2026
Makelaars in logistiek vastgoed Kantoren in Amsterdam - Rotterdam - Tilburg
Voorwoord Wie vooruit wil, zal zich moeten blijven aanpassen De logistieke vastgoedmarkt is volop in beweging. Waar groei en uitbreiding enkele jaren geleden nog relatief vanzelfsprekend leken, zien we nu een sector die zich opnieuw moet verhouden tot uiteenlopende uitdagingen. Schaarse ruimte, strengere regelgeving en een veranderend investeringsklimaat maken dat ontwikkelen minder voorspelbaar is geworden. De tijd van grote, nieuwe ontwikkellocaties ligt grotendeels achter ons. Herontwikkeling van bestaande terreinen – vaak brownfields – is daarmee geen keuze meer, maar noodzaak. Deze locaties bieden voordelen, zoals een bestaande bestemming en vaak al een aansluiting op het elektriciteitsnet, maar de trajecten zijn langdurig en complex. Tegelijkertijd verschuift de aandacht naar de kwaliteit van gebouwen en hun omgeving. Duurzaamheid is geen onderscheidende factor meer, maar een basisvoorwaarde. Groene, gezonde werkomgevingen zijn essentieel, ook met het oog op de arbeidsmarkt. In projecten zien we dat terug in de integratie van ontwerp en techniek, bijvoorbeeld bij distributiecentra waarin houtbouw, landschappelijke inpassing en energieconcepten samenkomen. De problematiek van de netcongestie vraagt om nieuwe oplossingen, zowel in de planvorming als in de exploitatie van gebouwen. Ontwikkelaars en gebruikers trekken hierin steeds vaker samen op, bijvoorbeeld via eigen energievoorzieningen of slimme energieconcepten. Dat alles maakt dat logistiek vastgoed ontwikkelen steeds meer een vak op zich is. De complexiteit neemt toe, doorlooptijden worden langer en businesscases staan onder druk. Tegelijk verschuift de rol van partijen naar die van regisseur van een integraal proces. De sector is daarmee niet alleen in beweging, maar ook in ontwikkeling. En misschien is dat wel de belangrijkste conclusie: wie vooruit wil, zal zich moeten blijven aanpassen – en soms het speelveld opnieuw moeten uitvinden. De artikelen in deze editie laten zien hoe partijen omgaan met deze veranderende werkelijkheid. D.A. Arthur Jager - crossmedia uitgever / directeur Logistiekvastgoed 2026 - 3
Logistiek & Vastgoed Nederland 2026 Logistiek en distributiecentra op de bedrijven- en industrieterreinen 2026 COVERPRESENTATIE Eén van de paradepaardjes van allround Bouwbedrijf van de Ven in het afgelopen jaar was de bouw van een nieuw, temperatuurgecontroleerd, twee-laags warehouse van 33.000 m2 voor VTS Transport en Logistics in Boxmeer. Lees het entreeverhaal op de pagina’s 6 t/m 9. 42 + 79 Logistics Capital Partners 44 Lelystad Logistics 46 SYSTABO 52 ProDelta Real Estate 56 Van der Heijden Bouwbedrijf 67 CTP Netherlands 72 T.C. v.d. Dool 76 Wayland Real Estate (ProSpaces) 80 DHG VOORWOORD 3 D.A. Arthur Jager, crossmedia uitgever / directeur bij Jager Media BRANCHE- EN BELANGENORGANISATIES 12 Transport en Logistiek Nederland (TLN) 54 Nederland Distributieland (NDL) PROJECTONTWIKKELING, BOUW, BELEGGINGEN EN LOCATIES 6 Bouwbedrijf Van de Ven 11 AM 14 SADC, AM, Aan de Stegge Twello, INDUSTRIAL real estate partners 16 Heembouw, Stellar Development 20 New Wave Real Estate 24 + 37 Delta Development Group 28 VGP, PARK15 32 Aannemingsbedrijf Wouters Schijndel / Van Grunsven Groep 34 Bedrijvenpark Medel 36 De Vries en Verburg Bouw Redactie en 2024 Magazine Logistiek & Vastgoed Nederland communicatiejaar mei 2026 tot mei 2027 Logistiek & distributiecentra op de bedrijven- en industrieterreinen advertentie-exploitatie Jager Media D.A. Arthur Jager Postbus 2711 7301 EE Apeldoorn M 06 - 223 91 776 E arthur@jagermedia.nl www.jagermedia.nl BEDRIJFSMAKELAARS 2 + 11 + 14 + 26 + 37 + 67 INDUSTRIAL real estate partners 18 + 21 CBRE KENNISINSTITUTEN EN TOELEVERANCIERS 10 Hardeman | Van Harten 22 Sweco Logistiek & Bedrijfshuisvesting 26 Logistics Real Estate Market 38 Pelecon Structural Engineers 40 Hörmann Nederland 48 Hiber Betonvloeren 50 Greenchoice Integrated 53 TRILUX 54 Stec Groep 58 Van de Beeten 60 Van Berlo - smart concrete floors 62 Sunrock 64 Walther Ploos van Amstel 68 Clean Energy Hubs 74 INNOVI 77 Buck Consultants International Journalisten Pieter Pulleman, Marc van Rossum du Chattel, Dianne Huijskens, Ger Dreijer, Johan Koning en Schrijfdokters.nl Social Media Team - Blending Media - Monique Jager - Koos Luijk Vormgeving Studio Transparant Fotografie Jager Media Het magazine Logistiek Vastgoed Nederland wordt duurzaam geproduceerd. 4 - Logistiekvastgoed 2026
Deelnemers actief in het nieuwe communicatiejaar, mei 2026 tot mei 2027 www.bouwbedrijfvandeven.nl www.industrial.nl www.hardeman-vanharten.nl www.cushmanwakefield.com www.tln.nl www.sadc.nl www.am.nl www.adst.nl www.heembouw.nl www.stellardevelopment.eu www.cbre.nl www.bridgegap.com www.sweco.nl www.deltadevelopment.eu www.vgpparks.eu www.park15.nl www.wouters-schijndel.nl www.bedrijvenparkmedel.nl www.devriesverburg.nl www.pelecon.nl hiber betonvloeren bv Part of Metropolitan Region Amsterdam www.lelystadlogistics.com www.systabo.nl www.hiber.nl www.greenchoiceintegrated.nl www.prodeltarealestate.nl bouwen kán anders www.trilux.com/industry www.stec.nl www.bouwenkananders.nl www.vandebeeten.nl www.vanberlo.com www.hormann.nl www.logisticscapitalpartners.com www.sunrock.com www.hva.nl www.flevokusthaven.nl www.ctparkamsterdamcity.nl www.gelderland.nl projecten/clean-energy-hubs www.tcvddool.nl www.innovi.nl www.prospaces.nl www.bciglobal.com www.dhg.nl Logistiekvastgoed 2026- 5
Allround Bouwbedrijf Van de Ven realiseert bouwprojecten met aandacht voor de mens Ze lopen er niet mee te koop, maar trots zijn ze best wel bij Bouwbedrijf Van de Ven. In het afgelopen jaar leverden ze een aantal mooie bouwprojecten op. Niet zomaar standaard logistieke hallen, maar ultramoderne bedrijfspanden met veel aandacht voor een prettige werkomgeving voor de medewerkers. én van de paradepaardjes in het afgelopen jaar was de bouw van een nieuw, temperatuur-gecontroleerd, tweelaags warehouse van 33.000 m² voor VTS Transport en Logistics in Boxmeer. VTS verzorgt de opslag en distributie van farmaceutische middelen. E Het nieuwe farma warehouse werd tegen de bestaande hoofdlocatie van VTS aangebouwd. Het bestaat uit een hoogbouwmagazijn van 20 meter hoog dat ruimte biedt aan 50.000 pallets en een lager expeditiegedeelte. Het hoogbouwmagazijn is deels gekoeld (met een temperatuur van 5 graden voor opslag van bepaalde medicijnen) en is deels op kamertemperatuur. Op het dak van het aangrenzende expeditiegedeelte werd een parkeerplaats gerealiseerd met ruimte voor 231 personenauto’s en 51 bestelbusjes. Vanaf het parkeerdek kunnen deze busjes, waarmee de goederen tot aan de voordeur van de klanten worden bezorgd, naar binnen rijden om daar geladen te worden. Uitdagend ‘Dit parkeerdek was de grootste uitdaging van het hele bouwproject’, vertelt projectleider Chris van den Biggelaar. ‘Dat moest in één keer helemaal goed gedaan worden. En goed betekent: 100% waterdicht, want het parkeerdek ligt boven op een geklima tiseerde expeditieruimte waar je absoluut geen lekkages wilt hebben. Bovendien, vind maar eens een lekkage terug in 15.000 m² betonvloer, dat is haast onmogelijk.’ Samen met de werkvoorbereider en twee uitvoerders besprak Chris voor aanvang alle details. ‘We hebben alles de revue laten passeren. Het parkeerdek wordt dagelijks intensief gebruikt door 6 - Logistiekvastgoed 2026
een paar honderd personenauto’s, maar ook door bestelbusjes die in en uit moeten rijden. Bovendien moesten de parkeerplaatsen voor de busjes voorbereid zijn voor elektrisch laden. We hebben veel verschillende berekeningen gemaakt. Waar doen we goed aan, waar kan het slimmer. Overleg met de elektricien en de loodgieter: zien we niks over het hoofd? Klopt het wat we bedacht hebben? Toen uiteindelijk alle partijen erachter stonden zijn we begonnen met het realiseren van het parkeerdek.’ Spannend! Toen het parkeerdek klaar was braken spannende tijden aan bij de eerste hoosbuien, maar die werden glansrijk doorstaan. ‘We hebben sindsdien heel wat regen en sneeuw gehad, maar het water op het parkeerdek kon steeds goed weg en er was geen enkele lekkage. Toen wisten we zeker dat we het goed gedaan hadden. Dat was wel echt een zorg minder’, geeft Chris toe. Duurzaam Duurzaamheid speelt een belangrijke rol, ook voor opdrachtgever VTS. Zij willen op alle mogelijke manieren hun ecologische voetafdruk verkleinen. Het pand heeft een hoge isolatiewaarde, is gasloos, heeft zonnepanelen en energiezuinige verlichting. Kantoor en warehouse worden verwarmd met de restwarmte van de koelinstallatie. Er is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame bouwmaterialen, zoals de recyclebare sandwich wandpanelen en de staalconstructie. Het pand heeft dan ook een BREAAM-Excellent certificering gekregen. Vakmanschap Projectleider Chris van den Biggelaar kijkt met tevredenheid terug op het hele bouwproces. ‘In dit bouwproject konden we het vakmanschap van onze mensen tot het maximum benutten. Dat is heel prettig. Wij zijn gespecialiseerd in complexe bouwprojecten, waarbij we ook verantwoordelijk zijn voor de werktuigbouwkundige, elektrotechnische en sprinklerinstallaties. Logistiekvastgoed 2026 - 7
Maar we verzorgen ook de infrawerkzaamheden, de terrein- en daktuininrichting. Ook qua interieurontwerp konden we hier al onze vaardigheden in kwijt: van de prachtige houten trapbekleding tot de ronde plafondeilanden en de kozijnen: alles hebben we in onze werkplaats zelf gemaakt.’ WAUW! factor Van den Biggelaar prijst de prettige samenwerking met interieurarchitect Pinx. ‘De gehele afbouw hebben we met hen samen gedaan. In zo’n goed samenspel kom je echt tot een optimaal ontwerp, waarbij er werkruimtes worden gecreëerd die voor de VTS medewerkers heel prettig zijn om in te werken. Met mooi afgewerkte rondingen, luxe tegels en houten toepassingen. En dat geldt niet alleen voor de kantoorruimtes. Ook in het warehouse en bij de expeditie is steeds goed gekeken naar hoe mensen comfortabel kunnen werken, bijvoorbeeld met de juiste verlichting. Het eindresultaat is echt prachtig. Dit pand is voor ons een mooi visitekaartje hier in de regio. Hiermee laten we zien wat wij allemaal in huis hebben. En dan is het best gaaf als je op een feestje iemand hoort zeggen: wauw, dat nieuwe pand van VTS, dat is écht mooi!’ Andere projecten van Bouwbedrijf Van de Ven Prologis/Zorgboodschap in Lisse In opdracht van Prologis bouwt Van de Ven in Lisse een bedrijfspand van ruim 25.000 m² dat, na oplevering in september 2026, gebruikt zal worden door Zorgboodschap. Dit bedrijf verzorgt een groot assortiment aan maaltijden voor de zorgsector. In het nieuwe pand komen het logistiek centrum, het hoofdkantoor, 8 - Logistiekvastgoed 2026
moderne klantfaciliteiten en een hoogwaardige keuken samen onder één duurzaam dak. NAFVSM in Beugen Eind mei 2026 levert Van de Ven het nieuwe bedrijfspand op van NAFVSM, ter grootte van 10.000 m². NAFVSM is een gespecialiseerde fabrikant van hoge kwaliteit glasverpakkingen. Zij produceren ampullen, flacons en buizen uit buisglas, die o.a. worden gebruikt in de farmaceutische industrie, ziekenhuizen, laboratoria, in de bouw en in de voedselindustrie. Voor deze turn-key opdracht verzorgde Van de Ven de engineering, vergunningen, de bouw incl. infra en installaties tot en met de oplevering en de nazorg. Het gebouw bestaat uit een kantoor ruimte, productieruimte en opslagruimte in diverse compartimenten. Vekoma Rides campus in Vlodrop Vanaf 2024 bouwt Van de Ven, in verschillende fases, aan de vernieuwde campus van achtbaanproducent Vekoma. Het bedrijf viert in 2026 zijn 100-jarig jubileum. Als eerste werd een assemblagehal met magazijn van circa 8.000 m² gebouwd inclusief vijf bovenloopkranen, kantoorwerkplekken, een innovatiecentrum en een belevingscentrum. In fase twee volgde de bouw van een kantoorgebouw van ca. 5.000 m², met meerdere verdiepingen, vergaderruimtes en een bedrijfsrestaurant. Dit nieuwe hoofdkantoor wordt in juli 2026 opgeleverd. De uitdaging bij dit project ligt met name in de korte doorlooptijden, in combinatie met een veelvoud aan werkzaamheden, het hoge afwerkingsniveau en de specifieke detailleringen. Van de Ven is verantwoordelijk voor het complete pakket van ontwerp tot bouw, infrawerkzaamheden en terreininrichting. Ook de inrichting van het kantoorgebouw nemen zij volledig onder hun hoede. Ook is Van de Ven betrokken bij de herontwikkeling van het oude Vekoma bedrijfsterrein. Daar worden in een volgende fase de bestaande gebouwen deels gesloopt. Zo ontstaat ruimte voor een grote productiehal van 5.000 m². Deze bouw-rollercoaster is dus nog lang niet ten einde… Intracare in Veghel Dichtbij huis, aan de Voltaweg in Veghel, realiseert Van de Ven een nieuw bedrijfspand voor Intracare, dat begin mei 2026 wordt opgeleverd. Het bedrijf ontwikkelt, produceert en levert wereldwijd effectieve diergeneesmiddelen, biosecurity, hygiëneproducten en nutriënten voor de veehouderij, tuinbouw en aqua cultuur. Hun producten dragen bij aan een betere diergezondheid en verminderen het gebruik van antibiotica en pesticiden. Het nieuwbouwpand bestaat uit ca. 5.900 m² industriefunctie en 2.600 m² kantoorfunctie verdeeld over verschillende verdiepingen, met ruimte voor zo’n 80 personeelsleden. De bedrijfshal beschikt over een grote open hal als opstelplaats voor de productiemachines, een grote opslag met stellingen en 3 kleinere opslagruimtes voor gevaarlijke stoffen (PGS15). Het pand wordt voorzien van een laad- en loskuil, lekbakken voor buitentanks, losplaats, een eigen bluswaterkelder, een tweetal sprinklertanks en een ATEX-ruimte. Garbe Industrial in Veghel Een gebouw slopen dat je vele jaren geleden zelf ooit hebt gebouwd. Dat komt niet zo vaak voor, maar het overkwam Van de Ven bij de herontwikkeling van Garbe in Veghel. Om vervolgens natuurlijk weer zoveel mogelijk materialen uit het oude pand te hergebruiken in de nieuwbouw. Zo werd het gebroken betonpuin gebruikt als grondstof voor het puinpakket van de fundering van het 20.000 m² grote warehouse met kantoorruimtes. Uitdaging in dit project was het feit dat het oude gebouw niet in één keer gesloopt kon worden, omdat er nog een huurder in zat. Daarom werd slechts 2/3 van het gebouw gesloopt, waardoor er genoeg ruimte ontstond voor de eerste helft van de nieuwbouw. Binnen slechts 12 maanden realiseerde Van de Ven een 17 meter hoog warehouse ter grootte van 18.870 m² met 24 loading docks, 2.600 m² mezzanine en op de hoeken twee inpandige kantoren ter grootte van 915 en 395 m². Het pand is zo geconstrueerd dat het eventueel ook door twee huurders kan worden gebruikt. Op het buitenterrein is een energieplein aangelegd, waarmee het warehouse volledig zelfvoorzienend kan opereren en niet afhankelijk is van het bestaande, overvolle energienet. Bestseller in Lelystad En ondertussen werkt Van de Ven als hoofdaannemer ook volop aan de bouw van het grootste Europese distributiecentrum van massief hout voor de Deense modegroep Bestseller. De opleverdatum van dit omvangrijke project, met een DC-oppervlakte van 155.000 m², staat gepland voor Q3-2027. ‹‹ Foto’s: Kuppens Fotografie www.bouwbedrijfvandeven.nl Logistiekvastgoed 2026 - 9
TE HUUR Toplocatie op Schiphol Trade Park Bouw gestart 45.000 m2 DC Deelverhuur vanaf 10.000 m2 Oplevering Q1 2027 Schiphol Amsterdam Airport A4 Laatste beschikbare kavel op Schiphol Trade Park industrial.nl 088 989 98 98 cushmanwakefield.com 020 800 2000
Van opslaglocatie naar onmisbare schakel Meer dan opslag: het warehouse verandert Op het dak liggen zonnepanelen, aan de laadkade staan elektrische trucks te laden, binnen verplaatsen robots pallets door het pand en in de meterkast moet één aansluiting alles verdelen. Zo ziet het moderne distributiecentrum er steeds vaker uit. Het warehouse is allang geen plek meer waar goederen tijdelijk worden opgeslagen. Het is een knooppunt waar energie, data en logistiek samenkomen. Juist dit gegeven maakt verduurzaming tegelijk urgent en complex. Het gebouw stopt niet bij de gevel Die verwevenheid zie je ook terug in de regelgeving. De energie auditplicht (EED) staat voor een belangrijke wijziging. Naar verwachting gaat het energieverbruik van voertuigen straks meewegen in de beoordeling van het energiegebruik rond het gebouw. Dat klinkt technisch, maar de gevolgen zijn groot. Een logistiek bedrijf kan straks zijn pand niet langer los zien van het wagenpark. Dak, laadinfrastructuur, heftrucks, bestelbussen en trucks vormen samen één energiehuishouding en zo worden ze ook beoordeeld. Voor veel ondernemers betekent dit dat ze hun energiegebruik voor het eerst integraal in kaart moeten brengen. Wanneer wordt er geladen? Hoeveel stroom verbruikt het pand ’s nachts? Past het wagenpark van morgen nog bij de aansluiting van vandaag? Vragen die tot voor kort vooral bij facilitair beheer lagen, raken nu direct aan de kern van de bedrijfsvoering. Netcongestie: de rem op goede bedoelingen Tegelijkertijd loopt de sector tegen de grenzen van de energievoorziening aan. Op steeds meer plekken in Nederland zit het elektriciteitsnet vol. Bedrijven die willen elektrificeren met extra laadpalen, een nieuwe productielijn of een warmtepomp, krijgen te horen dat uitbreiding voorlopig niet mogelijk is. Dat wringt, juist omdat het vaak de bedrijven zijn die willen verduurzamen die vastlopen. Netcongestie is daarmee geen abstract probleem meer, maar een concrete rem op de werkvloer. Slim omgaan met de beschikbare stroom wordt essentieel. Laden op momenten dat de vraag lager is, eigen opwek combineren met (batterij) opslag en processen beter op elkaar afstemmen om pieken te voorkomen. Dat zijn geen extra’s meer, maar voorwaarden om te kunnen blijven groeien. Daken en terreinen spelen een steeds grotere rol in energiegebruik en klimaatadaptatie 12 - Logistiekvastgoed 2026
van trucks. Goods to person systemen maken het pand compacter en beperken de belasting van de aansluiting. Een slimme terreinindeling vangt regenwater op en creëert ruimte voor laadplekken. Wat vroeger losse projecten waren – een zonnedak hier, een laadplein daar, een robotpilot – vormt nu één samenhangend geheel. Dat vraagt iets van ondernemers. Niet langer losse investeringen doen, maar keuzes op elkaar afstemmen. En het vraagt iets van de sector als geheel: kennis delen over wat werkt, ervaringen uitwisselen over netcongestie en samen optrekken richting overheid en netbeheerders wanneer randvoorwaarden knellen. Slim ingerichte warehouses vragen minder ruimte, energie en fysieke belasting Het dak als werkkapitaal Daarmee komt een onderdeel van het warehouse in beeld dat lange tijd is onderschat, letterlijk buiten beeld bleef: het dak. Distributiecentra hebben vaak enorme, platte daken en juist die vormen een van de meest waardevolle vierkante meters van het bedrijf. Zonnepanelen zijn inmiddels vanzelfsprekend, maar het potentieel gaat verder. Groene daken bufferen regenwater, houden het pand koeler in de zomer en verlagen zo het energieverbruik van koelinstallaties. In combinatie met zonnepanelen leveren ze bovendien meer op, omdat panelen beter presteren bij lagere temperaturen. TLN ontwikkelde hierover samen met branchevereniging VHG een brochure met praktische handvatten om pand en terrein te vergroenen. Van groene daken en gevels tot een slimme terreinindeling die wateroverlast beperkt. Deze maatregelen helpen niet alleen tegen hittestress en piekbuien, maar zorgen ook voor lagere energiekosten en een prettigere werkomgeving. Uit recent onderzoek blijkt dat veel Nederlandse bedrijventerreinen slecht zijn voorbereid op wateroverlast. Dat maakt klimaatadaptatie geen bijzaak, maar een vast onderdeel van hoe een bedrijf met energie en ruimte omgaat. Slimmere processen, lager energiegebruik Ook binnen het warehouse zelf valt veel winst te behalen. De opkomst van goods to person systemen is daar een goed voorbeeld van. In plaats van medewerkers die grote afstanden door het magazijn lopen, brengen robots producten naar vaste werkplekken. Dat zorgt voor minder loopafstanden, beter voorspelbare processen en een lagere fysieke belasting voor medewerkers. Daar zit ook een duidelijke energiekant aan. Logistiekvastgoed 2026 - 13 Compactere, logisch ingerichte warehouses vragen minder vloeroppervlak om te verwarmen, te verlichten en te koelen. Verticale opslag versterkt dat effect. Door de hoogte in te bouwen in plaats van in de breedte, neemt de footprint af terwijl de capaciteit groeit. Zo wordt het mogelijk logistieke activiteiten dichter bij stedelijke gebieden te organiseren, waar ruimte schaars en kostbaar is. Kortere afstanden tot klanten betekenen minder transportkilometers en dus een lager energieverbruik in het voertuigendeel van diezelfde EED beoordeling. Het draait om het totaal Hier komt alles samen. Een groen dak verlaagt de koelvraag, waardoor er op warme dagen meer stroom beschikbaar blijft voor het laden Distributiecentra worden steeds vaker plekken waar logistiek en energie samenkomen Op weg naar het warehouse van morgen Het warehouse van de toekomst is niet groter, maar slimmer, compacter en beter verbonden. Een plek waar energie, goederen en data samenkomen. Voor logistiek Nederland is dat geen bedreiging, maar een kans. Bedrijven die hun pand, wagenpark en processen als één geheel benaderen, zijn beter in staat om snel te leveren, efficiënt met energie om te gaan en aantrekkelijk te blijven voor medewerkers en klanten. TLN ondersteunt haar leden daarbij met kennis, praktische hulpmiddelen en de samenwerking met partners zoals VHG. Want de sector verandert niet in losse stappen, maar in samenhang. www.tln.nl ‹‹
Logistiek Centrum in de Champions League Op Schiphol Trade Park in Hoofddorp verrijst een logistiek centrum dat zijn weerga niet kent, het beste van het beste op de beste plaats. De eerste huurder heeft zich al gemeld, en dat is niet zo gek. M arcel Hoekstra vertelt enthousiast over het centrum, hij is van INDUSTRIAL real estate partners, de verhurend makelaar van het project. “Het is een project van give-or-take 45.000 m2 op een kavel van vijf hectare. Het is de laatste echt grote kavel op Schiphol Trade Park.” Eén derde van het pand is verhuurd. “Aan Van der Helm Logistics, een fantastische partij. Het is een zogenoemde third-party logistics provider.” Voor andere partijen is er nog ruimte beschikbaar in het complex, Marcel is op zoek naar partijen die logistiek vastgoed zoeken tussen de tien- en dertigduizend meter. Door de goede indeelbaarheid van het gebouw en de grote hoeveelheid docks, is het gebouw uitermate geschikt om in delen te verhuren. Toch tempert Marcel de verwachtingen. “Het is geen goedkope locatie en dus zoeken we met name naar logistieke partijen in het hogere echelon, 14 - Logistiekvastgoed 2026 met name partijen, die de verbinding met Schiphol Airport hoog waarderen. Bedrijven met high value goods.” Begin dit jaar ging de eerste schep de grond in. Het centrum is ontworpen door Convex Architecten, en wordt rond maart volgend jaar opgeleverd. De locatie is in vele opzichten bijzonder. Zo is Schiphol Trade Park het eerste bedrijventerrein ter wereld dat een Outstanding BREEAM-NL Gebied certificering heeft ontvangen van de Dutch Green Building Council, en daarmee wereldwijd het eerste logistieke business park is met deze hoogste score. Dat zegt Eelco Kienhuis de commercieel manager van SADC (Schiphol Area Development Company), een gebiedsontwikkelaar die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. SADC faciliteert hoogwaardige en goed bereikbare werklandschappen in de Metropoolregio Amsterdam, die zowel nationaal als internationaal concurrerend zijn. Bedrijven die zich op de terreinen van SADC vestigen willen niet alleen economisch groeien, maar ze willen ook een positieve impact hebben op de ecologie en maatschappij. Naast Schiphol Trade Park heeft SADC onder andere ook De President 1.2 in Hoofddorp, PolanenPark in Halfweg en Business Park Amsterdam Osdorp in portefeuille. SADC werd in 1987 opgericht. Het is een publieke en private samenwerking met als doel om het economische potentieel van de regio en de luchthaven te benutten door krachten te bundelen. Zo wordt de concurrentiepositie van de regio, zowel nationaal als internationaal, versterkt. De gemeentes Amsterdam en Haarlemmermeer, Schiphol Group en de provincie NoordHolland zijn ieder voor een kwart eigenaar van SADC. “Een groot deel van de grond van het Trade Park wordt gebruikt voor groen en kwaliteit in het gebied. Dat is een van onze speerpunten, een belangrijke ambitie”, legt Eelco uit. Die extra aandacht voor groen is niet alleen belangrijk voor de ecologie van het gebied, het schept ook een prettige werkomgeving. Het groen komt in ruime mate terug in dit logistiek centrum. De gevels krijgen klimplanten, die wortelen in volle grond. Dat betekent dat er weinig onderhoud nodig is. Het is de bedoeling dat het gebouw op termijn opgaat in zijn groene omgeving. De gevels dragen bij aan de biodiversiteit. Evert Veerman is commercieel manager van Aan de Stegge Twello, die het logistiek centrum bouwt. Net als de anderen is hij verheugd met deze ontwikkeling. Bij hem gaat het om vele bijzondere details, zoals de verbinding tussen de expeditie-zone en de kantoren met loopbruggen. Maar ook de indelingsmoge
lijkheden vindt hij bijzonder, net als de ruime expeditie-zones, de logistieke opzet en de houten opbouw van de kantoren. De daken boven de kantoren worden bedekt met sedum, dat tevens functioneert als waterberging. Deze oplossing verbetert bovendien het klimaat binnen het gebouw. Eelco vult het aan: “Het mag allemaal wat kosten en niet elke ontwikkelaar neemt dat ons in dank af, maar ik denk dat we met de ambities van SADC in de Champions League van de gebiedsontwikkeling zitten.” Die ambities worden vastgelegd in een zogenoemd Value Added Plan. Evert legt uit, dat hij als bouwer veel geleerd heeft van de eerdere logistieke centra op Schiphol Trade Park. Dit logistieke complex wordt wederom beter, efficiënter en flexibeler. “Bovendien vind ik het gewoon een mooi gebouw, hoogwaardige gevels, balkons voorzien van groen, het warehouse en de kantoren hebben een hele hoge kwaliteit. Vanzelfsprekend zijn wij enthousiast over de samenwerking met ontwikkelaar AM en dat Aan de Stegge dit hoogwaardige logistiek complex realiseert.” Namens AM legt Robbart Valk uit dat hij de ambities van SADC van harte heeft omarmd. Tegelijkertijd legt hij de lat voor zichzelf nog iets hoger. “Dit wordt een topgebouw. Beleggers vinden het heel interessant om niet alleen op een hele goede plek te zitten, maar ook een heel duurzaam gebouw te hebben”, legt hij uit. Gebruikers zitten graag direct aan de A4 en vlakbij Schiphol, daarnaast willen ze qua duurzaamheid voorop lopen. “Dat maakt dat wij als projectontwikkelaar ondanks de toch aanzienlijke grondprijs én de hoge groene ambities in staat zijn om er een gezonde business case van te maken.” Dat het een topgebouw wordt op een toplocatie blijkt ook uit het feit dat Savills Investment v.l.n.r.: Eelco Kienhuis (SADC), Evert Veerman (Aan de Stegge), Anne Asjes en Robbart Valk (AM), Marcel Hoekstra (INDUSTRIAL real estate partners) Management in een vroeg stadium betrokken is geraakt. Dit wereldwijd opererend vastgoed bedrijf heeft alle vertrouwen in het project. Waar anderen instappen als het project zo goed als klaar is, kocht Savills IM het logistiek centrum voordat de bouw gestart was. Robbart vindt het een uitdagend en aansprekend project. “Omdat het je op alle niveaus dwingt om te stretchen: het beste van het beste op de beste locatie te maken. Als dat makkelijk was, dan zou iedereen dat doen. Wij doen dat wel.” Robbart wordt op locatie bijgestaan door Anne Asjes, de verantwoordelijk projectontwikkelaar. Anne ziet op het Schiphol Trade Park een duidelijke ontwikkeling. “Als je hier door het gebied rijdt dan zie je welke gebouwen als eerste zijn neergezet en welke daarna. Het wordt steeds groener”, vertelt hij niet zonder bewondering. “Inmiddels zijn we zover dat groen volledig geïntegreerd is in ons gebouw.” Netcongestie gooit bij veel projecten zand in de raderen. Op Schiphol Trade Park is er een oplossing gevonden middels de Energiecoöperatie Schiphol Trade Park, waarin bedrijven zich hebben verenigd in een model zonder winstoogmerk. Het logistiek centrum in aanbouw gaat hier deel van uit maken. Het komt er op neer dat de stroomcapaciteit gedeeld wordt met andere deelnemers. Daardoor worden vraag en aanbod beter afgestemd en CO₂-uitstoot verminderd. Als back-up fungeren andere onderdelen van het aanwezige energiesysteem. Het logistiek centrum draagt daarnaast ruimschoots bij aan de energievraag. Het dak van het warehouse wordt voorzien van zonnepanelen. Een batterij op maaiveld zorgt voor energieopslag en -balancering. Evert legt uit, dat hij als aannemer ook geleerd heeft van de eerdere logistieke centra op het park. Het nieuwste gebouw wordt beter en efficiënter. “Ik vind het ook gewoon een mooi gebouw, balkons die zijn voorzien van groen, kantoren met een hele hoge kwaliteit en duurzaamheid.” ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 15
Natuur, Architectuur, Technologie en Functionaliteit als fundamentele basis voor logistiek vastgoed.
