0

Dossier: Bewaring

Bestel nu Het enige complete Aardappelhandboek ter wereld Het met meer dan duizend foto’s en vele honderden diagrammen en grafieken rijk geïllustreerde handboek beslaat in totaal vijf volledig uitgewerkte hoofdstukken opgedeeld in overzichtelijke paragrafen en voorzien van een index. Het eerste hoofdstuk behandelt de mens die de aardappel als voedsel tot zich neemt, economische waarde creëert en er organi saties over opzet. Hoofdstuk nummer twee gaat uit van de plant, haar levenswijze en hoe zij de hulpbronnen zon, water en mineralen benut en zich tegen ziekten en plagen verweert. In het derde hoofdstuk behandelt het handboek het uitgangs materiaal met een genetisch en een pootgoedonderdeel. Alles over het gewas in zijn omgeving van bodem en weer in alle klimaten waar de aardappel wordt geteeld en de invloed van klimaat verandering staat in het vierde hoofdstuk geschreven. Afsluitend beschrijft het handboek in hoofdstuk vijf de teelt en bewaring van de knollen met alle uitrusting en organisatie die daar bij hoort. Order informatie Het aardappelhandboek wordt gepubliceerd in het Nederlands en het Engels. Het is bedoeld voor iedereen die dieper in de aardappel wil duiken, zoals telers, voorlichters, technici, studenten, onder zoekers en deelnemers aan de waarde keten in alle klima ten en teeltsystemen. Inleiding 1. Samenleving De hoofdstukken van dit boek volgen een bepaalde Alle factoren die een rol spelen bij de totstandkoming van door mensen gewenste produczijn samengevat in de conceptuele formules die zijn uitgelegd in de inleiding van dit boek: De hoofdstukken Alle fact standkoming van t zijn samengev die zijn uitgelegd Maatschappij itgangsmateriaal Uit itgangsm Het eerste hoofds en besprak hoe m x Plant = xOmgeving x Teelt Het eerste hoofdstuk ging over de maatschappij en besprak hoe mensen de aardappel uitbaten. Het besprak de evolutie, diversificatie, en het bestaan van vele soorten. Hierop volgde de domesticatie van de aardappel als gewas dat door de oorspronkelijke volkeren van Het besprak de e het bestaan van v de domesticatie v dat door de oorsp Zuid-Amerika geteeld en gegeten werd. De mens verspreidde het gewas over de hele wereld en maakte er grote, in de hele wereld doorgedrongen producten van die de hele keten omvatten. Dit tweede hoofdstuk kijkt niet naar de aardappel vanuit de maatschappij, maar gaat over de aardappelplant zelf. Hier wordt de groei als gevolg van de biologische eigenschappen van de plant besproken. Dit hoofdstuk bespreekt hoe de plant zich op verschillende manieren vermeerdert en hoe abiotische en biotische factoren de groei en de kwaliteit van de knollen beïnvloeden. Voor de aardappeltelers is het van belang te weten dat de plant niet met zaad wordt vermeerderd, maar vegetatief op eenzelfde wijze als stekken. Aardappel wordt vegetatief vermenigvuldigd. Poters leveren kiemen met miniatuurwortels, -stengels en -bladeren die zich ontwikkelen tot de echte organen als ze worden gepoot Aardappel wordt veg ontwikkelen tot de ech 125 Telers in het centrum van oorsprong van aardappel in Peru die ervan leven hebben een zeer breed scala aan aardappelrassen, waarvan er duizenden een naam hebben 38 redactie@aardappelwereld.nl / www.aardappelwereld.nl Aardappel handboek Gewas van de toekomst Anton J. Haverkort 267//18 11:35 Aardappel handboek Gewas van de toekomst Anton J. Haverkort

Inhoud Gewichtsverlies beperken begint al op het veld Schuw het gebruik van de kachels niet Toepassingsmoment MH luistert nauw Denk alvast eens na over de kiemremmingsstrategie 2021 Wijk niet af van de adviezen rondom kiemremming Intern ventileren op ‘sper’ bij warme dagen Bewaren draait nu nog meer om kennis Kiemremming niet overal vlekkeloos Grote verschillen in kiemrust, weinig rot Laat geen kiemremmer ontsnappen Begin en eindig met dezelfde kiemremmer Vocht ingeschuurd? Laat ventilatoren volop draaien! Let op, grotere kiemlust verwacht Neem geen oogstrisico’s Wees voorbereid Rust blijven bewaren Raadpleeg dagelijks de weerberichten Bijzondere situaties als gevolg van de coronacrisis Hou de boel rustig Wees alert op temperatuurstijging Ga door met droogregime zolang het noodzakelijk is 2018/2019 op twee na hoogste verliescijfer van de afgelopen zeven bewaarseizoenen Blijf laagste temperaturen benutten voor langste bewaring Let op de tijdsinstelling Hou producttemperatuur constant Controle blijft het sleutelwoord Kies het juiste ventilatiemoment Liever meerdere keren kort dan een of twee keer lang ventileren Blijf ook goed product intensief controleren “Enorme diversiteit op het gebied van rot en kieming” Wondheling nu van groot belang Het draait nu om doorwasbepaling 1,5 procent meer gewichtsverlies in seizoen 2017/2018 5 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Blijf met kachels aan ventileren totdat de knollen droog zijn 29 Vochtige knollen drogen? Zet de kachel erbij aan! Blijf alert op productbeschadiging en knoltemperatuur 30 31 32 34 35 36 37 38 39 40 41 42 45 47 Overweeg mechanische koeling bij langbewaring Let nu op bakkwaliteit Temperatuur omhoog? Pas computerinstellingen aan! Drukplekken? Neem bij twijfel een bakmonster Laat de aandacht niet verslappen Soms te veel rust in de bewaarschuur Blijf naar lekvocht speuren Situatie lijkt stabiel, maar schijn kan bedriegen Hou dauwpuntverwachting altijd goed in de gaten Breng voor het inschuren problemen in kaart Seizoen met kleine bewaarverliezen Liever producttemperatuur vasthouden dan weer verlagen Voorkom temperatuurverschillen in het product Een bewaring is geen ziekenhuis Hou weerberichten nauwlettend in de gaten “Nauwelijks bewaarproblemen, maar blijf alert” Zet condensventilator niet te laat aan Maak nu de juiste temperatuurkeuze Voorkom verder vochtverlies Droge knollen vragen apart bewaarregime Tijdens inschuren luiken open Voorkom grote temperatuurs verschillen Niet meer slecht met goed mengen! Hou de producttemperatuur constant Laat CO2-niveau niet oplopen Voorkom temperatuur schommelingen 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 Met koudere externe lucht is het product sneller teruggekoeld 76 Pas op met de temperatuur van inblaaslucht Partijcontrole is nu het sleutelwoord Koel product met rot niet te snel in Laat rotte knollen liggen! 77 78 79 80 Andere informatiebronnen Aardappelhandboek 2 Aardappelwereld Nieuwsbrief Potato diseases 4 8 Aardappelkweekboek 42 Aardappelwereld webshop boeken 60

Aardappelwereld Nieuwsbrief Aardappelwereld is al 75 jaar hofleverancier van hoogwaardige en onafhankelijke aardappelinformatie voor aardappelprofessionals uit Nederland, België en sectorgenoten in uiteenlopende wereldlanden die de Nederlandse taal beheersen. Terug Om u ook digitaal op de hoogte te houden van het laatste aardappelnieuws en om actuele kennis direct vanuit de aardappelsector met u te delen, presenteren wij als Team Aardappelwereld vol trots de Aardappelwereld magazine Nieuwsbrief. Deze verschijnt 2 keer per maand en is gratis te raadplegen. Team Aardappelwereld Nieuwsbrief nog niet ontvangen? Meld u zich dan nu aan voor de Aardappelwereld Nieuwsbrief via deze QR-code: Nieuw

BEWAARCOLUMN Gewichtsverlies beperken begint al op het veld ding partij 1 heeft meegekregen, betreft een cel Fontane die halverwege de maand maart met een minimaal gewichtsverlies van slechts 3,2 procent afgeleverd is. Hier is zo weinig mogelijk op geventileerd, het aantal draaiuren is niet exact bekend. Dat had wellicht nog minder kunnen zijn, want één plekje met enkele rotte knollen vormde nog een kleine bottleneck. Hierdoor was namelijk nog even wat extra externe ventilatie noodzakelijk. De ervaring tot nu toe leert dat wanneer MH goed is toegepast in rassen als Agria en Fontane het daarmee mogelijk is om tot februari/maart zonder aanvullende kiemremming te bewaren. Gewichtsverlies beperken begint dus al op het veld. Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Met aan het begin van het bewaarseizoen dit keer een terug- en vooruitblik op de factor gewichtsverlies door Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “H et is geen verkeerd begin van een nieuw bewaarseizoen om eerst nog eens terug te blikken op ervaringen uit het verleden. Zo zijn van de bewaarperiode 2020-2021 in zo’n 25 bewaarpartijen de gewichtsverliezen bijgehouden die op hun beurt weer te vergelijken zijn met waarnemingen in eerdere jaren. Wat valt daarvan te leren? In het overzicht van gewichtsverliezen is af te lezen dat de 5,5 procent van het afgelopen seizoen ruim onder het 10-jaars gemiddelde ligt. Opvallend daarbij is de combinatie met relatief veel externe draaiuren, 440 is een flink bovengemiddelde score. Normaal gaat de factor ‘veel externe draaiuren’ hand in hand met de factor ‘veel gewichtsverlies’. Dat dit gedurende de laatste periode niet het geval was, is voornamelijk toe te schrijven aan de rooi- en inschuuromstandigheden bij de start van het voorbije bewaarseizoen. Door de vele regen eind september en de eerste helft van oktober kwamen niet alleen de aardappelen overwegend vochtig binnen, maar ook veel grond. Al direct waren daarom veel externe draaiuren nodig om, in eerste instantie, voornamelijk de grond droog te krijgen. Waren de partijen eenmaal redelijk gronddroog, dan waren daarna nog maar weinig externe ventilatie-uren nodig om de knollen droog te krijgen en te houden. Dit ook omdat, in tegenstelling tot veel voorafgaande seizoenen, maar weinig rotte knollen in de bewaarpartijen voorkwamen. Eén plekje rotte knollen, kleine bottleneck Zoomen we even in op een selectie van zeven afzonderlijke partijen, dan is hier nog meer lering uit te trekken. De praktijksituatie die de aanduiBijkomende factor voor het lage percentage gewichtsverlies is dat deze partij Fontane tot aan het aflevermoment vrijwel kiemvrij bleef. En dat met alleen een MH (maleïne hydrazide)- behandeling in het veld. Deze ervaring onderstreept nog eens de noodzaak van een op het juiste moment uitgevoerde bespuiting met deze kiemregulator. De ervaring tot nu toe leert dat wanneer het goed is toegepast in rassen als Agria en Fontane het mogelijk is om daarmee tot februari/ maart zonder aanvullende kiem-remming te bewaren. Gewichtsverlies beperken begint dus al op het veld. Groot contrast Zelfde ras als partij 1, maar met een heel ander resultaat is partij 4, om maar eens te laten zien hoe groot het contrast soms kan zijn. Gelet op het latere aflevermoment niet 100 procent vergelijkbaar, maar toch. Deze partij 4 betreft een cel Fontane waar al direct na het inschuren veel op gedroogd is. Dit Terug Aardappelwereld magazine • oktober 2021 • nummer 10 17

BEWAARCOLUMN Terug zowel vanwege een enkele rotte knol in de partij alsook vanwege het feit dat aardappelen droog moesten zijn voor een goede aanvangswerking van het gekozen kiemremmingsmiddel Argos. Op die manier was de vochtbuffer om de aardappelen heen aan het begin van het bewaarseizoen al weg en zorgden de nodige uren extern ventileren om de knol daarna nog droog te krijgen voor extra gewichtsverlies. Een klein deel van de knollen kreeg in de loop van het bewaarseizoen een wat langere kiem, wat het verliespercentage ongetwijfeld eveneens negatief heeft beïnvloed. Bij toepassing van de huidige toegelaten kiemremmingsmiddelen is het overigens niet nodig, zoals soms weleens is aanbevolen, om een de partij voorafgaand aan de eerste behandeling helemaal gortdroog te draaien. Een beetje vochtbuf100 200 300 400 500 600 0 jaren puntje Gewichtsverlies Draaiuren extern fer mag je nog wel in stand proberen te houden. Voorafgaand aan de eerste toediening, eind november/ begin december, heb je namelijk al een deel van het inkoeltraject achter de rug, waarbij tegelijk al sprake is van enige droging. De praktijk leert dat het ook hierbij weer draait om ervaring en maatwerk. Beperk luchtverversing Nog zo’n partij Fontane met een relatief hoog gewichtsverlies is partij nummer 7. Afgeleverd in juli en daarmee beter te vergelijken met nummer 4. De gemeten 8,3 procent is eveneens behoorlijk hoog, maar hier wijkt de oorzaak wel wat af van de situatie bij partij 4. Ook hierop is met 683 uur veel extern gedraaid. Dit is voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door de vele momenten van noodzakelijk lucht verversen, soms tot wel vier keer per etmaal. Dit hield verband met het gebruik van ethyleen als kiemremmingsmiddel. Daarbij is het hanteren van een laag CO2-gehalte van maximaal 2500 ppm in de partij een absolute voorwaarde om de invloed op de bakkleur te beperken. Hoewel de kieming bij afleveren aanvaardbaar was, zijn gedurende een langere periode op een deel van de knollen toch kiemen zichtbaar geweest. Ook dit heeft bijgedragen aan het hogere verliespercentage. Dit geeft aan dat ook de gekozen methode van kiemremmen van invloed kan zijn op het gewichtsverlies. Overigens valt de intensiteit van het ventileren bij deze methode veel beter binnen de perken te houden door gebruik te maken van een speciaal CO2-afzuigsysteem in plaats van het draaien met de aanwezige productventilatoren. Voor telers die (weer) met ethyleen aan de slag willen en hiervan nog niet zijn voorzien, is dit zeker het overwegen waard. Schoolvoorbeeld Van Fontane nu naar een partij Melody tafelaardappelen, een schoolvoorbeeld van hoe een partij dit seizoen gemiddeld binnenkwam, met redelijk wat aanhangende grond rond de aardappel. Ondanks het vrij hoge aantal externe draaiuren, 458 in totaal, bleef hierin het verlies tot de afleveringsdatum eind maart met 3,8 procent toch zeer beperkt. De vochtige grond rondom de knollen fungeerde duidelijk als buffer, waardoor ventilatie met drogende lucht niet direct tot onttrekking van vocht uit de knol zelf heeft geleid. Hoewel hier niet altijd op te sturen valt, kan het inschuren van aardappelen met een zekere hoeveelheid grond erbij positief uitpakken als het gaat om beperking van gewichtsverliezen, leert deze praktijksituatie. Externe draaiuren en gewichtsverlies (afleveren na 1 mrt) Gewichtsverlies Seizoen 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021 Gemiddelde 10 seizoenen 7,9% 4,9% 5,5% 6,1% 6,5% 4,8% 7,5% 6,7% 6,3% 5,5% 6,2% Draaiuren extern 407 268 305 350 394 243 564 400 390 440 376 0,0% 1,0% 2,0% 3,0% 4,0% 5,0% 6,0% 7,0% 8,0% 9,0% 18 Aardappelwereld magazine • oktober 2021 • nummer 10 Draaiuren Gewichtsverlies

BEWAARCOLUMN Partij Ras Afleveren 1 2 3 4 5 6 7 Fontane Melody Ramos Fontane Markies Markies Fontane 18-mrt 29-mrt 19-mei 03-jun 14-jul 05-aug 23-jul Bewust omgaan met vochtverlies loont Dan naar een fritespartij Ramos waarbij de teler ook zelf het beperken van de gewichtsverliezen als hoogste prioriteit heeft. Om een zeer laag verlies te krijgen, behoor je als teler zeer regelmatig de bewaarcomputer aan te passen aan de partij en de buitenluchtcondities. Dat is bij deze partij gebeurd. Het resultaat is dan ook terug te zien in de cijfers. Bij aflevering in de tweede helft van mei slechts 3,4 procent gewichtsverlies en maar 350 benodigde externe draaiuren. Bovendien was in deze Ramos bij afleveren nog nauwelijks kieming te zien. De manier waarop met deze partij is omgegaan, bewust alles op alles zetten om vochtverliezen te voorkomen, loont. Het laat immers zien dat het in de praktijk goed mogelijk is om na lange bewaring maximaal aardappelen af te leveren. Verschil zit ‘m in de start Resultaten in twee partijen Markies tonen aan dat bewaring in mechanische koeling niet altijd garant staat voor hetzelfde resultaat. Het verschil zit ‘m vooral in de start. In partij 5 is een deel van de cel laat en nat binnengekomen. Dit natte deel moest eerst flink drogen. Dat kon Verlies 3,2% Draaiuren extern nb 3,8% 458 3,4% 350 8,2% 407 6,0% 519 4,9% 255 8,3% 683 niet apart, dus die actie had gelijk invloed op de gehele bewaarpartij. Dit resulteerde in het bovengemiddelde totaal van 519 draaiuren extern. Dit effect heeft uiteindelijk bijgedragen aan het gewichtsverlies van 6 procent. Dat is niet zoveel hoger dan het gemiddelde van de groep, maar het is wel een relatief hoog cijfer voor product uit de mechanische koeling. Normaliter resulteert bewaren in mechanische koeling namelijk in minder externe draaiuren waarmee in het verlengde een lager gewichtsverlies is te realiseren. Ook mechanische koeling onttrekt vocht. Echter, dit is maar een fractie van de hoeveelheid vocht die uit het product onttrokken wanneer je alleen inkoelt met externe lucht. Bij partij 6, eveneens een cel Markies in de mechanische koeling, verliep de bewaring in het geheel een stuk gunstiger. De partij kwam al relatief droog binnen, waardoor hier minder op gedroogd hoefde te worden in vergelijking met partij 5. Dat is terug te zien in het flink lagere aantal externe draaiuren, bijna half zoveel als de andere partij Markies. Uiteindelijk kon de partij op het late tijdstip van 5 augustus met een, voor dat tijdstip, heel laag gewichtsverlies afgeleverd worden. Draaiuur intern nb Kiemremming Alleen MH 282 Argos 254 1,4 Sight 287 Argos 477 1,4 Sight 1077 1,4 Sight 502 Restrain Een goed begin is het halve werk Elke situatie is anders, dat is wat de praktijkervaringen duidelijk maken, maar één factor springt eruit als het gaat om beperken van externe draaiuren en gewichtsverlies: een goed begin is het halve werk. Dat begint bijvoorbeeld al in het teeltseizoen met het welslagen van de MH-behandeling. Tweede aandachtspunt is, rooi aardappelen het liefst mét wat buffergrond. Het juist afstellen van de rooier en de stortbak kunnen daaraan bijdragen. Is het gewas oogstrijp, maar zijn de rooiomstandigheden te droog, start dan tijdig met beregenen wanneer je een installatie hebt. De afgelopen twee jaar zijn we als gevolg van de zeer natte herfst naar mijn idee door het oog van de naald gekropen. Even ter herinnering: vorig jaar 20 oktober moest het overgrote deel van de hoofdoogst in Nederland nog gerooid en de schuur in. Dit seizoen is het extra opletten, want gelet op de waarnemingen zullen de nodige knollen met phytophthora-aantasting en holle knollen in de bewaring komen. Een dagelijkse partijcontrole direct na inschuren kan hier ook het halve werk betekenen. Doe dat niet alleen op afstand. Al behoorlijk wat telers volgen hun bewaarproduct op (grote) afstand via smartphone of tablet. Een valkuil is dat je daardoor wellicht ook minder in de schuur komt. Je kunt dan het product niet zien, geen eventuele vreemde geuren waarnemen, je ziet geen vliegjes en/of lekvocht. Wees dus ook fysiek alert. Rest me nu nog iedereen een goed bewaarseizoen toe te wensen, met hopelijk zo weinig mogelijk bewaarverliezen.” ● Terug Elke situatie is anders, dat is wat de praktijkervaringen duidelijk maken, maar één factor springt eruit als het gaat om beperken van externe draaiuren en gewichtsverlies: een goed begin is het halve werk, aldus bewaaradviseur Anton van der Velde. Aardappelwereld magazine • oktober 2021 • nummer 10 19

otato diseases Wegens groot succes is het Engelstalige Aardappelziekten boek herdrukt en opnieuw toegevoegd aan ons vakliteratuur-assortiment. otato dis Wegens groot su Engelstalige Aardappelzie Terug € 50,(excl. BTW) Bestel nu in onze webshop https://webshop.aardappelwereld.nl/ of scan deze QR-code. Potato diseases A. Mulder L.J. Turkensteen A. Mulder LJ Turkensteen Herdruk nu verkrijgbaar!

BEWAARCOLUMN Schuw het gebruik van de kachels niet In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Reinier Stoutjesdijk, werkzaam in de regio Tholen/ West-Brabant. “P hytophthora zal een van de grote uitdagingen zijn in de aanvang van het aankomende bewaarseizoen. Knolaantastingen van de aardappelziekte treffen we niet alleen aan in streken die door zware regenval getroffen zijn, maar komen verspreid voor in heel Nederland en België. Hierbij is het belangrijk dat je als teler, liefst ruim voor het rooien, te weten komt of je ermee te maken hebt en in welke mate. Ga daarom je percelen in en neem monsters. In de afgelopen maand zijn bij het rooien van primeurs en de eerste partijen van de hoofdoogst al diverse partijen met een behoorlijk percentage rotaantastingen door knolphytophthora gerooid. Wat kun je dan doen? Om te beginnen, zorg ervoor dat je plekken en perceelsdelen met dergelijk hoge percentages rot apart rooit, vervolgens apart opslaat of direct aflevert, of helemaal niet oogst. Tot zover de preventie. Zodra de aardappelen in de schuur liggen is het curatieve advies: drogen, drogen en nog eens drogen. Begin al tijdens het inschuren, ook al is de bewaarplaats nog niet helemaal vol. Zet zodra je met het werk stopt de ventilatoren al aan en draai met interne lucht. Dat zorgt niet alleen voor droging, maar ook voor het egaliseren van de knoltemperatuur. Knollen kunnen gedurende de dag met verschillende temperaturen binnenkomen. Liggen knollen met sterk afwijkende temperatuur in een ruimte, dan kan condensvorming ontstaan en dan creëer je juist nattigheid en verhoog je tevens de kans op nog meer rottigheid in de partij. Schuw daarbij het gebruik van de kachels niet en al helemaal niet wanneer je onverhoopt veel rotte knollen mee naar binnen hebt gedraaid. Alleen wanneer het een gezonde partij betreft en de buitenlucht voldoende drogend is -raadpleeg het Mollier-diagramkun je de inzet van kachels achterwege laten. Tot aan begin september zijn er overigens nog maar weinig dagen geweest met een lage relatieve luchtvochtigheid (RV) in de buitenlucht. Zelfs voor partijen die al vroeg de schuur in gingen hebben we diverse keren de inzet van kachels geadviseerd. Let op keuze kiemremmers Snelle en adequate droging is ook belangrijk om tijdig met de kiemremming te kunnen starten. Voor zover we daar kijk op hebben, is dit seizoen het gros van het areaal bewaaraardappelen in het veld behandeld met de kiemSchuw het gebruik van de kachels niet en al helemaal niet wanneer je onverhoopt veel rotte knollen mee naar binnen hebt gedraaid. remmer MH. Die behandeling lijkt in de meeste gevallen redelijk tot goed geslaagd. Alleen in sommige regio’s en in sommige rassen is/was sprake van een veelal pleksgewijze vervroegde afsterving van het loof. Op die plekken kan de opname van MH in de knollen te gering zijn. In dergelijke partijen is het zeker van belang om zo snel mogelijk te drogen, want daarin kan de kieming dus al vroeg op gang komen. Met een geslaagde MH-behandeling heb je ongeveer zes weken of meer de tijd om een partij te drogen. Zonder MH of wanneer het middel nauwelijks is opgenomen, kan dat maar zeer beperkt zijn voordat de eerste kiempjes zichtbaar zijn. En voor vrijwel alle beschikbare kiemremmers die we in de schuur mogen toepassen, geldt de restrictie dat de hele partij droog moet zijn voordat je hiermee aan de slag kunt gaan. Welk middel dat dan vervolgens is, hangt onder meer af van het ras, de conditie van de knollen en het feit of de kieming al op gang is gekomen. Nog een ander punt om rekening mee te houden is welke andere producten eventueel in navolgende jaren nog in de schuur komen of in nabijgelegen ruimten liggen opgeslagen. Zo is inmiddels gebleken dat de kiemremmer 1,4 SIGHT residu problemen en daarmee ook afkeuringen kan veroorzaken in onder meer uien en knolselderij. Het middel is namelijk erg vluchtig. Dat is gunstig voor de verdeling in de aardappelhoop, maar daarbij kan het ook makkelijk ontsnappen door de kleinste kieren en naden of tijdens het openen van deuren, en zo in nabijgelegen cellen met daarin andere bewaarproducten terechtkomen. Voor sommige producten geldt een absolute nultolerantie aan middelresidu in diverse afzetmarkten. Hou daar dus ook rekening mee bij de keuze uit de kiemremmingsmiddelen.” ● Terug Aardappelwereld magazine • september 2021 • nummer 9 15

BEWAARCOLUMN Toepassingsmoment MH luistert nauw Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. “G oed bewaren begint al Terug op het veld, is al jarenlang de slogan van adviseurs in de aardappelsector. Tot zo’n tien jaar geleden had dit wijze gezegde nog uitsluitend betrekking op teeltmaatregelen als bemesting, het voorkomen van ziekten en plagen en netjes oogsten en inschuren. De laatste jaren, met als uitschieter vorig jaar, is daar nog een factor bijgekomen, en dat is de behandeling met maleïne hydrazide, afgekort als MH. In de eerste jaren van toepassing bood een veldtoepassing MH in de aardappelteelt vooral een oplossing voor schilbrandgevoelige rassen en varianten die gevoelig zijn voor inwendige kiem. Een inschuurbehandeling met chloorprofam kon daarmee achterwege blijven. Naar behoefte volgde dan nog een of meerdere behandelingen met de gasvormige vorm van de veelgebruikte kiemremmer later in het bewaarseizoen. Nu sinds vorig jaar chloorprofam verboden is, ontbreken kiemremmers voor een behandeling bij het inschuren. Daarmee is het gebruik van MH spectaculair toegenomen. MH altijd aan de basis Met de kennis dat alle eerste schuurbehandelingen met nu beschikbare kiemremmers alleen op een droog product plaats mogen vinden, is toepassing van MH voor vrijwel Goed bewaren van consumptieaardappelen begint al op het veld met een tijdige bespuiting van MH. alle bewaaraardappelen aan te bevelen. Je zou het nog achterwege kunnen laten wanneer je zeker weet dat de oogst binnen vier weken na inschuren droog achter de planken ligt. Maar wie kan dat garanderen? Die ontbrekende garantie is de reden dat inmiddels de meeste telers MH toepassen als basis voor de kiemremming. Daarmee is de eerste anderhalf tot twee maanden of langer – de werkingsduur is onder meer afhankelijk van het ras en jaarinvloeden – de kiemrust gegarandeerd. Waar de werking echter nog meer van afhangt, is toepassing op het juiste moment en onder de juiste omstandigheden. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het algemene advies is om de kiemregulator toe te passen na de bloei in een nog groen en vitaal groeiend gewas. Verder is het van belang om rondom dat moment met de aardappelriek het land in te gaan en op verschil lende plekken in het perceel de knolgrootte te meten. Het optimale spuitmoment in tafelaardappelen is aangebroken wanneer minimaal 80 procent van de knollen minimaal 25 millimeter in de maat is. Bij fritesaardappelen breekt dat tijdstip aan wanneer 80 procent van de knollen minimaal 35 millimeter in doorsnee is. Dit jaar is, of zal, dit moment op veel plaatsen in Nederland eerder bereikt zijn dan normaal. De zetting in de meeste gewassen is namelijk lager. En bij minder knollen per plant is de groei per knol over het algemeen wat vlotter. Zeker in een jaar met voldoende vocht en voeding, zoals nu het geval is. Kijk op tijd in het gewas Kijk dus op tijd in het gewas, spuit niet te vroeg en niet te laat. Bij een te vroege bespuiting kan het de knolgroei van de kleinere knollen remmen. Dit levert een lagere opbrengst op, maar heeft verder geen negatieve invloed op de kiemremming. Een te late toepassing resulteert wel in een mindere werking. Wanneer het loof niet meer helemaal vitaal is, zal ook het transport vanuit blad en stengels naar de knollen minder zijn, wat resulteert in minder opname door de knollen. Vandaar de bijkomende eis omtrent het tijdstip van toepassing dat het gewas nog minimaal drie tot vijf weken vitaal groen hoort te zijn, voordat de afsterving en/of loofdoding start, waarbij rond vijf weken het meest optimaal is. De dosering van de granulaatversie is 5 kilogram en die van de vloeibare 11 liter per hectare. Het valt daarbij aan te raden veel water te spuiten, zeker 500 tot 600 liter per hectare. Na de bespuiting hoort het gewas minimaal 10 uur droog te blijven, opdat het middel voldoende in het blad wordt opgenomen. De maximale temperatuur op het spuittijdstip mag 25 graden Celsius zijn. Gelet op de flinke hoeveelheid water zal de keuze van de spuitdop er al gauw eentje zijn die wat grovere druppels maakt.” ● Aardappelwereld magazine • augustus 2021 • nummer 8 15

BEWAARCOLUMN Denk alvast eens na over de kiemremmingsstrategie 2021 Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “Zo halverwege de julimaand zijn de aardappelen in de meeste bewaarschuren wel een eind geruimd. Wat het langst bewaard kan blijven, ligt overwegend onder de beste condities in de cel of kist en behoeft weinig voorlichting. Voor het gros van de telers valt er voor het bijna voorbije bewaarseizoen dan ook nauwelijks meer advies te geven dan dagelijks het product te controleren. Voor de aanstaande, die van Oogst 2021, hebben we daarentegen wel een aardige waslijst met tips aandachtspunten, voornamelijk op het punt van kiemremming. Afgelopen seizoen was voor veel telers een leertraject. Het leren omgaan met de vervangers van chloorprofam viel velen namelijk niet mee. Een van de struikelblokken vormde de juiste middelverdeling. Vooral het verdelen van kiemremmers op oliebasis als Argos en Biox-M leverde problemen op. Daarbij was het vooral zoeken naar de juiste luchtsnelheden bij toediening. Sommigen werkten met te veel ventilatiecapaciteit, anderen juist met te weinig. Een belangrijke factor bij verdeling van deze middelen is flexibiliteit, vooral in grotere bewaarruimtes speelt dat een rol. Het beste is om daarin de middelen in delen of compartimenten toe te dienen en niet over een hele cel te gelijk. Daarvoor is het echter wel noodzakelijk de ventilatoren afzonderlijk in te kunnen schakelen en dat vraagt soms om aanpassingen. Evalueer als aardappelbewaarder het bewaarseizoen 2020 de komende periode en denk alvast eens na over de kiemremmingsstrategie 2021. Welke aanpassingen moet ik eventueel doen aan de bewaring, welke middelen wil ik toepassen? Overleg daarbij met afnemers en adviseurs over de beste oplossing. In veel cellen zijn door leveranciers van kiemremmers luchtsnelheden gemeten in een zoektocht naar een optimum. De cijfers zullen in de zomer wel bekend zijn, informeer daar naar bij de betrokkenen. Dan zijn in de klantenkring ook telers geconfronteerd met opmerkingen en/of afkeuring na gebruik van bepaalde kiemremmers, afhankelijk van de eindbestemming. Ga voor het maken van een keuze uit een kiemremmer daarom eerst na of de afnemer hier geen problemen van verwacht bij aflevering. Celafdichting vaak nog onvoldoende Andere punten van aandacht zijn de beste plaatsing van de vernevelapparatuur, is de cel op de juiste plek bereikbaar, Een punt van aandacht volgend seizoen is de beste plaatsing van de vernevelapparatuur. Daarnaast is de celafdichting nogal eens onvoldoende, waardoor te veel middel ontsnapt via kieren en gaten. zijn de gaten met de gewenste diameter aanwezig? Nog zo’n factor die in veel schuren aanpassing vraagt is de celafdichting. Die is nogal eens onvoldoende, waardoor te veel middel ontsnapt via kieren en gaten, met als gevolg (plaatselijk) te weinig werking van kiemremming. En ook al blijft de werking op slechts een kleine plek achterwege, dat kan wel gevolgen hebben voor een hele partij, bijvoorbeeld een vroegtijdige levering en/of (gedeeltelijke) afkeuring. Datzelfde euvel, het pleksgewijs achterblijven van de kiemremming, is soms eveneens toe te schrijven aan een deels mislukte werking van MH. In het teeltseizoen valt het namelijk niet altijd mee om (voor heel het perceel) een optimaal spuitmoment te kiezen. Het advies is: spuit bij groeizaam weer, als de knollen minimaal 30 tot 35 millimeter groot zijn en ruim 3 tot 5 weken voor de loofdoding. Alleen dat valt niet mee in droge zomers zoals we die de voorbije jaren gekend hebben. Ook al is het algemeen advies om bij elk van de huidige kiemremmers MH aan de basis toe te dienen, zijn de omstandigheden voor toediening niet optimaal, laat de bespuiting dan achterwege. Dan is het vervolgens wel extra zaak om te zorgen dat de oogst zo droog mogelijk binnenkomt, want de meeste van de toegestane middelen voor kiemremming in de schuur mogen/werken niet op een nat product. Dus voorkom oogstrisico. Begin tijdig aan de loofdoding en rooi zodra de knollen velvast zijn onder zo droog mogelijke omstandigheden. Dat zal niet altijd lukken, maar zorg er dan ook voor dat de droogcapaciteit van de bewaarapparatuur in orde is. Dat vraagt om schone roosters en kanalen, ventilatoren met ruime capaciteit en goed werkende kachels ‘voor het geval dat’. Ik wens iedereen een weloverwogen en kiemvrij nieuw bewaarseizoen toe.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juli 2021 • nummer 7 13

BEWAARCOLUMN Wijk niet af van de adviezen rondom kiemremming “Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. Terug “Het koude weer van de afgelopen maanden heeft niet alleen de groei van het nieuwe aardappelgewas geremd, maar ook die van de oude oogst. Voor wat buiten groeit is het pech, voor wat binnen ligt juist gunstig. In veel bewaarschuren, ook met buitenluchtkoeling, bleef de temperatuur tot begin mei daardoor vrijwel constant. De schommeling betrof hoogstens een halve graad Celsius. En dat zie je terug in het kiemremmingsverhaal. Een geluk bij een ongeluk, zou je het kunnen noemen. Voor veel aardappelbewaarders is het namelijk nog wennen aan de vervangers van chloorprofam. Het juiste moment van toepassen en de dosering vragen de nodige kennis en ervaring. Bij hoge buitentemperaturen zou de omgang hiermee beslist lastiger zijn geweest. Maar inmiddels is het wel zover dat de kans op hogere buitentemperaturen toeneemt. En dat vraagt alle aandacht voor degenen die nog aardappelen in de schuur hebben liggen. Aandacht voor de kieming, maar ook voor de bakkwaliteit. Bij twijfel, laat monsters nemen. Dit is namelijk ook de periode waarin de kans op het ontstaan van verouderingssuikers toeneemt, in combinatie met hogere temperaturen kan de bakkwaliteit ineens achteruitgaan. Hou nu ook de kieming scherp in de gaten, het liefst meerdere keren per week, en behandel de knollen op tijd. Wijk niet af van de adviezen omtrent doseringen en intervallen, want de kieming kan bij een temperatuurstijging al snel een boost krijgen. Preventief of bij zeer kleine kiemen behandelen is nu belangrijk. Bij langere kiemen aan de noodrem trekken is zeker in juni/juli gevaarlijk vanwege het risico op inwendig schot. Preventief of bij zeer kleine kiemen behandelen is nu belangrijk. Trage luiken Hoe precies te handelen in deze periode hangt ook sterk af van de gekozen kiemremmer. Bij toediening van ethyleen is het nu van het grootste belang het CO2-gehalte nauwlettend in de gaten te houden. Wie ververst via de luiken zal daarvoor al gauw drie tot vijf keer per dag de ventilatoren laten draaien. Let daarbij op de draaiduur. Te lang draaien kan de binnentemperatuur te veel doen oplopen. Ververs per keer niet langer dan nodig. Controleer dit goed tijdens het verversen. Soms zien we dat er 15 minuten ingesteld staat, terwijl 5 minuten met een volledig open luik voldoende blijkt te zijn. Direct na het beëindigen van het verversen daalt het CO2-gehalte op de generator nog een paar minuten door. Houd ook met dit na-ijleffect rekening. Bijkomend probleem bij deze actie is dat sommige luiken voor dit doel te traag openen en sluiten. Wellicht verstandig om daar na het bewaarseizoen verandering in aan te brengen. Een alternatief voor afvoer van kooldioxide is aanleg van een speciaal ventilatortje met eventueel bijbehorend buizen-/slangenstelsel. Informeer daarbij goed naar de diverse mogelijkheden, want ook de juiste capaciteit, plaatsing en uitvoering spelen een rol, vooral bij toepassing van ethyleen. De ervaring tot nu toe leert dat bij snel oplopende gehalten deze ventilatortjes de afvoer soms niet bij kunnen benen. Degelijke celafscheidingen Dan zijn er nog enkele leermomenten te melden bij toepassing van kiemremmers als 1,4 SIGHT, Biox-M en Argos. Voor alle drie geldt dat het product droog hoort te zijn voordat je een eerste behandeling start. Op deze eis is flink gehamerd in de adviezen, en dat hebben sommige bewaarders zich dit seizoen iets te veel aangetrokken. Droog hoeft niet kurkdroog te zijn. Zij die bij aanvang te fanatiek gedroogd hebben, kampen nu met een te sterke indroging van de knollen en drukplekken in hun partijen. Voor de gebruikers van 1,4 SIGHT is het van belang rekening te houden met de vluchtigheid van het product. Het glipt soms zelfs door kieren van scheidingswanden heen. Wanneer daarin producten zoals knolselderij liggen, kunnen deze daarmee in aanraking komen. Sommige bestemmingen weigeren product wanneer ze daar resten van de genoemde kiemremmer in aantreffen, hou daar dus rekening mee. Bij Argos en Biox-M moesten openingen of lege ruimtes afgeschermd worden met landbouwplastic. Dit is niet altijd goed gelukt, wat te zien is aan de soms tegenvallende resultaten. Bij uitschuren van het product is dat soms terug te zien in te veel kieming. Bij gebruik van deze middelen is het beter om degelijke scheidingswanden direct rond de cel te maken. ● Aardappelwereld magazine • juni 2021 • nummer 6 13

