TE HUUR RIEMSDIJK 1 - TIEL PER 1 APRIL 2026 BESCHIKBAAR Direct gelegen aan de barge terminal Op bedrijventerrein Medel in Tiel komt dit hoogwaardige logistieke bedrijfsgebouw beschikbaar. De locatie ligt direct naast de inland barge terminal en op enkele minuten van de A15, waardoor multimodaal transport en snelle distributie optimaal worden ondersteund. Het complex omvat circa 22.469 m², bestaande uit ca. 19.759 m² warehouse, 91 m² mezzanine en 2.619 m² kantoorruimte (vanaf ca. 1.795 m² te huur). De kantoorlagen worden volledig gerenoveerd en opgeleverd volgens actuele marktstandaarden. Oppervlakte • Totaal ca. 22.469 m² • Warehouse ca. 19.759 m² • Mezzanine ca. 91 m² • Kantoor ca. 2.619 m² (vanaf ca. 1.795 m²) Parkeren • Ca. 130 autoplaatsen • 14 truckplaatsen op eigen terrein Kantoorruimte • Volledig gerenoveerd • In overleg aanpasbaar • Te huur vanaf ca. 1.795 m² Warehouse specificaties • Vrije hoogte: 10,5 m • Vloerbelasting: 2.500 kg/m² • Puntbelasting: 7.400 kg/m² • Kolomraster: 15,7 x 10,4 m • 17 loading docks + 3 overheaddeuren • ESFR-sprinklers en LEDverlichting De bedrijfsruimte heeft een vrije hoogte van 10,5 m en is uitgerust met 17 loading docks, 3 overheaddeuren en 14 truckparkeerplaatsen op eigen terrein. Het gebouw beschikt onder meer over ESFR-sprinklers, LED-verlichting en een hoge vloerbelasting, wat het object uitermate geschikt maakt voor efficiënte logistieke operaties. Medel huisvest toonaangevende logistieke spelers zoals DHL, Lidl, Simon Loos en Kuehne + Nagel, wat de positie als logistieke hotspot onderstreept. BEREIKBAARHEID Dit hoogwaardige logistieke complex op bedrijventerrein Medel ligt direct naast de barge terminal en nabij de A15. Het biedt een modern warehouse met mezzanine, representatieve kantoorruimte en een ruim buitenterrein. De strategische ligging ondersteunt multimodale en snelle distributie. Het treinstation en een bushalte zijn goed bereikbaar. Meer weten? Scan de QR code Neem gerust contact met ons op voor meer informatie of een vrijblijvende bezichtiging Cushman & Wakefield - Daan Linders 026 445 2445 Daan.Linders@CushWake.com ProDelta Real Estate 010 892 0470 prodeltarealestate.nl cushmanwakefield.nl
Voorwoord Efficiënt, duurzaam en heel betrouwbaar Met ruim 50 containers soepel door de sluis van Eefde en daarna het Twentekanaal op. Vanuit de stuurhut had ik een prachtig uitzicht: bruggen, weilanden, dorpen en steden trokken langzaam voorbij. Kortgeleden kreeg ik de kans om een dag mee te varen op een containerschip in de binnenvaart. Het was indrukwekkend om van zo dichtbij te zien hoe mooi én belangrijk dit werk is. Het is efficiënt, duurzaam en heel betrouwbaar. De verduurzaming van de binnenvaart staat dan ook hoog op de agenda. Minder CO2-uitstoot en schonere manieren van transport zijn niet alleen goed voor het milieu, maar zorgen er ook voor dat onze havens sterk en concurrerend blijven. Neem bijvoorbeeld het vervoer van grondstoffen als zout. Door slimme logistiek en goede samenwerking over de grens kunnen zulke goederenstromen veel efficiënter en duurzamer worden georganiseerd. Nederland is al eeuwenlang via het water verbonden met de wereld. Onze rivieren en kanalen zijn eigenlijk de stille wegen van de economie. Daarom is het belangrijk dat we verder kijken dan alleen de eigen regio en samenwerken met internationale partners. Alleen door over grenzen heen te denken en te werken, halen we het maximale uit onze binnenhavens en maken we onze logistieke routes klaar voor de toekomst. Mijn wens? Dat meer ondernemers vaker kiezen voor vervoer over water. Daarom een oproep aan ondernemers, beleidsmakers en overheden: werk samen, stem goed af en blijf investeren in de toekomst van transport over water. Hoe we dat trouwens doen in Overijssel, met onze netwerkorganisatie Logistics Overijssel, lees je verderop in dit blad. Met vriendelijke groet, Erwin Hoogland Gedeputeerde Economie, Internationaal, Defensie Provincie Overijssel Havenlocaties 2026 - 3
Nederland 2026 Coverpresentatie Logistics Overijssel: waar water verbindt, komt samenwerking in beweging. Pagina’s 6 t/m 10 Magazine over zee- en voornamelijk binnenhavens van Nederland. Verduurzaming van onze logistieke stromen over water vereist een grootschalige energietransitie. Er zijn aanzienlijke investeringen, maar ook technologische innovaties nodig. Tevens moeten we de ruimte en vestigingslocaties voor bedrijven in de binnenhavens en aangrenzende industrieterreinen bewaken voor een duurzame en toekomstbestendige logistiek. Containerterminals / Logistieke Dienstverleners: Wessem Port Services Group. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52 L’Ortye ............................................. 58 Voorwoord: Erwin Hoogland, Gedeputeerde Economie, Internationaal en Defensie, Provincie Overijssel ............ 3 Havenbedrijven / Havenlocaties: Port of Zwolle, Port of Twente, Port of Deventer ........... 6 MCA Brabant / Brabant Ports ........................... 16 Smart Hub Logistics .................................. 20 Tilburg ............................................. 22 Haven Netwerk Fryslân ................................ 28 Port of Harlingen ..................................... 30 De Haven van Drachten ............................... 32 Maritiem cluster Werkendam ........................... 38 TPN-West Nijmegen .................................. 42 BluePorts Limburg .................................... 48 Flevokust Haven ..................................... 67 Vastgoedprofessionals: ProDelta Real Estate ................................... 2 CTP Netherlands ..................................... 68 Branche- en Belangenorganisaties / Overheid: Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) ......... 12 PTC Groep .......................................... 15 Europees Parlement (VVD Europa) ..................... 26 Clean Energy Hubs ................................... 54 NPRC .............................................. 60 Rijkswaterstaat (RWS) ................................. 62 Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) ................ 64 Kennisinstituten / Toeleveranciers: Secure Logistics ...................................... 36 Fontys .............................................. 40 GMB Haven & Industrie ............................... 46 4 - Havenlocaties 2026
Deelnemers in deze uitgave www .logisticsoverijssel .nl www .binnenhavens .nl www .groepptc .nl www .mcabrabant .nl www .brabantports .nl Redactie en advertentie-exploitatie Jager Media D .A . Arthur Jager Postbus 2711, www .smarthubonline .nl www .tilburg .nl www .vvdeuropa .nl 7301 EE Apeldoorn M: 06 - 223 91 776 E: arthur@jagermedia .nl W: www .jagermedia .nl www .havennetwerkfryslan .nl www .portofharlingen .nl www .smallingerland .nl Journalisten Pieter Pulleman, Marc van Rossum du Chattel, Dianne Huijskens, Ger Dreijer, Johan Koning en Sandra Put www .eur .nl/upt www .secure-logistics .nl www .gemeentealtena .nl Website / Social Media - Blending Media - Monique Jager Vormgeving Studio Transparant www .fontys .nl www .portofnijmegen .nl www .gmb .eu Fotografie Jager Media Volg ons ook online via LinkedIn Zakelijk www .circularports .com/ blueports www .wessem .com www .gelderland .nl/ projecten/clean-energy-hubs www .lortye .eu www .nprc .eu www .rws .nl Het magazine Havenlocaties Nederland wordt duurzaam geproduceerd . www .flevokusthaven .nl www .binnenvaart .nl www .ctparkamsterdamcity .nl Havenlocaties 2026 - 5
Port of Deventer - Zout Fotografie 10 jaar Logistics Overijssel: waar water verbindt, komt samenwerking in beweging “Je kunt allemaal hetzelfde willen, maar zonder gezamenlijke koers kom je nergens,” zegt Christa Baas, programmamanager van netwerkorganisatie Logistics Overijssel. Die constatering bracht havens, overheden, onderwijsinstellingen en bedrijven in Overijssel tien jaar geleden bij elkaar Logistics Overijssel ontstond vanuit de overtuiging dat grote opgaven in de binnenvaart alleen hanteerbaar zijn, juist in een regio met uiteenlopende belangen. 6 - Havenlocaties 2026
“Water staat nooit stil en dat geldt ook voor de binnenvaart en de havens. Je moet blijven afstemmen, blijven verbinden en blijven kiezen.” D ie keuze bracht rust, richting en daadkracht, vooral op thema’s waar afzonderlijke havens niet verder komen. Frank van Zomeren vat het samen: “Het water van de IJssel verbindt ons. Voor de scheepvaart letterlijk, maar we verdiepen die verbinding door de manier waarop we hier samenwerken.” Van Zomeren is als manager van het Havenbedrijf Port of Twente een van de drie vertegenwoordigers van Overijsselse havengebieden die bij Baas zijn aangeschoven om het gezamenlijke verhaal te vertellen. Rob Oostermeijer is vanuit zijn rol als directiesecretaris van het havenbedrijf Port of Zwolle – actief in de havens van Meppel, Kampen en Zwolle – aanwezig. Theo van Raaij is dat namens Port of Deventer en de gemeente Deventer. Keuzes maken Voor Van Raaij zit de winst van de samenwerking vooral in het maken van keuzes. Niet alles kan tegelijk en niet alles hoeft overal. “Als je dat gesprek gezamenlijk voert, ontstaat rust,” zegt hij. “Dat maakt het makkelijker om te prioriteren en gericht te investeren.” Juist door die afwegingen regionaal te maken, ontstaat ruimte voor keuzes die logisch zijn op grotere schaal. Volgens Baas vraagt die manier van werken meer dan goede bedoelingen alleen. Afspraken en discipline maken het verschil. “Je moet bereid zijn om dingen los te laten,” zegt ze. “Niet alles zelf willen doen, maar scherp kijken waar je elkaar versterkt.” Frank van Zomeren - Port of Twente, Christa Baas – Logistics Overijssel, Theo van Raaij – Port of Deventer, Rob Oostermeijer - Port of Zwolle Bij Logistics Overijssel staat vooruitgang centraal, door simpelweg te doen. Door gezamenlijk thema’s te benoemen en daar concrete projecten aan te verbinden, ontstaat beweging. “We organiseren het zo dat ideeën ook echt worden uitgevoerd,” zegt Baas. Niet door steeds nieuwe plannen te maken, maar door afspraken consequent na te komen. Havenlocaties 2026 - 7
Port of Deventer - Zout Fotografie Sluis Eefde. Foto Hans Bouma Duidelijkheid bieden In de dagelijkse havenpraktijk ziet Oostermeijer wat die aanpak oplevert voor ondernemers. “Versnippering helpt niemand,” zegt hij. “Bedrijven willen duidelijkheid. Door beter op elkaar aan te sluiten, kunnen we betrouwbaarder plannen en beter inspelen op de vraag.” Die duidelijkheid zit volgens hem vooral in voorspelbaarheid en consistent handelen. Haven van Kampen Voor Oostermeijer draait het om schaal en samenhang. “Geen enkele haven kan dit alleen,” zegt hij. “Maar samen hebben we gewicht, richting bedrijven en richting andere overheden.” Die betekenis reikt verder dan de havens zelf. Betrouwbare binnenvaartverbindingen wegen steeds zwaarder mee in de afwegingen die bedrijven maken om te investeren, uit te breiden of juist af te haken. Baas plaatst dat in perspectief: “Juist daarom moet je 8 - Havenlocaties 2026
XL Business Park - Panatonni infrastructuur regionaal organiseren en verder kijken dan de provinciegrens.” Oostermeijer benadrukt dat die lijn ook buiten Overijssel doorloopt. “We zoeken nadrukkelijk de verbinding met de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens,” zegt hij. “Bijvoorbeeld in de gezamenlijke lobby rond de sluis bij Kornwerderzand, maar ook als het gaat om het behoud van havengebonden werklocaties. Ruimte is schaars. Als je die ruimte wilt behouden voor havenondernemers, moet je elkaar versterken en kennis delen.” Grote vraagstukken vragen om richting Nu de basis staat, verschuift de aandacht naar grotere vraagstukken. Vraagstukken die schaal vereisen, maar ook het vermogen om soms nee te zeggen. Daarbij speelt het economische belang van de IJssel als vaarweg een rol, dat vraagt om afstemming op regionaal niveau. Het fijnmazige netwerk van vaarwegen versterkt dat beeld. Juist doordat dat netwerk zo dicht is vertakt, vragen beheer, instandhouding en investeringen voortdurend om keuzes op regionaal niveau. “Digitalisering, energie en circulariteit pak je niet versnipperd aan,” zegt Christa Baas. “Daarvoor moet je vanuit dezelfde richting werken.” Die gezamenlijke oriëntatie stopt niet bij Overijssel. De havens maken deel uit van internationale netwerken en Havenbedrijf Port of Twente heet je welkom: ontdek, beleef en verbind tijdens het NVB-jaarcongres Havenbedrijf Port of Twente is trots om dit jaar gastheer te zijn van het NVB jaarcongres. Wij nodigen je van harte uit om naar Twente te komen: de regio waar innovatie, noaberschap en daadkracht samenkomen. Samenwerking op het water in het logistieke cluster van Nederland en Europa! Havenbedrijf Port of Twente is het krachtige samenwerkingsverband van vijf gemeenten: Almelo, Enschede, Hengelo, Hof van Twente en Lochem. Samen zetten we ons in om vervoer over water te versterken en havengerelateerde activiteiten verder te professionaliseren. Wij zijn het centrale aanspreekpunt voor scheepvaart, bedrijven en overheden. Met uniforme havenverordeningen, duidelijke tarieven en een geautomatiseerd asset- en inningssysteem zorgen we voor een vlotte, efficiënte en toekomstgerichte aanpak in de Twentse havens. Tijdens het congres laten we graag zien hoe Port of Twente invulling geeft aan de uitdagingen van vandaag en morgen: van corridorontwikkeling en digitalisering tot waterzekerheid en regionale samenwerking. Kom, ontdek en ervaar waarom Twente een compacte maar robuuste schakel is in het Nederlandse en Europese logistieke netwerk en maak kennis met de gastvrijheid waar Twente om bekend staat. We kijken ernaar uit je te verwelkomen! Frank van Zomeren Havenmanager Port of Twente Havenlocaties 2026 - 9
CTT Hengelo. Foto Eric Bakker corridors richting Noord- en Oost-Europa. Langs de North Sea– Baltic Corridor krijgt die samenwerking ook een strategische betekenis. Binnenhavens en vaarwegen vormen vitale infrastructuur, waarin civiel gebruik en bedrijvigheid samenkomen met bredere eisen aan betrouwbaarheid en beschikbaarheid. Van Zomeren: “Je kijkt niet alleen naar economische stromen. Betrouwbaarheid krijgt een andere lading als je onderdeel bent van grotere internationale corridors.” Schaal maakt het verschil Vanuit de overheid bezien maakt schaal daarin het verschil, zegt Van Raaij. “Als regio kun je pas echt meedoen wanneer je het gezamenlijk organiseert. Dan wordt het gesprek inhoudelijk sterker en sluit je beter aan bij wat er in de praktijk speelt.” Aan de kade merken ondernemers wat deze manier van werken oplevert. “Er wordt doorgepakt,” zegt Oostermeijer. “Niet vandaag dit en morgen dat, maar langs een consistente lijn. Dat Sluis Delden “Betrouwbaarheid krijgt een andere lading als je onderdeel bent van grotere internationale corridors.” geeft vertrouwen en maakt investeren makkelijker.” Baas herkent dat beeld. “Juist doordat projecten in samenhang worden opgepakt, krijgen ze gewicht,” zegt ze. “Ze maken deel uit van een bredere ontwikkeling van de havens in Overijssel. Zo ontstaat samenhang in plaats van een losse etalage van initiatieven.” Tien jaar verder Na tien jaar Logistics Overijssel gaat het minder om afzonderlijke resultaten en meer om wat nu mogelijk is. “We kennen elkaar, we weten wat we aan elkaar hebben,” zegt Baas. “Dat helpt om lastige gesprekken te voeren en keuzes te maken, ook als die niet meteen voor iedereen ideaal zijn.” Volgens haar is deze manier van werken volwassen geworden. De aandacht verschuift van positie naar inhoud. “Het is geen project meer,” zegt ze. “Het is een manier van werken. Een manier die niet af is, maar wel stevig genoeg om op door te bouwen.” Ook Van Zomeren ziet dat verschil. “Tien jaar geleden waren we vooral bezig met elkaar leren kennen,” zegt hij. “Nu weten we waar we elkaar kunnen versterken. Dat scheelt tijd, maar vooral energie.” Die beweging blijft nodig. “Water staat nooit stil,” zegt hij. “En dat geldt ook voor de binnenvaart en de havens. Je moet blijven afstemmen, blijven verbinden en blijven kiezen.” << 10 - Havenlocaties 2026
NVB JAARCONGRES 2026 Vrijdag 9 oktober Hosted by Port of Twente Havenlocaties 2024 - 11
Op naar een nationale binnenhavenvisie Toenmalig voorzitter Maarten van Gaans – Gijbels was helder in zijn inleiding op het congres van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) in Moerdijk in oktober 2025. Er moet een Nationale visie op binnenhavens komen. De vereniging is bezig aan het eerste jaar van de in 2025 vastgestelde strategische agenda 2025-2030. Secretaris Robbert Loos staat ons te woord. Binnenhavens cruciaal voor toekomst van economie, infrastructuur en Nederlandse weerbaarheid “De Nederlandse binnenhavens vormen een essentiële schakel in de logistieke keten, de maakindustrie en de circulaire economie”, begint Robbert te vertellen. “Ze verbinden de zeehavens met het achterland, faciliteren (maritieme) maakindustrie, en bieden ruimte voor regionale en internationale bedrijvigheid. De maatschappelijke en economische waarde van deze havens staat buiten kijf.” De recent gepubliceerde Binnenhavenmonitor 2025 laat zien dat de toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de Nederlandse binnenhavens fors stijgt. Uit deze monitor tot en met 2024 blijkt dat de directe toegevoegde waarde van de binnenhavens in Nederland een omvang heeft van 13,2 miljard euro. Als daar de indirecte toegevoegde waarde bij opgeteld wordt is er sprake van een totale toegevoegde waarde van 20,6 miljard euro. De directe werkgelegenheid in de Nederlandse binnenhavens bedraagt zo’n 93 duizend werkzame personen in 2024. Tegelijkertijd staan binnenhavens onder druk. Nederland moet ruimte vinden voor woningbouw, energietransitie, klimaatadapatie en economische ontwikkeling. “De ontwerp Nota Ruimte bevat een belangrijke erkenning van het belang van robuuste infrastructuur en multimodale knooppunten”, zo geeft Loos aan. Maar er zijn ook zorgen: “de ruimte voor watergebonden bedrijvigheid staat – door bijvoorbeeld de woningbouwopgave - meer dan ooit ter discussie”. Binnenhaven is meer dan een bedrijventerrein aan het water Binnenhavens vormen strategische hubs waar logistiek, industrie, circulaire economie en energietransitie samenkomen. De NVB benadrukt dat binnenhavens daarom méér zijn dan bedrijventerreinen met een kade. Ze faciliteren een efficiënte goederenstroom, ontlasten het wegennet en bieden ruimte voor innovatie en verduurzaming. Daarom is het noodzakelijk dat functies die hinder of beperkingen veroorzaken — zoals zware industrie, geluids- of geurbelasting — niet worden gecombineerd met woningbouw in de directe nabijheid van haventerreinen. De NVB pleit voor een heldere ruimtelijke ordening die milieuruimte respecteert en toekomstige economische ontwikkeling niet hindert. 12 - Havenlocaties 2026
Droge bedrijventerreinen lenen zich beter voor functiemenging. Voor binnenhavens is behoud van watergebonden ruimte cruciaal. “Daarom start een onderzoek naar watergebonden grondposities” meldt Robbert, “we hopen tegen de zomer van 2026 een landelijk beeld in kaart te hebben gebracht”. Regionale samenwerking als motor voor ruimtelijke en economische opgaven Gemeenten met binnenhavens zoeken elkaar steeds vaker op in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Blueports Limburg, Brabant Ports, Gelreport, Haven Netwerk Fryslân, Port of Zwolle en Port of Twente. Ook de havens in Zeeland en mogelijk ook in andere regio’s vergroten gezamenlijk hun impact. “De NVB juicht deze ontwikkeling toe”, zegt Loos. “Wij faciliteren graag de verbinding tussen de regio’s onderling en naar Den Haag en Brussel”. Benut regio-overstijgende kansen voor infrastructuur en bereikbaarheid Binnenhavens functioneren alleen goed binnen een robuust netwerk van vaarwegen, spoor en weg. Dat netwerk staat echter onder druk door klimaatverandering, achterstallig onderhoud Havenlocaties 2026 - 13
René Leegte nieuwe voorzitter NVB De Algemene Ledenvergadering van de NVB heeft op 5 maart 2026 oud-Tweede Kamerlid René Leegte benoemd tot voorzitter van de vereniging. Hij volgt in die functie Maarten van Gaans - Gijbels op. Naam: Geboren: Woonplaats: Ir. R.W. (René) Leegte 1968 Amersfoort Huidige functie: directeur van public affairsadviesbureau Publieke Zaken Eerdere functies (selectie): - Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (VVD), met portefeuilles energie, klimaat en infrastructuur - Chief Commercial Officer bij AgroFair - Brandmanager bij Unilever - Adviesgroepmanager milieu en duurzaamheid bij DHV - Persoonlijk secretaris van Frits Bolkestein 14 - Havenlocaties 2026 en een grote vervangingsopgave. De NVB benadrukt dat modal shift alleen mogelijk is als betrouwbaarheid en capaciteit van deze infrastructuur zijn gegarandeerd. De potentie van specifieke binnenhavens kan regio-overstijgend worden vergroot door structuurversterkende investeringen te agenderen. Een voorbeeld daarvan is de herbouw van Sluis II en de ontwikkeling van het Wilhelminakanaal voor de multimodale hub in Brabant, of de verbreding en verdieping van de Sluis Kornwerderzand, welke het karakter van de havens aan het IJsselmeer blijvend kan veranderen. Binnenhavens als pijler voor circulaire economie en toekomstige maakindustrie Ruimte in binnenhavens wordt steeds schaarser, waardoor bedrijvigheid met watergebonden logistiek regelmatig plaatsmaakt voor andere functies. Dat bedreigt de toekomstige rol van binnenhavens, onder meer voor: de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur, circulaire productieprocessen, maritieme maakindustrie of opslag, overslag en recycling. In veel binnenhavens zijn zware milieucategorieën gevestigd. Om transities mogelijk te maken, zijn regionale keuzes nodig
rond herontwikkeling, verplaatsing en transformatie van bedrijvigheid. Dat vergt inzet van instrumenten, sturing én financiële middelen op regionaal en nationaal niveau. Binnenhavens versterken nationale veiligheid en klimaatadaptatie Binnenhavens spelen een steeds belangrijkere rol in nationale en Europese weerbaarheid. “Dit thema is in het afgelopen jaar sterk opgekomen”, zo zegt Robbert Loos, “en kleurt mede onze strategische agenda”. De capaciteit om onder alle omstandigheden transport, bevoorrading en verbinding te waarborgen, versterkt onze internationale positie en vermindert de afhankelijkheid van externe partijen. Betrouwbare logistiek is onmisbaar in tijden van verstoringen, geopolitieke spanningen of calamiteiten. Daarnaast kunnen binnenhavens bijdragen aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door te zorgen voor: waterberging bij piekbelasting, buffering bij droogte, het stabiliseren van waterkwaliteit, of het opvangen van transportpieken bij lage waterstanden op rivieren. Hiermee zijn binnenhavens een cruciale schakel in zowel economische als ecologische weerbaarheid. NVB pleit voor nationale visie op binnenhavens Om de economische kracht, logistieke functie en weerbaarheid van Nederland te waarborgen, zijn duidelijke keuzes nodig in ruimtelijke ordening en infrastructuurbeleid. “Daarom maakt de NVB zich sterk voor een nationale visie op de binnenhavens in ons land.” aldus Loos. “Een visie waarin voldoende ruimte voor watergebonden bedrijvigheid, circulaire- en (maritieme) maakindustrie wordt geborgd. ADVERTENTIE En waarin ruimtegebruik, economische ontwikkelingen, ondersteuning van transities en weerbaarheid een plek krijgen. Bovendien een aanpak die nationale ondersteuning geeft aan de ontwikkeling van de regio-aanpak.” << SAMEN STERK Vervoer over water voor nu en later GENCO www.groepptc.nl communicatie@groepptc.nl Havenlocaties 2026 - 15