De toenemende maatschappelijke betrokkenheid en de groeiende aandacht voor landschap, ruimtelijke inpassing en toekomstwaarde, waarbij steeds strengere eisen gelden, nodigen uit tot een frisse blik op logistiek vastgoed. De logistieke bestemmingen van Stellar Development laten zien dat het anders kan. Met Vega Amsterdam als meest recente ontwikkeling. Stellar Development neemt de verantwoordelijkheid om logistiek vastgoed beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften vanuit de samenleving. In nauwe samenwerking met Heembouw en Heembouw Architecten werkt Stellar Development sinds 2019 aan de ontwikkeling van logistieke bestemmingen. De vier merkpijlers: Natuur, Architectuur, Technologie en Functionaliteit vormen de basis voor iedere ontwikkeling. Deze merkpijlers worden bij iedere bestemming contextueel, kwalitatief en hoogwaardig met elkaar verbonden. Zo worden er werkomgevingen voor nu en de toekomst gecreëerd; plekken waar mensen willen zijn. Kansen voor complexe locaties Gemeenten die brownfields of kavels vanaf vier hectare willen aanbieden voor herontwikkeling, vinden in de aanpak en de vier merkpijlers van Stellar Development perspectief. Locaties die eerder als lastig of te groot werden gezien, krijgen bij Stellar Development een nieuwe rol in hun omgeving. Bestemmingen met een eigen identiteit, hoogwaardige materialisatie en aandacht voor de mens en zijn werkbeleving, ons welzijn. De combinatie van visie, efficiëntie en kwaliteit zorgt voor logistieke bestemmingen die niet alleen economisch renderen, maar ook ruimtelijke en maatschappelijke waarde toevoegen. Vega Amsterdam (Osdorp) Vega Amsterdam (hiernaast afgebeeld) wordt een unieke logistieke bestemming waarbij architectuur en stedelijke inpassing leidend zijn. Het ontwerp draagt actief bij aan de kwaliteit van het oorspronkelijke gebied. De constructie is grotendeels van hout, modulair en in zijn geheel verwijderbaar. Dit draagt in hoge mate bij aan de circulariteit van het pand. “Het ontwerp en de uitstraling van de gevels en de bijbehorende vegetatie richten zich nadrukkelijk op de directe omgeving, zonder concessies te doen aan de logistieke functionaliteit.” Senior Architect Jordy Aarts, Heembouw Architecten. Voor meer informatie, bezoek: Stellardevelopment.eu Heembouw.nl Unieke bestemmingen, ontwikkeld vanuit één visie Ara Almelo (XL Businesspark Twente) Een grootschalige logistieke bestemming, voorzien van state-of-the-art technologie en ecologisch natuurscherm van bijna één kilometer lang. Een natuurlijke entree tot het businesspark. Hydra Utrecht (Lage Weide) Een logistieke bestemming, waarbij door een aantal ingrepen in het ontwerp o.a. de waterhuishouding voor deze brownfieldlocatie aanzienlijk is verbeterd en regenwater optimaal wordt opgenomen. Waardoor overlast bij zware regenval voor de aangrenzende woonwijk wordt voorkomen. De sprinklertank, naast functioneel, is ontworpen als het grootste permanente insectenhotel van Europa. Virgo Aalsmeer Een functionele logistieke bestemming om de natuur en biodiversiteit te vergroten. De intensieve daktuin van bijna 2.000 m² is een biodivers baken, aansluitend op de stedelijke omgeving, en is een oase voor de medewerkers. Iedere bestemming van Stellar Development is uniek, maar altijd herkenbaar. Ontworpen voor synergie tussen logistiek, mens en natuur. Bestemmingen waar mensen willen zijn.
Kwaliteit wordt doorslaggevend in logistiek vastgoed De logistieke vastgoedmarkt is in rustiger vaarwater gekomen. Beslissingen worden uitgesteld, de opname vlakt af en de leegstand loopt licht op. Volgens Jim Orsel, Head of Industrial & Logistics bij CBRE Netherlands, is dat geen reden tot zorg. “Die frictieleegstand is niet gigantisch groot. Het is een gezonde leegstand die de huurder weer wat keuze geeft in kwaliteit.” J arenlang was de vraag naar logistiek vastgoed zo sterk dat vrijwel elk distributiecentrum wel een gebruiker vond. Dat beeld verandert. Gebruikers worden kritischer en kijken nadrukkelijker naar de kwaliteit van hun huisvesting. Moderne distributiecentra met meer hoogte, betere vloeren, een stabiel binnenklimaat en ruimte voor automatisering sluiten beter aan op de huidige eisen. Dat heeft niet alleen met techniek te maken, maar vooral met de operatie. 18 - Logistiekvastgoed 2026 Campus Schaalgrootte speelt daarin een belangrijke rol, omdat dat flexibiliteit en efficiency biedt. “Logistieke dienstverleners opereren met dunne marges en hebben te maken met fluctuaties in volumes. Op grotere locaties of campussen zijn die schommelingen beter op te vangen. De campus is daarom het magische woord op dit moment”, zegt hij. “Als één klant wegvalt, hoef je niet meteen afscheid te nemen van je personeel.” Die grotere schaal maakt het bovendien mogelijk om te investeren in automatisering. Dat soort systemen vraagt om een lange terugverdientijd en dus om zekerheid over de locatie. Grote eindgebruikers kiezen daarom steeds vaker voor een plek waar zij zich voor langere tijd kunnen vestigen. “Dat leidt niet alleen tot een efficiëntere operatie, maar ook tot meer continuïteit in werkgelegenheid en een sterkere binding met de omgeving.” Arbeidskosten De nadruk op kwaliteit hangt nauw samen met de kostenstructuur van logistieke bedrij
Jim Orsel. Elisabeth Lanz Fotografie Marktonderzoek: Druk op schaalvergroting in logistiek vastgoed CBRE voltooide eerder dit jaar een marktonderzoek. Raymond Frederiks, Associate Director Research bij CBRE: “Binnen logistieke operaties zijn de kosten in de hele keten fors gestegen, onder meer door hogere loonkosten en oplopende transportkosten als gevolg van dieselprijzen en de aankomende vrachtwagenheffing. Ons onderzoek laat zien dat deze kostenstijgingen de locatiekeuze en specificaties van distributiecentra steeds strategischer maken. Gebruikers consolideren meerdere locaties naar één grotere, efficiëntere locatie en stellen hogere eisen aan gebouwkwaliteit, zoals vloervlakheid, vloerbelasting en vrije hoogte voor automatisering. Hierdoor nemen schaal, kwaliteit en duurzaamheid aan belang toe, voor zowel eindgebruikers als beleggers.” De belangrijkste inzichten op een rijtje: 1. Kosten drukken zwaar op marges De logistieke sector kampt met oplopende kosten. Loonkosten piekten in 2023 op +8,3% en vanaf juli 2026 leidt de vrachtwagenheffing tot extra kosten tot 9,8% voor sommige bedrijven. Ook dieselprijzen liggen hoger, terwijl 31% van de chauffeurs ouder is dan 55, wat arbeidskrapte structureel maakt. ‘Je ziet dat kwaliteit boven komt drijven’ ven. Huisvesting vormt doorgaans slechts een beperkt deel van de totale kosten, terwijl arbeid een veel grotere factor is. Een gebouw dat bijdraagt aan een prettige werkomgeving en efficiënte operatie bespaart indirect mogelijk kosten, door bijvoorbeeld lager personeelsverloop. Orsel: “Als je een attractieve werkomgeving biedt, dan is het niet erg om iets meer huur te betalen als je dat elders terugverdient.” Herontwikkeling Tegelijkertijd wordt het realiseren van nieuw vastgoed complexer. Netcongestie, de stikstofproblematiek en langere vergunningstrajecten zorgen voor vertraging en extra kosten. Volgens Orsel zit de uitdaging dan ook minder 2. Van expansie naar consolidatie De netto-absorptie bleef met 600.000 m² in 2024 en 1,3 miljoen m² in 2025 ruim onder het tienjaarsgemiddelde. Nieuwe opname bestaat vooral uit verhuizingen; uitbreidingen zijn schaars. Overnames onder 3PL’s, goed voor 43% van de opname, onderstrepen de consolidatietrend. 3. Kwaliteitseisen verschuiven de vraag Gebruikers stellen steeds hogere eisen aan distributiecentra, zoals vrije hoogtes boven 12 meter, betere vloeren, voldoende stroomcapaciteit en hogere duurzaamheidsscores. Ook schaalgrootte wordt crucialer voor efficiënte en geautomatiseerde operaties. Vastgoed wordt daarmee meer een operationele hefboom dan kostenpost. 4. Kwalitatief tekort in bestaande voorraad Circa de helft van de logistieke voorraad dateert van vóór de financiële crisis en sluit onvoldoende aan op huidige eisen; 30% is zelfs van vóór 2000. Dit leidt tot vervangingsvraag en herontwikkeling. In hotspots is moderne voorraad schaars (0–3% leegstand), terwijl leegstand bij oudere gebouwen in regio’s zoals Venlo-Venray oploopt tot boven 8%. Lees het volledige rapport op cbre.nl/insights Logistiekvastgoed 2026 - 19
in de vraag naar ruimte, maar vooral in de doorlooptijd van projecten. “In het verleden kon je relatief snel ontwikkelen en bouwen. Nu vraagt dat meer tijd en voorbereiding.” Daar komt bij dat nieuwe grootschalige locaties schaars zijn geworden. De tijd van ruime greenfields ligt grotendeels achter ons. Daardoor verschuift de aandacht naar bestaande bedrijventerreinen en herontwikkeling. Volgens CBRE ligt daar de grootste kans voor de komende jaren. Door bestaande locaties beter te benutten, bijvoorbeeld door hogere bouwvolumes of een efficiëntere inrichting, kan extra capaciteit worden gecreëerd zonder nieuwe ruimte aan te snijden. Gemeenten kunnen dat proces volgens Orsel ondersteunen door verouderde bestemmingsplannen en bouwrestricties kritisch te herzien en te verruimen. Kwaliteit De huidige marktsituatie helpt die beweging. Door economische en geopolitieke onzekerheid worden beslissingen vaker uitgesteld en lopende contracten kortdurend verlengd. Dat remt de vraag op korte termijn, maar creëert tegelijk schuifruimte. Daardoor wordt het verschil tussen goed en minder goed vastgoed zichtbaarder, legt Orsel uit. Gebouwen die niet meer aansluiten op de vraag, blijven langer beschikbaar, terwijl hoogwaardige locaties relatief snel een gebruiker vinden. “Je ziet dat kwaliteit boven komt drijven”, aldus Orsel. Lelystad Een voorbeeld van die dynamiek is Lelystad. Daar zijn de afgelopen jaren meerdere grootschalige distributiecentra gerealiseerd, terwijl de markt tegelijkertijd afkoelde. Dat leidde tot een hogere leegstand dan gemiddeld. Volgens Orsel is dat vooral een kwestie van timing. “Er is in een goede periode veel ontwikkeld en dat komt nu tegelijk op de markt. Dat zie je overal, niet alleen in Lelystad.” Volgens Orsel zegt dat weinig over de kwaliteit van de locatie zelf. Lelystad biedt nog schaal die op veel andere plekken ontbreekt, in combinatie met een multimodale ligging. “Juist voor grote eindgebruikers met een langetermijnstrategie is dat aantrekkelijk. Je bouwt namelijk geen Europees distributiecentrum zonder visie op de lange termijn. Die partijen kijken heel goed naar locatie, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid.” Samenwerken Om die positie beter in de markt te zetten, is in Lelystad een samenwerking ontstaan tussen ontwikkelaars. Onder de noemer Lelystad Logistics trekken zij gezamenlijk op in de ADVERTENTIE promotie van het gebied. Niet als formele organisatie, maar als praktisch samenwerkingsverband. Het doel is om de locatie als geheel te positioneren, in plaats van afzonderlijke projecten te verkopen. Volgens Orsel voorkomt dat versnippering en vergroot het de kans dat grote gebruikers daadwerkelijk voor de regio kiezen. Voor de langere termijn blijven de vooruitzichten volgens Orsel gunstig. Nederland heeft een sterke logistieke positie, met de haven van Rotterdam als toegangspoort, een goede infrastructuur en kwalitatieve distributiecentra. De vraag is daarom niet óf logistiek vastgoed nodig blijft, maar welk type vastgoed de toekomst heeft. “De grootste kansen liggen in het vernieuwen van de bestaande voorraad, waarvan 23 procent is gebouwd tussen 1980 en 2000 en 7 procent vóór 1980. Gebouwspecificaties, zoals een mediane vrije hoogte van 7 tot 8,5 meter, laten aanzienlijke verschillen zien. Niet zoveel mogelijk extra meters zijn doorslaggevend, maar de kwaliteit van die meters.” ‹‹ www.cbre.nl Ongebruikte netcapaciteit als strategische asset Veel industriële bedrijven hebben stroomcapaciteit die ze niet volledig gebruiken. Juist nu het elektriciteitsnet vol raakt, is die ongebruikte ruimte geld waard. Slim benutten met Battery Energy Storage Systems (BESS) Flower Infrastructure Technologies en New Wave Real Estate Netherlands realiseren batterijoplossingen op industriële locaties met beschikbare capaciteit. Zo behoudt u uw aansluiting, creëert u rendement en blijft uw locatie voorbereid op toekomstige groei. Interessant voor locaties vanaf 1 MW aansluiting. Voordelen § Behoud van bestaande aansluitcapaciteit § Extra inkomsten via huur of erfpacht § Verlaging van kosten op ongebruikte capaciteit § Flexibel inzetbaar bij toekomstige uitbreiding § Realisatie en exploitatie volledig verzorgd Contact Benieuwd wat uw locatie kan opleveren? Neem contact op met Tim Stoffelen via 06 243 48 486 of tstoffelen@newwavere.nl www.newwavere.nl 20 - Logistiekvastgoed 2026
Future‑proof logistieke locatie LOCATIE: Zwanenburg (Groot Amsterdam-Schiphol), is het hart van één van Europa’s belangrijkste distributiehubs, met snelle verbindingen naar het Amsterdam-centrum, de belangrijkste logistieke corridors en Schiphol Airport op circa 15 minuten afstand. KERNGEGEVENS EN BESCHIKBAARHEID: - Totaal metrage: ca. 33.058 m² in units v.a. 13.000 m² - Vrije hoogte warehouse: 12,2 m - Vloerbelasting: 5.000 kg/m² - Elektriciteit: 1,7 kW levering + 2.000 kW feed-in grid - Beschikbaar vanaf mei 2026 EVENT: Op 3 juni 2026 zal er een event plaatsvinden. Meer informatie en aanmelden? joost.steinweg@cbre.com (+31 (0)6 12985913) daan@bridgegap.com (+31 (0)6 23178184) CBRE Industial & Logistics Anthony Fokkerweg 15 1059 CM Amsterdam +31 20 62 626 91 www.cbre.nl Bridgegap – a real estate collective Parklaan 8 3016 BB Rotterdam +31 10 31 053 10 www.bridgegap.com
Mechanisatie stuurt steeds nadrukkelijker logistiek vastgoed Schaarse bouwgrond, netcongestie en een krappe arbeidsmarkt dwingen gebruikers, ontwikkelaars en bouwers tot andere keuzes dan voorheen. Het vraagt om compactere, hogere en technisch complexere gebouwen. Volgens architectenen ingenieursadviesbureau Sweco is mechanisatie van de logistieke processen daarbij niet langer een los onderdeel van de operatie, maar steeds nadrukkelijker een factor die het gebouw en zelfs het bouwproces mede vormgeeft. V olgens Willy van Vliet, leading expert logistiek bij Sweco businessunit Logistiek en Bedrijfshuisvesting ( voorheen DENC), is de krappe arbeidsmarkt een van de belangrijkste aanjagers van die ontwikkeling. Personeel is schaars en duur, en als bedrijven mensen weten te vinden, willen ze daar zorgvuldig mee omgaan. Dat vertaalt zich in een groeiende vraag naar mechanisatie én naar een betere werkomgeving. “Compacter, complexer en gemechaniseerder”, vat Vlnr Sander Janssen, Willy van Vliet en Mark Keizer hij samen. De beschikbare vierkante meters worden intensiever benut, terwijl tegelijk meer aandacht ontstaat voor daglicht, geluid, binnenklimaat en algemene arbeidsomstandigheden. Schaarse ruimte Daar komt bij dat ruimte schaars is. De tijd van ruime greenfieldontwikkelingen is grotendeels voorbij, waardoor de aandacht verschuift naar herontwikkeling van vaak ook kleinere, bestaande locaties. Dat dwingt tot compacter bouwen met meer hoogte. Veel opslagsystemen worden bovendien economisch interessanter naarmate ze hoger kunnen worden uitgevoerd. Gefaseerd investeren Een derde belangrijke trend is volgens Van Vliet de onzekerheid in de markt. Bedrijven willen wel investeren in mechanisatie, maar doen dat steeds vaker gefaseerd. Niet het hele warehouse wordt nog in één keer volledig volgezet met techniek. Gebruikers willen flexibiliteit houden voor toekomstige groei of aanpassingen in hun operatie. Dat vraagt om gebouwen die voorbereid zijn op latere stappen, bijvoorbeeld in hoogte, vloerbelasting of uitbreidbaarheid van mezzanines en installaties. Stroom wordt sturend Ook energie is een bepalende factor geworden. Gemechaniseerde warehouses vragen veel elektriciteit, terwijl het stroomnet op veel plekken onder druk staat. Sweco adviseert over oplossingen in een slimme afstemming van benodigd, beschikbaar en op te wekken vermogen, batterijopslag, het afvlakken van pieken en het balanceren van de energievraag met omliggende bedrijven. Bestaande bedrijventerreinen hebben 22 - Logistiekvastgoed 2026
daarbij soms een voordeel: daar is vaker nog een relatief zware stroomaansluiting aanwezig vanuit eerder industrieel gebruik. Ander gebouw De impact van die trends op het gebouw is aanzienlijk, zegt projectmanager Mark Keizer. Het traditionele model van een logistieke hal met een standaard vrije hoogte, een expeditiezone en daarachter palletopslag volstaat steeds minder. Keizer: “Mechanisatie vraagt om andere ruimtelijke en technische uitgangspunten. Meer hoogte, andere kolomafstanden, zwaardere funderingen, vlakkere vloeren en extra draagvermogen worden steeds vaker al in een vroeg stadium meegenomen.” Daarbij gaat het niet alleen om wat vandaag nodig is, maar ook om wat een gebouw in de toekomst moet kunnen faciliteren. “Als een (toekomstig) gebruiker op termijn extra mezzanines, een automatisch opslagsysteem, of aanvullende installaties wil toevoegen, moet het basisgebouw daar wel geschikt voor zijn.” Veilig en passend Ook veiligheid en regelgeving spelen daarin een rol. Een gebouw dat niet goed is afgestemd op mechanisatie, kan later problemen geven bij brandveiligheid, vluchtroutes of vergunningverlening voor de mechanisatie. De positionering van mezzanines, vluchtdeuren, trappen en transportzones moet daarom veel eerder en bewuster worden doordacht dan voorheen.. ‘De opgave is niet om de mens uit het warehouse te ontwerpen, maar om de juiste balans te vinden tussen techniek, gebouw en werkplek’ “Bij bol draait fulfilment om slim samenspel tussen logistiek, gebouw en operatie. Juist daarom is de combinatie van kennis van complexe logistieke systemen én logistieke huisvesting zo waardevol. Om de meest efficiënte fulfilment centers te realiseren, moet alles kloppen: van geïntegreerd ontwerp en ruimtelijke optimalisatie tot strakke coördinatie in de uitvoering. Tel daar hoge duurzaamheidsambities en veel aandacht voor een prettige, veilige werkomgeving bij op, en het belang van multidisciplinaire expertise is duidelijk. Tegelijk vraagt dit soort langdurige projecten om flexibiliteit, omdat inzichten onderweg veranderen. Die combinatie van inhoudelijke kennis en wendbaarheid maakt dat ik op onze projecten graag met Sweco samenwerk.” Barry van Sloten, Building Lead bol Geen black box Sander Janssen, lead design integration bij Sweco, benadrukt dat mechanisatie nog te vaak wordt gezien als een black box die pas later aan het gebouw toegevoegd kan worden. Janssen: “Je kunt al vanaf de eerste schetsen veel richting geven aan een gemechaniseerde lay-out. Door in een vroeg stadium processen goed te positioneren ten opzichte van expeditie, transportgangen, vluchtwegen, werkplekken en onderhoudsbereikbaarheid, ontstaat later een veel soepelere afstemming met brandweer en systeemleverancier en faciliteer je een optimale operatie.” Bouwproces Die integrale benadering is volgens Sweco ook nodig omdat de complexiteit niet ophoudt bij het ontwerp. Ze werkt door in de uitvoering. In veel projecten wil de leverancier van de logistieke systemen al starten met de opbouw terwijl de bouw nog bezig is. Dat vraagt om zorgvuldige afstemming van verantwoordelijkheden, veiligheid, bouwplaatsinrichting en planning. Ook moeten in het ontwerp al voorzieningen worden opgenomen die pas later hun nut bewijzen, zoals sparingen, doorvoeringen, extra geveltoegangen of aanvullende sprinklercapaciteit. Voorsorteren Juist dat laatste laat zien hoe de eisen verschuiven. Een relatief beperkte extra investering in bijvoorbeeld de sprinklertank, geluidabsorberende dakplaten of elektrische infrastructuur kan een gebouw later veel geschikter maken voor mechanisatie. Voor ontwikkelaars is dat een afweging: investeren zonder dat de eindgebruiker al bekend is, of juist voorsorteren op een marktvraag die steeds duidelijker wordt. Volgens Sweco zal die flexibiliteit voor mechanisatie de komende jaren nadrukkelijker meewegen in de keuze van huurders. Volledig onbemande ‘dark warehouses’ verwacht Van Vliet overigens niet op grote schaal. “Er blijft altijd een mix bestaan tussen gemechaniseerde en handmatige processen, zeker in e-commerce en andere omgevingen met piekbelasting. De opgave is daarom niet om de mens uit het warehouse te ontwerpen, maar om de juiste balans te vinden tussen techniek, gebouw en werkplek. Door onze integrale benadering van logistieke processen en bedrijfshuisvesting, creëren we niet alleen een efficiënter logistiek proces, maar ook een toekomstbestendiger gebouw.” Logistiekvastgoed 2026 - 23 ‹‹
Kijk niet naar de laagste huur, maar naar de kosten per pallet Veel logistieke bedrijven kijken bij een nieuw distributiecentrum nog steeds vooral naar de huurprijs. Volgens Coert Zachariasse, ceo van Delta Development, is dat een te beperkte benadering. Wie logistiek vastgoed bekijkt vanuit de totale prestaties van de operatie, ontdekt dat duurzame en toekomstbestendige gebouwen op de lange termijn juist efficiënter en goedkoper kunnen zijn. kost het per pallet, over de hele levensduur van het gebouw?” Een energiezuinig distributiecentrum verlaagt niet alleen direct de energiekosten. Het vermindert ook het risico op toekomstige aanpassingen wanneer regelgeving verandert. Voor investeerders speelt dat steeds nadrukkelijker mee. Gebouwen die voldoen aan strengere duurzaamheidsnormen behouden hun waarde Coert Zachariasse, ceo van Delta Development “D e echte vraag is niet wat een gebouw kost per vierkante meter,” zegt Zachariasse. “De vraag is wat het betekent voor de prestaties van je hele logistieke operatie.” Delta Development ontwikkelt en investeert al decennia in logistiek vastgoed in Nederland en Duitsland. Het familiebedrijf, opgericht in de jaren tachtig en nu 2e generatie, combineert projectontwikkeling met lange termijnbeheer van vastgoed en realiseert jaarlijks projecten met een waarde van ca. 150 tot 200 miljoen euro. Voor Zachariasse is logistiek vastgoed nooit een doel op zich geweest. “Een warehouse is geen doos langs de snelweg. Het is een instrument om je logistieke operatie beter te laten presteren.” Hoe maken wij het verschil? Logistieke gebouwen staan vaak zestig jaar op dezelfde locatie. In die periode veranderen energieprijzen, regelgeving, technologie en arbeidsmarktomstandigheden ingrijpend. Toch wordt bij locatiekeuzes nog vaak gekeken naar de laagste aanvangshuur. Volgens Zachariasse is dat een denkfout. “Logistieke bedrijven zouden moeten kijken naar de totale kosten van hun operatie. Wat 24 - Logistiekvastgoed 2026 beter en hebben een lager risicoprofiel. “Een duurzaam gebouw is uiteindelijk niet alleen beter voor het milieu, maar ook economisch robuuster.” “Een warehouse is geen doos langs de snelweg. Het is een instrument om je logistieke operatie beter te laten presteren.” Circulariteit als ontwerpbeginsel De ontwerpfilosofie van Delta is sterk beïnvloed door het Cradle-to-Cradle-principe, dat uitgaat van gesloten materiaalstromen en hergebruik van grondstoffen. Zachariasse kwam begin jaren 2000 met dit gedachtegoed in aanraking en vertaalde het naar vastgoedontwikkeling. “Als je blijft produceren in een systeem met grenzen, kom je uiteindelijk op nul uit. Vanuit mijn economische achtergrond ben ik gaan kijken hoe je restwaarde kunt verhogen en risico’s kunt verlagen.” Dat betekent dat distributiecentra bewust flexibel worden ontworpen, zodat ze in de toekomst makkelijker een andere functie kunnen krijgen. “Een grachtenpand kan kantoren, woningen of horeca worden. Logistieke gebouwen langs de snelweg worden vaak veel specifieker ontworpen. Juist daar moet je nadenken over toekomstige aanpasbaarheid.” Bouwen met oog op restwaarde Die filosofie vertaalt zich ook naar technische keuzes in de bouw. In de sector wordt vaak geoptimaliseerd op zo min mogelijk staal. Delta kiest juist voor constructies die eenvoudiger demontabel zijn. “Wij gebruiken boutverbindingen in plaats van lassen en werken met zo min mogelijk verschillende, maar juist courante staalprofielen.” De constructie wordt daardoor iets zwaarder, maar ook eenvoudiger te monteren en later te demonteren. “Als je standaardprofielen gebruikt, wordt productie goedkoper en blijft de constructie later beter herbruikbaar. Daarmee stijgt de restwaarde van het gebouw.” Voor logistieke bedrijven betekent dat vooral flexibiliteit. “Door gebouwen aanpasbaar te maken, verlaag je de economische drempel om later te veranderen.” “Logistieke bedrijven zouden niet naar huur per vierkante meter moeten kijken, maar naar kosten per pallet over de hele levensduur van het gebouw.” Gebouw, automatisering en operatie samen bekijken In gesprekken met logistieke bedrijven verschuift de discussie daardoor steeds vaker van huurprijs naar total cost of ownership. “De vraag wordt: hoe maken we de logistieke
Foto: Désirée Hofland Photography operatie zo efficiënt mogelijk?” Dat vraagt volgens Zachariasse om een integrale benadering waarbij gebouw, automatisering en logistieke processen tegelijk worden bekeken. Bij een distributiecentrum voor Levi’s in Duitsland werkten ontwikkelaar, automatiseerder en eindgebruiker vanaf het begin nauw samen. “Soms ligt de oplossing bij het gebouw, soms bij de automatisering en soms bij de operatie. Door dat samen te analyseren konden we zowel de efficiëntie verbeteren als de duurzaamheidsdoelen realiseren.” De mens in het warehouse Naast energie en processen speelt ook de arbeidsmarkt een steeds grotere rol in logistiek vastgoed. Warehouses hebben vaak te maken met fijnstof van karton, sterke luchtstromen en temperatuurverschillen. “Veel logistieke gebouwen zijn ontworpen vanuit techniek, niet vanuit de mens.” Door gerichte ingrepen in luchtbehandeling, daglicht en indeling kan de werkomgeving aanzienlijk verbeteren. Bij een eerder project werd zelfs onderzocht hoe medewerkers hun werkplek ervoeren vóór en na aanpassingen. Die resultaten werden gekoppeld aan productiviteitsdata. “Op het moment dat je gebouwkwaliteit in geld kunt uitdrukken, gaan mensen luisteren.” Volgens Zachariasse wordt een goede werkomgeving in een krappe arbeidsmarkt steeds belangrijker. “Op het moment dat je gebouwkwaliteit kunt koppelen aan productiviteit, wordt een betere werkomgeving ook economisch interessant.” Elektrificatie en strategische locaties Elektrische vrachtwagens en laadpleinen zorgen voor een snelgroeiende vraag naar elektriciteit. Tegelijkertijd heeft Nederland te maken met netcongestie. Volgens Zachariasse vraagt dat om een pragmatische aanpak. “Je moet voorbereid zijn, maar niet investeren als de businesscase nog niet klopt.” Daken worden daarom geschikt gemaakt voor uitbreiding van zonnepanelen en terreinen voorbereid op toekomstige laadinfrastructuur. “Lokale opwekking die je direct gebruikt voor je eigen laadplein maakt je minder afhankelijk van het elektriciteitsnet.” Tegelijk blijven multimodale locaties cruciaal voor de logistieke sector. De regio rond de haven van Rotterdam speelt daarin een centrale rol. Ook logistieke corridors in Brabant, met steden als Tilburg en Eindhoven, blijven belangrijk. Venlo blijft aantrekkelijk door de ligging bij het drielandenpunt. Daarnaast richt Delta zich steeds meer op het beheer en de verduurzaming van bestaande panden. “Veel logistiek vastgoed dat er al staat, kun je met relatief gerichte ingrepen toekomstbestendig maken.” Vastgoed als lange termijnstrategie Volgens Zachariasse ligt de grootste winst voor logistieke bedrijven uiteindelijk in een bredere blik op vastgoed. “Vastgoed is een lange termijnspel. Wie alleen naar de laagste huur kijkt, mist vaak de grootste besparing.” Bedrijven die hun warehouse zien als onderdeel van hun logistieke strategie kunnen volgens hem structureel betere resultaten behalen. “Als je risico’s meeneemt in je keuzes, bouw je aan een gebouw dat niet alleen vandaag werkt, maar ook over twintig of dertig jaar nog waarde toevoegt aan je operatie.” ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 25
LOGISTICS REAL ESTATE MARKET TAKE-UP GOES DOWN - SUPPLY INCREASES - INVESTMENT MARKET STABLE OCCUPIER MARKET: TAKE-UP DECREASES As risk-awareness on occupiers’ side increased, the market cooled off and take-up went down. Take-up of existing buildings rose by an impressive 60%, but this was not enough to offset the sharp decline in the new-build segment. TAKE-UP 2025: 2.41 MILLION M² Geopolitical instability and shortage of plots in prime locations led to a 9.2% decrease. This concerned mainly new-build. SUPPLY INCREASES FURTHER Supply increased 29%. The supply-to-stock ratio now stands at 9.4%. SUPPLY: HIGH INCREASE IN EXISTING BUILDINGS Total supply increased to 5.36 million m² (2025 year-end). Supply of existing buildings grew fastest (39%), as tenants consolidated and sharpened their quality demands. Approx. 2/3 of supply was vacant, with new-build (i.e. delivered and not yet leased) steadily increasing, especially at non-prime locations. LEASE PRICES REMAIN STABLE Lease price levels have not changed much, but there are differences per region and per building type. Incentives are increasing in older buildings and non-prime locations. INVESTMENT MARKET STABLE Total investment volume was roughly the same as in 2024 at € 2.43 billion. Buyers are more selective.
