0

i estuur Onafhankelijk kwartaalmagazine voor de iOverheid. Nummer 43, jaargang 12, juli 2022 INTERBESTUURLIJK Meer dan de optelsom van bestuurslagen NIEUW KENNISCENTRUM Grensgebied tussen markt en overheid ALEXANDRA VAN HUFFELEN Menselijke maat moet altijd vooropstaan congres 2022

Blueriq voor de centrale overheid Word jij ook blij als je écht goed geholpen wordt? Op een persoonlijke manier? Persoonlijke én efficiënte dienstverlening. Dat kan volgens ons gewoon hand in hand gaan. Ook als je klant niet het standaard proces van A tot Z doorloopt. Met Dynamic Case Management zetten we jouw klant centraal. En zorgen we dat aanvragen zo efficiënt mogelijk worden verwerkt. Omdat iedereen werkt in één gecentraliseerde omgeving, werken ambtenaren en burgers beter en efficiënter samen. Dit zorgt ervoor dat er tijd en ruimte is om te doen waar het echt om gaat: je klanten écht helpen. Benieuwd naar de mogelijkheden van Dynamic Case Management? Bekijk onze website of neem contact op met één van onze experts. www.blueriq.com/dynamic-case-management Make it personal

the chief De menselijke maat. Iedereen staat erachter, maar niet iedereen kan er een messcherpe definitie van geven: de menselijke maat in de dienstverlening van de overheid. In dit nummer van iBestuur spreekt staatssecretaris Alexandra van Huffelen er meermalen over. Wat houdt die menselijke maat in? Betekent het dat er ruimte moet zijn voor maatwerk in dienstverlening? ‘Accepteer nu maar dat je tachtig procent kunt automatiseren en twintig procent altijd maatwerk blijft’, hoorde ik kort geleden. Maar is maatwerk hetzelfde als de menselijke maat? Niet per se. Maatwerk roept ook vragen op. Leidt het niet tot rechtsongelijkheid? Mag de samenleving van de overheid niet verwachten dat ze efficiënt en effectief werkt? Oftewel, zo veel mogelijk automatiseert? Een universitair docent leerde me ooit dat het opofferen van de belangen van een individu aan die van een groep, en die van een groep aan de belangen van het volk als geheel je zou moeten alarmeren. Hier gaat de menselijke maat verloren. Klinkt goed, maar meer dan een indicatie voor het in gevaar komen van de menselijke maat is het niet. Al met al is het introduceren en bewaken van de menselijke maat een wicked problem. Lees het eens na op Wikipedia en zie hoe ‘de menselijke maat’ aan de definities voldoet. Soms kun je een definitie benaderen door aan te geven wat iets niet is. De menselijke maat in dienstverlening is in elk geval niet de samenleving in modellen willen proppen (‘system says no’), data van onduidelijke kwaliteit gebruiken, niet transparant zijn over algoritmes en er een gesloten organisatiecultuur op nahouden. In een keukentafelsessie met regeringscommissaris Arre Zuurmond die iBestuur onlangs organiseerde, hoorde ik zeggen dat de overheid wel goed is in ‘zenden’, maar niet zo goed in antwoord geven als burgers reageren. Misschien is dat dan een begin van de menselijke maat: gewoon het gesprek aangaan. Arnoud van Gemeren arnoudvangemeren@ibestuur.nl Nummer 43, juli 2022 3

38 6 ‘De menselijke maat kan niet voorop genoeg staan’ Staatssecretaris Alexandra van Huffelen Interbestuurlijke datastrategie Interbestuurlijk is meer dan de optelsom van bestuurslagen ‘Ik kies voor de arena’ Ron Roozendaal wil open proces uitwerking digitaliseringsbeleid Platform? What platform? Bijdrage ter voorkoming van een Babylonische spraakverwarring 74 52 4 CBS-project Phoenix Goed voorbereiden en niet te veel improviseren I-strategie Markt en overheid hebben weer zin in elkaar Nieuw Kenniscentrum Opereren in grensgebied tussen markt en overheid ‘Als het gaat om digitale technologie zijn we te afhankelijk’ TNO en Jos de Groot 82 64 12 42

in dit nummer Columns congres 2022 Markt, overheid en het iBestuur Congres Founding congrespartners [22] Digitalisering en de menselijke maat Private partners over congresthema [25] Sophie in ‘t Veld [69] Interprovinciaal Overleg Utrecht en Zuid-Holland onderzochten toepassing CODIO [30] Partners VNG Gemeenten en EU kunnen niet zonder elkaar in digitale transformatie [33] Ministerie van EZK Hoe de EU streeft naar meer digitale soevereiniteit [36] 84 AI OBJECTDETECTIE: VUILNISZAK VERKEERD 82% Op expeditie langs AI in de buitenruimte Inkijkje in de toekomst Nummer 43, juli 2022 Datalek melden? Dat kan beter! Belangrijke verbeterpunten 94 5 Blueriq [88], Capgemini [48], Centric [50], IBM [20], IMAGEM [72], Mendix [90], Microsoft [70], Pegasystems [78], PinkRoccade [80], Salesforce [46],TCS [60], TOPdesk [18] Sander Klous[17] Piek VisserKnijff [41] Afelonne Doek [57]

De eerste staatssecretaris van digitalisering wil kansen grijpen en digitale ontwikkelingen stimuleren. Alexandra van Huffelen: “Dat is de ambitie van dit kabinet. Maar we willen ook zorgen dat dat op een verantwoorde manier gebeurt. Zodat mensen en bedrijven met vertrouwen gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die digitalisering biedt en zodat de regels die er offline zijn ook online gelden.” Staatssecretaris Alexandra van Huffelen ‘De menselijke maat kan niet 66’er Alexandra van Huffelen (Leiden, 1968) studeerde bestuurskunde en bleef dat werkveld in haar carrière grotendeels trouw. De laatste jaren was ze onder meer wethouder van Rotterdam (2010-2014), algemeen directeur van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam (2014-2020) en staatssecretaris Financiën (2020-2022). D U bent sinds 10 januari dit jaar staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, een functie die valt onder het ministerie van BZK. U vervult een coördinerende rol. Hoe moeten we deze voor ons zien? “Veel collega’s in het kabinet zijn bezig met digitalisering. Dit kabinet wil dit verantwoord en samen doen. Mijn taak is richting geven en daarnaast zorgen voor een kader, een normering. Welke systemen gebruiken we bij de overheid en kopen we in, aan welke veiligheidseisen moeten ze voldoen? In een wat bredere context gaat het ook over vragen hoe we omgaan met big tech, privacy, datagebruik, het fundament van de grondrechten, de publieke waarden, mensenrechten. Daar zijn ook Europese regels voor, waarvan ik moet zorgen dat ze in Nederland worden toegepast zowel binnen de overheid als bij bedrijven.” Door Rineke van Houten Beeld Lex Draijer/De Beeldredaktie 6 Raadplegen uw collega’s op andere departementen u wel eens? Als in: “Wil je hier eens naar kijken, Alexandra?” “Zeker. Vanavond praat ik met Ernst Kuipers [minister van Volksgezondheid red.] over hoe we samen de zorg kunnen verbeteren door veilig en onder

voorop genoeg staan’ Nummer 43, juli 2022 7

“Uit mijn vorige portefeuille heb ik meegenomen dat het ingewikkeld is voor veel burgers om zaken te doen met de overheid, te moeten interacteren.” voorwaarde dat een patiënt ermee instemt data te delen. Aan het bouwen van een tunnel door Rijkswaterstaat komt ook ICT te pas maar daar is mijn portefeuille niet voor. Wel voor de grote vraagstukken op het gebied van onderwijs, duurzaamheid, gezondheidszorg. Wat zijn de algemene zaken die we moeten regelen zodat op elk van deze terreinen kan worden geëxcelleerd binnen de vangrails en met de wegwijzers die we samen afspreken. En hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de juiste dingen doen.” Bent u niet bang dat ICT-beleid versnipperd blijft, verspreid als het thema is over verschillende departementen? “Digitalisering zit in het hart van elk beleidsterrein. Iedereen heeft ermee te maken. Tegelijkertijd is het goed om strakker met elkaar af te spreken aan welke regels we ons houden. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk om als kleinere gemeente precies te bepalen welk systeem oké is. Het is handiger om samen aanbestedingsregels op te zetten zoals we al hebben gedaan. Zodat je als gemeente veilig een computersysteem kunt aanschaffen. Jarenlang was het vrijheid blijheid. Daarmee hebben we ons toch in de vingers gesneden.” In de vingers gesneden? “Denk aan de scholen. Bij gebrek aan alternatieven werd gekozen voor een systeem van een van de grote tech-aan8 Jarenlang was het vrijheid blijheid. Daarmee hebben we ons in de vingers gesneden bieders, die vervolgens allerlei data ging verzamelen over de gebruikers. Dat is precies wat je niet wilt.” Wat ook aan ons eigen surfgedrag is te wijten, legt ze uit. “Ik maak me zorgen dat veel burgers, inclusief ikzelf, gedachteloos cookies accepteren en geneigd zijn bij elke online aankoop hun hele doopceel in te tikken. Waardoor al die gegevens door anderen gebruikt en doorverkocht kunnen worden. Daar moeten we mensen meer bewust van maken.”

Hoe? “Mediawijsheid bijbrengen, voor alle leeftijden. Maar ook ervoor zorgen dat sommige dingen simpelweg niet kunnen. Kinderen allerlei advertenties aanbieden bijvoorbeeld. Zij kunnen intoetsen dat ze achttien jaar zijn en een krat bier bestellen. Dat moet strenger gecontroleerd worden. De overheid moet daarvoor duidelijkere regels en kaders stellen, ouders moeten meekijken.” Is uw eigen online gedrag veranderd sinds u dit dossier onder uw hoede kreeg? Schaterlachend: “Ik ben opgehouden telkens cookies te accepteren.” Dat vertraagt het surfen. “Ja, irritant. Dat moet veranderen.” U bent aanspreekpunt algoritme-autoriteit bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het kabinet gaat meer investeren in de AP. Wat is uw ambitie? ‘DE AP moet er toezicht op houden dat algoritmes niet discriminerend en wel transparant zijn. We moeten kunnen zien hoe aanbieders omgaan met onze gegevens. Als je inlogt via Google om een vakantie te boeken in Spanje moet je kunnen begrijpen waarom jij een andere vakantie krijgt aangeboden dan ik. Omdat jij een zeiler bent krijg je een zeilvakantie aangeboden. En omdat ik een wandelaar ben stellen ze mij een wandelvakantie voor. Je moet dat kunnen begrijpen om ernaar te kunnen handelen. De AP is daarover aan het nadenken. Aan het einde van het jaar gaan we bekijken hoe zo’n waakhondfunctie eruit komt te zien en wat de rol wordt van de Europese Commissie die met hetzelfde bezig is.” Moet er aanvullende wetgeving komen? “Nog even niet. Nu de gesprekken lopen over de AI-regulering moeten we vooral proberen op Europees niveau onze wensen en ideeën voor het voetlicht te brengen. Dat lukt best aardig tot nu toe.” Krijgt de AP er mensen bij? “Dat moet, anders kunnen ze deze taken niet uitvoeren.” Van Huffelen is geen ICT-mastodont, zoals partijgenoten Kees Verhoeven en Marietje Schaake, wier namen voor deze post ook rondzoemden. Als staatssecretaris van Financiën, belast met toeslagen en douane, ervaarde ze wel hoe belangrijk Nummer 43, juli 2022 ondersteunende processen zijn. “Ik heb meegenomen uit mijn vorige portefeuille dat het ingewikkeld is voor veel burgers om zaken te doen met de overheid, te moeten interacteren. Ongeveer 20 procent van de Nederlanders vindt digitale zaken moeilijk, en dan gaat het niet alleen om laagopgeleiden of ouderen maar over een brede groep. Voor veel mensen is de wereld echt ingewikkeld en wij moeten ze steun bieden.” Dat sluit aan bij het thema van het iBestuur Congres 2022: digitalisering en de menselijke maat. Een goede keus? “Jazeker. De menselijke maat is een onderwerp dat voor wat mij betreft niet voorop genoeg kan staan.” Ze werpt een korte blik op haar aantekeningen en legt vervolgens uit dat ze zich heeft laten inspireren door de afscheidsspeech van Kim Putters, tot juni dit jaar directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. “Voor goed beleid en goede wetten is het niet alleen nodig na te denken over wat het voor mensen betekent, maar moet je ze er daadwerkelijk bij betrekken. Ervoor zorgen dat mensen het kunnen meemaken, dat het doenbaar is. Dat is de les die we geleerd hebben van uitvoeringsorganisaties en parlementaire ondervragingen. Dat je niet alleen luistert aan het begin van een traject, maar voortdurend toetst: doet deze wet nog steeds iets voor de mensen voor wie hij bedoeld is?” Hoe moet je dat doen, burgers betrekken bij beleid en wetten? “Met burgerpanels bijvoorbeeld. Bij de toeslagenaffaire was een ouderpanel betrokken dat voortdurend meekeek of dat wat bedacht was wel werkte. Ook binnen de portefeuille digitalisering wil ik blijven toetsen.” In maart dit jaar ontving de Tweede Kamer de brief met hoofdlijnen van het digitaliseringsbeleid. Het kabinet spreekt daarin van ‘een grote uitdaging’ om de menselijke maat in de uitvoering te realiseren, onder meer te bereiken door het inrichten van 1 loket voor burgers en ondernemers. Verspreid over het land zijn in bibliotheken digitale informatiepunten opgezet waar iedereen met vragen over digitalisering terechtkan. U heeft een paar bibliotheken met een digitaal informatiepunt bezocht. Wat hoorde u daar? “In Tilburg kwamen bijvoorbeeld mensen die online een afspraak met het ziekenhuis moesten maken en dat heel ingewikkeld vonden. Dus het gaat niet alleen over overheden, ook over andere instellingen. In Breda legden de medewerkers uit dat ze officieel niet mochten helpen met de DigiD vanwege 9

DE STAND VAN ZAKEN OP DE NEDERLANDSE CLOUDMARKT Hoe ontwikkelt de markt voor cloud zich in Nederland? En waar staan Nederlandse organisaties in hun digitale ontwikkeling? En wat betekent cloud voor duurzaamheid? Dit en meer is onderzocht door IDC in opdracht van Capgemini. De resultaten kunt u downloaden via www.capgemini.nl/cloudmarkt

privacywetgeving. Dat is ook een probleem. Ik wil eens per maand een informatiepunt bezoeken, horen waar de mensen mee zitten. Dat heeft me ook geholpen in de toeslagenaffaire: iedere week weer met de ouders aan tafel en luisteren.” Is dat uw manier om uit de bubbel van het Binnenhof te treden? “Ja. De beste informatie krijg je van de mensen om wie het meedenken, waar mensen zitten met een mandaat om je verder te helpen. Dat vergt overigens ook een andere cultuur: meer ruimte bieden aan mensen achter het loket.” Het mag geen verwijsplek worden? “Nee. Iemand die met een probleem komt moet niet te horen krijgen: dan moet u daar en daar zijn. We moeten juist zoveel mogelijk ter plekke dingen oplossen.” Er zijn nu ongeveer 450 digitale informatiepunten. Is dat genoeg? We creëren onnodig een soort mystiek rondom ons werk, maar het meeste kan heel transparant gaat, niet alleen maar van hun politieke vertegenwoordigers. Dat geldt ook voor mijn dossier Koninkrijksrelaties. In direct contact treden met de mensen voor wie we beleid maken.” Ze gebaart grijnzend om haar heen. “Dit kantoor heb ik al wel gezien hoor!” Moet de overheid er niet voor zorgen dat de zaken aan de achterkant simpeler worden in plaats van een loket aan te bieden om moeilijke dingen op te lossen? “Dat moet tegelijkertijd. Je wilt dat mensen die niet digitaal vaardig zijn toch ergens terecht kunnen of dat hun netwerk dingen voor ze kan regelen. Maar je wilt ook dat voor mensen die wel digitaal vaardig zijn het zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt. De spaghetti aan de achterkant moeten wij oplossen, terwijl mensen aan de voorkant alvast geholpen kunnen worden. De informatiepunten moeten een plek zijn waar ze met je Nummer 43, juli 2022 “We overwegen uitbreiding. En we moeten er veel reclame voor maken, mensen ernaar toe leiden. De bibliotheek wordt veel meer vertrouwd dan de nationale of lokale overheid, is veel laagdrempeliger. En in de grotere plaatsen zijn bibliotheken ook aangename locaties om te verblijven, met koffie of een drankje. Daar heerst een heel andere sfeer dan in een hal met een rij loketten.” Afgelopen voorjaar werd de Wet open overheid van kracht, bedoeld om de overheid transparanter te maken en de aanvragen voor informatie sneller af te handelen. Bent u hoopvol? Ze recht haar rug. “Ik zou graag willen dat elke e-mail of tekst goed gearchiveerd wordt, zodat je, op het moment dat je de vraag stelt, de informatie zelf kunt vinden. Omdat het gewoon openbaar is of ergens beschikbaar. Dan heeft het ook veel meer effect. Anders krijg je informatie van jaren geleden, die niet meer zo relevant is. We moeten ervoor zorgen dat de burger het zelf kan vinden en niet allerlei verzoeken moet doen via juristen. En dat ambtenaren dan gaan lakken. We creëren onnodig een soort mystiek rondom ons werk. Soms doen we spannende dingen die niet naar buiten kunnen, zoals het kopen van aandelen of het nemen van besluiten over een oorlog. Maar het meeste werk kan heel transparant. Hopelijk leidt dat ook tot beter beleid. En zal dat vertrouwen wekken. Ik ben zelf niet zo bang uitgevallen. Je doet het voor mensen dus waarom zou je niet uitleggen wat je overweegt, wat je alternatieven zijn, wat je wilt.” congres 2022 Alexandra van Huffelen zal op het iBestuur Congres (14 september 2022) haar werkagenda toelichten. 11

Interbestuurlijke datastrategie De interbestuurlijke datastrategie is een lijvig beleidsdocument waarin wordt gesproken van ‘één interbestuurlijke aanjager voor systeemfuncties’ en ‘de opbouw van een federatief data stelsel’. Geen holle frasen, maar de opmaat voor een programma waarin interbestuurlijk wordt uitgezocht hoe datagedreven werken wél veilig en verantwoord kan. Door Marjolein van Trigt Beeld Hans Oostrum, Lex Draijer, Jiri Büller 12 Interbestuurlijk is meer dan de optelsom van bestuurslagen “H et is al bijna een cliché, maar in de coronaperiode hebben we gemerkt hoe stuurloos we zijn zonder data”, zegt Tim Faber, programmamanager Interbestuurlijke datastrategie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. “Data helpt om de informatiepositie te krijgen op basis waarvan je beslissingen kunt maken en kunt sturen. Vanuit verschillende bestuurslagen klonk de roep om richtinggevend, overheidsbreed databeleid en meer samenwerking.” Die roep leidde tot de totstandkoming van de interbestuurlijke datastrategie die in november 2021 werd gedeeld met de Tweede Kamer. De reacties zijn positief, onder meer omdat de strategie echt interbestuurlijk tot stand is gekomen. “Interbestuurlijk is meer dan de optelsom van de bestuurslagen samen”, zegt Jan van Ginkel, concerndirecteur en loco-provinciesecretaris bij de provincie Zuid-Holland. “De provincies zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de agenda. Op den duur valt dan het onderscheid tussen de bestuurslagen weg en werk je samen aan hetzelfde doel.” Rollen Sinds 2022 loopt er een programma dat handen en voeten moet geven aan de aanbevelingen uit het beleidsdocument. Gemeenten doen al veel met data, bijvoorbeeld waar het gaat om keuzes over de buitenruimte of het begeleiden van mensenstromen bij evenementen. De kennis en ervaring die ze daarbij opdoen, brengen ze in in het programma. Tegelijkertijd kunnen ze er terecht voor advies over zaken waarop dataprojecten vastlopen. “De grote vragen die spelen rondom data zijn niet zo verschillend per overheid”, zegt Nathan Ducastel, directeur-bestuurder bij VNG-Realisatie. “Wat mag en wat niet? De privacywetgeving geeft kaders aan, maar is zeker niet uitgekristalliseerd. Samen ontdekken hoe je data goed inzet is daarom verstandig.” Ook de provincies nemen actief deel. “Provincies vervullen als bestuurslaag tussen Rijk en gemeenten in de interbestuurlijke datastrategie een bijzondere rol; de term middenbestuur geeft aan dat we graag bijdragen aan standaardisering en samenwerkingsafspraken”, zegt Van Ginkel. “Natuurlijk zijn wij ook afnemer, want ook wij kunnen een goed advies gebruiken.” Na een periode waarin talloze datapilots de ruimte kregen, is het tijd om keuzes te maken. “De rol van BZK is om zicht te krijgen op wat er gebeurt en om best practices een podium te geven”, aldus Faber. Een selectiecommissie bepaalt welke casussen als voorbeeld kunnen dienen, en welke juist onder

steuning nodig hebben. Alle bestuurslagen nemen deel in de selectiecommissie. Ook wordt er een interbestuurlijk kenniscentrum ingericht. Speerpunten De speerpunten van de datastrategie zijn het komen tot betere, integrale afwegingen rondom datagebruik; het ondersteunen van concrete casussen met maatschappelijke waarde; het opschalen van oplossingen en het oplossen van gedeelde belemmeringen. De datastrategie richt zich allereerst op verantwoord datagebruik voor maatschappelijke opgaven, zoals wonen, stikstof en de energietransitie. Op dergelijke grote dossiers wordt al volop interbestuurlijk samenwerkt. Dat vergroot de noodzaak tot meer gegevensuitwisseling. “We willen ons werk kunnen doen op basis van dezelfde informatie”, verduidelijkt Ducastel. In het kader van de energietransitie is de vraag of gemeenten data mogen gebruiken over wie is aangesloten op het gas. In de praktijk is de overheid hiervoor afhankelijk van private partijen; de energiebedrijven weten welke panden gas gebruiken. “We benoemen in de strategie dat we het niet in splendid isolation kunnen doen”, legt Faber uit. “Daarbij kijken we ook naar wetgeving die vanuit Europa in ontwikkeling is. De komende periode wordt spannend, nu de macht van grote techbedrijven door Europese wetgeving aan banden wordt gelegd.” Nummer 43, juli 2022 Tim Faber, programmamanager Interbestuurlijke datastrategie bij het ministerie van BZK, en Jan van Ginkel, concern directeur en locoprovinciesecretaris bij de provincie Zuid-Holland. 13

Individuele besluitvorming De strategie zet ook in op het benutten van de potentie van data op het gebied van individuele besluitvorming. Voor een argeloze burger kunnen de ambities klinken alsof de overheid vooral veel méér wil doen met data, terwijl de praktijk ook laat zien dat de combinatie overheid en profilerende algoritmes bijzonder ongelukkig kan uitpakken. Er zijn al moties ingediend om álle profilerende overheidsalgoritmes te stoppen. “Juist de uitvoeringsorganisaties hebben een strategie nodig om hun dienstverlening toekomstbestendig te maken met behulp van data”, stelt Faber. “De uitvoering is door jarenlange bezuinigingen sterk onder druk komen te staan. Zij geven aan dat de nood hoog is. De datastrategie gaat juist over het benutten van de potentie van data op een verantwoorde manier.” BZK helpt overheden ook om data en algoritmes op verantwoorde wijze in te zetten, onder meer door de ontwikkeling van de Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes en de handreiking non-discriminatie by design. Politieke discussie De vraag welke mate van gegevensuitwisseling verantwoord is om de dienstverlening van uitvoeringsorganisaties te verbeteren, is in de eerste plaats een politieke. Nathan Ducastel hoopt dat het programma aan de basis zal staan van stevige politiek gesprekken. “De politiek zegt dat het efficiënter en goedkoper moet, maar ook geheel veilig en privacyproof. We mogen geen informatie over inwoners uitwisselen, behalve onder de meest strikte voorwaarden. Dat kan niet allemaal tegelijk.” Neem het in kaart brengen van de multiproblematiek rondom armoede en schulden. Het is mogelijk om mensen die in de schulden dreigen te raken tijdig op te sporen door de uitwisseling van persoonsgegevens, maar is het ook gewenst? Moet de overheid ingrijpen voor het misgaat, of is het de eigen verantwoordelijkheid van de burger? Is het voorkomen van schulden en armoede belangrijker dan het beschermen van privacy van inwoners? Ducastel: “Op tal van terreinen valt er echt iets te kiezen.” Stoppen met sexy datapilots? De vraag blijft of de data van inwoners in goede handen zijn. Onlangs bleken zes van de negen overheidsalgoritmes die de Algemene Rekenkamer onderzocht, niet te voldoen aan het toetsingskader. Staatssecretaris Digitalisering Alexandra van Huffelen laat onderzoeken of ze voorlopig moeten worden stopgezet. Ook aan de meest basale vormen van gegevenshuishouding schort het nogal eens, liet een recent onderzoek van Bits 14 De potentie van data benutten op een verantwoorde manier of Freedom zien. Volgens het onderzoek voldoen de tien grote gemeenten niet aan de AVG. Maar de oproep van de burgerrechtenorganisatie om geheel te stoppen met sexy datapilots zolang de basis niet op orde is, noemt Ducastel onverstandig. De overheid laat daarmee te veel innovatieve kansen liggen; kansen die bijdragen aan een betere samenleving en aansluiten bij wat in de maatschappij wordt verwacht. Tegelijkertijd onderstreept hij de noodzaak van voorzichtigheid en zorgvuldigheid bij de inzet van data door de overheid. “Laten we daarom allemáál zorgen dat de basis op orde is, niet alleen gemeenten. Net als informatieveiligheid blijft dat van groot belang. Maar ga ook door met pilots uitvoeren, naar beste eer en geweten, met alle checks and balances die we in het systeem hebben, accepterend dat er af en toe iets misgaat, simpelweg omdat het een jong vakgebied is en we aan het begin staan van het voeren van het politieke gesprek daarover. Dat moeten we dan vroegtijdig signaleren. Juist door ervaring op te bouwen kunnen we leren data op een verantwoorde, ethische manier in de zetten. We kunnen er echte maatschappelijke problemen mee oplossen.” Adviesloket Eén van de eerste projecten in het kader van de datastrategie is de oprichting van een loket voor advies over verantwoord datagebruik. Overheidsorganisaties met een dataproject dat dreigt vast te lopen op het spanningsveld tussen wat kan, wat mag en wat wenselijk is, kunnen er terecht voor onafhankelijk, gezaghebbend advies (dat dus ook kan leiden tot stopzetten van een pilot). Zonder dat er veel ruchtbaarheid aan is gegeven, loopt het storm. Zo zat de gemeente Utrecht in haar maag met een voorstel om de camera's op scanauto's voor parkeergeld ook te gebruiken om de leefbaarheid in de stad te bevorderen. Faber: “De gemeente kwam er niet uit. Vanuit de adviesfunctie is een kader opgesteld. De uitkomst was dat beel

Nathan Ducastel, directeur-bestuurder bij VNG-Realisatie. tel. “Dat is niet het effect wat de privacywetgeving en de AP hebben. Die stellen het kader. Het programma moet antwoord geven op de vraag hoe je met het kader omgaat en welke tools je hebt om dat netjes te doen.” Hij ziet wel wat in het voeren van proefprocessen, bijvoorbeeld over datagedreven werken en ondermijning. “Wij willen nog veel meer datavergelijkingen doen, want dat is in het maatschappelijk belang. Maar als je de privacyrichtlijnen interpreteert, kun je ook tot de conclusie komen dat het niet mag. Laten we dat voor de rechter trekken.” Data bij de bron halen Andere concrete stappen in het programma zijn het in kaart brengen van welke data er zijn binnen de overheid en het toewerken naar een federatieve datastructuur. Dit houdt in dat de data bij de bron worden bewaard en daar kan worden bevraagd. Faber: “Binnen de overheid wordt nu veel met kopietjes gewerkt. Die kunnen verouderd raken, aan elkaar geknoopt, et cetera. Voor burgers is het vaak bijzonder moeilijk om een beslissing te laten terugdraaien als er informatie uit verschillende bronnen is gebruikt.” Door het federatieve datastelsel is beter te garanderen dat data actueel blijven. Ook wordt het veel makkelijker om te achterhalen waar een fout zit. Het verbetert de communicatie tussen organisaties. Ducastel: “Wetten beschrijven hetzelfde begrip verschillend. Vaak bedoelen we daardoor niet hetzelfde als iets in onze database staat. Dat levert veel ongemak op in de uitvoering en de ICT.” den die door de scanauto’s al zijn verzameld, mogen worden hergebruikt om afval te detecteren, mits er een aantal zaken goed is ingeregeld, zoals het anonimiseren van de beelden. Ook als volledige anonimisering niet lukt, blijken er onder omstandigheden mogelijkheden te zijn. De gemeente neemt dit mee in de besluitvorming en om naar inwoners tot een uitlegbaar verhaal te komen over datagebruik. Het kader is bovendien toepasbaar op andere casussen die zich bij ons aanmelden.” Proefprocessen De interbestuurlijke datastrategie moet voorkomen dat overheidsorganisaties met ‘professionele buikpijn’ blijven rondlopen. Volgens Ducastel leidt de onduidelijkheid over hoe ver dataprojecten mogen gaan, momenteel tot twee ongewenste effecten. Ofwel een project wordt zonder meer opgeschaald, wat bijvoorbeeld leidde tot een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens voor wifitracking in Enschede. De andere optie is dat men besluit om maar helemaal van opschaling af te zien. “Je wil zekerheid over hoe ver je kunt gaan”, zegt DucasNummer 43, juli 2022 Uit de kramp Een aantal onderdelen van het programma vindt plaats uit het zicht van de burger, zoals de inrichting van een federatief datastelsel. Voor het meenemen van diezelfde burger in de uitvoering van de strategie is in het programma minder aandacht. Die krijgt vooral te maken met toepassingen waarin hij rechtstreeks de effecten ziet. Faber: “De interbestuurlijke datastrategie richt zich allereerst op de professionals, maar we moedigen het politieke en maatschappelijke debat aan. Digitalisering is niet iets dat ons overkomt, daar moeten we niet van in de kramp schieten maar met elkaar op sturen. Er zijn zo veel nuttige toepassingen van data, óók van profilerende algoritmes. Laten we daarover in gesprek gaan.” congres 2022 Tijdens het iBestuur Congres is er een sessie over de interbestuurlijke datastrategie. 15

Let’s create Laten we iets creëren, ↪ dat alles verandert. Wat organisaties tegenwoordig het meest nodig hebben, is creativiteit. Dus laten we AI met integriteit creëren, zonder vooroordeel. Security die uw data overal beschermt. Geautomatiseerde systemen die werk minder werk maken. Cloudbeheer dat minder beheer vraagt. En nieuwe manieren voor organisaties om zaken te doen. Laten we iets creëren. Schaalbaar, nu en samen! Laten we starten op ibm.com/lets-create IBM, het IBM-logo, ibm.com zijn merken van International Business Machines Corp., geregistreerd in vele rechtsgebieden wereldwijd. Andere namen van producten en diensten kunnen merken van IBM of andere ondernemingen zijn. Kijk op ibm.com/trademark voor een actuele lijst. ©International Business Machines Corp. 2022. B34416

