0

Wij zijn ervan overtuigd dat logistiek vastgoed moet veranderen.

SPECIALISTEN OP HET GEBIED VAN LOGISTIEK EN INDUSTRIEEL VASTGOED

Voorwoord Verandering is het toverwoord Als de logistieke wereld ergens goed in is, dan is het wel verandering. Een nieuw project geeft nieuwe kansen. Maar nu moet de logistieke wereld zelf veranderen. We staan aan de vooravond van een kleine revolutie. En die is nodig ook, want we zien allemaal dat de bouw van logistiek vastgoed teruggelopen is. Dat komt door bekende problemen als netcongestie en een gebrek aan beschikbare grond. Maar onze wereld trilde op zijn grondvesten toen het College van Rijksadviseurs met hun rapport over verdozing kwam. Natuurlijk weten we allemaal dat het anders moet. Verandering is het toverwoord, en ‘verandering’ is dan ook het centrale thema in deze editie van Logistiek & Vastgoed Nederland 2024. Bij Stellar Development hebben ze verandering in het DNA zitten. Zij tekenen voor de spectaculaire voorplaat van dit blad. Verderop lees je hun verhaal, hun visie. Die komt er in het kort op neer dat we communities moeten vormen met specialisten, leveranciers en vaste partners, die exact weten wat ze aan elkaar hebben. Opvallend is dat beleggingen in logistiek vastgoed de afgelopen jaren zijn afgenomen. Toch is er nauwelijks leegstand. Dat is een pluspunt, alles wat er gebouwd wordt, is ook verhuurd. Dat komt ook omdat de verandering allang heeft ingezet: we bouwen duurzamer dan tien jaar geleden. Technisch adviesbureau Pelecon brengt die verandering mooi in beeld. Pelecon heeft zich toegelegd op houtconstructies. Hout levert een belangrijke bijdrage aan de overgang naar bio-based bouwen. Lees ook hun verhaal in deze jaareditie. Verandering wil ook zeggen dat we efficiënter moeten zijn en nieuwe wegen bewandelen. Of oude wegen moeten opknappen. In dat kader veel aandacht in deze editie voor ‘brown fields’ het herontwikkelen van bestaande percelen. Waarmee tegelijk bedrijventerreinen gerevitaliseerd worden en de stroomproblematiek omzeild kan worden. Denk aan bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht waar Granite een dubbellaags distributiecentrum realiseert. Denk aan stadhubs, waarover Walther Ploos van Amstel in deze editie aan het woord komt. Verandering dus! En de oplettende lezer zal gemerkt hebben dat de titel van dit blad ook een kleine wijziging heeft ondergaan. Niemand ontkomt aan verandering. Arthur Jager – Crossmedia Uitgever Logistiekvastgoed 2024 - 3

Logistiek & Vastgoed Nederland 2024 Logistiek en distributiecentra op de bedrijven- en industrieterreinen COVERPRESENTATIE De visie van Stellar Development. Lees hun verhaal op de pagina’s 8 t/m 13 Wij zijn ervan overtuigd dat logistiek vastgoed moet veranderen. VOORWOORD 3 D.A. Arthur Jager, crossmedia uitgever bij Jager Media DEELNEMERS & COLOFON 6 Totaal 46 deelnemers in deze uitgave / Colofon BRANCHE- EN BELANGENORGANISATIES 16 Transport en Logistiek Nederland (TLN) 32 Topsector Logistiek 8 PROJECTONTWIKKELING, BOUW, BELEGGINGEN EN LOCATIES 8 Stellar Development 20 VGP Nederland 24 Montea 29 SYSTABO 34 Burgland Bouw 35 AM 36 + 100 DHG 52 ProDelta Real Estate 54 Heembouw 60 Logistics Capital Partners 64 CTP 68 EvolutionRE / Principal Real Estate Europe / gemeente Weert 60 4 - Logistiekvastgoed 2024 73 PANATTONI 74 Willy Naessens Industriebouw / PANATTONI 80 SEGRO 99 Bouwbedrijf Van de Ven

22 42 BEDRIJFSMAKELAARS 2 + 35 + 40/41 + 91 Industrial Real Estate Partners 42 + 51 CBRE 46/47 + 98 Dynamis Logistiek KENNISINSTITUTEN EN TOELEVERANCIERS 14 TRILUX 15 HAN 22 Pelecon Structural Engineers 28 Hörmann Nederland 30 Hiber Betonvloeren 44 + 72 DENC 48 Buck Consultants International 52 JOULZ 56 Clean Energy Hubs 62 Van Berlo Bedrijfsvloeren 66 KiesZon 70 Fontys 76 PALAZZO 82 Walther Ploos van Amstel 85 Vicoma Consultancy & Engineering 86 Sunrock 88 ART+RENO Betonvloerrenovatie 90 SKELLET 92 DGBC 94 FLEXBARRIER 96 TNO 76 Logistiekvastgoed 2024- 5

Deelnemers actief in het nieuwe communicatiejaar, mei 2024 tot mei 2025 www.stellardevelopment.eu www.industrial.nl www.trilux.com/industry www.han.nl www.tln.nl www.remmerbouwgroep.nl www.vgpparks.eu www.pelecon.nl www.montea.com www.hormann.nl hiber betonvloeren bv www.systabo.nl www.hiber.nl www.topsectorlogistiek.nl www.devriesverburg.nl www.burglandbouw.nl www.am.nl www.dhg.nl www.cbre.nl www.granite.com www.denc.nl www.dynamislogistiek.nl www.bciglobal.com www.prodelta.nl www.joulz.nl 6 - Logistiekvastgoed 2024 www.heembouw.nl www.gelderland.nl

Colofon 2024 Magazine www.logisticscapitalpartners.com www.vanberlo.com www.ctparkamsterdamcity.nl Logistiek & Vastgoed Nederland communicatiejaar mei 2024 tot mei 2025 Logistiek & distributiecentra op de bedrijven- en industrieterreinen www.jagermedia.nl Redactie en www.kieszon.nl www.evolutionre.eu www.principal.com advertentie-exploitatie Jager Media D.A. Arthur Jager Postbus 2711 7301 EE Apeldoorn M 06 - 223 91 776 E arthur@jagermedia.nl www.weert.nl www.fontys.nl www.panattoni.com Journalisten Pieter Pulleman, Marc van Rossum du Chattel, Dianne Huijskens, Ger Dreijer, Johan Koning en Sandra Put www.willynaessens.nl www.palazzogroep.nl www.segro.com Social Media Team - Blending Media - Monique Jager - Koos Luijk Vormgeving Studio Transparant Fotografie Jager Media Kraaij Impressies www.hva.nl www.vicoma.nl www.sunrock.com Volg ons ook online via LinkedIn Zakelijk www.art-reno.be www.reijrink.com/nl/skellet www.flexbarrier.nl Het magazine Logistiek Vastgoed Nederland wordt duurzaam geproduceerd. www.tno.nl www.bouwbedrijfvandeven.nl Logistiekvastgoed 2024 - 7

Stellar Development heeft een bestemming De markt van logistiek vastgoed heeft zich de afgelopen decennia stormachtig ontwikkeld. Niet iedereen is daar enthousiast over, de roep om verandering is luid. Stellar Development wacht niet op veranderingen, zij zijn inmiddels begonnen, want het kan anders en het solide groeiende portfolio van Stellar Development laat dat feitelijk zien. Hydra Utrecht 8 - Logistiekvastgoed 2024

W ie bij Stellar Development binnenstapt moet zich voorbereiden op een set vol nieuwe ervaringen. Het denken in logistiek vastgoed is vastgeroest en alleen met een fundamenteel andere aanpak is er echte vooruitgang te boeken. Dat is de centrale boodschap die blijft hangen na een goed gesprek met Patrick Maes, de founder van Stellar Development. Het kapsel van Patrick is netjes verzorgd, maar plukken haar steken alle kanten op. Het is een mooie metafoor voor zijn manier van denken: keurig verzorgd, maar op het eerste gezicht chaotisch. Toch is die chaos schijn. Met een team van specialisten en zijn visie wil hij de logistieke wereld Hydra Utrecht sprinklertank / insektenhotel opschudden, op een manier die afwijkt van alles wat we gewend zijn. Patrick is een ondernemer, verbinder en visionair. “Stellar Development is een merk, een identiteit en een platform waarbij wij logistiek en distributie op een andere manier willen invullen.” De founder is een leven lang ondernemer en heeft veel ervaring met het bouwen van merken. Sinds 2015 is hij actief in de gebiedsontwikkeling. Simon van Oldenbeek is merkstrateeg, die vanuit het digitale design bureau Build in Amsterdam vanaf aanvang betrokken is bij de ontwikkeling van Stellar Development. Hij komt uit de reclamewereld. “De kortstondigheid en het opdringerige karakter van reclame vind ik te vluchtig. Het fundamenteel bouwen aan merken middels onderscheidende proposities en sterke branding heeft mijn focus en interesse”, vertelt Simon. Vier merkpijlers Stellar Development is gebaseerd op vier merkpijlers: Natuur, Architectuur, Technologie en Functionaliteit. Simon: “En die verbinden we binnen iedere bestemming contextueel, kwalitatief en hoogwaardig met elkaar.” Het zijn geen loze kreten, elke pijler krijgt in elke nieuwe ontwikkeling veel aandacht en wordt tot in detail uitgewerkt. Niet alleen door Patrick en Simon, maar door een netwerk van betrokken specialisten. Stellar Development heeft een aantal aansprekende projecten op z’n naam staan ontworpen door Heembouw Architecten. Zoals Hydra Utrecht op het Utrechtse industrieterrein de Lage Weide. Onzichtbaar voor het oog zijn daar retentiekratten onder het terrein geplaatst. “Wij waren in gesprek met omwonenden. Ze vertelden ons dat bij heftige regenval hun tuin vol liep”, vertelt Patrick. Met die retentiekratten wordt er een waterbuffer gecreëerd waarmee er 314.000 liter water kan worden opgevangen, zodat de omliggende wijk geen wateroverlast meer heeft. Tegelijkertijd vormt het de bron voor de sprinklerinstallatie. Ook daar is weer iets bijzonders mee, het is geen standaard tank geworden en hij is niet naast het gebouw geplaatst, maar prominent aan de voorzijde, vervolgens is hij ontworpen tot – naar verluidt – het grootste insectenhotel van Europa. “We verbinden alles kwalitatief en inhoudelijk met elkaar, en willen op die manier verder gaan dan enkel antwoorden geven op de logistieke behoeften”, vult Simon aan. “Waarbij functionaliteit vanzelfsprekend voorop blijft staan.” Logistiekvastgoed 2024 - 9

Daktuin van Virgo Aalsmeer Wie de website van Stellar Development bezoekt wordt begroet met een wolk aan puntjes, die geleidelijk samenkomen tot een sterrenstelsel. Het is een visuele metafoor die staat voor het samenbrengen van diverse specialisten. Verbonden met elkaar vormen ze het logo. “Wij werken met onafhankelijke specialisten”, legt Patrick uit. “Het universum is enorm en fascinerend, wij verhouden ons daartoe met een open houding.” En dat betekent dat iedereen die de identiteit omarmt, onderdeel kan worden van het stelsel, Stellar Development. “Welk stipje kan er feitelijk bij?” vraagt Simon zich af. “We gaan niet shoppen, maar verbinden consistent kansen, wensen en belangen met elkaar. Zo ontstaat een platform dat antwoorden geeft op de behoeftes van alle betrokken partijen en belangen.” De bestemming Bij Stellar Development is alles anders, er wordt niet gesproken over distributiecentra maar over bestemmingen oftewel destinations waar mensen graag willen zijn. En die bepaalde meerwaarde bieden buiten de logistieke functies om. De namen van de bestemmingen zijn geinspireerd op het heelal, om te laten zien dat ze een onderdeel zijn van een groter geheel. Tijdens het gesprek valt regelmatig de naam Ara Almelo, een nieuwe bestemming bij de entree van XL Business Park Twente aan de snelweg A35, strategisch gelegen tussen de Randstad en het Duitse achterland. Het woord Ara betekent altaar in het Latijn, de plek waar Romeinse goden hun samenkomsten houden. Ook bij Ara Almelo herken je de vier pijlers, maar het meest in het oog springt de pijler ‘Natuur’. Ara Almelo wordt omzoomd door een natuurscherm van ruim veertien meter hoog en bijna een kilometer lang. Dit natuurscherm is in nauwe samenwerking tussen architecten, landschapsarchitecten en ecologen parametrisch ontworpen. Aan de hand van meer dan duizend computersimulaties zijn er optimale groeiomstandigheden berekend, en is er een ideale samenstelling van flora geslecteerd. Zo wordt dit natuurscherm niet alleen de entree van het bedrijventerrein of zomaar een blikvanger van formaat, maar vergoot het wezenlijk de biodiversiteit in de omgeving. “Als de dieren en planten het goed doen, draagt dat bij aan de biodiversiteit die we zo hard nodig hebben”, legt landschapsarchi10 - Logistiekvastgoed 2024

Ara Almelo Logistiekvastgoed 2024 - 11

Ara Almelo tect Annemieke Langendoen van Hollandsgroen uit. “De natuur draagt ook bij aan onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. Een natuurlijke en levendige omgeving helpt bij het creëren van een positief werkklimaat.” Bij het ontwerp van Ara Almelo heeft architect Diederik de Jonge, van Heembouw Architecten, goed gekeken naar het historische Twentse landschap en is er een natuurlijke verbinding gecreëerd met de binnenwereld. Bij het interieur staat het bevorderen van het welzijn van de mensen die daar werken centraal. Het interieur, in lijn met de identiteit van Stellar Develoment, kenmerkt zich door natuurlijke, hoogwaardige materialen, lichte tinten en veel daglicht. Zo creëer je volgens Stellar Develepment een bestemming waar mensen willen zijn. Meerwaarde creëren Het bestemmingenboek van Ara Almelo omvat een dikke honderd pagina’s met veel inhoudelijke informatie, technische specificaties en gedetailleerde plattegronden. Ook is er ruimte voor veel visuele weergaves en achtergrondverhalen, verteld door de specialisten, die uitleggen hoe zij invulling geven aan de vier merkpijlers. Zo is er de alliantie Capella®, een initiatief van Stellar Develop ment en Heembouw. Die is tot stand gekomen door een unieke verbinding tussen de innovatieve specialisten TRILUX, Inotec, Mymesh en FiberUnlimited. Capella® voorziet de bestemmingen van Stellar Development van connectiviteit, licht, draadloze sensoren, klimaatregeling en noodverlichting. Het gebruikt in ver12 - Logistiekvastgoed 2024

POF kabel door FiberUnlimited Lichtstraat door TRILUX Noodverlichting door Inotec Sensoren door Mymesh gelijking met traditionele datanetwerken minimaal 80% minder kabel en 70% minder IT-hardware. Ook bespaart het 30% op het energieverbruik. Daarmee biedt Capella® de technologische voedingsbodem voor innovatie en groei, wat in de logistieke wereld van oudsher voor rekening komt van de eindgebruiker en vaak pas na de realisatie van de ontwikkeling wordt toegevoegd. Verandering is spannend én nodig, maar moet wel haalbaar zijn. Patrick is hier helder over. “Die vraag krijgen we vaker. Hoe doen jullie dat? Het antwoord is efficiency. We doen dat door de hele keten met elkaar te verbinden.” Stellar Development werkt samen met Heembouw. “Dat is onze partner. Het is een ontwerpende bouwer, met een architectenbureau en een bouwbedrijf. Waar innovatie, kwaliteit en betrouwbaarheid hoog in het vaandel staan.” Fundamentele herinrichting Stellar Development heeft diverse nieuwe bestemmingen in het vooruitzicht. Het verwerven van nieuwe projecten gaat op een andere manier omdat binnen het netwerk van Stellar Development de investeerder, bouwer, architect, eindgebruiker en verdere specialisten vooraf met elkaar verbonden zijn. Is het in het ‘oude denken’ zo dat een projectontwikkelaar grond aankoopt, een financier Logistiekvastgoed 2024 - 13 zoekt, en daarna de eindgebruikers. Bij Stellar Development keren ze dat hele proces om. Patrick: “Eindgebruikers contacteren ons nu en delen dat ze binnen de komende twee jaar behoefte hebben aan uitbreiding in bepaalde regio’s. Ze vragen ons welke mogelijkheden we zien en hebben vertrouwen in ons merk. Het is een heel vrij, transparant en beheersbaar proces geworden.” De wereld van de logistiek staat aan het begin van een onvermijdelijke maar fundamentele verandering. Stellar Development omarmt die storm door zich op te stellen als actieve verbinder, nieuwe wegen durft te bewandelen en aan de hand van haar bestemmingen het logistieke landschap herinricht. ‹‹

DUURZAME VERLICHTING VOOR LOGISTIEK & INDUSTRIE TRILUX IS DE TROTSE LICHTPARTNER VAN HET PROJECT ARA ALMELO trilux.com/industry

Onderzoek naar Autonoom Transport op Industrieterreinen SAVED - SAmenwerkend autonoom Vervoer op bEDrijventerreinen is een onderzoeksproject naar de toegevoegde waarde van autonoom transport op industrieterreinen. Tijdens een bijeenkomst op 26 maart bij ARA Almelo van Stellar Development, is de voortgang van het project gepresenteerd. De vraag is of dit een ‘game changer’ is, of een ontwikkeling ‘voor de lange termijn’. Over het onderzoeksproject SAVED Goederentransport op bedrijventerreinen beperkt zich niet alleen tot goederen die de rest van de wereld in gaan. Ook transport tussen bedrijven op het industrieterrein vindt plaats. Voor SAVED is het XL Business Park in Almelo het gebied het onderzoek zich in de eerste fase op richt. Daarbij kijkt SAVED naar het transport van containers tussen Container Terminal Twente en Timberland. En in de laatste fase van het onderzoek worden de resultaten vertaald naar industrieterrein van andere schaalgrootte. Wat is Autonoom vervoer Een autonoom rijdend voertuig is geen voertuig dat in zijn eigen bubble rijdt, maar communiceert naar en met de omgeving. Zo “vertelt” een voertuig waar het is, wat het “hoort” en waar het naar toe moet. Ook “vertelt” het wat er onderweg gebeurt en hoeveel langer het onder weg is. Daarom worden deze voertuigen ook wel CATvoertuigen genoemd, wat staat voor Connected Automated Transport. Logistieke informatie tussen bedrijven wordt bijvoorbeeld gedeeld op basis van het zogenaamde Open Trip Model (OTM). Alle relevante informatie over een transport van “A” naar “B” wordt in dit communicatie model gedeeld met alle relevante partijen voor een bepaald transport. Het OTMmodel is nog niet afgestemd op de inzet van CATvoertuigen. Binnen SAVED wordt onderzocht hoe ook die informatie gedeeld kan worden met het CAT-voertuig en wat de toegevoegde waarde is voor het logistieke proces op een industrieterrein. Impact op inrichting bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn in Nederland openbaar gebied, wat betekent dat ook u en ik rond kunnen rijden op zo’n terrein. Het CAT-voertuig rijdt samen met u en mij op een en dezelfde weg. Dat is geen vanzelfsprekendheid en vraagt een enorme hoeveelheid veiligheidsmaatregelen. CAT-voertuigen zullen niet alleen gevolgen hebben voor het verkeer op industrieterreinen, ook op de inrichting ervan. Dhr Verdel (Stellar Development): “Nu worden terreinen nog zodanig ontworpen dat chauffeurs over de “goede schouder” kunnen indraaien. CAT-voertuigen kennen dat probleem niet, wat grote voordelen biedt bij het ontwerpen van logistieke terreinen”. Het wegennet op een industrieterrein is voor een CAT-voertuig een bron van informatie. Verkeersopstoppingen, informatie over rotondes, verkeerslichten, maken dat het voertuig kan Logistiekvastgoed 2024 - 15 vertellen wanneer het op de plaats van bestemming zal zijn. Ten slotte Als lezer vraagt u zich misschien af: “Hoe groot is de kans dat ik “morgen” een CAT-voertuig ontmoet?” Nou, die kans is erg klein en voor “de dag van morgen”, zelfs nihil. Binnen SAVED houdt een taakgroep zich bezig met het verzamelen van informatie die relevant is voor een experiment op de openbare weg. De taakgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van de lokale overheid, wetenschappers, onderzoekers, en vooral: bedrijven die het willen gaan gebruiken. ‹‹ Meer informatie Bezoek onze website voor meer informatie over dit onderzoek: Samenwerkend Automoom Vervoer op Bedrijventerreinen (SAVED (han.nl) of neem direct contact met mij op: Lejo.Buning@han.nl.

‘Logistieke centra kunnen aansprekende ‘landmarks’ worden’ Nederland is een land met veel logistieke bedrijvigheid. Door de bevolkingsgroei en die van de economie groeit onze behoefte aan logistieke ruimte. ‘We hebben die ruimte als maatschappij hard nodig voor belangrijke behoeften’, vertelt Elisabeth Post, bestuursvoorzitter van TLN. ‘Van medicijnen die op tijd in het ziekenhuis moeten worden afgeleverd tot de boodschappen die bij je thuis gebracht worden. Zonder logistiek komt de maatschappij tot stilstand.’ P recies daarom heeft de brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland een aantal essentiële randvoorwaarden geformuleerd voor de toekomst van logistiek vastgoed in Nederland. Deze randvoorwaarden heeft TLN in het bijzijn van een aantal van haar leden overhandigd aan enkele Tweede Kamerleden. Daarmee wil TLN het startschot geven voor inhoudelijke gesprekken met de overheid, politiek en logistieke partners over een goede ruimtelijke en duurzame inpassing van logistiek vastgoed in het Nederlandse landschap. Vitale rol ‘We willen praten over de verbetering van de kwaliteit en duurzaamheid van bestaand en nieuw logistiek vastgoed, zodat de logistieke sector haar vitale rol ook in de toekomst voor Nederland blijft waarmaken.’ In de media valt vaak genoeg het woord ‘blokkendozen’ als het over logistiek vastgoed gaat. Bestuursvoorzitter Post is zich bewust van de weerstand die soms heerst tegen verder ruimtebeslag door logistieke bedrijvigheid. ‘Je mag van mening zijn dat logistiek vastgoed niet mooi is. En misschien zijn er in het verleden te weinig 16 - Logistiekvastgoed 2024 eisen gesteld aan “de buitenkant”. Laten we daar dan het gesprek over aangaan en daar samen in optrekken. Wij denken graag mee. En laten we dan bijvoorbeeld ook kijken naar de inpassing in de omgeving en hoe die een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de leefomgeving.’ ‘Er zijn veel mogelijkheden om te verduurzamen’ Aan de ene kant is het volgens Post belangrijk om te kijken naar de revitalisatie van bestaande bedrijventerreinen die vaak verouderd zijn. ‘Vaak liggen ze gunstig en ze verdienen het om gerevitaliseerd te worden. Je kunt daar een mooie, aansprekende en duurzame locatie van maken. Uit onderzoek van Buck Consultants blijkt dat de ruimte dan beter benut wordt en de werkgelegenheid flink toeneemt.’ Aan de andere kant is er ook ruimte nodig voor nieuwbouw. ‘De logistieke sector vestigt zich in de regel op plekken dicht bij het verzorgingsgebied. Het mooie daarvan is dat je de ecologische footprint zo laag mogelijk houdt, want er is maar een beperkte transportafstand te overbruggen. Met de toename van het aantal inwoners neemt ook de behoefte aan goederen en het transport daarvan toe. Dan is het, ook met het oog op de energietransitie, niet echt handig om die ver van de plaats van bestemming op- en over te slaan. We zullen daarmee bij de bouw van bijvoorbeeld nieuwe woonwijken nadrukkelijk rekening moeten houden.’

