0

VOOR ONDERNEMER S ADV I SEURS IN DE ADMINIS T R AT IE VE EN FI S C A LE SEC TOR PAGINA 12 De weg naar gezonde autonomie PAGINA 30 De compliancedruk neemt onverantwoord toe PAGINA 28 De opkomst van side hustles JAARGANG 7

COLOFON INDEX &GO is een uitgave van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen en verschijnt 4x per jaar. Jaargang 7, uitgave 1, maart 2026 BLADMANAGEMENT Willemijn Hogendorf, Daisy Weber EINDREDACTIE Loft 238 Tekst & Media REDACTIE Hans Pieters, Henk Poker, Eveline aan de Wiel VORMGEVING Campagne, Rotterdam OPMAAK Appeltje Eva, Lith DRUK Dekkers van Gerwen, ’s-Hertogenbosch ABONNEESERVICE Opgave van abonnementen, opzegging en adreswijziging uitsluitend schriftelijk doorgeven aan de uitgever. Indien twee maanden voor het verstrijken van de abonnementsperiode geen schriftelijk bericht van opzegging is ontvangen wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Meer informatie over abonnementen via: info@noab.nl ADVERTEREN? Meer informatie via: communicatie@noab.nl Commentaar, ideeën en suggesties? Welkom via: communicatie@noab.nl CONTACT NOAB Rompertdreef 7, 5233 ED ‘s-Hertogenbosch Postbus 2478, 5202 CL ‘s-Hertogenbosch 073 614 14 19 I www.noab.nl ISSN 2666-8068 18 Waarom sollicitanten afhaken voordat ze reageren 34 Hoe werkt het? IN DIT NUMMER: 03 Voorwoord 05 Kies NOOIT voor je klant 08 “Veel zaken denken dat de beste raad voorraad is” 12 De weg naar gezonde autonomie 16 Bescherming voor jezelf, vertrouwen voor je opdrachtgever 18 Ga nu al aan de slag met de Cyberbeveiligingswet 20 De ondraaglijke lichtheid van plotselinge rijkdom 22 “Duurzaam is in alle opzichten de voor de hand liggende keuze” 2 &GO magazine 26 De zakelijke leasefiets: fiscaal a trekkelijk én toekomstbestendi 28 De opkomst van side hustles 30 “De compliancedruk neemt onverantwoord toe” 32 Aan de slag met duurzame subsidies 34 Waarom sollicitanten afhaken voordat ze reageren 38 Verplicht naar kantoor, thuiswerken wordt volwassen 40 Een bv biedt fiscaal meer flexibiliteit 42 Wie neemt het bedrijf over als de ondernemer stopt? Aan de slag met de Cyberbeveiligingswet 5 voor je kla Kies no INDEX

ooit ant Ondernemen vraagt om lef, richting en reflectie Ondernemen vraagt om lef, richting en reflectie. Het vraagt om durven bewegen in onzekerheid, met oog voor wat vandaag nodig is én met een blik op morgen. Als administratie- en belastingdeskundigen staan wij daarin naast de ondernemer: als sparringpartner, als geweten en soms als baken van rust. Juist in tijden van verandering en druk is die rol van onschatbare waarde. We staan daarbij stil bij thema’s die veel kantoren en hun klanten raken. Van omgaan met fouten en financiële schokken tot het beheersen van kosten, het organiseren van bedrijfsopvolging en het voorbereiden op nieuwe dreigingen zoals cybercriminaliteit. Tegelijkertijd is er aandacht voor de mens achter de cijfers. Vitaliteit, werkgeluk en aantrekkelijk werkgeverschap zijn geen bijzaken meer, maar bepalend voor continuïteit en kwaliteit. Ook zien we een duidelijke verschuiving in wat organisaties drijft. Purpose, flexibiliteit en duidelijke communicatie spelen een steeds grotere rol in hoe ondernemers sturen en beslissingen nemen. Dat vraagt om adviseurs die niet alleen analyseren, maar ook duiden, verbinden en vooruitkijken. aandig s Wij hopen dat deze editie van &GO inspireert om het gesprek te blijven voeren met klanten, collega’s en met elkaar. Over wat beter kan, wat anders moet en wat behouden mag blijven. Zo bouwen we samen aan ondernemingen die niet alleen financieel gezond zijn, maar ook veerkrachtig, mensgericht en toekomstbestendig. Dat is de kracht van ons vak, en de waarde die we elke dag opnieuw toevoegen. Veel leesplezier gewenst. Hartelijke groet, Dirk-Jan van Blijderveen voorzitter NOAB n s NOAB.NL 3 VOORWOORD

De kracht van professioneel boekhouden met Basecone en Twinfi eld Jouw processen slim automatiseren? Met Basecone en Twinfi eld Boekhouden voer je administratieve taken snel en effi ciënt uit: Veilig en betrouwbaar • Rijk aan functies • Naadloos proces van factuur tot boeking • Koppelen met vele andere pakketten Kies voor professioneel boekhouden. Kies voor Basecone & Twinfi eld. Jubileumactie Profi teer tijdelijk van extra voordeel op Twinfi eld-abonnementen — een mooi moment om te upgraden of over te stappen

DOOR: HANS PIETERS In ‘Kies NOOIT voor je klant’ vertelt ondernemer en elektricien Meindert Engberts hoe hij de vicieuze cirkel heeft doorbroken van altijd klaarstaan voor klanten die alleen maar vragen en zelf niets komen brengen. Vier jaar later is hij uitgeroepen tot TopCoach van het Jaar 2025 en is zijn bedrijf winnaar van de vakjuryprijs Installatiebedrijf van het Jaar 2025. NO NOAB.NLAB.NL 5 COVER ARTIKEL

Meindert Engberts’ persoonlijke verhaal is een spiegel voor al die ondernemers die altijd klaarstaan voor hun opdrachtgevers, maar zichzelf onderweg zijn kwijtgeraakt. “Je moet zelf de stap zetten als je iets wil veranderen. Ik heb jarenlang dag en nacht gewerkt. Je bent zo lang aan het zaaien. Je moet ook een keer beginnen met oogsten. Ik zie te vaak mensen die zich te pletter werken, maar van binnen niet gelukkig zijn.” Het boek gaat over de praktische keuzes, grenzen en processen die nodig zijn om een bedrijf te bouwen dat niet op de ondernemer leunt, maar zélf gezond draait. In de korte biografie op zijn eigen website verwoordt Engberts zijn ontwikkeling als volgt: ‘Wat begon als ‘werken voor klanten’, groeide uit tot iets groters: werken mét mensen. Samen oplossingen vinden, elkaar verder helpen, elkaars sterke kanten benutten. Dat is wat mij drijft.’ In het gesprek verwoordt hij het nog beknopter: “Het gaat om de onderdelen: goed werk, leuk werk en leuke mensen om je heen op het werk.” CONTROLEDRANG Engberts heeft ervoor gekozen om één dag in de week te gaan lesgeven. “Het dwong me om de controledrang los te laten. Doordat ik er niet langer elke dag was, kregen mensen de ruimte om zich te ontwikkelen en eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het belangrijkste doel was weg te zijn uit het bedrijf, maar wél met het gevoel van: ik ga wat extra’s doen voor de organisatie.” Dat was geen eenvoudige stap: “Ik denk dat je dingen alleen bereikt uit noodzaak of bij grenzeloos verlangen. Dat iets je wel leuk lijkt of wel graag wil, is niet voldoende. Waar wil je naartoe? Het moeilijkst is het loslaten. Ik zat er als een havik bovenop. Als een medewerker met een opdrachtgever of leverancier had gebeld, ging ik daarna het telefoongesprek evalueren.” “Je moet zelf een stip voor ogen hebben en de eerste stap zetten. Het moeilijkst is dat mensen met jouw geld de boer op kunnen. Zo voelt dat aan het begin. Nu is het ons geld, maar toen was het mijn geld. Van elke euro die het bedrijf binnenkwam, wist ik waar die heen ging. Zo ben ik opgevoed. Bescherm wat je opbouwt en wees zuinig op alles wat je hebt. Bewaar één euro als je er twee verdient.” Terugblikkend vertelt hij: “Het is iets wat je als team doet. Ik heb van mijn collega’s de ruimte gekregen om andere dingen te doen dan alleen in het bedrijf te werken. En daardoor heb ik aan het bedrijf kunnen werken.” GELIJK NIVEAU “Je kan geven, nemen en ruilen. Ik ben echt een gever, maar mensen die alleen komen om te halen, daar bedank ik voor. Ik wil graag helpen. ik geef les op school, ben een opleidingsplaats. Zij-instromers en mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt krijgen een kans. Maar de liefde moet wel van twee kanten komen.” Dat is ook de boodschap van zijn boek ‘Kies NOOIT voor een klant’. Dat laatste heeft hij te lang gedaan. “In het verleden werden we gezien als onderaannemer en hadden we te doen wat een opdrachtgever zei.” Hij liet het zich lang welgevallen. “Sommige klanten passen een bepaalde tijd bij je. Maar op een gegeven moment ga je kijken naar mensen waar je gelijkwaardig aan bent. Ik heb altijd gezegd dat service en communicatie de helft van de bedrijfswaarde bepalen. Hecht een opdrachtgever minder dan die 50% waarde hieraan, dan denk ik dat je niet bij elkaar past. Bij een bedrijf dat je alleen maar belt omdat je de techniek goed oplost, maar niet wil betalen voor je service- en communicatieniveau, is de balans uit evenwicht.” “HET MOEILIJKST IS HET LOSLATEN. IK ZAT ER ALS EEN HAVIK BOVENOP” 6 &GO magazine “We staan op gelijk niveau met onze partners, leveranciers en opdrachtgevers. Natuurlijk is iemand eindverantwoordelijk. Die heeft soms het laatste woord. Bij hoge spoed staan we meteen klaar voor onze opdrachtgever. Maar er moet ook wederzijds respect zijn. Omgekeerd, als wij moeten uitrukken, verwachten we ook van een opdrachtgever dat deze begrijpt dat je op dat moment even prioriteit geeft aan die andere klant.”

“IK BEN EEN LEUKER MENS GEWORDEN, VOORAL THUIS. DOORDAT IK MEZELF KAN ZIJN, DICHT BIJ MEZELF KAN BLIJVEN” Uiteindelijk moet een van de twee partijen de knoop doorhakken om de samenwerking te beëindigen. Dat wordt meestal niet gewaardeerd. “Als je bedankt voor een opdracht, vinden ze je arrogant of bijdehand. Maar dat ben ik helemaal niet. Het moeilijke van onze branche is dat er maar weinig mensen zijn die het op hun eigen manier durven te doen. Die tegen zichzelf durven uitspreken: wie ben ik en wat wil ik? Hoe wil ik hoe mijn mensen zich voelen? Daarom val ik waarschijnlijk ook op en zijn we misschien wel installatiebedrijf van het jaar geworden.” LEUKER MENS Het loslaten heeft veel opgebracht. Het installatiebedrijf is gegroeid naar 25 man en het afgelopen jaar is een nieuw bedrijfspand betrokken. Maar dat is voor hem niet het belangrijkste: “Ik ben een leuker mens geworden, vooral thuis. Doordat ik mezelf kan zijn, dicht bij mezelf kan blijven. In het begin lag ik wakker als iemand een rekening van 300 euro niet betaalde of een klant liet weten dat hij je niet meer ging bellen. Nu ben ik op het punt beland dat ik denk: dit is mijn bedrijf en dit is mijn privé. En zelfs als het met het bedrijf fout loopt, privé hebben we het goed.” LEESTIP: Meindert Engberts, Kies NOOIT voor je klant, maar bouw samen als sterke partners aan je bedrijf. 160 p. Het Boekenschap, 2025. “IK ZIE TE VAAK MENSEN DIE ZICH TE PLETTER WERKEN, MAAR VAN BINNEN NIET GELUKKIG ZIJN” NOAB.NL 7 COVERARTIKEL

“Veel zaken denken dat de beste raad voorraad is” DOOR: HANS PIETERS Met de stijgende kosten is het voor sectoren als de horeca hard werken om grip op de marges te houden en zwarte cijfers te schrijven. Rob van Ginneken, docent Hospitality Finance and Accounting aan de Breda University of Applied Sciences, en horecaondernemer Mats van den Barselaar vertellen hoe je de brug slaat van theorie naar de praktijk.