Klous Brood Brood en spelen B egin april vormde de Tweede Kamer het toneel voor het mondkapjesdebat. De marathonsessie was al uren bezig zonder dat hoofdrolspeler Hugo de Jonge zelf aan het woord was gekomen over zijn appverkeer. PVV-Kamerlid Fleur Agema verzuchtte daarop om vooral niet te lang meer over de inhoud door te fröbelen, want ‘heel Nederland wacht op de roast van Hugo de Jonge.’ Een politicus die zin heeft in de roast van een collega en geen interesse heeft in de inhoud. Is dat treurig? Of is het een realiteit waar we niet over moeten klagen? In feite zijn beide vragen inmiddels niet meer relevant. De scoringsdrift is velen al jaren een doorn in het oog en verschillende journalisten, politici en bestuurders starten initiatieven om er wat aan te doen. Maar hoe goedbedoeld de initiatieven ook zijn, de geest is uit de fles en gaat er niet terug in. Sander Klous Hoogleraar Big Data Ecosystems, UVA en partner bij KPMG Zoals de Engelsen zo mooi zeggen: You can’t unscramble eggs. Het volk is verslaafd geraakt aan politiek bedrijf als entertainment en vindt het heerlijk. Eigenlijk moet alles leuk zijn. Zelfs de oorlog in Oekraïne heeft voor de gemiddelde burger meer weg van een nieuwe actiefilm dan van een tragisch conflict waarover we zo feitelijk mogelijk moeten worden geïnformeerd. Hoe ziek dat ook klinkt. S Nummer 43, juli 2022 tel nu eens dat we die situatie als een gegeven beschouwen en het simpelweg accepteren. Zijn er dan andere opties denkbaar om het land te besturen? Als de wereld verslaafd is aan vermaak, zijn games misschien wel het beste medicijn om inhoudelijk toch nog wat voor elkaar te krijgen. In de Griekse oudheid werd het volk tevreden gehouden met brood en spelen. Waarom zouden we dat vele eeuwen later niet naar een hoger niveau kunnen tillen, gebruikmakend van alle digitale technologie? Wellicht lossen we met een variant van Pokémon onze duurzaamheidsproblemen op. igenlijk zien we het al om ons heen gebeuren. In sollicitaties worden kandidaten door spelsimulaties geleid. Leuker dan een paar saaie gesprekken – en erg effectief om de competenties helder te krijgen. Met een beetje fantasie is er ook op andere terreinen veel mogelijk. Nu auto’s connected zijn kunnen we automobilisten bijvoorbeeld ‘virtuele raketjes’ geven als ze buiten spitstijden de weg op gaan om zo congestie tegen te gaan. Die raketjes mogen ze dan bijvoorbeeld weer ‘afvuren’ op een andere automobilist die zich bij het ritsen op de snelweg misdraagt. Zodra je vier keer ‘afgeschoten’ bent door collega weggebruikers, mag je een week de weg niet op. E En mocht er ooit weer een mondkapjesdeal nodig zijn, kunnen we wellicht het tvformat van The Voice of Holland wat tweaken om de beste deal te selecteren? 17

TOPdesk en Koninklijke Visio slaan handen ineen voor TOPdesk heeft Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen, geholpen met de digitale toegankelijkheid van het nieuwe Self-Service Portal. In 2021 heeft Koninklijke Visio haar applicaties getest op toegankelijkheid. Geconstateerd werd dat er verbeteringen nodig waren: de huidige tool was verouderd en vroeg om meer toegankelijkheid voor gebruikers. Koninklijke Visio ging op zoek naar een partner die hierbij kon helpen en een gebruiksvriendelijke tool kon leveren. Dat werd TOPdesk. 18

digitale toegankelijkheid partner TOPdesk et Self-Service Portal van TOPdesk is een digitale omgeving waarin medewerkers van Koninklijke Visio zonder hulp zelfstandig dingen kunnen opzoeken en regelen. Zowel goed- als slechtzienden gebruiken het medewerkersportaal van Koninklijke Visio. Het was dan ook zaak om slechtzienden te betrekken bij het implementatieproces van het nieuwe portaal om er zo achter te komen of het portaal voor alle gebruikers toegankelijk is. Daarom organiseerde TOPdesk tijdens het implementatieproces – naast de gebruikelijke trainingen voor goedzienden – ook speciale trainingen afgestemd op de gebruikers met een visuele handicap, ook wel VIPS of visual impaired persons genoemd. Tijdens deze training zijn de slechtzienden getraind in het gebruik van verschillende modules van TOPdesk. Ook konden zij tijdens deze training verbeterpunten aangeven. Door deze groep actief te betrekken bij het implementatieproces is er een optimalisatieslag gemaakt binnen het SelfService Portal. Dit portaal en de verschillende modules van TOPdesk zijn nu allebei toegankelijker voor personen met een visuele handicap. Deze optimalisatieslag heeft er bovendien voor gezorgd dat de honderd ondersteuners van Koninklijke Visio nu in staat zijn om 3.000 bellers te helpen. H Kijken wat wél kan Dennis Wijtman, projectmanager bij TOPdesk: “Koninklijke Visio is een klant met een bijzondere mix aan gebruikers. Tijdens het implementatieproces was het dan ook noodzakelijk om het portaal toegankelijk te maken voor alle soorten gebruikers. Naast de gebruikelijke operator-trainingen hebben we een speciale training voor slechtzienden georganiseerd en hen zo betrokken bij het implementatieNummer 43, juli 2022 project. Bij TOPdesk staat toegankelijkheid voor elk soort gebruiker hoog in het vaandel. We zijn dan ook enorm trots dat we met extra persoonlijke aandacht dit ook voor de bijzondere gebruikersgroep van Koninklijke Visio hebben gerealiseerd.” Paul Barends, projectleider bij Koninklijke Visio: “We zijn ontzettend blij met de samenwerking met TOPdesk. Het project is goed gepland, de communicatie onderling verloopt soepel en afspraken worden nagekomen. Daarnaast wordt de Self-Service tool bij ons niet alleen gebruikt door goedzienden maar ook door slechtzienden. Bij Koninklijke Visio kijken wij naar wat er wél kan in plaats van wat er niet kan. Voor iedereen. We vinden het dan ook belangrijk dat onze partners goed meedenken over hoe onze diensten en tools voor álle gebruikers toegankelijk zijn, ongeacht of het om een groot of klein deel van onze gebruikers gaat. TOPdesk is zo’n partner en daarom werken wij graag samen.” Het was zaak om slechtzienden te betrekken bij het implementatieproces van het nieuwe portaal Koninklijke Visio Bij Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen, kan iedereen terecht met vragen over slechtziend of blind zijn. Visio biedt informatie en advies, maar ook onderzoek, begeleiding, revalidatie, onderwijs, werken en wonen. Visio biedt deze diensten aan met meer dan 3000 medewerkers op meer dan honderd locaties in Nederland. 19

We zijn voor haast alles afhankelijk van data. En een groot deel van die data worden verwerkt in datacenters. Die vergen veel energie voor de rekenkracht en de afkoeling van de servers. In het licht van de klimaatverandering moeten datacenters duurzamer worden. IBM draagt er haar steentje aan bij. Met slimme innovaties rond energieefficiëntie en het terugdringen van de CO2 -uitstoot; zowel in de eigen activiteiten als voor het aanbod aan (overheids)klanten. Lead by example: samen naar duurzame datacenters BM heeft een rijke traditie van technologische innovatie, en is ook toonaangevend in milieu- en klimaatbescherming. Tegenstrijdig? Toch niet. Want technologie kan een cruciale rol spelen om prangende klimaatproblemen aan te pakken. Daarom waren we ons al vroeg bewust van het milieutechnische ontwerp van onze producten, en blijven we mijlpalen vooropI stellen om onze voetafdruk te beperken: • Tegen 2025 moet 75 procent van IBM’s wereldwijde elektriciteits verbruik uit hernieuwbare bronnen komen; tegen 2030 moet dat ‘net zero’ zijn. • IBM zal de uitstoot van broeikasgassen tegen 2025 verminderen met 65 procent ten opzichte van 2010. • De gemiddelde koelingsefficiëntie van datacenters zal in 2025 met 20 procent verbeterd zijn ten opzichte van 2019. 20 De voorbije decennia werd de footprint al flink gereduceerd, onder andere door strategische datacenters te consolideren (zie ons recent gepubliceerde ESG-rapport). Energiezuinige stroom- en koelingstechnologieën en dito ontwerpen verkleinen de impact op het milieu. Hetzelfde geldt voor programma’s om het woon-werkverkeer van medewerkers te verminderen, en de aansluiting bij organisaties die de CO2 -uitstoot van de logistieke keten verlagen. Al deze milieu-inspanningen passen bij onze leiderschapstraditie – lead by example. Oplossingen om te vergroenen De plannen voor een groot serverpark in Zeewolde lokten veel protest uit. Inwoners en politici waren bezorgd over de impact van het datacenter, met name over de belasting van het stroomnet en de afvoer van restwarmte. Datacenters op de

partner IBM Energiezuinige stroom- en koelingstechnologieën en dito ontwerpen verkleinen de impact op het milieu. beeld: connie zhou Turbonomic-platform biedt inzicht, doet aanbevelingen en helpt om problemen op te lossen. 2. Optimaliseren – IBM ontwikkelt producten die energiezuinig en omgevingsvriendelijk zijn. Denk aan de Power-technologie die het energieverbruik – en daarmee de footprint – 50 à 75 procent terugdringt. De Tape-technologie is maar liefst 90 keer zuiniger dan opslag op harddiskdrives (HDD) en gemaakt van plastic dat voor 99 procent recyclebaar is. 3. Rapporteren – Met de data- en analysesoftware Envizi kan men voor honderden gegevenstypes de milieudoelstellingen analyseren, beheren en erover rapporteren om duurzaamheidsrisico’s te beoordelen. schop dus? Dat is geen optie, want ons datagebruik blijft toenemen en de digitale transformatie blijft versnellen door innovaties zoals het internet of things, Industrie 4.0 en virtual reality. Voor de overheid is dit zowel een uitdaging als een kans om vooruitgang te boeken in het traject naar meer duurzaamheid. Als ze haar burgers en bedrijven oproept (of oplegt) om groener te leven en werken, moet zij hetzelfde duurzame pad bewandelen. Meer nog, ze moet keuzes durven te maken voor groenere technologie zoals energie-efficiëntere datacenters. Onze oplossingen helpen daarbij. Concreet draait ons aanbod voor overheidsklanten rond drie pijlers: 1. Meten – Turbonomic maakt gebruik van artificiële intelligentie om cloudomgevingen te optimaliseren en infrastructuurkosten te verlagen met gemiddeld 20 tot 40 procent. Het Nummer 43, juli 2022 (Energie-)efficiënte digitale dienstverlening Een overheid die vooroploopt met de digitale transformatie, houdt de samenleving goed draaiende. Ze biedt haar burgers en bedrijven een dienstverlening die snel, veilig, efficiënt, betrouwbaar en gebruiksvriendelijk is. Door vergroening van datacenters, maakt de overheid ook veel zaken milieuvriendelijker. Van studiefinancieringen aanvragen tot kadastrale gegevens raadplegen en belastingaangiften indienen. Omdat de digitalisering gepaard gaat met een groot én duur energieverbruik, moet de overheid inzetten op energieefficiënte datacenters. Betrouwbare, doeltreffende en groene technologieën spelen daarbij een grote rol. Hoe complex ze ook zijn, in de praktijk is hun opzet eenvoudig. Vergelijk het met de nieuwe M1-processor in de MacBook die drie keer zuiniger is dan de voorgaande Intel. Voor datacenters en cloudtoepassingen doet IBM iets soortgelijks. Meten waar er bespaard kan worden, de efficiëntie vergroten, het energieverbruik verlagen en vergroenen. Zo wordt technologische vooruitgang een katalysator voor een klimaatvriendelijkere wereld én een betere overheidsdienstverlening. Energie-efficiënte datacenters zijn een grote stap in de goede richting. Maar daar houdt het niet op. Ook gebouwen kunnen energie-efficiënt worden ingericht. Over dat onderwerp en andere dienstengerichte topics ontdekt u meer in de volgende editie van iBestuur. 21

Tijdschrift, online platform en congres: sinds die eerste bijeenkomst over digitaal bestuur in 2010 is iBestuur uitgegroeid tot het platform voor bestuurders en ICT. Het is ook een plek waar markt en overheid elkaar op vriendelijke wijze ontmoeten. Partners Centric, Capgemini en Google Cloud blikken terug. En vooruit natuurlijk, want digitalisering gaat toch vooral over de toekomst. Door Karina Meerman Markt, overheid en het iBestuur Congres aarten Hillenaar stond aan de wieg van het iBestuur Congres. De directeur van Centric PPS was CIO Rijk toen oud-hoofdredacteur Peter Lievense bij hem kwam met een idee voor een bijeenkomst. Hillenaar blikt terug: “Dat was in 2009, een tijd van bezuinigingen. Als CIO Rijk wilde ik niet weer een aparte bijeenkomst, ik wilde liever alle verschillende congressen bij ministeries samenbrengen.” De samenwerking tussen Lievense en Hillenaar resulteerde in 2009 in het congres Digitaal Bestuur in Apeldoorn, de voorloper van het huidige iBestuur Congres. “We wilden overvloed in het programma en heel veel interactie”, zegt Hillenaar, die zich nog steeds cultuurhouder voelt van het evenement. “We wilden niet in de Randstad zitten en iedereen in Nederland de kans geven op tijd te kunnen komen. Dus ‘s ochtends na de files starten en ’s avonds na de files afsluiten.” Andere eigenschappen die er vanaf de start bij horen zijn een publiekstrekker bij de opening, een vrolijke noot aan het eind en heel veel persoonlijk contact daartussen. Daar is ook dit jaar weer volop gelegenheid toe. M Ecosysteem Met de lancering in 2012 van het iBestuur tijdschrift en de website ontstond “een krachtig ecosysteem van informatie”, aldus Zsolt Szabó, vicepresident bij Capgemini, met Centric 22 sponsor van het eerste uur. “Sommige bestuurders nemen vooral informatie tot zich op het congres, anderen maken gebruiken van alle kanalen.” De onderwerpen in het blad en op de site komen terug in het congres en vice versa. Szabó was in zijn tijd als Kamerlid al geïnteresseerd in ICT en digitale dienstverlening door de overheid. “Toen Maarten me vroeg of wij wilden meedoen en investeren, hebben we ja gezegd en werden Vertegenwoordiging uit het bedrijfsleven en overheid zetten er samen de tanden in we founding partner.” Szabó ziet het congres als een plek waar bedrijfsleven en overheid elkaar “op een mooi niveau” beter leren kennen. “De overheid moet begrijpen wat er in het bedrijfsleven gebeurt en het bedrijfsleven moet snappen wat de dienstverlening van de overheid inhoudt.” In zijn ogen is publiek-private samenwerking een absolute noodzaak: “Een

congres 2022 maatschappij bouw je samen, niet vanuit eigen behoefte, maar omdat je samen iets wilt maken, ieder vanuit de eigen expertise. Daarom moeten we kennis en kunde delen. Aan het eind van de dag wil ik iets maken waar niet alleen de burger mee uit de voeten kan, maar ook de ambtenaar die het proces uitvoert.” Lange voorbereiding Sinds een paar jaar is Google Cloud de derde grote marktpartner van het iBestuur Congres. Head Public Sector Erwin Angelier is er blij mee, want Google Cloud wil graag samenwerken met overheidsinstellingen. “En dit is een mooi platform om de interactie aan te gaan met bestuurders”, zegt hij. “Bij het maken van programmaonderdelen voor het congres denken we goed na over relevante onderwerpen die tegelijkertijd passen bij ons eigen portfolio. We merken heel veel bereidheid om elkaar te leren kennen en op een gezonde manier elkaar uit te dagen. De kracht van iBestuur is dat we er samen staan: vertegenwoordiging uit het bedrijfsleven en overheid zetten er samen de tanden in. Ook belangrijk: dat we samen onderzoeken wat fundamentele ontwikkelingen zijn en waar de hypecycles zitten.” Vragen stellen De partners werken allemaal samen met andere organisaMaarten Hillenaar tijdens het iBestuur Congres van vorig jaar. beeld: jiri büller Nummer 43, juli 2022 23

Zsolt Szabó (Capgemini) beeld: jiri büller Erwin Angelier (Google Cloud) beeld: jiri büller ties aan bijdragen voor een vol en gevarieerd programma. Dat betekent dat mensen al maanden voor het congres regelmatig contact met elkaar hebben. Szabó zegt hierover: “Er zijn congressen waar je een dag van tevoren hoort met wie je waarover moet praten, maar bij iBestuur wordt het allemaal heel zorgvuldig afgewogen. We kijken naar de onderwerpen die leven, die worden vervolgens verdiept en ingevuld. In de maandenlange voorbereiding op het congres werken wij op een intensieve en serieuze manier samen op de inhoud. Dat heeft enorme toegevoegde waarde.” Hillenaar zegt dat het congres geholpen heeft om het onderwerp ICT uit de mysterieuze hoek te halen waar het vaak zit. “ICT zit vol jargon en ik hoop dat het congres bestuurders niet alleen heeft geïnformeerd, maar hen ook heeft geleerd vragen te stellen. Wat is de cloud, wat wordt bedoeld met big data, wat is ICT-architectuur? Stel de vragen en blijf doorvragen, tot het duidelijk is.” Toekomst Angelier heeft zin in het thema ‘de menselijke maat’ van de volgende editie en hoe dit als Google Cloud vorm te geven. “Lange tijd werd digitalisering gezien als een bedreiging voor de arbeidsmarkt. Nu groeit het besef dat digitalisering kansen biedt, onder andere om de kwetsbare plekken op de arbeidsmarkt op te vangen.” De huidige krapte is een serieuze uitdaging, vindt Szabó. “We zien dat resourcing één van de belangrijkste onderwerpen wordt om ordentelijk mee om te gaan. Er zijn te weinig opgeleide mensen, de druk om hen te vinden en te behouden is gigantisch en de overheid zit in de transitie van legacy naar de cloud. We moeten vooral in gesprek blijven over wie wat doet, zodat het gunstig is voor de dienstverlening van 24 blokken op bestuursniveau van de Nederlandse overheid. Als een organisatie daar nog niet klaar voor is, laten we het daar dan over hebben.” Voor de toekomst hopen de partners dat het congres blijft inspireren en vernieuwen. Groter worden hoeft niet van Hillenaar: “Ik hoop vooral dat het congres voor iedereen toegankelijk blijft, dat het zichzelf blijft heruitvinden en dat de community van overheidsorganisaties en marktpartijen voor samenwerking verder durft te kijken dan de eigen directe omgeving.” de overheid. Wat als de schaarste de komende tien jaar aanhoudt? Wie doet dan wat?” Hillenaar vindt het voor de langdurige samenwerking belangrijk dat ieder in zijn eigen rol en expertise blijft: “Ga niet op elkaars stoel zitten, maar maak gebruik van de expertise van de ander. De overheid ventileert te veel ambities op ICTgebied. Ik zeg: kijk ook naar de pijnpunten en laten we die in gezamenlijkheid oplossen.” Angelier vult aan: “Daar hoort wat mij betreft ook bij dat we thema’s benoemen die digitalisering We kijken naar de onderwerpen die leven, die worden vervolgens verdiept en ingevuld

Het samenstellen van het programma van het iBestuur Congres is een proces van maanden. Een proces waaraan de congresorganisatie, de deelnemende overheden en private partners samen werken. Dit jaar waren zij het snel eens over het overkoepelende congresthema: digitalisering en de menselijke maat. Wat betekent dat voor de marktpartijen en wat doen zij ermee tijdens het iBestuur Congres? En – zo geven zij aan – de menselijke maat kan niet zonder diversiteit. Door Peter Olsthoorn congres 2022 Digitalisering en de menselijke maat Noodzaak om te delen P erry van der Weyden is country managing partner van Netcompany in Delft. Het van oorsprong Deense bedrijf levert IT-oplossingen voor publieke en private organisaties. “Netcompany wil digitalisering inzetten in het belang van burgers. Een voorbeeld daarvan is één loket om met de overheid te communiceren. Dat vereenvoudigt werk voor iedereen. De Deense overheidsstrategie om flexibele, herbruikbare IT-oplossingen te bouwen, heeft goed uitgepakt. Het burgervertrouwen in de Deense overheid is dan ook groot. Nederlandse overheden proberen we ook met die filosofie te ondersteunen. Gebruikers staan hierbij centraal. We willen uiteindelijk op Europees niveau het verschil maken. Er is veel hergebruik in de veertien Europese landen waar we werken, bijvoorbeeld voor de douane waar men dezelfde Netcompany-Intrasoft inklaringssystemen gebruikt en dat scheelt een hoop in de kosten. We helpen graag bij implementatie en ondersteuning en niet in het steeds opnieuw ontwikkelen van software. Op het komende congres spelen we in op het recente BIT-Advies over de noodzaak om te delen in ontwikkelingen en vormen van samenwerking. De overheid kan niet meer alles zelf bouwen of ieder voor zich werken. Daar sluit onze aanpak perfect bij aan. Wij vinden dat de menselijke maat niet afhankelijk is van identiteit. Wel hechten we veel waarde aan diversiteit. We zien het zelfs als een concurrentievoordeel. Diversiteit in teams is essentieel voor innovatie en leidt vaak tot nieuwe, betere oplossingen.” Perry van der Weyden Nummer 43, juli 2022 25

Menselijke maat is ook ethiek W ilco Riemersma leidt de sector Government van de adviesclub van CGI, voorheen beter bekend als Logica en CMG, hier actief met 2.000 mensen. Vanuit Rotterdam legt Riemersma nuchtere zienswijzen neer: “Onze overheidsprojecten draaien om mensen en toegankelijkheid, of dat nu voor Defensie, het COA, de politie of de IND is. De computer denkt niet na, maar verwerkt opdrachten. Bij de overheid digitaliseer je beleid. Neem een systeem voor proefverlof bij TBS. Je moet besluiten kunnen uitleggen in menselijke voorwaarden. Een van onze klanten, de SVB, begon het initiatief ‘Garage De Bedoeling’ voor meldingen van systemen en wetgeving die verkeerd uitpakken voor mensen, heel erg leuk. Dus de menselijke maat is ook ethiek, waar we ook met NLDigital aan werken voor bijvoorbeeld AI-toepassing. In de sessie ‘Markt & Overheid’, over samenwerking, debatteren we over de afhankelijkheid van GPS voor positiebepaling; eenvoudig te manipuleren en gevoelig voor fouten. Bijvoorbeeld bij enkelbanden voor gestraften, verwerking van mest of defensievrachtwagens met munitie. CGI werkt samen met veel overheden om met Galileo, het Europees equivalent van GPS, daarin verbetering te brengen. En we helpen overheden om processen minder arbeidsintensief maken, bijvoorbeeld in waterschapsbeheer met behulp van beelden van sensoren in de ruimte. Voor wat diversiteit betreft: CGI Nederland telt een kwart vrouwen, Government een derde, steeds meer in leidende posities. Gelukkig groeit dit snel, want de vrouwelijke blik op tech zorgt voor meer oog voor de menselijke maat, voor meer compassie. Vrouwen zijn ook heel goed in management, in aansturen. Genoemd navigatieprogramma wordt door een vrouw geleid. Vroeger moest een IT’er diep-technische kennis hebben en programmeren. Dat was een klassiek mannelijke expertise. Nu ligt het accent op processen modelleren, en de code wordt daarop gegenereerd. Dat opent de weg naar mensen met wellicht minder technische bagage, maar meer overzicht. We zetten minder nerds in voor diversere teams.” Wilco Riemersma Meer tijd voor maatwerk D ieneke Schouten is operationeel directeur Centric Public Sector Solutions. “Slimme technologische oplossingen maken de dienstverlening van overheidsinstanties klantgerichter en efficiënter en leveren hen meer tijd op om inwoners persoonlijke en kwalitatieve aandacht te geven. Sterker nog; digitalisering biedt juist meer ruimte om de menselijke maat te versterken. Centric draagt daar graag haar steentje 26 aan bij door innovatieve oplossingen te ontwikkelen die het mogelijk maken efficiënter te werken waardoor er meer tijd vrijkomt om maatwerk te leveren. We hebben dat bijvoorbeeld gezien bij de intake, beoordeling en automatische afhandeling van aanvragen in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz), waarbij gemeenten veel geld bespaarden doordat ondernemers zelf hun informatie verzamelden en invulden. Hierdoor kwam tijd vrij om gesprekken te voeren met ondernemers van wie de aanvraag extra aandacht nodig had. Als onderneming bieden we daarnaast steeds meer eDiensten aan, niet alleen in het sociaal domein maar bijvoorbeeld ook voor burgerzaken, belastingen en leefomgeving. Met behulp van deze eDiensten kunnen inwoners zelf hun zaken regelen met hun gemeente,

congres 2022 Technologie moet inclusief zijn A nna van den Breemer- Kleene is public sector lead van Microsoft Nederland, dat al meer dan 35 jaar actief is in Nederland. “Microsoft richt zich op het creëren van vertrouwen in technologie, en op het bouwen van een samenleving waarin iedereen profiteert van de mogelijkheden ervan. Wij hebben een verantwoordelijkheid om de online veiligheid van mensen te waarborgen. Dit doen we onder andere door de rechten van gebruikers te beschermen, en door een verantwoordelijk gebruik van AI mogelijk te maken: besluitvorming ligt bij de mens, technologie is een hulpmiddel. Daarnaast moet technologie inclusief zijn - iedereen moet toegang moet hebben tot technologie, zodat iedereen kan profiteren van de (economische) mogelijkheden die het biedt. Met het project Werk in het Vooruitzicht.nl leiden we, samen met het UWV, tienduizend mensen per jaar op voor de banen voor de toekomst, en samen met ABN Amro helpen we status houders aan werk. Beide projecten richten zich op het verkleinen van de ‘skills gap’ op de arbeidsmarkt door het verhogen van technische skills. Op het iBestuur Congres streven we ernaar om meer partnerships aan te gaan en zetten we daarnaast in op het verhogen van de cyberweerbaarheid van Nederland. Het belang van cybersecurity voor de samenleving is sterk toegenomen, maar kennis onder het algemeen publiek, binnen bedrijven en in de politiek blijft achter. Hier willen we verandering in brengen.” Microsoft investeert in de Nederlandse economie en samenleving met vertrouwen én inclusiviteit als uitgangspunten. We streven volledige inclusiviteit na in de meest brede vorm; van gender en etniciteit tot mensen met een beperking. Dit leidt tot betere technologieproducten en -diensten, waar uiteindelijk de hele samenleving van profiteert.” Anna van den Breemer- Kleene beeld: jelle krings waar en wanneer ze ook maar willen via het apparaat van hun voorkeur. Dit legt minder beslag op de ambtelijke organisatie waardoor er meer aandacht besteed kan worden aan inwoners die niet of minder digitaal vaardig zijn en behoefte hebben aan ondersteuning.” Dieneke Schouten Nummer 43, juli 2022 27

Digitale interacties moeten groener R ob Nijman is client relationship executive voor Centrale Overheid van IBM Nederland dat met 1.200 medewerkers actief is in ICT-technologie en -diensten. “Wij hebben de burger doorgaans niet als eindklant, maar wel als belangrijkste persoon. Veel van onze producten en diensten zijn voor de processen of de bedrijfsvoering van overheidsorganisaties zelf of samenwerkende overheden; een deel wordt ook ingezet voor de interactie tussen de burger en bedrijfsleven met de overheid, zoals een systeem voor subsidieaanvragen. We gaan dan tot het uiterste voor vertrouwen in de technologie, voor de aanvragende ondernemer en de ambtenaar. We denken dan samen, met meerdere betrokkenen, over gebruiksgemak en publieke waarden als non-discriminatie, toegankelijkheid c.q. inclusie. Die ontwikkeling gaat veel sneller en intensiever dan voorheen. Vroeger was het voornamelijk een opdrachtnemer-opdrachtgever verhaal. We laten zien hoe publieke waarden en maatschappelijke opgaven centraal staan, bij de bouw en het draaien van applicaties maar ook bij het ontwikkelen van methoden en technologie om Publieke Waarden centraal te stellen. Voor het aanstaande congres richten we ons op klimaatproblematiek, vooral op het noodzakelijke energiebewustzijn; belangrijk voor iedereen. Dat geldt ook voor de ICT-infrastructuur en datacenters van de overheid, en hun energieverbruik. Er is enorme potentie voor verbetering en die gaan we samen met inkoopverantwoordelijken van de overheid bespreken. Wat zou het mooi zijn als de digitale interacties van de overheid met burger en bedrijfsleven groener worden. Het aandeel vrouwen binnen IBM is enorm gestegen, het is een wereldwijd aandachtspunt. IBM richt zich sterk op diversiteit in het algemeen. Zoals met de formulering van vacatures, dat we niet enkel traditionele IT’ers aanspreken maar ook nieuwe groepen. IBM maakt dat onderdeel van een omvangrijk mondiaal programma, Be Equal, dat hamert op diversiteit. Ik zie onze werkomgeving veranderen en ook dat leidt tot meer menselijke maat door diversere invalshoeken.” Rob Nijman Gebruiker centraal benaderen E Erwin Angelier rwin Angelier is Leader Public Sector bij Google. “We helpen overheden en bedrijven dromen, bouwen en transformeren met onze producten en diensten. We zien dat digitale transformatie in de publieke sector mensen centraal moet stellen. Anders is het moeilijk ons in te leven in de gemiddelde technologiegebruiker en kunnen we niet inzoomen op wat echt belangrijk voor hen is met digitale 28 oplossingen. Het gaat om het creëren van een vertrouwenscontract en tijd besteden aan het praten met overheidsbestuurders en besluitvormers, uitzoeken wat ze echt nodig hebben van hun technologieleverancier en die inzichten terugbrengen naar interne teams om niet alleen onze diensten te verbeteren. Binnen Google streven we ernaar om alle transformationele inspanningen met de gebruiker centraal te benade

Drempels voor gebruik verlagen H arm Erbé is director Digital Government bij Capgemini Invent. “Het gedachtegoed van het ontwerpen van en voor mensen gaat een expliciete vraag worden van publieke opdrachtgevers. In andere landen werken we al standaard vanuit deze benadering voor de overheid, in Nederland steeds meer. Het is belangrijk dat overheidsdiensten al in de verwerving vanuit dit perspectief werken. Het is goed om te zien dat mensgerichte digitale dienstverlening echt een speerpunt wordt. De opkomst van de menselijke maat vinden we bij Cap cruciaal voor verdere digitalisering van publieke diensten, teneinde drempels voor gebruik te verlagen. We gaan tijdens het congres de toepassing van de menselijke maat concreet tonen, aan de hand van het voorbeeld van de dienstverleningsstandaarden van de Britse overheid. Die werkt al tien jaar aan digitalisering met de menselijke maat, met hele fraaie standaarden. In Nederland toetsen we technologie en projectmatige aanpak wel met een BIT-toets, maar de Britten hanteren heldere dienstverleningsstandaarden. Mensgerichte dienstverlening ligt verankerd in ontwerp en ontwikkeling, en iteratieve en multidisciplinaire werkenwijzen zijn voorgeschreven vanaf het eerste idee tot de volwassen dienst. Het is een holistische benadering die op landsniveau succesvol werkt. Wat kunnen wij in Nederland van het Britse traject leren? Voor mij is diversiteit een harde randvoorwaarde voor het oplossen van complexe vraagstukken, want dit vereist echt multidisciplinair werken met hele verschillende perspectieven. Dat is de enige manier om tot goede oplossingen te komen voor complexe vraagstukken in de publieke sector, zeker met de menselijke maat als uitgangspunt. Sekse is één factor waarop we gelijkheid creëren, maar dit gaat verder: met inhoudelijke achtergrond, juristen, gedragswetenschappers en techneuten samenwerkend in teams; culturele achtergrond; leeftijden, karakters en denkwijzen. Ik denk bijvoorbeeld zelf vooral in patronen in informatie, maar ben minder goed in details doorgronden. Dus ik zoek in mijn teams mensen met oog voor details.” Harm Erbé beeld: marnix klooster ren. Het beter begrijpen en gebruiken van data, het verder optimaliseren van bedrijfsprocessen en het beter bedienen van burgers en bedrijven zijn belangrijke gebieden die Google Cloud in zijn sessies tijdens het iBestuur Congres zal behandelen. Ook belangrijke onderwerpen rond verantwoorde AI, ethiek en duurzaamheid komen aan bod. De wereld is een complex weefsel van verschillende sekses, ideeën, kleuren, achtergronden, ervaringen en perspectieven die moeten worden omarmd voor succesvolle digitalisering; vooral voor overheidsdiensten die voor de grootste maatschappelijke uitdagingen staan. Natuurlijk is de noodzaak voor vrouwelijke rollen groot, maar de ‘human touch’ is meer dan genderdiversiteit. Meer diversiteit binnen een hele organisatie, niet alleen leiderschap, leidt tot meer innovatie, efficiëntie en uiteindelijk betere digitale dienstverlening voor klanten en burgers.” Nummer 43, juli 2022 29