Binnenhaven Bergen op Zoom MCA Brabant en Brabant Ports blijven naast elkaar bestaan, met ieder een eigen identiteit Eén dag op de hei. Meer hadden ze - binnen de bestuurlijke gelederen van het Brabantse adviesorgaan voor multimodaal vervoer - niet nodig om een klap te geven op een al langer sudderend vraagstuk. Moest Brabant Ports – dat enkele jaren geleden voortvloeide uit een initiatief van MCA Brabant – op eigen benen verdergaan of kon het misschien beter fuseren met MCA? De titel van dit artikel verraadt het al: MCA Brabant en Brabant Ports blijven twee aparte entiteiten met ieder een eigen profiel. Vanuit hun eigen identiteit vullen ze elkaar goed aan. 16 - Havenlocaties 2026 irecteur Hendrik-Jan van Engelen legt in dit artikel uit wie wat doet. Verder blikt hij terug op wat er in het afgelopen jaar gerealiseerd is én kijkt hij vooruit naar de plannen voor de toekomst. Dat doet hij de ene keer met zijn MCA-pet op en de andere keer met zijn pet van Brabant Ports. D ‘Het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum (MCA) Brabant blijft als stichting de aanjager van het multimodaal goederentransport in de gehele provincie Brabant’, aldus Van Engelen. ‘In onze rol als oliemannetje leggen we verbindingen tussen overheden, het bedrijfsleven en kennisinstellingen. We voeren onderzoeken uit in opdracht van Provincie of Rijkswaterstaat, zoals in het voorbije jaar bijvoorbeeld naar de kwaliteit van ligplaatsen of naar de toegankelijkheid van vaarwegen. Als verlengstuk van
“We moeten er samen voor zorgen dat de beperkte ruimte die nog beschikbaar is bij binnenhavens uitsluitend naar watergebonden bedrijven gaat.” de Provincie zorgen we ervoor dat we het multimodale goederenvervoer zo goed mogelijk verspreid over heel Brabant laten plaatsvinden.’ Brabant Ports ontwikkelt zich steeds meer als een serviceorganisatie voor binnenhavens. Brabantse gemeenten met een binnenhaven kunnen lid worden van Brabant Ports. Dat deden in 2025 vijf gemeenten: Bergen op Zoom, Oosterhout, Waalwijk, Tilburg en Land van Cuijk. ‘In onze community van binnenhavens delen we onderling kennis en expertise. Door deze te bundelen rond verschillende thematieken staan we sterker en ontstaan gezamenlijke oplossingen. Die oplossingen gaan we verder uitwerken en aanbieden als diensten om de binnenhavens optimaal te laten functioneren en verder te ontwikkelen. Zo kunnen we samen een krachtigere stem laten horen richting de zeehavens, Rijkswaterstaat en ministeries. Samen kunnen we ook betere maatregelen nemen tegen bijvoorbeeld ondermijning en criminaliteit. Of kunnen we een uniforme aanpak voor digitalisering implementeren.’ Wethouder Dees Melsen, gemeente Oosterhout “Met het initiatief Brabant Ports willen wij in Oosterhout onze krachten bundelen met de Brabantse binnenhavens om zo verder te professionaliseren en uiteindelijk bij te dragen aan een beter Brabant. Door kennisdeling, efficiënter samenwerken en meer gebruik te maken van innovatie kan de binnenhaven nog beter voorzien in het vervoer over water. Deelname aan Brabant Ports maakt de haven sowieso veelzijdiger door gebruik te maken van elkaars kennis en kunde. Hiermee voorzien wij in daadwerkelijk verplaatsen van vervoer van de weg naar het water. Daarnaast wordt door de samenwerking efficiënt ingezet op thema’s als veiligheid, duurzaamheid, digitalisering en doelmatig gebruik van watergebonden terreinen.” Grip op ruimte in binnenhavens Eén van de hoofdthema’s waar Brabant Ports het afgelopen jaar mee aan de slag ging was het ruimtegebrek waar veel binnenhavens mee kampen. ‘We hebben hiervoor de handreiking Grip op ruimte geschreven’, vertelt Van Engelen. ‘We moeten er samen voor zorgen dat de beperkte ruimte die nog beschikbaar is bij binnenhavens - of beschikbaar komt door verhuizing van een bedrijf - uitsluitend naar watergebonden bedrijven gaat. Sommige gemeenten voeren daar al actief beleid op, maar in andere gemeenten is daar soms nog heel weinig aandacht voor. Terwijl het zó belangrijk is! Ga je hier niet op sturen, dan kan In december organiseerden MCA en Brabant Ports in Tilburg het traditionele eindejaar congres. Zo’n 100 deelnemers genoten van een sterk inhoudelijk programma, met sprekers (v.l.n.r.) Mark Buijs, Marco Kroon, Stijn Smeulders, Hendrik-Jan van Engelen, Bas van der Pol en Wil Versteijnen. Na afloop was er een gezellig, bourgondisch samenzijn. Havenlocaties 2026 - 17
een binnenhavenfunctie heel snel afbrokkelen en verdwijnen. Met alle gevolgen van dien voor de modal shift en de circulaire economie. Met de handreiking Grip op ruimte maken we voor gemeenten helder inzichtelijk welke stappen ze kunnen uitvoeren om die schaarse grond bij binnenhavens te behouden voor watergebonden bedrijvigheid. Het structureel veranderen van bijvoorbeeld een omgevingsvisie kan jaren duren, maar we geven ook handvatten voor acties op korte termijn. Zoals bijvoorbeeld het bemiddelen bij commerciële deals om kavels te behouden voor watergebonden activiteiten.’ Digitale atlas goederenvervoer: een schat aan info Vol trots geeft Hendrik-Jan van Engelen op een groot scherm in zijn kantoor een rondleiding door de digitale atlas goederenvervoer die MCA ontwikkelde. ‘We hebben in deze tool voor Brabant alle vaar- spoor- en rijwegen in kaart gebracht. Je ziet daardoor in één oogopslag hoe je goederen per water, spoor of toch beter via de weg door de provincie heen kunt vervoeren. Bij de waterwegen is bovendien aangegeven voor welke klasse binnenvaartschepen ze bevaarbaar zijn.’ Als voorbeeld volgt hij met zijn vinger op het scherm het Wilhelminakanaal: ‘vanuit Moerdijk vaar je hier met klasse 5 schepen tot Oosterhout, dan door met klasse 4 naar Tilburg Vossenberg en klasse 2 verder naar Tilburg Loven.’ Maar de digitale atlas heeft nog veel meer in huis. Het bevat ook alle Brabantse gemeentegrenzen, de binnenhaventerreinen, Robert van Splunter, adviseur economie, gemeente Bergen op Zoom “Brabant Ports heeft duidelijke meerwaarde voor Bergen op Zoom bij de verdere ontwikkeling van de Theodorushaven. Met dit samenwerkingsverband verduurzamen en verbeteren wij de logistieke keten. Wij delen kennis over de energietransitie, de circulaire economie en slim gebruik van ruimte aan het water. Zo kunnen wij bedrijven beter ondersteunen die willen vergroenen of kiezen voor vervoer via de binnenvaart. Brabant Ports helpt ons ook om meer vervoer over water en minder over de weg te laten plaatsvinden. Dit draagt bij aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Door samen te werken binnen het Brabantse havennetwerk vergroten wij onze invloed richting provincie, Rijk en zeehavens. Zo versterken wij de positie van Bergen op Zoom als belangrijke logistieke schakel in de regio Zeeland–Brabant.” sluizen, Natura2000 gebieden, risico- en aandachtsgebieden en, inzoomend, zelfs het soort bedrijven dat ergens gevestigd is. ‘Voor beleidsmakers is deze tool heel waardevol, omdat je snel kunt overzien wat logische routes zijn om bijvoorbeeld een modal shift te verwezenlijken. Maar ook routes waar je beter vandaan kunt blijven i.v.m. beschermde natuurgebieden. Heb je Grip op ruimte met Brabant Ports 1 UITDAGING Schaarse havenruimte gaat naar nietwatergebonden bedrijven > minder ruimte voor echte havenfuncties. 4 2 WAAROM GRIP OP RUIMTE? Duurzame logistiek ondersteunen Binnenvaart is schoner en ondersteunt het klimaatakkoord. Files voorkomen Met volle wegen in 2040 is vervoer via water noodzakelijk. Economie stimuleren 31.500 banen en >€1 mld toegevoegde waarde. Havengebondenheid behouden Waterkavels maken overslag en transport over water mogelijk. Milieucategorie behouden Hoogste milieucategorieën cruciaal voor circulaire economie. Clustering bevorderen Havens verbinden bedrijven voor circulaire samenwerking. 3 DOEL VAN GRIP OP RUIMTE? Beschermen van binnenhavens en haar kernfuncties, klaarmaken voor groeiend transport. Zorgen dat de schaarse ruimte zo goed mogelijk wordt gebruikt. GEVOLGEN VAN GÉÉN GRIP? De watergebonden functie van de binnenhaven verdwijnt. Dat heeft impact op: Brede welvaart: Het verdwijnen van de logistieke binnenvaartketen als werkgever én als toeleverancier van brede economie. Leefbaarheid: Circulaire rol verdwijnt, meer uitstoot en slechtere luchtkwaliteit. Mobiliteit: Meer vracht via weg > files, ongevallen en slechtere bereikbaarheid. 5 HEB IK GRIP? AFBAKENING HAVENGEBIED Ligt de kavel binnen het vastgestelde havengebied? OMGEVINGSVISIE Is watergebonden ruimte hierin geborgd? OMGEVINGSVERORDENING Zijn er gebruiksregels voor de kavel? VOORKEURSRECHT Is er een voorkeursrecht op de kavel? COMPENSATIEPLICHT Moet functiewijziging elders worden gecompenseerd? 7 CONTACT BRABANT PORTS: Brabantlaan 3, 5216 TV ‘s-Hertogenbosch (073) 610 47 52 | www.brabantports.nl LANGE TERMIJN Structureel borgen via omgevingsvisies en plannen. GRIP OP RUIMTE = GRIP OP DE TOEKOMST! MIDDELLANGE TERMIJN Tijdelijke maatregelen zoals voorbereidingsbesluit en voorkeursrecht. KORTE TERMIJN Bemiddelen bij commerciële deals om kavels voor watergebonden bedrijven te behouden. 6 MAATREGELEN VOOR GRIP Slim puzzelen met ruimte, zodat watergebonden kavels ook echt door watergebonden bedrijven benut worden. 18 - Havenlocaties 2026 KANSEN DOOR LOCATIE KANSEN VOOR BREDE WELVAART
Binnenhaven Oosterhout “We stoeien allemaal met dezelfde problema tieken en processen. Het is goed om daar samen in op te trekken en ervaringen met elkaar te delen.” het over grip krijgen op ruimte, dan laat deze tool overzichtelijk zien welke bedrijven in een binnenhaven wel/niet watergebonden activiteiten ontplooien en welke kavels nog beschikbaar zijn. Slimme vaarconcepten De atlas goederenvervoer laat ook duidelijk zien dat het multimodale vervoer rond Eindhoven beperkt is, simpelweg omdat je er met grote schepen niet kunt komen. Van Engelen: ‘Daarom zijn wij nu een project gestart, samen met RWS, Provincie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om te onderzoeken hoe je met slimmere vaarconcepten toch die kleinere vaarwegen kunt benutten. Bijvoorbeeld door duwbakcombinaties in te zetten of kotters te gebruiken. Elders in het land leven daar ook ideeën over. We zijn nu aan het toetsen of we in de regio Eindhoven een combinatie kunnen maken met een aantal verladers in dat gebied om wat pilots te doen met vervoer over water. Zou heel mooi zijn als dat gaat lukken!’ Maatschappelijk weerbaar worden Een ander onderzoek dat in 2027 zal plaatsvinden, maar waar nu al een aanloop naar genomen wordt, gaat over maatschapHavenlocaties 2026 - 19 pelijke weerbaarheid. Van Engelen: ‘Wat gebeurt er in het geval van oorlog of dreiging, als er grote militaire transporten door Nederland trekken? Dan wordt de commerciële lading van de route gedrukt. Wat betekent dat dan voor onze hele supply chain? Hoe zorgen we ervoor dat we bevoorraad blijven? Iedereen, ook bij Defensie, is zoekende naar antwoorden op deze ‘wat als’ vragen. Samen met de Provincie gaan we ons hiermee bezighouden. Vanuit Brabant Ports kijken we dan specifiek naar wat er in een bepaald havengebied moet gebeuren. En vanuit MCA kijken we veel meer naar de goederenstroom an sich. Dat kan elkaar goed aanvullen.’ Interregionale samenwerking Ook buiten Brabant wordt de samenwerking met andere provinciale havenclusters steeds meer opgezocht en aangehaald. Zo stond Brabant Ports op 12 maart samen met Port of Twente, Port of Zwolle en Blue Ports Limburg naast elkaar op de Multimodaal Expo in Breda. ‘We stoeien allemaal met dezelfde problema tieken en processen. Het is goed om daar samen in op te trekken en ervaringen met elkaar te delen.’ www.brabantports.nl <<
SMART HUB Logistics breidt uit op unieke locatie, direct naast containerterminal ’s-Hertogenbosch Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar de logistieke afhandeling van inkomende containers zó snel gebeurt als bij SMART HUB Logistics in ‘s-Hertogenbosch. Direct na aankomst van een binnenvaartschip op de Bossche containerterminal, worden containers van het schip gehaald en met een reach stacker voor de speciale loading docks van de logistieke dienstverlener neergezet. Binnen enkele uren is de container gelost, zijn de goederen gepalletiseerd en is de voorraad bijgeboekt in het wms-systeem. De klant kan nog dezelfde dag zijn uitgaande orders sturen voor de zojuist gearriveerde nieuwe voorraad. S teeds meer ondernemingen profiteren van de logistieke dienstverlening van SMART HUB Logistics. Het bedrijf moest daardoor regelmatig uitwijken naar externe locaties bij derden om de toenemende goederenstromen kwijt te kunnen. ‘Het is heel prettig dat we binnenkort alles onder één dak kunnen afhandelen’, vertelt CEO Frank Bruurs. ‘We krijgen nu zelf genoeg verwerkingsruimte om groeiende volumes vanaf de waterkant rechtstreeks in ons eigen warehouse af te handelen.’ Het nieuwe pand sluit straks naadloos aan op het bestaande warehouse van SMART HUB Logistics. Het wordt gebouwd op het laatste stukje braakliggende grond van industrieterrein De Rietvelden. Het nieuwe warehouse, met een oppervlakte van ca. 8.500 m², brengt de totale ruimte die SMART HUB Logistics beschikbaar heeft voor logistieke diensten naar 30.000 m². De nieuwbouw voldoet aan de BREAAM Excellent-norm. Er komen 8 loading docks en op het dak wordt een zonnepanelenveld aangelegd. Nu het braakliggend terrein bebouwd wordt, ontstaat aan de straatzijde een aantrekkelijke, groene plint in plaats van een gapend gat. Naar verwachting is het nieuwe warehouse in november 2026 operationeel. Uitbreiding Value Added Logistics activiteiten Door de toename van vierkante meters kan SMART HUB Logistics straks ook haar VALactiviteiten verder uitbreiden. Frank Bruurs: ‘We zien een stijgende vraag vanuit winkelketens en supermarkten naar specifieke co-packing voor In samenwerking met BCTN en ZES werd op het terrein van SMART HUB Logistics een laadinstallatie ingericht voor batterijcontainers voor binnenvaartschepen. non-food artikelen. Denk aan Kruidvat of Action of Albert Hein die consumentenartikelen op een bepaalde manier willen aanbieden. Bijvoorbeeld drie paar Nike-sokken samengepakt in één verpakking met een actiesticker erop of een set badhanddoeken met een wikkel eromheen. Met onze extra VAL-service kunnen wij voor onze klanten een container, volgepakt met bulk volumes, lossen en specifiek voor die ene klant ompakken naar de gewenste consumenteneenheden. Een soort manufacturing-toconsumer.’ Van garagebox naar logistieke hub Meer en meer wordt SMART HUB Logistics ontdekt door scale-up bedrijven. ‘Dit zijn meestal 20 - Havenlocaties 2026 Scan de QR code voor onze video. Van container tot klant, wij regelen het! Smart Hub Logistics verzorgt containerimport, opslag, orderverwerking en distributie voor de korte en lange termijn. Jouw partner voor de totale logistieke keten. Warehousing Laden & lossen Transportmanagement Logistieke huisvesting Logistieke consultancy Internationale projectbegeleiding
De nieuwbouw van SMART HUB Logistics in ’s-Hertogenbosch is in november 2026 klaar. Het sluit aan de achterkant naadloos aan op de bestaande bouw, met loading docks direct aan de containerterminal. Frank Bruurs jonge ondernemers in de e-commerce die een paar jaren geleden zijn gestart vanaf een zolderkamer of vanuit een garagebox en die in korte tijd enorm succesvol zijn geworden’, vertelt Bruurs. ‘Het organiseren van de logistiek wordt dan vaak lastig en dus de moeite waard om uit te besteden aan experts. Het dienstenpallet van SMART HUB Logistics past dan goed bij hun groeiambities. Bij ons kunnen ze doorgroeien in volumes, we kunnen hun gehele supply chain optimaliseren, ze kunnen desgewenst gebruik maken van ons co-packing activiteiten én ze kunnen zelfs bij ons kantoorruimte huren. Of een kleine showroom inrichten van hun producten. Zo hebben ze al hun bedrijfsactiviteiten onder één dak.’ Meer en meer op de internationale radar Bruurs ziet nog een andere ontwikkeling die voortkomt uit de toename van e-commerce partners binnen zijn Smart Hub. ‘Door deze inzet van onze diensten komen wij, vanuit “het kleine Den Bosch”, ook steeds meer op de radar van de internationale toeleveranciers van onze partners. Dat zijn bijvoorbeeld producenten in Oost-Europa of in Aziatische landen. Die gaan mogelijkheden zien om bij ons een bulkvoorraad aan te leggen. Die hier in onze achtertuin kan worden aangeleverd via de binnenvaart. Zo zijn we nu in onderhandeling met een Roemeense witgoed producent, die in West-Europa een nieuwe markt aan wil boren. Vanuit een voorraadpunt in onze Smart Hub kunnen wij voor hem direct winkelketens of consumenten beleveren in West-Europa.’ Efficiënt werken vanuit de Control Tower Voor de outbound zendingen binnen Europa werkt SMART HUB Logistics nauw samen met gespecialiseerde transportpartners. ‘Een groot voordeel van ons multi-user warehouse is dat we uitgaande vrachten van onze klanten zoveel mogelijk consolideren. Vanuit onze control tower functie hebben wij een goed totaaloverzicht over de verschillende volumestromen van onze klanten. Daardoor kunnen wij uitgaande vrachten naar eenzelfde regio of bestemming zo optimaal mogelijk combineren. Hoe hoger de beladingsgraad hoe economischer en duurzamer een transport over de weg is. En daar heeft de klant financieel ook weer voordeel van.” Van klein naar megagroot Het Amerikaanse Scrub Daddy is een mooi voorbeeld van een bedrijf dat in korte tijd enorm groeide. Binnen enkele jaren veroverden de lachende schoonmaaksponsjes geheel Europa. Achter dit enorme verkoopsucces gaat een veelomvattende logistiek schuil. SMART HUB Logistics speelt daarin een belangrijke rol: als Europees Distributiecentrum voor Scrub Daddy beweegt het flexibel mee met de groeispurten van deze klant. De sponsjes komen in bulk containers in ‘s-Hertogenbosch aan, worden omgepakt en als finished products ingeslagen en op voorraad gezet. Klaar om uitgeleverd te worden aan de eindklanten, verspreid over heel Europa. Dit zijn veelal grote retailers zoals Lidl, Normal, Edeka, Dirk Rossman, KiK, Rewe, Wibra en vele anderen. Energy Hub Aan de kadezijde van het terrein van SMART HUB Logistics is sinds begin 2025 een laadinstallatie gemaakt voor batterijcontainers voor binnenvaartschepen. In samenwerking met buurman BCTN werd hier een mogelijkheid gecreëerd om deze gigantische batterijen voor elektrische schepen op te laden. ‘We gaan deze Energy Hub in de toekomst verder uitbreiden’ vertelt Frank Bruurs. ‘Wij produceren met onze zonnepanelenvelden op de daken meer dan genoeg groene stroom om zelfvoorzienend te zijn. In de nieuwbouwplannen is rekening gehouden met een uitgebreide laadinfrastructuur. Aan de straatzijde wordt in de toekomst een laadplein gerealiseerd, met een snellader voor elektrische trucks en laadpunten voor personenauto’s, scooters en fietsen. We onderzoeken ook de mogelijkheid om zelf een grote batterij aan te schaffen, voor de opslag van zonne-energie. Deze ontwikkeling past uitstekend binnen onze business strategie van duurzame bedrijfsvoering. Hiermee kunnen wij straks onze vaste transportpartners faciliteiten aanbieden om tegen aantrekkelijke tarieven bij ons te laden. En natuurlijk geldt dat ook voor onze eigen medewerkers, die hun elektrisch voertuig hier kunnen opladen.’ Rietveldenkade 15 5222 AJ ’s-Hertogenbosch info@smarthublogistics.nl www.smarthubonline.nl << Havenlocaties 2026 - 21
Dolph Cantrijn. Beeldbank Gemeente Tilburg Tilburg bedenkt slimme oplossing voor klasse IV schepen op Wilhelminakanaal Al decennialang is het beter toegankelijk maken van het Wilhelminakanaal voor klasse IV schepen een onderwerp van gesprek in Tilburg. Allerlei scenario’s, zoals uitgraven en verbreden, kwamen in de loop der jaren aan bod, maar tot uitvoering van de verschillende plannen kwam het alsmaar niet. Hoge kosten, beperkte ruimte, weerstand bij omwonenden; het speelde allemaal een rol. Nu is er, in goede samenwerking met het Rijk, de Provincie en het lokale bedrijfsleven, een slimme en wél haalbare oplossing bedacht, die met relatief beperkte investeringen gerealiseerd kan worden. 22 - Havenlocaties 2026 D e bestuursovereenkomst voor optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven wordt binnenkort door alle partijen ondertekend. Dan kan een start worden gemaakt met de benodigde aanpassingen in het Wilhelminakanaal, waardoor vanaf 2030 ook klasse IV schepen door het relatief smalle kanaal naar bedrijventerrein Loven kunnen varen. Om-en-om varen ‘Op een traject van ongeveer 2 kilometer, gelegen tussen de bedrijventerreinen Kraaiven en Loven, maken we de vaarweg enkelstrooks’, vertelt Jozèf Sebregts, projectleider bij de gemeente Tilburg. ‘Dit betekent dat klasse IV schepen daar om-en-om gaan varen.’ Deze oplossingsrichting kwam tot stand in samenwerking met Rijkswaterstaat en maritiem onderzoeksbureau Marin. Drie dagen lang werden er vaarwegsimulaties gedaan, met verschillende
schippers onder verschillende omstandigheden. Sebregts: ‘Zo ontstond het inzicht dat het op dit traject mogelijk moest zijn om met klasse IV schepen van 90 meter lengte toch te varen op een kanaal met beperkte diepgang.’ Passeerplaatsen en nieuwe bruggen Natuurlijk zijn daar aanpassingen voor nodig. Zo worden er wacht- en passeerplaatsen aangelegd, zodat de grote schepen elkaar goed door kunnen laten. Er komen geen stoplichten, wel de noodzakelijke bebording. ‘Het wordt een op zichzelf staand, autonoom systeem, waarbij schippers onderling met elkaar afstemmen wie wacht en wie vaart. Vaarwegmanagement is dus niet nodig op dit traject. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Marin dat recreatievaart gewoon door kan varen en er voldoende ruimte is om klasse IV schepen te passeren.’ Naast deze passeerplekken wordt er, over een lengte van 1 km, een damwand vervangen. Een veel grotere aanpassing en verreweg het duurste onderdeel van deze optimalisatie wordt het vervangen van de huidige drie beweegbare bruggen op dit traject. ‘Die zijn nu te smal voor een klasse IV schip om doorheen te varen’, legt Sebregts uit. ‘Zulke bruggen zijn complexe machines, dus dat vergt flinke investeringen. Ze zijn niet alleen van belang voor de scheepvaart, maar ze zijn ook essentieel voor het goed bereikbaar houden van Tilburg-Noord. Daar worden in de toekomst veel nieuwe woningen gerealiseerd.’ Al deze aanpassingen staan gepland voor de komende vier jaar. Als alles volgens plan verloopt zal de optimalisatie van het Wilhelminakanaal in 2030 gereed zijn. ‘Daarmee is het kanaal dus niet opgewaardeerd naar een vaarweg voor klasse IV, maar “Een op zichzelf staand, autonoom systeem, waarbij schippers onderling met elkaar afstemmen wie wacht en wie vaart.” hebben we het kanaal wel geschikt gemaakt om er met die klasse schepen doorheen te varen.’ Goede samenwerking met overheid… De optimalisatie van het kanaal is niet alleen een Tilburgs feestje, maar draagt ook bij aan de Rijksdoelstellingen voor het verder bevorderen van de modal shift. ‘We hebben daarom als regio ook de samenwerking opgezocht met het ministerie’, legt Sebregts uit. ‘We hebben een gedeeld belang dat we, op bestuurlijk niveau, goed en open met elkaar hebben besproken. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat het ministerie hierin ook haar verantwoordelijkheid heeft genomen en financieel bijdraagt aan deze optimalisatie.’ … én lokaal bedrijfsleven Ook het samenspel met het bedrijfsleven heeft in de afgelopen tijd positief bijgedragen aan het tot stand komen van de plannen. Sebregts noemt bedrijven die daar een grote rol in hebben gespeeld zoals BTT, Heidelberg Materials, Van Vollenhoven, J. van Esch Grond- en Reststoffen, Raak Metals en Bressers Metaal. ‘Zij hebben aangetoond dat de aanpassingen in het Wilhelminakanaal echt noodzakelijk zijn voor de toekomst. Schaalvergroting, toekomstige bedrijfsvoering en de algemene trend in de markt om watergebonden bedrijvigheid te stimuleren, dat ga je niet bereiken met klasse II schepen.’ Havenlocaties 2026 - 23