Of een locatie geschikt is voor nieuw logistiek vastgoed, hangt af van vele factoren, stelt de bestuursvoorzitter. ‘Denk aan de herkomst en bestemming van goederen, de capaciteit van het omliggende wegennet en nabijheid van andere modaliteiten’, somt ze op. ‘Als je logistiek vastgoed op strategische locaties plaatst, dichtbij uitvalswegen, water- en spoorwegen, zorg je dat je makkelijker kunt schakelen tussen vervoersvormen en dat transport minder kilometers maakt. Schaalgrootte in vastgoed biedt kansen om voertuigen optimaler te beladen en vervoersstromen te optimaliseren.’ Elisabeth Post Emissievrij bouwen Bij nieuwbouw staat duurzaamheid nog hoger in het vaandel, vervolgt ze haar verhaal. ‘Veel logistieke panden worden gebouwd volgens de hoogste duurzaamheidsnormen, de zogenaamde BREAAM-eisen. Bij nieuwbouw zijn er bovendien ook mogelijkheden om circulair te bouwen.’ Logistieke centra kunnen volgens Post ook aansprekende ‘landmarks’ worden langs snelwegen. ‘Als sector kun je architecten betrekken bij het ontwerp ervan. Daarvan zijn veel goede voorbeelden te vinden.’ Ook zijn er mooie voorbeelden waarbij logistieke centra goed worden ingepast in het landschap, met een groene omheining, grondwallen en groene daken. ‘Je kunt ook natuurschermen plaatsen. Dat is een prachtige manier waarop je logistieke panden aan het zicht kunt onttrekken. Of denk aan Greenport Venlo, waar evenveel ruimte is gecreëerd voor bedrijven als natuur. Op die manier draag je bij aan de biodiversiteit van een landschap. Maar logistiek kan ook dienen als groene geluidswal tussen wegen en wonen.’ Klimaatverandering Nederland heeft een grote opgave als het gaat om de klimaatverandering. Hierbij gaat het om het terugdringen van problemen door droogte of juist wateroverlast. ‘Bij logistieke centra kun je waterbuffers aanleggen en zorgen voor extra groen om water op te nemen bij veel regen of vast te houden tijdens droge periodes.’ Het is de bedoeling dat rond 2050 vrijwel al het transport emissievrij is. Vanaf 2025 worden alvast zo’n 30 tot 40 binnensteden zero-emissie, wat betekent dat er ten behoeve van de stedelijke distributie alleen nog voertuigen welkom zijn die elektrisch of op waterstof rijden. Dat vergt allemaal nogal wat van ons elektriciteitsnet, merkt Post op. Dat moet de komende jaren dan ook fors verzwaard worden. Logistieke centra kunnen daar prima een rol bij spelen. ‘De energietransitie vraagt om een nieuwe kijk op energiegebruik. Als Logistiekvastgoed 2024 - 17

de overheid er op korte termijn voor kan zorgen dat wet- en regelgeving het toestaan, dan kunnen logistieke centra de energiecentrales van de toekomst zijn met bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak en laadpleinen en buurtbatterijen voor de eigen vrachtwagens en (personen)auto’s uit de buurt.’ ‘Je kunt ook de hoogte in’ Verder kan gekeken worden naar de grondoppervlakte die logistieke centra benutten. ‘Je kunt ook de hoogte in en bijvoorbeeld een meerlaags distributiecentrum neerzetten. Met een warehouse met een parkeergarage en een crossdock eraan vast.’ In Nederland kennen we de traditie om in het algemeen niet hoger te bouwen dan 15 meter. Maar in andere landen, zoals Japan, is het heel gebruikelijk om meerlaagse centra te bouwen. ‘Dat zorgt voor een veel minder massief ruimtelijk beeld. En je maakt optimaal gebruik van ruimte. Hoogbouw is vooral aantrekkelijk op plekken met een hoge grondprijs.’ Maar ook kan de ruimte die logistieke centra innemen efficiënt benut worden door er al bij de bouw rekening mee te houden dat een gebouw multifunctioneel kan worden gebruikt. ‘Zo kan het in de toekomst een andere functie krijgen.’ 18 - Logistiekvastgoed 2024 Wonen, werken en recreëren In veel bestemmingsplannen wordt bovendien onderscheid gemaakt tussen wonen, werken en recreëren. En waarom zou je dat niet combineren in logistiek vastgoed, zeker in de binnensteden, oppert Post. ‘Zo help je de woningbouw vooruit. En wat dacht je van logistiek vastgoed in combinatie met de huisvesting van de daar werkzame werknemers of met een sporthal of een park op het dak? Zorg bij het maken van bouwplannen dat je goed luistert naar de potentiële gebruikers. Wat zijn hun wensen en behoeften? Hoe willen zij werken, wonen, recreëren en hun logistieke processen uitvoeren?’ Net als met de buitenkant van de panden, mag volgens bestuursvoorzitter Post ook beter nagedacht worden over de inrichting van logistieke panden. ‘De logistieke sector is heel breed. Er zijn banen te vinden voor praktisch opgeleide mensen, maar ook voor theoretisch opgeleide mensen met een supply chain- of logistieke studie. Het is kortom een sector met gunstige arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en met veel toekomstkansen! Maak van logistiek vastgoed daarom ook een fijne werkplek.’ Technologische kansen Vergeten wordt nogal eens dat de logistieke sector flink investeert in nieuwe technologische ontwikkelingen. ‘Veel warehouses zijn maakbedrijven die de volledige logistiek, de assemblagelijn en het klantcontact van producenten voor hun rekening nemen. Robotisering en automatisering zijn belangrijke ontwikkelingen waarbij de logistiek vooroploopt.’ ‘Het is goed om te werken aan een toekomst waarin logistiek de brede welvaart en tegelijkertijd de innovatie in de regio versterkt’, stelt Post tot besluit. ‘Logistiek vastgoed draagt bij aan het functioneren onze maatschappij. Zonder goede logistieke processen worden winkels niet bevoorraad, krijgt de school geen boeken, kunnen woningen niet worden gebouwd en heeft een arts geen spullen om een operatie uit te voeren. Ons uiteindelijke doel is om een mooi en duurzaam logistiek landschap te creëren waarin logistiek vastgoed een integraal onderdeel vormt. We werken mee aan een sector die niet alleen efficiënt en economisch rendabel is, maar die ook bijdraagt aan een betere leefomgeving en een gezondere planeet.’ ‹‹ www.tln.nl

WIJ BOUWEN UW TOEKOMST. Remmers Bouwgroep een 100% familiebedrijf met meer dan een eeuw aan ervaring. Onze familie aan bedrijven welke stuk voor stuk een gezonde groei doormaken, hebben een solide reputatie opgebouwd in de wereld van realisaties van XL en XXL projecten. Wij zijn trots op ons erfgoed maar blijven ons richten op de toekomst en veranderen waar nodig mee met de markt en verleggen onze grenzen. Samen slimmer is ons doel. Na vol trots fase 1 te hebben opgeleverd, realiseren we heden de 2e fase in Waddinxveen waarin Lekkerland zich zal vestigen. Totaal meer dan 100.000 m² high end logistiek centrum in opdracht voor MONTEA Nederland. www.remmersbouwgroep.nl

Building Tomorrow Today • Logistics & semi-industrial premises • Built-to-suit, custom-made solutions • Total available space of ca. 150,000 m2 • BREEAM Excellent

Design by www.vgpparks.eu VGP Nederland Reitscheweg 1 5232 BX ’s-Hertogenbosch the Netherlands Raymond Van Delden Commercial Director Netherlands +31 614 23 06 62 raymond.van.delden@vgpparks.eu

Pelecon, de onzichtbare kracht Een mooi gebouw begint bij een stevig fundament. Bij het ontwikkelen van een distributiecentrum is dat fundament de kennis van partners als Pelecon, een adviesbureau met verfrissend nieuwe inzichten. A ls je met de twee directeuren van Pelecon spreekt, merk je direct dat je niet met vlot pratende verkopers te maken hebt, maar met techneuten. Henk van Vliet en Mack Stolwijk wegen hun woorden zorgvuldig, ze zullen nooit overdrijven en in elke zin zit een nuancering. En dat is een geruststellende gedachte, want als ze hun werk net zo zorgvuldig doen, dan weet je zeker dat ze een top-klus afleveren. Ontwikkelaars en beleggers zijn vaak visionairen en creatievelingen met een idee, een droom. Aan Pelecon de taak om die droom werkelijkheid te maken. Dat is een pad dat loopt langs uitdagingen, opgaven en beslissingen. Gaandeweg wordt er bijgeschaafd, heroverwogen en waar nodig bijgestuurd. Gedegen toets Pelecon is een adviesbureau op het gebied van bouwtechnische constructies. Het bureau met vestigingen in Amersfoort en Gouda, heeft zich gespecialiseerd in distributiecentra, kantoren, winkelcentra, woningen en scholen. De specialisten van Pelecon berekenen, tekenen en controleren draag- en stabiliteitsconstructies van architectonische ontwerpen. Zonder Henk, Mack en hun collega’s komt een gebouw niet van de grond, zij zijn de onzichtbare kracht achter ieder gebouw waaraan zij werken. Om van een droom een gebouw te maken en geen luchtkasteel moeten de plannen van architecten getoetst worden op haalbaarheid en uitvoerbaar22 - Logistiekvastgoed 2024 heid. De expertise van een bureau als Pelecon is daarbij letterlijk van levensbelang. Daarnaast stelt de huidige maatschappij hoge eisen aan duurzaamheid, Pelecon heeft die eis tot prioriteit gemaakt. Duurzame constructies Aan tafel bij de twee gaat het al snel over hout. En dan met name over een bijzonder project in Lelystad. Mack vertelt: “Besteller is een Deens kledingbedrijf, met merken als Jack & Jones en Vero Moda. Ze opereren wereldwijd en realiseren een nieuw Europees distributiecentrum. Het bijzondere aan het gebouw is dat de opdrachtgever zo duurzaam mogelijk wil bouwen, tot in het extreme.” En dus is er gekozen voor hout en voor zo veel mogelijk andere bio-based materialen. Zo worden de gevels geïsoleerd met stro.

De nuance die Mack direct aanbrengt is dat een houten constructie uitdagingen met zich meebrengt. “Met hout kan je minder ver overspannen bij grote vloerbelastingen, dat betekent dat er een kleinere kolomgrid ontstaat.” Dat is niet overal mogelijk in het gebouw, dus worden delen van het logistieke centrum, ook uitgevoerd in staal en prefab beton. In totaal omvat het project 155.000 vierkante meter. Een luisterend oor Dat deze Deense opdrachtgever bij Pelecon uitkomt is geen toeval, het bedrijf voelt andere culturen goed aan. Mack: “De Nederlandse directheid wordt niet overal in Europa goed begrepen. Dat zorgt soms voor wrevel.” Bij Pelecon doen ze dat anders legt Henk uit: “Wij luisteren vooral naar de klant. Het vergt een andere mind-set.” De twee benadrukken dat elk land zijn eigen mores heeft, en daar passen ze zich bij aan. En dat werkt, want grote opdrachtgevers zoals de Spaanse modegigant Inditex behoren tot de tevreden klanten van Pelecon. “Het duurt soms wel een jaar, of meer om het vertrouwen van een klant te winnen. Dat lukt als je vooral kijkt hoe zij het doen en waarom ze het zo doen. Als je zover bent, dan pas kun je je eigen ideeën inbrengen.” Terug naar het complex in Lelystad. Het wordt het grootste houten gebouw van Europa. Hout is als bouw- en constructiemateriaal een goede keuze vanwege het onuitputtelijke en hernieuwbare karakter, zo beweert Mack. “Daarnaast weegt hout bijvoorbeeld relatief weinig, maar is het toch ontzettend sterk. De enigszins beperkte grootte van overspanningen kunnen we aanzienlijk verlengen door gebruik te maken van gelamineerde liggers.” En dan draagt hout ook nog bij aan architectonische flexibiliteit en een snellere uitvoering. Specifieke kennis Bouwen met hout vraagt om de gespecialiseerde kennis van constructeur Pelecon. Als je naar de voordelen van hout vraagt krijg je een heel genuanceerd antwoord. Natuurlijk is het veel beter voor de CO2-uitstoot, maar het is iets duurder. Henk voegt daaraan toe: “Bij hout luistert het heel nauw hoe nat het wordt, vochtcontrole is daarom uiterst belangrijk.” Kan een staalconstructie in aanbouw probleemloos een stevige regenbui aan, bij hout kan dat veel meer kwaad. En dus moet daar over nagedacht worden. Dat is de specifieke kennis die Pelecon in huis heeft. En als het om brandveiligheid gaat zijn er ook voor- een nadelen. “Bij brand heeft staal veel eerder de nijging om het te begeven, het Mack Stolwijk (l) en Henk van Vliet pand stort sneller in. Een houten constructie blijft langer in takt en daar wordt de brandweer blij van. Maar de brandvoortgang is bij hout dan weer sneller dan bij staal en beton.” Bij elke vraag en elk antwoord, krijg je een eerlijk en afgewogen respons. Zo is het gebouw in Lelystad een mooi ontwerp. Henk: “Ja, maar wij zijn meer van de processen dan van de schoonheid.” Mack vult aan: “Maar natuurlijk ben ik trots op dit project, want iedereen vraagt er naar.” Toekomst De bouwwereld verandert razendsnel, duurzaamheid en circulair bouwen zijn daarbij de centrale begrippen. “Wij stellen onszelf zeer geregeld de vraag: hoe kunnen wij een constructie zo ontwikkelen dat het zo min mogelijk impact heeft op het milieu en het ook veilig blijft?” Dat is een vraag die hout snijdt. En als het om houten constructie in een logistiek centrum gaat, leert Pelecon snel. ‹‹ www.pelecon.nl Architect: Henning Larsen Logistiekvastgoed 2024 - 23

HBM Machines te Waddinxveen met aan de achterzijde Nieuwbouw Lekkerland Montea bouwt gestaag verder aan duurzame vastgoedportefeuille De logistieke vastgoedmarkt is momenteel om diverse redenen uitdagend. Dat is niet zo erg als het klinkt, vindt country director Cedric Montanus van Montea. “Hoe moeilijker het wordt, hoe beter onze toegevoegde waarde als ontwikkelaar naar voren komt.” M ontea is een ontwikkelaar en investeerder in logistiek vastgoed in Nederland, België, Duitslanden Frankrijk. De totale portefeuille bedraagt 2,3 miljard euro. Nederland is goed voor 1 miljard euro, verdeeld over 34 locaties. Lange termijn “Wij beleggen alleen voor de lange termijn en met een zo klein mogelijke footprint.” Vanuit die visie richt Montea zich vooral op bewezen logistieke locaties, ook als dat betekent dat er eerst gesaneerd moet worden. Montanus: “Wij kijken niet naar waar we kunnen ontwikkelen, maar naar waar we wíllen ontwikkelen. Dit zijn steeds vaker brownfield-locaties. De ligging moet goed zijn, dat spreekt voor zich. We zijn nu bijvoorbeeld volop bezig met het herontwikkelen van een voormalige glasfabriek in Tiel, een brownfield-locatie van circa 48 hectare groot.” 24 - Logistiekvastgoed 2024 Uitdagend De markt is lastig te noemen. De rente is gestegen en de marges zijn kleiner dan enkele jaren terug. Niet iedereen wil en kan ‘zomaar’ nog zelf een locatie ontwikkelen, zoals dat de afgelopen jaren veel gebeurde. “Het zijn met name daardoor weer vooral de ontwikkelaars die ontwikkelen. De stikstofproblematiek speelt ook een rol. Nieuwbouwen op een greenfieldlocatie is momenteel niet aan de orde. De wetgeving is moeilijker geworden en vergunningstrajecten duren vaak lang. En dan heb je nog de netcongestie, het tekort aan arbeidskrachten in de bouw en dure bouwmaterialen. Het is dus uitdagend momenteel. Maar; hoe moeilijker het wordt, hoe beter onze toegevoegde waarde als ontwikkelaar naar voren komt.” Brownfieldlocaties “Wij kiezen dus uit oogpunt van duurzaamheid bij voorkeur voor een grey- of brownfieldlocatie. Hier loop je tegen minder problemen aan, omdat op een dergelijke locatie al een bedrijfsgebouw staat. Ook het bestemmingsplan is op een bestaande locatie normaal gezien op orde, evenals de energievoorziening. De stikstofdispositie is soms wel complex, omdat de uitstoot van een fabriek lastig te vergelijken is met de uitstoot van vrachtwagens. Dat moet je dus aan de voorkant van een acquisitie goed in kaart brengen.” Als een fabrieks- of warehouse-eigenaar wil verhuizen naar een nieuw pand, dan kan Montea de oude locatie overnemen. “Dan kan de hele overgang van oud naar nieuw naadloos verlopen. We kunnen

Nieuwbouw Lekkerland te Waddinxveen sowieso snel handelen. Wij hebben vorig jaar een kapitaalinjectie gehad en zijn niet afhankelijk van bancaire leningen.” Samen optrekken Om een locatie goed te ontwikkelen, met oog voor zijn omgeving, is het zaak om op tijd en op een goede manier met alle stakeholders het gesprek aan te gaan, legt Montanus uit. “Een brownfieldlocatie heeft vaak nog een gebruiker. Dat geeft tijd om met elkaar in gesprek te gaan. Als je samen optrekt, kun je plannen optimaliseren en een Artist impression Lekkerland te Waddinxveen locatie verdichten zonder te verzanden in allerlei procedures. Want het risico daarvan is dat er toch weer een standaard gebouw komt. Dus moet je samen kijken naar wat er past op een locatie. Kan je bijvoorbeeld de hoogte in?” Sale en leaseback Het verkopen en vervolgens huren van je pand is een gekende manier om kapitaal vrij te maken. Montanus wil eerst een misverstand uit de wereld hebben. “Veel pandeigenaren denken dat een sales en Logistiekvastgoed 2024 - 25

Nieuwbouw Born - 66.000 m² leasebackcontract een looptijd heeft van minimaal tien jaar. Dat is niet zo. Als wij geloven in een locatie, dan zijn kortere contracten absoluut mogelijk. Wij gaan altijd een partnership aan met onze gebruikers. Belangrijk daarin is de flexibiliteit die wij bieden. Als een gebruiker wil groeien, of misschien krimpen, dan faciliteren wij dat. Dat betekent voor ons dat wij vanaf de eerste stap nadenken over NSK Europe te Tilburg (Sale and Leaseback) een ontwikkeling. In feite ontwikkelen we voor de tweede gebruiker. Anders is het ook niet duurzaam. Bijna alles wat wij ontwikkelen is single tenant maar wel met mogelijkheden voor maatwerk. Als onze panden leegkomen, zijn ze altijd vrij eenvoudig geschikt te maken voor een volgende gebruiker.” Hij noemt Re-Match in Tiel als voorbeeld. Het recyclebedrijf heeft een fabriek gebouwd in een distributiecentrum van Montea. “Gaan ze daar ooit weg, dan ontmantelen we de fabriek en hebben we weer een distributiecentrum. Er is daar ook een groot buitenterrein, dus uitbreiden is er ook mogelijk.” Behalve de lopende ontwikkeling op het terrein van de glas fabriek in Tiel is Montea momenteel druk met een ontwikkeling van 66.000 m2 in Born. Er lopen verschillende acquisitietrajecten. In Waddinxveen realiseert Montea momenteel een nieuw dc voor logistiek dienstverlener Lekkerland. Het gebouw heeft een logistieke vloeroppervlakte van 40.000 m2, waarvan 13.000 m2 koel/vriescel. De mezzaninevloer is 7.000 m2 en het kantoor 3.000. Het gebouw is gasloos en all electric. Op het dak komen zonnepanelen en de restwarmte van de koel/vriesinstallatie wordt straks hergebruikt. De gevel aan de zichtkant wordt zo gemaakt dat hij mooi in het landschap past. Er is veel aandacht voor een optimaal werkklimaat voor de werknemers, met extra veel daglichttoetreding en geavanceerde klimaatbeheer26 - Logistiekvastgoed 2024

Cedric Montanus ‘Bijna alles wat wij ontwikkelen is single tenant maar wel met mogelijkheden voor maatwerk’ sing. “Lekkerland zit ook in het bouwteam. De klant hoeft niet deel te nemen, maar dat werkt wel heel fijn. Het zorgt voor korte lijntjes en voorkomt dat we achteraf dingen moet aanpassen.” “Als ik het moet samenvatten, is het eigenlijk heel simpel. Wij willen duurzaam ontwikkelen en bouwen en op de juiste plek een multifunctioneel gebouw realiseren. Daarbij stellen we de gebruiker centraal; zijn operatie moet goed kunnen draaien.” ‹‹ www.montea.com Vos Logistics te Oss (Sale and Leaseback) Logistiekvastgoed 2024 - 27

Merkkwaliteit voor de utiliteitsbouw ● Technische oplossingen voor industriedeuren en dockequipment voor veilige bedrijfsprocessen ● Dockleveller HTL2 ISO met tot 55 % verbeterde warmte-isolatie ● 24/7 service voor controle, onderhoud en reparatie www.hormann.nl

De kracht van ons modulaire bouwsysteem We doen net iets meer dan hallenbouw. We bouwen al meer dan 50 jaar distributiecentra met kantoren en we zijn graag uw betrouwbare kwaliteitsbouwer voor de bouw van warehouse en crossdocks. Ons concept staat garant voor snelheid, effi ciency en duurzaamheid. We denken naast functionaliteit en representativiteit ook mee over zaken als energieverbruik en toekomstige herbestemming. Van de eerste oriëntatie tot en met de oplevering en onderhoud. Alles in één hand met één aanspreekpunt. systabo.nl

Hiber nog eerder mee laten denken is cruciaal voor de perfecte vloer Distributiecentra worden steeds vaker voorzien van volautomatische magazijnsystemen. Dat heeft effect op de vloer, zegt Jan Baijens van Hiber Betonvloeren. “De vervormingseisen zijn heel streng. Voordat de bouw begint, moeten wij daarom al weten wat de uitgangspunten zijn.” B aijens krijgt gemiddeld zeker twee aanvragen per maand voor deze zogenoemde quasi rigid-vloeren. Tot voor kort waren dat er twee per jaar, zegt hij. “Het is echt een trend geworden. Opdrachtgevers begrijpen gelukkig dat het belangrijk is om ons vroegtijdig te betrekken. De vloer is namelijk de fundering van het geautomatiseerde magazijn en net als bij de fundering van een gebouw wil je vroegtijdig weten wat erop komt te staan. We zitten momenteel in de bouwteams van drie grote dc’s om mee te denken over de beste aanpak terwijl we de opdracht officieel nog niet hebben. Dat tekent ook wel het wederzijdse vertrouwen.” Iteratief ontwerpproces “Iedere vloer is een nieuwe uitdaging, omdat de locatie, de klantvraag en de omstandigheden altijd anders zijn. Daarom nemen we telkens weer ieder punt en iedere stap onder de loep: wat moet er precies gebeuren, waar moeten we allemaal rekening mee houden en waar kan het beter? Wie levert de stellingen en wat voor eisen stelt deze leverancier? Welke vlakheid wordt gevraagd en hoeveel mag de vloer vervormen? Lossen we dit op met vloerpalen, of gaan we in plaats daarvan de ondergrond verstevigen zodat de vervorming over een groter oppervlakte optreedt? Dat moet je samen bespreken en berekenen. Zo kom je tot een iteratief ontwerpproces en vind je samen het optimum, voor de vloer, de stellingen en de kosten.” 30 - Logistiekvastgoed 2024 Hiber Rigid Een perfecte vloer realiseren begint dus altijd bij het doorgronden van de klantvraag. Het maakt niet uit of het om een supervlakke, een quasi rigid of de meest duurzame vloer gaat, zegt Baijens. “Eerst moeten alle wensen en eisen op tafel. Zodra de klantvraag helder is, vertaalt onze engineeringsafdeling Hibercon de gebruikerseisen naar een optimale vloer. Het ontwerpen van het palenplan hoort daar ook bij. Opdrachtgevers stellen vaak een zwaar eisenpakket op, terwijl dat niet altijd noodzakelijk is. Wij willen mede daarom graag weer duurzamer en goedkoper is.” Hiber stelde samen met heispecialist Vroom een onderbouwd en doorgerekend plan op en kreeg goedkeuring om de VSD-palen te gebruiken. “Zo kom je samen dus tot de beste oplossing voor alle partijen. Dit project dient nu als voorbeeld voor andere dc’s in Almere.” Supervlak “De lat ligt vanuit de normen voor een supervlakke vloer al hoog, maar toch proberen wij die nog iets hoger te leggen. Wij zien de stellingen ‘Wij maken inmiddels de vlakste vloeren van Nederland en streven naar meer’ die ontwerpverantwoordelijkheid, omdat je dan het beste maatwerkproduct kunt aanbieden. De klant betaalt zo nooit te veel en krijgt precies wat hij nodig heeft.” Hij noemt de bouw van het (deels) geautomatiseerde dc van Hunkemöller in Almere als voorbeeld. “Almere wil eigenlijk het liefst alleen maar prefab palen toestaan vanwege de grillige ondergrond. Wij werken liever met VSD-palen. Dat is duurzamer en levert tijdwinst op. Bovendien kun je er een slankere betonvloer mee maken, wat ook hoger worden en men wil, rijdend op de betonvloer, een pallet op ruim 16 meter hoogte kunnen wegzetten. Dus niet meer vanaf een rails.” Hiber werkt daarom continu aan het verbeteren van processen en apparatuur. Vanaf de start werkt het vloerenbedrijf bijvoorbeeld al met extra brede supervlakmachines, waardoor er overspanningen mogelijk zijn tot 28,5 meter. “Een volgende ontwikkelstap is om nog vlakker beton te storten dan de norm voorschrijft. Zo leggen we zelf die lat steeds hoger.”

Hiber Green Beton heeft een slechte reputatie als het om duurzaamheid gaat, maar dat is niet terecht, vindt Baijens. “Het heeft een extreem lange levensduur en is volledig recyclebaar, dus volgens mij valt er op die slechte naam wel wat af te dingen. Wij onderzoeken wel of we minder of andere cement kunnen gebruiken in onze mengsels zodat de footprint afneemt. Ook onderzoeken we verschillende vloerprincipes op hun CO2-uitstoot.” Duurzaamheid kent sowieso verschillende invalshoeken, zegt de betonexpert. “Je kunt het bekijken vanuit de levensduur: hoe lang gaat de vloer mee, in plaats van alleen te kijken naar de milieu-impact van de productie ervan. Ook het second life-aspect is er één: Hiber denkt ook hier over na en biedt een oplossing om na bijvoorbeeld tien jaar de vloer te upgraden of te renoveren. Dat zijn allemaal zaken die je moet meenemen in je afwegingen.” “De pijplijn met aanvragen en orders zit lekker vol. We zijn een jong bedrijf en groeien harder dan verwacht, maar onze ambitie is niet om te groeien. We willen elke dag de best mogelijke vloer maken. Als je dat doet, komen klanten terug en komen er als vanzelf nieuwe bij. En dat zien we gebeuren.” ‹‹ hiber betonvloeren bv hibercon constructie | advies | betonvloer Meer informatie: Jan Baijens, commercieel directeur Ad Raaijmakers, directeur realisatie Eimbert 7, 5492 NH Sint-Oedenrode 085 - 9023968 info@hiber.nl www.hiber.nl Logistiekvastgoed 2024 - 31

Warehouse of the Future: Multi-laags bouwen heeft de toekomst CTPark Amsterdam City, is de eerste meerlaagse XXL logistieke stadshub van Nederland (zie de presentatie op pagina 64 en 65). Ruimte is schaars. En toch worden in stedelijke gebieden, en daar buiten, vrijwel uitsluitend enkellaagse distributiecentra gebouwd. Daarmee laat Nederland kansen liggen. Door logistieke functies te combineren, meerlaags te bouwen en slim te automatiseren wordt beschikbare ruimte optimaal benut en energie bespaard. H et bouwen van logistiek vastgoed staat steeds meer onder druk. De vraag blijft onveranderd groot en we zien een behoorlijke toename van de huurprijzen per m2. Dit komt met name door het enorme tekort. Des te meer is het daarom opvallend dat er slechts enkellaags wordt gebouwd. Waarom worden magazijnen niet 2 of 3 laags gebouwd, waardoor het dubbele aantal m2 gebouwd kan worden. Multi-laags bouwen is zeer gebruikelijk in andere, stedelijke gebieden, zelfs in aardbevingsgevoelige omgevingen zoals Istanbul en Japan. Uitgangspunt voor logistiek vastgoed is uiteraard een goed en efficient logistiek proces dat op een 32 - Logistiekvastgoed 2024 flexibele manier uitgevoerd kan worden met lage operationele kosten. Er zijn voor magazijnen die meerlaags worden gebouwd, diverse logistieke concepten beschikbaar om dit goed en efficient te kunnen doen. Qua goederenstroombewegingen is het soms zelfs beter om ruimtes boven elkaar te bouwen in plaats van naast elkaar. Het voorzien van de opslaggebieden op een verdiepingsvloer, leidt tot korte transportafstanden als de verpakkings- en verzendruimtes om de begane vloer onder de verdiepingsvloer plaatsvinden. Met continu liften voor bakken en pallets, kunnen goederen eenvoudig verticaal verplaatst worden. Door inslag (naar boven) en uitslag (naar beneden) te combineren, kan dit tevens op een energie gunstige manier plaatsvinden. Verticaal transport brengt de goederen dan direct naar sorteerinstallaties en/of verpakkingsgebieden, waar de goederen verder worden verwerkt. Met spiraalconveyors die 10 tot 30 meter hoogte kunnen overbruggen en een continue stroom van dozen en bakken verwerken, kan de interne doorlooptijd van de goederen tevens worden verkleind. Tevens neemt de veiligheid vaak toe, doordat goederen niet meer met heftrucks en EPTs van en naar gebieden worden getransporteerd, waar mensen veelal lopend de werkzaamheden uitvoeren.