BEWAARCOLUMN Intern ventileren op ‘sper’ bij warme dagen In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Reinier Stoutjesdijk, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. koelen, mocht de knoltemperatuur (overdag) opgelopen zijn. “Zet met de opgelopen (dag)temperaturen een sper in het computerprogramma, ons advies is van 9.00 uur ’s morgens tot 21.00 uur ’s avonds.” “Met de opgelopen (dag)temperaturen na half april is het van belang om die warmte zoveel mogelijk buiten de bewaarschuur te houden. Dus dat betekent deuren en luiken zoveel mogelijk hermetisch gesloten houden bij buitenlucht die hoger is dan de gewenste temperatuur van het bewaarproduct. Zet dus geen machines of werktuigen die regelmatig in en uit de schuur moeten in een ruimte naast een bewaarruimte wanneer daarbij sprake is van een open verbinding. Ga ook niet intern draaien bij hogere buitentemperaturen. Zet daarom een sper in het computerprogramma, ons advies is van 9.00 uur ’s morgens tot 21.00 uur ’s avonds. Hetzelfde verhaal gaat op voor de luchtverversing. Beperk dat, wanneer mogelijk, tot één draaimoment per etmaal. Het liefst wanneer de temperatuur het laagst is, meestal is dat tussen 5.00 en 7.00 uur ’s ochtends. Stel daarnaast het temperatuurverschil tussen het ventilatiekanaal voor de actie ‘intern ventileren’ ruim in wanneer de buitentemperaturen hoog zijn. Daarmee doel ik op de waarde die het maximale verschil aangeeft tussen de temperatuur in het ventilatiekanaal en de producttemperatuur. We adviseren deze minimaal op 2,5 tot 3,0 graden Celsius in te stellen, afhankelijk van het ras en de bewaarconditie. Hou je het temperatuurverschil kleiner, dan zullen de ventilatoren langere tijd gaan draaien, warmt het product meer op en droogt het extra uit. Het omgekeerde verhaal gaat op voor het verschil buitentemperatuur en producttemperatuur voor de actie ‘extern ventileren/koelen’. Hou deze juist wat kleiner op maximaal 2,0 tot 2,5 graden Celsius. Zo zal het computerprogramma iedere kans aangrijpen om de aardappelen (’s nachts) terug te Verlenging afvoerpijp CO2 Dan nog een tip met betrekking tot de beheersing van het CO2-gehalte in de bewaring, vooral voor telers die ethyleen als kiemremmer toepassen. Sommige telers hebben voor de afvoer een aparte ventilator, maar die blijkt in sommige gevallen onvoldoende CO2 af te kunnen voeren. Dan is het ook nodig dat de ‘gewone’ ventilatoren bij moeten springen. Nu blijkt in de praktijk dat die onvoldoende afvoer kan liggen aan de aanwezigheid van kieren en naden in de buurt van de CO2-ventilator/ingang van de afvoerpijp, bijvoorbeeld bij de luiken. De voelers blijven dan een te hoog CO2-gehalte aangeven, veelal midden in de hoop. Een praktische oplossing hiervoor is om de afvoerpijp te verlengen met bijvoorbeeld een extra stuk pijp of slang met een lengte tot midden onder de hoop in een ventilatiekanaal. Grote verschillen in kiemremming Dan kort nog even over de stand van zaken rondom de kiemremming. Hierover valt niet anders te concluderen dan dat de verschillen tussen de partijen soms groot zijn. Afhankelijk van het ras, teelt/ bewaardoel, de condities rondom het inschuren, de bewaaromstandigheden, de aan- of afwezige technieken in de schuur, de toegepaste kiemremmingsapparatuur en -middelen lopen de resultaten behoorlijk uiteen. En wat hier zeker ook in meespeelt zijn onkunde en het gemis aan ervaring. Wat dit eerste seizoen zonder chloorprofam meezit is dat de bewaarpartijen vrijwel allemaal gezond zijn, rot komt slechts sporadisch voor. Met het nodige kunst- en vliegwerk is de kiemremming daarom veelal nog wel te beheersen tot het geplande aflevermoment, althans dat is de situatie tot begin mei. Als het om de toepassing van de kiemremmers gaat, stip ik graag enkele punten van lering aan. Zo is het na toediening van een middel als 1.4SIGHT van belang gebleken om de schuur zo lang mogelijk dicht te houden voor een optimale werking, als het kan tot 72 uur. Middelen als Argos en Biox-M werken alleen optimaal bij een goed gevulde bewaarruimte. Alleen dan is een gewenste middelconcentratie te bereiken en vast te houden gedurende de behandelperiode. Bij toepassing van ethyleen lukt het niet altijd om bij lange bewaring de kiemgroei te remmen bij een ethyleenconcentratie van 4 procent. Komen er dus kiemen, dan is het aan te raden de concentratie in overleg met Restrain te verdubbelen naar 8 procent.” ● Terug Aardappelwereld magazine • mei 2021 • nummer 5 13

BEWAARCOLUMN Bewaren draait nu nog meer om kennis Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. Terug “Het is nu echt anders bewaren dan veel aardappeltelers jarenlang gewend waren. Hier in het midden van Nederland is dat niet anders. Simpelweg wat Chloor-IPC bij het inschuren vernevelen en bijna een seizoen lang geen omkijken meer hebben naar de kiemremming, dat is verleden tijd. Omgaan met de huidige toegelaten middelen vraagt veel meer kennis van zaken, dat hebben veel telers inmiddels wel ontdekt. Kennis van de werking, apparatuur, maar ook van ras-eigenschappen en alle andere maatregelen die betrekking hebben op het bewaren van aardappelen. Denk aan de ventilatieduur van verschillende acties als luchtverversing en koeling, het monitoren van temperaturen (van de knol, in de schuur en buiten de schuur), het CO2-gehalte, de relatieve luchtvochtigheid, kiemlust van een ras, alles doet ertoe. een middel als 1,4SIGHT geldt: start al voordat kiemen zichtbaar zijn. En bij Biox-M en Argos: start zodra witte puntjes zichtbaar zijn, niet langer dan 2 tot 3 millimeter. In de meeste gevallen waarin de kiemremming te laat is gestart, lopen telers de rest van het bewaarseizoen achter de feiten aan. Dat vraagt dan om reparatie met kortere intervallen en hogere doseringen. Dus die start is cruciaal. Ik heb het nog niet gehad over MH, maar zoals al meerdere keren aangestipt in deze column, is een (veld)behandeling vooraf in vrijwel alle gevallen van lange aardappelbewaring onmisbaar. Ondergrenzen opzoeken Knoltemperatuur speelt bij het nieuwe bewaren ook een aanzienlijke rol. Veel telers proberen in samenspraak met hun adviseurs en afnemers nu ondergrenzen op te zoeken. “Omgaan met de huidige toegelaten middelen vraagt veel meer kennis van zaken.” Deze factoren waren uiteraard al belangrijk, maar daar komt het nu nog meer op aan dan in de tijd van Chloor-IPC. Achter de feiten aan De belangrijke les van dit leerseizoen is wel: begin op tijd. Voor de toediening van Vooral als het gaat om fritesaardappelen. Immers, hoe lager de knoltemperatuur, hoe trager de ademhaling en daarmee samenhangend: de kieming. Probleem in fritesaardappelen is echter dat een té lage knoltemperatuur negatieve gevolgen kan hebben “Omgaan met de huidige toegelaten middelen vraagt veel meer kennis van zaken, dat hebben veel telers inmiddels wel ontdekt.” voor de bakkwaliteit. De onder grens van de knoltemperatuur in relatie tot bakkwaliteit is namelijk een aan het ras gerelateerde factor. Een Fontane of Agria bewaren op 6,5 of 7,0 graden Celsius levert al gauw minder problemen op dan wanneer het om Innovator gaat. Of het wel of niet lukt bij een graadje lagere knoltemperatuur te bewaren hangt ook samen met de conditie waaronder je de aardappelen kunt bewaren. Liggen ze in een goed afgesloten, optimaal geïsoleerde en eventueel gekoelde cel, of niet? Wanneer het lukt om bijna zonder temperatuurschommelingen een partij te bewaren, dan zal ook het bewaren bij lagere temperaturen minder problemen opleveren. Hou deuren gesloten Dus het dringend advies is: probeer wisselingen van temperaturen in het product te voorkomen. Staan in dezelfde ruimte als waarin de aardappelen liggen ook machines voor voorjaarswerk, zorg dan dat deze uit de schuur zijn zodra de buitentemperaturen beginnen op te lopen. Oftewel, hou vanaf dan de deuren gesloten. Ook het in gedeelten uitleveren van partijen is nadelig voor de kiemremming. Tot nu toe zijn de nachttemperaturen laag genoeg om met de koelere lucht de aardappelen op de gewenste temperatuur te houden. Is het voorjaarswerk begonnen, vergeet dan niet de partij met regelmaat te controleren. Zijn er problemen met de kieming, controleer dan elke dag. Ligt de partij er goed bij, kijk dan toch minstens twee tot drie keer per week even op de hoop en hou de kieming scherp in de gaten.” ● Aardappelwereld magazine • april 2021 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN Kiemremming niet overal vlekkeloos Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “H beschikbaarheid. Telers die oera voor het winterse weer half februari. Het was niet alleen welkom voor sneeuw en schaatsliefhebbers, ook landbouwers met bewaaraardappelen hadden er baat bij. De lage buitentemperaturen hielden het ook binnen koel, met als gevolg rust in de schuur. Rust slaat op weinig temperatuurschommeling, weinig ademhaling en rem op de kieming. Totdat eind februari de temperaturen plots weer even omhoog schieten. Dan breekt in veel schuren met enkel buitenluchtventilatie een zeer spannende periode aan. Hoe lang blijft de kieming hier nog onder controle? De vrees voor mogelijke problemen heeft alles te maken met de voorgeschiedenis. Tot nu toe is de kiemremming namelijk niet overal vlekkeloos verlopen. Dat is niet alleen toe te schrijven aan middelen, apparatuur of gebouwen, maar aan een combinatie daarvan, inclusief degene die hiervoor verantwoordelijk is. Zo hebben veel van die verantwoordelijken zich te laat in de problematiek van ‘het nieuwe kiemremmen’ verdiept en juist bij hen gaat veel fout. Het ontbreekt daar dikwijls aan van alles. Schuren zijn niet dicht genoeg, waardoor middel ontsnap, ze zijn niet volledig gevuld, waardoor middel niet 100 procent werkt, het ontbreekt aan een goede (kracht) stroomvoorziening voor apparatuur en/of de middelenkeuze past niet bij het ras, gebouw, wijze van toediening en vul het rijtje maar aan. Teveel nevel ontsnapt Laten we even dieper inzoomen op de gang van zaken. De algemene constatering is dat zij die werken met de kiemremmer 1,4SIGHT overwegend de minste zorgen hebben. Dat heeft uiteenlopende oorzaken. Deze kiemremmer moet je op tijd toepassen, ruim voor kiemen zichtbaar zijn, in een droog product en in een dichte ruimte, want er mag geen nevel ontsnappen. Dit zijn kortom uitgangspunten voor een goede start. Ook was tijdige bestelling van het middel nodig vanwege beperkte het toepassen hadden daarmee de keuze veelal voorafgaand aan het bewaarseizoen gemaakt. Wat meer praktijkervaring in vorige seizoenen speelt ook een rol. Bij toepassing van Argos en Biox-M is dat veelal een ander verhaal. Beide middelen, met in Nederland nog relatief weiDat ligt niet aan de middelen zelf. Soms is simpelweg vergeten om de ventilatoren tijdens de toediening aan te zetten en/of daarna voor nog herverdeling van de middelen. Het komt ook voor dat de vulling van de cel onvoldoende is en/of dat er teveel nevel door naden en kieren ontsnapt. “Het komt ook voor dat de vulling van de cel onvoldoende is en/of dat er teveel nevel door naden en kieren ontsnapt.” nig praktijkervaring, zet je pas in op het moment dat de eerste kiempjes zichtbaar zijn. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn daar waar het uit de hand gelopen is in cellen waarin toediening van 1,4SIGHT was voorzien. Het beeld in resultaten bij inzet van deze middelen is tot nu toe zeer wisselend. Zo zien we dat de verdeling door de hoop niet overal optimaal is. Blijf controleren Over toezicht gesproken, controleer de aardappelen iedere dag op de kieming, zeker in probleempartijen. En ook wanneer de landwerkzaamheden gestart. Veelal verslapt bij velen dan de aandacht, zo is onze ervaring. Nog een puntje van aandacht bij ‘het nieuwe kiemremmen’ is het monitoren van de CO2-concentratie. Bij metingen in diverse bewaarschuren hebben we gezien dat de kiemrust in schuren met een ppm onder 2500 veelal groter is dan in schuren met een hogere concentratie. Dit lijkt dus niet alleen de maximale norm te zijn voor bij een toepassing als ethyleen, maar in het algemeen. Zorg dus voor regelmatige verversing van de aardappelhoop. Hou daarbij wel de buitentemperatuur en RV in de gaten, oftewel stel de bewaarcomputer daarop af.” ● “Controleer de aardappelen iedere dag op de kieming.” Terug Aardappelwereld magazine • maart 2021 • nummer 3 21

BEWAARCOLUMN Grote verschillen in kiemrust, weinig rot “Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskun dige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “M instens twee factoren Terug zitten tot nu toe mee dit bewaarseizoen, het aantal partijen met (ingeschuurd) rot is beperkt en de buitentemperaturen zijn vooralsnog gunstig. Dat wil zeggen koud genoeg om te koelen en warm genoeg om grote problemen met condens te voorkomen. Wat helaas niet altijd en overal optimaal verloopt is de beheersing van de kiem(rem)ming. Bekend en normaal is het verschil in kiemrust tussen de diverse aardappelrassen. Het is een aan het ras gerelateerde eigenschap. Daarnaast constateren we dit seizoen echter ook flinke verschillen in kiemrustduur tussen bewaarpartijen van hetzelfde ras. Dit is eveneens toe te schrijven aan twee oorzaken. Beide hebben betrekking op het weer van afgelopen zomer. In partijen waarvan de knollen bij hoge temperaturen van soms meer dan 25 graden Celsius in de rug hebben gezeten, is de kiemrust overduidelijk sneller doorbroken dan wanneer deze niet zo erg zijn opgewarmd. En partijen die tijdens het groeiseizoen met de kiemregulator maleïne hydrazide (MH) zijn behandeld onder te warme, te droge en dus niet ideale groeiomstandigheden zijn eveneens veel kiemlustiger. Samen met het ras zorgen deze factoren ervoor dat begin februari kiemlustige partijen tot wel drie keer met een kiemremmer zijn behandeld en weinig kiemlustige nog geen enkele keer. Dat geeft te denken, zeker gelet op het kostenplatje. Met de huidig beschikbare middelen, die overwegend veel duurder zijn dan ChloorIPC, kan de kiemremming dan snel in de papieren lopen. Zeker wanneer daarbij de hoogste doseringen nodig zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij partijen met (te) grote kiemen op de knollen. Voor telers van kiemlustige rassen rijst momenteel dan ook de vraag: zijn deze nog wel langer te telen als bewaaraardappel zolang daar geen meerprijs tegenover staat? De overweging voor volgend seizoen is dan wellicht de keuze voor een minder kiemlustig ras of tijdens de teelt meer aandacht besteden aan factoren die ervoor zorgen dat de knol zo lang mogelijk zijn kiemrust behoudt. Scherm lege ruimtes af Wat de tegenvallende werking van MH betreft is de indruk dat dit in veel gevallen niet nodig was geweest. We constateerden afgelopen zomer dat nogal wat telers het middel te laat hebben ingezet. Dat is veelal omdat ze nog te veel angst hebben kilo’s te moeten missen op het optimale spuitmoment en dat is als het gewas er nog frisgroen bij staat. Daarom nog maar eens de herhaling: het beste moment van toediening is na de bloei, met knollen in de rug die minimaal 35 millimeter groot zijn en met nog minstens drie tot vijf weken groei te gaan voor het moment van loofdoding. Juist bij toepassing van de nu beschikbare kiemrustverlenger en kiemremWat helaas niet altijd en overal optimaal verloopt is de beheersing van de kiem(rem)ming. mers als respectievelijk 1,4SIGHT, Biox-M en Argos ervaren we in de praktijk het onmisbare belang van een geslaagde MH-bespuiting als basisbehandeling. En dus zeker om de kosten beheersbaar te houden. Een andere constatering is dat voor een goede werking van de genoemde middelen de bewaarschuren goed dicht en zoveel mogelijk gevuld moeten zijn. We wisten dit wel voor 1,4SIGHT, maar voor een kiemremmer als Argos blijkt het ook belangrijk te zijn om de open ruimte om de cel heen zo klein mogelijk te houden. Dus hang een zeil/landbouwplastic tussen de cel en een lege ruimte. Verder leert de eerste praktijkervaring dat het toedienen van een middel als Argos het beste in korte tijd kan gebeuren. Vanwege de relatief hoge dosering komt het daarom in de praktijk wel voor dat vernevelapparaten met een lage capaciteit al gauw een halve dag of meer moeten draaien. We hebben de indruk dat dit de werking niet ten goede komt. Bovendien neemt de totale periode dat je geen buitenlucht mag gebruiken hierdoor ook weer toe, met als nadeel meer temperatuurstijging en een oplopend CO2-gehalte. Nog een laatste aandachtspunt is condens. Vocht druppels en de nieuwe kiemremmers gaan niet samen. Tijdens de behandeling kunnen de druppels samen met het middel op de aardappelen vallen, waardoor irritatie aan de schil ontstaat die veelal eindigt in rot. Voorkom dus te allen tijde condensvorming in de bewaarschuur.” ● Aardappelwereld magazine • februari 2021 • nummer 2 16

BEWAARCOLUMN Laat geen kiemremmer ontsnappen In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Reinier Stoutjesdijk, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “H alf december zijn in zowat alle aardappelbewaringen de kiemen losgekomen, zagen we in het gros van de bewaarschuren. Alleen in partijen Fontane en Agria heerst dan voor een deel nog kiemrust, vooral wanneer daarin de werking van MH goed geslaagd is. Naar verwachting zullen de eerste kiempjes zich hierin pas begin januari laten zien. Kieming is dit seizoen over het algemeen eerder op gang gekomen als gevolg van de hoge temperaturen in de nazomer. Daardoor is de kiemrust in veel aardappelgewassen versneld doorbroken. Wanneer goed is gehandeld, hebben telers die 1,4SIGHT inzetten het middel de eerste keer toegediend op een moment dat (nog) geen kiemen zichtbaar waren. Dit is van groot belang, want 1,4SIGHT is geen kiemremmer, maar een middel dat de kiemrust verlengt. En als het goed is vond de verneveling van dit middel plaats op een volledig droog product. Dat is noodzakelijk, omdat na de toepassing in een tijdsbestek van minimaal 48 uur geen verversende ventilatie met buitenlucht plaats mag vinden. De kiemremmer heeft namelijk tijd nodig om ‘in te werken’. Is een product dan te nat en/of bevat het te veel rotte knollen, dan mag/kun je dus niet drogend ventileren, wat dan veelal wel noodzakelijk is. Doe je dat wel, dan raak je te veel van het toegediende middel kwijt en heeft de behandeling onvoldoende gewerkt, wat weer zonde is van het geld. Je kunt een middel als 1,4SIGHT ook makkelijk kwijtraken wanneer de bewaarruimte niet goed afgesloten is. Door wanden, daken en deuropening met kieren ontsnapt al gauw te veel middel en dan is uiteindelijk de werking door de afnemende concentratie ontoereikend. Dat is een factor om ernstig rekening mee te houden, zo ervaren we nu in de alledaagse praktijk. Controleer knollen rondom op verschillende plekken in de hoop. Lange kiemen behandelen kost extra geld Toch nog even terug naar dat aandachtspuntje ‘tijdig drogen van het product’. We hebben in onze bewaaradviezen bij aardappeltelers erop gehamerd om direct na inschuren volop in te zetten op het droogproces. De eerste ervaring leert dat dit ook de komende jaren advies zal blijven. Dus niet een paar dagen wachten en dan pas ventileren, zoals ‘nog wel kon’ bij toepassing van vloeibare chloorprofam bij inschuren, maar onmiddellijk starten met drogen. Dit is beslist nodig om ervan verzekerd te zijn dat de gehele partij binnen vier tot zes weken droog is. Veelal begint daarna de kieming op gang te komen. Hoe snel de kiemrust in de knollen verdwijnt is uiteraard afhankelijk van het ras en de weersinvloeden in de veldperiode, maar je kunt er bij toepassen van de huidige middelen niet op gokken dat het langer duurt dan die vier tot zes weken. Zeker niet zonder een (geslaagde) MH-veldbehandeling voorafgaand aan de bewaring en ook niet bij toepassing van een middel als 1,4SIGHT in de schuur. Met kiemremmers als Argos en Biox-M is een latere behandeling wel mogelijk, maar ook daarbij mag de kieming niet al te ver op gang zijn. Het advies bij toepassing van beide kiemremmingsmiddelen is dan ook om de eerste behandeling te starten zodra 20 tot 30 procent van de knollen in een bewaarpartij zichtbaar witte kiempjes laten zien. En die mogen daarbij een maximaal 2 tot 3 millimeter lang zijn. Controleer knollen rondom op verschillende plekken in de hoop en voldoende diep (tot 40 centimeter). Je kunt met middelen als Argos en Biox-M wanneer je te laat bent met een eerste toediening ook wel langere kiemen afbranden zoals dat in het jargon heet, maar dat brengt tegelijkertijd ook nadelen met zich mee. Veelal is dan een veel hogere dosering nodig en het interval tussen de eerste en tweede toediening zal in veel gevallen noodzakelijk korter zijn. Dan ga je al gauw van vier naar drie weken als tussentijd. Daarmee nemen de behandelingskosten dus flink toe. Een andere factor om rekening mee te houden bij inzet van middelen als Argos en Biox-M rekening is de gemiddeld langere duur van toediening, ook afhankelijk van de gebruikte apparatuur en de dosering. Voor Argos geldt als de standaard volgens het etiket een dosering van 100 milliliter per ton per behandeling, zowel voor de allereerste als de vervolgbehandelingen. Bij Biox-M kan de begindosering 90, 60 of 30 milliliter per ton zijn en de vervolgdoseringen 60 of 30 milliliter per ton, afhankelijk van kiemlust of kiemrust in een bewaarpartij. Gebruik van oude vernevelapparatuur voor chloorprofam zoals de Pulsfog is volledig af te raden vanwege de grote kans op brandgevaar. Wel geschikte vernevelaars zijn de Resonator, Synofog, Electrofog en Cropfog. De laatst genoemde heeft de hoogste capaciteit, maar is ook de duurste. Met het middel ethyleen als kiemremmer hebben we nog maar weinig ervaring opgedaan. Onder meer omdat slechts een gering aantal van de telers die we adviseren deze kiemremmer toepast.” ● Terug Aardappelwereld magazine • januari 2021 • nummer 1 13

BEWAARCOLUMN Begin en eindig met dezelfde kiemremmer Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. “I Terug n sommige consumptiepartijen die momenteel in de schuren liggen, in de regio Midden-Nederland, komt rot voor en dat vergt de nodige aandacht. Dat zal ongetwijfeld ook elders het geval zijn, want de weersomstandigheden in het land waren afgelopen teeltseizoen vrijwel gelijk. Zo ook een hete augustus en natte september met hele warme dagen gevolgd door begin oktober een periode met veel neerslag. Die nattigheid heeft vooral ‘beginnend’ rot veroorzaakt in knollen die diep in de ruggen zaten. In de bewaring tref je ze aan als natte en vaak donkergekleurde knollen die er aan de buitenkant nog redelijk uitzien, maar pas wanneer je er flink in knijpt merk je dat ze vanbinnen zacht en rot zijn. Deze moet je goed in de gaten houden. Ben je ze tegengekomen, wees dan alert op lekvocht en controleer daarop door regelmatig in de kanalen te kijken. En regelmatig, dat is dus minstens eenmaal per dag. Om de boel droog te houden is het van belang om alleen met drogende buitenlucht te ventileren en ook intern. Het regime voor de interne ventilatie is afhankelijk van de conditie en het rotpercentage in de partij. Dat kan bijvoorbeeld zijn elke twee uur een half uur, drie kwartier of een uur intern ventileren. Drogen van de partij is vaak belangrijker dan wondheling. Nadat de aardappels min of meer droog zijn is er ruimte voor eventuele wondheling, als dat nog nodig is. Hou de temperatuur dan gedurende het wondhelingsproces op 11 tot 12 graden Celsius. Niet lager vanwege de wondheling en niet hoger om uitbreiding van (bacterie)rot in te dammen. Eerst droging, daarna pas kiemremming Een volgend extra aandachtspunt aan het begin van dit bewaarseizoen is de kiemremming. Door de al genoemde warme zomerdagen zijn de knollen behoorlijk kiemlustig. De MH-behandeling in het veld heeft weliswaar in de meeste gevallen goed geholpen en zet veelal een rem op de kiemgroei. Echter, bij zeer kiemlustige rassen waren de eerste witte puntjes toch al snel zichtbaar op de knollen. Bij een Agria zul je nu nog geen kiemen zien, maar bij rassen als Innovator al wel. Wil je hierin met een kiemregulator als 1,4SIGHT aan de slag, dan moeten de knollen al behandeld zijn voordat je kiemen ziet. Het middel is namelijk een kiemrust-verlenger en geen kiem-remmer. Nu mag je het middel echter pas gaan toedienen zodra de knollen winddroog zijn. Aanhangende grond mag nog wel iets vochtig zijn, maar de schil absoluut niet. Komen toch kiemen op het product, dan ben je op kiemremmingsmiddelen als Argos of Biox-M aangewezen. Die kunnen namelijk wel de groei van een eenmaal gevormde kiem stopzetten. Ook die middelen mag je overigens pas gaan toedienen nadat het product goed droog is. Met de kiemremmer ethyleen zijn we nog terughoudend in de adviezen. Bij de rassen Fontane en Mozart kan ethyleen wel worden ingezet. Van andere rassen zijn er nog te weinig (eigen) onderzoeks- en praktijkresultaten van dit middel. Begin op tijd met kiembehandeling Op dit moment gaat wat meer belangstelling uit naar Argos dan naar Biox-M. Argos heeft een aantal pre’s: geen veiligheidstermijn, geen penetrante geur en het heeft wat meer mogelijkheden op het vlak van dosering en toepassing. Zowel bij inzet van Argos als Biox-M is het wel van belang om nadat de eerste kiemen zichtbaar zijn, op tijd te beginnen met behandeling. Start een behandeling zodra 10 tot 20 procent van de kiemen zichtbaar is en ze niet langer zijn dan 2 tot 3 millimeter. Of middelen ook af te wisselen zijn, daarover zijn nog weinig proef- en praktijkervaringen bekend. Het is op enkele plekken wel in afwisseling met succes toegepast, maar of dat in alle gevallen kan en bij alle rassen, is nog niet goed genoeg bekend. Daarom adviseren we op dit moment het middel waarmee je de behandeling begint gedurende de hele bewaarperiode te blijven gebruiken. Dat geeft de minste kans op fouten in werking, dosering en toediening. Nog een laatste tip en dat betreft de toedieningstijd van de middelen. Het vernevelen van middelen als Argos of Biox-M in de bewaring vergt wel duidelijk meer tijd dan 1,4SIGHT.” ● “Kiemremmingsmiddelen mag je pas gaan toedienen als het product droog is.” Aardappelwereld magazine • december 2020 • nummer 12 13

BEWAARCOLUMN Vocht ingeschuurd? Laat ventilatoren volop draaien! Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “D e aardappeloogst is tot nu toe in veel teeltregio’s onder wisselende weersomstandigheden verlopen. Al vanaf de aanvang van dit oogstseizoen adviseren we met klem: laat rotte plekken zitten, draai ze niet naar binnen. Laagtes, spuitsporen, kopakkers met rot, rij er met een grote boog omheen. Zelfs apart opslaan zal in de meeste gevallen niet lonend zijn. Dat ligt niet alleen aan de lage prijzen, maar nog meer aan de hogere kosten van bewaring. Alternatieven voor de kiemremmer Chloor-IPC zijn overwegend duurder in gebruik en ze vereisen voor een optimale werking zo snel mogelijk een droog product in de schuur. Gedurende het droog- en wondhelingsproces is de inzet van de huidige kiemremmingsmiddelen af te raden, vooral vanwege de benodigde ventilatie met buitenlucht. Duurt dit proces te lang, wat al gauw het geval kan zijn bij veel rot en eventueel ook te veel natte grond in het product, dan kan kiemremming te laat komen of is een hoge en daarmee dure startdosering nodig. Veel telers hebben gehoor gegeven aan het advies om al tijdens het teeltseizoen de consumptieaardappelen met MH te spuiten. Daardoor hebben de knollen al een rem op het kiemproces in zich. Dat komt nu vooral van pas bij nat ingeschuurd product dat veelal een wat langere droogtijd nodig heeft. Zolang er geen rot in zit zal dat niet te lang zijn om op tijd met een eerste behandeling van middelen als 1,4SIGHT, Biox-M, Argos en ethyleen te starten. We zien dit seizoen echter in veel bewaarschuren al vlot na inschuren kiemen op de knollen komen, ook bij met MH behandelde aardappelen. De soms zeer hoge temperagevallen hebben we geadviseerd de kachels hierbij aan te zetten en wellicht zal dat bij degenen die nu en de komende tijd nog inschuren eveneens nodig zijn. Dat heeft deels te maken met de lagere knoltemperatuur van de net ingeschuurde aardappelen en met de overwegend ongunstige buitentemperatuur en de hoge RV in de voorbije weken voor extern ventileren. Let ook op de standaard programma-instellingen in de bewaarcomputer. Het streven is om de eerste veertien dagen na inschuren een producttemperatuur te krijgen/ handhaven die minimaal tussen 12 en 14 graden Celsius ligt. Bij de weersomstandigheden die we tot nu toe gehad hebben, zijn de omstandigheden niet altijd gunstig om met externe lucht “ Laagtes, spuitsporen, kopakkers met rot, rij er met een grote boog omheen.” turen in de eerste weken van september zijn daar de oorzaak van. Die heeft in heel wat knollen de kiemrust vervroegd doorbroken. Veel tijd om te drogen hebben de meeste partijen daarom hoogstwaarschijnlijk niet. Indien nodig, kachels erbij Bij het droogproces zijn de eerste dagen na inschuren van het grootste belang, ook om de temperatuur in de gehele hoop gelijk te krijgen. Dus gelijk de ventilatoren volop laten draaien. In een aantal draaien. Dan zijn handmatige aanpassingen nodig zoals een bijstelling van de temperatuurwaarden of tijdelijke verhoging van interne ventilatie. Raadpleeg Beslisboom Kiemremming bij twijfel Om telers te helpen bij de keuze van het juiste bewaarmiddel heeft Delphy, in opdracht van de Brancheorganisatie Akkerbouw, een Beslisboom Kiemremming gemaakt. Deze is gratis te raadplegen via www.delphy.nl/ beslisboom-kiemremming/. Bij het droogproces zijn de eerste dagen na inschuren van het grootste belang, ook om de temperatuur in de gehele hoop gelijk te krijgen. Dus gelijk de ventilatoren volop laten draaien. Hiermee kunnen veel aardappelbewaarders al een heel eind komen. Het enige waar velen nog wel tegenaan zullen lopen, is het late moment van beslissen. Zowel apparatuur als sommige middelen zijn beperkt beschikbaar. Oude apparatuur, zoals de Swingfog, is voor geen enkel middel met optimaal resultaat inzetbaar. Daarnaast hebben veel loonwerkers al een overvolle agenda vanwege de extra aanvragen die ze dit seizoen van veel telers hebben gekregen. Is er nog twijfel, onderneem dan zo snel mogelijk actie om binnenkort of later niet in de problemen te komen met de kiemremming.” ● Terug Aardappelwereld magazine • november 2020 • nummer 11 13

BEWAARCOLUMN Let op, grotere kiemlust verwacht Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “I k weet niet of er telers Terug zijn die de temperatuur van de ruggen half september hebben gemeten, maar bij een eigen meting gaf de temperatuur van de bovenste knollen in de rug ruim 25 graden Celsius aan. Daar schrok ik niet alleen van, maar zeker te weten ook de aardappelen die in deze warme ruggen zaten. Het is bekend dat dergelijke hoge temperaturen in de slotfase van de teelt de kiemrust in de knollen behoorlijk wakker schudden. Ik verwacht dan ook dat relatief kort na het inschuren in veel partijen al de eerste kiempjes op de knollen zichtbaar zullen zijn. Het maakt wel uit of de partij daarbij vooraf een veldbehandeling met MH heeft gekregen of niet. En ook onder welke omstandigheden die is uitgevoerd. In de periode van 16 tot 20 juli heb ik voor klanten een brief rondgestuurd nog wel wat bloei zichtbaar, maar de knollen in de rug waren al aardig aan de maat, vrijwel allemaal royaal groter dan 35 millimeter. Op zo’n moment moet je niet kijken naar het ingeschatte tijdstip van loofdoding en terug gaan rekenen om vijf weken daarvoor te behandelen. Goed is goed. Want wat als het rond die periode droog en ook nog eens 30 graden Celsius is? Het is dan te warm voor toepassing van MH en het gewas kan versneld afsterven. Nu, dat was 2-3 weken later ook daadwerkelijk het geval. De kans om nog MH te spuiten met een optimale knolopname was op dat moment voor wat vroegere percelen betreft ineens verkeken. Zorg voor droog product Terug weer naar de kiemremming in de schuur, want die kan dit seizoen nog een uitdaging worden. Zowel gelet op “Zorg voor een droog product en start de kiemremming op tijd” waarin ik aangaf dat de omstandigheden voor toediening op dat moment voor diverse percelen al ideaal waren. Vroeg weliswaar, maar je moet vooral kijken naar het plantstadium boven en vooral onder de grond. Soms was de kiemlust alsook op de werking van de middelen die we ter beschikking hebben. Het gemak van met Chloor-IPC behandelen is namelijk voorbij. Gelet op de eerste ervaring die we met middelen als 1,4SIGHT, Biox-M en Argos Bij een eigen meting gaf de temperatuur van de bovenste knollen in de rug ruim 25 graden Celsius aan. hebben, is het vooral raadzaam om het product onder gelijke condities in dezelfde bewaarcel te draaien. En een klein beetje zeef- of kleefgrond erbij is nooit slecht, zie ook de terugblik op het vorige bewaarseizoen. Het verschil met voorgaande jaren is wel dat het belangrijk is om het product snel goed droog te draaien. Pas als de knollen droog zijn, werkt een eerste gasbeurt afdoende met de genoemde kiemremmers. Bovendien is na het toepassen van 1,4SIGHT extra drogen met buitenlucht negatief voor de werking van het middel. Mocht er na toepassen toch nog lekvocht uit een rotte knol komen, probeer dat lekvocht dan met intern draaien te verdelen. Ook als het gaat om de zogenaamde afbranders, Biox-M en Argos, geldt de regel om al te starten zodra de eerste witte puntjes zichtbaar zijn. Het afbranden van de eventueel al iets langere spruiten heeft alleen succes als deze ook weer niet al te lang zijn. Bovendien is dan een hogere dosering nodig en gelet op de prijzen van de middelen kan dat aardig in de papieren lopen. Zorg dus voor een droog product en start de kiemremming op tijd.” ● Aardappelwereld magazine • oktober 2020 • nummer 10 15

BEWAARCOLUMN Neem geen oogstrisico’s In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Reinier Stoutjesdijk, werkzaam in de regio Tholen/ West-Brabant. “Als teelt- en bewaaradviseurs komen we nog steeds aardappeltelers tegen die zich niet of nauwelijks verdiept hebben in de werking en toepassing van alternatieve kiemremmingsmiddelen voor Chloor-IPC. Om in het aanstaande bewaarseizoen niet voor verrassingen te komen staan, drukken we deze telers op het hart om alsnog zo snel mogelijk informatie hierover in te winnen. Geen van de nu beschikbare middelen werkt relatief zo eenvoudig als het inmiddels verboden ChloorIPC. Elke kiemremmer van nu heeft een aparte gebruiksaanwijzing en resulteert alleen in een geslaagde werking met de nodige kennis en ervaring, zo is tot nu toe gebleken. Benut droge momenten Behalve verschillen in werking zijn er ook verschillen in apparatuur voor toediening. Dat brengt voor veel telers eveneens de overweging met zich mee om te investeren in nieuwe vernevelapparaten en/of uitbesteden in loonwerk. Over de werking van middelen, bijbehorende apparatuur en de daaraan verbonden kosten is al veel geschreven in vakliteratuur, onder meer in Aardappelwereld magazine. Als adviseurs hebben wij inmiddels eveneens de nodige ervaring opgedaan. Die ervaring leert dat bij toepassing van de nu beschikbare middelen het nog meer aankomt op het inschuren van een gezond, volledig afgerijpt en zo droog mogelijk product. Neem om deze redenen geen risico’s als het gaat om de keuze van het oogstmoment. Benut droge perioden en stel het rooien niet te lang uit. Hou daarbij dit seizoen vooral rekening met het tijdstip van loofdoding. Alternatieven voor het inmiddels ook verboden Reglone werken overwegend trager en vragen, veelal afhankelijk van de loofhoeveelheid, soms om meerdere herhalingen. Wanneer je dus minstens op hetzelfde tijdstip wilt oogsten als in andere jaren, behoor je al gauw minimaal een week eerder te starten met de loofdoding dan normaal. En wanneer je daarbij de grotere kans op natte oogstomstandigheden in het late najaar wilt vermijden, zal dat moment wellicht nog meer naar voren moeten. Vergeet daarbij niet de loofdoding te combineren met een middel tegen (knol) phytophthora om eveneens gezonde knollen in te kunnen schuren. Voorkom (condens)vocht Vocht en nieuwe kiemremmingsmiddelen gaan beslist niet samen, zo is tot nu toe de ervaring. Knollen behoren 100 procent droog te zijn bij de eerste toepassing, of het nu Biox-M, 1.4 SIGHT, Argos of Ethyleen betreft. Belangrijk is dus om direct na inschuren de aardappelen zo snel mogelijk te drogen, wanneer nodig met kachels erbij, en te zorgen voor een goede wondheling. Zorg daarom voor goed werkende ventilatoren en kachels met voldoende capaciteit. Nu is het in sommige gevallen toch onvermijdelijk om een nat product binnen te rijden, het weer laat zich immers niet regeren. Om dan in zo’n vochtige partij op tijd een eerste kiemremming met de huidige middelen uit te voeren is niet altijd mogelijk. Dat kan in enkele gevallen wel op een later tijdstip door het afbranden van de kiemen, maar dan wel met een veel hogere dosering en met eventueel kortere herhalingsintervallen, wat met hogere kosten gepaard gaat. Om het risico hierop te verkleinen is het raadzaam de aardappelen al vooraf in het veld te behandelen met de kiemregulator maleïne hydrazide (MH). Dan hebben de knollen bij inschuren al een kiemremmer te pakken en kan de eerste schuurbehandeling later plaatsvinden, dus op het moment dat de partij volledig droog is. Dan is het vervolgens van belang om in de verdere bewaarperiode de partij ook droog te houden. Condens is namelijk eveneens uit den boze. De combinatie van vochtdruppels en kiemremmingsmiddel veroorzaakt al snel schade aan de knollen. Let daarop in de gehele bewaarperiode en wees voorbereid met bijvoorbeeld de aanwezigheid van voldoende condensventilatoren. Naast het belang van het schoonmaken van de schuur wijzen we ook dit seizoen weer op goed werkende voelers in de bewaarruimte. Ga voor het inschuren van de aardappelen eerst na of deze ook daadwerkelijk allemaal in orde zijn, en dat geldt overigens voor alle apparatuur in de schuur.” ● Terug Benut droge perioden en stel het rooien niet te lang uit. Aardappelwereld magazine • september 2020 • nummer 9 15