Veel trucks van weg naar water/spoor De optimalisatie van het Wilhelminakanaal en de komst van een nieuwe trimodale terminal in Loven leidt vanaf 2030 tot een flinke reductie van het aantal truckbewegingen binnen Tilburg. Waar nu nog veel containers van de Tilburgse containerterminal Vossenberg (eindpunt WestBrabant Corridor) per truck naar bedrijven op Loven worden vervoerd, gaat dat straks grotendeels over het water. Dit zorgt voor een afname van ongeveer 11.600 truckbewegingen per jaar. Containers van en naar de Tilburgse Railterminal gaan nu nog over de weg, maar worden straks over het water vervoerd naar de nieuwe trimodale terminal. Daar worden ze overgeladen op het spoor. Dit zorgt voor een afname van ongeveer 6.200 truckbewegingen per jaar. In totaal leidt dit tot een reductie van ongeveer 17.800 vrachtwagens per jaar tussen Vossenberg en Loven. Dit heeft een positief effect op de verkeersveiligheid en de leefbaarheid van onder andere Tilburg-Noord. Fonds voor watergebonden en -verbonden bedrijvigheid Nog dit jaar wordt er door de Provincie en de gemeente Tilburg een fonds opgericht dat inzet op het verwerven van gronden langs het kanaal. Beide partijen storten 5 miljoen euro in dit fonds. ‘We willen als gemeente nog meer stimuleren dat watergebonden en waterverbonden bedrijven ook daadwerkelijk een locatie krijgen aan het kanaal of daar kunnen uitbreiden’, vertelt Maaike de Wijk, Programmaregisseur Revitalisering bedrijventerreinen bij de Gemeente Tilburg. ‘En ook andersom: dat we bedrijven die daar nu zitten zonder een link naar het water, een alternaDolph Cantrijn. Beeldbank Gemeente Tilburg tief bieden elders. Met dit fonds krijgen we de mogelijkheid om snel te handelen als er gronden beschikbaar komen. We kunnen bijvoorbeeld opstallen slopen en eventueel saneren, de grond bouwrijp maken en het dan uitsluitend verkopen aan een watergebonden bedrijf dat voldoet aan de harde voorwaarde om daadwerkelijk vervoer over water te realiseren. Planologisch gezien krijgen we zo ook weer de grip terug op onze gronduitgiften.’ Juiste bedrijf op de juiste plek De accountmanagers van de gemeente weten natuurlijk ook heel goed wat er speelt bij ‘hun bedrijven’. Maaike de Wijk: ‘Dat is voor ons ook 24 - Havenlocaties 2026
Gemeente Tilburg - Ton van Rooij een goede informatiebron, waar we op kunnen inspelen. Als je weet dat een niet-watergebonden bedrijf aan het kanaal zit en wil uitbreiden naar een 2de locatie, dan kunnen wij als gemeente proberen om hen een grotere locatie elders aan te bieden, zodat ze hun bedrijfsvoering vanaf één plek kunnen doen. En wij daarmee een waterlocatie kunnen veiligstellen voor een watergebonden bedrijf. Dat is een win-win. Bedrijven doen zelf natuurlijk ook zaken met elkaar en creëren zo soms ‘schuifruimte’ om het juiste bedrijf op de juiste plek te krijgen. Het bedrijfsleven, bijvoorbeeld BTT, speelt daarin een belangrijke rol. We kijken altijd hoe we elkaar daarin kunnen ondersteunen. Zo kan het verplaatsen van één bedrijf weer meerdere andere ontwikkelingen mogelijk maken.’ www.tilburg.nl << Gemeente Tilburg - Ton van Rooij Havenlocaties 2026 - 25
Europa begint in de haven Geschreven door Jeannette Baljeu, VVD-Europarlementariër. Lid van de interne marktcommissie, de milieucommissie en de transportcommissie. Voormalig gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland en wethouder in Rotterdam. Havens zijn de toegangspoorten van Europa. Als maritiem continent danken wij onze welvaart en veiligheid aan het water. Havens verbinden handel, industrie en energie én vormen tegelijkertijd het eerste verdedigingsfront in een onzekere wereld. Terwijl geopolitieke spanningen toenemen en de energietransitie versnelt, staan havens voor een ongekende opgave: verduurzamen, concurrerend blijven en weerbaar worden. E uropa beseft dat inmiddels. In maart presenteert de Europese Commissie nieuwe plannen voor havens en maritieme industrie. De sector wacht daar al jaren op, maar plannen alleen veranderen niets. De echte vraag is of Europa nu durft te leveren op drie terreinen die onze economische toekomst bepalen: havens als motor van de energietransitie, als spil in onze veiligheid en als basis voor eerlijke concurrentie wereldwijd. Vanuit het Europees Parlement jagen we die omslag aan. Havens sturen de transities Om te begrijpen waar die actie nodig is, moeten we eerst kijken naar de rol van met name grote havens. Moderne havens zoals Rotterdam en Antwerpen zijn regisseurs van complexe ecosystemen. Ze verbinden logistiek, industrie, energieproducenten, kennisinstellingen en overheden. Havens zijn de aanjager van een Europa dat op wereldniveau kan concurreren. Maar die concurrentiekracht ontstaat niet vanzelf. Die vraagt om investeringen in infrastructuur, versnelling van vergunningverlening, ruimte voor innovatie en een scherpe blik op regeldruk. Havenautoriteiten en de industrie vragen daarom terecht aandacht hiervoor. Havens als energiehub De energietransitie is een van de grootste opgaven van deze tijd. Wie die wil laten slagen, moet naar de haven kijken. In Rotterdam transformeert de haven bijvoorbeeld van fossiele importhaven tot de duurzame energiehub voor Noordwest-Europa: waterstof, duurzame brandstoffen, elektrificatie en CO₂-afvang en -opslag komen hier samen. Ook bezocht ik een Power-2X-project waar synthetische vliegtuigbrandstof (e-SAF) wordt 26 - Havenlocaties 2026 ontwikkeld. De techniek werkt, de schaal is haalbaar. Voor investeerders is het nu van belang dat er geen wijzigingen komen in mandaten en de vraagontwikkeling blijft doorzetten. De EU moet koers houden. Dat hoor je ook van bedrijven die inmiddels miljarden hebben geïnvesteerd in duurzame brandstoffen voor scheepvaart en luchtvaart. De roep om zekerheid tot ten minste 2035 is groot. Zonder duidelijk en voorspelbaar beleid blijven projecten steken in pilots. Europa moet dit ‘kip-enei’-probleem doorbreken met stabiel beleid dat duurzame investeringen beloont. Infrastructuur is minstens zo belangrijk. Waterstof- en CO₂-pijpleidingen vormen de basis van het nieuwe energiesysteem. De Delta-Rhine-Corridor, die Rotterdam met industrieën in binnen- en buitenland verbindt, moet zo snel mogelijk worden gebouwd. De Duurzame haven © Kees Torn Jeannette Baljeu rest van de wereld gaat immers volle vaart vooruit. China heeft de grootste groene waterstofproductie ter wereld en blijft fors investeren in duurzame brandstoffen. Europa moet wakker worden en gelijke tred houden. Versnel vergunningverlening, stel duidelijke prioriteiten en werk als Europa samen om cofinanciering te behalen. Havens zijn cruciaal voor een concurrerend en duurzaam Europa, maar dan
Binnenvaart Rotterdam © Eric Bakker moeten we ze wel als zodanig erkennen: als strategische industriële en energiehubs binnen Europees beleid. Veiligheid en militaire mobiliteit Havens zijn niet alleen de motor van de energietransitie, maar spelen een belangrijke rol als het gaat om de Europese veiligheid. Zonder snel vervoer van troepen en materieel kunnen we onszelf niet verdedigen. Daarom is militaire mobiliteit belangrijk: bruggen die tanks aankunnen, versterkte kades en grensovergangen die niet vastlopen in papierwerk. Met een dicht netwerk van spoor, wegen, binnenvaart en binnenhavens is Nederland de toegangspoort van Europa. Juist die verbinding tussen zeehaven en achterland maakt dat ons land een unieke positie heeft. Tegelijk zien we knelpunten die alleen met Europese samenwerking opgelost kunnen worden. De oorlog in Oekraïne heeft laten zien hoe kwetsbaar infrastructuur is. Havens, spoorlijnen en digitale systemen zijn de eerste doelwitten. Daarom stelt de Europese Commissie voor het budget voor militaire mobiliteit te vertienvoudigen: van 1,7 naar 17 miljard euro. Een kans die Nederland, als toegangspoort van Europa, met beide handen moet aangrijpen. Tegelijkertijd moeten we blijven werken aan betere informatie-uitwisseling, bescherming en training van personeel en sterke publiek-private samenwerking. Weerbaarheid zit niet alleen in bruggen die tanks kunnen dragen, maar vooral in mensen die weten wat ze doen wanneer het erop aankomt. Gelijk speelveld Europese havens en maritieme bedrijven concurreren wereldwijd, maar niet onder gelijke omstandigheden. Buiten de EU profiteren zij vaak van staatssteun en lagere standaarden. Dat drukt onze industrie uit de markt, omdat zij wel aan strenge eisen moeten voldoen. Dezelfde veiligheids- en milieustandaarden moeten gelden voor ieder schip dat onze havens aandoet, ongeacht vlag. Als liberaal zal ik altijd pleiten voor open handel, maar we moeten ervoor waken dat dit omslaat in naïviteit. Onze maritieme sector verdient een gelijk speelveld. Dat vraagt om toezicht op buitenlandse investeringen in vitale infrastructuur en bescherming tegen staatssubsidies die onze markt verstoren. Dit geldt net zo goed voor onze maritieme maakindustrie. Europese scheepsbouw, toeleveranciers en reparatiewerven moeten opboksen tegen zwaar gesubsidieerde concurrentie uit voornamelijk Azië. Als we niets doen, verdwijnt niet alleen productie uit Europa, maar verliezen we kennis, innovatie en onze onafhankelijkheid. Europa moet een keuze maken: niet concurreren op de laagste prijs, maar kiezen voor kwaliteit en specialisatie. Juist in de verduurzaming en modernisering van onze vloot ligt onze kracht, denk aan gespecialiseerde schepen, wind/offshore-technologie, retrofit en nieuwe technologieën zoals onderwaterdrones. Reparatiewerven zijn onmisbaar: zij houden onze schepen inzetbaar, versnellen de verduurzaming en versterken militaire paraatheid. 2026 is een maritiem jaar. Niet alleen door mooie plannen op papier, maar omdat Europa ziet dat zijn toekomst mede wordt bepaald aan het water. Europa begint in de haven en het is aan ons om die klaar te maken voor de uitdagingen van de komende decennia. << Havenlocaties 2026 - 27
Trots Haven Netwerk Fryslân bouwt verder aan één havensysteem Het concept van de Integrale Havenvisie Fryslân is er bijna: een mijlpaal die de toekomst van de natte economie mede bepaalt. Voor Haven Netwerk Fryslân (HNF) is het een moment van trots en voldoening. “Onze jarenlange inzet heeft resultaat opgeleverd”, zegt Leontine de Koning, directeur van HNF. “Onze boodschap is geland.” Wie denkt dat HNF daarmee klaar is, heeft het mis. “Sterker nog, nu begint het pas”, aldus voorzitter Jaap Jelle Feenstra. teren van infrastructuur en vaarwegen. “Je kunt alleen vooruitgang boeken als je met elkaar hetzelfde doel nastreeft”, zegt De Koning. “Bedrijven, overheden en kennisinstellingen moeten vanuit hun eigen rol bijdragen. Met gedeeld eigenaarschap en organisatiekracht kom je verder.” Foto: Royal Koopmans V olgens HNF mag het belang van de Friese zee- en binnenhavens niet worden onderschat. “We maken onderdeel uit van Nederland Havenland”, vertelt Feenstra. “In Nederland zijn vijf zeehavens en ongeveer 250 binnenhavens, waarvan er één zeehaven en acht industriële binnenhavens in Friesland liggen. Jaarlijks vindt er een overslag van 7,5 miljoen ton plaats en 19 miljoen ton aan goederen passeert onze provincie. Daarnaast bieden de Friese havens ongeveer 6.900 arbeidsplaatsen en een jaarlijkse toegevoegde waarde van 924 miljoen euro. Dat is niet alleen economisch relevant, maar ook maatschappelijk.” Van gemis naar gezamenlijke agenda Hoewel het belang van de havens voor de aangesloten partijen duidelijk was, ontbrak lange tijd een gezamenlijke koers en een krachtige publiek-private samenwerking. “Ik durf te zeggen dat wij daar als havennetwerk echt verandering in hebben gebracht”, zegt De Koning. “Natuurlijk dragen ontwikkelingen als energietransitie, verduurzaming en circulaire economie bij aan de komst van een Integrale Havenvisie, 28 - Havenlocaties 2026 maar ons netwerk heeft sinds 2021 intensief gewerkt aan verbinding en lobby.” Het idee voor HNF ontstond in 2021. Ondernemers in de maritieme sector misten een plek waar we samen konden optrekken”, blikt Feenstra terug. “Grote maatschappelijke opgaven raken direct aan de haveneconomie, terwijl de economische potentie van onze binnenhavens vaak onderbelicht bleef.” In 2022 startte het netwerk als platform van havengebonden en logistieke bedrijven. Sinds januari 2023 is HNF officieel een stichting. Inmiddels zijn 32 bedrijven en partners aangesloten, samen met de zes Friese havengemeenten. “Kortom, alle partijen met wie we publiek-privaat kunnen samenwerken”, aldus De Koning. Met de oprichting van het netwerk werd ook een Strategische Agenda opgesteld. Deze agenda vormde een belangrijke input voor de Integrale Havenvisie Fryslân. Centraal daarin staan onder meer het verbeteren van de zichtbaarheid en het imago van de havens, het optimaliseren van de havenoperaties en het verbeConcrete verbeteringen havenoperaties Op basis van de Strategische Agenda richt HNF zich op concrete verbeteringen van de havenoperaties. “Met het project Optimalisatie Haven Operaties (OHO) willen we de Friese binnenhavens laten functioneren als één samenhangend systeem”, zegt De Koning. “Begin 2025 leverde dat ‘een röntgenfoto’ op van Harlingen, Leeuwarden, Drachten, Sneek, Heerenveen en Lemmer. We hebben verschillende onderdelen bekeken, zoals de tarieven, digitale systemen, verordeningen, bediening van bruggen en sluizen, aanwezigheid van beleid én samenwerking tussen verschillende partijen binnen en buiten de gemeente. Het resultaat is een helder beeld van de huidige situatie.” Feenstra vult aan: “Het ideaal is dat het voor een verlader niet uitmaakt welke Friese haven hij gebruikt. Procedures, tarieven en systemen moeten op elkaar aansluiten. Nu opereren havens nog te veel als losse entiteiten. Door regels te harmoniseren en samen te werken, versterken we onze concurrentiekracht.” Het OHO-project leverde niet alleen inzicht op, maar ook concrete vervolgstappen. Een directe uitkomst was de oprichting van het bestuurlijk overleg Ports of Fryslân. Binnen dit overleg werken de Friese zee- en binnenhavens structureel samen om hun gezamenlijke potentie beter te benutten. In ambtelijke bijeenkomsten en bestuurlijke sessies worden kansen vastgesteld en omgezet tot actie om de havens als één systeem te laten functioneren. Daarbij blijkt elke keer weer dat de samenwerking met Rijkswaterstaat, provincie en gemeenten heel belangrijk is. “Het gaat niet alleen om technische aanpassingen”, aldus De Koning. “We
Stefan Hofstra, Dam Beton hebben gekeken waar het laaghangende fruit ligt, zoals het gelijkstellen van verordeningen of het verkennen van een gezamenlijk havenmanagementsysteem. Kleine stappen hebben al veel effect op efficiëntie en aantrekkelijkheid.” Volgens Feenstra gaat de optimalisatie ook verder dan logistiek. “Het gaat om structurele samenwerking. Daarmee vergroten we onze slagkracht richting het Rijk en de provincie. Zo bouwen we stapsgewijs aan één geïntegreerd haven systeem in Fryslân.” Van visie naar beleid Parallel aan het project OHO liep een intensieve lobby voor een provinciale Havenvisie. “We Foto: Stefan Hofstra, Dam Beton hebben gesprekken gevoerd met gedeputeerden, fractievoorzitters en statenleden”, vertelt Feenstra. “Ons doel was helder: een Integrale Havenvisie in het Bestuursakkoord. Dat is ons gelukt.” In het Bestuursakkoord ‘Oparbeidzje foar Fryslân’ van juli 2023 kondigde het nieuwe College van Gedeputeerde Staten aan een integrale Friese Havenvisie te ontwikkelen waarin infrastructuur en economie samen optrekken. De Concept Integrale Havenvisie wordt in het eerste kwartaal van 2026 verwacht. Daarna volgt de vaststelling door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. “Het tempo is niet afmattend”, merkt Feenstra op, “maar de bestuurlijke ambitie is duidelijk en het proces onomkeerbaar. Daar zijn we als HNF, zoals we dat in het Fries zeggen, grutsk op.” De komende jaren richt HNF zich vooral op de kwaliteit van infrastructuur en op het bevorderen van een modal shift, onder andere via de realisatie van Corridor Noord. “Zonder betrouwbare en toekomstbestendige vaarwegen blijft potentie tenslotte onbenut”, zegt De Koning. Daarnaast blijft Haven Netwerk Fryslân een werkplaats waar bedrijven, overheden en kennisinstellingen elkaar ontmoeten, kennis delen en gezamenlijke projecten realiseren. “Door kansen en bedreigingen vroegtijdig te signaleren en verschillende perspectieven serieus te nemen, benutten we de kracht van ons netwerk optimaal”, aldus De Koning. “Zo bouwen we stapsgewijs verder aan één havensysteem in Fryslân, vanuit één visie die we met elkaar delen”, besluit Feenstra. www.havennetwerkfryslan.nl << Havenlocaties 2026 - 29
Eén visie, één netwerk: de toekomst van de Friese havens De natte economie van Fryslân biedt zo’n 6.900 arbeidsplaatsen en kent een jaarlijkse toegevoegde waarde van 924 miljoen euro. De sector is daarmee van aanzienlijk belang voor de provincie. Toch is volgens Paul Pot, directeur van Port of Harlingen een groot deel van het potentieel nog onbenut, Daar komt wat hem betreft verandering in met de aanstaande Concept Integrale Havenvisie Fryslân. D at de provincie Fryslân naar verwachting het concept van de Havenvisie in het eerste kwartaal van 2026 heeft, stemt Pot bijzonder positief. “Vanaf dan gaan we er echt mét elkaar de schouders onder zetten. Vanuit het Haven Netwerk Fryslân hebben we ons hier al jaren voor ingezet. Samen met Friese bedrijven, kennisinstellingen en overheden zijn we continu in gesprek geweest over hoe we de kansen van de natte economie beter kunnen benutten.” Want dat er kansen liggen, daar twijfelt Pot niet aan. “Onze zeehaven en de binnenhavens zijn belangrijke schakels in de logistieke keten. Met elkaar zijn we van grote economische betekenis. Daarom moeten we blijven ontwikkelen, op het gebied van digitalisering, bereikbaarheid, duurzaamheid en circulaire economie. In 2022 hebben we vanuit het havennetwerk hiervoor al een gezamenlijk onderschreven Strategische Agenda opgesteld.” Daarmee is volgens Pot het zaadje geplant voor de verwachte Concept Integrale Havenvisie Fryslân. “Dat zaadje is nu aan het kiemen. Het is aan Provinciale Staten om later dit jaar de Integrale Havenvisie vast te stellen. Daarna is het aan alle betrokken partijen om de plannen samen verder te laten groeien.” Natuurlijk wil de verwachte Havenvisie niet zeggen dat alles morgen anders is. “Het richtpunt is 2050”, zegt Pot. “Maar ook daarna zullen we moeten meebewegen met de ontwikkelingen en opgaven waar we dan voor staan. Door nu gezamenlijk te gaan investeren in de verdere ontwikkeling van onze natte economie, maken we de toekomst wel robuuster en investeren we in duurzaamheid en een bredere welvaart.” Ruimtelijke keuzes richting 2050 Een belangrijk onderdeel van de aanstaande Havenvisie is het ruimtelijke spoor. Fryslân telt 24 industriële haventerreinen verspreid over negen gemeenten. Daarnaast beschikt de provincie over een robuust hoofdvaarwegennet, met het Prinses Margrietkanaal en het Van Harinxmakanaal als belangrijkste hoofdverbindingen. Dat netwerk sluit bovendien aan op de belangrijkste Europese transportroutes tussen de Noordzee, Scandinavië en de Baltische regio. Toch wordt er nog niet vanzelfsprekend zorgvuldig met deze ruimte omgegaan. Watergebonden kavels worden bijvoorbeeld voor bedrijvigheid gebruikt die niet van het water gebruikmaakt. Terreinen zijn soms in beeld voor andere opgaven, zoals woningbouw. Terwijl juist water- en kadegebonden bedrijventerreinen belangrijk zijn voor onder Paul Pot meer circulaire activiteiten, hogere milieucategorieën, transport en logistiek. Volgens Pot is dat goed gebruiken van ruimte een urgente kwestie. “De ruimte in Nederland is schaars. Natte locaties zijn aantrekkelijk en snel te ontwikkelen voor andere functies. Maar als je watergebonden kavels verkoopt voor nietwatergebonden activiteiten, ben je ze definitief kwijt. Juist daarom is het belangrijk dat de provincie en gemeenten vanuit een Havenvisie samenwerken aan betere programmeringsafspraken: welke haven specialiseert zich waarin? Niet alles hoeft overal plaats te vinden. Differentiatie en specialisatie kunnen juist leiden tot synergie en een sterker totaalcluster.” Modal shift als kans De Integrale Havenvisie voor Fryslân sluit aan bij landelijke ambities om meer vervoer over water te realiseren. De binnenlandse vaarwegen worden momenteel slechts beperkt benut. De hoofdvaarwegen zitten op vier tot vijf procent van hun capaciteit. Wie kijkt naar de klimaatdoelen en de druk op het wegennet, ziet dat het logisch is om vervoer over water serieuzer te positioneren. Niet alleen vanwege CO₂-reductie en andere emissies, maar ook om onderhoudskosten van wegen te beperken en congestie tegen te gaan. Toch is dat vervoer over water nog niet van30 - Havenlocaties 2026