Andere oplossingen, om met meer automatisering te werken, bieden tevens voordelen in de huidige markt met arbeidstekorten. Door met geautomatiseerde, compacte en automatische palletopslagsystemen te werken, die vervolgens pallets af kunnen zetten op meerdere gebouwvloeren, kan de ruimte optimaal worden benut en ontstaat tevens een efficiëntie goederenstroom verwerking. Goederenontvangst- en verzending vindt op 1 niveau plaats; automatische palletopslagsystemen zorgen voor de opslag van pallets en de aan- en afvoer naar ieder van de gebouwvloeren. Meerlaagse magazijnen met betonnen verdiepingsvloeren leiden uiteraard tot meer en dikkere gebouwkolommen op de vloeren daaronder. Zekere voor verpakkings- en sorteergebieden hoeft dit geen probleem te zijn. Tevens niet voor de verzendruimtes waar pallets en parcels gereed worden gezet voor verzending. Daarnaast kan het nadeel van de gebouwkolommen voor opslaggebieden worden beperkt, door deze goed te integreren en af te stemmen met standaard palletstellingen. Een goede afstemming tussen het gebouw en de logistieke inrichting is hierbij cruciaal, maar kan tot zeer creatieve, innovatieve, efficiënte en flexibele oplossingen leiden. Multilaags bouwen biedt daarom veel mogelijkheden voor de toekomst en verdiend meer aandacht dan dat het nu krijgt. In ontwikkeling dubbellaags distributriecentrum Granite Double op bedrijvenpark Lage Weide te Utrecht (zie de presentatie op pagina 42 en 43). Om dit echter mogelijk te maken zal ook “de gemeenschap” en “de overheid” hiervoor de randvoorwaarden moeten scheppen. Er zal tevens een gelijk speelveld geschapen moeten worden voor alle betrokkenen. In Istanbul is enkellaags bouwen voor distributie-centra gewoon niet meer toegestaan! De toegestane bouwhoogtes zullen toe moeten nemen; op bedrijventerrein kan men hierbij variëren van de rand van het terrein, waar bijvoorbeeld tot 15 meter hoogte gebouwd Advertentie kan worden, tot 40 meter hoogte, meer in het midden of tegen de achterkant van het terrein, als daar niemand zicht op heeft. Het terrein zal zodanig ingepast moeten worden, zodat niemand er noemenswaardig last van heeft. En er kunnen ook minimum bouwhoogtes afgesproken worden voor bepaalde gebieden, om misbruik te voorkomen. En dan graag niet over 10 jaar maar vanaf vandaag! ‹‹ www.devriesverburg.nl 8,5 KLANTTEVREDENHEID BOUWEN OP KARAKTER Logistiekvastgoed 2024 - 33

Wij maken mooie en inspirerende projecten. Nieuwbouw DC GLP te Venray Nieuwbouw DC Vos te Oss Nieuwbouw Smartlog DHG te Venray Nieuwbouw kantoorruimte met bedrijfshal te Tiel Nieuwbouw DC Hunkemoller te Almere Nieuwbouw DC Aberdeen te Venlo www.burglandbouw.nl (0488) 41 72 40 Bouwers met daadkracht

AM ontwikkelt een high end distributie centrum gelegen nabij luchthaven Schiphol. Dit state-of-the art warehouse is gelegen op bedrijventerrein Schiphol Trade Park. De ontwikkeling zal beschikken over een BREEAM Excellent certificaat en wordt ontworpen conform de laatste ESG richtlijnen. Schiphol Trade Park is uitgeroepen als meest duurzame bedrijventerrein en zeer strategisch en centraal gelegen ten opzichte van Schiphol. Daarnaast ligt het gebied bij NS-station Hoofddorp en met een directe afslag aan A4, A5 en N201. De ontwikkeling bestaat uit circa 45.000 m² verdeeld over maximaal 6 units. Het gebouw wordt zo ontworpen dat het geschikt is voor zowel 1 als 6 gebruikers. De 6 units varieren van circa 7.000 m² tot t/m 10.000 m². Daarnaast is er een gebouwde parkeervoorziening aanwezig met circa 400 parkeerplaatsen. Highlights: • Meest innovatieve en duurzame business park van Europa nabij luchthaven Schiphol • Duurzaam ontwerp overeenkomstig BREEAM Excellent label en EU-taxonomy richtlijnen • Eerste collectieve en duurzame energiesysteem in NL • Aan de A4 met eigen op- en afrit en rechtstreeks verbonden met Schiphol via A4 en N201 • 45.000 m² logistiek verdeeld over maximaal 6 units • Units grootte variërend van ca. 7.000 m² t/m 10.000 m² • Circa 56 docks • Minimale vrije hoogte van 12,20 • Maximale vloerbelasting 5.000 kg/m² • Oplevering begin 2026 industrial.nl

Vlissingen DHG geeft in veranderde markt nog steeds vol gas 700.000 m2 aan nieuwe SMARTLOG-dc’s zit er in de pijplijn bij belegger en ontwikkelaar DHG. 300.000 daarvan worden nu gebouwd, de rest volgt later. Richard Elich: “Wij blijven trouw aan onze visie: bouwen op risico op locaties waarin we geloven.” 36 - Logistiekvastgoed 2024 “J e ziet in de markt dat partijen minder risico nemen dan in de afgelopen hoogtijjaren. Bij DHG worden we er niet zenuwachtig van dat de markt wat is afgekoeld. Als je verstand van zaken hebt, kun je verantwoorde risico’s nemen”, zegt commercieel directeur Jelle van den Akker. Business development director Richard Elich vult aan: “Voor ons verandert er niets; wij bouwden altijd al op risico en daar gaan we mee door. Wij wachten niet op een klant. We kunnen het ons ook permitteren. We zijn een zelfstandige en flexibele club en hebben de posities en de middelen. Dat is wat ons onderscheidt.”

Concrete posities Die 700.000 m2 zijn concrete posities, zegt Elich. “De gronden zijn van ons en voor de eerste vijf projecten van totaal 300.000 m2 gaat de aannemer nu aan de slag.” Het betreft locaties in verschillende regio’s. Op de voormalige locatie van betonvloerenfabrikant VBI in Oss komt een SMARTLOG-dc van 77.000 m2. Elich: “Oss beschikt over een eigen kade van 180 meter. Dat is natuurlijk heel interessant voor de toekomstige gebruiker, als die grote volumes afhandelt.” De bargeterminal van Oss ligt aan de overkant van het nieuw te bouwen magazijn en er is een spoorterminal vlakbij. In Vlissingen gaat het ook om 82.000 m2, verdeeld over verschillende dc’s. Elich: “Het voornemen is om deze gebouwen geschikt te maken voor de behandeling en opslag van lithium-ion batterijen volgens de PGS-37 regelgeving. Dit is een van de weinige locaties waar grootschalige opslagfaciliteiten voor lithium kunnen worden gebouwd.” Alternatief voor Rotterdam De derde locatie betreft Hellevoetsluis fase 2, op tien minuten rijden van de Maasvlakte. “We hebben daar al 50.000 m2 en bouwen daar nu nog eens 52.000 en 32.000 m2 bij. Van de totaal 130.000 m2 zijn er al 82 verhuurd.” Van den Akker: “Hellevoetsluis is een prima alternatief voor de dure meters in de Rotterdamse haven. We bouwen er overigens ‘natuurinclusief’, met waterretentie en een geluidswal met bomen. Dat passen we steeds vaker toe bij onze nieuwbouw.” Aan de Eemhavenweg in Rotterdam komt op de locatie van het voormalige emtpy-containerdepot een Smartlog Heerenveen Richard Elich ‘Voor ons verandert er niets; wij bouwden altijd al op risico en daar gaan we mee door.’ dc van 45.000 m2 met een eigen kade. Van den Akker: “De bargeterminal is vlakbij gelegen; een toplocatie dus.” In Koudekerke start de bouw van een dc van 12.000 m2 voor de lokale markt. Andere actuele ontwikkelingen zijn een magazijn van 160.000 m2 in Lelystad, twee units van elk Logistiekvastgoed 2024 - 37

Smartlog Venray 20.000 m2 in Heerenveen en ontwikkelingen in Rotterdam Botlek, Waalhaven, Appingedam en Schiphol. Elich: “In Doetinchem ontwikkelen we een nieuw dc voor een bestaande huurder. Op deze locatie gaan we al het gebruikte water zuiveren en hergebruiken.” Gegarandeerde kwaliteit DHG ontwikkelt en bouwt zijn nieuwe dc’s volgens het beproefde eigen SMARTLOG-concept: moderne warehouses die voldoen aan de laatste eisen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en wellbeing. De distributiecentra zijn zo ontworpen dat ze geschikt zijn voor uiteenlopende typen gebruikers. Van den Akker: “In de loop der jaren is het concept doorontwikkeld. Wij beheren onze panden zelf en dat levert input op van de gebruikers die we inzetten om te verbeteren. Nieuwe SMARTLOG-dc’s zijn bijvoorbeeld beter geïsoleerd en all electric, hebben elektrische vloerverwarming in de hallen en zonnepanelen op het dak.” De kantoren van de nieuwe serie SMARTLOG’s krijgen ook een upgrade. Van den Akker: “Aan de buitenkant én de binnenkant.” Smartlog Hellevoetsluis 38 - Logistiekvastgoed 2024

DHG heeft de hele keten in eigen beheer DHG belegt in vastgoed en ontwikkelt hoogwaardige vastgoedprojecten in de sectoren: logistiek, havenlocaties, bedrijfsruimtes en een klein gedeelte kantoorpanden. Het bedrijf heeft locaties door heel Nederland. Niet alleen logistiek vastgoed, maar ook terminals, productie- en industrielocaties en andere gebouwen. DHG heeft de hele keten in eigen beheer: van de start van de ontwikkeling tot het verhuren en het beheer en onderhoud. Met DHG Participations participeert het voor maximaal vijftig procent in logistieke bedrijven door funding en kennis beschikbaar te stellen. Eigen energiebedrijf In het verlengde van het optimaliseren van het SMARTLOG-concept, exploiteert DHG de zonnepanelen op de magazijndaken sinds vorig jaar zelf. Dit gebeurt onder de naam TwoZero. Van den Akker: “TwoZero is eigenaar van het zonnedak en levert de stroom aan de huurder, of een andere partij, al naargelang de afspraken. We plaatsen ook batterijen voor energieopslag. Het is duurzaam en een manier om de netcongestie te omzeilen. En we sorteren hiermee voor op de elektrificatie van de vrachtwagens die de komende jaren zal plaatsvinden.” Met die 700.000 m2 zijn ze ‘lekker bezig’, maar DHG blijft zoeken naar meer locaties, benadrukt Elich. “Er lopen diverse onderhandelingen. Jelle van den Akker Daarnaast hebben we altijd interesse in locaties van drie hectare of meer. In logistieke hotspots als Rotterdam mogen die ook wat minder groot zijn. Onze voorkeur gaat uit naar brownfieldlocaties. Over het algemeen zijn zaken als elektra, infra en stikstof op orde. Bovendien leggen we dan geen beslag op schaarse greenfieldlocaties.” ‹‹ www.dhg.nl Logistiekvastgoed 2024 - 39

LOGISTICS REAL ESTATE MARKET BOTH LEASING- AND INVESTMENT VOLUMES SHRINK SUBSTANTIALLY OCCUPIER MARKET: TAKE-UP PLUMMETS TAKE-UP 2023 2.1 MILLION M² Take-up suffered greatly from lack of supply and dropped to the level of 2016. 4,5 3,5 4 SUPPLY IN NEW HOTSPOTS GOES UP As traditional hotspots overrun, investors seek development opportunities in other promising locations, such as Flevoland, Zeeland and Groningen. Some of these developments take longer to let. 2,5 3 1.5 2 0,5 1 0 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 new developments existing buildings Lack of availability of both buildings and land, combined with decelerating demand, pushed the market down 42%. Both existing buildings and newbuild projects were impacted. Take-up by building type (in million m2 ) LEASE PRICES KEEP RISING SUPPLY: LARGE INCREASE OF SPECULATIVE AVAILABILITY Rent levels experienced another upward push in 2023 and now seem to be nearing a new balance. The trend to build speculatively, in traditional as well as new hotspots, pushed new-build supply up 64% (EoY 2023). Supply (in million m²) and supply/stock ratio - year-end 3,5 HIGH SHARE OF INVESTMENTS FOR OWN PORTFOLIO As total investments went down 52%, investors who develop for their own portfolio – build-to-suit or speculative – stood out with 600,000 m² of developments. 2,5 3 1,5 2 0,5 1 0 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 new developments existing buildings ratio 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 40 - Logistiekvastgoed 2024

ABOUT INDUSTRIAL REAL ESTATE PARTNERS MARKET STILL HAMPERED BY INTEREST RATES As potential sellers are holding out for better yields, while buyers have to contend with current interest rates, parts of the market stand still. Investments in existing buildings, which are also hit with the high Dutch RETT, particularly suffered, dropping by 74%. The majority of investors continue to target value-add or propositions or speculative developments. INDUSTRIAL real estate partners is an independent real estate consultancy company with a strong focus on industrial and logistics real estate throughout the Netherlands. We particularly focus on agency, investments, strategic real estate advice and developments. From our offices in Amsterdam Airport, Rotterdam and Tilburg we cover the important logistics regions. By combining our national scope, expertise and skills, we are committed to providing the best possible services to owners, occupiers, (re) developers and authorities. In 2019, INDUSTRIAL Real Estate Partners joined the IRELS network to offer tailor-made logistics solutions for our clients, across Europe, in cooperation with local partners in the respective countries. Investments by building type (in billion euros) 6 For more info please visit www.IRELS.net LOGISTICS REAL ESTATE Dutch Market Report 5 LOGISTICS REAL ESTATE DUTCH MARKET REPORT 2023 20 24 4 3 2 1 0 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 new developments existing buildings OUTLOOK 2024 The occupier market may slow down this year, but not substantially. Supply is increasing in some locations, but not in the traditional hotspots. For the coming years we expect stabilization in lease price levels, but as development opportunities become scarcer and more complicated, we foresee further increases in the longer run. Logistics real estate remains a prime investment segment, so when the expected interest rate cuts materialize later this year, we expect the investment market to pick up again. Would you like to get into detail? Scan the QR-code and download our full Dutch Market Report 2024 More info +31 (0)88 989 98 98 or industrial@industrial.nl Logistiekvastgoed 2024 - 41

Dubbellaags distributiecentrum Granite Double in Utrecht zorgt voor verdichting en optimalisatie in bestaand bedrijventerrein Wietse Siebert. “Dit gebouw leent zich uitstekend om twee huurders te faciliteren, één voor de benedenverdieping en één voor de bovenverdieping. Die beschikken dan beide over een eigen in- en uitrit voor vrachtverkeer en hebben daarmee controle over het eigen logistieke proces.” Granite Double. Dit is het dubbellaags distributiecentrum dat Granite REIT aan de Sophialaan 5 in Utrecht gaat bouwen. Gelegen in Utrecht op bedrijventerrein Lage Weide, met directe aansluiting op de A2 en schuin tegenover de bargeterminal. Bijzonder aan dit dc: het wordt dubbellaags. 42 - Logistiekvastgoed 2024 V olgens Kasper Hermans (director asset management van vastgoed belegger Granite REIT) en Wietse Siebert (director leasing & advisory bij CBRE) wordt de opgave voor verdichting van bestaande bedrijfsterreinen steeds belangrijker; vanwege de krapte aan ruimte in Nederland zal steeds vaker naar optimalisatie van bestaande locaties worden gekeken, waaronder dubbellaags bouwen. “Er zijn natuurlijk al voorbeelden in Nederland waar dubbellaags is toegepast, maar dat zijn veelal single tenant-panden, bedoeld dus voor één gebruiker. Wat dat betreft zijn we hier met een uniek project bezig, omdat het gebouw voor één, maar zeker ook voor twee huurders zeer geschikt is”, vertelt Optimaliseren beschikbare ruimte Granite REIT, van oorsprong Canadees, heeft wereldwijd ruim 140 vastgoedobjecten in beheer, waarvan 16 in Nederland. Het pand in Utrecht zal over zo’n twee tot drie jaar klaar moeten zijn. Kasper Hermans: “Ik denk dat dit de toekomst gaat worden van distributie in Nederland. We zien steeds meer ruimtegebrek ontstaan en dit is gewoon het optimaliseren van de beschikbare ruimte. Vooral bij dit soort locaties, een multimodaal overslagpunt die dicht bij het centrum van een stad liggen. Door er een extra laag op te zetten, voeg je op een slimme manier meters toe aan een gebied dat eigenlijk vrij vol is.” Het hoogwaardig, ultramodern distributiecentrum mét kantoren komt op ongeveer 4 hectare grond te staan; de grootte van het gebouw is bijna 50.000 m² BVO. In totaal gaat het om bijna 40.000 m² warehouse, 5.500 m² kantoor en ruim 5.500 m²

house op de verdieping is te bereiken via een zeer ruime hellingbaan van bijna 10 meter breed. “Vrachtwagens kunnen elkaar op de hellingbaan gemakkelijk passeren”, stelt Siebert. De hellinggraad is 7%. “Dat is vergelijkbaar met een talud van een snelweg, vrachtwagens hebben daar geen moeite mee”, legt Hermans uit. “Ze hebben dezelfde hellinghoek bij wijze van spreken net gehad, toen ze van de nabijgelegen A2 afkwamen.” mezzanine (warehouse en mezzanine verdeeld over twee bouwlagen). De vrije hoogte van het warehouse – met maximaal ca. 67.8000 palletplaatsen als voor smalle gangen wordt gekozen en bijna 55.000 palletplaatsen bij een opstelling met brede gangen – is 12,2 meter. In totaal komen er 44 loading docks en 4 overhead deuren. Het vrachtverkeer krijgt op de begane grond én de verdieping een eigen in- en uitrit. Het wareMultimodaal transport De nabijheid van die verkeersader is één van de redenen dat Lage Weide een voor ondernemers interessante uitvalsbasis is. Wat daarvoor misschien nóg belangrijker is: de aanwezigheid van de containerterminal op Lage Weide. De binnenhaven is toegankelijk voor zeeschepen en op dit moment lopen er concrete initiatieven om het railemplacement weer nieuw leven in blazen. Kortom: alle mogelijkheden voor multimodaal transport en overslag van en naar spoor, weg én water. Siebert: “En de binnenstad is prima bereikbaar vanaf de Sophialaan. Het is een uitstekende én centraal gelegen locatie in Utrecht en Nederland.” “En ook voor werknemers en bezoekers”, vult Hermans aan, “zijn de voorzieningen uitstekend. Binnen 5 minuten kom je er vanaf de A2 en vanaf de A12, A27 en A28 is het gebouw ook binnen een kwartier aan te rijden met eigen vervoer. Parkeerplaatsen zijn er volop: op eigen terrein en ruim 300 parkeerplaatsen in de parkeergarage vlak naast het gebouw, met ook een eigen in-en uitrit. Zo hoef je het vrachtverkeer niet te doorkruisen.” In de parkeergarage is ook ruimte voor stalling van fietsen, bakfietsen en scooters. BREEAM-certificaat Het door Convex-architecten getekende bedrijfs gebouw wordt opgeleverd met BREEAMcertificaat, wordt gasloos opgeleverd en op het dak kunnen zonnepanelen worden geplaatst. Uiteraard is er LED-verlichting, maar daarnaast is er ook voldoende ruimte voor het daglicht. “Ook in het warehouse zelf, wat het werken natuurlijk een stuk prettiger maakt”, stelt Siebert vast. “Dat geldt zowel voor het warehouse op de verdieping als op de begane grond.” Wat dat betreft is deze nieuwe ontwikkeling ook een mooie opsteker voor Lage Weide, wat we gerust een brownfield-gebied mogen noemen. “De gemeente heeft best lang niet veel gedaan aan het gebied, maar nu is het weer volop in ontwikkeling. Wij denken dat we met ónze ontwikkeling daar een mooie impuls aan kunnen geven, waarmee we de logistiek weer een stuk de toekomst in brengen.” ‹‹ www.granitedouble.nl www.cbre.nl Logistiekvastgoed 2024 - 43

DENC onderdeel van Sweco ‘We kunnen nu breder én dieper adviseren’ Multidisciplinair architecten- en ingenieursbureau DENC is betrokken bij veel logistieke vastgoedprojecten in Nederland. Als totaaladviseur, of voor een deel van het bouwproject als architect, projectmanager, logistiek adviseur, constructeur of installatie-adviseur. Sinds afgelopen januari is DENC onderdeel van architecten- en ingenieursbureau Sweco Nederland. J oost van Gilse, directeur bij DENC: “Wij doen als relatief kleine speler hele grote en complexe projecten. Daar heb je eigenlijk meer schaalgrootte voor nodig. In eerste instantie vonden we die door samen te werken met onze Belgische evenknie Van Looy dat onderdeel is van Sweco Belgium. Vanuit die situatie was de overname door Sweco Nederland een logisch vervolg.” Totaalpakket De twee organisaties vullen elkaar perfect aan, vervolgt Van Gilse. “Wij hebben veel verstand van logistieke projecten, terwijl juist dat onderdeel bij Sweco Nederland onderbelicht is. Wij hebben op onze beurt in toenemende mate specialistische kennis nodig. Sweco heeft veel van die specialistische kennis in huis. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, ecologie, verkeersadvies, akoestisch onderzoek, houtbouw of de steeds complexere energievraagstukken. Samen vormen we een solide partner die klanten een totaalpakket biedt. Dat is wel zo efficiënt en effectief.” Nog meer diepgang “We hebben nu meer resources en kunnen gemakkelijker een team opschalen als dat nodig is. DENC blijft een aparte businessunit dus de flexibiliteit blijft gewaarborgd”, voegt Van Gilse nog toe. “We 44 - Logistiekvastgoed 2024

blijven werken zoals we deden: multidisciplinair.” Peter van Meerwijk, vestigingsmanager van DENC in Oisterwijk: “Wij verzorgen al het totale pakket voor onze klanten, maar kunnen dat nu niet alleen breder maar ook met nog meer diepgang doen. De markt vraagt daar ook om.” Hij noemt de stikstofproblematiek, de netcongestie, het duurzaamheidsthema en de discussie over de verdozing van het landschap. “Allemaal thema’s waarover wij steeds vaker moeten adviseren.” Functioneel en markant dc Een ander actueel thema is het tekort aan arbeidskrachten waardoor warehouses in toenemende mate gemechaniseerd en geautomatiseerd worden. Van Meerwijk: “Het integreren van het gebouw, de mechanisatie en de automatisering in relatie tot de genoemde actuele thema’s is een complexe materie waarover wij graag adviseren.” Hij noemt het onlangs opgeleverde dc van 35.000 m2 van Hunkemöller aan de A28 bij Almere als voorbeeld. “Wij waren verantwoordelijk voor het ontwerp, de vergunningen, de engineering en de uitvoeringsbegeleiding. Het kantoor van 4.500 m2 is uitgewerkt tot op het kwaliteitsniveau van een hoofdkantoor. Ook het interieurontwerp werkten wij tot op detailniveau technisch en esthetisch uit.” Het is een functioneel logistiek pand, maar ook een markant gebouw, zegt Van Meerwijk. “Het ambitieniveau van Hunkemöller voor de vormgeving was hoog, ook ten aanzien van de arbeidsomstandigheden.” Aantrekkelijk logistiek pand Van Meerwijk: “Met het Hunkemöller pand laten we zien dat je een aantrekkelijk logistiek pand kunt creëren dat positief wordt beoordeeld ondanks de dozendiscussie. Er komt veel daglicht binnen, zowel op kantoor als in het magazijndeel. In ‘Denc kijkt verder dan zijn eigen verantwoordelijkheid’ Marcel Guldemond, Head of Logistics bij Hunkemöller, blikt terug op de totstandkoming van het dc en de samenwerking met DENC. “Het is allemaal prima gelukt; het ziet er perfect uit.” “De keuze voor DENC kwam tot stand op basis van een aantal zaken. DENC heeft bewezen dat het architectonisch mooie panden kan realiseren. De mensen van DENC toonden zich ook bereid om dingen aan te passen, beschikken over ruime ervaring met logistieke panden en wilden graag in het hele proces betrokken blijven. En het financiële plaatje klopte ook.” Afstemming pand en logistieke inrichting Als voorbeeld van de aanpassingsbereidheid noemt Guldemond de wens van Hunkemöller voor een extra tussenvloer aan de korte kanten van het dc. “Daar ontwierp DENC een mooie oplossing voor, met een opening in het midden waardoor een patio is ontstaan. Je staat daar buiten terwijl je het pand niet uit hoeft.” Guldemond noemt ook de rol die DENC pakte bij de inrichting van het logistieke systeem. “De afstemming tussen pand en logistieke inrichting is belangrijk. DENC had daar goed zicht op.” Discussie “Bij grote projecten als dit is er altijd wel iets waarover discussie ontstaat, maar dat is telkens in een goede samenwerking opgelost. Mark Keizer van DENC speelde daarin een belangrijke rol. Mark keek ook verder dan zijn eigen verantwoordelijkheid en adviseerde bijvoorbeeld over de zwaarte van de elektra-aansluiting voor de perscontainers en een extra compressor. Zaken waarbij wij niet direct stil stonden.” “Onze CEO wilde een dc met uitstraling en een prettige werkplek voor alle medewerkers, onder meer met veel daglicht in het magazijndeel. Ook moest het dezelfde kwaliteit hebben als het nieuwe hoofdkantoor in Hilversum. Dat is allemaal prima gelukt; het ziet er perfect uit. De hele samenwerking was prima en het resultaat is dat ook. We zijn nu enkele maanden aan het inrichten en testen en zijn nog geen gekke dingen tegengekomen.” ‘Samen vormen we een solide partner die klanten een totaalpakket biedt’ het bouwkundig en logistiek ontwerp is gezorgd voor heldere lijnen en een goede oriëntatie. Er zijn balkons en loggia’s zodat medewerkers naar buiten kunnen, zonder dat ze eerst langs de beveiliging hoeven. Hunkemöller wilde zo min mogelijk onderscheid tussen de verschillende medewerkersgroepen. Er is daarom gekozen voor één ingang voor alle medewerkers en bezoekers. De voorzieningen in het warehouse zijn van hetzelfde niveau als in het hoofdkantoor en er is een gezamenlijk bedrijfsrestaurant.” Van Gilse: “We deden ook de integratie van de logistieke systemen met het pand. Daar moet je constructief rekening mee houden. Maar denk ook aan vluchtwegen, veiligheid voor de medewerkers en de stroomvoorzieningen.” Van Meerwijk: “We zien dat partijen dit in de praktijk wel eens vergeten, of onderschatten, en dan verderop in het bouwproces dure aanpassingen moeten doen. Dankzij de goede samenwerking tussen alle partijen verliep dit vlekkeloos.” ‹‹ www.denc.nl Logistiekvastgoed 2024 - 45