“HET VOORDEEL ALS ADMINISTRATIEKANTOOR IS DAT JE ANONIEM DE KOSTENOPBOUW KUNT LATEN ZIEN VAN COLLEGA-ONDERNEMERS” “In mijn optiek is er geen betere leermeester dan ervaring,” vertel Rob van Ginneken. “Ik kan ze bijvoorbeeld uitleggen wat menu engineering is. Dat je de marges moet monitoren, in termen van percentages en euro’s. Maar ik ben allang blij als er, tegen de tijd dat ze afstuderen, iets is blijven hangen van vaste kosten en variabele kosten,” relativeert hij zijn rol. DE TAAL VAN BUSINESS “Boekhouden is niet zozeer een kwestie van louter number crunching, maar een taal, de taal van business. Zo probeer ik het laagdrempeliger te maken. Het is geen boekhouden, maar het zijn getalletjes die je moet interpreteren. Ik zeg altijd: geef het niet op, blijf naar de lessen komen. Voor het begrip van de basiskennis hoef je geen genie te zijn. Je moet de boekhouder begrijpen, net als de salesmanager die een contract wil afsluiten waarbij je misschien wat minder marge op de prijs pakt, maar wel qua volume de omzet stut.” Van Ginneken gaat altijd op zoek naar onderwerpen en voorbeelden die de studenten aanspreken. “Je hebt een studentenpopulatie die geïnteresseerd is in gastvrijheid en hotellerie en er misschien wel van droomt om een eigen restaurant te openen. Daarmee kun je ze vasthouden.” Hij heeft zijn studenten ooit een geanonimiseerde winst- en verliesrekening van een hotel gegeven, van de maand oktober. Met daarnaast de omzet van de eerste negen maanden en van dezelfde maand van het vorige jaar. De cijfers waren boven de begroting, omdat er extra omzet was van een congres. “De opdracht was om dat te analyseren.Dan zie je bij sommigen het kwartje vallen. Gevraagd naar een laagdrempelige tip om een horecaondernemer die onvoldoende aandacht heeft voor het financiële aspect ‘aan’ te zetten, stelt hij: “Het voordeel als administratiekantoor is dat je anoniem de kostenopbouw kunt laten zien van collega-ondernemers.” Wat ook kan werken zijn afleveringen uit Gordon Ramsey’s Oorlog in de Keuken of het programma Crisis in de Tent met Herman den Blijker te tippen. “Vaak lopen die eigenaren zich de blaren op de voeten, maar blijft het geld weglekken. En zie je hoe Ramsey of Den Blijker met een paar simpele ingrepen en een nieuwe kaart het lek boven tafel krijgt.” UITDAGEND Mats van den Barselaar is mede-eigenaar van twee horecazaken in Rotterdam, Bistrot-Bar Frère en Pilsbar. Meteen na zijn afstuderen aan de Academy for Hotel & Facility in Breda, zo’n vijf jaar geleden, heeft hij zijn eerste zaak geopend. Hij werkt vanaf het allereerste begin nauw samen met een accountancybedrijf dat ‘de dagelijkse dingen’ oplost. “Aan het eind van de maand krijg ik een rapportage en kan ik in grote lijnen zien wat elke afdeling en subgroep heeft gedaan. Als ik geen opmerkingen heb, wordt het doorgezet voor de jaarrekening.” Op de kaart van Bistro-Bar Frère worden eenheidsprijzen gehanteerd voor het voorgerecht (“petite faim”), hoofdgerecht (“grande faim”) en dessert. “Het maakt het makkelijker voor onszelf en voor de gasten. Omdat alles dagelijks vers wordt geleverd, is voor ons de formule heel makkelijk vol te houden. Als de koks gerechten bouwen, dan weten ze wat de inkoopprijs is. NOAB.NL 9 TRENDS EN ONTWIKKELINGE

“BOEKHOUDEN IS NIET ZOZEER EEN KWESTIE VAN LOUTER NUMBER CRUNCHING, MAAR EEN TAAL, DE TAAL VAN BUSINESS” Dat moet correleren met de marges die we willen halen. Waardoor we de juiste beslissing kunnen maken of we een gerecht wel of niet doen, in plaats van dat we gaan testen met een hogere prijs en gaandeweg het kwartaal erachter komen dat het product niet loopt. Wat ik in ieder geval weet, is dat ons team het wel uitdagend vindt. Een gerecht dat ze hebben verzonnen, en dat binnen de marges valt en goed loopt, geeft veel meer voldoening dan een gekopieerd recept.” Met name in het midden-/lagere horecasegment gaat nog veel mis qua bedrijfsvoering en kostenbeheersing, is zijn ervaring. “Veel zaken denken dat de beste raad voorraad is. Wij zijn juist heel strak op de inventaris. Onze inkoopcijfers moeten op 28% of lager liggen.” BLOED, ZWEET EN TRANEN “Er zijn bedrijven die menu engineeringsystemen aanbieden, maar wij zijn redelijk analoog. We weten goed wat we willen in ons concept en de gerechten die we willen uitdragen. Daarbij kijken we wat in het seizoen werkt. Met de marges die we op de gerechten willen draaien, gaan we vervolgens bouwen. Bij Bistro-Bar Frère rouleert dat snel. Daar wordt niet een heel nieuwe kaart uitgebracht, maar worden gewoon de seizoensproducten omgewisseld. Dat gebeurt redelijk flexibel. Bij de Pilsbar kijken we elk kwartaal wat heeft gewerkt en wat de signature dishes zijn die we houden.” Daarbij zet hij ook AI in: “Als we de dag starten vraagt mijn kassasysteem hoeveel sterren ik denk dat de dag heeft en wat voor weer het wordt. Daarna vraagt hij weer hoe de dag is geweest? Op basis van die informatie zie je bijvoorbeeld dat product A bij slecht weer populairder is en bij mooi weer juist niet. Dat is voor mijn chef-kok bij Frère goed om te weten, omdat er bloed, zweet en tranen in zo’n gerecht zitten. Na twee maanden weet hij dan of hij weer een ander gerecht in die stijl of richting kan ontwerpen.” 10 &GO magazine Rob van Ginneken

“Als er iets is, staan ze meteen voor je klaar” DOOR: HENK POKER Toen R.J.B. Boekhouding & Consultancy op zoek ging naar een nieuw softwarepakket, kwam eigenaar Rinse Bos toevallig op het spoor van MoneyMonk. Hij besloot contact op te nemen en inmiddels draait ruim 75% van de boekhouding op MoneyMonk. Tot volle tevredenheid, benadrukt Bos. R.J.B. Boekhouding & Consultancy is een relatief jong kantoor, het startte in 2018 en is een echt familiebedrijf. Klanten bevinden zich in het hele land en zijn afkomstig uit allerlei sectoren. “De eerste klant destijds was mijn schoonvader, de tweede mijn zwager,” kijkt Bos met een glimlach terug. “We zijn daarna heel consistent gegroeid. Met name ondernemers met ambitie vinden wij fijne klanten. En dan heb ik het niet alleen over klanten die willen groeien, maar ook die goed zijn in wat ze doen. Wij willen hen zo goed mogelijk ondersteunen, zodat zij weinig tijd kwijt zijn aan hun administratie en de focus op hun werk kunnen leggen.” Het softwarepakket van MoneyMonk helpt daarbij, is de overtuiging van Bos. “We zaten bij een softwareleverancier die meer oog had voor innovatie dan voor haar klanten. Dat ging me tegenstaan. Er waren ook te veel storingen in dit pakket, die in mijn ogen niet snel genoeg werden opgelost.” GERUISLOOS De overgang naar MoneyMonk verliep geruisloos, geeft hij aan. “Ik heb daarbij de hulp van de mensen van MoneyMonk gevraagd en hoewel ze dat tot dan toe niet gewend waren, omdat ze nog niet eerder zo’n verzoek hadden gehad, was dit geen enkel probleem. Het is inmiddels als een nieuwe overstapservice in de dienstverlening van MoneyMonk geïmplementeerd.” Spijt van de overstap heeft Bos dan ook geenszins. “Als er iets is, staan ze meteen voor je klaar, ook als dat op een zaterdag is. Daarnaast zit ik met andere boekhouders die klant zijn bij MoneyMonk in een WhatsApp-groep. Ideeën die daarin naar voren worden gebracht, worden serieus opgepakt door het bedrijf. Op die manier voel je je actief betrokken bij bepaalde ontwikkelingen.” SAMENWERKING Dat MoneyMonk net even een stapje sneller wil lopen voor haar klanten, blijkt ook uit het feit dat de softwareleverancier klanten werft voor boekhouders. Dat gaat via de eigen website en de website van partners. “En dat heeft mij al een aantal nieuwe klanten opgeleverd,” geeft Bos aan. Kortom, we zitten tegenover een boekhouder die tevreden is met MoneyMonk. “Natuurlijk is er wel eens een storing, dat heb je overal, maar het gaat er dan om hoe je dat vervolgens oplost. Dat pakken ze altijd serieus op bij MoneyMonk en dat laat volgens mij perfect hun commitment zien.” moneymonk.nl NOAB.NL 11 ADVERTORI

De weg naar gezonde autonomie DOOR: HANS PIETERS Nog maar één op de vijf medewerkers voelt zich verbonden met de eigen organisatie. De oplossing: minder hiërarchie, minder regels en meer ruimte voor eigen initiatieven. “Het is tijd om organisaties weer vanuit mensen te bouwen, waarbij kleine teams meer ruimte krijgen om zelf besluiten te nemen,” stelt Leon Schaepkens, auteur van Goodbye Human Resources - Welcome Human Purpose. “Veel klassiek ingerichte organisaties en HR-afdelingen zijn gericht op human resources en targets. Mensen worden geselecteerd op taken en competenties, niet op hun bijdrage aan de groep.” Schaepkens bepleit een terugkeer naar human purpose, waarbij teams in staat worden gesteld om zelf na te denken over besluiten en zelf te reflecteren op de eigen normen en gedrag. “Waarbij je van functies en taken de stap zet naar rollen en verantwoordelijkheid nemen binnen zelfstandige teams. Ook omdat de dingen in het werk zo snel veranderen. Bijvoorbeeld nu door AI.” AANGELEERDE HULPELOOSHEID “De grote angst die bedrijven en ondernemers tegenhoudt om de hiërarchie los te laten, is dat ‘de pleuris uitbreekt’ als je mensen de ruimte geeft. Dat ís ook zo,” luidt een verrassende observatie van Schaepkens. “Bij presentaties krijgt ik vaak als reactie: ‘Medewerkers kunnen meer autonomie niet aan’ en ‘Te veel vrijheid leidt tot chaos’. Dan reageer ik plagerig: ‘Dat zijn we zelf schuld’. We behandelen volwassen medewerkers als kleine kinderen. Daarmee ontstaat aangeleerde hulpeloosheid, omdat ze zich daarnaar gaan gedragen. Te veel regels, controledrang en eindeloos vergaderen ondermijnen onze intrinsieke motivatie.” “TE VEEL REGELS, CONTROLEDRANG EN EINDELOOS VERGADEREN ONDERMIJNEN ONZE INTRINSIEKE MOTIVATIE” 12 &GO magazine In zijn boek noemt hij de drie elementen die leiden tot succesvolle zelfsturende teams: betekenisvolle verbinding (“wij”), gezonde autonomie (“ik”) en rechtvaardigheid. Hij vertelt over zijn ontmoetingen met Charles Vinke van Twente Milieu. “Hij zei: ‘Ik heb 200 uur met mijn leidinggevenden en stafleden intensieve gesprekken gevoerd die telkens uitmondden in dezelfde kernvraag: wat is voor jou belangrijk? Welke basisbehoefte staat voor jou op één, welke op twee, welke op drie – en wat betekent

dat concreet in je dagelijkse keuzes?’. Alle deelnemers zetten daarna een symbolische handtekening: een bewuste afspraak met zichzelf én met hun collega’s hoe ze in de wedstrijd zitten.” Schaepkens: “Dat is hoe simpel je het kunt maken. Maar het gaat niet vanzelf. Zelfsturing gaat over resultaat, over innovatie. Een voorwaarde voor succes is dat je duidelijke spelregels hebt. Het werkt alleen als er duidelijke afspraken zijn over de besluitvorming, conflicthantering en verantwoordelijkheid. Zonder duidelijke kaders mislukken initiatieven vaak. Niet omdat het concept niet deugt, maar omdat de implementatie onvolledig is. Je moet wel afspreken hoe je besluiten neemt, welke beslissingen je kunt nemen.” PROCES VAN TWEE À DRIE JAAR “Een gezonde basis waarop gezonde autonomie kan bloeien – het creëren van psychologische veiligheid, verbinding en duidelijke grenzen – vergt een proces van twee à drie jaar. Pas dan voelen medewerkers zich veilig genoeg om zelf initiatieven te nemen.” Schaepkens vertelt hoe het team van chauffeurs van Twente Milieu heeft bedacht hoe ze de vrachtwagens efficiënter kunnen laten rijden, waardoor ze nu met een vrachtauto minder hetzelfde werk doen. “Het zijn gewoon menselijk behoeften waarop je moet inspelen. Als je dat slim doet, krijg je er veel voor terug. En ja, dat is altijd spannend. Het wil niet zeggen dat je er niks voor hoeft te doen en het allemaal makkelijk gaat. Het is keihard werken, maar je kunt beter hard werken mét mensen dan zonder mensen, zeg ik altijd.” Hij haalt een citaat van Jung aan: ‘A man can not [endure/bear] without a [sense of] meaning. So a man without a meaningful life is no man’. “Zonder betekenis werkt niks.” LEIDERSCHAP DELEN Voor ondernemers is het een grote stap om de autonomie en het leiderschap te delen, ziet hij. “Een van de grondleggers van zelfsturende organisaties is Ricardo Semler van de Braziliaanse multinational Semco. Hij kwam terug van een burn-out en dacht: ‘die controledrift van mij moet stoppen. Ik ga kleine teams maken en die NOAB.NL 13 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