ABOUT INDUSTRIAL REAL ESTATE PARTNERS INDUSTRIAL real estate partners is an independent brokerage firm with a strong focus on industrial and logistics properties across The Netherlands. INVESTMENTS: DEMAND STEADY BUT MORE SELECTIVE As financial markets remained stable, demand for logistics real estate investments stayed robust. However, the cooling occupier market and global uncertainty made buyers more selective regarding location and quality/sustainability criteria. Net yields for core assets are around 4.7%. Our core services include agency, investment advisory, strategic real estate consultancy, and development. From our offices in Amsterdam, Rotterdam, and Tilburg, we cover the country’s key logistics regions. By combining nationwide reach with in-depth expertise and market knowledge, we are dedicated to serving occupiers, investors and developers. 6 4 INDUSTRIAL real estate partners is part of the IRELS network, enabling us to offer tailor-made logistics solutions for our clients across Europe, in cooperation with local partners in the respective countries. For more info please visit www.IRELS.net 2 0 LOGISTICS REAL ESTATE DUTCH MARKET REPORT OUTLOOK 2026 At the moment of publishing our report, we were cautiously positive about both the occupier market and the investment market in 2026. Since then, the Iran-US conflict has caused occupiers to be slightly more cautious, while investors are taking expected interest rate hikes into account, resulting from increased price inflation. Nevertheless, we expect both markets to remain resilient. 20 26 Would you like to get into detail? Scan the QR-code and download our full Dutch Market Report 2026 More info +31 (0)88 989 98 98 or industrial@industrial.nl
Building Tomorrow Today Succes VGP & Park15 zit in de samenwerking In een logistieke vastgoedmarkt die aarzelt door geopolitieke onrust, stikstofregels, netcongestie en regelgeving, tekende VGP afgelopen jaar vier grote Build-to-Suit contracten op Park15. Daarmee verdubbelt VGP op het Betuwse park (van in totaal 85 ha) in één keer naar 400.000 m2 verhuurbare oppervlakte. Het resultaat van een kleine tien jaar nauwe samenwerking tussen drie partijen met dezelfde langetermijnfilosofie. 28 - Logistiekvastgoed 2026 B edrijventerrein Park15, uniek gelegen aan de A15 ter hoogte van Elst/Oosterhout (gemeente Overbetuwe) aan de Rijn-Alpen Corridor, met containerterminal BTCN en de Betuwelijn op korte afstand, is één van de meest succesvolle logistieke parken van Nederland. Het biedt een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat door een uitstekende organisatie en voorzieningen, waaronder duurzame ontwikkeling, hoogstaande architectuur, innovatieve energiesystemen, en uitgebreide groen- en veiligheidsvoorzieningen. In de eerste jaren realiseerde VGP er al ruim 200.000 m² aan verhuurbaar bedrijfsoppervlak. Het afgelopen jaar kwam daar in één beweging nog eens een kleine 200.000 m² bij. In totaal wordt daarmee zo’n 400.000 m² gerealiseerd op een grondpositie van
ruim 60 ha. Terwijl de logistieke vastgoedmarkt kampt met geopolitieke onrust en terughoudendheid, staan er dit jaar vier grote Build-toSuit nieuwbouw projecten op stapel. Dat succes is niet het werk van één partij. Het is de opbrengst van jarenlange intensieve samenwerking door: gebiedsontwikkelaar Park15 Logistics, eigenaar beheerder en ontwikkelaar van logistiek en industrieel vastgoed VGP en gemeente Overbetuwe. Drie partijen met eenzelfde langetermijnfilosofie en de bereidheid om elkaar op te zoeken, ook als het lastig wordt. De vastgoedontwikkelaar: bouwen om te houden VGP is een Belgisch familiebedrijf, opgericht en gerund door Jan Van Geet, beursgenoteerd in Brussel en inmiddels actief in 18 landen. De ontwikkelaar opereert in zes stappen: grond aankopen, ontwerpen & vergunningen organiseren, bouwen, verhuren, beheren en duurzaam exploiteren. Duurzaamheid is daarbij “Wij ontwikkelen niet om te verkopen, maar om te houden.” geen sluitpost, maar een zelfstandige pijler binnen VGP, met nadruk op hernieuwbare energie. Verderop meer hierover. Het bedrijf beheert bijna 140 parken, bedient meer dan 450 klanten en passeert dit jaar de grens van 500 miljoen euro aan jaarlijkse huurinkomsten. “Wat VGP écht onderscheidt in de markt, is onze langetermijnvisie,” legt Raymond van Delden, commercieel directeur Nederland, kernachtig uit. “Wij ontwikkelen niet om te verkopen, maar om te houden. Doordat we eigenaar blijven van onze gebouwen, bouwen we duurzame relaties met onze klanten en blijven we continu verantwoordelijk voor kwaliteit, beheer en toekomstbestendigheid. We denken niet in transacties, maar in partnerships op de lange termijn.” Park15: 85 ha diverse, robuuste commerciële activiteit De huurdersmix op Park15 weerspiegelt die filosofie. Van Delden omschrijft het brede palet: van handelsondernemingen, B2B, fulfillment, e-commerce, consumentengoederen, IT tot automotive. “Stuk voor stuk eindgebruikers, hoogstaande bedrijven die vanzelfsprekend kwaliteit en continuïteit verlangen.” Zo vestigde Ahold Delhaize zich hier strategisch tussen Arnhem en Nijmegen, onder meer voor uitstekend bereik met hun elektrische bezorgwagens. Maar ook Mantel, Rheinmetall en Bol.com zijn hier gevestigd. En daar komen nu vier high-end logistieke gebouwen bij. “We zijn er trots op dat we dit juist in een markt die aarzelt, weten te realiseren. Dat komt doordat we gezamenlijk vooruit kijken. Op de achtergrond waren we bezig met kavels optimaler uitleggen, stroomlevering faciliteren, vergunningen voorbereiden. Daar pluk je op een gegeven moment de vruchten van, ook in een onzekere markt.” Logistiekvastgoed 2026 - 29
naar nul. Zodra een weg of stuk infrastructuur klaar is voor exploitatie, dragen we dat over aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) die het langjarig beheer op zich neemt voor haar leden, de eigenaren van de kavels en gebouwen. Het is daarmee een privaat bedrijvenpark. VGP is één van de leden, zij het één van de grotere.” De VvE is ook een platform voor bredere vraagstukken. Zo realiseert het park ook gezamenlijk oplossingen, bijvoorbeeld voor duurzaamheid, openbaar vervoer -komende maand start de eerste buslijn- tot aan huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van windturbines en uitbreiding van bestaande faciliteiten tot een clean energy hub. De gemeente: facilitator en strategisch partner Fabian Miceli is accountmanager bedrijven bij gemeente Overbetuwe. Hij is aanspreekpunt voor alle bedrijven. Door snel te schakelen, bedrijven uitgebreid aandacht te geven en bijvoorbeeld eerst intern naar oplossingen te zoeken, draagt de gemeente ook bij in de acquisitie. Miceli: “Grote partijen als Lidl wilden vóór de handtekening weten met welke gemeente ze te maken kregen. Die kwamen graag aan tafel bij de wethouder: wat kunnen we van elkaar verwachten? Dat soort gesprekken maakten het park mede aantrekkelijk.” V.l.n.r. Bart Franssen (Park15 Logistics BV), Fabian Miceli en Jan Dinnissen (gemeente Overbetuwe) en Raymond van Delden (commercieel directeur VGP Nederland) De gebiedsontwikkelaar: van weiland tot ecosysteem Park15 Logistics BV is als gebiedsontwikkelaar een van de initiatiefnemers van Park15. Bart Franssen is vrijwel vanaf het begin van de realisatie betrokken. “De eerste ideeën gaan tientallen jaren terug. Sinds 2015 zijn we actief met de realisatie. Dat begon op een groot groen weiland met de aanleg van wegen, een nieuwe afrit op de snelweg en ondergrondse infrastructuur tot het bouwrijp maken van de eerste kavels voor Lidl en KraftHeinz.” Dat het park er überhaupt gekomen is, heeft een bijzondere voorgeschiedenis. Ooit lag er een veel groter plan voor dit gebied, een multimodaal transportcentrum waarbij vele marktpartijen betrokken waren. Dat plan strandde. Franssen: “Op die resten zijn we gaan kijken wat er wél kon. Door heel zorgvuldig te luisteren naar buren, overheden, natuur- en milieuverenigingen en hun belangen in kaart te brengen, kwamen we erachter wat mensen wél konden steunen. Zo ontstond er draagvlak voor Park15 zoals het nu is. Omvang, kwaliteit, groene inpassing: dat is allemaal bepaald in overleg.” Een markant detail: een deel van de grond kocht Park15 van Milieudefensie. “Daar koop je niet zomaar grond van. Dan moet je er wel iets goeds mee doen.” Sterke Vereniging van Eigenaren Het model dat de gebiedsontwikkelaar hanteert is duidelijk: “Het is een bedrijvenpark voor ondernemers door ondernemers. We beginnen met 100% eigendom en gaan zo snel mogelijk terug 30 - Logistiekvastgoed 2026 Jan Dinnissen, beleidsadviseur economie bij de gemeente, schetst het bredere kader. “Park15 is erkend als een van de twee logistieke knooppunten in de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen. Zo wordt de A15 doorgetrokken tot de A12 naar Duitsland. Door te concentreren op Park15 houd je grip op de kwaliteit en de infrastructuur.” Die concentratiestrategie werkt twee kanten op: de regio krijgt een sterk, herkenbaar logistiek cluster, en het park profiteert van gezamenlijke aandacht voor ontsluiting, arbeidsmarkt en voorzieningen. Een recent voorbeeld van hoe de samenwerking is, is de oplossing voor huisvesting van arbeidsmigranten. Dinnissen: “In 2020 kregen we signalen over beperkte mogelijkheden voor huisves
“Duurzaamheid is een fundamenteel onderdeel van onze aanpak en investeringsfilosofie.” ting van arbeidsmigranten en lieten hier onderzoek naar uitvoeren. Op basis van dit onderzoek startte de raad een pilot om 400 slaapplekken te creëren. Park15Logistics BV heeft een plan ingediend voor 275 slaapplekken.” De raad stemde in met het plan, de vergunning is verleend en de huisvesting aan de rand van het bedrijfsterrein is naar verwachting eind 2026/ begin 2027 gereed. Van Delden: “Als wij in gesprek gaan met potentiële klanten, krijgen we regelmatig vragen over huisvesting en openbaar vervoer. Wij hebben daar nu concrete antwoorden op.” Duurzaamheid vanzelfsprekend Bij VGP is duurzaamheid geen marketingterm, het zit in de genen. “Duurzaamheid is een fundamenteel onderdeel van onze aanpak en investeringsfilosofie”, vervolgt Van Delden. “Het is volledig geïntegreerd in elke fase van onze investeringscyclus. Van grondverwerving, ontwikkeling, verhuur tot proactief beheer van de portefeuille.” En dat zien we ook terug op Park15. Nagenoeg alle VGPgebouwen zijn gasloos, hebben zonnepanelen op elk dak en zijn BREEAM gecertificeerd. Het hemelwater blijft binnen het parkgebied, er gaat niets naar het waterschap. Windmolens staan op de ambitielijst van Park15 Logistics en VGP heeft straks maar liefst zes batterijopslagsystemen op het park operationeel. “Zo zorgen we dat onze gebouwen aansluiten bij de belangrijkste ambities op het gebied van milieu, maatschappij en governance.” Van Delden somt de zes ESG-pijlers op: klimaatveranderingen aanpakken, eco-efficiëntie, duurzame gebouwen, beschermen en verbeteren van biodiversiteit, medewerkersbetrokkenheid en gemeenschapsversterking. Sterk ontwikkeld, continu in beweging Park15 bevindt zich in een vergevorderd stadium, met nog circa 50.000m² beschikbaar. Maar Van Delden benadrukt: “Wij zijn nooit klaar. We blijven tenslotte eigenaar, dus blijven we betrokken en blijven we investeren.” Een kleine 10 jaar ontwikkelen, realiseren en beheren in hechte samenwerking biedt een sterker fundament dan de markt. Dat is wat ‘Building Tomorrow Today’ in de praktijk betekent. ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 31
Wouters Schijndel bouwt verder aan logistiek vastgoed Met projecten in Veghel, Maastricht, Raamsdonksveer en Beuningen heeft Wouters Schijndel zijn positie in de bouw van logistiek vastgoed het afgelopen jaar verder versterkt. Het Brabantse familiebedrijf realiseert distributiecentra en bedrijfsgebouwen voor ontwikkelaars, beleggers en eindgebruikers. Kenmerkend voor de werkwijze is de vroege betrokkenheid in bouwteamverband, waarbij vanaf de ontwerpfase wordt gestuurd op maakbaarheid, kosten en uitvoering. In combinatie met een duidelijke focus op duurzaamheid, flexibiliteit en energievoorziening bouwt het bedrijf gericht verder aan zijn positie in de logistieke vastgoedmarkt. Integrale samenwerking als antwoord op toenemende complexiteit Wouters Schijndel opereert als zelfstandig aannemingsbedrijf met een duidelijke focus op logistiek en industrieel vastgoed. In projecten wordt intensief samengewerkt met ontwikkelaars, architecten en adviseurs, waarbij al in een vroeg stadium keuzes worden gemaakt die bepalend zijn voor het verdere verloop van het project. Volgens directielid Franco Nooijen ligt hierin een belangrijk onderscheidend vermogen. “Door al in de ontwerpfase mee te denken over technische oplossingen en uitvoerbaarheid kunnen we projecten efficiënter uitwerken en worden risico’s in een later stadium beperkt.” De combinatie van ontwerpkennis en uitvoeringservaring maakt het mogelijk om projecten integraal te benaderen en te optimaliseren op zowel technische als economische aspecten. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met flexibiliteit in gebruik en de mogelijkheid om gebouwen in de toekomst aan te Aviation Valley, Maastricht passen aan veranderende logistieke processen of gebruikerswensen. Daarmee positioneert Wouters Schijndel zich als volwaardige bouwpartner binnen het ontwikkelproces. Nieuwe directiestructuur borgt continuïteit en verdere professionalisering Met de recente toetreding van Franco Nooijen en Geert van Doorn tot de directie is een volgende stap gezet in de ontwikkeling van het familiebedrijf. Nooijen, al ruim dertig jaar verbonden aan Wouters Schijndel en de afgelopen jaren actief als bedrijfsleider, richt zich op techniek en uitvoering. Van Doorn, ruim elf jaar werkzaam binnen het bedrijf en eerder actief als projectmanager, is verantwoordelijk voor de organisatorische en algemene aansturing. De directiewijziging volgde op het terugtreden van oprichter Jan Wouters uit de dagelijkse leiding. Hij blijft betrokken als adviseur op het gebied van acquisitie. Ook de volgende generatie is actief binnen het bedrijf: Tom Wouters is verantwoordelijk voor calculatie en inkoop, terwijl Jan Wouters jr. zich richt op business development en nieuwe projectkansen. De nieuwe structuur borgt continuïteit en verdere professionalisering. Projecten tonen ontwikkeling naar geïntegreerde logistieke oplossingen De recente projecten illustreren hoe logistiek vastgoed zich ontwikkelt richting meer geïntegreerde en technisch complexe oplossingen, met hoge eisen aan duurzaamheid, energievoorziening en functionaliteit. In Veghel realiseerde Wouters Schijndel een remarketinglocatie van circa 91.000 m² voor Ayvens, uitgevoerd volgens BREEAM-Excellentcriteria. Het project op een brownfieldlocatie omvat inspectie- en verwerkingsruimten, fotostudio’s en werkplaatsen. Jaarlijks worden hier circa 50.000 voertuigen verwerkt, wat de groeiende rol van herontwikkeling onderstreept. In Maastricht werd op Aviation Valley een distributiecentrum gerealiseerd voor eindgebruiker DSV en ontwikkelaar Intospace, bestaande uit twee warehouses met in totaal circa 45.000 m² vloeroppervlak. Het complex beschikt over een ADR-opslagcompartiment en CO₂blusinstallatie en is eveneens ontworpen volgens BREEAM-Excellent. De hybride constructie van beton en staal sluit aan bij de eisen van moderne logistieke gebouwen, waarbij flexibiliteit in gebruik een belangrijke rol speelt. Ook in Beuningen realiseerde Wouters Schijndel een eigen ontwikkeling voor huurders Gamma en Plaza Padel. Hoewel dit project niet primair logistiek is, laat het zien hoe dezelfde integrale aanpak wordt toegepast in bredere bedrijfshuisvesting. Het gebouw is uitgevoerd volgens BREEAM-Excellent en beschikt over zonnepanelen en batterijopslag. Het ontwerp is gericht op flexibel gebruik en aanpasbaarheid. 32 - Logistiekvastgoed 2026
Door Bouwbedrijf van Grunsven gerealiseerd Distributiecentrum WDP, Raamsdonksveer Vlnr. Franco Nooijen, Rob van Grunsven, Jan Wouters jr. en Geert van Doorn Een recent opgeleverd project in Raamsdonksveer, gerealiseerd door Bouwbedrijf van Grunsven, betreft een distributiecentrum van circa 10.300 m², voor logistiek vastgoedinvesteerder WDP. Het gebouw behaalde energielabel A+++++. Directeur Rob van Grunsven: “Bijzonder aan dit project is het geïntegreerde energiesysteem dat we hebben ontwikkeld, omdat de netaansluiting alleen onvoldoende was.” Met zonnepanelen, batterijopslag (BESS), laadpunten en een HVO100-generator is een fossielvrije en CO₂-neutrale energievoorziening gerealiseerd. Ook is aandacht besteed aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, met onder meer sedumdaken, groene gevels en voorzieningen voor regen waterinfiltratie. Deze projecten laten zien dat logistiek vastgoed – en in bredere zin bedrijfshuisvesting – zich ontwikkelt richting gebouwen waarin duurzaamheid, energie, flexibiliteit en functionaliteit integraal samenkomen. Dit type oplosAyvens, Veghel singen wordt in toenemende mate bepalend voor de haalbaarheid en toekomstbestendigheid van logistieke ontwikkelingen. Strategische focus op maakbaarheid, samenwerking en toekomstbestendigheid Voor de komende periode staan meerdere logistieke projecten in voorbereiding, waaronder TLB11 op bedrijventerrein Kraaiven in Tilburg en nieuwe ontwikkelingen in Maastricht. Deze projecten sluiten aan bij de strategische focus van Wouters Schijndel, waarbij de nadruk ligt op het realiseren van logistieke gebouwen die niet alleen technisch voldoen, maar ook optimaal functioneren binnen het logistieke proces en voorbereid zijn op toekomstig gebruik. Kenmerkend voor deze aanpak is dat projecten integraal worden benaderd, met nadruk op de samenhang tussen ontwerp, techniek en uitvoering. Door al in een vroeg stadium samen te werken met ontwikkelaars en andere partners kan worden gestuurd op maakbaarheid, kosten beheersing, flexibiliteit en logistieke functionaliteit. De projecten illustreren een bredere ontwikkeling binnen de sector, waarin logistiek vastgoed steeds hogere eisen stelt aan flexibiliteit, duurzaamheid en energievoorziening. Dit vraagt om een aanpak waarin technische expertise en praktische uitvoerbaarheid hand in hand gaan. Gericht bouwen aan verdere positionering in logistiek vastgoed Met een goed gevulde orderportefeuille en nieuwe projecten in voorbereiding blijft Wouters Schijndel actief in de bouw van logistiek vastgoed en bedrijfsgebouwen. Daarbij ligt de nadruk op projecten waarin samenwerking, technische kwaliteit, flexibiliteit en realiseerbaarheid centraal staan. Door deze aanpak positioneert het bedrijf zich als bouwpartner die niet alleen realiseert, maar ook actief bijdraagt aan het optimaliseren en toekomstbestendig maken van projecten binnen de logistieke vastgoedketen. www.wouters-schijndel.nl www.grunsvengroep.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 33
Bedrijvenpark Medel Energiezekerheid als sleutel tot verdere groei Aan de A15, bij Tiel, ligt Bedrijvenpark Medel: een logistiek bedrijventerrein dat zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld tot een toonaangevend multimodaal knooppunt van Nederland. Waar veel locaties momenteel worden geremd door netcongestie, kiest Medel nadrukkelijk voor doorontwikkeling. Met een collectieve, zelfvoorzienende energieoplossing en twee laatste beschikbare kavels zet het terrein opnieuw een stap vooruit. M onique Spijker is al meerdere jaren betrokken bij Bedrijvenpark Medel en zag het terrein uitgroeien tot een volwassen bedrijvenpark. Haar rol ontwikkelde zich mee. “Waar het vroeger vooral ging om de verkoop van kavels, draait het nu om het totale vestigingsklimaat. Alles wat invloed heeft op de ontwikkelbaarheid van grond – van bestemmingsplan tot stikstof en energie – komt samen in onze aanpak.” Met een compact team wordt het terrein actief beheerd en doorontwikkeld. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op ruimte, maar ook op kwaliteit en samenhang. Multimodaal knooppunt met regionale functie De kracht van Medel ligt in de combinatie van ligging en infrastructuur. Het terrein bevindt zich direct aan de A15, met verbindingen richting de Rotterdamse haven en Duitsland. Daarnaast beschikt het over een containerterminal aan het Amsterdam-Rijnkanaal en ligt het nabij de Waal. Die combinatie maakt Medel tot een multimodaal knooppunt van betekenis. Het terrein is bovendien door het ministerie aangewezen als een van de negen logistieke knooppunten in Nederland. “Bereikbaarheid is hier optimaal, over weg en water. Dat geeft bedrijven flexibiliteit in hun logistieke keten”, aldus Spijker. De schaal van het terrein speelt daarin een belangrijke rol. Met ruime kavels vanaf vier tot vijf hectare richt Medel zich nadrukkelijk op grootschalige logis34 - Logistiekvastgoed 2026
tieke en industriële gebruikers. Dat vertaalt zich in een sterke positie binnen de top tien van logistieke hotspots in Nederland. Meer dan alleen logistiek vastgoed “Op Medel is ruimte voor bedrijven in milieucategorie 2 tot en met 5. Hoewel logistiek de boventoon voert, is het terrein breder inzetbaar voor productie, handel en industrie”, vertelt Spijker. Opvallend is de aandacht voor kwaliteit en gebruikservaring bij Medel. Het terrein wordt actief beheerd door een parkmanagementorganisatie, waarin de bedrijven op Medel zelf een rol spelen. Het resultaat is een verzorgd en groen ingericht gebied, met voorzieningen voor chauffeurs en medewerkers, zoals truckfaciliteiten, horeca en wandelroutes. “Het is niet alleen een plek om te werken, maar ook een omgeving waar bedrijven en werknemers zich prettig voelen.” Energie als kantelpunt De grootste uitdaging in de recente ontwikkeling van Medel was zonder twijfel de beschikbaarheid van energie. Tijdens de uitbreiding met circa 60 hectare kreeg het terrein onverwacht te maken met netcongestie. “In feite kregen we op het moment van ontwikkelen te horen dat er geen netcapaciteit beschikbaar was. Stilstand was geen optie, dus we hebben samen met bedrijven gezocht naar een oplossing.” En die oplossing werd gevonden. In samenwerking met de bedrijven op het park en energiepartner Joulz ontwikkelde Medel een lokale energiehub waarin bedrijven onderling energie delen. Zonnepanelen op bedrijfsdaken leveren stroom die via een ringleiding wordt verdeeld. Voor extra zekerheid is er een back-upinstallatie met gas en diesel, die wordt ingezet als duurzame energie onvoldoende beschikbaar is. “Die back-up hoeven we gelukkig niet vaak te gebruiken. Maar het zorgt er wel voor dat we in 99 procent van de gevallen energie kunnen garanderen”, vertelt Spijker. “En juist die zekerheid is cruciaal voor bedrijven.” Collectief model als nieuwe standaard Volgens Spijker is het model meer dan een tijdelijke oplossing. “Het dwingt bedrijven om anders naar hun energiegebruik te kijken. Wanneer heb je piekbelasting? Wat kun je slimmer verdelen? Die bewustwording leidt ook tot verduurzaming.” De energiehub is bovendien schaalbaar. In de huidige opzet is al rekening gehouden met toekomstige uitbreidingen, zowel voor bestaande als nieuwe gebruikers. Nieuwe bedrijven kunnen direct worden aangesloten op het systeem. Dat het model werkt, blijkt uit de praktijk. Twee bedrijven zijn al aangesloten. De komst van een nieuwe grootschalige gebruiker op een kavel van ongeveer 12 hectare benadrukt dat vertrouwen. Monique Spijker Twee laatste kavels beschikbaar Binnen deze context brengt Medel de twee laatste kavels op de markt. Het gaat om kavels van 5 hectare en 4 hectare die gefaseerd beschikbaar komen. De eerste kavel wordt naar verwachting na de zomer van 2026 via een verkoopprocedure aangeboden. De tweede volgt naar verwachting eind 2027, na afronding van archeologisch onderzoek. Beide kavels zijn volledig voorbereid: infrastructuur is aanwezig, het bestemmingsplan wordt afgerond en aansluiting op de energiehub is geborgd. “Dit zijn de laatste beschikbare posities op een volledig ontwikkeld en functionerend bedrijven park”, benadrukt Spijker. “Partijen stappen niet in een beginfase, maar in een bewezen omgeving.” Daarmee biedt Medel iets wat schaars is: ruimte met zekerheid. “Bedrijven kunnen hier daadwerkelijk ontwikkelen en opereren. Dat is op dit moment niet vanzelfsprekend”, stelt Spijker. Gezamenlijk vooruit Na jaren van ontwikkeling staat Medel er solide voor. Voor de komende jaren ligt de focus op verdere doorontwikkeling en verduurzaming, waarbij samenwerking tussen bedrijven en parkmanagement centraal blijft staan. “Wij bewegen mee met de vraagstukken van ondernemers en de maatschappij. Zo zorgen we ervoor dat Medel een plek blijft waar bedrijven zich op lange termijn kunnen vestigen en ontwikkelen”, aldus Spijker. www.bedrijvenparkmedel.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 35