zelfsprekend, weet Pot. “Bedrijven zijn ingericht op flexibiliteit en korte levertijden. Een vrachtwagen is snel te regelen. Kijk naar de enorme toename van pakketbezorgers en stadsdistributie. Een schip vraagt om planning, voldoende lading en goede afstemming tussen havens. Maar als je het systeem als geheel versterkt, wordt vervoer over water wel degelijk aantrekkelijker.” Pot wijst op een praktijkvoorbeeld: bulkstromen komen over water binnen, worden in Fryslân verwerkt tot een gereed product en gaan vervolgens per vrachtwagen weer het land in. “Daar zit potentieel”, stelt hij. “Veel van die stromen zijn namelijk niet gebonden aan tijd en kunnen prima over water.” De verwachte groei van circulaire goederenstromen onderstreept die noodzaak eveneens. Prognoses laten zien dat het vervoer van circulaire bulk via vaarwegen de komende jaren fors kan toenemen. “Dat zijn bij uitstek stromen die zich lenen voor vervoer over water”, vindt Pot. “Maar dan moet je wel zorgen dat de infrastructuur, de kavels en de havens daarvoor beschikbaar blijven.” Economie, energie en innovatie De Havenvisie rust daarom op vier grote thema’s: economie, mobiliteit, energie en ruimte. Op economisch vlak spelen de binnenhavens een rol in de circulaire economie en de maritieme maakindustrie. Fryslân wordt in landelijke sectoragenda’s nadrukkelijk genoemd als regio met relevante bedrijvigheid. “De maritieme sector is hier stevig geworteld”, zegt Pot. “Van scheepsbouw tot offshore en staalconstructies. Dat levert niet altijd grote goederenstromen op, maar wel veel toegevoegde waarde en werkgelegenheid.” Op energiegebied liggen eveneens kansen. Denk aan walstroom voor de beroepsvaart, clean energy hubs en lokale opwek om netcongestie op bedrijventerreinen te verlichten. Havens kunnen schakels worden in die energietransitie. Maar ook daar geldt: het moet het ruimtelijk en organisatorisch goed worden ingericht. Digitalisering is een ander aandachtspunt. “Binnen het Haven Netwerk Fryslân werken we al met elkaar aan een betere afstemming van havenoperaties en digitale systemen”, zegt Pot. “Dat is belangrijk, want als elke haven met andere systemen werkt, verlies je efficiëntie. Daar ligt echt een gezamenlijke opgave.” Ook wordt er met de havenvisie gekeken naar innovaties als smart shipping en op langere termijn autonoom varen. Samenwerking als sleutel Een belangrijke conclusie uit de Havenvisie is dat de Friese havens nu nog te veel individueel opereren. Daardoor blijven kansen onbenut en is de concurrentiepositie kwetsbaar. “Als afzonderlijke havens zijn we relatief klein”, zegt Pot. “Maar als netwerk kunnen we een serieuze speler zijn. Zeker als we gezamenlijk optrekken richting Rijk en Europa voor investeringen.” Juist daarom is volgens Pot een Integrale Havenvisie zo gewenst. “Alleen met een gezamenlijke stip op de horizon kunnen we de rollen, verantwoordelijkheden en ambities van alle betrokkenen scherper vaststellen. Met een duidelijke afbakening wordt het haalbaar om concrete keuzes te maken. Die samenwerking is echt nodig. Want de provincie kan als vaarwegbeheerder de regionale economie steunen en de regie voeren over de ruimtelijke ordening en de infrastructuur, maar gemeenten blijven natuurlijk wel eigenaar van hun eigen bedrijventerreinen. Het bedrijfsleven heeft op haar beurt ook een zelfstandige positie.” Pot kan daarom niet wachten tot de Integrale Havenvisie is vastgesteld, want: “Een havenbedrijf dat stilstaat, verliest terrein. We moeten blijven investeren in bereikbaarheid, duurzaamheid en in het aantrekken van de juiste bedrijven. Een sterk ondernemersklimaat ontstaat niet vanzelf.” Lees meer over het Haven Netwerk Fryslân op pagina 28-29. Port of Harlingen Postbus 225, 8860 AE Harlingen Tel. 0517 – 723 333 www.portofharlingen.nl << Havenlocaties 2026 - 31
Gemeente en ondernemers werken samen aan transformatie richting 2040 De Haven Drachten: van sterke basis naar toekomstbestendig bedrijventerrein Met 345 hectare industrie, ruim 550 bedrijven en 10.000 banen is De Haven in Drachten economisch sterk. Maar wie goed kijkt, ziet een terrein dat ruimtelijk en technisch is verouderd. Gemeente Smallingerland wil samen met ondernemers De Haven voor 2040 omvormen tot een duurzaam en circulair bedrijventerrein. Wethouder Maria le Roy, programmamanager Marco Swenne en voorzitter van Bedrijvenkring De Haven Henner de Vries vertellen waarom dat nu nodig is. Ze gaan in op hoe samenwerking, investeringen en slimme herinrichting de haven toekomstbestendig maken. “D e Haven staat voor een grote opgave op het gebied van beheer, onderhoud, transitie en ruimtegebruik”, zegt Swenne, programmamanager bij de gemeente Smallingerland. “Het terrein is in de jaren zestig aangelegd. Nu sluit de structuur niet meer aan op de eisen van deze tijd. De fysieke inrichting is verouderd, de energievoorziening loopt tegen de grenzen aan, de bereikbaarheid staat onder druk en door klimaatverandering zijn er aanpassingen nodig.” Onder leiding van Swenne is daarom door de gemeente een gebiedsprogramma gemaakt waarin de ontwikkeling van het binnenhavengebied staat vastgelegd. Want De Haven beschikt tegelijkertijd ook over specifieke kwaliteiten die ergens anders schaars zijn. Denk aan watergebonden kavels, hoge milieucategorieën en directe aansluiting op het Noord-Nederlandse vaarwegennet. “Juist omdat het terrein zo’n grote betekenis heeft voor Drachten en de regio, kunnen we het ons niet veroorloven om stil te blijven staan”, aldus Swenne. Europese erkenning voor circulaire ambities Dat het programma geen papieren visie is, blijkt uit de recente toekenning van een Interregsubsidie van ruim 118.000 euro voor het project SCOBE (Start of Circular Development of Inland Ports and Better Economy). “Dat betekent veel”, zegt Swenne. “De opgaven zijn zo groot dat je ze niet als gemeente of als bedrijf alleen kunt dragen. Externe financiering is heel belangrijk. Maar nog belangrijker: dit is een eerste stap in een traject dat veel groter moet worden.” De subsidie is een fijne steun in de rug om De Haven te ontwikkelen tot een circulaire haven. De Haven - richting Loswal 2 (vd Wiel, Agrifirm, Jongema) Circulariteit is een van de kernthema’s in het programma. Daarbij gaat het niet alleen om het aantrekken van bedrijven in recycling en hergebruik, maar ook om het verbinden van reststromen tussen bestaande bedrijven. “Als voor de één een restproduct afval is en voor de ander een grondstof, dan moet je dat organiseren”, vindt wethouder Duurzaamheid, Energie & Mobiliteit Maria le Roy. Volgens Swenne is de Europese subsidie ook een erkenning van de positie van noordelijke binnenhavens. “Samen met partners als Port of Zwolle werken we aan een goederen-corridor in Noord-Nederland. Dat Brussel dat ziet en ondersteunt, geeft aan dat onze havens ertoe doen.” Water beter benutten Volgens cijfers in het programma stoot een binnenvaartschip per tonkilometer 8,5 keer 32 - Havenlocaties 2026
De Haven - Oosterzandinghaven Vlnr: Marco Swenne, Maria le Roy en Henner de Vries minder CO₂ uit dan een gemiddelde vrachtwagen. Toch groeit het wegvervoer sneller dan de binnenvaart. “We benutten het water op dit moment te weinig”, vindt wethouder Le Roy. “We onderscheiden ons als land doordat je overal met een schip kunt komen. We moeten die modal shift maken. De puzzel is: hoe zorgen we dat bedrijven die het water echt nodig hebben ook daadwerkelijk aan het water zitten? Dat vraagt om het maken van keuzes.” Die keuzes kunnen betekenen dat bedrijven op termijn moeten verplaatsen of dat ruimte strategischer wordt ingezet. Langs de kades blijft ruimte gereserveerd voor watergebonden bedrijvigheid; daarachter ontstaat ruimte voor circulaire maakindustrie. “Niet iedereen zal daar meteen voor applaudisseren”, erkent Le Roy. “Maar als je niets doet, versnippert het terrein en verlies je je onderscheidend vermogen.” Netcongestie is een gezamenlijk probleem Ook energie is een urgent thema. Door netcongestie kunnen bedrijven niet uitbreiden en lopen plannen om over te stappen van fossiele brandstoffen naar elektrische bedrijfsvoering vast. Henner de Vries, voorzitter van Bedrijvenkring De Haven en commercieel manager bij Van der Wiel Drachten, herkent dat uit de praktijk. “Wij hebben 53 vrachtauto’s, waarvan nu twee elektrisch. We zouden verder willen elektrificeren, maar we kunnen niet eens twee vrachtwagens tegelijk opladen. Liander kan het simpelweg niet leveren.” Volgens De Vries is de oplossing alleen collectief te vinden. “Ondernemers zijn gewend hun eigen business te runnen. Maar vraagstukken als netcongestie moet je samen bekijken. We willen inzetten op collectieve energieoplossingen, lokale opwek en slimme netwerken.” Bedrijvenkring De Haven is, met het oog op de verdere ontwikkeling en het toekomstbestendig maken van industrieterrein De Haven, in 2024 nieuw leven ingeblazen. Een groot voordeel volgens Le Roy. “Die onderlinge contacten zorgen ervoor dat bedrijven oplossingsgericht samenwerken. Anders is het ieder voor zich, en dan kom je er niet.” Meer dan alleen industrie Hoewel De Haven een industrieterrein blijft, wordt ook gewerkt aan vergroening, aanpassen aan klimaatveranderingen en veiligheid. “Het terrein is nu versteend en kent hittestress en wateroverlast”, zegt Swenne. “Het blijft voornamelijk industrie. Maar als we toch riolering vervangen of wegen openbreken, kunnen we meteen kijken naar een vriendelijker profiel. Meer groen, betere verlichting, veilige routes.” De Vries vult aan: “Mensen lopen hier in de lunchpauze een rondje, maar er is geen wandelpad. We werken ook aan een Keurmerk Veilig Ondernemen. Veiligheid en uitstraling horen bij een modern terrein.” Volop vertrouwen en grutsk Het toekomstbestendig maken van De Haven vraagt om een lange inzet van gemeente en De Haven - Insteekhaven 1 (Keilstra, SMST, Friesland Staal, Sterk BV) bedrijven, want het programma loopt tot 2040. “Het is een stappenplan”, zegt Swenne. “We brengen alles integraal bij elkaar. Geen losse projectjes, maar samenhang.” Over tien jaar moet dat al duidelijk zichtbaar zijn in het gebied zelf. De Vries ziet een energiezuinige, groenere haven voor zich, met meer zelfvoorziening, mogelijk windmolens en energiehubs. “We zitten nu echt in een positieve flow, dus ik heb er vertrouwen in.” Wethouder Le Roy verwacht dan ook iets anders te zien: trots. “Deze haven heeft lange tijd onvoldoende aandacht gekregen. Ik hoop dat we over tien jaar kunnen zeggen dat iedereen dezelfde kant op kijkt. Dat we een terrein hebben waar we samen trots op zijn. Of zoals we dat hier in Friesland zeggen: grutsk!” << www.smallingerland.nl Havenlocaties 2026 - 33
De Nederlandse binnenhavens: stabiele economische motor in roerige tijden Door: Martijn Streng en Hilal Caferoğlu De binnenhavens spelen een belangrijke rol binnen het Nederlandse economische en logistieke systeem. De waardecreatie die de binnenhavens realiseren voor bedrijven, stakeholders en Nederland als geheel is van groot belang. De bijdrage van de binnenhavens gaat nadrukkelijk verder dan de overslagcijfers.¹ In dit kader van bredere waardecreatie blijft de economische betekenis van binnenhavens een belangrijke component. Deze economische betekenis komt tot uitdrukking in werkgelegenheid en toegevoegde waarde, evenals in de bedrijvigheid die direct of indirect gebruikmaakt van watergebonden infrastructuur en binnenvaart. Erasmus UPT heeft in de Binnenhavenmonitor 2025 deze economische betekenis van de Nederlandse binnenhavens wederom in kaart gebracht. Binnenhavens vertegenwoordigen 20,6 miljard euro economische waarde De Binnenhavenmonitor brengt de economische betekenis van de Nederlandse binnenhavens in beeld. Op basis van 32 representatieve casestudies wordt de totale economische betekenis van de Nederlandse binnenhavens in beeld gebracht. De monitor biedt daarmee een actueel en samenhangend beeld van de economische betekenis van de Nederlandse binnenhavens. De Nederlandse binnenhavens realiseren in 2024 een directe toegevoegde waarde van 13,2 miljard euro. De directe werkgelegenheid bedraagt 93.050 werkzame personen. De indirecte effecten - dat wil zeggen de achterwaartse inkoop verderop in de economie- komen daar nog bij; denk hierbij aan een software leverancier voor een terminal of een verzekeringsmaatschappij die diensten levert aan een binnenhavenpartij. De directe en indirecte werkgelegenheid bedraagt bijna 173.000 Type binnenhaven Grote multifunctionele binnenhaven Multifunctionele industriehaven Multifunctionele agrohaven Multifunctionele containerhaven Multifunctionele zand- en grindhaven Industriehaven Agrohaven Containerhaven Zand- en grindhaven Kleine zand-, grind- en agrohaven Binnenvaart Totaal werknemers. De directe en indirecte toegevoegde waarde bedraagt ruim 20,6 miljard euro Deze totale cijfers uit de Binnenhavenmonitor 2025 maken duidelijk dat binnenhavens een substantiële bijdrage leveren aan werkgelegenDirecte werkgelegenheid in 2024 750 10.857 1.340 8.660 2.874 19.088 4.133 5.720 26.507 1.330 11.791 93.050 Directe toegevoegde waarde (in mln. euro in 2024) 106 1.229 203 1.036 380 2.644 321 587 4.465 224 1.977 13.173 heid en waardecreatie in Nederland. Ten opzichte van 2020 is sprake van een toename van 2,4 miljard euro in directe toegevoegde waarde. De totale directe en indirecte toegevoegde waarde steeg van 18,3 miljard euro naar 20,6 miljard euro. De directe werkgelegenheid nam met circa 15 procent toe. Deze stijging moet wel deels genuanceerd worden, aangezien 2020 door de COVID-19-pandemie een relatief laag basisjaar was. De economische betekenis van de binnenhavens is daarmee sinds 2020 relatief stabiel tot licht toegenomen. Economische ontwikkeling in een volatiele periode De context waarin deze economische betekenis gerealiseerd wordt is onzeker en daarmee soms volatiel. In de tijdsspanne van deze Binnenhavenmonitor zijn sinds 2020 diverse grotere en kleinere events, verstoringen en ontwikkelingen geweest. Wij denken hierbij aan COVID-19 en het snelle economische herstel 34 - Havenlocaties 2026
hiervan. Maar ook is er sinds 2022, maar ook daarna sprake van een energie-en grondstoffencrisis, waardoor allerlei ontwikkelingen sterk beïnvloed zijn. In 2022 is in veel sectoren een sterke toename van met name toegevoegde waarde te zien. Daarnaast heeft het laagwater in 2018 en 2022 de economische betekenis en binnenvaart beïnvloed. In de Nederlandse zeehavens was in met name industrie en groothandel sprake van een hoge piek in toegevoegde waarde in 2022, doordat industrie en handel profiteerde van deze onzekerheid en energie-en grondstoffencrisis. In 2023 en 2024 was weer sprake van een afname ten opzichte van deze piek. Ten opzichte van het langjarig gemiddelde was de waarde in 2024 vaak wel weer hoger dan in de periode voor 2022. Dit is een trend die ook op totaalniveau van de Nederlandse binnenhavens te zien is, waarbij 2024 lager is dan 2023, maar wel hoger dan 2020. Tegelijkertijd is de constatering dat de positieve economische ontwikkeling van Nederland als geheel zich minder sterk in de binnenhavens heeft geuit in deze periode. Maar er is ook geen sprake van een structurele terugval. De economische betekenis van binnenhavens blijkt daarmee veerkrachtig en stabiel binnen een context van onzekerheid en volatiliteit. De binnenhavens als knooppunt in transportnetwerken De verdeling van de economische betekenis over de verschillende type binnenhavens onderstreept de diversiteit van het binnenhavennetwerk, waarin verschillende typen havens elk een specifieke economische functie vervullen. Deze differentiatie maakt duidelijk dat binnenhavens niet als één homogene categorie kunnen worden beschouwd, maar bestaan uit uiteenlopende specialisaties met verschillende bijdragen aan het totaal. Daarmee is ook de rol die de verschillende binnenhavens in de transportnetwerken vervullen ten dele verschillend. Wat wel uniform is voor de verschillende binnenhavens is dat de Nederlandse binnenhavens een cruciale rol als knooppunten in de regionale economie en als schakels in de nationale en internationale logistieke ketens. Maar tegelijkertijd is een interessante ontwikkeling dat de vervoerde volumes in de binnenvaart onder druk staan. Zowel het vervoerd ladinggewicht als de vervoersprestatie in de droge bulk en in de containers neemt af. Dit is met name in de periode 2022-2024 zichtbaar.² Voor containers is hierbij wel sprake van een trendbreuk. Waar het toenemende containervervoer -en daardoor de (multifunctionele) containerhavens- in de vorige Binnenhavenmonitor 2021 nog als belangrijke oorzaak voor de toename van de economische betekenis genoemd werd, is dat in deze Binnenhavenmonitor niet meer het geval. Daarnaast is generiek te zien dat er sprake is van afnemende economische groei in Nederland en Europa, waardoor maritiem transport ook minder sterk groeit of zelfs afneemt. Daarbij staat de industrie in Europa onder druk, waarbij meerdere sectoren en industrieën afgeschaald hebben of zelfs sluitingen aangekondigd hebben. Ook zorgt de energietransitie en daaraan gekoppelde afname van het gebruik van fossiele brandstoffen voor een afname van deze stromen; voor de binnenMethodebreuk en vergelijkbaarheid met de Binnenhavenmonitor 2021 Naast de uitbreiding van het aantal cases kent de Binnenhavenmonitor 2025 belangrijke methodologische wijzigingen. Door verbreding van de SBI-codes en gebruik van Stichting LISA als bronbestand worden meer bedrijven meegenomen, wat leidt tot hogere cijfers die niet één-op-één vergelijkbaar zijn met de Binnenhavenmonitor 2021; er is sprake van een methodebreuk. Om een consistente tijdsreeks te waarborgen heeft het CBS eenmalig drie jaar teruggerekend (2020, 2023 en 2024). Terugrekenen van de tijdsreeks tot 2013 -het eerste jaar uit de rapportage Binnenhavenmonitor 2021- is daarom niet structureel mogelijk. Daarom is ervoor gekozen om alleen 2020-2024 te laten zien, waarbij waar mogelijk kwalitatief is toegelicht als de informatie per case wel beschikbaar was. Martijn Streng vaart zijn met name kolen relevant. Een reverse modal shift is in sommige opzichten al het geval en dreigt door te zetten. Ruimtelijke druk en strategische relevantie De Binnenhavenmonitor is door middel van een special issue dit jaar voor het eerst specifieker op het thema van ruimtelijke benutting ingegaan. Door middel van een analyse van 5 cases (Stein, Tilburg, Smallingerland, Utrecht en Nijmegen). Vanuit deze special issue en cases wordt het beeld dat watergebonden bedrijventerreinen onder druk staan door woningbouw en transformatie bevestigt. Tegelijkertijd zijn deze terreinen essentieel voor vitale functies zoals energievoorziening, circulaire grondstoffenstromen en logistieke bereikbaarheid. Binnenhavens kunnen in dit verband een rol spelen in de energie- en grondstoffentransitie. Daarnaast wordt in de monitor benoemd dat binnenhavens mogelijk ook een rol kunnen vervullen in het kader van militaire weerbaarheid in geopolitiek onzekere tijden. 1) Zie ook atikel Erasmus UPT in Havenlocaties 2024 2) Bron: CBS statline: Binnenvaart; goederenvervoer, vervoerstroom, soort lading via StatLine - Binnenvaart; goederenvervoer, vervoerstroom, soort lading Havenlocaties 2026 - 35 <<
Veiligheid verschuift mee met de logistieke keten Ondermijning, identiteitsfraude en ongeautoriseerde toegang beperken zich allang niet meer tot de zeehavens. Ook inland terminals en kleinere binnenhavens hebben er in toenemende mate mee te maken. “De problematiek verschuift mee met de logistieke stromen”, zegt Brenda van Leeuwen, commercieel directeur van Secure Logistics. “Daarmee groeit ook buiten de grote zeehavens de behoefte aan grip op wie er op een locatie komt, en waarom.” ecure Logistics is al ruim twintig jaar actief in identiteit- en toegangsbeheer binnen logistieke omgevingen. Het bedrijf ontstond vanuit een heel praktische vraag van grote containerterminals: hoe houd je de doorstroming aan de poort hoog, zonder in te leveren op veiligheid? “We hadden het destijds over 16.000 tot 17.000 bewegingen per dag”, schetst Van Leeuwen. “Als elke chauffeur moet uitstappen voor controle, loopt het systeem vast.” S Controle vooraf De oplossing lag in het vooraf identificeren en screenen van bedrijven en personen. Dat resulteerde in het XS-ID-platform, met de CargoCard als bekendste verschijningsvorm. Chauffeurs, vervoerders en andere bezoekers worden vooraf gecontroleerd, niet eenmalig maar doorlopend. Terminals kunnen zo aantonen wie zich op hun terrein bevindt en wanneer. “Voor de locatie is dat essentieel voor ISPS-compliance (International Ship and Port Facility Security Code -red.), voor de chaufToegang tot kantoor door gezichtsherkenning feur is het vooral gebruiksgemak”, aldus Van Leeuwen. “Eén identiteit, inzetbaar op meerdere locaties.” Zelfde vraag, andere randvoorwaarden Waar de eerste toepassingen vooral waren gericht op ISPS-plichtige terminals in de zeehavens, is het werkveld inmiddels veel breder. Secure Logistics is actief op zo’n 85 locaties in Nederland, België en Duitsland, waaronder steeds meer inland terminals. “Daar zien we dezelfde vragen ontstaan, maar vaak met andere randvoorwaarden”, zegt Van Leeuwen. “Niet iedere terminal heeft dagelijks tientallen vaste chauffeurs. Sommige zien maar een paar keer per week of maand een externe bezoeker.” OneTime XS voor eenmalige of incidentele toegang Juist dat onderscheid heeft geleid tot een nieuwe ontwikkeling: OneTime XS, een oplossing voor eenmalige of incidentele toegang. De aanleiding kwam rechtstreeks uit de markt. “We merkten dat ons bestaande model voor sommige locaties te zwaar was”, legt Van Leeuwen uit. “Zowel qua beveiligingsniveau als qua kosten. Maar die locaties willen wél weten: is deze persoon echt wie hij zegt dat hij is?” Met OneTime XS ontvangt een bezoeker vooraf een 36 - Havenlocaties 2026
digitale uitnodiging. Identificatie verloopt via de app van Secure Logistics. De aanvrager maakt een selfie en uploadt een kopie van zijn identiteitsdocument. De bezoeker krijgt vervolgens een tijdelijke QR-code die toegang geeft tot de locatie. “Het beveiligingsniveau is iets lichter dan bij onze CargoCard, maar wel volledig digitaal en gecontroleerd”, zegt Van Leeuwen. “En vooral: zonder extra handelingen aan de poort.” Laagdrempelige oplossing Die laagdrempeligheid is belangrijk, zeker voor kleinere terminals en binnenhavens. OneTime XS is een laagdrempelige oplossing voor eenmalige of incidentele toegang. Investeringen in hardware en IT-infrastructuur zijn daar vaak lastiger te rechtvaardigen. Secure Logistics speelt daarop in met leaseconstructies voor toegangszuilen en -apparatuur. “Dan haal je de Capex-investering eruit. Daarbij ontzorgen we de terminals ook in onderhoud en beheer”, aldus Van Leeuwen. “Die vraag kwam nadrukkelijk uit het achterland.” Aanpalende processen Naast toegangscontrole ziet Secure Logistics ook een toenemende behoefte aan het digitaliseren van aanpalende processen. Veiligheidsinstructies en de bijbehorende verplichte toetsen worden op veel locaties nog op papier afgenomen. “We komen soms letterlijk bakken met formulieren tegen”, zegt Van Leeuwen. “Dat is foutgevoelig en niet schaalbaar.” Door veiligheidschecks en -instructies digitaal te koppelen aan iemands identiteit, ontstaat één actueel profiel. “Als iemand zijn veiligheidstoets bij een locatie al heeft gedaan, hoeft dat niet telkens opnieuw.” Secure Logistics faciliteert daarnaast het afnemen van de toets via een self-service kiosk op locatie of bij het Servicepunt Maasvlakte Plaza. Ondermijning Onderliggend aan al deze ontwikkelingen is het bredere vraagstuk van ondermijning. Waar de zeehavens de afgelopen jaren stevig zijn ‘dichtgetimmerd’, verplaatst de criminaliteit zich naar minder beveiligde schakels in de keten. “Dat zien we terug bij inland terminals, maar ook bij logistieke dienstverleners en warehouses”, zegt Van Leeuwen. “Valse vervoerders, identiteitsmisbruik, uithalers; het komt steeds vaker voor.” Brenda van Leeuwen bij de XS-kiosk op de ICT&Logistiek beurs 2025. Samenwerking en standaardisatie Volgens haar ligt de sleutel in samenwerking en standaardisatie. “In Rotterdam is samen met Portbase de Vertrouwensketen opgezet. Hierdoor verdwijnen pincodes uit het proces en kan alleen een via de Vertrouwensketen geautoriseerde vervoerder zijn komst voormelden bij de terminal en de container daar ophalen. Andere havens, groot en klein, kunnen daarvan leren.” Tegelijkertijd benadrukt ze dat veiligheid geen losstaand IT-project is. “Het raakt processen, gedrag en investeringskeuzes. En ja, vaak komt de urgentie pas na een incident of nieuwe regelgeving. Dat is jammer, want voorkomen is altijd beter dan genezen.” Wat haar persoonlijk aanspreekt in de sector, is de complexiteit van de logistieke keten. “Voor consumenten is het vanzelfsprekend dat een product arriveert. Maar daarachter zit een enorme hoeveelheid schakels die op elkaar moeten aansluiten.” Veiligheid is daar een integraal onderdeel van, vindt ze. “Niet als sluitpost, maar als randvoorwaarde. En die randvoorwaarde stopt niet bij de zeehaven, maar loopt door tot diep in het achterland.” www.secure-logistics.nl << Havenlocaties 2026 - 37