“JE KUNT JE BETER ONZEKER VOELEN EN GEBRUIKMAKEN VAN DE GROOTSTE KRACHT VAN DE MENS, SAMENWERKING, DAN DAT JE DOORSLAAT IN CONTROLEDRIFT” krijgen veel verantwoordelijkheid. En ik schrap in het aantal managers’. Je moet jezelf een beetje leren kennen, om te zeggen: ‘ik heb behoefte aan controle’, of wat het ook mag zijn. Om vervolgens in te zien: ‘Daar schiet ik niks mee op en belemmer ik mijn bedrijf mee’. Dat is het klassieke gevoel bij veel mkb-ondernemers, dat je alles zelf wil doen, weet hij uit eigen ervaring. “Ik heb een bedrijf gehad, waarvoor ik om te groeien één miljoen euro bij de bank moest lenen. Als mensen dingen wilden, dacht ik: ‘ik moet straks de bank aflossen, jullie niet’. De vraag is dan, durf je met je eigen onzekerheid en behoefte aan controle toch je leiderschap los te laten? Mijn ervaring achteraf is dat dat beter werkt. Je voelt je net zo onzeker, maar je kunt je beter onzeker voelen en gebruikmaken van de grootste kracht van de mens, samenwerking, dan dat je doorslaat in controledrift. Ik denk dat Ricardo Semler dat ook zo heeft ervaren.” Hij vervolgt: “Het is een kunst om, hoe groter je wordt, het toch klein te blijven organiseren.” Als ultiem voorbeeld noemt hij Richting BV, een arbodienstverlener met 165 medewerkers die succesvol opereert, zonder managementlaag. LEESTIP: Leon Schaepkens, Goodbye Human Resources – Welcome Human Purpose. 120 p. Socrates uitgeverij, 2025. 14 &GO magazine

NOAB adviesgroep voor leden NOAB heeft een betrouwbaar netwerk van specialisten opgebouwd om op terug te vallen zodra extra specialistische kennis nodig is. Voor meer informatie: Fiscaal-juridisch Marree & van Uunen Belastingadviseurs T: 013 - 5 773 481 E: info@marree-cs.nl W: www.marree-cs.nl NOAB.NL 15

Het belang van een BAV: Bescherming voor jezelf, vertrouwen voor je opdrachtgever DOOR: EVELINE AAN DE WWIEL Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) staat bij veel administratie- en advieskantoren niet bovenaan de prioriteitenlijst. Toch kan een kleine fout grote financiële gevolgen hebben. Casper Bijleveld, verzekeringsspecialist bij Covermij, ziet twee duidelijke redenen om er wél bij stil te staan: “Eén is bescherming voor jezelf, tegen beroepsfouten. En twee: vertrouwen bij de opdrachtgever.” Volgens Bijleveld begint het belang van een BAV bij bescherming van het kantoor zelf. Niet omdat kantoren hun werk niet serieus nemen, maar juist omdat fouten nooit helemaal zijn uit te sluiten. Die fouten hoeven niet groot of opzichtig te zijn. Vaak gaat het om details, interpretatieverschillen of nieuwe regelgeving. “Het overkomt je niet omdat je slordig werkt,” benadrukt Bijleveld, “maar omdat het vak ingewikkeld is.” En juist dan kan de financiële impact aanzienlijk zijn. VERTROUWEN Naast bescherming voor het kantoor zelf speelt vertrouwen richting de opdrachtgever een belangrijke rol. Een BAV laat volgens Bijleveld zien dat een kantoor realistisch omgaat met risico’s. Het maakt duidelijk dat een kantoor erkent dat fouten kunnen voorkomen en daar verantwoordelijkheid voor neemt. “Als je weet dat er ergens wat mis kan gaan, dan getuigt het van realisme dat je zegt: als er iets misgaat, dan hebben we een vangnet.” 16 &GO magazine In de praktijk ziet Bijleveld dat veel kantoren wel weten dát ze verzekerd zijn, maar niet precies hoe. “Je bent druk bezig om je klanten goed advies te geven. Een verzekering is iets wat er vaak bij komt, ergens onder op de stapel.” Daarmee kan al snel de aanname ontstaan dat alles automatisch verzekerd is. Maar niet alle schade is verzekerd, en er is niet altijd sprake van een aansprakelijkheidschade. Een aansprakelijkheidschade begint altijd met een aansprakelijkstelling: er is een opdrachtgever die het kantoor aansprakelijk stelt voor schade die het kantoor veroorzaakt zou kunnen hebben. Ook wordt de BAV regelmatig verward met een rechtsbijstandsverzekering. “Bijvoorbeeld bij een onbetaalde factuur. Maar dat is niet iets wat zomaar verzekerd is op de beroepspolis, want er is geen aansprakelijkheid. Het kantoor heeft geen fout gemaakt.” Een andere belangrijke misvatting heeft te maken met de werkzaamheden zelf. “Niet alle

“HET OVERKOMT JE NIET OMDAT JE SLORDIG WERKT, MAAR OMDAT HET VAK INGEWIKKELD IS” werkzaamheden zijn zomaar verzekerd,” benadrukt Bijleveld. Een belangrijk element van een BAV is de hoedanigheidsomschrijving. Zodra werkzaamheden breder worden dan administratie, salarisverwerking en fiscaal advies, is oplettendheid nodig. “Dan moet je goed kijken: zijn mijn bijzondere activiteiten ook verzekerd, of kan ik ze aanvullend meeverzekeren?” PRAKTIJKVOORBEELDEN Volgens Bijleveld komen claims bij kantoren vaker voor dan veel mensen denken. Een veelgezien voorbeeld is een boeterente van de Belastingdienst. “Dat kan door een systeemfout zijn, of doordat iemand aangifte zou doen en het niet tijdig heeft gedaan.” Daarnaast ziet hij dat kantoren steeds afhankelijker worden van digitale systemen. Die digitalisering brengt nieuwe risico’s met zich mee. Dit vraagt om alertheid en passende dekking. Ook ziet Bijleveld regelmatig schade ontstaan bij werkzaamheden met een juridisch tintje. “Het toepassen van een standaardcontract is vaak wel verzekerd,” zegt hij. “Maar als je eraan gaat zitten sleutelen en artikelen gaat toevoegen, dan is dat echt werk wat voorbehouden is aan de jurist.” Kantoren denken soms dat dat nog wel kan, maar juist daar kan het misgaan.Daarnaast noemt hij advies rondom fusies en overnames als risicovol gebied. “Advies bij fusies en overnames is niet standaard verzekerd. Het kan wel aanvullend bijverzekerd zijn.” In de praktijk lopen reguliere werkzaamheden en specialistisch advies soms in elkaar over. De impact van een claim gaat volgens Bijleveld verder dan het financiële aspect. “Vooral bij kleinere kantoren die er nog nooit eerder mee te maken hebben gehad, zie je vaak dat het echt binnenkomt. Tot slapeloze nachten aan toe.” Een aansprakelijkstelling komt meestal onverwacht en is vaak juridisch stevig geformuleerd. “Dat valt dan wel vrij zwaar op je dak.” Daarna volgt een intensief proces. “Mailtjes terugzoeken, gespreksverslagen: wat hebben we precies afgesproken?” Dat kost veel tijd en energie. Juist dan is het prettig dat een verzekeraar meekijkt. “Dan wil je dat er een schadebehandelaar bij zit die ervaring heeft met administratieve processen en de juridische invalshoek.” Dat helpt om de situatie behapbaar te maken. PROFESSIONELE BASIS Volgens Bijleveld draait het gesprek over beroepsaansprakelijkheid uiteindelijk niet om angst of wantrouwen, maar om professioneel handelen. Een BAV is geen teken dat je verwacht dat het misgaat, maar dat je erkent dat het kán gebeuren. Als er tussentijds iets wijzigt bij je onderneming, dan moet je dat doorgeven. Die wijzigingen zitten vaak in praktische ontwikkelingen: een verandering van ondernemingsvorm, het uitbreiden van werkzaamheden of het oppakken van nieuwe adviesgebieden. Juist omdat verzekeringen zelden prioriteit hebben, worden dit soort wijzigingen gemakkelijk over het hoofd gezien. Voor administratie- en advieskantoren hoort dat bij zorgvuldig ondernemerschap: weten wat je doet, waar je grenzen liggen en hoe risico’s zijn afgedekt. “Dan weet je waar je aan toe bent,” zegt Bijleveld. “Dat geeft rust.” Voor NOAB-leden is een BAV een basisvoorwaarde voor het lidmaatschap. Via de collectieve regeling is deze verzekering afgestemd op de werkzaamheden en risico’s van administratie- en advieskantoren. Meer informatie: noab.nl/beroepsaansprakelijkheidsverzekering. NOAB.NL 17 ADVIES

Ga nu al aan de slag met de Cyberbeveiligingswet DOOR: HENK POKER Naar verwachting treedt in het tweede kwartaal van 2026 de Nederlandse Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. Met deze nieuwe wet wil de overheid de digitale weerbaarheid van organisaties in bepaalde sectoren versterken. Alle reden er nu al op voor te sorteren. In een wereld waarin we steeds afhankelijker worden van digitale systemen en technologie, denk aan internet, cloudopslag, digitale infrastructuur en geautomatiseerde processen, is het van belang om deze systemen zo goed mogelijk te beschermen. Cybercriminaliteit en digitale spionage kosten ons land elk jaar minimaal tien miljard euro. De nieuwe wet brengt onder andere een zorgplicht-, meld- en registratieplicht met zich mee. De overheid adviseert bedrijven en organisaties nu al met de voorbereidingen te beginnen. Denk bijvoorbeeld aan het uitvoeren van een risicoanalyse, waarvoor de eisen aanzienlijk zijn. 18 &GO magazine WEERBAARDER MAKEN De Cyberbeveiligingswet volgt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) op. De wet komt voort uit de implementatie van de Europese NIS2richtlijn en is van belang om de samenleving weerbaarder te maken tegen cyberaanvallen. Daardoor moet het vertrouwen in digitale diensten toenemen en moet economische schade en maatschappelijke ontwrichting zoveel mogelijk worden voorkomen. Bedrijven en organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, verzorgen diensten die cruciaal en belangrijk zijn voor het goed functioneren van de maatschappij. Denk aan