BEWAARCOLUMN Wees voorbereid Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. Terug “Het gros van de aardappelbewaringen is nu leeg. Dat wil niet zeggen dat we daarmee geen bewaaradvies hebben. Om te beginnen twee heel belangrijke zelfs. De eerste is: maak de schuur schoon. Dat geldt voor iedere aardappelbewaring. Verstopte roosters en vieze kanalen kunnen een bron van ellende veroorzaken. Als ze dat al niet in het voorbije seizoen hebben gedaan, dan wel het volgende. Verwijder dus grond en aardappelrestanten in alle hoeken en gaten. Is in de voorbije seizoenen in de schuur ChloorIPC toegepast, dan volstaat niet alleen het verwijderen van grovere delen. Immers, volgend bewaarseizoen horen de schuren zoveel mogelijk vrij te zijn van mogelijke restanten chloorprofam. Hiervoor is door een schoonmaakprotocol opgesteld, dat in de apriluitgave van dit magazine is gepubliceerd en ook is te raadplegen op de website van de Brancheorganisatie Akkerbouw. Droog reinigen staat daarin voorop, het liefst met een industriële stofzuiger die voorzien is van filters die de stofdeeltjes met chloorprofam kunnen afvangen. Extra belangrijk om schoon te maken zijn de ruimten waar in de middelconcentratie vaak het hoogst is, de drukkamer, in de regelkamer op en rondom de ventilatoren. Naast nog vele andere tips hebben we zelf ook nog een advies: begin op tijd, het liefst gisteren. Hoe langer de schuur kan luchten, des te meer chloorprofam kan verdampen en via natuurlijke trek uit de schuur verdwijnt. Zet daarom luiken en deuren tot het volgende inschuurmoment zoveel mogelijk open, opdat een maximum aan middel kan vervluchtigen. Kennis vergaren Tweede belangrijke bewaaradvies voor dit moment: zorg dat je zoveel mogelijk kennis vergaart over de kiemremmingsmiddelen die volgend seizoen van belang zijn. Bewaren ging al niet vanzelf, volgend seizoen zal het naar verwachting nog een stuk lasti ger zijn, zeker zonder gedegen voorbereiding. De beschik bare kiemremmers zijn veelal minder breed inzetbaar dan chloorprofam. De mate waarin ze werken hangt onder meer sterk af van het ras, de conditie van het ingeschuurde product, de bouw, vulling en inrichting van de schuur en de bewaarduur. Eén algemene tip kunnen we alvast wel meegeven, begin al in het veld met een kiemremmingsbehandeling. Voor vrijwel alle middelen legt een bespuiting met MH een goede basis onder de eventuele behandelingen die in de schuur nog volgen. Wanneer hiermee behandelde knollen eenmaal gaan kiemen, dan verloopt dat proces overwegend heel rustig en dat geeft in de meeste gevallen voldoende tijd en mogelijkheden om met een van de beschikbare middelen aan de slag te gaan. Zonder voorbehandeling kun je dus pas met kiemremmen beginnen na de droog- en wondhelingsperiode. Wanneer de partij vochtig en eventueel met veel rot binnenkomt, kan het weleens te lang duren voordat je met een eerste kiem remmings behandeling kunt beginnen en/of red je het alleen met een hoge en veelal ook dure dosering. Daarom raden we nogmaals aan, vergroot je kennis over het nieuwe bewaren, bij de teeltadviseur, tijdens bijeenkomsten van leveranciers, via (online)beurzen en in vakbladen. Veel is hierover ondertussen al geschreven en ook online te raadplegen. De algehele boodschap is dus: wees voorbereid. Houd weerberichten goed in de gaten Maak de schuur schoon en waar nodig vrij van restanten chloorprofam. Zorg tevens dat je zoveel mogelijk kennis vergaart over de kiemremmingsmiddelen die volgend seizoen van belang zijn. En dan zijn er op dit moment ook nog enkele telers met partijen aardappelen van Oogst 2019 in bewaring. Aan hen het belangrijkste advies de producttemperatuur zoveel mogelijk constant te houden. In schuren met buitenluchtventilatie is de knoltemperatuur veelal opgelopen tot zo’n 14 à 15 graden. Bij rassen met weinig kiemlust en met een goede beheersing van de kiemremming zijn dergelijke partijen nog wel tot augustus te bewaren. Voor het constant houden van de temperatuur is het dan wel noodzakelijk om zo weinig mogelijk te ventileren. Wanneer terugkoelen met koudere lucht op dagen met te hoge nachttemperaturen niet mogelijk is en er zit ook nog her en der een rotje in de partij, draai dan intern één tot twee uur maximaal bij de laagste etmaaltemperatuur om vocht wat door de hoop te verdelen. Houd verder de weerberichten goed in de gaten om zodra het kan eventueel met koelere buitenlucht te ventileren. Ook dit heeft alles met voorbereiding te maken. Liggen de aardappelen in de mechanische koeling, dan is de temperatuur makkelijker beheersbaar. Ventileer ook hierin het product alleen bij de laagste buitentemperaturen om te voorkomen dat lucht opwarmt langs de veelal warmere dak- muurvlakken tijdens warme en zonnige dagen.” ● Aardappelwereld magazine • juli 2020 • nummer 7 15

BEWAARCOLUMN Rust blijven bewaren Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “Zoals ook al in de voorgaande columns aangegeven is het momenteel een onzekere tijd voor de ondernemers die aardappelen bewaren. Wat moet ik nu doen?, is de aan ons meest gestelde vraag in de voorbije maanden. Telers met vrij product wisten lange tijd niet hoe lang en met welke inspanningen ze hun product moesten blijven opslaan en weten dat soms nog niet zeker. Contracttelers van fritesaardappelen krijgen nog steeds vaak te horen om de aardappelen langer achter de planken te houden dan vooraf was gepland. Wanneer het product wel volgens de oorspronkelijke afleverdatum weggaat, is dat meestal voor een klein deel. Tafelaardappelen zijn echter soms vervroegd afgeleverd en dat bracht eveneens de nodige extra inspanningen en overwegingen met zich mee. Hou vooral producttemperatuur constant Wat de vragen en onzekerheden van dit moment ook zijn, overwegend geven we het advies: probeer de aardappelen vooral rustig te houden. Ook wanneer je nog geen zekerheid hebt over de eindbestemming en het eventuele tijdstip van afleveren. Mei was een maand waarin temperatuurverschillen per etmaal erg uiteenliepen. Met temperaturen overdag ver boven 20 graden Celsius en ’s nachts soms rond het vriespunt. De koude nachten waren prima te benutten om het product op bewaartemperatuur te houden. In de junimaand is dat een stuk lastiger en de kansen om terug te koelen in de voorbije weken waren al zeer gering. Het is dan vooral de kunst om de temperatuur in de schuur en die van het product constant te houden. In ruimten die voorzien zijn van mechanische koeling gaat dat uiteraard een stuk makkelijker dan in schuren met enkel buitenluchtventilatie. De knoltemperatuur mag best iets stijgen, maar probeer dat zoveel mogelijk te beperken. En doe dat het liefst stapsgewijs. Liggen ze op 7 graden Celsius, dan kan er een halve graad bij. Probeer dit vervolgens zo lang mogelijk vast te houden. Lukt dat op een gegeven moment niet meer, kies dan weer voor een half graadje erbij. Het allerbelangrijkste is om schommelingen in de knoltemperatuur te voorkomen. Daarmee hou je de knollen het best in kiemrust. Temperatuurschom melingen hebben sowieso veel meer invloed op de bewaarduur dan een knoltemperatuur die iets afwijkt van het optimum. Levering bij laagste etmaaltemperaturen De mate waarin de temperatuur wisselt hangt onder meer af van de isolatiewaarde van daken en muren, het ventilatieregime en eventuele tijdelijke activiteiten in de bewaring, bijvoorbeeld het uitschuren. Dat laatste komt dit seizoen meer voor dan andere jaren, omdat in de voorbije maanden, vooral van contractpartijen, slechts delen uit de cellen zijn afgeleverd. Normaal adviseren we om een ruimte in één keer te leveren, maar dat is nu even anders. Luchtbewegingen als door het openen van de schuurdeuren hebben al snel een negatieve invloed. Wat je dan nog wel kunt doen, is zoveel mogelijk uit te schuren tijdens de laagste etmaaltemperaturen. Overleg dit eens met de afnemer. Zorg ook dat de ventilatoren niet draaien als de deuren openstaan. Voor optimale ventilatie is het het beste om te kiezen voor luchtverversing bij de koudste etmaaltemperaturen. Stel daar het computerprogramma op in. Probeer ook niet langer te ventileren dan nodig is. Zoals al meerdere keren aangegeven, is terugkoelen en/of verversing meestal het beste mogelijk in de vroegste ochten duren. Let op dat het bewaarprogramma hierop ingesteld is. Wat de vragen en onzekerheden van dit moment ook zijn, overwegend geven we het advies: probeer de aardappelen vooral rustig te houden. Sluit kanalen af bij gedeeltelijke ruiming Wat we ook zien, is dat in hoeken van het hellende deel van deels leeggereden cellen tot meters erachter veelal de ventilatie niet optimaal is geweest. Dit kwam ook voor in nieuwe schuren. Afsluiting van de ventilatiekanalen in combinatie met een keerwand is altijd het beste, maar was uit praktische overwegingen niet overal realiseerbaar. Is afsluiting van de ventilatiekanalen gewoon mogelijk, doe dat dan ook. Dat verbetert de ventilatie van het hellende vlak al in sterke mate. Door onvoldoende ventilatie op die plekken vooraan de hoop, vooral boven in de hoeken, ontstaan problemen met kiem en rot. Die zagen en zien we nu nog steeds her en der in diverse schuren. Wie nog amper kieming ziet en een goed product heeft liggen, doet er verstandig aan om tijdig nog een keer te gassen. Het goedkoopst en best werkend is nog steeds Chloor-IPC. Kies dan voor een dosering van 10 tot 12 milliliter per ton.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juni 2020 • nummer 6 13

BEWAARCOLUMN Raadpleeg dagelijks de weerberichten Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “Zoals in de vorige column al aangegeven, zien veel telers zich door de stilgevallen afzet geconfronteerd met het feit dat ze hun aardappelen langer in opslag moeten zien te houden dan ze gepland hadden. Dat vraagt in nogal wat gevallen om een aanpassing van het oorspronkelijk ingezette bewaarregime. Gelukkig ligt het merendeel van de partijen nog keurig netjes en in Terug Raadpleeg dagelijks de weerberichten voor het beste moment om terug te koelen. goede conditie achter de planken. Uitzonderingen vormen een gering aantal partijen waarin tot nu toe telkens rot de kop blijft opsteken. Het gaat dan weliswaar om kleine haarden, maar die vragen wel continu om aandacht en actie. In sommige schuren treffen we rotte knollen aan langs drukwanden van (de warmste) buitenmuren en in andere zijn het de laatst ingeschuurde aardappelen die tegen de voorplanken liggen en veelal zeer nat binnengekomen zijn. Dit zijn overwegend ook de plekken waar de ventilatielucht niet optimaal door de aardappelen stroomt. In dergelijke partijen is het noodzaak om regelmatig droog acties uit te blijven voeren. Gelukkig waren sowieso tot eind april hiervoor nog voldoende momenten per etmaal beschikbaar. Dat betreft dan de perioden met lage dauwpunten gecombineerd met lage temperaturen die veelal in de nachten beschikbaar waren. In veel gevallen is rot ook onder controle te houden door extra intern te draaien. Als het gaat om intern draaien, doe dit dan vanaf de maand april niet meer overdag. Overdag ventileren veroorzaakt in deze periode naar de zomer toe te snel opwarming van de knollen in de aardappelhoop. Van metingen vlak onder de dakisolatie is gebleken dat de temperatuur daar vaak vele graden hoger ligt dan de bewaartemperatuur. Het beste is dan om die warme lucht daar stilletjes te laten hangen en niet in beweging te brengen. Koester momenten om terug te koelen Kieming is in het gros van de bewaarschuren onder controle. Aardappelen die tijdens het inschuren behandeld zijn met vloeibare chloorprofam blijken zelfs eind april nog goed in ruste. Een uitzondering daarop vormen een aantal partijen van het ras Innovator waarin wel de kieming op gang gekomen is, ondanks de inschuurbehandeling. Daarin is vrijwel overal een eerste of tweede gasbeurt uitgevoerd. Van belang is ook om vanaf nu de kieming nauwlettend in alle rassen in de gaten te houden wil je als teler de aardappelen nog zo lang mogelijk kunnen bewaren. Let daarbij eveneens op de producttemperatuur. Hou die zo lang als het kan zo laag mogelijk. Maak daarbij gebruik van de laagste etmaaltemperaturen om met buitenlucht te ventileren. Voor het overgrote deel zal dat aan het eind van de nacht en in de vroege morgenuren het geval zijn. Raadpleeg daarom dagelijks de weerberichten. Het nauwgezet volgen hiervan is tevens van belang bij gebruik van kiemremmers als 1,4SIGHT en Biox-M. Na toediening is het namelijk noodzakelijk om de schuur minimaal 48 uur achtereen dicht te houden. Het is zonde om daar net een etmaal voor uit te kiezen met lage temperaturen die je ideaal zou kunnen benutten om de aardappelen terug te koelen. Koester dus de schaarse momenten voor terugkoeling. Kies dan liever een tijdstip van kiemremming daarvoor of daarna. Let bij een ingeplande terugkoelactie ook op de instelde maximum externe draaitijd in het computerprogramma. Bij gebruik van 1,4SIGHT zien we soms een maximum van 1,5 uur. Het klopt dat je met 1,4SIGHT zo weinig mogelijk extern moet draaien, maar probeer dit te doen met een groot temperatuurverschil bij het inkoelen. In een flink koude nacht moet het externe draaien juist niet al na anderhalf uur stoppen. Wanneer je maar met weinig temperatuurverschil kunt koelen omdat de buitentemperatuur lange tijd niet veel lager is dan de producttemperatuur, dan heb je vaak ook meer draaiuren nodig dan die anderhalf. Op zoek gaan naar momenten waarbij je met grotere temperatuurverschillen kunt terugkoelen verdient echter de voorkeur. Dit omdat dan minder externe draaiuren nodig zijn en daarbij het vochtverlies het meest beperkt blijft. Pas het minimumverschil tussen buitenlucht en product dus steeds aan op basis van de verwach te nachttemperaturen.” ● Aardappelwereld magazine • mei 2020 • nummer 5 13

BEWAARCOLUMN Bijzondere situaties als gevolg van de coronacrisis In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Reinier Stoutjesdijk, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “Ook als het om bewaren gaat, is in deze periode sprake van een bijzondere situaties als gevolg van de coronacrisis. Door de deels stilgelegde/uitgestelde afzet in voornamelijk fritesaardappelen, liggen nu nog partijen in de schuur die eigenlijk al (lang) bij een afnemer zouden moeten zijn. De betreffende telers hadden daar niet op gerekend, ook niet met hun bewaarregime. Een gelukkige omstandigheid hierbij is dat de aardappelen over het algemeen gezond en droog achter de planken liggen en dat de weersomstandigheden gunstig zijn (geweest). De gunstige omstandigheden, dat zijn de weken in de overgang van maart naar april met lage nachttemperaturen. Die boden de mogelijkheid om terug te koelen, zowel de partijen die oorspronkelijk ingepland waren voor korte bewaring, als de partijen bestemd voor lange bewaring. Bij korte bewaring zal veelal sprake geweest zijn van een wat hogere bewaartemperatuur, voor frites- en chipsaardappelen 7 tot 8 graden Celsius. Effectief koelen Dankzij de koude nachten is/ was het mogelijk om rustig terug te koelen. Aangezien de aardappelen en de buitenWanneer de nachttemperaturen gaan oplopen, ventileer dan alleen op momenten waarop de temperatuur het laagst is. lucht droog zijn/waren is het advies om het temperatuurverschil in het computerprogramma tussen die van het product en die van de buitenlucht zo ruim mogelijk in te stellen. Veelal ergens tussen 3 en 3,5 graden Celsius. Doel hiervan is om deze actie zo effectief mogelijk, dus zo kort als het maar kan, uit te voeren. Dit om (verdere) indroging van de knollen te beperken. Wanneer de nachttem peraturen gaan oplopen, ventileer dan alleen op momenten waarop de temperatuur het laagst is. Dat zal veelal ’s morgens vroeg tussen 5 en 7 uur zijn. Rassen als Markies en Fontane liggen nu vrijwel overal op 6 tot 7 graden. Innovator ligt over het algemeen met een graadje hoger in de schuren. Bij dit ras zien we nogal wat partijen snel in bakkleur achteruit gaan en deze vormen nu de grootste zorg, zeker wanneer ze op de nominatie stonden voor vroege aflevering. Belangrijk hierbij is om de kiemremming niet te vergeten en hier goed bovenop te zitten. Was je aan het gassen met Chloor-IPC of 1,4SIGHT, zorg dan dat je niet uit het intervalschema loopt. Versnelde aflevering In de bewaring van tafelaardappelen speelt momenteel een heel andere problematiek onder invloed van de coronacrisis. Daarin loopt de afzet namelijk wel goed door en is zelfs sprake van extra vraag en daardoor juist vervroegde leveringen. Dat levert her en der problemen met kiemremming op. Veelal liggen de partijen er goed droog en koel bij en is het een kwestie van langzaam op laten warmen als het aflevermoment in aantocht is. Moet dat echter versneld, dan speelt mee dat niet alle partijen direct af te leveren zijn vanwege de veiligheidstermijn van het gebruikte kiemremmingsmiddel. Telers die 1,4SIGHT of Biox-M hebben gebruikt, kunnen dan niet altijd direct leveren, omdat hiervoor een veiligheidstermijn geldt tussen laatste behandeling en aflevermoment. Bij 1,4SIGHT is dat 28 dagen en bij Biox-M is de termijn twaalf dagen. Aparte categorie Dan is er wat je zou kunnen omschrijven als een aparte categorie, en dat zijn de onder zeer natte omstandigheden als laatst gerooide aardappelen. Zo rond half maart zijn de meeste wel onder controle, daarmee bedoelen we dat alle rotte knollen opgedroogd zijn en voor zover zichtbaar hierin geen nieuw rot ontwikkelt. Eindelijk kunnen deze partijen, veelal rassen als Agria en ook wel enkele gevoelige chipsrassen, naar een normaal ventilatieregime. Tot half maart was meestal de regel, iedere drie tot vier uur intern ventileren met een duur afhankelijk van de partijconditie. Hiermee gaan we nu stapsgewijs naar dat normale ventilatieregime van een keer in de twaalf uur. Binnen een week of drie zijn we daar dan.” ● Terug Aardappelwereld magazine • april 2020 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN Hou de boel rustig Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. Terug “De grootste problemen, als het gaat om rot, zijn aan het begin van maart wel voorbij in de Nederlandse bewaarschuren. Door consequent ventileren, waar het noodzakelijk was met de kachel erbij, hebben de meeste aardappeltelers de bewaarconditie nu wel onder controle. In een klein aantal partijen, vooral Agria, blijven zich echter rotte knollen manifesteren. Het blijft dan gedurende de gehele bewaarperiode oppassen geblazen bij dit ras, zo is onze ervaring. Dus controleer daarin minimaal een keer per week de hele partij. Let goed op het eventueel ontstaan van lekvocht in de ventilatiekanalen. Blijf boven op de hoop kuiltjes graven tot minimaal 40 centimeter diep om ook rot dieper in de hoop tijdig te signaleren. Knijp bij controle flink in de knollen die je uit de kuiltjes haalt, want beginnende rotting is niet altijd direct aan de buitenkant zichtbaar. Alleen plaatselijke kieming kan ook een signaal zijn voor aanwezig rot, in gang gezet door extra vochtige lucht in de nabije omgeving. Bekijk de knollen ook in goed licht, neem desnoods een zak- of mijnwerkerslamp mee tijdens de controleronde. Let op de weersvooruitzichten Liggen de aardappelen er goed bij in de bewaarschuur, dan is het nu vooral zaak om de boel rustig te houden. Rustig wil vooral zeggen, voorkom temperatuurschommelingen in het product. Dat is met de hoge buitentemperaturen van de laatste tijd, bij product in schuren met alleen buitenluchtkoeling/ventilatie, geen eenvoudige opgave. De ventilatiemomenten zijn soms zeer beperkt, zeker wanneer je vasthoudt aan het advies om alleen te ventileren bij een dauwpuntverschil rond 1,5 graden Celsius tussen het product en de kanaaltemperatuur. Afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid heb je dus soms wat meer of soms zeer weinig temperatuurmarge om te ventileren, zie daarvoor het Mollier-diagram. In perioden waarin het lastig is om met een passende buitentemperaDeel van het Mollier diagram 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 0 20 40 60 80 Relatieve vochtigheid (%) T = -5 ºC T = 10 ºC T = 0 ºC T = 15 ºC T = 5 ºC T = 20 ºC tuur te ventileren is het raadzaam om de weersvooruitzichten goed in de gaten te houden. Sommige computerprogramma’s hebben een koppeling met weerprogramma’s, bij de meeste is aanpassing echter nog een kwestie van zelf actie ondernemen. Geeft een weersvoorspelling bijvoorbeeld aan dat binnen een paar dagen de kansen op ventileren toenemen, dan is het verstandig om daarop te wachten, ook al loopt de producttemperatuur iets op. Elk ventilatiemoment tijdens dagen met warmere buitenlucht zal de temperatuur alleen nog maar verder doen oplopen. Beperk dan het ventileren tot bijvoorbeeld twee keer per dag een kwartier intern ventileren om daarmee ook de CO2concentratie door de hoop te verdelen. Enkel op CO2verversen kan eventueel ook met een kleine (stofzuiger) ventilator. Voor wie het even vergeten zijn, de CO2concentratie is het hoogst onder in de hoop en een te hoog gehalte is nadelig voor de bakkwaliteit van (frites) aardappelen. Laatste gasbeurt met 1,4SIGHT Dan zien we verder 100 Afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid heb je soms wat meer of soms zeer weinig temperatuurmarge om te ventileren, zie daarvoor het Mollierdiagram. dat telers die hun aardappelen vanaf de droog/wondheelperiode bij een wat hogere producttemperatuur bewaren deze makkelijker constant kunnen houden. Het is een strategie die past bij schuren met enkel buitenluchtventilatie en de jaarlijkse temperatuurstijging als gevolg van klimaatverandering. Daarmee hou je de kieming en de veroudering voor de korte termijn wat beter onderdrukt. Nadeel is dat je het product, ook rasafhankelijk, niet zo lang kunt bewaren als bij een lagere bewaartemperatuur. Daarvoor is het, zeker gelet op de veranderende klimaatomstandigheden, in toenemende mate noodzakelijk om mechanische koeling toe te passen. Ook gelet op het aankomende verdwijnen van het kiemremmingsmiddel ChloorIPC neemt het belang toe. Als het gaat om Chloor-IPC en het verbod hierop in het volgende bewaarseizoen, geven we aan onze klanten de overweging mee om de laatste gasbeurt met het nieuwe middel 1,4SIGHT uit te voeren. Wanneer de schuur voldoende dicht is, deze niet te veel loze ruimte heeft en de aardappelen niet of hooguit een eerste begin van kieming laten zien, is het een mogelijkheid. Dat heeft als voordeel dat je alvast wat ervaring met deze kiemremmer opdoet en als bijkomend voordeel: het lost deels Chloor-IPC op dat zich heeft gehecht aan materialen in de bewaarschuur. Daarmee ben je alvast een stap vooruit wanneer het op reiniging van de bewaarschuur aankomt met ingang van bewaarseizoen 2020/2021.” ● Aardappelwereld magazine • maart 2020 • nummer 3 13 Vochtegehalte (g/m3 )

BEWAARCOLUMN Wees alert op temperatuurstijging Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “Voor het grootste deel is het momenteel overwegend rustig in de bewaarschuren. Slechts een enkele teler kampt nog met naweeën van nat ingeschuurde knollen. Daar zie je in de ventilatiekanalen toch weer lekvocht komen, soms best behoorlijk. Hier zit niets anders op dan zoveel mogelijk te blijven ventileren met drogende lucht. Lukt dat niet met buitenlucht, bijvoorbeeld door te hoge buitentemperatuur, dan is intern draaien nodig, desnoods met de kachel er weer bij. Veelal raden we aan om wanneer de problemen met rot nog aanzienlijk zijn met tussenpozen van 2 uur telkens een half uur lang intern te ventileren. Naarmate de droging zichtbaar toeneemt, verleng je het interval. Het is dit jaar overigens niet moeilijk om te zien waar de problemen in de cel optreden. Bij telers waarbij de oogst moeizaam verliep zie je verschillen van de oogstomstandigheden in de cel vaak terug aan het wisselend licht/ donker gekleurde banenpatroon gemaakt door de hallenvuller. Hou weerbericht in de gaten De soms voor dit tijdstip relatief hoge buitentemperaturen vormden in de voorbije periode ook een probleem in bewaarschuren met goed product. Zelfs in gebouwen met mechanische koeling is temperatuurstijging in cellen en de aardappelen waargenomen. Wees hierop alert. Probeer dan zoveel mogelijk bij de laagste etmaaltemperaturen met buitenlucht te ventileren om het product terug te koelen en/of op temperatuur te houden. En hou daarvoor de weerberichten in de gaten, voor zover het computerprogramma dit zelf niet al doet. Stel eventueel handmatig de ventilatiemomenten op de meest gunstige tijdstippen wanneer het computerprogramma hier geen rekening mee houdt. We blijven herhalen, hou de aardappelen in de gaten. Ga minstens iedere week een keer de cel in. Blijf controleren op de mate van droging, eventueel optredend rot en uiteraard de kieming. Kiemremming is over het algemeen nog uitgevoerd bij inschuren met vloeibare CIPC. Sommige partijen, veelal afhankelijk van de oogstomstandigheden, het type bewaarschuur en het ras zijn extra kiemlustig. Sowieso zien we wat eerder dan normaal kiemen op de aardappelen ontstaan. Ook daarvoor geldt: kijk goed op de hopen. Zelfs in gebouwen met mechanische koeling is temperatuurstijging in cellen en de aardappelen waargenomen. Voorkom condens Je hoeft niet direct te gaan gassen wanneer je de eerste witte puntjes op de aardappelen ziet. Het kan zijn dat de knollen boven op de hoop wat last hebben gehad van bijvoorbeeld condens en al zijn gaan kiemen, terwijl op dieper gelegen knollen nog geen kiemen zichtbaar zijn. En ook wanneer de aardappelen met MH behandeld zijn hoef je niet gelijk na het eerste witte puntje te gaan gassen met CIPC, nu het nog mag, of een van de nieuwe alternatieven. Mits uiteraard de MH goed opgenomen is in de knollen en dat is dit seizoen lang niet altijd het geval geweest. Het is overigens wel van groot belang om condensvorming in de cel te voorkomen, want dit levert dus veelal ellende op zoals de vervroegde kieming van de knollen en daarmee ook veroudering en uitdroging, oftewel: sneller kwaliteitsverlies. Condensventilatoren mogen dan ook eigenlijk niet ontbreken in een bewaarschuur en net zo belangrijk: zet ze op tijd aan. Heb je ze (nog) niet, dan kan warmte van een elektrisch (bouw) kacheltje en even ventileren ook een middel zijn om de cel en het product condensvrij te houden.” ● Terug Aardappelwereld magazine • februari 2020 • nummer 2 13

BEWAARCOLUMN Ga door met droogregime zolang het noodzakelijk is Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. Terug “Het bewaarregime tot nu toe is voor Nederland, en waarschijnlijk ook delen van België, grofweg op te delen in drie categorieën. Dat betreft aardappelen geoogst en binnengebracht vóór begin oktober, oogst van 23 tot 31 oktober en partijen die daarna onder zeer natte omstandigheden tot wel half december geoogst zijn. De eerste categorie betreft maar weinig partijen. Deze liggen al maanden vrijwel probleemloos achter de planken en zijn inmiddels op bewaartemperatuur. Probleemloos slaat dan op het bewaren, want de knollen hebben vanwege de droogte eind september over het algemeen wel meer onderhuidse beschadiging opgelopen. Op zich kwamen de meeste aardappelen in, wat ik zelf de 8-daagse noem, kwalitatief redelijk in de schuur, soms wel met wat melkzuurschimmel. Een klein deel is echter volledig verongelukt. Dit waren voornamelijk versmeerde en zeer vochtig ingeschuurde knollen uit lichte zavelgronden van zowel complete percelen als perceelsdelen. Nadat deze twee tot drie weken in de schuur lagen, vond je overal knollen waar je met je duim zo een gat in drukte. Het percentage rot in deze partijen explodeerde en daarmee waren ze niet langer houdbaar. De meeste zijn al begin december geruimd. Overigens telden bij dergelijke partijen alle gebrekkigheden in de bewaring mee. Bijvoorbeeld hinder voor en in de luchtstroom van kanalen kan dan al funest zijn. Zo kan een houten trapje dat half voor de kanaalopening zit al een negatieve invloed hebben. Dat scheelt in dat kanaal mogelijk al snel enkele tientallen kuubs aan lucht per uur per kuub aardappelen. Wanneer je weet dat 100 de norm is en dat dit gelijk een minimum is voor aardappelen die onder natte omstandigheden met veel grond zijn ingeschuurd, dan kun je dus geen kuub missen. Voor lange bewaring geldt zelfs al jaren het advies van 120 kuub lucht per uur per kuub aardappelen. Veelal zien we in schuren met deze ventilatiecapaciteit minder problemen. Je kunt hiermee dus ook extremere situaties aan. Continu aandacht Een deel van de partijen uit de 8-daagse die continu aandacht blijven vragen, omdat toch weer telkens rot optreedt, is te vinden bij het graven van kuiltjes op de aardappelhoop of soms zichtbaar als lekvocht in de ventilatiekanalen. Dat zien we ook bij partijen waarvan we dachten dat ze onder controle waren. Het rot lijkt beheersbaar, maar bij deze partijen moet je goed opletten. Waar uiteindelijk nog heel veel rot tot ontwikkeling komt is en blijft het regime; kachel erbij en hou de knoltemperatuur op 10 tot 12 graden Celsius. Het kan zijn dat de boel daarna alsnog stabiliseert of dat toch de beslissing valt om snel te gaan leveren. Dan is er de categorie partijen waarin beperkt rot aanwezig blijft. Alertheid hierop is vooral nodig in partijen van het ras Agria. Hou deze zolang op 8 tot 9 graden Celsius. Dat geeft ook de mogelijkheid om bij soms nog hoge buitentemperaturen als we in de tweede helft van december hadden, extern regelmatig te kunnen drogen. Stabiel product zal ondertussen teruggebracht zijn naar een, bij het teeltdoel passende, bewaartemperatuur van 6 tot 7,5 graden Celsius. Zie je alsnog lekvocht ontstaan, draai dan intern om lekvocht door de hoop te verdelen. Is de partij na twee weken draaien en kachels erbij nog niet droog? Je bent niet de enige. Natte grond bevat zeer veel liters vocht. Drogen duurt soms lang Dan rest nog advies voor de partijen die vanaf begin november met heel veel grond en vocht en deels ook koud zijn ingeschuurd. Het advies hierin blijft: drogen net zolang totdat de aardappelen en de grond beginnen op te grijzen. Hoe ver je moet drogen hangt af van de hoeveelheid rotte knollen. Hoe meer rot, hoe droger je grondbuffer moet zijn om lekvocht op te kunnen nemen. Kijk bij controle niet naar de bovenkant van de hoop die er veelal wat gunstiger uitziet, maar ga graven. Ga na of je ook droging constateert dieper in het product, zowel wat knollen als grond betreft. Wees eveneens alert op rot en het lekvocht daaronder. Het percentage ingeschuurd rot viel over het algemeen nog mee. Het meeste rot begint vooral na twee tot vier weken te ontstaan in de bewaring. Ook rot vanwege vorstschade is nu zichtbaar. De meeste problemen zie je in schuren en op plekken waar een en ander niet in orde is. Dat kan zijn vanwege onvoldoende ventilatiecapaciteit, een mindere luchtverdeling of vanwege stortkegels.” ● Aardappelwereld magazine • januari 2020 • nummer 1 13

BEWAARCOLUMN Blijf met kachels aan ventileren totdat de knollen droog zijn In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/ West-Brabant. “Drogen, drogen en nog eens drogen. Dat is de laatste weken aandachtspunt nummer één in de bewaring. En dat zal in veel schuren ook in de komende periode nog het geval zijn. Vooral als het gaat om de als allerlaatst ingeschuurde aardappelen. Om te drogen, zeker met koud binnengereden knollen, is het van groot belang om eerst met kachels de aardappelen op te warmen. Het is daarbij de taak om zowel de knoltemperatuur in de hele hoop gelijk te krijgen, alsook op de gewenste wondhelingstemperatuur van minimaal 12 tot maximaal 15 graden Celsius. Warmer hoeft niet, zeker nu niet, omdat de kans op het ontstaan van rot in sommige knollen momenteel aanzienlijk is. Zeker wanneer er een beetje versmering in de partij voorkomt. Zet je de kachels aan, zorg dan tegelijkertijd voor wat luchtverversing om CO2-ophoping rondom de knollen te voorkomen. Daardoor kunnen namelijk zwarte harten in de knol ontstaan. Voor de gemiddelde aardappelteler is het meest praktisch om in deze droogperiode handmatig te ventileren en daarbij de inlaatluiken op een kier open te zetten. Als maat hanteren we een opening van een tot twee vuistdiktes. Blijf vervolgens met kachels aan ventileren totdat de knollen droog zijn. Grond en kleikappen mogen wel iets vochtig blijven. Heb je temperatuurvoelers onder in de cel vlak bij de ventilatiekanalen ingestoken, dan kun je ervan uitgaan dat het product droog is zodra de aangegeven temperatuur begint op te lopen. Wees alert op nieuw rot Voor partijen die al langer dan vier tot zes weken in de schuur liggen is het noodzaak om goed in de gaten te houden of en waar rotte knollen aanwezig zijn. Dan hebben we het vooral over het ontstaan van nieuwe rotte knollen. Sommige telers zullen de aardappelen met nauwelijks of geen rot ingeschuurd hebben. Wanneer deze echter onder natte omstandigheden gerooid zijn, kan in de cellen alsnog rotting optreden. Dat treedt vooral op bij aardappelen die in zand- en lichte zavelgronden geteeld zijn, meestal ligt dit in de range tot 15 procent afslibbaar. Daarnaast zijn er rassen die extra gevoelig zijn voor versmering/zuurstoftekort zoals Agria en Challenger. En dit jaar blijkt ook dat zelfs Markies hier opvallend veel last van heeft. Controle op dat nieuwe rot houdt in dat je vanaf twee tot drie weken na inschuren bijna dagelijks op de hoop kuiltjes graaft op Controle op dat nieuwe rot houdt in dat je vanaf twee tot drie weken na inschuren bijna dagelijks op de hoop kuiltjes graaft op zoek naar tekenen daarvan. zoek naar tekenen daarvan. Knijp in de knollen om te voelen of ze niet rot zijn vanbinnen en wrijf er met je duim overheen om te ervaren of de schil niet aangetast is door vocht en bacteriën. Is dat het geval, dan zal de schil heel makkelijk loslaten. Wat we dit seizoen ook veel zien is dat rot ontstaat op de snijvlakken van bij het rooien doorgesneden knollen. Belangrijk is om bij constatering van rot te blijven drogen, desnoods ondersteunend met de kachels erbij, totdat de reeds gerotte knollen niet meer lekken en dus voldoende ingedroogd zijn. Zodra in de schuur het rot onder controle is, kun je het product naar de gewenste bewaartemperatuur inkoelen. Zorg voor voldoende voelers Zorg verder dat je over de hoop verspreid zowel voelers boven als onder in de hoop hebt zitten om eventuele temperatuurverschillen te kunnen signaleren. Bij oudere en wat minder goed geïsoleerde schuren is het ook raadzaam om een voeler vlak bij de koudste wand te plaatsen, op ongeveer 20 centimeter afstand, wat veelal de buitenste cel aan de oostzijde zal zijn. Let verder ook goed op de eerste kiempjes op de knol. We zagen in de tweede helft van november al de eerste kiempjes op de knollen ontstaan. Behandel het product zo snel mogelijk met een kiemremmer en begin met de hoogste dosering, zodat je in herhaalbehandelingen eventueel met lagere doseringen toekunt. Wanneer de knollen voorbehandeld zijn met MH, kun je iets later starten met de eerste gasbeurt.” ● Terug Aardappelwereld magazine • december 2019 • nummer 12 15

BEWAARCOLUMN Vochtige knollen drogen? Zet de kachel erbij aan! Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. Terug In een maand kan veel veranderen. Van een beginnend bewaaradvies voor droge warme omstandigheden nu een voor natte en koelere tijden. Allereerst, wat is al, en wat komt er nog, uit de velden? Op veel plaatsen in het land zijn dat vochtige knollen (en grond) waarvan de lenticellen soms nog openstaan. Het beste is uiteraard te wachten totdat ze gesloten zijn, maar gelet op de urgentie van het rooitijdstip lukt dat niet altijd. Dat vraagt wel om voorzichtig rooiwerk en alertheid bij aanwezigheid van rotte knollen. Rot komt onder meer voor daar waar het in korte tijd veel geregend heeft, zoals bijvoorbeeld in Noord-Holland, en op de lagere plekken in percelen van lichtere gronden, zoals bijvoorbeeld in Flevoland her en der het geval is. Alhoewel het in de praktijk soms lastig is, raden we aan om perceelsdelen met (veel) rot apart op te slaan, als het kan in kisten. Dan kunnen deze met een apart bewaar-/droogregime aangepakt worden en beïnvloeden ze niet het droog-/ bewaarproces van de goede aardappelen. Voor zover het rooien nu nog niet achter de rug is: zorg voor voldoende losse grond in de rooier tot de laatste zeefmogelijkheid. Laat rooi-, zeefbanden en reinigingsunits niet te agressief draaien, beperk valhoogtes en werk met beklede spijlen. Beperking van valhoogtes geldt ook bij het vullen en lossen van kippers en over de gehele inschuurlijn tot in de bewaarcellen. Kachel voorkomt afkoeling van knollen bij droogproces Bij inschuren van vochtige aardappelen, met vaak vochtige grond ertussen, is het van belang zo snel mogelijk te ventileren en te drogen. Ventileren is onder meer nodig om knollen in de hoop allemaal op gelijke temperatuur te krijgen. Doe je dat niet, dan krijg je condensvorming op de knollen. Het inschuren van knollen met verschillende temperaturen is bijna altijd het geval, zeker wanneer het rooien van vroeg tot laat op de dag plaatsvindt. Begin daarom direct met intern ventileren direct na het inschuren, ook al is de bewaarcel nog niet vol. Vervolgens is het van belang om het product zo snel mogelijk te drogen. In de meeste gevallen zal hierbij vanaf half oktober de kachel nodig zijn. Ga je namelijk met buitenlucht opwarmen, ook al is deze hoger dan de producttemperatuur, dan krijg je te maken met verlaging van de knoltemperatuur door verdamping van het (aanhangende) vocht. Veelal zal vanaf half oktober de knoltemperatuur niet hoger zijn dan zo’n 15 graden Celsius. Daaronder is het, vanwege een goede wondheling, niet gewenst om de temperatuur te verlagen gedurende een periode van enkele weken na inschuren. Is het percentage rot in het product laag, probeer dan de temperatuur rond 15 graden te krijgen/houden, zit er veel rot in de partij hou het maximum dan tussen 13 en 14 graden Celsius. Let op dosering Chloor-IPC (nu mag ’t nog) Verder is de kiemremming een punt van aandacht. Bij rassen die niet schilbrandgevoelig zijn, mogen consumptietelers bij inschuren, nu voor het allerlaatste bewaarseizoen, nog Chloor-IPC toepassen. Let daarbij op een goede verdeling over de knollen en hou de dosering van de vernevelaar in de gaten. Door de warme zomer zijn knollen soms extra kiemlustig en dat maakt dat voor wie niet bij het inschuren behandelen, gassen al snel in beeld kan komen. Dat kan tevens opgaan voor telers die MH hebben gespoten. Door soms droge (groei)omstandigheden is de opname door de knollen niet altijd optimaal geweest. Enkele telers doen inmiddels ook al ervaring op met alternatieven voor Chloor-IPC in gas-/nevelvorm. De goede werking hiervan bij verschillende afzetdoelen en rassen zal door meer praktijkervaring op termijn nog moeten blijken. ● “Het is van belang om nat product na inschuren zo snel mogelijk te drogen. In de meeste gevallen zal hierbij vanaf half oktober de kachel nodig zijn.” Aardappelwereld magazine • november 2019 • nummer 11 13

