaar over een dreigend tekort aan huisartsen (in opleiding). Het leek erop, dat veel ANIOS-sen in het ziekenhuis blijven ‘hangen’ en niet meer terugstromen naar de eerstelijn. Zo ontstond het idee om een ANIOS-Huisartsgeneeskunde in het leven te roepen en in dienst te nemen, met als doel basisartsen enthousiast te maken voor het huisartsenvak en de huisartsopleiding. Op dat moment was semiarts en inmiddels basisarts Vico Leeters werkzaam in de praktijk. Hij wil de huisartsopleiding gaan volgen en was direct geïnteresseerd in deze nieuwe functie. De ANIOS (Vico) “Vanaf april 2018 werk ik als ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) bij huisartsenpraktijk Medisch Centrum Putstraat in Landgraaf. Deze nieuwe en innovatieve functie is zeer geschikt voor basisartsen die de ambitie hebben om huisarts te worden. Als coassistent maak je kennis met de huisartsenpraktijk, maar echt meedraaien in de praktijk is heel anders. Het geeft je de kans om van dichtbij te ervaren hoe het is om te werken in een huisartsenpraktijk met een hecht team wat op één lijn staat om de best mogelijke patiëntenzorg te leveren. Daarnaast zorgt de langere periode van een jaar ervoor, dat je veel meer inzicht krijgt in wat er 8 allemaal speelt binnen een huisartsenpraktijk en wat er bij het huisartsenvak komt kijken. In het begin heb ik samen met de huisartsen en praktijkmanager Judith Steuns moeten zoeken naar de juiste invulling voor deze nieuwe functie. De insteek van de functie was aanvankelijk om een soort ‘vliegende kiep’ te zijn en flexibel ingezet te worden op actuele zorgvragen. Bijvoorbeeld een patiënt met pijn op de borst, iemand met een snijwond, maar ook een ongeruste longpatiënt die laagdrempelig ‘naar zijn longen wilt laten luisteren’. Voor mij veel uitdaging en variatie en voor de huisartsen minder 1 e uitgave 2019 patiënten tussen het spreekuur door. Ik kan de patiënt in alle rust te woord staan en onderzoeken en daarna is er tijd om met de huisarts te overleggen en na te bespreken. Het bleek geen dagvullende taak om mij als ANIOS zo in te zetten. Al doende ontstond het idee om ook een regulier spreekuur te creëren, waarbij ik relatief eenvoudige problematiek ging zien op mijn spreekuur. Ook zou ik beschikbaar zijn voor algemene vragen van assistentes en kreeg ik enkele administratieve taken. Daarnaast was er nog voldoende tijd en ruimte voor mijn eigen interesses, bijvoorbeeld meedoen met de geplande kleine chirurgische ingreepjes en intra-articulaire injecties zetten. Een breed takenpakket maakt deze functie interessant. Als coassistent ben je vooral medisch inhoudelijk bezig en met het ontwikkelen van diagnostische vaardigheden. Als ANIOS heb je meer taken die een huisarts ook heeft en zo groei je meer in je rol als dokter onder gesuperviseerde zelfstandigheid.” De huisarts (Stefan) “Door de ANIOS een “vliegende kiep” te laten zijn in de huisartsenpraktijk is het mogelijk om het vak van huisarts in de volle breedte te leren kennen. Door supervisie van de huisarts is er extra aandacht voor het breder diagnostisch denken. Wat is de vraag van de patiënt? Wat heeft de patiënt nodig? Is het alleen somatisch? De Universiteit Maastricht steunt deze vorm van werken.” De ANIOS “Een juiste verdeling vinden was een proces van geregeld overleg en aanpassen. Na enkele weken hadden we een goede balans tussen het aantal plekken voor reguliere consulten en spoedplekken. De assistentes zijn geïnstrueerd wat bij mij gepland mocht worden. Enkele voorbeelden: hoestklachten, keelklachten, diarree, kleine trauma’s, kinderen met koorts, buikpijn, pijn op de borst en hechtwonden. Vooral in het begin had ik veel supervisie en overleg nodig om mijn consulten af te handelen. Hier was gelukkig altijd genoeg ruimte en tijd voor. Door veel patiënten te zien en veel zelf te doen, heb ik mijn kennis en vaardigheden op het gebied van de huisartsgeneeskunde verder kunnen ontwikkelen. Na verloop van tijd kon ik op regelmatige basis consulten zelfstandig afhandelen. Nu mijn laatste maand is aangebroken, kijk ik terug op een zeer leerzame tijd, hoe het is om samen te werken met een hecht team met laagdrempelige communicatie met respect over en weer. Na deze ervaring wil ik dan ook vol enthousiasme en motivatie opgeleid worden tot huisarts zodat ik later hopelijk zelf ook als praktijkhouder dit mooie vak mag en kan uitoefenen”. De huisarts “De ANIOS is in dienst van de huisartsenpraktijk. Voorafgaand aan het in dienst nemen van een ANIOS hebben wij contact gehad met de VvAA. Zij hebben advies gegeven over de benodigde verzekeringen en de inschaling in het CAO Huisartsenzorg. Voor de praktijk is het ten aanzien van de werkgeverskosten en verzekering voor 9 tweederde kostendekkend. Het overige wordt gezien als een investering voor het vak en de opleiding, we maken basisartsen enthousiast voor het vak. Nu het jaar van Vico bijna afloopt, zijn wij weer op zoek naar een nieuwe ANIOSHuisartsgeneeskunde!” op één lijn 63
Page 10
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Monique Wijers Gedragswetenschapper Huisartsopleiding Helène Dassen Huisartsbegeleider jaar 1 Vanaf 1 maart 2019 ben ik werkzaam als docent aan de huisartsopleiding in Maastricht. Ik volg Cecile Henquet op als maatje van Gerrie Waagenaar en verzorg onderwijs in het derde jaar. Met een nostalgisch gevoel fietste ik de afgelopen weken richting het P. Debyeplein 1. Dit is namelijk het gebouw waar ik als kersverse student in 1985 startte met mijn opleiding Gezondheidswetenschappen aan de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg. Inmiddels ben ik klinisch psycholoog en psychotherapeut. Ik ben sinds 1993 werkzaam geweest binnen verschillende GGZ-instellingen in de regio Zuid-Limburg. Steeds in de specialistische GGZ vanuit het referentiekader cognitieve gedragstherapie en schematherapie. Vanaf 2017 werk ik met een aantal collega’s vrijgevestigd onder de noemer Perspectief Psychotherapie Maastricht. Trauma-gerelateerde problematiek heeft door de jaren steeds mijn speciale aandacht gehad. Ik deel mijn kennis, kunde en passie voor het vak graag. Daarom verzorg ik bij verschillende opleidingsinstellingen (na)scholing aan professionals, ben ik supervisor en leertherapeut. Ik woon samen met mijn partner Rob in Maastricht. Samen proberen we onze pubers Sam (16) en Ava (14) een beetje in het gareel te houden. We maken met ons gezin graag verre, avontuurlijke reizen. Vooral Tibet en Afrika hebben mijn hart gestolen. Tijdens de stafdag in Maastricht heb ik me warm ontvangen gevoeld, al veel nieuwe collega’s ontmoet en oude bekenden teruggezien. Dat smaakt naar meer! 10 Mijn naam is Helène Dassen en in februari ben ik gestart als huisartsbegeleider voor de regio noord, jaar 1. Ik ben in de luxepositie dat ik het komende half jaar mag meedraaien in de groep van Marieke Strijker en Marjolein Oerlemans, met het vooruitzicht dat ik in september met een eigen groep start. In 2003 ben ik gestart met de opleiding psychologie in Utrecht, nadat ik was uitgeloot voor geneeskunde. Het jaar daarna kon ik gelukkig toch starten met de geneeskunde opleiding in Rotterdam. Daar heb ik met veel plezier acht jaar gewoond, gestudeerd en gewerkt. Vervolgens volgde ik de huisartsopleiding in Amsterdam aan het AMC-UvA en rondde deze in juni 2016 af. Hoe ben ik in Eindhoven beland? Daar is alles begonnen: ik woonde tot mijn 18e in deze stad en ik ben weg gegaan met de gedachte hier niet meer terug te keren. Echter, de liefde (Jan-Willem) en het gemis van Brabant heeft me toch teruggebracht. Een half jaar geleden ben ik bevallen van Julian, een heerlijk actief kereltje, die mijn vrije tijd goed opslokt. Daarnaast besteed ik mijn tijd aan familie, vrienden die her en der in het land wonen en zoveel mogelijk buiten zijn. Het sporten is nu op een lager pitje gekomen, maar ik ga weer vol goede moed starten aan de bootcamp. 1 e uitgave 2019 Ik ben opgeleid als psychotherapeut, als zodanig momenteel werkzaam bij Co-eur (een specialistische GGZ-instelling voor mensen met eetstoornissen) en ik zie het als een mooie uitdaging om nu ook op een andere manier met mijn vak bezig te mogen zijn. Esther Maes Gedragswetenschapper Huisartsopleiding Mijn naam is Esther Maes en ik ben sinds februari gestart als gedragswetenschapper bij de huisartsopleiding, een voor mij nieuwe functie waar ik heel veel zin in heb! Ik vind mijn werk belangrijk en haal daar veel energie uit. Daarnaast vergeet ik niet te genieten van al het moois dat het leven verder te bieden heeft. Ik hou ervan om sportief bezig te zijn, doe aan hardlopen en moderne dans en ben altijd te enthousiasmeren om samen een sportieve uitdaging aan te gaan. Reizen, nieuwe restaurantjes uit proberen, lezen, borrelen met vrienden zijn dingen die ik leuk vind om te doen. Ik doe dat niet alleen, ik ben getrouwd en samen hebben we 2 kleine, vrolijke mannetjes van 3 en 5 jaar oud. Ik kijk uit naar een leuke, mooie en leerzame nieuwe uitdaging bij HAG! Huisarts & huisdier Een eigenwijs stukje dynamiet!! DOOR INGEBORGH HOLDORP, HUISARTS IN PEY-ECHT Dit is Mardi van de Kribbelkamp, geboren op een dinsdag in juni 2016. Verloren was ik bij mijn bezoek aan het nestje van vier kleine Epagneuls Breton. Dit ras heeft vier kleuren: Oranje-wit (meest voorkomend), Citron-wit, Maron-wit (chocoladebruin) en Zwart-wit. Vaak ook met kleine vlekjes ofwel schimmelplaten. Ze zijn afkomstig uit Frankrijk, uit het hart van Bretagne. Een jachthond met een korte of zelfs ontbrekende staart. Mardi is een Maron met bruine schimmelplaten. Uiterlijk valt de energie, de dynamiek en de intelligente uitstraling op. Het lichaam is iets gedrongen (cob), lijkt door haar kleur op een kleine Munsterlander of Heidewachtel, is krachtig en atletisch. Het is een kleine staande jachthond met een voortreffelijke neus. Het is een hond voor de jager. Hij wijst de jager met zijn neus het wild aan en staat stokstijf voor. Mardi heeft een pittig temperament, maar is ook zachtaardig en betrouwbaar. Het zijn gezonde honden die weinig verzorging nodig hebben. Mardi leeft bij ons buiten, zij heeft een buitenverblijf. We hebben een grote tuin grenzend aan het bos waar ze veel bewegingsvrijheid heeft. Met Mardi loop ik gemakkelijk 5 tot 10 km op een dag, dat heeft ze nodig om stoom af te blazen, om haar energie goed kwijt te kunnen. Ook heerlijk voor de baas om in de natuur het hoofd leeg te maken en daarna met nieuwe energie verder te gaan. Het is een hond met een stevig karakter. Slaagt de opvoeding, dan gaat ze voor je door het vuur. Dat laatste is wel een dingetje… Mardi is erg eigenwijs. Ze is momenteel weer op cursus. Gaat ze achter haar neus aan in het veld, dan kan ze me erg op de proef stellen…. 11 op één lijn 63
Page 12
op één lijn 63 S 1 e uitgave 2019 A Bruikbare wetenschap Betere diagnostiek en goed onderzoek DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE B In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Multimorbiditeit over de tijd Met alle berichten en aandacht voor kwetsbare ouderen vergeten we wel eens dat er ook fitte 80-plussers vrolijk op het spreekuur komen vertellen dat ze een cruise in Alaska gaan maken. ‘Nu kan het nog dokter...’ Ik vraag me dan af wat ze gaan doen als ze 90 zijn. Maar ondertussen verzamelt de alsmaar ouder wordende patiënt ook wel een breed pallet aan aandoeningen. Marjan van den Akker, dit jaar hoogleraar geworden in Frankfurt, keek met haar Vlaamse team naar de prevalentie van multimorbiditeit en polyfarmacie tussen 2000 en 2015 in een database met ca. 160.000 personen per jaar. In 2015 had 23% van de populatie multimorbiditeit (2 of meer chronische aandoeningen) en 20% had polyfarmacie (5 of meer verschillende geneesmiddelen in een jaar). In de loop van 15 jaar stegen het percentage patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie, voor beide geslachten en in alle leeftijdsgroepen. Vanzelfsprekend waren de percentages het hoogste in de oudste patiënten (>60% met multimorbiditeit in de 75-plussers), toch was de meeste stijging te zien in de groep patiënten jonger dan 50 jaar. Dat kan volgens de auteurs vele oorzaken hebben, die we allen zullen herkennen. Betere diagnostiek, maar toch ook wel waarschijnlijk betere codering in de HISsen van chronische aandoeningen. Daarmee kan de stijging dus ook verklaard worden door ander klikgedrag van dokters, onder andere aangejaagd door de chronische zorgprogramma’s van het laatste decennium. In toekomstige analyses zou ik uitkijken naar een uitsplitsing van de verschillende morbiditeiten, aangezien de ziektelast en complexiteit van verschillende chronische aandoeningen sterk kan wisselen. Presbyacusis heeft een andere impact op een geplande rondvaart op de Rijn (of in Alaska) dan decompensatio cordis. Gezamenlijke besluitvorming bij borstkanker Samen beslissen, en de term shared decision making, staat in de volle aandacht. Dusdanig dat je soms kunt afvragen of iedereen de term goed begrijpt. Een aios in de praktijk schreef bij elke P-regel de afkorting SDM als teken dat het door de dokter gemaakte plan was besproken met de 12 patiënt. Samen beslissen behelst toch echt iets meer. Trudy van der Weijden en promovendus Wilma Savelberg keken in borstkankerteams in het ziekenhuis hoe samen beslissen tot stand komt. Juist bij deze aandoening is het werkveld al relatief ver in de uitvoering van samen beslissen inclusief het gebruik van keuzehulpen. In een kwalitatieve analyse interviewden ze 9 chirurgen, 11 nurse-practitioners en 7 verpleegkundigen. De deelnemers onderkenden allen dat shared decision making een teaminspanning vereist. Toch werden de accenten verschillend ervaren. Chirurgen keken toch wat meer naar de verpleegkundigen als het ging om het doorspreken van opties en gebruik van de beslishulp. Daarnaast waren er ook wel deelnemers die het gevoel hadden dat het (medische) MDO de beste behandeling voorstelde. Het meenemen van de voorkeuren van de patiënt kon leiden tot inferieure behandeling, of juist tot verwarring bij patiënten. Het artikel is het lezen waard. Juist omdat borstkankerteams worden gezien als ‘early adopters’ van shared decision making. Je leest dat het hele proces van samen beslissen soms volledig wordt omarmd en als team wordt uitgevoerd, maar er blijft ook wel misconceptie, paternalisme, en scepsis onder de deelnemers en teamleden. Reden te meer waarom samen beslissen nog meer aandacht mag blijven krijgen en het is goed om te merken dat artsen in spe het nu in de opleiding tegenkomen. Sepsis – vertraging geeft ongelukken Een myocardinfarct te laat herkennen is de schrik van elke dokter. Hoe ernstiger het beeld, hoe minder graag we het willen missen. Sepsis heeft een duizelingwekkende mortaliteit, en hoe later adequate behandeling wordt ingesteld, hoe slechter de overlevingskans. Patiënten met sepsis gaan vaak nog langs een aantal afdelingen – van SEH naar IC en soms naar de afdeling – en overlijden vaak niet direct. Daardoor zien we onvoldoende het vroegtijdig herkennen van de ernstige infectie niet zo keihard terug als het missen van een myocardinfarct. Het blijft echter net zo’n lastige materie. Gideon Latten, B S C R W R U N T I D A K M A S E R E T E E E T N E G N S R C H I A H P U A T S E H K I U SEH-arts in Zuyderland, hoopt op het onderwerp te promoveren. In een van zijn deelstudies bestudeerde hij de medische dossiers van 440 patiënten met ernstige infecties, en hij keek met name ook naar de prehospitale fase. Van deze groep patiënten had 41% al voor de dag van verwijzing contact met de huisarts gehad, blijkend uit het feit dat 23% al antibiotica gebruikte. De mediane duur van symptomen was maar kort (3 dagen). Van de 440 patiënten had 5% een ‘adverse event’, dat wil zeggen overlijden of een IC-opname. Deze kleine groep was minder vaak via de huisarts op de SEH terecht gekomen (vaak via 112 melding) en had wel hogere sepsis scores bij binnenkomst (qSOFA en SOFA scores). De prehospitale fase biedt veel kansen voor vroegtijdige herkenning van sepsis. Maar hoe dan? Dat blijft lastig en hopelijk bieden aankomende studies nog nadere handvatten daarvoor. De ademhalingsfrequentie tellen én vastleggen lijkt al een belangrijke. En als je aan een sepsis denkt, meldt dat dat zeker bij aanmelding op SEH en meldkamer. Daarmee krijgt de patiënt snelle en gepaste behandeling in de spoedketen. Noem je alleen maar algemene malaise of iets dergelijks, dan kan het zijn dat de patiënt kostbare tijd verliest in de wachtkamer of op de gang van de SEH. De broodnodige bruikbare wetenschap van de toekomst “Het meeste wetenschappelijke onderzoek kan zo in de prullenbak in”, wordt weleens door vooraanstaande wetenschappers beweerd. Ik ben minder sceptisch, maar goed onderzoek begint wel met de goede vragen stellen. Voor ons vak is de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde het afgelopen jaar ontwikkeld. Die agenda moet inspiratie bieden aan onderzoekers, financiers, beleidsmakers en patiëntenorganisaties voor toekomstig huisartsgeneeskundig onderzoek. In een uitvoerig proces werden de bestaande kennislacunes bij de NHG Standaarden aangevuld door bovenstaand genoemde partijen. De geprioriteerde onderwerpen vormen een uitermate waardevolle lijst met bijna 800 items. En dat zijn nu net de vragen waarop we het antwoord in de spreekkamer nog niet weten. Het team wist de ontwikkeling ook internationaal te publiceren, maar de kennisvragen zijn ook online gewoon te raadplegen. Gebruik de QR-code om de PDF te openen. Referenties • Trends in multimorbidity and polypharmacy in the FlemishBelgian population between 2000 and 2015. van den Akker M, Vaes B, Goderis G, Van Pottelbergh G, De Burghgraeve T, Henrard S. PLoS One. 2019 Feb 12;14(2):e0212046. doi: 10.1371/journal. pone.0212046. eCollection 2019. PMID: 30753214 • Characteristics of the prehospital phase of adult emergency department patients with an infection: A prospective pilot study. Latten GHP, Claassen L, Jonk M, Cals JWL, Muris JWM, Stassen PM. PLoS One. 2019 Feb 7;14(2):e0212181. doi: 10.1371/journal. pone.0212181. eCollection 2019. PMID: 30730990 • Does lack of deeper understanding of shared decision making explains the suboptimal performance on crucial parts of it? An example from breast cancer care. Savelberg W, Boersma LJ, Smidt M, Goossens MFJ, Hermanns R, van der Weijden T. Eur J Oncol Nurs. 2019 Feb;38:92-97. doi: 10.1016/j. ejon.2018.12.004. Epub 2018 Dec 15. PMID: 30717943 • Development of a research agenda for general practice based on knowledge gaps identified in Dutch guidelines and input from 48 stakeholders. Burgers JS, Wittenberg J, Keuken DG, Dekker F, Hohmann FP, Leereveld D, Ligthart SA, Mulder JA, Rutten G, van der Wouden JC, van Balen JAM, Knottnerus JA. Eur J Gen Pract. 2019 Jan;25(1):19-24. doi: 10.1080/13814788.2018.1532993. Epub 2018 Nov 26. PMID: 30474455 13 op één lijn 63
Page 14
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Behandeling van overgevoelige maag Nortriptyline bij functionele dyspepsie DOOR BRAM BECKERS, ARTS-ONDERZOEKER MDL, MUMC+ Definitie Dyspeptische symptomen, waaronder pijn in de maagstreek en een opgeblazen gevoel, komen in de Westerse populatie vaak voor (incidentie tot 40%). Meestal betreft dit dyspeptische klachten zonder aanwijsbare oorzaak (70%) waarbij men spreekt van functionele dyspepsie. Aangezien er geen biomarkers bestaan, is de diagnose functionele dyspepsie gebaseerd op klinische criteria. Volgens de Rome lV criteria, de huidige standaard, is functionele dyspepsie gedefinieerd als “het hebben van een bezwaarlijk vol gevoel na de maaltijd, vroege verzadiging of pijn/branden in de maagstreek, zonder dat er bewijs is voor een organische aandoening.” Waarom onderzoek? Functionele dyspepsie komt vaak voor en brengt aanzienlijke zorgkosten en verlies aan arbeidsproductiviteit met zich mee. Helaas is er op dit moment geen duidelijk effectieve behandeling beschikbaar. Nieuwe behandelstrategieën zijn zeer wenselijk. Er zijn aanwijzingen dat laag gedoseerde tricyclische antidepressiva de klachten kunnen verminderen. Goed opgezet onderzoek om dit aan te tonen ontbreekt echter nog. Bovendien is er enige terughoudendheid om deze middelen te gebruiken gezien het label ‘antidepressiva’. Ook kunnen bezwaarlijke bijwerkíngen optreden. Wat is het doel van het onderzoek? Het doel is het onderzoeken van de effectiviteit van nortriptyline, een tricyclisch antidepressivum, bij functionele dyspepsie. Nortriptyline is een tweede generatie tricyclisch antidepressivum met minder anticholinerge bijwerkingen dan de eerste generatie middelen uit dezelfde klasse (zoals amitriptyline). Bovendien wordt nortriptyline via één enzymatische stap gemetaboliseerd. Hierdoor is de medicijnafbraak veel beter te voorspellen op basis van polymorfismen. Hiertoe zal vooraf aan de start van de behandeling een genotypering van het betrokken enzym verricht worden. Om hinderlijke bijwerkingen te verminderen en de effectiviteit te verbeteren, mogen alleen patiënten met een normale medicijnafbraak deelnemen. Samenwerking huisartsgeneeskunde Het project wordt gesteund door de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht. Mede daarom werden in januari 2019 de huisartsen in de regio Zuidoost Limburg reeds benaderd voor deelname aan het onderzoek. Maar er is meer nodig. Op dit moment doen zes ziekenhuizen uit heel Nederland mee aan het onderzoek. Omdat een groot deel van de beoogde patiëntenpopulatie vooral gezien wordt in de eerstelijn, is de hulp van u als huisartsen hard nodig. Meer informatie? Herkent u deze veelvoorkomende klacht? Ziet u het belang van een werkzame behandeling? Mail of bel ons dan voor meer informatie over het project, via Bram Beckers telefoonnummer 043-3881844 of per email via tender-intmed@maastrichtuniversity.nl. Oproep StopWijzer Stoppen met roken is succesvoller bij gebruik van gedragsmatige hulp, maar veel rokers maken er geen gebruik van. De nieuw ontwikkelde StopWijzer geeft inzicht in effectieve stopmethoden en waar deze te vinden zijn. In mei start de Universiteit Maastricht met een proef onder huisartsenpraktijken waarin ‘De StopWijzer’ wordt getest en zoekt nog deelnemers. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Daniëlle Zijlstra via stopwijzer@maastrichtuniversity.nl 14 1 e uitgave 2019 Registratie huisartspraktijken Het Registratienet nieuwe stijl DOOR HUIBERT TANGE, JOS BOESTEN EN ANNEMIEK NIJHOLT, REGISTRATIETEAM In 1988 werd het RegistatieNet Huisartsen (RNH) opgericht als infrastructuur voor huisartsgeneeskundig onderzoek aan de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg. Het RNH was niet de eerste een database met zorggegevens uit de eerste lijn, maar wel uniek in zijn soort. Het werd namelijk gebruikt voor zowel epidemiologisch onderzoek als patiëntgebonden onderzoek. In de loop der jaren heeft het RNH 282 publicaties en 52 promoties opgeleverd, vooral op het gebied van chronische gezondheidsproblemen in de eerste lijn. De database bevat op dit moment de gegevens van 166.000 patiënten, waarvan 80.000 nog steeds elke 3 maanden worden geactualiseerd. Ook op andere universiteiten zagen eerstelijns registratienetten het licht. Voor het RNH, nu meer dan 40 jaar oud, gold inmiddels de wet van de remmende voorsprong. Een goede reden voor vernieuwingen. Vorig jaar al werd de naam van het RNH veranderd in Research Network Family Medicine (RNFM). Veel veranderingen tegelijk De belangrijkste veranderingen hebben plaatsgevonden op het technische vlak. Sinds dit jaar maken we deel uit van de ‘Intercity-groep’. Dit is een samenwerkingsverband van eerstelijns registratienetten van vijf Nederlandse universiteiten. Binnen dit samenwerkingsverband wordt gezamenlijk onderhandeld met derde partijen. Het meest tastbare resultaat is dat we nu op een uniforme manier de gegevens uit de aangesloten EPD1’s kunnen halen. Dit bespaart ons bij toekomstige software-updates ervan veel ontwikkelwerk. Bovendien wordt nu de complete dataset van medische gegevens meegenomen, inclusief meetwaarden (lab, ketenzorg), waardoor het RNFM interessanter wordt voor onderzoekers. We moesten hiervoor de manier van data-opslag harmoniseren met die van de Intercity-groep. Zo kunnen we straks nog beter gegevens delen. De personele samenstelling van het RNFM-team is veranderd. Marjan van den Akker is hoogleraar in Frankfurt geworden. Haar rol is overgenomen door Huibert Tange. Ons team bestaat momenteel uit: hoogleraar en huisarts Jean Muris (voorzitter), onderzoeker Huibert Tange (coördinator onderzoek), huisarts Jos Boesten (coördinator data), huisarts Annemiek Nijholt (coördinator huisartsen) en Judith Janssen 1 Elektronisch Patiënten Dossier (secretariaat). De technische ondersteuning van het team blijft liggen bij het MEMIC, het facultaire centrum voor dataen informatiemanagement. Tegelijk met deze technische en organisatorische veranderingen werd ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming van kracht. Hierdoor moesten we ook allerlei procedures en overeenkomsten aanpassen. Dat kostte de nodige moeite. Huidige stand van zaken We zijn bijna toekomstbestendig. De MicroHIS-praktijken (vroeger een eis) zitten als eerste in de nieuwe database. De andere HIS-sen kunnen we nu ook bedienen. De meeste overeenkomsten zijn aangepast; aan enkele wordt nog gewerkt. Er staan zes onderzoeksgroepen klaar om met ons samen te werken. Verder zijn negen nieuwe huisartsenpraktijken bereid om zich aan te sluiten, onder andere de Plus-praktijken uit de regio Oostelijk Zuid-Limburg, zodat het totaal op 27 praktijken komt. In principe kan elke praktijk uit Zuid- en Midden-Limburg aansluiten, mits ze voldoen aan de kwaliteitseisen van de ADEPD-richtlijn. Blik naar de toekomst Wat kunnen we verwachten van het nieuwe RNFM? De uitgebreidere dataset biedt nieuwe mogelijkheden voor onderzoekers. Het RNFM wordt hierdoor interessant voor alle eerstelijnsonderzoek. Dus niet alleen voor studies naar chronische gezondheidsproblematiek, maar bijvoorbeeld ook voor onderzoek naar kinderen met koorts, point-of-care diagnostiek en andere klinisch relevante onderwerpen. Onze grote hoeveelheid data wordt interessant voor big data onderzoekers die met zelflerende algoritmen causale verbanden en risicoprofielen kunnen ontdekken, die we met traditionele onderzoeksmethoden over het hoofd zouden zien. Zeker als ze via het Intercity-verband de beschikking kunnen krijgen over landelijke patiëntenpopulaties. Maar zover zijn we nog niet, het zijn nog ideeën. De aangesloten huisartsen kunnen we in de toekomst beter van dienst zijn. Andere registratienetten leveren al langer spiegelinformatie aan huisartsenpraktijken. Het RNFM kan dat in de toekomst ook gaan doen. We voeren op dit moment oriënterende gesprekken met de Zuid-Limburgse huisartsenorganisaties om de behoefte hieraan te peilen. De band tussen de academie en de praktijk wordt zo verder verstevigd. We houden u op de hoogte. Website: www.rnfm.nl 15 op één lijn 63
Page 16
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Geen hartfalen, maar wat dan wel? OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Casus De nieuwe casus betreft patiënt A, een 58-jarige, sportieve man. Hij meldt zich bij zijn huisarts met recente klachten over hartkloppingen en dyspnoe d’effort. Volg de QR-code voor een beschrijving van de casus en twee röntgenfoto’s. Vorige casus De diagnose van de vorige casus is nefrotisch syndroom, met als doodsoorzaak een longembolie. Via de QR-code kunt u de trefwoorden en digitale zoektocht inzien. De prijs gaat dit keer naar Gusta van Zwieten (AIOTHO). Van harte gefeliciteerd! De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Yvonne van Leeuwen, Irene Soeters, Tonnie van Kessel, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. Zoektocht Er waren geen aanwijzingen voor hartfalen, cardiomyopathie of pulmonale hypertensie. Maar wat dan wel? Voor een adequate verklaring van de inmiddels sterk invaliderende klachten van deze patiënt zaten huisarts en specialisten acht jaar na de eerste presentatie op dood spoor. Het was de patiënt zelf die kwam met een verrassende suggestie na een zoektocht op internet. Antwoorden insturen naar: simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl Verloop van deze casus Leeftijd 58 Behandelaar HA 61 64 65 HA, CARD CARD Geen verbetering; dyspnoe verergert na inspanning, bij voorover bukken en na de maaltijd 66 LA CARD Toelichting bij de afkortingen: 16 HA = huisarts LA = longarts Klachten nemen geleidelijk toe. Inspanningstolerantie neemt af; toenemende vermoeidheid. Kan niet plat liggen bij slapen. CT-thorax en longen: normaal. Longfunctie: normaal Fietsergometrie: normaal Echo en cardio-CT: normaal. Coronair angio: normale kransslagaders; lichte aortaklepsclerose. Paroxysmale AVNRT en frequente VES; soms bigeminie. INT = internist CARD = cardioloog Voorgeschiedenis Leeftijd 10 18 32 47 HA, LA Behandelaar Klacht / symptomen Hoesten; dyspnoe; koorts Keuringsarts Afgekeurd voor militaire dienst INT INT Septisch beeld Buikpijn Bevindingen / symptomen Besnier-Boeck; lymfeklieren hilus Matige pectus excavatum Amoebenabces lever Ulcus duodeni Klacht / symptomen/ etc Bevindingen / symptomen Hartkloppingen; dyspnoe d’effort Stopt met werk wegens aanhoudende klachten Geleidelijke toename klachten; medicatie helpt niet Paroxysmale AVNRT 220/min R/ Sotalol; Verapamil X-thorax : geen afwijkingen Echo hart: geen afwijkingen. Inspanningstest: normaal, maar wel frequente VES. Thalliumscan: geen ischaemie Ablatie op één lijn 63 Boekrecensie Wat is er met de dokter gebeurd? DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, HUISARTS N.P. Boek B. Van Engelen, GJ. van der Wilt, M. Levi: Wat is er met de dokter gebeurd? Ervaringen en bespiegelingen vanuit de medische arena. Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2018. Inleiding Soms waardeer je een boek omdat het verwoordt wat jij ook al dacht, soms omdat het nieuwe inzichten aandraagt. Dit boek doet beide. Vooral het begin komt bekend voor: de patiënt raakt verdwaald in ons moderne gezondheidszorgsysteem, de techniek woekert en ook de dokter raakt vermalen. Een zucht die vele huisartsen slaken. Wel fijn dat het goed bij elkaar is gezet. Maar hoe komen we eraf en eruit. Ook mensen ‘van buiten’ komen aan het woord: filosofen, kunstenaars, ondernemers. Dan wordt het spannend. To read or not to read Degenen die de rust of tijd niet hebben om dit boek te lezen: kijk door je oogharen naar de titel en bedenk dat het veelzeggend is, dat dit boek, nu, op deze plaats verschijnt. Dat er een rebelsheid uit spreekt (‘sta je op het punt om coassistent te worden, doe het niet!’) en een meerstemmig geluid dat het echt anders moet en kán. Nu! Degenen die de tijd en rust nemen om te lezen: ga er echt voor zitten. Het is geen bedlectuur. De grondslagen van de geneeskunde, inclusief de wetenschapsfilosofie, komen aan de orde, maar dan in herkenbare schetsen. Zowel het perspectief van de patiënt, als van de arts, het ziekenhuis als de maatschappij, worden belicht. Het boek helpt je richting kiezen. Accepteren van imperfectie Over artsen valt het nodige te zeggen: we hebben een (te) hoog streefniveau, we willen pleasen en we houden onze grenzen slecht in de gaten. Eén auteur, piloot, houdt arts en patiënt voor: het vliegtuig is altijd een beetje kapot, het gaat erom of het TE kapot is voor een veilige vlucht. Gezondheidzorginstituties hebben de afslag genomen naar het efficiëntie-denken en die weg blijkt dood te lopen (“teveel tellen, te weinig vertellen”). We zijn ergens uitgekomen waar we niet willen wezen. Waarheen nu? Niemand van de schrijvers pretendeert hét antwoord te kennen, maar samen komen ze tot een concept waar wij chocola van kunnen maken. Weer door mijn oogharen kijkend zie ik als Leitmotiv wat de eindredacteuren ook in hun slotwoord benadrukken: accepteren van imperfectie, - in patiënt, lichaam en arts - en jongleren daarmee, als een zwerm spreeuwen creatief maar gecoördineerd koers kiezend. Als ik een punt van kritiek mag noemen: er staan niet veel praktijkvoorbeelden in. Maar de geboeide lezer kan ze er moeiteloos bij bedenken. Oratie Prof. Dr. Jochen W.L. Cals Op 6 juni is huisartsonderzoeker Jochen Cals (1980) benoemd tot hoogleraar 'Effectieve Diagnostiek in de Huisartsgeneeskunde'. Cals promoveerde in 2009 cum laude op onderzoek naar infectieziekten en het gebruik van de CRP-sneltest. Hij is en blijft huisarts in Sittard, de bakermat voor zijn Bruikbare Wetenschap. Wanneer Vrijdag 28 juni 2019 om 16:30uur Waar Aula Universiteit Maastricht Minderbroedersberg 4-6, Maastricht 17
Page 18
1 e uitgave 2019 2014 WESP-student Puck Nagtzaam Sociale omgeving en sociale steun bij succesvol stoppen met roken BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK EN FLOOR VAN DEN BRAND Vraagstelling Er is weinig bekend over de rol van de sociale omgeving in het stoppen-met-roken-proces. Ook wordt weinig aandacht besteed aan sociale steun. Ik onderzocht wat de invloed was van beide fenomenen op succesvol stoppen met roken. Tevens keek ik of partners van gestopte rokers zelf ook stopten met roken. Studiedesign We gebruikten de ingevulde vragenlijsten van de zogeheten CATCH-studie. Deze zijn ingevuld door 587 rokende werknemers in Nederland. Zij kregen een stoppen-metroken training met een 12-maanden follow-up. Primaire uitkomstmaat was continue abstinentie gemeten met een CO-monitor. Primair resultaat en conclusie Het hebben van rokers in de omgeving bleek negatief geassocieerd met lange-termijn-abstinentie. Steun van collega’s kan wél stoppogingen effectiever maken. Steun van partners was positief voor de korte-termijn-abstinentie. Succesvol-gestopte deelnemers hadden meer abstinente partners (73,2%) dan niet succesvol-gestopten (43,7%). Het is wenselijk om de sociale omgeving, waaronder partners, meer te betrekken bij stoppogingen. WESP-student Floor Minkels Competentieontwikkeling van een AIOS BEGELEIDERS: ANGELIQUE TIMMERMAN EN LAURY DE JONGE Vraagstelling Observeren is een manier om de competentieontwikkeling van een AIOS te monitoren in het leveren van patiëntenzorg. Om aanbevelingen te kunnen formuleren voor een optimale inzet hiervan, hebben wij onderzocht hoe een AIOS en opleider de rol van observeren op de werkplek afstemmen en dit vertalen naar de dagelijkse praktijk. Studiedesign Kwalitatieve studie via een Grounded Theory Approach. Hiervoor hebben we vijf AIOS-opleider koppels van de 18 huisartsopleiding Maastricht geïnterviewd, eerst individueel en daarna samen, waarna deze data zijn geanalyseerd. Primair resultaat en conclusie De rol van het observeren in de opleidingspraktijk wordt vooral afgestemd tussen AIOS en opleider, waardoor de inzet van observaties niet optimaal is. Geadviseerd wordt om de rol van het observeren herhaaldelijk te bespreken tussen AIOS en opleider en observaties structureel in te plannen in de opleidingspraktijk. op één lijn 63 1 e uitgave 2019 WESP-student Roy Snellings Mening van huisartsen ten aanzien van influenzavaccinatie BEGELEIDERS: RUUD VERHEES & GEERT-JAN DINANT Vraagstelling De influenza-epidemie is een regelmatig terugkerend fenomeen. Net als influenza lijkt ook telkens de discussie over het nut van de griepvaccinatie terug te keren. We onderzochten de meningen en opvattingen van huisartsen ten aanzien van een aantal aspecten van griepvaccinatie. Specifiek: het eigen vaccinatiegedrag, de verplichtstelling van influenzavaccinatie onder zorgverleners, effectiviteit van influenzavaccinatie, een nieuwe trial hiernaar, de ernst van influenza onder ouderen en de leeftijdsgrens als indicatie. Studiedesign We deden digitaal vragenlijstonderzoek. De enquête werd via het netwerk van de vakgroep huisartsgeneeskunde per mail verspreid onder huisartsen in de regio’s Zuid-Nederland, Groningen en Amsterdam. Primair resultaat en conclusie De respons was 35%, dat waren 550 complete vragenlijsten in totaal. De antwoorden op de vragen bleken niet significant te verschillen tussen de regio’s. Een meerderheid van de huisartsen is zelf gevaccineerd tegen influenza, voornamelijk om het virus niet op (risico-)patiënten over te dragen. Er blijft nog veel twijfel bestaan over de effectiviteit van het vaccin. Een meerderheid vindt een nieuwe trial hiernaar wenselijk. WESP-student: Sanne van de Moosdijk Het diagnostische proces van atriumfibrilleren (AF) BEGELEIDERS: NICOLE VERBIEST, JELLE STOFFERS Vraagstelling Gezien de vergrijzende populatie zullen huisartsen steeds meer betrokken raken bij de detectie van atriumfibrilleren (AF). Vroege detectie is belangrijk vanwege adequate antitrombotische behandeling ter preventie van beroertes. We beschreven daarom de diagnostische route (waar, hoe en door wie) waarlangs nieuw AF wordt gediagnosticeerd in Nederland. Studiedesign In deze cross-sectionele studie gebruikten we data van patiënten ≥65 jaar, zonder gediagnostiseerd AF, verkregen uit huisartsinformatiesystemen van 49 Nederlandse huisartsenpraktijken verspreid door Nederland. Primair resultaat en conclusie Deze studie benadrukt het multidisciplinaire karakter van het diagnostische proces van AF. Zowel de huisartsen, cardiologen als specialisten (met name SEH-artsen, internisten, neurologen) spelen een belangrijke rol in het vermoeden op en het diagnosticeren van AF. Bij tweederde van de patiënten, werd de diagnose van AF bevestigd door de huisarts of cardioloog. Interdisciplinaire samenwerking is daarom van groot belang. 19 op één lijn 63
Page 20
1 e uitgave 2019 2014 WESP-student Remco van Ginkel Gezonde Basisschool van de Toekomst BEGELEIDERS: ONNO VAN SCHAYCK & MAARTJE WILLEBOORDSE Vraagstelling Hoe gaan kinderen en hun ouders om met het gezondheidsgedrag (inclusief voeding en lichaamsbeweging) in de thuissituatie sinds ze deelnemen aan De Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBvdT)? En hoe verklaren we dat? Studiedesign We deden kwalitatief onderzoek via de zogeheten Grounded Theory Approach, een pragmatische benadering gecombineerd met wetenschappelijke analyses om zo tot een realistische verklaring te komen. De ouders van de twee GBvdT werden hiervoor geïnterviewd op semigestructureerde wijze. Als WESP hield ik vijf interviews in november en december 2018. Primair resultaat en conclusie Kinderen en hun ouders zijn op verschillende manieren bezig met het gezondheidsgedrag in de thuissituatie door de GBvdT. De meeste veranderingen zijn terug te zien in voeding en deels in beweging. Zo proeven kinderen eerder nieuwe producten en helpen ze vaker met koken. Ouders bieden eerder gezonde snacks aan en ze willen een rolmodel zijn voor hun kinderen. Om een nog completer beeld te krijgen en goede conclusies te kunnen trekken, zou de onderzoeksgroep nog veel meer interviews moeten houden. WESP-student Anne Winkens Reproduceerbaarheid van urinesticks en de Uriscreen BEGELEIDER: GEERT-JAN DINANT Vraagstelling De diagnostiek van urineweginfecties gebeurt in de eerste lijn vooral met een urinestick. Deze test is echter niet op elk vlak optimaal. Mogelijk biedt de Uriscreen, een onbekendere test, een oplossing. Dit leidde tot de vraag: wat is de reproduceerbaarheid van de urinestick? Hoe verhoudt deze zich met de Uriscreen? Studiedesign In een betrouwbaarheidsonderzoek binnen drie praktijken in Maastricht zijn 52 urinemonsters door praktijkassistenten onderzocht op erytrocyten, nitriet en leukocyten. Resultaten 20 werden vergeleken met een fotospectrometer. Tevens werden Uriscreen resultaten vergeleken. Primair resultaat en conclusie Gemiddeld was de reproduceerbaarheid voor de Uriscreen en nitriet (urinestick) uitstekend (kappa >0.8). De Uriscreen scoorde zeer hoog (kappa 0.92-1). De reproduceerbaarheid van de resultaten voor leukocyten en erythrocyten was matig (kappa 0.40-0.59) tot gemiddeld (kappa 0.60-0.79). De Uriscreen is voor de diagnostiek van urineweginfecties mogelijk een nuttige toevoeging. op één lijn 63 1 e uitgave 2019 WESP-student Karlijn Costongs De behandeling van nieuw gediagnosticeerd atriumfibrilleren in de Nederlandse huisartsenpraktijk BEGELEIDER: JELLE STOFFERS Vraagstelling Adequate antistolling bij patiënten met atriumfibrilleren verlaagt het risico op een CVA met 60%. Een juiste behandeling van deze patiëntengroep is dus van groot belang. Wij hebben onderzocht hoe huisartsen nieuw gediagnosticeerd atriumfibrilleren behandelen en in welke mate zij de NHG-standaard volgen bij het voorschrijven van antitrombotica en het verwijzen naar de cardioloog. Studiedesign We hebben een cross-sectionele cohortstudie (als deelstudie van de D2AF-studie) uitgevoerd. De data hebben we verzameld uit de huisartsinformatiesystemen van 96 huisartspraktijken verspreid over Nederland. Primair resultaat en conclusie Nederlandse huisartsen behandelen wat betreft antitrombotische therapie de meerderheid van de patiënten volgens de NHG-standaard. Dit onderzoek benadrukt het belang van (lokale) werkafspraken tussen huisartsen en cardiologen, aangezien de cardioloog bij bijna de helft van de patiënten die gediagnosticeerd zijn door de huisarts, betrokken was bij het voorschrijven van antitrombotica. Chlamydia diagnostiek - wie doet wat en waarom? Chlamydia diagnostiek is in ontwikkeling. We horen graag hoe u het aanpakt in de praktijk. Samen met SOAIDS Nederland, GGD Zuid-Limburg en de vakgroep huisartsgeneeskunde MUMC+, is er een korte vragenlijst opgesteld om de (anorectale) chlamydia diagnostiek, zoals die op dit moment binnen de huisartsenpraktijk wordt toegepast, in kaart te brengen. Binnenkort ontvangen huisartsen in onze regio een e-mail om de vragenlijst in te vullen. Wie niet kan wachten: de link staat al op HaWeb. 21 Vragen? Mail dan zeker naar soa-hag@maastrichtuniversity.nl Sygriet Rinsma, WESP-onderzoeker Jochen Cals, huisarts en hoogleraar Huisartsgeneeskunde Maastricht op één lijn 63
Page 22
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer Niet alleen bij leken is ons specialisme onbekend DOOR NOORTJE FICKEN, ARTS IN OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE In 2016 studeerde ik af voor geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. Kennissen die ik sprak, feliciteerden mij en vroegen meer dan eens “dus dan ben je nu huisarts?”. Ik antwoorde dan ontkennend en zei dat ik verder wilde studeren voor specialist ouderengeneeskunde. Een enkeling reageerde “oh, dus dan word je geriater?”. Weer een ontkennend antwoord. Niet alleen bij leken is het specialisme relatief onbekend merkte ik al tijdens de geneeskunde opleiding. Als ik met collega coassistenten de keuzecoschappen besprak, zag ik regelmatig vragende blikken als ik vertelde dat ik naar het verpleeghuis ging. Vrijwillig nota bene. Ik heb de indruk dat het verpleeghuis vooral wordt geassocieerd met incontinentiemateriaal, weinig medische actie en een houding van ‘pappen en nathouden’. Waarschijnlijk komt het naïef over, maar toen ik de keuze voor ouderengeneeskunde maakte, heb ik hier niet eens aan gedacht. Ik zag vooral de uitdaging van complexe casuïstiek, de hoeveelheid tijd die een arts kan besteden aan patiënten en de grote hoeveelheid aan mogelijkheden om je werkzaamheden in te richten. Een specialist ouderengeneeskunde kan binnen het verpleeghuis werken op een geriatrische revalidatie afdeling, een psychogeriatrische afdeling, een somatische afdeling of een hospice. Buiten het verpleeghuis is het mogelijk om consulten te doen in het ziekenhuis of in de eerste lijn. Een ander motief voor deze beroepskeuze (wat ik vaker hoor) betreft de werk-privé balans en de mogelijkheid om naast het werk tijd voor hobby’s te hebben. Geen slecht argument lijkt mij. Ervaringen die buiten het werk opgedaan zijn kunnen een arts beroepsmatig helpen. Denk aan het gevoel voor samenwerken als je aan teamsport doet of het ontspannen aan de werkdag kunnen beginnen omdat je een goede muziek-repetitie hebt gehad. Wat de motivatie ook is om voor een specialisme te kiezen, uiteindelijk gaat het er om dat je als persoon goed in je vel zit en dat je een vak met plezier uitoefent. Ik hoop dat het me lukt om wat van mijn plezier op dit papier (en in de campagne) over te brengen. En als ik dan ook meer informatie de wereld in kan sturen over mijn mooie vak, dan is dat mooi meegenomen! 22 1 e uitgave 2019 23 op één lijn 63
Page 24