de energiesector, vervoer, bankwezen, drinkwater, digitale infrastructuur, beheer van ICT-diensten, ruimtevaart, infrastructuur financiële markt, gezondheidszorg, afvalwater en overheid. Ook mkb-bedrijven die essentieel zijn en meer dan vijftig werknemers of meer dan tien miljoen euro omzet hebben, moeten vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet aan alle eisen voldoen. Daarnaast kunnen ook kleinere mkb-bedrijven met de wet te maken krijgen, wanneer zij bijvoorbeeld grotere klanten bedienen die vanuit de NIS2-richtlijn verplicht zijn hun ketenbeveiliging te controleren. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk om te bepalen of zij onder de wet vallen. NIET AFWACHTEN “De Rijksoverheid dringt aan op actie en adviseert organisaties om niet af te wachten totdat de Cyberbeveiligingswet in werking treedt,” zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid. “Om te bepalen of een organisatie onder de wet valt, is een zelfevaluatietool ontwikkeld. Daarmee kunnen organisaties een eerste beoordeling uitvoeren waarmee ze kunnen zien of ze onder de nieuwe Cyberbeveiligingswet vallen en hoe ze worden gekwalificeerd: essentieel of belangrijk.” De zelfevaluatietool is te vinden op: www.ncsc.nl of www.nctv.nl. Zoals aangegeven krijgen organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen onder andere te maken met een registratieplicht, een zorgplicht en een meldplicht. In de praktijk betekent dit dat organisaties verplicht zijn gegevens te registreren in het zogenoemde entiteitenregister. Daarnaast moeten organisaties passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen nemen om de risico’s voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen te beheersen. Maatregelen zijn onder andere het ontwikkelen van beleid voor het uitvoeren van een risicoanalyse en beveiliging van de toeleveringsketen. Maar ook beveiligingsaspecten ten aanzien van personeel, toegangsbeleid en beheer van assets. Ten aanzien van de meldplicht van significante incidenten, dienen essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten dit te melden aan het Computer Security Incident Response Team en de toezichthouder. Een incident wordt als significant gezien wanneer het bijvoorbeeld leidt tot een ernstige verstoring van de diensten of financiële verliezen voor de organisatie veroorzaakt. Of dat het andere entiteiten raakt, waardoor het aanzienlijke materiële of immateriële schade veroorzaakt. SNEL EN EFFICIËNT REAGEREN Bedrijven en organisaties staan er bij een cybercalamiteit niet alleen voor. Zij kunnen een beroep doen op het Computer Security Incident Response Team, dat als hoofddoel heeft om snel en efficiënt te reageren op cyberincidenten, deze adequaat af te handelen en de schade te minimaliseren. Hoewel de Cyberbeveiligingswet nog in voorbereiding is, is het van belang om nu al stappen te zetten. “Wij adviseren om in kaart te brengen of uw organisatie onder de nieuwe Cyberbeveiligingswet valt,” geeft de woordvoerder aan. “Daarnaast kunnen bedrijven en organisaties hun cybersecuritymaatregelen beoordelen en eventueel verbeterpunten identificeren. Verder moet een organisatie die onder de Cyberbeveiligingswet valt zich registreren in het entiteitenregister. En tenslotte kunnen bedrijven en organisaties al aan de slag met tien zorgmaatregelen, die door de wet worden voorgeschreven. Kortom, start op tijd met een grondige risicoanalyse, om de maatregelen en vervolgstappen goed in kaart te kunnen brengen. Meer informatie is te vinden op de website van het NCSC.” NEEM NU AL ACTIE Je kunt de NIS2 Zelfevaluatietool van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) gebruiken om te bepalen of de wet direct op jouw bedrijf van toepassing is. Voor mkb-specifieke hulp bieden MKB-Nederland en het initiatief Samen Digitaal Veilig praktische handvatten. Ook NOAB loopt vooruit op de Cyberbeveiligingswet en biedt een e-learningcursus Cybersecurity op kantoor aan (kijk op NOAB Academy). Valt je bedrijf of organisatie niet onder de Cyberbeveiligingswet, dan is het toch raadzaam om te werken aan digitale weerbaarheid, zo adviseert het ministerie van Justitie en Veiligheid. NOAB.NL 19 ICT & INNOVATIE

De ondraaglijke lichtheid van plotselinge rijkdom DOOR: HANS PIETERS Vermogensbeheerders Laurence Dubois en Han Dieperink hebben voor Nederlandse topsporters een toegankelijk boekje geschreven, De sportieve vermogensstrategie. Je financiële weg naar de overwinning, met handvatten hoe je omgaat met plotselinge rijkdom. Dat is vaak een hele worsteling, die bekendstaat als het ‘Sudden Wealth Syndrome’. Laurence Dubois en Han Dieperink van vermogensbeheerder Auréus hebben sporters, dj’s en influencers als klant. Waar je als gemiddelde Nederlander tot je 67ste kan doorwerken aan je carrière, heb je als topsporter een korte (vermogens)piek waarin je je toekomst moet veiligstellen. “Een topsportcarrière heeft twee uitzonderlijke kenmerken: als je succesvol bent, beschik je van het ene op het andere moment over meer geld dan waarvan je ooit hebt durven dromen. En net zo onverwacht kan je carrière tot een einde komen. Het vraagt van ons om een holistische benadering die verder gaat dan traditioneel vermogensbeheer,” vertellen Dubois en Dieperink. “Het uiteindelijke doel is de cliënt volledig te ontzorgen en voor te bereiden op de toekomst, inclusief de periode ná de actieve carrière.” AANDACHT VOOR DE PSYCHOLOGISCHE IMPACT Niet iedereen kan de weelde van plotselinge rijkdom dragen. Mensen die plotseling rijk zijn hebben een grotere kans hun vermogen te verliezen en failliet te gaan dan de gemiddelde burger. De verhalen van succesvolle voetballers die in korte tijd hun geld verspeelden aan een luxe levensstijl of verkeerde investering zijn talrijk. Een beeldend voorbeeld is oud-profvoetballer Andy van der Meijde, die in zijn jaren bij Inter Milan een mini-dierentuin aanlegde. In het boek staan ook waarschuwende voorbeelden van sporters 20 &GO magazine die het slachtoffer zijn van slechte adviezen. De term ‘Sudden Wealth Syndrome’ is geïntroduceerd door vermogenspsycholoog Stephen Goldbart. Hij constateerde dat onder zijn klanten die plotsklaps extreem vermogend waren vaak sprake was van stress, angst en depressie. De emotie neemt de lead, waarbij de ratio het aflegt. Het leidt tot impulsieve besluiten die vaker verkeerd dan goed uitpakken. De problematiek is hoogst relevant aan de vooravond van de ‘Great Wealth Transfer’ van de oudere naar jongere generaties, stellen Dieperink en Dubois. Het inzicht van Goldbart heeft de kijk op vermogensbegeleiding fundamenteel veranderd, vertellen beide vermogensbeheerders. De kern van goede begeleiding komt erop neer dat er naast de financiële kant ook voldoende tijd en aandacht is voor de psychologische impact. “Al dat geld dat je opeens hebt, heeft aanzienlijke sociale en psychologische neveneffecten,” vertelt Dieperink. “Opeens krijg je een andere relatie met je vrienden en je familie. Het zorgt voor een psychologische worsteling met je identiteit en je plek in de maatschappij. Het is aan ons om iemand te begeleiden bij de emotionele, psychologische en gedragsmatige problemen die kunnen ontstaan als je plotseling een aanzienlijk vermogen verwerft.”

“AL DAT GELD DAT JE OPEENS HEBT, HEEFT AANZIENLIJKE SOCIALE EN PSYCHOLOGISCHE NEVENEFFECTEN” TIJD NA DE TOPSPORT “De huidige generatie topsporters beschikt over veel grotere vermogens, maar heeft vaak veel minder financiële kennis, wat leidt tot een gevaarlijke onbalans,” stelt Dubois. “Een voetballer in de Premier League start met een salaris van minimaal 1 miljoen euro. Dat zorgt voor een identiteitscrisis die verlammend kan werken.” De begeleiding van Dieperink en Dubois begint bij zelfontdekking. “Je moet eerst jezelf ontdekken. Wie ben ik als topsporter? Je moet een richting aan je leven geven en ook nadenken over de tijd na de sport. Wat maar weinigen doen, want je bent dag en nacht bezig met je sportcarrière.” Wat ook meespeelt is de veranderende tijd. “Vroeger ging een voetballer naar de bank en had hij een of twee keer per jaar contact met z’n accountmanager om over zijn financiën te praten. Nu, met alle apps, heb je een veel directere benadering. De verleiding is ook veel groter, met crypto’s, meme stocks en de verhalen van influencers. Het is veel makkelijker om zelf in de markt actief te zijn. Het is bijna vragen om ongelukken.” Om complexe financiële concepten toegankelijker te maken, gebruiken Dieperink en Dubois de metafoor van het voetbalveld. “De verdediging staat voor defensieve beleggingen (obligaties), het middenveld voor de rendementsmotor en de aanvallers en spitsen voor de meer risicovolle beleggingen die de markt moeten verslaan. Het helpt onze cliënten om de noodzaak van spreiding te begrijpen. Cruciaal is ook het besef dat je met verlies moet leren omgaan, net als in de sport. Een verlies is pas echt een verlies als je er niks van leert,” aldus Dieperink. DISCIPLINE, PLANNING, DOORZETTINGSVERMOGEN In het voorwoord van hun boek De sportieve vermogensstrategie. Je financiële weg naar de overwinning schrijft oud-spits Klaas-Jan Huntelaar over de harde realiteit van topsport: ‘Een blessure wordt een kans om mentaal sterker te worden. Een nederlaag wordt brandstof voor de volgende overwinning.’ Om te concluderen: ‘Hier ligt ook de kracht van de topsporter: het vermogen om iets negatiefs in iets positiefs om te zetten.’ De sportmetafoor is ook van toepassing op de principes van de sportieve vermogensstrategie. Deze is gebaseerd op discipline, planning, doorzettingsvermogen en de bereidheid om expert-advies te zoeken voor je financiële gezondheid. Sommige lessen hebben universele waarde: “De belangrijkste pijler van vermogensgroei is het rente-op-renteeffect, door Einstein het achtste wereldwonder genoemd,” vertelt Dubois. “Hoe eerder je begint met beleggen, hoe krachtiger dit effect. Een veelgemaakte fout, met name in pensioenbeleggen, is een te conservatieve aanpak uit angst voor risico’s. Dat gaat ten koste van het rendement. Zelfs op latere leeftijd, rond je 65ste, is het onverstandig om alles defensief te beleggen, omdat de beleggingshorizon vaak nog decennia beslaat,” luidt haar advies. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

“Duurzaam is in alle opzichten de voor de hand liggende keuze” DOOR: HANS PIETERS “WE HEBBEN EEN TWEE KEER ZO’N GROTE ECONOMIE, MET MILJOENEN EXTRA NEDERLANDERS, MET NOG MAAR DE HELFT VAN DE UITSTOOT” Over minder dan tien jaar is duurzaam en groen gewoon een (bedrijfs)economische noodzaak, is de overtuiging van Olof van der Gaag, voorzitt van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). “De energietransitie wordt steeds meer gedreven door economische wetmatigheden. En dat is goed nieuws.” 22 &GO magazine

“IN TIEN JAAR TIJD IS HET AANDEEL DUURZAME ENERGIE IN NEDERLAND VERVIERVOUDIGD. DAT IS BEST WEL BAANBREKEND, ALS JE NAGAAT HOEVEEL ENERGIE NEDERLAND GEBRUIKT” Hij staaft zijn stelling met argumenten. “De belangrijkste reden is dat de technologie systematisch beter en goedkoper wordt. Dus binnen tien jaar heeft een deel van de verduurzaming helemaal niet meer met duurzaamheid en klimaat te maken, maar is het gewoon economie geworden. Dan heb je het hele klimaatargument en dus ook klimaatbeleid niet meer nodig om te versnellen. Mijn verwachting is eigenlijk dat er steeds meer andere drijfveren voor de energietransitie zijn die voor een vooruitgang zorgen. Het kantelpunt dat elektrisch vervoer goedkoper is dan bijvoorbeeld een dieselvrachtauto verwacht ik binnen vier jaar. Dan gaat de markt vanzelf die kant op.” Een ondersteuning van zijn verhaal is de vergelijking van de autokosten door de ANWB van drie modellen van de KIA Niro, afgelopen december. Uit de berekening zijn de totale autokosten per kilometer van de elektrische versie het laagst, ondanks de hogere afschrijving. Met eigen zonnepanelen en een dynamisch energiecontract is het voordeel nog groter. Hij noemt zelf een ander voorbeeld: “Er zijn vorig jaar ruim 80.000 thuisbatterijen verkocht. Terwijl daar geen enkele subsidieregeling voor bestaat.” ter ” TIEN JAAR ENERGIEOPTIMISME De NVDE bestaat dit jaar precies tien jaar. Het wordt gevierd met de jubileumvideo ’10 jaar energieoptimisme’. Van der Gaag: “Om meteen één van de mooie successen te noemen: in tien jaar tijd is het aandeel duurzame energie in Nederland verviervoudigd. Dat is best wel baanbrekend, als je nagaat hoeveel energie Nederland gebruikt.” Een belangrijke drijfveer voor de energietransitie is de klimaatverandering en het terugbrengen van de CO2-uitstoot. “Die is ten opzichte van1990 gehalveerd in Nederland, terwijl de economie in diezelfde tijd is verdubbeld. We hebben dus een twee keer zo’n grote economie, met miljoenen extra Nederlanders, met nog maar de helft van de uitstoot. Uiteraard betekent dat niet dat we klaar zijn, maar toch is het gewoon een mooie prestatie.” “Mensen zeggen vaak over die successen dat het laaghangend fruit was. Dat is een historische misvatting. Achteraf gezien lijkt het makkelijk, omdat het is gelukt. Maar tien jaar geleden was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend en eenvoudig. Het bouwen van windparken op zee of de installatie van zonnepanelen in een regenachtig land als Nederland werd helemaal niet als laaghangend fruit gezien. Dat hebben we daar zelf van gemaakt. Dus dat is ook mijn les: wat tien jaar geleden heel moeilijk leek, lijkt met terugwerkende kracht een vanzelfsprekend succes. En mijn boodschap voor de komende tien jaar is dus dat het laaghangend fruit helemaal niet op is. Net als bij een appelboom zal er elk jaar nieuw laaghangend fruit groeien.” KNELPUNTEN Het stroomnet kan het succesverhaal van de afgelopen tien jaar en de verdere versnelling amper bijbenen. “De netuitbreiding moet in de fysieke NOAB.NL 23 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