Uniek maritiem cluster in Werkendam cruciaal voor Nederlandse maakindustrie Familiebedrijven werken samen aan toekomst Nederlandse scheepvaart Wie de haven van Werkendam binnenvaart, ziet geen overslagkranen, maar drukbezette werven en gespecialiseerde maritieme maakbedrijven. Vrijwel ieder binnenvaartschip dat in Nederland wordt gebouwd, bevat wel een component uit Werkendam. “Wij zitten in de haarvaten van de Nederlandse maritieme industrie”, zegt Jacco de Waal van De Waal Machinefabriek. D e Waal is van de vierde generatie in het bijna negentig jaar oude familiebedrijf. Samen met Marco Hoogendoorn van Holland Shipyards Group en William Hakkers van waterbouwer Hakkers spreekt hij over de kracht en de uitdagingen van het cluster. Zichtbaarheid en slagkracht In de haven van Werkendam zetten zo’n vijftig bedrijven zich samen in voor verduurzaming van de scheepvaart en de energietransitie. Het maritieme cluster is van groot belang voor de lokale en regionale werkgelegenheid. Veel van deze bedrijven zijn familiebedrijven die al vele jaren een vaste plek hebben in de Werkendamse haven. Zij ontwerpen, bouwen en onderhouden schepen voor de zee- en kustvaart, binnenvaart, pleziervaart, offshore, werk- en baggerschepen en zijn verenigd in 38 - Havenlocaties 2026 Werkendam Maritime Industries (WMI). De WMI is opgericht in 2014, maar de samenwerking gaat dus veel verder terug. “In de keten werken we hier al decennialang samen”, zegt Hoogendoorn. “Natuurlijk zijn er concullega’s, maar we zoeken elkaar op en vullen elkaar aan. Iedereen heeft hier zijn eigen boterham.” Volgens De Waal zit de meerwaarde van het cluster vooral in zichtbaarheid en slagkracht. “Als cluster staan we samen sterker richting potentiële opdrachtgevers en in samenwerking met de overheid.” Nabijheid van kennis en capaciteit Wat het cluster in Werkendam uniek maakt, is de samenwerking tussen verschillende bedrijven voor één en dezelfde opdrachtgever. Wanneer een schip in de haven van Werkendam aanmeert, stappen verschillende gespecialiseerde bedrijven in om het vaartuig klaar te maken voor de toekomst. De één richt zich bijvoorbeeld op een volledig nieuw interieur, terwijl de andere moderne en duurzame stuurmachines verzorgt. Voor Hakkers, de vijfde generatie in het 150 jaar oude familiebedrijf in waterbouw en staalbouw, zit de kracht ook in de nabijheid van kennis en capaciteit. “We kunnen hier vrijwel alles inkopen of laten maken wat we nodig hebben.” Plannen voor een derde haven Tegelijkertijd knelt de ruimte in het drukke Werkendam. “We komen op een punt dat Werkendam te klein begint te worden”, zegt Hakkers. “Dan moet je keuzes maken: breid je elders uit of blijf je hier? Wij proberen hier te blijven vanwege de goede samenwerking met andere bedrijven.” Hoogendoorn vult aan: “De meeste ondernemers willen hier blijven, vanwe
Marco Hoogendoorn Jacco de Waal William Hakkers kracht van het maritieme cluster in Werkendam op leerlingen, studenten en werknemers te vergroten. Zo brengen verschillende scholen een bezoek aan de haven. “Het is een manier om jongeren kennis te laten maken met de maritieme industrie”, zegt Hoogendoorn. “Soms horen we van nieuwe medewerkers dat ze hier als kind rondliepen en getriggerd werden. Het is een zaak van de lange adem.” Wethouders Wendy van Ooijen en Hans Tanis van de gemeente Altena ge de kracht van het cluster.” Om groei mogelijk te maken, komt er een insteekhaven en liggen er plannen voor een derde haven. De besluitvorming vergt tijd. “Er speelt bijvoorbeeld de discussie of Werkendam een werkhaven is of ook een lighaven”, zegt De Waal. “Afbouw plaatsen en ligplaatsen raken elkaar; je hebt elkaar nodig, maar de ruimte in de haven is beperkt.” Hakkers pleit ervoor om scherp te blijven op de bestemming van de schaarse ruimte. “We moeten voorkomen dat gronden naar niet-watergebonden activiteiten gaan.” Hoogen doorn: “Vestigers met watergebonden activiteiten moeten in ieder geval voorrang krijgen. Dat past bij het gebied.” De urgentie van een derde haven neemt toe nu Rijkswaterstaat de vervangingsopgave van infrakunstwerken versnelt. “Een belangrijk deel van dat werk komt deze kant op”, aldus Hakkers. “We hebben die ruimte nodig.” Verduurzaming Het verduurzamen van de scheepvaart staat hoog op de agenda van de ondernemers in Werkendam. “We zitten wel in verschillende stadia van verduurzaming”, zegt Hoogendoorn. Op bedrijfsniveau gebeurt volgens De Waal al veel. “Het eerste schip op waterstof kwam hier vandaan. Allerlei toeleveranciers ontwikkelen duurzame oplossingen. Dat straalt ook af op het cluster.” Naast ruimte is personeel ook in de Werkendamse haven een structurele uitdaging. De bedrijven werken samen met de gemeente en kennisinstellingen om de aantrekkings“Als cluster sta je samen sterker richting potentiële opdrachtgevers en in samenwerking met de overheid.” Hoogendoorn, tot slot: “Wel of niet uitbreiden is een keuze. Geen uitbreiding betekent dat bedrijven elders ruimte zoeken en dat zou vanwege de unieke samenwerking zonde zijn. Er liggen hier nog volop kansen die we graag benutten.” Over de onderlinge samenwerking en de samenwerking met de gemeente zijn de drie eensgezind. Hakkers: “We zitten op een goed niveau. Het belangrijkste is dat vast te houden.” De Waal besluit: “Samen zetten we de schouders eronder, dat deden we al en blijven we zeker doen!”. << Gemeente Altena onderstreept belang haven Wethouders Hans Tanis en Wendy van Ooijen van de gemeente Altena onderstrepen de belangrijke rol van deze Werkendamse ondernemers. Deze familiebedrijven behoren tot de Europese top in hun sector en leveren een belangrijke bijdrage aan de lokale en regionale economie. Daarnaast krijgt de verduurzaming van de binnenvaart, vanuit Werkendam gestalte, waardoor het cluster ook nationaal van groot belang is. Samenwerking tussen bedrijven en overheden is daarom belangrijk. Wethouder Hans Tanis (Havenontwikkeling): “Om de goede positie van deze bedrijven te behouden en bij te blijven dragen aan de landelijke opgaven moeten we blijven investeren in de Werkendamse haven. De boodschap van de ondernemers is duidelijk: zonder uitbreiding van de haven kunnen zij niet blijven innoveren. Daarom werken wij in gezamenlijkheid aan een insteekhaven en een derde haven om de ondernemers de ruimte geven.” Daarnaast werkt de gemeente Altena aan het optimaliseren van het havengebied. Wethouder Wendy van Ooijen (Economie) : “We willen de haven zo goed mogelijk faciliteren, bijvoorbeeld met duidelijke regelgeving. Denk aan de inzet op watergebonden bedrijven aan de kades, zoals de wens van de ondernemers is.” Hans Tanis sluit af: “Het succes van onze haven is altijd iets geweest dat we samen hebben opgebouwd: ondernemers, bewoners én de gemeente. Daarom blijven we volop meedoen, meedenken en in gesprek met alle betrokken partijen. Alleen samen kunnen we dit tot een succes maken. We hebben hier iedereen bij nodig: ondernemers, de regio, provincies, het Rijk en Europa. Niet alleen Werkendam rekent op ons, maar de hele Nederlandse maakindustrie heeft ons hard nodig”, aldus Hans Tanis. Havenlocaties 2026 - 39
Binnenhavens in 2035: Samen met kennisinstellingen werken aan zeven toekomstbeelden voor een circulaire delta De circulaire transitie is geen abstract beleidsideaal meer en is onderdeel van het debat over de strategische autonomie van ons land en de economie van morgen. In heel Nederland wordt zichtbaar hoe bedrijven, overheden en kennisinstellingen zoeken naar nieuwe manieren om materialen, grondstoffen, energie en ruimte slimmer te gebruiken. Circulaire transitie vraagt daarom om extra ruimte. B innenhavens spelen daarin een verrassend strategische rol, maar worden nog onderbenut (locaties aan het water worden te weinig of verkeerd gebruikt), ondergewaardeerd (te weinig politieke en ondernemersaandacht) en onderdrukt (woningbouw zet binnenhavens onder druk en burgers willen geen industrie). Daarom hebben wij met Stec groep en Ginder een manifest opgesteld https://stadszaken.nl/artikel/7180/ binnen havens-onmisbaar-voor-circulaireeconomie en werken we met overheden, ondernemers en belangrijke stakeholders aan langjarig onderzoek over binnenhavens als anker voor circulaire transitie. Als knooppunten tussen water, weg en spoor, én als nabijgelegen hubs voor regionale industrie, kunnen binnenhavens uitgroeien tot de motoren van een circulaire economie die lokaal verankerd is en nationaal schaalbaar. Met ons onderzoek willen we dit concreet, tastbaar en zichtbaar maken. We schetsen zeven toekomstbeelden die laten zien hoe binnenhavens zich kunnen ontwikkelen tot cruciale schakels in de circu laire delta van 2035. Elk toekomstbeeld vraagt om samenwerking tussen gemeenten en provincies, ondernemers, Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten, waterschappen, gebiedsontwikkelaars en kennisinstellingen. Samen vormen ze een inspirerend palet aan richtingen om samen verder te verkennen. We geven voorbeelden van hoe Fontys en andere kennisinstellingen vanuit het MBO-HBO-WO hierin vanuit onderwijs en onderzoek een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Dit gebeurt vanuit campussen binnen de diverse havennetwerken in Nederland. Met name de Port of Zwolle, Havennetwerk Fryslân en Blueports in Limburg erkennen net als onze zeehavens en Moerdijk dat tempoversnelling nodig is. Provincies als Limburg, Zuid-Holland, Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant investeren ook steeds meer in deze havennetwerken. Wij hebben al ruim vier jaar ervaring met het werken vanuit de Campus W-A meets students in de industriehaven Willem-Alexander in Roermond. De campus is een toonbeeld van Stakeholderdebat raadszaal Roermond (foto: Willemijn Pouwels) hoe praktijkgericht onderzoek bijdraagt aan het hoger onderwijs en aan maatschappelijke opgaven. In de periode 2021-2025 voerden vijftig studenten twaalf projecten uit, gekoppeld aan imago, crossovers/energie, gebouwverduurzaming, hoogwater/circulaire kade en menselijk kapitaal. Tweehonderd studenten maakten kennis met Willem-Alexander; tien vonden hierdoor een stage- of afstudeerplek en één werk. En we gaan door. Graag met u. 1. De binnenhaven als circulaire c onsolidatiehub In een circulaire economie worden materiaalstromen niet langer versnipperd verwerkt, maar slim gebundeld. Binnenhavens kunnen uitgroeien tot verzamelpunten voor hoogwaardige reststromen zoals bouw- en sloopmateriaal, plastics, biomassa en e-waste. Door multimodale ontsluiting kunnen deze stromen efficiënt worden vervoerd naar verwerkers of regionale maakbedrijven. Gemeenten en provincies kunnen dit stimuleren via ruimtelijke kaders en vergunningen, terwijl ondernemers investeren in sorteer- en voorbewerkingsfaciliteiten. Voor studenten en onderzoekers biedt dit een levend laboratorium voor logistieke optimalisatie, materiaalinnovatie, business model innovation, ketensamenwerking en publiek-private samenwerking om dit allemaal binnen het gebied te organiseren. 2. De haven als circulair energieknooppunt De energietransitie en de circulaire economie raken elkaar steeds vaker. Binnenhavens kunnen plekken worden waar lokale energieopwekking, batterijopslag, walstroom en restwarmteuitwisseling samenkomen. Denk aan terminals die hun daken volleggen met zonnepanelen, of clusters waar restwarmte van een recyclingbedrijf wordt gebruikt door een nabijgelegen logistieke dienstverlener. Rijkswaterstaat en netbeheerders spelen een sleutelrol in het versterken van de energieinfrastructuur. Onderwijsinstellingen kunnen 40 - Havenlocaties 2026
studenten betrekken bij het ontwerpen van slimme energiesystemen en het monitoren van verbruik en teruglevering, inclusief slimme betaal- en verrekensystemen. 3. Circulaire maak- en reparatieecosystemen langs het water De regio Eindhoven laat zien hoe sterk de vraag naar reparatie, refurbishment en remanufacturing groeit. Binnenhavens kunnen deze activiteiten faciliteren door ruimte te bieden aan circulaire maakbedrijven die profiteren van watergebonden logistiek en nabijheid tot hightech clusters. Ontwikkelaars kunnen inzetten op gemengde haventerreinen waar logistiek, lichte industrie en circulaire maakactiviteiten elkaar versterken. Voor hogescholen ontstaat een kans om studenten te laten werken aan real life vraagstukken rond modulair ontwerp, levensduurverlenging, ketensamenwerking, verdien-, financieringsmodellen en business modellen. 4. Digitalisering als versneller van circulaire logistiek Een circulaire economie vraagt om transparantie: waar komt een materiaal vandaan, wat is de kwaliteit, en waar kan het opnieuw worden ingezet? Binnenhavens kunnen digitale regisseurs worden door dataplatforms, materiaalpaspoorten en track and trace systemen te integreren in hun logistieke processen. Ondernemers profiteren van betere planningen en minder lege kilometers, terwijl overheden meer grip krijgen op materiaalstromen. Onderzoekers en studenten kunnen experimenteren met digital twins en algoritmes die vraag en aanbod van secundaire materialen realtime matchen. 5. Binnenhavens als uitvoerders van de nationale circulaire strategie De nationale circulaire doelen voor 2030 en 2050 zijn ambitieus, maar de uitvoering vindt plaats in regio’s en steden en gaat te traag en te stroperig. Binnenhavens kunnen fungeren als concrete implementatieplekken van het Nationaal Programma Circulaire Economie. Provincies kunnen regionale circulaire strategieën koppelen aan havenontwikkeling, terwijl gemeenten vergunningen en gebiedsvisies afstemmen op circulaire bedrijvigheid. Rijkswaterstaat kan knelpunten in de vaarwegen en het transport helpen oplossen. Omgevingsdiensten kunnen regelgeving rond de afvalstatus afstemmen op de ontwikkelingen in de markt. Kennisinstellingen kunnen beleidsmakers ondersteunen met impactmetingen en scenario onderzoek, waarbij studenten hun verbeeldingskracht kunnen loslaten op toekomstbeelden. Campus W-A meets students Roermond, fotograaf Dankeld Vanmeenen 6. De circulaire haven als leer- en werkplaats De circulaire transitie vraagt om nieuwe vaardigheden: van sorteren en remanufacturing tot datagedreven logistiek en energiemanagement. Binnenhavens kunnen uitgroeien tot leeromgevingen waar mbo , hbo en wo studenten in doorlopende leerlijnen samenwerken met publieke en private partijen aan echte circulaire vraagstukken. Denk aan campussen, werkplaatsen zoals in Roermond, waar studenten meewerken aan het optimaliseren van materiaalstromen, het ontwerpen van circulaire producten, het testen van nieuwe energietechnieken of het optimaliseren van (gemeentelijke) gebiedsontwikkelingsprocessen, ontwikkelen van functie- en competentieprofielen, het tastbaar maken van de waarde van een binnenhaven door het vertellen van rijke verhalen. Voor ondernemers en gemeenten biedt dit toegang tot talent en innovatiekracht; voor onderwijsinstellingen een kans om curricula te vernieuwen. 7. Circulariteit als strategische levenslijn voor binnenhavens Veel binnenhavens staan voor strategische keuzes. De logistieke sector consolideert, automatisering verandert werkprocessen en internationale handelsstromen verschuiven. Circulariteit biedt een kans om relevantie en toekomstbestendigheid te versterken. Binnenhavens die zich profileren als circulaire hubs kunnen nieuwe bedrijvigheid aantrekken, hun license to operate versterken en een onderscheidende positie innemen in regionale economieën. Dit vraagt om visie van havenbedrijven, investeringsbereidheid van ondernemers en een faciliterende rol van overheden. Studenten brengen frisse ideeën in voor business cases op bedrijfs- en ketenniveau en value cases op gebiedsniveau. Naar een circulaire delta: samenwerken aan de haven van morgen De zeven toekomstbeelden laten zien dat binnenhavens veel meer kunnen zijn dan logistieke schakels. Ze kunnen uitgroeien tot plekken waar materiaalstromen worden gebundeld, energie wordt gedeeld, producten worden hersteld, data wordt benut en mensen worden opgeleid voor de economie van morgen. De sleutel ligt in samenwerking. Gemeenten en provincies bepalen de ruimtelijke en beleidsmatige randvoorwaarden. Ondernemers brengen innovatie en investeringskracht. Rijkswaterstaat zorgt voor een veilige, duurzame infrastructuur. Ontwikkelaars creëren ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en kennisinstellingen brengen onderzoek, talent en verbeeldingskracht. Samen kunnen wij de binnenhavens van Nederland transformeren tot krachtige motoren van de circulaire transitie — en daarmee van een toekomstbestendige, concurrerende en duurzame economie. Betrek het MBO-HBO-WO onderwijs bij de ontwikkeling van uw haven(netwerk). Want als we de rol van binnenhavens gaan vergroten, en dat gaan we, dan moeten onze studenten daar willen en kunnen werken. Daarom brengen we ze naar de binnenhavens om te ervaren hoe woest aantrekkelijk deze gebieden zijn. << Door Dankeld Vanmeenen en CeesJan Pen lectoraat duurzame stedelijke transformatie www.fontys.nl Havenlocaties 2026 - 41
TPN-West Nijmegen: logistieke hotspot, waar ruimte, realiteit en toekomst samenkomen Wie rondrijdt op TPN-West ziet loodsen, kades en terminals. Vrachtwagens rijden af en aan, binnenvaartschepen liggen strak langs de kade. De Port of Nijmegen – onderdeel van TPN-West – geldt als een van de grootste binnenhavens van Nederland en vormt een logistieke schakel tussen Rotterdam en Duitsland. Hier komen intermodaal transport, maritieme maakindustrie, de circulaire economie en nieuwe energieconcepten samen. T ijdens een rondetafelgesprek spreken havenondernemers, gemeente en regio niet alleen over groei en mogelijkheden. Ze kijken naar de voorwaarden die bepalen of het watergebonden industrieterrein zijn functie goed/toekomstbestendig kan behouden. Over sluizen die betrouwbaar moeten draaien. Over ruimte die je maar één keer kunt bestemmen. Over energiecapaciteit die gelijke tred moet houden met ambities. Een knooppunt blijft alleen knooppunt wanneer het systeem eromheen meebeweegt. Jarno Witjes van gastheer Daanen Shipping vat het als volgt samen: “We moeten samenwerken en blijven hameren op de juiste randvoorwaarden.” Samenwerking als fundament Dat betekent niet dat het in Nijmegen wringt aan tafel. Integendeel. De kracht van TPN-West 42 - Havenlocaties 2026 zit juist in de korte lijnen tussen ondernemers, haven en overheid. Partijen weten elkaar te vinden, ook wanneer belangen uiteenlopen. Wie hier actief is, kijkt verder dan het eigen perceel. “Zoals hier aan tafel komen we er meestal wel uit,” zegt Jarno Witjes. Daarmee doelt hij op de dagelijkse praktijk waarin gemeente, ondernemers en regio elkaar snel spreken. Geen formele trajecten die maanden duren, maar directe afstemming over vergunningen, kades, bereikbaarheid of uitbreidingsplannen. Die nabijheid maakt het mogelijk om tempo te houden. Ook regionaal ligt de focus op samenhang. De Groene Metropoolregio ziet TPN-West nadrukkelijk in een bredere economische context. “Je moet dit niet alleen als Nijmeegs Industrieterrein bekijken,” zegt Niels Huijbers. “Het is een schakel in een grotere corridor. Dan moet je ook regionaal en bovenregionaal bewegen.” Die gezamenlijke blik vormt het fundament onder de ontwikkeling van de haven. Maar het fundament alleen volstaat niet. Zodra infrastructuur, subsidie-instrumenten of landelijke regelgeving ingrijpen, verandert het speelveld. “Dat we dat landelijk ook eens iets meer gaan doen, voordat we allerlei onrealistische dingen beslissen in het land,” zegt Witjes. MarieThérèse Marcusse vult aan: “Je bent uiteindelijk afhankelijk van keuzes die ook buiten de stad worden gemaakt. Daar moeten de voorwaarden wel aansluiten op wat hier nodig is.” Infrastructuur als kwetsbare schakel De afhankelijkheid van landelijke keuzes blijft in Nijmegen geen theorie. Eén storing ontregelt de hele keten. “Als de sluis bij Weurt eruit
Wie zitten rond de tafel? Tijdens het rondetafelgesprek bij Daanen Shipping schuiven zes partijen aan die ieder vanuit een eigen rol naar TPN-West kijken: Marie-Thérèse Marcusse – Gemeente Nijmegen, accountmanager bedrijven, waaronder logistieke en watergebonden bedrijvigheid bij Stadsontwikkeling. John van Heumen – Terminalmanager BCTN Den Bosch en Nijmegen, actief in intermodale containerlogistiek. Irene van Dongen – Bestuurslid bij Aqualink, de vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Jarno Witjes – Directeur/eigenaar van Daanen Shipping & Logistics, expert in grootschalige projectlogistiek en zwaar transport met inzet van ro/ro ponton en specialistische oplossingen. Niels Huijbers – Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen, verbindt havenontwikkeling aan regionale economische strategie. René Janssen – Hyster-Yale Materials Handling en één van de initiatiefnemer van IntegratR Innovation Campus, gericht op zero-emissie heavy duty equipment. Sandra Hagenbeek – Parkmanagement TPN-West ligt, staat alles stil,” zegt John van Heumen. Binnenvaart vraagt betrouwbaarheid. Zonder die basis wint de weg het alsnog van het water. De cijfers spreken voor zich. “Het jaar hiervoor heeft hij gewoon drie, vier maanden soms uitgelegen,” zegt Jarno Witjes. De sluis, gebouwd voor 9.000 schuttingen per jaar, verwerkt inmiddels rond de 30.000. “Als de A15 voor honderd auto’s was gebouwd en er rijden er nu tienduizend overheen, dan was hij allang van één baan naar vier gegaan.” Wanneer de sluis stilvalt, wijken schepen uit via de Maas. Dat betekent omvaren, hogere kosten en vertraging, en minder duurzaam bovendien.. “Wie betaalt de rekening? Wij als consumenten.” Dat zulke verstoringen nauwelijks het landelijke nieuws halen, vindt Witjes tekenend. “Je hebt het nooit in het journaal gehoord.” Volgens Marie-Thérèse Marcusse vraagt dit om consistent beleid. “Als je inzet op vervoer over water, moet de infrastructuur daar ook op ingericht zijn. Anders groeien de ambities sneller dan de randvoorwaarden. Daarom werken we steeds meer samen met andere Gelderse havens, om met één stem te spreken.” Modal shift: ambitie versus economische realiteit Meer vervoer over water geldt als vanzelfsprekend doel. Minder vrachtwagens, lagere uitstoot, minder druk op de weg. Maar in de praktijk draait het om rekensommen en betrouwbaarheid. “Je kunt wel roepen dat alles naar het water moet,” zegt Jarno Witjes, “maar uiteindelijk beslist de prijs.” Wanneer een schip stil ligt of moet omvaren, schuift het voordeel snel richting wegtransport. Dan kiest de verlader voor zekerheid. John van Heumen ziet dat dagelijks terug in de containerlogistiek. Water werkt, mits volumes worden gebundeld en planning strak Havenlocaties 2026 - 43