BEWAARCOLUMN Blijf alert op productbeschadiging en knoltemperatuur Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. inschuurbehandeling met Chloor-IPC achterwege te laten. Dit gelet op de grotere kans op schilbrandschade. Liggen de warm geoogste knollen eenmaal achter de planken, dan loopt de temperatuur daarvan al heel snel nog verder op. Dus adviseren we, zet alle luiken en deuren open tijdens het inschuren, als het kan ook ’s nachts. “Door een langdurige zomerperiode van droogte is het loof op veel plaatsen al zonder middel doodgegaan, zeker op percelen in ZuidLimburg, waar het kwik eind september op enkele dagen nog opliep tot 28 graden Celsius. Telers die al aan rooien toe waren moesten de oogst noodgedwongen uitstellen. Dat uitstel is om meerdere redenen een verstandige beslissing geweest. Allereerst was het onderwatergewicht in veel rassen erg hoog, we noteerden al gauw plus 400 gram. Verder is het nooit verstandig om aardappelen te rooien met een knoltemperatuur boven 20 graden Celsius. Voor een goede wondheling moet de temperatuur minimaal terug naar 15 graden. Met het oog op bacterieziekten gaan we liever nog een paar graadjes lager, zeker wanneer rotte knollen in de partij voorkomen. Dat lijkt dit seizoen, we schrijven begin oktober, nauwelijks aan de orde. Heb je dan nog een paar weken lang te maken met hogere buitentemperaturen, ook ‘s nachts, dan heb je bij een schuur met alleen buitenluchtventilatie een probleem. Ook al heeft het inmiddels op veel plekken geregend, soms zitten er toch nog veel harde kluiten in de rug. Die kunnen tijdens het rooien met de aardappelen mee in de productstroom komen. Blijf dus alert hierop tijdens de oogst en het inschuren. Is het percentage beschadigde knollen in het gerooide product alsnog aanzienlijk, dan is het verstandiger om hierop een Ventileer warm geoogste knollen direct na inschuren Niet alleen in september, maar ook in oktober hebben we steeds vaker te kampen met warme rooiomstandigheden. Liggen de warm geoogste knollen eenmaal achter de planken, dan loopt de temperatuur daarvan al heel snel nog verder op. Dus adviseren we, zet alle luiken en deuren open tijdens het inschuren, als het kan ook ’s nachts. De ervaringen met natuurlijke trek zijn altijd positief. Is er geen sprake van natuurlijke trek, start dan na het inschuren direct met ventileren, ook al is een cel nog niet volledig gevuld. Zet nog tijdens het rooien temperatuurvoelers in het product, bewust ook in het deel van de hoop waarin de aardappelen liggen die bij de hoogste dagtemperaturen gerooid zijn. Net als vorig jaar zullen de aardappelen vanwege de hoge temperaturen in de zomermaanden dit jaar naar verwachting kiemlustiger zijn en is het advies om uiterlijk 14 dagen na inschuren al te starten met gassen, mits vooraf MH is toegepast. Is de schil goed afgehard, dan is een kiemremmingsbehandeling met Chloor-IPC tijdens het inschuren wel mogelijk. Dat mag dit seizoen voor het laatst. Plaats ook een temperatuurvoeler onderin de hoop Dan wijzen we graag nog even op het belang van goed werkende bewaarapparatuur voordat de aardappelen de schuur in gaan. Kijk daarnaast ook naar de computerinstellingen. Zet de draaiuren weer op 0 en controleer of de spertijden van vorig jaar nog ingesteld staan. Let eveneens op de standaardinstellingen van het droogprogramma. Op welk dauwpunt of temperatuurverschil tussen buiten en product deze staan ingesteld. Dan nog een paar tips wat de voelers betreft. Zorg dat er ook altijd een voeler onder in de cel is geplaatst die de producttemperatuur van de aardappelen net boven het ventilatiekanaal kan meten. Zo krijg je een meer compleet beeld van de totale hoop aardappelen en kun je ook na het inschuren beter beoordelen of de gehele partij droog is. Zodra de producttemperatuur onder en boven gelijk is aan elkaar, zitten de aardappelen namelijk droog. En zodra de productvoeler in het kanaal gaat oplopen als u kachels gebruikt, heeft u al in de gaten dat de kachelcapaciteit wat verminderd mag worden, omdat het niet lang meer gaat duren voordat de aardappelen droog zitten. Heeft u geen aparte voeler, neem dan desnoods een productvoeler van de cel, die met het langste snoer. Plaats in schuren met een wat minder goede muurisolatie standaard een voeler aan de koude (oost) kant. Die kan dan bij vorst de laagste temperaturen in de partij meten.” ● Terug Aardappelwereld magazine • oktober 2019 • nummer 10 15

BEWAARCOLUMN 2018/2019 op twee na hoogste verliescijfer van Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “Aan het begin van het nieuwe bewaarseizoen blikTerug ken we traditioneel nog even terug op het vorige. Veelal is het een leermomentje, ook nu weer. De meeste aardappelen kwamen relatief droog binnen na een nog hetere zomer dan we dit jaar achter de rug hebben. Het is mooi wanneer je een schoon product over de band ziet komen, maar voor de bewaring is dat juist niet gunstig. Dat blijkt dan ook wel uit de cijfers van de gewichtsverliezen. Met een gemiddelde van 6,5 procent in onze meting is dit het op twee na hoogste verliescijfer van de afgelopen zeven bewaarseizoenen. Grond ontbrak Wat ging er mis? Allereerst het feit dat in veel partijen grond ontbrak. In grond zit vocht. Dit beschermt de knollen tegen uitdrogen bij extern ventileren. Grond kan ook vocht opnemen, vocht door condens, maar ook vocht uit rottende knollen. Wanneer dus haast geen grond in de partij zit en wel rotte knollen, dan zijn extra ventilatie-uren nodig om een partij droog te houden. En dat was in seizoen 2018/2019 de praktijk. In het begin van het bewaarseizoen hadden veel partijen last van moederknollen in de hoop en ook kwam in nogal wat aardappelhopen plaatselijk rot voor. Dat plaatselijk rot is niet bepaald alleen een probleem van het voorbije seizoen, maar treffen we elk jaar aan. Meestal gaat het om plekken in de hoop met ingeschuurde rotte knollen van lage perceeldelen en/of kopakkers, bijvoorbeeld als gevolg van roodrot. Voor 90 procent van de cel ben je vervolgens te veel aan het draaien. Dus nog maar eens het advies: hou die enkele vracht aardappelen met een te hoog percentage rot apart of zelfs in het veld. Controleer daar ook op, bijvoorbeeld door monstername in het veld vooraf. En voorkom ook stortkegels, want we zien ze nog steeds. Laat daarom lastig te vullen hoeken bij de deur niet vollopen door de hallenvuller lang stil te laten staan. Zorg ook daar voor zwenkbeweging, desnoods handmatig. Wanneer haast geen grond in de partij zit en wel rotte knollen, dan zijn extra ventilatie­uren nodig om een partij droog te houden. En dat was in seizoen 2018/2019 de praktijk. Veel interne draaiuren In de bijgehouden bewaarcijfers van het voorbije seizoen is eveneens te zien dat het aantal interne draaiuren soms enorm hoog is. Dat is een logisch gevolg van de zojuist beschreven condities. Het is namelijk het verstandigst om bij plaatselijk rot in een partij met weinig grond zoveel mogelijk intern te ventileren om het vocht door de partij te verdelen. Wanneer je daarvoor externe lucht zou benutten, dan zouden de verliezen te sterk oplopen. We zien aan onze cijfers al meerdere jaren dat er een bepaalde relatie bestaat tussen externe uren en het percentage gewichtsverlies. Bij de uitsplitsing over de diverse levermaanden valt dit seizoen op dat het verlies en de externe draaiuren in de maand juni lager liggen dan van partijen die in april en mei afgeleverd zijn. Hier is deels het effect terug te vinden dat de partijen waarin al meer slijtage zat eerder naar de afnemer vertrokken. In enkele gevallen speelde ook de marktsituatie een rol, wanneer telers hun aardappelen al wat eerder verkochten vanwege een mooie prijs. De nog overgebleven vitale partijen, waar minder externe draaiuren voor nodig waren, bleven veelal tot juni in de schuur liggen. Vandaar dat deze partijen met iets minder verlies eindigden dan de mindere partijen afgeleverd in april en mei. In juli raakten de schuren snel leeg. In bewaarseizoen 2017/2018 gingen van de gemeten schuren in onze regio nog acht partijen pas in de maand juli weg, afgelopen seizoen waren dat er slechts drie. Losse grond mee bij droge rooiomstandigheden Wat valt hieruit te leren voor het aankomende bewaarseizoen? Bijvoorbeeld, om als het enigszins mogelijk is, losse grond met de aardappelen mee in de schuur te krijgen. Probeer hier zowel op de rooier als bij afstelling van de reinigingsrollen op de stortbak rekening mee te houden en stel de zeefmogelijkheden zo nauw mogelijk af. Grond in het product draagt bovendien bij aan het beperken van beschadiging aan de knollen, uiteraard zolang het geen harde kluiten betreft. Mocht het warm zijn tijdens het rooien en inschuren, let dan ook op de knoltemperatuur. Boven de 18 graden Celsius kan bacterierot namelijk zeer snel uitbreiden, zeker in een net gerooid product. In augustus kwamen knoltempe12 Aardappelwereld magazine • september 2019 • nummer 9

BEWAARCOLUMN de afgelopen zeven bewaarseizoenen Gewichtsverliezen en draaiuren 11/12 - 18/19 Seizoen Verlies Aflevermaanden januari t/m maart 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Gem. 11-12 t/m 18-19 Aflevermaanden april en mei 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Gem. 11-12 t/m 18-19 Aflevermaand juni 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Gem. 11-12 t/m 18-19 4,10% 3,20% 3,80% 4,90% 5,20% 3,10% 5,90% 4,80% 4,40% 7,60% 4,40% 4,90% 6,60% 6,80% 4,20% 6,70% 6,90% 6,00% 8,50% 4,80% 6,30% 6,00% 7,60% 4,70% 8,30% 6,60% 6,60% Draaiuren Draaiuren extern intern Draaiuren en gewichtsverlies over 4 jaar Seizoen % verlies 167 269 757 1006 134 219 313 314 343 452 407 518 223 307 255 409 401 702 398 623 235 170 490 682 448 534 357 493 0 1 2 3 4 5 6 7 8 200 250 300 350 400 450 Externe draaiuren 259 478 574 944 346 605 530 595 258 236 678 772 351 807 428 634 Bij de uitsplitsing over de diverse levermaanden valt dit seizoen op dat het verlies en de externe draaiuren in de maand juni lager liggen dan van partijen die in april en mei afgeleverd zijn. Met een gemiddelde van 6,5 procent in onze meting is dit het op twee na hoogste verliescijfer van de afgelopen zeven bewaarseizoenen. nen van de kiemremmer chloorprofam. Warme knollen?, start direct met ventileren raturen voor van ver boven de 20 graden. Soms al ’s morgens vroeg. Het gaat dan om poters en veelal om vroege tafelaardappelen die telers voor aflevering kort inschuren om te drogen. Ook komt het voor dat je die temperatuur na inschuren slecht kunt beheersen vanwege te hoge buitentemperaturen. Op zo’n moment ben je flexibeler met mechanische koeling. Dat is trouwens iets voor telers van consumptieaardappelen om over na te denken, nu we te maken hebben met een warmer klimaat en het verdwijNiet alleen in augustus, maar ook in september hebben we steeds vaker te kampen met warme rooiomstandigheden. Liggen warme knollen eenmaal achter de planken, dan loopt de temperatuur daarvan al heel snel nog verder op. Vergeet daarbij niet (de nacht) direct na inschuren al te starten met ventileren, ook al is een cel nog niet volledig gevuld. Zet nog tijdens het rooien temperatuurvoelers in het product, bewust ook in het deel dat het warmst gerooid is (meestal tussen 16.00 en 19.00 uur). En controleer vooraf al de werking van de voelers! Ook het aanstaande seizoen zal een intensieve controle gedurende de bewaarperiode weer het verschil gaan maken. Zorg er daarom bijvoorbeeld ook voor dat de verlichting boven de cel in orde is, zodat er geen donkere hoeken overblijven.” ● 500 550 600 2018/2019 2017/2018 2016/2017 2015/2016 6,10% 379 7,50% 577 4,20% 214 6,50% 499 Draaiuur Draaiuur extern intern 546 747 286 742 We zien aan onze cijfers al meerdere jaren dat er een bepaalde relatie bestaat tussen externe uren en het percentage gewichtsverlies. Draaiuren en gewichtsverlies over 4 jaar Terug Aardappelwereld magazine • september 2019 • nummer 9 13 % verlies

BEWAARCOLUMN Blijf laagste temperaturen benutten voor langste bewaring Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. “Bewaarseizoen 2019 loopt alweer aardig op zijn eind. De meeste schuren die zijn uitgerust met buitenluchtventilatie Terug zijn vrijwel allemaal al leeg. Zo het er nu naar uitziet, vertrekken binnen nu en een paar weken ook de laatste partijen uit bewaarschuren met mechanische koeling. Over het algemeen is wat momenteel aan aardappelen van de oude oogst nog binnen ligt de beste kwaliteit van dit seizoen. Over het algemeen constateren we dat lang bewaren in schuren zonder koeling een steeds lastiger verhaal is. Dit als gevolg van de gemiddeld hogere temperaturen gedurende het hele jaar, dus ook al vroeg in de maanden mei en juni. Let op temperatuurinstelling Het advies voor telers zonder koelondersteuning is nog steeds: probeer zoveel mogelijk koude uren te benutten om de aardappelen op een acceptabele bewaartemperatuur te houden. Kijk vooral naar de lange termijn weersverwachting wanneer je geen computerprogramma hebt dat hier zelf al rekening mee houdt. Stel de ventilatiemomenten in op de laagste etmaaltemperaturen, meestal is dit in de late nacht tot vroege ochtend het geval. Alleen zo lukt het om de temperatuurstijging in de partij tot een minimum te beperken. Zodra koelmomenten zich aandienen, is het van belang om maximaal te ventileren. Ook wanneer het temperatuurverschil tussen buitenlucht en product gering is. Soms is een aanpassing in het computerprogramma nodig wanneer de delta T (het verschil tussen buiten- en/of de kanaallucht en producttemperatuur) te ruim staat ingesteld. Probeer desnoods al ruim voor de komst van warme perioden te ventileren met beschikbare lage (nachtelijke) buitentemperaturen om een warme periode zonder ventileren te kunnen overbruggen. Een lichte temperatuurschommeling aan het eind van het bewaarseizoen is minder erg dan in het begin, maar probeer deze vooral zoveel mogelijk constant te houden om de kieming te beperken. Veroudering kan snel gaan Wanneer in partijen nog wat rot voorkomt, is het wel noodzakelijk regelmatig intern te ventileren, tijdens momenten met (te) hoge buitentemperatuur. Probeer dat wel te doen tijdens de koudste momenten van een etmaal. Partijen met een producttemperatuur van 12 tot 13 graden hoeven in deze eindfase van de bewaring Het is jammer dat chloorprofam verdwijnt, blijkt ook dit seizoen weer. geen probleem op te leveren. Hogere temperaturen zijn niet aan te raden. Wanneer de producttemperatuur namelijk richting 15 graden Celsius oploopt, neemt zowel de bacterie- als de spruitactiviteit exponentieel toe. In de afgelopen maand zijn er nauwelijks wijzigingen in de bakcijfers opgetreden, wat er eveneens op duidt dat er nog een restant aan kwalitatief goed product in de schuren ligt. Veroudering kan in algemene zin daar in de maand juni echter best snel verandering in brengen. Hou dus de vinger aan de pols, blijf monsters nemen en hou overleg met de afnemer. Het ras Ramos is een voorbeeld van een ras dat snel onderuit kan gaan als het om bakcijfers gaat. Wanneer regelmatig chloorprofam toegepast (gegast) is in het bewaarproduct, blijft het raadzaam de kiemactiviteit nauwgezet in de gaten te houden. Wacht nu niet meer te lang met een laatste behandeling, vooral om inwendige kiem te voorkomen. Overweeg koeling Over het algemeen constateren we dat langbewaring met enkel buitenluchtventilatie steeds lastiger wordt in Nederland. Voor allen met dergelijke schuren die toch langer willen blijven bewaren, achten we het raadzaam eens te gaan rekenen aan een investering in een (schuur met) koelinstallatie, zeker gelet op het aanstaande verbod op het gebruik van chloorprofam. Betrek daarbij ook direct afnemer(s) van de aardappelen, is ons advies. Dit om na te gaan of de benodigde uitgaven daarvoor ook zijn om te zetten in winst. Dat het jammer is dat chloorprofam verdwijnt, is ook dit seizoen weer gebleken. Vrijwel alle partijen die bij inschuren met het vertrouwde middel behandeld zijn, hebben het probleemloos lang in de schuur volgehouden. Ook in cellen met buitenluchtkoeling en, op het laatst, een producttemperatuur tussen 12 en 14 graden.” ● Aardappelwereld magazine • juli 2019 • nummer 7 15

BEWAARCOLUMN Let op de tijdsinstelling In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/ West-Brabant. week te gassen met ChloorIPC. Er blijven ook verschillen te bespeuren in partijen die vooraf met MH zijn behandeld. Door de droogte het afgelopen jaar in het toepassingstijdstip, is de opname niet altijd goed/volledig geweest. De beste kiemremming zien we ook dit jaar weer van inschuurbehandelingen met vloeibare ChloorTijdblokken kunnen afwijken Voor de instelling kanaaltemperatuur ten opzichte van de producttemperatuur geldt het omgekeerde. Die mag nu in de meeste gevallen een stuk groter ingesteld worden, tot wel 4 graden. En dan is er voor sommige aardappelbewaarders nog een puntje van aandacht: de tijdsinstelling. Er zijn genoeg bewaarcompu“Afwijking in bakkwaliteit zit vaak in partijen die tijdens het groeiseizoen niet beregend zijn” Er zijn genoeg bewaarcomputers te vinden die bij handmatige instelling de zomertijd nog niet hebben doorgevoerd. “Eerst even een schets van de situatie in de bewaring aan het eind van de maand mei. Duidelijk is dat in het hele land minder aardappelen in de schuur zijn dan normaal op dit tijdstip. Het zijn voornamelijk fritesaardappelen van de oude oogst die als restant in opslag liggen. Challenger en Innovator zijn vrijwel allemaal al opgehaald. Wat nog wel achter de planken ligt, zijn overwegend Agria, Markies, Fontane en Ramos. Het exportwaardige volume is procentueel ook geringer dan in andere jaren, aangezien er meer partijen met drukplekken en fysiologische veroudering (zacht worden) zijn, en die gaan vanaf dat moment geen verre reis meer maken. Over het algemeen zijn er veel bewaaraardappelen op het genoemde tijdstip – zeker waar weinig grond mee in de bewaring is gegaan – die flinke veroudering vertonen. Daarbij is haast geen verschil waar te nemen tussen partijen in luchtkoeling die veel of weinig draaiuren achter de rug hebben. Het moment van de oogst, dus het aantal maanden in opslag tot nu toe, is meer bepalend. De bakkwaliteit is over het algemeen nog goed te noemen. Afwijkingen zitten vaak in partijen die tijdens het groeiseizoen niet beregend zijn. Op deze percelen vond namelijk veel hergroei plaats laat in het seizoen. Hou kieming onder controle De kieming is over het algemeen nog goed tot redelijk onder controle. Fontane is wel het ras dat het meest beweeglijk is op deze factor van de vier eerder genoemde rassen in bewaring. Heb je een onrustigere partij, dan adviseren we iedere drie tot 3,5 IPC, zonder verder politiek commentaar. Is de partij rustig, veelal het geval bij Markies, Agria en Ramos, dan is het nog steeds niet nodig om te gassen. Belangrijk om de kieming onder controle te houden is ook het ventilatieregime. Zorg dat de producttemperatuur zo constant mogelijk blijft. Dat kan door zoveel mogelijk bij de laagste temperaturen te ventileren en dat is meestal vanaf middernacht tot vroeg in de morgen. Nu is het ’s nachts niet meer zo koud dat je in korte tijd de temperatuur omlaag krijgt. Daarom is het van belang om in uw computerprogramma het verschil tussen de buitentemperatuur en de producttemperatuur nauw te zetten, ongeveer 1 tot 1,5 graad verschil. Hoeveel precies hangt dus af van de hoogte van de buitentemperatuur ten opzichte van de temperatuur van uw partij. Vaak is het ingestelde temperatuurverschil nu te groot ingesteld. ters te vinden die bij handmatige instelling de zomertijd nog niet hebben doorgevoerd en een enkeling heeft dit zelfs enkele jaren achtereen al verzuimd. Ingestelde tijdblokken wijken dan af van de werkelijkheid. Afsluitend nog een paar tips over luchtverversing. Bij partijen met afwijkingen in bakkwaliteit kan weleens sprake zijn van onvoldoende verversing als gevolg van te hoge CO2gehaltes in de cellen. Dit fenomeen zien we vooral in nieuwe potdichte schuren. We raden hierbij aan om minstens twee tot drie keer per etmaal te ventileren en dit het liefst bij de lagere temperaturen, dus in de late voorjaarsmaanden overwegend ’s nachts. Om te voorkomen dat ook overdag bij hoge temperaturen verversing plaatsvindt, adviseren we hiervoor een sper in te stellen.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juni 2019 • nummer 6 13

BEWAARCOLUMN Hou producttemperatuur constant Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. Terug “Mei is de maand waarin temperatuurverschillen per etmaal de grootste impact kunnen hebben op bewaaraardappelen. Met soms temperaturen overdag van boven 20 graden Celsius en ’s nachts rond het vriespunt. Het is dan de kunst om de temperatuur in de schuur en die van het product constant te houden. Zowel in schuren met mechanische koeling als buitenluchtventilatie kunnen invloeden van sterk wisselende buitentemperaturen merkbaar zijn. De mate waarin hangt onder meer af van de isolatiewaarde van daken en muren, het ventilatieregime en eventuele tijdelijke activiteiten in de bewaring waarbij bijvoorbeeld de schuurdeuren opengaan. Het is zeer belangrijk om (lucht)bewegingen in het product bij de hogere buitentemperaturen te voorkomen. Ventileer alleen bij de laagste etmaaltemperaturen en koel op die momenten zo snel mogelijk terug. Zoals al eerder aangegeven is dit meestal het beste mogelijk in de vroegste ochtenduren. Let op dat het bewaarprogramma hierop ingesteld is. Lukt het niet meer om de optimale knoltemperatuur van de betreffende partij vast te houden, bewaar het product dan bij een iets hogere temperatuur. Temperatuur schom melingen hebben veel meer invloed op de bewaarduur dan een knoltemperatuur die iets afwijkt van het optimum. Luchtbewegingen als door het openen van de schuurdeuren hebben al snel een negatieve invloed. Probeer sowieso om tijdens de hoogste etmaaltemperaturen de deuren dicht te houden. Plan als het kan de tussentijdse leveringen in gedurende de laagste etmaaltemperaturen. Onvoldoende ventilatie Een in dit seizoen veelvoorkomende aanleiding om tussentijds (een deel) uit de bewaring te leveren zijn onvolledig gevulde cellen als gevolg van de lagere hectareopbrengsten. In het hellende deel en zelfs tot meters erachter is veelal de ventilatie niet optimaal geweest. Een afsluiting van de ventilatiekanalen in combinameter groter dan 2 centimeter, dan is veelal het moment aangebroken om de partij te ruimen. Wie nog amper kieming ziet of beperkt en nog zo lang mogelijk wil bewaren, doet er verstandig aan om tijdig te gassen. Hou een maximum interval van vier weken aan en kies voor een dosering van 10 tot 12 milliliter Chloor-IPC per ton. “Een afsluiting van de ventilatiekanalen in combinatie met een keerwand is altijd het beste” Zowel in schuren met mechanische koeling als buitenluchtventilatie kunnen invloeden van sterk wisselende buitentemperaturen merkbaar zijn. tie met een keerwand is altijd het beste, maar was om praktische overwegingen niet overal realiseerbaar. Door de onvoldoende ventilatie op die plekken vooraan de hoop, vooral boven in de hoeken, zijn problemen met kiem en rot ontstaan. Veelal is besloten om een paar vrachtauto’s vooraan uit deze cellen te rijden wanneer de rest nog voor een langere bewaarperiode ingepland stond. Wat we momenteel zien, is dat de aardappelen gemiddeld genomen meer veroudering vertonen dan gemiddeld. Veel levermomenten zijn daarom naar voren gehaald. De voorraden waren al lager, maar slinken nu snel. Extra kieming speelt daarbij een rol. In diverse cellen is de bovenlaag in de wintermaanden toch vochtiger geweest dan opgemerkt als gevolg van condensvorming. Dat kan zijn door onvoldoende ventileren en/of het ontbreken van condensventilatoren. Zijn de kiemen in de bovenste 30 centiUitschuren met fijne waternevel Verder zijn dit seizoen relatief weinig problemen met rot gesignaleerd in de regio Zuidoost-Nederland en op dit moment is slechts in een enkele cel nog sprake van enig lekvocht. In het gros van de bewaarschuren zijn de rotte knollen volledig opgedroogd en liggen ze als onschadelijke mummies in de hoop. Meer dan in andere jaren komen de aardappelen zeer droog uit de schuur en dat gaat nogal eens met de nodige stofvorming gepaard. Om wat minder last hiervan te ondervinden bevochtigen sommige telers de knollen tijdens het uitschuren met een fijne waternevel, bijvoorbeeld door de Mafex-vernevelaar hiervoor te benutten. Anderen knutselen zelf een vernevelsysteem met fijne spuitdopjes in elkaar.” ● Aardappelwereld magazine • mei 2019 • nummer 5 15

BEWAARCOLUMN Controle blijft het sleutelwoord Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “Tot nu toe zijn er meer aardappelen in de werkregio afgeleverd dan op hetzelfde moment een jaar geleden. Hierbij speelde kwaliteit nogal eens rol. Het ging daarbij vooral om gecontracteerde partijen waarvan de afnemers besloten om deze met voorrang af te nemen. Veelal vanwege plekken met rot in de cel of het risico op het optreden van inwendige grijsverkleuring in een bepaald ras. Wat momenteel nog over is, ligt er over het algemeen redelijk bij. In veel schuren waarin her en der een rotte knol lag, zie je nu het moment waarin de verspreidde rotte knollen verder geen problemen meer veroorzaken. De rotte knollen lekken nauwelijks meer en vallen soms als droge zetmeelballen uit elkaar wanneer je erin knijpt. Daarbij is er verschil tussen de grofte van verschillende partijen. In partijen met een grove sortering en rot heb je ook grovere maat rotte knollen en die blijven zichtbaar langer nat en zorgen dus voor meer problemen. Daarin is het dus nog steeds noodzakelijk goed op te blijven letten op lekvocht en eventuele uitbreiding van de rottigheid. Meestal volstaat extra intern draaien. Soms is het nodig om opnieuw een droogprogramma te draaien of zelfs een kachel in te schakelen om een tegenvallende hoek van de cel droog te krijgen. Controle blijft nog steeds het sleutelwoord. Benut de laagste etmaaltemperaturen Benut nu de dagtemperaturen flink kunnen oplopen, de laagste temperaturen binnen een etmaal om de producttemperatuur op het gewenste niveau te houden. Dat kan prima door zoveel mogelijk de laagste temperaturen in de vroege ochtenduren te benutten. Dit is mogelijk door vanaf 9 uur ’s morgens tot de volgende ochtend 4 uur in het bewaarprogramma een sper in te stellen. Daarmee ventileer je dus tussen 4 en 9 uur ’s morgens. Dit is veelal het tijdstip met de laagste temperaturen. Je koelt dan in kortere tijd bijvoorbeeld 0,5 graden Celsius in. Er zijn ook telers bij die beginnen met een sper vanaf 6 uur ’s morgens tot 10 uur ‘s avonds. Dit vanwege de benutting van de lagere stroomprijs van het dal tarief. Het advies daarbij is om de sper dan zeker niet om 6 uur te laten beginnen maar om 9 uur. Gelet op de kosten weegt het ventileren in de daluren veelal niet op tegen het ook kunnen ventileren tussen 6 en 9 uur ’s morgens, waarbij je van drukplekken relatief groot is en ook dat sneller gewichtsverlies in de knollen optreed. Belangrijk is dus om nu de ventilatiemomenten te beperken tot het hoogst nodige. Dat kan door per keer zo kort mogelijk te ventileren, zeker bij draaien met externe lucht. Wat we inmiddels ook hebben geconstateerd is dat de bewaarverliezen tot half “Belangrijk is om nu de ventilatiemomenten te beperken tot het hoogst nodige.” dus zowel korter kunt ventileren en minder gewichtsverlies van het bewaarproduct veroorzaakt. Bij twijfel over aflevermoment ga door met gassen Dan nog een puntje van aandacht. De meeste bewaaraardappelen zijn ingeschuurd met erg weinig grond. Gevolg is dat hierin de op het ontstaan In partijen met een grove sortering en rot heb je ook grovere maat rotte knollen en die blijven zichtbaar langer nat en zorgen dus voor meer proble men. maart tussen 5 en 6 procent liggen. Die liggen behoorlijk hoger dan gemiddeld en dat kan een flinke kostenpost opleveren gelet op de vrije marktprijzen van dit moment. Wees ook alert op de kieming. In aardappelen met de status ‘bijna afleveren’, waarin gestopt is met gassen en waarvan de knoltemperatuur hoger is, zien we dat de kiemen snel loskomen. Vooral in partijen waarin geen vloeibare Chloor-IPC tijdens het inschuren toegepast is. Ga dus altijd door met gassen totdat je zeker weet op welk moment je de aardappelen gaat leveren. Nog een tip, zet de condensventilatoren uit zodra de buitentemperaturen beginnen te stijgen. Je krijgt dan ook een temperatuurstijging van de dakpanelen en bij dan nog draaiende condensventilatoren ga je de aardappelen boven in de hoop opwarmen.” ● Terug Aardappelwereld magazine • april 2019 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN Kies het juiste ventilatiemoment In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. Terug “Over het algemeen liggen de aardappelen zonder noemenswaardige problemen in de bewaarschuren. Het belangrijkste punt van aandacht is veelal kiemremming. De aardappelen zijn gemiddeld genomen wat kiemlustiger dan voorgaande jaren, maar dat leidt lang niet overal tot problemen. Zo is de kiemremming in partijen die tijdens het inschuren met Gro-Stop behandeld zijn vrijwel overal weergaloos. Alleen gassen met Chloor-IPC of 1,4Sight kan ook prima werken, mits op tijd toegepast. Zo kwam de toepassing van 1,4Sight de eerste gasbeurt nogal eens te laat. Deze kiemremmer dien je namelijk toe te passen wanneer er nog geen kiem aanwezig is. Gevolg van een te late gasbeurt is dat je daarna weer sneller aan de bak moet met de daaropvolgende. Bij Biox-m speelt dit minder dan bij zowel 1,4Sight als Chloor-IPC, omdat dit middel de kiemgroei wat beter kan stoppen vanwege het afbrandeffect. Combineer je dit alles met het feit dat er dit seizoen niet altijd gekozen is voor een bespuiting met maleïne hydrazide (MH) vanwege te droge omstandigheden, dan heb je gedeeltelijk de verklaring voor de extra kiemlust van dit jaar. Ventileer voldoende Belangrijk is om op meerdere plekken boven op de hoop kuiltjes te graven, liefst tot een diepte van zo’n 40 centimeter. Dan is de mate van kieming van de partij ook beter in te schatten. We zien nu soms ook grotere kiemen op knollen die dieper in de hoop liggen. Dat is niet altijd toe te schrijven aan condens/vocht in de toplaag wat we afgelopen winter wel vaker gezien hebben. Het kan ook zo zijn dat de aardappelen onvoldoende geventileerd zijn. Dit nemen we vooral waar in nieuwe potdichte schuren in partijen met redelijk wat aanhangende vochtige kleigrond en her en der een rotte knol. Door onvoldoende ventilatie kan ook de knoltemperatuur plaatselijk wat oplopen en vaak beginnen de aardappelen rondom te zweventilator om 12 uur ’s nachts begint te draaien met externe lucht om de, eventueel een paar tienden graden Celsius aan de gestegen producttemperatuur, terug te brengen naar de gewenste. Veelal is het dan nog niet de laagste temperatuur van de nacht. Daar kun je echter veel beter het ventilatiemoment op “Minder ventilatietijd betekent minder vochtverlies in de knollen, dus hou je ze langer vitaal.” ten. Zoals in eerdere adviezen al is aangegeven, is het dan raadzaam om meerdere malen per dag te ventileren met drogende (buiten)lucht. Gevolg van een te late gasbeurt is dat je daarna weer sneller aan de bak moet met de daaropvolgende. Hou weerberichten in de gaten Wanneer het product goed in de bewaarschuur zit, heb je uiteraard ook een ventilatieregime waar je iedere dag aandacht aan hoort te besteden, ook al ligt het vast in een gekozen bewaarprogramma. Van het grootste belang is nu om in de meeste cellen het product op de gewenste bewaartemperatuur vast te houden, oftewel voorkom zoveel mogelijk temperatuurschommelingen in de aardappelen, zeker wanneer ze nog lang in de schuur moeten blijven liggen. In de voorbije weken was nogal eens sprake van grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Dat hoor je als teler goed in de gaten te houden via de weerberichten. In veel programma’s is ingesteld dat de afstemmen, meestal is het rond 6 uur ’s morgens het koudst. Want ventileer je met die lagere temperatuur van dat moment, dan heb je veel minder tijd nodig om de producttemperatuur terug te brengen. Immers, minder ventilatietijd betekent minder vochtverlies in de knollen, dus hou je ze langer vitaal. En reken dit jaar maar eens uit wat 1 procent minder gewichtsverlies over de gehele partij oplevert. Dit kort extern ventileren kun je in het computerprogramma realiseren door een sper in te stellen, bijvoorbeeld door extern draaien alleen toe te staan tussen 5 en 9 uur in de ochtend. Een andere manier om de ventilatietijd te beperken voor terugkoeling is door in het ventilatieprogramma het verschil tussen buiten- en binnentemperatuur te vergroten. Dan zal de computer veelal ook pas later in de nacht of vroege ochtend de ventilatoren aanzetten.” ● Aardappelwereld magazine • maart 2019 • nummer 3 13

BEWAARCOLUMN Liever meerdere keren kort dan een of twee keer lang ventileren Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Niek Vedelaar, werkzaam in de regio Flevoland. Bij lage buitentemperaturen is het belangrijk om de dauwpuntstemperatuur nauwgezet in de gaten te houden. “De conditie van de aardappelen in bewaring verschilt van schuur tot schuur, maar in het midden van het land zijn de verschillen relatief klein. Het gros van de knollen is gezond ingeschuurd, met in enkele partijen, veelal rasafhankelijk, een enkel rot exemplaar. Opvallend is wel dat nu, drie tot vier maanden na inschuren, we in deze partijen nog steeds her en der rotte knollen vinden. Het gaat meestal om aardappelen van het ras Agria en Lady Anna. Dat vraagt dus om voortdurende oplettendheid. Controleer in dergelijke partijen de kanalen op lekvocht, graaf kuiltjes in de hoop en hou het verloop van de droging van de aangetaste knollen goed in de gaten. Sowieso is het belangrijk om regelmatig het product te ventileren en dat liever meerdere keren per dag kort, een kwartier tot 20 minuten, dan een of twee keer (uren) lang. In de afgelopen weken waren de buitentemperaturen vaak laag. Onder dergelijke omstandigheden is het belangrijk om de dauwpuntstemperatuur nauwgezet in de gaten te houden. Dat is de temperatuur waarbij waterdamp door afkoeling van lucht begint te condenseren. Zet in dit geval de condensventilatoren aan en neem het zekere voor het onzekere. Wat extra draaiuren is geen ramp, want ze vragen relatief weinig energie. Let daarbij vooral op de weerberichten. Ook voor februari is in de afgelopen maanden al veel over geschreven. Niet alle rassen zijn onrustig, maar een Innovator springt er bijvoorbeeld wel uit. We adviseren om de kieming hierin extra goed in de gaten te houden en het standaardadvies van de intervallen voor behandeling met Chloor-IPC met een halve week in te korten en terug te brengen naar drie tot 3,5 week. Verder is bekend dat de resultaten van de veldbehandelingen met maleïne hydrazide (MH) in Nederland erg wisselend zijn. Dat is geen vreemd fenomeen en vraagt ieder seizoen aandacht, dit jaar wellicht meer dan anders. In het werkgebied Flevoland zijn tot nu toe nog geen opmerkelijke verschillen betreffende kiemlust in MH-partijen aan het licht gekomen. Voor de meeste partijen die met MH behandeld zijn, geldt dat een eerste behandeling is uitgevoerd. Het algemene advies is om vanaf half januari te starten met de kiemremming. Ook voor deze partijen is het van“Niet alle rassen zijn onrustig, maar een Innovator springt er bijvoorbeeld wel uit.” kunnen deze condities zich weer voordoen, dus blijf alert. Hou kieming in de gaten Nog een ander punt van aandacht is de relatief hoge kiemlust in de aardappelen. Daar wege de kiemlustigheid raadzaam om het interval naar drie tot 3,5 week te verkorten. Dus dergelijke partijen zijn na de eerste volle week van februari weer aan de beurt geweest.” ● Terug Aardappelwereld magazine • februari 2019 • nummer 2 15

BEWAARCOLUMN Blijf ook goed product intensief controleren Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. Terug In partijen die beregend zijn komt meer kiemlust voor. “Gemiddeld genomen is het in Nederland momenteel relatief rustig in de bewaarschuren op enkele probleempartijen in het zuidwesten en verspreid over het land na. Liggen de aardappelen er mooi bij, dan betekent dit nog niet dat je als boer hier geen omkijken naar hebt. Ook in cellen waarin niets aan de hand lijkt te zijn is het raadzaam om minimaal één keer per week een controle uit te voeren. Ga de hopen op, graaf kuiltjes van minimaal 30 centimeter en doe dat telkens op een andere plek. Zorg tijdens de check altijd voor voldoende licht. Ontbreken tl-lampen, neem dan een flinke zaklamp mee. Controleer ook de ventilatiekanalen op lekvocht van rotte knollen. Bij de controlerondes blijkt dit seizoen ook in het zuidoosten toch nog her en der een rotje aan het licht te komen. Vooral in partijen die tijdens de groeiperiode beregend zijn. Het belangrijkste is om te voorkomen dat lekvocht uit de verspreid liggende rotte knollen vrijkomt. Daarvoor is drogende lucht nodig. Dat kan drogende buitenlucht zijn of opgewarmde (buiten)lucht met hulp van kachels. Meer kiemlust in beregende partijen Wat we ook in de partijen waarnemen die beregend zijn, is meer kiemlust. Dat geldt zowel in consumptie- als pootgoedpartijen. De combinatie van hoge temperaturen tijdens de beregening leverde in het veld dikwijls al meer doorwasknollen op en in de bewaring komt dat nu tot uiting in een versnelde kieming. In de consumptiepartijen is dus een eerste (na) behandeling met een gasvormige kiemremmer over het algemeen eerder aan de orde dan in niet-beregende partijen. Beperk draaiuren in goed product Verder liggen de meeste aardappelen half januari op de gewenste bewaartemperatuur. Voor fritesaardappelen is dat gemiddeld 7 graden Celsius. Afhankelijk van het ras en het aflevermoment kan dat wat hoger of lager zijn. Zo bewaart een ras als Fontane wat beter op een iets hogere temperatuur en blijft een partij niet lang meer in de bewaring, dan mag de temperatuur al snel een graadje hoger zijn. Van belang is verder om partijen waar weinig mis mee is, niet te intensief te ventileren. Dit om overbodig vochtverlies te voorkomen en de bewaarduur te verlengen. Ventileren blijft uiteraard nodig, maar beperk het intern draaien tot maximaal drie keer per dag en een half uur per beurt. Dan hebben we de laatste weken te maken met sterk wisselende buitentemperaturen. Dat kan op verschillende momenten (extra) “Let op de weerberichten en zorg dat de condensventilatoren op tijd aanstaan.” Voor vrijwel alle bewaarpartijen geldt dat ze fysiologisch wat ouder zijn dan in andere jaren. Betreft het fritesaardappelen, wacht dan niet te lang met het nemen van bakmonsters. Blijken die tegen te vallen, overleg dan tijdig met de (potentiële) afnemer wat het beste moment voor afleveren is. condensvorming in de schuur en op de aardappelen veroorzaken. Let op de weerberichten en zorg dat de condensventilatoren op tijd aanstaan voordat de omstandigheden voor condensvorming zich aandienen en niet pas op het moment als condens zich al volop manifesteert.” ● Aardappelwereld magazine • januari 2019 • nummer 1 15