Interprovinciaal Overleg Utrecht en Zuid-Holland onderzochten toepassing CODIO Hoe transparant wil je als provincie zijn en hoe zorg je ervoor dat burgers data over je omgevingsbeleid kunnen vinden en begrijpen? Die vragen speelden een rol in de discussies over de praktische toepassing van de Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur (CODIO) die op uitnodiging van de provincies Utrecht en Zuid-Holland tijdens een workshop werden gevoerd. De workshop was georganiseerd door de Datawerkplaats, onderdeel van de Utrecht Data School. Door Els Wiegant trecht en Zuid-Holland zijn twee prominente deelnemers van de Datawerkplaats, een samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en lokale en regionale overheden. Over de motivatie van de provincie Utrecht voor haar deelname zegt strategisch programmamanager/opgavemanager Arthur Wetzel: “Net als andere overheden zijn wij al jaren bezig met het digitaliseren van zowel onze eigen bedrijfsprocessen als van de interactie met partners en burgers. We hebben ons gecommitteerd aan de Code Goed Openbaar Bestuur uit 2009 en vinden de CODIO daar een goede aanvulling op. In 2019 hebben Gedeputeerde en Provinciale Staten de Digitale Routekaart voor de informatievoorziening van de provincie Utrecht, SlimCity 2025, vastgesteld. Daarin staat beschreven wat de rol van informatietechnologie is bij het realiseren van de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Bij de ambtelijke uitwerking rees de vraag: hoe gaan we om met alle richtlijnen die er zijn, waar zit de samenhang? Toen we over de CODIO hoorden, hebben we gezegd: hier moeten we iets mee doen. We wisten alleen nog niet precies wat. Daarom hebben we met een casus proefgedraaid in de workshop.” U 30 Ethische aspecten Ook Zuid-Holland is al jaren bezig met de digitale transformatie. Verantwoordelijk gedeputeerde Willy de Zoete: “Het is een maatschappelijk fenomeen waar we niet omheen kunnen, maar er zijn wel randvoorwaarden nodig: hoe gaan we met vraagstukken om? Zijn we ons bewust van de ethische aspecten? De slag om mensen in de organisatie hiervan bewust te maken, hebben we al een poos geleden in gang gezet. We hebben bijvoorbeeld al enkele jaren een ethicus in dienst die ons op strategisch niveau bij dit soort vraagstukken helpt.” Gegevens voor de burger toegankelijk maken over het omgevingsbeleid – een belangrijk beleidsterrein van de provincie – is een ambitie waarbij digitalisering een belangrijke rol speelt. Het was dat vraagstuk dat Zuid-Holland in de workshop (die overigens ruim een jaar geleden plaatshad) onder de loep nam: hoe zorgen we ervoor dat alle data die we met betrekking tot ons omgevingsbeleid ontsluiten, goed te vinden en te begrijpen zijn? De Zoete: “De provincie is van de burgers, gegevens zijn van de burgers en zij hebben recht op inzage daarin. De Wet open

congres 2022 overheid verplicht ons nu natuurlijk tot die openheid, maar het maakt onze bedrijfsvoering ook efficiënter. Als data openbaar zijn, kan de burger ze zelf opzoeken. Digitaliseren is een gigantische klus, maar het is de moeite waard.” Overigens ontving de provincie op 10 mei de Aanmoedigingsprijs Open Dossiers voor het openbaar maken van alle GS-voorstellen inclusief onderliggende stukken uit handen van staatssecretaris Alexandra van Huffelen. “Daar zijn we best trots op”, lacht de gedeputeerde. Aron Duindam, coördinator Omgevingsbeleid en namens De provincie is van de burgers, gegevens zijn van de burgers en zij hebben recht op inzage daarin Nummer 43, juli 2022 de provincie deelnemer aan de workshop destijds, voegt eraan toe dat het denken over goed digitaal openbaar bestuur er bijvoorbeeld toe heeft geleid dat de provincie onlangs zelf een milieueffectrapportage heeft gemaakt in plaats van de opdracht uit te besteden aan een extern bureau. “Dankzij een groter bewustzijn van de risico’s hebben we besloten dat we dit soort data liever in eigen beheer houden.” Druktemonitor Als universitair docent was Erna Ruijer een van de ontwerpers van de workshop. “Nadat we (hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer, twee junior-onderzoekers en zijzelf, red.) de CODIO hadden opgesteld, wilden we ‘m in de praktijk testen en kijken of er nog andere waarden of acties uit naar voren zouden komen dan die wij bedacht hadden. Dat was niet het geval, ze kregen juist een concretere invulling.” Een realistische casus was startpunt voor de discussie. Aan de hand van de fundamenten, waarden en principes uit de CODIO (zie kader) keken de deelnemers vanuit verschillende invalshoeken naar het beleid en vroegen zich af in hoeverre 31

CODIO Op verzoek van de Tweede Kamer werd vorig jaar een Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur opgesteld, als vervolg en aanvulling op de Code Goed Openbaar Bestuur uit 2009. De opstellers namen 45 bestaande codes onder de loep en destilleerden daaruit drie fundamenten, zes principes en dertig waarden. De fundamenten zijn: democratie, rechtstaat en bestuurskracht. Daarbij horen telkens twee principes, respectievelijk: participatie en maatschappelijke waarde, procedurele rechtvaardigheid en mensenrechten, bestuurskwaliteit en verantwoordelijkheid. Daaronder zijn de dertig waarden gegroepeerd. Bij ‘democratie’ gaat het bijvoorbeeld om inclusiviteit en duurzaamheid, bij ‘rechtstaat’ om gebruiksvriendelijkheid en vrijheid van meningsuiting en bij ‘bestuurskracht’ om doelmatigheid en toezicht. De CODIO is te vinden op: tweedekamer.nl (zoek op: codio). deze daarin tot hun recht kwamen. “De vraag was: welke acties helpen om de waarden die we hadden gedefinieerd, te borgen en zijn de uitkomsten misschien ook breder inzetbaar?” De antwoorden moesten leiden tot een checklist – in de vorm van een poster –, waarop acties, termijnen, coördinator en verantwoordelijke actoren in kaart worden gebracht. Als programmamanager van Datagedreven Provincie was Lieke Stroucken verantwoordelijk voor de invulling en begeleiding van de workshop. Utrecht koos voor de casus van de Druktemonitor, vertelt ze, een interactieve kaart waarop realtime te zien is hoe druk het in een bepaald (recreatie)gebied is. Voorheen werd deze gevuld met handmatig aangeleverde gegevens van medewerkers ter plekke. Omdat dat te arbeidsintensief was en onvoldoende betrouwbare gegevens opleverde, besloot de provincie – bij wijze van pilot – data bij een commercieel bedrijf in te kopen. “Gebruikmaken van locatiegegevens ligt ethisch gevoelig: voldoet de zakelijke partner aan de privacyregels? Weten bezoekers van een gebied wel waar ze toestemming voor geven als ze een bepaalde app downloaden?” Mate van transparantie Wat Stroucken opviel, is dat er veel discussie was over de mate van transparantie in het contact met stakeholders (lees: burgers). Concreet: moet op de website de herkomst van data worden vermeld (eenvoudig te realiseren) en/of moeten in gebieden waarschuwingsbordjes worden opgehangen (lastiger uit te voeren)? Voorlopig is die discussie in het voordeel van het eerste beslecht. 32 Nog interessanter vond Stroucken het dat in de workshop ook veel werd gesproken over de vraag: wie is hier nou verantwoordelijk voor? “Het antwoord luidde meestal: de provincie. Wij hebben sinds kort een Chief Information Officer, maar die verantwoordelijkheden waren toen nog niet duidelijk belegd. Dat is wel het dilemma: enerzijds ontstaat er veel digitale innovatie bij de maatschappelijke opgaven in allerlei domeinen, anderzijds zie je aan de IT-kant en in de bedrijfsvoering veel richtlijnen. Die twee vinden elkaar nog onvoldoende. Als een beleidsafdeling een privacy-issue signaleert, leggen ze het algauw bij de privacy officer, terwijl zij hiervoor ook een verantwoordelijkheid dragen. Er wordt vaak gedacht: digitalisering is iets van IT. Maar het wordt steeds meer iets van de beleidsopgave zélf. Mensen daarvan bewust maken is de uitdaging.” Veel discussie was over de mate van transparantie in het contact met burgers Nader onderzoek De Datawerkplaats, onderdeel van de Utrecht Data School, gaat na de zomer starten met een train-detrainer-programma dat overheden in staat stelt zelf een workshop over toepassing van de CODIO te geven. Er zijn tevens een handleiding en presentatie in de maak. In de eerste workshop werd naar de toepassing op projectniveau gekeken; de Datawerkplaats wil ook onderzoeken hoe de CODIO op strategisch niveau kan worden ingezet. Voor de omgang met data heeft de Utrecht Data School overigens ook andere producten en tools ontwikkeld, zoals de Data Ethics Decision Aid (DEDA) en de IAMA (Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes). Kijk voor meer informatie op: dataschool.nl.

Saskia Bruines: “Je moet oog houden voor de maatschappelijke meerwaarde en de rechtsbescherming van de individuele burger.” beeld: paul voorham/gemeente den haag congres 2022 VNG Gemeenten en EU kunnen niet zonder elkaar in digitale transformatie Van green deals tot de Digital Decade. De komende jaren komt er vanuit Europa heel wat af op gemeenten als het gaat om de digitale transformatie van onze samenleving en economie. Die moet in 2030 tot stand zijn gebracht, maar het wetgevingskader is er al in 2025. De impact voor gemeenten is groter dan ooit, maar hoe bereiden ze zich hierop voor? Door Pieter Verbeek e Data Act, de Data Governance Act, de DSA, DMA, eIDAS2.0 en ook nog eens alle AI-verordeningen. De komende jaren moeten er heel wat Europese wetten worden geïmplementeerd op lokaal niveau. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een aantal strategieën om de groene en digitale transformaties verder te versnellen. Zoals de missie 100 climate neutral cities, waarin zes Nederlandse steden zijn betrokken. D Er wordt dan ook al hard gewerkt aan die digitale transitie in de Nederlandse gemeenten, waarbij de VNG het voortouw Nummer 43, juli 2022 neemt. Zo zijn gemeenten al bezig met de nieuwe artificial intelligence (AI) wetgeving, die het verplicht maakt om impactvolle algoritmes op te nemen in registers, zodat algoritmes transparant en uitlegbaar zijn. Ook de impact van sensoren (IoT) hebben de volle aandacht. Daarnaast zetten gemeenten hun eigen kaderstellende instrumenten in om de hogere ambities van de EU te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Zodat het niet bij een papieren werkelijkheid blijft. Verder onderzoeken gemeenten de ethische consequenties van digitalisering met behulp van ethische commissies en de IAMA. De lessen die zij hier opdoen brengen zij in bij de lobby richting Europa. Zo helpen ze EU-beleid mede vormgeven. “Wij zullen vanuit de lokale praktijk de Europese Commissie hierin moeten voeden”, stelt Saskia Bruines, wethouder digitale zaken in Den Haag, en lid van de VNG Commissie Informatiesamenleving. Dagelijkse praktijk Tegelijk is er de uitdaging om de Europese wetgeving op de lokale praktijk te laten aansluiten, zegt ze. “Dat is een bijzonder proces, want het zijn natuurlijk bestuurslagen die niet heel dicht bij elkaar liggen en anders functioneren. Maar als je kijkt 33

Rian van Dam: “Als je niet uitkijkt zijn we ontzettend fragmentarisch bezig.” beeld: kenneth stamp/hollands kroon hoe Europa het nu organiseert met allerlei sessies om zaken uit de lokale praktijk op te halen, lijkt het goed te gaan lukken. Natuurlijk sluit het ook aan bij dingen waar wij als Nederlandse gemeenten ook mee bezig zijn.” “Belangrijk is dat de gemeenten in Nederland vanuit één visie gaan werken aan alles wat vanuit het Digital Decade op ons afkomt”, vult Rian van Dam aan, burgemeester van Hollands Kroon en medelid van de VNG Commissie Informatiesamenleving. “Als we als gemeenten al die verschillende wetten moeten implementeren is dat niet alleen ingewikkeld, maar ook gewoon heel veel werk. Daarom is die samenwerking vanuit de regio zo belangrijk om kennis te delen en ook die maatschappelijke opgaven in samenhang te bekijken. Als je niet uitkijkt zijn we ontzettend fragmentarisch bezig, terwijl de vraagstukken die er liggen wel allemaal met elkaar te maken hebben.” Een van de uitdagingen voor gemeenten is volgens Van Dam dat digitalisering nog vaak onder de bedrijfsvoering wordt 34 geschaard. “Het is overhead en dat moet je zo efficiënt mogelijk inzetten. Maar eigenlijk wil je juist door middel van digitalisering je primaire producten en proces organiseren. Hoe krijg je die hele ontwikkelingen nou zo onder de aandacht dat het gewoon consequent wordt uitgerold en dat er ook voldoende tijd en middelen voor zijn?” Volgens Van Dam moeten we vooral gewoon beginnen, zoals bij de missie voor 100 climate neutral cities. “Daar gaan we experimenteren. Er zijn hubs ingericht en daar moeten we dus allemaal ervaring opdoen en al doende leren. Dan moeten we tegelijkertijd die blik gericht houden op hoe we kennis kunnen delen, samenwerken en de onderlinge samenhang in de verschillende opgaven en missies kunnen vasthouden.” Digitale principes De urgentie is in ieder geval groot, stelt Bruines. “Het gaat natuurlijk niet om niks. Deze transformatie vindt hoe dan ook plaats. De technologie is niet te stoppen. Er zijn ook zo

congres 2022 veel zinnige maatschappelijke toepassingen te bedenken met digitalisering. Tegelijkertijd brengt dat dus een aantal risico’s met zich mee. Of je het nu hebt over artificial intelligence (AI), gezichtsherkenning of over het gebruik van camera’s in de openbare ruimte. Je moet oog houden voor de maatschappelijke meerwaarde en de rechtsbescherming van de individuele burger. Dit staat allemaal nog in de kinderschoenen. Daarom is het zo belangrijk dat we er op Europees niveau afspraken over maken.” In Nederland hebben de gemeenten via de VNG daar een start meegemaakt door het vastleggen van een set Principes dan de aanzet. En voor zover het nodig is om dat in wetgeving onder te brengen, zal het Rijk dat moeten doen. Maar dan weet je als gemeente of als gebruiker: oké, als ik dat product koop en daar staat dit keurmerk op, dan weet ik wat er allemaal in zit en kan ik dat ook aan de inwoners van mijn stad laten zien.” Open consultatie is volgens Bruines heel belangrijk. “We moeten zoveel mogelijk criticasters, de tegenstand, georganiseerd tot je laten komen. Dat is de enige manier om het goed te doen. Je bent een goede bestuurder, als je niet alleen maar jaknikkers om je heen verzamelt, maar vooral mensen die je scherp houden en die je tegenspreken, maar dat is natuurlijk niet ieders natuurlijke neiging. Uiteindelijk wil je dat de inzet van technologie ook inderdaad meerwaarde voor de samenleving oplevert.” Je beschermt data, maar tegelijkertijd moet je gegevens juist delen en bij elkaar zetten voor de Digitale Samenleving en met inkoopvoorwaarden voor innovatieve technologie. Het is onderdeel van de onlangs opgestelde Agenda Digitale Grondrechten en Ethiek, waarmee gemeenten richting geven aan de digitalisering van Nederland. Op die principes is nu een uitbreiding voor crowdmanagementtechnologie in ontwikkeling, zoals camera’s en sensoren in de publieke ruimte. Momenteel loopt er een open online consultatie tot 16 juli, waarin allerlei zaken aan de orde komen, zoals regels over registratie, betrokkenheid van bewoners en grenzen aan gebruik van biometrie. Gemeenten vertalen die vervolgens ook door in inkoopvoorwaarden, zoals de standaardovereenkomst GIBIT. Bruines: “We kunnen inzichtelijk maken hoe bijvoorbeeld de hele keten in elkaar zit: waar komt het product vandaan? Wie zit daarachter, wie zijn er producent van geweest? En dat kunnen we dan openbaar maken. We gaan op zoek naar mogelijkheden om de waarden voor verantwoorde digitalisering in aanvullende inkoopvoorwaarden te verwerken. De VNG doet Nummer 43, juli 2022 Relatie tussen overheid en burger De Agenda Digitale Grondrechten en Ethiek is daarbij in ieder geval leidend, stelt Van Dam. “Daarin staat wat voor soort gemeente je wilt zijn en wat voor soort organisatie je wilt zijn in de relatie tussen overheid en burger. Het is soms complex. Je beschermt bijvoorbeeld data juist om uitbuiting van gegevens door criminelen aan te pakken. Maar tegelijkertijd; als je ondermijning wilt aanpakken, moet je gegevens juist delen en bij elkaar zetten. Je dient dan eigenlijk verschillende heren. Als openbaar bestuur moet je kunnen uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt, met welke argumentatie en dat je soms ter bescherming van de één in de belangen van de ander treedt.” In ieder geval is het fijn dat er nu een staatssecretaris van Digitalisering is, stelt Van Dam. “We hebben voor de digitale transitie in Nederland een langetermijnvisie nodig. Samen met de staatssecretaris wordt door de VNG en andere partijen gewerkt aan een gezamenlijke agenda via de werkagenda. Het grote vraagstuk is hoe we de transformatie gaan financieren. Het kabinet heeft besloten de middelen voor het Recovery & Resiliency Fund (RRF) niet te investeren in de transformatie en ook in de meerjarenbegroting onder het coalitieakkoord zijn geen middelen beschikbaar. Dit zal voor Prinsjesdag helder moeten zijn willen we als gemeenten klaar zijn in 2025. Dan pas heb je een gezamenlijke stip op de horizon en een gezamenlijke weg daarnaartoe. Dan kan ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid z’n steentje bijdragen; van Rijksoverheid en gemeenten, tot de provincies en waterschappen.” 35

De Europese Unie gaat voor meer digitale soevereiniteit, door onze digitale wereld beter te reguleren en door innovatie van Europese bodem extra te stimuleren. Jos de Groot, directeur Digitale Economie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, roept bedrijven op om nu mee te gaan bouwen. “Innovatie zit in ons bloed. Dit is een mooie kans voor Nederland.” Door Marieke Vos Regulering en innovatie: hoe de EU streeft naar meer digitale soevereiniteit oenemende schaarste aan producten en energie, dominantere techplatforms… Europa is in de afgelopen jaren steeds meer afhankelijk geworden van bedrijven uit niet Europese landen, die er soms andere waarden en normen op nahouden. Ook in de digitale wereld is die afhankelijkheid steeds duidelijker. Naast afhankelijkheid van niet EU-landen is die er ook van technologiebedrijven. Dat is ongewenst waar het onze publieke belangen zoals eerlijke concurrentie, duurzaam verdienvermogen, kennis en innovatie, weerbaarheid, veiligheid, en fundamentele rechten als privacy onder druk zet. Het plaatst het onderwerp digitale soevereiniteit inmiddels hoog op de agenda van de Europese Commissie en alle Europese lidstaten, zegt Jos de Groot. De Groot heeft zich in zijn lange loopbaan bij de Rijksoverheid altijd beziggehouden met thema’s die maatschappelijk relevant en soms ook turbulent zijn. Zoals de energie en de telecommarkt. En nu dus het digitale domein, waarover hij elders in dit magazine ook in gesprek gaat met TNO. “Digitale soevereiniteit is een ingewikkeld vraagstuk. En er wordt ook verschillend over gedacht in de Europese lidstaT 36 ten. Wij zijn als Nederland bijvoorbeeld een open economie en dat willen we graag zo houden, daar floreren wij bij. Maar dat geldt niet voor alle landen.” Daarnaast is het natuurlijk niet eenvoudig om zelf producten en diensten te ontwikkelen die net zo kwalitatief goed en niet duurder zijn dan wat we nu uit andere landen afnemen, vertelt hij. Hij noemt het goed dat de Europese Commissie hierover samen met ons nadenkt: “Er wordt strategisch naar gekeken. Zodat Europa in contact blijft met de rest van de wereld, en tegelijkertijd op een aantal essentiële onderdelen zichzelf kan redden.” Regulering De Europese Commissie is samen de lidstaten langs twee sporen meer digitale soevereiniteit aan het realiseren: via nieuwe wetgeving en via het stimuleren van Europese innovatie. Om met het eerste te beginnen: er staan de nodige nieuwe wetten op stapel die de digitale wereld meer in lijn moeten brengen met Europese waarden en normen. De Groot: “De Europese Commissie is samen de lidstaten bezig om op een breed

congres 2022 spectrum een samenhangend pakket van wetgeving te realiseren. ”Over de Data Governance Act (DGA) is reeds een akkoord bereikt en die omvat onder andere het reguleren van private datatussenpersonen. Op de Digital Markets Act (DMA) en Digital Services Act (DSA) hebben de EU-lidstaten en het Europees Parlement een voorlopig politiek akkoord bereikt. Waarbij de DMA de macht van grote techbedrijven verder aan banden moeten leggen, en de DSA burgers en bedrijven in het digitale domein beter moet beschermen en online handel moet bevorderen. Daarbovenop komt de Dataverordening (DA) eraan; die moet zorgen voor het beter, veiliger en eerlijker kunnen delen en benutten van data. En daarnaast nog een AI verordening die eisen gaat stellen aan de kunstmatige intelligentie die op de Europese interne markt is toegestaan. “We zijn als Nederland in grote lijnen positief over hoe de Europese Commissie dit aanpakt”, zegt De Groot. “Onze insteek is geweest om hier zo vroeg mogelijk bij betrokken te zijn. Omdat we als Nederland vergeleken met andere Europese landen redelijk vooroplopen in digitalisering, lukt dat vrij aardig. Zo zijn diverse van onze ideeën overgenomen uit papers en onze Nederlandse aanpak. Bijvoorbeeld uit onze aanpak rondom de innovatiehubs en onze inzet zoals beschreven in de kabinetsvisie op datadeling die wij in 2019 reeds uitbrachten. Beide hebben de Europese Commissie geïnspireerd om met voorstellen te komen om meer waarde te creëren uit data en meer grip op gegevens voor gebruikers.” Innovatie stimuleren Een voorbeeld van innovatie uit het tweede spoor dat De Groot noemt, is het stimuleren van Europese innovatie op het terrein van data en cloud. Twee belangrijke initiatieven die een bijdrage gaan leveren aan soevereiniteit op dit vlak zijn GAIA-X en IPCEI-CIS, dat staat voor Important Project of Common European Interest Cloud Instructure en Services. GAIA-X zorgt voor het verbinden van Europese cloudinfrastructuren en het vergemakkelijken van datadeling waarbij juist het naleven van Europese wetten en waarden een kernpijler is. Het initiatief van honderden bedrijven ontwikkelt gezamenlijk een set van standaarden en technische specificaties waarmee een nieuw ecosysteem van cloud en datadiensten zal gaan ontstaan. Ook vanuit de Nederlandse hub wordt gewerkt aan diverse use cases voor deze infrastructuur. TNO organiseert deze hub met financiële ondersteuning van het ministerie van EZK. De Groot: “Wij proberen zoveel mogelijk bedrijven met hun initiatieven aan te laten sluiten bij de GAIA-X vereniging en om deel te nemen aan deze hub, zowel groot als klein. Philips doet bijvoorbeeld al mee op het gebied van gezondheid.” IPCEI CIS is een groot Nummer 43, juli 2022 project waarmee twaalf lidstaten samen met de Europese Commissie gericht een nieuwe generatie cloudoplossingen en diensten te ontwikkelen die nadrukkelijk moeten bijdragen onze digitale soevereiniteit. Voor de Nederlandse deelname aan dit initiatief is vorig jaar 66,5 miljoen euro beschikbaar gesteld. “De Nederlandse voorstellen daarvoor liggen nu in Brussel ter beoordeling.” Omdat zowel IPCEI CIS als GAIA-X nog in ontwikkeling zijn, kan De Groot helaas nog geen concrete voorbeelden delen van wat daarin aan innovaties is ontwikkeld. “Wel valt op dat de bedrijven die hieraan deelnemen het als positief ervaren om op deze manier binnen Europa samen te werken. De IPCEI CIS is enorm omvangrijk, er doen honderden bedrijven uit de hele EU aan mee.” De Groot roept bedrijven en andere orgaJe kunt wel zeggen dat innoveren in ons bloed zit. Het is heel belangrijk dat we in die kopgroep zitten en blijven nisaties op om ook mee te doen aan GAIA-X en aan eventueel volgende IPCEI-initiatieven. “Er komen veel digitale innovaties uit Nederland, je kunt wel zeggen dat innoveren in ons bloed zit. Het is heel belangrijk dat we in die kopgroep zitten en blijven. Zodat we in Europa komen tot een digitalisering die past bij onze Europese waarden. Die niet wordt bepaald door een overheid of door een dominante marktpartij, maar door een samenwerking van publieke en private partijen.” Wat, waar en wanneer? • iBestuur Congres 2022 • Online en op locatie • Woensdag 14 september 2022 • Fokker Terminal Den Haag • Keynote sessies • 30+ break-out sessies • Speciale track Markt & Overheid Meer informatie: www.ibestuurcongres.nl 37

Ron Roozendaal wil open proces voor uitwerking digitaliseringsbeleid Ron Roozendaal werkt aan de uitwerking van de hoofdlijnen van het digitaliseringsbeleid. De voormalig CIO van VWS en gezicht achter CoronaMelder en CoronaCheck wil dat ook nu met een open proces in samenspraak met de buitenwereld doen. “Als je als beleidsmaker in je eentje moet gaan bedenken wat belangrijk is, dan heb je het voor niemand goed gedaan.” ‘Ik kies voor de arena’ Door Pieter van den Brand Beeld Lex Draijer/De Beeldredaktie 38

ederland heeft voor het eerst een staatssecretaris van digitalisering. Na haar benoeming voerde Alexandra van Huffelen de eerste maanden veel gesprekken met experts uit het vakgebied. Vanuit zijn rol bij VWS was Ron Roozendaal daar ook bij betrokken. Het ministerie was de afgelopen twee jaar druk met de digitalisering achter de coronabestrijding en deed veel ervaring op met het totaal anders aanvliegen van ICT-projecten, zoals de CoronaMelderapp; namelijk in alle openheid en transparantie en met open source software. “In de gesprekken met ambtenaren van Binnenlandse Zaken werden we wederzijds enthousiast om die ervaring ook op het brede digitaliserings beleid in te zetten”, verklaart Roozendaal zijn overstap naar BZK. Sinds 1 mei is hij er kwartiermaker, plaatsvervangend DG en directeur Digitale Samenleving. Op het moment van het interview, in het bedrijfsrestaurant van het Rijkskantoor aan de Turfmarkt, is hij net zes dagen actief in zijn nieuwe baan. Bij VWS werkte Roozendaal sinds 2010 als CIO. “Ik ben iemand die mee wil doen en niet van de zijlijn gaat roepen. Ik heb iets met maatschappelijke opgaven en wil iets toevoegen aan de maatschappij. Maar het is niet zozeer dat deze nieuwe baan een persoonlijke uitdaging is. Dit is een tijd waarin digitalisering en samenleving heel pregnant in tal van onderwerpen zichtbaar worden. Het kabinet heeft een hele paragraaf aan digitalisering in het coalitieakkoord gewijd. Het thema is onderdeel van het politieke discours geworden. Nu is er ruimte echt verder te komen. Daarom heb ik in willen stappen.” N Werkagenda In zijn nieuwe job gaat Roozendaal uitvoering geven aan de Hoofdlijnenbrief Digitalisering die Van Huffelen in maart naar de Tweede Kamer stuurde. “De catchfrase hierin”, vat hij de kern samen, “is een veilig, inclusief en kansrijk digitaal Nederland. We moeten dus kijken naar waar we maximaal kansen kunnen benutten, maar ons ook de vraag stellen: in wat voor wereld willen we leven en hoe moeten we het zo organiseren dat het ook gaat zoals wij dat als land zouden willen? Daar komt van alles bij kijken: mensen helpen die digitaal niet meekomen, gegevensbescherming, maar ook dat we op de toepassing van informatiesystemen, data en algoritmes kunnen vertrouwen.” De ambitie is om nog voor de zomer een werkagenda af te ronden, waarin de eerste prioriteiten worden vastgelegd. “Elk ministerie heeft een eigen digitale agenda, maar er zijn ook veel thema’s die spelen op alle beleidsterreinen en waar BZK in haar coördinerende rol iets mee moet”, licht Roozendaal toe. “Ik noem bijvoorbeeld de zeggenschap over gegevens en de mensenrechtentoets op algoritmes. In de werkagenda geven we aan hoe we de coördinerende rol van BZK gaan invullen en hoe we samenwerking vorm willen geven. Als BZK moeten we natuurlijk wel het goede voorbeeld geven. We zullen dan ook voor ons eigen werk een inspirerende digitale agenda neer moeten leggen waarvan iedereen zegt: dit zijn verhalen en doelen die we begrijpen.” Dreamteam “Nu is er ruimte echt verder te komen. Daarom heb ik in willen stappen.” Nummer 43, juli 2022 Roozendaal kan nog niet zeggen welke onderwerpen precies in de werkagenda zullen komen. “Wel zeker is dat we de werkagenda ondanks de benodigde snelheid ook in gesprek met de buitenwereld op zullen stellen.” Bij de ontwikkeling van de digitale ondersteuning van de coronabestrijding heeft VWS volgens Roozendaal laten zien dat de overheid open en transparant kan zijn. Om die reden was de ontwikkeling van software en ook het ontwerp en het 39