devriesverburg.nl Layers - Moordrecht Stahlberg - Steekterpoort WIJ BOUWEN SAMEN AAN DUURZAME, LOGISTIEKE OPLOSSINGEN VOOR MORGEN Next - Aalsmeer Rituals - Tiel BOUWEN OP KARAKTER
TE HUUR Nieuwbouw logistieke bedrijfsruimte Nabij de Haven van Rotterdam Per direct beschikbaar RLP A: ca. 24.000 m² RLP D: ca. 28.000 m² Deelverhuur mogelijk REGIO DEN HAAG WESTLAND MAASVLAKTE Europort Rotterdam A20 A15 REGIO ROTTERDAM N57 A15 Hellevoetssluis Rotterdam Logistics Park jll.nl 010 411 04 40 industrial.nl 088 989 98 98
Pelecon: betrokken en flexibel Om succesvol te zijn in een concurrerende markt moet je een stap extra zetten. Adviesbureau Pelecon zet niet één stap extra, maar blijft gedurende een heel project meelopen. M ede-eigenaar Mack Stolwijk draagt de betrokkenheid van Pelecon van harte uit. Die betrokkenheid, van de eerste pennenstreep tot het laatste schroefje, onderscheidt zijn bureau van vele anderen in de markt. In die markt is de trend, bij met name ontwerpende constructeurs, om de uitvoering en coördinatie aan derden te laten. Mack wil gedurende het hele proces de vinger aan de pols houden. Zoals bij Rotterdam Logistics Park (RLP), een nieuw logistiek complex tussen Hellevoetsluis en Rotterdam. Pelecon is een adviesbureau op het gebied van bouwtechnische constructies. Mack legt uit wat zijn bureau doet: “Wij zijn een ontwerpbureau op het constructieve vlak. Een architect bedenkt ruimtes en een schil. Wij zorgen ervoor dat de constructie sterk genoeg is en stabiel blijft. En we zorgen dat het ontwerp maakbaar is.” Dat Pelecon verder gaat dan andere bureaus is een bewuste keuze van Mack. “We doen ook graag de uitvoering. We zien veel ingenieursbureaus die de uitvoering niet op zich willen nemen.” Mack erkent dat deze keuze een risico oplevert, de meeste projecten kennen een vaste prijs, en als Pelecon veel problemen moet oplossen dan gaat dat ten kosten van de marge. Toch heeft hij dat er graag voor over. “Door onze jarenlange ervaring met bedrijfsgebouwen zijn we een soort kennisbank. Maar de hoofdreden is dat we alles willen waarmaken wat we hebben ontworpen.” De detailengineering laat het adviesbureau over aan onderaannemers, maar Pelecon kijkt constant mee en lost problemen op als een onderaannemer steken laat vallen. Het toont de betrokkenheid en flexibiliteit van Pelecon, dat zich vanuit de vestigingen in Amersfoort en Gouda toelegt op distributiecentra, kantoren, winkelcentra, scholen en woningbouw, en op kleine schaal vrijstaande woningen. 38 - Logistiekvastgoed 2026 “Wij zijn een ontwerpbureau op het constructieve vlak. Wij zorgen ervoor dat de constructie sterk genoeg is en stabiel blijft.” Minder uitzonderlijk dan een villa is Rotterdam Logistics Park (RLP). Dat complex bestaat uit twee delen. De bouwdelen B en C zijn drie jaar geleden al opgeleverd. De bouwdelen A en D zijn recent feestelijk in gebruik genomen. Het is gebouwd in opdracht van Delta Development door Heembouw. Mack legt uit dat Heembouw later pas aanhaakte, en dat is bijzonder. “We begonnen met de gebouwdelen B & C, in opdracht van hoofdopdrachtgever Delta Development. We hebben een ontwerp gemaakt, en daarna pas is Heembouw in beeld gekomen als bouwer.” Het bouwbedrijf is een strategisch partner van Pelecon. “Heembouw is eigenlijk geen partij die projecten van de markt haalt, het is een ontwikkelende bouwer. Dat wij betrokken waren bij RLP was een pré om toch op dit project in te schrijven.” Later werd Heembouw voor de TO-fase en daarna, de opdrachtgever van Pelecon. Het was een bewuste keuze om het project in tweeën te knippen. De laatste twee delen zouden pas gebouwd worden als er vraag naar was. Het opsplitsen van het project heeft voordelen, zo is er geleerd van het eerste deel, waardoor het tweede deel nog beter aansluit bij de wensen van de gebruikers. Ook zijn er simpele aanpassingen gedaan. Mack: “Het bleek dat er teveel kantoorruimte is gerealiseerd. In plaats van een kantoorgedeelte met twee lagen, is er bij bouwdeel A en D slechts één
Bastiaan Hoefnagel werkt ruim tien jaar voor Pelecon. De laatste jaren als projectleider. Hij was niet betrokken bij de ontwikkeling van het eerste deel van RLP, maar wel bij het tweede. “Waar wij heel goed in zijn is het uit nutten van de staalconstructie; het optimale aantal kilo’s staal dat nodig is. Elke kilo staal die je bespaart kost de aannemer en opdrachtgever minder geld. Daarmee is het gebouw uiteindelijk een stuk goedkoper.” Bastiaan is trots op het project, hij was bij de feestelijk opening. “De architect heeft het leuk gedaan. Ze hebben de kantoren wat meer naar buiten getrokken. Dat kantoor steekt echt uit het gebouw, waardoor het er veel mooier uitziet. Het is geen vierkante doos geworden.” Mack sluit zich daar bij aan: “Er zit architectuur in, daar ben ik het mee eens.” De afwijkende architectuur maakt de constructie van het gebouw ook complexer. Daar gaat Bastiaans hart sneller van kloppen. “Ja natuurlijk, alleen een hal uitrekenen, dat kennen we inmiddels wel. Bij dit gebouw worden we weer enthousiast om wat slims te verzinnen.” Veel belangstelling bij opening van het gebouw laag gebouwd.” Om toch uniform te zijn is er een schijnmuur getekend waartegen planten kunnen groeien. Ook de laadkuil is anders ingericht. RLP ligt tussen Hellevoetsluis en Rotterdam. Dat is strategisch handig omdat Hellevoetsluis de uitvalbasis van veel potentiële werknemers kan zijn. Aan de andere kant is RLP goed bereikbaar vanaf de Maasvlakte, het Westland en Rotterdam. Zowel de Maasvlakte als het Westland zijn via snelwegen in een kwartier te bereiken. Het pand heeft een BREEAM excellent keurmerk, en dat komt onder andere omdat de daken vol met zonnepanelen liggen. Daarnaast is zo veel mogelijk gebruik gemaakt van Cradle to Cradle-gecertificeerde materialen. Ondanks dat het project in twee delen is gesplitst kende het tweede deel een heel strakke planning. Bastiaan is er ook trots op dat die strakke planning naadloos gehaald is. “Er moesten nog dingen veranderd worden ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp. We hebben toen snel geschakeld, en uiteindelijk heeft Heembouw keurig op tijd kunnen opleveren.” Terwijl het gebouw hagelnieuw is, is er ook nagedacht over de sloop. “We hebben er een staalconstructie in gezet die makkelijker herbruikbaar is dan een normale staalconstructie, al weet je natuurlijk nog niet wat de eisen over dertig of veertig jaar zijn.” ‹‹ www.pelecon.nl Logistiekvastgoed 2026 - 39
Hörmann wil in een veranderende logistieke markt het volledige portfolio zichtbaar maken Op een logistiek laadperron draait alles om doorstroming. Vrachtwagens komen en gaan, dockdeuren openen en sluiten honderden keren per dag en elke minuut stilstand kost geld. Jarenlang groeide die wereld bijna vanzelf mee met de bouw van nieuwe distributiecentra. Inmiddels verandert het tempo. Nieuwe projecten komen nog steeds, maar de markt groeit minder hard dan voorheen. Flexibele snelloopdeur Pendeldeur voor personendoorgang V olgens Bert Verrips van Hörmann vraagt dat om een andere manier van kijken naar dezelfde gebouwen. Te vaak wordt het bedrijf nog gezien als leverancier van één productgroep, terwijl het portfolio veel breder is. “We hebben veel meer producten dan de markt denkt, maar we laten dat nog te weinig zien.” Juist daarom wil Hörmann de komende jaren nadrukkelijker laten zien wat er allemaal achter die naam schuilgaat. Een markt die volwassen wordt De logistieke vastgoedmarkt kende de afgelopen jaren een uitzonderlijke groei. Langs snelwegen en kanalen verrezen distributiecentra in hoog tempo. Voor leveranciers van dockequipment en industriële deuren leverde dat een constante stroom aan projecten op. Die fase loopt langzaam ten einde. Er wordt nog altijd gebouwd, maar de groei vlakt af. Voor partijen die sterk verbonden zijn met nieuwbouw betekent dat een andere realiteit. “De logistieke markt groeit niet meer”, zegt 40 - Logistiekvastgoed 2026 Verrips. “Er is enorm veel gebouwd. Dan is het logisch dat de groei een keer stabiliseert.” Voor Hörmann vormt dat geen reden om af te wachten. Het bedrijf wil juist meer producten per project leveren en klanten breder bedienen. Veertig fabrieken, één filosofie Die strategie begint bij de schaal van de organisatie. Wereldwijd beschikt Hörmann over meer dan veertig fabrieken, elk gespecialiseerd in een eigen productgroep. Sommige produceren sectionaaldeuren, andere snelroldeuren, brandwerende deuren of stalen loopdeuren. In elke fabriek werken teams die zich volledig richten op hun eigen productlijn. Die cultuur typeert het bedrijf volgens Verrips. “Wij zijn echt productgek.” Mensen verdiepen zich jarenlang in hetzelfde product en bouwen zo een enorme technische kennis op. Dat levert kwaliteit en innovatie op, maar het heeft ook een keerzijde. De markt kent het bedrijf vaak van slechts een paar producten, terwijl het assortiment veel breder is. Meer dan docksystemen In logistiek vastgoed staat Hörmann vooral bekend om docksystemen en industriële deuren. Dat blijft een belangrijke productgroep, maar het Duitse familiebedrijf wil nadrukkelijker laten zien wat er daarnaast mogelijk is. Een voorbeeld zijn stalen loopdeuren. Volgens Verrips behoort Hörmann tot de grootste producenten van dit type deuren in Europa. Toch worden ze in Nederland nog relatief weinig toegepast binnen logistieke projecten. Hetzelfde geldt voor koel- en vriesdeuren. Door de groei van temperatuurgecontroleerde logistiek ontstaat hier een nieuwe markt. In zulke projecten werkt Hörmann vaak samen met gespecialiseerde installateurs die complete koel- en vriescellen bouwen. “Daar sta je niet onder de hoofdaannemer, maar naast andere specialisten”, zegt Verrips. “Dat vraagt een andere manier van verkopen.” Het voordeel van eigen productie Een belangrijk onderscheid met concurrenten ligt volgens Verrips in de manier waarop
Stalen- en roestvrij stalen projectdeuren Snelloopdeur met Zipper technologie Hörmann produceert. Waar veel leveranciers onderdelen inkopen bij andere partijen, produceert het bedrijf vrijwel alle productgroepen zelf. Dat zorgt voor een consistente technische filosofie in het hele assortiment. Producten worden ontwikkeld binnen dezelfde organisatie en volgens dezelfde kwaliteitsprincipes. Voor klanten heeft dat praktische voordelen. Wanneer meerdere productgroepen in één project worden gecombineerd, ontstaat schaalvoordeel in prijs en uitvoering. “Onze concurrenten hebben vaak niet alle productgroepen in huis”, zegt Verrips. “Dan moet er ergens iets worden ingekocht. Bij ons komt alles uit dezelfde organisatie.” Nieuwe markten via acquisities Om nieuwe markten te betreden, zet Hörmann ook in op gerichte overnames. De familie achter het bedrijf investeert regelmatig in ondernemingen met specifieke technologische kennis. Zo werden de afgelopen jaren bedrijven overgenomen die zich richten op toegangscontrole en parkeertechniek. Daarmee kan Hörmann ook oplossingen leveren voor parkeergarages en stedelijke toegangscontrole, zoals slagbomen en kentekenherkenning. In Nederland werd daarnaast een specialist in toegangscontrolesystemen overgenomen. Door die organisatie te integreren kan Hörmann nieuwe productgroepen introduceren bij bestaande klanten, terwijl de technische service behouden blijft. Van regio naar ecosysteem Niet alleen het productaanbod verandert, ook de manier waarop Hörmann de markt benadert. In het verleden was de verkooporganisatie vooral regionaal ingericht. Accountmanagers waren verantwoordelijk voor een geografisch gebied. Volgens Verrips sluit dat model minder goed aan bij de manier waarop grote bouwbedrijven tegenwoordig werken. Landelijke aannemers opereren immers met vaste netwerken van architecten, projectontwikkelaars en eindgebruikers. Daarom kijkt Hörmann steeds vaker naar ecosystemen rond belangrijke aannemers. Vanuit die relaties brengt het bedrijf ook architecten, ontwikkelaars en eindgebruikers in beeld. “We moeten veel meer systeemdenken.” Van opdracht naar relatie Die aanpak vraagt ook een andere commerciële organisatie. In plaats van individuele projecten te beoordelen, richt Hörmann zich op een vaste groep belangrijke aannemers. Ongeveer honderd bedrijven worden actief gevolgd door accountteams. Voor deze klanten behandelt Hörmann elke aanvraag, ongeacht de omvang van het project. Ook kleine opdrachten krijgen aandacht. Het uitgangspunt verschuift daarmee van projectgericht naar relatiegericht werken. “De aannemer wordt het startpunt en niet de opdracht”, zegt Verrips. Volgens hem ontstaat een sterke samenwerking niet door beloftes, maar door prestaties. “We gaan het niet zeggen, we gaan het laten zien.” Het volledige verhaal vertellen Voor Hörmann komt alles uiteindelijk samen in één doel: duidelijk maken dat het bedrijf veel meer levert dan de markt vaak denkt. De logistieke sector blijft belangrijk, maar de rol van het bedrijf binnen projecten wordt breder. Van docksystemen en industriële deuren tot branddeuren, koel- en vriesdeuren en toegangscontrole. “In veel projecten kunnen we veel meer betekenen dan alleen de dockdeur”, besluit Verrips. “Maar dan moet de markt wel weten wat we allemaal kunnen leveren.” www.hormann.nl ‹‹ Slagbomen Logistiekvastgoed 2026 - 41
Data Center – Corbeil-Esonnes (FR) Logistics Capital Partners: Ontwikkelaar van bedrijfsmatig vastgoed in een veranderde markt Logistics Capital Partners is een projectontwikkelaar en beheerder van vastgoed, gespecialiseerd in de verwerving, ontwikkeling en het beheer van gebouwen die geschikt zijn voor logistieke en licht-industriële activiteiten of datacenters. Geografisch gezien worden de activiteiten uitgevoerd in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. Het is de ambitie van de groep om een portefeuille op te bouwen van strategisch gelegen grondpercelen die de ontwikkeling van dergelijke hoogwaardige projecten mogelijk maken. Logistics Center – Trecate (IT) L 42 - Logistiekvastgoed 2026 CP is eigendom van 8 partners, die allen nog altijd werkzaam zijn in het bedrijf, en onderscheidt zich daardoor van vele andere spelers in de markt die vaak gedicteerd worden door investeringsfondsen. Daarmee is het volledig vrij om zelf te bepalen met welke partijen het werkt en in welke projecten het investeert. Dit biedt ook kansen tot een Joint Venture met een co-investeerder, zoals in het geval van een brownfield ontwikkeling de eigenaar van de locatie of met de huurder zelf. Ook een geïntegreerd concept inclusief realisatie van en investering in de door de klant gewenste gebouwautomatisering behoort tot de mogelijkheden. Selectieve aanpak De Nederlandse logistieke vastgoedmarkt heeft pas op de plaats gemaakt. Mede door geopoli
“Door de nieuwe balans in vraag en aanbod hebben huurders en eindgebruikers weer wat te kiezen. Wij moeten ons daarom écht verdiepen in de vraag van de klant en de lokale omstandigheden om de beste huisvestingsoplossing voor die specifieke locatie te vinden.“ Justin van Esch, Asset & Development Director NL tieke ontwikkelingen is de ruimtebehoefte erg onvoorspelbaar geworden. Gebruikers kunnen maar moeilijk vooruit kijken en hebben een afwachtende houding aangenomen. Na jaren van leegstandcijfers van onder de 2% staan nu distributiecentra leeg, waaronder nieuwbouwlocaties, die nog maar kort geleden - vaak speculatief en vooral buiten de traditionele logistieke hotspots - werden gerealiseerd. Maar de onderliggende klantvraag is niet verdwenen. Logistiek is een onmisbaar onderdeel van de keten. Nederland heeft ook buiten de traditionele hotspots ruimte nodig voor opslag, distributie of circulaire processen. Sterker nog, Justin van Esch, Asset & Development Director NL soms hebben deze gebieden juist voordelen, zoals meer ruimte op de arbeidsmarkt. En ook hier is behoefte aan moderne en duurzame gebouwen voor een kostenefficiënte logistieke operatie. Je moet alleen veel selectiever zijn bij het realiseren van logistieke projecten en je willen verdiepen in de regionale markt en de gemeentelijke ambities. En op een meer perifere locatie niet speculatief het zoveelste standaard XXL gebouw gaan realiseren, dat vervolgens het maatschappelijke sentiment tegen de “verdozing” alleen maar versterkt. Gebiedsontwikkeling met perspectief Voorlopig komen er weinig nieuwe greenfield locaties vrij. Veel focus ligt daarom op dit moment op hergebruik van bestaande sites. Maar de bevolking groeit, we blijven consumeren en e-commerce blijft belangrijk. Het lijkt onmogelijk de volledige behoefte aan modern logistiek vastgoed door uitsluitend herontwikkeling in te vullen. Zeker als je ermee rekening houdt dat logistieke gebouwen ook steeds vaker worden gezien als oplossing voor een combinatie van logistiek en (lichte) maakindustrie. LCP richt zich daarom behalve op de ontwikkeling van individuele gebouwen ook Kim Cornille, Asset & Development Director BE Koen Symus, Technical Development Director Benelux “Op dit moment werken we ook in Nederland aan diverse gebiedsontwikkelingen, waarbij we deze met onze organisatie zelfs grensoverschrijdend kunnen benaderen. De maatschappij verlangt van ons, dat we hierbij zuinig met de ruimte omgaan en oog hebben voor kwaliteit, duurzaamheid en een zorgvuldige inpassing in de omgeving.” Kim Cornille, Asset & Development Director BE op initiatieven tot het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen. Dit vraagt meer tijd, maar juist door in het vroegste stadium met de juiste stake holders aan tafel te zitten, zijn de belangen en ambities optimaal te integreren. Daarbij kan logistiek vastgoed in een goed gekozen mix van functies en voorzieningen op een bedrijventerrein juist bijdragen aan oplossingen voor klimaatadaptatie of netcongestie, bijvoorbeeld met zonnepanelen en lokale opslag met uitwisseling van energie. Meer informatie: Logistics Capital Partners www.logisticscapitalpartners.com info@logisticscapitalpartners.com ‹‹ Logstics Businesspark - West Midlands Interchange (UK) Logistiekvastgoed 2026 - 43
Your logistic solution starts here Ruimte voor logistiek die vooruit wil Stel je een logistieke locatie voor waar ruimte nog geen schaars goed is. Waar bedrijven kunnen groeien zonder direct tegen grenzen aan te lopen. Waar bereikbaarheid, schaalbaarheid en betaalbaarheid samenkomen. Welkom in Lelystad. In een tijd waarin logistieke ruimte in veel regio’s onder druk staat, biedt Lelystad iets wat op andere plekken steeds zeldzamer wordt: ruimte om te ontwikkelen én te ondernemen. Hier vinden bedrijven moderne distributiecentra, bestaande logistieke panden en hoogwaardige nieuwbouwlocaties die geschikt zijn voor uiteenlopende logistieke activiteiten. Of het nu gaat om distributie, productie, e-commerce, automatisering of koel- en vrieslogistiek: in Lelystad kan het. Strategisch gelegen, multimodaal verbonden Lelystad ligt centraal in Nederland en maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Vanuit deze strategische positie bereiken bedrijven snel de belangrijkste economische centra van Nederland en Europa. De stad vormt een multimodaal logistiek knooppunt waar verschillende vervoersmodaliteiten samenkomen: • directe aansluiting op de A6 • Flevokust Haven met containerterminal van TMA Multimodal • nabijheid van Lelystad Airport • goede verbindingen met het spoor Deze combinatie maakt Lelystad aantrekkelijk voor bedrijven die opereren richting Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en het Ruhrgebied. Ruimte voor schaal en innovatie Waar veel logistieke regio’s kampen met schaarste, biedt Lelystad nog volop ontwikkelruimte en schaalbaarheid. Bij Flevokust Haven kunnen gebouwen tot 44 meter hoogte gerealiseerd worden, ideaal voor high-bay warehouses en sterk geautomatiseerde logistieke processen. Ook voor productiebedrijven, koelhuizen en bedrijven met een hoge energiebehoefte zijn er mogelijkheden. Belangrijk daarbij: op de beschikbare locaties is stroom
www.lelystadlogistics.com Part of Metropolitan Region Amsterdam beschikbaar, waardoor bedrijven hun activiteiten kunnen ontwikkelen zonder de beperkingen die elders steeds vaker spelen. Samen ontwikkelen, snel realiseren De ontwikkeling van logistieke locaties in Lelystad wordt gedragen door een sterke samenwerking tussen ontwikkelaars, investeerders en de gemeente. Deze samenwerking zorgt voor korte lijnen, duidelijke procedures en snelheid in besluitvorming. Voor bedrijven betekent dat één ding: plannen kunnen hier daadwerkelijk gerealiseerd worden. Logische keuze voor groei De combinatie van ruimte, bereikbaarheid en samenwerking maakt Lelystad tot een aantrekkelijke vestigingslocatie voor bedrijven die hun logistieke activiteiten willen uitbreiden, optimaliseren of strategisch herpositioneren. In Lelystad is logistiek niet alleen mogelijk, maar hier krijgt logistiek ook de ruimte om vooruit te gaan. VIND JOUW LOGISTIEKE RUIMTE IN LELYSTAD Bekijk het actuele aanbod SMARTLOG Lelystad Bedrijfshal 17.278 - 140.000 m2 The Anchor Bedrijfshal LEY01 15.566 - 31.186 m2 Bedrijfshal 20.672 - 120.234 m2 Logicor DC Lelystad Bedrijfshal Partners 11.451 - 23.837 m2 Flevokust Logistics Hub Bedrijfshal 17.000 - 80.000 m2 P3 Lelystad Bedrijfshal 17.441 - 34.882 m2
Waar we staan en wat we bouwen: in gesprek met Erik & Martijn Makers van ruimte die werkt Waar staat Systabo vandaag en waar bouwen we samen naartoe? In gesprek met Erik Achterberg en Martijn Lammertink over vakmanschap, groei en projecten die laten zien waar Systabo voor staat. Voor mensen en voor bedrijven. Martijn Lammertink (l) en Erik Achterberg (r) vormen vanaf 2022 samen de directie van Systabo “B 46 - Logistiekvastgoed 2026 ij Systabo bouwen we plekken waar bedrijven kunnen groeien. Hoogwaardige warehouses, complexe productielocaties en kantoren die inspireren. Geen standaarddozen, maar bedrijfshuisvesting die klopt: technisch, functioneel én toekomstbestendig” zo vertelt Erik Achterberg. De focus op kwaliteit begint vroeg in het traject. Systabo is vaak vanaf de haalbaarheidsfase betrokken en stuurt het volledige proces: van eerste schets tot oplevering. Zo ontstaat ruimte om slimme, duurzame en kostenbewuste keuzes te maken. Martijn: “Onze kracht zit in het herkennen van knelpunten voordat ze problemen worden. Dat vraagt om specialisten die integraal denken en samenwerken. Elk project is weer een nieuwe technische puzzel.” Projecten die het verschil laten zien Die aanpak zie je terug in de projecten waar Systabo aan werkt. Groot in schaal, hoog in complexiteit en altijd met impact voor de opdrachtgever. Projecten waarin betrouwbaarheid, continuiteit en samenwerking centraal staan. Erik en Martijn zien duur