BEWAARCOLUMN “Enorme diversiteit op het gebied van rot en kieming” Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “De kwaliteit van de ingeschuurde consumptieaardappelen is gemiddeld een stuk beter dan het vorige seizoen. Wat afwijkt dit jaar is de enorme diversiteit op het gebied van rot en ook van kieming. Dat vraagt om maatwerk. Zo zijn partijen binnengekomen waarnaar je, gelet op rot, bijna geen omkijken hebt. Maar er zijn ook aardappelen geoogst waar telers momenteel de handen vol aan hebben. De grootste problemen doen zich onder meer voor in enkele partijen van de rassen Agria en Bintje waarbij relatief veel doorwasaardappelen zijn ingeschuurd. Daarin treden waterzakken op. De meeste gaan drie tot vijf weken na inschuren lekken. Door tijdig en snel te drogen bleven tot nu toe de problemen veelal binnen de perken en kunnen we over het algemeen gelukkig spreken van geringe overlast. In enkele gevallen is het spannend en is het noodzakelijk om vanwege het koudere weer de kachels erbij in te schakelen. Wat we her en der ook waarnemen is roodrot. Ook hierbij is het van belang (geweest) om snel te drogen. In de meeste cellen heeft dit een gewenst resultaat opgeleverd. Wel is het nog oppassen voor snel vrijkomend lekvocht uit al verder weggerotte knollen. Buffer voor lekvocht ontbreekt Dit jaar is vrijwel geen grond mee ingeschuurd en daardoor ontbreekt een buffer voor vochtopname. Lekvocht uit rotte knollen heeft dus nu een grotere kans om meerdere gezonde omringende knollen te bevochtigen. Dat vraagt om alertheid van de teler en bijstellen van de hoeveelheid interne draaiuren om dit plaatselijke lekvocht door de partij heen te verdelen. Diverse partijen draaien om die reden nog om de drie tot zes uur een uur intern. In partijen Markies is in enkele gevallen sprake van mee-ingeschuurde nog relatief groene vochtige stengels. In combinatie met eventueel aanwezige rotte (moeder) knollen kunnen in rap tempo vochtige plekken ontstaan, waarin gezonde knollen vochtig raken en in korte tijd kans maken op bacterie-infecties. Ook in zo’n geval is het devies: onmiddellijk drogen. Sluit kanalen op de juiste plek af Als gevolg van de lagere hectare opbrengsten zijn dit seizoen veel cellen niet tot aan de (eind)keerwanden volgestort. In nogal wat schuren is dus sprake van een helling aan het eind van de hoop en hoop kuiltjes te graven. Dat aardappelen hier minder snel drogen komt doordat hier te weinig ventilatielucht doorheen gaat. Oorzaak is in de meeste gevallen de verkeerde plek waar de kanalen zijn dichtgemaakt. Is dat aan de voet van de helling gebeurd, dan ontstaan zeker de genoemde problemen. Wanneer je een cel hebt met aan het eind een helling, dan hoor je de kanalen ver terug, minstens tot midden onder “Dit jaar is vrijwel geen grond mee ingeschuurd en daardoor ontbreekt een buffer voor vochtopname.” de ventilatiekanalen. Dit vraag eveneens om extra aandacht. We constateren namelijk dat in diverse van deze cellen in de hoeken bovenaan de hellingen de aardappelen lang vochtig blijven. Daar kom je achter door hier in de het begin van de helling, af te sluiten. Wat vervolgens verstandig is, is om de hellingen af te dekken met landbouwplastic of nog beter met Toptex vliesdoek. Toptex is deels luchtdoorlatend en voorkomt daarmee tevens condensvorming. Verder zien we in cellen met moeilijk te vullen hoeken stortkegels die langer vochtig blijven. Het is dus van groot belang om de hoop vlak te maken en voortaan stortkegels bij het inschuren te voorkomen. Geen nieuwe tip, maar wel eentje die blijkbaar ieder jaar weer om herhaling vraagt. Hou dergelijke stortkegelplekken nu in elk geval goed in de gaten om het ontstaan van rotte knollen te voorkomen.” ● In nogal wat schuren is sprake van een helling aan het eind van de hoop en de ventilatiekanalen. Dit vraag om extra aandacht. Terug Aardappelwereld magazine • december 2018 • nummer 12 15

BEWAARCOLUMN Bestel nu het enige complete Aardappelkweekboek Wondheling nu van groo Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. ruisen met wilde soorten 7 Kruisen met wilde soo infestans) en aardappelmoeheid (Globodera rostochiensis en G. pallida) wer aardappelsoorten en primitieve cultuursoorten van groot belang waren, en nog steeds zijn, voor het aardappelkweekwerk. Deze soorten beschikken namelijk over een scala aan resistentiegenen tegen een groot aantal ziekten en plagen. In het oorsprongsgebied van de aardappel (tussen 38° NB en 41° ZB, op de tropische hoogvlakten van Midden- en Zuid-Amerika) komen nog steeds wilde aardappelsoorten voor. Er zijn nu meer dan 200 soorten bekend. Deze soorten bezitten eigenschappen die voor de verbetering van onze cultuuraardappel zeer interessant zijn. Zo nu en dan worden daarom expedities georgaWilde aardappelsoorten groeien onder andere in de Andes (AW). niseerd om deze soorten te verzamelen als bron van onder andere resistentiegenen. Op deze wijze wordt de genetische pool voor het aardappelkweekwerk verbreed. De cultuuraardappel is tetraploïd, maar de wilde soorten verschillen in ploïdieniveaus; diploïd, Genetica 4 Genetica Terug Het doel van het veredelingsproces is om tot een ras te komen waarin zoveel mogelijk gewenste eigenschappen met elkaar gecombineerd zijn. Om dit te realiseren worden twee ouderplanten, die ieder een deel van deze eigenschappen hebben, met elkaar gekruist. In de nakomelingen hopen we planten te vinden die de gewenste combinatie van eigenschappen hebben gekregen. De genen die coderen voor de erfelijke eigenschappen liggen op de chromosomen in de celkern. In dit hoofdstuk wordt enige basale kennis omtrent celdeling en genetica aangeboden. Deze kennis helpt om de overerving van eigenschappen te kunnen begrijpen. Dit hoofdstuk zal duidelijk maken dat bijvoorbeeld uit een kruising met twee geelvlezige aardappelen toch een witvlezige kan komen. De cultuuraardappel is tetraploïd, dat wil zeggen dat elk chromosoom vier keer in de cel voorkomt (zie Paragraaf 4.4). Om het niet te ingewikkeld te maken worden in dit hoofdstuk de celdeling en de basisprincipes van de overerving op diploïd niveau uitgelegd. 4.1 Celdeling Er bestaan twee soorten celdelingen. Het eerste type wordt mitose genoemd en vindt plaats in de cellen van plantenorganen zoals stengels, bladeMitose 2n=4 ren en knollen. van deze somatische (lichaams-) cellen in twee llen. Planten omatische (li nieuwe identieke cellen. Het tweede type celde lingen wordt meiose of r Deze vindt plaats bij de pr ten, de voortplantingscellen van de plant. T ntieke cellen. plaats bij de tplantingscel de meiose wor cel gehalveerd. wordt het aa er 4.1.1 Mitose Planten zijn onder ander Planten groeien onder meer door zich delen. Deze celdeling wor Plantencellen die homologe chr Het ene chromosoom is afkomstig van de moeder (bijvoorbeeld de r en het andere van de vader (de blauwe chr somen in Figuur 1). Bij de mitose is het aantal onder ander oeien onder Deze celdeling en bevatten p ge chromoso omosoom is a d de rode ch re van de va chromosomen cellen gelijk aan dat van de oorspr iguur 1). Bij en ke Dit kan door deling eerst ver k aan dat van or ver somen bestaan nu uit twee chr het centromeer met elkaar verbonden zijn. De aan nu uit twee chr chromosomen gaan in het midden van de kern in één vlak (het equatoriale vlak) liggen en de mem meer met elkaar verbonden zijn. De en gaan in het midden van de kern in t equatoriale vlak) liggen en de mem o 74 Screenen van wilde aardappelsoorten op het veld op phythophtora-resistentie (WUR). Cel in rust. Chromosomen zijn verdubbeld, en bestaan nu uit twee chromatiden. Chromosomen in midden van de cel, kernmembraan is opgelost, spoelfiguur is gevormd. De chromatiden worden naar de polen getrokken, een nieuwe celwand wordt gevormd. Resultaat: twee cellen die identiek zijn aan de oorspronkelijke cel. Figuur 1. Schematische weergave van de mitose. Elk chromosomenpaar heeft een rode en een blauwe homoloog. 2n staat voor het aantal chromosomen in een lichaamscel, n staat voor het aantal chromosomen in een gameet (Paragraaf 4.4). 30 “Na een bijzonder droog groeiseizoen en oogstperiode is inmiddels de tijd van bewaren aangebroken. Ook die is vrij uitzonderlijk van start gegaan. Het gros van de bewaaraardappelen zit begin november al achter de planken en dat is sowieso al een opmerkelijk feit. Heel veel product in Nederland is onder gunstige, soms iets te droge, omstandigheden uit de grond gehaald en de schuur ingegaan. En toch zal deze oogst minstens net zoveel bewaaraandacht vragen als in jaren na minder fraai rooiwerk. Factoren waarop telers extra alert dienen te zijn betreffen onder meer de hoge kiemlust van de aardappelen, beschadigde knollen, doorwasknollen en ontvellingen. Bovendien zijn her en der na len, een voor product dat tot na half oktober met hoge knoltemperaturen is ingeschuurd en een voor product dat daarna met lagere knoltemperaturen is binnengebracht. Is product bij hoge temperatuur ingeschuurd, dan was het advies om dit zo snel mogelijk terug te koelen naar een knoltemperatuur van 13 tot 13,5 graden. Niet 15 graden, wat normaal het advies is, vanwege het hogere percentage ontvelde doorwasknollen, beschadigde primaire knollen en de daarbij hogere kans op ontwikkeling van bacteriën op de invalspoorten. Daar waar tot nu toe niet voldoende snel teruggekoeld is, zijn al problemen ontstaan. Aangezien de aardappelen al relatief droog in de bewaarcellen beland zijn, droogden Bestel nu in onze webshop https://webshop.aardappelwereld.nl/ of scan deze QR-code. Voor afname van grote aantallen voorzien wij u graag van een scherpe offerte. U kunt hiervoor contact opnemen met onze sales-afdeling via krabbendam@aardappelwereld.nl “Hoe groter de eerste knol is ten opzichte van de tweede knol en hoe hoger het onderwatergewicht van die eerste knol, hoe kleiner het probleem” enkele weken van opslag zelfs al knollen met bacterie-aantasting gespot. Langzaam terugkoelen Dit seizoen kunnen we de start van de bewaring grofweg in twee strategieën opdeze tijdens het terugkoelen voldoende. Om de wondheling goed te laten verlopen, is het belangrijk om het product een week of drie op de geadviseerde 13 graden vast te houden. Wanneer de aardappelen met ongelijke knoltempera12 Aardappelwereld magazine • november 2018 • nummer 11

oo BEWAARCOLUMN ot belang tuur in de schuur gekomen zijn, is/was het noodzaak om met regelmaat intern te ventileren om de knoltemperatuur in de cel gelijk te krijgen. Dit om condensvorming te voorkomen. Dat kan door elke 6 uur de ventilatoren drie kwartier lang te laten draaien. Temperatuurverschillen zijn te meten door goed verdeeld op verschillende plaatsen voldoende voelers in het product te plaatsen. Het liefst meer dan een meter diep vanaf de (vlakke) bovenkant van de hoop. Zijn de voelers maar een meter lang, graaf dan een kuiltje van 30 centimeter en prik daarin de voeler. Nog niet genoemd als bijzonderheid, maar we nemen aan het begin van dit bewaarseizoen ook hogere CO2-gehalten dan normaal waar in de bewaarruimten. Kennelijk zit er als gevolg van het groeiseizoen nog (extra) veel leven in de knollen. We adviseren dan ook om vier keer per etmaal lucht te verversen in plaats van tweemaal, wat de standaard is. Hou ook nu droging in de gaten Dan over de partijen die met lage knoltemperaturen ingeschuurd zijn. Daarvoor geldt het omgekeerde advies, zijn ze kouder dan 13 tot 13,5 graden Celsius, dan opwarmen tot deze temperatuur met drogende (buiten)lucht, al dan niet met ondersteuning van kachels. Voor alle aardappelen in bewaring kunnen we stellen dat veelal pas na drie weken bewaren te zien valt of de wondheling voorbij is. Dit seizoen is de periode wellicht nog langer als gevolg van meer ontvellingen door doorwas. Partijen die groen gerooid zijn en bij rassen als Markies en Agria, waarbij soms bewust veel vastzittend loof is meegeoogst om beschadiging te voorkomen, wijzen we erop extra te letten op droging van de partijen in verband met de groene stengels. Ventileer indien nodig wat vaker intern om het vocht door de hele partij te verdelen. Nog niet genoemd is de kiemremming. Vanwege de ontvellingen zijn dit seizoen minder aardappelen bij inschuren met een kiemremmer behandeld. We zien de laatste weken al heel snel kiempjes ontstaan op onbehandelde knollen. Gelet op de verwachte algehele hogere kiemlust als gevolg van hoge knoltemperaturen in het groeiseizoen, raden we aan om binnen 14 dagen na inschuren te starten met een behandeling tegen het kiemen. Soms is dat ook nodig in met MH behandelde partijen. De MH-behandelingen in het veld waren niet altijd even nauwkeurig uit te voeren en de opname van het middel is niet overal optimaal geweest.” ● Terug Om de wondheling goed te laten verlopen, is het belangrijk om het product een week of drie op de geadviseerde 13 graden vast te houden. Aardappelwereld magazine • november 2018 • nummer 11 13

BEWAARCOLUMN Het draait nu om doorwasbepaling In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “Doorwasbepaling. Dat is waar het dit seizoen bij veel telers met bewaaraardappelen rondom de start van de bewaarperiode om draait. Heeft de MH toepassing genoeg effect gehad? Kan ik doodspuiten of moet ik groen rooien? Ga ik versneld rooien? Om niet voor verrassingen komen te staan raden we iedereen aan om zowel de maatsortering van de doorwasknollen als de mate waarin het voorkomt goed te inventariseren. Dit begint al in het veld, voor zover dit tot nu toe nog niet is uitgevoerd. Echte doorwas is de groei van een tweede knol aan een eerste knol. Dus niet: spruiten aan knollen zonder knol of nieuwe uitgroei naar buiten. Voor een goede bewaarstrategie is het van belang om te bepalen hoe groot de doorwasknollen zijn. Heb je in het veld vrijwel alleen doorwasknolletjes die kleiner zijn dan 2 centimeter, dan is er geen Doorwas schema probleem. Bij meerdere grotere knollen wel. Hoe groter de eerste knol is ten opzichte van de tweede knol en hoe hoger het onderwatergewicht van die eerste knol, hoe kleiner het probleem. En wanneer er flink veel doorwas aanwezig is, meet dan van zowel van de eerste als de tweede doorwasknollen apart het onderwatergewicht. Dit geeft duidelijk meer informatie dan een mengmonster. Deze aanpak helpt om meer inzicht te krijgen en beter te kunnen beslissen of en hoe je als teler het product het beste kunt inschuren. Ook al heb je voorafgaand aan het loofdoden monsters genomen, doe dat nog een keer voordat je gaat rooien. Het kan zijn dat doorgroeiende doorwasknollen over het hoofd zijn gezien. Komen die dan toch in redelijk grote mate voor, dan kan het verstandiger zijn om de aardappelen van het perceel of perceelsdeel waarin dit het Popperig Scheut groeit uit tot stengel Primaire knol Secundaire knol “Voor een goede bewaarstrategie is het van belang om te bepalen hoe groot de doorwasknollen zijn.” Knol met scheut 14 Aardappelwereld magazine • oktober 2018 • nummer 10

BEWAARCOLUMN geval is niet in te schuren. De meeste doorwas nemen we waar in kopakkers, spuitsporen en/of overgepote perceelsdelen waar in het voorjaar de poters verzopen zijn. Beter is het dan om de oogst hiervan afland te leveren, aangezien een te groot percentage aan doorwasknollen, primair en secundair, in de bewaring voor grote kwaliteitsproblemen kunnen zorgen. Hou doorwasknollen apart Dan maken we wat de inschuur- en bewaarstrategie betreft even onderscheid tussen aardappelen die doodgespoten zijn en groen gerooide aardappelen. Bij groen gerooide aardappelen is het raadzaam te letten op schilbeschadiging. Veelal zal het verstandiger zijn om hierin een inschuurbehandeling met Chloor-IPC achterwege te laten. Aangezien de verwachting is dat de aardappelen dit jaar kiemlustiger zullen zijn is het advies om uiterlijk 14 dagen na inschuren al te starten met gassen. Is de schil goed afgehard, inclusief die van de doorwasknollen, dan is een kiemremmingsbehandeling met Chloor-IPC tijdens het inschuren wel mogelijk. Voor de telers die het loof doodgespoten hebben geven we het advies om vlak voor het rooien toch nog een keer monsters te nemen. Het kan zijn dat de doorwasknolletjes niet groter zijn dan 35 of 45 millimeter. Pas daar dan de steek van de rooimat op aan, zodat die op het land achterblijven. Wie de mogelijkheid heeft om tijdens het inschuren voor te sorteren, hoeft niet per se te kiezen voor een grote steek op de rooier, maar kan de doorwasknollen er op het erf uit draaien. Wees verder voorzichtig met harde kluiten wanneer die nog in de rug zitten en mochten de rooiomstandigheden te droog zijn. Stel de oogst dan nog even uit tot de eerste regenbui of beregen het perceel indien mogelijk vooraf. Komt er toch een partij met behoorlijk doorwasknollen binnen, dan zal dat voor het bewaren de nodige consequenties hebben. Probeer eerst, voor zover dit praktisch uitvoerbaar is, de doorwasplekken in een cel apart te draaien. Er is vast nog wel ergens ruimte over dit seizoen. In dat geval verklein je het risico op waterzakvorming aanzienlijk. Wanneer de partij niet al te groot is valt te overwegen om deze in kisten te draaien. Het is namelijk van belang om doorwasaardappelen extra te drogen. Is dit allemaal niet mogelijk dan is het van groot belang om tijdig te signaleren of en wanneer waterzakken in de bewaring ontstaan. Vooral primaire knollen met een onderwatergewicht van 150 gram of lager kunnen de eerste 5 weken in de bewaring geheel of gedeeltelijk overgaan in waterzak. Dat kan in korte tijd heel veel vocht vrij komen. Dit betekent extra drogen en dus meer externe dat er ook altijd een voeler onderin de cel is geplaatst die de producttemperatuur van de aardappelen boven het “Hoe groter de eerste knol is ten opzichte van de tweede knol en hoe hoger het onderwatergewicht van die eerste knol, hoe kleiner het probleem” uren draaien. Koel het product daarom ook niet te snel in wanneer de gemiddelde etmaal temperatuur vrij laag is, maar gebruik dan kachels om de producttemperatuur tijdens het droogproces op het gewenste niveau te houden. Zorg dat alle apparatuur vooraf goed werk Dan wijzen we graag nog even op het belang van goed werkende en ook voldoende aanwezigheid van bewaarapparatuur voordat de aardappelen de schuur in gaan. Wees er in eerste instantie zeker van dat ze allemaal goed werken. Kijk ook naar de computerinstellingen. Zet de draaiuren weer op 0 en controleer of de spertijden van vorig jaar nog ingesteld staan. Let eveneens op de standaardinstellingen van het droogprogramma. Op welk dauwpunt of temperatuursverschil tussen buitenen product deze staan ingesteld. Dan nog een paar tips wat de voelers betreft. Zorg ventilatiekanaal kan meten. Heb je deze niet apart, neem dan desnoods een productvoeler van de cel, die met het langste snoer. Zodra de producttemperatuur onder en boven gelijk is aan elkaar zitten namelijk de aardappelen droog. En zodra de productvoeler in het kanaal gaat oplopen als u kachels gebruikt heeft u al in de gaten dat de kachelcapaciteit wat verminderd mag worden omdat het niet lang meer gaat duren voordat de aardappelen droog zitten. Plaats in schuren met een wat minder goede muurisolatie standaard een voeler aan de koude (oost)kant. Die kan dan bij vorst de laagste temperaturen in de partij meten.” ● Terug Aardappelwereld magazine • oktober 2018 • nummer 10 15

BEWAARCOLUMN 1,5 procent meer gewichtsverlies in seizoen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “We gaan ongetwijfeld weer een bijzonder seizoen in als het gaat om bewaring van Oogst 2018 na de lange periode van droogte. Maar we komen ook een bijzonder jaar uit, gelet op de bewaarcijfers van Oogst 2017. Het is alweer bijna 12 maanden geleden, dat in tegenstelling tot nu, juist een grote oogst de schuren in ging. Met daarbij, in sommige streken, ook nog eens relatief veel natte en rotte knollen. Dat laatste veroorzaakte, in combinatie met relatief hoge buitentemperaturen, over de gehele bewaarperiode de nodige problemen en daaraan verbonden extra maatregelen en kosten. Als Delphy houden we daar jaarlijks cijfers van bij. Wat we over seizoen 2017/2018 kunnen concluderen, is dat het gemiddelde gewichtsverlies door de genoemde perikelen maar liefst 1,5 procent hoger uitkomt dan het gemiddelde over de laatste 6 jaren. Meer draaiuren door hoge buitentemperatuur Extreem is het getal van 564 externe draaiuren, normaal zijn dat er 327 in onze statistieken en de 740 interne draaiuren zijn enorm in vergelijking met het meerjarig gemiddelde van 494. Zoveel meer draaiuren betekent niet alleen meer gewichtsverlies, maar ook meer stroomkosten, onderhoud en kwaliteitsverliezen. Extra aandacht en controles om het resultaat van de draaiuren te beoordelen waren ook zeker nodig. Zeker na april 2018 waren er ook meer draaiuren in de bewaarschuren door de hoge buitentemperaturen. Vaak was het alleen mogelijk om in te koelen met kleine temperatuurverschillen en daarmee liepen de draaiuren Meer draaiuren betekent niet alleen meer gewichtsverlies, maar ook meer stroomkosten, onderhoud en kwaliteitsverliezen. 12 Aardappelwereld magazine • september 2018 • nummer 9

BEWAARCOLUMN 2017/2018 extern op, evenals de verliezen. Wat we daarbij eveneens zagen, zijn behoorlijke verschillen in uitersten. In de bewaring met het hoogste gewichtsverlies van 11,8 procent lag het aantal externe draaiuren op 961 en intern op 821. Op de aardappelen in deze partij zijn bovendien nog eens extra kosten gemaakt voor drogen met kachels na inschuren. Dit was overigens, samen met een goede controle, ook de redding van deze partij Fontane die uiteindelijk tot eind juni in de schuur zijn gebleven. De partij met het laagste verliespercentage aan gewicht betrof Ramos en dit bleef beperkt tot 5,3 procent half juni. Hierop is 520 uur extern gedraaid, nog steeds boven het meerjarig gemiddelde en 462 uur intern, iets minder dan gemiddeld. Kennis van computerprogramma’s kan beter Wat leren deze cijfers en de ervaringen van het vorige seizoen voor het aankomende seizoen? Allereerst dat een goed begin het halve werk is. Telers die de bewaarapparatuur op orde hebben, met schone kanalen en ventilatoren, een aparte regeling voor iedere cel, perfect werkende voelers, muur- en dakisolatie zonder gebreken, heldere verlichting voor goede inspecties, die scoren over het algemeen ook het beste eindresultaat. Waar het bij sommigen echter nog aan schort, is het gebrek aan kennis van bewaarcomputerprogramma’s. Dat kan echt een Gewichtsverliezen en ventilatiedraaiuren seizoen 2017/2018 Seizoen Verlies 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 2015/2016 2016/2017 Gemiddelde 6 seizoenen 2017/2018 7,9% 407 4,9% 268 5,5% 305 6,1% 350 6,5% 394 4,8% 243 6,0% 327 7,5% 564 stuk beter. Als je weet wat je na controle van de partij wilt ventileren, dan moet je vernen te houden, is de eventueel dunne huid van jonge doorwasaardappelen. Dat kan “Voor kiemremming is een behandeling met CIPC nog altijd de beste remedie.” volgens in staat zijn om de bewaarcomputer dit ook uit te laten voeren. Wat dit betreft begint het aankomende bewaarseizoen niet anders dan het vorige. Voer voor de oogst metingen uit Draaiuren extern Draaiuren intern 520 350 481 620 668 325 494 740 Extreem is het getal van 564 externe draaiuren, normaal zijn dat er 327 in onze statistieken en de 740 interne draaiuren zijn enorm in vergelijking met het meerjarig gemiddelde van 494. Mogelijk wel anders zal de conditie zijn waarin de aardappelen straks binnenkomen. De oogst van de eerste pooten tafelaardappelen is al gaande. Wat we in de aankomende bewaarperiode kunnen verwachten, zijn glazige aardappelen als gevolg van doorwas. Voor de bewaring is het van belang in hoeverre deze glasknollen ook echt tot waterzakken over zullen gaan. Probeer met metingen van het onderwatergewicht dit zo goed mogelijk in te schatten. Extra kiemlust zal hierbij ook een rol spelen. Voor kiemremming van consumptieaardappelen is voor de rassen die ertegen kunnen een behandeling met ChloorIPC bij inschuren nog altijd de beste remedie. Waar telers dit jaar wel rekening mee diereden zijn om een inschuurbehandeling noodgedwongen over te slaan. Wel belangrijk is het dit seizoen om ook bij met MH behandelde partijen toch goed op de eerste kiemingsverschijnselen te letten, aangezien deze kiemregulator door de droge omstandigheden tijdens toepassing wellicht niet voldoende is opgenomen in alle knollen. Sla oogst van plekken waar de doorwassituatie ernstig is eventueel apart op, ook bij overmaat van andere gebreken. Let dit seizoen eveneens weer op de storthoogte. Stort bij bovengrondse kanalen minimaal zo hoog als de kanaalafstand, ook bij een lagere opbrengst. Vorig jaar was de storthoogte in sommige schuren erg ongelijk, wat (opnieuw) de nodige problemen opleverde. Maak cellen vierkant vol en zorg voor een vlakke toplaag is daarom (nog een keer) het advies.” ● Terug Aardappelwereld magazine • september 2018 • nummer 9 13

BEWAARCOLUMN Overweeg mechanische koeling bij langbewaring Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. Terug “Bewaarseizoen 2018 loopt op zijn eind. De meeste schuren die zijn uitgerust met buitenluchtventilatie zijn al enige tijd leeg, en binnen nu en een paar weken vertrekken ook de laatste partijen uit bewaringen met mechanische koeling. Over het algemeen is wat momenteel aan aardappelen van de oude oogst nog binnen ligt van de beste kwaliteit van dit seizoen, daar valt verder niet zoveel over te zeggen. Wel over wat tot nu toe zo lang mogelijk is bewaard in schuren met buitenluchtventilatie. Over het algemeen kunnen we als adviseurs constateren dat langbewaring in schuren zonder koeling steeds lastiger wordt. Dit als gevolg van de Voor allen die een schuur hebben met buitenluchtventilatie en die toch langer willen blijven bewaren achten we het raadzaam eens te gaan rekenen aan een investering in een (schuur met) koelinstallatie. en achteruitgang van de (bak-) kwaliteit tot gevolg. In sommige gevallen is besloten tot nog een extra gasbeurt met ‘Langbewaring met enkel buitenluchtventilatie is steeds lastiger in Nederland’ gemiddeld hogere temperaturen gedurende het hele jaar, dus ook al vroeg in de maanden mei en juni. Langbewaring met buitenluchtventilatie steeds lastiger Ook dit jaar hadden aardappeltelers met bewaaraardappelen te kampen met zowel hoge dag- als nachttemperaturen. Daardoor steeg in veel schuren de producttemperatuur al gauw tot onbeheersbare waarden, met extra snelle kieming Chloor-IPC. Daarin schuilt bij hogere producttemperaturen echter al gauw het gevaar van het ontstaan van inwendige kieming. Een ras als Innovator staat hier bekend om, maar ook andere rassen kunnen bij hoge knoltemperaturen te maken krijgen met inwendige kiemvorming. Dit seizoen hadden veel telers ook nog eens te kampen met relatief veel rot, al tijdens het inschuren van de aardappelen. Daarbij was veel droging nodig in de beginperiode, en dat heeft ervoor gezorgd dat knollen sneller zijn verouderd. Nu, alle genoemde invloeden maken dat langbewaring met enkel buitenluchtventilatie steeds lastiger is in Nederland. Voor allen met dergelijke schuren die toch langer willen blijven bewaren achten we het raadzaam eens te gaan rekenen aan een investering in een (schuur met) koelinstallatie. Betrek daarbij ook direct afnemer(s) van de aardappelen, is ons advies. Dit om na te gaan of de benodigde uitgaven daarvoor ook zijn om te zetten in winst. Vergroot ventilatiecapaciteit In het verlengde van dit advies raden we aan om, voor wie het betreft, eveneens te kijken naar de capaciteit van kachels en ventilatoren. We constateren namelijk dat die in een stijgend aantal gevallen tekortschiet en dit gegeven loopt parallel met de toename van het inschuren van nat product in combinatie met rot. Belangrijk is dan om zo snel mogelijk na het inschuren, rekening houdend met de wondheelperiode, het product te drogen. Dat kan alleen met voldoende kachel- en ventilatiecapaciteit. Voldoende kachelcapaciteit is aanwezig wanneer je daarmee 1 m3 lucht met ongeveer 5 graden kunt verhogen in de bewaarruimte. De benodigde kachelcapaciteit is hierbij afhankelijk van de ventilatiecapaciteit. Gaat het om ventilatiecapaciteit, dan is gelet op de huidige klimaat- en oogstomstandigheden, al gauw 120 tot 140 kuub lucht per kuub aardappelen gewenst. Zeker voor partijen die bestemd zijn voor lange bewaring. Verder raden we aan om altijd even de werking van de diverse voelers te controleren, want de metingen wijken nogal eens af tijdens de bewaring, is de praktijkervaring. Je checkt ze het handigst door ze samen in een koker met stilstaande lucht te plaatsen en dan de gemeten temperaturen te vergelijken. Waar het eveneens nog weleens aan schort, is het aantal voelers per cel. Wij raden aan om minimaal één producttemperatuurmeter per 100 ton in de cel te plaatsen voor betrouwbare metingen.” ● Aardappelwereld magazine • juli 2018 • nummer 7 17

BEWAARCOLUMN Let nu op bakkwaliteit Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “De schuren in het zuidoosten van Nederland raken al aardig leeg. Toch ligt ook hier her en der nog wat extra aan aardappelen in de bewaring vanwege de grote oogst. Veelal gaat het om cellen in schuren met buitenluchtventilatie met product dat van goede kwaliteit is geoogst. Om die tot de late aflevering in topconditie te houden, is het belangrijk om deze partijen nauwgezet te monitoren. Ga als het kan iedere dag de cellen in om de kiemlust van de partijen te controleren. Is de laatste gasbeurt met Chloor-IPC al enige tijd geleden uitgevoerd, en kan het product nog meer dan een maand in de schuur blijven liggen, overweeg dan nog een extra behandeling met 10 milliliter per ton. Het gebruikelijke “In vergelijking met andere jaren hebben fritesaardappelen van diverse rassen al vrij vroeg te kampen met een verminderde bakkwaliteit.” die zijn ontstaan in de bewaring. Nu zullen de meeste van dergelijke partijen al afgeleverd zijn, dus veel problemen verwachten we hier niet mee. Overleg bij twijfel met de bewaaradviseur en afnemer. “Overleg bij twijfel met de bewaaradviseur en afnemer” advies om 30 tot 40 centimeter diepe kuiltjes in de hoop te graven om alert te blijven op kiemgroei en rot blijft gelden. In een enkele cel komen nog drukplekken voor. Die zijn van bovenaf niet altijd te zien en komen veelal pas aan het licht bij uitschuren. De kans op drukplekken is aanwezig wanneer in het begin van het bewaarseizoen relatief veel drooguren gemaakt zijn vanwege rotte knollen Frequent bakmonsters nemen Een ander punt van aandacht is de controle van de bakkwaliteit. In vergelijking met andere jaren hebben fritesaardappelen van diverse rassen al vrij vroeg te kampen met een verminderde bakkwaliteit. Gelet op deze situatie raden we telers aan om nu frequenter bakmonsters te nemen. Dus niet om de drie tot vier weken, maar minstens iedere veertien dagen. Alleen bij hele goede partijen volstaat de gebruikelijke interval. In de afgelopen weken hebben we te maken gehad met flink hogere buitentemperaturen. Dat heeft ook zijn weerslag op het bewaarregime en soms ook op het product in de bewaarschuren. In cellen met mechanische koeling zorgt het voor een hoger energieverbruik en in cellen met buitenluchtkoeling zijn de binnenlucht- en producttemperatuur vrijwel overal opgelopen. Een kleine temperatuurstijging van de knollen is op zich geen probleem, zolang er maar geen sprake is van temperatuurschommeling. Beter is het om de knoltemperatuur met het naderen van het aflevermoment wat op te laten lopen en deze dan vast proberen te houden, in plaats van deze weer omlaag te brengen. Temperatuur schom melingen bevorderen de ademhaling en kieming met nog meer temperatuurverhoging en extra CO2productie tot gevolg. Bijkomend nadeel is vochtverlies en daarmee ook gewichtsen kwaliteitsafname van de aardappelen. Over het algemeen valt het op dit moment wel mee met de kieming in partijen die nog in bewaring liggen. Alleen in de schuren waarin het afgelopen voorjaar problemen met condens aan de orde waren, is nu meer kieming waar te nemen. Dat betreft dan vooral schuren met een minder goede isolatie. Maak lege schuur snel schoon Is de cel of de schuur leeg, maak deze dan zodra de eerste gelegenheid zich voordoet letterlijk grondig schoon. Grond en knolresten in de roosters en kanalen kunnen een volgend bewaarseizoen veel hinder opleveren, zeker wanneer nat product en grond binnenkomt. Veelal zie je daarna al snel problemen met rot door onvoldoende ventilatie ontstaan. Kijk verder ook de ventilatoren na, maak indien nodig de bladen schoon en controleer de werking door ze een keer met een debietmeter door te laten lichten. Dezelfde tip gaat op voor de voelers in de bewaring. Soms, dat kun je zien aan de soms grote afwijking van metingen in het bewaarseizoen, is vervanging nodig. Aarzel dan niet en schaf tijdig nieuwe aan.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juni 2018 • nummer 6 15

BEWAARCOLUMN Temperatuur omhoog? Pas computerinstellingen aan! In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. Terug “Inmiddels is een periode aangebroken met hogere temperaturen en dat vraagt weer om een ander bewaarregime dan in de maanden hiervoor. Dit seizoen vragen wij de telers extra alert te zijn, want de conditie van de bewaaraardappelen is in verschillende regio’s gemiddeld minder ten opzichte van voorgaande jaren. Dit heeft te maken met het feit dat er bij veel cellen enorm veel externe uren gemaakt zijn en er partijen zijn waar nog steeds nieuw rot bijkomt. Ook constateren we dat al vrij vroeg fritesaardappelen van diverse rassen te kampen hebben met een verminderde bakkwaliteit. Gelet op deze situatie raden we telers aan om nu frequenter bakmonsters te nemen. Dus niet om de drie tot vier weken, maar minstens iedere veertien dagen. Alleen stellingen die in het algemeen, en zeker voor de mindere Wanneer je temperatuursverschillen gaat aanpassen, hoor je dat ook te doen voor de instelling van het vocht­ of dauwpuntsverschil. hoog percentage rot dat nog niet helemaal ingedroogd is, nieuw of oud, wijzen we erop tijdig hun product af te leveren. Als het goed is, hebben ze op de hoop kuiltjes gemaakt, en weten ze precies waar de rotnestjes zich bevin“Let bij een warme periode extra op lekvocht wanneer in een cel her en der nog een rotte knol voor kan komen.” bij hele goede partijen volstaat de gebruikelijke interval. Meest positieve uitzondering is het ras Markies dit jaar. Al mijn klanten met Markies hebben nog een hele goede bakkwaliteit. Lever product met te hoog percentage rot op tijd af Telers met nog steeds een den. Wat ik adviseer is om tijdens het kuiltjes graven te tellen hoeveel goede en nog niet ingedroogde rotte aardappelen u eruit haalt. Kom je daarbij aan een percentage van 10 tot 15 procent rot, en verdeeld over de cel, dan is het wat mij betreft tijd om afscheid te nemen van de partij. Telers moeten beseffen dat, nu de buitentemperaturen flink hoger kunnen zijn, in schuren zonder mechanische koeling de temperatuur omhoog kan kruipen en dat rot daarin snel onbeheersbaar uit kan breiden. Zeker wanneer lage (nacht)temperaturen ontbreken om met buitenlucht te kunnen koelen, wat gelijk staat aan drogen. Het gevolg daarvan is dat je vaak veel meer intern gaat ventileren om het vrijkomend lekvocht te verdelen, maar dat je dat vocht niet kwijtraakt. Dus ook een goede partijcontrole tijdens de drukke voorjaarswerkzaamheden is dit jaar heel belangrijk om te volgen of u gewoon lang kunt bewaren of om vroegtijdig eventueel problemen te voorkomen. Stel ook dauwpuntsverschil juist in Dan willen we graag nog wijzen op een paar computerinbewaarpartijen, extra aandacht vragen. Zorg er bijvoorbeeld voor dat het verschil tussen de buitentemperatuur en de producttemperatuur niet meer dan 1,5 graden hoeft te zijn, dus vrij krap instellen om meer externe uren te kunnen maken. En laat het verschil tussen de kanaaltemperatuur en producttemperatuur groot genoeg staan, 2,5 tot 3 graden, zodat lage nachttemperaturen goed benut kunnen worden om in te koelen. De eerste instelling bepaalt namelijk wanneer de computer de buitenluiken opent, en de tweede instelling bepaalt hoe koud het in het kanaal mag worden. Komen we gelijk bij de volgende beperking: de maximale inkoeling per etmaal. Stel deze in op 1,5 tot 2 graden, want anders kan dit een beperking opleveren tijdens de spaarzame inkoelmomenten. Wanneer je de genoemde temperatuursverschillen gaat aanpassen, hoor je dat ook te doen voor de instelling van het vocht- of dauwpuntsverschil. Dat zal in het algemeen wat te hoog ingesteld staan en moet dan ook omlaag. Let bij een warme periode extra op lekvocht wanneer in een cel her en der nog een rotte knol voor kan komen, ook wanneer het merendeel van de rotte knollen al ver is ingedroogd, want dit kan op termijn toch weer nieuwe rotte knollen veroorzaken. ● Aardappelwereld magazine • mei 2018 • nummer 5 17