Laten zien wat er goed gaat, maar ook wat er niet goed gaat debat erover voor de buitenwacht volledig te volgen via onder meer het GitHub-account van het ministerie. “De hele ontwikkeling van de apps lag onder een vergrootglas. Dan kun je twee kanten op. Ofwel je probeert risico’s zoveel mogelijk af te dekken, zodat niemand er problemen van kan ondervinden. Of je laat juist geen kans onbenut en laat de mogelijke risico’s niet in de weg staan. Je laat zien wat er goed gaat, maar ook wat er niet goed gaat. We hebben voor dat laatste gekozen. Met de ‘open’ ontwikkeling van de corona-apps hebben we als Rijksoverheid iets gedaan wat nog niet eerder gedaan is. We hebben een dreamteam om ons heen verzameld. De beste mensen wilden meewerken met ons. Experts die je normaliter nooit op een overheidsproject krijgt.” Voor de werkagenda voor het digitaliseringsbeleid van het kabinet wil Roozendaal dezelfde open werkwijze hanteren. “Uit de coronaprojecten weet ik dat er tal van mensen buiten de overheid zijn die als het om een onderwerp als digitale identiteit of de algoritmetoets voor mensenrechten gaat zullen zeggen: tof, ik doe mee. Soms zijn dat de nerds, soms zijn dat de juristen, soms weer andere professionals. Ik ben ervan overtuigd dat je in teams samen met externen tot betere voorstellen komt. Je kun volop denkkracht mobiliseren en je kunt spiegelen, dus tegenkracht krijgen. Ook dat is belangrijk. Transparantie zorgt voor meer vertrouwen, niet per se bij iedereen, maar niet transparant zijn is per definitie onverstandig.” Rode vlag De eerste debatten zijn al gestart. Zo heeft Code for NL op groepscommunicatieapp Slack een kanaal geopend over de Hoofdlijnenbrief. “Ik ben daar superblij mee. Je ziet daar al flink wat reuring ontstaan, bijvoorbeeld over de digitale wallet die van sommige mensen een rode vlag krijgt. Maar wat als je via zo’n wallet in het buitenland heel makkelijk je medicatie kunt tonen in een ziekenhuis? Dat is toch toe te juichen? De meetings op Slack zijn totaal open, en dat is cruciaal. We willen laten zien dat het op deze manier kan en nog meer open bijeenkomsten stimuleren, ook offline. We proberen het zo te organiseren dat er volop experts bij betrokken zijn. Maar het is ook een open invite. Als je bijvoorbeeld praat over toegankelijkheid moet je ook mensen meenemen die blind zijn. Het is cruciaal dat dit perspectief dan aanwezig is.” Zo wil Roozendaal ook zeker in gesprek met burgers die om een of andere reden niet digitaalvaardig zijn of met organisaties die voor hen opkomen, zoals Ieder(in). Roozendaal verwacht dat er in een open discussie met zoveel mogelijk stakeholders aan tafel ook begrip ontstaat voor de complexiteit waarin de overheid al die belangen moet afwegen. “Daarom kies ik voor de arena, zodat alle belangen aanwezig zijn. Als je als beleidsmaker in je eentje moet gaan bedenken wat belangrijk is, dan heb je het voor niemand goed gedaan. Het leuke van de arena is dat je perspectieven laat bespreken door mensen zelf. Dat zorgt voor wederzijds begrip. Er gebeurt iets in het onderlinge gesprek. Wel is het van belang dat ook wij daarbij aanwezig zijn om het gesprek te kunnen modereren. Bij VWS hebben we dat vaak gedaan. We hopen het proces zo te doen dat niemand achteraf kan zeggen dat er achterkamertjes zijn geweest. Zo van, we mogen wel meepraten maar eigenlijk is het al bekonkeld.” Ook open source software staat op Roozendaals netvlies. “Bij transparant hoort ‘open waar het kan’ en daarbij hoort weer ‘open source waar het kan’ bij. Dit is de broncode en die kan iedereen doorzoeken. Er gebeurt niks stiekems. Ook dat geeft vertrouwen.” 40

Visser-Knijff Verbetering Verbetering B evolkingsverbetering was begin 20e eeuw een ‘normaal’ fenomeen. Rassentheorieën en het toekennen van bepaalde eigenschappen aan bepaalde groepen waren niet ongebruikelijk. In zijn boek ‘Lentz’ beschrijft filosoof en filmmaker Jurriën Rood hoe jurist-professor Methorst, directeur van het CBS in de jaren 20 van de vorige eeuw statistiek wilde inzetten voor de verbetering en planning van de bevolking. Sjaak Lentz, de hoofdpersoon van de filosofische biografie, speelde later een belangrijke rol in de plannen van Methorst. Hij zou de statistiek helpen door in de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog een persoonskaart in te voeren en toe te voegen aan het systeem van het bevolkingsregister. Daarna volgde het persoonsbewijs. Wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat het registratiesysteem van Lentz desastreuze gevolgen heeft gehad voor joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bezetter roemde zelfs Lentz’ voortreffelijke wijze van registreren en het gemak waarmee joodse opsporingslijsten konden worden gemaakt. Piek Visser-Knijff Data-ethicus at mij als lezer opviel is dat de keuzes die er worden gemaakt in het ontwerp van de registratie, zoals Rood ze beschrijft, niet zo verschillen van keuzes nu. Duidelijk is dat Lentz, overigens geen antisemiet of overtuigd sympathisant van de bezetter, een héél goed systeem wilde maken. W Nummer 43, juli 2022 K M enmerkend aan Lentz is zijn focus op ‘de papieren mens’. Hij wilde met de persoonskaarten een papieren weerslag krijgen van de mensen van vlees en bloed. Het gevolg van zijn werkwijze is dat hij vervolgens meer ging geven om die papieren mens en de mensen om wie het werkelijk ging niet meer zag. De papieren mens was geen onschuldige kopie van de mens van vlees en bloed. Het werd een sturend mechanisme voor het wegzetten en vernietigen van mensen. U kunt dit natuurlijk wegzetten als ‘verleden’, ‘niet meer relevant’ of ‘zo erg zal het niet meer worden’. Weet u dat zeker? ijns inziens is deze geschiedenis over een analoog systeem een grote waarschuwing voor alle gevoeligheden die komen met het werken met digitale gegevens. Hoe zorgen we ervoor dat digitale profielen geen apart leven gaan leiden en belangrijker worden dan mensen van vlees en bloed? Wat er nu gaande is, is niet het verbeteren van bevolkingsgroepen of rassen. Nee, zo wordt er niet meer gedacht. Het gaat nu om het gedrag van individuen. Er wordt gemonitord, gecontroleerd en gestuurd op individueel niveau op basis van statistiek (lees: algoritmes). De huidige handel- en denkwijze komt akelig dicht in de buurt van bevolkingsverbetering. 41

Bijdrage ter voorkoming van een Babylonische spraakverwarring Platform? ‘Ik denk dat de overheid zelf moet transformeren naar een platform. Wil je als overheid in verbinding staan met je omgeving, moet je de vorm van je omgeving aannemen.’ In iBestuur van maart 2022 en een recente podcast windt Jan van Ginkel, concerndirecteur en loco- provinciesecretaris van Zuid-Holland, er geen doekjes om. Maar wat is een platform eigenlijk? Waarheen moet de overheid dan precies transformeren? Dit artikel beoogt een conceptuele bijdrage te leveren aan deze discussie. Immers, ‘platform’ is een containerbegrip. Door Paul Strijp Beeld Shutterstock/iBestuur 42 erst maar eens een etymologische duiding. Dat woord ‘platform’, waar komt dat eigenlijk vandaan? Reeds in de vijftiende eeuw spraken de Fransen over een platte fourme. Zij verstonden daaronder ‘de opstelling van een gebouw op een plat vlak’. Dat gebouw werd later vervangen door geschut. Een platform had in die tijd dus een defensief karakter. Daar is zes eeuwen later in overheidsland weinig meer van te merken. Overheden zien een platE

Podium form juist als een instrument om dienstverlenend naar hun burgers te zijn. Deze gedachte heeft postgevat in een internationale beweging die Government as a Platform (GaaP) heet. In het Verenigd Koninkrijk wordt GaaP gezien als een gemeenschappelijke infrastructuur van digitale systemen, technologie en processen. Deze heeft tot doel om gebruiksvriendelijke overheidsdiensten te faciliteren. Voor Richard Pope van de Harvard Kennedy School heeft GaaP een tweeledige betekenis. Enerzijds het totale ecosysteem van gedeelde API’s, open standaarden en datasets. En anderzijds de diensten die hierop worden aangeboden samen met de processen om dit systeem op een veilige manier in de lucht te houden. In Nederland stellen Derksen en Arets dat GaaP vooral betrekking heeft op afspraken en rolverdeling. Kort en goed: hoewel velen platforms tegenwoordig vooral in verband brengen met bezorgdiensten, bestelbusjes en pakketjes, is er dus wel degelijk óók een relatie tussen overheden en platforms. De container geleegd Maar wat is een platform nu precies? Uit de container komen verschillende definities. Allereerst een platform als een organisatie of samenwerkingsverband. Zie bijvoorbeeld Platform 31. Dat ziet zichzelf als een kennis- en netwerkorganisatie. Inherent daaraan is het ‘human platform’ van Ahold Delhaize. Dat is géén technisch maar een virtueel platform waar Nummer 43, juli 2022 teams elkaar ontmoeten om met allerhande modules de samenwerking te verbeteren. De tweede definitie is een platform als een infrastructuur. Hierbij kunnen we digitale en dataplatforms onderscheiden. Digitale platforms maken interacties mogelijk tussen vragers en aanbieders. Van die platforms bestaan drie typen. Sociale platforms zoals Facebook, platforms waarop iets wordt aangeboden zoals YouTube en PLOOI en platforms die een transactie faciliteren. Over dat laatste type heeft Martijn Arets een standaardwerk geschreven. Bedrijven als Booking, Bol en Marktplaats bedienen zich van zo’n platform. Een dataplatform heeft geen eenduidige betekenis. Een uurtje googelen leert dat bedrijven verschillende betekenissen aan dit begrip toekennen. Variërend van een centrale plaats waar data worden verzameld en samengevoegd en waar vervolgens analyses worden gemaakt. Tot een geïntegreerde oplossing die een aantal functionaliteiten verbindt zoals een data-lake, een datawarehouse en elementen van business intelligence. Een specifieke vorm van een dataplatform is een integratieplatform. Dat voegt data uit verschillende bronnen samen in een datawarehouse. Dan de derde omschrijving. Waar een infrastructuur aan de technische en ‘harde’ kant refereert, kan een platform ook een abstracte betekenis hebben. Arets en Derksen bijvoorbeeld zien een platform in navolging van Pope als een afsprakenstel43

sel. Die afspraken gaan weliswaar over technische zaken zoals gedeelde API’s, open standaarden, algoritmes en datasets. Maar de essentie van een platform is volgens die definitie toch een kader voor conventies. Tot slot zijn er auteurs die een platform niet tot één betekenis beperken. Integendeel, zij zien een platform als een samenstel van een aantal bouwstenen. Voor Maurits Kreijveld bijvoorbeeld is een dataplatform niet alléén een infrastructuur, maar juist een combinatie daarvan met data en interacties. Die laatste vinden in een community plaats. Daarmee kan een platform volgens hem ook als een organisatiemodel worden gezien. Ook Albert Meijer en Wouter Boon positioneren zich in deze richting. Platforms combineren een technische architectuur, governance, prikkels voor gebruikers en maatschappelijke waarde. En toen? Wat moet een overheid hier nu allemaal mee? In zijn boek onderscheidt Arets drie manieren waarop overheden zich tot platforms kunnen verhouden: grip op platforms, platforms voor de overheid en de overheid als een platform. De eerste verhouding is er één van reguleren: hoe kunnen overheden platforms ‘in de tang houden’? Het meest bekende voorbeeld is de gemeente Amsterdam die de ongewenste effecten van de diensten van Airbnb wil beperken. Het werk van José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal laat zien 44 waarom overheden nog meer tot regulering zouden kunnen overgaan: platforms handelen soms in strijd met publieke waarden. Platforms voor de overheid gaat over een instrumentele verhouding: hoe kunnen overheden platforms inzetten voor het realiseren van hun doelstellingen, bijvoorbeeld de verbetering van de dienstverlening? De overheid als platform tot slot refereert aan de wens om zelf platform te kunnen zijn. Platform als identiteit dus. Bij deze drie verhoudingen valt iets op. Platforms voor de overheid en de overheid als platform gaan over de overheid zelf. Grip op platforms heeft juist betrekking op platforms van derden. Aan die laatste overheidsrelatie kunnen nog twee modaliteiten toegevoegd worden. Allereerst is het denkbaar dat een overheid tot een bestaand platform van andere partijen toetreedt. Waarom zou een overheid bijvoorbeeld zelf een platform starten voor een relatief nieuwe tak van sport als circulaire economie, als hiervoor reeds een platform van jonge bedrijven bestaat? De overheid kan dus ook in haar platformstrategie aansluiten bij de energie in de samenleving. Ook kan een overheid een bestaand platform faciliteren. Met kennis of financiële middelen bijvoorbeeld. Op zoek naar GaaP met publieke waarde Misschien dat het de lezer duizelt. Zoveel verschijningsvormen van een platform, zoveel verschillende manieren waarop een overheid zich tot een platform kan verhouden. De matrix

Podium Het grote GaaP-zoekschema Verschijningsvormen van een platform Organisatie- of samenwerkingsverband Infrastructuur Digitale platforms Sociale platforms Platforms die iets aanbieden Platforms die een transactie faciliteren Dataplatforms Centrale plaats voor data Verbinden datalake, datawarehouse en BI Integratieplatform voor samenvoegen van data uit verschillende bronnen in datawarehouse Afsprakenstelsel Combinatie van aantal bouwstenen Infrastructuur, data en interacties Technische architectuur, governance, prikkels en maatschappelijke waarde De uitnodiging om met de matrix aan de slag te gaan past in de context van de platformexpeditie van de provincie Zuid-Holland. Deze heeft tot doel om te verkennen hoe de provincie platforms kan inzetten voor haar digitale transformatie. Lezers die willen meedenken in dit proces kunnen zich melden bij: rv.dijkgraaf@pzh.nl. Hoe een overheid zich tot een platform kan verhouden Een eigen platform Identiteit Je bent een platform Instrument Je hebt een platform Een platform van derden Reguleren Faciliteren Toetreden/ participeren hiernaast combineert deze verschijningsvormen en verhoudingen. En nodigt de lezer uit om op zoek te gaan naar zinvolle combinaties. Welke cel in de matrix voegt publieke waarde toe? En welke cel doet dit juist niet? Bij deze zoektocht naar publieke waarden kan de Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur (CODIO) van Meijer mogelijk behulpzaam zijn. Laatste hartenkreet De reflex op het GaaP-zoekschema kan makkelijk zijn: ‘ja maar, uiteindelijk bestaat elk platform toch uit een combinatie van al die betekenissen.’ Zeker, misschien is dat wel zo. Maar voor een goed begrip van elkaar is het belangrijk om het accent, de focus, de primaire oriëntatie van je gesprekspartner Nummer 43, juli 2022 te kennen. Als iemand een platform primair als een infrastructuur definieert, dan kijkt uw gesprekspartner met een technische bril naar dit vraagstuk. En een persoon die een platform primair als een afsprakenstelsel ziet, kijkt waarschijnlijk vanuit een governance-perspectief. Allemaal niets mis mee. Maar … goed dat u het even weet! Paul Strijp is adviseur ‘digitalisering’ bij de provincie Noord-Holland. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel. Strijp dankt de collega’s van de provincie Zuid-Holland, Martijn Arets en Marco Derksen voor hun input voor en feedback op een eerdere versie van dit artikel. 45

In 2019 verenigden meer dan 250 Nederlandse gemeenten zich in het streven om de gemeentelijke telecommunicatie naar een hoger, moderner niveau te brengen. Maar voordat dit project - GT Connect - goed en wel van de grond kwam, is het alweer ontbonden. Volgens Chris Sysock, account executive Publieke Sector Salesforce, is het tijd voor een volgende fase waarbij telefonie een opstap is naar een omnichannel aanpak. “Je moet groot denken en klein beginnen.” Omnichannel: gemeentelijk dienstverleningsmodel e telefoon is nog steeds het meest gebruikte communicatiemiddel voor inwoners om contact te zoeken met hun gemeente. Dat dit contact niet altijd vlekkeloos verloopt, blijkt uit een ontnuchterende statistiek. Eén op de vijf telefoongesprekken (soms nog wel meer) bestaat uit herhaalverkeer. Dat wil zeggen: omdat een inwoner niet of nauwelijks antwoord krijgt op zijn hulpvraag, trekt hij opnieuw aan de bel bij de gemeente. D Chris Sysock verduidelijkt: “Vaak blijft de melding ergens in het systeem steken. Er wordt een terugbelnotitie gemaakt en per e-mail verzonden. Maar dat wordt nergens geborgd, niet toegekend aan een eigenaar en belandt op een anonieme hoop. Kortom, mensen worden niet teruggebeld en gaan dus zelf opnieuw contact zoeken.” Plaatje moet kloppen Dat zorgt voor frustratie. Niet alleen bij de inwoner die geconfronteerd wordt met een 46 gebrekkige dienstverlening. Maar ook bij de gemeentemedewerker die alle irritatie over zich heen krijgt en de situatie weer moet rechtzetten. Sysock: “Dat laatste vergt extra tijd en energie. En dat in een tijd dat gemeenten al gebukt gaan onder grote werkdruk. Je ziet dat de ontwikkeling van de organisatie geen gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de gemeente. Een treffend voorbeeld vind ik een recent Berenschot-onderzoek, bij een grote gemeente in het zuiden van Nederland, naar in hoeverre ambtenaren denken dat hun stad in staat is haar doelen en ambities te halen. Maar liefst 84 procent gaf aan dat er nog veel kansen en mogelijkheden liggen om innovatiever en klantvriendelijker te opereren.” Het maakt het belang van efficiënte, goed werkende klantprocessen alleen maar groter. Het idee om met GT Connect een nieuwe telecommunicatiedienst in het leven te roepen die zorgt voor moderne bereikbaarheid, betere vormen van samenwerking en flexibeler werken, is absoluut zinvol zo niet een must in deze tijd. “Maar tegelijkertijd moet je verder kijken dan dat. Hoe sluit zo’n telefooncentrale aan op andere systemen van de gemeente? En hoe wordt het relatie beheersysteem binnen dit netwerk Er liggen nog veel kansen en mogelijkheden om innovatiever en klantvriendelijker te opereren Chris Sysock (Salesforce)

partner Salesforce van de toekomst de verbindende factor? Het totale plaatje moet kloppen.” Inzoomen, uitzoomen Zoom je in op de telefonie, dan wil je dat terugbelnotities gelabeld zijn met een eigenaar en dat die eigenaar een herinnering krijgt, als hij binnen een ingestelde termijn niet heeft gereageerd. En stel dat het na drie keer rappelleren nog steeds stil blijft, dan gaat de notitie naar een back-up. “Een voordeel van de Salesforceoplossing is dat er automatisch een telefoongesprek gelogd wordt, waarbij naderhand altijd te herleiden is wanneer contact gezocht is met de gemeente. Dat kan ter verduidelijking aan een melding of dossier gekoppeld worden.” Zoom je uit naar publieke dienstverlening in zijn geheel, dan komt de omniNummer 43, juli 2022 channel benadering in beeld. Dit wordt gezien als hét gemeentelijke dienstverleningsmodel van de toekomst en moet een naadloze, inclusieve interactie met inwoners en ondernemers garanderen. Jaarlijks hebben inwoners gemiddeld 29 keer contact met de overheid. Die contacten verlopen via steeds meer interactiekanalen. Omnichannel wil zeggen dat de organisatie zich niet langer richt op het managen van elk kanaal afzonderlijk, maar het accent verschuift naar het samenspel van kanalen. Door deze kanalen bij elkaar te brengen, slimmer in te richten en goed op elkaar af te stemmen, bouw je customer journeys die inwoners soepel naar hun doel leiden. Eigen strategie en tempo Belangrijk is dat je de hele range van contacten met inwoners op één platform samenbrengt en alle informatie en hulpvragen die via de kanalen binnenkomen trechtert naar een 360 graden klantbeeld. Daarmee kan elke gemeentelijke afdeling zijn voordeel doen. Chris Sysock: “Als je de centrale ontwerpprincipes omarmt, kun je het Salesforce-platform stap voor stap opbouwen, zoals je met legosteentjes je favoriete bouwwerk creëert. Dat bedoel ik met groot denken en klein beginnen. Kies jouw strategie en voer deze strategie in je eigen tempo uit. Start met telefonie en breidt dat uit naar een omnichannel dienstverlening. Of doe zoals veel andere organisaties het doen: sluit eerst het e-mailverkeer aan, zodat het via Salesforce geanalyseerd kan worden en toegeleid naar de juiste specialisten. En voeg later telefonie aan het geheel toe.” Meer interesse hoe Salesforce kan helpen bij het behalen van uw doelen in de publieke sector? Neem contact op met Chris Sysock: csysock@salesforce.com of +31 6 19076131. 47

Twaalf jaar na Kamermotie ‘Cloud First strategie’ Waar staat de publieke sector met cloud? Organisaties omarmen in toenemende mate digitale manieren van werken, wat de overstap naar de cloud wereldwijd aanwakkert. In de Kamerbrief ‘Hoofdlijnen beleid digitalisering’ zet de regering op hoofdlijnen de Nederlandse ambitie en doelen uiteen voor de digitale transitie van onze samenleving. ‘Het is aan ons als land, en als overheid, om de digitale transitie in goede banen te leiden en zorg te dragen voor een goede maatschappelijke inbedding.’ e conclusie: er is werk aan de winkel. Maar waar staan Nederlandse organisaties, publiek en privaat, in hun digitale transformatie? En hoe gaat het met organisaties die inmiddels werken met cloudtechnologie of DevOps? Capgemini gaf onderzoeksbureau Metri opdracht een enquête uit te voeren onder ruim 200 Nederlandse organisaties. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport The State of the Dutch Cloud Market 2022. Uit het onderzoek blijkt dat de cloud alomtegenwoordig is binnen Nederlandse organisaties en inmiddels voor 31 procent van de gebruikers een onmisbaar onderdeel is van de dagelijkse bedrijfsvoering. D Cloud in de Nederlandse publieke sector “Nederland bevindt zich in een uitstekende positie om te profiteren van de economische en maatschappelijke kansen die digitalisering met zich meebrengt; met een digitale infrastructuur van wereldklasse, met een goed opgeleide beroepsbevolking en een sterke traditie van publiek-private samenwerking. Het doel hiervan is om de positie van Neder48 land als digitale voorhoede van Europa te behouden en ervoor te zorgen dat Nederland op dit gebied de koploper in Europa wordt”, aldus Pieter Nieuweboer, cloud lead Capgemini Nederland. Toch blijkt uit het onderzoek ook dat de Nederlandse overheidsorganisaties relatief aan het begin staan van hun digitale transformatie naar de cloud. Ze hebben nog een weg af te leggen voordat ze de volledige voordelen en efficiëntie van de overstap naar de cloud kunnen benutten. Die liggen niet alleen in besparing van kosten, maar ook in het feit dat veel techbedrijven de komende jaren legacy-applicaties niet meer zullen ondersteunen. En het belangrijkste voordeel is dat overheden de burger met cloudtechnologie gemakkelijker centraal kunnen stellen. Bovendien kan de vergrijzende IT-populatie ondervangen worden door IT-taken vanuit de cloud te verrichten. Uit het onderzoek blijkt 45 procent van de Nederlandse bedrijven hun frontend apps, zoals CRM-systemen, inmiddels naar de cloud te hebben verplaatst, terwijl 44 procent hetzelfde heeft gedaan voor back-end apps, zoals ERP-systemen. Van alle andere sectoren is het percenZsolt Szabo (Vice-President Business Innovaties) en Pieter Nieuweboer (Cloud lead). tage migraties van back-end apps bij de overheid, het onderwijs en de gezondheidszorg het laagst. Van de overheids-, onderwijs- en gezondheidszorgorganisaties geeft 93 procent aan dat het aandeel van nieuw ontwikkelde apps die cloud native zijn onder de 25 procent ligt; 57 procent zegt dat het aandeel tussen de 1 en 10 procent ligt en 36 procent zegt dat het tussen de 11 en 25 procent ligt. De vraag is hoe ver de Nederlandse overheid is met de implementatie van cloud-oplossingen voor dienstverlening aan burgers en bedrijfsleven. “Al in 2010 vroeg de Tweede Kamer om een cloudfirst strategie. Het lijkt erop dat we aan het begin staan van een transitie naar de cloud, maar frappant is dus dat de

partner Capgemini politiek er al een lange tijd serieus mee bezig is”, zegt Zsolt Szabo, oud-Kamerlid en vice-president Business Innovaties bij Capgemini. “Twaalf jaar na de Kamermotie en ontwikkelingen rond cloud is de vraag nu hoe we de migratie naar de cloud op een veilig en duurzame manier kunnen bewerkstelligen.” Uitdagingen voor cloudmigratie en hoe deze te overwinnen Het onderzoek benadrukt dat het risico voor de bedrijfscontinuïteit een van de grootste uitdagingen is voor Nederlandse organisaties bij het migreren naar de cloud. Migratie van legacy naar cloud moet uiteraard op een veilige manier gebeuren. De vraag hoe je dit het beste kunt doen is soms moeilijk te beantwoorden. In een eerder cloud-onderzoek uit 2019 stond bedrijfscontinuïteit op de vijfde plaats als belangrijkste uitdaging in de Nederlandse markt. Apps cloud ready maken, onvoldoende cloudkennis en het inrichten van beveiliging waren de top drie uitdagingen die in dat vorige rapport werden genoemd. Kostenbeheersing is een andere Nummer 43, juli 2022 grote uitdaging. In de Nederlandse markt zegt 30 procent van de organisaties te beschikken over onvoldoende tooling om goed inzicht te krijgen in de clouduitgaven. 29 procent geeft toe te weinig kennis te hebben om de uitgavegegevens te kunnen interpreteren. Het bundelen van alle kennis en ervaring op het gebied van cloud – in bijvoorbeeld een Cloud Competence Center – is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle en beheersbare cloudmigratie. “Als we kijken naar de Overheidsorganisaties staan relatief aan het begin staan van hun digitale transformatie naar de cloud belemmeringen die organisaties tegenkomen bij het beheersen van clouduitgaven, is het duidelijk dat er gebrek is aan een duidelijk geïdentificeerde en gevestigde cloudcultuur. Hier kan een Cloud Competence Center of Excellence een cruciale rol spelen. Onder meer door het bieden van ondersteuning bij kostenoptimalisatie en het zoeken naar manieren om valkuilen te vermijden en voordelen te behalen”, stelt Nieuweboer. Concluderend kan worden gesteld dat er een duidelijke ambitie is om te starten binnen de publieke sector met cloud. “Om het potentieel van de cloud echt te benutten, moeten zij de uitdagingen overwinnen die hen momenteel tegenhouden”, benadrukt Nieuweboer. “Het onderzoek toont ook aan dat een groene duurzame cloud niet meer weg te denken is en een cruciale rol zal spelen bij het verbeteren van de veerkracht van bedrijven en het verlagen van de CO2 -voetafdruk. In tegenstelling tot eerdere opvattingen over de cloud, zien Nederlandse organisaties op basis van het onderzoek beveiliging als een van de grootste voordelen van de overstap naar de cloud.” 49

Weerbaar tegen cyberaanvallen Hoe maken we Nederland weerbaarder tegen cyberaanvallen? Een gedeelde en daardoor veiligere infrastructuur biedt een oplossing, stellen Maarten Hillenaar en Paul van Vulpen van Centric. Van ‘ouderwets’ papier tot een digitale ambassade. Door Marieke Vos lweer tien jaar geleden, toen de wereld er nog anders uitzag, vroeg de CIO van Estland aan zijn Nederlandse collega of Estland een digitale ambassade in Nederland zou mogen inrichten. Want als Poetin zou binnenvallen, dan zou Estland kunnen terugvallen op de informatie die nodig is om het land administratief weer op orde te krijgen. Wij vinden dat een zeer valide vraag gecombineerd met een adequate oplossing. Rusland viel Oekraïne binnen en trok niet alleen met zijn troepen de grens over, maar zet ook een leger van hackers in. Het belang van cyberveiligheid A 50 is in deze strijd enorm. Wiper malware schakelt Oekraïense overheidsdiensten en bedrijven uit door gegevens op systemen te verwijderen. Het NCSC waarschuwt dat deze malware ook Nederland kan treffen. Er zijn de afgelopen jaren al overheidsdiensten en bedrijven getroffen door vergelijkbare malware. Wiper malware De wiper malware die nu wordt ingezet, is een variant van het type cyberaanval dat, wanneer het een computer infecteert, de harddisk onbruikbaar maakt. Tegelijk worden de lokale- en netwerkback-ups vernietigd. Tot slot verspreidt de malware zich naar andere systemen. Zo kunnen gehele databases van organisaties onbruikbaar worden. In 2017 werd Oekraïne ook al geraakt door een aanval van wiper malware, NotPetya. Er zijn toen tienduizenden systemen van tientallen organisaties geïnfecteerd. Tijdens de huidige invasie wordt gebruikgemaakt van twee andere varianten, IsaacWiper en HermeticWiper. Poetin roept dat ieder land dat intervenieert gevolgen zal ervaren zoals nog niet eerder gezien. Hoewel Nederland zich niet militair mengt in het conflict,

partner C e n t r i c zagen we dat hackers toegang wisten te krijgen tot de interne data en back-ups en deze versleutelden. De single-point of failure van de databases gaf voor hackers de mogelijkheid om de organisaties plat te leggen. Die afhankelijkheid van één kritiek punt, zoals een database, zal de interesse van hackers blijven trekken. De afhankelijkheid van één kritiek punt, zoals een database, zal de interesse van hackers blijven trekken legt het wel sancties op aan Rusland. Is het mogelijk dat Russische hackers binnenkort ook Nederlandse bedrijven en overheden raken met cyberaanvallen? Zijn onze overheden hier dan klaar voor? Is ons business continuity management voldoende op orde? Grootschalige cyberaanval is reëel Het spreekt voor zich dat de Rijksoverheid en decentrale overheden voldoende beschermd moeten zijn tegen cyberaanvallen. De essentiële data die bij deze organen ligt mogen niet verloren gaan. Bij recente ransomware-aanvallen Nummer 43, juli 2022 Daarmee blijft ook de dreiging van malwareaanvallen bestaan. Een potentiële oplossing voor deze dreiging verdeelt de gegevens over meerdere partijen. Naar een gedeelde infrastructuur Een decentraal netwerk met een gedeeld grootboek biedt een alternatief voor de centrale database. Hiervoor wordt een netwerk van organisaties opgezet, bijvoorbeeld alle gemeenten in Nederland. Essentiële informatie van de ene gemeente kan binnen dit netwerk op de databases van andere gemeenten worden opgeslagen. Mocht een gemeente haar data verliezen, dan kan deze binnen het netwerk weer opgehaald worden. De opslag is volledig versleuteld en dus onleesbaar voor andere partijen. Het is een privénetwerk met alleen bekende organisaties. Zo blijft er controle over de data en kan deze volgens AVG-standaarden worden opgeslagen. Het is een combinatie van fysieke opslag (op papier en in de kluis) van geprinte private keys (unieke code om eigen data te ontsleutelen) met een decentraal netwerk. Dat maakt het mogelijk om na een malwareaanval de data uit het netwerk op te halen en te ontsleutelen. Opslag op papier klinkt ouderwets, maar het is wel heel effectief. Daarmee voorkom je immers dat er via internet toegang verkregen wordt tot deze informatie. Daarnaast heeft papier een veel langere levensduur dan harddisks. En dan dat idee uit Estland: een digitale ambassade is bepaald geen slecht idee. Een digitale ambassade in de vorm van (private) cloudopslag buiten de landsgrenzen, waardoor zelfs in het geval van rampen of infrastructurele problemen de beschikbaarheid gewaarborgd is. Estland heeft dat inmiddels gerealiseerd en is in staat haar overheidstaken voort te zetten na een digitale invasie door een vijandige mogendheid. En dat is recent weer een reële dreiging geworden. Maarten Hillenaar is algemeen directeur Centric Public Sector Solutions. Paul van Vulpen werkt in het Centric Blockchain Research Lab en doet als promovendus aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar decentralized autonomous organizations. 51