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Uit het (plaatsvervangend) hoofd Tussen luizenmoeders en Gauloises blonde bleu DOOR JOOST DORMANS, PLAATSVERVANGEND HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Ik ben bang voor ‘de dokter’. Nu is bang een groot woord, maar als je de hele dag werkt tussen dokters en er intussen al meer dan 1000 hier opgeleid zag worden, dan zou je verwachten dat angst niet nodig is. Echter, na lang aandringen van mijn vrouw, ja ja, ik ben er zo een, zat ik in een gepimpte VT-wonen wachtkamer gevuld met blijigheid van ‘luizenmoeders’ om me heen. De angst zit ‘m in een soort van rekening gepresenteerd te krijgen. Nu weet ik dat goede huisartsen niet oordelen, maar de subtiele afkeuring in de ogen die je krijgt als roker (vanaf 16), alcoholist (>2 glazen wijn per dag), geen sport (wandel wel en 1 appel per week), ‘nul ziekteverzuim en mailapp bereik 24/7’, dan ligt het ‘zie-je-wel-gehalte’ toch op de loer. Gezond leven in de gepropageerde moderne vorm is niet aan mij besteed. Als ik straks samen met een POH’er in een ballongrafiekje moet gaan aflezen hoe ik ervoor sta… Nee, ik ga nog liever dood en 70 jaar is voor mij prima. In de opleiding bekijken we al tijdens de sollicitatiegesprekken hoe het gesteld is met zelfzorg. Zelfzorg in de vorm van het geven van voorbeelden waaruit de sollicitant blijk gaf van een goede werk-privébalans, grenzen stellen, heldere haalbare afspraken maken, gezond leven en werken. Klinkt allemaal top, toch merk ik dat ‘dokters’ zelf huiverig zijn om naar de ‘dokter’ te gaan als er iets speelt. Een collega-huisarts, die door zijn vrouw naar de huisarts werd gestuurd, kwam blij terug om te declameren dat hij de bevestiging kreeg van wat hij zelf al dacht. Tuurlijk je zou er zelf eens naast zitten, waarop een collega-huisarts vrolijk opmerkte dat gelet op de klachten misschien wel iets heel anders aan de hand is dan de twee naar elkaar bevestigden. Positief opleiden begint ook met in de spiegel kijken als rolmodel. Hoe gezond wil ik zijn (in hoofd en lijf)? Hoeveel ‘ongezondheid’ sta ik mezelf toe? Tot hoever vertrouw ik op de factor ‘geluk hebben’? De guilty pleasures zijn meestal zichtbaar als er na 3-4 glazen wijn buiten een sigaretje wordt gebietst van die ene roker en de avocado’s verschrompelen in een mandje. We zien bij de recentere instroom van aios relatief veel verzuim als het gaat om ‘zelfzorg’. De huisartspraktijk heeft naast de vele mooie momenten ook rauwe kanten (werkdruk, agressie/eisende patiënten, intens leed). Over huisartsgeneeskunde heerst een te romantisch beeld. Het onderschatten van de weidsheid van het vak en het omgaan met onzekerheid spelen menig jonge aios parten. Verder stapelen life-events zich op in de vorm van trouwen, kinderen en zelfs verhuizen (oh hemel). Zelfzorg bestaat denk ik voor een groot deel uit keuzes maken en leren door af en toe op je bek te gaan. Het is aan ons om zuinig om te springen met getalenteerde kostbare jonge mensen en hen hierin te begeleiden en te laten zien dat het eelt op je ziel is gekweekt op misschien wel dezelfde manier als waar zij mee worstelen. Ik kreeg van m’n huisarts wat pillen, 2 weken, en als het niet werkt dan echo of x. Altijd weer blij als ik met alleen een pillenstrip buiten sta. Mijn collega zegt: “Wel doen hè Joost?“ waarop ik denk: “En, wanneer ga jij zelf eens naar de dokter, vriend? “. 24 1 e uitgave 2019 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Het leergesprek DOOR MARIEKE KOOLS EN ARIE DE JONG, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS Vaardighedencarrousels zijn een leuke didactische werkwijze. Leuk, omdat het kort en krachtig is en de vaart erin houdt, iets wat huisartsen gewend zijn. Wij kunnen relatief veel didactische vaardigheden kwijt in de carrousels, zeker die eerder uitvoerig aan bod kwamen op tweedaagses en trainingsdagen. Regelmatig ‘opfrissen’ staat telkens op onze agenda. Daarom is besloten om op iedere hao-trainingsdag in januari een didactische vaardighedencarrousel te organiseren. Zo ook afgelopen januari in Urmond. Alle opleiders gingen in het kader van het thema ‘Het Leergesprek’ in een carrousel aan het werk. Het taakgerichte-, persoonsgerichte en procesgerichte leergesprek waren verwerkt in vijf stations met concrete vaardigheden: STAMPPOT, Leerdoelen in een IOP, Model van Gedragsverandering, ALOBA en Oplossingsgericht werken. Typische valkuilen van opleiders werden uitvergroot neergezet in een ludiek toneelstukje. Dat het heel herkenbaar was, hoorde je aan de lach in de zaal. Onze boodschap dat opleiders meer aandacht mogen hebben voor de kop en staart van hun leergesprekken, hoefde daarna slechts ingekopt te worden. Bovendien was het een handig bruggetje naar de didactische vaardigheden: wanneer gebruik je als opleider nu welke tool? We kwamen daar goed uit met elkaar. Op EleUm is een handig overzicht voor jullie te vinden, evenals al het materiaal van de workshops. ‘s Middags was er ruimte voor het opleiders-docenten overleg, een belangrijk onderdeel van de hao-terugkomdag, dat op wens van opleiders zelf ook steeds op het programma staat. Mooi om te zien hoe er, ondanks een intensieve trainingsdag, toch nog goed stilgestaan kan worden bij de ontwikkeling van de aios, ons aller corebusiness. Vooruitblik op trainingsdagen dit jaar Voor de hao-trainingsdag in mei staat ‘observeren van vaardigheden’ op de planning. Een nieuw onderwerp uit de hoek van recent onderzoek. Dit past uitstekend bij ons doel om steeds in mei aan te sluiten op actuele Evidence-Based Medicine (EBM) en theorie in de opleidingspraktijken te brengen. Chris Rietmeijer1, huisarts en onderzoeker aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc, neemt ons mee in zijn onderzoek naar het observeren van vaardigheden bij het opleiden van een aios. Waarom gebeurt het nog te weinig? Welke overwegingen van opleiders en aios spelen daarbij een rol? En als het dan gebeurt, zoals in een gezamenlijk spreekuur, hoe begeleiden opleiders dan hun aios wanneer het een vaardigheid betreft? Een onderwerp waarover veel te zeggen, uit te wisselen en, in onze ogen, ook te leren valt. Tenslotte dan nog de twee trainingsdagen in ‘Kapellerput’ in Heeze, oftewel onze welbekende tweedaagse in november. Doel daarvan is, om steeds een inspirerend samenzijn met alle opleiders te organiseren, zowel inhoudelijk als verbindend. Ook dit jaar hebben we een inspirerende spreker gevonden, die een goed verhaal gaat neerzetten, wat de huisarts en de opleiders zeker zal aanspreken. Professor Erik Heineman, arts en onderzoeker aan het UMC Groningen, gaat vertellen over drijvende krachten achter het leren, zoals nieuwsgierigheid, mindset en motivatie. We zijn al volop bezig om workshops te ontwikkelen die hierop aansluiten. Onder het motto ‘Opleiders Got Talent’, zoeken we voor het avondprogramma ‘verborgen’ talenten. In het café van Kapellerput krijgt iedereen de kans dat te etaleren. Eén aanmelding hebben we al binnen: een opleider gaat met zijn aios optreden. Ben of ken jij zo’n verborgen talent, meld het ons! 1 Patterns of direct observation and their impact during residency: general practice supervisors’ views 25 op één lijn 63
Page 28
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Weten is eten Goudkoorts DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID Was het echt voorbij met de mijnbouw in Limburg in 1974? Welnee! Nog steeds trekken elk voorjaar Poolse koempels de velden in om het witte goud te delven. Ik zie ze altijd graag komen. Elk jaar, na de carnaval, begint de lust naar de slanke asperge langzaam toe te nemen. Tot ik begin april mijn slag sla, klasse AA van de volle grond rond Echt. De mysterieus-heerlijke asperge: behalve met de onvergelijkelijke smaak, prikkelt ze ook ons reukvermogen. Niet alleen op het bord, maar ook uren later. Want als de maaltijd gezakt is, komt de herinnering boven bij het eerstvolgende toiletbezoek. Althans… als je behoort tot de 40% mensen die niet “geurdoof” is voor de karakteristieke geur van je plas. Het houdt mij elk voorjaar weer bezig, dat mijn vrouw mij verbaasd en licht wantrouwig aankijkt, als ik terug van de wc, gewag maak van de bekende, en voor mij niet onaangename, geur die mij nog even doet mijmeren over het zojuist genoten feestmaal. Ook wetenschappers blijken gefascineerd! In het Kerstnummer van het British Medical Journal uit 2016 publiceerden L.A. Mucci et al. hun onderzoek naar aspergegeur onder de titel “Sniffing out significant “Pee values”: genome wide association study of asparagus anosmia1”. Dit alles onder het kopje “Food for Thought”. Uit hun onderzoek onder ruim 6000 proefpersonen was de conclusie: 1 www.bmj.com/content/355/bmj.i6071 Zoals het een goed onderzoek betaamt, doet het weer vele vragen rijzen. Want in het reukvermogen blijkt dus de nodige variatie aanwezig, maar hoe zit het met de productie van de geurstoffen? Ook daar schijnt niet ieder mens identiek in te functioneren. Suggestie van het BMJ voor een ander vervolg: “Future replication studies are necessary before considering targeted therapies to help anosmic people discover what they are missing”. Laten wij in ieder geval besluiten om, asperge-anosmie of niet, ook dit seizoen niets te gaan missen van de grote variatie aan recepten. Combinaties met zalm en/of garnalen zijn altijd erg smakelijk. Omdat er na de Pasen soms nog wat hardgekookte eieren rondslingeren, doen we die er ook maar bij. Smakelijk eten, en geniet met mij na, als je ook tot de “happy sniffers” behoort! 28 “A large proportion of people have asparagus anosmia. Genetic variation near multiple olfactory receptor genes is associated with the ability of an individual to smell the metabolites of asparagus in urine.” En wat ruik je dan, als je tenminste op chromosoom 1 de juiste genensamenstelling hebt? Asperges produceren de zwavelhoudende stof asparagusinezuur, waarschijnlijk als verdediging tegen vraat van aaltjes in de bodem. In het menselijk lichaam wordt die stof afgebroken tot vluchtige zwavelverbindingen, die snel via de nieren worden geloosd. En die stoffen hebben een stevige geur. RECEPT, VOOR 4 PERSONEN Asperges met dille-mayonaise Zalm tartaartje Gamba tartaartje Mimosa eieren Nieuwe aardappeltjes, aardappelgratin, of rozemarijnaardappeltjes uit de oven. Begin met de gerechtjes die vooraf bereid gemaakt en koel bewaard kunnen worden. ZALM TARTAARTJE - 100 g gerookte zalm - 200 g verse zalmfilet - kappertjes, peper en zout - 2 tl geraspte mierikswortel (potje) - 125 ml crème fraîche - Peper, zout, citroensap, evt. poedersuiker Crème fraîche losroeren met de mierikswortel, op smaak afmaken met citroensap, peper, zout en evt. wat poedersuiker. Hak de zalm heel fijn (evt. keukenmachine), meng met de kappertjes, zout en peper. Druk aan in een vormpje, bestrijk met mierikswortelcrème. Versier, bijv. met nepkaviaar en/of kappertjes. GAMBA TARTAARTJE - 500 g gamba’s, gepeld - 1,5 el zonnebloemolie - 1 teentje knoflook, fijngesneden - 1 tl zout - Versgemalen peper - 15 g dille, fijngesneden - 10 g dragon, fijngesneden - 100 g mayonaise - 30 g zoetzure augurken, in kleine stukjes Dep de gamba’s goed droog. Verwarm de zonnebloemolie in een koekenpan op hoog vuur. Wanneer de olie goed heet is, mogen de gamba’s in de pan. Bak ze aan beide kanten ongeveer drie minuten of tot ze mooi roze zijn. Voeg als laatste de knoflook toe. Bak deze nog even mee. Strooi wat zout en peper over de gamba’s. Doe de gamba’s samen met het vet en aanbaksels uit de pan in een keukenmachine. Voeg dille, dragon en mayonaise toe. Pulseer een paar keer, zodat alle ingrediënten vermengd zijn, maar niet te lang, het moet een grove tartaar worden. Doe de gambatartaar in een kom en roer er de augurk doorheen. Proef of er nog wat zout bij moet. Maak er, net zoals bij de zalmtartaar, “poefjes” van. MIMOSA EIEREN - azijn - 4 eieren - 50 g roomboter (zacht) - 20 g slagroom - peper en zout - snuf cayennepeper - voor de garnering: peterselie, dille, erwtjes, bieslook, kappertjes, bacon, enz. Kook de eieren in 10 minuten hard in water met een scheutje azijn. Laat ze schrikken en schil ze. Snijd ze doormidden, leg de witjes apart op een plank. Doe de dooiers in een zeef en druk ze erdoorheen in een kom (dat lijkt op mimosa). Mix de boter met wat scheutjes slagroom glad. Voeg de kruiderij toe. Doe dan de mimosa erbij. Mix goed door, voeg eventueel nog een drup room toe. Pak een bord, leg er de witjes op. Neem een spuitzak, vul met het mengsel en maak mooie rozetjes op de eischuitjes. De mogelijkheden om te garneren zijn onbeperkt DILLE-MAYONAISE - 2 el goede mayonaise (of zelf maken) - 0,5 el room - 2 tl grove mosterd - flink wat gehakte dille - Witte peper en zout Roer de mosterd en de dille door de mayonaise, iets verdunnen met de room. Peper en zout naar smaak. Maak de asperges klaar, zoals je dat gewend bent. Ik kook de asperges samen met de schillen en de houtige uiteindjes gedurende 5 minuten, en laat ze dan van het vuur af nog 5 tot 10 minuten staan, afhankelijk van de dikte. Maar ik houd van een beetje bite, dus doe vooral je eigen ding. En dan van dit alles een creatief bordje opmaken, want het oog wil ook wat, naast de smaakpapillen en de reukzenuw: kijk, smak en snuif! 29 op één lijn 63
Page 30
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer TLC DOOR ELEANA ZHANG, GEPROMOVEERD HUISARTS Iedere keer als ik op een nieuwe ziekenhuisafdeling kom, gaat er een nieuwe wereld van afkortingen voor me open. Zo ook tijdens mijn keuzestage Gynaecologie. De afkortingen SROM, AROM of PIH kende ik nog wel van mijn coschap in Zuid-Afrika, maar ik heb behoorlijk met mijn oren staan klapperen toen de lading aan Nederlandse afkortingen aan mij voorbijtrok. Terwijl mevrouw X doorgeleid moest worden wegens MHVW, werd mevrouw Y opgenomen vanwege verminderde KB. Ik betrapte mezelf erop dat ik dagelijks, tussen de ochtendoverdracht en mijn ochtendpoli door, afkortingen aan het opzoeken was: MHWV staat voor meconiumhoudend vruchtwater, en KB kindsbewegingen. Lang leve Uncle Google. Daarnaast waren er afkortingen die zo ‘normaal’ zijn dat ze niet terug te vinden zijn op internet maar wel gebruikt worden als werkwoorden: tijdens de kennismaking vroeg een verloskundige me of ik mijn zoontje heb gesppaavd1 (spontaan bevallen met het kindje in achterhoofdsligging achterhoofd voor): uiteraard. Eén afkorting is me echt bijgebleven. Mevrouw D beviel na langdurige weeën en persen, een episiotomie én een poging tot vacuümextractie, uiteindelijk via een sectio omdat het kindje maar niet vorderde. “Het gaat goed met het kindje, maar mevrouw heeft psychisch wel een deuk opgelopen”, 1 Spontane partus Achterhoofdsligging achterhoofd voor (SppAav) vertelde de verpleegkundige tijdens de ochtendoverdracht. Hierop reageerde de gynaecoloog met “Vandaag maar wat extra TLC”. Nu ken ik TLC alleen als de televisiezender die voornamelijk gericht is op vrouwen in de leeftijdscategorie 25 - 50 jaar. Ergens kan ik me moeilijk voorstellen dat de gynaecoloog die patiënte TV wil laten kijken om de bevalling te laten verwerken. Zelfs voor mijn half ontwaakte brein om kwart voor acht in de ochtend klonk dat niet logisch. Maar wat hield deze veelbelovende behandeling dan in? De verloskundige naast me gaf het bevrijdende antwoord: “Tender loving care”. Tender loving care, oftewel TLC, wordt (volgens Wikipedia, bij gebrek aan een betere bron) gedefinieerd als ‘zorg met aandacht en compassie’, en het ‘kan worden ingezet als er geen andere behandeling beschikbaar is’. Terugblikkend op het afgelopen jaar realiseer ik me dat TLC – ondanks zijn goedkoop-klinkende benaming – erg waardevol kan zijn in de huisartsenzorg. In het huisartsenvak maken we soms best heftige dingen mee. En niet zelden heb ik mezelf maar ook collega’s horen verzuchten dat er ‘niet veel’ was wat we konden doen voor een patiënt. Want wat kun je doen voor een patiënt van wie de echtgenote net overleden is in het kraambed? Of een veertigjarige die een gezin met drie kinderen achterlaat als gevolg van kanker? Of als je hoort dat een patiënte haar echtgenoot gesuïcideerd thuis aantreft? Ons vak kent grote en kleine drama’s die we niet ‘beter kunnen maken’. Maar, een van de dingen die ik geleerd heb het afgelopen jaar is, dat je als huisarts juist ook in deze moeilijke situaties iets voor je patiënt kunt betekenen. Mensen de ruimte geven voor hun boosheid en verdriet, laten weten dat je met ze meeleeft, een keer extra langsgaan. Aan het begin van mijn derde jaar vroeg ik me af wat voor huisarts ik wil worden. Aan het einde van de opleiding zeg ik: een kundige arts die in ieder geval oog heeft voor de patiënt en de mensen eromheen, en die zorg uitdraagt met de nodige TLC. 30 op één lijn 63 1 e uitgave 2019 In de leer Mag ik deze dans van u? DOOR ARIANNE BECKERS, EERSTEJAARS AIOS Zomer 2013. Als 24-jarige kersverse dokter betrad ik de kasseien van de Koninklijke Militaire Academie voor een drie maanden durende specialistenopleiding. Eerst ‘groen’ vormen, voordat de opleiding tot militair arts echt van start zou gaan. Tot de ‘groene vorming’ behoort ook het exerceren, ofwel: in het gelid voortbewegen. Het was mijn favoriete onderdeel omdat onze sergeant-majoor frequent schreeuwde: “Beckers, loop je nou al weer uit de maat?”. Het is de story of my life. Ik ben geboren en gezegend met het talent om uit de maat te kunnen lopen én dansen! Nu ik sinds enkele maanden in opleiding ben tot huisarts, valt me op dat dit vak ook een soort dans is. De huisartspatiënt relatie volgens het paternalistische, informatieve, deliberatieve en interpretatieve model. Respectievelijk de tango, de chachacha, de breakdance en de vogeltjesdans. Zoveel dansstijlen, zoveel verschillende patiënten en evenveel verschillende dokters. Door mijn werkervaring als militair arts dacht ik, dat ik ‘wel even’ een ‘goed’ consult kon voeren. De basispasjes had ik dan wel aardig onder de knie, maar ik moet retrospectief toegeven dat ik toch wat tenen pimpelpaars gekleurd heb. Soms kwam dat door de lengte van de tenen (het is altijd makkelijker om de schuld buiten jezelf te zoeken en te leggen), maar soms ook door mijn eigen dansstijl c.q. wijze van consultvoering. In de afgelopen maanden heb ik verschillende danspasjes bijgeleerd. Ik durf te zeggen dat ik meer dansstijlen onder de knie heb gekregen. De Maas-Globaal is hierbij een mooie leidraad. Ook de begeleiding en het terugkijken van eigen consulten hebben hieraan bijgedragen. Danspasjes zijn nou eenmaal makkelijker aan te leren, als je in de spiegel kunt kijken. In de spreekkamer is het toneel vrij. Afhankelijk van de muzieksoort en het dansgezelschap, kan de dansstijl tijdens de hele dans hetzelfde zijn, maar het kan ook ieder moment fluctueren. Dat maakt het uiteindelijk tot een mooie voorstelling ofwel een ‘goed’ consult. Ik heb de afgelopen maanden heel wat afgedanst. Spierpijn, vermoeid, maar ook een voldaan gevoel over het behaalde resultaat tot nu toe. Mijn talent om uit de maat te dansen beheers ik nog steeds. Het heeft me parten gespeeld, maar ook geholpen. Mijn doel is niet om een perfecte danseres 31 te worden. Ik wil me graag scholen, maar uiteindelijk wil ik me kunnen redden in elke dansvorm. Zoals een excentrieke danseres, die volle zalen trekt, entertaint, maar vooral zo nu en dan de gevoelige snaar raakt. Ik heb het plezier en de uitdaging in deze nieuwe ‘hobby’ gevonden. Ik word niet langer onzeker als er opeens een andere muzieksoort wordt opgezet of wanneer ik uit onverwachte hoek een andere danspartner krijg. Sterker nog, ik vraag nu elk kwartier: ‘Mag ik deze dans van u?’.
Page 32
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Column Van alle tijden DOOR K.O.E.K. WOUS Afgelopen maandag kreeg ik een telefoontje van een medewerkster van de ambulancedienst. In het weekend was er namelijk een 112 oproep geweest voor een patiënt van me. Hij zou in regen en wind op blote voeten buiten hebben gelopen. Dronken. Zij vond dit een zorgelijke situatie en wilde dit met me delen. Ik wist natuurlijk meteen over wie dit gesprek ging. Inclusief geboortedatum, adres en postcode. Hij was afgelopen week nog tweemaal op het spreekuur geweest, met zijn begeleider vanuit de plaatselijke GGZ-instelling, vanwege zijn door het alcoholgebruik ernstig gestoorde labwaardes. Het was een laatste poging om hem tot inzicht te brengen. Na viermaal klinisch gedetoxificeerd te zijn, waarna hij telkens binnen drie weken weer laveloos in de goot lag, wilde de plaatselijke GGZ-instelling hier alleen nog aan beginnen als meneer zelf tot inzicht was gekomen. Dat lukte na twee consulten, in totaal ruim een uur, niet. Hij zei: “Dan ga ik maar dood”. Wat moet je dan als dokter? Ik moest tijdens het telefoongesprek meteen denken aan een artikel van Joost Zaat in Huisarts & Wetenschap van december 2018. Daarin werden drie opties gegeven voor de praktische invulling van de taken van de huisarts: Traditioneel, Huidig en Trendvolgend. Ik las Verleden, Heden, Toekomst. Bij Traditioneel werd de solopraktijk beschreven, bij Huidig een groepspraktijk en bij Trendvolgend is de huisarts onderdeel van een sociaal-medisch netwerk samen met wijkteams en wordt de huisarts medeverantwoordelijk voor het zorgaanbod. Terwijl ik hieraan dacht, schrok ik. Er was door dit artikel een denkproces in mij in gang gezet. Hierbij vroeg ik me af hoe ik me die rol moest voorstellen, wat er van de huisarts van de toekomst wordt verwacht en hoe ik dat dan vorm moest geven. Maar dat was nog niet afgerond. En nu werd ik door dit telefoontje en het contact met de begeleider van de plaatselijke GGZ-instelling in één klap in de toekomst gesleurd. Een toch wel wat surrealistische gewaarwording. Prompt gingen mijn gedachten naar een andere recente casus. Een patiënte van me, met een obsessief compulsieve stoornis bij haar paranoïde schizofrenie, had zichzelf zo verwaarloosd dat ze, vanwege onmeetbaar weinig vitamines in het lijf, vocht was gaan vasthouden bij een Hb van 3,8 mmol/L. Ondanks alle pogingen van mij om samen met de thuiszorg dit vitaminegebrek te couperen, ging het steeds slechter met haar. Ik heb haar naar de polikliniek van de internist verwezen met het verzoek haar op te nemen. In al zijn wijsheid heeft hij dat niet gedaan. Er werd alleen aanvullend onderzoek ingezet. De volgende dag kreeg ik een telefoontje dat de uitslagen toch wel héél slecht waren en dat mevrouw opgenomen moest worden, maar hij kreeg haar niet te pakken. Of ik het even wilde regelen. Ik ben daar ’s middags twee uur mee bezig geweest, maar kreeg haar ook niet aan de telefoon. Ook maakte ze de deur niet open. Wel had ik voor de volgende dag een plekje op de MPU geregeld. De volgende ochtend heb ik contact met haar kunnen leggen, ben op bezoek geweest en heb ik haar uiteindelijk min of meer gedwongen met de ambulance naar het ziekenhuis laten brengen waar zij zich ‘vrijwillig’ heeft laten opnemen. Weer anderhalf uur tijd ‘kwijt’. Blijkbaar stopt de toekomst van de zorg bij de muren van het beste streekziekenhuis in de buurt. Wel heb ik alle lof voor de MPU, die heel plezierig met me meedacht. Hoe kunnen we medeverantwoordelijk zijn voor het zorgaanbod, als wij geen invloed hebben op het vervolgbeleid? Kijk naar de wachttijden bij de GGZ, het zorgaanbod vanuit de tweede lijn, of de onwil van de patiënt (of is het dan cliënt?) om zijn levensstijl aan te passen! Waar halen we de tijd vandaan, die nodig is om deze zorg goed te leveren? Ik voelde me door het telefoontje van de ambulancemedewerkster licht onder druk gezet door de verwijtende ondertoon; ik had moeten voorkomen dat deze man zo over straat liep. Gelukkig kon ik vertellen dat deze man in ons vizier was, maar dat onze handen gebonden waren. Toch gaf het gesprek me wel een nare nasmaak. Vooral vanwege de onmacht die ik voelde. 32 Eveline schrijft: agressie Stá voor je assistente! DOOR EVELINE, ASSISTENTE IN EEN HUISARTSPRAKTIJK Zeven, ja echt, zéven scholingen op het gebied van communicatie heb ik in de afgelopen drie jaar gevolgd. Want, zo is de gedachtegang onder veel managers en huisartsen, maar ook van patiënten: ‘als die assistentes nou maar goed zijn in communicatie, dan valt die agressie ook wel mee’. Ik heb nieuws: die agressie valt niet mee! Afgelopen week verscheen de uitkomst van een onderzoek naar agressie jegens doktersassistentes uitgevoerd door de NVDA1. De uitkomst vond ik niet verrassend, wel schokkend! Bijna tweederde van de doktersassistentes die werkzaam zijn op de huisartsenpost of een huisartsenpraktijk geeft aan te maken te hebben met agressie. Hoe agressie gedefinieerd wordt is nogal uiteenlopend. In dit onderzoek gaat het over spugen, slaan en schoppen tot vernielingen en zelfs bedreiging met mes of vuurwapen. Gedrag wat we in ons huis niet zouden tolereren, toch? 1 Nederlandse Vereniging Van Doktersassistenten En toch overkwam het mij ook. Een patiënt die ik goed ken veranderde, voor mijn gevoel zomaar uit het niets, in een agressor. Iemand die mij letterlijk naar het leven stond. Mijn veilige plekje, mijn ‘thuis’, veranderde in een omgeving waar ik niet veilig was. En ik kon er niets tegen doen. Ik had niets fout gedaan, had zelfs amper een woord gewisseld met die patiënt. Daarom een oproep aan alle werkgevers van doktersassistentes: stá voor je assistente. Help haar (of hem) zich veilig te voelen. Dit kan door kleine dingen die ik niet voor hoef te zeggen, maar die jullie met elkaar goed kunnen bespreken. Misschien kost het wat geld, maar dat is een investering die iedere werkgever met liefde zou moeten willen doen. Want, zoals ik al eerder vroeg, in huis zou je agressie tegen je gezinsleden ook niet toelaten. Toch? Natuurlijk is het een goed idee om je assistente naar een cursus te laten gaan over agressie. Maar lieve huisarts, wil je zelf dan niet eens meegaan? Eén van ‘mijn’ huisartsen heeft het gedaan; wat was dat fijn! Ik voel me weer veilig op mijn werk, mijn ‘thuis’ voor 3 dagen per week. Bron: NVDA Utrecht 33 In de gevolgde communicatiecursussen heb ik absoluut veel zinnige dingen geleerd. Zo helpt het echt om een telefoontje te beginnen met de vraag: ‘wat kan ik voor u doen?’, in plaats van alleen je naam of die van de praktijk te zeggen. Het helpt in veel gevallen om een bange/boze/gefrustreerde patiënt te vertellen dat je hem begrijpt en wil helpen. Toch is het niet altijd genoeg. De achterstandswijk waar ik werk, kent heel veel verschillende culturen en kleuren. Er heerst veel armoede, de politie kent heel veel mensen bij naam en de geweldsdelicten zijn bijna niet nieuwswaardig meer. Je zou dus kunnen zeggen dat de mogelijkheid dat je met agressie te maken krijgt daar groter is, dat het iets is, waar je voor kiest. Toch was dat voor mij niet zo. Ik werk al jaren op dezelfde plek, en ik voelde me daar veilig. Het voelt een beetje als mijn thuis. Ik ken bijna alle patiënten en zij kennen mij. Boosheid komt veel voor, is niet leuk, maar vaak wel af te handelen en in goede banen te leiden. op één lijn 63
Page 34
op één lijn 63 1 e uitgave 2019 Gezondheidsrechtelijke kwesties Wijzigingen in het tuchtrecht voor hulpverleners1 DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST De laatste jaren krijgt het tuchtrecht in de gezondheidszorg veel aandacht. Enerzijds vanuit de juridische hoek over de wenselijkheid van aanpassingen en anderzijds vanuit de beroepsgroepen die onderworpen zijn aan het medisch tuchtrecht1. Sinds de wet BIG in werking trad in 1997, is hij tweemaal geëvalueerd (in 2002 en 20132). In deze evaluaties zijn voorstellen gedaan tot aanpassing van de wet, maar die zijn pas in 2016 tot een wetvoorstel verwerkt en in 2018 aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer. De vermoedelijke ingangsdatum van de nieuwe regeling van het tuchtrecht in de gezondheidszorg is april 2019. Het primaire uitgangspunt van het tuchtrecht is nog steeds het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de beroepsuitoefening, al wordt het steeds meer als een lichte vorm van strafrecht beleefd. Overzicht van de aanpassingen De belangrijkste aanpassingen in het tuchtrecht voor hulpverleners betreffen de invoering van de tuchtklachtfunctionaris en het griffierecht, het afschaffen van het standaard publiceren van berispingen en boetes. De voorzitter van het tuchtcollege krijgt de bevoegdheid om een voorzittersbeslissing te nemen. Daarnaast zijn er nog wat kleine wijzigingen, zoals het verplicht bekend maken van het BIG-nummer, het onmiddellijke beroepsverbod, de reikwijdte van het tuchtrecht en een mogelijke wijziging in maatregelen. Ook zijn er gesprekken gaande over de reorganisatie en herlocatie van de Regionale Tuchtcolleges. Tuchtklachtfunctionaris De tuchtklachtfunctionaris is een nieuwe functionaris die met inhoudelijke kennis en sociale vaardigheden moet zorgen dat de klager op het juiste adres de klacht deponeert. Veel klachten horen niet thuis in het tuchtrecht, maar in de klachtenprocedure van de Wkkgz. Daarnaast kan er geholpen worden met het formuleren van de klacht om misverstanden3 en vertragingen4 te voorkomen. 1 Martin Appelo; “Verslagen door het tuchtrecht”, oktober 2018, Boom. 2 Bijna 70 aanbevelingen uit 2002 waren in 2013 nog niet opgevolgd. 3 Klagers die denken de geldboetes zelf te kunnen krijgen 4 Uitgebreide klaagschriften zonder kop of staart terugbrengen naar een overzichtelijke klacht waarop een reactie mogelijk is. Griffierecht Het griffierecht van 50 euro is bedoeld als drempel tegen bagatelklachten. Mogelijk weerhoudt dit ook klagers met klachten, die wel in het belang zijn van de kwaliteit van zorg. De administratie omtrent het innen en terugbetalen bij een gegronde klacht komt bij de regionale tuchtcolleges te liggen. Bij een gegrondverklaring van de klacht kan de zorgprofessional ook nog worden veroordeeld in de kosten die de klager heeft moeten maken om de klacht aanhangig te maken5. Het blijft wat vreemd om klagers te laten betalen voor het bewaken en verbeteren van de beroepsuitoefening. Het afschaffen van het standaard publiceren van berispingen en boetes Deze wijziging wordt als de meest prettige wijziging gezien door zowel de beroepsgroepen als de leden van de tuchtcolleges. Het was destijds een politieke beslissing van minister Schippers die werd doorgevoerd, ondanks protest van diverse beroepsorganisaties én ledenberoepsgenoten en juristen van de tuchtcolleges. De publicatieplicht had niets meer met de kwaliteit van de gezondheidszorg te maken en werd als extra straf ervaren. Het is geen taak van de tuchtcolleges om professionals in de gezondheidszorg aan de schandpaal te nagelen. Dit neemt niet weg dat in bepaalde gevallen dit nog steeds mogelijk is, als het publieke belang (patiëntveiligheid) en daarmee de kwaliteit van de gezondheidszorg, boven het privacybelang van de zorgprofessional moet gaan6. Voorzittersbeslissing Vanaf april 2019 mag de voorzitter van het tuchtcollege een voorselectie maken en kan hij zaken zonder zitting als ongegrond afdoen. Voorheen waren dit allemaal raadkamerzaken die door het college beoordeeld werden. Nog steeds zal er, als er medisch inhoudelijke zaken spelen, een beroepsgenoot meekijken. 5 Dit is nu gelijk aan het civiele recht 6 Denk bijvoorbeeld aan ‘misbruik’, ‘kwakzalverij’, of zoals recent het ongeoorloofd maken van opnames in de onderzoeksruimte (als deze zaken al niet leiden tot een schorsing of ontzetting uit het beroep). 34 1 e uitgave 2019 Onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten In de wijziging van de Wet BIG wordt opgenomen, dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOB) kan opleggen en daarmee een voorlopig verbod van beroepsuitoefening afdwingt tot de uitspraak van het Tuchtcollege. Hier kan ook vermeld worden dat, als een ingetrokken klacht wordt voortgezet om ‘redenen van algemeen belang’, op basis van de nieuwe wet BIG, voor het vervolg van de zaak de IGJ aangemerkt wordt als klager. Hier kan ook vermeld worden dat, als een ingetrokken klacht voortgezet wordt, om ‘redenen van algemeen belang’, op basis van de nieuwe wet BIG voor het vervolg van de zaak de IGJ aangemerkt wordt als klager. Reikwijdte van het tuchtrecht De reikwijdte van het tuchtrecht onder de nieuwe wet BIG zal zich ook in de privésfeer begeven7. Onbetamelijk privégedrag van BIG-geregistreerde zal na april onder het tuchtrecht vallen. Ze moeten dan wel ongeoorloofd zijn in het licht van de beroepsuitoefening. Het zal gaan om beroepsbeoefenaren die een gevaar voor de patiënten vormen of het vertrouwen in de beroepsuitoefening ernstig schaden. Ook in artikel 1 van de nieuwe Wet BIG is er uitbreiding van de reikwijdte te vinden door de toevoeging van “het aanbrengen, modificeren, herstructureren en wegnemen van weefsel bij een persoon”, als dat is voor andere doeleinden dan het genezen van een ziekte. Hierdoor vallen cosmetische handelingen nu ook onder de Wet BIG. Ook nieuw is dat de voorzitter partijen kan oproepen ter verschijning. Op basis van de nieuwe wet BIG zijn ze dan ook verplicht te verschijnen. Wijzigingen in mogelijke maatregelen Vanaf april 2019 kan de tuchtrechter ook een tuchtrechtelijk beroepsverbod opleggen als er sprake is van een ernstig gevaar voor de patiënt. Waar vroeger alleen een doorhaling in het BIG-register mogelijk was, waardoor de zorgverlener nog in opdracht en onder toezicht zou kunnen werken, vervalt deze mogelijkheid onder de nieuwe Wet BIG. Verder is de mogelijkheid, iets wat in de praktijk al bestond, om een klacht gegrond te verklaren, zonder het opleggen van een maatregel nu gecodificeerd. Met name als het gaat om “…de geringe ernst van het handelen of nalaten, de omstandigheden waaronder het handelen of nalaten hebben plaats gevonden. Dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan”. Bekendmaken van BIG-nummer Het BIG-register is openbaar en met naam en adres kan een BIG-geregistreerde snel gevonden worden. Vanaf april 2019 moet een arts zijn BIG-nummer, indien gevraagd, bekend maken aan de patiënt. Geografisch wijzigingen Waarschijnlijk worden na april 2019 ook nog de tuchtcolleges gereorganiseerd. Er zullen colleges worden samengevoegd en er zal relocatie plaatsvinden. Zoals nu in de planning staat, gaan Groningen en Zwolle samen in Zwolle, zal Den Haag fuseren met Amsterdam en verder gaan in Utrecht. Eindhoven zal verplaatst worden naar Den Bosch. Het Centraal Tuchtcollege blijft in Den Haag. De planning om dit te realiseren ligt in 2020. Het laatste woord is hierover echter nog niet gezegd. 7 Door een aanpassing van de tweede tuchtnorm: “enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijke beroepsbeoefenaar betaamt.” Dit is een aantal wijzigingen waar we de effecten de komende jaren van zullen zien. Het beste is om weg te blijven bij de tuchtcolleges. Mocht het je toch overkomen, besef dan dat een gegronde klacht en een maatregel alleen iets zegt over het tekortschieten in één bepaalde situatie. Je bent nog steeds een goed hulpverlener, zolang je niet geschorst of uitgeschreven wordt. Het is daarom goed dat de publicatieplicht van boetes en berispingen is vervallen. 35 op één lijn 63
Op één lijn 61

Op één lijn 62


Page 2
Colofon Oplage 2280 Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, UM-13420 Fotografie Kaft, pag 3, 16, 17, 18 en 26 gemaakt door Loraine Bodewes Pag 6, 7, 11 en 35 gemaakt door Joey Roberts Pag 14 (Kelemework en Solomon) en 15 (Eefje) gemaakt door Philip Driessen Pag 21 gemaakt door Britt Hameleers, stagiaire MUMC+ Pag 24 gemaakt door Luc Lodder Pag 30 Appie Derks Deadline volgend nummer 22 maart 2019 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter – Jean Muris Huisarts en huisdier – Jeroen Smeets Marjan van den Akker benoemd tot hoogleraar – redactie Afscheid André Knottnerus – Geert-Jan Dinant Stellen zich voor: Esther Boudewijns, promovendus Danny Claessens, promovendus Stijn Duijn, promovendus Jessica Verster-de Snoo, huisartsbegeleider Maurice Lucassen, huisartsbegeleider Yvonne van Baars, gedragswetenschapper Onderzoek Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals CAPHRI-posterprijs – Karin van Leersum OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Zeldzameziektendag 2019 3 4 5 5 6 8 8 8 9 9 9 10 11 12 12 Promoties Stephanie Lenzen – Self-management goal setting and action planning in primary care 14 Angel Schols – Diagnostics at the point-of-care in general practice: acute cardiopulmonary symptoms Kelemework Adane Asmare – Tuberculosis in Ethiopian Prisons Ies Dijksman – TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care 14 14 15 Solomon Shiferaw Yesuf – Phone-based applications improve maternity services in Ethiopia 15 Eefje de Bont – Childhood fever in out-of-hours general practice 15 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde Inleiding themadeel – Anne van den Brink Projectgroep Ouderengeneeskunde Maastricht Stelt zich voor als coördinator – Mariëlle van der Velden-Daamen Een extra opleiding is hard nodig – Jos Schols Kom eens kijken in het verpleeghuis! – Shennah Austen Moeilijk om de juiste zorg te vinden – Janine Collet Gezondheidsrechtelijke kwesties: Euthanasie bij dementie – Arie de Jong In de media Contact Ouderengeneeskunde Column: Zorgen doe je samen – K.O.E.K. Wous Huisartsopleiding Uit het adjuncthoofd – Joost Dormans Weten is eten: Mijn vrouw eet geen vlees meer – Hendrik Jan Vunderink Equilibre: opleiders tweedaagse – Marieke Kools en Arie de Jong Genomineerde huisartsen ‘Clinicus van het Jaar’ – redactie Opleidingspraktijken gezocht – Lilian Aarts WESP: Bas Beniers: De invloed van weersomstandigheden Alzheimer onderzoek In de leer. Als je baret maar goed zit – Arianne Beckers Oud aios: hoe vergaat het ze? – Paul Roos Aios Referatendag – Niels Beurskens Made in Maastricht 2 16 17 18 18 20 21 22 24 24 25 26 27 28 30 30 31 31 32 33 34 35 Van de redactie Oud is nieuw Vlak voordat de bomen dit jaar hun laatste bladeren verloren, maakten we de foto’s voor de cover en het katern over ouderengeneeskunde. Het was de dag waarop de projectgroep ‘opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht’ hier bijeenkwam voor de officiële start. We zijn erg blij dat we per 1 september 2019 mogen starten met een eerste groep aios ouderengeneeskunde in Maastricht. Goed voor de regio, de basisartsen (in opleiding) en onze vakgroep. Waarom dat is en wat we gaan doen, proberen we in het katern te beschrijven. Specialist ouderengeneeskunde Mariëlle van de Velden-Daamen is de coördinator van onze nieuwe opleiding. Oud is nieuw! Zoals altijd nemen we ook weer afscheid van medewerkers. Professor André Knottnerus hield zijn afscheidsrede, maar liep de week daarna als vanouds rond op de gang. Marjan van den Akker is een ‘oude’ bekende, maar ze gaat ons verlaten om een hoogleraarschap in Frankfurt te aanvaarden. Kersvers hoogleraar Jochen Cals kon de afgelopen weken zijn toga flink inwijden (zie promoties). Zijn rubriek ’Bruikbare Wetenschap’ schoot er bijna bij in. En promovendus Karin van Leersum sleepte de CAPHRI posterprijs binnen. Oktober was de maand van een zestal promoties. De laatste in die reeks was huisarts Eefje de Bont. Eefje, tevens redactielid, blijft bij ons werken als postdoc onderzoeker. De lege plekken op de gang zijn sinds kort weer ingevuld door nieuwe onderzoekers: zij stellen zich aan u voor. Net als twee nieuwe HABs bij de huisartsopleiding. Ook Jessica is een jonge oude bekende (WESPstudent in 2009 en later als aios). Eveneens nieuw: Yvonne van Baars, gedragswetenschapper bij de huisartsopleiding. In dit nummer slechts één WESP: Bas Beniers. Voor de anderen was het net te vroeg om over resultaten te schrijven. De vorige keer schreef ik over het ‘passion beest’ alias Yvonne van Leeuwen, de opper Witte Raaf. Hun groep heeft nieuwe leden gevonden waardoor dat erfgoed bewaard blijft. Oud is nieuw. Simon Kleijkers heeft een nieuwe casus voor jullie. En passant brengen we nog even de Euregionale Zeldzameziektendag 2019 onder uw aandacht. Vaste columnisten Arie de Jong (‘Euthanasie bij dementie; wees overtuigd’) en K.O.E.K. Wous (‘Zorgen doe je samen’), zijn dit keer terug te vinden in het katern over ouderengeneeskunde. Eind 2018 wordt het boekje met alle columns van Arie (Gezondheidsrechtelijke kwesties) geactualiseerd en gratis via onze website aangeboden.1 Plaatsvervangend hoofd Joost Dormans beschrijft het vervellen van de huisartsopleiding. Oud wordt ook nieuw. Hendrik Jan Vunderink heeft sinds kort AOW, maar blijft nog even doorwerken om zijn vrouw (makreel) en aios (snert) van eten te voorzien, en ons van heerlijke recepten. U hoort mij niet klagen. Nog veel meer positieve gezondheid werd voorgeschoteld aan alle opleiders van aios tijdens de Tweedaagse in Heeze. Om nieuwe opleiders lekker te maken, voegen we flink wat foto’s bij van de sfeervolle dagen. En ja, we zoeken nieuwe opleiders, vooral zij die nog willen beginnen bij het coschap Huisartsgeneeskunde. En doe dat, want wie weet wordt u de nieuwe werkplekbegeleider van het nieuwe jaar! De aios referatendag vond plaats op 30 oktober. Huisartsdocent Niels Beurskens schrijft hierover. De dag wordt volgend jaar omgedoopt in Wetenschapsdag. Leuke spin-off is de rubriek ‘de aios zoekt het op’ op onze website. Gaat het zien. Nieuwe aios-in-de-leer is Arianne Beckers geworden. Sommigen kennen haar misschien van columns uit Medisch Contact. We waren dus heel blij dat zij als militair arts solliciteerde voor de huisartsopleiding en aangenomen werd. Als jij ook eerstejaars aios bent en aios-columnist wil worden: laat het ons weten, je bent welkom. Paul Roos vonden we bereid om als pas afgestudeerde oudaios te vertellen hoe het is om de praktijk van je vader over te nemen. Sommige patiënten kenden zijn opa nog als huisarts. Sommige assistentes kennen hem nog als kind… je moet maar durven! In september kregen 21 aios hun diploma uitgereikt in Rijckholt. Half december is de laatste uitreiking van 2018. Benieuwd wie we dan zien! We wensen u fijne feestdagen met oud is nieuw, Babette Doorn 1 www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/over-ons/brochures 3 op één lijn 62
Page 4
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Van de voorzitter Gezondheidsakkoord Limburg DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM In mijn vorige column ging ik in op de gezondheidsverschillen tussen hoog- en laaggeletterden en ook op het feit dat de gezonde levensverwachting in Limburg gemiddeld drie jaar onder het Nederlandse gemiddelde ligt. Het verschil tussen arme en rijke burgers is nog wranger: de twintig procent inwoners met de hoogste inkomens in Nederland wordt ongeveer negen jaar ouder dan de laagste twintig procent. Heel opmerkelijk, omdat in Nederland de toegang tot medische zorg veel minder inkomensafhankelijk is dan, bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten. De oorzaak heeft deels te maken met de prijzen in de supermarkt. Zo was vers fruit in 2017 maar liefst 28% duurder dan in 2007. Suiker, snoep en ijs zijn zelfs goedkoper dan tien jaar geleden. De prijs van groente en fruit is echter niet het enige probleem voor lage inkomens. Mensen met financiële problemen kampen vaak met constante en langdurige stress. En dit type stress heeft een negatief effect op het vermogen om verstandige keuzes te maken. Ongezonde gewoonten zoals roken, alcohol drinken of vet- en suikerrijk eten, helpen op korte termijn om de stress te hanteren: ‘comfort’-food. Die stress gaat zeker bij laagopgeleiden door op het werk; zij ervaren weinig autonomie en dus weinig controle over hun eigen leven. In die situatie is het fijn om ‘s avonds thuis wel te kunnen bepalen wat je eet en drinkt. De huizen van laagopgeleiden staan veelal in wijken met minder groen om in te bewegen en zijn vaker onveilig, waardoor mensen eerder binnen blijven. Bovendien is in achterstandswijken de concentratie cafetaria’s, shoarmatenten en andere fastfoodzaken vaak hoger waardoor de verleiding groter is om voor slecht voedsel te kiezen. Het blijkt dat in wijken met veel woningen met een lage WOZ-waarde ruim twee keer zoveel diabetespatiënten wonen dan in ‘betere’ wijken. Uit onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt, dat alleen voorlichting geven niet helpt. Voorlichting houdt geen rekening met persoonlijke omstandigheden en problemen. Mensen die in armoede leven, hebben bijvoorbeeld vaker contact met schuldhulpverlening, opvoedingsondersteuning of jeugdgezondheidszorg. Het is veel zinvoller naar de persoonlijke leefomstandigheden te kijken. De huisarts, getraind in holistische gezondheidszorg en goed contact met het wijkteam, kan hier een prominente rol vervullen in het verduidelijken van de rol van leefomstandigheden, bewegen en voeding. Op landelijk overheidsniveau zouden de verleidingen moeten worden aangepakt waar consumenten de hele dag aan blootstaan. Wat heeft het voor zin om te discussiëren over gezond eten als mensen de hele dag worden geprikkeld tot ongezond gedrag? Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van supermarkten met chocola en snoep bij de kassa en cola op de koppen van de schappen. Een herinrichting van de openbare ruimte is de meest voor de hand liggende maatregel: een limiet stellen aan het aantal fastfoodzaken in het centrum van een stad bijvoorbeeld en hoge belasting op ongezond eten (suiker/vettaks). Dat de overheid binnenkort de btw op alle voeding verhoogt, is in dit kader een gemiste kans. Als het tarief alleen voor ongezond voedsel omhoog zou gaan, dan heeft dat direct invloed op het eetpatroon van mensen. De invoering van belasting op suikerhoudende frisdranken in Groot-Brittannië blijkt een groot succes. Is dat betutteling? Ik vind van niet. De omstandigheden van mensen verbeteren, zodat ze zelf gemakkelijker beter keuzes maken, is m.i. niet betuttelend. Betutteling vind ik eerder de neerbuigende houding jegens arme mensen die ongezond gedrag vertonen. Het is duidelijk dat de gewenste aanpak de spreekkamer van de huisarts overstijgt, ondanks de voortreffelijke programma’s zoals Blauwe Zorg, MijnZorg, AndersBeter, Gezonde Basisschool van de Toekomst, LIME, 4Limburg etc. De dit voorjaar actief geworden initiatiefgroep Gezondheidsakkoord Limburg (André Knottnerus is hier lid van), stelt voor om langs een aantal programmalijnen acties in te zetten: gezonde jeugd, gezonde wijk en gezonde en vitale arbeid en arbeidsmarkt. Het initiatief wordt breed gedragen en verdient een eerlijke kans op uitwerking. De slogan ‘Limburg, je zal er maar wonen’, krijgt dan een nog positievere connotatie. 4 Huisarts & huisdier Flatcoated retrievers DOOR DE ROEDEL VAN DE FAMILIE SMEETS Dit zijn Boots (rechts), Engelse uitspraak, vriendje van Dora in Dora The Explorer, kinderserie en Badu (links), spreek uit Badoe, wat ‘trots’ betekent in het Afrikaans, niet de Badoe van de televisie. Het zijn twee reutjes en het zijn allebei flatcoated retrievers. Dit zijn retrievers net zoals de golden retriever of de labrador retriever. Ze worden echt chagrijnig als ze voor Ierse setter worden ‘uitgescholden’. Flatcoats kun je tegenkomen in de kleuren zwart of liver (=bruin). Flatcoats werken graag voor hun baas, zijn onvermoeibaar in het halen van balletjes of stokken. Ze zwemmen heel graag en zijn helemaal gek op het strand en de zee. Ook hebben ze veel beweging nodig en zijn ze ‘eager’ om te trainen voor, bijvoorbeeld, de jacht. Er zijn ook flatcoats die worden ingezet in aardbevingsgebieden, om mensen op te sporen onder het puin. Ook medisch houden ze ons bezig. Zo werd Boots twee jaar geleden heel moe en werd zijn vacht dof. Na veel onderzoek (lichamelijk onderzoek, laboratoriumdiagnostiek, röntgenfoto’s en een echo) bleek dit te komen door een ingekapselde (calciumoxalaat) blaassteen die een chronische blaasontsteking gaf. Na een operatie ging het snel beter met Boots en geniet hij weer als vanouds. Het zijn helaas geen goede bewakers: ze blaffen bijna niet. We zeggen weleens: “als er een inbreker komt dan helpen ze mee de spullen naar buiten te dragen”. Benoeming Marjan van den Akker benoemd tot hoogleraar Epidemioloog Marjan van den Akker van de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht, vertrekt naar het Institut für Allgemeinmedizin aan de Goethe-Universität in Frankfurt am Main. Zij wordt daar vanaf 2019 hoogleraar met als leerstoel “Multimedikation und Versorgungsforschung”. Marjan begon in 1992 bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht en promoveerde in 1999 op een onderzoek naar multimorbiditeit. Ze schreef vele publicaties en begeleidde tal van promovendi. Ze zat in de eerste redactie van ‘Op één Lijn’ (vanaf 1999). Jarenlang was ze werkzaam voor het RegistratieNet Huisartsen (RNH), dat nu RNFM (www.rnfm.nl) heet. Ze werkte nauw samen met de Vlaamse huisarts en hoogleraar Frank Buntinx en daardoor werkte ze ook geregeld in Leuven. Marjan blijft nog bij de Maastrichtse en Leuvense vakgroepen betrokken voor lopende promotietrajecten. 5 op één lijn 62