“HET KANTELPUNT DAT ELEKTRISCH VERVOER GOEDKOPER IS DAN BIJVOORBEELD EEN DIESELVRACHTAUTO VERWACHT IK BINNEN VIER JAAR. DAN GAAT DE MARKT VANZELF DIE KANT OP” leefomgeving tot stand worden gebracht. Daarbij bots je op de taaie werkelijkheid van ruimtegebrek en omgevingsprocedures. Dat is in mijn ogen de belangrijkste oorzaak van die problemen. Het gaat om twee wezenlijk verschillende snelheden.” Als aardsoptimist kijkt Van der Gaag ook hier graag naar de positieve kant. “De reden waarom ik uiteindelijk toch optimistisch ben, is dat een probleem meestal de moeder van de oplossing is. Doordat ondernemers aan alle kanten vastlopen, gaan ze ook weer oplossingen verzinnen. Er is een record geïnstalleerd aan grote zeecontainers met batterijen voor de industrie, voor zon- en windprojecten, bedrijventerreinen et cetera. En die batterijen worden systematisch beter en goedkoper.” Netbeheerders experimenteren met nieuwe, dalurenachtige contractvormen, waarbij bedrijven een flinke korting op hun nettarieven krijgen als ze de spitsuren mijden. WIN-WIN Van der Gaag ziet nog een andere oplossing om de netcongestie te verminderen. “Waar ik een win-win zie, is als je bedrijven subsidie geeft, niet om gewoon stroom te gebruiken zoals ze het altijd deden, maar om hun stroomverbruik flexibeler te maken. Die subsidie zou je bijvoorbeeld kunnen gebruiken voor batterijen of voor een zogenoemde energiehub. Daarmee sla je twee vliegen in één klap. Je maakt beter gebruik van het elektriciteitsnet. Wat betekent dat bedrijven minder last van netcongestie hebben. Maar ten tweede kun je als bedrijf een dalurencontract bij de netbeheerder afsluiten. Waardoor je per omgaande ook veel lagere kosten hebt voor je netaansluiting. En omdat je met z’n allen efficiënter gebruikmaakt van het elektriciteitsnet, dalen de totale netkosten ook nog eens. Ik heb het niet tot achter de komma doorgerekend, maar mijn inschatting is dat je daarmee uiteindelijk ongeveer een derde van je netkosten kan besparen als bedrijf.” De NVDE maakt deel uit van het Aansluitoffensief Netcongestie, een samenwerking met onder meer het ministerie van Klimaat en Groene Groei, de netbeheerders en ACM, dat ervoor moet zorgen dat bedrijven sneller op het stroomnet kunnen worden aangesloten. “Als we bedrijven sneller aansluiten, kunnen zij ook sneller hun ovens op schone stroom laten draaien of hun elektrische vrachtwagens opladen en hun warmtepompen installeren, met schone energie van eigen bodem.” 24 &GO magazine

STILSTAAN IS GEEN OPTIE NOAB.NL 25

De zakelijke leasefiets: fiscaal aantrekkelijk én toekomstbestendig DOOR: HENK POKER De zakelijke leasefiets is uitgegroeid tot één van de populairste secundaire arbeidsvoorwaarden. Inmiddels rijden er in Nederland zo’n 200.000 zakelijke leasefietsen rond en het einde van deze groei is nog lang niet in zicht. Zo blijft mobiliteit een voordelig en belangrijk HR-instrument. Als we kijken naar de voordelen voor zowel werkgever als werknemer is het succes van de zakelijke leasefiets niet zo verwonderlijk: fiscaal voordeel, ontzorging, kostenbesparing, duurzaamheid en niet onbelangrijk: een positieve bijdrage aan de gezondheid. Bovendien valt de zakelijke leasefiets in principe buiten de werkkostenregeling (WKR), wat de regeling extra aantrekkelijk maakt. NOORDELIJKE PIONIER IN LEASEFIETSEN De pionier op het gebied van de zakelijke leasefiets is te vinden in Noord-Nederland. Friesland Lease zag al vroeg het potentieel van deze vorm van mobiliteit en startte in 2012 met het aanbieden van leasefietsen. Inmiddels is Leasefiets uitgegroeid tot een belangrijke speler in de zakelijke markt. “Sinds de start hebben wij veel bedrijven als klant mogen verwelkomen, van groot tot klein. Ook zzp’ers kiezen steeds vaker voor een leasefiets,” vertelt Mats van der Wal, mobiliteitsexpert bij Leasefiets. “Werkgevers zoeken naar manieren om medewerkers te binden en te boeien. De zakelijke leasefiets is daarbij een zeer aantrekkelijke optie.” HOE WERKT EEN ZAKELIJKE LEASEFIETS? De zakelijke leasefiets wordt door de werkgever 26 &GO magazine beschikbaar gesteld aan de werknemer. Leasefiets blijft als leasemaatschappij eigenaar van de fiets en zorgt voor verzekering en het onderhoud. De aanschaf en het onderhoud verlopen in de praktijk vaak via de lokale fietshandel. Meestal wordt de fiets geleased voor een periode van drie jaar. Na afloop kan de werknemer de fiets doorgaans overnemen voor ongeveer één vijfde van de oorspronkelijke nieuwprijs of kiezen voor een nieuwe leasefiets. Zo blijft de regeling overzichtelijk en transparant voor alle betrokken partijen. DE BELANGRIJKSTE VOORDELEN OP EEN RIJ Mats licht de voordelen graag toe: “Om te beginnen hoeft de werknemer niet zelf te investeren in een vaak dure fiets. Veel leaserijders kiezen voor een elektrische fiets met een aanschafprijs van al snel rond de 3.000 euro. Daarnaast is er het fiscale voordeel: werknemers betalen slechts 7 procent bijtelling over de adviesprijs van de fiets voor privégebruik.” “In het leasecontract zijn onderhoud, reparaties en verzekeringen inbegrepen, waardoor de werknemer volledig wordt ontzorgd. In veel regelingen wordt de leasevergoeding ingehouden op het brutoloon, wat

“BIJ HET WERVEN VAN NIEUWE MEDEWERKERS BIEDT DE LEASEFIETS ECHT IETS EXTRA’S” resulteert in een nettovoordeel. Sommige werkgevers kiezen er zelfs voor om de volledige kosten voor hun rekening te nemen.”“En laten we ook de bredere impact niet vergeten,” vervolgt Mats. “Fietsen zorgt voor minder CO2uitstoot en draagt bij aan vitalere medewerkers. Uiteindelijk kunnen werknemers voor een paar tientjes per maand beschikken over een hoogwaardige fiets.” Naast een reguliere (elektrische) fiets voor woon-werkverkeer is het ook mogelijk om een racefiets of mountainbike te leasen. STRATEGISCHE SECUNDAIRE ARBEIDSVOORWAARDE “Steeds vaker zien wij dat werkgevers de zakelijke leasefiets inzetten als strategische secundaire arbeidsvoorwaarde. De arbeidsmarkt is grillig. Het gaat om het binden en boeien van medewerkers,” aldus Mats. “Bij het werven van nieuwe medewerkers biedt de leasefiets echt iets extra’s. Het is een waardevolle aanvulling op het arbeidsvoorwaardenpakket en sluit goed aan bij thema’s als vitaliteit en duurzaamheid, die steeds belangrijker worden.” Dat de leasefiets ook praktische problemen kan oplossen, blijkt uit de praktijk. Mats: “Een klant van ons leasede al auto’s bij Friesland Lease en is gevestigd in een bedrijfsverzamelgebouw. Toen daar betaald parkeren werd ingevoerd, besloot het bedrijf medewerkers uit de buurt een leasefiets aan te bieden. Van de 35 medewerkers maakten maar liefst 27 gebruik van dit aanbod. Een mooie en effectieve oplossing.” BEPERKTE KOSTEN VOOR WERKGEVERS Voor werkgevers zijn de kosten van een zakelijke leasefiets doorgaans beperkt. “In veel regelingen betaalt de werknemer de leasefiets via bruto salarisinhouding,” legt Mats uit. “Dat verlaagt de werkgeverslasten. Voor de werkgever blijven vooral enkele administratieve handelingen over. Uiteraard hangt veel af van de afspraken die werkgever en werknemer onderling maken. Per werkgever is een fietsregeling dan ook maatwerk.” VOORUITBLIK: BLIJVENDE GROEI “Tot slot kijken wij met vertrouwen naar de toekomst. Wij verwachten de komende jaren een verdere groei van de markt,” zegt Mats. “Dat komt niet alleen door de duidelijke voordelen voor werkgevers en werknemers, maar ook doordat mobiliteitsbudgetten steeds gebruikelijker worden. Werknemers krijgen meer keuzevrijheid en in de praktijk zien wij dat die keuze opvallend vaak op de fiets valt.” NOAB.NL 27 Mats van der Wal TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

De opkomst van side hustles Waarom young professionals werk anders organiseren DOOR: EVELINE AAN DE WIEL De klassieke loopbaan (één opleiding, één werkgever, één functie) is voor veel jongeren niet langer vanzelfsprekend. Steeds vaker combineren zij een vaste baan met freelancewerk, een eigen onderneming of andere betaalde activiteiten. Deze zogenoemde side hustles zijn niet alleen bedoeld voor extra inkomen, maar vormen een bewuste manier om meer vrijheid te ervaren en zelf richting te geven aan hun carrière. Dat biedt kansen, maar roept ook nieuwe vragen op voor werkgevers én administratie- en belastingadviseurs. Waar een tweede baan vroeger vaak uit noodzaak ontstond, is het voor veel jongeren tegenwoordig een bewuste keuze. Een side hustle kan van alles zijn: van freelanceprojecten en online verkoop tot lesgeven, creatieve opdrachten of advieswerk. Het draait daarbij lang niet altijd alleen om geld. Veel jonge werkenden gebruiken een nevenactiviteit juist om nieuwe vaardigheden te leren, een netwerk op te bouwen of een persoonlijke interesse professioneel uit te werken. Deze ontwikkeling past in een bredere verandering in hoe we naar werk kijken. Generatie Z en millennials hechten veel waarde aan flexibiliteit, autonomie en zingeving. Werk is voor hen niet alleen een manier om inkomen te verdienen, maar ook een plek om zich te ontwikkelen. In plaats van één vast carrièrepad kiezen zij vaker voor meerdere activiteiten naast elkaar, die elkaar versterken. GEEN UITZONDERING MEER Dat dit allang geen uitzondering meer is, blijkt ook uit cijfers van het CBS. In 2024 hadden 844.000 mensen een tweede baan naast hun hoofdfunctie. Dit komt neer op 8,6 procent van alle werkenden. Onder flexwerkers ligt dit percentage nog hoger, namelijk 11,4 procent. Vooral werknemers met een flexibel contract combineren relatief vaak meerdere banen. Daarnaast valt op dat een tweede baan vaker flexibel is dan vast. Steeds meer mensen combineren een dienstverband met zelfstandig werk. 28 &GO magazine

“EEN MEDEWERKER MET EEN NEVENACTIVITEIT IS NIET AUTOMATISCH MINDER BETROKKEN” Die ontwikkeling maakt de arbeidsmarkt veelzijdiger, maar ook complexer. Want wie meerdere inkomstenbronnen heeft, krijgt automatisch te maken met meer administratie en fiscale regels. Werk krijgt daarmee minder één vaste vorm en wordt steeds dynamischer ingericht. GROEIHOPPEN Er wordt vaak gezegd dat jongeren snel van baan wisselen. Maar volgens recente onderzoeken gaat het minder om onrust en meer om ontwikkeling. Veel jonge werkenden vertrekken niet omdat ze het ergens niet naar hun zin hebben, maar omdat ze willen groeien. Krijgen ze die kans niet, dan zoeken ze die ergens anders, óf ze creëren hem zelf via een side hustle. Daar komt bij dat startersfuncties in sommige sectoren schaarser worden. Jongeren zoeken daarom andere manieren om ervaring op te doen. Een eigen project of freelanceklus is dan een praktische oplossing. Het levert niet alleen inkomen op, maar ook nieuwe vaardigheden, contacten en zelfvertrouwen. In het dagelijks leven kan dit er heel normaal uitzien. Iemand werkt bijvoorbeeld vier dagen per week in loondienst en gebruikt de vrije dag voor een eigen bedrijfje. Of iemand draait overdag kantooruren en geeft ’s avonds sportles, verkoopt digitale producten of doet creatieve opdrachten. Voor sommigen is het een manier om financiële doelen te halen, zoals sparen voor een huis. Voor anderen is het vooral leuk en leerzaam. Opvallend is dat mensen met meerdere inkomsten vaak ook bewuster omgaan met geld. Ze reserveren sneller een deel voor belasting, sparen gerichter en denken beter na over grote uitgaven. ANDERE BLIK Deze ontwikkeling speelt niet alleen in Nederland. In andere landen wordt al gesproken over side stacking: het stapelen van meerdere inkomstenbronnen naast een vaste baan. Werkgevers beginnen dit steeds vaker te zien als iets positiefs. Nevenactiviteiten laten namelijk zien dat iemand initiatief neemt, kan plannen en ondernemend is. Voor organisaties vraagt dit soms om een andere blik. Een medewerker met een nevenactiviteit is niet automatisch minder betrokken. Integendeel: veel mensen nemen juist nieuwe kennis en energie mee terug naar hun werk. Wel is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over beschikbaarheid en eventuele belangenverstrengeling. Transparantie voorkomt misverstanden. KANSEN VOOR KANTOREN Voor administratie- en belastingadviseurs brengt deze trend vooral kansen met zich mee. Meerdere inkomstenbronnen betekenen namelijk ook meerdere fiscale vragen. Wanneer moet iemand BTW afdragen? Hoe zit het met aftrekposten? Wanneer ben je ondernemer voor de inkomstenbelasting? Veel starters weten dit nog niet goed. Hier kunnen kantoren echt het verschil maken. Door vroeg mee te denken, structuur aan te brengen en helder advies te geven, help je cliënten om hun activiteiten goed en toekomstbestendig op te zetten. Niet alleen voor grote ondernemers, maar juist ook voor mensen die net beginnen met een nevenactiviteit. VAN TREND NAAR NIEUWE STANDAARD Alles wijst erop dat combinatiefuncties de komende jaren alleen maar vaker voorkomen. Technologie maakt het makkelijker om iets voor jezelf te starten en de maatschappelijke norm verschuift mee. Meerdere rollen combineren wordt steeds normaler. De professional van morgen is flexibel, ondernemend en veelzijdig. En juist in een wereld waarin inkomsten uit verschillende hoeken komen, groeit de behoefte aan overzicht en goed advies. Side hustles zijn dus geen hype, maar een teken dat werk verandert. En dat biedt volop kansen voor wie daarop inspeelt. NOAB.NL 29 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