CBS-project Phoenix Goed voorbereiden en niet te veel improviseren Joost Huurdeman, directeur R&D Van begin 2015 tot begin 2022 heeft het CBS zijn grootste IT-programma ooit uitgevoerd: Phoenix, met een uiteindelijk prijskaartje van 34 miljoen euro, wordt bijgeschreven in de lijst geslaagde IT-projecten van de overheid. Door Peter Olsthoorn Beeld Esther de Boer 52 et CBS heeft stapsgewijs gewerkt aan een nieuw applicatielandschap. Doel van deze operatie was om de waarneming van alle CBS-onderzoeken efficiënter te kunnen uitvoeren door het proces van dataverzameling te standaardiseren en de waarnemingssystemen te harmoniseren. Het waarnemingsdeel van een onderzoek kan variëren van een online enquête tot een huisbezoek. En daar komen steeds meer vormen bij. Met de huidige architectuur zijn die eenvoudig te implementeren. H Interne opdrachtgever van Phoenix was de hoofddirectie dataverzameling (DVZ) van het CBS. Er was nieuwe IT nodig en tegelijkertijd moesten processen gemoderniseerd. Joost Huurman was als chef van de Stafgroep Programmamanagement de baas van Phoenix. Inmiddels is hij directeur R&D. Waartoe diende Phoenix? “Vervanging van de oude systemen door een heel nieuw applicatielandschap voor de waarneming van alle CBS-onderzoeken; ook geschikt voor vernieuwingen voor de komende

tien jaar. Dat was keihard nodig. We liepen vast, met steeds meer kostbare storingen. Zoals bij uitval van webservices voor online enquêteren. Ook konden we niets meer aanpassen of aanvullen, zoals een CBS-vragenlijst invullen op een smartphone of tablet. De businesscase van Phoenix was dus in feite bedrijfscontinuïteit.” Hoe ontstond de sterke architectuur? “We hebben allereerst processen onderverdeeld in domeinen op functioneel niveau; de logische stukken van de waarneming benodigd voor alle statistiek. Bijvoorbeeld: trekken van steekproeven, uitzenden van vragenlijsten, houden van interviews en alle data toegankelijk maken voor verwerking en publicatie. We moesten domeinen creëren waarin die verschillende onderdelen plug-and-play bij elkaar konden komen. Die plaat is leidend gebleven in het hele traject, ook voor het tweede deel van de architectuur: de invulling van de IT. Kern is consequent blijven. In het verleden zijn steeds stukjes toegevoegd en dan ontstaat er een lappendeken. In de nieuwe opzet kunnen we stukjes vervangen zonder het hele landschap te hoeven aanpassen. Zo zijn dataverzameling en verwerking uit elkaar getrokken alvorens opnieuw te automatiseren. Dat creëert een rustpunt tussen ruwe data en de productie van statistiek. Want het werk was aldoor complexer, gevoeliger voor fouten en minder efficiënt geworden.” Welk bureau tekende voor de architectuur? “In het verleden hadden we minder goede ervaringen met uitbesteding, reden om het binnenboord te houden. Productie van statistiek is een uniek proces. Marc Houben ontwierp Phoenix, een ervaren businessarchitect bij CBS, met de input van vele anderen. John Bos was de IT-architect. We hebben eerst grote pakketten voor marktonderzoek bekeken, maar die voldeden absoluut niet voor het geheel.’ En welke externe partijen voor het toetsten? ‘PwC, onze adviseur voor processen, bekeek het geheel van Phoenix. Daarnaast kregen we een gratis grondige toets door Bureau ICT-toetsing (BIT). En vervolgens nog een toets door Software Improvement Group. Pivotal heeft ook een keer naar de software gekeken. Dat alles leverde nuttige verbeteringen op. De beveiliging is eerst enkele malen getoetst door Fox-IT. Toen beveiliging veel zwaarder ging wegen zocht het CBS een structurele partner. Dat werd Secura.” De BIT-rapportage (2017) was kritisch over Phoenix: gebrekkige kwaliteitsbewaking van software, te globale opzet Nummer 43, juli 2022 en het grote risico om alles te willen vervangen. Wat heeft u gedaan? “We hebben SIG de software laten evolueren. Zelf deden we een functiepuntanalyse op nog te bouwen software. Op veel punten was het prima, op andere te complex en dat hebben we kleiner gemaakt. En verder, tsja, laat ik niet te onaardig doen over het BIT-advies. Maar die toetsen zijn nuttig om je scherp te houden.” IT vervangen lopende het proces leidt onmiskenbaar tot hoofdbrekens. Dan moet je schuiven Hoe verliep het project? ‘De werkwijze was: in delen bouwen, testen in de praktijk en dan de transitie. Elke twee maanden was er een nieuw onderdeel gereed, een kleine dertig in totaal. Soms, bijvoorbeeld voor een onderdeel als telefonische onderzoeken, was een langere periode voor oplevering nodig. Maar meestal werd er gebouwd in drie sprints van drie weken. We kwamen steeds beter in dat ritme.” Ging ook het weleens niet goed? ‘Ja, deze werkwijze leidt ook tot spanningsvelden, geïntensiveerd door het agile werken. CBS-productie is een klassiek proces met logische werkwijzen en deadlines. IT vervangen lopende het proces leidt onmiskenbaar tot hoofdbrekens. Dan moet je schuiven. Zo’n transitie van een systeem naar productie is een paar keer uitgesteld omdat het onvoldoende aansloot op de praktijk. Ook vergt agile werken snelle feedback en aanpas53

sing. In een transitie die zes maanden duurt, leidt dat tot spanningen. Dat vergt koorddansen. Soms haalden we vlekkeloos de overkant, maar soms dacht ik ‘ai, dat hadden we wat beheerster moeten doen’.” En dan? “Langer doorgaan met het oude systeem. Jammer, maar geen ramp. En soms zetten we door en pasten aan in een volgende versie. Vóór alles moest de productie van statistiek doorgang blijven vinden. Voor de allerlaatste onderdelen hebben we de bestaande systematiek gehandhaafd, daar was geen businesscase voor. Verder worden de oude systemen nu opgeruimd.’ U trok ‘goede mensen uit de productie’. “We wilden niet te veel out-of-the-box denken, maar goed weten hoe die box werkt. Lastig was dat degenen die het meest weten, het drukst bezet zijn. We moesten concessies doen. Na een poosje kwam er een moratorium op het aanpassen van legacy, toen kwam er meer rust en ruimte om CBS-productiemanagers bij Phoenix te betrekken.” Hoe hield u IT-personeel zes jaar vast in de huidige arbeidsmarkt? “Het CBS heeft van nature veel IT in de genen; met gemiddeld goed opgeleide IT’ers die ook CBS’er zijn, en andersom. Voor de cruciale rollen heb ik enkel interne mensen ingezet. Er waren 50, 60 mensen bij de bouw betrokken, plus vele CBS’ers in de business; in totaal meer dan 200 mensen, plus vijftien externen van CGI, Valid en QNH.” Zijn de IT-beheerskosten nu flink gedaald? “Nee, want op de oude systemen zat nauwelijks beheer. Vandaar dat er een duur programma als Phoenix nodig was voor totale vervanging, met zelfs meer onderhoud tot gevolg. We besparen wel een miljoen per jaar aan bedrijfskosten, maar bij vier ton meer IT-kosten. Die netto besparing van zes ton laat wel zien dat het CBS geen 34 miljoen in Phoenix investeerde uit oogpunt van kostenbesparing.” Er circuleert ook een bedrag van 41 miljoen in de stukken? “Indirect hebben we te ruime benaderingen begroot. We kwamen op ruim 30 miljoen euro uit, plus 3 miljoen voor reorganisatiekosten. Na externe toetsen hebben we een risicomarge van 4 miljoen genomen, buiten het programmabudget om. Het bleek niet nodig om er een beroep op te doen. We bespaarden op transitie, en het bouwen werd wat duurder.” 54 Vóór alles moest de productie van statistiek doorgang blijven vinden Wat baarde de meeste zorgen? “Het enthousiasme van teamleden op peil houden. Met vier, vijf jaar aan één project werken dreigt routine en vervlakking. Door het team steeds andere uitdagingen te geven hebben we dat kunnen beperken. Ook die BIT-toets was lastig want die kon vervelende gevolgen hebben. Het grote BRP-project [Basisregistratie Personen] was in die tijd net afgeblazen, je weet nooit hoe dat besluitvorming beïnvloedt. Gelukkig konden we door. Ook het te lang doorontwikkelen van onderdelen was een risico, evenals te snel met een nieuw onderdeel beginnen. Beide leiden tot soms scherpe kritiek.” En de succesfactoren? ”Heel goed voorbereiden en niet te veel improviseren. Ook spreken in abstracties en metaforen vermijden, maar heel concreet alles benoemen. En op tijd rust nemen om terug en vooruit te kijken. En veel investeren in mensen en hen de waardering te geven. We organiseerden regelmatig een borrel of een uitje. Ten slotte moet je diversiteit in je teams aanbrengen; mensen samenbrengen die verschillend denken om tunnelvisie te voorkomen. Vooral behoudende mensen versterken elkaars opvatting. Meningsverschillen leiden tot meer wrijving, en dat kan juist waardevol zijn.”

IT is ook emotie sther Schepers was in Phoenix één van de vier Product Owners voor onderdelen en applicaties. Ze verbond makers en gebruikers. “Je kunt iets slims en efficiënts bedenken, maar dat kan soms botsen op de rollen, processen en werkwijzen van gebruikers. Waardoor je je beoogde verbetering moet aanpassen. Jammer, maar dat zijn nu eenmaal de begrenzingen van IT. Dan moet je het ontwikkelteam overtuigen dat hun prachtige oplossing toch niet gaat werken. Ik snap beide partijen, maar kan dan even die brug niet bouwen. Ik had het geluk dat er van beide kanten veel collegiaal begrip was en dialoog.” E Dus ook zoiets kils als IT brengt emoties teweeg? “Zeker, grote gedrevenheid leidt tot dito teleurstelling en soms tot een woordenwisseling. Dat gebeurde bij ontwikkelaars, maar soms ook bij gebruikers. Uiteindelijk werd het altijd uitgepraat. Vaak met een betere samenwerking tot gevolg.” Esther Schepers vindt wrijving en zelfs botsing tijdens een groot ITproject niet per se negatief. Het komt voort uit het streven naar optimaal werken. Vooral bij gebruikers die langdurig een specifieke CBS-statistiek maken, kan een nieuwe werkwijze vragen oproepen. Schepers kijkt met genoegen terug op Phoenix: “Ik heb zoveel kunnen leren, van automatisering, van agile werken, van alle rollen, karakters en verhoudingen in zo’n groot project. Vooral de deskundigheid en het enthousiasme heb ik als heel positief ervaren. Ik voelde me steeds gesteund als het moeilijk werd.” Haar agile team had de meeste vrouwen: “Diversiteit bleek heel belangrijk, verschillen in persoonlijkheden werken goed. Dat hebben we ook geanalyseerd. Het was mijn rol om te luisteren naar de wensen van verschillende mensen, en hen te overtuigen om tot consensus te komen.” Het meest positief in het algemeen? “Dat Phoenix zo goed geslaagd is geeft iedereen veel voldoening. De gebruikers hebben nog wel wensen, maar het merendeel van de oplossingen bevalt goed. En er blijft ruimte om verbeteringen op te pakken. Wel was de afstand die door COVID ontstond een aanslag op de ontwikkeling.” Schepers begint in september aan een baan als businessanalist, haar oorspronkelijke kunde. “De lessen van Phoenix neem ik mee!” Nummer 43, juli 2022 55

© 2022 IMAGEM en/of haar licentiegevers. Alle rechten voorbehouden. IEDEREEN SNAPT HET MET EEN DIGITAL TWIN Met een digital twin worden de beleidseffecten in uw omgeving meteen duidelijk voor inwoners, medewerkers en samenwerkingspartners. Meer weten? Lees het hele artikel in deze uitgave van iBestuur magazine of bezoek onze website. www.imagem.nl

Doek Kanarie Kanarie m de overheidsbrede werkagenda voor de publieke dienstverlening te realiseren start het programma Werk aan Uitvoering (WaU). We moeten aan de slag om de publieke dienstverlening te verbeteren en te verduurzamen. In de publieke dienstverlening wordt het beleid in uitvoering vertaald. De uitvoering is waar de burger de overheid ontmoet. Het is dan ook dáár waar het wantrouwen van de burger in de overheid is gegroeid. Hoogste tijd om te investeren in de publieke dienstverlening; in het contact tussen burger en overheid. Het is immers dáár waar het vertrouwen kan worden hersteld. O e verzuchting over onbegrijpelijke uitvoering van ongetwijfeld goed bedoeld beleid ervoer ik laatst persoonlijk. Het was zo’n mooi plan; buurtorganisaties en de basisschool organiseren een feestelijke middag op het schoolplein waarin ontmoetingen centraal staan. De betrokkenen hadden zich ingespannen om alles te regelen, inclusief sponsoring. De vergunningaanvraag gooide roet in het eten. De papierlast en de reikwijdte van de irrelevante vragen en voorwaarden waren enorm en onmogelijk om aan te voldoen. Geen feest. D Afelonne Doek Algemeen rijksarchivaris ok binnen mijn eigen organisatie speelt dit. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet en we merken dat burgers weleens last hebben van beleid dat in de uitvoering niet aansluit bij hun behoeften en bij deze tijd. Burgers worden daardoor benadeeld en wetenschappelijk onderzoek soms gehinderd. In plaats van onze oren te sluiten voor de kritiek en knellend beleid blind door te O Nummer 43, juli 2022 voeren, moeten we de signalen aangrijpen om in gesprek te gaan met beleidsmakers. Beleid en uitvoering moeten als complementaire krachten samenwerken, waarbij we ons niet in de hiërarchische lijn tot elkaar verhouden, maar in constructieve samenwerking. ls we als overheid dichter bij de burger willen staan zullen we de spanning tussen beleid en uitvoering moeten verminderen. In WaU is aandacht voor een feedbackloop tussen beleid en uitvoering. Nu worden uitvoeringstoetsen nog te vaak gezien als een verplichte hoepel waar doorheen gesprongen moet worden. Terwijl toetsen of er niet te veel spanning zit tussen beleid en uitvoering veel informatie kan opleveren en onuitvoerbaarheid kan voorkomen. Dit moet veel vaker en in het hele proces van beleid maken én uitvoeren worden ingebed. A at er niet meer zoiets kan bestaan als blinde uitvoering van mogelijk hardvochtig beleid heeft de Kindertoeslagenaffaire ons duidelijk gemaakt. Beleid moet rechtvaardig en uitvoerbaar zijn, passend bij maatschappelijke ontwikkelingen en aansluiten bij de burger. Is dat niet het geval, dan hebben we de verantwoordelijkheid dit in dialoog met beleid en uitvoering aan de orde te stellen. Uitvoeringsorganisaties zijn de kanaries in de kolenmijn die niet terughoudend mogen zijn in het geven van waarschuwingssignalen aan beleidsmakers: hier gaat iets mis! Wij hebben immers het privilege om elke dag in contact te zijn met onze belangrijkste klant: de burger. En dat contact heeft dringend aandacht en duurzame verbetering nodig. D 57

Op 1 mei 2022 werd de Wet open overheid (Woo) van kracht, die moet zorgen dat overheidsinformatie eenvoudiger en beter toegankelijk wordt. Alle overheidsorganisaties krijgen de tijd om de wet te implementeren. Gemeenten Amersfoort en Buren zijn al inspirerend ver op weg. Door Karina Meerman Van Wob naar Woo een aanpassing van cultuur en technologie art Hekkert is informatiemanager bij de gemeente Amersfoort en blij met de komst van de Wet open overheid (Woo). “Het was nooit sexy om de basis op orde te hebben, maar dat wordt nu anders.” Zijn gemeente begon in oktober 2021 met de voorbereidingen op de Woo. Het traject kreeg een duidelijke opdrachtgever met genoeg mandaat om de benodigde veranderingen voor elkaar te krijgen. De eerste stap was een nulmeting van wat de gemeente al actief B 58 openbaar maakte voor haar inwoners. Dat bleek best veel te zijn. Openbaarheid en transparantie hadden al de aandacht en veel besluitvorming was dus al gepubliceerd. Ook had Amersfoort Wob-ambassadeurs en een Wob-coördinator, dus het regelen van Woo-contactfunctionarissen was relatief eenvoudig. Na de nulmeting volgden begin 2022 impactanalyses bij een bestuurlijke, beleidsmakende en uitvoerende afdeling, en onder belanghebbenden. In Amersfoort zijn dat in ieder geval inwoners, ondernemers en media. Interne en externe communicatie zijn ondergebracht in een eigen project. Tijd voor gesprekken College en gemeenteraad nemen de tijd om een aantal pittige dilemma’s te bespreken, zoals transparantie versus professionele ruimte, ambitie versus financiële middelen, snel actief openbaar gaan maken of wachten op het landelijk platform overheidsinformatie PLOOI. Hek

VNG Realisatie kert: “Ik denk dat het heel goed is dat we nu tijd en energie investeren om hierover te praten, dat bespaart een hoop onduidelijkheid later in het traject. Ook zorgt het voor een betrokken raad en college.” Neem niet alleen tijd voor gesprekken op politiek-bestuurlijk niveau, zegt Hekkert. “Collega’s kwamen positief uit onze impactanalyse-sessies, omdat ze wisten wat er stond te gebeuren.” Dat was nodig, want actief openbaar maken is best nieuw. “Wij merken dat sommige mensen het spannend vinden. Ik zeg dat ze niet bang hoeven te zijn hun bevindingen als expert op te schrijven, te delen en feedback te krijgen. We werken bij een publieke organisatie, daar hoort bij dat we onze keuzes en beleid kunnen verantwoorden.” Hekkert ziet de Woo als een voortzetting op een pad dat jaren geleden is ingeslagen. “De samenleving vraagt veel meer om transparantie." Open Webconcept De gemeente Buren is technisch heel ver met het actief openbaar maken van documenten. Daarvoor hebben zij geen peperdure software aangeschaft van de bekende leveranciers, maar werken ze met koppelingen (API’s) en ‘bouwblokjes’, zoals informatieadviseur Holger Peters ze noemt. Dit is de manier van werken volgens het Open Webconcept, een samenwerking van twintig gemeenten en een aantal marktpartijen in softwareontwikkeling. Hun visie over het scheiden van gegevens en applicaties sluit naadloos aan bij die van Common Ground, de visie op informatievoorziening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Nummer 43, juli 2022 Bij een publieke organisatie hoort dat we onze keuzes en beleid kunnen verantwoorden De gemeenten in het Open Webconcept werken met kleine bouwblokken die specifieke diensten voor hun rekening nemen. Deze Digitale Informatiestrategie heet bij de gemeente Buren DIT, wat Peters graag mag duiden als Dromen is Toegestaan. “Wij kunnen alles maken wat we willen.” Wob-verzoeken Een voorbeeld daarvan is Open Pub, een bouwblok om nieuwsberichten op te slaan en makkelijk op de gemeentewebsite te publiceren. Een paar jaar later werd op basis van de wensen van PLOOI een bouwblok toegevoegd zodat dit ook kon met Wob-verzoeken. De geanonimiseerde Wob-verzoeken op de gemeentewebsite kunnen als Woo-informatie eenvoudig worden voorzien van de juiste metadata voor PLOOI. Peters noemt het ICT-landschap in Buren “een mooi ecosysteem van blokjes die de digitale dienstverlening van de overheid ondersteunen en die iedereen mag (her)gebruiken.” De overstap van Wob- naar Woo-verzoeken was dus geen grote technische uitdaging. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft echter het roer omgegooid en alle gemeenten moeten te zijner tijd gaan aansluiten op PLOOI met beveiligde koppelvlakken en bijbehorende kosten. Peters overweegt binnen de Open Webconcept-beweging voor het eind van het jaar iets “mooiers dan PLOOI” te bouwen om te laten zien dat er goedkopere alternatieven zijn die de Woo-data ophalen bij de bron. De typekamer Voor het technisch en tekstueel toegankelijk produceren van documenten, gaat de gemeente Buren teruggrijpen op het verleden. Peters: “Beleidsmedewerkers moeten op dit moment door een technisch ingewikkeld proces met documentsystemen om een beleidsstuk te schrijven en te publiceren. Wij gaan dit bij hen weghalen. De beleidsmedewerker levert straks platte tekst aan bij de aloude typekamer. Daar zorgt men ervoor dat de tekst geanonimiseerd wordt, technisch en tekstueel toegankelijk is, actief openbaar gemaakt wordt, goed gearchiveerd kan worden én weer teruggevonden. Over 5 tot 10 jaar is de technologie zo ver dat dit volledig digitaal kan verlopen, maar tot die tijd, gaan we het zo doen.” Ondersteuning Het is duidelijk dat gemeenten actief werk (moeten) maken van vereenvoudiging, transparantie en bereikbaarheid. De gedeeltelijke inwerkingtreding van de Woo is dan ook een belangrijke mijlpaal, maar het is nog geen eindpunt. De VNG biedt gemeenten ondersteuning aan bij het uitvoeren van de Woo. Neem voor meer informatie: vng.nl/ projecten/grip-op-informatie. 59

Winnend team Nyenrode tijdens de prijsuitreiking van TCS Sustainathon Europe 2022 samen met Country Head TCS Nederland, Josu Devasia (links) en Head of TCS Pace Europe, Lalit Karwa (rechts). beeld: tsc Team Nyenrode wint eerste Naar schatting moet 50 procent van de technologieën die nodig zijn om mondiale uitdagingen zoals koolstofemissies en vervuiling op te lossen nog uitgevonden worden. Tegelijkertijd zullen duurzaamheidsinspanningen alleen slagen als overheden en het bedrijfsleven samenwerken in plaats van enkel individuele of geïsoleerde inspanningen te leveren. Door Kim de Vries m de Most Ignored Most Obvious (MIMO) milieuproblemen die onze planeet momenteel teisteren aan te pakken, heeft IT-bedrijf Tata Consultancy Services (TCS) samen met diverse partners een hackathon georganiseerd. De eerste Europese Sustainathon, die plaatsvond van 11 tot 13 maart 2022, nodigde creatief ingestelde studenten en IT-enthousiastelingen met een passie voor het oplossen van problemen uit om echte problemen in de wereld met behulp van hun ideeën en technische knowhow op te lossen. O Drie winnende teams kregen een 60 geldprijs en de top vijf krijgt de kans om hun concepten gedurende een periode van zeven maanden verder uit te bouwen via het TCS Accelerator Program, waar ze ondersteuning van TCS krijgen om hun oplossingen verder te ontwikkelen en te realiseren. De grote winnaar van de Sustainathon Europe 2022 was het Nederlandse Team Nyenrode, dat een innovatief platform ontwierp waarmee consumenten en bedrijven hun waterverspilling eenvoudig kunnen monitoren en verminderen. De tweede plaats werd toegekend aan het Duits-Indiase Team Vitamin Bee voor hun ingenieuze oplossing om bijen te beschermen en de bevolkingsgroei van bestuivers te stimuleren. De derde plaats ging naar het Duitse Team RobinHood dat een inventief idee pitchte om verpakkingsafval en CO2 uit e-commerce-processen te verminderen. Beschermen van milieu “Het verminderen van waterverspilling en het beschermen van ons milieu is ontzettend belangrijk voor toekomstige generaties en we zijn enorm trots dat we zijn uitgeroepen tot winnaar van het Sustainathon Europe 2022-evenement”, zegt Team Nyenrode. “Dit was een mooie kans voor ons om samen te werken met medestudenten, professionals uit de sector en business coaches en zo onze ideeën tot leven te brengen. We kunnen niet wachten om samen te werken met de technologen van het TCS Pace team als onderdeel van het incubatieprogramma om ons te helpen onze winnende oplossing te ontwikkelen en op de markt te brengen.”

partner TCS De teams werden gedurende drie selectierondes door de jury beoordeeld op basis van de haalbaarheid, het investeringspotentieel en het potentieel als een minimum viable product (MVP) van het concept te verifiëren. Daarnaast werd er gekeken naar de mate waarin de oplossing tegemoetkomt aan de specifieke duurzaamheidsuitdaging, de kwaliteit van de pitch en het prototype. De jury bestond uit industrie-experts, technologen en duurzaamheidsleiders van het TCS-partnernetwerk. Europese klimaatdoelen “Bij TCS geloven we dat innovatie door middel van technologie cruciaal is voor het behalen van de Europese klimaatdoelen. Om die reden organiseerden we vanuit TCS Pace Port Amsterdam de Sustainathon Europe 2022 – The Balancing Act”, vertelt Josu Devasia, TCS Country Head Nederland. “Tijdens dit driedaagse evenement konden studenten en young professionals uit Nederland en de rest van Europa echte impact creëren met duurzaamheidsoplossingen en een stap vooruitzetten naar een betere wereld. Wat deze Sustainathon anders maakt dan andere is de incubatietijd van zeven maanden: waar andere hackathons vaak stoppen bij de prijsuitreiking, begint het doorontwikkelen en realiseren van de oplossingen pas echt daarna. Ik kijk er dan ook naar uit om te zien waar de top vijf na het zeven maanden durende incubatieprogramma staat.” Als resultaat van het recente pan-Europese hybride evenement, Sustainathon Europe 2022 – ‘The Balancing Act’, zullen de komende zeven maanden de vijf winnende innovatieve oplossingen worden ontwikkeld door de studenten, ondernemers en technologie-experts, om er zo verhandelbare oplossingen van te maken, ondersteund en gefinancierd door TCS. Europese Sustainathon TCS Sustainathon Europe De inschrijvingen voor de Sustainathon openden in november 2021 en de Sustainathon Europe vond plaats van 11 tot 13 maart 2022 vanuit TCS Pace Port Amsterdam en een van de TCS-kantoren in Stockholm. Het was een hybride event, wat inhield dat sommige teams op locatie en andere virtueel deelnamen. In totaal deden er 25 verschillende teams vanuit heel Europa mee die een voorstel, pitch en prototype voorbereidden rondom de door hen bedachte nieuwe oplossing voor een urgente duurzaamheidsuitdaging in een van onderstaande zes kritieke gebieden: • De geheime crisis van farmaceutisch afval • De vernietigen van het milieu door druppel voor druppel waterverspilling • De rol van bestuivers binnen het ecosysteem • De donkere kant van online bestellen • De milieu-impact van voedselverspilling • De infiltratie van microplastics Vijf winnende teams krijgen de kans om hun concepten verder te ontwikkelen en realiseren via het TCS Accelerator Program. Nummer 43, juli 2022 61

Advertorial Hoe zijn antwoorden op oude Kamervragen sneller en efficiënter te doorzoeken? Die vraag legden medewerkers van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) neer bij hun collega’s van Startup in Residence (SiR). Dit programma loopt bij diverse overheidsorganisaties die de handen ineen willen slaan met kleine, innovatieve bedrijven. De samenwerking van EZK en start-up JoinSeven toont hoe SiR meerwaarde heeft voor bedrijven én voor ambtenaren. Start-up en ministerie ontwikkelen platform voor beleidsanalyse tart-ups hebben doorgaans niet de middelen om op grote aanbestedingen van de overheid in te schrijven. Daardoor bleef een grote bron van innovatie voor ambtenaren lang onderbelicht. Met SiR steken overheidsorganisaties sinds 2015 hun hand uit naar start-ups. Die sturen niet een pasklare oplossing in voor een probleem, maar komen met een innovatief idee, dat ze vervolgens in enkele maanden samen met ambtenaren ontwikkelen. Deze cocreatie biedt overheidsmedewerkers de kans om anders te werken dan ze gewend zijn: experimenterend en met tussentijds testen. S De medewerkers van de EZK-projectdirectie Groningen hadden wel oren naar deze vernieuwende werkwijze. Ze werken gemiddeld aan één Kamerbrief per week over de (gevolgen van de) gaswinning. De minister moet daarnaast wekelijks een verzameling Kamervragen over hetzelfde onderwerp beantwoorden. Ambtenaren zien regelmatig vragen langskomen die eerder zijn gesteld en beantwoord. Het zou tijd schelen als ze die oude informatie snel vinden. Maar hoe doe je dat? SiR Intergov Die vraag zette de projectdirectie uit via SiR Intergov. Dit is een samenwerking tussen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel62 kwaliteit, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Den Haag. Deze organisaties hadden elk eigen SiR-programma’s maar vonden het efficiënter om zaken als communicatie, begeleiding en werving van start-ups samen te organiseren. SiR Intergov verzorgde de oproep aan start-ups. De EZKbeleidsmedewerkers hoefden zich dus niet druk te maken over de praktische kant van de challenges, zoals aanbestedingsregels. Ze bekeken de inzendingen en selecteerden start-up JoinSeven voor de samenwerking. Virtuele beleidsassistent JoinSeven gebruikt kunstmatige intelligentie om open data te bestuderen om zo goede besluiten te kunnen nemen. Om organisaties in de publieke sector deze mogelijkheid te bieden, ontwikkelde de start-up de toepassing Codi. Dit is een online

Niels van Bruggen, oprichter van JoinSeven: “Bij SiR krijg je als overheid niet meteen een specifieke oplossing, maar vraagt aan start-ups om mee te denken over het probleem.” Van Bruggen merkte dat ambtenaren moesten wennen aan het ‘kortcyclisch werken’: “We leverden soms een kleine versie op van het platform. Dat was dan nog lang niet af, maar we wilden daarmee controleren of we op de goede weg waren. Dat waren ze niet gewend. Ze vroegen zich af waarom ze een versie moesten testen die nog niet af was. Wij legden uit dat tussentijds testen juist nodig was om uiteindelijk bij de oplossing te komen. Dat vonden ze gek én heel cool. Ze waren heel gedreven om tot een goede innovatie te komen.” Tijdens de samenwerking bleek dat Codi breder in te zetten was dan enkel als toepassing om Kamervragen te vinden. Het was onder meer ook van nut bij het doorzoeken van moties, wetsvoorstellen en bij het voorbereiden van debatten. Die mogelijkheden werden meegenomen in het proof-of-concept, dat JoinSeven na enkele maanden presenteerde. Uitdagingsgericht inkopen platform waar beleidsmedewerkers informatie van verschillende openbare bronnen gebundeld vinden. Ze kunnen er verschillende dossiers aanmaken om data te categoriseren en te analyseren. Codi geeft beleidsmedewerkers, op basis van persoonlijke voorkeuren, een signaal als er nieuwe openbare publicaties zijn verschenen. Het platform is daarmee volgens JoinSeven een ‘virtuele beleidsassistent’, speciaal voor overheidsorganisaties. Werk uit handen Doorslaggevend in de selectie van JoinSeven was dat de start-up had nagedacht over manieren om ambtenaren werk uit handen te nemen. Niels van Bruggen, een van de oprichters van JoinSeven: “We werken met jullie samen, zeiden we tegen het ministerie. De medewerkers van het departement leken bezorgd dat ze veel tijd kwijt zouden zijn en vroegen wat er dan van hen verwacht werd. Wij hebben daarom bewust veel regie genomen en zelf brainstorms en workshops voor hen georganiseerd.” Nummer 43, juli 2022 EZK gaf de start-up een vervolgopdracht om in een experiment met Codi aan de slag te gaan. Waar in het SiR-traject de haalbaarheid van de toepassing werd getoetst, moet nu onder meer de waarde voor de projectdirectie duidelijker worden. Deelname aan SiR kan start-ups dus ook na het traject kansen opleveren. Zeker omdat het platform Codi net zo interessant kan zijn voor andere rijksorganisaties, die net als EZK innovatief openbare informatie willen gebruiken bij het beantwoorden van Kamervragen en bij andere beleidsprocessen. Daarnaast ziet Niels van Bruggen voor ambtenaren de voordelen van SiR: “De markt werkt vaak als volgt: ‘ik heb als overheid een probleem en daar heb ik deze oplossing voor nodig’. Een bedrijf kan die software dan leveren. SiR is anders, omdat je uitdagings gericht inkoopt. Je krijgt als overheid niet meteen een specifieke oplossing, maar vraagt aan start-ups om mee te denken over het probleem. Je maakt daarmee meer gebruik van de expertise van de markt. Je doet jezelf zo een ontzettend plezier. Je geeft jezelf de ruimte om verrast te worden. Daarin is SiR uniek.” Meer informatie op intergov.startupinresidence.com. 63