Page 6
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Afscheid André Knottnerus Gegroet André, we gaan je missen! DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR ONDERZOEK Het scheelde niet veel of de stoet gladiatoren (=hoogleraren) was lang genoeg om het traject tussen het amfitheater (beter bekend als ‘De Berg’) en de arena (= de Sint Janskerk) volledig te vullen met toga’s uit binnen en buitenland. Meer dan 100 professoren, sommigen een beetje moegestreden van al die promoties en oraties, togen (weten we ook waar het woord toga vandaan komt) naar de arena (de kerk dus) om André Knottnerus te eren, die op die dag officieel afscheid nam van de wetenschap. De gladiatoren hadden voor de gelegenheid hun zwaarden (lees: moeilijke vragen en laudaties) thuisgelaten. Bij het binnentreden van de kerk wachtte hen stemmige muziek en stonden Caesar (alias de Gouverneur van onze provincie) en andere hoofdrolspelers de lange stoet op te wachten. Aansluitend sprak André vanaf de kansel, daarmee terecht hoogverheven boven de menigte, alle aanwezigen toe met een zeer wijze en inspirerende afscheidsrede. Maar voordat het zo ver was, vond in de arena een overigens goedaardig debat plaats over de voor- en achterkanten van evidence; een illustratie door vier sprekers van wat wel en niet waar is en waarom. Wetenschappelijker kun je het haast niet hebben. Het ging daarbij om de relatie tussen onderzoek, praktijk en beleid. Om in de stemming te komen, was er voorafgaande aan de presentaties, een lunch in het nabijgelegen museum. Aldaar werd genoemde relatie getest in de vorm van een welhaast perfecte N=1 studie: alle wel en niet gladiatoren mochten op 1 toilet per geslacht hun nerveus gevulde blazen leegmaken. Sommigen hadden, inmiddels wanhopig geworden, een bypass gevonden en gingen ‘stiekem’ even in de arena naar de wc. Anderen moesten hun blaas streng toespreken. De broodjes waren overigens heerlijk en de stemming zat er goed in. Na de afscheidsrede van André en diverse lovende woorden en suggesties van anderen, togen de gladiatoren en vele anderen weer naar het amfitheater om de middag af te drinken en elkaar nog even af te tasten, soms letterlijk. Alsof dat nog niet genoeg was, ging het daarna nog uren vrolijk door in de oude stadsarena, beter bekend als de Bonbonnière. Met volop lekker eten, drinken en gezellig bijpraten. Sommigen waren alweer lang geleden door oppergladiator André opgeleid in de wetenschap en na al die jaren nog steeds opvallend gezond en actief. Het werd al met al een soort familiereünie, maar dan veel leuker. Twee gerenommeerde clowns op leeftijd zetten alle evidence nog even letterlijk op de kop en aansluitend kreeg André zijn, door anderen geschreven, memoires aangeboden. Het was eigenlijk een soort proefschrift, bestaande uit heel veel korte ongepubliceerde hoofdstukken met per hoofdstuk de nodige figuren en tabellen. En met dat laatste leek de cirkel van de dag rond, ware het niet dat er nog gedanst werd op muziek uit de tijd van kort na Caesar. Wie denkt dat het verhaal hiermee uit is, heeft het mis. André gaat gewoon door met de wetenschap, maar dan vanuit huis en onder deskundig toezicht van echtgenote Ria. Zij zal ervoor zorgen dat de oppergladiator ook eens gaat doen waar alle pensionados om bekend zijn: grasmaaien en met de kleinkinderen spelen. Hopelijk komt hij dan af en toe nog eens een kopje van onze overheerlijke automatenkoffie van ‘de gang’ drinken en bijpraten met, onder andere, Ine Siegelaer, nadat zij is bijgekomen van het e-mailen met honderden gladiatoren, die met succes naar de grote dag van André werden gelokt. Het waren overigens drie supermanagers die alle voorbereidingen op zich hadden genomen. Naast Ine waren dat Marjan van den Akker en Trudy van der Weijden, welke laatste tot heel kort voor de grote plassessie, nog de allerlaatste instructies rondstuurde. Last but not least was het Jean Muris, die alle onderdelen van de grote dag aan elkaar verbond en zelfs het begrip evidence van enige humor wist te voorzien. 6 op één lijn 62 Tans penning en Facultaire kleinood voor André Knottnerus André Knottnerus, hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht, ontving bij zijn afscheid op 26 oktober de hoogste UM-onderscheiding, de Dr. J.G.H. Tans penning. Ook ontving hij het facultair kleinood uit handen van de vice-decaan, prof. dr. Nanne de Vries. André Knottnerus (1951) studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, waar hij ook de huisartsopleiding voltooide. In 1982 kwam hij naar Maastricht. In 1986 promoveerde hij op de ontwikkeling en toepassing van klinisch epidemiologische onderzoeksmethoden op het gebied van de diagnostiek. Twee jaar later werd hij hoogleraar. Van 2001 tot 2010 was hij voorzitter van de Gezondheidsraad en van 2010 tot 2017 was voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). André begeleidde 69 promovendi, is (co-)auteur van meer dan 450 internationale wetenschappelijke artikelen op het gebied van de geneeskunde en de volksgezondheid en schreef diverse boeken en meer dan 300 artikelen in nationale tijdschriften. Zijn verdienste voor de huisartsgeneeskunde In de jaren tachtig was het beroep van huisarts ondergewaardeerd ten opzichte van andere medisch specialisten. Het handelen van huisartsen werd gebaseerd op onderzoeken die in ziekenhuispopulaties werden uitgevoerd, terwijl de patiënten in een huisartsenpraktijk heel andere karakteristieken hebben. Knottnerus versterkte gedurende zijn loopbaan de epidemiologische aanpak in het huisartsgeneeskundig onderzoek. Afscheidsrede De hoogleraar sprak in zijn afscheidsrede onder andere over de overtuigde vaccinatieweigeraars en het feit dat het percentage volledig gevaccineerde tweejarigen in Nederland de afgelopen jaren daalde van 95% naar 90,2%. Hij noemt het ‘verdedigbaar om bewust niet gevaccineerde kinderen niet op dezelfde crèches toe te laten als andere kinderen, ook als ultiem motiverend signaal’. Verder hamert hij op de basisvoorwaarden ‘kwaliteit, integriteit, en onafhankelijkheid’ voor elke wetenschapper anno 2018. 7
Page 8
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Promovendi Esther Boudewijns Ik ben Esther Boudewijns, 23 jaar en sinds augustus 2018 werk ik als PhD-student op de afdeling Huisartsgeneeskunde. Ik heb hiervoor gezondheidswetenschappen en epidemiologie gestudeerd. Tijdens mijn PhD-traject werk ik aan de verdere ontwikkeling van de Ziektelastmeter COPD, die al eerder ontwikkeld is door Annerika Gidding-Slok. De Ziektelastmeter is ontwikkeld om gemakkelijker te bespreken met een zorgverlener wat de patiënt zelf belangrijk vindt en om gezamenlijk persoonlijke doelen op te stellen. Omdat de Ziektelastmeter COPD positief is ontvangen in het klinische veld, willen we deze uitbreiden voor patiënten met Diabetes Mellitus type 2 en astma. De komende vier jaar zal ik bezig zijn met de ontwikkeling van de tool, de validatie, en het testen van de effectiviteit door het uitvoeren van een RCT. Ik werk hierbij samen met Danny Claessens. Ik zal me hierbij vooral bezig gaan houden met de kosteneffectiviteit. In mijn vrije tijd houd ik van lezen, loop ik graag rond in de Dominicanen-kerk, reis ik veel op en neer naar Utrecht (waar m'n vriend woont), en vind ik het heerlijk om een rondje te wandelen door de stad of door het bos. Danny Claessens Ik ben Danny Claessens, 25 jaar en in augustus 2018 ben ik gestart als PhD-student bij de afdeling Huisartsgeneeskunde. Hiervoor heb ik de master ArtsKlinisch Onderzoeker (AKO) afgerond. Mijn project richt zich op de ontwikkeling van de Ziektelastmeter voor mensen met een chronische aandoening, als uitbreiding van de Ziektelastmeter 8 COPD van onder andere Annerika Gidding-Slok. We breiden uit naar astma en diabetes, als opstapje naar een ziektelastmeter voor de meest voorkomende chronische aandoeningen. Het doel van dit instrument is om meer inzicht te krijgen in de last die iemand ervaart en hoe hier met persoonlijke doelen en plannen aan gewerkt kan worden, om zo gepersonaliseerde zorg te leveren. Met andere woorden: wat is voor déze patiënt nú belangrijk, en hoe gaan we daar samen aan werken? In vier uitdagende jaren gaan we dit instrument ontwikkelen, valideren, en de effectiviteit evalueren middels een trial. Dit doe ik samen met Esther Boudewijns. Ik ga me richten op de implementatie van het instrument in de zorg. In mijn vrije tijd lees ik veel en ben ik graag sportief bezig. Het liefst in de natuur. Ik ben dan ook altijd te porren voor een rondje op de crossfiets. Stijn Duijn AIOTHO in spe Ik ben Stijn Duijn, 27 jaar. In augustus 2018 heb ik mijn studie geneeskunde in Maastricht afgerond. Meteen daarna ben ik begonnen als promovendus bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Vanaf maart 2019 word ik AIOTHO, aangezien ik net ben aangenomen bij de huisartsopleiding in Maastricht. De samenwerking met andere disciplines wordt voor een huisarts steeds belangrijker. Er is een toename van mensen met diverse chronische ziekten en er is een verschuiving van tweede- naar eerstelijnszorg. Hierdoor houden steeds meer mensen vanuit verschillende disciplines zich bezig met patiënten. Echter, het is een bekend gegeven dat veel professionals in interprofessionele samenwerkingsvormen minder goed samenwerken dan dat ze denken. Ze zijn, zoals dat heet, onbewust onbekwaam. 3e uitgave 2018 Daarom ga ik samen met Loes van Bokhoven, Jean Muris, Anneke van Dijk (alleen vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht), Diane Dolmans (SHE) en Nynke Scherpbier (Radboudumc, vakgroep Eerstelijnsgeneeskunde) voor huisartsen in opleiding een toolbox ontwikkelen, om hun competenties met betrekking tot interprofessioneel samenwerken te verbeteren. Juist bij dit onderzoek is de meerwaarde groot om zowel als onderzoeker en arts in opleiding te werken. De ervaringen die ik opdoe in de praktijk, kan ik weer toepassen in het onderzoek en vice versa. Mijn vrije tijd vul ik vooral met hardlopen, wielrennen en zwemmen. Daarnaast ben ik ook altijd in voor een avondje ouderwets bordspellen spelen. Jessica Verster-de Snoo huisartsbegeleider Per 1 augustus ben ik gestart als huisartsbegeleider (HAB) van het Acute Blok in Eindhoven. Na in Maastricht geneeskunde en de huisartsopleiding te hebben afgerond, ben ik sinds 2012 werkzaam als waarnemer in de regio Eindhoven/Helmond. Naast drie vaste werkdagen in twee huisartsenpraktijken draai ik veel diensten op de huisartsenpost. Hoewel me dit uitstekend bevalt, begon het afgelopen jaar toch te kriebelen: tijd voor een nieuwe uitdaging! Terwijl ik me afvroeg wat, zag ik de vacature voor een HAB; plots vielen alle stukjes op hun plaats. Ik vind het enorm leuk om onderwijs te verzorgen waarbij spoedeisende zorg mijn speciale belangstelling heeft. De septembergroep is inmiddels gestart. Tot mijn grote plezier kan ik melden dat het invullen van mijn rol als HAB nog leuker is dan ik al had gehoopt! Ik kijk ernaar uit dit nog lange tijd te doen. Ik woon met mijn man en twee zoons van 2,5 jaar en 7 maanden in Geldrop waar we regelmatig mooie wandelingen maken in het bos en op de hei. Al dan niet met vrienden gaan we graag weekendjes weg naar, bijvoorbeeld, de Ardennen of Zuid-Limburg, waarbij we genieten van de geneugten des levens, zoals lekker koken en eten. Maurice Lucassen huisartsbegeleider Ik ben Maurice Lucassen, sinds augustus werkzaam als docent/ groepsbegeleider van het psychische blok in het tweede jaar van de huisartsenopleiding. 9 Ik doe dit samen met gedragswetenschapper Nicole Schuttelaar op de locatie Eindhoven. Inmiddels ben ik met onze eerste gezamenlijke groep halverwege de drie maanden durende GGZ-stage; ik groei geleidelijk in deze voor mij nieuwe rol en het bevalt mij tot nu toe erg goed! Ik studeerde geneeskunde in Utrecht, deed de huisartsopleiding in Nijmegen en werk inmiddels alweer ruim 19 jaar in Huisartsenpraktijk Antoniusveld in Venray. Sinds 2010 ben in aan de huisartsopleiding verbonden als opleider, tot nu toe voor eerstejaars aios. Ik ben 50 jaar, woon samen met mijn vriendin Sanne en heb twee dochters; Imke (18) en Noor (16). Wij wonen in Venray, de plaats waar ik ook ben opgegroeid. Mijn affiniteit met de GGZ is onvermijdelijk; Venray heeft één van de oudste en grootste psychiatrische instellingen in Nederland (“enkeltje Venray” is een begrip in de regio), en mijn beide grootvaders, mijn beide ouders, alsook mijn vriendin werk(t)en in dit Vincent van Gogh instituut. In mijn vrije tijd ben ik een gepassioneerd saxofonist. Op dit moment maak ik deel uit van een projectmatige bigband (The Score Jazz Orchestra) en van een Dire Straits tribute band (Boom, like that!), waarmee ik door de Nederlandse theaters tour. Yvonne van Baars gedragswetenschapper In 2007 ben ik afgestudeerd in de neuropsychologie aan de Universiteit van Nijmegen en Tilburg. Na een korte poos werkzaam te zijn geweest in het Catharina ziekenhuis, kwam ik erachter dat mijn hart ligt in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en andere complexe beelden. Vandaar dat ik de psychotherapieopleiding ben gaan volgen bij de RINO Zuid, heel leuk! Als psychotherapeut heb ik een eigen praktijk: van Baars Psychotherapie te Eindhoven. Ben trots op de inmiddels mooie praktijk en het team van vier dames. Privé: samen met Mandy (vriendin) en Jackie (hond). Hobby: paardrijden. Belangrijkste eigenschap: Humor. Moeite met: korte stukjes schrijven over mezelf. op één lijn 62
Page 10
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Bruikbare wetenschap Welk werk doet u? DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Het hellende vlak van nierfunctie We zien nogal wat nierfuncties langskomen bij het bestuderen van de dagelijkse labuitslagen. Een echte knik in nierfunctie wordt snel herkend, maar wat is nu het risico op cardiovasculaire aandoeningen bij een geleidelijk dalende eGFR? Marjan van den Akker ging met haar Vlaamse collegae op zoek in een groot bestand van bijna 20000 patiënten met tenminste vier eGFR metingen over vijf jaar tijd. Ze keken naar cardiovasculaire events (myocardinfarct, TIA/CVA, perifeer vaatlijden, acute hartfalen) over de daaropvolgende 5 jaar. Ze verdeelden de patiënten in categorieën, waarbij de eGFR natuurlijk stabiel kon blijven (-1 tot +1 ml/min), maar ook kon toe- of afnemen (<-5, --5 tot -3, -3 tot -1 ml/ min per jaar). In de referentiegroep van patiënten met een stabiel blijvende eGFR, kreeg 7,8% een cardiovasculair event tijdens de 5 jaar follow-up. Dit percentage was naarmate de nierfunctie daalde aanzienlijk hoger, tot 12% in de groep met een daling van meer dan 5 ml/min per jaar. Uiteindelijk bleek, dat vanaf een jaarlijkse eGFR daling met tenminste 3 ml/min het risico op een cardiovasculair event significant toeneemt. Wellicht niet heel opzienbarend, want de relatie tussen nierfunctie en cardiovasculair risico is natuurlijk bekend. Het meest opzienbarend vind ik dat deze relatie losstaat van de uitgangswaarde. De meeste patiënten met een dalende eGFR hadden bij aanvang gewoon een eGFR van boven de 60 ml/min, maar die dalende eGFR met tenminste 3ml/min per jaar bleef significant geassocieerd met een verhoogd cardiovasculair risico. Aardig voor de gesprekken met de praktijkondersteuner CVRM in de praktijk en dus goed om niet enkel naar een knik in eGFR te kijken, maar ook om die helling in de gaten te houden. Huisarts en werk-gerelateerde klachten; werk aan de winkel Kees de Kock, huisarts uit Deurne, publiceerde een fraaie trial naar het effect van een training voor huisartsen op het gebied van omgaan met en bespreken van werkgerelateerde klachten in de spreekkamer. Hij randomiseerde 32 huisartsen van wie de helft een vijf uur durende training 10 volgde met aandacht voor een aantal componenten: de relatie tussen werk en gezondheid, werkgerelateerde problemen en mogelijkheden om de normale zorg hiervoor te verbeteren, wet- en regelgeving en de samenwerking met de bedrijfsarts, en consultatievaardigheden bij patiënten met werkgerelateerde problemen en stress. De huisartsen kregen na de lange training ook nog twee booster sessies. De huisartsen in de studie includeerden in totaal 1306 patiënten met werkgerelateerde klachten waarvan 640 patiënten de vragenlijst invulden voor het eerste consult, echter slechts 281 ook na follow-up. Een derde van de patiënten gaf aan dat de gezondheidsklachten mogelijk werkgerelateerd waren. De primaire uitkomstmaat op patiëntniveau was een vragenlijst waarmee de ‘Return To Work Self-Efficacy’ werd gemeten. Helaas bleken de patiënten, die waren gezien door getrainde huisartsen hierop niet anders te scoren dan patiënten, die waren gezien door een huisarts in de normale zorg groep. De ICPC-code Z05 ‘probleem met werksituatie’ werd gedurende de studie wel vaker gebruikt, maar dat was niet significant verschillend tussen beide groepen. Registratie van het beroep verdubbelde zelfs, maar eveneens in beide groepen. Al met al mogelijk niet wat de onderzoekers hadden verwacht, maar het is een boeiend artikel om te lezen en eens op te reflecteren. Patiënten waarderen het enorm als er wordt gevraagd welk werk ze doen en het kan interessante nieuwe inzichten bieden op de ervaren klachten en de impact daarvan op het werk. Koorts en infecties bij kinderen; we zien de ijsberg (gelukkig) niet Regelmatig hebben we, met name tijdens diensten op de huisartsenpost, het idee dat we worden overspoeld met kinderen met koorts en infectieklachten. We weten dat dat mogelijk alleen het topje van de ijsberg is, want een klein kind krijgt gemiddeld 8 infectie episodes per jaar. Kirsten Peetoom onderzocht op 21 kinderdagverblijven van MIK in Limburg via een vragenlijst hoe vaak kinderen jonger dan 4 jaar koorts en andere infectieklachten hebben. Ze verzamelde gedurende 4 weken (februari 2016) gegevens over infectiesymptomen bij 515 kinderen en ouders hielden een dagboekje bij. Slechts 13 (!) van de 515 kinderen waren 4 weken volledig infectieklachtenvrij. Maar liefst 55% van de kinderen had tenminste 1 dag koorts, waarbij koorts verantwoordelijk was voor een totaal van 3e uitgave 2018 987 ziektedagen (mediaan van 3 per kind). Maar liefst 81% had tenminste 1 dag een snotneus en 73% van de kinderen had hoestklachten. Van al deze kinderen met koorts en/ of infectieklachten bezocht 73% de huisarts níét. Kinderen met oorpijn bezochten de huisarts relatief het meest (38%), van de kinderen met (ook) koorts bezocht 31% de huisarts(enpost). Deze studie bevestigt wat we al weten: baby’s, peuters en kleuters snotteren, hoesten wat af. Tijdens diensten is het wellicht goed om te beseffen, dat ouders voor het merendeel van de klachten ons helemaal níet contacteren. Collega huisartsonderzoeker Eefje de Bont, in november gepromoveerd op haar proefschrift naar kinderen met koorts op de huisartsenpost, toonde al aan, dat wanneer ouders telefonisch contact opnemen met de HAP vanwege koorts bij hun kind, dat dan de kans 70% is dat ze ook daadwerkelijk in de spreekkamer belanden, met name dankzij de (te?) defensieve NTS-triage. Pneumonie of toch nie? Ofschoon een ernstige infectie zowel in de top als de basis van de ijsberg zeer zeldzaam is, zijn er natuurlijk wel kinderen met bijvoorbeeld een pneumonie die je niet wilt missen. Aiotho Marjolein Schot zocht samen met Jochen Cals en andere onderzoekers via een literatuurstudie uit, welke gegevens uit anamnese en lichamelijk onderzoek nu het beste voorspellen voor een longontsteking bij kinderen. Ze doorzochten maar liefst 4655 publicaties, waarvan er 17 geschikt bleken voor deze vraagstelling. Zoals verwacht waren alle studies verricht in de tweedelijn, overigens soms wel in vergelijkbare settings zoals de huisartsenpost. In de studies waarbij minder dan 10% van de populatie een pneumonie had, bleken enkel een zieke indruk en een saturatie <94% goede voorspellers. In de 10 studies waarbij meer dan 10% van de kinderen een pneumonie had, bleken naast de saturatie ook aanvullende bloedtests zoals CRP en leukocyten differentiatie nog wel waarde te hebben. Let wel, juist deze groepen kinderen zien wij juist niet. Opvallend was dat men in het buitenland regelmatig gebruik maakt van de echografie om infiltraten op te sporen en dat deze techniek een goede positief en negatief voorspellende waarde heeft en natuurlijk geen röntgenbelasting oplevert voor het zieke kind. Zo levert een berg aan artikelen in dit geval maar een zeer beperkte boodschap op voor de dagelijkse praktijk. Uit eerder (Vlaams) onderzoek blijkt dat het onderbuikgevoel van de dokter en dat van de ouder heel belangrijk is in het herkennen van ernstige infecties. Deze variabele was helaas in geen van deze studies meegenomen. Meer over koorts bij kinderen is te lezen in het verslag over de promotie van Eefje de Bont elders in dit nummer. Referenties • Is there a correlation between an eGFR slope measured over a 5-year period and incident cardiovascular events in the following 5 years among a Flemish general practice population: a retrospective cohort study. Van Pottelbergh G, Mamouris P, Opdeweegh N, Vaes B, Goderis G, Van Den Akker M. BMJ Open. 2018 Nov 12;8(11). doi: 10.1136/ bmjopen-2018-023594. • Training GPs to improve their management of workrelated problems: results of a cluster randomized controlled trial. de Kock CA, Lucassen PLBJ, Bor H, Knottnerus JA, Buijs PC, Steenbeek R, Lagro-Janssen ALM Eur J Gen Pract. 2018 Dec;24(1):258-265. doi: 10.1080/13814788.2018.1517153. • Diagnostic value of signs, symptoms and diagnostic tests for diagnosing pneumonia in ambulant children in developed countries: a systematic review. Schot MJC, Dekker ARJ, Giorgi WG, Hopstaken RM, de Wit NJ, Verheij TJM, Cals JWL. NPJ Prim Care Respir Med. 2018 Oct 26;28(1):40. doi: 10.1038/s41533-018-0104-8. • Most preschool children with fever and common infection symptoms do not consult the family physician. Peetoom K, Crutzen R, Dinant GJ, Cals J Family Practice, cmy079. doi.org/10.1093/fampra/cmy079 CAPHRI prijs voor Karin van Leersum Promovendus Karin van Leersum (links op de foto) ging na de CAPHRI Research Dag op 6 november 2018 met bloemen en een bronzen penning naar huis. Het publiek beloonde haar voor haar poster ‘What matters to me: Developing and improving a web-based tool for clients in long-term care’ met de derde prijs. Van de jury ontving ze de eerste prijs voor haar poster én de pitch. In totaal waren er 66 abstracts ingediend, waarvan er 36 geselecteerd werden voor de postersessie. Hieruit werden 12 promovendi gekozen om te mogen pitchen. 11 op één lijn 62
Page 12
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Doodsoorzaak gezocht OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Vorige casus Dank voor de vele reacties op de voorgaande casus. Het goede antwoord is systeemsclerose. Via de zoektermen ‘Raynaud, anemia, finger amputation’ is de tweede hit bij googlescholar.com het goede antwoord. Bij findzebra.com is het de zesde treffer. Mooi om te zien is dat er een aantal inzendingen was met het goede antwoord. Huisarts Luuk Schulkes uit Goirle is degene die het goede antwoord het snelst verstuurde. Van harte gefeliciteerd! De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Yvonne van Leeuwen, Irene Soeters, Tonnie van Kessel, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. Zeldzameziektendag 2019 Zeldzame aandoeningen zijn vaak erfelijk, chronisch, progressief en meestal levensbedreigend. Tijdens de internationale Rare Disease Day (zeldzameziektendag) wordt jaarlijks op 28 of 29 februari aandacht besteed aan de uitdagingen voor zeldzame aandoeningen. In 2019 is deze dag in Maastricht. Noteer dus 28 februari 2019 van 9.30 – 17.30 uur in Maastricht in uw agenda. Inschrijving en programma zijn binnenkort beschikbaar op www.emradi.eu. Deze dag is een kans om kennis en ervaringen over grensoverschrijdende zorg voor zeldzame ziekten te delen 12 en te bespreken hoe grensoverschrijdende zorg voor zeldzame ziekten in Europa toegankelijker gemaakt kan worden. Daarnaast wordt geprobeerd om de volgende vraag te beantwoorden: Hoe kunnen we de zorg en de levenskwaliteit van patiënten met zeldzame ziekten in de Euregio Maas-Rijn, in andere grensregio’s en op Europees niveau verbeteren? Simultaanvertolking in het Duits, Nederlands en Frans Certificaat van deelname voor alle deelnemers Accreditatiepunten voor artsen uit België en Duitsland zijn aangevraagd. 3e uitgave 2018 Casus De volgende casus betreft een man van 29 jaar die bekend is met obesitas en roken. Hij werkt als vertegenwoordiger. Hieronder staat een samenvatting van 3,5 maand ziektegeschiedenis. Wat is jullie diagnose en wat is de doodsoorzaak van deze man? Antwoorden insturen naar simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl Datum 15-06 26-06 29-06 04-07 Wie /wat? HA HPost HA HA Klachten en gebeurtenissen vermoeidheid laatste maand oedeem benen; last van enkel erg moe na inspanning idem lab uitslagen1 Symptomen, bevindingen en acties geen bijzondere bevindingen T 150/90 pols 100/m perifeer oedeem; obesitas, gewicht: 107 kg hart en longen: geen afwijkingen. T 140/80 nog licht oedeem eiwit totaal: 52* albumine: 31* TSH: 4,7* vrij T4: 14,4* normale kreatinine / glucose / leverfuncties 12-07 HA lab uitslagen2 eiwit totaal: 51* albumine: 27* TSH: 7,3* vrij T4: 13,7 18-07 05-08 HA WN geleidelijk meer klachten nog steeds hetzelfde, nog steeds licht oedeem onderbenen. T 125/90 meer vocht in de benen pretibiaal oedeem ++/++ T 154/105 T 154/105 longen: geen afwijkingen gewicht: 115 kg 07-08 15-08 HPost HA patiënt denkt vocht achter de longen te hebben lab uitslagen3 blijvende klachten hart en longen: geen afwijkingen perifeer oedeem eiwit totaal: 44* albumine 21* TSH: 5,3* vrij T4: 12,8 05-09 16-09 INT T-HA eerste consult bij internist patiënt belt praktijkassistente September (bijna 3 maanden later) klachten: hart sneller, duizelig, kortademig. Benauwd? Antwoord: nee Druk op borst? Antwoord: nee Eerste keer? Antwoord: ja 16-09 17-09 20-09 26-09 27-09 28-09 T-HA HPost T-HA HA HA/INT T-PRA T-PRA huisarts belt zelf terug angstig, nerveus en gespannen “onrustig slapen door spanning” patiënt uitgenodigd voor B12 injectie huisarts heeft brief van de internist ontvangen 14:30 “weer snel ademen” 14:53 “benauwd” 15:00 ambulance komt en brengt patiënt met spoed naar het ziekenhuis Toelichting bij de afkortingen: HA consult bij Huisarts THA telefonisch consult bij Huisarts * afwijkende laboratorium uitslag “extra uitleg gegeven aan patiënt” “beoordeeld en gerustgesteld” “nogmaals uitleg gegeven” huisarts noteert als voorlopige diagnose: XXXX diagnose volgens internist: advies aan patiënt: “probeer tot rust te komen, snel terugbellen als het niet over gaat” advies aan patiënt: “112 bellen” patiënt met tachypnoe, ernstige dyspnoe, zeer angstig. Onderweg ademstilstand, reanimatie lukt niet. OVERLEDEN IN AMBULANCE T-PRA telefonisch contact met praktijkassistente WN consult bij waarnemer HPost consult bij huisartsenpost INT consult bij internist 13 op één lijn 62
Page 14
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Promoties Angel Schols Diagnostics at the point-of-care in general practice. Acute cardiopulmonary symptoms Stephanie Lenzen ‘Self-management goal setting and action planning in primary care.’ Huisartsen zouden graag meer sneltesten willen gebruiken, met name ter ondersteuning van de besluitvorming bij patiënten met acute cardiopulmonale klachten. Echter, op dit moment is er beperkt en geen overtuigend bewijs dat het gebruik van sneltesten door huisartsen bij patiënten met acute cardiopulmonale klachten leidt tot meer correcte diagnoses en het beleid beïnvloedt. De Marburg Heart Score, een eenvoudige klinische beslisregel, kan een acuut coronair syndroom niet veilig uitsluiten in een daarvan verdachte verwezen populatie. Wij stellen dat toekomstig onderzoek naar het diagnosticeren van patiënten met acute cardiopulmonale klachten zich zou moeten richten op een strategie waarbij een klinische beslisregel wordt gecombineerd met een sneltest. ‘Defensieve zorg leidt niet automatisch tot verbetering van de zorg’. Het proefschrift geeft inzicht in de complexiteit en perspectieven voor het verbeteren van het opstellen van doelen en actieplannen met chronisch zieke patiënten. Het onderzoek laat zien dat er weinig aandacht en weinig ervaring is met het opstellen van persoonlijke doelen met patiënten. Wat wenselijk en nodig is: een gezamenlijke visie op zelfmanagement, ‘samen beslissen’ in de huisartspraktijk en maatwerk bij het toepassen van interventies. ‘Bij patiënten met een of meer chronische aandoeningen moet gezamenlijke besluitvorming beginnen met het gezamenlijk opstellen van (persoonsgerichte) medische, sociale en/of emotionele doelen’. Promotie Kelemework Adane Asmare Tuberculosis in Ethiopian Prisons Tuberculose komt in Ethiopische gevangenissen dusdanig vaak voor dat gedetineerden naast hun gevangenisstraf, ook tuberculose als straf krijgen. Een scholingsprogramma onder gevangenen leidde tot snellere opsporing en behandeling. Hopelijk leidt dit uiteindelijk ook tot een lagere prevalentie van tuberculose in gevangenissen in Ethiopië. ‘Empowering the prisoners has a significant impact on TB control in prisons and could be the best option in resource-limited areas’. 14 3e uitgave 2018 Ies Dijksman TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen met psychische stoornissen en samen met de huisarts maakt de patiënt de eerste beslissingen over het behandeltraject. Vaak heeft de huisarts echter onvoldoende kennis of tijd om deze eerste inschatting goed te doen. Veel psychische stoornissen worden daardoor gemist of anders gelabeld, waardoor mensen niet de juiste hulp krijgen. Wij onderzochten een nieuw eDiagnostiek systeem, TeleScreen genaamd, die de huisarts ondersteunt bij het in kaart brengen van psychische problemen. De patiënt doorloopt online een diagnostisch proces, om de klachten uitgebreid in kaart te brengen. De huisartsen en patiënten blijken tevreden over de TeleScreen en het gebruik van deze online manier van diagnosticeren bleek valide te zijn. ‘Patients, general practitioners and practise nurses are positive about eDiagnostics; they do not favour face-to-face contact over interaction with a computer’. Promotie Solomon Shiferaw Yesuf Phone-based applications improve maternity services in Ethiopia Eefje de Bont Childhood fever in out-of-hours general practice Koorts is de meest voorkomende reden voor ouders om met hun kind bij de huisarts te komen. De koorts wordt meestal veroorzaakt door een onschuldige (virus)infectie waarbij afwachtend beleid voldoende is. Toch krijgen veel kinderen met koorts alsnog antibiotica. Op de huisartsenpost, waar kinderen steeds vaker terecht komen doordat meer ouders overdag allebei werken en de temperatuur in de vroege avond piekt, ligt het percentage antibiotica nog hoger. Wij toonden in een onderzoek onder meer dan 25.000 kinderen met koorts op Nederlandse huisartsenposten aan, dat het voorlichten van ouders, met behulp van een interactief boekje over koorts en veelvoorkomende infectieklachten, het aantal antibioticavoorschriften op de huisartsenpost vermindert. Ouders geven ook aan dat ze in de toekomst minder snel teruggaan voor dezelfde klachten. Het boekje werd ontwikkeld samen met ouders, dokters, verpleegkundigen en is veelbelovend om onnodige antibioticavoorschriften tegen te gaan. De promotie van Eefje vond plaats tijdens de World Antibiotic Awareness Week (12-18 November 2018), zie www.who.int/campaigns/world-antibiotic-awarenessweek/en/. Slechts weinig aanstaande moeders in Ethiopië krijgen gestructureerde, kwalitatief voldoende zorg waardoor de perinatale comorbiditeit en mortaliteit hoog is. De inzet van een lokaal ontwikkelde smartphone app leidde tot een verbeterde toegang tot zorg. Hierdoor konden vrouwen vaker in een centrum bevallen, in plaats van thuis. Belangrijk daarbij was, dat vrouwen wel overtuigd moesten worden van het belang van moderne gezondheidszorg. ‘Equipping health workers with appropriate cellphone based solutions could empower them with up-to-date knowledge and make a difference in ensuring better maternity service utilization’. 15 ‘Het gebruik van een stoplichtsysteem door huisartsen om ouders gericht te informeren over koorts en infectieklachten bij kinderen leidt tot minder antibioticavoorschriften en een kleinere kans dat ouders in de toekomst de huisartsenpost opnieuw consulteren voor deze klachten’. op één lijn 62
Page 16
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Inleiding op het themadeel Ouderengeneeskunde, het specialisme van NU DOOR ANNE VAN DEN BRINK, HOOFD VOSON1, RADBOUDUMC NIJMEGEN “Als specialist ouderengeneeskunde heb je een dynamisch vak. Je lost complexe medische vraagstukken op, maar zet ook je communicatieve vaardigheden in. Je werkt multidisciplinair en voert de regie. Het specialisme is uniek in de wereld en volop in ontwikkeling. Daar kun je helemaal in meegroeien. En door het groeiend aantal ouderen, blijft de vraag naar specialisten ouderengeneeskunde toenemen. Dit maakt ouderengeneeskunde het specialisme van nú!” (www.ouderengeneeskunde.nu ) We moeten meer artsen opleiden tot specialist ouderengeneeskunde om het huidige tekort op te lossen én om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag. Daarom is met ingang van 1 januari 2018 de capaciteit van de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde uitgebreid van 128 naar maar liefst 186 plaatsen per jaar. De groeiende vraag heeft verschillende oorzaken. Allereerst komen er steeds meer kwetsbare ouderen. De meeste van hen blijven zo lang mogelijk thuis wonen, ook als er problemen ontstaan. Dit vraagt om extra versterking van de medische zorg voor zelfstandig wonende ouderen. De specialist ouderengeneeskunde speelt hierin een belangrijke rol als consulent voor de huisarts en/of als (mede) behandelaar. Daarnaast wordt de zorg in verpleeghuizen complexer. Alleen de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen komen nog in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. Dit vraagt om een intensievere betrokkenheid van de specialist ouderengeneeskunde. Tot slot groeit ook het aantal jongere patiënten met complexe chronische aandoeningen dat een beroep doen op de expertise van de specialist ouderengeneeskunde. De hier beschreven ontwikkelingen vragen ook om aanvullende kennis en vaardigheden van de specialist ouderengeneeskunde, zowel medisch inhoudelijk als bijvoorbeeld op het gebied van consultatie en medisch leiderschap. De specialist ouderengeneeskunde ontwikkelt meer en meer specialistische competenties zonder daarbij de brede generalistische basis te verliezen. 1 VervolgOpleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Alle betrokken partijen in de ouderenzorg voelen zich verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de totale capaciteit van de vervolgopleiding ook daadwerkelijk benut wordt. Eensgezind voeren zij campagne om medisch studenten en basisartsen kennis te laten maken met de ouderengeneeskunde. Wij merken dat ‘onbekend maakt onbemind’ kan veranderen in ‘ik wist niet dat ouderengeneeskunde zo’n uitdagend vak was’. Juist hierom is het belangrijk dat alle UMC’s structureel en substantieel in het basiscurriculum aandacht besteden aan ouderengeneeskunde, bijvoorbeeld in de vorm van een coschap. Daarnaast zal uitbreiding van het aantal UMC’s met een vervolgopleiding de benutting van de opleidingscapaciteit waarschijnlijk positief beïnvloeden. De Samenwerkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland (SOON) is het samenwerkingsverband van de drie opleidingsinstituten. SOON juicht uitbreiding van het aantal UMC’s met een vervolgopleiding toe. De uitbreiding van de opleidingscapaciteit biedt nu ruimte. Daarom heeft SOON de Maastrichtse hoogleraar Ouderengeneeskunde Jos Schols benaderd om de belangstelling voor een vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht te peilen. En die belangstelling bleek er te zijn. Om door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) erkend te worden als zelfstandig opleidingsinstituut, is degelijke voorbereiding nodig. Hiervoor is de samenwerking gezocht met de VOSON, die sinds 1995 de opleiding verzorgt met opleiders en opleidingshuizen in de regio Zuidoost Nederland. Voor de VOSON kwam deze vraag op een goed moment. Vanaf mei 2016 worden aios opgeleid op basis van een nieuw landelijk opleidingsplan. Hiervoor is een volledig nieuw curriculum ontwikkeld. Hier is enorm veel tijd en energie in gestoken door alle medewerkers van de VOSON. Naast aanpassingen op de inhoud door alle ontwikkelingen in de ouderenzorg, zijn er ook onderwijskundige vernieuwingen doorgevoerd. Nu dit bijna is afgerond, komt er weer ruimte voor andere ontwikkelingen. De uitbreiding van de opleidingscapaciteit heeft nu de hoogste prioriteit. 16 3e uitgave 2018 Naast allerlei activiteiten waarbij we medisch studenten en (basis)artsen informeren over ons prachtige vak, zijn we in de hele VOSON-regio de mogelijkheden aan het onderzoeken om meer aios op te leiden. We kijken hierbij naar organisaties die nog geen opleidingsplaatsen hebben en naar extra opleidingsplaatsen binnen opleidingshuizen door extra opleiders of door opleidingsgroepen. Ook zoeken we naar nieuwe stageplaatsen in ziekenhuizen, in de GGZ en bij huisartsen. Wij zien de samenwerking tussen de VOSON en Maastricht als een win-win situatie. We brengen kennis en ervaring van de VOSON als opleidingsinstituut, van de afdeling huisartsgeneeskunde in Maastricht en van de lokale netwerken, waaronder de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg, bij elkaar. Door de financiële ondersteuning van de SBOH (de werkgever van onder andere artsen in opleiding tot huisarts en specialist ouderengeneeskunde) hebben we een sterk projectteam kunnen samenstellen dat deze ontwikkeling een enorme boost kan geven. We streven naar een eerste opleidingsgroep in Maastricht per 1 september 2019, zonder krimp van het aantal Nijmeegse aios. Een hele uitdaging, maar we gaan ervoor! Amsterdam Gerion (Amsterdam UMC)* met een instroomcapaciteit van 70 plaatsen per jaar Nijmegen VOSON (Radboudumc) met een instroomcapaciteit van 70 plaatsen per jaar Leiden SOOL (LUMC) met een instroomcapaciteit van 46 plaatsen per jaar * Gerion heeft een dependance in Groningen (UMCG) Projectgroep Ouderengeneeskunde Maastricht Radboudumc Nijmegen • Anne van den Brink, specialist ouderengeneeskunde, hoofd VOSON • Paul Geelen, adjuncthoofd VOSON • Marianne Geurts, gedragswetenschapper, projectleider MUMC+ Maastricht • Jos Schols, hoogleraar ouderengeneeskunde • Mariëlle van de Velden-Daamen, specialist ouderengeneeskunde, coördinator opleiding • Babette Doorn, projectmanager • Joost Dormans, coördinator bedrijfsvoering Contact Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Babette Doorn, projectmanager vakgroep Huisartsgeneeskunde UM, 043-388 21 51. Correspondentie graag via SO@maastrichtuniversity.nl, meer informatie en solliciteren: www.ouderengeneeskunde.nu vlnr: Anne, Marianne, Jos, Mariëlle, Paul, Babette en Joost 17 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 18
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Stelt zich voor Mariëlle van der Velden-Daamen coördinator opleiding specialist ouderengeneeskunde Maastricht we elkaar mooi aanvullen vanuit ieders eigen expertise en kwaliteiten. Ik heb er in ieder geval zin in! Per 1 september 2019 starten we hopelijk met de eerste groep aios de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (SO) in Maastricht. Vooralsnog doen we dat onder de vlag van de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON). Een goede voorbereiding daartoe is essentieel. Eind oktober ben ik daarom gestart als coördinator van de SO-opleiding binnen de vakgroep huisartsgeneeskunde voor 1 dag per week. Mijn belangrijkste taken zijn het bekend maken en werven van opleidingsplaatsen, opleiders en basisartsen om een eerste opleidingsgroep te kunnen starten. Daarnaast zal het onderwijs, zoals vastgelegd in het curriculum, goed neergezet moeten worden. We maken gebruik van het curriculum van Nijmegen, welke afgeleid is van het landelijk opleidingsplan tot specialist ouderengeneeskunde. Na drie jaar zal gekeken worden of Maastricht als opleidingsinstituut zelfstandig verder kan. We hopen ook iets ‘eigens’ aan het curriculum toe te voegen. Gelukkig hoef ik dit niet allemaal alleen te doen, maar maak ik deel uit van een enthousiaste projectgroep waarin Naast deze rol als coördinator ben ik werkzaam als specialist ouderengeneeskunde bij Cicero Zorggroep in Brunssum. Behalve directe patiëntenzorg, zowel in de intramurale zorg als in de geriatrische revalidatie zorg, houd ik me ook bezig met wetenschappelijk onderzoek en ben ik een schakel tussen de Academische Werkplaats Ouderenzorg (AWO) en de praktijk. Mijn verbondenheid met de AWO dateert al vanaf de start van mijn promotieonderzoek naar hartfalen bij verpleeghuisbewoners. In 2016 ben ik gepromoveerd bij hoogleraar Jos Schols, tevens lid van het projectteam dat de opleiding opzet in Maastricht. Als nevenactiviteiten zit ik in de Werkgroep Richtlijn Ontwikkeling van Verenso (de beroepsgroep van de specialisten ouderengeneeskunde) en ben ik redactielid van het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde (TvO), het vakblad van de beroepsgroep. Tot slot nog iets over mezelf. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen (een uitwonende dochter van 23 jaar en twee zonen van 17 en 18). Mijn vrije tijd besteed ik graag aan sporten (fitness en skiën) en geniet ik van lange wandelingen met onze twee honden door ons prachtige Limburgse landschap. De opleiding ouderengeneeskunde in Maastricht ‘Een extra opleiding is hard nodig’ DOOR JOS SCHOLS, HOOGLERAAR OUDERENGENEESKUNDE Zo’n 10 jaar geleden, op vrijdag 26 september 2008, aanvaardde ik het ambt van bijzonder hoogleraar verpleeghuisgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht met het uitspreken van de rede: ‘Verpleeghuisgeneeskunde al langer officieel erkend; 18 maar ook herkend en erkend?’ In deze rede bracht ik het uitdagende werk van de verpleeghuisarts over het voetlicht en brak ik een lans voor een verbetering van de samenwerking tussen verpleeghuisartsen, huisartsen en geriaters e/o internisten ouderengeneeskunde. 3e uitgave 2018 Nu, 10 jaar later, is er heel veel gebeurd: de naam ‘verpleeghuisarts’ is veranderd in ‘specialist ouderengeneeskunde’ (SO) en we starten een vervolgopleiding tot SO in Maastricht. benut en ontstaan extra mooie kansen voor onderlinge samenwerking en scholing tussen artsen in opleiding tot een van beide beroepen. De Maastrichtse leerstoel, inmiddels een reguliere leerstoel ouderengeneeskunde, heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht op het verrichten van onderzoek in verpleeghuizen omdat dit onderzoek in ons land destijds echt nog in de kinderschoenen stond. Inmiddels is het onderzoek stevig verankerd binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg (AWO) Zuid-Limburg en wordt ook onderzoek verricht in samenwerking met diverse andere Maastrichtse, landelijke en buitenlandse onderzoekspartners. Verder is van meet af aan vanuit de leerstoel bijgedragen aan het Maastrichtse onderwijs voor artsen in opleiding én huisartsen in opleiding. Voordat de leerstoel verpleeghuisgeneeskunde er kwam in Maastricht, waren er al vergelijkbare leerstoelen in Amsterdam, Nijmegen en Leiden. Later is er nog eentje bijgekomen in Groningen. De drie universiteiten die Maastricht voorgingen, hebben al veel langer een specialisatieopleiding. Aangezien deze opleidingen lange tijd moeite hadden om steeds volledig bezet te zijn, werd destijds in goed overleg afgesproken dat Maastricht toen niet met een opleiding ouderengeneeskunde zou beginnen. Anno 2018 ligt dat anders: de tijden zijn veranderd. Een extra opleiding is hard nodig en mogelijk. Het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde neemt toe door de vergrijzing en door ontwikkelingen in de ouderenzorg zelf. Kwetsbare ouderen blijven veel langer in hun eigen woonomgeving, omdat de overstap naar een verzorgingshuis of verpleeghuis niet langer vanzelfsprekend is. Dit vraagt om extra versterking van de medische zorg voor zelfstandig wonende ouderen. Daarnaast wordt de zorg in verpleeghuizen complexer. Alleen de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen komen nog in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde is de medisch expert in de zorg voor deze kwetsbare en hulpbehoevende ouderen, niet alleen in het verpleeghuis, maar ook voor de huisarts die steeds meer ouderen met complexe problemen ziet. Daarnaast kan de SO in samenwerking met de huisarts en klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde ook een rol spelen in de preventie van onnodige ziekenhuisopnames van ouderen. Daarom is het ook niet meer dan logisch dat de opleiding tot SO wordt ondergebracht bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht waar ook de driejarige specialisatie tot huisarts wordt aangeboden. Zo kan de aanwezige infrastructuur optimaal worden 19 De grootste uitdaging zal zijn om jonge basisartsen te interesseren voor ons mooie beroep. Wij richten ons op het bieden van betekenisvolle medische zorg aan de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen. Deze groep is gekenmerkt door multimorbiditeit, polyfarmacie en een grote mate van zorgafhankelijkheid, waarbij de juiste balans gezocht moet worden tussen cure en care. Het gaat niet zozeer om het toevoegen van dagen aan het leven, maar om het toevoegen van leven aan de dagen. Er zal ook extra energie gestoken worden in het basiscurriculum geneeskunde in Maastricht, want die studenten moeten vroegtijdig met dit mooie vakgebied kennis maken. De eerste jaren zal de Maastrichtse opleiding verzorgd worden onder auspiciën en regie van de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON) van het Radboudumc, die deze opleiding sinds 1995 verzorgt. Daarna hoopt het nieuwe enthousiaste Maastrichtse team op eigen kracht verder te kunnen. Na een gedegen voorbereiding hopen we in september 2019 in Maastricht met een eerste groep van 10-12 artsen in opleiding (aios) te kunnen starten. Voor mij een belangrijke mijlpaal, maar voor de kwetsbare ouderen die de zorg van de SO nodig hebben, bittere noodzaak. Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 20