IntegratR Innovation Campus in het kort Op TPN-West verrijst de IntegratR Innovation Campus: een internationale hub voor systeemintegratie en opschaling van zero-emissie heavy-duty equipment. Belangrijkste kenmerken: • 17.500 m² innovatiecampus aan de kade in Nijmegen • RoRo-kade voor testen en logistieke proeven • Megawatt-laadfaciliteiten (MW) • Waterstofvulinstallatie • EMC-testfaciliteit voor grootschalige compatibiliteitstesten • Testbaan voor zwaar materieel • Kernpartners: Hyster-Yale Nederland BV en Urban Mobility Systems (UMS / DEUTZ AG) • Maximaal vijf kernpartners binnen de coöperatie De campus richt zich op de versnelling van prototype naar gecertificeerde serieproductie en koppelt industrie, kennisinstellingen en energieinfrastructuur op één locatie. “Nijmegen, stad aan de Waal, de rivier die eeuwenlang bepalend is voor onze identiteit en economie. De binnenhaven biedt banen, bedrijvigheid en duurzaam vervoer. Daarom zorgen we voor goede toegankelijkheid, ruimte voor watergebonden bedrijven en sterke samenwerking in de regio.” John Brom, wethouder Economie Nijmegen overslagruimte en manoeuvreerruimte. Dat zijn geen kavels die je eenvoudig kunt verplaatsen. “Een watergebonden kavel geef je maar één keer weg,” zegt Irene van Dongen. “Daarna komt die functie niet meer terug.” In een stad waar woningbouw en gebiedsontwikkeling druk zetten op industrieterreinen, krijgt die uitspraak extra gewicht. blijft. “Binnenvaart vraagt schaal,” zegt hij. “En vertrouwen dat het schema klopt.” Zonder die basis wordt het lastig om structureel lading van de weg te halen. Witjes wijst ook naar de sector zelf. Als binnenvaart en logistiek versnipperd blijven opereren, blijft de impact beperkt. “We moeten ook naar onszelf kijken,” zegt hij. “Bundelen, samenwerken, sterker naar buiten treden.” Ruimte: onomkeerbare keuzes Naast infrastructuur en prijs speelt nog een fundamenteler vraagstuk: ruimte. Watergebonden bedrijvigheid vraagt kades, Voor ondernemers aan het water gaat het niet alleen om vierkante meters, maar om functionaliteit. Schepen moeten kunnen aanleggen, zwaar materieel moet kunnen draaien, logistieke processen moeten doorgaan. “Het is geen façade,” benadrukt Van Dongen. “Het moet werken.” De bescherming van natte kavels geldt daarom niet als behoudzucht, maar als strategische keuze. Wie inzet op vervoer over water en maritieme bedrijvigheid, moet die ruimte ook daadwerkelijk reserveren. De circulaire economie en de energietransitie vragen om ruimte. IntegratR: innovatie verankeren aan de kade Waar infrastructuur en ruimte randvoorwaarden vormen, ligt in TPN-West ook een nieuwe ambitie: innovatie verankeren in het gebied zelf. Met de komst van de IntegratR Innovation Campus 44 - Havenlocaties 2026
krijgt de haven een rol in de ontwikkeling van zero-emissie heavy-duty equipment. Volgens René Janssen, van mede-initiatiefnemer Hyster-Yale, draait het om versnelling. “We willen de stap van prototype naar gecertificeerde serieproductie verkorten,” zegt hij. “Door testen, certificering en energievoorziening op één plek samen te brengen.” Daarmee ontstaat een plek waar industrie, kennisinstellingen (Marcusse: “Nijmegen biedt het hele pallet aan opleidingen en daarmee talent.”) en logistiek elkaar fysiek versterken. De campus vraagt zware energie-infrastructuur en langdurige zekerheid. Dat maakt het project tegelijk ambitieus en kwetsbaar. Want ook hier geldt wat eerder aan tafel werd vastgesteld: innovatie kan alleen landen als infrastructuur en energie meebewegen. Voor TPN-West betekent IntegratR meer dan een nieuw gebouw. Het is een toetssteen. Lukt het om duurzame maakindustrie, logistiek en energie op één plek samen te brengen, dan verstevigt de haven zijn positie als verlengstuk van Rotterdam. << Economische impact Binnenhaven Nijmegen De Port of Nijmegen vormt het economische hart van TPN-West. De cijfers onderstrepen het belang van het gebied: • 10.000 banen op het ‘natte’ industrieterrein • 1.310 banen direct gerelateerd aan de binnenhaven • €148 miljoen directe toegevoegde waarde • €210 miljoen directe en indirecte economische impact • 1 miljoen ton overslag per jaar • 67.000 vrachtwagenbewegingen vervangen door vervoer over water Deze cijfers legitimeren de inzet op ruimtebehoud voor watergebonden functies en verdere duurzame versterking van de logistieke knooppuntfunctie. Voor een overzicht van bedrijvigheid in de haven: Port Of Nijmegen: https://portofnijmegen.nl/ Mail voor meer informatie naar accountmanager Marie-Thérèse Marcusse Gemeente Nijmegen: m1.marcusse@nijmegen.nl Havenlocaties 2026 - 45
GMB Haven & Industrie: het fundament van effectieve havenlogistiek De haven draait door. Altijd. Containers worden gelost, vrachtwagens rijden af en aan, kranen schuiven over rails. Stilstand is geen optie. Toch moeten terminals worden verbouwd, kraanbanen vernieuwd, verhardingen vervangen. Hoe doe je dat zonder de logistiek plat te leggen? GMB Haven & Industrie weet het als geen ander. O p een containerterminal in de Rotterdamse haven wordt een nieuwe kraanbaan gerealiseerd. Terwijl de kraan over de rails schuift en containers worden gelost, werkt een team van GMB Haven & Industrie een paar meter ervoor aan de fundering voor de nieuwe installatie. De operatie mag niet stoppen, de haven draait door. “We werken als het ware voor de containers uit”, vertelt projectleider Arjan de Graaf. “We maken een stukje vrij en dan passen we dat gelijk aan. Wat klaar is, wordt ook weer zo snel mogelijk in gebruik genomen.” Het typeert de werkwijze van een bedrijf dat door jarenlange ervaring de dynamiek van havenlogistiek door en door kent. 46 - Havenlocaties 2026 Van boer tot bouwer De roots van GMB liggen in 1963, toen grootvader Gerrit Jan van de Pol, oorspronkelijk boer in Opheusden, met zijn zoons een aannemersbedrijf in de GWW startte. Kartrekkers en doordouwers waren het, mensen die geen uitdaging uit de weg gingen. En dat zijn ze nog steeds, nu de derde generatie Van de Pol aan het roer staat van een bedrijf met ruim 600 medewerkers, verdeeld over zes gespecialiseerde divisies. Haven & Industrie is er daar één van. Groot en zwaarbelast GMB Haven & Industrie is gespecialiseerd in het ontwerpen en bouwen van zwaarbelaste terreinen, kraanbanen, loodsen en robuuste betonconstructies. In Nederlandse havengebieden realiseerde het bedrijf de afgelopen jaren honderden hectares aan verhardingen en diverse complexe betonwerken. Daarnaast werkt GMB aan fundaties voor windmolenparken, waar steeds vaker ook voorzieningen voor energieopslag worden geïntegreerd. Vaak verzorgt het team daarbij niet alleen de aanleg, maar ook het onderhoud van de bijbehorende infrastructuur. De expertise begint al in de ontwerpfase. “We kiezen daarbij bewust voor partnerschap. Alleen door intensieve samenwerking bereik je het beste resultaat”, zegt De Graaf. “Bovendien gaan we voor de lange termijn.” De slogan
Arjan de Graaf en Denny Ipskamp ‘Uitdaging verbindt’ verwijst naar de duurzame samenwerkingen die het bedrijf zoekt. Die partnerbenadering uit zich in bouwteams: vanaf het allereerste idee werkt GMB samen met de opdrachtgever. Het bedrijf verzorgt de engineering, berekeningen en desgewenst de vergunningaanvraag. Alle disciplines – van grondwerk tot betonconstructies – zijn onder één dak. “Doordat je zo lang samenwerkt, weet je wat de opdrachtgever nodig heeft”, vult senior uitvoerder Denny Ipskamp aan, die al 38 jaar bij GMB werkt. “We ontzorgen onze klanten echt. Onze expertise is tenslotte niet hun core business.” Voor verschillende opdrachtgevers werkt GMB al sinds eind jaren 80 in de Rotterdamse havens. Ipskamp: “Wij beheren daar alle revisietekeningen van de infrastructuur en verharding. Dat geeft rust.” 24/7 Het meest onderscheidende aan GMB Haven & Industrie is hun begrip van de havenlogistiek. In de haven staat niets stil, of het moet echt niet anders kunnen. “Het gaat hier 24-7 door”, zegt Ipskamp. “Alleen zaterdagmiddag om drie uur gaat het even dicht, maar zondag om vijf uur gaat het weer open. Als het moet, gaan wij in dat tijdvenster juist aan de slag.” Zo verbouwde GMB twee jaar geleden een hele terminal, terwijl de operatie gewoon doorging. Die flexibiliteit vraagt om inzicht in de klant. “We kennen hun proces door en door”, legt Ipskamp uit. “Zo kunnen wij doorwerken zonder elkaar in de weg te zitten.” Wekelijks wordt afgestemd waar GMB bezig is en waar de logistieke stromen doorheen moeten. Bij het kraanbaanproject wordt in vakken gewerkt. Zodra een vak klaar is, kan de opdrachtgever het alweer in gebruik nemen. De planning schuift mee met de logistiek, niet andersom. Veiligheid en circulariteit voorop Veiligheid is een ander speerpunt. GMB werkt volgens veiligheidsladder trede 4, waar trede 3 in de markt gebruikelijk is. Het is een bewuste keuze die past bij de cultuur van het bedrijf: zorgvuldig, vooruitstrevend en gedegen. Ook in duurzaamheid loopt GMB voorop. “We hergebruiken materialen zoveel mogelijk”, zegt Ipskamp. “Oude verharding wordt gefreesd, gebroken tot puin en gaat terug in de nieuwe fundatie. Dat scheelt enorm in gebruik van primaire grondstoffen, transport en CO2-uitstoot.” Die vooruitstrevende houding komt mede voort uit de andere divisies binnen GMB. Die werken voor onder meer waterschappen en drinkwaterbedrijven. Daar is emissieloze bouw al langer de norm. “We lopen daarin echt wel voorop”, zegt De Graaf. Met expertise over verduurzaming en de energietransitie die ook in de andere marktsegmenten van pas komt. Die kruisbestuiving tussen de zes divisies maakt GMB veelzijdig: kennis over elektrificatie, batterij-opslag en duurzame installaties wordt gedeeld en steeds meer toegepast in de haven. “Alleen door intensieve samenwerking bereik je het beste resultaat.” De kracht van het familiebedrijf Wat GMB bovendien bijzonder maakt, is de familiecultuur. De familie Van de Pol zie je door de hele organisatie terug: van algemeen directeur tot werkvoorbereider. “Daardoor zijn de lijntjes kort en is het vooral een menselijk bedrijf”, zegt De Graaf. “Wij krijgen zo nog veel voor elkaar met vertrouwen.” Ipskamp herkent dat: “Hier geldt een man een man, een woord een woord. Met de Rotterdamse mentaliteit, ook al komen we uit de Betuwe. Dat heb je bij familiebedrijven.” Geen investeerders die alleen naar de muntjes kijken, maar een bedrijf dat durft te investeren in innovatie; ook als de klant er niet direct om vraagt. Die mentaliteit maakt dat GMB uitdagingen niet uit de weg gaat, maar juist opzoekt. Van de boer met zijn vertrouwen op iemands blauwe ogen tot de gespecialiseerde partner in complexe havenprojecten: GMB bouwt letterlijk aan het fundament van de Nederlandse logistiek. En doet dat zo, dat de haven gewoon door blijft draaien. www.gmb.eu << Havenlocaties 2026 - 47
BluePorts Limburg houdt, met nieuwe Havenvisie, de vaart er goed in De schwung zit er goed in bij BluePorts Limburg. Eind januari 2026 presenteerden ze hun ontwerp Havenvisie tijdens een levendig en drukbezocht congres in Venlo. Eén visie, één gezamenlijke opgave voor toekomstbestendige Limburgse binnenhavens; dat is de grondslag van de Havenvisie. Met daarin omschreven vijf hoofdthema’s, waar de elf binnenhavens gezamenlijk aan gaan werken. Natuurlijk is er ruimte voor maatwerk om zaken lokaal verder uit te werken, want de ene haven is de andere niet. Maar de richting is helder en de Limburgse neuzen staan dezelfde kant op. ‘D Haven Venlo ie positieve vibe van samen ervoor gaan was echt voelbaar tijdens ons congres’ vertelt Peter van Wijlick, programma manager BluePorts. ‘We hadden boeiende sprekers, een goede paneldiscussie en bij het netwerkdeel vonden mensen elkaar in interessante en levendige gesprekken. Het heeft ons echt een boost gegeven om, in gezamenlijkheid, zaken aan te gaan pakken en op die manier veel meer harmonisatie en uniformering te krijgen.’ De ontwerp Havenvisie BluePorts werd in 2025 ontwikkeld samen met het bedrijfsleven en de elf Limburgse havengemeenten. Van Wijlick: ‘We hebben daarvoor veelvuldig allerlei sessies georganiseerd: van individuele interviews tot groepsbijeenkomsten, themasessies en consultatierondes. We zijn trots op deze mooie uitkomst: een ontwerp Limburgse Havenvisie, die in december 2025 door de gemeentebestuurders van de elf havengemeenten werd afgetikt.’ De BluePorts opgaven samengepakt in vijf thema’s De Havenvisie omschrijft een aantal opgaven voor de Limburgse BluePorts, samengevat in vijf thema’s. 48 - Havenlocaties 2026
Vlnr Ton Neumann, Rina Engelen en Peter van Wijlick 1. Bereikbaarheid van vaarwegen en haventerreinen In het belang van de modal shift is een goede en betrouwbare bereikbaarheid van de haventerreinen essentieel, zowel aan de waterzijde als aan de landzijde. De Maas en het Julianakanaal vormen de ruggengraat van de goederenstroom over water tussen Rotterdam en Limburg. ‘Bij BluePorts denken we actief mee rondom besluitvorming om knelpunten en kwetsbaarheden op deze route te verminderen.’ 2. Beschikbare ruimte voor havenactiviteiten Net als elders in Nederland neemt de druk op de beschikbare ruimte voor havenactiviteiten in Limburg toe. Watergebonden terreinen zijn ook hier schaars. ‘Het is belangrijk dat watergebonden activiteiten hun plek behouden of alsnog krijgen in een binnenhaven’ vertelt Rina Engelen, beleidsmedewerker goederenvervoer en logistiek bij de Provincie Limburg. ‘Claims op deze beperkte ruimtes nemen toe, bijvoorbeeld voor energievoorzieningen of waterveiligheid. Flexibel, zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik is noodzakelijk om de economische waarde van de havens te behouden en te versterken.’ 3. Verduurzaming van logistieke en industriële activiteiten De energietransitie leidt tot een groeiende behoefte aan walstroom, netcapaciteit, laad- en bunkerfaciliteiten voor alternatieve brandstoffen en duurzame energieopwekking. Van Wijlick: ‘We ontwikkelen plannen voor het aanbieden van walstroom op meerdere locaties, zodat schepen geen dieselgenerator meer hoeven te gebruiken als ze aan wal liggen. We zitten hier in Limburg met het probleem dat de Maas een regenrivier is, die nog wel eens buiten de oevers treedt. Zo’n stroomkast mag bij overstromingen niet onder water komen te staan. Daar moeten we oplossingen voor bedenken. Bij de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch varen lopen we nu nog tegen de tekortkomingen van het elektriciteitsnet aan. Dat geldt ook bij het elektrificeren van al het terminalmateHavenlocaties 2026 - 49 rieel, zoals reach stackers, shovels en loaders of het verduurzamen van het last mile transport. Daar moet genoeg oplaadcapaciteit voor beschikbaar zijn. Door bedrijfsprocessen op elkaar af te stemmen kun je wellicht de piekbelasting van het net verminderen. Kennisdeling en bewustwording spelen daarbij een grote rol. Als BluePorts kunnen wij daarin ondersteunen en partijen samenbrengen.’ Clean Energy Hub Vanuit BluePorts wordt ook gekeken naar het faciliteren van varen op waterstof, waarvoor mogelijk een bunkerinstallatie wordt gerealiseerd in de haven van Maasbracht. ‘De landelijke Meevaren op containerschip La Terna met HID Wim Fabries aan het roer
Vlnr Peter van Wijlick, Daniël ten Ham, gedeputeerde Kuntzelaers, Hendrik-Jan van Engelen en Nico Evens. Haven Stein subsidieregeling voor Clean Energy Hubs willen wij in Limburg vooral voor de scheepvaart inzetten, met name in onze facilitaire haven Maasbracht.’ 4. Digitalisering en professionalisering van het netwerk Net als in de rest van de maatschappij is digitalisering een belangrijk thema voor de binnenhavens. ‘We verzamelen steeds meer data over schepen die in onze binnenhavens aanmeren’, vertelt Rina Engelen. ‘Niet alleen via de AIS signalen, maar ook uit de havenverordeningen. Zo weten we steeds beter welke klasse schepen er binnenkomen, welke lading ze vervoeren, hoeveel uitstoot ze hebben. Daar kunnen we mooi op anticiperen en de gegevens gebruiken voor bijvoorbeeld het opzetten van een uniform systeem voor het berekenen van havengelden.’ ‘Je wilt uiteindelijk voor elkaar krijgen dat een schipper in elke Limburgse binnenhaven op eenzelfde manier behandeld wordt’, vult Peter van Wijlick aan. ‘Het zal best nog wat discussie opleveren om dat te harmoniseren, maar we streven naar één gemene deler die past bij al onze elf binnenhavengemeenten.’ Simone van Trier in gesprek met Hanna Stelzel, director containers HBR 50 - Havenlocaties 2026
Welkom in Limburg! Lachend vervolgt hij: ‘En hoe leuk zou het zijn als je als schipper bij Mook de provincie Limburg binnenvaart en je dan automatisch welkom wordt geheten door de band Schintaler die via de boordradio het liedje ‘Welkom in Limburg’ speelt. Met die voor de binnenvaart treffende tekst: Welkom in Limburg wat een geveul, Hie lig mien hart tösje Maas, Ruhr en Geul. Moet kunnen toch?’ 5. Militaire mobiliteit, weerbaarheid en veiligheid Dit onderwerp uit de Havenvisie wordt mede aangewakkerd door de geopolitieke ontwikkelingen. De BluePorts maken deel uit van de kritieke infrastructuur en hebben in een veranderende geopolitieke context een rol te vervullen in zowel de civiele als de militaire logistiek. Proactief aan de slag Omdat ze in Limburg niet willen afwachten wat er in een oorlog of crisissituatie op hen af gaat komen, hebben ze het heft in eigen hand genomen. ‘We hebben op ons congres bezegeld dat we, samen met Brabant Ports, de provincie Brabant, KBN en VITO Nederland proactief een handreiking gaan doen aan het ministerie van Defensie om samen met hen te onderzoeken wat de rol van de binnenhavens en de binnenvaart is binnen de militaire mobiliteit’, vertelt Rina Engelen. ‘Daar heeft Defensie zich nog niet over uitgesproken. Het spoor zal in oorlogstijd veelal vrij gemaakt worden voor het vervoer van militair materieel. Hoe kunnen wij de huidige stroom containers van het spoor Betrokken bedrijven en overheden bij de Europese Rhombus projecten dan overbrengen naar het water bijvoorbeeld? Of hoe kunnen wij opslagruimte beschikbaar stellen in het achterland om de zeehaven te ontzien? We willen weten wat er nodig is in onze havens en op onze vaarwegen om de economie in een crisissituatie draaiende te houden. Je kan daar maar beter goed op voorbereid zijn.’ www.circularports.com/blueports << Europese subsidies voor Limburgse binnenvaartprojecten De Provincie Limburg speelt een belangrijke rol in het aanvragen van binnenvaart gerelateerde subsidies. ‘Bedrijven zijn vaak niet goed op de hoogte van de Europese subsidiemogelijkheden’, vertelt Ton Neumann, senior beleidsmedewerker goederenvervoer en logistiek bij de Provincie. Hij is penvoerder van de Europese CEF-subsidies, onder de vlag van het Rhombusproject. ‘Wij doen de subsidieaanvraag, het projectmanagement, de communicatie en de financiële rapportages. De bedrijven of de havens zijn de begunstigden, zij krijgen het geld uit Brussel.’ In het afgelopen jaar werden met Europese subsidies een aantal mooie projecten voltooid of opgestart: 1. Tweede havenkraan voor Barge Terminal Venlo (Hutchison Ports) De vernieuwde terminal werd op 13 oktober 2025 officieel geopend. Met ondersteuning van Europese subsidies werd eerder al de kade verlengd. Hutchison Ports Venlo heeft hiermee zijn capaciteit meer dan verdubbeld, waardoor er meer containers via het water aangeleverd kunnen worden. 2. Kade voor reststoffenbedrijf L’Ortye in de Beatrixhaven Maastricht. Hiermee beschikt het bedrijf over de eerste watergebonden reststromenterminal van Europa. De locatie van 22.000 m² is volledig vloeistofdicht en uitermate geschikt voor de op- en overslag en verwerking van circulaire stromen. 3. Eigen kade voor Façade Beton, onderdeel van de Berding Beton Groep, in de Beatrixhaven Maastricht Met het realiseren van deze kade kan het bedrijf de modal shift van weg naar water maken en in de toekomst, met aangrenzende betonbedrijven, zo’n 200.000 ton van de weg halen. 4. Hoogwaterbescherming voor de Willem-Alexanderhaven in Roermond Dit project kreeg het hoogste subsidiebedrag, ruim 20 miljoen euro. Alle betrokken bedrijven rondom de haven hebben zich hiervoor verenigd in een coöperatie. Samen met Waterschap Limburg, Provincie Limburg en de gemeente Roermond werkten ze een integraal plan uit dat hoogwaterbescherming combineert met logistieke kades. Dit voorjaar start de realisatie. Havenlocaties 2026 - 51
Logistieke regie via het water Met vier strategische binnenhavens in Nederlands- en Belgisch Limburg is Wessem Port Services dé spil in het verwerken en transporteren van droge bulk en circulaire grondstoffen. Jaarlijks gaat er circa 5 miljoen ton door onze handen – efficiënt, compliant en grotendeels via het water. Onze locaties vormen samen één geconcentreerde logistieke hub, strategisch gelegen tussen grote zeehavens en dynamische industrie. Met 2,5 kilometer kade, 40.000 m² overdekte opslag en diep vaarwater voor klasse Vb-schepen beschikken we over de infrastructuur om grote volumes efficiënt te verwerken. Van overslag en opslag tot bewerking en doorvoer: we leveren logistieke regie op de keten, grotendeels via het water. Alles klopt, tot de laatste korrel We denken groots, tot in het kleinste detail. Het uit handen nemen van een logistiek proces vraagt om precisie. De juiste hoeveelheid, op het juiste moment, op de juiste manier vervoerd, verwerkt én geleverd. We zijn pas tevreden als ons werk naadloos aansluit op jouw proces. Zo efficiënt mogelijk, met oog op morgen. Binnenvaart vormt daarbij de basis. Een van de meest duurzame vormen van transport en 86% van wat we verwerken komt of gaat via het water. Dat maakt grote volumes efficiënt én duurzaam. Wegtransport vult aan waar nodig — voor just-in-time leveringen of de eerste en laatste kilometers. Elk proces start met een goed gesprek. Wil je enkel transport of ook opslag en bewerking op maat? We vertrekken vanuit jouw keten, denken mee en richten op maat in. Zo gaat dat in zijn werk: • We analyseren de volledige supply chain • We bepalen de optimale modaliteit (met water als basis) • We richten opslag en bewerking in waar nodig • We optimaliseren continu op kosten, duurzaamheid en leverzekerheid Binnenvaart en wegtransport, naadloos verbonden. Binnenvaart vormt de basis van onze logistiek. Wegtransport vult aan waar nodig. In de praktijk betekent dat slimme combinaties: aanvoer per truck, doorvoer per schip — of andersom.