I-strategie jaagt krachtenbundeling aan Markt en overheid hebben weer zin De krachtenbundeling tussen Rijk en markt krijgt een impuls in de I-strategie Rijk. Een hoog niveau van kennisuitwisseling maar ook gezamenlijke opleidingstrajecten. CIO Rijk Lourens Visser en ICTondernemer Dirk de Groot lichten het nieuwe elan toe. Door Pieter van den Brand Beeld Shutterstock 64

in elkaar D e verhoudingen tussen markt en Rijksoverheid zijn ingrijpend veranderd. Tot voor enkele jaren spraken de twee elkaar nauwelijks. Vaak zaten ze elkaar in de haren over contracten en projecten die niet volgens plan verliepen. Regelmatig werd de gang naar de rechter gemaakt als het helemaal spaak liep. “Die tijd is wat mij betreft definitief voorbij”, zegt CIO Rijk Lourens Visser. De daad bij het woord voegend nodigde hij het ICT-bedrijfsleven uit om mee te schrijven aan de vorig najaar verschenen I-strategie Rijk. “We kunnen niet zonder de markt en hebben elkaar iets bijzonders te bieden. Reden om het open gesprek te zoeken en van elkaar te leren. Het was daarom goed de positie van de markt in de I-strategie helder over het voetlicht te krijgen.” De dialoog met het Rijk is wezenlijk voor de markt, stelt Dirk de Groot, vanuit de ICT-sector portefeuillehouder voor het thema ‘Samenwerken met de markt en bevorderen van innovatie’ in de I-strategie. De president Northwest & Central East Europe bij ICT-bedrijf CGI is bestuurslid bij brancheorganisatie NL Digital, waar hij de Commissie Digitale Overheid voorzit. “We hebben ons als ICT-sector de matige verhoudingen met de Rijksoverheid aangetrokken. Mijn indruk is vooral dat het een frame was. Veel projecten waarin markt en overheid samenwerkten, waren meer dan succesvol, maar die haalden helaas de krant niet. Al denk ik ook dat er veel in de samenwerking te verbeteren valt. We moeten elkaar nog beter leren kennen en begrijpen. Vorig jaar hebben we hier gezamenlijk een manifest voor opgesteld. Ook het gebaar om mee te mogen werken aan de I-strategie hebben we met beide handen aangegrepen. Voor ons was het fantastisch om zo aan boord te komen.” Nummer 43, juli 2022 65

Lourens Visser: “Hoogste tijd de aanbestedingsregelgeving meer in balans te brengen met de dagelijkse, agile praktijk.” beeld: de beeldredaktie/lex draijer Zicht De kern van het thema in de I-strategie is intensiveren van de samenwerking tussen Rijksoverheid en markt met over en weer bijeenkomsten voor kennisdeling, reflectie en inspiratie, maar ook met gezamenlijke opleidingstrajecten. Vaste onderwerpen zijn digitale weerbaarheid, modernisering van het ICT-landschap en de inzet van data en algoritmes. “De leveranciers die bij NL Digital zijn aangesloten”, vertelt Visser, “hebben via hun contracten en projecten vaak een veel beter zicht op wat er bij het Rijk speelt dan ik. Dat is al heel waardevol. Ook hebben marktpartijen bijvoorbeeld veel meer ervaring met cloudstrategieën dan overheidsorganisaties, denk aan het opzetten van competence centers, wat bij ons hoog op het verlanglijstje staat. Ook willen we meer open source software gebruiken. In de markt zijn veel buitenlandse bedrijven actief die daar veel meer ervaring mee hebben dan wij. Voor hen is dat ‘bread and butter’.” Meebewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende inzichten Ook de vorm van samenwerking verandert, stellen beiden. “De digitaliseringsopgave binnen de Rijksoverheid is steeds complexer. Panklare oplossingen zijn er niet meer”, zegt De Groot. “Zo van, u kunt als leverancier dit voor mij maken en dan ben ik blij, dank u wel. Er is meer verdieping nodig. Het draait nu om samen doen; dat je als marktpartij participeert en meedeelt in het risico en de opbrengsten.” Visser vult aan: “We komen uit een tijd waarin er bij een project een heel strak pakket van eisen en wensen werd neergelegd. Dat was een proces van een paar jaar en dan werd er een tender uitgeschreven. Terwijl iedereen wist dat op het moment dat je gaat starten de wereld compleet is veranderd. Daarom is een agile manier van samenwerken nodig, zodat je mee kunt bewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen 66

Samen scherp op verderfelijke algoritmes In haar Hoofdlijnenbrief waarschuwt staatssecretaris Van Huffelen (Digitalisering) voor de discriminerende effecten van digitale systemen. Het vertrouwen in democratie en publieke instituties neemt mede af door het verkeerd gebruik van algoritmes. De Toeslagenaffaire laat zien hoe verschrikkelijk de gevolgen kunnen zijn. De te stellen vraag is: hebben overheid en bedrijfsleven er niet een gezamenlijke taak in om burgers te behoeden voor discriminerende algoritmes en systemen? “Dit is beslist een nieuw element in het beleid”, vertelt Lourens Visser, “We beseffen dat we goed uit moeten leggen wat we aan het programmeren zijn. We moeten aan kunnen tonen hoe het werkt, wat de risico’s zijn en of grondrechten van burgers wel zijn gewaarborgd, als de software op hun leven ingrijpt. Zoiets valt natuurlijk niet mee als het om het intellectueel eigendom van een leverancier gaat, die daar zo min mogelijk prijs van wil geven vanwege de concurrentie. Het laatste wat we willen is dat we dit soort algoritmes niet meer kunnen gebruiken en dat we alle besluiten weer door ambtenaren moeten laten doen. ICT levert ons ontzettend veel op. We moeten niet de klok twintig jaar terug willen draaien. De Algemene Rekenkamer reikt in een recent onderzoek toetsmechanismen aan die we in kunnen bouwen om vroegtijdig in te kunnen grijpen. Technisch gezien kun je in beperkte tijd, bijvoorbeeld door simulatie, testen of een algoritme goed uitpakt of niet. Je hoeft geen jaren te wachten tot een enquêtecommissie constateert dat er alleen maar ellende is aangericht. Ook het bedrijfsleven ziet in dat er hier een grens is bereikt. Het goede is dat het gesprek nu op gang komt.” NL Digital heeft vorig jaar een ethische gedragscode voor haar leden opgesteld en pleit ervoor in de ontwerpfase al rekening te houden met de impact van software (ethical-by-design). “Dit is een eerste begin”, zegt Dirk de Groot. “Het is van belang dat iedereen zich realiseert hoe bedrijven zich moeten gedragen. Maar ook de overheid moet aan bewustwording doen. We moeten elkaar scherp houden.” en veranderende inzichten. Dat kan alleen als je heel goed van elkaar weet wat je kunt verwachten en dat je ook snel aan de bel kunt trekken als iets niet goed gaat. En dat je niet wacht tot het ontploft en politiek wordt, waarna er doorgaans maar één optie is, namelijk stoppen. Dan staat iedereen met lege handen, ook aan de leverancierskant, en ben je vaak miljoenen euro’s verder. Dat hebben we in het verleden te vaak gezien. Welke minister durft zo’n project dan opnieuw te beginnen? Beleidsdepartementen vinden het sowieso eng om opdrachtgever te zijn van een ICT-project, omdat de historie laat zien dat de faalkans relatief groot is. Ook daarin kunnen we ons laten helpen door de markt.” Aanbesteden Op een cruciaal punt blijft er nog wel wat te wensen over: aanbesteden. “We zijn bij het Rijk heel geroutineerd geraakt in het uitvoeren van traditionele vormen van aanbesteding. Het is de hoogste tijd de aanbestedingsregelgeving meer in balans te brengen met wat de dagelijkse, agile praktijk van beleid maken en uitvoeren van ons vraagt”, licht Visser toe. “Het aanbestedingsproces is sterk gejuridiseerd en vooral gericht op doelmatigheid en proportionaliteit. Al kan er nu meer dan vroeger, vaak wordt er op traditionele procedures teruggegrepen, omdat dat bekend terrein is voor de inkopers van het Rijk. We willen dan ook echt kijken hoe we op dit vlak wat gemakkelijker proeftuinen in kunnen richten. De lat ligt hoog, maar ik ben ook realistisch. Dit is niet iets wat we bij de volgende herziening van de ARBIT (inkoopvoorwaarden van het Rijk) gefikst zullen hebben.” “Het moderniseren van de ARBIT is belangrijk”, zegt ook De Groot, “maar er is vooral een ander perspectief nodig. Wil je een oplossing gefixeerd in tijd aanbesteden en geef je degene die de juiste applicatie aanbiedt het contract, Nummer 43, juli 2022 67 Dirk de Groot: “Panklare oplossingen zijn er niet meer. Het draait nu om samen doen.”

Het huidige aanbestedingsproces is hartstikke kostbaar, ook voor leveranciers of besteed je een samenwerkingsvorm aan waarin je samen aan de slag gaat op een manier waarop de overheid haar doelstellingen behaalt? Ik neig naar het laatste. Je weet dan zeker dat je de doelstellingen haalt door met elkaar afspraken te maken over wie waarvoor de verantwoordelijkheid neemt. Ook kun je het te bereiken businessresultaat definiëren. Dat je pas succesvol bent als je dat hebt binnengehaald.” In de facilitaire hoek, zoals bij het gebouwbeheer en de catering weet Visser, zijn dit soort aanbestedingsvormen al heel gewoon. Zelf heeft hij bij het Havenbedrijf Rotterdam ervaring opgedaan met Best Value Procurement. “Niet dat dit het ei van Columbus is, maar het is wel een effectievere en snellere manier van aanbesteden dan dat je eerst een duizendtal eisen en wensen op papier gaat zetten, om die vervolgens af te vinken.” De inkopers bij het Rijk zijn dit nog lang niet allemaal gewend, geeft hij toe. “Voor hen is zoiets nog experimenteel. Rechtmatig verantwoorden van elke euro die je uitgeeft, staat toch voorop. Je moet ook de kennis in huis hebben om een dergelijke aanbestedingsvorm te doen. Op bepaalde plekken is die kennis er beslist, maar over het algemeen is ze nog relatief schaars bij het Rijk. Misschien moeten we ons op laten voeden door de marktpartijen die daar meer ervaring mee hebben. Wat je uiteindelijk wilt als overheid, is dat je je geld zo besteedt dat je waarde creëert en resultaat boekt. Daar is ook de belastingbetaler het meest bij gebaat. In elk geval is het zaak de bestaande beperkende, tijdrovende en bureaucratische aanbestedingsprocedures te versimpelen en te versnellen. Dan wordt het ook goedkoper, want het huidige proces is hartstikke kostbaar, ook voor leveranciers.” Met kruisbestuiving de personeelsschaarste te lijf Het wringende tekort aan ICT-personeel kan de realisatie van de ambities uit de I-strategie danig in de wielen rijden. De Groot stelt dat de markt de overheid in dat opzicht veel kan bieden. “De arbeidsschaarste is enorm. Alles wordt duurder of er is eenvoudigweg geen kwaliteit meer voorhanden. Er zijn veel buitenlandse bedrijven onder onze leden met ‘global’ ICT-kennis die elders in de wereld al is toegepast. Op een of andere manier kunnen we die kennis ontsluiten. De overheid hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. Wij hebben de resources om dat samen op te lossen.” Volgens Visser is samenwerking op dit punt met de markt onontkoombaar. “Laten we eerlijk zijn, we hebben nu bijna 3000 ICT-vacatures 68 binnen het Rijk. Ook hebben we met de legacy-problematiek te maken en met de vergrijzing van de mensen die deze systemen allemaal moeten beheren en doorontwikkelen. Dus we moeten op meerdere sporen inzetten. Dit is er een van. Ik denk dat cloud-oplossingen daar ook bij horen. Voor het zomerreces komen we daar met een Kamerbrief over. We moeten hier zeker in samenwerken met de markt. Het uitwisselen van medewerkers is voor beide partijen goed. Als je een aantal jaren als projectleider bij een ICT-bedrijf hebt gewerkt, is het hartstikke interessant dat ook eens een aantal jaren bij het Rijk te doen. Zo krijg je meer kruisbestuiving en dat versterkt het onderling vertrouwen.”

In ‘t Veld Sleepwet Sleepwet Z H orgvuldige wetgeving en parlementair toezicht zijn essentieel voor een goed functionerende democratie. Het zijn echter principes die op gespannen voet staan met de snelheid waarmee de digitale wereld zich ontwikkelt. Zowel overheden als techbedrijven hebben de neiging om dan maar de wet te breken. Of erger: ze sturen aan op het opgeven van burgerrechten en -bescherming. Het is zaak dat volksvertegenwoordigers niet buigen voor de druk. Eenmaal opgegeven zijn rechten moeilijk te herstellen. et onofficiële moto van Facebook was ooit move fast and break things. Wat er precies gesloopt moest worden, dat liet zich raden. Van de mores van het corporate establishment dat in driedelig grijs de lakens uitdeelde, tot de gevestigde reuzen van de advertentiewereld; alles moest op z’n kop. De meer sinistere uitleg is dat er geen tijd was om je aan regels te houden, inclusief de wet; die mocht gebroken worden in het belang van de vooruitgang (en de portemonnee). Eventuele problemen zouden later wel opgelost worden. Facebooks motto is inmiddels veranderd, maar de bedrijven achter Facebook en Google breken nog altijd de wet. Hoewel ze het nooit zullen toegeven, zijn de boetes die de Europese Commissie uitdeelt ingecalculeerd. N Sophie in ’t Veld Lid van het Europees Parlement voor D66 u rammelen ook veiligheidsdiensten aan de digitale poort. Net als Facebook willen ze snel moven en hinderlijke grondrechten breaken. Veiligheidsdiensten proberen al geruime tijd los te komen van wetten die, toegegeven, soms stammen uit het analoge tijdperk. Liefst maken ze zich ook vrij van hinderlijk toezicht door volksvertegenwoordigingen of rechters. Nummer 43, juli 2022 Het is aan parlementariërs om dat toezicht als absoluut minimum te handhaven. och wordt in Europa parlementair toezicht op veiligheidsdiensten uitgehold. Door op intergouvernementele basis samen te werken, houden nationale regeringen hinderlijke Kamerleden op afstand, terwijl ze het Europees Parlement geheel omzeilen. Wat ze in de schaduwen uitspoken zult u nooit te weten komen. Staatsveiligheid wordt kortom Europeser, maar ook minder democratisch. T en andere strategie is door een strop op te tuigen om wetgeving erdoor te krijgen. Een angstbeeld schetsen van terreur of kinderporno, om grootscheepse privacyschendingen te rechtvaardigen. De Europese Commissie kwam onlangs met een sleepwetsvoorstel: CSA-wet, kort voor Child Sexual Abuse. Als het in de huidige vorm wordt aangenomen, dan worden alle foto’s en berichten die je via bijvoorbeeld WhatsApp verstuurt, op voorhand en zonder aanleiding of onderscheid, gescand. Er wordt niet alleen gezocht naar beeldmateriaal waarvan vaststaat dat het crimineel is, maar ook naar ‘grooming’ ofwel online kinderlokken. Dat gaat op basis van de inhoud van onze berichtjes. E e effectiviteit is niet aangetoond en een waterdichte juridische definitie van grooming is er ook niet. Noch bevat het voorstel extra investeringen in politiecapaciteit, educatie over online veiligheid of maatregelen tegen kindermisbruik in de offline wereld. Nee, dit is een voorstel waarmee onbelemmerd chatverkeer gescand mag worden, zonder noemenswaardig toezicht. Deze volksvertegenwoordiger zal daar niet voor tekenen. D 69

Harmonieuze technologie heeft oog voor alle betrokkenen Amsterdam is een drukke stad. Boven en onder de grond wordt er hard gewerkt aan het beter, mooier en slimmer maken van de stad. Maar hoe pak je bouwwerkzaamheden grondig en effectief aan? Hoe voorkom je omgevingshinder voor bewoners, ondernemers en bezoekers? Hoe voorkom je graafschade aan kabels en leidingen? En hoe verbind je partijen aan elkaar om zo voor omwonenden minimaal 5 jaar ‘graafrust’ te waarborgen? ICTOR staat voor Voorziening ICT Openbare Ruimte. Eén applicatie die het aanvragen, beoordelen en verlenen van een vergunning regelt. VICTOR is door gemeente Amsterdam zelf samengesteld op basis van het Omnimap platform en draait volledig op Microsoft Azure. Het motto: minder administratie, meer flexibiliteit, een sneller proces, maar vooral meer controle en overzicht over het verloop van het hele proces. Van initiatief tot aan de financiële afhandeling. Een innovatie door Amsterdam gecreëerd op basis van het Common Ground-gedachtegoed en daardoor direct beschikbaar voor alle lokale overheden in Nederland. V In de praktijk Als je iets in Amsterdam wilt waarbij hinder onvermijdelijk is, dien je dat aan te melden in VICTOR. Het werkt simpel. Je tekent een vlak met je geplande activiteiten. Als je dat hebt gedaan, gaat het systeem nadenken. Wat is hier aan de hand? Welke implicaties doen zich voor? Wie gaat er hinder ondervinden? Wie kan nog meer profiteren van het gegeven dat de straat of stoep toch openligt? Met dit product van Omnimap kijk je als het ware door een set virtuele kaartlagen heen. Je ziet waar welke kabels in de grond liggen, waar een parkeergarage is, welke rioleringsbuizen 70 waar liggen. Hieruit rolt een omgevingsscan en een aanvullende impactanalyse. Maar het systeem gaat nog verder. Als bijvoorbeeld Waternet een riolering wil vervangen, dan ontvangt KPN een seintje waardoor het binnenkort wel eens een goed moment kan zijn om versneld glasvezel in de bodem te leggen. De weg ligt immers toch open. Zelfs evenementen worden door het systeem herkend. Je wilt geen wedstrijd Ajax-Feyenoord op de planning hebben staan en dat precies dan de pleinen en straten rondom de Johan Cruyff ArenA vol losse bakstenen liggen. Het systeem houdt rekening met eindeloos veel variabelen. Het geeft bovendien aan welke partijen welke vergunningen bij welk loket moeten aanvragen. Het proces bestaat vier hoofdstappen: Intake, Ontwerp, Projectaanpak en Uitvoering. Omnimap harmoniseert daarbij de beschikbare technologie. Het verbindt nieuwe en bestaande technologie om de optimale ervaring voor klant, burger of medewerker mogelijk te maken. Het aanmelden en afstemmen van ingrijpende bouwprojecten alsook het proces van herstellen wordt inzichtelijk met een eenvoudige druk op de knop. Zelfs alle financiële verrekeningen worden het systeem ingeschoten. De hele reis, van initiatief tot financiële afhandeling, wordt met Omnimap in kaart gebracht. Als bouwende partij weet je precies welke financiële consequenties er verbonden zijn aan je actie. En wie wat dient te betalen. 20 procent verticaal Het horizontaal ingerichte platform speelt in op bestaande en toekomstige vraagstukken om te innoveren en ontwerpen zonder dat enige programmeerkennis vereist is. Het systeem draait op Azure van Microsoft. Klanten en gebruikers kunnen hierop zelf hun regels definiëren. Dat werkt heel eenvoudig op basis van ‘als dit, dan dat’. Bij Omnimap ontdekten ze dat veel systemen binnen uiteenlopende branches eigenlijk dezelfde soort oplossingen kennen. Feitelijk is 80 procent gewoon overlap. Wat de klant zelf toevoegt is de laatste 20 procent. Dit maakt de oplossing verticaal en tailor

partner Microsoft In de applicatie VICTOR worden alle werkzaamheden in de openbare ruimte in Amsterdam geregistreerd. beeld: shutterstock Over Omnimap Omnimap werkt al meer dan 20 jaar aan dergelijke harmonieuze technologie. Het ontwikkelteam, dat in totaal bestaat uit 25 mensen, kent verschillende achtergronden, nationaliteiten en leeftijden. Omnimap opereert vanuit Amsterdam. Eén grote passie wordt door het hele team gedeeld: technologie laten werken voor mensen. Omnimap kan putten uit veel ervaring met het ontwikkelen van eindoplossingen voor klanten. Onder meer op het gebied van de Omgevingswet, het sociaal domein, HRdomein en slimme gebouwen. Uitwisseling van innovatie is waar Omnimap voor staat. Het creëren van oplossingen op een gezamenlijk fundament: Common Ground. Wat in Amsterdam kan, kan ook in Utrecht, Rotterdam of Den Haag. En natuurlijk ook in kleine gemeenten. Met een simpele druk op de knop wordt innovatie gekopieerd en elders succesvol ingezet. En daar kunnen gemeenten morgen al de vruchten van plukken. Toekomstbestendig, gegarandeerd. Wat is Azure? made. De hele applicatie bestaat dus uit een deel Azure, een deel Omnimap en een deel specifieke klantinbreng. Zo leg je eenvoudig koppelingen tussen talloze interne en externe factoren. Iedereen is op deze manier in staat om met nieuwe cloudtechnologie aan de slag te gaan. Door cocreatie worden complexe problemen eenvoudig en beheersbaar. Je houdt overzicht en controle. Door verschillende technologieën met elkaar te verbinden, ontstaan kansen om nieuwe producten, diensten, ervaringen en bedrijfsmodellen te ontwikkelen. Het schild om de applicatie heen zorgt ervoor dat het platform veilig, beveiligd en betrouwbaar is en altijd voldoet aan de laatste regelgeving (GDPR, ISO). Omnimap voorziet het gezamenlijk fundament op de achtergrond continue van updates en innovaties die direct voor alle klanten weer beschikbaar komen. Ook dat betekent een zorg minder. Nummer 43, juli 2022 Het Azure-cloudplatform van Microsoft bestaat uit meer dan 200 producten en cloudservices die zijn ontworpen om te helpen bij de creatie van nieuwe oplossingen. Bereid je voor op de toekomst, ga iedere digitale uitdaging aan. Zelf bouwen, uitvoeren en beheren in één of meer clouds. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Machine learning, artificial intelligence, Internet of Things. Je bent snel operationeel met een schaalbare en voordelige oplossing die moeiteloos samenwerkt met je reeds gedane investeringen. Benieuwd hoe uw organisatie digitaal kan transformeren? Ga naar http://aka.ms/azure/overheid 71

Je begrijpt het pas e overheid is een administratieve wereld. Vele papieren of digitale documenten worden gebruikt om elkaar te informeren. Zo ook bij stedelijke ontwikkelingen. De betrokkenen en beslissers lezen hoe een gebied ontwikkeld wordt. Zij lezen welke scenario’s er zijn. En lezen kaarten, tabellen en grafieken. Op basis daarvan worden beslissingen genomen. Er worden keuzes gemaakt op eigen interpretatie. Maar een integrale belangenafweging is lastig en tijdrovend. D Van lezen naar begrijpen Voor gemeente Almere is het een uitdaging om stedelijke ontwikkelingen voor iedereen begrijpelijk te maken. Want hoe kun je de beleidseffecten van wonen, mobiliteit, klimaat of werkgelegenheid in samenhang analyseren en zichtbaar maken? En hoe kun je het bestuur en de burger meenemen in de scenario’s van de toekomst? Almere stoeit met deze uitdaging. Zeker nu het centrum van Almere 72 Stel je eens voor dat je naar informatie kunt ‘kijken’ zonder de context te verliezen. Dat je een virtuele wereld met daarin een digitale kopie van je leefomgeving ziet. Een digitale wereld waarin voorspellende scenario’s vanuit alle perspectieven bekeken kunnen worden. En die voor iedereen beschikbaar is. Wat zou het betekenen wanneer je vooraf kan zien wat je in de werkelijke wereld wilt invoeren? steeds dichter bebouwd wordt. Maar ook voor grote opgaven als energietransitie, woningbouw en klimaat. Er zijn nieuwe oplossingen nodig. Het vraagt om nieuwe maar vooral betere inzichten. Er is dus een nieuwe manier van informatie ‘lezen’ nodig. De oplossing ligt in een overgang van platte informatie als een kaart of tabel naar een visualisatie van de werkelijkheid in 3D. “3D is zoveel meer dan 2D”, vertelt Willem Hartzuiker, als geo-econoom bij de gemeente Almere betrokken bij dit project. “Je kunt mensen kaarten laten zien, maar dat spreekt ze niet aan. 3D doet dat wel, het is de maquette van nu. Mensen herkennen het: de bomen, gebouwen, wegen, hun eigen leefomgeving en huis.” Unieke samenwerkingsomgeving Gemeente Almere en IMAGEM investeren samen in het realiseren van een 3D-samenwerkomgeving waarin je informatie kunt visualiseren. Hartzuiker: “We werken al jaren samen met IMAGEM op het gebied van locatietechnologie. Maar de innovatieve samenwerkomgeving die wij nu samen ontwikkelen is uniek.” In deze omgeving wordt informatie vanuit alle beleidsterreinen samengebracht. De ambities en doelstellingen worden gedi

partner IMAGEM als je het ziet Almere en IMAGEM ontwikkelen een virtuele informatie voorziening Door het 3D-stadsmodel worden beleid en scenario’s zichtbaar. gitaliseerd, waardoor de ruimtelijke kwaliteiten direct inzichtelijk worden. Alle stakeholders kunnen gezamenlijk ‘wat als’ scenario’s uitwerken en in samenhang sneller tot slimme oplossingen komen. Er kan nu integraal gewerkt worden aan plannen, scenario’s en de consequenties. Door wetten, regels, ambities, doelstellingen en kennis te automatiseren wordt de oplossing beleidsbewust. En door het toepassen van een digitale kopie van de leefomgeving, het 3D-stadsmodel, worden beleid en scenario’s zichtbaar voor bestuur en management. Zodat daarna een onderbouwd besluit genomen kan worden. Dicht bij de burger Dezelfde informatie kan ook ‘onder de arm’ meegenomen worden naar de burgers om plannen toe te lichten en transparant te bespreken. Er is geen verschil meer in beleving en de bewoner kan zijn wereld laten landen in de wereld van Nummer 43, juli 2022 de overheid. “Want wat is er nou mooier dan dat bewoners van Almere straks een bericht in hun inbox krijgen, op een link klikken en direct naar de verandering in hun eigen 3D-online leefomgeving geleid worden,” vraagt Hartzuiker zich af. “Of als onze bewoners digitaal een vergunning voor een dakkapel of schuurtje aan kunnen vragen en daarop direct antwoord betrokkenheid vergroot. Eén integrale informatievoorziening met één waarheid. Dit verbetert niet alleen de besluitvorming. Maar het verkort de doorlooptijden en er zijn minder faalkosten. Wat de maatschappelijke waarde ten goede komt. Met deze slimme integrale informatievoorziening zorgen gemeente Almere en Informatie vanuit alle beleidsterreinen wordt samen gebracht krijgen?” Almere wil transparant zijn en bewoners en bedrijven een gelijkwaardige informatiepositie aanbieden. Eén waarheid Almere en IMAGEM zijn ervan overtuigd dat dit prettiger werkt en de IMAGEM ervoor dat bewoners, ondernemers en ook bestuur en eigen medewerkers zien wat de bedoeling is en het daardoor beter begrijpen. Op deze eenvoudige en overzichtelijke manier ontstaat een nieuwe wijze van besluitvorming van waar, hoe en wat is, kan én mag. 73

Nieuw Kenniscentrum opereert in grensgebied tussen markt en overheid emeenten kopen nu al voor ruim anderhalf miljard euro in aan diensten en producten op het gebied van informatieveiligheid en ICT bij marktpartijen en andere overheden. Dit neemt door voortrazende digitalisering en technologische ontwikkelingen als clouddiensten alleen maar toe. Met de GGU hebben gemeenten een krachtig instrument in huis, waarmee ze grote voordelen kunnen behalen door samen opgaven te organiseren. Daarbij is betere samenwerking met de markt noodzakelijk, stelt Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie “De gemeentelijke ICT is verweven met de gemeentelijke ICT-markt. Veel applicaties, kennis en expertise zijn daar verzameld. Om tot een flexibeler ICT-landschap te komen dat sneller kan inspelen op maatschappelijke opgaven, regie op gegevens beter faciliteert en dataportabiliteit bevordert, is begrip van en samenwerking met de markt onontbeerlijk. Daarin investeren is een must!” G Leveranciersmanagement Door Pieter Verbeek Beeld Shutterstock/iBestuur 74 Professionalisering van leveranciersmanagement is één van die investeringen. In tegenstelling tot het Rijk investeren gemeenten nagenoeg nooit zelf in ICT, maar ze nemen het af als dienst of functionaliteit van de markt. De leverancier ontwerpt en beheert de dienst en blijft eigenaar van de broncode. De individuele gemeente is dan vaak afnemer. Een voorbeeld is dat gemeenten allemaal wettelijk verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van de burger

Door digitalisering en technologische ontwikkelingen groeit de vraag bij gemeenten naar diensten bij marktpartijen zoals softwareleveranciers. Sinds drie maanden kunnen zij terecht bij het Kenniscentrum Markt en Overheid van de VNG. Die helpt hen slimmer samen te werken en beter in te kopen, vanuit de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU). zakenapplicatie. Er zijn in Nederland slechts drie leveranciers van deze applicatie. Dat maakt marktwerking ingewikkeld. De leveranciers hebben zichzelf afhankelijk gemaakt van gemeenten, omdat ze specifiek software ontwikkelen voor hen en niet voor andere domeinen, en tegelijk zijn de gemeenten ook van hen afhankelijk. Om het leveranciersmanagement en collectieve inkoop van diensten en producten te ondersteunen, heeft VNG Realisatie sinds drie maanden het Kenniscentrum Markt en Overheid opgezet. Richting gemeenten heeft dit nieuwe kenniscentrum een rol richting marktpartijen om afspraken te maken, de benadering van leveranciers te borgen in projecten en namens gemeenten op te treden bij incidenten en escalaties. Bruggenbouwers “Wij worden vooral in- en extern gezien als betrouwbare bruggenbouwers”, legt coördinator John van Dijk van het Kenniscentrum uit. “Wij stellen de kennis van de markt en overheid beschikbaar, verzorgen publiek-privaat relatiemanagement, richten strategisch leveranciersmanagement in en voeren procesregie op de collectieve inkoopagenda van de GGU.” Samen met experts Han Wammes, Cees van Westrenen en André Plat vormt Van Dijk het team achter het Kenniscentrum. Er staan momenteel nog twee vacatures open. Het grensgebied tussen markt en overheid, waar het Kenniscentrum opereert, is een spanningsveld, legt Van Dijk uit. “Het zijn twee verschillende Nummer 43, juli 2022 75