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Interview met een aios ouderengeneeskunde Kom eens kijken in het verpleeghuis! DOOR SHENNAH AUSTEN, ARTS IN OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE Wie ben je? Mijn naam is Shennah Austen en ik ben 32 jaar. Ik ben geboren en getogen in Zuid-Limburg. Momenteel woon ik in Nuth met mijn man Michèl, onze dochter van 2,5 jaar en onze hond Hummer. Ik ben specialist ouderengeneeskunde in opleiding bij Cicero Zorggroep en werk in verpleeghuis Schuttershof in Brunssum. De opleiding volg ik via de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON). In mijn vrije tijd breng ik graag tijd door met mijn familie en vrienden. Ik houd van tuinieren, klussen en lezen. Hoe kwam je in opleiding en wat vind je leuk? Dat is wel een verhaal. Ik heb in het vijfde jaar van mijn opleiding tot orthopedisch chirurg de bewuste keuze gemaakt om te stoppen met de opleiding. Orthopedie is nog steeds een prachtig vak, maar past niet goed bij mij als mens en als arts. Mijn hart ligt niet bij opereren maar bij de dagelijkse zorg voor de kwetsbare oudere. Ik vind het fijn om een langdurige en persoonlijke behandelrelatie te kunnen opbouwen met patiënten. Daarnaast is het interessant om bezig te zijn met een breed spectrum aan complexe problemen, waarbij niet alleen lichamelijke factoren aan bod komen, maar de hele mens. Ik voel me thuis binnen de ouderengeneeskunde. Ik ben praktisch en generalistisch bezig met een specifieke patiëntengroep waarbij de insteek curatief kan zijn, gericht op kwaliteit van leven maar ook op begeleiden van het levenseinde. Hierbij werk ik een hecht team waarbij het prettig is dat alle disciplines samenkomen. Daarnaast spreekt het mij aan dat het vak in beweging is en dat ik daaraan positief kan bijdragen. Hoe kwam je met de ouderengeneeskunde in aanraking? Helaas niet binnen de reguliere studie geneeskunde. Eigenlijk omdat ik zoekende was naar wat ik wilde na het stoppen met de Orthopedie. Op de website van Cicero staat: “Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste basisartsen”. Ik heb er eerst gewerkt als basisarts en inmiddels ben ik in opleiding. Is er werk als je klaar bent en valt er wat te kiezen? Er is zeker werk als ik klaar ben, er is een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Je kan kiezen op 20 het gebied van regio en organisatie, als ook binnen het specialisme: psychogeriatrie, somatiek, revalidatie, palliatieve zorg, consulten in de eerstelijn. Er zijn ook mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen. Welke richting ga je uit denk je? Dat maakt me eigenlijk niet zoveel uit, ik houd van de afwisseling. Sommige dingen moet ik ook nog in mijn opleiding gaan ondervinden. Als het maar gecombineerd wordt met een afdeling psychogeriatrie. Ook wil ik graag in de toekomst weer wetenschappelijk onderzoek gaan doen. Wat zou je tegen artsen in opleiding willen zeggen? Kom eens kijken in het verpleeghuis en loop eens mee met een specialist ouderengeneeskunde. We zijn praktische generalisten voor een hele specifieke patiëntengroep. De teams waarin je werkt zijn in het algemeen erg hecht en er heerst een veilig en open leerklimaat. Het is een relatief jong vak waar van alles mogelijk is. Waar hoop je later te gaan werken? Bij een organisatie met een prettig en open werkklimaat, waarin in ik de ruimte krijg om te groeien en mezelf verder te ontplooien. Waar de patiënten centraal staan en waar maatwerk geleverd wordt. Het liefst ook in een organisatie waarin alle facetten van de ouderengeneeskunde aanwezig zijn. Jij komt zelf uit de regio Zuid-Limburg. Als je nu nog moest kiezen, wat betekent ons aanbod in Maastricht voor jou? Ik woon in Nuth, ben opgegroeid in Hoensbroek en heb gestudeerd aan de UM. Wat uitmaakt is reisafstand, zeker met een jong gezin. Binnen de opleiding zijn er vaak gastdocenten en specialisten uit de regio van de opleiding. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wie deze aanspreekpunten kunnen zijn in mijn eigen regio, contacten leggen dus. Als het aanbod binnen de opleiding verschillend zou zijn of een verschil aan leerstijl, dan zou dat mijn keuze ook beïnvloeden. Wat wil je ons meegeven in Maastricht? Haal input bij je AIOS. Waar hebben ze behoefte aan en wanneer? Maak het niet te schools, bepaalde kaders zijn noodzakelijk, maar het blijft volwassenenonderwijs. Complexe ouderenzorg nader onderzocht Moeilijk om de juiste zorg te vinden DOOR JANINE COLLET, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE EN PROMOVENDUS Wat een mooi nieuws, dat de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde ook in Maastricht van start gaat! Ik denk dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde elkaar nodig hebben om kwetsbare ouderen en chronisch zieken met complexe somatische en psychosociale problematiek te kunnen behandelen. De specialist ouderengeneeskunde kan patiënten in de hele zorgketen ‘bedienen’: zowel in de extramurale zorg, als medebehandelaar in nauwe samenwerking met huisarts, POH, wijkverpleegkundige of casemanager, als in de intramurale zorg als hoofdbehandelaar in een multidisciplinaire setting. Hij/zij is actief bij herstelzorg (revalidatie) na acute situaties, al dan niet na een ziekenhuisopname. Daarnaast liggen er taken voor specifieke zorg bij chronische patiëntgroepen, zoals de palliatieve zorg, de beademingszorg, de zorg voor patiënten met niet aangeboren hersenletsel (NAH) en Korsakov patiënten. Specialisten ouderengeneeskunde werken vanuit hun eigen praktijk, vanuit groepspraktijken, of in dienst van een verpleeghuisorganisatie, een ziekenhuis of een psychiatrische instelling. Vanwege mijn ‘liefde’ voor patiënten met multimorbiditeit met zowel lichamelijke als psychiatrische aandoeningen, werk ik al 16 jaar in de ouderenpsychiatrie..Als specialist ouderengeneeskunde met specifieke kennis van psychogeriatrische en gerontopsychiatrische patiënten met ernstige gedragsproblematiek, word ik vanuit de GGz regelmatig door huisartsen voor een consult gevraagd. In de praktijk zie ik dat de zorg hapert of stagneert, wanneer er sprake is van ernstige gedragsproblemen of wanneer een psychiatrische patiënt in de thuissituatie extra lichamelijke klachten krijgt. Er ontstaat vaak discussie over waar en van wie de patiënt het beste zorg kan krijgen. Voor een patiënt met een borderline persoonlijkheidsstoornis én ALS, of voor de NAH-patiënt met ernstige gedragsproblemen is het vaak moeilijk de juiste zorg te vinden of te organiseren. Ook de oudere psychiatrische patiënt met een bipolaire stoornis én een dementie past niet in het standaard zorgindicatieplaatje. Als de mantelzorg, de thuiszorg en de dagbesteding aan het eind van hun Latijn zijn, blijkt het organiseren van een opnameplek soms een helse klus. Het verpleeghuis geeft aan de gedragsproblematiek niet aan te kunnen en de GGz kan de somatische zorg niet bieden. Het lijkt dus van belang om de samenwerking tussen GGzinstellingen of andere psychische hulpverleners en V&Vinstellingen beter vorm te geven en te verankeren. Er is behoefte aan een intramurale zorgmogelijkheid, waar GGz én verpleeghuiszorg geleverd worden voor deze specifieke groep patiënten met een dubbele zorgvraag (DZV-patiënten). Wetenschappelijk onderzoek over deze specifieke doelgroep is uitermate schaars. We kunnen ‘practice based’ aanbevelingen doen, maar het wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Daarom onderzoek ik binnen het project Specific Care on the Interface of Mental health and Nursing home (SpeCIMeN) zowel binnen de GGz als binnen het verpleeghuis de exacte kenmerken en zorgbehoeften van deze DZV-patiënten én de kenmerken van hun professionele verzorgers. Deze kennis is noodzakelijk om een adequaat (keten)zorgaanbod voor DZVpatiënten te ontwikkelen. In 2019 hoop ik op dit onderzoek te promoveren. Uit de voorlopige resultaten blijkt, dat DZV-patiënten vragen om innovatieve zorgvormen, met gedeelde verantwoordelijkheid en goede afstemming over wie wat doet en meer adequate c.q. passende financieringssystemen. "Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde hebben elkaar nodig" 21 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 22
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 Gezondheidsrechtelijke kwesties Euthanasie bij dementie, wees overtuigd! DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS EN JURIST Over (kwetsbare) ouderen, machtigingen, schriftelijke wilsverklaringen, levenstestamenten en advanced care planning. Inleiding In de vorige ‘Op één Lijn’ (nummer 61) schreef ik een artikel over wilsverklaringen. Dit jaar veroorzaakte het onderwerp ‘euthanasie bij dementerenden’ veel onrust onder artsen1. De wilsverklaring speelt hierbij ook een rol. Vandaar dit nieuwe artikel. Voor het eerst dit jaar is er namelijk sprake van een daling van het aantal euthanasiegevallen2. Daarnaast zijn notarissen euthanasieverklaringen op gaan stellen voorzien van dementieclausules, afgegeven door de huisarts. Zelf heb ik dit jaar meermalen het verzoek gehad om te beoordelen of een schriftelijke wilsverklaring wel juridisch ‘waterdicht’ is, vooral bij dementie. Daarbij zag ik allerlei slimme tekstconstructies langskomen om alle mogelijke obstakels te vangen, zoals akkoord gaan met vooraf sederen bij onrust, doorgaan bij afweer of verzet, tot en met het vergelijken van de eigen situatie met die van een geliefd huisdier die een levensbeëindigend spuitje krijgt. In tijden van verwarring en lastige beslissingen, is back to basics een goede manier om weer overzicht te krijgen, zoals het ABCD in de acute geneeskunde. Back to basics betekent terug naar ‘hoe zat het ook alweer?’ en ‘welke stappen moet ik nemen om zorgvuldig en overtuigd te zijn in mijn beslissing?’. Euthanasie algemeen Euthanasie staat nog steeds in het Wetboek voor Strafrecht omdat het feitelijk nog steeds ‘moord met voorbedachten 1 Artikel in Trouw 8 maart 2018, OM start vier nieuwe onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in Den Haag, over euthanasie bij dementie van 24 juli 2018. 2 Aantal euthanasiegevallen koerst voor het eerst in jaren af op daling. Het aantal gevallen van euthanasie is in de eerste negen maanden van dit jaar met 9 procent afgenomen, naar 4600. Dit meldt Trouw. Volkskrant, 16 oktober 2018. Bij het afronden van dit artikel bleek op 9 november 2018 dat het OM opnieuw een strafrechterlijkonderzoek instelt naar de handelswijze van een verpleeghuisarts die al eerder was berispt door het Tuchtcollege 22 rade’ is. Alleen als je het erg zorgvuldig uitvoert, is er geen strafvervolging. Los van het strafrecht kijkt er een Toetsingscommissie mee en staat het tuchtrecht open voor klachten op dit terrein. Er staat nergens in de wet dat een wilsverklaring nodig is om tot euthanasie over te gaan. De inhoud van een euthanasieverklaring doet er dus feitelijk niet toe. Echter, bij wilsonbekwame patiënten en vergevorderde dementie, waarbij de patiënt het zelf niet meer kan zeggen, kan het wel als ‘bewijs’ dienen voor het euthanasieverzoek. Heeft de patiënt in zijn wilsverklaring ook een ‘voorwaardelijke clausule’ (vergelijkbaar met ‘behandelverbod’; je mag niet verder gaan tot er aan de clausule is voldaan) heeft opgenomen, dan moet daar uitdrukkelijk rekening mee gehouden worden (dit was het geval van de zaak die bij het tuchtcollege is behandeld). Om euthanasie zorgvuldig uit te voeren, is er in de wet een aantal zorgvuldigheidseisen opgenomen. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, houden in dat de arts: a. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt; b. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt; c. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten; d. met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was; e. ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d; en f. de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. Zoals te lezen is, staat er nergens dat er een schriftelijke wilsverklaring nodig is. Je moet als arts overtuigd zijn. Als je verschillende gesprekken met een patiënt hebt gehad en daarvan goed verslag hebt gedaan in jouw dossier, dan is dat voldoende. Je moet de SCEN-artsen vooraf en de toetsingscommissie achteraf kunnen overtuigen dat je het 3e uitgave 2018 zorgvuldig gedaan hebt. Je mag natuurlijk een schriftelijke wilsverklaring gebruiken, maar je zal moeten aantonen dat er ook daadwerkelijk over gesproken is. Het is verstandig om een elders opgesteld euthanasieverzoek grondig te lezen, om te weten of er geen voorwaardelijke clausules zijn opgenomen. Om met de rechter te spreken: ‘een euthanasieverzoek moet kraakhelder zijn’ en ‘er mag geen ruimte voor interpretatie bestaan’. ‘Vrijwillig’ wijst op het uitsluiten dat het onder druk van anderen (of door anderen) is opgesteld. ‘Weloverwogen’ wil zeggen dat de patiënt wilsbekwaam is ten tijde van het verzoek. Bij dementie moet je er dus op tijd bij zijn. ‘Weloverwogen’ houdt ook in dat de patiënt een goed beeld heeft van zijn ziekte, de prognose en eventuele alternatieven. Daarnaast is er ook nog de overtuiging dat er sprake is van een ondraaglijk en uitzichtloos lijden (lastig als de patiënt het zelf niet meer weet/beseft/lijdt?) en dan nog de overtuiging dat er geen redelijke andere oplossing is. Je moet kunnen aantonen dat er gesproken is over de huidige situatie en de vooruitzichten en dat er tenminste één andere, onafhankelijke arts, heeft mede beoordeeld. Als het dan tot uitvoering komt, moet dit volgens de geldende protocollen. Er staat ook nergens dat er sprake moet zijn van een herhaald verzoek om euthanasie; een eenmalig verzoek is voldoende. Een eenmalig gesprek over euthanasie zal echter niet erg overtuigend overkomen. Ook over actualiseren van het euthanasieverzoek staat nergens iets geschreven in de wet. Maar regelmatig nagaan of de patiënt er nog hetzelfde over denkt en ongewijzigd achter het verzoek staat, zal de overtuiging van de arts alleen maar vergroten. In mijn praktijk kwam het regelmatig voor dat een verzoek werd bijgesteld of dat er (voor)waarden voor ‘ondraaglijk’ en ‘uitzichtloos’ werden toegevoegd. De waarde van een schriftelijke wilsverklaring De waarde van een schriftelijke wilsverklaring is dus beperkt en strikt genomen niet nodig. Maar dan moet wel het een en ander in het dossier vastgelegd worden. Is er wel een wilsverklaring, lees deze dan goed en bespreek dat met de patiënt. Focus dan op de opgenomen voorwaardelijke clausules. Maak helder wat voor deze patiënt ondraaglijk en uitzichtloos is. Als dat er niet in staat, laat het dan aanvullen of in het dossier zetten. Actualiseren is strikt genomen niet nodig, maar een tien jaar oude wilsverklaring, zonder dat er daarna nog over gesproken is, zal niet overtuigend werken. Bij een vergevorderde dementie kan een schriftelijke wilsverklaring, die eerder vrijwillig en weloverwogen is opgesteld, dienen als verzoek om euthanasie. Deze wilsverklaring kan dan ook als bewijs dienen voor de SCEN-arts en de Toetsingscommissie Euthanasie als de situatie van ondraaglijk en uitzichtloos lijden zich voordoet, euthanasie wordt overwogen en als aan de andere voorwaarden is voldaan. Euthanasie bij wilsonbekwaamheid Euthanasie bij wilsonbekwaamheid maakt het lastiger omdat het een weloverwogen verzoek moet zijn, wat impliceert dat een patiënt wilsbekwaam moet zijn. In het stappenplan wilsbekwaamheid van de KNMG3 staat dat “als de hulpverlener (comorbide) psychiatrische problematiek vermoedt, dan moet bij belangrijke beslissingen ook een algemeen psychiatrisch onderzoek plaatsvinden”. Euthanasieverzoeken bij een comorbide depressie behoren tot deze categorie. Van belang is het toetsen van begrijpen, waarderen en toepassen van informatie, het redeneren en het maken van een keuze. Euthanasie bij dementie Bij de diagnose dementie ben je niet automatisch wilsonbekwaam. Voor dementen geldt, net als bij iedereen, dat de wilsbekwaamheid moet worden beoordeeld ten aanzien van de vraag die voorligt. In de woorden van de tuchtrechter: ”een demente patiënt raakt het recht om over diens eigen leven te beschikken niet kwijt”. Daarnaast kan het overtuigd zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden moeilijk worden, maar ook hier geldt dat als daar duidelijk sprake van is door bijvoorbeeld; angst, onrust verdriet en het niemand meer herkennen, dit overtuigend kan zijn. Euthanasie bij (vergevorderde) dementie is dus mogelijk als: • Er een ‘kraakheldere’ wilsverklaring is, in welke vorm dan ook, die niet voor meerderlei uitleg vatbaar is; • Er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden; • Er geen andere oplossing voor het probleem is’; • Er tenminste één andere onafhankelijk arts mee beoordeelt; bij dementie is dat bij voorkeur een geriater of een specialist ouderengeneeskunde en • De euthanasie zorgvuldig wordt uitgevoerd volgens de geldende richtlijn. Hulp bij zelfdoding Voor hulp bij zelfdoding gelden voor een hulpverlener dezelfde zorgvuldigheidseisen als bij euthanasie. Voor de wet is dit een ‘variant van euthanasie’. Daarnaast zijn er richtlijnen voor specifieke situaties4. Conclusie Euthanasie bij (vergevorderde) dementie is mogelijk mits aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. Dat deze zorgvuldigheidseisen bij wilsonbekwaamheid en dementie voor iedereen (arts-patiënt-familie-Toetsingscommissie en eventueel de tuchtrechter en het Openbaar ministerie) heel overtuigend moeten zijn, moge uit het bovenstaande duidelijk zijn. 3 Van Wet naar Praktijk, deel 2, informatie en toestemming, pag. 117 e.v. Utrecht 2004, In de richtlijn ‘omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis’ Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie 2009 wordt het standpunt van de KNMG meer gespecificeerd. 4 Zie noot 3 23 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 24
Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62 3e uitgave 2018 In de media Vergrijzend Limburg krijgt specialisatie ouderengeneeskunde Mariëlle van de Velden (links op de foto) Opleiding tot specialist ouderengeneeskunde start ook in Maastricht Het Radboudumc en de Universiteit Maastricht gaan samen een opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht aanbieden. Nederland kent een groot tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Daarom wordt het aantal opleidingsplaatsen fors uitgebreid. Vanaf september 2019 kunnen artsen starten met de opleiding specialist ouderengeneeskunde aan de Universiteit Maastricht (UM). De uitbreiding van dit opleidingsaanbod verbreedt en versterkt bovendien het aanbod van medische vervolgopleidingen binnen het MUMC+. Het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde neemt jaarlijks toe door de vergrijzing en door ontwikkelingen in de ouderenzorg zelf. Kwetsbare ouderen blijven langer thuis wonen, omdat de overstap naar een verzorgingshuis of verpleeghuis niet langer vanzelfsprekend is. Alleen de meest kwetsbare en hulpbehoevende ouderen komen nog in aanmerking voor opname in een verpleeghuis. Deze patiënten hebben vaak een complexe zorgvraag. Dit vraagt om verdere versterking van de medische zorg voor zelfstandig wonende ouderen. De specialist ouderengeneeskunde is de medisch expert in de zorg voor deze kwetsbare en hulpbehoevende ouderen. In het verpleeghuis, maar ook als adviseur voor de huisarts. De opstartfase van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in Maastricht wordt financieel ondersteund door de Stichting Beroeps Opleiding Huisartsen (SBOH) (werkgever van huisartsen én specialisten ouderengeneeskunde in opleiding). De opleiding wordt ondergebracht bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht, waar al de driejarige specialisatie tot huisarts wordt aangeboden. Zo wordt de aanwezige infrastructuur optimaal benut. Ook ontstaan mooie kansen voor onderlinge samenwerking tussen artsen in opleiding en scholing voor basisartsen om zich al tijdens de opleiding Geneeskunde te bekwamen in dit vakgebied. De eerste jaren wordt de Maastrichtse opleiding verzorgd onder verantwoordelijkheid en regie van de Vervolgopleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde Nijmegen (VOSON) van het Radboudumc. Op termijn wordt bekeken of de opleiding in Maastricht zelfstandig verder kan. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met: • Babette Doorn, projectmanager vakgroep Huisartsgeneeskunde UM, 043-388 21 51 • Anne van den Brink, hoofd VOSON, 024-361 81 81 • Correspondentie via SO@maastrichtuniversity.nl Of kijk op www.ouderengeneeskunde.nu of www.ouderengeneeskundemaastricht.nl Meerdaagse Nascholing Ouderengeneeskunde Kom naar de 12e editie van het congres ‘Ouderengeneeskunde Maastricht 2.0’ op 10, 11 en 12 april 2019 in de Bonbonnière in Maastricht. Accreditatie: 18 uur. Onderwerpen o.a. dementie bij migranten, geriatrische revalidatie, nieuwe vormen van geriatrische zorg, waaronder hospital@home, trombo-embolieën en kanker, nieuwe ontwikkelingen bij diabetes mellitus, de wet zorg en dwang, oncologie bij ouderen en palliatieve zorg. Info: www.stichting-postacademische-nascholingen.nl /maastricht 24 Column Zorgen doe je samen DOOR K.O.E.K. WOUS Terwijl ik het hospice uitloop vraag ik me af: hoe krijgt ze het toch weer voor elkaar? Op de een of andere manier is weer de mix van emoties ontstaan die ik bijna altijd heb ervaren in het contact met haar. Een mix van machteloze compassie en frustratie. En het erge is: dit doet ze niet alleen met mij. Haar overige hulpverleners, al dan niet beroepshalve, hebben mij ook al gebeld, omdat ze bij hen dezelfde emoties teweegbrengt. Je wil haar zo graag helpen, maar merkt, dat alles wat je probeert, niks oplevert. En des te harder je werkt, des te minder je bereikt. Zij is de ideale patiënt om mensen van hun hulpverlenerssyndroom af te helpen. Maar nu gaat ze naar alle waarschijnlijkheid binnenkort dood. Hoewel ze ook nu weer haar behandelende medici tart, door al veel langer te leven dan verwacht, ondanks een abstinerend beleid. En ook nu weer doet ze met haar medicatie wat zij wil, met alle verpleegadviezen wat zij wil, doet ze met alle voedingsadviezen wat zij wil. En ze blijft tegelijkertijd om hulp vragen. Maar ik zie helaas dat het ook helemaal niet goed met haar gaat! Ik zie haar lijden! En dat doet mij telkens wanneer ik haar bezoek pijn. Ik zucht maar eens heel diep. Mijn maat, die met me mee is geweest op bezoek, kijkt me aan en knikt. Voordat we in de auto stappen gaan we even op een bankje zitten en bespreken wat we het afgelopen uur weer gezien en gehoord hebben en wat het met ons doet. Ik heb een hele fijne maat, realiseer ik me maar weer eens. Maar zeg ik dat ook wel vaak genoeg tegen haar? De vraag stellen is hem beantwoorden, vrees ik. Dat het belangrijk is om een fijne collega in je buurt te hebben, is me de afgelopen weken helaas weer te vaak duidelijk geworden. In korte tijd was het vanochtend alweer de derde patiënt die kwam vertellen, dat ze zich op haar werk ziek gemeld had, omdat ze de werkdruk en –sfeer niet meer aan kon. De leidinggevende die ten koste van het personeel carrière wil maken is de wel vaker gehoorde katalysator van ellende. Waarbij ook het personeel elkaar niet steunt, of zelfs hakken zet om in het gevlei van hun leidinggevende te komen. Dan wordt het op de werkvloer een heel eenzame strijd om te overleven. Gedoemd om slachtoffers te maken. Helaas begin ik deze negatieve geluiden over het werk ook te horen van collega’s werkzaam in het beste streekziekenhuis in de buurt. Ook daar hebben managers de ‘macht’ gegrepen en zij bepalen steeds meer wat de dokter moet doen en laten en wanneer. Bij ons huisartsen proberen de zorgverzekeraars, soms via DBC afspraken met de zorggroep, steeds meer zeggenschap te krijgen over ons medisch handelen en zijn de herregistratie eisen strenger geworden. Naast de toename van taken in de afgelopen jaren, bepaalt dat vooral de toegenomen werkdruk. Niet alleen voor ons, maar ook voor onze medewerkers. Praktijkhouders hebben de keus wat ze wel en wat niet willen aanbieden aan hun patiënten in de praktijk. Zoals mijn maat zegt: “Huisartsen kunnen alles, maar willen we dat ook?” Onze medewerkers moeten hierin met ons mee. Gelukkig kunnen we de werksfeer in onze praktijk samen met onze medewerkers en collega’s zelf bepalen. Ik heb het geluk gehad van begin af aan met een hele fijne collega een duo praktijk te hebben. Waarmee ik aan het eind van de dag de moeilijke, maar ook mooie momenten die zijn gebeurd kan bespreken. En dat doen wij niet alleen met elkaar, maar ook met onze medewerkers. Bovendien zijn we het ook roerend met elkaar eens dat we regelmatig iets leuks moeten doen met zijn allen. Niet alleen ons jaarlijkse praktijkuitje, maar ook af en toe een hapje eten samen, of borrelen. Zij is ook een collega die met me aan het eind van de dag samen naar een patiënt gaat kijken die in een hospice is opgenomen en me keer op keer emotioneel weet te raken. Zoals ik dat ook voor haar zou doen. Voordat ik in mijn auto stap bedank ik haar dat ze met me mee is gegaan. 25 Themadeel opleiding ouderengeneeskunde | op één lijn 62
Page 26
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Uit het hoofd De huisartsopleiding vervelt DOOR JOOST DORMANS, PLAATSVERVANGEND HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Al heb ik niets met slangen, ik vind het wel wonderlijke beesten in de zin dat zij hun oude vel afstropen, zodat wordt plaatsgemaakt voor een nieuwe huid. De huisartsopleiding is in dat opzicht net een slang: een cyclus van voortdurend herboren worden door natuurlijk verloop en gecontroleerde groei. De esculaap is duidelijk zichtbaar bij de huisartsopleiding. “De opleiding vervelt” staat voor het instromen van veelbelovende huisartsen en psychologen uit het veld die graag hun opgedane kennis overdragen en groeien in hun rol als docent. Ervaren docenten schuiven door naar coördinerende functies en het afscheid nemen van ‘vaste waarden’ hoort erbij. Er is een soort estafette gaande binnen praktijken waarbij huisartsen het opleidingsstokje doorgeven en de opleidingscapaciteit ook nog groeit. Steeds meer praktijken hebben meer dan één aios, maar ook Nurse Practitioners in opleiding, praktijkondersteuners in opleiding enzovoorts. Ze zijn met recht ‘opleidingspraktijken’ te noemen. Afgelopen zomer is de verzameling proefschriften, scripties en jaarverslagen uit het studielandschap in de papiercontainer terecht gekomen. Digitale zilvervisjes hebben het analoge papier opgevroten. Sommige huisartsen uit de eerste lichtingen (beginjaren 70) kon ik verblijden met hun afstudeerscriptie van destijds. Ik kon het niet laten om bij sommigen op de scriptie “voldoende” of “ga zo door!” te zetten. De statistieken en teksten uit oude jaarverslagen zijn veelzeggend als het gaat om voortdurende herboren worden en groei. Het jaarverslag van 1983 rept van 27 huisartsen-inopleiding en 30 opleidingspraktijken. In 1999 waren er al 134 huisartsen-in-opleiding en 103 actieve opleiders. Van de actieve opleiders was 92% man en de helft solist. Vorig jaar telden we 219 huisartsen-in-opleiding en 223 huisartsopleiders (waarvan bijna de helft vrouw) en leverden we 68 huisartsen af. Maar liefst een verachtvoudiging ten opzichte van 1983, dat noem ik nog eens vervellen in rap tempo. Geen evolutie, maar revolutie... In 2019 gaat de opleiding wederom een tandje bijzetten: afgaande op het bevolkingsaantal (in Limburg en Zuidoost Brabant) mogen we 72 aios opleiden, maar we gaan voor 26 maar liefst 82 aios. We horen de roep van ‘het veld’ om meer hidha’s, waarnemers en praktijkopvolgers. In 2021 groeien we naar bijna 250 huisartsen-in-opleiding. Om dit te realiseren, is actief en ludiek werven en het promoten van het vak nodig. Ga en blijf in gesprek met studenten en anios; niet alleen over het vak, maar ook over de leefomgeving, regio en wat deze te bieden heeft. De beste reclame bent u zelf! Om terug te komen op de slang waarmee ik begon: vervellen weerspiegelt de gezondheid van de slang, zo ook bij de opleiding. Als de voeding is verstoord of de leefomgeving niet goed is, vervelt de slang slecht en wordt hij ziek. Bureaucratische Medusa’s kunnen het vervelproces verstoren. De huisartsopleiding gedijt en groeit goed in een omgeving met ontwikkelingsruimte en autonomie in beleid en bestedingsruimte. Op naar de 250! www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl word huisarts! Veel opleidingsplekken Afwisselende baan Familie Smets Laatst gezien 13:45 Baangarantie Goed salaris én een privé leven Bedankt voor alle goede zorgen, ook namens Emma! 14:23 We zoeken nu 42 aios, start september 2019 in Eindhoven of Maastricht. Jij mag kiezen! Scan de QR-code of bel/app Joost 06-41144460 of Babette 06-40427811 Solliciteer NU! van 1-12-2018 t/m 31-1-2019 Weten is eten Mijn vrouw eet geen vlees meer DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS-DOCENT EN REDACTIELID Het was geen besluit van het ene moment op het andere, maar een geleidelijk proces. Aanstichters waren de Belgische abattoirs, de vogelgriep, de megastallen (al dan niet afgebrand), de varkenspest, mond- en klauwzeer en al die andere vormen van dierenleed. Met niet in de laatste plaats ook de door de ongeremde carnivoor achtergelaten ecologische voetafdruk. En ondanks dat ik zelf wat behoedzamer ben bij het nemen van drastische dieetmaatregelen, kan ik mijn vrouw niet helemaal ongelijk geven. Het Voedingscentrum adviseert ons om niet meer dan 500 gram vlees per week te nuttigen, waarvan maximaal 300 gram rood vlees, met de volgende argumentatie: “Rood vlees is al het vlees dat komt van runderen, schapen, geiten en varkens. Eet je veel rood vlees, dan heb je meer kans op darmkanker, beroerte en diabetes type 2 (suikerziekte). Rood vlees belast het milieu ook meer dan wit vlees (kip of ander gevogelte), vis en ei”. “Wat nu, zei Pichegru?” en ik zeg het hem na. Met name het naderende Kerstfeest moet voedingstechnisch op de schop. Geen varkenshaas, haarwild, kalkoen of ander vederwild. Dan maar ongebreideld slempen met cashewnoten en luzernescheuten? Dat klinkt niet lekker. En wat voor wijn trek je daarbij open? De redding komt uit de zee, want mits voorzien van MSCkeurmerk, kan mijn vrouw nog altijd genieten van vis in alle soorten en maten. Goddank, want ik citeer nog maar eens het Voedingscentrum: “één keer per week vis eten is een echte aanrader. Vooral vette vis zoals makreel, haring, Atlantische zalm, bokking, sardines. Lekker op brood, door salade en bij het avondeten”. Cardiovasculair zit je met vette vis gebeiteld. Stampvol eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur, beide omega 3-vetzuren. En dat zijn preventieve wondermiddelen: ze verlagen de kans op sterfte aan hart- en vaatziekten, verlagen de systolische bloeddruk, zorgen voor een mooie hersenontwikkeling bij het ongeboren kind, en ze helpen mogelijk bij slecht leergedrag, depressie en dementie (helaas wel tegenstrijdige onderzoeksresultaten). Wat wil een mens, en ook een dokter, nog meer? Nou, dat de vis niet te duur betaald wordt en bij voorkeur smakelijk bereid. Daarom suggereer ik u bij wijze van voorgerecht deze mooie mousse de macquereaux, presentation discutable. Makreel scoort groen op de VISwijzer, is niet duur, zit vol vetzuren en smaakt geweldig. Het recept is wat bewerkelijk, inclusief de discutabele opmaak van het bord, maar het goudglanzende vel past toch mooi in de Kerstsfeer. Fijne feestdagen gewenst! RECEPT Mousse de Macquereaux, voor 4 personen 300 gr gerookte makreelfilets (van 4 kleine makrelen) 180 gram visbouillon 4 gram agar agar poeder 120 gram room Zout en peper uit de molen Nori vellen (uit het tokoschap van de supermarkt) Snijd de staarten ruim van de makrelen af, en leg ze apart. Neem de resterende makreel uit het vel (voorzichtig!) en ontdoe ze van de graten en graatjes. Pureer het visvlees met de bouillon en de agar agar in de keukenmachine, en breng op smaak met zout en peper. Klop de room stijf en spatel luchtig door de mousse. Leg nu het makreelvel met de glanzende zijde onder op een bamboematje, en bedek met een half vel nori. Leg een dikke reep mousse in de lengte op de nori en rol met behulp van het matje stevig op. Even in de koelkast laten opstijven, en daarna met een vlijmscherp mes in stukken van ongeveer 5 cm snijden. Maak hiermee de borden op, zet de staarten rechtop in een lekker saus (saffraan, of groene kruiden), leg de mousserolletje op een bedje zeewiersalade en schik er wat alfalfa en of kruiden omheen. Eventueel opsmukken met wat garnalen doet het ook altijd leuk. Serveer uit binnen een dag, want daarna verliest de agar agar zijn bindingskracht. 27 op één lijn 62
Page 28
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders Positieve gezondheid DOOR MARIEKE KOOLS & ARIE DE JONG, HAO-COÖRDINATOREN Inspiratie op de Tweedaagse In november was het weer zover: alle opleiders ( jaar 1, 2 en 3) van de huisartsopleiding kwamen op de Kapellerput in Heeze bijeen voor de welbekende Tweedaagse. Dit keer stond het thema Positieve Gezondheid centraal. Machteld Huber, van oorsprong huisarts, promoveerde in 2014 op het onderwerp ‘positieve gezondheid’, een thema dat ze zelf bedacht. Machteld presenteerde in Heeze de ontwikkeling van het concept en de groei die het doormaakt in Nederland en daarbuiten. Met sprekende voorbeelden illustreerde ze hoe positieve gezondheidszorg de autonomie van de patiënt ondersteunt en deze helpt bij het denken over welke stap(pen) hij of zij wil zetten. Net als ‘aios in de lead’, nu ook de ‘patient in de lead’. Misverstanden werden weggenomen: Machteld maakte duidelijk dat zelfmanagement van de patiënt geen ‘zoek-het-zelf-maaruit-management’ is. Het is een hulpmiddel voor huisartsen om een ander gesprek met de patiënt op gang te brengen. Een gesprek, dat verrassend kan zijn voor beide partijen en nieuwe inzichten kan geven. Opmerkelijk was dat hoogopgeleiden en beleidsmakers ver afstaan van de visie van de patiënt op de vraag welke aspecten zij onder ‘gezondheid’ vinden vallen. Figuur 1 hieronder laat dit mooi zien. Huisarts Hans-Peter Jung liet vervolgens in een inspirerend persoonlijk verhaal zien, hoe hij tot een geïntegreerde aanpak van positieve gezondheidszorg kwam en wat het kan betekenen voor een patiënt. ‘PIM-men’ (Positief Incident Melden) als werkwijze om het werkplezier van de huisarts en zijn team te vergroten. Dit was een van de ideeën die enthousiast ontvangen werd door het publiek. De drie inspirerende pitches van onze eigen opleiders Ylva Onderwater en Micha Lutgens droegen hieraan bij. Docent Oda Bauhuis liet de enthousiaste ‘vibe’ door iedereen voortzetten door in te zoomen op een persoonlijk sprankelmoment. De regie en keuze aan de patiënt: als dokter je mond houden en niet voor de patiënt keuzes maken op basis van diens 28 3e uitgave 2018 vlnr: Carolien Geurten, Katrien de Bruijn en Huub L'Ortye spinnenweb. Een uitdaging voor menigeen. We werden gerustgesteld: het maakt niet veel uit. Als je op één domein iets aanpakt, gaan de andere domeinen van die patiënt vanzelf in positieve richting mee. Hoe dit aan te pakken, werd ’s middags in kleine groepen geoefend in de workshop ‘het andere gesprek’. Het ‘vijf minuten zwijgen’ werd als moeilijk en soms kunstmatig ervaren door de luisteraar. De verteller daarentegen voelde zich juist goed gehoord. Daarna werd het thema ‘positieve gezondheid’ doorgetrokken naar de praktijk: van persoonlijke kernwaarden naar praktijkvoering. Vol ideeën en gedachten sloten we daarmee de eerste trainingsdag af. De opleidersvereniging VHAO-UM nam het over met hun algemene ledenvergadering en het avondprogramma: teambuilding op Expeditie Robinson-achtige wijze, geleid door Herold Dat. Er werd veel gelachen om elkaars competitiedrang en inventiviteit. De volgende dag stond ‘Positief Opleiden’ centraal. Oda Bauhuis en Paul Schrijver trapten af met positieve psychologie en oplossingsgericht werken. In workshops gingen we aan de slag met oplossingsgerichte gespreksvoering. Het bleek een toevoeging voor opleiders om op een andere manier het leergesprek te voeren. Praten over oplossingen in plaats van problemen. Het was een goede oefening en zeker een onderwerp wat we op trainingsdagen voor huisartsopleiders terug zullen laten komen. De opleiders van de jaar-2 stages waren ook dit keer weer enthousiast aanwezig. De interactie met de huisartsen en de kennismaking met de manier van denken over artspatiëntcontact in de eerstelijn was voor velen een heel positieve ervaring. Een stimulans voor ons om zo door te gaan. 29 op één lijn 62
Page 30
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Clinicus van het jaar verkiezing Wie zijn de genomineerde huisartsen bij het coschap? Studentenvereniging MSV Pulse organiseert al vele jaren de ‘Clinicus van het jaar’ verkiezing. De huisartsgeneeskunde Winnaars vorig jaar: Floor Seveke en Gaspard Knops wordt daarbij niet vergeten. Net als vorig jaar zijn er drie genomineerde huisartsen bij het coschap die in de race zijn om de beste werkplekbegeleider 2017-2018 te worden. De genomineerden huisartsen zijn (in willekeurige volgorde): Marloes Beljaars-Van Der Does uit Eindhoven, Joep Lautenschutz uit Maastricht en Jeroen Kuijpers uit Berlicum. Laatstgenoemde werd vorig jaar ook genomineerd. Op 21 januari 2019 wordt tijdens de uitreiking in het azM bekend wie er met de hoogste eer vandoor gaat en de prijs: een zilveren stethoscoopspeldje en een geldprijs, aangeboden door de Stichting Sint Annadal uit Maastricht, dat besteed dient te worden aan een onderwijsdoel. Gezocht: nieuwe opleidingspraktijken Stap nu in bij het coschap huisartsgeneeskunde DOOR LILIAN AARTS, ONDERWIJSCOÖRDINATOR Het aantal aanmeldingen voor de Huisartsopleiding zit weer in de stijgende lijn. In maart 2019 starten wij maar liefst met drie groepen aios. Dat betekent ook dat we opleiders gelukkig weer meer continuïteit kunnen bieden. In maart 2019 starten ook 10 opleiders met hun eerste aios na geruime tijd coassistenten te hebben begeleid. Daarom is er extra werk in de opleidingswinkel: we zoeken minimaal 10 praktijken zonder onderwijservaring en die in 2019 kunnen starten met het begeleiden van coassistenten. U maakt echt het verschil: door uw begeleiding op de werkplek maakt u studenten enthousiast voor het vak. 30 Bovendien draagt u eraan bij dat alle coassistenten tijdens de master (360 per jaar) de kans krijgen om stage te lopen bij een huisarts. Zo krijgen zij een goed beeld van de Nederlandse gezondheidszorg. Een tekort aan stageplaatsen huisartsgeneeskunde, wordt ingevuld met stageplaatsen in de ouderengeneeskunde, om te voorkomen dat studenten studievertraging oplopen. Dus, doet u nog niet mee om welke reden dan ook, kijk dan op onze website voor meer informatie: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/ opleiding-geneeskunde/opleiden. Aanmelden kan via lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl 3e uitgave 2018 WESP: Bas Beniers De invloed van weersomstandigheden BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling Binnen het project “De Gezonde Basisschool van de Toekomst”, wordt gekeken naar de gezondheid van kinderen in de regio Parkstad. Hierin is onder andere de fysieke activiteit in kaart gebracht met behulp van beweegmeters. We hebben geprobeerd te achterhalen of er een verband bestaat tussen de weersomstandigheden en de mate van activiteit van de kinderen binnen de baselinemetingen, welke plaatsvonden tijdens de herfstmaanden van 2015. Studiedesign Tijdens de baselinemetingen hebben acht basisscholen deelgenomen aan het onderzoek. Met behulp van multivariabele regressie hebben we een model gemaakt die zo goed mogelijk de fysieke activiteit kan voorspellen. Primair resultaat en conclusie Van alle weersomstandigheden heeft ‘regen’ de grootste invloed op de activiteit van kinderen. Binnen het gevormde model heeft de hoeveelheid regen een positief effect, terwijl de duur van de regen een negatief effect heeft. De maximale temperatuur heeft een negatieve invloed. De studie laat geen effect zien van de gemiddelde temperatuur en zonuren op de fysieke activiteit van kinderen. “Dokter, ik vergeet zoveel … word ik dement?” Wij zijn benieuwd naar de afwegingen die patiënten met geheugenklachten, naasten en de huisarts hebben bij het besluit of en hoe geheugenklachten verder onderzocht zullen worden. Wij willen deze informatie gebruiken om een keuzehulp te ontwikkelen die de gezamenlijke besluitvorming ondersteunt. Het uiteindelijke doel is dat we met de opbrengsten van het project huisartsen in staat kunnen stellen om elke patiënt met geheugenklachten een diagnostisch traject op maat aan te bieden. Oproep! Wij zijn op zoek naar huisartsen die willen deelnemen aan dit onderzoek. U werft 2-3 patiënten met geheugenklachten voor deelname aan het onderzoek. Zij vullen tweemaal een aantal vragenlijsten in en worden uitgenodigd voor een interview. U vult zelf eenmalig een vragenlijst in over uw algemene opvattingen ten aanzien van een (vroeg)diagnostiektraject bij geheugenklachten. Verder vult u per deelnemende patiënt een korte vragenlijst in. Als dank ontvangt u een kleine attentie voor uw deelname en een cadeaubon t.w.v. € 20 per geïncludeerde patiënt. U wordt ook uitgenodigd voor deelname aan een vrijblijvende focusgroep waarin we u kunt meedenken over de ontwikkeling van de keuzehulp. Er zal accreditatie worden aangevraagd voor deze focusgroep. Meer informatie vindt u op: www.alzheimercentrumlimburg.nl/sdecided. U kunt uzelf ook aanmelden via deze website. Vragen? U kunt contact opnemen met Nadine Appelmans en Julia Frijling. Telefonisch: 043-3881022 of s-decided@maastrichtuniversity.nl. 31 op één lijn 62
Page 32
op één lijn 62 3e uitgave 2018 In de leer Als je baret maar goed zit DOOR ARIANNE BECKERS, EERSTEJAARS AIOS Vol goede moed en met veel plezier ben ik 3 september 2018 gestart met de huisartsopleiding Maastricht, locatie Eindhoven. Een bewuste keuze. Naast huisarts in opleiding, ben ik militair arts. Het mocht de komende twee jaar wel even wat dichter bij huis. Die wens is uitgekomen. De eerste negen maanden werk ik 22 kilometer van mijn woonadres en heb ik één terugkomdag per week, eveneens op 22 kilometer van huis. Dat is andere koek dan de afstanden die ik de afgelopen jaren heb afgelegd. Wat bevalt dit goed! Vanaf het eerste moment voelde ik me welkom. Er was veel belangstelling voor mijn achtergrond: ‘Wat houdt militair arts zijn in?’ en ‘Ben je dan ook uitgezonden?’. Daarnaast was er sprake van een aanname: ‘Dan zal je wel veel ellende gezien hebben’. Er werd oprechte interesse getoond. Voor wat betreft de aanname: Gelukkig ben je als militair arts in Nederland geen M.A.S.H.1 figurant. De poster ‘Komt een peuter samen met oma hondje en zijn brandweerauto… bij de dokter’ kennen we allemaal. Daar zou je zo een militair arts poster van kunnen maken: ‘’Komt een soldaat samen met zijn collega en zijn tankwagen met rook in de cabine en een druiper, met een vriendin die hoogzwanger is, op uitzending moet en nog moet worden voorzien van alle vaccinaties bij de dokter’’.2 Kortom: Het grootste deel van het werk als militair arts speelt zich af in een spreekkamer en is net als huisarts zeer divers. In grote lijnen vertoont het zelfs alleen maar overeenkomsten. Ter vergelijking: • Op dag één van de Koninklijke Militaire academie kreeg ik te maken met enkele afkortingen3: KiKaDiWoDo, LUPA, MGD, Hiba, MBV. • Op dag één van de huisartsopleiding was dit niet anders: IOP, ALOBA, KPB, MAAS-globaal, SMART. 1 Amerikaanse televisieserie Mobile Army Surgical Hospital tussen ’72 en ’83. Ook vóór mijn tijd, maar wel zoals civiele collega’s het werk als militair arts grofweg inschatten. 2 Ik heb natuurlijk wat overdreven. Niet elke militair heeft een SOA (gehad). 3 De lijst met afkortingen: 1. Kind kan de was doen 2. Lunchpakket 3. Militaire geneeskundige dienst 4. Hindernisbaan 5. Militaire basisvaardigheden. Niet elke uitdrukking is door mijzelf verzonnen. Mede dank aan mijn onderwijsgroep voor de inspiratie. 32 • Bij Defensie werken we met een computersysteem dat te vergelijken is met MS DOS. In de huisartsenpraktijk zijn het mooi ontwikkelde systemen met een hoop mogelijkheden. Helaas lopen die net zo goed vast en kennen ook diverse mankementen. • Bij Defensie krijg je te maken met meerderen in rang. Die dien je met een goed verhaal te benaderen, anders word je afgesnauwd. Als huisarts in opleiding heb je dezelfde ervaring als je een specialist in het ziekenhuis met een flutverwijzing belt. • Bij Defensie worden er vragen gesteld over inheemse pathologie en welke vaccinaties iemand nodig heeft op uitzending. In de huisartsenpraktijk komen er vragen over Meningokokken type W en het wel of niet vaccineren van zwangeren tegen kinkhoest. • Militairen doen er lang over om zich te ontkleden voor het lichamelijk onderzoek met al die kleding en bepakking. Ouderen in de civiele praktijk kunnen er ook wat van met diverse laagjes en een vertraagde motoriek. • De automatenkoffie van Defensie smaakt niet anders dan de automatenkoffie op de SEH. • Bij Defensie moet je regelmatig ‘nee’ verkopen als het gaat om de uitgifte van bepaalde medicamenten zoals Valsartan, Thyrax, Bacicoline B oordruppels, etc. Helaas geheel conform civiele omstandigheden. Het is dus geen vreemde vervolgstap om als militair arts de huisartsopleiding te gaan volgen. Het staat zelfs minder ver van elkaar dan dat het in eerste instantie doet vermoeden. Sommige collega militair artsen kiezen ervoor om Defensie te verlaten en civiel de huisartsopleiding te volgen. Ik heb er bewust voor gekozen om in dienst te blijven en over twee jaar terug te keren als majoor-huisarts. Ik zie namelijk nog steeds de meerwaarde van Defensie. De korte lijntjes met het Centraal Militair Hospitaal. De tijd die je mag en kan nemen voor de patiënt. De kosten waar je (voor de patiënt) geen rekening mee hoeft te houden (alles wordt in principe vergoed). De kameraadschap. De collegialiteit en professionaliteit. De mogelijkheden. In mijn persoonlijk ontwikkelingsplan staan SMART leerdoelen die ik graag wil ontwikkelen. Met behulp van mijn collega huisartsen in opleiding, opleiders en begeleiders heb ik er alle vertrouwen in dat ik deze ga behalen. 3e uitgave 2018 Ik hoop echter ook een stukje ‘militair zijn’ aan de opleiding en het vak als huisarts te mogen meegeven: ‘Never leave a man behind’. Als het even moeilijk is of tegen zit, staat er altijd een collega voor je klaar. Zeker in de huidige maatschappij waar we veel burn-out zien, gezondheidszorgpersoneel bij uitstek, vind ik het belangrijk om hier aandacht voor te vragen. Gelukkig hebben we hier tijdens onze opleiding onze wekelijkse ‘therapiesessies’ voor. Zonder dollen. Het is goed om af en toe even stil te staan bij wat je doet of meemaakt. Des te harder kan je daarna weer verder hollen. Niet alleen gedurende de opleiding. Immers, alleen wanneer je goed voor jezelf zorgt, kan je goede zorg leveren. Het is een privilege om als militair arts of als huisarts je vak uit te mogen oefenen. Met de nodige overeenkomsten en slechts enkele verschillen. Ik ga hoe dan ook genieten van de opleiding. Genieten van het feit dat ik me iedere ochtend druk moet maken om mijn kleding en haren in plaats van om mijn baret. Genieten van het feit dat ik met de fiets naar mijn terugkomdag kan gaan. Ook al word ik hierin in mijn ‘kleine-meisjes-syndroom’ versterkt als ik word ingehaald door een moeder met kind voorop (e-bike!). Genieten van alles wat komen gaat. En dat gun ik iedereen. Het vak als huisarts: laat maar komen! Oud aios: hoe vergaat het ze ‘Erg bijzonder om dit samen met mijn vader te doen’ Mijn naam is Paul Roos, ik ben 29 jaar en ik heb vrijwel meteen na mijn opleiding tot huisarts in Maastricht een praktijk overgenomen. In juni 2018 heb ik de huisartsopleiding afgerond. Tijdens het laatste jaar van mijn huisartsenopleiding kreeg ik de mogelijkheid om een praktijk over te nemen. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat het mijn ambitie was om, na mijn opa en mijn vader, de praktijk Roos in Brunssum voort te zetten. In de HOED, waar mijn vader als huisarts werkt, besloot een collega te stoppen. Niet toevallig kwam de vraag van de vertrekkende huisarts of ik interesse had om deze praktijk over te nemen. Dat kwam opeens wel heel erg snel. Ik had wel het geluk dat mijn vader er ook nog geruime tijd zal werken waardoor we samen de uitdaging aan kunnen om de praktijk over te nemen en samen te voegen tot één praktijk Roos. Bovengenoemd balletje begon halverwege mijn laatste jaar van de opleiding te rollen. In eerste instantie was dat wel erg spannend. Ben ik er wel klaar voor? Wat zal er dan allemaal op me afkomen? Maar na behoorlijk wat goede gesprekken met mijn vader en mijn opleider, raakte ik steeds overtuigd dat dit een unieke kans was om samen iets moois op te bouwen. Na het afronden van de opleiding heb ik twee weken waargenomen. Daarna heb ik nog een mooie reis naar India gemaakt als medisch begeleider van een groep middelbare scholieren. Daarna was het zover: beginnen als huisarts in Brunssum. Aanvankelijk was het wennen en hard doorwerken om de patiënten en personeel te leren kennen. Maar vanaf de start bevalt het prima. De patiënten lijken het allemaal wel goed te vinden. Soms vinden ze me nog wel een erg jonge knul, maar de meeste reacties zijn erg leuk. Zeker van de patiënten die mijn opa ook nog als huisarts gehad hebben. Natuurlijk was het spannend om naast de patiëntenzorg ook opeens ‘baas’ te zijn. Wat te doen als een assistente ziek is? Wie ga je bellen? Hoe laat je het dagprogramma door lopen? Gelukkig sta ik er wat dat betreft niet alleen voor; ik kan terugvallen op mijn collega/vader en de ervaring van de assistentes. Ik moet zeggen dat ik het wel leuk vind om naast de patiëntenzorg ook met organisatorische zaken bezig te zijn. Het helpt natuurlijk dat er een goede sfeer is en een prettige samenwerking met de assistentes en praktijkondersteuners. Een aantal assistentes ken ik al van kleins af aan uit de tijd dat mijn vader praktijk aan huis had. Erg leuk om nu met ze samen te werken! Al met al ben ik dus erg blij dat dit op mijn pad is gekomen en werk ik met veel plezier in onze praktijk in Brunssum. Ik vind het vooral erg bijzonder dat ik dit samen met mijn vader mag doen. 33 op één lijn 62