De slimme, logistieke hub binnen Europa Onze locaties liggen geconcentreerd tussen Rotterdam, Antwerpen, het Ruhrgebied en Noord-Frankrijk. Daarmee vormen we een natuurlijke schakel tussen zeehavens en industrie. 2,5km kade Lanaken 40.000 m² overdekte opslag Circulair denkers De wereld van grondstoffen verandert. Wessem verandert mee. We bewerken, sorteren en verwerken reststromen zodat ze opnieuw inzetbaar worden als grondstof. Van kunststofrecycling tot metaalterugwinning en circulaire bouwmaterialen. Wat nog niet duurzaam of compliant is, maken we passend. Wat wél werkt, schalen we op. Onze kracht zit in de combinatie van logistiek en bewerking. We breken, zeven, mengen, ontstoffen, verpakken en slaan tijdelijk op Rotterdam Antwerpen Duisburg Gent Wessem Maastricht Stein Luik Koblenz Keulen Amsterdam Münster — altijd afgestemd op de eigenschappen van het materiaal en de eisen van de afnemer. Wat binnenkomt als reststroom, vertrekt als waardevolle grondstof. Zo voegen we niet alleen logistieke capaciteit toe, maar ook inhoudelijke waarde in de keten. Als circulair denkers zorgt het voor minder verspilling, meer hergebruik en kortere schakels. Het zit in ons DNA “86% van wat we verwerken komt of gaat via het water” Neem direct contact op Tel. +31 46 474 7777 info@wessem.com wessem.com
Clean Energy Hubs voor de binnenvaart Braakmanhaven Terneuzen (copyright: North Sea Port) De Europese Unie streeft ernaar om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn. Deze ambitieuze doelstelling vereist een grootschalige energietransitie waarbij fossiele brandstoffen worden vervangen door duurzame alternatieven. In de transportsector, en met name de binnenvaart, zijn technologische innovaties en forse investeringen nodig om deze energietransitie mogelijk te maken. Clean Energy Hubs (CEH’s) kunnen hierin een cruciale rol spelen. Deze hubs fungeren als tank-, laadof bunkerstations waar hernieuwbare brandstoffen en/of energiebronnen beschikbaar zijn voor zwaar goederenvervoer over de weg of de binnenvaart. 54 - Havenlocaties 2026
Françoise van den Broek en Theo Heinink vaart in combinatie met bijvoorbeeld eigen opwek en productie van energie, walstroom, ontgassen, overnachtings haven, bunkeren van water, bevoorrading. Roadmap voor uitrol Clean Energy Hubs In 2024 is een Roadmap opgesteld voor de ontwikkeling van Clean Energy Hubs t.b.v. de binnenvaartsector. Deze Roadmap is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen de twaalf provincies, het Rijk, Havenbedrijven en het programmateam CEH. Wij hebben geprobeerd hierbij aan te geven welke stappen nodig zijn om de duurzame transitie naar energiebronnen te ondersteunen. Het ontwikkelen van een landelijk dekkend netwerk van CEH’s is daarbij noodzakelijk om de beschikbaarheid en distributie van alternatieve energiebronnen te waarborgen. Een Clean Energy Hub is een openbaar toegankelijke tank, laad of bunkerfaciliteit voor weg of binnenvaart die minimaal één hernieuwbare brandstof en één zero emissie energiedrager aanbiedt. Locatieafhankelijk in combinatie met andere voorzieningen, zoals voor de weg: truckparking, walstroom, elektrisch laadplein, betaalbare overnachtingsformule voor chauffeurs, digitaliseringsvoorzieningen, duurzame wasplaats voor trucks, truckservice center, horeca, vergaderruimtes, overslaglocatie voor pakketdiensten en binnenstedelijke distributie, koppelkansen met openbaar en personenvervoer en defensie. En voor de binnenDe locaties van de CEH’s zijn strategisch gekozen op basis van huidige en toekomstige behoeften. Hierbij wordt rekening gehouden met marktsegmenten, scheepstypen en routes, zodat de voorzieningen zich bevinden op plekken waar de grootste impact kan worden bereikt. Samenwerking en afstemming tussen overheden, havenautoriteiten en marktspelers is essentieel voor de succesvolle implementatie van CEH’s. Werkgroep CEH Binnenvaart De Werkgroep CEH Binnenvaart is onderdeel van het programma Clean Energy Hubs en een voorzetting van het samenwerkingsverband dat de Roadmap CEH Binnenvaart in 2024 liet opstellen. Net als de Learning Community CEH wordt in deze werkgroep kennis en ervaring uitgewisseld, gezamenlijk onderzoek gedaan naar voor CEH-binnenvaart generieke vraagstukken en samenwerking gestimuleerd. Een belangrijk aspect is om vooral in gesprek te zijn met marktpartijen om te begrijpen welke Havenlocaties 2026 - 55
fieke infrastructuur. De Roadmap Clean Energy Hubs Binnenvaart gaat in op de ontwikkeling van de netwerken voor elk van deze energiedragers, met aandacht voor de unieke kenmerken en vereisten van elke drager. De ontwikkelingen ten aanzien van ZES (Zero Emissie Services, elektrisch varen), RH2INE, Condor Z-E worden op de voet gevolgd en waar mogelijk wordt ook samengewerkt met marktpartijen als Connect4shore. Het is belangrijk om vroegtijdig kennis en informatie te delen en te kijken op welke punten we elkaar in het behalen van onze doelstellingen kunnen versterken. Integrale samenwerking i.p.v. sectoraal opereren kan bijdragen aan versnelling, efficiënte inzet van capaciteit, kennis en subsidieregelingen (w.o. voor kademuren) en helpt ondernemers bij het maken van weloverwogen keuzes. Adaptieve Roadmap volgt technologische ontwikkelingen Werkwijze en netwerk van het programma Clean Energy Hubs vragen en zorgen er leven en op basis van feitelijke informatie en onderbouwing tot concrete voorstellen en feedback te komen. Ook richting de (inter)nationale politiek. Verschillende netwerken van energiedragers voor de binnenvaart Verschillende netwerken van energiedragers zoals voor biobrandstoffen, LNG, methanol, elektriciteit en waterstof hebben elk hun specifieke kenmerken en vereisen elk hun eigen speciDe Roadmap legt een basis voor de transitie naar een duurzame binnenvaart door middel van een gestructureerde en flexibele uitrol van CEH’s. De Roadmap is adaptief: technologische ontwikkelingen zullen voortdurend gevolgd moeten worden. Dit omvat geavanceerdere en kosten-effectievere laad- en tankinfrastructuur, evenals verbeteringen in schone aandrijftechnologieën voor schepen. Het is van belang om de ontwikkelingen te (blijven) monitoren, zodat tijdig maatregelen getroffen kunnen worden om het netwerk aan te passen voor een voldoende aanbod van vulpunten, vanuit totale capaciteit, uitgebreidheid van het netwerk en de mix van verschillende energiedragers. Zoekgebieden voor Clean Energy Hubs voor de binnenvaart Ten aanzien van de schonere brandstoffen HVO, (bio)LNG en mogelijk ook (bio)methanol is een aantal zoekgebieden gevonden: de AA-locaties. Deze zoekgebieden zijn rond Maasbracht, regio Rotterdam-Drechtsteden, regio Rivierenland, regio 56 - Havenlocaties 2026 Strategische samenwerking binnenvaart
Amsterdam-IJmond, Port of Zwolle en North Sea Port. Het zijn geen eenvoudige trajecten. Eerste verkennende gesprekken geven aan dat er zeker interesse is en brengen ook diverse relevante vragen aan het licht. Naast de AA-locaties is er een aantal andere potentieel kansrijke locaties in beeld. Eerste afstemming met betreffende gemeenten en/of havenbedrijven dient nog opgestart te worden voor deze zogeheten ‘A-locaties’. Bestendig en duurzaam beleid blijft noodzakelijk In de binnenvaart worden grote investeringen voor de langere termijn gedaan. Daarom is het belangrijk dat de overheid ook voor deze sector bestendig beleid voert en richting geeft. Bestendig beleid betekent dat je een eenmaal gemaakte keuze blijft ondersteunen gedurende de looptijd dat je iets gebruikt. Het is jammer dat het Rijk soms snel omschakelt, waarbij vergeten wordt dat ook bij de verduurzaming van de binnenvaart transitiestappen moeten worden gezet om in fasen naar ‘het einddoel’ te komen. De weg daarnaartoe is niet voor iedereen gelijk en er bestaat niet één generieke oplossing. Het is een goede zaak dat in 2023 de Refit Alliantie (www.refitalliantiebinnenvaart.nl) van start is gegaan. Een unieke samenwerking tussen bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen, waarbij vanuit een open innovatiestructuur kennis gedeeld wordt en gewerkt wordt aan collectief gestandaardiseerde refits van bestaande schepen als belangrijke stap in de verduurzamingstransitie. Doorbreken ‘kip-ei’-probleem verduurzaming goederentransport De ontwikkeling van adequate infrastructuur om duurzame energie efficiënt op te slaan en te distribueren vormt een grote uitdaging. De initiële kosten om te komen tot een voldoende dekkende infrastructuur met bijbehorende vraag zijn hoog. Het bekende ‘kip-ei’-probleem: vervoerders aarzelen om te investeren in schone voer- of vaartuigen zonder een voldoende dekkend netwerk van energie-inname mogelijkheden, terwijl energieleveranciers terughoudend zijn om te investeren in infrastructuur zonder gegarandeerde vraag. Om deze impasse te doorbreken, worden veelal pilotprojecten uitgevoerd en zijn subsidies nodig om de eerste locaties te ontwikkelen. Uiteindelijk gaat het erom concreet zicht te krijgen op gezonde, toekomstbestendige businesscases en vertrouwen van marktpartijen. Als programma en Werkgroep CEH Binnenvaart werken wij hier hard aan. Subsidieregeling voor Clean Energy Hubs Naar verwachting gaan vanaf medio 2026 de provinciale subsidieregelingen Clean Energy Hubs open. Deze regelingen zijn bedoeld als financiële bijdrage aan haalbaarheidsonderzoeken en/of aan de subsidiabele kosten voor de aanleg of uitbreiding van tank-, laad- of bunkerinfrastructuur. Alle aanvragen dienen te voldoen aan de definitie van een CEH: op de Clean Energy Hub dient minimaal één hernieuwbare brandstof en minimaal één zero-emissie energiedrager aangeboden te worden. Daarnaast dient actief invulling gegeven te worden aan koppelkansen met andere lokale opgaven. Voor meer informatie over de regeling verwijzen wij naar de website CEH of naar de eigen provincie. Wij denken graag mee, u ook? Vanuit het programma zijn wij altijd bereid om mee te denken bij de ontwikkeling en inrichting van potentiële Clean Energy Havenlocaties 2026 - 57 Braakmanhaven Terneuzen (copyright: North Sea Port) Hub-locaties. Meer informatie (waaronder het Jaarplan en de Roadmap Clean Energy Hubs Binnenvaart) kunt u vinden op de website Clean Energy Hubs, die naar verwachting medio 2026 operationeel zal zijn. Tot die tijd is informatie beschikbaar via https://www.gelderland.nl/projecten/clean-energy-hub. Tevens kunt u contact opnemen met Françoise van den Broek (projectleider Clean Energy Hubs en 1e aanspreekpunt voor de binnenvaart) onder telefoonnummer 06 528 02 524 of e-mail: f.vanden.broek@gelderland.nl of Theo Heinink (business developer Clean Energy Hubs en 1e aanspreekpunt voor het zware wegtransport) onder telefoonnummer 06 528 02 026 of e-mail: t.heinink@gelderland.nl. <<
L’Ortye opent eerste Multi Purpose Waste Terminal en versterkt logistieke positie in Limburg Met twee operationele havenlocaties in Stein en Maastricht en de ingebruikname van een nieuw multifunctioneel haventerrein van 22.000 m² verstevigt L’Ortye haar positie als toonaangevende logistieke partner in Limburg. D e nieuwe terminal, direct gelegen aan het Julianakanaal in Maastricht, speelt in op de toenemende behoefte aan betrouwbare, flexibele en toekomstbestendige logistieke oplossingen voor afvalen reststromen over water. Daarmee zet het familiebedrijf een volgende strategische stap in de verdere ontwikkeling van haar geïntegreerde logistieke dienstverlening. De uitbreiding omvat een modern en volledig vloeistofdicht haventerrein dat is ingericht voor de opslag en overslag maar zeker ook bewerking van alle typen afvalstromen, bulken stukgoederen. Dankzij de 190 meter lange kade is het terrein voorbereid op de ontvangst van klasse Vb-schepen, die na de verbreding en verdieping van het Julianakanaal de Beatrixhaven in Maastricht kunnen bereiken. Het terrein beschikt verder over walstroomaansluitingen, een dubbele weegbrug voor efficiënte afhandeling van inkomende en uitgaande vrachten en moderne kantoorvoorzieningen 58 - Havenlocaties 2026 die de operationele processen ondersteunen. De ontwikkeling van deze locatie is mede tot stand gekomen door de ondersteuning vanuit Rhombus en Europese Unie. Met de opening van deze nieuwe terminal breidt L’Ortye haar havenactiviteiten uit tot drie strategisch gelegen locaties in Zuid-Limburg: één in Stein en twee in Maastricht. De geografische spreiding maakt het mogelijk om klanten flexibeler te bedienen en beter in te spelen op fluctuaties in aan- en afvoer. “Deze uitbreiding biedt capaciteit, continuïteit en zekerheid in de logistieke planning,” zegt Guido Loeffen, Manager Havens bij L’Ortye. “We zien een duidelijke toename in de vraag naar grootschalige opslaglocaties waar circulaire grondstoffen zowel tijdelijk als langdurig veilig kunnen worden opgeslagen. Met de nieuwe terminal bieden we een doelgerichte oplossing voor de groeiende behoefte aan op- en overslagvoorzieningen en bewerkings mogelijkheden in de circulaire transitie.” Multi Purpose Waste Terminal met focus op circulaire stromen De nieuwe locatie is ingericht als Multi Purpose Waste Terminal, waarbij de nadruk ligt op de opslag, verwerking, bewerking en logistieke afhandeling van afval- en reststromen. Zo wordt afvalhout op de locatie geshredderd tot grondstof voor de spaanplaatindustrie of tot biobrandstof voor biomassaketels. Bovendien heeft L’Ortye de afgelopen jaren uitgebreid ervaring opgedaan met het balen, opslaan, verladen en transporteren van huishoudelijk restafval en bedrijfsafval met als doel dit over water te kunnen vervoeren. Die proeffases zijn succesvol afgerond, waardoor L’Ortye klaar staat om afvalenergiecentrales of andere verwerkers te bedienen en te ontzorgen. Tegelijkertijd is L’Ortye in gesprek met meerdere ketenpartners over de op- en overslag van aanvullende reststromen die na bewerking circulair inzetbaar zijn als nieuwe grondstof. Daarmee sluit de nieuwe terminal naadloos aan bij de
groeiende vraag naar logistieke knooppunten die de circulaire economie effectief ondersteunen. Door circulaire stromen via het water te vervoeren, worden logistieke ketens efficiënter ingericht: minder verkeersbewegingen over de weg, een lagere milieubelasting en een voorspelbaardere planning voor zowel L’Ortye als haar klanten. Modal shift als leidend principe Waar sommige haventerreinen zich primair richten op kade- en overslagcapaciteit, kiest L’Ortye bewust voor een geïntegreerde aanpak: een combinatie van opslag, bewerkingsmogelijkheden en logistieke regie. De modal shift vormt daarbij het uitgangspunt, waarbij vervoer over water optimaal wordt benut om het wegtransport te ontlasten en duurzamer te opereren. Vijf jaar geleden stond L’Ortye mee aan de basis van de grootste modal shift in Nederland in de laatste 10 jaar: het vervoer van 300.000 ton Limburgse suikerbieten over water naar de Cosun-suikerfabriek in Dinteloord. Deze logistieke innovatie geldt inmiddels als een best practice voor efficiënt en duurzaam goederenvervoer. Een regionale speler met omvang en ervaring Met een totale kadelengte van ruim 750 meter en 120.000 m² haventerrein beschikt L’Ortye over een solide basis om complete logistieke ketens te verzorgen. Het bedrijf heeft eigen overslagmaterieel, laadsteigers, opslagboxen, loodsen en drijvende opslagfaciliteiten. In combinatie met haar eigen transportdivisie kan het 78 jaar oude familiebedrijf klanten volledig ontzorgen, van zeehaven tot eindklant. Directeur Jean L’Ortye benadrukt het belang van langdurige samenwerkingen: “Wij willen een strategische partner zijn voor onze klanten. Het mooiste compliment dat we na de start van een project krijgen van onze nieuwe klanten, is dat de samenwerking aanvoelt als een warm bad. We blijven continu investeren in de relatie en de optimalisatie van onze logistieke concepten, zodat we ieder jaar nog beter en efficiënter presteren.” Investeren in veiligheid, mensen en omgeving Bij de ontwikkeling van de nieuwe terminal is veel aandacht besteed aan veiligheid, werkbaarheid en uitstraling. De inzet van walstroom en verdere elektrificatie van materieel draagt bij aan een prettige en schone werkomgeving, terwijl de impact op de directe omgeving zo beperkt mogelijk blijft. Toekomstbestendig logistiek netwerk Met de opening van de Multi Purpose Waste Terminal in Maastricht investeert L’Ortye gericht in een duurzaam en toekomstbestendig logistiek netwerk voor Limburg en de bredere regio. Hiermee sluit L’Ortye volledig aan op de kernopgaves van Blueports Limburg, een samenwerking tussen de provincie Limburg, de Limburgse havengemeenten en het bedrijfsleven. Door te blijven investeren in locaties, medewerkers en innovatieve werkwijzen verstevigt het bedrijf zijn positie als betrouwbare en flexibele logistieke partner die klaar is voor de uitdagingen van morgen. www.lortye.eu << Havenlocaties 2026 - 59
NPRC, Together future-ready De Nederlandse binnenhavens zijn een essentiële schakel in de logistieke ketens en de toegangspoort tot het Europese vaarwegen netwerk. Op die waterwegen vormt binnenvaart coöperatie NPRC de verbindende logistieke schakel tussen de Europese binnenhavens. De cijfers van deze vooruitstrevende logistiek dienstverlener zijn indrukwekkend. Het collectief telt ruim 160 samenwerkende binnenvaartondernemer die jaarlijks ruim 14 miljoen ton lading over de vaarwegen transporteren. Een equivalent van ruim 450.000 vrachtwagenladingen! In 2025 verzorgde de coöperatie transporten van en naar circa 600 verschillende binnenhavens en kades door heel Europa. Met CFO Arno Treur spreken we over de ontwikkelingen in de logistiek en het effect op de binnenhaven. N PRC is met name actief in het vervoer van droge bulk en breakbulk. Van staal tot grondstoffen voor de bouw en van zout voor de chemische industrie tot agriproducten voor onze voedingsmiddelen. Arno Treur ziet veel veranderingen in het vervoer: “we zien dat de logistiek een aantal zeer volatiele jaren achter de rug heeft. Dat geldt zeker ook voor de droge bulk binnenvaart. We zien ladingstromen verschuiven in herkomst en bestemming, maar ook veranderen van aard. Die ver“In onzekere tijden is samenwerken van belang. De coöperatie is daar een prachtig middel voor.” schuivingen zorgen voor onzekerheid, voor onze ondernemers, klanten maar ook voor partijen in de keten. Neem de markt voor de kunstmest, die is door stijgende gasprijzen en stikstofproblematiek sterk veranderd. Dat soort onzekerheden vragen om een gezamenlijk antwoord. Als coöperatie maakt samenwerken deel uit van wie wij zijn en dus zoeken we met ketenpartijen gezamenlijk naar oplossingen die aansluiten bij de veranderende behoeften van de klant. Bijvoorbeeld door digitale integratie van systemen om processen te versnellen, door duurzame oplossingen te ontwikkelen om uitstoot te verminderen, of vervoerszekerheid te bieden met onze diverse vloot van 160 schepen. De logistiek en de binnenvaart is een sector van “doorpakkers”, dus voegen we daad bij het woord” verteld Treur. De NPRC ontwikkelde een online module die alle betrokkenen in de keten inzicht geeft in de voorraad en kadeplanning. Op gebied van duurzaamheid valt in haar sustainability report te lezen dat NPRC betrokken is bij enkele waterstofschepen, onderzoek doet naar batterij-elektrisch varen en inmiddels een vast aantal schepen op biobrandstof HVO varen. Veranderende stromen De lading die de binnenvaart vervoerd is ook aan verandering onderhevig. Evident is dat het vervoer van steenkolen natuurlijk verminderd, tegelijkertijd ontstaan ook nieuwe ladingstromen die voldoende volume hebben om via het water te vervoeren. Arno Treur: “We zien door de groei van de circulaire economie nieuwe type industrieën die goederen ook via het water aan en af kunnen voeren. Neem als voorbeeld bodemassen uit de afvalverwerking die na bewerking als secundaire grondstof een nieuw leven krijgen. Datzelfde geldt voor asfalt, betongranulaat enzovoort. Daarnaast bieden bouwlogistiek en vervoer van pre-fab onderdelen nieuwe kansen. We hebben een modal shift stappenplan ontwikkeld die bedrijven helpt om deze nieuwe bulk stromen via het water te laten verlopen. Bij de ontwikkeling van die modal shift is samenwerking met ketenpartners belangrijk. Om nieuwe en andere nieuwe ladingstromen naar het water te krijgen zijn echter ook goede faciliteiten en samenwerking in de havens van groot belang. Initiatieven tot de ontwikkeling van circulairehubs en bouwhubs aan het water juichen we daarom van harte toe. Toekomstgerichte havens zijn naast bestaande logistieke stromen ook ingericht op de stromen van de toekomst”. 60 - Havenlocaties 2026