NAVIGEREN DOOR Innovatie en Flexibiliteit in de Logistieke Sector 2023 was opnieuw een interessant jaar voor de logistieke vastgoedmarkt. Ondanks dat de vraag naar logistiek vastgoed wat is afgenomen, zijn de vooruitzichten voor 2024 goed. Daarnaast zijn er diverse ontwikkelingen in de logistieke sector waarbij innovatieve oplossingen nodig zijn, om de logistiek sector goed te laten blijven draaien. Denk hierbij aan netcongestie in combinatie met de aankomende invoering van zero-emissiezones. In dit artikel gaat Dynamis Logistiek in op de marktontwikkeling 2023/2024, de ontwikkelingen in de gebruikers van logistiek vastgoed. Tot slot kijken we naar de invloed van AI op de logistieke sector. Waar staat de logistieke markt nu De afgelopen jaren stond de logistieke vastgoedmarkt in het teken van gebrek aan hoogwaardig aanbod. Het tekort is in 2023 licht afgenomen door een lagere vraag naar logistiek vastgoed, voornamelijk naar XXL logistiek. De impact van de schaarste was zichtbaar in de ontwikkeling van de huurprijzen. Waar de gemiddelde gerealiseerde huurprijs in 2021 nog €56 per m2 was, was deze in 2023 gemiddeld €62 per m2 , blijkt uit analyse van Dynamis Logistiek over transacties vanaf 5.000 m2 . Voor 2024 verwacht Dynamis Logistiek dat de huurprijzen verder stijgen naar gemiddeld €65 per m2 per jaar, een groei van ruim 5 procent. De belangrijkste reden hiervoor is de aanhoudende schaarste. Daarnaast zorgen hogere bouw- en grondkosten en infl atie ook voor stijgende huurprijzen. De groei van huurprijzen zal in het aankomend jaar niet zorgen voor terughoudendheid onder logistieke gebruikers, mits ze er hoogwaardige logistieke ruimte voor terug krijgen.  Gebruikers in de logistieke sector In 2023 is het totaal aantal opnames van logistiek vastgoed gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is voornamelijk het gevolg van het gebrek aan hoogwaardig aanbod. Naast de verandering van het aantal transacties zien we ook een verandering in het type gebruikers dat actief is op de logistieke markt. Het aandeel opgenomen logistieke ruimten door partijen die alleen actief zijn Nederland is in 2023 gestegen. Daar tegen over is het aandeel opnames door multinationale logistieke dienstverleners verder gedaald naar minder dan 10%. Deze verschuiving heeft ook te maken met de ingebruikname van kleinere logistieke ruimten in 2023, die onder kleinere ondernemingen meer in trek zijn. Bij gebrek aan grondposities en aanbod in de bestaande bouw zien we dat ook productiebedrijven met een (kleine) logistieke Aandeel logistieke gebruikers verdeeld naar schaalniveau 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 48% 43% 51% 13% 17% 44% 35% 2021 2022 8% 41% Uitleg typen gebruikers:  Nationaal: Alleen logistiek vastgoed in Nederland in gebruik;  Multinationaal: Logistiek vastgoed in Nederland én enkele omliggende landen in gebruik, alleen binnen Europa;  Internationaal: Logistiek vastgoed in verschillende continenten in gebruik. 2023 functie, logistieke gebouwen in gebruik nemen waar ze hun productie onderbrengen in een logistieke ruimte. Dit zijn veelal regionale bedrijven met een Europese markt en dus niet de multinationale logistieke bedrijven. Wanneer we naar de spreiding van de logistieke transacties kijken in Nederland in 2023, zijn er op het eerste oog geen uitzonderlijke ontwikkelingen te zien anders dan dat de meeste transacties plaatsvonden op of rondom logistieke hotspots. Als we in detail inzoomen op de locaties van de transacties dan zijn er wel enkele duidelijke verschillen zichtbaar tussen de verschillende type gebruikers. Zo valt het op dat nationaal georiënteerde logistieke dienstverleners gemiddeld genomen een stuk verder van een snelwegoprit zitten dan andere type gebruikers. Kijkend naar de afstand tot de dichtstbijzijnde haven zijn het juist internationale logistieke dienstverleners die er gemiddeld het verst van af zitten. Multinationale logistieke dienstverleners zitten hier het dichtstbij. Dit betekent dat multinationale dienstverleners de meeste waarde hechten aan directe ontsluiting met de snelweg en de haven.  DYNAMIS LOGISTIEK

VERANDERING Groeiende rol van AI in de logistieke sector 2023 was het jaar van brede bekendheid van Artifi cial Intelligence (AI) door de introductie van tools als ChatGPT. De inzet van AI is echter al jaren bezig. Binnen de logistieke sector worden er steeds meer praktische toepassing gerealiseerd, die met behulp van AI veel werk, tijd en geld besparen. Slimme AI algoritmen in de logistiek sector kunnen veel data analyseren, wat kan worden ingezet voor bijvoorbeeld real-time routeberekening, voorraadbeheer en voorspellend onderhoud in het magazijn. Uiteindelijk zorgt dit voor een fl exibel logistiek ecosysteem dat leveringen versnelt, klanttevredenheid verbetert en het gebruik van middelen maximaliseert. In de logistieke sector is er voornamelijk winst te behalen door AI in te zetten voor repetitieve processen waarvoor nu nog veel handmatige werkzaamheden noodzakelijk zijn. Logistieke dienstverleners die deze ontwikkelingen goed integreren in hun bedrijfsprocessen zullen de toonaangevende logistieke bedrijven van de toekomst zijn.  OUTLOOK 2024 Ondanks de beperkte beschikbaarheid van grond om nieuw te bouwen, de netcongestie die thans in nagenoeg het hele land plaatsvindt en de discussie omtrent verdozing, zien we ook veel pluspunten in het logistieke landschap. Nieuwe technologie op basis van AI zorgt voor vernieuwende inzichten in de logistieke processen. De energietransitie in combinatie met zero emissie zones gaat de ontwikkeling van crossdock warehouses aan de rand van steden noodzakelijk maken. Dit biedt perspectieven op zowel green- als brownfi elds. Gebruikerstransacties in logistieke objecten 2023 Tevens worden er vele creatieve oplossingen ontwikkeld om de netcongestie het hoofd te bieden. Bijvoorbeeld door alle bedrijven op een bedrijventerrein op een gezamenlijk grid aan te sluiten. Waardoor de piekmomenten van de verschillende bedrijven opgevangen kunnen worden door de gezamenlijke capaciteit van de bedrijven te benutten, in plaats van het vasthouden aan de piekaansluiting per bedrijf. Tot slot worden er initiatieven ontplooit als bijvoorbeeld Dilas. Dilas is de verbinder tussen alle stakeholders in de logistieke- en industriële vastgoedketen en spant zich in om deze sector duurzaam en maatschappelijk verantwoord door te ontwikkelen.  Dynamis Logistiek is een samenwerkingsverband van 13 zelfstandige makelaarskantoren, binnen de grotere groep van Dynamis kantoren, die gespecialiseerd zijn in logistiek vastgoed. Lokaal gevestigd kennen zij de regionale marktomstandigheden, de lokale politiek en de ondernemers door en door. Terwijl ze gezamenlijk het hele land bestrijken en gebundelde expertise opbouwen. Eric de Hoogt ( Verschuuren & Schreppers), voorzitter expertteam logistiek en Arjan Rens (HRS makelaars), lid van het expertteam en bestuursvoorzitter Dynamis, delen samen met research consultant Daan Bruinekreeft van Dynamis hun visie op de belangrijkste ontwikkeling van logistiek vastgoed. 088 424 01 79 | dynamislogistiek.nl DYNAMIS LOGISTIEK

Herontwikkeling van verouderde bedrijfslocaties vindt vaker dan gedacht en ook succesvol plaats, maar het gaat niet vanzelf Jordi Hubers – Senior Adviseur bij Buck Consultants International Een oplopend tekort aan ruimte voor de economie en de toename van het aantal vestigingen van logistieke centra op nieuwe bedrijventerreinen (‘verdozing’), het levert veel discussie op in Nederland. In de complexe ruimtelijke ‘puzzel’ die moet worden gelegd is nog maar weinig aandacht voor het feit dat herontwikkeling van bestaande kavels op bedrijventerreinen (‘brownfields’) al steeds meer plaatsvindt door de logistieke vastgoedsector. En ook voor de komende jaren zijn er nog volop mogelijkheden voor een meer duurzame en creatieve inrichting van ons land. Maar wat zijn nu eigenlijk de barrières die (vaak) moeten worden weggenomen? H erontwikkeling van verouderde kavels op bestaande bedrijventerreinen naar moderne gebouwen voor logistiek en lichte maakindustrie vindt vaker dan gedacht en ook succesvol plaats. Het levert substantiële voordelen op voor bedrijven én overheden, zo blijkt uit een verkenning door onderzoeks- en adviesbureau Buck Consultants International (BCI) van een 20-tal herontwikkelingsprojecten in West- en ZuidNederland. In samenwerking met vastgoedontwikkelaars en -beleggers, verenigd in het door BCI opgezette Nationaal Logistiek Vastgoed Forum, zijn de projecten geanalyseerd op gebruik vóór en ná herontwikkeling en zijn succesvoorwaarden en barrières in beeld gebracht. Maatschappelijke opbrengsten substantieel Op de herontwikkelingslocaties vonden vaak (aflopende) industriele activiteiten of opslag plaats en was in 90% van de projecten bodemsanering nodig. Op de totale oppervlakte van 110 hectare van de 20 casussen was eerst 422.000 m² bvo gebouwd, na herontwikkeling 778.000 m² bvo, een stijging van 84% (zie figuur). Naast Figuur Intensiever ruimtegebruik (+84% vloeroppervlak) na analyse van 20-tal gerealiseerde herontwikkelingen. Bron: Buck Consultants International het zorgvuldiger gebruik van de ruimte en het toekomstbestendige logistieke vastgoed groeide de werkgelegenheid van 350 banen tot 2.600 banen. Na herontwikkeling staan er moderne, duurzame en energiezuinige gebouwen. De nieuwe gebouwen hebben vrijwel allemaal het Breeam-duurzaamheidskenmerk, zijn energiezuinig gebouwd en vaak van zonnepanelen voorzien. De logistieke vastgoedpartijen merken niet alleen dat huurders zeggen dat ze veel belang hechten aan ESG-doelstellingen, maar zien ook in de praktijk dat huurders bereid zijn extra te betalen voor duurzame, energieneutrale distributiecentra. Dit kwam recent nog naar voren in het jaarlijkse onderzoek van BCI onder de top van de Nederlandse vastgoedontwikkelaars en -beleggers. De ervaring van de logistieke vastgoedpartijen is dat tot maximaal 6% extra huur goed bespreekbaar is. Het gaat niet vanzelf De bestudeerde herontwikkelingscases laten zien dat herontwikkeling vaker dan gedacht en ook succesvol plaatsvindt. De belangrijkste barrières die door vastgoedpartijen ervaren worden zijn het verkrijgen van de benodigde vergunningen en toestemming voor de soms noodzakelijke herziening van het bestemmingsplan. Beiden zijn ze een verantwoordelijkheid van de lokale overheden. In 45% van onderzochte cases waren er problemen met vergunningen en/ of wijzigen van het (toen nog) bestemmingsplan. Herontwikkeling blijkt in alle gevallen langer te duren dan vergelijkbare bouw op een nieuwe locatie (‘greenfield’). Deze langere termijn kan oplopen tot wel 18 maanden. Dat heeft veelal te maken met de aankoop van meerdere kavels (soms nog met een zittende huurder), de sloop en sanering van bestaand vastgoed, bodemsanering en een matige medewerking van de betreffende gemeente met de afgifte van de benodigde vergunningen. 48 - Logistiekvastgoed 2024

VOOR NA DGH - Rotterdamse Eemhaven Bunschoterweg Daarentegen zijn de ervaren knelpunten met elektriciteitsvoorziening (grootverbruikaansluiting) en stikstofrechten relatief beperkt. Vanwege de voormalige industriële functie van de locaties is er vaak al een goede aansluiting aanwezig. Het grootste probleem met betrekking tot elektriciteit zijn de beperking met het terugleveren van duurzaam opgewekte energie op het elektriciteitsnet. Andere mindset nodig om barrières weg te nemen De benodigde investeringen in sloop en sanering, de complexiteit in de planontwikkeling en de doorgaans langere realisatietermijn vergen van ontwikkelaars en gebruikers een andere mindset. Voor de logistiek-industriële vastgoedsector is het van belang om de maatschappelijke opbrengsten (méér dan vierkante meters en banen) van succesvolle herontwikkeling beter voor het voetlicht te brengen en ook te laten zien welke barrières er optreden. Ook kan het zinvol zijn om onrendabele (onderdelen van) projecten inzichtelijk te maken, Dudok - Borchwerf II, Oud Gastel (bij Roosendaal) VOOR NA zodat ook voor lokale overheden en omgeving duidelijk is welke maatschappelijke ‘plus’ gerealiseerd kan worden. Voor de lokale en regionale overheden – die de herontwikkelingspotentie op de bedrijventerreinen vanuit beleidsambities willen verzilveren – is een meer proactieve en faciliterende rolopvatting noodzakelijk om tot realisering van projecten te komen. Er zijn goede ontwikkelingen zichtbaar om het samenspel tussen markt en overheid te verbeteren. Zo nemen vijftien logistiek vastgoedontwikkelaars en -beleggers hierin het voortouw, onder meer door ons bureau een leidraad te laten opstellen hoe het samenspel met lokale overheden en andere stakeholders te verbeteren. Het beoogde resultaat is een Nationale Leidraad Herontwikkeling met concrete oplossingsrichtingen op basis waarvan marktpartijen – in goede samenwerking met Logistiekvastgoed 2024 - 49

VOOR NA LCP - Majoppeveld Noord, Campus A58 Roosendaal VOOR lokale overheden – succesvol kunnen werken aan realisatie van nieuwe herontwikkelingsprojecten in de toekomst mét omgevingskwaliteit en (regionaal) economische meerwaarde. Herontwikkeling niet dé oplossing voor ruimtetekort Overheden stellen zich ten aanzien van nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen voor logistiek steeds terughoudender op, waarbij herontwikkeling van bestaande bedrijfslocaties vaak wordt gezien als een volwaardig alternatief voor het aanwijzen van nieuwe bedrijventerreinen. Dat is een verkeerde redenering, omdat alleen de combinatie van beiden ervoor kan zorgen dat we voldoende nieuwe ruimte voor economische activiteiten weten te vinden. Het stimuleren van herontwikkeling is daarom een deel van de oplossing. In de discussies over de ruimtelijke ordening en de complexe puzzel die in dat kader moet worden gelegd mag daarom best wat meer aandacht zijn voor de nog onbenutte potentie door herontwikkeling. ‹‹ BCI is een toonaangevend ruimtelijk-economisch, logistiek en locatie/vastgoed-adviesbureau met zeventig medewerkers. Het bureau optimaliseert supply chains bij verladers/fabrikanten/logistieke dienstverleners en ondersteunt bedrijven bij locatiekeuzes in binnen- en buitenland. Verder adviseert BCI overheden bij het vormgeven en implementeren van realistisch-ambitieus economisch en ruimtelijk ordeningsbeleid. VolkerWessels - Casus Waalwijk NA NA 50 - Logistiekvastgoed 2024

TE HUUR Paderbornstraat 1, Zwolle Waarom oneindig wachten op dure nieuwbouw als de beste locatie er al is? De productie moet immers door en zonder logistiek staat alles stil. De Paderbornstraat 1 op bedrijvenpark Hessenpoort in Zwolle is zeer geschikt voor productiebedrijven en logistiek. Uniek: direct beschikbaar! Kom je ook kijken?  Energiezuinig: A++++  Fantastische hal (ca. 18.000 m²)  Fijne luxe kantoorruime (ca. 1.850 m²)  12 laaddocks  Overheaddeuren  84 parkeerplaatsen (24 voor elektrische voertuigen)  Van alle gemakken voorzien 038 303 2560

ProDelta en Joulz slaan de handen ineen op locaties met netcongestie Met slimme oplossingen en een goede samenwerking zijn de belemmeringen van netcongestie voor een groot deel te beperken. Dat bewijzen Joulz en ProDelta. Een mooi voorbeeld van hun samenwerking is Distributiecentrum Frankeneng in Ede dat sinds afgelopen jaar operationeel is. P roDelta is een echt familiebedrijf, dat zijn vleugels internationaal heeft uitgeslagen. Het bedrijf heeft meerdere takken. Het begon in 1946 toen de grondlegger van het bedrijf handel zag in oude legertrucks en hijskranen. In de naoorlogse wederopbouw bleek het een gouden greep. Inmiddels zijn de kraantjes van toen uitgegroeid tot het zwaardere spul voor het grote werk. Een tweede tak is ProDelta Investments, Deze tak heeft sinds kort een afgeleide met de naam PI Impact. “Dat is een onderdeel wat naast een financieel rendement ook een sociaal- en/of ecologisch rendement wil maken”, vertelt Sander van Zwienen. Hij is adjunctdirecteur en samen met directeur Frank van Dijk geeft hij leiding aan de laatste tak, ProDelta Vastgoed, dat onroerend goed ontwikkelt, met name in de logistiek. “We hebben een portefeuille van ruim 500.000 m2 in Nederland”, ligt Sander toe. Het bedrijf typeert zich als een familiebedrijf, gericht op de lange termijn en met een grote maatschappelijk verantwoordelijkheid. Frank vertelt: “We gaan lange termijn relaties aan met onze leve52 - Logistiekvastgoed 2024 ranciers, maar ook met onze huurders. En als we beleggen doen we dat voor de eigen portefeuille.” Energiezekerheid, ook bij netcongestie Bij nieuwe ontwikkelingen ligt de nadruk op duurzaamheid en dan is een goede partner nodig voor de energievoorziening. ProDelta heeft die gevonden in Joulz, gespecialiseerd in het leveren van energie-infrastructuur. Tom van Ginkel is Chief Sales Officer: “In gebieden met netcongestie is energiezekerheid niet meer vanzelfsprekend. Al vroeg in de investeringsfase ontwerpen we een energiesysteem. Met onze integrale benadering wordt de haalbaarheid zowel energetisch als financieel, op tijd duidelijk”, legt hij uit. “Dergelijke systemen bestaan uit een combinatie van transformatoren, zonnedaken, energie-opslagsystemen, laadoplossingen en noodstroomvoorzieningen. Dit alles wordt aangestuurd door een slim energie management systeem. Hiermee behalen we vrijwel 100% energiezekerheid, net als het normale stroomnet.” Joulz komt historisch gezien, voort uit Eneco. Na wijzigingen in de energiewet is Joulz als specialist in energie-infrastructuur en

meetdiensten verzelfstandigd. Vandaag de dag is het bedrijf, als zelfstandig onderdeel van 3i Infrastructure, een allround aanbieder van energie-infrastructuur voor zakelijk Nederland met als bijzondere specialisatie, oplossingen voor netcongestie. In Ede realiseerde ProDelta een distributiecentrum met ruim 40.000 m2 magazijnruimte die voldoet aan de modernste eisen. Zo heeft het, onder andere dankzij de energie-oplossing, een BREEAM Excelent certificaat en is het complex aardgasvrij. “We hebben hier bestaand vastgoed gedemonteerd, en dat is in Engeland weer opgebouwd”, vertelt Frank. Het gebouw ligt vlakbij de A30 en A12. “We hebben een super duurzaam hoogbouwmagazijn neergezet. Het heeft een vrije stapelhoogte van 15.20 m. Grond wordt duurder en schaarser. Dus laten we dan proberen meer hoogte in het gebouw te realiseren zodat je ook meer kubieke meters hebt.” Frank van Dijk (l) en Tom van Ginkel Het project kende een uitdaging: het vermogen dat door de netbeheerder op deze locatie beschikbaar kon worden gesteld, was te laag voor alle operationele processen, koeling en verwarming in het gebouw. En dus werd Joulz ingeschakeld om met oplossingen te komen. Een van de gebruikers van het complex is farmaceutische groothandel Brocacef. Bij de opslag van medicijnen is temperatuurregeling van groot belang. Sommige medicijnen worden gekoeld, andere blijven op een constante kamertemperatuur. “We zagen dat in zonnige periodes het piekverbruik in energie hoger lag dan in andere”, vertelt Tom. “Het opvangen van die pieken bleek mogelijk met solar-installaties op het dak, transformatoren en een slim energiemanagementsysteem dat is afgestemd op de energieprofielen van alle gebruikers van het complex.” Leverancier van groene energie De netcongestie leverde nog een beperking: het terugleveren van stroom aan het net was vooralsnog niet mogelijk. En dus werd slechts een beperkt aantal zonnepanelen geïnstalleerd. Als het energienetwerk later versterkt is en terugleveren aan het net mogelijk wordt, dan worden extra panelen op het dak aangebracht; de energie-infrastructuur is daar op voorbereid. Het uitgangspunt voor de oplossing is een energiezekerheid van 99,9%. Er bestaat altijd nog de kans op totale uitval van de stroom van het net, wat rampzalig is voor de geklimatiseerde opslag van medicijnen. Daarvoor staat een noodaggregaat op diesel paraat. Gelukkig heeft de noodstroomvoorziening nog nooit in actie hoeven komen; daarmee bewijst het systeem bedrijfszeker en duurzaam te zijn, precies zoals ProDelta beoogt. Samenwerking van bedrijven in een zogenaamde energy hub zorgt voor nog meer efficiency en minder belasting van het milieu. Als de optelsom van het afzonderlijk piekverbruik van bedrijven hoger is dan de netbeheerder kan leveren, maar het gezamenlijke piekverbruik blijft binnen de mogelijkheden, dan is er in de praktijk geen overbelasting van het net. Samenwerking in een energy hub maakt dit mogelijk. Om energy hubs op grotere schaal toe te passen zijn aanpassingen van de wet en een betere regulering van de overheid gewenst, zo stelt Joulz. www.prodelta.nl www.joulz.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2024 - 53

Grenzen verleggen langs het Amsterdam-Rijnkanaal Baanbrekend meerlaags stadsdistributiecentrum in Utrecht Langs de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal verrijst in Utrecht binnenkort de ‘Harbour Hub Utrecht’, een visionair project dat niet alleen de traditionele grenzen van distributiecentra verlegt, maar ook een nieuwe standaard neerzet voor duurzame stadsontwikkeling. Goodman en Heembouw slaan de handen ineen om een multifunctioneel distributiecentrum te creëren voor haar huurders, dat alvast een kijkje geeft in de stedelijke logistiek van de toekomst. Icoon in het stedelijke landschap Het project, gelegen op Lage Weide aan de Protonweg waar voorheen Agrifirm was gevestigd, draagt de toepasselijke naam ‘Harbour Hub Utrecht’. Het opvallende ontwerp van Heembouw Architecten, dat lijkt op een schip dat in het stedelijke landschap vaart, belichaamt de vooruitstrevende visie achter dit initiatief. Met drie lagen voor opslag en/of productie beslaat het pand een totale oppervlakte van 50.000 vierkante meter, waardoor het geschikt is voor meerdere huurders en functies. Strategisch gelegen met kadefaciliteiten De locatie van ‘Harbour Hub Utrecht’ is interessant voor de toekomstige huurders. Het pand is strategisch gelegen aan de rand van Utrecht en langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Er is circa 800m1 kade beschikbaar en ook watergebonden activiteiten zijn toegestaan. Ook zijn er vergevorderde plannen voor de aanleg

van een railterminal, wat niet alleen de druk op de weg vermindert, maar ook het multimodale karakter van de locatie versterkt. Dit maakt ‘Harbour Hub Utrecht’ bij uitstek geschikt voor logistiek dienstverleners met een focus op duurzame stadsdistributie. Hotspot voor recreëren én werken We kennen distributiecentra veelal als eentonige grijze dozen. Heembouw Architecten denkt daar echt anders over. Welkom bij ‘Harbour Hub Utrecht’, waar groen, ontspanning en logistiek elkaar ontmoeten in een bruisende mix. Hung Tran, senior architect bij Heembouw Architecten, benadrukt het belang “Het pand is strategisch gelegen aan de rand van Utrecht en langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Er is van multifunctionaliteit in dit project: “Door multifunctionaliteit centraal te stellen, wordt deze plek en dit gebouw een onderdeel van de stad. Het brengt identiteit, ‘leven’ én de zó nodige functies. En daarbij een aantrekkelijke plek om te verblijven en te werken. Juist de omvang en schaal vormt zo een belangrijke positieve impuls voor de stad. Dit vraagt wel om lef: durf te mixen en grenzen te verleggen.” circa 800m1 kade beschikbaar en ook watergebonden activiteiten zijn toegestaan. ” één specifieke functie met strikte voorschriften.” zegt Rinus Verhey, directeur van Heembouw Bedrijfsruimten. Hij onderstreept de unieke kans die ‘Harbour Hub Utrecht’ biedt voor de ontwikkeling van Utrecht en voor de veranderingen die stadsdistributie nodig heeft. Interesse? Verandering die stadsdistributie nodig heeft Voor een combinatie van opslag met leisure of andere functies betekent wel extra aandacht voor geluidsoverlast of verkeersbewegingen. Maar het is mogelijk, het vraagt alleen om een andere mindset. “Bestemmingsplannen zijn vaak nog traditioneel ingericht, gericht op Op dit moment voert Heembouw gesprekken met geïnteresseerde partijen, maar er is nog ruimte voor nieuwe kandidaten die een plek zoeken in dit toekomstgerichte project. ‘Harbour Hub Utrecht’ belooft een inspirerend voorbeeld van hoe stedelijke ontwikkeling en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan. Ook interesse? Neem contact op embouw. Directeur Heembouw Bedrijfsruimten Rinus Verhey (071) 332 00 50 www.heembouw.nl www.gronddatabank.nl

Clean Energy Hubs als facility center op bedrijventerreinen Alles onder een dak Wat is een Clean Energy Hub? Een Clean Energy Hub (CEH) is een tank-, laad- of bunkerstation. Een Clean Energy Hub biedt ten minste twee alternatieve, duurzame brandstoffen of energiedragers aan en is in eerste instantie gericht op het goederenvervoer over de weg. Voor de binnenscheepvaart denken wij voorlopig aan tenminste één duurzame brandstof of energiedrager per locatie. Clean Energy Hubs zijn een belangrijke randvoorwaarde om de omslag naar duurzame vrachtwagens, bestelauto’s en binnenvaartschepen op bedrijventerreinen, in (binnen)steden en havenlocaties te maken. Een combinatie voor weg en water is natuurlijk het meest ideaal, maar blijkt in de praktijk vaak moeilijk te realiseren. Met aanpak Clean Energy Hubs inzetten op vraag en aanbod Toen Theo Heinink een aantal jaren geleden namens de provincie Gelderland aan de slag ging om een LNG-netwerk binnen de provincie tot stand te brengen, heeft hij niet alleen gekeken naar 56 - Logistiekvastgoed 2024 de realisatie van een aantal vulpunten, maar vooral ook naar het oplossen van de kip/ei problematiek. Zonder vraag geen aanbod en zonder aanbod geen vraag. We zullen vanuit het programma moeten zorgen dat er voldoende Clean Energy Hubs worden gerealiseerd, maar tegelijk ook het gesprek met de transporteurs aan moeten gaan over de kansen en (on)mogelijkheden die er liggen in de verduurzaming van het wagenpark. Er is toen een subsidieregeling in het leven geroepen voor de koop of lease van een LNG-truck. Dat is een succesvolle aanpak geweest. Naast een aantal LNG-stations zijn er met deze aanpak bijna 300 in Gelderland geregistreerde LNG-trucks de weg op gekomen. Samenwerken is de sleutel voor succes! Dat succes leidde tot de vraag vanuit het programma Topcorridors om deze aanpak voort te zetten op de Goederenvervoercorridor Oost en Zuidoost. Een samenwerkingsverband tussen het Rijk, Rijkswaterstaat (RWS), ProRail, de provincies Gelderland, NoordBrabant, Limburg en Zuid-Holland, de Topsector Logistiek en het Havenbedrijf Rotterdam. De provincie Gelderland werd, in de persoon van Theo, gevraagd deze aanpak op landelijke schaal verder vorm te geven.