BEWAARCOLUMN Drukplekken? Neem bij twijfel een bakmonster Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “Nu de partijen voor korte bewaring en die met kwaliteitsgebreken uit de schuren vertrokken zijn, is het van belang de volle aandacht op de achterblijvers te richten. Dat zijn immers de beste aardappelen die mogelijk ook het meeste geld in het laatje brengen. Controleer daarom het nog lang te bewaren product met regelmaat. Wanneer de aardappelen onder ideale omstandigheden zijn ingeschuurd, en rot daarbij niet voorkwam, dan volstaat een wekelijkse controle. Was de situatie tijdens het rooien en inschuren minder fraai, ga dan minstens een paar keer per week de cellen in, ook als het voorjaarswerk volop losbarst. Extra opletten is vooral nodig wanneer het afgelopen najaar noodzakelijk was om het product langdurig droog te draaien. Op sommige plaatsen, vooral waar veel ventilatie-uren voor droging gemaakt zijn, is de kans op vorming van drukplekken namelijk groot en die zien we her en der ook aan het licht komen. De eerste signalen voor drukplekvorming kunnen telers zelf zichtbaar maken door knollen door te snijden en daarbij te letten op eventuele blauwverkleuring onder de drukplek. Verder zien we dat in sommige partijen de bakcijfers wat oplopen. Laat bij twijfel een bakmonster nemen om hier de bewaarstrategie op af te stemmen. Bij vrij hoge bakcijfers is via re-conditionering een de kwaliteit en bewaarbaarControleer het nog lang te bewaren product met regelmaat. prima beeld te krijgen of de partij nog langer te bewaren is. Bewaar hiervoor een monster ongeveer 2 weken bij circa 15 graden Celsius en laat dan de bakkwaliteit bepalen. De mate van daling van het cijfer geeft aan of bewaring nog mogelijk is tot het geplande moment van afleveren. Door dan een aantal weken het product warmer te bewaren kan dan het proces van suikervorming ook nog omkeren, waardoor de bakkleur juist weer verbetert. Bij vorming van verouderingsversuikering helpt bovenstaande maatregel echter niet. Poot diep genoeg Wat verder opvalt aan de aardappelen die in onze werkregio in de schuur liggen en lagen, is het hogere percentage groen. Nu is daar tijdens de bewaring niets meer aan te veranderen. Toch willen we hier nog wel even de aandacht op richten. Nu of binnenkort gaan de pootmachines weer het veld op en groen valt het meest te voorkomen door poters diep genoeg in de grond te leggen. Dat lukt alleen bij voldoende diepe grondbewerking. Dit om voldoende inwendige rughoogte te krijgen. Daarvoor hoort de (onder)grond droog te zijn, anders lukt het niet om deze goed los te maken voor de benodigde verkruimeling. Wie bij de pootbedbereiding niet diep genoeg werkt, kan dit bij de rugopbouw niet meer herstellen. Gas op tijd met Chloor-IPC Na dit zijspoor over een kwaliteitshandeling buiten de bewaring, richten we de aandacht weer vol op de aardappelen in de schuur. Temperatuurschommelingen hebben we dankzij de relatief lage temperaturen van de voorbije maand nauwelijks gekend. Wel kwamen door vrieskou af en toe problemen met condensvorming aan het licht. Vocht is echt funest voor heid van het product. Zijn condensventilatoren aanwezig, laat ze dan ook op tijd draaien. Dus let op de weersvoorspellingen. Komt er nog nachtvorst, zet de condensventilatoren dan ruim voor de temperatuurdaling aan. Dat kan handmatig, maar is dikwijls ook in te programmeren in het bewaarprogramma. Dan is in deze periode eveneens extra aandacht nodig voor de kieming. Sommige partijen, soms rasafhankelijk, zijn dit seizoen meer kiemlustig dan anders. Van belang hierbij is tijdig gassen met Chloor-IPC, wijk niet af van de aanbevolen intervallen en dosering. Let vervolgens in de komende periode ook op het CO2-gehalte in de bewaring. Zeker in cellen met goed product, waar relatief weinig ventilatie-uren nodig zijn, is het raadzaam elke dag 10 tot 15 minuten de lucht in de bewaarruimten te verversen. Ook dit kan met de hand of is in te programmeren in de bewaarcomputer. Zeker in goed geïsoleerde bewaarplaatsen is dit een aandachtspunt.” ● Terug Aardappelwereld magazine • april 2018 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN Laat de aandacht niet verslappen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze column delen vier deskundige bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “D e bewaarsituatie is zeer wisselend in Nederland, zeker in de schuren in het Terug Zuidwesten. In een deel van de schuren waar problemen met rot waren, zijn die gelukkig goed onder controle. Nog steeds duiken echter met regelmaat verrassingen op in cellen waar tot half februari nog weinig of niks aan de hand was. Ineens komt dan een rotte plek aan het licht door lekvocht in de kanalen, veelal niet van bovenaf gesignaleerd, omdat de ellende dieper ligt. Het probleem manifesteert zich dan midden en/of onder in de aardappelhoop en ook nogal eens in de randen of hoeken van een cel. Het blijft dus continu opletten geblazen waar product met meer rot is ingeschuurd of minder ventilatielucht krijgt. We raden daarom iedereen, met her en der nog rotte knollen in de cel, aan om niet alleen boven op de hoop een dagelijkse controle uit te voeren, maar ook in de kanalen te kijken naar eventueel lekvocht. Laat de aandacht ook niet verslappen wanneer het landwerk weer begint. Wij zien ieder jaar weer dat telers dan verzuimen om in de aardappelbewaring te kijken, wat gezien de huidige situatie niet slim is. Drukplekken? Ga in overleg met afnemer In veel schuren met rot is het bewaarregime blijvend gericht op relatief veel intern ventileren om het vocht van nog alsmaar lekkende knollen door Laat de aandacht ook niet verslappen wanneer het landwerk weer begint de partij te verspreiden. Bij deze partijen staat de computer op het bewaarprogramma. De hoeveelheid aan externe inkoeluren in deze maanden is daarbij beperkt, gelet ook op de lage buitentemperaturen. Een paar keer per week een halve graad Celsius inkoelen kost niet veel externe uren. Wil je extra vocht afvoeren door meer uren met buitenlucht te draaien, dan is het aan te raden het temperatuurverschil bij het inkoelen te beperken tot bijvoorbeeld 0,5 tot 1 graad Celsius. Moet er nog meer vocht afgevoerd worden, dan is het droogprogramma weer in beeld. Drogen lukt vaak in maart weer beter dan in de wintermaanden. De RV van de buitenlucht is gemiddeld lager. Verder is actueel een toename aan meldingen van drukplekken in bewaarplaatsen. De bewaarduur van dergelijke partijen is meestal beperkt door achteruitgang van de in- en uitwendige kwaliteit. Dit geldt met name voor tafelaardappelen. Veelal zie je de drukplekken pas bij het uitschuren van een partij en dan is het al te laat. Inschatten of je partij ook met drukplekken te maken krijgt, is een kwestie van terug redeneren. Was er veel sprake van rot en heb je veel moeten ventileren, dan is de kans op het ontstaan van drukplekken onder in de partij groot. We adviseren om tijdig in overleg te gaan met de afnemer om eventueel laat geplande afleverdata van dergelijke partijen naar voren te halen. De laatste weken hebben we ook te kampen gehad met een langere periode van lichte tot matige vorst. Dat leverde weer de nodige condensvorming op in schuren. Dat vormde nauwelijks problemen daar waar de condensventilatoren tijdig zijn aangezet, dus al ruim voor het intreden van de vorstperiode. Wat we nog weleens zien, is dat ook in schuren met condensventilatoren aan op bijvoorbeeld koudebruggen of plekken met slechte isolatie alsnog condensvocht ontstaat. We raden dan aan om op de hoop, onder die paar plekken waar het druppelt, bijvoorbeeld een houten plaat op de aardappelen te leggen, zodat de druppels op die ene plek niet diep de aardappelen in kunnen dringen, want dan kunnen ze op die plaats rot veroorzaken. Vallen ze op de plaat, dan spatten de druppels uit elkaar en ben je de piekbelasting aan vocht op die plek kwijt. Ventilatiecapaciteit schiet soms tekort Wat dit seizoen extra opvalt, is dat het ventilatiesysteem in schuren met bovengrondse kanalen nogal eens tekortschiet en dat in partijen met volledige roostervloeren minder problemen voorkomen. Ook zien we meer problemen in schuren waarin twee aparte cellen slechts één gecombineerde ventilatieregeling hebben. Bij (rot)problemen in één van de twee cellen kun je dan niet apart sturen. Dan blijkt dit seizoen eveneens zonneklaar dat de ventilatiecapaciteit van de ventilatoren steeds meer tekortschiet voor moeilijke situaties met veel rot. Dat vraagt om meer ventilatiecapaciteit. Dus in plaats van 100 kuub lucht per kuub aardappelen adviseren we zo zoetjesaan na te gaan denken over plaatsing van ventilatoren met een capaciteit van 120-130 kuub lucht per kuub aardappelen, zeker voor partijen die bestemd zijn voor lange bewaring.” ● Aardappelwereld magazine • maart 2018 • nummer 3 13

BEWAARCOLUMN Soms te veel rust in de bewaarschuur In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “I n tegenstelling tot andere aardappelgebieden is de situatie in de bewaarschuren in Zuidoost-Nederland aan het begin van 2018 als relatief rustig te omschrijven. Te rustig soms. In dit geval doel ik op de te lange afwezigheid van sommige telers in de aardappelcellen. In een enkel geval geven telers aan tot wel drie weken niet naar hun product te hebben omgezien. Dat kan echt niet. Eén rondgang per week over alle aardappelen is wel het minste dat je hoort te doen om negatieve verrassingen te voorkomen. En ook al hebben we weinig rot in de cellen, het komt wel voor. Zou je rottende aardappelen drie weken de kans geven te lekken, dan heb je zo een hoop ellende in de schuur. Dus het advies is, inspecteer de aardappelen met intervallen van maximaal zeven dagen en niet alleen via de bewaarcomputer. Vergeet ook niet om eens onderin de drukkamer te kijken of je misschien lekvocht/ water ziet onder de kanalen/ roosters. Loop bij de controle kruislings over de hoop, graaf kuiltjes van 30 tot 40 centimeter en laat ze op liggen, zodat je een volgende keer weet waar je al gekeken hebt. Wat je als teler ook moet laten liggen, zijn de rotte knollen die hierin gevonden zijn. Daaraan kun je bij een volgende inspectie zien of een eventueel getroffen ventilatiemaatregel positief effect heeft gehad. De tip is in dit geval een herhaling die nog steeds nodig blijkt. De situatie aan het begin van 2018 is relatief rustig. Voorkom condensvorming Verder is het belangrijk om in deze winterperiode condensvorming in de gaten te houden. Het gros van de cellen is goed geïsoleerd en vele zijn keurig voorzien van condensventilatoren. Alleen constateren we als adviseurs steeds vaker dat deze niet draaien wanneer het juist nodig is. Je moet ook niet wachten tot dak, wanden en de aardappelen nat zijn van de condens, maar ze al draaien voordat het zover is. Zet ze op dagen met lage buitentemperaturen gewoon handmatig aan wanneer het computerprogramma dit niet automatisch regelt. Heb je eenmaal vocht op de aardappelhoop, dan zal je ook zien dat daarin de kieming sneller op gang komt, met als gevolg een versnelde achteruitgang van de (bak)kwaliteit en bewaarduur. Nu is de kieming dit seizoen toch al relatief vroeg op gang gekomen, ook in bewaarschuren in het zuidoosten. De eerste gasbeurten zijn al achter de rug en eveneens opvallend veel in aardappelpartijen waarin MH als kiemremmer is toegepast. We constateren al enkele jaren, ook dit jaar weer, dat partijen die tijdens het inschuren behandeld zijn met vloeibare middelen met Chloor-IPC het rustigst zijn. Mankementen aan voelers Ook al is de algehele situatie in de bewaarschuren als relatief rustig te omschrijven, dan wil dat nog niet zeggen dat er geen rot in de bewaarschuren te vinden is. De situatie van de aardappelen is tussen de verschillende bezoekmomenten soms sterk veranderd en dat betekent dat we dit bewaarseizoen meer moeten bijsturen en bijstellen aan de bewaarcomputer. De onderlinge verschillen in bewaarschuren zijn soms groot, waardoor ook de ventilatieregimes erg verschillen. Daar waar nauwelijks sprake is van rot, liggen de aardappelen van eind december op bewaartemperatuur en zijn telers met interne ventilatie bezig om de temperatuur van het product overal gelijk en tevens constant te houden en eventueel lekvocht weg te drogen. Dat gaat prima zolang alle technieken goed werken. Wat we dit seizoen in extra mate constateren, is dat we veel mankementen aan voelers aantreffen, zowel voor temperatuur als relatieve luchtvochtigheid. Dat is te zien aan de soms opvallend grote meetverschillen, die nauwelijks te verklaren zijn door (grote) verschillen in producttemperatuur of zeer lage of schommelende RV. Wij raden daarom telers altijd aan om voor het bewaarseizoen alle voelers te testen op hun werking, om problemen zoals we nu aantreffen te voorkomen. In cellen waarin wat meer sprake is van rot sinds het inschuren, is tot begin januari nog wel extern geventileerd, soms met gebruik van het droogprogramma. Bij deze partijen lag de producttemperatuur lange tijd nog wat hoger dan de gewenste bewaartemperatuur om het rot wat sneller een halt te kunnen toeroepen. Meestal was dit het geval in partijen van het ras Fontane. De producttemperatuur was dan nog zo’n 9 graden Celsius en inmiddels is deze met het inkoelprogramma vrijwel overal teruggebracht naar 7,5 graden Celsius. In deze periode is het zaak om goede partijen aardappelen dagelijks om de vier uur te ventileren gedurende een half uur tot drie kwartier.” ● Terug Aardappelwereld magazine • februari 2018 • nummer 2 13

BEWAARCOLUMN Blijf naar lekvocht speuren In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “A angezien telers nog Terug steeds problemen ervaren met rot in de bewaarplaats, is en blijft het advies: controleer elke dag het product. Ook wanneer zich nog geen ‘rottigheid’ heeft gemanifesteerd, maar wel bekend is dat de partij een rotte knol kan bevatten. Kijk daarom ook regelmatig in de ventilatiekanalen en ga er een eindje in wanneer je dat kunt. Sommige telers gebruiken hiervoor een monteursbed, zo’n verrijdbaar ligkarretje dat automonteurs gebruiken. Zaklamp erbij en dan maar speuren naar plekken met lekvocht tussen de spleten. Wanneer je daarbij ook even terugdenkt aan de omstandigheden rondom het inschuren, dan hoef je niet altijd blindelings op zoek te gaan naar probleemplekken. Waar kwam de inhoud binnen van kippers met wat meer rot dan normaal, waar stond de hallenvuller even wat langer stil bij terrasopbouw, is de stortbak in de regen nog leeg gedraaid? Op extreme plekken als deze komen veelal de meeste rotproblemen aan het licht. Er zijn dit jaar met regelmaat cellen zonder geurtje terwijl het wel kan druppelen in het kanaal. Denk dus niet, ik ruik niks, er zal dan ook wel niets aan de hand zijn. Bij veel lekvocht terug naar droogprogramma In een normaal jaar zullen telers in de maand januari net ingeschuurde aardappelen gaat dit ook nog eens veel makkelijker dan droge aardappelen. Waar stond de hallenvuller even wat langer stil bij terrasopbouw? Op extreme plekken als deze komen veelal de meeste rotproblemen aan het licht. hun aardappelen nauwelijks extern ventileren. De computer is dan meestal op het bewaarprogramma ingesteld om daarmee de producttemperatuur constant te houden. Bij constatering van veel lekvocht, en uitloop hiervan in de loop van de tijd, adviseren we onder de huidige omstandigheden soms de computer terug op het droogprogramma te zetten. Hou daarna dagelijks strak in de gaten wat er met het lekvocht gebeurt. Laat de computer op het droogprogramma staan zolang je uitloop van lekvocht waarneemt. Voor iedereen die op dit moment goed product in de schuur heeft, met licht(grijs) gekleurde grond, maar toch nog de kans heeft op her en der een lekkende rotte aardappel, adviseren we wat meer intern te ventileren dan normaal. We zien dit seizoen namelijk vrij veel onverwacht rotte knollen ontstaan op een later tijdstip in de bewaring dan gebruikelijk zoals bijvoorbeeld Phytophthora. Verder vragen we aandacht voor de uiteinden van cellen, daar waar product vanaf een meter hoogteverschil vanaf de vloer of de bovenste keerplanken tot maximale storthoogte schuin oploopt. Op deze plekken constateren we nogal eens te weinig luchtdoorstroming, waardoor op die plekken rot sneller kans heeft om snel om zich heen te grijpen. Af en toe komen we nog cellen tegen die we gekscherend een Himalaya-gebergte noemen. Dat is natuurlijk vragen om problemen. In de toppen komt vaak onvoldoende ventilatielucht en zie je bij aanwezigheid van rotte knollen na een tijdje soms gewoon riviertjes met lekvocht ontstaan. Het advies was, is en blijft daarom, vlak elke hoop direct na inschuren af. Met Let op kiemen en vermijd condensvorming Dan nog twee andere actuele onderwerpen. De eerste is, vermijd condensvorming in de cellen. Condensventilatoren behoren al te draaien voordat condens zich kan gaan vormen. Het in- en uitschakelen gaat bij sommige computerprogramma’s vanzelf. Dat is mooi, want je start dan altijd op tijd. Heb je die automatische schakeling niet, zet ze dan tijdig handmatig aan, meestal als het buiten kouder dan 5 graden wordt en laat ze dan gewoon continu draaien. Heb je een schuur met minder goede isolatie, plaats dan een temperatuurvoeler bij de koudste wand in het product. Zo weet je in de wintermaanden hoe koud nu écht de aardappelen zitten. Het tweede onderwerp dat we nog even willen duiden is kieming. Aardappelen zijn vrijwel overal kiemlustiger dan in een gemiddeld jaar. Heel bijzonder is dat we zelfs al voor half december aardappelen die tijdens het inschuren met Chloor-IPC behandeld waren al twee keer een gasbeurt hebben moeten adviseren. Ook partijen behandeld met MH zijn dit jaar eerder kiemlustig dan gemiddeld. ● Aardappelwereld magazine • januari 2018 • nummer 1 13

BEWAARCOLUMN Situatie lijkt stabiel, maar schijn kan bedriegen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “Zoals vorige maand al duidelijk bleek, loopt de situatie in de Nederlandse bewaarschuren erg uiteen, zowel tussen de regio’s als daarbinnen. In provincies als Zeeland, West-Brabant, delen van Zuid-Holland en NoordHolland kwamen behoorlijk veel problemen met rot aan het licht. In sommige schuren was zelfs sprake van een onbeheersbare uitbreiding van rot en moesten cellen voortijdig weg voor directe afzet. In andere gebieden viel het mee, maar ook daar zijn rotte knollen ingeschuurd. Op dit moment lijkt de situatie stabiel, maar schijn kan bedriegen. Voor overal waar rot nog een probleem is en/ of bijna is geweken, is en blijft alertheid gewenst. We raden aan om in schuren waar rot nog een rol speelt, de producttemperatuur niet te snel naar de minimale bewaartemperatuur te brengen. Hou deze zolang knollen met lekvocht zichtbaar zijn op zo’n 10 graden Celsius. Droog met frequentie Is de buitentemperatuur te laag om mee te ventileren, schakel dan de kachels in om de gewenste drogende lucht door het product te kunnen blazen. We adviseren om met frequentie een droogactie te hebben. Bijvoorbeeld twee tot vier keer een uur, afhankelijk Belangrijk in cellen, waar rot nog een rol speelt, is om dagelijks te controleren op lekvocht. van de bewaarsituatie. Overleg bij twijfel met een adviseur voor de beste strategie. Het komt ook nog wel voor dat telers maar een kwartiertje achtereen ventileren. Dat is te kort. Zo kost het tijd voordat de ventilatoren op volle capaciteit zijn en afhankelijk van de celgrootte duurt het ook nog een heel aantal minuten voordat de luchtstroom voldoende door het hele product is. Verder blijven we herhalen dat regelmatige productcontrole een noodzaak is, ook bij ogenschijnlijk goed product in de schuur. Dat is in de periode na inschuren wederom gebleken in de regio’s met de meeste rotproblemen. Daar kwamen partijen voor die er bij inschuren goed uitzagen, maar na een paar weken toch volop met rot te kampen kregen. Vooral daar waar niet tijdig is gecontroleerd, is schade. Laat rotte knollen liggen Belangrijk in cellen, waar rot nog een rol speelt, is om dagelijks te controleren op lekvocht. Daarbij doelen we op de controle van de onderliggende rotte knollen in de hoop. Graaf daarvoor kuiltjes tot 30 centimeter op de plek waar rot al bovenop zichtbaar is. Laat na controle de rotte knollen, ook bovenop, liggen, zodat zichtbaar blijft waar de probleemplekken zich bevinden en het proces en resultaat van drogen ook beter te volgen is. Let ook op de droging van de grond in de partij. Zie je die opgrijzen, dan weet je dat de droging doorzet. Komt in een partij maar weinig rot voor, hier en daar een knol, en is de grond al opgedroogd, dan is het raadzaam om dagelijks in blokken intern te ventileren. Bij ventilatie dient de drogere grond als buffer om het vocht uit de enkele rotte knollen te absorberen. Goede partijen, zonder rot, kunnen in deze periode naar de gewenste minimale bewaartemperatuur gebracht worden. Daarbij mag het verschil tussen de kanaal- en producttemperatuur best wat groter zijn om in kortere tijd zonder al te veel droogverliezen de knoltemperatuur te verlagen tot het gewenste niveau. Ten aanzien van de bakkwaliteit adviseren we maximaal 1 graad per week. Komt in meer of mindere mate rot voor, dan is het beter om, in combinatie met drogende lucht, te kiezen voor een langere ventilatietijd per keer en voor een kleiner temperatuurverschil tussen die van de kanaallucht en die van het product. Kieming begonnen In sommige cellen zijn inmiddels ook al wat tekenen van kieming zichtbaar. Vooral in de regio’s met rot is de kieming op diverse plaatsen al wat eerder op gang gekomen. Ook hierbij is regelmatige waarneming van het product, liefst dagelijks, van belang om tijdig een eerste behandeling met een kiemremmingsmiddel uit te voeren.” ● Terug Aardappelwereld magazine • december 2017 • nummer 12 13

BEWAARCOLUMN Hou dauwpuntverwachting altijd goed in de gaten Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. Terug “Laten we maar even met een tweetal positieve waarnemingen beginnen. Een bemoedigende constatering is dat veel aardappeltelers met rot in de percelen geduldig hebben gewacht op het meest gunstige rooimoment. En dat was dit jaar het moment waarop de knollen, vooral in plekken met zuurstofgebrek, zoveel mogelijk waren weggerot. We zien in vroeg gerooide percelen met meer ingeschuurde rotte knollen, zeker na een aantal weken, veel meer problemen dan in later gerooide percelen. We zien ook steeds meer aardappeltelers die rondom het inschuren verstandig omgaan met een natgeregende vracht. Deze vrachten gaan niet altijd meer direct de schuur in tussen de andere aardappelen. Ze blijven terecht een aantal dagen op de kipper staan of krijgen een plek elders. Blijf op gepaste afstand van rotte plekken Toch hebben sommige telers nog te veel rotte knollen uit slechte plekken ingeschuurd. Enkelen hebben er daarbij voor gekozen om vrachten met veel rot wat te verdelen in de goede partij met het idee om dan beter de slechte knollen droog te kunnen draaien. Deze methode werkt echter lang niet altijd, daar zijn ze nu ook achter gekomen. Na het inschuren ontstaan er rondom de verdeelde kachel erbij, de producttemperatuur op 13 tot 14 graden proberen te houden. In de afgelopen periode lag het dauwpunt echter soms meerdere dagen achtereen op 14 tot 15 graden Celsius. Met een dauwpuntverwachting bij de hand kon je dan de dag(en) daarvoor benutten om extra drooguren te maken. Een belangrijke factor om bij het drogen van een aardappelpartij in de gaten te houden is het dauwpunt van de buitenlucht. (bron: Weerplaza) rotte knollen juist dikwijls nieuwe rotte knollen. Door het lage tal zijn de knollen dit jaar over het algemeen behoorlijk groot en bij aantasting door rot heb je ook gelijk een flink natte plek. Ons advies (voor het volgende rooiseizoen): heb je een natte plek met veel rot in het veld, blijf er dan op gepaste afstand vandaan tijdens het rooien. De kans op narigheid in de cel hierdoor is te groot. Dat gaat snel ten koste van de kwaliteit van de gehele aardappelpartij. En je moet uiteindelijk veel te veel drogen op een klein deel van de cel met een hoog percentage rotte knollen. Dauwpuntverwachting op internet Of je nu veel of weinig rotte knollen in de cel hebt gereden, de partij moet zo snel mogelijk uitwendig goed droog zijn. Een belangrijke factor om daarbij in de gaten te houden is het dauwpunt van de buitenlucht. Het dauwpunt is de temperatuur waarbij de lucht met waterdamp verzadigd is. Een stelregel in de bewaring is dat de producttemperatuur minimaal 1,5 graad Celsius boven het dauwpunt van de buitenlucht hoort te liggen. Stel dat het verwachte dauwpunt (op internet te vinden) de Gebruik je zintuigen en zaklamp En dan is er nog het altijd terugkerende advies: blijf dagelijks het product controleren. Gebruik neus en ogen om de aardappelgesteldheid in de gaten te houden. Neem bij minder goed licht op de hoop een flinke zaklamp mee voor speurwerk naar eventueel plekken met rot. Een kuiltje tot 30 centimeter diep gra“Heb je een natte plek met veel rot in het veld, blijf er dan op gepaste afstand vandaan tijdens het rooien.” komende dagen op 11 graden ligt en het product zelf is 10 graden Celsius. Je behoort dan eerst met de kachel het product 3 à 4 graden Celsius op te warmen zodat je kunt blijven drogen. Vervolgens kun je dan met buitenlucht, bij een middagtemperatuur van 14 graden en ’s nachts bij 10 graden Celsius met een ven is vaak al voldoende om een goede indruk te krijgen van het lekvocht onder de rotte knollen, en het licht van de zaklamp kan daarbij een goed hulpmiddel zijn.” ● Aardappelwereld magazine • november 2017 • nummer 11 13

BEWAARCOLUMN Breng voor het inschuren problemen in kaart Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “Het (bijna) afgelopen teeltseizoen valt te duiden als een van uitersten. Grote verschillen in droogte en neerslag hebben hun weerslag gehad op het aardappelgewas. De gevolgen zijn voornamelijk terug te zien in de uiteenlopende kwaliteiten van de aardappelen in het hele land. Belangrijk voor een goede bewaring is om exact te weten wat je inschuurt. Het is daarom verstandig om voor de oogst zoveel mogelijk monsters in de aardappelvelden te nemen om verrassingen later in het bewaarseizoen te voorkomen. Uiteenlopende kwaliteiten Wat zien we zoal in het veld? Zeer uiteenlopende onderwatergewichten bijvoorbeeld, van een mooie 400 gram bij fritesaardappelen op löss- en kleigrond tot erg lage onderwatergewichten tot onder 350 gram op zandgronden. Doorwas is eveneens aan de orde en vraagt straks in de bewaring om alert te zijn op drukplekken. Ook komt her en der rot voor, Phytophthora, natrot, waterrot, van alles wat dus. We raden telers aan in kaart te brengen waar de diverse (rot)problemen in het perceel voorkomen en daarop maatregelen te nemen. Wat we eveneens her en der signaleren zijn holle knollen. Komt dit in de percelen voor, dat achterhaal je door knollen in de monsters door te snijden, probeer dan eerst de ernst van dit probleem te achterhaBelangrijk voor een goede bewaring is om exact te weten wat je inschuurt. len. Is het percentage holle knollen hoog, meer dan 25 procent en zijn de holtes ook nog eens groot, dan raden we aan in overleg te gaan met de afnemer voor een beslissing: wel of niet inschuren. Zorg voor goed werkende apparatuur Aangezien we allerlei kwaliteiten kunnen verwachten die over de inschuurlijn gaan, is het tevens verstandig om daarop voorbereid te zijn met goed werkende apparatuur. Controleer vooraf bijvoorbeeld de werking van de schijfvernevelaars. Veelal haperen ze bij de start van het inschuren, juist het moment waarop kiemremmers en een goede verdeling hiervan het hardst nodig zijn. Immers, de eerste aardappelen stop je het verst weg in de schuur en gaan veelal als laatste weg. Die hebben daarom de beste behandeling nodig. Eenzelfde advies gaat op voor temperatuurvoelers. Controleer vooraf of ze werken. Zorg ook dat je er voldoende hebt in een cel. Hoe meer je meet, hoe meer je weet en des te beter je kunt acteren op eventuele temperatuurveranderingen in het product. Dezelfde tip gaat uiteraard ook op voor apparatuur als kachels, ventilatoren en vul het rijtje maar aan. Let op knoltemperatuur Dan nog enkele punten van aandacht rondom het moment van inschuren. Breng je onder natte omstandigheden product in de schuur, zorg dan voor continu natuurlijke trek in de bewaring. Ventileer tijdens de langere momenten dat je even niet aan het inschuren bent, zoals ’s nachts, zoveel mogelijk de aardappelen droog om aanhangend vocht weg te draaien. Komt (bacterie)rot voor in de partij, laat de wondheling dan liever bij 12 tot 13 graden plaatsvinden, dan bij 15 graden. Immers, hoe hoger de temperatuur, des te sneller groeien de bacteriën. Let eveneens op de knoltemperaturen van het product dat je inschuurt. Het advies is om alleen knollen met een temperatuur tussen 10 en 20 graden naar binnen te brengen. Vermijd zoveel mogelijk grote temperatuurverschillen tussen de knollen tijdens het inschuren, want anders kan condensvorming ontstaan. Sla ook voldoende acht op knolbeschadiging. Heb je nieuwe apparatuur, een rooier, een kipper, een inschuurlijn, meet dan bij de ingebruikstelling met een elektronische aardappel waar eventuele pijnpunten zitten. Je kunt het meetinstrument eveneens goed inzetten voor een beslissing om een axiaalrol wel of niet mee te laten draaien tijdens het rooien.” ● Terug Aardappelwereld magazine • oktober 2017 • nummer 10 17

BEWAARCOLUMN Seizoen met kleine bewaarverliezen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “Het bewaarseizoen 2016-2017 is voorbij en daarmee is een mooi moment aangebroken om even terug te blikken op de praktijkresultaten. Jaarlijks houden we van een groep klanten bewaarverliezen en het aantal ventilatie-uren bij. Rondom het inschuren in het najaar van 2016 hadden we de verwachting dat de bewaarverliezen dit seizoen weleens hoog op zouden kunnen lopen. Het gros van de aardappelen kwam namelijk heel droog en met slechts weinig aanhangende grond binnen. Daar zaten de nodige aardappelen van beregende percelen tussen en ook daarvan kwam nauwelijks product met grond mee de cellen in. Ervaring uit het verleden leert dat schoon product makkelijk uitdroogt en dat je product met veel verlies aflevert. Dit jaar ging dat verhaal echter niet op, want de bewaarverliezen waren juist relatief gering. Partijen die in april en mei naar een afnemer gingen, hadden een gemiddeld gewichtsverlies van slechts 4,2 procent. Uit onze metingen van de afgelopen vijf jaar rolt een gemiddeld cijfer van 6,1 procent en dat is dus behoorlijk hoger. Ook bij de in juni afgeleverde aardappelen lag het gemiddelde gewichtsverlies lager. Dit jaar kwamen we uit op 5,0 procent en het vijfjarig gemiddelde voor juni van de voorbije jaren is 6,6 procent. Cijfers van juli hebben we op dit moment van schrijven nog Het lage verliespercentage is hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan het geringe aantal externe draaiuren in de onderzochte schuren. niet paraat. Het lage verliespercentage is hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan het geringe aantal externe draaiuren in de onderzochte schuren. Bij vrijwel alle partijen waarvan het verlies bepaald is, hebben telers op ons advies vanaf het begin geprobeerd om niet meer extern te draaien dan strikt noodzakelijk. Verder kan een rol gespeeld hebben dat de aardappelen bij de oogst goed afgerijpt waren door de warme septembermaand. De knol had vanaf inschuren daarmee al een redelijk sterke schil die de verdamping uit de knol tegengaat. Weinig extern ventileren Bij alle bewaarcellen zijn we al vanaf het begin zeer alert geweest om zo weinig mogelijk externe draaiuren te maken. Dit kon in de meeste gevallen ook, omdat er ten opzichte van voorgaande jaren weinig rotte knollen in de partijen zaten. Voorgaande jaren hadden we in de twee tot vier weken na inschuren soms ineens met diverse rotte knollen in de partijen te kampen. Dit jaar bleef dit verschijnsel grotendeels uit. In jaren met meer rot in de partijen ben je soms genoodzaakt meer draaiuren te maken om (veelal) een klein deel van de partij waarin de problemen zitten, goed te houden. Daardoor resulteert dit extra drogen in de rest van de goede aardappelen alleen maar in een hoger gewichtsverlies. Je kunt ook niet anders, want in dergelijke situaties is het van belang om het lekvocht van de rotte knollen zoveel mogelijk door middel van intern draaien door de partij te verdelen. Met groot temperatuurverschil werken Om dit seizoen zo weinig mogelijk externe draaiuren te maken, hebben we telers geadviseerd om de aardappelen METHODE GEWICHTSVERLIESBEPALING “Bij inschuren van de aardappelen brengen we twee tot drie monsterzakjes per cel in de hoop. Het gewicht van elk zakje is exact 15 kg. Aanhangende grond halen we weg om geen indroging van grond te meten. Ook brengen we geen halve knollen in de zak. De monsterzakjes plaatsen we in de hoop op een hoogte van 2 meter. Bij bovengrondse kanalen op een positie precies tussen twee kanalen in. Het is belangrijk om het bij alle cellen op dezelfde manier te doen. Voordat we de meting starten, zetten we de urentellers van de computer op 0. Na het uitschuren van de aardappelen wegen we de zakjes binnen een paar dagen opnieuw op dezelfde weegschaal als waarmee we ook in het begin hebben gewogen. Snel na uitschuren wegen van de monsters is heel belangrijk. Blijven de monsterzakjes nog een week staan, dan is het verlies alweer veel hoger, zeker wanneer ze niet in een ruimte staan die afgesloten is van de buitenlucht. Bij het uitschuren noteren we uiteraard ook het totaal aantal ventilatie-uren, gemeten door de computer.” 12 Aardappelwereld magazine • september 2017 • nummer 9

BEWAARCOLUMN Afleverperiode april en mei met een wat groter temperatuurverschil tussen buiten- en 0,00% 1,00% 2,00% 3,00% 4,00% 5,00% 6,00% 7,00% 8,00% 0 50 100 150 200 250 300 Gemiddelde externe draaiuren 350 400 450 0,00% 1,00% 2,00% 3,00% 4,00% 5,00% 6,00% 7,00% 8,00% 0 100 Afleverperiode juni 200 300 400 Gemiddelde externe draaiuren 500 600 700 Deze grafiek geeft vrij duidelijk het verband weer tussen externe draaiuren en percentage gewichtsverlies in de bewaarseizoen 2013/2014, 2014/2015 en 2015­2016. producttemperatuur in te koelen. Dit jaar kon dat ook omdat de winter, vooral de nachten, relatief kouder waren dan in de voorgaande jaren. Ook hebben we dit verschil later in het voorjaar, toen het buiten wel warmer werd, niet al te klein gemaakt. Wanneer je de kiemremming goed onder controle hebt, kun je op dat moment beter een producttemperatuur accepteren die een halve graad Celsius hoger ligt dan veel extra externe draaiuren maken om de temperatuur een halve graad omlaag te krijgen. In de warme periode later in het voorjaar was het vooral van belang om zo weinig mogelijk intern te draaien. Intern draaien met veel warmte rondom de partij resulteert namelijk in een sneller oplopen van de producttemperatuur. Vervolgens moet je weer meer extern draaien om terug te koelen. Het feit dat we dit jaar met weinig aanhangende grond een laag verliespercentage hadden wil nog niet zeggen dat aanhangende grond daarmee geen goede buffer is voor een aardappel in bewaring. De meest lage gewichtsverliezen in de maanden mei en juni zijn we in voorgaande jaren juist tegengekomen in partijen waar rot geen probleem was en waarin redelijk wat aanhangende grond mee naar binnen ging. Als voorbeeld noem ik bijvoorbeeld een partij Ramos in seizoen 2012/2013. Deze is eind juni 2013 uitgeschuurd met een gewichtsverlies van slecht 3,2 procent, onder de genoemde condities.” ● Terug Aardappelwereld magazine • september 2017 • nummer 9 13 Geweichtsverlies Geweichtsverlies

Verkrijgbaar in onze webshop Voor afname van grote aantallen voorzien wij u graag van een scherpe offerte. U kunt hiervoor contact opnemen met onze salesafdeling via krabbendam@aardappelwereld.nl handboek Aardappel Gewas van de toekomst Potato handbook Crop of the future Pomme de terre Encyclopédie pratique Culture du futur Anton J. Haverkort Anton J. Haverkort Anton J. Haverkort Catherine Chatot Terug Aardappel Potato kweekboek Praktijkhandboek voor de aardappelketen Chromosomen in midden van de cel, kernmembraan is opgelost, spoelfiguur De chromatiden worden naar de polen R Chromosomen in midden van de cel, kernmembraan is opgelost, spoelfiguur De chromatiden worden naar de polen R A practical manual for the potato chain breeding Chromosomen in midden van de cel, kernmembraan is opgelost, spoelfiguur De chromatiden worden naar de polen R 马铃薯育种 马铃薯产业链实用操作手册 Redactie M. Tiemens-Hulscher J. Eising J. Delleman Editors M. Tiemens-Hulscher E.T. Lammerts van Bueren J. Eising J. Delleman E.T. Lammerts van Bueren 编辑 M. Tiemens-Hulscher J. Eising J. Delleman E.T. Lammerts van Bueren Aardappel ikbk A. Mulder - L.J. Turkensteen ziektenboek Bestel nu in onze webshop https://webshop.aardappelwereld.nl/ of scan deze QR-code.