“We juichen de ontwikkeling van hubs voor overslag van diverse soorten bulk stromen toe.” Erkenning voor het onderscheidende vermogen Treur is extra trots op de titel Multimodaal dienstverlener 2025 die NPRC recent in Vlaanderen heeft gewonnen. “Die titel hebben we gekregen voor een modal shift-traject dat NPRC samen met onder andere Cosun heeft opgezet. In dat traject komen veel aspecten samen die passen bij NPRC: samenwerking met andere logistieke spelers zoals Wagemakers en L’Ortye, een slimme en digitale planning waardoor onze schippers een goed inkomen kunnen verdienen en de klant niet teveel betaalt; korte lijntjes en snel schakelen waardoor we tegenslagen zoals stakingen en stremmingen samen overwinnen, en jaarlijks een forse CO2 besparing ten opzichte van vervoer over de weg.” Treur besluit: “Als CFO ben ik natuurlijk van de logistieke cijfers, maar aan het einde van de dag is logistiek ook vooral mensenwerk. Betrokken klanten, bevrachters, varende ondernemers en overslagpartijen die samen werken maken echt het verschil en zorgen voor een toekomstgerichte bevoorrading van de Europese industrie. Future-ready Eind 2025 is bij NPRC Joyce Bliek aangetreden als nieuwe CEO. Dit gebeurde nadat Femke Brenninkmeijer de overstap maakte naar Energie-Nederland. Joyce Bliek brengt een uniek netwerk en waardevolle ervaring uit zowel de logistieke sector als het digitale domein mee. Met haar commerciële instelling en daadkracht zal zij de NPRC helpen bij de uitrol van de strategie voor de komende jaren. NPRC blijft veranderen en vernieuwen; en tegelijk blijft NPRC zichzelf. Dat maakt NPRC klaar voor de toekomst; together future-ready. << www.nprc.eu Havenlocaties 2026 - 61
Uitdagende puzzel: hoe houdt Rijkswaterstaat kanalen op orde De komende jaren werkt Rijkswaterstaat op grote schaal aan de Brabantse en Limburgse Kanalen. Ondertussen moeten de vaarwegen zoveel mogelijk bereikbaar blijven. En dat met zoveel projecten in hetzelfde vaarwater. Het zorgt voor een uitdagende puzzel die soms extra afstemming vraagt. Een groot en veelomvattend project dat veel puzzelstukjes moet laten passen is het onderhouds- en moderniseringsproject ‘Tilburg 3’. H et deel ‘Tilburg’ in de naam verwijst naar de bedienlocatie aan het Wilhelminakanaal van waaruit Rijkswaterstaat tientallen bruggen en sluizen op afstand bediend. Omdat de technieken verouderen en de bediening op afstand update moet zijn, verbeteren we de aansluiting van de objecten op de locatie in Tilburg. Dit is de derde grote update, vandaar dat er ook nog een 3 achter ‘Tilburg’ is gezet. Modernisering beweegbare objecten Voor deze update is Rijkswaterstaat een samenwerking aangegaan met aannemerscombinatie Orion bestaande uit Mourik Infra, Istimewa en Yunex Traffic. Omgevingsmanager van Rijkswaterstaat, Harald van der Ven, weet als geen ander wat er allemaal moet gebeuren: ‘We zijn sinds enkele maanden flink aan de slag, en we moeten hard doorwerken. Want onder dit project valt de renovatie van 20 sluizen, 27 beweegbare bruggen en 21 waterreguleringswerken. Voor 2030 moeten deze allemaal aangepakt worden. Hierbij concentreren we ons Als de kolk droogstaat worden schades pas goed zichtbaar vooral op de modernisering van beweegbare objecten’, legt Harald uit. ‘Met de modernisering willen we ervoor zorgen dat we alle bruggen, sluizen en waterreguleringswerken vlot en veilig kunnen laten bewegen vanuit de bediencentrale in Tilburg. Dat geldt voor sluizen die 100 jaar oud zijn en met werktuigbouwkunde technieken werken, tot sluizen die 9 jaar oud zijn en veel met elektronica en hydrauliek werken’. Een seintje van het systeem In totaal gaat Tilburg 3 tot en met 2032 duren. ‘Het is een complex project, met veel specialismes’, legt Harald uit. ‘We willen het zo inrichten, dat de industriële automatisering ons ook een terugkoppeling kan geven over wanneer er onderhoud moet gebeuren. Bijvoorbeeld aan de hand van het aantal keer dat een cilinder open en dicht gaat en op basis van de oliedruk. Want wanneer de oliedruk minder wordt, kan dit wijzen op een lekkage. Wat weer kan betekenen dat de afdichting van de cilinder versleten is. Als het systeem dan bij wijze van spreken een De draaipunten in deuren zijn erg uitgesleten seintje geeft is dat goed bruikbare informatie waarmee je kunt sturen.’ Bij de modernisering van beweegbare objecten komt ook een ander aspect kijken: veiligheid. ‘Niet alleen de digitale verbinding, maar ook de techniek én het object zelf moeten veilig zijn’, vertelt Harald. ‘Dit gaat dus over over de (ARBO) veiligheidsnorm van een 100 jaar oude (monumentale) sluis, maar ook over de cybersecurity van hypermoderne techniek. Scheepvaartbelangen Naast de uitwerking van de technische aspecten kijkt Rijkswaterstaat ook naar de planning en de gebruikers. Een voorbeeld is de stremming van 3 sluizen op de Zuid-Willemsvaart tussen de Maas en Veghel. Idealiter voert Rijkswaterstaat die werkzaamheden aan de sluizen tegelijk uit, dan blijft de hinder zo beperkt mogelijk. Maar dit betekent voor de aannemer dat er 3 keer zoveel personeel en materiaal beschikbaar moet zijn. Een deel van de hydraulische installaties wordt onder handen genomen In het project is het updaten van de elektrotechniek een van de speerpunten 62 - Havenlocaties 2026
Vanuit scheepvaartbelangen is een vroegtijdige en afgestemde communicatie essentieel. Scheepvaartbedrijven maken planningen. Als er een stremming komt op een kanaal waar alleen één bepaald type schip mag varen, moeten ze misschien een ander schip huren, contracten aanpassen, voorraad opbouwen. Dat kost tijd weet ook Rijkswaterstaat. Versnellen als het loont In andere gevallen kan een investering de hinder aanzienlijk verkorten. Bij de sluizen 10 tot en met 13 in de ZuidWillemsvaart stond eerst per sluis 20 weken stremming gepland. In totaal 80 weken. Door extra keerschotten en een extra set deuren te maken, kan de stremming per sluis met 8 weken worden verkort. Dat betekent 32 weken minder hinder op het kanaal. ‘We hebben laten onderbouwen wat dat maatschappelijk betekent’, zegt Harald. ‘De investering loonde, dus is besloten om ermee door te gaan.’ Als stremmingen te lang duren of onregelmatig zijn, gaan vervoerders nadenken: moet ik mijn lading nog per schip vervoeren? Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil haar ambitie rond de modal shift waar kunnen maken. Dan is het belangrijk dat wij kritisch kijken waar stremmingen korter kunnen. Lastige situaties en verrassingen De noodklok die Rijkswaterstaat eind vorig jaar luidde over de staat van de infrastructuur klinkt hard in ZuidNederland. Het piept en kraakt op de kanalen. Daar waar Rijkswaterstaat het liefst vooruitkijkt en onderhoud zorgvuldig wil plannen, is het nu vaak ‘brandjes blussen’ bij gebrek aan budgetten. En ook al is Tilburg 3 vooraf duidelijk gepland, ook daar zie je verrassingen boven komen door jarenlang uitgesteld onderhoud. Neem sluis Panheel. De 100 jaar oude sluis wordt op dit moment door Rijkswaterstaat onder handen genomen. De oude kolk werd drooggezet en toen bleek de staat veel slechter dan gedacht. ‘We gaan vooraf met een duiker te water en maken een 3D-scan met een onderwaterdrone, maar pas als de sluis droogstaat zie je echt de schade’, vertelt Harald. Dit soort situaties veroorzaken een dilemma. Rijkswaterstaat kan de stremming verlengen en de sluis meteen goed aanpakken. Of men moet later weer terugkomen. Bij het geval van Panheel is het eerste gekozen. Met de wetenschap dat de binnenvaart hiervan baalt omdat de sluis er een langere tijd uit ligt. Er samen uitkomen Gezien de krappe budgetten mogen we extra blij zijn dat Tilburg 3 van start gegaan is. De grootschalige renovatie van de tientallen objecten moet ervoor zorgen dat de storingen uitblijven. Het project gaat bijdragen aan de betrouwbaarheid van het functioneren van de sluizen. Het werk is gereed in 2032. ‘Rijkswaterstaat en de schippers moeten hier samen doorheen’, zegt Harald. Ik heb geen legio alternatieve routes waarover je kunt omvaren. Ook kan ik niet voorkomen dat er door een calamiteit of een onverwachte situatie elders problemen optreden. Maar ik heb er vertrouwen in dat we er samen met de schippers en het bedrijfsleven uitkomen, door elkaar op te zoeken zoveel als kan’. Een duiker kijkt onder water naar schades Een keerschot wordt geplaatst om de kolk droog te kunnen zetten << Het keerschot wordt op zijn plek gehesen Havenlocaties 2026 - 63
BINNENVAART EN -HAVENS IN DE GEMEENTERAAD Lokale keuzes, nationale impact Nederland beschikt over een ongekend fijnmazig netwerk van vaarwegen en (binnen)havens dat elke dag zorgt voor bereikbaarheid, werkgelegenheid en duurzaamheid. Van Eemsdelta tot Maastricht, van Rotterdam tot Doetinchem. Maar dat gebeurt niet vanzelf. Op lokaal niveau worden cruciale beslissingen genomen over ruimtegebruik, bedrijventerreinen, ligplaatsen, walstroom, toegankelijkheid en watergebonden economische activiteiten. I n 2025 hebben Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) en de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) een brede oproep gedaan aan álle politieke partijen in 123 gemeenten die aan een vaarweg liggen in aanloop naar de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. De boodschap: “Geef vervoer over water de plek die het verdient in het gemeentelijke beleid”. Het lokale bestuur heeft meer invloed dan vaak wordt gedacht. Hun keuzes bepalen in sterke mate of binnenvaart en havenactiviteiten ruimte houden om te groeien, verduurzamen en bijdragen aan brede maatschappelijke doelen. Politieke aandacht is noodzakelijk Gemeenten staan onder hoge druk. Woningbouwopgaven, mobiliteitsvraagstukken, energietransitie, klimaatdoelstellingen en circulaire economie: ze komen allemaal samen in ruimtelijke keuzes. Dat levert soms spanningen op. Juist dan is het belangrijk om te zien wat binnenvaart en binnenhavens concreet bijdragen: • Ontlasten het wegennet • Reduceren CO₂ en stikstofuitstoot • Ondersteunen circulaire processen • Genereren werkgelegenheid • Bieden efficiënte logistiek met minimale ruimtedruk Toch wordt de binnenvaart niet altijd meegenomen in besluitvorming. Veel gemeenten hebben duurzaamheidsambities, maar zien niet dat de binnenvaart precies dáár een antwoord op biedt. Een schip vervangt tientallen vrachtwagens, juist in binnenstedelijke gebieden is dit heel belangrijk. Het pleidooi van de binnenvaart en binnenhavens: “de sector is geen vragende partij, maar een partner vol oplossingen”. Handreiking aan lokale partijen Om thema’s rondom water, havens en logistiek nadrukkelijk in lokale verkiezingsprogramma’s te krijgen, stuurden KBN en de NVB in 2025 een brief met concrete tekstsuggesties aan alle fracties in de 123 “watergemeenten”. De boodschap: veranker de waarde van watertransport in lokale coalitieafspraken. 64 - Havenlocaties 2026
Het advies bestond uit zes speerpunten: 1. Benut de binnenvaart als duurzame transportvorm Ondersteun vervoersstromen via het water bij bouw- en circulaire projecten en bescherm haventerreinen tegen functiewijziging. 2. Behoud en ontwikkel havens en ligplaatsen Havens zijn economische hotspots; voldoende en kwalitatieve ligplaatsen versterken logistiek én leefbaarheid. 3. Versterk de verbinding tussen wal en schip Betere voorzieningen, bereikbaarheid en verbinding met de lokale gemeenschap zijn essentieel. 4. Stimuleer regionale samenwerking Voorbeelden als Blue Ports Limburg, Brabant Ports en Port of Twente laten zien dat samenwerking slagkracht vergroot. 5. Standaardiseer en faciliteer walstroom Lokale walstroomvoorzieningen helpen emissiereductie en verbeteren de leefomgeving. 6. Benut kansen van de passagiersvaart Goede ontvangst en voorzieningen versterken lokale economie en toerisme. 7. De speerpunten verschillen in relevantie per gemeente, maar vormen overal een stevige basis om het water logischerwijs onderdeel van beleid te maken. Economische waarde: groter dan vaak gedacht De binnenvaart en binnenhavens vormen een stevige pijler onder de Nederlandse economie. Dat blijkt uit onafhankelijke onderzoeken. Nederland telt ruim 231 binnenhavens die samen goed zijn voor meer dan 63.000 banen en ruim 12 miljard euro aan bruto toegevoegde waarde. In de binnenvaart waren circa 11.000 mensen werkzaam, goed voor nog eens 1,8 miljard. Samen vertegenwoordigen binnenvaart en binnenhavens zo’n 1,76% van het Nederlandse Bruto Nationaal product. Een aandeel dat vergelijkbaar is met de hele land- en tuinbouwsector Havenlocaties 2026 - 65
samen. Dat maakt duidelijk dat watergebonden bedrijvigheid géén marginale activiteit is, maar een economische motor. De spanning op de ruimte is groot De druk op de schaarse Nederlandse ruimte is enorm. Woningbouw is een topprioriteit. Het kabinet heeft uitgesproken jaarlijks circa 100.000 nieuwe woningen te willen realiseren. Een begrijpelijke ambitie en tegelijkertijd een logistieke uitdaging. Uit onderzoek van Panteia (2016) bleek dat circa 40% van bouwmaterialen via het water vervoerd werd. In 2020 bevestigde onderzoeksbureau BCI in opdracht van Topsector Logistiek in een quickscan dat landelijk gezien ongeveer 30% van het bouwlogistiek volume in handen van de binnenvaart ligt. Belangrijker is echter wat BCI als eerste aanbeveling formuleerde: “Voor behoud van de modal split zijn kades en natte kavels op bedrijventerreinen essentieel.” En dáár knelt het. De behoefte aan woningbouw leidt steeds vaker tot plannen om havenlocaties of industrieterreinen aan het water om te vormen. Dit zet watergebonden zones onder druk. Wordt die functie eenmaal opgegeven, dan verdwijnt ze definitief. Binnenvaart: niet alleen vandaag, maar vooral voor morgen De binnenvaart biedt oplossingen voor meerdere urgente maatschappelijke vraagstukken. Ze vermindert verkeersdrukte en CO₂-uitstoot, maakt goederenstromen ruimte-efficiënter en “Door de speerpunten van KBN en de NVB te verankeren in beleid, maken gemeenten bewuste keuzes die bijdragen aan duurzaamheid, logistieke efficiëntie en economische vitaliteit.” verbetert de stedelijke bereikbaarheid. Bovendien ondersteunt zij circulaire materialenstromen bij onder meer bouw- en renovatieprojecten; grondstoffen heen, reststromen en bouwafval terug. Hiermee draagt vervoer over water niet alleen bij aan het oplossen van de uitdagingen van vandaag, maar helpt het ook om de economie en leefomgeving toekomstbestendig vorm te geven. Lokale keuzes, nationale impact 2026 is een jaar waarin in veel gemeenten nieuwe coalitieafspraken en ruimtelijke visies vorm krijgen. De besluiten die nu worden genomen, hebben effect voor vele jaren. Door de speerpunten van KBN en de NVB te verankeren in beleid, maken gemeenten bewuste keuzes die bijdragen aan duurzaamheid, logistieke efficiëntie en economische vitaliteit. De binnenvaart en binnenhavens staan klaar als partners. Nu is het zaak dat lokale politiek het water niet alleen ziet als ruimte, maar als strategische infrastructuur en daarmee als fundament voor een sterke, bereikbare en duurzame gemeente. www.binnenvaart.nl www.binnenhavens.nl << 66 - Havenlocaties 2026
SAMEN MAKEN WIJ FLEVOKUST HAVEN In het noorden van Lelystad ontstaat de skyline van Flevokust Haven. Met het grootste bouwwerk van Nederland in aanbouw, het DC van JYSK én een enorm toekomstbesteding distributiecentrum van het Deense concern BESTSELLER. Later wordt hier nog het pand van bol aan toegevoegd. De komst van dit rijtje grote namen betekent een enorme impuls voor de regio. “Maar dat niet alleen, deze bedrijven willen zich ook écht verbinden aan de stad. Samen toekomstgericht, dat is waar Flevokust Haven voor staat”, zegt Carolien Gase, acquisiteur van de gemeente. Unieke ligging, perfecte verbindingen Flevokust Haven is een opvallend bedrijventerrein. Om te beginnen is de ligging uniek: centraal in Nederland, aan het water met belangrijke verbindingen met Amsterdam, Rotterdam, het noorden van Nederland en Duitsland. Vlakbij het spoor, de snelweg om de hoek en de luchthaven in de nabijheid. Met bovendien de Maxima-centrale op steenworpafstand. Daarnaast zijn de voorwaarden van het innovatieve bedrijventerrein gunstig gebleken. Sterker nog, er is geen ander bedrijventerrein in de regio met dezelfde voorwaarden: zeer grote kavels, een bouwhoogte tot maar liefst 40 meter en een hoge milieucategorie. Uniek is het havengebonden karakter en de mogelijkheid van de op- en overslag van goederen, de import en export via de grote (zee)havens en de combinatie van de verschillende vervoersstromen. Niet alleen de bedrijven op Flevokust Haven profiteren hiervan; ook de bedrijven uit andere delen van Lelystad en de regio maken gebruik van de mogelijkheden om via het water te vervoeren. Of om via de haven per vrachtwagen verder te vervoeren. ‘We investeren in groei, duurzaamheid en verbondenheid met de stad’ Duurzaamheid hoog in het vaandel In de nabije toekomst wil Flevokust Haven een BREEAM-gecertificeerd bedrijventerrein zijn. Dit is het wereldwijd erkende duurzaamheidskeurmerk voor gebiedsontwikkeling. Materiaalgebruik, hergebruik van grondstoffen en duurzame alternatieven staan hierbij centraal. Maar het gaat ook om het creëren van de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige ontwikkeling. Hoewel het geen voorwaarde is, verwelkomt de gemeente bedrijven met dezelfde ambitie. Plannen en ambities De komende jaren staan in het teken van duurzame groei op elk gebied. Ontwikkelen, bouwen, vestigen en verbinden. Het bedrijventerrein wordt optimaal aangesloten op de uitvalswegen en de infrastructuur op het terrein zelf wordt aangelegd. Met de komst van de bedrijven krijgt ook de werkgelegenheid een flinke impuls; er ontstaan allemaal mooie banen van allerlei niveaus. Van instapfuncties tot serieuze carrièrekansen. Daarvoor zoeken de bedrijven (nu al) actief de samenwerking met elkaar, met betrokken partijen in de regio en de gemeente Lelystad. Ook zoeken ze de aansluiting met het onderwijs en het lokale bedrijfsleven om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen voor nu en de toekomst. Samen maken wij Flevokust Haven “Als gemeente creëer je de randvoorwaarden, zorg je voor verbinding en faciliteer je waar mogelijk: uiteindelijk moeten de bedrijven het zelf doen”, aldus Carolien. “Samen maken wij Flevokust Haven.” Met dat in het achterhoofd worden de voorbereidingen voor parkmanagement getroffen. Building a future-proof Business Park www.flevokusthaven.nl
Strategische last-mile logistieke multimodale cityhub aan de rand van het centrum van Amsterdam. CTPark Amsterdam City combineert uitstekende bereikbaarheid voor emissievrij vervoer over weg en water met directe toegang tot het stedelijk distributienetwerk. De locatie aan de Ankerweg biedt een unieke positie tussen haven, ring A10 en het centrum van Amsterdam. Nieuwe mogelijkheden op deze locatie • PGS 37-2 gecertificeerd voor grootschalige batterijopslag • 10 MW stroomcapaciteit beschikbaar • Ideaal voor energie-intensieve activiteiten Perfect voor last-mile distributie • Directe verbinding met ring A10 • Snelle toegang tot centrum Amsterdam • Last mile levering mogelijk met de City Container • Nog een aantal units beschikbaar Meer informatie? Neem contact op: Harm van der Weiden - CTP T (06) 15 20 46 33 E harm.vanderweiden@ctp.eu Robert Tiemens - INDUSTRIAL real estate partners T +31 6 51 41 21 03 E robert.tiemens@industrial.nl CTPark Amsterdam City Ankerweg 18, 1041 AT Amsterdam ctp.eu
1 Online Touch