In de transitie naar duurzame brandstoffen is echter geen sprake van één stip op de horizon en is een lange weg te gaan. Voor Theo was een van de voorwaarden om dit programma te trekken, dat er ingezet moest worden op meer dan alleen LNG. Er moet worden ingezet op een mix van verschillende duurzame brandstoffen en energiedragers waarbij op dit moment vooral wordt gekeken naar de inzet van HVO (biodiesel), bio-CNG, bio-LNG, elektrisch rijden en varen en op termijn mogelijk rijden en varen op waterstof. Daarbij moeten wij ook altijd alert blijven op nieuwe ontwikkelingen, waarbij methanol in de binnenvaart ook als een van de veelbelovende energiedragers wordt gezien. Een ander punt was dat een samenwerking op het gebied van duurzame brandstoffen met vier provincies veel te beperkt was. Een tweede voorwaarde was daarom dat geprobeerd zou worden om alle twaalf provincies bij dit onderwerp te laten aanhaken. Dat is gelukt! In 2024 hebben alle provincies zich aangesloten bij dit programma. Ook samenwerking met onze buurlanden is essentieel, aangezien een groot gedeelte van het goederenvervoer over de grenzen gaat. Onafhankelijk rol Als laatste wenste hij onafhankelijk te kunnen werken en daarbij ook een kritisch geluid te kunnen laten horen als Europese en nationale regelgeving niet goed aansluiten op de dagelijkse praktijk waar ondernemers mee te maken hebben. Juist overleg met het bedrijfsleven maakt dat het programma goed weet waarop ingezet kan worden. Als voorbeeld noemt Theo de Europese richtlijnen voor tank- en laadinfra alternatieve brandstoffen (AFIR). Het is slimmer om de Clean Energy Hubs te realiseren op geschikte locaties (bedrijventerreinen) dan deze op onderlinge afstanden te laten bepalen. Bedrijventerreinen als ideale locatie voor een Clean Energy Hub Onderzoek heeft uitgewezen dat juist de bedrijventerreinen en distributiecentra de uitgelezen plaatsen zijn om een Clean Energy Hub neer te zetten. Gebleken is dat transporteurs lokaal hun prijsafspraken maken en dat zij willen dat hun chauffeurs volgetankt op pad gaan. Daarom is de realisatie van een Clean Energy Hub bij de ontsluiting/ Clean Energy Hub van Kuster Olie in Groenlo Theo Heinink, business developer Clean Energy Hubs Onderzoek heeft uitgewezen dat juist de bedrijventerreinen en distributiecentra de uitgelezen plaatsen zijn om een Clean Energy Hub neer te zetten. toegang van een bedrijvenpark zeer wenselijk. Helemaal kansrijk wordt het als op deze locatie meerdere duurzame brandstoffen worden aangeboden en er wordt gekeken of er geen combinatie te maken is met andere opgaven. Zoals truckparking, verzorgingsplaatsen, overnachtingsmogelijkheden, voeding in combinatie met vergaderplaatsen en werkplekken en andere combinaties die de ruimte zo effectief en efficiënt mogelijk gebruiken. De vierkante meterprijs is hoog, waardoor multifunctioneel gebruik wenselijk is. Op die manier ontstaat een soort van facility centrum op een Logistiekvastgoed 2024 - 57

Clean Energy Hub van DC Berkel Energy in Assen bedrijventerrein dat gemakkelijk toegankelijk is. Ook kan het helpen als er juist openbare laadpleinen worden gerealiseerd in plaats dat bedrijven hun eigen voorzieningen treffen, die duur en inefficiënt zijn in een periode van netcongestie. Dat het beter kan, blijkt bijvoorbeeld al als de vrachtwagens die hier overnachten van de dieselaggregaten af kunnen en walstroom (lokale elektriciteit) kunnen gebruiken. Dit voorkomt de uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof en het verbetert de leefomgeving (ook voor de chauffeurs zelf!) aangezien de generatoren geen geluid meer maken. Een sterke businesscase door combinatie van functies Het lijkt allemaal simpel, maar dat is het niet. Gemeenten denken soms een aantal stappen in de transitie te kunnen overslaan, het met één enkele oplossing te kunnen doen of het volledig aan de markt over te kunnen laten. Hierdoor loop je het risico dat er een versnippering van functies op een bedrijventerrein ontstaat. Naast de bekende fossiele tankstations komt er ergens op een braakliggend stukje grond een elektrisch laadplein en wordt er op een andere plaats waterstof, HVO, bio-CNG of bio-LNG aangeboden. Door alles op één plaats aan te bieden, wordt niet alleen de ruimte efficiënter gebruikt, maar voorkomt men ook dat er extra vrachtwagenbewegingen op een bedrijvenpark plaatsvinden. Ook kunnen gebruikers 58 - Logistiekvastgoed 2024 Door alles op één plaats aan te bieden, wordt niet alleen de ruimte efficiënter gebruikt, maar voorkomt men ook dat er extra vrachtwagenbewegingen op een bedrijvenpark plaatsvinden. op één plaats een broodje eten en een kop koffie drinken, waar anders op diverse plaatsen tank/laadstations ontstaan, die allemaal hun eigen stukje organiseren, waardoor er veel meer ruimte op een bedrijventerrein nodig is. Gemeenten kunnen hierin faciliterend optreden en verschillende initiatiefnemers bij elkaar brengen, waardoor de businesscase voor alle betrokkenen juist interessanter wordt. Aardig is ook om te vermelden dat de chauffeurs zelf de beste ambassadeurs zijn om de transitie naar duurzame brandstoffen verder te brengen. Een chauffeur van een dieseltruck is nieuwsgierig naar de bevindingen van chauffeurs die rijden op andere brandstoffen of energiedragers. De basis van het programma Clean Energy Hubs is het belang van een aanpak die gericht is op een samenwerking van bedrijfsleven

en overheid om de verduurzaming van het goederenvervoer te realiseren. Hierbij gaan wij uit van drie pijlers die relevant zijn in de ontwikkeling en realisatie van de Clean Energy Hubs. Namelijk: - Economische haalbaarheid: het moet haalbaar en betaalbaar zijn voor ondernemers - Klimaatdoelstellingen: inzet op CO2 reductie op korte, middellange en lange termijn - Milieudoelstellingen: stikstof-, fijnstof- en geluidsreductie Verduurzaming wegtransport als voorbeeld voor de binnenscheepvaart Het wegtransport zou als voorbeeld kunnen dienen voor de binnenscheepvaart. De markt voor binnenvaartschepen (circa 8.000 schepen) is echter veel kleiner dan voor zware vrachtwagens (bijna 150.000 in Nederland). Daarbij is de gemiddelde afschrijvingstermijn van de motor van een binnenvaartschip ongeveer 25 jaar ten opzichte van 7 jaar bij een vrachtwagen. Dat maakt dat het lastiger is om in te zetten op veel verschillende energiedragers. Daarom moet de overheid ook voor deze sector bestendig beleid blijven voeren en richting geven. Vanuit het programma Clean Energy Hubs denken wij mee om te komen tot een dekkend netwerk van Clean Energy Hubs voor de binnenvaart op tactische locaties aan het water. Dit kan zijn bij de grotere bestaande bunkerstations in Nederland. Voor batterijelektrisch varen of varen op waterstof ben je deels afhankelijk van de containerterminals waar laadpunten voor batterijcontainers geplaatst kunnen worden. Voor deze aanpak is een regisseur Clean Energy Hubs voor de binnenvaart, in de persoon van Rob de Leeuw-van Weenen (Panteia) aangetrokken. Samen met de provincies, havenbedrijven en Rijkswaterstaat worden geschikte locaties in Nederland in beeld gebracht. Clean Energy Hub van Green Planet in Pesse Clean Energy Hub van Greenpoint in Oude Tonge Naar een dekkend netwerk Wij denken dat het programma nog zeker tot 2030 bestaansrecht heeft, omdat de realisatie van een Clean Energy Hub een doorlooptijd van vier tot zeven jaar vergt. Doelstelling is om tot 2030 100 Clean Energy Hubs in Nederland te realiseren en een netwerk van Clean Energy Hubs te hebben langs de belangrijkste vaarwegen. Doet u mee? Vanuit het programma zijn wij altijd bereid om mee te denken bij de ontwikkelingen en inrichting van nieuwe en bestaande bedrijventerreinen in relatie tot Clean Energy Hubs. Dat doen wij graag samen met u! Meer informatie kunt u vinden op de website Clean Energy Hubs of u kunt contact opnemen met de landelijk coördinator / business developer Clean Energy Hubs onder telefoonnummer (06) 528 02 026 of via de e-mail t.heinink@gelderland.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2024 - 59

Logistics Capital Partners: Ontwikkelen is samenwerken West Midlands Interchange (UK) – Logistics business park Zoeken naar de beste combinatie van partijen om het project te laten slagen In de afgelopen 10 jaar ontwikkelde Logistics Capital Partners 1.2mio m2 logistiek vastgoed in Europa voor klanten als Amazon, Primark, Kering en Lidl. Inmiddels heeft ze met de verkoopwaarde van de gerealiseerde ontwikkelingen haar Amerikaanse investeerder Invesco kunnen uitkopen. Begin 2024 staat LCP met een gezonde eigen balans aan de vooravond van een nieuwe ontwikkelen investeringscyclus. 60 - Logistiekvastgoed 2024 West Midlands Interchange is gelegen in de buurt van Birmingham (UK) en zal met een totale omvang van bijna 300 ha ruimte gaan bieden aan circa 800.000 m2 logistieke gebouwen. Behalve een eigen afslag vanaf de snelweg, komt het te beschikken over een complete railfreight terminal. Verder worden als onderdeel van het plan twee volwaardige parken gerealiseerd met een totale oppervlakte van 44ha, compleet met wandelpaden en fitnesstrails. Niet alleen de toekomstige gebruikers van het bedrijventerrein, maar ook de bewoners van de diverse kernen in de omgeving, zullen hiervan kunnen profiteren.

DC Campus A58 (februari 2023) Logistics Capital Partners – Justin van Esch Marktbenadering LCP is actief als pan-Europees bedrijf op het gebied van projectontwikkeling en asset & property management voor logistiek vastgoed. Met een team van inmiddels meer dan 40 professionals verspreid over 7 kantoren (Verenigd Koninkrijk, Nederland, België, Italië, Frankrijk, Luxemburg, Spanje) heeft LCP de slagkracht logistieke oplossingen te bieden in heel West- en Zuid Europa. Kenmerkend voor LCP is, dat het eigendom is van de partners en niet verbonden aan een vast investeringsfonds. Daarmee is het volledig vrij om zelf te bepalen in welke projecten het investeert. Dit kan zijn op eigen kracht als ook in Joint Venture met een co-investeerder, zoals de eindgebruiker zelf. “Geen enkel project is hetzelfde. Wij benaderen daarom elke ontwikkelmogelijkheid met open blik. En zoeken afhankelijk van de situatie naar de beste combinatie van partijen en samenwerkingsvormen, om het tot een succes te maken.” Justin van Esch, Asset & Development Director Verbreding van focus De afgelopen jaren heeft LCP zich met name gericht op ontwikkeling op maat van XXL-logistieke panden om hiermee oplossingen te bieden aan de enorme ruimtevraag in de markt. Intussen zijn de panelen danig verschoven. Beschikbare bouwrijpe gronden zijn schaars geworden, op veel plaatsen is een tekort aan stroomcapaciteit en tegelijkertijd groeit de maatschappelijke weerstand in het dichtbevolkte Nederland tegen de ‘grote logistieke dozen van bovenmenselijke maat’. LCP heeft de focus mede daarom verbreed naar herontwikkeling van bestaande terreinen. Ook al kunnen deze een kleinere schaalgrootte hebben, vaak kan toch voldoende waardegroei worden bereikt voor een geslaagd project. Het gaat namelijk vrijwel altijd om verouderde panden, die niet meer optimaal (kunnen) worden gebruikt, omdat DC Campus A58 (februari 2023) Logistiekvastgoed 2024 - 61 ze niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. En ook vanuit maatschappelijk opzicht kan bij dergelijke projecten belangrijke winst kan worden behaald, bijvoorbeeld door het en-passant saneren van vervuilde gronden of het integreren van maatregelen op gebied van klimaat en ecologie. “Onder meer in het project Campus A58 te Roosendaal met een totale omvang van circa 115.000m² warehouse en kantoren, dat werd gerealiseerd op een terrein van de voormalige Philips TL-lampen fabrieken, hebben wij hiermee belangrijke ervaringen op kunnen doen,” aldus Justin van Esch. Gebiedsontwikkeling Daarnaast richt LCP zich inmiddels ook actief op gebiedsontwikkeling. De langere doorlooptijd van dergelijke projecten brengt ook belangrijke voordelen met zich mee. Justin van Esch licht toe: “Omdat je vroeg in het project met elkaar aan tafel zit, zijn de belangen van de belangrijke stakeholders beter te integreren. Ik geloof er echt in dat we hiermee een nog beter resultaat kunnen behalen in samenwerking met de gemeente en hun regionale partners, bijvoorbeeld voor wat betreft hun ambities op het gebied van Brede Welvaart.” In de UK ontwikkelt LCP het bedrijvenpark “West Midlands Interchange” (zie kader). Ook in Nederland wordt op verschillende plaatsen aan dergelijke initiatieven gewerkt. “Na de twee unieke en succesvolle projecten DC Primark en Campus A58 in Nederland staan wij met ons team klaar om onze activiteiten verder uit te breiden, in Nederland en de overige landen waarin we actief zijn.” Kristof Verstraeten, Founder & Partner ‹‹ Meer informatie: Logistics Capital Partners www.logisticscapitalpartners.com info@logisticscapitalpartners.com Justin van Esch, Asset & Development Director NL + 31 40 266 96 09

Van Berlo neemt nieuwe positie in met smart concrete floors Toenemende innovaties in warehouse-automatisering stellen steeds hogere eisen aan de logistieke bedrijfsvloer. Dit besef dringt steeds verder door bij de betrokken stakeholders in het bouwtraject van high-end distributiecentra. Die verandering heeft ook gevolgen voor de rol van Van Berlo in dit traject. Er is steeds meer behoefte aan een kennispartner die vanaf de initiatieffase van een bouwproject meedenkt en zijn expertise inbrengt voor een optimaal eindresultaat. Dit is de aanleiding geweest voor de nieuwe (internationale) positie die Van Berlo inneemt: van onderaannemer pur sang naar expert-consultant in smart concrete floors. “D ie vloer die komt er wel, is nog vaak de heersende gedachte bij nieuwbouw van logistiek vastgoed”, vertelt Ir. Daniël Toonen, senior sales engineer bij Van Berlo. “Tien jaar geleden kwam je daar mee weg, maar nu niet meer. De logistieke automatisering en robotisering ontwikkelt zich zo snel dat de eisen aan de logistieke betonvloer steeds strenger worden. Dat vraagt om expertise vanaf de initiatieffase van een nieuw logistiek pand.” 45 jaar expertise en vakmanschap Van Berlo heeft exact die expertise in huis. Vanaf de oprichting in 1979 specialiseert het bedrijf zich in betonnen vloeren. Het familiebedrijf van toen, is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste spelers in Europa. Nergens anders vind je meer kennis en vakmanschap in high-end logistieke betonvloeren. Greymatter: gegarandeerd scheurvrij en tot 50% minder CO2 uitstoot Innovatie staat bij Van Berlo hoog in het vaandel. Het in-house R&D team heeft in de afgelopen zeven jaar de Greymatter technologie ontwikkeld, die in 2023 gehonoreerd is met de Cobouw Innovatie Award. Deze baanbrekende technologie verbindt het beste van twee werelden: verduurzaming én een top kwaliteit vloer, die niemand kan evenaren. Want een Greymatter-vloer bespaart tot 50% CO2 én blijft gegarandeerd scheurvrij. Vooral dat laatste is essentieel voor logistieke bedrijfsvloeren waar robots in steeds hoger tempo overheen razen. Van Berlo ontwikkelt, engineert én produceert in huis en geeft tot 20 jaar garantie. Dat is een verdubbeling van de standaard in de markt! Een Van Berlo maatwerkvloer als basis maakt het verschil tussen een goed en excellent bedrijfsproces. 62 - Logistiekvastgoed 2024

gen nog de standaard. Wij bouwen al jaren volledig voegloze vloeren. Met de komst van de Greymatter technologie kunnen deze voegloze vloeren ook nog eens scheurvrij en CO2 arm worden uitgevoerd. Dat levert een behoorlijke kostenbesparing op: geen reparatiekosten en geen downtime. “Ondanks de mogelijk hogere investering aan de voorkant is de business case daarmee toch snel gemaakt”, meent Toonen. Dat laatste is vooral ook voor projectontwikkelaars van belang. Want, wist je dat een traditionele betonnen bedrijfsvloer met 50% het zwaarste drukt op de totale milieuprestatiescore (MPG) van een gebouw? Dit betekent dat een smart concrete floor het verschil kan maken tussen wel of niet bouwen. Smart concrete floors “Smart concrete floors zijn maatwerkvloeren die helemaal zijn afgestemd op de eisen van de gebruiker”, vervolgt Toonen. “Op basis van de aangeleverde projectdata, onze kennis en jarenlang opgebouwde historische data, brengen we een gedetailleerd advies uit en maken we een vloerontwerp. Met die data stellen we een betonmengsel op maat samen dat we zelf verwerken en tijdens het verwerken nauwkeurig monitoren. Door de combinatie van onderdelen voldoen we aan de strenge gebruikseisen én garanderen we de lagere CO2-uitstoot en scheurvrije kwaliteit. Ook tijdens het gebruik van de vloer blijven we deze monitoren en leveren sensoren in de vloer waardevolle data, zodat met het juiste gebruik en onderhoud de vloer blijft presteren.” Optimaal ontwerpproces Optimale geautomatiseerde material handling vraagt maatwerk in betonvloeren. “In de bouwpraktijk is nog sprake van vloermarges in “centimeters”. Material handling suppliers tolereren maximaal enkele tienden van millimeters, zelfs bij eenzijdige belasting van een paar ton. Zo’n vloer ontwerp je niet even op een achternamiddag. Wil je aan dergelijke strenge eisen voldoen, heb je vloer-expertise vanaf het begin nodig. Nu worden wij vaak op het laatste moment betrokken. Dan is er vaak geen tijd of budget meer voor de juiste oplossing. Daarom pleiten wij voor samenwerking vanaf het begin. We delen onze expertise graag met material handling suppliers, opdat ook zij maximale kwaliteit kunnen leveren en niemand voor verrassingen komt te staan”. Samenwerkingen bieden (internationale) kansen “De samenwerking met de diverse stakeholders heeft al tot mooie resultaten geleid. Door samen op te trekken kunnen we een optimale combinatie Logistiekvastgoed 2024 - 63 opstellen van vloer en systeem. Dat zorgt voor een beter en vaak ook goedkoper eindresultaat. Een bijkomend voordeel voor ons is dat deze partijen onze expertise dusdanig waarderen dat zij Van Berlo adviseren als vloerenpartij bij andere klanten. Niet alleen in Nederland en België, wat tot op heden onze belangrijkste markten zijn, maar ook ver daar buiten. In het buitenland kunnen we veel toegevoegde waarde en besparingen leveren, omdat de standaard voor betonvloeren daar lager ligt, terwijl de eisen vanuit material handling hetzelfde zijn. In Duitsland zijn bijvoorbeeld vloeren met voeDé vloerpartner in logistiek vastgoed Met smart concrete floors is Van Berlo dé vloerpartner voor high-en logistieke betonvloeren. De nieuwe positionering heeft veel interesse gewekt en het team is volop in gesprek met de diverse stakeholders om kennis te delen in de markt. Ondertussen blijft de R&D afdeling innoveren. Want het kan altijd nóg beter, slimmer en duurzamer. ‹‹ Van Berlo - smart concrete floors www.vanberlo.com +31-413-389090

KiesZon plaatste ruim 14.000 zonnepanelen op het pand van HBC B.V., een samenwerking tussen HVBM Vastgoed en Bruil Bouw Groep. Hiermee wordt dit gehele distributiecentrum in Deventer, ondanks netcongestie, voorzien van stroom. KiesZon puzzelt ondernemers naar optimale energievoorziening Alles voor voldoende vermogen in één schoon, scherp en stabiel kilowattuur-tarief Beschikbaarheid, verduurzamen en wetgeving. Het zijn dé uitdagingen in de energievoorziening van logistieke bedrijven. Met prijsschommelingen voor energie op de koop toe. Uiteindelijk wil je als ondernemer gewoon voldoende stroom, waar en wanneer je die maar nodig hebt. En wel tegen een schoon, scherp en stabiel kilowattuur-tarief. KiesZon biedt dat, dankzij hun integrale aanpak van het complete energievraagstuk. 66 - Logistiekvastgoed 2024 ieuwbouw, groeien, elektrificatie van de vloot, MVO-doelstellingen, voldoen aan energiewetgeving, het zijn forse uitdagingen bij de energievoorziening voor de hedendaagse logistieke ondernemer. Met de huidige netcongestie als allergrootste uitdaging. Maar… er zijn ook kansen. Want wie de energiepuzzel goed legt, kan er zelfs aan verdienen. Met 15 jaar ervaring in de energiemarkt, weet KiesZon als geen ander hoe je dat doet. N Energiepuzzelen KiesZon is een dochteronderneming van energieleverancier Greenchoice. Daarmee heeft het bedrijf alle puzzelstukjes voor de integrale energiebenadering in huis. Want, anders dan de naam doet vermoeden, is KiesZon allang niet meer uitsluitend leverancier van zonnepanelen. Meer en meer heeft

het bedrijf de rol van integraal energieadviseur en -leverancier. “Zonnestroom is meestal wel onderdeel van de oplossing”, vertelt Bart Luters, Business Developer van KiesZon. “Maar daarmee zijn we al bij de oplossing, één van de puzzelstukjes: de infrastructuur. De andere onderdelen zijn sturing, ofwel leveringsmanagement en gebruiksmanagement, en de energiehandel. We starten nooit bij de oplossing, maar bij de primaire doelstelling van de klant.” klant.” Ook dat zijn stukjes waarmee KiesZon de puzzel legt voor de optimale business case en dito energievoorziening. Van 13 partners naar 1 Terwijl Bart Luters alle stukjes de revue laat passeren, wordt duidelijk dat er traditioneel wel dertien partners nodig zijn om die optimale energiepuzzel te leggen. Dat komt door de uiteenlopende benodigde expertise, van techniek tot ICT, energiehandel en wet- en regelgeving. Maar wat als een Primaire doelstelling KiesZon ziet bij klanten vier doelstellingen: 1 optimalisatie van de aansluiting (het tackelen van beperkt beschikbaar vermogen vanwege de netcongestie), 2 duurzaamheid (MVO-beleid, meer zelfopgewekte energie, elektrificatie van de vloot), 3 voldoen aan wetgeving (stikstofregels, zero emissiezones, besparingsplicht, laadpaalplicht) 4 financiën (return on investment, en prijsschommelingen dempen). Puzzelstukjes “Alle vier de doelstellingen zijn belangrijk, maar één springt er altijd uit. Welke dat is, verschilt per klant. Dat is de start van het spel. Om de optimale puzzel te leggen, hebben we, samen met de andere onderdelen van Greenchoice, alles in huis. We leveren de infrastructuur, bijvoorbeeld met zonnepanelen, laadpalen of batterijen voor opslag. We optimaliseren de levering en het gebruik met ons Energiemanagementsysteem (EMS). Daarmee krijgen we lokaal vraag en aanbod van het vermogen in balans. Door bijvoorbeeld laadpalen op het juiste moment wat harder of zachter te zetten. Of door batterijen bij overcapaciteit te laden. Met andere woorden: we optimaliseren het verbruik, zodat op het juiste moment, op de juiste plek, de juiste capaciteit beschikbaar is. De elektrische trucks bijvoorbeeld, moeten wel volgeladen zijn op het moment dat ze op pad gaan. Bart Luters Tot slot bieden we toegang tot de energiemarkten. Zodat klanten ook aan overcapaciteit en andere onderdelen van hun energievoorziening kunnen verdienen, bijvoorbeeld door het stuurbare vermogen aan te bieden op verschillende energiemarkten.” Maar er zijn meer mogelijkheden voor return on investment. Thuis in wet- en regelgeving KiesZon is zeker niet alleen thuis in techniek, maar ook in wet- en regelgeving, en met Greenchoice in de energiehandel, een belangrijk onderdeel van de business case. “We kijken ook scherp naar subsidies en andere stimuleringsregelingen. Denk aan subsidie voor grootschalige hernieuwbare energie opwekken (SDE’s) of CO2-uitstoot verminderen, verplichte hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s), daar kun je in handelen. Dat geldt ook voor capaciteitsbeperkende contracten. En tot slot de energiehandel zelf. Door op de juiste momenten energie te verbruiken of juist terug te leveren. Of door het regelbare vermogen aan te bieden aan de netbeheerder om het (regionale) net te balanceren. Dat kan geld opleveren. Zo maken wij complete verdienmodellen voor de deel daarvan al belegd is, zoals vaak het geval is? “Ondernemers hebben bijvoorbeeld al een zonnedak”, vervolgt Luters, “Of een vast contract met een energieleverancier. Dat is geen probleem, wij kunnen daar op aanhaken. Wij denken in oplossingen. Alles wat al goed en efficiënt aanwezig is, is natuurlijk prima.” Ook de onderdelen van andere leveranciers passen naadloos, alleen krijgt de puzzel dan deels een andere kleur. Synergie behalen “Maar”, benadrukt Luters, “hoe meer je bij ons belegt, hoe meer synergie we eruit weten te halen. Dan kunnen wij de complete dienst verlening aanbieden met één aanspreekpunt en vaak verdisconteerd in één kilowattuur-tarief.” Met andere woorden, wie volledig kiest voor KiesZon, heeft geen gedoe met afzonderlijke partijen. KiesZon regelt het en behaalt, dankzij alle efficiency aan de achterkant, de meeste waarde uit het energiesysteem voor de klant en voor de maatschappij. << www.kieszon.nl Logistiekvastgoed 2024 - 67