ciënte milieukundige sanering voor de haalbaarheid van een plan net het verschil kan maken. In onze gebouwen staat de toekomst bestendigheid centraal waar we rekening houden met marktontwikkelingen zoals automatisering en robotisering. Bekend voorbeeld in Twente Een grootschalig logistiek warehouse, gerealiseerd in een langdurige samenwerking met de opdrachtgever. Door al vroeg in het traject mee te denken, kon het gebouw flexibel worden ingericht en is het voorbereid op toekomstige groei. Erik: “Wat deze projecten gemeen hebben, is de nauwe betrokkenheid van onze mensen. Collega’s voelen eigenaarschap en zien gemaakte keuzes zien hun keuzes terug in het eindresultaat. Die betrokkenheid horen we ook terug van opdrachtgevers.” zaamheid, energie en locatiekeuzes daarbij niet als randvoorwaarden, maar als uitgangspunten. Martijn: “Duurzaam logistiek vastgoed is voor ons de norm, waarbij toetsingskaders zoals BREEAM en GPR richting geven aan ontwerp en realisatie. We brengen projecten onze ervaring in op het gebied van circulariteit, demontabele bouwprincipes, bewuste materiaalkeuzes en leveren onze projecten op met materialenpaspoorten.” Wij sturen actief om de CO₂ footprint te verlagen, een recent voorbeeld is de bouw van een hoogwaardig distributiecentrum van 15.000 m2 in Den Hoorn wat volledig “Paris Proof “ is. Ondanks de problemen rondom netcongestie zijn onze panden all electric, wij vinden de passende alternatieven zoals off grid toepassingen, gedeelde energievoorzieningen en smart grids. Ook op locatieniveau vraagt logistiek vastgoed om doordachte keuzes. Door planoptimalisaties binnen kavelgrenzen, intensivering van bouwhoogte en palletopslag en slimme oplossingen voor waterretentie. Maar denk hierbij ook aan de specifieke zaken die komen kijken bij een brownfieldontwikkeling –waar hergebruik van sloopmaterialen en een doeltreffende en effiGroot in projecten en sterk in samenwerking. Ondanks de omvang en diversiteit van de projecten voelt Systabo voor veel medewerkers als een hechte organisatie met korte lijnen. Martijn: “De sfeer is collegiaal; iedereen kent elkaar en de processen zijn helder. Dat zorgt voor vertrouwen en betrokkenheid.” Die cultuur vertaalt zich in langdurige relaties met opdrachtgevers en een hoge mate van continuiteit. Tegelijkertijd biedt Systabo, sinds 1998 onderdeel van VolkerWessels, het beste van twee werelden: het karakter en de betrokkenheid van een relatief kleine organisatie, gecombineerd met de kracht van een groot concern. Erik: “Dat biedt kansen voor medewerkers om te groeien via opleiding en kennisdeling, maar ook in onze projecten, waar we actief de samenwerking met andere partijen opzoeken.” Het grotere plaatje Systabo bouwt aan meer dan gebouwen alleen. Het gaat om bijdragen aan de groei van bedrijven, aan de maakindustrie en aan de toekomst. Martijn: “Wat we maken, heeft impact. Dat zie je terug in de projecten én in de trots van onze mensen. Samen groeien door vakmanschap: dat is waar Systabo voor staat.” www.systabo.nl Hello World op Schipol Trade Park, off-grid toepassing met gedeelde energievoorzieningen en smart grids Logistiekvastgoed 2026 - 47
Hiber Betonvloeren Van ontwerp en advies tot altijd strakke en draagkrachtige vloeren Hiber Betonvloeren maakte vorig jaar door heel het land ruim 1.000.000 vierkante meter vloer. Allemaal maatwerk en ontworpen voor specifiek gebruik. Ook het komende jaar staan er weer mooie projecten in de planning waarvan de basis (de vloeren) strak moet zijn. Commercieel manager Justin Linthorst maakt duidelijk dat het bedrijf uit SintOedenrode ook adviseert én ontwerpt. “G een betonvloer is ons te gek, of we die nu als beste oplossing moeten ontwerpen, adviseren of maken”, vertelt Justin, die in 2024 als commercieel manager werd aangetrokken. Hij werkte hiervoor in de betonmortel, bij een leverancier van Hiber Betonvloeren. “Vanuit die rol had ik contact met Hiber. Daardoor wist ik al dat dit een bijzonder bedrijf is.” Volgens Justin zit de meerwaarde van Hiber niet alleen in de kwaliteit van betonvloeren. Ook de manier van samenwerken wordt door klanten enorm gewaardeerd. “We zijn met ongeveer vijftig vaste medewerkers. Onze communicatielijnen zijn kort”, vertelt hij. “We werken met vaste teams, gecertificeerde partners en de modernste apparatuur. Zo houden we grip op kwaliteit, planning en resultaat en ontstaat er geen ruis.” Proactief en innovatief Dat klanten weten dat Hiber Betonvloeren doet wat het belooft, is volgens Justin heel waardevol. “Daardoor krijgen we bij onze relaties In Veghel werkt Hiber aan de betonvloeren van het tweede bedrijfsgebouw van Van Acht Logistics: zo’n 22.000 vierkante meter aan magazijn, ruim 800 vierkante meter aan kantoorruimte en ruimte voor 45.000 palletplaatsen Betonnen parkeerdek van VTS Transport & Logistics in Boxmeer veel vervolgopdrachten. Soms worden we door opdrachtgevers aanbevolen bij andere partijen. Dat is echt iets waar we heel trots op zijn.” Justin merkte wel toen hij net begon bij Hiber dat het voor het bedrijf belangrijk was om nog zichtbaarder te worden met de volledige dienstverlening. Dat resulteerde onlangs in een spiksplinternieuwe website. Daarop wordt nog beter uitgelegd wat Hiber Betonvloeren kan betekenen. “De website is een mooi uithangbord voor aannemers en opdrachtgevers die ons nog niet kennen”, zegt Justin. “Het helpt ook om onze positie als landelijke speler verder te verstevigen.” Hibercon, de ontwerptak van Hiber Betonvloeren, heeft op de website een duidelijke plek gekregen. “Hibercon staat voor enginee48 - Logistiekvastgoed 2026
VTS Transport & Logistics in Boxmeer, een Hiber Very Narrow Aisle (VNA) In Moerdijk werd 22.000 kubieke meter beton verwerkt tot 124.000 vierkante meter vloeren. Allemaal even vlak en glad “De basis van al onze ontwerpers is diepgaande kennis, gecombineerd met jarenlange ervaring op de bouwplaats.” ring van betonvloeren op maat”, aldus Justin. “De medewerkers ontwerpen slim en innovatief betonvloeren die perfect aansluiten op wat de klant nodig heeft. De basis van al onze ontwerpers is diepgaande kennis, gecombineerd met jarenlange ervaring op de bouwplaats. Hiber Betonvloeren bestaat sinds 2017 en werd opgericht door Ad Raaijmakers en Jan Baijens. Zij zijn echte specialisten en hebben elk ruim vijfentwintig jaar ervaring in het maken van betonvloeren. Met andere woorden: wij weten wat er in de praktijk nodig is en bedenken het niet alleen vanuit een kantooromgeving.” Eén van de oplossingen waarmee Hiber uitblinkt, is de zelfontworpen Hiber Very Narrow Aisle (VNA). “Deze hebben we ontwikkeld voor smalle gangen in magazijnen”, legt Justin uit. “Deze vloeren zijn supervlak en geschikt voor inductiebesturing en stellingmagazijnen in distributiecentra waar je de ruimte optimaal wilt benutten. Daarnaast hebben we de Hiber Rigid-vloeren. Deze ontwerpen we volgens de FEM-richtlijnen, de internationale standaard voor magazijnvloeren met een geautomatiseerde inrichting.” Duurzaam meedenken Als klanten al zelf met de engineering aan de slag zijn, kan Hiber worden ingezet voor advieswerk. “We kijken en denken graag mee”, zegt Justin. “Juist door ons al vroeg in de ontwerpfase te betrekken, kunnen we nog betere adviezen op maat geven. Bijvoorbeeld over vloerconstructies en paalfunderingen op basis van de gebruikerseisen.” Bij alles houdt het bedrijf rekening met minder milieubelastend bouwen. “Onder de conceptnaam Hiber Green kijken we altijd of we slimmer en duurzamer kunnen bouwen, met hetzelfde resultaat”, legt Justin uit. “Tegelijkertijd vernieuwen we continu het materiaal dat we zelf gebruiken, zoals onze supervlakmachines. Die zijn in de loop der jaren steeds verder doorontwikkeld waardoor we steeds efficiënter en vlakker kunnen werken. Daarnaast zijn we deels onze vlindermachines aan het elektrificeren.” Ruim een derde van al het logistieke vastgoed in Nederland beschikt over een BREEAMcertificering. “Dat betekent dat er duurzaam moet worden gebouwd en slim gebruik moet worden gemaakt van materialen en middelen. Natuurlijk zonder dat de kwaliteit verloren gaat.” Vanuit dat duurzaam oogpunt biedt Hiber de mogelijkheid om bestaande betonvloeren te renoveren. “Dat hebben we onder meer gedaan bij een distributiecentrum in Eindhoven. In plaats van vervangen hebben we de vloer volledig gerenoveerd. Renovatie is een mooi en duurzaam alternatief. Voor minder gaan we ook niet!” Projecten om trots op te zijn Vanuit het ontwerpen, adviseren en realiseren worden er jaarlijks vele strakke betonvloeren door Hiber opgeleverd. “Samen met bouwbedrijf Van der Ven uit Veghel hebben we in Boxmeer een zesde pand van VTS Transport & Logistics opgeleverd. We zijn daarbij betrokken geweest bij zowel het ontwerp als de realisatie van alle betonvloeren.” “In Moerdijk hebben we voor het project Logistiek Park Moerdijk alle betonvloeren gerealiseerd. Daarbij hebben we in totaal 22.000 kubieke meter beton verwerkt tot een enorme oppervlakte aan supervlakke vloeren. Een project waar we trots op zijn. Net als op onze werkzaamheden voor Van Acht Logistics in Veghel. Daar realiseren we de betonvloeren voor een tweede bedrijfsgebouw, met onder meer een magazijn van ruim 22.000 vierkante meter.” Bij Hiber gaat het niet alleen om magazijnen en kantoorgebouwen. In Amsterdam waren ze betrokken bij de realisatie van de 400 meter lange betonnen ovale vriesvloer voor de ijsbaan van de Jaap Edenbaan. Begin 2027 staat ook de ondervloer van de ijshockeybaan in de planning. “Voor dit soort vloeren gelden weer heel andere eisen”, zegt Justin. “Er komen namelijk veel extra factoren kijken bij het ontwerp. Bij een ijsbaan moeten bijvoorbeeld koelsystemen in de vloer worden geïntegreerd. Ook hebben we rekening gehouden met het verankeren van de vloer, omdat beton krimpt en uitzet bij temperatuurverschillen. Maar los van die uitdagingen moet de ijsbaan natuurlijk een goed gemaakte, volledig vlakke betonnen ondervloer hebben over de hele 400 meter. Zo heeft elke gebruiker specifieke eisen. Wij zorgen altijd dat daaraan wordt voldaan.” Meer weten? Kijk op de nieuwe website van Hiber Betonvloeren: www.hiber.nl Meer informatie: Jan Baijens, commercieel directeur Ad Raaijmakers, directeur realisatie Justin Linthorst, commercieel manager Eimbert 7, 5492 NH Sint-Oedenrode 085 - 9023968 info@hiber.nl hiber betonvloeren bv hibercon constructie | advies | betonvloer Logistiekvastgoed 2026 - 49 ‹‹
Greenchoice Integrated helpt ondernemers hun wagenpark te elektrificeren en grip te krijgen op de kWh-prijs Steeds meer bedrijven profiteren van zelfopgewekte energie door zonnepanelen. Nieuwe voordelen dienen zich aan als deze energie ook gebruikt wordt voor het opladen van elektrische trucks. Greenchoice Integrated ondersteunt ondernemers in transport en logistiek van A tot Z bij de transitie naar elektrisch rijden. Zij helpen hun klanten de juiste keuzes te maken om slimmer en rendabeler te elektrificeren. V oor veel logistieke bedrijven is de overstap naar elektrisch rijden al langere tijd een hoofdpijndossier. Inmiddels neemt de druk toe door strengere wet- en regelgeving, de komst van zero-emissiezones, de torenhoge dieselprijzen en de aankomende kilometerheffing. Tegelijk draait het om de businesscase: e-trucks zijn in aanschaf tot drie keer duurder, dus het rendement moet uit gebruik komen. Elektrisch rijden is per kilometer vaak goedkoper, zeker met hoge dieselprijzen. Maar de échte winst zit in slim omgaan met energie: wie de kWh-prijs weet te verlagen, maakt het verschil. Dat steeds meer ondernemers daarmee bezig zijn, merken ze ook bij Greenchoice Integrated. Steeds vaker komen er verzoeken binnen om mee te denken over de uitdagingen en kansen rond elektrificatie en de stappen die daarbij komen kijken. ‘En dan ben je bij ons meteen aan het goede adres!’, vertelt Roger Holterman, verantwoordelijk voor sales & new business bij Greenchoice Integrated. ‘Wij bieden een integrale oplossing op het gebied van optimalisatie naar de laagste kWh-prijs. Daarbij verzorgen wij alles van A tot Z: we leveren en installeren 50 - Logistiekvastgoed 2026 niet alleen de laadinfrastructuur, batterijen en zonnepanelen, maar zorgen er ook voor dat het energiecontract voordeliger is, juist door de assets die geïnstalleerd worden. Je hebt als ondernemer maar één aanspreekpunt, dat zijn wij. Je hoeft dus niet zelf met allerlei verschillende partijen contact te houden: dat ligt allemaal onder onze regie. Daardoor halen we het maximale eruit voor de klant.’ WaardeLaden: zelf sturen op de kWh-prijs Nog steeds is voor veel transporteurs de dieseltruck heilig. Roger: ‘Diesel is de norm. Zo’n truck kent men door en door. Je weet wat het onderhoud doet, je weet wat een dieselmotor doet, je weet wat een liter diesel mag kosten. Een e-truck is voor velen nog vaak een ver-van-mijn-bed-show, waarvan men de verbruiks kosten niet kan overzien. Dat komt ook doordat er veel factoren zijn die deze kosten beïnvloeden. Zoals een steeds veranderende energiemarkt en grotere prijsvolatiliteit, waardoor grip houden op kosten complexer wordt. Wij kunnen voor ondernemers inzichtelijk maken hoe de kostenstructuur verandert als je met kilowattuur gaat rekenen in plaats van met brandstof. Wij noemen dat WaardeLaden, waarmee de kilometerprijs van elektrisch rijden in sommige praktijkcases tot wel 85% goedkoper kan worden dan wanneer je rijdt op diesel. WaardeLaden zorgt ervoor dat ondernemers hun e-trucks op hun eigen locatie kunnen laden, ondanks beperkingen zoals netcongestie. Maar we gaan nog een stap verder: we optimaliseren de energieprijs door sturing en door het energiecontract. Zo krijg je uiteindelijk grip op je kWh-prijs. Want wie de kWh-prijs beheerst, beheerst de kosten per kilometer. In 2025 werd Greenchoice Integrated de nieuwe naam voor KiesZon, dat in 2009 begon als pionier in zonne-energie. Het bedrijf groeide uit tot een toonaangevende speler in integrale energieoplossingen. Sinds 2019 is het bedrijf een dochteronderneming van energieleverancier Greenchoice. Omdat de werkzaamheden tegenwoordig veel verder gaan dan alleen de zonnepanelen, is gekozen voor een naam die de geïntegreerde aanpak op het gebied van energietransitie beter recht doet.
En hoe lager die kWh-prijs die je in een truck stopt is, hoe meer voordeel je eruit haalt. Dit alles zonder dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt.’ Meedenken vanaf het allereerste begin Als een bedrijf de stap overweegt om één of meerdere elektrische trucks aan te schaffen, dan denkt Greenchoice Integraded vanaf het begin actief mee over de laadmogelijkheden met zelf opgewekte energie. ‘We stellen soms vragen waar een ondernemer zelf nog niet aan gedacht heeft’, vertelt Roger. ‘We kijken samen met hem naar de toekomst: je begint nu klein, maar wil je over 10 jaar misschien je hele wagenpark elektrisch hebben? Dan is het handig als we daar nu alvast de goede bekabeling voor aanleggen. Wat zijn je ambities op het gebied van uitbreiding? Komt er wellicht een locatie bij in de toekomst? Hoe zien je ritten eruit, hoe verloopt de planning? Dat zijn allemaal zaken die straks meetellen om de puzzel, rondom het bereiken van de laagst mogelijke kWh-prijs, zo goed mogelijk te leggen.’ Een plan van aanpak dat past bij je organisatie Als de wensen en ambities goed in kaart zijn gebracht, komt Greenchoice Integrated met een plan van aanpak. ‘Ons vertrekpunt is de vraag van een ondernemer die wil elektrificeren. Ons einddoel is om een zo goedkoop mogelijke kWh-prijs te genereren. Zodat de terijsysteem is dan in veel gevallen een goede toevoeging. Zo kun je al je zelfopgewekte energie behouden en lever je niks terug aan het net. Zit een bedrijf op meerdere locaties dan is het zelfs mogelijk om met de batterij de eventuele onbalans op een tweede locatie te ondervangen.’ Roger Holterman ondernemer nog altijd kan blijven doen wat hij altijd doet en zijn operatie niet hoeft aan te passen. We kijken naar de mogelijkheden van de bestaande installatie. Is de netaansluiting groot genoeg? Heb je nog een dak vrij voor zonnepanelen of liggen die er al? Maar als trucks ’s nachts op het eigen terrein opgeladen moeten worden, dan heb je daar niet veel aan, want ’s nachts schijnt de zon niet. Een batHardware, software en eigen inzicht Naast de installatie van alle hardware – zonnepanelen, bekabeling, laadpalen, batterijsystemen – legt Greenchoice Integrated een laag met intelligente software over de gehele oplossing heen. Deze slimme software van partner Zympler neemt alle componenten die de energieprijs beïnvloeden mee en berekent wat de meest voordelige laadstrategie is als een truck op een bepaald tijdstip volgeladen moet zijn. De software houdt ook rekening met het actuele weer en de weersvoorspelling en om zonne-energie maximaal te benutten. ‘Stel je legt een truck aan de laadpaal om 18 uur ’s avonds en je geeft aan dat hij morgenochtend om 7 uur vol geladen moet zijn. De software berekent dan zelf op welke momenten in die nacht de stroom het goedkoopst is. Dat kan betekenen dat hij pas om 22 uur begint met laden, terwijl de stekker er al uren in zit. Met het samenspel tussen hardware, software en een passend energiecontract, is het echt een fascinerend spel om de kWh-prijs zo laag mogelijk te krijgen. En daar word je als ondernemer dan echt enthousiast van!’ Verdienmodel Naast de subsidies die er te verkrijgen zijn bij de aanschaf van een elektrische truck, zijn er ook nog de ERE certificaten, die vergroening van het Nederlandse vervoer stimuleren door CO₂-reductie te belonen. ‘Als je als bedrijf kunt aantonen dat je je auto’s laadt met je opgewekte zonnestroom, dan levert dat ook weer geld op’, aldus Roger. ‘Wij ondersteunen ondernemers in dit traject. De kosten voor het gebruik van het energienet stijgen fors. Deze kosten kun je deels ontlopen door je eigen energie op te wekken en zelf te gebruiken. Wij hebben alle kennis in huis om bedrijven (en ook ontwikkelaars van vastgoed) daarbij goed te ondersteunen. Zo blijft de energietransitie niet langer een hoofdpijndossier, maar een verandering waarvan iedereen kan meeprofiteren.’ www.greenchoiceintegrated.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 51
TE HUUR RIEMSDIJK 1 - TIEL PER 1 APRIL 2026 BESCHIKBAAR Direct gelegen aan de barge terminal Op bedrijventerrein Medel in Tiel komt dit hoogwaardige logistieke bedrijfsgebouw beschikbaar. De locatie ligt direct naast de inland barge terminal en op enkele minuten van de A15, waardoor multimodaal transport en snelle distributie optimaal worden ondersteund. Het complex omvat circa 22.469 m², bestaande uit ca. 19.759 m² warehouse, 91 m² mezzanine en 2.619 m² kantoorruimte (vanaf ca. 1.795 m² te huur). De kantoorlagen worden volledig gerenoveerd en opgeleverd volgens actuele marktstandaarden. Oppervlakte • Totaal ca. 22.469 m² • Warehouse ca. 19.759 m² • Mezzanine ca. 91 m² • Kantoor ca. 2.619 m² (vanaf ca. 1.795 m²) Parkeren • Ca. 130 autoplaatsen • 14 truckplaatsen op eigen terrein Kantoorruimte • Volledig gerenoveerd • In overleg aanpasbaar • Te huur vanaf ca. 1.795 m² Warehouse specificaties • Vrije hoogte: 10,5 m • Vloerbelasting: 2.500 kg/m² • Puntbelasting: 7.400 kg/m² • Kolomraster: 15,7 x 10,4 m • 17 loading docks + 3 overheaddeuren • ESFR-sprinklers en LEDverlichting De bedrijfsruimte heeft een vrije hoogte van 10,5 m en is uitgerust met 17 loading docks, 3 overheaddeuren en 14 truckparkeerplaatsen op eigen terrein. Het gebouw beschikt onder meer over ESFR-sprinklers, LED-verlichting en een hoge vloerbelasting, wat het object uitermate geschikt maakt voor efficiënte logistieke operaties. Medel huisvest toonaangevende logistieke spelers zoals DHL, Lidl, Simon Loos en Kuehne + Nagel, wat de positie als logistieke hotspot onderstreept. BEREIKBAARHEID Dit hoogwaardige logistieke complex op bedrijventerrein Medel ligt direct naast de barge terminal en nabij de A15. Het biedt een modern warehouse met mezzanine, representatieve kantoorruimte en een ruim buitenterrein. De strategische ligging ondersteunt multimodale en snelle distributie. Het treinstation en een bushalte zijn goed bereikbaar. Meer weten? Scan de QR code Neem gerust contact met ons op voor meer informatie of een vrijblijvende bezichtiging Cushman & Wakefield - Daan Linders 026 445 2445 Daan.Linders@CushWake.com ProDelta Real Estate 010 892 0470 prodeltarealestate.nl cushmanwakefield.nl
Dé expert in slimme lichtoplossingen voor logistiek & industrie MADE IN EUROPE In logistieke omgevingen draait alles om continuïteit, veiligheid en kostenbeheersing. Verlichting speelt daarin een cruciale rol. Slim ontworpen lichtoplossingen bieden meer inzicht, vergroten de flexibiliteit en verlagen de operationele kosten. TRILUX begrijpt deze uitdagingen als geen ander en vertaalt ze naar efficiënte, toekomstbestendige verlichtingsoplossingen die volledig zijn afgestemd op de praktijk. TRILUX Benelux | Databankweg 28 | 3821 AL Amersfoort | 033 - 455 77 10 | info@trilux.nl | www.trilux.com