Page 34
op één lijn 62 3e uitgave 2018 Aios referatendag “Are you nuts?” DOOR NIELS BEURSKENS, HUISARTS EN EBM DOCENT Op 30 oktober werd de traditionele referatendag gehouden, door en voor derdejaars aios. Onder toeziend oog van de vakjury, bestaande uit Jelle Stoffers, Jean Muris, Mark Spigt en Karen Konings, werden tien referaten gepresenteerd. Dagvoorzitter was Hendrik Jan Vunderink. De onderwerpen van de referaten waren uit de praktijk gegrepen en boden in veel gevallen ook concrete adviezen en handvatten om de volgende dag in de praktijk toe te passen. Graag leg ik nogmaals uit wat het idee achter de referatendag is. Voor de onbekende toehoorder lijkt een referaat een opsomming van kenmerken van een artikel en in sommige gevallen was dit ook zo. Toch bewezen de meeste aios, dat ze een onderwerp op een wetenschappelijke manier prima kunnen uitdiepen en kritisch kunnen kijken naar de bestaande manier van werken. De winnaars van zowel de vakjury als de publieksjury demonstreerden dit bijzonder goed: Suzan Eikholt, Joyce Felix, Kristel Geelen en Gerard Greijdanus. Zij toonden met hun referaat “Are you nuts?” aan, dat vroege introductie van pindakaas (bij 4 maanden) leidt tot minder pinda-allergieën op de kinderleeftijd. Dat ze zich goed in het onderwerp hadden verdiept en dat ze zich gedegen hadden voorbereid was goed zichtbaar in hun vloeiend lopende presentatie. Daar zit ook het grootste leereffect: als je je niet goed voorbereidt, is het onmogelijk om in 15 minuten een goed wetenschappelijk onderbouwd verhaal te houden en daarna nog 10 minuten de discussie aan te gaan. Het houden van een referaat lijkt geen vaardigheid voor de dagelijkse praktijk. Echter, door het formuleren van een vraag, het zoeken van literatuur, het kritisch beschouwen van een artikel en dit aan collega’s te presenteren, stimuleren we een wetenschappelijk kritische houding bij onze aios. Zoals ik al eens eerder citeerde: “Individual practitioners … need to be able to find and use evidence themselves – a 21st century clinician who cannot critically read a study is as unprepared as one who cannot take a blood pressure or examine the cardiovascular system”.1 Daarbij wil ik opmerken dat, volgens mij, evidence-based werken zich niet beperkt tot het zoeken en kritisch lezen van literatuur, maar dat juist de winst zit in het gebruiken van deze informatie in het dagelijks werk, de bruikbare wetenschap. Net zoals je van een betere vraagverheldering een betere dokter wordt, word je dat ook met betere ‘evidence’. Voor de volgende keer, in het voorjaar van 2019, wordt de naam omgedoopt tot ‘wetenschapsdag’ en zullen we de voorbereiding en het format op enkele punten aanpassen. Hiermee kunnen we de aios nog meer stimuleren om een onderwerp goed uit te diepen, zonder vast te houden aan het bespreken van een ‘droge’ Critical Appraisal of a Topic (CAT). 1 Glasziou P, Burls A, Gilbert R. Evidence based medicine and the medical curriculum. BMJ. 2008;337(sep24 3):a1253-a1253. doi:10.1136/bmj.a1253. De rubriek "De aios zoekt het op" met alle eerder verschenen artikelen is te vinden op de nieuwe website: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/de-aioszoekt-het-op/ 34 3e uitgave 2018 De afgestudeerden in beeld Made in Maastricht Afstudeersessie 4 september 2018 | V.l.n.r.: Judith Donners, Lotte Theunissen, Iris Duijsens, Katie Postma, Annika Dijkman, Tim de Rechter, Sarah Schiffers, Amina Abdulkadir, Gijs Laudij, Suzanne Hendriks, Merel van Gelderen Afstudeersessie 13 december 2016 Afstudeersessie 18 september 2018 | V.l.n.r.: Linda Vonken, Sietske Bosman, Sandra Wuijten, Anne Nieuwelink, Lobke Kerstens, Carlie van den Borne, Lizet Jetten, Ester de Moed, Anne Ooijen en Jiska Verschuren. Afstudeersessie 13 december 2016 35 op één lijn 62
Op één lijn 61

Op één lijn 61


Page 2
Colofon Oplage 2280 Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk The Creative Hub – Maastricht University, CBS 13093 Fotografie Portretfotografie pagina 3, 4, 20, 22 en 28: Canon The Creative Hub Foto Jochen Cals pagina 6 en 12: Jonathan Vos Made in Maastricht 19 juni: Philip Driessen Made in Maastricht 12 juni: Joey Roberts Deadline volgend nummer 26 oktober 2018 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Inhoudsopgave Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter: huisartsentaal door de app? – Jean Muris ‘RNFM’: daar zit muziek in! – Babette Doorn Huisarts & huisdier – Stephan van den Brand Jochen Cals benoemd tot hoogleraar – redactie Basisarts op de ambulance? – Huub Gubbels Een nieuwe website en meer – Babette Doorn Stellen zich voor: Jolijn Bohnen, AIOTHO Lennart van der Burg, AIOTHO Monique van der Meulen, secretaresse huisartsopleiding Hanny Prick, medewerker studentzaken Huisartsopleiding Sarah Wijen, gedragswetenschapper huisartsopleiding Onderzoek Bruikbare wetenschap – Jochen Cals OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Hulp bij palliatieve zorg – Marieke van den Beuken WESP-en: Jasmien Jaeken: Limited Joint Mobility en Diabetes Iris Kurcaba en Christianne Smulders: Schouderpijn bij DM type II patiënten July Kroeg: Voorschrijfgedrag huisartsen regionaal longformularium Jasper van Geel: Aios en samen beslissen Fatma Erkan & Darwin Röhlinger: De relevante barrières en behoeftes van huisartsen in opleiding voor het toepassen van Samen Beslissen Mathijs Peeters: financiële beloning stoppen met roken (CATCH) Stage overig: Fiorella Huijgens: Communicatie met laaggeletterden vaak lastiger dan gedacht Huisartsopleiding Hoofdzaken: Voorwaarts! – Bas Maiburg Aios referatendag – Niels Beurskens Equilibre: rubriek voor huisartsopleider – Marieke Kools & Arie de Jong ‘Diagnostiek en management van orofaciale pijn (OFP) en temporomandibulaire disfunctie (TMD): een update’ Voetbalwedstrijd aios-opleiders – Gaston Peek Weten is eten: menu met en slakkengang – Hendrik Jan Vunderink Made in Maastricht Voorlichting en werving; Elk kwartaal anders – Babette Doorn Gezondheidsrechtelijke kwesties: Uw wil geschiede – Arie de Jong Column – K.O.E.K. Wous 3 4 5 6 6 7 8 10 10 11 11 11 12 14 15 16 16 17 17 18 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 31 2 Van de redactie Passion beest The great migration. Ik schreef al eerder over. Niet zozeer de grote uittocht voor de zomervakantie, maar collega’s die vertrekken gezien hun leeftijd. De laatste weken was het opnieuw raak: gemiddeld 2 keer per week een borrel. U hoort mij niet klagen over de borrels, zeker niet die onder werktijd. Wat minder leuk is, is dat er heel veel ervaring en kennis in rap tempo verdwijnt. De babyboompensionado’s in spe hebben hun piek bereikt. Een enkeling weet nog wat werktijd erbij te rekken en dat vinden we helemaal niet erg. ‘Weet je nog toen…?’ Ook studenten lijken verhalen van vroeger niet erg te vinden. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend wat er is, maar dat is niet zo. Niet voor niets dat afscheidnemers hard hun best doen om hun culturele erfgoed over te dragen of ergens onder te brengen. Ik geef ze groot gelijk. Ook bij een afscheid komt ons bijna 20-jarige 'Op één lijn' archief goed van pas! Het is een generatie die veel heeft uitgedacht, opgezet en nagelaten. Dank allen. Zonder anderen te kort te willen doen, wil ik één iemand nog speciaal noemen. Iemand naar wie ik in de titel verwijs: Yvonne van Leeuwen. Ze is al even met pensioen, maar er was nog geen officieel afscheid geweest door allerlei omstandigheden. Het officiële afscheid vond plaats op 27 juni. Vakgroepvoorzitter Jean Muris schrijft erover in zijn stukje. Na afloop van de bijeenkomst kregen we een roos met daaraan een mee-naar-huis-neem-bericht. ‘Education should be passion based’ stond op het kaartje. Van Yvonne, organisator en jarenlang hoofddocent van de kaderopleiding Hart-en Vaatziekten, neem ik zo’n boodschap wel aan. Ze liet al eerder kleinere tips achter in zogeheten ‘onderwijsjes’. Haar passie werkt aanstekelijk en we proberen dat weer door te geven aan anderen. U kunt ook meedoen, als u nog geen opleider bent. Of houdt onze docentvacatures in de gaten. Heel veel WESP-stukjes deze keer. Puffend brachten ze hun stagetijd door op de warme wespenkamer. Ook veel nieuwe medewerkers. Ze zijn niet allemaal nieuw, sommigen kennen we nog als voormalig student, aios of medewerker elders. Witte Raven en Bruikbare Wetenschap ontbreken eveneens niet. De grondlegger van onze Bruikbare Wetenschap, Jochen Cals, is inmiddels benoemd tot hoogleraar. Daar zijn we trots op! Het gaat niet alleen goed met de onderzoekers, maar ook met het netwerk van registrerende huisartspraktijken. RNH heet nu RNFM Maastricht en als u nieuwsgierig bent, leest u het hele artikel in dit blad. En de stijgende lijn is ook terug te vinden in het artikel over onze communicatie- en wervingsactiviteiten. Huisarts en huisdier: we weten allemaal dat velen van jullie minstens één huisdier hebben en daar gek op zijn. Wij zien toch ook het bureaublad van uw laptop, ipad of smartphone? En toch durft niemand voor ons te schrijven over deze ‘guilty pleasures’. Waarom niet? Redactielid Stephan doet een poging om u te inspireren en aanmoedigen dat wel te doen. Interesse? Mail dan naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl en verdien een beloning voor uw passiebeest. Het gaat prima bij de huisartsopleiding. Er gebeurt van alles, binnen (aios referatendag en terugkomdagen) en buiten (voetbalwedstrijd, afstudeerdagen). Het gaat zo goed, dat hoofd Bas Maiburg voorzichtig het woord ‘afbouwen’ in de mond nam tijdens een praatje op de zomerstafdag. Tot mijn grote spijt geen artikel van ‘In de leer’ columnist Eleana Zhang, derdejaars aios. Drukte was voorheen geen excuus voor haar om niet te schrijven, al zat ze aan de andere kant van de aardbol. Maar nu is ze niet alleen net verhuisd en aan het afstuderen als huisarts, maar ook aan het promoveren en bijna-bevallen. We hopen dat ze volgend jaar de leercirkel nog een keer rondmaakt in een afscheidscolumn. Weten is eten: menu met een slakkengang. Slow food op verzoek van pensionado en voormalig redactielid Henk Goettsch. Onze huidige redactie is na Stephan van den Brand verder versterkt met collega taalliefhebber Lisette Verheijen. Tot slot, zoals gebruikelijk, de column van Arie de Jong. Zijn wil geschiede. Columnist T.E. Grijs heeft een waardige opvolger gerkregen in de persoon van K.O.E.K. Wous. Voor wie -net als ik- nog op vakantie gaat: geniet ervan. En voor wie net terug is: veel leesplezier. Het wordt vanzelf Kerst. Babette Doorn 3 op één lijn 61
Page 4
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Van de voorzitter De meerwaarde van taal-apps en training DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Eind juni was ik bij het afscheidscollege voor en door Yvonne van Leeuwen. Ze was 32 jaar Universitair Hoofd Docent bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht. Na Vic Dubois en Paul Höppener, werd zij hoofd van de huisartsopleiding Maastricht. Wie Yvonne kent, weet dat zij niet houdt van lange terugblikken. Zij gaat voor focus en inhoud. Om die reden stuurde zij mij tevoren haar ‘alternatieve’ CV. Tijdens haar ‘college’ ging ze hier dieper op in. Het symposium was opgebouwd rond de thema’s kaderen, feedback en ongelijkheid. Daarnaast kwam ook de levendige belangstelling van Yvonne voor filosofie, cultuurwetenschap, poëzie en sociologie in relatie tot geneeskunde naar voren. In deze column wil ik het door haar gekozen thema ongelijkheid bespreken. De gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden (de politiek spreekt van praktisch en theoretisch opgeleiden) zijn enorm: laagopgeleiden hebben maar liefst 18 minder gezonde jaren, en leven gemiddeld 7 jaar korter dan hoogopgeleiden. Ik zie het ook terug in rapportages van de Provincie Limburg. Uit de informatie op hun website blijkt, dat de gezonde levensverwachting in Limburg gemiddeld 3 jaar onder het Nederlandse gemiddelde ligt. Yvonne verwees naar het boek “Oude en nieuwe ongelijkheid” van Kees Vuyck die in 2018 de Socratesbeker won. Vuyck beschrijft, dat steeds minder laagopgeleiden kunnen terugvallen op mensen uit hun eigen omgeving voor hulp bij onder andere administratieve zaken. Dit komt, doordat steeds meer kinderen uit laag-sociale milieus toegang verkrijgen tot middelbaar en sociaal onderwijs en daarna uitvliegen. Collega professor Maria van den Muijsenbergh gaf het probleem al aan in haar oratie “Verschil moet er zijn”. Zij voorzag de tekst van haar oratie van een samenvatting in 5 pagina’s in eenvoudig Nederlands. Dit niveau, B1, begrijpt bijna iedere Nederlander die kan lezen. Ook voor mensen met een hoger leesniveau leest B1 prettig. Elke tekst is te schrijven op dit niveau, ook een bijsluiter voor een medicijn. Een duidelijk leerpunt voor ons allemaal. De vraag is nu wat dit betekent voor de eerstelijn? Wat kan/doet de huisarts hiermee? Ik voorzie dat door de digitalisering en het leervermogen van supercomputers, we als huisartsen in de toekomst minder bezig hoeven zijn met diagnostiek en beleid. We zullen meer worden aangesproken 4 op ons communicatievermogen en op de gidsfunctie voor onze patiënten. Ik denk aan patiënten die op het spreekuur komen, omdat ze niet begrepen wat de medisch specialist op de poli heeft verteld. Ze vragen, of wij het nog eens duidelijk kunnen uitleggen. Of wat te denken van patiënten die een folder meekregen om ‘thuis eens rustig door te lezen’? Als de arts niet weet, dat die patiënt laaggeletterd is, komt hier natuurlijk weinig van terecht. Wat kunnen we doen? We moeten eenvoudige taal in het consult gebruiken. De teksten op onze praktijkwebsites kunnen we via een speciale app controleren op leesbaarheid en begrijpelijkheid. Dit geldt ook voor de ‘wachtverzachter’, het informatiescherm dat de meeste huisartsen in hun wachtkamer hebben voor patiënten. Samen met de apotheek zullen we ook moeten kijken hoe we taal hanteren. “Driemaal daags gebruiken” wordt slechter begrepen dan “3 keer per dag 1 pilletje doorslikken met een slokje water”. Of de assistente die zegt “neemt u maar plaats in de wachtkamer”. Meld liever: “gaat u maar zitten op een van de stoelen in de wachtkamer om de hoek”. Vuyck constateerde al, dat de sociologie van de buurt en de interactie tussen hoog- en laaggeletterden is veranderd. We zouden meer gebruik kunnen maken van buddy’s die mensen begeleiden bij het aanvragen van visites of bij elk ander contact met de huisarts. Van iedereen in de huisartspraktijk mogen we verwachten, dat ze in staat zijn het taalverschil te overbruggen. Onmacht, niet kunnen verwoorden waarom je in de wachtkamer staat, kan al snel tot woedende en schijnbaar onhandelbare patiënten leiden. Indien gewenst zou een workshop ‘Begrijpen en bereiken op maat’ voor het huisartsenteam beschikbaar moeten komen. Deze training gaat uit van de recente onderzoeksuitkomst, dat 36% van de Nederlanders lage of beperkte gezondheidsvaardigheden heeft. Dit betekent dat ruim 1 op de 3 moeite heeft met het begrijpen, beoordelen en gebruiken van medische informatie. Je leert via de workshop hoe beperkte gezondheidsvaardigheden doorwerken in het contact met de patiënt, onder andere via het Spel van Gezondheidsvaardigheden. Hiervoor wordt een trainingsacteur van Pharos1 ingezet. Als huisartsen kennen we de taal van de patiënt, maar taal-apps en training hebben een duidelijke meerwaarde voor toegang tot zorg en het werkelijke ‘verstaan” van kwetsbare mensen. 1 Zie elders het stageverslag van Fiorella Huygens 2e uitgave 2018 Nieuws uit het registratienetwerk ‘RNFM’: daar zit muziek in! DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER HUISARTSGENEESKUNDE Historie In 1988 werd het RegistratieNet Huisartsen (RNH) opgericht. Dat werd gedaan door huisartsen die al vroeg overstapten van de groene kaart op de computer. Huisartsen die zijn aangesloten op het RNH, registreren de gegevens van hun patiënten en relevante zorggegevens zoals ziekte en medicatie1 op uniforme wijze. Deze gegevens worden gepseudonimiseerd opgeslagen bij de Universiteit Maastricht. Het databestand is geschikt voor onderzoekers die meer willen weten over de eerstelijnspopulatie. Veel publicaties en proefschriften kwamen tot stand met behulp van de RNH-data. Een aantal RNH-huisartsen promoveerde op onderzoek gebaseerd op deze gegevens en de hypothesen die op basis daarvan werden geformuleerd. Denk aan onderwerpen als het vallen van ouderen of het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Na 30 jaar ligt er een schat aan gegevens, een goudmijn voor onderzoek. Naamswijziging Engels is de voertaal in de onderzoekswereld, ook in Maastricht. De staf binnen wetenschappelijke organisaties is steeds vaker internationaal, ook binnen de UMC’s. Daarnaast werken we samen met universiteiten in het buitenland. De naam RNH is daarom recent gewijzigd in Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. Via www.rnfm.nl komt u direct op de juiste informatie binnen op de website van de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht. Daar is een Engelstalige flyer te vinden en een animatie over het RNFM Maastricht. Deelnemende praktijken Door technologische ontwikkelingen kan het registratienet tegenwoordig uit bijna alle HIS-sen gegevens ophalen, verzamelen en analyseren. Dit is fijn, want nieuwe praktijken willen zich graag bij ons netwerk aansluiten. Deelname aan het netwerk betekent registreren conform onze richtlijnen, feedback daarop krijgen en je eigen gegevens vergelijken met die van anderen in het netwerk. Goed registreren is voor een huisarts belangrijk voor zijn praktijkvoering. Zeker 1 Niet vanaf het begin in 1988; medicatie als onderdeel van de dataverzameling is er ongeveer 10 jaar later bij gekomen als je kijkt wat andere partijen tegenwoordig willen weten. Uniform registreren binnen praktijken wordt door deelname aan het RHFM bevorderd. Gebruik van de data Tegenwoordig hanteren wetenschappelijke organisaties steeds vaker het FAIR-principe. FAIR staat voor Findable, Accessible, Interoperable, Reusable. Met andere woorden: gegevens moeten vindbaar, toegankelijk, onderling bruikbaar, nogmaals bruikbaar en duurzaam opgeslagen zijn. Het MUMC+ heeft onder andere hiervoor een samenwerkingsverband tussen azM en universiteit ingesteld: Datahub. De metadata van het RNFM Maastricht zullen daar straks ook te vinden zijn. Het RNFM Maastricht is een goede afspiegeling van de Nederlandse huisartsenzorg en representatief voor Limburg. Het RNFM Maastricht wordt bijvoorbeeld door het RIVM gebruikt als peilstation. Extra interessant voor onderzoekers is de aanwezigheid van woonsituatie en medicatievoorschriften in de dataset. Een onderzoeker kan een complexe vraag voorleggen en snel een geschikte dataset krijgen tegen een niet-commercieel tarief. Soms is het nodig om aanvullend onderzoek te doen met echte patiënten. Deze worden om privacy redenen altijd via de eigen huisartspraktijk uitgenodigd. Meer weten? Wil u meer weten over het RNFM Maastricht, of deelnemen aan ons netwerk, stuur dan een bericht naar rnfm@maastrichtuniversity.nl. Gratis rondkijken in het openbare deel van ons datawarehouse kan via de site www.rnfm.nl. 5 op één lijn 61
Page 6
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Huisarts & huisdier Een hond om te knuffelen! DOOR STEPHAN VAN DEN BRAND, HUISARTS IN HEERLEN Dit is Huck, van Huckleberry, maar gezien ons beroep ook een beetje Huxtable. Huck is een Welsh Corgi, een koninginnelijke hond, gezien de voorliefde van koningin Elisabeth, en nog wel een Corgi met een staart. De meeste soortgenoten worden namelijk zonder staart geboren. Opvallender zijn de korte brede poten die ervoor zorgen dat zijn achterwerk als een ware salsadanser beweegt. Dit opvallende voorkomen maakt wandelen met hem een bijzonder sociale bezigheid. Mensen spreken ons aan of we niet te ver met hem gewandeld hebben, omdat de poten zo zijn afgesleten. Maar het kan ook zomaar zijn dat mensen van hun fiets stappen, of zelfs uit de auto komen omdat ze hem willen aaien, wat onze verbaasde zoon onlangs overkwam toen hij hem uit liet. Huck zelf vindt het volkomen normaal dat men hem leuk vindt. Hij weet dat elke voetganger en fietser een nieuwe kans op bevestiging van zijn eigen gelijk is. Wanneer hij in de gaten heeft, dat er iemand aankomt, gaat hij het liefst zitten en wachten om die ander de kans te geven hem aan te halen. Want als hij iets waardeert, is het wel om geknuffeld te worden. Zijn ochtend kan ook pas beginnen na een uitgebreide begroeting waarbij hij luidruchtig piepend en kreunend geniet van de handen die door zijn vacht gaan. Ook voor het slapen gaan moet er even gestoeid worden. Corgi’s lachen altijd en de meeste mensen lachen terug. Het blijft dan ook leuk om de gezichten van mensen te zien als ze hem in de gaten krijgen. Zelfs de oudste knorrepot is niet bestand tegen zijn charmes. Daarom is onze Huck een serotonine-machine: iedereen krijgt goede zin. Benoeming Huisarts Jochen Cals benoemd tot hoogleraar Op 6 juni is huisartsonderzoeker Jochen Cals (1980) benoemd tot hoogleraar 'Effectieve Diagnostiek in de Huisartsgeneeskunde'. Cals promoveerde in 2009 cum laude op onderzoek naar infectieziekten en het gebruik van de CRP-sneltest. Hij is en blijft huisarts en praktijkhouder in Sittard (met Anouk Machielsen en Sjoerd Hobma), de bakermat voor zijn en onze Bruikbare Wetenschap. Jochen is getrouwd met Birgit Berk en samen hebben zij 3 kinderen. De inaugurele rede staat gepland voor 2019. 6 2e uitgave 2018 Traineeship ambulance Basisarts op de ambulance? DOOR HUUB GUBBELS, PROJECTONDERSTEUNING BASISARTS AMBULANCEZORG LIMBURG NOORD Aanleiding Al in 2016 kampte AmbulanceZorg Limburg-Noord met een structurele onderbezetting van ambulanceverpleegkundigen. Naast krapte op de arbeidsmarkt, duren opleidingstrajecten van verpleegkundige tot ambulanceverpleegkundige lang. Daarom heeft AmbulanceZorg Limburg-Noord het wervingen selectiebeleid en het opleidingsprogramma aangepast. Hierbij is ook gekeken wie in relatief korte tijd opgeleid zou kunnen worden tot ambulanceverpleegkundige en wie voor langere tijd inzetbaar is. Overeenkomstig de uitgangspunten van de BIG-Picture1 zochten we verbinding met andere partners in het zorglandschap. Eén van de mogelijkheden was het werven van (basis) artsen voor de ambulancezorgverlening. Een kersverse, BIG-geregistreerde basisarts, kan versneld opgeleid worden voor de taken die een ambulanceverpleegkundige in de volle breedte uitvoert. Het gaat vooral om verpleegkundige handelingen. Daarnaast verricht een ambulanceverpleegkundige geneeskundige handelingen, waarvan deels voorbehouden medische handelingen. Naast verpleegkundige zorgverlening, doen we ook een beroep op de wetenschappelijke kennis, vaardigheden en professionele houding van de basisarts. Hierdoor biedt de functie voor een basisarts genoeg uitdaging. Bovendien biedt het pas afgestudeerde artsen kansen binnen de acute zorgverlening. 1 De BIG-Picture is een nieuwe kijk op zorgverlening en de mogelijke rol en positie van ambulancezorg daarin. Het draait in de BIG Picture om verbinding van zorg, om de vraag hoe we met elkaar betere en efficiëntere zorg kunnen leveren. Als ze zich verder bekwamen, kunnen zij opteren voor een A(G)NIO-plek. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Traineeship voor de basisarts AmbulanceZorg Limburg-Noord is met toestemming van VWS, gestart met traineeships voor de BIGgeregistreerde professional die wil gaan werken als ambulanceverpleegkundige. Dat traineeship is opgebouwd volgens het 70–20-10 principe. Er wordt vooral geleerd op de werkplek (70%) waarbij leren van en met elkaar (20%) een belangrijke plek heeft. Daarnaast zijn er 6 trainingsdagen en één assessment dag (10%). Tijdens iedere training zijn er praktijk- en voorbereidingsopdrachten. Vorig jaar is de eerste basisarts opgeleid tot ambulanceprofessional. Hij heeft nu een combicontract met het ziekenhuis, waarin hij een opleiding tot SEH-arts volgt. Een tweede basisarts is in 2018 gestart met het traineeship en een derde heeft zich al gemeld. Een trainee zei: “Arts op de ambulance is heel wat anders dan arts in een ziekenhuis. Je wordt uit je comfortzone gehaald; het is een echte uitdaging”. Meer weten? In ons evaluatierapport over de basisarts staat alles over de achtergronden en de opleiding tot basisarts op de ambulance. Wie open staat voor een uitdaging als hulpverlener in de acute zorg: neem dan contact op met AmbulanceZorg Limburg-Noord, Folker Ronda, afdeling P&O, fronda@ambulancezorgln.nl 7 op één lijn 61
Page 8
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Communicatiezaken Een nieuwe website en meer DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER HUISARTSGENEESKUNDE Het voelt raar om in een papieren blad onze digitale ontwikkelingen toe te lichten. Een papieren blad wordt tegenwoordig ‘offline aanwezigheid’ genoemd. U kent de termen misschien uit vragenlijsten waarin wordt gevraagd naar uw offline koopgedrag. Of u ‘het’ nog wel doet. Het voelt als de wereld op zijn kop. En dat is het ook. Nog wel. Aan internet en email is iedereen wel zo’n beetje gewend. Recent werd in de hele EU de AVG van kracht. Denk u trouwens net als ik bij AVG ook nog ‘gewoon’ aan Artsen voor mensen met een Verstandelijke Beperking? Voorlopig zal de behoefte aan lezen op papier niet verdwijnen. Op één Lijn bestaat volgend jaar maar liefst 20 jaar. Met dank aan de toenmalige vakgroepvoorzitter prof. Harry Crebolder die daar het nut van in zag en het mogelijk maakte. De populariteit is met de jaren alleen maar toegenomen. Het blad is een herkenbaar onderdeel van onze externe communicatie. Daarnaast hebben we al vele jaren een website www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl. In 2012 werd deze website vernieuwd en meer gericht op onze buitenwereld. We hanteerden daarom de slogan ‘Join our Family’. De vorige vakgroepvoorzitter prof. Job Metsemakers hecht aan het begrip ‘Family’ (Medicine), gezien zijn vele internationale rollen. Maar ontwikkelingen gaan snel. Websites worden steeds minder op een desktopcomputer en scherm bekeken. Denk aan het toenemend gebruik van smartphones en tablets. ‘Mobile first’ is nu het credo. Lezen op kleine schermpjes is niet fijn, zeker niet, omdat onze ogen daardoor hard achteruitgaan. Omdat we steeds kippiger worden, raken we digitaal steeds visueler ingesteld. Dit verklaart mede het succes van Facebook, Instagram en andere ‘social media’. Een groot deel van onze doelgroep maakt gebruik van de sociale kanalen. Het werd tijd dat Huisartsgeneeskunde aan die platformen ging deelnemen, zeker als het gaat om werving van aios (en andere ‘klanten’). Maar hoe doe je dat als non-profit instelling? De behoefte om te onderzoeken wat werkt om nieuwe doelgroepen aan te boren, ontstond pakweg 2 tot 3 jaar geleden. Hoezeer we ons best deden, de aanmeldingen voor de huisartsopleiding en de kaderopleiding Hart8 en vaatziekten bleven ver achter bij de verwachtingen. Verwachtingen worden steeds vaker eisen. Zonder betalende klanten, geen onbeperkt bestaansrecht. Als vitale processen bedreigd worden, dan heeft dat een sneeuwbaleffect, ongeacht het seizoen. Houden we genoeg huisartsen in deze regio? Behouden we onze goede docenten? We besloten om meer ‘crossmediaal’ te gaan werken. Je kan nog zo’n goede website hebben, maar als niemand weet dat die er is of waar, dan wel er amper op kijkt, dan moet het anders. Wat werkt wel en hoe? We zochten naar de juiste mix van online- en offlineactiviteiten. Het werd een project waar mijn collega Joost Dormans van de huisartsopleiding en ik samen met de huidige voorzitter prof. Jean Muris een conceptplan voor bedachten. Als samenwerkingspartner werd Canon gekozen. Dat was eind 2016. Een andere website moest er sowieso komen gezien de huidige mobiele eisen. Een hippe consultant noemde dat ‘basishygiëne’. Al onze middelen (digitaal en niet digitaal) werden bestudeerd op effect en bereik. Als nieuwe insteek werd geadviseerd om met persona’s (dat zijn archetypes) te gaan werken. We hielden denksessies waarbij de ouderwetse papieren flipover zijn dienst meermalen bewees. Gaandeweg ontstond het plan om met echte persona’s de potentiële doelgroep op maat te gaan bedienen. Intussen ging het gewone werk door. Ook de werving. We bedachten een leuke ‘superheld’ postercampagne en er werd volop aangeplakt en geflyerd door half Nederland. Geen Calimero-aanpak, integendeel: onze posters waren veel te groot voor de meeste borden. Via LinkedIn kregen studenten en basisartsen ons steeds beter in hun vizier. We voerden de campagne ook digitaal. Onze volgers gingen snel en laagdrempelig allerlei vragen stellen. Parallel organiseerde Huisartsopleiding Nederland een speciale filmavond voor geïnteresseerden in de huisartsopleiding. Het liep storm! Eindelijk waren we volop in contact met heel veel jonge (bijna) dokters. Ook zagen we elke 10 weken weer alle coassistenten bij hun afsluiting van het coschap Huisartsgeneeskunde door ze een lunch te brengen en ze te voorzien van informatie, door in gesprek te gaan en te flyeren. 2e uitgave 2018 De multimediale aanpak gaf veel energie en de inspanningen werden beloond met resultaten. Deze aanpak konden we op andere terreinen ook toepassen, zoals voor ons registratienetwerk (www.rnfm.nl). Nu waren we wel multimediaal, maar nog niet crossmediaal. Hoe kunnen we berichten elkaar laten aanvullen en versterken? Hiervoor hebben we de al eerdergenoemde persona’s nodig. We bedachten een pilot met 3 echte persona’s: Kirstin (Ponse), Ruud (Verhees) en Ramon (Ottenheijm). Dit zijn echte medewerkers met ieder een eigen persoonlijkheid en netwerk. Twee huisartsen en een aios (Ruud). U kunt ze vinden op de homepage van onze nieuwe website die half mei de lucht in ging. Het idee is dat anderen hen kunnen volgen via persoonlijke mediakanalen zoals LinkedIn en Facebook. Zo kunnen bezoekers/ geïnteresseerden laagdrempelig in contact komen met iemand die hen aanspreekt. Letterlijk, want de persona’s zijn zelf actief met posten van berichtjes over dingen waar zij mee bezig zijn. Wij bieden dus geen starre website meer aan die bol staat van de teksten. Voor de dynamiek kunt u beter onze social media kanalen volgen. Wilt u dat niet: geen probleem. We blijven overal fysiek aanwezig waar mogelijk en in december komt de volgende ‘Op één lijn’ weer uit. Papier is geduldig. U ook? Wat vindt Ramon er zelf van? Toen ik gevraagd werd om ‘persona’ te worden voor de vakgroep, heb ik wel even moeten nadenken. Het is leuk en eervol om gevraagd te worden, ijdelheid is ook mij niet vreemd. Mijn bedenking zat hem in moeten communiceren via verschillende sociale media. Zo was ik bijvoorbeeld nog niet actief op Facebook of Twitter. Duimpje omhoog of duimpje omlaag, daar zit en zat ik niet op te wachten. Al snel zag ik ook een groot voordeel. Ik kan nu sneller bepaalde ontwikkelingen of activiteiten onder de aandacht brengen. Zo heeft mijn eerste ‘post’ over de anderhalvelijnszorg orthopedie meteen geleid tot reacties uit het land, waarbij ik gevraagd ben om andere huisartsorganisaties te adviseren op dit gebied. Toch maar een duimpje omhoog! En Kirstin? Op de vraag of ik persona wilde zijn, kon ik alleen maar volmondig ja zeggen. Het is natuurlijk ontzettend leuk om mijn vak (als huisarts en docent) te promoten. Na een stoomcursus van Canon, was ik op de hoogte van de ins en outs van social media. Maar ook de achterliggende gedachte op welke manier je je boodschap wil overbrengen. Maar toen kwam het: wat ga ik op social media plaatsen? Willen mensen echt weten wat ik allemaal doe? Trekt dat toekomstig collega’s over de streep om huisarts of docent te worden? Gaandeweg vind ik hier mijn weg in en merk ik vooral hoe leuk het is. Louter positieve reacties worden gegeven en de reacties van de toekomstig huisartsen blijven niet uit. We gaan de komende maanden zien wat het ons oplevert, voor mij is het in ieder geval een hele leuke ervaring! Voetnoot redactie: Kirstin is daarnaast ook in het echt actief voor de werving zoals bij de Pub Quiz in Maastricht waar zij quizmaster was. Meer lezen over Ruud, Ramon en Kirstin? Kijk dan op de vernieuwde website: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl of ga direct naar hun persoonlijke mediakanalen: Ruud Facebook: /ruudverhees.hagmaastricht LinkedIn: /ruud-verhees-hag Kirstin: Facebook: /kirstinponse.hagmaastricht LinkedIn: /kirstin-ponse-hag Ramon: Facebook: /ramonottenheijm.hagmaastricht LinkedIn: /ramon-ottenheijm-hag/ 9 op één lijn 61
Page 10
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Jolijn Bohnen Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO) Ik ben Jolijn Bohnen, 27 jaar en afgelopen maart gestart als AIOTHO bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Momenteel werk ik één jaar fulltime aan mijn onderzoek en vanaf maart 2019 zal ik dit combineren met de huisartsopleiding. In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) doe ik onderzoek naar polyfarmacie bij 60-plussers in de huisartsenpraktijk. Ik word begeleid door Trudy van der Weijden (UM), Marjan van den Akker (UM) en Petra Denig (RUG). Het belangrijkste doel van dit onderzoek is de patiënttevredenheid omtrent hun medicatielijst te verbeteren. In deze Randomized Controlled Trial (RCT) bekijken we de potentiële voordelen en bruikbaarheid van twee ‘hulpmiddelen’ ten opzichte van huidige zorg: 1. Een op richtlijnen gebaseerd computerprogramma ‘Clinical Rules Engine’ (CRE) dat problemen met betrekking tot medicatievoorschriften signaleert, gebaseerd op diagnoses, patiëntkarakteristieken, laboratoriumuitslagen en medicatie. 2. Een gespreksinstrument ‘Outcome Prioritization Tool’ (OPT) waarmee patiënten kunnen aangeven wat hun wensen en voorkeuren zijn. Deze visueel analoge schaal bestaat uit vier universele gezondheidsuitkomsten: ‘langer leven’, ‘onafhankelijk zijn’, ‘minder pijn’ en ‘minder andere klachten’. Naast patiënttevredenheid zal worden gekeken naar het type en aantal medicatie alerts van het computerprogramma, veranderingen in medicatie voorschriften, therapietrouw en kwaliteit van leven. De planning is maart 2019 te starten met de interventie, waarbij we 10 huisartsenpraktijken in de regio Limburg en 8 in de regio Groningen zullen rekruteren. Mijn keuze om de huisartsopleiding te combineren met wetenschappelijk onderzoek komt onder andere voort uit mijn achtergrond als gezondheidswetenschapper en 10 opleiding tot arts-klinisch onderzoeker (A-KO). Bovendien is mijn enthousiasme voor het onderzoek gegroeid tijdens mijn wetenschappelijke stage (WESP) bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Ik ben ervan overtuigd dat ik de competenties, die ik de komende jaren op zowel persoonlijk als professioneel vlak zal ontwikkelen, later als huisarts kan blijven inzetten. In mijn vrije tijd ben in regelmatig te vinden in de Crossfit box of op de racefiets en breng ik graag tijd door met familie en vrienden. Lennart van der Burg Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO) Mijn naam is Lennart van der Burg, ik ben 29 jaar en sinds maart 2018 werkzaam als AIOTHO bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht. Vier dagen in de week volg ik de opleiding tot huisarts, waarvan één terugkomdag voor onderwijs, en één dag voor mijn onderzoek. Veel ballen tegelijktijdig in de lucht, maar voor mij de perfecte afwisseling van mijn werkweek. Meer en meer wordt van de medisch professional verlangd dat hij/zij alert is op arbeid als determinant van gezondheid. Met andere woorden, we kunnen niet alleen oog hebben voor het medische en zullen ook meer aandacht gaan besteden aan (arbeids)participatie. U denkt misschien: ook dat nog erbij? Er is al zoveel om aan te denken in uw spreekkamer. Daarom probeer ik, onder begeleiding van prof. Annelies Boonen (afd. Reumatogie) en prof. Geert-Jan Dinant, in mijn huidige project te voorspellen welke mensen risico lopen om in het komende jaar langdurig te gaan verzuimen. In het bijzonder zijn wij geïnteresseerd hoe dit zit bij mensen met klachten van het bewegingsapparaat. Het doel is om deze personen tijdig te identificeren om via preventie de indirecte ziektekosten voor de maatschappij te verlagen. We hopen een klinische beslisregel te ontwikkelen, vergelijkbaar met de Wellsscore longembolie, die in de praktijk door ons en andere 1 e uitgave 2018 professionals kan worden toegepast. Wat deze interventie precies moet zijn, is nog volop onderwerp van discussie. In januari 2015 rondde ik mijn geneeskundeopleiding af in Maastricht. Na een paar jaar met veel plezier uitgewaaid te zijn naar Leiden, ben ik sinds oktober 2017 weer terug in Maastricht. In mijn vrije tijd ben ik regelmatig op de wielrenfiets, met hardloopschoenen aan of in het zwembad te vinden. Daarnaast ben ik een fervent reiziger, kan ik erg genieten van de kookkunsten van mijn vriendin of het lezen van een goed boek. Monique van der Meulen secretaresse huisartsopleiding Mijn naam is Monique van der Meulen en als herintredende moeder was het mijn grote wens weer terug te keren in het arbeidsproces. In januari 2017 begon ik als vrijwilliger bij de huisartsopleiding in Maastricht. De open sfeer en de directheid onder de collega’s maakten het dat ik me direct thuis voelde. Al snel kreeg ik steeds meer taken en uren toebedeeld, wat uiteindelijk resulteerde in een vaste aanstelling als secretaresse. Voor een aantal van jullie ben ik een aanspreekpunt voor allerlei administratieve werkzaamheden en secretariële en facilitaire ondersteuning. Sinds kort ben ik verantwoordelijk voor de organisatie en het in goede banen leiden van de feestelijke afsluitingen, dat is de dag waarop de aios hun huisartsdiploma ontvangen. Ik werk op dinsdag en donderdag en op woensdagochtend. Ik woon in Maastricht en ben moeder van een zoon van 16 jaar, een dochter van 19 jaar en trots baasje van mijn trouwste vriend: labradoodle Sjuul. Mijn vrije tijd besteed ik vooral aan gezellige sociale activiteiten, zoals uit eten en/of borrelen met de kinderen, vriendinnen en familie, naar de bioscoop, het theater en concerten. Ik ga graag op vakantie en zo nu en dan kan ik genieten van een stedentrip. Hanny Prick medewerker studentzaken Huisartsopleiding Nee hoor, ik ben geen nieuwe medewerker, maar ik ben toch gevraagd om me weer voor te stellen. Onlangs ben ik, na ruim 25 jaar op de derde etage van het Debyeplein 1 gewerkt te hebben, verhuisd naar de begane grond, naar de Huisartsopleiding. Ik ben nu werkzaam bij het domein toetsing en zal mij vooral gaan bezighouden met de organisatie/administratie van de consulttoetsen. 11 Sarah Wijen gedragswetenschapper huisartsopleiding Ondertussen ben ik niet meer echt een ‘nieuwe’ medewerker… Ik ben in januari 2018 gestart als gedragswetenschapper in een derdejaars groep aan de huisartsenopleiding, locatie Eindhoven. De overige dagen van de week ben ik werkzaam als GZ-psycholoog bij GGzE op een afdeling voor jongvolwassenenpsychiatrie. Daarvoor werkte ik in verschillende instellingen voor gespecialiseerde GGZ, waaronder de verslavingszorg en de forensische psychiatrie. Ik heb vooral affiniteit met persoonlijkheidsproblematiek en (complex) trauma en ben me hierin door middel van scholing verder aan het specialiseren. Naast mijn werk als behandelaar, begeleid ik ook psychologen in het kader van hun opleiding. Dit is erg leuk om te doen en vormt een mooie brug naar mijn huidige twee functies. Ik woon samen met mijn vriend in Eindhoven. In mijn vrije tijd volg ik pilateslessen en ik onderneem graag dingen met vrienden en familie. Intussen is er al bijna een half jaartje verstreken bij de huisartsenopleiding en ben ik onverminderd enthousiast! Ik heb mijn draai gevonden in mijn nieuwe rol als groepsbegeleider. In het team in Eindhoven voelde ik me al snel welkom en voor de Maastricht-collega’s geldt hetzelfde. Ik kijk uit naar het aankomende half jaar vol nieuwe en leuke uitdagingen. Eén van mijn taken zal zijn het meehelpen bij de implementatie van het Codific systeem waarin de consulttoetsen in de toekomst digitaal georganiseerd gaan worden. Ik woon samen met mijn echtgenoot aan de rand van Maastricht-West, dichtbij de Dousberg waar golfclub ‘De Maastrichtsche’ haar domein heeft. Sinds een aantal jaren probeer ik deze sport onder de knie te krijgen. Het eerste jaar was ik voornamelijk boos op het balletje, dat maar niet de swing maakte die ik in gedachten had. Maar nu ben ik helemaal om: ik ben er zo vaak mogelijk te vinden om een rondje te lopen en probeer ook aan clubwedstrijden mee te doen. Ik deel kamer A0.042 met drie andere collega’s. Ik ga veel samenwerken met aios en docenten. Loop gerust eens binnen om nader kennis te maken als je in de buurt bent! op één lijn 61
Page 12