EVO Park Weert: logistieke parel aan de kennis-as A2 Maximaal duurzaam (ESG) met alle voordelen van een brownfield De voormalige Philips Lighting fabriek in Weert maakt plaats voor een hypermoderne logistieke campus. Strategisch gelegen en uitstekend bereikbaar, met een groeiende arbeidspool in de directe omgeving. Plus de absolute top in duurzaamheid, ook nog eens prachtig ingepast in het groen. Onwikkelaar EvolutionRE, investeerder Principal Real Estate en gemeente Weert hebben er het volste vertrouwen in. Environmental, Social & Governance ESG staat voor Environmental, Social & Governance, ofwel factoren als energieverbruik, klimaat, E VO Park Weert op bedrijventerrein Kanaalzone II, wordt een logistieke campus van 89.000 m2 op een terrein van 131.800 m2. Met twee uitzonderlijke warehouses, één van 74.000 m2 (deelbaar vanaf 12.000 m2) en één van 15.000 m2. Beide hypermoderne logistieke panden worden gebouwd onder de hoogste duurzaamheidsnormen. En die gaan verder dan uitstoot en energieverbruik. EVO Park Weert krijgt niet alleen het BREEAM Excellent certificaat, maar scoort ook hoog op ESG. beschikbaarheid van grondstoffen, gezondheid en veiligheid. Een van de belangrijkste redenen voor Principal Real Estate om met het volste vertrouwen deel te nemen in deze ontwikkeling van EvolutionRE. “Bij Principal geloven we in logistiek vastgoed. We zijn niet voor niets Nederland distributieland. Maar we moeten wel opletten dat we kwaliteit bouwen. Daarbij hebben wij ESG hoog in het vaandel. Dus toen wij deze ontwikkeling van EvolutionRE zagen, waarin al die duurzaamheidselementen samenkomen op bovendien een perfect gelegen locatie, zagen wij het partnership direct zitten”, vertelt Tia van Beek, directeur Nederland bij Principal. Duurzaamheid 2.0 EVO Park Weert tilt duurzaamheid in logistiek naar een volgend niveau. Zo krijgt het complex, naast BREEAM Excellent, een BENG (Bijna Energie Neutraal) certificering. Dat betekent: volledig gasloos met volop zonnepanelen op het dak en voldoende laadpalen voor elektrische auto’s en fietsen. “Meest in het oog springend wordt de groene inpassing, waarbij de architect zich voor de gevelkleur liet inspireren door een bosrand. Tussen het warehouse en het residentieel gebied komt een 25 meter brede groenzone met inheemse planten, bomen en waterpartijen. Terwijl het sedumdak, de houten gevelbeplating samen met de glazen balustrades de campus een natuurlijke en zeer hoogwaardige uitstraling geven. Met ook voldoende lichtdoorlaat, wat het geheel een aangename plek maakt om in te werken zowel op het kantoor als in het warehouse”, zegt Jay Lelie, partner bij ontwikkelaar EvolutionRE hierover. Perfecte ligging Een ander pluspunt van EVO Park Weert is uiteraard de ideale locatie. “Weert ligt aan de A2”, vertelt Mathieu Dolders, acquisitie & projectmanagement 68 - Logistiekvastgoed 2024

bedrijventerreinen bij de gemeente. “Met Venlo, Tilburg, Duisburg, Antwerpen en Rotterdam, allemaal op relatief korte afstand. Die A2 zien wij als de kennis-as, van Brainport Eindhoven via Weert de grens over. Terwijl Venlo aan de A67 eerder de transportas is, met meer puur logistieke activiteiten, heeft Weert hoogwaardige technologiebedrijven met veel toegevoegde waarde. Denk aan ASML/DHL. Dat type bedrijven heeft, ook voor het aantrekken van personeel, behoefte aan hoogwaardige huisvesting, duurzaam ingericht met voldoende uitstraling, zoals EVO Park Weert biedt.” Arbeidspotentieel En dat brengt ons op een volgend voordeel van Weert: er is voldoende personeel. Dolders noemt Weert wel de logistieke hotspot ‘without the heat’. Hier geen oververhitte arbeidsmarkt. Sterker, de komende jaren verwacht de gemeente dat het personeelsaanbod groeit. “Want Weert heeft groeiambities”, zegt wethouder Ruimtelijk Ordening Thomas van Gemert hierover. “Stel dat er 10.000 inwoners bijkomen, betekent dat een extra vraag naar minstens 3.000 arbeidsplaatsen. Hoe mooi is het als die mensen niet dagelijks in de auto stappen naar Eindhoven, maar dichtbij op de fiets of met het openbaar vervoer hier naar hun werk kunnen. Ook verwachten we een toename in arbeidspotentieel door de sluiting van Nedcar in Born. Daarom zijn wij erg blij met deze ontwikkeling. We hebben hier al een aantal mooie kleinere bedrijven in de maakindustrie. Maar logistiek hoort daar natuurlijk bij, als onmisbare schakel in de keten.” Hier kan je in wonen “Bovendien sluit EVO Park Weert ook aan op onze andere gemeentelijke ambities. En dan grijp ik even terug naar duurzaamheid. Weert is een stad in het groen. Die vergroening is in een tijd van klimaatTia van Beek Jay Lelie verandering heel belangrijk. Daarom proberen we alle bedrijventerreinen, en zeker de wat oudere, een groene impuls te geven. Zo’n ontwikkeling als EVO Park Weert past daar natuurlijk heel goed bij. En het ziet het er ook nog eens prachtig uit. Kortom, een plek waar je wilt werken.” “Toen de board van Principal deze zomer op werkbezoek’ was”, vult Van Beek aan, ”en EvolutionRE de artist impressions presenteerde, zei mijn Amerikaanse collega: ‘Is dat logistiek? Hier kan je in wonen’. Dat vond ik zo mooi.” Voordelen van brownfield Gepland op het voormalige Philipsterrein is EVO Park Weert een echte brownfield-ontwikkeling. “Dat brengt extra voordelen met zich mee’, zegt Lelie hierover. “Op de eerste plaats ben ik voorstander van herontwikkeling van bestaande locaties, omdat dit de meest duurzame ontwikkeling is die je kunt doen. Je geeft geen natuur op. Bijkomend voordeel is dat er veelal voldoende stroom is, dus ook op EVO Park Weert. We hebben hier geen last van netcongestie. Ook de stikstofregels zijn hier geen showstopper.” De show moet overigens nog beginnen. Nu de vergunningen binnen zijn, staat niets de bouwstart meer in de weg. De voorbereidende werkzaamheden zijn dan ook al in volle gang, maar de eerste paal moet nog de grond in. Desondanks www.evolutionre.eu Mathieu Dolders Thomas van Gemert is de belangstelling al groot voor deze prachtige warehouses die naar verwachting begin tweede kwartaal 2025 worden opgeleverd. Lelie: “We zijn al met meerdere geïnteresseerden in gesprek. Dat zijn internationale, nationale en zeker ook lokale bedrijven. Uiteraard allemaal in de logistiek, maar vaak wel value added partijen. Denk aan bedrijven met een deel productie, repackaging of bijvoorbeeld technologiebedrijven met spare parts. Ondernemingen die een huisvesting van allure weten te waarderen.” Voor meer informatie www.principalam.com www.weert.nl Logistiekvastgoed 2024 - 69

De rol van logistiek in de circulaire transitie door: dr. Victor Verboeket, Lector Supply Chain Innovation - Fontys Techniek en Logistiek Logistiek omvat het beheer van een complex netwerk van leveranciers, producenten, distributeurs en consumenten. Om de circulaire transitie te realiseren, moeten al deze stakeholders samenwerken om de materialen en producten efficiënt te laten circuleren door de gehele keten. Circulaire Economie Tegenwoordig wordt vaak gesproken over een “circulaire economie (CE)”, maar wat is dat eigenlijk? De CE is een economisch model dat zich richt op het maximaliseren van het hergebruik van hulpbronnen en het minimaliseren van afval. Dit staat in schril contrast met het lineaire model waarbij grondstoffen worden gewonnen, gebruikt en vervolgens weggegooid. CE streeft ernaar de kringloop te sluiten door middel van productregeneratie, hergebruik en recycling. De circulaire transitie is om verschillende redenen cruciaal voor de toekomst van onze samenleving. Ten eerste vermindert het de druk op natuurlijke hulpbronnen door efficiënter gebruik te maken van bestaande materialen. Dit helpt de impact op het milieu te verminderen, waaronder uitputting van hulpbronnen, vervuiling en klimaatverandering. Daarnaast stimuleert CE innovatie en creëert nieuwe bedrijfsmodellen en werkgelegenheid. Tot slot draagt het bij aan de opbouw van veerkrachtige en duurzame samenlevingen die beter zijn toegerust voor de uitdagingen van de toekomst. 70 - Logistiekvastgoed 2024 10R-ladder De 10R-ladder is een conceptuele benadering die wordt gebruikt om de overgang van een lineaire naar een circulaire economie te bevorderen door middel van een reeks stappen of principes. De ‘R’ staat voor verschillende acties die ondernomen moeten worden om de circulaire transitie te realiseren. Maar welke rol speelt logistiek dan? Circulaire economie en Logistiek Logistiek kan bij elke stap van de 10R-ladder als volgt bijdragen: 1. Rethink (heroverwegen): Logistiek speelt een cruciale rol bij het heroverwegen van traditionele supply chain modellen. Het gaat om het herzien van logistieke processen om circulaire principes te incorporeren, zoals het verkleinen van transportafstanden en het gebruik van duurzame transportmiddelen. 2. Refuse (weigeren): Logistiek kan helpen bij het identificeren van leveranciers die duurzame materialen en producten leveren. Het weigeren van niet-duurzame of moeilijk te recyclen materialen begint bij de selectie van leveranciers en het beheren van de inkomende logistiek. 3. Reduce (verminderen): Efficiënt voorraadbeheer en -planning verminderen afval en overtolligheid, waardoor er minder transport en opslag nodig is en de ecologische voetafdruk van de logistiek kleiner wordt. 4. Reuse (hergebruiken): Logistiek speelt een rol bij het organiseren van retourlogistiek voor herbruikbare producten en verpakkingen, waardoor ze gereinigd, gerepareerd en opnieuw gedistribueerd kunnen worden naar consumenten of andere gebruikers. 5. Repair (repareren): Logistiek ondersteunt het transport van producten naar reparatiewerkplaatsen en het beheer van reserveonderdelen voor efficiënte reparaties. 6. Refurbish (opknappen): Logistiek faciliteert het transport van producten naar opknapfaciliteiten en de terugkeer van opgeknapte producten naar de markt. 7. Remanufacture (herfabriceren): Logistiek beheert de retourlogistiek van producten die worden gedemonteerd en teruggebracht naar fabrieken voor herfabricage, evenals de distributie van gereviseerde producten. 8. Repurpose (herbestemmen): Logistiek speelt een sleutelrol bij het identificeren van nieuwe toepassingen voor producten en materialen en het beheren van hun transport naar nieuwe bestemmingen. 9. Recycle (recyclen): Logistiek is van vitaal belang bij het verzamelen, sorteren, transporteren en verwerken van materialen voor recyclingdoeleinden.

10. Recover (terugwinnen): Logistiek zorgt voor het transport van afval naar energiecentrales voor energieterugwinning of naar faciliteiten die waardevolle stoffen winnen. Door het maximaliseren van (bijvoorbeeld) binnenvaart kunnen zowel de kosten als de ecologische voetafdruk geminimaliseerd worden. De rol van onderwijs in de circulaire transitie Onderwijs, met name op hbo-niveau, speelt een cruciale rol in de overgang naar een circulaire economie. Het voorziet studenten van de nodige kennis en vaardigheden om circulaire principes te begrijpen en toe te passen in verschillende vakgebieden, zoals techniek, logistiek, bedrijfskunde, design en economie. Verschillende disciplines zijn nodig om circulaire transities voor elkaar te krijgen. Immers, technische circulaire innovaties (technisch wetenschappen) dienen ketens te hebben waarmee deze producten geleverd worden (bedrijfskunde), terwijl de verschillende actoren in die keten een verdienmodel (economische wetenschappen) nodig hebben om hun bestaansrecht zeker te stellen. Ook zullen bedrijven en consumenten deze circulaire producten moeten accepteren (gedragswetenschappen). Daarom zullen hbo opleidingen hun studenten moeten leren om multi-, inter- en transdisciplinair te denken en werken. Door dit te bevorderen, kan het hbo een sleutelrol spelen in het creëren van een generatie professionals die écht bijdraagt aan een duurzamere toekomst. Een voorbeeld: Nationaal GroeiFonds BioBased Circular (NGF BBC) Plastics worden momenteel voor een groot gedeelte gemaakt van nafta, een aardolie (CO2) product terwijl een Europese doelstelling is dat Europa in 2050 CO2 neutraal is. Daarom moet nafta vervangen worden door het recyclen van gebruikte plastics én plastics gebaseerd op biomaterialen (suikers). De technische uitdaging om dit op industrieel uit te voeren is enorm, maar ook de uitdagingen voor logistieke ketens is enorm. Bron: Rijkswaterstaat: Buyer group Marktvisie-BOA-kleding Immers, nu komt nafta door pijpleidingen vanuit de haven in Rotterdam bij Chemelot aan, maar waar komen deze gerecyclede plastics en biomaterialen vandaan? Via welke infrastructuur en welke modaliteiten wordt dit vervoerd? Waar staan de sorteer- en suiker fabrieken? Wat betekent dit voor de mensen en ICT systemen in de keten? Onderzoekers van Fontys, TNO, Universiteit Maastricht en Wageningen University Research ontwerpen samen met studenten en bedrijven deze toekomstige logistieke ketens en dragen zo bij aan de circulaire transitie. ‹‹ www.fontys.nl Logistiekvastgoed 2024 - 71

DENC gaat samen met Sweco Met de unieke combinatie en integratie van het procesen gebouwontwerp realiseert DENC toonaangevende logistieke en industriële huisvestingsprojecten met slimmer en efficiënter ruimtegebruik, hoge duurzaamheid, goede inpassing en met optimale arbeidsomstandigheden zoals daglicht, akoestiek, veiligheid en binnenklimaat. DENC adviseert bij het opzetten, verbeteren en automatiseren van logistieke en industriële processen en met de vertaling ervan naar de huisvesting. Niet alleen voor opslag- en distributieactiviteiten, maar ook voor complexe e-commerce operaties, crossdocking, sorteercentra of bijvoorbeeld vrieshuizen en hoogbouwmagazijnen. Sweco ontwerpt en ontwikkelt de duurzame samenlevingen en steden van de toekomst. “Door onze krachten en expertise te bundelen, creëren we nieuwe inzichten en dragen we samen bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Daarmee zijn we in staat om de nieuwe toekomstbestendige norm voor de markt te stellen en onze klanten nog beter te helpen bij het vernieuwen, verbeteren en verduurzamen van hun (logistieke) processen en bedrijfshuisvesting. Wil je meer weten over het samengaan van DENC met Sweco Nederland of onze dienstverlening? Neem dan gerust contact met mij op.” –Joost van Gilse, DENC part of Sweco www.denc.nl | excellence in architecture, engineering and logistics |www.sweco.nl

30.394 2.818 1.032 15.197 1.409 516 Oplevering gepland in Q1 2025

Willy Naessens bouwt 55.000 m2 warehouse voor Panattoni op laatst beschikbare kavel XL Businesspark Twente Het is de eerste samenwerking tussen beide partijen en het smaakt overduidelijk naar meer. Met projectleider John Schuurmans van bouwbedrijf Willy Naessens Nederland en Tim Stoffelen van ontwikkelaar Panattoni schuiven dan ook twee tevreden mensen aan. Hier in Almelo staat straks het eerste project dat beide bedrijven samen bouwden, maar de volgende staan al in de planning. Een mooi samenwerkingsverband is geboren op deze laatst beschikbare kavel op het XL Businesspark Twente. “Z oals altijd tenderen wij de bouwplannen die we hebben en dit keer kwam Willy Naessens Nederland - voor ons voor het eerst - met de beste overall ideeën”, vertelt Tim Stoffelen. Waar de van origine uit België afkomstige industriebouwer voornamelijk voordelen behaalde boven andere partijen? “Wij hebben onze eigen betonfabrieken”, vertelt John Schuurmans. “Daardoor kunnen we snel schakelen. Klanten waarderen die flexibiliteit.” Hoewel flexibel bouwen in het DNA van het bouwbedrijf zit, kijkt Willy Naessens Industriebouw altijd naar manieren om het bouwproces nog sneller, efficiënter en bovenal duurzamer te maken. Vandaar dat het zeer onlangs het bouwconcept The Circle® introduceerde (zie kader). Het project 74 - Logistiekvastgoed 2024 in Almelo kunnen we volgens Schuurmans zeker als een voorstudie bestempelen. Ideale multimodale locatie De bouw van het distributiecentrum begon in maart 2023 en nu, ruim een jaar later, staat het gebouw van 55.000 m2 er en is het nagenoeg klaar voor gebruik. “Het is een ideale locatie”, vertelt Tim Stoffelen. De business development manager is zeer te spreken over de samenwerking met de verschillende partijen die betrokken waren bij de totstandkoming. “Port of Twente en het XL Businesspark zijn fijne partijen om mee samen te werken en de gemeente Almelo zorgde ook voor een vloeiend ontwikkel- en bouwproces.” Zo biedt de aanwezigheid van de containerterminal (Combi Terminal Twente) en de openbare laad- en loskade op het XL Businesspark een duurzaam alternatief voor vervoer per vrachtwagen. Deze terminal ligt op 1 minuut afstand van Panattoni Park Twente en heeft directe verbindingen met belangrijke binnenvaartroutes en de havens van Rotterdam en Amsterdam. Toekomstige huurders kunnen voor het transport van hun containers gebruik maken van de terminaltrekkers van de Combi Terminal. Na aankomst bij het warehouse worden de containers eenvoudig omgekoppeld, zodat het eigen personeel ze zelf kan laden en lossen. Duurzame locatie met BREEAM Excellent-certificaat Sowieso is er door zowel bouwer als opdrachtgever ingestoken op optimale duurzaamheid. Het gebouw is ontwikkeld conform BREEAM-NL

Excellent certificering. Stoffelen: “Er liggen bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak en het gebouw is gasloos. Dat streven naar duurzaamheid zit bij ons in de genen.” Panattoni Park Twente is meer dan alleen gasloos en energieneutraal. Het multifunctionele logistieke gebouw met diverse maatregelen ook bij aan het welzijn van de gebruikers van het gebouw. Zo is bij het ontwerp veelvuldig aandacht besteed aan interne luchtkwaliteit, en visueel en technisch comfort. Laten we er nog wat karakteristieken tegenaan gooien. John Schuurmans somt ze op: “Het gebouw bestaat uit een distributiecentrum van zo’n 50.000 m2 en 5.000 m2 mezzanine-vloer. Qua kantooroppervlak creëerden we 1.100 m2 grondoppervlak, met daar nog een verdieping van zo’n 1.000 m2 boven.” De projectleider gaat nog even verder met zijn opsomming: “Er zijn bijna 400 parkeerplaatsen, 4 overheaddeuren en 48 laaddocks. In totaal heeft het distributiecentrum een vrije hoogte van 12,2 meter.” De constructie van het pand is van beton. Volgens Tim Stoffelen is het feit dat Willy Naessens Nederland over eigen betonfabrieken beschikt één van de belangrijkste redenen om dit project samen op te pakken. “Ze hebben mooi beton. Doordat ze dat zelf produceren, kunnen ze snel én en voor een goede prijs bouwen. Je ziet duidelijk dat dit soort bouwbedrijven met een eigen fabriek minder last ondervinden van de hoge prijzen. Ze werken met prefab-elementen die in de fabriek al klaar worden gemaakt.” Familiebedrijven passen bij elkaar Kortom: we hebben hier te maken met twee tevreden partijen, zowel bouwer als ontwikkelaar spreken van een prima samenwerking. Een langdurige samenwerking waarvan in Almelo de basis is gelegd. “Ook in Steenwijk bouwen wij nu een nieuw multifunctioneel Panattoni gebouw” stelt Schuurmans tevreden vast. “We hebben gemerkt dat onze manier van werken goed bij Panattoni past.” John Schuurmans Tim Stoffelen Dat komt ongetwijfeld ook omdat het om twee familiebedrijven gaat, wel beide met eigen roots. Daar waar Willy Naessens Industriebouw uit België komt, heeft Panattoni een Amerikaanse oorsprong. De ontwikkelaar zette rond 2005 voet op Europese grond in Polen en heeft nu in verschillende Europese landen logistieke distributiecentra ontwikkeld. In Nederland heeft het naast Almelo bedrijfsgebouwen in onder meer Moerdijk, Groningen, Heerlen, Wessem, Ridderkerk, Almere en Roermond. “We gaan altijd voor hoge kwaliteit op goed bereikbare plaatsen. Wat dat betreft is Almelo écht een mooie uitbreiding van ons portfolio in Nederland, wij heel tevreden dat wij nu samen stappen blijven maken”, besluit Tim Stoffelen ‹‹ The Circle: circulaire industriële betonbouw Met The Circle® wil Willy Naessens Industriebouw de toekomst van circulaire betonbouw dichterbij brengen. Het bedrijf ontwikkelde honderd demontabele elementen, waarmee het in een razendsnel tempo industriële panden kan bouwen. Een circulair bouwconcept met blokken beton, die ontwikkelaars, eindbeleggers, architecten, adviseurs en gebruikers en huurders de meest efficiënte manier bieden om te bouwen voor de industrie. Met het gebruik van deze modulaire bouwstenen is 70% van de elementen herbruikbaar in volgende bouwprojecten. Een kwart van de elementen is bovendien volledig te recyclen. BREAAM ‘Excellent’ is het streven, ‘Outstanding’ zeer goed mogelijk. Informatie over The Circle®: https://www.willynaessens.nl/thecircle/. www.panattoni.com www.willynaessens.nl Logistiekvastgoed 2024 - 75

Vogelvlucht Logistiek Park Moerdijk (concept), impressie: Palazzo Ook bij de grootste projecten zoekt Palazzo altijd de verbinding “Ga jij aan deze kant staan, Bas, dan rol ik ‘m uit.” Bas Rollerman blijft staan, en daar gaat Martin Kemper. Centimeter voor centimeter rolt hij het papier uit. Dat wordt meter voor meter. Hij had al gewaarschuwd: het zou even kunnen duren. Waar Kemper mee bezig is? Een tekening op schaal laten zien van wat het grootste aaneengesloten distributiecentrum van Nederland wordt. Op het Logistiek Park Moerdijk. 76 - Logistiekvastgoed 2024 Geveltekening van ruim 13 meter lang! Logistiek Park Moerdijk foto: Palazzo L iefst 237.000 m2 meet het, met een drielaags kantoor van 4900 m2 en parkeerruimte voor ruim 1000 auto’s. “35 voetbalvelden groot”, heeft Kemper uitgerekend. “De hal is in totaal 16 meter hoog en wij wilden dat op schaal afdrukken, zoals we dat eigenlijk altijd doen: 1:100. Dat is dus 16 centimeter hoog, dat is op papier geen probleem. Maar: de gevel van het gebouw is in totaal 1,3 kilometer lang en in die verhouding dus 13 meter breed! En een A4’tje is maar twintig centimeter in de breedte …” Nee, het zijn zeker geen pochers, daar bij Palazzo. Daarvoor zit Twente te veel in de roots van het bedrijf, dat Kemper in 2002 oprichtte. Na ervaring bij andere bedrijven wilde hij het zelf gaan doen. “Hoewel ik niet uit een ondernemersgeslacht kom. Ik dacht in 2002: als ik iets wil, moet het nu.” Hoewel Twentenaar, begon hij in Duiven. Bewust. “In Twente zitten immers al zoveel bouwondernemingen en aanverwante bedrijven.”

Nieuwbouw Sluyter, Werklandschap Assen-Zuid, impressie: Palazzo Drie vestigingen Al vanaf het begin wil hij het dus anders doen dan de rest. En dat doet hij nog steeds, hoewel Palazzo (“Klinkt lekker Italiaans, staat voor kwaliteit”) tegenwoordig wel in Twente zit. Of eigenlijk: ook. Want naast Duiven en Palazzo West (eerst Amerongen, nu Driebergen), zit Palazzo Oost in het Overijsselse Holten, zijn woonplaats. “Ik was vijf jaar lang van Holten naar Duiven gereden en toen dacht ik: om Twentse partijen te benaderen, kan ik misschien toch beter de gemeente RijssenHolten op mijn kaartje hebben staan.” Kemper is een geanimeerd spreker, vandaag vergezelt creatief directeur Bas Rollerman hem. Palazzo is inmiddels uitgegroeid tot de grootste logistieke architect van Nederland. Niet bewust, maar organisch zo gegroeid. En het bedrijf doet ook zeker niet alleen opdrachten in de logistiek, al zorgen de dc’s natuurlijk wel voor cachet. “We lopen niet weg voor hallen van 250.000 m2. Kijk, het DSV-project in Moerdijk is natuurlijk uniek, het grootste gebouw in de Benelux en dat zal het ook wel blijven. Maar de kleinere dc’s hebben we nu en in de toekomst keihard nodig, ook voor de stadsdistributie. En wij kunnen dat gewoon heel goed; we zijn niet alleen een architectenbureau, we kunnen ook voor de engineering zorgdragen.” Een kleine veertig mensen heeft hij nu in dienst, verspreid over de drie vestigingen. Bas Rollerman: “We kunnen met kleine en grote partijen goed meepraten. Zijn bekend met de taal van de onderLogistiekvastgoed 2024 - 77 Een fijne werkplek met gevarieerd uitzicht en daglicht, Odink & Koenderink Haaksbergen, foto: Laurens Kuipers Architectuurfotografie

Bleizo Logistics Centre, een hypermodern distributiecentrum aan de A12 te Bleiswijk nemers, de verhuurders en de eindgebruikers. We weten dat bij dc’s het geld met de binnenkant wordt verdiend, maar we vinden dat de buitenkant er ook mag zijn. Onze projecten zijn representatief. Echt alle grote spelers in de logistieke markt in Nederland gaan we mee om en we lopen voor niets weg. Kijk, de een wil een luxer gebouw dan een ander, maar we kunnen iedereen bedienen.” Het grootste aantoonbaar circulaire DC van Nederland, Bleckmann Integraal ontwerp mét verbinding “We zorgen ervoor dat we niet alleen een doos maken. Het zijn nu eenmaal grote gebouwen, die zichtbaar zijn. Wij kijken dan wel hoe je van die zichtbaarheid iets maakt dat de ogen ook prikkelt. Op sommige plekken heb je een gebouw met ego nodig, op andere plaatsen juist wat terughoudendheid. We kijken echt naar de omgeving en het belangrijkste is dat we een gebouw integraal ontwerpen. Geen standaard kantoor op de hoek, met daarachter een grote doos. Een kantoor is onderdeel van een gebouw; dat is van buiten maar óók van binnen te zien. Er moet verbinding zijn.” “We zijn natuurlijk trots dat we zo’n groot project als in Moerdijk mogen maken, maar we weten ook dat het impact kan hebben op de omgeving. Hier zitten we vlak bij de haven, dus dan valt het nog mee. Dat is ook één van de enige plekken in Nederland dat je zoiets kunt bouwen. Maar we moeten altijd rekening houden met bijvoorbeeld woongemeenschappen in de buurt”, weet Rollerman. Ook dat is iets wat hij als architect doet: de omgeving in zich opnemen. Stukje Twente in Moerdijk “Inspiratie halen we ook overal vandaan. In Moerdijk, met in totaal 1 miljoen m2 logistiek, zit stiekem een beetje Twente verwerkt”, onthult de architect”, want het typische coulissenlandschap dat onze streek kenmerkt, zie je in abstracte vorm terug in de gevel van het project. Zodat het niet saai 78 - Logistiekvastgoed 2024

DC RDAM ligt binnen de ring van Rotterdam aan het verkeersknooppunt van de A15 en A16 bij Ridderkerk, impressie: Mooneye wordt als je er langsrijdt. Zo maken we van zoiets massaals toch iets moois. Daar zijn we in Nederland ook gevoelig voor, dat het iets moois wordt.” “Daar zit onze expertise, ons openstellen voor de omgeving. En de belangen van verschillende partijen. Soms kom je op een plek, waar je aanvankelijk denkt dat er niets past. Dan kom je met schetsen misschien niet tot de voor de logistiek optimale schoenendoos, maar dan kun je wel je creativiteit kwijt. Moet ook wel, want er is weinig echte plek meer in Nederland. Van de andere kant is de logistiek voor heel veel gemeenten in Nederland LSE (Logistics, Storage & E-fulfilment) gelegen in Greenport Venlo foto: Gerard Kruijsen heel erg belangrijk. Toch moet je goed omgaan met de schaarse ruimte die we hebben. De hoogte in? Kan ook niet altijd. En de diepte, dat is helemaal technisch niet mogelijk. En dan kijken we ook naar groen in de omgeving, want het moet ook prettig zijn om er te werken. Zo houd je met heel veel aspecten rekening. Onderdeel van ons mooie vak.” www.palazzogroep.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2024 - 79