Logistiek vastgoed op brownfields: kansen en uitdagingen Brownfields vormen een unieke kans voor de logistieke (vastgoed)sector. Waar de druk op ruimte, grond en netaansluiting steeds verder toeneemt, bieden bestaande locaties nog mogelijkheden voor ruimtezoekende bedrijven. “De potentie van brownfields als logistieke hubs is groot. Dat gaat wat ons betreft verder dan alleen het invullen van een (nu leegstaande) plek met een sterke en toekomstvaste economische functie. Meerwaarde voor de omgeving kan ook ontstaan door gebouwen (en met name daken) om te toveren tot energiehubs voor zowel het pand zelf als de omliggende omgeving,” zegt Hub Ploem, partner bij Stec Groep. Overheden denken steeds vaker actief mee met marktpartijen over hoe deze brownfields slim ingezet kunnen worden. We duiken dieper in de kansen en uitdagingen die brownfields bieden voor logistiek vastgoed. Marktbeeld: brownfield investeringen blijven stijgen Nieuwe vestigings- en ontwikkelruimte voor (grootschalige) logistiek is schaars. De vraag naar opslagvolume blijft in de komende jaren wel toenemen, niet in de laatste plaats ook door mondiale verstoringen in logistieke netwerken en grondstofstromen. (Logistieke) bedrijven zijn vaker aangewezen op bestaande locaties op bedrijventerreinen om groei in hun activiteiten te realiseren of om te verduurzamen. Ongeveer 15--20% van de logistieke dynamiek sinds 2018 betrof, zo blijkt uit cijfers van Stec Groep, een herontwikkeling van bestaand vastgoed of kavel. Bij een groot deel van die herontwikkelingen ging het om voormalige industrie- of productiesites die naar logistiek werden omgebouwd. Bestaande logistieke panden worden ook gesloopt en herontwikkeld. Stec Groep maakte een overzicht van enkele interessante logistieke ontwikkelingen op brownfields: Waarom herontwikkeling interessant(er) is (geworden)? Herontwikkeling van bestaande locaties is interessant voor eindgebruikers om duidelijke redenen. Ten eerste zijn deze brownfields al beschikbaar, waardoor herontwikkeling mogelijk is zonder nieuwe gronden aan te snijden en/of planologische procedures te moeten doorlopen. Daarnaast beschikken veel van deze locaties al over een stevige netaansluiting, wat de ontwikkeling versnelt en kosten bespaart, zeker in vergelijking met een nieuwe greenfields waar vaak geen netaansluiting mogelijk is op korte termijn. Tegelijkertijd maakt voorgaande het ook vanuit kostentechnisch perspectief interessant om te investeren in brownfields. Tot slot zorgt investeren in bestaande panden en bedrijventerreinen voor een upgrade van deze gebieden en haar omgeving. Zo draagt herontwikkeling bij aan de toekomstbestendigheid, verduurzaming en modernisering van bestaande bedrijfslocaties en daarmee de waarde van vastgoed. Interessante logistieke ontwikkelingsprojecten op voormalige industrieterreinen Omvang kavel en gebouw Locatie Prinsenhil 1, Breda 26.000 m² pand, 45.000 m² kavel 27.000 m² pand, 41.000 m² kavel Toekomstpotentie: nog veel kansen voor succesvolle herontwikkelingsprojecten Wat is de toekomstpotentie van de bestaande vastgoedvoorraad voor herontwikkeling? Onderzoek van Stec Groep wijst uit dat alleen al op logistieke brownfields een verdichtingspotentieel ligt wat kan oplopen tot vier miljoen vierkante meter extra warehousecapaciteit. De potentie is nog groter, zeker als we ook de mogelijkheden op productie- en industriesites meenemen en relatief ‘jong’ logistiek vastgoed welke op middellange termijn rijp is voor herontwikkeling en intensiever gebruik. “Ten opzichte van de bestaande logistieke vastgoedvoorraad, verwachten we dat circa 20-25% extra volume te realiseren is door herontwikkeling,” aldus Hub Ploem. Welke mogelijkheden liggen waar? Herontwikkelmogelijkheden zijn geografisch niet overal gelijk. Dit hangt ook sterk samen met het logistieke netwerk en distributienetwerken. Hierdoor ontstaat ook verschil in omvang van en type herontwikkelingsprojecten. We onderscheiden grofweg drie niveaus, zie het schema op pagina 55. Uitdagingen om te komen tot herontwikkeling en uitbreiding op bestaande kavels Vanuit de gedachte dat er op brownfields – zowel in gebruik bij logistiek als door andere functies – kansen liggen voor verdichting en groei, is de opgave om deze potentie te benutten. Hiermee kunnen twee vliegen in één klap geslagen worden; namelijk bestaand vastgoed (en directe omgeving) moderniseren en meer vierkante meters realiseren. Dit is makkelijk gezegd. Waarom interessant? Intensiever, hoger, duurzamer, groener dan oude logistieke pand Hoogendijk 2, Alblasserdam 65.000 m² pand, 90.000 m² kavel Hergebruik oude industriële locatie, directe ligging naast nieuwe containerterminal Industrieweg 24, Maarssen Frankeneng 18, Ede Moderne, marktconforme gebruiks-mogelijkheden 50.000 m² pand, 72.000 m² kavel Moderne, marktconforme gebruiks-mogelijkheden, bestaande eindgebruiker naar ander leegstaand dc Rigastraat 17, Deventer Sourethweg 1, Heerlen Veldweg 1, Herkenbosch 37.000 m² pand, 52.000 m² kavel Herinvulling verouderde productielocatie, intensiever, hoger, uitbreidingsmogelijkheid voor regionaal gebonden bedrijf 38.000 m² pand, 51.000 m² kavel Herinvulling verouderde glasfabriek, ruimte voor groei lokale logistiek dienstverlener 62.000 m² pand, 110.000 m² kavel Beter/intensiever benutten bedrijventerrein Ir. Wagterstraat 10, Boxmeer 28.000 m² pand, 38.000 m² kavel 54 - Logistiekvastgoed 2026 Meerlaags dc, uitbreidingsruimte voor lokale LDV’er op naastgelegen kavel
Type locatie Logistiek functie Hoogstedelijk (G-10) Randstad, buiten de grote steden Aan/nabij goederenvervoercorridors Binnenstedelijk bedrijventerrein of aan rand van grote stad, waar kansrijk ook met toegang tot water Regionaal, grootschalig bedrijventerrein op goed bereikbare locatie Regionaal, grootschalig bedrijventerrein op goed (bij voorkeur multimodaal) bereikbare locatie Stadshub/lastmile (bv. voor bezorging in emissievrije zone) Regionale distributie (vers, fulfilment, retail) Grotere en kleinere DC’s (eventueel multi-tenant) voor EDC’s, nationale distributie of gelinkt aan regionale economie Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. We noemen drie uitdagingen die we vaak horen: Uitdaging 1: Ruimtedruk. Door schaarste en netcongestie zijn bestaande kavels en gebouwen ‘hot’. Hierdoor stijgen ook prijzen. Dit betekent dat businesscases voor sloop-nieuwbouw lastig rond te rekenen zijn as is. Door meer bouwmogelijkheden te realiseren kan de businesscase aantrekkelijker worden. Dit betekent meer opslagvolume, bijvoorbeeld in de hoogte of op de verdieping toevoegen. In goed overleg met de lokale overheden kan extra planologische ruimte gerealiseerd worden. Uitdaging 2: Schuifruimte. Herontwikkeling en het benutten van bouwmogelijkheden op een kavel kan vaak niet zonder sloop-nieuwbouw of het aan elkaar verknopen van meerder kavels om voldoende ruimte te realiseren en businesscases rendabel te maken. Dit betekent dat schuifruimte nodig is om (bestaande) activiteiten (tijdelijk) onder te brengen. Bestaande leegstaande (logistieke) panden bieden hiervoor mogelijk ruimte. Ook is er een noodzaak om nieuwe greenfields te ontwikkelen. Hierover in gesprek blijven met lokale overheden is noodzakelijk. Uitdaging 3: Publieke acceptatie. Maatschappelijke weerstand tegen (nog meer) logistiek vastgoed. De license to operate van logistiek staat onder druk. Dit betekent dat logistieke bedrijven meer oog moeten hebben voor zorgvuldig ruimtegebruik, inpassing van vastgoed in de omgeving en infrastructuur. Ook kan logistiek vastgoed een energy hub voor de omgeving zijn en daarmee ook iets ‘opleveren’ voor bedrijven en inwoners nabij. Wat doen om regie te krijgen op herontwikkeling en intensivering van bestaande bedrijfskavels? Ons advies voor logistieke eindgebruikers om te groeien en regie te krijgen op herontwikkelingsmogelijkheden: 1. Hoe ziet uw groeistrategie eruit? Hoeveel warehousecapaciteit is nodig op middellange termijn? Welke verduurzamingsslag gaat u maken (in wagenpark, in gebouwen) en wat is hiervoor nodig in uw bestaande vastgoedportefeuille? 2. Krijg inzicht in de potentie van de bestaande vastgoedportefeuille. Waar is intensivering van ruimtegebruik (of extra ruimte realiseren) mogelijk en wat is daarvoor nodig? Kan hier ook verduurOmvang kavel en gebouw • Kavel: 1-3 hectare, bij uitzondering groter • Pand: 8.000-25.000 m² bvo, indien mogelijk meerlaags • Kavel: 3-10 hectare • Pand: 20.000-40.000 m² bvo, indien mogelijk meerlaags • Kavel: >3 hectare • Pand: >20.000 m² bvo, op kleinere kavels mogelijk meerlaags om voldoende volume te realiseren zaming en elektrificatie gerealiseerd worden? 3. Voer gesprekken over verdichting en intensivering met (lokale) overheden. In gesprek met lokale overheden kan beoordeeld worden of het verruimen van planologische kaders, het wegnemen van belemmeringen en financiële interventies nodig zijn om een doorbraak te realiseren. Kaart dit vroegtijdig aan, mede ook omdat procedures vaak tijd in beslag nemen. 4. Verken de potentiële waardesprong die te realiseren is op brownfields, hoe extra capaciteit gerealiseerd kan worden (door bijvoorbeeld meerlaags te bouwen) en ontwikkel hiervoor met marktpartijen een nieuwe standaard voor gebouwen. https://stec.nl/ ‹‹ Reactie Nederland Distributieland (NDL) “Zoals in het artikel van Stec Groep al wordt aangegeven, zal de vraag naar logistiek vastgoed ook in de komende jaren nog verder toenemen. Ruimte is een schaars goed geworden, waardoor groeimogelijkheden onder druk staan. Met een toename van de efficiency door digitalisering en automatisering zal de vraag naar extra ruimte zeker enigszins getemperd kunnen worden, maar het is de vraag of dat genoeg is. Het is daarom noodzakelijk om serieus naar andere opties te kijken, de herontwikkeling van brownfields is daar onderdeel van. In het artikel worden een aantal overwegingen en handvatten geboden die behulpzaam kunnen zijn bij het opstellen en uitwerken van een vastgoedstrategie door eindgebruikers en logistiek dienstverleners. Doe er uw voordeel mee.” Remco Buurman, www.ndl.nl Logistiekvastgoed 2026 - 55
Van plan tot prestatie: zo houdt Van der Heijden grip op complexe projecten Minder ruimte, meer eisen en steeds vaker bouwen op bestaande locaties. Logistieke projecten vragen om creativiteit en maatwerk. Juist daar laat Van der Heijden bouwbedrijf zien wat de belofte ‘Bouwen kán anders’ inhoudt: in een vroeg stadium meedenken, keuzes scherp maken en samen met partners vooruitkijken. H et Brabantse familiebedrijf bouwde een stevige positie op in de logistieke sector. Door ons te realiseren wat echt gevraagd wordt, kunnen we vooraf het verschil maken. “Bouwen is het bewijs van wat we bedenken”, zegt commercieel directeur Ferry Verstappen. “Als we het voortraject goed inrichten, volgt de uitvoering bijna vanzelf.” Die aanpak begint met het vroegtijdig samenbrengen van opdrachtgever, partners en leveranciers. Om elkaar te inspireren en vroegtijdig keuzes te maken. Wat is er écht nodig? Welke risico’s liggen op de loer? En hoe voorkom je verrassingen tijdens de bouw? Het resultaat is een tot in detail uitgewerkt plan – het ‘legoboekje’ – dat zorgt voor rust, snelheid en voorspelbaarheid in de uitvoering. Complexiteit als vertrekpunt Die werkwijze komt vooral tot zijn recht bij projecten waar standaardoplossingen niet volstaan. Neem het distributiecentrum van Prologis in Amsterdam, direct naast de landingsbaan van Schiphol. Van der Heijden dacht al vroeg mee over een gebouw dat moest voldoen aan specifieke gebruikerswensen, terwijl die nog niet volledig vastlagen. De locatie bracht extra uitdagingen met zich mee, met invloed op ontwerp, planning en uitvoering. “We hadden te maken met hoogtebeperkingen, strikte veiligheidsregels en meerdere vergunningverleners”, vertelt Verstappen. “Dat vraagt flexibiliteit van iedereen in het team. Maar ook daadkracht: op het moment dat het kan, moet je doorpakken.” Samen slimmer bouwen In Venlo lag de uitdaging op een ander vlak. Daar realiseerde Van der Heijden voor Prologis een distributiecentrum waarin duurzaamheid centraal stond. Zo werd onder andere gekeken naar een van de grootste bronnen van CO₂-uitstoot: de betonvloer. In plaats van één standaardoplossing koos het team voor 3 verschillende vloerconcepten, afgestemd op het gebruik. Afhankelijk van de oplossing liep de reductie op tot bijna 50 procent ten opzichte van traditionele ontwerpen, met behoud van draagkracht en prestaties. www.bouwenkananders.nl
De keuzes werden vooraf afgestemd, wat zorgde voor duidelijkheid en snelheid in de uit voering. “Als ontwikkelaar of investeerder wil je vooral zekerheid”, zegt Verstappen. “Door samen aan de voorkant de juiste beslissingen te nemen, creëren we die.” Van plan naar prestatie Ook in Moerdijk bewees die aanpak zijn waarde. Voor de ontwikkeling van 2 distributiecentra werd Van der Heijden al vroeg betrokken, om te bouwen, en vooral ook om mee te denken. In het eerste project koos het team voor een staalconstructie in plaats van beton. Dat vroeg extra voorbereidingstijd, maar die werd later in de uitvoering ingehaald. “Door met een vaste groep partners vooraf alles goed af te stemmen, konden we versnellen”, legt Verstappen uit. Die samenwerking kreeg een vervolg in het tweede distributiecentrum op dezelfde locatie, met dezelfde kern van partners en ruimte om te verbeteren. Het resultaat: een efficiënter proces én een opdrachtgever die opnieuw voor Van der Heijden koos. Niet nádenken, maar vóórdenken Voor ontwikkelaars, beleggers en eindgebruikers zit de meerwaarde niet alleen in het eindresultaat, maar vooral in het proces. Door vroeg in te stappen, keuzes transparant te maken en samen verantwoordelijkheid te nemen, ontstaat grip op planning, kosten en kwaliteit. Dat vraagt om meer dan technische kennis. Het vraagt om verbinding, vindingrijkheid en de gedrevenheid om verder te kijken dan de vraag die op tafel ligt. Of zoals Verstappen het samenvat: “Alleen ga je sneller, samen kom je verder. En juist in die samenwerking maken we het verschil.” Zo laat Van der Heijden zien dat bouwen inderdaad anders kan. Feiten en cijfers: Project: Distributiecentrum 9 Amsterdam Prologis Opdrachtgever: Prologis, Amsterdam Omvang: 23.337 m2 Architect: Oplevering: Project: Bronsvoort Blaak Architecten bna, Amerongen juli 2025 Distributiecentrum 9 Venlo Prologis Opdrachtgever: Prologis, Venlo Omvang: 45.375 m2 Architect: Oplevering: Johan de Vries, Willemstad september 2025 Architect: Oplevering: Architect: Oplevering: Project: Project: Distributiecentrum Logistiek Park Moerdijk, ontwikkelcel 2, Warehouse A Opdrachtgever: HEBEMA II b.v., Moerdijk Omvang: 113.700 m2 Palazzo, Duiven juni 2026 Distributiecentrum Logistiek Park Moerdijk, ontwikkelcel 2, Warehouse B Opdrachtgever: HEBEMA II b.v., Moerdijk Omvang: 99.712 m2 Palazzo, Duiven juni 2027 Interesse? Benieuwd hoe bouwen anders kan? Bel of stuur een e-mail en wij overtreffen uw verwachting. Ferry Verstappen, commercieel directeur info@vd-heijden.nl 0486 - 46 18 55 Kijk op bouwenkananders.nl voor meer projecten waar Van der Heijden trots op is. BOUWEN KÁN ANDERS www.bouwenkananders.nl
Van de eerste spade tot het laatste groenstrookje Van de Beeten realiseert infra en terreininrichting Bestseller Lelystad Bestseller bewijst dat een warehouse ook mooi kan zijn. Het grootste DC van Europa, dat deze Deense modegroep realiseert in Lelystad, heeft niet alleen een prachtig groen ontwerp, het krijgt ook een schitterend buitenterrein. Een groene oase, midden in het doorgaans grijze betonlandschap, aangelegd door GWW-aannemer Van de Beeten uit Veghel. I n Lelystad verrijst het distributiecentrum van 155.000 m² voor de Deense modegigant Bestseller. Met een totaal terreinoppervlak van 300.000 m² wordt Logistic Center West het grootste logistieke centrum van Europa, en waarschijnlijk ook het duurzaamste. Want Bestseller legt de ecologische lat hoog: de bouwwijze is in hout, een groen dak koelt het gebouw, een innovatief wandsysteem van stro zorgt voor de isolatie en meer dan twee derde van het terrein is bestemd voor natuur. Waterpartijen, bomen en groenvoorziening moeten de biodiversiteit versterken. Dat ambitieuze groene buitenterrein leg je niet zo maar aan. Die opdracht ligt bij Van de Beeten, het in Veghel gevestigde GWWaannemersbedrijf dat al jaren naam maakt in complexe infraprojecten en terreininrichting. Voor alles onder en vlak boven de grond Van de Beeten is gespecialiseerd in grondwerk, riolering, funderingen, verhardingen, terreininrichting én groenaanleg. Het bedrijf levert een allesomvattende oplossing, van de eerste spade tot het laatste groenstrookje. “We zijn vaak de eersten die op een werk verschijnen en de laatsten die er vertrekken”, zegt directeur 58 - Logistiekvastgoed 2026
Infra Peter Verbakel. “Als wij een project aannemen, pakken we de tekening op en werken die verder uit. Zo optimaliseren we hem naar de wensen van de opdrachtgever. En dan volgt de uitvoering, grondig met daadkracht.” Met een sterk team van 250 vakmensen, uitvoerders, projectleiders, calculatoren, werkvoorbereiders, maatvoerders en ontwerpers, is Van de Beeten actief door heel Nederland en steekt het ook regelmatig de grens over naar België en Duitsland. Dertig hectare, één grote logistieke legpuzzel Vorig jaar oktober arriveerde Van de Beeten op het terrein van Bestseller. Het was nog één kale zandvlakte. Verbakel: “Toen waren we er heerlijk alleen. Geen last van wie dan ook.” Dat veranderde al snel. Inmiddels werken tientallen partijen tegelijk op het terrein en vraagt de dagelijkse logistieke afstemming om strakke regie en samenwerking. Laat dat maar aan Van de Beeten over. De GWW-aannemer begon met de funderingen van het hoofdgebouw en de twee zogenaamde highbays; de grote logistieke armen aan de achterzijde. Daarna volgde de riolering rondom het DC, zodat het regenwater direct een weg kon vinden. Vervolgens het grondwerk en de fundering. Parallel daaraan werd de truckparking opgepakt: een indrukwekkend oppervlak van maar liefst 85.000 m². Nu ligt de focus op de groene terreinrichting. Duurzaamheid in elke stap Bestseller stelt hoge duurzaamheidseisen, en Van de Beeten sluit daar bij elk werkonderdeel naadloos op aan. Neem de enorme truckparking: daarin zit 70 procent gerecycled asfalt. Ook de waterhuishouding ademt duurzaamheid. Het hele terrein watert af via oliebenzineafscheiders naar een stelsel van wadi’s: brede, ondiepe waterbekkens die de natuurlijke waterberging verzorgen. Die wadi’s of wetlands staan in verbinding met de Forellentocht, het open polderwater achter het terrein. Tegelijk voeden ze de open bluswatervoorziening voor de brandweer. Een slim systeem waarbij functie en natuur hand in hand gaan. De houten vlonder van 500 meter die straks over de wetlands loopt, is gemaakt van hergebruikt ACB-hardhout dat eerder dienst deed als waterconstructie in het Twentekanaal. “Het is niet meer van deze tijd om zulke materialen weg te gooien. Ze gaan gewoon nog 25 jaar mee.” Innovatief kunststukje De grootste technische uitdaging school in de aanleg van de wetlands zelf. Bij het uitgraven van de zes hectare grote vijverpartijen bleek de kleilaag in de bodem onder opwaartse waterdruk te staan. “Als je die laag uitgraaft zonder maatregelen, barst hij open”, legt Verbakel uit. De oplossing: tientallen deepwellpompen rondom elke vijver om de waterdruk weg te trekken, terwijl tegelijk het lichte veen en klei werd vervangen door een zwaarder ballastmateriaal. Van de Beeten produceerde daarvoor een mengsel van kalksteen en zand, met de eigen menginstallatie op locatie. “Dit is een operatie van drie maanden voor die zes hectare alleen al. En elke vijver vraagt zijn eigen aanpak. Je kunt er niet twee tegelijk uitgraven.” Het kunststukje werd in nauwe samenwerking uitgewerkt met het waterschap, Bestseller en bouwbedrijf Van de Ven. “Prachtig, om daarbij je technische knowhow te kunnen inzetten.” Een Hollands landschap als visitekaartje Als de wetlands klaar zijn, volgt de groene afwerking van het totale terrein. Met zo’n 550 nieuwe bomen, voornamelijk gebiedseigen Logistiekvastgoed 2026 - 59 soorten als wilgen, en een kruiden bermmengsel met bloemen dat het terrein na twee jaar in volle bloei zet. “Het wordt een mooi Hollands landschap dat past bij de omgeving.” De lange houten vlonder over de wetlands speelt daarin een bijzondere rol. Medewerkers van Bestseller kunnen straks in hun lunchpauze over het water wandelen, omringd door riet, waterplanten en fauna. Je steekt over en je staat midden in de natuur. Zeldzame combinatie Van de Beeten levert in dit project een zeldzame combinatie: brede technische kennis van funderingen en grondwerk, gecombineerd met de expertise om een heel terrein duurzaam en groen in te richten. Van het gerecyclede asfalt tot het hout uit het Twentekanaal, elke stap gaat in de richting van een circulaire bouwpraktijk. Verbakel kijkt er nu al met trots op terug, terwijl het werk nog in volle gang is. “Dit is zo’n project waar we over vijf jaar nog van zeggen: daar hebben wij aan meegebouwd.” De ervaring van Van de Beeten, met duurzame waterhuishouding, materiaalhergebruik en gebiedseigen groenaanleg, komt van pas in steeds meer projecten. Want zoals Verbakel het omschrijft: “Die opmars van duurzaamheid is niet te stoppen. En wij lopen daar graag in voorop!” www vandebeeten.nl
De vloer als kritieke factor in logistiek vastgoed Wie een distributiecentrum ontwikkelt, denkt al snel aan locatie, hoogte, installaties en automatisering. De betonvloer volgt vaak pas later in het proces. Dat is volgens Van Berlo, specialist in hoogwaardige betonvloeren, inmiddels achterhaald. “De vloer is in meerdere opzichten bepalend voor het succes van een distributiecentrum”, zegt senior sales engineer Daniel Toonen. DC ProDelta Etten-Leur – Greymatter A utomatisering en robotisering stellen steeds hogere eisen aan het gebouw en daarmee ook aan de vloer. Waar de bouwpraktijk nog rekent in centimeters, werken material handling-systemen met toleranties in tienden van millimeters. Dat verschil maakt de vloer tot een bepalende factor in het functioneren van een distributiecentrum, legt Toonen uit. Van onderaannemer naar kennispartner Die ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de rol van Van Berlo zelf. Het bedrijf dat zich specialiseert in het ontwerpen, realiseren en optimaliseren van hoogwaardige betonvloeren en funderingsoplossingen voor onder meer logistiek vastgoed, positioneert zich nadrukkelijk anders dan voorheen. “We verbreden van uitvoerende partij naar kennispartner. Vanuit opdrachtgevers en andere betrokken stakeholders is er behoefte om kennispartners in een vroeg stadium aan tafel te krijgen, omdat daar de belangrijkste keuzes worden gemaakt.” Maar in de praktijk gebeurt dat nog niet altijd. Volgens Toonen wordt de vloerenpartij soms pas laat betrokken, wanneer ontwerp en budget al grotendeels vastliggen. “Dan is er weinig ruimte meer om echt te optimaliseren. Terwijl juist in de beginfase de grootste winst zit. Die positionering willen we de komende jaren ook nadrukkelijk internationaal uitrollen, omdat we zien dat de eisen aan logistieke vloeren wereldwijd toenemen, terwijl het kennisniveau niet overal gelijk is. Nederland loopt wat dat betreft voorop.” De juiste vraag stellen Die winst zit niet alleen in techniek, maar ook in het stellen van de juiste vraag. In het eigen kenniscentrum analyseert Van Berlo steeds vaker samen met opdrachtgevers wat er daadwerkelijk 60 - Logistiekvastgoed 2026 nodig is. Toonen: “De vraag is niet alleen: wat moet deze vloer vandaag kunnen? Maar ook: wat betekent dit voor een toekomstige gebruiker? Soms is het verstandig om aan de voorkant iets meer te investeren, zodat het pand later flexibeler inzetbaar is.” Van product naar concept Die bredere benadering komt samen in het Greymatter-concept, dat Van Berlo de afgelopen jaren ontwikkelde. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet alleen om beton, maar om een combinatie van ontwerp, materiaaltechnologie, duurzaamheid en levensduurbenadering. “Greymatter is geen product, maar een manier van denken over vloeren”, zegt Toonen. “Techniek, technologie en duurzaamheid komen daarin samen.” Milieubelasting verminderen Een belangrijk onderdeel is de betonreceptuur zelf. Door minder cement en water te gebruiken en het mengsel nauwkeurig af te stemmen op de toepassing, ontstaat een vloer met minder krimp en een langere levensduur. Tegelijkertijd zorgt dit voor het verminderen van de milieubelasting, eventueel aangevuld door het gebruik van circulaire grondstoffen. Die vermindering van impact wordt onderbouwd met een life cycle assessment (LCA), waarin de impact van materialen, transport en uitvoering wordt meegenomen. Dat maakt het mogelijk om keuzes beter te onderbouwen en de CO₂-impact inzichtelijk te maken. Volgens Van Berlo gaat het daarbij niet alleen om de vloer zelf, maar om de totale levenscyclus. “De focus verschuift van investeringskosten naar total cost of ownership”, zegt Toonen. “Een vloer zonder voegen vraagt minder onderhoud, veroorzaakt minder slijtage aan materieel en leidt tot minder stilstand. Dat heeft direct effect op de exploitatie.”