BEWAARCOLUMN Liever producttemperatuur vasthouden dan weer verlagen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “I n de afgelopen weken hebben we te maken gehad met flink hogere buitentemperaturen. Dat heeft ook zijn weerslag op het bewaarregime en soms ook op het product in de bewaarschuren. In cellen met mechanische koeling zorgt het voor een hoger energieverbruik en in cellen met buitenluchtkoeling zijn de binnenlucht- en producttemperatuur vrijwel overal iets opgelopen. Een kleine temperatuurstijging van de knollen is op zich geen probleem, zolang er maar geen sprake is van temperatuurschommeling. Beter is het om de knoltemperatuur met het naderen van het aflevermoTemperatuur schom melingen bevorderen de ademhaling en kieming met nog meer temperatuurverhoging en extra CO2­productie tot gevolg. bewaring liggen. Alleen in de schuren waarin het afgelopen voorjaar problemen met condens “Een kleine temperatuurstijging van de knollen is op zich geen probleem, zolang er maar geen sprake is van temperatuurschommeling.” ment wat op te laten lopen en deze dan vast proberen te houden, in plaats van deze weer omlaag te brengen. Temperatuur schom melingen bevorderen de ademhaling en kieming met nog meer temperatuurverhoging en extra CO2productie tot gevolg. Bijkomend nadeel is vochtverlies en daarmee ook gewichts- en kwaliteitsafname van de aardappelen. Over het algemeen valt het op dit moment wel mee met de kieming in partijen die nog in aan de orde waren, is nu meer kieming waar te nemen. Dat betreft dan vooral schuren met een minder goede isolatie. Experiment met bouwdrogers Wat we nog over die condensvorming kunnen melden, is dat we afgelopen voorjaar geëxperimenteerd hebben met bouwdrogers in de bewaring waar sprake was van heel veel condensvocht. Dit apparaat gebruiken ze in de bouwsector om vocht uit ruimten te onttrekken. Dit werkt als volgt: een ventilator zuigt vochtige lucht aan en die blaast dit vervolgens door een verdamper. Deze verdamper koelt de lucht sterk af en daardoor ontstaan waterdruppels die vervolgens worden opgevangen in een reservoir. Onze ervaring hiermee is dat het een extra oplossing kan zijn in situaties waarin kachels onvoldoende werken. In de partijen waar condens een probleem vormde, hebben we volop ingezet met gassen. Veelal is al twee keer achter elkaar 25 milliliter Chloorprofam per ton toegediend met een interval van maximaal drie weken. Het gaat dan om partijen die nog tot half juni in bewaring blijven. Wellicht was nog een derde gasbeurt nodig. Daarbij is het overigens wel van belang om goed in de gaten te houden of de knollen niet inwendig gaan kiemen, anders kan afkeuring van een partij volgen. Rot komt niet of nauwelijks voor in de bewaringen, maar in deze regio wel heel veel groeischeuren, stootblauw en verkurkingen op de schil van zwaar beschadigde knollen. Daardoor lopen de tarrapercentages van het afgeleverde product soms toch nog hoog op tot wel 20 procent. De bakkwaliteit is over het algemeen wel heel erg goed. Verder adviseren we partijen met een kiempje die liggen in bewaarcellen met luchtkoeling vanaf nu in één keer af te leveren en niet meer in delen. Reinig de schuur zo snel mogelijk Is de cel of de schuur leeg, maak deze dan zodra de eerste gelegenheid zich voordoet letterlijk grondig schoon. Grond en knolresten in de roosters en kanalen kunnen een volgend bewaarseizoen veel hinder opleveren, zeker wanneer nat product en grond binnenkomt. Veelal zie je daarna al snel problemen met rot door onvoldoende ventilatie ontstaan. Kijk verder ook de ventilatoren na, maak indien nodig de bladen schoon en controleer de werking door ze een keer met een debietmeter door te laten lichten. Dezelfde tip gaat op voor de voelers in de bewaring. Soms, dat kun je zien aan de soms grote afwijking van metingen in het bewaarseizoen, is vervanging nodig. Aarzel dan niet en schaf tijdig nieuwe aan.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juni 2017 • nummer 6 15

BEWAARCOLUMN Voorkom temperatuurverschillen in het product Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland hiervoor experts paraat. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “D e condities in de meeste aardappelcellen waren in de eerste zes maanden van dit bewaarseizoen al optimaal te noemen en die situatie bleef ook in april en begin mei gehandhaafd. De relatief koude nachten Terug met temperaturen tussen 3 en 5 graden en overdag vrijwel nooit hoger dan 15 graden Celsius vormden ideale omstandigheden voor aardappelen in de schuur, zeker op dit tijdstip van het jaar. Nu is het, voor degenen die lang bewaren, de kunst om in de rest van de bewaarperiode alles op alles te zetten om die optimale situatie ook in stand te houden. Kiemremming is hierin Wanneer vanaf half april de eerste kiemen zichtbaar zijn, mag je niet meer aarzelen met behandelen. kiemen zichtbaar zijn, mag je niet meer aarzelen met behandelen. Zeker niet wanneer je “Als vanaf half april de eerste kiemen zichtbaar zijn, mag je niet meer aarzelen met behandelen.” een belangrijk aandachtspunt. Dit seizoen begint de kieming nu op gang te komen, vooral in de rassen Innovator en Bintje. Voor de rest is er nog maar weinig kieming te zien, wat sterk afhankelijk is van de behandelmethode van kiemremming en de condities rondom inschuren en tijdens de bewaring. Niet meer aarzelen met kiemremming Het is natuurlijk prettig dat het begin van kieming lang op zich laat wachten, maar als dan vanaf half april de eerste nog (veel) langer wil/moet bewaren en al helemaal niet wanneer blijkt dat na graven in de hoop ook op 30 centimeter diepte de aardappelen kiemverschijnselen vertonen. Gaat het om speldenkopjes, dan is/was een (eerste) gasbeurt met 10 tot 12 cc aan Chloor-IPC per ton met een interval van 3 tot 3,5 week voldoende. Zijn de kiemen het witte-puntjesstadium al duidelijk gepasseerd, dan bevelen we een dosering van 15 tot 17 cc per ton aan. In enkele rassen die gevoelig zijn voor inwendige kieming zijn inmiddels beginnende verschijnselen van binnenschot geconstateerd. We raden aan om rond half mei rassen als Innovator en Bintje hierop te controleren. Zeker wanneer ze niet tijdens het inschuren behandeld zijn met Chloor-IPC, maar alleen gegast. Kieming levert gewichtsverlies op en verlaagt de bakkwaliteit. In deze periode is het dus zaak dit verschijnsel nauwlettend in de gaten te houden. De bakkwaliteit is op dit moment gemiddeld genomen nog erg goed te noemen. De cellen die in onze bewaarbegeleiding meedraaien waarvoor wij bakmonsters nemen liggen in de regio Zuidwest in de tweede helft van april tussen de 2,0 en 2,5. Delta-T maximum 1 tot 1,2 graden Nog een ander punt van aandacht is de handhaving van een gelijke producttemperatuur in de bewaring. Vaak zien we dat met het oplopen van de buitentemperatuur verschillen in knoltemperatuur binnen de partij ontstaan, voornamelijk in schuren met enkel buitenluchtventilatie. Aan de randen en bovenop zijn de aardappelen dan dikwijls warmer dan onderin. Hierdoor kan condensvorming ontstaan en de warmere knollen gaan sneller kiemen. Dit temperatuurverschil is te voorkomen door in de computer aan te geven dat er een maximaal temperatuurverschil (delta-T) binnen de partij mag optreden. Die is gelijk te krijgen door met interne lucht te ventileren. Ons advies is om in deze bewaarperiode een delta-T van maximaal 1 tot 1,2 graden Celsius aan te houden. Het is hierbij wel van belang om ook in de gaten te houden of de totale producttemperatuur naar een gemiddelde kruipt en niet dat de gehele partij gaat stijgen in producttemperatuur. De kans daarop neemt toe zodra de buitentemperaturen flink gaan oplopen en je toch nog behoorlijk intern moet draaien, bijvoorbeeld vanwege lekvocht uit rotte knollen. Beter is het om dan deze computerinstelling weer uit te zetten en vervolgens zoveel mogelijk bij lagere (nacht)temperaturen te ventileren met een kleiner temperatuurverschil tussen de buitenlucht en de product - temperatuur. ● Aardappelwereld magazine • mei 2017 • nummer 5 13

BEWAARCOLUMN Een bewaring is geen ziekenhuis Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “Wie nu nog een goede partij met bewaaraardappelen in de schuur heeft liggen, kan niet anders dan zeer tevreden zijn over de kwaliteit van het ingeschuurde product. Uiteraard zal je dan een goede schuur tot je beschikking hebben en de nodige kennis van het bewaren, met of zonder hulp van een adviseur. Maar dat niet alleen, want ongetwijfeld heeft u dan ook de teelt en oogst van het aardappelgewas volledig onder de knie. Waarom schrijf ik dit? Simpelweg omdat in een relatief makkelijk bewaarseizoen als het voorbije wederom bewezen is dat wie een matig en beschadigd product inschuurt, geen goed product kan uitschuren en zeker niet lang bewaren. In december schreef ik in deze bewaarcolumn nog het volgende: ‘Helemaal schadevrij liggen en kiemproblemen te voorkomen. Haal het maximale uit de bewaring door computerinstellingen aan te passen. weer van toepassing. Partijen als zojuist beschreven zijn het afgelopen seizoen dikwijls vroegtijdig afgezet. Het was overigens ook lang niet altijd nodig om de aardappelen zo beschadigd in te schuren. Telers die geduld hadden, door te wachten op regen of die hun percelen kunstmatig regen hebben toegediend, hadden nauwelijks last van “Een computer is een prachtig hulpmiddel, maar kan niet zelf denken.” de aardappelen niet in de schuur. Op heel veel plekken liggen knollen met verschijnselen van stootblauw. Hier valt met de manier van bewaren echter niets meer aan te veranderen.’ Het gezegde ‘een bewaring is geen ziekenhuis’ is ook op dit bewaarseizoen schade. En laten dat nu juist de telers zijn waarvan momenteel nog een topkwaliteit product in de schuur ligt. Wat heb ik voor deze telers nog als advies voor de laatste weken van bewaring? Eigenlijk niets anders dan: zorg dat je de producttemperatuur zoveel mogelijk constant houdt. Controleer de isolatie Waar ik nog wel wat meer advies voor heb zijn alle telers die nu de schuur al een poosje leeg hebben. Zeker wanneer het oudere schuren betreft waarvan de isolatie niet helemaal meer in orde is. Een goede isolatie wordt uit het oogpunt van klimaatverandering steeds belangrijker, niet zozeer tegen kou, maar juist ook tegen de warmte, zo hebben we het afgelopen bewaarseizoen weer kunnen ervaren. Overweeg desnoods een compleet nieuwe isolatie wanneer je de laatste jaren veelvuldig problemen had met zaken als condens en kieming als gevolg van die temperatuurbeheersing. Denk daarbij ook eens aan de aanschaf van luchtcirculatieventilatoren voor ophanging in de nok van de schuur. Daarmee valt veel aan vochtStel computer regelmatig bij Een ander punt dat we in de praktijk nog regelmatig tegen komen is dat de computer vaak op standaard instellingen blijft staan. Het advies dat ik graag wil meegeven aan deze mensen; haal het maximale uit de bewaring door instellingen aan te passen. Het ingeschuurde product is immers elk jaar weer anders. Volg eventueel de komende periode eens een training bij één van de leveranciers van bewaartechniek. Dit om meer inzicht in de computer en het bewaarproces te krijgen. Een computer is een prachtig hulpmiddel, maar kan niet zelf denken. Telers die hun computer louter op de automaat zetten, hebben vaak te kampen met extra gewichtsverliezen en voortijdige kieming in hun product dan telers die instellingen regelmatig aanpassen en de computer met verstand benutten. Inspelen op de situatie voorkomt draaien met teveel drogende lucht, te grote temperatuurverschillen tussen kanaal en producttemperatuur en onvoldoende wondheling. Bewaren is finetunen. Ga daarom goed voorbereid het nieuwe bewaarseizoen in. Controleer bestaande apparatuur op hun werking, de gebouwen op hun conditie en verdiep in kennis. Ik wens iedereen alvast een goede en vooral secure oogst toe.” Terug Aardappelwereld magazine • juli 2017 • nummer 7 13

BEWAARCOLUMN Hou weerberichten nauwlettend in de gaten Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “H et weer zit de aardapTerug pelbewaarders erg mee dit seizoen, kunnen we welgevoegelijk constateren. De af en toe toch redelijk warme dagen krijgen afwisseling van koude nachten. Daarmee is het mogelijk de lage temperaturen te benutten om de aardappelhoop op de gewenste producttemperatuur te houden. Zover we kunnen nagaan zijn de temperatuurschommelingen over het bewaarseizoen heen zeer gering. Positieve gevolgen daarvan zijn weinig kieming en een minimum aan gewichtsverlies in de knollen. Niet alleen de egale temperatuur is daarbij belangrijk, maar ook een egaal en niet te hoog CO² gehalte in de cel. Ook al zijn soms weinig ventilatiemomenten nodig, blijf wel de lucht in de bewaarschuur met regelmaat verversen om te voorkomen dat het CO² gehalte te ver oploopt. Naast een negatief effect op bakkwaliteit raken bij een te hoog percentage de aardappelen sneller uit hun kiemrust. Dat versnelt de veroudering van de knollen en vraagt bovendien om tegenmaatregelen als extra gassen en ventileren. Voorkom temperatuurschommelingen Wanneer in de loop van het voorjaar de temperaturen meer oplopen en het aantal koude nachten afneemt, let dan extra goed op de productWanneer in de loop van het voorjaar de temperaturen meer oplopen en het aantal koude nachten afneemt, let dan extra goed op de product temperatuur. temperatuur. Het beste is om schommeling hierin te voorkomen. Hou om te beginnen de weersvooruitzichten over langere termijn goed in de gaten. Geven die het beeld dat de temperatuur flink op gaat lopen, zet dan niet alles op alles om de producttemperatuur vast te houden, maar laat deze liever iets oplopen. Dit om verderop in het bewaarseizoen temperatuurschommeling te voorkomen. Controleer de partij niet alleen vanachter de computer, maar ga ook regelmatig, liefst elke dag, de bewaarcellen in om de aardappelen met hulp van alle menselijke zintuigen in de gaten te houden. Het is niet voor het eerst dat we dit advies geven, maar we blijven het herhalen: zien, ruiken, voelen, proeven. Zijn er al kiemen zichtbaar, eventueel condens, zijn er geen afwijkende geuren te bespeuren als rot, voelen de knollen nog hard aan en blijft de bakkwaliteit nog op peil? Verdeel CIPC met fijne druppel Als het gaat om kieming, dan kunnen we constateren dat veel cellen in rust zijn. Behandelingen met CIPC tijdens het inschuren zijn tot nu toe vrijwel overal zeer goed geslaagd. Aardappelen die al in het veld behandeld zijn met de kiemregulator MH, hebben inmiddels voor de lange bewaring al enkele gasbeurten met CIPC achter de rug. Belangrijk is altijd om CIPC met een hele fijne druppel over niet al te lange afstand door de bewaarcel te verdelen. Hoe fijner de druppel, des te beter het middel in alle hoeken en gaten terecht komt. Aanwezigheid van veel (losse) grond kan de verdeling van het kiemremmingsmiddel hinderen. Dit seizoen zijn ook de eerste praktijkervaringen met het nieuwe kiemremmingsmiddel 1,4 Sight opgedaan. Wij volgen de resultaten hiervan nauwgezet en de eerste lijken positief. Dat komt onder meer omdat een middel als 1,4 Sight zich niet richt op kiemremming maar op verlenging van de kiemrust van de aardappel. Daarmee is het de kieming als het ware een stapje voor. Dan tot slot nog een tip voor degenen die een aardappelcel in delen afleveren. Let daarbij op de luchtverdeling. Plaats schotten in de kanalen of voor de kokers en zorg ervoor dat de ventilatielucht goed door hele hoop gaat. Het wil nog wel eens voorkomen dat het hart van de hoop te weinig ventilatielucht krijgt en daar ontstaan dan problemen met extra kieming.” ● Aardappelwereld magazine • april 2017 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN “Nauwelijks bewaarproblemen, maar blijf alert” Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “I n groot contrast met het voorbije teeltseizoen verloopt de bewaring van Oogst 2016 tot op heden vrijwel vlekkeloos. We hebben dit jaar nauwelijks te maken met problemen als rotte of kiemlustige aardappelen. Toch vraagt bewaren net als teelt continu om aandacht. In een enkele cel komt toch wat rot voor. Dat kan onverwacht tot een uitbraak komen. Blijf daarom alert op lekvocht en pas het ventilatieregime hierop aan. In het begin van het bewaarseizoen rapporteerden we nog over partijen met ingeschuurde roodrotknollen. Die hebben tot nu toe amper overlast veroorzaakt. In tegenstelling tot wat in de bekende vakliteratuur beschreven staat, rotten roodrotknollen in de bewaarcel maar zeer langzaam weg. Maar ook hiervoor geldt, hou ze wel in de gaten. Condenssporen soms nog zichtbaar Condens was in de voorbije koudere winterweken nog een aandachtspuntje, maar is nu vrijwel niet meer aan de orde. We hebben telers gewezen op de noodzaak en het gebruik van condensventilatoren. Kieren, naden, koudebruggen en dunne isolatie maken een schuur gevoelig voor condensvorming. Om de aardappelen bovenop alsnog droog te krijgen zijn soms extra ventilatie-uren nodig geweest. Dat zijn uitzonderingen, want van 30 graden Celsius, gingen we ervan uit dat de aardappelen weleens snel zouden kun“Let ook eens op de verlichting in de bewaarcel.” over het algemeen valt het dit seizoen erg mee met het gemiddelde aantal ventilatie-uren en het gewichtsverlies. We hadden bij inschuring de verwachting uitgesproken dat door het geringe percentage grond tussen de aardappelen deze sneller gewicht zouden kunnen gaan verliezen. Dat is tot op heden in de meeste gevallen niet gebeurd, vooral dankzij een minimum aan externe ventilatie-uren. Het is hierbij wel belangrijk om de bewaarcomputer daarop correct in te stellen. Weinig ventilatie-uren, normaal verliespercentage Van een tiental schuren/cellen waaruit aardappelen inmiddels afgeleverd zijn, lag het aantal externe ventilatie-uren over een periode van drie maanden tussen 90 en 100 uur. Dat is weinig vergeleken met andere jaren. Het gemeten gewichtsverlies bedroeg daarbij 2 procent. Dat is vrijwel gelijk aan het gemiddelde van de langjarige metingen. In een enkel geval is wel meer geventileerd, bijvoorbeeld in enkele cellen met Agria, een ras waar her en der wel rot in zit. Daar lag het gemiddelde soms op 200 externe draaiuren. Het gewichtsverliespercentage bedroeg hierin 3,5 procent. Dat het tot nu toe gelukt is om overwegend zuinig te ventileren is ook te danken aan de gunstige weersomstandigheden. In de wintermaanden waren voldoende koude nachten voorhanden om met een ruim temperatuurverschil tussen die van het product en de buitenlucht te ventileren. Nog geringe kiemlust Nog een meevaller dit seizoen betreft de geringe kiemlust van de aardappel. Vanwege de warme zomerdagen, met half september temperaturen nen gaan kiemen. Tot nu toe valt dit mee, op een enkele uitzondering na. Partijen die met MH behandeld zijn vragen bijvoorbeeld om alertheid. Begin hierin op tijd met gassen, want de duurwerking van MH wisselt nogal eens per situatie. Soms is MH toegepast op momenten waarbij de opname in de knollen onvoldoende was. Wat in elk geval net als in de voorgaande seizoenen opvalt, is dat partijen die bij inschuren met vloeibare Chloor-IPC zijn behandeld er perfect bij liggen. Die goede ervaring maakt dat ook steeds meer rassen met een lichte gevoeligheid voor schilbrand een inschuurbehandeling met Chloor-IPC krijgen, zeker als de partij lange tijd in bewaring moet blijven. Het kleine risico op schilbrand nemen afnemers steeds meer op de koop toe bij langbewaring, is momenteel onze praktijkervaring. Dan nog een tip tot slot: let ook eens op de verlichting in de bewaarcel. Voor een goede partijcontrole heb je ook goed licht nodig en daar ontbreekt het nog weleens aan in sommige schuren. Een net gemiste plek rot kost meer dan de investering in een goede lamp. ● Terug Aardappelwereld magazine • maart 2017 • nummer 3 13

BEWAARCOLUMN Zet condensventilator niet te laat aan Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “H et is begin februari Terug opvallend rustig in de bewaarschuren, zeker wanneer we het vergelijken met dezelfde periode in de voorgaande jaren. De aardappelen die achter de planken liggen zijn gezond en hierin komt dit seizoen nauwelijks rot of andere narigheid voor. Ik constateer dat bij sommige telers daardoor de aandacht voor het product enigszins verslapt, wat voor negatieve verrassingen kan zorgen. Wat ik op dit punt het meest tegenkom, is condens in de cellen. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de condensventilatoren te laat aangezet zijn. Dat is zonde, want het kost meer energie om het overtollige vocht in de cellen weg te draaien dan dat je condensvoorbeeld erg veel tijd tussen de momenten van inschuren. De eerst binnengekomen aardappelen zullen overwegend eerder aan een gasbeurt toe zijn dan de laatst ingeschuurde. Het komt nogal eens voor dat de bovenste laag in de cel wat rapper kiemt dan een halve meter en verder eronder. keer per week de cellen in. Kijk op de hoop, speur naar eventuele eerste tekenen van condens en kijk ook in de ventilatiekanalen of je daar geen lekvocht ziet. Als het buiten (vries)koud is en je “Het kost meer energie om het overtollige vocht in de cellen weg te draaien dan dat je condensvorming voorkomt.” vorming voorkomt. Ook komt al dat condensvocht niet ten goede aan de kwaliteit en bewaarduur van de aardappelen. Je ziet vaak dat de bovenste laag op de aardappelhoop volledig nat is en als gevolg daarvan kiemen de aardappelen daar sneller. Dus luidt ons advies: loop minstens één hebt maar een dunne dak- en muurisolatie en/of weinig lucht tussen de bovenkant van de hoop en het dak, dan kun je al snel condensproblemen verwachten. Kiemen zichtbaar? Graaf eerst in de hoop! Wie de afgelopen weken met regelmaat controles uitvoerde, zal hebben gezien dat de kieming dit seizoen laat op gang komt. Dit in tegenstelling tot wat het vermoeden was, afgaande op de weerssituatie in het afgelopen groeiseizoen. Gelukkig valt het mee, want dat scheelt in veel bewaarschuren mogelijk weer een of meer gasbeurten. Op een enkele hoop zijn al wel behoorlijk wat kiemen zichtbaar en meestal is dat het geval in schuren waar problemen zijn of waren met condensvocht. Kijk voordat je daarin begint met gassen eerst wat dieper in de hoop om te zien of daar ook al kiemen op de knollen zichtbaar zijn, raden wij aan. Is dat niet het geval, dan kun je nog even wachten met gassen. Het moment waarop de eerste gasbeurt noodzakelijk is, zal per ras en per cel verschillend zijn. Dit seizoen zat er bijDrogende lucht bij slakken in de cel Verder maakt het ook uit of aardappelen een veldbehandeling met MH hebben gehad of de knolbehandeling tijdens het inschuren. Zie je in een met MH behandelde partij de eerste witte puntjes komen, dan kun je meestal nog een weekje wachten met gassen. Zie je nu al de eerste kiemen na een inschuurbehandeling met bijvoorbeeld Gro-Stop Ready, dan is het verstandig om direct te starten met de eerste gasbeurt. Wat we in sommige bewaarschuren in met name Zuid-Limburg zien zijn slakken. Het beste wat daartegen helpt is uitdrogen. Slakken houden niet van een droge omgeving en daarom kruipen ze naar de vochtigste plek. Dat is meestal boven in de hoop. Door regelmatig intern te ventileren en de condens ventilatoren te laten draaien kun je de slakken dus het beste bestrijden. Alle gepubliceerde bewaarcolumns zijn ook na te lezen op www.aardappelwereld.nl/dossiers. ● Aardappelwereld magazine • februari 2017 • nummer 2 13

BEWAARCOLUMN Maak nu de juiste temperatuurkeuze Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland hiervoor experts paraat. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio Tholen/West-Brabant. “I n de maand januari bepalen de meeste telers de (minimum)bewaartemperatuur van de aardappelpartijen voor verwerking. Op welke temperatuur de keuze exact valt, hangt grofweg van de volgende factoren af: maand van levering, het ras, groeiomstandigheden in het voorbije teeltseizoen en de bestemming. De meest voorkomende bestemming is frites. Daarbij hanteren we een bewaartemperatuur tussen 6 en 8 graden Celsius. Tafelaardappelen bewaren we doorgaans kouder. Wie aardappelen vroeg aflevert, in de periode december tot en met februari, krijgt niet of nauwelijks met versuikering te maken en kan als bewaartemperatuur de bovengrens aanhouden. Bij langere bewaring komt ook het ras om de hoek kijken. Agria, Het komt nogal eens voor dat de bovenste laag in de cel wat rapper kiemt dan een halve meter en verder eronder. het gewenste niveau is. Ook de plaatsing van een voeler onder in de aardappelhoop is sterk aan te bevelen. Wanneer alle voelers boven in de hoop staan, dan kan de onderste laag aardappelen toch onder de ingestelde minimum producttemperatuur komen door de inkoelacties. Je ziet dan ook vaak dat, bij wie daar niet op gelet heeft, de bakkwaliteit van de onderste aardappelen uit de hoop minder goed is dan van die daarboven. Terug Ventileer minimaal bij weinig tot geen rot in de partij Al eerder dit seizoen hebben we in de bewaarcolumns aangegeven: ventileer minimaal bij weinig tot geen rot in de partij. Dit om onnodig vochtverlies te voorkomen. Zeker nu weinig grond in de partij “Plaats eens een kleine (keuken) afzuigventilator in de drukkamer om overtollig CO2 af te voeren” Markies, Fontane en Ramos versuikeren niet zo heel erg snel en daarvoor adviseren we dan ook een bewaartemperatuur van 6 tot 6,5 graden Celsius voor de lange bewaring. Voor rassen als Challenger, Innovator en Bintje ligt de adviestemperatuur een graad hoger. aanwezig is als buffer. Het ideale RV-percentage in de bewaarruimte is 92 tot 93 procent. Bij dit percentage komt er vrijwel geen vocht door de schil van de aardappel vrij. Is het gewenst om de producttemperatuur wat naar beneden te draaien, doe dit dan zo snel mogelijk en probeer mistige buitenomstandigheden te benutten. Sommige telers hebben een RV-meter in de bewaarschuur. Tijdens inkoelacties kan de RV onder het ingestelde percentage komen en dan zet de computer de ventilatoren uit, waardoor ook het inkoelen stopt. Tijdelijk verlagen krijgt dan de voorkeur. Plaats extra temperatuurvoeler bij koude binnenwand Dan twee tips omtrent temperatuurvoelers. Een aanrader is plaatsing van een temperatuurvoeler bij de koudste binnenwand van de bewaarplaats. Zeker wanneer het een langere periode flink vriest, kan de producttemperatuur tegen deze binnenwand te sterk dalen! Zie je dat deze temperatuurvoeler gaat zakken, draai dan een periode met interne lucht totdat de producttemperatuur weer op CO2-afvoer kan beter en goedkoper Nog een korte aanbeveling tot slot: plaats eens een kleine (keuken)afzuigventilator in de onderste verdieping van de drukkamer, bij de kanalen dus, om overtollig CO2 af te voeren. Zeker bij vorstperioden in de maand januari erg actueel. Met plaatsing op een afvoerbuis door de fundering/borstwering heen sluis je de CO2 makkelijk weg. Voordeel van deze simpele constructie is dat die heel weinig energie vraagt, ook al laat je de keukenventilator continu draaien, wat we ook aanraden. Dagelijks 10 tot 15 minuten verversen met de grote ventilatoren is dan niet meer nodig. Door continu de kleine ventilatoren te laten draaien kan de CO2 zich namelijk ook niet ophopen. ● Aardappelwereld magazine • januari 2017 • nummer 1 13

BEWAARCOLUMN Voorkom verder vochtverlies Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “M omenteel liggen de extra bewaarverlies. Komen Terug aardappelen over het algemeen goed beheersbaar in de bewaarplaatsen. De periode van wondheling is achter de rug. In enkele schuren is het nog even opletten wanneer knollen met aantastingen van roodrot mee ingeschuurd zijn. Het lekvocht komt langzaam vrij en kan, wanneer omliggende knollen rooibeschadigingen hebben opgelopen, onverwachts voor uitbreiding van aantastingen zorgen. In aardappelen van zandpercelen die onder warme omstandigheden gerooid zijn, zien we de laatste weken meer Pythium-rot de kop opsteken. Dit is rot die snel kan uitbreiden in de bewaring. Controleer daarom regelmatig de kanalen op signalen van lekvocht en neem extra drogende maatregelen als de tekenen daarvan zichtbaar zijn. Helemaal schadevrij liggen de aardappelen niet in de schuur. Op heel veel plekken liggen knollen met verschijnselen van stootblauw. Hier valt met de manier van bewaren echter niets meer aan te veranderen. Doordat gemiddeld genomen meer rooibeschadigingen in de partijen voorkwamen dan normaal, is al tijdens de wondhelingsperiode extra vochtverlies opgetreden. Belangrijk voor de komende bewaarperiode is om verder verlies van vocht Het komt nogal eens voor dat de bovenste laag in de cel wat rapper kiemt dan een halve meter en verder eronder. te voorkomen. Zeker nu op de meeste plaatsen weinig (vochthoudende) tarragrond met de aardappelen mee is ingeschuurd. Probeer daarom als het kan zo weinig mogelijk te ventileren. In dit najaar is het echter af en toe wel lastig om voor die weinige ventilatiemomenten ook het meest ideale moment te vinden. De dag- en nachttemperaturen zijn bij vlagen erg hoog, 10 tot 13 graden Celsius is geen uitzondering. Hou daarom de weersvooruitzichten goed in de gaten om niet voor verrassingen te komen te staan bij eventueel standaard geprogrammeerde ventilatiemomenten. In de periode van terugkoelen, die op veel plaatsen nog door zal lopen tot eind december, is het van belang de producttemperatuur zo langzaam mogelijk te laten zakken. Wij adviseren maximaal 1 graad Celsius per week. De minimale bewaartemperatuur van de knollen hoort uiteindelijk uit te komen op 6 tot 8 graden Celsius, afhankelijk van ras en bestemming. De meeste aardappelen zijn ingeschuurd bij een temperatuur van 15 tot 18 graden Celsius. Daarmee ligt de totale periode van terugkoelen dit jaar op ruim tien weken. Let bij het terugkoelen ook op het temperatuurverschil tussen product en kanaalvoeler. Zijn de bewaarcellen gevuld met goed product, hou dan een minimumverschil van 3 graden aan. Daardoor blijft de ventilatietijd zo beperkt mogelijk. Dit is vooral van groot belang bij partijen met nauwelijks grond in de cel, want daarmee voorkom je in de partij (rood)rotte knollen voor, hou dan een kleiner verschil aan van 1,5 tot 2 graden Celsius, dan is ook de ventilatietijd wat langer. Kun je langere tijd niet extern ventileren, probeer dan regelmatig intern te ventileren. Zo verdeel je het eventueel vrijkomende vocht van de rotte knollen door de hele partij. Verder is in enkele partijen de kiemlust vrij groot. Bij aardappelen die een veldbehandeling met MH (maleïne hydrazide) hebben gehad, is het goed opletten. Bij enkele percelen zal de MH door het warme en minder groeizame weer na toediening wat minder in de planten/knollen worden opgenomen dan wenselijk. Kijk eerst goed of de kieming door de hele (diepte van de) partij aan de orde is. Het komt nogal eens voor dat de bovenste laag in de cel wat rapper kiemt dan een halve meter en verder eronder. Graaf daarom flinke kuilen om een goed oordeel te vormen om zo het juiste moment van kiemrembehandeling te bepalen. Partijen die onder goede opname-omstandigheden behandeld zijn met MH lijken nu rustig. Hier komt de aanvullende gasbeurt pas vanaf medio januari aan de orde.” ● Aardappelwereld magazine • december 2016 • nummer 12 15

BEWAARCOLUMN Droge knollen vragen apart bewaarregime Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “H oogst bijzonder aan deze, bijna voorbije, aardappeloogst was de lange droge periode. Vooral in de maanden september en oktober hadden telers hiermee te kampen. Ondanks het beregenen zijn veel aardappelen droog en nagenoeg zonder aanhangende en losse grond ingeschuurd, met daartussenin soms nog harde kluiten. Voor al deze droog geoogste aardappelen geldt dit bewaarseizoen een aparte aanpak. Die wijkt namelijk nogal af van de bewaarstrategie van nat binnengebrachte aardappelen, zoals we de voorgaande seizoenen overwegend hadden. Bij droog ingeschuurde aardappelen kun je snel te maken krijgen met gewichtsverlies door (te snelle) uitdroging. Dat kun je voorkomen door zo weinig mogelijk te ventileren. Voor iedereen die met een computerprogramma werkt, adviseren we daarom direct na het inschuren eerst alle basisinstellingen langs te lopen. Gelet op de voorgaande jaren zullen standaard nog veel ventilatiemomenten geprogrammeerd zijn. We raden aan die er allemaal uit te halen. Ventileren zal beslist nog nodig zijn, maar minder en op een andere manier. Het gros van de aardappelen die in oktober de schuur in kwamen had gemiddeld een knolIn droog geoogst product kan toch, soms onverwacht, een probleem met rot ontstaan, doordat grond ontbreekt waar het lekvocht eventueel in kan trekken. temperatuur van plusminus 12 graden Celsius. Dat is gelijk de minimale temperatuur voor een goede wondheling. Direct na inschuren is er intern geventileerd wanneer de knoltemperaturen van de binnenkomende aardappelen niet gelijk waren. Dit om condensvorming in de hoop te voorkomen. Soms moest er gedroogd worden, bijvoorbeeld bij het ras Agria. Verder is het advies: luiken dicht en ventilator uit, wanneer er geen andere redenen zijn om lucht door de hoop te blazen, zoals inkoelen na de wondheelperiode en het eventueel wegdraaien van zieke/ rotte en lekkende knollen in de partij. Dit laatste kan in een droge partij ook met intern ventileren. Een vorm van rot die we dit jaar relatief veel tegenkomen is roodrot. Deze vorm van rot was vooral te vinden op perceeldelen met een slechte structuur, zoals kopakkers en langs spuitsporen. We hebben soms telers geadviseerd aardappelen met rot van deze plekken apart op te slaan. Is dat niet gebeurd dan is het advies goed op te letten of de knollen gaan lekken. Ook hierbij geldt: in droog geoogst product kan toch, soms onverwacht, een probleem met rot ontstaan, doordat grond ontbreekt waar het lekvocht eventueel in kan trekken. Het lekvocht raakt volledig de kale knollen en kan een goede knol snel rondom bedekken waardoor deze ook kan gaan rotten. Dit jaar zitten er veel product binnen met rooibeschadiging. Daar schuilt nog een gevaar en dat is fusarium. Al kort na het inschuren was op knollen met rooibeschadiging, precies op die plekken, soms al een beetje schimmelpluis te zien. Dat kan duiden op een beginnende fusariumaantasting. Hou dit in de gaten, het kan een reden zijn om de partij minder lang te bewaren. Verder zien we als gevolg van de matige opbrengsten veel cellen tot twee derde of drie kwart vol liggen. Gebruikers van EC-ventilatoren adviseren we om in deze niet geheel gevulde cellen de ventilatoren, bij extern draaien, niet op 70 procent van de draaicapaciteit te zetten. Draai 100 procent, want dan kun je korter ventileren en dan draai je minder vocht uit het product. Een hogere luchtsnelheid door het product geeft niet meer vochtverlies dan een lagere luchtsnelheid, zoals sommigen denken. Dan is er nog een punt van aandacht en dat is de hoge kiemlust van de aardappelen dit seizoen. Door hoge temperaturen, in september zijn knoltemperaturen gemeten tot wel 28 graden Celsius aan de buitenkant van de rug, zullen knollen zonder veld- of inschuurbehandeling snel gaan kiemen. Je kon/kunt de effecten al zien bij het inschuren aan zichtbare kiemen op knollen met groenverkleuring. ● Terug Aardappelwereld magazine • november 2016 • nummer 11 15

BEWAARCOLUMN Tijdens inschuren luiken open Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuid-Oost Nederland. “D e vele regen in de Terug maanden mei/juni heeft letterlijk en figuurlijk behoorlijk veel sporen in de aardappelvelden nagelaten en daar zijn we nog niet vanaf. Met de natte dauwnachten van de afgelopen weken liggen aantastingen door de aardappelziekte toch weer op de loer en wel richting de knollen. De knolzetting heeft dit groeiseizoen over het algemeen bovenin de aardappelrug plaats gevonden. Hierdoor zagen we in de droge weken van september veel knollen blootliggen door scheuren bovenin de rug. De kans is groot dat hier sporen van Phytophthora op terecht zijn gekomen. Daarnaast zijn de onderwatergewichten van veel aardappelen hoog tot zeer hoog. Dat vraagt dus om een voorzichtige behandeling tijdens het rooien en inschuren. Het voorzichtig rooien begint al bij het rustig opnemen van de vaak taaie ruggen die dit seizoen in de löss- en kleigronden veel harde kluiten bevatten. Op de zandgronden is het juist weer de kunst om grond op de zeefbanden te houden, wat in de voorbije droge weken nauwelijks lukte. Daarnaast is een knoltemperatuur van minimaal 8 graden Celcius bij rooien belangrijk. Om te weten welke snelheden van de zeefbanden en valhoogten je het beste aan kunt Zet tijdens het inschuren alle luiken open, dan krijg je al een natuurlijke trek in de schuur. houden in de rooier en de verdere transportweg via kippers, vrachtwagens en inschuurlijnen, is het raadzaam om de boel een keer door te meten met een elektronische aardappel. Zet tijdens het inschuren alle luiken open, dan krijg je al een natuurlijke trek in de schuur. Liggen de aardappelen eenmaal netjes in de schuur, dan is het om te beginnen van belang snel te drogen. Ook al is de cel aan het eind van de dag nog niet helemaal vol, start met intern ventileren. Is de buitentemperatuur niet te laag dan kan dat gewoon met de schuurdeuren (iets) open. Dan heeft vochtige lucht de kans om de schuur te verlaten. Is het te koud buiten, ventileer dan intern met dichte deuren of de deuren iets open en de kachel erbij. Belangrijk is om de aardappelen de eerste twee weken in de schuur op een graad of 15 Celsius te bewaren. Bij rassen welke gevoelig zijn voor bacterieziek laat ik de temperatuur zakken tussen de 12 tot 15 graden Celsius. Het gaat erom dat eventuele wonden in de schil zo snel mogelijk helen en eventuele bacteriën niet te laten woekeren. Het intern ventileren direct na inschuren is eveneens van belang om in rap tempo alle aardappelen op gelijke temperatuur te krijgen. Gebeurt dit niet, dan krijg je condensvorming. De knollen blijven dan te lang nat, dat vertraagt vervolgens de wondheling en daarmee vergroot je de kans op aantasting door schimmels en bacteriën. Het is van belang dat we in het eerste traject van de bewaring voldoende ventileren en zorgen dat de aardappelen zo snel mogelijk drogen. Dan constateren we verder dat de kwaliteit van de aardappelen op door zware neerslag getroffen percelen soms niet overhoud. We signaleren daarin holle aardappelen en veel exemplaren met groeischeuren. Ons advies is, ga voor je een partij denkt te gaan inschuren eerst eens kijken hoe het ervoor staat met de kwaliteit. Doe dat samen met de eventuele afnemer en neem dan pas een beslissing of het verstandig is de partij in te schuren. In sommige gevallen is het raadzamer om naar alternatieven voor (versnelde) verwerking te zoeken dan om ze naar binnen te rijden. Ondertussen doemt in veel aardappelpartijen nog een ander probleem op en dat is de verhoogde kiemlust. Zorg daarom voor een goede verdeling van de kiemremmingsmiddelen bij het inschuren. Verder adviseren we percelen die behandeld zijn met MH in de gaten te houden op kiemlust. Na toediening van MH lijkt de opname van het middel dit jaar niet overal even optimaal te zijn geweest als gevolg van de droogte. Overleg met een adviseur wanneer het raadzaam is om te starten met gassen en welke dosering daarbij past.” ● Aardappelwereld magazine • oktober 2016 • nummer 10 17

BEWAARCOLUMN Voorkom grote temperatuurs verschillen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio West-Brabant. “D oor de vroegere afrijping in dit teeltseizoen liggen op dit moment al heel wat percelen consumptieaardappelen doodgespoten en bijna of al helemaal klaar om te oogsten. Wat echter nog niet overal af is, is het onderhoud aan de bewaarplaatsen. Ieder jaar komen we als adviseurs weer de nodige praktijkgevallen tegen waarbij de apparatuur bij het inschuren niet volledig in orde is. Veel voorkomende mankementen zijn bijvoorbeeld defecte temperatuur- en RV-voelers. Soms redeneren telers: ‘dan zet ik om te beginnen wel wat minder voelers in de aardappelhoop en vervang ik de kapotte later wel’. Echter, ook al direct tijdens en na het inschuren zijn alle benodigde voelers van groot belang, bijvoorbeeld om de eventuele temperatuurverschillen van het net ingeschuurde product goed in kaart te brengen, een onderwerp waarop ik zo meteen nog wat dieper zal ingaan. Wat bewaarders ook nogal eens vergeten is een grondige inspectie van de ventilatiekanalen. Het komt voor dat telers vergeten zijn om de tussenschotten weg te halen die ze in het afleverseizoen in de ventilatiekanalen hebben geplaatst om bewaarcellen gedeeltelijk te kunnen beluchten. Wie de aardappelen bij het inschuren met een kiemremmer als Gro Stop Ready wil gaan behandelen, Door gebruik te maken van een elektronische aardappel zijn snel knelpunten in een rooier, kipper en/of inschuurlijn op te sporen. doet er ook verstandig aan de werking van de pompapparatuur en de schijfvernevelaar te testen. Vaak zien we de verdeelapparatuur bij aanvang van het inschuren haperen door defecten en/of verstoppingen. En juist die eerst ingeschuurde aardappelen hebben het hardst de kiemremmer nodig, want die stop je het diepst en vaak ook het langst weg in de cel. Als je ze niet ziet heb je ook geen gevoel bij de kiemlustigheid van de partij. Nog een laatste tip: zijn de bladen van de ventilator schoon? Zit hier aanslag op, bijvoorbeeld van resten kiemremmingsmiddel, dan heeft dat een negatieve invloed op de ventilatiecapaciteit en benodigde energie. Aandachtspunten bij oogst Dan wil ik vervolgens even stilstaan bij aandachtspunten tijdens de oogst, want die hebben ook grote invloed op de bewaring van de aardappelen. Het eerste advies is: rooi absoluut niet bij temperaturen boven 27 graden Celsius en onder 8 graden Celsius. Dan is de tip die daarop aansluit: plan het rooien bij dergelijke temperaturen in op basis van de temperatuur, dus bij een koude nacht later in de ochtend of aan het begin van de middag beginnen en tot laat in de avond doorrooien. De temperatuur van de knol volgt namelijk de buitentemperatuur en loopt daarbij altijd een paar uur achter. Let ook op grote temperatuurverschillen van net ingeschuurde aardappelen. Dit in verband met plaatselijke condensvorming in de hoop. Het is belangrijk om die temperaturen zo snel mogelijk gelijk te krijgen door te ventileren. Als de nacht warm genoeg is en je toch droogt dan kun je direct met buitenlucht starten. Is de nacht koud en bestaat de kans dat de aardappelen kouder dan 12 graden worden, draai dan alleen met menglucht of intern ’s nachts en ventileer drogend overdag om de wondheling optimaal te behouden. Bij een lagere producttemperatuur verloopt de wondheling namelijk trager. Hier komt het belang van voldoende temperatuurvoelers om de hoek kijken, waar ik eerder al aan refereerde. Het tweede advies dat ik wil onderstrepen is: voorkom knolbeschadiging van rooien tot en met het inschuren. Het is namelijk niet alleen de rooimachine die beschadiging aan uw aardappelen geeft. Door gebruik te maken van een elektronische aardappel zijn snel knelpunten in een rooier, kipper en/of inschuurlijn op te sporen. Adviseurs van Delphy hebben deze paraat en ook agronomen van afnemers als fritesfabrikanten zijn veelal in het bezit van dit meetinstrument. Het nadelige effect van een beschadigde knol onderschatten veel aardappeltelers nog steeds. Naast vermindering van uw kwaliteitspremie krijgen deze knollen ook eerder met infecties te maken door bijvoorbeeld Erwinia en Alternaria.” ● Terug Aardappelwereld magazine • september 2016 • nummer 9 11