Kantoorhouders NOAB: “De compliancedruk neemt onverantwoord toe” DOOR: HENK POKER We gooien er nog maar eens een cliché tegenaan: ook in 2026 komt er weer veel op accountants- en administratiekantoren af. Het tekort aan personeel is nog niet opgelost, de technologie snelt voort, de klantvraag verandert, de compliancedruk neemt toe. En dan is de vraag wat we moeten doen met AI op sommige kantoren nog niet eens gesteld. Kortom, het zijn uitdagende tijden, waarin kantoorhouders belangrijke beslissingen moeten nemen. &GO maakte een rondje langs de velden en hoorde vanuit de praktijk hoe kantoorhouders naar de uitdagingen van 2026 kijken. Daarvoor gaan we eerst naar het noorden van het land, waar eenpitter Cees Schutte sinds vijf jaar een kantoor runt: Schutte Administratie & Advies in Noordhorn. Inmiddels met één parttime medewerker, die acht uur per week bij hem werkzaam is. Daarmee wordt meteen het grootste probleem voor Cees aangesneden, namelijk het vinden van nieuwe medewerkers. “Dat is enorm lastig. Ik zet wel eens vacatures uit op bepaalde sites, maar daar komen niet de mensen op af die ik zoek. Geen nieuwe medewerkers betekent dat ik ‘nee’ moet zeggen tegen nieuwe klanten.” Ook ICT biedt daarvoor geen uitkomst. “Ik ben van oudsher geïnteresseerd in techniek. Het is een uitdaging om bij te blijven. Je moet alert zijn op veranderingen en ik hoop ook dat NOAB daar een rol in kan spelen, door vroegtijdig te signaleren.” Verder neemt de compliancedruk toe. “Dat kost best veel tijd en ik 30 &GO magazine Marjan Heemskerk

“JE MOET CREATIEF ZIJN EN ACTIEF DE VERBINDING ZOEKEN MET HET ONDERWIJS IN DE REGIO” vraag me oprecht af of het niet wat overdreven is om bijvoorbeeld elk jaar weer cliëntonderzoek te doen.” Met AI doet hij nog niets. “Ik vind dat spannend en zie dat klanten bepaalde zaken op AI opzoeken en dat dan als de waarheid zien. Daardoor kan er aan jouw kennis worden getwijfeld en moet je goed uitleggen waarom iets anders in elkaar zit dan AI heeft verteld. Dat is af en toe best lastig.” VERBAZING Wendy van Leeuwen is fiscalist bij Van Oosterom & Van Leeuwen Administratieve Dienstverlening in Bergambacht. Het kantoor bestaat sinds 1992, Wendy stapte in 2005 in. “We zijn met z’n vijven, een klein kantoor inderdaad en dat is een bewuste keuze.” Door alle ontwikkelingen in de ICT worden andere vaardigheden van medewerkers gevraagd. Dat geldt ook voor AI. “Daarin willen we vooruitstrevend zijn, door het bijvoorbeeld in te bedden in de systemen. Wat schetste onze verbazing, medewerkers werkten allang met AI. Daarom hebben we inmiddels kaders vastgesteld, waarbinnen de veiligheid is geborgd.” Het vinden van nieuwe medewerkers noemt Wendy lastig. “Zeker voor een klein kantoor dat actief is in een relatief kleine plaats. We bieden mbo’ers snuffelstages aan en proberen ze op die manier te binden. Dat gaat best goed. Wat we wel missen is het middenkader, mensen die van de hbo komen. Kortom, je moet creatief zijn en actief de verbinding zoeken met het onderwijs in de regio.” Over de klantvraag kan ze kort zijn. “Dat is niet meer te vergelijken met toen ik begon. Alles gaat nu digitaal en doordat kennis ook voor klanten veel breder beschikbaar is, moeten we nu meer uitleggen. Niet alle kennis is namelijk even betrouwbaar. Afijn, dat brengt voor iedereen nieuwe uitdagingen met zich mee, die we graag aangaan.”De compliancedruk neemt volgens Wendy behoorlijk toe. “Denk aan de Wwft, maar ook aan de UBO. Ik verwacht dat dit in de toekomst verder zal toenemen. Daarom hebben wij geïnvesteerd in goede software, om dit zoveel mogelijk te kunnen ondervangen.” BINNENVAART Een kantoor dat is gespecialiseerd in de binnenvaart: we zijn bij PVSA in Maasbracht, van oudsher een plaats die aan de binnenvaart is gelieerd. “Er wonen hier veel schippers en oud-schippers en als administratiekantoor rol je daar dan eigenlijk vanzelf in,” zegt Johan Peters van PVSA, dat inmiddels 25 jaar bestaat en tien medewerkers telt. Kwalitatief goed personeel is ook in Maasbracht maar moeilijk te vinden. “En dan willen ze ook nog maar 32 uur in de week werken,” zegt Johan met verbazing in zijn stem. “Ik vraag dan altijd wat ze vanaf woensdagavond gaan doen, daar snappen ze dan niets van.” Aan de toenemende compliancedruk ergert Johan zich kapot, zoals hij zelf aangeeft. “Je zou er apart een medewerker voor kunnen aannemen, zoveel werk brengt dit met zich mee. Ons land gaat kapot aan de regeldruk. Neem alleen al de Wwft, als kantoor moet je steeds meer doen, omdat het opsporingsapparaat haar werk niet doet. Dat stoort mij. Ook de UBO-verzoeken nemen enorm toe. Het moet er allemaal even bij en doorbelasten naar de klant kun je die tijd niet. Die zou dat niet begrijpen. Dus ja, dat mag allemaal wel wat minder. Ik ben wat dat betreft benieuwd wat er de komende maanden gaat gebeuren als blijkt dat de UBO afwijkt van wat er in het uittreksel van de KVK staat. Ik hou m’n hart vast.” NOAB.NL 31 COMMUNITY

Aan de slag met duurzame subsidies DOOR: HENK POKER ‘Subsidies voor duurzame energie liggen ongebruikt op de plank’ (de Volkskrant), ‘Miljarden aan subsidies voor duurzame energie ongebruikt’ (NOS), ‘4,5 miljard euro SDE++-subsidie blijft onbenut’ (vnci.nl). Zomaar wat berichten uit de pers waarin duidelijk wordt dat het Nederlandse bedrijfsleven aanzienlijke bedragen aan groene, duurzame en innovatiesubsidie laat liggen. Hoe valt dit te verklaren? De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, kortweg RVO, ondersteunt ondernemers met subsidies, advies, financiering en wetgeving. We vroegen hen naar de oorzaken en de gevolgen van het onbenut laten van subsidies. Oorzaken die vaak worden genoemd zijn onder andere complexe administratie en regelgeving, gebrek aan kennis, onzekerheid over toekomstig beleid, maar ook netcongestie en een lange terugverdientijd. Uit onderzoek blijkt dat met name het mkb subsidies laat liggen, omdat ze de complexiteit van de regelingen niet kunnen dragen. Om dat te tackelen kunnen ondernemers uit het middenen kleinbedrijf zich ruim op tijd voorbereiden op een subsidieaanvraag. Ook ligt daar een taak voor accountantsen administratiekantoren. 32 &GO magazine EENVOUDIG AAN TE VRAGEN De meest bekende groene subsidies zijn de EIA, de Energie-investeringsaftrek, en de MIA\Vamil, de Milieu-investeringsaftrek en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Volgens Thomas van Houten, duurzaamheidsadviseur bij RVO, zijn het interessante subsidies en fiscale regelingen die relatief eenvoudig zijn aan te vragen. “De EIA is al 25 jaar oud, op onze website staat een lijst met investeringsmogelijkheden per sector. Dat kan gaan van het isoleren van het bedrijfsgebouw tot het isoleren van verwarmingsbuizen. Heel breed dus. Voor dit jaar zit er 460 miljoen euro in de pot en dat is weer 29 miljoen euro meer dan in 2025.”

“ALLES WAT FOSSIEL IS WORDT ALLEEN MAAR DUURDER, DUS ZOEK HET ALTERNATIEF, HET IS RUIMSCHOOTS VOORHANDEN” Voorbeelden van de milieu-investeringsaftrek zijn bijvoorbeeld een product dat helpt bij het verminderen van afval of de aanschaf van circulaire machines. “In de MIA\ Vamil-pot zit dit jaar 155 miljoen euro en zowel de EIA- als de MIA\Vamil-pot gaan elk jaar leeg.” Overigens veranderen de lijsten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd elk jaar. Van Houten: “We willen daarmee vooruitstrevend zijn en blijven. Zo kun je bijvoorbeeld geen subsidie meer aanvragen voor ledverlichting. Dat verdient zich inmiddels zo snel terug, dat subsidie daarvoor niet meer nodig is.” UITDAGING Zoals eerder aangegeven blijkt uit onderzoek dat het mkb nog te veel groene en milieusubsidies laat liggen. “Hoe kleiner de ondernemer, hoe kleiner de kans is dat ze het RVO kennen en subsidie aanvragen,” maakt Van Houten duidelijk. “Vaak is dit een gevolg van te weinig tijd. Uit onderzoek blijkt ook dat de gemiddelde mkbondernemer wat meer ‘angst’ heeft om advies te vragen aan zijn adviseur of intermediair. Het idee is dat je voor het aanvragen van subsidie een ingewikkelde weg moet bewandelen. Bij RVO proberen we die weg zo gemakkelijk mogelijk te maken en dat is af en toe best een uitdaging. We hebben te maken met allerlei ministeries, die allemaal hun eigen doelstellingen hebben. Daar moeten en willen we zo goed mogelijk rekening mee houden, wat de eenvoud van een aanvraag niet altijd ten goede komt.” Dat neemt niet weg dat er juist binnen het mkb nog veel te winnen valt. “Het mkb speelt een belangrijke rol in de verduurzamingsslag,” stelt Van Houten. “Om het simpele feit dat meer dan 99 procent van alle bedrijven in Nederland tot het mkb behoort. Het is dan ook niet voor niets dat het mkb onze core business is, voor de energietransitie hebben we alle mkb’ers in dit land nodig, van groot tot klein.” ELEKTRISCHE AUTO Dat lijkt op het oog eenvoudig, maar de praktijk is weerbarstig. Van Houten: “Wij zijn bijvoorbeeld afhankelijk van wat er in politiek Den Haag speelt en welke ontwikkelingen daaruit voortvloeien. Dat maakt ons werk wel eens ingewikkeld. Denk bijvoorbeeld aan niet-consistent beleid, waardoor wij vervolgens niet kunnen garanderen dat alles hetzelfde blijft. Afspraken die in het verleden zijn gemaakt, zijn daardoor regelmatig aan verandering onderhevig. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen bij de ondernemers en dus kan dat ertoe leiden dat men een afwachtende houding aanneemt.” “Een voorbeeld zijn de zero-emissiezones in de grote steden. Sommige bedrijven investeren veel geld in elektrische auto’s, wat ten koste kan gaan van hun concurrentiepositie, juist omdat concurrenten nog even wachten met die investering. Als vervolgens besloten wordt dat de invoering van een zero-emissiezone wordt uitgesteld, dan doet dat iets met ondernemers en dat snappen wij.” PAK JE KANSEN Dat neemt niet weg dat de ontwikkelingen rondom verduurzaming doorgaan. “Er ligt een klimaatakkoord en veel verplichtingen komen tegenwoordig uit Brussel, zoals bijvoorbeeld het verduurzamen van gebouwen. Kortom, het enige wat wij kunnen adviseren is: ga naar onze website www.rvo.nl en pak je kansen. Neem de energietransitie mee in de planvorming, het is inmiddels een wezenlijk onderdeel van modern ondernemerschap. We moeten samen aan de slag om de toekomst vorm te geven, want één ding staat vast: alles wat fossiel is wordt alleen maar duurder, dus zoek het alternatief, het is ruimschoots voorhanden. En dan is het mooi dat je er ook nog subsidie voor kunt krijgen.” NOAB.NL 33 ICT & INNOVATIE

Waarom sollicitanten afhaken voordat ze reageren DOOR: EVELINE AAN DE WIEL Vacatures zijn bijna altijd geschreven vanuit het bedrijf, terwijl een sollicitant maar één ding wil weten: what’s in it for me? Volgens recruitmentexpert Jesse Geul zit daar vaak de kern van een wervingsprobleem. Werkgevers beschrijven vooral wat ze nodig hebben, welke taken erbij horen en aan welke eisen iemand moet voldoen. Maar wie een vacature leest, kijkt met een heel andere bril.