SEGRO Park Amsterdam Airport – Greymatter Praktijkvoorbeelden Die benadering komt terug in recente projecten. In Lelystad werkt Van Berlo, in opdracht van Bouwbedrijf Van de Ven, aan het distributiecentrum van Bestseller, een grootschalig en sterk geautomatiseerd complex met hoge duurzaamheidseisen. Voor dit project werd het oorspronkelijke ontwerp van de paalfundering en vloer herzien en vervangen door een oplossing met de Van Berlo Mini Vibropalen en een Greymatter-vloer. De eisen aan het vloer¬gedrag waren vanwege de automatisering bijzonder hoog. In samenwerking met de automatiseringspartij werd het ontwerp daarop afgestemd. Ook op SEGRO Park Amsterdam Airport speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Voor vier logistieke units verzorgde Van Berlo, in opdracht van De Vries en Verburg, de vloeren en paalfundering. Daarbij zijn gerecyclede grondstoffen van Urban Mine gebruikt, waardoor er minder nieuwe (primaire) materialen nodig zijn en de CO₂-uitstoot verder wordt verlaagd. Dat vraagt om extra zorgvuldigheid. “De eigenschappen van gerecyclede materialen beïnvloeden het gedrag van het beton,” zegt Toonen. “Dat betekent: meer aandacht in het ontwerp en tijdens de uitvoering.” LCW Bestseller Lelystad – Greymatter ‘Wij zijn een kennispartner die verantwoordelijkheid neemt tot en met de uitvoering’ Een derde voorbeeld is de herontwikkeling van een distributielocatie van ProDelta in Etten-Leur. Het project wordt gefaseerd uitgevoerd op een bestaande locatie, waarbij Van Berlo, in opdracht van VDR Bouwgroep, verantwoordelijk is voor zowel de fundering van het gebouw als de vloer. In de eerste bouwfase wordt gewerkt met primaire grondstoffen, in de tweede fase wordt gekeken naar de inzet van circulaire materialen van Everox. “Dat geeft ons de ruimte om te onderzoeken wat er technisch nodig is om die stap verantwoord te zetten”, aldus Toonen. Standaard in wording Volgens Van Berlo is de ontwikkeling richting integrale en duurzame vloerconcepten onomkeerbaar. De combinatie van strengere regelgeving, duurzaamheidsdoelstellingen en toenemende automatisering dwingt opdrachtgevers om anders naar de vloer te kijken. Toonen verwacht dat oplossingen als Greymatter op termijn de standaard worden. “Het is misschien iets duurder in aanleg, maar over de levensduur verdwijnt dat verschil. Bovendien wordt duurzaamheid steeds vaker een harde eis. Dan kom je vanzelf bij dit soort oplossingen uit.” Toonen ziet dat besef langzaam groeien in de markt. “De vloer wordt niet langer gezien als sluitpost, maar als onderdeel van het primaire proces. Dat vraagt om andere keuzes en om andere gesprekken aan de voorkant van het project.” Daar ligt dan ook de grootste verandering. Niet zozeer in het beton zelf, maar in de manier waarop ernaar wordt gekeken. De vloer is geen eindproduct meer, maar een integraal onderdeel van het logistieke systeem – en daarmee van de prestaties van het gebouw als geheel. www.vanberlo.com ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 61
Sunrock verbindt opwek, opslag en laden in één energiesysteem Voor logistieke bedrijven wordt energie snel een strategisch vraagstuk. Netcongestie, stijgende netkosten en strengere eisen rond emissiereductie zetten de energievoorziening hoger op de agenda. Volgens Daan Terlingen-Roegiers van Sunrock ligt de oplossing in geïntegreerde energiesystemen waarin opwek, opslag, energiemanagement en het laden van elektrische trucks samenkomen. “Je moet zorgen dat je operatie kan blijven draaien, ook als de omstandigheden op de energiemarkt grillig zijn.” S EMS Het EMS stuurt de verschillende onderdelen van de energievoorziening aan en voorkomt dat een bedrijf over de contractcapaciteit van zijn netaansluiting heen gaat. “Je wilt geen brief van de netbeheerder dat je over je limiet bent gegaan. Dat is echt een bedreiging voor je operatie”, zegt Terlingen. Hoe zo’n energiemanagementsysteem eruitziet, verschilt per locatie. Het formaat van de netaansluiting, het 62 - Logistiekvastgoed 2026 unrock helpt logistieke en industriële bedrijven bij hun energievraagstuk met zonnepanelen, batterijen, laadpalen en/of een Energie Management Systeem (EMS). Volgens Terlingen verschuift de aandacht daarbij steeds meer van alleen het opwekken van energie naar slimme systeemintegratie. “We gaan nu dieper in op de vraag hoe je systemen slim laat samenwerken. Zeker als je ook elektrische vrachtwagens wilt laden.”
gecontracteerde vermogen, de opbrengst van zonnepanelen, eventuele batterijopslag, het gebouwverbruik en het laden van voertuigen kunnen allemaal op elkaar worden afgestemd. Dat kan relatief eenvoudig, bijvoorbeeld door pieken in het stroomverbruik af te vlakken of het eigen gebruik van zonnestroom te vergroten. Maar ook complexere toepassingen zijn mogelijk, waarbij weersvoorspellingen, sturing van energieverbruik, planningsdata van de klant en prijsschommelingen op de energiemarkt worden meegenomen. “We zoeken de beste oplossing door deze verschillende modules te stapelen.” Businesscase Vooral bij truck charging wordt die slimme aansturing belangrijk. De elektrificatie van het wegvervoer komt volgens Terlingen steeds nadrukkelijker op gang, mede doordat verladers en opdrachtgevers in contracten vastleggen dat een deel van het transport emissiearm of emissievrij moet worden uitgevoerd. Tegelijkertijd speelt ook de businesscase mee. Elektrisch rijden wordt interessanter door hogere lasten op fossiele brandstoffen en door regelingen waarmee bedrijven voordeel kunnen halen uit duurzaam geladen stroom. “Je ziet dat logistieke bedrijven er wel mee aan de slag moeten. Niet alleen vanuit duurzaamheid, maar ook voor hun concurrentiepositie.” Vermogensvraagstuk oplossen “Een mooi, recent voorbeeld is het project bij logistiek dienstverlener Westerman Multimodal Logistics. Op hun locatie in Nieuwleusen liggen al zonnepanelen van Sunrock op het dak. Op hun eigen laadplein zijn daar een EMS en twee truckladers van 360 kW aan toegevoegd. Daarmee ontstaat direct een technisch vraagstuk”, vertelt Terlingen. “Zo’n logistiek gebouw heeft in de basis vaak niet eens een piekverbruik van 360 kW. Met één trucklader heb je dus al meteen een serieus vermogensvraagstuk. Juist daarom moet de zonnestroom actief worden ingezet voor het laden van de vrachtwagens. Overdag kan dan meer direct worden geladen dan ’s nachts, wanneer er geen zonproductie is. De volgende stap in het project is een batterij, om de energiestromen nog beter te organiseren en tegelijkertijd meer ERE certificaten te genereren. Op dit moment zijn we hier druk mee bezig en we hopen rond de zomer deze te implementeren”. Emissiereductie-eenheden (ERE’s) Volgens Terlingen zit daar ook een deel van de financiële logica achter. Wie duurzaam opgewekte stroom rechtstreeks of via een batterij in een elektrische truck stopt, kan daarmee extra waarde creëren. Voor die duurzaam geladen elektriciteit kunnen namelijk zogeheten ERE’s Logistiekvastgoed 2026 - 63 ledig afhankelijk blijven van het elektriciteitsnet en van de energiemarkten. “Als je alleen een klassieke stroom- en gasaansluiting hebt, ben je compleet overgeleverd aan wat er in de wereld gebeurt.” Bedrijven die een groter deel van hun energie lokaal opwekken en slim aansturen, zijn minder gevoelig voor prijsschokken, netproblemen, oplopende belasting en transporttarieven. Ook de staat van het Nederlandse elektriciteitsnet speelt daarbij een rol. “Het net zit de komende jaren op veel plekken gewoon vast. Hoe meer energie je zelf kunt organiseren, hoe minder afhankelijk je daarvan bent.” Daan Terlingen-Roegiers “Hoe meer energie je zelf kunt organiseren, hoe minder afhankelijk je bent.” (Emissiereductie-eenheden) worden verkregen: verhandelbare certificaten voor duurzaam opgeladen voertuigen. Dat helpt om de investering in elektrische vrachtwagens beter rond te rekenen. “ERE’s zijn een belangrijk onderdeel van de business case van een truck.” Energiezekerheid Een ander actueel thema is energiezekerheid. Volgens Terlingen gaat het dan niet alleen over de wereldwijde energie instabiliteit, maar ook over de kwetsbaarheid van bedrijven die volBedrijven die willen investeren in duurzame energie of de uitbreiding daarvan, moeten er volgens Terlingen wel op tijd bij zijn. Een laadpaal of EMS kan relatief snel worden gerealiseerd, maar zodra ook zonnepanelen, batterijen of andere hardware nodig zijn, lopen de doorlooptijden op. Voor een volledig geïntegreerd systeem is een doorlooptijd van circa een half jaar realistisch. Sunrock blijft als beheerder of eigenaar van de installaties daarna langdurig betrokken. “Ik geloof niet zo in een project opleveren en dan klaar zijn. Je moet continue blijven beoordelen of je iets kunt verbeteren, uitbreiden of anders inregelen.” www.sunrock.com ‹‹
AI in logistiek vastgoed: van reactief naar voorspellend De logistieke vastgoedsector maakt een stille maar ingrijpende transformatie door. Logistiek vastgoed, lang beschouwd als passieve opslaginfrastructuur , worden intelligente, data-gedreven assets. Artificiële intelligentie (AI) is de motor achter die verschuiving, en de bedrijven die het snelst bewegen, herdefiniëren hoe logistiek vastgoed wordt geselecteerd, beheerd en geoptimaliseerd. “Traditionele magazijnindelingen zijn vaak ontworpen voor gemiddelde vraag. Dit betekent dat ze niet kloppen in het piekseizoen en verspillend zijn in rustige periodes.” aanzienlijk meer volume verwerken. Dat heeft directe gevolgen voor de vraag of een bedrijf extra opslagruimte moet huren of bestaande assets harder kan laten werken. In een markt waar logistieke huurprijzen in de Amsterdamse regio en de Randstad op recordhoogten staan, is dat onderscheid financieel zeer relevant. Slimmere locatiekeuze Het kiezen van de juiste magazijnlocatie was altijd een combinatie van gevoel, demografische data en huureconomie. AI verandert de rekensom volledig. Machine learning-modellen kunnen nu honderden variabelen tegelijk verwerken, zoals verkeerspatronen, last-mile bezorgkosten, arbeidsmarktdichtheid, energiebeschikbaarheid, bestemmingsplanrisico’s, netcapaciteit, e-commercevraagprognoses en locaties rangschikken op basis van de totale eigendomskosten over een horizon van tien jaar, in plaats van alleen de huur van vandaag per vierkante meter. Voor investeerders en gebruikers van logistiek vastgoed betekent dit minder dure vergissingen. Een distributiecentrum dat aantrekkelijk oogt qua huurprijs, maar in een congestiegevoelige corridor ligt, te maken krijgt met een krappe arbeidsmarkt of onvoldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen heeft, zal in de praktijk tegenvallen. AI-gedreven locatieanalyse maakt deze afwegingen zichtbaar 64 - Logistiekvastgoed 2026 vóórdat het huurcontract wordt getekend; niet erna. Dat scheelt niet alleen geld, maar ook tijd in een markt waar logistieke vastgoedkeuzes voor vijf tot tien jaar vastliggen. Dynamische ruimteplanning Zodra een locatie operationeel is, maakt AI een verschuiving mogelijk van statische plattegronden naar dynamische ruimtebenutting. Traditionele magazijnindelingen zijn vaak ontworpen voor gemiddelde vraag. Dit betekent dat ze niet kloppen in het piekseizoen en verspillend zijn in rustige periodes. AI-systemen die zijn gekoppeld aan warehouse management software (WMS) en ordermanagementsystemen kunnen de slotting continu heroptimaliseren: waar producten worden opgeslagen, hoe pickroutes lopen, waar buffervoorraad staat en hoe inkomende en uitgaande stromen op elkaar worden afgestemd. De bedrijfsimpact is tastbaar. De doorvoer neemt toe, het aantal arbeidsuren per order daalt, en hetzelfde fysieke vloeroppervlak kan Voorspellend onderhoud en assetbeheer Logistiek vastgoed is kapitaalintensief. Docklevelers, transportbanden, stellingkasten, klimaatbeheersing, verlichting en beveiligingsinfrastructuur slijten allemaal. Het traditionele model (repareren als het kapot is) leidt tot operationele verstoringen en onvoorspelbare onderhoudsbudgetten. AI-gestuurde voorspellende maintenance verandert dat door sensordata, gebruikspatronen en onderhoudshistorie te analyseren en dreigende storingen te signaleren voordat ze zich voordoen. Voor vastgoedbeheerders én gebruikers verlengt dit de levensduur van assets, vermindert het ongeplande stilstand en maakt het energieverbruik voorspelbaarder. Dat laatste wordt een steeds grotere prioriteit nu energiekosten structureel hoog blijven en de duurzaamheidsrapportageverplichtingen in Europa onder meer via CSRD verder aanscherpen. Een magazijn dat zijn energieverbruik niet kan monitoren en optimaliseren, loopt achter op zowel kostenbeheersing als compliance.
wordt dit soort dynamische zichtbaarheid een concurrentievoorwaarde in plaats van een luxe. Wie zijn portefeuille nog beheert op basis van jaarlijkse reviews en statische bezettingsdata, speelt het spel met een verouderde kaart. De menselijke kant van AI-adoptie Dit alles werkt niet zonder mensen die zowel de technologie als de operationele werkelijkheid van logistiek vastgoed en operations begrijpen. Het risico in logistiek vastgoed is niet dat AI het oordeel vervangt. Het risico is dat bedrijven investeren in AI-tools zonder even zwaar te investeren in het talent om te handelen op wat die tools opleveren. Datakwaliteit, systeemintegratie en verandermanagement zijn consequent de plekken waar AI-implementaties vastlopen. Lease- en portefeuilleoptimalisatie Op portefeuilleniveau geeft AI logistiek vastgoedbeheerders een instrument dat geen spreadsheet kan evenaren: het vermogen om complexe onderlinge afhankelijkheden tussen tientallen locaties tegelijk te modelleren. Welke vestigingen worden onderbenut? Waar overtreft de vraag de capaciteit? Welke huurcontracten lopen af in een markt waar de tarieven bewegen? Wat gebeurt er met het netwerk als een sleutellocatie uitvalt? AI-gedreven portefeuilleplatforms kunnen deze scenario’s continu doorrekenen en opkomende mismatches tussen het logistieke vastgoednetwerk en de vraagpatronen vroegtijdig signaleren. Voor logistieke dienstverleners die grote, multi-client distributienetwerken beheren, De bedrijven die het meeste uit AI halen in logistiek vastgoed, behandelen het als een operationele kerncompetentie, niet als een IT-project. Ze beginnen met een specifiek, hoogwaardig probleem, zoals het voorspellen van ruimtevraag, het verlagen van energiekosten, het elimineren van onderhoudsproblemen, bewijzen de waarde, en schalen dan op. Het magazijn van de toekomst is niet groter. Het is slimmer. En het intelligentievoordeel scheidt nu al de koplopers van de achterblijvers. Walther Ploos van Amstel ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 65
SAMEN MAKEN WIJ FLEVOKUST HAVEN In het noorden van Lelystad ontstaat de skyline van Flevokust Haven. Met het grootste bouwwerk van Nederland in aanbouw, het DC van JYSK én een enorm toekomstbesteding distributiecentrum van het Deense concern BESTSELLER. Later wordt hier nog het pand van bol aan toegevoegd. De komst van dit rijtje grote namen betekent een enorme impuls voor de regio. “Maar dat niet alleen, deze bedrijven willen zich ook écht verbinden aan de stad. Samen toekomstgericht, dat is waar Flevokust Haven voor staat”, zegt Carolien Gase, acquisiteur van de gemeente. Unieke ligging, perfecte verbindingen Flevokust Haven is een opvallend bedrijventerrein. Om te beginnen is de ligging uniek: centraal in Nederland, aan het water met belangrijke verbindingen met Amsterdam, Rotterdam, het noorden van Nederland en Duitsland. Vlakbij het spoor, de snelweg om de hoek en de luchthaven in de nabijheid. Met bovendien de Maxima-centrale op steenworpafstand. Daarnaast zijn de voorwaarden van het innovatieve bedrijventerrein gunstig gebleken. Sterker nog, er is geen ander bedrijventerrein in de regio met dezelfde voorwaarden: zeer grote kavels, een bouwhoogte tot maar liefst 40 meter en een hoge milieucategorie. Uniek is het havengebonden karakter en de mogelijkheid van de op- en overslag van goederen, de import en export via de grote (zee)havens en de combinatie van de verschillende vervoersstromen. Niet alleen de bedrijven op Flevokust Haven profiteren hiervan; ook de bedrijven uit andere delen van Lelystad en de regio maken gebruik van de mogelijkheden om via het water te vervoeren. Of om via de haven per vrachtwagen verder te vervoeren. ‘We investeren in groei, duurzaamheid en verbondenheid met de stad’ Duurzaamheid hoog in het vaandel In de nabije toekomst wil Flevokust Haven een BREEAM-gecertificeerd bedrijventerrein zijn. Dit is het wereldwijd erkende duurzaamheidskeurmerk voor gebiedsontwikkeling. Materiaalgebruik, hergebruik van grondstoffen en duurzame alternatieven staan hierbij centraal. Maar het gaat ook om het creëren van de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige ontwikkeling. Hoewel het geen voorwaarde is, verwelkomt de gemeente bedrijven met dezelfde ambitie. Plannen en ambities De komende jaren staan in het teken van duurzame groei op elk gebied. Ontwikkelen, bouwen, vestigen en verbinden. Het bedrijventerrein wordt optimaal aangesloten op de uitvalswegen en de infrastructuur op het terrein zelf wordt aangelegd. Met de komst van de bedrijven krijgt ook de werkgelegenheid een flinke impuls; er ontstaan allemaal mooie banen van allerlei niveaus. Van instapfuncties tot serieuze carrièrekansen. Daarvoor zoeken de bedrijven (nu al) actief de samenwerking met elkaar, met betrokken partijen in de regio en de gemeente Lelystad. Ook zoeken ze de aansluiting met het onderwijs en het lokale bedrijfsleven om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen voor nu en de toekomst. Samen maken wij Flevokust Haven “Als gemeente creëer je de randvoorwaarden, zorg je voor verbinding en faciliteer je waar mogelijk: uiteindelijk moeten de bedrijven het zelf doen”, aldus Carolien. “Samen maken wij Flevokust Haven.” Met dat in het achterhoofd worden de voorbereidingen voor parkmanagement getroffen. Building a future-proof Business Park www.flevokusthaven.nl
Strategische last-mile logistieke multimodale cityhub aan de rand van het centrum van Amsterdam. CTPark Amsterdam City combineert uitstekende bereikbaarheid voor emissievrij vervoer over weg en water met directe toegang tot het stedelijk distributienetwerk. De locatie aan de Ankerweg biedt een unieke positie tussen haven, ring A10 en het centrum van Amsterdam. Nieuwe mogelijkheden op deze locatie • PGS 37-2 gecertificeerd voor grootschalige batterijopslag • 10 MW stroomcapaciteit beschikbaar • Ideaal voor energie-intensieve activiteiten Perfect voor last-mile distributie • Directe verbinding met ring A10 • Snelle toegang tot centrum Amsterdam • Last mile levering mogelijk met de City Container • Nog een aantal units beschikbaar Meer informatie? Neem contact op: Harm van der Weiden - CTP T (06) 15 20 46 33 E harm.vanderweiden@ctp.eu Robert Tiemens - INDUSTRIAL real estate partners T +31 6 51 41 21 03 E robert.tiemens@industrial.nl CTPark Amsterdam City Ankerweg 18, 1041 AT Amsterdam ctp.eu
GreenPoint Veghel Goed onderweg naar 100 Clean Energy Hubs in een veranderende markt Een Clean Energy Hub (CEH) is een openbaar toegankelijke tank-, laad- of bunkerfaciliteit die minimaal één hernieuwbare brandstof (HVO100, bioCNG en bioLNG) en minimaal één zero-emissie energiedrager (elektrisch, waterstof) aanbiedt. Het is belangrijk te weten dat iedere energiedrager of hernieuwbare brandstof ook zijn eigen transitie kent naar 100% ‘groen’. Afhankelijk van de lokale omstandigheden kunnen verschillende koppelkansen meegenomen worden. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie met andere faciliteiten, zoals horeca, duurzame truckwash, betaalbare overnachtingsplaatsen/truckparkings, digitaliseringsoplossingen, walstroom, vergaderruimtes, werkplekken, openbaar vervoervoorzieningen, ontkoppelpunten, voorzieningen voor pakketdiensten en voorzieningen voor binnenstedelijke distributie. 68 - Logistiekvastgoed 2026 T egenwoordig wordt ook gevraagd naar ruimten voor bouwlogistiek en opslagplaatsen voor defensie. Ook bij deze activiteiten is het belangrijk voorzieningen te hebben om te laden en/of te tanken. Iedere CEH is maatwerk. Er is geen blauwdruk voor een complete CEH. De ideale locatie van een CEH is gelegen bij de ontsluiting van een bedrijventerrein of distributiepark, tussen de hoofdweg en de betreffende locatie. Wetende dat 95% van het goederenvervoer van en naar deze locaties gaat. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de doelstelling van de European Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR) – de Verordening betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Het is belangrijk het kip-ei-probleem op te lossen, dat al jaren speelt bij het verduurzamen van het wegtransport. Vervoerders aarzelen om te investeren in schone voertuigen zonder een voldoende dekkend netwerk van mogelijkheden, terwijl energieleveranciers terughoudend zijn om te investeren in infrastructuur zonder gegarandeerde vraag. In dit programma zetten we ons daarom in voor de komst van een landelijk dekkend netwerk van CEH’s.