BEWAARCOLUMN Niet meer slecht met goed mengen! Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “D egenen die de afgelopen weken nog aardappelen in de schuur hadden -en een Terug enkeling nog steeds- waren uiteraard voornamelijk de telers met de langst houdbare partijen. Toch is het knap werk geweest om ze zo lang goed te houden, zeker voor aardappelen die met buitenlucht geventileerd zijn. Het afgelopen bewaarseizoen viel het namelijk niet altijd mee om de conditie van het product op peil te houden. Zelfs tot de laatste partijen aan toe waren er wel telers bij die voor kleinere en soms wat grotere verrassingen kwamen te staan als ze de cel leeg draaiden. Slechte plekken met meer rot betroffen vrijwel altijd aardappelvrachten afkomstig van kopakkers of laagten in percelen. Door de hoge buitentemperaturen van de laatste maanden lag de temperatuur van het product ergens tussen 13 tot 15 graden Celsius. Bij deze relatief hoge temperaturen zijn toch weer wat vochtige knollen gaan rotten en lekken naar aardappelen in de omgeving. Vooral omdat we enkele weken geleden een periode hadden waarin het nauwelijks mogelijk was extern te draaien. Bovendien werd ook nauwelijks intern gedraaid om de partij niet extra op te warmen. Helder is dat we afgelopen seizoen weer veel bewaarzaken tegen gekomen “Dit seizoen is nog weer eens zonneklaar gebleken dat je slechte aardappelen niet met een goed product moet mengen.” zijn waar we lering uit kunnen trekken. Wat ons onder meer is opgevallen, is de goede werking van de vloeibare kiemremmer Gro Stop die je toedient bij het inschuren. Het middel is al lang op de markt, maar leverde ook in het kiemlustige bewaarseizoen weer een erg bedrijfszeker resultaat. Verder is dit seizoen zonneklaar gebleken dat je slechte aardappelen niet met een goed product moet mengen. Het beste is om ze eerst in een andere cel of apart in kisten te drogen als dat mogelijk is. Draai de mindere aardappelen na voordrogen voorin de cel, zodat ze er ook eerder uit kunnen als het nodig blijkt te zijn. Wanneer je uitrekent hoeveel die paar slechte karren aan kosten met zich meebrengen, dan schrikken veel telers. Naast de energiekosten voor kachels en extra draaiuren, ga je ook de betere aardappelen teveel indrogen door aanwezigheid van slechte. Zo wijzen monsters uit dat partijen die begin juni uit de schuur kwamen gemiddeld 8 tot 8,5 procent aan gewicht kwijt geraakt zijn tijdens de bewaarperiode. Dat is een paar procent meer dan in een normaal seizoen. Vervolgens is het voor nogal wat aardappeltelers die problemen hadden met het bewaarproduct raadzaam om eens de inrichting van de bewaarschuur onder de loep te nemen. Een ander leerpunt van dit seizoen is de inzet van kachels. Telers die werkten met onvoldoende opwarmcapaciteit stonden op achterstand om een probleempartij te kunnen redden. Schaf voldoende kachels aan is daarom ons advies. Zorg dat ze voor de ventilator de inblaaslucht op kunnen warmen en het liefst via de computer regelbaar in warmteafgifte. Dat is vooral een must voor telers met late rassen zoals Agria. Wees voorbereid op een situatie zoals we afgelopen seizoen hadden, want de kans op herhaling is de komende jaren zeker aanwezig. Eveneens constateren we dat de capaciteit van de ventilatoren in sommige schuren onvoldoende is. Laat daarom in de komende maanden een deskundige een keer doorrekenen wat minimaal aan ventilatiecapaciteit nodig is. Wat we tevens zijn tegengekomen is dat bij sommige schuren de voeler voor de buitentemperatuur op de verkeerde plek zit: in de zon. Stel het is buiten 12 graden Celsius en de RV is gunstig om te drogen. Dan krijg je de situatie dat de voeler 18 graden aangeeft en in combinatie met dezelfde RV constateert de bewaarcomputer dat het juist niet gunstig is om te drogen. Het advies is dus, plaats de voelers voor de buitentemperatuur aan de noordkant van de schuur, in de schaduw of in een weerhuisje.” ● Aardappelwereld magazine • juli 2016 • nummer 7 13

BEWAARCOLUMN Hou de producttemperatuur constant Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig zijn in Nederland experts te raadplegen die hier verstand van hebben. In deze column delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Renould Schiffelers, werkzaam in de regio Zuid-Nederland. “V eel aardappelcellen zijn inmiddels al leeg. De laatste maand verliep het uitschuren zelfs in versneld tempo. Niet alleen omdat de prijzen voor vrij product aantrekkelijk waren, maar ook omdat partijen niet langer in de schuur konden blijven liggen. Verminderde bakkwaliteit, niet langer houdbare kieming en de aanwezigheid van drukplekken speelden daarbij ook een belangrijke rol. De aardappelen die het tot nu toe volgehouden hebben zijn echt de beste. We kunnen zelfs constateren dat hier, gezien het late tijdstip van het bewaarseizoen, vrijwel niets mis mee is. Waar we hierbij wel aandacht aan hebben besteed – en dat doen we nog steeds – is de bewaartemperatuur van het product. Afhankelijk van de schuur waarin ze liggen, buitenluchtventilatie of mechanische koeling, is deze met name bij de buitenluchtventilatie-bewaringen zo nodig iets verhoogd. Dat heeft te maken met de hoge buitentemperaturen die we, onder meer begin mei, hadden. De binnentemperatuur is dan lastig constant te houden en temperatuurschommeling kan een product als de aardappel, zeker op het eind het bewaarseizoen, niet gebruiken. Dus kun je beter naar een producttemperatuur gaan die je wel constant kunt houden, dan praat je over 7 tot wel 9 graBelangrijk is het product wat nu nog in de schuur ligt op constante temperatuur te houden. den Celsius. Dit is overigens ook een belangrijk aandachtspunt voor de telers die in de afgelopen weken delen van een cel hebben leeggereden. De schuurdeuren hebben soms bij warme buitenlucht opengestaan en er is extra veel warme lucht in de ruimte waar geen aardappelen meer liggen. Belangrijk is het product dat er nog wel ligt op temperatuur te houden. Dicht als het nodig is, en kan, de kanalen af tussen het lege deel van de schuur en daar waar nog aardappelen liggen om voldoende (afkoelende) lucht door de hoop te kunnen draaien. Een ander aandachtspunt is het onder controle houden van de kieming. Dat kan in de goede partijen die er nu nog liggen veelal volstaan met een onderhoudsdosering van 10 millimeter Chloor-IPC per vier weken, voor degenen die met dit product werken. Voor schuren waarin MH of ethyleen is toegepast kan een ander onderhoudsadvies gelden. Verder is het tot nu toe en ook de komende weken belangrijk het CO2-gehalte in de schuren niet te ver op te laten lopen. Wanneer je de computer op een 24-uurs regime hebt ingesteld, dan adviseren we meestal om de 8 uur gedurende 5 minuten de cellen te ventileren. We blijven er bij de telers op hameren om iedere dag naar het product in de schuur te kijken. Wacht niet te lang met afleveren wanneer je het achteruit ziet gaan, bijvoorbeeld door versnelde kieming. Overleg tijdig met je afnemer of langer bewaren nog verstandig is. De ervaring van de voorbije maanden is dat we her en der toch nog meer dan verwacht drukplekken tegenkwamen bij het uitschuren. Dan nog een tip: kijk bij het uitschuren eens goed naar de hoop, ga na waar eventuele problemen zitten en probeer uit te vinden wat daarvan de oorzaak is. Tot dan heb je alleen maar op de hoop gecontroleerd, maar bij het leeghalen van de schuur zie je pas een hele doorsnede van de 5 meter aan aardappelen. Daar zitten soms op verschillende plaatsen aardappelen tussen van mindere kwaliteit, nat, rot of met extra kiem. Het kan zijn dat een deel van de roosters dicht zat, of een ventilator niet op voldoende capaciteit heeft gedraaid. In het laatste geval zie je dan bijvoorbeeld een hele streep van voor tot achter in de hoop. Maar hier blijft het natuurlijk niet bij. Neem daarna ook direct actie om de oorzaak te verhelpen. We zien nogal eens dat telers na het uitschuren pas weer in de cel terugkomen bij het inschuren van de nieuwe oogst. Daarom het advies: neem zo snel mogelijk actie bij geconstateerde tekortkomingen, voor je ze weer vergeten bent. Maak kanalen en rooster zo snel mogelijk schoon. Controleer de ventilatoren, laat de capaciteit meten en let op aanslag op de rotorbladen. Dicht eventuele spleten in het dak of de drukwanden, zodat problemen zich het volgende bewaarseizoen niet herhalen.” ● Terug Aardappelwereld magazine • juni 2016 • nummer 6 13

BEWAARCOLUMN Laat CO2 -niveau niet oplopen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio West-Brabant. “Z odra het voorjaarsTerug werk zich aandient, zien we bij veel aardappeltelers de aandacht in de bewaarschuur verslappen. Telers die tot nu toe regelmatig problemen hadden met lekvocht, zullen echter toch heel alert moeten zijn op hun product. Zij weten inmiddels goed waar de zwakke plekken te vinden zijn in de partijen. Blijf daar dagelijks op controleren! Klim boven op de hoop, graaf kuiltjes van zo’n 20 tot 30 centimeter diep en let op dat onderin niet opnieuw nattigheid ontstaat. Wanneer dit wel aan de hand is, ventileer dan met voldoende buitenlucht. Veel telers gaan ervan uit dat het computerprogramma dit allemaal regelt. Bij hoge nachttemperaturen, zoals we de eerste twee weken van april hadden, werkt dat echter niet meer. Veel computers staan standaard zo ingesteld dat ze pas de ventilatoren aanzetten op het moment dat de buitenlucht 2 graden Celsius lager is dan de temperatuur van het product. Momenteel hebben veel fritesaardappelen een knoltemperatuur van 6 tot 7,5 graad Celsius. Dan moet de buitenlucht dus onder de 4 tot 5,5 graad Celsius zakken, voordat de ventilatoren gaan draaien. Dat deden ze daarom in sommige gevallen niet. We hebben bij diverse telers aan de data in de bewaarcomputers gezien dat ze soms twee De frequentie en de ventilatieduur om te verversen is wat ons betreft sterk gerelateerd aan het ras dat in de schuur ligt. tot drie weken achtereen niet met externe lucht hebben geventileerd. Voor partijen met kwaliteitsproblemen is dat funest. Daarin is wel geventileerd, maar alleen met interne lucht, zodat in de cellen alleen maar vochtige lucht heeft gecirculeerd. Heeft u met zo’n matige kwaliteit te maken? Dan is het advies het standaard temperatuurverschil van 2 graden Celsius terug te brengen naar 1,5 of maar 1 graad Celsius. Dan is het bovendien raadzaam om minimaal vier tot vijf uur achter elkaar met buitenlucht te ventileren, in sommige gevallen nog langer. Voor goede partijen is het verhaal net andersom. Aardappelen die nu nog onder prima omstandigheden achter de planken liggen, ventileren telers het best zoveel mogelijk intern en zo weinig mogelijk met externe lucht. Hiermee houden ze de conditie zoveel mogelijk op peil. Lucht verversing, om het CO2-niveau niet op te laten lopen, is momenteel een belangrijk thema in de bewaring. De frequentie en de ventilatieduur om te verversen is wat ons betreft sterk gerelateerd aan het ras dat in de schuur ligt. Wie nu rassen als Ramos, Agria en Markies onder goede condities in de schuur heeft liggen, kan de luchtverversing gerust achterwege laten. Wel is het van belang om hierbij de bakkwaliteit in de gaten te houden door middel van bemonstering. Blijft de bakkwaliteit stabiel, dan is luchtverversing niet aan de orde. Wie de ventilatie-uren heeft bijgehouden en geen extra draaiuren heeft gemaakt hoeft zich alleen te concentreren op de activiteit inkoelen. Bij potdichte, veelal ook de modernste schuren, kan de bakkwaliteit zonder ventilatie wel teruglopen en daarin is dus enige verversing noodzakelijk. Telers die een stabiele partij aardappelen achter de planken hebben, doen er verstandig aan de standaardinstelling voor dagelijkse verversing uit te zetten. Daarmee is immers elke dag 10 minuten aan ventilatiedraaiuren te besparen en dat scheelt weer de nodige euro’s. Voor het bewaarregime van rassen als bijvoorbeeld Bintje en Challenger gaat een ander verhaal op. Daarbij zien wij op dit moment de bakkwaliteit stap voor stap achteruitgaan. Wanneer je dan de computer op die eenmalige dagelijkse verversing ingesteld hebt staan, kan dat juist te weinig zijn. Afhankelijk van de snelheid waarmee de partij op haar retour is, kan twee tot drie keer per dag luchtverversing nodig zijn en dat 4 tot 6 minuten per keer. Ligt een goede partij aardappelen in de schuur en wil je die nog tot in juli of augustus bewaren, laat dan de producttemperatuur een graad oplopen. De buitentemperatuur is immers ook hoger en door de producttemperatuur wat te laten oplopen, beperk je de temperatuurschommeling in het product en houd je de bakkwaliteit beter op peil, of beter gezegd, onder peil. Is de kieming tot op heden goed onder controle, dan hoef je niet bang te zijn dat die ineens toe gaat nemen. We signaleren nu nauwelijks excessen.” ● Aardappelwereld magazine • mei 2016 • nummer 5 13

BEWAARCOLUMN Voorkom temperatuur schommelingen Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Flevoland. “W at we op dit moment in de bewaring constateren is dat de kwaliteit van de consumptieaardappelen erg wisselend is. Ik heb het dan niet over de hele slechte partijen, zoals we die enkele maanden geleden hadden. Die liggen al lang niet meer achter de planken en zijn afgeleverd. Het gaat hier om relatief goed ingeschuurde aardappelen waarvan echter de conditie sterk uiteenloopt. Je ziet enorme verschillen in kiemlust, onderwatergewicht en suikergehalte. Onderliggende oorzaak is het grillige teeltseizoen van vorig jaar. De groeiomstandigheden tussen de percelen in deze regio, maar ook in de rest van Nederland, liepen zo uiteen, dat je daarvan nu de gevolgen terug ziet in de bewaring. Wat ook meespeelt zijn rasverschillen: het ene ras is meer gevoelig voor schommelingen in temperatuur en vocht dan het andere. Die temperatuurschommelingen zijn het gevolg van wisselende en vooral relatief hoge buitentemperaturen deze winter. Veel aardappeltelers met alleen mogelijkheden voor buitenluchtventilatie hadden maar weinig momenten – koude nachten – om de producttemperatuur laag en daarmee constant te houden. De bewaarverliezen zijn dit Is de streeftemperatuur niet meer haalbaar, dan is het advies de producttemperatuur mee te laten lopen met de gemiddelde nachttemperatuur. jaar dan ook flink hoger dan gemiddeld. Vooral partijen van het ras Agria zijn her en der sterk verouderd. De bewaring van dit ras vraagt sowieso al extra aandacht, maar dit jaar zijn er meer draaiuren nodig geweest in verband met melkzuurbacterie in de knollen. We zien eveneens veel drukplekken en zoals het er nu naar uitziet, gaan veel partijen Agria het niet halen om tot juni achter de planken te blijven. Dankzij de koude noordenwind bleef de temperatuur tot eind maart nog redelijk beheersbaar. Eind maart is de wind echter naar het zuidwesten gedraaid en liep de temperatuur snel op. Dat alles maakt het extra lastig om de producttemperatuur in bewaarschuren zonder mechanische koeling op het gewenste aantal graden Celsius te houden. Temperatuurschommelingen moet je in deze fase zien te vermijden, omdat deze tot kieming en versuikering leiden. Is de streeftemperatuur niet meer haalbaar, dan is het advies de producttemperatuur mee te laten lopen met de gemiddelde nachttemperatuur. Gelukkig is er in veel cellen wel op tijd begonnen met gassen, met de maximale begindosering per ton. Dat was ook ons algemeen advies. We hadden namelijk al de indruk dat het in sommige partijen anders heel lastig zou zijn om de kieming onder controle te houden. Ook hebben we de intervallen over het algemeen wat ingekort van 4 naar 3,5 weken. Voor de dosering per opeenvolgende gasbeurt is uitgegaan van het standaardadvies. Met die wat meer dan gebruikelijke levendigheid in de aardappelcellen is het eveneens raadzaam de CO2-concentratie in de gaten te houden. Vooral in goed geïsoleerde schuren. Het is lastig om een duidend advies te geven over hoeveel luchtverversingen per dag nodig zijn, dat is onder andere afhankelijk van de bewaarschuur en het ras. Wanneer er nooit bakkleurproblemen zijn in tafel-/fritesaardappelen op het bedrijf, hoeft men zich over verversen weinig zorgen te maken. Heb je geen CO2-meter, ventileer dan kort met de luiken volledig geopend, 5 tot 10 minuten per dag.” Alle gepubliceerde bewaarcolumns zijn ook na te lezen op de website www.aardappelwereld.nl/ dossiers. ● Terug Aardappelwereld magazine • april 2016 • nummer 4 13

BEWAARCOLUMN Met koudere externe lucht is het product sneller teruggekoeld Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. “O ok al zijn de grootste Terug perikelen met probleempartijen voorbij, de situatie in de bewaarcellen is nog niet overal geheel zorgeloos. In de regio waar ik werkzaam ben zijn in december en januari nog versneld partijen geruimd die niet langer houdbaar meer waren, meestal van het ras Agria. De slechtste partijen zijn inmiddels weg, echter in een aantal bewaarschuren blijft het zeker nog oppassen geblazen. Wie ermee te maken heeft drukken we op het hart om meerdere keren per week te controleren en bovenop te blijven graven in de hoop. Blijf je plaatselijk te veel lekvocht zien, draai dit vocht dan zoveel mogelijk weg door meer intern te ventileren. Het aandeel lekvocht bepaalt de tijdsduur. Bij meerdere partijen is het nog nodig om na drie uur stilstand één uur lang met interne lucht te draaien. Is de situatie gunstiger, dan kun je de intervallen oprekken naargelang de conditie van de aardappelen tot bijvoorbeeld acht uur rust en één uurtje ventileren. Belangrijk is om telkens het evenwicht te zoeken tussen ventilatie en vochtverlies van met name de onderste knollen. We nemen bij partijen die de afgelopen maanden afgeleverd zijn meer gewichtsverlies en drukplekken waar in vergelijking met andere jaren. Zeker in partijen Sommige telers vragen ook hoe ze rekening kunnen houden met de relatieve lucht“We adviseren om bij voldoende inkoelkansen te ventileren met een minimum temperatuurverschil van 2,5 tot 2,7 graden Celsius.” waarbij in het begin sterke droging noodzakelijk was. Heb je een relatief goede partij achter de planken, die je lang wilt bewaren, besef dan dat ieder uur ventileren met externe lucht gewichtsverlies kan veroorzaken. Natuurlijk moet je af en toe inkoelen. Probeer dan in elk geval de ventilatietijd zoveel mogelijk te beperken. Dit kan door de instelling te variëren: ‘minimaal verschil tussen buitentemperatuur en producttemperatuur’. Ventileer dan met een niet te klein temperatuurverschil tussen buitenlucht en binnenlucht/product. Wanneer de computer ’s avonds begint met inkoelen bij 1 tot 1,5 graad temperatuurverschil, dan ben je veel uren extern aan het draaien. Dit omdat de producttemperatuur maar heel langzaam zakt. Soms moeten de koudste uren dan nog komen. Het is belangrijk om als teler zelf op te letten wat de temperatuur in de nacht gaat doen. Met koudere externe lucht is het product sneller teruggekoeld en heeft het minder te maken met vochtverlies. We adviseren om bij voldoende inkoelkansen te ventileren met een minimum temperatuurverschil van 2,5 tot 2,7 graden Celsius. Zijn de kansen minder groot, hou dan een minimum aan van 1,8 tot 2,0 graden Celsius. Iemand die wekenlang niets verandert aan de bewaarcomputer, is niet optimaal bezig. Laat ventilatoren waarvan het toerental regelbaar is bij extern ventileren op 100 procent van de capaciteit staan. vochtigheid. Met handbediening kun je best een mistige nacht benutten. Met een computer is het een stuk lastiger hierop in te spelen: een maximale afvoer van grammen vocht klopt wel bij gebruik van 100 procent buitenlucht, maar niet bij gebruik van menglucht. Een computer kan constateren dat het buiten te droog is, maar soms heb je maar 20 procent van die drogere buitenlucht nodig. De overige 80 procent van de menglucht, waarmee je gaat ventileren, bestaat immers uit de vochtigere binnenlucht. Het beperken van het aantal externe uren is daarom het meest praktische instrument om zo min mogelijk uitdroging te krijgen. Uit gewichtsverliesmonsters zien we door de jaren heen ook dat in grote lijnen minder externe draaiuren tot minder gewichtsverlies lijdt. Dan nog een tip voor degenen die binnen enkele weken product willen afleveren. Weet je zeker wat de datum van leveren is, laat dan ruim van tevoren, plusminus vier weken, de temperatuur van het product langzaam oplopen. Je hoeft dan ook weer minder externe uren te gebruiken om in te koelen. Belangrijk is wel dat de aardappelen niet te kiemlustig zijn.” ● Aardappelwereld magazine • maart 2016 • nummer 3 17

BEWAARCOLUMN Pas op met de temperatuur van inblaaslucht Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van Delphy bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Richard Korver, werkzaam in de regio Zuidoost-Nederland. “I n 80 procent van de bewaarschuren is de kwaliteit van de aardappelen na de jaarwisseling goed te noemen. Daarin is het belangrijk om de bewaartemperatuur constant te houden. In de 20 procent van de loodsen waarin problemen waren met rot, zien we half januari zoetjesaan een stabiele situatie ontstaan. Alertheid blijft hier wel geboden. Dagelijkse controle op rot en vocht in de kanalen is hier nog steeds een vereiste. Het bewaarseizoen is op een bijzondere manier van start gegaan en je kunt er niet op vertrouwen dat wanneer de situatie eenmaal stabiel is, deze stabiel blijft. Op de meeste plaatsen is de temperatuur nu teruggebracht naar wat past bij het product pootgoed, tafel- of fritesaardappel. Dat was in de loop van januari eindelijk ook mogelijk dankzij lagere buitentemperaturen. Voor de partijen waarin problemen met rot het grootst waren is nu het motto rust in het product te krijgen en te houden. Wisselt de temperatuur te veel, dan versnelt de kieming en verouderen van de knollen sneller door extra vochtverlies. Om wat preciezer te zijn, laat de temperatuurverschillen niet meer zijn dan een halve graad Celsius. Naast het constant houden van de temperatuur is het in deze periode ook zaak met regelmaat de kiemrust van de Pas op met de temperatuur van de inblaaslucht. Het advies is om de temperatuur in de schuur in te regelen op de kanaaltemperatuur. knollen te peilen. Wanneer je hier en daar wat kiemen boven op de hoop ziet is, hoeft dat geen reden te zijn om gelijk met een kiembehandeling te beginnen. Ga eerst goed na wat de oorzaak is van de kiemgroei. Het kan zijn dat het hier gaat om plekken met stortkegels en/of dieper gelegen rot. De kiemgroei is dan het gevolg van onvoldoende beluchting. Graaf op verschillende plekken boven in de hoop tot 30 centimeter diepte en controleer daar of je al dan niet witte puntjes ziet. Wat vervolgens te doen? Bij het gebruik van chloorprofam is het advies om de eerste keer 25 milliliter per ton toe te passen bij middelen die 300 gram actieve stof per liter bevatten. Herhaal de behandelingen om de drie tot vier weken met 10 tot 12,5 milliliter per ton. Bij koudverneveling is minimaal een wekelijkse toepassing noodzakelijk, nog beter is een dagelijkse toepassing. In partijen waarin MH is toegepast is het kiemremmend effect van het middel in de meeste bewaarschuren wel uitgewerkt en is bij het (opnieuw) ontstaan van kiemen, een eerste en/of volgende behandeling met chloorprofam aan de orde. Dan nog de factor relatieve luchtvochtigheid (RV). Graag wil je de RV in de cel zo hoog mogelijk houden om onnodig vochtverlies in de knollen te voorkomen. Bij gezonde partijen kan dat zonder meer. Een passende RV in de cel is dan 95 procent. In partijen die lang last hadden van vocht en rot is het raadzaam om op dit punt voorzichtig te zijn. Zie je bij controle nog rot en/of vrijkomend vocht, dan is het toch in eerste instantie van belang om het vocht weg te ventileren. Dat doe je met koudere (drogende) lucht. Het beste is om daarvoor een mengsel van buitenen binnenlucht te pakken om de producttemperatuur niet te veel te laten dalen. Natuurlijk gaat dit gepaard met vochtverlies uit de knollen, maar het is in dit geval kiezen uit twee kwaden. Half januari is het al een paar keer flink koud geweest. Op zulke momenten hoor je een aantal zaken in de gaten te houden. Pas op met de temperatuur van de inblaaslucht. Ons advies is om de temperatuur in de schuur in te regelen op de kanaaltemperatuur. De bewaarplaatsen die (bouw)technisch goed in orde zijn, pakken meestal wel de juiste menglucht voor ventilatie. Is dat niet het geval, dan is het noodzakelijk erop te letten dat je niet te koude lucht naar binnen trekt en de onderste aardappelen in de hoop niet te veel afkoelen. Dan zijn er natuurlijk ook telers die aardappelen uit de bewaring afleveren. Voor hen is het van belang om in overleg met de afnemer het af te leveren product op te warmen voordat het de cellen uit gaat. Dit is nodig om tijdens het verladen beschadiging en verkleuring als gevolg van stootblauw te voorkomen.” Alle gepubliceerde bewaarcolumns zijn ook na te lezen op de website www.aardappelwereld. nl/dossiers. ● Terug Aardappelwereld magazine • februari 2016 • nummer 2 13

BEWAARCOLUMN Partijcontrole is nu het sleutelwoord Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Immers, het is niet altijd eenvoudig om de oogst, tot soms wel bijna een jaar lang, met behoud van kwaliteit op te slaan. Aanwijzingen van deskundigen zijn daarbij altijd welkom. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren bedrijfsadviseurs van DLV-Plant bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Frendo van Heybeek, werkzaam in de regio West-Brabant. “O p dit moment is maar Terug een vijfde van alle bewaarschuren nagenoeg vrij van rot. In 80 procent van de schuren komt dusdanig veel rot voor dat dit opperste aandacht vraagt. Belangrijk blijft wekelijkse partijcontrole, te beginnen op de hoop. Graaf 40 centimeter diep op plekken waar rotte knollen zichtbaar zijn, veel vochtige grond aanwezig is en/of condensvocht is ontstaan. Laat de gaten eventueel open liggen als markering. Zo krijg je beter zicht op de aardappelconditie in de hele cel. Dit is belangrijk omdat een geurtje in de cel dit seizoen niet altijd maatgevend is voor de mate van narigheid. Wanneer rotte knollen her en der verspreid liggen kunnen ze best geur afgeven, maar hoeven ze nog geen groot probleem te vormen. Andersom komt ook voor: rot dat zich heel plaatselijk in de hoop concentreert en dat je niet ruikt. Bovenop zie je niets, in de kanalen wel als gevolg van lekvocht. Het is dus tevens van belang om de ventilatiekanalen te inspecteren en met een zaklamp te speuren naar natte plekken. In 10 tot 15 procent van de bewaarcellen met rotte knollen blijft het erg spannend. Daarvoor geldt een aangepast bewaarregime. Belangrijk hier is om continu te ventileren. Houd een iets “In 80 procent van de schuren komt dusdanig veel rot voor dat dit opperste aandacht vraagt. Belangrijk blijft wekelijkse partijcontrole, te beginnen op de hoop.” hogere bewaartemperatuur aan dan normaal. Is het niet mogelijk om in te koelen, draai dan intern om het lekvocht te verdelen. Is op deze manier het lekvocht niet onder controle te houden, dan zul je, wat velen niet gewend zijn, opnieuw het droogprogramma moeten instellen. Voer dan geen inkoelactie uit vlak voor een warmere periode. Dit om droogkansen te blijven benutten. Een korte inkoelactie levert namelijk niet zoveel droging op als een langer beschikbare droogperiode. Ga er vervolgens niet van uit dat de computer problemen automatisch verhelpt. Blijf met regelmaat de lekvochtontwikkeling controleren en droog door tot je verbetering ziet. In 70 tot 75 pro cent van de bewaarcellen met rot, waarin het redelijk onder controle lijkt, blijft ook waakzaamheid geboden. Belangrijk hierbij is om te weten met welke vorm van rot je te maken hebt. Bij aanwezigheid van bacterierot is het soms noodzakelijk over te schakelen op het droogprogramma, omdat dit type rot momenteel veel lekvocht afgeeft. Extra gewichtsverlies van gezonde knollen weegt in dit geval niet op tegen behoud van kwaliteit. Iets minder speelt dit item voor natrot. Heb je echter alleen te maken met knolphytophthora en/of melkzuurschimmel en zijn de aangetaste knollen voor zover je kunt zien ingedroogd, dan kun je stoppen met drogen. Probeer zo lang mogelijk met intern draaien door te gaan om extra bewaarverlies te voorkomen. Dit bewaarseizoen zijn veel aardappelrassen kiemlustiger dan in doorsnee jaren. Oorzaken? Denk aan de hoge buitentemperaturen in de eerste maanden van de bewaarperiode. Ook de hoeveelheid grond- en looftarra speelt een rol. Vochtige partijen moesten veel telers langer drogen en ze konden daardoor later starten met gassen. We zien eveneens sneller kieming optreden in aardappelcellen van percelen die nog donkergroen waren vlak voor de loofdoding. Hoe beoordeel je dan goed op kiemlustigheid? Allereerst door objectief naar de knollen te kijken. Zie je alleen kiemen op doorwas-, (rooi)beschadigde en groene knollen en is op de goede nog niets te zien, wacht dan met de kiemremming. Wanneer op gezonde knollen kiemen zichtbaar zijn die meer voorstellen dan een speldenknop, dan dien je in alle gevallen te starten met gassen. Zeker als het gaat om percelen die afgeslacht zijn.” Alle gepubliceerde bewaarcolumns zijn ook na te lezen op de website www.aardappelwereld.nl. 12 Aardappelwereld magazine • januari 2016 • nummer 1

BEWAARCOLUMN Koel product met rot niet te snel in Het bewaren van aardappelen is een vak apart en vereist veel kennis en ervaring. Immers, het is niet altijd eenvoudig om de oogst, tot soms wel bijna een jaar lang, met behoud van kwaliteit op te slaan. Aanwijzingen van deskundigen zijn daarbij altijd welkom. Gelukkig hebben we in Nederland experts paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren teeltadviseurs van DLV-Plant bij toerbeurt actuele bewaartips met lezers van Aardappelwereld magazine. Dit keer een bijdrage van Laurens Persoon, werkzaam in de regio Noordwest-Nederland. Bij een groot temperatuurverschil tussen de buitenlucht en de aardappelen is het aan te bevelen om condensventilatoren tijdig aan te zetten. “I n de eerste maanden na het inschuren is het altijd opletten in de bewaring. Zeker dit seizoen. De kwaliteit van de partijen loopt erg uiteen. Sommige telers weten dat ze af en toe een rotje hebben ingeschuurd en houden daar rekening mee. Andere denken dat ze gezond spul hebben binnengereden, maar daar valt het soms juist tegen. We signaleren door de bank genomen meer rot in de aardappelcellen. Belangrijk in deze fase is dan: wanneer en hoe ga je beginnen met inkoelen? Is het aantal rotte knollen beperkt, dan lukt het veelal wel om met frequent intern ventileren alle lekvocht weg te draaien. Bij relatief veel rot, soms te ruiken en te zien aan rotte knollen op de hoop, is een langere periode van nadroging noodzakelijk. Zou je de partijen met veel rot te snel inkoelen, dan heb je op een gegeven ogenblik te weinig ventilatiemomenten tot je beschikking om te drogen. Bij nog relatief hoge knoltemperaturen en later in het seizoen dalende buitentemperaturen kun je meer momenten, gedurende langere tijd, gebruikmaken van drogende lucht. Verder is het van belang om in te schatten hoe lang je nog nodig hebt om de rotte knollen droog te krijgen. Het is raadzaam om vervolgens deze ingeschatte droogtijd naast de weersvoorspelling over een langere periode te leggen. Dat is nodig om een idee te krijgen hoe langzaam je de producttemperatuur kunt laten zakken. Voor telers met gezonde aardappelen in de cel is het juist van belang om met grote stappen in te koelen, en zo min mogelijk met externe (drogende) lucht te ventileren. Dit om onnodig verlies van knolgewicht te voorkomen. Probeer mee te zakken met de gemiddelde buitentemperatuur. Vaak is rond deze periode een eerste of aanvullende gasbeurt met Chloor-IPC aan de orde. Belangrijk om daarbij in de gaten te houden is of de partij ver genoeg is ingekoeld. Streef bij het gassen naar een knoltemperatuur lager dan 12 graden Celsius. Hoe lager de temperatuur, hoe langer de werkingsduur van Chloor-IPC. Een ander actueel punt van aandacht is de CO2concentratie in de cel. Deze mag namelijk niet te hoog oplopen. We telen tegenwoordig veel rassen die gevoelig zijn voor bakverkleuring. Een kwartiertje ventileren per dag met buitenlucht is veelal voldoende. Het is vooral een noodzakelijke actie in moderne goed afgesloten bewaarschuren. Om gewichtsverlies te voorkomen, zijn er ook systemen voor het afzuigen van CO2 in de bewaring, zodat de concentratie laag blijft. Het laatste waar ik nog op wil wijzen is condensvorming. In sommige schuren is de producttemperatuur nog aan de hoge kant, terwijl de buitentemperatuur al flink laag kan zijn. Dan loop je bij ventileren met buitenlucht het risico dat vocht in de koudere buitenlucht gaat condenseren op de warmere aardappelen. Zo creëer je, wanneer je niet oppast, kieming en nieuwe rotproblemen. Dus, in dit geval is het aan te bevelen om condensventilatoren tijdig aan te zetten. Heb je deze ventilatoren niet, dan is het ook mogelijk om door intern te ventileren de lucht boven het product en langs de afgekoelde wanden te mengen. De warmte uit het product komt op deze manier ook langs de zijwanden en het dak.” Alle gepubliceerde bewaarcolumns zijn ook na te lezen op de website www.aardappelwereld. nl. Van de vorige bijdrage is een gecorrigeerde versie geplaatst vanwege enkele per abuis niet doorgevoerde aanpassingen. ● Terug Aardappelwereld magazine • december 2015 • nummer 12 21

BEWAARCOLUMN Laat rotte knollen liggen! Het bewaren van aardappelen is een vak apart. Niet altijd is het een eenvoudige opgave om de geoogste knollen, tot soms wel bijna een jaar lang, met behoud van kwaliteit op te slaan. Dat vereist veel kennis en ervaring. Tips van deskundigen zijn daarbij als aanvulling altijd welkom. Gelukkig hebben we in Nederland mensen paraat met verstand van bewaring. In deze Bewaarcolumn delen vier ervaren teeltadviseurs van DLV-Plant in Aardappelwereld magazine bij toerbeurt actuele bewaartips met onze lezers. Om te beginnen dit keer een extra lange bijdrage van Anton van der Velde, werkzaam in de regio West-Brabant. voorbeeld. Het is voor somTerug mige telers verleidelijk om de rotte knollen bovenop weg te halen en in een mand te doen, maar doe dat niet. Dit zijn namelijk de graadmeters voor het droogproces. Je kunt immers daaronder ook de nodige rotte exemplaren verwachten. Dus benut de plekken waar de rotte knollen liggen om juist hier met regelmaat 30 tot 40 centimeter diep in de hoop te graven om zo het droogproces te volgen. Zijn de dieper gelegen rotte knollen droog, dan weet je dat je goed zit en kun je stoppen met het droogproces. Door niet zomaar domweg zo lang mogelijk te drogen, voorkom je teveel vochtverlies van de gezonde knollen.” Veelal komen de rotte aardappelen van lichtere, door neerslag dichtgeslagen gronden. “R ot is altijd wel een thema rondom het inschuren, maar ieder jaar is de situatie weer anders. Dat is nu ook het geval. Door de vele regen van eind augustus en begin september zijn op kopakkers en lage perceelsdelen aardappelen gaan rotten. Deze rotte aardappelen hebben over het algemeen weinig problemen gegeven met het rooien en inschuren. Die waren al te ver vergaan en zijn op het land achtergebleven. Wat wel voor problemen zorgt zijn rotte aardappelen door neerslag in de tweede helft van september. Je ziet het niet altijd bij het inschuren, maar het is wel latent aanwezig. Het is daarom opletten bij rassen die extra gevoelig zijn, zoals bijvoorbeeld Agria en Ramos. Half oktober zijn in de eerst ingeschuurde partijen soms al cellen gezien die nat zijn aan de buitenkant. Veelal komen de aardappelen van lichtere door neerslag dichtgeslagen gronden. Het logische advies is om deze partijen goed te drogen. Je hoeft niet door te gaan totdat het stuift. Belangrijk is om dergelijke partijen dagelijks te controleren.” “Problemen met rot zie je vaak het snelst op stortkegelachtige plekken. Let ook op de plekken waar meerdere rotte knollen bovenop liggen. “Naast natrotknollen zijn dit seizoen in sommige partijen nogal wat rotte moederknollen ingeschuurd en eveneens veel dikke natte stengels. Het geoogste gewas is op sommige plaatsen nogal eens ietwat “Problemen met rot zie je vaak het snelst op stortkegelachtige plekken” Soms, wanneer je over de hoop kijkt, kun je aan het kleurverschil strepen zien waar de rotte knollen liggen. Die komen dan van een spuitspoor of een kopakker bijonrijp binnengereden. Kijk dus ook goed bij de plekken waar van die natte stengels liggen. Daaromheen blijft het langer vochtig, want het komt voor dat hier knollen in liggen 42 Aardappelwereld magazine • november 2015 • nummer 11

BEWAARCOLUMN Zijn de dieper gelegen rotte knollen droog, dan weet je dat je goed zit en kun je stoppen met het droogproces. die met de stengelprop mee de bewaring ingegaan zijn en door het lekkende stengelvocht zijn gaan rotten. Een ander aandachtspunt vormen de partijen die in de afgelopen weken koud ingeschuurd zijn. Het is belangrijk om deze zo snel mogelijk op minimaal 12 graden Celsius te krijgen. Je hoeft daarbij niet op drogende lucht te wachten, eerst moet de temperatuur omhoog. Dat is ook beter voor de wondheling. Ventileer met de schuurdeuren open en zorg dat in de cellen de producttemperatuur overal gelijk is. Pas daarna komt de droging aan de orde. Je kunt overigens ook pas goed drogend ventileren wanneer de producttemperatuur hoog genoeg is. Is het zover, pak dan drogende buitenlucht volgens de geldende regels van het Molierdiagram. Let wel, een kachel is niet altijd nodig. Gebruik een kachel alleen wanneer het noodzakelijk is. Hoef je niet 24 uur per dag te drogen maar wil je nog af en toe een teveel aan vocht afvoeren, ventileer dan een aantal uren op een zonnige middag met een lage RV als het een graad of 13, 14 is. De zon is immers onze goedkoopste kachel! Is die temperatuur te laag of de RV te hoog, dan is een kachel nodig. Het kan niet overal, maar de beste plek voor de kachel is bij de luchtinlaat. Dan vang je namelijk twee vliegen in één klap, je warmt en droogt je product dan tegelijk.” in extreme situaties, die hebben we de laatste jaren steeds meer, deze ventilatiecapaciteit ontoereikend is. Het argument om een bovenkant van 100 kuub aan te houden heeft te maken met de angst voor teveel gewichtsverlies. Wij “Meer capaciteit is dus juist een voordeel in plaats van een nadeel.” Je kunt overigens pas goed drogend ventileren wanneer de producttemperatuur hoog genoeg is. “Wat ik ook nog wel even kwijt wil is dat steeds meer bewaringen te kampen hebben met een tekort aan ventilatiecapaciteit. Vooral in de probleempartijen. Er zijn telers bij die kunnen momenteel die probleempartijen in een uiencel kwijt. Daarin liggen ventilatoren met meer capaciteit en daar verloopt de droging prima. Kijk, we weten allemaal uit de studieboeken dat de capaciteit in de aardappelbewaring maximaal 100 kuub lucht per kuub aardappelen hoort te zijn. Onze ervaring leer echter dat vinden dat argument echter niet opgaan. Stel dat je de aardappelen een halve graad wil inkoelen. De praktijk leert dan, en berekeningen ondersteunen dit in theorie, dat je met een hogere capaciteit veel sneller op de gewenste temperatuur zit. Het verschil in ventilatietijd tussen een ventilator met bijvoorbeeld 110 kuub en 100 kuub kan dan zomaar een uur bedragen. En een uur minder lang ventileren betekent ook minder vochtverlies. Meer capaciteit is dus juist een voordeel in plaats van een nadeel.” ● Terug Aardappelwereld magazine • november 2015 • nummer 11 43

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
  65. 65
  66. 66
  67. 67
  68. 68
  69. 69
  70. 70
  71. 71
  72. 72
  73. 73
  74. 74
  75. 75
  76. 76
  77. 77
  78. 78
  79. 79
  80. 80
Home


You need flash player to view this online publication