SEGRO Netherlands “De toekomst van logistiek vastgoed is duurzaam, dat is onze visie én verantwoordelijkheid.” ‘We create the space that enables extraordinary things to happen’, zo klinkt de slogan van SEGRO Netherlands. Het is duidelijk dat het de ontwikkelaar van en belegger in logistiek vastgoed om meer gaat dan alleen het verhuren van gebouwen. “Ontwikkelen, bouwen en verhuren zijn uiteraard onze kernactiviteiten, daarbij is duurzaamheid voor ons een grote prioriteit. Daarmee zijn we een opvallende speler, we doen het bewust anders”, aldus Eelco Ouwerkerk, Head of SEGRO Netherlands. 80 - Logistiekvastgoed 2024 K an het duurzamer, dan doe je dat. Bij SEGRO Netherlands lijken die woorden het uitgangspunt bij elke keuze die zij maken. De gebouwen van het internationaal opererende vastgoedbedrijf zijn met recht opvallend groen en toekomstbestendig te noemen. “De toekomst van logistiek vastgoed is duurzaam, dat is onze visie én onze verantwoordelijkheid. Daarom ontwikkelen en bouwen wij volgens de hoge eisen die wijzelf en de toekomst stellen aan ons vastgoed.” Toekomstbestendig vastgoed Met de hoge eisen die SEGRO Netherlands aan zijn vastgoed stelt, is het van origine Britse bedrijf een van de meest innovatieve en toekomstgerichte ontwikkelaars en lange termijn beleggers in logistiek vastgoed. “Investeren in een duurzame toekomst staat voor ons gelijk aan investeren in toekomstbestendig logistiek vastgoed”, legt Ouwerkerk uit. “Wanneer wij nieuwe assets ontwikkelen, kijken we uiteraard naar wat de gebruiker, onze huurder, nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering en ambities. Tegelijkertijd

kijken we net zo scherp naar wat de toekomst van ons vraagt. Duurzaamheid is een van onze sterkste drijfveren.” “We zijn scherp op wat de toekomst van ons vraagt. Duurzaamheid is een van onze sterkste drijfveren.” Een sprekend voorbeeld, of noem het ‘bewijslast’, van die toekomstgerichte aanpak is het gebouw op SEGRO Park Amsterdam Airport dat SEGRO eind 2023 opleverde aan DHL Global Forwarding. De 28.000 m² logistieke ruimte en 3.600 m² kantoorruimte voldoen aan de hoge eisen die SEGRO en DHL samen delen en stellen. “Het resultaat: een enorm duurzaam en energiezuinig gebouw”, vertelt Ouwerkerk. “Het is BREEAM Excellent gecertificeerd, de staalconstructie is volledig circulair en demontabel, de gevelpanelen zijn 100% cradle-tocradle en er liggen duizenden zonnepanelen op het dak. De nieuwbouw is gasloos en er wordt warmte- en koudeopslag toegepast voor vloerverwarming en -koeling. De warmte die vrijkomt van de koelruimten wordt gebruikt voor het verwarmen van de kantoorruimten en light tubes in het dak brengen extra daglicht in het warehouse.” Gedeelde opgave en verantwoordelijkheid Als vastgoedontwikkelaar neemt SEGRO zijn verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid. Met het Responsible SEGRO framework maken zij dat concreet en integreren zij het in hun beslissingen, strategie en werkwijze’. “Onze gedachte: door het voortouw te nemen, helpen we onze mensen, klanten en leveranciers om duurzame groei op de lange termijn te realiseren én tegelijkertijd de CO2-footprint te verminderen”, legt Ouwerkerk uit. “Dit laatste is binnen onze Responsible SEGRO-ambities het hoogste niveau van duurzaamheid, want uiteindelijk komt alles uit bij CO2 en de opwarming van de aarde. CO2uitstoot is dé oorzaak van de stijgende Eelco Ouwerkerk, Head of SEGRO Netherlands temperatuur en schade aan de biodiversiteit. De manier om hier iets aan te doen is CO2-uitstoot voorkomen. En daar werken we hard aan.” Naast het terugdringen van CO2-uitstoot die gepaard gaat met bouwprocessen richt SEGRO zich ook sterk op het verminderen van de CO2-uitstoot die ontstaat tijdens het gebruik van het gebouw. Dat ziet SEGRO als een gedeelde opgave en verantwoordelijkheid, aldus Ouwerkerk. “Dit vraagt om goede samenwerking met onze klanten. Daarin ondersteunen wij zoveel mogelijk en waar het maar kan. Zo helpen wij onze klanten inzicht te verkrijgen in energiegebruik – daarvoor voorzien wij de gebouwen van goede beheersystemen voor perfecte monitoring; dit leidt al tot forse besparingen. Ook werken we samen aan oplossingen om bedrijfsprocessen te faciliteren met bijvoorbeeld het zelf opwekken van energie en opslag daarvan in batterijen. Effectieve voorbeelden hiervan zijn de 40.000 zonnepanelen (goed voor 15.4 MWp) op de daken van onze logistieke centra in Tilburg, Venray en Hoofddorp, en het energieplein in het eerdergenoemde warehouse van DHL Global Forwarding op SPAA.” “We willen gebouwen bieden met een negatieve CO2-uitstoot. Dat doen we voor een leefbare omgeving en toekomst.” Vooruitgang voor iedereen Het energieplein is een voorbeeld van de innovatieve oplossinGRO zelf en met partners ontwikkelt om te duurzamen en de energietransitie te versnellen. “We zoeken steeds naar mogelijkheden om het beter te doen. We bieden gebouwen met een negatieve CO2-uitstoot. Dat doen we voor een leefbare omgeving en toekomst; we zijn bijzonder betrokken bij de directe omgeving en omwonenden van onze vastgoedlocaties. Daar geven we concreet invulling aan met ons Community Investment Plan (CIP). Hierin focussen we ons op onder meer verbetering van de biodiversiteit in onze parken. Ook creëren we samen met klanten, werknemers en partners GRO kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor studenten. Uiteindelijk gaat alles om mensen.” Duurzame groei en vooruitgang gaan voor SEGRO dus over meer dan puur het bouwen en verhuren van vastgoed. “Laten zien dat het anders kan, en vooral: het daadwerkelijk anders doen. Zowel in de ontwikkeling van logistiek vastgoed als in het nemen van onze verantwoordelijkheid voor mens, omgeving en die duurzame toekomst.” Scan de QR code en lees SEGRO INSIGHTS magazine. ‹‹ Logistiekvastgoed 2024 - 81

Waar blijven de stadshubs? Amsterdamse raadsleden hebben een motie ingediend voor het verkennen van een logistieke hub samen met de rijksoverheid. Zijn stadshubs de heilige graal voor van een meer duurzame stadslogistiek? Stadshubs kunnen een rol spelen in de transitie naar een schonere en efficiëntere stadslogistiek. Hoewel de komst van de zero-emissie zones en groeiende retour- en circulaire stromen de slagingskans van stadshubs vergroot komen ze er niet vanzelf. Ontwikkelaars doen er verstandig aan om niet blind het wensdenken van bestuurders en ambtenaren te volgen. Luister vooral eerst goed naar de bedrijven die over de toekomst van hun leveringen in de stad nadenken. S tadslogistiek gaat over economisch vitale en gezonde binnensteden en woonwijken. En inmiddels gelukkig over veel meer dan alleen zero emissie: minder CO2, verkeersveiligheid, geluid en vooral minder verkeer en overlast in de openbare ruimte. Stadslogistiek moet zero impact worden. Maar, hoe doe je dat? De praktijk is weerbarstig. De druk op de ruimte en het streven naar meer leefbaarheid, de energietransitie en verkeersveiligheid in de stad vraagt om nieuwe oplossingen. Andere oplossingen. Want ondanks al het onderzoek, ondanks alle pilots, ondanks de vele congressen blijft de stadslogistiek verder groeien. Volgens TNO zelfs met bijna 20% in de komende 10 jaar. Niks doen is geen optie. Het thema logistiek en ruimte is een onbegrepen thema. Met de transitie naar zero emissie logistiek in de stad en de groei van circulaire stromen, neemt de vraag naar hubs aan de rand van de stad en in de regio toe. Toch zien we het afgelopen jaar opnieuw dat het ontwikkelen en daadwerkelijk verhuren van die hubs, op z’n zachts gezegd, moeizaam gaat. Ergens gaat het niet goed… om misschien juist wel. Stadshubs zijn er in vele vormen In totaal zijn er in Nederland ruim 430 stadshubs. Dit is exclusief groothandels in de horeca, bouw en facilitaire producten (inclusief groothandels gaat het om ruim 800 hubs). Multi-client stadshubs zijn hubs waar stromen van meerdere partijen samenkomen en gebundeld worden. Zo zorgen zij, mits goed georganiseerd, voor het verminderen van het aantal ritten in de stad. Van dergelijke hubs zijn er 82 - Logistiekvastgoed 2024

hubs die zich op stadsdistributie gaan richten. Zo zijn groupage-partijen (regionaal, landelijk of internationaal opererende logistieke partijen die goederenstromen bundelen) vaak ook actief in de stadslogistiek en kunnen groothandels in de bouw de rol van een bouwhub op zich nemen (ook voor circulaire stromen). Dan is herontwikkeling nog niet zo’n gek plan. Stadshubs doen meer dan stadslogistiek in Nederland inmiddels meer dan 50. Voorbeelden zijn CityHub, Deudekom, Hubbel, Groene Rijders en de vele lokale hubs van transporteurs. Naast de multi-client hubs zijn er in steden een veel groter aantal (300+) dedicated hubs. Dit zijn op- en overslaglocaties binnen een bedrijfseigen logistiek netwerk en waar goederen vanwege efficiëntie, klanteisen of regelgeving in binnensteden worden overgeslagen op kleinere voertuigen met eventueel een tweede bezorger. Deze hubs vervullen binnen de logistieke ketens van DHL, Picnic, Albert Heijn, Ikea of Amazon een waardevolle rol. Pakkethubs en vers Business to Consumer (B2C)-locaties (met name thuisbezorging van boodschappen) zijn het grootste aandeel van de hublocaties. Beperkte ruimtevraag Gemeenten hebben veel vragen over stadshubs. Buck Consultants International (BCI) heeft voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een handboek multi-client stadshubs geschreven. Hiermee krijgen overheden handvatten aangereikt. Wat moeten gemeenten doen aan stadshubs? De boodschap: vooral niet te teveel en met beleid. De vraag naar multi-client hubs hangt samen met de omvang van de gemeente en de mate van restrictief beleid, waarbij de omvang van de zeroemissie zone vanaf 2025 een grote rol gaat spelen. De onderzoekers van Buck stellen dat een deel van de behoefte aan stadslogistieke ruimte in 2030 al is ingevuld door bestaande hubs. De dedicated hubs Logistiekvastgoed 2024 - 83 hebben vaak al een uitgebreid netwerk opgezet, terwijl de innovatieve multi-client hubs zich nog in een vroeg stadium van de ontwikkeling bevinden. Het huidige aanbod vult dus al een deel van de ruimtevraag in. Naast ruimte spelen ook andere criteria als bereikbaarheid (ook voor personeel) en beschikbaarheid van laadinfrastructuur een rol. Niet elke ‘schuur’ is geschikt als stadshub. De ruimtevraag kan dus worden ingevuld door nieuwe hubs (zowel in bestaande als in nieuw te bouwen panden), maar ook door bestaande Gemeenten, en ontwikkelaars, kiezen vaak een traditionele benadering van stadshubs met vooral opslag en overslag. Maar, een gemeente heeft meer stadsgebonden activiteiten nodig met logistiek als ondersteunende activiteit. Denk aan servicelogistiek, bouwhubs met prefab en circulaire operaties en de opkomst van dark kitchens in food service. Dat vraagt om ander vastgoed. De sterke groei van steden, en de energietransitie, maken bovendien intensivering urgent. Het bedrijfsleven moet met minder ruimte meer doen. Dat lukt niet met ‘business as usual’. Waarom zijn er honderden groothandelslocaties voor de bouw en horeca nodig rond de stad? Waarom delen die bedrijven hun locaties niet? Waarom delen ze al die bestel-voertuigen voor pakjes, bouwleveringen en servicemonteurs niet met elkaar? Zijn er opties om in de hoogte, of juist ondergronds, bedrijfsruimte te ontwikkelen? Bedrijventerreinen worden ecosystemen waarin bedrijven samen nieuwe technologie, diensten en bedrijfsconcepten in de praktijk van de stad kunnen testen en verbeteren. Maar, welke gemeente heeft die visie inmiddels klaar? De gemeente Eindhoven kwam met een inspirerende mobiliteitsvisie van maar liefst 123 bladzijden. Jammer genoeg staat er geen woord in over de toekomst van de stadslogistiek in Eindhoven. Hebben bewo

ners, ondernemers, bouwers en de gemeente geen bevoorrading nodig? Waar ben je dan als vastgoedontwikkelaar aan toe? Wat kunnen gemeenten doen? Gemeenten kunnen stadshub-initiatieven op verschillende manieren mogelijk maken en ondersteunen. Als wet- en regelgever: via het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kan de gemeente spelregels opstellen ten gunste van bundeling en het gebruik van hubs ook voor bijvoorbeeld circulaire stromen. Dat kan bijvoorbeeld door het geven van extra voordelen (bijvoorbeeld ruimere venstertijden) voor emissieloze voertuigen of voertuigen van een hub (zoals de regeling erkend StadsDC in Utrecht). Als ruimtelijk facilitator: behouden van ruimte voor multi-client stadshubs in omgevingsvisie en het opnemen eisen aan uitgifte kavels voor hubs. Als launching customer: gemeenten zijn naast wet- en regelgever ook een belangrijke speler in de markt. Door in haar inkoop (facilitaire goederen en retourstromen) en aanbestedingsbeleid (bij GWW, bouw, openbare ruimte, afval en circulaire stromen) in te zetten op het gebruik van hubs of duurzaamheids- en efficiëntie-eisen te stellen ontstaat er een startvolume waarmee hubexploitanten een basis krijgen voor een goede businesscase. Regievoering: stimuleren dat marktpartijen actief met elkaar gaan samenwerken bij het ontwikkelen van een hub, bijvoorbeeld door het creëren van een ‘coalition of the willing’. 84 - Logistiekvastgoed 2024 Subsidiegever: het verlenen van subsidies of een opdracht kan bijdragen aan het opstarten van een hub, en het verminderen van de (eventuele) onrendabele top. Er moet dan wel zicht zijn op een duurzaam verdienmodel, als de subsidie stopt. Stadshubs worden door overheden nog te vaak gezien als een doel op zich. Zo redeneren staat echter het succes van hubs in de weg. Daarvoor moet je als ontwikkelaar alert zijn. Er is veel lokaal wensdenken bij bestuurders en ambtenaren. Stadshubs kunnen bijdragen aan het efficiënter en duurzamer maken van stadslogistiek, maar dat vereist een realistische stadslogistiek aanpak. Luister vooral eerst goed naar de bedrijven die elke dag over de toekomst van hun leveringen in de stad nadenken. Wat hebben zijn echt nodig? ‹‹ Walther Ploos van Amstel.

Vicoma verbindt en verbetert Vicoma heeft specialisten binnen deze disciplines: Verspreid over 5 vestigingen, in Nederland en India, bedienen wij meer dan 150 klanten binnen de disciplines: • Consultancy • Architectuur & Bouwkunde • Civiele techniek • Elektrotechniek & Instrumentatie • Process • Projectmanagement • Productielijnen & Machinebouw • Piping • Mechanical & Structural Steel • Procurement Bel ons: +31 (0) 10 416 00 11 of mail ons: info@vicoma.com Logistiekvastgoed 2024 - 85 www.vicoma.nl

Sunrock is altijd een stap verder Sunrock slaat zijn vleugels uit. Het bedrijf dat sinds jaar en dag geldt als de pionier op het gebied van zonne-energie installaties op daken van logistiek vastgoed biedt nu ook aanvullende duurzame energieoplossingen aan en timmert ook over de grens flink aan de weg. D uitsland en Frankrijk behoren al tot de landen waar Sunrock actief is, en met een schuin oog kijkt het bedrijf ook naar andere landen in Europa. Daan Terlingen is Business Development Manager. Hij is, zoals hij het zelf noemt, de oren en de ogen van het bedrijf, op zoek naar nieuwe kansen in de markt. Hij is vooral actief in Nederland. “Wat Sunrock doet is het bieden van energieoplossingen voor vastgoedpartijen en huurders. Dat doen we door middel van het slim inzetten van duurzame assets.” Het bedrijf biedt eigenaren en huurders van logistiek vastgoed lokale en schone energieoplossingen. Dat gebeurt door het combineren van installaties voor zonne-energie met energie opslagsystemen en laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, busjes en vrachtwagens. “Wij maken logistiek vastgoed aantrekkelijk en toekomstbestendig” Daan voelde zich vanaf het begin van zijn carrière aangetrokken tot het vraagstuk rondom de energietransitie. Sinds drie jaar zet hij zich in voor Sunrock en voelt zich daar als een vis in het water. “Wij maken impact door de duurzame ambities van onze partners te realiseren”, vertelt hij enthousiast. “Maar we zorgen ook dat de operatie van hun huurders ten alle tijde wordt voorzien van voldoende schone energie.” En dat laatste is urgenter dan ooit, door de problemen op het stroomnet. Partnerschap Elke serieuze ondernemer in Nederland denkt na over het verduurzamen van zijn vastgoed en zijn bedrijfsprocessen. Niet elke ondernemer wil zelf de investering doen om deze ambities waar te maken. Daarnaast is er veel expertise nodig. Van oudsher biedt Sunrock oplossingen die de ondernemer niet belasten. Daan: “We ontwikkelen systemen die de waarde van vastgoed verhogen en zetten deze in voor de operatie van de huurders. Dat we onze klanten goed begrijpen blijkt uit het feit dat we op dit moment al meer dan 1,4 miljoenen zonnepanelen hebben geplaatst. Hier dragen wij 86 - Logistiekvastgoed 2024 nog steeds de zorg voor zodat onze klanten dat niet hoeven te doen.” Netcongestie Als je in gesprek bent met Daan gaat het al snel over netcongestie. En dat is niet zo gek, want het is een serieus probleem. “Het elektriciteitsnet loopt vast en wij dragen bij aan de oplossingen daarvoor. Je moet slim met je energie omgaan. Niet alleen voor duurzaamheid, maar ook om ervoor te zorgen dat je, als huurder, je operatie kunt blijven voeren. Het is een essentieel onderdeel van je bedrijfsvoering die niet meer op ieder moment vanzelfsprekend beschikbaar is.” Volgens Daan is netcongestie een probleem voor de middellange termijn. Hij vermoedt dat het zeker nog tien jaar zal duren. Het bijzondere is dat Nederland koploper Daan Terlingen is in de energietransitie. In Nederland lopen we daardoor eerder tegen uitdagingen aan. Het mooie daaraan is dat Sunrock nu al volop innovatieve oplossingen inzet in ons land. Hij verwacht dat netcongestie bijvoorbeeld in Duitsland pas over een jaar of twee relevanter wordt. Nederland heeft behoefte aan slimme en creatieve oplossingen. Met Prologis heeft Sunrock een mooi project op een distributiecentrum. Het dak ligt vol met zonnepanelen. Maar de zon schijnt soms net niet op het moment dat je de stroom nodig hebt. Naast het pand staat een zeecontainer met een batterij. Die levert vervolgens de stroom voor de elektrische vrachtwagens die zo ook ’s nachts kunnen laden. “Wij verzorgen het bijbehorende energie management systeem om de opwek van energie en het verbruik te monitoren en efficiënt op elkaar af te stemmen.” Ook voor andere grote klanten als Albert Heijn en Picnic heeft Sunrock maatwerkoplossingen gerealiseerd. En werken ze tevens met veel andere gebruikers van de grootste Sunrock project met W.P. Carey. Foto: Flying Holland/ John Gundlach

Digitale representatie van een volledig geïntegreerd Sunrock energiesysteem distributiecentra in Nederland. Zelfs zonder, of met een te kleine netaansluiting, is het mogelijk om locaties van voldoende duurzame energie te voorzien voor de dagelijkse operatie. Nieuwe kansen Nieuw in de problematiek is dat bedrijven die een buffer hadden in hun elektriciteitscapaciteit die kwijt dreigen te raken. Netbeheerders hebben sinds eind april 2024 de bevoegdheid om het zogenoemde ‘onnodig gecontracteerd transportvermogen’ terug te claimen, om zo de beperkte netcapaciteit te herverdelen. Daan merkt nu al dat ondernemers die geconfronteerd worden met ‘gebruik op tijd of raak het kwijt’, bezorgd bij hem aankloppen. Gelukkig kan Sunrock middels een batterij energie opslag systeem (BESS) het gebouw operationeel houden, ook in de nabije toekomst. “Wij kijken specifiek bij iedere locatie waar de uitgading ligt, wat de kansen zijn en wat de wensen zijn van de eigenaar en de gebruiker van het pand”, vertelt Daan. “Daar maken we een toekomstbestendige maatwerkoplossing voor met daarin, de al aanwezige installaties van de huurder, zonnepanelen, batterijen, laadpalen en een energie management systeem om alles efficiënt op elkaar aan te laten sluiten. We maken daarbij gebruik van de nieuwste ontwikkelingen in de markt” Daan en zijn collega’s kijken ook met interesse naar minder geschikte daken. In het verleden vielen veel daken af vanwege onvoldoende draagkracht of aanvullende verzekeringseisen door het gebruikte isolatiemateriaal. “Om dit op te lossen kunnen we inmiddels installaties bouwen die niet op de dakplaten rusten maar op de kolommen of muren. Wat betreft verzekering kunnen we een extra toplaag aanbrengen.” Als het echt niet kan laat Sunrock het dak voor wat het is en ontwikkelen ze bijvoorbeeld een zonnecarport. “Of we sluiten een inkoopovereenkomst voor stroom af van een van onze andere zonnedaken.” Logistiekvastgoed 2024 - 87 Sunrock beweegt mee met de markt en is een serieuze partner voor iedereen met een vraagstuk op duurzame energie. “Nou niet iedereen, we kijken vooral naar de grote logistieke en industriële locaties vanaf circa 10.000m2.” Het bedrijf heeft nog eens ruim een miljoen vierkante meter aan zonnedak installaties in de pijplijn zitten. Bewolkt of onbewolkt, Daan en zijn collega’s zien de toekomst altijd zonnig in. ‹‹ Sunrock project met Patrizia. Foto: Flying Holland/ John Gundlach

Het WAUW!-effect na een vloerrenovatie door Art & Reno Medewerkers geloven vaak hun ogen niet als ze zien hoe prachtig de oude betonvloer van hun bedrijfspand is opgeknapt, nadat de mannen en de machines van Art & Reno daar hun werk hebben gedaan. Klanten zijn zó tevreden dat ze gemiddeld binnen een week betalen. Eigenaar-directeur Frank Bax is maar wat trots op de goede reputatie die zijn bedrijf de laatste jaren heeft opgebouwd. “Ik kom bij al mijn klanten nog steeds op de koffie en krijg veel aanvullende opdrachten. Van onze mooie, super vlakke en glimmende vloeren wordt iedereen enthousiast!” e Belgische Frank Bax bracht het eerste deel van zijn werkzame leven door in Nederland, in de vloerenrenovatie. Ook nadat hij in 2005 zijn eigen bedrijf Art & Reno startte, is 80% van zijn klantenkring hier gevestigd. In zijn beginjaren als zelfstandig ondernemer renoveerde Bax en zijn team industriële vloeren met een epoxy coating. Door de steeds hogere milieueisen die aan coatings werden gesteld, werd de kwaliteit ervan minder. Bax ging op zoek naar andere oplossingen en vond die in de techniek van het polijsten van de vloer. Zonder daar verder nog een laag coating op aan te brengen. Een oplossing die volgens deze vakman “beter en goedkoper is én langer meegaat.” D Duidelijke afspraken en strakke planning Meestal is de eerste vraag van de klant ‘wanneer begin je en wanneer is het klaar?’ Leegstand kost veel geld en daarom is een strakke planning heel belangrijk. “Eerst stemmen we alles tot in detail af met de opdrachtgever en andere partijen die betrokken zijn bij de renovatie van een bedrijfspand”, legt Bax uit. “Goede afspraken en heldere communicatie zijn essentieel voor een soepel verloop. Staan er stellingen, dan is het soms efficiënter om deze weg te halen, zodat we de vloer volledig vlak kunnen slijpen. Prijstechnisch is het interessanter om een grote lege vloer vlak te slijpen, omdat we dan onze zeer grote machine van maar liefst 4.5 88 - Logistiekvastgoed 2024

“Wij komen op veel verschillende plekken: van skeelerbanen tot metaalbedrijven, van sportscholen tot distributiecentra.” hal er plotseling veel minder donker uitziet. En wie vreest dat je uitglijdt of slipt op zo’n glanzende vloer? “Geen sprake van” volgens Bax, “alleen als je op je sokken door je bedrijfspand loopt.” Frank Bax meter breed kunnen gebruiken. Als je de ruimte later op een andere manier wilt inrichten, ben je bovendien veel flexibeler, want je hebt overal die mooie vlakke vloer. Maar we kunnen ook alleen de gangpaden tussen de stellingen doen, als de klant dat wenst. We wegen de voor en tegens altijd goed tegen elkaar af, zodat een ruimte niet onnodig lang onbenut blijft.” Slijpen en polijsten Een vloerrenovatie begint met het repareren van eventuele scheuren of gaten in de vloer. Enthousiast vertelt Bax over het verdere verloop. “Daarna gaan we met de slijpmachine van 4.5 meter breed de vloer super vlak slijpen, zodat smalle gangentrucks, heftrucks en ook robots mooi vloeiend zonder hobbels en bobbels over de vloer kunnen rijden. Na het vlak slijpen gaan we de vloer fijner slijpen, impregneren en daarna polijsten in verschillende stappen tot korrel 3000. Dat is ongeveer zo fijn als glas. De vloer krijgt daardoor een prachtige glans en is slijtvast, stofvrij en vloeistofdicht. Als wij vertrekken bij de klant is de vloer opgeruimd, gepoetst en kant en klaar om meteen te gebruiken. Medewerkers geloven vaak hun ogen niet als ze zien hoe prachtig hun oude werkvloer of magazijn is geworden. En het maakt niet uit hoe erg die vloer eraan toe was, hoeveel belijning er kriskras op was aangebracht of hoeveel verschillende oude coating-lagen erop zaten. Wij van Art & Reno krijgen met onze machines alles weer super vlak en mooi glanzend! De werkomgeving knapt er enorm van op en dat verhoogt weer het werkplezier van je medewerkers.” Nog meer voordelen Er zijn nog veel meer voordelen op te noemen. Doordat de vloer zo super vlak is, kun je er zonder horten en stoten soepel met een heftruck overheen rijden. Geen rugklachten meer voor chauffeurs en minder schade en onderhoud voor de heftruck. Ook de producten die worden vervoerd hebben niet meer te lijden onder het gehots en gebots over een ongelijke vloer. Bax noemt het voorbeeld van een appelkweker, die maar wat blij was dat zijn fruit sinds de gerenoveerde vloer gevrijwaard was van butsen. Of het metaalbedrijf waar de metalen plaatjes voortaan mooi gestapeld op de pallet blijven liggen en niet meer heen en weer schuiven. Het glanseffect van de vloer zorgt bovendien voor een veel betere lichtweerkaatsing, waardoor een Logistiekvastgoed 2024 - 89 Uit de hand gelopen hobby Om aan de toenemende vraag van klanten te voldoen, ging Bax zelf grotere machines ontwikkelen. “Ik ben een boerenzoon, al van kleins af aan sleutel ik graag aan machines.” Op zijn ontwerp van een vlak slijpmachine van 4,5 meter breed heeft hij inmiddels een wereldpatent. “Zo kunnen we met deze machine ook wegen en fietspaden vlak slijpen.” Door de krapte aan professioneel personeel en de snelheid van het renoveren van de panden, werden ze bij Art & Reno genoodzaakt om steeds grotere polijstmachines te maken, tot maar liefst 5 meter breed. Elke machine heeft zijn eigen vrachtwagen. Deze ‘mobiele werkplaatsen’, zoals Bax ze noemt, staan met hun bemanning garant voor meer dan 10.000 m² vloerrenovatie per week. “Wij komen op veel verschillende plekken: van skeelerbanen tot metaalbedrijven, van sportscholen tot distributiecentra. En overal zijn mensen zeer tevreden en enthousiast over ons werk. Dat maakt ons vak zo ontzettend plezant!” << www.art-reno.be