“SOMMIGE MENSEN ZIJN PRINCIPIEEL TEGEN HET NOEMEN VAN SALARIS. HET MOET NIET OVER GELD GAAN, VINDEN ZE. MAAR ZO’N PRINCIPE KOST JE GEWOON SOLLICITANTEN” “Een sollicitant zoekt bijna altijd verbetering,” zegt Geul. “Dat kan een beter salaris zijn, meer balans, ontwikkelmogelijkheden of simpelweg een leukere werkomgeving.” Juist die persoonlijke afweging blijft in veel vacatureteksten onderbelicht. En dat zorgt voor een mismatch, ziet hij dagelijks in zijn werk. “Vacatures zenden wat het bedrijf wil. Sollicitanten lezen ze vanuit zichzelf. En omdat die twee niet op elkaar aansluiten, missen veel vacatures hun doel, zonder dat organisaties dat doorhebben.” Die no-nonsenseblik vormt ook de kern van zijn boek Waarom (n)iemand bij je wil werken, waarin hij managers en ondernemers confronteert met hun eigen rol in werving en selectie. RECRUITMENT ALS ONDERGESCHOVEN KINDJE Dat veel vacatures hun doel missen, is volgens Geul geen toeval. “Recruitment is bij veel organisaties een ondergeschoven kindje,” zegt hij. “Ondernemers en managers zien het vaak als noodzakelijk kwaad. Je hebt mensen nodig, dus je moet er iets mee. Maar het is nooit core business.” Dat is begrijpelijk, vindt hij. Zeker in kleinere organisaties waar recruitment ‘erbij’ wordt gedaan. “Je hebt beperkte tijd. Dus wat gebeurt er? Er komt een vacature, iemand maakt even een tekst en dan zetten we ’m online. Kijken wat erop afkomt. Het probleem is alleen: als je recruitment zo aanvliegt, zie je niet wat je laat liggen.” Volgens Geul onderschatten organisaties werving en selectie structureel. “Bij financiën zeggen we: daar moet je verstand van hebben. Ik heb zelf ook een bv en laat mijn administratie doen, omdat het te ingewikkeld werd en mij te veel tijd kostte.” Bij recruitment ligt dat anders. “Daar zeggen we: we zoeken iemand, we maken een vacaturetekst en voeren gesprekken. Dat kan iedereen.” En dat klopt ook, tot op zekere hoogte. “Iedereen kan een tekst schrijven en iedereen kan een gesprek voeren. Maar dat betekent nog niet dat het ook op de juiste manier gebeurt, met het gewenste resultaat.” Het gevolg: weinig reacties, lange doorlooptijden en soms een mismatch die pas na indiensttreding zichtbaar wordt. WAT KANDIDATEN ÉCHT BELANGRIJK VINDEN Een belangrijke reden waarom vacatures hun doel missen, is dat ze vooral gericht zijn op de inhoud van het werk, terwijl kandidaten vooral kijken naar salaris, werk-privébalans en cultuur. Opvallend genoeg hebben die factoren nauwelijks te maken met het werk zelf. “Toch praten we daar in vacatures bijna niet over. Of we blijven vaag: ‘goede werksfeer’ of ‘marktconform salaris’.” Maar voor een sollicitant zijn dat geen antwoorden. “Die wil weten: verdien ik genoeg, past dit in mijn leven, voel ik me hier op mijn plek?” Juist in zakelijke en financiële omgevingen ziet Geul dat dit lastig is. Niet omdat het daar slechter gaat, maar omdat de toon vaak feitelijk en zakelijk is. “Dan wordt het nog moeilijker om het perspectief om te draaien. Terwijl dat precies is wat werkt.” DURE PRINCIPES Wat maakt dat omdraaien dan zo lastig? Omdat er vaak een overtuiging onder zit, ziet Geul. Jesse Geul TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

Veel managers vinden: we gaan sollicitanten niet pamperen. Als je hier komt werken, moet je eerst maar laten zien wie je bent.” Die gedachte snapt hij. “Het is logisch dat iemand zich moet bewijzen voordat die doorgroeit.” “NEGEN VAN DE TIEN KEER IS HET PROBLEEM NIET DAT HET GEEN LEUK BEDRIJF IS. HET PROBLEEM IS DAT MENSEN JE NIET KENNEN” “Veel managers vinden: we gaan sollicitanten niet pamperen. Als je hier komt werken, moet je eerst maar laten zien wie je bent.” Die gedachte snapt hij. “Het is logisch dat iemand zich moet bewijzen voordat die doorgroeit.” Maar dat betekent niet dat je vooraf niets kunt zeggen over kansen, ontwikkeling of voorwaarden. “Het verandert niets aan het feit dat je méér reacties krijgt als je laat zien wat iemand bij jou kan halen.” Hetzelfde geldt voor salaristransparantie. “Sommige mensen zijn principieel tegen het noemen van salaris. Het moet niet over geld gaan, vinden ze. Maar zo’n principe kost je gewoon sollicitanten.” ONBEKEND MAAKT ONBEMIND Als er structureel geen sollicitanten komen, ziet Geul meestal één hoofdoorzaak. “Negen van de tien keer is het probleem niet dat het geen leuk bedrijf is. Het probleem is dat mensen je niet kennen.” Ze weten niet dat je bestaat, wat je doet of wat je biedt als werkgever. Bekendheid opbouwen vraagt tijd en consistentie. “Dat is geen quick fix. Dat los je niet in één dag op.” Maar volgens Geul is het wél essentieel: niet alleen zichtbaar zijn als je iemand zoekt, maar ook laten zien wie je bent als organisatie en wat voor mensen er passen. De kern van zijn boodschap is helder: wie betere mensen wil aantrekken, moet stoppen met alleen zenden. Wie bereid is het perspectief om te draaien, in vacatureteksten én daarbuiten, vergroot de kans op een betere match. Voor het bedrijf én voor de kandidaat. LEESTIP: JESSE GEUL, Waarom (n)iemand bij je wil werken. Dé no-nonsenseaanpak van recruitment. 208 p. Business Contact, 2025. 36 &GO magazine

SOMETIMES YOU WIN SOMETIMES YOU LEARN NOAB.NL 37

Verplicht naar kantoor, thuiswerken wordt volwassen Waarom telefonisch klantcontact waardevoller is dan je denkt DOOR: EVELINE AAN DE WIEL Thuiswerken is inmiddels een vast onderdeel van het Nederlandse werkleven. Wat tijdens corona begon als noodoplossing, is voor veel organisaties uitgegroeid tot hybride werken: deels thuis, deels op kantoor. Toch verandert er iets. De fase van vrijblijvendheid loopt ten einde. Werkgevers sturen nadrukkelijker op aanwezigheid en leggen het thuiswerkbeleid strakker vast. Hybride werken wordt volwassen. In de eerste jaren na corona was thuiswerken vaak informeel geregeld. Medewerkers en teams bepaalden grotendeels zelf waar en wanneer zij werkten. Dat werkte een tijdlang goed, maar in de praktijk bleek het lastig om afspraken ook daadwerkelijk na te leven. Het was niet altijd duidelijk wie wanneer op kantoor aanwezig was, wat samenwerking, planning en onderlinge afstemming onder druk zette. KADERS EN AFSPRAKEN Onderzoek van werkgeversvereniging AWVN laat zien dat werkgevers daarom steeds vaker ingrijpen. Inmiddels verplicht 78 procent van de werkgevers medewerkers om een vast aantal dagen per week naar kantoor te komen. Dat is een duidelijke toename ten opzichte van eerdere jaren. Hybride werken blijft bestaan, maar niet meer zonder duidelijke kaders en afspraken. Bijna alle werkgevers geven aan dat een deel van hun medewerkers thuiswerkt. Bij meer dan de helft gaat het om een structurele hybride vorm. Dat beeld is stabiel. Wat wel verandert, is de manier waarop afspraken worden vastgelegd en gehandhaafd. Werkgevers 38 &GO magazine spreken medewerkers nadrukkelijker aan, vooral wanneer afgesproken kantoordagen structureel niet worden nageleefd. RUST EN STRUCTUUR De redenen voor deze strengere koers zijn vooral sociaal en organisatorisch van aard. Werkgevers zien dat teams beter functioneren wanneer collega’s elkaar regelmatig fysiek ontmoeten. Overleg verloopt sneller, misverstanden worden eerder opgelost en het teamgevoel blijft sterker.Voor nieuwe medewerkers is aanwezigheid op kantoor daarbij extra belangrijk. Inwerken, leren van collega’s en het oppikken van de bedrijfscultuur gaat eenvoudiger wanneer mensen elkaar zien en spreken. Dat geldt met name in sectoren waar kennisdeling, nauwkeurigheid en samenwerking centraal staan, zoals bij accountants- en administratiekantoren. Daarnaast speelt voorspelbaarheid een grote rol. Vergaderingen plannen, klanten ontvangen en werkplekken organiseren lukt beter als duidelijk is wie wanneer op kantoor is. Vaste kantoordagen zorgen voor rust en structuur – voor medewerkers, voor klanten én voor de organisatie als geheel.

DUIDELIJKE SPELREGELS Dat thuiswerken duidelijke voordelen heeft, staat buiten kijf. Medewerkers hebben minder reistijd, meer flexibiliteit en vaak meer rust om geconcentreerd te werken. Veel mensen ervaren hierdoor een betere werkprivébalans. Ook financieel kan thuiswerken voordelen opleveren, zowel voor werkgevers als werknemers. Tegelijkertijd worden de nadelen zichtbaarder. Wie veel thuiswerkt, beweegt doorgaans minder en mist sociale contacten. De grens tussen werk en privé vervaagt sneller, waardoor medewerkers ongemerkt langere dagen maken. Dat vergroot het risico op stress en vermoeidheid. Om die reden kiezen steeds meer organisaties voor duidelijke spelregels. Thuiswerken mag, maar binnen afgesproken grenzen. Niet alles loslaten, maar ook niet terug naar vijf dagen verplicht op kantoor. De balans staat centraal. TELEFOONGESPREK HOOR JE VAAK VEEL MEER DAN JE VAN PLAN WAS TE VRAGEN’ ONTMOETINGSPLEK Tijdens corona werd veel gesproken over leegstaande kantoren en structurele krimp van kantoorruimte. Die ontwikkeling lijkt inmiddels tot stilstand te zijn gekomen. Veel werkgevers geven aan dat hun huidige kantoorruimte goed aansluit bij de manier waarop zij nu werken. Wel verandert de functie van het kantoor. Het is minder een plek voor individueel, geconcentreerd werk en steeds meer een ontmoetingsplek. Overleg, samenwerking, opleiding en kennisdeling krijgen er een centrale rol. Voor geconcentreerd werk kiezen medewerkers vaker voor de thuiswerkplek. Juist die combinatie maakt hybride werken effectief. ‘IN EEN GOED “HYBRIDE WERKEN IS GEEN EXPERIMENT MEER. HET IS EEN VOLWASSEN WERKVORM DIE VRAAGT OM DUIDELIJKE AFSPRAKEN, VERTROUWEN EN STRUCTUUR” NOAB.NL 39 DUIDELIJKE AFSPRAKEN Naast aanwezigheid en beleid spelen ook vergoedingen een belangrijke rol. Sinds 1 januari 2026 bedraagt de onbelaste thuiswerkvergoeding € 2,45 per dag. Deze vergoeding is bedoeld voor extra kosten die medewerkers maken bij thuiswerken, zoals energie, koffie en internet. Het bedrag is onbelast: werkgevers dragen hierover geen loonbelasting of sociale premies af. Voor werkgevers is het verstandig deze regels expliciet op te nemen in het thuiswerk- en vergoedingenbeleid. Duidelijke afspraken voorkomen fouten en zorgen voor transparantie richting medewerkers. VOLWASSEN WERKVORM Alles bij elkaar laat de huidige ontwikkeling één ding zien: hybride werken is geen experiment meer. Het is een volwassen werkvorm die vraagt om duidelijke afspraken, vertrouwen en structuur. Werkgevers sturen strakker op aanwezigheid, maar erkennen tegelijkertijd de blijvende voordelen van thuiswerken. Voor accountants- en administratiekantoren betekent dit bewust nadenken over wat werkt. Wanneer is samenkomen noodzakelijk? Welke dagen lenen zich voor overleg en samenwerking? En hoe regel je vergoedingen correct en transparant? Wie die keuzes helder maakt, profiteert van het beste van twee werelden. Thuiswerken blijft. Het kantoor ook. En juist die combinatie maakt hybride werken toekomstbestendig. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