Van links naar rechts: Han Wammes, Cees van Westrenen, John van Dijk en André Plat. werelden, twee culturen. Je moet beide talen kunnen spreken, omgaan met de verschillen. Natuurlijk verdedigen wij als VNG vooral de publieke belangen.” Dat spanningsveld is wel aan het veranderen. Gemeenten en markt gaan anders met elkaar om dan voorheen, merkt Van Westrenen op. Nu datagericht werken steeds belangrijker wordt, worden data vanuit de verschillende informatiesilo’s steeds meer gedeeld. Er is meer verbinding nodig. Dat is een van de redenen waarom Common Ground is opgezet, de vernieuwing van de gemeentelijke informatievoorziening die we samen hebben ingezet met gemeenten, marktpartijen en de VNG. “Als je wilt innoveren dan moet je echt op een andere manier werken dan we nu doen. Je hebt elkaar als partners nodig om ervoor te zorgen dat Common Ground een succes wordt.” Daarom brengt het Kenniscentrum de partijen aan tafel. In een Groeipact hebben al meer dan 150 partijen, publiek en privaat, de intentie uitgesproken om die nieuwe samenwerking vorm te geven. “Die innovatie gaan we niet tot stand brengen met individuele gemeenten maar door samen te werken”, legt Wammes uit. “Daar hebben wij een belangrijke rol in, wij ondersteunen die samenwerkende gemeenten. We zijn met de partners van het Groeipact veel in gesprek, onder meer aan strategische tafels. Daar bespreken we interessante thema’s, ook met de CEO’s van grote marktpartijen. De voorbereiding doen we samen met de Kopgroep Groeipact, waarin vertegenwoordigers van verschillende marktpartijen zitten.” Collectieve inkoopagenda Bij de oprichting heeft het kenniscentrum vier thema’s meegekregen. Als eerste zal ze procesregie houden op de collectieve inkoopagenda van gemeenten. Dan gaat het bijvoorbeeld om ondersteuning bij het afsluiten van raamcontracten. Wammes: “Onze rol is om onderzoek te doen naar welke vraag en behoeften er zijn bij gemeenten om te komen tot een meerjarige inkoopagenda. Wij pikken de signalen op in de gemeentewereld en proberen die onder de aandacht te brengen. We krijgen bijvoorbeeld veel signalen dat zowel gemeenten als marktpartijen ontevreden over de huidige manier van aanbesteden. In het eerste kwartaal van 2022 hebben we samen met NL 76

Digital daarom een quick scan aanbesteden uitgevoerd om op te halen hoe we dit proces van aanbesteden met elkaar kunnen verbeteren; input voor onze GIBIT (Gemeentelijke Inkoop bij IT Toolbox). Uit de quick scan zijn veel verbeterkansen gekomen waar we binnenkort mee aan de slag gaan.” Publiek-privaat relatiemanagement Het tweede thema is publiek-privaat relatiemanagement. Daar is al een verbindend element voor, de zogeheten Software Catalogus, een online omgeving waarin leveranciers hun producten kunnen registreren en gemeenten kunnen laten zien welke software ze in gebruik hebben. De focus in dit thema ligt dan ook vooral op Common Ground, stelt Wammes. “We brengen leveranciers en gemeenten samen aan tafel voor deze transitie. Gemeenten moeten hun informatieomgeving aanpassen, leveranciers moeten andere standaarden gaan ondersteunen. We zien nu een kip-ei verhaal. Wie neemt de eerste stap om die veranderingen door te voeren? Daar proberen wij die twee werelden aan elkaar koppelen via het Groeipact en de strategische tafels. Leveranciers zijn actief betrokken en geven aan dat ze willen meegaan in die vernieuwing.” Verder ondersteunt het Kenniscentrum allerlei operationele projecten om samen te werken met de markt. Een voorbeeld daarvan is een groot project om digitale toegankelijkheid aan te jagen. Van Westrenen: “Wij zijn de verbindende schakel met leveranciers. Die moeten hun software aanpassen om te voldoen aan digitale toegankelijkheid.” Van Dijk gaat verder: “Ook op meer strategisch niveau hebben we die verbindende rol. We zorgen dat strategische beleidsbepalers bij de overheid in gesprek komen en blijven met strategische beleidsbepalers in de markt.” Vertrouwensbasis Het derde thema is strategisch leveranciersmanagement. Leveranciers werken vaak met een roadmap, waarbij ze route in kaart brengen van ontwikkeling tot product development. Tegelijkertijd hebben gemeenten behoeften, wensen maar ook wettelijke taken die op hen afkomen. Zo zijn ze bijvoorbeeld sinds afgelopen januari ook verantwoordelijk voor de inburgering. Ook moeten ze alle besluiten digitaal beschikbaar maken. “Het is onze rol om die twee te matchen”, legt Van Dijk uit. “En te zorgen voor alignment, zodat beide partijen aan dezelfde kant van het touw trekken. We gaan niet over de inhoud. Wij zijn de verbindingsofficieren tussen de twee werelden.” André Plat vult aan dat hier het vierde thema ‘implementatieondersteuning’ bij wordt ingezet. “Hoe kunnen we autonome gemeenten het best bedienen met onze VNG portfolio? Welke practices vinden hun weg bij markt en overheid?” Over vijf jaar hopen Van Westrenen en Van Dijk om samen met gemeenten en leveranciers tot vergaande innovatie te komen van de gemeentelijke informatievoorziening. “Daar hebben we nog lang niet alle mogelijkheden van benut”, stelt Van Westrenen. “We staan nog aan het begin. Er zijn mooie stappen gezet, maar de vertrouwensbasis die we nu hebben tussen beide werelden geeft de mogelijkheden om meer stappen te zetten.” Van Dijk gaat verder: “Ik hoop dat we over vijf jaar zien dat wij hebben bijgedragen aan het versterken van de samenwerking tussen markt en overheid. En aan versnelde innovatie voor onze inwoners en bedrijven want daar gaat het uiteindelijk om. Het Kenniscentrum is een middel dat bijdraagt aan het uiteindelijke doel: verbetering van de dienstverlening van overheden.” Nummer 43, juli 2022 77 Wij pikken de signalen op in de gemeentewereld en proberen die onder de aandacht te brengen

Onderzoek: Onvoldoende investeren in technologie ondermijnt operationele effectiviteit Operationele teams kunnen het succes van een organisatie maken of breken. De komende vijf jaar staat hen een aantal belangrijke veranderingen te wachten met technologie in de hoofdrol. Uit recent onderzoek van softwareleverancier Pegasystems, onder meer binnen de publieke sector, is gebleken dat er volgens operationele managers te weinig wordt geïnvesteerd in technologie. Met als gevolg dat zij bij ingrijpende veranderingen, hun afdelingen onvoldoende kunnen aansturen. 78 it terwijl bijna twee derde van de respondenten (64 procent) aangeeft dat extra investeringen in technologie operationele teams echt efficiënter én effectiever maken. Bijna driekwart (73 procent) van de ondervraagden vindt het up-to-date zijn qua de nieuwste technologieën van cruciaal belang. Investeringen in technologie worden gezien als de sleutel tot meer veerkracht en voorspelbaarheid in operationele functies. Ook zal het ervoor zorgen dat een volgende grote D

p a r t n e r Pegasystems De nadruk komt te liggen op het implementeren van AI-gestuurde besluitvorming en workflowautomatisering besluitvorming en workflow-automatisering om processen te stroomlijnen en hun workflows te transformeren. Hybride toekomst Hoewel veel consultants en technologen een toekomst voorspellen waarin alles is geautomatiseerd (zero operations), gaven respondenten aan dat een hybride model, met een mix van automatisering en handmatig, waarschijnlijker is. Bijna een derde (29 procent) zegt dat ze al te veel hebben ingezet op een hands-on, menselijke aanpak om hun operationele functies volledig te automatiseren. Daarbij geeft een kwart (26 procent) aan niet te kunnen automatiseren omdat er een specifieke medewerker nodig is om een bepaalde rol effectief uit te voeren. Meer tech-savvy operationele managers disruptie minder impact zal hebben op de bedrijfsvoering. Automatisering alomtegenwoordig Volgens het onderzoek gaat automatisering van routinematige administratieve en IT-taken de komende vijf jaar operationele functies flink veranderen. Het optimaliseren van workflows door middel van AI en automatisering gaat hierbij zeker impact hebben. De nadruk komt te liggen op het implementeren van AI-gestuurde Nummer 43, juli 2022 Op de vraag welke competenties in de komende drie tot vijf jaar voor hen het belangrijkst zijn, was het antwoord ‘digitale en computervaardigheden'. Een derde (32 procent) ziet deze zelfs als essentieel. Managers in operationele functies moeten zich ook op andere manieren bijscholen, waarbij bedrijfsstrategisch denken (31 procent) en samenwerken (26 procent) als nuttige competenties worden beschouwd om verder te ontwikkelen. Steeds meer specialisten in operationele functies Door de opkomst van automatiserings- en hybride operationele functies komen er steeds meer operationele specialisten. Bijna de helft van de respondenten (48 procent) zegt dat ze meer specialisten moeten inhuren voor operationele taken die niet geautomatiseerd of gedigitaliseerd kunnen worden. Meer dan een derde (36 procent) zegt dat het aantal generalisten in operationele functies zal afnemen. "Voor operationele teams betekenen de komende drie tot vijf jaar een periode van flinke verandering. Dit vraagt van iedereen in het team een aanpassing in de manier waarop ze werken", aldus Eva Krauss, vice president, strategy & transformation bij Pegasystems. “Efficiënte operationele teams vormen de ruggengraat van elke goed presterende organisatie. Dit is hét moment om te investeren in technologie waarmee operationele teams succesvol kunnen functioneren." Onderzoek Om in kaart te brengen hoe operationele functies veranderen als gevolg van disruptieve ontwikkelingen die invloed hebben op de manier waarop organisaties zakendoen en risico’s beheren, ondervroeg Pega 750 (senior) vicepresidents, (senior) directors en (senior) managers verantwoordelijk voor Operations uit onder andere de publieke sector, financiële dienstverlening, biowetenschappen, gezondheidszorg, retail verzekeringen, productie en telecommunicatie. De respondenten zijn afkomstig uit organisaties die actief zijn in tien landen in de regio’s Azië-Pacific, Europa en Noord- en Zuid-Amerika. Meer informatie over het onderzoek: www.pega.com/future-of-operations 79

Klantgedreven dienstverlening = De gemeente is het overheidsorgaan dat het dichtst bij inwoners en ondernemers staat. Zij verwachten dan ook goede en snelle dienstverlening van gemeenten; met meer transparantie, meer eigen regie en betere informatie. Om dat voor elkaar te krijgen is een juist adres in de BRP randvoorwaardelijk: voor burgers én overheid. Daarom is Maureen Portier, key-user bij gemeente Enschede, heel enthousiast over de innovatie die begin dit jaar op haar pad kwam: OPENwoningcorporatie. ommige inwoners zijn liever lui dan moe…”, laat Maureen Portier zich ontvallen met een lach, om daar direct aan toe te voegen “niet vervelend bedoeld hoor!”. Ze weet zelf namelijk ook dat een verhuizing een drukke periode is en juist daarom ontlasten gemeenten de burger zoveel mogelijk. “In gemeente Enschede bieden we e-diensten aan voor het online doorgeven van een verhuizing. Daarmee kan men eenvoudig en 24/7 “S Belang BRP Het belang van een correct adres in de BRP bij de juiste persoon gaat verder dan gemeentelijke dienstverlening zoals een aanvraag van een reisdocument of kunnen stemmen bij verkiezingen. Het kan zelfs van levensbelang zijn, bijvoorbeeld als inwoners moeten worden gewaarschuwd of opgespoord bij een ramp. Daarvoor moet de overheid haar zaken op orde hebben en heeft de burger ook zijn verantwoordelijkheid. 80 aangifte doen van de verhuizing. Burgers starten deze aangifte met DigiD en gemachtigde bedrijven via eHerkenning.” Zo bespaart de gemeente acht minuten per aangifte als deze verhuizing vervolgens groen verwerkt kan worden; na een toetsing op diverse risicoprofielen wordt zonder tussenkomst van de ambtenaar de Basisregistratie Personen (BRP) automatisch bijgewerkt. Soms is het wat lastiger, weet Maureen Portier. Zo heeft de burger bij verhuur via een woningcorporatie een recent gewaarmerkt historisch uittreksel nodig. Dat is een uittreksel uit de BRP met daarop een overzicht van alle adressen in Nederland waar hij gewoond heeft. Ook dat uittreksel BRP kun je eenvoudig digitaal aanvragen; via een los proces wel te verstaan. De gemeente verwerkt deze aanvraag en stuurt het document per post op. Afhankelijk van de afhandeltijd en de postbezorging op het adres kan dit lang duren, soms tot wel vier werkdagen. Vervolgens digitaliseert de burger dit document om het te uploaden in de online omgeving van de woningcorporatie. Deel persoons gegevens direct met woningcorporaties Die klantreis is verre van ideaal en dat was voldoende reden om nieuwe mogelijkheden te verkennen. Gemeenten Groningen en Enschede, woningcorporaties Domijn, Ons Huis en SJHT alsook Itris en PinkRoccade Publiekszaken gingen meerdere malen met elkaar in gesprek, met als resultaat de innovatie OPENwoningcorporatie. Door de oplossingen ViewPoint van Itris en iBurgerzaken van PinkRoccade via OPENburgerzaken samen te brengen zetten we samen de stap vooruit naar een mooie, innovatieve, klantvriendelijke oplossing. Dion Bonné, Manager Productmanagement bij Itris, “Samenwerking is hier het sleutelwoord. Toewerken naar een open systeem waarbij ketenpartners de afstemming zoeken om zo waardevolle innovaties te creëren.” OPENwoningcorporatie in de praktijk Wanneer een woningcorporatie gegevens wil opvragen verstuurt ze vanuit ViewPoint een verzoek naar OPENburgerzaken. De burger ontvangt vervolgens een notificatie via e-mail, sms of MijnOverDe gemeente bespaart acht minuten per aangifte heid Berichtenbox met de vraag of hij de woningcorporatie toegang wil geven tot zijn historische adressen. Met één klik logt hij in iBurgerzaken in met DigiD en geeft hij aan of hij deze gegevens wil delen. Zo ja, dan worden de gegevens direct naar de woningcorporatie gestuurd en zijn deze beschikbaar in ViewPoint. Zo

partner PinkRoccade OPENburgerzaken nee, dan ziet de woningcorporatie daar dat het verzoek geweigerd is. Natuurlijk kan hij dan nog persoonlijk contact opnemen met de burger om te toetsen waarom. Aanvullend brengt de gemeente via OPENwoningcorporatie de eigenaar op de hoogte wanneer in een woning een gebeurtenis plaatsvindt die voor hen relevant is, denk aan een verhuizing of overlijden. Dit kan een woningcorporatie doen besluiten om actie te ondernemen om fraude te achterhalen of om te voorkomen dat familieleden onnodig worden gekwetst rondom een overlijden. Samenwerking met verhuurders In gemeente Enschede werken ze Nummer 43, juli 2022 nauw samen met de verhuurders. Maureen Portier weet nog als de dag van gisteren dat ze bijna tegelijkertijd startte met een nieuwe collega. Direct organiseerden ze sessies om persoonlijk kennis te maken met deze verhuurders. En dan praat ze over april, mei 2016. Dat was het moment om uit te leggen wáárom een juist adres in de BRP zo belangrijk is: voor burgers én overheid. En dat de woningcorporaties hierin een belangrijke schakel kunnen, nee moeten zijn. “We moeten de schaamte voorbij en elkaar informeren over bijvoorbeeld betalingsachterstanden, ontruiming en overbewoning. Zodat we tijdig hulp kunnen bieden waar nodig en de juiste gegevens vastleggen in de BRP”. Ze verwacht dan ook geen problemen om alle drie de woningcorporaties in Enschede de meerwaarde van OPENwoningcorporatie in te laten zien. Want deze manier van aangeven bespaart kostbare tijd voor burgers, woningcorporaties en ambtenaren. Deze vorm van samenwerken vraagt om een fundamenteel andere houding en werkwijze van bedrijfsleven en gemeente. De uitdaging om synergie aan te brengen in de agenda’s gaat Maureen Portier dan ook graag aan. Nieuwsgierig? Bel vandaag nog met Dylan Kusters, Productmanager bij PinkRoccade Publiekszaken: 06-29527830. 81

Onze samenleving wordt steeds meer gedicteerd door onze digitale infrastructuur en data, die veelal door big-techbedrijven uit niet-Europese landen worden beheerd en ontwikkeld. Worden we te kwetsbaar door deze grote digitale afhankelijkheid? Wat doen we om onze digitale soevereiniteit te vergroten? En biedt dit ons ook economische kansen? eer dan 90 procent van de westerse data worden gehost in de VS. De kern van onze digitale infrastructuur wordt geleverd door niet-Europese partijen. De digitalisering van onze samenleving heeft ons steeds afhankelijker gemaakt van big tech en grootschalige online marktpartijen buiten de EU. In geopolitieke conflicten wordt digitale technologie ook vaker als machtsmiddel ingezet en hebben we te maken met ransomware- en cyberaanvallen. Daarnaast staan onze democratie en culturele waarden onder druk; denk aan social media platformen die fake news verspreiden en verkiezingen beïnvloeden. Het zijn dit soort ontwikkelingen die het thema digitale soevereiniteit hoog op de agenda hebben geplaatst van Jos de Groot, directeur Digitale Economie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Over de uitdagingen, risico’s en kansen gaat hij in gesprek met Claire Stolwijk, die als researcher & consultant bij TNO Strategic Analysis and Policy, overheden adviseert over dit soort vraagstukken. M Jos de Groot (EZK) Claire Stolwijk (TNO) Hoe kwetsbaar zijn we in Nederland geworden door deze digitale afhankelijkheid? Jos de Groot: “Vooropgesteld: niet iedere afhankelijkheid maakt ons kwetsbaar. Zo bestaat het digitale domein uit talloze onderlinge, wederzijdse afhankelijkheden die ons enorme voordelen bieden. Tegelijkertijd kunnen Door Han Thoma Beeld Shutterstock 82 ongewenste, vaak eenzijdige afhankelijkheidsrelaties ons kwetsbaar maken, omdat bepaalde niet-Europese landen en technologiebedrijven onze publieke belangen, zoals eerlijke concurrentie, duurzaam verdienvermogen en weerbaarheid onder druk zetten. Als het gaat om data- en clouddiensten zijn we te afhankelijk geworden, signaleert ook de Europese Commissie. En die afhankelijkheid groeit nog ieder jaar. Door de aard van deze diensten krijgen we bovendien te maken met wetgeving met zogenoemde extraterritoriale werking, die soms in strijd is met onze Europese waarden en normen. Denk aan de US Cloud Act en Chinese Surveillance wetgeving, die onze soevereiniteit aantasten, omdat data ook door deze overheden opgevraagd kunnen worden zonder de benodigde waarborgen.” Claire Stolwijk: “Dat klopt. Daarom is het zo belangrijk om Europese infrastructuren te ontwikkelen die niet onder dergelijke regulering vallen. Daarnaast is het voor ons verdienver‘Als het gaat om digitale technologie zijn we te afhankelijk’

Podium mogen van belang om toegang te hebben tot geharmoniseerde data en de cloud-infrastructuur; als je bijvoorbeeld wilt innoveren met AI heb je onder meer grote geharmoniseerde datasets nodig. Maar dat wordt nu bemoeilijkt doordat data vaak worden opgeslagen in silo’s van big-techpartijen.” Waar ligt de eerste behoefte bij overheden? De Groot: “Als beleidsmakers vinden we het belangrijk om op basis van een zorgvuldige analyse proportionele maatregelen te kunnen treffen. Hiervoor zijn goede data essentieel. Daarnaast is het voor de effectiviteit, efficiency en draagvlak van de maatregelen essentieel om dit te doen met relevante partijen zoals wetenschap, bedrijfsleven en kennisinstellingen.” Stolwijk: “Digitale afhankelijkheid is van invloed op ons verdienvermogen, op democratische processen en ecosystemen. Het is een heel complex onderwerp dat vraagt om inzicht en kennis van zowel beleid als technologie, maar ook van nieuwe businessmodellen voor innovatieve technische oplossingen. Daarom is de samenwerking die Jos schetst tussen de diverse stakeholders en de overheid zo belangrijk.” Welke kansen zien jullie om onze digitale onafhankelijkheid terug te krijgen? De Groot: “Voor ons is digitale onafhankelijkheid geen doel op zich, maar een middel tot het borgen van onze publieke belangen. Daarvoor zetten we in op een breed palet aan instrumenten, zoals het stimuleren van onze capaciteiten via onder meer Groeifonds, Topsector ICT en IPCEI, en daarnaast regulering via wet- en regelgeving, zoals Digital Service Act, Cybersecurity Act, en het Wetsvoorstel Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie.” International Data Spaces (IDS )en GaiaX zijn Europese initiatieven om onze digitale soevereiniteit te versterken. Waarom zijn ze belangrijk? Stolwijk: “Omdat ze eindgebruikers zeggenschap geven over de data. Dat is belangrijk Nummer 43, juli 2022 om mensen en organisaties minder afhankelijk te maken van grote big-techplatformen. Het doel van Gaia-X is om schaalbaarheid van de datadeelinfrastructuur in Europa te bewerkstelligen door interoperabiliteit tussen de verschillende clouddiensten te realiseren. Dit wordt bereikt door het ontwikkelen van gemeenschappelijke standaarden en juridische kaders voor de digitale infrastructuur. Met behulp van initiatieven als Gaia-X en IDS kunnen er Europese infrastructuren ontstaan die niet onder de US Cloud Act vallen, die Jos eerder noemde. Daarnaast bevordert Gaia-X de interoperabiliteit en portabiliteit, waardoor je gemakkelijk kunt switchen tussen clouddiensten. Voor Gaia-X zijn in diverse Europese landen al hubs opgezet, waaronder in Nederland, mede op initiatief van EZK. Ook IDS wordt al in diverse domeinen toegepast om het uitwisselen van gegevens veiliger en efficiënter te maken.” Wat kunnen we nu concreet doen om onze digitale onafhankelijkheid in een stroomversnelling te brengen? De Groot: “Een ‘quick fix’ is er niet. Er zal door Nederland, de Europese Commissie en alle EU-lidstaten samen en op vele fronten tegelijk moeten worden gewerkt aan oplossingen. En die oplossing bestaat uit nieuwe wetgeving en het ontwikkelen van Europese alternatieven via investeringen met staatsteun. Alleen door meer en beter samen te werken in Europa creëren we de benodigde schaal om hiermee succesvol te zijn.” Hoe kan TNO overheden hierbij helpen? Stolwijk: “We doen dat al op drie niveaus. In de eerste plaats door overheden te adviseren over beleidsoplossingen. Naast het bieden van advies over regulering en andere instrumenten, orkestreren we innovatieprogramma’s. Tevens werken onze technische collega’s aan technologische oplossingen zoals 6G, kwantumtechnologie en Europese cloud-infrastructuren als Gaia-X. En tot slot werken we aan de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen die bijdragen aan digitale soevereiniteit. Die drie ontwikkelingen zijn bij TNO onlosmakelijk met elkaar verbonden.” 83

Sinds enkele jaren is het melden van datalekken een verplichting voor overheden. Het toegenomen bewustzijn is een goede ontwikkeling, maar er zijn nog belangrijke verbeterpunten, stellen experts tegenover iBestuur. “Er wordt nu amper tijd besteed aan niet-gemelde datalekken.” Datalek melden? U it onderzoek van Binnenlands Bestuur, iBestuur en AG Connect wordt duidelijk dat gemeenten een stijgende werklast ervaren rondom het melden van datalekken. Een melding kan zo’n tweeënhalf tot vier uur duren, terwijl dit volgens experts veel sneller zou kunnen. Jaarlijks maken overheden duizenden meldingen van datalekken, en dat aantal neemt elk jaar toe. Die ‘meldtijd’ had ook besteed kunnen worden aan andere manieren om gegevensbescherming te verbeteren. Floor Terra, adviseur bij Privacy Company, ziet zowel positieve als negatieve ontwikkelingen rondom de werklast van datalekken. “Natuurlijk is het zo dat gemeenten door de toegenomen kennis datalekken beter opmerken, en daar in de loop van de tijd handiger en efficiënter mee omgaan. Op basis van dat nieuwe bewustzijn mag je ervan uitgaan dat er minder datalekken zullen ontstaan in de toekomst.” Terra stelt dat er vooral winst te behalen valt bij het meldproces waarin veel tijd gaat zitten. “Het is een uitgebreid formulier dat handmatig moet worden ingevuld en dat kan een stuk beter. De administratieve werklast is erg hoog. Het formulier moet langs meerdere afdelingen en dat kost tijd.” De ontwikkeling van een intern managementsysteem waarbij met behulp van een API (application programming interface) door een klik op de knop gegevens worden doorgezet zou kunnen helpen, denkt Terra. “Dat zou een efficiencyslag kunnen betekenen. Ik vind eerlijk gezegd dat zo’n systeem er al Door Sjoerd Hartholt Beeld Shutterstock 84

Dat kan beter! had moeten zijn, maar de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) blijft kiezen voor handmatig melden.” Wat volgens Terra regelmatig nog gebeurt is dat organisaties met het invullen er halverwege pas achter komen dat er nog allerlei zaken moeten worden uitgezocht, waarvoor andere afdelingen in de organisatie moeten worden ingeschakeld. “Het is in principe goed dat deze vragen beantwoord moeten worden, omdat dit er ook voor zorgt dat organisaties zichzelf blijven evalueren. Maar het kost wel weer een paar uur extra.” Niet-gemelde datalekken In het jaarverslag van 2021 gaf de toezichthouder al aan dat door de beperkte capaciteit en middelen er niet kan worden geïnvesteerd in de innovatie. “Investeringen zouden het toezicht van de AP effectiever kunnen maken. Bijvoorbeeld door vaak voorkomende toezichtsactiviteiten te automatiseren. Of door een diepgaande analyse van de aan de AP ter beschikking staande bronnen zoals de klachten en datalekmeldingen”, aldus de AP in het jaarverslag. Naast het punt van de administratieve werklast, zijn er ook datalekken die niét gemeld worden. Terra denkt dat juist hier nog winst te behalen is. “De tijd die door de AP in niet-gemelde datalekken wordt gestoken is bijna verwaarloosbaar. Organisaties melden nu de zichtbare datalekken, maar er is relatief weinig aandacht voor gevallen waarbij het onduidelijk is of er data gestolen zijn. Zoals bij ransomware-besmettingen waarbij gegevens versleuteld worden door een hacker.” Volgens Terra wordt er dan maar vanuit gegaan dat er niets is ‘gestolen’. “Maar het is een misvatting dat versleutelde data niet gestolen kunnen worden. Dat kan namelijk wel. Bij dit soort gevallen, met heel weinig pakkans, wordt er vaak vanuit gegaan dat de AP er toch niet achter zal komen. Bovendien levert een melding alleen maar lastige vragen op; bepaald geen aanmoediging om te melden. De AP maakt zelf de keuze om bijna geen toezicht te houden op niet-gemelde datalekken. Het lastige daarvan is dat je daarmee de focus legt op zichtbare problemen in plaats van op grote problemen.” Een woordvoerder van de AP geeft tegenover iBestuur aan dat de tijd die in niet-gemelde datalekken wordt gestoken ‘sowieso minder dan 5 procent is.” Terra herhaalt daarnaast dat organisaties er in de praktijk vaak voor kiezen om – als de pakkans laag is – hun ogen te sluiten omdat een melding mogelijk nóg meer werk oplevert.” Wat Terra betreft zou de AP meer ‘het verschil’ kunnen maken bij niet-gemelde datalekken. “Besteed daar meer van de beschikbare tijd aan. Dat is geen kwestie van meer capaciteit, die ook nodig is, maar een kwestie van de capaciteit anders verdelen.” Meer efficiëntie Hoogleraar Recht en de Informatiemaatschappij Gerrit Jan Zwenne van de Universiteit Leiden vindt het net als Floor Terra hoog tijd voor een beter en efficiënter meldproces, zodat gemeenten en andere organisaties worden ontlast van onnodige bureaucratie. Hun tijd kan waardevoller worden besteed. “De AP stelt nu dat een melding in 15 tot 30 minuten gemaakt kan worden, maar binnen die tijd zal het nooit mogelijk zijn om een melding af te ronden. Nummer 43, juli 2022 85 Het is een misvatting dat versleutelde data niet gestolen kunnen worden

Op naar de top! Met welke beklimming ben jij bezig? Alle afdelingen burgerzaken en hun medewerkers hebben er mee te maken: de transformatie. Belangrijke onderwerpen daarbij zijn digitalisering, de burger in regie en meer samenwerken in brede zin. Dat vraagt dat gemeenten zichzelf in veel opzichten opnieuw uitvinden (transformatie), hun dienstverlening anders inrichten (optimalisatie) en de stap vooruit zetten (innovatie). Hoewel elke gemeente uniek is en zich op een andere plek op de ‘col’ bevindt, komen we dankzij vele best practices en mooie innovaties samen op de top! We gaan dan ook graag met je in gesprek over waar je als gemeente nu staat, waar je naartoe wilt en in welke versnelling. Wil je meer weten? Neem contact op met Sanne van der Zanden. Je bereikt haar op 06 4670 6267. of lees hier meer!