WE STEEL THE FUTURE! Reijrink Staalconstructie heeft een uitstekende reputatie opgebouwd in groene staalconstructies, duurzaam materiaalgebruik en milieuvriendelijke conservering. Het bedrijf heeft zich gecommitteerd aan het verminderen van de ecologische voetprint door middel van continue innovatie en verbeteringen. Dit heeft onder meer geresulteerd in de laagste MKI-score, waardoor Reijrink zich de groenste staalbouwer van Nederland mag noemen. Maar het bedrijf gaat verder. Zo is zij onder de naam Reijrink Skellet een samenwerking aangegaan met Skellet uit Genk (BE), een belangrijke speler op het gebied van 100% herbruikbare stalen constructiesystemen. Samen willen de bedrijven de ontwikkeling van circulaire oplossingen binnen de staalsector nog verder versnellen. Reijrink Skellet staat synoniem voor baanbrekend circulair bouwen. “Kortgezegd is Skellet een gepatenteerd koudgevormd staalbouwsysteem met eindeloze mogelijkheden”, vertelt Frank Reijrink. “Je kunt er onder andere industriehallen, loodsen, schuren, magazijnrekken, mezzaninevloeren, woningen, kantoren, vertical farms, koel- en vriescellen, tribunes, beursstands en draagconstructies voor zonnepanelen mee bouwen. Elke keer opnieuw. Daarmee vormt Skellet een ideale aanvulling op de missie van Reijrink. Onze samenwerking geeft een enorme boost aan de ontwikkeling en implementatie van circulaire technologieën en processen binnen de staalsector. Technologieën en processen waarvan iedereen in de keten de duurzame vruchten kan plukken en die de grenzen in de staalbouw onbetwistbaar zullen verleggen.” Ivo Swenters, ontwikkelaar/eigenaar van Skellet, voegde toe: “Ook wij zijn enorm verheugd over de samenwerking. Reijrink is een prachtig Nederlands familiebedrijf, dat dezelfde visie deelt op weg naar een circulaire toekomst. Als gespecialiseerde bedrijvencombinatie kunnen wij partners en klanten nog beter begeleiden naar de nieuwe bouwwereld. We ontwikkelen en delen actief onze knowhow voor nieuwe Skellet toepassingen en voorzien met ‘Skellet SAFE’ in een revolutionair terugverdienmodel dat eindklanten motiveert om circulair te bouwen.” SNEL, MODULAIR EN 100% MAATVAST Wie kiest voor Skellet, kiest voor een laag gewicht én aanzienlijke kostenbesparingen. Maar Skellet biedt nog veel meer voordelen, benadrukt Operations Manager Alwin Verdult. Zo is bouwen met Skellet snel, modulair en 100% maatvast. “Met Skellet kan tot 60% lichter gebouwd worden t.o.v. traditionele staalbouw bij gelijkwaardige sterkte en overspanningen. En gewicht uitsparen is ook kosten uitsparen. Ons kruisprofiel vormt de basis van ons staalbouwsysteem. Dankzij de terugleggende vlakken kan het sterke kokerprofiel gemakkelijk gekoppeld worden met andere profielen, terwijl de zelfcentrerende blindklinknagels 100% maatvastheid garanderen. Zo wordt het mogelijk om licht en efficiënt te bouwen, zonder in te leveren op structurele draagkracht. Grote overspanningen en hoge belastingen blijven mogelijk!” Reijrink: “Het 25 mm raster van Skellet verlaagt de foutgevoeligheid tijdens ontwerp en montage. Lichte profielen, eenvoudige verbindingen en een hoge maatvastheid staan garant voor een systeem dat enorm snel te monteren en te assembleren is. Hierdoor kan nog sneller en preciezer gebouwd worden, in alle vervolgfases van een project. Tijdsbesparingen tot 50% zijn geen uitzondering. Bovendien kunnen aannemers met eenvoudige werktuigen werken. Een blindklinknagelpistool en een zaagmachine zijn al voldoende om van start te gaan.” BLOEIENDE TWEEDEHANDS MARKT Een constructie met Skellet is eenvoudig uit te breiden, aan te passen of om te bouwen. “Dit maakt Skellet bij uitstek geschikt voor Design & Build projecten en modulaire producten”, aldus Verdult. “Onze profielen liggen ruim op voorraad en zijn ontwerponafhankelijk.” Dankzij de uniformiteit van het systeem kunnen de staalprofielen na demontage eenvoudig hergebruikt worden in nieuwe toepassingen. “Dit is noodzakelijk om in de toekomst een bloeiende tweedehands markt te creëren.” TECHNISCH EN ECONOMISCH HERBRUIKBAAR Skellet is het enige structurele bouwproduct ter wereld dat niet alleen technische maar ook economische herbruikbaarheid garandeert. “Bij demontage van de Skellet constructies gaan in principe enkel de klinknagels verloren”, vertelt Reijrink. “Alle profielen en verbindingsstukken blijven intact en kunnen onmiddellijk opnieuw gebruikt worden. Omdat dit hergebruik goedkoper is dan de aankoop van nieuwe profielen en verbindingsstukken, is ook de economische herbruikbaarheid geborgd.” SKELLET SAFE-GARANTIE Door de 100% herbruikbaarheid en uniformiteit van het Skelletsysteem behouden de Skellet-profielen hun waarde. “Ons vertrouwen hierin is zelfs zo groot, dat wij (Skellet NV) met trots een Skellet SAFE-garantie aanbieden”, vertelt Verdult. “Met het grensverleggende Skellet SAFE-concept garanderen wij zelfs een vergoeding tot 130% van de aankooprijs van de profielen na het 15e jaar.” Elk profiel wordt hiervoor gecodeerd en digitaal geregistreerd. “Zo weten we exact wie welke profiel mag gebruiken en kunnen partners en klanten in de toekomst eenvoudig hun profielen verhandelen op ons digitale platform. Belangrijkste ambitie hierbij is om een levende tweedhandsmarkt te creëren voor onze circulaire Skellet-profielen. Enkel zo creëren we een duurzame bouwindustrie. www.reijrink.com/nl/skellet/

TE HUUR: DE STEENBOK 30-32, ‘S-HERTOGENBOSCH • Uitstekende locatie op bedrijventerrein De Brand • Totaal 6.180 m² • 3 loading docks en 7 deuren op maaiveldniveau • 400 m² ingebouwde PGS-ruimte • Sprinklerinstallatie Dit logistieke gebouw is gelegen op bedrijventerrein De Brand, direct aan rijksweg A2 en provinciale weg N279. Door de ligging in de directe nabijheid van de stad Den Bosch en de aanleg van de tweede toegangsweg nabij Den Dungen, is dit terrein optimaal bereikbaar voor zowel goederen als personeel. De Brand heeft een collectieve beveiliging met camera’s en kentekenherkenning. Het betreft een multi-let complex dat bestaat uit 4 units, waarvan op dit moment één beschikbaar is voor verhuur. Deze omvat circa 5.770 m² bedrijfsruimte en circa 410 m² kantoorruimte. De bedrijfshal beschikt over een laadkuil met 3 loading docks alsmede 5 overheaddeuren op maaiveldniveau aan de voorzijde en 2 aan de achterzijde. Door de sheddak-constructie is de bedrijfsruimte zeer prettig en licht. De vrije hoogte bedraagt circa 8,35 meter en de maximale vloerbelasting is 30 KN/m². In de bedrijfsruimte is een PGS-bunker ter grootte van ca. 400 m² ingebouwd. De ruimte is per direct beschikbaar.

Wasserij Nedlin Green washing in plaats van greenwashing Met het behalen van een BREEAMNL Outstanding score laten de partijen die betrokken waren bij de bouw van de grootste en duurzaamste ziekenhuiswasserij van Europa zien dat een goede samenwerking zijn vruchten afwerpt. “Het is vooral belangrijk om vroegtijdig obstakels te identificeren en daarop actie te ondernemen”, zegt BREEAM-NL Expert Wilco Smits van Lois Advies. 92 - Logistiekvastgoed 2024

V ijf jaar geleden sloegen Smits en het 72-jarig familiebedrijf Nedlin de handen ineen voor het behalen van het BREEAM-NL certificaat voor de wasserij van Nedlin. “Ik merkte meteen dat dit bedrijf een bijzondere motivatie had om duurzaam te bouwen”, vertelt Smits. “De directie wilde echt het onderste uit de kan halen en een zo duurzaam mogelijk gebouw neerzetten.” De eerste aanzet richting duurzaamheid begon voor Nedlin in 2018 met het ontwikkelen van een duurzaamheidsprogramma gebaseerd op de Sustainable Development Goals (SDG’s) en projecten op het gebied van logistiek, producten, mens en omgeving. Maar, het waren de groeiende capaciteitsbeperkingen van hun bestaande fabrieken die het vertrekpunt vormden voor een nieuw te bouwen fabriek. De nieuwe fabriek moest voldoen aan ambitieuze doelen, zoals een beter klimaat voor de medewerkers en een energiezuiniger was- en droogproces. “We wilden een duurzaam gebouw bouwen en het energiegebruik met 45 procent verminderen”, licht directeur Stef de Win toe. Uiteindelijk wilden we ook geen water meer lozen in het riool en geen water meer innemen uit de bodem. Het feit dat we de nieuwe fabriek naast onze bestaande fabriek bouwden stelde ons in staat om dat afvalwater te zuiveren en te hergebruiken.” Green washing Tijdens hun plannen om te verduurzamen besloten zij voor een BREEAM-NL certificering te gaan. “We wilden dit ook doen om te kunnen aantonen dat we ons bezighouden met green washing, en niet met greenwashing”, licht De Win toe. “Onze werkzaamheden zijn onder meer het verhuren en reinigen van linnengoed. Onze klanten zijn grote internationale hotelketens, zorginstellingen, industriële bedrijven en ziekenhuizen in Nederland en België.” Duurzaamheid is een begrip dat steeds meer gewicht krijgt in de bouwsector, meent Smits. “En je ziet nu ook dat heel veel bedrijven, pensioenfondsen en investeerders die grotere projecten kopen meer waarde gaan hechten aan BREEAM-NL dan aan een Nederlands bouwbesluit.” Alle beschikbare credits nastreven Behalen van een BREEAM-NL Outstanding score was geen gemakkelijke opgave, maar gezamenlijk gingen ze de uitdaging aan. Smits: “Dit project is uniek, omdat Nedlin mij de mogelijkheid gaf om alle beschikbare credits na te streven. Ze behaalden niet alles, aangezien sommige credits afhankelijk waren van externe factoren, zoals ecologie en de ligging van het gebouw. Je bent bijvoorbeeld afhankelijk van de mogelijkheden voor openbaar vervoer in de regio.” Logistiekvastgoed 2024 - 93 Van links naar rechts: Luuk de Win – directeur Nedlin, Rudy van der Helm – Manager ontwikkeling en beheer DGBC, Wilco Smits – directeur Lois Advies, Bjorn Frijns – director technical affairs, Stef de Win – directeur Nedlin. Een andere uitdaging was het feit dat er grote kelders onder de wasserij moesten komen waarvoor veel beton nodig was in verhouding met de oppervlakte van het gebouw. “Hoewel we andere materialen zo duurzaam mogelijk hebben gekozen, woog beton heel zwaar als het gaat om de milieubelasting.” Moeilijke tocht Om tot dat certificaat te komen hebben we een lange, moeilijke tocht moeten afleggen, knikt De Win bevestigend. “We zijn als team geconfronteerd met diverse moeilijkheden en tegenslagen, maar ik denk dat onze BREEAM-NL Expert er heel goed in is geslaagd om ons te begeleiden, in samenspel met de aannemer, de architect en alle andere betrokken partijen. De samenwerking ging over het algemeen best goed. Dat bewijst zich altijd op de momenten dat je problemen tegenkomt.” De grootste uitdaging was volgens De Win de veranderende wet- en regelgeving, met name op het gebied van CO₂ en de congestie op het elektriciteitsnet. “Dit dwong ons om aanpassingen aan het gebouwontwerp door te voeren en deze continu te toetsen aan de BREEAM-NL criteria.”Een van de cruciale onderdelen van het BREEAM-NL certificeringstraject is het reduceren van het energiegebruik en het verminderen van de CO₂-uitstoot. Smits: “Het gebruik van zonnepanelen en duurzame energiebronnen kan punten opleveren, maar soms zijn er beperkingen. In ons geval was dat het bereiken van een plafond op het energieopwekkingssysteem. Als je dak vol ligt met zonnepanelen, dan houdt het op een gegeven moment op.” ‹‹ Bron: BREEAM-NL https://dgbc.foleon.com/ breeam-magazine/breeam-nl-magazine-2023/ wasserij-nedlin

Inventum Technologies geeft veiligheid een zichtbare boost met Flexbarrier Boiler- en warmtepompfabrikant Inventum Technologies opende eind vorig jaar in Houten een nieuwe productiefaciliteit met warehouse voor ventilatiewarmtepompen zonder buitenunit. Vanaf de straat kan iedereen zien dat op deze locatie volop aandacht is besteed aan veiligheid. Blikvanger is de felgele aanrijdbeveiliging van Flexbarrier. Productieleider Okke Koel van Inventum Technologies: “Het zichtbaar maken van aanrijdbeveiliging stimuleert het veiligheidsbewustzijn.” D eze tweede fabriek is goed voor een extra capaciteit van 80.000 warmtepompen per jaar. De nieuwe productielocatie met een oppervlakte van 5.500 m² omvat naast een productiehal en logistieke diensten ook kantoorruimten, een auditorium en een trainingscentrum voor installateurs en klanten. Blikvanger is de grote glazen wand aan de straatkant, waardoor voorbijgangers vanaf de straat vrij zicht hebben op de fabriek. Dat geldt ook voor de klanten die in het auditorium productpresentaties bijwonen of in de instructieruimtes producttrainingen volgen. Zij kunnen met eigen ogen zien dat niet alleen orde en netheid, maar ook veiligheid een belangrijke rol speelt in de bedrijfsvoering van Inventum Technologies. 94 - Logistiekvastgoed 2024 Zichtbare boost Het meest in het oog springend is de felgele bescherming van Flexbarrier die het voetpad langs de glazen wand volledig afschermt van de productielijnen en het rijdend materieel. “Dankzij de aanrijdbeveiliging scheiden we de voetgangers en het rijdend materieel. Om elk risico uit te sluiten is de voetgangersbarrier op de vloer voorzien van een profiel dat enkels en voeten beschermt”, vertelt Koel. “Met deze voetgangersbarrier heeft veiligheid een zichtbare boost gekregen.” Flexbarrier nam op het juiste moment contact op met Inventum Technologies voor de levering van aanrijdbeveiliging. Koel: “Flexbarrier heeft ons overtuigd van de waarde van kunststof aanrijdbeveiliging. Daarnaast spreekt de moderne uitstraling en opvallende kleurstel

ling ons erg aan. Het zichtbaar maken van de aanrijdbeveiliging stimuleert het veiligheidsbewustzijn.” Kwaliteit en duurzaamheid De keuze voor kunststof aanrijdbeveiliging heeft te maken met de kwaliteit en duurzaamheid van het materiaal. Bij staal ontstaat zichtbare schade in de vorm van deuken en op den duur roest terwijl het hoogwaardige kunststof zorgt voor optimale absorptie van de impact en het materiaal zichzelf herstelt en de oorspronkelijke vorm weer aanneemt. “Natuurlijk kan de kunststof aanrijdbeveiliging ook beschadigd raken”, beseft Koel. “Maar als een onderdeel dan stuk gaat, kunnen we die zelf gemakkelijk vervangen.” De voetgangersbarrier is niet de enige aanrijdbeveiliging in de productiehal. “De productielijnen willen we uiteraard goed afschermen. Dat doen we nu met hekwerken van Flexbarrier. Datzelfde geldt voor andere kwetsbare onderdelen zoals machines en voor de brandhaspels die overal hangen.” Afgeschermde werkplek In het magazijn zijn de kantoorunits en de Kardex-kast voorzien van wandbescherming en de overhead- en dockdeuren van aanrijdpalen. Daarnaast zijn de staanders van alle stellingen uitgerust met stellingbeschermers en de kolommen met kolombeschermers. Op het buitenterrein zijn drempels aangebracht van gerecycled rubber om de bewustwording van de snelheid op de parkeerplaats te verhogen. Inventum Technologies heeft tussen de laaddocks een werkplek gecreëerd voor het inboeken en controleren van binnenkomende goederen. “Deze werkplek hebben we duidelijk zichtbaar afgeschermd om ook hier het veiligheidsbewustzijn te vergroten.” Inmiddels heeft Inventum Technologies ook in de bestaande fabriek hier en daar kunststof aanrijdbeveiliging gemonteerd in aanvulling op de reeds aanwezige aanrijdbeveiliging. Veiligheidsbril Koel is zeer tevreden over de samenwerking. “Samen met Flexbarrier hebben we uitgebreide rondes door de nieuwe fabriek gemaakt, waarbij we alle risico’s hebben geanalyseerd en het plan waar nodig hebben aangepast”, vertelt Koel. “We vullen elkaar goed aan. Flexbarrier kijkt met een kundige blik naar onze fabriek en adviseert op welke manier wij verschillende plekken en situaties kunnen beschermen met de juiste barriers.” De komende maanden zal de aanrijdbeveiliging waar nodig worden gefinetuned. Ook tijdens dit proces zullen Flexbarrier en Inventum Technologies elkaar weer weten te vinden. Enthousiast Tot nu toe is Inventum Technologies tevreden over de keuze voor kunststof aanrijdbeveiliging. “We krijgen veel positieve reacties van externe bezoekers. Die zijn enthousiast over de uitstraling van de fabriek. De gele voetgangersbarrier draagt daar onbetwist aan bij. Die geeft bezoekers direct bij binnenkomst al het gevoel dat ze veilig zijn.” ‹‹ www.flexbarrier.nl www.inventum.com Logistiekvastgoed 2024 - 95

Terugbrengen van emissies begint met de TNO Bouwemissietool Eenduidig en geïnformeerd beslissingen nemen Binnen het programma Emissieloos Bouwen heeft TNO op 2 april een online rekentool gelanceerd op www.bouwemissies.nl. De tool geeft inzicht in CO2-, NOx- en fijnstofemissies van wegtransport en bouwmachines bij bouwprojecten. De tool berekent de emissies voor CO2-, NOx- en fijnstof van de bouwmachines op de bouwplaats en van het bouwtransport (daar gaat het dan om bouwmaterialen, materieel en personeel van en naar de bouwplaats). De emissies zijn uitgedrukt in Tank-To-Wheel; dit zijn de directe emissies van de activiteit, bijvoorbeeld door het gebruik van brandstof in een voertuig. De emissies in de voorketen van de activiteit (zoals winning en productie van brandstoffen) zijn niet meegenomen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de uitlaatemissies van voertuigen of machines op elektriciteit of waterstof in de tool gelijk aan nul zijn. Voor fijnstof zijn ook slijtage-emissies als gevolg van slijtage aan het wegdek, bandenslijtage en remslijtage meegenomen. Keuzes in de ontwerpfase essentieel Een integrale benadering van de bouwplaats is een belangrijk onderdeel van de tool. De achterliggende gedachte is dat emissies die tijdens de realisatiefase op en rond de bouwplaats worden uitgestoten (door bouwmachines en bouwtransport) niet los kunnen worden gezien van de keuzes die gemaakt worden over bouwmethodieken en bouwmaterialen in de ontwerpfase (Figuur 1). Bij het gebruik van lichter materiaal (zoals hout in plaats van steen of beton) zijn bijvoorbeeld minder zware machines nodig op de bouwplaats. 96 - Logistiekvastgoed 2024 Daarnaast kan de tool ook het potentiële effect van verschillende maatregelen voor emissiereductie weergeven, zoals het toepassen van industriële bouwmethoden voor woningbouw, logistieke maatregelen (denk aan het gebruik van een bouwhub) en de inzet van schonere en nul-emissie voertuigen en bouwmachines. Figuur 1. Interactie tussen keuzes in het ontwerp (materiaal en methodiek) van een gebouw of kunstwerk en inzet van (type) bouwmaterieel en mobiliteit (bouwtransport)

De Bouwemissietool is dus een waardevol hulpmiddel om geïnformeerde beslissingen te kunnen nemen over het toepassen van maatregelen die de uitstoot verminderen, bijvoorbeeld in het kader van het verkrijgen van een natuurvergunning. Met de komst van de TNO Bouwemissietool kan je op een Voor alle typen bouwsectoren De tool is voor elk type bouw te gebruiken, al verschillen de functionaliteiten per bouwsector. Voor verschillende bouwsectoren kunnen de emissies op de bouwplaats worden berekend door kenmerken en inzet van de machines en voertuigen in te vullen. Specifiek voor grondgebonden woningbouw (eengezinswoningen) is de tool geavanceerder en kan een emissie-inschatting voor transport worden gedaan op basis van bouwprojectkenmerken. Daarbij hoeft men voor de emissie-inschatting van machines alleen de kenmerken en inzet in te vullen. Voor alle typen bouw kan de tool het potentiële effect van het inzetten van schonere of nul-emissie voertuigen en bouwmachines berekenen. Voor woning-laagbouw kan bovendien het potentiële effect van de toepassing van industriële bouwmethoden en de toepassing van een bouwhub worden berekend. “De Bouwemissietool helpt ons sneller inzicht te krijgen in de impact van maatregelen op verwachtte emissies van projecten. Door een breed gebruik draagt het bij aan gelijke monniken, gelijke kappen.” Marcel Scheltinga - Manager logistiek bouwbedrijf M.J. de Nijs en Zonen BV betrouwbare, eenduidige en vrij toegankelijke manier nagaan welke combinatie aan maatregelen voor jullie organisatie het meest passend is om een steentje bij te dragen aan een emissiearme en circulaire bouw! Sylvie Poels – Project Manager Sustainable Transport & Logistics TNO Tot nu waren er nauwelijks eenduidige en be trouwbare rekenmethodes voor emissies die vrijkomen bij het bouwproces. De rekenmethodes worden uitvoerig uitgelicht in het TNO rapport ‘Methoderapport Bouwemissietool’ (Rondaij, A., Onverwagt, H.C., Steinmetz, M.F.A., et. al, 2024). Aan de slag, samen op weg naar emissiearme en circulaire bouw! De Bouwemissietool is een praktische tool die bijdraagt aan de overkoepelende opgave ‘versneld op weg naar een emissiearme en circulaire bouw’ Zoals eerder onderstreept, zijn de keuzes in de ontwerpfase essentieel voor de hoeveelheid CO2-, NOx- en fijnstofemissies. De hoofdvraag die men zich hierbij moet stellen is ‘Welke maatregelen kan ik nemen om emissies te reduceren en wat is de potentiële impact hiervan?’. Deze vraag valt uiteen in drie subvragen, namelijk: o Welke bouwmethode kan ik het beste toepassen? De Bouwemissietool biedt keuze uit vier verschillende bouwmethoden: traditioneel, hybride, 2D en 3D. o Wat betekent de toepassing van een bouwhub voor de transporten van mijn bouwproject? De Bouwemissietool laat voor woningbouwprojecten zien wat de potentiële impact is op transportemissies als een bouwhub wordt gebruikt. o Wat kan ik doen om emissies van transport en bouwmachines te verminderen? De Bouwemissietool kan laten zien wat de potentiële emissiereductie is als nieuwere- of nul-emissiemachines/voertuigen worden ingezet. Er zijn dus erg veel manieren waarop de emissies op- en rondom de bouwplaats verminderd kunnen worden. Het begint met het verkrijgen van inzicht. Ga aan de slag met de Bouwemissietool en draag bij aan een emissiearme en circulaire bouw! ‹‹ Figuur 2. TNO visualisatie van versneld op weg naar emissiearme en circulaire bouw Logistiekvastgoed 2024 - 97

Huurprijs op aanvraag Molenakkers 13, Asten In 2012 opgeleverd warehouse met kantoor-/ showroom- en overige ruimte met betonnen laaden loskuil en voorgelegen verhard buitenterrein ten behoeve van parkeren. Het warehouse bestaat uit drie compartimenten. De vrije hoogte bedraagt circa 12 m. Totaal ca. 5.129 m². 040 - 211 11 12 info@verschuuren-schreppers.nl Willem Barentszstraat 11, Rotterdam-albrandswaard Dit distributiecentrum is gelegen op een uitstekend bereikbare locatie binnen de Rotterdamse Haven. ‘Distripark Eemhaven’ heeft een directe aansluiting op rijksweg A15. Bedrijfsruimte ca. 14.484 m², kantoorruimte ca. 419 m², mezzanine ca. 1.165 m². Met een ruim buitenterrein. 010 - 424 8 888 bog@ooms.com Rietgraaf 8, Oosterhout Schouwrooij 28, Boxtel Het betreft een hoogwaardig logistiek distributiecentrum gelegen op VGP Park Nijmegen, bekend als Park 15 Warehouse C te Oosterhout. Park 15 is gelegen op een strategische locatie langs de A15 tussen Arnhem en Nijmegen. Totale oppervlakte ca. 8.645 m². 024 - 3651010 bog@s-t.nl 026 - 355 2100 bedrijven@bmvmakelaars.nl Een logistiek crossdock, gelegen op het bedrijventerrein Ladonk in Boxtel. Voorzien van 25 loading docks en 3 overheaddeuren. Totale grootte 3.522 m², waarvan ca. 3.373 m² warehouse en ca. 149 m² kantoor ruimte en een buitenterrein van ca. 6.975 m². 06 25 28 94 46 arjan@hrs.nl 98 - Logistiekvastgoed 2024

Bouwbedrijf Van de Ven SPECIALIST IN VEELZIJDIGHEID Bouwbedrijf van de Ven is een grote bouwfamilie met ruim 90 jaar ervaring en in die jaren uitgegroeid tot een omvangrijke en veelzijdige onderneming, actief in alle facetten van de bouw. Naast de reguliere utiliteits- en industriële bouw zijn wij gespecialiseerd in gemechaniseerde logistieke gebouwen (‘smart warehouses”). Bij van de Ven denken we graag in mogelijkheden die projecten écht verder brengen. Met de opdrachtgever en adviseurs gaan wij uitdagingen niet uit de weg en kiezen we voor kwalitatief, gediciplineerd en duurzaam bouwen. Want bouwen doen we niet alleen, dat doen we samen. www.bouwbedrijfvandeven.nl

Smartlog Works. Danny Maronier Teamleider loods “Het fijne van een DHG Smartlog is dat de loods is uitgerust met de modernste veiligheidsinstallaties, hierdoor kan ik als teamleider zonder zorgen mijn werk uitvoeren en kan ik mij extra focussen op andere dingen om alles in goede banen te leiden.” Bekijk Nederland in vogelvlucht en je kunt er niet omheen: Smartlog, hèt kwaliteitsconcept voor hoogwaardig logistiek vastgoed van DHG. De benchmark in XXLwarehousing. Imposante, solide gebouwen met een strakke moderne architectuur. Ideaal gesitueerd op een voortdurend groeiend aantal logistieke hotspots. Bekijk een Smartlog van dichtbij en wat direct opvalt is de superieure afwerking. Het geraffineerde oog voor detail en kwaliteit, overal en in elke hoek. Representatief voor het grote geheel. Smartlogs zijn bovendien licht, efficient, flexibel en zeer breed toepasbaar. Hier is het heel fijn werken. SMARTLOG

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
  65. 65
  66. 66
  67. 67
  68. 68
  69. 69
  70. 70
  71. 71
  72. 72
  73. 73
  74. 74
  75. 75
  76. 76
  77. 77
  78. 78
  79. 79
  80. 80
  81. 81
  82. 82
  83. 83
  84. 84
  85. 85
  86. 86
  87. 87
  88. 88
  89. 89
  90. 90
  91. 91
  92. 92
  93. 93
  94. 94
  95. 95
  96. 96
  97. 97
  98. 98
  99. 99
  100. 100
Home


You need flash player to view this online publication