Een bv biedt fiscaal meer flexibiliteit DOOR: HANS PIETERS Ogenschijnlijk zijn Nederlandse belastingtarieven transparant. Maar niets is minder waar. Onder meer door heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting en arbeidskorting, en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is de effectieve belastingdruk minder inzichtelijk. Elk jaar deelt Marree & Van Uunen Belastingadviseurs een nieuwsbrief waarin de effecten van de nieuwe tarieven en belastingmaatregelen voor IB-ondernemers en dga’s onder de loep worden genomen. Waarbij een van de conclusies voor 2026 is dat je als directeurgrootaandeelhouder in veel gevallen beter af bent. ZESTIEN VERSCHILLENDE TARIEVEN De effectieve belastingdruk voor een IB-ondernemer en een dga is complexer dan de drie tarieven van box 1 doen vermoeden, vertelt Jan Langers, adviseur bij Marree & Van Uunen. In het artikel over de effectieve en marginale belastingdruk voor IB-ondernemers en dga’s – van de hand van Eric van Uunen – worden zo’n zestien verschillende marginale tarieven onderscheiden, mede als gevolg van de heffingskortingen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. “Hou daar rekening mee in je advisering. Daardoor krijg je met andere tarieven te maken dan je in eerste instantie denkt,” luidt de kern van het verhaal. Zoals bij alles in het (fiscale) leven, heeft de persoonlijke situatie grote invloed op het uiteindelijke advies. “Met name voor de kinderopvangtoeslag loopt de 40 &GO magazine inkomensgrens ver door, waardoor dat iets doet met het marginale tarief op het moment dat het inkomen hoger wordt.” En precies op dat punt – de hoogte van je inkomen – is sprake van een onderscheidend verschil tussen de IB-ondernemer en de dga. “Het grote voordeel van een bv is dat je veel meer vrijheid hebt om jouw inkomen vast te stellen. Een IB-ondernemer maakt een bepaalde winst en over die winst wordt hij belast. Daar kan hij verder niet heel veel aan bijsturen.” Wat extra in het nadeel van de IB-ondernemer speelt is de afbouw van de zelfstandigenaftrek (dit jaar € 1200; in 2027: € 900); het einde van de fiscale oudedagsreserve (for) en het verlagen van het percentage van de mkb-winstvrijstelling (van 14% naar 12,7%). “En de stakingsaftrek komt in 2030 ten einde. Samen telt dat wel op.” BELANGRIJKSTE VARIABELE “In een bv-structuur maak je dezelfde winst als binnen een IB-onderneming, maar heb je binnen bepaalde grenzen de mogelijkheid om je inkomen te sturen. Waardoor je je belastingdruk veel beter kan sturen. Stel, een onderneming maakt een winst van € 100.000. De IBondernemer is hierover inkomstenbelasting verschuldigd

en verliest een deel van zijn heffingskortingen en betaalt de maximale Zvw-premie. Indien de dga zijn salaris kan stellen op bijvoorbeeld € 60.000, creëer je een lager inkomen dan dat je zou hebben gehad als IBondernemer. Hierdoor behoudt de dga een deel van zijn heffingskortingen en is hij minder aan Zvw-premie kwijt.” Dat levert tal van directe voordelen op: “De algemene heffingskorting loopt tot € 78.000, de arbeidskorting tot € 133.000. En de premie ZVW loopt tot € 79.000. Dus de IB-ondernemer betaalt de volle mep en de dga met z’n € 60.000 salaris pakt juist voordeel.” Langers maakt een belangrijk voorbehoud: “De belangrijkste variabele in dit verhaal is het dga-loon. Want hoe hoger je je loon moet vaststellen op grond van de wettelijke norm, hoe minder groot het voordeel van de bv fiscaal gezien is.” GERUISLOOS DOORSCHUIVEN Een IB-ondernemer die overstapt op een bv kan zijn onderneming geruisloos inbrengen. Hierdoor hoef je geen inkomstenbelasting te betalen ondanks dat je de onderneming in de inkomstenbelasting staakt. “Feitelijk betekent het dat je je eenmanszaak kunt optillen en zonder belastingheffing gewoon met jouw bedrijf doorgaat in een bv-structuur. Omdat je de balans van de eenmanszaak naar de bv verplaatst, is de waardering van het bedrijf niet meteen van belang, aangezien je niet hoeft af te rekenen over de meerwaarde.” Bij de geruisloze doorschuiving gaat het om de overdracht van de IB-onderneming van een ouder op kind of aan een compagnon. Qua spelregels lijkt de fiscale faciliteit op de geruisloze inbreng. Voorwaarde is dat een kind of compagnon minimaal drie jaar actief is in het bedrijf. “Je mag kiezen om niet af te rekenen over de waarde van het bedrijf, maar de voorwaarde is dan wel dat de overnemer de boekwaarde van het bedrijf overneemt.” Hij legt het uit aan de hand van een casus. “Stel dat in het bedrijf een goodwill zit van € 100.000, waarover je normaalgesproken moet afrekenen bij overdracht van het bedrijf. Dan kun je tegen de overnemer zeggen: ik stel voor om niet af te rekenen over de goodwill, maar dat betekent wel dat jij de goodwill niet kunt activeren op je balans. Waardoor de belastingclaim wordt doorgeschoven naar de opvolger.” De verkopende partij ontloopt zo de belastingaanslag over de goodwill, die algauw 50% bedraagt. “Omdat je dat in je zak houdt, hoef je minder te vragen voor de goodwill, bijvoorbeeld € 60.000. Dat levert jou netto een voordeel op van € 10.000. En de koper hoeft € 40.000 minder te financieren. Met als tegenhanger dat hij niet over de goodwill mag afschrijven.” Jan Langers “HET GROTE VOORDEEL VAN EEN BV IS DAT JE VEEL MEER VRIJHEID HEBT OM JOUW INKOMEN VAST TE STELLEN” NOAB.NL 41 ADVIES

“GOEDE BEDRIJFSOPVOLGING BEGINT MET PRATEN. MET FAMILIELEDEN, MOGELIJKE OPVOLGERS EN ADVISEURS” Wie neemt het bedrijf over als de ondernemer stopt? DOOR: EVELINE AAN DE WIEL Steeds meer ondernemers denken na over stoppen, maar hebben de opvolging nog niet geregeld. Dat is begrijpelijk, want bedrijfsopvolging is complex en kost tijd. Wie op tijd begint met nadenken en plannen, verkleint de risico’s en vergroot de kans op een soepele overdracht. Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat bijna twee op de drie ondernemers binnen tien jaar willen stoppen met ondernemen. Tegelijkertijd heeft een groot deel van hen nog geen duidelijk plan voor bedrijfsopvolging. Sommigen hebben geen concrete plannen, anderen zijn wel op zoek maar hebben nog geen opvolger in beeld. Dat maakt de komende jaren spannend voor veel ondernemingen. Hoe langer ondernemers wachten met het regelen van opvolging, hoe groter de kans dat beslissingen onder tijdsdruk moeten worden genomen. Dat kan leiden tot waardeverlies of zelfs tot het beëindigen van het bedrijf, terwijl dat vaak niet nodig zou zijn geweest. 42 &GO magazine VERGRIJZING VERGROOT URGENTIE De wens om te stoppen komt niet uit de lucht vallen. De groep oudere ondernemers groeit. Inmiddels is ongeveer één op de acht ondernemers ouder dan 65 jaar. In sectoren als horeca, retail, landbouw en industrie ligt dat aandeel zelfs nog hoger. Juist daar zijn veel familiebedrijven actief, waar opvolging vaak extra gevoelig ligt. Volgens cijfers uit het onderzoek van ABN AMRO neemt het risico toe naarmate ondernemers langer wachten met het regelen van opvolging. Bedrijven kunnen daardoor waarde verliezen of verdwijnen, terwijl ze met tijdige voorbereiding vaak gewoon hadden kunnen doorgaan. Dat raakt niet alleen de ondernemer zelf, maar ook medewerkers, klanten en de regionale economie. Yannick Dillen Hendrik Nevels en Rypke Procee

WAAROM BEDRIJFSOPVOLGING VAAK BLIJFT LIGGEN Bij een overdracht komen veel vragen kijken. Wat is het bedrijf waard? Hoe zit het met fiscale en juridische afspraken? Hoe wordt de overname gefinancierd? En hoe zorg je dat het bedrijf zonder de ondernemer kan blijven draaien? Dit vraagt tijd, aandacht en begeleiding, bovenop de dagelijkse bedrijfsvoering. Daarnaast spelen emoties een belangrijke rol. Voor veel ondernemers is het bedrijf hun levenswerk. Loslaten is lastig, zeker als onduidelijk is hoe het leven eruitziet na de overdracht. Binnen familiebedrijven kunnen familieverhoudingen het gesprek extra ingewikkeld maken. ANDERE VORMEN VAN OPVOLGING Waar bedrijfsopvolging vroeger vaak automatisch binnen de familie plaatsvond, is dat tegenwoordig minder vanzelfsprekend. Jongere generaties kiezen vaker voor een andere loopbaan of hebben andere ambities. Soms ontbreekt ook de ervaring of het kapitaal om het bedrijf over te nemen. Daarom kijken ondernemers steeds vaker naar andere vormen van opvolging, zoals een overname door het management, door medewerkers of verkoop aan een externe partij. Ook deze routes vragen voorbereiding, maar kunnen een goede oplossing zijn als er binnen de familie geen opvolger is. Een andere mogelijkheid is een gefaseerde overdracht. Daarbij draagt de ondernemer het bedrijf stap voor stap over en blijft tijdelijk betrokken. Dat geeft de opvolger ruimte om in de rol te groeien en biedt rust voor medewerkers en klanten. BEGIN OP TIJD Een veelgemaakte misvatting is dat een bedrijfsoverdracht snel geregeld kan worden. In de praktijk duurt een opvolgingstraject vaak drie tot vijf jaar, en soms langer. Zeker bij familiebedrijven kost het tijd om rollen helder te maken, afspraken vast te leggen en het bedrijf minder afhankelijk te maken van de ondernemer. Wie op tijd begint, heeft meer keuzes. Er is ruimte om scenario’s te verkennen en beslissingen te nemen zonder tijdsdruk. Dat voorkomt improviseren op het laatste moment. HET GESPREK IS DE BASIS Goede bedrijfsopvolging begint met praten. Met familieleden, mogelijke opvolgers en adviseurs. Wie wil welke rol spelen? Wat zijn de verwachtingen? En hoe ziet de toekomst eruit na overdracht? Afspraken vastleggen helpt om misverstanden te voorkomen en geeft duidelijkheid. Niet alleen de opvolger moet klaar zijn voor de overdracht. Ook de ondernemer zelf staat voor een grote verandering. Stoppen met ondernemen vraagt mentale en financiële voorbereiding. Door hierover op tijd na te denken, ontstaat overzicht en rust. MAAK BEDRIJFSOVERDRACHT BESPREEKBAAR Bedrijfsopvolging is geen onderwerp om vooruit te schuiven. Wie op tijd begint, houdt regie, voorkomt haast en vergroot de kans op een succesvolle overdracht. Voor NOAB-leden ligt hier een belangrijke rol: het onderwerp bespreekbaar maken en ondernemers helpen vooruit te kijken. Wie vandaag begint met nadenken over opvolging, vergroot de kans dat het bedrijf ook morgen gezond en toekomstbestendig is. “LOSLATEN IS LASTIG, ZEKER ALS ONDUIDELIJK IS HOE HET LEVEN ERUITZIET NA DE OVERDRACHT” NOAB.NL 43 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

bedrijfssoftware die altijd werkt

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
Home


You need flash player to view this online publication