Het zou heel plezierig zijn wanneer er een API wordt ontwikkeld waarmee een organisatie datalekken in het eigen systeem kan verwerken en met een klik op de knop kunnen doorzetten naar het meldpunt”, vindt ook Zwenne. De AP heeft volgens Zwenne inmiddels wel al diverse belangrijke verbeteringen doorgevoerd, zoals het opnieuw mogelijk maken van bulkmeldingen (die eerder waren afgeschaft). “Met een bulkmelding is het mogelijk voor bijvoorbeeld verzekeraars en pensioenfederaties om gelijksoortige meldingen ‘op te sparen’ en periodiek te melden. Daarmee wordt voorkomen dat iedere verkeerd verstuurde brief afzonderlijk moet worden gemeld. Voor zo’n bulkmelding is wel vooraf toestemming nodig van de AP. ” Risicoloze meldingen Zwenne ziet in zijn praktijk als advocaat ook weleens datalekken langskomen waarbij het de vraag is of ze wel risicovol zijn. “Er zijn daarover veel misverstanden. Datalekken moeten gemeld worden, tenzij er géén risico is voor betrokkenen. In gevallen met een hoog risico, moet het datalek ook aan de betrokken personen zelf worden gemeld. Daar zit een gelaagdheid in die voor organisaties vaak niet helemaal duidelijk is.” Sommige meldingen die nu gemaakt worden zijn bovendien niet nodig. “Een aantekening in de eigen registers kan al genoeg zijn voor een juiste afhandeling. Toch wordt er dan gemeld, omdat de onzekerheid groot is en een boete van de AP torenhoog kan zijn.” Zwenne geeft als voorbeeld een e-mail met persoonsgegevens waarbij Outlook automatisch het adres van de ontvanger invult. "Dat gaat niet altijd goed; dat overkomt ons allemaal weleens. Maar een melding hoeft niet nodig te zijn als de ontvanger te vertrouwen is en meteen bevestigt dat hij het bericht niet geopend heeft en direct heeft verwijderd, ook uit ‘deleted items’. Voorwaarde is dan wel dat je een ontvanger kunt vertrouwen.” ‘Geldt ransomware altijd als datalek?’ De Autoriteit Persoonsgegevens krijgt geregeld vragen over datalekken waarbij ransom- of cryptoware is aangetroffen. De AP heeft daarom als onderdeel van de campagne Alert Online informatie over ransomware en datalekken op de site geplaatst. Wanneer ransomware bestanden heeft versleuteld waarin persoonsgegevens zijn opgeslagen, is er sprake van een datalek. “Er moet namelijk toegang tot de bestanden zijn geweest om deze te kunnen versleutelen”, aldus de AP. “De organisatie meldt dat de verantwoordelijke er bij ransom- of cryptoware niet vanuit kan gaan dat de inbreuk beperkt is gebleven tot het zichtbaar besmette bestand of systeem. De besmetting kan het hele systeem en alle gekoppelde bestanden raken. Er kan dus toegang zijn verkregen tot veel meer persoonsgegevens. Ook kan er meer met de gegevens zijn gebeurd dan op het eerste gezicht lijkt. Gegevens kunnen bijvoorbeeld zijn gekopieerd of gemanipuleerd.” Datalekken moeten gemeld worden, tenzij er géén risico is voor betrokkenen Nummer 43, juli 2022 Wie precies wil weten wat de daadwerkelijke omvang van een datalek is, zal grondig onderzoek moeten doen. “Hiermee kan de verantwoordelijke bepalen tot welke persoonsgegevens onbevoegde toegang is geweest en of de gegevens bijvoorbeeld zijn verkocht. Als een verantwoordelijke geen onderzoek doet, moet hij ervan uitgaan dat alle gegevens in gekoppelde bestanden of systemen door de besmetting getroffen kunnen zijn.” De AP schrijft verder dat bij inbreuken op de digitale beveiliging via ransomware dezelfde criteria gelden voor het melden van het datalek als voor datalekken met een andere oorzaak. 87

Standaard en toch uniek I eder bedrijf en overheidsinstelling heeft een unieke bedrijfsstructuur met unieke uitdagingen. Wanneer dit gekoppeld gaat met een set unieke wetten en regels heb je een uniek landschap. Toch zien we - naast de verschillen - vaak opvallend veel overeenkomsten in processen. “Als leverancier, met een objectieve blik, is dat makkelijker te zien”, weet Van Endhoven. “Neem als voorbeeld het bezwaar- en beroepsproces. Een proces waar veel overheidsinstanties dagelijks mee in aanraking komen. Wanneer je als burger het niet eens bent met een besluit van een (overheids)instantie, heb je het recht om hier bezwaar tegen te maken. Een belangrijk recht.” Dit bezwaar komt terecht bij de desbetreffende organisatie en wordt behandeld door bijvoorbeeld een jurist. Op basis van de informatie, en compliant aan de huidige wet- en regelgeving, maakt de jurist een heroverweging over het besluit en wordt de case afgesloten. “Een bezwaar- en beroepsproces bevat veel bedrijfsonafhankelijke aspecten, zoals het bewaken van termijnen en het creëren van cases die toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen”, vervolgt Van Endhoven. “Iedere overheidsinstantie moet voldoen aan dezelfde wetten en regelgeving. Denk aan de Archiefwet, de Baseline Informatiebeveiliging en de Algemene wet bestuursrecht (AWB). De oplossing heeft dus veel generieke aspecten; die hoeven niet voor iedere overheidsinstantie opnieuw gemaakt te worden.” 88 “Als IT-leverancier komen we met veel verschillende organisaties in contact. Wanneer we met een potentiële klant in gesprek gaan om te inventariseren wat de uitdagingen zijn van de organisatie en de burger, benadrukken organisaties vaak hoe uniek hun bedrijf of situatie is. En hoe complex de benodigde processen zijn”, vertelt Frits van Endhoven, partner manager bij Blueriq. De gemiddelde overheidsinstantie heeft daar natuurlijk gelijk in. Tóch zijn er ook veel overeenkomsten. Hoofdpijndossier “Het bezwaar- en beroepsproces is voor veel organisaties een hoofdpijndossier. Niet alleen omdat er altijd voldaan moet worden aan de laatste wet- en regelgeving, maar ook omdat burgers online steeds makkelijker hun weg vinden en er steeds meer bezwaren worden ingediend.” Jaarlijks behandelt de Belastingdienst 3.500 tot 4.500 bezwaarschriften. Dit heeft in 2017 geresulteerd in een totaalbedrag van 8,5 miljoen euro aan toewijzingen (zie Snippe et. al, 20201 ). Het belang van een gemakkelijke en efficiënte verwerking van bezwaren wordt dus steeds groter. Terwijl hier niet altijd de juiste navolging op wordt gegeven. “Een paar jaar geleden zagen wij nog enkele organisaties waar bezwaar en beroepschriften werden verwerkt door ze in te delen in papieren werkmapjes die geordend stonden op urgentie. Met de grote aantallen bezwaarschriften van nu is dat onmogelijk.” Door de grootte en complexiteit van het gemiddelde proces wordt vaak ten onrechte verondersteld dat digitalisering en standaardisatie gekoppeld is aan een langdurig en duur proces. Dit weerhoudt veel organisaties om iets te doen aan de dienstverlening rondom bezwaar en beroep. Terwijl het bezwaar- en beroepsproces juist een proces is dat extra zorgvuldigheid verdient. Van Endhoven: “Beslissingen kunnen veel impact hebben op iemands leven en het gaat soms om veel geld. Kijk maar naar de gevolgen van de kindertoeslagaffaire. Binnen het bezwaar en beroepsproces kan er aardig wat misgaan. Bijvoorbeeld door procedurefouten of administratieve last, maar ook door steeds complexer wordende regelgeving.” 80 procent standaard, 20 procent uniek Ondanks de toenemende druk op organisaties door de toenemende stroom

partner Blueriq bezwaarschriften en complexe regelgeving, moet de burger nog steeds centraal worden gesteld. Iedere burger heeft recht op persoonlijke en efficiënte dienstverlening en daarom is het van belang dat organisaties optimaal worden ondersteund tijdens de heroverweging van een besluit. Van Endhoven: “We zien dat verschillende organisaties binnen de overheid een oplossing zoeken voor dit probleem. Op basis daarvan hebben we een standaardoplossing gecreëerd die alle instanties binnen de overheid kan helpen. Deze Bezwaar en Beroep oplossing zetten we al succesvol in binnen enkele grote uitvoeringsorganisaties.” Deze oplossing is voor 80 tot 90 procent standaard. Daarnaast compliant aan de huidige wet- en regelgeving en op zichzelf een werkzame bezwaar en beroepsapplicatie. Frits van Endhoven: “Het unieke onderdeel, de laatste 10 tot 20 procent, ontwikkelen we samen met de klant tot de volle 100 procent. Op deze manier ligt de focus juist bij datgene wat Nummer 43, juli 2022 jouw organisatie uniek maakt en kan het gehele bezwaar- en beroepsproces op een persoonlijke manier worden geoptimaliseerd. En binnen relatief korte tijd.” De resultaten van deze oplossing zijn al zichtbaar in de praktijk: de organisatie die werkt met deze bezwaar- en beroepsoplossing stelt juristen in staat weer te focussen op de inhoud, waardoor ze effectiever kunnen werken en bezwaren binnen de wettelijke termijn kunnen afhandelen. Zo zijn ze zelfs in staat om een grotere stroom van bezwaren met dezelfde hoeveelheid ambtenaren aan te kunnen.” De voordelen Wie kiest voor de Blueriq Bezwaar en Beroep oplossing hoeft dus niet het wiel opnieuw uit te vinden; het grootste deel van de oplossing staat al klaar, is compliant aan de huidige wet- en regelgeving, inpasbaar in iedere IT-architectuur en kan binnen relatief korte tijd worden ingericht naar de unieke situatie van de klant. Van Endhoven tot slot: “Dit biedt niet alleen zekerheid, maar zorgt ook voor een zeer korte time to market en beperkt onnodige kosten en doorlooptijden.” Meer weten over de Bezwaar en Beroep oplossing van Blueriq? Kijk dan op www.blueriq.com/overheid/bezwaar-enberoep of neem contact op met Frits van Endhoven via f.van.endhoven@blueriq.com of 06-46093722. [1] Snippe, J., Woestenburg, N., De Muijnck, J. A., Geertsema, B., Roest, S., & Pieper, R. (2020, December). Van beroep in bezwaar, Werkwijze en verdienmodel, ‘no cure no pay’ bedrijven WOZ en BPM. VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten. vng.nl/sites/default/files/2021-02/van_beroep_in_ bezwaar_samenvatting.pdf 89

Low-code is een technologie die al jaren wordt ingezet door verschillende sectoren om processen die eerder handmatig werden uitgevoerd te digitaliseren of bestaande automatisering slimmer te maken. Ook in de publieke sector zijn er innovatieve toepassingen te vinden die zijn gebaseerd op low-code. H low-code in de publieke sector Drie mythes over oewel de low-code technologie steeds meer gemeengoed wordt, zijn er nog verschillende misverstanden over low-code waardoor organisaties twijfelen of het wel de juiste oplossing is voor de uitdaging die ze hebben. In dit artikel worden de meest voorkomende mythes rond low-code besproken en aangegeven hoe het overheidsorganisaties kan helpen sneller in te spelen op de verwachtingen van het publiek. MYTHE 1: low-code is niet geschikt voor digitale maatwerkprojecten Sommige mensen zijn van mening dat low-code niet flexibel genoeg is voor gereguleerde organisaties zoals de overheid. Er bestaat bovendien scepsis over het aanpassingsvermogen van low-code voor digitale transformatieprojecten. Kanten-klare oplossingen voldoen soms niet aan zakelijke behoeften, wettelijke eisen en complexe integratie met realtime data. Veel organisaties in de publieke sector zoeken daarom betere manieren om apps op maat te bouwen die ze kunnen integreren met bestaande systemen. Low-code is een visuele manier om apps te bouwen zon90 der te hoeven coderen terwijl het tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om functionaliteit uit te breiden met code als dat nodig is. Low-code is dus juist ideaal voor maatwerkprojecten met aangepaste integratie of gebruikersinterfaces, terwijl bovendien de last voor ontwikkelaars wordt verminderd. Low-code kan daarom worden ingezet om de ontwikkeling van apps te versnellen. Het stelt daarbij ook minder technisch opgeleide mensen in staat een bijdrage te leveren. De publieke sector kan zo aantrekkelijke en gebruiksvriendelijke digitale en virtuele ervaringen creëren voor werknemers en het publiek.

partner Mendix MYTHE 2: low-code heeft een negatieve impact op de hoge belasting van IT-afdelingen Met krappe budgetten en meer vraag naar beperkte middelen, bestaat de veronderstelling dat het werken met low-code een negatieve impact zou kunnen hebben op de toch al hoge belasting voor IT-afdelingen. Het tegendeel is echter waar. Low-code verlicht juist de last in digitale projecten doordat alle medewerkers kunnen meeontwikkelen. Het typerende van low-code projecten is dat dankzij het faciliteren van de samenwerking binnen één platform voor het creëren van apps, de domeinexpertise van ambtenaren gecombineerd kan worden met technologische kennis van IT-collega’s en digitale experts. Low-code lost daarmee ook het probleem van digitale continuïteit op. Zoals iedere branche heeft ook de publieke sector moeite om ontwikkeltalent te werven en te behouden. Doordat met low-code ook ambtenaren met andere vaardigheden kunnen bijdragen aan app-ontwikkeling, kunnen sneller dan ooit apps worden ontwikkeld die beter tegemoetkomen aan de verwachtingen van eindgebruikers en voldoen aan alle eisen op het gebied van compliance en security. MYTHE 3: low-code is alleen geschikt voor kleine en eenvoudige business cases Organisaties in de publieke sector hebben vaak grote ITomgevingen. Er wordt soms betwijfeld of het raadzaam is om in die omgeving low-code te implementeren. De (legacy-) systemen zijn verspreid over veel afdelingen en vormen afzonderlijke silo’s. Elke implementatie van nieuwe bedrijfssystemen brengt risico’s met zich mee. Dit is echter te ondervangen door eerst een proof of concept (PoC) uit te voeren waarmee de risico’s worden getest. Hiermee kan daarnaast worden aangetoond hoe low-code de barrières voor integratie met bedrijfssystemen wegneemt en ook in grote, bedrijfskritische IT-omgevingen probleemloos kan worden toegepast. In een wereld van ongekende veranderingen en waar innovaties elkaar in hoog tempo opvolgen, is digitalisering niet langer een idee van morgen. Het leveren van openbare diensten is fundamenteel veranderd en dus moet de ontwikkeling van apps die de basis zijn voor deze diensten dat ook zijn. Meer lezen over hoe low-code hierbij kan helpen? Bekijk online onze partnerpagina: ibestuur.nl/partner-mendix 91

Agile werken en enterprise architectuur versterken elkaar et de populariteit van agile werken is enterprise architectuur op de achtergrond geraakt en dat is jammer, betoogt Robert van Wessel. Van Wessel werkt als adviseur bij ICTU, is verbonden aan de Erasmus Universiteit en schreef met twee medeauteurs een paper over hoe het gedachtegoed van enterprise architectuur agile werken kan versterken. Het paper is gepubliceerd door het prestigieuze instituut IEEE, dat met ruim 400.000 leden in 160 landen tot doel heeft om ‘technology for humanity’ te bevorderen. M Dogmatisch Van Wessel ziet in de praktijk dat zowel enterprise architecten als aanhangers van de agile aanpak last hebben van rigide denken en het hanteren van een dogmatische aanpak: “In sommige agile raamwerken staat zelfs letterlijk dat je ver moet blijven van architectuur. Terwijl je in de praktijk ziet dat je met agile werken wel snel tot resultaten komt, maar dat die resultaten vaak los staan van elkaar. Als je dan in de organisatie de lijntjes aan elkaar moet knopen, gaat het mis. Bijvoorbeeld omdat de gekozen technologie afwijkt van wat er organisatiebreed wordt 92 Veel organisaties, ook binnen de overheid, zijn enthousiast over agile werken. Het blijkt een vruchtbare methodiek voor softwareontwikkeling. In de praktijk zien we echter dat wat agile is ontwikkeld niet altijd vanzelf aansluit op het brede geheel van processen en IT binnen een organisatie. Daar kan het gedachtegoed van enterprise architectuur bij helpen. gebruikt. Of dat er andere begrippen worden gehanteerd. Juist in het aansluiten van de lijntjes zit de toegevoegde waarde van enterprise architectuur. Je zorgt ermee dat alles wat met de agile methodiek wordt ontwikkeld, goed past binnen de grotere structuur van de organisatie.” Het totale plaatje Hoe combineer je agile werken met enterprise architectuur? Van Wessel onderzocht hoe organisaties dit aanpakken. Bij de organisaties die hier succesvol in zijn, valt op dat de belangrijkste aanpassingen worden gedaan in de samenwerking tussen de ontwikkelteams. Architecten worden toegevoegd aan de agile teams, om samen ervoor te zorgen dat wat er wordt ontwikkeld, past binnen het architectuurraamwerk. Dat bijvoorbeeld afgesproken standaarden worden gehanteerd en op eenduidige wijze worden toegepast. “De grootste verandering zit in de rol van de architecten, in hoe zij acteren in de ontwikkelteams. Niet als politieagent, maar als meewerkend teamlid dat de grote lijnen vasthoudt.” De architecten uit de verschillende teams wisselen met elkaar kennis uit, zodat ook tussen de teams onderling de samenhang wordt bewaakt. In de organisaties die Van Wessel onderzocht, bleek dat geen van de agile methodieken die de organisaties hadden gekozen (SAFe, LESS en Spotify), voldoende houvast boden om zowel op project- als op organisatieniveau succesvol te zijn. “Het doel van een organisatie is vertaald in een enterprise architectuur. Dat gaat onder meer over hoe de organi

ICTU satie zijn dienstverlening presenteert en welke technologie daaronder ligt. In de agile teams zijn beperkte onderdelen van dat totale plaatje van belang. Het gaat erom dat ze het totale plaatje zien en het beperkte project belang niet de boventoon laten voeren.” Innovatie binnen kaders Organisaties omarmen de agile methodiek omdat het ze in staat stelt om in korte tijd kwalitatief goede software te ontwikkelen, in cocreatie met de gebruiker. Als je enterprise architectuur daaraan toevoegt, hoe behoud je dan die flexibiliteit? De kunst is om op het juiste niveau afspraken over de architectuur te maken, zegt Van Wessel. Maar wat is ‘het juiste niveau’? “Vaak wil je op het niveau van de interactie met gebruikers de ruimte om te innoveren, soms wil je die ruimte ook op het niveau van je processen. Dat Nummer 43, juli 2022 is bij uitstek iets waar je de agile methodiek voor kunt inzetten. Maar soms is dat niet nodig. Voor een proces dat in de hele organisatie hetzelfde is en waarop je je als organisatie niet wilt onderscheiden, bijvoorbeeld facturering, kun je beter standaardiseren. En voor de ontwikkeling daarvan zijn de meer klassieke ontwikkelmethodieken passender.” Er is geen Juist in het aansluiten van de lijntjes zit de toegevoegde waarde van enterprise architectuur wet van Meden en Perzen op welk niveau je moet standaardiseren, concludeert Van Wessel. “Dat is afhankelijk van de context van de organisatie. Het bepalen van dat ‘juiste niveau’, dat is nou bij uitstek een vraag voor enterprise architecten.” Meer informatie Van Wessel onderzocht hoe organisaties agile kunnen aanvullen met enterprise architectuur. Het onderzoek geeft handreikingen hoe de agile werkwijze lichtelijk kan worden aangepast om op zowel project- als organisatieniveau succesvol te zijn. Het paper dat hij hier met twee medeauteurs, Philip Kroon en Henk de Vries, over schreef is te lezen op de website van IEEE: IEEE Transactions on Engineering Management. Wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met robert.vanwessel@ictu.nl. 93

AI OBJECTDETECTIE: HEADLINE 86% Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich razendsnel en biedt grote kansen voor de publieke sector. Met welke taken, voorwaarden, eisen en gevolgen moeten overheden en bestuurders rekening houden wanneer ze artificiële technologie willen aanschaffen? Zo’n vijftig deelnemers werden tijdens een busexpeditie van PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden aan het denken gezet. Op expeditie langs O het geautomatiseerd herkennen van beelden. De jonge bedrijven in Startup Village, waaronder Braincreators en Oddity, onderstreepten dat. Zij lichtten toepassingen voor beeldherkenning toe zoals ‘digitale inspecteurs’ die menselijke toezichthouders assisteren met het vastleggen van gewelddadige incidenten. Ook vertelden ze over hulpmiddelen die automatisch de status en kwaliteit van elk oppervlak kunnen beoordelen, herkennen en classificeren. Dat zou in de toekomst bij onder meer de inspectie van wegen en bruggen in te zetten zijn. Digital twins In Den Haag bevindt zich de 3600 medewerkers tellende TNO-locatie op de Waalsdorpervlakte. Daar lichtte Chief Scientific Officer Peter Werkhoven een aantal AI-onderzoeken toe. “Fundamentele kennis over AI is gruwelijk hard nodig, maar het toepasbaar maken ervan ook. AI OBJECTDETECTIE: LANTAARNPAAL SCHEEF 83% ver vijf jaar is er voor overheden allerlei nieuwe technologie op de markt om aanleg en het onderhoud van de buitenruimte – wegen, bruggen, groenvoorziening, riolering – beter en slimmer te maken. Zo’n vijftig projectleiders, beheerders, beleidsmedewerkers, innovatiemanagers en hun inkoopadviseurs namen deel aan de expeditie ‘Buying the Future: AI in de buitenruimte’ voor een inkijkje in de toekomst. In Startup Village Amsterdam wordt gewerkt aan toepassingen van nieuwe technologie en technologie die zich al aan het bewijzen is in experimenten. Maarten Sukel van gemeente Amsterdam vertelde hoe AI en camera-technologie gebruikt kunnen worden bij beeldherkenning in de openbare ruimte. Jaarlijks komen er bij gemeenten miljoenen meldingen binnen over kapotte stoeptegels, verkeerd geplaatst afval of scheve straatlantaarns. Met AI kan technologie het herkennen van dit soort situaties uit handen nemen, waardoor meldingen voorkomen worden. Het principe kan ook werken bij identificeren van plekken die bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk moeten worden. Zo’n proactieve werkwijze met meldingen op basis van AI is geen toekomstmuziek. Er lopen al pilots met AI OBJECTDETECTIE: FOUTPARKEREN AUTO 73% Door Sjoerd Hartholt Beeld Barry Hage 94

AI in de buitenruimte En dat gebeurt bij TNO.” De toonaangevende organisatie werkt aan robots, maar ook aan de ontwikkeling van digital twins; de digitale weergave van objecten als gebouwen, wegen of zelfs complete steden. “Met digital twins kunnen we simulaties maken en daardoor voorspellen welke acties er in de toekomst nodig zijn voor bijvoorbeeld onderhoud”, aldus Werkhoven. De ‘predictive digital twin’ is zich als een olievlek aan het verspreiden in organisaties, vertelde TNO-professor Arjen Adriaanse, die de deelnemers bijpraatte over de impact ervan op de gebouwde omgeving. Digitale representaties van objecten worden steeds nauwkeuriger, omdat er steeds meer informatie over levenscyclussen van materialen en constructies wordt toegevoegd. “Dankzij het voorspellende vermogen van AI weten we beter wanneer bruggen of viaducten gerepareerd moeten worden of zelfs vervangen. En als we het falen van een constructie beter kunnen voorspellen kunnen we ook meer hinder op de weg voorkomen.” Zelfrijdende auto bestaat niet Maar bij acties op basis van betrouwbare voorspellingen komen nogal wat uitdagingen kijken. De technologie is niet zomaar klaar voor gebruik. Dat werd duidelijk uit de presentatie van TNO-professor Automated Vehicles and Human Interaction Marieke Martens over zelfrijdende auto’s. “Door zelfrijdende voertuigen wordt alles beter: ongevallen worden vermeden, het milieu wordt gespaard, er zijn geen parkeerplaatsen meer nodig”, schetste Martens de belofte. Waarna ze een kaart van de stad Amsterdam toonde die helemaal vastloopt door falende zelfrijdende auto’s. “We zijn dus nog lang niet bij het punt dat alles beter is. Om de zelfrijdende auto mogelijk te maken zal alle infrastructuur op de schop moeten en wetgeving moeten worden aanpast, waardoor een mens als back-up operator niet meer nodig is.” En intussen wordt ook gekeken naar wat het betekent voor de maatschappij. “We moeten nadenken over wat we willen dat de voertuigen kunnen en mogen. En hoe we dat doen. Moeten we programmeurs opdragen om ethische keuzes te programmeren? AI OBJECTDETECTIE: HARDLOPER 77% Moeten wij eerst voldoende menselijke data verzamelen waarmee we uiteindelijk ethische systemen kunnen ontwikkelen, zoals Elon Musk oppert?” Volgens Martens is het zaak om nieuwe samenwerkingen op te zetten tussen industrie, overheid en ICT-serviceproviders. “Er gaat een enorme verandering plaatsvinden voor de overheid; taken zullen grotendeels worden overgenomen door andere partijen. Of en hoe we dit willen, daarover moeten we nu al goed nadenken. Ontwikkelingen gaan steeds sneller, waardoor plannen een korte cyclus hebben. Werken met een visie op infrastructuur voor de komende dertig jaar is niet meer van deze tijd.” Confrontatie met ethiek Nieuwe technologie kan levens gaan redden, zo bleek bij een tentoonstelling van een drietal drones in de buitenruimte. De KNRM (Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij) hoopt in 2025 al een drone in te kunnen zetten die met behulp van kunstmatige intelligentie drenkelingen op zeer grote afstand kan opsporen. AI ziet immers meer dan een mens. “Men vraagt altijd: kan het snel, slim én goedkoop?”, aldus een betrokken TNO-onderzoeker. “En dat kan. Maar de weg daar naartoe is lang.” De software AI OBJECTDETECTIE: STOEPTEGEL SCHEEF 90% Nummer 43, juli 2022 95

Gun je inwoners het gemak van digitale dienstverlening Is mijn uitkering al binnen? Kan ik mijn jaaropgave inzien? Met de eDiensten Sociaal Domein van Centric bied je inwoners een online omgeving waar ze 24 uur per dag, 7 dagen per week hun eigen zaken regelen, van uitkeringsaanvraag tot inkomensverklaring. Het volledige proces verloopt digitaal, tot en met de verwerking in de procesapplicatie. Even inloggen met DigiD en inwoners ontvangen direct antwoord. Snel en veilig op afstand. Dat is het gemak van digitale dienstverlening. Daarom de eDiensten Sociaal Domein: 9 Betere dienstverlening 9 Minder administratie 9 Lagere uitvoeringskosten 9 Volledig digitaal Meer weten over de eDiensten? Ga naar www.centric.eu/edienstensociaaldomein

van een drone die zelf drenkelingen opspoort moet eerst getraind worden om ‘slim’ genoeg te zijn. Vervolgens moet de mechaniek van het apparaat zelf goed werken, ook daarvoor moet uitgebreid getest worden. Uiteindelijk moet het zelfs in barre weersomstandigheden met grote windkrachten in de lucht blijven hangen. Het is met name belangrijk dat wetgeving genoeg meebeweegt met de ontwikkelingen. “Op dit moment is het nog niet toegestaan om te testen zonder een piloot die toezicht houdt, maar ook dat moment gaat komen.” Er ligt momenteel een Europees voorstel voor AI-regelgeving op tafel, maar veel is nog onduidelijk. Met name over de ethische aspecten van de inzet van AI. Marieke Martens gaf aan dat bij het gebruik van AI alle scenario’s moeten worden vastgelegd. “We moeten definiëren waar de systemen aan moeten bijdragen en die systemen ook kunnen afrekenen daarop, in plaats van dat we programmeurs ontslaan die in opdracht van hun baas programmeren. Je moet als overheid zélf je verantwoordelijkheid nemen.” Werkhoven benadrukte dat technologie de samenleving dwingt om ethiek kwantificeerbaar te maken. “En die confrontatie hebben wij nooit eerder in de geschiedenis meegemaakt.” Pas op Op de Haagse campus van Universiteit Leiden neemt Tycho de Graaf, universitair hoofddocent gespecialiseerd in e-law, de deelnemers mee in het aanbesteden van AI en de regels die daar nu voor gelden. In Europa wordt nog hard gewerkt aan een nieuwe set eisen en regels voor AI. Gemeente Amsterdam is één van de eerste organisaties die al eigen contractvoorwaarden heeft opgesteld voor algoritmes. Hoogleraar Matt Young, gespecialiseerd in AI, besprak hoe dataverzamelingen van burgers om bijvoorbeeld fraude te ontdekken in elkaar zitten. “De technisch moeilijkste algoritmes werken vaak het slecht. En de simpelste algoritmes blijken vaak juist heel goed en betrouwbaar te werken. Young raadt aan: “Ga in gesprek met gebruikers, help problemen identificeren voor een institutionele context en onderneem proactief actie.” Wanneer uitkomsten van computerbesluiten niet kloppen moeten deze problemen niet worden wegstopt, maar juist worden gecentreerd. “Identificeer waar het misgaat, erken problemen en documenteer deze”, aldus Young. “Neem fouten mee als afweging bij gevallen in de toekomst waarin mogelijk ook iets verkeerd gaat. Als mens kunnen wij immers de ethische impact van een computersysteem reduceren.” In de afsluitende presentatie gaf emeritus hoogleraar Informatica en Recht Jaap van den Herik nog een belangrijke waarschuwing mee. “Pas op wanneer u technologie inkoopt.” Daarbij refereerde hij aan één van de zes wetten van Melvin Kranzberg: “Technologie is niet goed, niet slecht en ook niet neutraal. Het kan zowel in positieve als in negatieve zin gebruikt worden en onbedoelde gevolgen hebben. Technologie is een hulpmiddel, en de mens heeft aandeel in hoe het gebruikt wordt en hoe het uitpakt.” Juristen en IT’ers begrijpen elkaar volgens Van den Herik niet altijd. “De komende jaren moeten we samen de brug op om het gesprek te voeren.” AI OBJECTDETECTIE: VUILNISZAK VERKEERD 82% 97

agenda/c o l o f o n September 8 september Congres Mens Centraal: vertrekpunt voor communicatie en dienstverlening www.programmamenscentraal.nl 14 september iBestuur Congres 2022 www.ibestuurcongres.nl iBestuur magazine, juli 2022 Onafhankelijke uitgave van Sijthoff Media Redactieadres iBestuur magazine Capital C, 4e etage Weesperplein 4C 1018 XA Amsterdam redactie@ibestuur.nl Redactie Arnoud van Gemeren (content & community director), Quita Hendrison (content manager magazine), Heleen Hupkens (content manager online) Ontwerp Blinkerd Vormgeving Hage Grafische Vormgeving Medewerkers Pieter van den Brand, Afelonne Doek, Sjoerd Hartholt, Rineke van Houten, Sander Klous, Karina Meerman, Peter Olsthoorn, Paul Strijp, Han Thoma, Marjolein van Trigt, Piek Visser-Knijff, Sophie in ‘t Veld, Pieter Verbeek, Marieke Vos, Kim de Vries, Els Wiegant Fotografie cover Lex Draijer/De Beeldredaktie Druk Damen Drukkers Adverteren en media-advies Marcel van der Meer: marcelvandermeer@ibestuur.nl, 06 23 16 88 72 Oktober 4 oktober Sandra de Vries: sandradevries@ibestuur.nl, 06 46 28 51 31 One Conference 2022 www.one-conference.nl Abonnement Een iBestuur magazine-abonnement is gratis voor bestuurders, beslissers en beleidsmakers binnen de publieke sector die betrokken zijn of zich betrokken voelen bij de i-overheid. Een abonnement of online only-abonnement op iBestuur? ibestuur.nl/service En ontvang elke week de iBestuur nieuwsbrief in uw inbox: ibestuur.nl/nieuwsbrief 98 Geïnteresseerden die niet tot die doelgroep behoren betalen 70 euro voor een jaarabonnement van vier nummers. iBestuur alleen digitaal ontvangen kan ook: een online only-abonnement kost 29 euro per jaar (vier edities). Abonneren kan via ibestuur.nl/service. iBestuur wordt mede mogelijk gemaakt door: Amazon Web Services, Blueriq, Capgemini, Centric, IBM, IMAGEM, Microsoft, M&I/Partners, Pegasystems, PinkRoccade Local Government, Salesforce, TCS, TOPdesk, en door CIP, ICTU, VNG Realisatie, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ministerie van Justitie en Veiligheid Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) en/of openbaar gemaakt, zonder voor- afgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. i estuur Onafhankelijk kwartaalmagazine voor de iOverheid. Nummer 43, jaargang 12, juli 2022 m INTERBESTUURLIJK Meer dan de optelsom van bestuurslagen NIEUW KENNISCENTRUM Grensgebied tussen markt en overheid ALEXANDRA VAN HUFFELEN Menselijke maat moet altijd vooropstaan congres 2022

Krijg grip op je dienstverlening met TOPdesk TOPdesk helpt jouw organisatie met procesmatig werken en geeft inzicht in serviceketens. Excellente dienstverlening, noemen we dat! Wij geloven dat geweldige interne- en externe dienstverlening de sleutel is tot de groei van iedere overheidsorganisatie. Geautomatiseerde processen helpen jouw organisatie aan een excellente dienstverlening. Maar waar begin je? Het gestandaardiseerd vastleggen en uitwisselen van informatie is een goede eerste stap. Door procesmatig te werken, krijg je meer grip op de bedrijfsvoering of burgerondersteuning. Een gestroomlijnde en meetbare dienstverlening creëert immers meerwaarde voor jouw organisatie. Je staat er niet alleen voor. TOPdesk helpt jou graag in het proces naar excellente dienstverlening. Meer weten? Kijk op www.topdesk.nl

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
  65. 65
  66. 66
  67. 67
  68. 68
  69. 69
  70. 70
  71. 71
  72. 72
  73. 73
  74. 74
  75. 75
  76. 76
  77. 77
  78. 78
  79. 79
  80. 80
  81. 81
  82. 82
  83. 83
  84. 84
  85. 85
  86. 86
  87. 87
  88. 88
  89. 89
  90. 90
  91. 91
  92. 92
  93. 93
  94. 94
  95. 95
  96. 96
  97. 97
  98. 98
  99. 99
  100. 100
Home


You need flash player to view this online publication