Veranderende omstandigheden De definitie van een CEH is in de loop van de jaren op een paar punten aangepast. Net zoals er in de energietransitie geanticipeerd moet worden op ontwikkelingen, moeten wij dat als programma ook! Een van de doelstellingen is honderd Clean Energy Hubs in 2030 in een landelijke dekkend netwerk. De ontwikkelingen in de markt, maar ook ten aanzien van wereldpolitiek en netcongestie maken dat deze doelstellingen constant gemonitord en bijgesteld moeten worden. De laatste jaren is er vooral veel focus geweest op elektrisch rijden en waterstof als zero-emissie-oplossingen. Het blijkt nu, dat deze oplossingen langer op zich laten wachten dan oorspronkelijk gedacht. Door deze omstandigheden zullen alle zeilen bijgezet moeten worden om de emissies verder terug te dringen. De komende jaren lijkt de inzet van bioCNG en bioLNG zeer veelbelovend, omdat er langjarige vastgestelde prijsafspraken gemaakt kunnen worden waardoor de TCO’s ten opzichte van het gebruik van de momenteel dure diesel erg gunstig uitvallen. Kansen benutten Het idee achter het maatwerk is, dat de CEH’s met hun aanbod van alternatieve energiedragers bijdragen aan de verduurzaming van het goederenvervoer. De combinatie van functies maakt het mogelijk om het aanbieden van alternatieve energiedragers nu al commercieel aantrekkelijk en haalbaar te maken, ondanks het op dit moment nog geringe aantal afnemers. Het is belangrijk om te beseffen dat de grond in Nederland schaars en duur is. Door een aantal zaken samen te brengen creëer je een soort van facility center voor bedrijvenparken en distributiecentra. Het is noodzakelijk de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Op zichzelf staande oplossingen nemen uiteindelijk veel meer ruimte in en zorgen voor inefficiënt gebruik van de schaarse ruimte. Daarnaast betekent het, dat er onnodig (veel zoek-)verkeer op deze terreinen ontstaat, wat leidt tot meer voertuigbewegingen, zwaardere belasting van (kwetsbare) infrastructuur en kunstwerken (zoals brugClean Energy Hub, Kuster Olie Groenlo Theo Heinink en Françoise van den Broek gen en viaducten) en een grotere kans op onveilige situaties. Mede doordat licht verkeer (voetgangers, fietsers, brommers/ scooters en personenauto’s) zich vermengt met zwaar goederenvervoer op deze terreinen. Omgevingsvisie Provincies kunnen een belangrijke sturende rol spelen door het concept van CEH’s in hun omgevingsvisies op te nemen. De provincie Gelderland heeft de aanwezigheid van Clean Energy Hubs bij bedrijvenparken en distributiecentra inmiddels in de omgevingsvisie opgenomen. In de omgevingsvisie van de provincie Gelderland staat het volgende opgenomen: “We wijzen logistieke knooppunten aan waar logistieke activiteiten en ondersteunende voorzieningen zich concentreren, zoals truckparkings, Clean Energy Hubs, energie-infrastructuur, huisvesting voor arbeidsmigranten en voorzieningen voor stadsdistributie”. Logistiekvastgoed 2026 - 69
“We werken aan opstelplaatsen voor vrachtwagens langs corridors (truckparking), gecombineerd met laadinfrastructuur, en een dekkend netwerk van Clean Energy Hubs. In Gelderland is er een tekort aan ruim 700 vrachtwagenparkeerplaatsen. We zijn in gesprek met Rijkswaterstaat om een deel van deze behoefte langs het hoofdwegennet in te vullen op de verzorgingsplaatsen”. Samenwerken Wij zetten ons in om de infrastructuur te creeren die transporteurs nodig hebben voor het verduurzamen van hun wagenpark. Met hen gaan we ook actief en vaak één-op-één het gesprek aan over de kansen en mogelijkheden om te verduurzamen. Op die manier horen wij wat hen echt beweegt of waarover zij zich zorgen maken. Deze signalen vertalen wij richting beleidsadvies. Wij willen overheden en bedrijfsleven graag helpen om samen te zorgen dat de CEH’s op plekken komen die praktisch en aantrekkelijk zijn voor transportbedrijven, exploitanten en omgeving. Op de website https://www.gelderland.nl/ projecten/clean-energy-hub staat daarvoor een nuttig hulpmiddel, de Locatietool. Ondernemers en uiteraard ook andere geïnteresseerde partijen, kunnen daarmee de kansrijke locaties in Nederland voor de aanleg van een CEH bekijken en kwetsbare natuur (zoals Natura 2000-gebieden) mijden. Commercieel gevoelige informatie wordt niet op de Locatietool gedeeld. Daarom is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente op het moment dat de plannen een meer concrete vorm gaan aannemen. Er schuilt een grote uitdaging in de ontwikkeling van adequate infrastructuur om duurzame energie efficiënt op te slaan en te distribueren. De initiële kosten om te komen tot een voldoende dekkende infrastructuur met bijbehorende vraag zijn hoog. De Europese Unie streeft ernaar om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn (Europese klimaatwet Fit for 55). Deze ambitieuze doelstelling vereist een grootschalige energietransitie waarbij fossiele brandstoffen worden vervangen door duurzame alternatieven. In de transportsector zijn aanzienlijke investeringen, maar ook technologische innovaties nodig om deze energietransitie mogelijk te maken. CEH’s kunnen hierin een cruciale rol spelen. Haalbaar, schaalbaar en betaalbaar Ons motto is, dat we de noodzakelijke verduurzaming tot stand kunnen brengen als de keuzes die gemaakt moeten worden haalbaar, schaalbaar en betaalbaar zijn. Het programma CEH’s is een samenwerking tussen de twaalf Nederlandse provincies, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Het initiatief maakt deel uit van het BO MIRT-programma (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Topcorridors en richt zich behalve op het wegvervoer ook op de binnenvaart. Het programma vindt zijn oorsprong bij de provincie Gelderland. Het programmateam werkt nu namens alle provincies en is losgemaakt van de provincie Gelderland om op die manier ook haar onafhankelijkheid te waarborgen. Bij ieder van de twaalf provincies is er iemand actief binnen het programma CEH. Dit is voor ons de linking pin naar de vele andere beleidsterreinen die ook betrokkenheid hebben (Mobiliteit/ Verkeer & Vervoer, Ruimte, Economie, Energie, etc.). We trekken samen op, delen kennis en informatie en ontwikkelen de visie en de te volgen strategie. Op dit moment zijn wij druk bezig met het ontwikkelen van een eigen website voor de CEH’s. Verbindingen leggen Als business developer van het programma CEH’s is Theo Heinink de schakel tussen politiek en het bedrijfsleven. Hij legt verbindingen tussen partijen en zorgt samen met de provincies dat er op de meest kansrijke locaties ontwikkelingen met CEH’s kunnen plaatsvinden. De kennis die met dit programma wordt opgedaan wordt ook gedeeld met andere Europese landen met wie wordt samengewerkt via de internationale goederencorridors. Binnenvaart Voor wat betreft de binnenvaart trekt Françoise van den Broek de kar vanuit het programma. Ook hier bestaan koppelkansen op locaties waar gebunkerd en bijvoorbeeld batterijen gewisseld worden ten behoeve van het batterij-elektrisch varen. Verder zoeken wij koppelkansen met andere opgaven ter verbetering van de infrastructuur en voorzieningen voor de binnenvaart (kademuren, ontgassen, overnachtingsplaatsen, walstroom en het bunkeren van schoon water). De locaties van CEH’s voor de binnenvaart zijn strategisch gekozen op basis van huidige en toekomstige behoeften. Hierbij wordt reke70 - Logistiekvastgoed 2026
technieken doorontwikkeld zijn. Als voor de lange afstand elektrisch of waterstof (nog) niet haalbaar zijn is het verstandig om nu wel vast in te zetten op de hernieuwbare brandstoffen. Wachten levert ons nu niets op en geeft nog steeds een onzekere toekomst. Zonder grote investeringen te doen kunnen al forse stappen gezet worden door gebruik te maken van biodiesel (HVO100) in het bestaande wagenpark en groengas (bioCNG en bioLNG). Bij gefaseerde vervanging van het wagenpark worden op deze manier de benodigde transitiestappen gezet, waarbij voorkomen wordt dat partijen in fossiel blijven hangen. AVIA Rilland ning gehouden met marktsegmenten zoals de hoofdvaarwegen, havengebonden locaties, scheepstypen en routes, zodat de voorzieningen zich bevinden op plekken waar de grootste impact kan worden bereikt. Samenwerking en afstemming tussen overheden, havenautoriteiten en marktspelers is essentieel voor de succesvolle implementatie van CEH’s. Het is belangrijk dat er voor de binnenvaart niet één netwerk van CEH’s zal zijn, maar meerdere netwerken. Ga uit van feiten en cijfers Om stappen te kunnen zetten met het verduurzamen van het goederenvervoer over de weg en het water is het belangrijk om de trends en ontwikkelingen in de markt te volgen. Er is niet één ‘silver bullet’. Net als nu, hebben wij de overtuiging dat er ook in de toekomst een mix van hernieuwbare brandstoffen en zero-emissie energiedragers nodig zal zijn om aan alle doelstellingen te voldoen. Dit heeft o.a. te maken met de ritkenmerken (de afgelegde afstand, het vervoerd gewicht en het aantal deelritten, maar ook of het langeafstandsritten zijn in het buitenland (het landschap, de daar beschikbare fysieke infrastructuur)). Als ondernemer moet je verschillende alternatieven goed door kunnen rekenen om te bepalen wat in jouw situatie mogelijk is. Vanuit ons programma hebben we niet alleen intensief contact met de landelijke en regionale overheden en vele marktpartijen maar zitten we ook aan tafel bij internationale overheden en programma’s om te pleiten voor uniforme regelgeving en een gelijk speelveld. Tegelijkertijd laten wij ons informeren over keuzes die elders worden gemaakt om het goederenvervoer te verduurzamen. Zo proberen we door kruisbestuiving en kennisuitwisseling de noodzakelijke transitiestappen voor elkaar te krijgen. Well-to-Wheel en Tank-to-Wheel Daarnaast is het belangrijk om in (inter-)nationaal verband goede afspraken te maken. Het principe Zero Emission als norm kan op twee manieren worden uitgelegd. Volgens het Tankto-Wheel principe (alleen emissies vanuit ‘de uitlaat’) of het Well-to-Wheel principe (ook de emissies die ontstaan bij productie, transport, gebruik en recycling van het voertuig en de energiedragers). Op welke brandstof of met welke energiedrager je ook rijdt, er komen op basis van het Well-to-Wheel principe altijd emissies vrij. Door de juiste stappen te zetten in het transitiepad, kunnen de beste keuzes gemaakt worden. Maak realistische afspraken Sommige gemeenten willen alleen een vergunning verlenen als een CEH alleen nog maar hernieuwbare brandstoffen en zero-emissie energiedragers aanbiedt en fossiele brandstoffen afzweert. Het resultaat is dat er voorlopig geen CEH komt, want zonder fossiele brandstoffen is een CEH op dit moment nog niet levensvatbaar. Biobrandstoffen zullen ook een belangrijke rol spelen in het transport om de klimaatdoelstellingen van 2030 en daarna te kunnen halen. Omgekeerd kan het voor ondernemers wel interessant zijn om nu alvast vergunningen aan te vragen voor toekomstige alternatieven. Dat scheelt straks tijd en moeite als deze wel haalbaar en schaalbaar worden. We doen er goed aan de kansen te pakken die er liggen in plaats van af te wachten tot nieuwe Goede gesprekken We zullen het nu en nog heel wat jaren, echt moeten doen met de beschikbare mix aan hernieuwbare brandstoffen en energiedragers. Er is niet één alternatief, er zijn er meer en die zijn allemaal nodig om stappen te kunnen zetten in het verduurzamen van, in dit geval, het goederenvervoer. Daarom is de inzet op haalbaar, schaalbaar en betaalbaar. Het belang van die mix hoeven wij ondernemers nooit uit te leggen. Die komen weer met andere vragen. Subsidies ten behoeve van Haalbaarheidsonderzoeken van CEH’s Medio 2026 ontvangen de leden van het programma CEH’s (lees de provincies) een bijdrage van het Rijk om een provinciale subsidieregeling in te richten waarmee o.a. een deel van de kosten van haalbaarheidsonderzoeken gefinancierd kunnen worden. Dat kan zijn voor locaties aan de weg, maar ook aan het water. Met deze middelen kan voor 50% worden bijgedragen in de kosten (maximaal € 40.000). Het resterende deel komt vanuit de regio en het bedrijfsleven, zodat iedereen ook in een ‘doe-stand’ komt te staan. De gelden worden beschikbaar gesteld via de eigen provincie. In deze haalbaarheidsonderzoeken dienen koppelkansen, specifieke behoeften en alle aanverwante zaken worden meegenomen. Voor vragen kan altijd contact met het programmateam worden opgenomen met Theo Heinink via t.heinink@gelderland.nl tel. (06) 528 02 026 of Françoise van den Broek via f.vandenbroek@gelderland.nl tel. (06) 528 02 524. ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 71
Veel bedrijfshallen op industrieterreinen stammen uit de jaren 80 en 90 en vormen al snel een bottleneck. Ze zijn vaak niet hoog genoeg, slecht geïsoleerd en flink gedateerd. Wie hiervan af wil, staat voor de keuze: nieuwbouw of renovatie? T.C. v.d. Dool bv heeft een antwoord: dakverhoging en slimme renovatie. T.C. v.d. Dool bv tilt bedrijfsruimten naar hoog niveau H et revitaliseren en verduurzamen van bedrijfsterreinen is een flinke opgave. “En dat is precies wat we doen”, zegt Vincent van den Dool, directeureigenaar van T.C. v.d. Dool bv, specialist in dakverhoging en renovatie van bedrijfsruimten. “Veel bedrijfspanden op bestaande industrieterreinen zijn laag en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd”, zegt technisch-directeur en mede-eigenaar Marco van Ardenne. “Het verhogen van het dak kan dan een goede oplossing zijn.” Van den Dool: “Extra hoogte maakt een pand meer geschikt voor uiteenlopende bedrijfsactiviteiten, van logistiek en opslag tot productie en assemblage.” Hoogte is niet het enige wat ontbreekt aan deze vaak verouderde bedrijfspanden. Ze ontberen ook goede isolatie, moderne installaties en een representatieve uitstraling. “Wij moderniseren en verduurzamen bedrijfsruimten volledig met behoud van de bestaande constructie en fundering.” En dat is exact de meerwaarde van renovatie boven nieuwbouw: voortbouwen op bestaand. Renovatie kostenbesparend en duurzaam De argumenten voor dakverhoging en renovatie boven nieuwbouw zijn evident. “De kosten zijn veel lager”, zegt Van Ardenne. “Ga maar na, de fundering, constructie, het leidingwerk, aansluitingen, alles blijft intact. We verbruiken 72 - Logistiekvastgoed 2026 daardoor veel minder materiaal: 70% wordt hergebruikt. Dat is ook duurzamer door minder CO2, dankzij minder transport en minder productie. Er is ook geen stikstofprobleem, want je situeert alles op dezelfde locatie. En we bouwen sneller: in een derde van de tijd.” “Maar”, werpt Van den Dool op. “soms valt nieuwbouw gunstiger uit. Dan zijn we daar ook eerlijk over. We starten altijd met een nauwkeurige schouw. Vervolgens berekent onze eigen constructeur wat er mogelijk en nodig is. Dat beschrijven we in een transparante offerte. Na akkoord produceren we de staalconstructies in huis. Het gehele bouwkundige Waalwijk Van der Valk Shipyards Zes meter dakverhoging: van 8 naar 14 meter voor jachtbouwer Van der Valk. Volledig nieuwe beplating en constructieve aanpassingen. Zes meter in één lift was nieuw: T.C. v.d. Dool bedacht hiervoor een oplossing ter plaatse. Tevens volledige renovatie. Resultaat: ook de grote jachten worden voortaan in z’n geheel in dezelfde hal gebouwd. YouTube: Van der Valk verhogen en renovatie
YouTtube: Almere Bolderweg 30 verhogen en renovatie Vincent van den Dool en Marco van Ardenne Almere Bolderweg 30 Voormalig distributiecentrum: in totaal 5.000 m2 gerenoveerd, waarvan 2.352 m2 dak met 4 meter verhoogd. Volledige technische upgrade: klimaat, verlichting, energie. Betere isolatie, sandwichpanelen, dak verstevigd voor zonnepanelen. Resultaat: moderne, toekomstbestendige bedrijfsruimte. traject coördineren we. Onze eigen monteurs zorgen voor de realisatie ter plaatse, overal in Nederland en België.” Uniek vakmanschap Dat T.C. v.d. Dool met veel eigen mensen werkt, is niet verwonderlijk. Dakverhoging is specialistenwerk. En het engineeren van het hele project blijft in huis. Het bedrijf ontwikkelde hiervoor door de jaren zelf unieke werkwijzen, gereedschappen en hydraulische appratuur. Hoe werkt het? Het bovenste deel van een gebouw wordt losgekoppeld, de doorgezaagde kolommen worden met hydraulische vijzels op oliedruk omhoog gedrukt - tot zes meter in één keeren voorzien van het benodigde staalwerk. “Voor een jachtenbouwer uit Monnickendam moest een hal van 9 meter nog eens 3 meter omhoog. Daar maakten we een tijdelijke verdiepingsvloer om van daaraf het dak verder omhoog te duwen. Onder de vloer kon het werk bovendien redelijk ongestoord doorgaan”, vertelt Van Ardenne. Het toont de innovatieve kracht van het bedrijf. Van den Dool: “We zijn gespecialiseerd in maatwerk, waarbij geen project te complex is. Dankzij onze jarenlange technische kennis, praktisch inzicht en een flexibel team kunnen we snel schakelen. Zodat onze oplossingen altijd aansluiten op de specifieke wensen van de opdrachtgever.” Logistiekvastgoed 2026 - 73 90 jaar expertise De expertise van T.C. v.d. Dool komt voort uit jarenlange ontwikkeling. In 1934 werd de provinciale weg naar Delft aangelegd. Het tuinbouwbedrijf van opa Van den Dool moest ervoor wijken. Hij verzon hoe hij zijn druivenkas, met de staalconstructie in delen, via rails kon verplaatsen. Al snel vroegen collega-tuinders hetzelfde voor hen te doen. Het was de start van T.C. v.d. Dool bv. In de jaren 60 ging de kassenbouw vervolgens letterlijk de lucht in, toen tuinders omschakelden naar telen op hoge draad. Kassen werden steeds groter en het verhogen werd vaak in combinatie met nieuwbouw gedaan. “En dat is wat we eigenlijk nog steeds doen: staalconstructies begrijpen, berekenen, produceren en monteren. Alleen dan groter, zwaarder en moderner. En allang niet meer alleen in de kassenbouw”, aldus Van den Dool. Inmiddels beschikt het bedrijf over precisievijzels die tot 36 ton per stuk omhoog duwen. Compleet in renovatie en verduurzaming Prima, dan staat het dak omhoog. Maar de gevel moet ook weer dicht. Uiteraard is ook de afwerking in goede handen. “We realiseren volledig nieuwe beplating inclusief isolatie. Maar bijvoorbeeld ook dakverzwaring, omdat bestaande daken vaak niet stevig genoeg zijn voor zonnepanelen.” En moeten er kolommen of deuren verplaatst of verwijderd? Ook daarvoor is T.C. v.d. Dool het juiste adres: compleet in renovatie en verduur zaming van bedrijfsruimten. Bekijk de projectvideo’s op het YouTube-kanaal. www.tcvddool.nl ‹‹ YouTube: T.C. v.d. Dool
“Wie automatiseert, moet ook reinigen automatiseren” In moderne distributiecentra draait alles om snelheid. Vastgoedeigenaren en exploitanten investeren miljoenen in automatisering om output te maximaliseren en foutmarges te minimaliseren. Toch blijft één onderdeel opvallend traditioneel: vloerreiniging. Volgens Danny Grooters van Innovi wringt daar iets fundamenteels. “De vervuiling bouwt zich op. En daardoor krijg je storingen in de productielijnen,” zegt hij. “Dat is geen schoonmaakprobleem. Dat raakt direct je uptime.” nnovi levert in Nederland de autonome schoonmaakrobots van Gausium, specifiek voor industriële omgevingen. De focus ligt niet op blinkende vloeren, maar op continuïteit, veiligheid en rendement. I Terugverdientijd schoonmaakrobot binnen een jaar Danny Grooters onderbouwt dat met harde cijfers. In veel warehouses rekent hij met schoonmaakkosten van gemiddeld 45 euro per uur. Zelfs wanneer hij conservatief met 30 euro per uur rekent, loopt het voordeel snel op. “Dan kun je met een autonome schoonmaakrobot al honderden euro’s per dag vrijspelen,” zegt hij. De investering varieert, afhankelijk van het type machine, van circa 15.000 euro voor een kleinere uitvoering tot 30.000 à 40.000 euro voor de grotere industriële varianten. Volgens Grooters ligt de terugverdientijd in veel gevallen binnen één jaar. In omgevingen waar vervuiling direct storingen veroorzaakt in geautomatiseerde processen kan dat effect nog sneller zichtbaar worden. Inmiddels draaien er zo’n zestig robots bij uiteenlopende klanten in het veld. De lijn groeit snel. Voor Grooters bevestigen die aantallen vooral één ding: schoonmaak verschuift van facilitaire bijzaak naar meetbare procesfactor. Stof als stille verstoringsfactor In een warehouse van 40.000 vierkante meter ontstaat dagelijks vervuiling. Kartonvezels laten los bij orderpicking, pallets splinteren, fijnstof dwarrelt neer op vloer en railsystemen. Eén kleine storing kan een ketenreactie veroorzaken. Grooters noemt een bezoek aan een groot logistiek centrum in Venlo. De hal telt duizenden vierkante meters, pickrobots bewegen autonoom door smalle gangen. “Als zo’n systeem stilvalt door vervuiling, verlies je direct capaciteit. Dat zie je niet terug in het schoonmaakbudget, maar wel in je output.” Van sluitpost naar structureel proces In veel distrsibutiecentra vindt vloerreiniging plaats aan het einde van een dienst. Medewerkers pakken een schrobzuigmachine, rijden een ronde en sluiten af. Het resultaat hangt af van tijd, motivatie en planning. “Medewerkers willen na hun dienst naar huis,” zegt Grooters. “Schoonmaak gebeurt dan wel, maar niet altijd consequent of op het juiste moment.” Autonome schoonmaakrobots veranderen dat patroon. De locatie wordt vooraf ingemapt, zones krijgen een eigen programma en intensiteit. De robot weet waar hij mag komen, herkent obstakels en registreert zijn 74 - Logistiekvastgoed 2026
prestaties. In een rechttoe rechtaan warehouse reinigt hij volgens Innovi circa negentig procent van het vloeroppervlak zelfstandig. Medewerkers richten zich op controle en detailwerk. Cobot zorgt voor continu schoonmaakproces Grooters spreekt bewust over een cobot. “De robot neemt het zware vloerwerk over. De medewerker houdt regie en verzorgt de laatste meters.” Daarmee verschuift schoonmaak van incidentele handeling naar continu proces. Dat effect ontstaat niet doordat personeel verdwijnt, maar doordat medewerkers andere taken oppakken. Robots werken ’s nachts, draaien tussen shifts en melden hun prestaties digitaal terug. Voor assetmanagers betekent dat voorspelbaarheid. Minder ad-hoc storingen, minder variatie in schoonmaakniveau en meer grip op onderhoudskosten. Arbeidskrapte als structurele factor De arbeidsmarkt vormt een tweede drijfveer. Schoonmaakwerk in industriële omgevingen trekt weinig personeel. Vergrijzing vergroot de druk. “Iedereen voelt dat probleem,” zegt Grooters. “Schoonmaken hoort erbij, maar niemand staat te springen.” Robotisering biedt hier geen vervanging van mensen, maar ontlasting van zwaar, repeterend werk. De inzet verhoogt frequentie en kwaliteit, terwijl medewerkers zich richten op controle, logistieke taken of technisch onderhoud. Een gebouw dat voorbereid is op autonome ondersteuning, sluit beter aan bij de realiteit van 2026 en verder. Eén platform, wereldwijde ervaring Innovi koos bewust voor één volledige robotlijn van Gausium. Dat merk biedt een brede range, Inez Jansen (marketeer) en Danny Grooters (directeur eigenaar) van compacte schrobmachines tot grote autonome veegsystemen. De schaalbaarheid past bij uiteenlopende halgroottes. Gausium levert wereldwijd aan luchthavens, logistieke hubs en productieomgevingen. Dataopslag en compliance vallen binnen Europese regelgeving. Prestaties, draaiuren en schoonmaakrapportages worden digitaal geregistreerd en ondersteunen rapportage richting management of opdrachtgever. Zo wordt schoonmaak voorspel-, meet- en planbaar, niet afhankelijk van individuele inzet. Industrie als open veld Opvallend genoeg richt het merendeel van de aanbieders zich volgens Grooters op schoonmaakbedrijven en facilitair management. De industrie zelf blijft relatief onderbelicht. “Op één industrieterrein zou ik al twintig robots kwijt kunnen,” zegt hij. “In mijn eigen dorp staan er nog nul.” Nederland telt duizenden logistieke hallen. Ieder magazijn vertegenwoordigt vierkante meters vloer, en daarmee een terugkerende onderhoudsvraag. De markt bevindt zich volgens Innovi nog in een vroege fase. Wie nu instapt, bouwt voorsprong op in efficiëntie en positionering. Schoonmaak als strategische keuze Automatisering in warehouses ontwikkelt zich razendsnel. Picking, opslag en orderverwerking transformeren. Volgens Grooters past autonome reiniging logisch in dat landschap. “Iedereen investeert in logistieke automatisering. Dan is het vreemd om vloeronderhoud volledig handmatig te laten.” Voor eigenaren en exploitanten verschuift de vraag daarmee van of naar wanneer. Niet of schoonmaakrobots waarde toevoegen, maar wanneer de stap past in investeringscyclus en vervangingsmoment. Wie automatiseert, moet ook reinigen automatiseren. Niet om een hal te laten glanzen, maar om productiviteit te beschermen, arbeid te ontlasten en exploitatie voorspelbaar te houden. www.innovi.nl ‹‹ Logistiekvastgoed 2026 - 75
Hoogwaardig zakelijk vastgoed Ruimte om te ondernemen, te innoveren en te groeien... Van garageboxen tot distributiecentra, ProSpaces ontwikkelt representatieve bedrijfsruimtes, ontworpen met oog op de toekomst. Waddinxveen Waddinxveen II IN VERKOOP Garageboxen 18 - 63 m² Businessunits 88 - 370 m² TE HUUR Bedrijfsruimtes 1.850 tot 3.084 m² Boskoop Zutphen II TE HUUR COMING SOON... Bedrijfsruimtes 1.380 of 2.730 m² Bedrijfsruimtes Vanaf 3.200 m² Interesse of meer weten over deze locaties? www.prospaces.nl
Regionale meerwaarde van logistiek op bedrijventerreinen Van debat naar besluit: waarom een objectief afwegingskader gemeenten én bedrijven helpt Auteurs: Kees Verweij en Ayleen Labee (Buck Consultants International) De vestiging van logistieke activiteiten op bedrijventerreinen is in Nederland steeds vaker onderwerp van een scherp maatschappelijk debat. Waar logistiek jarenlang primair werd gezien als banenmotor ligt de lat nu hoger. Niet omdat logistiek minder belangrijk geworden is, maar omdat beschikbaarheid van onder andere ruimte, elektriciteit en medewerkers structureel krapper is. Bestuurders én omgeving stellen steeds vaker de vraag: als we nog één keer schaarse ruimte uitgeven, wat levert dat de regio dan concreet op? Die vraag wordt in de praktijk vaak beantwoord met algemene (“we willen kwaliteit”), sectorale (“geen logistiek”) of ad hoc (“dit plan voelt gewoon beter”) redenen. Dat maakt keuzes bestuurlijk kwetsbaar en zorgt bij het bedrijfsleven voor onduidelijkheid. Dit kan opgelost worden via het bepalen van de regionale meerwaarde van bedrijfsactiviteiten, op het moment dat een bedrijf zich meldt met een vestigingsverzoek. In Noord-Limburg is dit door Buck Consultants International (BCI) ontwikkeld in de vorm van een “Afwegingskader Regionale Meerwaarde”. Dit hebben we gedaan voor Klaver 7, een uitbreiding van Greenport Venlo. L ogistiek warehouses blijven een noodzakelijke schakel in moderne supply chains. Efficiënte distributie, opgebouwde voorraadposities en effectieve retourstromen vormen voor veel bedrijven de stille motor achter leveringszekerheid en kostenefficiëntie. Dat geldt zeker in regio’s met sterke agrofood- en maakclusters, waar logistiek een ketenfunctie is die regionale productie en handel mede mogelijk maakt. Tegelijkertijd is de maatschappelijke acceptatie van met name grootschalige logistiek de laatste jaren fors afgenomen, mede doordat lokale lasten (verkeer, arbeid, energie) niet altijd in verhouding lijken te staan tot de lokale baten. Dat spannings veld zagen we eerder al bij XXLdistributiecentra: de markt zoekt schaalvoordelen in efficiency, kosten en investeringen, terwijl provincies en gemeenten vaker sturen op clustering op een beperkt aantal locaties. De cruciale vraag voor een regio of gemeente is: welke logistiek willen we op ons bedrijventerrein, onder welke condities, en met welke aantoonbare bijdrage aan regionale doelen? Binnen het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo was de behoefte om regionale meerwaarde objectief en concreet te maken, juist omdat Klaver 7 één van de laatste grotere ontwikkellocaties is. Het door BCI ontwikkelde afwegingskader doet dat door regionale meerwaarde van bedrijven te vertalen naar vier hoofdthema’s die in vrijwel alle relevante gemeentelijke- en regionale visies terugkomen: (1) economie en logistieke processen, (2) ruimtelijke inrichting en inpassing, (3) verduurzaming en energietransitie, en (4) arbeidsmarkt en regionale verankering. Het onderscheidende van dit door BCI ontwikkelde “Afwegingskader Regionale Meerwaarde” is dat het wordt geoperationaliseerd naar 23 indicatoren op bedrijfsniveau. Elk bedrijf wordt per indicator beoordeeld met een individuele score, waarna een gewogen totaalscore voor de bijdrage van een bedrijf aan de regionale meerwaarde wordt bepaald. Daarmee kunnen bedrijven worden vergeleken, kan een besluit tot vestiging worden afgewogen en is uitlegbaarheid achteraf geborgd. In de standaardvariant tellen de vier thema’s ieder gelijk voor 25% mee, maar dit is per situatie aanpasbaar. Op deze wijze is het model bewust flexibel: als een regio een urgentere opgave heeft, kan een thema zwaarder wegen. Zo ontstaat een beleidsinstrument op maat: het is expliciet welk meerwaarde thema in een situatie prioriteit krijgt en in de selectie wordt hierop gestuurd. Dit Afwegingskader heeft pas effect als een opdrachtgever er specifieke normen aan hangt. In Venlo is gekozen voor een hoge drempelwaarde voor regionale meerwaarde omdat de gemeente ambitie heeft om bedrijven daar expliciet aan te laten bijdragen. Daarmee worden bedrijven al in een vroeg stadium geprikkeld om hun vestigingsaanbod te verbeteren op thema’s waar zij invloed op hebben. Ook de schaalkeuze is pragmatisch: bij kavels kleiner dan 2 hectare wordt het Afwegingskader niet toegepast om het lokale MKB niet onnodig te belasten en omdat de impact daar gemiddeld beperkt is. Vanaf 2 hectare geldt het kader wel, omdat regionale effecten op ruimte, mobiliteit, energie en arbeid dan substantieel zijn. In feite organiseert dit een helder onderscheid tussen “ruimte voor lokale groei” en “ruimte voor aantoonbare regionale meerwaarde”. Voor gemeenten en ontwikkelbedrijven is de grootste winst dat het Afwegingskader een bestuurlijk verdedigbaar besluit mogelijk maakt. Logistiekvastgoed 2026 - 77
Bedrijven die net onder de drempel scoren, kunnen gericht bijsturen: meer aantoonbare deelname aan regionale clusters, sterker innovatie- of R&D-profiel, actiever gebruik van multimodale hubs, beter gebruik van (duurzame) energie, of structurele samenwerking met onderwijs en LLO-trajecten. Het gesprek gaat niet meer over “past het wel”, maar over “wat is er nog nodig om aantoonbaar in regionale meerwaarde bij te dragen”. Opzet Afwegingskader Regionale Meerwaarde van Buck Consultants International De toepassing van het Afwegingskader voor Klaver 7 in Venlo laat zien dat innovatieve maakbedrijven en regionaal verankerde partijen relatief hoog scoren op regionale meerwaarde. Bedrijven met beperkte regionale binding en veel flexibele arbeid blijven juist vaker onder de drempel. Daarmee wordt bijvoorbeeld logistiek niet direct uitgesloten, maar wordt wel een onderscheid gemaakt tussen logistiek als doorvoerfunctie versus regionale ketenversterker. Precies dat onderscheid is nodig om het debat te depolariseren en ruimtevraag strategisch te beantwoorden. Onze conclusie is dat de discussie over logistiek op bedrijventerreinen pas volwassen wordt wanneer regionale meerwaarde geen intentie is, maar een toetsbaar criterium waarmee ruimte selectief kan worden uitgegeven. Dat creëert bestuurlijke rust én een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor bedrijven die bereid zijn om zichtbaar bij te dragen aan de meerwaarde van de regio. ‹‹ De methodiek is opgebouwd vanuit regionale ambities, vertaald naar toetsbare indicatoren en ingebed in een transparant proces met een onafhankelijke expertcommissie die de aangeleverde informatie beoordeelt. Dat betekent minder afhankelijkheid van onderhandelbare argumenten, en dat keuzes beter zijn te onderbouwen richting politiek, omgeving en markt. Juist in een tijd waarin, ingegeven vanuit schaarste, een “nee” steeds vaker voorkomt is die onderbouwing essentieel. Daarnaast levert het kader ook sturingsinformatie op voor programmering. Door scores te analyseren per thema ontstaat meer inzicht in de regionale meerwaarde van vestigingen op terreinen als Klaver 7. Het kader is daarmee niet alleen een poortwachter voor individuele uitgiftes, maar ook een instrument voor kwaliteitssturing over een langere periode van uitgifte. Voor bedrijven biedt dit afwegingskader vooral voorspelbaarheid. Een bedrijf weet vooraf welke indicatoren zwaar wegen en waar ze op beoordeeld worden, waardoor investeringsbeslissingen minder afhankelijk zijn van interpretatie of politieke wind. Bovendien werkt het kader als een concrete verbeteragenda. 78 - Logistiekvastgoed 2026 Voorbeeld Uitkomstentabel van gescoorde bedrijven op basis van het toetsingsinstrument. Een totale “rapportscore” van boven de 60 is voldoende om in aanmerking te komen voor een kavel.
WAREHOUSES VAN EERSTEKLAS DESIGN Een Smartlog van DHG is de standaard in XXL-warehousing. Modern, strak en ontworpen met oog voor detail. Geen grijze massa, maar een gebouw dat laat zien dat jij het serieus aanpakt. Het maakt indruk. Op iedereen die komt kijken. Smartlog Getting Smarter. Ook in uitstraling.
1 Online Touch