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Bruikbare wetenschap ‘Diagnostiek is zinvol als we begrijpen wat we doen.’ DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Breekbare botten Mensen van middelbare leeftijd en ouder willen nog weleens een bot breken. Zo’n fractuur is op zich weer risicoverhogend voor het krijgen van een nieuwe fractuur. Eigenlijk verdien je dan een sticker ‘breekbaar’. In vele ziekenhuizen plakt men die sticker er letterlijk op, want patiënten die een bot braken, krijgen automatisch een oproep voor een osteoporose- of fractuurpreventiepoli. Eén van de uitkomsten kan zijn, dat er manifeste osteoporose is en dat bisfosfonaten geïndiceerd zijn. Tineke van Geel bestudeerde een groot databestand met 5011 patiënten > 50 jaar die een fractuur hadden en daarvoor een fractuurpoli in Schotland bezochten. De zorg die de mensen daar ontvangen is goed vergelijkbaar met de Nederlandse situatie. Maar liefst 50,7% van de patiënten had een indicatie voor een bisfosfonaat, bovenop de standaard calcium met vitamine D. Tineke en haar team volgden de patiënten en keken naar voorspellers voor zowel nieuwe fracturen als mortaliteit. Het vrouwelijk geslacht, toenemende leeftijd, een slechte T-score op de DEXA-scan en roken waren de niet-verrassende, onafhankelijke voorspellers voor nieuwe fracturen. Een alcoholinname van meer dan 5 glazen per dag bleek ook voorspellend te zijn. Bisfosfonaatgebruik bleek juist beschermend te werken. Bij de mortaliteit kwamen echter de grootste bevindingen. Daar bleek dat bisfosfonaatgebruik de mortaliteit verminderde over 96 maanden follow-up. Reden te meer om goed te kijken hoe we de matige therapietrouw bij bisfosfonaten kunnen optimaliseren. Leven met multimorbiditeit De discussies over multimorbiditeit gaan vaak meer over de verschillende aandoeningen zelf, dan dat het gaat over het leven van die patiënten. Tiny van Merode en Marjan van den Akker voerden een kwalitatieve studie uit onder Nederlandse en Belgische patiënten met multimorbiditeit om hun ervaringen te vangen, specifiek gericht op de behandellast (‘treatment burden’). De onderzoekers interviewden 22 patiënten van 45-91 jaar oud. Zij vonden vele factoren geassocieerd met de behandellast van hun chronische aandoeningen. Deze factoren konden in 4 domeinen worden ingedeeld: 12 1. organisatie van zorg (wachttijden, communicatie met hulpverleners, medische fouten, geen of onvoldoende nazorg); 2. medicatie (bijwerkingen, interacties, vergoedingen); 3. de patiëntrol (acceptatie, afhankelijkheid, je eigen dokter zijn, weerstand tegen doktersbezoeken, gevoel van hopeloosheid); 4. impact op dagelijks leven (medicatie onderweg of op reis, dieet, paramedische ondersteuning inpassen in dagelijks leven, vergoedingenprocedures). Nu zal niemand opkijken van de genoemde factoren, maar het is wel nuttig om het artikel hierover te lezen. Juist omdat we in de praktijk vaak de neiging hebben om de ‘disease’ voorop te stellen en de ‘illness’ wat te vergeten. Het hebben van meer dan één ziekte maakt het niet alleen voor dokters complex: die ziektelast voor patiënten is nóg complexer. SOA-nazorg Huisartsen doen de meeste SOA-diagnostiek in Nederland. Zij vinden dan ook de meeste gevallen van chlamydia in Nederland. Op SOA-poli’s wordt bij een positieve chlamydia of gonorroe test ook nog nazorg geleverd. Naast het advies voor partnerwaarschuwing (kan eenvoudig anoniem via www.partnerwaarschuwing.nl) krijgen patiënten ook de uitnodiging om zich na een half jaar nogmaals te laten testen. Dan blijkt 30% wederom positief. Julien Wijers bekeek in de regio Maastricht en Heuvelland of patiënten die in de huisartsenpraktijk een positieve SOA-test hebben, zich opnieuw laten testen, al dan niet op vraag van hun huisarts. In 48 huisartsenpraktijken waren er in 5 jaar tijd 622 positieve chlamydia-infecties. Een kwart daarvan onderging binnen 1 jaar een hertest, bij gonorroe lag dat percentage lager, namelijk op 15%. Wel kwamen patiënten met gonorroe in 25% van de gevallen terug voor een test-of-cure binnen 3 maanden. Gezien de toenemende resistentie van de gonokok is dat internationaal ook het advies. Bij chlamydia is het juist níet aangeraden om binnen een aantal weken een test-of-cure te doen, omdat de azitromycine prima werkt. Daarnaast is er grote kans op een fout-positieve uitslag door de originele infectie. Momenteel werkt de vakgroep huisartsgeneeskunde samen met de GGD aan een project om de SOA-nazorg in de huisartsenpraktijk te optimaliseren door materialen van de SOA-poli door te ontwikkelen, en zo huisartsen te ontzorgen. 2e uitgave 2018 Pijn op de borst Zoals eerder in Op één Lijn te lezen was, promoveerde Robert Willemsen dit jaar cum laude op zijn proefschrift naar pijn op de borst in de huisartsenpraktijk. Zijn team deed ook onderzoek naar de percepties van huisartsen over de incidentie en presentatie van patiënten met pijn op de borst: hoe ze omgaan met klinische onzekerheid en welke gedachtes ze hebben bij nieuwe diagnostiek in deze populatie. De Nederlandse en Vlaamse huisartsen hadden het gevoel dat de echte acuut coronaire syndromen onder patiënten met pijn op de borst afnemen, terwijl de aspecifieke thoracale pijn toeneemt. Huisartsen gaven aan dat de anamnese, het lichamelijk onderzoek en hun eigen onderbuikgevoel al snel een inschatting geven of de patiënt ingestuurd moet worden. Laagdrempelig insturen zagen ze vaak als een deel van de verantwoordelijkheid voor hun patiënt. Wat betreft aanvullende diagnostiek waren veel huisartsen tevreden met het huidige arsenaal. De overtuiging was, dat de klinische presentatie het belangrijkste blijft. Eventuele sneltesten moeten zich eerst bewijzen. Sommigen zagen dat wel zitten, maar dan samen met een beslisregel. Juist in acute situaties plaatsen veel huisartsen vraagtekens bij een rol voor het ECG, terwijl het in minder acute situaties wel werd ingezet om patiënten gerust te stellen. 1-2 doe maar een ECG Dezelfde Robert Willemsen begeleidde samen met Karen Konings en Jelle Stoffers, WESP studente Sofie Compiet bij haar wetenschapsstage naar de interpretatie van ecg's door huisartsen. Dit team legde negen casus voor aan 50 huisartsen die ecg's maakten in de eigen praktijk, 8 huisartsen die dit niet deden, en 12 cardiologen. De casus beschreven een scala aan aandoeningen zoals atriumfibrilleren, bradycardie, stabiele angina pectoris, acuut coronair syndroom, en screening na een plotse dood van een familielid. Bij deze vignetten zijn ecg's volgens de richtlijnen al dan niet geïndiceerd. De respondenten konden bij een casusbeschrijving aangeven of ze een ECG zouden maken en keken naar de door de respondenten beschreven ECG afwijkingen. De diagnostische betrouwbaarheid van de huisartsen ECG-beoordelaars was goed bij vermoeden op AF, sick sinus, oud myocard infarct en een linker bundel tak blok. Bij een linker anterieur fasciculair blok scoorden de huisartsen beduidend minder: 11% van de respondenten classificeerde dit correct. Nu hoor ik u denken: ‘Dat zou ik ook niet herkennen’. Enige geruststelling mag zijn dat ook slechts 25% van de cardiologen deze afwijking herkende. Het is een originele studie en het geeft stof tot nadenken. Huisartsen volgden vaker niet de richtlijnen om een ECG te maken bij ACS, sportkeuring, of bij plotse hartdood van een familielid vaker niet. Ze gaven wel toe dat het ECG in deze gevallen ook niet bijdroeg aan het beleid. Voor iedereen die meer wil leren over ecg's kan ik het boek van Willemsen en Konings (Ecg's beoordelen en begrijpen – de ECG 10+ methode) aanbevelen en de serie (met vragen!) die maandelijks in Huisarts & Wetenschap verschijnt. Diagnostiek is tenslotte enkel zinvol als we ook begrijpen wat we doen. Referenties • Reduced mortality and subsequent fracture risk associated with oral bisphosphonate recommendation in a fracture liaison service setting: A prospective cohort study. Van Geel TACM, Bliuc D, Geusens PPM, Center JR, Dinant GJ, Tran T, van den Bergh JPW, McLellan AR, Eisman JA. PLoS One. 2018 Jun 1;13(6):e0198006. doi: 10.1371/journal. pone.0198006. eCollection 2018. PMID: 29856795 • Patients with multimorbidity and their treatment burden in different daily life domains: a qualitative study in primary care in the Netherlands and Belgium. Van Merode T, van de Ven K, van den Akker M. In: J Comorb. 2018 Mar 8;8(1):9-15. doi: 10.15256/ joc.2018.8.119. eCollection 2018. PMID: 29651408 • Test of cure, retesting and extragenital testing practices for Chlamydia trachomatis and Neisseria gonorrhoeae among general practitioners in different socioeconomic status areas: A retrospective cohort study, 2011-2016. Wijers JNAP, van Liere GAFS, Hoebe CJPA, Cals JWL, Wolffs PFG, Dukers-Muijrers NHTM. PLoS One. 2018 Mar 14;13(3):e0194351. doi: 10.1371/journal. pone.0194351. eCollection 2018. PMID: 29538469 • Competence of general practitioners in requesting and interpreting ecg's - a case vignette study. Compiet SAM, Willemsen RTA, Konings KTS, Stoffers HEJH. In: Neth Heart J. 2018 Jun 7. doi: 10.1007/s12471-018-1124-2. [Epub ahead of print]. PMID: 29882041 • Managing chest pain patients in general practice: an interview-based study. Biesemans L, Cleef LE, Willemsen RTA, Hoorweg BBN, Renier WS, Buntinx F, Glatz JFC, Dinant GJ. In: BMC Fam Pract. 2018 Jun 2;19(1):80. doi: 10.1186/s12875018-0771-0. PMID: 29859536 Geplande promoties Huisartsgeneeskunde Maastricht • 10 oktober 2018 om 14.00 uur: Stephanie Lenzen ‘Self-management goal setting and action planning in primary care.’ • 11 oktober 2018 om 11.00 uur: Ies Dijksman ‘TeleScreen as a novel internet-based tool for classifying mental disorders presented in primary care.’ • 24 oktober 2018 om 12.00 uur: Kelemework Adane Asmare (Kelem) ‘Tuberculosis in Ethiopian prisons. Epidemiology, risk factors and best practices for improving the case detection.’ • 24 oktober 2018 om 14.00 uur: Solomon Yesuf Shiverav (Solomon) ‘Phone-based applications improve maternity services in Ethiopia.’ 13 op één lijn 61
Page 14
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Gewricht OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Dank voor de vele reacties op de voorgaande casus. Het goede antwoord is idiopathische intracraniële hypertensie. Trefwoorden die ik gebruikt heb zijn ‘headache’, ‘papilledema’ en ‘vision loss’. Bij PubMed en Findzebra is de eerste hit bovenstaande diagnose, bij google scholar de tweede hit. De winnaar van de loep is huisarts Hanka Zwanikken! Gefeliciteerd! Nieuwe casus Hierbij de uitdagende, nieuwe casus. Oplossingen kunnen wederom verstuurd worden naar simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl Casus Simon Kleijkers en winnaar van de vorige keer: Hanka Zwanikken Een 50-jarige vrouw, in de voorgeschiedenis bekend met roken, bezoekt het spreekuur van de huisarts met sinds enkele maanden pijnklachten van digitus I van de rechterhand (zie afbeelding). Zij is hierbij niet ziek en heeft ook geen koorts. Wel bestaat er al jaren een op en af gaande witte en pijnlijke verkleuring van de vingers. Onder verdenking van een panaritium wordt patiënte verwezen naar de eerste hulp. Hier toont labonderzoek een anemie. Er wordt gestart met antibiotica aangezien de SEH-arts ook denkt aan een panaritium. Vanwege uitbreidende necrose vindt er na 1 maand uiteindelijk een amputatie van digitus I plaats. Opvallend: onderzoeken van de vaatchirurg zijn niet afwijkend. Wat is jullie diagnose? 14 De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Harry Crebolder, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq, Yvonne van Leeuwen en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. 2e uitgave 2018 Wat is de klachtenlast van patiënten? Hulp bij palliatieve zorg DOOR MARIEKE VAN DEN BEUKEN, HOOGLERAAR PALLIATIEVE ZORG Patiënten met een ongeneeslijke aandoening (kanker, COPD, hart- of nierfalen) hebben vaak veel gelijktijdig voorkomende klachten. Via een nieuw project, MuStPC1 geheten, willen we zorgverleners ondersteunen bij de behandeling van deze klachten, met behulp van een digitale tool. Het project is onderdeel van het ZonMwprogramma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Het signaleren van de totale klachtenlast is een eerste stap. Uw hulp is nodig Van 10 tot en met 14 september en van 24 tot en met 28 september aanstaande vinden daarom twee landelijke meetweken plaats. Meedoen kan op één of meer dagen. Huisartsen, verpleegkundigen en praktijkondersteuners worden gevraagd patiënten met een ongeneeslijke ziekte te benaderen om eenmalig en anoniem een vragenlijst over hun klachtenlast in te vullen. Deze vragenlijst hanteert het ‘Utrecht Symptoom Dagboek’, waarbij de patiënt de mate van zijn of haar klachten aangeeft op een schaal van 0-10. Daarnaast worden enkele achtergrondvragen gesteld. Voor deelname kunt u patiënten benaderen: • bij wie u niet verbaasd zou zijn wanneer uw patiënt over 12 maanden is overleden (de zogeheten surprise question) • die ouder dan 18 jaar zijn • met elke onderliggende ziekte (hartfalen, COPD, nierziekten, oncologische ziektebeelden, neurologische ziektebeelden, et cetera). De vragenlijsten zijn op papier of digitaal beschikbaar. Ingevulde vragenlijsten stuurt de patiënt zelf aan de onderzoekers terug. Waarom de MuSt-PC? De huidige richtlijnen voor palliatieve zorg gaan vooral over losse klachten. We weten inmiddels dat patiënten met een ongeneeslijke ziekte vaak last hebben van meer dan één klacht tegelijk binnen verschillende dimensies van de palliatieve zorg (de fysieke, psychische, sociale en/ of de spirituele dimensie). Klachten en behandeling kunnen 1 Multidimensional Strategy for Palliative Care elkaar onderling (negatief) beïnvloeden. Patiënten en hun naasten geven aan dat klachten in de palliatieve fase onvoldoende erkend en behandeld worden. Dat betekent dat symptoombestrijding in deze fase dus complex en de klachtenverlichting veelal niet optimaal is. Deelname Meer informatie over is te vinden op www.must-pc.nl. U kunt zich aanmelden bij arts-onderzoeker Lotte van der Stap: must-pc@lumc.nl of 071-5296703. Zij kan ook uw overige vragen beantwoorden. Of bel het regionaal consultatieteam palliatieve zorg: 0900-7255486. We rekenen op uw hulp! De MuSt-PC meetweken: Kent u de klachtenlast van uw patiënten met een ongeneeslijke ziekte? Wanneer? Door wie? 10 tot en met 14 september en 24 tot en met 28 september 2018. Artsen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, praktijkondersteuners in heel Nederland. Wat? Doel? Onderzoek naar klachten in de palliatieve fase met een patiëntvragenlijst. Kom te weten welke klachten uw patiënten met een ongeneeslijke ziekte hebben en draag bij aan zorgverbetering voor deze patiënten. Voor wie? Hoe? Patiënten met een ongeneeslijke aandoening, zie hiernaast de in- en exclusiecriteria. Geef uw patiënt een patiëntinformatiefolder en vragenlijst (digitaal/papier). Uw patiënt beslist of hij/zij deelneemt en vult de vragenlijst in, niet u. Meer informatie www.must-pc.nl Aanmelden? Bij Lotte van der Stap (artsonderzoeker) via must-pc@lumc.nl 15 op één lijn 61
Page 16
2e uitgave 2018 1 e uitgave 2014 WESP: Jasmien Jaeken Limited Joint Mobility en Diabetes BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM, HUISARTSONDERZOEKER Vraagstelling Naast reeds bekende micro- en macrovasculaire complicaties, blijken diabeten ook een verhoogd risico te hebben op klachten van de bovenste extremiteiten, gekend als Limited Joint Mobility (LJM). We onderzochten de prevalentie van LJM en evalueerden of huisartsen en praktijkondersteuners bekend zijn met deze complicatie. Studiedesign Een cross-sectioneel RNFM (Research Network Family Medicine Maastricht) database onderzoek om de prevalentie te analyseren. Tevens een vragenlijstonderzoek onder huisartsen en praktijkondersteuners (regio Meditta, ZIO en Huisartsen OZL) om de bekendheid met LJM te evalueren. Primair resultaat en conclusie Eén op de zes diabeten (16%) ontwikkelt een vorm van LJM tegenover 11% onder niet-diabeten (P<0.0001). Verder blijkt dat 70% van de huisartsen en 76% van de praktijkondersteuners diabetes niet relateren aan LJM. 25% van de huisartsen vindt dat er periodiek gescreend moet worden op LJM, tegenover 63% van de praktijkondersteuners. WESP-en: Iris Kurcaba en Christianne Smulders Schouderpijn bij DM type II patiënten BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM EN LOGIN ALABDALI Vraagstellingen Wat is de prevalentie van specifieke schouderaandoeningen bij patiënten met type II diabetes en schouderpijn? Wat is de diagnostische waarde van het lichamelijk onderzoek van de schouder bij patiënten met type II diabetes en schouderpijn? Studiedesign Het betreft een tweefasen onderzoek onder een dwarsdoorsnede van de doelgroep. In fase 1 van het onderzoek ontvangen patiënten met type II diabetes, die op periodieke controle bij de POH komen, een vragenlijst over klachten van het bewegingsapparaat. In fase 2 krijgen geïnteresseerde patiënten met schouderpijn langer dan vier weken, een lichamelijk en echografisch onderzoek van de schouders. Voorlopig resultaat We zijn nog bezig met het includeren van proefpersonen. Daarom moeten deze voorlopige resultaten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Momenteel hebben we 29 proefpersonen kunnen analyseren. Bij 96.6% (95% C.I. 90.0-100%) van de proefpersonen vinden we echografisch specifieke pathologie. Calcifiërende tendinopathie en tendinopathie zijn de meest voorkomende aandoeningen. De supraspinatuspees is het meest aangedaan. Daarnaast is BMI geassocieerd met subacromiale schouderaandoeningen met een OR van 1.42 (95% C.I. 1.08-1.88). Gezien de kleine steekproef kunnen we over de diagnostische waarde van het lichamelijk onderzoek nog geen voorlopige resultaten presenteren. 16 op één lijn 61 2e uitgave 2018 WESP: July Kroeg Voorschrijfgedrag huisartsen regionaal longformularium BEGELEIDER: ANNA HUIZING (ZIO) Vraagstelling Wat is het effect van het implementeren van het regionaal longformularium op het voorschrijfgedrag van huisartsen in de regio Maastricht-Heuvelland? Studiedesign Descriptief onderzoek waarbij declaratiedata van VGZ gebruikt zijn en in één huisartspraktijk een casestudie is uitgevoerd waarbij afleverdata van de apotheek met voorschrijfdata uit het HIS vergeleken werden. Primair resultaat en conclusie Bij 31% van de nieuwe voorschriften voor inhalatiemedicatie werd in de regio in de periode kwartaal 4 2016 tot en met kwartaal 4 in 2017 conform longformularium afgeleverd. De implementatie van het longformularium lijkt een stijgende lijn te vertonen, maar er zijn nog verbeterpunten. Uit de casestudie is gebleken dat declaratiedata niet geschikt zijn om het voorschrijfgedrag van huisartsen te monitoren. Het afleverpercentage conform formularium bedroeg in de betreffende praktijk 33% in kwartaal 1 2018, terwijl het daadwerkelijke voorschrijfpercentage van de huisarts 88% bedroeg. Dit verschil kan verklaard worden door een aantal factoren. Allereerst werd bij 28% van de nieuwe recepten iets anders afgeleverd door de apotheek dan voorgeschreven. Daarnaast beperken verschillende factoren het in kaart brengen van het voorschrijfproces: bij 17% was sprake van een herhaalrecept en bij 14% een recept voorgeschreven door een medisch specialist. Mogelijk verloopt de implementatie bij huisartsen dus beter dan verwacht, maar meer onderzoek is nodig om dit te bevestigen. WESP: Jasper van Geel Aios en samen beslissen BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ANOUK BAGHUS & ESTHER GIROLDI Vraagstellingen Wat is het huidige niveau van Samen Beslissen van huisartsen in opleiding (aios)? Hoe verhoudt het niveau zoals dit door de aios gerapporteerd wordt met wat door de patiënt gerapporteerd wordt? Wat is de invloed van demografische karakteristieken van de aios/patiënt op het niveau van het Samen Beslissen? Studiedesign Aios van verschillende opleidingsinstellingen in Nederland zijn gevraagd om video-opnames van consulten aan te leveren, welke gescoord zullen worden met de OPTION5. De OPTION5 is een in Amerika ontwikkeld instrument waarmee een onafhankelijk onderzoeker de mate van Samen Beslissen in een consult kan scoren. Verder zijn de aios en patiënten gevraagd de SDM-Q9 en de SDM-Q-doc in te vullen. De SDM-Q9 en SDM-Q-doc zijn in Duitsland ontwikkelde gevalideerde vragenlijsten waarmee arts en patiënt de mate van Samen Beslissen kunnen rapporteren. Daarnaast hebben we demografische gegevens verzameld van aios en patiënt om te kijken of deze van invloed kunnen zijn op de mate van Samen Beslissen. Primair resultaat en conclusie Uit de literatuur blijkt dat artsen lang niet zo goed zijn in Samen Beslissen als dat ze zelf rapporteren en dit lijkt ook op te gaan voor artsen in opleiding. Helaas zullen we nog even moeten wachten op onze eigen resultaten. 17 op één lijn 61
Page 18
2e uitgave 2018 1 e uitgave 2014 WESP-en: Fatma Erkan & Darwin Röhlinger Aios en Samen Beslissen BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ANOUK BAGHUS EN ESTHER GIROLDI Vraagstelling Het bovengenoemde project is een deelonderzoek van een groter onderzoek vanuit de Universiteit Maastricht dat probeert het huidige onderwijsprogramma van de aios huisartsgeneeskunde te verbeteren wat betreft samen beslissen. Samen beslissen of SB is een onderwerp dat steeds meer in de belangstelling staat. Gebleken is, dat er veelal geen ‘beste’ optie is voor alle patiënten, omdat zij kunnen verschillen in hun voorkeuren. Het is onduidelijk hoe dit principe van SB het beste in de praktijk kan worden toegepast, mede door onvoldoende inzicht in de barrières en behoeftes van aios. Studiedesign Om achter de behoeftes van aios te komen, hebben wij door het hele land consultopnames gemaakt en spreekuren van eerste- en derdejaars aios bijgewoond. Aan de hand hiervan hebben wij stimulated-recall interviews gehouden waarbij aios moesten reflecteren op hun gedrag omtrent SB. Op deze WESP: Mathijs Peeters CATCH-project stoppen met roken BEGELEIDERS: FLOOR VAN DEN BRAND EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling We zijn momenteel bezig met een economische evaluatie binnen het Continues Abstinence Through Corporate Healthcare (CATCH) project met de volgende vraagstelling: Is het toevoegen van een financiële beloning aan een stoppen-met-roken groepstraining kosteneffectief bij werknemers die roken? Studiedesign De economische evaluatie wordt uitgevoerd in de vorm van een kosteneffectiviteitsanalyse (CEA) en kostenutiliteitsanalyse (CUA). Dit zowel vanuit een maatschappelijk oogpunt als uit het oogpunt van de werkgever. 18 Primair resultaat en conclusie We zijn momenteel bezig met de analyses, daarom kunnen we helaas nog geen resultaten presenteren. De uiteindelijke resultaten zullen informatie geven over de toepasbaarheid en kosteneffectiviteit van het toevoegen van een financiële beloning aan een stoppen-metroken groepstraining bij werknemers. Mogelijk kan dit leiden tot aanbevelingen om een financiële beloning in combinatie met een stoppen-met-roken groepstraining te implementeren binnen bedrijven. manier hebben we de barrières en behoeftes van aios in kaart gebracht. Primair resultaat en conclusie Wij vinden het opvallend dat de meeste aios niet precies weten wat SB inhoudt. Tijdgebrek wordt gezien als een belangrijke barrière. Andere barrières zijn: niet weten wanneer en hoe SB toegepast kan worden, lastige situaties en consulten zonder open sfeer. Daarnaast worden taalbarrières en mensen met een beperking genoemd. Er zijn ook behoeftes naar voor gekomen. Aios vinden bijvoorbeeld dat SB longitudinaal onderwezen moet worden en dat het belangrijk is dat zij geconfronteerd worden met hun eigen besluitvormingsgedrag. Kortom, er zijn veel factoren die invloed hebben op het vermogen van de aios om goed samen te kunnen beslissen in de dagelijkse praktijk. Het is belangrijk dat de beïnvloedbare factoren de basis gaan vormen van het trainingsprogramma, dat in een later stadium van het hoofdonderzoek ontwikkeld zal worden. op één lijn 61 2e uitgave 2018 Stage: Fiorella Huijgens, derdejaars bachelor Gezondheid & Leven, VU Amsterdam Communicatie met laag-geletterden vaak lastiger dan gedacht BEGELEIDERS: JOLANDA VAN DER VELDEN (PHAROS1) EN PETRA VERDONK (VU) Vraagstelling In Nederland wonen 2,5 miljoen laaggeletterden. De communicatie tussen hen en zorgverleners verloopt vaak moeizaam met onder andere gezondheidsproblemen als mogelijk gevolg. Daarom heb ik onderzoek gedaan om een antwoord te vinden op de volgende vraag: Verbetert de training ‘Effectief communiceren met laaggeletterden’ ontwikkeld door Pharos de competenties en het gedrag van eerstelijnszorgverleners met betrekking tot laaggeletterdheid? Studiedesign Eerstelijns zorgverleners stuurde ik een online vragenlijst om zicht te krijgen op het verschil in kennis, attitude en 1 Pharos expertisecentrum gezondheidsverschillen, Utrecht communicatievaardigheden tussen degenen die de training wel, en die de training niet gevolgd hebben. Ook het verschil in hun gedrag, gerelateerd aan laaggeletterdheid wilde ik zo in beeld brengen. Primair resultaat en conclusie De communicatietraining draagt bij aan het creëren van bewustwording rondom laaggeletterdheid en aan het zelfverzekerder worden in het herkennen van laaggeletterden. Het gebruik van de teach-back methode (terugvraagmethode) is laag in beide groepen en vereist meer aandacht. Aanvullende e-learning en het verbreken van het taboe rondom laaggeletterdheid zouden effectieve communicatie kunnen bevorderen. Annerika Slok-Gidding ontvangt van de organisatie haar prijs Ziektelastmeter COPD wint Science Award In de ‘Week van de longen’ werd op 11 april 2018 tijdens een ceremonie de tweejaarlijkse ‘Netherlands Respitory Society (NRS) Science Award’ uitgereikt. Een prijs voor een buitengewone prestatie op het gebied van onderzoek naar longziekten. De prijs werd gewonnen door postdoc onderzoeker Annerika Slok-Gidding en Onno van Schayck voor de Ziektelastmeter COPD. 19 op één lijn 61
Page 20
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Hoofdzaken Voorwaarts! DOOR BAS MAIBURG, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Net als de hernieuwde erkenning als opleidingsinstituut kwamen de uitkomsten van de NIVEL-enquête in april als warme zonnestralen over ons heen. Met als kers op de wervingstaart de toewijzing van maar liefst 45 aios voor september. En ook in landelijke ontwikkelingen blazen we ons partijtje mee. We kunnen weer even vooruit. De teerling is nog niet geworpen (zie de vorige Hoofdzaken) of de eerste nieuwe aios-troepen marcheren er al overheen. Een uniek cohort van maar liefst 45 aios! Het starten van twee grote groepen in Maastricht en ruim anderhalve groep in Eindhoven per september betekent dat de inzet van meer opleiders nodig is en geworven moet worden voor nieuwe docenten. Met plezier natuurlijk. De map met goede kandidaten uit eerdere sollicitatierondes blijkt een nog steeds enthousiaste gedragswetenschapper te bevatten, via mond-tot-mond reclame of - zo u wilt - “headhunting” komen andere kandidaten in het vizier en de vacature-site Academic Transfer doet de rest. Bovendien is deze laatste vacature (voor docent Acute Blok) bij ruim 900 huisartsen op de digitale deurmat gevallen. We waren ondertussen erg nieuwsgierig geworden naar de landelijke NIVEL-enquête over de huisartsopleiding onder alle aios huisartsgeneeskunde. De stand van het land, met voor Maastricht – zo werd gefluisterd – gunstige uitkomsten. En de uitkomsten mogen er zijn: bij ongeveer 2 op de 3 vragen is Maastricht terug te vinden in de top 3 van best scorende instituten! Met dank aan de aios, voor hun positieve beoordeling van onder andere de huisartsopleiders uit jaar 1 en jaar 3 en gedragswetenschappers en huisartsbegeleiders uit respectievelijk jaar 3 en jaar 1. Voeg daar de hoge scores voor inspraak en veiligheid binnen de opleiding bij plus de constatering dat de terugkomdagen de praktijk goed ondersteunen, en er ontstaat een prettig verteerbare mix van onderwijsactiviteiten van de kant van de opleiding. Zeker, er worden ook verbeterpunten aangereikt. De begeleiding bij het opstellen van het individueel opleidingsplan (IOP) door stage- en groepsbegeleiders in jaar 2 dient nog eens goed afgestoft te worden. Ook EleUM krijgt niet echt de handen op elkaar (red.: inmiddels is de nieuwe, sterk verbeterde EleUM-site in de lucht). De resultaten van de NIVEL-enquête vormen ook een onderdeel van de GEAR-audit1 die in juni op het programma stond in Maastricht. Onder leiding van onze kwaliteitscoördinator Marie-Louise Schreurs hebben onze andere coördinatoren hard gewerkt aan het becommentariëren van een reeks indicatoren over het curriculum, de leeromgeving en toetsing. Samen met een reflectie op de verbeterpunten van de vorige GEAR-ronde én de aios-scores uit de enquête hangen deze resultaten nu te rijpen in de ‘cloud’ van Huisartsopleiding Nederland. Zelf zijn we goed te spreken over deze oogst. Om in digitale sferen te blijven hangen: half mei is de vernieuwde site van de vakgroep huisartsgeneeskunde (www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl) de lucht in gegaan. Een verademing voor wie zich snel wilt oriënteren en niet door lange teksten wil blijven scrollen. Een met Canon ontworpen format waar de frisheid vanaf straalt. Puntige teksten, goed beeldmateriaal en geheel nieuw gebruik van sociale media via persona’s. Type de URL in uw browser en overtuig uzelf! Sociale media kwamen ook aan de orde tijdens het thema over PR en Werving in het hoofdenoverleg. Of beter gezegd, niet aan de orde: géén van de instituten bleek deze middelen in te zetten voor wervingsactiviteiten. Waar de handen in dit kader meer en meer voor op elkaar te krijgen zijn, is het anios-schap huisartsgeneeskunde. Met de LHV gaat gekeken worden hoe we dit goed kunnen uitwerken en met de RGS kijken we hoe dit kan leiden tot verkorting van de opleiding. En dan denkt de opleiding landelijk ook mee over de verdere implementatie van het Landelijk Opleidingsplan (LOP). Donkere leerlijnwolken dreigden aan de lucht door druk vanuit onder andere de CGS over toevoegen van leerlijnen rond doelmatigheid, diversiteit en leiderschap. Door de opleiding aangezette en door anderen onderschreven conclusie: een bord met een spaghetti aan leerlijnen 1 Gecombineerde Evaluatie en Audit Ronde: een onderlinge kwaliteitsaudit van de 8 huisartsopleidingen. 20 2e uitgave 2018 bevordert de leer- en onderwijslust geenszins. Handhaaf de huidige thema’s en KBA’s voor het toewerken naar de competenties uit het competentieprofiel van de huisarts (zie ComBel) en laten we actuele onderwerpen hierbij onderbrengen. Een vertrouwd recept met hier en daar wat frisse kruiden. We gaan er, kortom, op vele manieren de komende tijd op vooruit. Dat neemt niet weg dat we op korte termijn afscheid moeten nemen van een aantal ervaren docenten. Als u dit leest zijn Yvonne van Leeuwen, Ria Huygen en Suzanne Teunisse definitief uitgezwaaid. Hun opvolgers hoop ik u de volgende keer te mogen introduceren. Referatendag 15 mei 2018 Wetenschappelijk bewezen: doe het zelf! DOOR NIELS BEURSKENS, COÖRDINATOR EBM Op 15 mei was de eerste referatendag voor derdejaars aios op locatie Eindhoven. Het was nu de beurt aan de Maastrichtse aios om af te reizen naar het (zonnige!) noorden van onze opleidingsregio. Helaas leek het reizen naar Eindhoven een belemmerende factor voor het formeren van een vakjury, die dit keer verstek moest laten gaan. Aan de publieksjury dus de taak om de referaten te beoordelen en de geldprijs toe te kennen aan het beste referaat van de dag. Deze eer ging met stip naar het referaat van Linda Vonken, Sandra Wuijten, Pieternel van der Linden en Anne Nieuwelink over de behandeling van IBS met pepermuntolie. Zij lieten zien, dat behandeling met pepermuntolie buikklachten met 46% kan verminderen, met als mogelijke bijwerking een frisse adem. Tevens maakten zij van de gelegenheid gebruik om het middel te testen op de aanwezigen. In hoeverre dit de resultaten van de jury heeft beïnvloed en of hierbij sprake is geweest van selectiebias, observatiebias, responsbias of sponsoring door de farmacie blijft echter ongewis… Door het grote aantal groepen (11 referaten) en een harde eindtijd was het nodig om dit keer de duur van de presentaties te beperken tot 10 minuten plus 10 minuten discussie. Alle groepen hadden zich hier goed op voorbereid en wisten uitstekend om te gaan met deze tijdslimiet. Of was het toch het strakke dagvoorzitterschap van Hendrik Jan Vunderink? Hoe het ook zij, de snellere doorloop hield het levendig en afwisselend. Een mogelijk nadeel was echter wel dat er minder gelegenheid was om de gebruikte studies uitgebreid toe te lichten. Voor de beoordeling misschien wat lastiger, maar de beste referaten wisten in beperkte tijd de belangrijkste punten voor het voetlicht te brengen. Van de diagnostische waarde van PSA-meting (is de standaard nog up-to-date?) gingen we naar muziek als 21 interventie bij primaire insomnie (helpt een beetje, kan geen kwaad) en de meerwaarde van antivirale middelen naast prednisolon bij Bellse parese (te overwegen, met name bij ernstige klachten). Voor een blokkade van het ganglion stellatum bij overgangsklachten is vooralsnog toch echt te weinig evidence en bij kinderen met astma heeft het geven van extra vitamine D geen effect op het aantal astmaexacerbaties. Voor de liefhebbers van Samen Beslissen: continue behandeling bij onychomycose blijft de voorkeur, maar pulse therapie lijkt een goede concurrent en geeft dus ruimte voor shared-decision making. Bij referaat 8 lieten de aios zien dat langwerkende PDE-5 remmers niet beter werken dan kortwerkende. Een belangrijk leerpunt werd en passant meegegeven: een kritische houding ten aanzien van een expert opinion (in dit geval de cardioloog), en het zelf opzoeken van de evidence kan je eigen beleid kan versterken, werkt kostenbesparend, met behoud van effectiviteit! Het betreft hier overigens erectiemiddelen. De point of care Hb test bleek onnauwkeurig bij lage waarden, maar wellicht wel nuttig voor het uitsluiten van een anemie. Wat betreft zelftesten van chlamydia, deze zijn minder betrouwbaar. Van de laatste groep kregen we het advies om onszelf, als medewerkers in de zorg, tegen griep te laten vaccineren om zo de mortaliteit bij patiënten te verminderen. Dit referaat kreeg nog een speciale vermelding van de aanwezige EBM docenten. Zoals u hebt gelezen, waren de onderwerpen zeer afwisselend en toepasbaar in de dagelijkse praktijk: een hele dag vol met bruikbare wetenschap! Op naar 30 oktober in Maastricht! op één lijn 61
Page 22
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Equilibre Rubriek voor huisartsopleider DOOR MARIEKE KOOLS & ARIE DE JONG, HAO-COÖRDINATOREN We doen het goed in Maastricht. Dat vinden wij niet alleen, maar ook onze aios, zo blijkt uit de landelijke NIVEL-enquête. Aios zijn bijzonder tevreden over onze koppelingsprocedure. Landelijk scoren wij het hoogst op de items: ‘Het koppelingsproces biedt ruimte aan..’: • ‘kandidaten om zich te presenteren zoals zij dat zelf willen’ • ‘de leerwensen van de kandidaten’ • ‘het vinden van een goede klik met de opleider’ • ‘inzicht in de leermogelijkheden in de praktijk’. Interessant genoeg is er een groot verschil tussen onze locaties Maastricht en Eindhoven als het gaat om de transparantie in het koppelingsproces. Maastricht scoort hier landelijk het hoogst, maar Eindhoven het laagst. Hoe komt dat? Dit komt door verwachtingen in die regio waaraan wij niet tegemoet konden komen zoals opleiders ‘aan hun kant van Eindhoven’. Dit benadrukt het belang van transparantie, toch al een speerpunt van ons. Vandaar onze recente mailing met het document “uitgangspunten opleiderscurriculum”, met een overzicht van informatie gebaseerd op de meest voorkomende vragen van opleiders. We doen nu een greep uit de onderwerpen die ons momenteel bezig houden met betrekking tot het curriculum. HAO-curriculum Maatwerk vinden we belangrijk. We springen in op de leerbehoefte van onze opleiders. Daarom kiezen we ieder jaar thema’s voor de eerstvolgende trainingsdagen zoals in Urmond en de tweedaagse in Heeze. Dat maakt ons flexibel. Het leuke daaraan is, dat we ook kunnen inspringen op landelijke ontwikkelingen die jullie bezighouden, zoals positieve gezondheid. Dat thema staat voor de tweedaagse in november op de agenda. Keerzijde van die aanpak is, dat we redelijk ‘ad hoc’ moeten werken en vaak het wiel zelf moeten uitvinden door nieuwe workshops te ontwikkelen. Landelijk is gelukkig veel te halen, bij collega’s die ook trainingen voor hun opleiders ontwikkelen. Hier maken we gebruik van bij de langetermijnplanning. Ons voornemen is om een vijfjarenplan op te stellen voor onze trainingsdagen. 22 2e uitgave 2018 We streven naar ‘onderwijs voor hao’s, door hao’s’. Enerzijds door jullie aangedragen thema’s, geformuleerd als leerwensen in jullie IOP’s, anderzijds workshops door jullie zelf ontwikkeld op basis van persoonlijke (medischeof didactische) expertise. We sparren hierover met het bestuur van jullie opleidersvereniging (LHOV-Maastricht). We hebben alle groepsbegeleiders gevraagd om de thema’s te inventariseren die in jullie recente IOP-workshop naar boven kwamen. Hierop kunnen we trainingen prioriteren en optimaal aansluiten bij jullie leerbehoefte. Trainingsdag pluis/niet-pluis (PNP) en klinisch redeneren Eén van de genoemde onderwerpen was klinisch redeneren en hoe daar meer zicht op te krijgen bij jullie aios. En de vragen: hoe kan ik daar variatie en verdieping in aanbrengen? De NHG-standaarden ‘doorwerken’ in een leergesprek, stuit menigeen tegen de borst. Terecht vinden wij, want het is droge kost en suboptimaal qua leerrendement. Standaarden gaan pas leven als je er casuïstiek bij betrekt. De aios voorbeelden laten zien bij welke patiënt je bewust afweek van de standaard en waarom, dat is een mentale kapstok die blijft hangen voor de aios en later te gebruiken is. De hao-trainingsdagen in Urmond op 29 en 31 mei stonden in het teken van klinisch redeneren bij diagnostische onzekerheid met als focus het pluis-niet pluis gevoel. Huisarts Erik Stolper, die op dit onderwerp promoveerde, maakte ons wegwijs in het bevragen van het pluis/nietpluis gevoel en het toepassen ervan in het leergesprek via de PNP-vragenlijst. Uit onderzoek van Erik naar diagnostische leergesprekken bleek, dat daar nog winst te behalen is. Met de PNP-vragenlijst en de voor jullie bekende methoden ‘STAMPPOT’ en ‘One Minute Preceptor’, hebben we mogelijkheden om variatie en verdieping in het diagnostische leergesprek aan te brengen. De dag werd positief geëvalueerd: men was blij met dit onderwerp op de agenda, en met de concrete handvatten die er geboden zijn. Wij zien dit graag terug in jullie leergesprekken met de aios. Maatjesmiddag Naast met jullie, hebben aios ook te maken met collegahuisartsen, de zogeheten maatjes. Recent hebben we weer scholingsmiddagen voor maatjes georganiseerd in Eindhoven en in Urmond. Een ervaringsronde leverde veel inzichten op zoals ‘mag ik formeel maar een halve dag per week de opleider vervangen’? Via vragen gingen we dieper in op het leerproces van de aios. Wij verwachten van de maatjes vooral nabesprekingen van het spreekuur in een taakgericht leergesprek. Op de maatjesmiddag kwamen drie typen leergesprekken aan bod, het model van gedragsverandering en hebben we de STAMPPOT-methode getraind. Gezien de grote belangstelling, gaan we dit voortaan twee keer per jaar organiseren. Blijf elkaar en ons inspireren. Voel je uitgenodigd om je collega’s iets te leren! Multidisciplinaire nascholing chronische aangezichtspijn ‘Diagnostiek en management van orofaciale pijn (OFP) en temporomandibulaire disfunctie (TMD): een update’ Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA) Doelgroep: Datum: Locatie: Kosten: tandartsen, huisartsen en specialisten uit Limburg vrijdag 23 november 2018 van 9.00-17.00 uur Buitenplaats Vaeshartelt Maastricht €75,Accreditatie wordt aangevraagd Info: s.van.aerssen.lardenoije@mumc.nl 23 op één lijn 61
Page 24
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Voetbaltreffen opleiders- aios 8 juni 2018 Zo gewonnen, zo geronnen DOOR GASTON PEEK, ORGANISATIE EN MARIEKE KOOLS, COACH OPLEIDERS Op vrijdagavond 8 juni 2018 was het weer zover: het jaarlijkse voetbalfestijn tussen de aios huisartsgeneeskunde en de huisartsopleiders. Een beladen wedstrijd, met vooraf al veel speldenprikjes op fysiek en vocaal niveau tussen beide groepen. Er stond dan ook wat op het spel! De opleiders hadden een titel te verdedigen, die zij vorig jaar, na vier jaar zonder prijzen, eindelijk hadden veroverd. Na afloop sprak ik met opleiderscoach Marieke Kools, de hoofdcoach van het opleidersteam. Een terugblik op de veelbesproken wedstrijd vanuit haar oogpunt. Hier sta je weer met de beker, hoe voelt dat? Geweldig! Het was weer een spannende wedstrijd, een enorme euforie na vele tenenkrommende momenten. Het team heeft zich kranig (en krakend) verweerd tegen een sterk en vitaal aios-team. Na afloop is de ontlading dan ook groot. Jullie begonnen niet best, wat gebeurde er? Al na 30 seconden raakte onze aanvoerder en sterspeler Gaston geblesseerd door een uitstekend polletje, een enorme aderlating voor het team! Nog geen minuut later moest ook onze flankbestrijker René met een ernstige kuitblessure het veld verlaten. Het duurde dus even voordat ik de organisatie weer op orde had. Bovendien misten we opeens twee wisselspelers. Dit deed natuurlijk een enorm appèl op het uithoudingsvermogen van mijn spelers, vooral tegen de fitte aios, gemiddeld toch 20 jaar jonger. Kun je ons iets meer vertellen over de doelpunten? Gelukkig is voetbal een teamsport en kan de keeper er dus ook niks aan doen… Door matig verdedigen bij hoge ballen kwamen de aios met geluk op voorsprong. De 2-0 viel nog in de eerste helft, een mooi bekeken schot van de opkomende middenvelder. Houdbaar voor de keeper? Neen absoluut niet! Keeper Stephan dook voor iedere bal alsof z’n leven ervan af hing! Eind tweede helft is hij zelfs nog als stormram in de spits gaan staan. De inzet en verbetenheid was er. Wat heb je in de rust gezegd? Dat blijft binnen de kleedkamers. Maar je zag mijn woorden 24 1 Met dank aan de onoplettende aios. Gefeliciteerd, volgend jaar revanche! terug in de tweede helft, in de inzet en agressie bij mijn spelers. Pepijn Aarts en Sander Jongschaap zaten er kort op, zeer huisartsopleider-waardig! Daarnaast zag ik Freek en Peter meer diepgang zoeken op de flanken. Koen (voormalig HAB) en Martijn (alias De Kromme) speelden een stuk balvaster en Björn kwam ook steeds meer in zijn spel. En dit wierp zijn vruchten af?! Jazeker! Na de aansluitende 1-2 werd het gauw 1-3 voor aios, maar door een prachtige afdruk van Micha zeilde de bal in de linkerbovenhoek. Onhoudbaar voor de keeper: 2-3! Welk tactisch plan heeft uiteindelijk voor de overwinning gezorgd? We hadden veel meer balbezit en we hebben goed druk gezet op de verdediging van de aios. Echter, door gebrek aan wisselmogelijkheden (en het geringe leeftijdsverschil) sloeg uiteindelijk de vermoeidheid toe op de stramme kuitjes van mijn mannen. We creëerden kansen maar konden deze niet afmaken. Eindstand op het veld: 2-4 voor de aios. De derde helft echter hebben we dit weer ruimschoots ingehaald: met heerlijke broodjes gezond bereid door Miets Schepers, fris bier (met dank aan Huub Schepers), een lekker lentezonnetje en het enthousiaste publiek werd er gezellig na-geborreld. Uiteindelijk verlieten de opleiders als winnaars de velden van WDZ in Bocholtz! Dit begrijp ik niet, winnaars? Met deze eindstand? Jazeker, mèt de beker1! Weten is eten Menu met een slakkengang DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS-DOCENT EN REDACTIELID File op de A2. Het scherpe oog van mijn kleindochter ontwaart al van verre de niet te missen grote gele M naast de weg. Een uur later is de file opgelost en bezweer ik mezelf en mijn kleindochter voor de laatste keer: “dit was de laatste keer!” Tegen grote gele M’s en andere schreeuwerige uithangborden, is in 1986 in Italië de slowfood beweging opgericht, door Carlo Petrini, ter gelegenheid van de plaatsing van zo’n grote gele M naast de Spaanse Trappen in Rome. Misschien had hij geen kleindochter, maar het concept spreekt mij wel heel erg aan: het koesteren, beschermen en propageren van duurzame, lokaal geteelde producten. Een boodschap die zich in de praktijk niet zo makkelijk in daden laat omzetten. Want de aanbevolen producten zijn er in twee hoedanigheden. De meeste gepropageerde lekkernijen bevolken de ‘Ark van de Smaak.’ Ze vormen een lijst van zo’n 1750 artikelen wereldwijd. Binnen dat reservoir worden streekproducten aangemerkt als ‘cultureel erfgoed en drager van biodiversiteit, die op authentieke wijze geproduceerd worden.’ In Nederland zijn nu ongeveer 150 producten met een toelatingsbewijs voor de Ark van de Smaak, waaronder de Oosterscheldekreeft, Friese droge worst, Goudse oplegkaas, de platte Zeeuwse oester, Westlandse tafeldruiven en, jawel, Limburgse stroop. De boodschap is niet makkelijk te verkopen. Misschien helpt het al richting een beter, verantwoorder consumptiepatroon, dat bijvoorbeeld de Van der Valk-restaurants zich zijn gaan inlaten met lamsschouders, varkensnekken en zeebaars in plaats van schnitzels, biefstuk en zalm. Met andere woorden: voor een merkbare verandering in het consumptiepatroon kom je er niet door de zeldzame Lakenvelder koe heilig te verklaren of het gebruik van Limburger stroop te propageren. Door dat wel te doen loopt de Slow Food beweging het gevaar als elitair afgeserveerd te worden. Kijk maar eens hoe bij sommige handelaars in ambachtelijke, duurzame of anderszins onberispelijke producten de klandizie per Range Rover arriveert voor de weekendboodschappen… Het symbool van de slowfood beweging is, niet erg origineel, maar wel vanzelfsprekend, de slak. En die wordt in Limburg en Noord-Brabant op meerdere plekken, dus lokaal, duurzaam geteeld. Daarom een recept, en dan eens wat anders dan die gloeiend hete kauwgom, pruttelend in de knoflookboter in eigen huisje. Neem de tijd, agendeer eens een lange lunch en geniet van deze Omelette Bourguignonne. RECEPT Open een blik slakken van 125 gram uitlekgewicht, spoel ze goed af en snij ze in 2 of 3 stukjes. Smelt 25 gram boter en fruit ze hierin, samen met 2 teentjes gehakte knoflook, zout en peper. Neem de pan van het vuur en roer er 30 gram gehakte walnoten en 2 eetlepels fijngehakte peterselie door. Klop 5 eieren los met zout en peper, en giet voorzichtig in een andere bakpan, waarin al boter gesmolten is. Laat even stollen, en roer dan het slakkenmengsel er doorheen. Laat de omelet op het vuur, totdat de bovenkant nog wat sappig is. Houdt de pan schuin, vouw dubbel met behulp van een pannenkoekenmes en laat op een voorverwarmde schaal glijden. Kleine hapjes nemen, mooi brood erbij, een fonkelend glas Chianti en een goed gesprek: Carlo Petrini zal meegenieten! 25 op één lijn 61
Page 26
op één lijn 61 2e uitgave 2018 De afgestudeerden in beeld Made in Maastricht Afstudeersessie 19 juni 2018 | V.l.n.r.: Stephan van der Brand (HAB), Monique Poortvliet, Paul Roos, Janine van ‘t Wout Hofland, Géraldine Jansen, Wout Deblois, Cynthia Worms-Janssen, Ellen Schoorel, Verena Lambermont, Matthijs van Gink, Lizzie Vuurman en Ria Huygen-Kools (GW-er). Afstudeersessie 13 december 2016 Afstudeersessie 12 juni 2018 | V.l.n.r.: Lieke Jansen, Richard Eliëns, Leonie de Bock, Teun Gubbels, Angelique Smulders, Lieke Delemarre, Annelies Pastoors, Tirza Wagenvoort, Dagmar Hendrix en Marit Dirkx. Afstudeersessie 13 december 2016 26 Veel opleidingsplekken Laat zien wie je echt bent! Twijfel niet langer! Afwisselende baan Voorlichting en werving Elk kwartaal anders DOOR BABETTE DOORN, TEAM WERVING We schreven er al eerder over: het belang van zichtbaarheid van de huisarts(geneeskunde) tijdens de opleiding tot basisarts. Niet met de boodschap dat iedereen huisarts moet worden, maar wel dat iedere arts (in opleiding) weet wat een huisarts is en doet. Dat kan op heel veel manieren. De vakgroep huisartsgeneeskunde ‘levert’ verschillende docenten aan het basiscurriculum. Zowel binnen de bachelor als in de master. Van een relatief eenvoudige, uitvoerende rol tot het maken en bedenken van onderwijs. Juist als studenten nog heel veel in de theorie zitten, is een praktijkervaring een enorme inspiratiebron, het motiveert ze om te leren. Meelopen (dag of avond op de HAP) met een huisarts is een prachtige gelegenheid om uit te leggen wat je ziet, doet en hoort en hoe je met weinig toeters en bellen een feilloze diagnose weet te stellen. Dan snapt de student, waarom het huisartsenvak niet makkelijk is, maar misschien wel het mooiste. ‘Magisch!’ zeiden sommige bachelorstudenten. Buiten het curriculum om, doen we ook mee aan activiteiten van Medische Studenten Vereniging Pulse. Eind mei stonden we op hun Medische Carrièredag met een standje met voorlichtingsmateriaal, waarbij aios Nina van de Rijdt en Siamack Sabrkhany de vragen van studenten beantwoordden. Daarnaast werden we uitgenodigd om een workshop over huisartsgeneeskunde te geven. We kregen ruim een uur de tijd en de inhoud was vrij. Huisartsgeneeskunde is populair, er was massaal ingetekend. Huisarts Jonas Göbbels uit Maastricht en ik deden samen de workshop. Jonas vertelde over zijn ervaringen en ik kon wat zeggen over de driejarige huisartsopleiding. Wat we vooral deden: vragen beantwoorden, in gesprek gaan. Hartstikke leuk. Word Huisarts! We zoeken 40 aios voor de Huisartsopleiding Eindhoven/Maastricht start maart 2019 Scan de QR-code of Joost 06-41144460 of Babette 06-40427811 www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl Bezoek onze nieuwe website: Baangarantie Goed salaris én een privé leven Opvallend vind ik dat studenten tegenwoordig hardop ‘durven’ te zeggen dat ze huisarts willen worden en ook waarom. Studenten oriënteren zich ook steeds eerder op hun latere beroepskeuze zo lijkt het. Ze stelden goede vragen, waren voorbereid en geïnteresseerd. Een week later was er weer een speeddate avond met specialisten. Namens huisartsgeneeskunde deed Jean Muris mee. En op het moment van schrijven zijn we activiteiten voor de facultaire introductie eind augustus aan het bedenken. Omdat we al jaren meedoen, kunnen we ook de studenten volgen in hun ontwikkeling en zij ons. Uiteindelijk heeft ook dit allemaal bijgedragen aan de succesvolle werving voor de huisartsopleiding. Begin juni maakten we kennis met de nieuwste groepen aios, deels ‘eigen kweek’, deels van buiten. Half juni studeerden weer 2 groepen aios af tot huisarts (zie ‘Made in Maastricht’). Ervaren huisartsen worden weer opleider, het stokje wordt doorgegeven. De dokters van de toekomst. Ze hebben er zin in. Net zoals de eerste lichtingen die begonnen te studeren in Maastricht, de mensen die nu net met pensioen zijn of gaan. De ervaren dokters krijgen op hun beurt weer energie van de nieuwe lichtingen. De cirkel is en blijft rond. Van jong tot oud, zoals de huisartsgeneeskunde zelf. Speeddaten met Jean Muris (rechts) 27 op één lijn 61 Solliciteer v NU! an 1 juni 2018 t/m 31 juli 2018
Page 28
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Gezondheidsrechtelijke kwesties Uw wil geschiede? DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE EN JURIST Over (kwetsbare) ouderen, machtigingen, schriftelijke wilsverklaringen, levenstestamenten en advanced care planning. Inleiding De hele ‘Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst’1 (WGBO) is gebaseerd op de autonomie van de patiënt: artikel 450 lid 1, “Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de toestemming van de patiënt vereist.” Kwetsbare groepen zoals minderjarigen en wilsonbekwamen2 zijn extra beschermd. Vanaf de leeftijd van 12 jaar, mag er, naast de gezaghebbende ouders, meebeslist worden als men dit weloverwogen kan doen. Als er schade op zou kunnen treden bij de minderjarige, mag de BIG-geregistreerde behandelaar de minderjarige volgen, onder uitsluiting van de gezaghebbende ouders. Vanaf 16 jaar is iemand voor de WGBO meerderjarig en beslist een persoon zelf, tenzij wilsonbekwaam. Wat als je het zelf niet meer aan kan geven door (tijdelijke) wilsonbekwaamheid? Of je hebt een wens met betrekking tot het levenseinde en je wil dat vooraf vastleggen? Of je hebt voor jezelf een grens tot hoever behandelaars mogen gaan? Hoe geef je dat aan? Niets geregeld, toch vertegenwoordigd Als je niets hebt geregeld en je raakt wilsonbekwaam door een ongeval of ziekte, dan heeft de wetgever in de WGBO vastgelegd wie jou mag vertegenwoordigen en wie de hoogste in rang is. Achtereenvolgens in volgorde van de hoogste in rang: • De wettelijke vertegenwoordigers, door de rechter benoemd, de curator of de mentor (de curator mag naast de zorg ook de zakelijke belangen behartigen) • De persoonlijk schriftelijk gemachtigde (de door jou zelf aangewezen persoon die naar jouw oordeel jouw belangen het beste kan vertegenwoordigen) • De niet benoemde vertegenwoordiger volgens de WGBO – Echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel – Vader, moeder, broer of zus of kinderen Als er helemaal niemand is die in dit rijtje past, of diegene is niet bereikbaar, of in noodsituaties, mag de BIGgeregistreerde behandelaar handelen volgens de algemeen geldende standaard. Dat is doen wat iedere professional in die omstandigheden ook zou doen. Er zijn grenzen aan wat en waarover vertegenwoordigers mogen beslissen. Zeer persoonlijke zaken, zoals orgaandonatie en euthanasie, zijn uitgesloten. Andersom is, bij het maken van de nieuwe donorwet, wel bedongen dat nabestaanden bezwaar kunnen maken tegen orgaandonatie als de donor dit wel zo heeft aangegeven3. Vertegenwoordigers en behandelaars worden geacht in de geest van de wilsonbekwame te handelen. Omdat te kunnen, zijn wilsverklaringen een handige en nuttige aanvulling. Schriftelijke wilsverklaringen Uit een onderzoek in 20154 bleek dat 80 % van de inwoners van Utrecht geen testament heeft, landelijk lag dat gemiddelde op 60%, met levenstestamenten liggen deze percentages nog hoger. In 2018 bleek dat 75% er weleens van gehoord heeft, maar slechts 18% weet wat het inhoudt; 6% bleek een levenstestament te hebben en 15% was van plan dit te gaan regelen.5 1 Voor juristen Boek 7, bijzondere overeenkomsten, titel 7 opdracht, afdeling 5, de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling. 2 Wilsonbekwaam is iemand die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen die aan de orde zijn. Zie ook voor zeer uitgebreide informatie: Wilsonbekwaamheid in de medische praktijk, van Irma Heins en Adger Hondius (red.), De Tijdstroom, Utrecht, 2018, ISBN 9789058980649. 3 Mits er een zwaarwegend belang is, zie ook Op een Lijn nummer 60, april, 2018 4 Het is opvallend dat uitvaartorganisaties deze onderzoeken doen, dit was een onderzoek van Coöperatie DELA met Hoekstra en Partners notarissen in 2015 5 Yarden Afscheidsmonitor 29-01-2018 28 Vaak is onbekendheid een reden om niets te regelen. Een testament treedt in werking als men is overleden, een levenstestament treedt in werking als men nog leeft, maar niet meer zelf aan kan geven wat er moet gebeuren, als men dus wilsonbekwaam is. Het is voor iedereen verstandig om iets te regelen voor het geval je het zelf niet meer kan aangeven. Voor (kwetsbare) ouderen is het extra verstandig en voor BIGgeregistreerde hulpverleners extra verstandig als men weet hoe het verder moet bij wilsonbekwaamheid en met welke vertegenwoordiger men moet overleggen. Wat mij betreft behoort minimaal een schriftelijk persoonlijk gemachtigde bij advanced care planning, liefst nog een levenstestament met aanvullende aanwijzingen hoe de betrokkene behandeld wil worden. Voor handelingen en verrichtingen conform de WGBO is een simpele, handgeschreven verklaring voldoende, de zogenaamde machtiging6. Als daar een datum op staat, er in staat wie de vertegenwoordiger is, wat de vertegenwoordiger mag beslissen of waarvoor hij of zij gemachtigd is en deze is ondertekend, zo nodig door beiden, dan is dat voor zorg onder de WGBO voldoende. Wil je de gemachtigde ook rechtshandelingen laten verrichten dan is een notariële machtiging nodig (al dan niet gekoppeld aan een levenstestament). Verder kan iedereen een wilsverklaring opstellen met wensen en verboden, de zogenaamde negatieve of positieve wilsverklaringen die gebruikt kunnen worden in het geval men wilsonbekwaam wordt. Ook aan wilsverklaringen zitten inhoudelijke en procedurele eisen. Deze zijn te vinden op de websites van diverse organisaties. Wat betreft de inhoud: • Een titel die aangeeft waar de verklaring over gaat (euthanasieverklaring, behandelverbod) • Naam en geboortedatum van de opsteller • Ondertekening, plaats, datum en handtekening van de opsteller • Specificatie van de wilsverklaring (nadere uitwerking van omstandigheden waarop de wilsverklaring van toepassing is) • Persoonlijke aanvulling (bijvoorbeeld wat deze persoon verstaat onder ondraaglijk lijden) • Dat de opsteller bewust is van en de consequenties aanvaardt bij uitvoering van de wilsverklaring (uit vrije wil en weloverwogen) • Eventueel herroepen van eerdere verklaringen • Eventueel een volmacht, wie als gemachtigde is aangewezen • Zorgen dat belanghebbenden op de hoogte zijn, zoals de huisarts, andere zorgverleners en wie daarvoor zorgdraagt. Wat betreft de procedurele kant: • Bij voorkeur heeft de patiënt de verklaring vooraf besproken met de huisarts7 • De gemachtigde en de zorgverleners hebben een kopie van de wilsverklaring (verantwoordelijkheid van de patiënt) • Het document moet actueel zijn, dus zo nodig herbevestigen, als men jong en gezond is hoeft dat niet jaarlijks, maar bij kwetsbare ouderdom is dat wel verstandig. Bijstelling van het document mag ook. Ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de patiënt, maar een reminder mag altijd 6 Machtigingen kunnen ook verstrekt worden aan derden, bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen, of ARBO- artsen, ten behoeve van inzage in het medisch dossier 7 KNMG, Handreiking Tijdig spreken over het levenseinde, ook als E-book 29 op één lijn 61
Page 30
op één lijn 61 2e uitgave 2018 Handreiking voor de huisartsenpraktijk: • Scan de wilsverklaring in, in het HIS, en koppel aan ICPC A20 • Maakt zo nodig een attentie- of memoregel aan • Bewaar de originele, getekende, wilsverklaring in het archief • Zorg dat het bekend wordt op de HAP • Bij verwijzing naar de tweede lijn, episode Wilsverklaring meesturen • Bericht aan HAP na overlijden van patiënt Negatieve wilsverklaring Een negatieve wilsverklaring houdt een weigering in van de patiënt om behandeld te worden. In beginsel dienen behandelaars deze verklaring8 te respecteren. Voorbeelden van negatieve wilsverklaring zijn een niet-reanimeren verklaring en een behandelverbod op bijvoorbeeld langdurige beademing of opname in een ziekenhuis. Positieve wilsverklaring Een positieve wilsverklaring of verzoek tot een bepaalde behandeling is het verzoek van een patiënt om bepaalde handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld euthanasie), een behandeling te starten (bijvoorbeeld altijd te reanimeren) of voort te zetten (bijvoorbeeld door te gaan met beademing). De behandelaar is niet verplicht deze verzoeken te volgen en mag beoordelen of hij of zij aan deze verzoeken kan voldoen. Als er sprake is van medisch zinloos handelen, mag de behandelaar het verzoek negeren (wel onderbouwen). Voorbeelden van positieve wilsverklaringen zijn de euthanasieverklaring en de levenswensverklaring. Een donorverklaring kan zowel positief als negatief zijn, al naar gelang de keuze die gemaakt wordt om wel of geen donor te zijn. Advanced care planning Van de huisarts wordt een proactieve en anticiperende houding verwacht, zeker bij kwetsbare ouderen en bij palliatieve zorg. Een levenseindegesprek (zie noot 7) is dan een goed begin bij advanced care planning. Het voordeel voor de huisarts is dat een eventuele vertegenwoordiger vroegtijdig kan worden vast gelegd door de patiënt zelf. Dat voorkomt gedoe als er meerdere vertegenwoordigers binnen dezelfde rangorde zijn (meestal bij veel kinderen) en ze niet op één lijn zitten. Daarnaast is het prettiger werken als bekend is wat de patiënt wil, zodat er in de geest van die patiënt kan worden beslist in het geval van wilsonbekwaamheid. Leg dit dan ook zoveel mogelijk vast in het dossier na het (levenseinde)gesprek. Door het vast te leggen kan ook een eventuele vertegenwoordiger, die niet in de geest van de patiënt handelt, aangesproken worden en zo nodig worden genegeerd9. Heeft u al aan uw eigen advanced care planning gedacht? Wie van uw naasten is van uw wensen op de hoogte en wat is er vastgelegd? De brochure "Gezondheidsrechtelijke kwesties" met alle eerder verschenen artikelen is te vinden op de nieuwe website: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/ over-ons/brochures/ 8 De behandelaar moet dan wel op de hoogte zijn. Daarnaast kan de behandelaar om gegronde redenen afwijken. Bijvoorbeeld als hij twijfelt aan de echtheid van de verklaring, of als het een ondeugdelijke verklaring is. 9 De WGBO stelt dat de vertegenwoordiger de zorg van een goed vertegenwoordiger moet betrachten. 30 2e uitgave 2018 Column Het dier in de mens DOOR K.O.E.K. WOUS Gisteren was ik met mijn gezin en schoonmoeder in Amsterdam. Naar de musical ‘The Bridges of Madison County’. Eén van de acteurs is bevriend met onze dochter, vandaar. Wellicht hebt u jaren geleden de gelijknamige film met Meryl Streep en Clint Eastwood in de hoofdrol gezien? Of zelfs het boek gelezen? Beide heb ik destijds aan me voorbij laten gaan, dus liep ik, nietsvermoedend, het DeLaMar Theater in om van de voorstelling te genieten. En genoten heb ik! Met een kleine cast werd heel ingetogen, met prachtig acteerwerk en goede muziek, het verhaal verteld. Een vrouw blijft achter op de boerderij, omdat haar echtgenoot met de kinderen op reis gaat. In die periode komt er toevallig een vreemde aan haar deur om de weg te vragen. Ze raken in gesprek en in de ban van elkaar. De vonk slaat over en totdat haar man en kinderen terugkomen, brengen ze enkele dagen met elkaar door. Ze zijn erg verliefd op elkaar, maar de vrouw kan haar gezin niet in de steek laten. Ze houdt te veel van hen. Haar man komt de affaire nooit te weten. Zo kan liefde de liefde in de weg staan. Dit verhaal bracht mijn gedachten terug naar een moeder van niet één, maar twee tweelingen, die ze in nog geen anderhalf jaar tijd had gekregen. Jaren geleden zat ze tegenover me in de spreekkamer. Dankzij de hulp van alle beschikbare grootouders en haar partner, redde ze het de drukke eerste jaren. De kinderen gaan intussen naar school en ze heeft haar werk weer parttime opgepakt. Na wat omzwervingen kwam de ware aard van haar consult naar voren. Ze wilde een SOA-test. Mevrouw was na (of tijdens?) een met alcohol doordrenkt personeelsfeestje vreemdgegaan met een collega. Ik zag oprecht berouw tegenover me. Schaamte, maar ook de angst haar gezin te verliezen, om haar man een ziekte te bezorgen, maar meer nog de pijn die het hem en hun kinderen zou doen, als ze er weet van zouden krijgen. Pas geleden sprak ik een vrouw, die haar anticonceptie wilde bespreken. Ze had klachten door de pil. Alle opties passeerden de revue, inclusief een sterilisatie van haar partner. Ik moet bekennen dat ik dat wel een faire deal vind. De vrouw krijgt de kinderen en zorgt in de gezinsplanning jarenlang voor de gewenste anticonceptie. Dan is het, in mijn ogen, niet meer dan billijk, dat wanneer het gezin compleet is, de partner de technisch veel eenvoudigere definitieve anticonceptie regelt door zich te laten steriliseren. Dit was dan wellicht wel zo, was het antwoord, maar ze kon het onmogelijk ook van haar minnaar vragen. Een sterk argument, vond ik… Als pas getrouwde AGNIOS werkzaam in een klein perifeer ziekenhuis, hoorde ik van een kinderarts, dat voor het voortbestaan van de mensheid, het divers houden van onze genenpool cruciaal is. Dus ook het wisselen van partner en vreemdgaan. Echter, een stabiele relatie maakt de kans dat de moeder haar kroost in veiligheid groot kan brengen het grootst. Dat maakt dat er altijd een spanningsveld tussen beide gegevens blijft. Een conflict tussen het dier in de mens en de mens in het dier, zogezegd. Ik vond dat toen een schokkende mededeling, maar hoe ouder ik word, des te duidelijker ik zijn gelijk zie. Dat hij me dit destijds vertelde, zorgt er nog steeds voor dat ik zonder te oordelen dit soort gesprekken kan aangaan met vrouwen. Zij hebben geluisterd naar het dier in de mens. Het dier, dat het voortbestaan van de soort waarborgt. Terwijl we na de musical naar buiten liepen, spraken mijn kinderen, adolescenten, en schoonmoeder hun waardering uit over het verhaal. Dat zoiets in werkelijkheid kan gebeuren. En dat het conflict tussen onverenigbare liefdes zo goed uitgewerkt was. U begrijpt, de ruim twee uur durende terugreis, inclusief de onvermijdelijke file, vloog om. Het was de laatste voorstelling van de musical ‘The Bridges of Madison County’ in Amsterdam. In het najaar gaat hij toeren door heel Nederland. Een aanrader! 31 op één lijn 61

Op één lijn 60


Page 2
Colofon Inhoudsopgave Oplage 2280 Hoofd/eindredactie Babette Doorn Redactieleden Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand, Eefje de Bont en Babette Doorn Doelgroep Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige relaties E-mail op1lijn@maastrichtuniversity.nl Postadres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus 616 6200 MD Maastricht Bezoekadres P. Debyeplein 1 6229 HA Maastricht Ontwerp/druk Canon Design Studio, CBS 12809 Fotografie Pag 3: Loraine Bodewes Pag 4 + 18: Johannes Timmermans Pag 5: Alf Mertens Foto pag 6 onderaan: Joey Roberts Pag 15: Appie Derks Pag 25: Picture People Alle afstudeerfoto’s Made in Maastricht: Joey Roberts Deadline volgend nummer 22 juni 2018 © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Algemeen Van de redactie – Babette Doorn Van de voorzitter: Effectiever stoppen met roken – Jean Muris Clinicus van het jaar – Babette Doorn Huisarts & huisdier – Sandrien Wansink Loes van Bokhoven benoemd tot UHD – redactie In Memoriam: Jo Baggen – Hendrik Jan Vunderink Stellen zich voor: Annemieke Fastenau, docent huisartsopleiding Nicole Schuttelaar, gedragswetenschapper huisartsopleiding Dennis Muris, projectmanager Omnes Elsje Kuijper, docent huisartsopleiding Onderzoek Bruikbare wetenschap – Jochen Cals WESP-en: Merel Keulen: Gezonde basisschool ook op andere scholen? Hicham Greven: Concentreren gaat het beste in de ochtend OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers Promotie Pijn op de borst – Robert Willemsen Een vroege diagnose bij dementie – Julia Frijling et al MijnBreincoach project – Irene Heger Huisartsopleiding Hoofdzaken – Bas Maiburg LOVAH-congres: ‘wij zijn de basis’ – Marloes Engelhard Oud-aios: Dokter aan zee – Raymond Mookhram Staf tweedaagse – Hendrik Jan Vunderink Equilibre: rubriek voor huisartsopleiders – Arie de Jong Weten is eten – Hendrik Jan Vunderink In de leer: Tranen van betrokkenheid – Eleana Zhang Afgestudeerd maar niet uitgeleerd – Koen van Helmond Made in Maastricht 6 maart 2018 Beeldig stageverslag – Kimberly Cox-Limpens Gezondheidsrechtelijke kwesties: de nieuwe donorwet – Arie de Jong Made in Maastricht 12 december 2017 Made in Maastricht 19 december 2017 + 13 maart 2018 3 4 5 6 6 7 8 8 9 9 10 12 12 13 14 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 30 31 2 Van de redactie Driedubbele woordwaarde In de titel had ook ‘antibioticaresistentie’ kunnen staan. Scrabblefans, van het kartonnen bordspel, associëren zo’n woord al gauw met mijn titel. Redactielid Eefje de Bont, recent afgestudeerd als huisarts, vroeg me hoe we een bijdrage kunnen leveren om ‘ABR’ tegen te gaan. Het eerste vakjargon waarmee ik ABR associeer, is de Algemene Bedrijfs-Reserve; niet iets om per definitie te bestrijden. Antibiotica ging het dus om, en het voorkomen van resistentie. Wij vinden het meer dan zinnig. Eefje is coördinator van het ‘Limburgs Infectiepreventie en antibioticaresistentie NetwerK (LINK)’. Vandaar dat hun nieuwsbrief als losse bijsluiter in de omslag zit. En u weet, waarom het lezen van de bijsluiter… Enfin: ‘daar wordt iedereen beter van’. Een ander ‘weetje’ is de nieuwe Donorwet. We krijgen er allemaal mee te maken, de huisarts al helemaal. Arie de Jong, tegenwoordig ook lid van het huisartsopleidersteam, praat u bij. Ook volop in de media: roken. Het ging als een lopend vuurtje door het land. En waar rook is, zijn onze onderzoekers, onze voorzitter, huisarts en bijzonder hoogleraar astma/COPD, incluis. Vroegsignalering Alzheimer is het derde weetje, wat we u niet willen onthouden. Blije huisartsen bij het coschap: wat zijn ze trots dat ze door studenten zo hoog gewaardeerd worden! Degene die het beste het huisartsenvak kan promoten, dat bent u zelf. Wij doen er als afdeling alles aan, maar samen doen we het nog veel beter. Hulde aan alle genomineerden en de winnaars Floor Seveke en Gaspard Knops! We feliciteren ook huisarts Loes van Bokhoven met haar benoeming tot UHD. Dat zal hond Ruby trouwens worst zijn, hij is zorgeloos van nature. Heeft u ook een bijzonder huisdier? Laat het ons weten, dan zetten we uw beest in de schijnwerpers. Het is een komen en gaan. Nieuwe medewerkers ziet u op pagina 8 en 9. Wie niet meer onder ons is, is voormalig huisarts te Brunssum Jo Baggen (1929-2018). Een zeer bijzonder mens, berucht en beroemd. De meesten zullen hem kennen van de oogheelkundige diagnostiek, de Baggen-cursus. De cursus is ondergebracht bij de Stichting STOOHN. Jo leerde artsen zien èn kijken. Jo was 38 jaar de levenspartner van voormalig docent en hoofd huisartsopleiding dr. Yvonne van Leeuwen. In het vorige nummer (59) besteedden we aandacht aan haar pensioen in ‘Bijna 40 jaar onderwijs’. Robert Willemsen, volgde Yvonne op als coördinator van de tweejarige Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten. Op 7 maart 2018 ging een nieuwe groep van start in Roermond. Robert promoveerde daarna op 23 maart in Maastricht op een onderzoek naar Pijn op de Borst in de eerstelijn. Huisartsonderzoeker Jochen Cals is weer van de partij met zijn rubriek ‘Bruikbare Wetenschap’: wat kunt u meenemen in de dagelijkse praktijkvoering? Onze andere huisartscolumnist, T.E. Grijs, was de laatste keer afwezig door ziekte. Hij zou weer gaan schrijven, maar hij heeft dapper besloten om zijn pen in de geraniums te hangen om van zijn pensioen te genieten. OOK gezond, vinden we. OOK: kent u die onuitstaanbare afkorting nog? Er is weer een nieuwe casus en prijsvraag. Stuur Simon Kleijkers uit Hoensbroek tijdig uw goede antwoord. Het bruist weer volop in de Maastrichtse huisartsopleiding! ‘De teerling is geworpen’, aldus het hoofd, nieuwe aios weten Maastricht te vinden. Aios studeren volop af: vier groepen ‘Made in Maastricht’! Oud-aios Raymond Mookhram laat van zich horen vanuit Vlissingen. Koen van Helmond is net klaar met zijn ‘leertijd’ als aios. Hij zwaait af als columnist, de tijd is omgevlogen zo lijkt het! De andere aios in de leer, Eleana Zhang, ging op vakantie naar de andere kant van de wereld. Een ander continent dan ze had gepland, maar gelukkig kwam op de valreep alsnog een prachtige column die ze op haar smartphone schreef. De landelijk bekende coassistent en nu bijna afgestudeerd huisarts Ernst van der Pasch, zong de aios toe op het LOVAH-congres. It’s all in the Family! De Maastrichtse family heeft pas weer een meerdaags stafuitje achter de kiezen, met gezond eten en bewegen. Hendrik Jan Vunderink verdiept zich nog wat verder in het voedsel van een bekende ‘blue zone’ op aarde: Sardinië. Man Bijt Hond zou vragen: wanneer at u voor het laatst octopus? Geen garantie dat u 90 of zelfs 100 jaar wordt, maar het is het proberen waard lijkt mij! Babette Doorn 3 op één lijn 60
Page 4
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Van de voorzitter Effectiever stoppen met roken: huisarts en overheid DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Het Kabinet-Rutte III heeft in haar regeerakkoord de ambitie voor een ‘Rookvrije Generatie’ omarmd door de aanpak van roken tot focus van het Preventieakkoord te maken. Er is brede steun voor het streven om kinderen te laten opgroeien zonder blootstelling aan tabaksrook en verleiding om te roken. Met ruim 20.000 tabaksdoden per jaar is de urgentie onverminderd hoog. Nog steeds raken iedere week honderden kinderen verslaafd aan roken. Een Rookvrije Generatie kan worden gerealiseerd als iedereen zijn aandeel levert. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de eerstelijn, maar ook voor de overheid. De keuze voor de instrumenten moet niet moeilijk zijn. Effectiviteit is aangetoond voor: rookverboden, verkoopbeperkingen en substantiële verhoging van accijnzen op tabaksproducten. Campagnes zijn van groot belang om het beleid te ondersteunen, want dit zorgt voor draagvlak onder de bevolking. En als er draagvlak is, hebben beperkingen meer effect. Intensieve persoonlijke begeleiding in de eerstelijn bij stoppen met roken maakt het effect optimaal. In Nederland roken 3,2 miljoen mensen. Op jaarbasis zien we relatief weinig stoppogingen onder Nederlandse rokers: 80% van de rokers wil stoppen, maar elk jaar doet minder dan een kwart een stoppoging. Dit is relatief weinig vergeleken met het buitenland. Er zijn in Nederland onvoldoende stoppen-met-roken campagnes die gericht zijn op het stimuleren van stoppogingen. De huisarts vervult door het veelvuldige contact met rokers en het feit dat sommige farmacotherapie, mijns inziens terecht, alleen op recept te krijgen is, een centrale rol. Er bestaat bij artsen echter nog te veel terughoudendheid om het onderwerp stoppen met roken te bespreken, hoewel dit langzaam wel lijkt te verbeteren. Rokers uit sociaaleconomisch zwakke bevolkingsgroepen hebben meer moeite om te stoppen met roken. De huisarts is bij uitstek in staat om laagopgeleide rokers te bereiken. Tabaksverslaving is een chronische ziekte, stoppen met roken is een langdurig en doorlopend proces. Uit internationaal onderzoek is bekend dat ex-rokers meerdere, en soms veel stoppogingen nodig hadden, voordat ze uiteindelijk van hun tabaksverslaving af kwamen. Langdurende ondersteuning en behandeling wordt in het Nederlandse systeem onvoldoende gefaciliteerd: slechts één stoppoging per jaar wordt vergoed. Stoppen met roken programma’s zijn niet vrijgesteld van eigen 4 risico. Zorgverzekeraars hebben wel de mogelijkheid om dit te doen, maar slechts een handvol doet dit ook. Veel rokers stellen hun stoppoging uit tot het einde van het jaar als het eigen risico betaald is. Dit is niet het meest kansrijke moment om een stoppoging te ondernemen. Het sluit ook niet aan bij het doorlopende proces waar een roker die van z’n verslaving af wil, zich in bevindt. De farmacotherapie voor stoppen met roken wordt in de meeste gevallen niet verstrekt via de eigen apotheek, maar via een internetapotheek. Mensen die onder begeleiding van een zorgverlener al met een stopproces zijn gestart, moeten vaak te lang wachten op hun medicatie, soms wel weken. Elk jaar veranderen zorgverzekeraars hun beleid ten aanzien van het stoprokenpakket en het al dan niet ten laste komen van het eigen risico. Dit schept onnodige verwarring bij iedereen. Wat moet er gebeuren? Vanuit verschillende organisaties moeten we een pakket maatregelen doorvoeren. Niet alleen gericht op stoppenmet-roken, maar ook op verandering van de normen ten aanzien van roken en stoppen-met-roken. We zien steeds meer maatschappelijke initiatieven die ertoe bijdragen dat rookvrij de norm wordt. Denk daarbij aan sport- en speelomgevingen, zorginstellingen en gemeenten die concrete stappen zetten. Stoppen met roken wordt gepromoot zoals via ‘Stoptober’. Zorgverleners gaan een actievere rol spelen bij het realiseren van een rookvrije samenleving. De overheid kan deze initiatieven versnellen en verbeteren door ze te ondersteunen. De overheid zou met de huisartsen in moeten zetten op: • meer campagnes om rokers te ondersteunen bij het stoppen faciliteren van gemeentes om maatschappelijke initiatieven door te zetten • vergoeding stoppen-met-roken betere afstemmen op het stopproces • zorgverleners activeren om structureel stopadviezen en begeleiding te geven Door verschillende maatregelen tegelijk uit te voeren, ontstaat synergie. Er is nu volop gelegenheid en toenemend draagvlak voor een samenleving die steeds meer rookvrij wordt en waar kinderen rookvrij kunnen opgroeien. 1 e uitgave 2018 Clinicus van het jaar 2016 – 2017 ‘Go-co’ DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER HUISARTSGENEESKUNDE Uitreiking Maandag 29 januari 2018 werden de jaarlijkse onderwijsprijzen uitgereikt door de MSV Pulse, de vereniging van de Maastrichtse geneeskundestudenten. Deze Clinicus van het Jaar verkiezing wordt gehouden om specialisten en arts-assistenten die zich bovengemiddeld inzetten voor coassistenten, in het zonnetje te zetten. Het gaat om waardering. De beste werkplekbegeleider van Huisartsgeneeskunde ontbrak uiteraard niet in dit geheel. Werkwijze Studenten lopen hun verplichte coschap Huisartsgeneeskunde/Sociale Geneeskunde op het eind van alle coschappen. We hebben gebruik gemaakt van de studentevaluaties in EPASS, het digitale portfolio dat studenten zelf bijhouden. Coassistenten vullen in EPASS een aparte evaluatie in over werkplek(begeleider) Huisartsgeneeskunde. Helaas is het invullen van die evaluatie niet verplicht, maar gelukkig konden we beschikken over voldoende evaluaties van een groot aantal werkplekken. Hoe vonden we onze genomineerden? We keken over de periode 1-9-2016 tot 1-9-2017. Studenten scoren op 4 onderdelen: organisatie, leerzaamheid, begeleiding en leerklimaat. Het gemiddelde van alle huisartsgeneeskundige plekken op alle onderdelen, was een 8,2. Met dat cijfer zijn wij zeer tevreden, maar goed is om te vermelden, dat de top 3 van alle stageplekken, onze genomineerden, tussen het rapportcijfer 9.4 en een 9.8 zat! Daarnaast geven studenten ook veel narratieve feedback (tops & tips). Dit is vaak nog leuker dan de rapportcijfers. Onze toppers 1. Floor Seveke en Gaspard Knops, Valkenburg 2. Jeroen Kuijpers, HOED-praktijk Berlicum 3. Sander Veeger, groepspraktijk Stramproy/Ell Valkenburg won dit jaar nipt de verkiezing van Berlicum. Het duo ging er met de zilveren stethoscoop vandoor, en een geldprijs van €500,- geschonken door het Annadalfonds. Dit bedrag dient aan onderwijsdoelen besteed te worden. Sander Veeger scoorde zelfs een 10 gemiddeld op het onderdeel ‘leerklimaat’, dus dat is een meteen opsteker 5 voor de hele praktijk. Ondanks de reisafstand voor sommige huisartsen, waren alle genomineerden aanwezig bij de uitreiking. Chapeau! Leukste TOP van een student over de winnaars “Ontzettend lieve mensen, ze gaven me veel vrijheid om zelfstandig dingen te doen. Voelde me erg welkom en lid van het team. Briljant dat ze patiëntcontacten met een Go-Pro opnemen, zodat je op je echte consult beoordeeld wordt.” Het verbaasde ons niet dat de geldprijs van de winnaars meteen werd verzilverd in een nieuwe educatieve gadget: een video otoscoop waardoor er meteen op een beeldscherm meegekeken kan worden met de student. op één lijn 60
Page 6
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Huisarts(geneeskunde) & huisdier Zorge(n)loze Ruby DOOR SANDRIEN WANSINK, MEDEWERKER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM Dit is Ruby. Is ze een hond? Ze lijkt er wel op, maar voor mij is ze meer. Ik praat tegen haar, we hebben het samen gezellig, ik moet om haar lachen en ze vindt mij leuk. Opgegroeid met honden, katten, kippen, konijnen, een volière vol dieren, is dierenliefde me met de paplepel in gegoten. Als kind ging ik al met mijn moeder mee de dierenhokken schoonmaken in Kasteelpark Born. Ik wilde graag een hond, maar hoe kon ik dat combineren met werk en veel afspraken buitenshuis. Tot je ineens een hond(je) krijgt. Door omstandigheden kon mijn moeder zelf niet meer voor haar hond zorgen. Zo kwam Ruby bij mij terecht. Het is een gouden greep geweest. Uiteindelijk heeft de zorg voor haar zichzelf opgelost. Een vriendin die veel thuiswerkt, is blij met een beestje in huis. Nu gaat Ruby drie dagen in de week in een mandje achterop mijn fiets naar Gertha. Daar lever ik haar ’s morgens af en eind van de werkdag haal ik haar weer op. De vergelijking met een kind zal ik hier maar niet maken. Dat ligt gevoelig voor ouders. Maar voor mij is Ruby toch een soort kind. Ik heb ontzettend veel lol met en om haar. Ze heeft iets waardoor zelfs mensen die bang zijn voor honden, voor haar zwichten. Dit alles ondanks haar forse onderbeet, het Rob de Nijs spleetje in haar ondergebit en baardhaar. Ruby houdt van gezelligheid en van mensen. Zodra het kan ga ik even het heuvelland in of maak een wandeling rondom Kanne en de Cannerberg. Daardoor heb ik allerlei buurtbewoners leren kennen. Het meest moet ik om haar lachen als ik ’s avonds naar bed ga. Ja, ze ligt op bed. Maar daar kan ze niet zelf opspringen. Het is te hoog voor haar. Dus til ik haar op het bed. Iedere avond weer gaat zij precies op mijn helft liggen. Dan hoef ik alleen maar te wijzen naar de andere helft en dan gaat ze met veel tegenzin, zich zwaar uitrekkend een centimeter verderop liggen. Dan pak ik haar op en leg haar een halve meter verder. Onder veel gekreun gaat ze met haar rug naar me toe liggen. Zo val ik elke avond met een glimlach in slaap. Wat zou er toch in dat hondenbrein omgaan? Benoeming Huisarts Loes van Bokhoven is per 1 februari 2018 benoemd tot Universitair Hoofd Docent (UHD) bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht. Zij studeerde cum laude af in Maastricht in 1998. Daarna begon ze als docent bij het Skillslab, in combinatie met met een baan als arts bij het revalidatiecentrum Hoensbroek. Later dat jaar begon zij als AIOTHO aan haar huisartsopleiding (afgerond in 2004) in combinatie met het VAMPIRE onderzoek. Dat onderzoek ging over diagnostiek van onbegrepen (vage) klachten in de eerste lijn, tegenwoordig SOLK geheten. In 2008 promoveerde ze. Ze kreeg voor het proefschrift verschillende prijzen, waaronder die van het NHG en de landelijke onderzoeksschool CARE. De NHG prijs wordt eens per twee jaar uitgereikt aan een huisartsonderzoeker. De eerste prijs van CaRe is extra bijzonder, want er waren 100 proefschriften waaruit gekozen kon worden. Vanaf 2006 werkt Loes van Bokhoven als academisch huisarts in huisartsenpraktijk Dorine Verschure in Elsloo. Daarnaast heeft ze tot op heden altijd diverse rollen en functies in het onderwijs gehad en onderzoek gedaan. Haar werk concentreert zich tegenwoordig op interprofessioneel samenwerken. Loes is getrouwd en moeder van twee kinderen. 6 1 e uitgave 2018 In Memoriam Flying Doctor in Limburg DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID In de tuin van het mooie vakwerkhuis in Ransdaal, waar oud-huisarts Jo Baggen woonde, ligt als ornament een wat verbogen vliegtuigpropeller. Getuige van één van de vele, vele zaken waar Jo zich tijdens zijn mooie en inspirerende leven mee bezighield: dwars door Europa aan de stuurknuppel. Op 23 februari is er na 88 jaar een einde gekomen aan dat mooie leven, en we willen daar nu even bij stilstaan, niet in het minst vanwege zijn verdiensten voor de huisartsgeneeskunde in het algemeen en voor de Maastrichtse huisartsopleiding in het bijzonder. Jo is in 1929 in Schinveld geboren, als vijfde kind in het gezin van de schoolmeester. Hij studeerde in Nijmegen en vestigde zich vanaf 1963 als huisarts in Brunssum. Daar heeft Jo een eigen visie op het vak ontwikkeld, die pas jaren later breed werd gedeeld. Op basis van die visie werd hij berucht en beroemd om zijn strijd voor meer diagnostiek in eigen beheer. De deelgebieden waarin hij zich samen met zijn associé Thijs Vaessen heeft bekwaamd: hart- en vaatziekten, ziekten van de luchtwegen, oogziekten, ziekten van keel, neus en oor en diabetes mellitus. Voor al deze gebieden werd instrumentarium aangeschaft en zo nodig aangepast en er werden protocollen geformuleerd. De huisartsgeneeskunde van nu is deels aan zijn denken ontsproten. Hij schreef, preekte en gaf les, ook aan de vele aios die hij in zijn praktijk opleidde. Eén daarvan was Yvonne van Leeuwen, voormalig hoofd van de Huisartsopleiding, met wie hij 38 jaar lief en leed deelde. Op het gebied van de oogheelkunde ontwikkelde Jo speciale expertise en in 1990 promoveerde hij, een jaar voor zijn afscheid van de praktijk, op het proefschrift Oogheelkunde in de Huisartspraktijk, bij de oogarts prof. Wiel Lamers en de welbekende prof. Frans Huygen, hoogleraar huisartsgeneeskunde in Nijmegen. Natuurlijk implementeerde Jo één en ander in de praktijk: hij ontwikkelde een oogheelkundecursus voor de eerstelijn en trok met de “optomobiel” door het land. Ook vele generaties Maastrichtse aios stonden in de rij voor de Baggencursus in jaar 3! In 1999 heeft de vakgroep Huisartsgeneeskunde in Maastricht Jo een symposium aangeboden met de titel: Met het oog op de meester. In het naderhand uitgegeven boekje beschrijft hij de inzichten door hem opgedaan in de voorbije veertig, vijftig jaar. Die gaan over wijsbegeerte, neurowetenschappen, natuurwetenschappen, besliskunde en het theorema van Bayes. Steeds weer getoetst aan de functie van de huisarts en zijn interactie met de patiënt. De strenge leermeester had ook een andere kant: uiterst gastvrij onthaalde hij velen op heerlijke maaltijden, prachtige wijnen en een scala aan fantastische verhalen. Verhalen die hij eerst aan zijn kippen voorlegde om te zien, of zij ze wel goedkeurden. Helaas liet zijn geest het geleidelijk afweten, en uiteindelijk is hij overleden in het verzorgingshuis in Valkenburg waar hij zijn laatste jaar doorbracht. Zijn kennis vervloog, zijn humor en blijheid bleven. En alles wat hij ons meegaf om te gebruiken en weer door te geven. 7 op één lijn 60
Page 8
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Welkom! Nieuwe collega's stellen zich voor Annemieke Fastenau Docent Huisartsopleiding Eigenlijk ben ik geen nieuwe medewerker, maar een ‘opnieuwe’ medewerker. Ik heb van 2006 tot en met 2014 bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde gewerkt als onderzoeker. In 2015 ben ik gepromoveerd op het onderwerp ‘Exercise training and physical activity in patients with mild to moderate COPD in primary care’. Daarna heb ik even genoten van een iets rustiger leven na mijn promotietraject, om me vervolgens in het onderwijs te storten. Eerst heb ik als docent bij de vakgroep Bewegingswetenschappen gewerkt en in juli 2017 ben ik overgestapt naar de Huisartsopleiding waar ik nu docent ‘Preventie, bewegen en bewegingsapparaat’ ben. Op wetenschappelijk gebied is inmiddels veel bekend over het effect van bewegen bij veel (chronische) aandoeningen, maar in het onderwijs en in de praktijk wordt deze kennis nog nauwelijks geïmplementeerd. Daarom ben ik zeer verheugd dat ik nu de kennis over bewegen mag inzetten om het onderwerp meer op de kaart te zetten, o.a. in de themagroep Preventie. Bovendien mag ik me ook bezig houden met ‘bewegen in brede zin’, zowel voor AIOS als stafleden voor het bevorderen van een gezonde organisatie. Naast deze werkzaamheden voor de vakgroep Huisartsgeneeskunde ben ik ook werkzaam als fysiotherapeut in Fysiotherapiepraktijk ‘de Heerderrein’ in de wijk de Heeg en ben ik betrokken bij landelijke en regionale werkgroepen en nascholingen COPD. Samen met Yves en mijn 8-jarige dochter Yfke woon ik in Maastricht. Naast mijn beroepsmatige interesse voor bewegen, ben ik uiteraard in mijn vrije tijd ook graag met sporten en bewegen bezig. Nicole Schuttelaar Gedragswetenschapper Huisartsopleiding sinds 1 november 2017 ben ik in Eindhoven actief in het mooie Strijp-Z gebouw om het psychisch blok te verzorgen voor de tweedejaars aios. Ik volg hiermee Ria Huygen-Koolen op en heb inmiddels samen met Suzanne Teunisse onze eerste groep afgesloten. Ik kijk er met veel voldoening op terug en heb alweer zin in de nieuwe onderwijsgroep die op 7 maart gaat starten! Ik heb klinische psychologie en persoonlijkheidsleer gestudeerd in Nijmegen (afgestudeerd 1994) en ben daarna achtereenvolgens Eerstelijns psycholoog en GZ-psycholoog geworden. Sinds 20 jaar heb ik mijn eigen praktijk in de generalistische basis GGZ waarvan de laatste tien jaar in Boxtel samen met een collega. Daarnaast heb ik op de PAAZ, bij SGGZ instellingen, bij een obesitascentrum en nog diverse andere werksettingen ervaring opgedaan. Ik ben verder actief als visiteur voor het NIP en ben betrokken bij de NZA-pilot over de nieuwe vergoedingenstructuur in de GGZ die in 2020 geïmplementeerd wordt. Onderwijs geven is voor mij redelijk nieuw hoewel ik wel regelmatig trainingen binnen mijn vakgebied heb verzorgd. Ik woon samen met mijn vriend en twee katten in het mooie dorpje Liempde. In mijn vrije tijd tennis ik en doe ik graag dance-workouts zoals Zumba. Verder ben ik (stief) moeder van een zoon van 21 jaar en een dochter van 19 jaar en een groot dierenliefhebber. Tijdens de gezellige staf tweedaagse in Wittem heb ik al een heel aantal nieuwe collega’s (beter) leren kennen. Al met al een leuke en gevarieerde club mensen die een warm soort familiegevoel uitstralen. Ik kijk er dan ook naar uit jullie weer te ontmoeten in Eindhoven, Maastricht of elders! 8 1 e uitgave 2018 Dennis Muris Projectmanager Elsje Kuijper Docent huisartsopleiding En zo zit ik na ruim vier jaar weer op de oude vertrouwde universiteit van Maastricht. Sinds november 2017 werk ik namelijk iedere dinsdag bij de vakgroep huisartsgeneeskunde. De andere dagen ben ik werkzaam als projectmanager bij MCC Omnes. MCC Omnes is een regionale organisatie voor samenwerking tussen huisartsen en specialisten in de Westelijke Mijnstreek. Het doel van deze intensieve samenwerking is om zinnige en zuinige samenwerking te stimuleren. In 2014 verliet ik de universiteit van Maastricht na een periode van bijna 10 jaar. Tijdens de opleiding Gezondheidswetenschappen, raakte ik erg geïnteresseerd in wetenschappelijk onderzoek, waardoor de keuze voor een promotieonderzoek snel was gemaakt. Van 2010 tot en met 2014 heb ik een promotieonderzoek uitgevoerd op de afdeling Interne Geneeskunde in samenwerking met de Maastricht Studie (afgerond in 2015). Tijdens het promotieonderzoek merkte ik echter dat ik een ‘expert’ werd op een klein gebied. Hierdoor begon ik me af te vragen hoe het zou zijn om een ‘generalist’ te worden, waarbij ik met veel verschillende onderwerpen en mensen te maken zou hebben. Om die reden heb ik de overstap gemaakt naar beleidsmatige functies, waarbij heb ik gewerkt als beleidsadviseur in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en in Zuyderland Medisch Centrum en nu dus als projectmanager bij MCC Omnes. Nu heb ik dus de mogelijkheid, als projectmanager bij MCC Omnes die voor één dag in de week gedetacheerd wordt aan huisartsgeneeskunde, om beide werelden bij elkaar te voegen. Een hele uitdaging! Het doel van de samenwerking met de vakgroep huisartsgeneeskunde is enerzijds het uitvoeren van praktijk onderzoek, op vragen ontstaan in de eigen beroepspraktijk, om zo zinnige en zuinige samenwerking te stimuleren bij huisartsen en specialisten. Anderzijds is het doel van de samenwerking met de vakgroep huisartsgeneeskunde om de monitoring van de anderhalvelijnszorg in de Westelijke Mijnstreek uit te voeren. Hierbij zal de anderhalvelijnszorg vergeleken worden met de reguliere tweedelijnszorg op de ‘triple aim’ doelstellingen (minder kosten, betere (ervaren) kwaliteit van de zorg en toegenomen gezondheidsniveau van de populatie). Het komende jaar zal ik met vele van jullie spreken waardoor we samen hopelijk een mooie invulling kunnen geven aan deze functie. Ik ben Elsje Kuijper en per 1 november werkzaam als docent aan de huisartsopleiding van Maastricht op de locatie Eindhoven. Ik begeleid nu nog eerstejaars huisartsen in opleiding, vanaf maart ga ik de derdejaars huisartsen in opleiding begeleiden en onderwijs geven. Ik heb er erg veel zin in om mijn enthousiasme voor het huisartsen vak over te kunnen brengen aan de toekomstige huisartsen. Ik ben anderhalf jaar geleden naar Eindhoven verhuisd in verband met het werk van mijn man. Hij is internist in het Maxima Medisch Centrum in Eindhoven. Ik heb 8 jaar als huisarts gewerkt in een stadspraktijk in het centrum van Utrecht. Dit combineerde ik met onderwijs geven aan het basiscurriculum geneeskunde van de Universiteit Utrecht en ik gaf ook onderwijs aan verpleegkundigen aan de hogeschool van Utrecht. Dit heb ik een aantal jaren met veel plezier gedaan. Momenteel ben ik werkzaam als waarnemend huisarts in verschillende praktijken rondom Eindhoven. Ik hoop uiteindelijk een vaste plek te vinden als huisarts hier in de regio. Ik ben getrouwd, we hebben 2 dochters, de oudste is zes en de jongste is vier jaar oud. Ik ben graag creatief bezig samen met de kinderen en in de avonduren spring ik graag op mijn racefiets of ga ik hardlopen. Dennis hield een voordracht tijdens een lunchreferaat van Huisartsgeneeskunde. Deze is terug te kijken op: https://youtu.be/BWNRJdTszIM 9 op één lijn 60
Page 10
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Bruikbare wetenschap Vertrouw op uw stethoscoop DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN UNIVERSITAIR DOCENT VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse praktijkvoering. Zeg nee tegen CRP (bij kinderen) De CRP sneltest heeft een snelle opmars gemaakt in vrijwel elke praktijk en huisartsenpost. De keerzijde van toegang tot diagnostiek is echter dat een diagnostische test dan ook wel eens wordt ingezet terwijl daar (nog) geen bewijs voor is. Vooralsnog is er geen wetenschappelijk bewijs dat het inzetten van de CRP sneltest bij kinderen enig effect heeft op antibioticavoorschriften. En zeg eens eerlijk, prikt u niet stiekem af en toe ook bij kinderen? Na de studie van Marieke Lemiengre en Maastrichts voormalig hoogleraar Frank Buntinx mag u dat definitief gaan laten. Want zij evalueerden in een fraaie trial met vier groepen zowel het effect van het inzetten van de CRP sneltest bij kinderen met niet-ernstige infecties, alsook het effect van een korte communicatieve interventie met 3 vragen voor de ouders: ’Maakt u zich zorgen? Waarover maakt u zich zorgen? En waarom maakt u zich hierover zorgen?’. Praktijken maakten gebruik van beide interventies, een van beiden, of geen enkele interventie. Van de 2227 geïncludeerde kinderen kreeg circa 26% een antibioticum voorgeschreven. De CRP sneltest had geen enkel effect op het voorschrijfpercentage. Paradoxaal ging het voorschrijfpercentage in de groep huisartsen die de 3 vragen stelden omhoog (met een odds ratio van 2). Vragen naar zorgen wordt dus mogelijk door ons toegedekt met een voorschrift, terwijl het doel van de auteurs was om juist een vangnet aan ouders te bieden. Wat mij betreft mag uw eigen vangnet na het lezen van dit stukje vooral zijn dat u de CRP sneltest niet moet inzetten bij kinderen. Het komend jaar volgen de resultaten van een Utrechts-Maastrichtse trial naar de sneltest bij hoestende kinderen. Crepitatie, rhonchi of piepen: lost in translation De stethoscoop blijft het (status)symbool van de meeste dokters, en toch denken we allemaal wel eens aan het avondeten als we de thorax ausculteren, zeker als de anamnese al voldoende richting gaf aan de differentiaal diagnose. Heeft u wel eens de proef op de som genomen met uw collega, aios of coassistent, door beiden een patiënt 10 te ausculteren en onafhankelijk van elkaar de gehoorde longgeluiden te beschrijven? Ik durf u te voorspellen dat de gebruikte en beschreven termen zullen verschillen. Noren houden wel van innovatieve diagnostiek en zij betrokken mij in een studie waarbij ze ausculatiegeluiden opnamen met een speciale microfoon in de stethoscoop. Ze legden deze geluiden blind voor aan 28 dokters uit 7 landen, waaronder 4 huisartsen uit het Op1Lijn gebied. Deze artsen beschreven vervolgens de ausculatiegeluiden van 20 patiënten met bij elke patiënt steeds 6 opnames, overeenkomend met de posities waar je je stethoscoop neerzet. We waren benieuwd naar de inter-observer overeenkomst en die bleek voor crepitaties en piepen redelijk goed (0,86) met een kappa van 0,49. De Nederlandse deelnemers deden het erg goed vergeleken met de expert groep. Verder viel vooral op dat de deelnemende (Noorse) longartsen veel lager scoorden. Heb dus vertrouwen in uw stethoscoop! De digitale opname van de longgeluiden geeft denk ik zeer fraaie mogelijkheden voor onderwijsmomenten en bij het bespreken van patiënten met auscultatieve afwijkingen. Shared-decision praktijkondersteuning Het nadeel van fraaie concepten in de gezondheidszorg is dat de term vervolgens ook veel gebruikt en regelmatig misbruikt wordt. Ik zie aios de term shared decision making noteren in dossiers en op momenten waar op geen enkele 1 e uitgave 2018 manier sprake is van shared decision making. Juist in situaties waar er een beperkt aantal preferentiegevoelige opties zijn voor de patiënt, heeft het een grote meerwaarde. Vooralsnog werden de meeste studies naar shared decision making (SDM) in curatieve settings uitgevoerd. Promovendus Stephanie Lenzen ging samen met huisarts Loes van Bokhoven en hoogleraren Trudy van der Weyden en Sandra Beurskens op onderzoek uit naar SDM bij onze praktijkondersteuners. In een procesevaluatie gebruikten ze vragenlijsten en interviews om te evalueren, hoe de ervaringen en attitudes van praktijkondersteuners waren ten opzichte van SDM. Voor degenen onder ons die de praktijkondersteuner coachen en geen fan zijn van de ‘protocollitis’ die in vele spreekkamers (noodgedwongen) heerst, is het artikel een aanrader. Het blijkt dat de praktijkondersteuners enthousiast zijn, maar het nog lastig vinden om naar een meer coachende rol te gaan. Ook kunnen ze SDM nog lastig kunnen integreren in de meer geprotocolleerde, biomedisch gerichte consulten die ze gewend zijn. Dit wordt ongetwijfeld vervolgd, en ik hoop dat het kan bijdragen aan minder protocol-gericht en meer patiëntgericht werk door de praktijkondersteuners. Eindhoven de gekste (en beste) Luc Gidding ontwikkelde samen met de Stichting Gezondheidscentra Eindhoven de PsyScan, een online tool die de huisarts en patiënt ondersteunt om bij patiënten met psychische klachten een goed behandeltraject te kiezen. PsyScan is een schoolvoorbeeld van een interventie die werd ontwikkeld met het werkveld, en daarom is de gerandomiseerde interventiestudie, die ze bij de SGE uitvoerden, meer dan het lezen waard. In totaal 176 patiënten ondergingen de PsyScan (met de 4DKL en een distress score) om beter te differentiëren tussen depressie, angst, stress of somatisatie, terwijl 160 patiënten met psychische klachten het normale zorg traject volgden. De patiënten die de PsyScan invulden, hadden na 1 jaar minder gerapporteerde klachten (bij 60% was sprake van succesvolle behandeling vs. 32% in de normale zorg groep), een betere kwaliteit van leven en dit alles ging niet gepaard met hogere kosten. Een mogelijke verklaring voor dit grote effect is dat door de snelle en efficiënte diagnostiek op het toppunt van de klachten – want dan presenteren de meeste patiënten zich toch in onze spreekkamers – meteen een goed vervolgplan konden maken. Al met al een trial met zeer positieve uitkomsten voor zowel patiënt als huisarts. De gekozen bottom-up benadering van de SGE met de vakgroep verdient alle lof, en ongetwijfeld een vervolg. Betere begeleiding coassistenten door extra reflectie Coassistenten begeleiden geeft telkens weer een prettige twist aan je spreekuren. Althans, dat ervaar ik zo, maar mijn lijst aan coassistenten is nog niet lang. Nu proberen we de coassistent altijd te stimuleren tot het maken van leerdoelen, liefst SMART en in ePass, maar hoe stellen we zelf eigenlijk doelen als begeleider? Marion van Lierop en Laury de Jonge onderzochten welke componenten gewaardeerd en effectief kunnen zijn om zelf als begeleider ook SMART verder te komen. Ze vroegen 20 ervaren begeleiders van coassistenten (overigens wel veel mannen van middelbare leeftijd, want maar liefst 95% was man en 55% was ouder dan 50 jaar) om een zelfevaluatie in te vullen, en de huisartsen kregen ook de evaluaties die studenten invulden over de ervaren begeleiding. Tien huisartsen namen aanvullend deel aan een 1,5 uur durende sessie met collega opleiders en een supervisor van de opleiding. Op basis van deze twee of drie componenten mochten de huisartsen hun plannen formuleren voor de begeleiding van volgende coassistenten. Ofschoon alle componenten door de begeleiders werden gewaardeerd, maakten de huisartsen die alle componenten hadden gedaan, dus inclusief de aanvullende intervisie, concretere en betere plannen om het klinisch onderwijs te verbeteren. Kortom, intervisie werkt, ook als het gaat om de huisarts als begeleider en docent. Referenties • Reducing inappropriate antibiotic prescribing for children in primary care: a cluster randomised controlled trial of two interventions. • • • Lemiengre MB, Verbakel JY, Colman R, De Burghgraeve T, Buntinx F, Aertgeerts B, De Baets F, De Sutter A. In: Br J Gen Pract. 2018 Mar;68(668):e204-e210. doi: 10.3399/ bjgp18X695033. Epub 2018 Feb 12. International perception of lung sounds: a comparison of classification across some European borders. • Aviles-Solis JC, Vanbelle S, Halvorsen PA, Francis N, Cals JWL, Andreeva EA, Marques A, Piirilä P, Pasterkamp H, Melbye H. • In: BMJ Open Respir Res. 2017 Dec 18;4(1):e000250. doi: 10.1136/ bmjresp-2017-000250. eCollection 2017. • What makes it so difficult for nurses to coach patients in shared decision making? A process evaluation. • • Lenzen SA, Daniëls R, van Bokhoven MA, van der Weijden T, Beurskens A. In: Int J Nurs Stud. 2017 Dec 16;80:1-11. doi: 10.1016/j. ijnurstu.2017.12.005. [Epub ahead of print] • PsyScan e-tool to support diagnosis and management of psychological problems in general practice: a randomised controlled trial. • • Gidding LG, Spigt M, Winkens B, Herijgers O, Dinant GJ. In: Br J Gen Pract. 2018 Jan;68(666):e18-e27. doi: 10.3399/ bjgp17X694109. Epub 2017 Dec 18. • Peer group reflection on student ratings stimulates clinical teachers to generate plans to improve their teaching. • van Lierop M, de Jonge L, Metsemakers J, Dolmans D. • in: Med Teach. 2017 Nov 28:1-8. doi: 10.1080/0142159X.2017.1406903. [Epub ahead of print] 11 op één lijn 60
Page 12
1 e uitgave 2018 2014 WESP: Merel Keulen Gezonde basisschool ook op andere scholen? BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling 'De Gezonde Basisschool van de Toekomst' (GBT) is een project vanuit de Universiteit Maastricht dat op innovatieve en brede wijze gezondheid in de schooldag integreert. Vanwege interesse vanuit andere scholen, onderzochten wij bereidheid, motivatie en behoeften van betrokken stakeholders voor deelname aan gezondheid bevorderende en preventieve programma onderdelen van de GBT. Studiedesign We ontwikkelden een needs-assessment tool voor de beoordeling van het draagvlak bij ouders/verzorgers en professionals voor gezondheidsbevorderdende componenten. Om data te verzamelen zijn vragenlijsten uitgezet en interviews in focusgroepen uitgevoerd. Resultaten en conclusie Zowel de werkzame professionals op school, als ouders/ verzorgers in het thuisfront vinden aandacht vanuit de school voor gezondheid van de kinderen tijdens de schooldag erg belangrijk. Hierin zien zij veel ruimte voor verbetering. Er moet meer aandacht, tijd en moeite voor zijn. De GBT-componenten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. WESP: Hicham Greven Concentreren gaat het beste in de ochtend BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK Vraagstelling Wat is de invloed van het bioritme op leerprestaties, attentieniveau, slaperigheid en welzijn van leerlingen op basisscholen met een aangepaste dagindeling? Wat zijn de ideale tijden voor intellectuele prestaties bij basisschoolleerlingen? Studiedesign Een literatuurstudie via gestructureerde zoektermen en semigestructureerde interviews met leraren. Waar: op interventiescholen van het project ‘De gezonde basisschool van de toekomst’ die sinds een aantal jaren het bioritmemodel toepassen. Primair resultaat en conclusie Uit zowel de literatuurstudie als uit de interviews met leraren bleek dat het bioritme-model in de ochtend een duidelijk effect heeft en dat leerlingen zich vooral van 10 tot 12 uur goed kunnen concentreren. Wat betreft de middag is er nog veel onduidelijkheid en is verder onderzoek noodzakelijk. 12 op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Hoofdpijncasus OOK en de Witte Raven DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep. Dank voor de vele reacties op de casus in het voorgaande nummer van ‘Op één Lijn’ (nummer 59, pagina 17). Het goede antwoord was: sarcoïdose, met onder meer cardiale en cutane uitingen. De winnaar van de loep is de Maastrichtse huisarts in opleiding Marielle van der Burgt! Zij verstuurde binnen één dag het goede antwoord. Gefeliciteerd! Nu de nieuwe casus; goede antwoorden kunnen wederom verstuurd worden naar s.kleijkers@gmail.com. De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de volgende leden: Harry Crebolder, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener, Simon Kleijkers, Raymond Leclercq, Yvonne van Leeuwen en Erik Stolper. Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als wetenschappelijk. Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken, gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies aan de inbrenger. Casus Een 55-jarige patiënt, in de voorgeschiedenis bekend met slecht gereguleerde diabetes mellitus type II, bezoekt het spreekuur van de huisarts met sinds 3 maanden nieuwe hoofdpijn. Hij heeft hierbij het gevoel alsof het achterhoofd ‘opgezwollen’ is. Verdere anamnese toont geen alarmsymptomen. Lichamelijk onderzoek levert geen bijzonderheden op. Vanwege een niet pluis gevoel verwijst de huisarts de patiënt naar de neuroloog. Een MRI-scan van de hersenen toont geen afwijkingen. De waarschijnlijkheidsdiagnose spierspanningshoofdpijn wordt gesteld. Twee maanden later bezoekt de patiënt wederom het spreekuur van de huisarts met persisterende hoofdpijnklachten met sinds één maand visusklachten. De huisarts krijgt een ‘OOK-gevoel’. Visus ODS is 0,25; correctie geeft geen verbetering van de visus. Fundoscopie toont het volgende beeld: Wat is jullie diagnose? 13 op één lijn 60
Page 14
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Cum Laude promotie Pijn op de borst bij de huisarts DOOR ROBERT WILLEMSEN, HUISARTSONDERZOEKER Nu het bijna hora est, wil ik graag met u delen wat ik de afgelopen jaren heb gedaan ‘op HAG’. Ik heb daar onderzoek gedaan en dat heeft geresulteerd in het proefschrift ‘Assessing Chest Pain in Primary Care’, dat ik op 23 maart zal verdedigen. Onderzoek doe je niet alleen, ik deed dat samen met de professoren Dinant, Buntinx en Glatz, met de onderzoeksassistentes Hilde Bours en Evie van Severen en met de WESP-en Beatrijs Hoorweg en Lotte Cleef. Aan het gezelschap lag het dus niet. Verderop in dit stukje zal ik dan ook overstappen van eerste persoon enkelvoud naar eerste persoon meervoud. Maar eerst nog een persoonlijke ontboezeming. In dit stuk wil ik u in enkele paragrafen vertellen over de diverse aspecten van pijn op de borst bij de huisarts die we onderzocht hebben. Deze fase van het onderzoek heeft daarmee qua schrijfwerk dan ook een tamelijk ‘eind goed, al goed gehalte.’ Nu kan ik kort en bondig opschrijven, wat in een eerdere fase een lange weg van schrijven en herschrijven bleek te zijn. Onderzoek doen, en vooral het opschrijven daarvan, kenmerkt zich immers door lange schrijfrondes met ernstig door Word’s ‘wijzigingen bijhouden’ gecontamineerde bestanden. Dat geldt voor ieder onderzoek, zelfs voor onderzoek naar sneltesten met de bijnaam ‘RAPIDA-studie’. En ja, ik haast mij natuurlijk in alle oprechtheid te zeggen, dat het daar uiteindelijk beter van wordt. Ook al voelt het soms als een bordspel om steeds weer terug naar ‘AF’ te moeten. Ik zeg het vooral op deze plek om de jonge onderzoekers op HAG te ontslaan van de gedachte dat het ‘aan hen ligt.’ Want dat is niet zo, het hoort erbij. Hopelijk twijfelt u er intussen niet aan dat ik gewoon een hele leuke tijd heb gehad en dat onderzoek doen mijn werk als huisarts enorm verbreed en verdiept heeft! Want dat is een feit. En hieronder deel ik graag nog wat andere geconstateerde feiten . ASSESSING CHEST PAIN IN PRIMARY CARE ROBERT WILLEMSEN Pijn op de borst bij de huisarts: wat is het probleem? Aan het beoordelen van pijn op de borst in de huisartsenpraktijk kleven verschillende uitdagingen. In enkele representatieve casus hebben we deze uitdagingen beschreven. De meeste patiënten met pijn op de borst bij de huisarts hebben geen hartinfarct, maar sommigen wel. Onderscheid maken tussen deze twee groepen is niet altijd makkelijk. Verwijzen lijkt veilig, maar het is daarbij goed een zekere drempel aan te houden vanwege patiëntcomfort, kosten en belasting van de tweedelijn. Verder laten we vanuit het perspectief van de huisarts zien hoe het is om een ernstig hartprobleem te missen en onderbouwen we waarom een diagnose soms achteraf een stuk duidelijker is, dan vooraf. Ook voor de cardioloog is het beoordelen van pijn op de borst niet altijd makkelijk. Dankzij troponinetesten kunnen de meeste patiënten goed en veilig gediagnosticeerd worden door de cardioloog, maar we beschrijven ook een casus waarbij een verhoogd troponine niet door een hartinfarct komt. Pijn op de borst bij de huisarts: incidentiecijfers In 2016 verrichtten we een observationele studie naar patiënten die zich bij de huisarts presenteren met pijn op de borst. Voor deze studie hebben we 118 huisartsen in Nederland en België gevraagd om gedurende twee weken álle patiëntencontacten te registreren. Patiënten met pijn op de borst werden daarbij in detail geregistreerd én gevolgd tot minimaal 30 dagen na het consult. Aldus registreerden de huisartsen samen 22.294 patiëntcontacten. Tijdens 281 patiëntcontacten ging het om pijn op de borst. We maakten uit deze studie op dat pijn op de borst bij de huisarts nog steeds frequent voorkomt (1,26% van de consulten gaat over pijn op de borst), dat de meest voorkomende einddiagnose musculoskelataal van aard is (33,1%), dat ernstig onderliggend lijden meestal niet aan de orde is, maar ook niet zeldzaam is (8,4% van de patiënten had een ernstige cardiovasculaire ziekte), dat er veel onderzoek gedaan wordt bij álle pijn op de borst patiënten om het beeld nader te kunnen duiden (512 diagnostistische tests in eerste en tweedelijn bij 281 patiënten), dat de huisarts veiligheidshalve 'over-verwijst' (de huisarts verwijst 40% van de pijn op de borst patiënten) en dat de huisarts (daardoor) 14 weinig ernstige diagnoses mist (0,7%). Met dit onderzoek werd eens te meer de omvang én relevantie van het aan de huisarts gepresenteerde probleem pijn op de borst geïllustreerd. Pijn op de borst bij de huisarts: wat vindt de huisarts er zelf van? Eveneens in 2016 interviewden we 27 Belgische en Nederlandse huisartsen. Zij gaven unaniem aan dat de incidentie van pijn op de borst als reden voor consultatie van de huisarts niet afneemt. Wel meenden zij dat het acuut coronair syndroom onder patiënten met pijn op de borst minder dan voorheen lijkt voor te komen en dat er meer ‘atypische klachten’ voor in de plaats komen. Daardoor neemt de diagnostische onzekerheid onder huisartsen toe. De huisartsen verklaarden vooral op hun eigen klinisch oordeel te varen. Nieuwe diagnostische middelen achtten zij alleen nuttig, wanneer de diagnostische meerwaarde ervan is bewezen. Huisartsen lijken niet bang te zijn om een aanzienlijk aantal patiënten met pijn op de borst dat uiteindelijk geen ACS heeft, te verwijzen. Zij stellen dat dat veilig is en dat diagnostische onzekerheid nu eenmaal een belangrijk onderdeel van het huisartsenvak is. Pijn op de borst bij de huisarts: wat kost het en wat kunnen we daaraan doen? In een andere studie hebben we samengewerkt met gezondheidseconomisch onderlegde collega's (prof. Kusters in Den Bosch en Michelle Kip in Enschede). We analyseerden het effect van een toekomstige klinische beslisregel (KBR) - waarvan een sneltest deel uitmaakt - op zorgkosten. We schatten de gegenereerde kosten van verwezen, maar uiteindelijk ACS negatieve patiënten met pijn op de borst (de zogenaamde ‘valspositieven’) op € 1,448 per patiënt, met aldus een totale jaarlijkse kostenlast van meer dan € 165 miljoen in Nederland. Met een minimale reductie van 29% aan 'valspositieven' en een kostprijs van een sneltest van € 25 zou een KBR inclusief sneltest kosteneffectief zijn. Een additionele € 16,4 miljoen wordt jaarlijks in Nederland bespaard met elke verdere 10% daling aan ‘valspositieven.’ Pijn op de borst bij de huisarts: bestaat er een ideale sneltest? Welke sneltest zou de klus nu kunnen klaren? Het ligt voor de hand ernaar te streven de troponine test, zoals die in de tweedelijn gebruikt wordt, te vangen in een sneltest die direct resultaat geeft en waarvoor slechts een druppel bloed nodig is. Troponine-testen in een dergelijke vorm en met een accuratesse die de ziekenhuistesten benadert zijn echter niet voorhanden. Daarom is er de laatste jaren aandacht geweest voor Heart-type fatty acid binding protein (H-FABP). Gebaseerd op gegevens uit de literatuur, ontstond de hypothese dat deze biomarker met een lage afkapwaarde wellicht van meerwaarde zou kunnen zijn. We hebben daarom een studie gedaan in een tweede lijnsomgeving met patiënten met pijn op de borst. Bij deze patiënten werd veneus bloed afgenomen en de H-FABP spiegel bepaald. Hieruit bleek dat H-FABP met een afkap van 4.0 ng/ml als grens tussen positief en negatief gelijkwaardig presteerde, als hoog sensitief troponine. Daarnaast bleek het mogelijk een sneltest te produceren met deze afkapwaarde, waarvoor slechts een vingerprik nodig is. Pijn op de borst bij de huisarts: het daadwerkelijk onderzoeken van een bestaande sneltest Mede gebaseerd op de eerder genoemde studies hebben we een diagnostische studie in de huisartsenpraktijk opgezet. We hebben daarbij een H-FABP sneltest gebruikt die positief kleurt bij een H-FABP waarde in een druppel bloed (verkregen middels vingerprik) van 4 ng/ml of meer. We includeerden aldus 303 patiënten in deze studie. De sensitiviteit en negatief voorspellende waarde van de H-FABP sneltest waren 25.8%, respectievelijk 91.6% voor ACS. De sensitiviteit van de sneltest viel dus tegen. Een KBR, waarbij een aantal symptomen werden gecombineerd met het resultaat van de sneltest, deed het niet beter dan de huisarts zonder extra diagnostische hulpmiddelen. Met de KBR nam het aantal gemiste ACS-diagnoses wat af, maar het aantal 'vals positieven' nam juist toe. Pijn op de borst bij de huisarts: de toekomst Eens te meer blijkt uit ons onderzoek dat het complexe proces van aantonen en uitsluiten van acuut coronair syndroom niet makkelijk is te vervangen door een klinische score met een eenvoudige sneltest. Mogelijk zullen er - met het verder verbeteren van sneltesten - nieuwe kansen ontstaan. Mogelijk wordt de zorg op andere manieren efficiënter omdat de cardioloog steeds sneller te werk kan gaan met de troponinetesten in de tweedelijn. Voorlopig is het in elk geval goed dat onze geïnterviewde huisartsen boven alles op hun eigen klinisch oordeel varen. 15 op één lijn 60 op één lijn 59
Page 16
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Een vroege diagnose bij dementie Wie zou het willen weten? DOOR JULIA FRIJLING, CLAIRE WOLFS, RUDOLF PONDS EN CARMEN DIRKSEN, ONDERZOEKERS Dementie kan door medisch-technische ontwikkelingen steeds vroeger worden vastgesteld. Dit geldt in het bijzonder voor de ziekte van Alzheimer. Patiënten met milde geheugenklachten en relatief weinig interferentie in het dagelijks leven kunnen hierdoor al een diagnostiektraject overwegen. Een belangrijke reden voor patiënten en hun naasten om vroeg te starten met een diagnostiektraject, is dat de oorzaak van de geheugenklachten achterhaald kan worden en zodoende beslissingen voor de toekomst genomen kunnen worden. Maar er zijn ook nadelen: een vroege diagnose dementie kan bij sommige patiënten leiden tot angst, onzekerheid en stigmatisering. De vraag is of een dergelijke diagnose in zulke gevallen niet beter op een ‘tijdig’ in plaats van een vroeg moment moet worden gesteld. Dit houdt in dat er pas gestart wordt met een diagnostiektraject wanneer de patiënt er op dat moment ook daadwerkelijk zelf de meerwaarde van ziet. Waarom een onderzoek? In januari 2018 hebben onderzoekers van MUMC+ in samenwerking met Radboud UMC Nijmegen een onderzoek gestart dat zich richt op gezamenlijke besluitvorming rondom diagnostiek van dementie in de huisartspraktijk (zie ook Op één lijn, 3e uitgave 2017). De huisarts speelt namelijk een belangrijke rol bij de beslissing om wel of niet te starten met een diagnostiektraject. Vaak beslissen de patiënt en de huisarts hier samen over, waarbij er naast de medischinhoudelijke argumenten ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de voorkeuren, wensen en behoeften van de patiënt en diens naasten. Toch zijn de behoeften, wensen en voorkeuren niet altijd duidelijk voor de huisarts. Ook kunnen bepaalde verwachtingen van de patiënt de beslissing om voor een diagnostiektraject te kiezen, beïnvloeden. Wellicht herkennen huisartsen de onderstaande scenario’s. Wat is het doel van het onderzoek? Het doel van dit onderzoek is om een keuzehulp te ontwikkelen en te evalueren die gezamenlijke besluitvorming in de huisartspraktijk ondersteunt. Hoe de keuzehulp precies toegepast zal worden in de praktijk is afhankelijk van de wensen en behoeften 16 ….. “Mijn moeder had dementie en ik vertoon dezelfde geheugenproblemen, kunnen we dit onderzoeken?” ….. “Ik heb gelezen dat ze nu in het hersenvocht kunnen zien of ik de ziekte van Alzheimer heb. Kunt u mij doorsturen naar een geheugenpoli, want mijn geheugen wordt er niet beter op. En wat kunnen ze dan doen?” ….. “Heeft het wel zin vader vroeg te laten testen op dementie, want ik begrijp dat er geen pillen zijn die het beter maken?” van de patiënt en de huisarts. De informatie in de keuzehulp kan bijvoorbeeld handvatten bieden voor de huisarts, wanneer de verschillende mogelijkheden bij aanvullende diagnostiek worden besproken met de patiënt. Een andere optie is, dat de huisarts, patiënt en een naaste de uitkomsten van de keuzehulp samen bespreken, wanneer er een beslissing rondom vervolgonderzoek wordt genomen. De onderzoekers verwachten dat mensen die zich met geheugenklachten melden bij de huisarts, door de beschikbaarheid en het gebruik van een keuzehulp minder onzekerheid ervaren bij het maken van moeilijke beslissingen op het gebied van dementie. Stand van zaken? Het project is besproken met de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht en de onderzoekers zullen in april 2018 huisartsen in de regio Zuidoost-Nederland gaan benaderen voor deelname aan het eerste deel van het onderzoek. Het eerste deel richt zich uitsluitend op het inventariseren van de behoeften, voorkeuren en wensen van mensen met geheugenklachten, hun naasten en van de huisarts. Huisartsen zullen binnenkort een informatiebrief ontvangen waarin beschreven wordt wat deelname aan het onderzoek inhoudt. Meer informatie? Als u mee wilt doen of meer informatie over dit project wilt ontvangen, neem dan contact op met Julia Frijling via het telefoonnummer 043-388 10 22 of per mail via s-decided@maastrichtuniversity.nl. 1 e uitgave 2018 Alzheimer Centrum Limburg MijnBreincoach project DOOR IRENE HEGER, PROMOVENDUS ALZHEIMER CENTRUM LIMBURG Op 17 maart heeft het Alzheimer Centrum Limburg een bewustwordingscampagne gelanceerd rond het onderwerp hersengezondheid, samen met de app ‘MijnBreincoach’. Het kan zijn dat u vanwege deze campagne vragen krijgt van patiënten naar aanleiding van de campagnefolder, social media of een poster in een wachtruimte. Het is daarom goed om weet te hebben van het bestaan van de campagne en de strekking van de boodschap. Mensen kunnen altijd naar de campagnewebsite verwezen worden voor meer informatie. Ook kunnen ze gewezen worden op de app, als ze inzicht willen krijgen in hun eigen hersengezondheid en ermee aan de slag willen. Het aantal mensen met dementie neemt wereldwijd sterk toe. In Nederland wordt in de komende 25 jaar een verdubbeling verwacht van dit aantal tot meer dan een half miljoen mensen met dementie. Dit leidt niet alleen tot toenemende zorgkosten voor dementie (een stijging van 3% per jaar) maar ook tot een verminderde kwaliteit van leven voor zowel de persoon zelf, als ook voor naasten. Ondanks tijdrovend en kostbaar wetenschappelijk onderzoek, is er nog steeds geen medicijn dat dementie kan genezen. Onlangs heeft farmacieconcern Pfizer aangekondigd te stoppen met onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, omdat grote doorbraken uitblijven. In het wetenschappelijk onderzoek is er in toenemende mate aandacht voor preventie van dementie. Uit onderzoek blijkt dat 30% van het aantal gevallen van dementie voorkomen kan worden, vooral door het kiezen voor een gezonde leefstijl. Ondanks dat dit veelbelovende aanknopingspunten zijn om dementie te voorkomen of uit te stellen, blijkt echter uit recent Limburgs onderzoek dat nog maar de helft van de mensen op de hoogte is dat een gezonde leefstijl kan leiden tot gezondere hersenen. Het Alzheimer Centrum Limburg heeft in samenwerking met de Limburgse GGD’s en de Provincie Limburg, een bewustwordingscampagne gelanceerd, genaamd ‘’We zijn zelf het medicijn’’. De aftrap van deze provinciale campagne was tijdens de Brain Awareness Week op 17 maart 2018 bij het Museumplein Limburg te Kerkrade. Het doel van deze campagne, die tot eind januari 2019 duurt, is om het begrip ‘hersengezondheid’ op de kaart te zetten en mensen te informeren over het verband tussen dementie en leefstijl. Het campagnemateriaal is in de Provincie Limburg beschikbaar via zorginstellingen, medische diensten en openbare voorzieningen. Ook heeft een aantal bedrijven en instellingen zich aangesloten bij de campagne, bijvoorbeeld door lokale acties op te zetten. Denk aan groenten in de aanbieding in een supermarkt of korting op een fitnessabonnement. De gratis app ‘MijnBreincoach’ (www.mijnbreincoach.eu) geeft mensen inzicht in hun persoonlijke hersengezondheid en helpt om kleine en haalbare stappen te zetten naar een gezondere leefstijl, en daarmee gezondere hersenen. Huisartsen of praktijkondersteuners die vragen hebben kunnen contact opnemen met het campagnebureau via de website www.wezijnzelfhetmedicijn.nl, of met contactpersoon Irene Heger, vakgroep Psychiatrie en Neuropsychologie van de Universiteit Maastricht, irene.heger@maastrichtuniversity.nl. Gezonde hersenen Download de MijnBreincoach app! Verkleinen aardbeien de kans op dementie? Hoe dan? we zijn zelf het medicijn.nl Gezonde hersenen Download de MijnBreincoach app! Dit is een campagne van Alzheimer Centrum Limburg i.s.m. vele partners. Verkleint wandelen de kans op dementie? Hoe dan? we zijn zelf het medicijn.nl Dit is een campagne van Alzheimer Centrum Limburg i.s.m. vele partners. 17 op één lijn 60
Page 18
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Hoofdzaken Alea iacta est! 1 DOOR BAS MAIBURG, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT Een onvoorwaardelijke, nieuwe erkenning als opleidingsinstituut voor vijf jaar is een feit. We mogen weer even van de RGS. Uitdagingen genoeg, in de vorm van het werven van voldoende kandidaten voor de opleiding in Maastricht en Eindhoven én het op peil houden van de financiën van de opleiding. Het voelde als het telefoontje over de uitslag van je eindexamen. Je denkt dat het wel goed zit, maar die onrustkriebel in je onderbuik wil er pas uit na het verlossende telefoontje van de RGS. Erkenning als opleidingsinstituut tot januari 2022. Een fraai resultaat van de inzet van coördinatoren, docenten, opleiders en aios bij de visitatie, en een pluim op het werk van alle betrokkenen. Even tijd om adem te halen tot de volgende RGS-visitatie. Die gaat er overigens heel anders uitzien. Toezicht op afstand van de RGS, verantwoording door het instituut gebeurt dan schriftelijk aan de hand van een verslag van de “interne kwaliteitsevaluatiecyclus die aansluit bij de erkenningseisen en het kwaliteitskader”. Dat kostte even tijd om goed tot me door te laten dringen. Interessant nieuwigheidje: het instituut gaat in de nieuwe systematiek de opleiders erkennen! Veel tijd en ademruimte wordt ons niet gegund, de GEARvisitatie staat alweer voor de deur. GEAR, een onderlinge visitatie van de instituten, met als thema’s in juni het curriculum, de toetsing en de leeromgeving. Bijkomende omstandigheid: GEAR wordt gezien als het kwaliteitskader in de nieuwe erkenningsprocedure. Oefenen voor de toekomst dus! Bij de GEAR-visitatie zelf wordt weer de nodige inbreng van aios, opleiders en docenten verwacht. Uw sollicitatie hiervoor is zeer welkom.Met al de gedane inspanningen voor de staf kwam het stafuitje eind januari op het juiste moment. Tijd om aan de gezonde mens te werken. Starten met balansoefeningen om de opleidingszaken goed in evenwicht te kunnen houden. Workshops over geluk, bewegen tijdens het werk, slaap (buiten het werk), stressvermindering en koken spreken voor zich. Daarnaast toonde de staf de flexibiliteit en creativiteit om met een flink aantal suggesties voor het beleid van de afdeling voor de komende tijd te komen. Om nog maar niet te spreken over de creativiteit van de “pèkskes” waarin stafleden zich tijden het “Back to School- feest” ‘s avonds vertoonden. Een uitgelezen kans voor nieuwe stafleden om hun collega’s van alle kanten te leren kennen. Alle recent gestarte nieuwe docenten waren dan ook aanwezig. Eén van hen, Sarah Wijen, is in deze rubriek nog niet langsgekomen. Zij is begin januari gestart als jonge gedragswetenschapper 18 met de begeleiding van één van onze derdejaars groepen in Eindhoven. Ambitieus, en met goede papieren als GZ-psycholoog. Na de erkenning vergt het werven van de nodige aios alle aandacht. In de vorige aflevering moest ik het schamele resultaat melden voor het aantal startende aios in maart. Die ervaring heeft de wervingsraderen in een hogere versnelling gezet. Naast het bespreken met de LOVAH Maastricht van de aios-kant van solliciteren voor de opleiding, hebben wij, samen met Huisartsopleiding Nederland, twee nieuwe acties ondernomen. Mogelijk bent u het superman-affiche met de tekst “durf te kiezen” (voor huisarts) zelf al tegengekomen. De voorpremière van de film “Médecin de campagne”, met borrel na afloop, was met name op potentiële kandidaten voor de opleiding gericht. Met dubbel succes: twee volle filmzalen in Maastricht en Eindhoven, en meer dan een verdubbeling van het aantal kandidaten met eerste keuze Maastricht! Een sterk staaltje van ons wervingstrio Babette (Doorn), Marleen (van den Boogaart) en Joost (Dormans). Het ziet er naar uit dat we in september met twee volle zuid-groepen kunnen starten. Dat is goed nieuws voor een aantal opleiders die noodgedwongen in de wacht stonden om aios op te leiden. Zij kunnen weer aan de slag in het opleidingsveld. Een afwisselende inzet voor coassistenten (naast of als alternatief als er even geen aios) is, indien praktisch goed haalbaar, ook voor de huisartsopleiding van groot belang: een goed coschap doet wonderen voor de motivatie om huisarts te worden! Die feedback kregen we ook van de studenten en basisartsen terug. Verstevigen van de samenwerking met het basiscurriculum is voor 2018 één van de speerpunten van de opleiding. Naast de inzet voor de opleiding in verschillende fasen, wordt hierbij ook het aios-co project nieuw leven ingeblazen. Ook wordt goed gekeken naar gezamenlijke docentprofessionalisering voor beide geledingen. En we zijn aanwezig bij het symposium van elke groep coassistenten die het coschap Huisartsgeneeskunde en Sociale Geneeskunde afsluiten. We bieden een lunch aan en geven informatie over de vervolgopleiding. In de serie pluspunten verdient ook het financiële resultaat over 2017 een plaats. Bijna op de cent break-even, dat geeft ons moed. We hebben de teerling geworpen. Zo’n kleine tweeduizend jaar geleden ging dat letterlijk niet zonder slag of stoot. Tegen een stootje kunnen we wel, dat hebben de afgelopen jaren wel bewezen. 1“De teerling is geworpen”. Toegeschreven aan Julius Cesar, maar mogelijk al afkomstig uit de Griekse literatuur. 1 e uitgave 2018 LOVAH congres 2018 “Wij zijn de basis….” DOOR MALOU ENGELHARD, INMIDDELS EX-AIOS HUISARTSGENEESKUNDE Op 26 januari vond het tiende LOVAH congres plaats in ‘DeFabrique’ in Utrecht. Voor mij was het helaas mijn laatste congres als aios, dus des te meer reden om te gaan. Tijd voor een lustrum, tijd voor een feestje en tijd voor Familie. “It’s all-in the Family” was deze keer dan het thema. Het programma was gevarieerd met praatjes over vaccinaties, een goede dood, functionele urologie, zwangerschap, antibioticabeleid, een debat over medisch tuchtrecht en nog veel meer. Naast leerzame sessies was er volop tijd om bij te praten met collega’s en lekker te eten en drinken. Zo weet ik nu dat mijn toekomstige kinderen al vanaf de vierde maand van hun leven kennis gaan maken met pindakaas, want dat schijnt een pinda-allergie in de meeste gevallen te voorkomen en al helemaal als ze aanleg hebben voor eczeem. Als afsluiter was er een swingend feest met allerlei muzikale hits mede mogelijk gemaakt door de band Groove Department. Een aparte vermelding waard, was dagvoorzitter Ernst van der Pasch. Waar sommige mensen hem wellicht nog kennen als voormalig presentator van het TV-programma Het Klokhuis of als cabaretier: momenteel is hij laatstejaars aios huisartsgeneeskunde aan de VU in Amsterdam. Ernst bracht op het LOVAH-congres een bijzonder lied ten gehore getiteld: ‘De dokter die iedereen kent’. Hier ben ik verder ingedoken. Na een korte research via internet, blijkt hij het lied al in 2011 als coassistent op de Manifestatie Huisartsenzorg voor het eerst te hebben gespeeld. In die tijd zat ik nog volop in het studentenleven, laat staan dat ik bezig was met bezuinigingen binnen de zorg, maar goed. Van de mensen die ik erover gesproken heb, vinden sommigen het grenzen aan zelfverheerlijking van de huisarts, anderen vinden het juist datgene waar de huisartsenzorg voor staat. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden? Laten we hopen dat hetgeen hij zingt een van de redenen is dat we huisarts willen worden of zijn geworden en ook in de toekomst nog steeds willen zijn! Het refrein luidt: Wij zijn de basis, het fundament Wij zijn de dokter die iedereen kent Met een luisterend hart, met een luisterend oor Wij zijn de dokter die iedereen hoort Wij zijn betrouwbaar, wij zijn gewoon Wij maken stinkende wonden weer schoon Voor elke ziekte, voor elke patiënt Wij zijn de dokter die iedereen kent. 19 op één lijn 60
Page 20
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Oud-aios: hoe vergaat het ze? Dokter aan zee DOOR RAYMOND MOOKHRAM, HUISARTS IN VLISSINGEN Hoe is het mij vergaan na de opleiding in Maastricht sinds mijn afstuderen in 2005? Eigenlijk heel goed. Ik heb in Maastricht de vaardigheden geleerd om als huisarts succesvol aan de slag te gaan. Ik heb mezelf beter leren kennen, ik weet waarvoor ik sta en ik weet ook voor wat voor soort zorg ik sta. Ik ben gewoon een heel ouderwetse dokter in een erg modern jasje. Persoonlijke zorg via een zachtaardige autoriteit die daarbij geholpen wordt door even gemotiveerde solide professionals. Ze zijn allemaal persoonlijk geselecteerd en zelf opgeleid, waarbij ze allemaal in een andere dienstverlenende sector al de nodige levenservaring hebben opgedaan en nu het team in de Badhuisstraat 47 te Vlissingen in een statig herenhuis tot een groter geheel maken. Wij dragen samen de zorg voor 3200 patiënten. Wellicht kent u mijn collega’s al qua functies, maar ik ga ze toch maar noemen, omdat ik niet zonder ze kan. Elke dag mogen we tot in de puntjes van informatie voorzien worden door een ruime bezetting van drie vriendelijke, doch gedecideerde doktersassistentes die het hele logistieke reilen en zeilen voor hun rekening nemen. Er is echter nog een vierde persoon en deze bezoekt ook regelmatig de kwetsbare oudjes om een vinger aan de pols te houden en die mij of de casemanager dementie inschakelt, als er signalen zijn, dat er meer zorg nodig is. We hanteren het adagium ‘If it ain’t broke, don’t fix it’ oftewel vinger aan de pols houden, vooral van afblijven als het goed gaat en snel interveniëren als het mis gaat. Ook is er een strenge POH-somatiek, althans, zo heb ik me laten vertellen door de patiënten. Dat doet me goed, want ik als dokter ben soms te laks in de handhaving van het braaf zijn: ‘Ach mevrouw Janssen, ik zeg maar zo, je kunt beter dood gaan aan een teveel dan aan een tekort. Eh ja, u mag zeker af en toe zondigen met slagroomtaart.’ Ik vermoed dat de kerk gelijk had: braaf zijn en niet zondigen maken dat je meer kans hebt op een langer leven. Op tijd naar bed gaan, regelmaat, goed ontbijten, ijverig en volgens planning werken, voldoende bewegen, samen eten, niet roken, niet drinken, een vaste partner, alles met mate. Maar natuurlijk houden we ons als moderne mens daar niet aan: drank, seks, drugs en rock and roll. Terugkeer naar de orde van de dag en braaf zijn, is inmiddels ook onderdeel van mijn functie als vertrouwenspersoon en persoonlijk adviseur. Als het wat zwaardere GGZ-kost betreft, dan trek ik op met onze jonge mannelijke POH-GGZ/ psycholoog; onze gecombineerde aanpak maakt dat we niet overspoeld worden en het grootste deel van de patiënten van adequate eerstelijnszorg voorzien. Zo kunnen we 1.5 maal een normpraktijk van goede zorg voorzien in een stadspraktijk met stadse problematiek, fulltime 5 dagen werken, waarneming, 42 ANW diensten. Daarnaast ben ik ook papa van twee Zeeuwse meisjes (Celeste, 10 jaar en Olivia 7 jaar) en partner van Sandra (Limburgse schone en psycholoog). Deze naasten kan ik binnen 30 seconden zien, want ik woon boven de praktijk. Dit betekent geen files, geen gedoe en 2-3 dagen per week samen lunchen. Het leven van een huisarts wordt ook deels bepaald door ‘externen’. Een daarvan is de zorggroep. In het verleden heb ik samen met Frank Soomers, Wim Herberichs, Leon Bejas en de inkopers van CZ een franchise deal tot stand gebracht met de oude HOZL (Huisartsen Oostelijk Zuid Limburg), waardoor 15 praktijken in Zeeland in één klap goed georganiseerde ketenzorg kregen. Zaken als fundusfotografie en bloed prikken in de eigen praktijk gingen daardoor een stuk makkelijker. Het enige dat daarvoor nodig was, was een soort ‘gentleman’s agreement’: we vertrouwden elkaar en klaarden de klus met een simpel en overzichtelijk contract. 20 1 e uitgave 2018 Deze tijden zijn intussen geweest. Na 5 succesvolle jaren op deze manier gewerkt te hebben, werd (mede door mij) de experimentele zorggroep KANSO opgericht. Het grootste compliment dat je als zorgstartup mag ontvangen is: ’we kunnen jullie niet goed plaatsen, jullie zijn toch anders dan de rest’. Dat is in de startup-wereld een goed teken, je bent dan namelijk een nieuwe categorie aan het maken. Zo in het midden van mijn carrière terugblikkend, heb ik al behoorlijk wat op mijn kerfstok, wat mij voornamelijk positieve kwalificaties oplevert, als ‘innovatief’, ‘extreem hoge eisen’ en ‘goede dokter’. Wat mij echter het meest zou verblijden, is het mogen ontmoeten van mijn opvolgers (ik ben geen opleider); niets is voor eeuwig en jonge dokters die het beter zullen doen dan ik en mijn generatie, zijn hard nodig. Het leven in de stad Vlissingen is fijn, omdat je omgeven bent door de elementen, maar ook door een gemêleerde en liberale populatie waarin ruimte is voor diverse leefwijzen. Het wordt klein Rotterdam genoemd, de schaal is hier echter behapbaar en maakt dat je jezelf, je gezin en je visie op zorg kunt ontplooien. We hebben hier behoefte aan betrokken huisartsen die voor het maatschappelijk belang, hun vak, praktijk en gezin gaan. Ik hoop veel respons te mogen ontvangen op het strand van Vlissingen, opdat we elegante, toekomstbestendige zorg mogen helpen realiseren. BACK TO SCHOOL Staf tweedaagse Huisartsopleiding DOOR HENDRIK-JAN VUNDERINK, HUISARTSDOCENT Als je al sinds 1974 bestaat, zijn er tradities tot ontwikkeling gekomen. Zo reisden docenten en ondersteunende staf van de Huisartsopleiding op 25 januari weer af, dit keer naar Wahlwiller, om daar 2 dagen, en niet te vergeten een lange avond, met elkaar door te brengen, ten behoeve van veel teambuilding en een beetje docentprofessionalisering. Zo’n samenzijn vindt eens in de twee jaar plaats, en is nog nooit niet geslaagd geweest. Dit keer stond “Gezond leven’ centraal, dus workshops over bewegen, ‘Lijf in Balans’, ‘Levenskunst’, ‘Slapen’ en ‘Van Stress naar Relax’. De kookworkshop in de ochtend stond garant voor een heel gezonde, lekkere en uitgebalanceerde lunch. Hoofd Bas Maiburg heeft ons tussendoor nog bijgepraat over de stand van de managementzaken, zodat we ook vanuit dat oogpunt weten waar we het allemaal voor doen. Na een mooi diner is iedereen teruggegaan in de tijd om een daverend schoolfeest los te laten barsten. Een wandeling naar klooster Wittem is dan de volgende ochtend buitengewoon heilzaam. In die passende omgeving heeft Ruut Veenhuizen, geluksprofessor, ons uitgebreid verteld over zijn “database of happiness”. Daarna in de kloostertuin nog bewegen onder leiding van twee gymnastiekleraren, lunch, wandeling terug en afscheid van elkaar. Opbrengst? Niet meetbaar, heel erg voelbaar: alles en iedereen krijgt weer een boost! In ere houden, deze traditie! 21 op één lijn 60
Page 22
op één lijn 60 1 e uitgave 2018 Equilibre Rubriek voor huisartsopleiders DOOR ARIE DE JONG, HUISARTSBEGELEIDER EN NIEUW LID HAO-TEAM Wisseling van de wacht Sinds januari dit jaar heeft het HAO-team (huisartsopleiders) een andere coördinator voor het opleiderscurriculum: Arie de Jong. Arie heeft al jaren een vaste column ‘Gezondheidsrechtelijke kwesties’ in Op één Lijn, maar in deze rol stelt hij zich opnieuw voor. Voor diegene die mij nog niet kennen: ik ben Arie de Jong, sinds 1 januari dit jaar na 36 jaar, gestopt als huisarts en na 23 AIOS gestopt als opleider. Ik ben al enkele jaren huisartsbegeleider (HAB) en maak al enkele jaren deel uit van het HAO-team. Omdat de hartstocht van Paul Schrijver, huisartsopleider in Eindhoven, toch meer lag bij het praktisch bezig zijn met opleiders en ik meer affiniteit heb bij het organiseren, beleidsstukken, planning en regelgeving, is er binnen het team wat geschoven met de taken en ben ik nu opleiderscoördinator samen met Marieke. Paul heeft daardoor meer tijd voor bijvoorbeeld het trainen van beginnende opleiders, het geven van workshops bij opleidersterugkomdagen en de individuele begeleiding in de vorm van de voortgangsgesprekken. Zo houden we een goed functionerend team toch bij elkaar. Ik zie het als een uitdaging om het nieuwe landelijke plan “Scholing en toetsing huisartsopleiders” te beoordelen naar inhoud en relevantie en het te vertalen naar de Maastrichtse situatie. Inhoudelijk moeten we aan de eisen blijven voldoen, maar wij kiezen voor een vraaggerichte, zoveel mogelijk aanpak op maat. Dat zal steeds zorgen voor veranderingen. Een belangrijke boodschap waar ik voor sta: Opleiden is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Wij stellen eisen aan jullie en ook landelijk zijn er ontwikkelingen gaande. Ik merk dat door huisartsopleiders met toch al een volle agenda, nieuwe zaken snel als ‘te veel’ worden ervaren. Zoals bij alle veranderingen roept dat weerstand op en dreigt er een ‘wij tegen zij’-sfeer. Dat willen wij niet. Het HAO-team wil het graag samen doen en daar hebben we jullie input voor nodig. Een van de zaken waar Maastricht zich hard voor wil maken is maatwerk om 22 opleiders en AIOS te bieden wat ze nodig hebben. Om dat maatwerk te kunnen leveren overleggen we met de opleidersvereniging, doen we aan voortgangsgesprekken in de praktijk en intervisie op de terugkomdagen. Daarvoor hebben we, net als jullie zelf voor je persoonlijke ontwikkeling, leerdoelen nodig om daar de ondersteuning op af te stemmen. We hebben al een start gemaakt op de laatste trainingsdag in Urmond, door jullie een eigen IOP te laten maken. We willen daar op de terugkomdagen vervolg aan geven om tot maatwerk te komen in het curriculum van de opleiders en uitdagingen en verdieping te bieden voor startende en (zeer) ervaren opleider. Als opleiderscoördinator wil ik op korte termijn ook iedere opleider een opleiderscurriculum o